Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
20 JUNI 2019. - Besluit van de Waalse Regering tot vastlegging van de modaliteiten voor het verpachten van de landeigendommen van openbare eigenaars
Titre
20 JUIN 2019. - Arrêté du Gouvernement wallon fixant les modalités de mise sous bail à ferme des biens ruraux appartenant à des propriétaires publics
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Inhoud
Tekst (16)
Texte (16)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° het goed: het goed dat eigendom is van een openbare eigenaar en dat op grond van een pachtovereenkomst wordt verhuurd;
  2° de eenmalige aanvraag: de eenmalige aanvraag in de zin van artikel D.3, 13°, van het Waalse Landbouwwetboek;
  3° het bedrijf: het geheel van de productie-eenheden gelegen op het geografische grondgebied van de Europese Unie, in zelfstandig beheer van een inschrijver;
  4° de pachtwet: de afdeling 3 "Regels betreffende de pacht in het bijzonder" van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, van het Burgerlijk Wetboek;
  5° de Minister: de Minister die de Landbouw onder zijn bevoegdheid heeft;
  6° gebruikte landbouwoppervlakte: de voor de landbouwproductie gebruikte oppervlakte, rekening houdend met de kadastrale oppervlakte van het bedrijf van de inschrijver, verminderd met de oppervlakte van gebouwen, binnenplaatsen, wegen en braakliggende grond;
  7° maximale rentabiliteitsoppervlakte : de bovengrens van de oppervlakte van het landbouwbedrijf van de verhuurder waarboven de rechter, wanneer de pachter zijn hoofdberoep in de landbouw heeft, de opzegging kan weigeren overeenkomstig artikel 12, § 7, eerste lid, 1° van de pachtwet;
  8° minimale rentabiliteitsoppervlakte : de ondergrens van de oppervlakte van het landbouwbedrijf van de verhuurder beneden welke de rechter, wanneer de pachter zijn hoofdberoep in de landbouw heeft, de opzegging kan weigeren overeenkomstig artikel 12, § 7, eerste lid, 1° van de pachtwet;
  9° productie-eenheid: de productie-eenheid in de zin van artikel D.3, 35°, van het Waalse Landbouwwetboek.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, l'on entend par :
  1° le bien : le bien appartenant à un propriétaire public mis en location sous bail à ferme ;
  2° la demande unique : la demande unique au sens de l'article D.3, 13°, du Code wallon de l'Agriculture ;
  3° l'exploitation : l'ensemble des unités de production, situées sur le territoire géographique de l'Union européenne, gérées de façon autonome par un soumissionnaire ;
  4° la loi sur le bail à ferme : la Section 3 " Des règles particulières aux baux à ferme " du Livre III, Titre VIII, Chapitre II, du Code civil ;
  5° le Ministre : le Ministre qui a l'agriculture dans ses attributions ;
  6° la superficie agricole utilisée : la superficie consacrée à la production agricole reprenant la superficie cadastrale de l'exploitation du soumissionnaire dont on déduit la superficie des bâtiments, des cours, des chemins et des terres vaines ;
  7° la superficie maximale de rentabilité : la limite supérieure à la superficie de l'exploitation agricole du bailleur au-delà de laquelle lorsque le preneur exerce la profession agricole à titre principal le juge peut refuser un congé conformément à l'article 12, § 7, alinéa 1er, 1°, de la loi sur le bail à ferme ;
  8° la superficie minimale de rentabilité : la limite inférieure à la superficie de l'exploitation agricole du preneur en-deçà de laquelle lorsque le preneur exerce la profession agricole à titre principal le juge peut refuser un congé conformément à l'article 12, § 7, alinéa 1er, 2°, de la loi sur le bail à ferme ;
  9° l'unité de production : l'unité de production au sens de l'article D. 3, 35°, du Code wallon de l'Agriculture.
Art.2. De in dit besluit bepaalde duur, termijnen en leeftijden worden berekend op basis van de uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen door de openbare eigenaar.
Art.2. Les calculs de durées, délais et âges prévus dans le présent arrêté ont comme point de référence la date limite de réception des soumissions par le propriétaire public.
Art.3. Het advies van verpachting bedoeld in artikel 18, § 2, vierde lid, 1°, van de pachtwet bevat ten minste de volgende gegevens:
  1° de kadastrale aanduiding van de percelen zoals vermeld op het uittreksel uit de kadastrale legger en met vermelding van ten minste :
  a) het landbouwgebied;
  b) de gemeente;
  c) de afdeling;
  d) de sectie;
  e) het nummer van het perceel;
  f) de oppervlakte ;
  g) indien de straatnaam of plaatsnaam wordt vermeld;
  2° de identiteit van de openbare eigenaar van het goed;
  3° de verwijzing naar het bestek die van toepassing is op de procedure van verpachting en de modaliteiten voor de raadpleging en het verkrijgen van een kopie van het bestek;
  4° de modaliteiten voor het indienen van inschrijvingen, met inbegrip van de uiterste datum en tijd waarbinnen de openbare eigenaar de inschrijvingen moet hebben ontvangen.
  5° het type pachtcontract dat door de overheid wordt voorgesteld.
Art.3. L'avis de mise en location prévu à l'article 18, § 2, alinéa 4, 1°, de la loi sur le bail à ferme contient au minimum :
  1° la désignation cadastrale des parcelles telle que reprise sur l'extrait de la matrice cadastrale et mentionnant au minimum :
  a) la région agricole ;
  b) la commune ;
  c) la division ;
  d) la section ;
  e) le numéro parcellaire ;
  f) la contenance ;
  g) s'il est repris le nom de la rue ou le lieu-dit ;
  2° l'identité du propriétaire public du bien ;
  3° la référence au cahier des charges applicable à la procédure de mise sous bail à ferme et les modalités de consultation et d'obtention d'un exemplaire de celui-ci ;
  4° les modalités de remise des soumissions en ce compris la date et l'heure limites auxquelles ces dernières sont réceptionnées par le propriétaire public ;
  5° le type de bail proposé par le pouvoir public.
Art.4. De Minister kan het typemodel van bestek ten indicatieve titel bedoeld in artikel 18, § 2, vierde lid, 2°, van de pachtwet, vastleggen.
  Het bestek bevat uitsluitingscriteria op grond waarvan een inschrijver kan worden uitgesloten en gunningscriteria die worden gewogen.
Art.4. Le Ministre peut arrêter le modèle-type de cahier des charges à valeur indicative visé à l'article 18, § 2, alinéa 4, 2°, de la loi sur le bail à ferme.
  Le cahier des charges inclut des critères d'exclusion sur base desquels un soumissionnaire peut être exclu et des critères d'attribution soumis à pondération.
Art.5. § 1. Om geselecteerd te worden, moet elke kandidaat voor de huur van een goed aan de volgende drie criteria voldoen:
  1° de inschrijver is in het bezit van een studiegetuigschrift of een diploma met landbouworiëntatie als bedoeld in artikel 35, lid 4, van de pachtwet of beschikt over ten minste één jaar ervaring als landbouwer gedurende de laatste vijf jaar;
  2° de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver is kleiner dan of gelijk aan de maximale rentabiliteitsoppervlakte;
  3° de inschrijver voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit de sociale, fiscale en milieuwetgeving en -regelgeving inzake de uitoefening van zijn landbouwactiviteit, namelijk:
  a) geen sanctie is opgelegd voor een milieuovertreding van eerste categorie zoals omschreven in deel VIII van boek I van het Milieuwetboek;
  b) niet is bestraft voor een milieuovertreding van eerste, tweede, derde of vierde categorie zoals omschreven in deel VIII van boek I van het Milieuwetboek met betrekking tot zijn landbouwactiviteit gedurende de laatste drie jaar of gedurende de laatste vijf jaar in het geval van een recidive;
  c) staat bekend om de betaling van de sociale bijdragen en alle schulden aan de Algemene Administratie van de Fiscaliteit en aan de publieke eigenaar, met uitzondering van het volgende:
  (1) wanneer het niet-betaalde bedrag niet hoger is dan 3000 euro;
  (2) indien de inschrijver kan aantonen dat hij t.o.v de Algemene Administratie van de Fiscaliteit of de eigenaar van het goed een of meerdere zekere en opeisbare schuldvorderingen heeft en vrij is van enige verplichting jegens derden. Deze schuldvorderingen bedragen ten minste een bedrag dat gelijk is aan het bedrag waarvoor hij een betalingsachterstand heeft. Dit laatste bedrag wordt verminderd met 3000 euro.
  Voor de toepassing van het eerste lid, 1°, is, wanneer de inschrijving wordt ingediend door een gewone vennootschap, slechts één van de leden van de gewone vennootschap vereist om aan dit criterium te voldoen.
  Wanneer het inschrijvingsvoorstel afkomstig is van een ander type vennootschap, is aan het criterium voldaan zodra een van de bestuurders aan het criterium voldoet.
  § 2. Het loutere feit van de indiening van de inschrijving vormt een impliciete verklaring op erewoord dat de inschrijver niet in een van de in lid 1 bedoelde uitsluitingsgevallen verkeert.
  Tenzij in het bestek anders is bepaald, is de toepassing van de in de eerste alinea bedoelde impliciete verklaring alleen van toepassing op documenten of certificaten betreffende uitsluitingssituaties die vrij toegankelijk zijn voor de openbare eigenaar. Voor elementen die niet onder de impliciete verklaring vallen, verstrekt de inschrijver de volgende documenten om aan te tonen dat aan de in lid 1 genoemde criteria is voldaan:
  1° een afschrift hetzij:
  a) van het studiegetuigschrift of van het diploma met landbouworiëntatie bedoeld in paragraaf 1, 1;
  b) van de overname-overeenkomst ;
  c) van de arbeidsovereenkomst;
  d) van de aansluiting bij een Sociale Verzekeringskas met vermelding van de datum van installatie als landbouwer;
  2° een afschrift per uittreksel van de laatste eenmalige aanvraag met zijn identificatiegegevens en de gegevens betreffende de percelen die hij exploiteert, met inbegrip van alle afbeeldingen van die percelen, of, indien hij geen eenmalige aanvraag indient, een cartografie van zijn bedrijf, vergezeld van een kopie van de pachtovereenkomsten, eigendomstitels of enig ander document dat betrekking heeft op de percelen die hij exploiteert of, bij ontstentenis daarvan, een verklaring op erewoord met vermelding van de gronden die hij exploiteert;
  3° een uittreksel uit het strafregister;
  4° een verklaring op erewoord van minder dan een maand, ondertekend door de inschrijver, dat hij geen boete heeft ontvangen wegens niet-naleving van de milieuwetgeving met betrekking tot zijn landbouwactiviteit overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 3°, a) en b);
  5° een afschrift van de attesten van de bevoegde sociale en fiscale administraties van minder dan zes maanden geleden.
  § 3. De openbare eigenaar kan de naleving van het criterium voorzien in paragraaf 1, 3°, b, controleren door middel van de aanvraag voorzien in artikel D.163, lid 7, van Boek I van het Milieuwetboek.
Art.5. § 1er. Pour être retenu, tout candidat à la location d'un bien répond aux trois critères suivants :
  1° le soumissionnaire est titulaire d'un certificat d'étude ou d'un diplôme à orientation agricole tel que visé à l'article 35, alinéa 4, de la loi sur le bail à ferme ou justifie d'une expérience d'au moins un an en tant qu'exploitant agricole au cours des cinq dernières années ;
  2° la superficie agricole utilisée du soumissionnaire est inférieure ou égale à la superficie maximale de rentabilité ;
  3° le soumissionnaire satisfait aux obligations prévues par les législations et réglementations sociales, fiscales et environnementales qui régissent l'exercice de son activité agricole, à savoir :
  a) n'a pas été sanctionné du fait d'une infraction environnementale de première catégorie telle que définie par la partie VIII du livre Ier du Code de l'Environnement ;
  b) n'a pas été sanctionné du fait d'une infraction environnementale de deuxième, troisième ou quatrième catégorie telle que définie par la partie VIII du livre Ier du Code de l'Environnement en lien avec son activité agricole durant les trois dernières années ou durant les cinq dernières années en cas de récidive ;
  c) est en règle de paiement de cotisations sociales et de toute dette envers l'Administration générale de la fiscalité et envers le propriétaire public sauf soit :
  (1) lorsque le montant impayé ne dépasse pas 3000 euros ;
  (2) lorsque le soumissionnaire peut démontrer qu'il possède à l'égard de l'Administration générale de la fiscalité ou du propriétaire du bien une ou des créances certaines, exigibles et libres de tout engagement à l'égard de tiers. Ces créances s'élèvent au moins à un montant égal à celui pour lequel il est en retard de paiement. Ce dernier montant est diminué de 3000 euros.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, 1°, lorsque la soumission émane d'une société simple, seul un des membres de la société simple est tenu de répondre à ce critère.
  Lorsque la soumission émane d'un autre type de société, le critère est rempli dès qu'un des administrateurs y répond.
  § 2. Le simple fait d'introduire la soumission constitue une déclaration implicite sur l'honneur du soumissionnaire qu'il ne se trouve pas dans un des cas d'exclusion prévus au paragraphe 1er.
  Sauf disposition contraire dans le cahier des charges, l'application de la déclaration implicite visée à l'alinéa 1er vaut uniquement pour les documents ou certificats relatifs aux situations d'exclusions qui sont gratuitement accessibles pour le propriétaire public. Pour les éléments qui ne relèvent pas de la déclaration implicite, pour faire la preuve du respect des critères prévus au paragraphe 1er, le soumissionnaire fournit les documents suivants :
  1° une copie soit:
  a) du certificat d'étude ou du diplôme à orientation agricole visé au paragraphe 1er, 1 ;
  b) de la convention de reprise ;
  c) du contrat de travail ;
  d) de l'affiliation à une caisse d'assurance sociale mentionnant la date d'installation en qualité d'agriculteur ;
  2° une copie par extrait de la dernière demande unique reprenant ses données d'identification ainsi que les données relatives aux parcelles qu'il exploite, en ce compris toutes les images représentants celles-ci ou, s'il n'introduit pas de demande unique, une cartographie de son exploitation accompagnée d'une copie des baux, des actes de propriété ou de tout autre type de document qui porte sur les parcelles qu'il exploite, ou à défaut une attestation sur l'honneur répertoriant les terres qu'il exploite ;
  3° un extrait de casier judiciaire ;
  4° une déclaration sur l'honneur datée de moins d'un mois et signée par le soumissionnaire attestant qu'il n'a pas reçu d'amende du fait du non-respect des législations environnementales en lien avec son activité agricole conformément au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, a) et b) ;
  5° une copie des attestations des administrations sociales et fiscales pertinentes datées de moins de six mois.
  § 3. Le propriétaire public peut vérifier le respect du critère prévu au paragraphe 1er, 3°, b, via la demande prévue à l'article D.163, alinéa 7, du Livre Ier du Code de l'Environnement.
Art.6. Alle bij de verpachting van een goed gebruikt bestek bevat ten minste de volgende vier gunningscriteria:
  1° de leeftijd van de inschrijver;
  2° de gebruikte landbouwoppervlakte van het bedrijf ten opzichte van de minimale en de maximale rentabiliteitsoppervlakte;
  3° de nabijheid van het bedrijf bij het goed;
  4° de oppervlakte van de grond die eigendom is van eender welke openbare eigenaar die door de inschrijver wordt geëxploiteerd.
Art.6. Tout cahier des charges utilisé à l'occasion de la mise en location d'un bien contient au minimum les quatre critères d'attribution suivants :
  1° l'âge du soumissionnaire ;
  2° la superficie agricole utilisée de l'exploitation par rapport à la superficie minimale et à la superficie maximale de rentabilité ;
  3° la proximité de l'exploitation par rapport au bien ;
  4° la superficie de terres appartenant à tout propriétaire public exploitée par le soumissionnaire.
Art.7. § 1. De leeftijd van de in artikel 6, 1°, bedoelde inschrijver wordt door hem in de inschrijving vermeld en door de openbare eigenaar geverifieerd door middel van het Rijksregister van natuurlijke personen of door de inschrijver bevestigt door een afschrift van zijn identiteitskaart wanneer de openbare eigenaar geen toegang heeft tot het Rijksregister van natuurlijke personen.
  Wanneer de inschrijving afkomstig is van een gewone vennootschap, wordt alleen de leeftijd van het jongste lid van de gewone vennootschap die aan de voorwaarden van artikel 5 voldoet, in aanmerking genomen.
  Wanneer de inschrijving afkomstig is van een vennootschap, wordt alleen de leeftijd van de jongste bestuurder die aan de voorwaarden van artikel 5 voldoet, in aanmerking genomen.
  § 2. De beoordeling die wordt toegekend aan het criterium "leeftijd van de inschrijver" varieert naargelang de leeftijd van de inschrijver:
  1° jonger dan 35 jaar;
  2° van vijfendertig jaar oud tot minder dan eenenveertig jaar oud;
  3° van eenenveertig jaar en ouder.
Art.7. § 1er. L'âge du soumissionnaire visé à l'article 6, 1°, est renseigné par lui dans la soumission et vérifié par le propriétaire public auprès du registre national des personnes physiques ou attesté grâce à la fourniture par le soumissionnaire de la copie sa carte d'identité lorsque le propriétaire public n'a pas accès au registre national des personnes physiques.
  Lorsque la soumission émane d'une société simple, seul l'âge du plus jeune membre de la société simple remplissant les conditions de l'article 5 est pris en compte.
  Lorsque la soumission émane d'une société, seul l'âge du plus jeune administrateur remplissant les conditions de l'article 5 est pris en compte.
  § 2. La cotation attribuée au critère " âge du soumissionnaire " varie selon que le soumissionnaire est âgé :
  1° de moins de trente-cinq ans ;
  2° de trente-cinq ans à moins de quarante et un ans ;
  3° de quarante et un ans et plus.
Art.8. § 1. De gebruikte landbouwoppervlakte bedoeld in artikel 6, 2°, wordt bevestigd dankzij het verschaffen door de inschrijver van het afschrift per uittreksel van de laatste eenmalige aanvraag met zijn identificatiegegevens en de gegevens betreffende de percelen die hij exploiteert, met inbegrip van alle afbeeldingen van die percelen, of, indien hij geen eenmalige aanvraag indient, een cartografie van zijn bedrijf, vergezeld van een kopie van de pachtovereenkomsten, eigendomstitels of enig ander document dat betrekking heeft op de percelen die hij exploiteert of, bij ontstentenis daarvan, een verklaring op erewoord met vermelding van de gronden die hij exploiteert
  § 2. De beoordeling die wordt toegekend aan het criterium "gebruikte landbouwoppervlakte ten opzichte van de minimale en de maximale rentabiliteitsoppervlakte" varieert naargelang de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver voor de verhuring van het goed:
  1° minder dan of gelijk is aan de minimale rentabiliteitsoppervlakte;
  2° groter is dan de minimale rendabiliteitoppervlakte en kleiner dan of gelijk is aan de maximale rendabiliteitsoppervlakte.
  De beoordeling wordt verhoogd met een vast aantal punten indien de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver plus de oppervlakte van het toe te kennen goed onder de minimale rendabiliteitsoppervlakte blijft.
  § 3. Voor de toepassing van paragraaf 2, eerste lid, 2°, wordt de toewijzing van een beoordeling verkregen op basis van de lineaire en continue functie tussen de minimale rendabiliteitsoppervlakte en de maximale rendabiliteitsoppervlakte die het verband legt tussen de vóór de verhuur van het goed gebruikte landbouwgrond en het aantal punten dat aan het criterium is toegekend.
  Het maximumaantal punten wordt toegekend aan de inschrijver die een gebruikte landbouwoppervlakte exploiteert voor het verhuren van het goed en dat niet groter is dan de minimale rendabiliteitsoppervlakte.
  Er wordt geen punt toegekend aan de inschrijver die een gebruikte landbouwoppervlakte exploiteert voor het verhuren van het goed en dat gelijk is aan de maximale rendabiliteitsoppervlakte.
Art.8. § 1er. La superficie agricole utilisée de l'exploitation visée à l'article 6, 2°, est attestée grâce à la fourniture par le soumissionnaire de la copie par extrait de la dernière demande unique reprenant ses données d'identification ainsi que les données relatives aux parcelles qu'il exploite, en ce compris toutes les images représentants celles-ci ou, s'il n'introduit pas de demande unique, une cartographie de son exploitation accompagnée d'une copie des baux, des actes de propriété ou de tout autre type de document qui porte sur les parcelles qu'il exploite, ou à défaut une attestation sur l'honneur répertoriant les terres qu'il exploite.
  § 2. La cotation attribuée au critère " superficie agricole utilisée par rapport à la superficie minimale et à la superficie maximale de rentabilité " varie selon que la superficie agricole utilisée du soumissionnaire avant la location du bien est :
  1° inférieure ou égale à la superficie minimale de rentabilité ;
  2° supérieure à la superficie minimale de rentabilité et inférieure ou égale à la superficie maximale de rentabilité.
  La cotation est majorée d'un nombre fixe de points si la superficie agricole utilisée du soumissionnaire augmentée de la superficie du bien à attribuer reste inférieure à la superficie minimale de rentabilité.
  § 3. Pour l'application du paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, l'attribution d'une cotation est obtenue sur base de la fonction linéaire et continue entre la superficie minimale de rentabilité et la superficie maximale de rentabilité qui lie la superficie agricole utilisée avant la location du bien et le nombre de points dévolus au critère.
  Le nombre maximum de points est attribué au soumissionnaire qui exploite une superficie agricole utilisée avant location du bien inférieure ou égale à la superficie minimale de rentabilité.
  Aucun point n'est attribué au soumissionnaire qui exploite une superficie agricole utilisée avant location du bien égale à la superficie maximale de rentabilité.
Art.9. § 1. De nabijheid van het bedrijf t.o.v. het goed bedoeld in artikel 6, 3°, wordt bevestigd dankzij het verschaffen door de inschrijver van het afschrift per uittreksel van de laatste eenmalige aanvraag met zijn identificatiegegevens en de gegevens betreffende de percelen die hij exploiteert, met inbegrip van alle afbeeldingen van die percelen, of, indien hij geen eenmalige aanvraag indient, een cartografie van zijn bedrijf, vergezeld van een kopie van de pachtovereenkomsten, eigendomstitels of enig ander document dat betrekking heeft op de percelen die hij exploiteert of, bij ontstentenis daarvan, een verklaring op erewoord met vermelding van de gronden die hij exploiteert
  § 2. De beoordeling toegekend aan het criterium "nabijheid van het bedrijf t.o.v. het goed" is de som van de beoordelingen die worden toegekend aan de volgende twee subcriteria:
  1° de kortste afstand tussen de grens van het perceel dat door de inschrijver wordt geëxploiteerd en die het dichtst bij het goed staat en de grens van het goed;
  2° de kortste afstand tussen het adres van de productie-eenheid van de inschrijver die zich het dichtst bij het goed bevindt en de grens van het goed.
  § 3. Voor de toepassing van paragraaf 2, 1°, wordt de toekenning van een beoordeling aan dit subcriterium verkregen op basis van de lineaire en continue functie die de kortste afstand tussen de grens van het perceel dat door de inschrijver wordt geëxploiteerd dat het dichtst bij het goed is gelegen en de grens van het goed verbindt met het aantal punten die aan dit criterium is toegekend.
  Het maximale aantal punten wordt toegekend aan de inschrijver die het perceel dat het dichtst bij het goed ligt, exploiteert.
  Er worden geen punten toegekend aan de inschrijver die het perceel het verste van het goed exploiteert.
  § 4. Voor de toepassing van paragraaf 2, 2°, wordt de toekenning van een beoordeling aan dit subcriterium verkregen op basis van de lineaire en continue functie die de kortste afstand tussen het adres van de productie-eenheid van de inschrijver die het dichtst bij het goed is gelegen en de grens van het goed verbindt met het aantal punten die aan dit criterium is toegekend.
  Het maximumaantal punten wordt toegekend aan de inschrijver wiens adres van de productie-eenheid het dichtst bij het goed ligt.
  Er worden geen punten toegekend aan de inschrijver wiens adres van de productie-eenheid het verst van het goed verwijderd is.
Art.9. § 1er. La proximité de l'exploitation par rapport au bien visée à l'article 6, 3°, est attestée grâce à la fourniture par le soumissionnaire à de la copie par extrait de la dernière demande unique reprenant ses données d'identification ainsi que les données relatives aux parcelles qu'il exploite, en ce compris toutes les images représentants celles-ci ou, s'il n'introduit pas de demande unique, une cartographie de son exploitation accompagnée d'une copie des baux, des actes de propriété ou de tout autre type de document qui porte sur les parcelles qu'il exploite, ou à défaut une attestation sur l'honneur répertoriant les terres qu'il exploite.
  § 2. La cotation attribuée au critère " proximité de l'exploitation par rapport au bien " résulte de l'addition des cotations attribuées aux deux sous-critères suivants :
  1° la distance la plus courte entre la limite de la parcelle exploitée par le soumissionnaire la plus proche du bien et la limite du bien ;
  2° la distance la plus courte entre l'adresse de l'unité de production du soumissionnaire la plus proche du bien et la limite du bien.
  § 3. Pour l'application du paragraphe 2, 1°, l'attribution d'une cotation à ce sous-critère est obtenue sur base de la fonction linéaire et continue qui lie la distance la plus courte entre la limite de la parcelle exploitée par le soumissionnaire la plus proche du bien et la limite du bien et le nombre de points dévolus au critère.
  Le nombre maximum de points est attribué au soumissionnaire qui exploite la parcelle la plus proche du bien.
  Aucun point n'est attribué au soumissionnaire qui exploite la parcelle la plus éloignée du bien.
  § 4. Pour l'application du paragraphe 2, 2°, l'attribution d'une cotation à ce sous-critère est obtenue sur base de la fonction linéaire et continue qui lie la distance la plus courte entre l'adresse de l'unité de production du soumissionnaire la plus proche du bien et la limite du bien et le nombre de points dévolus au critère.
  Le nombre maximum de points est attribué au soumissionnaire dont l'adresse de l'unité de production est la plus proche du bien.
  Aucun point n'est attribué au soumissionnaire dont l'adresse de l'unité de production est la plus éloignée du bien.
Art.10. § 1. De oppervlakte van de grond die toebehoort aan een openbare eigenaar die wordt geëxploiteerd door de inschrijver bedoeld in artikel 6, 4°, wordt bevestigd door de inschrijver die een afschrift van de lopende pachtovereenkomsten op gronden die toebehoorden aan een openbare eigenaar, verstrekt.
  § 2. De beoordeling die wordt toegekend aan het criterium "oppervlakte grond die toebehoort aan een openbare eigenaar die door de inschrijver wordt geëxploiteerd" is het resultaat van de toevoeging van de beoordelingen die aan de volgende vier subcriteria worden toegekend:
  1° de gebruikte landbouwoppervlakte zonder rekening te houden met de oppervlakte van het toe te wijzen goed;
  2° de totale oppervlakte van het goed dat eigendom is van een openbare eigenaar die door de inschrijver wordt geëxploiteerd, zonder rekening te houden met de oppervlakte van het toe te wijzen goed;
  3° het procentuele aandeel van de oppervlakte van de goederen van een openbare eigenaar die door de inschrijver wordt geëxploiteerd, zonder rekening te houden met de oppervlakte van het goed dat in de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver wordt toegewezen;
  4° het procentuele aandeel van de oppervlakte van de goederen van een openbare eigenaar die door de inschrijver wordt geëxploiteerd, rekening houdend met het toe te kennen goed in de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver;
  § 3. Voor de toepassing van lid 2, punt 1, wordt de toekenning van een beoordeling aan dit subcriterium verkregen op basis van de lineaire en continue functie die de gebruikte landbouwoppervlakte met elkaar verbindt, zonder rekening te houden met het toe te kennen goed en het aantal punten dat aan het criterium is toegekend.
  Het maximumaantal punten wordt toegekend aan de inschrijver wiens gebruikte landbouwoppervlakte, zonder rekening te houden met het toe te kennen goed, het kleinst is
  Er worden geen punten toegekend aan de inschrijver wiens landbouwoppervlakte, zonder rekening te houden met het toe te kennen goed, het grootst is.
  § 4. Voor de toepassing van lid 2, 2°, wordt de toekenning van een beoordeling aan dit subcriterium verkregen op basis van de lineaire en continue functie die de totale oppervlakte van het goed dat eigendom is van een openbare eigenaar die door de inschrijver wordt geëxploiteerd vóór de verhuur van het goed en het aantal punten die aan dit criterium wordt toegekend, verbindt.
  2° Het maximumaantal punten wordt toegekend aan de inschrijver wiens totale oppervlakte van goederen die eigendom zijn van een openbare eigenaar die door de inschrijver wordt geëxploiteerd zonder rekening te houden met de oppervlakte van het toe te wijzen goed, het kleinst is.
  2° Er worden geen punten toegekend aan de inschrijver wiens totale oppervlakte van de goederen die eigendom zijn van een openbare eigenaar en reeds geëxploiteerd worden zonder rekening te houden met de oppervlakte van het toe te wijzen goed, de grootste is.
  § 5. Voor de toepassing van paragraaf 2, 3°, wordt de toekenning van een beoordeling aan dit subcriterium verkregen op basis van de lineaire en continue functie die het percentage van de oppervlakte van het goed dat eigendom is van een openbare eigenaar dat door de inschrijver wordt geëxploiteerd zonder dat rekening wordt gehouden met de oppervlakte van het goed dat zal worden toegewezen in verhouding tot de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver en het aantal punten dat wordt toegekend aan dit criterium, verbindt.
  Het maximumaantal punten wordt toegekend aan de inschrijver wiens percentage van de oppervlakte van het goed dat eigendom is van een openbare eigenaar dat door de inschrijver wordt geëxploiteerd zonder rekening te houden met de oppervlakte van het toe te wijzen goed in verhouding tot de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver, het kleinst is.
  Er worden geen punten toegekend aan de inschrijver wiens percentage van de oppervlakte van het goed dat eigendom is van een openbare eigenaar dat door de inschrijver wordt geëxploiteerd zonder rekening te houden met de oppervlakte van het toe te wijzen goed in verhouding tot de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver, het grootste is.
  § 6. Voor de toepassing van paragraaf 2, 4°, wordt de toekenning van een beoordeling aan dit subcriterium verkregen op basis van de lineaire en continue functie die het percentage van de oppervlakte van het goed dat eigendom is van een openbare eigenaar dat door de inschrijver wordt geëxploiteerd, rekening houdend met de oppervlakte van het goed dat zal worden toegewezen in verhouding tot de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver en het aantal punten dat wordt toegekend aan dit criterium, verbindt.
  Het maximumaantal punten wordt toegekend aan de inschrijver wiens percentage van de oppervlakte van het goed dat eigendom is van een openbare eigenaar dat door de inschrijver wordt geëxploiteerd rekening houdend met de oppervlakte van het toe te wijzen goed in verhouding tot de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver, het kleinst is.
  Er worden geen punten toegekend aan de inschrijver wiens percentage van de oppervlakte van het goed dat eigendom is van een openbare eigenaar dat door de inschrijver wordt geëxploiteerd rekening houdend met de oppervlakte van het toe te wijzen goed in verhouding tot de gebruikte landbouwoppervlakte van de inschrijver, het grootste is.
Art.10. § 1er. La superficie de terres appartenant à tout propriétaire public exploitée par le soumissionnaire visée à l'article 6, 4°, est attestée grâce à la fourniture par le soumissionnaire d'une copie des baux en cours portant sur des terres appartenant à un propriétaire public.
  § 2. La cotation attribuée au critère " superficie de terres appartenant à un propriétaire public exploitée par le soumissionnaire " résulte de l'addition des cotations attribuées aux quatre sous-critères suivants :
  1° la superficie agricole utilisée sans tenir compte de la superficie du bien à attribuer ;
  2° la superficie totale des biens appartenant à tout propriétaire public exploitée par le soumissionnaire sans tenir compte de la superficie du bien à attribuer ;
  3° la part, exprimée en pourcents, de la superficie des biens appartenant à un propriétaire public exploitée par le soumissionnaire sans tenir compte de la superficie du bien à attribuer dans la superficie agricole utilisée du soumissionnaire ;
  4° la part, exprimée en pourcents, de la superficie des biens appartenant à un propriétaire public exploitée par le soumissionnaire en tenant compte du bien à attribuer dans la superficie agricole utilisée du soumissionnaire.
  § 3. Pour l'application du paragraphe 2, 1°, l'attribution d'une cotation à ce sous-critère est obtenue sur base de la fonction linéaire et continue qui lie la superficie agricole utilisée sans tenir compte du bien à attribuer et le nombre de points dévolus au critère.
  Le nombre maximum de points est attribué au soumissionnaire dont la superficie agricole utilisée sans tenir compte du bien à attribuer est la plus petite.
  Aucun point n'est attribué au soumissionnaire dont la superficie agricole utilisée sans tenir compte du bien à attribuer est la plus grande.
  § 4. Pour l'application du paragraphe 2, 2°, l'attribution d'une cotation à ce sous-critère est obtenue sur base de la fonction linéaire et continue qui lie la superficie totale des biens appartenant à un propriétaire public exploitée par le soumissionnaire avant la location du bien et le nombre de points dévolus au critère.
  Le nombre maximum de points est attribué au soumissionnaire dont la superficie totale des biens appartenant à un propriétaire public exploitée par le soumissionnaire sans tenir compte de la superficie du bien à attribuer est la plus petite.
  Aucun point n'est attribué au soumissionnaire dont la superficie totale des biens appartenant à un propriétaire public déjà exploitée sans tenir compte de la superficie du bien à attribuer est la plus grande.
  § 5. Pour l'application du paragraphe 2, 3°, l'attribution d'une cotation à ce sous-critère est obtenue sur base de la fonction linéaire et continue qui lie le pourcentage de la superficie des biens appartenant à un propriétaire public exploitée par le soumissionnaire sans tenir compte de la superficie du bien à attribuer par rapport à la superficie agricole utilisée du soumissionnaire et le nombre de points dévolus au critère.
  Le nombre maximum de points est attribué au soumissionnaire dont le pourcentage de la superficie des biens appartenant à un propriétaire public exploitée par le soumissionnaire sans tenir compte de la superficie du bien à attribuer par rapport à la superficie agricole utilisée du soumissionnaire est le plus petit.
  Aucun point n'est attribué au soumissionnaire dont le pourcentage de la superficie des biens appartenant à un propriétaire public exploitée par le soumissionnaire sans tenir compte de la superficie du bien à attribuer par rapport à la superficie agricole utilisée du soumissionnaire est le plus grand.
  § 6. Pour l'application du paragraphe 2, 4°, l'attribution d'une cotation à ce sous-critère est obtenue sur base de la fonction linéaire et continue qui lie le pourcentage de la superficie des biens appartenant à un propriétaire public exploitée par le soumissionnaire en tenant compte de la superficie du bien à attribuer par rapport à la superficie agricole utilisée du soumissionnaire et le nombre de points dévolus au critère.
  Le nombre maximum de points est attribué au soumissionnaire dont le pourcentage de la superficie des biens appartenant à un propriétaire public exploitée par le soumissionnaire en tenant compte de la superficie du bien à attribuer par rapport à la superficie agricole utilisée du soumissionnaire est le plus petit.
  Aucun point n'est attribué au soumissionnaire dont le pourcentage de la superficie des biens appartenant à un propriétaire public exploitée par le soumissionnaire en tenant compte de la superficie du bien à attribuer par rapport à la superficie agricole utilisée du soumissionnaire est le plus grand.
Art.11. Het aantal punten toegekend aan de criteria van de artikelen 6 tot 10 wordt in de bijlage bepaald.
  Wanneer in het bestek aanvullende criteria worden opgenomen door de overheid, bedraagt de weging van de gunningscriteria waarin dit besluit voorziet, ten minste vijftig procent van de te gunnen punten en tellen de aanvullende criteria elk mee voor maximaal twintig punten.
  In het geval van een decimaal resultaat, gebeurt de afronding naar boven op de bovenste tiende als het cijfer voor de tiende groter is dan of gelijk is aan vijf, en naar beneden op de onderste tiende als het cijfer voor de tiende kleiner is dan vijf.
Art.11. Le nombre de points attribué aux critères des articles 6 à 10 est défini dans l'annexe.
  Lorsque des critères complémentaires sont insérés dans le cahier des charges par les pouvoirs publics, la pondération des critères d'attribution prévu dans le présent arrêté représente au minimum cinquante pourcents des points à attribuer et les critères complémentaires comptent chacun pour vingt points maximum.
  En cas de résultat à décimales, l'arrondi se fait au dixième supérieur si le chiffre précédant le dixième est supérieur ou égal à cinq, et au dixième inférieur si le chiffre précédant le dixième est inférieur à cinq.
Art.12. Ter uitvoering van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, worden de persoonsgegevens die op grond van de artikelen 5, § 2, en 7 tot 10 zijn ingezameld, door de openbare eigenaar van het goed, die als verantwoordelijke voor de verwerking optreedt, uitsluitend verwerkt met het oog op de beoordeling van de criteria bedoeld in de artikelen 5, § 1, en 6, en om het bewijs hiervan te bevestigen.
  De gegevens worden door de openbare eigenaar van het goed gedurende een periode van tien jaar bewaard.
Art.12. En exécution du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE, les données à caractère personnel collectées sur la base des articles 5, § 2, et 7 à 10, sont traitées par le propriétaire public du bien qui en est le responsable du traitement, exclusivement afin d'évaluer les critères visés aux articles 5, § 1er, et 6, et d'en attester la preuve.
  Les données sont conservées par le propriétaire public du bien pour une durée de dix ans.
Art.13. Treden in werking op 1 januari 2020 :
  1° artikel 17 van het decreet van 2 mei 2019 tot wijziging van verschillende wetgevingen inzake pacht;
  2° dit besluit.
Art.13. Entrent en vigueur le 1er janvier 2020 :
  1° l'article 17 du décret du 2 mai 2019 modifiant diverses législations en matière de bail à ferme ;
  2° le présent arrêté.
Art.14. De Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.14. Le Ministre de l'Agriculture est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Toekenning van punten aan de criteria omschreven in artikel 6
Art. N. Attribution des points aux critères définis à l'article 6
1. Leeftijd van de inschrijver
Variatie van het criterium Aantal toegekende punten
Minder dan 35 jaar 40
Tussen 35 en 40 jaar inbegrepen 32
Ouder dan of gelijk aan 41 jaar 0
1. Leeftijd van de inschrijverVariatie van het criterium Aantal toegekende puntenMinder dan 35 jaar 40Tussen 35 en 40 jaar inbegrepen 32Ouder dan of gelijk aan 41 jaar 0
1. Age du soumissionnaire
Variation du critère Nombre de points attribués
Inférieur à 35 ans 40
Entre 35 et 40 ans inclus 32
Supérieur ou égal à 41 ans 0
1. Age du soumissionnaireVariation du critère Nombre de points attribuésInférieur à 35 ans 40Entre 35 et 40 ans inclus 32Supérieur ou égal à 41 ans 0
2. Gebruikte landbouwoppervlakte, hierna SAU genoemd, ten opzichte van de minimale rentabiliteitsoppervlakte, hierna SmR genoemd, en de maximale rentabiliteitsoppervlakte, hierna SMR genoemd.
Variatie van het criterium Aantal toegekende punten
SAU buiten de oppervlakte van het goed < SmR 16
SmR < SAU buiten de oppervlakte van het goed = SMR In weging te nemen volgens artikel 8, § 3
SAU verhoogd met de oppervlakte van het goed < SmR Verhoging met 4 punten
2. Gebruikte landbouwoppervlakte, hierna SAU genoemd, ten opzichte van de minimale rentabiliteitsoppervlakte, hierna SmR genoemd, en de maximale rentabiliteitsoppervlakte, hierna SMR genoemd.Variatie van het criterium Aantal toegekende puntenSAU buiten de oppervlakte van het goed < SmR 16SmR < SAU buiten de oppervlakte van het goed = SMR In weging te nemen volgens artikel 8, § 3SAU verhoogd met de oppervlakte van het goed < SmR Verhoging met 4 punten
2. Superficie agricole utilisée ci-après dénommée SAU, par rapport à la superficie minimale de rentabilité, ci-après dénommée SmR et à la superficie maximale de rentabilité, ci-après dénommée SMR
Variation du critère Nombre de points attribués
SAU hors superficie du bien < SmR 16
SmR < SAU hors superficie du bien ≤ SMR A pondérer suivant l'article 8, § 3
SAU augmentée de la superficie du bien < SmR Majoration de 4 points
2. Superficie agricole utilisée ci-après dénommée SAU, par rapport à la superficie minimale de rentabilité, ci-après dénommée SmR et à la superficie maximale de rentabilité, ci-après dénommée SMRVariation du critère Nombre de points attribuésSAU hors superficie du bien < SmR 16SmR < SAU hors superficie du bien ≤ SMR A pondérer suivant l'article 8, § 3SAU augmentée de la superficie du bien < SmR Majoration de 4 points
3. Nabijheid van het bedrijf t.o.v. het goed - 3.1. en 3.2. toevoegen
3.1. Afstand tot de grens van het dichtstbijzijnde perceel
Variatie van het subcriterium Aantal toegekende punten
De kortste 10
De langste 0
Tussentijdse situatie In weging te nemen volgens artikel 9, § 3
3.2. Afstand ten opzichte van het adres van de bedrijfseenheid
Variatie van het subcriterium Aantal toegekende punten
De kortste 10
De langste 0
Tussentijdse situatie In weging te nemen volgens artikel 9, § 4
3. Nabijheid van het bedrijf t.o.v. het goed - 3.1. en 3.2. toevoegen 3.1. Afstand tot de grens van het dichtstbijzijnde perceelVariatie van het subcriterium Aantal toegekende puntenDe kortste 10De langste 0Tussentijdse situatie In weging te nemen volgens artikel 9, § 3 3.2. Afstand ten opzichte van het adres van de bedrijfseenheidVariatie van het subcriterium Aantal toegekende puntenDe kortste 10De langste 0Tussentijdse situatie In weging te nemen volgens artikel 9, § 4
3. Proximité de l'exploitation par rapport au bien - additionner 3.1. et 3.2.
3.1. Distance par rapport à la limite de la parcelle la plus proche
Variation du sous-critère Nombre de points attribués
La plus courte 10
La plus longue 0
Situation intermédiaire A pondérer suivant article 9, § 3
3.2. Distance par rapport à l'adresse de l'unité d'exploitation
Variation du sous-critère Nombre de points attribués
La plus courte 10
La plus longue 0
Situation intermédiaire A pondérer suivant article 9, § 4
3. Proximité de l'exploitation par rapport au bien - additionner 3.1. et 3.2. 3.1. Distance par rapport à la limite de la parcelle la plus procheVariation du sous-critère Nombre de points attribuésLa plus courte 10La plus longue 0Situation intermédiaire A pondérer suivant article 9, § 3 3.2. Distance par rapport à l'adresse de l'unité d'exploitationVariation du sous-critère Nombre de points attribuésLa plus courte 10La plus longue 0Situation intermédiaire A pondérer suivant article 9, § 4
4. Uitdeling van de goederen die tot een openbare eigenaar behoren - 4.1. en 4.2. toevoegen
4.1. Zonder rekening te houden met de oppervlakte van het toe te kennen goed - 4.1.1., 4.1.2. en 4.1.3. toevoegen
4.1.1. Variatie van het subcriterium Aantal toegekende punten
Laagste initiële SAU 4
Hoogste initiële SAU 0
Tussentijdse situatie In weging te nemen volgens artikel 10, § 3
4.1.2. Variatie van het subcriterium Aantal toegekende punten
Aantal hectaren goed van de laagste openbare eigenaar 4
Aantal hectaren goed van de hoogste openbare eigenaar 0
Tussentijdse situatie In weging te nemen volgens artikel 10, § 4
4.1.3. Variatie van het subcriterium Aantal toegekende punten
Percentage van het aantal hectaren van goederen van de laagste openbare eigenaar 4
Percentage van het aantal hectaren van goederen van de hoogste openbare eigenaar 0
Tussentijdse situatie In weging te nemen volgens artikel 10, § 5
4.2. Rekening houdend met de oppervlakte van het toe te kennen goed
Variatie van het subcriterium Aantal toegekende punten
Percentage van het aantal goederen van de laagste openbare eigenaar 8
Percentage van het aantal goederen van de hoogste openbare eigenaar 0
Tussentijdse situatie In weging te nemen volgens artikel 10, § 6
4. Uitdeling van de goederen die tot een openbare eigenaar behoren - 4.1. en 4.2. toevoegen 4.1. Zonder rekening te houden met de oppervlakte van het toe te kennen goed - 4.1.1., 4.1.2. en 4.1.3. toevoegen4.1.1. Variatie van het subcriterium Aantal toegekende puntenLaagste initiële SAU 4Hoogste initiële SAU 0Tussentijdse situatie In weging te nemen volgens artikel 10, § 34.1.2. Variatie van het subcriterium Aantal toegekende puntenAantal hectaren goed van de laagste openbare eigenaar 4Aantal hectaren goed van de hoogste openbare eigenaar 0Tussentijdse situatie In weging te nemen volgens artikel 10, § 44.1.3. Variatie van het subcriterium Aantal toegekende puntenPercentage van het aantal hectaren van goederen van de laagste openbare eigenaar 4Percentage van het aantal hectaren van goederen van de hoogste openbare eigenaar 0Tussentijdse situatie In weging te nemen volgens artikel 10, § 5 4.2. Rekening houdend met de oppervlakte van het toe te kennen goedVariatie van het subcriterium Aantal toegekende puntenPercentage van het aantal goederen van de laagste openbare eigenaar 8Percentage van het aantal goederen van de hoogste openbare eigenaar 0Tussentijdse situatie In weging te nemen volgens artikel 10, § 6
4. Distribution des biens appartenant à un propriétaire public - additionner 4.1. et 4.2.
4.1. Sans tenir compte de la superficie du bien à attribuer - additionner 4.1.1., 4.1.2. et 4.1.3.
4.1.1. Variation du sous-critère Nombre de points attribués
SAU initiale la plus faible 4
SAU initiale la plus élevée 0
Situations intermédiaires A pondérer suivant article 10, § 3
4.1.2. Variation du sous-critère Nombre de points attribués
Nombre d'hectares de biens appartenant à un propriétaire public le plus faible 4
Nombre d'hectares appartenant à un propriétaire public le plus élevé 0
Situations intermédiaires A pondérer suivant article 10, § 4
4.1.3. Variation du sous-critère Nombre de points attribués
Pourcentage d'hectares de biens appartenant à un propriétaire public le plus faible 4
Pourcentage d'hectares de biens appartenant à un propriétaire public le plus élevé 0
Situations intermédiaires A pondérer suivant article 10, § 5
4.2. En tenant compte de la superficie du bien à attribuer
Variation du sous-critère Nombre de points attribués
Pourcentage de biens appartenant à un propriétaire public le plus faible 8
Pourcentage de biens appartenant à un propriétaire public le plus élevé 0
Situations intermédiaires A pondérer suivant article 10, § 6
4. Distribution des biens appartenant à un propriétaire public - additionner 4.1. et 4.2. 4.1. Sans tenir compte de la superficie du bien à attribuer - additionner 4.1.1., 4.1.2. et 4.1.3.4.1.1. Variation du sous-critère Nombre de points attribuésSAU initiale la plus faible 4SAU initiale la plus élevée 0Situations intermédiaires A pondérer suivant article 10, § 34.1.2. Variation du sous-critère Nombre de points attribuésNombre d'hectares de biens appartenant à un propriétaire public le plus faible 4Nombre d'hectares appartenant à un propriétaire public le plus élevé 0Situations intermédiaires A pondérer suivant article 10, § 44.1.3. Variation du sous-critère Nombre de points attribuésPourcentage d'hectares de biens appartenant à un propriétaire public le plus faible 4Pourcentage d'hectares de biens appartenant à un propriétaire public le plus élevé 0Situations intermédiaires A pondérer suivant article 10, § 5 4.2. En tenant compte de la superficie du bien à attribuerVariation du sous-critère Nombre de points attribuésPourcentage de biens appartenant à un propriétaire public le plus faible 8Pourcentage de biens appartenant à un propriétaire public le plus élevé 0Situations intermédiaires A pondérer suivant article 10, § 6