Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
29 APRIL 2019. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de in aanmerking komende uitgaven in het kader van subsidies toegekend op het gebied van Tewerkstelling en Beroepsopleiding(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-05-2019 en tekstbijwerking tot 08-10-2024)
Titre
29 AVRIL 2019. - Arrêté du Gouvernement wallon relatif aux dépenses éligibles dans le cadre de subventions octroyées dans le domaine de l'Emploi et de la Formation professionnelle(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-05-2019 et mise à jour au 08-10-2024)
Documentinformatie
Numac: 2019202332
Datum: 2019-04-29
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019202332
Date: 2019-04-29
Moniteur: Voir
Tekst (39)
Texte (39)
Titel I. [1 Begripsomschrijvingen, toepassingsgebied en verwerking van persoonsgegevens]1
Titre Ier. [1 Définitions, champ d'application et traitement des données à caractère personnel]1
Artikel 1. Dit besluit regelt gedeeltelijk aangelegenheden bedoeld [1 in de artikelen 127, § 1, en 128, § 1]1, van de Grondwet, overeenkomstig artikel 138 ervan.
Article 1er. Le présent arrêté règle, en partie, des matières visées [1 aux articles 127, § 1er, et 128, § 1er]1, de la Constitution, en application de l'article 138 de celle-ci.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
de Minister: de Minister bevoegd voor Tewerkstelling en Vorming;
de Administratie: het Departement Tewerkstelling en Beroepsopleiding van de Waalse Overheidsdienst Economie, Tewerkstelling en Onderzoek;
" FOREm ": de " Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling);
de Inspectie: het Departement Inspectie van de Waalse Overheidsdienst Economie, Tewerkstelling en Onderzoek;
de begunstigde: de subsidiegerechtigde.
[1 6° werkdag: de dag die geen zaterdag, zondag of wettelijk feestdag is.]1
[1 ...]1
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, l'on entend par :
le Ministre : le Ministre qui a l'Emploi et la Formation dans ses attributions;
l'Administration : le Département de l'Emploi et de la Formation professionnelle du Service public de Wallonie Economie, Emploi et Recherche;
le Forem : l'Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi;
l'Inspection : le Département de l'Inspection du Service public de Wallonie Economie, Emploi et Recherche;
le bénéficiaire : le bénéficiaire de la subvention.
[1 6° le jour ouvrable : le jour qui n'est ni un samedi, ni un dimanche, ni un jour férié légal.]1
[1 ...]1
Art.2/1.[1 Dit besluit is van toepassing op de subsidies toegekend krachtens:
[2 het decreet van 13 december 2023 betreffende de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling]2;
het decreet van 2 maart 25 betreffende de erkenning van en de toekenning van subsidies aan de plaatselijke ontwikkelingsagentschappen;
[3 het decreet van 20 juli 2022 betreffende de basisopleiding digitale vaardigheden]3;
[4 ...]4;
het decreet van 10 juli 2013 betreffende de centra voor socioprofessionele inschakeling;
[5 6° het decreet van 24 januari 2024 betreffende de aangepaste centra voor opleiding en socioprofessionele inschakeling en tot wijziging van het Waalse Wetboek van Sociale actie en Gezondheid, het decreet van 12 november 2021 betreffende de coaching en de oplossingsgerichte begeleiding van werkzoekenden en het Gerechtelijk Wetboek.]5
In afwijking van het eerste lid is dit besluit niet van toepassing op de subsidies waarin is voorzien bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde decreten, wanneer zij de vorm aannemen van een subsidie die wordt toegekend op grond van het decreet van 10 juni 2021 betreffende het standvastig maken van de in het kader van de regeling voor de steun ter bevordering van de tewerkstelling (Franse afkorting "APE") gecreëerde jobs en de creatie van jobs die beantwoorden aan prioritaire maatschappelijke behoeften.]1

Art.2/1.[1 Le présent arrêté s'applique aux subventions octroyées en vertu :
[2 du décret du 13 décembre 2023 relatif aux missions régionales pour l'emploi]2;
du décret du 25 mars 2004 relatif à l'agrément et à l'octroi de subventions aux agences de développement local;
[3 du décret du 20 juillet 2022 relatif à la formation de base au numérique]3;
[4 ...]4;
du décret du 10 juillet 2013 relatif aux centres d'insertion socioprofessionnelle;
[5 6° du décret du 24 janvier 2024 relatif aux centres de formation et d'insertion socioprofessionnelle adaptés et modifiant le Code wallon de l'action sociale et de la santé, le décret du 12 novembre 2021 relatif à l'accompagnement orienté coaching et solutions des chercheurs d'emploi et le Code judiciaire.]5
Par dérogation à l'alinéa 1er, le présent arrêté ne s'applique pas aux subventions prévues par ou vertu des décrets visés à l'alinéa 1er lorsqu'elles prennent la forme d'une subvention octroyée en vertu du décret du 10 juin 2021 relatif à la pérennisation des emplois créés dans le cadre du dispositif des aides à la promotion de l'emploi (APE) et à la création d'emplois répondant à des besoins sociétaux prioritaires.]1

Art. 3. De Waalse Overheidsdienst Economie, Tewerkstelling en Onderzoek is verantwoordelijk voor de verwerking in de zin van artikel 4, 7), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG voor de verwerkingen van persoonsgegevens nodig voor de uitvoering van de bepalingen van dit besluit.
[1 Onverminderd de gegevens betreffende rechtspersonen, zijn de categorieën persoonsgegevens die bij de uitvoering van dit besluit kunnen worden verwerkt:
wat de begunstigde betreft :
a) identificatiegegevens van de beheerder of de verantwoordelijke: naam, zakenadres, zakelijk telefoonnummer;
b) contactgegevens van de beheerder of de verantwoordelijke persoon;
wat de bestuurders betreft:
a) persoonlijke identificatiegegevens: naam, privé- en zakelijk adres, zakelijk telefoonnummer;
b) financiële identificatiegegevens: bankrekening- en identificatienummers, krediet- of debetkaartnummers;
c) gegevens over de aansprakelijkheidsverzekering als bedoeld in artikel 15, 2°;
d) beroepswerkzaamheden: type activiteit, aard van de gebruikte goederen of diensten, zakelijke betrekkingen;
wat de personeelsleden van de begunstigde betreft:
a) persoonlijke identificatiegegevens: naam, privé- en zakelijk adres, zakelijk telefoonnummer;
b) financiële identificatiegegevens: identificatiegegevens en bankrekeningnummers;
c) beroepsinkomsten in verband met de gesubsidieerde activiteit;
d) verzekeringsgegevens die de risico's in verband met de ondersteunde activiteit dekken;
e) de persoonlijke gegevens: leeftijd;
f) academisch curriculum: behaalde diploma's die relevant zijn voor de ondersteunde activiteit;
g) beroepskwalificaties: certificaten, beroepsopleiding en speciale vergunningen die relevant zijn voor de ondersteunde activiteit;
h) huidige tewerkstelling: werkgever, titel en omschrijving van de functie, rang, datum van aanwerving, tewerkstellingsplaats, specialisatie of type onderneming, arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden, vroegere taken en ervaring bij de huidige werkgever, arbeidsregeling;
i) einde van de tewerkstelling: datum van vertrek, reden voor vertrek, opzeggingstermijn, voorwaarden voor beëindiging van de tewerkstelling;
j) loopbaan: vorige banen en werkgevers, perioden van inactiviteit of werkloosheid;
k) loon: betalingen en inhoudingen, loon, commissies, bonussen, onkosten, gratificaties, uitkeringen, door de begunstigde verstrekte leningen, ingehouden belastingen, pensioeninhoudingen, syndicale bijdrage, wijzen van betaling, datum van laatste salarisverhoging;
l) bezittingen van de begunstigde in het bezit van het personeelslid: auto, gereedschap, reserveonderdelen, naslagwerken, andere voorwerpen in het bezit van het personeelslid;
n) de organisatie van het werk op het niveau van de begunstigde: huidige verantwoordelijkheden, behandelde projecten, tijdschema, gewerkte uren;
n) Rijksregisternummer of identificatienummer van de sociale zekerheid;
wat betreft de leveranciers, dienstverleners en aannemers:
a) persoonlijke identificatiegegevens: naam, zakelijk adres, zakelijk telefoonnummer;
b) financiële identificatiegegevens: identificatiegegevens en bankrekeningnummers;
wat de stagiairs betreft: naam, privé- en zakelijk adres, zakelijk telefoonnummer;
wat de vrijwilligers betreft:
a) persoonlijke identificatiegegevens: naam, privé- en zakelijk adres, zakelijk telefoonnummer;
b) financiële identificatiegegevens: bankrekening- en identificatienummers, krediet- of debetkaartnummers;
c) beroepsinkomsten;
d) verzekeringsgegevens;
h) huidige functie: werkgever, functietitel en -omschrijving, rang, datum van aanwerving, plaats van tewerkstelling, specialisatie of type onderneming, arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden, vroegere taken en ervaring bij de huidige werkgever;
f) toelage: betalingen en inhoudingen, toelagen, uitgaven, leningen, ingehouden belastingen, pensioeninhoudingen, vakbondscontributies, wijze van betaling;
g) de organisatie van het werk op het niveau van de begunstigde: huidige verantwoordelijkheden, behandelde projecten, tijdschema, gewerkte uren.]1

[1 ...]1
Art. 3. Le Service public de Wallonie Economie, Emploi et Recherche est responsable du traitement au sens de l'article 4, 7), du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la Directive 95/46/CE pour les traitements des données à caractère personnel qui sont nécessaires pour la mise en oeuvre des dispositions du présent arrêté.
[1 Sans préjudice des données relatives aux personnes morales, les catégories de données à caractère personnel susceptibles d'être traitées dans la mise en oeuvre du présent arrêté sont :
en ce qui concerne le bénéficiaire :
a) les données d'identification de l'administrateur ou de la personne responsable : nom, adresse professionnelle, numéro de téléphone professionnel;
b) les données de contact de l'administrateur ou de la personne responsable;
en ce qui concerne les administrateurs :
a) données d'identification personnelles : nom, adresse privée et professionnelle, numéro de téléphone professionnel;
b) données d'identification financières : numéros d'identification et de comptes bancaires, numéros de cartes de crédit ou de débit;
c) détails relatifs à l'assurance en responsabilité civile visée à l'article 15, 2°;
d) activités professionnelles : type d'activité, nature des biens ou des services utilisés, relations d'affaires;
en ce qui concerne les membres du personnel du bénéficiaire :
a) données d'identification personnelles : nom, adresse privée et professionnelle, numéro de téléphone professionnel;
b) données d'identification financières : numéros d'identification et de comptes bancaires;
c) revenus professionnels liés à l'activité subventionnée;
d) détails relatifs aux assurances couvrant des risques liés à l'activité subventionnée;
e) détails personnels : âge;
f) curriculum académique : diplômes obtenus pertinents pour l'activité subventionnée;
g) qualifications professionnelles : brevets, formations professionnelles et licences spéciales pertinents pour l'activité subventionnée;
h) emploi actuel : employeur, titre et description de la fonction, grade, date de recrutement, lieu de travail, spécialisation ou type d'entreprise, modalités et conditions de travail, fonctions antérieures et expérience précédente auprès de l'employeur actuel, régime de travail;
i) fin de l'emploi : date du départ, raison du départ, préavis donné, conditions de fin de l'emploi;
j) carrière : emplois et employeurs précédents, périodes d'inactivité ou sans emploi;
k) salaire : paiements et retenues, salaire, commissions, bonus, dépenses, gratifications, avantages, prêts accordés par le bénéficiaire, taxes retenues, prélèvements pour la pension, cotisation syndicale, méthodes de paiement, date de la dernière augmentation salariale;
l) actifs du bénéficiaire détenus par le membre du personnel : voiture, outils, pièces de rechange, ouvrages de référence, autres objets détenus par l'employé;
n) organisation du travail au niveau du bénéficiaire : responsabilités actuelles, projets traités, horaire, heures prestées;
n) numéro de Registre national ou numéro d'identification de la sécurité sociale;
en ce qui concerne les fournisseurs, prestataires et soumissionnaires :
a) données d'identification personnelles : nom, adresse professionnelle, numéro de téléphone professionnel;
b) données d'identification financières : numéros d'identification et de comptes bancaires;
en ce qui concerne les stagiaires : nom, adresse privée et professionnelle, numéro de téléphone professionnel;
en ce qui concerne les volontaires :
a) données d'identification personnelles : nom, adresse privée et professionnelle, numéro de téléphone professionnel;
b) données d'identification financières : numéros d'identification et de comptes bancaires, numéros de cartes de crédit ou de débit;
c) revenus professionnels;
d) détails relatifs aux assurances;
e) fonction actuelle : employeur, titre et description de la fonction, grade, date de recrutement, lieu de travail, spécialisation ou type d'entreprise, modalités et conditions de travail, fonctions antérieures et expérience précédente auprès de l'employeur actuel;
f) indemnité : paiements et retenues, indemnité, dépenses, prêts, taxes retenues, prélèvements pour la pension, cotisation syndicale, méthodes de paiement;
g) organisation du travail au niveau du bénéficiaire : responsabilités actuelles, projets, horaire, heures prestées.]1

[1 ...]1
Art. 4. Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden bedoeld in artikel 89 van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG, en overeenkomstig artikel 5.1, e) van voornoemde Verordening (EU) 2016/679 worden de persoonsgegevens in verband met een subsidie gedurende een periode van tien jaar, te rekenen van 1 januari van het jaar volgend op de definitieve sluiting van het begrotings- en boekjaar waaronder de begroting valt, door de Administratie en de Inspectie bewaard.
De bewaringsduur bedoeld in lid 1 wordt opgeschort bij een vordering voor een rechtbank of de administratie totdat alle beroepsmiddelen uitgedoofd zijn.
Art. 4. Sans préjudice de la conservation nécessaire pour le traitement à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques visé à l'article 89 du Règlement (UE) 2016/679 précité, et conformément à l'article 5.1, e), du Règlement (UE) 2016/679 précité, l'Administration et l'Inspection conservent les données à caractère personnel relatives à une subvention durant une période de dix ans à partir du 1er janvier de l'année qui suit celle de la clôture définitive de l'exercice budgétaire et comptable dont relève la subvention.
La durée de conservation visée à l'alinéa 1er est suspendue en cas d'action judiciaire ou administrative jusqu'à ce que les voies de recours soient éteintes.
Titel II. - Algemene beginselen
Titre II. - Principes généraux
Art. 5. De begunstigde:
voldoet aan de bepalingen van het Wetboek van Economisch Recht op de boekhouding en, in het bijzonder, aan het koninklijk besluit van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het Wetboek van Economisch Recht, in het bijzonder door de organisatie van een boekhouding die aangepast is aan de aard en de omvang van haar activiteiten en die voldoet aan de specifieke wettelijke bepalingen die op haar van toepassing zijn;
voorziet in de onverwijlde, getrouwe en volledige registratie van al zijn verrichtingen, in volgorde van datums en ondersteund door een gedateerd, genummerd en leesbaar verantwoordingsstuk;
hanteert een systeem van gescheiden boekhoudingen voor elke activiteit in geval van afzonderlijke activititeiten;
zorgt ervoor dat de boekhoudkundige bescheiden gedurende een bepaalde periode worden bewaard in overeenstemming met de specifieke wettelijke bepalingen die op haar van toepassing zijn;
neemt de reglementering inzake overheidsopdrachten in acht;
[1 ...]1
neemt de beginselen inzake zorgvuldig financieel beheer in acht, met name inzake zuinigheid en de verhouding tussen kosten en efficiëntie;
neemt de algemene en specifieke reglementeringen in acht tot organisatie van de subsidie(s) die hij geniet;
waarborgt de afwezigheid van elk belangenconflict [1 in de zin van artikel 6 van de wet inzake overheidsopdrachten van 17 juni 2016]1;
10° waarborgt de afwezigheid van overlappende subsidies, van publieke of private oorsprong.
[1 Het eerste lid is niet van toepassing op publiekrechtelijke rechtspersonen. Laatstgenoemden geven in hun boekhouding per specifieke functie de ontvangsten en uitgaven in verband met de subsidie aan.]1
[1 Een goed dat geheel of gedeeltelijk door de overheid wordt gefinancierd, kan tijdens de duur van zijn afschrijving, het voorwerp uitmaken van een gift, een verkoop, een pachtovereenkomst of een terbeschikkingstelling na voorafgaande toestemming van de Minister, die daar de grenzen en voorwaarden voor vast kan stellen.
Elk verzoek om voorafgaande toestemming als bedoeld in lid 3 moet ten minste dertig werkdagen vóór de eventuele gift, verkoop, pachtovereenkomst of terbeschikkingstelling worden ingediend. Indien de Minister of zijn afgevaardigde niet binnen 30 werkdagen een besluit neemt, wordt de toestemming geacht te zijn gegeven.
In afwijking van lid 3 wordt de voorafgaande toestemming geacht te zijn gegeven:
voor elk goed dat niet volledig is afgeschreven, waarvan de aanschaffingswaarde niet meer bedraagt dan 5.000 euro en dat niet meer nodig is voor de activiteiten waarvoor het werd gesubsidieerd;
voor elk niet volledig afgeschreven goed waarvan de aanschaffingswaarde niet meer dan 5.000 euro bedraagt en dat gedeeltelijk ter beschikking wordt gesteld van een andere begunstigde.
De eventuele tegenprestatie betaald in de gevallen bedoeld in het derde en vijfde lid wordt door de ontvanger van de oorspronkelijke financiering gemeld als een terugvordering in de zin van artikel 7, 3°.]1

Art. 5. Le bénéficiaire :
respecte les dispositions du Code de droit économique en matière de comptabilité et, notamment, de l'arrêté royal du 21 octobre 2018 portant exécution des articles III.82 à III.95 du Code de droit économique, notamment en organisant une comptabilité qui est appropriée à la nature et à l'étendue de ses activités et conforme aux dispositions légales particulières qui le concerne;
prévoit l'inscription sans retard de l'ensemble de ses opérations, de manière fidèle et complète, par ordre de dates et appuyée par une pièce justificative datée, numérotée et lisible;
intègre un système de comptes distincts pour chacune de ses activités dans le cas où il poursuit des activités distinctes;
garantit la conservation des pièces comptables pendant une durée conforme aux dispositions légales particulières qui le concerne;
respecte la réglementation en matière de marchés publics;
[1 ...]1
respecte les principes de bonne gestion financière, notamment d'économie et de rapport entre coût et efficacité;
respecte les réglementations générales et spécifiques qui organisent la subvention ou les subventions dont il bénéficie;
garantit l'absence de tout conflit d'intérêt [1 au sens de l'article 6 de la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics]1;
10° garantit l'absence de tout double subventionnement, public ou privé.
[1 L'alinéa 1er, 1° ne s'applique pas aux personnes morales de droit public. Ces dernières identifient dans leur comptabilité, par une fonction spécifique, les recettes et les dépenses liées à la subvention.]1
[1 Tout bien financé, en tout ou en partie, par les pouvoirs publics peut faire l'objet d'une donation, d'une vente, d'un bail emphytéotique ou d'une mise à disposition, pendant la durée de son amortissement, uniquement avec l'accord préalable du ministre ou de son délégué, qui peut en définir les limites et conditions.
Toute demande d'accord préalable visée à l'alinéa 3 est introduite au minimum trente jours ouvrables avant l'éventuel donation, vente, bail emphytéotique ou mise à disposition. Sans décision du ministre ou de son délégué dans les trente jours ouvrables, l'accord est réputé donné.
Par dérogation à l'alinéa 3, l'accord préalable est réputé acquis :
pour tout bien non entièrement amorti dont la valeur d'acquisition n'excède pas 5.000 euros et qui n'est plus nécessaire aux activités pour lesquelles il a été subventionné;
pour tout bien non entièrement amorti dont la valeur d'acquisition n'excède pas 5.000 euros et qui est partiellement mis à disposition d'un autre bénéficiaire.
L'éventuelle contrepartie payée dans les cas visés aux alinéas 3 et 5 est rapportée en tant que récupération au sens de l'article 7, 3°, par le bénéficiaire du financement initial.]1

Art. 6. De bewijslast voor de inachtneming van de bepalingen van de artikelen 5, 7 en 8, van artikel 9, lid 1, en van de artikelen 12, 16, 30 en 31 is voor rekening van de begunstigde.
De begunstigde is verantwoordelijk voor de uitvoering van de procedures waarmee wordt nagegaan of hij de regels bedoeld in lid 1 in acht neemt.
Bij een controle is het de begunstigde die dient aan te tonen dat hij dergelijke procedures uitgevoerd heeft en dat hij het toezicht op de naleving van die procedures door zijn werknemers op zich neemt.
[1 Bij niet-inachtneming van één of meerdere bepalingen bedoeld in de artikelen 5, 8, 12, 16, 20, 21, eist de Minister of zijn afgevaardigde de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de betrokken subsidie.]1
[1 In afwijking van het vierde lid eist de Minister of zijn afgevaardigde bij niet-inachtneming van één of meerdere bepalingen bedoeld in artikel 5, eerste lid, 5°, 9°, 10°, de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de betrokken subsidie.
Bij niet-inachtneming van één of meerdere bepalingen bedoeld in de artikelen 7, 9, eerste lid, eist de Minister of zijn afgevaardigde de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de betrokken subsidie.]1

Art. 6. La charge de la preuve du respect des dispositions des articles 5, 7 et 8, de l'article 9, alinéa 1er et des articles 12, 16, 20 et 21 incombe au bénéficiaire.
Le bénéficiaire est responsable de la mise en oeuvre des procédures permettant de vérifier qu'il respecte les règles visées àl'alinéa 1er.
En cas de contrôle, il appartient au bénéficiaire de démontrer qu'il a mis en oeuvre de telles procédures et qu'il assume le contrôle du respect de ces procédures par ses employés.
[1 En cas de non-respect d'une ou de plusieurs des dispositions prévues par les articles 5, 8, 12, 16, 20, 21, le ministre ou son délégué peut exiger le remboursement de tout ou partie de la subvention concernée.]1
[1 Par dérogation à l'alinéa 4, en cas de non-respect d'une ou de plusieurs des dispositions prévues par l'article 5, alinéa 1er, 5°, 9°, 10°, le ministre ou son délégué exige le remboursement de tout ou partie de la subvention concernée.
En cas de non-respect d'une ou de plusieurs des dispositions prévues par les articles 7, 9, alinéa 1er, le ministre ou son délégué exige le remboursement de tout ou partie de la subvention concernée.]1

Art. 7. In aanmerking komend voor subsidiëring zijn uitsluitend de uitgaven:
die rechtstreeks verband houden met de actie waarvoor de subsidie is toegekend;
die de werkelijke kosten van de gesubsidieerde actie niet overschrijden;
waarvan elke terugvordering in verband met de gesubsidieerde actie afgetrokken is;
die betrekking hebben op de periode gedekt door de subsidie;
die het voorwerp (zullen) uitmaken van een betaling door de begunstigde.
Art. 7. Sont exclusivement admises à charge de la subvention, les dépenses :
qui ont un lien direct avec l'action pour laquelle la subvention est octroyée;
qui n'excèdent pas les coûts réels engendrés par l'action subventionnée;
dont a été déduite toute récupération, en lien avec l'action subventionnée;
qui se rapportent à la période couverte par la subvention;
qui ont fait ou feront l'objet d'un paiement par le bénéficiaire.
Art. 8. De uitgaven die in het kader van de subsidie overgenomen worden hebben betrekking op :
personeelskosten;
kosten van externe prestaties;
werkingskosten;
investeringskosten in verhouding tot het bedrag dat overeenstemt met de jaarlijkse afschrijvingswaarde, vastgesteld overeenkomstig de fiscale wetgeving, tenzij [1 de Minister of zijn afgevaardigde]1 dit rechtvaardigt met een kortere levensduur.
Voor elke categorie bedoeld in lid 1 worden de in aanmerking komende kosten beperkend omschreven in Titel III van dit besluit.
Uitgaven van uitzonderlijke aard mogen alleen met voorafgaande toestemming van [1 de Minister of zijn afgevaardigde]1 worden gedekt. [1 Elke uitgave die niet in titel 3 wordt genoemd, wordt als een buitengewone uitgave beschouwd, mits zij voldoet aan het bepaalde in artikel 5 en onverminderd de artikelen 6, 7, 9 en 10.]1
Elke aanvraag tot voorafgaande instemming in verband met een uitgave wordt [1 minstens dertig werkdagen]1 voor vastlegging van de uitgave ingediend. Zonder beslissing [1 van de Minister of zijn afgevaardigde]1 [1 binnen de dertig werkdagen]1 wordt de uitgave goedgekeurd geacht.
Art. 8. Les dépenses prises en charge dans le cadre de la subvention portent sur des frais :
de personnel;
de prestations externes;
de fonctionnement;
d'investissement, au prorata du montant correspondant à la valeur de l'amortissement annuel établi conformément à la législation fiscale, sauf justification acceptée par [1 le ministre ou son délégué]1 d'une durée de vie inférieure.
Pour chacune des catégories visées à l'alinéa 1er, les dépenses éligibles sont décrites de façon limitative au Titre 3 du présent arrêté.
Toute dépense à caractère exceptionnel ne pourra éventuellement être prise en charge que moyennant un accord préalable [1 du ministre ou de son délégué]1. [1 Est considérée comme dépense exceptionnelle toute dépense qui n'est pas visée au titre 3 pour autant qu'elle respecte les dispositions prévues à l'article 5 et sans préjudice des articles 6, 7, 9 et 10.]1
Toute demande d'accord préalable en lien avec une dépense est introduite [1 au minimum trente jours ouvrables]1 avant l'engagement de la dépense. Sans décision [1 du ministre ou de son délégué]1 [1 dans les trente jours ouvrables]1, la dépense est réputée approuvée.
Art. 9. Wanneer de begunstigde meerdere acties voert, bepaalt hij voor elke actie, volgens een berekeningsmethode die aan objectieve en behoorlijk verantwoorde criteria voldoet, het percentage van toerekening op:
- personeelskosten;
- externe prestaties;
- werkingskosten volgens de aard ervan;
- elk investeringsgoed.
De objectieve criteria verwoord in lid 1 kunnen door de Minister nader bepaald worden.
De begunstigde zendt de verdeelsleutels samen met de documenten die nodig zijn voor de vereffening van het saldo van subsidiëring ervan toe.
[1 De Inspectie gaat na, of de verdeelsleutels, toegepast op elke uitgavencategorie, relevant is en stelt een andere die zij in voorkomend geval behoorlijk verantwoord acht, aan de Minister of zijn afgevaardigde voor.]1
[1 Op verzoek van de begunstigde keurt de Minister of zijn afgevaardigde bij voorafgaande beslissing de door de begunstigde voorgestelde verdeelsleutels goed.
In geval van wijziging, door de Minister of zijn afgevaardigde, van de bij voorafgaande beslissing goedgekeurde verdeelsleutels, geldt de wijziging slechts voor het boekjaar dat volgt op de datum van kennisgeving van de beslissing door de Minister of zijn afgevaardigde.
In afwijking van lid 6 kunnen de verdeelsleutels met terugwerkende kracht worden gewijzigd wanneer de realiteit niet in overeenstemming is met de elementen die de begunstigde in zijn verzoek om een voorafgaande beslissing over de verdeelsleutels heeft opgenomen.]1

Art. 9. Lorsque le bénéficiaire mène plusieurs actions, il détermine pour chacune d'entre elles, selon une méthode de calcul répondant à des critères objectifs et dûment justifiés, le pourcentage d'affectation :
- des frais de personnel;
- de prestations externes;
- des frais de fonctionnement selon leur nature;
- de chaque bien d'investissement.
Les critères objectifs évoqués à l'alinéa 1er peuvent être précisés par le Ministre.
Les clés d'affectation sont transmises par le bénéficiaire en même temps que les documents nécessaires à la liquidation du solde de leur subventionnement.
[1 L'Inspection vérifie la pertinence des clés d'affectation appliquées à chaque catégorie de dépense et en propose une autre au ministre ou à son délégué qu'elle estime dûment justifiée le cas échéant.]1
[1 A la demande du bénéficiaire, le ministre ou son délégué approuve, par décision anticipée, les clés d'affectation proposées par le bénéficiaire.
En cas de modification, par le ministre ou son délégué, des clés d'affectation approuvées par décision anticipée, la modification s'applique uniquement pour l'exercice comptable suivant la date de notification de la décision par le ministre ou son délégué.
Par dérogation à l'alinéa 6, les clés d'affectation peuvent être rétroactivement modifiées lorsque la réalité n'est pas conforme aux éléments repris par le bénéficiaire dans le cadre de sa demande de décision anticipée relative aux clés d'affectation.]1

Art. 10. Elke uitgave dient door een stuk te worden verantwoord.
Het stuk dient volledig leesbaar te zijn zodat met name volgende gegevens duidelijk worden :
datum;
nummer;
de personalia van de leverancier of prestatieverstrekker;
voorwerp;
bedrag.
Wanneer bovenstaande gegevens onvolledig zijn in een boekhoudstuk om voldoende aan te kunnen tonen welk verband er tussen de uitgave en de gesubsidieerde activiteit bestaat, dient het stuk vervolledigd te worden met aanvullende stavingsstukken.
Wanneer lonen ter subsidie worden aangeboden, is het afschrift van de individuele jaarrekening inclusief werkgeversbijdragen dat door een sociaal secretariaat is afgegeven, geldig als bewijsstuk.
Er wordt door de begunstigde een algemene afschrijvingstabel opgesteld en bewaard voor zijn gezamenlijke, subsidiegerelateerde investeringsgoederen.
De boekhoudstukken en -nummers worden opgenomen in een lijst, die de vorm aanneemt van een aan [1 de Minister of zijn afgevaardigde]1 over te maken tabel waarin, in voorkomend geval, de nadere regels, bepaald in de specifieke reglementering die de subsidie organiseert, in acht worden genomen.
Om de controle mogelijk te maken, wordt het origineel van elk ondersteunend bewijs bewaard en op eenvoudig verzoek ter beschikking gesteld van [1 de Minister of zijn afgevaardigde]1 en de Inspectie.
Art. 10. Toute dépense doit être justifiée par une pièce.
La pièce doit être lisible entièrement, de sorte qu'apparaissent notamment les éléments suivants :
la date;
le numéro;
les coordonnées du fournisseur ou prestataire;
l'objet;
le montant.
Lorsqu'une pièce comptable ne comporte pas les mentions suffisantes pour prouver le lien entre la dépense et l'activité subventionnée, elle doit être accompagnée de documents probants complémentaires.
Lorsque des salaires sont présentés à la subvention, la copie du compte individuel annuel incluant les cotisations patronales et émanant d'un secrétariat social vaut comme pièce.
Le bénéficiaire établit et conserve un tableau d'amortissement global pour l'ensemble de ses biens d'investissement liés à la subvention.
Les pièces et leurs numéros comptables font l'objet d'un relevé sous la forme d'un tableau transmis [1 au ministre ou à son délégué]1 qui respecte, s'il échet, les modalités prévues dans la réglementation spécifique qui organise la subvention.
Afin de permettre le contrôle, l'original de toute pièce justificative probante est conservé et mis à disposition [1 du ministre ou de son délégué]1 et de l'Inspection sur simple demande.
Titel III. - In aanmerking komende uitgaven
Titre III. - Dépenses éligibles
HOOFDSTUK I. - Personeelskosten
CHAPITRE Ier. - Frais de personnel
Art. 11. [1 § 1. In aanmerking komen enkel :
de bruto-vergoeding van het personeelslid;
RIZIV-werkgeversbijdragen op basis van het brutosalaris dat overeenkomstig de leden 2 en 5 voor subsidie in aanmerking komt;
reiskosten woon-werkverkeer als bedoeld in een wettelijke norm of in een sectorale en/of bedrijfscollectieve arbeidsovereenkomst die van toepassing binnen de onderneming;
de werkgeversbijdrage voor maaltijdcheques;
de extralegale voordelen als bedoeld in een wettelijke norm of in een collectieve een sectorale of bedrijfsarbeidsovereenkomst die van toepassing binnen de onderneming;
de ontslagvergoedingen in de mate waarin de Minister of zijn afgevaardigde ze vooraf toegelaten heeft op gemotiveerd verzoek van de begunstigde;
de kosten voor het sociaal secretariaat of de loonadministrateur, arbeidsgeneeskunde, wetsverzekeringen beheerskosten voor maaltijdcheques;
kosten inzake personeelsvorming.
telewerkvergoedingen.
Het jaarlijks maximum van de bruto-vergoeding van het personeelslid in de zin van het eerste lid, 1°, stemt overeen met de bezoldiging die wordt vastgesteld volgens de barema's van de betrokken collectieve arbeidsovereenkomst die worden toegepast met inachtneming van de vastgestelde voorwaarden inzake taak- en kwalificatievoorwaarden, en waarvan de maandelijkse barema's met 13,92 worden vermenigvuldigd.
Onder personeelslid wordt verstaan iedere persoon gebonden door een arbeidsovereenkomst in de zin van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
De begunstigde deelt de Minister of zijn afgevaardigde mee welke sectorale en/of bedrijfscollectieve arbeidsovereenkomst voor de vaststelling van het loon op hem van toepassing is. Indien er geen collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten die de lonen regelt, noch binnen de onderneming, noch binnen het paritair comité of paritair subcomité waarvan de begunstigde deel uitmaakt, zijn de lonen die ten laste van de subsidie komen die welke bepaald zijn door de schaalbepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst van het paritair subcomité 329.02 Sociaal-culturele sector van het Waalse Gewest.
In afwijking van lid 1, 1°, wordt een vermeerdering van de bruto-vergoeding met maximum vijfentwintig percent ten laste van de subsidie toegelaten.
Deze vermeerdering met vijfentwintig percent kan toegerekend worden op een vermeerdering van de bruto-vergoeding of enig ander extralegaal voordeel, met inbegrip van een bedrijfswagen, al dan niet voorzien in een wettelijke norm of in een sectorale en/of bedrijfscollectieve arbeidsovereenkomst die van toepassing binnen de onderneming.
§ 2. Betalingen ter dekking van diensten die door een werknemer of een stagiair ten behoeve van de begunstigde worden verricht in het kader van een overheidsregeling voor professionele inschakeling, worden beschouwd als personeelskosten en komen in aanmerking voor subsidie. Dit omvat:
de regeling georganiseerd door artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
de regeling georganiseerd door het decreet van 4 april 2019 betreffende de individuele beroepsopleiding.]1

Art. 11. [1 § 1er. Seuls sont éligibles :
la rémunération brute du membre du personnel;
les cotisations O.N.S.S. patronales découlant de la rémunération brute pouvant être subventionnée conformément aux alinéas 2 et 5;
les frais de déplacement domicile-lieu de travail prévus par une norme à portée réglementaire ou par une convention collective de travail sectorielle ou d'entreprise applicable au sein de l'entreprise;
la quote-part patronale des chèques-repas;
les avantages extra-légaux prévus par une norme à portée réglementaire ou par une convention collective de travail sectorielle ou d'entreprise applicable au sein de l'entreprise;
les indemnités de préavis dans la mesure où le ministre ou son délégué les a préalablement autorisées sur demande motivée du bénéficiaire;
les frais de secrétariat social ou de gestionnaire de paie, de médecine du travail, d'assurance-loi et les frais de gestion des chèques-repas;
les frais de formation du personnel;
les indemnités de télétravail.
Le plafond annuel de la rémunération brute du membre du personnel au sens de l'alinéa 1er, 1°, correspond à la rémunération fixée selon les barèmes de la convention collective de travail concernée, barèmes appliqués dans le respect des conditions de fonction et de qualification prévues, dont le barème mensuel a été multiplié par 13,92.
L'on entend par membre du personnel toute personne liée par un contrat de travail au sens de la loi du 3 juillet 1978 sur le contrat de travail.
Le bénéficiaire informe le ministre ou son délégué de la convention collective de travail sectorielle ou d'entreprise qui lui est applicable pour déterminer les salaires. Si aucune convention collective de travail n'a été conclue, réglant les salaires, soit au sein de l'entreprise, soit de la commission paritaire ou de la sous-commission paritaire dont relève le bénéficiaire, les salaires mis à charge de la subvention sont ceux déterminés par les dispositions barémiques de la convention collective de travail de la sous-commission paritaire 329.02 Secteur socio-culturel de la Région wallonne.
Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, est admise à charge de la subvention une majoration de vingt-cinq pour cent maximum de la rémunération brute.
Cette majoration de vingt-cinq pour cent peut être affectée à une majoration de la rémunération brute ou à tout autre avantage extra-légal, en ce compris un véhicule de fonction, non prévu par une norme à portée réglementaire ou une convention collective de travail sectorielle ou d'entreprise applicable au sein de l'entreprise.
§ 2. Est assimilé à des frais de personnel et éligibles à la subvention, le paiement visant à couvrir les prestations effectuées par un travailleur ou un stagiaire au profit du bénéficiaire dans le cadre d'un dispositif public visant l'insertion professionnelle. Sont notamment visés :
le dispositif organisé par l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale;
le dispositif organisé par le décret du 4 avril 2019 relatif à la formation professionnelle individuelle.]1

HOOFDSTUK II. - Externe prestaties
CHAPITRE II. - Prestations externes
Afdeling 1. [1 Dienstverleningen ten behoeve van de begunstigde]1
Section 1re. [1 Prestations de services effectuées pour le bénéficiaire]1
Art. 12. De subsidie dekt uitsluitend [1 alle uitgaven, andere dan die bedoeld in de artikelen 11 en 16, ten behoeve van de begunstigde]1 die volgende samengevoegde voorwaarden vervult:
een werkelijke meerwaarde bieden aan de gesubsidieerde actie of aan de werking van de begunstigde of onontbeerlijk zijn voor de uitvoering van de actie;
in de tijd beperkt zijn;
[1 de details van de dienstverlening omvatten]1.
De terugbetaling of de rechtstreekse betaling van een deel of het geheel van de lonen van werknemers ter beschikking gesteld van de begunstig door de daadwerkelijke werkgever komt enkel in aanmerking indien het een geval betreft gemachtigd bij de wet van 24 juli 1987 op de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.
Art. 12. Est exclusivement prise en charge par la subvention, [1 toute dépense, autre que celles prévues par les articles 11 et 16, effectuée pour le bénéficiaire]1 qui remplit les conditions cumulatives suivantes :
apporter une réelle plus-value à l'action subventionnée ou au fonctionnement du bénéficiaire ou être indispensable à la mise en oeuvre de l'action;
être limitée dans le temps;
[1 comporter un détail de la prestation]1.
Le remboursement ou le paiement direct de tout ou partie de salaires de travailleurs mis à disposition du bénéficiaire par leur employeur effectif n'est éligible que s'il s'agit d'un cas autorisé par la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire, et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs.
Afdeling 2. [1 de details van de dienstverlening omvatten]1
Section 2. [1 Volontariat]1
Art. 13. De twee types onkostenvergoedingen, toegelaten in het kader van het vrijwilligerswerk, zijn de reële kosten of het forfait. De begunstigde kiest één van deze types betalingen.
De terugbetaling van de forfaitaire vergoedingen of van de werkelijke kosten is toelaatbaar ter hoogte van de maxima, vastgesteld bij de wet.
Art. 13. Les deux types de défraiements admis dans le cadre du volontariat sont les frais réels ou le forfait. Le bénéficiaire choisit l'un de ces types de paiement.
Le remboursement des indemnités forfaitaires ou des frais réels est admissible à concurrence des plafonds fixés par la loi.
Art. 14.
Art. 14.
Afdeling 3. - Bestuurders
Section 3. - Administrateurs
Art. 15. In het kader van de subsidie worden enkel ten laste genomen:
de kilometervergoedingen wegens dienstreiskosten, verantwoord door de actie, ter hoogte van de bedragen toegelaten door de Federale Overheidsdienst Financiën, jaarlijks herzien op 1 juli en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad;
de premie burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering voor bestuurders.
Art. 15. Sont uniquement prises en charge dans le cadre de la subvention :
les indemnités kilométriques pour des frais de mission justifiés par l'action à concurrence des montants admis par le Service Public Fédéral Finances, revus annuellement au 1er juillet et publiés au Moniteur belge;
la prime d'assurance en responsabilité civile administrateur.
HOOFDSTUK III. - Werkingskosten
CHAPITRE III. - Frais de fonctionnement
Art. 16. [1 § 1. Tegen hun werkelijke kostprijs worden volgende kosten in aanmerking genomen :
de huurkosten voor onroerende goederen;
indien de begunstigde eigenaar is van het pand, de kosten voor het onderhoud van het pand, gas, elektriciteit, water en verwarming, alsmede de onroerende voorheffing;
de kosten voor huur en leasing van machines, gereedschap en andere uitrustingen nodig voor de verwezenlijking van de actie;
de aankoopkosten voor kleine apparatuur, met name computerapparatuur, daaronder inbegrepen smartphones, waarvan de eenheidswaarde kleiner is dan 1000 euro, BTW niet meegerekend;
de verzekeringskosten;
de kosten voor brandstoffen, onderhoud en herstellingen van voertuigen;
de wettelijk en daadwerkelijk door de begunstigde gedragen belastingen;
volgende kosten door in aanmerking komende stagiairs die gesubsidieerde vormingen genieten :
a) de onkostenvergoedingen ter hoogte van het bedrag, vastgesteld bij het besluit van de Waalse Regering van 8 februari 2002 betreffende het toekennen van bepaalde voordelen aan de stagiairs die een beroepsopleiding krijgen, en voor zover ze niet door Forem overgenomen worden;
b) de reiskosten voor zover ze niet door Forem overgenomen worden;
c) de andere kosten m.b.t. de stagiair;
de aankoop van materialen en grondstoffen;
10° de kosten voor werkkledij en onderhoud ervan;
11° de kosten van dienstreizen van het personeel, ten belope van de bedragen waarin is voorzien bij de binnen de onderneming geldende sectorale of bedrijfsarbeidsovereenkomst of, bij ontstentenis daarvan, bij Titel II van Boek IV van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode;
12° de kosten van kantoorbenodigdheden;
13° de portokosten;
14° de druk- en publicatiekosten;
15° de documentatiekosten;
16° de kosten internetverbinding;
17° de abonnementskosten voor vaste en mobiele telefonie;
18° de bijdragen gestort aan federaties;
19° de kosten met betrekking tot de website, digitale netwerken en reclame;
20° de kosten van promotiemateriaal;
21° de ontvangst- en representatiekosten;
22° de beheerskosten van bankrekeningen, met inbegrip van de kosten voor het openen van een rekening;
23° de kantinekosten;
24° de kosten in verband met het leven van het personeel, met name vergroening, eindejaarsmaaltijden, jubilea, overlijden, pensionering, tot een bedrag dat overeenstemt met maximaal één procent van het bedrag van de toelage;
25° de verhuiskosten;
26° de kosten van individuele en collectieve uitrusting ter bescherming van de gezondheid.
§ 2. In de zin van paragraaf 1, 1°, wordt onder huurkosten voor onroerende goederen, de huurkosten verstaan, daarbij niet meegerekend de belastingen, retributies en werken ten laste van de verhuurder krachtens bijlage 7 bij het besluit van de Waalse Regering van 28 juni 2018 tot vaststelling van de standaardmodellen van huurovereenkomsten, ingaande plaatsbeschrijving, medehuurpact alsook de niet-limitatieve lijst van de huurherstellingen in uitvoering van het decreet van 15 maart 2018 betreffende de woninghuurovereenkomst, ongeacht de bewoordingen van de huurovereenkomst. Deze kosten omvatten de onderhoudskosten voor de lokalen, gas, elektriciteit, water en verwarming voor zover deze onder de verantwoordelijkheid van de huurder vallen.
De huurgelden en de huurlasten staan in verhouding tot de geldende marktprijzen, rekening houdend met de geografische ligging en de oppervlakte van de gehuurde goederen. Enkel het deel van de huur dat overeenstemt met de marktprijs komt in aanmerking.
De huurgelden of huurlasten die intern of extern geherfactureerd worden, worden geacht niet in aanmerking te komen, tenzij de Minister of zijn afgevaardigde daarmee instemt.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1, 21°, zijn de ontvangst- en representatiekosten van meer dan 10.000 euro per evenement subsidiabel mits voorafgaand akkoord van de Minister of zijn afgevaardigde]1

Art. 16. [1 § 1er. Sont éligibles, à leur coût réel, les frais suivants :
les frais de location d'immeubles;
dans le cas où le bénéficiaire est propriétaire de ses locaux, les frais d'entretien des locaux, de gaz, d'électricité, d'eau et de chauffage ainsi que le précompte immobilier;
les frais de location et de leasing de machines, outillages et autres équipements nécessaires à la réalisation de l'action;
les frais d'achat de petits matériels ou équipements, notamment informatiques, en ce inclus les smartphones, dont la valeur unitaire est inférieure à 1.000 euros H.T.V.A.;
les frais d'assurance;
les frais de carburant, d'entretien et de réparation relatifs aux véhicules;
les taxes légalement et effectivement supportées par le bénéficiaire;
les frais suivants dus aux stagiaires éligibles bénéficiant de formations subventionnées :
a) les défraiements à concurrence du montant fixé par l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 février 2002 relatif à l'octroi de certains avantages aux stagiaires qui reçoivent une formation professionnelle et dans la mesure où ils ne sont pas pris en charge par le Forem;
b) les frais de déplacement dans la mesure où ils ne sont pas pris en charge par le Forem;
c) les autres frais relatifs au stagiaire;
les achats de matériel et de matières premières;
10° les frais de vêtements de travail et leur entretien;
11° les frais de missions du personnel, à concurrence des montants prévus par la convention collective de travail sectorielle ou d'entreprise applicable au sein de l'entreprise ou, à défaut, par le Titre II du Livre IV de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la Fonction publique wallonne;
12° les frais de fournitures de bureau;
13° les frais postaux;
14° les frais d'imprimés et de publications;
15° les frais de documentation;
16° les frais de connexion internet;
17° les frais d'abonnements de téléphonie fixe et mobile;
18° les cotisations versées à toute fédération;
19° les frais relatifs au site web, aux réseaux numériques et aux publicités;
20° les frais de matériel promotionnel;
21° les frais de réception et de représentation;
22° les frais de gestion de comptes bancaires, en ce compris les frais d'ouverture de compte;
23° les frais de cantine;
24° les frais liés à la vie du personnel, notamment les mises au vert, les repas de fin d'année, les anniversaires, les décès, les retraites, à concurrence d'un montant correspondant à un pour cent maximum du montant de la subvention;
25° les frais de déménagement;
26° les frais d'équipements de protection sanitaire individuelle et collective.
§ 2. Au sens du paragraphe 1er, 1°, l'on entend par frais de location d'immeubles, les frais de location, hormis les impôts, taxes et travaux incombant au bailleur en vertu de l'annexe 7 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 juin 2018 fixant les modèles-type de baux, d'état des lieux d'entrée, de pacte de colocation ainsi que la liste non limitative des réparations locatives en exécution du décret du 15 mars 2018 relatif au bail d'habitation et ce, quelles que soient les stipulations du contrat de bail. Ces frais comprennent les frais d'entretien des locaux, de gaz, d'électricité, d'eau et de chauffage lorsqu'ils incombent au locataire.
Les loyers et les charges locatives sont en adéquation avec les prix en vigueur sur le marché eu égard à la situation géographique et à la superficie des biens loués. Seule la partie du loyer correspondant au prix du marché est éligible.
Les loyers ou charges locatives faisant l'objet d'une refacturation de frais internes ou externes sont réputés inéligibles, sauf accord du ministre ou de son délégué.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 1er, 21°, les frais de réception et de représentation d'un montant supérieur à 10.000 euros par événement sont éligibles moyennant l'accord préalable du ministre ou de son délégué.]1

Art. 17.
Art. 17.
Art. 18. Wanneer de begunstigde niet B.T.W.-plichtig is, wordt de B.T.W. in de aan het project gewijde uitgaven meegerekend.
Wanneer de begunstigde een gewone B.T.W.-plichtige is, wordt de B.T.W. niet meegerekend in de aan het project gewijde uitgaven.
Wanneer de begunstigde een gemengde of een gedeeltelijke B.T.W.-plichtige is, wordt de B.T.W. geheel of gedeeltelijk in verhouding tot de op de verwezenlijkte uitgave niet-terugvorderbare B.T.W. in de aan het project gewijde uitgaven meegerekend.
Art. 18. Lorsque le bénéficiaire est non assujetti à la T.V.A., les dépenses imputées au projet se font T.V.A. comprise.
Lorsque le bénéficiaire est assujetti ordinaire à la T.V.A., les dépenses imputées au projet se font hors T.V.A.
Lorsque le bénéficiaire est assujetti mixte ou partiel à la T.V.A., les dépenses imputées au projet se font T.V.A. comprise, totalement ou partiellement au prorata de la T.V.A. non récupérable sur la dépense réalisée.
HOOFDSTUK IV. - Investeringen
CHAPITRE IV. - Investissements
Art. 19. Voor de subsidie komt in aanmerking, mits voorafgaande instemming [1 van de Minister of zijn afgevaardigde en tegen de voorwaarden die hij bij deze gelegenheid stelt]1, het bedrag van de afschrijvingen en de financiële lasten voor de aankopen van onroerende goederen, de inrichtingen aan de binnen- of buitenstructuur, de renovaties en de herstellingen nodig voor de gesubsidieerde actie.
Art. 19. Est admis à charge de la subvention, moyennant l'accord préalable [1 du ministre ou de son délégué et aux conditions qu'il fixe à cette occasion]1, le montant des amortissements et les charges financières relatifs aux acquisitions de biens immeubles, aux aménagements de structure intérieure ou extérieure, aux rénovations ou aux réparations nécessaires à l'action subventionnée.
Art. 20. Voor de subsidie komen in aanmerking, in verhouding tot toewijzing ervan aan de gesubsidieerde actie :
het bedrag van de afschrijving en de financiële lasten voor de aankoop van nieuwe of occasiedienstwagens;
het bedrag van de afschrijving en de financiële lasten voor de aankoop van nieuwe of occasiebedrijfswagens.
Betreffende de dienstvoertuigen bedoeld in lid 1, 1°, wordt het gebruik ervan opgetekend in een rittenboek waarin de verplaatsingen en de dienovereenkomstige dienstopdrachten omstandig genoteerd worden. De kilometerstand van het voertuig wordt bij aanvang van elk kalenderjaar opgegeven. De beoogde voertuigen worden geenszins voor privé-doeleinden gebruikt.
Betreffende de aankoop van bedrijfswagens, als bedoeld in lid 1, 2°, wordt dit voordeel van alle aard via fiscale fiche 281 door de begunstigde aangegeven of hij vraagt een financiële bijdrage van zijn werknemer in de voertuigonkosten.
De aankoop van occasievoertuigen wordt tegen een aankoopprijs verricht die overeenstemt met de marktwaarde.
Art. 20. Sont admis à charge de la subvention, au prorata de leur affectation à l'action subventionnée :
le montant de l'amortissement et les charges financières relatifs à l'achat de véhicules de service neufs ou d'occasion;
le montant de l'amortissement et les charges financières relatifs à l'achat de véhicules de fonction neufs ou d'occasion.
Concernant les véhicules de service visés à l'alinéa 1er, 1°, leur utilisation fait l'objet d'un carnet de route reprenant le détail des déplacements ainsi que les missions s'y rapportant. Le kilométrage du véhicule est renseigné au début de chaque année civile. Les véhicules visés ne sont en aucun cas utilisés à des fins privées.
Concernant l'achat de véhicules de fonction visé à l'alinéa 1er, 2°, le bénéficiaire déclare cet avantage de toute nature via la fiche fiscale 281 ou réclame une participation financière de son travailleur dans les frais de véhicule.
L'acquisition de véhicules d'occasion est effectuée à un prix d'achat correspondant à la valeur du marché.
Art. 21. Komt eveneens, in verhouding tot de toerekening op de gesubsidieerde actie, in aanmerking het bedrag van de afschrijving en de financiële lasten voor de aankoop van nieuwe of tweedehandse duurzame goederen met een bedrag hoger dan 1.000, BTW niet meegerekend.
De aankoop van tweedehands materieel wordt tegen een aankoopprijs verricht die overeenstemt met de marktwaarde.
Art. 21. Est également éligible, au prorata de l'affectation à l'action subventionnée, le montant de l'amortissement et les charges financières relatifs à l'acquisition de biens durables neufs ou d'occasion d'un montant supérieur à 1.000 euros HTVA.
L'acquisition de matériel d'occasion est effectuée à un prix d'achat correspondant à la valeur du marché.
Art. 22. In geval van verlies, diefstal of breuk van een goed [1 ...]1, niet gedekt door een verzekering of een derde, wordt het overblijvend saldo van de afschrijvingskosten door de subsidie overgenomen. Een aangifte van diefstal of verlies wordt op verzoek [1 van de Minister of zijn afgevaardigde]1 of de Inspectie opgesteld en overgelegd door de begunstigde.
Art. 22. En cas de perte, de vol ou de bris d'un bien [1 ...]1 non couvert par une assurance ou par un tiers, le solde subsistant de dotation d'amortissement est pris en charge par la subvention. Une déclaration de vol ou de perte est établie et présentée par le bénéficiaire à la demande [1 du ministre ou de son délégué]1 ou de l'Inspection.
HOOFDSTUK V. - Redelijke winst en toegewezen middelen
CHAPITRE V. - Bénéfice raisonnable et fonds affectés
Art. 23. [1 De winst van het jaar, voor zover die afkomstig is van rechtstreeks gesubsidieerde activiteiten, wordt in mindering gebracht op de subsidie.
In afwijking van het eerste lid wordt de winst van het jaar, voor zover die afkomstig is van rechtstreeks gesubsidieerde activiteiten, niet in mindering gebracht op de subsidie tot het bedrag van de winst over het boekjaar dat is toegerekend:
aan de verrekening van overgedragen verliezen;
aan een reserve voor sociale verplichtingen;
aan een reserve voor toekomstige investeringen;
aan de overgedragen winst.
In het geval bedoeld in lid 2, 4°, bedraagt het maximumbedrag dat aan de overgedragen winst kan worden toegevoegd 10 % van de winst van het boekjaar voor zover deze afkomstig is van activiteiten die rechtstreeks zijn gesubsidieerd. De aldus overgebrachte winst moet worden gebruikt om eventuele toekomstige verliezen te compenseren.
Voor de toepassing van lid 2 wordt de winst van het boekjaar uitgesplitst naar activiteit.
Wanneer de winst uit rechtstreeks gesubsidieerde activiteiten hoger is dan de winst over het boekjaar, wordt, in afwijking van lid 1, het bedrag van de subsidie in mindering gebracht op de winst over het boekjaar.
Voor de toepassing van de leden 1 tot 4 wordt verstaan onder:
activiteiten: de activiteiten die wel en die niet het gevolg zijn van de subsidie;
rechtstreeks gesubsidieerde activiteiten: de activiteiten die rechtstreeks voortvloeien uit de subsidie;
winst van het boekjaar : het positieve bedrag vermeld hetzij in code 9904 van het verkort of volledig model van de jaarrekening voor verenigingen, getiteld "Positief (negatief) resultaat van het boekjaar", hetzij in code 13033 van de algemene rekening, getiteld "overschot van het lopende boekjaar";
sociale verplichtingen: ontslag- en outplacementkosten.
Lid 2 is niet van toepassing op het gedeelte van de winst van het boekjaar dat voortvloeit uit de vervreemding van een vast actief waarvan een gedeelte van de waarde via afschrijvingen met één of meer subsidies is verrekend.
De toekomstige investeringen bedoeld in paragraaf 2, 3°, komen slechts in aanmerking voor de subsidie na aftrek van het gereserveerde bedrag.]1

Art. 23. [1 Le bénéfice de l'exercice, dans la mesure où il provient d'activités qui ont été directement subventionnées, est déduit de la subvention.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le bénéfice de l'exercice, dans la mesure où il provient d'activités qui ont été directement subventionnées, n'est pas déduit de la subvention à concurrence du montant du bénéfice de l'exercice qui a été affecté :
à la résorption des pertes reportées;
à une réserve pour passif social;
à une réserve pour investissements futurs;
au bénéfice reporté.
Dans le cas visé à l'alinéa 2, 4°, le montant maximum qui peut être affecté au bénéfice reporté s'élève à 10 % du bénéfice de l'exercice dans la mesure où il provient d'activités qui ont été directement subventionnées. Le bénéfice reporté ainsi constitué doit servir à la résorption d'éventuelles pertes futures.
Pour l'application de l'alinéa 2, le bénéfice de l'exercice est ventilé par activité.
Par dérogation à l'alinéa 1er, lorsque le bénéfice qui provient d'activités qui ont été directement subventionnées est supérieur au bénéfice de l'exercice, le montant qui est déduit de la subvention correspond au bénéfice de l'exercice.
Pour l'application des alinéas 1 à 4, l'on entend par :
les activités : les activités qui découlent et ne découlent pas de l'octroi de la subvention;
les activités qui ont été directement subventionnées : les activités qui découlent directement de l'octroi de la subvention;
le bénéfice de l'exercice : le montant positif indiqué soit au code 9904 du modèle abrégé ou complet de comptes annuels pour associations, intitulé " Résultat positif (négatif) de l'exercice ", soit au code 13033 du compte général, intitulé " boni de l'exercice en cours ";
le passif social : les frais de licenciement et d'outplacement.
L'alinéa 2 ne s'applique pas à la partie du bénéfice de l'exercice qui provient de l'aliénation d'une immobilisation dont une partie de la valeur a été imputée via des amortissements sur une ou plusieurs subventions.
Les investissements futurs dont il est fait mention à l'alinéa 2, 3°, sont uniquement éligibles à la subvention déduction faite du montant mis en réserve. ]1

Titel IV. - Overgangs- en slotbepalingen
Titre IV. - Dispositions transitoire et finale
Art. 24. Dit besluit treedt in werking op [1 1 januari 2020]1.
[2 ...]2
Art. 24. Le présent arrêté entre en vigueur le [1 1er janvier 2020]1.
[2 ...]2
Art. 25. Dit besluit is van toepassing op de uitgaven die te rekenen van [1 1 januari 2020]1 worden gedaan
Art. 25. Le présent arrêté s'applique aux dépenses encourues à partir du [1 1er janvier 2020]1.
Art. 26. De Minister van Tewerkstelling en Vorming is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 26. Le Ministre de l'Emploi et la Formation est chargé de l'exécution du présent arrêté.