Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 FEBRUARI 2020. - Koninklijk besluit betreffende de registratie van wilsverklaringen over de wegneming van menselijk lichaamsmateriaal, met inbegrip van organen, na overlijden
Titre
9 FEVRIER 2020. - Arrêté royal relatif à l'enregistrement des déclarations de volonté concernant le prélèvement de matériel corporel humain, y compris les organes, après le décès
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (22)
Texte (22)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Onderhavig besluit regelt de registratie van verklaringen van verzet of van uitdrukkelijke toestemming, met betrekking tot het wegnemen van lichaamsmateriaal na het overlijden. In zoverre de registratie op grond van onderhavig besluit zich voltrekt via gezamenlijke middelen, treden de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten gezamenlijk op als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4.7) van de Algemene Verordening voor Gegevensbescherming nr. 2016/679.
Article 1er. Cet arrêté réglemente l'enregistrement des déclarations d'opposition ou de consentement exprès relatives au prélèvement de matériel corporel après le décès. Dans la mesure où l'enregistrement au titre du présent arrêté s'effectue par des moyens communs, le SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement et l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé agissent conjointement en tant que responsables du traitement au sens de l'article 4.7) du Règlement général pour la protection des données n° 2016/679.
HOOFDSTUK 2. - Wilsverklaring betreffende het wegnemen van organen na overlijden voor therapeutische doeleinden
CHAPITRE 2. - La déclaration de volonté concernant le prélèvement d'organes après le décès à des fins thérapeutiques
Art. 2. § 1. Iedere persoon die in het bevolkingsregister of langer dan zes maanden in het vreemdelingenregister is ingeschreven en in staat is zijn of haar wil te kennen te geven, kan zich ofwel tot het gemeentebestuur van zijn woonplaats, ofwel tot een erkende huisarts met wie hij een therapeutische relatie onderhoudt, wenden teneinde een verklaring van verzet tegen of een verklaring van uitdrukkelijke instemming met wegneming van organen na overlijden voor therapeutische doeleinden te laten registreren. Deze naar behoren gedagtekende en ondertekende verklaring voldoet aan de nadere regelen vervat in bijlage 1 van dit besluit.
  § 2. De ambtenaar van de burgerlijke stand of de huisarts aan wie een registratieaanvraag zoals voorzien in § 1, gericht wordt, controleert de identiteit van de declarant en bezorgt hem of haar alle beschikbare informatie teneinde de declarant in staat te stellen om zijn of haar wil betreffende de wegneming van organen na overlijden voor therapeutische doeleinden te uiten.
  § 3. Na zich te hebben geïdentificeerd en geauthentificeerd, aan de hand van de elektronische identiteitskaart of een methode die een gelijkwaardige beveiliging kan waarborgen, registreert de ambtenaar van de burgerlijke stand of de huisarts elektronisch, op uniforme wijze, de verklaring van verzet of de verklaring van uitdrukkelijke instemming bedoeld in § 1. Onverminderd hetgeen bepaald wordt in artikel 1, worden de gegevens betreffende de verklaring geregistreerd in een databank waarvan de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu de verwerkingsverantwoordelijke is in de zin van artikel 4.7) van de Algemene Verordening voor Gegevensbescherming nr. 2016/679.
  § 4. De ambtenaar van de burgerlijke stand of de huisarts bezorgt de in § 1 bedoelde personen een ontvangstbevestiging op papier of op elektronische wijze, die de gegevens bevat die worden geregistreerd op het moment dat het verzet of de uitdrukkelijke toestemming worden geuit, alsmede de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor de verwerking, de wijze van verwerking, de doeleinden van de verwerking, het bestaan van een recht van inzage en rectificatie en de ontvangers van deze gegevens. De ontvangstbevestiging vermeldt ook de rechtsgrond van de registratie, namelijk artikel 6.1.e van de algemene Verordening voor gegevensbescherming nr. 2016/679.
  De schriftelijke verklaring die als basis voor de registratie gediend heeft, wordt aan de declarant teruggegeven.
  § 2. De ambtenaar van de burgerlijke stand of de huisarts aan wie een registratieaanvraag zoals voorzien in § 1, gericht wordt, controleert de identiteit van de declarant en bezorgt hem of haar alle beschikbare informatie teneinde de declarant in staat te stellen om zijn of haar wil betreffende de wegneming van organen na overlijden voor therapeutische doeleinden te uiten.
  § 3. Na zich te hebben geïdentificeerd en geauthentificeerd, aan de hand van de elektronische identiteitskaart of een methode die een gelijkwaardige beveiliging kan waarborgen, registreert de ambtenaar van de burgerlijke stand of de huisarts elektronisch, op uniforme wijze, de verklaring van verzet of de verklaring van uitdrukkelijke instemming bedoeld in § 1. Onverminderd hetgeen bepaald wordt in artikel 1, worden de gegevens betreffende de verklaring geregistreerd in een databank waarvan de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu de verwerkingsverantwoordelijke is in de zin van artikel 4.7) van de Algemene Verordening voor Gegevensbescherming nr. 2016/679.
  § 4. De ambtenaar van de burgerlijke stand of de huisarts bezorgt de in § 1 bedoelde personen een ontvangstbevestiging op papier of op elektronische wijze, die de gegevens bevat die worden geregistreerd op het moment dat het verzet of de uitdrukkelijke toestemming worden geuit, alsmede de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor de verwerking, de wijze van verwerking, de doeleinden van de verwerking, het bestaan van een recht van inzage en rectificatie en de ontvangers van deze gegevens. De ontvangstbevestiging vermeldt ook de rechtsgrond van de registratie, namelijk artikel 6.1.e van de algemene Verordening voor gegevensbescherming nr. 2016/679.
  De schriftelijke verklaring die als basis voor de registratie gediend heeft, wordt aan de declarant teruggegeven.
Art. 2. § 1. Toute personne inscrite au registre de la population ou depuis plus de six mois au registre des étrangers, et capable de manifester sa volonté, peut s'adresser soit, à l'administration communale de son domicile, soit à un médecin généraliste agréé avec qui elle entretient une relation thérapeutique, afin de faire enregistrer une déclaration d'opposition ou de consentement exprès au prélèvement d'organes après le décès à des fins thérapeutiques. Cette déclaration, dûment datée et signée, est conforme aux modalités fixées à l'annexe 1er du présent arrêté.
  § 2. L'officier d'état civil ou le médecin généraliste à qui est adressée une demande d'enregistrement tel que prévu au § 1er, vérifie l'identité du déclarant et lui communique toutes les informations disponibles permettant au déclarant d'exprimer sa volonté concernant le prélèvement d'organes après le décès à des fins thérapeutiques.
  § 3. Après s'être identifié et authentifié, au moyen de la carte d'identité électronique ou d'une méthode pouvant garantir une sécurité équivalente, l'officier de l'état civil ou le médecin généraliste enregistre électroniquement, de manière uniformisée, la déclaration d'opposition ou de consentement exprès visée au § 1er. Sans préjudice à l'article 1er, les données relatives à la déclaration sont enregistrées dans une banque de données dont le Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement est responsable du traitement au sens de l'article 4.7) du Règlement général pour la protection des données n° 2016/679.
  § 4. L'officier de l'état civil ou le médecin généraliste délivre aux personnes visées au § 1er, un accusé de réception sur papier ou par voie électronique qui reprend les données enregistrées lors de l'expression de l'opposition ou du consentement exprès, ainsi que l'identité du responsable de traitement, le mode de traitement, les finalités du traitement, l'existence d'un droit d'accès et de rectification et les destinataires de ces données. L'accusé de réception mentionne également le fondement juridique de l'enregistrement, à savoir l'article 6.1.e du Règlement général pour la protection des données n° 2016/679.
  La déclaration écrite qui a servi de base à l'enregistrement est remise au déclarant.
  § 2. L'officier d'état civil ou le médecin généraliste à qui est adressée une demande d'enregistrement tel que prévu au § 1er, vérifie l'identité du déclarant et lui communique toutes les informations disponibles permettant au déclarant d'exprimer sa volonté concernant le prélèvement d'organes après le décès à des fins thérapeutiques.
  § 3. Après s'être identifié et authentifié, au moyen de la carte d'identité électronique ou d'une méthode pouvant garantir une sécurité équivalente, l'officier de l'état civil ou le médecin généraliste enregistre électroniquement, de manière uniformisée, la déclaration d'opposition ou de consentement exprès visée au § 1er. Sans préjudice à l'article 1er, les données relatives à la déclaration sont enregistrées dans une banque de données dont le Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement est responsable du traitement au sens de l'article 4.7) du Règlement général pour la protection des données n° 2016/679.
  § 4. L'officier de l'état civil ou le médecin généraliste délivre aux personnes visées au § 1er, un accusé de réception sur papier ou par voie électronique qui reprend les données enregistrées lors de l'expression de l'opposition ou du consentement exprès, ainsi que l'identité du responsable de traitement, le mode de traitement, les finalités du traitement, l'existence d'un droit d'accès et de rectification et les destinataires de ces données. L'accusé de réception mentionne également le fondement juridique de l'enregistrement, à savoir l'article 6.1.e du Règlement général pour la protection des données n° 2016/679.
  La déclaration écrite qui a servi de base à l'enregistrement est remise au déclarant.
Art. 3. § 1. Na zich te hebben geïdentificeerd en geauthentificeerd aan de hand van de elektronische identiteitskaart of een methode die een gelijkwaardige beveiliging kan waarborgen, kan iedere persoon die in het bevolkingsregister of langer dan zes maanden in het vreemdelingenregister is ingeschreven en in staat is om zijn of haar wil te uiten, zelf via elektronische weg en op uniforme wijze een verklaring van verzet tegen of een verklaring van uitdrukkelijke instemming met wegneming van organen na overlijden voor therapeutische doeleinden registreren. Deze elektronische verklaring is in overeenstemming met de modaliteiten die in bijlage 1 van dit besluit vastgelegd zijn.
  § 2. De gegevens betreffende de verklaring worden geregistreerd in de in artikel 2, § 3 van dit besluit bedoelde databank.
  § 3. Naar aanleiding van de zelfregistratie wordt aan de in § 1 bedoelde personen een ontvangstbevestiging op papier of via elektronische weg afgeleverd, met daarin de gegevens die worden geregistreerd op het moment dat het verzet of de uitdrukkelijke toestemming wordt geuit, alsmede de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor de verwerking, de verwerkingsmethode, de doeleinden van de verwerking, het bestaan van een recht van inzage en rectificatie en de ontvangers van deze gegevens. De ontvangstbevestiging vermeldt ook de rechtsgrond van de registratie, namelijk artikel 6.1.e van de Algemene Verordening voor Gegevensbescherming nr. 2016/679.
  § 2. De gegevens betreffende de verklaring worden geregistreerd in de in artikel 2, § 3 van dit besluit bedoelde databank.
  § 3. Naar aanleiding van de zelfregistratie wordt aan de in § 1 bedoelde personen een ontvangstbevestiging op papier of via elektronische weg afgeleverd, met daarin de gegevens die worden geregistreerd op het moment dat het verzet of de uitdrukkelijke toestemming wordt geuit, alsmede de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor de verwerking, de verwerkingsmethode, de doeleinden van de verwerking, het bestaan van een recht van inzage en rectificatie en de ontvangers van deze gegevens. De ontvangstbevestiging vermeldt ook de rechtsgrond van de registratie, namelijk artikel 6.1.e van de Algemene Verordening voor Gegevensbescherming nr. 2016/679.
Art. 3. § 1er. Après s'être identifiée et authentifiée, au moyen de la carte d'identité électronique ou d'une méthode pouvant garantir une sécurité équivalente, toute personne inscrite au registre de la population ou depuis plus de six mois au registre des étrangers, et capable de manifester sa volonté, peut elle-même enregistrer par voie électronique et de manière uniformisée, une déclaration d'opposition ou de consentement exprès au prélèvement d'organes après le décès à des fins thérapeutiques. Cette déclaration électronique est conforme aux modalités fixées à l'annexe 1er du présent arrêté.
  § 2. Les données relatives à la déclaration sont enregistrées dans la banque de données mentionnée à l'article 2, § 3 du présent arrêté.
  § 3. Suite à l'auto-enregistrement, un accusé de réception sur papier ou par voie électronique qui reprend les données enregistrées lors de l'expression de l'opposition ou du consentement exprès, ainsi que l'identité du responsable de traitement, le mode de traitement, les finalités du traitement, l'existence d'un droit d'accès et de rectification et les destinataires de ces données, est délivrée aux personnes visées au § 1er. L'accusé de réception mentionne également le fondement juridique de l'enregistrement, à savoir l'article 6.1.e du Règlement général pour la protection des données n° 2016/679.
  § 2. Les données relatives à la déclaration sont enregistrées dans la banque de données mentionnée à l'article 2, § 3 du présent arrêté.
  § 3. Suite à l'auto-enregistrement, un accusé de réception sur papier ou par voie électronique qui reprend les données enregistrées lors de l'expression de l'opposition ou du consentement exprès, ainsi que l'identité du responsable de traitement, le mode de traitement, les finalités du traitement, l'existence d'un droit d'accès et de rectification et les destinataires de ces données, est délivrée aux personnes visées au § 1er. L'accusé de réception mentionne également le fondement juridique de l'enregistrement, à savoir l'article 6.1.e du Règlement général pour la protection des données n° 2016/679.
Art. 4. De personen bedoeld in artikel 10, § 2, tweede, derde en vierde lid, van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen, zijn niet gemachtigd om gebruik te maken van de elektronische zelfregistratie zoals bepaald in artikel 3 van dit besluit.
  Deze personen kunnen zich evenwel verzetten tegen of uitdrukkelijk instemmen met het wegnemen van organen na hun overlijden door contact op te nemen met de gemeente of een erkende huisarts, zoals bepaald in de artikel 1 van dit besluit. Indien zij verzet aantekenen in naam van een derde, vermelden zij hun naam, voornaam, rijksregisternummer en de hoedanigheid waarin zij optreden.
  Deze personen kunnen zich evenwel verzetten tegen of uitdrukkelijk instemmen met het wegnemen van organen na hun overlijden door contact op te nemen met de gemeente of een erkende huisarts, zoals bepaald in de artikel 1 van dit besluit. Indien zij verzet aantekenen in naam van een derde, vermelden zij hun naam, voornaam, rijksregisternummer en de hoedanigheid waarin zij optreden.
Art. 4. Les personnes visées à l'article 10, § 2, alinéas 2, 3 et 4 de la loi du 13 juin 1986 relative au prélèvement et à la transplantation d'organes, ne sont pas autorisées à utiliser l'auto-enregistrement électronique prévu à l'article 3 du présent arrêté.
  Ces personnes peuvent par contre exprimer une opposition ou un consentement exprès au prélèvement d'organes après le décès à des fins thérapeutiques, en s'adressant à la commune ou à un médecin généraliste agréé, tel que prévu à l'article 1er du présent arrêté. Si elles expriment une opposition au nom d'un tiers, elles mentionnent leur nom, prénom, numéro de registre national, ainsi que la qualité en vertu de laquelle elles agissent.
  Ces personnes peuvent par contre exprimer une opposition ou un consentement exprès au prélèvement d'organes après le décès à des fins thérapeutiques, en s'adressant à la commune ou à un médecin généraliste agréé, tel que prévu à l'article 1er du présent arrêté. Si elles expriment une opposition au nom d'un tiers, elles mentionnent leur nom, prénom, numéro de registre national, ainsi que la qualité en vertu de laquelle elles agissent.
Art. 5. § 1. Met het oog op de annulering van het verzet tegen het wegnemen van organen na het overlijden bedoeld in artikel 10, § 3bis, lid 1, van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen, stelt de Federale Overheidsdienst voor de volksgezondheid de betrokkene hiervan per brief in kennis, uiterlijk een maand voor het bereiken van de meerderjarigheid.
  § 2. In de in § 1 bedoelde brief wordt de betrokkene ervan in kennis gesteld dat hij of zij, op het ogenblik dat hij of zij meerderjarig wordt, wordt verondersteld in te stemmen met het wegnemen van organen na overlijden voor therapeutische doeleinden, overeenkomstig artikel 10, § 1 van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen. De betrokkene wordt verzocht om, indien hij of zij dat wenst, zijn of haar verzet aan te tekenen of zijn of haar uitdrukkelijke toestemming te geven door middel van de verschillende uitdrukkingsmiddelen waarin de artikelen 2 en 3 van dit besluit voorzien.
  § 3. In afwijking van hetgeen bepaald wordt onder § 1., wordt, in de gevallen voorzien in art. 10, § 3bis, vierde lid van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen, zoals ingevoegd door de wet van 3 juli 2012, de persoon wiens verzet wordt geannuleerd hieromtrent geïnformeerd per brief uiterlijk één maand voor de inwerkingtreding van dit besluit.
  In afwijking van hetgeen bepaald wordt in § 2., wordt de betrokkene, in de in het eerste lid bedoelde brief, ervan in kennis gesteld dat hij of zij, wordt verondersteld in te stemmen met het wegnemen van organen na overlijden voor therapeutische doeleinden, overeenkomstig artikel 10, § 1 van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen, op het ogenblik dat dit besluit in werking treedt. De betrokkene wordt verzocht om, indien hij of zij dit wenst, zijn of haar verzet aan te tekenen of zijn of haar uitdrukkelijke toestemming te geven door middel van de verschillende uitdrukkingsmiddelen waarin de artikelen 2 en 3 van dit besluit voorzien.
  § 2. In de in § 1 bedoelde brief wordt de betrokkene ervan in kennis gesteld dat hij of zij, op het ogenblik dat hij of zij meerderjarig wordt, wordt verondersteld in te stemmen met het wegnemen van organen na overlijden voor therapeutische doeleinden, overeenkomstig artikel 10, § 1 van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen. De betrokkene wordt verzocht om, indien hij of zij dat wenst, zijn of haar verzet aan te tekenen of zijn of haar uitdrukkelijke toestemming te geven door middel van de verschillende uitdrukkingsmiddelen waarin de artikelen 2 en 3 van dit besluit voorzien.
  § 3. In afwijking van hetgeen bepaald wordt onder § 1., wordt, in de gevallen voorzien in art. 10, § 3bis, vierde lid van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen, zoals ingevoegd door de wet van 3 juli 2012, de persoon wiens verzet wordt geannuleerd hieromtrent geïnformeerd per brief uiterlijk één maand voor de inwerkingtreding van dit besluit.
  In afwijking van hetgeen bepaald wordt in § 2., wordt de betrokkene, in de in het eerste lid bedoelde brief, ervan in kennis gesteld dat hij of zij, wordt verondersteld in te stemmen met het wegnemen van organen na overlijden voor therapeutische doeleinden, overeenkomstig artikel 10, § 1 van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen, op het ogenblik dat dit besluit in werking treedt. De betrokkene wordt verzocht om, indien hij of zij dit wenst, zijn of haar verzet aan te tekenen of zijn of haar uitdrukkelijke toestemming te geven door middel van de verschillende uitdrukkingsmiddelen waarin de artikelen 2 en 3 van dit besluit voorzien.
Art. 5. § 1. Etant donné l'annulation de l'opposition au prélèvement d'organes après le décès visée à l'article 10, § 3bis, alinéa 1er, de la loi du 13 juin 1986 sur le prélèvement et la transplantation d'organes, le Service public fédéral de la Santé publique en informe, par courrier, la personne concernée, au plus tard un mois avant sa majorité.
  § 2. Dans le courrier visé au § 1er, la personne concernée est informée que lorsqu'elle atteint l'âge de la majorité, elle est présumée consentir au prélèvement d'organes après le décès à des fins thérapeutiques en vertu de l'article 10, § 1er, de la loi du 13 juin 1986 relative au prélèvement et à la transplantation d'organes,. Elle est invitée, si elle le souhaite, à exprimer une déclaration d'opposition ou de consentement exprès par le biais des différents modes d'expression prévus aux articles 2 et 3 du présent arrêté.
  § 3. Par dérogation à ce qui est prévu au § 1er, dans les cas prévus à l'art. 10, § 3bis, alinéa 4 de la loi du 13 juin 1986 sur le prélèvement et la transplantation d'organes, tel qu'inséré par la loi du 3 juillet 2012, la personne dont l'opposition est annulée est informée à ce sujet par lettre au plus tard un mois avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
  Par dérogation à ce qui est prévu au § 2, la personne concernée, dans la lettre visée à l'alinéa 1er, est informée qu' elle est présumée consentir, au moment où le présent arrêté entre en vigueur, au prélèvement d'organes après son décès à des fins thérapeutiques, conformément à l'article 10, § 1er de la loi du 13 juin 1986 sur le prélèvement et la transplantation d'organes.. La personne concernée est invitée, si elle le souhaite, à exprimer une déclaration d'opposition ou de consentement exprès par le biais des différents modes d'expression prévus aux articles 2 et 3 du présent arrêté.
  § 2. Dans le courrier visé au § 1er, la personne concernée est informée que lorsqu'elle atteint l'âge de la majorité, elle est présumée consentir au prélèvement d'organes après le décès à des fins thérapeutiques en vertu de l'article 10, § 1er, de la loi du 13 juin 1986 relative au prélèvement et à la transplantation d'organes,. Elle est invitée, si elle le souhaite, à exprimer une déclaration d'opposition ou de consentement exprès par le biais des différents modes d'expression prévus aux articles 2 et 3 du présent arrêté.
  § 3. Par dérogation à ce qui est prévu au § 1er, dans les cas prévus à l'art. 10, § 3bis, alinéa 4 de la loi du 13 juin 1986 sur le prélèvement et la transplantation d'organes, tel qu'inséré par la loi du 3 juillet 2012, la personne dont l'opposition est annulée est informée à ce sujet par lettre au plus tard un mois avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
  Par dérogation à ce qui est prévu au § 2, la personne concernée, dans la lettre visée à l'alinéa 1er, est informée qu' elle est présumée consentir, au moment où le présent arrêté entre en vigueur, au prélèvement d'organes après son décès à des fins thérapeutiques, conformément à l'article 10, § 1er de la loi du 13 juin 1986 sur le prélèvement et la transplantation d'organes.. La personne concernée est invitée, si elle le souhaite, à exprimer une déclaration d'opposition ou de consentement exprès par le biais des différents modes d'expression prévus aux articles 2 et 3 du présent arrêté.
Art. 6. De intrekking van een verzet of uitdrukkelijke toestemming kan te allen tijde worden geregistreerd, zolang de betrokkene in leven is, op dezelfde wijze als bepaald in de artikelen 2 en 3 van dit besluit voor de registratie van een verzet of uitdrukkelijke toestemming.
Art. 6. Le retrait d'une opposition ou d'un consentement exprès peut être enregistré à tout moment aussi longtemps que la personne concernée est en vie, selon les mêmes modalités que celles prévues aux articles 2 et 3 du présent arrêté pour l'enregistrement d'une opposition ou d'un consentement exprès.
Art. 7. § 1. Indien een persoon zich in een toestand bevindt waarin het wegnemen van organen na overlijden kan worden uitgevoerd op grond van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen, hebben de leden van het coördinatieteam van een transplantatiecentrum dat erkend is op grond van de wet op de ziekenhuizen en andere zorginstellingen, gecoördineerd op 10 juli 2018, toegang tot de databank bedoeld in artikel 2, § 3 van dit besluit.
  Deze databank is 24 uur per dag toegankelijk.
  Om toegang te krijgen tot deze databank moet ieder lid van het coördinatieteam van een transplantatiecentrum zich identificeren en authentificeren aan de hand van de elektronische identiteitskaart of een methode die een gelijkwaardige beveiliging kan waarborgen, om na te gaan of hij gerechtigd is om toegang te krijgen tot de databank.
  Elke raadpleging in de databank wordt geregistreerd.
  § 2. In de databank kan op basis van het rijksregisternummer of op basis van de naam, voornaam en eventueel de geboortedatum van de betrokkene het bestaan van een verzet tegen of van een uitdrukkelijke toestemming tot het wegnemen van organen na overlijden worden opgezocht.
  § 3. De verklaringen die worden geregistreerd in de databank bedoeld in artikel 2, § 3 van dit besluit worden verwijderd na het overlijden van de persoon op wie zij betrekking hebben. Deze verwijdering vindt plaats na het verstrijken van de termijn van twintig jaar. Indien een rechtsvordering is ingesteld, wordt deze termijn verlengd tot op het ogenblik waarop omtrent deze vordering een beslissing werd getroffen die overeenkomstig art. 28 van het Gerechtelijk Wetboek in kracht van gewijsde is gegaan.
  Deze databank is 24 uur per dag toegankelijk.
  Om toegang te krijgen tot deze databank moet ieder lid van het coördinatieteam van een transplantatiecentrum zich identificeren en authentificeren aan de hand van de elektronische identiteitskaart of een methode die een gelijkwaardige beveiliging kan waarborgen, om na te gaan of hij gerechtigd is om toegang te krijgen tot de databank.
  Elke raadpleging in de databank wordt geregistreerd.
  § 2. In de databank kan op basis van het rijksregisternummer of op basis van de naam, voornaam en eventueel de geboortedatum van de betrokkene het bestaan van een verzet tegen of van een uitdrukkelijke toestemming tot het wegnemen van organen na overlijden worden opgezocht.
  § 3. De verklaringen die worden geregistreerd in de databank bedoeld in artikel 2, § 3 van dit besluit worden verwijderd na het overlijden van de persoon op wie zij betrekking hebben. Deze verwijdering vindt plaats na het verstrijken van de termijn van twintig jaar. Indien een rechtsvordering is ingesteld, wordt deze termijn verlengd tot op het ogenblik waarop omtrent deze vordering een beslissing werd getroffen die overeenkomstig art. 28 van het Gerechtelijk Wetboek in kracht van gewijsde is gegaan.
Art. 7. § 1. Si une personne se trouve dans un état où un prélèvement d'organes après le décès pourrait être effectué en vertu de la loi du 13 juin 1986 relative au prélèvement et à la transplantation d'organes, les membres de l'équipe de coordination d'un centre de transplantation agréé en vertu de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2018, peut accéder à la banque de données prévue à l'article 2, § 3 du présent arrêté.
  Cette banque de données est accessible 24h sur 24.
  Pour accéder à cette banque de données, tout membre de l'équipe de coordination d'un centre de transplantation, doit s'identifier et s'authentifier au moyen de la carte d'identité électronique ou d'une méthode pouvant garantir une sécurité équivalente, afin de vérifier si il est bien autorisé à accéder à la banque de données.
  Chaque consultation dans la banque de données est enregistrée.
  § 2. Dans la banque de données, l'existence d'une opposition ou d'un consentement exprès à un prélèvement d'organes après le décès, peut être recherchée soit sur base du numéro de registre national, soit sur base du nom, prénom, et éventuellement de la date de naissance de la personne concernée.
  § 3. Les déclarations enregistrées dans la banque de données visée à l'article 2, § 3, du présent arrêté, sont supprimées après le décès de la personne qu'elles concernent. Cette suppression a lieu après l'expiration d'un délai de vingt ans. Si une action en justice est intentée, ce délai est prolongé jusqu'à ce qu'une décision ait été prise qui, conformément à l'art. 28 du Code Judiciaire, est passé en force de chose jugée.
  Cette banque de données est accessible 24h sur 24.
  Pour accéder à cette banque de données, tout membre de l'équipe de coordination d'un centre de transplantation, doit s'identifier et s'authentifier au moyen de la carte d'identité électronique ou d'une méthode pouvant garantir une sécurité équivalente, afin de vérifier si il est bien autorisé à accéder à la banque de données.
  Chaque consultation dans la banque de données est enregistrée.
  § 2. Dans la banque de données, l'existence d'une opposition ou d'un consentement exprès à un prélèvement d'organes après le décès, peut être recherchée soit sur base du numéro de registre national, soit sur base du nom, prénom, et éventuellement de la date de naissance de la personne concernée.
  § 3. Les déclarations enregistrées dans la banque de données visée à l'article 2, § 3, du présent arrêté, sont supprimées après le décès de la personne qu'elles concernent. Cette suppression a lieu après l'expiration d'un délai de vingt ans. Si une action en justice est intentée, ce délai est prolongé jusqu'à ce qu'une décision ait été prise qui, conformément à l'art. 28 du Code Judiciaire, est passé en force de chose jugée.
HOOFDSTUK 3. - Wilsverklaring betreffende de wegneming van weefsels en cellen na de dood voor therapeutische doeleinden, de wegneming van menselijk lichaamsmateriaal na de dood voor wetenschappelijk onderzoek en de wegneming van de menselijk lichaamsmateriaal na de dood voor geavanceerde therapieën.
CHAPITRE 3. - Déclaration de volonté concernant le prélèvement de tissus et cellules après le décès à des fins thérapeutiques, le prélèvement de matériel corporel humain après le décès à des fins de recherche scientifique, et le prélèvement de matériel corporel humain après le décès en vue de thérapies innovantes
Art. 8. § 1. Iedere persoon die in het bevolkingsregister of langer dan zes maanden in het vreemdelingenregister is ingeschreven en die in staat is om zijn of haar wil te kennen te geven, kan zich ofwel tot het gemeentebestuur van zijn woonplaats, ofwel tot een erkende huisarts met wie hij een therapeutische relatie onderhoudt, wenden teneinde een verklaring van verzet tegen of een verklaring van instemming met wegneming van menselijk lichaamsmateriaal na overlijden te laten registreren. Deze naar behoren gedagtekende en ondertekende verklaring voldoet aan de nadere regelen vervat in bijlage 1 van dit besluit.
  § 2. De ambtenaar van de burgerlijke stand of de huisarts aan wie een registratieaanvraag zoals voorzien in § 1, gericht wordt, controleert de identiteit van de declarant en bezorgt hem of haar alle beschikbare informatie teneinde de declarant in staat te stellen om zijn of haar wil betreffende de wegneming van menselijk lichaamsmateriaal na overlijden te uiten.
  § 3. Na zich te hebben geïdentificeerd en geauthentificeerd, aan de hand van de elektronische identiteitskaart of een methode die een gelijkwaardige beveiliging kan waarborgen, registreert de ambtenaar van de burgerlijke stand of de huisarts elektronisch, op uniforme wijze, de verklaring van verzet of de verklaring van uitdrukkelijke instemming bedoeld in § 1. Onverminderd hetgeen bepaald wordt in artikel 1, worden de gegevens betreffende de verklaring geregistreerd in een databank, waarvan het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten de verwerkingsverantwoordelijk is in de zin van artikel 4.7) van de Algemene Verordening voor Gegevensbescherming nr. 2016/679.
  § 4. De ambtenaar van de burgerlijke stand of de huisarts bezorgt de in § 1 bedoelde personen een ontvangstbevestiging op papier of op elektronische wijze, die de gegevens bevat die worden geregistreerd op het moment dat het verzet of de uitdrukkelijke toestemming worden geuit, alsmede de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor de verwerking, de wijze van verwerking, de doeleinden van de verwerking, het bestaan van een recht van inzage en rectificatie en de ontvangers van deze gegevens. De ontvangstbevestiging vermeldt ook de rechtsgrond van de registratie, namelijk artikel 6.1.e van de algemene Verordening voor gegevensbescherming nr. 2016/679.
  De schriftelijke verklaring die als basis voor de registratie gediend heeft, wordt aan de declarant teruggegeven.
  § 2. De ambtenaar van de burgerlijke stand of de huisarts aan wie een registratieaanvraag zoals voorzien in § 1, gericht wordt, controleert de identiteit van de declarant en bezorgt hem of haar alle beschikbare informatie teneinde de declarant in staat te stellen om zijn of haar wil betreffende de wegneming van menselijk lichaamsmateriaal na overlijden te uiten.
  § 3. Na zich te hebben geïdentificeerd en geauthentificeerd, aan de hand van de elektronische identiteitskaart of een methode die een gelijkwaardige beveiliging kan waarborgen, registreert de ambtenaar van de burgerlijke stand of de huisarts elektronisch, op uniforme wijze, de verklaring van verzet of de verklaring van uitdrukkelijke instemming bedoeld in § 1. Onverminderd hetgeen bepaald wordt in artikel 1, worden de gegevens betreffende de verklaring geregistreerd in een databank, waarvan het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten de verwerkingsverantwoordelijk is in de zin van artikel 4.7) van de Algemene Verordening voor Gegevensbescherming nr. 2016/679.
  § 4. De ambtenaar van de burgerlijke stand of de huisarts bezorgt de in § 1 bedoelde personen een ontvangstbevestiging op papier of op elektronische wijze, die de gegevens bevat die worden geregistreerd op het moment dat het verzet of de uitdrukkelijke toestemming worden geuit, alsmede de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor de verwerking, de wijze van verwerking, de doeleinden van de verwerking, het bestaan van een recht van inzage en rectificatie en de ontvangers van deze gegevens. De ontvangstbevestiging vermeldt ook de rechtsgrond van de registratie, namelijk artikel 6.1.e van de algemene Verordening voor gegevensbescherming nr. 2016/679.
  De schriftelijke verklaring die als basis voor de registratie gediend heeft, wordt aan de declarant teruggegeven.
Art. 8. § 1. Toute personne inscrite au registre de la population ou depuis plus de six mois au registre des étrangers, et capable de manifester sa volonté, peut s'adresser soit, à l'administration communale de son domicile, soit à un médecin généraliste agréé avec qui elle entretient une relation thérapeutique, afin de faire enregistrer une déclaration d'opposition ou de consentement exprès au prélèvement de matériel corporel humain après le décès. Cette déclaration, dûment datée et signée, est conforme aux modalités fixées à l'annexe 1er du présent arrêté.
  § 2. L'officier d'état civil ou le médecin généraliste à qui est adressée une demande d'enregistrement tel que prévu au § 1er, vérifie l'identité du déclarant et lui communique toutes les informations disponibles permettant au déclarant d'exprimer sa volonté concernant le prélèvement de matériel corporel humain après le décès.
  § 3. Après s'être identifié et authentifié, au moyen de la carte d'identité électronique ou d'une méthode pouvant garantir une sécurité équivalente, l'officier de l'état civil ou le médecin généraliste enregistre électroniquement, de manière uniformisée, la déclaration d'opposition ou de consentement exprès visée au § 1er. Sans préjudice de l'article 1er, les données relatives à la déclaration sont enregistrées, dans une banque de données dont l'Agence Fédérale des Médicaments et des Produits de santé est responsable du traitement au sens de l'article 4.7) du Règlement général pour la protection des données n° 2016/679.
  § 4. L'officier de l'état civil ou le médecin généraliste délivre aux personnes visées au § 1er, un accusé de réception sur papier ou par voie électronique qui reprend les données enregistrées lors de l'expression de l'opposition ou du consentement exprès, ainsi que l'identité du responsable de traitement, le mode de traitement, les finalités du traitement, l'existence d'un droit d'accès et de rectification et les destinataires de ces données. L'accusé de réception mentionne également le fondement juridique de l'enregistrement, à savoir l'article 6.1.e du Règlement général pour la protection des données n° 2016/679.
  La déclaration écrite qui a servi de base à l'enregistrement est remise au déclarant.
  § 2. L'officier d'état civil ou le médecin généraliste à qui est adressée une demande d'enregistrement tel que prévu au § 1er, vérifie l'identité du déclarant et lui communique toutes les informations disponibles permettant au déclarant d'exprimer sa volonté concernant le prélèvement de matériel corporel humain après le décès.
  § 3. Après s'être identifié et authentifié, au moyen de la carte d'identité électronique ou d'une méthode pouvant garantir une sécurité équivalente, l'officier de l'état civil ou le médecin généraliste enregistre électroniquement, de manière uniformisée, la déclaration d'opposition ou de consentement exprès visée au § 1er. Sans préjudice de l'article 1er, les données relatives à la déclaration sont enregistrées, dans une banque de données dont l'Agence Fédérale des Médicaments et des Produits de santé est responsable du traitement au sens de l'article 4.7) du Règlement général pour la protection des données n° 2016/679.
  § 4. L'officier de l'état civil ou le médecin généraliste délivre aux personnes visées au § 1er, un accusé de réception sur papier ou par voie électronique qui reprend les données enregistrées lors de l'expression de l'opposition ou du consentement exprès, ainsi que l'identité du responsable de traitement, le mode de traitement, les finalités du traitement, l'existence d'un droit d'accès et de rectification et les destinataires de ces données. L'accusé de réception mentionne également le fondement juridique de l'enregistrement, à savoir l'article 6.1.e du Règlement général pour la protection des données n° 2016/679.
  La déclaration écrite qui a servi de base à l'enregistrement est remise au déclarant.
Art. 9. § 1. Na zich te hebben geïdentificeerd en geauthentificeerd, aan de hand van de elektronische identiteitskaart of een methode die een gelijkwaardige beveiliging kan waarborgen, kan elke persoon die in het bevolkingsregister of langer dan zes maanden in het vreemdelingenregister is ingeschreven en in staat is om zijn of haar wil te uiten, zelf via elektronische weg en op uniforme wijze een verklaring van verzet tegen of een verklaring van uitdrukkelijke instemming met wegneming van menselijk lichaamsmateriaal na overlijden registreren. Deze elektronische verklaring is in overeenstemming met de modaliteiten die in bijlage 1 van dit besluit vastgelegd zijn.
  § 2. De gegevens betreffende de verklaring worden geregistreerd in de databank bedoeld in artikel 8, paragraaf 3, van dit besluit.
  § 3. Naar aanleiding van de zelfregistratie wordt aan de in § 1 bedoelde personen een ontvangstbevestiging op papier of via elektronische weg afgeleverd, met daarin de gegevens die worden geregistreerd op het moment dat het verzet of de uitdrukkelijke toestemming wordt geuit, alsmede de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor de verwerking, de verwerkingsmethode, de doeleinden van de verwerking, het bestaan van een recht van inzage en rectificatie en de ontvangers van deze gegevens. De ontvangstbevestiging vermeldt ook de rechtsgrond van de registratie, namelijk artikel 6.1.e van de algemene Verordening voor gegevensbescherming nr. 2016/679.
  § 2. De gegevens betreffende de verklaring worden geregistreerd in de databank bedoeld in artikel 8, paragraaf 3, van dit besluit.
  § 3. Naar aanleiding van de zelfregistratie wordt aan de in § 1 bedoelde personen een ontvangstbevestiging op papier of via elektronische weg afgeleverd, met daarin de gegevens die worden geregistreerd op het moment dat het verzet of de uitdrukkelijke toestemming wordt geuit, alsmede de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor de verwerking, de verwerkingsmethode, de doeleinden van de verwerking, het bestaan van een recht van inzage en rectificatie en de ontvangers van deze gegevens. De ontvangstbevestiging vermeldt ook de rechtsgrond van de registratie, namelijk artikel 6.1.e van de algemene Verordening voor gegevensbescherming nr. 2016/679.
Art. 9. § 1er. Après s'être identifiée et authentifiée, au moyen de la carte d'identité électronique ou d'une méthode pouvant garantir une sécurité équivalente, toute personne inscrite au registre de la population ou depuis plus de six mois au registre des étrangers, et capable de manifester sa volonté, peut elle-même enregistrer par voie électronique et de manière uniformisée, une déclaration d'opposition ou de consentement exprès au prélèvement de matériel corporel humain après le décès. Cette déclaration électronique est conforme aux modalités fixées à l'annexe 1er du présent arrêté.
  § 2. Les données relatives à la déclaration sont enregistrées dans la banque de données mentionnée à l'article 8, paragraphe 3, du présent arrêté.
  § 3. Suite à l'auto-enregistrement, un accusé de réception sur papier ou par voie électronique qui reprend les données enregistrées lors de l'expression de l'opposition ou du consentement exprès, ainsi que l'identité du responsable de traitement, le mode de traitement, les finalités du traitement, l'existence d'un droit d'accès et de rectification et les destinataires de ces données, est délivrée aux personnes visées au § 1er. L'accusé de réception mentionne également le fondement juridique de l'enregistrement, à savoir l'article 6.1.e du Règlement général pour la protection des données n° 2016/679.
  § 2. Les données relatives à la déclaration sont enregistrées dans la banque de données mentionnée à l'article 8, paragraphe 3, du présent arrêté.
  § 3. Suite à l'auto-enregistrement, un accusé de réception sur papier ou par voie électronique qui reprend les données enregistrées lors de l'expression de l'opposition ou du consentement exprès, ainsi que l'identité du responsable de traitement, le mode de traitement, les finalités du traitement, l'existence d'un droit d'accès et de rectification et les destinataires de ces données, est délivrée aux personnes visées au § 1er. L'accusé de réception mentionne également le fondement juridique de l'enregistrement, à savoir l'article 6.1.e du Règlement général pour la protection des données n° 2016/679.
Art. 10. De personen bedoeld in artikel 10, § 2, § 2, tweede, derde en vierde lid, van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen, zijn niet gemachtigd om gebruik te maken van de elektronische zelfregistratie bedoeld in artikel 9 van dit besluit.
  Deze personen kunnen zich evenwel uitdrukkelijk verzetten tegen of instemmen met het wegnemen van menselijk lichaamsmateriaal na het overlijden door contact op te nemen met de gemeente of een erkende huisarts, zoals bepaald in artikel 8 van dit besluit. Indien zij verzet aantekenen in naam van een derde, vermelden zij hun naam, voornaam, rijksregisternummer en de hoedanigheid waarin zij optreden.
  Deze personen kunnen zich evenwel uitdrukkelijk verzetten tegen of instemmen met het wegnemen van menselijk lichaamsmateriaal na het overlijden door contact op te nemen met de gemeente of een erkende huisarts, zoals bepaald in artikel 8 van dit besluit. Indien zij verzet aantekenen in naam van een derde, vermelden zij hun naam, voornaam, rijksregisternummer en de hoedanigheid waarin zij optreden.
Art. 10. Les personnes visées à l'article 10, § 2, alinéas 2, 3 et 4 de la loi du 13 juin 1986 relative au prélèvement et à la transplantation d'organes, ne sont pas autorisées à utiliser l'auto-enregistrement électronique prévu à l'article 9 du présent arrêté.
  Ces personnes peuvent par contre exprimer une opposition ou un consentement exprès au prélèvement de matériel corporel humain après le décès, en s'adressant à la commune ou à un médecin généraliste agréé, tel que prévu à l'article 8 du présent arrêté. Si elles expriment une opposition au nom d'un tiers, elles mentionnent leur nom, prénom, numéro de registre national, ainsi que la qualité en vertu de laquelle elles agissent.
  Ces personnes peuvent par contre exprimer une opposition ou un consentement exprès au prélèvement de matériel corporel humain après le décès, en s'adressant à la commune ou à un médecin généraliste agréé, tel que prévu à l'article 8 du présent arrêté. Si elles expriment une opposition au nom d'un tiers, elles mentionnent leur nom, prénom, numéro de registre national, ainsi que la qualité en vertu de laquelle elles agissent.
Art. 11. § 1. Met het oog op de annulering van het verzet tegen het wegnemen van menselijk lichaamsmateriaal na overlijden zoals bedoeld in artikel 10, § 3bis, lid 1, van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen, waarnaar artikel 12 van de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek verwijst, stelt het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten de betrokkene hiervan per brief in kennis, uiterlijk een maand voor het bereiken van de meerderjarigheid.
  § 2. In de in § 1 bedoelde brief wordt de betrokkene ervan in kennis gesteld dat hij of zij, overeenkomstig artikel 12 van de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek, op het ogenblik dat hij of zij meerderjarig wordt, wordt verondersteld in te stemmen met het wegnemen van menselijk lichaamsmateriaal na overlijden. De betrokkene wordt verzocht om, indien hij of zij dit wenst, zijn of haar verzet aan te tekenen of zijn of haar uitdrukkelijke toestemming te geven door middel van de verschillende uitdrukkingsmiddelen waarin de artikelen 8 en 9 van dit besluit voorzien.
  § 3. In afwijking van hetgeen bepaald wordt onder § 1., wordt, in de gevallen voorzien in art. 10, § 3bis, vierde lid van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen, zoals ingevoegd door de wet van 3 juli 2012, de persoon wiens verzet wordt geannuleerd hieromtrent geïnformeerd per brief uiterlijk één maand voor de inwerkingtreding van dit besluit.
  In afwijking van hetgeen bepaald wordt in § 2., wordt de betrokkene, in de in het eerste lid bedoelde brief, ervan in kennis gesteld dat hij of zij, overeenkomstig artikel 12 van de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek wordt verondersteld in te stemmen met het wegnemen van menselijk lichaamsmateriaal na overlijden, op het ogenblik dat dit besluit in werking treedt. De betrokkene wordt verzocht om, indien hij of zij dit wenst, zijn of haar verzet aan te tekenen of zijn of haar uitdrukkelijke toestemming te geven door middel van de verschillende uitdrukkingsmiddelen waarin de artikelen 8 en 9 van dit besluit voorzien.
  § 2. In de in § 1 bedoelde brief wordt de betrokkene ervan in kennis gesteld dat hij of zij, overeenkomstig artikel 12 van de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek, op het ogenblik dat hij of zij meerderjarig wordt, wordt verondersteld in te stemmen met het wegnemen van menselijk lichaamsmateriaal na overlijden. De betrokkene wordt verzocht om, indien hij of zij dit wenst, zijn of haar verzet aan te tekenen of zijn of haar uitdrukkelijke toestemming te geven door middel van de verschillende uitdrukkingsmiddelen waarin de artikelen 8 en 9 van dit besluit voorzien.
  § 3. In afwijking van hetgeen bepaald wordt onder § 1., wordt, in de gevallen voorzien in art. 10, § 3bis, vierde lid van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen, zoals ingevoegd door de wet van 3 juli 2012, de persoon wiens verzet wordt geannuleerd hieromtrent geïnformeerd per brief uiterlijk één maand voor de inwerkingtreding van dit besluit.
  In afwijking van hetgeen bepaald wordt in § 2., wordt de betrokkene, in de in het eerste lid bedoelde brief, ervan in kennis gesteld dat hij of zij, overeenkomstig artikel 12 van de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek wordt verondersteld in te stemmen met het wegnemen van menselijk lichaamsmateriaal na overlijden, op het ogenblik dat dit besluit in werking treedt. De betrokkene wordt verzocht om, indien hij of zij dit wenst, zijn of haar verzet aan te tekenen of zijn of haar uitdrukkelijke toestemming te geven door middel van de verschillende uitdrukkingsmiddelen waarin de artikelen 8 en 9 van dit besluit voorzien.
Art. 11. § 1. Etant donné l'annulation de l'opposition au prélèvement de matériel corporel humain après le décès visée à l'article 10, § 3bis, alinéa 1er, de la loi du 13 juin 1986 sur le prélèvement et la transplantation d'organes auquel renvoie l'article 12 de la loi du 19 décembre 2018 relative à l'obtention et à l'utilisation de matériel corporel humain destiné à des applications médicales humaines, l'Agence Fédérale des Médicaments et des Produits de santé en informe, par courrier, la personne concernée, au plus tard un mois avant sa majorité.
  § 2. Dans le courrier visé au § 1er, la personne concernée est informée qu'elle est, désormais lorsqu'elle atteint l'âge de la majorité, en vertu de l'article 12 de la loi du 19 décembre 2008 relative à l'obtention et à l'utilisation de matériel corporel humain destiné à des applications médicales humaines ou à des fins de recherche scientifique, présumée consentante au prélèvement de matériel corporel humain après le décès. Elle est invitée, si elle le souhaite, à exprimer une déclaration d'opposition ou de consentement exprès par le biais des différents modes d'expression prévus aux articles 8 et 9 du présent arrêté.
  § 3. Par dérogation à ce qui est prévu au § 1er, dans les cas prévus à l'art. 10, § 3bis, alinéa 4 de la loi du 13 juin 1986 sur le prélèvement et la transplantation d'organes, tel qu'inséré par la loi du 3 juillet 2012, la personne dont l'opposition est annulée est informée à ce sujet par lettre au plus tard un mois avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
  Par dérogation à ce qui est prévu au § 2, la personne concernée, dans la lettre visée à l'alinéa 1er, est informée qu'elle est présumée consentir, au moment où le présent arrêté entre en vigueur, au prélèvement de matériel corporel humain après son décès, conformément à l'article 12 de la loi du 19 décembre 2008 relative à l'obtention et à l'utilisation de matériel corporel humain destiné à des applications médicales humaines ou à des fins de recherche scientifique.,. La personne concernée est invitée si elle le souhaite, à exprimer une déclaration d'opposition ou de consentement exprès par le biais des différents modes d'expression prévus par les articles 8 et 9 du présent arrêté.
  § 2. Dans le courrier visé au § 1er, la personne concernée est informée qu'elle est, désormais lorsqu'elle atteint l'âge de la majorité, en vertu de l'article 12 de la loi du 19 décembre 2008 relative à l'obtention et à l'utilisation de matériel corporel humain destiné à des applications médicales humaines ou à des fins de recherche scientifique, présumée consentante au prélèvement de matériel corporel humain après le décès. Elle est invitée, si elle le souhaite, à exprimer une déclaration d'opposition ou de consentement exprès par le biais des différents modes d'expression prévus aux articles 8 et 9 du présent arrêté.
  § 3. Par dérogation à ce qui est prévu au § 1er, dans les cas prévus à l'art. 10, § 3bis, alinéa 4 de la loi du 13 juin 1986 sur le prélèvement et la transplantation d'organes, tel qu'inséré par la loi du 3 juillet 2012, la personne dont l'opposition est annulée est informée à ce sujet par lettre au plus tard un mois avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
  Par dérogation à ce qui est prévu au § 2, la personne concernée, dans la lettre visée à l'alinéa 1er, est informée qu'elle est présumée consentir, au moment où le présent arrêté entre en vigueur, au prélèvement de matériel corporel humain après son décès, conformément à l'article 12 de la loi du 19 décembre 2008 relative à l'obtention et à l'utilisation de matériel corporel humain destiné à des applications médicales humaines ou à des fins de recherche scientifique.,. La personne concernée est invitée si elle le souhaite, à exprimer une déclaration d'opposition ou de consentement exprès par le biais des différents modes d'expression prévus par les articles 8 et 9 du présent arrêté.
Art. 12. De intrekking van een verzet of uitdrukkelijke toestemming kan te allen tijde worden geregistreerd, zolang de betrokkene in leven is, op dezelfde wijze als bepaald in de artikelen 8 en 9 van dit besluit voor de registratie van een verzet of uitdrukkelijke toestemming.
Art. 12. Le retrait d'une opposition ou d'un consentement exprès peut être enregistré à tout moment aussi longtemps que la personne concernée est en vie, selon les mêmes modalités que celles prévues aux articles 8 et 9 du présent arrêté pour l'enregistrement d'une opposition ou d'un consentement exprès.
Art. 13. § 1. Indien een persoon zich in een toestand bevindt waarin het wegnemen van menselijk lichaamsmateriaal na overlijden kan worden uitgevoerd in het kader van de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek, heeft een beheerder van menselijk lichaamsmateriaal van een bank van lichaamsmateriaal of van een biobank, met uitzondering van de beheerder van menselijk lichaamsmateriaal bedoeld in artikel 22, § 3, tweede lid van de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek, of een lid van het coördinatieteam van een transplantatiecentrum dat erkend is in het kader van de wet op de ziekenhuizen en andere zorginstellingen, gecoördineerd op 10 juli 2018, toegang tot de databank bedoeld in artikel 8, § 3 van dit besluit.
  Deze databank is 24 uur per dag toegankelijk.
  Om toegang te krijgen tot deze databank moet de in het eerste lid bedoelde beheerder van het menselijk materiaal of het lid van het coördinatieteam zich identificeren en authentificeren, aan de hand van de elektronische identiteitskaart of een methode die een gelijkwaardige beveiliging kan waarborgen, om na te gaan of hij of zij gerechtigd is om toegang te krijgen tot de databank.
  Elke raadpleging in de databank wordt geregistreerd.
  § 2. In de databank kan op basis van het rijksregisternummer of op basis van de naam, de voornaam en eventueel de geboortedatum van de betrokkene het bestaan van een verzet tegen of van een uitdrukkelijke toestemming tot het wegnemen van menselijk lichaamsmateriaal na overlijden worden opgezocht.
  § 3. De verklaringen die worden geregistreerd in de databank bedoeld in artikel 8, § 3 van dit besluit worden verwijderd na het overlijden van de persoon op wie zij betrekking hebben. Deze verwijdering vindt plaats na het verstrijken van de termijn van twintig jaar. Indien een rechtsvordering is ingesteld, wordt deze termijn verlengd tot op het ogenblik waarop omtrent deze vordering een beslissing werd getroffen die overeenkomstig art. 28 van het Gerechtelijk Wetboek in kracht van gewijsde is gegaan.
  Deze databank is 24 uur per dag toegankelijk.
  Om toegang te krijgen tot deze databank moet de in het eerste lid bedoelde beheerder van het menselijk materiaal of het lid van het coördinatieteam zich identificeren en authentificeren, aan de hand van de elektronische identiteitskaart of een methode die een gelijkwaardige beveiliging kan waarborgen, om na te gaan of hij of zij gerechtigd is om toegang te krijgen tot de databank.
  Elke raadpleging in de databank wordt geregistreerd.
  § 2. In de databank kan op basis van het rijksregisternummer of op basis van de naam, de voornaam en eventueel de geboortedatum van de betrokkene het bestaan van een verzet tegen of van een uitdrukkelijke toestemming tot het wegnemen van menselijk lichaamsmateriaal na overlijden worden opgezocht.
  § 3. De verklaringen die worden geregistreerd in de databank bedoeld in artikel 8, § 3 van dit besluit worden verwijderd na het overlijden van de persoon op wie zij betrekking hebben. Deze verwijdering vindt plaats na het verstrijken van de termijn van twintig jaar. Indien een rechtsvordering is ingesteld, wordt deze termijn verlengd tot op het ogenblik waarop omtrent deze vordering een beslissing werd getroffen die overeenkomstig art. 28 van het Gerechtelijk Wetboek in kracht van gewijsde is gegaan.
Art. 13. § 1. Si une personne se trouve dans un état où un prélèvement de matériel corporel humain après le décès pourrait être effectué en vertu de la loi du 19 décembre 2008 relative à l'obtention et à l'utilisation de matériel corporel humain destiné à des applications médicales humaines ou à des fins de recherche scientifique, un gestionnaire de matériel corporel humain d'une banque de matériel corporel humain ou d'une biobanque, à l'exception du gestionnaire de matériel corporel humain visé à l'article 22, § 3, alinéa 2 de la loi du 19 décembre 2008 relative à l'obtention et à l'utilisation de matériel corporel humain destiné à des applications médicales humaines ou à des fins de recherche scientifique, ou un membre de l'équipe de coordination d'un centre de transplantation agréé en vertu de la loi relative aux hôpitaux et à d'autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2018, peut accéder à la banque de données prévue à l'article 8, § 3 du présent arrêté.
  Cette banque de données est accessible 24h sur 24.
  Pour accéder à cette banque de données, le gestionnaire du matériel corporel humain visé à l'alinéa 1er, ou le membre de l'équipe de coordination, doit s'identifier et s'authentifier au moyen de la carte d'identité électronique ou d'une méthode pouvant garantir une sécurité équivalente, afin de vérifier si il est bien autorisé à accéder à la banque de données.
  Chaque consultation dans la banque de données est enregistrée.
  § 2. Dans la banque de données, l'existence d'une opposition ou d'un consentement exprès à un prélèvement de matériel corporel humain après le décès, peut être recherchée soit sur base du numéro de registre national, soit sur base du nom, prénom, et éventuellement de la date de naissance de la personne concernée.
  § 3. Les déclarations enregistrées dans la banque de données visée à l'article 8, § 3, du présent arrêté, sont supprimées après le décès de la personne qu'elles concernent. Cette suppression a lieu après l'expiration d'un délai de vingt ans. Si une action en justice est intentée, ce délai est prolongé jusqu'à ce qu'une décision ait été prise qui, conformément à l'art. 28 du Code Judiciaire, est passé en force de chose jugée.
  Cette banque de données est accessible 24h sur 24.
  Pour accéder à cette banque de données, le gestionnaire du matériel corporel humain visé à l'alinéa 1er, ou le membre de l'équipe de coordination, doit s'identifier et s'authentifier au moyen de la carte d'identité électronique ou d'une méthode pouvant garantir une sécurité équivalente, afin de vérifier si il est bien autorisé à accéder à la banque de données.
  Chaque consultation dans la banque de données est enregistrée.
  § 2. Dans la banque de données, l'existence d'une opposition ou d'un consentement exprès à un prélèvement de matériel corporel humain après le décès, peut être recherchée soit sur base du numéro de registre national, soit sur base du nom, prénom, et éventuellement de la date de naissance de la personne concernée.
  § 3. Les déclarations enregistrées dans la banque de données visée à l'article 8, § 3, du présent arrêté, sont supprimées après le décès de la personne qu'elles concernent. Cette suppression a lieu après l'expiration d'un délai de vingt ans. Si une action en justice est intentée, ce délai est prolongé jusqu'à ce qu'une décision ait été prise qui, conformément à l'art. 28 du Code Judiciaire, est passé en force de chose jugée.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 14. Het koninklijk besluit van 30 oktober 1986 tot regeling van de wijze waarop de donor of de personen bedoeld in artikel 10, § 2, van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen hun wil te kennen geven wordt opgeheven.
Art. 14. L'arrêté royal du 30 octobre 1986 organisant le mode d'expression de la volonté du donneur ou des personnes visées à l'article 10, § 2, de la loi du 13 juin 1986 sur le prélèvement et la transplantation d'organes est abrogé.
Art. 15. Op 1 juli 2020 treden in werking:
  1° artikel 21, 3° van de wet van 3 juli 2012 tot wijziging van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen en de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek;
  2° dit besluit.
  In afwijking van het eerste lid, treden de artikelen 5, § 3. en 11, § 3. van dit besluit in werking op de dag van de publicatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
  1° artikel 21, 3° van de wet van 3 juli 2012 tot wijziging van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen en de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek;
  2° dit besluit.
  In afwijking van het eerste lid, treden de artikelen 5, § 3. en 11, § 3. van dit besluit in werking op de dag van de publicatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
Art. 15. Entrent en vigueur le 1er juillet 2020 :
  1° l'article 21, 3° de la loi du 3 juillet 2012 modifiant la loi du 13 juin 1986 sur le prélèvement et la transplantation d'organes et la loi du 19 décembre 2008 relative à l'obtention et à l'utilisation de matériel corporel humain destiné à des applications médicales humaines ou à des fins de recherche scientifique;
  2° le présent arrêté.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 5, § 3, et 11, § 3, du présent arrêté entrent en vigueur le jour de la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
  1° l'article 21, 3° de la loi du 3 juillet 2012 modifiant la loi du 13 juin 1986 sur le prélèvement et la transplantation d'organes et la loi du 19 décembre 2008 relative à l'obtention et à l'utilisation de matériel corporel humain destiné à des applications médicales humaines ou à des fins de recherche scientifique;
  2° le présent arrêté.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 5, § 3, et 11, § 3, du présent arrêté entrent en vigueur le jour de la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
Art. 16. De minister bevoegd voor Volksgezondheid, de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de minister bevoegd voor Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 16. Le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions, le ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions et le ministre qui a la Justice dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage 1. - Modaliteiten voor de verklaring van wil betreffende het wegneming van menselijk lichaamsmateriaal na de dood
  1. Inleiding
  De verklaring vermeldt dat, aangezien het wegnemen van menselijk lichaamsmateriaal onderworpen is aan een veronderstelde toestemming volgens de Belgische wetgeving, elke burger de mogelijkheid heeft om zich er tijdens zijn of haar leven tegen te verzetten of er uitdrukkelijk mee in te stemmen.
  Er wordt ook vermeld dat, wanneer menselijk lichaamsmateriaal wordt afgenomen na de dood, gezondheidsgegevens worden bewaard en gebruikt voor elk doel dat relevant is voor het doel dat wordt nagestreefd voor de afname.
  2. Informatie met betrekking tot de persoon op wie de verklaring betrekking heeft en de eventuele derde aangever
  De volgende gegevens betreffende de persoon op wie de verklaring betrekking heeft, moeten worden geregistreerd: naam en voornaam, geboortedatum en -plaats, adres, rijksregisternummer, geslacht, nationaliteit, burgerlijke staat. Enkel het rijksregisternummer wordt opgevraagd bij de declarant. De overige gegevens worden opgevraagd bij het Rijksregister. De declarant noteert evenwel, ter controle van de juistheid van het rijksregisternummer en de identiteit van de declarant, zijn naam en voornaam op het formulier.
  Indien overeenkomstig artikel 10, § 2, van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren verzet wordt aangetekend op naam van een derde persoon, worden de volledige naam, het rijksregisternummer van de persoon die zich namens een andere persoon uit en de hoedanigheid waarin hij namens anderen mag spreken, in de verklaring vermeld.
  3. Wilsuitdrukking wat betreft de verschillende soorten afnames van menselijk lichaamsmateriaal
  Een korte beschrijving van elke soort afname van menselijk lichaamsmateriaal wordt aan de aangever verstrekt.
  Wanneer de aangever ervoor kiest een eerdere wilsverklaring in te trekken, wordt hij ervan in kennis gesteld dat hij, bij gebrek aan een keuze, een standaarddonor is op grond van het beginsel van de veronderstelde toestemming zoals vastgelegd in artikel 10, § 2 van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen.
  a) Wegneming van organen na de dood voor therapeutische doeleinden
  o Verzet
  o Uitdrukkelijke toestemming
  o Intrekking van een eerdere wilsverklaring
  b) Wegneming van weefsels en cellen na de dood voor therapeutische doeleinden
  o Verzet
  o Uitdrukkelijke toestemming
  o Intrekking van een eerdere wilsverklaring
  c) Wegneming van menselijk lichaamsmateriaal na de dood voor wetenschappelijk onderzoek (biobanken)
  o Verzet
  o Uitdrukkelijke toestemming
  o Intrekking van een eerdere wilsverklaring
  d) Wegneming van menselijk lichaamsmateriaal na de dood voor innoverende therapieën
  o Verzet
  o Uitdrukkelijke toestemming
  o Intrekking van een eerdere wilsverklaring
  1. Inleiding
  De verklaring vermeldt dat, aangezien het wegnemen van menselijk lichaamsmateriaal onderworpen is aan een veronderstelde toestemming volgens de Belgische wetgeving, elke burger de mogelijkheid heeft om zich er tijdens zijn of haar leven tegen te verzetten of er uitdrukkelijk mee in te stemmen.
  Er wordt ook vermeld dat, wanneer menselijk lichaamsmateriaal wordt afgenomen na de dood, gezondheidsgegevens worden bewaard en gebruikt voor elk doel dat relevant is voor het doel dat wordt nagestreefd voor de afname.
  2. Informatie met betrekking tot de persoon op wie de verklaring betrekking heeft en de eventuele derde aangever
  De volgende gegevens betreffende de persoon op wie de verklaring betrekking heeft, moeten worden geregistreerd: naam en voornaam, geboortedatum en -plaats, adres, rijksregisternummer, geslacht, nationaliteit, burgerlijke staat. Enkel het rijksregisternummer wordt opgevraagd bij de declarant. De overige gegevens worden opgevraagd bij het Rijksregister. De declarant noteert evenwel, ter controle van de juistheid van het rijksregisternummer en de identiteit van de declarant, zijn naam en voornaam op het formulier.
  Indien overeenkomstig artikel 10, § 2, van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren verzet wordt aangetekend op naam van een derde persoon, worden de volledige naam, het rijksregisternummer van de persoon die zich namens een andere persoon uit en de hoedanigheid waarin hij namens anderen mag spreken, in de verklaring vermeld.
  3. Wilsuitdrukking wat betreft de verschillende soorten afnames van menselijk lichaamsmateriaal
  Een korte beschrijving van elke soort afname van menselijk lichaamsmateriaal wordt aan de aangever verstrekt.
  Wanneer de aangever ervoor kiest een eerdere wilsverklaring in te trekken, wordt hij ervan in kennis gesteld dat hij, bij gebrek aan een keuze, een standaarddonor is op grond van het beginsel van de veronderstelde toestemming zoals vastgelegd in artikel 10, § 2 van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen.
  a) Wegneming van organen na de dood voor therapeutische doeleinden
  o Verzet
  o Uitdrukkelijke toestemming
  o Intrekking van een eerdere wilsverklaring
  b) Wegneming van weefsels en cellen na de dood voor therapeutische doeleinden
  o Verzet
  o Uitdrukkelijke toestemming
  o Intrekking van een eerdere wilsverklaring
  c) Wegneming van menselijk lichaamsmateriaal na de dood voor wetenschappelijk onderzoek (biobanken)
  o Verzet
  o Uitdrukkelijke toestemming
  o Intrekking van een eerdere wilsverklaring
  d) Wegneming van menselijk lichaamsmateriaal na de dood voor innoverende therapieën
  o Verzet
  o Uitdrukkelijke toestemming
  o Intrekking van een eerdere wilsverklaring
Art. N. Annexe 1er. - Modalités encadrant la déclaration de volonté concernant le prélèvement de matériel corporel humain après le décès
  1. Préalable
  La déclaration mentionne qu'étant donné que tout prélèvement de matériel corporel humain est soumis au consentement présumé selon la loi belge1, tout citoyen a la possibilité de s'y opposer ou d'y consentir expressément de son vivant.
  Il est également mentionné que lors d'un prélèvement de matériel corporel humain après le décès, les données de santé sont conservées et utilisées à toute fin utile au vu de l'objectif poursuivi par le prélèvement.
  2. Informations relatives à la personne concernée par la déclaration et l'éventuel tiers déclarant
  Les informations suivantes concernant la personne à qui se rapporte la déclaration doivent être enregistrées : nom et prénom, date et lieu de naissance, adresse, numéro de Registre national, sexe, nationalité, état civil. Seul le numéro de Registre national est demandé au déclarant. Les autres informations sont demandées au Registre national. Toutefois, afin de vérifier l'exactitude du numéro de Registre national et l'identité du déclarant, le déclarant inscrit ses nom et prénom sur le formulaire.
  Si une opposition est exprimée au nom d'une personne tierce en vertu de l'article 10, § 2, de la loi du 13 juin 1986 relative au prélèvement et à la transplantation, les nom, prénom, numéro de registre national de la personne qui s'exprime au nom d'une autre ainsi que la mention de la qualité en vertu de laquelle elle peut s'exprimer au nom d'autrui, sont mentionnées dans la déclaration.
  3. Expression de volonté aux différents types de prélèvement de matériel corporel humain
  Une brève description de chaque type de prélèvement de matériel corporel humain est communiquée au déclarant.
  Lorsque le déclarant choisit le retrait d'une précédente volonté, il lui est communiqué qu'à défaut de choix, il est donneur par défaut en vertu du principe de consentement présumé fixé à l'article 10, § 2 de la loi du 13 juin 1986 relative au prélèvement et à la transplantation d'organes.
  a) prélèvement d'organes après le décès à des fins thérapeutiques
  o Opposition
  o Consentement exprès
  o Retrait de la précédente volonté
  b) prélèvement de tissus et cellules après le décès à des fins thérapeutiques
  o Opposition
  o Consentement exprès
  o Retrait de la précédente volonté
  c) prélèvement de matériel corporel humain après le décès à des fins de recherche scientifique (biobanques)
  o Opposition
  o Consentement exprès
  o Retrait de la précédente volonté
  d) prélèvement de matériel corporel humain après le décès en vue de thérapies innovantes
  o Opposition
  o Consentement exprès
  o Retrait de la précédente volonté
  1. Préalable
  La déclaration mentionne qu'étant donné que tout prélèvement de matériel corporel humain est soumis au consentement présumé selon la loi belge1, tout citoyen a la possibilité de s'y opposer ou d'y consentir expressément de son vivant.
  Il est également mentionné que lors d'un prélèvement de matériel corporel humain après le décès, les données de santé sont conservées et utilisées à toute fin utile au vu de l'objectif poursuivi par le prélèvement.
  2. Informations relatives à la personne concernée par la déclaration et l'éventuel tiers déclarant
  Les informations suivantes concernant la personne à qui se rapporte la déclaration doivent être enregistrées : nom et prénom, date et lieu de naissance, adresse, numéro de Registre national, sexe, nationalité, état civil. Seul le numéro de Registre national est demandé au déclarant. Les autres informations sont demandées au Registre national. Toutefois, afin de vérifier l'exactitude du numéro de Registre national et l'identité du déclarant, le déclarant inscrit ses nom et prénom sur le formulaire.
  Si une opposition est exprimée au nom d'une personne tierce en vertu de l'article 10, § 2, de la loi du 13 juin 1986 relative au prélèvement et à la transplantation, les nom, prénom, numéro de registre national de la personne qui s'exprime au nom d'une autre ainsi que la mention de la qualité en vertu de laquelle elle peut s'exprimer au nom d'autrui, sont mentionnées dans la déclaration.
  3. Expression de volonté aux différents types de prélèvement de matériel corporel humain
  Une brève description de chaque type de prélèvement de matériel corporel humain est communiquée au déclarant.
  Lorsque le déclarant choisit le retrait d'une précédente volonté, il lui est communiqué qu'à défaut de choix, il est donneur par défaut en vertu du principe de consentement présumé fixé à l'article 10, § 2 de la loi du 13 juin 1986 relative au prélèvement et à la transplantation d'organes.
  a) prélèvement d'organes après le décès à des fins thérapeutiques
  o Opposition
  o Consentement exprès
  o Retrait de la précédente volonté
  b) prélèvement de tissus et cellules après le décès à des fins thérapeutiques
  o Opposition
  o Consentement exprès
  o Retrait de la précédente volonté
  c) prélèvement de matériel corporel humain après le décès à des fins de recherche scientifique (biobanques)
  o Opposition
  o Consentement exprès
  o Retrait de la précédente volonté
  d) prélèvement de matériel corporel humain après le décès en vue de thérapies innovantes
  o Opposition
  o Consentement exprès
  o Retrait de la précédente volonté