Artikel 1. In de codex over het welzijn op het werk, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 21 juli 2017 en 7 februari 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht in de Nederlandse tekst:
1° het woord "geneesheer" wordt telkens vervangen door het woord "arts";
2° het woord "geneesheren" wordt telkens vervangen door het woord "artsen";
3° het woord "arbeidsgeneesheer" wordt telkens vervangen door het woord "arbeidsarts;
4° het woord "preventieadviseur-arbeidsgeneesheer" wordt telkens vervangen door het woord "preventieadviseur-arbeidsarts";
5° het woord "geneesheer-arbeidsinspecteur" wordt telkens vervangen door het woord "arts sociaal inspecteur";
6° het woord "geneesheer sociaal inspecteur" wordt telkens vervangen door het woord "arts sociaal inspecteur";
7° het woord "hoofdgeneesheer" wordt telkens vervangen door het woord "hoofdarts";
8° het woord "geneesheer-adviseur" wordt telkens vervangen door het woord "adviserend arts;
9° de woorden "Orde der Geneesheren" worden telkens vervangen door de woorden "Orde der Artsen".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
14 MEI 2019. - Koninklijk besluit tot wijziging van de codex over het welzijn op het werk, wat het periodiek gezondheidstoezicht betreft
Titre
14 MAI 2019. - Arrêté royal modifiant le code du bien-être au travail, en ce qui concerne la surveillance de la santé périodique
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Inhoud
Tekst (36)
Texte (36)
HOOFDSTUK I. - Actualisering van de terminologie
CHAPITRE Ier. - Actualisation de la terminologie
Article 1er. Dans le code du bien-être au travail, modifié par les arrêtés royaux des 21 juillet 2017 et 7 février 2018, les modifications suivantes sont apportées dans le texte néerlandais :
1° le mot " geneesheer " est chaque fois remplacé par le mot " arts ";
2° le mot " geneesheren " est chaque fois remplacé par le mot " artsen ";
3° le mot " arbeidsgeneesheer " est chaque fois remplacé par le mot " arbeidsarts ";
4° le mot " preventieadviseur-arbeidsgeneesheer " est chaque fois remplacé par le mot " preventieadviseur-arbeidsarts ";
5° le mot " geneesheer-arbeidsinspecteur " est chaque fois remplacé par le mot " arts sociaal inspecteur ";
6° le mot " geneesheer sociaal inspecteur " est chaque fois remplacé par le mot " arts sociaal inspecteur ";
7° le mot " hoofdgeneesheer " est chaque fois remplacé par le mot " hoofdarts ";
8° le mot " geneesheer-adviseur " est chaque fois remplacé par le mot " adviserend arts ";
9° les mots " Orde der Geneesheren " sont chaque fois remplacés par les mots " Orde der Artsen ";
1° le mot " geneesheer " est chaque fois remplacé par le mot " arts ";
2° le mot " geneesheren " est chaque fois remplacé par le mot " artsen ";
3° le mot " arbeidsgeneesheer " est chaque fois remplacé par le mot " arbeidsarts ";
4° le mot " preventieadviseur-arbeidsgeneesheer " est chaque fois remplacé par le mot " preventieadviseur-arbeidsarts ";
5° le mot " geneesheer-arbeidsinspecteur " est chaque fois remplacé par le mot " arts sociaal inspecteur ";
6° le mot " geneesheer sociaal inspecteur " est chaque fois remplacé par le mot " arts sociaal inspecteur ";
7° le mot " hoofdgeneesheer " est chaque fois remplacé par le mot " hoofdarts ";
8° le mot " geneesheer-adviseur " est chaque fois remplacé par le mot " adviserend arts ";
9° les mots " Orde der Geneesheren " sont chaque fois remplacés par les mots " Orde der Artsen ";
HOOFDSTUK II. - Wijziging van hoofdstuk III van titel 1 van boek I van de codex over het welzijn op het werk
CHAPITRE II. - Modification du chapitre III du titre 1er du Livre Ier du code du bien-être au travail
Art. 2. Artikel I.1-4, 6° van de codex over het welzijn op het werk wordt vervangen als volgt:
"6° gezondheidstoezicht: het geheel van preventieve medische handelingen zoals opgesomd in artikel I.4-14, § 1, eerste lid, uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van de preventieadviseur-arbeidsarts met het oog op het uitvoeren van de opdrachten bedoeld in artikel I.4-2."
"6° gezondheidstoezicht: het geheel van preventieve medische handelingen zoals opgesomd in artikel I.4-14, § 1, eerste lid, uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van de preventieadviseur-arbeidsarts met het oog op het uitvoeren van de opdrachten bedoeld in artikel I.4-2."
Art. 2. L'article I.1-4, 6° du code du bien-être au travail est remplacé par ce qui suit :
" 6° surveillance de la santé : l'ensemble des actes médicaux préventifs tels qu'énumérés à l'article I.4-14, § 1er, alinéa 1er, exécutés par le conseiller en prévention-médecin du travail ou sous sa responsabilité, en vue de remplir les missions visées à l'article I.4-2. "
" 6° surveillance de la santé : l'ensemble des actes médicaux préventifs tels qu'énumérés à l'article I.4-14, § 1er, alinéa 1er, exécutés par le conseiller en prévention-médecin du travail ou sous sa responsabilité, en vue de remplir les missions visées à l'article I.4-2. "
HOOFDSTUK III. - Wijziging van titel 4 van boek I van de codex over het welzijn op het werk
CHAPITRE III. - Modification du titre 4 du Livre Ier du code du bien-être au travail
Art. 3. In artikel I.4-4 van de codex over het welzijn op het werk wordt paragraaf 1 opgeheven.
Art. 3. Dans l'article I.4-4 du code du bien-être au travail, le paragraphe 1er est abrogé.
Art. 4. Artikel I.4-5, § 1, eerste lid, 4° van de codex over het welzijn op het werk wordt opgeheven.
Art. 4. L'article I.4-5, § 1er, alinéa 1er, 4° du code du bien-être au travail est abrogé.
Art. 5. Artikel I.4-9 van de codex over het welzijn op het werk wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
"De werkgever herinnert alle werknemers, al dan niet onderworpen aan het gezondheidstoezicht, jaarlijks aan de mogelijkheid om een spontane raadpleging te vragen overeenkomstig artikel I.4-37."
"De werkgever herinnert alle werknemers, al dan niet onderworpen aan het gezondheidstoezicht, jaarlijks aan de mogelijkheid om een spontane raadpleging te vragen overeenkomstig artikel I.4-37."
Art. 5. L'article I.4-9 du code du bien-être au travail est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
" L'employeur rappelle chaque année à tous les travailleurs, soumis ou non à la surveillance de la santé, la possibilité de demander une consultation spontanée conformément à l'article I.4-37. "
" L'employeur rappelle chaque année à tous les travailleurs, soumis ou non à la surveillance de la santé, la possibilité de demander une consultation spontanée conformément à l'article I.4-37. "
Art. 6. Artikel I.4-14, § 1, eerste lid van de codex over het welzijn op het werk wordt vervangen als volgt:
" § 1. De preventieve medische handelingen omvatten:
1° de preventieve medische onderzoeken zoals bepaald in artikel I.4-15, uitgevoerd door de preventieadviseur-arbeidsarts;
2° de aanvullende medische handelingen, uitgevoerd door de preventieadviseur-arbeidsarts of, onder zijn verantwoordelijkheid, door zijn verpleegkundig personeel;
3° het samenstellen en het bijhouden van het gezondheidsdossier conform hoofdstuk VII van deze titel."
" § 1. De preventieve medische handelingen omvatten:
1° de preventieve medische onderzoeken zoals bepaald in artikel I.4-15, uitgevoerd door de preventieadviseur-arbeidsarts;
2° de aanvullende medische handelingen, uitgevoerd door de preventieadviseur-arbeidsarts of, onder zijn verantwoordelijkheid, door zijn verpleegkundig personeel;
3° het samenstellen en het bijhouden van het gezondheidsdossier conform hoofdstuk VII van deze titel."
Art. 6. L'article I.4-14, § 1er, alinéa 1er du code du bien-être au travail est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Les actes médicaux préventifs comprennent :
1° les examens médicaux de prévention tels que visés à l'article I.4-15, exécutés par le conseiller en prévention-médecin du travail;
2° les actes médicaux supplémentaires, exécutés par le conseiller en prévention-médecin du travail, ou sous sa responsabilité, par son personnel infirmier;
3° l'établissement et la tenue à jour du dossier de santé conformément au chapitre VII du même titre. "
" § 1er. Les actes médicaux préventifs comprennent :
1° les examens médicaux de prévention tels que visés à l'article I.4-15, exécutés par le conseiller en prévention-médecin du travail;
2° les actes médicaux supplémentaires, exécutés par le conseiller en prévention-médecin du travail, ou sous sa responsabilité, par son personnel infirmier;
3° l'établissement et la tenue à jour du dossier de santé conformément au chapitre VII du même titre. "
Art. 7. Artikel I.4-17, § 1 van de codex over het welzijn op het werk wordt vervangen als volgt:
" § 1. De preventieve medische onderzoeken worden uitgevoerd door de preventieadviseur-arbeidsarts die meewerkt aan de uitvoering van de opdrachten in verband met de risicoanalyse."
" § 1. De preventieve medische onderzoeken worden uitgevoerd door de preventieadviseur-arbeidsarts die meewerkt aan de uitvoering van de opdrachten in verband met de risicoanalyse."
Art. 7. L'article I.4-17, § 1er du code du bien-être au travail est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Les examens médicaux de prévention sont exécutés par le conseiller en prévention-médecin du travail qui collabore à l'exécution des missions en relation avec l'analyse des risques. "
" § 1er. Les examens médicaux de prévention sont exécutés par le conseiller en prévention-médecin du travail qui collabore à l'exécution des missions en relation avec l'analyse des risques. "
Art. 8. In artikel I.4-25 van de codex over het welzijn op het werk waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 ingevoegd, luidende:
" § 2. De werknemers die onderworpen zijn aan een voorafgaande gezondheidsbeoordeling overeenkomstig § 1, worden in elk geval na 12 maanden aan een periodieke gezondheidsbeoordeling onderworpen, om de gevoeligheid van de werknemer voor het specifieke risico waaraan hij is blootgesteld na te gaan. Vervolgens geldt de vastgelegde frequentie in functie van het risico zoals bedoeld in bijlage I.4-5."
" § 2. De werknemers die onderworpen zijn aan een voorafgaande gezondheidsbeoordeling overeenkomstig § 1, worden in elk geval na 12 maanden aan een periodieke gezondheidsbeoordeling onderworpen, om de gevoeligheid van de werknemer voor het specifieke risico waaraan hij is blootgesteld na te gaan. Vervolgens geldt de vastgelegde frequentie in functie van het risico zoals bedoeld in bijlage I.4-5."
Art. 8. Dans l'article I.4-25 du code du bien-être au travail, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, il est inséré un paragraphe 2, rédigé comme suit :
" § 2. Les travailleurs qui sont soumis à une évaluation de santé préalable conformément au § 1er, sont soumis dans tous les cas après 12 mois à une évaluation de santé périodique, pour vérifier la sensibilité du travailleur au risque spécifique auquel il est exposé. Ensuite, la fréquence fixée en fonction du risque, telle que visée à l'annexe I.4-5, est appliquée. "
" § 2. Les travailleurs qui sont soumis à une évaluation de santé préalable conformément au § 1er, sont soumis dans tous les cas après 12 mois à une évaluation de santé périodique, pour vérifier la sensibilité du travailleur au risque spécifique auquel il est exposé. Ensuite, la fréquence fixée en fonction du risque, telle que visée à l'annexe I.4-5, est appliquée. "
Art. 9. In afdeling 2 van boek I, titel 4, hoofdstuk IV van de codex over het welzijn op het werk worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het opschrift "Afdeling 2. - Periodieke gezondheidsbeoordeling" wordt vervangen door het opschrift "Afdeling 2. - Periodiek gezondheidstoezicht";
2° artikel I.4-29 wordt vervangen als volgt:
"Art. I.4-29.- De werknemers bedoeld in artikel I.4-3, § 1 worden aan een periodiek gezondheidstoezicht onderworpen zoals bepaald in bijlage I.4-5."
3° artikel I.4-30 wordt vervangen als volgt:
"Art. I.4-30.- § 1. Het periodiek gezondheidstoezicht omvat:
1° een gezondheidsbeoordeling, die bestaat uit een anamnese en een klinisch onderzoek, uitgevoerd door de preventieadviseur-arbeidsarts, om de verenigbaarheid van de gezondheidstoestand met de uitgeoefende arbeid na te gaan;
2° aanvullende medische handelingen, uitgevoerd door of onder de verantwoordelijkheid van de preventieadviseur-arbeidsarts, die ook de resultaten ervan interpreteert. De aanvullende medische handelingen:
a) houden een persoonlijk onderhoud in met de preventieadviseur-arbeidsarts of zijn verpleegkundig personeel;
b) houden specifiek verband met het risico waaraan de werknemer wordt blootgesteld wegens het uitoefenen van zijn functie;
c) kunnen plaatsvinden voorafgaand aan de periodieke gezondheidsbeoordeling, en/of tussen twee periodieke gezondheidsbeoordelingen in, in functie van wat bepaald wordt in bijlage I.4-5;
d) bestaan minstens uit individuele medische vragenlijsten en/of uit andere individuele medische handelingen vermeld in bijlage I.4-5;
e) worden uitgevoerd op het tijdstip van de dag, week of jaar dat het meest relevant is voor de evaluatie van het risico en, in voorkomend geval, voor de gezondheidsbeoordeling. Dit tijdstip wordt bepaald door de preventieadviseur-arbeidsarts.
§ 2. De ingevulde vragenlijsten bedoeld in § 1, 2°, d) worden, al dan niet via elektronische weg, rechtstreeks terugbezorgd aan de preventieadviseur-arbeidsarts of zijn verpleegkundig personeel.
Deze vragenlijsten vermelden in elk geval:
a) de contactgegevens van de bevoegde preventieadviseur-arbeidsarts;
b) het recht van de werknemer om te allen tijde een spontane raadpleging te vragen;
c) de mogelijkheid voor de werknemer om aan te geven dat hij zo snel mogelijk wil worden gecontacteerd door de preventieadviseur-arbeidsarts.
§ 3. De externe diensten werken samen met het oog op het ontwikkelen van modelvragenlijsten en richtlijnen voor een gestandaardiseerde invulling van de andere aanvullende medische handelingen die specifiek verband houden met het risico waaraan de werknemer wordt blootgesteld wegens het uitoefenen van zijn functie, en melden deze aan de algemene directie HUA.
De Minister kan nadere regels en criteria vastleggen voor het ontwikkelen van de modelvragenlijsten en richtlijnen bedoeld in het eerste lid, of hij kan zelf modelvragenlijsten en richtlijnen opstellen.
4° In artikel I.4-31 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- In het eerste lid worden de woorden "bijkomende handelingen bedoeld in artikel I.4-27, § 2" vervangen door de woorden "aanvullende medische handelingen bedoeld in bijlage I.4-5";
- Tussen het tweede en het derde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:
"De preventieadviseur-arbeidsarts motiveert zijn keuze in een document dat door hem wordt ondertekend en dat ter beschikking wordt gehouden van de arts sociaal inspecteur van de algemene directie TWW."
5° Artikel I.4-32 wordt vervangen als volgt:
"Art. I.4-32.- § 1. De frequentie van de periodieke gezondheidsbeoordeling en van de aanvullende medische handelingen is vastgelegd in bijlage I.4-5 in functie van de aard, de mate en de duur van de blootstelling aan het risico.
Wanneer een werknemer is blootgesteld aan meerdere risico's waarvoor een verschillende frequentie van periodieke gezondheidsbeoordeling geldt, wordt de hoogste frequentie gevolgd.
§ 2. Wanneer de aanvullende medische handelingen die in de periode tussen twee periodieke gezondheidsbeoordelingen plaatsvinden, een ongewoon resultaat vertonen, neemt de preventieadviseur-arbeidsarts contact op met de betrokken werknemer om na te gaan of een gezondheidsbeoordeling noodzakelijk is. Hiertoe kan de preventieadviseur-arbeidsarts, telkens hij het nuttig acht en met de toestemming van de werknemer, zich informeren bij zijn behandelend arts.
In dat geval kan de preventieadviseur-arbeidsarts, afhankelijk van de concrete omstandigheden, één of meerdere van de volgende beslissingen nemen:
1° hij onderwerpt de betrokken werknemer aan een gezondheidsbeoordeling;
2° hij onderwerpt alle of bepaalde werknemers die worden blootgesteld aan hetzelfde risico, eveneens aan een gezondheidsbeoordeling;
3° hij verhoogt de frequentie van de periodieke gezondheidsbeoordelingen en/of van de aanvullende medische handelingen voor de betrokken werknemer, en eventueel ook voor alle of bepaalde werknemers die aan hetzelfde risico worden blootgesteld. De hogere frequentie wordt aangehouden totdat de preventieadviseur-arbeidsarts oordeelt dat het risico onder controle is.
De preventieadviseur-arbeidsarts motiveert zijn beslissing in een document dat door hem wordt ondertekend en dat ter beschikking wordt gehouden van de arts sociaal inspecteur van de algemene directie TWW.
§ 3. In afwijking van de frequentie bedoeld in bijlage I.4-5, kan de preventieadviseur-arbeidsarts, al dan niet tijdelijk, een hogere frequentie van periodieke gezondheidsbeoordelingen en/of aanvullende medische handelingen vastleggen voor specifieke situaties die volgens zijn oordeel een negatieve impact hebben of kunnen hebben op de gezondheid van de werknemer, bijvoorbeeld omdat de werknemer behoort tot een specifieke risicogroep, of omwille van wijzigingen aan de werkpost of activiteit, of wegens incidenten of ongevallen die zich hebben voorgedaan, of omwille van een overschrijding van actiewaarden.
De preventieadviseur-arbeidsarts motiveert zijn beslissing in een document dat door hem wordt ondertekend en dat ter beschikking wordt gehouden van de arts sociaal inspecteur van de algemene directie TWW.
§ 4. De arts sociaal inspecteur van de algemene directie TWW kan, zo hij het nodig acht, een hogere frequentie van periodieke gezondheidsbeoordelingen en/of van de aanvullende medische handelingen opleggen, of de inhoud en het tijdstip van de aanvullende medische handelingen aanpassen.
§ 5. De werknemer die getroffen is door een beroepsgebonden aandoening waarvan de diagnose aan de hand van de in artikel I.4-27 bepaalde handelingen niet voldoende kan worden gesteld, wordt onderworpen aan elk bijkomend onderzoek dat de preventieadviseur-arbeidsarts of de arts sociaal inspecteur van de algemene directie TWW nodig acht.
§ 6. De preventieadviseur-arbeidsarts verstrekt regelmatig, en minstens één keer per jaar, aan de werkgever en aan het comité een globale rapportering over de resultaten van het periodiek gezondheidstoezicht met het oog op het eventueel voorstellen of aanpassen van preventiemaatregelen."
1° het opschrift "Afdeling 2. - Periodieke gezondheidsbeoordeling" wordt vervangen door het opschrift "Afdeling 2. - Periodiek gezondheidstoezicht";
2° artikel I.4-29 wordt vervangen als volgt:
"Art. I.4-29.- De werknemers bedoeld in artikel I.4-3, § 1 worden aan een periodiek gezondheidstoezicht onderworpen zoals bepaald in bijlage I.4-5."
3° artikel I.4-30 wordt vervangen als volgt:
"Art. I.4-30.- § 1. Het periodiek gezondheidstoezicht omvat:
1° een gezondheidsbeoordeling, die bestaat uit een anamnese en een klinisch onderzoek, uitgevoerd door de preventieadviseur-arbeidsarts, om de verenigbaarheid van de gezondheidstoestand met de uitgeoefende arbeid na te gaan;
2° aanvullende medische handelingen, uitgevoerd door of onder de verantwoordelijkheid van de preventieadviseur-arbeidsarts, die ook de resultaten ervan interpreteert. De aanvullende medische handelingen:
a) houden een persoonlijk onderhoud in met de preventieadviseur-arbeidsarts of zijn verpleegkundig personeel;
b) houden specifiek verband met het risico waaraan de werknemer wordt blootgesteld wegens het uitoefenen van zijn functie;
c) kunnen plaatsvinden voorafgaand aan de periodieke gezondheidsbeoordeling, en/of tussen twee periodieke gezondheidsbeoordelingen in, in functie van wat bepaald wordt in bijlage I.4-5;
d) bestaan minstens uit individuele medische vragenlijsten en/of uit andere individuele medische handelingen vermeld in bijlage I.4-5;
e) worden uitgevoerd op het tijdstip van de dag, week of jaar dat het meest relevant is voor de evaluatie van het risico en, in voorkomend geval, voor de gezondheidsbeoordeling. Dit tijdstip wordt bepaald door de preventieadviseur-arbeidsarts.
§ 2. De ingevulde vragenlijsten bedoeld in § 1, 2°, d) worden, al dan niet via elektronische weg, rechtstreeks terugbezorgd aan de preventieadviseur-arbeidsarts of zijn verpleegkundig personeel.
Deze vragenlijsten vermelden in elk geval:
a) de contactgegevens van de bevoegde preventieadviseur-arbeidsarts;
b) het recht van de werknemer om te allen tijde een spontane raadpleging te vragen;
c) de mogelijkheid voor de werknemer om aan te geven dat hij zo snel mogelijk wil worden gecontacteerd door de preventieadviseur-arbeidsarts.
§ 3. De externe diensten werken samen met het oog op het ontwikkelen van modelvragenlijsten en richtlijnen voor een gestandaardiseerde invulling van de andere aanvullende medische handelingen die specifiek verband houden met het risico waaraan de werknemer wordt blootgesteld wegens het uitoefenen van zijn functie, en melden deze aan de algemene directie HUA.
De Minister kan nadere regels en criteria vastleggen voor het ontwikkelen van de modelvragenlijsten en richtlijnen bedoeld in het eerste lid, of hij kan zelf modelvragenlijsten en richtlijnen opstellen.
4° In artikel I.4-31 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- In het eerste lid worden de woorden "bijkomende handelingen bedoeld in artikel I.4-27, § 2" vervangen door de woorden "aanvullende medische handelingen bedoeld in bijlage I.4-5";
- Tussen het tweede en het derde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:
"De preventieadviseur-arbeidsarts motiveert zijn keuze in een document dat door hem wordt ondertekend en dat ter beschikking wordt gehouden van de arts sociaal inspecteur van de algemene directie TWW."
5° Artikel I.4-32 wordt vervangen als volgt:
"Art. I.4-32.- § 1. De frequentie van de periodieke gezondheidsbeoordeling en van de aanvullende medische handelingen is vastgelegd in bijlage I.4-5 in functie van de aard, de mate en de duur van de blootstelling aan het risico.
Wanneer een werknemer is blootgesteld aan meerdere risico's waarvoor een verschillende frequentie van periodieke gezondheidsbeoordeling geldt, wordt de hoogste frequentie gevolgd.
§ 2. Wanneer de aanvullende medische handelingen die in de periode tussen twee periodieke gezondheidsbeoordelingen plaatsvinden, een ongewoon resultaat vertonen, neemt de preventieadviseur-arbeidsarts contact op met de betrokken werknemer om na te gaan of een gezondheidsbeoordeling noodzakelijk is. Hiertoe kan de preventieadviseur-arbeidsarts, telkens hij het nuttig acht en met de toestemming van de werknemer, zich informeren bij zijn behandelend arts.
In dat geval kan de preventieadviseur-arbeidsarts, afhankelijk van de concrete omstandigheden, één of meerdere van de volgende beslissingen nemen:
1° hij onderwerpt de betrokken werknemer aan een gezondheidsbeoordeling;
2° hij onderwerpt alle of bepaalde werknemers die worden blootgesteld aan hetzelfde risico, eveneens aan een gezondheidsbeoordeling;
3° hij verhoogt de frequentie van de periodieke gezondheidsbeoordelingen en/of van de aanvullende medische handelingen voor de betrokken werknemer, en eventueel ook voor alle of bepaalde werknemers die aan hetzelfde risico worden blootgesteld. De hogere frequentie wordt aangehouden totdat de preventieadviseur-arbeidsarts oordeelt dat het risico onder controle is.
De preventieadviseur-arbeidsarts motiveert zijn beslissing in een document dat door hem wordt ondertekend en dat ter beschikking wordt gehouden van de arts sociaal inspecteur van de algemene directie TWW.
§ 3. In afwijking van de frequentie bedoeld in bijlage I.4-5, kan de preventieadviseur-arbeidsarts, al dan niet tijdelijk, een hogere frequentie van periodieke gezondheidsbeoordelingen en/of aanvullende medische handelingen vastleggen voor specifieke situaties die volgens zijn oordeel een negatieve impact hebben of kunnen hebben op de gezondheid van de werknemer, bijvoorbeeld omdat de werknemer behoort tot een specifieke risicogroep, of omwille van wijzigingen aan de werkpost of activiteit, of wegens incidenten of ongevallen die zich hebben voorgedaan, of omwille van een overschrijding van actiewaarden.
De preventieadviseur-arbeidsarts motiveert zijn beslissing in een document dat door hem wordt ondertekend en dat ter beschikking wordt gehouden van de arts sociaal inspecteur van de algemene directie TWW.
§ 4. De arts sociaal inspecteur van de algemene directie TWW kan, zo hij het nodig acht, een hogere frequentie van periodieke gezondheidsbeoordelingen en/of van de aanvullende medische handelingen opleggen, of de inhoud en het tijdstip van de aanvullende medische handelingen aanpassen.
§ 5. De werknemer die getroffen is door een beroepsgebonden aandoening waarvan de diagnose aan de hand van de in artikel I.4-27 bepaalde handelingen niet voldoende kan worden gesteld, wordt onderworpen aan elk bijkomend onderzoek dat de preventieadviseur-arbeidsarts of de arts sociaal inspecteur van de algemene directie TWW nodig acht.
§ 6. De preventieadviseur-arbeidsarts verstrekt regelmatig, en minstens één keer per jaar, aan de werkgever en aan het comité een globale rapportering over de resultaten van het periodiek gezondheidstoezicht met het oog op het eventueel voorstellen of aanpassen van preventiemaatregelen."
Art. 9. Dans la section 2 du Livre Ier, titre 4, chapitre IV du code du bien-être au travail, les modifications suivantes sont apportées :
1° le titre " Section 2. - Evaluation de santé périodique " est remplacé par le titre " Section 2. - Surveillance de santé périodique ";
2° l'article I.4-29 est remplacé par ce qui suit :
" Art. I.4-29.- Les travailleurs visés à l'article I.4-3, § 1er sont soumis à une surveillance de santé périodique telle que fixée à l'annexe I.4-5. "
3° l'article I.4-30 est remplacé par ce qui suit :
" Art. I.4-30.- § 1er. La surveillance de santé périodique comprend :
1° une évaluation de santé consistant en une anamnèse et un examen clinique, exécutés par le conseiller en prévention-médecin du travail, afin de vérifier la compatibilité de l'état de santé avec le travail exercé;
2° des actes médicaux supplémentaires, exécutés par le conseiller en prévention-médecin du travail ou sous sa responsabilité, qui en interprète aussi les résultats. Les actes médicaux supplémentaires :
a) comprennent un entretien personnel avec le conseiller en prévention- médecin du travail ou son personnel infirmier;
b) sont spécifiquement liés au risque auquel le travailleur est exposé en raison de l'exercice de sa fonction;
c) peuvent avoir lieu avant l'évaluation de santé périodique, et/ou entre deux évaluations de santé périodiques, en fonction de ce qui est fixé à l'annexe I.4-5;
d) consistent au moins en questionnaires médicaux individuels et/ou en d'autres actes individuels médicaux mentionnés à l'annexe I.4-5;
e) sont exécutés au moment du jour, de la semaine ou de l'année, qui est le plus pertinent pour l'évaluation du risque, et, le cas échéant, pour l'évaluation de santé. Ce moment est déterminé par le conseiller en prévention-médecin du travail.
§ 2. Les questionnaires complétés visés au § 1er, 2°, d) sont directement remis au conseiller en prévention-médecin du travail ou à son personnel infirmier, que ce soit par voie électronique ou non.
Ces questionnaires mentionnent en tout cas :
a) les coordonnées du conseiller en prévention-médecin du travail compétent;
b) le droit du travailleur à demander une consultation spontanée n'importe quand;
c) la possibilité pour le travailleur d'indiquer qu'il veut être contacté le plus rapidement possible par le conseiller en prévention-médecin du travail.
§ 3. Les services externes collaborent en vue d'élaborer des modèles de questionnaires standardisés et des directives pour une interprétation standardisée des autres actes médicaux supplémentaires qui sont spécifiquement liés au risque auquel le travailleur est exposé en raison de l'exercice de sa fonction et qui sont communiqués à la direction générale HUT.
Le Ministre peut fixer des modalités et critères pour l'élaboration des modèles de questionnaires et des directives visés à l'alinéa 1er, ou il peut lui-même établir des modèles de questionnaires et des directives.
4° Dans l'article I.4-31, les modifications suivantes sont apportées :
- Dans l'alinéa 1er, les mots "prestations supplémentaires visées à l'article I.4-27, § 2" sont remplacés par les mots "actes médicaux supplémentaires visés à l'annexe I.4-5";
- Il est inséré un nouvel alinéa entre les alinéas 2 et 3, rédigé comme suit :
" Le conseiller en prévention-médecin du travail motive son choix dans un document qu'il signe et qui est tenu à disposition du médecin inspecteur social de la direction générale CBE. "
5° L'article I.4-32 est remplacé par ce qui suit :
" Art. I.4-32.- § 1er. La fréquence de l'évaluation de santé périodique et des actes médicaux supplémentaires est déterminée à l'annexe I.4-5 en fonction de la nature, du degré et de la durée de l'exposition au risque.
Lorsqu'un travailleur est exposé à plusieurs risques pour lesquels la fréquence de la surveillance de santé périodique est différente, la fréquence la plus élevée est appliquée.
§ 2. Lorsque les actes médicaux supplémentaires qui ont lieu dans la période entre deux surveillances de santé périodiques, montrent un résultat inhabituel, le conseiller en prévention-médecin du travail prend contact avec le travailleur concerné afin de déterminer si une évaluation de santé est nécessaire. A cette fin, le conseiller en prévention-médecin du travail peut, chaque fois qu'il l'estime utile et avec l'accord du travailleur, s'informer auprès de son médecin traitant.
Dans ce cas, le conseiller en prévention-médecin du travail peut, en fonction des situations concrètes, prendre une ou plusieurs des décisions suivantes :
1° il soumet le travailleur concerné à une évaluation de santé;
2° il soumet tous ou certains travailleurs qui sont exposés au même risque, à une évaluation de santé;
3° il augmente la fréquence des évaluations de santé périodiques et/ou des actes médicaux supplémentaires pour le travailleur concerné, et éventuellement aussi pour tous ou certains travailleurs qui sont exposés au même risque. La fréquence supérieure est maintenue jusqu'au moment où le conseiller en prévention-médecin du travail juge que le risque est sous contrôle.
Le conseiller en prévention-médecin du travail motive sa décision dans un document qu'il signe et qui est tenu à disposition du médecin inspecteur social de la direction générale CBE.
§ 3. En dérogation à la fréquence fixée à l'annexe I.4-5, le conseiller en prévention-médecin du travail peut fixer, temporairement ou non, une fréquence supérieure des évaluations de santé périodiques et/ou des actes médicaux supplémentaires, pour des situations spécifiques qui, selon lui, ont ou peuvent avoir un impact négatif sur la santé du travailleur, par exemple parce que le travailleur appartient à un groupe à risque spécifique, ou en raison de changements dans le poste de travail ou de l'activité, ou en raison d'incidents ou d'accidents survenus, ou en raison d'un dépassement des valeurs d'action.
Le conseiller en prévention-médecin du travail motive sa décision dans un document qu'il signe et qui est tenu à disposition du médecin inspecteur social de la direction générale CBE.
§ 4. Le médecin inspecteur social de la direction générale CBE peut, s'il l'estime nécessaire, imposer une fréquence supérieure des évaluations de santé périodiques et/ou des actes médicaux supplémentaires, ou adapter le contenu et le moment des actes médicaux supplémentaires.
§ 5. Le travailleur atteint d'affection d'origine professionnelle dont le diagnostic ne peut être suffisamment établi par les moyens définis à l'article I.4-27 est soumis à tout examen complémentaire que le conseiller en prévention-médecin du travail ou le médecin inspecteur social de la direction générale CBE, juge nécessaire.
§ 6. Le conseiller en prévention-médecin du travail fournit régulièrement et au moins une fois par an, à l'employeur et au comité, un rapport global sur les résultats de la surveillance de santé périodique, en vue de proposer ou d'adapter éventuellement les mesures de prévention. "
1° le titre " Section 2. - Evaluation de santé périodique " est remplacé par le titre " Section 2. - Surveillance de santé périodique ";
2° l'article I.4-29 est remplacé par ce qui suit :
" Art. I.4-29.- Les travailleurs visés à l'article I.4-3, § 1er sont soumis à une surveillance de santé périodique telle que fixée à l'annexe I.4-5. "
3° l'article I.4-30 est remplacé par ce qui suit :
" Art. I.4-30.- § 1er. La surveillance de santé périodique comprend :
1° une évaluation de santé consistant en une anamnèse et un examen clinique, exécutés par le conseiller en prévention-médecin du travail, afin de vérifier la compatibilité de l'état de santé avec le travail exercé;
2° des actes médicaux supplémentaires, exécutés par le conseiller en prévention-médecin du travail ou sous sa responsabilité, qui en interprète aussi les résultats. Les actes médicaux supplémentaires :
a) comprennent un entretien personnel avec le conseiller en prévention- médecin du travail ou son personnel infirmier;
b) sont spécifiquement liés au risque auquel le travailleur est exposé en raison de l'exercice de sa fonction;
c) peuvent avoir lieu avant l'évaluation de santé périodique, et/ou entre deux évaluations de santé périodiques, en fonction de ce qui est fixé à l'annexe I.4-5;
d) consistent au moins en questionnaires médicaux individuels et/ou en d'autres actes individuels médicaux mentionnés à l'annexe I.4-5;
e) sont exécutés au moment du jour, de la semaine ou de l'année, qui est le plus pertinent pour l'évaluation du risque, et, le cas échéant, pour l'évaluation de santé. Ce moment est déterminé par le conseiller en prévention-médecin du travail.
§ 2. Les questionnaires complétés visés au § 1er, 2°, d) sont directement remis au conseiller en prévention-médecin du travail ou à son personnel infirmier, que ce soit par voie électronique ou non.
Ces questionnaires mentionnent en tout cas :
a) les coordonnées du conseiller en prévention-médecin du travail compétent;
b) le droit du travailleur à demander une consultation spontanée n'importe quand;
c) la possibilité pour le travailleur d'indiquer qu'il veut être contacté le plus rapidement possible par le conseiller en prévention-médecin du travail.
§ 3. Les services externes collaborent en vue d'élaborer des modèles de questionnaires standardisés et des directives pour une interprétation standardisée des autres actes médicaux supplémentaires qui sont spécifiquement liés au risque auquel le travailleur est exposé en raison de l'exercice de sa fonction et qui sont communiqués à la direction générale HUT.
Le Ministre peut fixer des modalités et critères pour l'élaboration des modèles de questionnaires et des directives visés à l'alinéa 1er, ou il peut lui-même établir des modèles de questionnaires et des directives.
4° Dans l'article I.4-31, les modifications suivantes sont apportées :
- Dans l'alinéa 1er, les mots "prestations supplémentaires visées à l'article I.4-27, § 2" sont remplacés par les mots "actes médicaux supplémentaires visés à l'annexe I.4-5";
- Il est inséré un nouvel alinéa entre les alinéas 2 et 3, rédigé comme suit :
" Le conseiller en prévention-médecin du travail motive son choix dans un document qu'il signe et qui est tenu à disposition du médecin inspecteur social de la direction générale CBE. "
5° L'article I.4-32 est remplacé par ce qui suit :
" Art. I.4-32.- § 1er. La fréquence de l'évaluation de santé périodique et des actes médicaux supplémentaires est déterminée à l'annexe I.4-5 en fonction de la nature, du degré et de la durée de l'exposition au risque.
Lorsqu'un travailleur est exposé à plusieurs risques pour lesquels la fréquence de la surveillance de santé périodique est différente, la fréquence la plus élevée est appliquée.
§ 2. Lorsque les actes médicaux supplémentaires qui ont lieu dans la période entre deux surveillances de santé périodiques, montrent un résultat inhabituel, le conseiller en prévention-médecin du travail prend contact avec le travailleur concerné afin de déterminer si une évaluation de santé est nécessaire. A cette fin, le conseiller en prévention-médecin du travail peut, chaque fois qu'il l'estime utile et avec l'accord du travailleur, s'informer auprès de son médecin traitant.
Dans ce cas, le conseiller en prévention-médecin du travail peut, en fonction des situations concrètes, prendre une ou plusieurs des décisions suivantes :
1° il soumet le travailleur concerné à une évaluation de santé;
2° il soumet tous ou certains travailleurs qui sont exposés au même risque, à une évaluation de santé;
3° il augmente la fréquence des évaluations de santé périodiques et/ou des actes médicaux supplémentaires pour le travailleur concerné, et éventuellement aussi pour tous ou certains travailleurs qui sont exposés au même risque. La fréquence supérieure est maintenue jusqu'au moment où le conseiller en prévention-médecin du travail juge que le risque est sous contrôle.
Le conseiller en prévention-médecin du travail motive sa décision dans un document qu'il signe et qui est tenu à disposition du médecin inspecteur social de la direction générale CBE.
§ 3. En dérogation à la fréquence fixée à l'annexe I.4-5, le conseiller en prévention-médecin du travail peut fixer, temporairement ou non, une fréquence supérieure des évaluations de santé périodiques et/ou des actes médicaux supplémentaires, pour des situations spécifiques qui, selon lui, ont ou peuvent avoir un impact négatif sur la santé du travailleur, par exemple parce que le travailleur appartient à un groupe à risque spécifique, ou en raison de changements dans le poste de travail ou de l'activité, ou en raison d'incidents ou d'accidents survenus, ou en raison d'un dépassement des valeurs d'action.
Le conseiller en prévention-médecin du travail motive sa décision dans un document qu'il signe et qui est tenu à disposition du médecin inspecteur social de la direction générale CBE.
§ 4. Le médecin inspecteur social de la direction générale CBE peut, s'il l'estime nécessaire, imposer une fréquence supérieure des évaluations de santé périodiques et/ou des actes médicaux supplémentaires, ou adapter le contenu et le moment des actes médicaux supplémentaires.
§ 5. Le travailleur atteint d'affection d'origine professionnelle dont le diagnostic ne peut être suffisamment établi par les moyens définis à l'article I.4-27 est soumis à tout examen complémentaire que le conseiller en prévention-médecin du travail ou le médecin inspecteur social de la direction générale CBE, juge nécessaire.
§ 6. Le conseiller en prévention-médecin du travail fournit régulièrement et au moins une fois par an, à l'employeur et au comité, un rapport global sur les résultats de la surveillance de santé périodique, en vue de proposer ou d'adapter éventuellement les mesures de prévention. "
Art. 10. Artikel I.4-40 van de codex over het welzijn op het werk wordt vervangen als volgt:
"Art. I.4-40.- De kenmerken en de gevolgen van de uitbreiding van het gezondheidstoezicht bedoeld bij artikel I.4-39 worden vastgelegd door de preventieadviseur-arbeidsarts in een document dat door hem ter beschikking wordt gehouden van de arts sociaal inspecteur van de algemene directie TWW. Deze laatste kan eveneens eender welke nieuwe gezondheidsbeoordeling opleggen die hij nodig acht.
De preventieadviseur-arbeidsarts verstrekt over de uitbreiding van het gezondheidstoezicht een globale rapportering aan het comité overeenkomstig artikel I.4-30, § 6."
"Art. I.4-40.- De kenmerken en de gevolgen van de uitbreiding van het gezondheidstoezicht bedoeld bij artikel I.4-39 worden vastgelegd door de preventieadviseur-arbeidsarts in een document dat door hem ter beschikking wordt gehouden van de arts sociaal inspecteur van de algemene directie TWW. Deze laatste kan eveneens eender welke nieuwe gezondheidsbeoordeling opleggen die hij nodig acht.
De preventieadviseur-arbeidsarts verstrekt over de uitbreiding van het gezondheidstoezicht een globale rapportering aan het comité overeenkomstig artikel I.4-30, § 6."
Art. 10. L'article I.4-40 du code du bien-être au travail est remplacé comme suit :
" Art. I.4-40.- Les caractéristiques et les conséquences de l'extension de la surveillance de la santé visée à l'article I.4-39 sont déterminées par le conseiller en prévention-médecin du travail dans un document qu'il tient à disposition du médecin inspecteur social de la direction générale CBE. Ce dernier peut également imposer toute nouvelle évaluation de la santé qu'il juge nécessaire.
Le conseiller en prévention-médecin du travail fournit un rapport global au comité sur l'extension de la surveillance de la santé conformément à l'article I.4-30, § 6. "
" Art. I.4-40.- Les caractéristiques et les conséquences de l'extension de la surveillance de la santé visée à l'article I.4-39 sont déterminées par le conseiller en prévention-médecin du travail dans un document qu'il tient à disposition du médecin inspecteur social de la direction générale CBE. Ce dernier peut également imposer toute nouvelle évaluation de la santé qu'il juge nécessaire.
Le conseiller en prévention-médecin du travail fournit un rapport global au comité sur l'extension de la surveillance de la santé conformément à l'article I.4-30, § 6. "
Art. 11. In artikel I.4-52, tweede lid van de codex over het welzijn op het werk wordt de woorden "geneesheer sociaal inspecteur van de algemene directie TWW." vervangen door de woorden "met het toezicht belaste ambtenaar."
Art. 11. Dans l'article I.4-52, alinéa 2 du code du bien-être au travail, les mots " médecin inspecteur social de la direction générale CBE. " sont remplacés par les mots " fonctionnaire chargé de la surveillance. "
Art. 12. In de codex over het welzijn op het werk wordt een bijlage I.4-5 ingevoegd die als bijlage 1 wordt gevoegd bij dit besluit.
Art. 12. Dans le code du bien-être au travail, il est inséré une annexe I.4-5 jointe en annexe 1 du présent arrêté.
Art. 13. In de codex over het welzijn op het werk wordt de bijlage I.4-2, 3de deel vervangen door de bijlage 2 gevoegd bij dit besluit.
Art. 13. Dans le code du bien-être au travail, l'annexe I.4-2, 3e partie est remplacée par l'annexe 2, jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van de overige titels van de codex over het welzijn op het werk
CHAPITRE IV. - Modifications d'autres titres du code du bien-être au travail
Art. 14. In artikel II.3-16, § 1, 3° van de codex over het welzijn op het werk worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "met uitzondering van de bijkomende handelingen bedoeld in artikel I.4-27, § 2" worden opgeheven;
2° "a) wordt vervangen als volgt: "de voorafgaande gezondheidsbeoordeling, de periodieke gezondheidsbeoordeling en de aanvullende medische handelingen."
1° de woorden "met uitzondering van de bijkomende handelingen bedoeld in artikel I.4-27, § 2" worden opgeheven;
2° "a) wordt vervangen als volgt: "de voorafgaande gezondheidsbeoordeling, de periodieke gezondheidsbeoordeling en de aanvullende medische handelingen."
Art. 14. A l'article II.3-16, § 1er, 3° du code du bien-être au travail, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots " à l'exception des prestations supplémentaires visées à l'article I.4-27, § 2 " sont supprimés;
2° le a) est remplacé par ce qui suit : " l'évaluation de santé préalable, l'évaluation de santé périodique et les actes médicaux supplémentaires; ".
1° les mots " à l'exception des prestations supplémentaires visées à l'article I.4-27, § 2 " sont supprimés;
2° le a) est remplacé par ce qui suit : " l'évaluation de santé préalable, l'évaluation de santé périodique et les actes médicaux supplémentaires; ".
Art. 15. In artikel VIII.3-10 van de codex over het welzijn op het werk worden het tweede en het derde lid opgeheven.
Art. 15. Dans l'article VIII.3-10 du code du bien-être au travail, les alinéas 2 et 3 sont abrogés.
Art. 16. Artikel VI.2-14, 1°, derde lid van de codex over het welzijn op het werk wordt vervangen als volgt:
"Zolang de blootstelling duurt, wordt een periodieke gezondheidsbeoordeling uitgevoerd."
"Zolang de blootstelling duurt, wordt een periodieke gezondheidsbeoordeling uitgevoerd."
Art. 16. L'article VI.2-14, 1°, alinéa 3 du code du bien-être au travail est remplacé comme suit :
" Une évaluation de santé périodique est effectuée aussi longtemps que dure l'exposition. "
" Une évaluation de santé périodique est effectuée aussi longtemps que dure l'exposition. "
Art. 17. In artikel VII.1-44 van de codex over het welzijn op het werk worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"De werknemer die wordt blootgesteld aan biologische agentia wordt onderworpen aan periodiek gezondheidstoezicht overeenkomstig bijlage I.4-5, dat bestaat uit een gezondheidsbeoordeling die, naar gelang van het geval, wordt aangevuld door aanvullende medische handelingen die bestaan uit gerichte onderzoeken."
2° het tweede lid wordt opgeheven.
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"De werknemer die wordt blootgesteld aan biologische agentia wordt onderworpen aan periodiek gezondheidstoezicht overeenkomstig bijlage I.4-5, dat bestaat uit een gezondheidsbeoordeling die, naar gelang van het geval, wordt aangevuld door aanvullende medische handelingen die bestaan uit gerichte onderzoeken."
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 17. Dans l'article VII.1-44 du code du bien-être au travail, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Le travailleur exposé aux agents biologiques est soumis à la surveillance de santé périodique conformément à l'annexe I.4-5, qui consiste en une évaluation de santé complétée, selon le cas, par des actes médicaux supplémentaires, qui consistent en des examens dirigés. "
2° l'alinéa 2 est abrogé.
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Le travailleur exposé aux agents biologiques est soumis à la surveillance de santé périodique conformément à l'annexe I.4-5, qui consiste en une évaluation de santé complétée, selon le cas, par des actes médicaux supplémentaires, qui consistent en des examens dirigés. "
2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 18. In artikel V.5-6 van de codex over het welzijn op het werk, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 18. Dans l'article V.5-6 du code du bien-être au travail, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 19. In titel 4 van boek V van de codex over het welzijn op het werk worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in artikel V.4-10, tweede lid, 3°, wordt het woord "jaarlijkse" opgeheven;
2° in artikel V.4-16, eerste lid wordt het woord "jaarlijks" opgeheven;
3° in artikel V.4-17, eerste lid wordt het woord "jaarlijks" opgeheven.
1° in artikel V.4-10, tweede lid, 3°, wordt het woord "jaarlijkse" opgeheven;
2° in artikel V.4-16, eerste lid wordt het woord "jaarlijks" opgeheven;
3° in artikel V.4-17, eerste lid wordt het woord "jaarlijks" opgeheven.
Art. 19. Dans le titre 4 du livre V du code du bien-être au travail, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'article V.4-10, alinéa 2, 3°, le mot " annuelle " est abrogé;
2° dans l'article V.4-16, alinéa 1er, le mot " annuelle " est abrogé;
3° dans l'article V.4-17, alinéa 1er, le mot " annuelle " est abrogé.
1° dans l'article V.4-10, alinéa 2, 3°, le mot " annuelle " est abrogé;
2° dans l'article V.4-16, alinéa 1er, le mot " annuelle " est abrogé;
3° dans l'article V.4-17, alinéa 1er, le mot " annuelle " est abrogé.
Art. 20. In artikel X.1-5 van de codex over het welzijn op het werk worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in § 2, eerste lid worden de woorden "om de drie jaar, of elk jaar indien het Comité het vraagt" opgeheven;
2° in § 2, wordt het tweede lid opgeheven;
3° in § 3, eerste lid worden de woorden "jaarlijks verricht en" opgeheven.
1° in § 2, eerste lid worden de woorden "om de drie jaar, of elk jaar indien het Comité het vraagt" opgeheven;
2° in § 2, wordt het tweede lid opgeheven;
3° in § 3, eerste lid worden de woorden "jaarlijks verricht en" opgeheven.
Art. 20. Dans l'article X.1-5 du code du bien-être au travail, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 2, alinéa 1er les mots " tous les trois ans, ou tous les ans si le Comité le demande " sont abrogés;
2° au § 2, l'alinéa 2 est abrogé;
3° au § 3, alinéa 1er les mots " est annuelle et " sont abrogés.
1° au § 2, alinéa 1er les mots " tous les trois ans, ou tous les ans si le Comité le demande " sont abrogés;
2° au § 2, l'alinéa 2 est abrogé;
3° au § 3, alinéa 1er les mots " est annuelle et " sont abrogés.
Art. 21. Artikel V.2-25 van de codex over het welzijn op het werk wordt vervangen als volgt:
"Art. V.2-25.- De betrokken werknemer wordt onderworpen aan een periodieke gezondheidsbeoordeling.
Er wordt een audiometrisch onderzoek uitgevoerd binnen de 12 maanden die volgen op de eerste beoordeling."
"Art. V.2-25.- De betrokken werknemer wordt onderworpen aan een periodieke gezondheidsbeoordeling.
Er wordt een audiometrisch onderzoek uitgevoerd binnen de 12 maanden die volgen op de eerste beoordeling."
Art. 21. L'article V.2-25 du code du bien-être au travail, est remplacé par ce qui suit :
" Art.V.2-25. - Le travailleur concerné est soumis à une évaluation de santé périodique.
Un examen audiométrique est effectué dans les 12 mois qui suivent la première évaluation. "
" Art.V.2-25. - Le travailleur concerné est soumis à une évaluation de santé périodique.
Un examen audiométrique est effectué dans les 12 mois qui suivent la première évaluation. "
Art. 22. In artikel VI.3-33, tweede lid van de codex over het welzijn op het werk worden de woorden "ten minste éénmaal per jaar" opgeheven.
Art. 22. Dans l'article VI.3-33, alinéa 2, du code du bien-être au travail, les mots " au moins une fois par an " sont abrogés.
Art. 23. In artikel V.1-14, § 1, tweede lid van de codex over het welzijn op het werk wordt het woord "jaarlijks" opgeheven.
Art. 23. Dans l'article V.1-14, § 1er, alinéa 2, du code du bien-être au travail, le mot " annuelle " est abrogé.
Art. 24. In artikel II.3-18, 2° van de codex over het welzijn op het werk worden de woorden "de bijkomende handelingen in het kader van de opdrachten inzake gezondheidstoezicht" vervangen door de woorden "de bijkomende technische handelingen in het kader van de opdrachten inzake gezondheidstoezicht die niet door de externe dienst zelf kunnen worden uitgevoerd".
Art. 24. Dans l'article II.3-18, 2° du code du bien-être au travail, les mots " les actes complémentaires dans le cadre des missions relatives à la surveillance de la santé " sont remplacés par les mots " les actes techniques complémentaires dans le cadre des missions relatives à la surveillance de la santé qui ne peuvent pas être exécutés par le service externe lui-même ".
HOOFDSTUK V. - Wijziging van het Algemeen reglement voor de bescherming van de arbeid
CHAPITRE V. - Modification du Règlement général pour la protection du travail
Art. 25. In titel II, hoofdstuk III van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, goedgekeurd bij de besluiten van de Regent van 11 februari 1946 en 27 september 1947 wordt bijlage II "Medisch toezicht over de werknemers die blootgesteld zijn aan het risico voor beroepsziekten", vervangen bij het koninklijk besluit van 10 april 1974 en laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 juni 2012, opgeheven.
Art. 25. Dans le titre II, chapitre III, du Règlement général pour la protection du travail, approuvé par les arrêtés du Régent des 11 février 1946 et 27 septembre 1947, l'annexe II " surveillance médicale des travailleurs exposés au risque de maladies professionnelles ", remplacée par l'arrêté royal du 10 avril 1974 et modifiée en dernier lieu par l'arrêté royal du 4 juin 2012, est abrogée.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen
CHAPITRE VI. - Dispositions finales
Art. 26. Ten vroegste 2 jaar na de inwerkingtreding van dit besluit, vraagt de minister aan de Hoge Raad om de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk te evalueren.
Art. 26. Au plus tôt 2 ans après l'entrée en vigueur du présent arrêté, le Ministre demande au Conseil Supérieur d'évaluer l'efficacité et les effets du présent arrêté dans la pratique.
Art. 27. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 27. Le Ministre qui a l'Emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage I.4-5.
FREQUENTIE EN INHOUD VAN HET PERIODIEK GEZONDHEIDSTOEZICHT
Principes
Deze bijlage bepaalt hoe het periodiek gezondheidstoezicht eruitziet voor de werknemers die hieraan onderworpen zijn als gevolg van de risico's waaraan zij blootgesteld zijn tijdens de uitvoering van hun werk, zoals omschreven in de codex over het welzijn op het werk.
Het periodiek gezondheidstoezicht bestaat uit:
1. Een periodieke gezondheidsbeoordeling die uitsluitend door de preventieadviseur-arbeidsarts mag gebeuren (art. I.4-30, § 1, 1° ): de frequentie hiervan wordt vastgelegd per risico in onderstaande tabel.
2. in functie van het risico waaraan de werknemer wordt blootgesteld, wordt deze periodieke gezondheidsbeoordeling aangevuld met aanvullende medische handelingen (art. I.4-30, § 1, 2° ), die in voorkomend geval gerichte onderzoeken en tests omvatten, die worden uitgevoerd door de preventieadviseur-arbeidsarts, of door verpleegkundig personeel onder verantwoordelijkheid van de preventieadviseur-arbeidsarts, en waarvan de resultaten door de preventieadviseur-arbeidsarts geïnterpreteerd moeten worden. De minimale aanvullende medische handelingen en hun frequentie worden vastgelegd in onderstaande tabel, en vinden plaats:
a. Voorafgaand aan de gezondheidsbeoordeling (*): hetzij onmiddellijk voorafgaand aan de gezondheidsbeoordeling, hetzij enige tijd vooraf, maar in elk geval op het meest geschikte moment van de dag/week/jaar voor het uitvoeren van deze handelingen in functie van het risico. In elk geval mag er geen (te) lange periode verstrijken tussen het uitvoeren van de voorafgaande aanvullende medische handelingen en de gezondheidsbeoordeling (bv. 1 of 2 weken, max. 1 maand). Als de resultaten van de aanvullende medische handelingen (nog) niet bekend zijn tijdens de gezondheidsbeoordeling en deze vertonen een ongewoon resultaat, dan neemt de preventieadviseur-arbeidsarts contact op met de betrokken werknemer om na te gaan of een gezondheidsbeoordeling noodzakelijk is.
b. Tussentijds in de periode tussen twee periodieke gezondheidsbeoordelingen (**), d.w.z. dat er voldoende tijd moet zitten tussen de periodieke gezondheidsbeoordeling (die in de tabel wordt aangeduid als X) en de tussentijdse aanvullende medische handeling (die plaatsvindt 6, 12, 24 enz. maanden na X, conform de tabel), wat toelaat om de evolutie van de gezondheidstoestand van de werknemer van nabij op te volgen. De resultaten van de tussentijdse aanvullende medische handelingen moeten worden beoordeeld door de preventieaviseur-arbeidsarts: als deze resultaten ongewoon zijn of als de werknemer erom vraagt, moet de preventieadviseur-arbeidsarts de werknemer contacteren om na te gaan of een gezondheidsbeoordeling noodzakelijk is. Deze (eventuele) tussentijdse gezondheidsbeoordeling wijzigt de frequentie van gezondheidsbeoordelingen niet.
De bepalingen van deze bijlage doen geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de werknemer om aan de preventieadviseur-arbeidsarts een spontane raadpleging te vragen overeenkomstig artikel I.4-37. Zij doen evenmin afbreuk aan de verplichtingen van de werkgever bedoeld in artikel I.4-4, § 2.
Uit de gezondheidsbeoordeling kan volgen dat er preventiemaatregelen nodig zijn. Deze preventiemaatregelen kunnen de gezondheid van de werknemers betreffen, maar kunnen ook betrekking hebben op het ergonomisch of psychosociaal welzijn van de werknemers, in welk geval zij geen deel uitmaken van het gezondheidstoezicht noch dit vervangen.
BELANGRIJK: overeenkomstig artikel I.4-32, § 3, kan de preventieadviseur-arbeidsarts, in afwijking van de frequentie bedoeld in onderstaande bijlage, al dan niet tijdelijk, een hogere frequentie van periodieke gezondheidsbeoordelingen en/of aanvullende medische handelingen vastleggen voor specifieke situaties die volgens zijn oordeel een negatieve impact hebben of kunnen hebben op de gezondheid van de werknemer, bijvoorbeeld omdat de werknemer behoort tot een specifieke risicogroep, of omwille van wijzigingen aan de werkpost of activiteit, of wegens incidenten of ongevallen die zich hebben voorgedaan, of omwille van een overschrijding van actiewaarden, bv. bij musculoskeletale aandoeningen, bij biologische agentia, ....
FREQUENTIE EN INHOUD VAN HET PERIODIEK GEZONDHEIDSTOEZICHT
Principes
Deze bijlage bepaalt hoe het periodiek gezondheidstoezicht eruitziet voor de werknemers die hieraan onderworpen zijn als gevolg van de risico's waaraan zij blootgesteld zijn tijdens de uitvoering van hun werk, zoals omschreven in de codex over het welzijn op het werk.
Het periodiek gezondheidstoezicht bestaat uit:
1. Een periodieke gezondheidsbeoordeling die uitsluitend door de preventieadviseur-arbeidsarts mag gebeuren (art. I.4-30, § 1, 1° ): de frequentie hiervan wordt vastgelegd per risico in onderstaande tabel.
2. in functie van het risico waaraan de werknemer wordt blootgesteld, wordt deze periodieke gezondheidsbeoordeling aangevuld met aanvullende medische handelingen (art. I.4-30, § 1, 2° ), die in voorkomend geval gerichte onderzoeken en tests omvatten, die worden uitgevoerd door de preventieadviseur-arbeidsarts, of door verpleegkundig personeel onder verantwoordelijkheid van de preventieadviseur-arbeidsarts, en waarvan de resultaten door de preventieadviseur-arbeidsarts geïnterpreteerd moeten worden. De minimale aanvullende medische handelingen en hun frequentie worden vastgelegd in onderstaande tabel, en vinden plaats:
a. Voorafgaand aan de gezondheidsbeoordeling (*): hetzij onmiddellijk voorafgaand aan de gezondheidsbeoordeling, hetzij enige tijd vooraf, maar in elk geval op het meest geschikte moment van de dag/week/jaar voor het uitvoeren van deze handelingen in functie van het risico. In elk geval mag er geen (te) lange periode verstrijken tussen het uitvoeren van de voorafgaande aanvullende medische handelingen en de gezondheidsbeoordeling (bv. 1 of 2 weken, max. 1 maand). Als de resultaten van de aanvullende medische handelingen (nog) niet bekend zijn tijdens de gezondheidsbeoordeling en deze vertonen een ongewoon resultaat, dan neemt de preventieadviseur-arbeidsarts contact op met de betrokken werknemer om na te gaan of een gezondheidsbeoordeling noodzakelijk is.
b. Tussentijds in de periode tussen twee periodieke gezondheidsbeoordelingen (**), d.w.z. dat er voldoende tijd moet zitten tussen de periodieke gezondheidsbeoordeling (die in de tabel wordt aangeduid als X) en de tussentijdse aanvullende medische handeling (die plaatsvindt 6, 12, 24 enz. maanden na X, conform de tabel), wat toelaat om de evolutie van de gezondheidstoestand van de werknemer van nabij op te volgen. De resultaten van de tussentijdse aanvullende medische handelingen moeten worden beoordeeld door de preventieaviseur-arbeidsarts: als deze resultaten ongewoon zijn of als de werknemer erom vraagt, moet de preventieadviseur-arbeidsarts de werknemer contacteren om na te gaan of een gezondheidsbeoordeling noodzakelijk is. Deze (eventuele) tussentijdse gezondheidsbeoordeling wijzigt de frequentie van gezondheidsbeoordelingen niet.
De bepalingen van deze bijlage doen geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de werknemer om aan de preventieadviseur-arbeidsarts een spontane raadpleging te vragen overeenkomstig artikel I.4-37. Zij doen evenmin afbreuk aan de verplichtingen van de werkgever bedoeld in artikel I.4-4, § 2.
Uit de gezondheidsbeoordeling kan volgen dat er preventiemaatregelen nodig zijn. Deze preventiemaatregelen kunnen de gezondheid van de werknemers betreffen, maar kunnen ook betrekking hebben op het ergonomisch of psychosociaal welzijn van de werknemers, in welk geval zij geen deel uitmaken van het gezondheidstoezicht noch dit vervangen.
BELANGRIJK: overeenkomstig artikel I.4-32, § 3, kan de preventieadviseur-arbeidsarts, in afwijking van de frequentie bedoeld in onderstaande bijlage, al dan niet tijdelijk, een hogere frequentie van periodieke gezondheidsbeoordelingen en/of aanvullende medische handelingen vastleggen voor specifieke situaties die volgens zijn oordeel een negatieve impact hebben of kunnen hebben op de gezondheid van de werknemer, bijvoorbeeld omdat de werknemer behoort tot een specifieke risicogroep, of omwille van wijzigingen aan de werkpost of activiteit, of wegens incidenten of ongevallen die zich hebben voorgedaan, of omwille van een overschrijding van actiewaarden, bv. bij musculoskeletale aandoeningen, bij biologische agentia, ....
Art. N1. Annexe I.4-5.
FREQUENCE ET CONTENU DE LA SURVEILLANCE DE SANTE PERIODIQUE
Principes
Cette annexe détermine comment la surveillance de santé périodique se présente pour les travailleurs qui y sont soumis suite aux risques auxquels ils sont exposés lors de l'exécution de leur travail, tel que fixé dans le code du bien-être du travail.
La surveillance de santé périodique consiste en :
1. Une évaluation de santé périodique qui peut uniquement être réalisée par le conseiller en prévention-médecin du travail (art. I.4-30, § 1er, 1° du Code): sa fréquence est fixée par risque dans le tableau ci-dessous.
2. En fonction du risque auquel le travailleur est exposé, cette évaluation de santé périodique est complétée par des actes médicaux supplémentaires (art. I.4-30, § 1er, 2° du Code), comprenant, le cas échéant, des examens dirigés et des tests, qui sont exécutés par le conseiller en prévention-médecin du travail, ou par du personnel infirmier sous la surveillance du conseiller en prévention-médecin du travail, et dont les résultats doivent être interprétés par le conseiller en prévention-médecin du travail. Les actes médicaux minimaux supplémentaires et leur fréquence sont fixés dans le tableau ci-dessous, et ont lieu :
a. Préalablement à l'évaluation de santé préalable (*) : soit directement avant l'évaluation de santé, soit un certain temps avant, mais en tout cas au moment le plus adapté du jour/de la semaine/de l'année pour l'exécution de ces actes en fonction du risque. En tout cas une (trop) longue période ne peut pas s'écouler entre l'exécution des actes médicaux individuels supplémentaires et l'évaluation de santé (par ex. 1 ou 2 semaines, max. 1 mois). Lorsque les résultats des actes médicaux supplémentaires ne sont pas (encore) connus pendant l'évaluation de santé et que ceux-ci démontrent un résultat inhabituel, le conseiller en prévention-médecin du travail prend contact avec le travailleur concerné afin de déterminer si une évaluation de santé est nécessaire.
b. Dans la période d'intervalle entre deux évaluations de santé périodiques (**), cela signifie qu'il doit y avoir suffisamment de temps entre l'évaluation de santé périodique (qui est indiquée dans le tableau sous X) et l'acte médical supplémentaire dans l'intervalle (qui a lieu 6, 12, 24, etc. mois après X, suivant le tableau), ce qui permet de suivre de près l'évolution de l'état de santé du travailleur. Les résultats des actes médicaux supplémentaires dans l'intervalle doivent être appréciés par le conseiller en prévention-médecin du travail: lorsque ces résultats sont inhabituels ou lorsque le travailleur le demande, le conseiller en prévention-médecin du travail doit prendre contact avec le travailleur afin de déterminer si une évaluation de santé est nécessaire. Cette évaluation de santé (éventuelle) dans l'intervalle ne modifie pas la fréquence des évaluations de santé.
Les dispositions de cette annexe ne portent pas préjudice à la possibilité pour le travailleur de demander une consultation spontanée au conseiller en prévention-médecin du travail conformément à l'article I.4-37. Elles ne portent pas non plus préjudice aux obligations de l'employeur visées à l'article I.4-4, § 2.
Il peut résulter de l'évaluation de santé que des mesures de prévention sont nécessaires. Ces mesures de prévention peuvent concerner la santé des travailleurs, mais peuvent aussi concerner le bien-être ergonomique ou psychosocial des travailleurs, auquel cas elles ne font pas partie de la surveillance de santé ni ne la remplacent.
IMPORTANT : Conformément à l'article I.4-32, § 3, le conseiller en prévention-médecin du travail peut fixer, en dérogation par rapport à la fréquence visée dans la présente annexe, temporairement ou non, selon son propre avis, une fréquence supérieure des évaluations de santé périodiques et/ou des actes médicaux supplémentaires, pour des situations spécifiques qui, selon lui, ont ou peuvent avoir un impact négatif sur la santé du travailleur, par exemple parce que le travailleur appartient à un groupe à risque spécifique, ou en raison de changements dans le poste de travail ou de l'activité, ou en raison d'incidents ou d'accidents survenus, ou en raison d'un dépassement des valeurs d'action, p. ex. pour les troubles musculosquelettiques, pour les agents biologiques,...
FREQUENCE ET CONTENU DE LA SURVEILLANCE DE SANTE PERIODIQUE
Principes
Cette annexe détermine comment la surveillance de santé périodique se présente pour les travailleurs qui y sont soumis suite aux risques auxquels ils sont exposés lors de l'exécution de leur travail, tel que fixé dans le code du bien-être du travail.
La surveillance de santé périodique consiste en :
1. Une évaluation de santé périodique qui peut uniquement être réalisée par le conseiller en prévention-médecin du travail (art. I.4-30, § 1er, 1° du Code): sa fréquence est fixée par risque dans le tableau ci-dessous.
2. En fonction du risque auquel le travailleur est exposé, cette évaluation de santé périodique est complétée par des actes médicaux supplémentaires (art. I.4-30, § 1er, 2° du Code), comprenant, le cas échéant, des examens dirigés et des tests, qui sont exécutés par le conseiller en prévention-médecin du travail, ou par du personnel infirmier sous la surveillance du conseiller en prévention-médecin du travail, et dont les résultats doivent être interprétés par le conseiller en prévention-médecin du travail. Les actes médicaux minimaux supplémentaires et leur fréquence sont fixés dans le tableau ci-dessous, et ont lieu :
a. Préalablement à l'évaluation de santé préalable (*) : soit directement avant l'évaluation de santé, soit un certain temps avant, mais en tout cas au moment le plus adapté du jour/de la semaine/de l'année pour l'exécution de ces actes en fonction du risque. En tout cas une (trop) longue période ne peut pas s'écouler entre l'exécution des actes médicaux individuels supplémentaires et l'évaluation de santé (par ex. 1 ou 2 semaines, max. 1 mois). Lorsque les résultats des actes médicaux supplémentaires ne sont pas (encore) connus pendant l'évaluation de santé et que ceux-ci démontrent un résultat inhabituel, le conseiller en prévention-médecin du travail prend contact avec le travailleur concerné afin de déterminer si une évaluation de santé est nécessaire.
b. Dans la période d'intervalle entre deux évaluations de santé périodiques (**), cela signifie qu'il doit y avoir suffisamment de temps entre l'évaluation de santé périodique (qui est indiquée dans le tableau sous X) et l'acte médical supplémentaire dans l'intervalle (qui a lieu 6, 12, 24, etc. mois après X, suivant le tableau), ce qui permet de suivre de près l'évolution de l'état de santé du travailleur. Les résultats des actes médicaux supplémentaires dans l'intervalle doivent être appréciés par le conseiller en prévention-médecin du travail: lorsque ces résultats sont inhabituels ou lorsque le travailleur le demande, le conseiller en prévention-médecin du travail doit prendre contact avec le travailleur afin de déterminer si une évaluation de santé est nécessaire. Cette évaluation de santé (éventuelle) dans l'intervalle ne modifie pas la fréquence des évaluations de santé.
Les dispositions de cette annexe ne portent pas préjudice à la possibilité pour le travailleur de demander une consultation spontanée au conseiller en prévention-médecin du travail conformément à l'article I.4-37. Elles ne portent pas non plus préjudice aux obligations de l'employeur visées à l'article I.4-4, § 2.
Il peut résulter de l'évaluation de santé que des mesures de prévention sont nécessaires. Ces mesures de prévention peuvent concerner la santé des travailleurs, mais peuvent aussi concerner le bien-être ergonomique ou psychosocial des travailleurs, auquel cas elles ne font pas partie de la surveillance de santé ni ne la remplacent.
IMPORTANT : Conformément à l'article I.4-32, § 3, le conseiller en prévention-médecin du travail peut fixer, en dérogation par rapport à la fréquence visée dans la présente annexe, temporairement ou non, selon son propre avis, une fréquence supérieure des évaluations de santé périodiques et/ou des actes médicaux supplémentaires, pour des situations spécifiques qui, selon lui, ont ou peuvent avoir un impact négatif sur la santé du travailleur, par exemple parce que le travailleur appartient à un groupe à risque spécifique, ou en raison de changements dans le poste de travail ou de l'activité, ou en raison d'incidents ou d'accidents survenus, ou en raison d'un dépassement des valeurs d'action, p. ex. pour les troubles musculosquelettiques, pour les agents biologiques,...
| Aard van het algemeen en specifiek risico zoals omschreven in de codex over het welzijn op het werk | Periodieke gezondheids-beoordeling PAAA (X) | Minimale aanvullende medische handelingen voorafgaand aan de periodieke gezondheidsbeoordeling* | Minimale tussentijdse aanvullende medische handelingen** | |
| Frequentie | Welke handelingen? | Welke handelingen? | Frequentie | |
| Veiligheidsfunctie | ||||
| Veiligheidsfunctie | 24 maanden. | Vragenlijsten* * * en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA zoals een visustest, een audiogram, een elektrocardiogram, ... | Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA zoals een visustest, een audiogram, een elektrocardiogram, ... | X + 12 maanden |
| Veiligheidsfunctie WN ≥ 50 jaar | PAAA kan in functie van individuele kenmerken en arbeidsomstandigheden een frequentie van 12 maanden vastleggen | / | / | |
| Functie met verhoogde waakzaamheid | ||||
| Functie met verhoogde waakzaamheid | 24 maanden. | Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA zoals een visustest, een audiogram, een elektrocardiogram, ... | Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA zoals een visustest, een audiogram, een elektrocardiogram, ... | X + 12 maanden |
| Functie met verhoogde waakzaamheid WN ≥ 50 jaar | PAAA kan in functie van individuele kenmerken en arbeidsomstandigheden een frequentie van 12 maanden vastleggen | / | / | |
| Activiteit met welbepaald risico | ||||
| Blootstelling aan chemische, kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische agentia. | ||||
| Blootstelling aan agentia die vergiftigingen kunnen veroorzaken, zoals bepaald in bijlage VI.1-4 | 24 maanden | Minstens de handelingen zoals bepaald in bijlagen VI.1-2 en VI.1-4 | Minstens de handelingen zoals bepaald in bijlage VI.1-2 en VI.1-4 | X + 3/6/9/12 maanden zoals bepaald in bijlage VI.1-4 |
| Blootstelling aan agentia die huidziekten kunnen veroorzaken, zoals bepaald in bijlage VI.1-4 | 24 maanden | Minstens de handelingen zoals bepaald in de bijlage VI.1-4 | Minstens de handelingen zoals bepaald in de bijlage VI.1-4 | X + 12 maanden |
| Blootstelling aan agentia die door inademing ziekten kunnen veroorzaken, zoals bepaald in bijlage VI.1-4 | 24 maanden | Minstens de handelingen zoals bepaald in de bijlage VI.1-4 | Minstens de handelingen zoals bepaald in de bijlage VI.1-4 | X+ 6/12 maanden zoals bepaald in bijlage VI.1-4 |
| Blootstelling aan kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische agentia, inclusief asbest | 12 maanden | Minstens de handelingen zoals bepaald in bijlage VI.1-4 | Minstens de handelingen zoals bepaald in bijlage VI.1-4 | X + 3/6/9 maanden zoals bepaald in bijlage VI.1-4 |
| Blootstelling aan andere dan hierboven vermelde chemische agentia, bedoeld in art. VI.1-37 | 24 maanden | / | Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA | X + 12 maanden |
| Blootstelling aan fysische agentia | ||||
| 1.Lawaai | ||||
| Gemiddelde dagelijkse blootstelling ≥ 87dB(A) of piekgeluidsdruk van 140 dB | 12 maanden | Passend audiogram | / | / |
| Gemiddelde dagelijkse blootstelling ≥ 85 dB(A) of piekgeluidsdruk van 137 dB | 36 maanden | Passend audiogram | / | / |
| Gemiddelde dagelijkse blootstelling≥ 80 dB(A) of piekgeluidsdruk van 135 dB | 60 maanden | Passend audiogram | / | / |
| Blootstelling vanaf 30 dagen aan infratonen of ultratonen | 60 maanden | / | Vragenlijsten, gericht onderzoek van het zenuwstelstel en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA | X+12/24/36/48 |
| 2.Trillingen | ||||
| Blootstelling aan trillingen overeenkomstig artikel V.3-3 en V.3-4 | 24 maanden | / | Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA | X + 12 maanden |
| 3.Thermische omgevingsfactoren | ||||
| Blootstelling aan koude wanneer de temperatuur lager is dan 8° C overeenkomstig artikel V.1-14, § 1, 1° | 24 maanden | / | Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA | X + 12 maanden |
| Blootstelling aan warmte volgens de actiewaarden bedoeld in artikel V.1-3, § 2, overeenkomstig artikel V.1-14, § 1, 2° | 24 maanden | / | Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA | X + 12 maanden |
| Werknemers die gewoonlijk buiten tewerkgesteld worden | 24 maanden | / | Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA | X + 12 maanden |
| 4.Kunstmatige optische straling | ||||
| Kunstmatige optische straling | 24 maanden | / | Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA | X + 12 maanden |
| 5.Ioniserende straling | ||||
| Inrichtingen van Klasse I | 12 maanden | Handelingen voorzien in artikel V.5-6 | Vragenlijsten en/of handelingen voorzien in artikel V.5-6 | Vanaf een blootstelling gelijk of hoger dan 6 mSv |
| Inrichtingen van klasse II | 12 maanden | Handelingen voorzien in artikel V.5-6 | / | / |
| Inrichtingen van klasse III | 24 maanden | Handelingen voorzien in artikel V.5-6 | Vragenlijsten en/of handelingen voorzien in artikel V.5-6 | X + 12 maanden |
| Alle inrichtingen (klasse I, II, III) | PAAA kan in functie van de gemeten, berekende of geschatte blootstelling een verhoogde frequentie vastleggen | / | / | / |
| 6.Fysische agentia die huidproblemen kunnen veroorzaken | ||||
| Mikrotrauma door deeltjes metaal of glas, glaswol, dierenhuiden, haarfragmenten | 24 maanden | / | Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA | X + 12 maanden |
| Musculoskeletale belasting | ||||
| 1.Manueel hanteren van lasten | ||||
| WN < 45 jaar | 36 maanden | / | / | / |
| WN ≥ 45 jaar | 24 maanden | / | Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA | X + 12 maanden |
| 2. Blootstelling aan een belasting van ergonomische aard of die verbonden is aan de zwaarte van het werk of aan monotoon en tempo-gebonden werk en die een identificeerbaar risico op een fysieke of mentale werkbelasting met zich kan brengen | ||||
| WN < 45 jaar | 36 maanden | / | / | / |
| WN ≥ 45 jaar | 24 maanden | / | Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA | X + 12 maanden |
| Verhoogde blootstelling aan psychosociale risico's op het werk | ||||
| Een identificeerbaar risico voor de gezondheid van de werknemer, te wijten aan de verhoogde blootstelling aan psychosociale risico's op het werk | 24 maanden | / | Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA | X + 12 maanden |
| Nachtarbeid en arbeid in wisselende ploegen (volcontinu - 6/2 en 2/10) | ||||
| Zonder bijzondere risico's | 36 maanden | / | / | / |
| WN ≥ 50 jaar zonder bijzondere risico's | 12 maanden op vraag van de werknemer | |||
| Met bijzondere risico's of lichamelijke of geestelijke spanningen zoals bedoeld in artikel X.1-2 | 24 maanden | / | Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA | X + 12 maanden |
| WN ≥ 50 jaar met bijzondere risico's of lichamelijke of geestelijke spanningen zoals bedoeld in artikel X.1-2 en bij wie de PAAA problemen vaststelt | 12 maanden | |||
| Op vraag van het comité | PAAA kan de frequentie verhogen naar 12 maanden | |||
| Blootstelling aan biologische agentia | ||||
| Blootstelling aan biologische agentia die: - hardnekkige en latente infecties veroorzaken; - Infecties veroorzaken die ondanks behandeling gedurende lange tijd steeds opnieuw de kop opsteken; - Infecties veroorzaken die een ernstige nasleep kunnen hebben. | 24 maanden | Gerichte onderzoeken bedoeld in artikel VII.1-44, tweede en derde lid | Gerichte onderzoeken bedoeld in artikel VII.1-44, derde lid | X + 12 maanden |
| Inentingen en/of tuberculinetests | Volgens het schema van de Hoge Gezondheidsraad & de PAAA | |||
| Blootstelling aan andere dan de hierboven vermelde biologische agentia | PAAA bepaalt de frequentie na advies van het Comité | Gerichte onderzoeken bedoeld in artikel VII.1-44, tweede en derde lid | Gerichte onderzoeken bedoeld in artikel VII.1-44, tweede en derde lid | PAAA bepaalt de frequentie na advies van het Comité |
| Inentingen | Volgens het schema van de Hoge Gezondheidsraad & de PAAA | |||
| Blootstelling aan agentia die een overgevoeligheid van de ademhalingswegen of een aandoening van de longen veroorzaken | ||||
| Blootstelling aan producten van plantaardige of animale oorsprong: haren, leders, pluimen, katoen, hennep, linnen, jute, sisal, parelmoer, melasse, stof | 24 maanden | Passende longfunctietests | Passende longfunctietests | X + 12 maanden |
| Werkzaamheden in een hyperbare omgeving | ||||
| Caissonarbeid | 12 maanden | Gerichte onderzoeken bedoeld in artikel V.4-16, derde lid | Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA | X + 6 maanden |
| Duikwerkzaamheden | ||||
| Blootstelling aan elektromagnetische velden | ||||
| Blootstelling aan elektromagnetische velden | 24 maanden | / | Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA | X + 12 maanden |
PAAA (X) Minimale aanvullende medische handelingen voorafgaand aan de periodieke gezondheidsbeoordeling* Minimale tussentijdse aanvullende medische handelingen**Frequentie Welke handelingen? Welke handelingen? Frequentie VeiligheidsfunctieVeiligheidsfunctie 24 maanden. Vragenlijsten* * * en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA zoals een visustest, een audiogram, een elektrocardiogram, ... Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA zoals een visustest, een audiogram, een elektrocardiogram, ... X + 12 maandenVeiligheidsfunctie WN ≥ 50 jaar PAAA kan in functie van individuele kenmerken en arbeidsomstandigheden een frequentie van 12 maanden vastleggen / / Functie met verhoogde waakzaamheidFunctie met verhoogde waakzaamheid 24 maanden. Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA zoals een visustest, een audiogram, een elektrocardiogram, ... Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA zoals een visustest, een audiogram, een elektrocardiogram, ... X + 12 maandenFunctie met verhoogde waakzaamheid WN ≥ 50 jaar PAAA kan in functie van individuele kenmerken en arbeidsomstandigheden een frequentie van 12 maanden vastleggen / / Activiteit met welbepaald risico Blootstelling aan chemische, kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische agentia.Blootstelling aan agentia die vergiftigingen kunnen veroorzaken, zoals bepaald in bijlage VI.1-4 24 maanden Minstens de handelingen zoals bepaald in bijlagen VI.1-2 en VI.1-4 Minstens de handelingen zoals bepaald in bijlage VI.1-2 en VI.1-4 X + 3/6/9/12 maanden zoals bepaald in bijlage VI.1-4Blootstelling aan agentia die huidziekten kunnen veroorzaken, zoals bepaald in bijlage VI.1-4 24 maanden Minstens de handelingen zoals bepaald in de bijlage VI.1-4 Minstens de handelingen zoals bepaald in de bijlage VI.1-4 X + 12 maandenBlootstelling aan agentia die door inademing ziekten kunnen veroorzaken, zoals bepaald in bijlage VI.1-4 24 maanden Minstens de handelingen zoals bepaald in de bijlage VI.1-4 Minstens de handelingen zoals bepaald in de bijlage VI.1-4 X+ 6/12 maanden zoals bepaald in bijlage VI.1-4Blootstelling aan kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische agentia, inclusief asbest 12 maanden Minstens de handelingen zoals bepaald in bijlage VI.1-4 Minstens de handelingen zoals bepaald in bijlage VI.1-4 X + 3/6/9 maanden zoals bepaald in bijlage VI.1-4Blootstelling aan andere dan hierboven vermelde chemische agentia, bedoeld in art. VI.1-37 24 maanden /Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA X + 12 maanden Blootstelling aan fysische agentia 1.LawaaiGemiddelde dagelijkse blootstelling ≥ 87dB(A) of piekgeluidsdruk van 140 dB 12 maanden Passend audiogram / /Gemiddelde dagelijkse blootstelling ≥ 85 dB(A) of piekgeluidsdruk van 137 dB 36 maanden Passend audiogram / /Gemiddelde dagelijkse blootstelling≥ 80 dB(A) of piekgeluidsdruk van 135 dB 60 maanden Passend audiogram / /Blootstelling vanaf 30 dagen aan infratonen of ultratonen 60 maanden / Vragenlijsten, gericht onderzoek van het zenuwstelstel en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA X+12/24/36/48 2.TrillingenBlootstelling aan trillingen overeenkomstig artikel V.3-3 en V.3-4 24 maanden / Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA X + 12 maanden 3.Thermische omgevingsfactorenBlootstelling aan koude wanneer de temperatuur lager is dan 8° C overeenkomstig artikel V.1-14, § 1, 1° 24 maanden / Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA X + 12 maandenBlootstelling aan warmte volgens de actiewaarden bedoeld in artikel V.1-3, § 2, overeenkomstig artikel V.1-14, § 1, 2° 24 maanden / Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA X + 12 maandenWerknemers die gewoonlijk buiten tewerkgesteld worden 24 maanden / Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA X + 12 maanden 4.Kunstmatige optische stralingKunstmatige optische straling 24 maanden / Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA X + 12 maanden 5.Ioniserende stralingInrichtingen van Klasse I 12 maanden Handelingen voorzien in artikel V.5-6 Vragenlijsten en/of handelingen voorzien in artikel V.5-6 Vanaf een blootstelling gelijk of hoger dan 6 mSvInrichtingen van klasse II 12 maanden Handelingen voorzien in artikel V.5-6 / /Inrichtingen van klasse III 24 maanden Handelingen voorzien in artikel V.5-6 Vragenlijsten en/of handelingen voorzien in artikel V.5-6 X + 12 maandenAlle inrichtingen (klasse I, II, III) PAAA kan in functie van de gemeten, berekende of geschatte blootstelling een verhoogde frequentie vastleggen / / / 6.Fysische agentia die huidproblemen kunnen veroorzakenMikrotrauma door deeltjes metaal of glas, glaswol, dierenhuiden, haarfragmenten 24 maanden / Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA X + 12 maanden Musculoskeletale belasting 1.Manueel hanteren van lastenWN < 45 jaar 36 maanden / / /WN ≥ 45 jaar 24 maanden / Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA X + 12 maanden2. Blootstelling aan een belasting van ergonomische aard of die verbonden is aan de zwaarte van het werk of aan monotoon en tempo-gebonden werk en die een identificeerbaar risico op een fysieke of mentale werkbelasting met zich kan brengenWN < 45 jaar 36 maanden / / /WN ≥ 45 jaar 24 maanden / Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA X + 12 maanden Verhoogde blootstelling aan psychosociale risico's op het werkEen identificeerbaar risico voor de gezondheid van de werknemer, te wijten aan de verhoogde blootstelling aan psychosociale risico's op het werk 24 maanden / Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA X + 12 maanden Nachtarbeid en arbeid in wisselende ploegen (volcontinu - 6/2 en 2/10)Zonder bijzondere risico's 36 maanden / / /WN ≥ 50 jaar zonder bijzondere risico's 12 maanden op vraag van de werknemer Met bijzondere risico's of lichamelijke of geestelijke spanningen zoals bedoeld in artikel X.1-2 24 maanden / Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA X + 12 maandenWN ≥ 50 jaar met bijzondere risico's of lichamelijke of geestelijke spanningen zoals bedoeld in artikel X.1-2 en bij wie de PAAA problemen vaststelt 12 maanden Op vraag van het comité PAAA kan de frequentie verhogen naar 12 maanden Blootstelling aan biologische agentia Blootstelling aan biologische agentia die: - hardnekkige en latente infecties veroorzaken;
- Infecties veroorzaken die ondanks behandeling gedurende lange tijd steeds opnieuw de kop opsteken;
- Infecties veroorzaken die een ernstige nasleep kunnen hebben. 24 maanden Gerichte onderzoeken bedoeld in artikel VII.1-44, tweede en derde lid Gerichte onderzoeken bedoeld in artikel VII.1-44, derde lid X + 12 maandenInentingen en/of tuberculinetests Volgens het schema van de Hoge Gezondheidsraad & de PAAA Blootstelling aan andere dan de hierboven vermelde biologische agentia PAAA bepaalt de frequentie na advies van het Comité Gerichte onderzoeken bedoeld in artikel VII.1-44, tweede en derde lid Gerichte onderzoeken bedoeld in artikel VII.1-44, tweede en derde lid PAAA bepaalt de frequentie na advies van het ComitéInentingen Volgens het schema van de Hoge Gezondheidsraad & de PAAA Blootstelling aan agentia die een overgevoeligheid van de ademhalingswegen of een aandoening van de longen veroorzakenBlootstelling aan producten van plantaardige of animale oorsprong: haren, leders, pluimen, katoen, hennep, linnen, jute, sisal, parelmoer, melasse, stof 24 maanden Passende longfunctietests Passende longfunctietests X + 12 maanden Werkzaamheden in een hyperbare omgevingCaissonarbeid 12 maanden Gerichte onderzoeken bedoeld in artikel V.4-16, derde lid Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA X + 6 maandenDuikwerkzaamheden Blootstelling aan elektromagnetische veldenBlootstelling aan elektromagnetische velden 24 maanden / Vragenlijsten en/of andere handelingen te bepalen door de PAAA X + 12 maanden
* * * Vragenlijsten = de individuele medische vragenlijsten bedoeld in artikel I.4-30 van de Codex.
| Type de risque général et particulier, tel que fixé dans le code du bien-être au travail | Evaluation de santé périodique CPMT (X) | Actes médicaux minimaux supplémentaires préalables à l'évaluation de santé périodique* | Actes médicaux minimaux supplémentaires dans l'intervalle** | |
| Fréquence | Quels actes? | Quels actes? | Fréquence | |
| Poste de sécurité : | ||||
| Poste de sécurité | 24 mois | Questionnaires* * * et/ou autres actes à déterminer par le CPMT comme un visiotest, un audiogramme, un électrocardiogramme,... | Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT comme un visiotest, un audiogramme, un électrocardiogramme,... | / |
| Poste de sécurité T≥ 50 ans | CPMT peut déterminer une fréquence de 12 mois en fonction des caractéristiques individuelles et des circonstances de travail | / | / | |
| Poste de vigilance : | ||||
| Poste de vigilance | 24 mois | Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT comme un visiotest, un audiogramme, un électrocardiogramme,... | Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT comme un visiotest, un audiogramme, un électrocardiogramme,... | X + 12 mois |
| Poste de vigilance T ≥ 50 ans | Le CPMT peut déterminer une fréquence de 12 mois en fonction des caractéristiques individuelles et des circonstances de travail. | / | / | |
| Activité à risque défini : | ||||
| Exposition à des agents chimiques, cancérigènes et mutagènes et reprotoxiques | ||||
| Exposition à des agents pouvant causer des intoxications, comme stipulé à l'annexe VI.1-4 | 24 mois | Au moins les actes tels que fixés aux annexes VI.1-2 et VI.1-4 | Au moins les actes tels que fixés aux annexes VI.1-2 et VI.1-4 | X + 3/6/9/12 mois tel que fixé à l'annexe VI.1-4 |
| Exposition à des agents pouvant causer des affections de la peau, comme stipulé à l'annexe VI.1-4 | 24 mois | Au moins les actes tels que fixés à l'annexe VI.1-4 | Au moins les actes tels que fixés à l'annexe VI.1-4 | X + 12 mois |
| Exposition à des agents pouvant causer des allergies générales ou respiratoires ou d'autres pathologies pulmonaires, comme stipulé à l'annexe VI.1-4 | 24 mois | Au moins les actes tels que fixés à l'annexe VI.1-4 | Au moins les actes tels que fixés à l'annexe VI.1-4 | X + 6/12 mois tel que fixé à l'annexe VI.1-4 |
| Exposition à des agents cancérigènes, mutagènes et reprotoxiques, y compris l'amiante | 12 mois | Au moins les actes tels que fixés à l'annexe VI.1-4 | Au moins les actes tels que fixés à l'annexe VI.1-4 | X + 3/6/9/12 mois tel que fixé à l'annexe VI.1-4 |
| Exposition à d'autres agents chimiques que ceux mentionnés ci-dessus, visée à l'art. VI.1-37 | 24 mois | Questionnaire et/ou autres actes à déterminer par le CPMT | X + 12 mois | |
| Exposition à des agents physiques | ||||
| 1.Bruit | ||||
| Exposition quotidienne moyenne ≥ 87dB(A) ou pression acoustique de crête de 140 dB | 12 mois | Audiogramme approprié | / | / |
| Exposition quotidienne moyenne ≥ 85 dB(A) ou pression acoustique de crête de 137 dB | 36 mois | Audiogramme approprié | / | / |
| Exposition quotidienne moyenne ≥ 80 dB(A) ou pression acoustique de crête de 135 dB | 60 mois | Audiogramme approprié | / | / |
| Exposition aux ultrasons ou infrasons à partir de 30 jours | 60 mois | / | Questionnaires, examen dirigé du système nerveux et/ou autres actes à déterminer par le CPMT | X+12/24/36/48 |
| 2.Vibrations | ||||
| Exposition aux vibrations conformément l'article V.3-3 en V.3-4 | 24 mois | / | Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT | X + 12 mois |
| 3.Ambiances thermiques | ||||
| Exposition au froid, lorsque la température est inférieure à 8°C, conformément à l'article V.1-14, § 1, 1° | 24 mois | / | Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT | X + 12 mois |
| Exposition à la chaleur selon les valeurs d'action visées à l'article V.1-3, § 2, conformément à l'article V.1-14, § 1er, 2° | 24 mois | / | Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT | X + 12 mois |
| Travailleurs occupés habituellement à l'extérieur | 24 mois | / | Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT | X + 12 mois |
| 4.Rayonnements optiques artificiels | ||||
| Exposition aux rayonnements optiques artificiels | 24 mois | / | Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT | X + 12 mois |
| 5.Rayonnements ionisants | ||||
| Etablissements de classe I | 12 mois | Actes prévus à l'article V.5-6 | Questionnaires et/ou actes prévus à l'article V.5-6 | A partir d'une exposition égale à ou supérieure à 6 mSv |
| Etablissements de classe II | 12 mois | Actes prévus à l'article V.5-6 | / | / |
| Etablissements de classe III | 24 mois | Actes prévus à l'article V.5-6 | Questionnaires et/ou actes prévus à l'article V.5-6 | X + 12 mois |
| Tous établissements (classe I,II, III) | Le CPMT peut en fonction des expositions mesurées, calculées ou estimées, fixer une fréquence supérieure. | / | / | / |
| 6.Agents physiques pouvant causer des affections de la peau | ||||
| Microtraumatismes par particules de métal ou de verre, laine de verre, poils d'animaux, fragments de cheveux,... | 24 mois | / | Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT | X + 12 mois |
| Charge musculo-squelettique | ||||
| 1.Manutention manuelle de charges | ||||
| Trav < 45 ans | 36 mois | / | / | / |
| Trav ≥ 45 ans | 24 mois | / | Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT | X + 12 mois |
| 2. Exposition à des contraintes à caractère ergonomique ou liées à la pénibilité du travail ou liées au travail monotone et répétitif et qui peut produire un risque identifiable de charge physique ou mentale de travail | ||||
| Trav < 45 ans | 36 mois | / | / | / |
| Trav ≥ 45 ans | 24 mois | / | Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT | X + 12 mois |
| Exposition élevée à des risques psychosociaux au travail | ||||
| Risque identifiable pour la santé du travailleur dû à l'exposition élevée à des risques psychosociaux au travail | 24 mois | / | Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT | X + 12 mois |
| Travail de nuit et travail posté (continu - 6/2 et 2/10) | ||||
| Sans risques particuliers | 36 mois | / | / | / |
| T ≥ 50 ans mais sans risques particuliers | 12 mois à la demande du travailleur | |||
| Avec risques particuliers ou tensions physiques ou mentales tels que visés à l'article X.1-2 | 24 mois | / | Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT | X + 12 mois |
| Trav. ≥ 50 ans avec risques particuliers ou tensions physiques ou mentales tels que visés à l'article X.1-2 et pour qui le CPMT constate des problèmes | 12 mois | |||
| A la demande du Comité | CPMT peut augmenter la fréquence à 12 mois | |||
| Exposition à des agents biologiques | ||||
| Exposition aux agents biologiques qui : - causent des infections persistantes et latentes; - causent des infections à recrudescence pendant une longue période malgré le traitement; - causent des infections qui peuvent laisser de graves séquelles; | 24 mois | Examens dirigés visés à l'article VII.1-44, alinéas 2 et 3 | Examens dirigés visés à l'article VII.1-44 alinéa 3 | X + 12 mois |
| Vaccinations et/ou tests tuberculiniques | Suivant le schéma du Conseil supérieur de la santé et du CPMT | |||
| Exposition à des agents autres que ceux visés ci-dessus | CPMT détermine la fréquence après avis du Comité | Examens dirigés visés à l'article VII.1-44, alinéas 2 et 3 | Examens dirigés visés à l'article VII.1-44, alinéas 2 et 3 | CPMT détermine la fréquence après avis du Comité |
| Vaccinations | Suivant le schéma du Conseil supérieur de la santé et du CPMT | |||
| Exposition à des agents qui provoquent une hypersensibilité à manifestation respiratoire ou une affection pulmonaire | ||||
| Produits d'origine végétale ou animale : poils, cuirs, plumes, coton, chanvre, lin, jute, sisal, nacre, mélasse, poussières | 24 mois | Tests appropriés de la fonction pulmonaire | Tests appropriés de la fonction pulmonaire | X + 12 mois |
| Activités en milieu hyperbare | ||||
| Travail en caissons | 12 mois | Examens dirigés visés à l'article V.4-16, alinéa 3 | Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT | X + 6 mois |
| Activités en immersion | ||||
| Exposition aux champs électromagnétiques | ||||
| Exposition aux champs électromagnétiques | 24 mois | / | Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT | X + 12 mois |
Quels actes? Fréquence Poste de sécurité :Poste de sécurité 24 mois
Questionnaires* * * et/ou autres actes à déterminer par le CPMT comme un visiotest, un audiogramme, un électrocardiogramme,...
Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT comme un visiotest, un audiogramme, un électrocardiogramme,...
/Poste de sécurité T≥ 50 ans CPMT peut déterminer une fréquence de 12 mois en fonction des caractéristiques individuelles et des circonstances de travail / / Poste de vigilance :Poste de vigilance 24 mois
Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT comme un visiotest, un audiogramme, un électrocardiogramme,...
Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT comme un visiotest, un audiogramme, un électrocardiogramme,... X + 12 moisPoste de vigilance T ≥ 50 ans Le CPMT peut déterminer une fréquence de 12 mois en fonction des caractéristiques individuelles et des circonstances de travail.
/ / Activité à risque défini :Exposition à des agents chimiques, cancérigènes et mutagènes et reprotoxiquesExposition à des agents pouvant causer des intoxications, comme stipulé à l'annexe VI.1-4 24 mois Au moins les actes tels que fixés aux annexes VI.1-2 et VI.1-4 Au moins les actes tels que fixés aux annexes VI.1-2 et VI.1-4 X + 3/6/9/12 mois tel que fixé à l'annexe VI.1-4Exposition à des agents pouvant causer des affections de la peau, comme stipulé à l'annexe VI.1-4 24 mois Au moins les actes tels que fixés à l'annexe VI.1-4 Au moins les actes tels que fixés à l'annexe VI.1-4 X + 12 moisExposition à des agents pouvant causer des allergies générales ou respiratoires ou d'autres pathologies pulmonaires, comme stipulé à l'annexe VI.1-4
24 mois Au moins les actes tels que fixés à l'annexe VI.1-4 Au moins les actes tels que fixés à l'annexe VI.1-4 X + 6/12 mois tel que fixé à l'annexe VI.1-4Exposition à des agents cancérigènes, mutagènes et reprotoxiques, y compris l'amiante 12 mois Au moins les actes tels que fixés à l'annexe VI.1-4 Au moins les actes tels que fixés à l'annexe VI.1-4 X + 3/6/9/12 mois tel que fixé à l'annexe VI.1-4Exposition à d'autres agents chimiques que ceux mentionnés ci-dessus, visée à l'art. VI.1-37
24 mois Questionnaire et/ou autres actes à déterminer par le CPMT X + 12 mois Exposition à des agents physiques 1.BruitExposition quotidienne moyenne ≥ 87dB(A) ou pression acoustique de crête de 140 dB 12 mois Audiogramme approprié / /Exposition quotidienne moyenne ≥ 85 dB(A) ou pression acoustique de crête de 137 dB 36 mois Audiogramme approprié / /Exposition quotidienne moyenne ≥ 80 dB(A) ou pression acoustique de crête de 135 dB 60 mois Audiogramme approprié / /Exposition aux ultrasons ou infrasons à partir de 30 jours 60 mois / Questionnaires, examen dirigé du système nerveux et/ou autres actes à déterminer par le CPMT
X+12/24/36/48 2.VibrationsExposition aux vibrations conformément l'article V.3-3 en V.3-4
24 mois / Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT X + 12 mois3.Ambiances thermiquesExposition au froid, lorsque la température est inférieure à 8°C, conformément à l'article V.1-14, § 1, 1° 24 mois / Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT X + 12 moisExposition à la chaleur selon les valeurs d'action visées à l'article V.1-3, § 2, conformément à l'article V.1-14, § 1er, 2° 24 mois / Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT X + 12 moisTravailleurs occupés habituellement à l'extérieur 24 mois / Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT
X + 12 mois 4.Rayonnements optiques artificielsExposition aux rayonnements optiques artificiels 24 mois / Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT X + 12 mois 5.Rayonnements ionisantsEtablissements de classe I 12 mois
Actes prévus à l'article V.5-6 Questionnaires et/ou actes prévus à l'article V.5-6 A partir d'une exposition égale à ou supérieure à 6 mSvEtablissements de classe II 12 mois
Actes prévus à l'article V.5-6 / /Etablissements de classe III 24 mois Actes prévus à l'article V.5-6 Questionnaires et/ou actes prévus à l'article V.5-6 X + 12 moisTous établissements (classe I,II, III) Le CPMT peut en fonction des expositions mesurées, calculées ou estimées, fixer une fréquence supérieure.
/ / / 6.Agents physiques pouvant causer des affections de la peauMicrotraumatismes par particules de métal ou de verre, laine de verre, poils d'animaux, fragments de cheveux,... 24 mois / Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT X + 12 mois Charge musculo-squelettique 1.Manutention manuelle de chargesTrav < 45 ans 36 mois / / /Trav ≥ 45 ans 24 mois
/ Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT X + 12 mois 2. Exposition à des contraintes à caractère ergonomique ou liées à la pénibilité du travail ou liées au travail monotone et répétitif et qui peut produire un risque identifiable de charge physique ou mentale de travailTrav < 45 ans 36 mois / / /Trav ≥ 45 ans 24 mois
/ Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT X + 12 mois Exposition élevée à des risques psychosociaux au travailRisque identifiable pour la santé du travailleur dû à l'exposition élevée à des risques psychosociaux au travail
24 mois / Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT X + 12 mois Travail de nuit et travail posté (continu - 6/2 et 2/10)Sans risques particuliers 36 mois
/ / /T ≥ 50 ans mais sans risques particuliers 12 mois à la demande du travailleur Avec risques particuliers ou tensions physiques ou mentales tels que visés à l'article X.1-2 24 mois / Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT X + 12 moisTrav. ≥ 50 ans avec risques particuliers ou tensions physiques ou mentales tels que visés à l'article X.1-2 et pour qui le CPMT constate des problèmes
12 mois A la demande du Comité CPMT peut augmenter la fréquence à 12 mois
Exposition à des agents biologiques Exposition aux agents biologiques qui : - causent des infections persistantes et latentes; - causent des infections à recrudescence pendant une longue période malgré le traitement; - causent des infections qui peuvent laisser de graves séquelles; 24 mois
Examens dirigés visés à l'article VII.1-44, alinéas 2 et 3 Examens dirigés visés à l'article VII.1-44 alinéa 3
X + 12 moisVaccinations et/ou tests tuberculiniques Suivant le schéma du Conseil supérieur de la santé et du CPMT
Exposition à des agents autres que ceux visés ci-dessus
CPMT détermine la fréquence après avis du Comité Examens dirigés visés à l'article VII.1-44, alinéas 2 et 3 Examens dirigés visés à l'article VII.1-44, alinéas 2 et 3
CPMT détermine la fréquence après avis du ComitéVaccinations Suivant le schéma du Conseil supérieur de la santé et du CPMT
Exposition à des agents qui provoquent une hypersensibilité à manifestation respiratoire ou une affection pulmonaireProduits d'origine végétale ou animale : poils, cuirs, plumes, coton, chanvre, lin, jute, sisal, nacre, mélasse, poussières 24 mois Tests appropriés de la fonction pulmonaire Tests appropriés de la fonction pulmonaire X + 12 mois Activités en milieu hyperbareTravail en caissons 12 mois Examens dirigés visés à l'article V.4-16, alinéa 3 Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT X + 6 moisActivités en immersion Exposition aux champs électromagnétiquesExposition aux champs électromagnétiques 24 mois / Questionnaires et/ou autres actes à déterminer par le CPMT X + 12 mois
* * * Questionnaires = les questionnaires médicaux individuels visés à l'article I.4-30 du Code.
Art. N2. Bijlage 4-2, 3de deel - FORMULIER VAN BEROEP
Aangetekend Datum: . . . . .
Aan de arts sociaal inspecteur
Regionale Directie Toezicht op het Welzijn op het werk
. . . . .
. . . . .
BETREFT: Beroep tegen de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsarts
Dienst voor preventie en bescherming op het werk:
Naam arbeidsarts: . . . . .
Telefoon/E-mail: . . . . .
Naam en adres van de dienst: . . . . .
Werkgever:
Naam bedrijf: . . . . .
Plaats tewerkstelling: . . . . .
Adres: . . . . .
Ter attentie van de arts sociaal inspecteur,
Na kennis te hebben genomen van de mij betekende beslissing d.d. (*) . . . . . van de aan bovengenoemde dienst voor preventie en bescherming verbonden preventieadviseur-arbeidsarts, deel ik u mede dat ik beroep aanteken tegen die beslissing.
Ik heb de hierna vermelde arts verzocht u de medische conclusies toe te sturen die hij oordeelt te moeten formuleren over mijn zaak.
Naam arts: . . . . .
Telefoon/E-mail: . . . . .
Adres: . . . . .
Handtekening,
Naam werknemer: . . . . .
Voornaam: . . . . .
Persoonlijk adres: . . . . .
Telefoon : . . . . .
E-mail: . . . . .
(*) kopie van het formulier voor de gezondheidsbeoordeling of de re-integratiebeoordeling met de beslissing waartegen het beroep wordt ingesteld bijvoegen.
Aangetekend Datum: . . . . .
Aan de arts sociaal inspecteur
Regionale Directie Toezicht op het Welzijn op het werk
. . . . .
. . . . .
BETREFT: Beroep tegen de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsarts
Dienst voor preventie en bescherming op het werk:
Naam arbeidsarts: . . . . .
Telefoon/E-mail: . . . . .
Naam en adres van de dienst: . . . . .
Werkgever:
Naam bedrijf: . . . . .
Plaats tewerkstelling: . . . . .
Adres: . . . . .
Ter attentie van de arts sociaal inspecteur,
Na kennis te hebben genomen van de mij betekende beslissing d.d. (*) . . . . . van de aan bovengenoemde dienst voor preventie en bescherming verbonden preventieadviseur-arbeidsarts, deel ik u mede dat ik beroep aanteken tegen die beslissing.
Ik heb de hierna vermelde arts verzocht u de medische conclusies toe te sturen die hij oordeelt te moeten formuleren over mijn zaak.
Naam arts: . . . . .
Telefoon/E-mail: . . . . .
Adres: . . . . .
Handtekening,
Naam werknemer: . . . . .
Voornaam: . . . . .
Persoonlijk adres: . . . . .
Telefoon : . . . . .
E-mail: . . . . .
(*) kopie van het formulier voor de gezondheidsbeoordeling of de re-integratiebeoordeling met de beslissing waartegen het beroep wordt ingesteld bijvoegen.
Art. N2. Annexe I.4-2, 3e partie - FORMULAIRE DE RECOURS
Recommandé Date : . . . . .
Au médecin inspecteur social
Direction régionale Contrôle du bien-être au travail
. . . . .
. . . . .
OBJET: Recours contre la décision du conseiller en prévention-médecin du travail
Service pour la prévention et la protection au travail:
Nom du médecin du travail : . . . . . . . . . .
Téléphone / E-mail : . . . . . . . . . .
Nom et adresse du service : . . . . . . . . . .
Employeur:
Nom de l'entreprise : . . . . . . . . . .
Lieu de travail : . . . . . . . . . .
Adresse : . . . . .
A l'attention du médecin inspecteur social,
Ayant pris connaissance de la décision notifiée le (*) . . . . . par le conseiller en prévention-médecin du travail attaché au service pour la prévention et la protection du travail précité, je vous informe que j'introduis un recours contre ladite décision.
J'ai prié le docteur ci-après dénommé de vous adresser les conclusions médicales qu'il estimera devoir formuler à mon sujet.
Nom du médecin : . . . . .
Téléphone / E-mail : . . . . .
Adresse : . . . . .
Signature,
Nom du travailleur: . . . . .
Prénom: . . . . .
Adresse personnelle: . . . . .
Téléphone : . . . . .
E-mail : . . . . .
(*) copie du formulaire d'évaluation de la santé ou d'évaluation de réintégration comprenant la décision contre laquelle le recours est introduit
Recommandé Date : . . . . .
Au médecin inspecteur social
Direction régionale Contrôle du bien-être au travail
. . . . .
. . . . .
OBJET: Recours contre la décision du conseiller en prévention-médecin du travail
Service pour la prévention et la protection au travail:
Nom du médecin du travail : . . . . . . . . . .
Téléphone / E-mail : . . . . . . . . . .
Nom et adresse du service : . . . . . . . . . .
Employeur:
Nom de l'entreprise : . . . . . . . . . .
Lieu de travail : . . . . . . . . . .
Adresse : . . . . .
A l'attention du médecin inspecteur social,
Ayant pris connaissance de la décision notifiée le (*) . . . . . par le conseiller en prévention-médecin du travail attaché au service pour la prévention et la protection du travail précité, je vous informe que j'introduis un recours contre ladite décision.
J'ai prié le docteur ci-après dénommé de vous adresser les conclusions médicales qu'il estimera devoir formuler à mon sujet.
Nom du médecin : . . . . .
Téléphone / E-mail : . . . . .
Adresse : . . . . .
Signature,
Nom du travailleur: . . . . .
Prénom: . . . . .
Adresse personnelle: . . . . .
Téléphone : . . . . .
E-mail : . . . . .
(*) copie du formulaire d'évaluation de la santé ou d'évaluation de réintégration comprenant la décision contre laquelle le recours est introduit