Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 APRIL 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de exploitatiebeperkingen opgelegd door de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 17-04-2020 en tekstbijwerking tot 12-12-2023)
Titre
10 AVRIL 2020. - Arrêté du Gouvernement flamand portant octroi d'une aide aux entreprises confrontées à une baisse du chiffre d'affaires à la suite des restrictions d'exploitation imposées par les mesures prises par le Conseil national de Sécurité à partir du 12 mars 2020 concernant le coronavirus(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 17-04-2020 et mise à jour au 12-12-2023)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Inhoud
Tekst (16)
Texte (16)
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
  1° Agentschap Innoveren en Ondernemen : het agentschap, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
  2° coronavirusmaatregelen : de maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad genomen vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus en de daaruit voortvloeiende maatregelen van de bevoegde autoriteiten inzake burgerlijke veiligheid;
  3° omzetdaling : de daling van de omzet, exclusief de btw en op basis van de dagontvangsten, geleverde prestaties of de tijdregistratie, in de periode van 14 maart tot en met 30 april 2020 in vergelijking met dezelfde periode in 2019, die het gevolg is van verminderde prestaties. Voor ondernemingen die nog niet gestart waren in de voormelde periode van 2019 wordt de omzetdaling in de periode van 14 maart tot en met 30 april 2020 vergeleken met de verwachte omzet, vermeld in het financieel plan. Als de omzet in de voormelde periode van 2019 abnormaal laag is, wordt die periode vervangen door een andere referentieperiode;
  4° onderneming : de natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent in hoofd- of bijberoep, de vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht, de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut en de vereniging met een economische activiteit.
  De vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht en de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut moeten minstens één voltijdsequivalent werkende vennoot of bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid minstens één voltijdsequivalent ingeschreven personeel tewerkstellen.
  De vereniging met een economische activiteit moet bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid minstens één voltijdsequivalent ingeschreven personeel tewerkstellen.
  De onderneming beschikt op 14 maart 2020 over een actieve exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest overeenkomstig de Kruispuntbank van Ondernemingen.
  Met een zelfstandige in hoofdberoep wordt gelijkgesteld de zelfstandige in bijberoep die in 2019 een beroepsinkomen heeft van minstens 13.993,78 euro.
  Met de zelfstandige in bijberoep wordt gelijkgesteld de zelfstandige die in 2019 een beroepsinkomen heeft tussen 6.996,89 euro en 13.993,78 euro en geen betrekking als loontrekkende uitoefent die 80% of meer bedraagt van een voltijdse betrekking.
  [1 Een startende zelfstandige die in 2019 geen volledig beroepsinkomen heeft, wordt gelijkgesteld met één van bovenstaande gevallen gelet op het verwachte beroepsinkomen, vermeld in het financieel plan.]1
  
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat (Agentschap Innoveren en Ondernemen) : l'agence créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen " ;
  2° mesures de lutte contre le coronavirus : les mesures prises par le Conseil national de Sécurité à partir du 12 mars 2020 concernant le coronavirus et les mesures en découlant prises par les autorités compétentes en matière de sécurité civile ;
  3° baisse du chiffre d'affaires : la baisse du chiffre d'affaires, hors TVA et sur la base des recettes journalières, des prestations fournies ou de l'enregistrement du temps, au cours de la période du 14 mars au 30 avril 2020 par rapport à la même période de 2019, qui résulte d'une diminution des prestations. En ce qui concerne les entreprises qui n'étaient pas encore en activité durant la période précitée de 2019, la baisse du chiffre d'affaires au cours de la période du 14 mars au 30 avril 2020 est comparée avec le chiffre d'affaires escompté, mentionné dans le plan financier. Si le chiffre d'affaires durant la période précitée de 2019 est anormalement faible, cette période est remplacée par une autre période de référence ;
  4° entreprise : la personne physique qui exerce une activité professionnelle en tant qu'indépendant à titre principal ou complémentaire, la société dotée de la personnalité juridique de droit privé, l'entreprise étrangère jouissant d'un statut équivalent et l'association exerçant une activité économique.
  La société dotée de la personnalité juridique de droit privé et l'entreprise étrangère jouissant d'un statut équivalent doivent employer au moins un associé actif équivalent temps plein ou au moins un membre du personnel équivalent temps plein inscrit auprès de l'Office national de sécurité sociale.
  L'association exerçant une activité économique doit employer au moins un membre du personnel équivalent temps plein inscrit auprès de l'Office national de sécurité sociale.
  L'entreprise dispose, au 14 mars 2020, d'un siège d'exploitation actif selon la Banque-Carrefour des Entreprises.
  Est assimilé à un indépendant à titre principal, l'indépendant à titre complémentaire dont les revenus professionnels s'élèvent, en 2019, à 13.993,78 euros au moins.
  Est assimilé à l'indépendant à titre complémentaire l'indépendant dont les revenus professionnels se situent, en 2019, entre 6.996,89 euros et 13.993,78 euros et qui n'exerce pas d'activité salariée s'élevant à 80 % ou plus d'un emploi à temps plein.
  [1 Un indépendant débutant qui, en 2019, n'a pas de revenus professionnels complets est assimilé à un des cas susvisés en fonction de ses revenus professionnels attendus, visés dans le plan financier.]1
  
Art.2. Deze regelgeving valt onder de toepassing van de verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (Publicatieblad van 24 december 2013, L 352, blz. 1-8), en de latere wijzigingen ervan.
Art.2. La présente réglementation tombe sous le coup du règlement (UE) n° 1407/2013 de la Commission du 18 décembre 2013 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis (Journal officiel du 24 décembre 2013, L 352, p. 1-8), et ses modifications ultérieures.
Art.3. Een forfaitaire subsidie van 3000 euro wordt toegekend aan ondernemingen.
  In afwijking van het eerste lid wordt een éénmalige forfaitaire subsidie van 1500 euro toegekend aan de zelfstandigen in bijberoep die in 2019 een beroepsinkomen hebben tussen 6.996,89 euro en 13.993,78 euro en geen betrekking als loontrekkende uitoefenen die 80% of meer bedraagt van een voltijdse betrekking.
Art.3. Une subvention forfaitaire de 3 000 euros est octroyée aux entreprises.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, une subvention forfaitaire unique de 1 500 euros est octroyée aux indépendants à titre complémentaire dont les revenus professionnels se situent, en 2019, entre 6 996,89 euros et 13 993,78 euros et qui n'exercent pas d'activité salariée s'élevant à 80 % ou plus d'un emploi à temps plein.
Art.4. De ondernemingen moeten een omzetdaling hebben van minstens 60% ten gevolge van de coronavirusmaatregelen.
  Voor de zelfstandigen in bijberoep, vermeld in artikel 3, tweede lid, geldt de voorwaarde inzake omzetdaling niet als zij verplicht moeten sluiten.
Art.4. Les entreprises doivent enregistrer une baisse du chiffre d'affaires de 60 % au moins consécutive aux mesures de lutte contre le coronavirus.
  En ce qui concerne les indépendants à titre complémentaire, visés à l'article 3, alinéa 2, la condition relative à la baisse du chiffre d'affaires ne s'applique pas s'ils sont obligés de fermer.
Art.5. Alleen ondernemingen waarbij exploitatiebeperkingen zijn opgelegd door de coronavirusmaatregelen komen voor de forfaitaire subsidie in aanmerking.
  Dat betekent dat alleen ondernemingen waarvan de hoofdactiviteit op de indieningsdatum van de steunaanvraag behoort tot de lijst van sectoren, vermeld in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, en de ondernemingen die substantiële exploitatiebeperkingen opgelegd krijgen ten gevolge van de coronavirusmaatregelen in aanmerking komen voor de forfaitaire subsidie.
  De hoofdactiviteit vermeld in het tweede lid wordt bepaald overeenkomstig de NACE-codes die reeds vóór 13 maart 2020 als hoofdactiviteit zijn opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen.
  De ondernemingen die substantiële exploitatiebeperkingen opgelegd krijgen dienen de omzetdaling ingevolge deze substantiële exploitatiebeperkingen omstandig te motiveren.
  De minister, bevoegd voor de economie, kan de bijlage, vermeld in het tweede lid, aanpassen.
Art.5. Seules les entreprises subordonnées aux restrictions d'exploitation imposées par les mesures de lutte contre le coronavirus peuvent prétendre à la subvention forfaitaire.
  En d'autres termes, seules les entreprises dont l'activité principale à la date d'introduction de la demande d'aide figure sur la liste des secteurs énumérés à l'annexe jointe au présent arrêté et les entreprises qui se voient imposer des restrictions d'exploitation substantielles par suite des mesures de lutte contre le coronavirus peuvent prétendre à la subvention forfaitaire.
  L'activité principale visée à l'alinéa 2 est déterminée conformément aux codes NACE déjà repris avant le 13 mars 2020 comme activité principale au sein de la Banque-Carrefour des Entreprises.
  Les entreprises qui se voient imposer des restrictions d'exploitation substantielles doivent motiver la baisse du chiffre d'affaires consécutive à ces restrictions d'exploitation substantielles de manière circonstanciée.
  Le ministre ayant l'économie dans ses attributions peut modifier l'annexe visée à l'alinéa 2.
Art.6. De forfaitaire subsidie wordt verhoogd als de onderneming beschikt over één of meer bijkomende exploitatiezetels waar bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid minstens één voltijdsequivalent ingeschreven personeel is tewerkgesteld. Dat betekent dat de verhoging wordt berekend door de forfaitaire subsidie te vermenigvuldigen met de voormelde bijkomende exploitatiezetels . De verhoging is beperkt tot maximaal vier bijkomende exploitatiezetels in het Vlaams Gewest.
Art.6. La subvention forfaitaire est majorée si l'entreprise dispose d'un ou de plusieurs sièges d'exploitation supplémentaires occupant au moins un membre du personnel équivalent temps plein inscrit auprès de l'Office national de sécurité sociale. En d'autres termes, la majoration est calculée en multipliant la subvention forfaitaire par les sièges d'exploitation supplémentaires précités. La majoration est limitée à quatre sièges d'exploitation supplémentaires maximum en Région flamande.
Art.7. De forfaitaire subsidie en de verhoging, vermeld in artikel 6, wordt per onderneming toegekend.
Art.7. La subvention forfaitaire et la majoration visée à l'article 6 sont accordées par entreprise.
Art.8. De volgende ondernemingen komen niet in aanmerking voor de forfaitaire subsidie :
  1° ondernemingen die zich in één van de volgende rechtstoestanden bevinden :
  a) ontbinding;
  b) stopzetting;
  c) faillissement;
  d) vereffening;
  2° de ondernemingen met NACE-code :
  64200 : Holdings;
  68203 : Verhuur en exploitatie van eigen of geleased niet-residentieel onroerend goed, exclusief terreinen;
  70100 : Activiteiten van hoofdkantoren;
  3° de ondernemingen waarvan de zaakvoerder als bestuurder, vennoot of zaakvoerder verbonden is met een andere onderneming die de forfaitaire subsidie heeft ontvangen en waaraan zij zakelijke diensten verlenen.
Art.8. Les entreprises suivantes ne sont pas éligibles à la subvention forfaitaire :
  1° les entreprises qui se trouvent dans une des situations juridiques suivantes :
  a) dissolution ;
  b) cessation ;
  c) faillite ;
  d) liquidation ;
  2° les entreprises relevant du code NACE :
  64200 : Activités des sociétés holding ;
  68203 : Location et exploitation de biens immobiliers non résidentiels propres ou loués, sauf terrains ;
  70100 : Activités des sièges sociaux ;
  3° les entreprises dont le gérant est lié, en qualité d'administrateur, d'associé ou de gérant, à une autre entreprise qui a reçu la subvention forfaitaire et à laquelle elles fournissent des services de soutien aux entreprises.
Art.9. De steun verleend in het kader van dit besluit kan niet gecumuleerd worden met de steun verleend in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus [2 ...]2 en met de sluitingspremie toegekend voor de periode van 14 maart 2020 tot 30 april 2020, verleend in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering 12 mei 2017 tot uitvoering van het decreet van 15 juli 2016 houdende toekenning van een hinderpremie aan kleine ondernemingen die ernstige hinder ondervinden van openbare werken in het Vlaamse Gewest.
  De steun verleend in het kader van dit besluit is intuitu personae en kan niet overgedragen worden aan een derde en is niet vatbaar voor beslag.
  Het verbod van beslag en overdracht van de steun geldt ook voor de steun verleend in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus.
  
Art.9. L'aide accordée dans le cadre du présent arrêté ne peut pas être cumulée avec l'aide accordée dans le cadre de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 accordant de l'aide aux entreprises qui doivent obligatoirement être fermées à la suite des mesures relatives au coronavirus prises par le Conseil national de sécurité à partir du 12 mars 2020 [2 ...]2 et avec la prime de fermeture octroyée pour la période du 14 mars 2020 au 30 avril 2020, accordée dans le cadre de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 portant exécution du décret du 15 juillet 2016 portant octroi d'une prime de nuisances aux petites entreprises sérieusement incommodées par des travaux publics en Région flamande.
  L'aide accordée dans le cadre du présent arrêté revêt un caractère intuitu personae est incessible à un tiers et ne peut faire l'objet de saisie.
  L'interdiction de saisie et de cession de l'aide s'applique également à l'aide accordée dans le cadre de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mars 2020 accordant de l'aide aux entreprises qui doivent obligatoirement être fermées à la suite des mesures relatives au coronavirus prises par le Conseil national de sécurité à partir du 12 mars 2020.
  
Art.10. De onderneming dient een subsidieaanvraag in via de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, VLAIO genoemd, en vermeldt daarbij haar ondernemingsnummer. De zelfstandige vermeldt ook het rijksregisternummer.
  De subsidieaanvraag moet ten laatste op 30 juni 2020 worden ingediend. De subsidieaanvraag wordt elektronisch afgehandeld.
  [1 De subsidieaanvraag die tijdig is ingediend overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus wordt beschouwd als een tijdige subsidieaanvraag overeenkomstig dit besluit als de toekenning van de subsidie op basis van het voormelde besluit van 20 maart 2020 is geweigerd of teruggevorderd. De onderneming moet de naleving van de bijkomende voorwaarden in dit besluit aantonen.]1
  Het Agentschap Innoveren en Ondernemen onderzoekt de naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij dit besluit en beslist of de subsidie toegekend wordt.
  De onderneming ontvangt een schriftelijke kennisgeving van de beslissing, vermeld in het derde lid.
  Als het Agentschap Innoveren en Ondernemen beslist dat de subsidie wordt toegekend, wordt ze uitbetaald.
  De subsidie wordt alleen uitbetaald op een Belgisch rekeningnummer op naam van de begunstigde onderneming. De begunstigde onderneming blijft steeds verantwoordelijk voor de naleving van de voorwaarden waarbij de steun werd toegekend en voor de verantwoording van de aanwending ervan.
  [1 Als de subsidie wordt toegekend op basis van een subsidieaanvraag als vermeld in het derde lid dan wordt de subsidie in geval van een terugvordering van de subsidie overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus niet uitbetaald maar in mindering gebracht van het terug te betalen bedrag ten gevolge van de voormelde terugvordering.]1
  
Art.10. L'entreprise introduit une demande de subvention via le site web de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat (VLAIO) en mentionnant son numéro d'entreprise. L'indépendant mentionne également le numéro de registre national.
  La demande de subvention doit être introduite le 30 juin 2020 au plus tard Elle sera traitée de manière électronique.
  [1 La demande de subvention présentée dans les délais conformément à l'arrêté du gouvernement flamand du 20 mars 2020 d'octroyer des aides aux entreprises qui sont obligées de fermer à la suite des mesures du Conseil national de sécurité à partir du 12 mars 2020 sur le virus corona est considérée comme une demande de subvention opportune conformément à cette décision si la subvention a été refusée ou réclamée sur la base de l'arrêté précité du 20 mars 2020. L'entreprise doit démontrer le respect des conditions supplémentaires de cette décision.]1
  L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat vérifie si les conditions imposées par le présent arrêté sont respectées et décide si la subvention est accordée.
  L'entreprise reçoit une notification écrite de la décision visée à l'alinéa 3.
  Si l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat décide d'octroyer la subvention, celle-ci sera payée.
  La subvention sera payée uniquement sur un numéro de compte belge au nom de l'entreprise bénéficiaire. L'entreprise bénéficiaire demeure toujours responsable du respect des conditions d'octroi de l'aide et de la justification de son affectation.
  [1 Si la subvention est octroyée sur la base d'une demande de subvention comme indiqué au troisième paragraphe, alors en cas de récupération de la subvention conformément à l'arrêté du gouvernement flamand du 20 mars 2020 octroyant une aide aux entreprises qui sont obligées de fermer à la suite des mesures prises par le Conseil national de sécurité à partir du 12 mars 2020 concernant le coronavirus, non versées mais déduites du montant à rembourser à la suite de la reprise précitée.]1
  
Art.11. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan de waarachtigheid van [1 de ]1door de onderneming gerapporteerde omzetdaling controleren op basis [1 van de]1 administratieve gegevens en van de boekhouding van de onderneming, en dit zowel voorafgaandelijk aan als tot vijf jaar na de uitbetaling van de subsidie. [2 Die informatie kan ook opgevraagd worden bij de federale of Vlaamse gegevensbronnen.]2
  In toepassing van artikel 40 van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, wordt de subsidie teruggevorderd [4 ...]4 in geval van niet-naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij het decreet van 16 maart 2012, dit besluit of de uitvoeringsbesluiten.
  [3 Ondernemingen moeten de steun die ten onrechte ontvangen werd terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Indien de onterecht ontvangen steun meer dan 300 euro bedraagt wordt een administratieve kost van 100 euro aangerekend.]3
  
Art.11. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut contrôler la véracité de la baisse du chiffre d'affaires rapportée par l'entreprise sur la base de données administratives et de la comptabilité de l'entreprise, et ce, tant préalablement au paiement de la subvention que jusqu'à cinq ans suivant son paiement. [1 Ces informations peuvent également être recueillies auprès de sources de données fédérales ou flamandes.]1
  En application de l'article 40 du décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique, la subvention est récupérée [3 ...]3 en cas de non-respect des conditions imposées par le décret du 16 mars 2012, le présent arrêté ou les arrêtés d'exécution.
  [2 Les entreprises doivent rembourser à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat l'aide indûment perçue. Si l'aide indûment perçue dépasse 300 euros, des frais administratifs de 100 euros seront facturés.]2
  
Art.12. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, kan bijkomende modaliteiten en preciseringen bepalen.
Art.12. Le ministre flamand qui a l'économie dans ses attributions peut arrêter des modalités et des précisions complémentaires.
Art.13. Dit besluit treedt in werking op de datum van ondertekening, met uitzondering van artikel 9, derde lid, dat in werking treedt op 14 maart 2020.
  De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, kan dit besluit opheffen.
Art.13. Le présent arrêté entre en vigueur à la date de sa signature, à l'exception de l'article 9, alinéa 3, qui entre en vigueur le 14 mars 2020.
  Le ministre flamand qui a l'économie dans ses attributions peut abroger le présent arrêté.
Art.14. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.14. Le ministre flamand qui a l'économie dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 17-04-2020, p. 26717)
Art. N.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 17-04-2020, p. 26723)