Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° Bodemdecreet: bodemdecreet van 27 oktober 2006;
  2° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor omgeving;
  3° civiele noodsituatie: de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering in toepassing van artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, van het decreet van 20 maart 2020 over maatregelen in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid;
  4° Nooddecreet: het decreet van 20 maart 2020 over maatregelen in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid;
  5° VLAREBO: VLAREBO-besluit van 14 december 2007;
  6° VLAREMA van 17 februari 2012: het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;
  7° Besluit betreffende dierlijke bijproducten: het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013 betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
27 MAART 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 5 van het decreet van 20 maart 2020 over maatregelen in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, wat betreft de Vlaamse materialen- en bodemwetgeving
Titre
27 MARS 2020. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand portant exĂ©cution de l'article 5 du dĂ©cret du 20 mars 2020 contenant des mesures en cas d'urgence civile en matiĂšre de santĂ© publique, en ce qui concerne la lĂ©gislation flamande en matiĂšre des matĂ©riaux et du sol
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Définitions
CHAPITRE 2. - Décret relatif au sol et VLAREBO
CHAPITRE 3. - ArrĂȘtĂ© relatif aux sous-produits ...
CHAPITRE 4. - VLAREMA du 17 février 2012
CHAPITRE 5. - Prolongation de délai
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Section 1re. - Disposition d'entrée en vigueur
Section 2. - Disposition d'exécution
Tekst (19)
Texte (19)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1° Décret relatif au sol : décret relatif au sol du 27 octobre 2006 ;
  2° Ministre : le Ministre flamand ayant l'Environnement et l'Aménagement du Territoire dans ses attributions ;
  3° Cas d'urgence civile : le cas d'urgence civile en matiĂšre de santĂ© publique, tel qu'arrĂȘtĂ© par le Gouvernement flamand en application de l'article 4, § 1er, alinĂ©a 1er, 1°, du dĂ©cret du 20 mars 2020 contenant des mesures en cas d'urgence civile en matiĂšre de santĂ© publique ;
  4° Décret d'urgence : le décret du 20 mars 2020 contenant des mesures en cas d'urgence civile en matiÚre de santé publique ;
  5° VLAREBO : L'arrĂȘtĂ© VLAREBO du 14 dĂ©cembre 2007 ;
  6° VLAREMA du 17 fĂ©vrier 2012 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 fĂ©vrier 2012 fixant le rĂšglement flamand relatif Ă la gestion durable de cycles de matĂ©riaux et de dĂ©chets ;
  7° ArrĂȘtĂ© en matiĂšre de sous-produits animaux et produits dĂ©rivĂ©s : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 juin 2013 en matiĂšre de sous-produits animaux et produits dĂ©rivĂ©s.
  1° Décret relatif au sol : décret relatif au sol du 27 octobre 2006 ;
  2° Ministre : le Ministre flamand ayant l'Environnement et l'Aménagement du Territoire dans ses attributions ;
  3° Cas d'urgence civile : le cas d'urgence civile en matiĂšre de santĂ© publique, tel qu'arrĂȘtĂ© par le Gouvernement flamand en application de l'article 4, § 1er, alinĂ©a 1er, 1°, du dĂ©cret du 20 mars 2020 contenant des mesures en cas d'urgence civile en matiĂšre de santĂ© publique ;
  4° Décret d'urgence : le décret du 20 mars 2020 contenant des mesures en cas d'urgence civile en matiÚre de santé publique ;
  5° VLAREBO : L'arrĂȘtĂ© VLAREBO du 14 dĂ©cembre 2007 ;
  6° VLAREMA du 17 fĂ©vrier 2012 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 fĂ©vrier 2012 fixant le rĂšglement flamand relatif Ă la gestion durable de cycles de matĂ©riaux et de dĂ©chets ;
  7° ArrĂȘtĂ© en matiĂšre de sous-produits animaux et produits dĂ©rivĂ©s : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 juin 2013 en matiĂšre de sous-produits animaux et produits dĂ©rivĂ©s.
HOOFDSTUK 2. - Bodemdecreet en VLAREBO
CHAPITRE 2. - Décret relatif au sol et VLAREBO
Art. 2. De termijn van negentig dagen, vermeld in artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet, en de termijn van honderdvijftig dagen, vermeld in artikel 50, § 1bis van het Bodemdecreet, waarbinnen de OVAM zich uitspreekt over de conformiteit van het bodemsaneringsproject wordt verlengd met dertig dagen.
  De termijnverlenging, vermeld in het eerste lid, is van toepassing op de volgende bodemsaneringsprojecten:
  1° de bodemsaneringsprojecten die voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit bij de OVAM werden ingediend en waarover de OVAM op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit nog geen beslissing over de conformiteit heeft genomen;
  2° de bodemsaneringsprojecten die bij de OVAM worden ingediend vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 24 april 2020.
  De termijnverlenging, vermeld in het eerste lid, is van toepassing op de volgende bodemsaneringsprojecten:
  1° de bodemsaneringsprojecten die voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit bij de OVAM werden ingediend en waarover de OVAM op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit nog geen beslissing over de conformiteit heeft genomen;
  2° de bodemsaneringsprojecten die bij de OVAM worden ingediend vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 24 april 2020.
Art. 2. Le délai de nonante jours visé à l'article 50, § 1er, du Décret relatif au sol et le délai de cent cinquante jours visé à l'article 50, § 1bis du Décret relatif au sol, dans lequel l'OVAM exprime son avis sur la conformité du projet d'assainissement du sol est prolongé de trente jours.
  La prolongation de délai visée à l'alinéa 1er, s'applique aux projets suivants d'assainissement du sol :
  1° les projets d'assainissement du sol soumis Ă l'OVAM avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et sur lesquels l'OVAM n'a pas encore pris de dĂ©cision de conformitĂ© Ă la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  2° les projets d'assainissement du sol soumis Ă l'OVAM Ă partir de la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© jusqu'au 24 avril 2020.
  La prolongation de délai visée à l'alinéa 1er, s'applique aux projets suivants d'assainissement du sol :
  1° les projets d'assainissement du sol soumis Ă l'OVAM avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et sur lesquels l'OVAM n'a pas encore pris de dĂ©cision de conformitĂ© Ă la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  2° les projets d'assainissement du sol soumis Ă l'OVAM Ă partir de la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© jusqu'au 24 avril 2020.
Art. 3. De termijn van dertig dagen waarbinnen de personen die aangewezen zijn op de bekendmaking via aanplakking om een administratief beroep in te dienen, als vermeld in artikel 147, tweede lid, van het Bodemdecreet, wordt verlengd met dertig dagen.
  De termijnverlenging, vermeld in het eerste lid, is van toepassing op de administratieve beroepen tegen de beslissingen, vermeld in artikel 146 van het Bodemdecreet, waarvan de aanplakking op de datum van inwerkingtreding van dit besluit is gebeurd, maar de termijn van dertig dagen van terinzagelegging van die beslissingen bij de diensten van het gemeentebestuur nog niet verstreken is.
  De termijnverlenging, vermeld in het eerste lid, is van toepassing op de administratieve beroepen tegen de beslissingen, vermeld in artikel 146 van het Bodemdecreet, waarvan de aanplakking op de datum van inwerkingtreding van dit besluit is gebeurd, maar de termijn van dertig dagen van terinzagelegging van die beslissingen bij de diensten van het gemeentebestuur nog niet verstreken is.
Art. 3. Le délai de trente jours dans lequel les personnes qui ont comme seule source d'information les affichages, pour introduire un recours administratif, tel que visé à l'article 147, paragraphe 2, du Décret relatif au sol, est prolongé de trente jours.
  La prolongation de dĂ©lai visĂ©e au 1er alinĂ©a s'applique aux recours administratifs contre les dĂ©cisions visĂ©es Ă l'article 146 du DĂ©cret relatif au sol, qui ont Ă©tĂ© affichĂ©es Ă la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, mais le dĂ©lai de trente jours pour la consultation de ces dĂ©cisions auprĂšs des services de l'administration communale n'a pas encore expirĂ©.
  La prolongation de dĂ©lai visĂ©e au 1er alinĂ©a s'applique aux recours administratifs contre les dĂ©cisions visĂ©es Ă l'article 146 du DĂ©cret relatif au sol, qui ont Ă©tĂ© affichĂ©es Ă la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, mais le dĂ©lai de trente jours pour la consultation de ces dĂ©cisions auprĂšs des services de l'administration communale n'a pas encore expirĂ©.
Art. 4. De openbare onderzoeken, zoals voorzien in artikel 86, tweede lid, van het VLAREBO, die lopen op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, worden geschorst en verdergezet na 24 april 2020. Bezwaren en opmerkingen die ingediend worden tijdens de periode van schorsing worden als ontvankelijk beschouwd. De organisatie van nieuwe openbare onderzoeken kan slechts plaatsvinden na 24 april 2020.
  De termijn waarbinnen de OVAM het proces-verbaal over het openbaar onderzoek, vermeld in artikel 86, vierde lid, van het VLAREBO, aan de afdeling, bevoegd voor milieueffectrapportage, moet bezorgen, wordt verlengd met dertig dagen. Deze verlenging is enkel van toepassing op openbare onderzoeken die in toepassing van het eerste lid worden geschorst.
  De periode van bekendmaking en van de ter inzage legging van het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject of het beperkt bodemsaneringsproject, zoals voorzien in artikel 88, § 2, tweede lid, en artikel 95, § 2, tweede lid, van het VLAREBO, die loopt op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, wordt geschorst en verdergezet na 24 april 2020. Nieuwe bekendmakingen en ter inzage leggingen van het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject kunnen slechts plaatsvinden na 24 april 2020.
  De termijn waarbinnen de OVAM het proces-verbaal over het openbaar onderzoek, vermeld in artikel 86, vierde lid, van het VLAREBO, aan de afdeling, bevoegd voor milieueffectrapportage, moet bezorgen, wordt verlengd met dertig dagen. Deze verlenging is enkel van toepassing op openbare onderzoeken die in toepassing van het eerste lid worden geschorst.
  De periode van bekendmaking en van de ter inzage legging van het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject of het beperkt bodemsaneringsproject, zoals voorzien in artikel 88, § 2, tweede lid, en artikel 95, § 2, tweede lid, van het VLAREBO, die loopt op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, wordt geschorst en verdergezet na 24 april 2020. Nieuwe bekendmakingen en ter inzage leggingen van het conformiteitsattest van het bodemsaneringsproject kunnen slechts plaatsvinden na 24 april 2020.
Art. 4. Les enquĂȘtes publiques prĂ©vues Ă l'article 86, alinĂ©a 2, du VLAREBO, qui sont en cours Ă la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont suspendues et poursuivies aprĂšs le 24 avril 2020. Les objections et remarques prĂ©sentĂ©es pendant la pĂ©riode de suspension sont considĂ©rĂ©es comme recevables. De nouvelles enquĂȘtes publiques ne peuvent ĂȘtre organisĂ©es qu'aprĂšs le 24 avril 2020.
  Le dĂ©lai dans lequel l'OVAM doit transmettre le procĂšs-verbal d'enquĂȘte publique, visĂ© Ă l'article 86, alinĂ©a 4, du VLAREBO, Ă la division compĂ©tente pour l'Ă©valuation des incidences sur l'environnement, est prolongĂ© de trente jours. Cette prolongation ne s'applique qu'aux enquĂȘtes publiques suspendues en vertu de l'alinĂ©a 1er.
  La pĂ©riode de publication et de mise en consultation de l'attestation de conformitĂ© du projet d'assainissement du sol ou du projet d'assainissement du sol restreint, telle que prĂ©vue Ă l'article 88, § 2, alinĂ©a 2, et Ă l'article 95, § 2, alinĂ©a 2, du VLAREBO, qui court Ă la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, est suspendue et poursuivie aprĂšs le 24 avril 2020. Les nouvelles publications et les mises en consultation de l'attestation de conformitĂ© du projet d'assainissement du sol ne peuvent avoir lieu qu'aprĂšs le 24 avril 2020.
  Le dĂ©lai dans lequel l'OVAM doit transmettre le procĂšs-verbal d'enquĂȘte publique, visĂ© Ă l'article 86, alinĂ©a 4, du VLAREBO, Ă la division compĂ©tente pour l'Ă©valuation des incidences sur l'environnement, est prolongĂ© de trente jours. Cette prolongation ne s'applique qu'aux enquĂȘtes publiques suspendues en vertu de l'alinĂ©a 1er.
  La pĂ©riode de publication et de mise en consultation de l'attestation de conformitĂ© du projet d'assainissement du sol ou du projet d'assainissement du sol restreint, telle que prĂ©vue Ă l'article 88, § 2, alinĂ©a 2, et Ă l'article 95, § 2, alinĂ©a 2, du VLAREBO, qui court Ă la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, est suspendue et poursuivie aprĂšs le 24 avril 2020. Les nouvelles publications et les mises en consultation de l'attestation de conformitĂ© du projet d'assainissement du sol ne peuvent avoir lieu qu'aprĂšs le 24 avril 2020.
HOOFDSTUK 3. - Besluit betreffende dierlijke bijproducten
CHAPITRE 3. - ArrĂȘtĂ© relatif aux sous-produits animaux
Art. 5. De termijn, vermeld in artikel 19, vierde lid van het besluit betreffende dierlijke bijproducten, wordt met zestig dagen verlengd.
  De verlenging in het eerste lid is enkel van toepassing op ontvankelijk verklaarde aanvragen voor een erkenning als vermeld in artikel 17 van het besluit betreffende dierlijke bijproducten, waarvan op datum van inwerkingtreding van dit besluit nog geen beslissing is genomen in toepassing van artikel 19, vierde lid, en op aanvragen voor een erkenning als vermeld in artikel 17 van het besluit betreffende dierlijke bijproducten ingediend in de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 24 april 2020.
  De verlenging in het eerste lid is enkel van toepassing op ontvankelijk verklaarde aanvragen voor een erkenning als vermeld in artikel 17 van het besluit betreffende dierlijke bijproducten, waarvan op datum van inwerkingtreding van dit besluit nog geen beslissing is genomen in toepassing van artikel 19, vierde lid, en op aanvragen voor een erkenning als vermeld in artikel 17 van het besluit betreffende dierlijke bijproducten ingediend in de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 24 april 2020.
Art. 5. Le dĂ©lai visĂ© Ă l'article 19, alinĂ©a 4, de l'arrĂȘtĂ© relatif aux sous-produits animaux est prolongĂ© de soixante jours.
  La prolongation visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er ne s'applique qu'aux demandes d'agrĂ©ment dĂ©clarĂ©es recevables, telles que visĂ©es Ă l'article 17 de l'arrĂȘtĂ© relatif aux sous-produits animaux, dont aucune dĂ©cision n'a encore Ă©tĂ© prise en application de l'article 19, alinĂ©a quatre, Ă la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et aux demandes d'agrĂ©ment telles que visĂ©es Ă l'article 17 de l'arrĂȘtĂ© relatif aux sous-produits animaux introduites dans la pĂ©riode allant du prĂ©sent arrĂȘtĂ© jusqu'au 24 avril 2020.
  La prolongation visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er ne s'applique qu'aux demandes d'agrĂ©ment dĂ©clarĂ©es recevables, telles que visĂ©es Ă l'article 17 de l'arrĂȘtĂ© relatif aux sous-produits animaux, dont aucune dĂ©cision n'a encore Ă©tĂ© prise en application de l'article 19, alinĂ©a quatre, Ă la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et aux demandes d'agrĂ©ment telles que visĂ©es Ă l'article 17 de l'arrĂȘtĂ© relatif aux sous-produits animaux introduites dans la pĂ©riode allant du prĂ©sent arrĂȘtĂ© jusqu'au 24 avril 2020.
HOOFDSTUK 4. - VLAREMA van 17 februari 2012
CHAPITRE 4. - VLAREMA du 17 février 2012
Art. 6. In afwijking van artikel 5.2.3.9, art 5.2.3.10 en art 5.2.3.13 van het VLAREMA van 17 februari 2012 worden alternatieve recipiënten voor RMA, die niet definitief kunnen worden gesloten, toegestaan gedurende de duurtijd van een civiele noodsituatie, op voorwaarde dat deze:
  1° UN gekeurd zijn volgens de ADR-richtlijnen;
  2° voorzien zijn van een Y-keur voor vaste stoffen zoals voorgeschreven voor UN3291;
  3° voldoen aan alle andere voorwaarden omschreven in onderafdeling 5.2.3 van het VLAREMA van 17 februari 2012.
  De recipiënten moeten met een spanring of gelijkwaardige afsluiting worden afgesloten en maatregelen moeten worden getroffen zodat deze recipiënten niet op eenvoudige wijze kunnen worden geopend.
  1° UN gekeurd zijn volgens de ADR-richtlijnen;
  2° voorzien zijn van een Y-keur voor vaste stoffen zoals voorgeschreven voor UN3291;
  3° voldoen aan alle andere voorwaarden omschreven in onderafdeling 5.2.3 van het VLAREMA van 17 februari 2012.
  De recipiënten moeten met een spanring of gelijkwaardige afsluiting worden afgesloten en maatregelen moeten worden getroffen zodat deze recipiënten niet op eenvoudige wijze kunnen worden geopend.
Art. 6. Par dĂ©rogation Ă l'article 5.2.3.9, aux articles 5.2.3.10 et 5.2.3.13 du VLAREMA du 17 fĂ©vrier 2012, les rĂ©cipients alternatifs pour RMA qui ne peuvent ĂȘtre fermĂ©s dĂ©finitivement, sont autorisĂ©s pendant la durĂ©e d'une situation d'urgence civile, Ă condition que ceux-ci :
  1° soient inspectés par l'UN conformément aux directives ADR ;
  2° soient munis d'un label Y pour les solides, comme prescrit pour le numéro UN3291;
  3° satisfassent à toutes les autres conditions définies à la sous-section 5.2.3 du VLAREMA du 17 février 2012.
  Les rĂ©cipients doivent ĂȘtre obturĂ©s par un raccord ou un bouchon Ă©quivalent et des dispositions doivent ĂȘtre prises pour que l'ouverture de ces rĂ©cipients ne soit pas aisĂ©e.
  1° soient inspectés par l'UN conformément aux directives ADR ;
  2° soient munis d'un label Y pour les solides, comme prescrit pour le numéro UN3291;
  3° satisfassent à toutes les autres conditions définies à la sous-section 5.2.3 du VLAREMA du 17 février 2012.
  Les rĂ©cipients doivent ĂȘtre obturĂ©s par un raccord ou un bouchon Ă©quivalent et des dispositions doivent ĂȘtre prises pour que l'ouverture de ces rĂ©cipients ne soit pas aisĂ©e.
Art. 7. De verplichting tot datering en ondertekening van het identificatieformulier door de verwerker op de plaats van bestemming, zoals opgenomen in artikel 6.1.1.2, § 6, van het VLAREMA van 17 februari 2012, wordt geschorst gedurende de termijn van een civiele noodsituatie.
  Het identificatieformulier moet digitaal worden overgemaakt om de traceerbaarheid van de afvalstoffen te garanderen.
  Het identificatieformulier moet digitaal worden overgemaakt om de traceerbaarheid van de afvalstoffen te garanderen.
Art. 7. L'obligation de datation et de signature du formulaire d'identification par le sous-traitant au lieu de destination, telle que reprise à l'article 6.1.1.2, § 6, du VLAREMA du 17 février 2012, est suspendue pendant le délai d'une situation d'urgence civile.
  Le formulaire d'identification doit ĂȘtre transmis par voie Ă©lectronique afin de garantir la traçabilitĂ© des dĂ©chets.
  Le formulaire d'identification doit ĂȘtre transmis par voie Ă©lectronique afin de garantir la traçabilitĂ© des dĂ©chets.
Art. 8. In afwijking van artikel 6.1.1.4, 1° /1, van het VLAREMA van 17 februari 2012 moet gedurende de termijn van een civiele noodsituatie de visuele inspectie op de sorteerplicht door de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van bedrijfsrestafval niet gebeuren.
Art. 8. Par dérogation à l'article 6.1.1.4, 1° /1, du VLAREMA du 17 février 2012, l'inspection visuelle de l'obligation de tri par le collecteur, le négociant de déchets ou le courtier de déchets d'exploitation ne doit pas avoir lieu pendant le délai d'un cas d'urgence civile.
HOOFDSTUK 5. - Termijnverlenging
CHAPITRE 5. - Prolongation de délai
Art. 9. De minister kan de volgende termijnverlengingen en einddata verlengen:
  1° de termijnverlenging, vermeld in artikel 2, eerste lid, artikel 3, eerste lid, artikel 4, tweede lid, en artikel 5;
  2° de einddatum, vermeld in artikel 4, eerste en derde lid, artikel 6, derde lid, artikel 7 en 8.
  De verlenging, vermeld in het eerste lid, kan de einddatum van de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, met inbegrip van een eventuele verlenging, zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering in toepassing van artikel 4, § 1, eerste lid van het Nooddecreet, evenwel niet overschrijden.
  Het ministerieel besluit tot verlenging wordt bekendgemaakt door:
  1° een bericht in het Belgisch Staatsblad;
  2° een publicatie op de website van de OVAM.
  1° de termijnverlenging, vermeld in artikel 2, eerste lid, artikel 3, eerste lid, artikel 4, tweede lid, en artikel 5;
  2° de einddatum, vermeld in artikel 4, eerste en derde lid, artikel 6, derde lid, artikel 7 en 8.
  De verlenging, vermeld in het eerste lid, kan de einddatum van de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, met inbegrip van een eventuele verlenging, zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering in toepassing van artikel 4, § 1, eerste lid van het Nooddecreet, evenwel niet overschrijden.
  Het ministerieel besluit tot verlenging wordt bekendgemaakt door:
  1° een bericht in het Belgisch Staatsblad;
  2° een publicatie op de website van de OVAM.
Art. 9. Le Ministre peut prolonger les prolongations de délai et les dates de fin suivantes :
  1° la prolongation de délai visée à l'article 2, alinéa 1er, à l'article 3, alinéa 1er, à l'article 4, alinéa 2 et à l'article 5 ;
  2° la date de fin visée à l'article 4, alinéas 1er et 3, à l'article 6, alinéa 3, aux articles 7 et 8.
  Toutefois, les prolongation ne peut pas dépasser la date de fin de l'urgence civile en matiÚre de santé publique, y compris une prolongation éventuelle, telle que fixée par le Gouvernement flamand en application de l'article 4, § 1, 1er alinéa du Décret d'urgence.
  L'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prolongeant la date de fin est publiĂ© par :
  1° un avis au Moniteur belge ;
  2° une publication sur le site web de la OVAM.
  1° la prolongation de délai visée à l'article 2, alinéa 1er, à l'article 3, alinéa 1er, à l'article 4, alinéa 2 et à l'article 5 ;
  2° la date de fin visée à l'article 4, alinéas 1er et 3, à l'article 6, alinéa 3, aux articles 7 et 8.
  Toutefois, les prolongation ne peut pas dépasser la date de fin de l'urgence civile en matiÚre de santé publique, y compris une prolongation éventuelle, telle que fixée par le Gouvernement flamand en application de l'article 4, § 1, 1er alinéa du Décret d'urgence.
  L'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prolongeant la date de fin est publiĂ© par :
  1° un avis au Moniteur belge ;
  2° une publication sur le site web de la OVAM.
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Afdeling 1. - Inwerkingtredingsbepaling
Section 1re. - Disposition d'entrée en vigueur
Art. 10. Dit besluit heeft uitwerking met ingang vanaf de datum van goedkeuring ervan.
Art. 10. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets Ă partir de la date de son approbation.
Afdeling 2. - Uitvoeringsbepaling
Section 2. - Disposition d'exécution
Art. 11. De Vlaamse minister, bevoegd voor Omgeving, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 11. Le Ministre flamand ayant l'Environnement et l'AmĂ©nagement du territoire dans ses attributions, est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.