Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° AHOVOKS: het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen;
2° Beroepscommissie: de Beroepscommissie, vermeld in artikel 6, zesde lid, van het decreet van 26 april 2019;
3° decreet van 26 april 2019: het decreet van 26 april 2019 betreffende het kwaliteitstoezicht voor beroepskwalificerende trajecten op basis van een gemeenschappelijk kwaliteitskader;
4° departement: het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
5° Erkenningscommissie: de Erkenningscommissie, vermeld in artikel 6, vijfde lid, van het decreet van 26 april 2019;
6° EVC-instrument: het EVC-instrument, vermeld in artikel 1, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019 betreffende de uitvoering van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties;
7° EVC- standaard: de EVC-standaard, vermeld in artikel 1, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019 betreffende de uitvoering van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties;
8° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de professionele vorming;
9° [1 Agentschap Innoveren en Ondernemen: het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen;]1
10° VDAB: de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 JULI 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de aanvraagprocedure, vermeld in artikel 5, § 2, eerste lid, van het decreet van 26 april 2019 betreffende het kwaliteitstoezicht voor beroepskwalificerende trajecten op basis van een gemeenschappelijk kwaliteitskader, tot bepaling van de verdere modaliteiten van het kwaliteitstoezicht, vermeld in artikel 6, § 1, vierde lid, van het voormelde decreet, tot oprichting van de commissies, vermeld in artikel 6, § 2, eerste en tweede lid, van het voormelde decreet, tot bepaling van de nadere modaliteiten van de medewerking van de onderwijsinspectie, vermeld in artikel 8, § 4, van het voormelde decreet en tot bepaling van het model van het bewijs van beroepskwalificatie, deelkwalificatie en competenties en de nadere modaliteiten, vermeld in artikel 5, § 3, derde lid, van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties.(Citeertitel: "het Kwaliteitstoezichtbesluit voor de Beleidsvelden Werkgelegenheid en Professionele Vorming van 19 juli 2019")(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-08-2019 en tekstbijwerking tot 22-08-2023)
Titre
19 JUILLET 2019. - Arrêté du Gouvernement flamand déterminant la procédure de demande, visée à l'article 5, § 2, alinéa 1er, du décret du 26 avril 2019 relatif à la surveillance de la qualité des parcours de qualification professionnelle sur la base d'un cadre commun de qualité, déterminant les modalités de surveillance de la qualité visées à l'article 6, § 1er, alinéa 4, du décret précité, instituant les commissions visées à l'article 6, § 2, alinéas 1er et 2, du décret précité, déterminant les modalités de coopération avec l'inspection de l'enseignement visées à l'article 8, § 4, du décret précité et déterminant le modèle de certification professionnelle, de qualification partielle et de compétences et les modalités visées à l'article 5, § 3, alinéa 3, du décret du 26 avril 2019 relatif à une politique intégrée de reconnaissance des compétences acquises. (Arrêté de contrôle de la qualité dans les domaines de la politique de l'emploi et de la formation professionnelle)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-08-2019 et mise à jour au 22-08-2023)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 1. - Definities
Afdeling 2. - Erkenningscommissie
Afdeling 3. - Beroepscommissie
HOOFDSTUK 2. [1 Erkenning ]1
Afdeling 1. [1 Erkenningsaanvraag ]1
Afdeling 2. [1 Beslissingen van de Erkenningsc...
HOOFDSTUK 4. - Kwaliteitstoezicht ter plaatse o...
Afdeling 1. - Kwaliteitstoezicht ter plaatse
Afdeling 2. - Beslissingen naar aanleiding van ...
HOOFDSTUK 5. - Beroepsprocedure
HOOFDSTUK 6. - Coördinatie van het toezicht
HOOFDSTUK 7. - Modellen
HOOFDSTUK 7. - Nadere modaliteiten voor het uit...
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Section 1re. - Définitions
Section 2. - Commission de reconnaissance
Section 3. - Commission de recours
CHAPITRE 2. [1 Reconnaissance ]1
Section 1re. [1 Demande de reconnaissance ]1
Section 2. [1 Décisions de la Commission de re...
CHAPITRE 4. - Surveillance de la qualité sur pl...
Section 1re. - Surveillance de la qualité sur p...
Section 2. - Décisions découlant de la surveill...
CHAPITRE 5. - Procédure de recours
CHAPITRE 6. - Coordination de la surveillance
CHAPITRE 7. - Modèles
CHAPITRE 7. - Modalités de la délivrance de cer...
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Tekst (52)
Texte (52)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Définitions
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° AHOVOKS : l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes (" Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen "), créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009 portant création de l'agence autonomisée interne " Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen " ;
2° Commission de recours : la Commission de recours visée à l'article 6, alinéa 6, du décret du 26 avril 2019 ;
3° décret du 26 avril 2019 : le décret du 26 avril 2019 relatif à la surveillance de la qualité des parcours de qualification professionnelle sur la base d'un cadre commun de qualité ;
4° département : le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale du Ministère flamand du Travail et de l'Economie sociale visé à l'article 25, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande ;
5° Commission de reconnaissance : la Commission de reconnaissance visée à l'article 6, alinéa 5, du décret du 26 avril 2019 ;
6° instrument EVC : l'instrument EVC visé à l'article 1er, 2° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019 portant exécution du décret du 26 avril 2019 relatif à une politique intégrée de reconnaissance des compétences acquises ;
7° norme EVC : la norme EVC visée à l'article 1er, 5°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019 portant exécution du décret du 26 avril 2019 relatif à une politique intégrée de reconnaissance des compétences acquises ;
8° Ministre : le Ministre flamand ayant la formation professionnelle dans ses attributions ;
9° [1 " Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat " : l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique, établie par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ( (Agentschap Innoveren en Ondernemen) ;]1
10° " VDAB " : l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle (" Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding "), tel que visé à l'article 3, § 1er, du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle).
1° AHOVOKS : l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes (" Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen "), créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009 portant création de l'agence autonomisée interne " Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen " ;
2° Commission de recours : la Commission de recours visée à l'article 6, alinéa 6, du décret du 26 avril 2019 ;
3° décret du 26 avril 2019 : le décret du 26 avril 2019 relatif à la surveillance de la qualité des parcours de qualification professionnelle sur la base d'un cadre commun de qualité ;
4° département : le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale du Ministère flamand du Travail et de l'Economie sociale visé à l'article 25, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande ;
5° Commission de reconnaissance : la Commission de reconnaissance visée à l'article 6, alinéa 5, du décret du 26 avril 2019 ;
6° instrument EVC : l'instrument EVC visé à l'article 1er, 2° de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019 portant exécution du décret du 26 avril 2019 relatif à une politique intégrée de reconnaissance des compétences acquises ;
7° norme EVC : la norme EVC visée à l'article 1er, 5°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019 portant exécution du décret du 26 avril 2019 relatif à une politique intégrée de reconnaissance des compétences acquises ;
8° Ministre : le Ministre flamand ayant la formation professionnelle dans ses attributions ;
9° [1 " Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat " : l'agence autonomisée interne sans personnalité juridique, établie par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ( (Agentschap Innoveren en Ondernemen) ;]1
10° " VDAB " : l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle (" Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding "), tel que visé à l'article 3, § 1er, du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle).
Wijzigingen
Art. 2. Dit besluit wordt aangehaald als: het Kwaliteitstoezichtbesluit voor de Beleidsvelden Werkgelegenheid en Professionele Vorming van 19 juli 2019.
Art. 2. Le présent arrêté est cité comme : l'arrêté du 19 juillet 2019 relatif à la surveillance de la qualité pour les domaines politiques de l'emploi et de la formation professionnelle.
Afdeling 2. - Erkenningscommissie
Section 2. - Commission de reconnaissance
Art. 3. Er wordt een Erkenningscommissie opgericht.
Art. 3. Il est créé une Commission de reconnaissance.
Art. 4. De Erkenningscommissie heeft haar zetel in het departement.
Art. 4. La Commission de reconnaissance a son siège au département.
Art. 5. De Erkenningscommissie is samengesteld uit:
1° een voorzitter vanuit het departement, of zijn plaatsvervanger;
2° een secretaris vanuit het departement, of zijn plaatsvervanger;
3° een vertegenwoordiger van de VDAB, of zijn plaatsvervanger;
4° een vertegenwoordiger van [1 het Agentschap Innoveren en Ondernemen]1, of zijn plaatsvervanger.
Gedurende drie jaar vanaf de inwerkingtreding van dit besluit wordt een vertegenwoordiger van AHOVOKS of zijn plaatsvervanger toegevoegd aan de Erkenningscommissie.
De Erkenningscommissie kan een of meer externe leden toevoegen als ze dat nodig acht.
De Erkenningscommissie kan een beroep doen op deskundigen en technici voor de inhoudelijke beoordeling conform de voorwaarden van het huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 6.
De voorzitter, de secretaris, de effectieve leden en de plaatsvervangende leden van de Erkenningscommissie worden benoemd door de minister.
De vertegenwoordiger van AHOVOKS en zijn plaatsvervanger worden benoemd door de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
1° een voorzitter vanuit het departement, of zijn plaatsvervanger;
2° een secretaris vanuit het departement, of zijn plaatsvervanger;
3° een vertegenwoordiger van de VDAB, of zijn plaatsvervanger;
4° een vertegenwoordiger van [1 het Agentschap Innoveren en Ondernemen]1, of zijn plaatsvervanger.
Gedurende drie jaar vanaf de inwerkingtreding van dit besluit wordt een vertegenwoordiger van AHOVOKS of zijn plaatsvervanger toegevoegd aan de Erkenningscommissie.
De Erkenningscommissie kan een of meer externe leden toevoegen als ze dat nodig acht.
De Erkenningscommissie kan een beroep doen op deskundigen en technici voor de inhoudelijke beoordeling conform de voorwaarden van het huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 6.
De voorzitter, de secretaris, de effectieve leden en de plaatsvervangende leden van de Erkenningscommissie worden benoemd door de minister.
De vertegenwoordiger van AHOVOKS en zijn plaatsvervanger worden benoemd door de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
Art. 5. La Commission de reconnaissance se compose :
1° d'un président du département, ou son suppléant ;
2° d'un secrétaire du département, ou son suppléant ;
3° d'un représentant du VDAB, ou son suppléant ;
4° d'un représentant de [1 l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat]1, ou son suppléant.
Pendant une période de trois ans à compter de l'entrée en vigueur du présent arrêté, un représentant d'AHOVOKS ou son suppléant est ajouté à la Commission de reconnaissance.
La Commission de reconnaissance peut ajouter un ou plusieurs membres externes si elle le juge nécessaire.
Pour l'évaluation de fond la Commission de reconnaissance peut faire appel à des experts et des techniciens conformément aux conditions du règlement d'ordre intérieur visé à l'article 6.
Le président, le secrétaire, les membres effectifs et les membres suppléants de la Commission de reconnaissance sont nommés par le Ministre.
Le représentant d'AHOVOKS et son suppléant sont nommés par le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions.
1° d'un président du département, ou son suppléant ;
2° d'un secrétaire du département, ou son suppléant ;
3° d'un représentant du VDAB, ou son suppléant ;
4° d'un représentant de [1 l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat]1, ou son suppléant.
Pendant une période de trois ans à compter de l'entrée en vigueur du présent arrêté, un représentant d'AHOVOKS ou son suppléant est ajouté à la Commission de reconnaissance.
La Commission de reconnaissance peut ajouter un ou plusieurs membres externes si elle le juge nécessaire.
Pour l'évaluation de fond la Commission de reconnaissance peut faire appel à des experts et des techniciens conformément aux conditions du règlement d'ordre intérieur visé à l'article 6.
Le président, le secrétaire, les membres effectifs et les membres suppléants de la Commission de reconnaissance sont nommés par le Ministre.
Le représentant d'AHOVOKS et son suppléant sont nommés par le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions.
Wijzigingen
Art. 6. De Erkenningscommissie stelt een huishoudelijk reglement op.
Het huishoudelijk reglement bepaalt:
1° de bevoegdheden van de voorzitter;
2° de wijze van bijeenroeping, beraadslaging en stemming;
3° de werking en de taken van het secretariaat.
Het huishoudelijk reglement bepaalt:
1° de bevoegdheden van de voorzitter;
2° de wijze van bijeenroeping, beraadslaging en stemming;
3° de werking en de taken van het secretariaat.
Art. 6. La Commission de reconnaissance établit un règlement d'ordre intérieur.
Le règlement d'ordre intérieur détermine :
1° les compétences du président ;
2° la manière de convocation, de délibération et de vote ;
3° le fonctionnement et les missions du secrétariat.
Le règlement d'ordre intérieur détermine :
1° les compétences du président ;
2° la manière de convocation, de délibération et de vote ;
3° le fonctionnement et les missions du secrétariat.
Afdeling 3. - Beroepscommissie
Section 3. - Commission de recours
Art. 7. Er wordt een Beroepscommissie opgericht.
Art. 7. Il est créé une Commission de recours.
Art. 8. De Beroepscommissie heeft haar zetel in het departement.
Art. 8. La Commission de recours a son siège au département.
Art. 9. De Beroepscommissie is samengesteld uit:
1° een voorzitter vanuit het departement, of zijn plaatsvervanger;
2° een secretaris vanuit het departement, of zijn plaatsvervanger;
3° een vertegenwoordiger van de VDAB, of zijn plaatsvervanger;
4° een vertegenwoordiger van [1 het Agentschap Innoveren en Ondernemen]1, of zijn plaatsvervanger;
5° een vertegenwoordiger van AHOVOKS, of zijn plaatsvervanger.
De Beroepscommissie kan een beroep doen op deskundigen en technici conform de voorwaarden van het huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 10.
De voorzitter, de secretaris, de effectieve leden en de plaatsvervangende leden van de Beroepscommissie, vermeld in punt 1° tot en met 4° worden benoemd door de minister.
De vertegenwoordiger van AHOVOKS en zijn plaatsvervanger worden benoemd door de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
De hoedanigheid van lid van de Erkenningscommissie is onverenigbaar met de hoedanigheid van lid van de Beroepscommissie.
1° een voorzitter vanuit het departement, of zijn plaatsvervanger;
2° een secretaris vanuit het departement, of zijn plaatsvervanger;
3° een vertegenwoordiger van de VDAB, of zijn plaatsvervanger;
4° een vertegenwoordiger van [1 het Agentschap Innoveren en Ondernemen]1, of zijn plaatsvervanger;
5° een vertegenwoordiger van AHOVOKS, of zijn plaatsvervanger.
De Beroepscommissie kan een beroep doen op deskundigen en technici conform de voorwaarden van het huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 10.
De voorzitter, de secretaris, de effectieve leden en de plaatsvervangende leden van de Beroepscommissie, vermeld in punt 1° tot en met 4° worden benoemd door de minister.
De vertegenwoordiger van AHOVOKS en zijn plaatsvervanger worden benoemd door de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
De hoedanigheid van lid van de Erkenningscommissie is onverenigbaar met de hoedanigheid van lid van de Beroepscommissie.
Art. 9. La Commission de recours est composée :
1° d'un président du département, ou son suppléant ;
2° d'un secrétaire du département, ou son suppléant ;
3° d'un représentant du VDAB, ou son suppléant ;
4° d'un représentant de [1 l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ]1, ou son suppléant ;
5° d'un représentant d'AHOVOKS, ou son suppléant.
La Commission de recours peut faire appel à des experts et des techniciens conformément aux conditions du règlement d'ordre intérieur visé à l'article 10.
Le président, le secrétaire, les membres effectifs et les membres suppléants de la Commission de recours visés aux points 1° à 4°, sont nommés par le Ministre.
Le représentant d'AHOVOKS et son suppléant sont nommés par le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions.
La qualité de membre de la Commission de reconnaissance est incompatible avec la qualité de membre de la Commission de recours.
1° d'un président du département, ou son suppléant ;
2° d'un secrétaire du département, ou son suppléant ;
3° d'un représentant du VDAB, ou son suppléant ;
4° d'un représentant de [1 l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ]1, ou son suppléant ;
5° d'un représentant d'AHOVOKS, ou son suppléant.
La Commission de recours peut faire appel à des experts et des techniciens conformément aux conditions du règlement d'ordre intérieur visé à l'article 10.
Le président, le secrétaire, les membres effectifs et les membres suppléants de la Commission de recours visés aux points 1° à 4°, sont nommés par le Ministre.
Le représentant d'AHOVOKS et son suppléant sont nommés par le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions.
La qualité de membre de la Commission de reconnaissance est incompatible avec la qualité de membre de la Commission de recours.
Wijzigingen
Art. 10. De Beroepscommissie stelt een huishoudelijk reglement op.
Het huishoudelijk reglement bepaalt:
1° de bevoegdheden van de voorzitter;
2° de wijze van bijeenroeping, beraadslaging en stemming;
3° de werking en taken van het secretariaat.
Het huishoudelijk reglement bepaalt:
1° de bevoegdheden van de voorzitter;
2° de wijze van bijeenroeping, beraadslaging en stemming;
3° de werking en taken van het secretariaat.
Art. 10. La Commission de recours établit un règlement d'ordre intérieur.
Le règlement d'ordre intérieur détermine :
1° les compétences du président ;
2° la manière de convocation, de délibération et de vote ;
3° le fonctionnement et les missions du secrétariat.
Le règlement d'ordre intérieur détermine :
1° les compétences du président ;
2° la manière de convocation, de délibération et de vote ;
3° le fonctionnement et les missions du secrétariat.
HOOFDSTUK 2. [1 Erkenning ]1
CHAPITRE 2. [1 Reconnaissance ]1
Afdeling 1. [1 Erkenningsaanvraag ]1
Section 1re. [1 Demande de reconnaissance ]1
Art. 11. De organisatie die erkende beroepskwalificerende trajecten wil aanbieden, dient haar erkenningsaanvraag in bij het departement vóór de start van het beroepskwalificerend traject. Het departement stelt daarvoor een elektronisch aanvraagformulier ter beschikking.
De organisatie die erkende beroepskwalificerende EVC-trajecten wil aanbieden, kan slechts een erkenningsaanvraag indienen als zij bijkomend voldoet aan een van de volgende voorwaarden:
1° zij gebruikt een eigen ontwikkeld EVC-instrument;
2° zij heeft toegang tot de databank, conform artikel 7, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019 betreffende de uitvoering van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties, en gebruikt een eerder ontwikkeld EVC- instrument dat is opgenomen in de databank.
De minister bepaalt aan welke vormelijke voorwaarden een aanvraagdossier moet voldoen en op welke wijze een aanvraagdossier moet worden ingediend.
De organisatie die erkende beroepskwalificerende EVC-trajecten wil aanbieden, kan slechts een erkenningsaanvraag indienen als zij bijkomend voldoet aan een van de volgende voorwaarden:
1° zij gebruikt een eigen ontwikkeld EVC-instrument;
2° zij heeft toegang tot de databank, conform artikel 7, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019 betreffende de uitvoering van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties, en gebruikt een eerder ontwikkeld EVC- instrument dat is opgenomen in de databank.
De minister bepaalt aan welke vormelijke voorwaarden een aanvraagdossier moet voldoen en op welke wijze een aanvraagdossier moet worden ingediend.
Art. 11. L'organisation souhaitant offrir des parcours de qualification professionnelle reconnus doit introduire sa demande de reconnaissance auprès du département avant le début du parcours de qualification professionnelle. A cet effet, le département met à disposition un formulaire de demande électronique.
L'organisation souhaitant proposer des parcours de qualification professionnelle EVC reconnus ne peut introduire une demande de reconnaissance que si elle remplit en outre l'une des conditions suivantes :
1° elle utilise son propre instrument EVC ;
2° elle a accès à la base de données, conformément à l'article 7, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019 portant exécution du décret du 26 avril 2019 relatif à une politique intégrée de reconnaissance des compétences acquises, et utilise un instrument EVC déjà développé qui est inclus dans la base de données.
Le Ministre arrête les conditions formelles auxquelles un dossier de demande doit répondre et la manière d'introduction d'un dossier de demande.
L'organisation souhaitant proposer des parcours de qualification professionnelle EVC reconnus ne peut introduire une demande de reconnaissance que si elle remplit en outre l'une des conditions suivantes :
1° elle utilise son propre instrument EVC ;
2° elle a accès à la base de données, conformément à l'article 7, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019 portant exécution du décret du 26 avril 2019 relatif à une politique intégrée de reconnaissance des compétences acquises, et utilise un instrument EVC déjà développé qui est inclus dans la base de données.
Le Ministre arrête les conditions formelles auxquelles un dossier de demande doit répondre et la manière d'introduction d'un dossier de demande.
Art. 12. Het departement beoordeelt de ontvankelijkheid van de erkenningsaanvraag aan de hand van de volgende criteria:
1° de organisatie is geregistreerd conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie;
2° de erkenningsaanvraag wordt ingediend via het aanvraagformulier, vermeld in artikel 11;
3° de erkenningsaanvraag is volledig en correct ingevuld.
4° in geval van een organisatie die erkende beroepskwalificerende EVC-trajecten wil aanbieden, voldoet de organisatie aan een van de voorwaarden in artikel 11, tweede lid.
Als de erkenningsaanvraag ontvankelijk is, wordt de organisatie daarvan op de hoogte gebracht binnen veertien dagen na de dag van de ontvangst van de aanvraag.
Als de erkenningsaanvraag onontvankelijk is, wordt de organisatie daarvan op de hoogte gebracht binnen veertien dagen na de dag van de ontvangst van de aanvraag. De kennisgeving vermeldt de motivering en de mogelijkheid om een nieuwe erkenningsaanvraag in te dienen of de aanvraag binnen drie maanden aan te vullen. De minister bepaalt de termijn voor het aanvullen van de erkenningsaanvraag.
1° de organisatie is geregistreerd conform artikel 4 van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie;
2° de erkenningsaanvraag wordt ingediend via het aanvraagformulier, vermeld in artikel 11;
3° de erkenningsaanvraag is volledig en correct ingevuld.
4° in geval van een organisatie die erkende beroepskwalificerende EVC-trajecten wil aanbieden, voldoet de organisatie aan een van de voorwaarden in artikel 11, tweede lid.
Als de erkenningsaanvraag ontvankelijk is, wordt de organisatie daarvan op de hoogte gebracht binnen veertien dagen na de dag van de ontvangst van de aanvraag.
Als de erkenningsaanvraag onontvankelijk is, wordt de organisatie daarvan op de hoogte gebracht binnen veertien dagen na de dag van de ontvangst van de aanvraag. De kennisgeving vermeldt de motivering en de mogelijkheid om een nieuwe erkenningsaanvraag in te dienen of de aanvraag binnen drie maanden aan te vullen. De minister bepaalt de termijn voor het aanvullen van de erkenningsaanvraag.
Art. 12. Le département évalue la recevabilité de la demande de reconnaissance sur la base des critères suivants :
1° l'organisation est enregistrée conformément à l'article 4 du décret du 29 mars 2019 relatif au modèle de qualité et d'enregistrement des prestataires de services dans le Domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale ;
2° la demande de reconnaissance est introduite au moyen du formulaire de demande visé à l'article 11 ;
3° la demande de reconnaissance a été dûment et correctement complétée.
4° dans le cas d'une organisation souhaitant offrir ces parcours de qualification professionnelle EVC reconnus, l'organisation remplit l'une des conditions visées à l'article 11, alinéa 2.
Si la demande de reconnaissance est recevable, l'organisation en est notifiée dans les quinze jours de la réception de la demande.
Si la demande de reconnaissance est irrecevable, l'organisation en est notifiée dans les quinze jours de la réception de la demande. La notification mentionne la motivation et la possibilité d'introduire une nouvelle demande de reconnaissance ou de compléter la demande dans un délai de trois mois. Le Ministre définit le délai pour compléter la demande de reconnaissance.
1° l'organisation est enregistrée conformément à l'article 4 du décret du 29 mars 2019 relatif au modèle de qualité et d'enregistrement des prestataires de services dans le Domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale ;
2° la demande de reconnaissance est introduite au moyen du formulaire de demande visé à l'article 11 ;
3° la demande de reconnaissance a été dûment et correctement complétée.
4° dans le cas d'une organisation souhaitant offrir ces parcours de qualification professionnelle EVC reconnus, l'organisation remplit l'une des conditions visées à l'article 11, alinéa 2.
Si la demande de reconnaissance est recevable, l'organisation en est notifiée dans les quinze jours de la réception de la demande.
Si la demande de reconnaissance est irrecevable, l'organisation en est notifiée dans les quinze jours de la réception de la demande. La notification mentionne la motivation et la possibilité d'introduire une nouvelle demande de reconnaissance ou de compléter la demande dans un délai de trois mois. Le Ministre définit le délai pour compléter la demande de reconnaissance.
Art. 13. Het departement stuurt een ontvankelijk aanvraagdossier door naar het erkenningsteam voor inhoudelijk onderzoek.
De minister bepaalt de samenstelling van het erkenningsteam.
De minister bepaalt de samenstelling van het erkenningsteam.
Art. 13. Le département transmet un dossier de demande recevable à l'équipe de reconnaissance pour une enquête de fond.
Le Ministre définit la composition de l'équipe de reconnaissance.
Le Ministre définit la composition de l'équipe de reconnaissance.
Art. 14. Het erkenningsteam voert het inhoudelijk onderzoek uit binnen veertig dagen vanaf de dag van ontvangst van de kennisgeving, vermeld in artikel 12, tweede lid.
Het erkenningsteam beoordeelt de erkenningsaanvraag volgens de kwaliteitsgebieden van het kwaliteitskader, vermeld in artikel 7 van het decreet van 26 april 2019.
Het erkenningsteam controleert of het beroepskwalificerend traject gebaseerd is op de laatste versie van de overeenstemmende [1 beroepskwalificatie of deelkwalificatie]1en in het geval van een EVC-traject op de overeenstemmende EVC-standaard.
Als de organisatie gebruikmaakt van een eigen ontwikkeld EVC-instrument, toetst AHOVOKS het EVC-instrument aan de EVC-standaard. In dit geval wordt de termijn, vermeld in het eerste lid, verlengd met vijfenveertig dagen.
Het erkenningsteam kan een beroep doen op deskundigen en technici.
Het erkenningsteam beoordeelt de erkenningsaanvraag volgens de kwaliteitsgebieden van het kwaliteitskader, vermeld in artikel 7 van het decreet van 26 april 2019.
Het erkenningsteam controleert of het beroepskwalificerend traject gebaseerd is op de laatste versie van de overeenstemmende [1 beroepskwalificatie of deelkwalificatie]1en in het geval van een EVC-traject op de overeenstemmende EVC-standaard.
Als de organisatie gebruikmaakt van een eigen ontwikkeld EVC-instrument, toetst AHOVOKS het EVC-instrument aan de EVC-standaard. In dit geval wordt de termijn, vermeld in het eerste lid, verlengd met vijfenveertig dagen.
Het erkenningsteam kan een beroep doen op deskundigen en technici.
Art. 14. L'équipe de reconnaissance procède à l'enquête de fond dans les quarante jours suivant la date de réception de la notification visée à l'article 12, alinéa 2.
L'équipe de reconnaissance évalue la demande de reconnaissance sur la base des domaines de qualité du cadre de qualité visés à l'article 7 du décret du 26 avril 2019.
L'équipe de reconnaissance vérifie si le parcours de [1 qualification professionnelle ou qualification partielle]1 est basé sur la dernière version de la [1 qualification professionnelle ou qualification partielle]1 correspondante et, dans le cas d'un parcours EVC, sur la norme EVC correspondante.
Si l'organisation utilise son propre instrument EVC, AHOVOKS confronte l'instrument EVC à la norme EVC. Dans ce cas, le délai visé à l'alinéa 1er est prolongé de quarante-cinq jours.
L'équipe de reconnaissance peut faire appel à des experts et des techniciens.
L'équipe de reconnaissance évalue la demande de reconnaissance sur la base des domaines de qualité du cadre de qualité visés à l'article 7 du décret du 26 avril 2019.
L'équipe de reconnaissance vérifie si le parcours de [1 qualification professionnelle ou qualification partielle]1 est basé sur la dernière version de la [1 qualification professionnelle ou qualification partielle]1 correspondante et, dans le cas d'un parcours EVC, sur la norme EVC correspondante.
Si l'organisation utilise son propre instrument EVC, AHOVOKS confronte l'instrument EVC à la norme EVC. Dans ce cas, le délai visé à l'alinéa 1er est prolongé de quarante-cinq jours.
L'équipe de reconnaissance peut faire appel à des experts et des techniciens.
Wijzigingen
Art. 15. Het erkenningsteam bezorgt een gezamenlijk verslag van zijn beoordeling aan de Erkenningscommissie.
Art. 15. L'équipe de reconnaissance soumet un rapport conjoint de son évaluation à la Commission de reconnaissance.
Afdeling 2. [1 Beslissingen van de Erkenningscommissie ]1
Section 2. [1 Décisions de la Commission de reconnaissance ]1
Art. 16. Binnen dertig dagen nadat ze het verslag heeft ontvangen, beslist de Erkenningscommissie of ze de erkenningsaanvraag goedkeurt of weigert.
De Erkenningscommissie brengt de organisatie op de hoogte van haar beslissing binnen veertien dagen vanaf de beslissing, vermeld in het eerste lid.
De Erkenningscommissie brengt de organisatie op de hoogte van haar beslissing binnen veertien dagen vanaf de beslissing, vermeld in het eerste lid.
Art. 16. Dans les trente jours suivant la réception du rapport, la Commission de reconnaissance décide d'approuver ou de refuser la demande de reconnaissance.
La Commission de reconnaissance informe l'organisation de sa décision dans les quinze jours suivant la décision visée à l'alinéa 1er.
La Commission de reconnaissance informe l'organisation de sa décision dans les quinze jours suivant la décision visée à l'alinéa 1er.
Art. 17. Vanaf het moment dat een beroepskwalificerend traject is erkend, kan de organisatie starten met het inrichten van het beroepskwalificerend traject en het uitreiken van bewijzen van [1 beroepskwalificaties of deelkwalificaties]1.
De organisatie brengt het departement binnen dertig dagen vanaf de start van het beroepskwalificerend traject op de hoogte van de start van het beroepskwalificerend traject.
De organisatie brengt het departement binnen dertig dagen vanaf de start van het beroepskwalificerend traject op de hoogte van de start van het beroepskwalificerend traject.
Art. 17. Dès qu'un parcours de [1 qualifications professionnelles ou qualifications partielles ]1est reconnu, l'organisation peut commencer à mettre en place le parcours de [1 qualifications professionnelles ou qualifications partielles ]1 et délivrer des certifications de [1 qualifications professionnelles ou qualifications partielles ]1.
L'organisation informe le département du début du parcours de qualification professionnelle dans les trente jours à partir du début du parcours de qualification professionnelle.
L'organisation informe le département du début du parcours de qualification professionnelle dans les trente jours à partir du début du parcours de qualification professionnelle.
Wijzigingen
Art. 18. Als het beroepskwalificerend traject waarvan de erkenning is goedgekeurd, niet wordt opgestart binnen twaalf maanden vanaf de erkenning, vervalt de erkenning.
Art. 18. Si le parcours de qualification professionnelle pour lequel la reconnaissance a été approuvée n'est pas mis en place dans les douze mois suivant la reconnaissance, la reconnaissance échoit.
Art. 19. Het beroepskwalificerend traject waarvoor een erkenningsaanvraag ingediend wordt, is altijd gebaseerd op de laatste versie van de overeenstemmende [1 beroepskwalificatie of deelkwalificatie]1 en in het geval van een EVC-traject op de overeenstemmende EVC-standaard.
Art. 19. Le parcours de [1 qualification professionnelle ou qualification partielle]1 pour lequel une demande de reconnaissance est introduite est toujours basé sur la dernière version de la [1 qualification professionnelle ou qualification partielle]1 correspondante et, dans le cas d'un parcours EVC, sur la norme EVC correspondante.
Wijzigingen
Art.19/1. [1 In al de volgende gevallen kan de Erkenningscommissie de erkenning van een beroepskwalificerend traject dat wordt aangeboden door een organisatie intrekken:
1° de organisatie leeft de bepalingen van dit besluit niet na;
2° de zaakvoerder, exploitant of verantwoordelijke van de organisatie of de aangestelden of lasthebbers ervan verhinderen het kwaliteitstoezicht, vermeld in artikel 20;
3° de organisatie heeft haar erkenning verkregen op basis van valse, onvolledige of onjuiste verklaringen;
4° de organisatie heeft de inlichtingen vervalst die ze ter uitvoering van de bepalingen van dit besluit moet leveren;
5° de organisatie heeft haar activiteiten stopgezet;
6° de organisatie vraagt om haar erkenning in te trekken;
7° de organisatie komt de verplichtingen, vermeld in artikel 28, eerste en tweede lid, of artikel 30, eerste lid, niet na. ]1
1° de organisatie leeft de bepalingen van dit besluit niet na;
2° de zaakvoerder, exploitant of verantwoordelijke van de organisatie of de aangestelden of lasthebbers ervan verhinderen het kwaliteitstoezicht, vermeld in artikel 20;
3° de organisatie heeft haar erkenning verkregen op basis van valse, onvolledige of onjuiste verklaringen;
4° de organisatie heeft de inlichtingen vervalst die ze ter uitvoering van de bepalingen van dit besluit moet leveren;
5° de organisatie heeft haar activiteiten stopgezet;
6° de organisatie vraagt om haar erkenning in te trekken;
7° de organisatie komt de verplichtingen, vermeld in artikel 28, eerste en tweede lid, of artikel 30, eerste lid, niet na. ]1
Art.19/1. [1 . Dans tous les cas suivants, la Commission de reconnaissance peut retirer la reconnaissance d'un parcours de qualification professionnelle proposée par une organisation :
1° l'organisation ne respecte pas les dispositions du présent arrêté ;
2° le gérant, l'exploitant ou le responsable de l'organisation ou ses préposés ou mandataires empêchent le contrôle de la qualité, visé à l'article 20 ;
3° l'organisation a obtenu sa reconnaissance sur la base de déclarations fausses, incomplètes ou inexactes ;
4° l'organisation a falsifié les informations qu'elle est tenue de fournir en exécution des dispositions du présent arrêté ;
5° l'organisation a cessé ses activités ;
6° l'organisation demande de retirer sa reconnaissance ;
7° l'organisation ne respecte pas les obligations visées à l'article 28, alinéas 1er et 2, ou à l'article 30, alinéa 1er. ]1
1° l'organisation ne respecte pas les dispositions du présent arrêté ;
2° le gérant, l'exploitant ou le responsable de l'organisation ou ses préposés ou mandataires empêchent le contrôle de la qualité, visé à l'article 20 ;
3° l'organisation a obtenu sa reconnaissance sur la base de déclarations fausses, incomplètes ou inexactes ;
4° l'organisation a falsifié les informations qu'elle est tenue de fournir en exécution des dispositions du présent arrêté ;
5° l'organisation a cessé ses activités ;
6° l'organisation demande de retirer sa reconnaissance ;
7° l'organisation ne respecte pas les obligations visées à l'article 28, alinéas 1er et 2, ou à l'article 30, alinéa 1er. ]1
HOOFDSTUK 4. - Kwaliteitstoezicht ter plaatse op erkende beroepskwalificerende trajecten
CHAPITRE 4. - Surveillance de la qualité sur place des parcours de qualification professionnelle reconnus
Afdeling 1. - Kwaliteitstoezicht ter plaatse
Section 1re. - Surveillance de la qualité sur place
Art. 20. Het kwaliteitstoezicht ter plaatse wordt uitgevoerd door een team van toezichthouders.
De minister bepaalt de samenstelling van het team van toezichthouders.
De minister bepaalt de samenstelling van het team van toezichthouders.
Art. 20. La surveillance de la qualité sur place est effectuée par une équipe de surveillants.
Le Ministre définit la composition de l'équipe de surveillants.
Le Ministre définit la composition de l'équipe de surveillants.
Art. 21. Het team van toezichthouders beoordeelt ter plaatse de naleving van de kwaliteitsgebieden van het kwaliteitskader, vermeld in artikel 7 van het decreet van 26 april 2019. De organisatie verstrekt daarvoor aan de toezichthouders de inlichtingen of de stukken die door hen gevraagd worden.
Art. 21. L'équipe de surveillants évalue sur place le respect des domaines de qualité du cadre de qualité visés à l'article 7 du décret du 26 avril 2019. A cet effet, l'organisation fournit aux surveillants les informations ou les documents qu'ils demandent.
Art. 22. Het team van toezichthouders brengt de Erkenningscommissie binnen zestig dagen na het toezicht ter plaatse op de hoogte via een gezamenlijk verslag.
De onderwijsinspectie heeft gedurende drie jaar vanaf het eerste toezicht ter plaatse de mogelijkheid om elk toezicht ter plaatse bij te wonen en treedt in die omstandigheid op als volwaardig lid van het team van toezichthouders.
De onderwijsinspectie en het departement sluiten een samenwerkingsovereenkomst over de modaliteiten waaronder de onderwijsinspectie het toezicht ter plaatse kan deelnemen. Het departement maakt de samenwerkingsovereenkomst via mededeling aan de Vlaamse Regering bekend.
AHOVOKS kan gedurende de termijn in het tweede lid experts uit het hoger onderwijs aanstellen om het toezicht ter plaatse op beroepskwalificerende trajecten van niveau 5 tot en met 8 bij te wonen. In voorkomend geval treden de door AHOVOKS aangestelde experts op als volwaardig lid van het team van toezichthouders.
Het team van toezichthouders kan een beroep doen op deskundigen en technici.
De onderwijsinspectie heeft gedurende drie jaar vanaf het eerste toezicht ter plaatse de mogelijkheid om elk toezicht ter plaatse bij te wonen en treedt in die omstandigheid op als volwaardig lid van het team van toezichthouders.
De onderwijsinspectie en het departement sluiten een samenwerkingsovereenkomst over de modaliteiten waaronder de onderwijsinspectie het toezicht ter plaatse kan deelnemen. Het departement maakt de samenwerkingsovereenkomst via mededeling aan de Vlaamse Regering bekend.
AHOVOKS kan gedurende de termijn in het tweede lid experts uit het hoger onderwijs aanstellen om het toezicht ter plaatse op beroepskwalificerende trajecten van niveau 5 tot en met 8 bij te wonen. In voorkomend geval treden de door AHOVOKS aangestelde experts op als volwaardig lid van het team van toezichthouders.
Het team van toezichthouders kan een beroep doen op deskundigen en technici.
Art. 22. L'équipe des surveillants informe la Commission de reconnaissance au moyen d'un rapport conjoint dans les soixante jours suivant la surveillance sur place.
Pendant trois ans à compter de la première surveillance sur place, l'Inspection de l'Enseignement a la possibilité d'assister à toute surveillance sur place et, dans ce cas, agit comme membre à part entière de l'équipe des surveillants.
L'Inspection de l'Enseignement et le département concluent un accord de coopération sur les modalités selon lesquelles l'Inspection de l'Enseignement peut participer à la surveillance sur place. Le département annonce l'accord de coopération par le biais d'une communication au Gouvernement flamand.
AHOVOKS peut, pendant le délai visé à l'alinéa 2, désigner des experts de l'enseignement supérieur pour assister à la surveillance sur place des parcours de qualification professionnelle des niveaux 5 à 8. Le cas échéant, les experts désignés par AHOVOKS agissent en tant que membres à part entière de l'équipe de surveillants.
L'équipe de surveillants peut faire appel à des experts et des techniciens.
Pendant trois ans à compter de la première surveillance sur place, l'Inspection de l'Enseignement a la possibilité d'assister à toute surveillance sur place et, dans ce cas, agit comme membre à part entière de l'équipe des surveillants.
L'Inspection de l'Enseignement et le département concluent un accord de coopération sur les modalités selon lesquelles l'Inspection de l'Enseignement peut participer à la surveillance sur place. Le département annonce l'accord de coopération par le biais d'une communication au Gouvernement flamand.
AHOVOKS peut, pendant le délai visé à l'alinéa 2, désigner des experts de l'enseignement supérieur pour assister à la surveillance sur place des parcours de qualification professionnelle des niveaux 5 à 8. Le cas échéant, les experts désignés par AHOVOKS agissent en tant que membres à part entière de l'équipe de surveillants.
L'équipe de surveillants peut faire appel à des experts et des techniciens.
Afdeling 2. - Beslissingen naar aanleiding van het kwaliteitstoezicht ter plaatse
Section 2. - Décisions découlant de la surveillance de la qualité sur place
Art. 23. Binnen dertig dagen na de dag van de ontvangst van het gezamenlijk verslag beslist de Erkenningscommissie of ze de erkenning voortzet of intrekt.
In afwijking van het eerste lid kan de Erkenningscommissie beslissen dat remediëring mogelijk is. In voorkomend geval stelt de Erkenningscommissie de organisatie voorwaarden en een termijn voor remediëring. Als de Erkenningscommissie na afloop van de termijn oordeelt dat er niet is voldaan aan de voorwaarden, trekt ze de erkenning in.
De Erkenningscommissie brengt de organisatie binnen veertien dagen vanaf de beslissing, vermeld in het eerste lid, op de hoogte van haar beslissing en in voorkomend geval van de datum van de intrekking.
In afwijking van het eerste lid kan de Erkenningscommissie beslissen dat remediëring mogelijk is. In voorkomend geval stelt de Erkenningscommissie de organisatie voorwaarden en een termijn voor remediëring. Als de Erkenningscommissie na afloop van de termijn oordeelt dat er niet is voldaan aan de voorwaarden, trekt ze de erkenning in.
De Erkenningscommissie brengt de organisatie binnen veertien dagen vanaf de beslissing, vermeld in het eerste lid, op de hoogte van haar beslissing en in voorkomend geval van de datum van de intrekking.
Art. 23. Dans les trente jours suivant la réception du rapport conjoint, la Commission de reconnaissance décide si elle prolonge ou retire la reconnaissance.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la Commission de reconnaissance peut décider qu'une remédiation est possible. Le cas échéant, la Commission de reconnaissance impose à l'organisation des conditions et un délai pour la remédiation. Si, à l'expiration du délai, la Commission de reconnaissance estime qu'il n'est plus satisfait aux conditions, elle retire la reconnaissance.
La Commission de reconnaissance informe l'organisation dans les quinze jours suivant la décision visée à l'alinéa 1er, de sa décision et, le cas échéant, de la date du retrait.
Par dérogation à l'alinéa 1er, la Commission de reconnaissance peut décider qu'une remédiation est possible. Le cas échéant, la Commission de reconnaissance impose à l'organisation des conditions et un délai pour la remédiation. Si, à l'expiration du délai, la Commission de reconnaissance estime qu'il n'est plus satisfait aux conditions, elle retire la reconnaissance.
La Commission de reconnaissance informe l'organisation dans les quinze jours suivant la décision visée à l'alinéa 1er, de sa décision et, le cas échéant, de la date du retrait.
HOOFDSTUK 5. - Beroepsprocedure
CHAPITRE 5. - Procédure de recours
Art. 25. Als de organisatie die een erkend beroepskwalificerend traject aanbiedt of wil aanbieden, een beslissing van de Erkenningscommissie of een beslissing van het departement als vermeld in artikel 12, eerste lid, betwist, kan ze met een aangetekende brief en op gemotiveerde wijze beroep instellen bij de Beroepscommissie. Het beroep heeft geen schorsende werking.
Art. 25. Si l'organisation proposant ou souhaitant proposer un parcours de qualification professionnelle reconnu conteste une décision de la Commission de reconnaissance ou une décision du département, tel que visé à l'article 12, alinéa 1er, elle peut introduire un recours auprès de la Commission de recours de manière motivée par lettre recommandée. Le recours n'a pas d'effet suspensif.
Art. 26. De Beroepscommissie doet onderzoek en hoort zowel de organisatie als de Erkenningscommissie of het departement voor ze een beslissing neemt.
De Beroepscommissie beslist binnen zestig dagen nadat ze het beroep heeft ontvangen.
De Beroepscommissie brengt de organisatie en de Erkenningscommissie of het departement binnen veertien dagen vanaf de beslissing, vermeld in het tweede lid, op de hoogte van haar beslissing.
De Beroepscommissie beslist binnen zestig dagen nadat ze het beroep heeft ontvangen.
De Beroepscommissie brengt de organisatie en de Erkenningscommissie of het departement binnen veertien dagen vanaf de beslissing, vermeld in het tweede lid, op de hoogte van haar beslissing.
Art. 26. La Commission de recours procède à l'examen et entend à la fois l'organisation et la Commission de reconnaissance ou le département avant de prendre une décision.
La Commission de recours statue dans les soixante jours suivant la réception du recours.
La Commission de recours informe l'organisation et la Commission de reconnaissance ou le département de sa décision dans les quinze jours suivant la décision visée à l'alinéa 2.
La Commission de recours statue dans les soixante jours suivant la réception du recours.
La Commission de recours informe l'organisation et la Commission de reconnaissance ou le département de sa décision dans les quinze jours suivant la décision visée à l'alinéa 2.
HOOFDSTUK 6. - Coördinatie van het toezicht
CHAPITRE 6. - Coordination de la surveillance
Art. 27. Het departement coördineert het proces van het kwaliteitstoezicht. Het departement:
1° centraliseert de erkenningsaanvragen, wijst de aanvragen toe aan het erkenningsteam en stelt het team van toezichthouders aan, in samenspraak met de VDAB [1 ...]1;
2° verzamelt de erkenningsbeslissingen van de erkenningscommissie en geeft ze door aan het register, vermeld in artikel 5, § 2, tweede lid, van het decreet van 26 april 2019;
3° bepaalt welke beroepskwalificerende trajecten op welk moment aan een kwaliteitstoezicht worden onderworpen, in samenspraak met de VDAB [1 ...]1 en gedurende de termijn, vermeld in artikel 22, tweede lid, de onderwijsinspectie;
4° monitort het proces en de procedure van kwaliteitstoezicht;
5° monitort het aantal lerenden of EVC-kandidaten die al dan niet een traject succesvol hebben doorlopen om een [2 beroepskwalificatie of deelkwalificatie]2 te verwerven;
6° verleent informatie over alle aspecten van het proces van kwaliteitstoezicht.
1° centraliseert de erkenningsaanvragen, wijst de aanvragen toe aan het erkenningsteam en stelt het team van toezichthouders aan, in samenspraak met de VDAB [1 ...]1;
2° verzamelt de erkenningsbeslissingen van de erkenningscommissie en geeft ze door aan het register, vermeld in artikel 5, § 2, tweede lid, van het decreet van 26 april 2019;
3° bepaalt welke beroepskwalificerende trajecten op welk moment aan een kwaliteitstoezicht worden onderworpen, in samenspraak met de VDAB [1 ...]1 en gedurende de termijn, vermeld in artikel 22, tweede lid, de onderwijsinspectie;
4° monitort het proces en de procedure van kwaliteitstoezicht;
5° monitort het aantal lerenden of EVC-kandidaten die al dan niet een traject succesvol hebben doorlopen om een [2 beroepskwalificatie of deelkwalificatie]2 te verwerven;
6° verleent informatie over alle aspecten van het proces van kwaliteitstoezicht.
Art. 27. Le département coordonne le processus de surveillance de la qualité. Le département :
1° centralise les demandes de reconnaissance, attribue les demandes à l'équipe de reconnaissance et nomme l'équipe des surveillants, en concertation avec le VDAB [1 ...]1 ;
2° rassemble les décisions de reconnaissance de la Commission de reconnaissance et les transmet au registre visé à l'article 5, § 2, alinéa 2, du décret du 26 avril 2019 ;
3° détermine, en concertation avec le VDAB [1 ...]1 et, pendant le délai visé à l'article 22, alinéa 2, l'Inspection de l'Enseignement, quels parcours de qualification professionnelle seront soumis à une surveillance de la qualité et à quel moment ;
4° suit le processus et la procédure de surveillance de la qualité ;
5° suit le nombre d'apprenants ou de candidats EVC ayant suivi avec succès ou non un parcours pour acquérir une [2 qualification professionnelle ou qualification partielle]2 ;
6° fournit des informations sur tous les aspects du processus de surveillance de la qualité.
1° centralise les demandes de reconnaissance, attribue les demandes à l'équipe de reconnaissance et nomme l'équipe des surveillants, en concertation avec le VDAB [1 ...]1 ;
2° rassemble les décisions de reconnaissance de la Commission de reconnaissance et les transmet au registre visé à l'article 5, § 2, alinéa 2, du décret du 26 avril 2019 ;
3° détermine, en concertation avec le VDAB [1 ...]1 et, pendant le délai visé à l'article 22, alinéa 2, l'Inspection de l'Enseignement, quels parcours de qualification professionnelle seront soumis à une surveillance de la qualité et à quel moment ;
4° suit le processus et la procédure de surveillance de la qualité ;
5° suit le nombre d'apprenants ou de candidats EVC ayant suivi avec succès ou non un parcours pour acquérir une [2 qualification professionnelle ou qualification partielle]2 ;
6° fournit des informations sur tous les aspects du processus de surveillance de la qualité.
Art. 28. [1 In het kader van de monitoring, vermeld in artikel 27, 5°, bezorgt de organisatie voor het einde van de maand januari per erkend beroepskwalificerend traject de volgende gegevens die betrekking hebben op het voorgaande kalenderjaar aan het departement:
1° de voor- en achternaam en het rijksregisternummer van de lerende;
2° de begindatum van het beroepskwalificerend traject;
3° de beroepskwalificatie, deelkwalificatie of competenties die de lerende heeft behaald of de vermelding dat de lerende geen beroeps- of deelkwalificatie of competenties heeft behaald]1.
[1 In het kader van beleidsmatige evaluatie van beroepskwalificerende trajecten kan het departement bijkomende gegevens, die geen persoonsgegevens zijn, opvragen. De organisatie bezorgt de voormelde gegevens aan het departement binnen dertig dagen nadat ze de voormelde vraag heeft ontvangen.]1
De organisatie is in het geval, vermeld in het eerste lid, de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
De organisatie bewaart de gegevens, vermeld in het eerste lid, slechts zo lang als nodig voor de monitoring en met een maximum termijn van 15 jaar.
1° de voor- en achternaam en het rijksregisternummer van de lerende;
2° de begindatum van het beroepskwalificerend traject;
3° de beroepskwalificatie, deelkwalificatie of competenties die de lerende heeft behaald of de vermelding dat de lerende geen beroeps- of deelkwalificatie of competenties heeft behaald]1.
[1 In het kader van beleidsmatige evaluatie van beroepskwalificerende trajecten kan het departement bijkomende gegevens, die geen persoonsgegevens zijn, opvragen. De organisatie bezorgt de voormelde gegevens aan het departement binnen dertig dagen nadat ze de voormelde vraag heeft ontvangen.]1
De organisatie is in het geval, vermeld in het eerste lid, de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
De organisatie bewaart de gegevens, vermeld in het eerste lid, slechts zo lang als nodig voor de monitoring en met een maximum termijn van 15 jaar.
Art. 28. [1 Dans le cadre du suivi, visé à l'article 27, 5°, l'organisation transmet au département, avant la fin du mois de janvier, par parcours de qualification professionnelle reconnu les données suivantes, qui ont trait à l'année calendaire précédente :
1° les prénom et nom et le numéro de registre national de l'apprenant ;
2° la date de début du parcours de qualification professionnelle ;
3° la qualification professionnelle, la qualification partielle ou les compétences obtenues par l'apprenant, ou la mention que l'apprenant n'a pas obtenu de qualification professionnelle ou partielle ou de compétences]1.
[1 Dans le cadre de l'évaluation politique de parcours de qualification professionnelle, le département peut demander des données supplémentaires, qui ne sont pas de données à caractère personnel. L'organisation transmet les données précitées au département dans les trente jours après avoir reçu la demande précitée. ]1
Dans le cas visé à l'alinéa 1er, l'organisation est le responsable du traitement visé à l'article 4, 7) du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
L'organisation ne conserve les données visées à l'alinéa 1er que le temps nécessaire pour le suivi et pour une période maximale de 15 ans.
1° les prénom et nom et le numéro de registre national de l'apprenant ;
2° la date de début du parcours de qualification professionnelle ;
3° la qualification professionnelle, la qualification partielle ou les compétences obtenues par l'apprenant, ou la mention que l'apprenant n'a pas obtenu de qualification professionnelle ou partielle ou de compétences]1.
[1 Dans le cadre de l'évaluation politique de parcours de qualification professionnelle, le département peut demander des données supplémentaires, qui ne sont pas de données à caractère personnel. L'organisation transmet les données précitées au département dans les trente jours après avoir reçu la demande précitée. ]1
Dans le cas visé à l'alinéa 1er, l'organisation est le responsable du traitement visé à l'article 4, 7) du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
L'organisation ne conserve les données visées à l'alinéa 1er que le temps nécessaire pour le suivi et pour une période maximale de 15 ans.
Wijzigingen
HOOFDSTUK 7. - Modellen
CHAPITRE 7. - Modèles
Art. 29. Het uitreiken van bewijzen van [1 beroepskwalificatie of deelkwalificatie]1 door de organisatie, vermeld in artikel 5, § 3, van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties, gebeurt via modellen die dienen te voldoen aan de criteria zoals vermeld in hoofdstuk 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019 betreffende de uitvoering van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties.
Art. 29. La délivrance par l'organisation de [1 qualification professionnelle ou qualification partielle]1 visées à l'article 5, § 3 du décret du 26 avril 2019 relatif à une politique intégrée de reconnaissance des compétences acquises, s'effectue sur la base des modèles qui doivent répondre aux critères tels que visés au chapitre 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019 portant exécution du décret du 26 avril 2019 relatif à une politique intégrée de reconnaissance des compétences acquises.
Wijzigingen
HOOFDSTUK 7. - Nadere modaliteiten voor het uitreiken van de bewijzen van beroepskwalificaties, deelkwalificaties en competenties
CHAPITRE 7. - Modalités de la délivrance de certifications professionnelles, de qualifications partielles et de compétences
Art. 30. De bewijzen worden uiterlijk uitgereikt [1 en geregistreerd in de databank, vermeld in artikel 31/1, eerste lid,]1 twee maanden nadat het beroepskwalificerend traject beëindigd is.
Een bewijs van deelkwalificatie en een bewijs van competenties kunnen tijdens een traject worden uitgereikt aan de lerende die ervoor in aanmerking komt, als de lerende erom vraagt.
Een bewijs van deelkwalificatie en een bewijs van competenties kunnen tijdens een traject worden uitgereikt aan de lerende die ervoor in aanmerking komt, als de lerende erom vraagt.
Art. 30. Les certifications sont délivrées [1 et enregistrées dans la base de données, visée à l'article 31/1, alinéa 1er,]1 au plus tard deux mois après la fin du parcours de qualification professionnelle.
Une certification de qualification partielle et une certification de compétences peuvent être délivrées au cours d'un parcours à l'apprenant qui en est éligible, si l'apprenant le demande.
Une certification de qualification partielle et une certification de compétences peuvent être délivrées au cours d'un parcours à l'apprenant qui en est éligible, si l'apprenant le demande.
Wijzigingen
Art. 31. De organisatie registreert de volgende gegevens om een bewijs van beroepskwalificatie, bewijs van deelkwalificatie of bewijs van competenties uit te reiken aan de lerende:
1° de voor- en achternaam en het rijksregisternummer van de lerende;
2° de [1 beroepskwalificatie of deelkwalificatie]1 die is beoordeeld;
3° het resultaat van de beoordeling;
4° een overzicht van de bewezen competenties;
5° de beslissing om een bewijs van beroepskwalificatie, bewijs van deelkwalificatie of bewijs van competenties uit te reiken;
6° de datum van de beoordeling.
De organisatie is in het geval, vermeld in het eerste lid, de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
De organisatie bewaart de gegevens, vermeld in het eerste lid, tot een jaar na de betekening van de beslissing om een bewijs van beroepskwalificatie, bewijs van deelkwalificatie of bewijs van competenties uit te reiken.
1° de voor- en achternaam en het rijksregisternummer van de lerende;
2° de [1 beroepskwalificatie of deelkwalificatie]1 die is beoordeeld;
3° het resultaat van de beoordeling;
4° een overzicht van de bewezen competenties;
5° de beslissing om een bewijs van beroepskwalificatie, bewijs van deelkwalificatie of bewijs van competenties uit te reiken;
6° de datum van de beoordeling.
De organisatie is in het geval, vermeld in het eerste lid, de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
De organisatie bewaart de gegevens, vermeld in het eerste lid, tot een jaar na de betekening van de beslissing om een bewijs van beroepskwalificatie, bewijs van deelkwalificatie of bewijs van competenties uit te reiken.
Art. 31. L'organisation enregistre les données suivantes afin de fournir à l'apprenant une certification professionnelle, une certification de qualification partielle ou une certification de compétences :
1° les prénom et nom et le numéro de registre national de l'apprenant ;
2° la [1 qualification professionnelle ou qualification partielle]1 qui a été évaluée ;
3° le résultat de l'évaluation ;
4° un aperçu des compétences prouvées ;
5° la décision de délivrer une certification professionnelle, une certification de qualification partielle ou une certification de compétences ;
6° la date de l'évaluation.
Dans le cas visé à l'alinéa 1er, l'organisation est le responsable du traitement visé à l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
L'organisation conserve les données visées à l'alinéa 1er pendant un an après la notification de la décision de délivrer une certification professionnelle, une certification de qualification partielle ou une certification de compétences.
1° les prénom et nom et le numéro de registre national de l'apprenant ;
2° la [1 qualification professionnelle ou qualification partielle]1 qui a été évaluée ;
3° le résultat de l'évaluation ;
4° un aperçu des compétences prouvées ;
5° la décision de délivrer une certification professionnelle, une certification de qualification partielle ou une certification de compétences ;
6° la date de l'évaluation.
Dans le cas visé à l'alinéa 1er, l'organisation est le responsable du traitement visé à l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
L'organisation conserve les données visées à l'alinéa 1er pendant un an après la notification de la décision de délivrer une certification professionnelle, une certification de qualification partielle ou une certification de compétences.
Wijzigingen
Art.31/1.[1 In dit artikel wordt verstaan onder leer- en ervaringsbewijzendatabank: de leer- en ervaringsbewijzendatabank, vermeld in artikel 20 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur.
[2 De organisatie registreert de volgende gegevens in de leer- en ervaringsbewijzendatabank:
1° het rijksregisternummer van de lerende die een bewijs van beroepskwalificatie, een bewijs van deelkwalificatie of een bewijs van competenties heeft verworven;
2° de naam van het bewijs van beroepskwalificatie, deelkwalificatie of competenties;
3° de datum waarop het bewijs is uitgereikt aan de lerende]2.
[2 ...]2
De uitwisselingen van persoonsgegevens met de leer- en ervaringsbewijzendatabank vindt plaats met tussenkomst van de Vlaamse dienstenintegrator, vermeld in artikel 3 van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator.
Het departement is in het geval, vermeld in het tweede lid, de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
Het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de leer- en ervaringsbewijzendatabank.
Het departement bewaart de gegevens, vermeld in het tweede lid, in het kader van de registratie van de bewijzen van beroepskwalificatie, deelkwalificatie en competenties in de leer- en ervaringsbewijzendatabank bij de leer- en ervaringsbewijzendatabank gedurende het leven van de lerende.]1
[2 De organisatie registreert de volgende gegevens in de leer- en ervaringsbewijzendatabank:
1° het rijksregisternummer van de lerende die een bewijs van beroepskwalificatie, een bewijs van deelkwalificatie of een bewijs van competenties heeft verworven;
2° de naam van het bewijs van beroepskwalificatie, deelkwalificatie of competenties;
3° de datum waarop het bewijs is uitgereikt aan de lerende]2.
[2 ...]2
De uitwisselingen van persoonsgegevens met de leer- en ervaringsbewijzendatabank vindt plaats met tussenkomst van de Vlaamse dienstenintegrator, vermeld in artikel 3 van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator.
Het departement is in het geval, vermeld in het tweede lid, de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
Het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, is de verwerkingsverantwoordelijke voor het beheer van de leer- en ervaringsbewijzendatabank.
Het departement bewaart de gegevens, vermeld in het tweede lid, in het kader van de registratie van de bewijzen van beroepskwalificatie, deelkwalificatie en competenties in de leer- en ervaringsbewijzendatabank bij de leer- en ervaringsbewijzendatabank gedurende het leven van de lerende.]1
Art.31/1.[1 Dans le présent article, on entend par base de données de titres d'apprentissage et de compétence professionnelle : la base de données de titres d'apprentissage et de compétence professionnelle, visée à l'article 20 du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications.
[2 L'organisation enregistre les données suivantes dans la base de données de titres d'apprentissage et de compétence professionnelle :
1° le numéro de registre national de l'apprenant qui a acquis une certification professionnelle, une certification de qualification partielle ou une certification de compétences ;
2° le nom de la certification professionnelle, de la certification partielle ou de la certification de compétences ;
3° la date de délivrance de la certification à l'apprenant]2.
[2 ...]2
Les échanges de données à caractère personnel avec la base de données de titres d'apprentissage et de compétence professionnelle ont lieu avec l'intervention de l'Intégrateur de services flamand, visé à l'article 3 du décret du 13 juillet 2012 portant création et organisation d'un intégrateur de services flamand.
Dans le cas visé à l'alinéa deux, le département est le responsable du traitement visé à l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
L'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes, créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009 portant création de l'agence autonomisée interne " Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen ", est le responsable du traitement pour la gestion de la base de données de titres d'apprentissage et de compétence professionnelle.
Le département conserve les données visées à l'alinéa deux, dans le cadre de l'enregistrement des certifications de qualification professionnelle, de qualification partielle et de compétences dans la base de données de titres d'apprentissage et de compétence professionnelle, pendant la vie de l'apprenant.]1
[2 L'organisation enregistre les données suivantes dans la base de données de titres d'apprentissage et de compétence professionnelle :
1° le numéro de registre national de l'apprenant qui a acquis une certification professionnelle, une certification de qualification partielle ou une certification de compétences ;
2° le nom de la certification professionnelle, de la certification partielle ou de la certification de compétences ;
3° la date de délivrance de la certification à l'apprenant]2.
[2 ...]2
Les échanges de données à caractère personnel avec la base de données de titres d'apprentissage et de compétence professionnelle ont lieu avec l'intervention de l'Intégrateur de services flamand, visé à l'article 3 du décret du 13 juillet 2012 portant création et organisation d'un intégrateur de services flamand.
Dans le cas visé à l'alinéa deux, le département est le responsable du traitement visé à l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
L'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes, créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009 portant création de l'agence autonomisée interne " Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen ", est le responsable du traitement pour la gestion de la base de données de titres d'apprentissage et de compétence professionnelle.
Le département conserve les données visées à l'alinéa deux, dans le cadre de l'enregistrement des certifications de qualification professionnelle, de qualification partielle et de compétences dans la base de données de titres d'apprentissage et de compétence professionnelle, pendant la vie de l'apprenant.]1
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Art. 32. De volgende regelingen worden opgeheven:
1° het ministerieel besluit van 11 juni 2007 tot bepaling van de standaard voor de titel van heftruckchauffeur, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 20 juli 2011;
2° het ministerieel besluit van 11 juni 2007 tot bepaling van de standaard voor de titel van reachtruckchauffeur, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 20 juli 2011;
3° het ministerieel besluit van 18 februari 2008 tot bepaling van de standaard voor de titel van hovenier onderhoud van parken en tuinen, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 20 juli 2011;
4° het ministerieel besluit van 18 februari 2008 tot bepaling van de standaard voor de titel van hovenier aanleg van parken en tuinen, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 20 juli 2011.
1° het ministerieel besluit van 11 juni 2007 tot bepaling van de standaard voor de titel van heftruckchauffeur, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 20 juli 2011;
2° het ministerieel besluit van 11 juni 2007 tot bepaling van de standaard voor de titel van reachtruckchauffeur, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 20 juli 2011;
3° het ministerieel besluit van 18 februari 2008 tot bepaling van de standaard voor de titel van hovenier onderhoud van parken en tuinen, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 20 juli 2011;
4° het ministerieel besluit van 18 februari 2008 tot bepaling van de standaard voor de titel van hovenier aanleg van parken en tuinen, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 20 juli 2011.
Art. 32. Les règlements suivants sont abrogés :
1° l'arrêté ministériel du 11 juin 2007 fixant la norme pour le titre de cariste, modifié par l'arrêté ministériel du 20 juillet 2011 ;
2° l'arrêté ministériel du 11 juin 2007 fixant la norme pour le titre de chauffeur de reachtruck, modifié par l'arrêté ministériel du 20 juillet 2011 ;
3° l'arrêté ministériel du 18 février 2008 fixant la norme pour le titre de jardinier - entretien de parcs et de jardins, modifié par l'arrêté ministériel du 20 juillet 2011 ;
4° l'arrêté ministériel du 18 février 2008 fixant la norme pour le titre de jardinier - aménagement de parcs et de jardins, modifié par l'arrêté ministériel du 20 juillet 2011.
1° l'arrêté ministériel du 11 juin 2007 fixant la norme pour le titre de cariste, modifié par l'arrêté ministériel du 20 juillet 2011 ;
2° l'arrêté ministériel du 11 juin 2007 fixant la norme pour le titre de chauffeur de reachtruck, modifié par l'arrêté ministériel du 20 juillet 2011 ;
3° l'arrêté ministériel du 18 février 2008 fixant la norme pour le titre de jardinier - entretien de parcs et de jardins, modifié par l'arrêté ministériel du 20 juillet 2011 ;
4° l'arrêté ministériel du 18 février 2008 fixant la norme pour le titre de jardinier - aménagement de parcs et de jardins, modifié par l'arrêté ministériel du 20 juillet 2011.
Art. 33. In artikel 2, vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid worden punt 1°, punt 2°, punt 4° en punt 5° opgeheven.
Art. 33. Dans l'article 2, alinéa 4, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2018 relatif à l'obtention d'un titre de compétence professionnelle, les points 1°, 2°, 4° et 5° sont abrogés.
Art. 34. Dit besluit treedt in werking op 2 september 2019, met uitzondering van artikel 32 en 33 die in werking treden op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de professionele vorming, vast te stellen datum.
Art. 34. Le présent arrêté entre en vigueur le 2 septembre 2019, à l'exception des articles 32 et 33, qui entrent en vigueur à une date à fixer par le Ministre flamand ayant la formation professionnelle dans ses attributions.
Art. 35. De Vlaamse minister, bevoegd voor de professionele vorming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 35. Le Ministre flamand ayant la formation professionnelle dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.