Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
2° besluit van 27 november 2015: het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget;
3° budget: een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
18 APRIL 2019. - Ministerieel besluit over de verdeling van de middelen voor de terbeschikkingstelling van budgetten voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor het jaar 2019
Titre
18 AVRIL 2019. - ArrĂȘtĂ© ministĂ©riel relatif Ă la rĂ©partition des moyens pour la mise Ă disposition de budgets pour des soins et du soutien non directement accessibles pour l'annĂ©e 2019
Documentinformatie
Info du document
Tekst (4)
Texte (4)
Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
1° agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " ;
2° arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapĂ©es et relatif Ă la mise Ă disposition dudit budget ;
3° budget : un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles, tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées.
1° agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " ;
2° arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapĂ©es et relatif Ă la mise Ă disposition dudit budget ;
3° budget : un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles, tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées.
Art. 2. Het agentschap bepaalt voor het jaar 2019 welk aandeel van de middelen die vastgesteld zijn op zijn begroting voor de terbeschikkingstelling van budgetten, nodig zijn voor:
1° de terbeschikkingstelling van een budget aan de personen met een handicap, vermeld in artikel 37, § 1, van het besluit van 27 november 2015;
2° de terbeschikkingstelling van een budget conform artikel 56, vierde lid, van het voormelde besluit;
3° de terbeschikkingstelling van een hoger budget met toepassing van artikel 16 van het voormelde besluit;
4° de terbeschikkingstelling van een budget conform artikel 27/1 van het besluit van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering;
5° de terbeschikkingstelling van een hoger budget met toepassing van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 houdende maatregelen voor de uitwerking van de persoonsvolgende budgetten die in het kader van de transitie naar persoonsvolgende financiering ter beschikking zijn gesteld.
1° de terbeschikkingstelling van een budget aan de personen met een handicap, vermeld in artikel 37, § 1, van het besluit van 27 november 2015;
2° de terbeschikkingstelling van een budget conform artikel 56, vierde lid, van het voormelde besluit;
3° de terbeschikkingstelling van een hoger budget met toepassing van artikel 16 van het voormelde besluit;
4° de terbeschikkingstelling van een budget conform artikel 27/1 van het besluit van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering;
5° de terbeschikkingstelling van een hoger budget met toepassing van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 houdende maatregelen voor de uitwerking van de persoonsvolgende budgetten die in het kader van de transitie naar persoonsvolgende financiering ter beschikking zijn gesteld.
Art. 2. L'agence détermine pour l'année 2019 quelle part des moyens, fixés à son budget pour la mise à disposition de budgets, est nécessaire pour :
1° la mise Ă disposition d'un budget aux personnes handicapĂ©es, visĂ©es Ă l'article 37, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 ;
2° la mise Ă disposition d'un budget conformĂ©ment Ă l'article 56, alinĂ©a 4 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ;
3° la mise Ă disposition d'un budget plus Ă©levĂ© conformĂ©ment Ă l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ;
4° la mise Ă disposition d'un budget conformĂ©ment Ă l'article 27/1 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapĂ©es ayant une demande de soins active vers le financement personnalisĂ© ;
5° la mise Ă disposition d'un budget plus Ă©levĂ© en application de l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 avril 2018 portant des mesures en vue de l'Ă©laboration des budgets qui suivent la personne qui sont mis Ă disposition dans le cadre de la transition vers un financement qui suit la personne.
1° la mise Ă disposition d'un budget aux personnes handicapĂ©es, visĂ©es Ă l'article 37, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 ;
2° la mise Ă disposition d'un budget conformĂ©ment Ă l'article 56, alinĂ©a 4 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ;
3° la mise Ă disposition d'un budget plus Ă©levĂ© conformĂ©ment Ă l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ;
4° la mise Ă disposition d'un budget conformĂ©ment Ă l'article 27/1 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapĂ©es ayant une demande de soins active vers le financement personnalisĂ© ;
5° la mise Ă disposition d'un budget plus Ă©levĂ© en application de l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 avril 2018 portant des mesures en vue de l'Ă©laboration des budgets qui suivent la personne qui sont mis Ă disposition dans le cadre de la transition vers un financement qui suit la personne.
Art. 3. De middelen die vastgesteld zijn op de begroting van het agentschap voor de terbeschikkingstelling van budgetten na aftrek van het aandeel dat noodzakelijk is voor de automatische terbeschikkingstelling van een budget, vermeld in artikel 2, worden in het jaar 2018 op de volgende wijze verdeeld over de prioriteitengroepen, vermeld in artikel 23 van het besluit van 27 november 2015:
1° prioriteitengroep 1: 85%;
2° prioriteitengroep 2: 10%;
3° prioriteitengroep 3: 5%.
De resterende middelen, vermeld in het eerste lid, worden, gespreid over het jaar 2019, gebruikt voor de terbeschikkingstelling van budgetten. Na elke kwartaalrapportering worden de resterende middelen, vermeld in het eerste lid, herrekend, rekening houdend met het jaarbedrag van de budgetten die aan al de verschillende groepen, vermeld in het eerste lid, zijn toegekend.
1° prioriteitengroep 1: 85%;
2° prioriteitengroep 2: 10%;
3° prioriteitengroep 3: 5%.
De resterende middelen, vermeld in het eerste lid, worden, gespreid over het jaar 2019, gebruikt voor de terbeschikkingstelling van budgetten. Na elke kwartaalrapportering worden de resterende middelen, vermeld in het eerste lid, herrekend, rekening houdend met het jaarbedrag van de budgetten die aan al de verschillende groepen, vermeld in het eerste lid, zijn toegekend.
Art. 3. Les moyens fixĂ©s au budget de l'agence en vue de la mise Ă disposition de budgets aprĂšs dĂ©duction de la partie qui est nĂ©cessaire pour la mise Ă disposition automatique d'un budget, visĂ© Ă l'article 2, sont rĂ©partis dans l'annĂ©e 2018 entre les groupes prioritaires, visĂ©s Ă l'article 23 de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 de la façon suivante :
1° groupe prioritaire 1 : 85 % ;
2° groupe prioritaire 2 : 10 % ;
3° groupe prioritaire 3 : 5 %.
Les moyens restants, visés à l'alinéa 1er, sont, répartis sur l'année 2019, utilisés pour la mise à disposition de budgets. AprÚs chaque rapport trimestriel, les moyens restants, visés à l'alinéa 1er, sont recalculés en tenant compte du montant annuel des budgets alloués à tous les différents groupes visés à l'alinéa 1er.
1° groupe prioritaire 1 : 85 % ;
2° groupe prioritaire 2 : 10 % ;
3° groupe prioritaire 3 : 5 %.
Les moyens restants, visés à l'alinéa 1er, sont, répartis sur l'année 2019, utilisés pour la mise à disposition de budgets. AprÚs chaque rapport trimestriel, les moyens restants, visés à l'alinéa 1er, sont recalculés en tenant compte du montant annuel des budgets alloués à tous les différents groupes visés à l'alinéa 1er.
Art. 4. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2019.
Art. 4. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er janvier 2019.