Artikel 1. In het ministerieel besluit van 3 september 2015 tot uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 3 september 2015 betreffende agromilieu- en klimaatsteun, wordt een artikel 5/1 ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 5/1. § 1. Overeenkomstig artikel 12, § 1, tweede lid, van het besluit van de Regering worden de criteria voor de aanwijzing van de bevoegde deskundigen vastgesteld als volgt:
1° onafhankelijk zijn van de begunstigden van de door hem geadviseerde premieregeling;
2° beschikken over de technische en wetenschappelijke ervaring in agromilieuzaken die nodig is voor het uitbrengen van de adviezen van deskundigen;
3° deel uitmaken van een vereniging die in aanmerking komt voor een door de Minister toevertrouwde opdracht inzake begeleiding betreffende agromilieu- en klimaatsteun en die het hele grondgebied van het Waalse Gewest dekt.
De in het eerste lid, 2°, bedoelde technische en wetenschappelijke ervaring wordt beoordeeld en geëvalueerd ten opzichte van de volgende vaardigheden:
1° beschikken over een technische of wetenschappelijke vorming van het korte of lange type op het gebied van biologie, landbouw, bosbouw of leefmilieu of over een afdoende beroepservaring van minstens vijf jaar die door het betaalorgaan als gelijkwaardig wordt geacht;
2° beschikken over een kennis van landbouwtechnieken en -praktijken die een milieugevolg hebben op het landbouwgebied;
3° beschikken over een kennis van de uitdagingen, van het juridisch kader en van het technisch kader van het Waalse agromilieuprogramma;
4° beschikken over een kennis van de aangepaste cartografische hulpmiddelen;
5° beschikken over vaardigheden inzake landbouwcommunicatie en burotica om duidelijke, objectieve en op wetenschappelijke basis gebaseerde adviezen op te stellen.
§ 2. De in § 1 bedoelde criteria worden geverifieerd als volgt:
1° met betrekking tot lid 1, 1°, verstrekt de deskundige een verklaring op erewoord waarin hij zich ertoe verbindt elke situatie van belangenconflict als bewijs van zijn onafhankelijkheid te voorkomen;
2° met betrekking tot lid 1, 2°, verstrekt de deskundige zijn curriculum vitae, een afschrift van zijn diploma's, publicaties of alle andere bewijsstukken.
§ 3. De procedure voor de aanwijzing van de bevoegde deskundigen wordt vastgesteld als volgt:
1° de in § 1, eerste lid, 3°, bedoelde vereniging bezorgt het betaalorgaan voor 1 januari van elk jaar de volledige lijst van de natuurlijke personen die voldoen aan de in § 1 bedoelde aanwijzingscriteria en stelt de in § 2 bedoelde verificatie-elementen ter beschikking van het betaalorgaan;
2° het betaalorgaan valideert de bevoegde deskundigen op basis van de door de vereniging verstrekte lijst na verificatie, in voorkomend geval, van de in lid 1 bedoelde aanwijzingscriteria;
3° het betaalorgaan deelt de naam van de aangewezen bevoegde deskundigen binnen een termijn van één maand aan de vereniging mede;
4° de vereniging deelt onverwijld iedere wijziging van de in 1° bedoelde lijst mede.
De in het eerste lid, 1° tot 3°, bedoelde procedure is van toepassing op de wijzigingen van de lijst.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
6 MAART 2019. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 3 september 2015 houdende uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 3 september 2015 betreffende agromilieu- en klimaatsteun en tot wijziging van het ministerieel besluit van 14 juli 2016 tot uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 14 juli 2016 m.b.t. de vergoedingen en toelagen toegekend in de Natura 2000-sites en in de sites die in aanmerking komen voor het Natura-net en in de ecologische hoofdstructuur, tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 24 maart 2011 houdende de algemene preventieve maatregelen die toepasselijk zijn op de Natura 2000-locaties, alsook op de locaties die in aanmerking komen voor het Natura 2000-net en tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 8 november 2012 betreffende de vergoedingen en toelagen toegekend in de Natura 2000-sites en in de sites die in aanmerking komen voor het Natura 2000-net en in de ecologische hoofdstructuur
Titre
6 MARS 2019. - Arrêté ministériel modifiant l'arrêté ministériel du 3 septembre 2015 exécutant l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 septembre 2015 relatif aux aides agro-environnementales et climatiques et modifiant l'arrêté ministériel du 14 juillet 2016 exécutant l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juillet 2016 portant sur les indemnités et les subventions octroyées dans les sites Natura 2000 ainsi que dans les sites candidats au réseau Natura et dans la structure écologique principale, modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 24 mars 2011 portant les mesures préventives générales applicables aux sites Natura 2000 ainsi qu'aux sites candidats au réseau Natura 2000 et abrogeant l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 novembre 2012 relatif aux indemnités et subventions octroyées dans les sites Natura 2000 ainsi que dans les sites candidats au réseau Natura 2000 et dans la structure écologique principale
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (24)
Texte (24)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het ministerieel besluit van 3 september 2015 tot uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 3 september 2015 betreffende agromilieu- en klimaatsteun
CHAPITRE Ier. - Modifications de l'arrêté ministériel du 3 septembre 2015 exécutant l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 septembre 2015 relatif aux aides agro-environnementales et climatiques
Article 1er. Dans l'arrêté ministériel du 3 septembre 2015 exécutant l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 septembre 2015 relatif aux aides agro-environnementales et climatiques, il est inséré un article 5/1, rédigé comme suit :
" Art. 5/1. § 1er. En application de l'article 12, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement, les critères de désignation des experts compétents sont fixés comme suit :
1° être indépendant des bénéficiaires du régime de prime qu'il conseille;
2° posséder l'expérience technique et scientifique en matière d'agro-environnement nécessaire à la réalisation des avis d'experts;
3° faire partie d'une association bénéficiant d'une mission confiée par le Ministre en matière d'encadrement relatif aux aides agro-environnementales et climatiques, et couvrant tout le territoire de la Région wallonne.
L'expérience technique et scientifique visée à l'alinéa 1er, 2°, est appréciée et évaluée au regard des compétences suivantes :
1° disposer d'une formation technique ou scientifique de type court ou long dans le domaine de la biologie, de l'agriculture, de la sylviculture ou de l'environnement, ou d'une expérience professionnelle probante d'au moins cinq années jugée équivalente par l'organisme payeur;
2° disposer d'une connaissance des techniques et des pratiques agricoles qui ont un impact environnemental sur la zone agricole;
3° disposer d'une connaissance des enjeux, du cadre juridique et du cadre technique du programme agro-environnemental wallon;
4° disposer d'une connaissance des outils cartographiques adéquats;
5° disposer de compétences en matière de communication agricole et de bureautique, en vue de rédiger des avis techniques clairs, objectifs et fondés sur une base scientifique.
§ 2. Les critères visés au paragraphe 1er sont vérifiés comme suit :
1° concernant l'alinéa 1er, 1°, l'expert fournit une déclaration sur l'honneur dans laquelle il s'engage à éviter toute situation de conflit d'intérêt, comme élément probant de son indépendance;
2° concernant l'alinéa 1er, 2°, l'expert fournit son curriculum vitae, une copie de ses diplômes, de ses publications ou tout autre élément probant.
§ 3. La procédure de désignation des experts compétents est fixée comme suit :
1° l'association visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, fournit, pour le 1er janvier de chaque année à l'organisme payeur, la liste complète des personnes physiques remplissant les critères de désignation visés au paragraphe 1er et tient à disposition de l'organisme payeur les éléments de vérification visés au paragraphe 2;
2° l'organisme payeur valide les experts compétents sur base de la liste fournie par l'association après vérification, le cas échéant, des critères de désignation mentionnés au paragraphe 1er ;
3° l'organisme payeur notifie à l'association les noms des experts compétents désignés et ce, dans un délai d'un mois;
4° l'association communique sans délai toute modification de la liste visée au 1°.
La procédure visée à l'alinéa 1er, 1° à 3°, s'applique aux modifications de la liste. ".
" Art. 5/1. § 1er. En application de l'article 12, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement, les critères de désignation des experts compétents sont fixés comme suit :
1° être indépendant des bénéficiaires du régime de prime qu'il conseille;
2° posséder l'expérience technique et scientifique en matière d'agro-environnement nécessaire à la réalisation des avis d'experts;
3° faire partie d'une association bénéficiant d'une mission confiée par le Ministre en matière d'encadrement relatif aux aides agro-environnementales et climatiques, et couvrant tout le territoire de la Région wallonne.
L'expérience technique et scientifique visée à l'alinéa 1er, 2°, est appréciée et évaluée au regard des compétences suivantes :
1° disposer d'une formation technique ou scientifique de type court ou long dans le domaine de la biologie, de l'agriculture, de la sylviculture ou de l'environnement, ou d'une expérience professionnelle probante d'au moins cinq années jugée équivalente par l'organisme payeur;
2° disposer d'une connaissance des techniques et des pratiques agricoles qui ont un impact environnemental sur la zone agricole;
3° disposer d'une connaissance des enjeux, du cadre juridique et du cadre technique du programme agro-environnemental wallon;
4° disposer d'une connaissance des outils cartographiques adéquats;
5° disposer de compétences en matière de communication agricole et de bureautique, en vue de rédiger des avis techniques clairs, objectifs et fondés sur une base scientifique.
§ 2. Les critères visés au paragraphe 1er sont vérifiés comme suit :
1° concernant l'alinéa 1er, 1°, l'expert fournit une déclaration sur l'honneur dans laquelle il s'engage à éviter toute situation de conflit d'intérêt, comme élément probant de son indépendance;
2° concernant l'alinéa 1er, 2°, l'expert fournit son curriculum vitae, une copie de ses diplômes, de ses publications ou tout autre élément probant.
§ 3. La procédure de désignation des experts compétents est fixée comme suit :
1° l'association visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, fournit, pour le 1er janvier de chaque année à l'organisme payeur, la liste complète des personnes physiques remplissant les critères de désignation visés au paragraphe 1er et tient à disposition de l'organisme payeur les éléments de vérification visés au paragraphe 2;
2° l'organisme payeur valide les experts compétents sur base de la liste fournie par l'association après vérification, le cas échéant, des critères de désignation mentionnés au paragraphe 1er ;
3° l'organisme payeur notifie à l'association les noms des experts compétents désignés et ce, dans un délai d'un mois;
4° l'association communique sans délai toute modification de la liste visée au 1°.
La procédure visée à l'alinéa 1er, 1° à 3°, s'applique aux modifications de la liste. ".
Art. 2. In artikel 10, 1°, d), van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 2 februari 2017 en 22 maart 2018, worden de woorden "bosstrook of heg" vervangen door de woorden "of ander bosje".
Art. 2. Dans l'article 10, 1°, d), du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels des 2 février 2017 et 22 mars 2018, les mots ", bande boisée ou haie " sont remplacés par les mots " ou autre bosquet ".
Art. 3. In artikel 12, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 2 februari 2017, worden de woorden "behalve tijdens een jaar van uitzonderlijke droogte die als zodanig wordt erkend" ingevoegd tussen de woorden "met 31 mei," en de woorden "met hoogstens 10 a".
Art. 3. Dans l'article 12, 1°, du même arrêté, modifié par l'arrêté ministériel du 2 février 2017, les mots " sauf année de sécheresse exceptionnelle reconnue comme telle, " sont insérés entre les mots " 31 mai inclus, " et " de maximum 10 ares ".
Art. 4. In artikel 18, eerste lid, 3°, van hetzelfde besluit worden de woorden ", behalve behoorlijk met redenen omklede uitzondering in het advies van de deskundige" ingevoegd na de woorden "noch krachtvoeder".
Art. 4. Dans l'article 18, alinéa 1er, 3°, du même arrêté, les mots ", sauf exception dûment motivée dans l'avis d'expert " sont insérés après les mots " ni fourrage ".
Art. 5. In artikel 19, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "van 21,60 euro" vervangen door de woorden "van 24 euro".
Art. 5. Dans l'article 19, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " de 21,60 euros " sont remplacés par les mots " de 24 euros ".
Art. 6. In artikel 20, § 1, eerste lid, 10°,van hetzelfde besluit worden de woorden "30 september" vervangen door de woorden "15 oktober".
Art. 6. Dans l'article 20, § 1er, alinéa 1er, 10°, du même arrêté, les mots " 30 septembre " sont remplacés par les mots " 15 octobre ".
Art. 7. In artikel 21 van hetzelfde besluit worden de woorden "van 200 euro" vervangen door de woorden "van 240 euro".
Art. 7. Dans l'article 21 du même arrêté, les mots " de 200 euros " sont remplacés par les mots " de 240 euros ".
Art. 8. Artikel 22 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 2 februari 2017 en 22 december 2017, wordt vervangen als volgt:
"Art. 22. De gewassen die als milieuvriendelijk worden beschouwd, zijn de volgende:
1° hennep
2° de voederpeulvruchten: klaver, luzerne, hopperupsklaver, steenklaver, veldbonen, voererwten, lupine, rolklaver en andere eiwitrijke gewassen;
3° de mengsels van granen en peulvruchten, waarbij het tweede soort minstens gelijk is aan 20 % van het mengsel;
4° de lentegraangewassen en gelijkgestelde gewassen; zomertarwe, zomergerst, zomertriticale, zomerhaver, zomerrogge, boekweit, sorghum, gierstmelde, brouwgerst en winterrogge;
5° wintertarwe, wintertriticale of spelt op voorwaarde dat een deel van de onder de verbintenis vallende oppervlakten niet geoogst wordt en te velde wordt gelaten;
6° teelten van rooigewassen, biet, chicorei, maïs, met mechanische onkruidbestrijding.
Het is de op 31 mei bestaande teelt die de in het eerste lid bedoelde teel bepaalt.".
"Art. 22. De gewassen die als milieuvriendelijk worden beschouwd, zijn de volgende:
1° hennep
2° de voederpeulvruchten: klaver, luzerne, hopperupsklaver, steenklaver, veldbonen, voererwten, lupine, rolklaver en andere eiwitrijke gewassen;
3° de mengsels van granen en peulvruchten, waarbij het tweede soort minstens gelijk is aan 20 % van het mengsel;
4° de lentegraangewassen en gelijkgestelde gewassen; zomertarwe, zomergerst, zomertriticale, zomerhaver, zomerrogge, boekweit, sorghum, gierstmelde, brouwgerst en winterrogge;
5° wintertarwe, wintertriticale of spelt op voorwaarde dat een deel van de onder de verbintenis vallende oppervlakten niet geoogst wordt en te velde wordt gelaten;
6° teelten van rooigewassen, biet, chicorei, maïs, met mechanische onkruidbestrijding.
Het is de op 31 mei bestaande teelt die de in het eerste lid bedoelde teel bepaalt.".
Art. 8. L'article 22 du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels des 2 février 2017 et 22 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 22. Les cultures considérées comme favorables à l'environnement sont les suivantes :
1° le chanvre;
2° les légumineuses fourragères : trèfle, luzerne, luzerne lupuline, sainfoin, fève et féverole, pois protéagineux, lupin, lotier et autres protéagineux;
3° les mélanges de céréales et de légumineuses, la deuxième espèce représentant au moins vingt pour cent du mélange;
4° les céréales de printemps et cultures assimilées : froment de printemps, orge de printemps, triticale de printemps, avoine de printemps, seigle de printemps, le sarrasin, le sorgho, le quinoa, l'orge de brasserie et le seigle d'hiver;
5° le froment d'hiver, le triticale d'hiver ou l'épeautre à condition qu'une partie des superficies engagées soit non récoltée et laissée sur pied;
6° les cultures sarclées, betterave, chicorée, maïs, avec désherbage mécanique.
La culture en place au 31 mai détermine la culture visée à l'alinéa 1er. ".
" Art. 22. Les cultures considérées comme favorables à l'environnement sont les suivantes :
1° le chanvre;
2° les légumineuses fourragères : trèfle, luzerne, luzerne lupuline, sainfoin, fève et féverole, pois protéagineux, lupin, lotier et autres protéagineux;
3° les mélanges de céréales et de légumineuses, la deuxième espèce représentant au moins vingt pour cent du mélange;
4° les céréales de printemps et cultures assimilées : froment de printemps, orge de printemps, triticale de printemps, avoine de printemps, seigle de printemps, le sarrasin, le sorgho, le quinoa, l'orge de brasserie et le seigle d'hiver;
5° le froment d'hiver, le triticale d'hiver ou l'épeautre à condition qu'une partie des superficies engagées soit non récoltée et laissée sur pied;
6° les cultures sarclées, betterave, chicorée, maïs, avec désherbage mécanique.
La culture en place au 31 mai détermine la culture visée à l'alinéa 1er. ".
Art. 9. Artikel 22/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 22 december 2017, wordt vervangen als volgt:
"Art. 22/1. De na te leven voorwaarden om in aanmerking te komen voor de steun voor de in artikel 22 bedoelde gewassen, zijn de volgende:
1° de landbouwer verbindt zich ertoe om één of meerdere in aanmerking komende gewassen te telen op een aantal hectaren dat in zijn verbintenis wordt bepaald, met een minimum van één hectare en een maximum van dertig hectare;
2° het gebruik van insecticiden is verboden, met uitzondering van de percelen die vallen onder de variant graangewassen te velde;
3° de onder de verbintenis vallende percelen waren niet gedekt door een vaste weide tijdens het vorige jaar.
Wat het eerste lid, 1°, betreft, kan de landbouwer de samenstelling van de in aanmerking komende gewassen in dienovereenkomstige verbintenisregeling elk jaar wijzigen.
Wat het eerste lid, 2°, betreft kan het niet-geoogste deel op die percelen op dezelfde wijze als de rest van het perceel beheerd worden.
Overeenkomstig artikel 11, derde lid, van het besluit van de Regering en met uitzondering van de oppervlakten die vallen onder de variant graangewassen te velde, kunnen de oppervlakten die voor deze methode worden voorzien, meegerekend worden als gebieden van ecologisch belang (teelten van tussengewassen), op voorwaarde dat zij betrekking hebben op het gewas dat voor de methode is aangegeven.".
"Art. 22/1. De na te leven voorwaarden om in aanmerking te komen voor de steun voor de in artikel 22 bedoelde gewassen, zijn de volgende:
1° de landbouwer verbindt zich ertoe om één of meerdere in aanmerking komende gewassen te telen op een aantal hectaren dat in zijn verbintenis wordt bepaald, met een minimum van één hectare en een maximum van dertig hectare;
2° het gebruik van insecticiden is verboden, met uitzondering van de percelen die vallen onder de variant graangewassen te velde;
3° de onder de verbintenis vallende percelen waren niet gedekt door een vaste weide tijdens het vorige jaar.
Wat het eerste lid, 1°, betreft, kan de landbouwer de samenstelling van de in aanmerking komende gewassen in dienovereenkomstige verbintenisregeling elk jaar wijzigen.
Wat het eerste lid, 2°, betreft kan het niet-geoogste deel op die percelen op dezelfde wijze als de rest van het perceel beheerd worden.
Overeenkomstig artikel 11, derde lid, van het besluit van de Regering en met uitzondering van de oppervlakten die vallen onder de variant graangewassen te velde, kunnen de oppervlakten die voor deze methode worden voorzien, meegerekend worden als gebieden van ecologisch belang (teelten van tussengewassen), op voorwaarde dat zij betrekking hebben op het gewas dat voor de methode is aangegeven.".
Art. 9. L'article 22/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté ministériel du 22 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 22/1. Les conditions à respecter pour bénéficier de l'aide sur les cultures reprises à l'article 22 sont les suivantes :
1° l'agriculteur s'engage à cultiver une ou plusieurs cultures éligibles sur un nombre d'hectares déterminé dans son engagement avec un minimum d'un hectare et un maximum de trente hectares;
2° l'utilisation d'insecticides est interdite, à l'exception des parcelles engagées en céréales laissées sur pied;
3° les parcelles engagées n'étaient pas couvertes par une prairie permanente l'année précédente.
Concernant l'alinéa 1er, 1°, l'agriculteur peut varier chaque année la composition en cultures éligibles au sein de son engagement.
Concernant l'alinéa 1er, 2°, sur ces parcelles, la partie non récoltée peut être conduite de la même manière que le reste de la parcelle.
En application de l'article 11, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement, à l'exception des surfaces engagées en céréales laissées sur pied, les surfaces engagées dans cette méthode peuvent être comptabilisées comme surfaces d'intérêt écologique cultures dérobées à condition que ces dernières concernent la culture qui suit la culture déclarée pour la méthode. ".
" Art. 22/1. Les conditions à respecter pour bénéficier de l'aide sur les cultures reprises à l'article 22 sont les suivantes :
1° l'agriculteur s'engage à cultiver une ou plusieurs cultures éligibles sur un nombre d'hectares déterminé dans son engagement avec un minimum d'un hectare et un maximum de trente hectares;
2° l'utilisation d'insecticides est interdite, à l'exception des parcelles engagées en céréales laissées sur pied;
3° les parcelles engagées n'étaient pas couvertes par une prairie permanente l'année précédente.
Concernant l'alinéa 1er, 1°, l'agriculteur peut varier chaque année la composition en cultures éligibles au sein de son engagement.
Concernant l'alinéa 1er, 2°, sur ces parcelles, la partie non récoltée peut être conduite de la même manière que le reste de la parcelle.
En application de l'article 11, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement, à l'exception des surfaces engagées en céréales laissées sur pied, les surfaces engagées dans cette méthode peuvent être comptabilisées comme surfaces d'intérêt écologique cultures dérobées à condition que ces dernières concernent la culture qui suit la culture déclarée pour la méthode. ".
Art. 10. In hetzelfde besluit wordt een artikel 22/2 ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 22/2. De andere specifieke voorwarden die nageleefd moeten worden om in aanmerking te komen voor de steun zijn de volgende:
1° indien de oogst voor klaver, luzerne, hopperupsklaver en steenklaver door maaien gebeurt, voorzien, voor de in artikel 22, 2°, bedoelde gewassen, in een niet-gemaaid schuilgebied van minstens 10 % tot het volgende maaien;
2° voor de in artikel 22, 5°, bedoelde gewassen:
a) worden tien procent van de onder de verbintenis vallende percelen niet geoogst en zonder tussenkomst te velde gelaten vanaf de oogst van het grootste deel en vertegenwoordigen de kavels te velde maximum vijftig are en als er meerdere kavels worden opgericht, staan ze minstens honderd meter uit elkaar;
b) worden de niet-geoogste graangewassen te velde gelaten tot en met de laatste dag van februari of tot 31 december voor het laatste jaar van de verbintenis indien ze niet hernieuwd wordt;
c) mogen de graangewassen te velde zich niet op minder dan 50 meter van een bosgebied bevinden;
3° voor de in artikel 22, 6°, bedoelde gewassen:
a) gaat de landbouwer over tot minimum twee mechanische onkruidbestrijdingen op de onder de verbintenis vallende percelen en schrijft hij de overeenkomstige data in zijn bedrijfsregister op;
b) wordt de methode zonder storting van de steun voor de betrokken campagne opgeschort in de klimatische toestanden waarin de mechanische onkruidbestrijding niet onder geschikte agronomische toestanden kan worden uitgevoerd en op advies van een deskundige op wie het Waalse betaalorgaan een beroep heeft gedaan.
Wat het eerste lid, 1°, betreft, kan het vanaf 1 oktober uitgevoerde maaien 100 % van het perceel dekken.
"Art. 22/2. De andere specifieke voorwarden die nageleefd moeten worden om in aanmerking te komen voor de steun zijn de volgende:
1° indien de oogst voor klaver, luzerne, hopperupsklaver en steenklaver door maaien gebeurt, voorzien, voor de in artikel 22, 2°, bedoelde gewassen, in een niet-gemaaid schuilgebied van minstens 10 % tot het volgende maaien;
2° voor de in artikel 22, 5°, bedoelde gewassen:
a) worden tien procent van de onder de verbintenis vallende percelen niet geoogst en zonder tussenkomst te velde gelaten vanaf de oogst van het grootste deel en vertegenwoordigen de kavels te velde maximum vijftig are en als er meerdere kavels worden opgericht, staan ze minstens honderd meter uit elkaar;
b) worden de niet-geoogste graangewassen te velde gelaten tot en met de laatste dag van februari of tot 31 december voor het laatste jaar van de verbintenis indien ze niet hernieuwd wordt;
c) mogen de graangewassen te velde zich niet op minder dan 50 meter van een bosgebied bevinden;
3° voor de in artikel 22, 6°, bedoelde gewassen:
a) gaat de landbouwer over tot minimum twee mechanische onkruidbestrijdingen op de onder de verbintenis vallende percelen en schrijft hij de overeenkomstige data in zijn bedrijfsregister op;
b) wordt de methode zonder storting van de steun voor de betrokken campagne opgeschort in de klimatische toestanden waarin de mechanische onkruidbestrijding niet onder geschikte agronomische toestanden kan worden uitgevoerd en op advies van een deskundige op wie het Waalse betaalorgaan een beroep heeft gedaan.
Wat het eerste lid, 1°, betreft, kan het vanaf 1 oktober uitgevoerde maaien 100 % van het perceel dekken.
Art. 10. Dans le même arrêté, il est inséré un article 22/2 rédigé comme suit :
" Art. 22/2. Les autres conditions spécifiques à respecter pour bénéficier de l'aide sont les suivantes :
1° pour les cultures visées à l'article 22, 2°, si la récolte a lieu par fauche pour le trèfle, la luzerne, la luzerne lupuline, le sainfoin, prévoir une zone refuge non fauchée d'au moins dix pour cent jusqu'à la fauche suivante;
2° pour les cultures visées à l'article 22, 5° :
a) dix pour cent des parcelles engagées sont non récoltés et laissés sur pied sans intervention à partir de la récolte de la partie principale et les blocs laissés sur pied représentent un maximum de cinquante ares et si plusieurs blocs sont créés, ceux-ci sont distants de cent mètres au minimum;
b) les céréales non récoltées sont laissées sur pied jusqu'au dernier jour de février inclus ou jusqu'au 31 décembre pour la dernière année de l'engagement en cas de non renouvellement de celui-ci;
c) les céréales laissées sur pied ne peuvent pas se situer à moins de cinquante mètres d'un bois;
3° pour les cultures visées à l'article 22, 6° :
a) l'agriculteur effectue au minimum deux désherbages mécaniques sur les parcelles engagées et note les dates de passage dans son registre d'exploitation;
b) dans les situations climatiques ne permettant pas de réaliser le désherbage mécanique dans des conditions agronomiques adéquates et sur l'avis d'un expert sollicité par l'organisme payeur wallon, la méthode est suspendue sans versement de l'aide pour la campagne concernée.
Concernant l'alinéa 1er, 1°, la coupe effectuée à partir du 1er octobre peut couvrir cent pour cent de la parcelle. ".
" Art. 22/2. Les autres conditions spécifiques à respecter pour bénéficier de l'aide sont les suivantes :
1° pour les cultures visées à l'article 22, 2°, si la récolte a lieu par fauche pour le trèfle, la luzerne, la luzerne lupuline, le sainfoin, prévoir une zone refuge non fauchée d'au moins dix pour cent jusqu'à la fauche suivante;
2° pour les cultures visées à l'article 22, 5° :
a) dix pour cent des parcelles engagées sont non récoltés et laissés sur pied sans intervention à partir de la récolte de la partie principale et les blocs laissés sur pied représentent un maximum de cinquante ares et si plusieurs blocs sont créés, ceux-ci sont distants de cent mètres au minimum;
b) les céréales non récoltées sont laissées sur pied jusqu'au dernier jour de février inclus ou jusqu'au 31 décembre pour la dernière année de l'engagement en cas de non renouvellement de celui-ci;
c) les céréales laissées sur pied ne peuvent pas se situer à moins de cinquante mètres d'un bois;
3° pour les cultures visées à l'article 22, 6° :
a) l'agriculteur effectue au minimum deux désherbages mécaniques sur les parcelles engagées et note les dates de passage dans son registre d'exploitation;
b) dans les situations climatiques ne permettant pas de réaliser le désherbage mécanique dans des conditions agronomiques adéquates et sur l'avis d'un expert sollicité par l'organisme payeur wallon, la méthode est suspendue sans versement de l'aide pour la campagne concernée.
Concernant l'alinéa 1er, 1°, la coupe effectuée à partir du 1er octobre peut couvrir cent pour cent de la parcelle. ".
Art. 11. In artikel 24, 3°, van hetzelfde besluit worden de woorden "0,5 en 1,5 ha" vervangen door de woorden "0,1 en 1,5 ha".
Art. 11. Dans l'article 24, 3°, du même arrêté, les mots " 0,5 et 1,5 hectares " sont remplacés par les mots " 0,1 et 1,5 hectares ".
Art. 12. In artikel 27, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 2 februari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in 1° worden de woorden "100 euro" vervangen door de woorden "120 euro";
b) in 2° worden de woorden "50 euro" vervangen door de woorden "60 euro".
a) in 1° worden de woorden "100 euro" vervangen door de woorden "120 euro";
b) in 2° worden de woorden "50 euro" vervangen door de woorden "60 euro".
Art. 12. Dans l'article 27, paragraphe 1er, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté ministériel du 2 février 2017, les modifications suivantes sont apportées :
a) au 1°, les mots " 100 euros " sont remplacés par les mots " 120 euros ";
b) au 2°, les mots " 50 euros " sont remplacés par les mots " 60 euros ".
a) au 1°, les mots " 100 euros " sont remplacés par les mots " 120 euros ";
b) au 2°, les mots " 50 euros " sont remplacés par les mots " 60 euros ".
Art. 13. In artikel 34, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 2 februari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "vierde lid" worden vervangen door de woorden "derde lid";
2° in de tabel, op lijn "Extensieve gewassen", in de kolom "Biologische landbouw" wordt de letter "O" vervangen door de letter "C".
1° de woorden "vierde lid" worden vervangen door de woorden "derde lid";
2° in de tabel, op lijn "Extensieve gewassen", in de kolom "Biologische landbouw" wordt de letter "O" vervangen door de letter "C".
Art. 13. A l'article 34, § 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté ministériel du 2 février 2017, les modifications suivantes ont apportées :
1° les mots " alinéa 4 " sont remplacés par les mots " alinéa 3 ";
2° dans le tableau, à la ligne " Cultures extensives " pour la colonne " Agriculture biologique " le " O " est remplacée par un " C ".
1° les mots " alinéa 4 " sont remplacés par les mots " alinéa 3 ";
2° dans le tableau, à la ligne " Cultures extensives " pour la colonne " Agriculture biologique " le " O " est remplacée par un " C ".
Art. 14. In artikel 36 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 2 februari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) punt 3° wordt aangevuld met de woorden ", of in één verbintenis voor methode 7 "Ingerichte percelen" bedoeld in hoofdstuk 3;";
b) punt 4° wordt vervangen als volgt:
"4° de omzetting van een verbintenis voor methode 6 "Milieuvriendelijke gewassen" en de methode 8 "Ingerichte stroken" bedoeld in hoofdstuk 3 in één verbintenis voor methode 7 "Ingerichte stroken" bedoeld in hoofdstuk 3.".
a) punt 3° wordt aangevuld met de woorden ", of in één verbintenis voor methode 7 "Ingerichte percelen" bedoeld in hoofdstuk 3;";
b) punt 4° wordt vervangen als volgt:
"4° de omzetting van een verbintenis voor methode 6 "Milieuvriendelijke gewassen" en de methode 8 "Ingerichte stroken" bedoeld in hoofdstuk 3 in één verbintenis voor methode 7 "Ingerichte stroken" bedoeld in hoofdstuk 3.".
Art. 14. Dans l'article 36 du même arrêté, modifié par l'arrêté ministériel du 2 février 2017, les modifications suivantes sont apportées :
a) le 3° est complété par les mots ", ou en un engagement pour la méthode 7 "Parcelles aménagées" visée au chapitre 3; ";
b) le 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° la transformation d'un engagement pour la méthode 6 "Cultures favorables à l'environnement" et la méthode 8 "Bandes aménagées" visées au chapitre 3 en un engagement pour la méthode 7 "Parcelles aménagées" visée au chapitre 3. ".
a) le 3° est complété par les mots ", ou en un engagement pour la méthode 7 "Parcelles aménagées" visée au chapitre 3; ";
b) le 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° la transformation d'un engagement pour la méthode 6 "Cultures favorables à l'environnement" et la méthode 8 "Bandes aménagées" visées au chapitre 3 en un engagement pour la méthode 7 "Parcelles aménagées" visée au chapitre 3. ".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het ministerieel besluit van 14 juli 2016 tot uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 14 juli 2016 m.b.t. de vergoedingen en toelagen toegekend in de Natura 2000-sites en in de sites die in aanmerking komen voor het Natura-net en in de ecologische hoofdstructuur, tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 24 maart 2011 houdende de algemene preventieve maatregelen die toepasselijk zijn op de Natura 2000-locaties, alsook op de locaties die in aanmerking komen voor het Natura 2000-net en tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 8 november 2012 betreffende de vergoedingen en toelagen toegekend in de Natura 2000-sites en in de sites die in aanmerking komen voor het Natura 2000-net en in de ecologische hoofdstructuur
CHAPITRE II. - Modifications de l'arrêté ministériel du 14 juillet 2016 exécutant l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juillet 2016 portant sur les indemnités et les subventions octroyées dans les sites Natura 2000 ainsi que dans les sites candidats au réseau Natura et dans la structure écologique principale, modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 24 mars 2011 portant les mesures préventives générales applicables aux sites Natura 2000 ainsi qu'aux sites candidats au réseau Natura 2000 et abrogeant l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 novembre 2012 relatif aux indemnités et subventions octroyées dans les sites Natura 2000 ainsi que dans les sites candidats au réseau Natura 2000 et dans la structure écologique principale
Art. 15. In artikel 7, § 3, 2°, van het ministerieel besluit van 14 juli 2016 tot uitvoering van het besluit van de Waalse Regering m.b.t. de vergoedingen en toelagen toegekend in de Natura 2000-sites en in de sites die in aanmerking komen voor het Natura-net en in de ecologische hoofdstructuur, tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 24 maart 2011 houdende de algemene preventieve maatregelen die toepasselijk zijn op de Natura 2000-locaties, alsook op de locaties die in aanmerking komen voor het Natura 2000-net en tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 8 november 2012 betreffende de vergoedingen en toelagen toegekend in de Natura 2000-sites en in de sites die in aanmerking komen voor het Natura 2000-net en in de ecologische hoofdstructuur worden de woorden "21,60 euro" vervangen door de woorden "24 euro".
Art. 15. Dans l'article 7, § 3, 2°, de l'arrêté ministériel du 14 juillet 2016 exécutant l'arrêté du Gouvernement wallon portant sur les indemnités et les subventions octroyées dans les sites Natura 2000 ainsi que dans les sites candidats au réseau Natura et dans la structure écologique principale, modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 24 mars 2011 portant les mesures préventives générales applicables aux sites Natura 2000 ainsi qu'aux sites candidats au réseau Natura 2000 et abrogeant l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 novembre 2012 relatif aux indemnités et subventions octroyées dans les sites Natura 2000 ainsi que dans les sites candidats au réseau Natura 2000 et dans la structure écologique principale, les mots " 21,60 euros " sont remplacés par les mots " 24 euros ".
Art. 16. In artikel 11 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 opgeheven.
Art. 16. Dans l'article 11, du même arrêté, le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 17. In hetzelfde besluit wordt bijlage 5 vervangen door de bijlage 1 die bij dit besluit gevoegd wordt.
Art. 17. Dans le même arrêté, l'annexe 5 est remplacée par l'annexe 1re jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen
CHAPITRE III. - Dispositions finales
Art. 18. De artikelen 2 tot 14 zijn van toepassing op alle verbintenissen die op 1 januari 2019 lopend zijn.
De artikelen 16 en 17 van dit besluit zijn van toepassing op de analyse, de evaluatie en de rangschikking van steunaanvragen die vanaf 1 april 2018 zijn ingediend.
De artikelen 16 en 17 van dit besluit zijn van toepassing op de analyse, de evaluatie en de rangschikking van steunaanvragen die vanaf 1 april 2018 zijn ingediend.
Art. 18. Les articles 2 à 14 s'appliquent à tous les engagements en cours au 1er janvier 2019.
Les articles 16 et 17 du présent arrêté s'appliquent à l'analyse, l'évaluation et le classement des demandes de soutien introduites à partir du 1er avril 2018.
Les articles 16 et 17 du présent arrêté s'appliquent à l'analyse, l'évaluation et le classement des demandes de soutien introduites à partir du 1er avril 2018.
Art. 19. De artikelen 1 en 15 van dit besluit hebben uitwerking op 1 januari 2019.
Art. 19. Les articles 1er et 15 du présent arrêté produisent leurs effets le 1er janvier 2019.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. "Bijlage 5 bij het ministerieel besluit van 14 juli 2016 tot uitvoering van het besluit van de Waalse Regering van 14 juli 2016 m.b.t. de vergoedingen en toelagen toegekend in de Natura 2000-sites en in de sites die in aanmerking komen voor het Natura-net en in de ecologische hoofdstructuur, tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 24 maart 2011 houdende de algemene preventieve maatregelen die toepasselijk zijn op de Natura 2000-locaties, alsook op de locaties die in aanmerking komen voor het Natura 2000-net en tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 8 november 2012 betreffende de vergoedingen en toelagen toegekend in de Natura 2000-sites en in de sites die in aanmerking komen voor het Natura 2000-net en in de ecologische hoofdstructuur Selectiecriteria voor de projectenoproepen voor de uitvoering van maatregel 7.6 van het Waalse programma voor landelijke ontwikkeling "Herstel en onderhoud van het natuurpatrimonium"
Art. N. " Annexe 5 à l'arrêté ministériel du 14 juillet 2016 exécutant l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 juillet 2016 portant sur les indemnités et les subventions octroyées dans les sites Natura 2000 ainsi que dans les sites candidats au réseau Natura et dans la structure écologique principale, modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 24 mars 2011 portant les mesures préventives générales applicables aux sites Natura 2000 ainsi qu'aux sites candidats au réseau Natura 2000 et abrogeant l'arrêté du Gouvernement wallon du 8 novembre 2012 relatif aux indemnités et subventions octroyées dans les sites Natura 2000 ainsi que dans les sites candidats au réseau Natura 2000 et dans la structure écologique principale Critères de sélection des appels à projets pour la mise en oeuvre de la mesure 7.6 du programme wallon de développement rural Restauration et entretien du patrimoine naturel
| Selectiecriteria | Maximumnotering voor dit criterium |
| 1. Type project: nieuw herstelproject of nieuwe fase van een project | 3 |
| 2. Reglementaire beperkingen: project met of zonder vergunning/toelating | 2 |
| 3. Impacten van andere functies van het ecosysteem: Kaderrichtlijn Water, Overstromingsrichtlijn, Klimaat- en energiepakket, Verdrag van de Verenigde Naties inzake biologische diversiteit | 2 |
| 4. Statuut en staat van instandhouding van habitats of soorten | 6 |
| 5. Kosten/Winsten | 6 |
| Om geselecteerd te worden, moet u een score van minstens 9,5 op 19 hebben | |
| Critères de sélection | Cote maximale du critère |
| 1. Type de projet: nouveau projet de restauration ou nouvelle phase d'un projet | 3 |
| 2. Contraintes réglementaires: projet avec ou sans permis/autorisation | 2 |
| 3. Impacts d'autres fonctions écosystèmes: Directive Cadre-Eau, Directive Inondation, Paquet Climat-Energie, Convention des Nations Unies sur la diversité biologique | 2 |
| 4. Statut et état de conservation des habitats ou espèces | 6 |
| 5. Coûts / Bénéfices | 6 |
| Pour être retenu, il faut obtenir une cote d'au moins 9,5 sur 19 | |
"