Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
1 DECEMBER 2020. - Besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 59 betreffende verschillende bepalingen die in het kader van het "plan rebond COVID-19" zijn genomen inzake beroepsopleiding, krachtens artikel 138 van de Grondwet (NOTA : bekrachtigd met uitwerking op de datum van zijn inwerkingtreding bij DWG2021-05-14/02, art. 2)
Titre
1 DECEMBRE 2020. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon de pouvoirs spĂ©ciaux n° 59 relatif aux diverses dispositions prises, dans le cadre du plan rebond COVID-19 en recherche, en matiĂšre de formation professionnelle, en vertu de l'article 138 de la Constitution (NOTE : confirmĂ© avec effet Ă la date de son entrĂ©e en vigueur par DRW2021-05-14/02, art. 2)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 2. - Maatregelen betreffende de overee...
Afdeling 3. - Maatregelen betreffende de indivi...
Afdeling 4. - Maatregel betreffende de centra v...
Afdeling 5. - Maatregelen betreffende het sensi...
Afdeling 6. - Maatregelen betreffende de opleid...
Afdeling 7. - Slotbepalingen
Inhoud
Section 1re. - Dispositions générales
Section 2. - Mesures relatives au contrat de fo...
Section 3. - Mesures relatives Ă la formation p...
Section 4. - Mesure relative aux centres d'inse...
Section 5. - Mesures relatives au plan mobilisa...
Section 6. - Mesures relatives aux chĂšques-form...
Section 7. - Dispositions finales
Tekst (21)
Texte (21)
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit besluit regelt, overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet, een materie bedoeld in artikel 127 van de Grondwet.
Article 1er. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© rĂšgle en vertu de l'article 138 de la Constitution une matiĂšre visĂ©e Ă l'article 127 de celle-ci.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit en voor elke van de bepalingen die met betrekking tot de subsidiëring zijn vastgesteld, mag het bedrag van de subsidie niet hoger zijn dan de kosten die daadwerkelijk door de begunstigde worden gedragen, voor wat gesubsidieerd wordt.
Art. 2. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et pour chacune des dispositions prises en matiĂšre de subventionnement, le montant de la subvention ne peut pas ĂȘtre supĂ©rieur au coĂ»t effectivement supportĂ© par le bĂ©nĂ©ficiaire, pour ce qui est subventionnĂ©.
Afdeling 2. - Maatregelen betreffende de overeenkomst voor beroepsopleiding
Section 2. - Mesures relatives au contrat de formation professionnelle
Art. 3. Wanneer de opleidingen die vallen onder een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding, wegens de gezondheidscrisis COVID-19 niet face-tot-face kunnen worden gegeven, moeten zij op afstand worden verstrekt wanneer de betrokken opleiding dit toelaat.
Wanneer de opleiding wegens de gezondheidscrisis COVID-19 niet face-tot-face noch op afstand kan worden gegeven, wordt de uitvoering van de beroepsopleidingsovereenkomst voor de gehele duur van de opschorting van de opleiding tussen 19 oktober en 31 maart 2021 opgeschort.
In afwijking van artikel 19, derde lid, van hetzelfde besluit kan de beroepsopleidingsovereenkomst, waarvan de uitvoering krachtens lid 2 is opgeschort, niet worden beëindigd.
Wanneer de opleiding wegens de gezondheidscrisis COVID-19 niet face-tot-face noch op afstand kan worden gegeven, wordt de uitvoering van de beroepsopleidingsovereenkomst voor de gehele duur van de opschorting van de opleiding tussen 19 oktober en 31 maart 2021 opgeschort.
In afwijking van artikel 19, derde lid, van hetzelfde besluit kan de beroepsopleidingsovereenkomst, waarvan de uitvoering krachtens lid 2 is opgeschort, niet worden beëindigd.
Art. 3. Lorsque les formations, couvertes par un contrat de formation professionnelle au sens de l'arrĂȘtĂ© de l'exĂ©cutif de la CommunautĂ© française du 12 mai 1987 relatif Ă la formation professionnelle, ne peuvent, en raison de la crise sanitaire COVID-19, ĂȘtre dispensĂ©es en prĂ©sentiel, elles sont dispensĂ©es Ă distance lorsque la formation concernĂ©e le permet.
Lorsque, en raison de la crise sanitaire Covid-19, la formation ne peut ĂȘtre dispensĂ©e ni en prĂ©sentiel ni Ă distance, l'exĂ©cution du contrat de formation professionnelle est suspendue, pour toute la pĂ©riode de suspension de la formation, entre le 19 octobre et le 31 mars 2021.
Par dĂ©rogation Ă l'article 19, alinĂ©a 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le contrat de formation professionnelle, dont l'exĂ©cution est suspendue en application de l'alinĂ©a 2, ne peut ĂȘtre rĂ©siliĂ©.
Lorsque, en raison de la crise sanitaire Covid-19, la formation ne peut ĂȘtre dispensĂ©e ni en prĂ©sentiel ni Ă distance, l'exĂ©cution du contrat de formation professionnelle est suspendue, pour toute la pĂ©riode de suspension de la formation, entre le 19 octobre et le 31 mars 2021.
Par dĂ©rogation Ă l'article 19, alinĂ©a 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le contrat de formation professionnelle, dont l'exĂ©cution est suspendue en application de l'alinĂ©a 2, ne peut ĂȘtre rĂ©siliĂ©.
Art. 4. Wanneer een beroepsopleiding die onder een beroepsopleidingsovereenkomst valt, ten gevolge van de aanpassingen die voortvloeien uit de toepassing van de gezondheidsvoorschriften die in het kader van de COVID-19-crisis zijn vastgesteld, face-t-face kan worden gegeven zonder te kunnen worden verstrekt volgens de wekelijkse regeling die gewoonlijk op de betrokken beroepsopleiding van toepassing is, worden de niet-verstrekte opleidingsuren binnen de perken van de beschikbare middelen vervangen door uren opleiding op afstand die beantwoorden aan de behoeften van de stagiair op het gebied van de verwerving van vaardigheden.
Wanneer de in het eerste lid bedoelde niet-verstrekte opleidingsuren niet door een opleiding op afstand kunnen worden vervangen, wordt de uitvoering van de beroepsopleidingsovereenkomst tijdens de betrokken uren opgeschort.
De leden 1 en 2 zijn van toepassing op elke opleiding die valt onder een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding en die tussen 19 oktober 2020 en 31 maart 2021 verstrekt wordt.
Wanneer de in het eerste lid bedoelde niet-verstrekte opleidingsuren niet door een opleiding op afstand kunnen worden vervangen, wordt de uitvoering van de beroepsopleidingsovereenkomst tijdens de betrokken uren opgeschort.
De leden 1 en 2 zijn van toepassing op elke opleiding die valt onder een beroepsopleidingsovereenkomst in de zin van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding en die tussen 19 oktober 2020 en 31 maart 2021 verstrekt wordt.
Art. 4. Lorsqu'une formation professionnelle couverte par un contrat de formation professionnelle peut ĂȘtre menĂ©e en prĂ©sentiel sans pouvoir ĂȘtre dispensĂ©e selon le rĂ©gime hebdomadaire usuellement applicable Ă la formation professionnelle concernĂ©e, Ă la suite des amĂ©nagements rĂ©sultant de l'application des rĂšgles sanitaires Ă©dictĂ©es dans le cadre de la crise COVID-19, les heures de formation non dispensĂ©es sont remplacĂ©es, dans les limites des moyens disponibles, par des heures de formation Ă distance rĂ©pondant aux besoins du stagiaire en termes d'acquisition de compĂ©tences.
Lorsque les heures de formation non dispensĂ©es, visĂ©es Ă l'alinĂ©a 1er, ne peuvent pas ĂȘtre remplacĂ©es par une formation Ă distance, l'exĂ©cution du contrat de formation professionnelle est suspendue durant les heures concernĂ©es.
Les alinĂ©as 1er et 2 s'appliquent Ă toute formation, couverte par un contrat de formation professionnelle, au sens de l'arrĂȘtĂ© de l'exĂ©cutif de la CommunautĂ© française du 12 mai 1987 relatif Ă la formation professionnelle, qui est dispensĂ©e entre le 19 octobre 2020 et le 31 mars 2021.
Lorsque les heures de formation non dispensĂ©es, visĂ©es Ă l'alinĂ©a 1er, ne peuvent pas ĂȘtre remplacĂ©es par une formation Ă distance, l'exĂ©cution du contrat de formation professionnelle est suspendue durant les heures concernĂ©es.
Les alinĂ©as 1er et 2 s'appliquent Ă toute formation, couverte par un contrat de formation professionnelle, au sens de l'arrĂȘtĂ© de l'exĂ©cutif de la CommunautĂ© française du 12 mai 1987 relatif Ă la formation professionnelle, qui est dispensĂ©e entre le 19 octobre 2020 et le 31 mars 2021.
Art. 5. In afwijking van artikel 15 van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding kan de beroepsopleidingsovereenkomst tot en met 31 maart 2021 geheel of gedeeltelijk op afstand worden aangegaan aan de hand van een elektronische identiteitskaart.
Indien de overeenkomst tot en met 31 maart 2021 niet op afstand kan worden gesloten volgens de in lid 1 vastgestelde modaliteiten, deelt elk van de partijen haar instemming per e-mail mee. Alle per e-mail meegedeelde instemmingen gelden als ondertekening.
In afwijking van artikel 13 van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding kan de overeenkomst, voor de opleiding die tussen 19 oktober 2020 en 31 maart 2021 wordt gevolgd, met terugwerkende kracht worden gesloten indien de overeenkomst niet op afstand kan worden aangegaan vanwege de maatregelen die in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19 zijn genomen.
Wanneer de overeenkomst met terugwerkende kracht wordt gesloten, worden de voordelen die krachtens het besluit van de Waalse regering van 8 februari 2002 betreffende het toekennen van bepaalde voordelen aan de stagiairs die een beroepsopleiding krijgen, voor de in lid 2 bedoelde opleidingsperiode worden toegekend, met het oog op de vereffening ervan, berekend vanaf de datum van het begin van de opleiding.
Indien de overeenkomst tot en met 31 maart 2021 niet op afstand kan worden gesloten volgens de in lid 1 vastgestelde modaliteiten, deelt elk van de partijen haar instemming per e-mail mee. Alle per e-mail meegedeelde instemmingen gelden als ondertekening.
In afwijking van artikel 13 van het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 12 mei 1987 betreffende de beroepsopleiding kan de overeenkomst, voor de opleiding die tussen 19 oktober 2020 en 31 maart 2021 wordt gevolgd, met terugwerkende kracht worden gesloten indien de overeenkomst niet op afstand kan worden aangegaan vanwege de maatregelen die in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19 zijn genomen.
Wanneer de overeenkomst met terugwerkende kracht wordt gesloten, worden de voordelen die krachtens het besluit van de Waalse regering van 8 februari 2002 betreffende het toekennen van bepaalde voordelen aan de stagiairs die een beroepsopleiding krijgen, voor de in lid 2 bedoelde opleidingsperiode worden toegekend, met het oog op de vereffening ervan, berekend vanaf de datum van het begin van de opleiding.
Art. 5. Par dĂ©rogation Ă l'article 15 de l'arrĂȘtĂ© de l'exĂ©cutif de la CommunautĂ© française du 12 mai 1987 relatif Ă la formation professionnelle, jusqu'au 31mars 2021, le contrat de formation professionnelle peut ĂȘtre conclu, en tout ou en partie, Ă distance, au moyen d'une carte d'identitĂ© Ă©lectronique.
Si le contrat ne peut ĂȘtre conclu Ă distance selon les modalitĂ©s prĂ©vues Ă l'alinĂ©a 1er, jusqu'au 31 mars 2021, chacune des parties communique son accord par courrier Ă©lectronique. Tous les accords communiquĂ©s par courrier Ă©lectronique valent signature.
Par dĂ©rogation Ă l'article 13 de l'arrĂȘtĂ© de l'exĂ©cutif de la CommunautĂ© française du 12 mai 1987 relatif Ă la formation professionnelle, pour la formation suivie entre le 19 octobre 2020 et le 31 mars 2021, si le contrat ne peut ĂȘtre conclu Ă distance en raison des mesures prises dans le cadre de la crise sanitaire COVID-19, il peut ĂȘtre conclu avec effet rĂ©troactif.
Lorsque le contrat est conclu avec effet rĂ©troactif, les avantages octroyĂ©s en vertu de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 8 fĂ©vrier 2002 relatif Ă l'octroi de certains avantages aux stagiaires qui reçoivent une formation professionnelle, pour la pĂ©riode de formation visĂ©e Ă l'alinĂ©a 2, sont calculĂ©s, en vue de leur liquidation, Ă partir de la date de dĂ©but de la formation.
Si le contrat ne peut ĂȘtre conclu Ă distance selon les modalitĂ©s prĂ©vues Ă l'alinĂ©a 1er, jusqu'au 31 mars 2021, chacune des parties communique son accord par courrier Ă©lectronique. Tous les accords communiquĂ©s par courrier Ă©lectronique valent signature.
Par dĂ©rogation Ă l'article 13 de l'arrĂȘtĂ© de l'exĂ©cutif de la CommunautĂ© française du 12 mai 1987 relatif Ă la formation professionnelle, pour la formation suivie entre le 19 octobre 2020 et le 31 mars 2021, si le contrat ne peut ĂȘtre conclu Ă distance en raison des mesures prises dans le cadre de la crise sanitaire COVID-19, il peut ĂȘtre conclu avec effet rĂ©troactif.
Lorsque le contrat est conclu avec effet rĂ©troactif, les avantages octroyĂ©s en vertu de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 8 fĂ©vrier 2002 relatif Ă l'octroi de certains avantages aux stagiaires qui reçoivent une formation professionnelle, pour la pĂ©riode de formation visĂ©e Ă l'alinĂ©a 2, sont calculĂ©s, en vue de leur liquidation, Ă partir de la date de dĂ©but de la formation.
Afdeling 3. - Maatregelen betreffende de individuele beroepsopleiding
Section 3. - Mesures relatives Ă la formation professionnelle individuelle
Art. 6. Voor de toepassing van artikel 5 van het besluit van de Waalse Regering van 25 april 2019 houdende uitvoering van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding kan de opleidingsovereenkomst tussen 1 november 2020 en 31 maart 2021 geheel of gedeeltelijk op afstand worden gesloten door middel van een elektronische identiteitskaart.
Indien de overeenkomst tussen 1 november 2020 en 31 maart 2021 niet op afstand kan worden gesloten volgens de in lid 1 vastgestelde modaliteiten, deelt elk van de partijen haar instemming per e-mail mee. Alle per e-mail meegedeelde instemmingen gelden als ondertekening.
Indien de overeenkomst tussen 1 november 2020 en 31 maart 2021 niet op afstand kan worden gesloten volgens de in lid 1 vastgestelde modaliteiten, deelt elk van de partijen haar instemming per e-mail mee. Alle per e-mail meegedeelde instemmingen gelden als ondertekening.
Art. 6. Pour l'application de l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 25 avril 2019 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 4 avril 2019 relatif Ă la formation professionnelle individuelle, entre le 1er novembre 2020 et le 31 mars 2021, le contrat de formation peut ĂȘtre conclu, en tout ou en partie, Ă distance, au moyen d'une carte d'identitĂ© Ă©lectronique.
Si le contrat ne peut ĂȘtre conclu Ă distance selon les modalitĂ©s prĂ©vues Ă l'alinĂ©a 1er, entre le 1er novembre 2020 et le 31 mars 2021, chacune des parties communique son accord par courrier Ă©lectronique. Tous les accords communiquĂ©s par courrier Ă©lectronique valent signature.
Si le contrat ne peut ĂȘtre conclu Ă distance selon les modalitĂ©s prĂ©vues Ă l'alinĂ©a 1er, entre le 1er novembre 2020 et le 31 mars 2021, chacune des parties communique son accord par courrier Ă©lectronique. Tous les accords communiquĂ©s par courrier Ă©lectronique valent signature.
Art. 7. In afwijking van artikel 6, § 2, lid 1, van hetzelfde besluit leidt elke opschorting, als gevolg van de COVID-19-crisis, van de uitvoering van de overeenkomst opleiding-inschakeling die tussen 19 oktober 2020 en 31 maart 2021 lopend is, tot een automatische verlenging van de oorspronkelijke duur van de opleiding-inschakeling met een duur die gelijk is aan de opschortingsperiodes.
In geval van opschorting van de uitvoering van de in lid 1 bedoelde overeenkomst opleiding-inschakeling stelt de werkgever de FOREM zo spoedig mogelijk in kennis van de datum van begin en einde van de opschorting.
De opschorting van de uitvoering van de in lid 1 bedoelde overeenkomst opleiding-inschakeling eindigt uiterlijk op 31 maart 2021.
De in lid 1 bedoelde verlenging is automatisch en houdt het sluiten van een aanhangsel bij de overeenkomst opleiding-inschakeling, waarvan de uitvoering is opgeschort, niet in.
In geval van opschorting van de uitvoering van de in lid 1 bedoelde overeenkomst opleiding-inschakeling stelt de werkgever de FOREM zo spoedig mogelijk in kennis van de datum van begin en einde van de opschorting.
De opschorting van de uitvoering van de in lid 1 bedoelde overeenkomst opleiding-inschakeling eindigt uiterlijk op 31 maart 2021.
De in lid 1 bedoelde verlenging is automatisch en houdt het sluiten van een aanhangsel bij de overeenkomst opleiding-inschakeling, waarvan de uitvoering is opgeschort, niet in.
Art. 7. Par dĂ©rogation Ă l'article 6, § 2, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, toute suspension, en raison de la crise sanitaire COVID-19, de l'exĂ©cution du contrat formation-insertion en cours entre le 19 octobre 2020 et 31 mars 2021 entraĂźne une prolongation automatique de la durĂ©e initiale de la formation-insertion d'une durĂ©e Ă©quivalente aux pĂ©riodes de suspension.
En cas de suspension de l'exécution du contrat formation-insertion visée à l'alinéa 1er, l'employeur informe le FOREm, dans les meilleurs délais, de la date de début et de fin de la suspension.
La suspension de l'exécution du contrat formation-insertion visée à l'alinéa 1er prend fin au plus tard le 31 mars 2021.
La prolongation visée à l'alinéa 1er est automatique et n'implique pas la conclusion d'un avenant au contrat formation-insertion dont l'exécution a été suspendue.
En cas de suspension de l'exécution du contrat formation-insertion visée à l'alinéa 1er, l'employeur informe le FOREm, dans les meilleurs délais, de la date de début et de fin de la suspension.
La suspension de l'exécution du contrat formation-insertion visée à l'alinéa 1er prend fin au plus tard le 31 mars 2021.
La prolongation visée à l'alinéa 1er est automatique et n'implique pas la conclusion d'un avenant au contrat formation-insertion dont l'exécution a été suspendue.
Art. 8. § 1. In afwijking van artikel 6 van het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding ontvangt een stagiair wiens uitvoering van de overeenkomst opleiding-inschakeling overeenkomstig artikel 7 is opgeschort, een maandelijkse premie.
§ 2. De in § 1 bedoelde premie wordt toegekend voor de periode tussen 1 november 2020 en 31 december 2020, en binnen de grenzen van de duur van de opschorting van de overeenkomst opleiding-inschakeling.
§ 3. Het bedrag van de in § 1 bedoelde maandelijkse premie wordt berekend als volgt :
a x (b/c) x 70% ;
waar:
- "a" is gelijk aan het maandelijkse bedrag van de in artikel 13, § 1, eerste en tweede lid, van hetzelfde besluit bedoelde premie, berekend op de dag vóór de opschorting of de beëindiging van de overeenkomst opleiding-inschakeling;
- b" is gelijk aan het aantal dagen van de betrokken maand, waarin de overeenkomst opleiding-inschakeling niet is uitgevoerd als gevolg van de opschorting ervan;
- c" is gelijk aan het aantal maandelijks gepresteerde dagen, zoals bepaald in de overeenkomst opleiding-inschakeling die van kracht is op de dag voorafgaand aan de opschorting ervan.
Voor de berekening van "a" houdt de "FOREm" rekening met het dagelijkse bedrag van de toelagen, inkomsten of vergoedingen bedoeld in artikel 6, tweede lid, 1°, van hetzelfde decreet en in artikel 13, § 1, eerste tot en met derde lid, van hetzelfde besluit, bekend op de dag vóór de in § 1 bedoelde gebeurtenis.
§ 4. De "FOREm" betaalt de in § 1 bedoelde maandelijkse premie zonder enige financiële tussenkomst van de werkgever.
§ 2. De in § 1 bedoelde premie wordt toegekend voor de periode tussen 1 november 2020 en 31 december 2020, en binnen de grenzen van de duur van de opschorting van de overeenkomst opleiding-inschakeling.
§ 3. Het bedrag van de in § 1 bedoelde maandelijkse premie wordt berekend als volgt :
a x (b/c) x 70% ;
waar:
- "a" is gelijk aan het maandelijkse bedrag van de in artikel 13, § 1, eerste en tweede lid, van hetzelfde besluit bedoelde premie, berekend op de dag vóór de opschorting of de beëindiging van de overeenkomst opleiding-inschakeling;
- b" is gelijk aan het aantal dagen van de betrokken maand, waarin de overeenkomst opleiding-inschakeling niet is uitgevoerd als gevolg van de opschorting ervan;
- c" is gelijk aan het aantal maandelijks gepresteerde dagen, zoals bepaald in de overeenkomst opleiding-inschakeling die van kracht is op de dag voorafgaand aan de opschorting ervan.
Voor de berekening van "a" houdt de "FOREm" rekening met het dagelijkse bedrag van de toelagen, inkomsten of vergoedingen bedoeld in artikel 6, tweede lid, 1°, van hetzelfde decreet en in artikel 13, § 1, eerste tot en met derde lid, van hetzelfde besluit, bekend op de dag vóór de in § 1 bedoelde gebeurtenis.
§ 4. De "FOREm" betaalt de in § 1 bedoelde maandelijkse premie zonder enige financiële tussenkomst van de werkgever.
Art. 8. § 1er Par dérogation à l'article 6 du décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle, bénéficie d'une prime mensuelle, le stagiaire dont l'exécution du contrat de formation-insertion a été suspendue en application de l'article 7.
§ 2. La prime visée au § 1er est octroyée pour la période se situant entre le 1er novembre 2020 et le 31 décembre 2020, et dans les limites de la durée de la suspension du contrat de formation-insertion.
§ 3. Le montant de la prime mensuelle visée au § 1er est calculé comme suit :
a x (b/c) x 70% ;
oĂč :
- " a " est Ă©gal au montant mensuel de la prime visĂ©e Ă l'article 13, § 1er, aliĂ©nas 1er et 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, calculĂ©e le jour qui prĂ©cĂšde la suspension du contrat de formation-insertion ;
- " b " est égal au nombre de jours du mois visé, durant lesquels le contrat de formation-insertion n'a pas été exécuté en raison de sa suspension ;
- " c " est égal au nombre de jours de prestation mensuelle, tel que fixé en vertu du contrat de formation-insertion en vigueur le jour qui précÚde sa suspension.
Pour le calcul de " a ", le FOREm tient compte du montant journalier des allocations, revenus ou indemnitĂ©s, visĂ© Ă l'article 6, alinĂ©a 2, 1°, du mĂȘme dĂ©cret et Ă l'article 13, § 1er, alinĂ©as 1 Ă 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, connu la veille de l'Ă©vĂ©nement visĂ© au § 1er.
§ 4. Le FOREm verse la prime mensuelle visée au § 1er sans intervention financiÚre de l'employeur.
§ 2. La prime visée au § 1er est octroyée pour la période se situant entre le 1er novembre 2020 et le 31 décembre 2020, et dans les limites de la durée de la suspension du contrat de formation-insertion.
§ 3. Le montant de la prime mensuelle visée au § 1er est calculé comme suit :
a x (b/c) x 70% ;
oĂč :
- " a " est Ă©gal au montant mensuel de la prime visĂ©e Ă l'article 13, § 1er, aliĂ©nas 1er et 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, calculĂ©e le jour qui prĂ©cĂšde la suspension du contrat de formation-insertion ;
- " b " est égal au nombre de jours du mois visé, durant lesquels le contrat de formation-insertion n'a pas été exécuté en raison de sa suspension ;
- " c " est égal au nombre de jours de prestation mensuelle, tel que fixé en vertu du contrat de formation-insertion en vigueur le jour qui précÚde sa suspension.
Pour le calcul de " a ", le FOREm tient compte du montant journalier des allocations, revenus ou indemnitĂ©s, visĂ© Ă l'article 6, alinĂ©a 2, 1°, du mĂȘme dĂ©cret et Ă l'article 13, § 1er, alinĂ©as 1 Ă 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, connu la veille de l'Ă©vĂ©nement visĂ© au § 1er.
§ 4. Le FOREm verse la prime mensuelle visée au § 1er sans intervention financiÚre de l'employeur.
Afdeling 4. - Maatregel betreffende de centra voor socioprofessionele inschakeling
Section 4. - Mesure relative aux centres d'insertion socioprofessionnelle
Art. 9. In afwijking van artikel 17, § 5, van het decreet van 10 juli 2013 betreffende de centra voor socio-professionele integratie en van artikel 33 van het besluit van de Waalse Regering van 15 december 2016 tot uitvoering van het decreet van 10 juli 2013 betreffende de centra voor socio-professionele integratie wordt het centrum voor socio-professionele inschakeling voor het jaar 2020 onweerlegbaar geacht 100% van de erkende opleidingsuren te hebben verstrekt.
Art. 9. Par dĂ©rogation Ă l'article 17, § 5, du dĂ©cret du 10 juillet 2013 relatif aux centres d'insertion socioprofessionnelle et Ă l'article 33 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 15 dĂ©cembre 2016 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 10 juillet 2013 relatif aux centres d'insertion socioprofessionnelle, le centre d'insertion socioprofessionnelle est, pour l'annĂ©e 2020, irrĂ©fragablement rĂ©putĂ© avoir rĂ©alisĂ© 100 % des heures de formation agréées.
Afdeling 5. - Maatregelen betreffende het sensibiliseringsplan inzake de informatie- en communicatietechnologieën
Section 5. - Mesures relatives au plan mobilisateur des technologies de l'information et la communication
Art. 10. Voor de toepassing van artikel 10, § 1, van het decreet van 3 februari 2005 betreffende het sensibiliseringsplan inzake de informatie- en communicatietechnologieën wordt de opleidingsoperator voor het jaar 2020 onweerlegbaar geacht een aantal opleidingsuren te hebben verstrekt dat gelijk is aan het aantal opleidingsuren dat voor het jaar 2020 is toegekend, inclusief de toegekende overuren.
Art. 10. Pour l'application de l'article 10, § 1er, du décret du 3 février 2005 relatif au plan mobilisateur des technologies de l'information et de la communication, pour l'année 2020, l'opérateur de formation est irréfragablement réputé avoir dispensé un nombre d'heures de formation équivalant au nombre d'heures de formation octroyées pour l'année 2020, en ce compris les heures supplémentaires octroyées.
Art. 11. Voor de toepassing van artikel 10 is het bedrag van de subsidie voor het toegekende, maar niet gepresteerde opleidingsuur gelijk aan 7,50 EUR.
Art. 11. Pour l'application de l'article 10, le montant de la subvention de l'heure de formation octroyée mais non prestée est égal à 7,50 euros.
Afdeling 6. - Maatregelen betreffende de opleidingscheques
Section 6. - Mesures relatives aux chĂšques-formation
Art. 12. In afwijking van artikel 6 van het besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het decreet van 10 april 2003 betreffende de opleiding van werknemers die bij een onderneming in dienst zijn, kunnen de eerder door de Regering erkende opleidingen tot en met 30 juni 2021 op afstand worden gegeven.
Art. 12. Par dĂ©rogation Ă l'article 6 Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon portant exĂ©cution du dĂ©cret du 10 avril 2003 relatif Ă la formation des travailleurs occupĂ©s par les entreprises, les formations prĂ©alablement agréées par le Gouvernement peuvent ĂȘtre dispensĂ©es Ă distance jusqu'au 30 juin 2021.
Art. 13. De geldigheidsduur van de opleidingscheques waarvan de geldigheidsdatum de periode tussen 1 oktober 2020 en 31 maart 2021 bestrijkt, wordt automatisch verlengd met een periode van drie maanden.
Art. 13. La durée de validité des chÚques-formation dont la date de validité couvre la période située entre le 1er octobre 2020 et le 31 mars 2021 est prolongée automatiquement pour une durée de trois mois.
Afdeling 7. - Slotbepalingen
Section 7. - Dispositions finales
Art. 14. De Minister bevoegd voor beroepsopleiding is belast met de uitvoering van dit besluit
Art. 14. La Ministre qui a la Formation professionnelle dans ses attributions est chargĂ©e de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.