Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 MAART 2019. - Milieuovereenkomst betreffende de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid inzake afgedankte elektrische en elektronische apparatuur(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-07-2019 en tekstbijwerking tot 03-02-2025)
Titre
13 MARS 2019. - Convention environnementale relative à l'exécution de la responsabilité élargie des producteurs en matière de déchets d'équipements électriques et électroniques(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-07-2019 et mise à jour au 03-02-2025)
Tekst (58)
Texte (58)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Juridische bronnen
  § 1. De bepalingen van de Ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen ('ordonnantie') en in het bijzonder de artikelen 6 en 26 alsook de bepalingen van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen ('besluit') en in het bijzonder de artikelen 2.1.1 tot 2.3.7 en de artikelen 2.4.46 tot 2.4.67 zijn van toepassing op deze overeenkomst.
Article 1er. Sources juridiques
  § 1er. Les dispositions de l'Ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets (" ordonnance "), et en particulier les articles 6 et 26, ainsi que celles de l'Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 1er décembre 2016 relatif à la gestion des déchets (" arrêté "), et en particulier les articles 2.1.1. à 2.3.7 et les articles 2.4.46 à 2.4.67, sont applicables à la présente convention.
Art. 2. Definities
  § 1. De nuttige definities van de ordonnantie en het besluit worden herhaald in bijlage I.
  § 2. Daarnaast gelden ook de volgende aanvullende definities in het kader van de huidige milieuovereenkomst:
  1° Beheersorganisme: vereniging zonder winstoogmerk die voldoet aan de bepalingen van artikel 2.3.3 van het besluit, aan wie de producenten de verplichtingen die hen toekomen krachtens de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ('UPV'), geheel of gedeeltelijk delegeren;
  2° Uitvoeringsorganisme: vereniging waaraan het beheersorganisme zijn verplichtingen met betrekking tot de UPV geheel of gedeeltelijk delegeert;
  3° Lid: de natuurlijke of rechtspersoon die lid is van een ondertekenende organisatie die een mandaat heeft gegeven aan deze organisatie met het oog op de uitvoering van zijn UPV;
  4° Toegetredene: de natuurlijke of rechtspersoon die toetreedt tot het collectieve systeem dat ingevoerd werd overeenkomstig de huidige overeenkomst, door de ondertekening van een toetredingsovereenkomst met het/de beheersorganisme(n);
  5° Toetredingsovereenkomst: overeenkomst waarmee het lid of de toegetredene de uitvoering van de verplichtingen die hem toekomen krachtens de UPV geheel of gedeeltelijk delegeert aan het beheersorganisme;
  6° Fijnmazige ophaling: inzameling van AEEA (afgedankte elektrische en elektronische apparatuur), met inbegrip van de groepering en de sortering in fracties, uitgevoerd door of voor rekening van de producenten op inzamelpunten. Dit omvat de gratis inzameling van huishoudelijke AEEA bij de bedrijven, de kleinhandelaars en andere mobiele of vaste, tijdelijke of permanente inzamelpunten die door de producent ingericht werden. Dit omvat niet de inzameling van huishoudelijke AEEA uitgevoerd door de publiekrechtelijke rechtspersoon (PRRP) bij de gezinnen, noch de inzameling die rechtstreeks verricht wordt bij de groeperingscentra.
Art. 2. Définitions
  § 1. Les définitions utiles de l'ordonnance et de l'arrêté sont rappelées à l'annexe I.
  § 2. Les définitions complémentaires suivantes sont d'application dans le cadre de la présente convention environnementale :
  1° Organisme de gestion : association sans but lucratif qui répond aux dispositions de l'article 2.3.3 de l'arrêté, à qui des producteurs délèguent tout ou partie des obligations qui leur incombent en vertu de la responsabilité élargie du producteur (" REP ");
  2° Organisme d'exécution : association à laquelle l'organisme de gestion délègue tout ou partie des obligations qui lui incombent en matière de REP;
  3° Membre : la personne physique ou morale, membre d'une organisation signataire ayant donné mandat à cette organisation en vue de l'exécution de sa REP;
  4° Adhérent : la personne physique ou morale membre qui adhère au système collectif mis en place conformément à la présente convention, par la signature d'une convention d'adhésion avec le ou les organismes de gestion;
  5° Contrat d'adhésion : convention par laquelle le membre ou l'adhérent délègue l'exécution de tout ou partie des obligations qui lui incombent en vertu de sa REP à l'organisme de gestion;
  6° Collecte quadrillée : collecte de DEEE (déchets d'équipements électriques et électroniques), en ce compris le regroupement et le tri en fractions, effectuée par ou pour le compte des producteurs auprès de points de collecte. Cela inclut les collectes gratuites des DEEE domestiques auprès des entreprises, des détaillants et des autres points de collecte mobiles ou fixes, temporaires ou permanents mis en place par le producteur. Cela n'inclut ni les collectes de DEEE domestiques effectuées par la personne morale de droit public (PMDP) auprès des ménages, ni les collectes effectuées directement auprès des centres de regroupement.
Art. 3. Juridisch kader
  § 1. Deze overeenkomst bindt de ondertekenende partijen, de leden en de toegetredenen.
  § 2. De organisaties informeren hun leden over de verplichtingen die uit de huidige overeenkomst voortvloeien.
  § 3. Met het oog op de uitvoering van de overeenkomst richten de organisaties of hun leden een of meerdere beheersorganismen op. De lijst van de beheersorganismen werd toegevoegd als bijlage II.
  § 4. De beheersorganismen kunnen hun verplichtingen geheel of gedeeltelijk toevertrouwen aan een uitvoeringsorganisme ("het uitvoeringsorganisme") dat aan de voorwaarden van artikel 2.3.3 van het besluit voldoet.
  § 5. De verplichtingen die respectievelijk opgenomen worden door de leden, de toegetredenen, de ondertekenende organisaties, de beheersorganismen en het uitvoeringsorganisme worden gepreciseerd in het Preventie- en beheerplan dat beoogd wordt bij artikel 15 ("Beheerplan").
  § 6. De toetredingsovereenkomst garandeert de non-discriminatie en de niet-verstoring van de concurrentie tussen de contractanten en streeft naar administratieve vereenvoudiging. De beheersorganismen mogen de toetreding van producenten niet weigeren.
  § 7. De toetredingsovereenkomst bevat de nodige bepalingen om de financiering te garanderen van de uitvoering van de uitgebreide verantwoordelijkheid van de producenten van de apparatuur die tijdens de duur van de toetredingsovereenkomst op de markt gebracht werd, ook al zou de producent niet langer gebonden zijn aan een milieuovereenkomst na afloop van de toetredingsovereenkomst. De ondertekening van de toetredingsovereenkomst en de regelmatige betaling van de door de producent verschuldigde milieubijdragen gelden als waarborg voor de financiering van een gepast beheer van de AEEA in de zin van artikel 2.4.57 van het besluit.
  § 8. De beheersorganismen aanvaarden buitenlandse producenten of hun gevolmachtigden overeenkomstig artikel 2.4.67, § 1 en § 2 van het besluit.
Art. 3. Cadre juridique
  § 1er. La présente convention lie les parties signataires, les membres et les adhérents.
  § 2. Les organisations informent leurs membres des obligations qui découlent de la présente convention.
  § 3. En vue de l'exécution de la présente convention, les organisations ou leurs membres créent un ou plusieurs organisme(s) de gestion. La liste des organismes de gestion est reprise en annexe II.
  § 4. Les organismes de gestion peuvent confier tout ou partie de leurs obligations à un organisme d'exécution (" l'organisme d'exécution ") répondant aux conditions de l'article 2.3.3 de l'arrêté.
  § 5. Les obligations respectivement assumées par les membres, les adhérents, les organisations signataires, par les organismes de gestion et l'organisme d'exécution sont précisées dans le Plan de prévention et de gestion visée à l'article 15 (" Plan de gestion ").
  § 6. Le contrat d'adhésion garantit la non-discrimination et la non distorsion de concurrence entre les contractants et recherche la simplification administrative. Les organismes de gestion ne peuvent refuser l'adhésion de producteurs.
  § 7. Le contrat d'adhésion comprend les dispositions nécessaires pour garantir le financement de l'exécution de la responsabilité élargie des producteurs des appareils qui ont été mis sur le marché pendant la durée du contrat d'adhésion, même si le producteur n'est plus lié à une convention environnementale à l'issue du contrat d'adhésion. La signature du contrat d'adhésion et le paiement régulier des cotisations environnementales dues par le producteur font office de garantie du financement de la gestion appropriée des DEEE au sens de l'article 2.4.57 de l'arrêté.
  § 8. Les organismes de gestion acceptent les producteurs étrangers ou leurs mandataires conformément à l'article 2.4.67 §§ 1 et 2 de l'arrêté.
Art. 4. Algemene principes
  § 1. De huidige milieuovereenkomst legt de uitvoeringsregels inzake de UPV voor AEEA vast, die door artikel 26 van de ordonnantie en titel II van het besluit beoogd wordt. Ze wordt gesloten conform de ordonnantie van 29 april 2004 betreffende de milieuovereenkomsten.
  § 2. De overeenkomst kadert in een aanpak van algemeen belang en wil de levenscyclus van de materialen waaruit de AEEA bestaan, zo goed mogelijk sluiten door preventie, hergebruik en voorbereiding voor hergebruik te stimuleren en door selectieve inzameling, recyclage en andere gepaste verwerkingen om een hoge mate van milieubescherming en bescherming van de grondstoffen te bereiken, te maximaliseren, terwijl er tegelijkertijd wordt toegezien op een economisch en sociaal optimum binnen een logica van duurzame ontwikkeling en circulaire economie. De overeenkomst stimuleert de ontwikkeling van vennootschappen met sociaal oogmerk die actief zijn op het vlak van de inzameling, de sortering voor hergebruik en de voorbereiding voor hergebruik in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  § 3. De overeenkomst wordt beheerd in het kader van een partnerschaps- en pedagogische aanpak die alle actoren van het AEEA-circuit samenbrengt.
  § 4. Vanuit een streven naar administratieve vereenvoudiging en goed bestuur versterkt de huidige overeenkomst de autonomie en de transparantie van de producenten om hun verplichtingen op het vlak van de UPV na te komen. De tussenkomst in de opvolging van de overeenkomst door het Gewest gebeurt doelgerichter en wordt aangevuld met een systeem van zelfevaluatie door de producenten en van externe evaluatie.
  § 5. De overeenkomst tracht de modaliteiten betreffende de uitvoering van de UPV tussen de drie Gewesten te harmoniseren en kadert in de Europese regelgeving ter zake.
Art. 4. Principes généraux
  § 1er. La présente convention environnementale fixe les règles d'exécution en matière de REP des DEEE visée par l'article 26 de l'ordonnance et du titre II de l'arrêté. Elle est conclue conformément à l'ordonnance du 29 avril 2004 relative aux conventions environnementales.
  § 2. La convention s'inscrit dans une démarche d'intérêt général et vise à boucler au mieux le cycle de vie des matériaux composant les DEEE, en stimulant la prévention, le réemploi et la préparation en vue du réemploi et en maximisant la collecte sélective, le recyclage et les autres traitements appropriés en vue d'atteindre un haut degré de protection de l'environnement et la préservation des ressources, tout en veillant à un optimum économique et social, dans une logique de développement durable et d'économie circulaire. La convention stimule le développement d'entreprises à finalité sociale actives dans la collecte, le tri en vue du réemploi et la préparation en vue du réemploi en Région de Bruxelles-Capitale.
  § 3. La convention est conduite dans le cadre d'une démarche partenariale et pédagogique qui associe l'ensemble des acteurs de la filière des DEEE.
  § 4. Dans une démarche de simplification administrative et de bonne gouvernance, la présente convention renforce l'autonomie et la transparence des producteurs pour atteindre leurs obligations en matière de REP. L'intervention dans le suivi de la convention par la Région est davantage ciblée et complétée par un système d'auto-évaluation des producteurs et d'évaluation externe.
  § 5. La convention s'efforce d'harmoniser les modalités d'exécution de la REP entre les trois Régions et s'inscrit dans le cadre de la réglementation européenne.
Art. 5. Toepassingsgebied
  § 1. Deze milieuovereenkomst is van toepassing op de huishoudelijke en professionele elektrische en elektronische apparatuur ("EEA") die aan de UPV onderworpen is overeenkomstig artikel 2.4.46, § 2 tot § 5 van het besluit, met uitzondering van fotovoltaïsche zonnepanelen.
  § 2. Leefmilieu Brussel zorgt voor de opstelling en jaarlijkse bijwerking van een productenlijst die de toestellen bevat, die onder het toepassingsgebied vallen en waarop de UPV van toepassing is. In samenspraak met de betroffen organisaties stellen de beheersorganismen een lijst op van de producten waarvoor het beheersorganisme de UPV uitvoert. Deze lijsten maken een onderscheid tussen de huishoudelijke en de professionele EEA.
  § 3. Wanneer een product niet in de productenlijst voorkomt, onderzoeken de beheersorganismen op verzoek van de desbetreffende sector de mogelijkheid om het product in kwestie in de lijst op te nemen. Zijn - gemotiveerde - beslissing ter zake wordt aan de aanvrager meegedeeld.
  § 4. De wijzigingen van de productenlijsten worden zes maanden vóór hun inwerkingtreding door de beheersorganismen aan de leden, de toegetredenen en de distributiesector meegedeeld.
  § 5. De beheersorganismen publiceren de lijst van de producten die beoogd worden bij § 4 hierboven, op een duidelijke en gemakkelijk toegankelijke manier op hun website en stellen een kopie ter beschikking van iedereen die ernaar vraagt.
Art. 5. Champ d'application
  § 1er. La présente convention environnementale s'applique aux équipements électriques et électroniques (" EEE ") domestiques et professionnels soumis à REP conformément à l'article 2.4.46 §§ 2 à 5 de l'arrêté, à l'exception des panneaux photovoltaïques.
  § 2. Bruxelles Environnement établit et met à jour annuellement une liste de produits répertoriant les appareils tombant dans le champ d'application et auxquels s'appliquent la REP. Les organismes de gestion dressent, en concertation avec les organisations concernées, une liste de produits pour lesquels l'organisme de gestion exécute la REP. Ces listes distinguent les EEE domestiques et professionnels.
  § 3. Lorsqu'un produit ne figure pas sur la liste de produits, les organismes de gestion examinent, à la demande du secteur concerné, la possibilité de l'y intégrer. Sa décision, motivée, est communiquée au demandeur.
  § 4. Les modifications des listes de produits sont communiquées par les organismes de gestion aux membres et aux adhérents, au secteur de la distribution, six mois avant leur entrée en vigueur.
  § 5. Les organismes de gestion publient de manière claire et facilement accessible sur leur site Internet la liste des produits visée au § 4 ci-dessus et mettent une copie à la disposition de toute personne qui en exprime la demande.
HOOFDSTUK 2. - Becijferde doelstellingen
CHAPITRE 2. - Objectifs chiffrés
Art. 6. Becijferde doelstellingen
  [1 [2 De becijferde doelstellingen die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behaald dienen te worden tegen 31 december 2025]2]1:
  - een minimale verhoging met 50% van de gerapporteerde en ingezamelde hoeveelheden huishoudelijke AEEA op het grondgebied van het Gewest ten opzichte van het tonnage van het jaar 2017. Deze doelstelling zal door de partijen heronderhandeld kunnen worden in het licht van de resultaten van de studie die beoogd wordt bij artikel 20, § 2;
  - een minimale verhoging met 50% van de hoeveelheden verbruikte huishoudelijke EEA afkomstig van het circuit van de voorbereiding voor hergebruik ten opzichte van de tonnage van 2017.
  [1 [2 Het beheersorganisme en Leefmilieu Brussel werken samen om nieuwe becijferde doelstellingen te bepalen die moeten worden behaald tussen 1 januari 2026 en het einde van de milieuovereenkomst]2.]1
  
Art. 6. Objectifs chiffrés
  [1 [2 Les objectifs chiffrés à atteindre en Région de Bruxelles-Capitale pour le 31 décembre 2025]2]1 sont :
  - Une augmentation minimale de 50 % des quantités de DEEE domestiques rapportées et collectées sur le territoire de la Région, par rapport au tonnage de l'année 2017. Cet objectif pourra être renégocié par les parties en regard des résultats de l'étude visée à l'article 20 § 2;
  - Une augmentation minimale de 50% des quantités d'EEE domestiques usagés sortant de la filière de la préparation en vue du réemploi par rapport au tonnage de 2017.
  [1 [2 L'organisme de gestion et Bruxelles-Environnement se concertent pour fixer de nouveaux objectifs chiffrés à atteindre entre le 1er janvier 2026 et le terme de la convention environnementale]2.]1
  
HOOFDSTUK 3. - Governance
CHAPITRE 3. - Gouvernance
Sectie 1. - Algemeen
Section 1re. - Généralités
Art. 7. Toepassing te goeder trouw van de overeenkomst
  De huidige overeenkomst wordt door elk van de ondertekenende partijen te goeder trouw geïmplementeerd.
Art. 7. Application de bonne foi de la convention
  La présente convention est mise en oeuvre de bonne foi par chacune des parties signataires.
Sectie 2. - Regels inzake goed bestuur van de beheersorganismen
Section 2. - Règles de Gouvernance des organismes de gestion
Art. 8. Algemene governancebeginselen
  § 1. De beheersorganismen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van deze overeenkomst met het oog op het bereiken van de doelstellingen, in het kader van de modaliteiten die erin beschreven worden.
  § 2. De uitoefening van hun verantwoordelijkheid wordt omkaderd door de volgende principes:
  - de activiteiten worden in goede banen geleid zoals een goede huisvader dat zou doen en met oog voor de doelstellingen van de overeenkomst; dit wordt begeleid door een Preventie- en Beheerplan;
  - de planning, het beheer en de evaluatie van de activiteiten moeten gedocumenteerd worden en dienen het voorwerp uit te maken van een toegang tot informatie zoals omkaderd door de voorliggende overeenkomst;
  - het beheer van de activiteiten moet kwaliteitscontroleprocessen omvatten, die door de beheersorganismen geïmplementeerd worden;
  - wanneer andere actoren voor het beheer van de activiteiten dienen samen te werken, wordt dit beheer omkaderd door evenwichtige akkoorden tussen de partijen;
  - de planning, het beheer en de evaluatie van de activiteiten maken het voorwerp uit van periodieke besprekingen tussen de beheersorganismen en de betroffen actoren;
  - de bepaling van de doelstellingen en de methodologie van de studies, de keuze van de contractant, de samenstelling van het begeleidingscomité en de formulering van de conclusies gebeuren op een objectieve manier en conform de doelstellingen van deze overeenkomst.
  § 3. De beheersorganismen moeten zich verzekeren voor de contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid die uit elk van hun activiteiten kan voortvloeien.
  § 4. De beheersorganismen handelen in alle transparantie ten overstaan van Leefmilieu Brussel. Afgezien van de gegevens die door het beheersorganismen openbaar worden gemaakt, behandelt Leefmilieu Brussel de ontvangen informatie op een vertrouwelijke manier, waarbij het de gewettigde economische belangen beschermt en de vertrouwelijkheid van de gegevens van de individuele ondernemingen respecteert.
  § 5. De vergaderingen van de Raad van Bestuur en de Algemene Vergadering van de beheersorganismen en van het uitvoeringsorganisme staan open voor:
  - een waarnemerspost voor Leefmilieu Brussel en voor een vertegenwoordiger van de distributiesector.
  De waarnemers beschikken over dezelfde informatie als de andere deelnemers aan de vergadering.
  § 6. Rekening houdend met artikel 2.2.12 van het besluit implementeren de beheersorganismen kwaliteitscontroleprocedures via een of meerdere onpartijdige en onafhankelijke, externe derden die met name het volgende evalueren:
  - de kwaliteit van de kwantitatieve gegevens;
  - de objectiviteit en de onpartijdigheid van de studies die in overeenstemming met de huidige overeenkomst uitgevoerd worden;
  - de naleving van de elementen van de overeenkomst;
  - de financiële gegevens;
  en formuleren in voorkomend geval voorstellen over hoe het beter kan.
  De procedures worden gedetailleerd in het Beheerplan dat bij artikel 15 beoogd wordt.
  § 7. Het beheersorganisme implementeert een beleid voor het beheer van potentiële belangenconflicten. Dit beleid wordt uitgewerkt binnen 6 maanden na de inwerkingtreding van de overeenkomst en wordt bij het Beheerplan gevoegd. Met name bij een belangenconflict in hoofde van een persoon die deelneemt aan de evaluatie, de opvolging van de gunningsprocedure en/of de beslissing tot gunning van een overeenkomst door het beheersorganisme, dient deze zich te onthouden van elke tussenkomst in de evaluatie en/of de besluitvorming.
Art. 8. Principes généraux de gouvernance
  § 1er. Les organismes de gestion ont la responsabilité de mettre en oeuvre la présente convention en vue d'atteindre les objectifs, dans le cadre des modalités qui y sont décrites.
  § 2. L'exercice de leur responsabilité est encadré par les principes suivants :
  - la gestion des activités est réalisée en bon père de famille et soucieuse des objectifs de la convention; celle-ci est encadrée par un Plan de Prévention et de Gestion;
  - la programmation, la gestion et l'évaluation des activités doivent pouvoir être documentées et faire l'objet d'un accès à l'information tel qu'encadré par la présente convention;
  - la gestion des activités doit comprendre des processus de contrôle de qualité mis en place par les organismes de gestion;
  - lorsque la gestion des activités nécessite la collaboration d'autres acteurs, celle-ci est encadrée par des accords équilibrés entre les parties;
  - la programmation, la gestion et l'évaluation des activités font l'objet de discussions périodiques entre les organismes de gestion et les acteurs concernés;
  - la rédaction des objectifs et de la méthodologie des études, le choix du contractant, la composition du comité d'accompagnement ainsi que les conclusions sont réalisés de manière objective et en accord avec les objectifs de la présente convention.
  § 3. Les organismes de gestion doivent souscrire une assurance pour couvrir la responsabilité contractuelle et extracontractuelle pouvant découler de chacune de leurs activités.
  § 4. Les organismes de gestion agissent en toute transparence envers Bruxelles Environnement. A l'exception des données rendues publiques par l'organisme de gestion, Bruxelles Environnement traite les données reçues de façon confidentielle, en protégeant des intérêts économiques légitimes et en respectant la confidentialité des données des entreprises individuelles.
  § 5. Les réunions du Conseil d'Administration et de l'Assemblée Générale des organismes de gestion et de l'organisme d'exécution sont ouverts à :
  - un poste d'observateur pour Bruxelles Environnement et pour un représentant du secteur de la distribution.
  Les observateurs disposent des mêmes informations que les autres participants de la réunion.
  § 6. Tenant compte de l'article 2.2.12. de l'arrêté, les organismes de gestion mettent en place des procédures de contrôle de qualité, via un ou plusieurs tiers externes impartiaux et indépendants qui évaluent notamment :
  - la qualité des données quantitatives;
  - l'objectivité et l'impartialité des études réalisées en accord avec la présente convention;
  - le respect des éléments de la convention;
  - les données financières;
  et formulent, le cas échéant, des propositions d'amélioration.
  Les procédures sont détaillées dans le Plan de gestion visé à l'article 15.
  § 7. L'organisme de gestion met en place une politique relative à la gestion des conflits d'intérêts potentiels. Cette politique est rédigée dans les 6 mois de l'entrée en vigueur de la convention et est jointe au Plan de gestion. En particulier, en cas de conflit d'intérêts dans le chef d'une personne participant à l'évaluation, le suivi de la procédure d'attribution et/ou la décision d'attribution d'une convention par l'organisme de gestion, celle-ci doit s'abstenir de toute intervention dans l'évaluation et/ou la prise de décision.
Art. 9. Beheer van de relaties met de andere actoren van het beheer van de AEEA - Discussieforum
  De beheersorganismen organiseren een Discussieforum met alle ondertekenende partijen van de huidige milieuovereenkomst en de organisaties die de actoren vertegenwoordigen, die betrokken zijn bij de uitvoering van deze milieuovereenkomst, inclusief vertegenwoordigers van de Sociale economie, consumentenverenigingen en milieuverenigingen.
  Het forum komt minstens één keer per jaar samen naar aanleiding van de voorstelling van het goedgekeurde jaarverslag. Het beheersorganisme stelt er ook de lopende en toekomstige acties voor.
  Leefmilieu Brussel wordt uitgenodigd op de bijeenkomsten van het Discussieforum. Elke vergadering maakt het voorwerp uit van een proces-verbaal dat naar alle partijen en naar Leefmilieu Brussel gestuurd wordt.
Art. 9. Gestion des relations avec les autres acteurs de gestion des DEEE - Forum de discussion
  Les organismes de gestion organisent un Forum de discussion avec toutes les parties signataires de la présente convention environnementale et les organisations représentatives des acteurs impliqués dans l'exécution de cette convention environnementale, y compris des représentants de l'Economie sociale, d'associations des consommateurs et d'associations environnementales.
  Le forum se réunit au moins une fois par an à l'occasion de la présentation du rapport annuel approuvé. L'organisme de gestion y présente également les actions en cours et futures.
  Bruxelles Environnement est invité aux réunions du Forum de discussion. Chaque réunion fait l'objet d'un procès-verbal transmis à toutes les parties et à Bruxelles Environnement.
Art. 10. Strategisch intergewestelijk overleg
  De beheersorganismen organiseren twee maal per jaar, naar aanleiding van het opstellen van de begroting van het volgende boekjaar en naar aanleiding van het opstellen van de jaarrekening van het voorbije boekjaar, een strategisch overleg met enerzijds een afvaardiging van de drie Gewesten en anderzijds een afvaardiging van de Raad van Bestuur van de beheersorganismen.
Art. 10. Réunion stratégique inter-régionale
  Les organismes de gestion organisent deux fois par an une réunion stratégique, avec des représentants des trois Régions d'une part et du Conseil d'Administration des organismes de gestion d'autre part, à l'occasion de l'établissement du budget du prochain exercice et à l'occasion de la présentation des comptes annuels de l'exercice précédent.
Sectie 3. - Rol van het Gewest
Section 3. - Rôle de la Région
Art. 11. Rol van het Gewest
  § 1. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest neemt initiatieven ten overstaan van de andere gewestelijke autoriteiten, opdat in de drie Gewesten de toepasselijke reglementering inzake de UPV voor AEEA van zowel huishoudelijke als bedrijfsmatige oorsprong geharmoniseerd zou worden, na overleg met de betrokken sectoren.
  § 2. Teneinde de uitvoering van deze overeenkomst mogelijk te maken en de initiatieven van de organisaties of de beheersorganismen kracht bij te zetten, verbindt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zich ertoe om, in overleg met hen, hiertoe vereiste aanvullende reglementaire voorschriften aan te nemen.
Art. 11. Rôle de la Région
  § 1er. La Région de Bruxelles-Capitale prend des initiatives vers les autres autorités régionales afin que, dans les trois Régions, la réglementation applicable en matière de REP des DEEE tant d'origine domestique que professionnelle soit harmonisée, après concertation avec les secteurs concernés.
  § 2. Afin de permettre l'exécution de la présente convention et de soutenir les initiatives des organisations ou des organismes de gestion, la Région de Bruxelles-Capitale s'engage, en concertation avec ceux-ci, à prendre des dispositions réglementaires complémentaires requises à cet effet.
Sectie 4. - Rol van Leefmilieu Brussel
Section 4. - Rôle de Bruxelles Environnement
Art. 12. Rol van Leefmilieu Brussel
  § 1. Leefmilieu Brussel heeft als taak om toe te zien op de correcte implementatie van voorliggende overeenkomst. Het treedt daarbij welwillend in naam van het Gewest op, volgens een principe van vertrouwen en dialoog met de beheersorganismen.
  § 2. Leefmilieu Brussel heeft toegang tot alle informatie die het nodig heeft om zijn opdracht te vervullen. De beheersorganismen zijn ertoe gehouden om op elk verzoek om informatie vanwege Leefmilieu Brussel te antwoorden binnen de perken van artikel 8.
  § 3. Leefmilieu Brussel ziet erop toe dat alle actoren de UPV strikt naleven en dat de verplichtingen die aan de beheerders van de AEEA toekomen, nagekomen worden, ook op het vlak van rapportering, in overeenstemming met het besluit.
  § 4. Leefmilieu Brussel evalueert de individuele afvalbeheerplannen die het voorgelegd krijgt in het kader van de UPV voor de AEEA volgens de beginselen van voorliggende overeenkomst en stelt de beheersorganismen op hun verzoek een lijst van de producenten ter beschikking die een individueel plan indienden.
  § 5. Leefmilieu Brussel stelt de beheersorganismen via elektronische weg een lijst van de actoren ter beschikking, die over de nodige toelatingen beschikken om op zijn grondgebied actief te zijn op het vlak van het beheer van AEEA.
Art. 12. Rôle de Bruxelles Environnement
  § 1. Bruxelles Environnement a pour rôle de veiller à la bonne mise en oeuvre de la présente convention. Il agit au nom de la Région de manière bienveillante, suivant un principe de confiance et de dialogue avec les organismes de gestion.
  § 2. Bruxelles Environnement a accès à toutes les informations nécessaires à l'exercice de sa mission. Les organismes de gestion sont tenus de répondre à toute demande d'information de la part de Bruxelles Environnement dans les limites de l'article 8.
  § 3. Bruxelles Environnement assure le respect par tous les acteurs de la stricte application de la REP et de toutes les obligations incombant aux gestionnaires de DEEE, y compris en matière de rapportage, conformément à l'arrêté.
  § 4. Bruxelles Environnement réalise l'évaluation des plans individuels de gestion de déchets qui lui sont soumis dans le cadre de la REP des DEEE suivant les principes de la présente convention et met à disposition des organismes de gestion, sur leur demande, une liste des producteurs qui ont remis un plan individuel.
  § 5. Bruxelles Environnement met à disposition des organismes de gestion, de manière électronique, une liste des acteurs disposant des autorisations pour les activités de gestion des DEEE sur son territoire.
Art. 13. Externe evaluatie
  De gegevens die door het beheersorganisme aan Leefmilieu Brussel bezorgd worden in het kader van deze overeenkomst en die door een onafhankelijk controleorganisme gevalideerd werden, worden elk jaar voorgesteld op een vergadering met het controleorganisme en/of de revisor en Leefmilieu Brussel.
  Deze gegevens houden verband met:
  - de kwaliteit en de volledigheid van de becijferde informatie met betrekking tot de op de markt gebrachte producten en de bezorgde AEEA;
  - alle elementen die betrekking hebben op de bescherming van het milieu in het kader van de verschillende handelingen die gevalideerd worden conform de huidige overeenkomst;
  - de kwaliteit van de informatie met betrekking tot de financiële analyse.
Art. 13. Evaluation Externe
  Les informations transmises par l'organisme de gestion à Bruxelles Environnement dans le cadre de la présente convention, validées par un organisme de contrôle indépendant, sont présentées chaque année durant une réunion avec l'organisme de contrôle et/ou le réviseur et Bruxelles Environnement.
  Ces informations concernent :
  - la qualité et la complétude des données chiffrées relatives aux produits de la mise sur le marché et relatives aux DEEE fournies;
  - tous les éléments relatifs à la protection de l'environnement dans les différentes opérations qui sont validés conformément à la présente convention;
  - la qualité des informations relatives à l'analyse financière.
Art. 14. Opvolgingscomité
  § 1. Leefmilieu Brussel organiseert een Opvolgingscomité met de beheersorganismen. Dit Opvolgingscomité komt minstens twee keer per jaar samen. Het heeft als voornaamste doel om de goede uitvoering van de overeenkomst na te gaan.
  § 2. De essentiële elementen van het beheer van de AEEA door de beheersorganismen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden erin besproken, net als de initiatieven van het Gewest op het vlak van het beheer van de AEEA. Het Comité kan in onderling overleg beslissen om desgevallend initiatieven te ontwikkelen rond een innovatief en lokaal beheer van de inzameling van AEEA zoals geïdentificeerd door de studie die vermeld wordt bij artikel 20, § 2. Deze initiatieven hebben tot doel om de circulariteit van de materialen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te verbeteren.
  De agenda van de vergadering wordt vastgelegd door Leefmilieu Brussel in samenspraak met de beheersorganismen.
  Elke bijeenkomst van het Opvolgingscomité maakt het voorwerp uit van een door Leefmilieu Brussel opgesteld proces-verbaal.
Art. 14. Comité de suivi
  § 1. Bruxelles Environnement organise un Comité de suivi avec les organismes de gestion. Ce Comité de suivi se réunit au minimum deux fois par an. Il a pour objectif principal d'examiner la bonne exécution de la convention.
  § 2. Les éléments essentiels de la gestion des DEEE par les organismes de gestion en Région de Bruxelles-Capitale y sont discutés ainsi que les initiatives de la Région en matière de gestion des DEEE. Le Comité peut décider de commun accord de développer, le cas échéant, des initiatives de gestion innovante et locale de collecte des DEEE telles qu'identifiées par l'étude citée à l'article 20 § 2. Ces initiatives ont pour but d'améliorer la circularité des matériaux en Région de Bruxelles-Capitale.
  L'ordre du jour de la réunion est fixé par Bruxelles Environnement en partenariat avec les organismes de gestion.
  Chaque Comité de suivi fait l'objet d'un procès-verbal établi par Bruxelles Environnement.
HOOFDSTUK 4. - Planning van en rapportering over het beheer van de AEEA
CHAPITRE 4. - Planification et rapportage de la gestion des DEEE
Art. 15. Opstelling van strategische documenten met betrekking tot de uitvoering van de UPV
  § 1. De beheersorganismen stellen het volgende op:
  - een Preventie- en Beheerplan voor de duur van de overeenkomst in overeenstemming met de doelstellingen en bepalingen van de huidige overeenkomst binnen de zes maanden na de inwerkingtreding ervan. Dit plan bevat zowel de financiële als de operationele strategische maatregelen en dat in het bijzonder met het oog op een optimalisering van de Brusselse prestaties op het vlak van inzameling en voorbereiding voor hergebruik; [1 [2 Op vraag van Leefmilieu Brussel hernieuwen de beheersorganismen hun preventie- en beheersplan vanaf 1 januari 2026 en leggen ze dit ter goedkeuring voor aan Leefmilieu Brusse [2.]1
  - het Jaarverslag, tegen 31 mei elk jaar, dat het volgende bevat:
  o de bij artikel 2.4.61 van het besluit voorziene gegevens, waarbij duidelijk het onderscheid gemaakt wordt tussen de professionele AEEA en de huishoudelijke AEEA;
  o een tabel die de ingezamelde AEEA per inzamelkanaal in gewicht en in eenheden samenvat;
  - het Jaarverslag dat [1 [2 ...]2]1 na het vijfde kalenderjaar sinds de inwerkingtreding van de huidige overeenkomst gepubliceerd wordt en dat een deel 'kwalitatieve evaluatie' bevat:
  o de succes- en de mislukkingsfactoren op nationaal en op gewestelijk niveau;
  o de verbeteringsvoorstellen voor een toekomstige milieuovereenkomst.
  § 2. Leefmilieu Brussel bezorgt het document aan de Regering en aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad.
  
Art. 15. Etablissement des documents stratégiques d'exécution de la REP
  § 1. Les organismes de gestion établissent :
  - un Plan de Prévention et de Gestion pour la durée de la convention conformément aux objectifs et aux dispositions de la présente convention dans les six mois de son entrée en vigueur. Il contient les mesures stratégiques tant financières qu'opérationnelles et en particulier pour optimiser la performance bruxelloise en termes de collecte et de préparation au réemploi.[1 [2 A la demande de Bruxelles-Environnement, les organismes de gestion renouvèlent leur plan de prévention et de gestion à dater du 1er janvier 2026 et le soumettent à Bruxelles-Environnement pour approbation. ]2.]1
  - le Rapport annuel, pour le 31 mai de chaque année, contenant :
  o les données prévues à l'article 2.4.61 de l'arrêté et distinguent clairement les chiffres pour les DEEE professionnels et les DEEE domestiques;
  o un tableau récapitulant les DEEE collectés par canal de collecte, en poids et en unités;
  - le Rapport annuel publié [1 [2 ...]2]1 après la cinquième année calendrier après l'entrée en vigueur de la présente convention comprend un volet d'évaluation qualitative :
  o les facteurs de succès et les facteurs d'échec à l'échelle nationale et à l'échelle régionale;
  o les propositions d'amélioration pour une future convention environnementale.
  § 2. Bruxelles Environnement communique le document au Gouvernement et au Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale.
  
HOOFDSTUK 5. - Operationele modaliteiten
CHAPITRE 5. - Modalités opérationnelles
Sectie 5. - Op de markt brengen, preventie, eco-ontwerp en sensibilisering
Section 5. - Mise sur le marché, prévention, écoconception et sensibilisation
Art. 16. Op de markt brengen
  De beheersorganismen zijn verantwoordelijk voor de inzameling van de gegevens over het op de markt brengen van EEA door de leden en de toegetredenen.
Art. 16. Mise sur le marché
  Les organismes de gestion sont responsables de la collecte des données de la mise sur le marché des EEE par les membres et les adhérents.
Art. 17. Preventie en eco-ontwerp
  De organisaties of de beheersorganismen informeren hun leden op het vlak van preventie, met inbegrip van de eisen inzake eco-ontwerp, moedigen hen aan en ondersteunen hen, indien mogelijk, bij de ondernomen initiatieven ten gunste van een kwantitatieve en kwalitatieve preventie en de voorbereiding voor hergebruik van de producten.
Art. 17. Prévention et écoconception
  Les organisations ou les organismes de gestion informent leurs membres en ce qui concerne la prévention, en ce compris les exigences en matière d'écoconception, les encouragent et si possible les soutiennent dans les initiatives en faveur de la prévention quantitative et qualitative et de la préparation au réemploi des produits.
Art. 18. Informatie
  § 1. Rekening houdend met de artikelen 2.2.14 en 2.4.64 van het besluit informeren de beheersorganismen de consumenten over:
  1. de wenselijkheid van hergebruik en waarom het zo belangrijk is dat het afval van hun producten niet als restafval worden weggegooid en dat wordt deelgenomen aan de gescheiden inzameling ervan om het hergebruik, de verwerking en de recyclage ervan te vergemakkelijken;
  2. het ecologisch rationele gebruik van hun producten en de manier waarop het product het voorwerp kan uitmaken van een hergebruik, voorbereid kan worden voor hergebruik, gerecycleerd kan worden of op een andere manier nuttig toegepast kan worden;
  3. de inzamelings- en beheersystemen die hen ter beschikking gesteld worden;
  4. hun rol bij de recyclage van het afval van hun producten;
  5. de verplichting om zich niet te ontdoen van de AEEA via het restafval, maar wel via de gescheiden inzameling ervan;
  6. de terugname- en inzamelingssystemen die hen ter beschikking gesteld worden, waarbij de coördinatie van de informatie over de beschikbare inzamelpunten aangemoedigd wordt, ongeacht de producent of de operator die ze voorziet;
  7. hun rol bij het hergebruik, de recyclage en de overige vormen van nuttige toepassing van de AEEA;
  8. de mogelijke gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid omwille van de aanwezigheid van gevaarlijke afvalstoffen in de EEA.
  De informatie is bestemd voor de houder van huishoudelijke AEEA, ongeacht of het nu om een gezin of een professional gaat.
  § 2. De betroffen kleinhandelaars en beheersorganismen kunnen informatiecampagnes opzetten over de milieuimpact van het gebruik van EEA. De daarbij overgebrachte boodschappen mogen de consument er niet toe aanzetten om zich te ontdoen van zijn apparaat, als dit vanuit milieustandpunt gezien niet gerechtvaardigd is.
  § 3. De beheersorganismen informeren de consumenten van professionele AEEA over hun verplichtingen met betrekking tot een gepast beheer.
Art. 18. Information
  § 1er. Tenant compte des articles 2.2.14 et 2.4.64 de l'arrêté, les organismes de gestion informent les consommateurs :
  1. de l'intérêt du réemploi et de l'importance de ne pas éliminer les déchets de leurs produits comme des déchets non triés et de prendre part à leur collecte séparée de manière à en faciliter le réemploi, le traitement et le recyclage;
  2. de l'utilisation écologiquement rationnelle de leurs produits et de la manière dont le produit peut faire l'objet d'un réemploi, être préparé au réemploi, recyclé ou autrement valorisé;
  3. des systèmes de collecte et de gestion mis à leur disposition;
  4. du rôle qu'ils ont à jouer dans le recyclage des déchets de leurs produits;
  5. l'obligation de ne pas se débarrasser des DEEE avec les déchets non triés et de procéder à la collecte séparée des DEEE;
  6. les systèmes de reprise et de collecte mis à leur disposition, encourageant la coordination des informations sur les points de collecte à disposition, quel que soit le producteur ou l'opérateur qui les met en place;
  7. leur rôle dans le réemploi, le recyclage et les autres formes de valorisation des DEEE;
  8. les effets potentiels sur l'environnement et la santé humaine en raison de la présence de substances dangereuses dans les EEE;
  L'information est destinée au détenteur de DEEE domestiques, qu'il soit ménager ou professionnel.
  § 2. Les détaillants et les organismes de gestion concernés peuvent mener des campagnes d'information sur l'impact environnemental de l'usage d'EEE. Les messages véhiculés ne peuvent inciter le consommateur à se défaire de son appareil si cela ne se justifie pas d'un point de vue environnemental.
  § 3. Les organismes de gestion informent les consommateurs de DEEE professionnels de leurs obligations de gestion appropriée.
Art. 19. Voorbereiding voor hergebruik en hergebruik
  § 1. Overeenkomstig de artikelen 2.1.1, § 3, punt 3 en 4, en 2.2.8, § 2, wordt er voorrang gegeven aan de voorbereiding voor hergebruik van de toestellen door de ondernemingen van de Sociale economie, als de apparaten aan de hergebruikscriteria voldoen die bij artikel 4.1.2 en bijlage IV van het besluit vastgelegd werden.
  § 2. Alle AEEA die ingezameld werd door of voor rekening van de beheersorganismen kan gesorteerd worden in herbruikbare apparatuur en niet-herbruikbare apparatuur.
  § 3. De beheersorganismen bevorderen de voorbereiding voor hergebruik van de AEEA door de vennootschappen met sociaal oogmerk. In die optiek voorzien de contracten met de inzamelingsactoren een bepaling die hen toelaat om een toegang tot de ingezamelde huishoudelijke AEEA te verzekeren.
  § 4. De sortering met het oog op een hergebruik en voorbereiding voor hergebruik vindt in eerste instantie plaats in het groeperingscentrum voor AEEA.
  § 5. Om ervoor te zorgen dat er meer aan de UPV onderworpen afval voorbereid wordt voor hergebruik, mag de vennootschap met sociaal oogmerk enkel stukken onttrekken die nodig zijn voor de reparatie in hun eigen inrichtingen van aan de UPV onderworpen afval.
  § 6. Om het hergebruik te stimuleren, bezorgen de producenten de informatie over de voorbereiding voor hergebruik voor alle EEA die onder hun verantwoordelijkheid vallen, gratis en dat zodra de hergebruikcentra en/of hun beroepsfederatie daarom vraagt.
  § 7. Als een apparaat gerepareerd wordt met niet-originele stukken, moet de persoon die de reparatie verricht, garanderen dat het toestel aan de toepasselijke normen en wetgeving voldoet, met inbegrip van de veiligheidsnormen, onder voorbehoud van een eventuele fabricagefout bij het voor het eerst op de markt brengen ervan. De initiële fabrikant kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor de schade of gebreken die zouden voortvloeien uit de reparatie bij een reparatie met niet-originele onderdelen. Voor de toepassing van deze bepaling wordt met origineel stuk het stuk bedoeld dat ofwel identiek is, ofwel vergelijkbaar is met het originele vervangstuk, wanneer het originele stuk niet langer beschikbaar is, bijvoorbeeld als gevolg van de technische vooruitgang of de staking van de productie van het oude stuk. Deze bepaling wordt opgenomen in elk samenwerkingsakkoord met een onderneming uit de hergebruiksector.
  § 8. Er wordt een samenwerkingsakkoord gesloten met de federatie die de vennootschappen met sociaal oogmerk vertegenwoordigt, die bij dit artikel beoogd worden. Minstens één keer per jaar worden de PRRP en de inzamelaar van de fijnmazige ophaling uitgenodigd om de kwestie van de bewarende inzameling en de toegang tot het ingezamelde afval met het oog op het hergebruik ervan te bespreken. Experts kunnen op verzoek van een van de betroffen partijen deelnemen aan de vergadering van het platform.
Art. 19. Préparation en vue du réemploi et réemploi
  § 1er. Conformément aux articles 2.1.1. § 3, points 3 et 4, et 2.2.8 § 2, la priorité est donnée à la préparation en vue du réemploi des appareils par les entreprises d'Economie sociale si les appareils remplissent les critères de réemploi définis à l'article 4.1.2 et à l'annexe IV de l'arrêté.
  § 2. Tous les DEEE collectés par ou pour le compte des organismes de gestion doivent être triés en appareils réemployables et en appareils non réemployables.
  § 3. Les organismes de gestion favorisent la préparation en vue du réemploi des DEEE par les entreprises à finalité sociale. Dans cette perspective, les contrats avec les acteurs de collecte prévoient une disposition leur permettant d'assurer un accès au gisement de DEEE domestiques.
  § 4. Le tri en vue du réemploi et la préparation en vue du réemploi a lieu en priorité au centre de regroupement des DEEE.
  § 5. Pour augmenter la préparation en vue du réemploi des déchets issus des produits soumis à REP, l'entreprise à finalité sociale peut uniquement extraire des pièces nécessaires en vue de la réparation dans leurs propres installations des déchets soumis à REP.
  § 6. Afin de favoriser le réemploi, les producteurs fournissent gratuitement les informations sur la préparation en vue du réemploi pour tous les EEE qui relèvent de leur responsabilité et ce sur première demande des centres de réemploi et/ou de leur fédération professionnelle.
  § 7. Si un appareil est réparé? avec des pièces non originales, la personne assurant la réparation doit garantir que l'appareil répond aux normes et aux législations qui sont applicables, en ce compris les normes de sécurité?, sauf défaut de fabrication au moment de sa première mise sur le marché?. Le fabricant initial ne peut être tenu pour responsable des dommages ou vices résultant de la réparation en cas de réparation avec des pièces non originales. Pour l'application de la présente disposition, on entend par pièce originale la pièce qui est soit identique, soit au moins analogue a? la pièce de rechange originale quand la pièce originale n'est plus disponible, par exemple a? la suite de progrès technique ou de l'abandon de la production de l'ancienne pièce. Cette disposition est reprise dans chaque accord de collaboration avec une entreprise du secteur de la réutilisation.
  § 8. Un accord de collaboration est établi avec la fédération représentative des entreprises à finalité sociale visées par le présent article. Au moins une fois par an, la PMDP et le collecteur de la collecte quadrillée sont invités pour aborder la question de la collecte préservante et de l'accès au gisement en vue du réemploi. Des experts peuvent participer à la réunion de la plateforme à la demande d'une des parties concernées.
Sectie 6. - Inzameling
Section 6. - Collecte
Art. 20. Doelstellingen van de inzameling van huishoudelijke AEEA
  § 1. De beheersorganismen organiseren de gescheiden inzameling van de huishoudelijke AEEA op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ze zetten een evenwichtig verdeeld inzamelingsnetwerk op, dat een toereikende dekking van het grondgebied biedt. Ze bieden een kwalitatieve service aan, die gebaseerd is op de beschikbaarheid en de nabijheid van vaste of mobiele, permanenten of tijdelijke inzamelpunten. Dankzij deze maatregelen kunnen huishoudelijke of professionele houders zich gemakkelijk en gratis ontdoen van hun huishoudelijke AEEA.
  § 2. Binnen 6 maanden na de inwerkingtreding van de huidige overeenkomst bestuderen de beheersorganismen de objectieve redenen voor de waargenomen Brusselse onderprestatie met betrekking tot het tonnage aan huishoudelijke AEEA dat per inwoner ingezameld wordt; ongeacht of de Brusselse houder nu een huishoudelijke of professionele houder is.
  De desbetreffende studie dient zich daarbij te buigen over:
  - de kwantitatieve kwesties: verkoop, verbruik, opslag, inzameling, enz.;
  - de gedragsgerelateerde kwesties: kennis, steun voor de sortering, gedrag, ruimtelijke beperkingen, enz.;
  - de toegankelijkheid van het inzamelingsaanbod;
  - het bestaan van illegale inzamelingscircuits;
  - een vergelijking met andere steden in de andere gewesten;
  - de aanpassingsvoorstellen voor de acties die door de beheersorganismen, alle betroffen actoren en het Gewest ondernomen werden met het oog op een aanzienlijke verhoging van de ingezamelde hoeveelheden.
  § 3. Op basis van de bij § 2 hierboven beoogde studies passen de beheersorganismen hun actieplan aan ter verbetering van het inzamelingspercentage in Brussel.
  § 4. De beheersorganismen zien toe op de vermindering van de impact op het milieu van de logistiek voor de inzameling van de huishoudelijke AEEA, met name door een geoptimaliseerd gebruik van de vervoersmiddelen.
  § 5. Naar aanleiding van de tussentijdse en finale evaluatierapporten verrichten de beheersorganismen een statistisch betrouwbare analyse van de in Brussel ingezamelde hoeveelheden huishoudelijk en professioneel restafval om de hoeveelheid in eenheden en in gewicht te extrapoleren aan AEEA die niet gesorteerd werd. De resultaten van deze analyses worden voorgesteld in voormelde rapporten.
Art. 20. Objectifs de collecte des DEEE domestiques
  § 1. Les organismes de gestion organisent la collecte séparée des DEEE domestiques sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale. Ils mettent en place un réseau de collecte réparti de manière équilibrée et permettant un degré de couverture suffisant du territoire. Ils offrent un service de qualité fondé sur une disponibilité et une proximité des points de collecte fixes ou mobiles, permanents ou ponctuels. Ces mesures permettent aux détenteurs ménagers et professionnels de se défaire facilement et gratuitement de leur DEEE domestiques.
  § 2. Dans les 6 mois de l'entrée en vigueur de la présente convention, les organismes de gestion étudient les raisons objectives de la sous-performance bruxelloise perçue relative au tonnage des DEEE domestiques collectés par habitant; que le détenteur bruxellois soit ménager ou professionnel.
  L'étude doit aborder :
  - les questions quantitatives : vente, consommation, stockage, collecte, etc.;
  - les questions comportementales : connaissance, adhésion au tri, comportement, contraintes spatiales, etc.;
  - l'accessibilité de l'offre de collecte;
  - l'existence de filières illégales de collecte;
  - une comparaison avec d'autres villes dans les autres régions;
  - les propositions d'adaptation des actions menées par les organismes de gestion, tous les acteurs concernés ainsi que la Région en vue d'augmenter significativement les quantités collectées.
  § 3. Sur base des études visées au § 2 ci-dessus, les organismes de gestion adaptent leur plan d'actions en vue d'améliorer le taux de collecte à Bruxelles.
  § 4. Les organismes de gestion veillent à réduire l'impact sur l'environnement de la logistique de collecte des DEEE domestiques, notamment par une utilisation optimisée des moyens de transport.
  § 5. A l'occasion des rapports d'évaluation intermédiaire et finale, les organismes de gestion procèdent à une analyse fiable statistiquement du gisement des déchets résiduels ménagers et professionnels à Bruxelles pour extrapoler la quantité, en unités et en poids, de DEEE qui n'ont pas fait l'objet d'un tri. Les résultats de ces analyses sont présentés dans lesdits rapports.
Art. 21. Bewarende inzameling van huishoudelijke AEEA
  § 1. De inzameling en het vervoer van de gescheiden ingezamelde AEEA worden zodanig verricht dat voor optimale omstandigheden gezorgd wordt voor de voorbereiding voor hergebruik, recyclage en insluiting van gevaarlijke afvalstoffen. Alle inzamelingskanalen worden gesensibiliseerd rond het belang van een bewarende inzameling om de voorbereiding voor hergebruik mogelijk te maken.
  § 2. De beheersorganismen stellen gratis voldoende inzamelrecipiënten ter beschikking van alle inzamelpunten waarmee zij een overeenkomst afgesloten hebben voor de terugname van huishoudelijke AEEA.
  De inzamelrecipiënten worden in overleg met alle betrokken partijen zodanig uitgekozen dat:
  - de voorbereiding voor hergebruik erdoor vergemakkelijkt wordt;
  - de consument ertoe aangespoord wordt om zich te ontdoen van de apparaten ongeacht hun afmetingen;
  - de opslag van de AEEA beveiligd wordt.
  De inzamelrecipiënten houden rekening met de opslagcapaciteiten van de verschillende types inzamelpunten.
  Binnen 6 maanden na de inwerkingtreding van de huidige overeenkomst bestuderen de beheersorganismen de ontwikkeling van meer bewarende recipiënten en dat in het bijzonder voor schermen.
  § 3. De beheersorganismen nemen gratis de door de kleinhandelaars, de centra voor voorbereiding voor hergebruik en de PRRP ingezamelde apparaten terug.
  § 4. De beheersorganismen verbinden er zich toe om de AEEA binnen een termijn van drie werkdagen na de oproep van het inzamelpunt te laten ophalen, voor zover voldaan werd aan de volgende voorwaarden:
  - het inzamelpunt heeft zich als inzamelpunt geregistreerd bij de beheersorganismen;?
  - het aantal op te halen verouderde apparaten bedraagt minstens één transporteenheid.?De transporteenheid wordt gedefinieerd in een bestek, na overleg met alle betrokken partijen.
  Bij de inwerkingtreding van de milieuovereenkomst wordt een transporteenheid beschouwd als ofwel acht aparte eenheden voor de apparaten die deel uitmaken van de categorieën Grote huishoudelijke apparaten, ofwel voor minstens 80% met AEEA gevulde palletbox, ofwel een doos lampen van minstens 50 kg.
  § 5. Met het oog op een efficiënte inzameling van AEEA kunnen de beheersorganismen een voldoende aantal regionale overslagstations (ROS) oprichten. De ROS staan met name in voor:
  - de opslag en sortering van AEEA die in opdracht van de beheersorganismen ingezameld werd bij de inzamelpunten;
  - de sortering van AEEA met het oog op hergebruik;
  - De gratis terugname van AEEA die rechtstreeks door de kleinhandelaars en professionele houders aangeboden wordt.
  De ROS die AEEA aanvaarden die afkomstig is van het Brussels Gewest, maar die zich in Vlaanderen of in Wallonië bevindt, richten een systeem op dat de toegang tot deze AEEA of hun equivalenten garandeert voor de Brusselse actoren van de Sociale economie die een akkoord gesloten hebben met Recupel.
  Er kunnen ook andere afvalstoffen door de ROS aanvaard worden dan AEEA. De kosten van het beheer van deze afvalstoffen vallen dan echter niet ten laste van de beheersorganismen.
  § 6. De beheersorganismen aanvaarden geen AEEA die niet alle essentiële onderdelen van het apparaat bevatten, tenzij het inzamelpunt het beheersorganisme maar sporadisch van zulke toestellen toevertrouwt. AEEA die afgedankt afval bevatten dat vreemd is aan het apparaat in kwestie, worden niet aanvaard door de beheersorganismen.
Art. 21. Collecte préservante des DEEE domestiques
  § 1. La collecte et le transport des DEEE collectés séparément sont réalisés de manière à assurer des conditions optimales de préparation en vue du réemploi, de recyclage et de confinement des substances dangereuses. Tous les canaux de collecte sont sensibilisés à l'importance de la collecte préservante en vue de rendre possible la préparation en vue du réemploi.
  § 2. Les organismes de gestion mettent gratuitement les récipients de collecte nécessaires à la disposition de tous les points de collecte avec lesquels un contrat est conclu en vue de la reprise des DEEE domestiques.
  Les récipients de collecte sont choisis, en concertation avec toutes les parties concernées, de manière à ce que :
  - la préparation en vue du réemploi soit facilitée;
  - le consommateur soit incité à se défaire des appareils quelles que soient leurs dimensions;
  - le stockage des DEEE soit sécurisé.
  Les récipients de collecte tiennent compte des capacités de stockage des différents types de points de collecte.
  Dans les 6 mois de l'entrée en vigueur de la présente convention, les organismes de gestion étudient le développement de récipients plus préservants, en particulier pour les écrans.
  § 3. Les organismes de gestion reprennent gratuitement les équipements collectés par les détaillants, les centres de préparation en vue du réemploi et par la PMDP.
  § 4. Les organismes de gestion s'engagent à faire collecter les DEEE dans les trois jours ouvrables après l'appel du point de collecte, pour autant qu'il soit satisfait aux conditions suivantes :
  - le point de collecte est enregistré comme point de collecte auprès des organismes de gestion;
  - le nombre d'appareils usagés à collecter représente au moins une unité de transport. L'unité de transport est définie dans un cahier des charges, après concertation avec toutes les parties concernées.
  A l'entrée en vigueur de la convention environnementale, l'on considère une unité de transport comme étant soit huit unités distinctes pour les équipements faisant partie des catégories Grands équipements ménagers ou une box-palette remplie à 80% au moins de DEEE ou une boîte d'ampoules d'au moins 50 kg.
  § 5. Pour permettre une collecte efficace des DEEE, les organismes de gestion peuvent mettre sur pied un nombre suffisant de centres de transbordement régionaux (CTR). Les CTR prennent notamment en charge :
  - le stockage et le tri des DEEE ayant été collectés par les points de collecte pour le compte des organismes de gestion;
  - le tri des DEEE en vue du réemploi;
  - la reprise gratuite de DEEE proposés directement par les détaillants et les détenteurs professionnels;
  Les CTR qui acceptent des DEEE issus de la Région bruxelloise mais situés en Flandre ou en Wallonie mettent en place un système garantissant l'accès de ces DEEE ou de leurs équivalents aux acteurs bruxellois de l'Economie sociale qui ont un accord avec Recupel.
  D'autres déchets que les DEEE peuvent être acceptés par les CTR. Les coûts de la gestion de ces déchets n'incombent pas aux organismes de gestion.
  § 6. Les organismes de gestion n'acceptent pas les DEEE ne contenant pas toutes les parties essentielles de l'appareil, sauf si le point de collecte ne lui en confie que sporadiquement. Des DEEE contenant des déchets étrangers à l'appareil mis au rebut ne sont pas acceptés par les organismes de gestion.
Art. 22. Over de terugnameplicht van de kleinhandelaar
  § 1. Overeenkomstig artikel 2.4.49 van het besluit
  - neemt de kleinhandelaar kosteloos de AEEA terug, waarvan de gebruiker zich ontdoet, bij de aankoop van een nieuw product dat een gelijkwaardige functie vervult. Deze terugnameplicht geldt ongeacht de verkoopsmodaliteiten en de wijze van levering/ophaling.
  - De kleinhandelaar die over minstens 400 vierkante meter aan verkoopruimte beschikt, gewijd aan EEA, neemt de erg kleine AEEA kosteloos en zonder de verplichting tot aankoop van een gelijkwaardig product terug. Deze verplichting kan opgeheven worden, als een door Leefmilieu Brussel goedgekeurde studie aantoont dat met alternatieven dezelfde prestaties qua inzameling van kleine AEEA geboekt kunnen worden tegen een geringere kostprijs. Zulke evaluaties worden openbaar gemaakt.
  - De kleinhandelaar bewaart de AEEA zoals deze hem door de consumenten bezorgd werden en vertrouwt ze toe aan de distributeur of het door de beheersorganismen geïmplementeerde inzamelingssysteem. Hij mag de apparaten niet demonteren en/of de verschillende onderdelen ervan niet van elkaar scheiden, tenzij met de expliciete toelating van de beheersorganismen of de organisaties of om bij gelegenheid vervangstukken aan hun klanten te bezorgen in het kader van een door hen geleverde reparatiedienst.
  AEEA waarvan essentiële onderdelen ontbreken en/of die afvalstoffen bevat die vreemd zijn aan het afgedankte apparaat, mag door de kleinhandelaars geweigerd worden. Deze toestellen kunnen niet worden geweigerd door de beheersorganismen, wanneer de kleinhandelaar ze slechts sporadisch aanbiedt.
  § 2. De kleinhandelaar brengt op een duidelijk zichtbare plaats in elk van zijn verkooppunten een kennisgeving aan, waarin hij onder de titel "TERUGNAMEVERPLICHTING" stipuleert op welke manier hij aan de bepalingen van de huidige overeenkomst en van het besluit voldoet. De kennisgeving en het sensibiliseringsmateriaal wordt uitgewerkt door het uitvoeringsorganisme en na overleg met de organisaties die de kleinhandelaars vertegenwoordigen. Het sensibiliseringsmateriaal wordt gratis door het beheerorganisme ter beschikking van de detailhandelaars gesteld.
  § 3. Maken het voorwerp uit van specifieke aanvullende of afwijkende bijzondere bepalingen:
  - de terugname van afgedankte lampen en verlichtingstoestellen;
  - de terugname van afval van elektrische en elektronische medische inrichtingen en elektrische en elektronische laboratoriumapparatuur;
  - de terugname van rookdetectoren.
Art. 22. De l'obligation de reprise du détaillant
  § 1. Conformément à l'article 2.4.49 de l'arrêté,
  - le détaillant reprend gratuitement les DEEE dont l'utilisateur final se défait, lors de l'acquisition d'un nouveau produit remplissant une fonction équivalente. Cette obligation de reprise vaut quelles que soient les modalités de la vente et du mode de livraison/d'enlèvement.
  - Le détaillant disposant d'au moins 400 mètres carrés d'espace de vente consacrés aux EEE reprend gratuitement du consommateur les DEEE de très petite dimension et sans obligation d'acheter de produit équivalent. Cette obligation peut être levée si une étude, approuvée par Bruxelles Environnement, démontre que des alternatives peuvent permettre d'atteindre les mêmes performances en termes de collecte de petits DEEE à moindre coût. Ces évaluations sont rendues publiques.
  - Le détaillant conserve les DEEE tels qu'ils lui ont été remis par les consommateurs et les confie au distributeur ou au système de collecte mis en place par les organismes de gestion. Il ne peut démonter les appareils et/ou en séparer les différentes parties, sauf sur autorisation explicite des organismes de gestion ou des organisations ou pour fournir occasionnellement des pièces de rechange à leurs clients dans le cadre d'un service de réparation qu'ils procurent.
  Les DEEE dont les parties essentielles manquent et/ou qui contiennent des déchets étrangers à l'appareil mis au rebut peuvent être refusés par les détaillants. Ces appareils ne peuvent pas être refusés par les organismes de gestion quand le détaillant ne lui en confie que sporadiquement.
  § 2. Le détaillant appose à un endroit clairement visible dans chacun de ses points de vente un avis dans lequel il est stipulé, sous l'intitulé "OBLIGATION DE REPRISE", de quelle manière il répond aux dispositions de la présente convention et de l'arrêté. L'avis et le matériel de sensibilisation est élaboré par l'organisme d'exécution et après concertation avec les organisations qui représentent les détaillants. Le matériel de sensibilisation est mis à disposition gratuitement des détaillants par l'organisme de gestion.
  § 3. Font l'objet de dispositions particulières complémentaires ou dérogatoires spécifiques :
  - la reprise des lampes usagées et appareils d'éclairage;
  - la reprise des déchets de dispositifs médicaux électriques et électroniques et d'appareillages de laboratoires électriques et électroniques;
  - la reprise des détecteurs de fumées.
Art. 23. Over de inzameling van huishoudelijke AEEA door de PRRP
  § 1. In uitvoering van artikel 2.2.5 en 2.2.6 van het besluit verloopt de inzameling van huishoudelijke AEEA in samenwerking met de publiekrechtelijke rechtspersonen.
  De beheersorganismen sluiten een samenwerkingsakkoord met de betroffen publiekrechtelijke rechtspersonen. De modelovereenkomst wordt opgesteld door het beheersorganisme na overleg met de vertegenwoordigers van de betroffen publiekrechtelijke rechtspersonen en ter goedkeuring voorgelegd aan Leefmilieu Brussel.
  § 2. De beheersorganismen nemen de volledige, reële kosten van de inzameling en de sortering van de AEEA voor hun rekening.
Art. 23. De la collecte des DEEE domestiques par la PMDP
  § 1. En exécution de l'article 2.2.5 et 2.2.6 de l'arrêté, la collecte des DEEE ménagers se déroule avec la collaboration des personnes morales de droit public.
  Les organismes de gestion concluent un accord de collaboration avec les personnes morales de droit public concernées. Le contrat-type est établi par l'organisme de gestion après concertation avec les représentants des personnes morales de droit public concernées et soumis pour approbation de Bruxelles Environnement.
  § 2. Les organismes de gestion prennent en charge les coûts réels et complets de la collecte et du tri des DEEE.
Art. 24. Over de inzameling van huishoudelijke AEEA bij de professionele houder
  De houder van huishoudelijke AEEA kan een beroep doen op de beheersorganismen om zich gratis te ontdoen van zijn AEEA, voor zover hij over een bij artikel 21, § 4 beoogde transporteenheid beschikt.
Art. 24. De la collecte des DEEE domestiques auprès du détenteur professionnel
  Le détenteur de DEEE domestique peut faire appel aux organismes de gestion pour se défaire gratuitement de ses DEEE, pour autant qu'il dispose d'une unité de transport visée à l'article 21 § 4.
Art. 25. Over de inzameling van professionele AEEA
  § 1. Voor de inzameling van professionele AEEA kunnen de producenten kiezen tussen de modaliteiten die bij § 2 en § 3 hieronder beoogd worden.
  § 2. De producenten van EEA of de houders van professionele AEEA doen een beroep op erkende AEEA-beheerders. De overeenkomst die ze sluiten met de beheerder(s), voorziet een vergoeding voor de kosten van de inzameling en de verwerking. Het staat de producenten vrij om de beheerskosten door te rekenen aan hun klanten overeenkomstig de contractuele bepalingen die ze met deze laatsten afgesproken hebben.
  § 3. De producenten belasten de beheersorganismen met de inzameling door een beroep te doen op de bestaande inzamelingskanalen die door de beheersorganismen erkend worden. De kosten van de inzameling stemmen overeen met de prijs van de opdracht en worden ten laste van de houders gelegd, tenzij de producenten deze kosten al voor hun rekening genomen zouden hebben bij het op de markt brengen van het product. Het staat de producenten vrij om deze kosten al dan niet door te rekenen aan hun klanten, overeenkomstig de contractuele bepalingen die ze met deze laatsten afgesproken hebben.
Art. 25. De la collecte des DEEE professionnels
  § 1er. Pour la collecte de DEEE professionnels, les producteurs ont le choix entre les modalités visées aux §§ 2 et 3 ci-dessous.
  § 2. Les producteurs d'EEE ou les détenteurs de DEEE professionnels font appel à des gestionnaires de DEEE autorisés. Le contrat qu'ils concluent avec le ou les gestionnaires prévoit l'indemnisation des coûts de collecte et de traitement. Les producteurs sont libres de récupérer les coûts de gestion auprès de leurs clients conformément aux conditions contractuelles qu'ils ont convenues avec ces derniers.
  § 3. Les producteurs chargent les organismes de gestion de la collecte en faisant appel aux canaux de collecte existants reconnus par les organismes de gestion. Les frais de la collecte correspondent au prix du marché et sont mis à la charge des détenteurs, sauf si ces frais ont déjà été pris en charge par les producteurs lors de la mise sur le marché du produit. Les producteurs sont libres de récupérer ou non ces frais auprès de leurs clients, conformément aux conditions contractuelles qu'ils ont convenues avec ces derniers.
Sectie 7. - Recyclage
Section 7. - Recyclage
Art. 26. Verwerkings- en recyclagedoelstellingen
  § 1. De ingezamelde AEEA moeten minstens de doelstellingen van artikel 2.4.60 van het besluit halen en moeten verwerkt worden in overeenstemming met de wetgeving en de reglementering die van kracht zijn op het moment van de verwerking, overeenkomstig de administratieve toelatingen van de verwerkingsoperatoren en, in voorkomend geval, conform het Handvest voorzien bij artikel 27.
  § 2. Na depollutie moeten de resterende materialen en componenten van de AEEA op een selectieve en milieuvriendelijke manier verwerkt worden. De verwerking van de materialen en componenten moet zodanig verzekerd worden dat de door het besluit beoogde doelstellingen gehaald worden.
  § 3. In geval van export van huishoudelijke AEEA worden de verwerkingsketen en de bereikte percentages inzake nuttige toepassing of verwijdering gevalideerd door een onafhankelijk controlebureau dat geaccrediteerd is op basis van de norm ISO 17020.
  § 4. Binnen 18 maanden na de inwerkingtreding van de huidige overeenkomt voeren de beheersorganismen samen met de Brusselse sociale en economische actoren een studie uit naar de manier waarop zij kunnen bijdragen tot een optimalisering van de recuperatie van kritieke materialen en het sluiten van de levenscycli van deze materialen.
Art. 26. Objectifs de traitement et de recyclage
  § 1er. Les DEEE collectés doivent au moins atteindre les objectifs de l'article 2.4.60 de l'arrêté et être traités conformément à la législation et la réglementation en vigueur au moment du traitement, conformément aux autorisations administratives des opérateurs de traitement et, le cas échéant, conformément à la Charte prévue à l'article 27.
  § 2. Après dépollution, les matériaux et composants résiduels des DEEE doivent être traités de manière sélective et respectueuse de l'environnement. Le traitement des matériaux et composants doit être assuré de manière à ce que les objectifs visés par l'arrêté soient atteints.
  § 3. En cas d'exportation de DEEE domestiques, la filière et les pourcentages atteints en termes de valorisation ou d'élimination sont validés par un bureau de contrôle indépendant accrédité sur la base de la norme ISO 17020.
  § 4. Dans les 18 mois de l'entrée en vigueur de la présente convention, en collaboration avec les acteurs sociaux et économiques bruxellois, les organismes de gestion mènent une étude sur la manière dont ils peuvent contribuer à optimiser la récupération des matériaux critiques et à boucler les cycles de vie de ces matériaux.
Sectie 8. - Relatie met de beheerders van AEEA
Section 8. - Relation avec les gestionnaires de DEEE
Art. 27. Over de inzameling en de verwerking van AEEA door de erkende recyclagebedrijven
  De erkende inzamelaars voor het beheer van AEEA kunnen met de beheersorganismen een Handvest sluiten met het oog op een rapportering van de hoeveelheden huishoudelijke en professionele AEEA die er door hen beheerd worden en middels naleving van een door de beheersorganismen opgesteld bestek. Er wordt een modelhandvest ter goedkeuring voorgelegd aan Leefmilieu Brussel.
Art. 27. De la collecte et du traitement des DEEE par les recycleurs agréés
  Les collecteurs autorisés pour la gestion des DEEE peuvent conclure avec les organismes de gestion une Charte en vue de rapporter les quantités des DEEE domestiques et professionnels qu'ils gèrent et moyennant respect d'un cahier des charges établi par les organismes de gestion. Une charte-type est soumise à Bruxelles Environnement pour approbation.
Sectie 9. - Toewijzing van contracten aan de fijnmazige ophalings- en verwerkingsoperatoren voor huishoudelijke AEEA
Section 9. - Attribution de contrats aux opérateurs de collecte quadrillée et de traitement pour les DEEE domestiques
Art. 28. Toewijzing van contracten aan de operatoren van een fijnmazige ophaling, een superfijnmazige ophaling, andere inzamelingen en een verwerking van huishoudelijke AEEA
  § 1. Het huidige artikel is van toepassing op de toewijzing van de contracten betreffende de inzameling en/of de verwerking van huishoudelijke en/of professionele AEEA in opdracht en voor rekening van de beheersorganismen.
  § 2. De inzamelings- en verwerkingsopdrachten worden toegewezen aan de operatoren op basis van bestekken. De bestekken worden opgesteld door de beheersorganismen. De bestekken bevatten de gunningscriteria. De bestekken worden ter goedkeuring voorgelegd aan Leefmilieu Brussel. Bij de analyse van het bestek zal Leefmilieu Brussel uitsluitend rekening houden met de naleving van de bepalingen van deze milieuovereenkomst en van de geldende reglementering op milieuvlak.
  De bestekken voorzien minstens de volgende toewijzingscriteria: de prijs, de technische waarde van de inhoud van de offerte, met inbegrip van de milieuperformantie van alle prestaties, evenals de kwaliteit van de dienstverlening. Ze preciseren duidelijk het aandeel van de criteria, waarbij de prijs van de opdracht voor maximum 50% mag meetellen en het milieucriterium voor minstens 30%.
  De bestekken voorzien een sociale clausule in verband met de handhaving en de ontwikkeling van de sector van de Sociale economie. Ze voorzien bovendien een criterium dat een herziening van de prijzen mogelijk maakt, mochten er zich wettelijke ontwikkelingen voordoen, zoals wijzigingen met betrekking tot de belasting op afvalstoffen, en preciseren de periode gedurende welke de kandidaten door hun offerte gebonden blijven.
  § 3. In afwijking van de bepalingen van § 1 hierboven zullen de beheersorganismen ervoor kunnen opteren om de inzamelings- en verwerkingsorders geheel of gedeeltelijk niet toe te kennen aan een of meerdere operatoren, maar ze over alle operatoren van de betroffen markt te verdelen, die deze orders in overeenstemming met het specifieke bestek kunnen uitvoeren voor een welbepaalde marktconforme prijs. De beheersorganismen zullen dit bestek opstellen en zullen de prijs marktconform bepalen. De marktconforme prijs zal met een motivatie voor advies voorgelegd worden aan Leefmilieu Brussel. Het advies van Leefmilieu Brussel is bindend wat betreft de naleving van de bepalingen van deze milieuovereenkomst en de vigerende reglementering inzake milieu.
  § 4. De preselectie, de oproep tot deelname van de afvalbeheeroperatoren en de toewijzing van de contracten gebeuren in naleving van de beginselen van gelijkheid van behandeling, transparantie, de mededingingsregels, de reglementering en de basisprincipes van het Europese recht op het vlak van milieu.
  In dit kader en met dit doel voor ogen passen de beheersorganismen - of het uitvoeringsorganisme bij delegatie - de volgende beginselen toe:
  1. De contracten worden toegewezen volgens de principes van een procedure van algemene of beperkte offerteaanvraag.
  2. Bij een beperkte offerteaanvraag raadplegen de beheersorganismen de operatoren die zijn opgenomen in een lijst die voordien voor advies aan Leefmilieu Brussel werd voorgelegd. Bij de opstelling van deze lijst leven de beheersorganismen de door het Gewest bepaalde doelstellingen na en gaan ze na of de operatoren en hun onderaannemers die buiten de Europese Unie zijn gevestigd, de door de Internationale Arbeidsorganisatie vastgelegde internationale normen betreffende arbeid respecteren, zelfs indien de overeenkomsten die deze normen voorzien, niet geratificeerd werden door de Staat waar het werk wordt uitgevoerd. De lijst van de operatoren beschrijft het door hen geïmplementeerde proces. De beheersorganismen dragen elk door Leefmilieu Brussel geformuleerd verzoek om informatie over aan de potentiële operatoren. Het advies van Leefmilieu Brussel is bindend wat betreft de naleving van de bepalingen van deze milieuovereenkomst en de vigerende reglementering inzake milieu.
  3. De procedures tot toewijzing van de contracten worden beschreven in een door de beheersorganismen opgesteld document dat ter voorafgaande goedkeuring aan Leefmilieu Brussel wordt voorgelegd en dat voor alle geïnteresseerden op eerste verzoek in hun taal (Frans of Nederlands) beschikbaar is. Dit document preciseert met name de minimale selectiecriteria voor de economische, technische en financiële bekwaamheid van de kandidaten, de verdeling van de opdracht, de gunningswijzen, de termijnen voor de indiening van de kandidaturen en de offertes, de bekendmakingsmodaliteiten, de uitsluitingscriteria, de wegingsfactoren van de gunningscriteria, de benodigde attesten en typedocumenten, het aandeel van de gunningscriteria, het minimumaantal kandidaten dat uitgenodigd wordt om een aanvraag tot deelneming in te dienen in het geval van een beperkte offerteaanvraag, evenals alle andere informatie die als relevant wordt beschouwd door de beheersorganismen.
  4. De beheersorganismen nemen de nodige maatregelen om zich te vergewissen van de economische, technische en financiële bekwaamheid van de kandidaten, en voorzien daartoe bepaalde selectiecriteria.
  (a) De technische waarde van de offerte voor de verwerking neemt o.a. het volgende in beschouwing: de hiërarchie tussen preventie, hergebruik, recyclage en nuttige toepassing, de kwaliteit van de verwerking, de energie-efficiëntie en de minimalisering van de te verwijderen resterende afvalstoffen.
  5. De opdrachtaankondigingen en de bestekken voorzien uitdrukkelijk dat de contracten alleen toegewezen zullen worden aan kandidaten die over alle vereiste administratieve toelatingen beschikken om het contract uit te voeren en dat volledig in overeenstemming met de milieureglementering.
  6. In het geval van een procedure van algemene offerteaanvraag vergewissen de beheersorganismen zich van een toereikende bekendmaking van hun oproepen tot deelname en hun offerteaanvragen. De beheersorganismen zullen de leden van het "Overlegplatform voor actoren" over de offerteaanvraag informeren.
  Ze dienen er zich van te vergewissen dat elke potentiële kandidaat over dezelfde nuttige en identieke inlichtingen beschikt om zijn kandidaatstelling of offerte op te stellen. Hiertoe zullen inlichtingen die bijkomend aan een kandidaat zijn meegedeeld na het overmaken van het bestek, ook aan de andere kandidaten worden meegedeeld, indien deze inlichtingen van wezenlijk belang zijn voor de opstelling van de offertes of indien ze verband houden met een interpretatie van het bestek.
  7. De beheersorganismen behandelen de verschillende kandidaten op voet van gelijkheid.
  8. De beheersorganismen mogen de in het kader van de offerteaanvragen verstrekte informatie alleen voor het doel gebruiken, waartoe de informatie in kwestie verschaft werd.
  9. De eventuele verdeling van de opdracht wordt aangegeven in de aankondigingen van de opdracht en in het bestek. De verdeling kan een onderscheid maken tussen enerzijds een groot deel van de opdracht en anderzijds de rest van de opdracht. De toewijzing van het contract gebeurt op basis van de in het bestek bepaalde criteria en modaliteiten, na onderzoek van de bekwaamheid van de kandidaten in overeenstemming met de eventuele selectiecriteria. Wanneer de opdracht verdeeld is in een groot deel van de opdracht en de rest van de opdracht, zal de kandidaat die de meest interessante regelmatige offerte indiende, het grote deel van de opdracht toegewezen krijgen. De rest van de opdracht kan aan dezelfde kandidaat of aan een of meerdere andere kandidaten toegewezen worden, die een regelmatige offerte indienden, tegen dezelfde prijzen en voorwaarden als het grote deel van de opdracht, en conform de rangschikkingsvolgorde van de offertes op basis van de gunningscriteria.
  10. De keuze van de operatoren wordt samen met een motivatieverslag aan Leefmilieu Brussel voorgelegd voor advies en is gebaseerd op de toewijzingscriteria van de opdracht, zoals deze werden vastgelegd in het bestek.
  11. Elke kandidaat heeft het recht kennis te nemen van een evaluatieverslag betreffende zijn offerte.
  12. Elke betekenisvolle wijziging van de voorwaarden van een afgesloten contract dient voorafgaandelijk te worden goedgekeurd door Leefmilieu Brussel.
  13. In het geval van een belangenconflict in hoofde van een persoon die deelneemt aan de evaluatie van de offertes, de opvolging van de toewijzingsprocedure en/of de beslissing tot toewijzing van een opdracht, dient deze persoon zich te onthouden van elke tussenkomst bij de evaluatie en/of het sluiten van dit contract.
  § 5. Er wordt een Begeleidingscomité voor de toewijzing van de opdrachten opgericht. Het is samengesteld uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van het Gewest en van de beheersorganismen. Het Begeleidingscomité neemt kennis van de verslagen die door de beheersorganismen worden opgesteld na elke belangrijke stap in het toewijzingsproces (kennisname van de kandidaatstellingen, kennisname van de offertes, evaluatie van de eindoffertes en toewijzing van de opdrachten), en controleert of de mededinging niet vervalst werd. Het brengt, bij eenparigheid van stemmen en voorafgaandelijk aan de toewijzing van de contracten, een advies uit in verband met de naleving van de toewijzingsprocedure. Bij gebrek aan eenparigheid van stemmen kan elk lid van het Comité opmerkingen formuleren, welke bij het advies worden gevoegd. Dit advies wordt uitgebracht in de maand die volgt op de aangetekende brief van het uitvoeringsorganisme die de leden van het Comité uitnodigt om samen te komen.
  § 6. Wanneer Leefmilieu Brussel in uitvoering van het huidige hoofdstuk verzocht wordt om een advies of zijn voorafgaande goedkeuring uit te brengen, spreekt het zich uit binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag. Bij ontstentenis van een beslissing of advies eenmaal deze termijn verstreken is, zetten de beheersorganismen of het naar behoren gemachtigde uitvoeringsorganisme de procedure voort. Wanneer Leefmilieu Brussel per aangetekende brief om bijkomende informatie verzoekt of wanneer het het ontwerp van bestek of gunningsprocedure aan het bij artikel 9 beoogde Discussieforum voorlegt, wordt de termijn verlengd met maximum een maand vanaf de ontvangst van de gevraagde informatie of het standpunt van het Discussieforum. Blijft er onenigheid bestaan, dan wordt het geschil voorgelegd aan de geschillencommissie, conform artikel 34.
  § 7. De overeenkomsten met de operatoren bevatten bepalingen die een hiertoe gemachtigd en door de beheersorganismen vergoed onafhankelijk controle-instituut moeten toelaten om een analyse te verrichten van de industriële activiteit, de informatiestromen en de naleving van het bestek. Een kopie van de contracten met de private en publieke operatoren wordt door de organismen naar Leefmilieu Brussel verstuurd.
  § 8. De resultaten van de verwerking van de AEEA worden gevalideerd in overeenstemming met artikel 15, § 3, 2de lid van de huidige overeenkomst. Wanneer er onderaannemers of operatoren in het buitenland gekozen worden, wordt de verwerking gevalideerd door een op basis van de norm ISO 17020 geaccrediteerde, onafhankelijke controle-instantie. Elke wijziging met betrekking tot onderaannemers moet voorafgaandelijk ter goedkeuring meegedeeld worden aan Leefmilieu Brussel.
  § 9. De beheersorganismen mogen afwijken van de bepalingen van § 4, punt 9, lid 2, mits het akkoord van Leefmilieu Brussel.
Art. 28. Attribution de contrats aux opérateurs de collecte quadrillée, super quadrillée, autres collectes et de traitement pour les DEEE domestiques
  § 1. Le présent article s'applique à l'attribution des contrats relatifs à la collecte et/ou au traitement de DEEE domestiques et/ou professionnels sur ordre et pour le compte des organismes de gestion.
  § 2. Les missions de collecte et de traitement sont attribuées aux opérateurs sur base de cahiers des charges. Les cahiers des charges sont établis par les organismes de gestion. Les cahiers des charges comprennent des critères d'attribution. Les cahiers de charges sont soumis à l'approbation de Bruxelles Environnement. Lors de l'analyse du cahier des charges, Bruxelles Environnement tiendra compte exclusivement du respect des dispositions de cette convention environnementale et de la réglementation en vigueur en matière d'environnement.
  Les cahiers des charges retiennent au minimum comme critères d'attribution : le prix, la valeur technique du contenu de l'offre en ce compris la performance environnementale de l'ensemble des prestations ainsi que la qualité du service. Ils précisent clairement la pondération des critères, le prix du marché comptant pour 50% tout au plus et le critère environnemental pour minimum 30%.
  Les cahiers des charges prévoient une clause sociale relative au maintien et au développement du secteur de l'Economie sociale. Ils prévoient en outre un critère permettant la révision des prix en cas de survenance de développements législatifs, telles que les modifications de taxation des déchets, et précisent la période durant laquelle les candidats restent engagés par leur offre.
  § 3. En dérogation des dispositions du § 1 ci-dessus, les organismes de gestion pourront choisir de ne pas attribuer totalement ou partiellement les ordres de collecte et de traitement à un ou plusieurs opérateurs mais de les répartir sur l'ensemble des opérateurs du marché concerné pouvant effectuer ces ordres conformément au cahier des charges spécifique pour un prix donné conforme au marché. Les organismes de gestion rédigeront ce cahier des charges et fixeront le prix conforme au marché. Le prix conforme au marché sera soumis avec motivation à l'avis de Bruxelles Environnement. L'avis de Bruxelles Environnement est contraignant en ce qui concerne le respect des dispositions de cette convention environnementale et de la réglementation en vigueur en matière d'environnement.
  § 4. La présélection, l'appel à participation des opérateurs de gestion de déchets et l'attribution des contrats sont effectués dans le respect des principes d'égalité de traitement, de la transparence, des règles de concurrence, de la réglementation et des principes fondamentaux de droit européen en matière d'environnement.
  Dans ce cadre et à cette fin, les organismes de gestion, ou l'organisme d'exécution en cas de délégation, appliquent les principes suivants :
  1. Les contrats sont passés suivant les principes d'une procédure d'appel d'offres général ou restreint.
  2. En cas de procédure restreinte, les organismes de gestion consultent les opérateurs repris dans une liste soumise préalablement à Bruxelles Environnement pour avis. Lors de l'établissement de cette liste, ils respectent les objectifs établis par la Région et vérifient que les opérateurs et leurs sous-traitants établis en dehors de l'Union européenne respectent les normes internationales de travail établies par l'Organisation Internationale de Travail, même si les conventions prévoyant ces normes n'ont pas été ratifiées par l'Etat où le travail s'effectue. La liste des opérateurs décrit le processus mis en oeuvre par ceux-ci. Les organismes de gestion transmettent aux opérateurs potentiels toute demande d'information formulée par Bruxelles Environnement. L'avis de Bruxelles Environnement est contraignant en ce qui concerne le respect des dispositions de cette convention environnementale et de la réglementation en vigueur en matière d'environnement.
  3. Les procédures d'attribution des contrats sont décrites dans un document établi par les organismes de gestion, soumis à l'approbation préalable de Bruxelles Environnement et accessible à toute personne intéressée sur première demande, dans sa langue (français ou néerlandais). Ce document précise notamment les critères minimum de sélection pour la capacité économique, technique et financière des candidats, la répartition du marché, les modes d'attribution, les délais de remise des candidatures et des offres, les modalités de publicité, les critères d'exclusion, les facteurs de pondération des critères d'attribution, les attestations et documents-types requis, la pondération des critères d'attribution, le nombre minimum de candidats invités à déposer une demande de participation en cas d'appel d'offres restreint, et toutes autres informations jugées pertinentes par les organismes de gestion.
  4. Les organismes de gestion prennent les mesures nécessaires pour s'assurer des capacités économique, technique et financière des candidats et prévoient des critères de sélection à cette fin.
  (a) La valeur technique de l'offre pour le traitement considère entre autres la hiérarchie entre la prévention, la réutilisation, le recyclage et la valorisation, la qualité du traitement, l'efficience énergétique, et la minimisation des déchets résiduaires à éliminer.
  5. Les avis de marché et les cahiers des charges prévoient explicitement que les contrats ne seront attribués qu'aux candidats disposant de toutes les autorisations administratives requises pour exécuter le contrat, et en parfaite conformité avec la réglementation environnementale.
  6. Dans le cas d'une procédure d'appel d'offres général, les organismes de gestion assurent à leurs appels à participation et à leurs appels d'offres une publicité suffisante. Les organismes de gestion informeront les membres de la " Plateforme de concertation acteurs " de l'appel d'offres.
  Ils doivent s'assurer que tout candidat potentiel dispose des renseignements utiles et identiques pour présenter sa candidature et pour élaborer son offre. A cet effet, des informations complémentaires communiquées à un candidat après la communication du cahier des charges, sont également communiquées aux autres candidats si ces renseignements sont essentiels pour l'élaboration des offres ou concernent une interprétation du cahier des charges.
  7. Les organismes de gestion traitent sur pied d'égalité les différents candidats.
  8. Les organismes de gestion ne peuvent utiliser à d'autres fins que celles pour lesquelles elles sont fournies les informations reçues dans le cadre des appels d'offres.
  9. La répartition éventuelle du marché est annoncée dans les avis de marché et le cahier des charges. La répartition peut distinguer d'une part une partie majeure du marché et d'autre part le solde du marché. L'attribution du contrat s'opère sur base des critères et des modalités d'attribution déterminés par le cahier des charges, après vérification de l'aptitude des candidats conformément aux critères de sélection éventuels. Lorsque le marché est réparti en une partie majeure du marché et en solde du marché, le candidat ayant remis l'offre régulière la plus intéressante obtient la partie majeure du marché. Le solde du marché peut être attribué au même candidat ou à un ou plusieurs autres candidats ayant remis une offre régulière, aux mêmes prix et conditions que la partie majeure du marché, et dans l'ordre du classement des offres conformément aux critères d'attribution.
  10. Le choix des opérateurs est communiqué à Bruxelles Environnement pour avis, accompagné d'un rapport motivé et basé sur les critères d'attribution du marché déterminés par le cahier des charges.
  11. Tout candidat a le droit de prendre connaissance d'un rapport d'évaluation de son offre.
  12. Toute modification significative des conditions des contrats conclus doit être approuvée préalablement par Bruxelles Environnement.
  13. En cas de conflit d'intérêt dans le chef d'une personne intervenant dans l'évaluation des offres, le suivi de la procédure d'attribution et/ou la décision d'attribution d'un marché, ladite personne doit s'abstenir de toute intervention dans l'évaluation et/ou l'attribution du contrat.
  § 5. Un Comité d'accompagnement de l'attribution des marchés est créé. Il est composé d'un nombre égal de représentants de la Région et des organismes de gestion. Il reçoit les rapports de chaque étape importante de la procédure d'attribution des contrats (prise de connaissance des candidatures, prise de connaissance des offres, évaluation des offres finales et attribution des marchés) établis par les organismes de gestion ou l'organisme d'exécution, et vérifie que la concurrence n'est pas faussée. Il émet, à l'unanimité et avant l'attribution des contrats, un avis sur le respect de la procédure d'attribution. A défaut d'unanimité, chaque membre du Comité peut émettre ses observations, qui sont jointes à l'avis. Cet avis est émis dans le mois suivant la lettre recommandée de l'organisme d'exécution invitant les membres du Comité à se réunir.
  § 6. Lorsque Bruxelles Environnement est appelé, en exécution du présent chapitre, à remettre un avis ou son approbation préalable, il se prononce dans un délai de deux mois à partir de la réception de la demande. A défaut de décision ou d'avis passé ce délai, les organismes de gestion ou l'organisme d'exécution dûment mandaté poursuivent la procédure. Lorsque Bruxelles Environnement demande un complément d'informations par courrier recommandé, ou lorsqu'il soumet le projet de cahier des charges ou de procédure d'attribution au Forum de discussion visé à l'article 9 le délai est prolongé d'un mois maximum à partir de la réception des informations sollicitées ou de la position du Forum de discussion. En cas de désaccord persistant, le différend est porté devant la commission des litiges, conformément à l'article 34.
  § 7. Les contrats avec les opérateurs comportent les dispositions devant permettre à une institution de contrôle indépendante mandatée et rémunérée par les organismes de gestion de procéder à une analyse de l'activité industrielle, des flux d'information et du respect du cahier des charges. Une copie des contrats avec les opérateurs privés et publics est envoyée par les organismes à Bruxelles Environnement.
  § 8. Les résultats du traitement des DEEE sont validés conformément à l'article 15, § 3, 2e alinéa, de la présente convention. Lorsque des sous-traitants ou des opérateurs sont choisis à l'étranger, le traitement est validé par une institution de contrôle indépendante accréditée sur la base de la norme ISO 17020. Tout changement de sous-traitants doit être notifié à Bruxelles Environnement préalablement pour approbation.
  § 9. Les organismes de gestion peuvent déroger aux dispositions du § 4, point 9, alinéa 2, moyennant l'accord de Bruxelles Environnement.
Sectie 10. - Rapportering van alle beheerders van AEEA
Section 10. - Rapportage de tous les gestionnaires de DEEE
Art. 29. Rapportering van alle beheerders van AEEA
  § 1. Opdat de Gewesten aan de voorwaarden zouden kunnen voldoen met betrekking tot de verzameling van de nodige gegevens conform de bepalingen van Europese Richtlijn 2012/19/EG en de doelstellingen zouden kunnen bereiken die beoogd worden bij artikel 6 van deze overeenkomst, stellen de beheersorganismen een informaticasysteem ter beschikking van de Gewesten of een gezamenlijk aangestelde derde instantie, waarmee de door de operatoren gerapporteerde gegevens verzameld en op een doeltreffende manier beheerd kunnen worden.
  § 2. De beheersorganismen verbinden er zich toe om met derden (externe gespecialiseerde ondernemingen) contracten te sluiten in verband met de levering of organisatie door deze derde:
  - van de aanmaak van een website; deze website zal de vorm aannemen van een 'extranet' dat voor de AEEA-operatoren en de gewestelijke besturen toegankelijk zal zijn;
  - van de 'hosting' van deze website en voormelde programma's;
  - van een voor de AEEA-operatoren en de Gewesten toegankelijke 'helpdesk';
  - van het onderhoud/de instandhouding van de site en het informaticasysteem.
  § 3. De beheersorganismen garanderen de vertrouwelijkheid van deze gegevens in het informaticasysteem. Noch de beheersorganismen, noch het uitvoeringsorganisme, noch de organisaties hebben toegang tot deze gegevens. De toegang tot deze gegevens is uitsluitend voorbehouden aan de gewestelijke besturen en de operatoren en deze laatsten uitsluitend voor wat hun eigen gegevens betreft.
  § 4. Als het informaticasysteem eveneens door andere beheersorganismen gebruikt wordt, in het kader van de uitvoering van een andere milieuovereenkomst, of door producenten, in het kader van de uitvoering van een individueel preventie- en beheerplan, zal er een vergoeding verschuldigd zijn aan de beheersorganismen die het informaticasysteem ter beschikking stellen, in verhouding tot de op de markt gebrachte hoeveelheden en/of de ingezamelde hoeveelheden AEEA.
  § 5. De rapporteringsmodaliteiten zijn onderworpen aan de goedkeuring van Leefmilieu Brussel dat, op basis hiervan, de organisatie aanwijst waarbij de rapportering die bij artikel 4.1.9 tot 4.1.14 van het besluit beoogd wordt, verricht dient te worden.
Art. 29. Rapportage de tous les gestionnaires de DEEE
  § 1. Afin de permettre aux Régions de répondre aux conditions concernant la collecte des données conformément aux dispositions de la Directive européenne 2012/19 et d'atteindre les objectifs visés à l'article 6 de cette convention, les organismes de gestion mettent un système informatisé à disposition des Régions ou d'une tierce instance communément désignée, lequel système permet de collecter et de gérer de manière efficace les données rapportées par les opérateurs.
  § 2. Les organismes de gestion s'engagent à conclure avec des tiers (entreprises spécialisées externes) des contrats concernant la livraison ou l'organisation par ce tiers :
  - de la création d'un site Internet; ce site se présentera comme un " extranet " accessible aux opérateurs de DEEE et aux autorités régionales;
  - de " l'hébergement " (hosting) de ce site Internet et des logiciels précités;
  - d'un " service de support " (help desk) accessible pour les opérateurs de DEEE et pour les Régions;
  - de l'entretien/la maintenance du site et du système informatique.
  § 3. Les organismes de gestion garantissent la confidentialité de ces données dans le système informatisé. Ni les organismes de gestion, ni l'organisme d'exécution, ni les organisations n'ont accès à ces données. L'accès à ces données est exclusivement réservé aux autorités régionales et aux opérateurs, ces derniers pour ce qui concerne exclusivement leurs propres données.
  § 4. Si le système informatisé est également utilisé par d'autres organismes de gestion, dans le cadre de l'exécution d'une autre convention environnementale, ou par des producteurs, dans le cadre de l'exécution d'un plan de prévention et de gestion individuel, une indemnité sera due aux organismes de gestion qui mettent à disposition le système informatisé, proportionnellement aux quantités mises sur le marché et/ou des quantités de DEEE collectées.
  § 5. Les modalités de rapportage sont soumises à l'approbation de Bruxelles Environnement qui désigne, sur cette base, l'organisation auprès de laquelle le rapportage visé aux articles 4.1.9 à 4.1.14 de l'arrêté doit être effectué.
Sectie 11. - Ondersteuning van het internationale beheer van de AEEA
Section 11. - Soutien de la gestion internationale des DEEE
Art. 30. Ondersteuning van het internationale beheer van de AEEA
  De beheersorganismen kunnen initiatieven ondersteunen, die ondernomen worden in de landen die door de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking erkend werden als "ontwikkelingslanden" en waarnaar er AEEA geëxporteerd worden:
  - om de ecologische verwerking van de AEEA op de plaats van bestemming zoveel mogelijk te stimuleren;
  - opdat van de afvalstoffen waarvoor er geen toereikende lokale verwerking is, het merendeel teruggestuurd zou worden naar het land van herkomst met het oog op een ecologische verwerking ervan en het stimuleren van een optimale recuperatie van de respectieve materialen.
Art. 30. Soutien de la gestion internationale des DEEE
  Les organismes de gestion peuvent appuyer les initiatives dans les pays que la Direction Générale Belge de la Coopération au Développement aura reconnus comme " pays en voie de développement " et vers lesquels des DEEE sont exportés, afin :
  - de stimuler au maximum le traitement écologique des DEEE sur le lieu de destination;
  - que pour les déchets pour lesquels il n'y a pas de traitement local suffisant, la majeure partie de ces déchets soit renvoyée dans le pays d'origine en vue de les traiter de manière écologique et d'inciter à la récupération optimale des matériaux.
HOOFDSTUK 6. - Financiering van het beheer van de AEEA
CHAPITRE 6. - Financement de la gestion des DEEE
Art. 31. Milieubijdrage van de huishoudelijke AEEA
  § 1. De leden van de organisaties, die hen machtigden en die de hoedanigheid van producent hebben, alsook de aangeslotenen zullen de beheersorganismen per apparatuur een milieubijdrage betalen ter financiering van hun activiteiten, bij het op de markt brengen van de apparatuur in kwestie. Deze milieubijdrage kan verschillen per soort en type apparatuur en per categorie van product. De leden van de organisaties en de toegetredenen opteren zodoende voor een collectieve regeling voor de organisatie van de financiering in overeenstemming met de bepalingen van het besluit. Leefmilieu Brussel kan toelating geven voor alternatieve financieringsmethoden op basis van een gemotiveerd verzoek vanwege de beheersorganismen, in overleg met de organisaties en de andere Gewesten. De beheersorganismen zullen het bedrag van de milieubijdrage bepalen voor een referentiejaar, rekening houdend met de beheerskosten van de AEEA die tijdens het respectieve referentiejaar ingezameld werden, of een andere, in het financieel plan bepaalde referentieperiode. De beheersorganismen zullen erop toezien dat de milieubijdrage van de huishoudelijke AEEA enerzijds en van de professionele AEEA anderzijds uitsluitend bestemd is voor het beheer van de respectieve apparatuurcategorieën.
  § 2. De bepaling van het bedrag van de milieubijdrage, zoals hierboven bij § 1 gestipuleerd, zal vermeld worden in het financieel plan en zal voor advies voorgelegd worden aan Leefmilieu Brussel. Het jaarlijks financieel plan maakt deel uit van het Beheerplan en bevat de volgende gegevens:
  - de begroting voor de resterende duur van de milieuovereenkomst;
  - de berekening van de milieubijdrage voor een referentiejaar die de reële en volledige kosten dekt van de verplichtingen van de beheersorganismen in verband met het beheer van de huishoudelijke AEEA die datzelfde referentiejaar of tijdens een andere, in het financieel plan beschreven referentieperiode ingezameld werd per categorie van apparaat;
  - de manier waarop de bijdrage geïnd wordt;
  - de motivering van de uitgaven, per stap in het beheer van de AEEA;?
  - de financiering van de eventuele verliezen;
  - een bewijs van financiële zekerheid conform de geschatte kosten voor het overnemen door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van de terugnameplicht gedurende zes maanden;
  - het doortrekken van dezelfde principes met betrekking tot de financierings- en vergoedingsmodaliteiten in de drie Gewesten, behoudens afwijkende wettelijke bepalingen;
  - het beheer van de reserves en een detail van de provisies.
  Alle bijkomende informatie kan op gemotiveerde grondslag opgevraagd worden door Leefmilieu Brussel bij de beheersorganismen.
  Tijdens de duur van de overeenkomst zullen de beheersorganismen de nodige maatregelen treffen/de nodige inspanningen leveren om de financiële reserves terug te brengen tot een redelijk minimum, rekening houdend met de variabele en onvoorspelbare omstandigheden van de markt, dat hen toelaat om te werken en hun verplichtingen na te komen.
  § 3. Het bedrag van de milieubijdrage is jaarlijks herzienbaar. De herziene bijdragen worden bij voorkeur op 1 juli en bij uitzondering op 3 januari van kracht. De herziene bijdragen worden zes maanden vóór hun inwerkingtreding bekendgemaakt aan de distributie. Tussen de beheersorganismen en de distributie moet overeenstemming worden bereikt over de compensatie van de bijdragen op de aanwezige stock.
  § 4. Deze milieubijdragen, met vermelding van de bedragen worden steeds, per apparaat of groep van apparaten, op de factuur vermeld bij de verkoop van een apparaat tussen handelaars in elektrische en elektronische apparatuur.
  De milieubijdragen worden steeds netto in de commercialisatieketen doorgegeven en duidelijk gecommuniceerd aan de gebruiker.
  § 5. In afwijking van § 4 hierboven en in uitvoering van artikel 2.4.58 van het besluit kunnen de producenten en de distributeurs er vrijwillig voor kiezen om de milieubijdrage op de factuur te vermelden bij de verkoop van informatica- en telecommunicatieapparatuur tussen handelaars en deze meedelen en doorrekenen aan de gebruiker.
  § 6. De beheersorganismen kunnen bij de distributiekanalen die instaan voor de inzameling van AEEA, altijd eventueel controles laten uitvoeren door een onafhankelijk bureau met betrekking tot de correcte uitvoering van dit artikel.
  § 7. De leden van de organisaties en de toegetredenen die deze milieuovereenkomst onderschrijven, verbinden zich ertoe geen apparaten op de Brusselse markt te brengen, waarop geen milieubijdrage betaald werd of waarvoor er geen enkel effectief terugnamesysteem bevestigd werd.
  § 8. De beheersorganismen zullen jaarlijks aan de Brusselse Regering de effectieve bestemming van de geïnde bedragen meedelen.
Art. 31. Contribution environnementale des DEEE domestiques
  § 1. Les membres des organisations, qui les ont mandatés et détiennent la qualité de producteur, et les affiliés acquitteront aux organismes de gestion, pour le financement de leurs activités, une cotisation environnementale par équipement à la mise sur le marché dudit équipement. Cette cotisation environnementale peut différer par sorte et type d'équipement et par catégorie de produit. Les membres des organisations et les adhérents optent ainsi pour un règlement collectif pour l'organisation du financement conformément aux dispositions de l'arrêté. Bruxelles Environnement peut autoriser des méthodes de financement alternatives sur base d'une demande motivée de la part des organismes de gestion, en concertation avec les organisations et les autres Régions. Les organismes de gestion fixeront le montant de la cotisation environnementale pour une année de référence compte tenu des frais de gestion des DEEE collectés pendant ladite année de référence, ou une autre période de référence définie dans le plan financier. Les organismes de gestion veilleront à ce que la cotisation environnementale des DEEE ménagers d'une part et des DEEE professionnels d'autre part, soit exclusivement affectée à la gestion des catégories d'équipements respectives.
  § 2. La détermination du montant de la cotisation environnementale, comme stipulé au § 1 ci-dessus, figurera dans le plan financier et sera soumise à l'avis de Bruxelles Environnement. Le plan financier annuel fait partie du Plan de gestion et comporte les informations suivantes :
  - le budget pour la durée restante de la convention environnementale;
  - le calcul de la cotisation environnementale pour une année de référence qui couvre les coûts réels et complets des obligations des organismes de gestion liés à la gestion des DEEE domestiques collectés durant la même année de référence ou une autre période de référence décrite dans le plan financier par catégorie d'appareils;
  - la façon dont la cotisation est perçue;
  - la motivation des dépenses, par étape de gestion des DEEE;?
  - le financement des pertes éventuelles;
  - une preuve de garantie financière correspondant aux coûts estimés de la prise en charge, par la Région de Bruxelles-Capitale, de l'obligation de reprise pendant six mois;
  - la poursuite des mêmes principes quant aux modalités de financement et d'indemnisation dans les trois Régions sauf dispositions légales dérogatoires;
  - la gestion des réserves et un détail des provisions.
  Toute information complémentaire peut être demandée par Bruxelles Environnement, sur base motivée, aux organismes de gestion.
  Pendant la durée de la convention, les organismes de gestion prendront les mesures/feront les efforts en vue de réduire les réserves financières à un niveau minimum raisonnable, compte tenu des conditions variables et imprévisibles du marché, leur permettant de fonctionner et de remplir leurs obligations.
  § 3. Le montant de la cotisation environnementale est révisable annuellement. Les cotisations révisées entrent en vigueur de préférence le 1er juillet et exceptionnellement le 3 janvier. Les cotisations révisées sont communiquées à la distribution six mois avant leur entrée en vigueur. Les organismes de gestion et la distribution doivent conclure un accord au sujet de la compensation des cotisations sur le stock présent.
  § 4. Ces cotisations environnementales, assorties de la mention des montants, sont toujours renseignées sur la facture, par appareil ou groupe d'appareils, lors de la vente d'un appareil entre commerçants d'équipements électriques et électroniques.
  Les cotisations environnementales sont toujours répercutées nettes dans la chaîne de commercialisation et communiquées clairement à l'utilisateur.
  § 5. Par dérogation au § 4 ci-dessus et en exécution de l'article 2.4.58 de l'arrêté, les producteurs et les distributeurs peuvent choisir volontairement de mentionner la cotisation environnementale sur la facture lors de la vente d'un équipement informatique et de télécommunication entre commerçants et de la communiquer et de la répercuter à l'utilisateur.
  § 6. Les organismes de gestion peuvent à tout moment faire procéder éventuellement, par un bureau indépendant, à des contrôles auprès des canaux de distribution assurant la collecte des DEEE, pour vérifier la bonne exécution du présent article.
  § 7. Les membres des organisations et les adhérents qui souscrivent à la présente convention environnementale s'engagent à ne pas mettre sur le marché bruxellois des appareils pour lesquels aucune cotisation environnementale n'a été payée ou pour lesquels aucun système effectif de reprise n'a été attesté.
  § 8. Les organismes de gestion communiqueront annuellement au Gouvernement bruxellois l'affectation effective des montants perçus.
Art. 32. Administratieve bijdrage van de professionele AEEA
  § 1. De leden en de toegetredenen financieren de activiteiten van de beheersorganismen via een administratieve bijdrage per apparaat bij het op de markt brengen van dat apparaat. Deze administratieve bijdrage kan verschillen per soort en type apparaat alsook per categorie van product.
  § 2. De administratieve bijdrage dekt enkel de coördinatiekosten. De kosten dekken de sensibilisering, de rapportering van de op de markt gebrachte, ingezamelde en verwerkte hoeveelheden, de opstelling van rapporten en de werking van het beheerorganisme, met uitzondering van de kosten verbonden aan de inzameling en de verwerking, die gedragen worden door de eindgebruiker of de producent.
  § 3. De producenten kunnen ervoor opteren om de bijdrage al dan niet op de factuur te vermelden bij de verkoop aan de distributeurs en de gebruikers.
  § 4. In afwijking van de bepalingen van onderhavig artikel kunnen de beheersorganismen voor professionele apparatuur voor een andere financieringsmethode kiezen. Deze alternatieve financieringsmethode is onderworpen aan de goedkeuring van Leefmilieu Brussel, na overleg met de organisaties en de andere Gewesten.
  § 5. De bestanddelen voor de opstelling en de herziening van de bijdrage die bij § 1 hierboven beoogd wordt en de tarifering die bij § 2 hierboven bedoeld wordt, worden ter goedkeuring aan Leefmilieu Brussel voorgelegd.
  § 6. De leden van de organisaties en de toegetredenen die deze milieuovereenkomst onderschrijven, verbinden zich ertoe geen apparaten op de markt te brengen, waarop geen administratieve bijdrage betaald werd of waarvoor er geen enkel gesloten terugnamesysteem bevestigd werd.
Art. 32. Contribution administrative des DEEE professionnels
  § 1er. Les membres et les adhérents financent les activités des organismes de gestion via une cotisation administrative par appareil lors de la mise sur le marché de cet appareil. Cette cotisation administrative peut différer par sorte et type d'appareils, ainsi que par catégorie de produit.
  § 2. La cotisation administrative couvre uniquement les coûts de coordination. Ces coûts couvrent la sensibilisation, le rapportage des quantités mises sur le marché, collectées et traitées, l'élaboration de rapports et le fonctionnement de l'organisme de gestion, à l'exception des frais liés à la collecte et au traitement, qui sont supportés par l'utilisateur final ou le producteur.
  § 3. Les producteurs peuvent choisir de renseigner ou non la cotisation sur la facture lors de la vente aux distributeurs et aux utilisateurs.
  § 4. En dérogation des dispositions du présent article, les organismes de gestion d'équipements professionnels peuvent opter pour une autre méthode de financement. Cette méthode de financement alternative est soumise à l'approbation de Bruxelles Environnement, après concertation avec les organisations et les autres Régions.
  § 5. Les éléments constitutifs de l'établissement et de la révision de la cotisation visée au § 1er ci-dessus et de la tarification visée au § 2 ci-dessus sont soumis pour approbation à Bruxelles Environnement.
  § 6. Les membres des organisations et les adhérents qui souscrivent à la présente convention environnementale s'engagent à ne pas mettre sur le marché des appareils pour lesquels aucune cotisation administrative n'a été payée ou pour lesquels aucun système de reprise fermé n'a été attesté.
Art. 33. Zekerheid, reserves en provisies
  § 1. Het beheersorganisme beheert zijn financiële middelen als een goede huisvader. Bij de berekening van de bijdragen zorgt het ervoor dat het geen overmatige reserves aanlegt of aanhoudt.
  § 2. Tijdens de duur van de overeenkomst zullen de beheersorganismen de nodige maatregelen treffen/de nodige inspanningen leveren om de financiële reserves terug te brengen tot een redelijk minimum, rekening houdend met de variabele en onvoorspelbare omstandigheden van de markt, dat hen toelaat om te werken en hun verplichtingen na te komen.
  § 3. De beheersorganismen beschikken over een zekerheid waarvan het bedrag gelijk is aan de geraamde kosten voor de overname, gedurende een periode van zes maanden, van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid door het Gewest voor de bij de gezinnen ingezamelde AEEA.
Art. 33. Sureté, réserves et provisions
  § 1. L'organisme de gestion gère ses moyens financiers en bon père de famille. Lors du calcul des cotisations, il vise à ne pas constituer ni conserver de réserves excessives.
  § 2. Pendant la durée de la convention, les organismes de gestion prendront les mesures/feront les efforts en vue de réduire les réserves financières à un niveau minimum raisonnable, compte tenu des conditions variables et imprévisibles du marché, leur permettant de fonctionner et de remplir leurs obligations.
  § 3. Les organismes de gestion disposent d'une sûreté dont le montant est équivalent aux frais estimés pour la prise en charge, pendant une période de six mois, de la responsabilité élargie du producteur par la Région pour les DEEE collectés auprès des ménages.
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 34. Geschillencommissie
  § 1. Bij een geschil tussen de beheersorganismen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest over de uitvoering van de milieuovereenkomst zal een geschillencommissie samengesteld worden. Deze commissie wordt op verzoek samengesteld in functie van de aard van het geschil en bestaat altijd uit twee vertegenwoordigers van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en twee vertegenwoordigers van de organisaties of de beheersorganismen. De voorzitter wordt in consensus aangeduid door de vier vertegenwoordigers.
  § 2. De beslissingen worden bij consensus genomen. Indien er voor een geschil geen oplossing wordt gevonden, zal er een verslag worden overgemaakt aan de Minister bevoegd voor Leefmilieu.
Art. 34. Commission des litiges
  § 1er. En cas de litige relatif à l'exécution de la convention environnementale entre les organismes de gestion et la Région de Bruxelles-Capitale, une commission des litiges est établie. Cette commission est composée à la demande en fonction de la nature du litige et compte toujours deux représentants de la Région de Bruxelles-Capitale et deux représentants des organisations ou des organismes de gestion. Le président est désigné par consensus par les quatre représentants.
  § 2. Les décisions sont prises par consensus. Si aucune solution ne peut être trouvée au litige, un rapport est transmis au Ministre ayant l'Environnement dans ses attributions.
Art. 35. Duur en opzegging van de overeenkomst
  [1 [2 In overeenstemming met de Ordonnantie van 29 april 2004 betreffende de leefmilieuovereenkomsten treedt de milieuovereenkomst in werking op de tiende dag na haar bekendmaking in het Belgisch Staatsblad en vervalt ze van rechtswege 10 jaar na haar inwerkingtreding, d.w.z. op 18 juli 2029]2]1. De partijen kunnen deze overeenkomst op elk moment ontbinden, mits de inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden. Op straffe van nietigheid dient de kennisgeving van opzeg ofwel bij ter post aangetekende brief, ofwel bij deurwaardersexploot te gebeuren. De opzeggingstermijn begint te lopen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand van kennisgeving.
  
Art. 35. Durée et résiliation de la convention
  [1 [2 Conformément à l'ordonnance du 29 avril 2004 relative aux conventions environnementales, la convention environnementale entre en vigueur le dixième jour après sa publication au Moniteur belge et expire de plein droit 10 ans après son entrée en vigueur, soit le 18 juillet 2029.]2 ]1. Les parties peuvent à tout moment résilier la présente convention, moyennant le respect d'un délai de préavis de six mois. La notification du préavis s'effectue, sous peine de nullité, soit par lettre recommandée à la poste, soit par exploit d'huissier. Le délai de préavis commence à courir à partir du premier jour du mois suivant le mois de notification.
  
Art. 36. Wijzigingen en aanhangsels
  § 1. De bepalingen van de huidige milieuovereenkomst worden aangepast aan elke eventuele wijziging van de Europese regelgeving inzake AEEA of aan elke andere verplichting die voortvloeit uit het internationale recht.
  § 2. Tijdens de looptijd van de overeenkomst kunnen de partijen aan deze overeenkomst wijzigingen en/of toevoegingen aanbrengen, in overeenstemming met de procedure voorzien bij de Ordonnantie van 29 april 2004 betreffende de milieuovereenkomsten. Alle toevoegingen en wijzigingen aan deze overeenkomst zijn slechts geldig, indien ze het voorwerp uitmaken van een schriftelijk akkoord ondertekend door alle partijen, dat uitdrukkelijk verwijst naar deze overeenkomst.
Art. 36. Modifications et avenants
  § 1er. Les dispositions de la présente convention environnementale sont adaptées à toute modification éventuelle de la réglementation européenne en matière de DEEE, à toute autre obligation découlant du droit international.
  § 2. Pendant la durée de la convention, les parties peuvent apporter des modifications et/ou des ajouts à la convention, conformément à la procédure prévue par l'Ordonnance du 29 avril 2004 relative aux conventions environnementales. Tous les ajouts et modifications à cette convention ne sont valables que s'ils font l'objet d'un accord écrit signé par toutes les parties faisant expressément référence à la présente convention.
Art. 37. Arbitrageprocedure en bevoegdheid
  Bij een geschil tussen de partijen met betrekking tot het ontstaan, de interpretatie en de uitvoering van deze overeenkomst, kunnen de partijen ervoor opteren om de geschillen te beslechten volgens de wetgeving op de arbitrage. Indien er geen consensus is om in arbitrage te gaan, wordt het geschil voorgelegd aan de Rechtbank van Eerste Aanleg van het gerechtelijke arrondissement Brussel. Wanneer de partijen voor arbitrage opteren, wordt het geschil definitief beslecht volgens het arbitragereglement van CEPINA of elk gelijkwaardig organisme, door arbiters die conform het reglement zijn benoemd. Het scheidsgerecht zal uit drie arbiters bestaan. De zetel van de procedure is Brussel. De taal van de arbitrage is het Frans.
  In afwijking van het eerste lid van deze paragraaf is de arbitrageprocedure niet van toepassing op de geschillen met betrekking tot facturen. In dat geval komen de partijen overeen dat zij het recht hebben iedere rechtsvordering die zij nuttig zouden achten, in te leiden voor de bevoegde rechtbanken van het gerechtelijke arrondissement Brussel.
Art. 37. Procédure d'arbitrage et compétence
  En cas de litige entre les parties concernant l'existence, l'interprétation et l'exécution de la convention, les parties peuvent choisir de faire trancher les litiges conformément à la législation en matière d'arbitrage. S'il n'existe aucun consensus pour recourir à l'arbitrage, le litige est soumis au Tribunal de Première Instance de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles. Lorsque les parties optent pour l'arbitrage, le litige est définitivement tranché conformément au règlement d'arbitrage CEPINA ou de tout organisme assimilé, par des arbitres nommés conformément au règlement. Le tribunal arbitral est composé de trois arbitres. Le siège de la procédure est fixé à Bruxelles. La langue de l'arbitrage est le français.
  En dérogation à l'alinéa premier de ce paragraphe, la procédure d'arbitrage ne s'applique pas aux litiges relatifs aux factures. Dans ce cas, les parties conviennent avoir chacune le droit d'introduire toute action qu'elle juge utile devant les tribunaux compétents de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles.
Art. 38. Strafbeding
  Als het Gewest een overtreding van bovenstaande bepalingen vaststelt, wordt het beheersorgaan daarvan bij aangetekend schrijven in kennis gesteld. Het beheersorgaan maakt dan binnen twee maanden na de kennisgeving van de vastgestelde overtreding een bijsturingsplan over aan Leefmilieu Brussel.
  Als Leefmilieu Brussel het plan verwerpt, deelt het zijn standpunt mee in een aangetekend schrijven waarin het de redenen van de weigering opgeeft. Het orgaan moet dan binnen een maand een bijgestuurd plan indienen waarbij rekening wordt gehouden met de opmerkingen van Leefmilieu Brussel, op straffe van een financiële sanctie van EUR 15.000 onverminderd het recht voor het Gewest om gebruik te maken van de in de vigerende wetgeving voorziene rechtsmiddelen en -handelingen.
  Tegen de beslissing van Leefmilieu Brussel kan beroep ingesteld worden bij de Minister. De Minister beslist over een dergelijk beroep binnen een termijn van veertig dagen.
Art. 38. Clause pénale
  En cas de non-respect des dispositions de la présente convention, constaté par la Région et notifié par lettre recommandée à l'organisme de gestion, celui-ci introduit un plan de remise à niveau à Bruxelles Environnement, dans un délai de deux mois à dater de la notification du constat d'infraction.
  Si Bruxelles Environnement refuse le plan, il notifie son avis par courrier recommandé qui mentionne les motifs du refus. L'organisme est alors tenu d'introduire un plan révisé tenant compte des critiques émises par Bruxelles Environnement dans un délai d'un mois sous peine d'une sanction financière de 15.000 EUR, sans préjudice du droit pour la Région d'actionner les moyens et actions prévus par la législation en vigueur.
  Un recours peut être adressé au Ministre contre la décision de Bruxelles Environnement. Le Ministre statue sur ce recours dans un délai de quarante jours.
Art. 39. Slotbepalingen
  De overeenkomst wordt gesloten te Brussel op 13 maart 2019 en ondertekend door de vertegenwoordigers van alle partijen, waarbij elke partij erkent een exemplaar van de overeenkomst te hebben ontvangen.
Art. 39. Dispositions finales
  La convention est conclue à Bruxelles le 13 mars 2019, et signée par les représentants de toutes les parties dont chacune reconnaît avoir reçu un exemplaire.
HOOFDSTUK 8. - Bijlagenlijst
CHAPITRE 8. - Liste des Annexes