Artikel 1. Aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012 inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2015, worden een punt 11° tot en met 13° toegevoegd, die luiden als volgt:
"11° decreet van 17 oktober 2003: het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van gezondheids- en welzijnsvoorzieningen;
12° outputgebieden: de resultaatgerichte aandachtsgebieden die betrekking hebben op de verschillende aspecten van de organisatievoering, met name de gebruikers-, medewerkers- en samenlevingsresultaten;
13° kernprocessen: de basisprocessen en -procedures volgens welke een organisatie haar hulpverlening vormgeeft, en die bestaan uit:
a) het onthaal van de gebruiker;
b) de doelstelling en het handelingsplan;
c) de afsluiting en de nazorg;
d) het pedagogische profiel;
e) het gebruikersdossier.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
17 MEI 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012 inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning, het besluit van de Vlaamse Regering van 28 maart 2014 tot uitvoering van het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2017 betreffende de erkenning en subsidiëring van de vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie
Titre
17 MAI 2019. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 novembre 2012 relatif Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement des centres d'aide aux enfants et d'assistance des familles, l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 mars 2014 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 29 novembre 2013 portant organisation du soutien prĂ©ventif aux familles et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 novembre 2017 relatif Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement des centres de confiance pour enfants maltraitĂ©s et de l'organisation partenaire
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (16)
Texte (16)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012 inzake erkenning en subsidiëring van de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning
CHAPITRE 1. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 novembre 2012 relatif Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement des centres d'aide aux enfants et d'assistance des familles
Article 1er. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 novembre 2012 relatif Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement des centres d'aide aux enfants et d'assistance des familles, modifiĂ© par l'arrĂȘte du Gouvernement flamand du 30 janvier 2015, sont ajoutĂ©s des points 11° Ă 13°, libellĂ©s comme suit :
" 11° décret du 17 octobre 2003 : le décret du 17 octobre 2003 relatif à la qualité des structures de soins de santé et d'aide sociale ;
12° domaines de sortie : les domaines d'attention axés sur les résultats et se rapportant aux différents aspects de la gestion organisationnelle, comme les résultats pour les usagers, les collaborateurs et la société ;
13° processus clés : les processus et procédures de base selon lesquels une organisation concrétise son aide, et qui comprennent :
a) accueil de l'usager ;
b) objectifs et plan d'action ;
c) conclusion et suivi ;
d) profil pédagogique ;
e) dossier d'usager. ".
" 11° décret du 17 octobre 2003 : le décret du 17 octobre 2003 relatif à la qualité des structures de soins de santé et d'aide sociale ;
12° domaines de sortie : les domaines d'attention axés sur les résultats et se rapportant aux différents aspects de la gestion organisationnelle, comme les résultats pour les usagers, les collaborateurs et la société ;
13° processus clés : les processus et procédures de base selon lesquels une organisation concrétise son aide, et qui comprennent :
a) accueil de l'usager ;
b) objectifs et plan d'action ;
c) conclusion et suivi ;
d) profil pédagogique ;
e) dossier d'usager. ".
Art. 2. Aan hoofdstuk 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018, wordt een afdeling 4, die bestaat uit artikel 26/1 tot en met 26/5, toegevoegd, die luidt als volgt:
"Afdeling 4. Kwaliteitsbeleid
Art. 26/1. De voorziening heeft een kwaliteitsbeleid als vermeld in artikel 4 en 5, § 1, van het decreet van 17 oktober 2003, dat al de volgende elementen bevat:
1° de missie van de voorziening;
2° de visie van de voorziening;
3° de waarden;
4° de te creëren maatschappelijke meerwaarde, alsook de strategische doelstellingen om die meerwaarde te realiseren;
5° de omschrijving van al de volgende aandachtsgebieden:
a) kwaliteitszorg;
b) inputgebieden:
1) leiderschap;
2) personeelsbeleid;
3) beleid en strategie;
4) middelen en partnerschappen;
c) kernprocessen;
d) outputgebieden:
1) gebruikersresultaten;
2) medewerkersresultaten;
3) samenlevingsresultaten.
In het eerste lid, 5°, b), wordt verstaan onder inputgebieden: de organisatorisch gerichte aandachtsgebieden die betrekking hebben op de activiteiten die het mogelijk maken dat de organisatie bepaalde resultaten behaalt op het vlak van leiderschap, personeelsbeleid, beleid en strategie, en middelen en partnerschappen.
Art. 26/2. Met toepassing van artikel 6, § 2, van het decreet van 17 oktober 2003 heeft de voorziening in haar kwaliteitsbeleid aandacht voor de volgende aspecten:
1° gelijke kansen op het gebied van toegankelijkheid, diversiteit en non-discriminatie;
2° goed bestuur, in het bijzonder wat betreft de diversiteit in samenstelling, de deskundigheid, de opdrachten en de verantwoordelijkheden van de bestuursorganen.
Art. 26/3. De voorziening beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem als vermeld in artikel 4 en 5, § 2, van het decreet van 17 oktober 2003, dat minimaal de organisatorische structuur, de bevoegdheden, de verantwoordelijkheden en de processen en procedures in het bijzonder van de aandachtsgebieden, vermeld in artikel 26/1, eerste lid, 5°, van dit besluit, bevat.
Art. 26/4. Met toepassing van artikel 4 en 5, § 3, van het decreet van 17 oktober 2003 evalueert de voorziening systematisch zelf haar werking en minimaal de aandachtsgebieden kwaliteitszorg, kernprocessen en outputgebieden, vermeld in artikel 26/1, eerste lid, 5°, van dit besluit, op basis van het schema dat opgenomen is in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Op basis van de zelfevaluatie, vermeld in het eerste lid, formuleert de voorziening verbeteracties die betrekking kunnen hebben op alle elementen van het kwaliteitsbeleid, vermeld in artikel 26/1.
Art. 26/5. De voorziening beschikt over een borgend kwaliteitshandboek als vermeld in artikel 5, § 4, en artikel 6 van het decreet van 17 oktober 2003, dat al de volgende elementen bevat:
1° het kwaliteitsbeleid, vermeld in artikel 26/1 van dit besluit;
2° het kwaliteitsmanagementsysteem, vermeld in artikel 26/3 van dit besluit;
3° de zelfevaluatie en de verbeteracties, vermeld in artikel 26/4 van dit besluit.
Het kwaliteitshandboek, vermeld in het eerste lid, is gebruiksvriendelijk en toegankelijk en wordt door alle geledingen van de voorziening gedragen.".
"Afdeling 4. Kwaliteitsbeleid
Art. 26/1. De voorziening heeft een kwaliteitsbeleid als vermeld in artikel 4 en 5, § 1, van het decreet van 17 oktober 2003, dat al de volgende elementen bevat:
1° de missie van de voorziening;
2° de visie van de voorziening;
3° de waarden;
4° de te creëren maatschappelijke meerwaarde, alsook de strategische doelstellingen om die meerwaarde te realiseren;
5° de omschrijving van al de volgende aandachtsgebieden:
a) kwaliteitszorg;
b) inputgebieden:
1) leiderschap;
2) personeelsbeleid;
3) beleid en strategie;
4) middelen en partnerschappen;
c) kernprocessen;
d) outputgebieden:
1) gebruikersresultaten;
2) medewerkersresultaten;
3) samenlevingsresultaten.
In het eerste lid, 5°, b), wordt verstaan onder inputgebieden: de organisatorisch gerichte aandachtsgebieden die betrekking hebben op de activiteiten die het mogelijk maken dat de organisatie bepaalde resultaten behaalt op het vlak van leiderschap, personeelsbeleid, beleid en strategie, en middelen en partnerschappen.
Art. 26/2. Met toepassing van artikel 6, § 2, van het decreet van 17 oktober 2003 heeft de voorziening in haar kwaliteitsbeleid aandacht voor de volgende aspecten:
1° gelijke kansen op het gebied van toegankelijkheid, diversiteit en non-discriminatie;
2° goed bestuur, in het bijzonder wat betreft de diversiteit in samenstelling, de deskundigheid, de opdrachten en de verantwoordelijkheden van de bestuursorganen.
Art. 26/3. De voorziening beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem als vermeld in artikel 4 en 5, § 2, van het decreet van 17 oktober 2003, dat minimaal de organisatorische structuur, de bevoegdheden, de verantwoordelijkheden en de processen en procedures in het bijzonder van de aandachtsgebieden, vermeld in artikel 26/1, eerste lid, 5°, van dit besluit, bevat.
Art. 26/4. Met toepassing van artikel 4 en 5, § 3, van het decreet van 17 oktober 2003 evalueert de voorziening systematisch zelf haar werking en minimaal de aandachtsgebieden kwaliteitszorg, kernprocessen en outputgebieden, vermeld in artikel 26/1, eerste lid, 5°, van dit besluit, op basis van het schema dat opgenomen is in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Op basis van de zelfevaluatie, vermeld in het eerste lid, formuleert de voorziening verbeteracties die betrekking kunnen hebben op alle elementen van het kwaliteitsbeleid, vermeld in artikel 26/1.
Art. 26/5. De voorziening beschikt over een borgend kwaliteitshandboek als vermeld in artikel 5, § 4, en artikel 6 van het decreet van 17 oktober 2003, dat al de volgende elementen bevat:
1° het kwaliteitsbeleid, vermeld in artikel 26/1 van dit besluit;
2° het kwaliteitsmanagementsysteem, vermeld in artikel 26/3 van dit besluit;
3° de zelfevaluatie en de verbeteracties, vermeld in artikel 26/4 van dit besluit.
Het kwaliteitshandboek, vermeld in het eerste lid, is gebruiksvriendelijk en toegankelijk en wordt door alle geledingen van de voorziening gedragen.".
Art. 2. Au chapitre 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 dĂ©cembre 2018, est ajoutĂ©e une section 4 comprenant les articles 26/1 Ă 26/5, libellĂ©e comme suit :
" Section 4. Politique de qualité
Art. 26/1. La structure dispose d'une politique de qualité, telle que visée aux articles 4 et 5, § 1, du décret du 17 octobre 2003, qui comprend tous les éléments suivants :
1° la mission de la structure ;
2° la vision de la structure ;
3° les valeurs ;
4° la plus-value sociale à créer, ainsi que les objectifs stratégiques pour réaliser cette plus-value ;
5° une description des domaines d'attention suivants :
a) gestion de la qualité ;
b) domaines d'entrée :
1) direction ;
2) gestion du personnel ;
3) politique et stratégie ;
4) moyens et partenariats ;
c) processus clés ;
d) domaines de sortie :
1) résultats pour les usagers ;
2) résultats pour les collaborateurs ;
3) résultats pour la société.
A l'alinéa 1er, 5°, b), on entend par domaines d'entrée : les domaines d'attention de type organisationnel, liés aux activités qui permettent à l'organisation d'atteindre certains résultats en matiÚre de leadership, de politique des effectifs, de stratégie, de ressources et de partenariats.
Art. 26/2. En application de l'article 6, § 2, du décret du 17 octobre 2003, la politique de qualité de la structure porte attention aux aspects suivants :
1° l'égalité des chances, au niveau de l'accessibilité, de la diversité et de la non-discrimination ;
2° la bonne gouvernance, en particulier en ce qui concerne la diversité de la composition, de l'expertise, des missions et des responsabilités des organes de gestion.
Art. 26/3. La structure dispose d'un systĂšme de gestion de la qualitĂ©, tel que visĂ© aux articles 4 et 5, § 2, du dĂ©cret du 17 octobre 2003, qui comprend au moins la structure organisationnelle, les compĂ©tences, les responsabilitĂ©s, les processus et les procĂ©dures, en particulier des domaines d'attention, visĂ©s Ă l'article 26/1, alinĂ©a 1er, 5°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 26/4. En application des articles 4 et 5, § 3, du dĂ©cret du 17 octobre 2003, la structure Ă©value systĂ©matiquement son fonctionnement et au moins les domaines d'attention de la gestion de la qualitĂ©, des processus clĂ©s et des domaines de sortie, visĂ©s Ă l'article 26/1, alinĂ©a 1er, 5°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sur la base du schĂ©ma repris Ă l'annexe jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Sur la base de l'auto-Ă©valuation, visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, la structure formule des actions d'amĂ©lioration qui peuvent avoir trait Ă tous les Ă©lĂ©ments de la politique de qualitĂ©, visĂ©e Ă l'article 26/1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 26/5. La structure dispose d'un manuel de garantie de la qualité, tel que visé à l'article 5, § 4, et à l'article 6 du décret du 17 octobre 2003, comprenant les éléments suivants :
1° la politique de qualitĂ©, visĂ©e Ă l'article 26/1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
2° le systĂšme de gestion de la qualitĂ©, visĂ© Ă l'article 26/3 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
3° l'auto-Ă©valuation et les actions d'amĂ©lioration, visĂ©es Ă l'article 26/4 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Le manuel de la qualité, visé à l'alinéa 1er, est convivial et accessible et est porté par toutes les catégories du personnel de la structure. ".
" Section 4. Politique de qualité
Art. 26/1. La structure dispose d'une politique de qualité, telle que visée aux articles 4 et 5, § 1, du décret du 17 octobre 2003, qui comprend tous les éléments suivants :
1° la mission de la structure ;
2° la vision de la structure ;
3° les valeurs ;
4° la plus-value sociale à créer, ainsi que les objectifs stratégiques pour réaliser cette plus-value ;
5° une description des domaines d'attention suivants :
a) gestion de la qualité ;
b) domaines d'entrée :
1) direction ;
2) gestion du personnel ;
3) politique et stratégie ;
4) moyens et partenariats ;
c) processus clés ;
d) domaines de sortie :
1) résultats pour les usagers ;
2) résultats pour les collaborateurs ;
3) résultats pour la société.
A l'alinéa 1er, 5°, b), on entend par domaines d'entrée : les domaines d'attention de type organisationnel, liés aux activités qui permettent à l'organisation d'atteindre certains résultats en matiÚre de leadership, de politique des effectifs, de stratégie, de ressources et de partenariats.
Art. 26/2. En application de l'article 6, § 2, du décret du 17 octobre 2003, la politique de qualité de la structure porte attention aux aspects suivants :
1° l'égalité des chances, au niveau de l'accessibilité, de la diversité et de la non-discrimination ;
2° la bonne gouvernance, en particulier en ce qui concerne la diversité de la composition, de l'expertise, des missions et des responsabilités des organes de gestion.
Art. 26/3. La structure dispose d'un systĂšme de gestion de la qualitĂ©, tel que visĂ© aux articles 4 et 5, § 2, du dĂ©cret du 17 octobre 2003, qui comprend au moins la structure organisationnelle, les compĂ©tences, les responsabilitĂ©s, les processus et les procĂ©dures, en particulier des domaines d'attention, visĂ©s Ă l'article 26/1, alinĂ©a 1er, 5°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 26/4. En application des articles 4 et 5, § 3, du dĂ©cret du 17 octobre 2003, la structure Ă©value systĂ©matiquement son fonctionnement et au moins les domaines d'attention de la gestion de la qualitĂ©, des processus clĂ©s et des domaines de sortie, visĂ©s Ă l'article 26/1, alinĂ©a 1er, 5°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sur la base du schĂ©ma repris Ă l'annexe jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Sur la base de l'auto-Ă©valuation, visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, la structure formule des actions d'amĂ©lioration qui peuvent avoir trait Ă tous les Ă©lĂ©ments de la politique de qualitĂ©, visĂ©e Ă l'article 26/1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 26/5. La structure dispose d'un manuel de garantie de la qualité, tel que visé à l'article 5, § 4, et à l'article 6 du décret du 17 octobre 2003, comprenant les éléments suivants :
1° la politique de qualitĂ©, visĂ©e Ă l'article 26/1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
2° le systĂšme de gestion de la qualitĂ©, visĂ© Ă l'article 26/3 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
3° l'auto-Ă©valuation et les actions d'amĂ©lioration, visĂ©es Ă l'article 26/4 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Le manuel de la qualité, visé à l'alinéa 1er, est convivial et accessible et est porté par toutes les catégories du personnel de la structure. ".
Art. 3. Aan hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018, wordt een bijlage toegevoegd, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 3. Au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 dĂ©cembre 2018, une annexe est ajoutĂ©e, laquelle est jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 maart 2014 tot uitvoering van het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 mars 2014 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 29 novembre 2013 portant organisation du soutien prĂ©ventif aux familles
Art. 4. In artikel 61 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 maart 2014 tot uitvoering van het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° voor paragraaf 1, die paragraaf 1/1 wordt, wordt een nieuwe paragraaf 1 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 1. Het subsidiebedrag dat een organisator kan krijgen, bestaat uit een vast en een variabel deel.";
2° in paragraaf 1, die paragraaf 1/1 wordt, worden in het eerste lid tussen de woorden "herberekening van het" en het woord "subsidiebedrag" de woorden "variabel deel van het" ingevoegd;
3° in paragraaf 1, die paragraaf 1/1 wordt, worden in het eerste lid de woorden "dat een organisator kan krijgen" opgeheven;
4° aan paragraaf 6, die wordt vernummerd tot paragraaf 3, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De minister bepaalt de hoogte van het vaste bedrag per aanbodsvorm en kan een maximumbedrag bepalen dat per aanbodsvorm wordt toegekend.".
1° voor paragraaf 1, die paragraaf 1/1 wordt, wordt een nieuwe paragraaf 1 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 1. Het subsidiebedrag dat een organisator kan krijgen, bestaat uit een vast en een variabel deel.";
2° in paragraaf 1, die paragraaf 1/1 wordt, worden in het eerste lid tussen de woorden "herberekening van het" en het woord "subsidiebedrag" de woorden "variabel deel van het" ingevoegd;
3° in paragraaf 1, die paragraaf 1/1 wordt, worden in het eerste lid de woorden "dat een organisator kan krijgen" opgeheven;
4° aan paragraaf 6, die wordt vernummerd tot paragraaf 3, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De minister bepaalt de hoogte van het vaste bedrag per aanbodsvorm en kan een maximumbedrag bepalen dat per aanbodsvorm wordt toegekend.".
Art. 4. A l'article 61 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 mars 2014 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 29 novembre 2013 portant organisation du soutien prĂ©ventif aux familles sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° un nouveau paragraphe 1er est inséré devant le paragraphe 1 qui devient ainsi le paragraphe 1/1. Il est libellé comme suit :
" § 1. Le montant de la subvention que put obtenir un organisateur se compose d'une part fixe et d'une part variable. " ;
2° au paragraphe 1, qui devient le paragraphe 1/1, alinéa 1er, entre les mots " recalcul " et " du montant de la subvention " sont insérés les mots " de la part variable du " ;
3° au paragraphe 1, qui devient le paragraphe 1/1, alinéa 1er, les mots " que peut obtenir un organisateur " sont abrogés ;
4° au paragraphe 6, qui est renuméroté en paragraphe 3, il est ajouté un alinéa 2, libellé comme suit :
" Le ministre fixe l'importance du montant fixe par forme d'offre et peut fixer un montant maximal attribué par forme d'offre. ".
1° un nouveau paragraphe 1er est inséré devant le paragraphe 1 qui devient ainsi le paragraphe 1/1. Il est libellé comme suit :
" § 1. Le montant de la subvention que put obtenir un organisateur se compose d'une part fixe et d'une part variable. " ;
2° au paragraphe 1, qui devient le paragraphe 1/1, alinéa 1er, entre les mots " recalcul " et " du montant de la subvention " sont insérés les mots " de la part variable du " ;
3° au paragraphe 1, qui devient le paragraphe 1/1, alinéa 1er, les mots " que peut obtenir un organisateur " sont abrogés ;
4° au paragraphe 6, qui est renuméroté en paragraphe 3, il est ajouté un alinéa 2, libellé comme suit :
" Le ministre fixe l'importance du montant fixe par forme d'offre et peut fixer un montant maximal attribué par forme d'offre. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2017 betreffende de erkenning en subsidiëring van de vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 novembre 2017 relatif Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement des centres de confiance pour enfants maltraitĂ©s et de l'organisation partenaire
Art. 5. Artikel 27 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2017 betreffende de erkenning en subsidiëring van de vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 27. Het vertrouwenscentrum kindermishandeling en de partnerorganisatie, erkend conform dit besluit, ontvangen binnen de perken van de begrotingskredieten jaarlijks een algemene werkingssubsidie ter ondersteuning van de personeels- en werkingskosten.
Het agentschap kent voor de duur van de erkenning een subsidie toe als vermeld in het eerste lid.".
"Art. 27. Het vertrouwenscentrum kindermishandeling en de partnerorganisatie, erkend conform dit besluit, ontvangen binnen de perken van de begrotingskredieten jaarlijks een algemene werkingssubsidie ter ondersteuning van de personeels- en werkingskosten.
Het agentschap kent voor de duur van de erkenning een subsidie toe als vermeld in het eerste lid.".
Art. 5. L'article 27 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 novembre 2017 relatif Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement des centres de confiance pour enfants maltraitĂ©s et de l'organisation partenaire est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 27. Le centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s et l'organisation partenaire, agréés conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, reçoivent, dans les limites des crĂ©dits budgĂ©taires, annuellement une subvention de fonctionnement gĂ©nĂ©ral Ă titre de soutien aux frais de personnel et de fonctionnement.
L'agence octroie pour la durée de l'agrément une subvention, telle que visée à l'alinéa 1er. "
" Art. 27. Le centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s et l'organisation partenaire, agréés conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, reçoivent, dans les limites des crĂ©dits budgĂ©taires, annuellement une subvention de fonctionnement gĂ©nĂ©ral Ă titre de soutien aux frais de personnel et de fonctionnement.
L'agence octroie pour la durée de l'agrément une subvention, telle que visée à l'alinéa 1er. "
Art. 6. In artikel 31 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 3 wordt de zinsnede "50.000,00 euro (vijftigduizend euro)" vervangen door de zinsnede "79.000 euro (negenenzeventigduizend euro)";
2° er wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 3/1. De jaarlijkse subsidie voor de partnerorganisatie bedraagt 100.000 euro (honderdduizend euro).";
3° in paragraaf 4 wordt de zin "De subsidies, vermeld in dit artikel, zijn uitgedrukt tegen 100 % van de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2017." vervangen door de zin "De subsidies, vermeld in dit artikel, zijn gekoppeld aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2017, met uitzondering van de subsidie vermeld in paragraaf 3/1 van dit artikel, die gekoppeld is aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2019.".
1° in paragraaf 3 wordt de zinsnede "50.000,00 euro (vijftigduizend euro)" vervangen door de zinsnede "79.000 euro (negenenzeventigduizend euro)";
2° er wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 3/1. De jaarlijkse subsidie voor de partnerorganisatie bedraagt 100.000 euro (honderdduizend euro).";
3° in paragraaf 4 wordt de zin "De subsidies, vermeld in dit artikel, zijn uitgedrukt tegen 100 % van de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2017." vervangen door de zin "De subsidies, vermeld in dit artikel, zijn gekoppeld aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2017, met uitzondering van de subsidie vermeld in paragraaf 3/1 van dit artikel, die gekoppeld is aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2019.".
Art. 6. A l'article 31 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au paragraphe 3, le membre de phrase " 50.000,00 euros (cinquante mille euros) " est remplacé par le membre de phrase " 79.000 euros (septante-neuf mille euros) " ;
2° il est inséré un paragraphe 3/1, libellé comme suit :
" § 3/1. La subvention annuelle pour l'organisation partenaire s'élÚve à 100.000 euros (cent mille euros). " ;
3° au paragraphe 4, la phrase " Les subventions visées au présent article, sont exprimées à 100 % de l'indice pivot applicable au 1er janvier 2017. " est remplacée par la phrase " Les subventions visées au présent article sont liées à l'indice pivot applicable au 1er janvier 2017, à l'exception de la subvention visée au paragraphe 3/1 du présent article, laquelle est liée à l'indice pivot applicable au 1er janvier 2019. ".
1° au paragraphe 3, le membre de phrase " 50.000,00 euros (cinquante mille euros) " est remplacé par le membre de phrase " 79.000 euros (septante-neuf mille euros) " ;
2° il est inséré un paragraphe 3/1, libellé comme suit :
" § 3/1. La subvention annuelle pour l'organisation partenaire s'élÚve à 100.000 euros (cent mille euros). " ;
3° au paragraphe 4, la phrase " Les subventions visées au présent article, sont exprimées à 100 % de l'indice pivot applicable au 1er janvier 2017. " est remplacée par la phrase " Les subventions visées au présent article sont liées à l'indice pivot applicable au 1er janvier 2017, à l'exception de la subvention visée au paragraphe 3/1 du présent article, laquelle est liée à l'indice pivot applicable au 1er janvier 2019. ".
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 7. Het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen treedt in werking voor de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning.
Art. 7. Le décret du 17 octobre 2003 relatif à la qualité des structures de soins de santé et d'aide sociale entre en vigueur pour les centres d'aide aux enfants et d'assistance des familles.
Art. 8. De volgende regelingen worden opgeheven:
1° het ministerieel besluit van 10 juni 2002 betreffende de kwaliteitszorg in de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning;
2° het ministerieel besluit van 10 juni 2002 betreffende de kwaliteitszorg in de vertrouwenscentra kindermishandeling.
1° het ministerieel besluit van 10 juni 2002 betreffende de kwaliteitszorg in de centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning;
2° het ministerieel besluit van 10 juni 2002 betreffende de kwaliteitszorg in de vertrouwenscentra kindermishandeling.
Art. 8. Les réglementations suivantes sont abrogées :
1° l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 10 juin 2002 relatif Ă la gestion de la qualitĂ© dans les centres d'aide aux enfants et d'assistance des familles ;
2° l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 10 juin 2002 relatif Ă la gestion de la qualitĂ© dans les centres de confiance pour enfants maltraitĂ©s.
1° l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 10 juin 2002 relatif Ă la gestion de la qualitĂ© dans les centres d'aide aux enfants et d'assistance des familles ;
2° l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 10 juin 2002 relatif Ă la gestion de la qualitĂ© dans les centres de confiance pour enfants maltraitĂ©s.
Art. 9. Artikel 5 en 6 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2019.
Art. 9. Les articles 5 et 6 produisent leurs effets Ă compter du 1er janvier 2019.
Art. 10. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-08-2019, p. 77758)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 13-08-2019, p. 77776)