Artikel 1. In de zin van dit besluit dient verstaan te worden onder :
1° wet van 18 juli 2017 : de wet van 18 juli 2017 betreffende de oprichting van het statuut van nationale solidariteit, de toekenning van een herstelpensioen en de terugbetaling van medische zorg ingevolge daden van terrorisme;
2° slachtoffer : het slachtoffer bedoeld bij artikel 2, 4°, van de wet van 18 juli 2017;
3° rechthebbenden : de rechthebbenden bedoeld bij artikel 2, 5°, van de wet van 18 juli 2017;
4° Commissie : de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders bedoeld in artikel 30 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
22 APRIL 2019. - Koninklijk besluit houdende organisatie van een bemiddelingsprocedure in uitvoering van artikel 24 van de wet van 18 juli 2017 betreffende de oprichting van het statuut van nationale solidariteit, de toekenning van een herstelpensioen en de terugbetaling van medische zorg ingevolge daden van terrorisme
Titre
22 AVRIL 2019. - Arrêté royal organisant une procédure de conciliation en exécution de l'article 24 de la loi du 18 juillet 2017 relative à la création du statut de solidarité nationale, à l'octroi d'une pension de dédommagement et au remboursement des soins médicaux à la suite d'actes de terrorisme
Documentinformatie
Info du document
Tekst (13)
Texte (13)
Article 1er. Au sens du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
1° loi du 18 juillet 2017 : la loi du 18 juillet 2017 relative à la création du statut de solidarité nationale, à l'octroi d'une pension de dédommagement et au remboursement des soins médicaux à la suite d'actes de terrorisme;
2° victime : la victime visée à l'article 2,4°, de la loi du 18 juillet 2017;
3° ayants droits : les ayants droit visés à l'article 2, 5°, de la loi du 18 juillet 2017;
4° Commission : la Commission pour l'aide financière aux victimes d'actes intentionnels de violence et aux sauveteurs occasionnels visée à l'article 30 de la loi du 1er août 1985 portant des mesures fiscales et autres.
1° loi du 18 juillet 2017 : la loi du 18 juillet 2017 relative à la création du statut de solidarité nationale, à l'octroi d'une pension de dédommagement et au remboursement des soins médicaux à la suite d'actes de terrorisme;
2° victime : la victime visée à l'article 2,4°, de la loi du 18 juillet 2017;
3° ayants droits : les ayants droit visés à l'article 2, 5°, de la loi du 18 juillet 2017;
4° Commission : la Commission pour l'aide financière aux victimes d'actes intentionnels de violence et aux sauveteurs occasionnels visée à l'article 30 de la loi du 1er août 1985 portant des mesures fiscales et autres.
Art. 2. Bij de Commissie wordt een bemiddelingsorgaan ingericht dat bestaat uit zes leden :
a) twee vertegenwoordigers van de Cel Burgerslachtoffers van Oorlog en Terrorisme van de Federale Pensioendienst, van verschillende taalrol, aangeduid door de minister die de Oorlogsslachtoffers onder zijn bevoegdheid heeft en de minister die de Pensioenen onder zijn bevoegdheid heeft;
b) twee vertegenwoordigers van de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst, van verschillende taalrol, aangeduid door de minister die Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft;
c) twee vertegenwoordigers van de Commissie, van verschillende taalrol, aangeduid door de minister die Justitie onder zijn bevoegdheid heeft, rekening houdend met artikel 24, § 1 van de wet 18 juli 2017.
De bevoegde minister kan eenzelfde vertegenwoordiger in beide taalrollen aanduiden, op voorwaarde dat deze een bewijs kan voorleggen dat hij beide talen voldoende machtig is.
Voor elk lid duidt de bevoegde minister een plaatsvervanger aan.
a) twee vertegenwoordigers van de Cel Burgerslachtoffers van Oorlog en Terrorisme van de Federale Pensioendienst, van verschillende taalrol, aangeduid door de minister die de Oorlogsslachtoffers onder zijn bevoegdheid heeft en de minister die de Pensioenen onder zijn bevoegdheid heeft;
b) twee vertegenwoordigers van de Gerechtelijk-Geneeskundige Dienst, van verschillende taalrol, aangeduid door de minister die Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft;
c) twee vertegenwoordigers van de Commissie, van verschillende taalrol, aangeduid door de minister die Justitie onder zijn bevoegdheid heeft, rekening houdend met artikel 24, § 1 van de wet 18 juli 2017.
De bevoegde minister kan eenzelfde vertegenwoordiger in beide taalrollen aanduiden, op voorwaarde dat deze een bewijs kan voorleggen dat hij beide talen voldoende machtig is.
Voor elk lid duidt de bevoegde minister een plaatsvervanger aan.
Art. 2. Il est créé auprès de la Commission un organe de conciliation composé de six membres :
a) deux représentants de la Cellule Victimes civiles de guerre et de terrorisme du Service fédéral des Pensions, de rôle linguistique différent, désignés par le ministre qui a les Victimes de guerre dans ses attributions et par le ministre qui a les Pensions dans ses attributions;
b) deux représentants de l'Office médico-légal, de rôle linguistique différent, désignés par le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions;
c) deux représentants de la Commission, de rôle linguistique différent, désignés par le ministre qui a la Justice dans ses attributions, en tenant compte de l'article 24, § 1er de la loi du 18 juillet 2017.
Le ministre compétent peut nommer le même représentant dans les deux rôles linguistiques, à condition que celui-ci puisse fournir la preuve qu'il maîtrise suffisamment les deux langues.
Pour chaque membre, le ministre compétent désigne un suppléant.
a) deux représentants de la Cellule Victimes civiles de guerre et de terrorisme du Service fédéral des Pensions, de rôle linguistique différent, désignés par le ministre qui a les Victimes de guerre dans ses attributions et par le ministre qui a les Pensions dans ses attributions;
b) deux représentants de l'Office médico-légal, de rôle linguistique différent, désignés par le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions;
c) deux représentants de la Commission, de rôle linguistique différent, désignés par le ministre qui a la Justice dans ses attributions, en tenant compte de l'article 24, § 1er de la loi du 18 juillet 2017.
Le ministre compétent peut nommer le même représentant dans les deux rôles linguistiques, à condition que celui-ci puisse fournir la preuve qu'il maîtrise suffisamment les deux langues.
Pour chaque membre, le ministre compétent désigne un suppléant.
Art. 3. De slachtoffers en hun rechthebbenden kunnen een mondelinge of schriftelijke klacht bij het bemiddelingsorgaan neerleggen in het kader van de toepassing van de wet van 18 juli 2017.
Art. 3. Les victimes et leurs ayants droit peuvent introduire une plainte oralement ou par écrit auprès de l'organe de conciliation dans le cadre de l'application de la loi du 18 juillet 2017.
Art. 4. Het bemiddelingsorgaan is bevoegd om :
1° klachten te onderzoeken in verband met :
a) de toekenning van het statuut van nationale solidariteit en van het herstelpensioen;
b) de uitbetaling van het herstelpensioen;
c) de terugbetaling van medische zorgen;
2° het bemiddelen bij de klachten bedoeld in 1° met het oog op het bereiken van een oplossing;
3° het inlichten van de slachtoffers en rechthebbenden inzake de mogelijkheden voor de afhandeling van hun klacht bij gebrek aan een in 2° bedoelde oplossing;
4° het verstrekken van informatie over de organisatie, de werking en de procedureregels van de bemiddelingsorgaan;
5° het formuleren van aanbevelingen ter voorkoming van herhaling van tekortkomingen die aanleiding kunnen geven tot een in artikel 3 bedoelde klacht.
1° klachten te onderzoeken in verband met :
a) de toekenning van het statuut van nationale solidariteit en van het herstelpensioen;
b) de uitbetaling van het herstelpensioen;
c) de terugbetaling van medische zorgen;
2° het bemiddelen bij de klachten bedoeld in 1° met het oog op het bereiken van een oplossing;
3° het inlichten van de slachtoffers en rechthebbenden inzake de mogelijkheden voor de afhandeling van hun klacht bij gebrek aan een in 2° bedoelde oplossing;
4° het verstrekken van informatie over de organisatie, de werking en de procedureregels van de bemiddelingsorgaan;
5° het formuleren van aanbevelingen ter voorkoming van herhaling van tekortkomingen die aanleiding kunnen geven tot een in artikel 3 bedoelde klacht.
Art. 4. L'organe de conciliation est compétent pour :
1° examiner les plaintes relatives :
a) à l'octroi du statut de solidarité nationale et de la pension de dédommagement;
b) au paiement de la pension de dédommagement;
c) au remboursement des soins médicaux;
2° assurer une mission de conciliation concernant les plaintes visées au 1° en vue de trouver une solution;
3° informer les victimes et leurs ayants droit au sujet des possibilités en matière de règlement de leur plainte en l'absence de solution telle que visée au 2°;
4° communiquer des informations sur l'organisation, le fonctionnement et les règles de procédure de l'organe de conciliation;
5° formuler des recommandations permettant d'éviter que les manquements susceptibles de donner lieu à une plainte, telle que visée à l'article 3, ne se reproduisent.
1° examiner les plaintes relatives :
a) à l'octroi du statut de solidarité nationale et de la pension de dédommagement;
b) au paiement de la pension de dédommagement;
c) au remboursement des soins médicaux;
2° assurer une mission de conciliation concernant les plaintes visées au 1° en vue de trouver une solution;
3° informer les victimes et leurs ayants droit au sujet des possibilités en matière de règlement de leur plainte en l'absence de solution telle que visée au 2°;
4° communiquer des informations sur l'organisation, le fonctionnement et les règles de procédure de l'organe de conciliation;
5° formuler des recommandations permettant d'éviter que les manquements susceptibles de donner lieu à une plainte, telle que visée à l'article 3, ne se reproduisent.
Art. 5. Elk ingediende klacht wordt onderzocht door het volgens taalrol in college vergaderende bemiddelingsorgaan, onder voorzitterschap van de Commissie.
In het geval van klachten over de terugbetaling van medische kosten doet het bemiddelingsorgaan beroep op een vertegenwoordiger van de Directie Oorlogsslachtoffers van de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.
In het geval van klachten over de terugbetaling van medische kosten doet het bemiddelingsorgaan beroep op een vertegenwoordiger van de Directie Oorlogsslachtoffers van de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.
Art. 5. Chaque plainte introduite est instruite par l'organe de conciliation réuni par rôle linguistique en collège, sous la présidence de la Commission.
En cas de plaintes relatives au remboursement des soins médicaux, l'organe de conciliation fait appel à un représentant de la Direction Victimes de guerre de la Caisse Auxiliaire d'Assurance Maladie-Invalidité.
En cas de plaintes relatives au remboursement des soins médicaux, l'organe de conciliation fait appel à un représentant de la Direction Victimes de guerre de la Caisse Auxiliaire d'Assurance Maladie-Invalidité.
Art. 6. § 1. Bij ontvangst wordt een klacht geregistreerd.
Aan de persoon die klacht neerlegt wordt onverwijld een schriftelijke ontvangstmelding overgemaakt.
§ 2. Bij elke klacht worden volgende gegevens geregistreerd:
1° de identiteit van de klager;
2° de datum van ontvangst van de klacht;
3° de aard en inhoud van de klacht;
4° de datum van afhandeling van de klacht;
5° het resultaat van de afhandeling van de klacht.
Aan de persoon die klacht neerlegt wordt onverwijld een schriftelijke ontvangstmelding overgemaakt.
§ 2. Bij elke klacht worden volgende gegevens geregistreerd:
1° de identiteit van de klager;
2° de datum van ontvangst van de klacht;
3° de aard en inhoud van de klacht;
4° de datum van afhandeling van de klacht;
5° het resultaat van de afhandeling van de klacht.
Art. 6. § 1er. Une fois la plainte reçue, elle est enregistrée.
Un accusé de réception écrit est immédiatement transmis au plaignant.
§ 2. Pour chaque plainte, les données suivantes sont enregistrées :
1° l'identité du plaignant;
2° la date de réception de la plainte;
3° la nature et le contenu de la plainte;
4° la date de finalisation du traitement de la plainte;
5° le résultat du traitement de la plainte.
Un accusé de réception écrit est immédiatement transmis au plaignant.
§ 2. Pour chaque plainte, les données suivantes sont enregistrées :
1° l'identité du plaignant;
2° la date de réception de la plainte;
3° la nature et le contenu de la plainte;
4° la date de finalisation du traitement de la plainte;
5° le résultat du traitement de la plainte.
Art. 7. Met het oog op het bereiken van een deskundige oplossing voor de klacht, oefent het bemiddelingsorgaan haar bemiddelingsopdracht op een zorgvuldige wijze en binnen een redelijke termijn uit.
Het bemiddelingsorgaan kan daartoe iedere informatie inzamelen die zij nuttig acht in het kader van de bemiddeling en inzonderheid het advies van deskundigen inwinnen. Het resultaat van deze verzameling van informatie is uitsluitend bestemd voor het onderzoek van het verzoek en blijft gedekt door het beroepsgeheim. Het bemiddelingsorgaan legt deze informatie, zonder daarbij een standpunt in te nemen, voor aan de bij de bemiddeling betrokken partijen.
De klager wordt geregeld geïnformeerd over het gevolg dat aan zijn klacht wordt gegeven.
Het bemiddelingsorgaan kan daartoe iedere informatie inzamelen die zij nuttig acht in het kader van de bemiddeling en inzonderheid het advies van deskundigen inwinnen. Het resultaat van deze verzameling van informatie is uitsluitend bestemd voor het onderzoek van het verzoek en blijft gedekt door het beroepsgeheim. Het bemiddelingsorgaan legt deze informatie, zonder daarbij een standpunt in te nemen, voor aan de bij de bemiddeling betrokken partijen.
De klager wordt geregeld geïnformeerd over het gevolg dat aan zijn klacht wordt gegeven.
Art. 7. En vue d'aboutir à une solution idoine de la plainte, l'organe de conciliation exerce sa mission de conciliation de manière diligente et dans un délai raisonnable.
A cet effet, l'organe de conciliation peut recueillir toute information qu'il estime utile dans le cadre de la conciliation et notamment prendre l'avis d'experts. Le résultat de cette collecte d'information est exclusivement destiné à l'examen de la demande et reste couvert par le secret professionnel. L'organe de conciliation soumet ces informations aux parties concernées par la conciliation, sans prendre position à cet égard.
Le plaignant est régulièrement informé de la suite donnée à sa plainte.
A cet effet, l'organe de conciliation peut recueillir toute information qu'il estime utile dans le cadre de la conciliation et notamment prendre l'avis d'experts. Le résultat de cette collecte d'information est exclusivement destiné à l'examen de la demande et reste couvert par le secret professionnel. L'organe de conciliation soumet ces informations aux parties concernées par la conciliation, sans prendre position à cet égard.
Le plaignant est régulièrement informé de la suite donnée à sa plainte.
Art. 8. § 1. Het bemiddelingsorgaan kan een klacht weigeren te behandelen wanneer :
1° de identiteit van de klager niet gekend is;
2° de klacht betrekking heeft op feiten die zich meer dan een jaar voor het indienen van de klacht hebben voorgedaan.
§ 2. Het bemiddelingsorgaan weigert een klacht te behandelen wanneer :
1° deze kennelijk ongegrond is;
2° de klager kennelijk ten aanzien van de betrokken administratie geen enkele poging ondernam om genoegdoening te verkrijgen;
3° de klacht in wezen dezelfde is als een eerder door het bemiddelingsorgaan afgewezen klacht en ze geen nieuwe feiten bevatten.
Onder "stappen" moet verstaan worden, elke voorafgaandelijke en nuttige contactname door de belanghebbende.
§ 3. In geval van weigering van de klacht licht het bemiddelingsorgaan de slachtoffers en rechthebbenden hierover in en wijst op de andere mogelijkheden voor de afhandeling van hun klacht.
1° de identiteit van de klager niet gekend is;
2° de klacht betrekking heeft op feiten die zich meer dan een jaar voor het indienen van de klacht hebben voorgedaan.
§ 2. Het bemiddelingsorgaan weigert een klacht te behandelen wanneer :
1° deze kennelijk ongegrond is;
2° de klager kennelijk ten aanzien van de betrokken administratie geen enkele poging ondernam om genoegdoening te verkrijgen;
3° de klacht in wezen dezelfde is als een eerder door het bemiddelingsorgaan afgewezen klacht en ze geen nieuwe feiten bevatten.
Onder "stappen" moet verstaan worden, elke voorafgaandelijke en nuttige contactname door de belanghebbende.
§ 3. In geval van weigering van de klacht licht het bemiddelingsorgaan de slachtoffers en rechthebbenden hierover in en wijst op de andere mogelijkheden voor de afhandeling van hun klacht.
Art. 8. § 1er. L'organe de conciliation peut refuser d'instruire une plainte lorsque :
1° l'identité du plaignant n'est pas connue;
2° la plainte porte sur des faits qui se sont produits plus d'un an avant l'introduction de la plainte.
§ 2. L'organe de conciliation refuse d'instruire une plainte lorsque :
1° celle-ci n'est manifestement pas fondée;
2° le plaignant n'a manifestement entrepris aucune démarche à l'égard de l'administration concernée pour obtenir satisfaction;
3° celle-ci est en soi identique à une plainte déjà rejetée par l'organe de conciliation et si elle ne contient pas de faits nouveaux.
Par " démarche ", il faut entendre toute prise de contact, préalable et utile, par la personne intéressée.
§ 3. En cas de refus de la plainte, l'organe de conciliation en informe les victimes et les ayants droit et leur indique les autres possibilités de traitement de leur plainte.
1° l'identité du plaignant n'est pas connue;
2° la plainte porte sur des faits qui se sont produits plus d'un an avant l'introduction de la plainte.
§ 2. L'organe de conciliation refuse d'instruire une plainte lorsque :
1° celle-ci n'est manifestement pas fondée;
2° le plaignant n'a manifestement entrepris aucune démarche à l'égard de l'administration concernée pour obtenir satisfaction;
3° celle-ci est en soi identique à une plainte déjà rejetée par l'organe de conciliation et si elle ne contient pas de faits nouveaux.
Par " démarche ", il faut entendre toute prise de contact, préalable et utile, par la personne intéressée.
§ 3. En cas de refus de la plainte, l'organe de conciliation en informe les victimes et les ayants droit et leur indique les autres possibilités de traitement de leur plainte.
Art. 9. Het onderzoek van een klacht wordt opgeschort wanneer omtrent dezelfde feiten een beroep bij de rechtbank of een administratief beroep wordt ingesteld of de beroepsprocedures bedoeld in artikel 25 van de wet van 18 juli 2017 worden opgestart. Het bemiddelingsorgaan brengt de klager onverwijld op de hoogte van de opschorting van de behandeling van zijn klacht.
Art. 9. L'examen de la plainte est suspendu lorsque, concernant les mêmes faits, un recours juridictionnel ou administratif est introduit ou les procédures de recours visées à l'article 25 de la loi du 18 juillet 2017 sont entamées. L'organe de conciliation informe immédiatement le plaignant de la suspension de l'examen de sa plainte.
Art. 10. Het bemiddelingsorgaan stelt een huishoudelijk reglement op waarin de specifieke modaliteiten van de organisatie, werking- en klachtenprocedure van het bemiddelingsorgaan worden vastgelegd.
Dit reglement en de wijzigingen eraan worden door de ministers bevoegd voor de uitvoering van dit besluit goedgekeurd en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Dit reglement en de wijzigingen eraan worden door de ministers bevoegd voor de uitvoering van dit besluit goedgekeurd en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 10. L'organe de conciliation établit un règlement d'ordre intérieur dans lequel sont fixées les modalités spécifiques de l'organisation, du fonctionnement et de la procédure en matière de plaintes de la fonction de conciliation.
Ce règlement et les modifications ultérieures sont approuvés par les ministres chargés de l'exécution du présent arrêté et sont publiés au Moniteur belge.
Ce règlement et les modifications ultérieures sont approuvés par les ministres chargés de l'exécution du présent arrêté et sont publiés au Moniteur belge.
Art. 11. De persoonsgegevens verzameld in het kader van het onderzoek van de klacht mogen bewaard worden gedurende de tijd nodig voor de behandeling van de klacht en zolang de beroepstermijn bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de wet van 18 juli 2017 niet is verstreken.
Art. 11. Les données à caractère personnel collectées dans le cadre de l'examen de la plainte peuvent uniquement être conservées pendant le temps nécessaire au traitement de la plainte et aussi longtemps que le délai de recours visé à l'article 29, alinéa 2, de la loi du 18 juillet 2017 n'est pas échu.
Art. 12. De Commissie is verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de werkzaamheden van het bemiddelingsorgaan.
Art. 12. La Commission est responsable du traitement des données à caractère personnel s'inscrivant dans le cadre des activités de l'organe de conciliation.
Art. 13. De minister bevoegd voor oorlogsslachtoffers, de minister bevoegd voor justitie, de minister bevoegd voor volksgezondheid en de minister bevoegd voor pensioenen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Le ministre qui a les victimes de guerre dans ses attributions, le ministre qui a la justice dans ses attributions, le ministre qui a la santé publique dans ses attributions et le ministre qui a les pensions dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.