Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° besluit van 17 februari 2017: het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 tot uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling;
2° decreet van 12 juli 2013: het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 JANUARI 2019. - Ministerieel besluit tot uitvoering van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 tot uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-03-2019 en tekstbijwerking tot 22-04-2025)
Titre
10 JANVIER 2019. - Arrêté ministériel portant exécution de diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2017 portant exécution du décret du 12 juillet 2013 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration collective(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 22-03-2019 et mise à jour au 22-04-2025)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (15)
Texte (15)
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° arrêté du 17 février 2017 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2017 portant exécution du décret du 12 juillet 2013 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration collective ;
2° décret du 12 juillet 2013 : le décret du 12 juillet 2013 relatif au travail adapté dans la cadre de l'intégration collective.
1° arrêté du 17 février 2017 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2017 portant exécution du décret du 12 juillet 2013 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration collective ;
2° décret du 12 juillet 2013 : le décret du 12 juillet 2013 relatif au travail adapté dans la cadre de l'intégration collective.
Art. 2. Voor de berekening van het gemiddelde aantal van twintig voltijdsequivalenten tewerkgestelde doelgroepwerknemers op jaarbasis, vermeld in artikel 2, § 1, van het besluit van 17 februari 2017, worden de personen met een arbeidshandicap, bepaald in artikel 3, 2°, van het decreet van 12 juli 2013 in aanmerking genomen die aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° hun tewerkstelling is geregistreerd bij de VDAB, zoals bepaald in artikel 32 van het besluit van 17 februari 2017;
2° hun tewerkstelling geschiedt met het werkondersteuningspakket, bepaald in artikel 10 van het decreet van 12 juli 2013.
3° hun tewerkstelling ressorteert in een loonkost zoals bepaald in artikel 12 van het decreet van 12 juli 2013, ongeacht of er een uitbetaling van subsidie werd ontvangen.
Ieder kwartaal wordt de tewerkstelling van bovenstaande personen op basis van hun contractuele prestatiebreuk berekend en uitgedrukt in VTE op 2 decimalen nauwkeurig. Er wordt rekening gehouden met de start- en einddatum van de tewerkstelling. Ieder kwartaal wordt voor een kwart meegenomen in de berekening op jaarbasis.
Onder het totale werknemersbestand op jaarbasis, vermeld in artikel 2, § 1, van het besluit van 17 februari 2017, worden de personen verstaan die volgens de gegevens van de DmfA aangifte tijdens het kalenderjaar dat start op 1 januari en eindigt op 31 december een arbeidsovereenkomst hebben afgesloten met de ondernemings- of vestigingseenheid die is verbonden aan het gelabelde maatwerkbedrijf.
De minimale grens van 65 procent van het totale werknemersbestand, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, van het besluit van 17 februari 2017, bestaat uit de doelgroepwerknemers, bepaald in artikel 3, 2°, a) en b), van het decreet van 12 juli 2013, die voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° hun tewerkstelling is geregistreerd bij de VDAB, zoals bepaald in artikel 32 van het besluit;
2° hun tewerkstelling geschiedt met een werkondersteuningspakket, bepaald in artikel 10 van het decreet.
De berekening van het werknemersbestand geldt op het niveau van de toekenning per maatwerklabel.
1° hun tewerkstelling is geregistreerd bij de VDAB, zoals bepaald in artikel 32 van het besluit van 17 februari 2017;
2° hun tewerkstelling geschiedt met het werkondersteuningspakket, bepaald in artikel 10 van het decreet van 12 juli 2013.
3° hun tewerkstelling ressorteert in een loonkost zoals bepaald in artikel 12 van het decreet van 12 juli 2013, ongeacht of er een uitbetaling van subsidie werd ontvangen.
Ieder kwartaal wordt de tewerkstelling van bovenstaande personen op basis van hun contractuele prestatiebreuk berekend en uitgedrukt in VTE op 2 decimalen nauwkeurig. Er wordt rekening gehouden met de start- en einddatum van de tewerkstelling. Ieder kwartaal wordt voor een kwart meegenomen in de berekening op jaarbasis.
Onder het totale werknemersbestand op jaarbasis, vermeld in artikel 2, § 1, van het besluit van 17 februari 2017, worden de personen verstaan die volgens de gegevens van de DmfA aangifte tijdens het kalenderjaar dat start op 1 januari en eindigt op 31 december een arbeidsovereenkomst hebben afgesloten met de ondernemings- of vestigingseenheid die is verbonden aan het gelabelde maatwerkbedrijf.
De minimale grens van 65 procent van het totale werknemersbestand, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, van het besluit van 17 februari 2017, bestaat uit de doelgroepwerknemers, bepaald in artikel 3, 2°, a) en b), van het decreet van 12 juli 2013, die voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° hun tewerkstelling is geregistreerd bij de VDAB, zoals bepaald in artikel 32 van het besluit;
2° hun tewerkstelling geschiedt met een werkondersteuningspakket, bepaald in artikel 10 van het decreet.
De berekening van het werknemersbestand geldt op het niveau van de toekenning per maatwerklabel.
Art. 2. Pour le calcul du nombre moyen de vingt équivalents à temps plein de travailleurs de groupe-cible occupés sur base annuelle, visé à l'article 2, § 1er, de l'arrêté du 17 février 2017, les personnes atteintes d'un handicap à l'emploi, fixées à l'article 3, 2°, du décret du 12 juillet 2013, qui remplissent les conditions suivantes, sont prises en compte :
1° leur emploi est enregistré auprès du VDAB, tel que fixé à l'article 32 de l'arrêté du 17 février 2017 ;
2° leur emploi se fait à l'aide du paquet d'aide à l'emploi, arrêté à l'article 10 du décret du 12 juillet 2013 ;
3° leur emploi relève de coûts salariaux tels que fixés à l'article 12 du décret du 12 juillet 2013, qu'un paiement de subvention ait été reçu ou non.
Chaque semestre, l'emploi des personnes susvisées est calculé sur la base de la fraction de prestation contractuelle et exprimé en ETP jusqu'à la deuxième décimale. Il est tenu compte de la date de début et de fin de l'emploi. Chaque semestre est pris en compte pour un quart dans le calcul sur base annuelle.
Par nombre total des travailleurs sur base annuelle, visé à l'article 2, § 1er, de l'arrêté du 17 février 2017, on entend les personnes qui, selon les données de la déclaration DmfA, ont conclu un contrat de travail avec l'unité d'entreprise ou d'établissement liée à l'entreprise de travail adapté labellisée, pendant l'année calendaire qui commence le 1er janvier et se termine le 31 décembre.
La limite minimale de 65 % du nombre total des travailleurs, visée à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté du 17 février 2017, se compose des travailleurs de groupe-cible, arrêtés à l'article 3, 2°, a) et b), du décret du 12 juillet 2013, qui répondent aux conditions suivantes :
1° leur emploi est enregistré auprès du VDAB, tel que fixé à l'article 32 de l'arrêté ;
2° leur emploi se fait à l'aide du paquet d'aide à l'emploi, arrêté à l'article 10 du décret.
Le calcul du nombre des travailleurs vaut au niveau de l'octroi par label de travail adapté.
1° leur emploi est enregistré auprès du VDAB, tel que fixé à l'article 32 de l'arrêté du 17 février 2017 ;
2° leur emploi se fait à l'aide du paquet d'aide à l'emploi, arrêté à l'article 10 du décret du 12 juillet 2013 ;
3° leur emploi relève de coûts salariaux tels que fixés à l'article 12 du décret du 12 juillet 2013, qu'un paiement de subvention ait été reçu ou non.
Chaque semestre, l'emploi des personnes susvisées est calculé sur la base de la fraction de prestation contractuelle et exprimé en ETP jusqu'à la deuxième décimale. Il est tenu compte de la date de début et de fin de l'emploi. Chaque semestre est pris en compte pour un quart dans le calcul sur base annuelle.
Par nombre total des travailleurs sur base annuelle, visé à l'article 2, § 1er, de l'arrêté du 17 février 2017, on entend les personnes qui, selon les données de la déclaration DmfA, ont conclu un contrat de travail avec l'unité d'entreprise ou d'établissement liée à l'entreprise de travail adapté labellisée, pendant l'année calendaire qui commence le 1er janvier et se termine le 31 décembre.
La limite minimale de 65 % du nombre total des travailleurs, visée à l'article 2, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté du 17 février 2017, se compose des travailleurs de groupe-cible, arrêtés à l'article 3, 2°, a) et b), du décret du 12 juillet 2013, qui répondent aux conditions suivantes :
1° leur emploi est enregistré auprès du VDAB, tel que fixé à l'article 32 de l'arrêté ;
2° leur emploi se fait à l'aide du paquet d'aide à l'emploi, arrêté à l'article 10 du décret.
Le calcul du nombre des travailleurs vaut au niveau de l'octroi par label de travail adapté.
Art. 3. Het duurzaamheidsverslagmodel met indicatoren en descriptoren, vermeld in artikel 4, tweede lid, 1° en 2°, van het besluit van 17 februari 2017, wordt vastgesteld in de bijlage 1 die bij het besluit is gevoegd.
Het duurzaamheidsverslagmodel met indicatoren en descriptoren, vermeld in artikel 10, tweede lid, 1° en 2°, van het besluit, wordt vastgesteld in de bijlage 2 die bij het besluit is gevoegd.
Het duurzaamheidsverslagmodel met indicatoren en descriptoren, vermeld in artikel 10, tweede lid, 1° en 2°, van het besluit, wordt vastgesteld in de bijlage 2 die bij het besluit is gevoegd.
Art. 3. Le modèle de rapport de durabilité contenant des indicateurs et des descripteurs, visé à l'article 4, alinéa 2, 1° et 2°, de l'arrêté du 17 février 2017, est arrêté à l'annexe 1, jointe au présent arrêté.
Le modèle de rapport de durabilité contenant des indicateurs et des descripteurs, visé à l'article 10, alinéa 2, 1° et 2°, de l'arrêté, est arrêté à l'annexe 2, jointe au présent arrêté.
Le modèle de rapport de durabilité contenant des indicateurs et des descripteurs, visé à l'article 10, alinéa 2, 1° et 2°, de l'arrêté, est arrêté à l'annexe 2, jointe au présent arrêté.
Art. 4. Voor de berekening van vijf gesubsidieerde voltijdsequivalente doelgroepwerknemers op jaarbasis, vermeld in artikel 8, van het besluit van 17 februari 2017, worden de personen met een arbeidshandicap, bepaald in artikel 3, 2° van het decreet van 12 juli 2013 in aanmerking genomen die aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° hun tewerkstelling is geregistreerd bij de VDAB, zoals bepaald in artikel 32 van het besluit;
2° hun tewerkstelling geschiedt met het werkondersteuningspakket, bepaald in artikel 10 van het decreet van 12 juli 2013.
3° hun tewerkstelling ressorteert in een loonkost zoals bepaald in artikel 12 van het decreet van 12 juli 2013, ongeacht of er een uitbetaling van subsidie werd ontvangen.
Ieder kwartaal wordt de tewerkstelling van bovenstaande personen op basis van hun contractuele prestatiebreuk berekend en uitgedrukt in VTE op 2 decimalen nauwkeurig. Er wordt rekening gehouden met de start- en einddatum van de tewerkstelling. Ieder kwartaal wordt voor een kwart meegenomen in de berekening op jaarbasis.
1° hun tewerkstelling is geregistreerd bij de VDAB, zoals bepaald in artikel 32 van het besluit;
2° hun tewerkstelling geschiedt met het werkondersteuningspakket, bepaald in artikel 10 van het decreet van 12 juli 2013.
3° hun tewerkstelling ressorteert in een loonkost zoals bepaald in artikel 12 van het decreet van 12 juli 2013, ongeacht of er een uitbetaling van subsidie werd ontvangen.
Ieder kwartaal wordt de tewerkstelling van bovenstaande personen op basis van hun contractuele prestatiebreuk berekend en uitgedrukt in VTE op 2 decimalen nauwkeurig. Er wordt rekening gehouden met de start- en einddatum van de tewerkstelling. Ieder kwartaal wordt voor een kwart meegenomen in de berekening op jaarbasis.
Art. 4. Pour le calcul de cinq travailleurs de groupe-cible équivalents temps plein subventionnés sur base annuelle, visé à l'article 8, de l'arrêté du 17 février 2017, les personnes atteintes d'un handicap à l'emploi, fixées à l'article 3, 2° du décret du 12 juillet 2013 sont prises en compte qui répondent aux conditions suivantes :
1° leur emploi est enregistré auprès du VDAB, tel que fixé à l'article 32 de l'arrêté ;
2° leur emploi se fait à l'aide du paquet d'aide à l'emploi, arrêté à l'article 10 du décret du 12 juillet 2013 ;
3° leur emploi relève de coûts salariaux tels que fixés à l'article 12 du décret du 12 juillet 2013, qu'un paiement de subvention ait été reçu ou non.
Chaque semestre, l'emploi des personnes susvisées est calculé sur la base de la fraction de prestation contractuelle et exprimé en ETP jusqu'à la deuxième décimale. Il est tenu compte de la date de début et de fin de l'emploi. Chaque semestre est pris en compte pour un quart dans le calcul sur base annuelle.
1° leur emploi est enregistré auprès du VDAB, tel que fixé à l'article 32 de l'arrêté ;
2° leur emploi se fait à l'aide du paquet d'aide à l'emploi, arrêté à l'article 10 du décret du 12 juillet 2013 ;
3° leur emploi relève de coûts salariaux tels que fixés à l'article 12 du décret du 12 juillet 2013, qu'un paiement de subvention ait été reçu ou non.
Chaque semestre, l'emploi des personnes susvisées est calculé sur la base de la fraction de prestation contractuelle et exprimé en ETP jusqu'à la deuxième décimale. Il est tenu compte de la date de début et de fin de l'emploi. Chaque semestre est pris en compte pour un quart dans le calcul sur base annuelle.
Art. 5. De lijst met opleidingen die voldoen aan de opleidingsvoorwaarden, bepaald in artikel 45, § 1, derde lid, van het besluit van 17 februari 2017, wordt vastgesteld in de bijlage 3 die bij dit besluit is gevoegd.
De lijst met de in aanmerking komende ervaringsbewijzen, bepaald in artikel 45, § 2, tweede lid, van het besluit, wordt vastgesteld in de bijlage 4 die bij dit besluit is gevoegd.
De lijst met de in aanmerking komende ervaringsbewijzen, bepaald in artikel 45, § 2, tweede lid, van het besluit, wordt vastgesteld in de bijlage 4 die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 5. La liste des formations qui répondent aux conditions de formation, fixées à l'article 45, § 1er, alinéa 3, de l'arrêté du 17 février 2017, est arrêté à l'annexe 3, jointe au présent arrêté.
La liste des titres d'expérience éligibles, fixés à l'article 45, § 2, alinéa 2, de l'arrêté, est arrêtée à l'annexe 4, jointe au présent arrêté.
La liste des titres d'expérience éligibles, fixés à l'article 45, § 2, alinéa 2, de l'arrêté, est arrêtée à l'annexe 4, jointe au présent arrêté.
Art. 6. Voor maatwerkbedrijven en maatwerkafdelingen met een of meer voorgaande gekende kwartaalafrekeningen is het refertebedrag, vermeld in artikel 61, tweede lid, van het besluit van 17 februari 2017, gelijk aan het gemiddelde maandbedrag per voltijdsequivalente werknemer, zoals berekend in één of meer voorgaande kwartaalafrekeningen.
Voor maatwerkbedrijven met geen gekende voorafgaande kwartaalafrekeningen is het refertebedrag gelijk aan 1545 euro. Het refertebedrag volgt de evolutie van de gezondheidsindex met als basismaand januari 2017. Het nieuwe bedrag is van toepassing na verloop van een wachtmaand.
Voor maatwerkafdelingen met geen gekende voorafgaande kwartaalafrekeningen is het refertebedrag gelijk aan 1781 euro. Het refertebedrag volgt de evolutie van de gezondheidsindex met als basismaand januari 2017. Het nieuwe bedrag is van toepassing na verloop van een wachtmaand.
Voor maatwerkbedrijven met geen gekende voorafgaande kwartaalafrekeningen is het refertebedrag gelijk aan 1545 euro. Het refertebedrag volgt de evolutie van de gezondheidsindex met als basismaand januari 2017. Het nieuwe bedrag is van toepassing na verloop van een wachtmaand.
Voor maatwerkafdelingen met geen gekende voorafgaande kwartaalafrekeningen is het refertebedrag gelijk aan 1781 euro. Het refertebedrag volgt de evolutie van de gezondheidsindex met als basismaand januari 2017. Het nieuwe bedrag is van toepassing na verloop van een wachtmaand.
Art. 6. Pour les entreprises de travail adapté et les départements de travail adapté avec un ou plusieurs décomptes trimestriels connus précédents, le montant de référence visé à l'article 61, alinéa 2, de l'arrêté du 17 février 2017 égale le montant mensuel moyen par travailleur équivalent temps plein, tel que calculé dans un ou plusieurs décomptes trimestriels précédents.
Pour les entreprises de travail adapté sans décomptes trimestriels connus précédents, le montant de référence égale 1545 euros. Le montant de référence suit l'évolution de l'indice santé, le mois de base étant janvier 2017. Le nouveau montant est d'application après un mois d'attente.
Pour les départements de travail adapté sans décomptes trimestriels connus précédents, le montant de référence égale 1781 euros. Le montant de référence suit l'évolution de l'indice santé, le mois de base étant janvier 2017. Le nouveau montant est d'application après un mois d'attente.
Pour les entreprises de travail adapté sans décomptes trimestriels connus précédents, le montant de référence égale 1545 euros. Le montant de référence suit l'évolution de l'indice santé, le mois de base étant janvier 2017. Le nouveau montant est d'application après un mois d'attente.
Pour les départements de travail adapté sans décomptes trimestriels connus précédents, le montant de référence égale 1781 euros. Le montant de référence suit l'évolution de l'indice santé, le mois de base étant janvier 2017. Le nouveau montant est d'application après un mois d'attente.
Art. 7. § 1. Het Departement Werk en Sociale Economie stelt per onderneming een lijst op met de doelgroepwerknemers, bepaald in artikel 108, § 3, eerste lid, 2°, van het besluit van 17 februari 2017.
Overeenkomstig artikel 108, § 3, tweede lid, van het besluit van 17 februari 2017, bedraagt het aantal te evalueren doelgroepwerknemers per onderneming tien procent van het totale aantal doelgroepwerknemers, aangeduid in individuele koppen.
§ 2. De doelgroepwerknemers, vermeld in paragraaf 1, worden als volgt gerangschikt op de lijst:
1° wat betreft de doelgroepwerknemers uit de sociale werkplaatsen wordt voorrang verleend aan, in onderstaande volgorde:
a) de personen die op 1 januari 2019 al actief zijn binnen een doorstroomtraject;
b) de personen die tijdens de periode van 1 april 2015 tot 8 februari 2016 zijn toegeleid met een werkondersteuningspakket van 45 hoog, volgens de volgende rangordevoorwaarde:
1) de personen met de hoogste scholingsgraad;
2) de personen met de laagste leeftijd;
3) de personen met een korte anciënniteit;
c) de personen, vermeld in artikel 108, § 2, 5°, van het besluit van 17 februari 2017, volgens de volgende rangordevoorwaarde:
1) de personen met de hoogste scholingsgraad;
2) de personen met de laagste leeftijd;
3) de personen met een korte anciënniteit;
d) de personen die niet onder a), b) en c) vallen, volgens de volgende rangordevoorwaarde:
1) de personen met de hoogste scholingsgraad;
2) de personen met de laagste leeftijd;
3) de personen met een korte anciënniteit;
2° wat betreft de doelgroepwerknemers uit de beschutte werkplaatsen wordt voorrang verleend, in onderstaande volgorde:
a) de personen die op 1 januari 2019 al actief zijn binnen een doorstroomtraject;
b) de personen die op 31 maart 2017 als PMAH in de omkadering waren tewerkgesteld in een beschutte werkplaats en aan wie met toepassing van artikel 108, § 2, een werkondersteuningspakket zoals bepaald in artikel 10 van het decreet is toegekend, volgens de volgende rangvoorwaarde:
1) de personen met de hoogste scholingsgraad;
2) de personen met de laagste leeftijd;
3) de personen met een korte anciënniteit.
c) de personen die niet onder a) en b) vallen, volgens de volgende rangordevoorwaarde:
1) de personen die niet het attest van zwakke werknemer hebben;
2) de personen met de hoogste scholingsgraad;
3) de personen met de laagste leeftijd;
4) de personen met een korte anciënniteit.
Overeenkomstig artikel 108, § 3, tweede lid, van het besluit van 17 februari 2017, bedraagt het aantal te evalueren doelgroepwerknemers per onderneming tien procent van het totale aantal doelgroepwerknemers, aangeduid in individuele koppen.
§ 2. De doelgroepwerknemers, vermeld in paragraaf 1, worden als volgt gerangschikt op de lijst:
1° wat betreft de doelgroepwerknemers uit de sociale werkplaatsen wordt voorrang verleend aan, in onderstaande volgorde:
a) de personen die op 1 januari 2019 al actief zijn binnen een doorstroomtraject;
b) de personen die tijdens de periode van 1 april 2015 tot 8 februari 2016 zijn toegeleid met een werkondersteuningspakket van 45 hoog, volgens de volgende rangordevoorwaarde:
1) de personen met de hoogste scholingsgraad;
2) de personen met de laagste leeftijd;
3) de personen met een korte anciënniteit;
c) de personen, vermeld in artikel 108, § 2, 5°, van het besluit van 17 februari 2017, volgens de volgende rangordevoorwaarde:
1) de personen met de hoogste scholingsgraad;
2) de personen met de laagste leeftijd;
3) de personen met een korte anciënniteit;
d) de personen die niet onder a), b) en c) vallen, volgens de volgende rangordevoorwaarde:
1) de personen met de hoogste scholingsgraad;
2) de personen met de laagste leeftijd;
3) de personen met een korte anciënniteit;
2° wat betreft de doelgroepwerknemers uit de beschutte werkplaatsen wordt voorrang verleend, in onderstaande volgorde:
a) de personen die op 1 januari 2019 al actief zijn binnen een doorstroomtraject;
b) de personen die op 31 maart 2017 als PMAH in de omkadering waren tewerkgesteld in een beschutte werkplaats en aan wie met toepassing van artikel 108, § 2, een werkondersteuningspakket zoals bepaald in artikel 10 van het decreet is toegekend, volgens de volgende rangvoorwaarde:
1) de personen met de hoogste scholingsgraad;
2) de personen met de laagste leeftijd;
3) de personen met een korte anciënniteit.
c) de personen die niet onder a) en b) vallen, volgens de volgende rangordevoorwaarde:
1) de personen die niet het attest van zwakke werknemer hebben;
2) de personen met de hoogste scholingsgraad;
3) de personen met de laagste leeftijd;
4) de personen met een korte anciënniteit.
Art. 7. § 1er. Le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale établit par entreprise une liste reprenant les travailleurs de groupe-cible, arrêtés à l'article 108, § 3, alinéa 1er, 2° de l'arrêté du 17 février 2017.
Conformément à l'article 108, § 3, alinéa 2, de l'arrêté du 17 février 2017, le nombre de travailleurs de groupe-cible à évaluer par entreprise s'élève à dix pour cent du nombre total de travailleurs de groupe-cible, désignés en personnes individuelles.
§ 2. Les travailleurs de groupe-cible, visés au paragraphe 1er, sont classés comme suit sur la liste :
1° en ce qui concerne les travailleurs de groupe-cible des ateliers sociaux, l'ordre de priorité se présente comme suit :
a) les personnes déjà actives dans un parcours de transition le 1er janvier ;
b) les personnes qui, pendant la période du 1er avril 2015 au 8 février 2016, ont été orientées à l'aide d'un paquet d'aide à l'emploi de 45%, degré d'accompagnement " haut ", selon la condition d'ordre suivante :
1) les personnes avec le plus haut niveau de scolarisation ;
2) les personnes les plus jeunes ;
3) les personnes ayant peu d'ancienneté ;
c) les personnes, visées à l'article 108, § 2, 5°, de l'arrêté du 17 février 2017, selon la condition d'ordre suivante :
1) les personnes avec le plus haut niveau de scolarisation ;
2) les personnes les plus jeunes ;
3) les personnes ayant peu d'ancienneté ;
d) les personnes ne relevant pas de a), b) et c), selon la condition d'ordre suivante :
1) les personnes avec le plus haut niveau de scolarisation ;
2) les personnes les plus jeunes ;
3) les personnes ayant peu d'ancienneté ;
2° en ce qui concerne les travailleurs de groupe-cible des ateliers protégés, l'ordre de priorité se présente comme suit :
a) les personnes déjà actives dans un parcours de transition le 1er janvier ;
b) les personnes qui étaient occupées, le 31 mars 2017, comme personne atteinte d'un handicap à l'emploi dans l'encadrement dans un atelier protégé et auxquelles un paquet d'aide à l'emploi est accordé en application de l'article 108, § 2, tel qu'arrêté à l'article 10 du décret, selon la condition d'ordre suivante :
1) les personnes avec le plus haut niveau de scolarisation ;
2) les personnes les plus jeunes ;
3) les personnes ayant peu d'ancienneté.
c) les personnes ne relevant pas de a) et b), selon la condition d'ordre suivante :
1) les personnes ne disposant pas de l'attestation de travailleur fragilisé ;
2) les personnes avec le plus haut niveau de scolarisation ;
3) les personnes les plus jeunes ;
4) les personnes ayant peu d'ancienneté.
Conformément à l'article 108, § 3, alinéa 2, de l'arrêté du 17 février 2017, le nombre de travailleurs de groupe-cible à évaluer par entreprise s'élève à dix pour cent du nombre total de travailleurs de groupe-cible, désignés en personnes individuelles.
§ 2. Les travailleurs de groupe-cible, visés au paragraphe 1er, sont classés comme suit sur la liste :
1° en ce qui concerne les travailleurs de groupe-cible des ateliers sociaux, l'ordre de priorité se présente comme suit :
a) les personnes déjà actives dans un parcours de transition le 1er janvier ;
b) les personnes qui, pendant la période du 1er avril 2015 au 8 février 2016, ont été orientées à l'aide d'un paquet d'aide à l'emploi de 45%, degré d'accompagnement " haut ", selon la condition d'ordre suivante :
1) les personnes avec le plus haut niveau de scolarisation ;
2) les personnes les plus jeunes ;
3) les personnes ayant peu d'ancienneté ;
c) les personnes, visées à l'article 108, § 2, 5°, de l'arrêté du 17 février 2017, selon la condition d'ordre suivante :
1) les personnes avec le plus haut niveau de scolarisation ;
2) les personnes les plus jeunes ;
3) les personnes ayant peu d'ancienneté ;
d) les personnes ne relevant pas de a), b) et c), selon la condition d'ordre suivante :
1) les personnes avec le plus haut niveau de scolarisation ;
2) les personnes les plus jeunes ;
3) les personnes ayant peu d'ancienneté ;
2° en ce qui concerne les travailleurs de groupe-cible des ateliers protégés, l'ordre de priorité se présente comme suit :
a) les personnes déjà actives dans un parcours de transition le 1er janvier ;
b) les personnes qui étaient occupées, le 31 mars 2017, comme personne atteinte d'un handicap à l'emploi dans l'encadrement dans un atelier protégé et auxquelles un paquet d'aide à l'emploi est accordé en application de l'article 108, § 2, tel qu'arrêté à l'article 10 du décret, selon la condition d'ordre suivante :
1) les personnes avec le plus haut niveau de scolarisation ;
2) les personnes les plus jeunes ;
3) les personnes ayant peu d'ancienneté.
c) les personnes ne relevant pas de a) et b), selon la condition d'ordre suivante :
1) les personnes ne disposant pas de l'attestation de travailleur fragilisé ;
2) les personnes avec le plus haut niveau de scolarisation ;
3) les personnes les plus jeunes ;
4) les personnes ayant peu d'ancienneté.
Art. 8. Het Departement Werk en Sociale Economie bepaalt de nominatieve lijst van te evalueren doelgroepwerknemers per onderneming overeenkomstig artikel 108, § 3, derde lid. Als op de nominatieve lijst van de onderneming meer dan twee personen zijn vermeld, voorziet de VDAB in de mogelijkheid tot een gelijkmatige spreiding van de evaluaties per onderneming. De evaluaties worden ingepland in de periode die afloopt per 31 december 2019.
Als een onderneming van oordeel is dat een doelgroepwerknemer die niet vermeld staat op de nominatieve lijst, vermeld in het eerste lid, een hoge kans op doorstroom heeft, kan die onderneming die doelgroepwerknemer voordragen aan de VDAB, ter vervanging van de laagst gerangschikte doelgroepwerknemer, vermeld op de nominatieve lijst op het moment van de evaluatie.
De onderneming motiveert die voordracht minimaal aan de hand van het persoonlijke ontwikkelingsplan van de doelgroepwerknemer, vermeld in artikel 41 van het besluit van 17 februari 2017.
De VDAB beslist over de indeplaatstreding van de voorgedragen werknemer ten nadele van de laagst gerangschikte doelgroepwerknemer.
Als een onderneming van oordeel is dat een doelgroepwerknemer die niet vermeld staat op de nominatieve lijst, vermeld in het eerste lid, een hoge kans op doorstroom heeft, kan die onderneming die doelgroepwerknemer voordragen aan de VDAB, ter vervanging van de laagst gerangschikte doelgroepwerknemer, vermeld op de nominatieve lijst op het moment van de evaluatie.
De onderneming motiveert die voordracht minimaal aan de hand van het persoonlijke ontwikkelingsplan van de doelgroepwerknemer, vermeld in artikel 41 van het besluit van 17 februari 2017.
De VDAB beslist over de indeplaatstreding van de voorgedragen werknemer ten nadele van de laagst gerangschikte doelgroepwerknemer.
Art. 8. Le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale arrête la liste nominative des travailleurs de groupe-cible à évaluer par entreprise conformément à l'article 108, § 3, alinéa 3. Si la liste nominative de l'entreprise contient plus de deux personnes, le VDAB prévoit la possibilité d'une répartition équilibrée des évaluations par entreprise. Les évaluations sont planifiées dans la période qui se termine le 31 décembre 2019.
Lorsqu'une entreprise estime qu'un travailleur de groupe-cible non repris sur la liste nominative, visée à l'alinéa 1er, présente une forte chance de transition, elle peut proposer ce travailleur de groupe-cible au VDAB en remplacement du travailleur groupe-cible classé le plus bas sur la liste nominative au moment de l'évaluation.
L'entreprise motive sa proposition au moins à l'aide du plan de développement personnel du travailleur de groupe-cible, visé à l'article 41 de l'arrêté du 17 février 2017.
Le VDAB décide sur la substitution du travailleur proposé au travailleur de groupe-cible classé le plus bas.
Lorsqu'une entreprise estime qu'un travailleur de groupe-cible non repris sur la liste nominative, visée à l'alinéa 1er, présente une forte chance de transition, elle peut proposer ce travailleur de groupe-cible au VDAB en remplacement du travailleur groupe-cible classé le plus bas sur la liste nominative au moment de l'évaluation.
L'entreprise motive sa proposition au moins à l'aide du plan de développement personnel du travailleur de groupe-cible, visé à l'article 41 de l'arrêté du 17 février 2017.
Le VDAB décide sur la substitution du travailleur proposé au travailleur de groupe-cible classé le plus bas.
Art. 9. Wanneer de onmiddellijke uitvoering van het doorstroomtraject de kwaliteitsvolle bedrijfsvoering van het maatwerkbedrijf in de weg staat, kan de VDAB conform artikel 65, eerste lid, 2°, van het besluit van 17 februari 2017, de aanvang van het doorstroomtraject met maximaal zes maanden uitstellen.
Art. 9. Lorsque le démarrage immédiat du parcours de transition porte préjudice à la bonne gestion de l'entreprise de travail adapté, le VDAB peut repousser le parcours de transition d'au maximum six mois conformément à l'article 65, alinéa 1er, 2° de l'arrêté du 17 février 2017.
Art. 10. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2019.
Art. 10. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2019.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1 . Duurzaamheidsverslagmodel met indicatoren en descriptoren voor maatwerkbedrijven
Art. N1. Annexe 1re. Modèle de rapport de durabilité contenant des indicateurs et des descripteurs pour entreprises de travail adapté
| Omschrijving | GRI standaarden |
| Beleid | |
| Missie, visie en kernwaarden van de organisatie | (102-16) |
| Strategie | |
| Overzicht van de strategische doelen van de organisatie | (102-14) |
| Organisatieprofiel | |
| Voornaamste activiteiten (producten en/of diensten) | (102-2) |
| Omvang (aantal werknemers op 31/12 uitgedrukt in personen en VTE) en omzet | (102-7) |
| Management | |
| Naam, voornaam, functie en contactgegevens van de directie | (102-45) |
| Bestuur | |
| Naam en voornaam van de bestuurders en commissarissen en datum van aanstelling | (102-18) |
| Democratische besluitvorming | |
| Rol en bevoegdheden van de bestuursorganen | (102-18) |
| Inschakeling van doelgroepwerknemers | |
| Aantal doelgroepwerknemers op 31/12 uitgedrukt in personen per leeftijdsgroep en per geslacht | (102-40) |
| Aantal door de doelgroepwerknemers gepresteerde uren per kalenderjaar | (201-1) |
| Aantal afwezigheidsuren door ziekte | (403-2) |
| Begeleiding van doelgroepwerknemers | |
| Aantal gepresteerde begeleidingsuren per kalenderjaar en aantal begeleiders uitgedrukt in personen | (404-2) |
| Begeleide tewerkstelling in de enclavewerking | |
| Aantal gepresteerde uren in enclavewerking | (404-2) |
| Opleiding van doelgroepwerknemers | |
| Aantal gevolgde opleidingsuren door de doelgroepwerknemers per kalenderjaar | (404-1) |
| Overzicht van de opleidingen die gevolgd werden door de doelgroepwerknemers per kalenderjaar | (404-2) |
| Duurzame loopbanen en doorstroom van doelgroepwerknemers | |
| Aantal doelgroepwerknemers dat in dienst is getreden tijdens het kalenderjaar | (401-1) |
| Aantal doelgroepwerknemers dat uit dienst is getreden tijdens het kalenderjaar | (401-1) |
| Aantal doelgroepwerknemers dat intern is doorgestroomd tijdens het kalenderjaar | (401-1) |
| Aantal doelgroepwerknemers dat extern is doorgestroomd tijdens het kalenderjaar | (401-1) |
| Milieu-impact | |
| Rapporteer over één relevante milieu-indicator naar keuze | (301-308) |
| Maatschappelijke inbedding | |
| Overzicht van relevante groepen belanghebbenden die de organisatie heeft betrokken | (102-40) |
| Benadering van het betrekken van belanghebbenden | (102-40) |
| Economische en financiële prestaties | |
| Eigen Vermogen | (201-1) |
| Vreemd Vermogen | (201-1) |
| Omzet | (201-1) |
| Bedrijfsresultaat | (201-1) |
| Liquiditeit in enge zin | (201-1) |
| Solvabiliteit (eigen vermogen/vreemd vermogen) | (201-1) |
| Rendabiliteit | (201-1) |
| Description | Normes GRI |
| Politique | |
| Mission, vision et valeurs fondamentales de l'organisation | (102-16) |
| Stratégie | |
| Aperçu des objectifs stratégiques de l'organisation | (102-14) |
| Profil organisationnel | |
| Activités principales (produits et/ou services) | (102-2) |
| Ampleur (nombre de travailleurs le 31/12, exprimé en personnes et en ETP) et chiffre d'affaires | (102-7) |
| Gestion | |
| Nom, prénom, fonction et coordonnées de la direction | (102-45) |
| Administration | |
| Nom et prénom des administrateurs et commissaires et date de désignation | (102-18) |
| Prise de décision démocratique | |
| Rôle et compétences des organes d'administration | (102-18) |
| Insertion des travailleurs de groupe-cible | |
| Nombre de travailleurs de groupe-cible au 31/12 exprimé en personnes par groupe d'âge et par sexe | (102-40) |
| Nombre d'heures par année civile prestées par les travailleurs de groupe-cible | (201-1) |
| Nombre d'heures d'absence pour cause de maladie | (403-2) |
| Accompagnement des travailleurs de groupe-cible | |
| Nombre d'heures d'accompagnement prestées par année calendaire et nombre de conseillers exprimé en personnes | (404-2) |
| Emploi accompagné dans le travail en enclave | |
| Nombre d'heures prestées dans le travail en enclave | (404-2) |
| Formation des travailleurs de groupe-cible | |
| Nombre d'heures de formation suivies par les travailleurs de groupe-cible par année civile | (404-1) |
| Aperçu des formations suivies par les travailleurs de groupe-cible par année civile | (404-2) |
| Carrières durables et mobilité des travailleurs de groupe-cible | |
| Nombre de travailleurs de groupe-cible entrés en service pendant l'année civile | (401-1) |
| Nombre de travailleurs de groupe-cible ayant perdu leur emploi pendant l'année civile | (401-1) |
| Nombre de travailleurs ayant trouvé un autre emploi chez le même employeur pendant l'année civile | (401-1) |
| Nombre de travailleurs ayant trouvé un autre emploi chez un autre employeur pendant l'année civile | (401-1) |
| Impact environnemental | |
| Commentez sur un indicateur environnemental pertinent | (301-308) |
| Ancrage social | |
| Aperçu de groupes pertinents d'intéressés associés par l'organisation | (102-40) |
| Approche de l'association d'intéressés | (102-40) |
| Prestations économiques et financières | |
| Fonds propres | (201-1) |
| Fonds externes | (201-1) |
| Chiffre d'affaires | (201-1) |
| Résultat d'exploitation | (201-1) |
| Liquidité au sens strict | (201-1) |
| Solvabilité (fonds propres/fonds externes) | (201-1) |
| Rentabilité | (201-1) |
Art. N2. Bijlage 2. Duurzaamheidsverslagmodel met indicatoren en descriptoren voor maatwerkafdelingen
Art. N2. Annexe 2. Modèle de rapport de durabilité contenant des indicateurs et des descripteurs pour départements de travail adapté
| Omschrijving | GRI-Indicator |
| Inschakeling van doelgroepwerknemers | |
| Aantal doelgroepwerknemers op 31/12 uitgedrukt in personen en VTE per leeftijdsgroep en per geslacht | (102-40) |
| Aantal door de doelgroepwerknemers gepresteerde uren per kalenderjaar | (201-1) |
| Aantal afwezigheidsdagen door ziekte | (403-2) |
| Aantal afwezigheidsdagen door ziekte van de doelgroepwerknemers vanaf dertig kalenderdagen per kalenderjaar | (403-2) |
| Begeleiding van doelgroepwerknemers | |
| Aantal gepresteerde begeleidingsuren per kalenderjaar en aantal begeleiders uitgedrukt in personen | (404-2) |
| Opleiding van doelgroepwerknemers | |
| Aantal gevolgde opleidingsuren door de doelgroepwerknemers per kalenderjaar | (404-1) |
| Overzicht van de opleidingen die gevolgd werden door de doelgroepwerknemers per kalenderjaar | (404-1) |
| Duurzame loopbanen en doorstroom van doelgroepwerknemers | |
| Aantal doelgroepwerknemers dat in dienst is getreden tijdens het kalenderjaar | (401-1) |
| Aantal doelgroepwerknemers dat uit dienst is getreden tijdens het kalenderjaar | (401-1) |
| Aantal doelgroepwerknemers dat intern is doorgestroomd tijdens het kalenderjaar | (401-1) |
| Aantal doelgroepwerknemers dat extern is doorgestroomd tijdens het kalenderjaar | (401-1) |
| Milieu-impact van de bedrijfsvoering | |
| Rapporteer over één relevante milieu-indicator naar keuze | (301-308) |
| Maatschappelijke inbedding | |
| Overzicht van relevante groepen belanghebbenden die de maatwerkafdeling heeft betrokken | (102-40) |
| Benadering van het betrekken van belanghebbenden door de maatwerkafdeling | (102-40) |
| Description | Indicateur GRI |
| Insertion des travailleurs de groupe-cible | |
| Nombre de travailleurs de groupe-cible au 31/12 exprimé en personnes et en ETP par groupe d'âge et par sexe | (102-40) |
| Nombre d'heures par année civile prestées par les travailleurs de groupe-cible | (201-1) |
| Nombre de jours d'absence pour cause de maladie | (403-2) |
| Nombre de jours d'absence pour cause de maladie des travailleurs de groupe-cible à partir de trente jours civils par année calendaire | (403-2) |
| Accompagnement des travailleurs de groupe-cible | |
| Nombre d'heures d'accompagnement prestées par année calendaire et nombre de conseillers exprimé en personnes | (404-2) |
| Formation des travailleurs de groupe-cible | |
| Nombre d'heures de formation suivies par les travailleurs de groupe-cible par année civile | (404-1) |
| Aperçu des formations suivies par les travailleurs de groupe-cible par année civile | (404-1) |
| Carrières durables et mobilité des travailleurs de groupe-cible | |
| Nombre de travailleurs de groupe-cible entrés en service pendant l'année civile | (401-1) |
| Nombre de travailleurs de groupe-cible ayant perdu leur emploi pendant l'année civile | (401-1) |
| Nombre de travailleurs ayant trouvé un autre emploi chez le même employeur pendant l'année calendaire | (401-1) |
| Nombre de travailleurs ayant trouvé un autre emploi chez un autre employeur pendant l'année calendaire | (401-1) |
| Impact environnemental de la gestion d'entreprise | |
| Commentez sur un indicateur environnemental pertinent | (301-308) |
| Ancrage social | |
| Aperçu de groupes pertinents d'intéressés associés par le département de travail adapté | (102-40) |
| Approche de l'association d'intéressés par le département de travail adapté | (102-40) |
Art. N3. [1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 22-04-2025, p. 44326)]1
Art. N3. Remplacé dans la version néerlandaise
Art. N4. Bijlage 4. Bijlage tot bepaling van de lijst met de in aanmerking komende ervaringsbewijzen:
1° Monitor/begeleider in beschutte en sociale werkplaatsen;
2° Monitor/begeleider in maatwerkbedrijven
1° Monitor/begeleider in beschutte en sociale werkplaatsen;
2° Monitor/begeleider in maatwerkbedrijven
Art. N4. Annexe 4. Annexe portant détermination de la liste des titres d'expérience éligibles :
1° Monitor/begeleider in beschutte en sociale werkplaatsen ;
2° Monitor/begeleider in maatwerkbedrijven
1° Monitor/begeleider in beschutte en sociale werkplaatsen ;
2° Monitor/begeleider in maatwerkbedrijven