Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
5 MEI 2019. - Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen betreffende de thematische verloven
Titre
5 MAI 2019. - Arrêté royal modifiant diverses dispositions relatives aux congés thématiques
Documentinformatie
Info du document
Tekst (34)
Texte (34)
Hoofdstuk 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen
Chapitre 1er. - Modification de l'arrêté royal du 2 janvier 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption
Artikel 1. In artikel 8, § 2bis, van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 augustus 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, wordt 2°, opgeheven bij koninklijk besluit van 15 juli 2005, hersteld in de volgende lezing :
  "2° voor de voltijdse werknemers die hun arbeidsprestaties met één tiende verminderen in het kader van ouderschapsverlof op 43,16 euro. Voor de werknemer die uitsluitend samenwoont met één of meerdere kinderen die hij ten laste heeft, wordt dit bedrag van 43,16 euro vervangen door 58,04 euro;";
  2° in het tweede lid, wordt 2°, opgeheven bij koninklijk besluit van 15 juli 2005, hersteld in de volgende lezing :
  "2° voor de werknemers die hun arbeidsprestaties verminderen met één tiende in het kader van ouderschapsverlof op 64,74 euro;";
  3° een nieuw derde lid wordt ingevoegd, luidend als volgt :
  "Als een werknemer, op grond van een koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 105, § 1, vierde lid, 2°, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, met zijn werkgever overeenkomt het recht op een onderbreking van de beroepsloopbaan in het kader van ouderschapsverlof of voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid te verdelen in weken, is het bedrag van de uitkering van de wekelijkse onderbreking gelijk aan het maandbedrag gedeeld door 26 en vermenigvuldigd met het aantal dagen van het verlof.".
Article 1er. A l'article 8, § 2bis, de l'arrêté royal du 2 janvier 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption, inséré par l'arrêté royal du 10 août 1998, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, le 2°, abrogé par l'arrêté royal du 15 juillet 2005, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "2° pour les travailleurs à temps plein qui réduisent leurs prestations de travail d'un dixième dans le cadre du congé parental, à 43,16 euros. Pour le travailleur qui habite seul avec un ou plusieurs enfants dont il a la charge, le montant de 43,16 euros est remplacé par 58,04 euros;";
  2° à l'alinéa 2, le 2°, abrogé par l'arrêté royal du 15 juillet 2005, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "2° pour les travailleurs qui réduisent leurs prestations de travail d'un dixième dans le cadre du congé parental, à 64,74 euros;";
  3° un nouvel alinéa 3 est inséré, rédigé comme suit :
  "Lorsqu'un travailleur, en vertu d'un arrêté royal pris en exécution de l'article 105, § 1er, alinéa 4, 2°, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, convient avec son employeur de diviser en semaines le droit à une interruption de la carrière professionnelle dans le cadre du congé parental ou pour l'assistance ou l'octroi de soins à un membre du ménage ou de la famille gravement malade, le montant de l'allocation d'interruption hebdomadaire est égal au montant mensuel divisé par 26 et multiplié par le nombre de jours de congé.".
Hoofdstuk 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 maart 1995 inzake palliatief verlof en houdende uitvoering van artikel 100bis, § 4, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen
Chapitre 2. - Modification de l'arrêté royal du 22 mars 1995 relatif au congé pour soins palliatifs, portant exécution de l'article 100bis, § 4, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 concernant des dispositions sociales et modifiant l'arrêté royal du 2 janvier 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption
Art.2. In artikel 1, vierde lid, van het koninklijk besluit van 22 maart 1995 inzake palliatief verlof en houdende uitvoering van artikel 100bis, § 4, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen, wordt het woord "twee" vervangen door het woord "drie".
Art.2. Dans l'article 1er, alinéa 4, de l'arrêté royal du 22 mars 1995 relatif au congé pour soins palliatifs et portant exécution de l'article 100bis, § 4, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 concernant des dispositions sociales et modifiant l'arrêté royal du 2 janvier 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption, le mot "deux" est remplacé par le mot "trois".
Hoofdstuk 3. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 29 oktober 1997 tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan
Chapitre 3. - Modifications de l'arrêté royal du 29 octobre 1997 relatif à l'introduction d'un droit au congé parental dans le cadre d'une interruption de la carrière professionnelle
Art.3. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 29 oktober 1997 tot invoering van een recht op ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, vervangen bij het koninklijk besluit van 31 mei 2012, wordt aangevuld met een vierde gedachtestreep, luidende :
  "- hetzij gedurende een periode van veertig maanden zijn arbeidsprestaties deeltijds verder te zetten in de vorm van een vermindering met één tiende zoals bedoeld in artikel 102 van voornoemde wet wanneer hij voltijds is tewerkgesteld en mits akkoord van de werkgever; deze periode kan worden opgesplitst in periodes van tien maanden of een veelvoud hiervan.";
  2° in paragraaf 2 wordt de tweede zin, die aanvangt met de woorden "Bij een wijziging" en eindigt met de woorden "met één vijfde" vervangen als volgt :
  "Bij een wijziging van opnamevorm moet rekening worden gehouden met het principe dat één maand schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst gelijk is aan twee maanden halftijdse verderzetting van de arbeidsprestaties, aan vijf maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één vijfde en aan tien maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één tiende.".
Art.3. Dans l'article 2 de l'arrêté royal du 29 octobre 1997 relatif à l'introduction d'un droit au congé parental dans le cadre d'une interruption de la carrière professionnelle, remplacé par l'arrêté royal du 15 juillet 2005, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, remplacé par l'arrêté royal du 31 mai 2012, est complété par un quatrième tiret, rédigé comme suit :
  "- soit de poursuivre ses prestations de travail à temps partiel sous la forme d'une réduction d'un dixième durant une période de quarante mois comme prévu à l'article 102 de la loi susmentionnée, lorsqu'il est occupé à temps plein et moyennant l'accord de l'employeur; cette période peut être fractionnée en périodes de dix mois ou un multiple de ce chiffre.";
  2° dans le paragraphe 2, la deuxième phrase commençant par les mots "Lors d'un changement" et finissant par les mots "d'un cinquième" est remplacée comme suit :
  "Lors d'un changement de forme, il convient de tenir compte du principe selon lequel un mois de suspension de l'exécution du contrat de travail est équivalent à deux mois de réduction des prestations à mi-temps, à cinq mois de réduction des prestations de travail d'un cinquième et à dix mois de réduction des prestations de travail d'un dixième.".
Art.4. In hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 mei 2012, wordt een artikel 2/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 2/1. § 1. In afwijking van artikel 2, § 1, eerste gedachtestreep, kan de periode van vier maanden mits akkoord van de werkgever geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een week of een veelvoud hiervan. Bij een opsplitsing in weken moet rekening worden gehouden met het principe dat vier maanden schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst gelijk is aan zestien weken schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.
  De werknemer heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten vermeld in het eerste lid en in artikel 2, § 1. Onverminderd artikel 2, § 2, moet bij een wijziging van opnamevorm na een gedeeltelijke opsplitsing in weken, rekening worden gehouden met het principe dat vier weken schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst gelijk is aan één maand schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.
  Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing in weken, het resterend gedeelte minder dan vier weken bedraagt, heeft de werknemer het recht om dit saldo zonder akkoord van de werkgever op te nemen.
  § 2. In afwijking van artikel 2, § 1, tweede gedachtestreep, kan de periode van acht maanden mits akkoord van de werkgever geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een maand of een veelvoud hiervan.
  Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing in maanden, het resterend gedeelte een maand bedraagt, heeft de werknemer het recht om dit saldo zonder akkoord van de werkgever op te nemen.".
Art.4. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 31 mai 2012, il est inséré un article 2/1, rédigé comme suit :
  "Art. 2/1. § 1er. Par dérogation à l'article 2, § 1er, premier tiret, la période de quatre mois peut être fractionnée, moyennant l'accord de l'employeur, entièrement ou partiellement en périodes d'une semaine ou d'un multiple de ce chiffre. En cas de fractionnement en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre mois de suspension de l'exécution du contrat de travail est équivalent à seize semaines de suspension de l'exécution du contrat de travail.
  Pour prendre son congé parental, le travailleur a la possibilité de faire usage des différentes modalités mentionnées dans le premier alinéa et dans l'article 2, § 1er. Sans préjudice de l'article 2, § 2, lors d'un changement de forme après un fractionnement partiel en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre semaines de suspension de l'exécution du contrat de travail est équivalent à un mois de suspension de l'exécution du contrat de travail.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en semaines, la partie restante est inférieure à quatre semaines, le travailleur a le droit de prendre ce solde sans l'accord de l'employeur.
  § 2. Par dérogation à l'article 2, § 1er, deuxième tiret, la période de huit mois peut être fractionnée, moyennant l'accord de l'employeur, entièrement ou partiellement en périodes d'un mois ou d'un multiple de ce chiffre.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en mois, la partie restante est d'un mois, le travailleur a le droit de prendre ce solde sans l'accord de l'employeur.".
Art.5. In hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 mei 2012, wordt een artikel 2/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 2/2. De werkgever kan de uitoefening van het in artikel 2, § 1, vierde gedachtestreep, artikel 2/1, § 1, eerste lid, en artikel 2/1, § 2, eerste lid, bedoelde recht weigeren.
  In dit geval dient de werkgever zijn beslissing schriftelijk mede te delen aan de werknemer die de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 2/1, § 1, eerste lid, of de vermindering van de arbeidsprestaties als bedoeld in artikel 2, § 1, vierde gedachtestreep, of artikel 2/1, § 2, eerste lid, heeft aangevraagd, binnen een maand na de schriftelijke kennisgeving zoals gebeurd overeenkomstig artikel 6.".
Art.5. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 31 mai 2012, il est inséré un article 2/2, rédigé comme suit :
  "Art. 2/2. L'employeur peut refuser l'exercice du droit visé à l'article 2, § 1er, quatrième tiret, l'article 2/1, § 1er, premier alinéa, et l'article 2/1, § 2, premier alinéa.
  Dans ce cas, l'employeur doit communiquer sa décision par écrit au travailleur qui a demandé la suspension de l'exécution du contrat de travail visée à l'article 2/1, § 1er, premier alinéa, ou la réduction de ses prestations de travail visée à l'article 2, § 1er, quatrième tiret, ou à l'article 2/1, § 2, premier alinéa, endéans le mois qui suit l'avertissement écrit opéré conformément à l'article 6.".
Art.6. In artikel 3, § 1, van hetzelfde besluit, wordt het tweede lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 mei 2012, aangevuld met de woorden "of dat ten minste 9 punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag".
Art.6. Dans l'article 3, § 1er, du même arrêté, le deuxième alinéa, inséré par l'arrêté royal du 31 mai 2012, est complété par les mots "ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale, au sens de la réglementation relative aux allocations familiales".
Art.7. Artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 15 juli 2005, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "In afwijking van het tweede lid, kan, bij toepassing van artikel 2/1, § 1, eerste lid, elke aanvraag betrekking hebben op verschillende niet aaneengesloten periodes van een week of een veelvoud hiervan, op voorwaarde dat de aldus aangevraagde weken gespreid zijn over een periode van maximum drie maanden. Het in 1° van deze paragraaf bedoelde geschrift vermeldt in dat geval de begin- en einddatum van elk van deze periodes.".
Art.7. L'article 6, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 15 juillet 2005, est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  "Par dérogation à l'alinéa 2, en cas d'application de l'article 2/1, § 1er, premier alinéa, chaque demande peut porter sur plusieurs périodes non consécutives d'une semaine ou un multiple de ce chiffre, à la condition que les semaines ainsi demandées, s'étalent sur une période de maximum trois mois. L'écrit visé au 1° de ce paragraphe indique dans ce cas les dates de début et de fin de chacune de ces périodes.".
Art.8. Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
  " § 3. Het bepaalde in § 1 geldt niet bij toepassing van artikel 2, § 1, vierde gedachtestreep, artikel 2/1, § 1, eerste lid, en artikel 2/1, § 2, eerste lid.".
Art.8. L'article 7 du même arrêté est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. La disposition du § 1er ne vaut pas en cas d'application de l'article 2, § 1er, quatrième tiret, de l'article 2/1, § 1er, premier alinéa, et de l'article 2/1, § 2, premier alinéa.".
Art.9. In artikel 7/1, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 31 mei 2012, wordt de eerste zin aangevuld met de woorden ", behoudens wanneer het ouderschapsverlof slechts drie aaneengesloten weken of minder omvat.".
Art.9. A l'article 7/1, premier alinéa, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 31 mai 2012, la première phrase est complétée par les mots ", sauf lorsque le congé parental ne contient que trois semaines ininterrompues ou moins.".
Hoofdstuk 4. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid
Chapitre 4. - Modifications de l'arrêté royal du 10 août 1998 instaurant un droit à l'interruption de carrière pour l'assistance ou l'octroi de soins à un membre du ménage ou de la famille gravement malade
Art.10. In het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 tot invoering van een recht op loopbaanonderbreking voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 mei 2017, wordt een artikel 6quater ingevoegd, luidende :
  "Art. 6quater. In afwijking van artikel 6, § 1, tweede lid, en artikel 6bis, tweede lid, kan de minimumperiode van schorsing mits akkoord van de werkgever worden ingekort tot hetzij een week, hetzij twee weken, hetzij drie weken.
  Wanneer het resterend gedeelte van de maximumperiode van schorsing als bedoeld in artikel 6, § 1, eerste lid, en artikel 6bis, eerste lid, ingevolge de toepassing van het eerste lid, minder bedraagt dan de minimale schorsingsperiode van één maand, heeft de werknemer het recht om dit saldo zonder akkoord van de werkgever op te nemen.
  De werkgever kan de uitoefening van het in het eerste lid bedoelde recht weigeren. In dit geval dient de werkgever zijn beslissing schriftelijk mede te delen aan de werknemer die de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid heeft aangevraagd, binnen twee werkdagen na de ontvangst van de schriftelijke kennisgeving zoals gebeurd overeenkomstig artikel 8.".
Art.10. Dans l'arrêté royal du 10 août 1998 instaurant un droit à l'interruption de carrière pour l'assistance ou l'octroi de soins à un membre du ménage ou de la famille gravement malade, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 23 mai 2017, il est inséré un article 6quater, rédigé comme suit :
  "Art. 6quater. Par dérogation à l'article 6, § 1er, deuxième alinéa, et à l'article 6bis, deuxième alinéa, la période de suspension minimale peut être réduite, moyennant l'accord de l'employeur, jusqu'à soit une semaine, soit deux semaines, soit trois semaines.
  Lorsque, suite à l'application du premier alinéa, la partie restante de la période maximale de suspension visée à l'article 6, § 1er, premier alinéa, et à l'article 6bis, premier alinéa, est inférieure à la période de suspension minimale d'un mois, le travailleur a le droit de prendre ce solde sans l'accord de l'employeur.
  L'employeur peut refuser l'exercice du droit visé au premier alinéa. Dans ce cas, l'employeur doit communiquer sa décision par écrit au travailleur qui a demandé la suspension de l'exécution du contrat de travail visée au premier alinéa, endéans les deux jours ouvrables qui suivent la réception de l'avertissement écrit opéré conformément à l'article 8.".
Art.11. Artikel 7, vijfde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 oktober 2012, wordt aangevuld met de woorden "of artikel 6quater, eerste lid".
Art.11. L'article 7, cinquième alinéa, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 10 octobre 2012, est complété par les mots "ou de l'article 6quater, premier alinéa".
Art.12. Artikel 8bis, vierde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 oktober 2012, wordt aangevuld met de woorden "of artikel 6quater, eerste lid".
Art.12. L'article 8bis, quatrième alinéa, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 10 octobre 2012, est complété par les mots "ou de l'article 6quater, premier alinéa".
Hoofdstuk 5. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking
Chapitre 5. - Modification de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 pris en exécution du chapitre IV de la loi du 10 août 2001 relative à la conciliation entre l'emploi et la qualité de vie concernant le système du crédit-temps, la diminution de carrière et la réduction des prestations de travail à mi-temps
Art.13. In artikel 6/3 van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, ingevoegd bij koninklijk besluit van 23 mei 2017 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 juni 2017 en 22 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, wordt een nieuw punt 4° ingevoegd, luidend als volgt :
  "4° voor de voltijdse werknemers die hun arbeidsprestaties met één tiende in het kader van ouderschapsverlof verminderen op 43,16 euro. Voor de werknemer die uitsluitend samenwoont met één of meerdere kinderen die hij ten laste heeft, wordt dit bedrag van 43,16 euro vervangen door 58,04 euro. Voor de werknemer die de leeftijd van 50 jaar bereikt heeft worden de bedragen van 43,16 en 58,04 euro vervangen door 64,74 euro.";
  2° in de tweede paragraaf, wordt een derde lid ingevoegd, luidend als volgt :
  "Voor de werknemer bedoeld in de eerste paragraaf, 4°, wordt het vermelde bedrag van de onderbrekingsuitkering verhoogd tot 80,06 euro indien de werknemer zijn prestaties vermindert voor de zorg van zijn kind, voor zover voldaan wordt aan de voorwaarden van paragraaf 3.".
Art.13. A l'article 6/3 de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 pris en exécution du chapitre IV de la loi du 10 août 2001 relative à la conciliation entre l'emploi et la qualité de vie concernant le système du crédit-temps, la diminution de carrière et la réduction des prestations de travail à mi-temps, inséré par arrêté royal du 23 mai 2017 et modifié par les arrêtés royaux des 14 juin 2017 et 22 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe premier, il est inséré un nouveau point 4°, rédigé comme suit :
  "4° pour les travailleurs à temps plein qui réduisent leurs prestations de travail d'un dixième dans le cadre du congé parental à 43,16 euros. Pour le travailleur qui habite seul avec un ou plusieurs enfants dont il a la charge, le montant de 43,16 euros est remplacé par 58,04 euros. Pour le travailleur qui a atteint l'âge de 50 ans, les montants de 43,16 et 58,04 euros sont remplacés par 64,74 euros.";
  2° dans paragraphe 2, il est inséré un nouvel alinéa 3, rédigé comme suit :
  "Pour le travailleur visé au paragraphe 1er, 4°, le montant de l'allocation d'interruption mentionné est porté à 80,06 euros quand le travailleur réduit ses prestations pour prendre soin de son enfant, pour autant que les conditions visées au paragraphe 3 soient remplies.".
Art.14. In hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 april 2019, wordt een nieuw artikel 6/4 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 6/4. Als een werknemer, op grond van een koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 105, § 1, vierde lid, 2°, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, met zijn werkgever overeenkomt het recht op een onderbreking van de beroepsloopbaan in het kader van ouderschapsverlof of voor bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid te verdelen in weken, is het bedrag van de uitkering van de wekelijkse onderbreking gelijk aan het maandbedrag bepaald in artikel 6/2 gedeeld door 26 en vermenigvuldigd met het aantal dagen van het verlof.".
Art.14. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 22 avril 2019, il est inséré un nouvel article 6/4, rédigé comme suit :
  "Art. 6/4. Lorsqu'un travailleur, en vertu d'un arrêté royal pris en exécution de l'article 105, § 1er, alinéa 4, 2°, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, convient avec son employeur de diviser en semaines le droit à une interruption de la carrière professionnelle dans le cadre du congé parental ou pour l'assistance ou l'octroi de soins à un membre du ménage ou de la famille gravement malade, le montant de l'allocation d'interruption hebdomadaire est égal au montant mensuel stipulé à l'article 6/2 divisé par 26 et multiplié par le nombre de jours de congé.".
Hoofdstuk 6. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 10 april 2014 houdende toekenning van het recht op ouderschapsverlof en verlof voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid aan bepaalde werknemers
Chapitre 6. - Modifications de l'arrêté royal du 10 avril 2014 accordant le droit au congé parental et au congé pour l'assistance à un membre du ménage ou de la famille gravement malade à certains travailleurs
Art.15. In artikel 3 van het koninklijk besluit van 10 april 2014 houdende toekenning van het recht op ouderschapsverlof en verlof voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid aan bepaalde werknemers, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een vierde gedachtestreep, luidende :
  "- hetzij gedurende een periode van veertig maanden zijn arbeidsprestaties deeltijds verder te zetten in de vorm van een vermindering met één tiende, zoals bedoeld in artikel 102 van voornoemde wet, wanneer hij voltijds is tewerkgesteld en mits akkoord van de werkgever; deze periode kan worden opgesplitst in periodes van tien maanden of een veelvoud hiervan.";
  2° in paragraaf 2 wordt de tweede zin, die aanvangt met de woorden "Bij een wijziging" en eindigt met de woorden "met één vijfde" vervangen als volgt :
  "Bij een wijziging van opnamevorm moet rekening worden gehouden met het principe dat één maand schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst gelijk is aan twee maanden halftijdse verderzetting van de arbeidsprestaties, aan vijf maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één vijfde en aan tien maanden vermindering van de arbeidsprestaties met één tiende.".
Art.15. Dans l'article 3 de l'arrêté royal du 10 avril 2014 accordant le droit au congé parental et au congé pour l'assistance à un membre du ménage ou de la famille gravement malade à certains travailleurs, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est complété avec un quatrième tiret, rédigé comme suit :
  "- soit de poursuivre ses prestations de travail à temps partiel sous la forme d'une réduction d'un dixième durant une période de quarante mois, comme prévu à l'article 102 de la loi susmentionnée, lorsqu'il est occupé à temps plein et moyennant l'accord de l'employeur; cette période peut être fractionnée en périodes de dix mois ou un multiple de ce chiffre.";
  2° dans le paragraphe 2, la deuxième phrase commençant par les mots "Lors d'un changement" et finissant par les mots "d'un cinquième" est remplacée comme suit :
  "Lors d'un changement de forme, il convient de tenir compte du principe selon lequel un mois de suspension de l'exécution du contrat de travail est équivalent à deux mois de réduction des prestations à mi-temps, à cinq mois de réduction des prestations de travail d'un cinquième et à dix mois de réduction des prestations de travail d'un dixième.".
Art.16. In hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 december 2018, wordt een artikel 3/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 3/1. § 1. In afwijking van artikel 3, § 1, eerste gedachtestreep, kan de periode van vier maanden mits akkoord van de werkgever geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een week of een veelvoud hiervan. Bij een opsplitsing in weken moet rekening worden gehouden met het principe dat vier maanden schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst gelijk is aan zestien weken schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.
  De werknemer heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten vermeld in het eerste lid en in artikel 3, § 1. Onverminderd artikel 3, § 2, moet bij een wijziging van opnamevorm na een gedeeltelijke opsplitsing in weken, rekening worden gehouden met het principe dat vier weken schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst gelijk is aan één maand schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst.
  Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing in weken, het resterend gedeelte minder dan vier weken bedraagt, heeft de werknemer het recht om dit saldo zonder akkoord van de werkgever op te nemen.
  § 2. In afwijking van artikel 3, § 1, tweede gedachtestreep, kan de periode van acht maanden mits akkoord van de werkgever geheel of gedeeltelijk worden opgesplitst in periodes van een maand of een veelvoud hiervan.
  Wanneer ingevolge een gedeeltelijke opsplitsing in maanden, het resterend gedeelte een maand bedraagt, heeft de werknemer het recht om dit saldo zonder akkoord van de werkgever op te nemen.".
Art.16. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 6 décembre 2018, il est inséré un article 3/1, rédigé comme suit :
  "Art. 3/1. § 1er. Par dérogation à l'article 3, § 1er, premier tiret, la période de quatre mois peut être fractionnée, moyennant l'accord de l'employeur, entièrement ou partiellement en périodes d'une semaine ou d'un multiple de ce chiffre. En cas de fractionnement en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre mois de suspension de l'exécution du contrat de travail est équivalent à seize semaines de suspension de l'exécution du contrat de travail.
  Pour prendre son congé parental, le travailleur a la possibilité de faire usage des différentes modalités mentionnées dans le premier alinéa et dans l'article 3, § 1er. Sans préjudice de l'article 3, § 2, lors d'un changement de forme après un fractionnement partiel en semaines, il convient de tenir compte du principe selon lequel quatre semaines de suspension de l'exécution du contrat de travail est équivalent à un mois de suspension de l'exécution du contrat de travail.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en semaines, la partie restante est inférieure à quatre semaines, le travailleur a le droit de prendre ce solde sans l'accord de l'employeur.
  § 2. Par dérogation à l'article 3, § 1er, deuxième tiret, la période de huit mois peut être fractionnée, moyennant l'accord de l'employeur, entièrement ou partiellement en périodes d'un mois ou d'un multiple de ce chiffre.
  Lorsque, suite à un fractionnement partiel en mois, la partie restante est d'un mois, le travailleur a le droit de prendre ce solde sans l'accord de l'employeur.".
Art.17. In hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 december 2018, wordt een artikel 3/2 ingevoegd, luidende :
  "Art. 3/2. De werkgever kan de uitoefening van het in artikel 3, § 1, vierde gedachtestreep, artikel 3/1, § 1, eerste lid, en artikel 3/1, § 2, eerste lid, bedoelde recht weigeren.
  In dit geval dient de werkgever zijn beslissing schriftelijk mede te delen aan de werknemer die de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 3/1, § 1, eerste lid, of de vermindering van de arbeidsprestaties als bedoeld in artikel 3, § 1, vierde gedachtestreep, of artikel 3/1, § 2, eerste lid, heeft aangevraagd, binnen een maand na de schriftelijke kennisgeving zoals gebeurd overeenkomstig artikel 7.".
Art.17. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 6 décembre 2018, il est inséré un article 3/2, rédigé comme suit :
  "Art. 3/2. L'employeur peut refuser l'exercice du droit visé à l'article 3, § 1er, quatrième tiret, l'article 3/1, § 1er, premier alinéa, et l'article 3/1, § 2, premier alinéa.
  Dans ce cas, l'employeur doit communiquer sa décision par écrit au travailleur qui a demandé la suspension de l'exécution du contrat de travail visée à l'article 3/1, § 1er, premier alinéa, ou la diminution des prestations de travail visée à l'article 3, § 1er, quatrième tiret, ou à l'article 3/1, § 2, premier alinéa, endéans le mois qui suit l'avertissement écrit opéré conformément à l'article 7.".
Art.18. In artikel 4, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden "of dat ten minste 9 punten toegekend worden in alle drie de pijlers samen van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag" ingevoegd tussen de woorden "betreffende de kinderbijslag" en de woorden ", wordt de leeftijdsgrens".
Art.18. Dans l'article 4, § 1er, deuxième alinéa, du même arrêté, les mots "ou qu'au moins 9 points sont octroyés dans l'ensemble des trois piliers de l'échelle médico-sociale, au sens de la réglementation relative aux allocations familiales" sont insérés entre les mots "relative aux allocations familiales" et les mots ", la limite d'âge".
Art.19. Artikel 7, § 1, van hetzelfde besluit, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  "In afwijking van het tweede lid, kan, bij toepassing van artikel 3/1, § 1, eerste lid, elke aanvraag betrekking hebben op verschillende niet aaneengesloten periodes van een week of een veelvoud hiervan, op voorwaarde dat de aldus aangevraagde weken gespreid zijn over een periode van maximum drie maanden. Het in 1° van deze paragraaf bedoelde geschrift vermeldt in dat geval de begin- en einddatum van elk van deze periodes.".
Art.19. L'article 7, § 1er, du même arrêté, est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  "Par dérogation à l'alinéa 2, en cas d'application de l'article 3/1, § 1er, premier alinéa, chaque demande peut porter sur plusieurs périodes non consécutives d'une semaine ou un multiple de ce chiffre, à la condition que les semaines ainsi demandées, s'étalent sur une période de maximum trois mois. L'écrit visé au 1° de ce paragraphe indique dans ce cas les dates de début et de fin de chacune de ces périodes.".
Art.20. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
  " § 3. Het bepaalde in paragraaf 1 geldt niet bij toepassing van artikel 3, § 1, vierde gedachtestreep, artikel 3/1, § 1, eerste lid, en artikel 3/1, § 2, eerste lid.".
Art.20. L'article 8 du même arrêté est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. La disposition du paragraphe 1er ne vaut pas en cas d'application de l'article 3, § 1er, quatrième tiret, l'article 3/1, § 1er, premier alinéa, et l'article 3/1, § 2, premier alinéa.".
Art.21. In artikel 9, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt de eerste zin aangevuld met de woorden ", behoudens wanneer het ouderschapsverlof slechts drie aaneengesloten weken of minder omvat.".
Art.21. A l'article 9, premier alinéa, du même arrêté, la première phrase est complétée par les mots ", sauf lorsque le congé parental ne contient que trois semaines ininterrompues ou moins.".
Art.22. In hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 december 2018, wordt een artikel 15/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 15/1. In afwijking van artikel 13, § 1, tweede lid, en artikel 14, tweede lid, kan de minimumperiode van schorsing mits akkoord van de werkgever worden ingekort tot hetzij een week, hetzij twee weken, hetzij drie weken.
  Wanneer het resterend gedeelte van de maximumperiode van schorsing als bedoeld in artikel 13, § 1, eerste lid, en artikel 14, eerste lid, ingevolge de toepassing van het eerste lid, minder bedraagt dan de minimale schorsingsperiode van één maand, heeft de werknemer het recht om dit saldo zonder akkoord van de werkgever op te nemen.
  De werkgever kan de uitoefening van het in eerste lid bedoelde recht weigeren. In dit geval dient de werkgever zijn beslissing schriftelijk mede te delen aan de werknemer die de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid heeft aangevraagd, binnen twee werkdagen na de ontvangst van de schriftelijke kennisgeving, zoals gebeurd overeenkomstig artikel 16.".
Art.22. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 6 décembre 2018, il est inséré un article 15/1, rédigé comme suit :
  "Art. 15/1. Par dérogation à l'article 13, § 1er, deuxième alinéa, et à l'article 14, deuxième alinéa, la période minimale de suspension peut être réduite, moyennant l'accord de l'employeur, jusqu'à soit une semaine, soit deux semaines, soit trois semaines.
  Lorsque, suite à l'application du premier alinéa, la partie restante de la période maximale de suspension visée à l'article 13, § 1er, premier alinéa, et à l'article 14, premier alinéa, est inférieure à la période de suspension minimale d'un mois, le travailleur a le droit de prendre ce solde sans l'accord de l'employeur.
  L'employeur peut refuser l'exercice du droit visé au premier alinéa. Dans ce cas, l'employeur doit communiquer sa décision par écrit au travailleur qui a demandé la suspension de l'exécution du contrat de travail, visée au premier alinéa, endéans les deux jours ouvrables qui suivent la réception de l'avertissement écrit, opéré conformément à l'article 16.".
Art.23. Artikel 17, vierde lid, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de woorden "of artikel 15/1, eerste lid".
Art.23. L'article 17, quatrième alinéa, du même arrêté est complété par les mots "ou de l'article 15/1, alinéa premier".
Art.24. Artikel 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 19. Met betrekking tot het ouderschapsverlof is er geen recht op een onderbrekingsuitkering tijdens de vierde maand volledig ouderschapsverlof, noch tijdens de zevende en achtste maand halftijds ouderschapsverlof, noch de zestiende tot twintigste maand ouderschapsverlof met één vijfde, noch de eenendertigste tot veertigste maand ouderschapsverlof met één tiende, wanneer dit verlof wordt genomen voor kinderen geboren of geadopteerd vóór 8 maart 2012.".
Art.24. L'article 19 du même arrêté est remplacé comme suit :
  "Art. 19. En ce qui concerne le congé parental, il n'y a pas de droit à une allocation d'interruption pendant le quatrième mois de congé parental complet ni pendant les septième et huitième mois de congé parental à mi-temps ni du seizième au vingtième mois de congé parental d'un cinquième temps ni du trente-et-unième au quarantième mois de congé parental d'un dixième temps, lorsque ce congé est pris pour des enfants nés ou adoptés avant le 8 mars 2012.".
Art.25. In artikel 20, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 mei 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt een 4° ingevoegd, luidend als volgt :
  "4° voor de werknemers die hun arbeidsprestaties met één tiende verminderen op 50,57 euro. Voor de werknemer die alleen woont met één of meerdere van de kinderen die hij ten laste heeft, wordt het bedrag van 50,57 euro vervangen door een bedrag van 68 euro.";
  2° in paragraaf 3 wordt een 4° ingevoegd, luidend als volgt :
  "4° voor de werknemers die hun arbeidsprestaties met één tiende verminderen op 75,85 euro.".
Art.25. A l'article 20, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 23 mai 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, il est inséré un 4°, rédigé comme suit :
  "4° pour les travailleurs qui réduisent leurs prestations d'un dixième, à 50,57 euros. Pour le travailleur qui habite seul avec un ou plusieurs enfants dont il a la charge, le montant de 50,57 euros est remplacé par 68 euros.";
  2° dans le paragraphe 3 il est inséré un 4°, rédigé comme suit :
  "4° pour les travailleurs qui réduisent leurs prestations d'un dixième, à 75,85 euros.".
Hoofdstuk 7. - Slotbepalingen
Chapitre 7. - Dispositions finales
Art.26. Dit besluit treedt in werking de tiende dag volgend op de dag van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 2 dat uitwerking heeft met ingang van 1 februari 2017 en de artikelen 6 en 18 die uitwerking hebben met ingang van 31 december 2018.
  Dit besluit is van toepassing op de aanvragen die bij de werkgever worden ingediend vanaf de in het eerste lid bedoelde datum van inwerkingtreding.
Art.26. Le présent arrêté entre en vigueur le dixième jour suivant le jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception de l'article 2 qui produit ses effets le 1er février 2017 et les articles 6 et 18 qui produisent leurs effets le 31 décembre 2018.
  Le présent arrêté s'applique aux demandes introduites auprès de l'employeur à partir de la date d'entrée en vigueur visée à l'alinéa 1er.
Art. 27. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 27. Le ministre qui a l'Emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.