Artikel 1. Aan de schoolbesturen van het gewoon en het buitengewoon lager- en secundair onderwijs wordt voor het schooljaar 2019-2020 extra werkingsbudget toegekend als compensatie enerzijds voor ouders of betrokken personen voor geannuleerde schooluitstappen en -reizen, anderzijds voor scholen voor gederfde inkomsten uit activiteiten die niet hebben kunnen plaatsvinden of voor verminderde inkomsten.
Scholen moeten een vergoedingssysteem uitwerken voor kosten die ouders hebben gemaakt voor deze extramurosactiviteiten.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
12 JUNI 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van extra werkingsbudget voor de scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs en van het deeltijds beroepssecundair onderwijs, ter compensatie van geannuleerde schooluitstappen en -reizen en gederfde inkomsten en aan de studentenvoorzieningen van de hogeronderwijsinstellingen ingevolge COVID-19
Titre
12 JUIN 2020. - Arrêté du Gouvernement flamand attribuant un budget de fonctionnement supplémentaire aux écoles d'enseignement fondamental et secondaire ordinaire et spécial et aux écoles d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, à titre de compensation pour les sorties et voyages scolaires annulés et des revenus manqués et aux services aux étudiants des institutions d'enseignement supérieur à la suite du COVID-19
Documentinformatie
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Article 1er. Un budget de fonctionnement supplémentaire est octroyé aux autorités scolaires de l'enseignement fondamental et secondaire ordinaire et spécial pour l'année scolaire 2019-2020 pour dédommager, d'une part, les parents ou les personnes concernées pour les sorties et voyages scolaires annulés et d'autre part les écoles pour les revenus manqués en provenance d'activités qui n'ont pas pu avoir lieu ou pour la baisse de leurs revenus.
Les écoles doivent élaborer un système de dédommagement pour les frais qu'ont fait ces parents pour ces activités extramuros.
Les écoles doivent élaborer un système de dédommagement pour les frais qu'ont fait ces parents pour ces activités extramuros.
Art. 2. Het bedrag per school wordt berekend als volgt :
- Een forfaitair bedrag per leerling in het gewoon en buitengewoon lager onderwijs van 5,16 euro.
- Een forfaitair bedrag per leerling in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs van 12,88 euro.
Voor de berekening is de volgende teldatum van toepassing : 1 februari 2020.
- Een forfaitair bedrag per leerling in het gewoon en buitengewoon lager onderwijs van 5,16 euro.
- Een forfaitair bedrag per leerling in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs van 12,88 euro.
Voor de berekening is de volgende teldatum van toepassing : 1 februari 2020.
Art. 2. Le montant par école est calculé comme suit :
- Un montant forfaitaire par élève dans l'enseignement fondamental ordinaire et spécial de 5,16 euros.
- Un montant forfaitaire par élève dans l'enseignement secondaire ordinaire et spécial de 12,88 euros.
La date de comptage du 1 février 2020 s'applique pour le calcul.
- Un montant forfaitaire par élève dans l'enseignement fondamental ordinaire et spécial de 5,16 euros.
- Un montant forfaitaire par élève dans l'enseignement secondaire ordinaire et spécial de 12,88 euros.
La date de comptage du 1 février 2020 s'applique pour le calcul.
Art. 3. Aan de instellingen hoger onderwijs wordt voor het academiejaar 2019-2020 een bijkomende sociale toelage toegekend van 684.000 euro voor de universiteiten en 816.000 euro voor de hogescholen. Dit bedrag wordt over de instellingen verdeeld volgens het verdelingsmechanisme opgenomen in de artikels III.68 en III.69 van de codex Hoger Onderwijs. De instellingen ondersteunen hiermee studenten die financiële problemen hebben naar aanleiding van de COVID-19 crisis.
Art. 3. Pour l'année académique 2019-2020, une allocation sociale supplémentaire est octroyée aux institutions d'enseignement supérieur, qui est de 684.000 euros pour les universités et de 816.000 euros pour les écoles supérieures. Ce montant est réparti sur les institutions selon le mécanisme de répartition reprise aux articles III.68 et III.69 du Code de l'Enseignement supérieur. Les institutions donnent ainsi de l'aide aux étudiants qui éprouvent des problèmes financiers à la suite de la crise du COVID-19.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op de datum van de goedkeuring.
Art. 4. Le présent arrêté entre en vigueur à la date de son approbation.
Art. 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.