Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 MAART 2019. - Milieuovereenkomst betreffende afgedankte batterijen en accu's in het Brrussels Hoofdstedelijk Gewest
Titre
13 MARS 2019. - Convention environnementale relative aux déchets de piles et d'accumulateurs en Région de Bruxelles-Capitale
Tekst (46)
Texte (46)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Voorwerp van de overeenkomst
CHAPITRE 1. - Dispositions générales Objet de la convention
Artikel 1. § 1. Deze milieuovereenkomst heeft tot doel om de toepassingsregels vast te leggen van de algemene en specifieke bepalingen op het vlak van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor afgedankte batterijen en accu's die beoogd wordt door het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen. Ze wordt gesloten overeenkomstig artikel 26 van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen en de ordonnantie van 29 april 2004 betreffende de milieuovereenkomsten.
  § 2. De huidige milieuovereenkomst heeft tot doel om enerzijds preventieve acties te stimuleren en anderzijds de inzameling, de recyclage en de verwerking van afgedankte batterijen en accu's te maximaliseren.
  § 3. Verder is voorliggende milieuovereenkomst ook gericht op het bewerkstelligen van een geharmoniseerde aanpak van het beheer van afgedankte batterijen en accu's tussen de drie Gewesten.
  Concepten en definities
Article 1er. § 1er. La présente convention environnementale a pour but de fixer les règles d'application des dispositifs généraux et spécifiques en matière de responsabilité élargie du producteur des déchets de piles et d'accumulateurs visée par l'Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale relatif à la gestion des déchets du 1er décembre 2016. Elle est conclue conformément à l'article 26 de l'ordonnance du 14 juin 2012 relative aux déchets et à l'ordonnance du 14 juin 2004 relative aux conventions environnementales.
  § 2. Cette convention environnementale a pour but, d'une part, de stimuler des actions préventives et, d'autre part, de maximiser la collecte, le recyclage et le traitement des déchets de piles et accumulateurs.
  § 3. Cette convention environnementale a également pour but de tendre vers une approche harmonisée de la gestion des déchets de piles et d'accumulateurs entre les trois Régions.
  Concepts et définitions
Art. 2. § 1. De concepten en definities vermeld in de ordonnantie van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen en het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen zijn van toepassing op deze overeenkomst, rekening houdend met onderstaand toepassingsgebied en de hierna volgende definities.
  § 2. Voor de toepassing van de huidige overeenkomst wordt verder verstaan onder:
  1° Ordonnantie: Ordonnantie van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen;
  2° Besluit: Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen;
  3° Minister: het lid van de Brusselse Regering bevoegd voor het leefmilieu;
  4° Leefmilieu Brussel: het Brussels Instituut voor Milieubeheer, opgericht bij het koninklijk besluit van 8 maart 1989 tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer, bekrachtigd door artikel 41 van de wet van 16 juni 1989 houdende diverse institutionele hervormingen.
  5° Beheersorganisme: vereniging zonder winstoogmerk, opgericht door een of meerdere organisaties en/of Leden van de Organisaties in uitvoering van het Besluit met als doel de realisatie van de doelstellingen van onderhavige milieuovereenkomst en de uitvoering van de met de Deelnemers gesloten toetredingsovereenkomst;
  6° Publiekrechtelijke rechtspersoon: publiekrechtelijke rechtspersoon die territoriaal verantwoordelijk is voor het beheer van het huishoudelijke afval in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  7° Batterij of accu: iedere bron van door rechtstreekse omzetting van chemische energie verkregen elektrische energie, bestaande uit een of meer primaire (niet-oplaadbare) batterijcellen of uit een of meer secundaire (oplaadbare) elementen;
  8° Autobatterij of -accu: batterij of accu die gebruikt wordt voor het starten, voor de verlichting of voor het ontstekingsvermogen van een voertuig;
  9° Industriële batterij of accu: batterij of accu die uitsluitend voor gebruik voor industriële of professionele doeleinden is ontworpen of in elk type van elektrisch voertuig wordt gebruikt;
  10° Draagbare batterij of accu: iedere batterij, knoopcel, batterijpak of accu waarvoor tegelijk geldt dat ze:
  a) afgedicht zijn; en
  b) met de hand kunnen worden gedragen; en
  c) geen industriële batterij of accu, noch een autobatterij of -accu zijn;
  11 Batterijpak: iedere set batterijen of accu's die onderling verbonden en/of voorzien zijn van een buitenverpakking, die één complete eenheid vormt en die niet is bedoeld om door de eindgebruiker te worden opgedeeld of geopend;
  12° Knoopcel: kleine ronde draagbare batterij of accu met een diameter die groter is dan de hoogte en die wordt gebruikt voor speciale doeleinden, zoals gehoorapparaten, horloges, kleine draagbare apparatuur en als back-up stroomvoorziening;
  13° Producent: onder de producenten van producten in de zin van artikel 3, 13° van de ordonnantie afval, iedere natuurlijke of rechtspersoon die, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, inclusief de verkoop op afstand:
  a) in België gevestigd is en onder zijn eigen naam of merknaam producten vervaardigt, of producten laat ontwerpen of vervaardigen en ze onder zijn eigen naam of merknaam op de markt brengt op het Belgisch grondgebied;
  b) in België gevestigd is en in België onder zijn eigen naam of handelsmerk apparatuur wederverkoopt die door andere leveranciers is geproduceerd; hierbij wordt de wederverkoper niet als producent aangemerkt wanneer het merkteken zoals bepaald in punt a) op de apparatuur zichtbaar is;
  c) in België gevestigd is en die beroepsmatig producten uit een derde land of een andere Lidstaat van de Europese Unie op het Belgische grondgebied in de handel brengt;
  d) in België gevestigd is en een product vervaardigt of invoert en het beroepsmatig voor eigen gebruik toewijst.
  Diegene die uitsluitend voorziet in financiering op grond van of in het kader van een financieringsovereenkomst wordt niet als "producent" aangemerkt, tenzij hij tevens optreedt als producent in de zin van het bepaalde onder de punten a) tot en met d);
  14° In de handel brengen: het voor het eerst beroepsmatig op de markt aanbieden van een product op het Belgisch grondgebied;
  15° Lid: de natuurlijke of rechtspersoon die lid is van een ondertekenende organisatie en die een mandaat heeft gegeven aan deze organisatie met het oog op de uitvoering van zijn uitgebreide producentenverantwoordelijkheid;
  16° Deelnemer: de natuurlijke of rechtspersoon die aangesloten is bij het collectieve systeem dat ingevoerd werd overeenkomstig de huidige overeenkomst met het oog op de uitvoering van zijn uitgebreide producentenverantwoordelijkheid;
  17° Afgedankte batterij of accu: elke batterij of accu waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;
  18° Recyclage van batterijen en accu's: het in een productieproces opnieuw verwerken van afvalmaterialen, hetzij voor het oorspronkelijke doel, hetzij voor een ander doel, maar met uitzondering van de energetische valorisatie;
  19° Verwerking van batterijen en accu's: iedere activiteit die afgedankte batterijen en accu's ondergaan, nadat ze zijn overgedragen aan een faciliteit voor sortering, voorbereiding op recyclage of voorbereiding op verwijdering;
  20° Verwijdering: iedere handeling die geen nuttige toepassing is, zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen;
  21° Administratieve bijdrage: door de Producent verschuldigde bijdrage voor het in de handel brengen van een batterij of accu, met het oog op de financiering van diverse opdrachten van het beheersorganisme, waaronder de preventie, de sensibilisering, de communicatie, de verwerking van gegevens, de rapportering van de in de handel gebrachte, ingezamelde en verwerkte hoeveelheden, de opstelling van rapporten en de werking van het beheersorganisme, met uitzondering echter van de kosten die verband houden met de inzameling en de verwerking;
  22° Milieubijdrage: door de Producent verschuldigde bijdrage voor het in de handel brengen van een batterij of accu, die alle kosten dekt die verband houden met het beheer van batterijen en accu's, inclusief de verschillende opdrachten die in het kader van de administratieve bijdrage vermeld worden, bovenop de kosten die verband houden met de inzameling en de verwerking;
  23° Inzamelpunt: elke plaats waar de eindgebruiker zijn afgedankte batterijen en accu's kan binnenbrengen;
  24° Productcategorie: categorie van batterijen en accu's die tot dezelfde chemische familie en dezelfde gewichtsklasse behoren, zoals bepaald door het beheersorganisme.
  Toepassingsgebied
Art. 2. § 1er. Les concepts et définitions mentionnés dans l'ordonnance du Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale du 14 juin 2012 relative aux déchets et l'Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 1er décembre 2016 relatif à la gestion des déchets sont d'application pour cette convention, compte tenu du champ d'application et des définitions ci-dessous.
  § 2. Pour l'application de la présente convention, on entend par ailleurs par :
  1° Ordonnance : Ordonnance du Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale du 14 juin 2012 relative aux déchets ;
  2° Arrêté : Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 1er décembre 2016 relatif à la gestion des déchets ;
  3° Ministre : le membre du Gouvernement bruxellois compétent pour l'environnement ;
  4° Bruxelles Environnement : l'Institut bruxellois pour la Gestion de l'Environnement, créé par l'arrêté royal du 8 mars 1989 créant l'Institut bruxellois pour la Gestion de l'Environnement, confirmé par l'article 41 de la loi du 16 juin 1989 portant diverses réformes institutionnelles.
  5° Organisme de gestion : association sans but lucratif, constituée par un(e) ou plusieurs organisations et/ou Membres des Organisations en exécution de l'Arrêté, ayant pour but la réalisation des objectifs de la présente convention environnementale et l'exécution du contrat d'adhésion avec les Participants ;
  6° Personne morale de droit public : personne morale de droit public territorialement responsable pour la gestion des déchets ménagers pour la Région de Bruxelles-Capitale ;
  7° Pile ou accumulateur : toute source d'énergie électrique obtenue par transformation directe d'énergie chimique, constituée d'un ou de plusieurs éléments primaires (non rechargeables) ou d'un ou de plusieurs éléments secondaires (rechargeables) ;
  8° Pile ou accumulateur automobile : toute pile ou accumulateur destiné à alimenter les systèmes de démarrage, d'éclairage ou d'allumage ;
  9° Pile ou accumulateur industriel : toute pile ou accumulateur conçu à des fins exclusivement industrielles ou professionnelles ou utilisé dans tout type de véhicule électrique ;
  10° Pile ou accumulateur portable : toute pile, pile bouton, assemblage en batterie ou accumulateur qui :
  a) est scellé, et ;
  b) peut être porté à la main, et ;
  c) n'est pas une pile ou un accumulateur industriel, ni une pile ou un accumulateur automobile ;
  11° Assemblage-batteries : toute série de piles ou d'accumulateurs interconnectés et/ou enfermés dans un boîtier pour former une seule et même unité complète que l'utilisateur final n'est pas censé démanteler ou ouvrir ;
  12° Pile bouton : toute pile ou accumulateur portable de petite taille et de forme ronde dont le diamètre est plus grand que la hauteur et qui est utilisé pour des applications spéciales telles que les appareils auditifs, les montres, les petits appareils portatifs ou comme énergie de réserve ;
  13° Producteur : parmi les Producteurs de produits au sens de l'article 3, 13° de l'ordonnance déchets, toute personne physique ou morale qui, quelle que soit la technique de vente utilisée, y compris par communication à distance :
  a) est établie en Belgique et fabrique des produits sous son propre nom ou sa propre marque, ou fait concevoir ou fabriquer des produits et les commercialise sous son propre nom ou sa propre marque sur le territoire belge ;
  b) est établie en Belgique et revend, en Belgique, sous son propre nom ou sa propre marque, des équipements produits par d'autres fournisseurs, le revendeur ne devant pas être considéré comme Producteur lorsque la marque du Producteur figure sur l'équipement, conformément au point a) ;
  c) est établie en Belgique et met sur le marché sur le territoire belge, à titre professionnel, des produits provenant d'un pays tiers ou d'un autre Etat membre de l'Union Européenne ;
  d) est établie en Belgique et fabrique ou importe un produit et l'affecte à son propre usage, à titre professionnel.
  La personne qui assure exclusivement un financement en vertu de, ou conformément à un contrat de financement, n'est pas considérée comme "Producteur", à moins qu'elle n'agisse aussi comme Producteur au sens des points a) à d).
  14° Mise sur le marché : la première mise à disposition d'un produit sur le marché, à titre professionnel, sur le territoire belge ;
  15° Membre : la personne morale ou physique membre d'une organisation signataire à qui il a donné un mandat en vue de l'exécution de sa responsabilité élargie du producteur ;
  16° Participant : la personne morale ou physique qui adhère au système collectif mis en place conformément à la présente convention en vue de l'exécution de sa responsabilité élargie du producteur ;
  17° Déchet de pile ou accumulateur : toute pile ou accumulateur dont le détenteur se défait ou dont il a l'intention ou l'obligation de se défaire ;
  18° Recyclage des piles et accumulateurs : le retraitement dans un processus de production des matières contenues dans les déchets, aux mêmes fins qu'à l'origine ou à d'autres fins, mais à l'exclusion de la valorisation énergétique ;
  19° Traitement des piles et accumulateurs : toute activité effectuée sur des déchets de piles et d'accumulateurs après que ceux-ci ont été remis à une installation de tri, de préparation au recyclage ou de préparation à l'élimination ;
  20° Elimination : toute opération qui n'est pas de la valorisation même lorsque ladite opération a comme conséquence secondaire la récupération de substances ou d'énergie ;
  21° Cotisation administrative : cotisation due par le Producteur pour la mise sur le marché d'une pile ou d'un accumulateur, en vue de financer diverses missions de l'organisme de gestion, dont la prévention, la sensibilisation, la communication, le traitement des données, le rapportage des quantités mises sur le marché, collectées et traitées, l'élaboration de rapports et le fonctionnement de l'organisme de gestion, à l'exception toutefois des frais liés à la collecte, à l'enlèvement, au tri et au traitement ;
  22° Cotisation environnementale : cotisation due par le Producteur pour la mise sur le marché d'une pile ou d'un accumulateur, couvrant la totalité des frais liés à la gestion des déchets de piles et d'accumulateurs, y compris les diverses missions mentionnées dans le cadre de la cotisation administrative, en plus des frais liés à la collecte, à l'enlèvement, au tri et au traitement ;
  23° Point de collecte : tout endroit où l'utilisateur final peut déposer ses déchets de piles et d'accumulateurs ;
  24° Catégorie de produits : catégorie de piles et accumulateurs appartenant à la même famille chimique et à la même tranche de poids telles que définies par l'organisme de gestion.
  Champ d'application
Art. 3. § 1. Deze milieuovereenkomst is van toepassing op:
  - alle batterijen en alle accu's die door de Leden van de Organisaties en de Deelnemers van het beheersorganisme in de handel gebracht werden, verdeeld over de categorieën "draagbare batterijen of accu's", "industriële batterijen of accu's" en "autobatterijen of -accu's"; en
  - alle afgedankte batterijen en accu's, ingedeeld over de categorieën "afgedankte draagbare batterijen of accu's", "afgedankte industriële batterijen of accu's" en "afgedankte autobatterijen of -accu's", afkomstig van door de Leden van de Organisaties en de Deelnemers van het beheersorganisme in de handel gebrachte batterijen en accu's.
  Het toepassingsgebied omvat zowel de batterijen en accu's die los verkocht worden, als de batterijen en accu's die ingebouwd werden in of geleverd worden bij een apparaat of een voertuig, en zowel complete batterijen en accu's als de stacks, de modules en de cellen die in de handel gebracht worden, alsook hun afval.
  Sommige bepalingen zijn uitsluitend van toepassing op een of meerdere voormelde en als dusdanig aangehaalde categorieën van batterijen en accu's.
  Voorliggende milieuovereenkomst is niet van toepassing op de batterijen en accu's die we aantreffen in apparaten bestemd om in de ruimte gelanceerd te worden, noch op de batterijen en accu's die zich in apparatuur bevinden die gebruikt wordt in de uitrustingen ter bescherming van de essentiële veiligheidsbelangen van de Lidstaten, wapens, munitie en oorlogsmateriaal, met uitzondering van de producten die niet specifiek bestemd zijn voor militaire doeleinden.
  § 2. De in de handel gebrachte batterijen of accu's zijn ingedeeld in de categorieën "draagbare batterijen of accu's", "industriële batterijen of accu's" en "autobatterijen of -accu's" op basis van een door het beheersorganisme opgestelde en door Leefmilieu Brussel goedgekeurde beslissingsboom.
  § 3. Met uitzondering van de afgedankte loodbatterijen en accu's worden de afgedankte batterijen of accu's die niet ingedeeld kunnen worden in de categorieën "draagbaar", "industrieel" of "auto" op grond van een louter visuele controle, toch ingedeeld door toepassing van een verdeelsleutel die bepaald werd op grond van de beschikbare gegevens aangaande het in de handel brengen van respectievelijk draagbare batterijen en accu's, industriële batterijen en accu's en autobatterijen en -accu's die aan een milieubijdrage onderworpen zijn, overeenkomstig de bepalingen van voorgaande paragraaf.
  De afgedankte loodbatterijen en accu's die overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 ingezameld worden, worden ingedeeld in de categorieën "afgedankte draagbare batterijen of accu's" en "afgedankte industriële of autobatterijen of -accu's" op basis van een representatief staal.
  De afgedankte loodbatterijen en accu's die overeenkomstig de bepalingen van artikel 11 ingezameld worden, worden ingedeeld in de categorieën "afgedankte draagbare batterijen of accu's" en "afgedankte industriële of autobatterijen of -accu's" op basis van de gegevens verstrekt door de betroffen operatoren.
  Als het beheersorganisme kan aantonen aan de hand van een representatief staal dat voor de andere afgedankte batterijen en accu's dan de volgens de bepalingen van artikel 9 ingezamelde afgedankte loodbatterijen en accu's de ingezamelde stroom afwijkt van de op het gewicht van de in de handel gebrachte batterijen en accu's gebaseerde verhouding, dan kan de indeling gebeuren op basis van het representatieve staal.
  De methode die gehanteerd wordt voor de indeling van de afgedankte batterijen en accu's kan door het beheersorganisme gewijzigd wordt, mits goedkeuring door Leefmilieu Brussel.
  Leden en Deelnemers
Art. 3. § 1er. Cette convention environnementale s'applique à :
  - toutes les piles et tous les accumulateurs mis sur le marché par les Membres des Organisations et les Participants à l'organisme de gestion, répartis dans les catégories " piles ou accumulateurs portables ", " piles ou accumulateurs industriels " et " piles ou accumulateurs automobiles ", et
  - tous les déchets de piles et d'accumulateurs, répartis dans les catégories " déchets de piles ou d'accumulateurs portables ", " déchets de piles ou d'accumulateurs industriels " et " déchets de piles ou d'accumulateurs automobiles ", provenant de piles et d'accumulateurs mis sur le marché par les Membres des Organisations et les Participants à l'organisme de gestion.
  Le champ d'application comprend aussi bien les piles et accumulateurs vendus séparément que les piles et accumulateurs incorporés dans ou livrés avec un appareil ou un véhicule, aussi bien les piles et accumulateurs complets que les stacks, modules et cellules mis sur le marché, et leurs déchets.
  Certaines dispositions s'appliquent exclusivement à une ou plusieurs catégories de piles ou accumulateurs précitées et mentionnées comme tel.
  Cette convention environnementale ne s'applique pas aux piles et accumulateurs présents dans des appareils destinés à être lancés dans l'espace, ni aux piles et accumulateurs présents dans des appareils utilisés dans les équipements liés à la protection des intérêts essentiels de la sécurité des Etats membres, les armes, les munitions et le matériel de guerre, à l'exception des produits qui ne sont pas destinés à des fins spécifiquement militaires.
  § 2. Les piles ou accumulateurs mis sur le marché sont répartis entre les catégories " piles ou accumulateurs portables ", " piles ou accumulateurs industriels " et " piles ou accumulateurs automobiles " sur la base d'un arbre de décision établi par l'organisme de gestion et approuvé par Bruxelles Environnement.
  § 3. Exception faite des déchets de piles et d'accumulateurs au plomb, les déchets de piles ou d'accumulateurs qui ne peuvent être triés entre les catégories " portables ", " industriels " ou " automobiles " par un simple contrôle visuel sont répartis grâce à l'application d'une clé de répartition établie sur base des données disponibles concernant la mise sur le marché, respectivement, des piles et accumulateurs portables, des piles et accumulateurs industriels et des piles et accumulateurs automobiles soumis à une cotisation environnementale, conformément aux dispositions du paragraphe précédent.
  Les déchets de piles et accumulateurs au plomb collectés conformément aux dispositions de l'article 9 sont répartis entre les catégories " déchets de piles ou accumulateurs portables " et " déchets de piles ou accumulateurs industriels ou automobiles " sur la base d'un échantillon représentatif.
  Les déchets de piles et accumulateurs au plomb collectés conformément aux dispositions de l'article 11 sont répartis entre les catégories " déchets de piles ou accumulateurs portables " et " déchets de piles ou accumulateurs industriels ou automobiles " sur la base des données fournies par les opérateurs concernés.
  Si l'organisme de gestion peut démontrer par un échantillonage représentatif que pour les autres déchets de piles et accumulateurs que les déchets de piles et accumulateurs au plomb collectés conformément aux dispositions de l'article 9, le flux collecté dévie du pro rata basé sur le poids des piles et accumulateurs mis sur le marché, la répartition peut se faire sur base de l'échantillonage représentatif.
  La méthode servant à la répartition des déchets de piles et accumulateurs peut être modifiée par l'organisme de gestion moyennant l'approbation de Bruxelles Environnement.
  Membres et Participants
Art. 4. § 1. Voorliggende overeenkomst bindt de ondertekenende partijen evenals de Leden van de Organisaties die hun organisatie hiertoe een volmacht gaven, in deze overeenkomst aangeduid als de 'Leden', en de 'Deelnemers' die het beheersorganisme hiertoe volmacht verleenden, en dat voor de batterijen en accu's waarvoor de Leden en de Deelnemers aangesloten zijn bij het beheersorganisme.
  De Leden en de Deelnemers moeten zich aansluiten bij het beheersorganisme voor alle batterijen en accu's die ze in de handel brengen, met uitzondering van die welke tot een productcategorie behoren, die door het beheersorganisme aan een administratieve bijdrage onderworpen worden en waarvoor ze kunnen aantonen dat:
  - ze over een "goedgekeurd individueel plan voor afvalpreventie en -beheer" beschikken of
  - ze hun verplichtingen nakomen via een andere van kracht zijnde milieuovereenkomst.
  § 2. De lijsten van de Leden van de Organisaties en van de Deelnemers van het beheersorganisme die volmacht hebben verleend, worden door de Organisaties ingediend bij Leefmilieu Brussel of online geplaatst door het beheersorganisme.
  De Organisaties verbinden zich ertoe om deze lijst regelmatig bij te werken.
  De Organisaties verbinden zich ertoe om hun Leden en de Deelnemers te informeren over de verplichtingen die uit de huidige overeenkomst voortvloeien.
Art. 4. § 1er. La présente convention lie les parties signataires, ainsi que les Membres des Organisations auxquelles ils ont donné mandat à cet effet, dénommés dans la présente convention les " Membres ", et les " Participants " ayant donné à cet effet mandat à l'organisme de gestion, et ce pour les piles et accumulateurs pour lesquels les Membres et les Participants adhèrent à l'organisme de gestion.
  Les Membres et les Participants doivent adhérer à l'organisme de gestion pour toutes les piles et accumulateurs qu'ils mettent sur le marché, à l'exception de celles appartenant à une catégorie de produits soumise par l'organisme de gestion à une cotisation administrative, et pour lesquelles ils peuvent démontrer que :
  - ils disposent d'un " plan individuel de prévention et de gestion des déchets approuvé ", ou
  - ils exécutent leurs obligations par le biais d'une autre convention environnementale en vigueur.
  § 2. Les listes des Membres des Organisations et des Participants à l'organisme de gestion ayant donné mandat sont déposées à Bruxelles Environnement par les Organisations ou mises en ligne par l'organisme de gestion.
  Les Organisations s'engagent à mettre cette liste régulièrement à jour.
  Les Organisations s'engagent à informer leurs Membres et les Participants sur les obligations découlant de la présente convention.
HOOFDSTUK 2. - Preventie en sensibilisering Preventie
CHAPITRE 2. - Prévention et sensibilisation Prévention
Art. 5. § 1. De Producenten van batterijen en accu's treffen de nodige kwalitatieve en kwantitatieve preventiemaatregelen, waaronder
  - een duidelijke en actieve communicatie naar eindgebruikers en fabrikanten van apparaten toe in verband met de types van batterijen en accu's die binnen hun gamma het meest geschikt lijken voor bepaalde toepassingen, rekening houdend met de technische karakteristieken van de batterijen en accu's en de apparaten;
  - een sensibilisering omtrent het gepaste gebruik van de batterijen en accu's;
  - een verhoging van de gemiddelde kwaliteit van de in de handel gebrachte, niet-oplaadbare batterijen en accu's die gemeten wordt in functie van hun bewaartermijn.
  § 2. Verder neemt het beheersorganisme eveneens maatregelen op het vlak van kwalitatieve en kwantitatieve preventie, waaronder:
  - de deelname aan acties georganiseerd door het Gewest of derden om de uitwisseling van kennis tussen de ontwikkelaars van de technologieën, de ontwerpers van de producten, de Producenten en de verwerkingsbedrijven te stimuleren;
  - een sensibilisering omtrent het gepaste gebruik van de batterijen en accu's;
  - de inaanmerkingneming van de basisprincipes van het eco-ontwerp van de inzamelrecipiënten, zonder inbreuk te plegen op de veiligheidsvoorschriften met betrekking tot de opslag en het vervoer van gevaarlijke goederen;
  - de terbeschikkingstelling van de eigen expertise voor gewestelijke studies.
  § 3. Het beheersorganisme werkt samen met de Organisaties in de loop van de zes maanden die volgen op de inwerkingtreding van deze milieuovereenkomst, een preventieplan uit voor de duur van de milieuovereenkomst. Dit preventieplan maakt deel uit van het beheersplan en omvat minstens:
  - een overzicht van de geplande acties door het beheersorganisme om de kwalitatieve en kwantitatieve preventie te bevorderen;
  - een overzicht van de bij § 1 vermelde en individueel door de Producenten voorziene acties, die zich aansloten bij het beheersorganisme en die erover communiceerden, om de kwalitatieve en kwantitatieve preventie te stimuleren.
  § 4. Het beheersorganisme stelt elk jaar rapporten op, waarin op gedetailleerde wijze het volgende wordt besproken en beoordeeld:
  - de ondernomen acties op het vlak van preventie door het beheersorganisme, de beoogde doelgroepen en de hulpmiddelen;
  - de ondernomen acties op het vlak van preventie door de individuele Producenten die zich aansloten bij het beheersorganisme en die het organisme erover informeerden.
  Het preventieplan wordt elk jaar geëvalueerd en aangepast in het kader van de jaarlijkse actualisering van het beheersplan.
  Sensibilisering
Art. 5. § 1er. Les Producteurs de piles et accumulateurs prennent les mesures de prévention qualitative et quantitative qui s'imposent, dont :
  - la communication claire et active à l'égard des utilisateurs finaux et des fabricants d'appareils concernant les types de piles et accumulateurs qui, à l'intérieur de leur gamme, paraissent les plus appropriés pour certaines applications, compte tenu des caractéristiques techniques des piles et accumulateurs et des appareils ;
  - la sensibilisation concernant l'utilisation appropriée des piles et accumulateurs ;
  - l'augmentation de la qualité moyenne des piles et accumulateurs non rechargeables mis sur le marché, qui se mesure en fonction de leur durée de conservation ;
  § 2. L'organisme de gestion prend en outre des mesures en matière de prévention qualitative et quantitative, dont :
  - la participation aux actions organisées par la Région ou des tiers afin de stimuler les échanges de connaissances entre les développeurs des technologies, les concepteurs des produits, les Producteurs et les entreprises de traitement ;
  - la sensibilisation concernant l'utilisation appropriée des piles et accumulateurs ;
  - la prise en compte des principes de base de l'éco-conception des récipients de collecte, sans enfreindre les prescriptions de sécurité portant sur le stockage et le transport de marchandises dangereuses ;
  - prêter son expertise pour des études régionales.
  § 3. L'organisme de gestion élabore avec les Organisations, dans les six mois suivant l'entrée en vigueur de cette convention environnementale, un plan de prévention pour la durée de la convention environnementale. Ce plan de prévention fait partie du plan de gestion, et comprend à tout le moins :
  - un aperçu des actions planifiées par l'organisme de gestion pour stimuler la prévention qualitative et quantitative ;
  - un aperçu des actions mentionnées au § 1 et prévues individuellement par les Producteurs, qui ont adhéré à l'organisme de gestion et qu'ils ont communiquées, pour stimuler la prévention qualitative et quantitative.
  § 4. L'organisme de gestion établit chaque année des rapports reprenant et évaluant de manière détaillée :
  - les actions entreprises en matière de prévention par l'organisme de gestion, les publics-cibles visés et les outils ;
  - les actions entreprises en matière de prévention par les Producteurs individuels qui ont adhéré à l'organisme de gestion, et qui les lui ont communiquées.
  Le plan de prévention est évalué chaque année et adapté dans le cadre de l'actualisation annuelle du plan de gestion.
  Sensibilisation
Art. 6. § 1. Teneinde de doelstellingen van de huidige overeenkomst te verwezenlijken, organiseert het beheersorganisme informatie- en sensibiliseringscampagnes ter attentie van de gebruikers van batterijen en accu's. De intensiteit, de vorm en de inhoud van de informatie- en sensibiliseringscampagnes worden aangepast in functie van de doelgroep, de categorieën van afgedankte batterijen en accu's en de bereikte resultaten.
  Deze campagnes zijn gericht op:
  - het sensibiliseren omtrent een gepast en verstandig gebruik van batterijen en accu's, rekening houdend met de globale milieu-impact van oplaadbare en primaire batterijen en accu's op de mogelijke gevolgen van de in de batterijen en accu's gebruikte stoffen voor het leefmilieu en de menselijke gezondheid;
  - het informeren van de eindgebruikers over de bestaande types van batterijen, de betekenis van de wettelijke symbolen (het symbool van de vuilnisbak op wielen met een kruis erover en de chemische symbolen Hg, Cd en Pb) en het al bestaande inzamelnetwerk;
  - het sensibiliseren van de eindgebruikers opdat ze hun afgedankte batterijen en accu's van het restafval zouden scheiden en opdat ze deze niet bij het niet-gesorteerde restafval zouden gooien;
  - het aanzetten van de eindgebruikers tot het brengen van hun afgedankte batterijen en accu's naar een inzamelpunt;
  - het informeren van de eindgebruikers over hun rol bij de recyclage van afgedankte batterijen en accu's.
  De ontwikkelde communicatie- en sensibiliseringsmethoden moeten in het bijzonder rekening houden met de verschillende sociale groepen die er op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestaan. Hun doeltreffendheid wordt bij deze groepen gemeten vóór en na de campagnes en dat minstens op jaarbasis.
  § 2. Het beheersorganisme werkt in de loop van de zes maanden die volgen op de inwerkingtreding van deze milieuovereenkomst, een communicatieplan uit voor de duur van de milieuovereenkomst. Dit communicatieplan maakt deel uit van het beheersplan en omvat minstens de strategische doelstellingen en de algemene richtlijnen.
  Het plan vermeldt, voor een standaardjaar, het aantal en de reikwijdte van de campagnes, de doelgroepen die een aparte aanpak rechtvaardigen, de voorgestelde communicatiemethodes en de evaluatiemethodes van de campagnes.
  § 3. Het beheersorganisme legt het Gewest elk jaar een voorlopig plan voor, alsook een rapport over de gevoerde informatie- en sensibiliseringscampagnes en de bereikte resultaten. De rapportering over de behaalde resultaten omvat een indicatie van de ondernomen acties, de beoogde doelgroepen, de beschikbare hulpmiddelen en een evaluatie van de relevantie van de ondernomen acties. Het communicatieplan wordt elk jaar beoordeeld door het beheersorganisme en aangepast in het kader van de jaarlijkse actualisering van het beheersplan, met name op basis van de aanbevelingen van Leefmilieu Brussel.
Art. 6. § 1er. En vue d'atteindre les objectifs de la présente convention, l'organisme de gestion organise des campagnes d'information et de sensibilisation à l'attention des utilisateurs de piles et accumulateurs. L'intensité, la forme et le contenu des campagnes d'information et de sensibilisation sont adaptés en fonction du groupe cible, des catégories de déchets de piles et accumulateurs, et des résultats atteints.
  Ces campagnes sont axées sur :
  - la sensibilisation concernant l'utilisation appropriée et intelligente des piles et accumulateurs tenant compte des impacts globaux environnementaux des piles et accumulateurs rechargeables et primaires sur les effets potentiels des substances utilisées dans les piles et les accumulateurs sur l'environnement et la santé humaine ;
  - l'information des utilisateurs finaux sur les types de piles existants, la signification des symboles légaux (le symbole de la poubelle sur roues barrée d'une croix et les symboles chimiques Hg, Cd et Pb) et sur le réseau de collecte déjà en place ;
  - la sensibilisation des utilisateurs finaux pour qu'ils séparent leurs déchets de piles et d'accumulateurs des déchets résiduels, et pour qu'ils ne les jettent pas avec les déchets résiduels non triés ;
  - l'incitation des utilisateurs finaux à rapporter leurs déchets de piles et accumulateurs dans un point de collecte ;
  - l'information des utilisateurs finaux sur le rôle qu'ils ont à jouer dans le recyclage des déchets de piles et d'accumulateurs.
  Les méthodes de communication et de sensibilisation développées doivent tenir particulièrement compte des différents groupes sociaux présents sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale. Leur efficacité est mesurée auprès de ces différents groupes avant et après les campagnes et ce sur une base au minimum annuelle.
  § 2. L'organisme de gestion élabore, dans les six mois suivant l'entrée en vigueur de cette convention environnementale, un plan de communication pour la durée de la convention environnementale. Ce plan de communication fait partie du plan de gestion et inclut à tout le moins les objectifs stratégiques et les lignes directrices générales.
  Ce plan comprend, pour une année type, le nombre et l'ampleur des campagnes, les publics cibles qui justifient une approche séparée, les méthodes de communication proposées et les méthodes d'évaluation des campagnes.
  § 3. L'organisme de gestion remet chaque année à la Région un plan prévisionnel et un rapport sur les campagnes d'information et de sensibilisation menées et les résultats atteints. Le rapportage sur les résultats atteints comprend une indication des actions engagées, des publics visés, des outils et une appréciation de la pertinence des actions engagées. Le plan de communication est évalué chaque année par l'organisme de gestion et adapté dans le cadre de l'actualisation annuelle du plan de gestion notamment sur base des recommandations de Bruxelles Environnement.
HOOFDSTUK 3. - Inzameling Inleiding
CHAPITRE 3. - Collecte Introduction
Art. 7. § 1. De uitvoering van de huidige overeenkomst heeft tot doel om zoveel mogelijk afgedankte batterijen en accu's in te zamelen van de batterijen en accu's die op het grondgebied in de handel gebracht werden door de Leden van de Organisaties en de Deelnemers van het beheersorganisme of die geïmporteerd werden voor eigen gebruik in hun vestiging teneinde minstens de doelstellingen van het Besluit te halen conform de volgende modaliteiten. Hiertoe beschikt het beheersorganisme over een inzamelnetwerk met een voldoende geografische dekking over het ganse grondgebied van het Gewest.
  § 2. Het beheersorganisme voert binnen 36 maanden na de publicatie van de milieuovereenkomst een studie uit naar de verbeteringsmogelijkheden met betrekking tot de sensibilisering en de inzameling van de afgedankte draagbare batterijen of accu's in grote steden waar er minder ingezameld wordt en verbindt zich ertoe om de nodige ad-hoc acties te ondernemen ter verbetering van de inzamelprestaties.
  Verplichtingen van de kleinhandelaars
Art. 7. § 1. La mise en oeuvre de la présente convention a pour objectif la collecte maximale des déchets de piles et accumulateurs émanant des piles et accumulateurs provenant des catégories de produits soumis à une cotisation environnementale et mis sur le marché sur le territoire par les Membres des Organisations et les Participants à l'organisme de gestion ou importés pour leur propre usage dans leur établissement, en vue d'atteindre au minimum les objectifs de l'Arrêté conformément aux modalités suivantes. A cette fin, l'organisme de gestion dispose d'un réseau de collecte avec une couverture géographique suffisante sur tout le territoire de la Région.
  § 2. L'organisme de gestion réalise, dans les 36 mois suivant la publication de la convention environnementale, une étude sur les possibilités d'amélioration de la sensibilisation et de la collecte des déchets de piles et d'accumulateurs portables dans les grandes villes où la collecte est moindre, et s'engage à mettre en oeuvre les actions ad hoc qui s'imposent pour y améliorer les performances de collecte.
  Obligations des détaillants
Art. 8. § 1. De kleinhandelaars in draagbare en industriële batterijen en accu's verbinden zich ertoe om alle afgedankte batterijen en accu's die door de eindgebruiker binnengebracht worden, gratis in ontvangst te nemen.
  De garagehouders en alle overige kleinhandelaars die autobatterijen en -accu's onderhouden, repareren en vervangen, verbinden er zich toe om alle afgedankte autobatterijen en -accu's die door de eindgebruiker binnengebracht worden, gratis in ontvangst te nemen.
  Door het beheersorganisme georganiseerde inzameling
Art. 8. § 1er. Les détaillants de piles et d'accumulateurs portables et industriels s'engagent à reprendre gratuitement tous les déchets de piles et d'accumulateurs déposés par l'utilisateur final.
  Les garagistes et tous les autres détaillants effectuant un service d'entretien, de réparation et de remplacement de piles et accumulateurs automobiles s'engagent à reprendre gratuitement, tout déchet de pile ou d'accumulateur automobile qui leur est déposé par l'utilisateur final.
  Collecte organisée par l'organisme de gestion
Art. 9. § 1. Het beheersorganisme zorgt voor een gratis inzameling op inzamelpunten van alle afgedankte batterijen en accu's die tot een aan een milieubijdrage onderworpen productcategorie behoren en die overeenkomstig het huidige artikel ingezameld werden.
  Het beheersorganisme verbindt er zich toe om ook gratis en regelmatig alle afgedankte batterijen en accu's in te zamelen of te laten inzamelen, die tot een aan een milieubijdrage onderworpen productcategorie behoren die zich bevinden in het Gewest in inrichtingen vergund voor de ontmanteling en de depollutie van afgedankte elektrische en elektronische apparaten of afgedankte voertuigen. Het beheersorganisme verbindt er zich toe om de inrichtingen voor de ontmanteling of depollutie van de AEEA te informeren over de noodzaak om de batterijen en accu's van de AEEA met het oog op een optimale recyclage en om veiligheidsredenen handmatig te demonteren.
  De algemene strategie met betrekking tot de inzameling van deze afgedankte batterijen en accu's en het logistieke plan maken integraal deel uit van het beheersplan en worden ter goedkeuring voorgelegd aan Leefmilieu Brussel.
  De organisatie van de inzameling berust op een netwerk van inzamelpunten bestaande uit kleinhandelaars, scholen, administraties, fabrikanten van batterijen en accu's, fabrikanten van elektrische en elektronische apparatuur, inrichtingen voor de ontmanteling of depollutie van afgedankte elektrische of elektronische apparatuur of afgedankte voertuigen, professionele gebruikers, openbare containerparken en andere inzamelpunten voor zover de veiligheidsadviezen werden gecommuniceerd.
  Het beheersorganisme ziet erop toe dat er voldoende inzamelpunten zijn. Voormelde actoren kunnen zich spontaan aanmelden als inzamelpunt, als ze minstens een keer om de twee jaar een gevulde standaard inzamelrecipiënt kunnen aanbieden, zoals bezorgd door het beheersorganisme, en conform de ADR-wetgeving. Op dit ogenblik bedraagt het volume van deze standaard inzamelrecipiënt 52 liter. Voormelde actoren die niet de minimale hoeveelheid bereiken, moeten uitdrukkelijk aan het beheersorganisme vragen om de afgedankte batterijen en accu's te komen ophalen. Het beheersorganisme bezorgt hen op hun verzoek een kleinere recipiënt.
  Voor wat de inzamelprojecten in scholen, administraties en andere soortgelijke plaatsen betreft en rekening houdend met het feit dat diezelfde plaatsen eveneens gevraagd worden om als inzamelpunten te fungeren voor andere afvalstromen, met name via het mechanisme van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, verbindt het beheersorganisme zich ertoe om bij te dragen aan een werkgroep die door Leefmilieu Brussel werd opgericht en die is samengesteld uit het beheersorganisme en andere beheersorganismen, met het oog op de optimalisering van de inzameling op deze locaties zonder afbreuk te doen aan de reeds door het beheersorganisme ondernomen acties, voor zover de veiligheidsadviezen werden gecommuniceerd.
  § 2. Het beheersorganisme legt Leefmilieu Brussel jaarlijks de bijgewerkte lijsten van de bij § 1 vermelde inzamelpunten voor afgedankte batterijen en accu's voor, die geregistreerd en aanvaard werden als inzamelpunt.
  Elke weigering moet gemotiveerd worden.
  De lijst van de redenen voor weigering tot registratie moet vooraf goedgekeurd worden door Leefmilieu Brussel.
  De lijst van geweigerde inzamelpunten wordt elk jaar aan Leefmilieu Brussel meegedeeld. Het beheersorganisme kan deze lijst ook online ter beschikking stellen.
  § 3. Het beheersorganisme stelt Leefmilieu Brussel via een elektronische link de gegevens van het afvalregister van alle inzamelpunten ter beschikking, die bij § 1 vermeld worden aangaande de afgedankte batterijen en accu's die bij § 1 beoogd en bij deze inzamelpunten ingezameld worden.
  Inzameling in de containerparken en andere centralisatiepunten van de publiekrechtelijke rechtspersonen
Art. 9. § 1er. L'organisme de gestion assure la collecte gratuite dans les points de collecte de tous les déchets de piles et d'accumulateurs qui appartiennent à une catégorie de produits soumise à une cotisation environnementale et qui ont été collectés conformément au présent article.
  L'organisme de gestion s'engage également à collecter ou faire collecter gratuitement et régulièrement tous les déchets de piles et d'accumulateurs appartenant à une catégorie de produits soumise à une cotisation environnementale, détenus dans la Région par des installations de démantèlement ou de dépollution des déchets d'équipements électriques ou électroniques (DEEE) ou des véhicules hors d'usage. L'organisme de gestion s'engage à informer les installations de démantèlement ou de dépollution des DEEE sur la nécessité de démonter manuellement les piles et accumulateurs des DEEE en vue d'un recyclage optimal et pour des raisons de sécurité.
  La stratégie générale au niveau de la collecte de ces déchets de piles et d'accumulateurs et le plan logistique font partie intégrante du plan de gestion, et sont soumis pour approbation à Bruxelles Environnement.
  L'organisation de la collecte repose sur un réseau de points de collecte composé des détaillants, des écoles, des administrations, des fabricants de piles et d'accumulateurs, des fabricants d'appareils électriques et électroniques, d'installations de démantèlement ou de dépollution des déchets d'équipements électriques ou électroniques ou des véhicules hors d'usage, des utilisateurs professionnels, des parcs à conteneurs publics et d'autres points de collecte, pour autant que les consignes de sécurité aient été communiquées.
  L'organisme de gestion veille à ce qu'il y ait suffisamment de points de collecte. Les acteurs susmentionnés peuvent se signaler spontanément en tant que point de collecte s'ils peuvent offrir au moins une fois tous les deux ans un récipient de collecte standard rempli, comme fourni par l'organisme de gestion, et conforme à la législation ADR. Actuellement, le volume de ce récipient de collecte standard est de 52 litres. Les acteurs susmentionnés qui n'atteignent pas cette quantité minimale doivent demander explicitement à l'organisme de gestion de venir collecter les déchets de piles et d'accumulateurs. L'organisme de gestion fournit à leur demande un plus petit récipient.
  Pour ce qui concerne les projets de collecte dans les écoles, les administrations et autres lieux de même nature et compte tenu du fait que ces mêmes lieux sont également sollicités pour être des points de collecte d'autres flux de déchets, notamment à travers le mécanisme de la responsabilité élargie du producteur, l'organisme de gestion s'engage à contribuer à un groupe de travail initié par Bruxelles Environnement et composé de l'organisme de gestion et d'autres organismes de gestion, en vue d'optimiser la collecte dans ces lieux sans préjudice des actions déjà menées par l'organisme de gestion, pour autant que les consignes de sécurité aient été communiquées.
  § 2. L'organisme de gestion présente chaque année à Bruxelles Environnement les listes actualisées des points de collecte pour les déchets de piles et d'accumulateurs mentionnés au § 1, qui ont été enregistrés et acceptés en tant que point de collecte.
  Tout refus d'enregistrement doit être motivé.
  La liste des raisons d'un refus d'enregistrement doit être approuvée au préalable par Bruxelles Environnement.
  La liste des points de collecte refusés est communiquée chaque année à Bruxelles Environnement. L'organisme de gestion peut également la mettre à disposition en ligne.
  § 3. L'organisme de gestion met à la disposition de Bruxelles Environnement par lien informatique les données du registre de déchets de tous les points de collecte mentionnés au § 1 concernant les déchets de piles et accumulateurs visés au § 1 et collectés auprès de ces points de collecte.
  Collecte dans les parcs à conteneurs et autres points de centralisation des personnes morales de droit public
Art. 10. § 1. Het beheersorganisme moet een overeenkomst sluiten met de publiekrechtelijke rechtspersonen betreffende de afgedankte batterijen en accu's die tot een aan een milieubijdrage onderworpen productcategorie behoren die ingezameld worden in de containerparken en andere centralisatiepunten van de publiekrechtelijke rechtspersonen door of voor rekening van het beheersorganisme, op basis van een typecontract dat door het beheersorganisme werd opgesteld en ter goedkeuring werd voorgelegd aan Leefmilieu Brussel.
  De overeenkomst stelt minstens het volgende vast:
  - de modaliteiten voor de gratis toegang en afgifte van afgedankte batterijen en accu's;
  - de toegang tot de inzamelpunten;
  - een regeling van de kosten van de inzamelpunten, met inbegrip van de dekking van de infrastructuur- en werkingskosten van de containerparken;
  - de terbeschikkingstelling door het beheersorganisme van de nodige inzamelrecipiënten voor de tijdelijk opslag van de ingezamelde afgedankte batterijen en accu's;
  - de transparantie van het inzamelsysteem op het vlak van de statistische opvolging van de stromen;
  - de opslag van de afgedankte batterijen en accu's met oog voor het milieu, waarbij alle wettelijke verplichtingen nageleefd moeten worden.
  Als het beheersorganisme een beroep wil of moet doen op publiekrechtelijke rechtspersonen voor de inzameling van de afgedankte batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie, moet er dienaangaande een specifieke overeenkomst met de publiekrechtelijke rechtspersonen gesloten worden.
  Afgedankte batterijen en accu's van meer dan 20 kg voor de aandrijving van hybride en elektrische voertuigen zijn geen huishoudelijke afvalstoffen en mogen aldus niet afgeleverd worden op de containerparken.
  Inzameling op verzoek van de houders van afgedankte batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie
Art. 10. § 1er. L'organisme de gestion doit conclure un contrat avec les personnes morales de droit public portant sur les déchets de piles et accumulateurs appartenant à une catégorie de produits soumise à une cotisation environnementale qui sont collectés dans les parcs à conteneurs et autres points de centralisation des personnes morales de droit public et enlevés par ou pour le compte de l'organisme de gestion, sur la base d'un contrat-type établi par l'organisme de gestion et soumis pour approbation à Bruxelles Environnement.
  Le contrat définit au minimum les éléments suivants :
  - les modalités d'accès et de dépôt gratuit des déchets de piles et accumulateurs ;
  - l'accessibilité des points de collecte ;
  - un règlement des coûts des points de collecte, en ce compris la couverture des coûts d'infrastructure et de fonctionnement des parcs à conteneurs ;
  - la mise à disposition, par l'organisme de gestion, des récipients de collecte nécessaires pour le stockage provisoire des déchets de piles et accumulateurs collectés ;
  - la transparence du système de collecte au niveau du suivi statistique des flux ;
  - le stockage des déchets de piles et accumulateurs dans le respect de l'environnement, toutes les obligations légales devant être respectées.
  Si l'organisme de gestion souhaite ou doit faire appel aux personnes morales de droit public pour la collecte des déchets de piles et accumulateurs appartenant à une catégorie de produits soumise à une cotisation administrative, il convient de conclure à cet effet une convention spécifique avec les personnes morales de droit public.
  Les déchets de piles et d'accumulateurs de plus de 20 kg pour la traction des véhicules hyrbides et électriques ne sont pas des déchets ménagers et ne peuvent donc pas être remis aux parcs à conteneurs.
  Collecte à la demande des détenteurs de déchets de piles et accumulateurs appartenant à une catégorie de produits soumise à une cotisation administrative
Art. 11. § 1. In afwijking van de bepalingen van artikel 9 gebeurt de inzameling en verwerking van afgedankte batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie door de overdracht ervan door de houders naar hun keuze aan erkende ophalers, handelaars of makelaars van afval, aan vergunde verwerkingsbedrijven of aan de Producent van de respectieve batterijen en accu's.
  § 2. De Producenten van industriële batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie, kunnen in geen geval weigeren om deze afgedankte batterijen en accu's gratis in ontvangst te nemen, ongeacht hun chemische samenstelling en oorsprong.
  De Producenten van industriële batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie, voorzien een voldoende dicht netwerk van inzamelpunten waar de houders deze afgedankte batterijen en accu's gratis kunnen afgeven. Deze inzamelpunten beschikken over de nodige milieuvergunningen, technische uitrusting en personeel dat de vereiste opleiding heeft genoten om met deze accu's om te gaan. De Producenten informeren hun klanten over de manier waarop de Producent tegemoetkomt aan zijn terugnameplicht en hoe de klant zich van afgedankte batterijen en accu's kan ontdoen. De Producenten maken hun inzamelpunten bekend op de website van het beheersorganisme voor de types van batterijen en accu's die door het bij artikel 27 beoogde Overlegcomité aangeduid werden. Dit geldt minstens voor de batterijen en accu's die bestemd zijn voor de tractie van hybride en elektrische voertuigen.
  De Producenten van industriële batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie zijn er op hun kosten toe gehouden om op regelmatige wijze alle afgedankte batterijen en accu's bij de kleinhandelaars en de distributeurs in te zamelen, alsook bij de vergunde inrichtingen voor de ontmanteling of depollutie van afgedankte elektrische of elektronische apparatuur en afgedankte voertuigen.
  Binnen het inzamelnetwerk dat gecreëerd werd door de Producenten voor de inzameling van batterijen en accu's bestemd voor de tractie van hybride en elektrische voertuigen, mogen deze batterijen en accu's uitsluitend gedemonteerd worden uit voertuigen door vergunde inrichtingen. Deze zijn hiertoe technisch uitgerust en beschikken over gekwalificeerd personeel voor deze taak. De Producenten informeren deze inrichtingen over doeltreffende en zekere methoden in verband met de demontage van de batterij of accu.
  § 3. De distributeurs van autobatterijen en -accu's, of desgevallend de Producenten zijn ertoe gehouden, om, op hun kosten, op regelmatige basis en ter plaatse, bij de garagehouders en kleinhandelaars die bij artikel 8 beoogd worden en op hun verzoek alle afgedankte autobatterijen en -accu's in ontvangst te nemen, die hen aangeboden worden door de eindgebruiker, alsook alle afgedankte autobatterijen of -accu's die afkomstig zijn van de onderhoudsactiviteiten aan voertuigen die door garagehouders uitgevoerd worden, en om deze aan de Producent te bezorgen.
  De Producenten van autobatterijen en -accu's of de door hen hiertoe aangewezen personen zijn er, op hun kosten, toe gehouden om regelmatig alle afgedankte autobatterijen en -accu's in te zamelen, die in ontvangst genomen werden bij de distributeurs of anders bij voormelde garagehouders en kleinhandelaars alsook bij de inrichtingen voor de ontmanteling of depollutie van afgedankte voertuigen, op hun verzoek, teneinde deze te laten verwerken in een hiertoe vergunde onderneming.
  Via voormelde distributeurs, garagehouders en kleinhandelaars zetten de Producenten een inzamelnetwerk op voor afgedankte autobatterijen en -accu's ter verzekering van een voldoende geografische dekking.
  § 4. De professionele houder of de Producent kan een beroep doen op het beheersorganisme voor de inzameling en/of verwerking van de afgedankte industriële batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie of waarvoor er een goedgekeurd individueel plan voor afvalpreventie en -beheer werd ingediend of waarvoor de Producent bij een ander beheersorganisme is aangesloten. In dat geval moet er vooraf in dit opzicht een overeenkomst gesloten worden tussen het beheersorganisme en de partij die er een beroep op doet, waarbij de dekking van de reële en volledige kostprijs van de door het beheersorganisme verstrekte diensten wordt vastgelegd. Voor de verwerking doet het organisme een beroep op vergunde verwerkingsbedrijven. Bij de toewijzing van de contracten door het beheersorganisme aan verwerkingsbedrijven gelden de bepalingen van artikelen 23 en 24 niet.
  § 5. Het beheersorganisme voert een systeem in voor de registratie van haar inzamelrecipiënten waarmee deze getraceerd kunnen worden en waarmee bepaald kan worden van welk inzamelpunt ze afkomstig zijn. Als het recipiënt batterijen en accu's, stacks, modules en cellen bevat, die niet bestemd zijn voor dit inzamelkanaal of dit inzamelrecipiënt, informeert het beheersorganisme het inzamelpunt over de bestaande kanalen voor deze afgedankte batterijen en accu's, stacks, modules en cellen.
  § 6. Als de afgedankte batterijen en accu's, stacks, modules en cellen afkomstig van industriële batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie, in het inzamelnetwerk van het beheersorganisme belanden en als ze geïdentificeerd kunnen worden, brengt het organisme de betroffen producent hiervan zo snel mogelijk op de hoogte. De producent ontfermt zich op eigen kosten over de ophaling en de verwerking van deze afgedankte batterijen en accu's, stacks, modules en cellen vanaf de door het beheersorganisme aangegeven locatie. De producent betaalt het beheersorganisme alle kosten terug in verband met de inzameling, het beheer en de opslag die door het beheersorganisme gemaakt werden, voorafgaand aan hun terugname door de producent.
  § 7. Als de afgedankte batterijen en accu's, stacks, modules en cellen afkomstig van industriële batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie, in een inzamelnetwerk belanden dat werd opgezet in uitvoering van een andere milieuovereenkomst of een goedgekeurd individueel plan voor afvalpreventie en -beheer en als deze afgedankte batterijen en accu's, stacks, modules en cellen geïdentificeerd kunnen worden, ontfermt de producent zich op eigen kosten over de inzameling en de verwerking of recyclage van deze afgedankte batterijen en accu's, stacks, modules en cellen. De producent betaalt de uitbater van het inzamelnetwerk alle kosten terug in verband met de inzameling, het beheer en de opslag die door het beheersorganisme gemaakt werden, voorafgaand aan hun terugname door de producent.
  Deze bepaling geldt alleen, als de milieuovereenkomst of het goedgekeurde individuele plan voor afvalpreventie en -beheer krachtens hetwelk het respectieve inzamelnetwerk gecreëerd werd, een minstens gelijkwaardige bepaling bevat voor de afgedankte batterijen en accu's, stacks, modules en cellen afkomstig van afgedankte industriële batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie en die in het inzamelnetwerk van het beheersorganisme beland zijn.
  § 8. Voor de afgedankte batterijen en accu's, stacks, modules en cellen afkomstig van afgedankte industriële batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie, die in het inzamelnetwerk van het beheersorganisme beland zijn en die niet duidelijk geïdentificeerd kunnen worden, sluit het beheersorganisme een akkoord met het/de andere beheersorganisme(n) die eveneens tegemoetkomen aan de terugnameplicht voor industriële batterijen, alsook de producenten die over een goedgekeurd individueel plan voor afvalpreventie en -beheer voor dit type van batterijen beschikken.
  Alle kosten verbonden aan de inzameling, het beheer, de opslag, het vervoer en de verwerking van deze afgedankte batterijen en accu's, stacks, modules en cellen worden evenredig verdeeld over de beheersorganismen en de producenten die over een individueel plan voor afvalpreventie en -beheer beschikken, volgens een verdeelsleutel die wordt vastgelegd in gemeenschappelijk overleg en wordt goedgekeurd door Brussel Leefmilieu.
  Het beheersorganisme stort hiervoor een bijdrage per kg en type in de handel gebrachte industriële batterij en accu die deel uitmaakt van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie, op een speciaal hiervoor bestemde rekening. De middelen op deze rekening kunnen uitsluitend aangewend worden voor de financiering van de bovenvermelde kosten. De bedrijfsrevisor van het beheersorganisme controleert of het beheersorganisme de bepalingen van deze paragraaf heeft nagekomen en maakt hiervoor een attest op. De hoogte van de bijdrage wordt bepaald door Brussel Leefmilieu op voorstel van de beheersorganismen en de producenten die beschikken over een goedgekeurd individueel plan voor afvalpreventie-en beheer voor deze afgedankte batterijen.
  De bepalingen van deze paragraaf gelden uitsluitend indien de andere milieuovereenkomsten en de goedgekeurde individuele plannen voor afvalpreventie en -beheer inzake industriële batterijen en accu's minstens gelijkwaardige bepalingen bevat die voorzien in:
  - een registratiesysteem dat toelaat om te bepalen in welk inzamelpunt deze niet identificeerbare afgedankte batterijen en accu's, stacks, modules en cellen werden ingezameld
  - een rekening waarop steeds een bedrag staat gelijk aan de bijdrage per in de handel gebrachte industriële batterij en dit voor de financiering van alle kosten verbonden aan de inzameling, beheer, opslag, transport en verwerking en/of recycling van deze niet identificeerbare afgedankte batterijen en accu's, stacks, modules en cellen
  - een attest van een bedrijfsrevisor waaruit blijkt dat andere beheersorganismen of producenten met een individueel plan voor afvalpreventie-of beheerplan dit engagement hebben gerespecteerd.
  De kosten verbonden aan deze wettelijke verplichting kunnen door het beheersorganisme doorgerekend worden aan de aangesloten producenten van batterijen en accu's die behoren tot dezelfde productcategorie via de administratieve bijdrage.
  § 9. Indien zou blijken dat de geldende marktvoorwaarden onvoldoende zijn om de inzameling, de verwerking en de recycling van afgedankte batterijen en -accu's die die deel uitmaken van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie, zal het beheersorganisme een operationeel systeem voor inzameling, verwerking en recycling opzetten met het oog op het behalen van die doelstellingen, gefinancierd door een milieubijdrage.
  § 10. Om een oplossing te vinden voor het probleem van het beheer van afgedankte batterijen en accu's, stacks, modules en cellen afkomstig van batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie en waarvan de Producent niet meer bestaat, betalen de beheersorganismen belast met de terugname van afgedankte industriële batterijen en accu's van hybride en elektrische voertuigen voor een gelijk deel, een studie die toelaat de kosten voor het beheer van batterijen en accu's, met inbegrip van de kosten verbonden aan de inzameling, de sortering, het transport, de verwerking en/of recyclage alsook de risico's, in het jaar dat volgt op het in werking treden van de milieovereenkomst(en). Het Gewest bepaalt de modaliteiten voor de uitvoering van deze studie.
  De bepalingen van deze paragraaf gelden uitsluitend indien andere milieuovereenkomsten inzake industriële batterijen en accu's minstens gelijkwaardige bepalingen bevatten.
  Nieuwe methode voor de berekening van de inzameldoelstelling voor de draagbare batterijen en accu's
Art. 11. § 1er. Par dérogation aux dispositions de l'article 9, la collecte et le traitement des déchets de piles et accumulateurs, appartenant à une catégorie de produits soumise à une cotisation administrative, sont remises par leurs détenteurs, à leur choix, à des collecteurs agréés, des négociants ou courtiers de déchets, à des entreprises de traitement autorisées ou au Producteur des piles et accumulateurs concernés.
  § 2. Les Producteurs de piles et accumulateurs industriels appartenant à une catégorie de produits soumise à une cotisation administrative, ne peuvent refuser de reprendre gratuitement ces déchets de piles et accumulateurs, quelles que soient leur composition chimique et leur origine.
  Les Producteurs de piles et accumulateurs industriels appartenant à une catégorie de produits soumise à une cotisation administrative prévoient un réseau de points de collecte suffisamment dense où les détenteurs peuvent remettre gratuitement ces déchets de piles et accumulateurs. Ces points de collecte disposent des autorisations environnementales nécéssaires, d'équipement technique et du personnel disposant de la formation nécessaire pour la manutention de ces accumulateurs. Les Producteurs informent leurs clients de la manière dont le Producteur satisfait à son obligation de reprise et comment le client peut se défaire des déchets de piles et accumulateurs. Les Producteurs publient leurs points de collecte sur le site Internet de l'organisme de gestion pour les types de piles et d'accumulateurs désignés par le Comité de concertation visé à l'article 27. Ceci vaut au moins pour les piles et accumulateurs destinés à la traction des véhicules hybrides et électriques.
  Les Producteurs de piles et accumulateurs industriels appartenant à une catégorie de produits soumise à une cotisation administrative sont tenus, à leurs frais, de collecter de manière régulière tous les déchets de piles et accumulateurs auprès des détaillants et des distributeurs ainsi qu'auprès des installations autorisées de démantèlement ou de dépollution de déchets d'appareils électriques ou électroniques et de véhicules hors d'usage.
  Au sein du réseau de collecte créé par les Producteurs pour la collecte des piles et accumulateurs destinés à la traction des véhicules hybrides et électriques, ces piles ou accumulateurs peuvent uniquement être démontés des véhicules par des installations autorisées. Celles-ci sont techniquement équipées et disposent du personnel qualifié pour cette tâche. Les Produceurs informent ces installations sur des méthodes efficaces et sécurisées relatives au démontage de la pile ou accumulateur.
  § 3. Les distributeurs de piles et d'accumulateurs automobiles, ou le cas échéant les Producteurs, sont tenus de reprendre, à leurs frais, de manière régulière et sur place, auprès des garagistes et des détaillants visés à l'article 8 et, sur leur demande, tous les déchets de piles ou d'accumulateurs automobiles qui leur sont présentés par l'utilisateur final et tous les déchets de piles ou d'accumulateurs automobiles provenant des activités d'entretien des véhicules exercées par les garagistes et de les présenter au Producteur.
  Les Producteurs de piles et d'accumulateurs automobiles, ou les personnes qu'ils ont désignées à cet effet sont tenus, à leurs frais, de collecter de manière régulière tous les déchets de piles ou accumulateurs automobiles acceptés auprès des distributeurs ou à défaut auprès des garagistes et des détaillants précités ainsi qu'auprès d'installations de démantèlement ou de dépollution des véhicules hors d'usage, sur leur demande, en vue de les faire traiter dans un établissement autorisé à cette fin.
  Les Producteurs mettent en place, par l'intermédiaire des distributeurs, des garagistes et des détaillants précités, un réseau de collecte pour les déchets de piles et accumulateurs automobiles assurant une couverture géographique suffisante.
  § 4. Le détenteur professionnel ou le Producteur peut faire appel à l'organisme de gestion pour la collecte et/ou le traitement des déchets de piles et accumulateurs industriels appartenant à une catégorie de produits soumise à une cotisation administrative ou pour lesquels un plan individuel de gestion et de prévention des déchets approuvé a été introduit ou pour lesquels le Producteur est affilié à un autre organisme de gestion. Dans ce cas, il convient de conclure au préalable à cet égard une convention entre l'organisme de gestion et la partie qui y fait appel, fixant la couverture du coût réel et complet des services fournis par l'organisme de gestion. Pour le traitement, l'organisme de gestion fait appel à des sociétés de traitement autorisées. Lors de l'attribution des contrats par l'organisme de gestion à ces sociétés de traitement, les dispositions des articles 23 et 24 ne sont pas d'application.
  § 5. L'organisme de gestion met en place un système d'enregistrement de ses récipients de collecte permettant de les tracer et d'établir de quel point de collecte ils proviennent. Si le récipient contient des piles et des accumulateurs, des stacks, des modules et des cellules qui ne sont pas destinés à ce canal de collecte ou ce récipient de collecte, l'organisme de gestion informe le point de collecte sur les canaux existants pour ces déchets de piles et d'accumulateurs, de stacks, de modules et de cellules.
  § 6. Si les déchets de piles et d'accumulateurs, de stacks, de modules et de cellules provenant de piles et d'accumulateurs industriels appartenant à une catégorie de produits soumise à une cotisation administrative, se retrouvent dans le réseau de collecte de l'organisme de gestion et s'ils peuvent être identifiés, ce dernier en informe au plus tôt le producteur concerné. Le producteur se charge à ses propres frais de l'enlèvement et du traitement de ces déchets de piles et d'accumulateurs, de stacks, de modules et de cellules à partir de l'endroit indiqué par l'organisme de gestion. Le producteur rembourse à l'organisme de gestion tous les frais liés à la collecte, à la gestion et au stockage subis par l'organisme de gestion avant leur reprise par le producteur.
  § 7. Si les déchets de piles et d'accumulateurs, de stacks, de modules et de cellules provenant de piles et d'accumulateurs industriels appartenant à une catégorie de produits soumise à une cotisation administrative se retrouvent dans un réseau de collecte mis en place en exécution d'une autre convention environnementale ou d'un plan individuel de gestion et de prévention des déchets approuvé par les autorités, et si ces déchets de piles et d'accumulateurs, de stacks, de modules et de cellules peuvent être identifiés, le producteur se charge à ses propres frais de la collecte et du traitement ou du recyclage de ces déchets de piles et d'accumulateurs, de stacks, de modules et de cellules. Le producteur rembourse à l'exploitant du réseau de collecte tous les frais liés à la collecte, à la gestion et au stockage subis par l'organisme de gestion avant leur reprise par le producteur.
  Cette disposition ne s'applique que si la convention environnementale ou le plan individuel de gestion et de prévention des déchets approuvé, en vertu duquel le réseau de collecte concerné a été créé, contient une disposition au moins équivalente pour les déchets de piles et d'accumulateurs, de stacks, de modules et de cellules provenant de piles et d'accumulateurs industriels appartenant à une catégorie de produits soumise à une cotisation administrative, qui se retrouvent dans le réseau de collecte de l'organisme de gestion.
  § 8. Pour les déchets de piles et d'accumulateurs, de stacks, de modules et de cellules provenant de piles et d'accumulateurs industriels appartenant à une catégorie de produits soumise à une cotisation administrative, qui se retrouvent dans le réseau de collecte de l'organisme de gestion et qui ne peuvent être identifiés clairement, l'organisme de gestion conclut un accord avec le ou les autres organismes de gestion assumant également l'obligation de reprise pour les piles industrielles, ainsi que les producteurs disposant d'un plan individuel de gestion et de prévention des déchets approuvé pour ce type de piles.
  Tous les frais liés à la collecte, la gestion, le stockage, le transport et le traitement de ces déchets de piles et d'accumulateurs, de stacks, de modules et de cellules sont répartis au prorata entre les organismes de gestion et les producteurs disposant d'un plan individuel de gestion et de prévention des déchets, selon une clé de répartition qui est fixée en commun accord et qui est soumise à l'approbation de Bruxelles Environnement.
  L'organisme de gestion verse une cotisation à cet effet par kilo et par type de piles ou d'accumulateurs industriels appartenant à une catégorie de produits soumise à une cotisation administrative, sur un compte spécialement destiné à cette fin. Les moyens déposés sur ce compte ne peuvent être utilisés que pour financer les coûts susmentionnés. Le réviseur d'entreprise de l'organisme de gestion contrôle le respect des dispositions par l'organisme de gestion et rédige une attestation à cet effet. Le montant de la cotisation est déterminée par Bruxelles Environnement sur proposition des organismes de gestion et des producteurs qui disposent d'un plan individuel de prévention et de gestion des déchets approuvé pour ce type de déchets.
  Les dispositions du présent paragraphe ne s'appliquent que si les autres conventions environnementales et les plans individuels de prévention et de gestion des déchets approuvés portant sur les piles et accumulateurs industriels contiennent au moins des dispositions similaires prévoyant :
  - Un système d'enregistrement qui permet d'établir dans quel point de collecte ces déchets de piles et d'accumulateurs, de stacks, de modules et de cellules qui ne peuvent pas être identifiés, ont été collectés ;
  - Un compte alimenté d'un montant équivalent à la cotisation par pile ou accumulateur industriel mis sur le marché servant au financement de tous les frais liés à la collecte, la gestion, le stockage, le transport et le traitement et/ou recyclage de ces déchets de piles et d'accumulateurs, de stacks, de modules et de cellules qui ne peuvent pas être identifiés ;
  - Une attestation d'un réviseur d'entreprise confirmant que d'autres organismes de gestion ou des producteurs disposant d'un plan individuel de prévention et de gestion des déchets ont respecté cet engagement de compte spécifique.
  Les coûts liés à cette obligation légale peuvent être facturés par l'organisme de gestion aux producteurs de piles et d'accumulateurs appartenant à la même catégorie de produits par le biais de la cotisation administrative.
  § 9. S'il s'avère que les conditions du marché applicables sont insuffisantes pour régler la collecte et le traitement des déchets de piles et d'accumulateurs appartenant à une catégorie de produits soumise à une cotisation administrative, l'organisme de gestion mettra en oeuvre un système opérationnel pour la collecte et le traitement en vue d'atteindre ces objectifs, qui sera financé par une cotisation environnementale.
  § 10. Pour trouver une solution au problème de la gestion des déchets de piles et d'accumulateurs, des stacks, des modules et des cellules qui proviennent des piles et accumulateurs appartenant à une catégorie de produits soumise à une cotisation administrative et dont le Producteur n'existe plus, les organismes de gestion en charge de la reprise des piles ou accumulateurs industriels des véhicules hybrides ou électriques financent à parts égales une étude qui permettra d'objectiver les coûts de gestion de ces piles et accumulateurs, y compris les coûts liés à la collecte, tri, transport, traitement et/ou recyclage, ainsi que les risques, dans l'année qui suit l'entrée en vigueur de la ou les conventions environnementales. La Région établira les modalités de mise en oeuvre de cette étude.
  Les dispositions du présent paragraphe ne s'appliquent que si les autres conventions environnementales portant sur les piles et accumulateurs industriels ne contiennent au moins les dispositions similaires.
  Nouvelle méthode de calcul de l'objectif de collecte pour les piles et accumulateurs portables
Art. 12. § 1. Het beheersorganisme gaat na of de methode voor de berekening van de bestaande inzameldoelstelling voor afgedankte draagbare batterijen en accu's, op basis van de in de handel gebrachte hoeveelheden batterijen, nog beantwoordt aan de realiteit van de evolutie van de markt en de levensduur.
  Algemene bepalingen
Art. 12. § 1. L'organisme de gestion étudie si la méthode de calcul de l'objectif de collecte existant pour les déchets de piles et accumulateurs portables, basé sur les quantités de piles mises sur le marché, répond encore à la réalité de l'évolution du marché et à la durée de vie.
  Dispositions générales
Art. 13. § 1. Onverminderd de opdrachten van de publiekrechtelijke rechtspersonen kan het beheersorganisme proefprojecten van beperkte duur opzetten om alternatieve inzamelscenario's te onderzoeken, die een verdere verbetering van de inzamelresultaten voor batterijen en accu's beogen. Dergelijke proefprojecten worden voorafgaandelijk ter goedkeuring aan Leefmilieu Brussel voorgelegd. Op het einde van de periode die door het proefproject wordt bestreken, wordt er een evaluatieverslag opgemaakt. Op basis van dit verslag kan het beheersorganisme het proefproject eventueel uitbreiden, na goedkeuring door Leefmilieu Brussel.
  § 2. De onttrekking van vloeistoffen en zuren aan de afgedankte batterijen en accu's gebeurt uitsluitend in vergunde verwerkingsinrichtingen.
Art. 13. § 1er. Sans préjudice aux missions des personnes morales de droit public, l'organisme de gestion peut lancer des projets pilotes à durée limitée pour rechercher des scénarios alternatifs de collecte visant à augmenter les résultats de collecte des déchets de piles et accumulateurs. De tels projets pilotes sont soumis au préalable à l'approbation de Bruxelles Environnement. A la fin de la période couverte par le projet pilote, un rapport d'évaluation est établi. Sur la base de ce rapport, l'organisme de gestion peut éventuellement étendre le projet pilote, après approbation de Bruxelles Environnement.
  § 2. L'extraction des liquides et acides des déchets de piles et accumulateurs ne se fait que dans des installations de traitement autorisées.
HOOFDSTUK 4. - Behandeling Sortering en hergebruik
CHAPITRE 4. - Traitement Tri et réutilisation
Art. 14. Teneinde het rendement van de recyclage te maximaliseren, verbindt het beheersorganisme er zich toe om de door het organisme ingezamelde afgedankte batterijen te sorteren of te laten sorteren, al naargelang het recyclageproces, alvorens ze aan de verwerkingsbedrijven te overhandigen. De batterijen worden handmatig, mechanisch en/of elektronisch in verschillende fracties gesorteerd. Daarbij worden de beste beschikbare technieken gebruikt, zonder buitensporige kosten. Het gehele sorteerproces moet onderworpen worden aan een statische controle om de kwaliteit van de sortering te meten.
  Het beheersorganisme onderzoekt de opportuniteiten en de beperking in verband met het hergebruik. In de eerste plaats gaat het om herlaadbare lithiumbatterijen en -accu's. Er wordt onder meer rekening gehouden met de technische en operationele aspecten, de juridische aansprakelijkheid, de financiële impact en de aspecten verbonden aan de vraag van deze batterijen en accu's voor hergebruik. Leefmilieu Brussel wordt actief betrokken bij dit onderzoek.
  Na technische diagnose om de restcapaciteit te bepalen van een accu of van haar onderdelen, kunnen bepaalde industriële accu's of onderdelen opnieuw worden gebruikt (ofwel in dezelfde toepassing ofwel in een andere toepassing).
  Verwerking en recyclage
Art. 14. Afin de maximiser le rendement du recyclage, l'organisme de gestion s'engage à trier ou à faire trier les déchets de piles collectés par ses soins, en fonction du processus de recyclage, avant de les remettre aux entreprises de traitement. Les piles sont triées en différentes fractions par voie manuelle, mécanique et/ou électronique. On utilise les meilleures techniques disponibles, sans frais excessifs. La totalité du processus de tri doit être soumise à un contrôle statistique pour mesurer la qualité du tri.
  L'organisme de gestion examine les opportunités et les contraintes relatives au réemploi. Il s'agit en premier lieu des piles et accumulateurs au lithium rechargeables. Il est tenu compte entre autres des aspects techniques et opérationnels, de la responsabilité juridique, de l'impact financier et également des aspects liés à la demande de ces piles et accumulateurs pour la réutilisation. Bruxelles Environnement est activement impliqué dans cette étude.
  Après diagnostic technique déterminant la capacité restante d'un accumulateur ou de ses composants, certains accumulateurs ou composants industriels pourront être réutilisés (soit pour la même application soit pour une autre application).
  Traitement et recyclage
Art. 15. § 1. De afgedankte batterijen en accu's die zowel in het kader van de door het beheersorganisme als door andere economische actoren georganiseerde inzameling werden ingezameld, moeten verwerkt en gerecycleerd worden overeenkomstig de bepalingen van de wetgeving die van kracht is op het moment van de verwerking en de toelatingen van de operatoren, rekening houdend met de beste beschikbare technieken zonder buitensporige kosten. Het beheersorganisme ziet tevens toe op de naleving van het bestek door de operatoren die het heeft aangeduid.
  § 2. De recyclagerendementen worden berekend overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EU) nr. 493/2012 van de Commissie van 11 juni 2012 houdende nadere bepalingen voor de berekening van de recyclingrendementen van de recyclingprocessen van afgedankte batterijen en accu's, overeenkomstig Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad.
  § 3. Het beheersorganisme kan proefprojecten van beperkte duur opzetten om alternatieven verwerkings- en recyclagescenario's te onderzoeken. Dergelijke proefprojecten worden voorafgaandelijk ter goedkeuring aan Leefmilieu Brussel voorgelegd. Op het einde van de periode die door het proefproject wordt bestreken, wordt er een evaluatieverslag opgemaakt. Op basis van dit verslag kan het beheersorganisme het proefproject eventueel uitbreiden, na goedkeuring door Leefmilieu Brussel.
  § 4. De recyclagedoelstellingen kunnen geëvalueerd worden binnen het Overlegcomité bedoeld in artikel 27. Deze evaluatie kan als basis dienen voor het formuleren van de aan de Brusselse Minister over te maken voorstellen teneinde de recyclagedoelstelling aan te passen, rekening houdend met de beste beschikbare technologie en zonder enige buitensporige kost met zich mee te brengen. De eventuele wijzigingen die er aan de wetgeving aangebracht zouden worden tijdens de hele duur van de milieuovereenkomst, zijn alleen op deze laatste van toepassing op voorwaarde dat alle ondertekenende partijen van de milieuovereenkomst zich hiermee akkoord verklaarden.
  § 5. Het beheersorganisme verbindt er zich toe om alle inzamelmiddelen die ter beschikking van consumenten gesteld worden, in te zamelen en te verwerken met de beste beschikbare technieken, zodra zij zich hiervan ontdoen.
  § 6. De afgedankte batterijen en accu's die ingezameld en/of in ontvangst genomen werden overeenkomstig de bepalingen van artikel 11, moeten verwerkt worden door verwerkingsbedrijven die de doelstellingen halen met betrekking tot de recyclage van afgedankte batterijen en accu's die bij artikel 2.4.8 van het Afvalbeheerbesluit alsook in de Europese Richtlijn 2006/66/EG vastgelegd werden.
  Leefmilieu Brussel stelt een lijst van bedrijven op, die aan deze eisen voldoen.
  Als een Producent voor dergelijke batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie, een beroep doet op een verwerkingsbedrijf dat niet is opgenomen in de lijst van de verwerkingsbedrijven die de recyclagedoelstellingen halen en door Leefmilieu Brussel goedgekeurd werden, brengt het beheersorganisme Leefmilieu Brussel hiervan op de hoogte. In dat geval zijn de risico's en de gevolgen van het niet bereiken van de bij artikel 2.4.8 van het Afvalbeheerbesluit alsook in Europese Richtlijn 2006/66/EG vastgelegde recyclagedoelstellingen, geheel ten laste van de Producent.
  De Producenten van batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie en die afgedankte batterijen en accu's inzamelden en/of in ontvangst namen, overhandigen aan het beheersorganisme de nodige informatie over de inzameling en de verwerking, opdat het beheersorganisme voor de rapportering zou kunnen zorgen overeenkomstig artikel 25, § 2. Deze bepaling is niet van toepassing, als de verwerkingsbedrijven deze informatie aan het beheersorganisme bezorgen.
  § 7. In afwijking van de bepalingen van § 6 zijn de goedkeuringsprocedure en de verklaringen van nuttige toepassing zoals voorzien in Verordening (EG) nr. 1013/2006 van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen van toepassing op de afgedankte batterijen en accu's die conform deze Verordening aan een kennisgeving onderworpen zijn.
Art. 15. § 1er. Les déchets de piles et accumulateurs collectés, tant dans le cadre de la collecte organisée par l'organisme de gestion que par d'autres acteurs économiques, doivent être traités et recyclés conformément aux dispositions de la législation en vigueur au moment du traitement et aux autorisations des opérateurs en tenant compte des meilleures techniques disponibles sans frais excessifs. L'organisme de gestion veille également au respect du cahier des charges par les opérateurs qu'il a désignés.
  § 2. Les rendements du recyclage sont calculés conformément aux dispositions du Règlement (CE) 493/2012 du 11 juin 2012 établissant, conformément à la Directive 2006/66/CE du Parlement européen et du Conseil, les modalités de calcul des rendements des processus de recyclage des déchets de piles et d'accumulateurs.
  § 3. L'organisme de gestion peut lancer des projets pilotes à durée limitée pour rechercher des scénarios alternatifs de traitement et de recyclage. De tels projets pilotes sont soumis au préalable à l'approbation de Bruxelles Environnement. A la fin de la période couverte par le projet pilote, un rapport d'évaluation est établi. Sur la base de ce rapport, l'organisme de gestion peut éventuellement étendre le projet pilote, après approbation de Bruxelles Environnement.
  § 4. Les objectifs de recyclage peuvent être évalués au sein du Comité de concertation visé à l'article 27. Cette évaluation peut servir de base pour formuler les propositions à adresser au Ministre bruxellois pour l'Environnement, en vue d'adapter l'objectif de recyclage en tenant compte de la meilleure technologie disponible n'entraînant aucun frais excessif. Les modifications éventuellement apportées à la législation pendant toute la durée de la convention environnementale ne s'appliquent à cette dernière qu'à condition que toutes les parties signataires de la convention environnementale aient donné leur accord.
  § 5. L'organisme de gestion s'engage à collecter et à traiter avec les meilleures techniques disponibles, sans frais excessifs, tous les moyens de collecte mis à la disposition des consommateurs, dès qu'ils s'en défont.
  § 6. Les déchets de piles et d'accumulateurs qui ont été collectés et/ou repris conformément aux dispositions de l'article 11 doivent être traités par des entreprises de traitement qui atteignent les objectifs de recyclage des déchets de piles et d'accumulateurs fixés à l'article 2.4.8 de l'Arrêté, ainsi que dans la directive européenne 2006/66/CE.
  Bruxelles Environnement établit une liste d'entreprises qui répond à ces exigences.
  Si un Producteur fait appel pour ces déchets de piles et accumulateurs appartenant à une catégorie de produit soumise à une cotisation administrative, à une entreprise de traitement qui ne figure pas sur la liste des entreprises de traitement qui atteignent les objectifs de recyclage approuvées par Bruxelles Environnement, l'organisme de gestion en informe Bruxelles Environnement. Dans ce cas les risques et les conséquences pour la non atteinte des objectifs de recyclage fixés à l'article 2.4.8 de l'Arrêté, ainsi que dans la directive européenne 2006/66/CE, sont totalement à charge du Producteur.
  Les Producteurs de piles et accumulateurs appartenant à une catégorie de produit soumise à une cotisation administrative et qui ont collecté et/ou repris des déchets de piles et accumulateurs, remettent à l'organisme de gestion l'information nécessaire sur la collecte et le traitement afin que l'organisme de gestion puisse faire le rapportage conformémént à l'article 25 § 2. Cette disposition n'est pas d'application si les entreprises de traitement remettent cette information à l'organisme de gestion.
  § 7. Par dérogation des dispositions du § 6, la procédure d'approbation et les déclarations de valorisation comme prévues dans le Règlement 1013/2006 du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets, est d'application pour les déchets de piles et accumulateurs qui sont soumis à une notification conformément à ce Règlement.
HOOFDSTUK 5. - Taken van het beheersorganisme en van de Organisaties Het beheersorganisme
CHAPITRE 5. - Tâches de l'organisme de gestion et des Organisations L'organisme de gestion
Art. 16. De Leden van de Organisaties richten een of meerdere beheersorganismen op onder de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk overeenkomstig de bepalingen van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.
  Voor de federaties die de distributiesector vertegenwoordigen, is er minstens een mandaat als waarnemer in de Raad van Bestuur en de Algemene Vergadering van het beheersorganisme voorzien.
  Leefmilieu Brussel wordt uitgenodigd in de hoedanigheid van waarnemer van het Brussels Gewest op alle bijeenkomsten van de Raad van Bestuur en de Algemene Vergadering van de beheersorganismen, overeenkomstig de statutaire bepalingen die op de gewone Leden van het beheersorgaan van toepassing zijn. Leefmilieu Brussel ontvangt hiertoe de respectieve uitnodigingen minstens vijf dagen voor de vergadering alsook nadien de verslagen van de vergaderingen.
  De beheerstaken
Art. 16. Les Membres des Organisations créent un ou plusieurs organisme(s) de gestion sous forme d'association sans but lucratif, conformément aux dispositions de la loi du 27 juin 1921 relative aux associations sans but lucratif, aux associations internationales sans but lucratif et aux fondations.
  Au moins un mandat d'observateur dans le Conseil d'administration et l'Assemblée générale de l'organisme de gestion est attribué aux fédérations qui représentent le secteur de la distribution.
  Bruxelles Environnement est invité en qualité d'observateur de la Région bruxelloise à toutes les réunions du Conseil d'administration et de l'Assemblée générale des organismes de gestion, conformément aux dispositions statutaires qui s'appliquent aux Membres ordinaires de l'organisme de gestion. Bruxelles Environnement reçoit à cet effet les invitations et les rapports précédents au moins 5 jours ouvrables avant la date de la réunion, ainsi que les rapports des réunions par la suite.
  Les tâches de gestion
Art. 17. § 1. Het beheersorganisme neemt alle beheerstaken op zich, overeenkomstig de bepalingen van de huidige milieuovereenkomst.
  De Organisaties en hun Leden doen samen het nodige om de werking van het beheersorganisme te garanderen teneinde alle akkoorden na te leven, die er in het kader van de milieuovereenkomst gesloten werden.
  § 2. Het beheersorganisme verbindt er zich toe om de doelstellingen in alle transparantie te bereiken, met name ten overstaan van Leefmilieu Brussel en de Brusselse Minister, terwijl tegelijkertijd de vertrouwelijkheid van de gegevens van de individuele bedrijven gerespecteerd wordt.
  § 3. Het beheersorganisme beschikt over een systeem voor het beheer van de gegevens in verband met de Leden en de Deelnemers, de in de handel gebrachte batterijen en accu's en de ingezamelde afgedankte batterijen en accu's.
  Dit systeem herneemt de nodige informatie om Leefmilieu Brussel toe te laten, correcte rapporten aan de Europese Commissie over te maken, overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's en tot intrekking van Richtlijn 91/157/EEG, waaronder de gegevens die de Leden en Deelnemers moeten verstrekken voor hun registratie als Producent.
  Het beheersorganisme of een door het beheersorganisme aangeduide derde controleert de gegevens in verband met de Leden en de Deelnemers alsook met de in de handel gebrachte batterijen en accu's.
  § 4. Het beheersorganisme is verantwoordelijk voor de archivering van het hele systeem voor de registratie van de operationele informatie gedurende een minimale periode van zeven jaar.
  § 5. Leefmilieu Brussel kan zich gemakkelijk en bij voorkeur online toegang verschaffen tot de gegevens die het/hij nodig heeft om zijn opdracht uit te voeren en waarover het beheersorganisme beschikt. Het beheersorganisme sluit hiertoe de nodige akkoorden met Leefmilieu Brussel en met de andere bevoegde gewestelijke besturen om tot een automatische verstrekking van bepaalde gegevens en rapporten te komen, die het nodig heeft. De vertrouwelijkheid van de gegevens moet gewaarborgd blijven.
  § 6. Alle betroffen partijen kunnen hun advies geven in verband met de werkingsmodaliteiten van het beheersorganisme. Het beheersorganisme werkt onder andere modaliteiten uit voor de controle en de vereenvoudigde aangifte voor de Producenten die beperkte volumes aan batterijen en accu's in de handel brengen en die voor advies aan Leefmilieu Brussel voorgelegd worden.
  Het beheersorganisme bestudeert de impact van de verkoop op afstand op de markt van de batterijen en accu's en zijn werking met het oog op het optimaliseren van de aangiftemodaliteiten in functie van deze verkopen op afstand, binnen de 24 maanden die volgen op de publicatie van de huidige milieuovereenkomst. Het beheersorganisme raadpleegt Comeos in het kader van deze analyse.
  § 7. Op basis van de eerdere analyses over huishoudelijk afval gaat het beheersorganisme in samenwerking met het Gewestelijk Agentschap voor Netheid elke drie jaar over tot een statistische representatieve analyse van het gemengd huishoudelijk afval waarvan de methode en de resultaten voorgesteld worden aan Leefmilieu Brussel. Als vastgesteld wordt dat de hoeveelheden afgedankte draagbare batterijen en accu's in het ongesorteerd huishoudelijk afval (witte zak,
  containers van gebouwen, enz.) toenemen, onderneemt het beheersorganisme de nodige acties om deze stijging een halt toe te roepen. Deze acties worden voor advies voorgelegd aan Leefmilieu Brussel. Om deze analyse te kunnen verrichten, neemt het beheersorganisme contact op met het Gewestelijk Agentschap voor Netheid.
  § 8. Het beheersorganismen stelt zijn expertise ter beschikking in het kader van een informatieuitwisselingsplatform teneinde de circulaire economie te stimuleren.
  Het beheersplan
Art. 17. § 1er. L'organisme de gestion se charge de toutes les tâches de gestion conformément aux dispositions de la présente convention.
  Les Organisations et leurs Membres font le nécessaire, ensemble, pour garantir le fonctionnement de l'organisme de gestion afin de respecter tous les accords conclus dans le cadre de la convention environnementale.
  § 2. L'organisme de gestion s'engage à atteindre les objectifs en toute transparence, notamment vis-à-vis de Bruxelles Environnement et du Ministre bruxellois de l'Environnement, tout en respectant la confidentialité des données des entreprises individuelles.
  § 3. L'organisme de gestion dispose d'un système de gestion des données relatives aux Membres et aux Participants, aux piles et accumulateurs mis sur le marché et aux déchets de piles et accumulateurs collectés.
  Ce système reprend les données nécessaires pour permettre à Bruxelles Environnement de transmettre des rapports corrects à la Commission européenne conformément aux dispositions de la Directive 2006/66/CE du Parlement européen et du Conseil du 06 septembre 2006 en matière de piles et accumulateurs, relative aux piles et accumulateurs ainsi qu'aux déchets de piles et d'accumulateurs et abrogeant la Directive 91/157/CEE, et entre autres les données que les Membres et Participants doivent fournir pour leur enregistrement en tant que Producteur.
  L'organisme de gestion ou un tiers désigné par l'organisme de gestion contrôle les données relatives aux Membres et aux Participants ainsi qu'aux piles et accumulateurs mis sur le marché.
  § 4. L'organisme de gestion est responsable de l'archivage de l'ensemble du système d'enregistrement des informations opérationnelles pendant une période minimale de sept ans.
  § 5. Bruxelles Environnement, peut accéder facilement, et de préférence en ligne, aux données dont il a besoin pour exécuter sa mission, et dont l'organisme de gestion dispose. L'organisme de gestion conclut à ce propos les accords requis avec Bruxelles Environnement et avec les autres administrations régionales compétentes pour mettre en place une transmission automatique de certaines données et rapports dont ils ont besoin. La confidentialité des données doit rester garantie.
  § 6. Toutes les parties concernées peuvent donner leur avis quant aux modalités de fonctionnement de l'organisme de gestion. L'organisme de gestion élabore entre autres des modalités de contrôle et de déclaration simplifiée pour les Producteurs qui mettent sur le marché des volumes de piles et accumulateurs limités et qui sont soumises pour avis à Bruxelles Environnement.
  L'organisme de gestion étudie l'impact de la vente à distance sur le marché des piles et accumulateurs et sur son fonctionnement, en vue d'optimiser les modalités de déclaration en fonction de ces ventes à distance, dans les 24 mois suivant la publication de la présente convention environnementale. L'organisme de gestion consulte Comeos dans le cadre de cette analyse.
  § 7. Sur la base des analyses antérieures sur les déchets ménagers, l'organisme de gestion en collaboration avec l'Agence Régionale de la Propreté procéde tous les trois ans à une analyse représentative statistique des déchets ménagers en mélange, dont la méthode et les résultats sont présentés à Bruxelles Environnement. S'il est constaté que les quantités de déchets de piles et accumulateurs portables présents dans les déchets non triés des ménages (sac blanc, conteneurs des immeubles, etc.) augmentent, l'organisme de gestion entreprend les actions qui s'imposent pour arrêter cette croissance. Ces actions sont soumises pour avis à Bruxelles Environnement. Pour réaliser cette analyse, l'organisme de gestion prend contact avec l'Agence Régionale de la Propreté.
  § 8. L'organisme de gestion prête son expertise dans le cadre d'une plateforme d'échange d'information en vue de stimuler l'économie circulaire.
  Le plan de gestion
Art. 18. Het beheersorganisme legt Leefmilieu Brussel uiterlijk 6 maanden na de publicatie van de huidige milieuovereenkomst een beheersplan voor de hele duur van de overeenkomst ter goedkeuring voor. Daarin wordt gepreciseerd, hoe het organisme de bepalingen zal toepassen. Het beheersplan omvat:
  - het preventieplan (artikel 5, § 3 en 4);
  - het communicatieplan (artikel 6, § 2 en 3);
  - de inzamelstrategie en het logistieke plan (artikel 9);
  - het financieel plan (artikel 21, § 2).
  Elk jaar legt het beheersorganisme ter goedkeuring een update van het beheersplan voor het volgende kalenderjaar voor, dat uitvoeringsplan genoemd wordt. Deze update gebeurt overeenkomstig de conclusies van het bij artikel 25 beoogde jaarverslag.
  Toetredingsovereenkomst
Art. 18. L'organisme de gestion soumet à l'approbation de Bruxelles Environnement, au plus tard 6 mois après la publication de la présente convention environnementale, un plan de gestion pour toute la durée de cette dernière précisant comment il en applique les dispositions. Le plan de gestion comprend :
  - Le plan de prévention (article 5 §§ 3 et 4) ;
  - Le plan de communication (article 6 §§ 2 et 3) ;
  - La stratégie de collecte et le plan logistique (article 9) ;
  - Le plan financier (article 21 § 2).
  L'organisme de gestion présente chaque année, pour approbation, une mise à jour du plan de gestion pour l'année calendaire suivante, mise à jour dénommée plan d'exécution. Cette mise à jour se fait conformément aux résultats atteints tels que repris dans le rapport annuel visé à l'article 25.
  Contrat d'adhésion
Art. 19. § 1. Tussen de Leden en de Deelnemers enerzijds en het beheersorganisme anderzijds moet er een toetredingsovereenkomst gesloten worden met het oog op de uitvoering van de milieuovereenkomst.
  Het model van toetredingsovereenkomst garandeert de uitsluiting van elke discriminatie of verstoring van de vrije mededinging tussen de Leden en de Deelnemers.
  In dit kader wordt zoveel mogelijk een maximale administratieve vereenvoudiging nagestreefd.
  Binnen een termijn van drie maanden volgend op de inwerkingtreding van de huidige milieuovereenkomst gaat het beheersorganisme na of de bestaande toetredingsovereenkomst in overeenstemming is met de bepalingen van voorliggende milieuovereenkomst. Bij wijziging van de toetredingsovereenkomst wordt het model twee maanden vóór de ondertekening van de eerste gewijzigde toetredingsovereenkomst voor advies voorgelegd aan Leefmilieu Brussel.
  § 2. Het beheersorganisme kan de toetreding van een onderneming die onderworpen is aan de in deze milieuovereenkomst beoogde uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, niet weigeren. Het beheersorganisme kan echter wel afwijken van deze verplichting omwille van ernstige redenen die voorafgaand door Leefmilieu Brussel goedgekeurd moeten worden. Elke geweigerde toetreding moet gemotiveerd worden.
  De lijst van geweigerde ondernemingen wordt elk jaar aan Leefmilieu Brussel meegedeeld. Het beheersorganisme kan deze lijst ook online ter beschikking stellen.
Art. 19. § 1er. Un contrat d'adhésion doit être signé entre les Membres et les Participants d'une part et l'organisme de gestion d'autre part en vue de l'exécution de la convention environnementale.
  Le modèle de convention d'adhésion garantit d'exclure toute discrimination ou distorsion de la libre concurrence entre les Membres et les Participants.
  Dans ce cadre, une simplification administrative maximale est visée autant que possible.
  Dans un délai de trois mois suivant l'entrée en vigueur de la présente convention environnementale, l'organisme de gestion vérifie si le contrat d'adhésion existant est conforme aux dispositions de la présente convention environnementale. En cas de modification apportée au contrat d'adhésion, le modèle est soumis pour avis à Bruxelles Environnement deux mois avant la signature du premier contrat d'adhésion modifié.
  § 2. L'organisme de gestion ne peut refuser l'adhésion d'une entreprise soumise à la responsabilité élargie du producteur visée dans la présente convention environnementale. L'organisme de gestion peut néanmoins déroger à cette obligation pour des motifs graves, qui doivent préalablement être approuvés par Bruxelles Environnement. Tout refus d'adhésion doit être motivé.
  La liste des entreprises refusées est communiquée chaque année à Bruxelles Environnement. L'organisme de gestion peut également la mettre à disposition en ligne.
HOOFDSTUK 6. - Financiering Financieel plan
CHAPITRE 6. - Financement Plan financier
Art. 20. § 1. Uiterlijk 6 maanden na de ondertekening van de milieuovereenkomst legt het beheersorganisme een financieel plan voor de hele duur van de milieuovereenkomst voor advies voor aan Leefmilieu Brussel.
  § 2. Het financieel plan moet de volgende principes respecteren:
  - Het beheersorganisme moet over financiële reserves beschikken, waarmee het 6 maanden lang zonder inkomsten kan werken.
  - De milieubijdragen worden vastgelegd per type van batterijen en accu's door de kosten per chemische familie toe te wijzen, terwijl tegelijkertijd rekening gehouden wordt met de respectieve beperkingen inzake milieu en goed beheer alsook met de benodigde administratieve vereenvoudiging voor de bedrijven.
  - De reserves mogen niet meer bedragen dan wat nodig is om 18 maanden lang de werkingskosten te dekken voor de uitvoering van de huidige overeenkomst berekend op basis van het gemiddelde van de 3 voorgaande jaren; mochten de reserves twee jaar op rij meer bedragen dan voorgeschreven door deze regel, zal het beheersorganisme een aanpassingsplan voor de reserves ter goedkeuring voorleggen aan Leefmilieu Brussel. De Minister belast met Leefmilieu kan een overeenkomst sluiten in verband met de forfaitaire bijdrage van het beheersorganisme met als doel het verminderen van de reserves, terwijl er tegelijkertijd geherinvesteerd wordt in het beheer van de stroom.
  Het beheersorganisme beschikt over provisies voor het financieren van de kosten van het beheer van de door zijn Deelnemers in de handel gebrachte batterijen en accu's, in toepassing van Europese Richtlijn 2006/66/EG.
  § 3. Het financieel plan bevat minstens de volgende informatie:
  - een begroting voor de duur van de milieuovereenkomst met inbegrip van de kosten in verband met:
  o de werking van het organisme;
  o het preventieplan;
  o de communicatie en de sensibilisering;
  o de inzameling;
  o de verwerking;
  - waarbij per type van batterijen en per chemische familie de beheerskosten, de investeringen en hun verdeling over de bijdragen uitgesplitst worden;
  - de berekening van de milieu- en de administratieve bijdragen en hun aanpassingsmodaliteiten;
  - de invorderingswijze;
  - het beleid op het vlak reserves,
  - de financiering van de eventuele verliezen;
  - het financieel investeringsbeleid.
  Daarnaast kan Leefmilieu Brussel het beheersorganisme om bijkomende informatie verzoeken.
  § 4. Elk jaar legt het beheersorganisme voor advieseen update van het plan voor het volgende kalenderjaar voor.
  Zekerheid
Art. 20. § 1. L'organisme de gestion soumet pour avis à Bruxelles Environnement, au plus tard 6 mois après la signature de la convention environnementale, un plan financier pour toute la durée de la convention environnementale.
  § 2. Le plan financier doit respecter les principes suivants :
  - L'organisme de gestion doit disposer de réserves financières qui lui permettent de fonctionner pendant 6 mois sans recettes.
  - Les cotisations environnementales sont fixées par type de piles et accumulateurs en attribuant les coûts par famille chimique tout en tenant compte des impératifs environnementaux et de bonne gestion mais aussi de la nécessaire simplification administrative pour les entreprises.
  - Les réserves ne peuvent dépasser 18 mois de coût de fonctionnement de la mise en oeuvre de la présente convention calculée sur la moyenne des 3 années précédentes ; en cas d'excédent qui dépasse cette règle sur deux ans consécutifs l'organisme de gestion présente un plan d'apurement des réserves pour approbation à Bruxelles Environnement. Le Ministre chargé de l'Environnement peut conclure une convention relative à une contribution forfaitaire de l'organisme de gestion avec pour objectif de diminuer les réserves tout en réinvestissant dans la gestion du flux.
  - L'organisme de gestion dispose de provisions pour financer le coût de la gestion des piles et accumulateurs mis sur le marché par ses Participants, en application de la Directive européenne 2006/66/CE.
  § 3. Le plan financier inclut au moins les informations suivantes :
  - Un budget pour la durée de la convention environnementale comprenant les coûts liés :
  o au fonctionnement de l'organisme ;
  o au plan de prévention ;
  o à la communication et à la sensibilisation ;
  o à la collecte ;
  o au traitement ;
  - En distinguant par type de piles et par famille chimique, les frais de gestion, les investissements et leurs répartitions contributrices ;
  - Le calcul des cotisations environnementales et administratives et leurs modalités d'adaptation ;
  - Le mode d'encaissement ;
  - La politique en matière de réserves ;
  - Le financement des pertes éventuelles ;
  - La politique d'investissements financiers.
  Des informations supplémentaires peuvent être demandées à l'organisme de gestion par Bruxelles Environnement.
  § 4. L'organisme de gestion présente chaque année, pour avis, une mise à jour du plan pour l'année calendaire suivante.
  Sûreté
Art. 21. Overeenkomstig het Besluit stelt het beheersorganisme een zekerheid gelijk aan de geraamde kosten voor de overname van de inzameling, de sortering en de verwerking van de afgedankte batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een milieubijdrage onderworpen productcategorie, voor een periode van zes maanden, met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid door de publiekrechtelijke rechtspersonen. Het bedrag van deze zekerheid wordt berekend op basis van de gegevens van het beheersorganisme van het jaar dat aan de inwerkingtreding van de milieuovereenkomst voorafging.
  Bijdragen
Art. 21. Conformément à l'Arrêté, l'organisme de gestion constitue une sûreté équivalente aux frais estimés pour la prise en charge de la collecte, du tri et du traitement des déchets de piles et accumulateurs appartenant à une catégorie de produit soumise à une cotisation environnementale, sur une période de six mois, de la responsabilité élargie du producteur par les personnes morales de droit public. Le montant de cette sûreté est calculé sur base des données de l'organisme de gestion de l'année précédant l'année de l'entrée en vigueur de la convention environnementale.
  Cotisations
Art. 22. § 1. In hun hoedanigheid van Producent betalen de Leden en de Deelnemers het beheersorganisme een milieu- of administratieve bijdrage voor elke batterij of accu die in de handel gebracht wordt om de activiteiten van het organisme te financieren. Deze milieu- en administratieve bijdragen worden vastgelegd per Productcategorie.
  Het beheersorganisme bepaalt de Productcategorieën die aan een milieubijdrage en aan een administratieve bijdrage onderworpen zijn in functie van de voor de verschillende categorieën voorgestelde diensten.
  Het bedrag van deze bijdragen wordt vastgelegd door het beheersorganisme, door rekening te houden met de kosten van de aangeboden diensten.
  Voor de batterijen en accu's onderworpen aan een milieubijdrage, omvat de bijdrage de volledige kost van het beheer van deze afgedankte batterijen en accu's waaronder de preventie, de sensibilisering, de communicatie, de verwerking van gegevens, de rapportering van de in de handel gebrachte, ingezamelde en verwerkte hoeveelheden, de opstelling van rapporten en de werking van het beheersorganisme, de kosten die verband houden met de inzameling en de verwerking.
  Voor de batterijen en accu's onderworpen aan een administratieve bijdrage, omvat de bijdrage de reële en volledige kost van het overnemen door het beheersorganisme van het beheer van deze batterijen en accu's, waaronder de preventie, de sensibilisering, de communicatie, de verwerking van gegevens, de rapportering van de in de handel gebrachte, ingezamelde en verwerkte hoeveelheden, de opstelling van rapporten en de werking van het beheersorganisme met uitzondering van de kosten die verband houden met de inzameling en de verwerking.
  Dit bedrag is daarentegen niet verschuldigd voor de batterijen en accu's die in de handel gebracht worden, waarvoor de Leden of de Deelnemers kunnen aantonen dat er een bijdrage betaald werd aan een ander collectief systeem dat in het kader van een milieuovereenkomst werd opgezet of dat ze over een goedgekeurd individueel plan beschikken.
  § 2. Het bedrag van de milieu- en de administratieve bijdragen wordt vastgelegd in het kader van het financieel plan. De criteria voor de verdeling van de batterijen en accu's waarvoor een milieubijdrage of een administratieve bijdrage van toepassing is en de elementen die aan de basis van de vastlegging en de herziening van de milieubijdrage liggen, worden ter goedkeuring voorgelegd aan Leefmilieu Brussel.
  § 3. Het bedrag van deze bijdragen kan elk jaar herzien worden.
  De herziene bedragen treden voor de Deelnemers bij voorkeur in werking op 1 januari en, uitzonderlijk, op 1 juli. De herziene bijdragen worden 4 maanden vóór hun inwerkingtreding bekendgemaakt aan de distributiesector.
  § 4. Op facturen tussen professionelen worden bij de verkoop van batterijen en accu's altijd de milieubijdragen aangegeven, met vermelding van de respectieve bedragen. Voor de administratieve bijdragen zijn de Producenten vrij om deze bijdrage al dan niet op de factuur te vermelden.
  § 5. De Leden van de Organisaties en de Deelnemers verbinden er zich toe om geen batterijen en accu's te verkopen, waarvoor geen enkele bijdrage betaald werd, noch enige gesloten terugnamesysteem werd aangetoond.
  § 6. Het beheersorganisme beheert zijn financiële middelen als een goede huisvader. Bij de berekening van de bijdragen zorgt het ervoor dat het geen overbodige reserves aanlegt of aanhoudt.
  Op basis van de jaarrekening 2015 van het beheersorganisme moeten de reserves verminderd worden. Het beheersorganisme deelt onmiddellijk maatregelen mee, die een vermindering van deze reserves voorzien.
  De reserves mogen uitsluitend door het beheersorganisme gebruikt worden om de kosten te financieren, die met het beheer van de batterijen en accu's verband houden, en dat meer specifiek voor de productcategorieën waarvan de bijdragen tot de aanleg ervan hebben bijgedragen.
Art. 22. § 1er. Les Membres et les Participants, en leur qualité de Producteur, paient à l'organisme de gestion une cotisation environnementale ou administrative pour chaque pile ou accumulateur mis sur le marché, afin d'en financer les activités. Ces cotisations environnementales et administratives sont fixées par catégorie de Produits.
  L'organisme de gestion détermine les catégories de Produits soumis à une cotisation environnementale et à une cotisation administrative, en fonction des services proposés pour les différentes catégories.
  Le montant de ces cotisations est fixé par l'organisme de gestion, en tenant compte des coûts des services offerts.
  Pour les piles et accumulateurs soumis à une cotisation environnementale, la cotisation reflète la totalité de la gestion de ces déchets de piles et accumulateurs, dont la prévention, la sensibilisation, la communication, le traitement des données, le rapportage des quantités mises sur le marché, collectées et traitées, l'élaboration de rapports, le fonctionnement de l'organisme de gestion, les frais liés à la collecte, à l'enlèvement, au triet au traitement.
  Pour les piles et accumulateurs soumis à une cotisation administrative, la cotisation reflète le coût réel et complet de la prise en charge par l'organisme de gestion de la gestion des déchets de ces piles et accumulateurs, dont la prévention, la sensibilisation, la communication, le traitement des données, le rapportage des quantités mises sur le marché, collectées et traitées, l'élaboration de rapports et le fonctionnement de l'organisme de gestion, à l'exception toutefois des frais liés à la collecte, l'enlèvement, au tri et au traitement.
  Ce montant n'est en revanche pas dû pour les piles et accumulateurs mis sur le marché pour lesquels les Membres ou les Participants peuvent démontrer qu'une cotisation a été payée à un autre système collectif établi dans le cadre d'une convention environnementale ou qu'ils disposent d'un plan individuel de prévention et de gestion approuvé par les autorités.
  § 2. Le montant des cotisations environnementale et administrative est fixé dans le cadre du plan financier. Les critères de répartition des piles et accumulateurs pour lesquels une cotisation environnementale ou une cotisation administrative est d'application et les éléments constitutifs à la base de la fixation et de la révision de la cotisation environnementale sont soumis à Bruxelles Environnement pour approbation.
  § 3. Le montant de ces cotisations est révisable chaque année.
  Les montants revus entrent en vigueur pour les Participants de préférence le 1er janvier et, à titre exceptionnel, le 1er juillet. Les montants revus sont communiqués à la distribution 4 mois avant leur entrée en vigueur.
  § 4. Les cotisations environnementales sont toujours reprises, avec mention des montants, sur la facture entre professionnels lors de la vente de piles et accumulateurs. Pour les cotisations administratives, les Producteurs peuvent choisir librement de mentionner cette cotisation sur la facture ou non.
  § 5. Les Membres des Organisations et les Participants s'engagent à ne pas vendre de piles et d'accumulateurs pour lesquels aucune cotisation n'a été payée, ni aucun système de reprise fermé démontré.
  § 6. L'organisme de gestion gère ses moyens financiers en bon père de famille. Lors du calcul des cotisations, il vise à ne pas constituer ni conserver de réserves superflues.
  Sur base des comptes annuels 2015 de l'organisme de gestion, les réserves doivent être réduites. L'organisme de gestion informe sans délai des mesures prévoyant une réduction de ces réserves.
  Les réserves ne peuvent être utilisées par l'organisme de gestion que pour financer les frais liés à la gestion des piles et accumulateurs, et plus spécifiquement des catégories de produits dont les cotisations ont contribué à leur constitution.
HOOFDSTUK 7. - Toewijzing van de overeenkomsten Algemeen
CHAPITRE 7. - Attribution de conventions Généralités
Art. 23. § 1. De opdrachten van inzameling en sortering van afgedankte batterijen en accu's enerzijds en van hun verwerking anderzijds maken het voorwerp uit van afzonderlijke bestekken en contracten.
  § 2. Indien de milieuovereenkomst invloed heeft op de uitvoering van bestaande contracten met de operatoren, verbindt het beheersorganisme er zich toe te goeder trouw de vereiste wijzigingen aan het contract te zullen bespreken met de respectieve operatoren en het contract dienovereenkomstig aan te passen.
  Procedure
Art. 23. § 1er. Les missions de collecte et de tri des déchets de piles et accumulateurs d'une part et de traitement desdits déchets d'autre part font l'objet de cahiers des charges et de contrats distincts.
  § 2. Si la convention a des incidences sur l'exécution des contrats existants avec des opérateurs, l'organisme de gestion s'engage à discuter de bonne foi des modifications nécessaires au contrat avec les opérateurs concernés et à adapter le contrat en conséquence.
  Procédure
Art. 24. § 1. De toewijzing van de contracten in verband met de inzameling, de sortering en de verwerking van de afgedankte batterijen en accu's gebeurt op basis van lastenboeken en toewijzingsprocedures die vooraf ter goedkeuring aan Leefmilieu Brussel voorgelegd worden. De twee documenten worden opgesteld door het beheersorganisme en ter goedkeuring voorgelegd aan Leefmilieu Brussel.
  Het lastenboek voorziet minstens de volgende toewijzingscriteria: de prijs, de kwaliteit van de offerte en de dienstverleningsprestaties gemeten aan de hand van de kwaliteitsnormen (bv. ISO 14001, het kwaliteitsgarantiesysteem, OHSAS 18001), de financiële draagkracht, de innovatie, de expertise en de milieuprestatie. De lastenboeken betreffende de verwerking moeten eveneens criteria bevatten met betrekking tot de milieuprestatie waaronder de recyclage-efficiëntie, de hiërarchie tussen de preventie, het hergebruik, de recyclage en de nuttige toepassing, de minimalisering van de te verwijderen resterende afvalstoffen en de impact van het vervoer. Het lastenboek moet het gewicht van de selectiecriteria voorzien. In het lastenboek betreffende de verwerking zullen de criteria die verband houden met de milieuprestaties een gewicht van minstens 30% toegewezen krijgen.
  De procedure voor de toewijzing van de overeenkomsten omvat de minimale selectiecriteria, de termijnen waarbinnen de kandidaturen en de offertes ingediend moeten worden, de modaliteiten op het vlak van publiciteit, de uitsluitingsredenen, de vereiste attesten of documenten, alsook alle overige informatie die als relevant wordt beschouwd door het beheersorganisme.
  De procedure voor de toewijzing van de overeenkomsten garandeert de gelijkheid van behandeling, de transparantie, de naleving van de mededingingsregels en de reglementering.
  De aankondiging van de opdracht en het bestek stipuleren uitdrukkelijk dat de overeenkomsten alleen toegekend worden aan de kandidaten die over alle nodige administratieve toelatingen beschikken om de respectieve diensten te leveren, geheel in overeenstemming met de milieureglementering.
  Het beheersorganisme eist dat de operatoren van de inzameling en de verwerking de regels respecteren, die van toepassing zijn inzake arbeidsrecht, bescherming van de gezondheid en veiligheid.
  § 2. In dit kader past het beheersorganisme bovendien de volgende principes toe:
  1. Het beheersorganisme zorgt voor een toereikende bekendmaking van zijn offerteaanvragen of oproepen tot kandidaatstelling door ze op zijn website te publiceren en door ze o.a. door te sturen naar de meest representatieve federaties van actieve ondernemingen in de desbetreffende sectoren.
  2. De bekendmaking via de website vermeldt minstens een beschrijving van de opdracht, de vereiste minimale technische bekwaamheid, de benodigde documenten en gegevens om deze minimale technische bekwaamheid aan te tonen, de na te leven termijnen voor het indienen van de kandidaturen en een korte beschrijving van de toewijzingsprocedure.
  3. Alle kandidaten worden op dezelfde manier behandeld.
  4. Het beheersorganisme bezorgt Leefmilieu Brussel een lijst van kandidaten.
  5. Het beheersorganisme stuurt een kopie van het lastenboek en van de procedure voor de toewijzing van de overeenkomsten naar alle kandidaten. Als er een enkele kandidaat zich aanbiedt en een kopie van het lastenboek vraagt, worden er tussen hem en het beheersorganisme onderhandelingen over een overeenkomst aangeknoopt. Als er geen akkoord bereikt kan worden, kan het beheersorganisme een overeenkomst sluiten met andere ondernemingen die over de benodigde technische bekwaamheid beschikken.
  6. Het beheersorganisme ziet erop toe dat elke kandidaat van dezelfde, identieke en nuttige informatie kan genieten om zijn kandidatuur in te dienen of zijn offerte op te stellen. Alle bijkomende informatie die naar een kandidaat verstuurd wordt na de bezorging van het bestek, wordt eveneens meegedeeld aan de andere kandidaten, als ze van een essentieel belang is voor het opmaken van de offerte of het interpreteren van de inhoud van het bestek.
  7. De kandidaten moeten hun offerte indienen binnen de termijnen vastgelegd in de procedure voor de toewijzing van de overeenkomsten.
  8. Het beheersorganisme bezorgt Leefmilieu Brussel een kopie van de milieuvergunning en de vereiste gegevens voor het berekenen van het recyclagerendement van elke kandidaat die een offerte indiende. Leefmilieu Brussel deelt vervolgens mee, welke bijkomende informatie het instituut ter zake graag nog zou ontvangen.
  9. Het beheersorganisme kan voorzien dat de kandidaten de mogelijkheid geboden wordt om hun offerte nog aan te passen in functie van de voorlopige evaluaties die door het organisme verricht werden.
  10. De overeenkomst wordt toegewezen op basis van de criteria en modaliteiten vastgelegd in het lastenboek. Als er maar een kandidaat een geldige offerte indiende, die aan de in het bestek vermelde toewijzingscriteria voldoet, worden er onderhandelingen over een overeenkomst aangeknoopt tussen de kandidaat in kwestie en het beheersorganisme. Als er geen akkoord bereikt kan worden, kan het beheersorganisme een overeenkomst sluiten met andere ondernemingen die over de benodigde technische bekwaamheid beschikken.
  11. De overeenkomst wordt toegewezen aan de kandidaat die de beste evaluatie behaalde in functie van de voorziene toewijzingscriteria.
  12. De gemotiveerde keuze van de operatoren wordt voor advies voorgelegd aan Leefmilieu Brussel, vergezeld van een motiveringsrapport dat minstens de volgende gegevens herneemt in verband met de geselecteerde operator: beschrijving van het verwerkingsproces en de berekening van het recyclagerendement. Het beheersorganisme deelt de eventuele informatieverzoeken van Leefmilieu Brussel mee aan de operatoren. In het kader van deze evaluatie houdt Leefmilieu Brussel uitsluitend rekening met de bepalingen van de huidige milieuovereenkomst en de andere wettelijke voorschriften inzake milieurecht.
  13. Er wordt een Commissie voor de toewijzing van de markten opgericht. . Deze is samengesteld uit vertegenwoordigers van het Gewest en het beheersorganisme. De commissie komt samen op verzoek van het beheersorganisme en dat uiterlijk een maand na de opstelling van het motiveringsrapport en neemt kennis van de rapporten die door het beheersorganisme opgemaakt werden na elke belangrijke stap in het toewijzingsproces en meer specifiek na de kennisneming van de kandidaturen en offertes, na de evaluatie van deze laatste en na de toewijzing van de overeenkomsten. Deze rapporten worden overgemaakt aan de leden van de Commissie voor de toewijzing van de markten en dat uiterlijk twee weken vóór hun bijeenkomst. Voorafgaand aan elke definitieve toewijzing van een overeenkomst bezorgt de Commissie voor de toewijzing van de markten een unaniem advies aan de besluitvormingsorganen van het beheersorganisme in verband met de naleving van de toewijzingsprocedure. Bij ontstentenis van unanimiteit kan elk lid van de Commissie voor de toewijzing van de markten zijn opmerkingen kenbaar maken, die bij het advies gevoegd worden. Dat advies wordt bezorgd binnen de twee weken die volgen op de deze vergadering van de Commissie voor de toewijzing van de markten. Als er binnen deze termijn geen advies is, wordt het geacht gunstig te zijn.
  14. Alle kandidaten hebben het recht kennis te nemen van een evaluatieverslag betreffende hun offerte.
  § 3. Het beheersorganisme maakt uitsluitend gebruik van de informatie die in het kader van de kandidatuur en de offerteaanvraag werd bezorgd, voor de doeleinden waarvoor ze meegedeeld werden.
  § 4. Het beheersorganisme mag zelf maar een inzamel-, sorteer-, transport- of verwerkingsactiviteit met betrekking tot de afgedankte batterijen en accu's uitoefenen, voor zover het daarbij geen misbruik maakt van zijn dominante positie inzake de coördinatie van het beheer van de afgedankte batterijen en accu's. Hiertoe motiveert het beheersorganisme zijn beslissing na verrichting van een marktonderzoek. In voorkomend geval geldt het beheersorganisme in dit opzicht als een aparte juridische entiteit.
  § 5. De tussen het beheersorganisme en de operatoren gesloten overeenkomsten worden toegewezen voor een maximale duur van vijf jaar, zoals vermeld in het lastenboek. Wanneer de uitvoering van een overeenkomst investeringen inhoudt die tot het ontstaan van een nieuwe markt of een verbetering van de verwerkingstechnieken leiden, kan de duur van de overeenkomst overeenstemmen met de afschrijvingsperiode, middels een gemotiveerd document dat de omvang van de investeringen en de benodigde afschrijvingsperiode ter goedkeuring voor Leefmilieu Brussel uiteenzet.
  § 6. Er kunnen alleen wijzigingen aangebracht worden aan de samenwerkingsmodaliteiten na de toewijzing van de overeenkomst, op voorwaarde dat het beheersorganisme en de kandidaat aan wie de overeenkomst toegewezen werd, zich hiermee akkoord verklaarden. Elke wijziging die in het kader van een verwerkingsproces wordt aangebracht na de toewijzing van de overeenkomsten, moet voorafgaandelijk aan Leefmilieu Brussel meegedeeld worden. Als deze wijziging de recyclageresultaten kan beïnvloeden, wordt de voorgestelde wijziging voor advies aan Leefmilieu Brussel voorgelegd.
  Het beheersorganisme deelt de operatoren de eventuele verzoeken om informatie van Leefmilieu Brussel mee, die ertoe gehouden zijn om binnen een termijn van 15 dagen te antwoorden.
  Bij het evalueren van de wijziging houdt Leefmilieu Brussel uitsluitend rekening met de bepalingen van de huidige milieuovereenkomst en de andere wettelijke voorschriften. Op basis van de naleving van de huidige milieuovereenkomst of de reglementaire bepalingen van het milieurecht geldt het advies van Leefmilieu Brussel als zijnde bindend.
  § 7. Het beheersorganisme stelt een beleid op met betrekking tot het het beheer van potentiële belangenconflicten. Dit beleid wordt opgesteld binnen de 6 maanden na de inwerkingtreding van de overeenkomst en wordt bij het beheersplan gevoegd.
  Meer in het bijzonder bij een belangenconflict in hoofde van een persoon die deelneemt aan de evaluatie, de opvolging van de toewijzingsprocedure en/of de beslissing tot toewijzing van een overeenkomst door het beheersorganisme, dient deze zich te onthouden van elke tussenkomst in de evaluatie en/of de besluitvorming.
  § 8. De bepalingen van § 1 tot en met § 6 gelden niet voor de toewijzing van overeenkomsten ten belope van minder dan EUR 85.000 (excl. btw) voor de toewijzingsperiode of omwille van door het beheersorganisme gemotiveerde technische redenen, zoals de instabiele of gevoelige aard van een type batterij. De gemotiveerde technische redenen worden voor advies voorgelegd aan Brussel Leefmilieu.
  Voor de toewijzing van een contract voor de verwerking van afgedankte batterijen en accu's worden de gemotiveerde keuze van de operatoren en de duur van de overeenkomst voor advies voorgelegd aan Leefmilieu Brussel, vergezeld van een motiveringsrapport dat minstens de volgende gegevens herneemt in verband met de geselecteerde operator: beschrijving van het verwerkingsproces en de berekening van het recyclagerendement. Het beheersorganisme deelt de eventuele informatieverzoeken van Leefmilieu Brussel mee aan de verwerkingsoperator. In het kader van deze evaluatie houdt Leefmilieu Brussel uitsluitend rekening met de bepalingen van de huidige milieuovereenkomst en de andere wettelijke voorschriften inzake milieurecht.
  § 9. Het beheersorganisme past dit artikel te goeder trouw toe, wat onder meer betekent dat de opdrachten niet ongerechtvaardigd opgesplitst moeten worden om een goedkeuring overeenkomstig § 1 en 2 te ontwijken.
Art. 24. § 1er. L'attribution des contrats relatifs à la collecte, au tri et au traitement des déchets de piles et accumulateurs s'effectue sur la base de cahiers des charges et procédures d'attribution soumis préalablement à l'approbation de Bruxelles Environnement. Les deux documents sont rédigés par l'organisme de gestion et soumis pour approbation à Bruxelles Environnement.
  Le cahier des charges prévoit au moins les critères d'attribution suivants : le prix, la qualité de l'offre et des prestations de service mesurée par les normes de qualité (par exemple ISO 14001, le système de garanti de qualité, OHSAS 18001), la capacité financière, l'innovation, l'expertise, et la performance environnementale. Les cahiers de charges relatifs au traitement doivent également prévoir des critères de perfomance environnementale dont l'efficacité de recyclage, l'application de la hiérarchie entre la prévention, le réemploi, le recyclage et la valorisation ainsi que la minimisation des déchets résiduaires à éliminer, l'impact des transports. Le cahier de charge doit prévoir la pondération des critères de sélection. Dans le cahier de charge relatif au traitement, les critères qui ont trait à la performance environnementale obtiendront une pondération globale d'au moins 30%.
  La procédure d'attribution des conventions comprend les critères de sélection minimum, les délais dans lesquels les candidatures et les offres doivent être remises, les modalités en matière de publicité, les motifs d'exclusion, les attestations ou documents requis, et toute autre information considérée comme pertinente par l'organisme de gestion.
  La procédure d'attribution des conventions garantit l'égalité de traitement, la transparence, le respect des règles de la concurrence et de la réglementation.
  L'annonce de la mission et le cahier des charges stipulent expressément que les conventions ne sont attribuées qu'aux candidats qui disposent de toutes les autorisations administratives pour fournir les services concernés, en totale conformité avec la règlementation environnementale.
  L'organisme de gestion exige que les opérateurs de collecte et de traitement respectent les règles applicables en matière de droit du travail et de protection de la santé et de la sécurité.
  § 2. Dans ce cadre, l'organisme de gestion applique en outre les principes suivants :
  1. L'organisme de gestion assure une publicité suffisante à ses appels d'offres ou à candidatures, en les publiant sur son site Internet et en les transmettant, entre autres aux fédérations les plus représentatives d'entreprises actives dans les secteurs concernés.
  2. La publication par le biais du site Internet mentionne à tout le moins une description de la mission, la capacité technique minimale requise, les documents et données nécessaires pour démontrer cette capacité technique minimale, les délais à respecter pour introduire les candidatures et une brève description de la procédure d'attribution.
  3. Tous les candidats sont traités de la même façon.
  4. L'organisme de gestion remet à Bruxelles Environnement une liste de candidats.
  5. L'organisme de gestion envoie à tous les candidats une copie du cahier des charges et de la procédure d'attribution des conventions. Si seul un candidat se présente et demande une copie du cahier des charges, une convention est négociée entre celui-ci et l'organisme de gestion. Si aucun accord ne peut être trouvé, l'organisme de gestion peut conclure une convention avec d'autres entreprises disposant de la capacité technique requise.
  6. L'organisme de gestion veille à ce que chaque candidat puisse bénéficier des mêmes informations, identiques et utiles, pour déposer sa candidature ou établir son offre. Toute information supplémentaire transmise à un candidat après la remise du cahier des charges est également communiquée aux autres candidats si elle se révèle être d'une importance essentielle pour établir l'offre ou interpréter le contenu du cahier des charges.
  7. Les candidats doivent déposer leur offre dans les délais fixés dans la procédure pour l'attribution des conventions.
  8. L'organisme de gestion transmet à Bruxelles Environnement une copie du permis d'environnement ainsi que les informations requises pour le calcul du rendement de recyclage de chaque candidat ayant remis offre. Bruxelles Environnement transmet ses demandes d'information y afférent.
  9. L'organisme de gestion peut prévoir que les candidats aient la possibilité d'adapter leur offre en fonction des évaluations provisoires communiquées par ses soins.
  10. La convention est attribuée sur la base des critères et modalités fixés dans le cahier des charges. Si seul un candidat a remis une offre valable répondant aux critères d'attribution mentionnés dans le cahier des charges, une convention est négociée entre le candidat en question et l'organisme de gestion. Si aucun accord ne peut être trouvé, l'organisme de gestion peut conclure une convention avec d'autres entreprises disposant de la capacité technique requise.
  11. La convention est attribuée au candidat qui obtient la meilleure évaluation en fonction des critères d'attribution prévus.
  12. Le choix motivé des opérateurs est soumis pour avis à Bruxelles Environnement, accompagné d'un rapport de motivation, qui reprend à tout le moins les données suivantes concernant l'opérateur sélectionné : description du processus de traitement et du calcul de rendement de recyclage. L'organisme de gestion communique les éventuelles demandes d'information de Bruxelles Environnement aux opérateurs. Dans le cadre de cette évaluation, Bruxelles Environnement tient exclusivement compte des dispositions de la présente convention environnementale et des autres dispositions légales en matière de droit de l'environnement.
  13. Une Commission pour l'attribution des marchés est constituée. Elle est composée de représentants de la Région et de l'organisme de gestion, elle se réunit à l'invitation de ce dernier, au plus tard un mois après la rédaction du rapport de motivation, et prend connaissance des rapports établis par l'organisme de gestion après chaque étape importante dans le processus d'attribution et plus spécifiquement après la prise de connaissance des candidatures et des offres, après l'évaluation de ces dernières et après l'attribution des conventions. Ces rapports sont transmis aux membres de la Commission pour l'attribution des marchés au plus tard deux semaines avant leur réunion. Avant toute attribution définitive d'une convention, la Commission pour l'attribution des marchés remet un avis unanime aux organes décisionnels de l'organisme de gestion concernant le respect de la procédure d'attribution. En l'absence d'unanimité, chaque membre de la Commission pour l'attribution des marchés peut exprimer ses remarques, qui sont jointes à l'avis. Ce dernier est remis dans un délai de deux semaines suivant cette réunion de la Commission pour l'attribution des marchés. A défaut d'avis dans ce délai, l'avis est réputé favorable.
  14. Tous les candidats ont le droit de prendre connaissance d'un rapport d'évaluation qui concerne leur offre.
  § 3. L'organisme de gestion n'utilise les informations transmises dans le cadre de la candidature et de la demande d'offre qu'aux fins auxquelles elles ont été communiquées.
  § 4. L'organisme de gestion ne peut exercer lui-même une activité de collecte, de tri, de transport ou de traitement de déchets de piles et d'accumulateurs que pour autant qu'il n'abuse pas de son éventuelle position dominante au niveau de la coordination de la gestion des déchets de piles et accumulateurs. A cet effet, l'organisme de gestion motive sa décision après une prospection du marché. Dans ce cas, l'organisme de gestion constitue à cet effet une entité juridique séparée.
  § 5. Les conventions signées entre l'organisme de gestion et les opérateurs sont attribuées pour une durée maximale de cinq ans, telle que reprise dans le cahier des charges. Lorsque l'exécution d'une convention implique des investissements entraînant la création d'un nouveau marché ou l'amélioration des techniques de traitement, la durée de la convention peut être équivalente à la période d'amortissement, moyennant document motivé présentant une description des investissements et la période d'amortissement nécessaire à Bruxelles Environnement pour avis.
  § 6. Il ne peut être apporté des modifications aux modalités de collaboration après l'attribution des conventions qu'à condition que l'organisme de gestion et le candidat à qui la convention a été attribuée aient donné leur accord. Toute modification introduite dans un processus de traitement après l'attribution des conventions doit être communiquée au préalable à Bruxelles Environnement. Si cette modification risque d'influencer les résultats de recyclage, la modification proposée est soumise pour avis à Bruxelles Environnement.
  L'organisme de gestion communique les demandes d'information éventuelles de Bruxelles Environnement aux opérateurs, qui sont tenus de répondre dans un délai de 15 jours.
  Lors de l'évaluation de la modification, Bruxelles Environnement tient exclusivement compte des dispositions de la présente convention environnementale et des autres dispositions légales. Basé sur le respect de la présente convention environnementale ou de dispositions réglementaires du droit de l'environnement, l'avis de Bruxelles Environnement est contraignant.
  § 7. L'organisme de gestion met en place une politique relative à la gestion des conflits d'intérêts potentiels. Cette politique est rédigée dans les 6 mois de l'entrée en vigueur de la convention et est jointe au plan de gestion.
  En particulier, en cas de conflit d'intérêts dans le chef d'une personne participant à l'évaluation, le suivi de la procédure d'attribution et/ou la décision d'attribution d'une convention par l'organisme de gestion, celle-ci doit s'abstenir de toute intervention dans l'évaluation et/ou la prise de décision.
  § 9. Les dispositions des §§ 1 à 6 inclus ne s'appliquent pas pour l'attribution de conventions dont la valeur est inférieure à 85.000 EUR (hors T.V.A.) pour la période de l'attribution ou pour des raisons techniques motivées par l'organisme de gestion, tel le caractère instable ou sensible d'un type de pile. Les raisons techniques motivées sont soumises à l'avis de Bruxelles Environnement.
  Pour l'attribution de contrat de traitement des déchets de piles et accumulateurs, le choix motivé de l'opérateur et de la durée du contrat est soumis pour avis à Bruxelles Environnement, accompagné d'un rapport de motivation, qui reprend à tout le moins les données suivantes concernant l'opérateur sélectionné : description du processus de traitement et du calcul de rendement de recyclage. L'organisme de gestion communique les éventuelles demandes d'information de Bruxelles Environnement à l'opérateur de traitement. Dans le cadre de cette évaluation, Bruxelles Environnement tient exclusivement compte des dispositions de la présente convention environnementale et des autres dispositions légales en matière de droit de l'environnement.
  § 10. L'organisme de gestion applique cet article de bonne foi, ce qui signifie entre autres que les missions ne peuvent être scindées de façon injustifiée pour éviter l'approbation conformément aux §§ 1 et 2.
HOOFDSTUK 8. - Rapport en validatie Jaarverslag
CHAPITRE 8. - Rapport et validation Le rapport annuel
Art. 25. § 1. Het beheersorganisme dient elk jaar, vóór 31 mei, een rapport in bij Leefmilieu Brussel over:
  1° de uitvoering van het preventieplan;
  2° de informatie betreffende de in de handel gebrachte batterijen en accu's: de totale hoeveelheid, uitgedrukt in kilogram en in aantal en verdeeld in categorieën (draagbare, industriële en autobatterijen) en chemische families, door de Leden en Deelnemers in de handel gebrachte batterijen en accu's;
  3° de informatie over de inzameling en de verwerking:
  - de totale hoeveelheid afgedankte batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, die door het organisme werd ingezameld in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, per inzamelkanaal en per categorie;
  - het ingezamelde percentage draagbare batterijen en accu's, met vermelding van de berekeningswijze en de manier waarop de voor de berekening van dit inzamelpercentage vereiste gegevens verzameld werden;
  - de totale hoeveelheid batterijen en accu's die er door het organisme ingezameld en aan elk vergund verwerkingscentrum aangeboden werd, per soort van verwerking en per categorie;
  - de inrichtingen waar de ingezamelde batterijen en accu's voorbereid werden op een tweede gebruik als zodanig of voor een nieuwe toepassing;
  - het bereikte recyclageniveau voor de loodzuur-, de nikkelcadmium- en andere afgedankte batterijen en -accu's: hoeveelheid aan recyclage onderworpen ingezamelde batterijen;
  - een beschrijving van de recyclageprocessen en de vermelding of de recyclagedoelstellingen al dan niet bereikt werden;
  - de lijst van de ophalers, handelaars of makelaars en verwerkingsbedrijven van afgedankte batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een milieubijdrage onderworpen productcategorie.
  4° een lijst van de gecontroleerde Leden en Deelnemers, alsook een rapport over de algemene resultaten van de uitgevoerde controles;
  5° de financiële rekeningen, overeenkomstig de bepalingen van Boek III "Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen" van het Wetboek van economisch recht;
  6° alle andere maatregelen die uit het beheersplan voortvloeien, zoals voorzien bij artikel 18, inclusief een evaluatie van het communicatieplan zoals voorzien bij artikel 6, §§ 2 en 3.
  Dit rapport heeft de vorm van een jaarverslag. Bij de opstelling ervan stelt het beheersorganisme zich garant voor de vertrouwelijkheid van de gegevens van de betrokken individuele ondernemingen.
  Een evaluatie van dit jaarverslag wordt uiterlijk twee maanden na de indiening ervan door Leefmilieu Brussel aan het beheersorganisme bezorgd. De elementen van het jaarverslag opgenomen bij artikel 2.2.12 van het Afvalbeheerbesluit worden ter goedkeuring voorgelegd aan Leefmilieu Brussel.
  Afgezien van het Jaarverslag bezorgt het beheersorganisme elk jaar vóór 1 juli ook een rapport over de berekening van het recyclagerendement aan Leefmilieu Brussel. Dit rapport moet opgesteld zijn overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EU) nr. 493/2012 van de Commissie van 11 juni 2012 houdende nadere bepalingen voor de berekening van de recyclingrendementen van de recyclingprocessen van afgedankte batterijen en accu's, overeenkomstig Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad. Het omvat bovendien de lijst van de inrichtingen waar de afgedankte batterijen en accu's ingezameld en verwerkt werden, en op welke manier, alsook een kwalitatieve en kwantitatieve beschrijving van de activiteiten, en een beschrijving van de te elimineren stromen en het eindverwerkingscentrum.
  De rapporten over de recyclagerendementen omvatten erg vertrouwelijke gegevens van individuele bedrijven. Leefmilieu Brussel waarborgt dat ze met alle vereiste vertrouwelijkheid verwerkt worden. Hiertoe verbindt Leefmilieu Brussel zich ertoe om geen vertrouwelijke informatie uit deze verwerkingsrapporten aan derden door te spelen. De gegevens in kwestie worden uitsluitend gebruikt door de personeelsleden die de informatie echt nodig hebben en die gehouden zijn tot een schriftelijke verbintenis die betrekking heeft op het gebruik en de vertrouwelijkheid van deze informatie.
  § 2. De becijferde gegevens die door het beheersorganisme aan Leefmilieu Brussel doorgespeeld werden in het kader van deze § 1 2°, 3° en 5° worden gevalideerd door onafhankelijk controle-organismes die ter zake over een zekere expertise kunnen bogen. Het rapport wordt overgemaakt aan Leefmilieu Brussel.
  Het beheersorganisme organiseert elk jaar een vergadering met het controleorganisme en/of de bedrijfsrevisor en Brussel Leefmilieu om het geheel van de gegevens te presenteren.
  Brussel Leefmilieu kan op haar kosten vergezeld worden door een externe expert en voor zover deze expert geen belangenconflict heeft met betrekking tot de activiteiten van het beheersorganisme. Deze expert is onderworpen aan dezelfde confidentialiteitsclausule dan een agent van Brussel Leefmilieu.
  Als gevolg van deze vergadering kan Brussel Leefmilieu suggesties ter verbetering formuleren die in beschouwing kunnen worden genomen bij de actualisatie van het beheersplan.
  § 3. Rapportering van de afgedankte batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie, zoals vermeld bij artikel 11.
  Het beheersorganisme verzamelt de gegevens in verband met de inzameling en het recyclagerendement betreffende de afgedankte batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie, en bezorgt deze gegevens aan Leefmilieu Brussel. De gegevens in verband met de inzameling en de verwerking worden overgemaakt aan Leefmilieu Brussel. De informatie over de inzameling en de verwerking omvat:
  - de benodigde gegevens overeenkomstig artikel 2.4.9 van het Afvalbeheerbesluit;
  - een kwalitatieve en kwantitatieve beschrijving van het recyclageproces;
  - een beschrijving van het te elimineren afval (bv. Hg) en de locatie van de uiteindelijke verwerking;
  - de naam en de plaats van de inrichtingen alsook de wijze waarop de ingezamelde afgedankte batterijen en accu's voorbereid zouden zijn op hun hergebruik voor eenzelfde gebruik of voor een andere toepassing in vergunde centra;
  § 4. Voor afgedankte batterijen en accu's die deel uitmaken van een aan een administratieve bijdrage onderworpen productcategorie die tevens onderworpen zijn aan een kennisgeving in het kader van Verordening (EG) nr. 1013/2006, gebeurt de rapportering over de inzameling en de verwerking door het organisme op basis van de informatie van de Belgische verwerkingsondernemingen en de aan de Gewesten bezorgde informatie in het kader van een kennisgevingsprocedure.
  Informatie ten overstaan van Leefmilieu Brussel
Art. 25. § 1er. L'organisme de gestion remet chaque année, avant le 31 mai, un rapport à Bruxelles Environnement portant sur :
  1° l'exécution du plan de prévention ;
  2° les informations relatives aux piles et accumulateurs mises sur le marché : la quantité totale, exprimée en kilogrammes et en nombre et répartie en catégories (piles portables, industrielles et automobiles) et familles chimiques, de piles et accumulateurs mis sur le marché par les Membres et Participants ;
  3° les informations sur la collecte et le traitement :
  - la quantité totale, exprimée en kilogrammes, de déchets de piles et accumulateurs collectés en Région de Bruxelles-Capitale, par lui dans le cadre de la responsabilité élargie du producteur, par canal de collecte et par catégorie ;
  - le pourcentage de collecte des piles et accumulateurs portables, avec mention du mode de calcul et de la façon dont les données nécessaires au calcul de ce pourcentage de collecte ont été obtenues ;
  - la quantité totale de piles et accumulateurs collectés par lui et présentés à chaque centre de traitement autorisé, par sorte de traitement et par catégorie ;
  - les établissements où les piles et accumulateurs collectés ont été préparés pour une seconde utilisation en tant que tel ou pour une nouvelle application ;
  - le niveau de recyclage atteint pour les piles et accumulateurs au plomb-acide, au nickel-cadmium et autres déchets de piles et accumulateurs : quantité de piles collectées soumises au recyclage ;
  - une description des processus de recyclage et l'indication si les objectifs de recyclage ont été atteints ou non ;
  - la liste des collecteurs, négociants, courtiers et des opérateurs de traitement ayant procédé à la gestion des déchets de piles et accumulateurs appartenant à une catégorie de produits soumise à cotisation environnementale ;
  4° une liste des Membres et Participants contrôlés, ainsi qu'un rapport sur les résultats globaux des contrôles effectués ;
  5° les comptes financiers, conformément aux dispositions du Livre III " Liberté d'établissement, de prestation de service et obligations générales des entreprises " du Code de droit économique ;
  6° toutes les autres mesures issues du plan de gestion tel que prévu à l'article 18, y compris une évaluation du plan de communication tel que prévu à l'article 6 §§ 2 et 3.
  Ce rapport prend la forme d'un rapport annuel. Lors de son élaboration, l'organisme de gestion se porte garant de la confidentialité des données des entreprises individuelles concernées.
  Une évaluation de ce rapport annuel est transmise à l'organisme de gestion par Bruxelles Environnement au plus tard deux mois après son dépôt. Les éléments du rapport annuel repris à l'article 2.2.12 de l'Arrêté sont soumis à l'approbation de Bruxelles Environnement.
  Outre le rapport annuel, l'organisme de gestion remet chaque année, avant le 1er juillet, un rapport sur le calcul du rendement du recyclage à Bruxelles Environnement. Ce rapport doit être rédigé conformément aux dispositions du Règlement (CE) 493/2012 du 11 juin 2012 établissant, conformément à la Directive 2006/66/CE du Parlement européen et du Conseil, les modalités de calcul des rendements de recyclage des processus de recyclage des déchets de piles et d'accumulateurs. Il inclut en outre la liste des établissements où les déchets de piles et d'accumulateurs ont été collectés et traités, et de quelle façon, ainsi qu'une description qualitative et quantitative des opérations, et une description des flux à éliminer et le centre de traitement final.
  Les rapports sur les rendements de recyclage comprennent des informations très confidentielles d'entreprises individuelles. Bruxelles Environnement garantit qu'elles sont traitées avec toute la confidentialité requise. A cet effet, Bruxelles Environnement s'engage à ne pas transmettre à des tiers des informations confidentielles issues de ces rapports de traitement. Ces données ne sont utilisées que par les membres du personnel qui en ont vraiment besoin et qui sont tenus à un engagement écrit portant sur l'utilisation et la confidentialité de ces informations.
  § 2. Les données chiffrées transmises par l'organisme de gestion à Bruxelles Environnement dans le cadre du § 1, 2°, 3° et 5° sont validées par un ou des organismes de contrôle indépendant bénéficiant d'une expertise en la matière. Le rapport est transmis à Bruxelles Environnement.
  L'organisme de gestion organise chaque année une réunion avec l'organisme de contrôle et/ou le réviseur et Bruxelles Environnement pour présenter l'ensemble des données.
  Bruxelles Environnement peut être accompagné d'un expert externe à ses frais et pour autant que cet expert ne présente pas de conflit d'intérêt par rapport aux activités de l'organisme de gestion. Cet expert est soumis au même clause de confidentialité qu'un agent de Bruxelles Environnement.
  Suite à cette réunion, l'organisme de gestion et Bruxelles Environnement peuvent émettre des suggestions d'amélioration qui pourront être prises en compte dans l'actualisation du plan de gestion.
  § 3. Rapportage des déchets de piles et accumulateurs appartenant à une catégorie de produits soumise à une cotisation administrative, tel que considéré à l'article 11.
  L'organisme de gestion rassemble et transmet à Bruxelles Environnement les données relatives à la collecte et au rendement de recyclage concernant les déchets de piles et accumulateurs appartenant à une catégorie de produits soumise à une cotisation administrative. Les données relatives à la collecte et au traitement sont transmises à Bruxelles Environnement. L'information sur la collecte et le traitement comprend :
  - Les données requises conformément à l'article 2.4.9 de l'Arrêté ;
  - Ainsi qu'une description qualitative et quantitative du processus de recyclage ;
  - Une description des déchets à éliminer (par exemple Hg) et le lieu de traitement final ;
  - Nom et lieu des établissements et la façon dont les déchets de piles et accumulateurs collectés auraient été préparés en vue du réemploi pour un même usage ou une autre application dans des centres autorisés ;
  § 4. Pour les déchets de piles et d'accumulateurs qui appartiennent à une catégorie de produit soumise à une cotisation administrative et qui est soumis à une notification dans le cadre du Règlement 1013/2006, le rapportage sur la collecte et le traitement se fait par l'organisme de gestion sur base des informations des entreprises belges de traitement et des informations transmises aux Régions dans le cadre d'une procédure de notification.
  Information à l'égard de Bruxelles Environnement
Art. 26. § 1. Het beheersorganisme treft alle nodige maatregelen om te voldoen aan de informatieverplichtingen ten overstaan van Leefmilieu Brussel, zoals voorzien in de huidige milieuovereenkomst.
  § 2. Het beheersorganisme bezorgt Leefmilieu Brussel alle andere informatie die, volgens beide partijen, nuttig zouden zijn voor de evaluatie van de te bereiken doelstellingen in deze milieuovereenkomst en de controle van de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
  § 3. Leefmilieu Brussel kan zich gemakkelijk en bij voorkeur online toegang verschaffen tot de gegevens die het/hij nodig heeft om zijn opdracht uit te voeren en waarover het beheersorganisme beschikt. Het beheersorganisme sluit hiertoe de nodige akkoorden met Leefmilieu Brussel en de andere bevoegde gewestelijke besturen voor de automatische verstrekking van bepaalde gegevens en rapporten die het nodig heeft. De vertrouwelijkheid van de gegevens moet gewaarborgd blijven.
  Overlegcomité
Art. 26. § 1er. L'organisme de gestion prend toutes les dispositions requises pour satisfaire aux obligations d'information à l'égard de Bruxelles Environnement, telles que prévues dans la présente convention environnementale.
  § 2. L'organisme de gestion fournit à Bruxelles Environnement toutes les autres informations qui, selon les deux parties, se révèlent utiles à l'évaluation des objectifs à atteindre dans cette convention environnementale et au contrôle de l'exécution de la responsabilité élargie du producteur.
  § 3. Bruxelles Environnement, peut accéder facilement, et de préférence en ligne, aux données dont il a besoin pour exécuter sa mission, et dont l'organisme de gestion dispose. L'organisme de gestion conclut à ce propos les accords requis avec Bruxelles Environnement et les autres administrations régionales compétentes pour la transmission automatique de certaines données et rapports, dont ils ont besoin. La confidentialité des données doit rester garantie.
  Comité de concertation
Art. 27. Er wordt een Overlegcomité opgericht.
  Dit Comité is minstens samengesteld uit:
  - een vertegenwoordiger van de Minister van het Milieu;
  - een vertegenwoordiger van Leefmilieu Brussel;
  - een vertegenwoordiger van TRAXIO;
  - een vertegenwoordiger van FEE;
  - een vertegenwoordiger van BEBAT.
  Elke vertegenwoordiger kan zich laten vervangen door een plaatsvervanger.
  Af en toe kunnen er in functie van de agenda ook experts uitgenodigd worden.
  Het Overlegcomité neemt zijn beslissingen bij consensus.
  Het Overlegcomité komt minstens twee keer per jaar samen minstens voor de presentatie van het jaarverslag en het beheersplan. Alle andere keren komt het samen op verzoek van de vertegenwoordigers van het Comité.
  Minstens de volgende onderwerpen worden voorgelegd aan het Overlegcomité:
  - het meerjarenplan voor preventie en beheer;
  - de jaarlijkse bijwerking van het preventie- en beheersplan;
  - het financieel plan;
  - de jaarlijkse bijwerking van het financieel plan;
  - de constitutieve elementen van de milieu- en de administratieve bijdrage;
  - het strategisch communicatieplan;
  - de wijzigingen met betrekking tot de modaliteiten van de vereenvoudigde aangiften voor de Producenten die beperkte volumes aan batterijen en accu's in de handel brengen;
  - het jaarverslag.
  Het beheersorganisme kan het Overlegcomité alle elementen voorleggen die onderworpen zijn aan de goedkeuring of het advies van Leefmilieu Brussel krachtens voorliggende milieuovereenkomst.
  Dicussieforum
Art. 27. § 1. Il est institué un Comité de concertation.
  Ce Comité est composé au moins de :
  - un représentant du Ministre de l'Environnement ;
  - un représentant de Bruxelles Environnement ;
  - un représentant de TRAXIO ;
  - un représentant de la FEE ;
  - un représentant de BEBAT.
  Chaque représentant peut se faire remplacer par un suppléant.
  Des experts peuvent être invités ponctuellement en fonction de l'ordre du jour.
  Le Comité de concertation se réunit au moins deux fois par année pour présenter au minimum le rapport annuel et le plan de gestion.
  Le Comité de concertation peut se réunir à la demande d'un des représentants du Comité.
  Au moins les sujets suivants sont soumis au Comité de concertation :
  - Le plan pluriannuel de prévention et de gestion ;
  - L'actualisation annuelle du plan de prévention et de gestion ;
  - Le plan financier ;
  - L'actualisation annuelle du plan financier ;
  - Les éléments constitutifs des cotisations environnementales et administratives ;
  - Le plan stratégique de communication ;
  - Les modifications relatives aux modalités des déclarations simplifiées pour les Producteurs qui mettent sur le marché des volumes de piles et accumulateurs limités ;
  - Le rapport annuel.
  L'organisme de gestion peut soumettre au Comité de concertation tous les éléments qui sont soumis à l'approbation ou à l'avis de Bruxelles Environnement aux termes de cette convention environnementale.
  Forum de discussion
Art. 28. § 1. Teneinde zich van de goede uitvoering van de milieuovereenkomst te vergewissen, wordt er een Discussieforum opgericht. Dit is onder meer samengesteld uit vertegenwoordigers van de operatoren voor de inzameling, de ophaling en de verwerking van de batterijen en accu's, vertegenwoordigers van de distributiesector, kleinhandelaars, vertegenwoordigers van het beheersorganisme, van het Gewest van consumentenverenigingen en van milieuverenigingen. Minstens twee vergaderingen worden belegd gedurende de duur van de milieuovereenkomst.
  § 2. Het beheersorganisme stelt er de bereikte operationele resultaten voor en de strategie voor de toekomst. Het doel van deze vergaderingen is de deelnemers te infomeren over de acties ter uitvoering van de milieuovereenkomst en ideeën uit te wisselen om de resultaten te verbeteren.
  § 3. Van elke vergadering wordt een verslag opgemaakt dat aan de aanwezige personen wordt overgemaakt.
  Goedkeuring en advies
Art. 28. § 1. En vue de s'assurer de la bonne exécution de la convention environnementale, un forum de discussion est mis en place. Il est composé entre autre de représentants des opérateurs de collecte, d'enlèvement et de traitement des piles ou accumulateurs, de représentants de la distribution, des détaillants, de représentants de l'organisme de gestion, de la Région, des associations de consommateurs, des associations environnementales. Au moins deux réunions sont organisées sur la durée de la convention environnementale.
  § 2. L'organisme de gestion y présente les résultats opérationnels atteints et la stratégie pour le futur. L'objectif des réunions est d'informer les participants des actions de mise en oeuvre de la convention, d'échanger des idées pour améliorer les résultats.
  § 3. Chaque réunion fait l'objet d'un procès-verbal transmis à toutes les personnes présentes.
  Approbation et avis
Art. 29. Tenzij er een andere termijn voorzien zou zijn, beschikt Leefmilieu Brussel over een termijn van 60 werkdagen te rekenen vanaf de dag van ontvangst van de aanvraag om de aan het Brussel Leefmilieu voorgelegde documenten al dan niet goed te keuren. Als er binnen deze periode geen beslissing wordt genomen, gelden de documenten als geweigerd.
  Leefmilieu Brussel beschikt over een termijn van 45 dagen te rekenen vanaf de dag van ontvangst van de aanvraag om een gemotiveerd advies uit te brengen. Het beheersorganisme ziet erop toe dat dit advies in overweging genomen wordt. Als er binnen deze termijn geen advies is, wordt het geacht ongunstig te zijn.
  Mocht zijn voorafgaand advies vereist zijn, bezorgt Leefmilieu Brussel een gemotiveerd advies dat de partijen bindt voor wat betreft de niet-naleving van de bepalingen van de milieuovereenkomst, de milieureglementering die van kracht is op het moment dat het advies vereist is, of andere specifieke bepalingen die in de huidige overeenkomst gepreciseerd worden.
  Wanneer Leefmilieu Brussel om bijkomende informatie verzoekt via een aangetekende brief, wordt de termijn met maximaal een maand verlengd vanaf de ontvangst van alle gevraagde gegevens.
  Rol van het Gewest
Art. 29. A moins qu'un délai différent ne soit explicitement prévu, Bruxelles Environnement dispose d'un délai de 60 jours ouvrables à compter du jour de la réception de la demande pour approuver ou non les documents qui lui sont proposés. Si aucune décision n'est prise durant ce laps de temps, les documents sont réputés refusés.
  Bruxelles Environnement dispose d'un délai de 45 jours à compter du jour de la réception de la demande pour émettre un avis motivé. L'organisme de gestion veille à prendre cet avis en considération. A défaut d'avis dans ce délai, l'avis est réputé défavorable.
  Dans les cas où son avis préalable est requis, Bruxelles Environnement remet un avis motivé qui lie les parties pour ce qui concerne le non respect des dispositions de la convention environnementale, de la réglementation environnementale en vigueur au moment où l'avis est requis, voire d'autres dispositions spécifiques précisées dans la présente convention.
  Lorsque Bruxelles Environnement requiert un complément d'information par lettre recommandée, le délai est prolongé d'un mois maximum à partir de la réception de toutes les informations sollicitées.
  Rôle de la Région
Art. 30. § 1. Het Brussels Gewest neemt initiatieven ten overstaan van de andere gewestelijke autoriteiten, opdat in de drie Gewesten de toepasselijke reglementering inzake de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor batterijen en accu's geharmoniseerd zou worden, na overleg met de betrokken sectoren.
  Het Brussels Gewest verbindt zich tot controle van de strikte toepassing van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid door alle actoren en tot verbalisering of sanctionering van de overtredingen. Het Brussels Gewest verbindt zich tot het verrichten van de vereiste controle bij alle actoren, opdat ze daadwerkelijk hun uitgebreide producentenverantwoordelijkheid zouden opnemen.
  Teneinde de uitvoering van deze overeenkomst mogelijk te maken en de initiatieven van de Organisaties of de beheersorganismen kracht bij te zetten, verbindt het Brussels Gewest zich ertoe om, in overleg met hen, hiertoe vereiste aanvullende reglementaire voorschriften aan te nemen.
  § 2. Onverminderd zijn wettelijke en reglementaire opdrachten, staat Leefmilieu Brussel in voor de opvolging van de huidige milieuovereenkomst.
  § 3. Het Brussels Gewest stelt een lijst met namen van bedrijven op, waarvan het individuele preventie- en beheersplan voor afgedankte batterijen en accu's werd goedgekeurd. Op hun gemotiveerd verzoek wordt deze lijst overgemaakt aan de beheersorganismen of de Organisaties.
  Het Brussels Gewest evalueert elk verzoek tot bekendmaking in naleving van de eisen vastgelegd bij artikel 11, § 2 tot 5, van de ordonnantie van 18 maart 2004 inzake toegang tot milieu-informatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Art. 30. § 1er. La Région bruxelloise prend des initiatives vers les autres autorités régionales afin que, dans les trois Régions, la réglementation applicable en matière de responsabilité élargie du producteur pour les piles et les accumulateurs soit harmonisée, après concertation avec les secteurs concernés.
  La Région bruxelloise s'engage à contrôler la stricte application de la responsabilité élargie du producteur par tous les acteurs, ainsi qu'à verbaliser ou sanctionner les infractions. La Région bruxelloise s'engage à procéder aux contrôles requis auprès de tous les acteurs afin qu'ils assument effectivement leur responsabilité élargie du producteur.
  Afin de permettre l'exécution de la présente convention et de soutenir les initiatives des Organisations ou des organismes de gestion, la Région bruxelloise s'engage, en concertation avec ceux-ci, à prendre des dispositions réglementaires complémentaires requises à cet effet.
  § 2. Sans préjudice de ses missions légales et réglementaires, Bruxelles Environnement assure le suivi de la présente convention.
  § 3. La Région bruxelloise établit une liste des noms des entreprises dont le plan individuel de prévention et de gestion des déchets de piles et accumulateurs a été approuvé. Sur leur demande motivée, ladite liste est transmise aux organismes de gestion ou aux Organisations.
  La Région bruxelloise évalue toute demande de divulgation dans le respect des exigences fixées à l'article 11, §§ 2 à 5, de l'ordonnance du 18 mars 2004 sur l'accès à l'information relative à l'environnement dans la Région de Bruxelles-Capitale.
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen Geschillencommissie
CHAPITRE 9. - Dispositions finales Commission des litiges
Art. 31. § 1. Bij een geschil tussen de Organisaties en het Brussels Gewest over de uitvoering van de milieuovereenkomst zal er een geschillencommissie worden samengesteld. Deze commissie wordt op verzoek samengesteld in functie van de aard van het geschil en bestaat altijd uit twee vertegenwoordigers van het Brussels Gewest en twee vertegenwoordigers van de Organisaties. De voorzitter wordt in consensus aangeduid door de 4 vertegenwoordigers.
  § 2. De beslissingen worden bij consensus genomen. Indien er over een geschil geen oplossing wordt gevonden, zal er een verslag worden overgemaakt aan Minister bevoegd voor het Leefmilieu.
  Duur en einde van de overeenkomst
Art. 31. § 1er. En cas de litige relatif à l'exécution de la convention environnementale entre les Organisations et la Région bruxelloise, une commission des litiges est établie. Cette commission est composée à la demande en fonction de la nature du litige et compte toujours deux représentants de la Région bruxelloise et deux représentants des Organisations. Le président est désigné par consensus par les 4 représentants.
  § 2. Les décisions sont prises par consensus. Si aucune solution ne peut être trouvée au litige, un rapport est transmis au Ministre ayant l'Environnement dans ses attributions.
  Durée et résiliation de la convention
Art. 32. § 1. De milieuovereenkomst wordt gesloten voor een initiële duur van 5 jaar en treedt in werking op de tiende dag na de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad, overeenkomstig de ordonnantie van 29 april 2004 betreffende de milieuovereenkomsten.
  § 2. Op het einde van de overeenkomst evalueren de producenten de uitvoering van de verplichtingen van de huidige overeenkomst over haar hele duur. De conclusies van deze evaluatie worden gepresenteerd aan Brussel Leefmilieu.
  § 3. De overeenkomst wordt automatisch verlengd tot aan de inwerkingtreding van een nieuwe milieuovereenkomst voor een termijn van maximum twee jaar.
  § 4. In afwijking van paragraaf 3, kan een partij ten laatste 5 maanden voor de afloop van de initiële periode haar wil meedelen om de milieuovereenkomst niet te verlengen.
  § 5. Gedurende deze verlengingsperiode worden alle wijzigingen die er aan het reglementaire kader aangebracht werden sinds het sluiten van onderhavige overeenkomst geacht nodig te zijn omwille van het algemeen belang en van rechtswege van toepassing te zijn op de partijen.
  § 6. De evaluatie die bij paragraaf 2 beoogd wordt, herneemt de indeling van het jaarverslag en analyseert voor elk punt de resultaten die bereikt werden gedurende de 5 jaren van de milieuovereenkomst. Deze dient als basis voor het opstellen van een nieuw preventie- en beheersplan.
  Verbreking
Art. 32. § 1. La convention environnementale est conclue pour une durée initiale de 5 ans et entre en vigueur le dixième jour après sa publication au Moniteur belge, conformément à l'ordonnance du 29 avril 2004 relative aux conventions environnementales.
  § 2. Au terme de la convention, les producteurs évaluent l'exécution des obligations de la présente convention pendant toute sa durée. Les conclusions de cette évaluation sont présentées à Bruxelles Environnement.
  § 3. La convention est automatiquement prolongée jusqu'à l'entrée en vigueur d'une nouvelle convention environnementale, pour une durée maximum de deux ans.
  § 4. Par dérogation au paragraphe 3, une partie à la convention peut notifier aux autres parties, au plus tard 5 mois avant l'échéance de la période initiale, de sa volonté de ne pas prolonger la convention environnementale.
  § 5. Durant cette période de prolongation, toutes les modifications apportées au cadre réglementaire depuis la conclusion de la présente convention sont réputées être requises par l'intérêt général et s'appliquent de plein droit aux parties.
  § 6. L'évaluation visée au paragraphe 2 reprend le canevas des rapports annuels et analyse pour chacun des points les résultats obtenus sur les 5 années de la convention. Il sert de base à l'élaboration du nouveau plan de prévention et de gestion.
  Résiliation
Art. 33. De partijen kunnen deze overeenkomst op elk moment opzeggen, mits de inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden. Op straffe van nietigheid dient de kennisgeving van opzeg ofwel bij ter post aangetekende brief, ofwel bij deurwaardersexploot te gebeuren. De opzeggingstermijn begint te lopen vanaf de eerste dag die volgt op de kennisgeving.
  Wijzigingen en aanhangsels
Art. 33. Les parties peuvent à tout moment résilier la présente convention, moyennant le respect d'un délai de préavis de six mois. La notification du préavis s'effectue, sous peine de nullité, soit par lettre recommandée à la poste, soit par exploit d'huissier. Le délai de préavis prend cours à partir du premier jour suivant la notification.
  Modifications et avenants
Art. 34. § . De bepalingen van de huidige milieuovereenkomst worden aangepast aan elke eventuele wijziging van de Europese regelgeving of aan elke andere verplichting die voortvloeit uit het internationale recht.
  § 2. Tijdens de looptijd van de overeenkomst kunnen de partijen aan deze overeenkomst wijzigingen en/of toevoegingen aanbrengen, in overeenstemming met de procedure voorzien bij het decreet van 27 mei 2004 betreffende Boek I van het Milieuwetboek.
  Alle toevoegingen en wijzigingen aan deze overeenkomst zijn slechts geldig, indien ze het voorwerp uitmaken van een schriftelijk akkoord ondertekend door alle partijen, dat uitdrukkelijk verwijst naar deze overeenkomst.
  Arbitrageprocedure en bevoegdheid
Art. 34. § 1er. Les dispositions de la présente convention environnementale sont adaptées à toute modification éventuelle de la réglementation européenne ou à toute autre obligation découlant du droit international.
  § 2. Pendant la durée de la convention, les parties peuvent apporter des modifications et/ou des ajouts à la convention, conformément à la procédure prévue par le décret du 27 mai 2004 relatif au Livre Ier du Code de l'Environnement.
  Tous les ajouts et modifications à cette convention ne sont valables que s'ils font l'objet d'un accord écrit signé par toutes les parties faisant expressément référence à la présente convention.
  Procédure d'arbitrage et compétence
Art. 35. In geval van een geschil tussen de partijen met betrekking tot het ontstaan, de interpretatie en de uitvoering van deze overeenkomst, kunnen de partijen ervoor opteren om geschillen te beslechten volgens de wetgeving op de arbitrage. Indien er geen consensus is om in arbitrage te gaan, wordt het geschil voorgelegd aan de Rechtbank van Eerste Aanleg van het gerechtelijke arrondissement Brussel. Wanneer de partijen voor arbitrage opteren, wordt het geschil definitief beslecht volgens het arbitragereglement van CEPINA of elk gelijkwaardig organisme, door arbiters die conform het reglement zijn benoemd. Het scheidsgerecht zal uit drie arbiters bestaan. De zetel van de procedure is Brussel.
  In afwijking van het eerste lid van deze paragraaf is de arbitrageprocedure niet van toepassing op de geschillen met betrekking tot facturen. In dat geval komen de partijen overeen dat zij het recht hebben iedere rechtsvordering die zij nuttig zouden achten, in te leiden voor de bevoegde rechtbanken van het gerechtelijke arrondissement Brussel.
  Strafbeding
Art. 35. En cas de litige entre les parties concernant l'existence, l'interprétation et l'exécution de la convention, les parties peuvent choisir de faire trancher les litiges conformément à la législation en matière d'arbitrage. S'il n'existe aucun consensus pour recourir à l'arbitrage, le litige est soumis au Tribunal de Première Instance de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles. Lorsque les parties optent pour l'arbitrage, le litige est définitivement tranché conformément au règlement d'arbitrage CEPINA ou de tout organisme assimilé, par des arbitres nommés conformément au règlement. Le tribunal arbitral est composé de trois arbitres. Le siège de la procédure est fixé à Bruxelles.
  En dérogation à l'alinéa premier de ce paragraphe, la procédure d'arbitrage ne s'applique pas aux litiges relatifs aux factures. Dans ce cas, les parties conviennent avoir chacune le droit d'introduire toute action qu'elle juge utile devant les tribunaux compétents de l'arrondissement judiciaire de Bruxelles.
  Clause pénale
Art. 36. Als het Gewest een overtreding van bovenstaande bepalingen vaststelt, wordt het beheersorgaan daarvan bij aangetekend schrijven in kennis gesteld. Het beheersorgaan maakt dan binnen twee maanden na de kennisgeving van de vastgestelde overtreding een bijsturingsplan over aan Leefmilieu Brussel.
  Als Leefmilieu Brussel het plan verwerpt, deelt het zijn standpunt mee in een aangetekend schrijven waarin het de redenen van de weigering opgeeft. Het beheersorgaan moet dan binnen een maand een bijgestuurd plan indienen waarbij rekening wordt gehouden met de opmerkingen van Leefmilieu Brussel, op straffe van een financiële sanctie van EUR 15.000 onverminderd het recht voor het Gewest om gebruik te maken van de in de vigerende wetgeving voorziene rechtsmiddelen en -handelingen.
  Tegen de beslissing van Leefmilieu Brussel kan beroep ingesteld worden bij de Minister. De Minister beslist over een dergelijk beroep binnen een termijn van veertig dagen.
  Slotbepalingen
Art. 36. En cas de non respect des dispositions de la présente convention, constaté par la Région et notifié par lettre recommandée à l'organisme de gestion, celui-ci introduit un plan de remise à niveau à Bruxelles Environnement, dans un délai de deux mois à dater de la notification du constat d'infraction.
  Si Bruxelles Environnement refuse le plan, il notifie son avis par courrier recommandé qui mentionne les motifs du refus. L'organisme de gestion est alors tenu d'introduire un plan révisé tenant compte des critiques émises par Bruxelles Environnement dans un délai d'un mois sous peine d'une sanction financière de 15.000 EUR, sans préjudice du droit pour la Région d'actionner les moyens et actions prévus par la législation en vigueur.
  Un recours peut être adressé au Ministre contre la décision de Bruxelles Environnement. Le Ministre statue sur ce recours dans un délai de quarante jours.
  Dispositions finales
Art. 37. De overeenkomst wordt gesloten te Brussel op 13 maart 2019 en ondertekend door de vertegenwoordigers van alle partijen, waarbij elke partij erkent een exemplaar van de overeenkomst te hebben ontvangen.
Art. 37. La convention est conclue à Bruxelles le 13 mars 2019 et signée par les représentants de toutes les parties dont chacune reconnaît avoir reçu un exemplaire.