Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
1° aanvrager : de persoon die ondersteuning vraagt of voor wie ondersteuning wordt gevraagd bij het agentschap. In voorkomend geval wordt de wettelijke vertegenwoordiger en als persoon met een handicap een rechterlijke beschermingsmaatregel geniet met toepassing van boek I, titel XI, hoofdstuk II, afdeling 3, van het Burgerlijk Wetboek, de bewindvoerder gelijkgesteld met de aanvrager;
2° agentschap : het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
3° besluit van 24 juli 1991 : het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
4° indicatiestelling : de multidisciplinaire evaluatie aan de hand waarvan wordt bepaald wie beschouwd kan worden als een persoon met een handicap en wat de aard, de graad en de dringendheid van ondersteuning is die vereist is om de maatschappelijke integratie mogelijk te maken;
5° team : de instanties, vermeld in artikel 22, eerste lid, en tweede lid, van het besluit van 24 juli 1991 die door het agentschap worden erkend om een multidisciplinair verslag af te leveren;
8° verslag : het multidisciplinair verslag, vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid van het besluit van 24 juli 1991of een onderdeel ervan en in artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget of een onderdeel ervan.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
30 APRIL 2019. - Ministerieel besluit houdende vaststelling van de minimale kwaliteitseisen voor de multidisciplinaire teams die erkend zijn door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-09-2019 en tekstbijwerking tot 06-11-2025)
Titre
30 AVRIL 2019. - Arrêté ministériel fixant les exigences de qualité minimales pour les équipes multidisciplinaires qui sont reconnues par l'Agence flamande pour les Personnes handicapées (" Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ")(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 04-09-2019 et mise à jour au 06-11-2025)
Documentinformatie
Numac: 2019041923
Datum: 2019-04-30
Info du document
Numac: 2019041923
Date: 2019-04-30
Inhoud
Tekst (10)
Texte (10)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° demandeur : la personne demandant un soutien ou pour laquelle un soutien est demandé auprès de l'agence. Le cas échéant, le représentant légal et, si la personne handicapée bénéficie d'une mesure de protection judiciaire en application du livre Ier, titre XI, chapitre II, section 3, du Code civil, l'administrateur, est assimilé au demandeur ;
2° agence : l'Agence flamande pour les Personnes handicapées ;
3° arrêté du 24 juillet 1991 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'enregistrement auprès du " Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap " (Fonds flamand pour l'Intégration sociale des Personnes handicapées) ;
4° indication : l'évaluation multidisciplinaire servant à déterminer qui peut être qualifié de personne handicapée et quel genre, quel degré et quelle urgence de soutien sont nécessaires pour permettre l'intégration sociale ;
5° équipe : les instances visées à l'article 22, alinéas 1er et 2, de l'arrêté du 24 juillet 1991, reconnues par l'agence pour la délivrance d'un rapport multidisciplinaire ;
6° rapport : le rapport multidisciplinaire visé à l'article 2, § 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 ou une partie de celui-ci et à l'article 12 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et du soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget.
1° demandeur : la personne demandant un soutien ou pour laquelle un soutien est demandé auprès de l'agence. Le cas échéant, le représentant légal et, si la personne handicapée bénéficie d'une mesure de protection judiciaire en application du livre Ier, titre XI, chapitre II, section 3, du Code civil, l'administrateur, est assimilé au demandeur ;
2° agence : l'Agence flamande pour les Personnes handicapées ;
3° arrêté du 24 juillet 1991 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'enregistrement auprès du " Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap " (Fonds flamand pour l'Intégration sociale des Personnes handicapées) ;
4° indication : l'évaluation multidisciplinaire servant à déterminer qui peut être qualifié de personne handicapée et quel genre, quel degré et quelle urgence de soutien sont nécessaires pour permettre l'intégration sociale ;
5° équipe : les instances visées à l'article 22, alinéas 1er et 2, de l'arrêté du 24 juillet 1991, reconnues par l'agence pour la délivrance d'un rapport multidisciplinaire ;
6° rapport : le rapport multidisciplinaire visé à l'article 2, § 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 ou une partie de celui-ci et à l'article 12 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et du soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget.
HOOFDSTUK 2. - Minimale kwaliteitseisen inzake de werking als team
CHAPITRE 2. - Exigences de qualité minimales en ce qui concerne le fonctionnement comme équipe
Art.2. In dit artikel wordt verstaan onder :
1° budget : een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
[1 [2 2° hulpmiddelendeskundige: Een persoon met een bachelor- of masterdiploma in een paramedische discipline vermeld in artikel 1, 2°, 3°, 5°, 7° of 8° van het koninklijk besluit van 2 juli 2009 tot vaststelling van de lijst van de paramedische beroepen of een bachelor- of masterdiploma in de kinesitherapie of een persoon die voor 1 juli 2019 werkzaam was als hulpmiddelendeskundige bij een multidisciplinair team.]2]1
[3 2° /1 inschaler: een persoon die beschikt over een diploma van bachelor of master in de gedrags-, sociale of psychosociale wetenschappen of over een diploma van bachelor of master in de ergotherapeutische wetenschappen en die beschikt over een certificaat dat het agentschap uitreikt na de beëindiging van een opleiding tot inschaler die het agentschap geeft. Het certificaat wordt jaarlijks verlengd na de deelname aan een intervisie die het agentschap organiseert;]3
[1 3°]1 persoonsgegevens : iedere informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; als identificeerbaar wordt beschouwd een persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificatienummer of van één of meer specifieke elementen die kenmerkend zijn voor zijn of haar fysieke, fysiologische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit.
De minimale kwaliteitseisen inzake de werking als team, en gespecialiseerd IMB team, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, van het besluit van 24 juli 1991, zijn de volgende :
1° vereiste ervaring en kennis :
a) het team is multidisciplinair samengesteld, conform artikel 24, § 1, 3°, van het besluit van 24 juli 1991;
b) minstens één lid van het team heeft minimaal vier jaar professionele ervaring in het werken met personen met een handicap;
c) bij aanvragen voor hulpmiddelen en aanpassingen geldt als bijkomende voorwaarde dat minstens één lid van het team een hulpmiddelendeskundige is. [3 ...]3
d) het team neemt deel aan de opleidingen intervisies en overlegmomenten waarvoor het door het agentschap wordt uitgenodigd;
[3 e) bij aanvragen voor een persoonsvolgend budget geldt als bijkomende voorwaarde dat minstens één lid van het team een inschaler is of dat het multidisciplinair team een beroep kan doen op een inschaler die niet behoort tot de staf;]3
2° informeren over de werking van het agentschap :
a) het team informeert de aanvrager over de doelgroep van de ondersteuning die georganiseerd wordt door het agentschap en over de verschillende ondersteuningsvormen;
b) het team informeert de aanvrager over het verloop van de aanvraagprocedure en over de termijnen die in het kader van de aanvraagprocedure gerespecteerd moeten worden;
c) het team informeert de aanvrager in voorkomend geval over de geldigheidsduur van de beslissing van het agentschap, over de toewijzing van ondersteuning, de termijn voor de aankoop van hulpmiddelen en aanpassingen en voor het bezorgen van de factuur over deze aankoop of die aanpassingen, de draagwijdte van de beslissing tot toewijzing van het budget, de termijn voor de opstart van de besteding van het budget en voor het bezorgen van de documenten voor deze opstart;
3° informeren over de eigen werking :
a) het team informeert de aanvrager over zijn recht op inspraak bij de opmaak van het verslag en de mogelijkheid om zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze;
b) het team vermeldt dat zij geen enkele vergoeding of beloning mag vragen of aanvaarden voor het opstellen van het verslag;
c) bij een vraag naar hulpmiddelen en aanpassingen bevestigt het team onafhankelijk te zijn van leveranciers en garandeert het team dat de geadviseerde hulpmiddelen en aanpassingen aangekocht kunnen worden bij een leverancier naar keuze;
d) het team informeert de aanvrager over de mogelijkheid om de samenwerking op elk ogenblik stop te zetten, zonder enig nadeel voor de relatie tussen het team en de aanvrager;
e) het team informeert de aanvrager over zijn recht op inzage in het dossier. Hiertoe bewaart het team de verslagen die overgemaakt werden aan het agentschap evenals alle documenten die als basis hebben gediend voor het opstellen ervan, gedurende een termijn van vijf jaar die begint te lopen vanaf de datum van indiening van de verslagen bij het agentschap;
f) het team verleent de aanvrager op zijn vraag inzage in de verslagen en documenten, vermeld in punt e) en houdt hierbij desgevallend rekening met de hierop van toepassing zijnde wetgeving;
g) het team heeft een efficiënte procedure van verwijzing en informeert de aanvrager hierover. Als het team bij aanvang of gedurende het proces van de opmaak van het verslag van oordeel is geen kwaliteitsvolle dienstverlening te kunnen bieden aan de aanvrager dan motiveert het team dit naar de aanvrager toe en verwijst het team duidelijk en adequaat door naar een of meerdere alternatieve teams. Het team neemt voor deze doorverwijzing steeds zelf contact op met het andere team, regelt een afspraak voor de aanvrager en bezorgt de nodige informatie aan het andere team;
4° respecteren van de persoonlijke levenssfeer van de aanvrager :
a) het team respecteert de eigenheid en de persoonlijke levenssfeer van de aanvrager en maakt geen onderscheid op basis van geslacht, ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging, afkomst of geaardheid of de vermogenstoestand van de aanvrager;
b) het team maakt bij de opmaak van het verslag geen onderscheid tussen aanvragers naargelang deze al dan niet reeds een band hebben met de organisatie, het centrum of de dienst waarvan het team deel uit maakt;
c) het team informeert de aanvrager over zijn recht op privacy;
d) het team respecteert de privacy van de aanvrager en vermeldt in de verslagen uitsluitend de persoonsgegevens die nodig zijn voor de motivering van het voorstel van indicatiestelling;
e) het team maakt deze gegevens alleen over aan derden, anderen dan het agentschap, als de aanvrager hiermee instemt;
5° respecteren van indientermijnen :
a) het team bezorgt de verslagen binnen de termijnen die vermeld zijn in de regelgeving over de verschillende aanvraagprocedures behalve in het geval van overmacht in hoofde van het team en in hoofde van de aanvrager;
b) in het geval van overmacht in hoofde van het team en in hoofde van de aanvrager motiveert het team de overmacht op omstandige wijze en bezorgt deze motivering zo snel mogelijk aan het agentschap;
c) het team maakt duidelijke afspraken en informeert de aanvrager over het tijdstip waarop het verslag aan het agentschap wordt overgemaakt;
6° behandelen van klachten :
a) het team heeft een interne klachtenprocedure en informeert de aanvrager hierover bij de aanvang van het indicatiestellingsproces;
b) het team registreert alle klachten en bezorgt de aanvrager binnen een redelijke termijn een antwoord op zijn klacht. Het team informeert de aanvrager over de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de klachtendienst van het agentschap als hij niet akkoord gaat met de afhandeling van de klacht door het team.
[3 7° werken als multidisciplinair team. Die eis omvat het volgende:a)met toepassing van artikel 24, § 1, eerste lid, 3°, van het besluit van 24 juli 1991 beraadslagen een doctor in de genees-, heel- en verloskunde of een master in de geneeskunde, een licentiaat of master in de psychologische of pedagogische wetenschappen en een professionele bachelor in het studiegebied sociaal-agogisch werk of een ouder equivalent ervan, of een houder van het diploma verpleegkundige, optie sociale verpleegkunde samen en komen tot een gemeenschappelijk advies om de informatie, vermeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 1°, a), van het voormelde besluit, te bezorgen;
b) de inschaler bezorgt de informatie, vermeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 1°, b), van het voormelde besluit;
c) met toepassing van artikel 24, § 1, eerste lid, 3°, van het voormelde besluit bezorgen ofwel een doctor in de genees-, heel- en verloskunde of een master in de geneeskunde ofwel een licentiaat of master in de psychologische of pedagogische wetenschappen ofwel een professionele bachelor in het studiegebied sociaal-agogisch werk of een ouder equivalent ervan, of een houder van het diploma verpleegkundige, optie sociale verpleegkunde de informatie, vermeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 1°, c), van het voormelde besluit;
d) met toepassing van artikel 24, § 1, eerste lid, 3°, van het voormelde besluit beraadslagen een doctor in de genees-, heel- en verloskunde of een master in de geneeskunde, een licentiaat of master in de psychologische of pedagogische wetenschappen, en een hulpmiddelendeskundige samen en komen tot een gemeenschappelijk advies om de informatie, vermeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 1°, d), van het voormelde besluit, te bezorgen als de richtlijnen van het KOC voor persoonlijke adviesverlening, vermeld in artikel 9, § 3, 9°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap, een gezamenlijk advies vereisen. In alle andere gevallen bezorgt de hulpmiddelendeskundige de informatie, vermeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 1°, d), van het besluit van 24 juli 1991.]3
1° budget : een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
[1 [2 2° hulpmiddelendeskundige: Een persoon met een bachelor- of masterdiploma in een paramedische discipline vermeld in artikel 1, 2°, 3°, 5°, 7° of 8° van het koninklijk besluit van 2 juli 2009 tot vaststelling van de lijst van de paramedische beroepen of een bachelor- of masterdiploma in de kinesitherapie of een persoon die voor 1 juli 2019 werkzaam was als hulpmiddelendeskundige bij een multidisciplinair team.]2]1
[3 2° /1 inschaler: een persoon die beschikt over een diploma van bachelor of master in de gedrags-, sociale of psychosociale wetenschappen of over een diploma van bachelor of master in de ergotherapeutische wetenschappen en die beschikt over een certificaat dat het agentschap uitreikt na de beëindiging van een opleiding tot inschaler die het agentschap geeft. Het certificaat wordt jaarlijks verlengd na de deelname aan een intervisie die het agentschap organiseert;]3
[1 3°]1 persoonsgegevens : iedere informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; als identificeerbaar wordt beschouwd een persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificatienummer of van één of meer specifieke elementen die kenmerkend zijn voor zijn of haar fysieke, fysiologische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit.
De minimale kwaliteitseisen inzake de werking als team, en gespecialiseerd IMB team, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, van het besluit van 24 juli 1991, zijn de volgende :
1° vereiste ervaring en kennis :
a) het team is multidisciplinair samengesteld, conform artikel 24, § 1, 3°, van het besluit van 24 juli 1991;
b) minstens één lid van het team heeft minimaal vier jaar professionele ervaring in het werken met personen met een handicap;
c) bij aanvragen voor hulpmiddelen en aanpassingen geldt als bijkomende voorwaarde dat minstens één lid van het team een hulpmiddelendeskundige is. [3 ...]3
d) het team neemt deel aan de opleidingen intervisies en overlegmomenten waarvoor het door het agentschap wordt uitgenodigd;
[3 e) bij aanvragen voor een persoonsvolgend budget geldt als bijkomende voorwaarde dat minstens één lid van het team een inschaler is of dat het multidisciplinair team een beroep kan doen op een inschaler die niet behoort tot de staf;]3
2° informeren over de werking van het agentschap :
a) het team informeert de aanvrager over de doelgroep van de ondersteuning die georganiseerd wordt door het agentschap en over de verschillende ondersteuningsvormen;
b) het team informeert de aanvrager over het verloop van de aanvraagprocedure en over de termijnen die in het kader van de aanvraagprocedure gerespecteerd moeten worden;
c) het team informeert de aanvrager in voorkomend geval over de geldigheidsduur van de beslissing van het agentschap, over de toewijzing van ondersteuning, de termijn voor de aankoop van hulpmiddelen en aanpassingen en voor het bezorgen van de factuur over deze aankoop of die aanpassingen, de draagwijdte van de beslissing tot toewijzing van het budget, de termijn voor de opstart van de besteding van het budget en voor het bezorgen van de documenten voor deze opstart;
3° informeren over de eigen werking :
a) het team informeert de aanvrager over zijn recht op inspraak bij de opmaak van het verslag en de mogelijkheid om zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze;
b) het team vermeldt dat zij geen enkele vergoeding of beloning mag vragen of aanvaarden voor het opstellen van het verslag;
c) bij een vraag naar hulpmiddelen en aanpassingen bevestigt het team onafhankelijk te zijn van leveranciers en garandeert het team dat de geadviseerde hulpmiddelen en aanpassingen aangekocht kunnen worden bij een leverancier naar keuze;
d) het team informeert de aanvrager over de mogelijkheid om de samenwerking op elk ogenblik stop te zetten, zonder enig nadeel voor de relatie tussen het team en de aanvrager;
e) het team informeert de aanvrager over zijn recht op inzage in het dossier. Hiertoe bewaart het team de verslagen die overgemaakt werden aan het agentschap evenals alle documenten die als basis hebben gediend voor het opstellen ervan, gedurende een termijn van vijf jaar die begint te lopen vanaf de datum van indiening van de verslagen bij het agentschap;
f) het team verleent de aanvrager op zijn vraag inzage in de verslagen en documenten, vermeld in punt e) en houdt hierbij desgevallend rekening met de hierop van toepassing zijnde wetgeving;
g) het team heeft een efficiënte procedure van verwijzing en informeert de aanvrager hierover. Als het team bij aanvang of gedurende het proces van de opmaak van het verslag van oordeel is geen kwaliteitsvolle dienstverlening te kunnen bieden aan de aanvrager dan motiveert het team dit naar de aanvrager toe en verwijst het team duidelijk en adequaat door naar een of meerdere alternatieve teams. Het team neemt voor deze doorverwijzing steeds zelf contact op met het andere team, regelt een afspraak voor de aanvrager en bezorgt de nodige informatie aan het andere team;
4° respecteren van de persoonlijke levenssfeer van de aanvrager :
a) het team respecteert de eigenheid en de persoonlijke levenssfeer van de aanvrager en maakt geen onderscheid op basis van geslacht, ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging, afkomst of geaardheid of de vermogenstoestand van de aanvrager;
b) het team maakt bij de opmaak van het verslag geen onderscheid tussen aanvragers naargelang deze al dan niet reeds een band hebben met de organisatie, het centrum of de dienst waarvan het team deel uit maakt;
c) het team informeert de aanvrager over zijn recht op privacy;
d) het team respecteert de privacy van de aanvrager en vermeldt in de verslagen uitsluitend de persoonsgegevens die nodig zijn voor de motivering van het voorstel van indicatiestelling;
e) het team maakt deze gegevens alleen over aan derden, anderen dan het agentschap, als de aanvrager hiermee instemt;
5° respecteren van indientermijnen :
a) het team bezorgt de verslagen binnen de termijnen die vermeld zijn in de regelgeving over de verschillende aanvraagprocedures behalve in het geval van overmacht in hoofde van het team en in hoofde van de aanvrager;
b) in het geval van overmacht in hoofde van het team en in hoofde van de aanvrager motiveert het team de overmacht op omstandige wijze en bezorgt deze motivering zo snel mogelijk aan het agentschap;
c) het team maakt duidelijke afspraken en informeert de aanvrager over het tijdstip waarop het verslag aan het agentschap wordt overgemaakt;
6° behandelen van klachten :
a) het team heeft een interne klachtenprocedure en informeert de aanvrager hierover bij de aanvang van het indicatiestellingsproces;
b) het team registreert alle klachten en bezorgt de aanvrager binnen een redelijke termijn een antwoord op zijn klacht. Het team informeert de aanvrager over de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de klachtendienst van het agentschap als hij niet akkoord gaat met de afhandeling van de klacht door het team.
[3 7° werken als multidisciplinair team. Die eis omvat het volgende:a)met toepassing van artikel 24, § 1, eerste lid, 3°, van het besluit van 24 juli 1991 beraadslagen een doctor in de genees-, heel- en verloskunde of een master in de geneeskunde, een licentiaat of master in de psychologische of pedagogische wetenschappen en een professionele bachelor in het studiegebied sociaal-agogisch werk of een ouder equivalent ervan, of een houder van het diploma verpleegkundige, optie sociale verpleegkunde samen en komen tot een gemeenschappelijk advies om de informatie, vermeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 1°, a), van het voormelde besluit, te bezorgen;
b) de inschaler bezorgt de informatie, vermeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 1°, b), van het voormelde besluit;
c) met toepassing van artikel 24, § 1, eerste lid, 3°, van het voormelde besluit bezorgen ofwel een doctor in de genees-, heel- en verloskunde of een master in de geneeskunde ofwel een licentiaat of master in de psychologische of pedagogische wetenschappen ofwel een professionele bachelor in het studiegebied sociaal-agogisch werk of een ouder equivalent ervan, of een houder van het diploma verpleegkundige, optie sociale verpleegkunde de informatie, vermeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 1°, c), van het voormelde besluit;
d) met toepassing van artikel 24, § 1, eerste lid, 3°, van het voormelde besluit beraadslagen een doctor in de genees-, heel- en verloskunde of een master in de geneeskunde, een licentiaat of master in de psychologische of pedagogische wetenschappen, en een hulpmiddelendeskundige samen en komen tot een gemeenschappelijk advies om de informatie, vermeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 1°, d), van het voormelde besluit, te bezorgen als de richtlijnen van het KOC voor persoonlijke adviesverlening, vermeld in artikel 9, § 3, 9°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap, een gezamenlijk advies vereisen. In alle andere gevallen bezorgt de hulpmiddelendeskundige de informatie, vermeld in artikel 24, § 1, eerste lid, 1°, d), van het besluit van 24 juli 1991.]3
Art.2. Dans le présent article, on entend par :
1° budget : un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, tels que visés au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
[1 2° expert en dispositifs : une personne titulaire d'un diplôme de bachelor en ergothérapie ou une personne titulaire d'un autre diplôme de bachelor qui était déjà employée comme expert en dispositifs auprès de l'équipe avant l'entrée en vigueur du présent arrêté ministériel sur la base de l'expérience qu'il a acquise en matière d'assistance matérielle individuelle ;]1
[2 2° /1 évaluateur des besoins : une personne titulaire d'un diplôme de bachelier ou de master en sciences comportementales, sociales ou psychosociales ou d'un diplôme de bachelier ou de master en sciences ergothérapeutiques et qui dispose d'un certificat délivré par l'agence à l'issue d'une formation d'évaluateur des besoins dispensée par l'agence. Le certificat est renouvelé chaque année après la participation à une intervision organisée par l'agence ; ]2
[1 3°]1 données à caractère personnel : toute information sur une personne physique identifiée ou identifiable ; est considérée comme identifiable la personne qui peut être identifiée directement ou indirectement, notamment sur la base d'un numéro d'identification ou d'un ou de plusieurs éléments spécifiques caractéristiques pour son identité physique, physiologique, psychique, économique, culturelle ou sociale.
Les exigences de qualité minimales en ce qui concerne le fonctionnement comme équipe et équipe spécialisée IMB, visées à l'article 24, § 1er, 2°, de l'arrêté du 24 juillet 1991, sont les suivantes :
1° l'expérience et les connaissances requises :
a) l'équipe est composée de manière multidisciplinaire, conformément à l'article 24, § 1er, 3°, de l'arrêté du 24 juillet 1991 ;
b) au moins un membre de l'équipe a au moins quatre ans d'expérience professionnelle dans le travail avec des personnes handicapées ;
c) dans le cas des demandes de dispositifs et d'adaptations, une condition supplémentaire s'applique selon laquelle un membre de l'équipe doit être un expert en dispositifs.[2 ...]2 ;
d) l'équipe participe aux formations, intervisions et moments de consultation auxquels elle est invitée par l'agence ;
[2 e) pour les demandes de budget personnalisé, une condition supplémentaire s'applique, à savoir qu'au moins un membre de l'équipe soit un évaluateur des besoins ou que l'équipe multidisciplinaire puisse faire appel à un évaluateur des besoins qui ne fait pas partie du staff.]2
2° informer du fonctionnement de l'agence :
a) l'équipe informe le demandeur du groupe cible du soutien organisé par l'agence et des différentes formes de soutien ;
b) l'équipe informe le demandeur du déroulement de la procédure de demande et des délais à respecter dans le cadre de la procédure de demande ;
c) l'équipe informe le demandeur, le cas échéant, de la durée de validité de la décision de l'agence, de l'attribution du soutien, du délai pour l'achat de moyens et d'adaptations et pour la remise de la facture concernant cet achat ou ces adaptations, de la portée de la décision d'attribution du budget, du délai pour le lancement de l'affectation du budget et pour la remise des documents relatifs à ce lancement ;
3° informer du propre fonctionnement :
a) l'équipe informe le demandeur de son droit de participer à l'élaboration du rapport et de la possibilité de se faire assister par une personne de son choix ;
b) l'équipe déclare qu'elle ne peut exiger ou accepter aucune indemnisation ou récompense pour l'établissement du rapport ;
c) en cas de demande de dispositifs et d'adaptations, l'équipe confirme son indépendance vis-à-vis des fournisseurs et garantit que les dispositifs et adaptations recommandées peuvent être achetées auprès d'un fournisseur de son choix ;
d) l'équipe informe le demandeur de la possibilité de mettre fin à la coopération à tout moment, sans préjudice des relations entre l'équipe et le demandeur ;
e) l'équipe informe le demandeur de son droit de consulter le dossier. A cette fin, l'équipe conserve les rapports transmis à l'agence ainsi que tous les documents qui ont servi de base à leur rédaction, pendant un délai de cinq ans qui prend cours à partir de la date de dépôt des rapports à l'agence ;
f) l'équipe donne au demandeur, à sa demande, accès aux rapports et documents visés au point e) et tient compte, le cas échéant, de la législation applicable ;
g) l'équipe dispose d'une procédure de renvoi efficace et en informe le demandeur. Si l'équipe estime ne pas pouvoir offrir un service de qualité au demandeur au début ou au cours du processus d'établissement du rapport, elle le motive au demandeur et renvoie l'équipe de manière claire et adéquate à une ou plusieurs équipes alternatives. L'équipe communique toujours avec l'autre équipe pour cette référence, fixe un rendez-vous pour le demandeur et fournit à l'autre équipe les informations nécessaires ;
4° respecter la vie privée du demandeur :
a) l'équipe respecte l'individualité et la vie privée du demandeur et ne fait aucune discrimination fondée sur le sexe, les convictions idéologiques, philosophiques ou religieuses, l'ascendance ou l'orientation sexuelle ou la situation financière du demandeur ;
b) lors de l'établissement du rapport, l'équipe ne fait pas de distinction entre les demandeurs selon qu'ils ont ou non déjà un lien avec l'organisation, le centre ou le service dont fait partie l'équipe ;
c) l'équipe informe le demandeur de son respect de la vie privée ;
d) l'équipe respecte la vie privée du demandeur et n'inclut dans les rapports que les données à caractère personnel nécessaires à la justification de la proposition d'indication ;
e) l'équipe ne transfère ces données à des tiers autres que l'agence qu'avec le consentement du demandeur ;
5° respecter les délais d'introduction :
a) l'équipe transmet les rapports dans les délais prévus par le règlement régissant les différentes procédures de demande, sauf en cas de force majeure de la part de l'équipe et du demandeur ;
b) en cas de force majeure de la part de l'équipe et de la part du demandeur, l'équipe motive de manière circonstanciée la force majeure et transmet cette motivation à l'Agence dans les meilleurs délais ;
c) l'équipe conclut des accords clairs et informe le demandeur du moment auquel le rapport est transmis à l'agence ;
6° traiter les plaintes :
a) l'équipe dispose d'une procédure de règlement des plaintes interne et en informe le demandeur au début de la procédure d'indication ;
b) l'équipe enregistre toutes les plaintes et fournit au demandeur une réponse à sa plainte dans un délai raisonnable. L'équipe informe le demandeur de la possibilité de déposer une plainte auprès du service des plaintes de l'agence si le demandeur n'est pas d'accord avec le traitement de la plainte par l'équipe.
[2 7° travailler en équipe multidisciplinaire. Cette exigence comprend les éléments suivants :
a)en application de l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté du 24 juillet 1991, un docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ou un master en médecine, un licencié ou master en sciences psychologiques ou pédagogiques et un bachelier professionnalisant dans la discipline travail social ou un diplôme antérieur équivalent, ou un titulaire du diplôme d'infirmier, option soins infirmiers sociaux, délibèrent ensemble et parviennent à un avis conjoint afin de fournir les informations figurant à l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 1°, a), de l'arrêté précité ;
b) l'évaluateur des besoins fournit les informations figurant à l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 1°, b), de l'arrêté précité ;
c) en application de l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté précité, soit un docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ou un master en médecine, soit un licencié ou master en sciences psychologiques ou pédagogiques, soit un bachelier professionnalisant dans la discipline travail socio-éducatif ou un diplôme antérieur équivalent, ou un titulaire du diplôme d'infirmier, option soins infirmiers sociaux, fournit les informations figurant à l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 1°, c), de l'arrêté précité ;
d) en application de l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté précité, un docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ou un master en médecine, un licencié ou master en sciences psychologiques ou pédagogiques, et un expert en moyens auxiliaires délibèrent ensemble et parviennent à un avis conjoint afin de fournir les informations figurant à l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 1°, d), de l'arrêté précité, si les directives du KOC en matière de conseil personnalisé, figurant à l'article 9, § 3, 9° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées, exigent un avis conjoint. Dans tous les autres cas, l'expert en moyens auxiliaires fournit les informations figurant à l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 1°, d), de l'arrêté du 24 juillet 1991. ]2
1° budget : un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, tels que visés au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
[1 2° expert en dispositifs : une personne titulaire d'un diplôme de bachelor en ergothérapie ou une personne titulaire d'un autre diplôme de bachelor qui était déjà employée comme expert en dispositifs auprès de l'équipe avant l'entrée en vigueur du présent arrêté ministériel sur la base de l'expérience qu'il a acquise en matière d'assistance matérielle individuelle ;]1
[2 2° /1 évaluateur des besoins : une personne titulaire d'un diplôme de bachelier ou de master en sciences comportementales, sociales ou psychosociales ou d'un diplôme de bachelier ou de master en sciences ergothérapeutiques et qui dispose d'un certificat délivré par l'agence à l'issue d'une formation d'évaluateur des besoins dispensée par l'agence. Le certificat est renouvelé chaque année après la participation à une intervision organisée par l'agence ; ]2
[1 3°]1 données à caractère personnel : toute information sur une personne physique identifiée ou identifiable ; est considérée comme identifiable la personne qui peut être identifiée directement ou indirectement, notamment sur la base d'un numéro d'identification ou d'un ou de plusieurs éléments spécifiques caractéristiques pour son identité physique, physiologique, psychique, économique, culturelle ou sociale.
Les exigences de qualité minimales en ce qui concerne le fonctionnement comme équipe et équipe spécialisée IMB, visées à l'article 24, § 1er, 2°, de l'arrêté du 24 juillet 1991, sont les suivantes :
1° l'expérience et les connaissances requises :
a) l'équipe est composée de manière multidisciplinaire, conformément à l'article 24, § 1er, 3°, de l'arrêté du 24 juillet 1991 ;
b) au moins un membre de l'équipe a au moins quatre ans d'expérience professionnelle dans le travail avec des personnes handicapées ;
c) dans le cas des demandes de dispositifs et d'adaptations, une condition supplémentaire s'applique selon laquelle un membre de l'équipe doit être un expert en dispositifs.[2 ...]2 ;
d) l'équipe participe aux formations, intervisions et moments de consultation auxquels elle est invitée par l'agence ;
[2 e) pour les demandes de budget personnalisé, une condition supplémentaire s'applique, à savoir qu'au moins un membre de l'équipe soit un évaluateur des besoins ou que l'équipe multidisciplinaire puisse faire appel à un évaluateur des besoins qui ne fait pas partie du staff.]2
2° informer du fonctionnement de l'agence :
a) l'équipe informe le demandeur du groupe cible du soutien organisé par l'agence et des différentes formes de soutien ;
b) l'équipe informe le demandeur du déroulement de la procédure de demande et des délais à respecter dans le cadre de la procédure de demande ;
c) l'équipe informe le demandeur, le cas échéant, de la durée de validité de la décision de l'agence, de l'attribution du soutien, du délai pour l'achat de moyens et d'adaptations et pour la remise de la facture concernant cet achat ou ces adaptations, de la portée de la décision d'attribution du budget, du délai pour le lancement de l'affectation du budget et pour la remise des documents relatifs à ce lancement ;
3° informer du propre fonctionnement :
a) l'équipe informe le demandeur de son droit de participer à l'élaboration du rapport et de la possibilité de se faire assister par une personne de son choix ;
b) l'équipe déclare qu'elle ne peut exiger ou accepter aucune indemnisation ou récompense pour l'établissement du rapport ;
c) en cas de demande de dispositifs et d'adaptations, l'équipe confirme son indépendance vis-à-vis des fournisseurs et garantit que les dispositifs et adaptations recommandées peuvent être achetées auprès d'un fournisseur de son choix ;
d) l'équipe informe le demandeur de la possibilité de mettre fin à la coopération à tout moment, sans préjudice des relations entre l'équipe et le demandeur ;
e) l'équipe informe le demandeur de son droit de consulter le dossier. A cette fin, l'équipe conserve les rapports transmis à l'agence ainsi que tous les documents qui ont servi de base à leur rédaction, pendant un délai de cinq ans qui prend cours à partir de la date de dépôt des rapports à l'agence ;
f) l'équipe donne au demandeur, à sa demande, accès aux rapports et documents visés au point e) et tient compte, le cas échéant, de la législation applicable ;
g) l'équipe dispose d'une procédure de renvoi efficace et en informe le demandeur. Si l'équipe estime ne pas pouvoir offrir un service de qualité au demandeur au début ou au cours du processus d'établissement du rapport, elle le motive au demandeur et renvoie l'équipe de manière claire et adéquate à une ou plusieurs équipes alternatives. L'équipe communique toujours avec l'autre équipe pour cette référence, fixe un rendez-vous pour le demandeur et fournit à l'autre équipe les informations nécessaires ;
4° respecter la vie privée du demandeur :
a) l'équipe respecte l'individualité et la vie privée du demandeur et ne fait aucune discrimination fondée sur le sexe, les convictions idéologiques, philosophiques ou religieuses, l'ascendance ou l'orientation sexuelle ou la situation financière du demandeur ;
b) lors de l'établissement du rapport, l'équipe ne fait pas de distinction entre les demandeurs selon qu'ils ont ou non déjà un lien avec l'organisation, le centre ou le service dont fait partie l'équipe ;
c) l'équipe informe le demandeur de son respect de la vie privée ;
d) l'équipe respecte la vie privée du demandeur et n'inclut dans les rapports que les données à caractère personnel nécessaires à la justification de la proposition d'indication ;
e) l'équipe ne transfère ces données à des tiers autres que l'agence qu'avec le consentement du demandeur ;
5° respecter les délais d'introduction :
a) l'équipe transmet les rapports dans les délais prévus par le règlement régissant les différentes procédures de demande, sauf en cas de force majeure de la part de l'équipe et du demandeur ;
b) en cas de force majeure de la part de l'équipe et de la part du demandeur, l'équipe motive de manière circonstanciée la force majeure et transmet cette motivation à l'Agence dans les meilleurs délais ;
c) l'équipe conclut des accords clairs et informe le demandeur du moment auquel le rapport est transmis à l'agence ;
6° traiter les plaintes :
a) l'équipe dispose d'une procédure de règlement des plaintes interne et en informe le demandeur au début de la procédure d'indication ;
b) l'équipe enregistre toutes les plaintes et fournit au demandeur une réponse à sa plainte dans un délai raisonnable. L'équipe informe le demandeur de la possibilité de déposer une plainte auprès du service des plaintes de l'agence si le demandeur n'est pas d'accord avec le traitement de la plainte par l'équipe.
[2 7° travailler en équipe multidisciplinaire. Cette exigence comprend les éléments suivants :
a)en application de l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté du 24 juillet 1991, un docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ou un master en médecine, un licencié ou master en sciences psychologiques ou pédagogiques et un bachelier professionnalisant dans la discipline travail social ou un diplôme antérieur équivalent, ou un titulaire du diplôme d'infirmier, option soins infirmiers sociaux, délibèrent ensemble et parviennent à un avis conjoint afin de fournir les informations figurant à l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 1°, a), de l'arrêté précité ;
b) l'évaluateur des besoins fournit les informations figurant à l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 1°, b), de l'arrêté précité ;
c) en application de l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté précité, soit un docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ou un master en médecine, soit un licencié ou master en sciences psychologiques ou pédagogiques, soit un bachelier professionnalisant dans la discipline travail socio-éducatif ou un diplôme antérieur équivalent, ou un titulaire du diplôme d'infirmier, option soins infirmiers sociaux, fournit les informations figurant à l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 1°, c), de l'arrêté précité ;
d) en application de l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté précité, un docteur en médecine, chirurgie et obstétrique ou un master en médecine, un licencié ou master en sciences psychologiques ou pédagogiques, et un expert en moyens auxiliaires délibèrent ensemble et parviennent à un avis conjoint afin de fournir les informations figurant à l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 1°, d), de l'arrêté précité, si les directives du KOC en matière de conseil personnalisé, figurant à l'article 9, § 3, 9° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées, exigent un avis conjoint. Dans tous les autres cas, l'expert en moyens auxiliaires fournit les informations figurant à l'article 24, § 1er, alinéa 1er, 1°, d), de l'arrêté du 24 juillet 1991. ]2
HOOFDSTUK 3. - Minimale kwaliteitseisen inzake het verslag
CHAPITRE 3. - Exigences de qualité minimales relatives au rapport
Art.3. De minimale kwaliteitseisen inzake het verslag, vermeld in artikel 24, § 1, 2°, van het besluit van 24 juli 1991, zijn de volgende :
1° eisen inzake objectiviteit :
a) het team baseert het voorstel van indicatiestelling op feitelijke gegevens die worden verzameld conform de richtlijnen die het agentschap vaststelt;
b) de feitelijke gegevens, vermeld in punt a, worden op objectieve wijze weergegeven in het verslag;
2° eisen inzake volledigheid :
a) het verslag bevat alle gegevens die conform de richtlijnen die zijn vastgesteld door het agentschap nodig zijn om op een kwalitatieve manier te kunnen oordelen over de verschillende aspecten van de ondersteuningsvraag van de persoon met een handicap;
b) als het team bepaalde informatie die conform de richtlijnen noodzakelijk is niet kan aanleveren motiveert het team in het verslag waarom dit niet mogelijk is;
3° eisen inzake actualiteit :
a) het verslag schetst een actueel beeld van alle aspecten van de ondersteuningsvraag van de persoon met een handicap;
b) als zich belangrijke wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van de betrokken persoon met een handicap sinds de opmaak van een vorig verslag, moeten de gegevens geactualiseerd worden in het verslag.
4° eisen inzake deskundigheid :
a) de gegevens die de aanvrager aanbrengt, worden vanuit een professioneel standpunt beoordeeld;
b) de informatie in het verslag is correct en relevant;
5° eisen inzake consistentie :
a) het verslag bevat geen tegenstrijdigheden;
b) er zijn geen tegenstrijdigheden tussen het verslag en de documenten die samen met het verslag aan het agentschap worden bezorgd. Het verslag en de bijgevoegde documenten vormen een samenhangend geheel;
6° eisen inzake betrokkenheid :
a) het team betrekt de aanvrager maximaal bij de opmaak van het verslag en de opmaak van het voorstel van indicatiestelling;
b) minstens één lid van het team moet de aanvrager gezien hebben om zich een accuraat beeld te kunnen vormen van het functioneren van de persoon met een handicap. Dit houdt in dat hij de aanvrager ontvangt of hem een huisbezoek brengt;
c) als het team en de aanvrager geen consensus kunnen bereiken over het voorstel van indicatiestelling, vermeldt en motiveert het team dit duidelijk in het verslag en wordt ook de visie van de aanvrager weergegeven.
1° eisen inzake objectiviteit :
a) het team baseert het voorstel van indicatiestelling op feitelijke gegevens die worden verzameld conform de richtlijnen die het agentschap vaststelt;
b) de feitelijke gegevens, vermeld in punt a, worden op objectieve wijze weergegeven in het verslag;
2° eisen inzake volledigheid :
a) het verslag bevat alle gegevens die conform de richtlijnen die zijn vastgesteld door het agentschap nodig zijn om op een kwalitatieve manier te kunnen oordelen over de verschillende aspecten van de ondersteuningsvraag van de persoon met een handicap;
b) als het team bepaalde informatie die conform de richtlijnen noodzakelijk is niet kan aanleveren motiveert het team in het verslag waarom dit niet mogelijk is;
3° eisen inzake actualiteit :
a) het verslag schetst een actueel beeld van alle aspecten van de ondersteuningsvraag van de persoon met een handicap;
b) als zich belangrijke wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van de betrokken persoon met een handicap sinds de opmaak van een vorig verslag, moeten de gegevens geactualiseerd worden in het verslag.
4° eisen inzake deskundigheid :
a) de gegevens die de aanvrager aanbrengt, worden vanuit een professioneel standpunt beoordeeld;
b) de informatie in het verslag is correct en relevant;
5° eisen inzake consistentie :
a) het verslag bevat geen tegenstrijdigheden;
b) er zijn geen tegenstrijdigheden tussen het verslag en de documenten die samen met het verslag aan het agentschap worden bezorgd. Het verslag en de bijgevoegde documenten vormen een samenhangend geheel;
6° eisen inzake betrokkenheid :
a) het team betrekt de aanvrager maximaal bij de opmaak van het verslag en de opmaak van het voorstel van indicatiestelling;
b) minstens één lid van het team moet de aanvrager gezien hebben om zich een accuraat beeld te kunnen vormen van het functioneren van de persoon met een handicap. Dit houdt in dat hij de aanvrager ontvangt of hem een huisbezoek brengt;
c) als het team en de aanvrager geen consensus kunnen bereiken over het voorstel van indicatiestelling, vermeldt en motiveert het team dit duidelijk in het verslag en wordt ook de visie van de aanvrager weergegeven.
Art.3. Les exigences de qualité minimales relatives au rapport visées à l'article 24, § 1er, 2°, de l'arrêté du 24 juillet 1991, sont les suivantes :
1° des exigences en matière d'objectivité :
a) l'équipe fonde la proposition d'indication sur des données factuelles recueillies conformément aux lignes directrices adoptées par l'agence ;
b) les données factuelles visées au point a) sont présentées de manière objective dans le rapport ;
2° des exigences en matière de complétude :
a) le rapport contient toutes les données nécessaires, conformément aux lignes directrices adoptées par l'agence, pour procéder à une évaluation qualitative des différents aspects de la demande de soutien de la personne handicapée ;
b) si l'équipe ne peut pas fournir certaines informations nécessaires conformément aux directives, l'équipe motive les raisons pour lesquelles cela n'est pas possible dans le rapport ;
3° des exigences en matière d'actualité :
a) le rapport donne une image actualisée de tous les aspects de la demande de soutien de la personne handicapée ;
b) si la situation de la personne handicapée concernée a sensiblement évolué depuis l'établissement d'un rapport précédent, les données doivent être mises à jour dans ce rapport.
4° des exigences en matière d'expertise :
a) les données soumises par le demandeur sont évaluées d'un point de vue professionnel ;
b) les informations contenues dans le rapport sont exactes et pertinentes ;
5° des exigences en matière de cohérence :
a) il n'y a pas d'incohérences dans le rapport ;
b) il n'y a pas d'incohérences entre le rapport et les documents transmis à l'agence avec le rapport. Le rapport et les documents qui l'accompagnent constituent un ensemble cohérent ;
6° des exigences en matière d'engagement :
a) l'équipe associe autant que possible le demandeur à l'établissement du rapport et de la proposition d'indication ;
b) au moins un membre de l'équipe doit avoir vu le demandeur afin de pouvoir se faire une idée précise du fonctionnement de la personne handicapée. Cela signifie qu'il reçoit le demandeur ou lui rend visite à domicile ;
c) si l'équipe et le demandeur ne parviennent pas à un consensus sur la proposition d'indication, l'équipe l'indique et le justifie clairement dans le rapport et le point de vue du demandeur est également exprimée.
1° des exigences en matière d'objectivité :
a) l'équipe fonde la proposition d'indication sur des données factuelles recueillies conformément aux lignes directrices adoptées par l'agence ;
b) les données factuelles visées au point a) sont présentées de manière objective dans le rapport ;
2° des exigences en matière de complétude :
a) le rapport contient toutes les données nécessaires, conformément aux lignes directrices adoptées par l'agence, pour procéder à une évaluation qualitative des différents aspects de la demande de soutien de la personne handicapée ;
b) si l'équipe ne peut pas fournir certaines informations nécessaires conformément aux directives, l'équipe motive les raisons pour lesquelles cela n'est pas possible dans le rapport ;
3° des exigences en matière d'actualité :
a) le rapport donne une image actualisée de tous les aspects de la demande de soutien de la personne handicapée ;
b) si la situation de la personne handicapée concernée a sensiblement évolué depuis l'établissement d'un rapport précédent, les données doivent être mises à jour dans ce rapport.
4° des exigences en matière d'expertise :
a) les données soumises par le demandeur sont évaluées d'un point de vue professionnel ;
b) les informations contenues dans le rapport sont exactes et pertinentes ;
5° des exigences en matière de cohérence :
a) il n'y a pas d'incohérences dans le rapport ;
b) il n'y a pas d'incohérences entre le rapport et les documents transmis à l'agence avec le rapport. Le rapport et les documents qui l'accompagnent constituent un ensemble cohérent ;
6° des exigences en matière d'engagement :
a) l'équipe associe autant que possible le demandeur à l'établissement du rapport et de la proposition d'indication ;
b) au moins un membre de l'équipe doit avoir vu le demandeur afin de pouvoir se faire une idée précise du fonctionnement de la personne handicapée. Cela signifie qu'il reçoit le demandeur ou lui rend visite à domicile ;
c) si l'équipe et le demandeur ne parviennent pas à un consensus sur la proposition d'indication, l'équipe l'indique et le justifie clairement dans le rapport et le point de vue du demandeur est également exprimée.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art.4. Het agentschap stelt voor alle kwaliteitseisen, vermeld in artikel 2 en artikel 3, een checklist op waarin de kwaliteitseisen worden geconcretiseerd en aan de hand waarvan het agentschap de naleving van de kwaliteitseisen beoordeelt.
Art.4. L'agence établit une liste de contrôle pour toutes les exigences de qualité visées aux articles 2 et 3, qui précise les exigences de qualité et est utilisée par l'agence pour évaluer le respect de ces exigences.
Art.5. Het ministerieel besluit van 12 november 2010 houdende vaststelling van de minimale kwaliteitseisen voor de multidisciplinaire teams die erkend zijn door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap wordt opgeheven.
Art.5. L'arrêté ministériel du 12 novembre 2010 fixant les exigences de qualité minimales pour les équipes multidisciplinaires qui sont reconnues par la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " est abrogé.
Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2019.
Art. 6. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juillet 2019.