Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 betreffende het kwaliteitstoezicht op de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, wat de leertijd betreft, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° voor punt 1°, dat punt 1° /1 wordt, wordt een nieuw punt 1° ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "1° beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen:
  a) een aangetekende brief;
  b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;";
  2° in punt 5° wordt de zinsnede "artikel 81, 82 en 83" vervangen door de zinsnede "artikel 81 en 82";
  3° in punt 8°, c), wordt de zinsnede "artikel 81, 82 en 83" vervangen door de zinsnede "artikel 81 en 82";
  4° er wordt een punt 8° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "8° /1 schriftelijk: op een van de volgende wijzen:
  a) met een brief die met de post verstuurd wordt;
  b) met een e-mail;
  c) via "Mijn Onderwijs": de persoonlijke en beveiligde website voor directies en administraties in het onderwijs;".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
18 SEPTEMBER 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 betreffende het kwaliteitstoezicht op de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, wat de leertijd betreft
Titre
18 SEPTEMBRE 2020. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 dĂ©cembre 2013 relatif au contrĂŽle de la qualitĂ© des centres de formation des indĂ©pendants et des petites et moyennes entreprises, en ce qui concerne l'apprentissage
Documentinformatie
Info du document
Tekst (26)
Texte (26)
Article 1er. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 dĂ©cembre 2013 relatif au contrĂŽle de la qualitĂ© des centres de formation des indĂ©pendants et des petites et moyennes entreprises, en ce qui concerne l'apprentissage, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° il est inséré, avant le point 1°, qui devient le point 1° /1, un nouveau point 1°, rédigé comme suit :
  " 1° envoi sécurisé : un des modes de signification suivants :
  a) une lettre recommandée ;
  b) une remise contre récépissé ; " ;
  2° au point 5°, le membre de phrase " articles 81, 82 et 83, " est remplacé par le membre de phrase " articles 81 et 82 " ;
  3° au point 8°, c), le membre de phrase " articles 81, 82 et 83 " est remplacé par le membre de phrase " articles 81 et 82 " ;
  4° il est inséré un point 8° /1, rédigé comme suit :
  " 8° /1 par écrit : selon l'un des modes suivants :
  a) par lettre envoyée par la poste ;
  b) par e-mail ;
  c) par " Mijn Onderwijs " : le site web personnel et sécurisé pour les directions et administrations de l'enseignement ; ".
  1° il est inséré, avant le point 1°, qui devient le point 1° /1, un nouveau point 1°, rédigé comme suit :
  " 1° envoi sécurisé : un des modes de signification suivants :
  a) une lettre recommandée ;
  b) une remise contre récépissé ; " ;
  2° au point 5°, le membre de phrase " articles 81, 82 et 83, " est remplacé par le membre de phrase " articles 81 et 82 " ;
  3° au point 8°, c), le membre de phrase " articles 81, 82 et 83 " est remplacé par le membre de phrase " articles 81 et 82 " ;
  4° il est inséré un point 8° /1, rédigé comme suit :
  " 8° /1 par écrit : selon l'un des modes suivants :
  a) par lettre envoyée par la poste ;
  b) par e-mail ;
  c) par " Mijn Onderwijs " : le site web personnel et sécurisé pour les directions et administrations de l'enseignement ; ".
Art. 2. In artikel 4 van hetzelfde besluit wordt het woord "tien" vervangen door het woord "zes".
Art. 2. A l'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le mot " dix " est remplacĂ© par le mot " six ".
Art. 3. In artikel 5 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Tijdens een doorlichting van een centrum gaat de onderwijsinspectie na of het centrum:
  1° de onderwijsreglementering respecteert;
  2° aan de kwaliteitsverwachtingen tegemoetkomt die opgenomen zijn in het referentiekader onderwijskwaliteit, vermeld in artikel 6.".
  "Tijdens een doorlichting van een centrum gaat de onderwijsinspectie na of het centrum:
  1° de onderwijsreglementering respecteert;
  2° aan de kwaliteitsverwachtingen tegemoetkomt die opgenomen zijn in het referentiekader onderwijskwaliteit, vermeld in artikel 6.".
Art. 3. Dans l'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
  Lors d'un audit d'un centre, l'inspection de l'enseignement vérifie si le centre :
  1° respecte la réglementation de l'enseignement ;
  2° répond aux attentes de qualité reprises dans le cadre de référence pour la qualité de l'enseignement visé à l'article 6. ".
  Lors d'un audit d'un centre, l'inspection de l'enseignement vérifie si le centre :
  1° respecte la réglementation de l'enseignement ;
  2° répond aux attentes de qualité reprises dans le cadre de référence pour la qualité de l'enseignement visé à l'article 6. ".
Art. 4. In artikel 6 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2010 tot uitvoering van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs met betrekking tot het referentiekader van de inspectie" vervangen door de zinsnede "het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 houdende de vaststelling van het referentiekader onderwijskwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, eerste lid, 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs".
Art. 4. Dans l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er octobre 2010 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 8 mai 2009 relatif Ă la qualitĂ© de l'enseignement pour ce qui est du cadre de rĂ©fĂ©rence de l'inspection " est remplacĂ© par le membre de phrase " l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 Ă©tablissant le cadre de rĂ©fĂ©rence de la qualitĂ© de l'enseignement, visĂ© Ă l'article 4, § 2, alinĂ©a 1er, 2°, du dĂ©cret du 8 mai 2009 relatif Ă la qualitĂ© de l'enseignement ".
Art. 5. In artikel 11, tweede alinea van hetzelfde besluit worden de woorden "De externe deskundige" telkens vervangen door de woorden "Elke externe deskundige".
Art. 5. Dans l'article 11, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " L'expert externe " sont chaque fois remplacĂ©s par les mots " Chaque expert externe ".
Art. 6. Artikel 12 en 13 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 6. Les articles 12 et 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 7. In artikel 14 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "De onderwijsinspectie deelt het centrumbestuur schriftelijk mee dat een centrum wordt doorgelicht. De schriftelijke mededeling wordt minstens eenentwintig kalenderdagen voor de start van de doorlichting verstuurd. De mededeling vermeldt uitdrukkelijk welke informatie voor en tijdens de doorlichtingsperiode ter beschikking moet zijn van de inspectie.".
  "De onderwijsinspectie deelt het centrumbestuur schriftelijk mee dat een centrum wordt doorgelicht. De schriftelijke mededeling wordt minstens eenentwintig kalenderdagen voor de start van de doorlichting verstuurd. De mededeling vermeldt uitdrukkelijk welke informatie voor en tijdens de doorlichtingsperiode ter beschikking moet zijn van de inspectie.".
Art. 7. Dans l'article 14 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
  " L'inspection de l'enseignement annonce par Ă©crit Ă l'autoritĂ© du centre qu'un centre fera l'objet d'un audit. La notification Ă©crite est envoyĂ©e au moins 21 jours calendaires avant le dĂ©but de l'audit. La notification mentionne explicitement les informations qui doivent ĂȘtre Ă la disposition de l'inspection avant et pendant la pĂ©riode d'audit. ".
  " L'inspection de l'enseignement annonce par Ă©crit Ă l'autoritĂ© du centre qu'un centre fera l'objet d'un audit. La notification Ă©crite est envoyĂ©e au moins 21 jours calendaires avant le dĂ©but de l'audit. La notification mentionne explicitement les informations qui doivent ĂȘtre Ă la disposition de l'inspection avant et pendant la pĂ©riode d'audit. ".
Art. 8. In artikel 15 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid opgeheven.
Art. 8. Dans l'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 1er est abrogĂ©.
Art. 9. In artikel 17 van hetzelfde besluit wordt de zin "De datum van het laatste doorlichtingsbezoek geldt als datum voor het einde van de fase van de doorlichtingsbezoeken." opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, la phrase " La date de la derniĂšre visite d'audit vaut comme date finale de la phase des visites d'audit. " est abrogĂ©e.
Art. 10. Artikel 18 en 19 van hetzelfde besluit worden vervangen door wat volgt.
  "Art. 18. Uiterlijk dertig kalenderdagen na de doorlichting, vermeld in artikel 6, bezorgt de onderwijsinspectie het doorlichtingsverslag, vermeld in artikel 19, aan het centrumbestuur en aan de directeur-afgevaardigd bestuurder van het centrum. Bij een ongunstig advies als vermeld in artikel 19, § 2, eerste lid, 2°, a), of b), wordt het doorlichtingsverslag met een beveiligde zending bezorgd.
  Uiterlijk binnen dertig kalenderdagen nadat de directeur-afgevaardigd bestuurder van het centrum of het centrumbestuur het doorlichtingsverslag heeft ontvangen, kan hij schriftelijk een bespreking van het verslag bij de inspecteur-generaal aanvragen
  De bespreking wordt zo spoedig mogelijk gepland en het centrumbestuur bepaalt zijn vertegenwoordiging.
  De aanvraag van een bespreking van het verslag schort de periode van dertig kalenderdagen op voor de aanvraag tot opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning, vermeld in artikel 19, § 3, eerste lid.
  Uiterlijk binnen dertig kalenderdagen nadat de directeur-afgevaardigd bestuurder van het centrum of centrumbestuur het doorlichtingsverslag heeft ontvangen of, als er een bespreking is aangevraagd als vermeld in het vierde lid, nadat het verslag besproken is, kan hij opmerkingen bezorgen aan de inspecteur-generaal. Die opmerkingen worden ongewijzigd toegevoegd aan het verslag.
  Art. 19. § 1. Elke doorlichting resulteert in een schriftelijk doorlichtingsverslag en een advies aan de Vlaamse Regering. Het doorlichtingsverslag bevat een onderbouwing van het advies.
  Het doorlichtingsteam, vermeld in artikel 10, met inbegrip van de deelnemende externe deskundigen, stelt in consensus het doorlichtingsverslag op.
  § 2. Voor het hele centrum of voor een afzonderlijke opleiding zijn de volgende adviezen mogelijk:
  1° gunstig advies: dat houdt in dat de erkenning van het centrum of van de opleiding voortgezet wordt. Een gunstig advies kan het centrumbestuur verplichten zich te engageren om aan de tekorten te werken;
  2° ongunstig advies: dat houdt in dat de procedure tot intrekking van de erkenning van het centrum of van opleidingen opgestart wordt, met vermelding van:
  a) de mogelijkheid om te verzoeken dat de procedure tot intrekking van de erkenning niet opgestart wordt, op voorwaarde dat het centrumbestuur het engagement aangaat om zich bij het werken aan de tekorten extern te laten begeleiden;
  b) de onmogelijkheid om te verzoeken dat de procedure tot intrekking van de erkenning niet opgestart wordt.
  Bij een advies als vermeld in het eerste lid, 2°, a) of b), brengt de Vlaamse Regering het centrumbestuur daarvan met een beveiligde zending op de hoogte. Die mededeling bepaalt de datum waarop de erkenning wordt ingetrokken en verwijst naar de mogelijkheden om:
  1° de procedure tot intrekking van de erkenning op te schorten;
  2° beroep aan te tekenen tegen de onmogelijkheid om de procedure tot intrekking van de erkenning op te schorten.
  § 3. Bij een advies als vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 2°, a), kan het centrumbestuur binnen dertig kalenderdagen na de mededeling, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, verzoeken om de procedure tot intrekking van de erkenning niet op te starten. Het verzoek wordt met een beveiligde zending ingediend bij de inspecteur-generaal van de onderwijsinspectie. Die aanvraag bevat het engagement van het centrumbestuur om aan de tekorten te werken met externe begeleiding.
  Als het centrumbestuur verzoekt om de procedure tot intrekking van de erkenning niet op te starten, volgt een nieuwe doorlichting binnen een tijdspanne die de onderwijsinspectie bepaalt op basis van de ernst en de aard van de tekorten.
  Als het centrumbestuur niet gebruikmaakt van de mogelijkheid om te verzoeken de procedure tot intrekking van de erkenning niet op te starten, start de procedure tot intrekking van de erkenning.
  § 4. Bij een advies als vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 2°, b), kan het centrumbestuur binnen dertig kalenderdagen na de mededeling, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, beroep aantekenen tegen de onmogelijkheid om te verzoeken dat de procedure tot intrekking van de erkenning niet wordt opgestart.
  Het beroep wordt met een gemotiveerd bezwaarschrift via een beveiligde zending ingediend bij de inspecteur-generaal. Het gemotiveerde bezwaarschrift geeft aan waarom de mogelijkheid tot opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning gerechtvaardigd is.
  § 5. Het voorstel aan Syntra Vlaanderen over de subsidiëring, dat slaat op het geheel van de opleidingen van het centrum binnen de leertijd of op een of meer afzonderlijke opleidingen van het centrum binnen de leertijd, leidt tot een beslissing als vermeld in artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.".
  "Art. 18. Uiterlijk dertig kalenderdagen na de doorlichting, vermeld in artikel 6, bezorgt de onderwijsinspectie het doorlichtingsverslag, vermeld in artikel 19, aan het centrumbestuur en aan de directeur-afgevaardigd bestuurder van het centrum. Bij een ongunstig advies als vermeld in artikel 19, § 2, eerste lid, 2°, a), of b), wordt het doorlichtingsverslag met een beveiligde zending bezorgd.
  Uiterlijk binnen dertig kalenderdagen nadat de directeur-afgevaardigd bestuurder van het centrum of het centrumbestuur het doorlichtingsverslag heeft ontvangen, kan hij schriftelijk een bespreking van het verslag bij de inspecteur-generaal aanvragen
  De bespreking wordt zo spoedig mogelijk gepland en het centrumbestuur bepaalt zijn vertegenwoordiging.
  De aanvraag van een bespreking van het verslag schort de periode van dertig kalenderdagen op voor de aanvraag tot opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning, vermeld in artikel 19, § 3, eerste lid.
  Uiterlijk binnen dertig kalenderdagen nadat de directeur-afgevaardigd bestuurder van het centrum of centrumbestuur het doorlichtingsverslag heeft ontvangen of, als er een bespreking is aangevraagd als vermeld in het vierde lid, nadat het verslag besproken is, kan hij opmerkingen bezorgen aan de inspecteur-generaal. Die opmerkingen worden ongewijzigd toegevoegd aan het verslag.
  Art. 19. § 1. Elke doorlichting resulteert in een schriftelijk doorlichtingsverslag en een advies aan de Vlaamse Regering. Het doorlichtingsverslag bevat een onderbouwing van het advies.
  Het doorlichtingsteam, vermeld in artikel 10, met inbegrip van de deelnemende externe deskundigen, stelt in consensus het doorlichtingsverslag op.
  § 2. Voor het hele centrum of voor een afzonderlijke opleiding zijn de volgende adviezen mogelijk:
  1° gunstig advies: dat houdt in dat de erkenning van het centrum of van de opleiding voortgezet wordt. Een gunstig advies kan het centrumbestuur verplichten zich te engageren om aan de tekorten te werken;
  2° ongunstig advies: dat houdt in dat de procedure tot intrekking van de erkenning van het centrum of van opleidingen opgestart wordt, met vermelding van:
  a) de mogelijkheid om te verzoeken dat de procedure tot intrekking van de erkenning niet opgestart wordt, op voorwaarde dat het centrumbestuur het engagement aangaat om zich bij het werken aan de tekorten extern te laten begeleiden;
  b) de onmogelijkheid om te verzoeken dat de procedure tot intrekking van de erkenning niet opgestart wordt.
  Bij een advies als vermeld in het eerste lid, 2°, a) of b), brengt de Vlaamse Regering het centrumbestuur daarvan met een beveiligde zending op de hoogte. Die mededeling bepaalt de datum waarop de erkenning wordt ingetrokken en verwijst naar de mogelijkheden om:
  1° de procedure tot intrekking van de erkenning op te schorten;
  2° beroep aan te tekenen tegen de onmogelijkheid om de procedure tot intrekking van de erkenning op te schorten.
  § 3. Bij een advies als vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 2°, a), kan het centrumbestuur binnen dertig kalenderdagen na de mededeling, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, verzoeken om de procedure tot intrekking van de erkenning niet op te starten. Het verzoek wordt met een beveiligde zending ingediend bij de inspecteur-generaal van de onderwijsinspectie. Die aanvraag bevat het engagement van het centrumbestuur om aan de tekorten te werken met externe begeleiding.
  Als het centrumbestuur verzoekt om de procedure tot intrekking van de erkenning niet op te starten, volgt een nieuwe doorlichting binnen een tijdspanne die de onderwijsinspectie bepaalt op basis van de ernst en de aard van de tekorten.
  Als het centrumbestuur niet gebruikmaakt van de mogelijkheid om te verzoeken de procedure tot intrekking van de erkenning niet op te starten, start de procedure tot intrekking van de erkenning.
  § 4. Bij een advies als vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 2°, b), kan het centrumbestuur binnen dertig kalenderdagen na de mededeling, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, beroep aantekenen tegen de onmogelijkheid om te verzoeken dat de procedure tot intrekking van de erkenning niet wordt opgestart.
  Het beroep wordt met een gemotiveerd bezwaarschrift via een beveiligde zending ingediend bij de inspecteur-generaal. Het gemotiveerde bezwaarschrift geeft aan waarom de mogelijkheid tot opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning gerechtvaardigd is.
  § 5. Het voorstel aan Syntra Vlaanderen over de subsidiëring, dat slaat op het geheel van de opleidingen van het centrum binnen de leertijd of op een of meer afzonderlijke opleidingen van het centrum binnen de leertijd, leidt tot een beslissing als vermeld in artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.".
Art. 10. Les articles 18 et 19 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont remplacĂ©s par ce qui suit :
  " Art. 18. Au plus tard 30 jours calendrier aprÚs l'audit visé à l'article 6, l'inspection de l'enseignement envoie le rapport d'audit visé à l'article 19 à l'autorité du centre et au directeur-administrateur délégué du centre. En cas d'avis défavorable au sens de l'article 19, § 2, alinéa 1er, 2°, a), ou b), le rapport d'audit est transmis par envoi sécurisé.
  Au plus tard 30 jours calendrier de la réception du rapport d'audit par le directeur-administrateur délégué du centre ou de l'autorité du centre, il peut demander par écrit une discussion du rapport à l'inspecteur général.
  La discussion est programmée dans les meilleurs délais et l'autorité du centre détermine sa représentation.
  La demande de discussion du rapport suspend le délai de 30 jours calendrier pour la demande de suspension de la procédure de retrait de la reconnaissance visée à l'article 19, § 3, alinéa 1er.
  Au plus tard dans les 30 jours calendrier aprÚs que le directeur-administrateur délégué du centre ou de l'autorité du centre a reçu le rapport d'audit ou, lorsqu'une discussion telle que visée à l'alinéa 4 a été demandée, aprÚs que le rapport a été discuté, il peut transmettre des remarques à l'inspecteur général. Ces remarques sont intégrées sans modification dans le rapport.
  Art. 19. § 1er. Tout audit résulte en un rapport d'audit écrit et un avis au Gouvernement flamand. Le rapport d'audit contient le fondement de l'avis.
  L'équipe d'audit visé à l'article 10, y compris les experts externes participants, prépare le rapport d'audit par consensus.
  § 2. Pour l'ensemble du centre ou pour une formation séparée, les avis suivants sont possibles :
  1° avis favorable : cela signifie que la reconnaissance du centre ou de la formation est prolongée. Un avis favorable peut obliger l'autorité du centre à s'engager à combler les manques ;
  2° avis défavorable : cela signifie que la procédure de retrait de la reconnaissance du centre ou des formations est entamée, avec mention de :
  a) la possibilité de demander de suspendre la procédure de retrait de la reconnaissance à condition que l'autorité du centre s'engage à collaborer avec des parties externes en vue de remédier aux manques ;
  b) l'impossibilité de demander que la procédure de retrait de la reconnaissance ne soit pas entamée.
  En cas d'avis tel que visé au 1er alinéa, 2°, a) ou b), le Gouvernement flamand en informe la direction du centre par un envoi sécurisé. Cette notification détermine la date à laquelle la reconnaissance est retirée et fait référence aux possibilités :
  1° de suspendre la procédure de retrait de la reconnaissance ;
  2° de faire appel contre l'impossibilité de suspendre la procédure de retrait de la reconnaissance.
  § 3. Dans le cas d'un avis tel que visĂ© au paragraphe 2, alinĂ©a 1er, 2°, a), l'autoritĂ© du centre peut demander dans un dĂ©lai de 30 jours calendrier de la communication visĂ©e au paragraphe 2, alinĂ©a 2, de ne pas entamer la procĂ©dure de retrait de la reconnaissance. La demande doit ĂȘtre introduite par envoi sĂ©curisĂ© auprĂšs de l'inspecteur gĂ©nĂ©ral de l'inspection de l'enseignement. Cette demande contient l'engagement de l'autoritĂ© du centre Ă remĂ©dier aux manques en collaboration avec des parties externes.
  Lorsque l'autorité du centre demande de ne pas entamer la procédure de retrait de la reconnaissance, un nouvel audit est effectué dans un délai déterminé par l'inspection de l'enseignement sur la base de la gravité et de la nature des manques.
  Lorsque l'autorité du centre n'invoque pas la possibilité de demander de ne pas entamer la procédure de retrait de la reconnaissance, la procédure de retrait de la reconnaissance démarre.
  § 4. Dans le cas d'un avis tel que visé au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, b), l'autorité du centre peut former recours dans un délai de 30 jours calendrier de la communication visée au paragraphe 2, alinéa 2, contre l'impossibilité de formuler une demande de ne pas entamer la procédure de retrait de la reconnaissance.
  Le recours est introduit auprÚs de l'inspecteur général par le biais d'une réclamation motivée par envoi sécurisé. La réclamation motivée expose les raisons justifiant la possibilité de suspendre la procédure de retrait de la reconnaissance.
  § 5. La proposition Ă Syntra Flandre sur le subventionnement, portant sur l'ensemble des formations du centre pendant l'apprentissage ou sur une ou plusieurs formations particuliĂšres du centre pendant l'apprentissage, conduit Ă une dĂ©cision telle que visĂ©e Ă l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 10 juillet 2008 relatif au systĂšme d'apprentissage et de travail en CommunautĂ© flamande ".
  " Art. 18. Au plus tard 30 jours calendrier aprÚs l'audit visé à l'article 6, l'inspection de l'enseignement envoie le rapport d'audit visé à l'article 19 à l'autorité du centre et au directeur-administrateur délégué du centre. En cas d'avis défavorable au sens de l'article 19, § 2, alinéa 1er, 2°, a), ou b), le rapport d'audit est transmis par envoi sécurisé.
  Au plus tard 30 jours calendrier de la réception du rapport d'audit par le directeur-administrateur délégué du centre ou de l'autorité du centre, il peut demander par écrit une discussion du rapport à l'inspecteur général.
  La discussion est programmée dans les meilleurs délais et l'autorité du centre détermine sa représentation.
  La demande de discussion du rapport suspend le délai de 30 jours calendrier pour la demande de suspension de la procédure de retrait de la reconnaissance visée à l'article 19, § 3, alinéa 1er.
  Au plus tard dans les 30 jours calendrier aprÚs que le directeur-administrateur délégué du centre ou de l'autorité du centre a reçu le rapport d'audit ou, lorsqu'une discussion telle que visée à l'alinéa 4 a été demandée, aprÚs que le rapport a été discuté, il peut transmettre des remarques à l'inspecteur général. Ces remarques sont intégrées sans modification dans le rapport.
  Art. 19. § 1er. Tout audit résulte en un rapport d'audit écrit et un avis au Gouvernement flamand. Le rapport d'audit contient le fondement de l'avis.
  L'équipe d'audit visé à l'article 10, y compris les experts externes participants, prépare le rapport d'audit par consensus.
  § 2. Pour l'ensemble du centre ou pour une formation séparée, les avis suivants sont possibles :
  1° avis favorable : cela signifie que la reconnaissance du centre ou de la formation est prolongée. Un avis favorable peut obliger l'autorité du centre à s'engager à combler les manques ;
  2° avis défavorable : cela signifie que la procédure de retrait de la reconnaissance du centre ou des formations est entamée, avec mention de :
  a) la possibilité de demander de suspendre la procédure de retrait de la reconnaissance à condition que l'autorité du centre s'engage à collaborer avec des parties externes en vue de remédier aux manques ;
  b) l'impossibilité de demander que la procédure de retrait de la reconnaissance ne soit pas entamée.
  En cas d'avis tel que visé au 1er alinéa, 2°, a) ou b), le Gouvernement flamand en informe la direction du centre par un envoi sécurisé. Cette notification détermine la date à laquelle la reconnaissance est retirée et fait référence aux possibilités :
  1° de suspendre la procédure de retrait de la reconnaissance ;
  2° de faire appel contre l'impossibilité de suspendre la procédure de retrait de la reconnaissance.
  § 3. Dans le cas d'un avis tel que visĂ© au paragraphe 2, alinĂ©a 1er, 2°, a), l'autoritĂ© du centre peut demander dans un dĂ©lai de 30 jours calendrier de la communication visĂ©e au paragraphe 2, alinĂ©a 2, de ne pas entamer la procĂ©dure de retrait de la reconnaissance. La demande doit ĂȘtre introduite par envoi sĂ©curisĂ© auprĂšs de l'inspecteur gĂ©nĂ©ral de l'inspection de l'enseignement. Cette demande contient l'engagement de l'autoritĂ© du centre Ă remĂ©dier aux manques en collaboration avec des parties externes.
  Lorsque l'autorité du centre demande de ne pas entamer la procédure de retrait de la reconnaissance, un nouvel audit est effectué dans un délai déterminé par l'inspection de l'enseignement sur la base de la gravité et de la nature des manques.
  Lorsque l'autorité du centre n'invoque pas la possibilité de demander de ne pas entamer la procédure de retrait de la reconnaissance, la procédure de retrait de la reconnaissance démarre.
  § 4. Dans le cas d'un avis tel que visé au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, b), l'autorité du centre peut former recours dans un délai de 30 jours calendrier de la communication visée au paragraphe 2, alinéa 2, contre l'impossibilité de formuler une demande de ne pas entamer la procédure de retrait de la reconnaissance.
  Le recours est introduit auprÚs de l'inspecteur général par le biais d'une réclamation motivée par envoi sécurisé. La réclamation motivée expose les raisons justifiant la possibilité de suspendre la procédure de retrait de la reconnaissance.
  § 5. La proposition Ă Syntra Flandre sur le subventionnement, portant sur l'ensemble des formations du centre pendant l'apprentissage ou sur une ou plusieurs formations particuliĂšres du centre pendant l'apprentissage, conduit Ă une dĂ©cision telle que visĂ©e Ă l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 10 juillet 2008 relatif au systĂšme d'apprentissage et de travail en CommunautĂ© flamande ".
Art. 11. Artikel 20 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 11. L'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 12. Artikel 21 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 21. Binnen dertig kalenderdagen nadat de directeur-afgevaardigd bestuurder van het centrum het doorlichtingsverslag, vermeld in artikel 19, ontvangen heeft, of, als er een bespreking is aangevraagd als vermeld in artikel 18, tweede lid, na de bespreking van het verslag informeert hij de leerlingen en de wettelijke vertegenwoordigers van de leerlingen over de mogelijkheid tot inzage. Het verslag wordt door de directeur-afgevaardigd bestuurder van het centrum geagendeerd en integraal besproken op een personeelsvergadering.".
  "Art. 21. Binnen dertig kalenderdagen nadat de directeur-afgevaardigd bestuurder van het centrum het doorlichtingsverslag, vermeld in artikel 19, ontvangen heeft, of, als er een bespreking is aangevraagd als vermeld in artikel 18, tweede lid, na de bespreking van het verslag informeert hij de leerlingen en de wettelijke vertegenwoordigers van de leerlingen over de mogelijkheid tot inzage. Het verslag wordt door de directeur-afgevaardigd bestuurder van het centrum geagendeerd en integraal besproken op een personeelsvergadering.".
Art. 12. L'article 21 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 21. Dans les 30 jours calendrier suivant la réception du rapport d'audit visé à l'article 19, par le directeur-administrateur délégué, ou, si une discussion telle que visée à l'article 18, 2Úme alinéa, a été demandée, à la suite de la discussion du rapport, le directeur-administrateur délégué informe les élÚves et les représentants légaux des élÚves de la possibilité de consultation. Le rapport est mis à l'ordre du jour par le directeur-administrateur délégué du centre et discuté intégralement lors d'une réunion du personnel. ".
  " Art. 21. Dans les 30 jours calendrier suivant la réception du rapport d'audit visé à l'article 19, par le directeur-administrateur délégué, ou, si une discussion telle que visée à l'article 18, 2Úme alinéa, a été demandée, à la suite de la discussion du rapport, le directeur-administrateur délégué informe les élÚves et les représentants légaux des élÚves de la possibilité de consultation. Le rapport est mis à l'ordre du jour par le directeur-administrateur délégué du centre et discuté intégralement lors d'une réunion du personnel. ".
Art. 13. Artikel 22 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 13. L'article 22 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 14. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk 5 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 5. Doorlichting na een ongunstig advies over de erkenning met mogelijkheid om te verzoeken dat de procedure tot intrekking van de erkenning niet opgestart wordt".
  "Hoofdstuk 5. Doorlichting na een ongunstig advies over de erkenning met mogelijkheid om te verzoeken dat de procedure tot intrekking van de erkenning niet opgestart wordt".
Art. 14. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'intitulĂ© du chapitre 5 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Chapitre 5. Audit à la suite d'un avis défavorable sur la reconnaissance avec possibilité de demander que la procédure de retrait de la reconnaissance ne soit pas engagée".
  " Chapitre 5. Audit à la suite d'un avis défavorable sur la reconnaissance avec possibilité de demander que la procédure de retrait de la reconnaissance ne soit pas engagée".
Art. 15. Artikel 23 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 23. De nieuwe doorlichting, vermeld in artikel 19, § 3, tweede lid, mag op zijn vroegst plaatsvinden negentig kalenderdagen na de datum waarop het definitieve verslag is bezorgd.".
  "Art. 23. De nieuwe doorlichting, vermeld in artikel 19, § 3, tweede lid, mag op zijn vroegst plaatsvinden negentig kalenderdagen na de datum waarop het definitieve verslag is bezorgd.".
Art. 15. L'article 23 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 23. Le nouvel audit visé à l'article 19, § 3, alinéa 2, peut avoir lieu au plus tÎt nonante jours calendrier à compter de la date à laquelle le rapport définitif a été transmis. ".
  " Art. 23. Le nouvel audit visé à l'article 19, § 3, alinéa 2, peut avoir lieu au plus tÎt nonante jours calendrier à compter de la date à laquelle le rapport définitif a été transmis. ".
Art. 16. Artikel 24 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 16. L'article 24 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 17. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk 6 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 6. Doorlichting na een ongunstig advies over de erkenning met onmogelijkheid om te verzoeken dat de procedure tot intrekking van de erkenning niet opgestart wordt".
  "Hoofdstuk 6. Doorlichting na een ongunstig advies over de erkenning met onmogelijkheid om te verzoeken dat de procedure tot intrekking van de erkenning niet opgestart wordt".
Art. 17. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'intitulĂ© du chapitre 6 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Chapitre 6. Audit à la suite d'un avis défavorable sur la reconnaissance avec impossibilité de demander que la procédure de retrait de la reconnaissance ne soit pas entamée ".
  " Chapitre 6. Audit à la suite d'un avis défavorable sur la reconnaissance avec impossibilité de demander que la procédure de retrait de la reconnaissance ne soit pas entamée ".
Art. 18. Artikel 25 en 26 van hetzelfde besluit worden vervangen door wat volgt:
  "Art. 25. Binnen zestig kalenderdagen nadat de inspecteur-generaal het beroep, vermeld in artikel 19, § 4, eerste lid, heeft ontvangen, onderzoekt een doorlichtingsteam, dat bestaat uit een gelijk aantal leden van de onderwijsinspectie en personeelsleden van Syntra Vlaanderen, de argumenten van het centrumbestuur.
  De inspecteur-generaal en de gedelegeerd bestuurder van Syntra Vlaanderen stellen het doorlichtingsteam in overleg samen. Het bestaat uit minstens twee inspecteurs en wordt voorgezeten door een coördinerende inspecteur. De inspecteurs mogen geen deel hebben uitgemaakt van het doorlichtingsteam dat het ongunstige advies heeft uitgebracht.
  Het doorlichtingsteam kan alle onderzoekdaden verrichten.
  Art. 26. Het doorlichtingsteam, vermeld in artikel 25, geeft een van de volgende adviezen:
  1° het centrumbestuur kan verzoeken om de procedure tot intrekking van de erkenning op te schorten, op voorwaarde dat het centrumbestuur het engagement aangaat om zich bij het werken aan de tekorten extern te laten begeleiden;
  2° het ongunstige advies zonder de mogelijkheid om de opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning in te roepen, blijft behouden.
  De leden van het voormelde doorlichtingsteam beslissen in consensus. Het verslag met het advies motiveert omstandig de beslissing. Het verslag van het voormelde doorlichtingsteam wordt binnen twintig kalenderdagen na afloop van het onderzoek aan de Vlaamse Regering bezorgd en aan het centrumbestuur betekend met een beveiligde zending, onder de verantwoordelijkheid van de inspecteur-generaal.".
  "Art. 25. Binnen zestig kalenderdagen nadat de inspecteur-generaal het beroep, vermeld in artikel 19, § 4, eerste lid, heeft ontvangen, onderzoekt een doorlichtingsteam, dat bestaat uit een gelijk aantal leden van de onderwijsinspectie en personeelsleden van Syntra Vlaanderen, de argumenten van het centrumbestuur.
  De inspecteur-generaal en de gedelegeerd bestuurder van Syntra Vlaanderen stellen het doorlichtingsteam in overleg samen. Het bestaat uit minstens twee inspecteurs en wordt voorgezeten door een coördinerende inspecteur. De inspecteurs mogen geen deel hebben uitgemaakt van het doorlichtingsteam dat het ongunstige advies heeft uitgebracht.
  Het doorlichtingsteam kan alle onderzoekdaden verrichten.
  Art. 26. Het doorlichtingsteam, vermeld in artikel 25, geeft een van de volgende adviezen:
  1° het centrumbestuur kan verzoeken om de procedure tot intrekking van de erkenning op te schorten, op voorwaarde dat het centrumbestuur het engagement aangaat om zich bij het werken aan de tekorten extern te laten begeleiden;
  2° het ongunstige advies zonder de mogelijkheid om de opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning in te roepen, blijft behouden.
  De leden van het voormelde doorlichtingsteam beslissen in consensus. Het verslag met het advies motiveert omstandig de beslissing. Het verslag van het voormelde doorlichtingsteam wordt binnen twintig kalenderdagen na afloop van het onderzoek aan de Vlaamse Regering bezorgd en aan het centrumbestuur betekend met een beveiligde zending, onder de verantwoordelijkheid van de inspecteur-generaal.".
Art. 18. Les articles 25 et 26 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont remplacĂ©s par ce qui suit :
  " Art. 25. Dans les 60 jours calendrier suivant la réception par l'inspecteur général du recours visé à l'article 19, § 4, alinéa 1er, une équipe d'audit, composée d'un nombre égal de membres de l'inspection de l'enseignement et de personnel de Syntra Flandre, examine les arguments de l'autorité du centre.
  L'inspecteur général et l'administrateur délégué de Syntra Flandre ont constitué l'équipe d'audit d'un commun accord. Elle comprend au moins deux inspecteurs et est présidée par un inspecteur coordonnateur. Les inspecteurs ne peuvent pas avoir fait partie de l'équipe d'audit ayant émis l'avis défavorable.
  L'équipe d'audit peut effectuer tous les actes d'instruction nécessaires.
  Art. 26. L'équipe d'audit visée à l'article 25 rend l'un des avis suivants :
  1° l'autorité du centre peut demander de suspendre la procédure de retrait de la reconnaissance à condition qu'elle s'engage à se faire accompagner à l'extérieur en vue de remédier aux manques ;
  2° l'avis défavorable sans possibilité d'invoquer la suspension de la procédure de retrait de la reconnaissance est maintenu.
  Les membres de l'Ă©quipe d'audit prĂ©citĂ©e dĂ©cident par consensus. Le rapport contenant l'avis expose en dĂ©tail les motifs de la dĂ©cision. Le rapport de l'Ă©quipe d'audit prĂ©citĂ©e est transmis au Gouvernement flamand et notifiĂ© Ă l'autoritĂ© du centre dans les vingt jours calendrier suivant la fin de l'enquĂȘte au moyen d'un envoi sĂ©curisĂ©, sous la responsabilitĂ© de l'inspecteur gĂ©nĂ©ral. ".
  " Art. 25. Dans les 60 jours calendrier suivant la réception par l'inspecteur général du recours visé à l'article 19, § 4, alinéa 1er, une équipe d'audit, composée d'un nombre égal de membres de l'inspection de l'enseignement et de personnel de Syntra Flandre, examine les arguments de l'autorité du centre.
  L'inspecteur général et l'administrateur délégué de Syntra Flandre ont constitué l'équipe d'audit d'un commun accord. Elle comprend au moins deux inspecteurs et est présidée par un inspecteur coordonnateur. Les inspecteurs ne peuvent pas avoir fait partie de l'équipe d'audit ayant émis l'avis défavorable.
  L'équipe d'audit peut effectuer tous les actes d'instruction nécessaires.
  Art. 26. L'équipe d'audit visée à l'article 25 rend l'un des avis suivants :
  1° l'autorité du centre peut demander de suspendre la procédure de retrait de la reconnaissance à condition qu'elle s'engage à se faire accompagner à l'extérieur en vue de remédier aux manques ;
  2° l'avis défavorable sans possibilité d'invoquer la suspension de la procédure de retrait de la reconnaissance est maintenu.
  Les membres de l'Ă©quipe d'audit prĂ©citĂ©e dĂ©cident par consensus. Le rapport contenant l'avis expose en dĂ©tail les motifs de la dĂ©cision. Le rapport de l'Ă©quipe d'audit prĂ©citĂ©e est transmis au Gouvernement flamand et notifiĂ© Ă l'autoritĂ© du centre dans les vingt jours calendrier suivant la fin de l'enquĂȘte au moyen d'un envoi sĂ©curisĂ©, sous la responsabilitĂ© de l'inspecteur gĂ©nĂ©ral. ".
Art. 19. Artikel 27 tot en met 32 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 19. Les articles 27 Ă 32 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 20. In artikel 33, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "is dezelfde als die bij de controle van onderwijsinstellingen" vervangen door de zinsnede "is de code die opgenomen is in de bijlage die is gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2012 tot vaststelling van de deontologische code voor inspectieleden, vermeld in artikel 58 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.".
Art. 20. Dans l'article 33, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " est le mĂȘme qui celui pour le contrĂŽle des Ă©tablissements d'enseignement " est remplacĂ© par le membre de phrase " est le code qui est repris Ă l'annexe jointe Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 juillet 2012 Ă©tablissant le code dĂ©ontologique pour les membres de l'inspection, visĂ© Ă l'article 58 du dĂ©cret du 8 mai 2009 relatif Ă la qualitĂ© de l'enseignement. ".
Art. 21. Artikel 34 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 2019, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 34. De doorlichtingsverslagen en de adviezen over de erkenning van het centrum kunnen worden geraadpleegd overeenkomstig de bepalingen van titel II, hoofdstuk 3, van het bestuursdecreet van 7 december 2018.".
  "Art. 34. De doorlichtingsverslagen en de adviezen over de erkenning van het centrum kunnen worden geraadpleegd overeenkomstig de bepalingen van titel II, hoofdstuk 3, van het bestuursdecreet van 7 december 2018.".
Art. 21. L'article 34 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 mai 2019, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 34. Les rapports d'audit et les avis relatifs Ă la reconnaissance du centre peuvent ĂȘtre consultĂ©s conformĂ©ment aux dispositions du titre II, chapitre 3 du dĂ©cret de gouvernance du 7 dĂ©cembre 2018. ".
  " Art. 34. Les rapports d'audit et les avis relatifs Ă la reconnaissance du centre peuvent ĂȘtre consultĂ©s conformĂ©ment aux dispositions du titre II, chapitre 3 du dĂ©cret de gouvernance du 7 dĂ©cembre 2018. ".
Art. 22. Artikel 35 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 22. L'article 35 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 23. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk 9 vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 9. Overgangs-en slotbepalingen".
  "Hoofdstuk 9. Overgangs-en slotbepalingen".
Art. 23. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'intitulĂ© du chapitre 9 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Chapitre 9. Dispositions transitoires et finales ".
  " Chapitre 9. Dispositions transitoires et finales ".
Art. 24. In hetzelfde besluit wordt een artikel 35/1 ingevoegd dat luidt als volgt:
  "Art. 35/1 § 1. De centra die uiterlijk op 30 juni 2020 een beperkt gunstig advies hebben gekregen, worden geacht een gunstig advies als vermeld in artikel 19, § 2, eerste lid, 1°, te hebben gekregen.
  § 2. Elke doorlichting vanaf het schooljaar 2020-2021 gebeurt volgens de principes van dit besluit.".
  "Art. 35/1 § 1. De centra die uiterlijk op 30 juni 2020 een beperkt gunstig advies hebben gekregen, worden geacht een gunstig advies als vermeld in artikel 19, § 2, eerste lid, 1°, te hebben gekregen.
  § 2. Elke doorlichting vanaf het schooljaar 2020-2021 gebeurt volgens de principes van dit besluit.".
Art. 24. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 35/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 35/1. § 1er. Les centres qui, le 30 juin 2020 au plus tard, ont obtenu un avis favorable avec réserves, sont censés avoir obtenu un " avis favorable " tel que visé à l'article 19, § 2, alinéa 1er, 1°.
  § 2. Tout audit Ă partir de l'annĂ©e scolaire 2020-2021 est effectuĂ© conformĂ©ment aux principes du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
  " Art. 35/1. § 1er. Les centres qui, le 30 juin 2020 au plus tard, ont obtenu un avis favorable avec réserves, sont censés avoir obtenu un " avis favorable " tel que visé à l'article 19, § 2, alinéa 1er, 1°.
  § 2. Tout audit Ă partir de l'annĂ©e scolaire 2020-2021 est effectuĂ© conformĂ©ment aux principes du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
Art. 25. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2020.
Art. 25. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1 octobre 2020.
Art. 26. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de competenties, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 26. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions et le Ministre flamand qui a les compĂ©tences dans ses attributions sont chargĂ©s, chacun en ce qui le concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.