Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 AUGUSTUS 2017. - Reglement met de toekenningsregels voor de premies, tegemoetkomingen en voordelen die kunnen worden verleend door de Gemeenschappelijke sociale dienst van de Federale Pensioendienst
Titre
21 AOUT 2017. - Règlement contenant les règles d'octroi des primes, interventions et avantages qui peuvent être accordés par le Service social collectif du Service fédéral des Pensions
Tekst (18)
Texte (18)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
  1° "de wet": de wet van 18 maart 2016 betreffende de Federale Pensioendienst;
  2° "de Sociale dienst": de Gemeenschappelijke sociale dienst bedoeld in artikel 19 van de wet;
  3° "het beheerscomité": het beheerscomité van de Gemeenschappelijke sociale dienst bedoeld in artikel 51 van de wet;
  4° "provinciaal of plaatselijk bestuur": een bestuur bedoeld in artikel 1, § 1, vierde lid van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
Article 1er. Pour l'application du présent règlement, il y a lieu d'entendre par :
  1° " la loi " : la loi du 18 mars 2016 relative au Service fédéral des Pensions;
  2° " le Service social " : le Service social collectif visé à l'article 19 de la loi;
  3° " le comité de gestion " : le comité de gestion du Service social collectif visé à l'article 51 de la loi;
  4° " administration provinciale ou locale " : une administration visée à l'article 1, § 1er, alinéa 4 de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs.
Art. 2. Voor een provinciaal of plaatselijk bestuur moet de elektronische aanvraag tot aansluiting bedoeld in artikel 19, § 1, 2e lid van de wet ingediend worden via de beveiligde webapplicatie die beschikbaar is op de portaalsite van de sociale zekerheid. De beraadslaging van de bevoegde overheden die door de toezichthoudende overheid werd goedgekeurd en die toestemming verleent tot de aansluiting bij de Sociale dienst, moet bij de aanvraag worden gevoegd.
Art. 2. Pour une administration provinciale ou locale, la demande d'affiliation électronique visée à l'article 19, § 1er, alinéa 2 de la loi doit être introduite au moyen de l'application web sécurisée disponible sur le portail de la sécurité sociale. La délibération des instances compétentes approuvée par les autorités de tutelle qui autorise l'affiliation au Service social doit être annexée à la demande.
Art. 3. Voor een openbare werkgever die niet de hoedanigheid van een provinciaal of plaatselijk bestuur heeft, moet de aanvraag tot aansluiting ingediend worden via een aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter van het beheerscomité.
Art. 3. Pour un employeur public n'ayant pas la qualité d'administration provinciale ou locale, la demande d'affiliation doit être introduite par lettre recommandée adressée au président du comité de gestion.
Art. 4. Voor een provinciaal of plaatselijk bestuur moet de elektronische aanvraag tot de beëindiging van de aansluiting bedoeld in artikel 19, § 1, vierde lid van de wet ingediend worden via de beveiligde webapplicatie op de portaalsite van de sociale zekerheid.
Art. 4. Pour une administration provinciale ou locale, la demande de désaffiliation électronique visée à l'article 19, § 1er, alinéa 4 de la loi doit être introduite au moyen de l'application web sécurisée disponible sur le portail de la sécurité sociale.
Art. 5. Voor een openbare werkgever die niet de hoedanigheid van een provinciaal of plaatselijk bestuur heeft, moet de aanvraag tot de beëindiging van de aansluiting ingediend worden via een aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter van het beheerscomité.
Art. 5. Pour les employeurs publics n'ayant pas la qualité d'administration provinciale ou locale, la demande de désaffiliation doit être introduite par lettre recommandée adressée au président du comité de gestion.
Art. 6. Openbare werkgevers die niet de hoedanigheid van een provinciaal of plaatselijk bestuur hebben, worden door de Sociale dienst op de hoogte gebracht van het voorlopige bedrag van de verschuldigde werkgeversbijdragen en de uiterste datum waarop de Sociale dienst de betaling moet hebben ontvangen.
  De bijdragen worden ieder kwartaal berekend door de door het beheerscomité voor het betreffende jaar vastgestelde bijdragevoet toe te passen op de bezoldiging die als basis dient voor de socialezekerheidsbijdragen van het personeel van de betrokken overheidsdienst.
  Er wordt een regularisatie uitgevoerd wanneer het definitieve bedrag gekend is door de Sociale dienst.
Art. 6. Les employeurs publics n'ayant pas la qualité d'administration provinciale ou locale sont avisés par le Service social du montant provisoire des cotisations patronales dues et de la date ultime pour laquelle le paiement doit parvenir au Service social.
  Les cotisations sont calculées trimestriellement en appliquant le taux de cotisation fixé pour l'année en question par le comité de gestion sur la rémunération qui sert de base aux cotisations de sécurité sociale du personnel de l'administration considérée.
  Une régularisation est effectuée lorsque le montant définitif est connu par le Service social.
Art. 7. Indien de aanvraag tot aansluiting dit vermeldt, kan de hoedanigheid van begunstigde, mits een gemotiveerd akkoord van het beheerscomité, worden toegekend aan personeelsleden van een provinciaal of een plaatselijk bestuur die reeds gepensioneerd zijn op de datum waarop dit bestuur zich aansluit.
  Het beheerscomité kan zijn akkoord met de toepassing van het eerste lid laten afhangen van de voorwaarde dat dit de financiering van de Sociale dienst niet in gevaar brengt en kan de begunstigden beperken tot de gepensioneerden die minstens tien jaar tewerkgesteld zijn geweest door de betreffende werkgever.
Art. 7. Si la demande d'affiliation en fait mention, la qualité de bénéficiaire peut, moyennant l'accord motivé du comité de gestion, être reconnue aux membres du personnel d'une administration provinciale ou locale qui sont déjà pensionnés à la date à laquelle cette administration s'affilie.
  Le comité de gestion peut subordonner son accord à l'application de l'alinéa 1er à la preuve que celle-ci n'ait pas pour effet de mettre en péril le financement du Service social et limiter les bénéficiaires aux pensionnés ayant été occupés au moins dix années par cet employeur.
Art. 8. Volgende personen kunnen worden erkend als "personen ten laste" van een rechtstreekse begunstigde in de zin van artikel 20, § 3, 1° van de wet: de echtgenoot, de partner, de kinderen en andere familieleden van een rechtstreekse begunstigde die onder hetzelfde dak wonen en die geen persoonlijke inkomsten genieten waarvan het nettobedrag hoger is dan het door artikel 136 van het Wetboek op Inkomstenbelastingen vastgestelde bedrag.
  Voor de toepassing van het eerste lid dient men onder "inkomsten" alle mogelijke vormen van inkomen te verstaan.
  De hoedanigheid van persoon ten laste wordt erkend op basis van een onderzoek naar de inkomsten.
Art. 8. Peuvent être reconnues comme " personnes à charge " d'un bénéficiaire direct, au sens de l'article 20, § 3, 1° de la loi, le conjoint, le partenaire, les enfants et les autres membres de la famille d'un bénéficiaire direct habitant sous le même toit que lui qui ne bénéficient personnellement pas de ressources d'un montant net supérieur au montant prévu par l'article 136 du Code des impôts sur le revenu.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, il y a lieu d'entendre par " ressources " tous les revenus quels qu'ils soient.
  La qualité de personne à charge est reconnue sur base d'une enquête sur les ressources.
Art. 9. De niet-hertrouwde overlevende echtgenoot van een persoon die op het moment van zijn overlijden een rechtstreekse begunstigde was, wordt beschouwd als een onrechtstreekse begunstigde in de zin van artikel 20, § 3, 2° van de wet op voorwaarde dat zijn inkomsten niet hoger zijn dan het bedrag van het overlevingspensioen waarop hij recht heeft, vermeerderd met een bijkomend inkomen dat niet hoger is dan het door artikel 136 van het Wetboek op Inkomstenbelastingen vastgestelde bedrag.
Art. 9. Est considéré comme bénéficiaire indirect au sens de l'article 20, § 3, 2° de la loi, le conjoint survivant non remarié d'une personne qui au moment de son décès était bénéficiaire direct à condition que ses ressources ne dépassent pas le montant de la pension de survie à laquelle il a droit augmenté d'un revenu complémentaire n'excédant pas le montant prévu par l'article 136 du Code des impôts sur le revenu.
Art. 10. De wees van een persoon die op het moment van zijn overlijden een rechtstreekse begunstigde was, wordt beschouwd als een onrechtstreekse begunstigde in de zin van artikel 20, § 3, 3° van de wet, zolang hij kinderbijslag ontvangt.
Art. 10. Est considéré comme bénéficiaire indirect au sens de l'article 20, § 3, 3° de la loi, l'orphelin d'une personne qui au moment de son décès était bénéficiaire direct, aussi longtemps qu'il bénéficie d'allocations familiales.
Art. 11. De ascendent van een persoon die op het moment van zijn overlijden een rechtstreekse begunstigde was, wordt beschouwd als een onrechtstreekse begunstigde in de zin van artikel 20, § 3, 4° van de wet indien hij voldoet aan de hieronder vermelde voorwaarden:
  - hij moet deel uitmaken van het gezin van de rechtstreekse begunstigde op het moment van zijn overlijden;
  - zijn inkomsten mogen niet hoger zijn dan het door artikel 136 van het Wetboek op Inkomstenbelastingen vastgestelde bedrag.
Art. 11. Est considéré comme bénéficiaire indirect au sens de l'article 20, § 3, 4° de la loi, l'ascendant d'une personne qui au moment de son décès était bénéficiaire direct et qui répond aux conditions suivantes :
  - faire partie du ménage du bénéficiaire direct au moment de son décès ;
  - pour autant que ses ressources ne dépassent pas le montant prévu par l'article 136 du Code des impôts sur le revenu.
Art. 12. Het beheerscomité kan bijzondere regels voor de toekenning van tegemoetkomingen vastleggen, met name voor personen die zich in de volgende situaties bevinden:
  - de personen die tewerkgesteld zijn krachtens artikel 60, § 7 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de OCMW's;
  - de gepensioneerden;
  - de werknemers in een stelsel van verminderde prestaties.
Art. 12. Le comité de gestion peut déterminer des règles particulières d'intervention, notamment pour les personnes se trouvant dans les situations suivantes :
  - les personnes mises au travail en vertu de l'article 60, § 7 de la loi organique du 8 juillet 1976 des CPAS ;
  - les pensionnés ;
  - les travailleurs en régime de prestations réduites.
Art. 13. geregeld worden tewerkgesteld door een aangesloten bestuur, behouden het voordeel van de tegemoetkomingen van de Sociale dienst.
Art. 13. Le bénéficiaire direct, travailleur frontalier, qui est régulièrement occupé par une administration affiliée garde le bénéfice des interventions du Service social.
Art. 14. De gebeurtenissen in het beroeps- of privéleven die recht geven op premies in toepassing van artikel 21, 3° van de wet zijn onder meer:
  1) de geboorte of de adoptie;
  2) het huwelijk of de wettelijke samenleving;
  3) de tenlasteneming van een kind met een beperking;
  4) de pensionering;
  5) de studies en de door de bevoegde overheden erkende opleidingen die leiden tot een knelpuntberoep;
  6) de vakantieverblijven besteld bij de vzw POLLEN voor kinderen van begunstigden. Deze tegemoetkoming kan worden toegekend aan de begunstigde ouders die de reis reserveren, zelfs als het kind alleen op reis gaat.
Art. 14. Les événements de la vie professionnelle ou de la vie privée donnant droit à des primes en application de l'article 21, 3° de la loi sont notamment :
  1) la naissance ou l'adoption;
  2) le mariage ou la cohabitation légale;
  3) la prise en charge d'un enfant handicapé;
  4) la mise à la pension;
  5) les études et formations reconnues par les autorités compétentes et menant à des métiers en pénurie;
  6) Les séjours de vacances, commandés à l'ASBL POLLEN pour les enfants des bénéficiaires. Cette intervention peut être accordée aux parents bénéficiaires qui commandent le voyage même si l'enfant part seul.
Art. 15. De in artikel 21, 4° van de wet bedoelde tegemoetkomingen en voordelen hebben onder meer betrekking op:
  1) medische en farmaceutische kosten;
  2) hospitalisatiekosten;
  3) begrafeniskosten;
  4) medisch materiaal;
  5) rustkuren;
  6) gezinshulp;
  7) natuurrampen;
  8) brand;
  9) financiële moeilijkheden;
  10) huurwaarborg;
  11) schoolkosten.
Art. 15. Les interventions et avantages visés à l'article 21, 4° de la loi concernent notamment :
  1) les frais médicaux et pharmaceutiques;
  2) les frais d'hospitalisation;
  3) les frais de funérailles;
  4) le matériel médical;
  5) les cures de repos;
  6) l'aide aux familles;
  7) les calamités naturelles;
  8) les incendies;
  9) les difficultés financières;
  10) la garantie locative;
  11) les frais scolaires.
Art. 16. De in artikel 21 van de wet beoogde diensten van de Sociale dienst worden aangeboden volgens de volgende modaliteiten:
  1) de algemene informatie waarvan sprake in artikel 21, 1° van de wet wordt automatisch ter beschikking gesteld van de provinciale en plaatselijke besturen en de begunstigden door middel van een elektronische nieuwsbrief die vier keer per jaar wordt verstuurd alsook op de website van de Sociale dienst.
  In de hoofdzetel van de Federale pensioendienst en in bepaalde provinciale of plaatselijke besturen worden zitdagen georganiseerd waarvan het publiek op de hoogte wordt gebracht.
  Geïndividualiseerde informatie wordt op vraag van het bestuur of de begunstigde meegedeeld.
  2) het advies en de begeleiding waarvan sprake in artikel 21, 2° van de wet, en iedere vorm van bijstand bij de vervulling van formaliteiten in het professionele of het privéleven worden in alle vertrouwelijkheid en op aanvraag van de begunstigde door een maatschappelijke assistent(e) van de Sociale dienst aangeboden, en de informatie die aldus wordt verkregen, wordt volgens een strikt beroepsgeheim behandeld.
  3) de premies waarvan sprake in artikel 21, 3° van de wet worden toegekend op basis van een aanvraag en worden niet onderworpen aan een voorafgaand sociaal onderzoek of zijn niet gebonden aan een inkomensvoorwaarde.
  Het aanvraagformulier is beschikbaar op de website van de Sociale dienst.
  4) De tegemoetkomingen en voordelen waarvan sprake in artikel 21, 4° van de wet worden toegekend:
  - op voorstel van de maatschappelijke assistent(e) na een sociaal onderzoek en een onderzoek naar een inkomensvoorwaarde via een verslag waarin de anonimiteit van de begunstigde verzekerd wordt;
  - met naleving van het principe van de gelijke behandeling van begunstigden.
  5) De toegang tot de collectieve hospitalisatieverzekering waarvan sprake in artikel 21, 5° van de wet maakt het voorwerp uit van een aansluiting bij de kaderovereenkomst van de Federale pensioendienst.
  De aanvragen tot aansluiting bij de collectieve verzekering hospitalisatie/ernstige ziekte van de Federale pensioendienst wordt door de werkgever per brief of elektronisch naar de Sociale dienst gestuurd. In dit document staan de beslissing van de bevoegde lokale overheid, een datum van aanvang en de keuze om de verzekeringspremies voor de eigen personeelsleden al dan niet ten laste te nemen van het budget.
  De aanvragen om een einde te stellen aan de aansluiting bij de overeenkomst hospitalisatie/ernstige ziekte van de Federale pensioendienst wordt door de werkgever per brief of elektronisch naar de Sociale dienst gestuurd. Het document van de aanvraag vermeldt de beslissing van de bevoegde lokale overheid en de datum waarop de aansluiting wordt beëindigd.
  6) Om de toegang tot de vakantieverblijven waarvan sprake is in artikel 21, 6° van de wet te kunnen aanbieden, kan het beheerscomité een overeenkomst afsluiten met een vereniging zonder winstoogmerk waarvan de activiteiten bestaan in de organisatie van vakanties of de tegemoetkomingen voor dergelijke vakanties, meer bepaald het sociaal toerisme, evenals hun aanvullende, aanverwante en/of bijkomende activiteiten ten voordele van de begunstigden.
Art. 16. Les services du Service social visés à l'article 21 de la loi sont offerts selon les modalités suivantes:
  1) les informations générales dont question à l'article 21, 1° de la loi sont mises d'office à la disposition des administrations provinciales et locales et des bénéficiaires au moyen d'un bulletin électronique d'information envoyé quatre fois par an ainsi que sur le site web du Service social.
  Des permanences sont organisées soit au siège du Service fédéral des Pension soit dans certaines administrations provinciales et locales dont le public est informé.
  Les informations individualisées sont communiquées sur base de la demande de l'administration ou du bénéficiaire;
  2) les conseils, l'accompagnement dont question à l'article 21, 2° de la loi et toute aide à l'accomplissement de formalités dans la vie professionnelle ou privée sont fournis en toute confidentialité sur demande du bénéficiaire auprès d'un(e) assistant(e) social(e) du Service social qui traite les renseignements obtenus dans le respect du secret professionnel le plus strict;
  3) les primes évoquées dont question à l'article 21, 3° de la loi sont octroyées sur base d'une demande sans faire l'objet d'une enquête sociale préalable ou être subordonnées à une condition de ressources.
  Le formulaire de demande est disponible sur le site web du Service social.
  4) Les interventions et avantages dont question à l'article 21, 4° de la loi sont octroyées :
  - sur proposition de l'assistant(e) social(e) après enquête sociale et examen d'une condition de ressources, via un rapport préservant l'anonymat du bénéficiaire;
  - tout en respectant l'égalité de traitement entre bénéficiaires.
  4) L'accès au contrat d'assurance hospitalisation collective dont question à l'article 21, 5° de la loi fait l'objet d'une adhésion au contrat cadre du Service fédéral des Pensions.
  La demande d'adhésion au contrat d'assurance collective hospitalisation/maladie grave du Service fédéral des Pensions est transmise par l'employeur au Service social par courrier ou par voie électronique. Ce document comportera la décision de l'autorité compétente locale, une date de prise de cours et le choix de prendre ou non les primes d'assurance pour les membres de son personnel à charge de son budget.
  La demande en vue de mettre fin à l'adhésion au contrat d'assurance collective hospitalisation/maladie grave du Service fédéral des Pensions est transmise par l'employeur au Service social par courrier ou par voie électronique. Ce document comportera la décision de l'autorité compétente locale et la date de désaffiliation.
  6) En vue d'offrir l'accès aux séjours de vacances dont question à l'article 21, 6° de la loi, le comité de gestion pourra conclure une convention avec une association sans but lucratif dont les activités consistent dans l'organisation de vacances ou les interventions qui s'y rapportent, et plus particulièrement le tourisme social, ainsi que leurs activités complémentaires, connexes et/ou accessoires au profit de ses bénéficiaires.
Art. 17. Het in artikel 21 van de wet voorziene bedrag van de premies, tegemoetkomingen en voordelen wordt op basis van objectieve criteria vastgesteld door het beheerscomité.
  Het bedrag van de premies is forfaitair en wordt bepaald aan de hand van een barema dat door het beheerscomité is vastgesteld.
  De tegemoetkomingen en voordelen variëren tussen een minimum- en een maximumbedrag die zijn vastgelegd in een barema dat door het beheerscomité is vastgesteld.
  Voor de eventuele toekenning en het individuele bedrag wordt, indien nodig, rekening gehouden met het sociaal onderzoek en de voorziene inkomensvoorwaarde.
Art. 17. Le montant des primes, interventions et avantages prévus à l'article 21 de la loi est fixé par le comité de gestion sur la base de critères objectifs.
  Le montant des primes est forfaitaire et est fixé par un barème arrêté par le comité de gestion.
  Les interventions et avantages varient entre un minimum et un maximum fixés dans un barème arrêté par le comité de gestion.
  L'octroi ou non et le montant individuel tient le cas échéant compte de l'enquête sociale et de la condition de ressources prévue.
Art. 18. Dit reglement heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017, met uitzondering van artikel 14, 4) dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2016, artikel 14, 5) dat uitwerking heeft met ingang van 1 augustus 2017 en artikel 14, 6) dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2018.
Art. 18. Le présent règlement produit ses effets le 1er janvier 2017, à l'exception de l'article 14, 4) qui produit ses effets le 1er janvier 2016, l'article 14, 5) qui produit ses effets le 1er août 2017 et l'article 14, 6) qui produit ses effets au 1er janvier 2018.