Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
3 MEI 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van diverse besluiten, wat betreft de afstemming met het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid
Titre
3 MAI 2019. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand portant modification de divers arrĂȘtĂ©s, en ce qui concerne l'alignement sur le dĂ©cret du 27 avril 2018 rĂ©glant les allocations dans le cadre de la politique familiale
Documentinformatie
Numac: 2019041513
Datum: 2019-05-03
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019041513
Date: 2019-05-03
Moniteur: Voir
Tekst (35)
Texte (35)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental ordinaire
Artikel 1. In artikel 6, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2015, wordt de zinsnede "vastgesteld aan de hand van de gegevens over de toegekende schooltoelagen, van de dienst, bevoegd voor studietoelagen" vervangen door de zinsnede "vastgesteld aan de hand van de gegevens over de selectieve participatietoeslag, van de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid, als vermeld in artikel 28, § 2, en artikel 31, § 2, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid.".
Article 1er. Dans l'article 6, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental ordinaire, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 octobre 2012 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juillet 2015, le membre de phrase " dĂ©terminĂ©e au moyen des donnĂ©es sur les allocations scolaires accordĂ©es par le service compĂ©tent des allocations d'Ă©tudes " est remplacĂ© par le membre de phrase " dĂ©terminĂ©e au moyen des donnĂ©es sur l'allocation de participation sĂ©lective, du service compĂ©tent de l'AutoritĂ© flamande, telle que visĂ©e Ă  l'article 28, § 2, et l'article 31, § 2 du dĂ©cret du 27 avril 2018 rĂ©glant les allocations dans le cadre de la politique familiale. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2002 betreffende het geĂŻntegreerd ondersteuningsaanbod in het gewoon secundair onderwijs
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 septembre 2002 relatif Ă  l'offre d'encadrement intĂ©grĂ©e dans l'enseignement secondaire ordinaire
Art. 2. Artikel 4ter van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2002 betreffende het geĂŻntegreerd ondersteuningsaanbod in het gewoon secundair onderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 4ter. De indicator "het gezin ontvangt één of meer selectieve participatietoeslagen" wordt vastgesteld op basis van het aantal vóór 15 juni voorafgaand aan de periode van drie schooljaren vermeld in artikel 226 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, toegekende selectieve participatietoeslagen, vermeld in artikel 3, punt 38°, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid.".
Art. 2. L'article 4ter de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 septembre 2002 relatif Ă  l'offre d'encadrement intĂ©grĂ©e dans l'enseignement secondaire ordinaire, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 octobre 2008 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 dĂ©cembre 2010, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 4ter. L'indicateur " la famille reçoit une ou plusieurs allocations de participation sélectives " est déterminé sur la base du nombre d'allocations de participation sélectives, visées à l'article 3, point 38°, du décret du 27 avril 2018 réglant les allocations dans le cadre de la politique familiale, accordées avant le 15 juin précédant la période de trois années scolaires visée à l'article 226 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010. ".
Art. 3. In artikel 5, eerste lid, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wordt het woord "schooltoelagen" vervangen door de woorden "selectieve participatietoeslagen".
Art. 3. Dans l'article 5, alinĂ©a 1er, 1° du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 octobre 2008 et le Code de l'Enseignement secondaire du 17 dĂ©cembre 2010, les mots " allocations scolaires " sont remplacĂ©s par les mots " allocations de participation sĂ©lectives ".
Art. 4. Artikel 19quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008 en gewijzigd bij de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wordt vervangen door wat volgt:
  "Artikel 19quater. De indicator "het gezin ontvangt één of meer selectieve participatietoeslagen" wordt vastgesteld op basis van het aantal voor 15 juni voorafgaand aan de periode van drie schooljaren, vermeld in artikel 234 van de Codex Secundair Onderwijs, toegekende selectieve participatietoeslagen, vermeld in artikel 3, punt 38°, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid.".
Art. 4. L'article 19quater du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 octobre 2008 et modifiĂ© par le Code de l'Enseignement secondaire du 17 dĂ©cembre 2010, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Article 19quater. L'indicateur " la famille reçoit une ou plusieurs allocations de participation sélectives " est déterminé sur la base du nombre d'allocations de participation sélectives, visées à l'article 3, point 38°, du décret du 27 avril 2018 réglant les allocations dans le cadre de la politique familiale, accordées avant le 15 juin précédant la période de trois années scolaires visée à l'article 234 du Code de l'Enseignement secondaire. ".
Art. 5. In artikel 19quinquies, eerste lid, 1°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008 en gewijzigd bij de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wordt het woord "schooltoelagen" vervangen door de woorden "selectieve participatietoeslagen".
Art. 5. Dans l'article 19quinquies, alinĂ©a 1er, 1° du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 octobre 2008 et modifiĂ© par le Code de l'Enseignement secondaire du 17 dĂ©cembre 2010, les mots " allocations scolaires " sont remplacĂ©s par les mots " allocations de participation sĂ©lectives ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 septembre 2007 relatif Ă  l'aide financiĂšre aux Ă©tudes de la CommunautĂ© flamande
Art. 6. Artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap wordt vervangen door wat volgt:
  "Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° decreet van 8 juni 2007: het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap;
  2° dienst: de afdeling Studietoelagen van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.".
Art. 6. L'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 septembre 2007 relatif Ă  l'aide financiĂšre aux Ă©tudes de la CommunautĂ© flamande est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1° décret du 8 juin 2007 : le décret du 8 juin 2007 relatif à l'aide financiÚre aux études de la Communauté flamande ;
  2° service: la Division des Allocations d'Etudes du MinistÚre flamand de l'Enseignement et de la Formation. ".
Art. 7. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het decreet van 4 juli 2008 en de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, 14 april 2014, 20 mei 2016 en 30 juni 2017, worden in het opschrift van titel II de woorden "schooltoelagen en" opgeheven.
Art. 7. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par le dĂ©cret du 4 juillet 2008 et les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 juin 2009, 14 avril 2014, 20 mai 2016 et 30 juin 2017, les mots " Allocations scolaires et " sont abrogĂ©s dans l'intitulĂ© du titre II.
Art. 8. In titel II, hoofdstuk I, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, wordt afdeling 1, die bestaat uit artikel 2, afdeling 2, die bestaat uit artikel 3, en afdeling 2/1, die bestaat uit artikel 3/1, opgeheven.
Art. 8. Dans le titre II, chapitre Ier du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009, la section 1re, constituĂ©e de l'article 2, la section 2, constituĂ©e de l'article 3, et la section 2/1, constituĂ©e de l'article 3/1, sont abrogĂ©es.
Art. 9. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 4. De onderwijsinstellingen bezorgen de gegevens, vermeld in artikel 27 van het decreet van 8 juni 2007, aan de dienst via de centrale databank, vermeld in artikel IV.90 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013.".
Art. 9. L'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 4. Les établissements d'enseignement transmettent les données visées à l'article 27 du décret du 8 juin 2007 au service par le biais de la banque de données centrale, visée à l'article IV.90 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013. ".
Art. 10. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2017, wordt een artikel 4/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4/1. Een studietoelage kan worden verleend aan een student die wegens ziekte niet in staat is minstens 27 studiepunten op te nemen, conform artikel 24, § 2, van het decreet van 8 juni 2007, als de student aan de dienst een van onderstaande attesten bezorgt:
  1° een kopie van het attest van Kind en Gezin, vermeld in artikel 26, § 2 en § 5, van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 tot vaststelling van de diverse hoedanigheden van het rechtgevend kind en betreffende de vrijstellingen van de toekenningsvoorwaarden voor de gezinsbijslagen en de startbedragen geboorte en adoptie en de universele participatietoeslagen;
  2° het attest dat de dienst hiertoe ter beschikking stelt.
  Het attest vermeld in het vorige lid, wordt door een arts ingevuld en ondertekend en wordt bezorgd aan de dienst.".
Art. 10. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 juin 2017, il est insĂ©rĂ© un article 4/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 4/1. Une allocation d'Ă©tudes peut ĂȘtre accordĂ©e Ă  un Ă©tudiant qui est incapable d'engager au moins 27 unitĂ©s d'Ă©tudes pour cause de maladie, conformĂ©ment Ă  l'article 24, § 2 du dĂ©cret du 8 juin 2007, si l'Ă©tudiant fournit au service une des attestations suivantes :
  1° une copie du certificat de " Kind en Gezin ", visĂ© Ă  l'article 26, § 2 et § 5 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 octobre 2018 Ă©tablissant les diverses qualitĂ©s de l'enfant bĂ©nĂ©ficiaire et relatif aux exemptions des conditions d'octroi pour les allocations familiales, les montants initiaux naissance et adoption, et les allocations de participation universelles ;
  2° le certificat mis à disposition à cet effet par le service.
  Le certificat visé à l'alinéa précédent est rempli et signé par un médecin et remis au service. ".
Art. 11. In artikel 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "leerling of" worden telkens opgeheven;
  2° in paragraaf 2, derde lid, wordt tussen de woorden "het decreet" en het woord "moeten" de zinsnede "van 8 juni 2007" ingevoegd.
Art. 11. A l'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 juin 2017, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° les mots " l'élÚve ou " sont chaque fois abrogés ;
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots " du 8 juin 2007 " sont insérés aprÚs le mot " décret ".
Art. 12. In titel II, hoofdstuk II, afdeling 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, 20 mei 2016 en 30 juni 2017, worden in het opschrift van onderafdeling 2 de woorden "Gehuwde leerling en" opgeheven.
Art. 12. Dans le titre II, chapitre II, section 1re du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 juin 2009, 20 mai 2016 et 30 juin 2017, les mots " ElĂšve mariĂ© ou " sont abrogĂ©s dans l'intitulĂ© de la sous-section 2.
Art. 13. In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, 20 mei 2016 en 30 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, en paragraaf 3 worden de woorden "leerling of" opgeheven;
  2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "school- of" telkens opgeheven;
  3° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "het decreet" telkens vervangen door de zinsnede "het decreet van 8 juni 2007";
  4° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "gehuwde leerling of" opgeheven.
Art. 13. A l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 juin 2009, 20 mai 2016 et 30 juin 2017, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, et le paragraphe 3, les mots " l'élÚve ou " sont abrogés ;
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, le membre de phrase " scolaire ou " est chaque fois abrogé ;
  3° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " du décret " sont chaque fois remplacés par le membre de phrase " du décret du 8 juin 2007 " ;
  4° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " d'élÚve ou " sont abrogés.
Art. 14. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het decreet van 4 juli 2008 en de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, 14 april 2014, 20 mei 2016 en 30 juni 2017, worden een artikel 6/1 tot en met 6/4 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 6/1. Een student kan het statuut van gehuwde student aantonen conform artikel 6.
  Een student of leerling kon voor de inwerkingtreding van dit besluit het statuut van gehuwde student of leerling aantonen conform de voorwaarden, vermeld in de volgende besluiten:
  1° het koninklijk besluit van 23 augustus 1972 tot vaststelling van de minvermogendheid van de kandidaten voor een studietoelage;
  2° het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 2001 betreffende de studietoelagen voor hoger onderwijs;
  3° het besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004 betreffende de studiefinanciering en studentenvoorzieningen in het hoger onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.
  Art. 6/2. De student die het statuut van gehuwd leerling of student al heeft aangetoond, behoudt het statuut van gehuwd student, als een van de volgende voorwaarden is vervuld:
  1° de student die nog altijd gehuwd is, of zijn partner, heeft tijdens het kalenderjaar waarin de start van het academiejaar valt, meer financiële middelen verworven dan het nettobedrag, vermeld in artikel 136 van het Wetboek van Inkomstenbelasting;
  2° de student voldoet niet aan de voorwaarden van een andere leefeenheid, vermeld in artikel 5 van dit besluit.
  De financiële middelen, vermeld in het eerste lid, kunnen bestaan uit de financiële middelen, vermeld in artikel 6, § 2.
  Art. 6/3. Als de student die het statuut van gehuwde leerling of student al heeft aangetoond, niet aan de voorwaarden voldoet om het statuut te behouden, kan hij het statuut opnieuw verwerven als hij aan al de volgende voorwaarden voldoet:
  1° de student of zijn partner heeft gedurende twaalf maanden financiële middelen verworven;
  2° het totaal van de middelen, vermeld in punt 1°, komt minstens overeen met het leefloon dat op 31 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het academiejaar in kwestie, jaarlijks wordt uitgekeerd aan de persoon die met een of meer personen samenwoont conform artikel 14, § 1, 1°, en artikel 15 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.
  De verwerving van financiële middelen gedurende twaalf maanden, vermeld in het eerste lid, 1°, gebeurt tijdens een periode van twee aaneensluitende jaren, die eindigt op 31 december van het jaar waarin het schooljaar in kwestie start.
  De financiële middelen, vermeld in het eerste en het tweede lid, kunnen bestaan uit de financiële middelen, vermeld in artikel 6, § 2.
  Art. 6/4. Voor een student die een studietoelage aanvraagt op basis van de voorwaarden om erkend te worden als gehuwde student, en waarbij voorlopig rekening wordt gehouden met attesten van werkgevers, diensten of instellingen, kan een latere verificatie op basis van het door de Federale Overheidsdienst Financiën gecontroleerde inkomen van de kalenderjaren in kwestie aanleiding geven tot het intrekken van het statuut. In dat geval wordt de toelage vervolgens conform artikel 34, § 4, van het decreet van 8 juni 2007 herbekeken en herberekend.".
Art. 14. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par le dĂ©cret du 4 juillet 2008 et les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 juin 2009, 14 avril 2014, 20 mai 2016 et 30 juin 2017, sont insĂ©rĂ©s les articles 6/1 Ă  6/4 inclus, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Art. 6/1. Un étudiant peut fournir la preuve du statut d'étudiant marié conformément à l'article 6.
  Avant l'entrĂ©e en vigueur de cet arrĂȘtĂ©, un Ă©tudiant ou un Ă©lĂšve pouvait fournir la preuve du statut d'Ă©tudiant ou d'Ă©lĂšve mariĂ© conformĂ©ment aux conditions visĂ©es aux arrĂȘtĂ©s suivants :
  1° l'arrĂȘtĂ© royal du 23 aoĂ»t 1972 fixant la condition peu aisĂ©e des candidats Ă  une allocation d'Ă©tudes ;
  2° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 aoĂ»t 2001 relatif aux allocations d'Ă©tudes supĂ©rieures ;
  3° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 mai 2004 relatif Ă  l'aide financiĂšre aux Ă©tudes et aux services aux Ă©tudiants dans l'enseignement supĂ©rieur de la CommunautĂ© flamande.
  " Art. 6/2. L'étudiant qui a déjà fourni la preuve du statut d'étudiant ou d'élÚve marié garde le statut d'étudiant marié, si une des conditions suivantes est remplie :
  1° l'étudiant toujours marié ou son partenaire a acquis pendant l'année calendaire dans laquelle commence l'année académique plus de moyens financiers que le montant net fixé à l'article 136 du Code des ImpÎts sur les Revenus ;
  2° l'Ă©tudiant ne remplit pas les conditions d'une autre unitĂ© de vie, visĂ©es Ă  l'article 5 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Les moyens financiers visĂ©s Ă  l'alinĂ©a 1er peuvent ĂȘtre les moyens financiers visĂ©s Ă  l'article 6, § 2.
  " Art. 6/3. Si l'étudiant qui a déjà fourni la preuve du statut d'élÚve ou d'étudiant marié ne remplit pas les conditions pour conserver ce statut, il peut acquérir de nouveau le statut s'il remplit toutes les conditions suivantes :
  1° l'étudiant ou son partenaire a acquis des moyens financiers pendant une période de douze mois ;
  2° le total des moyens visés au point 1° correspond au moins au revenu d'intégration sociale versé annuellement au 31 décembre de l'année calendaire précédant l'année académique en question à la personne vivant avec une ou plusieurs personnes conformément aux articles 14, § 1er, 1° et 15 de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale.
  L'acquisition des moyens financiers pendant une période de douze mois, visée à l'alinéa 1er, 1°, a lieu pendant une période de deux années consécutives se terminant le 31 décembre de l'année au cours de laquelle l'année scolaire en question commence.
  Les moyens financiers visĂ©s aux alinĂ©as 1er et 2 peuvent ĂȘtre les moyens financiers visĂ©s Ă  l'article 6, § 2.
  " Art. 6/4. Pour un Ă©tudiant qui introduit une demande d'allocation d'Ă©tudes sur la base des conditions pour ĂȘtre agréé comme Ă©tudiant mariĂ©, et pour lequel il est tenu compte provisoirement des attestations d'employeurs, de services ou d'institutions, une vĂ©rification ultĂ©rieure sur la base du revenu contrĂŽlĂ© par le Service Public FĂ©dĂ©ral Finances des annĂ©es calendaires concernĂ©es peut donner lieu au retrait du statut. Le cas Ă©chĂ©ant, l'allocation est rĂ©visĂ©e et recalculĂ©e conformĂ©ment Ă  l'article 34, § 4, du dĂ©cret du 8 juin 2007. ".
Art. 15. In titel II, hoofdstuk II, afdeling 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, 20 mei 2016 en 30 juni 2017, worden in het opschrift van onderafdeling 3 de woorden "Zelfstandige leerling en" opgeheven.
Art. 15. Dans le titre II, chapitre II, section 1re du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 juin 2009, 20 mai 2016 et 30 juin 2017, les mots " ElĂšve autonome ou " dans l'intitulĂ© du sous-section 3 sont abrogĂ©s.
Art. 16. In artikel 7, § 1, van hetzelfde besluit worden de woorden "zelfstandige leerling of", de woorden "leerling of" en de zinsnede "school- of" telkens opgeheven.
Art. 16. Dans l'article 7, § 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ© les mots " Ă©lĂšve autonome ou ", les mots " l'Ă©lĂšve ou " et le membre de phrase " scolaire ou " sont chaque fois abrogĂ©s.
Art. 17. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het decreet van 4 juli 2008 en de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, 14 april 2014, 20 mei 2016 en 30 juni 2017, worden een artikel 7/1 tot en met 7/4 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 7/1. Een student kan het statuut van zelfstandig student aantonen conform artikel 7.
  Een student of leerling kon voor de inwerkingtreding van dit besluit het statuut van zelfstandige student of leerling aantonen conform de voorwaarden, vermeld in de volgende besluiten:
  1° het koninklijk besluit van 23 augustus 1972 tot vaststelling van de minvermogendheid van de kandidaten voor een studietoelage;
  2° het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 2001 betreffende de studietoelagen voor hoger onderwijs;
  3° het besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004 betreffende de studiefinanciering en studentenvoorzieningen in het hoger onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.
  Art. 7/2. De student die het statuut van zelfstandige leerling of student al heeft aangetoond, behoudt het statuut van zelfstandige student, als een van de volgende voorwaarden is vervuld:
  1° de student heeft tijdens het kalenderjaar waarin de start van het academiejaar valt, meer financiële middelen verworven dan het nettobedrag, vermeld in artikel 136 van het Wetboek van Inkomstenbelasting;
  2° de student voldoet niet aan de voorwaarden van een andere leefeenheid, vermeld in artikel 5 en 6 van dit besluit.
  De financiële middelen, vermeld in het eerste lid, kunnen bestaan uit de financiële middelen, vermeld in artikel 7, § 2.
  Art. 7/3. Als de student die het statuut van zelfstandige leerling of student al heeft aangetoond, niet aan de voorwaarden voldoet om het statuut te behouden, kan hij het statuut opnieuw verwerven als hij aan al de volgende voorwaarden voldoet:
  1° de student heeft gedurende twaalf maanden financiële middelen verworven;
  2° het totaal van de middelen, vermeld in punt 1°, komt minstens overeen met het leefloon dat op 31 december van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het academiejaar in kwestie, jaarlijks wordt uitgekeerd aan de persoon die met een of meer personen samenwoont conform artikel 14, § 1, 1°, en artikel 15 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.
  De verwerving van financiële middelen gedurende twaalf maanden, vermeld in het eerste lid, 1°, gebeurt tijdens een periode van twee aaneensluitende jaren, die eindigt op 31 december van het jaar waarin het schooljaar in kwestie start.
  De financiële middelen, vermeld in het eerste en het tweede lid, kunnen bestaan uit de financiële middelen, vermeld in artikel 7, § 2.
  Art. 7/4. Voor een student die een aanvraag voor een studietoelage indient op basis van de voorwaarden om erkend te worden als zelfstandige student, en waarbij voorlopig rekening wordt gehouden met attesten van werkgevers, diensten of instellingen, kan een latere verificatie op basis van de door de Federale Overheidsdienst Financiën gecontroleerde inkomen van de kalenderjaren in kwestie aanleiding geven tot het intrekken van het statuut. In dat geval wordt de toelage vervolgens conform artikel 34, § 4, van het decreet van 8 juni 2007 herbekeken en herberekend.".
Art. 17. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par le dĂ©cret du 4 juillet 2008 et les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 juin 2009, 14 avril 2014, 20 mai 2016 et 30 juin 2017, sont insĂ©rĂ©s les articles 7/1 Ă  7/4 inclus, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Art. 7/1. Un étudiant peut fournir la preuve du statut d'étudiant autonome conformément à l'article 7.
  Avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, un Ă©tudiant ou un Ă©lĂšve pouvait fournir la preuve du statut d'Ă©tudiant ou d'Ă©lĂšve autonome conformĂ©ment aux conditions visĂ©es aux arrĂȘtĂ©s suivants :
  1° l'arrĂȘtĂ© royal du 23 aoĂ»t 1972 fixant la condition peu aisĂ©e des candidats Ă  une allocation d'Ă©tudes ;
  2° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 aoĂ»t 2001 relatif aux allocations d'Ă©tudes supĂ©rieures ;
  3° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 mai 2004 relatif Ă  l'aide financiĂšre aux Ă©tudes et aux services aux Ă©tudiants dans l'enseignement supĂ©rieur de la CommunautĂ© flamande.
  " Art. 7/2. L'étudiant qui a déjà fourni la preuve du statut d'étudiant ou d'élÚve autonome garde le statut d'étudiant autonome, si une des conditions suivantes est remplie :
  1° l'étudiant a acquis pendant l'année calendaire dans laquelle commence l'année académique plus de moyens financiers que le montant net fixé à l'article 136 du Code des ImpÎts sur les Revenus ;
  2° l'Ă©tudiant ne remplit pas les conditions d'une autre unitĂ© de vie, visĂ©e aux articles 5 et 6 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Les moyens financiers visĂ©s Ă  l'alinĂ©a 1er peuvent ĂȘtre les moyens financiers visĂ©s Ă  l'article 7, § 2.
  " Art. 7/3. Si l'étudiant qui a déjà fourni la preuve du statut d'élÚve ou d'étudiant autonome ne remplit pas les conditions pour conserver le statut, il peut acquérir de nouveau le statut s'il remplit toutes les conditions suivantes :
  1° l'étudiant a acquis des moyens financiers pendant une période de douze mois ;
  2° le total des moyens visés au point 1° correspond au moins au revenu d'intégration sociale versé annuellement au 31 décembre de l'année calendaire précédant l'année académique en question à la personne vivant avec une ou plusieurs personnes conformément aux articles 14, § 1er, 1° et 15 de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale.
  L'acquisition des moyens financiers pendant une période de douze mois, visée à l'alinéa 1er, 1°, a lieu pendant une période de deux années consécutives se terminant le 31 décembre de l'année au cours de laquelle l'année scolaire en question commence.
  Les moyens financiers visĂ©s aux alinĂ©as 1er et 2 peuvent ĂȘtre les moyens financiers visĂ©s Ă  l'article 7, § 2.
  " Art. 7/4. Pour un Ă©tudiant qui introduit une demande d'allocation d'Ă©tudes sur la base des conditions pour ĂȘtre agréé comme Ă©tudiant autonome, et pour lequel il est tenu compte provisoirement des attestations d'employeurs, de services ou d'institutions, une vĂ©rification ultĂ©rieure sur la base du revenu contrĂŽlĂ© par le Service Public FĂ©dĂ©ral Finances des annĂ©es calendaires concernĂ©es peut donner lieu au retrait du statut. Le cas Ă©chĂ©ant, l'allocation est rĂ©visĂ©e et recalculĂ©e conformĂ©ment Ă  l'article 34, § 4, du dĂ©cret du 8 juin 2007. ".
Art. 18. In titel II, hoofdstuk II, afdeling 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, 20 mei 2016 en 30 juni 2017, worden in het opschrift van onderafdeling 4 de woorden "Alleenstaande leerling en" opgeheven.
Art. 18. Dans le titre II, chapitre II, section 1re du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 juin 2009, 20 mai 2016 et 30 juin 2017, les mots " ElĂšve isolĂ© ou " dans l'intitulĂ© du sous-section 4 sont abrogĂ©s.
Art. 19. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "alleenstaande leerling of" worden opgeheven;
  2° de woorden "leerling of", en de zinsnede "school- of" worden telkens opgeheven;
  3° aan punt 8°, 9°, 10° en 11°, wordt de zinsnede "van 8 juni 2007" toegevoegd.
Art. 19. Dans l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 juin 2017, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° les mots " élÚve ou " sont abrogés ;
  2° les mots " l'élÚve ou " et le membre de phrase " scolaire ou " sont chaque fois abrogés ;
  3° les points 8°, 9°, 10° et 11° sont complétés par le membre de phrase " du 8 juin 2007 ".
Art. 20. In hetzelfde besluit worden de volgende artikelen opgeheven:
  1° artikel 9, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 mei 2016;
  2° artikel 10.
Art. 20. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, les articles suivants sont abrogĂ©s :
  1° l'article 9, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 mai 2016 ;
  2° l'article 10.
Art. 21. In artikel 11, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "het decreet" worden vervangen door de zinsnede "het decreet van 8 juni 2007";
  2° de zinsnede "school- of" wordt opgeheven.
Art. 21. A l'article 11, § 1er, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° les mots " du décret " sont remplacés par le membre de phrase " du décret du 8 juin 2007 " ;
  2° le membre de phrase " scolaire ou " est abrogé.
Art. 22. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "leerling of" opgeheven;
  2° in het tweede lid worden de woorden "het decreet" vervangen door de zinsnede "het decreet van 8 juni 2007".
Art. 22. A l'article 12 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " l'élÚve ou " sont abrogés ;
  2° dans l'alinéa 2, les mots " du décret " sont remplacés par les mots " du décret du 8 juin 2007 ".
Art. 23. In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 april 2014 en 30 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "leerling of" opgeheven;
  2° in paragraaf 1, eerste lid, worden punt d) en e) vervangen door wat volgt:
  "d) hetzij het statuut van gehuwd of zelfstandig leerling of student behoudt als vermeld in artikel 6 en 7, waarbij rekening gehouden wordt met het referentie-inkomen van het kalenderjaar waarin de twaalfde maand, vermeld in artikel 6 of 7, valt;
  e) hetzij het statuut van gehuwd of zelfstandig leerling of student opnieuw verwerft, waarbij rekening gehouden wordt met het referentie-inkomen van het kalenderjaar waarin de twaalfde maand, vermeld in artikel 6 of 7, valt.";
  3° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "school- of" telkens opgeheven.
Art. 23. A l'article 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 14 avril 2014 et 30 juin 2017, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " d'élÚve ou " sont abrogés ;
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les points d) et e) sont remplacés par ce qui suit :
  " d) ou bien conserve le statut d'élÚve ou d'étudiant marié ou autonome tel que visé aux articles 6 et 7, tout en tenant compte du revenu de référence de l'année calendaire dans laquelle tombe le douziÚme mois visé à l'article 6 ou 7 ;
  e) ou bien acquiert de nouveau le statut d'élÚve ou d'étudiant marié ou autonome, tout en tenant compte du revenu de référence de l'année calendaire dans laquelle tombe le douziÚme mois visé à l'article 6 ou 7. " ;
  3° dans le paragraphe 2, le membre de phrase " scolaire ou " est chaque fois abrogé.
Art. 24. Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 15. De bedragen, vermeld in artikel 43 en 51 van het decreet van 8 juni 2007, worden aangepast overeenkomstig de procentuele stijging van het indexcijfer, vermeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, voor de maand december (basis 1996) van het tweede kalenderjaar dat het jaar voorafgaat waarin het academiejaar in kwestie begint, ten opzichte van het indexcijfer voor de maand december (basis 1996) van het derde kalenderjaar dat het jaar voorafgaat waarin het academiejaar in kwestie begint. Die stijging wordt afgerond naar het hogere tiende.
  Het resultaat van de indexatie van de bedragen, vermeld in artikel 43 en 51 van het voormelde decreet, wordt afgerond tot op de tweede decimaal.".
Art. 24. L'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 15. Les montants visĂ©s aux articles 43 et 51 du dĂ©cret du 8 juin 2007 sont ajustĂ©s conformĂ©ment Ă  l'augmentation en pourcentage de l'indice visĂ© Ă  l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 24 dĂ©cembre 1993 portant exĂ©cution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compĂ©titivitĂ© du pays, pour le mois de dĂ©cembre (base 1996) de la deuxiĂšme annĂ©e calendaire prĂ©cĂ©dant l'annĂ©e au cours de laquelle l'annĂ©e acadĂ©mique en question commence, par rapport Ă  l'indice pour le mois de dĂ©cembre (base 1996) de la troisiĂšme annĂ©e calendaire prĂ©cĂ©dant l'annĂ©e au cours de laquelle l'annĂ©e acadĂ©mique en question commence. Cette augmentation est arrondie au dixiĂšme supĂ©rieur.
  Le résultat de l'indexation des montants visées aux articles 43 et 51 du décret précité est arrondi jusqu'à la seconde décimale. ".
Art. 25. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het decreet van 4 juli 2008 en de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, 14 april 2014, 20 mei 2016 en 30 juni 2017, wordt een artikel 15/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 15/1. De dienst betaalt de selectieve participatietoeslag student, vermeld in artikel 49 en artikel 50 van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, gelijktijdig met de studietoelage.".
Art. 25. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par le dĂ©cret du 4 juillet 2008 et les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 juin 2009, 14 avril 2014, 20 mai 2016 et 30 juin 2017, il est insĂ©rĂ© un article 15/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 15/1. Le service verse en mĂȘme temps que l'allocation d'Ă©tudes, l'allocation de participation sĂ©lective d'Ă©tudiant, visĂ©e aux articles 49 et 50 du dĂ©cret du 27 avril 2018 rĂ©glant les allocations dans le cadre de la politique familiale. ".
Art. 26. Artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2014, wordt opgeheven.
Art. 26. L'article 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 avril 2014, est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 houdende de werkingsbudgetten in het basisonderwijs en de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs
CHAPITRE 4. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 fĂ©vrier 2009 portant les budgets de fonctionnement dans l'enseignement fondamental et les budgets de fonctionnement dans l'enseignement secondaire
Art. 27. Artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 houdende de werkingsbudgetten in het basisonderwijs en de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3. Ter uitvoering van artikel 78, § 3, van het decreet wordt het leerlingenkenmerk 2 vastgesteld aan de hand van de gegevens over de toegekende selectieve participatietoeslag van de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid als vermeld in artikel 28, § 2, artikel 31, § 2, en artikel 36, § 2, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid.
  Voor de scholen die tellen conform artikel 87, § 1, van het decreet wordt leerlingenkenmerk 2 vastgesteld:
  1° tot en met het begrotingsjaar 2019:
  a) aan de hand van de gegevens over de toegekende schooltoelagen van de dienst;
  b) op basis van de beschikbare gegevens op 15 november 2019 met betrekking tot de leerlingen die een schooltoelage kregen voor het schooljaar 2018-2019;
  2° vanaf het begrotingsjaar 2020: op basis van de beschikbare gegevens op 15 november volgend op de teldatum met betrekking tot de leerlingen die een selectieve participatietoeslag hebben gekregen voor het schooljaar waarin die teldatum valt.
  Voor de scholen die tellen conform artikel 87, § 2, § 3 en § 4, van het decreet wordt leerlingenkenmerk 2 vanaf begrotingsjaar 2020 vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens op 1 mei volgend op de teldatum met betrekking tot de leerlingen die een selectieve participatietoeslag krijgen voor het schooljaar waarin de teldatum valt.".
Art. 27. L'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 fĂ©vrier 2009 portant les budgets de fonctionnement dans l'enseignement fondamental et les budgets de fonctionnement dans l'enseignement secondaire, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du 3 juillet 2015, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 3. En exécution de l'article 78, § 3 du décret, la caractéristique de l'élÚve 2 est déterminée au moyen des données sur l'allocation de participation sélective accordée par le service compétent de l'Autorité flamande, telle que visée aux articles 28, § 2, 31, § 2 et 36, § 2 du décret du 27 avril 2018 réglant les allocations dans le cadre de la politique familiale.
  Pour les écoles qui comptent conformément à l'article 87, § 1er du décret, la caractéristique de l'élÚve 2 est déterminée :
  1° jusqu'à l'année budgétaire 2019 incluse :
  a) sur la base des données sur les allocations scolaires accordées par le service ;
  b) sur la base des données disponibles au 15 novembre 2019 sur les élÚves qui bénéficiaient d'une allocation scolaire pour l'année scolaire 2018-2019 ;
  2° à partir de l'année budgétaire 2020 : sur la base des données disponibles au 15 novembre suivant la date de comptage sur les élÚves qui bénéficiaient d'une allocation de participation sélective pour l'année scolaire au cours de laquelle cette date de comptage tombe.
  Pour les écoles qui comptent conformément à l'article 87, §§ 2, 3 et 4, du décret, la caractéristique de l'élÚve 2 est déterminée à partir de l'année budgétaire 2020 sur la base des données disponibles au 1er mai suivant la date de comptage sur les élÚves qui bénéficient d'une allocation de participation sélective pour l'année scolaire dans laquelle tombe la date de comptage. ".
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 28. Overeenkomstig artikel 62 van het decreet van 22 maart 2019 tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 en het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, wat betreft de afstemming op het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid zijn op de aanvragen van schooltoelagen in het kleuteronderwijs, het leerplichtonderwijs en voor de hbo5-opleiding verpleegkunde die betrekking hebben op de schooljaren die voorafgaan aan het schooljaar 2019-2020 de bepalingen, zoals van kracht voor 1 september 2019, van toepassing.
Art. 28. Conformément à l'article 62 du décret du 22 mars 2019 modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, le décret du 8 juin 2007 relatif à l'aide financiÚre aux études de la Communauté flamande, le Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016 et le décret du 27 avril 2018 réglant les allocations dans le cadre de la politique familiale, en ce qui concerne l'alignement sur le décret du 27 avril 2018 réglant les allocations dans le cadre de la politique familiale, les demandes d'allocations scolaires dans l'enseignement maternel, l'enseignement obligatoire et la formation hbo5 art infirmier pour les années scolaires précédant l'année scolaire 2019-2020 sont soumises aux dispositions en vigueur avant le 1er septembre 2019.
Art. 29. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2019.
Art. 29. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er septembre 2019.
Art. 30. De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 30. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.