Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 MAART 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de regelgeving over de observatie- en behandelcentra, de centra voor minderjarigen met ernstige gedrags- en emotionele stoornissen en de centra voor ontwikkelingsstoornissen en andere regelgeving uit de jeugdhulp
Titre
20 MARS 2020. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement modifiant la rĂ©glementation relative aux centres d'observation et de traitement, aux centres pour mineurs atteints de troubles comportementaux et Ă©motionnels graves et aux centres pour troubles du dĂ©veloppement et modifiant d'autres rĂ©glementations relatives Ă l'aide Ă la jeunesse
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gou...
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 8. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 9. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
ANNEXE.
Tekst (79)
Texte (79)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprĂšs de l'Agentschap voor Personen met een Handicap
Artikel 1. In artikel 23, 4°, van het besluit van de Vlaamse regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2017, worden de woorden "gesubsidieerd door het agentschap" vervangen door de zinsnede "erkend door het agentschap Opgroeien regie, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie".
Article 1er. Dans l'article 23, 4°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprĂšs de l'Agentschap voor Personen met een Handicap, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 fĂ©vrier 2017, les mots " subventionnĂ©s par l'agence " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " agréés par l'agence Grandir, Ă©tablie par l'article 3 du dĂ©cret du 30 avril 2004 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne dotĂ©e de la personnalitĂ© juridique Grandir rĂ©gie (" Opgroeien regie ").
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juni 1998 tot regeling van de erkenning en de subsidiëring van de centra voor ontwikkelingsstoornissen
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juin 1998 rĂ©glant l'agrĂ©ment et le subventionnement des centres pour troubles du dĂ©veloppement
Art. 2. In artikel 1, 2°, van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juni 1998 tot regeling van de erkenning en de subsidiëring van de centra voor ontwikkelingsstoornissen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008, worden de woorden "het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap" vervangen door de zinsnede "het agentschap Opgroeien regie, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie".
Art. 2. Dans l'article 1er, 2°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juin 1998 rĂ©glant l'agrĂ©ment et le subventionnement des centres pour troubles du dĂ©veloppement, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008, les mots " l'Agence flamande pour les personnes handicapĂ©es " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " l'Agence Grandir rĂ©gie ", Ă©tablie par le dĂ©cret du 30 avril 2004 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne dotĂ©e de la personnalitĂ© juridique Grandir rĂ©gie (" Opgroeien regie ").
Art. 3. In artikel 4 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 6°, a), wordt het bedrag "69,42 euro" vervangen door het bedrag "70,80 euro";
  2° in het eerste lid, 6°, b), wordt het bedrag "34,71 euro" vervangen door het bedrag "35,40 euro";
  3° in het eerste lid worden punt 8° en punt 10° opgeheven;
  4° het derde lid wordt opgeheven.
  1° in het eerste lid, 6°, a), wordt het bedrag "69,42 euro" vervangen door het bedrag "70,80 euro";
  2° in het eerste lid, 6°, b), wordt het bedrag "34,71 euro" vervangen door het bedrag "35,40 euro";
  3° in het eerste lid worden punt 8° en punt 10° opgeheven;
  4° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 3. A l'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 fĂ©vrier 2018, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans l'alinéa 1er, 6°, a), le montant " 69,42 euros " est remplacé par le montant " 70,80 euros " ;
  2° dans l'alinéa 1er, 6°, b), le montant " 34,71 euros " est remplacé par le montant " 35,40 euros " ;
  3° dans l'alinéa 1er, les points 8° et 10° sont abrogés ;
  4° l'alinéa 3 est abrogé.
  1° dans l'alinéa 1er, 6°, a), le montant " 69,42 euros " est remplacé par le montant " 70,80 euros " ;
  2° dans l'alinéa 1er, 6°, b), le montant " 34,71 euros " est remplacé par le montant " 35,40 euros " ;
  3° dans l'alinéa 1er, les points 8° et 10° sont abrogés ;
  4° l'alinéa 3 est abrogé.
Art. 4. Aan artikel 6 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2000 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018, wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De programmatienorm wordt vanaf 1 januari 2020 bepaald op 5.770 multidisciplinaire onderzoeken als maximale totale erkende capaciteit.".
  "De programmatienorm wordt vanaf 1 januari 2020 bepaald op 5.770 multidisciplinaire onderzoeken als maximale totale erkende capaciteit.".
Art. 4. A l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juillet 2000 et modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 fĂ©vrier 2018, il est ajoutĂ© un alinĂ©a 5, rĂ©digĂ© comme suit :
  " A partir du 1er janvier 2020, la norme de programmation est fixée à 5 770 examens multidisciplinaires en tant que capacité agréée totale maximale. ".
  " A partir du 1er janvier 2020, la norme de programmation est fixée à 5 770 examens multidisciplinaires en tant que capacité agréée totale maximale. ".
Art. 5. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 25 februari 2000 en 15 juli 2002, wordt punt 5° opgeheven.
Art. 5. Dans l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 25 fĂ©vrier 2000 et 15 juillet 2002, le point 5° est abrogĂ©.
Art. 6. In artikel 8 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2002 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008, wordt paragraaf 5 vervangen door wat volgt:
  " § 5. Als het agentschap de erkenning weigert, kan het centrum tegen die beslissing bezwaar aantekenen binnen dertig dagen na de dag waarop ze de beslissing heeft ontvangen. De termijn van dertig dagen is voorgeschreven op straffe van verval.
  Het bezwaarschrift wordt met een aangetekende brief ingediend bij het agentschap. Het vermeldt duidelijk de motieven waarop het gesteund is en is vergezeld van de nodige bewijsstukken.
  Het bezwaar wordt behandeld volgens de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.".
  " § 5. Als het agentschap de erkenning weigert, kan het centrum tegen die beslissing bezwaar aantekenen binnen dertig dagen na de dag waarop ze de beslissing heeft ontvangen. De termijn van dertig dagen is voorgeschreven op straffe van verval.
  Het bezwaarschrift wordt met een aangetekende brief ingediend bij het agentschap. Het vermeldt duidelijk de motieven waarop het gesteund is en is vergezeld van de nodige bewijsstukken.
  Het bezwaar wordt behandeld volgens de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.".
Art. 6. Dans l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 juillet 2002 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008, le paragraphe 5 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 5. Si l'agence refuse l'agrĂ©ment, le centre peut introduire un recours contre cette dĂ©cision dans les trente jours qui suivent le jour oĂč la dĂ©cision a Ă©tĂ© reçue. Le dĂ©lai de trente jours est prescrit sous peine d'Ă©chĂ©ance.
  La réclamation est introduite auprÚs de l'agence par lettre recommandée. Elle indique clairement les motifs sur lesquels elle est fondée et est accompagnée des piÚces justificatives nécessaires.
  L'objection est traitée au fond conformément aux rÚgles établies par ou en exécution du chapitre III du décret du 7 décembre 2007 portant création d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants. ".
  " § 5. Si l'agence refuse l'agrĂ©ment, le centre peut introduire un recours contre cette dĂ©cision dans les trente jours qui suivent le jour oĂč la dĂ©cision a Ă©tĂ© reçue. Le dĂ©lai de trente jours est prescrit sous peine d'Ă©chĂ©ance.
  La réclamation est introduite auprÚs de l'agence par lettre recommandée. Elle indique clairement les motifs sur lesquels elle est fondée et est accompagnée des piÚces justificatives nécessaires.
  L'objection est traitée au fond conformément aux rÚgles établies par ou en exécution du chapitre III du décret du 7 décembre 2007 portant création d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants. ".
Art. 7. In artikel 14 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2000 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 wordt het bedrag "865,00 euro" vervangen door het bedrag "727,87 euro";
  2° paragraaf 2ter wordt vervangen door wat volgt:
  " § 2ter. Per jaar dat de gemiddelde anciënniteit van de gesubsidieerde personeelsleden van het centrum hoger ligt dan vijf jaar, wordt het subsidiebedrag, vermeld in paragraaf 2, per capaciteitseenheid verhoogd met 15,82 euro.";
  3° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 3. De situatie van 1 januari van het jaar in kwestie wordt als basis genomen om de gemiddelde anciënniteit, vermeld in paragraaf 2ter, te bepalen.
  Om de berekening, vermeld in het eerste lid, te doen, dient het centrum uiterlijk op 15 januari van het jaar in kwestie een overzicht in van het tewerkgestelde personeel op een formulier dat het agentschap ter beschikking stelt.".
  1° in paragraaf 2 wordt het bedrag "865,00 euro" vervangen door het bedrag "727,87 euro";
  2° paragraaf 2ter wordt vervangen door wat volgt:
  " § 2ter. Per jaar dat de gemiddelde anciënniteit van de gesubsidieerde personeelsleden van het centrum hoger ligt dan vijf jaar, wordt het subsidiebedrag, vermeld in paragraaf 2, per capaciteitseenheid verhoogd met 15,82 euro.";
  3° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 3. De situatie van 1 januari van het jaar in kwestie wordt als basis genomen om de gemiddelde anciënniteit, vermeld in paragraaf 2ter, te bepalen.
  Om de berekening, vermeld in het eerste lid, te doen, dient het centrum uiterlijk op 15 januari van het jaar in kwestie een overzicht in van het tewerkgestelde personeel op een formulier dat het agentschap ter beschikking stelt.".
Art. 7. A l'article 14 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juillet 2000 et modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 fĂ©vrier 2018, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 2, le montant " 865,00 euros " est remplacé par le montant " 727,87 euros " ;
  2° le paragraphe 2ter est remplacé par ce qui suit :
  " § 2ter. Par annĂ©e oĂč l'anciennetĂ© moyenne des membres du personnel subventionnĂ©s du centre est supĂ©rieure Ă cinq ans, le montant de la subvention visĂ© au paragraphe 2, est augmentĂ© de 15,82 euros par unitĂ© de capacitĂ©. " ;
  3° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. La situation du 1er janvier de l'année en question sert de base pour déterminer l'ancienneté moyenne mentionnée au paragraphe 2ter.
  Pour effectuer le calcul visé à l'alinéa 1er, le centre introduit, au plus tard le 15 janvier de l'année en question, un aperçu du personnel occupé sur un formulaire mis à disposition par l'agence. ".
  1° au paragraphe 2, le montant " 865,00 euros " est remplacé par le montant " 727,87 euros " ;
  2° le paragraphe 2ter est remplacé par ce qui suit :
  " § 2ter. Par annĂ©e oĂč l'anciennetĂ© moyenne des membres du personnel subventionnĂ©s du centre est supĂ©rieure Ă cinq ans, le montant de la subvention visĂ© au paragraphe 2, est augmentĂ© de 15,82 euros par unitĂ© de capacitĂ©. " ;
  3° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. La situation du 1er janvier de l'année en question sert de base pour déterminer l'ancienneté moyenne mentionnée au paragraphe 2ter.
  Pour effectuer le calcul visé à l'alinéa 1er, le centre introduit, au plus tard le 15 janvier de l'année en question, un aperçu du personnel occupé sur un formulaire mis à disposition par l'agence. ".
Art. 8. Artikel 17 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2011 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 17. De bedragen, vermeld in artikel 4, eerste lid, 6°, en artikel 14, § 2 zijn gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen die van toepassing is op 1 januari 2020.".
  "Art. 17. De bedragen, vermeld in artikel 4, eerste lid, 6°, en artikel 14, § 2 zijn gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen die van toepassing is op 1 januari 2020.".
Art. 8. L'article 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 septembre 2011 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 fĂ©vrier 2018, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 17. Les montants visés à l'article 4, alinéa 1er, 6°, et à l'article 14, § 2, sont liés à l'indice des prix à la consommation en vigueur le 1er janvier 2020. ".
  " Art. 17. Les montants visés à l'article 4, alinéa 1er, 6°, et à l'article 14, § 2, sont liés à l'indice des prix à la consommation en vigueur le 1er janvier 2020. ".
Art. 9. Artikel 20 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2002, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 20. § 1. Als een centrum niet langer voldoet aan een of meer erkenningsvoorwaarden, kan de erkenning worden opgeschort of ingetrokken.
  De beslissing tot opschorting of intrekking wordt in een aangetekende brief aan het centrum meegedeeld.
  § 2. Tegen een beslissing tot opschorting of intrekking kan het centrum bezwaar aantekenen binnen dertig dagen na de dag waarop ze de beslissing heeft ontvangen. De termijn van dertig dagen is voorgeschreven op straffe van verval.
  Het bezwaarschrift wordt met een aangetekende brief ingediend bij het agentschap. Het vermeldt duidelijk de motieven waarop het gesteund is en is vergezeld van de nodige bewijsstukken.
  Het bezwaar wordt behandeld volgens de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
  § 3. Het bezwaar werkt schorsend vanaf de datum waarop de aangetekende brief, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, wordt verzonden, tot aan de kennisgeving van de beslissing over het bezwaar aan de inrichtende macht.
  Het eerste lid is niet van toepassing als het een dringende beslissing tot schorsing of intrekking van de erkenning betreft wegens manifeste overtreding van de erkenningsvoorwaarden of wegens een ernstige overtreding van de veiligheids- of gezondheidsnormen die een duidelijk gevaar betekenen voor de fysieke of psychische gezondheid van de bewoners.".
  "Art. 20. § 1. Als een centrum niet langer voldoet aan een of meer erkenningsvoorwaarden, kan de erkenning worden opgeschort of ingetrokken.
  De beslissing tot opschorting of intrekking wordt in een aangetekende brief aan het centrum meegedeeld.
  § 2. Tegen een beslissing tot opschorting of intrekking kan het centrum bezwaar aantekenen binnen dertig dagen na de dag waarop ze de beslissing heeft ontvangen. De termijn van dertig dagen is voorgeschreven op straffe van verval.
  Het bezwaarschrift wordt met een aangetekende brief ingediend bij het agentschap. Het vermeldt duidelijk de motieven waarop het gesteund is en is vergezeld van de nodige bewijsstukken.
  Het bezwaar wordt behandeld volgens de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
  § 3. Het bezwaar werkt schorsend vanaf de datum waarop de aangetekende brief, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, wordt verzonden, tot aan de kennisgeving van de beslissing over het bezwaar aan de inrichtende macht.
  Het eerste lid is niet van toepassing als het een dringende beslissing tot schorsing of intrekking van de erkenning betreft wegens manifeste overtreding van de erkenningsvoorwaarden of wegens een ernstige overtreding van de veiligheids- of gezondheidsnormen die een duidelijk gevaar betekenen voor de fysieke of psychische gezondheid van de bewoners.".
Art. 9. L'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 juillet 2002, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 20. § 1er. Si un centre ne respecte plus une ou plusieurs des conditions d'agrĂ©ment, l'agrĂ©ment peut ĂȘtre suspendu ou retirĂ©.
  La décision de suspension ou de retrait est motivée et notifiée par lettre recommandée au centre.
  § 2. Le centre peut introduire une rĂ©clamation contre une dĂ©cision de suspension ou de retrait dans les trente jours qui suivent le jour oĂč la dĂ©cision a Ă©tĂ© reçue. Le dĂ©lai de trente jours est prescrit sous peine d'Ă©chĂ©ance.
  La réclamation est introduite auprÚs de l'agence par lettre recommandée. La réclamation indique clairement les motifs sur lesquels elle est fondée et elle est accompagnée des piÚces justificatives nécessaires.
  L'objection est traitée conformément aux rÚgles établies par ou en exécution du chapitre III du décret du 7 décembre 2007 portant création d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants.
  § 3. L'objection est suspensive à partir de la date à laquelle la lettre recommandée, visée au paragraphe 1er, alinéa 2, est envoyée, jusqu'à la notification de la décision sur l'objection au pouvoir organisateur.
  L'alinéa 1er ne s'applique pas lorsqu'il s'agit d'une décision urgente de suspension ou de retrait de l'agrément en raison d'une violation manifeste des conditions d'agrément ou en raison d'une infraction grave aux normes de sécurité ou de santé qui constituent un danger manifeste pour la santé physique ou psychique des habitants. ".
  " Art. 20. § 1er. Si un centre ne respecte plus une ou plusieurs des conditions d'agrĂ©ment, l'agrĂ©ment peut ĂȘtre suspendu ou retirĂ©.
  La décision de suspension ou de retrait est motivée et notifiée par lettre recommandée au centre.
  § 2. Le centre peut introduire une rĂ©clamation contre une dĂ©cision de suspension ou de retrait dans les trente jours qui suivent le jour oĂč la dĂ©cision a Ă©tĂ© reçue. Le dĂ©lai de trente jours est prescrit sous peine d'Ă©chĂ©ance.
  La réclamation est introduite auprÚs de l'agence par lettre recommandée. La réclamation indique clairement les motifs sur lesquels elle est fondée et elle est accompagnée des piÚces justificatives nécessaires.
  L'objection est traitée conformément aux rÚgles établies par ou en exécution du chapitre III du décret du 7 décembre 2007 portant création d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants.
  § 3. L'objection est suspensive à partir de la date à laquelle la lettre recommandée, visée au paragraphe 1er, alinéa 2, est envoyée, jusqu'à la notification de la décision sur l'objection au pouvoir organisateur.
  L'alinéa 1er ne s'applique pas lorsqu'il s'agit d'une décision urgente de suspension ou de retrait de l'agrément en raison d'une violation manifeste des conditions d'agrément ou en raison d'une infraction grave aux normes de sécurité ou de santé qui constituent un danger manifeste pour la santé physique ou psychique des habitants. ".
Art. 10. Artikel 21 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2002, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 21. Het centrum dient jaarlijks voor 1 juni bij het agentschap een kwaliteitsverslag in over het voorbije jaar. Dat verslag bevat al de volgende gegevens:
  1° de resultaten van de zelfevaluatie;
  2° de geformuleerde verbeteracties;
  3° de wijze waarop de verbeteracties zijn uitgevoerd;
  4° de kwaliteitsplanning voor het lopende jaar;
  5° een inhoudelijk en kwantitatief activiteitenverslag over het voorgaande jaar.
  Artikel 28 tot 32 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp zijn van toepassing.".
  "Art. 21. Het centrum dient jaarlijks voor 1 juni bij het agentschap een kwaliteitsverslag in over het voorbije jaar. Dat verslag bevat al de volgende gegevens:
  1° de resultaten van de zelfevaluatie;
  2° de geformuleerde verbeteracties;
  3° de wijze waarop de verbeteracties zijn uitgevoerd;
  4° de kwaliteitsplanning voor het lopende jaar;
  5° een inhoudelijk en kwantitatief activiteitenverslag over het voorgaande jaar.
  Artikel 28 tot 32 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp zijn van toepassing.".
Art. 10. L'article 21 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 juillet 2002, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 21. Le centre présente à l'agence, avant le 1er juin de chaque année, un rapport de qualité pour l'année écoulée. Ce rapport contient toutes les informations suivantes :
  1° les résultats de l'auto-évaluation ;
  2° les actions d'amélioration formulées ;
  3° la maniÚre dont les actions d'amélioration sont effectuées ;
  4° le planning de la qualité pour l'année en cours ;
  5° un rapport d'activité de fond et quantitatif pour l'année précédente.
  Les articles 28 Ă 32 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrĂ©ment et aux normes de subventionnement des structures d'aide Ă la jeunesse sont d'application. ".
  " Art. 21. Le centre présente à l'agence, avant le 1er juin de chaque année, un rapport de qualité pour l'année écoulée. Ce rapport contient toutes les informations suivantes :
  1° les résultats de l'auto-évaluation ;
  2° les actions d'amélioration formulées ;
  3° la maniÚre dont les actions d'amélioration sont effectuées ;
  4° le planning de la qualité pour l'année en cours ;
  5° un rapport d'activité de fond et quantitatif pour l'année précédente.
  Les articles 28 Ă 32 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrĂ©ment et aux normes de subventionnement des structures d'aide Ă la jeunesse sont d'application. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de door het agentschap Jongerenwelzijn erkende voorzieningen en vergunde diensten
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures agréées par l'" Agentschap Jongerenwelzijn " et les services autorisĂ©s
Art. 11. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de door het agentschap Jongerenwelzijn erkende voorzieningen en vergunde diensten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° residentiële voorziening: een voorziening die erkend is voor typemodule verblijf conform de bijlage 1 bij het besluit van 5 april 2019;";
  2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt:
  "2° centrum voor ontwikkelingsstoornissen: een voorziening die erkend is conform artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juni 1998 tot regeling van de erkenning en de subsidiëring van de centra voor ontwikkelingsstoornissen;";
  3° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
  "3° voorzieningen in de jeugdhulp: de erkende voorzieningen, vermeld in artikel 2 van het besluit van 5 april 2019;";
  4° er worden een punt 5° en een punt 6° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "5° Fonds: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
  6° besluit van 5 april 2019: het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp.".
  1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° residentiële voorziening: een voorziening die erkend is voor typemodule verblijf conform de bijlage 1 bij het besluit van 5 april 2019;";
  2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt:
  "2° centrum voor ontwikkelingsstoornissen: een voorziening die erkend is conform artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juni 1998 tot regeling van de erkenning en de subsidiëring van de centra voor ontwikkelingsstoornissen;";
  3° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
  "3° voorzieningen in de jeugdhulp: de erkende voorzieningen, vermeld in artikel 2 van het besluit van 5 april 2019;";
  4° er worden een punt 5° en een punt 6° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "5° Fonds: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
  6° besluit van 5 april 2019: het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp.".
Art. 11. A l'article 1er de l'arrĂȘte du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures agréés par l'" Agentschap Jongerenwelzijn " et les services autorisĂ©s, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 fĂ©vrier septembre 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° structure rĂ©sidentielle : une structure reconnue pour le module type conformĂ©ment Ă l'annexe 1re Ă l'arrĂȘtĂ© du 5 avril 2019 ; " ;
  2° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° centre pour troubles du dĂ©veloppement : une structure agréée conformĂ©ment Ă l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juin 1998 rĂ©glant l'agrĂ©ment et le subventionnement des centres pour troubles du dĂ©veloppement; " ;
  3° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° structures de l'aide Ă la jeunesse : les structures agréées visĂ©es Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du 5 avril 2019 ; " ;
  4° les points 5° et 6° sont ajoutés, rédigés comme suit :
  " 5° Fonds : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " ;
  6° l'arrĂȘtĂ© du 5 avril 2019 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrĂ©ment et aux normes de subventionnement des structures d'aide Ă la jeunesse. ".
  1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° structure rĂ©sidentielle : une structure reconnue pour le module type conformĂ©ment Ă l'annexe 1re Ă l'arrĂȘtĂ© du 5 avril 2019 ; " ;
  2° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° centre pour troubles du dĂ©veloppement : une structure agréée conformĂ©ment Ă l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juin 1998 rĂ©glant l'agrĂ©ment et le subventionnement des centres pour troubles du dĂ©veloppement; " ;
  3° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° structures de l'aide Ă la jeunesse : les structures agréées visĂ©es Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du 5 avril 2019 ; " ;
  4° les points 5° et 6° sont ajoutés, rédigés comme suit :
  " 5° Fonds : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " ;
  6° l'arrĂȘtĂ© du 5 avril 2019 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrĂ©ment et aux normes de subventionnement des structures d'aide Ă la jeunesse. ".
Art. 12. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 november 2011 en 5 september 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" vervangen door de zinsnede "voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen";
  2° in het tweede lid worden de woorden "voorziening van de bijzondere jeugdbijstand" vervangen door de woorden "voorziening in de jeugdhulp of een centrum voor ontwikkelingsstoornissen".
  1° in het eerste lid worden de woorden "voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" vervangen door de zinsnede "voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen";
  2° in het tweede lid worden de woorden "voorziening van de bijzondere jeugdbijstand" vervangen door de woorden "voorziening in de jeugdhulp of een centrum voor ontwikkelingsstoornissen".
Art. 12. Dans l'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 10 novembre 2011 et 5 septembre 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " les structures d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " structures de l'aide à la jeunesse, les centres pour troubles du développement " ;
  2° dans l'alinéa 2, les mots " une structure d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par les mots " une structure de l'aide à la jeunesse ou un centre pour troubles du développement ".
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " les structures d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " structures de l'aide à la jeunesse, les centres pour troubles du développement " ;
  2° dans l'alinéa 2, les mots " une structure d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par les mots " une structure de l'aide à la jeunesse ou un centre pour troubles du développement ".
Art. 13. In artikel 3, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de inleidende zin worden de woorden "of van een voorziening van de bijzondere jeugdbijstand met verblijfsmodules" opgeheven;
  2° in punt 1° worden de woorden "per erkende capaciteitseenheid of per erkende verblijfsmodule" vervangen door de woorden "per erkende module verblijf".
  1° in de inleidende zin worden de woorden "of van een voorziening van de bijzondere jeugdbijstand met verblijfsmodules" opgeheven;
  2° in punt 1° worden de woorden "per erkende capaciteitseenheid of per erkende verblijfsmodule" vervangen door de woorden "per erkende module verblijf".
Art. 13. A l'article 3, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans la phrase introductive, les mots " ou d'une structure d'assistance spéciale à la jeunesse disposant de modules " hébergement " sont abrogés ;
  2° dans le point 1°, les mots " par unité de capacité agréée ou par module " hébergement " agréé " sont remplacés par les mots " par module de séjour agréé ".
  1° dans la phrase introductive, les mots " ou d'une structure d'assistance spéciale à la jeunesse disposant de modules " hébergement " sont abrogés ;
  2° dans le point 1°, les mots " par unité de capacité agréée ou par module " hébergement " agréé " sont remplacés par les mots " par module de séjour agréé ".
Art. 14. In artikel 4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de inleidende zin worden de woorden "van een semiambulante voorziening of van een organisatie met modules dagbegeleiding in groep" vervangen door de zinsnede "van een voorziening in de jeugdhulp die erkend is voor de typemodule voor dagbegeleiding in groep, of de typemodule begeleiding in functie van onderwijs-welzijnstrajecten, vermeld in bijlage 1 bij het besluit van 5 april 2019,";
  2° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° per erkende module dagbegeleiding in groep of typemodule begeleiding in functie van onderwijs-welzijnstrajecten als vermeld in de voormelde bijlage, heeft de leefruimte een oppervlakte van 15 m2, te vermeerderen met 10 m2 per voltijdsequivalent van de personeelsformatie die de Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, vaststelt;".
  1° in de inleidende zin worden de woorden "van een semiambulante voorziening of van een organisatie met modules dagbegeleiding in groep" vervangen door de zinsnede "van een voorziening in de jeugdhulp die erkend is voor de typemodule voor dagbegeleiding in groep, of de typemodule begeleiding in functie van onderwijs-welzijnstrajecten, vermeld in bijlage 1 bij het besluit van 5 april 2019,";
  2° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° per erkende module dagbegeleiding in groep of typemodule begeleiding in functie van onderwijs-welzijnstrajecten als vermeld in de voormelde bijlage, heeft de leefruimte een oppervlakte van 15 m2, te vermeerderen met 10 m2 per voltijdsequivalent van de personeelsformatie die de Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, vaststelt;".
Art. 14. Dans l'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 septembre 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans la phrase introductive, les mots " d'une structure semi-ambulatoire ou d'une organisation disposant de modules " accompagnement de jour en groupe " " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " d'une structure de l'aide Ă la jeunesse qui est agréée pour le module type " accompagnement de jour en groupe, ou le module type " accompagnement en fonction de parcours enseignement-bien-ĂȘtre ", visĂ©s Ă l'annexe 1re de l'arrĂȘtĂ© du 5 avril 2019, " ;
  2° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° par module agréé " accompagnement de jour en groupe " ou par module type " accompagnement en fonction de parcours enseignement-bien-ĂȘtre " tel que visĂ© Ă l'annexe mentionnĂ©e ci-dessus, l'espace de sĂ©jour a une superficie de 15m2, Ă majorer de 10 m2 par Ă©quivalent Ă temps plein du cadre organique fixĂ© par le Ministre flamand qui a le grandir dans ses attributions ; ".
  1° dans la phrase introductive, les mots " d'une structure semi-ambulatoire ou d'une organisation disposant de modules " accompagnement de jour en groupe " " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " d'une structure de l'aide Ă la jeunesse qui est agréée pour le module type " accompagnement de jour en groupe, ou le module type " accompagnement en fonction de parcours enseignement-bien-ĂȘtre ", visĂ©s Ă l'annexe 1re de l'arrĂȘtĂ© du 5 avril 2019, " ;
  2° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° par module agréé " accompagnement de jour en groupe " ou par module type " accompagnement en fonction de parcours enseignement-bien-ĂȘtre " tel que visĂ© Ă l'annexe mentionnĂ©e ci-dessus, l'espace de sĂ©jour a une superficie de 15m2, Ă majorer de 10 m2 par Ă©quivalent Ă temps plein du cadre organique fixĂ© par le Ministre flamand qui a le grandir dans ses attributions ; ".
Art. 15. In artikel 5 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2014 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 en 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "van een ambulante voorziening, van een voorziening met modules contextbegeleiding of diagnostiek in het kader van een problematische leefsituatie, of van een organisatie met modules contextbegeleiding, contextbegeleiding in functie van autonoom wonen of ondersteunende begeleiding," vervangen door de zinsnede "van een voorziening in de jeugdhulp die erkend is voor de typemodule contextbegeleiding, vermeld in bijlage 1 bij het besluit van 5 april 2019,";
  2° het tweede lid wordt opgeheven;
  3° in het bestaande derde lid, dat het tweede lid wordt, worden de woorden "ambulante voorziening" vervangen door de woorden "voorziening in de jeugdhulp";
  4° in het bestaande vierde lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "het eerste en het derde" vervangen door de woorden "de voorgaande leden".
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "van een ambulante voorziening, van een voorziening met modules contextbegeleiding of diagnostiek in het kader van een problematische leefsituatie, of van een organisatie met modules contextbegeleiding, contextbegeleiding in functie van autonoom wonen of ondersteunende begeleiding," vervangen door de zinsnede "van een voorziening in de jeugdhulp die erkend is voor de typemodule contextbegeleiding, vermeld in bijlage 1 bij het besluit van 5 april 2019,";
  2° het tweede lid wordt opgeheven;
  3° in het bestaande derde lid, dat het tweede lid wordt, worden de woorden "ambulante voorziening" vervangen door de woorden "voorziening in de jeugdhulp";
  4° in het bestaande vierde lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "het eerste en het derde" vervangen door de woorden "de voorgaande leden".
Art. 15. A l'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 septembre 2014 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 avril 2019 et 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans l'alinĂ©a 1er, le membre de phrase " d'une structure ambulatoire, d'une structure disposant de modules " accompagnement contextuel " ou " diagnostic dans le cadre d'une situation de vie problĂ©matique ", ou d'une organisation disposant de modules " accompagnement contextuel ", " accompagnement contextuel en vue de l'habitation autonome ou de l'accompagnement d'appui ", est remplacĂ© par le membre de phrase " d'une structure dans l'aide Ă la jeunesse qui est agréée pour le module type " accompagnement contextuel ", visĂ©e Ă l'annexe 1re Ă l'arrĂȘtĂ© du 5 avril 2019 " ;
  2° l'alinéa 2 est abrogé ;
  3° dans l'alinéa 3 existant, qui devient l'alinéa 2, les mots " structure ambulatoire " sont remplacés par les mots " structure de l'aide à la jeunesse " ;
  4° dans l'alinéa 4 existant, qui devient l'alinéa 3, les mots " les premier et troisiÚme alinéas " sont remplacés par les mots " les alinéas précédents ".
  1° dans l'alinĂ©a 1er, le membre de phrase " d'une structure ambulatoire, d'une structure disposant de modules " accompagnement contextuel " ou " diagnostic dans le cadre d'une situation de vie problĂ©matique ", ou d'une organisation disposant de modules " accompagnement contextuel ", " accompagnement contextuel en vue de l'habitation autonome ou de l'accompagnement d'appui ", est remplacĂ© par le membre de phrase " d'une structure dans l'aide Ă la jeunesse qui est agréée pour le module type " accompagnement contextuel ", visĂ©e Ă l'annexe 1re Ă l'arrĂȘtĂ© du 5 avril 2019 " ;
  2° l'alinéa 2 est abrogé ;
  3° dans l'alinéa 3 existant, qui devient l'alinéa 2, les mots " structure ambulatoire " sont remplacés par les mots " structure de l'aide à la jeunesse " ;
  4° dans l'alinéa 4 existant, qui devient l'alinéa 3, les mots " les premier et troisiÚme alinéas " sont remplacés par les mots " les alinéas précédents ".
Art. 16. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019, wordt een artikel 5/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 5/1. § 1. Een centrum voor ontwikkelingsstoornissen komt in aanmerking voor een investeringssubsidie als de basisinfrastructuur voldoet aan de specifieke bouwtechnische en bouwfysische normen, vermeld in paragraaf 2 tot en met 5.
  § 2. Voor de algemene infrastructuur gelden de volgende normen:
  1° de ligging en het concept van het gebouw zijn aangepast aan de behoeften en de mogelijkheden van de doelgroep;
  2° de inrichting en uitrusting van het gebouw en de omgeving houden rekening met de leeftijd en de specifieke behoeften van de doelgroep. Het ontwerp en de uitvoering van de sanitaire installaties, de leuningen aan trappen en de inrichting van binnen- en buitenruimten houden daar voldoende rekening mee;
  3° het gebouw is zo geconcipieerd dat er voldoende zicht is op het binnenkomen en het verlaten van het gebouw;
  4° het gebouw is vlot bereikbaar met het openbaar vervoer;
  5° er is voldoende parkeergelegenheid die rekening houdt met de behoeften van de gebruikers. Er is de mogelijkheid om personen dicht bij de ingang af te zetten of op te halen als dat noodzakelijk is;
  6° de infrastructuur laat toe dat de privacy van elke gebruiker gewaarborgd is en dat het altijd mogelijk is om de gepaste zorg te bieden en hulp te verlenen;
  7° de infrastructuur laat toe dat de veiligheid gewaarborgd is;
  8° de gebouwen en de lokalen worden regelmatig onderhouden en volgens het goedehuisvaderprincipe beheerd;
  9° de infrastructuur en de omgeving die toegankelijk is voor gebruikers en bezoekers, is integraal toegankelijk. De integrale toegankelijkheid wordt gegarandeerd door bij het ontwerp en de uitvoering ervan rekening te houden met het advies van Toegankelijk Vlaanderen, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 28 maart 2014 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Toegankelijk Vlaanderen in de vorm van een private stichting.
  Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds een afwijking toestaan van de norm, vermeld in het eerste lid, 4°.
  § 3. Voor de specifieke ruimtes van de infrastructuur gelden de volgende normen:
  1° minstens 75% van de netto-oppervlakte van de functionele ruimten is ingericht voor therapie of diagnosestelling. De circulatieruimten, algemene bergingen en technische ruimten behoren niet tot de functionele ruimten;
  2° er zijn voldoende medewerkerslokalen. Elke voorziening beschikt minimaal over een lokaal waar medewerkers met elkaar kunnen overleggen;
  3° er zijn voldoende sanitaire installaties voor bezoekers en personeel;
  4° er is een verzorgingsruimte of -zone in het sanitair;
  5° er is voldoende bergruimte.
  § 4. Voor de circulatie van de infrastructuur gelden de volgende normen:
  1° elk gebouw met twee of meer bouwlagen die toegankelijk zijn voor de gebruikers, beschikt over een aangepaste lift;
  2° in alle ruimten die voor de gebruikers toegankelijk zijn, worden niveauverschillen, zoals treden, trappen en andere hindernissen, vermeden;
  3° het gebouw is zo geconcipieerd dat een vlotte en veilige circulatie mogelijk is;
  4° de deuropeningen zijn voldoende breed en hoog.
  Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds bij een verbouwing een afwijking toestaan van de norm, vermeld in het eerste lid, 1°.
  § 5. Voor het gebruikerscomfort van de infrastructuur gelden de volgende normen:
  1° aan de trappen zijn leuningen aangebracht;
  2° in alle lokalen zijn de verwarming, ventilatie en verlichting aangepast aan de bestemming van het lokaal;
  3° in alle verblijfsruimten, met uitzondering van het sanitair, zijn opengaande raamdelen aanwezig. Er wordt voor de bediening ervan rekening gehouden met de veiligheid van de bewoners;
  4° in verblijfsruimten is de CO2-concentratie maximaal 1200 ppm;
  5° ruimten voor gebruikers worden zo veel mogelijk met daglicht verlicht. In de verblijfsruimten waar in een raam moet worden voorzien, bedraagt het raamoppervlak ten minste een zesde van de nettovloeroppervlakte;
  6° de verlichting houdt rekening met de veiligheid en de behoeften van de gebruikers. In de verblijfsruimten is er een basisverlichting, aangevuld met aangepaste accentverlichting. In alle verblijfsruimten zijn daarvoor voldoende aansluitingen geïnstalleerd;
  7° in alle verblijfsruimten waar in een raam voorzien moet worden, begint het glasoppervlak van het raam op maximaal 85 cm hoogte, gemeten vanaf het vloeroppervlak. Er is zittend altijd een ongehinderd zicht naar buiten mogelijk;
  8° de inkijk van buitenaf kan worden beperkt als de gebruiker dat wil;
  9° er is een centraal verwarmingssysteem. Verwarmingssystemen met open vuur zijn verboden;
  10° in alle verblijfsruimten kan de temperatuur overdag minstens 20 ° C bedragen;
  11° alle nuttige maatregelen worden genomen om er in alle verblijfsruimten en in normale meteorologische omstandigheden voor te zorgen dat de temperatuur nooit hoger is dan 27 ° C;
  12° de binnentemperatuur is regelbaar per verblijfsruimte, al dan niet via een centraal gebouwbeheersysteem;
  13° aangepaste zonnewering, waarbij het zicht naar buiten zo weinig mogelijk gehinderd wordt, wordt aangebracht waar dat nodig is. Zonnewering wordt als aangepast beschouwd als het zicht op de buitenwereld niet wordt verstoord, oververhitting van de bewoners wordt vermeden en verblinding van bewoners door direct zonlicht wordt vermeden;
  14° het akoestische comfort wordt gegarandeerd in alle verblijfsruimten;
  15° de minimale verdiepingshoogte is 2,50 meter, gemeten van de vloer tot aan het afgewerkte plafond;
  16° de signalisatie is aangepast aan de doelgroep.".
  "Art. 5/1. § 1. Een centrum voor ontwikkelingsstoornissen komt in aanmerking voor een investeringssubsidie als de basisinfrastructuur voldoet aan de specifieke bouwtechnische en bouwfysische normen, vermeld in paragraaf 2 tot en met 5.
  § 2. Voor de algemene infrastructuur gelden de volgende normen:
  1° de ligging en het concept van het gebouw zijn aangepast aan de behoeften en de mogelijkheden van de doelgroep;
  2° de inrichting en uitrusting van het gebouw en de omgeving houden rekening met de leeftijd en de specifieke behoeften van de doelgroep. Het ontwerp en de uitvoering van de sanitaire installaties, de leuningen aan trappen en de inrichting van binnen- en buitenruimten houden daar voldoende rekening mee;
  3° het gebouw is zo geconcipieerd dat er voldoende zicht is op het binnenkomen en het verlaten van het gebouw;
  4° het gebouw is vlot bereikbaar met het openbaar vervoer;
  5° er is voldoende parkeergelegenheid die rekening houdt met de behoeften van de gebruikers. Er is de mogelijkheid om personen dicht bij de ingang af te zetten of op te halen als dat noodzakelijk is;
  6° de infrastructuur laat toe dat de privacy van elke gebruiker gewaarborgd is en dat het altijd mogelijk is om de gepaste zorg te bieden en hulp te verlenen;
  7° de infrastructuur laat toe dat de veiligheid gewaarborgd is;
  8° de gebouwen en de lokalen worden regelmatig onderhouden en volgens het goedehuisvaderprincipe beheerd;
  9° de infrastructuur en de omgeving die toegankelijk is voor gebruikers en bezoekers, is integraal toegankelijk. De integrale toegankelijkheid wordt gegarandeerd door bij het ontwerp en de uitvoering ervan rekening te houden met het advies van Toegankelijk Vlaanderen, opgericht bij artikel 3 van het decreet van 28 maart 2014 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Toegankelijk Vlaanderen in de vorm van een private stichting.
  Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds een afwijking toestaan van de norm, vermeld in het eerste lid, 4°.
  § 3. Voor de specifieke ruimtes van de infrastructuur gelden de volgende normen:
  1° minstens 75% van de netto-oppervlakte van de functionele ruimten is ingericht voor therapie of diagnosestelling. De circulatieruimten, algemene bergingen en technische ruimten behoren niet tot de functionele ruimten;
  2° er zijn voldoende medewerkerslokalen. Elke voorziening beschikt minimaal over een lokaal waar medewerkers met elkaar kunnen overleggen;
  3° er zijn voldoende sanitaire installaties voor bezoekers en personeel;
  4° er is een verzorgingsruimte of -zone in het sanitair;
  5° er is voldoende bergruimte.
  § 4. Voor de circulatie van de infrastructuur gelden de volgende normen:
  1° elk gebouw met twee of meer bouwlagen die toegankelijk zijn voor de gebruikers, beschikt over een aangepaste lift;
  2° in alle ruimten die voor de gebruikers toegankelijk zijn, worden niveauverschillen, zoals treden, trappen en andere hindernissen, vermeden;
  3° het gebouw is zo geconcipieerd dat een vlotte en veilige circulatie mogelijk is;
  4° de deuropeningen zijn voldoende breed en hoog.
  Op verzoek van de aanvrager kan het Fonds bij een verbouwing een afwijking toestaan van de norm, vermeld in het eerste lid, 1°.
  § 5. Voor het gebruikerscomfort van de infrastructuur gelden de volgende normen:
  1° aan de trappen zijn leuningen aangebracht;
  2° in alle lokalen zijn de verwarming, ventilatie en verlichting aangepast aan de bestemming van het lokaal;
  3° in alle verblijfsruimten, met uitzondering van het sanitair, zijn opengaande raamdelen aanwezig. Er wordt voor de bediening ervan rekening gehouden met de veiligheid van de bewoners;
  4° in verblijfsruimten is de CO2-concentratie maximaal 1200 ppm;
  5° ruimten voor gebruikers worden zo veel mogelijk met daglicht verlicht. In de verblijfsruimten waar in een raam moet worden voorzien, bedraagt het raamoppervlak ten minste een zesde van de nettovloeroppervlakte;
  6° de verlichting houdt rekening met de veiligheid en de behoeften van de gebruikers. In de verblijfsruimten is er een basisverlichting, aangevuld met aangepaste accentverlichting. In alle verblijfsruimten zijn daarvoor voldoende aansluitingen geïnstalleerd;
  7° in alle verblijfsruimten waar in een raam voorzien moet worden, begint het glasoppervlak van het raam op maximaal 85 cm hoogte, gemeten vanaf het vloeroppervlak. Er is zittend altijd een ongehinderd zicht naar buiten mogelijk;
  8° de inkijk van buitenaf kan worden beperkt als de gebruiker dat wil;
  9° er is een centraal verwarmingssysteem. Verwarmingssystemen met open vuur zijn verboden;
  10° in alle verblijfsruimten kan de temperatuur overdag minstens 20 ° C bedragen;
  11° alle nuttige maatregelen worden genomen om er in alle verblijfsruimten en in normale meteorologische omstandigheden voor te zorgen dat de temperatuur nooit hoger is dan 27 ° C;
  12° de binnentemperatuur is regelbaar per verblijfsruimte, al dan niet via een centraal gebouwbeheersysteem;
  13° aangepaste zonnewering, waarbij het zicht naar buiten zo weinig mogelijk gehinderd wordt, wordt aangebracht waar dat nodig is. Zonnewering wordt als aangepast beschouwd als het zicht op de buitenwereld niet wordt verstoord, oververhitting van de bewoners wordt vermeden en verblinding van bewoners door direct zonlicht wordt vermeden;
  14° het akoestische comfort wordt gegarandeerd in alle verblijfsruimten;
  15° de minimale verdiepingshoogte is 2,50 meter, gemeten van de vloer tot aan het afgewerkte plafond;
  16° de signalisatie is aangepast aan de doelgroep.".
Art. 16. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 mai 2019, il est insĂ©rĂ© un article 5/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 5/1. § 1er. Un centre pour troubles du développement peut bénéficier d'une subvention d'investissement si l'infrastructure de base répond aux normes techniques et physiques spécifiques de la construction, visées aux paragraphes 2 à 5 inclus .
  § 2. Les normes suivantes s'appliquent à l'infrastructure générale :
  1° la localisation et le concept du bùtiment sont adaptés aux besoins et aux possibilités du groupe-cible ;
  2° l'aménagement et l'équipement du bùtiment et des abords tiennent compte de l'ùge et des besoins spécifiques du groupe cible. La conception et l'exécution des installations sanitaires, les mains courantes aux escaliers et l'aménagement des espaces intérieurs et extérieurs en tiennent suffisamment compte ;
  3° le bùtiment est conçu de telle sorte qu'il y ait une vue suffisante sur l'entrée et la sortie du bùtiment ;
  4° le bùtiment est facilement accessible en transports en commun ;
  5° il y a un parking suffisant tenant compte des besoins des utilisateurs. Il est possible de déposer ou d'aller chercher des personnes prÚs de l'entrée lorsque cela s'avÚre nécessaire ;
  6° l'infrastructure permet de respecter la vie privée de chaque utilisateur et de toujours pouvoir offrir les soins nécessaires et l'assistance requise ;
  7° l'infrastructure permet d'assurer la sécurité ;
  8° les bùtiments et les locaux sont entretenus réguliÚrement et gérés en bon pÚre de famille ;
  9° l'infrastructure et l'environnement accessible aux utilisateurs et aux visiteurs est intégralement accessible. L'accessibilité intégrale est garantie en tenant compte, lors de la conception et de l'exécution de celle-ci, de l'avis de " Toegankelijk Vlaanderen ", créée par l'article 3 du décret du 28 mars 2014 portant autorisation de création de l'agence autonomisée externe de droit privé " Toegankelijk Vlaanderen " sous la forme d'une fondation privée.
  A la demande du demandeur, le Fonds peut autoriser une dérogation à la norme visée à l'alinéa 1er, 4°.
  § 3. Pour les espaces spécifiques de l'infrastructure, les normes suivantes sont applicables :
  1° au moins 75% de la superficie nette des locaux fonctionnels est aménagée pour la thérapie ou le diagnostic. Les espaces de circulation, les débarras généraux et les locaux techniques ne font pas partie des locaux fonctionnels ;
  2° il y a suffisamment de locaux de collaborateurs. Chaque structure dispose au minimum d'un local oĂč les collaborateurs peuvent se concerter ;
  3° des installations sanitaires suffisantes pour les visiteurs et le personnel sont disponibles ;
  4° un espace de soins ou une zone de soins est disponible dans les locaux sanitaires ;
  5° un espace de rangement suffisant est disponible.
  § 4. Pour la circulation de l'infrastructure, les normes spécifiques sont applicables :
  1° chaque bùtiment à deux ou plusieurs niveaux de construction qui sont accessibles aux usagers, doit disposer d'un ascenseur adapté ;
  2° dans tous les locaux accessibles aux usagers, les diffĂ©rences de niveau telles que des marches, des escaliers et d'autres obstacles, doivent ĂȘtre Ă©vitĂ©es ;
  3° le bĂątiment doit ĂȘtre conçu de maniĂšre Ă permettre une circulation aisĂ©e et sĂ»re ;
  les baies de porte doivent ĂȘtre suffisamment larges et hautes.
  A la demande du demandeur, le Fonds peut, en cas de transformation, accorder une dérogation à la norme, visée à l'alinéa premier, 1°.
  § 5. Pour le confort des usagers de l'infrastructure, les normes suivantes sont applicables :
  1° les escaliers doivent ĂȘtre pourvus de mains courantes ;
  2° le chauffage, la ventilation et l'éclairage de tous les locaux doivent répondre à l'affectation du local ;
  3° dans tous les espaces de sĂ©jour, Ă l'exception des espaces sanitaires, des fenĂȘtres ouvrantes doivent ĂȘtre prĂ©vues. Pour leur commande, il est tenu compte de la sĂ©curitĂ© des rĂ©sidents ;
  4° dans les espaces de séjour, la concentration de CO2 s'élÚve à 1200 ppm au maximum ;
  5° les espaces pour les usagers doivent ĂȘtre Ă©clairĂ©s par la lumiĂšre du jour autant que possible. Dans les espaces de sĂ©jour oĂč une fenĂȘtre doit ĂȘtre prĂ©vue, la surface vitrĂ©e est au moins Ă©gale Ă un sixiĂšme de la surface nette au sol ;
  6° l'éclairage tient compte de la sécurité et des besoins des usagers. Les espaces de séjour sont pourvus d'un éclairage de base, complété par un éclairage adéquat dirigé sur une zone précise. A cet effet, suffisamment de raccordements sont installés dans tous les espaces de séjour ;
  7° dans tous les espaces de séjour, la surface vitrée commence au maximum à 85 cm de hauteur, mesurée à partir de la surface au sol. Une libre vue vers l'extérieur est toujours possible à partir d'une position assise.
  8° les regards des passants peuvent ĂȘtre limitĂ©s si l'usager le souhaite ;
  9° un systÚme de chauffage central est disponible. Les systÚmes de chauffage au feu ouvert sont interdits ;
  10° dans tous espaces de séjour, la température de jour s'élÚve au moins à 20° ;
  11° toutes les mesures utiles sont prises pour veiller à ce que la température ne dépasse jamais 27° C dans tous les espaces de séjour et dans des conditions météorologiques normales ;
  12° la température intérieure est réglable par espace de séjour, par le biais d'un centre de gestion central de bùtiments ou non ;
  13° des pare-soleils adaptĂ©s, empĂȘchant le moins possible la vue vers l'extĂ©rieur, doivent ĂȘtre installĂ©s lĂ oĂč nĂ©cessaire. Des pare-soleils sont considĂ©rĂ©s comme adĂ©quats lorsque la vue vers l'extĂ©rieur n'est pas empĂȘchĂ©e, en Ă©vitant la surchauffe et l'Ă©blouissement par la lumiĂšre directe du soleil pour les rĂ©sidents ;
  14° le confort acoustique doit ĂȘtre garanti dans tous les espaces de sĂ©jour ;
  15° la hauteur d'étage s'élÚve au minimum à 2,50 m, du sol au plafond fini ;
  16° la signalisation est adaptée au groupe-cible. ".
  " Art. 5/1. § 1er. Un centre pour troubles du développement peut bénéficier d'une subvention d'investissement si l'infrastructure de base répond aux normes techniques et physiques spécifiques de la construction, visées aux paragraphes 2 à 5 inclus .
  § 2. Les normes suivantes s'appliquent à l'infrastructure générale :
  1° la localisation et le concept du bùtiment sont adaptés aux besoins et aux possibilités du groupe-cible ;
  2° l'aménagement et l'équipement du bùtiment et des abords tiennent compte de l'ùge et des besoins spécifiques du groupe cible. La conception et l'exécution des installations sanitaires, les mains courantes aux escaliers et l'aménagement des espaces intérieurs et extérieurs en tiennent suffisamment compte ;
  3° le bùtiment est conçu de telle sorte qu'il y ait une vue suffisante sur l'entrée et la sortie du bùtiment ;
  4° le bùtiment est facilement accessible en transports en commun ;
  5° il y a un parking suffisant tenant compte des besoins des utilisateurs. Il est possible de déposer ou d'aller chercher des personnes prÚs de l'entrée lorsque cela s'avÚre nécessaire ;
  6° l'infrastructure permet de respecter la vie privée de chaque utilisateur et de toujours pouvoir offrir les soins nécessaires et l'assistance requise ;
  7° l'infrastructure permet d'assurer la sécurité ;
  8° les bùtiments et les locaux sont entretenus réguliÚrement et gérés en bon pÚre de famille ;
  9° l'infrastructure et l'environnement accessible aux utilisateurs et aux visiteurs est intégralement accessible. L'accessibilité intégrale est garantie en tenant compte, lors de la conception et de l'exécution de celle-ci, de l'avis de " Toegankelijk Vlaanderen ", créée par l'article 3 du décret du 28 mars 2014 portant autorisation de création de l'agence autonomisée externe de droit privé " Toegankelijk Vlaanderen " sous la forme d'une fondation privée.
  A la demande du demandeur, le Fonds peut autoriser une dérogation à la norme visée à l'alinéa 1er, 4°.
  § 3. Pour les espaces spécifiques de l'infrastructure, les normes suivantes sont applicables :
  1° au moins 75% de la superficie nette des locaux fonctionnels est aménagée pour la thérapie ou le diagnostic. Les espaces de circulation, les débarras généraux et les locaux techniques ne font pas partie des locaux fonctionnels ;
  2° il y a suffisamment de locaux de collaborateurs. Chaque structure dispose au minimum d'un local oĂč les collaborateurs peuvent se concerter ;
  3° des installations sanitaires suffisantes pour les visiteurs et le personnel sont disponibles ;
  4° un espace de soins ou une zone de soins est disponible dans les locaux sanitaires ;
  5° un espace de rangement suffisant est disponible.
  § 4. Pour la circulation de l'infrastructure, les normes spécifiques sont applicables :
  1° chaque bùtiment à deux ou plusieurs niveaux de construction qui sont accessibles aux usagers, doit disposer d'un ascenseur adapté ;
  2° dans tous les locaux accessibles aux usagers, les diffĂ©rences de niveau telles que des marches, des escaliers et d'autres obstacles, doivent ĂȘtre Ă©vitĂ©es ;
  3° le bĂątiment doit ĂȘtre conçu de maniĂšre Ă permettre une circulation aisĂ©e et sĂ»re ;
  les baies de porte doivent ĂȘtre suffisamment larges et hautes.
  A la demande du demandeur, le Fonds peut, en cas de transformation, accorder une dérogation à la norme, visée à l'alinéa premier, 1°.
  § 5. Pour le confort des usagers de l'infrastructure, les normes suivantes sont applicables :
  1° les escaliers doivent ĂȘtre pourvus de mains courantes ;
  2° le chauffage, la ventilation et l'éclairage de tous les locaux doivent répondre à l'affectation du local ;
  3° dans tous les espaces de sĂ©jour, Ă l'exception des espaces sanitaires, des fenĂȘtres ouvrantes doivent ĂȘtre prĂ©vues. Pour leur commande, il est tenu compte de la sĂ©curitĂ© des rĂ©sidents ;
  4° dans les espaces de séjour, la concentration de CO2 s'élÚve à 1200 ppm au maximum ;
  5° les espaces pour les usagers doivent ĂȘtre Ă©clairĂ©s par la lumiĂšre du jour autant que possible. Dans les espaces de sĂ©jour oĂč une fenĂȘtre doit ĂȘtre prĂ©vue, la surface vitrĂ©e est au moins Ă©gale Ă un sixiĂšme de la surface nette au sol ;
  6° l'éclairage tient compte de la sécurité et des besoins des usagers. Les espaces de séjour sont pourvus d'un éclairage de base, complété par un éclairage adéquat dirigé sur une zone précise. A cet effet, suffisamment de raccordements sont installés dans tous les espaces de séjour ;
  7° dans tous les espaces de séjour, la surface vitrée commence au maximum à 85 cm de hauteur, mesurée à partir de la surface au sol. Une libre vue vers l'extérieur est toujours possible à partir d'une position assise.
  8° les regards des passants peuvent ĂȘtre limitĂ©s si l'usager le souhaite ;
  9° un systÚme de chauffage central est disponible. Les systÚmes de chauffage au feu ouvert sont interdits ;
  10° dans tous espaces de séjour, la température de jour s'élÚve au moins à 20° ;
  11° toutes les mesures utiles sont prises pour veiller à ce que la température ne dépasse jamais 27° C dans tous les espaces de séjour et dans des conditions météorologiques normales ;
  12° la température intérieure est réglable par espace de séjour, par le biais d'un centre de gestion central de bùtiments ou non ;
  13° des pare-soleils adaptĂ©s, empĂȘchant le moins possible la vue vers l'extĂ©rieur, doivent ĂȘtre installĂ©s lĂ oĂč nĂ©cessaire. Des pare-soleils sont considĂ©rĂ©s comme adĂ©quats lorsque la vue vers l'extĂ©rieur n'est pas empĂȘchĂ©e, en Ă©vitant la surchauffe et l'Ă©blouissement par la lumiĂšre directe du soleil pour les rĂ©sidents ;
  14° le confort acoustique doit ĂȘtre garanti dans tous les espaces de sĂ©jour ;
  15° la hauteur d'étage s'élÚve au minimum à 2,50 m, du sol au plafond fini ;
  16° la signalisation est adaptée au groupe-cible. ".
Art. 17. In artikel 6 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "tot en met 5," vervangen door de zinsnede "tot en met 5/1".
Art. 17. Dans l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " Ă 5 inclus " est remplacĂ© par le membre de phrase " Ă 5/1 inclus ".
Art. 18. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014, 5 september 2014 en 6 juli 2018, worden het tweede en het derde lid vervangen door wat volgt:
  "De subsidiabele oppervlakte bedraagt maximaal:
  1° voor een voorziening in de jeugdhulp die erkend is voor een typemodule verblijf als vermeld in bijlage 1 bij het besluit van 5 april 2019: 65 m2 per erkende module verblijf;
  2° voor een voorziening in de jeugdhulp die erkend is voor de typemodule dagbegeleiding in groep, vermeld in de voormelde bijlage: 45 m2 per erkende module dagbegeleiding in groep;
  3° voor een voorziening in de jeugdhulp die erkend is voor een typemodule diagnostiek of een typemodule begeleiding of een typemodule behandeling als vermeld in de voormelde bijlage: 20 m2 per voltijds equivalent van de maximale personeelsbezetting die in aanmerking komt voor de subsidiëring van de personeelskosten, vermeld in het voormelde besluit;
  4° voor een dienst voor herstelgerichte en constructieve afhandeling als vermeld in artikel 7 van het voormelde besluit, en voor een vergunde dienst voor pleegzorg: 20 m2 per voltijds equivalent van de personeelsformatie die de Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, vaststelt;
  5° voor een centrum voor ontwikkelingsstoornissen: 65 m2 per voltijds equivalent van de personeelsformatie die de Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, vaststelt.
  Van de maximale subsidiabele oppervlakte, vermeld in het tweede lid, kan alleen op gemotiveerd verzoek afgeweken worden als de erkennings- en exploitatievoorwaarden dat vereisen of omdat vanwege kleinschaligheid of de bijzonderheid van de doelgroep een meeroppervlakte vereist is om een efficiënte werking te garanderen. De afwijking kan maximaal 30% bedragen.".
  "De subsidiabele oppervlakte bedraagt maximaal:
  1° voor een voorziening in de jeugdhulp die erkend is voor een typemodule verblijf als vermeld in bijlage 1 bij het besluit van 5 april 2019: 65 m2 per erkende module verblijf;
  2° voor een voorziening in de jeugdhulp die erkend is voor de typemodule dagbegeleiding in groep, vermeld in de voormelde bijlage: 45 m2 per erkende module dagbegeleiding in groep;
  3° voor een voorziening in de jeugdhulp die erkend is voor een typemodule diagnostiek of een typemodule begeleiding of een typemodule behandeling als vermeld in de voormelde bijlage: 20 m2 per voltijds equivalent van de maximale personeelsbezetting die in aanmerking komt voor de subsidiëring van de personeelskosten, vermeld in het voormelde besluit;
  4° voor een dienst voor herstelgerichte en constructieve afhandeling als vermeld in artikel 7 van het voormelde besluit, en voor een vergunde dienst voor pleegzorg: 20 m2 per voltijds equivalent van de personeelsformatie die de Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, vaststelt;
  5° voor een centrum voor ontwikkelingsstoornissen: 65 m2 per voltijds equivalent van de personeelsformatie die de Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, vaststelt.
  Van de maximale subsidiabele oppervlakte, vermeld in het tweede lid, kan alleen op gemotiveerd verzoek afgeweken worden als de erkennings- en exploitatievoorwaarden dat vereisen of omdat vanwege kleinschaligheid of de bijzonderheid van de doelgroep een meeroppervlakte vereist is om een efficiënte werking te garanderen. De afwijking kan maximaal 30% bedragen.".
Art. 18. Dans l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 14 fĂ©vrier 2014, 5 septembre 2014 et 6 juillet 2018, les alinĂ©as 2 et 3 sont remplacĂ©s par ce qui suit :
  " La superficie subventionnable s'élÚve au maximum :
  1° pour une structure dans l'aide Ă la jeunesse qui est agréée pour un module type tel que visĂ© Ă l'annexe 1re Ă l'arrĂȘtĂ© du 5 avril 2019: Ă 65 m2 par module de rĂ©sidence agréé ;
  2° pour une structure dans l'aide à la jeunesse qui est agréée pour le module type " accompagnement de jour en groupe ", visé à l'annexe précitée: à 45 m2 par module agréé " accompagnement de jour en groupe " ;
  3° pour une structure dans l'aide Ă la jeunesse qui est agréée pour un module type " diagnostic " ou un module type " accompagnement " ou " traitement " tels que visĂ©s Ă l'annexe mentionnĂ©e ci-dessus : Ă 20 m2 par Ă©quivalent temps plein de l'effectif maximum qui est Ă©ligible au subventionnement des frais de personnel, visĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ;
  4° pour un service de traitement restaurateur et constructif tel que visĂ© Ă l'article 7 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, et pour un service de placement familial agréé : Ă 20 m2 par Ă©quivalent temps plein de l'effectif fixĂ© par le Ministre flamand qui a le grandir dans ses attributions ;
  5° pour un centre de troubles du développement : à 65 m2 par équivalent temps plein de l'effectif fixé par le Ministre flamand qui a le grandir dans ses attributions,
  Il ne peut ĂȘtre dĂ©rogĂ© Ă la superficie maximale subventionnable visĂ©e Ă l'alinĂ©a 2, que sur demande motivĂ©e, lorsque les conditions d'agrĂ©ment et d'exploitation l'exigent ou parce qu'en raison de la petite taille ou de la particularitĂ© du groupe-cible, une superficie supplĂ©mentaire est requise pour garantir un fonctionnement efficace. La dĂ©rogation peut ĂȘtre 30% au maximum. ".
  " La superficie subventionnable s'élÚve au maximum :
  1° pour une structure dans l'aide Ă la jeunesse qui est agréée pour un module type tel que visĂ© Ă l'annexe 1re Ă l'arrĂȘtĂ© du 5 avril 2019: Ă 65 m2 par module de rĂ©sidence agréé ;
  2° pour une structure dans l'aide à la jeunesse qui est agréée pour le module type " accompagnement de jour en groupe ", visé à l'annexe précitée: à 45 m2 par module agréé " accompagnement de jour en groupe " ;
  3° pour une structure dans l'aide Ă la jeunesse qui est agréée pour un module type " diagnostic " ou un module type " accompagnement " ou " traitement " tels que visĂ©s Ă l'annexe mentionnĂ©e ci-dessus : Ă 20 m2 par Ă©quivalent temps plein de l'effectif maximum qui est Ă©ligible au subventionnement des frais de personnel, visĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ;
  4° pour un service de traitement restaurateur et constructif tel que visĂ© Ă l'article 7 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, et pour un service de placement familial agréé : Ă 20 m2 par Ă©quivalent temps plein de l'effectif fixĂ© par le Ministre flamand qui a le grandir dans ses attributions ;
  5° pour un centre de troubles du développement : à 65 m2 par équivalent temps plein de l'effectif fixé par le Ministre flamand qui a le grandir dans ses attributions,
  Il ne peut ĂȘtre dĂ©rogĂ© Ă la superficie maximale subventionnable visĂ©e Ă l'alinĂ©a 2, que sur demande motivĂ©e, lorsque les conditions d'agrĂ©ment et d'exploitation l'exigent ou parce qu'en raison de la petite taille ou de la particularitĂ© du groupe-cible, une superficie supplĂ©mentaire est requise pour garantir un fonctionnement efficace. La dĂ©rogation peut ĂȘtre 30% au maximum. ".
Art. 19. In artikel 8, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 september 2014 en 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" worden vervangen door de zinsnede "voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen";
  2° de woorden "beveiligd verblijf" wordt vervangen door de zinsnede "beveiligend verblijf of de typemodule verblijf in een voorziening van categorie 8 als vermeld in bijlage 1 bij het besluit van 5 april 2019" ingevoegd.
  1° de woorden "voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" worden vervangen door de zinsnede "voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen";
  2° de woorden "beveiligd verblijf" wordt vervangen door de zinsnede "beveiligend verblijf of de typemodule verblijf in een voorziening van categorie 8 als vermeld in bijlage 1 bij het besluit van 5 april 2019" ingevoegd.
Art. 19. Dans l'article 8, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 septembre 2014 et 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° les mots " des structures d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " des structures de l'aide à la jeunesse, des centres pour troubles du développement " ;
  2° les mots " sĂ©jour sĂ©curisĂ© " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " sĂ©jour sĂ©curisant ou le module type " sĂ©jour dans une structure de catĂ©gorie 8 " tels que visĂ©s Ă l'annexe 1re Ă l'arrĂȘtĂ© du 5 avril 2019 ".
  1° les mots " des structures d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " des structures de l'aide à la jeunesse, des centres pour troubles du développement " ;
  2° les mots " sĂ©jour sĂ©curisĂ© " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " sĂ©jour sĂ©curisant ou le module type " sĂ©jour dans une structure de catĂ©gorie 8 " tels que visĂ©s Ă l'annexe 1re Ă l'arrĂȘtĂ© du 5 avril 2019 ".
Art. 20. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 september 2014, 6 juli 2018 en 17 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" vervangen door de zinsnede "voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen";
  2° in paragraaf 1 worden de woorden "beveiligd verblijf" vervangen door de zinsnede "beveiligend verblijf of de typemodule verblijf in een voorziening van categorie 8 als vermeld in bijlage 1 bij het besluit van 5 april 2019";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" vervangen door de zinsnede "voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen".
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" vervangen door de zinsnede "voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen";
  2° in paragraaf 1 worden de woorden "beveiligd verblijf" vervangen door de zinsnede "beveiligend verblijf of de typemodule verblijf in een voorziening van categorie 8 als vermeld in bijlage 1 bij het besluit van 5 april 2019";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "voorzieningen van de bijzondere jeugdbijstand" vervangen door de zinsnede "voorzieningen in de jeugdhulp, de centra voor ontwikkelingsstoornissen".
Art. 20. Dans l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 septembre 2014, 6 juillet 2018 et 17 mai 2019, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " des structures d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " des structures de l'aide à la jeunesse, des centres pour troubles du développement " ;
  2° dans le paragraphe 1er, les mots " sĂ©jour sĂ©curisĂ© " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " sĂ©jour sĂ©curisant ou le module type " sĂ©jour dans une structure de catĂ©gorie 8 " tels que visĂ©s Ă l'annexe 1re Ă l'arrĂȘtĂ© du 5 avril 2019 ";
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " des structures d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " des structures de l'aide à la jeunesse, des centres pour troubles du développement ".
  1° dans le paragraphe 1er, les mots " des structures d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " des structures de l'aide à la jeunesse, des centres pour troubles du développement " ;
  2° dans le paragraphe 1er, les mots " sĂ©jour sĂ©curisĂ© " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " sĂ©jour sĂ©curisant ou le module type " sĂ©jour dans une structure de catĂ©gorie 8 " tels que visĂ©s Ă l'annexe 1re Ă l'arrĂȘtĂ© du 5 avril 2019 ";
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " des structures d'assistance spéciale à la jeunesse " sont remplacés par le membre de phrase " des structures de l'aide à la jeunesse, des centres pour troubles du développement ".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mars 2011 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des Ă©tablissements de soins destinĂ©s Ă des familles avec des enfants
Art. 21. In artikel 9, tweede lid, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015, wordt de zinsnede "overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012 inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning" telkens opgeheven.
Art. 21. Dans l'article 9, alinĂ©a 2, 4°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mars 2011 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des Ă©tablissements de soins destinĂ©s Ă des familles avec des enfants, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 octobre 2015, le membre de phrase " conformĂ©ment Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 novembre 2012 relatif Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement des centres d'aide aux enfants et d'assistance des familles " est chaque fois abrogĂ©.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 fĂ©vrier 2014 relatif Ă l'aide intĂ©grale Ă la jeunesse
Art. 22. Aan artikel 4, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de inleidende zin wordt het woord "maart" vervangen door het woord "juli";
  2° er wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° de centra voor ontwikkelingsstoornissen, vermeld in hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juni 1998 tot regeling van de erkenning en de subsidiëring van de centra voor ontwikkelingsstoornissen.".
  1° in de inleidende zin wordt het woord "maart" vervangen door het woord "juli";
  2° er wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° de centra voor ontwikkelingsstoornissen, vermeld in hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juni 1998 tot regeling van de erkenning en de subsidiëring van de centra voor ontwikkelingsstoornissen.".
Art. 22. A l'article 4, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 fĂ©vrier 2014 relatif Ă l'aide intĂ©grale Ă la jeunesse, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 avril 2019, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans la phrase introductive, le mot " mars " est remplacé par le mot " juillet " ;
  2° il est ajouté un point 3°, rédigé comme suit :
  " 3° les centres pour troubles du dĂ©veloppement, visĂ©s au chapitre II de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juin 1998 rĂ©glant l'agrĂ©ment et le subventionnement des centres pour troubles du dĂ©veloppement. ".
  1° dans la phrase introductive, le mot " mars " est remplacé par le mot " juillet " ;
  2° il est ajouté un point 3°, rédigé comme suit :
  " 3° les centres pour troubles du dĂ©veloppement, visĂ©s au chapitre II de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juin 1998 rĂ©glant l'agrĂ©ment et le subventionnement des centres pour troubles du dĂ©veloppement. ".
Art. 23. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
  "3° de multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;";
  2° punt 4° tot en met 7° worden opgeheven.
  1° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
  "3° de multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;";
  2° punt 4° tot en met 7° worden opgeheven.
Art. 23. A l'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° les centres multifonctionnels pour personnes handicapĂ©es mineures, visĂ©s Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant agrĂ©ment et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapĂ©es mineures ; " ;
  2° les points 4° à 7° inclus sont abrogés.
  1° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° les centres multifonctionnels pour personnes handicapĂ©es mineures, visĂ©s Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant agrĂ©ment et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapĂ©es mineures ; " ;
  2° les points 4° à 7° inclus sont abrogés.
Art. 24. In artikel 35, § 1, 3°, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 december 1975 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van de centra voor observatie, oriëntering en medische, psychologische en pedagogische behandeling voor gehandicapten evenals van de te volgen bijzondere regels voor de vaststelling van de toelagen per dag, toegekend voor het onderhoud, de opvoeding en de behandeling van de gehandicapten die er geplaatst zijn ten laste van de openbare besturen" vervangen door de zinsnede "artikel 8/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 inzake de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen voor jeugdhulp".
Art. 24. Dans l'article 35, § 1er, 3°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 1975 fixant les conditions d'agrĂ©ment de centres d'observation, d'orientation et de traitement mĂ©dico-psycho-pĂ©dagogiques pour handicapĂ©s ainsi que les rĂšgles particuliĂšres Ă suivre pour dĂ©terminer les subventions journaliĂšres allouĂ©es pour l'entretien, l'Ă©ducation et le traitement des handicapĂ©s qui y sont placĂ©s Ă charge des pouvoirs publics " est remplacĂ© par le membre de phrase " l'article 8/1 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrĂ©ment et aux normes de subventionnement des structures d'aide Ă la jeunesse ".
Art. 25. In artikel 100, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 maart 2019, wordt de zinsnede "met toepassing van artikel 96, eerste lid, van dit besluit" opgeheven.
Art. 25. Dans l'article 100, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 mars 2019, le membre de phrase " en application de l'article 96, alinĂ©a 1er, de cet arrĂȘtĂ© " est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 betreffende het intersectorale zorgnetwerk en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, wat betreft de prioritair toe te wijzen hulpvragen
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015 relatif au rĂ©seau intersectoriel d'aide et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 fĂ©vrier 2014 relatif Ă l'aide intĂ©grale Ă la jeunesse, pour ce qui est des demandes d'aide Ă attribuer prioritairement
Art. 26. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015 betreffende het intersectorale zorgnetwerk en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, wat betreft de prioritair toe te wijzen hulpvragen wordt punt 6° opgeheven.
Art. 26. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015 au rĂ©seau intersectoriel d'aide et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 fĂ©vrier 2014 relatif Ă l'aide intĂ©grale Ă la jeunesse, pour ce qui est des demandes d'aide Ă attribuer prioritairement, le point 6° est abrogĂ©.
Art. 27. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de woorden "Managementcomité Integrale Jeugdhulp" vervangen door de woorden "agentschap Opgroeien regie, vermeld in artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie".
Art. 27. Dans l'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ© les mots " au " ManagementcomitĂ© Integrale Jeugdhulp " " sont remplacĂ©s par les mots " Ă l'Agence Grandir visĂ©e Ă l'article 3 du dĂ©cret du 30 avril 2004 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne dotĂ©e de la personnalitĂ© juridique " Opgroeien regie " ".
Art. 28. In hoofdstuk 2 van hetzelfde besluit wordt afdeling 6, die bestaat uit artikel 19 en 20, opgeheven.
Art. 28. Au chapitre 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, la section 6 qui comprend les articles 19 et 20, est abrogĂ©e.
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant agrĂ©ment et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapĂ©es mineures
Art. 29. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018, worden punt 5° /1 en punt 6° /1 opgeheven.
Art. 29. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant agrĂ©ment et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapĂ©es mineures, modifiĂ© par l' arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 octobre 2018, les points 5° /1 et 6° /1 sont abrogĂ©s.
Art. 30. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 30. Dans l'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 octobre 2018, l'alinĂ©a 2 est abrogĂ©.
Art. 31. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018, worden de woorden "en MFC GES+" opgeheven.
Art. 31. A l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 octobre 2018, les mots " et un MFC GES+ " sont abrogĂ©s.
Art. 32. Artikel 5/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018, wordt opgeheven.
Art. 32. L'article 5/1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 octobre 2018, est abrogĂ©.
Art. 33. In artikel 8, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "of diagnostiek voor voorzieningen met een specifieke diagnostische opdracht" opgeheven.
Art. 33. Dans l'article 8, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " ou de diagnostic pour des structures ayant une mission de diagnostic spĂ©cifique " sont abrogĂ©s.
Art. 34. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 en 5 oktober 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 worden de woorden "of MFC GES+" telkens opgeheven;
  2° in paragraaf 3 wordt het derde lid opgeheven.
  1° in paragraaf 2 worden de woorden "of MFC GES+" telkens opgeheven;
  2° in paragraaf 3 wordt het derde lid opgeheven.
Art. 34. Dans l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 17 mars 2017 et 5 octobre 2018, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans le paragraphe 2, les mots " ou MFC GES+ " sont chaque fois abrogés ;
  2° dans le paragraphe 3, l'alinéa 3 est abrogé ;
  1° dans le paragraphe 2, les mots " ou MFC GES+ " sont chaque fois abrogés ;
  2° dans le paragraphe 3, l'alinéa 3 est abrogé ;
Art. 35. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt punt 5° opgeheven;
  2° paragraaf 6 wordt opgeheven.
  1° in paragraaf 1 wordt punt 5° opgeheven;
  2° paragraaf 6 wordt opgeheven.
Art. 35. A l'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans le paragraphe 1er, le point 5° est abrogé ;
  2° le paragraphe 6 est abrogé.
  1° dans le paragraphe 1er, le point 5° est abrogé ;
  2° le paragraphe 6 est abrogé.
Art. 36. In artikel 11, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "dagopvang, begeleiding of diagnostiek" vervangen door de woorden "dagopvang of begeleiding".
Art. 36. Dans l'article 11, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " d'accueil de jour, d'accompagnement ou diagnostic " sont remplacĂ©s par les mots " d'accueil de jour ou d'accompagnement ".
Art. 37. In artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018, worden het derde tot en met het vijfde lid opgeheven.
Art. 37. Dans l'article 16 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 octobre 2018, les alinĂ©as 3 Ă 5 sont abrogĂ©s.
Art. 38. Artikel 36/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018, wordt opgeheven.
Art. 38. L'article 36/1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 octobre 2018, est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige voorzieningen voor personen met een handicap en tot wijziging van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
CHAPITRE 8. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 novembre 2018 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de construction pour certaines structures destinĂ©es aux personnes handicapĂ©es et modifiant l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 Ă©tablissant les rĂšgles de procĂ©dure relatives Ă l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables
Art. 39. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige voorzieningen voor personen met een handicap en tot wijziging van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden punt 1° en punt 6° opgeheven;
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden punt 1° en punt 3° opgeheven.
  1° in paragraaf 1 worden punt 1° en punt 6° opgeheven;
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden punt 1° en punt 3° opgeheven.
Art. 39. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 novembre 2018 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de construction pour certaines structures destinĂ©es aux personnes handicapĂ©es et modifiant l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 Ă©tablissant les rĂšgles de procĂ©dure relatives Ă l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans le paragraphe 1er, les points 1° et 6° sont abrogés ;
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les points 1° point 3° sont abrogés ;
  1° dans le paragraphe 1er, les points 1° et 6° sont abrogés ;
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les points 1° point 3° sont abrogés ;
Art. 40. In hoofdstuk 2 van hetzelfde besluit worden in het opschrift van afdeling 2 de woorden "de centra voor ontwikkelingsstoornissen en" opgeheven.
Art. 40. Dans le chapitre 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, dans l'intitulĂ© de la section 2, les mots " les centres pour troubles du dĂ©veloppement et " sont abrogĂ©s.
Art. 41. In artikel 3, § 1, van hetzelfde besluit worden de woorden "de centra voor ontwikkelingsstoornissen en" opgeheven.
Art. 41. Dans l'article 3, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " des centres pour troubles du dĂ©veloppement et " sont abrogĂ©s.
Art. 42. In hoofdstuk 2 van hetzelfde besluit wordt in het opschrift van afdeling 3 de zinsnede "de oriëntatie- en behandelingscentra," opgeheven.
Art. 42. Dans le chapitre 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, dans l'intitulĂ© de la section 3, le membre de phrase " les centres d'orientation et de traitement, " est abrogĂ©.
Art. 43. In artikel 4, 15 en 17, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede ", de oriëntatie- en behandelingscentra" opgeheven.
Art. 43. Dans les articles 4, 15 et 17, § 1er, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " des centres d'orientation et de traitement " est abrogĂ©.
Art. 44. In artikel 22, eerste lid, van hetzelfde besluit worden punt 5° en punt 8° opgeheven.
Art. 44. Dans l'article 22, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les points 5° et 8° sont abrogĂ©s.
Art. 45. In artikel 23, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden punt 5° en punt 6° opgeheven;
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
  1° in het eerste lid worden punt 5° en punt 6° opgeheven;
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 45. A l'article 23, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, les points 5° et 6° sont abrogés ;
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
  1° à l'alinéa 1er, les points 5° et 6° sont abrogés ;
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 46. In artikel 24, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden punt 5° en punt 6° opgeheven;
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
  1° in het eerste lid worden punt 5° en punt 6° opgeheven;
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 46. A l'article 24, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, les points 5° et 6° sont abrogés ;
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
  1° à l'alinéa 1er, les points 5° et 6° sont abrogés ;
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 47. In artikel 38, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt de zin "In afwijking hiervan kunnen de voorzieningen die beschikken over een erkenning als MFC GES+ als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap en die na 31 december 2017 een subsidiebelofte hebben verkregen, een aanvullende subsidiebelofte verkrijgen voor de GES+ plaatsen op basis van de basisbedragen van de investeringssubsidie, vermeld in artikel 23, § 1, tweede lid, of artikel 24, § 1, tweede lid, van dit besluit." opgeheven.
Art. 47. Dans l'article 38, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, la phrase " Par dĂ©rogation Ă ce qui prĂ©cĂšde, les structures qui disposent d'un agrĂ©ment comme MFC GES+ tel que visĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant agrĂ©ment et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapĂ©es mineures, et qui ont obtenu une promesse de subvention aprĂšs le 31 dĂ©cembre 2017, peuvent obtenir une promesse de subvention complĂ©mentaire pour les places GES+ sur la base des montants de base de la subvention d'investissement, visĂ©s Ă l'article 23, § 1er, alinĂ©a 2, ou l'article 24, § 1er, alinĂ©a 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. " est abrogĂ©e.
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp
CHAPITRE 9. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrĂ©ment et aux normes de subventionnement des structures d'aide Ă la jeunesse
Art. 48. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er worden een punt 3° /1 en een punt 3° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "3° /1 afzondering: het verblijf van een minderjarige in een individuele afzonderingskamer die daarvoor speciaal voorzien is, of in een andere individuele ruimte, die de minderjarige niet zelfstandig kan verlaten;
  3° /2 afzonderingskamer: een specifiek veilig ingerichte, hoog beveiligde ruimte die de minderjarige niet zelfstandig kan verlaten;";
  2° in punt 12° wordt het woord "XX" vervangen door de datum "15 februari 2019";
  3° er wordt een punt 19° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "19° /1 GES+: ernstig externaliserend of internaliserend storend gedrag, in combinatie met een handicap, waarvan de impact dermate groot is dat er nood is aan continue, hoofdzakelijke residentiële ondersteuning met een semi-gesloten karakter;".
  1° er worden een punt 3° /1 en een punt 3° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "3° /1 afzondering: het verblijf van een minderjarige in een individuele afzonderingskamer die daarvoor speciaal voorzien is, of in een andere individuele ruimte, die de minderjarige niet zelfstandig kan verlaten;
  3° /2 afzonderingskamer: een specifiek veilig ingerichte, hoog beveiligde ruimte die de minderjarige niet zelfstandig kan verlaten;";
  2° in punt 12° wordt het woord "XX" vervangen door de datum "15 februari 2019";
  3° er wordt een punt 19° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "19° /1 GES+: ernstig externaliserend of internaliserend storend gedrag, in combinatie met een handicap, waarvan de impact dermate groot is dat er nood is aan continue, hoofdzakelijke residentiële ondersteuning met een semi-gesloten karakter;".
Art. 48. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 relatif aux conditions d'agrĂ©ment et aux normes de subventionnement des structures d'assistance spĂ©ciale Ă la jeunesse, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° il est ajouté les points 3° /1 à 3° /2 inclus, rédigés comme suit :
  " 3° /1 isolement: le séjour d'un mineur dans une chambre d'isolement individuelle spécialement prévue à cet effet, ou dans un autre local individuel que le mineur ne peut quitter pas de maniÚre autonome ;
  3° /2 chambre d'isolement : un espace spécifiquement aménagé et hautement sécurisé, que le mineur ne peut pas quitter de maniÚre autonome ; " ;
  2° au point 12° de la version néerlandaise, le mot " XX " est remplacé par la date " 15 februari 2019 " ;
  3° il est inséré un point 19° /1, rédigé comme suit :
  " 19° /1 GES+ : un comportement perturbant à extériorisation ou internalisation grave, en combinaison avec un handicap, dont l'impact est tellement important qu'il y a un besoin de soutien continu, principalement de l'accompagnement au logement ayant un caractÚre semi-fermé ; ".
  1° il est ajouté les points 3° /1 à 3° /2 inclus, rédigés comme suit :
  " 3° /1 isolement: le séjour d'un mineur dans une chambre d'isolement individuelle spécialement prévue à cet effet, ou dans un autre local individuel que le mineur ne peut quitter pas de maniÚre autonome ;
  3° /2 chambre d'isolement : un espace spécifiquement aménagé et hautement sécurisé, que le mineur ne peut pas quitter de maniÚre autonome ; " ;
  2° au point 12° de la version néerlandaise, le mot " XX " est remplacé par la date " 15 februari 2019 " ;
  3° il est inséré un point 19° /1, rédigé comme suit :
  " 19° /1 GES+ : un comportement perturbant à extériorisation ou internalisation grave, en combinaison avec un handicap, dont l'impact est tellement important qu'il y a un besoin de soutien continu, principalement de l'accompagnement au logement ayant un caractÚre semi-fermé ; ".
Art. 49. Aan artikel 2, § 1, van hetzelfde besluit worden een punt 7° en een punt 8° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "7° categorie 7: de observatie- en behandelcentra;
  8° categorie 8: de centra voor ernstige gedrags- en emotionele stoornissen.".
  "7° categorie 7: de observatie- en behandelcentra;
  8° categorie 8: de centra voor ernstige gedrags- en emotionele stoornissen.".
Art. 49. L'article 2, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est complĂ©tĂ© par un point 7° et un point 8°, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " 7° catégorie 7 : les centres d'observation et de traitement ;
  8° catégorie 8 : les centres pour troubles sévÚres comportementaux et émotionnels. ".
  " 7° catégorie 7 : les centres d'observation et de traitement ;
  8° catégorie 8 : les centres pour troubles sévÚres comportementaux et émotionnels. ".
Art. 50. In artikel 3, derde lid, van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden "in functie" en de woorden "autonoom wonen middenintensiteit" het woord "van" ingevoegd.
Art. 50. A l'article 3, alinĂ©a 3 de la version nĂ©erlandaise, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le mot " van " est insĂ©rĂ© entre les mots " in functie " et les mots " autonoom wonen middenintensiteit ".
Art. 51. In hetzelfde besluit worden een artikel 8/1 en 8/2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 8/1. Een observatie- en behandelcentrum organiseert behandeling met geïntegreerde diagnostiek van minderjarigen die hem al dan niet op beslissing van een jeugdrechter of een jeugdrechtbank toevertrouwd zijn en kan een deel van zijn capaciteit inzetten voor diagnostiek als vermeld in artikel 2, § 1, 12°, van het decreet van 12 juli.
  Een observatie- en behandelcentrum wordt erkend op basis van de typemodules handelingsgerichte diagnostiek, behandeling met geïntegreerde diagnostiek, verblijf 7 dagen per week, verblijf 5 dagen per week, vermeld in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
  Art. 8/2. Een centrum voor ernstige gedrags- en emotionele stoornissen organiseert verblijf en begeleiding voor minderjarigen met een normale begaafdheid tot licht verstandelijke handicap en GES+ of met een matige of ernstige verstandelijke handicap en GES+, die hem al dan niet op beslissing van een jeugdrechter of een jeugdrechtbank toevertrouwd zijn.
  Een centrum voor ernstige gedrags- en emotionele stoornissen wordt erkend op basis van de typemodules verblijf in een voorziening van categorie 8, contextbegeleiding kortdurend intensief en ondersteunende begeleiding, vermeld in bijlage 1, die bij dit besluit gevoegd is.".
  "Art. 8/1. Een observatie- en behandelcentrum organiseert behandeling met geïntegreerde diagnostiek van minderjarigen die hem al dan niet op beslissing van een jeugdrechter of een jeugdrechtbank toevertrouwd zijn en kan een deel van zijn capaciteit inzetten voor diagnostiek als vermeld in artikel 2, § 1, 12°, van het decreet van 12 juli.
  Een observatie- en behandelcentrum wordt erkend op basis van de typemodules handelingsgerichte diagnostiek, behandeling met geïntegreerde diagnostiek, verblijf 7 dagen per week, verblijf 5 dagen per week, vermeld in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
  Art. 8/2. Een centrum voor ernstige gedrags- en emotionele stoornissen organiseert verblijf en begeleiding voor minderjarigen met een normale begaafdheid tot licht verstandelijke handicap en GES+ of met een matige of ernstige verstandelijke handicap en GES+, die hem al dan niet op beslissing van een jeugdrechter of een jeugdrechtbank toevertrouwd zijn.
  Een centrum voor ernstige gedrags- en emotionele stoornissen wordt erkend op basis van de typemodules verblijf in een voorziening van categorie 8, contextbegeleiding kortdurend intensief en ondersteunende begeleiding, vermeld in bijlage 1, die bij dit besluit gevoegd is.".
Art. 51. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 8/1 et un article 8/2, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Art. 8/1. Un centre d'observation et de traitement organise le traitement avec diagnostic intégré de mineurs qui lui sont confiés ou non sur décision d'un juge de la jeunesse ou d'un tribunal de la jeunesse et peut affecter une partie de sa capacité au diagnostic tel que visé à l'article 2, § 1er, 12°, du décret du 12 juillet 1997.
  Un centre d'observation et de traitement est agréé sur la base des modules type de diagnostic manuel, de traitement avec diagnostic intĂ©grĂ©, de sĂ©jour 7 jours par semaine, de sĂ©jour 5 jours par semaine visĂ©s Ă l'annexe 1re au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Art. 8/2. Un centre pour troubles comportementaux et émotionnels graves organise le séjour et l'accompagnement pour les mineurs d'ùge ayant une qualification normale pour un handicap mental léger et GES+ ou ayant un handicap mental modéré ou grave et GES+, qui lui sont confiés ou non sur décision d'un juge de la jeunesse ou d'un tribunal de la jeunesse.
  Un centre pour troubles graves du comportement et des troubles Ă©motionnels est agréé sur la base des modules types de sĂ©jour dans une structure de catĂ©gorie 8, accompagnement contextuel pendant une courte durĂ©e intensif et accompagnement, visĂ© Ă l'annexe 1re, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
  " Art. 8/1. Un centre d'observation et de traitement organise le traitement avec diagnostic intégré de mineurs qui lui sont confiés ou non sur décision d'un juge de la jeunesse ou d'un tribunal de la jeunesse et peut affecter une partie de sa capacité au diagnostic tel que visé à l'article 2, § 1er, 12°, du décret du 12 juillet 1997.
  Un centre d'observation et de traitement est agréé sur la base des modules type de diagnostic manuel, de traitement avec diagnostic intĂ©grĂ©, de sĂ©jour 7 jours par semaine, de sĂ©jour 5 jours par semaine visĂ©s Ă l'annexe 1re au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Art. 8/2. Un centre pour troubles comportementaux et émotionnels graves organise le séjour et l'accompagnement pour les mineurs d'ùge ayant une qualification normale pour un handicap mental léger et GES+ ou ayant un handicap mental modéré ou grave et GES+, qui lui sont confiés ou non sur décision d'un juge de la jeunesse ou d'un tribunal de la jeunesse.
  Un centre pour troubles graves du comportement et des troubles Ă©motionnels est agréé sur la base des modules types de sĂ©jour dans une structure de catĂ©gorie 8, accompagnement contextuel pendant une courte durĂ©e intensif et accompagnement, visĂ© Ă l'annexe 1re, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
Art. 52. In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid, 5° wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Voorzieningen van categorieën 3 en 7 maken een handelingsplan op binnen negentig dagen na de opname van de minderjarige in de voorziening of vanaf de begeleiding.".
  2° in het tweede lid, 9° wordt tussen het woord "krachtgericht" en het woord "wordt" de woorden "of een module delictgerichte contextbegeleiding" ingevoegd.
  1° in het tweede lid, 5° wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Voorzieningen van categorieën 3 en 7 maken een handelingsplan op binnen negentig dagen na de opname van de minderjarige in de voorziening of vanaf de begeleiding.".
  2° in het tweede lid, 9° wordt tussen het woord "krachtgericht" en het woord "wordt" de woorden "of een module delictgerichte contextbegeleiding" ingevoegd.
Art. 52. A l'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° l'alinéa 2, 5°, est complété par la phrase suivante :
  " Les structures des catégories 3 et 7 établissent un plan d'action dans les nonante jours de l'admission du mineur dans la structure ou de l'accompagnement. ".
  2° dans l'alinéa 2, 9°, les mots " ou un module d'accompagnement contextuel axé sur le délit " sont insérés entre le mot " forces " et le mot " est ".
  1° l'alinéa 2, 5°, est complété par la phrase suivante :
  " Les structures des catégories 3 et 7 établissent un plan d'action dans les nonante jours de l'admission du mineur dans la structure ou de l'accompagnement. ".
  2° dans l'alinéa 2, 9°, les mots " ou un module d'accompagnement contextuel axé sur le délit " sont insérés entre le mot " forces " et le mot " est ".
Art. 53. In artikel 15 van hetzelfde besluit wordt een punt 7/1° ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "7/1° de voorziening die het noodzakelijk vindt om minderjarigen soms tijdelijk af te zonderen of andere vrijheidsbeperkende maatregelen te nemen, om hun eigen veiligheid, de veiligheid van andere minderjarigen of die van het personeel te verzekeren, beschikt daarvoor over een huishoudelijk reglement. Het huishoudelijk reglement wordt bij de opname bekendgemaakt aan de betrokken partijen. In het huishoudelijk reglement worden minstens de volgende elementen beschreven:
  a) de inrichting van de afzonderingskamer;
  b) de wijze van registratie van elke afzondering;
  c) de duur van de afzondering;
  d) het toezicht op en de mogelijkheden tot contact van de minderjarige in kwestie;".
  "7/1° de voorziening die het noodzakelijk vindt om minderjarigen soms tijdelijk af te zonderen of andere vrijheidsbeperkende maatregelen te nemen, om hun eigen veiligheid, de veiligheid van andere minderjarigen of die van het personeel te verzekeren, beschikt daarvoor over een huishoudelijk reglement. Het huishoudelijk reglement wordt bij de opname bekendgemaakt aan de betrokken partijen. In het huishoudelijk reglement worden minstens de volgende elementen beschreven:
  a) de inrichting van de afzonderingskamer;
  b) de wijze van registratie van elke afzondering;
  c) de duur van de afzondering;
  d) het toezicht op en de mogelijkheden tot contact van de minderjarige in kwestie;".
Art. 53. Dans l'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un point 7/1°, rĂ©digĂ© comme suit :
  " 7/1° la structure qui, estime qu'il est nécessaire de parfois isoler temporairement des mineurs ou de prendre leur liberté, pour garantir leur sécurité, la sécurité d'autres mineurs ou celle du personnel, dispose à cet effet d'un rÚglement d'ordre intérieur. Le rÚglement d'ordre intérieur est communiqué aux parties concernées lors de l'admission. Le rÚglement d'ordre intérieur décrit au moins les éléments suivants :
  a) l'aménagement de la chambre d'isolement ;
  b) le mode d'enregistrement de chaque isolation ;
  c) la durée de l'isolation ;
  d) la surveillance et les possibilités de contact du mineur concerné ; ".
  " 7/1° la structure qui, estime qu'il est nécessaire de parfois isoler temporairement des mineurs ou de prendre leur liberté, pour garantir leur sécurité, la sécurité d'autres mineurs ou celle du personnel, dispose à cet effet d'un rÚglement d'ordre intérieur. Le rÚglement d'ordre intérieur est communiqué aux parties concernées lors de l'admission. Le rÚglement d'ordre intérieur décrit au moins les éléments suivants :
  a) l'aménagement de la chambre d'isolement ;
  b) le mode d'enregistrement de chaque isolation ;
  c) la durée de l'isolation ;
  d) la surveillance et les possibilités de contact du mineur concerné ; ".
Art. 54. Aan artikel 16 van hetzelfde besluit wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° de voorziening stelt een verslag op over de uitvoering van de delictgerichte contextbegeleiding overeenkomstig het decreet van 15 februari 2019 en zijn uitvoeringsbesluiten, en stuurt dat verslag naar de minderjarige verdachte of delictpleger, zijn ouders of opvoedingsverantwoordelijke, de jeugdrechter of de jeugdrechtbank, en de sociale dienst. Het verslag wordt besproken met de ouders of, in voorkomend geval, de opvoedingsverantwoordelijken van de minderjarige verdachte of de minderjarige delictpleger. Die personen worden ertoe uitgenodigd om hun bedenkingen te formuleren, die bij het verslag worden gevoegd.".
  "3° de voorziening stelt een verslag op over de uitvoering van de delictgerichte contextbegeleiding overeenkomstig het decreet van 15 februari 2019 en zijn uitvoeringsbesluiten, en stuurt dat verslag naar de minderjarige verdachte of delictpleger, zijn ouders of opvoedingsverantwoordelijke, de jeugdrechter of de jeugdrechtbank, en de sociale dienst. Het verslag wordt besproken met de ouders of, in voorkomend geval, de opvoedingsverantwoordelijken van de minderjarige verdachte of de minderjarige delictpleger. Die personen worden ertoe uitgenodigd om hun bedenkingen te formuleren, die bij het verslag worden gevoegd.".
Art. 54. L'article 16 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par un point 3°, rĂ©digĂ© comme suit :
  " 3° la structure rĂ©dige un rapport sur l'exĂ©cution de l'accompagnement contextuel axĂ© sur les dĂ©lits conformĂ©ment au dĂ©cret du 15 fĂ©vrier 2019 et Ă ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution, et transmet ce rapport au suspect ou Ă l'auteur de dĂ©lit mineur, Ă ses parents ou responsables de l'Ă©ducation, au juge de la jeunesse ou au tribunal de la jeunesse, et au service social. Le rapport est discutĂ© avec les parents ou, le cas Ă©chĂ©ant, les responsables de l'Ă©ducation du suspect mineur ou de l'auteur de dĂ©lit mineur. Ces personnes sont invitĂ©es Ă formuler leurs rĂ©serves, qui sont annexĂ©es au rapport. ".
  " 3° la structure rĂ©dige un rapport sur l'exĂ©cution de l'accompagnement contextuel axĂ© sur les dĂ©lits conformĂ©ment au dĂ©cret du 15 fĂ©vrier 2019 et Ă ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution, et transmet ce rapport au suspect ou Ă l'auteur de dĂ©lit mineur, Ă ses parents ou responsables de l'Ă©ducation, au juge de la jeunesse ou au tribunal de la jeunesse, et au service social. Le rapport est discutĂ© avec les parents ou, le cas Ă©chĂ©ant, les responsables de l'Ă©ducation du suspect mineur ou de l'auteur de dĂ©lit mineur. Ces personnes sont invitĂ©es Ă formuler leurs rĂ©serves, qui sont annexĂ©es au rapport. ".
Art. 55. In artikel 19 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 5° wordt vervangen door wat volgt:
  "5° de voorziening die het noodzakelijk vindt om minderjarigen soms tijdelijk af te zonderen of andere vrijheidsbeperkende maatregelen te nemen, om hun eigen veiligheid, de veiligheid van andere minderjarigen of die van het personeel te verzekeren, beschikt daarvoor over een huishoudelijk reglement. Het huishoudelijk reglement wordt bij de opname bekendgemaakt aan de betrokken partijen. In het huishoudelijk reglement worden minstens de volgende elementen beschreven:
  a) de inrichting van de afzonderingskamer;
  b) de wijze van registratie van elke afzondering;
  c) de duur van de afzondering;
  d) het toezicht op en de mogelijkheden tot contact van de minderjarige in kwestie;";
  2° in punt 6° worden tussen de woorden "elke minderjarige" en het woord "wordt" de woorden "die in residentieel verband wordt opgevangen" ingevoegd.
  1° punt 5° wordt vervangen door wat volgt:
  "5° de voorziening die het noodzakelijk vindt om minderjarigen soms tijdelijk af te zonderen of andere vrijheidsbeperkende maatregelen te nemen, om hun eigen veiligheid, de veiligheid van andere minderjarigen of die van het personeel te verzekeren, beschikt daarvoor over een huishoudelijk reglement. Het huishoudelijk reglement wordt bij de opname bekendgemaakt aan de betrokken partijen. In het huishoudelijk reglement worden minstens de volgende elementen beschreven:
  a) de inrichting van de afzonderingskamer;
  b) de wijze van registratie van elke afzondering;
  c) de duur van de afzondering;
  d) het toezicht op en de mogelijkheden tot contact van de minderjarige in kwestie;";
  2° in punt 6° worden tussen de woorden "elke minderjarige" en het woord "wordt" de woorden "die in residentieel verband wordt opgevangen" ingevoegd.
Art. 55. A l'article 19 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le point 5° est remplacé par ce qui suit :
  " 5° la structure qui estime nécessaire d'isoler parfois temporairement des mineurs ou de prendre d'autres mesures de restriction de la liberté, afin d'assurer leur propre sécurité, la sécurité d'autres mineurs ou celle du personnel, dispose à cet effet d'un rÚglement d'ordre intérieur. Le rÚglement d'ordre intérieur est communiqué aux parties concernées lors de l'admission. Le rÚglement d'ordre intérieur décrit au moins les éléments suivants :
  a) l'aménagement de la chambre d'isolement ;
  b) le mode d'enregistrement de chaque isolation ;
  c) la durée de l'isolation ;
  d) la surveillance et les possibilités de contact du mineur concerné ; " ;
  2° dans le point 6°, les mots " qui est pris en charge à titre résidentiel " sont insérés entre les mots " chaque mineur " et le mot " est ".
  1° le point 5° est remplacé par ce qui suit :
  " 5° la structure qui estime nécessaire d'isoler parfois temporairement des mineurs ou de prendre d'autres mesures de restriction de la liberté, afin d'assurer leur propre sécurité, la sécurité d'autres mineurs ou celle du personnel, dispose à cet effet d'un rÚglement d'ordre intérieur. Le rÚglement d'ordre intérieur est communiqué aux parties concernées lors de l'admission. Le rÚglement d'ordre intérieur décrit au moins les éléments suivants :
  a) l'aménagement de la chambre d'isolement ;
  b) le mode d'enregistrement de chaque isolation ;
  c) la durée de l'isolation ;
  d) la surveillance et les possibilités de contact du mineur concerné ; " ;
  2° dans le point 6°, les mots " qui est pris en charge à titre résidentiel " sont insérés entre les mots " chaque mineur " et le mot " est ".
Art. 56. In artikel 22, 2°, d), e) en f) en 3°, c), d) en e), van hetzelfde besluit wordt tussen het woord "aan" en de woorden "de jeugdrechter" de zinsnede "de minderjarige verdachte of delictpleger, zijn ouders of opvoedingsverantwoordelijke," ingevoegd.
Art. 56. Dans l'article 22, 2°, d), e) et f), et 3°, c), d) et e), du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " suspect ou Ă l'auteur de dĂ©lit mineur, Ă ses parents ou au responsable de l'Ă©ducation, au " est insĂ©rĂ© entre le mot " au " et le membre de phrase " juge de la jeunesse ".
Art. 57. In artikel 24, eerste lid, 2°, en tweede lid, van hetzelfde besluit wordt tussen het woord "de" en het woord "jeugdrechtbank" de zinsnede "minderjarige verdachte of delictpleger, zijn ouders of opvoedingsverantwoordelijke, de" ingevoegd.
Art. 57. Dans l'article 24, alinĂ©a 1er, 2°, et alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " suspect ou Ă l'auteur de dĂ©lit mineur, Ă ses parents ou au responsable de l'Ă©ducation, au " est insĂ©rĂ© entre le mot " au " et le membre de phrase " tribunal de la jeunesse ".
Art. 58. In artikel 25 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 2°, wordt tussen het woord "jeugdrechtbank" en het woord "en" de zinsnede ", de minderjarige verdachte of delictpleger, zijn ouders of opvoedingsverantwoordelijke," ingevoegd;
  2° in het tweede lid wordt tussen het woord "de" en het woord "jeugdrechtbank" de zinsnede "minderjarige verdachte of delictpleger, zijn ouders of opvoedingsverantwoordelijke, de" ingevoegd.
  1° in het eerste lid, 2°, wordt tussen het woord "jeugdrechtbank" en het woord "en" de zinsnede ", de minderjarige verdachte of delictpleger, zijn ouders of opvoedingsverantwoordelijke," ingevoegd;
  2° in het tweede lid wordt tussen het woord "de" en het woord "jeugdrechtbank" de zinsnede "minderjarige verdachte of delictpleger, zijn ouders of opvoedingsverantwoordelijke, de" ingevoegd.
Art. 58. A l'article 25 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans l'alinéa 1er, 2°, les mots " au suspect ou à l'auteur de délit mineur, à ses parents ou au responsable de l'éducation, " sont insérés entre les mots " tribunal de la jeunesse " et le mot " et " ;
  2° dans l'alinéa 2, le membre de phrase " au suspect ou l'auteur de délit mineur, à ses parents ou au responsable de l'éducation, au " est inséré entre le mot " au " et le membre de phrase " tribunal de la jeunesse ".
  1° dans l'alinéa 1er, 2°, les mots " au suspect ou à l'auteur de délit mineur, à ses parents ou au responsable de l'éducation, " sont insérés entre les mots " tribunal de la jeunesse " et le mot " et " ;
  2° dans l'alinéa 2, le membre de phrase " au suspect ou l'auteur de délit mineur, à ses parents ou au responsable de l'éducation, au " est inséré entre le mot " au " et le membre de phrase " tribunal de la jeunesse ".
Art. 59. In artikel 26 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 5° wordt tussen het woord "aan" en het woord "de" de zinsnede "de minderjarige verdachte of delictpleger, zijn ouders of opvoedingsverantwoordelijke," ingevoegd;
  2° in punt 6° wordt tussen het woord "jeugdrechtbank" en het woord "en" de zinsnede ", de minderjarige verdachte of delictpleger, zijn ouders of opvoedingsverantwoordelijke" ingevoegd.
  1° in punt 5° wordt tussen het woord "aan" en het woord "de" de zinsnede "de minderjarige verdachte of delictpleger, zijn ouders of opvoedingsverantwoordelijke," ingevoegd;
  2° in punt 6° wordt tussen het woord "jeugdrechtbank" en het woord "en" de zinsnede ", de minderjarige verdachte of delictpleger, zijn ouders of opvoedingsverantwoordelijke" ingevoegd.
Art. 59. A l'article 26 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 5°, les mots " suspect ou à l'auteur de délit mineur, à ses parents ou au responsable de l'éducation, " sont insérés entre le mot " au " et les mots " au Procureur " ;
  2° au point 6°, les mots " au suspect ou à l'auteur de délit mineur, à ses parents ou au responsable de l'éducation, " sont insérés entre le mot " tribunal de jeunesse " et le mot " et ".
  1° au point 5°, les mots " suspect ou à l'auteur de délit mineur, à ses parents ou au responsable de l'éducation, " sont insérés entre le mot " au " et les mots " au Procureur " ;
  2° au point 6°, les mots " au suspect ou à l'auteur de délit mineur, à ses parents ou au responsable de l'éducation, " sont insérés entre le mot " tribunal de jeunesse " et le mot " et ".
Art. 60. In afdeling 2 van hoofdstuk 2 van hetzelfde besluit worden een onderafdeling 7, bestaande uit artikel 27/1 en een onderafdeling 8, bestaande uit artikel 27/2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Onderafdeling 7. - Observatie- en behandelcentra
  Art. 27/1. Een voorziening van de categorie 7 voldoet aan al de volgende bijzondere voorwaarden:
  1° de voorziening voldoet aan al de voorwaarden, vermeld in artikel 12 en 13;
  2° de voorziening voert diagnostiek en behandeling met geïntegreerde diagnostiek in residentieel of mobiel verband uit, overeenkomstig de beslissing van de verwijzende instantie;
  3° de voorziening hanteert actuele en wetenschappelijk onderbouwde instrumenten om haar opdracht uit te voeren;
  4° de teams die belast zijn met de diagnostiek en behandeling van de minderjarigen, zijn multidisciplinair samengesteld en bestaan minimaal uit een master in de psychologische of pedagogische wetenschappen, een bachelor in het sociaal werk en een kinder- en jeugdpsychiater;
  5° de voorziening die het noodzakelijk vindt om minderjarigen soms tijdelijk af te zonderen of andere vrijheidsbeperkende maatregelen te nemen, om hun eigen veiligheid, de veiligheid van andere minderjarigen of die van het personeel te verzekeren, beschikt daarvoor over een huishoudelijk reglement. Het huishoudelijk reglement wordt bij de opname bekendgemaakt aan de betrokken partijen. In het huishoudelijk reglement worden minstens de volgende elementen beschreven:
  a) de inrichting van de afzonderingskamer;
  b) de wijze van registratie van elke afzondering;
  c) de duur van de afzondering;
  d) het toezicht op en de mogelijkheden tot contact van de minderjarige in kwestie;
  6° elke minderjarige die in residentieel verband wordt opgevangen, wordt na zijn opname in de voorziening medisch onderzocht.
  Onderafdeling 8. - Centra voor ernstige gedrags- en emotionele stoornissen
  Art. 27/2. Een voorziening van de categorie 8 voldoet aan de volgende bijzondere voorwaarden:
  1° de voorziening voldoet aan al de voorwaarden, vermeld in artikel 12 en 13;
  2° de voorziening kan voor minimaal zes minderjarigen residentiële ondersteuning aanbieden;
  3° de voorziening beschikt over een aangepaste infrastructuur zodat er bescherming en beveiliging kan worden geboden als de problematiek van de minderjarige dat vereist;
  4° de voorziening voorziet in een veilige leefomgeving met individuele kamers en de mogelijkheid tot afzondering;
  5° de voorziening die het noodzakelijk vindt om minderjarigen soms tijdelijk af te zonderen of andere vrijheidsbeperkende maatregelen te nemen, om hun eigen veiligheid, de veiligheid van andere minderjarigen of die van het personeel te verzekeren, beschikt daarvoor over een huishoudelijk reglement. Het huishoudelijk reglement wordt bij de opname bekendgemaakt aan de betrokken partijen. In het huishoudelijk reglement worden minstens de volgende elementen beschreven:
  a) de inrichting van de afzonderingskamer;
  b) de wijze van registratie van elke afzondering;
  c) de duur van de afzondering;
  d) het toezicht op en de mogelijkheden tot contact van de minderjarige in kwestie;
  6° de voorziening kan voorzien in een voltijdse residentiële ondersteuning als de problematiek van de minderjarige dat vereist;
  7° de voorziening neemt deel aan het instroomoverleg dat de toegangspoort organiseert met het oog op een gepaste toewijzing;
  8° de voorziening werkt met andere voorzieningen van de categorie 8 in de regio samen om ervoor te zorgen dat de helft van de totale capaciteit in de regio prioritair ingezet wordt voor uitstroom uit de gemeenschapsinstellingen;
  9° de voorziening draagt specifieke knowhow over aan andere actoren die betrokken zijn bij de ondersteuning van minderjarigen met GES+.".
  "Onderafdeling 7. - Observatie- en behandelcentra
  Art. 27/1. Een voorziening van de categorie 7 voldoet aan al de volgende bijzondere voorwaarden:
  1° de voorziening voldoet aan al de voorwaarden, vermeld in artikel 12 en 13;
  2° de voorziening voert diagnostiek en behandeling met geïntegreerde diagnostiek in residentieel of mobiel verband uit, overeenkomstig de beslissing van de verwijzende instantie;
  3° de voorziening hanteert actuele en wetenschappelijk onderbouwde instrumenten om haar opdracht uit te voeren;
  4° de teams die belast zijn met de diagnostiek en behandeling van de minderjarigen, zijn multidisciplinair samengesteld en bestaan minimaal uit een master in de psychologische of pedagogische wetenschappen, een bachelor in het sociaal werk en een kinder- en jeugdpsychiater;
  5° de voorziening die het noodzakelijk vindt om minderjarigen soms tijdelijk af te zonderen of andere vrijheidsbeperkende maatregelen te nemen, om hun eigen veiligheid, de veiligheid van andere minderjarigen of die van het personeel te verzekeren, beschikt daarvoor over een huishoudelijk reglement. Het huishoudelijk reglement wordt bij de opname bekendgemaakt aan de betrokken partijen. In het huishoudelijk reglement worden minstens de volgende elementen beschreven:
  a) de inrichting van de afzonderingskamer;
  b) de wijze van registratie van elke afzondering;
  c) de duur van de afzondering;
  d) het toezicht op en de mogelijkheden tot contact van de minderjarige in kwestie;
  6° elke minderjarige die in residentieel verband wordt opgevangen, wordt na zijn opname in de voorziening medisch onderzocht.
  Onderafdeling 8. - Centra voor ernstige gedrags- en emotionele stoornissen
  Art. 27/2. Een voorziening van de categorie 8 voldoet aan de volgende bijzondere voorwaarden:
  1° de voorziening voldoet aan al de voorwaarden, vermeld in artikel 12 en 13;
  2° de voorziening kan voor minimaal zes minderjarigen residentiële ondersteuning aanbieden;
  3° de voorziening beschikt over een aangepaste infrastructuur zodat er bescherming en beveiliging kan worden geboden als de problematiek van de minderjarige dat vereist;
  4° de voorziening voorziet in een veilige leefomgeving met individuele kamers en de mogelijkheid tot afzondering;
  5° de voorziening die het noodzakelijk vindt om minderjarigen soms tijdelijk af te zonderen of andere vrijheidsbeperkende maatregelen te nemen, om hun eigen veiligheid, de veiligheid van andere minderjarigen of die van het personeel te verzekeren, beschikt daarvoor over een huishoudelijk reglement. Het huishoudelijk reglement wordt bij de opname bekendgemaakt aan de betrokken partijen. In het huishoudelijk reglement worden minstens de volgende elementen beschreven:
  a) de inrichting van de afzonderingskamer;
  b) de wijze van registratie van elke afzondering;
  c) de duur van de afzondering;
  d) het toezicht op en de mogelijkheden tot contact van de minderjarige in kwestie;
  6° de voorziening kan voorzien in een voltijdse residentiële ondersteuning als de problematiek van de minderjarige dat vereist;
  7° de voorziening neemt deel aan het instroomoverleg dat de toegangspoort organiseert met het oog op een gepaste toewijzing;
  8° de voorziening werkt met andere voorzieningen van de categorie 8 in de regio samen om ervoor te zorgen dat de helft van de totale capaciteit in de regio prioritair ingezet wordt voor uitstroom uit de gemeenschapsinstellingen;
  9° de voorziening draagt specifieke knowhow over aan andere actoren die betrokken zijn bij de ondersteuning van minderjarigen met GES+.".
Art. 60. A la section 2 du chapitre 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© une sous-section 7, comprenant l'article 27/1 et une sous-section 8, comprenant l'article 27/2, rĂ©digĂ©es comme suit :
  " Sous-section 7. - Centres d'observation et de traitement
  Art. 27/1. Une structure de la catégorie 7 répond à toutes les conditions particuliÚres suivantes :
  1° la structure répond à toutes les conditions visées aux articles 12 et 13 ;
  2° la structure effectue le diagnostic et le traitement avec diagnostic intégré dans un cadre résidentiel ou mobile, conformément à la décision de l'instance de renvoi ;
  3° la structure utilise des instruments actuels et scientifiquement étayés pour effectuer sa mission ;
  4° les équipes chargées du diagnostic et du traitement des mineurs sont composées de maniÚre multidisciplinaire et comprennent au moins un master en sciences psychologiques ou pédagogiques, un bachelor en travail social et un psychiatre de l'enfant et de l'adolescent ;
  5° la structure qui estime nécessaire d'isoler parfois temporairement des mineurs ou de prendre d'autres mesures de restriction de la liberté, afin d'assurer leur propre sécurité, la sécurité d'autres mineurs ou celle du personnel, dispose à cet effet d'un rÚglement d'ordre intérieur. Le rÚglement d'ordre intérieur est communiqué aux parties concernées lors de l'admission. Le rÚglement d'ordre intérieur décrit au moins les éléments suivants :
  a) l'aménagement de la chambre d'isolement ;
  b) le mode d'enregistrement de chaque isolation ;
  c) la durée de l'isolation ;
  d) la surveillance et les possibilités de contact du mineur concerné ;
  6° chaque mineur est soumis à un examen médical aprÚs son admission dans la structure.
  Sous-section 8. Centres pour troubles sévÚres comportementaux et émotionnels
  Art. 27/2. Une structure de la catégorie 8 satisfait à toutes les conditions particuliÚres suivantes :
  1° la structure répond à toutes les conditions visées aux articles 12 et 13 ;
  2° la structure peut offrir une assistance résidentielle pour au moins six mineurs ;
  3° la structure dispose d'une infrastructure adaptée permettant d'assurer la protection et la sécurité lorsque la problématique du mineur l'exige ;
  4° la structure assure un milieu de vie sûr avec des chambres individuelles et la possibilité d'isolement ;
  5° la structure qui estime nécessaire d'isoler parfois temporairement des mineurs ou de prendre d'autres mesures de restriction de la liberté, afin d'assurer leur propre sécurité, la sécurité d'autres mineurs ou celle du personnel, dispose à cet effet d'un rÚglement d'ordre intérieur. Le rÚglement d'ordre intérieur est communiqué aux parties concernées lors de l'admission. Le rÚglement d'ordre intérieur décrit au moins les éléments suivants :
  a) l'aménagement de la chambre d'isolement ;
  b) le mode d'enregistrement de chaque isolation ;
  c) la durée de l'isolation ;
  d) la surveillance et les possibilités de contact du mineur concerné ;
  6° la structure peut prévoir un soutien résidentiel à temps plein si la problématique du mineur l'exige ;
  7° la structure participe à la concertation d'entrée qui organise la porte d'accÚs en vue d'une attribution appropriée ;
  8° la structure coopÚre avec d'autres structures de la catégorie 8 dans la région afin de garantir que la moitié de la capacité totale de la région soit affectée en priorité à la sortie des institutions communautaires ;
  9° la structure transfÚre un savoir-faire spécifique à d'autres acteurs impliqués dans le soutien aux mineurs avec GES+. ".
  " Sous-section 7. - Centres d'observation et de traitement
  Art. 27/1. Une structure de la catégorie 7 répond à toutes les conditions particuliÚres suivantes :
  1° la structure répond à toutes les conditions visées aux articles 12 et 13 ;
  2° la structure effectue le diagnostic et le traitement avec diagnostic intégré dans un cadre résidentiel ou mobile, conformément à la décision de l'instance de renvoi ;
  3° la structure utilise des instruments actuels et scientifiquement étayés pour effectuer sa mission ;
  4° les équipes chargées du diagnostic et du traitement des mineurs sont composées de maniÚre multidisciplinaire et comprennent au moins un master en sciences psychologiques ou pédagogiques, un bachelor en travail social et un psychiatre de l'enfant et de l'adolescent ;
  5° la structure qui estime nécessaire d'isoler parfois temporairement des mineurs ou de prendre d'autres mesures de restriction de la liberté, afin d'assurer leur propre sécurité, la sécurité d'autres mineurs ou celle du personnel, dispose à cet effet d'un rÚglement d'ordre intérieur. Le rÚglement d'ordre intérieur est communiqué aux parties concernées lors de l'admission. Le rÚglement d'ordre intérieur décrit au moins les éléments suivants :
  a) l'aménagement de la chambre d'isolement ;
  b) le mode d'enregistrement de chaque isolation ;
  c) la durée de l'isolation ;
  d) la surveillance et les possibilités de contact du mineur concerné ;
  6° chaque mineur est soumis à un examen médical aprÚs son admission dans la structure.
  Sous-section 8. Centres pour troubles sévÚres comportementaux et émotionnels
  Art. 27/2. Une structure de la catégorie 8 satisfait à toutes les conditions particuliÚres suivantes :
  1° la structure répond à toutes les conditions visées aux articles 12 et 13 ;
  2° la structure peut offrir une assistance résidentielle pour au moins six mineurs ;
  3° la structure dispose d'une infrastructure adaptée permettant d'assurer la protection et la sécurité lorsque la problématique du mineur l'exige ;
  4° la structure assure un milieu de vie sûr avec des chambres individuelles et la possibilité d'isolement ;
  5° la structure qui estime nécessaire d'isoler parfois temporairement des mineurs ou de prendre d'autres mesures de restriction de la liberté, afin d'assurer leur propre sécurité, la sécurité d'autres mineurs ou celle du personnel, dispose à cet effet d'un rÚglement d'ordre intérieur. Le rÚglement d'ordre intérieur est communiqué aux parties concernées lors de l'admission. Le rÚglement d'ordre intérieur décrit au moins les éléments suivants :
  a) l'aménagement de la chambre d'isolement ;
  b) le mode d'enregistrement de chaque isolation ;
  c) la durée de l'isolation ;
  d) la surveillance et les possibilités de contact du mineur concerné ;
  6° la structure peut prévoir un soutien résidentiel à temps plein si la problématique du mineur l'exige ;
  7° la structure participe à la concertation d'entrée qui organise la porte d'accÚs en vue d'une attribution appropriée ;
  8° la structure coopÚre avec d'autres structures de la catégorie 8 dans la région afin de garantir que la moitié de la capacité totale de la région soit affectée en priorité à la sortie des institutions communautaires ;
  9° la structure transfÚre un savoir-faire spécifique à d'autres acteurs impliqués dans le soutien aux mineurs avec GES+. ".
Art. 61. In artikel 33 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "en 6" vervangen door de zinsnede "en de voorzieningen van categorie 6 tot en met 8".
Art. 61. Dans l'article 33 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " et 6 " est remplacĂ© par le membre de phrase " et les structures des catĂ©gories 6 Ă 8 inclus ".
Art. 62. In artikel 35, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 5° wordt tussen het woord "Konings" en het woord "een" de zinsnede ", de jeugdrechter of de jeugdrechtbank" ingevoegd;
  2° in punt 5° wordt het woord "heeft" vervangen door het woord "hebben".
  1° in punt 5° wordt tussen het woord "Konings" en het woord "een" de zinsnede ", de jeugdrechter of de jeugdrechtbank" ingevoegd;
  2° in punt 5° wordt het woord "heeft" vervangen door het woord "hebben".
Art. 62. Dans l'article 35, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans le point 5°, le membre de phrase ", le juge de la jeunesse ou le tribunal de la jeunesse " est inséré entre le mot " Roi " et le mot " a " ;
  2° dans le point 5°, le mot " a " est remplacé par le mot " ont ".
  1° dans le point 5°, le membre de phrase ", le juge de la jeunesse ou le tribunal de la jeunesse " est inséré entre le mot " Roi " et le mot " a " ;
  2° dans le point 5°, le mot " a " est remplacé par le mot " ont ".
Art. 63. In artikel 42, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "1 en 3" vervangen door de zinsnede "1, 3, 7 en 8".
Art. 63. Dans l'article 42, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " 1 et 3 " est remplacĂ© par le membre de phrase " 1, 3, 7 et 8 ".
Art. 64. In artikel 44 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt tussen de zinsnede "1 tot en met 3" en het woord "kan" de zinsnede "en van de categorieën 7 en 8" ingevoegd;
  2° in het tweede lid wordt tussen de zinsnede "1 en 3" en het woord "kunnen" de zinsnede "en van de categorieën 7 en 8" ingevoegd;
  3° in het derde lid wordt tussen de zinsnede "1 tot en met 3" en het woord "subsidies" de zinsnede "en van de categorieën 7 en 8" ingevoegd.
  1° in het eerste lid wordt tussen de zinsnede "1 tot en met 3" en het woord "kan" de zinsnede "en van de categorieën 7 en 8" ingevoegd;
  2° in het tweede lid wordt tussen de zinsnede "1 en 3" en het woord "kunnen" de zinsnede "en van de categorieën 7 en 8" ingevoegd;
  3° in het derde lid wordt tussen de zinsnede "1 tot en met 3" en het woord "subsidies" de zinsnede "en van de categorieën 7 en 8" ingevoegd.
Art. 64. A l'article 44 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " et des catégories 7 et 8 " est inséré entre le membre de phrase " 1 à 3 " et le mot " peut " ;
  2° dans l'alinéa 2, le membre de phrase " et des catégories 7 et 8 " est inséré entre le membre de phrase " 1 et 3, " et les mots " des subventions " ;
  3° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " et des catégories 7 et 8 " est inséré entre le membre de phrase " 1 à 3 " et le membre de phrase " pour des dépenses ".
  1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " et des catégories 7 et 8 " est inséré entre le membre de phrase " 1 à 3 " et le mot " peut " ;
  2° dans l'alinéa 2, le membre de phrase " et des catégories 7 et 8 " est inséré entre le membre de phrase " 1 et 3, " et les mots " des subventions " ;
  3° dans l'alinéa 3, le membre de phrase " et des catégories 7 et 8 " est inséré entre le membre de phrase " 1 à 3 " et le membre de phrase " pour des dépenses ".
Art. 65. Bijlage 1 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 65. L'annexe 1re au mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ©e par l'annexe jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Art. 66. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2020.
Art. 66. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er janvier 2020.
Art. 67. De Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 67. Le Ministre flamand qui a le grandir dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Forfaitaire subsidies
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 28-04-2020, p. 29296)
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 28-04-2020, p. 29296)
Art. N. Subventions forfaitaires.
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 28-04-2020, p. 29307)
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 28-04-2020, p. 29307)