Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
8 MEI 2020. - Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-05-2020 en tekstbijwerking tot 06-07-2021)
Titre
8 MAI 2020. - Décret contenant des mesures temporaires urgentes dans le domaine de l'enseignement suite à la crise du coronavirus(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-05-2020 et mise à jour au 06-07-2021)
Documentinformatie
Numac: 2020020886
Datum: 2020-05-08
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2020020886
Date: 2020-05-08
Moniteur: Voir
Tekst (53)
Texte (53)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1. - Disposition préliminaire
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire.
HOOFDSTUK 2. - Afwijking van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997
CHAPITRE 2. - Dérogation au décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997
Art. 2. In afwijking van artikel 15, § 1, eerste lid, 5°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 is de opmaak van een tijdelijk verslag mogelijk als het handelingsgericht diagnostisch traject dat nodig is voor de opmaak van een verslag, niet tijdig en volledig tegen de start van het schooljaar 2020-2021 gefinaliseerd kon worden met de vereiste diagnostiek. Dat tijdelijke verslag is op het moment van de eerste lesbijwoning van het schooljaar 2020-2021 beschikbaar. Voor de opmaak van een tijdelijk verslag hoeft niet voldaan te worden aan de voorwaarden betreffende diagnostiek, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 2°, 3°, 4°, 6°, 7° en 8°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997. Het tijdelijke verslag kan worden opgemaakt voor een instap in het buitengewoon onderwijs of de opstart van een IAC in het gewoon onderwijs bij de start van het schooljaar 2020-2021, of als het type van een al bestaand verslag gewijzigd wordt met het oog op de start van het schooljaar 2020-2021. Het tijdelijke verslag wordt in een definitief verslag omgezet zodra de vereiste diagnose beschikbaar is. Als de vereiste diagnose niet wordt afgeleverd, wordt het tijdelijke verslag bij de start van het schooljaar 2021-2022 van rechtswege opgeheven.
Art. 2. Par dérogation à l'article 15, § 1, premier alinéa, 5°, du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997, l'établissement d'un rapport temporaire est possible si le parcours diagnostique orienté vers l'action, nécessaire à l'établissement d'un rapport, n'a pas pu être achevé à temps et intégralement avant la rentrée scolaire 2020-2021 avec le diagnostic requis. Ce rapport temporaire est disponible au moment de la première première présence aux cours dans l'année scolaire 2020-2021. Pour établir un rapport temporaire, il n'est pas nécessaire de remplir les conditions relatives au diagnostic, mentionnées à l'article 10, § 1, premier alinéa, 2°, 3°, 4°, 6°, 7° et 8° du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997. Le rapport temporaire peut être établi pour une entrée dans l'enseignement spécial ou un démarrage d'IAC dans l'enseignement ordinaire à la rentrée scolaire 2020-2021, ou si le type d'un rapport déjà existant est modifié en vue de la rentrée scolaire 2020-2021. Le rapport temporaire est converti en rapport final dès que le diagnostic requis est disponible. Si le diagnostic requis n'est pas fourni, le rapport temporaire est annulé de plein droit à la rentrée scolaire 2021-2022.
Art. 3. In afwijking van artikel 32, § 3, van hetzelfde decreet heeft elke beslissing die sinds 1 februari 2020 wordt genomen tot definitieve uitsluiting van het recht om als leerling de lessen en activiteiten te volgen, pas uitwerking vanaf 31 augustus 2020, tenzij de leerling in kwestie voor de resterende periode van het schooljaar 2019-2020 in een andere school is ingeschreven.
Een leerling die op basis van het eerste lid uitgesloten wordt op 31 augustus 2020, volgt het geheel van de lessen en activiteiten en wordt geëvalueerd onder een vorm zoals bepaald door de klassenraad.
Art. 3. Par dérogation à l'article 32, § 3 du même décret, toute décision prise depuis le 1 février 2020 d'exclure définitivement l'élève du droit de suivre des cours et les activités ne prendra effet qu'à partir du 31 août 2020, sauf si l'élève en question est inscrit dans une autre école pour la période restante de l'année scolaire 2019-2020.
Un élève exclu au 31 août 2020 sur la base du premier alinéa suit l'ensemble des cours et des activités et est évalué sous une forme déterminée par le conseil de classe.
Art. 4. In afwijking van artikel 37 van hetzelfde decreet kan het schoolbestuur of zijn gemandateerde na het heropstarten van de lessen en activiteiten die met ingang van 13 maart 2020 werden geschorst als gevolg van de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, voor de resterende periode van het schooljaar 2019-2020 zonder akkoord van de ouders evaluatiemaatregelen nemen die verschillen van de bepalingen van het schoolreglement. De gewijzigde maatregelen worden schriftelijk of elektronisch aan de ouders gecommuniceerd.
Als die gewijzigde evaluatiemaatregelen gevolgen hebben voor het personeel, wordt daarover vooraf overleg gepleegd met de lokale personeelsvertegenwoordiging.
Art. 4. Par dérogation à l'article 37 du même décret, après la reprise des cours et activités suspendus à partir du 13 mars 2020 par suite des arrêtés ministériels relatifs aux mesures urgentes pour limiter la propagation du coronavirus COVID-19, promulgués par le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, l'autorité scolaire ou son mandataire peut prendre des mesures d'évaluation qui diffèrent des dispositions du règlement scolaire, pour la période restante de l'année scolaire 2019-2020 et sans l'accord des parents. Les mesures modifiées sont communiquées par écrit ou par voie électronique aux parents.
Si ces mesures d'évaluation modifiées ont des implications pour le personnel, une concertation préalable est organisée avec la représentation locale du personnel.
Art. 5. In afwijking van artikel 37/2, eerste lid, 1°, a), van hetzelfde decreet wordt voor het schooljaar 2019-2020 de termijn voor indiening van het beroep die in het schoolreglement is opgenomen, verlengd met het aantal dagen dat de beslissing over het toekennen van het getuigschrift basisonderwijs conform artikel 12 van dit decreet later dan 30 juni 2020 aan de ouders is meegedeeld.
Art. 5. Par dérogation à l'article 37/2, premier alinéa, 1°, a) du même décret, pour l'année scolaire 2019-2020, le délai d'introduction d'un recours tel qu'inscrit au règlement scolaire est prolongé du nombre de jours allant du 30 juin 2020 à la date de notification aux parents de la décision d'attribution du certificat d'enseignement fondamental conformément à l'article 12 du présent décret.
Art. 6. In afwijking van artikel 37bis van hetzelfde decreet gelden voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2019-2020 de volgende regels:
1° inschrijvingen in het schooljaar 2019-2020 voor het schooljaar 2019-2020 en het schooljaar 2020-2021 waarvoor de fysieke aanwezigheid van de ouders of leerlingen op school vereist is, worden opgeschort vanaf 16 maart 2020 tot en met de datum die de minister, bevoegd voor het onderwijs en de vorming, vaststelt. Pas na die vastgestelde datum kunnen de fysieke inschrijvingen opnieuw starten, rekening houdend met de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken;
2° inschrijvingen in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs onderwijs die plaatsvinden in het schooljaar 2019-2020 voor het schooljaar 2019-2020 en het schooljaar 2020-2021 en waarvoor de fysieke aanwezigheid van de ouders of leerlingen op school vereist is, worden opgeschort vanaf 16 maart 2020 tot en met datum die de minister, bevoegd voor het onderwijs en de vorming, vaststelt. Pas na die vastgestelde datum kunnen de fysieke inschrijvingen opnieuw starten, rekening houdend met de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken.
Art. 6. Par dérogation à l'article 37bis du même décret, les règles suivantes s'appliquent aux inscriptions ayant lieu pendant l'année scolaire 2019-2020 :
1° les inscriptions pendant l'année scolaire 2019-2020 pour les années scolaires 2019-2020 et 2020-2021 qui nécessitent la présence physique des parents ou des élèves à l'école sont suspendues à partir du 16 mars 2020 jusqu'à la date à fixer par le ministre compétent pour l'enseignement et la formation. Ces inscriptions physiques ne peuvent se poursuivre qu'à partir de cette date fixée, en tenant compte des arrêtés ministériels contenant des mesures urgentes de lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19, promulgués par le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur ;
2° les inscriptions dans l'enseignement fondamental ordinaire et spécial ayant lieu pendant l'année scolaire 2019-2020 pour les années scolaires 2019-2020 et 2020-2021 qui nécessitent la présence physique des parents ou des élèves à l'école sont suspendues à partir du 16 mars 2020 jusqu'à la date à fixer par le ministre compétent pour l'enseignement et la formation. Ces inscriptions physiques ne peuvent se poursuivre qu'à partir de cette date fixée, en tenant compte des arrêtés ministériels contenant des mesures urgentes de lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19, promulgués par le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur.
Art. 7. In afwijking van artikel 37undecies, § 2, derde lid, tweede zin, van hetzelfde decreet leidt elke beslissing die een school sinds 1 februari 2020 heeft genomen voor een leerling voor wie ze de aanpassingen die nodig zijn disproportioneel vindt, tot een ontbinding van de inschrijving van die leerling voor het schooljaar 2020-2021, tenzij de leerling in kwestie voor de resterende periode van het schooljaar 2019-2020 in een andere school is ingeschreven.
Art. 7. Par dérogation à l'article 37undecies, § 2, troisième alinéa, deuxième phrase du même décret, toute décision prise par une école depuis le 1 février 2020 pour un élève pour lequel elle estime que les adaptations nécessaires sont disproportionnées, entraîne l'annulation de l'inscription de cet élève pour l'année scolaire 2020-2021, à moins que l'élève en question ne soit inscrit dans une autre école pour la période restante de l'année scolaire 2019-2020.
Art. 8.
Art. 8.
Art. 9. In artikel 37vicies quinquies van hetzelfde decreet wordt afgeweken en gewijzigd als volgt:
§ 1. In afwijking van artikel 37vicies quinquies van hetzelfde decreet geldt:
1° voor de inschrijvingen in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs die plaatsvinden in het schooljaar 2019-2020 voor het schooljaar 2020-2021:
a) melden een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP een aanmeldingsprocedure aan de hand van een standaarddossier, aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. De CLR stelt een standaarddossier ter beschikking;
b) sluiten een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP alsnog aan bij een al door de CLR goedgekeurde aanmeldingsprocedure. Het schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP melden dat aan de CLR;
2° voor de inschrijvingen in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs die plaatsvinden in het schooljaar 2019-2020 voor het schooljaar 2020-2021, kunnen het schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP ervoor kiezen om de al goedgekeurde procedure te wijzigen. Het schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP dienen de gewijzigde procedure in bij de CLR.
§ 2. Aan artikel 37vicies quinquies, § 1, van hetzelfde decreet wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In afwijking van het eerste lid kunnen een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP uiterlijk op 15 november 2020 een voorstel van aanmeldingsprocedure voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2021-2022 aan de CLR voorleggen.".
Art. 9. Dans l'article 37vicies quinquies du même décret il est dérogé et modifié comme suit :
§ 1. Par dérogation à l'article 37vicies quinquies du même décret, les dispositions suivantes s'appliquent :
1° pour les inscriptions dans l'enseignement fondamental ordinaire et spécial ayant lieu pendant l'année scolaire 2019-2020 pour l'année scolaire 2020-2021 :
a) l'autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP notifient une procédure de préinscription sur la base d'un dossier type aux services compétents de la Communauté flamande. La CLR met à disposition un dossier type ;
b) une autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP se joignent à une procédure de préinscription déjà approuvée par la CLR. L'autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP le communiquent à la CLR ;
2° pour les inscriptions dans l'enseignement fondamental ordinaire et spécial ayant lieu pendant l'année scolaire 2019-2020 pour l'année scolaire 2020-2021, l'autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP peuvent choisir de modifier la procédure déjà approuvée. L'autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP soumettent la procédure modifiée à la CLR.
§ 2. L'article 37vicies quinquies, § 1 du même décret est complété par un troisième alinéa ainsi rédigé :
" Par dérogation à l'alinéa premier, l'autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP peuvent présenter à la CLR pour le 15 novembre 2020 une proposition de procédure de préinscription pour les inscriptions de l'année scolaire 2020-2021. ".
Art. 10. In artikel 37vicies sexies, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 juni 2012 en gewijzigd bij de decreten van 21 december 2018 en 22 november 2019, wordt de datum "31 januari 2020" vervangen door de datum "31 januari 2021".
Art. 10. Dans l'article 37vicies sexies, § 1 du même décret, inséré par le décret du 8 juin 2012 et modifié par les décrets des 21 décembre 2018 et 22 novembre 2019, la date " 31 janvier 2020 " est remplacée par la date " 31 janvier 2021 ".
Art. 11. In afwijking van artikel 44ter van hetzelfde decreet is de afname van de gevalideerde toetsen op het einde van het schooljaar 2019-2020 optioneel. Over de beslissing om de gevalideerde proeven al dan niet af te nemen wordt overleg gepleegd met de lokale personeelsvertegenwoordiging.
Art. 11. Par dérogation à l'article 44ter du même décret, l'organisation des épreuves validées à la fin de l'année scolaire 2019-2020 est facultative. La décision d'organiser ou non les épreuves validées est prise en concertation avec la représentation locale du personnel.
Art. 12. In afwijking van artikel 55 van hetzelfde decreet kan voor het schooljaar 2019-2020 na overleg met de lokale personeelsvertegenwoordiging de beslissing over het toekennen van het getuigschrift uiterlijk op 7 juli aan de ouders meegedeeld worden. De ouders worden dan geacht die beslissing uiterlijk op 8 juli in ontvangst te hebben genomen.
Art. 12. Par dérogation à l'article 55 du même décret, pour l'année scolaire 2019-2020, la décision d'attribution du certificat peut être communiquée aux parents au plus tard le 7 juillet, après consultation de la représentation locale du personnel. Les parents sont censés avoir pris connaissance de cette décision au plus tard le 8 juillet.
Art. 13. In afwijking van artikel 63, § 1, van hetzelfde decreet dient het schoolbestuur dat voor de school de voorlopige erkenning voor het schooljaar 2020-2021 wil verkrijgen, uiterlijk op 1 juni 2020 een aanvraag in bij AGODI.
Art. 13. Par dérogation à l'article 63, § 1 du même décret, l'autorité scolaire qui souhaite obtenir l'agrément provisoire de l'école pour l'année scolaire 2020-2021 doit introduire une demande auprès d'AGODI au plus tard le 1 juin 2020.
Art. 14. In afwijking van artikel 68, § 2, van hetzelfde decreet dient het schoolbestuur dat voor de school financiering of subsidiëring voor het schooljaar 2020-2021 wil verkrijgen, uiterlijk op 1 juni 2020 een aanvraag in bij AGODI.
Art. 14. Par dérogation à l'article 68, § 2 du même décret, l'autorité scolaire qui souhaite obtenir un financement ou une subvention de l'école pour l'année scolaire 2020-2021 doit introduire une demande auprès d'AGODI au plus tard le 1 juin 2020.
Art. 15. In afwijking van artikel 87, § 4, 109, § 5, 114, § 3, 125duodecies, § 2, 125duodecies1, § 2, 4°, en 137bis, § 4, van hetzelfde decreet worden voor het bepalen van het gemiddelde aantal regelmatige leerlingen van type 5-scholen met het oog op het schooljaar 2021-2022 de woorden "periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari" telkens gelezen als de woorden "periode van vijf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari".
Als het gemiddelde aantal regelmatige leerlingen dat met toepassing van het eerste lid wordt verkregen, lager is dan het aantal dat voor het schooljaar 2020-2021 werd gehanteerd, wordt het aantal van het schooljaar 2020-2021 opnieuw gehanteerd.
Art. 15. Par dérogation aux articles 87, § 4, 109, § 5, 114, § 3, 125duodecies, § 2, 125duodecies1, § 2, 4°, et 137bis, § 4 du même décret, pour déterminer le nombre moyen d'élèves réguliers des écoles de type 5 en vue de l'année scolaire 2021-2022, les mots " période de douze mois précédant le premier jour de classe de février " sont chaque fois lus comme les mots " période de cinq mois précédant le premier jour de classe de février ".
Si le nombre moyen d'élèves réguliers obtenu en application du premier alinéa est inférieur au nombre utilisé pour l'année scolaire 2020-2021, le nombre pour l'année scolaire 2020-2021 est à nouveau utilisé.
HOOFDSTUK 3. - Afwijking van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad
CHAPITRE 3. - Dérogation au décret du 2 avril 2004 sur la participation à l'école et le Conseil flamand de l'Enseignement
Art. 16. In afwijking van artikel 21, 7°, a), van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad worden alle maatregelen met betrekking tot de leerlingenevaluatie die het schoolbestuur of zijn gemandateerde voor het schooljaar 2019-2020 neemt na het heropstarten van de lessen en activiteiten die met ingang van 13 maart 2020 werden geschorst als gevolg van de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, voor zover die verschillen van de bepalingen in het schoolreglement, ter kennisgeving aan de schoolraad bezorgd. Als de gewijzigde evaluatiemaatregelen gevolgen voor het personeel hebben, wordt daarover vooraf overleg gepleegd met de lokale personeelsvertegenwoordiging.
Art. 16. Par dérogation à l'article 21, 7°, a) du décret du 2 avril 2004 sur la participation à l'école et le Conseil flamand de l'enseignement, toutes les mesures relatives à l'évaluation des élèves prises par l'autorité scolaire ou son mandataire pour l'année scolaire 2019-2020 après la reprise des cours et activités suspendus à partir du 13 mars 2020 par suite des arrêtés ministériels contenant des mesures urgentes de lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19, promulgués par le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, sont notifiées au conseil scolaire, dans la mesure où elles diffèrent des dispositions du règlement scolaire. Si les mesures d'évaluation modifiées ont des implications pour le personnel, une concertation préalable est organisée avec la représentation locale du personnel.
HOOFDSTUK 4. - Afwijking van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap.
CHAPITRE 4. - Dérogation au décret du 8 juin 2007 relatif à l'aide financière aux études de la Communauté flamande
Art. 17. Voor de toepassing van artikel 44, tweede lid, 1°, van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap worden voor studenten die een geldige huurovereenkomst voor het academiejaar 2019-2020 kunnen voorleggen waarvan de begindatum voor 1 maart 2020 en de einddatum na 1 maart 2020 valt, en die hun huurovereenkomst hebben opgezegd voor de einddatum die in de huurovereenkomst wordt vermeld, de maanden maart, april, mei en juni 2020 ook in aanmerking genomen voor de berekening van de minimumduur van de huurovereenkomst.
Art. 17. Pour l'application de l'article 44, deuxième alinéa, 1°, du décret du 8 juin 2007 relatif à l'aide financière aux études de la Communauté flamande, les mois de mars, avril, mai et juin 2020 sont également pris en compte pour le calcul de la durée minimale du contrat de location pour les étudiants qui peuvent présenter un contrat de location valable pour l'année académique 2019-2020 avec une date de début avant le 1 mars 2020 et une date de fin après le 1 mars 2020, et qui ont résilié leur contrat de location avant la date de fin mentionnée dans le contrat de location.
HOOFDSTUK 5. - Afwijking van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs
CHAPITRE 5. - Dérogation au décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes
Art. 18. [1 In afwijking van artikel 28 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs kan het volwassenenonderwijs tijdens het schooljaar 2021-2022 ook als afstandsonderwijs georganiseerd worden. Dat afstandsonderwijs voldoet ten minste aan de volgende criteria:
1° het beantwoordt aan de wettelijke bepalingen van hetzelfde decreet van 15 juni 2017;
2° het cursusmateriaal en de didactische middelen zijn geschikt voor multimediaal gebruik;
3° de wijze van evalueren is duidelijk omschreven;
4° de deelname van cursisten wordt systematisch gevolgd ]1
.
Art. 18. [1 Par dérogation à l'article 28 du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, l'éducation des adultes peut également être organisée sous la forme d'un enseignement à distance pendant l'année scolaire 2021-2022. Cet enseignement à distance satisfait au minimum aux critères suivants :
1° il répond aux dispositions légales du même décret du 15 juin 2007 ;
2° le matériel de cours et les moyens didactiques sont appropriés à un usage multimédia ;
3° le mode d'évaluation est bien défini ;
4° la participation des apprenants fait l'objet d'un suivi systématique ]1
.
HOOFDSTUK 6. - Afwijking van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs
CHAPITRE 6. - Dérogation au décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement
Art. 19. In afwijking van artikel 215, § 2, tweede lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs geldt de termijn van negentig kalenderdagen in de periode van 16 maart 2020 tot en met [1 [2 30 juni 2022]2]1 niet voor instellingen en CLB's die een nieuwe doorlichting zouden krijgen. De onderwijsinspectie bepaalt in overleg met de betrokken instelling of het betrokken CLB een datum voor de nieuwe doorlichting, die volgt na de periode van opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning die de Vlaamse Regering aan het bestuur heeft meegedeeld. De doorlichting vindt uiterlijk plaats op [1 [2 30 juni 2022 ]2]1.
Art. 19. Par dérogation à l'article 215, § 2, alinéa deux du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, dans la période du 16 mars 2020 au [1 [2 30 juin 2022]2]1 le délai de quatre-vingt-dix jours civils ne s'applique pas aux établissements et aux CLB qui feraient l'objet d'un nouvel audit. L'inspection de l'enseignement, en concertation avec l'établissement ou le CLB concernés, fixe une date pour le nouvel audit, qui suit la période de suspension de la procédure de retrait d'agrément notifiée à l'autorité par le Gouvernement flamand. L'audit doit avoir lieu au plus tard le [1 [2 30 juin 2022]2]1.
HOOFDSTUK 7. . - Afwijking van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010
CHAPITRE 7. - Dérogation au Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010
Art. 20. In afwijking van artikel 14, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 dient het schoolbestuur uiterlijk op 1 juni 2020 een aanvraag in tot erkenning en eventueel financiering van structuuronderdelen in het kader van de oprichting per 1 september 2020 van een school die niet het gevolg is van een herstructurering van bestaande scholen.
Art. 20. Par dérogation à l'article 14, § 2 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, l'autorité scolaire introduit, au plus tard le 1 juin 2020, une demande d'agrément et éventuellement de financement de subdivisions structurelles dans le cadre de la création à partir du 1 septembre 2020 d'une école qui ne résulte pas d'une restructuration d'écoles existantes.
Art. 21. In afwijking van artikel 15, § 2, van dezelfde codex dient het schoolbestuur uiterlijk op 1 juni 2020 een aanvraag in tot financiering van structuuronderdelen in het kader van de oprichting per 1 september 2020 van een school die niet het gevolg is van een herstructurering van bestaande scholen.
Art. 21. Par dérogation à l'article 15, § 2 du même code, l'autorité scolaire introduit, au plus tard le 1 juin 2020, une demande de financement de subdivisions structurelles dans le cadre de la création à partir du 1 septembre 2020 d'une école qui ne résulte pas d'une restructuration d'écoles existantes.
Art. 22. In artikel 110/0 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 november 2019, wordt de zinsnede "2019-2020 en 2020-2021" vervangen door de zinsnede "2019-2020, 2020-2021 en 2021-2022".
Art. 22. Dans l'article 110/0 du même décret, inséré par le décret du 22 novembre 2019, le membre de phrase " 2019-2020 et 2020-2021 " est remplacé par le membre de phrase " 2019-2020, 2020-2021 et 2021-2022 ".
Art. 23. In afwijking van artikel 110/1 van dezelfde codex gelden voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2019-2020 de volgende regels:
1° inschrijvingen voor het schooljaar 2019-2020 en het schooljaar 2020-2021 in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs die plaatsvinden tijdens het schooljaar 2019-2020 en waarvoor de fysieke aanwezigheid van de ouders of leerlingen op school vereist is, worden opgeschort vanaf 16 maart 2020 tot en met de datum die de minister, bevoegd voor het onderwijs en de vorming, vaststelt. Pas na die vastgestelde datum kunnen de fysieke inschrijvingen opnieuw starten, rekening houdend met de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken;
2° inschrijvingen voor het schooljaar 2019-2020 en het schooljaar 2020-2021 die plaatsvinden tijdens het schooljaar 2019-2020 in het eerste leerjaar van de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs en in het buitengewoon secundair onderwijs en waarvoor de fysieke aanwezigheid van de ouders of leerlingen op school vereist is, worden opgeschort vanaf 16 maart 2020 tot en met de datum die de minister, bevoegd voor het onderwijs en de vorming, vaststelt. Pas na die vastgestelde datum kunnen de fysieke inschrijvingen opnieuw starten, rekening houdend met de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken;
3° inschrijvingen in de hogere leerjaren van het gewoon secundair onderwijs die niet onder de toepassing van punt 2 vallen en inschrijvingen in de leertijd die plaatsvinden tijdens het schooljaar 2019-2020 voor het schooljaar 2020-2021 worden tot en met 17 mei 2020 opgeschort. Als op 18 mei 2020 de regelmatige onderwijsverstrekking door en in de onderwijsinstellingen nog niet kan worden hervat of als het door een samenscholingsverbod of vanwege de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid onmogelijk is om inschrijvingen te organiseren waarbij de fysieke aanwezigheid van de ouders of leerlingen vereist is, kan een schoolbestuur beslissen om de inschrijvingen te laten verlopen zonder dat de fysieke aanwezigheid van de ouders of leerlingen op school vereist is.
In afwijking van de data, vermeld in punt 3°, kan de minister, bevoegd voor het onderwijs en de vorming, ook een latere datum bepalen waarop inschrijvingen opnieuw kunnen starten, rekening houdend met de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken.
Art. 23. Par dérogation à l'article 110/1 du même code, les règles suivantes s'appliquent aux inscriptions ayant lieu pendant l'année scolaire 2019-2020 :
1° les inscriptions pour les années scolaires 2019-2020 et 2020-2021 dans l'enseignement secondaire ordinaire et spécial qui ont lieu pendant l'année scolaire 2019-2020 et qui nécessitent la présence physique des parents ou des élèves à l'école sont suspendues à partir du 16 mars 2020 jusqu'à la date à fixer par le ministre compétent pour l'enseignement et la formation. Ces inscriptions physiques ne peuvent se poursuivre qu'à partir de cette date fixée, en tenant compte des arrêtés ministériels contenant des mesures urgentes de lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19, promulgués par le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur ;
2° les inscriptions pour les années scolaires 2019-2020 et 2020-2021 qui ont lieu pendant l'année scolaire 2019-2020 en première année du premier degré de l'enseignement secondaire ordinaire et dans l'enseignement secondaire spécial et qui nécessitent la présence physique des parents ou des élèves à l'école sont suspendues à partir du 16 mars 2020 jusqu'à la date à fixer par le ministre compétent pour l'enseignement et la formation. Ces inscriptions physiques ne peuvent se poursuivre qu'à partir de cette date fixée, en tenant compte des arrêtés ministériels contenant des mesures urgentes de lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19, promulgués par le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur ;
3° les inscriptions dans les années supérieures de l'enseignement secondaire ordinaire qui ne relèvent pas du point 2 et les inscriptions dans l'apprentissage qui ont lieu pendant l'année scolaire 2019-2020 pour l'année scolaire 2020-2021 sont suspendues jusqu'au 17 mai 2020. Si la dispensation régulière d'enseignement par et dans les établissements d'enseignement ne peut être reprise le 18 mai 2020, ou s'il est impossible d'organiser des inscriptions nécessitant la présence physique des parents ou des élèves en raison d'une interdiction de rassemblement ou de l'urgence sanitaire civile, l'autorité scolaire peut décider d'organiser les inscriptions sans obligation de présence physique des parents ou des élèves à l'école.
Par dérogation aux dates mentionnées au point 3°, le ministre compétent pour l'enseignement et la formation peut également fixer une date ultérieure à laquelle les inscriptions peuvent reprendre, en tenant compte des arrêtés ministériels contenant des mesures urgentes de lutte contre la propagation du coronavirus COVID-19, promulgués par le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur.
Art. 24. In afwijking van artikel 110/11, § 2, derde lid, tweede zin, van dezelfde codex leidt elke beslissing die een school sinds 1 februari 2020 heeft genomen en waarbij ze oordeelt dat de aanpassingen die nodig zijn voor de leerling, disproportioneel zijn, tot een ontbinding van de inschrijving van die leerling voor het schooljaar 2020-2021, tenzij de leerling in kwestie alsnog voor de resterende periode van het schooljaar 2019-2020 in een andere school is ingeschreven.
Art. 24. Par dérogation à l'article 110/11, § 2, troisième alinéa, deuxième phrase du même code, toute décision prise par une école depuis le 1 février 2020 par laquelle elle estime que les adaptations nécessaires pour l'élève sont disproportionnées, entraîne l'annulation de l'inscription de cet élève pour l'année scolaire 2020-2021, à moins que l'élève en question ne soit inscrit dans une autre école pour la période restante de l'année scolaire 2019-2020.
Art. 25.
Art. 25.
Art. 26. In artikel 110/25 van dezelfde codex wordt afgeweken en gewijzigd als volgt:
§ 1. In afwijking van artikel 110/25 van dezelfde codex geldt:
1° voor de inschrijvingen in het eerste leerjaar A of het eerste leerjaar B in het gewoon secundair onderwijs of in het buitengewoon onderwijs die plaatsvinden in het schooljaar 2019-2020 voor het schooljaar 2020-2021:
a) melden een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP een aanmeldingsprocedure aan de hand van een standaarddossier aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. De CLR stelt een standaarddossier ter beschikking;
b) sluiten een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP zich alsnog aan bij een al door de CLR goedgekeurde aanmeldingsprocedure. Het schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP melden dat aan de CLR;
2° voor de inschrijvingen in het eerste leerjaar A of het eerste leerjaar B in het gewoon secundair onderwijs of in het buitengewoon onderwijs die plaatsvinden in het schooljaar 2019-2020 voor het schooljaar 2020-2021 kunnen het schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP ervoor kiezen om de al goedgekeurde procedure te wijzigen. Het schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP dienen de gewijzigde procedure in bij de CLR.
§ 2. Aan artikel 110/25, § 1, van dezelfde codex wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In afwijking van het eerste lid kunnen een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP uiterlijk op 15 november 2020 een voorstel van aanmeldingsprocedure voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2021-2022 aan de CLR voorleggen.".
Art. 26. Dans l'article 110/25 du même code il est dérogé et modifié comme suit :
§ 1. Par dérogation à l'article 110/25 du même code, les dispositions suivantes s'appliquent :
1° pour les inscriptions en première année A ou en première année B dans l'enseignement secondaire ordinaire ou dans l'enseignement spécial qui ont lieu pendant l'année scolaire 2019-2020 pour l'année scolaire 2020-2021 :
a) l'autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP notifient une procédure de préinscription sur la base d'un dossier type aux services compétents de la Communauté flamande. La CLR met à disposition un dossier type ;
b) une autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP se joignent à une procédure de préinscription déjà approuvée par la CLR. L'autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP le communiquent à la CLR ;
2° pour les inscriptions en première année A ou en première année B dans l'enseignement secondaire ordinaire ou l'enseignement spécial qui ont lieu pendant l'année scolaire 2019-2020 pour l'année scolaire 2020-2021, l'autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP peuvent choisir de modifier la procédure déjà approuvée. L'autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP soumettent la procédure modifiée à la CLR.
§ 2. L'article 110/25, § 1 du même code est complété par un alinéa trois ainsi rédigé :
" Par dérogation à l'alinéa premier, l'autorité scolaire, plusieurs autorités scolaires conjointement ou la LOP peuvent présenter à la CLR pour le 15 novembre 2020 une proposition de procédure de préinscription pour les inscriptions de l'année scolaire 2020-2021. ".
Art. 27. In artikel 110/26, § 1, van dezelfde codex, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011, ingevoegd bij het decreet van 8 juni 2012 en gewijzigd bij de decreten van 21 december 2018 en 22 november 2019, wordt het jaartal "2020" vervangen door het jaartal "2021".
Art. 27. Dans l'article 110/26, § 1 du même code, sanctionné par le décret du 27 mai 2011, inséré par le décret du 8 juin 2012 et modifié par les décrets des 21 décembre 2018 et 22 novembre 2019, le millésime " 2020 " est remplacé par le millésime " 2021 ".
Art. 28. In afwijking van artikel 110/30, § 1, tweede lid, van dezelfde codex wordt voor een leerplichtige die vóór 1 januari 2020 de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, de periode om via de examencommissie een getuigschrift of diploma van het secundair onderwijs te behalen verlengd tot en met 1 maart 2021.
Art. 28. Par dérogation à l'article 110/30, § 1, deuxième alinéa du même code, pour un élève soumis à l'obligation scolaire qui a atteint l'âge de 16 ans avant le 1 janvier 2020, le délai pour obtenir un certificat ou un diplôme de l'enseignement secondaire devant la commission d'examen est prolongé jusqu'au 1 mars 2021.
Art. 29. In afwijking van artikel 111, § 1bis, van dezelfde codex kan het schoolbestuur of zijn gemandateerde na het heropstarten van de lessen en activiteiten die met ingang van 13 maart 2020 werden geschorst als gevolg van de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, voor de resterende periode van het schooljaar 2019-2020 zonder akkoord van de betrokken personen, ter uitvoering van artikel 112, eerste lid, 9°, van dezelfde codex, evaluatiemaatregelen nemen die verschillen van de bepalingen in het schoolreglement. Als die evaluatiemaatregelen gevolgen voor het personeel hebben, wordt daarover vooraf overleg gepleegd met de lokale personeelsvertegenwoordiging. De gewijzigde maatregelen worden schriftelijk of elektronisch aan de betrokken personen gecommuniceerd.
Art. 29. Par dérogation à l'article 111, § 1bis du même code, après la reprise des cours et activités suspendus à partir du 13 mars 2020 par suite des arrêtés ministériels relatifs aux mesures urgentes pour limiter la propagation du coronavirus COVID-19, promulgués par le ministre de la Sécurité et de l'Intérieur, l'autorité scolaire ou son mandataire peut prendre, en exécution de l'article 112, alinéa premier, 9° du même code, des mesures d'évaluation qui diffèrent des dispositions du règlement scolaire, pour la période restante de l'année scolaire 2019-2020 et sans l'accord des personnes concernées. Si ces mesures d'évaluation ont des implications pour le personnel, une concertation préalable est organisée avec la représentation locale du personnel. Les mesures modifiées sont communiquées par écrit ou par voie électronique aux personnes concernées.
Art. 30. In afwijking van artikel 123/10, § 1, 2°, van dezelfde codex heeft elke beslissing die sinds 1 februari 2020 wordt genomen tot definitieve uitsluiting van het recht om als leerling het geheel van de vorming werkelijk en regelmatig verder te volgen in de onderwijsinstelling, pas uitwerking vanaf 31 augustus 2020, tenzij de leerling in kwestie voor de resterende periode van het schooljaar 2019-2020 in een andere school is ingeschreven.
Een leerling die op basis van het eerste lid uitgesloten wordt op 31 augustus 2020, volgt het geheel van de vorming en wordt geëvalueerd onder een vorm zoals bepaald door de klassenraad.
Art. 30. Par dérogation à l'article 123/10, § 1, 2° du même code, toute décision prise depuis le 1 février 2020 d'exclure définitivement l'élève du droit de poursuivre l'ensemble de la formation de manière effective et régulière dans l'établissement d'enseignement ne prendra effet qu'à partir du 31 août 2020, sauf si l'élève en question est inscrit dans une autre école pour la période restante de l'année scolaire 2019-2020.
Un élève exclu au 31 août 2020 sur la base du premier alinéa suit l'ensemble de la formation et est évalué sous une forme déterminée par le conseil de classe.
Art. 31. In afwijking van artikel 256/4, § 5, van dezelfde codex wordt de geldigheidsduur van het resultaat van een afgelegd examen met één kalenderjaar verlengd in de gevallen waarin het bereiken van de zeven kalenderjaren valt in de periode van 15 maart tot en met 31 december 2020.
Art. 31. Par dérogation à l'article 256/4, § 5 du même code, la période de validité du résultat d'un examen effectué est prolongée d'une année civile dans les cas où la réalisation des sept années civiles se situe dans la période du 15 mars au 31 décembre 2020.
Art. 32. In afwijking van artikel 277, § 1, tweede lid, van dezelfde codex wordt voor de ziekenhuisscholen voor het schooljaar 2020-2021 de datum, vermeld in artikel 271, gelijkgesteld aan de periode van dertig kalenderdagen die voorafgaat aan 1 oktober 2020, en wordt de berekeningswijze gebaseerd op de gemiddelde aanwezigheid van de regelmatige leerlingen.
Als dat gemiddelde aantal regelmatige leerlingen lager is dan in het schooljaar 2019-2020, wordt het aantal van het schooljaar 2019-2020 in aanmerking genomen.
Art. 32. Par dérogation à l'article 277, § 1, deuxième alinéa du même code, pour les écoles hospitalières pour l'année scolaire 2020-2021, la date mentionnée à l'article 271 est assimilée à la période de trente jours civils précédant le 1 octobre 2020 et la méthode de calcul est basée sur la présence moyenne des élèves réguliers.
Si ce nombre moyen d'élèves réguliers est inférieur à celui de l'année scolaire 2019-2020, le nombre de l'année scolaire 2019-2020 est pris en compte.
Art. 33. In afwijking van artikel 294, § 2, 1°, e), en 2°, f), van dezelfde codex is de opmaak van een tijdelijk verslag mogelijk als het handelingsgericht diagnostisch traject dat nodig is voor de opmaak van een verslag, niet tijdig en volledig tegen de start van het schooljaar 2020-2021 gefinaliseerd kon worden met de vereiste diagnostiek. Het tijdelijke verslag is op het moment van de eerste lesbijwoning van het schooljaar 2020-2021 beschikbaar. Voor de opmaak van een tijdelijk verslag hoeft niet voldaan te worden aan de voorwaarden betreffende de diagnostiek, vermeld in artikel 259, § 1, 2°, 3°, 4°, 6°, 7° en 8°, van dezelfde codex. Het tijdelijke verslag kan opgemaakt worden voor een instap in het buitengewoon onderwijs of de opstart van een IAC in het gewoon onderwijs bij de start van het schooljaar 2020-2021, of ingeval het type of de opleidingsvorm van een al bestaand verslag gewijzigd wordt met het oog op de start van het schooljaar 2020-2021. Het tijdelijke verslag wordt omgezet in een definitief verslag zodra de vereiste diagnose beschikbaar is. Als de vereiste diagnose niet wordt afgeleverd, wordt het tijdelijke verslag van rechtswege opgeheven bij de start van het schooljaar 2021-2022.
Art. 33. Par dérogation à l'article 294, § 2, 1°, e) et 2°, f) du même code, l'établissement d'un rapport temporaire est possible si le parcours diagnostique orienté vers l'action, nécessaire à l'établissement d'un rapport, n'a pas pu être achevé à temps et intégralement avant la rentrée scolaire 2020-2021 avec le diagnostic requis. Ce rapport temporaire est disponible au moment de la première première présence aux cours dans l'année scolaire 2020-2021. Pour établir un rapport temporaire, il n'est pas nécessaire de remplir les conditions relatives au diagnostic, mentionnées à l'article 259, § 1, 2°, 3°, 4°, 6°, 7° et 8° du même code. Le rapport temporaire peut être établi pour une entrée dans l'enseignement spécial ou un démarrage d'IAC dans l'enseignement ordinaire à la rentrée scolaire 2020-2021, ou si le type ou la forme d'enseignement d'un rapport déjà existant est modifié en vue de la rentrée scolaire 2020-2021. Le rapport temporaire est converti en rapport final dès que le diagnostic requis est disponible. Si le diagnostic requis n'est pas fourni, le rapport temporaire est annulé de plein droit à la rentrée scolaire 2021-2022.
Art. 34. In afwijking van artikel 299, 2°, van dezelfde codex wordt in het type 5 het aantal bepaald op basis van de gemiddelde aanwezigheid van de regelmatige leerlingen:
[1 in het schooljaar 2020-2021:
a) voor scholen die vanaf het schooljaar 2019-2020 in de financiering of subsidiëring zijn opgenomen, gedurende de periode van vijf maanden die voorafgaat aan 1 februari 2020;
b) voor scholen die vanaf het schooljaar 2020-2021 in de financiering of subsidiëring zijn opgenomen, gedurende de periode van dertig kalenderdagen die voorafgaat aan 1 oktober 2020;
c) voor alle andere scholen, gedurende de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan 1 februari 2020, als het type tijdens de volledige duur van die periode georganiseerd was of als de school onder de toepassing van artikel 288 van dezelfde codex valt;]1

2° in het schooljaar 2021-2022:
a) voor scholen die vanaf het schooljaar 2021-2022 in de financiering of subsidiëring zijn opgenomen, gedurende de periode van dertig kalenderdagen die voorafgaat aan 1 oktober 2021;
b) voor scholen die vanaf het schooljaar 2019-2020 of het schooljaar 2020-2021 in de financiering of subsidiëring zijn opgenomen, gedurende de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan 1 oktober 2021;
c) voor alle andere scholen, gedurende de periode van vijf maanden die voorafgaat aan 1 februari 2021 als het type tijdens de volledige duur van die periode georganiseerd was of als de school onder de toepassing van artikel 288 valt.
Als het gemiddelde aantal regelmatige leerlingen, vermeld in het eerste lid, 1°, a) en b), lager is dan het aantal in het schooljaar 2019-2020 wordt het aantal van het schooljaar 2019-2020 in aanmerking genomen.
Als het gemiddelde aantal regelmatige leerlingen, vermeld in het eerste lid, 2°, lager is dan het aantal in het schooljaar 2020-2021 wordt het aantal van het schooljaar 2020-2021 in aanmerking genomen."
Art. 34. Par dérogation à l'article 299, 2° du même code, dans le type 5 le nombre est déterminé sur la base de la présence moyenne des élèves réguliers :
[1 pendant l'année scolaire 2020-2021 :
a) pour les écoles incluses dans le financement ou le subventionnement à partir de l'année scolaire 2019-2020, pendant la période de cinq mois précédant le 1 février 2020 ;
b) pour les écoles incluses dans le financement ou le subventionnement à partir de l'année scolaire 2020-2021, pendant la période de trente jours calendaires précédant le 1 octobre 2020 ;
c) pour toutes les autres écoles, pendant la période de douze mois précédant le 1 février 2020 si le type a été organisé pendant toute cette période ou si l'école relève du champ d'application de l'article 288 du même code ;]1

2° pendant l'année scolaire 2021-2022:
a) pour les écoles incluses dans le financement ou le subventionnement à partir de l'année scolaire 2021-2022, pendant la période de trente jours civils précédant le 1 octobre 2021 ;
b) pour les écoles incluses dans le financement ou le subventionnement à partir des années scolaires 2019-2020 ou 2020-2021, pendant la période de douze mois précédant le 1 octobre 2021 ;
c) pour toutes les autres écoles, pendant la période de cinq mois précédant le 1 février 2021 si le type a été organisé pendant toute cette période ou si l'école relève du champ d'application de l'article 288.
Si le nombre moyen d'élèves réguliers visé à l'alinéa premier, 1°, a) et b) est inférieur à celui de l'année scolaire 2019-2020, le nombre de l'année scolaire 2019-2020 est pris en compte.
Si le nombre moyen d'élèves réguliers visé à l'alinéa premier, 2° est inférieur à celui de l'année scolaire 2020-2021, le nombre de l'année scolaire 2020-2021 est pris en compte. ".
Art. 35. In afwijking van artikel 357/22 van dezelfde codex kan een leerling in het schooljaar 2019-2020 ingeschreven blijven in een duale opleiding, ook als die leerling tussen 16 maart en 30 juni geen overeenkomst heeft. In dat geval wordt de opleiding volledig georganiseerd via onderwijs bij de aanbieder duaal leren en bedraagt ze minstens 28 opleidingsuren.
De afwijking, vermeld in het eerste lid, is ook van toepassing op de duale structuuronderdelen van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 en 4. Voor opleidingsvorm 3 bedraagt de opleiding bij de aanbieder minstens 32 opleidingsuren.
Art. 35. Par dérogation à l'article 357/22 du même code, un élève peut continuer à être inscrit dans une formation duale pendant l'année scolaire 2019-2020, même s'il n'a pas de contrat entre le 16 mars et le 30 juin. Dans ce cas la formation est entièrement organisée par le biais de l'enseignement auprès du prestataire de la formation duale et s'élève à au moins 28 heures de formation.
La dérogation visée au premier alinéa s'applique également aux subdivisions structurelles duales de l'enseignement secondaire spécial des formes d'enseignement 3 et 4. Pour la forme d'enseignement 3 la formation auprès du prestataire s'élève à au moins 32 heures de formation.
HOOFDSTUK 8. - Afwijking van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013
CHAPITRE 8. - Dérogation au Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013
Art. 36. In afwijking van artikel II.187, § 3, zesde lid, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 wordt de lijst met de gunstig gerangschikte kandidaten in 2020 uiterlijk op 15 september 2020 definitief bekendgemaakt.
Art. 36. Par dérogation à l'article II.187, § 3, sixième alinéa du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, la liste des candidats favorablement classés en 2020 sera publiée définitivement au plus tard le 15 septembre 2020.
Art. 37. In afwijking van artikel II.288, § 2, van dezelfde codex duurt het mandaat van de leden die vanaf 1 april 2020 benoemd worden, drie jaar. Het mandaat is hernieuwbaar.
Art. 37. Par dérogation à l'article II.288, § 2 du même code, la durée du mandat des membres nommés à partir du 1 avril 2020 est de trois ans. Le mandat est renouvelable.
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het decreet van 17 mei 2019 houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft
CHAPITRE 9. - Modification du décret du 17 mai 2019 portant modification du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 et de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, en ce qui concerne le droit d'inscription
Art. 38. In artikel II.1 van het decreet van 17 mei 2019 houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft, gewijzigd bij decreet van 22 november 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de zinsnede "2019-2020 en 2020-2021" wordt vervangen door de zinsnede "2019-2020, 2020-2021 en 2021-2022";
2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
"De bepalingen van hoofdstuk IV/1, IV/2 en IV/3 zijn van toepassing voor de inschrijvingen in het basisonderwijs voor het schooljaar 2022-2023 en de daaropvolgende schooljaren.".
Art. 38. Dans l'article II.1 du décret du 17 mai 2019 portant modification du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 et de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, en ce qui concerne le droit d'inscription, modifié par le décret du 22 novembre 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° le membre de phrase " 2019-2020 et 2020-2021 " est remplacé par le membre de phrase " 2019-2020, 2020-2021 et 2021-2022 " ;
2° le troisième alinéa est remplacé par ce qui suit :
" Les dispositions des chapitres IV/1, IV/2 et IV/3 s'appliquent aux inscriptions dans l'enseignement fondamental pour l'année scolaire 2022-2023 et les années scolaires suivantes. ".
Art. 39. In artikel III.5, III.14, § 2, III.21, III.25, III.46, IV.5, IV.6, VI.3, VI.12, VI.15, VI.19 en VI.21 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 november 2019, worden de jaartallen "2021-2022" telkens vervangen door de jaartallen "2022-2023".
Art. 39. Dans les articles III.5, III.14, § 2, III.21, III.25, III.46, IV.5, IV.6, VI.3, VI.12, VI.15, VI.19 et VI.21 du même décret, modifiés par le décret du 22 novembre 2019, les millésimes " 2021-2022 " sont chaque fois remplacés par les millésimes " 2022-2023 ".
Art. 40. In artikel IV.6 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 november 2019, worden de jaartallen "2020-2021" vervangen door de jaartallen "2021-2022".
Art. 40. Dans l'article IV.6 du même décret, modifié par le décret du 22 novembre 2019, les millésimes " 2020-2021 " sont remplacées par les millésimes " 2021-2022 ".
Art. 41. In artikel IV.4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 november 2019, wordt de zinsnede "2021-2022, 2022-2023, 2023-2024 en 2024-2025" vervangen door de zinsnede "2022-2023, 2023-2024, 2024-2025 en 2025-2026".
Art. 41. Dans l'article IV.4 du même décret, modifié par le décret du 22 novembre 2019, le membre de phrase " 2021-2022, 2022-2023, 2023-2024 et 2024-2025 " est remplacé par le membre de phrase " 2022-2023, 2023-2024, 2024-2025 et 2025-2026 ".
Art. 42. In artikel VII.1 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 november 2019, wordt het jaartal "2020" vervangen door het jaartal "2021".
Art. 42. Dans l'article VII.1 du même décret, modifié par le décret du 22 novembre 2019, le millésime " 2020 " est remplacé par le millésime " 2021 ".
HOOFDSTUK 10. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 10. - Entrée en vigueur
Art. 43. Dit decreet treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van
[1 artikel 9, § 2, 10, 22, 26, § 2, 27, 38, 39, 40, 41 en 42, die in werking treden op 1 september 2020;]1
2° artikel 2, 3, 7, 24, 30 en 33, die uitwerking hebben met ingang van 1 februari 2020;
[2 artikel 4, 6, 8, 9, § 1, 16, 19, 23, 25, 26, § 1, 28, 29 en 31, die uitwerking hebben met ingang van 16 maart 2020;]2
4° artikel 13, 14, 20 en 21, die uitwerking hebben met ingang van 31 maart 2020;
5° artikel 35, dat uitwerking heeft met ingang van 1 april 2020.
Art. 43. Le présent arrêté entre en vigueur le jour suivant sa publication au Moniteur belge, à l'exception des articles suivants :
[1 9 § 2, 10, 22, 26, § 2, 27, 38, 39, 40, 41 et 42, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2020 ;]1
2° 2, 3, 7, 24, 30 et 33, qui produisent leurs effets à partir du 1 février 2020 ;
[2 3° 4, 6, 8, 9, § 1er, 16, 19, 23, 25, 26, § 1er, 28, 29 et 31, qui produisent leurs effets le 16 mars 2020 ;]2
4° 13, 14, 20 et 21, qui produisent leurs effets à partir du 31 mars 2020 ;
5° 35, qui produit ses effets à partir du 1 avril 2020.