Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
28 MEI 2019. - Specifiek reglement van de kredieten toegekend uit Fonds B2 door het "Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie" (Huisvestingsfonds van de Kroostrijke Gezinnen van Wallonië)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-10-2019 en tekstbijwerking tot 04-10-2024)
Titre
28 MAI 2019. - Règlement spécifique des crédits accordés en fonds B2 par le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-10-2019 et mise à jour au 04-10-2024)
Tekst (35)
Texte (35)
HOOFDSTUK I. - Algemeenheden
CHAPITRE Ier. - Considérations générales
Artikel 1. Begripsomschrijvingen.
Voor de toepassing van dit reglement verstaat men onder:
"Fonds" : het "Fonds du logement des familles nombreuses de Wallonie";
"kroostrijk gezin": een gezin met minstens drie kinderen of personen ten laste, op de datum van opening van het kredietdossier;
"aanvrager": de natuurlijke persoon, ingeschreven of op weg om ingeschreven te zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister met een verblijfsvergunning van onbeperkte duur, die de toekenning van een krediet aanvraagt bij het Fonds en die op de datum van opening van het kredietdossier:
a) ofwel de referentiepersoon van een kroostrijk gezin is;
b) ofwel in het bezit is van een krediet dat bij het Fonds wordt terugbetaald;
c) ofwel huurder is van een goed van het Fonds en die eigenaar wenst te worden van een woning;
[1 d) eigenaar is van een woning en van plan is een woning te creëren of in te richten om een bejaarde bloedverwante te huisvesten;]1
"bejaarde bloedverwant": de bloedverwant van de aanvrager tot in de derde graad of de persoon met wie die bloedverwant gehuwd is/is geweest of doorgaans samenleeft (heeft samengeleefd), voor zover één van die personen minstens zestig jaar oud is op de datum van opening van het kredietdossier. De bejaarde bloedverwant is gedomicilieerd of op weg om gedomicilieerd te zijn in de woning die het voorwerp van de kredietaanvraag uitmaakt;
"persoon ten laste": ofwel:
a) het kind voor wie kinder- of wezenbijslag wordt verleend aan de aanvrager of aan de persoon met wie hij doorgaans samenleeft indien hij de hoedanigheid van aanvrager heeft;
b) het kind voor wie de aanvrager of de persoon met wie hij doorgaans samenleeft, indien hij de hoedanigheid van aanvrager heeft, geen begunstigde van dergelijke bijslag is maar van wie het Fonds acht dat het daadwerkelijk te zijner laste is voor zover hij er het bewijs van aandraagt;
c) het ongeboren kind, nl. het kind verwekt sinds minstens negentig dagen vanaf de datum van opening van het kredietdossier, waarbij het bewijs aan de hand van een medisch attest wordt geleverd;
d) de als gehandicapt erkende aanvrager alsmede zijn echtgenote (echtgenoot) of de persoon met wie hij/zij doorgaans samenleeft en elke door een dergelijke handicap getroffen persoon, voor zover er tussen die persoon en de aanvrager, diens echtgenote (echtgenoot) of de persoon met wie hij (zij) doorgaans samenleeft een verwantschapsband bestaat tot in de derde graad en dat hij (zij) gedomicilieerd of op weg is om gedomicilieerd te zijn in de woning van de aanvrager;
e) de bloedverwant van de aanvrager die gedomicilieerd of op weg is om gedomicilieerd te zijn in de woning van de aanvrager, tot in de derde graad en/of de persoon met wie de bloedverwant gehuwd is/is geweest of doorgaans samenleeft (heeft samengeleefd), waarbij één van die personen minstens zestig jaar oud is.
Bij de bepaling van het aantal personen ten laste wordt voor twee kinderen geteld, het kind voor wie de aanvrager kinderbijslag voor wezen tegen een verhoogde voet ontvangt, alsook het als gehandicapt erkend kind ten laste.
"belastbare inkomens": de globaal belastbare inkomens met betrekking tot het volledige voorlaatste jaar voorafgaand aan de datum van opening van het kredietdossier, zoals blijkt uit het aanslagbiljet of elk daarmee gelijkgesteld bewijsstuk.
Als de belastbare inkomens met betrekking tot het volle voorlaatste jaar niet gekend zijn, bepaalt het Fonds welke stukken in aanmerking worden genomen bij de bepaling van de belastbare inkomens.
[2 Bij de berekening van de belastbare inkomens worden de gezamenlijke inkomens van het gezin van de aanvrager en van de personen met wie hij doorgaans samenleeft, met uitsluiting van de verwanten in opgaande en dalende lijn en de verwanten in de zijlinie en tweede graad, in aanmerking genomen op grond van de samenstelling van het gezin.
De aanvragers die wedden, lonen, uitkeringen of emolumenten ontvangen die vrij zijn van nationale belastingen moeten een attest overleggen van de schuldenaar van de inkomens met melding van het totaalbedrag van de ontvangen wedden, lonen, uitkeringen of emolumenten opdat de belastbare grondslag bepaald kan worden, zoals hij zich zou hebben voorgedaan indien de bedoelde inkomens aan de belasting onderworpen geweest zouden zijn onder het stelsel van het gemene recht]2
.
[3 het Wetboek: het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen]3;
[4 het premiebesluit: het besluit van de Waalse Regering van 4 april 2019 tot invoering van een premieregeling voor de uitvoering van een audit en van de investeringen tot bevordering van energiebesparing en van de renovatie van een woning;]4;
"aankoopkosten": de registratierechten, notariskosten voor de aankoop, de kosten van de hypothecaire inschrijving, de betaling van de commissie van het vastgoedagentschap, indien deze ten laste van de koper komt, of, in het geval van de bouw, de BTW;
10° "accesspack: " de kredieten bedoeld in artikel 3, § 1, 1° tot 3°;
11° [5 de renolening: het nultariefkrediet ter financiering van renovatiewerken aan een woning op het gebied van energiebesparing, gezondheid en veiligheid, de installatie van een alternatieve oplossing voor de productie van warm water en verwarming wanneer het gasnet na een natuurramp niet snel kan worden hersteld, veiligheidsmaatregelen ter voorkoming van het risico op en de gevolgen van overstromingen of aanpassing aan een handicap, waarvoor geen premie wordt gevraagd.
Onder alternatieve oplossing voor het snel produceren van warm water en verwarming, wordt verstaan een elektrische warmwaterproductie met een maximale capaciteit van 150 liter, een vaste elektrische verwarmingsproductie met een maximale capaciteit van 3KW of een incidentele houtgestookte verwarmingsproductie met een maximale capaciteit van 8KW]5
;
12° renopack: het product bestaande uit een renteloos krediet en een premie, bedoeld in artikel 3, § 1, 4°, bestemd voor de financiering van renovatiewerken, hetzij op het vlak van energiebesparing, hetzij op het vlak van gezondheid of veiligheid, die recht geven op een premie ter bevordering van de renovatie van de woningen overeenkomstig het premiebesluit of van aanpassingswerken aan de woning in het kader van het Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid;
13° lening "jongeren": het renteloos krediet dat aanvragers die op de datum van opening van het kredietdossier jonger dan 35 jaar zijn, in staat stelt om de aankoopkosten van hun eerste woning te financieren;
14° "investering": ieder krachtens het premiebesluit in aanmerking komend werk of prestatie uitgevoerd door een ondernemer;
15° "Minister": de Minister bevoegd voor Huisvesting;
16° "Administratie": de Waalse Overheidsdienst Ruimtelijke Ordening, Wonen, Erfgoed en Energie;
17° [6 het vastgoeddrukgebied: alle gemeenten waar de medianprijs van de woningen, gebaseerd op beschikbare of geschatte openbare statistieken van de afgelopen vijf jaar, met name in de context van een te laag jaarlijks aantal transacties, meer dan 35
hoger ligt dan de mediaanprijs van dezelfde woningen berekend op het regionale grondgebied. De lijst van gemeenten met vastgoeddruk op basis van openbare statistieken wordt elk jaar opgesteld door het "Centre d'Etude en Habitat durable de Wallonie]6
;
18° "AVG": de Europese Verordening 2016/679 van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
19° "datum van opening van het dossier": de datum waarop het formulier voor kredietaanvraag door het Fonds aan de aanvrager wordt meegedeeld;
20° "zware schuld" : de hypotheekschuld of schuld i.v.m. een aanverwant product waarvan de rentevoet gevoelig hoger is dan de marktvoorwaarden tijdens de opening van het dossier of waarvan de terugbetalingsmodaliteiten niet meer overeenstemmen met de financiële toestand van de aanvrager;
[7 21° de openbare natuurramp: een natuurverschijnsel van uitzonderlijke aard of voorzienbare intensiteit dat aanzienlijke schade heeft veroorzaakt en dat beantwoordt aan de erkenningscriteria die door de Waalse Regering zijn vastgesteld krachtens het decreet van 26 mei 2016 betreffende het herstel van sommige schade veroorzaakt door algemene natuurrampen]7.
Article 1er. Définitions.
Pour l'application du présent règlement, l'on entend par :
le Fonds : le Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie;
une famille nombreuse : un ménage comportant, à la date d'ouverture du dossier de crédit, au moins trois enfants à charge ou personnes à charge;
le demandeur : la personne physique, inscrite ou en voie d'inscription au registre de la population ou au registre des étrangers avec autorisation de séjour d'une durée illimitée, qui sollicite l'octroi d'un crédit auprès du Fonds et qui, à la date d'ouverture du dossier de crédit, soit :
a) est la personne de référence d'une famille nombreuse;
b) détient un crédit en cours de remboursement auprès du Fonds;
c) est locataire d'un bien appartenant au Fonds et qui souhaite accéder à la propriété d'un logement;
[1 d) est propriétaire d'un bien et envisage de créer ou d'aménager un logement destiné à accueillir un parent âgé.]1
le parent âgé : le parent du demandeur jusqu'au troisième degré ou la personne avec qui ce parent est ou a été mariée ou vit ou a vécu habituellement, l'une de ces personnes étant âgée d'au moins soixante ans à la date d'ouverture du dossier de crédit. Le parent âgé est domicilié ou en cours de domiciliation dans le logement objet de la demande de crédit;
la personne à charge : soit :
a) l'enfant pour lequel des allocations familiales ou des allocations d'orphelins sont attribuées au demandeur ou à la personne avec laquelle il vit habituellement si elle a la qualité de demandeur;
b) l'enfant pour lequel le demandeur ou à la personne avec laquelle il vit habituellement, si elle a la qualité de demandeur, n'est pas attributaire de telles allocations mais que le Fonds estime être effectivement à leur charge, s'il en apporte la preuve;
c) l'enfant à naître, conçu depuis au moins nonante jours à la date d'ouverture du dossier de crédit, la preuve étant fournie par une attestation médicale;
d) le demandeur reconnu handicapé, ainsi que son conjoint ou la personne avec laquelle il vit habituellement, ou encore chaque personne affectée d'un tel handicap, pour autant qu'il existe entre elle et le demandeur, son conjoint ou la personne avec laquelle il vit habituellement, un lien de parenté jusqu'au troisième degré et qui est domiciliée ou en cours de domiciliation dans le logement du demandeur;
e) le parent du demandeur domicilié ou en cours de domiciliation dans le logement du demandeur, jusqu'au troisième degré ou la personne avec qui ce parent est marié, a été marié, vit habituellement ou a vécu; l'une de ces personnes étant âgée d'au moins 60 ans.
Pour la détermination du nombre de personnes à charge, est compté pour deux enfants, l'enfant pour lequel des allocations familiales d'orphelin au taux majoré sont perçues par le demandeur ainsi que l'enfant à charge reconnu handicapé.
les revenus imposables : les revenus imposables globalement afférents à l'avant-dernière année complète précédant la date d'ouverture du dossier de crédit, tels qu'ils apparaissent sur l'avertissement extrait de rôle ou sur tout certificat assimilé.
Si les revenus imposables afférents à l'avant-dernière année complète ne sont pas connus, le Fonds détermine les documents qu'il convient de prendre en considération pour fixer les revenus imposables.
[2 Pour la détermination des revenus imposables, sont pris en considération tous les revenus du ménage du demandeur et des personnes avec lesquelles il vit habituellement, à l'exclusion des ascendants, des descendants et des collatéraux au second degré du demandeur, sur base de la composition du ménage.
Les demandeurs bénéficiant de traitements, salaires, allocations ou émoluments exempts d'impôts nationaux doivent produire une attestation du débiteur des revenus mentionnant la totalité de ces traitements, salaires, allocations ou émoluments perçus, de façon à permettre la détermination de la base taxable, telle qu'elle se serait présentée si les revenus concernés avaient été soumis à l'impôt sous le régime du droit commun]2
.
[3 le Code : le Code wallon de l'Habitation durable]3;
[4 l'arrêté prime : l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 avril 2019 instaurant un régime de primes pour la réalisation d'un audit et des investissements économiseurs d'énergie et de rénovation d'un logement]4;
les frais d'achat : les droits d'enregistrement, les honoraires du notaire pour l'acquisition, les frais d'inscription hypothécaire, le paiement de la commission de l'agence immobilière, si elle est mise à charge de l'acheteur, ou encore en cas de construction, la TVA;
10° l'accesspack : les crédits visés à l'article 3, § 1er, 1° à 3°;
11° [5 le rénoprêt : le crédit à taux zéro destiné à financer des travaux de rénovation d'un logement, en matière soit d'économies d'énergie, de salubrité, de sécurité, d'installation d'une solution alternative pour produire l'eau chaude et le chauffage lorsque le réseau de gaz ne peut être rétabli rapidement après la survenance d'une calamité naturelle, de sécurisation visant à prévenir le risque et les conséquences d'inondation ou d'adaptation au handicap, pour lesquels aucune prime n'est sollicitée.
Par solution alternative pour produire l'eau chaude et le chauffage rapidement, on entend une production d'eau chaude électrique d'une capacité maximale de 150 litres, une production de chauffage électrique fixe de maximum 3KW ou une production de chauffage ponctuelle au bois d'une puissance maximale de 8 KW]5
;
12° le rénopack : le produit composé d'un crédit à taux zéro et d'une prime, visé à l'article 3, § 1er, 4°, destiné à financer les travaux de rénovation, en matière soit d'économies d'énergie, de salubrité ou de sécurité, ouvrant le droit à une prime favorisant la rénovation des logements conformément à l'arrêté prime ou des travaux d'adaptation du logement en vertu du Code réglementaire de l'Action sociale et de la Santé;
13° le prêt-jeunes : le crédit à taux zéro permettant aux demandeurs âgés de moins de trente-cinq ans à la date d'ouverture du dossier de crédit de financer le montant des frais d'achats de leur premier logement;
14° l'investissement : tout travail ou prestation éligible en vertu de l'arrêté prime et réalisé par un entrepreneur;
15° le ministre : le ministre qui a le Logement dans ses attributions;
16° l'Administration : le Service public de Wallonie Territoire, Logement, Patrimoine, Energie;
17° [6 la zone de pression immobilière : l'ensemble des communes où le prix médian des habitations excède, sur base des statistiques publiques des cinq dernières années disponibles ou estimées, notamment dans le cadre d'un nombre annuel de transactions trop faible, de plus de 35
le prix médian des mêmes maisons calculé sur le territoire régional. La liste des communes à pression immobilière sur base des statistiques publiques est fixée chaque année par le Centre d'Etude en Habitat durable de Wallonie]6
.
18° le RGPD : le Règlement européen 2016/679 du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la Directive 95/46/CE;
19° la date d'ouverture du dossier : la date à laquelle le formulaire de demande de crédit est communiqué par le Fonds au demandeur;
20° la dette onéreuse : la dette hypothécaire ou relative à un produit apparenté dont le taux d'intérêt dépasse sensiblement les conditions du marché lors de l'ouverture du dossier ou dont les modalités de remboursement ne correspondent plus à la situation financière du demandeur.
[7 21° la calamité naturelle publique : phénomène naturel de caractère exceptionnel ou d'intensité prévisible ayant provoqué des dégâts importants et qui répondent aux critères de reconnaissance arrêtés par le Gouvernement wallon en application du décret du 26 mai 2016 relatif à la réparation de certains dommages causés par des calamités naturelles publiques.]7
Art. 2. Begunstigden van de kredieten.
§ 1. De kredieten van het Fonds zijn bestemd voor de aanvrager van minstens 18 jaar of de geëmancipeerde minderjarige die de toekenning van een accesspack, een renolening, een renopack of een lening "jongeren" aanvraagt.
§ 2. Het Fonds kan ook de aanvragen voor een renopack en een renolening financieren, die ingediend worden door de houder van een zakelijk recht op de huisvesting:
die het via een beheersmandaat gedurende minstens zes jaar ter beschikking van een sociaal vastgoedagentschap, een openbare huisvestingsmaatschappij [1 , een vereniging ter bevordering van de huisvesting]1 of iedere andere instelling aangewezen door de Minister stelt of zich ertoe verbindt ter beschikking te stellen;
die het gedurende een minimumtermijn van één jaar ter beschikking van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad in haar geheel kosteloos en als hoofdverblijfplaats stelt of zich ertoe verbindt ter beschikking te stellen;
die het gedurende een minimumtermijn van vijf jaar verhuurt of zich ertoe verbindt te verhuren door middel van een geregistreerde huurovereenkomst, met inachtneming van de indicatieve huurprijzenrooster vastgesteld overeenkomstig artikel 89 van het decreet van 15 maart 2018 betreffende de woninghuurovereenkomst.
§ 3. Het Fonds kan de voor het plaatsen van een pelletkachel bestemde aanvragen voor een renolening financieren, die ingediend worden door een aanvrager die de woning op grond van een huurcontract gebruikt.
§ 4. [2 Het Fonds verleent bijstand bij de administratieve, technische en financiële uitwerking van de aanvragen voor een renopack of renolening die door verenigingen van mede-eigenaars worden ingediend, zoals bepaald in de artikelen 3.86 en volgende van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, met het oog op de uitvoering van renovatie- of energiebesparingswerken aan een vastgoedcomplex, zoals beslist door de algemene vergadering]2.
Art. 2. Bénéficiaires des crédits.
§ 1er. Les crédits du Fonds sont ceux destinés au demandeur âgé de 18 ans au moins, ou mineur émancipé sollicitant un accesspack, un rénoprêt, un rénopack ou un prêt-jeunes.
§ 2. Le Fonds peut également financer les demandes de rénopack et rénoprêt introduites, par le titulaire d'un droit réel sur le logement :
qu'il met ou s'engage à mettre à disposition d'une agence immobilière sociale, d'une Société de Logement de service public [1 , d'une association de promotion du logement]1 ou de tout organisme désigné par le ministre, par mandat de gestion, pour une durée minimale de neuf ans;
qu'il met ou s'engage à mettre, gratuitement et à titre de résidence principale, la totalité du logement à la disposition d'un parent ou d'un allié jusqu'au deuxième degré inclusivement pendant une durée minimale d'un an;
qu'il met ou s'engage à mettre en location par un bail enregistré, dans le respect de la grille indicative des loyers arrêtée en vertu de l'article 89 du décret du 15 mars 2018 relatif au bail d'habitation, pendant une durée minimale de cinq ans.
§ 3. Le Fonds peut financer les demandes de rénoprêt ayant pour objet le placement d'un poêle à pellets introduites par un demandeur occupant le logement en vertu d'un contrat de bail.
§ 4. [2 Le Fonds aide au montage administratif, technique et financier des demandes de rénopack ou rénoprêt introduites par des associations de copropriétaires telles que prévues par les articles 3.86 et suivants du nouveau Code civil en vue de réaliser des travaux de rénovation ou économiseurs d'énergie à un ensemble immobilier et décidés en assemblée générale]2.
Art. 3. Doeleinden van de kredieten.
§ 1. De kredieten worden toegestaan ter financiering van minstens één van de volgende verrichtingen betreffende een in het Waalse Gewest gelegen woning:
a) de aankoop, de bouw, de renovatie, de herstructurering, de aanpassing, de instandhouding, de verbetering of het behoud van de eigendom of van een gelijkgesteld recht op een woning die hoofdzakelijk voor het persoonlijk gebruik van de aanvrager bestemd is;
b) de terugbetaling van zware vastgoedschulden aangegaan met het oog op één van de doeleinden bedoeld onder a);
c) de creatie van een woning bestemd voor de opvang van een bejaarde bloedverwant bedoeld in artikel 1, 4°;
d) de opstelling van verslagen en investeringen die in aanmerking komen voor de toekenning van een premie zoals vermeld in de bijlage bij het premiebesluit, alsmede de uitvoering van renovatiewerken op het vlak van energiebesparing, gezondheid en veiligheid, waarvoor geen premie wordt gevraagd, of de financiering van de aktekosten;
e) de verrichting van investeringen om de huisvesting aan te passen aan de handicap van de aanvrager of een persoon ten laste.
[1 f) de installatie van een alternatieve oplossing voor de productie van warm water en verwarming wanneer het gasnet niet snel kan worden hersteld na een natuurramp. Onder alternatieve oplossing voor het snel produceren van warm water en verwarming, wordt verstaan een elektrische warmwaterproductie met een maximale capaciteit van 150 liter, een vaste elektrische verwarmingsproductie met een maximale capaciteit van 3KW of een incidentele houtgestookte verwarmingsproductie met een maximale capaciteit van 8KW;]1
[1 g) de tenuitvoerlegging van de investeringen die bedoeld zijn om een woning te beschermen tegen overstroming veroorzaakt door het overlopen van een waterloop of door afvloeiing.]1
In elk van die gevallen kunnen de eventuele registratierechten, de successierechten, de kosten van notariële akten en de BTW i.v.m. één van deze verrichtingen alsook, onder de door het Fonds bepaalde voorwaarden, de eenmalige verzekeringspremies ter dekking van het overlijdensrisico voor de aanvrager in het kader van deze verrichtingen in de financiering opgenomen worden.
§ 2. Behoudens uitdrukkelijke toestemming van het Fonds en onder de door het Fonds gestelde voorwaarden, op basis van een gemotiveerde aanvraag:
gebruikt de aanvrager de woning gedurende de hele periode van terugbetaling van het krediet, behoudens in het kader van de aanvragen voor een renolening en renopack die door de in artikel 2, § 2, bedoelde aanvrager zijn ingediend;
mag de woning niet voor beroepsdoeleinden gebruikt worden voor meer dan vijftig procent van haar oppervlakte;
mag de woning geheel of gedeeltelijk niet verhuurd worden, behoudens in het kader van de aanvragen voor renoleningen en renopacks die door de in artikel 2, § 2, bedoelde aanvrager zijn ingediend.
Als een aanvrager zijn goed te huur wil aanbieden om familiale of financiële redenen of om redenen die te maken hebben met het onaangepast karakter van de woning, moet hij een gemotiveerde aanvraag bij het Fonds indienen.
In het geval van een aanvraag van totale verhuur, als ze door het Fonds wordt toegestaan, wordt de verhuur beperkt tot maximum 3 jaar. Tijdens deze periode wordt de debetrentevoet van het krediet met 0,50 % per jaar verhoogd, en wordt, in voorkomend geval, een deel of de totaliteit van de huur aan het Fonds gestort dat het boekt als voortijdige gedeeltelijke terugbetaling van het krediet. Deze twee laatste voorwaarden zijn evenwel niet van toepassing als de verhuur gebeurt via het in beheer nemen door een vastgoedbeheerder erkend door het Wetboek.
In het geval van een aanvraag van gedeeltelijke verhuur, als ze door het Fonds wordt toegestaan, wordt de debetrentevoet van het krediet met 0,50 % per jaar verhoogd, en wordt, in voorkomend geval, een deel of de totaliteit van de huur aan het Fonds gestort dat het boekt als voortijdige gedeeltelijke terugbetaling van het krediet. Deze twee laatste voorwaarden zijn evenwel niet van toepassing als de verhuur gebeurt via het in beheer nemen door een vastgoedbeheerder erkend door het Wetboek.
Vóór de toelating van de verhuring van het goed, zorgt het Fonds ervoor dat het geheel van de normen bedoeld in artikel 6, § 1, van dit reglement worden nageleefd.
3. De gefinancierde werken worden uitgevoerd overeenkomstig de plannen en bestekken ingediend door de aanvrager tijdens het onderzoek van de aanvraag en gevalideerd door het Fonds.
De voor de werken bestemde bedragen worden gestort door het Fonds naar gelang van de vordering van de werken en uitsluitend op basis van een aanvraag geformuleerd door de aanvrager en na overlegging van de facturen van ondernemers of leveranciers. Deze bedragen moeten rechtstreeks aan de aannemer of leverancier of aan de aanvrager worden betaald, waarbij de aanvrager verplicht is de betaling aan de aannemer of leverancier te verrichten.
Voorzieningen van maximum 2.000 EUR kunnen door het Fonds worden gestort, een nieuwe voorziening kan pas worden toegekend als het gebruik van de vorige voorziening is gerechtvaardigd.
Het geheel van de gefinancierde werken moet uitgevoerd worden binnen twee jaar, te rekenen van de ondertekening van het kredietcontract. Die termijn kan met een jaar verlengd worden als de aanvrager bewijst dat hij de werken niet binnen de toegestane termijn heeft kunnen uitvoeren om redenen die niet aan hem toe te schrijven zijn.
Als de werken niet binnen de toegestane termijn zijn uitgevoerd of overeenkomstig het technisch dossier goedgekeurd door het Fonds, kan het Fonds weigeren om de fondsen te storten. In deze gevallen wordt het bedrag van het krediet verlaagd tot het opgenomen bedrag en worden de betalingsverplichtingen van de aanvrager dienovereenkomstig aangepast.
Art. 3. Objets des crédits.
§ 1er. Les crédits sont consentis en vue de financer au moins l'une des opérations suivantes, relatives à un logement situé en Région wallonne :
a) l'achat, la construction, la réhabilitation, la restructuration, l'adaptation, la conservation, l'amélioration ou la préservation de la propriété, ou d'un droit assimilé, d'un logement destiné en ordre principal à l'occupation personnelle du demandeur;
b) le remboursement de dettes onéreuses à caractère immobilier contractées à l'une ou l'autre des fins visées sous a) ;
c) la création d'un logement destiné à accueillir un parent âgé visé à l'article 1er, 4°;
d) la réalisation des rapports et investissements éligibles à l'octroi d'une prime tels qu'énumérés à l'annexe de l'arrêté prime, ainsi que la réalisation des travaux de rénovation en matière d'économie d'énergie, de salubrité, de sécurité pour lesquels aucune prime n'est sollicitée ou encore le financement des frais d'acte;
e) la réalisation des investissements visant à adapter le logement au handicap du demandeur ou d'une personne à charge;
[1 f) l'installation d'une solution alternative pour produire l'eau chaude et le chauffage lorsque le réseau de gaz ne peut être rétabli rapidement après la survenance d'une calamité naturelle. Par solution alternative pour produire l'eau chaude et le chauffage rapidement, on entend une production d'eau chaude électrique d'une capacité maximale de 150 litres, une production de chauffage électrique fixe de maximum 3KW ou une production de chauffage ponctuelle au bois d'une puissance maximale de 8 KW;]1
[1 g) la réalisation des investissements destinés à protéger un logement contre les inondations causés par débordement de cours d'eau ou par ruissellement.]1
Dans chacun de ces cas, les éventuels droits d'enregistrement, les droits de succession, les frais d'actes notariés et la T.V.A. découlant de l'une de ces opérations ainsi que, aux conditions définies par le Fonds, les primes uniques d'assurances couvrant le risque de décès du demandeur dans le cadre de ces opérations peuvent être intégrés au financement.
§ 2. Sauf autorisation expresse du Fonds, et aux conditions fixées par celui-ci, sur la base d'une demande motivée :
le demandeur occupe le logement pendant toute la durée de remboursement du crédit, sauf dans le cadre des demandes de rénoprêt et de rénopack introduites par le demandeur visé à l'article 2, § 2;
le logement ne peut pas être utilisé à des fins professionnelles pour plus de cinquante pour cent de sa superficie;
le logement ne peut pas être donné en location, en tout ou en partie sauf dans le cadre des demandes de rénoprêts et rénopacks introduites par le demandeur visé à l'article 2 § 2.
Si un demandeur souhaite mettre son bien en location, pour des raisons familiales ou financières ou pour des raisons tenant au caractère devenu inadapté du logement, il dépose une demande motivée auprès du Fonds.
Dans le cas d'une demande de location totale, si elle est autorisée par le Fonds, la location est limitée à 3 ans maximum. Durant cette période, le taux débiteur du crédit est relevé de 0,50 % l'an et, le cas échéant, une portion ou de la totalité du loyer est versée au Fonds, qui la comptabilise en remboursement partiel anticipé du crédit. Ces deux dernières conditions ne s'appliquent toutefois pas lorsque la mise en location s'effectue via une prise en gestion par un opérateur immobilier reconnu par le Code.
Dans le cas d'une demande de location partielle, si elle est autorisée par le Fonds, le taux débiteur du crédit est relevé à concurrence de 0,50 % l'an et, le cas échéant, une portion ou de la totalité du loyer est versée au Fonds, qui la comptabilise en remboursement partiel anticipé du crédit. Ces deux dernières conditions ne s'appliquent toutefois pas lorsque la mise en location s'effectue via une prise en gestion par un opérateur immobilier reconnu par le Code.
Préalablement à l'autorisation de mise en location du bien, le Fonds s'assure du respect de l'ensemble des normes visées à l'article 6 § 1 du présent règlement.
§ 3. Les travaux financés doivent être réalisés conformément aux plans et devis déposés par le demandeur lors de l'instruction de la demande et validés par le Fonds.
Les sommes destinées aux travaux sont libérées par le Fonds au fur et à mesure de l'état d'avancement des travaux et uniquement sur base d'une demande formulée par le demandeur et de la production de factures d'entrepreneurs ou de fournisseurs. Ces sommes sont versées soit directement à l'entrepreneur ou au fournisseur soit au demandeur, à charge pour lui d'acquitter le paiement à l'entrepreneur ou au fournisseur.
Des provisions de maximum 2.000 EUR peuvent être libérées par le Fonds, une nouvelle provision ne pouvant être allouée qu'après justification de l'utilisation de la précédente.
L'ensemble des travaux financés doit être réalisé endéans les deux années qui suivent la signature du contrat de crédit. Ce délai peut être prolongé d'une année si le demandeur démontre qu'il n'a pas pu effectuer les travaux dans le délai imparti pour des raisons qui ne lui sont pas imputables.
En cas de non réalisation des travaux dans le délai imparti ou conformément au dossier technique approuvé par le Fonds, celui-ci peut refuser la libération des fonds. Dans ces hypothèses, le montant du crédit est ramené au montant prélevé et les obligations de paiement du demandeur sont adaptées en conséquence.
Art. 4. Verantwoordelijkheid van de kredietgevers en toekenning van de kredieten.
§ 1. Met inachtneming van de bepalingen betreffende de verantwoordelijkheid van de kredietgevers, bedoeld in Boek VII van het Wetboek van economisch recht en van de AVG, zorgt het Fonds voor de inzameling van alle nodige gegevens en informatie op grond waarvan het financiële vermogen van de aanvrager beoordeeld kan worden alvorens te beslissen hem het krediet toe te staan of te weigeren.
§ 2. Tenzij dit technisch of organisatorisch onmogelijk is, verzamelt het Fonds rechtstreeks de gegevens betreffende de kinderbijslagen bij de Kinderbijslagfondsen, de gegevens betreffende de inkomens bij de FOD Financiën, de gegevens over de samenstelling van het gezin bij de FOD Binnenlandse Zaken en de gegevens betreffende de handicap bij de FOD Sociale Zekerheid. Tenzij dit technisch of organisatorisch onmogelijk is, vraagt het Fonds de aanvrager om deze informatie.
§ 3. Het Fonds kan de toekenning van het krediet ook afhankelijk maken van de overlegging van elke andere zekerheid die het nuttig zou achten gelet op de financiële toestand, het niveau van de schuldenlast en de solvabiliteitsantecedenten van de aanvrager.
§ 4. Alle door het krediet veroorzaakte kosten worden door de aanvrager gedragen.
§ 5. In het kader van een aanvraag voor een hypothecair krediet van het type "accesspack", "renopack", "renolening" of lening "jongeren", voert het Fonds systematisch een voorafgaande vastgoedexpertise uit, tenzij de elementen van het dossier, zoals de zwakte van het geleende bedrag, het bestaan van een auditrapport of de overlegging van een recente expertise die eerder werd uitgevoerd, van dien aard zijn dat ze het niet rechtvaardigen om een dergelijke expertise uit te voeren.
In het kader van een aanvraag voor een renopack op afbetaling met als uitsluitend doel de vervanging van een dak of het in overeenstemming brengen van de elektrische installatie, [1 of elke andere categorie van werken waarnaar specifiek wordt verwezen door de Waalse Regering]1 wordt ook een vastgoedexpertise uitgevoerd overeenkomstig artikel 22 van het reglement.
Het Fonds kan ook de uitvoering van een voorafgaande expertise in het kader van de aanvragen voor een renolening op afbetaling voorstellen.
Tijdens de opening van het dossier van kredietaanvraag betaalt de aanvrager het Fonds een bedrag als voorschot voor expertisekosten of analyse van de technische stukken in het geval van een financieringsaanvraag voor een nieuw gebouw. Dit bedrag van maximum 300 EUR wordt door de Raad van bestuur van het Fonds bepaald.
Dit bedrag blijft verworven voor het Fonds vanaf de uitvoering van de expertise. Indien de kredietaanvraag ingetrokken wordt, zonder dat een expertise plaatsvond, wordt dit bedrag aan de aanvrager terugbetaald.
§ 6. Na kennisgeving van het aanbod van een krediet is de aanvrager het Fonds 150 EUR verschuldigd ter forfaitaire dekking van de behandelingskosten. Dit bedrag wordt vastgelegd door de Raad van bestuur van het Fonds. Dit maximumbedrag wordt op 1.000 EUR gebracht voor de aanvragen ingediend door de in artikel 2, § 4, bedoelde aanvrager.
§ 7. De Raad van bestuur legt ook de kosten vast die verschuldigd zijn in geval van wijziging van een parameter van het lopende kredietcontract, zoals een hypotheekoverdracht, een aanvraag tot terugtrekking of een verlenging van de duur van de terugbetaling van het krediet.
Art. 4. Responsabilité des prêteurs et octroi des crédits.
§ 1er. Dans le respect des dispositions relatives à la responsabilité des prêteurs définies dans le Livre VII du Code de droit économique et du RGPD, le Fonds récolte l'ensemble des données et informations nécessaires lui permettant d'apprécier la capacité financière du demandeur en vue de décider d'accorder ou de refuser le crédit à celui-ci.
§ 2. Sauf impossibilité technique et organisationnelle, le Fonds collecte directement les données relatives aux allocations familiales auprès des Caisses d'allocations familiales, les données relatives aux revenus auprès du SPF Finances, les données relatives à la composition de ménage auprès du SPF Intérieur et les données relatives au handicap auprès du SPF Sécurité sociale. En cas d'impossibilité technique ou organisationnelle, le Fonds réclame ces informations auprès du demandeur.
§ 3. Le Fonds peut également conditionner l'octroi du crédit à la production de toute sûreté qu'il estimerait utile au vu de la situation financière, de l'état d'endettement et des antécédents de solvabilité du demandeur.
§ 4. Tous les frais occasionnés par le crédit sont à charge du demandeur.
§ 5. Dans le cadre d'une demande de crédit hypothécaire de type accesspack, rénopack, rénoprêt ou prêt-jeune, le Fonds procède systématiquement à une expertise immobilière préalable, à moins que les éléments du dossier, tels que la faiblesse du montant emprunté, l'existence d'un rapport d'audit ou la production d'une expertise récente réalisée antérieurement, soient de nature à ne pas justifier la réalisation d'une telle expertise.
Dans le cadre d'une demande de rénopack à tempérament ayant pour objet exclusif le remplacement d'une toiture ou la mise en conformité de l'installation électrique [1 ou tout autre catégorie de travaux spécifiquement visées par le Gouvernement wallon]1, il est également procédé à une expertise immobilière conformément à l'article 22 du règlement.
Le Fonds peut également proposer la réalisation d'une expertise préalable dans le cadre des demandes de rénoprêt à tempérament.
Lors de l'ouverture du dossier de demande de crédit, le demandeur verse au Fonds une somme à titre d'avance couvrant les frais d'expertise ou d'analyse des pièces techniques dans le cas d'une demande de financement d'une construction neuve. Cette somme, d'un montant maximum de 300 EUR, est déterminée par le Conseil d'administration du Fonds.
Elle reste acquise au Fonds dès la réalisation de l'expertise. En cas d'annulation de la demande de crédit, sans qu'il y ait eu d'expertise, ce montant est remboursé au demandeur.
§ 6. Après notification de l'offre d'un crédit, le demandeur est redevable au Fonds d'une somme de maximum 150 EUR en couverture forfaitaire des frais de dossier. Cette somme est arrêtée par le Conseil d'administration du Fonds. Ce montant maximum est porté à 1.000 EUR pour les demandes introduites par le demandeur visé à l'article 2, § 4.
§ 7. Le Conseil d'administration arrête également les frais dus en cas de modification d'un paramètre du contrat de crédit en cours, tel qu'un transfert d'hypothèque, une demande de désengagement ou un allongement de la durée de remboursement du crédit.
HOOFDSTUK II. - Accesspack
CHAPITRE II. - Accesspack
Art. 5. Voorwaarden waaronder een accesspackaanvraag in aanmerking komt.
§ 1. De belastbare inkomens van de aanvrager mogen niet hoger zijn dan 53.900 EUR, te verhogen met 5.000 EUR per kind of persoon ten laste, behalve als de aanvrager al een hypothecair krediet terugbetaalt aan het Fonds.
De belastbare inkomens van de aanvrager vallen onder één van de volgende categorieën :
Art. 5. Conditions d'éligibilité d'une demande.
§ 1er. Les revenus imposables du demandeur ne peuvent excéder 53.900 euros, à majorer de 5.000 euros par personne à charge, sauf si le demandeur a déjà un crédit hypothécaire en cours de remboursement auprès du Fonds.
Les revenus imposables du demandeur entrent dans l'une des catégories suivantes :
Inkomenscategorie Globaal belastbare inkomens van het gezin
C1 < 23.000 EUR
C2 23.000,01 ≤ 32.700 EUR
C3 32.700,01 ≤43.200 EUR
C4 43.200,01 ≤ 53.900 EUR
Inkomenscategorie Globaal belastbare inkomens van het gezinC1 < 23.000 EURC2 23.000,01 ≤ 32.700 EURC3 32.700,01 ≤43.200 EURC4 43.200,01 ≤ 53.900 EUR
Deze bedragen worden geïndexeerd overeenkomstig artikel 203 van het Wetboek.
§ 2. Uiterlijk op de datum van de notariële akte van aankoop van het gebouw dat gefinancierd wordt met het door het Fonds toegestane krediet mag de aanvrager, diens echtgenoot (echtgenote) of de persoon met wie hij doorgaans samenleeft geen andere woning in volle eigendom of in vruchtgebruik hebben, onder voorbehoud van de uitzonderingen waarin de artikelen 1, 29°, 30° en 31° van het Wetboek voorzien.
Catégorie de revenus Revenus imposables globalement du ménage
C1 < 23.000 EUR
C2 23.000,01 ≤ 32.700 EUR
C3 32.700,01 ≤43.200 EUR
C4 43.200,01 ≤ 53.900 EUR
Catégorie de revenus Revenus imposables globalement du ménageC1 < 23.000 EURC2 23.000,01 ≤ 32.700 EURC3 32.700,01 ≤43.200 EURC4 43.200,01 ≤ 53.900 EUR
Ces montants sont indexés conformément à l'article 203 du Code.
§ 2. Au plus tard au jour de l'acte notarié d'acquisition de l'immeuble financé au moyen du crédit consenti par le Fonds, le demandeur, son conjoint ou la personne avec laquelle il vit habituellement ne peut posséder entièrement aucun autre logement en propriété ou en usufruit, sous réserve des exceptions prévues aux articles 1er, 29°, 30° et 31°, du Code.
Art. 6. Voorwaarden betreffende de woning.
§ 1. De woning voldoet, na tegemoetkoming van het Fonds in het kader van de financiering, aan de door de Regering bepaalde minimale veiligheids-, waterdichtheids- en gezondheidscriteria, alsook aan de stedenbouwkundige voorschriften en aan de vigerende normen inzake de conformiteit van de elektriciteits- gas- en verwarmingsinstallaties. [1 Om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, moet het dak van de woning worden geïsoleerd door een complex met een warmteweerstand van 5m2K/W of meer.]1
§ 2. Onder voorbehoud van de in § 4 van dit reglement bedoelde afwijkingen mag de handelswaarde van de woning, na tegemoetkoming van het Fonds, niet hoger zijn dan maximum 223.000 EUR, met uitsluiting van de grondwaarde voor de bouw of de aankoop van een nieuwbouw.
Dat maximum wordt verhoogd met:
a) 5 % per kind dat deel uitmaakt van het gezin naast de drie eerste;
b) 10 % indien het jongste kind van de aanvrager of van de persoon met wie hij doorgaans samenleeft de leeftijd van acht jaar niet bereikt heeft op de datum van opening van het dossier;
c) 10 % voor elke aanverwant in de opgaande lijn van de aanvrager of van de persoon met wie hij doorgaans samenleeft, die samenleeft met de aanvrager sinds minstens zes maanden op datum van opening van het dossier;
d) 10 % voor elke bejaarde persoon bedoeld in artikel 1, 4°;
e) 35 % indien het goed waarvoor het krediet is uitgeschreven gelegen is in een gebied met een hoge vastgoeddruk.
Behalve de verhogingen bedoeld onder c) en d) indien ze dezelfde persoon betreffen, zijn die verhogingen samenvoegbaar.
De verhogingen bedoeld onder a) en b) zijn alleen van toepassing als het gezin van de aanvrager 3 kinderen telt.
Voor de berekening van het aantal kinderen dat deel uitmaakt van het gezin wordt het kind dat als gehandicapt erkend wordt volgens het Wetboek, voor twee geteld.
Daarnaast wordt de aanvrager die in dezelfde graad aangetast is door een dergelijke insufficiëntie of vermindering van zijn bekwaamheid, beschouwd als kind dat deel uitmaakt van het gezin. Die bepaling geldt eveneens onder dezelfde voorwaarden voor de persoon met wie de aanvrager doorgaans samenleeft en voor elke persoon die door een dergelijke handicap getroffen wordt voor zover er tussen haar en de aanvrager of de persoon met wie hij doorgaans samenleeft een verwantschapsband bestaat tot in de derde graad en dat zij onder hetzelfde dak leeft. In dat geval moet de aanvrager zich ertoe verbinden aan het Fonds het bewijs te leveren dat ze samenleven, uiterlijk zes maanden na de eerste dag van de bewoning.
§ 3. Het maximumbedrag van de handelswaarde wordt op 1 januari van elk jaar N (de eerste keer vanaf 2020) per schijf van 1.000 EUR door het Fonds aangepast op grond van de volgende formule:
Maximum bedrag x ABEX-index op 1 januari van het jaar N (index in november van het jaar N-1) ABEX-index op 1 januari 2019
De aanpassing wordt niet toegepast als het aldus berekende nieuwe bedrag minder dan 5 % lager is dan het bedrag van het vorige jaar.
§ 4. In uitzonderlijke omstandigheden zijn overschrijdingen van de overeenkomstig dit reglement vastgestelde maximumwaarden toegestaan. Worden hiermee bedoeld, de verrichtingen die tot doel hebben:
a) de creatie van een woning bestemd voor de opvang van een bejaarde bloedverwant bedoeld in artikel 1, 4° van het reglement;
b) de aankoop van een woning verkocht door een in de Code bedoelde vastgoedbeheerder of de bouw van een woning onder belofte van aankoop en door bemiddeling van dezelfde vastgoedbeheerder;
c) een woning van normaalformaat en aanblik waarvan de waarde te maken heeft met een specifiek element zoals de bijzondere ligging van het gebouw, de oppervlakte van het eigendom, het soort gebruikt materiaal.
§ 5. Om de verkoopwaarde van het gebouw te schatten, wordt geen rekening gehouden met de voor beroepsdoeleinden gebruikte gronden en constructies indien de aanvrager het beroep van land- of tuinbouwer uitoefent.
§ 6. In geval van herstructurering is het gebouw meer dan 15 jaar oud vanaf de datum van de opening van het kredietdossier, is het gelegen in het Waals Gewest en is het minstens 50 % bestemd voor huisvesting, in voorkomend geval, nadat de met de lening te financieren werken zijn uitgevoerd.
Art. 6. Conditions relatives au logement.
§ 1er. Le logement respecte, après intervention du Fonds dans le cadre du financement, les critères minimaux de sécurité, d'étanchéité et de salubrité arrêtés par le Gouvernement ainsi que les prescriptions urbanistiques et les normes en vigueur relatives à la conformité des installations électriques, de gaz et de chauffage. [1 Dans une optique de réduction des émissions de gaz à effet de serre, la toiture du logement doit être isolée par un complexe dont la résistance thermique est égale ou supérieure à 5m2K/W.]1
§ 2. Sous réserve des dérogations prévues au § 4 du présent règlement, la valeur vénale du logement après intervention du Fonds ne peut pas excéder, à l'exclusion de la valeur du terrain pour les opérations de construction ou d'achat d'une construction neuve, un plafond maximum de 223.000 euros.
Ce maximum est augmenté de :
a) 5 % par enfant faisant partie du ménage en plus des trois premiers;
b) 10 % lorsque le plus jeune enfant du demandeur ou de la personne avec laquelle il vit habituellement n'a pas atteint l'âge de huit ans à la date d'ouverture du dossier;
c) 10 % pour chaque ascendant du demandeur ou de la personne avec laquelle il vit habituellement qui cohabite avec le demandeur depuis six mois au moins à la date d'ouverture du dossier;
d) 10 % pour chaque parent âgé visée à l'article 1er 4°;
e) 35 % lorsque l'immeuble objet du crédit est situé dans une zone de pression immobilière.
Hormis celles reprises sous c) et d) lorsqu'elles concernent la même personne, ces majorations sont cumulatives.
Les majorations reprises sous a) et b) s'appliquent uniquement si le ménage du demandeur compte 3 enfants.
Pour la détermination du nombre d'enfants faisant partie de la famille, est compté pour deux enfants, l'enfant reconnu handicapé au sens du Code.
En outre, est considéré comme ayant un enfant faisant partie de la famille, le demandeur atteint au même degré d'une telle insuffisance ou diminution de capacité. Cette disposition est également applicable, dans les mêmes conditions, à la personne avec laquelle le demandeur vit habituellement ainsi qu'à chaque personne affectée d'un tel handicap, pour autant qu'il existe entre elle et le demandeur ou la personne avec laquelle il vit habituellement un lien de parenté jusqu'au troisième degré et qu'elle habite sous le même toit. Dans ce cas, le demandeur doit s'engager à fournir la preuve de cette cohabitation au Fonds, au plus tard six mois après le premier jour de l'occupation.
§ 3. Ce montant maximum de la valeur vénale est adapté, par tranche de 1.000 euros, par le Fonds au 1er janvier de chaque année N, et pour la première fois à partir de 2020, sur base de la formule suivante:
Montant maximum x indice ABEX 1er janvier année N (indice de novembre année N-1) indice ABEX 1er janvier 2019
Si le nouveau montant ainsi calculé est inférieur de moins de cinq pour cent au montant de l'année précédente, l'adaptation n'est pas appliquée.
§ 4. Dans des circonstances exceptionnelles, des dépassements des valeurs maxima fixées en application du présent règlement sont admis. Sont notamment visées par les circonstances exceptionnelles, les opérations ayant pour objet :
a) la création d'un logement destiné à accueillir un parent âgé visé à l'article 1er 4° du règlement;
b) l'achat d'un logement vendu par un opérateur immobilier visé par le Code, ou la construction d'un logement, sur promesse d'acquisition, à l'intervention de ce même opérateur;
c) un logement d'un gabarit et d'un aspect normal dont la valeur tient à un élément spécifique tel que la situation particulière de l'immeuble, la superficie de la propriété, le type de matériaux utilisés.
§ 5. Pour apprécier la valeur vénale de l'immeuble, il n'est pas tenu compte des terres et des constructions utilisées à des fins professionnelles lorsque le demandeur est établi comme agriculteur ou comme horticulteur.
§ 6. En cas de restructuration, le bâtiment est âgé de plus quinze ans à compter de la date d'ouverture du dossier de crédit, se situe en Région wallonne et est destiné au moins à 50 % à du logement, le cas échéant, après la réalisation des travaux à financer à l'aide du prêt.
Art. 7.. .
Naar gelang van de verschillende elementen van het dossier die door het Fonds moeten worden beoordeeld, wordt het accesspack toegekend in de vorm van een hypothecair krediet bij notariële akte of bij onderhandse akte.
Art. 7.. .
En fonction des différents éléments du dossier à apprécier par le Fonds, l'accesspack est accordé sous la forme d'un crédit hypothécaire par acte notarié ou sous seing privé.
Art. 8. Bedrag.
§ 1. Het bedrag van het accesspack wordt beperkt tot 100 % van de handelswaarde van het gebouw na uitvoering van de werken, zoals toegestaan door het Fonds, waarbij het in artikel 6, § 2, bedoelde bedrag niet overschreden mag worden.
§ 2. De quotiteit van 100 % kan bij wijze van uitzondering tot maximum 125 % verhoogd worden als het Fonds, op grond van de elementen van het dossier m.b.t. de financiële toestand van de aanvrager, het niveau van zijn schuldenlast en de beoordeling van zijn terugbetalingsvermogen, redelijkerwijs acht dat hij zal kunnen voldoen aan de financiële verplichtingen die uit het kredietcontract voortvloeien.
Er wordt rekening gehouden met het geheel van de geleende bedragen en met de handelswaarde na uitvoering van het geheel van de gefinancierde werken om de geleende quotiteit te schatten.
§ 3. Alle bovenbedoelde bedragen worden verstaan exclusief levensverzekering en exclusief de solidariteitsbijdrage verschuldigd overeenkomstig artikel 2, 6°, van het besluit van de Waalse Regering van 30 april 2009 waarbij de voorwaarden worden bepaald voor de toekenning door het Gewest van een waarborg van honorering voor de terugbetaling van leningen bedoeld in artikel 23 van de Code.
Art. 8. Montant.
§ 1er. Le montant de l'accesspack est limité à cent pour cent de la valeur vénale après travaux de l'immeuble tel qu'admis par le Fonds, sans pouvoir excéder le montant fixé à l'article 6, § 2.
§ 2. La quotité de cent pour cent peut exceptionnellement être portée à cent-vingt-cinq pour cent maximum par le Fonds si, au vu des éléments du dossier tenant à la situation financière du demandeur, à son état d'endettement et à l'appréciation de sa capacité de remboursement, le Fonds évalue que le demandeur sera à même de respecter les obligations financières découlant du contrat de crédit.
Il est tenu compte de l'ensemble des montants prêtés et de la valeur vénale après réalisation de l'ensemble des travaux financés pour apprécier la quotité prêtée.
§ 3. Tous les montants ci-dessus s'entendent hors assurance-vie et hors contribution de solidarité due en application de l'article 2, 6°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 30 avril 2009 déterminant les conditions auxquelles la garantie de bonne fin de la Région est accordée au remboursement des prêts visés à l'article 23 du Code.
Art. 9. Eigen inbreng.
De aanvrager moet zoveel mogelijk financiële inbreng besteden aan de onroerende verrichting waarvoor het krediet wordt toegestaan, waarbij het Fonds het bedrag van het krediet vastlegt op grond van de financiële middelen en de financiële en patrimoniale toestand van de aanvrager.
Art. 9. Investissements des économies personnelles.
Le demandeur consacre à l'opération immobilière pour laquelle le crédit est consenti un apport financier maximal, le Fonds fixant le montant de celui-ci compte tenu des possibilités pécuniaires du demandeur et de sa situation financière et patrimoniale.
Art. 10. Rentevoet.
§ 1. De rentevoet van de lening is een vaste voet. Hij is afhankelijk van de belastbare inkomens van de aanvrager alsook van het aantal kinderen of personen ten laste. De rentevoet wordt bepaald op grond van de tariefschaal die geldig is op het ogenblik van de beslissing tot toekenning van het krediet.
§ 2. De rentevoeten per gezinscategorie en per schaal worden bepaald door de bijlage bij dit reglement.
§ 3. De aldus bepaalde percentages worden verminderd met 0,0416 % % per maand hetzij 0,50 % per jaar per bijkomend kind ten laste vanaf het vierde kind zonder evenwel lager te mogen zijn dan de minimale rentevoeten bepaald door de bijlage.
Hetzelfde gebeurt als het aantal kinderen ten laste tijdens de looptijd van het krediet verhoogt, zonder dat de aldus verminderde rentevoet lager mag zijn dan de bovenvermelde minimale rentevoeten; verlaagt het aantal kinderen ten laste, dan wordt het percentage niet opgetrokken.
Als tijdens de looptijd van het krediet, de aanvrager de woning gedeeltelijk gebruikt voor beroepsdoeleinden, overeenkomstig artikel 3, § 2, van dit reglement en ten belope van een oppervlakte die de bewoonbare oppervlakte met 20 % overschrijdt, wordt de rentevoet van het krediet verhoogd met 0,0416 % per maand of 0,50 % per jaar.
De aanvrager die een krediet heeft dat bij het Fonds wordt terugbetaald, en waarvan de belastbare inkomsten het maximumbedrag van schaal 7 van de tariefschaal overschrijden, betaalt, voor zijn bijkomend krediet, een rentevoet die overeenstemt met die schaal.
§ 4. Telkens als het nodig is stemt het Fonds de tariefschaal af op de evolutie van zijn financieringskosten, rekening houdende met de gewestelijke tussenkomst vastgelegd door de Waalse Regering op 15 juli 2010.
Art. 10. Taux d'intérêt.
§ 1er. Le taux d'intérêt du prêt est fixe. Il dépend des revenus imposables du demandeur ainsi que du nombre d'enfants ou de personnes à charge. Il est défini sur base de la grille des taux en vigueur au moment de la décision d'octroi du crédit.
§ 2. Les taux d'intérêt par catégories de ménages et par barèmes sont déterminés par l'annexe au présent règlement.
§ 3. Ces taux ainsi définis sont diminués de 0,0416 % par mois soit 0,50 % l'an par enfant à charge supplémentaire à partir du quatrième, sans pouvoir néanmoins être inférieurs aux taux planchers absolus fixés par l'annexe.
Il en va de même si, en cours de crédit, le nombre d'enfants à charge vient à augmenter sans que le taux ainsi réduit puisse être inférieur aux taux planchers absolus précités; le taux d'intérêt n'est pas relevé si ce nombre vient à diminuer.
Lorsque, en cours de crédit, le demandeur affecte partiellement à des fins professionnelles le logement, conformément à l'article 3, § 2 du règlement et à concurrence d'une surface qui excède 20 % de la superficie habitable, le taux d'intérêt du crédit est majoré de 0,0416 % par mois soit 0,50 % l'an.
Le demandeur qui a un crédit au Fonds en cours de remboursement et dont les revenus imposables excèdent le plafond du barème 7 de la grille des taux, se voit appliquer pour son crédit complémentaire le taux correspondant audit barème.
§ 4. Le Fonds adapte, chaque fois que nécessaire, la grille des taux à l'évolution de son coût de financement, compte tenu du mode d'intervention régionale arrêté par le Gouvernement wallon en date du 15 juillet 2010.
Art. 11. Terugbetalingstermijn.
De terugbetalingstermijn wordt vastgelegd naar gelang van het financiële vermogen van de aanvrager, de evolutieperspectieven ervan en zijn leeftijd.
De terugbetalingstermijn bedraagt maximum dertig jaar.
Voor de looptijd van het krediet moet rekening worden gehouden met het feit dat het krediet hoe dan ook volledig afgelost moet zijn wanneer de aanvrager 75 jaar wordt. In buitengewone gevallen kan worden afgeweken van deze laatste beperking, in voorkomend geval, mits bijkomende garanties.
Art. 11. Durée de remboursement.
La durée de remboursement du crédit est fixée en fonction des capacités financières du demandeur, des perspectives d'évolution de celles-ci et de son âge.
Elle est de maximum trente ans.
La durée doit, en tout état de cause, être telle que le crédit soit complètement amorti au moment où le demandeur atteint l'âge de 75 ans. Dans des cas exceptionnels, des dérogations à cette dernière limite peuvent être admises, s'il échet, moyennant des garanties complémentaires.
Art. 12. Garanties.
§ 1. De als garantie van het accesspack genomen hypothecaire inschrijving bekleedt de 1ste rang, behalve als het krediet niet hoger is dan 50.000 EUR, want in dit geval kan de hypothecaire inschrijving de 2de rang bekleden. Tot 30.000 EUR kan het Fonds een krediet toekennen zonder een hypothecaire inschrijving te nemen, maar met, in voorkomend geval, een hypotheekbelofte.
§ 2. Als het accesspack door een hypothecaire inschrijving gedekt wordt, wordt het gewaarborgd door een levensverzekeringscontract van het type schuldsaldo dat het overlijdensrisico voor de aanvrager dekt, met eenmalige premie en waarvan de opbrengst aan het Fonds wordt overgedragen.
In uitzonderlijke omstandigheden kan het geheel van het geleende kapitaal niet worden gedekt tijdens de hele duur van de terugbetaling van het krediet en dit om redenen die te maken hebben met de leeftijd of de gezondheidstoestand van de aanvrager.
Wanneer de verzekeraar om gezondheidsredenen weigert om het overlijdensrisico te dekken overeenkomstig het eerste lid, mag het Fonds naar eigen goeddunken het krediet toestaan hetzij door het te onderwerpen aan het opnemen van een levensverzekeringscontract met termijnbetalingen, hetzij zonder te eisen dat het door een levensverzekering gedekt is. In beide laatste gevallen, in afwijking van artikel 8 van dit reglement, wordt het bedrag van de lening in ieder geval beperkt tot 100 % en 90 % van de verkoopwaarde na de werken in de woning.
Art. 12. Garanties.
§ 1er. L'inscription hypothécaire prise en garantie de l'accesspack occupe le premier rang, sauf si le crédit n'excède pas 50.000 euros, auquel cas l'inscription hypothécaire peut occuper le deuxième rang. Jusqu'à 30.000 euros, le Fonds peut accorder un crédit sans prendre d'inscription hypothécaire mais avec, le cas échéant, promesse d'hypothèque.
§ 2. Lorsqu'il est couvert par une inscription hypothécaire, l'accesspack est garanti par un contrat d'assurance vie type solde restant dû couvrant le risque de décès du demandeur, à prime unique et dont le bénéfice est transféré au Fonds.
De manière exceptionnelle, l'intégralité du capital prêté peut ne pas être couverte pendant toute la durée de remboursement du crédit et ce pour des raisons liées à l'âge ou à l'état de santé du demandeur.
Lorsque, pour motifs de santé, l'assureur refuse de couvrir le risque de décès conformément à l'alinéa 1er, le Fonds peut, à son gré, consentir le crédit soit en le subordonnant à l'annexion d'un contrat d'assurance-vie payable à primes échelonnables, soit sans exiger qu'il soit couvert par un contrat d'assurance-vie. Dans ces deux derniers cas, par dérogation à l'article 8 du présent règlement, le montant du crédit est en tout état de cause limité à respectivement cent pour cent et nonante pour cent de la valeur vénale après travaux du logement.
HOOFDSTUK III. - Renolening, Renopack en lening "jongeren"
CHAPITRE III. - Rénopack, rénoprêt et prêt-jeunes
Art. 13. Voorwaarden waaronder een aanvraag in aanmerking komt.
§ 1. Met uitzondering van de aanvragen ingediend door de in artikel 2, § 4, bedoelde verenigingen van mede-eigenaars, mogen de belastbare inkomens van de aanvrager niet hoger zijn dan 97.700 EUR.
In het kader van de aanvragen ingediend door de in artikel 2, § 4, bedoelde verenigingen van mede-eigenaars, mogen de helft van de gezinnen die de vereniging vormen, geen belastbare inkomens hoger dan 97.700 EUR hebben.
Dit bedrag wordt geïndexeerd overeenkomstig het principe bepaald in artikel 203 van het Wetboek.
§ 2. De aanvrager is houder is van een zakelijk recht op de woning die het voorwerp uitmaakt van het krediet.
Het eerste lid is niet van toepassing indien het verzoek vergezeld gaat van een accesspack, afkomstig is van een vereniging van mede-eigenars of betrekking heeft op een aanvraag:
- het plaatsen van een pelletkachel door een huurder;
- een lening "jongeren".
§ 3. Om in aanmerking te worden genomen in het kader van een renopackaanvraag [1 en een renonelingaanvraag]1, moeten de werken voldoen aan het geheel van de voorwaarden en criteria van technische aard bepaald in het premiebesluit alsook bij het ministerieel besluit tot uitvoering ervan.
§ 4. De werken die gefinancierd worden door middel van een krediet als bedoeld in dit hoofdstuk worden uitgevoerd door een aannemer ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen of, zo niet, op grond van een toestemming van non-identificatie voor de btw, met overlegging van een punctuele aangifte bij het Centraal bureau voor buitenlandse btw-belastingplichtigen.
§ 5. Mits aan de in artikel 4 bedoelde voorwaarden wordt voldaan, kan het Fonds een lening "jongeren" toekennen.
Wanneer het hoofdkrediet bij het Fonds wordt aangegaan, kan het Fonds de lening "jongeren" toekennen in de vorm van een korting op het hoofdkrediet.
Wanneer het hoofdkrediet bij een derde instelling wordt aangegaan, informeert het Fonds bedoelde instelling zodat ze over alle gegevens beschikt die nodig zijn voor een effectieve risicoanalyse en monitoring.
[2 ...]2.
Art. 13. Conditions d'éligibilité d'une demande.
§ 1er. A l'exception des demandes introduites par les associations de copropriétaires visées à l'article 2, § 4, les revenus imposables du demandeur ne peuvent pas excéder 97.700 euros.
Dans le cadre des demandes introduites par les associations de copropriétaires visées à l'article 2, § 4, la moitié des ménages composant l'association ne peuvent avoir des revenus imposables excédant 97.700 EUR.
Ce montant est indexé conformément au principe défini à l'article 203 du Code.
§ 2. Le demandeur est titulaire d'un droit réel sur le logement, objet du crédit.
L'alinéa 1er n'est pas applicable si la demande est concomitante à un accesspack, émane d'une association de copropriétaires ou a pour objet :
- le placement d'un poêle à pellets dans le chef d'un locataire,
- un prêt jeune.
§ 3. Pour être pris en considération dans le cadre d'une demande de rénopack, [1 et de rénoprêt]1 les travaux satisfont à l'ensemble des conditions et des critères de nature technique définis par l'arrêté prime ainsi que par l'arrêté ministériel y portant exécution.
§ 4. Les travaux financés par un crédit visé au présent chapitre sont réalisés par un entrepreneur inscrit à la Banque-Carrefour des Entreprises ou, à défaut, ayant une autorisation de non-identification pour la T.V.A., avec dépôt d'une déclaration ponctuelle auprès du Bureau central de T.V.A. pour assujettis étrangers.
§ 5. Moyennant le respect des conditions visées à l'article 4, le Fonds peut accorder un prêt-jeunes.
Quand le crédit principal est souscrit auprès du Fonds, ce dernier peut accorder le prêt-jeunes sous forme d'une réduction de taux du crédit principal.
Quand le crédit principal est souscrit auprès d'un organisme tiers, le Fonds informe ce dernier de manière à ce qu'il dispose de tous les éléments nécessaires à une analyse et à un suivi des risques efficaces.
[2 ...]2.
Art. 14. Voorwaarden betreffende de woning en het gebruik ervan.
§ 1. [1 Met uitzondering van de lening jongeren, werken voor de aanpassing van een woning aan een handicap en werken voor het herstel van een door een natuurramp getroffen woning of werken om een woning te beschermen tegen het risico en de gevolgen van overstromingen, moet de woning of het gebouw waarvan de oorspronkelijke bestemming niet bewoning is, maar waarin werken worden uitgevoerd om een of meerdere woningen te creëren, meer dan vijftien jaar oud zijn vanaf de datum van opening van het kredietdossier.]1
§ 2. [1 Na de tegemoetkoming van het Fonds in het kader de financiering voldoet de woning aan de minimale criteria op het gebied van veiligheid, waterdichtheid en gezondheid die zijn vastgesteld in overeenstemming met artikel 6, § 4 van het premiebesluit, evenals aan de stedenbouwkundige eisen en de geldende normen met betrekking tot de conformiteit van elektrische, gas- en verwarmingsinstallaties. Om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, moet het dak van de woning worden geïsoleerd door een complex met een warmteweerstand van 5m2K/W of meer]1.
§ 3. Het vastgoedgeheel waarop de aanvragen voor een renopack en renolening ingediend door de aanvrager bedoeld in artikel 2, § 4, betrekking hebben, moet ten minste 50 % van de eenheden voor huisvesting omvatten.
Art. 14. Conditions relatives au bâtiment, au logement et à son occupation.
§ 1er. [1 Sauf pour ce qui est du prêt jeunes, des travaux d'adaptation du logement au handicap et des travaux visant à réhabiliter un logement touché par une calamité naturelle ou encore des travaux de sécurisation d'un logement contre le risque et les conséquences d'inondation, le logement ou le bâtiment dont la vocation initiale n'est pas résidentielle mais dans lequel sont effectués des travaux afin d'y créer un ou plusieurs logements est âgé de plus quinze ans à compter de la date d'ouverture du dossier de crédit]1.
§ 2. [1 Le logement, après intervention du Fonds dans le cadre du financement, respecte les critères minimaux de sécurité, d'étanchéité et de salubrité fixés en vertu de l'article 6, § 4, de l'arrêté prime, ainsi que les prescriptions urbanistiques et les normes en vigueur relatives à la conformité des installations électriques, de gaz et de chauffage. Dans une optique de réduction des émissions de gaz à effet de serre, la toiture du logement doit être isolée par un complexe dont la résistance thermique est égale ou supérieure à 5m2K/W]1.
§ 3. L'ensemble immobilier sur lequel porte les demandes de rénopack et de rénoprêt introduites par le demandeur visé à l'article 2 § 4 doit comporter au minimum 50 % d'unités dédiées au logement.
Art. 15. Kredietvormen.
§ 1. Naar gelang van de verschillende elementen van het dossier die het Fonds moet overwegen, kunnen het renopack en de renolening verleend worden in de vorm van een hypothecair krediet of een consumentenkrediet.
§ 2. De lening "jongeren" wordt toegekend in de vorm van een hypothecair krediet bij notariële akte of bij onderhandse akte.
Art. 15. Formes du crédit.
§ 1er. En fonction des différents éléments du dossier à apprécier par le Fonds, le rénopack et le rénoprêt peuvent être accordés sous la forme d'un crédit hypothécaire ou d'un crédit à la consommation.
§ 2. Le prêt jeune est accordé sous la forme d'un crédit hypothécaire par acte notarié ou sous seing privé.
Art. 16. Bedrag van het krediet.
§ 1. Het bedrag mag niet hoger zijn dan honderd procent van de kosten van de investeringen, eventueel verhoogd met de kosten van notariskosten en onvoorziene omstandigheden, met een minimum van 1.000 euro en een maximum van 60.000 euro.
§ 2. De prijs van de in aanmerking te nemen werken omvat het geheel van de kosten en prestaties die er betrekking op hebben. Het bedrag van het krediet wordt vastgesteld op grond van het project van de werken dat aanvaard wordt door het Fonds. Het Fonds kan het te financieren bedrag per post vastleggen op een lagere som dan die vermeld in de bestekken, voor zover het van oordeel is dat de uitgave abnormaal hoog ligt t.o.v. de marktprijzen.
§ 3. Het bedrag van een renopack of een renolening toegekend aan de in artikel 2, § 4, bedoelde aanvrager wordt vastgesteld op maximum 60.000 euro per woning met een maximum van 500.000 euro.
§ 4. Voor de lening "jongeren" mag het bedrag van het krediet niet hoger zijn dan het bedrag van de aankoopkosten in verband met de vastgoedtransactie waarvoor het krediet wordt verleend.
§ 5. Alle bovenstaande bedragen zijn exclusief levensverzekeringen.
Art. 16. Montant du crédit.
§ 1er. Le montant ne peut pas excéder cent pour cent du coût des investissements, éventuellement augmenté du coût des frais d'acte notarié et des imprévus, avec un minimum de 1.000 euros et un maximum de 60.000 euros.
§ 2. Le coût des travaux à prendre en considération comprend l'ensemble des frais et prestations inhérents à ces travaux. Le montant du crédit est établi sur base du projet de travaux accepté par le Fonds. Ce dernier a la possibilité d'arrêter, par poste, le montant finançable à une somme inférieure à celle des devis dans la mesure où il estime que la dépense est anormalement élevée au regard des prix du marché.
§ 3.Le montant d'un rénopack ou d'un rénoprêt accordé au demandeur visé à l'article 2 § 4 est fixé à 60.000 euros maximum par logement, avec un maximum de 500.000 EUR.
§ 4. Pour le prêt-jeunes, le montant du crédit ne peut pas dépasser le montant des frais d'achat afférent à l'opération immobilière pour laquelle le crédit est consenti.
§ 5. Tous les montants repris ci-dessus s'entendent hors assurance-vie.
Art. 17. Rentevoet.
De debetrentevoet van het krediet wordt vastgesteld op nul procent.
Art. 17. Taux d'intérêt.
Le taux d'intérêt débiteur du crédit est fixé à zéro pour cent.
Art. 18. Terugbetalingstermijn.
De terugbetalingstermijn wordt vastgelegd naar gelang van het financiële vermogen van de aanvrager, de evolutieperspectieven ervan en zijn leeftijd.
Die termijn is maximum dertig jaar. Voor de looptijd van het krediet moet rekening worden gehouden met het feit dat het krediet hoe dan ook volledig afgelost moet zijn wanneer de aanvrager 75 jaar wordt. In buitengewone gevallen kan worden afgeweken van deze laatste beperking, mits, in voorkomend geval, bijkomende garanties.
Art. 18. Durée de remboursement.
La durée de remboursement du crédit est fixée en fonction des capacités financières du demandeur, des perspectives d'évolution de celles-ci et de son âge.
Elle est de maximum trente ans.. La durée doit, en tout état de cause, être telle que le crédit soit complètement amorti au moment où le demandeur atteint l'âge de 75 ans. Dans des cas exceptionnels, des dérogations à cette dernière limite peuvent être admises moyennant, s'il échet, des garanties complémentaires.
Art. 19. Garanties.
Als het krediet door een hypothecaire inschrijving gedekt wordt, wordt het gewaarborgd door een levensverzekeringscontract van het type schuldsaldo dat het overlijdensrisico voor de aanvrager dekt, met eenmalige premie en waarvan de opbrengst aan het Fonds wordt overgedragen. In dit geval is artikel 12, § 2, van dit reglement van toepassing.
Art. 19. Garanties.
Dans l'hypothèse où le crédit est garanti par une inscription hypothécaire, il est couvert par un contrat d'assurance vie type solde restant dû couvrant le risque de décès du demandeur, à prime unique et dont le bénéfice est transféré au Fonds. Dans cette hypothèse, l'article 12, § 2, se trouve être d'application.
HOOFDSTUK IV. - Beheer van de premies
CHAPITRE IV. - Gestion des primes
Art. 20. Beginselen.
§ 1. Het Fonds zorgt voor het beheer van de premies waaruit een renopack bestaat en voert de controles die ermee gepaard gaan.
§ 2. Het bedrag van de belastbare inkomens van de aanvrager en het aantal personen ten laste waarmee rekening gehouden wordt bij de berekening van het premiebedrag zijn degene die vastliggen op de datum van opening van het kredietdossier.
Art. 20. Principes.
§ 1er. Le Fonds assure la gestion des primes composant un rénopack et exerce les contrôles y associés.
§ 2. Le montant des revenus imposables du demandeur et le nombre de personnes à charge dont il est tenu compte pour le calcul du montant de la prime sont ceux qui sont de mise à la date d'ouverture du dossier de crédit.
Art. 21. Bescherming van de gegevens.
Het Fonds en de auditeur zijn, elk wat hen betreft, verantwoordelijk voor de verwerking in de zin van de AVG voor de verwerkingen van de persoonsgegevens die nodig zijn in het kader van de toekenning van de leningen of de premies.
Art. 21. Protection des données
Le Fonds et l'auditeur sont, chacun pour ce qui le concerne, les responsables du traitement au sens du RGPD pour les traitements des données à caractère personnel nécessaires dans le cadre de l'octroi des prêts ou des primes.
Art. 22. [1 § 1. Onverminderd de aanvragen voor een renolening moet de woning waarvoor een lening wordt aangevraagd op grond van artikel 3, § 1, d), vooraf het voorwerp uitmaken van een auditverslag zoals bedoeld in het premiebesluit. Het verslag wordt, in dit kader, geschreven door een auditeur van het Fonds of door een erkende auditeur.
§ 2. Het definitief bedrag van de premie waarvoor de investeringen in aanmerking komen, wordt geboekt als voortijdige gedeeltelijke terugbetaling van het krediet.
§ 3. In afwijking van § 1 en onverminderd artikel 14, § 2, kan de expertise die wordt uitgevoerd in het kader van de toekenning van een renopack die uitsluitend gericht is op investeringen in het dak of de in conformiteit brengen van de elektrische installatie, of elke andere categorie van werken waarnaar specifiek wordt verwezen door de Waalse Regering, als audit gelden. In dit geval bepalen de ministers bevoegd voor Huisvesting en Energie de bedragen van de woonpremies.]1

Art. 22. [1 § 1er. Sans préjudice des demandes de rénoprêt, le logement objet d'une demande de crédit visé à l'article 3, § 1er, d), fait obligatoirement et préalablement l'objet d'un rapport d'audit tel que visé à l'arrêté prime. Ce rapport est, dans ce cadre, rédigé par un auditeur du Fonds ou par un auditeur agréé.
§ 2. Le montant définitif de la prime auquel les investissements sont éligibles est comptabilisé en remboursement partiel anticipé du crédit.
§ 3. Par dérogation au § 1er et sans préjudice de l'article 14, § 2, l'expertise réalisée dans le cadre de l'octroi d'un rénopack visant uniquement des investissements à la toiture ou la mise en conformité de l'installation électrique ou toute autre catégorie de travaux spécifiquement visées par le Gouvernement wallon peut valoir audit. Dans cette hypothèse, les Ministres ayant le Logement et l'Energie dans leur compétence arrêtent les montants des primes " habitation ".]1

Art. 23. Cumulverbod.
De aanvrager verbindt zich ertoe geen premie verleend krachtens het premiebesluit bij de Administratie aan te vragen voor investeringen die het voorwerp van een in hoofdstuk 3 bedoeld krediet uitmaken. De indiening van een dergelijke aanvraag is een ernstig verzuim dat de onmiddellijke terugbetaling van de verleende tegemoetkomingen tot gevolg heeft.
Art. 23. Interdiction de cumul.
Le demandeur s'engage à ne pas solliciter la prime octroyée en vertu de l'arrêté prime auprès de l'Administration pour les investissements qui font l'objet d'un crédit visé au chapitre 3. L'introduction d'une telle demande constitue un manquement grave de nature à entraîner l'obligation de rembourser immédiatement les aides accordées.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen
CHAPITRE V. - Dispositions finales
Art. 24. Afwijkingen.
In behoorlijk gemotiveerde buitengewone gevallen kan de Raad van bestuur van het Fonds afwijken van de bepalingen van de artikelen 1, 3°, 6, §§ 1 en 3, 10, 12, § 2, 14, § 2.
Art. 24. Dérogations.
Dans des cas exceptionnels dûment motivés, le conseil d'administration du Fonds peut déroger aux dispositions des articles 1, 3°, 6, § § 1er et 3, 10, 12, § 2, 14, § 2.
Art. 25. Behandeling van de klachten.
Elke door de aanvrager ingediende klacht wordt door het Fonds in aanmerking genomen en met spoed behandeld.
Art. 25. Traitement des réclamations.
Le Fonds prend en compte et traite avec diligence toute réclamation introduite par le demandeur.
Art. 26. Termijn voor de samenstelling van de dossiers.
Met uitzondering van de door de in artikel 2, § 4, bedoelde aanvrager ingediende aanvragen beschikt de aanvrager over een termijn van 6 maanden na de datum van opening van het dossier om zijn aanvraag aan te vullen. Na afloop van die termijn wordt zijn aanvraag verworpen, behalve als hij uitzonderlijke omstandigheden kan voorleggen.
Art. 26. Délai de constitution des dossiers
A l'exception des demandes introduites par le demandeur visé à l'article 2 § 4, le demandeur dispose d'un délai de 6 mois à dater de la date d'ouverture du dossier pour compléter sa demande. Passé ce délai, sa demande est, sauf s'il peut se prévaloir de circonstances exceptionnelles, rejetée.
HOOFDSTUK VI. - Overgangsbepalingen
CHAPITRE VI. - Dispositions transitoires
Art. 27.
Art. 27.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. [1 Tariefschaal betreffende de kredieten van het type accesspack die door het Fonds worden toegekend]1
Art. N. [1 Grille des taux relative aux crédits de type accesspack consentis par le Fonds]1
[1 CategorieSchaalDrempels van de belastbare inkomens* (0 kinderen ten laste)Drempels van de belastbare inkomens* (3 kinderen ten laste)BasisrenteMinimale rentevoeten
C1110.000 EUR25.000 EUR2,85% 2,85%
C1218.500 EUR33.500 EUR3,05% 2,85%
C1326.900 EUR41.900 EUR3,25% 2,85%
C2432.500 EUR47.500 EUR3,45% 2,95%
C2538.300 EUR53.300 EUR3,65% 3,15%
C3650.600 EUR65.600 EUR3,85% 3,35%
C4763.100 EUR78.100 EUR4,05% 3,55%
C5876.000 EUR91.000 EUR4,05% 3,55%]1
(1)2024-04-25/65, art. 18, 002; Inwerkingtreding : 25-04-2024>
[1 CategorieSchaalDrempels van de belastbare inkomens* (0 kinderen ten laste)Drempels van de belastbare inkomens* (3 kinderen ten laste)BasisrenteMinimale rentevoetenC1110.000 EUR25.000 EUR2,85%
2,85%C1218.500 EUR33.500 EUR3,05%
2,85%C1326.900 EUR41.900 EUR3,25%
2,85%C2432.500 EUR47.500 EUR3,45%
2,95%C2538.300 EUR53.300 EUR3,65%
3,15%C3650.600 EUR65.600 EUR3,85%
3,35%C4763.100 EUR78.100 EUR4,05%
3,55%C5876.000 EUR91.000 EUR4,05%
3,55%]1
(1)
[1 CatégorieBarèmeSeuils des revenus imposables* (0 enfant à charge)Seuils des revenus imposables (3 enfants à charge)Taux de baseTaux plancher
C1110.000 EUR25.000 EUR2,85% 2,85%
C1218.500 EUR33.500 EUR3,05% 2,85%
C1326.900 EUR41.900 EUR3,25% 2,85%
C2432.500 EUR47.500 EUR3,45% 2,95%
C2538.300 EUR53.300 EUR3,65% 3,15%
C3650.600 EUR65.600 EUR3,85% 3,35%
C4763.100 EUR78.100 EUR4,05%3,55%
C5876.000 EUR91.000 EUR4,05%3,55%]1
(1)2024-04-25/65, art. 18, 002; En vigueur : 25-04-2024>
[1 CatégorieBarèmeSeuils des revenus imposables* (0 enfant à charge)Seuils des revenus imposables (3 enfants à charge)Taux de baseTaux plancherC1110.000 EUR25.000 EUR2,85%
2,85%C1218.500 EUR33.500 EUR3,05%
2,85%C1326.900 EUR41.900 EUR3,25%
2,85%C2432.500 EUR47.500 EUR3,45%
2,95%C2538.300 EUR53.300 EUR3,65%
3,15%C3650.600 EUR65.600 EUR3,85%
3,35%C4763.100 EUR78.100 EUR4,05%3,55%C5876.000 EUR91.000 EUR4,05%3,55%]1
(1)
[1 * De verschillende drempels van inkomsten worden met 5.000 EUR verhoogd per kind/persoon ten laste.
* Deze bedragen worden geïndexeerd overeenkomstig artikel 203 van het Wetboek.]1

(1)
[1 * Les différents seuils de revenus sont à majorer de 5.000 EUR par enfant/personne à charge.
* Ces montants sont indexés conformément à l'article 203 du Code.]1

(1)