Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van:
1° richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen;
2° richtlijn (EU) 2015/720 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
22 MAART 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen en het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013 betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-06-2019 en tekstbijwerking tot 26-09-2019)
Titre
22 MARS 2019. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière de l'hygiène de l'environnement, l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets et l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 juin 2013 en matière de sous-produits animaux et produits dérivés(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 07-06-2019 et mise à jour au 26-09-2019)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (102)
Texte (102)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er. Le présent arrêté prévoit la transposition partielle de :
1° la directive (UE) 2018/851 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018 modifiant la directive 2008/98/CE relative aux déchets ;
2° la directive (UE) 2015/720 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2015 modifiant la directive 94/62/CE en ce qui concerne la réduction de la consommation de sacs en plastique légers.
1° la directive (UE) 2018/851 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018 modifiant la directive 2008/98/CE relative aux déchets ;
2° la directive (UE) 2015/720 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2015 modifiant la directive 94/62/CE en ce qui concerne la réduction de la consommation de sacs en plastique légers.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement
Art. 2. In artikel 5.2.1.2, § 5, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 en 27 november 2015, wordt tussen de woorden "visueel geïnspecteerd" en de woorden "De exploitant bevestigt" de zin "Bij vaststelling van non-conformiteiten moet de exploitant handelen volgens een interne non-conformiteitsprocedure." ingevoegd.
Art. 2. Dans l'article 5.2.1.2, § 5, alinéa deux, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 13 juillet 2001 et 27 novembre 2015, la phrase " En cas de constat de non-conformités, l'exploitant est tenu d'agir selon une procédure interne de non-conformité. " est insérée entre les mots " visuellement inspectés " et le mots " L'exploitant produit ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Art. 3. Bijlage VIII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2016, wordt vervangen door bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 3. L'annexe VIII de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2016, est remplacée par l'annexe 1ère, jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets
Art. 4. Aan artikel 1.1.1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014 en 23 september 2016, worden een punt 13° en 14° toegevoegd, die luiden als volgt:
"13° richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen;
14° richtlijn (EU) 2015/720 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen.".
"13° richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen;
14° richtlijn (EU) 2015/720 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen.".
Art. 4. A l'article 1.1.1, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 mai 2014 et 23 septembre 2016, des points 13° et 14° sont ajoutés, rédigés comme suit :
" 13° directive (UE) 2018/851 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018 modifiant la directive 2008/98/CE relative aux déchets ;
14° directive (UE) 2015/720 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2015 modifiant la directive 94/62/CE en ce qui concerne la réduction de la consommation de sacs en plastique légers. ".
" 13° directive (UE) 2018/851 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018 modifiant la directive 2008/98/CE relative aux déchets ;
14° directive (UE) 2015/720 du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2015 modifiant la directive 94/62/CE en ce qui concerne la réduction de la consommation de sacs en plastique légers. ".
Art. 5. In artikel 1.2.1, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, 29 november 2013, 23 mei 2014, 23 september 2016 en 10 februari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° /1 worden de woorden "afgewerkte olie" vervangen door het woord "afvalolie";
2° punt 12° wordt vervangen door wat volgt:
"12° bouwstof: materiaal dat, naargelang de toepassing en voor zover beschikbaar, voldoet aan bouwtechnische geharmoniseerde Europese normen of standaarden, standaardbestekken, voorschriften van de Vlaamse overheid, gestandaardiseerde bouwtechnische specificaties of andere bouwtechnische voorschriften;";
3° in punt 18° wordt het woord "containerpark" vervangen door het woord "recyclagepark";
4° in punt 27° wordt de zinsnede "vermeld in 41° " telkens vervangen door de zinsnede "vermeld in 42° ";
5° punt 30° wordt vervangen door wat volgt:
"30° gft-afval: het keuken- en tuinafval dat afkomstig is van het gescheiden ingezamelde organische deel van het huishoudelijk afval. Het omvat composteerbaar keukenafval en etensresten en het gedeelte van het tuinafval dat bestaat uit niet-houtig, fijn materiaal;";
6° in punt 34° wordt het woord "containerpark" vervangen door het woord "recyclagepark";
7° in punt 43° wordt de zinsnede "vermeld in 41° " telkens vervangen door de zinsnede "vermeld in 42° ";
8° er wordt een punt 44° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"44° /1 keukenafval en etensresten: alle voedselresten, met inbegrip van afgewerkte bak- en braadolie afkomstig van restaurants, cateringfaciliteiten en keukens, met inbegrip van centrale keukens en keukens van huishoudens;";
9° er wordt een punt 61° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"61° /1 organisch-biologisch bedrijfsafval: het organisch-biologisch afval van bedrijven, met inbegrip van keukenafval en etensresten en levensmiddelenafval;";
10° er wordt een punt 78° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"78° /1 sorteerzeefpuin: grove inerte puinfractie van een geregistreerde sorteerinrichting voor bouw- en sloopafval bekomen na het afzeven op een zeef;";
11° er wordt een punt 87° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"87° /1 Levensmiddelenafval: alle levensmiddelen als omschreven in artikel 2 van de Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad die afvalstoffen zijn geworden. Levensmiddelen bestaan uit alle stoffen en producten, verwerkt, gedeeltelijk verwerkt of onverwerkt, die bestemd zijn om door de mens te worden geconsumeerd of waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij door de mens worden geconsumeerd."
12° er wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 6. Voor de toepassing van onderafdeling 5.3.11 en 5.3.12 van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder:
1° cateringmateriaal: alles wat gebruikt wordt voor het aanbieden en het nuttigen van etenswaren en drank, met uitsluiting van voorverpakte dranken of etenswaren;
2° bereide voedingsmiddelen: voedingsmiddelen die ter plaatse worden klaargemaakt, samengesteld, geschikt, opgewarmd, geregenereerd of ontdooid;
3° plastic: een polymeer in de zin van artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van 18 december 2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie, waaraan additieven of andere stoffen kunnen zijn toegevoegd, en dat kan fungeren als structureel hoofdbestanddeel van draagtassen;
4° plastic draagtassen: van plastic gemaakte draagtassen, met of zonder handgreep, die aan consumenten worden verstrekt op de plaats van verkoop van goederen of producten;
5° lichte plastic draagtassen: plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 50 micron en meer dan of gelijk aan 15 micron.";
13° er wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 7. Voor de toepassing van onderafdeling 5.3.13 van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder:
1° afvalzak: elke zak bestemd voor de verzameling en/of inzameling van afvalstoffen;
2° gehalte gerecycleerde kunststoffen: het gehalte aan gerecycleerde kunststoffen in afvalzakken wordt bepaald als de verhouding van de massa gerecycleerde kunststoffen t.o.v. de totale massa kunststoffen in de geproduceerde afvalzakken, vermenigvuldigd met 100;
3° kunststoffen afvalzak: elke afvalzak waarbij een polymeer in de zin van artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van 18 december 2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie, waaraan additieven of andere stoffen kunnen zijn toegevoegd, fungeert als structureel hoofdbestanddeel van de afvalzak.".
1° in punt 1° /1 worden de woorden "afgewerkte olie" vervangen door het woord "afvalolie";
2° punt 12° wordt vervangen door wat volgt:
"12° bouwstof: materiaal dat, naargelang de toepassing en voor zover beschikbaar, voldoet aan bouwtechnische geharmoniseerde Europese normen of standaarden, standaardbestekken, voorschriften van de Vlaamse overheid, gestandaardiseerde bouwtechnische specificaties of andere bouwtechnische voorschriften;";
3° in punt 18° wordt het woord "containerpark" vervangen door het woord "recyclagepark";
4° in punt 27° wordt de zinsnede "vermeld in 41° " telkens vervangen door de zinsnede "vermeld in 42° ";
5° punt 30° wordt vervangen door wat volgt:
"30° gft-afval: het keuken- en tuinafval dat afkomstig is van het gescheiden ingezamelde organische deel van het huishoudelijk afval. Het omvat composteerbaar keukenafval en etensresten en het gedeelte van het tuinafval dat bestaat uit niet-houtig, fijn materiaal;";
6° in punt 34° wordt het woord "containerpark" vervangen door het woord "recyclagepark";
7° in punt 43° wordt de zinsnede "vermeld in 41° " telkens vervangen door de zinsnede "vermeld in 42° ";
8° er wordt een punt 44° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"44° /1 keukenafval en etensresten: alle voedselresten, met inbegrip van afgewerkte bak- en braadolie afkomstig van restaurants, cateringfaciliteiten en keukens, met inbegrip van centrale keukens en keukens van huishoudens;";
9° er wordt een punt 61° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"61° /1 organisch-biologisch bedrijfsafval: het organisch-biologisch afval van bedrijven, met inbegrip van keukenafval en etensresten en levensmiddelenafval;";
10° er wordt een punt 78° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"78° /1 sorteerzeefpuin: grove inerte puinfractie van een geregistreerde sorteerinrichting voor bouw- en sloopafval bekomen na het afzeven op een zeef;";
11° er wordt een punt 87° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"87° /1 Levensmiddelenafval: alle levensmiddelen als omschreven in artikel 2 van de Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad die afvalstoffen zijn geworden. Levensmiddelen bestaan uit alle stoffen en producten, verwerkt, gedeeltelijk verwerkt of onverwerkt, die bestemd zijn om door de mens te worden geconsumeerd of waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij door de mens worden geconsumeerd."
12° er wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 6. Voor de toepassing van onderafdeling 5.3.11 en 5.3.12 van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder:
1° cateringmateriaal: alles wat gebruikt wordt voor het aanbieden en het nuttigen van etenswaren en drank, met uitsluiting van voorverpakte dranken of etenswaren;
2° bereide voedingsmiddelen: voedingsmiddelen die ter plaatse worden klaargemaakt, samengesteld, geschikt, opgewarmd, geregenereerd of ontdooid;
3° plastic: een polymeer in de zin van artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van 18 december 2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie, waaraan additieven of andere stoffen kunnen zijn toegevoegd, en dat kan fungeren als structureel hoofdbestanddeel van draagtassen;
4° plastic draagtassen: van plastic gemaakte draagtassen, met of zonder handgreep, die aan consumenten worden verstrekt op de plaats van verkoop van goederen of producten;
5° lichte plastic draagtassen: plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 50 micron en meer dan of gelijk aan 15 micron.";
13° er wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 7. Voor de toepassing van onderafdeling 5.3.13 van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder:
1° afvalzak: elke zak bestemd voor de verzameling en/of inzameling van afvalstoffen;
2° gehalte gerecycleerde kunststoffen: het gehalte aan gerecycleerde kunststoffen in afvalzakken wordt bepaald als de verhouding van de massa gerecycleerde kunststoffen t.o.v. de totale massa kunststoffen in de geproduceerde afvalzakken, vermenigvuldigd met 100;
3° kunststoffen afvalzak: elke afvalzak waarbij een polymeer in de zin van artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van 18 december 2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie, waaraan additieven of andere stoffen kunnen zijn toegevoegd, fungeert als structureel hoofdbestanddeel van de afvalzak.".
Art. 5. A l'article 1.2.1, § 2, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 novembre 2012, 29 novembre 2013, 23 mai 2014, 23 septembre 2016 et 10 février 2017, sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 1° /1, les mots " huiles usées " sont remplacés par les mots " huiles usagées " ;
2° le point 12° est remplacé par ce qui suit :
" 12° matériau de construction : matériau qui, en fonction de l'application qu'on en fait et pour autant qu'il soit disponible, est conforme aux normes ou standards de construction européens harmonisés, aux cahiers des charges standard, aux prescriptions de l'autorité flamande, aux spécifications de construction standardisées ou aux autres prescriptions de construction ; ";
3° au 18° les mots " parc à conteneurs " sont remplacés par le mot " recyparc " ;
4° au 27°, le membre de phrase " visées à l'alinéa 41° " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " visées au 42° ".
5° le point 30° est remplacé par ce qui suit :
" 30° déchets LFJ : déchets de cuisine et de jardin qui proviennent de la partie organique des déchets ménagers, qui a été collectée séparément. Ils comprennent les déchets de cuisine et de table compostables et la partie des déchets de jardin constituée de matières fines, non ligneuses ; ";
6° au 34° les mots " parc à conteneurs " sont remplacés par le mot " recyparc " ;
7° au 43°, le membre de phrase " visées à l'alinéa 41° " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " visées au 42° ".
8° il est inséré un point 44° /1, rédigé comme suit :
" 44° /1 déchets de cuisine et de table : tous les déchets alimentaires, y compris les huiles de friture et de cuisson usagées provenant de restaurants, de facilités de restauration et de cuisines, y compris de cuisines de restauration collective et des ménages ; ";
9° il est inséré un point 61° /1, rédigé comme suit :
"61° /1 déchets industriels organico-biologiques : les déchets organico-biologiques en provenance des entreprises, y compris les déchets de cuisine et de table et les déchets d'aliments ; ";
10° il est inséré un point 78° /1, rédigé comme suit :
" 78° /1 gravats tamisés : fraction brute, inerte de gravats provenant d'une installation pour le tri des déchets de construction et de démolition, obtenue après le tamisage au moyen d'un tamis ; ";
11° il est inséré un point 87° /1, rédigé comme suit :
" 87° /1 déchets d'aliments : toutes les denrées alimentaires, telles que décrites dans l'article 2 du Règlement (CE) n° 178/2002 du Parlement européen et du Conseil qui sont devenues des déchets. Les aliments comprennent toute substance ou produit, transformé, partiellement transformé ou non transformé, destiné à être ingéré ou raisonnablement susceptible d'être ingéré par l'être humain. "
12° il est ajouté un § 6, rédigé comme suit :
" § 6. " Pour l'application des sous-sections 5.3.11 et 5.3.12 du chapitre 5, on entend par :
1° matériel de restauration : tout matériel utilisé pour l'offre et la consommation d'aliments et de boissons, à l'exception de boissons ou d'aliments préemballés ;
2° aliments préparés : aliments qui sont préparés, composés, arrangés, réchauffés, régénérés ou décongelés sur les lieux ;
3° plastique : un polymère dans le sens de l'article 3, alinéa 5 du Règlement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH), instituant une agence européenne des produits chimiques, modifiant la directive 1999/45/CE et abrogeant le règlement (CEE) n° 793/93 du Conseil et le règlement (CE) n° 1488/94 de la Commission ainsi que la directive 76/769/CEE du Conseil et les directives 91/155/CEE, 93/67/CEE, 93/105/CE et 2000/21/CE de la Commission, auquel des additifs ou d'autres substances peuvent avoir été ajoutés, et qui est capable de jouer le rôle de composant structurel principal de sacs ;
4° sacs en plastique : les sacs, avec ou sans poignées, composés de plastique, qui sont fournis aux consommateurs dans les points de vente de marchandises ou de produits ;
5° sacs en plastique légers : les sacs en plastique d'une épaisseur inférieure à 50 microns et supérieure ou égale à 15 microns. " ;
13° il est ajouté un § 7, rédigé comme suit :
" § 7. " Pour l'application de la sous-section 5.3.13 du chapitre 5, on entend par :
1° sac à déchets : tout sac destiné à la collecte de déchets ;
2° contenu des matériaux en plastique recyclé : le contenu des matériaux en plastique recyclé dans les sacs à déchets est calculé par la division de la masse de matériaux en plastique recyclé par la masse totale de matériaux en plastique dans les sacs à déchets produits, multipliée par 100 ;
3° sac à déchets en plastique : tout sac à déchets dans lequel un polymère dans le sens de l'article 3, alinéa 5 du Règlement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH), instituant une agence européenne des produits chimiques, modifiant la directive 1999/45/CE et abrogeant le règlement (CEE) n° 793/93 du Conseil et le règlement (CE) n° 1488/94 de la Commission ainsi que la directive 76/769/CEE du Conseil et les directives 91/155/CEE, 93/67/CEE, 93/105/CE et 2000/21/CE de la Commission, auquel des additifs ou d'autres substances peuvent avoir été ajoutés, joue le rôle de composant structurel principal du sac à déchets. ".
1° au point 1° /1, les mots " huiles usées " sont remplacés par les mots " huiles usagées " ;
2° le point 12° est remplacé par ce qui suit :
" 12° matériau de construction : matériau qui, en fonction de l'application qu'on en fait et pour autant qu'il soit disponible, est conforme aux normes ou standards de construction européens harmonisés, aux cahiers des charges standard, aux prescriptions de l'autorité flamande, aux spécifications de construction standardisées ou aux autres prescriptions de construction ; ";
3° au 18° les mots " parc à conteneurs " sont remplacés par le mot " recyparc " ;
4° au 27°, le membre de phrase " visées à l'alinéa 41° " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " visées au 42° ".
5° le point 30° est remplacé par ce qui suit :
" 30° déchets LFJ : déchets de cuisine et de jardin qui proviennent de la partie organique des déchets ménagers, qui a été collectée séparément. Ils comprennent les déchets de cuisine et de table compostables et la partie des déchets de jardin constituée de matières fines, non ligneuses ; ";
6° au 34° les mots " parc à conteneurs " sont remplacés par le mot " recyparc " ;
7° au 43°, le membre de phrase " visées à l'alinéa 41° " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " visées au 42° ".
8° il est inséré un point 44° /1, rédigé comme suit :
" 44° /1 déchets de cuisine et de table : tous les déchets alimentaires, y compris les huiles de friture et de cuisson usagées provenant de restaurants, de facilités de restauration et de cuisines, y compris de cuisines de restauration collective et des ménages ; ";
9° il est inséré un point 61° /1, rédigé comme suit :
"61° /1 déchets industriels organico-biologiques : les déchets organico-biologiques en provenance des entreprises, y compris les déchets de cuisine et de table et les déchets d'aliments ; ";
10° il est inséré un point 78° /1, rédigé comme suit :
" 78° /1 gravats tamisés : fraction brute, inerte de gravats provenant d'une installation pour le tri des déchets de construction et de démolition, obtenue après le tamisage au moyen d'un tamis ; ";
11° il est inséré un point 87° /1, rédigé comme suit :
" 87° /1 déchets d'aliments : toutes les denrées alimentaires, telles que décrites dans l'article 2 du Règlement (CE) n° 178/2002 du Parlement européen et du Conseil qui sont devenues des déchets. Les aliments comprennent toute substance ou produit, transformé, partiellement transformé ou non transformé, destiné à être ingéré ou raisonnablement susceptible d'être ingéré par l'être humain. "
12° il est ajouté un § 6, rédigé comme suit :
" § 6. " Pour l'application des sous-sections 5.3.11 et 5.3.12 du chapitre 5, on entend par :
1° matériel de restauration : tout matériel utilisé pour l'offre et la consommation d'aliments et de boissons, à l'exception de boissons ou d'aliments préemballés ;
2° aliments préparés : aliments qui sont préparés, composés, arrangés, réchauffés, régénérés ou décongelés sur les lieux ;
3° plastique : un polymère dans le sens de l'article 3, alinéa 5 du Règlement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH), instituant une agence européenne des produits chimiques, modifiant la directive 1999/45/CE et abrogeant le règlement (CEE) n° 793/93 du Conseil et le règlement (CE) n° 1488/94 de la Commission ainsi que la directive 76/769/CEE du Conseil et les directives 91/155/CEE, 93/67/CEE, 93/105/CE et 2000/21/CE de la Commission, auquel des additifs ou d'autres substances peuvent avoir été ajoutés, et qui est capable de jouer le rôle de composant structurel principal de sacs ;
4° sacs en plastique : les sacs, avec ou sans poignées, composés de plastique, qui sont fournis aux consommateurs dans les points de vente de marchandises ou de produits ;
5° sacs en plastique légers : les sacs en plastique d'une épaisseur inférieure à 50 microns et supérieure ou égale à 15 microns. " ;
13° il est ajouté un § 7, rédigé comme suit :
" § 7. " Pour l'application de la sous-section 5.3.13 du chapitre 5, on entend par :
1° sac à déchets : tout sac destiné à la collecte de déchets ;
2° contenu des matériaux en plastique recyclé : le contenu des matériaux en plastique recyclé dans les sacs à déchets est calculé par la division de la masse de matériaux en plastique recyclé par la masse totale de matériaux en plastique dans les sacs à déchets produits, multipliée par 100 ;
3° sac à déchets en plastique : tout sac à déchets dans lequel un polymère dans le sens de l'article 3, alinéa 5 du Règlement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH), instituant une agence européenne des produits chimiques, modifiant la directive 1999/45/CE et abrogeant le règlement (CEE) n° 793/93 du Conseil et le règlement (CE) n° 1488/94 de la Commission ainsi que la directive 76/769/CEE du Conseil et les directives 91/155/CEE, 93/67/CEE, 93/105/CE et 2000/21/CE de la Commission, auquel des additifs ou d'autres substances peuvent avoir été ajoutés, joue le rôle de composant structurel principal du sac à déchets. ".
Art. 6. In artikel 2.3.2.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014 en 23 september 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 1° en 2°, worden de woorden "bijlage 2.3.2.A" telkens vervangen door "bijlage VI van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming";
2° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Om vast te stellen of asfaltgranulaat pak-houdend is, wordt de pak-spray-test gebruikt. Als de pak-spraytest een gele verkleuring vertoont, wordt het asfaltgranulaat geacht pak-houdend te zijn. Bij een onduidelijke verkleuring kan een bevestigingsproef met infraroodspectroscopie worden uitgevoerd. Het asfaltgranulaat wordt geacht pak-houdend te zijn als de infraroodspectroscopie duidelijke pieken vertoont voor pak. Pak-houdendheid mag kwalitatief getest worden met infraroodspectroscopie zonder voorafgaande pak-spray-test. Bij twijfel bepaalt een tegenproef met een chemische analyse op pak via GC-MS of de normen niet zijn overschreden. Het eenheidsreglement voor gerecycleerde granulaten vermeldt de proefmethode en de conformiteitscontrole van de pak-spraytest.";
1° in paragraaf 1, 1° en 2°, worden de woorden "bijlage 2.3.2.A" telkens vervangen door "bijlage VI van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming";
2° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Om vast te stellen of asfaltgranulaat pak-houdend is, wordt de pak-spray-test gebruikt. Als de pak-spraytest een gele verkleuring vertoont, wordt het asfaltgranulaat geacht pak-houdend te zijn. Bij een onduidelijke verkleuring kan een bevestigingsproef met infraroodspectroscopie worden uitgevoerd. Het asfaltgranulaat wordt geacht pak-houdend te zijn als de infraroodspectroscopie duidelijke pieken vertoont voor pak. Pak-houdendheid mag kwalitatief getest worden met infraroodspectroscopie zonder voorafgaande pak-spray-test. Bij twijfel bepaalt een tegenproef met een chemische analyse op pak via GC-MS of de normen niet zijn overschreden. Het eenheidsreglement voor gerecycleerde granulaten vermeldt de proefmethode en de conformiteitscontrole van de pak-spraytest.";
Art. 6. A l'article 2.3.2.1 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 mai 2014 et 23 septembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 1er, 1° et 2°, les mots " annexe 2.3.2.A " sont chaque fois remplacés par les mots " annexe VI de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol " ;
2° au § 2, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
Le test HAP-spray détermine si le granulat d'asphalte contient des HAP. Si une coloration jaune est obtenue après le test HAP-spray, le granulat d'asphalte est présumé contenir des HAP. A défaut d'une coloration nette, un test de confirmation au moyen de la spectroscopie infrarouge peut être réalisé. Le granulat d'asphalte est présumé contenir des HAP si la spectroscopie infrarouge démontre de pointes claires pour les HAP. La teneur en HAP peut être testé qualitativement à l'aide de la spectroscopie infrarouge sans test HAP-spray préalable. En cas de doute, un contre-essai consistant en une analyse chimique sur la présence des HAP via GC-MS, déterminera si les normes sont oui ou non dépassées. Le règlement unique sur les granulats recyclés fait état de la méthode d'essais et du contrôle de conformité du test HAP-spray. " ;
1° au § 1er, 1° et 2°, les mots " annexe 2.3.2.A " sont chaque fois remplacés par les mots " annexe VI de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2007 fixant le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol " ;
2° au § 2, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
Le test HAP-spray détermine si le granulat d'asphalte contient des HAP. Si une coloration jaune est obtenue après le test HAP-spray, le granulat d'asphalte est présumé contenir des HAP. A défaut d'une coloration nette, un test de confirmation au moyen de la spectroscopie infrarouge peut être réalisé. Le granulat d'asphalte est présumé contenir des HAP si la spectroscopie infrarouge démontre de pointes claires pour les HAP. La teneur en HAP peut être testé qualitativement à l'aide de la spectroscopie infrarouge sans test HAP-spray préalable. En cas de doute, un contre-essai consistant en une analyse chimique sur la présence des HAP via GC-MS, déterminera si les normes sont oui ou non dépassées. Le règlement unique sur les granulats recyclés fait état de la méthode d'essais et du contrôle de conformité du test HAP-spray. " ;
Art. 7. In artikel 2.3.2.2, derde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2017, worden de woorden "uitgesorteerde puin" vervangen door het woord "sorteerzeefpuin".
Art. 7. A l'article 2.3.2.2, alinéa trois, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 décembre 2017, les mots " débris triés " sont remplacés par les mots " gravats tamisés ".
Art. 8. In artikel 2.4.2.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 8. A l'article 2.4.2.4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les mots " par lettre recommandée, " sont remplacés par les mots " par envoi sécurisé ".
Art. 9. In artikel 2.4.3.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2017, worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 9. A l'article 2.4.3.1 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 décembre 2017, les mots " par lettre recommandée, " sont remplacés par les mots " par envoi sécurisé ".
Art. 10. In artikel 3.1.1, eerste lid, 6°, van hetzelfde besluit worden de woorden "afgewerkte olie" vervangen door het woord "afvalolie".
Art. 10. Dans la version néerlandaise de l'article 3.1.1, alinéa premier, 6°, du même arrêté, les mots " afgewerkte olie " sont remplacés par les mots " afvalolie ".
Art. 11. In artikel 3.2.1.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, punt 1 wordt het woord "containerparken" vervangen door het woord "recyclageparken";
2° in paragraaf 2, tweede lid, paragraaf 6 en paragraaf 8 wordt het woord "milieubeleidsovereenkomst" vervangen door het woord "aanvaardingsplichtconvenant" en worden de woorden "individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan" vervangen door de woorden "individuele aanvaardingsplichtplan".
1° in paragraaf 2, punt 1 wordt het woord "containerparken" vervangen door het woord "recyclageparken";
2° in paragraaf 2, tweede lid, paragraaf 6 en paragraaf 8 wordt het woord "milieubeleidsovereenkomst" vervangen door het woord "aanvaardingsplichtconvenant" en worden de woorden "individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan" vervangen door de woorden "individuele aanvaardingsplichtplan".
Art. 11. A l'article 3.2.1.1 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 2, 1°, les mots " parcs à conteneurs " sont remplacés par le mot " recyparcs " ;
2° au § 2, alinéa 2, § 6 et § 8, les mots " convention environnementale " sont remplacés par les mots " convention d'obligation d'acceptation " et les mots " plan individuel de prévention et de gestion de déchets " sont remplacés par les mots " plan individuel d'obligation d'acceptation ".
1° au § 2, 1°, les mots " parcs à conteneurs " sont remplacés par le mot " recyparcs " ;
2° au § 2, alinéa 2, § 6 et § 8, les mots " convention environnementale " sont remplacés par les mots " convention d'obligation d'acceptation " et les mots " plan individuel de prévention et de gestion de déchets " sont remplacés par les mots " plan individuel d'obligation d'acceptation ".
Art. 12. In artikel 3.2.1.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. De wijze waarop aan de aanvaardingsplicht wordt voldaan, wordt vastgelegd in een van de volgende documenten:
1° een individueel aanvaardingsplichtplan als vermeld in paragraaf 2 en onderafdeling 3.2.3;
2° een aanvaardingsplichtconvenant als vermeld in paragraaf 2 en artikel 3.2.2.1/1";
2° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 1/1. De producent waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, kan aan de aanvaardingsplicht voldoen door:
1° te beschikken over een door de OVAM goedgekeurd individueel aanvaardingsplichtplan;
2° rechtstreeks of onrechtstreeks, via hun organisatie, door een toetredingsovereenkomst, aangesloten te zijn bij een beheersorganisme als vermeld in artikel 3.2.2.1, op voorwaarde dat het beheersorganisme voldoet aan de verplichtingen die het worden opgelegd in deze afdeling en in de aanvaardingsplichtconvenant.";
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "Het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan of de milieubeleidsovereenkomst" vervangen door de woorden "De aanvaardingsplichtconvenant of het individuele aanvaardingsplichtplan";
4° aan paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt de zinsnede ", voor ecodesign en voor het hoogwaardig sluiten van de kringloop bovenop de vastgelegde inzamel- en verwerkingsdoelstellingen" toegevoegd;
5° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "bevat het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan of de milieubeleidsovereenkomst" vervangen door de woorden "bevat de aanvaardingsplichtconvenant of het individuele aanvaardingsplichtplan" en worden de woorden "een milieubeleidsovereenkomst kunnen" vervangen door de woorden "een aanvaardingsplichtconvenant kunnen".
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. De wijze waarop aan de aanvaardingsplicht wordt voldaan, wordt vastgelegd in een van de volgende documenten:
1° een individueel aanvaardingsplichtplan als vermeld in paragraaf 2 en onderafdeling 3.2.3;
2° een aanvaardingsplichtconvenant als vermeld in paragraaf 2 en artikel 3.2.2.1/1";
2° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 1/1. De producent waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, kan aan de aanvaardingsplicht voldoen door:
1° te beschikken over een door de OVAM goedgekeurd individueel aanvaardingsplichtplan;
2° rechtstreeks of onrechtstreeks, via hun organisatie, door een toetredingsovereenkomst, aangesloten te zijn bij een beheersorganisme als vermeld in artikel 3.2.2.1, op voorwaarde dat het beheersorganisme voldoet aan de verplichtingen die het worden opgelegd in deze afdeling en in de aanvaardingsplichtconvenant.";
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "Het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan of de milieubeleidsovereenkomst" vervangen door de woorden "De aanvaardingsplichtconvenant of het individuele aanvaardingsplichtplan";
4° aan paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt de zinsnede ", voor ecodesign en voor het hoogwaardig sluiten van de kringloop bovenop de vastgelegde inzamel- en verwerkingsdoelstellingen" toegevoegd;
5° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "bevat het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan of de milieubeleidsovereenkomst" vervangen door de woorden "bevat de aanvaardingsplichtconvenant of het individuele aanvaardingsplichtplan" en worden de woorden "een milieubeleidsovereenkomst kunnen" vervangen door de woorden "een aanvaardingsplichtconvenant kunnen".
Art. 12. A l'article 3.2.1.2 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Les modalités d'observation de l'obligation d'acceptation sont arrêtées dans l'un des documents suivants :
1° un plan individuel d'obligation d'acceptation, tel que visé au § 2 et à la sous-section 3.2.3 ;
2° une convention d'obligation d'acceptation, telle que visée au § 2 et à l'article 3.2.2.1/1 " ;
2° il est inséré un paragraphe 1/1, rédigé comme suit :
" § 1/1. Le producteur qui est lié par l'obligation d'acceptation peut satisfaire à l'obligation d'acceptation s'il :
1° dispose d'un plan individuel d'obligation d'acceptation approuvé par l'OVAM ;
2° est directement ou indirectement, via son organisation, par une convention d'adhésion, affilié à un organisme de gestion, tel que visé à l'article 3.2.2.1, à condition que l'organisme de gestion accomplisse les obligations qui lui sont imposées dans la présente section et dans la convention d'obligation d'acceptation. " ;
3° au § 2, alinéa 1er, les mots " Le plan individuel de prévention et de gestion des déchets ou la convention environnementale " sont remplacés par les mots " La convention d'obligation d'acceptation ou le plan individuel d'obligation d'acceptation " ;
4° au § 2, alinéa 1er, 1°, le membre de phrase " , pour le design écologique et pour bouclage qualitatif du cycle, en sus des objectifs imposés de collecte et de traitement " est ajouté ;
5° au § 2, alinéa trois, les mots " le plan individuel de prévention et de gestion des déchets ou la convention environnementale contiennent " sont remplacés par les mots " la convention d'obligation d'acceptation ou le plan individuel d'obligation d'acceptation contiennent " et les mots " Dans une convention environnementale, d'autres sûretés peuvent " sont remplacés par les mots " Dans une convention d'obligation d'acceptation, d'autres sûretés peuvent ".
1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Les modalités d'observation de l'obligation d'acceptation sont arrêtées dans l'un des documents suivants :
1° un plan individuel d'obligation d'acceptation, tel que visé au § 2 et à la sous-section 3.2.3 ;
2° une convention d'obligation d'acceptation, telle que visée au § 2 et à l'article 3.2.2.1/1 " ;
2° il est inséré un paragraphe 1/1, rédigé comme suit :
" § 1/1. Le producteur qui est lié par l'obligation d'acceptation peut satisfaire à l'obligation d'acceptation s'il :
1° dispose d'un plan individuel d'obligation d'acceptation approuvé par l'OVAM ;
2° est directement ou indirectement, via son organisation, par une convention d'adhésion, affilié à un organisme de gestion, tel que visé à l'article 3.2.2.1, à condition que l'organisme de gestion accomplisse les obligations qui lui sont imposées dans la présente section et dans la convention d'obligation d'acceptation. " ;
3° au § 2, alinéa 1er, les mots " Le plan individuel de prévention et de gestion des déchets ou la convention environnementale " sont remplacés par les mots " La convention d'obligation d'acceptation ou le plan individuel d'obligation d'acceptation " ;
4° au § 2, alinéa 1er, 1°, le membre de phrase " , pour le design écologique et pour bouclage qualitatif du cycle, en sus des objectifs imposés de collecte et de traitement " est ajouté ;
5° au § 2, alinéa trois, les mots " le plan individuel de prévention et de gestion des déchets ou la convention environnementale contiennent " sont remplacés par les mots " la convention d'obligation d'acceptation ou le plan individuel d'obligation d'acceptation contiennent " et les mots " Dans une convention environnementale, d'autres sûretés peuvent " sont remplacés par les mots " Dans une convention d'obligation d'acceptation, d'autres sûretés peuvent ".
Art. 13. In artikel 3.2.1.3, § 1, tweede lid, 4°, van hetzelfde besluit worden de woorden "een milieubeleidsovereenkomst of in een individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan" vervangen door de woorden "een aanvaardingsplichtconvenant of in een individueel aanvaardingsplichtplan".
Art. 13. A l'article 3.2.1.3, § 1er, alinéa deux, 4°, du même arrêté, les mots " une convention environnementale ou un plan individuel de prévention et de gestion de déchets " sont remplacés par les mots " une convention d'obligation d'acceptation ou un plan individuel d'obligation d'acceptation ".
Art. 14. In artikel 3.2.1.4, § 3, van hetzelfde besluit worden de woorden "de milieubeleidsovereenkomst of in het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan" vervangen door de woorden "de aanvaardingsplichtconvenant of in het individuele aanvaardingsplichtplan".
Art. 14. A l'article 3.2.1.4, § 3 du même arrêté, les mots " la convention environnementale ou dans le plan individuel de prévention et de gestion de déchets " sont remplacés par les mots " la convention d'obligation d'acceptation ou dans le plan individuel d'obligation d'acceptation ".
Art. 15. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2017, wordt het opschrift van onderafdeling 3.2.2 vervangen door wat volgt:
"Onderafdeling 3.2.2. Collectieve invulling van de aanvaardingsplicht".
"Onderafdeling 3.2.2. Collectieve invulling van de aanvaardingsplicht".
Art. 15. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 décembre 2017, l'intitulé de la sous-section 3.2.2 est remplacé par ce qui suit :
" Sous-section 3.2/2. Concrétisation collective de l'obligation d'acceptation ".
" Sous-section 3.2/2. Concrétisation collective de l'obligation d'acceptation ".
Art. 16. Artikel 3.2.2.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 3.2.2.1. § 1. Een aanvaardingsplichtconvenant kan gesloten worden onder de voorwaarde dat door de organisaties van ondernemingen die producenten vertegenwoordigen waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, een of meer beheersorganismen worden aangewezen die de aanvaardingsplicht van de bij hen aangesloten producenten waarvoor de aanvaardingsplicht geldt op zich nemen.
§ 2. Een beheersorganisme voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° het beheersorganisme is opgericht conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen;
2° het beheersorganisme heeft als statutair doel het ten laste nemen van de aanvaardingsplicht voor rekening van de aangesloten producenten;
3° de beheerders of de personen die de vereniging kunnen verbinden, bezitten hun burgerlijke en politieke rechten;
4° de beheerders of de personen die de vereniging kunnen verbinden, zijn tijdens de laatste vijf jaar niet veroordeeld voor een inbreuk op de milieuwetgeving van de Gewesten of van een lidstaat van de Europese Unie;
5° het beheersorganisme beschikt over de nodige financiële, menselijke en technische middelen om de aanvaardingsplicht te vervullen;
6° het beheersorganisme bedient op homogene wijze het gehele grondgebied waar de producenten hun producten op de markt brengen zodat de inzameling, recyclage en nuttige toepassing van het afval, met het oog op het vervullen van de aanvaardingsplicht, gewaarborgd is.
§ 3. Het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de aanvaardingsplichtconvenant een beheerplan voor de looptijd van de aanvaardingsplichtconvenant ter goedkeuring voor aan de OVAM, waarin het aangeeft hoe het de bepalingen van de aanvaardingsplichtconvenant zal uitvoeren.
Het beheerplan bevat minimaal de uitvoeringsvoorwaarden van de bepalingen in de aanvaardingsplichtconvenant conform artikel 3.2.1.2, § 2.
Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 15 november een actualisatie van het beheerplan voor het volgende kalenderjaar ter goedkeuring voor aan de OVAM.
§ 4. Het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de aanvaardingsplichtconvenant een financieel plan voor de looptijd van de aanvaardingsplichtconvenant voor advies voor aan de OVAM.
Het financieel plan omvat:
1° het budget;
2° de berekening van eventuele bijdragen;
3° het beleid rond provisies en reserves;
4° de wijze van financiering van eventuele verliezen;
5° de wijze van financiering van afgedankte producten waarvan de producent niet meer actief is of geïdentificeerd kan worden. De verantwoordelijkheid van het beheersorganisme is hierbij beperkt tot de producten die bij het op de markt brengen aangegeven werden bij het beheersorganisme. Als dit niet meer kan nagegaan worden, draagt het beheersorganisme een verantwoordelijkheid die overeenstemt met haar aandeel in de markt;
6° het beleggingsbeleid.
In het budget, vermeld in het tweede lid, 1°, wordt als apart onderdeel opgenomen in welke middelen het beheersorganisme voorziet voor preventie en voor het hoogwaardig sluiten van de kringloop bovenop de vastgelegde inzamel- en verwerkingsdoelstellingen. In de aanvaardingsplichtconvenant wordt bepaald welk aandeel van het budget daarvoor ter beschikking gesteld wordt.
Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 15 november een actualisatie van het financieel plan voor het volgende kalenderjaar ter advies voor aan de OVAM.
§ 5. Als het beheersorganisme de inzameling en verwerking organiseert in het kader van een collectief systeem, gebeurt de toewijzing op basis van een lastenboek waarover een openbare bevraging wordt georganiseerd, en wordt de gunningsbeslissing gebaseerd op de in het lastenboek vastgelegde criteria. De lastenboeken moeten voor goedkeuring aan de OVAM worden voorgelegd. Elke wijziging in de lastenboeken moet vooraf goedgekeurd worden. In de aanvaardingsplichtconvenant kan worden afgeweken van de plicht om de toewijzing op basis van een lastenboek te organiseren.
De bepaling in het eerste lid geldt niet in geval van inzameling en/of verwerking in opdracht van individuele producenten of andere actoren op contractuele basis.
§ 6. De OVAM vervult namens het Vlaamse Gewest de rol van waarnemer in de raad van bestuur en de algemene vergadering van het beheersorganisme. De OVAM ontvangt de uitnodigingen daarvoor en verslagen daarvan op tijd.
§ 7. Het beheersorganisme mag de toetreding van geen enkele onderneming weigeren waarop de aanvaardingsplicht van toepassing zou kunnen zijn. Het beheersorganisme kan van die verplichting afwijken als er ernstige redenen zijn en na de goedkeuring van de OVAM.
§ 8. Op verzoek van de OVAM organiseert het beheersorganisme overleg met de representatieve organisaties van alle actoren die bij de uitvoering van de aanvaardingsplicht betrokken zijn.".
"Art. 3.2.2.1. § 1. Een aanvaardingsplichtconvenant kan gesloten worden onder de voorwaarde dat door de organisaties van ondernemingen die producenten vertegenwoordigen waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, een of meer beheersorganismen worden aangewezen die de aanvaardingsplicht van de bij hen aangesloten producenten waarvoor de aanvaardingsplicht geldt op zich nemen.
§ 2. Een beheersorganisme voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° het beheersorganisme is opgericht conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen;
2° het beheersorganisme heeft als statutair doel het ten laste nemen van de aanvaardingsplicht voor rekening van de aangesloten producenten;
3° de beheerders of de personen die de vereniging kunnen verbinden, bezitten hun burgerlijke en politieke rechten;
4° de beheerders of de personen die de vereniging kunnen verbinden, zijn tijdens de laatste vijf jaar niet veroordeeld voor een inbreuk op de milieuwetgeving van de Gewesten of van een lidstaat van de Europese Unie;
5° het beheersorganisme beschikt over de nodige financiële, menselijke en technische middelen om de aanvaardingsplicht te vervullen;
6° het beheersorganisme bedient op homogene wijze het gehele grondgebied waar de producenten hun producten op de markt brengen zodat de inzameling, recyclage en nuttige toepassing van het afval, met het oog op het vervullen van de aanvaardingsplicht, gewaarborgd is.
§ 3. Het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de aanvaardingsplichtconvenant een beheerplan voor de looptijd van de aanvaardingsplichtconvenant ter goedkeuring voor aan de OVAM, waarin het aangeeft hoe het de bepalingen van de aanvaardingsplichtconvenant zal uitvoeren.
Het beheerplan bevat minimaal de uitvoeringsvoorwaarden van de bepalingen in de aanvaardingsplichtconvenant conform artikel 3.2.1.2, § 2.
Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 15 november een actualisatie van het beheerplan voor het volgende kalenderjaar ter goedkeuring voor aan de OVAM.
§ 4. Het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de aanvaardingsplichtconvenant een financieel plan voor de looptijd van de aanvaardingsplichtconvenant voor advies voor aan de OVAM.
Het financieel plan omvat:
1° het budget;
2° de berekening van eventuele bijdragen;
3° het beleid rond provisies en reserves;
4° de wijze van financiering van eventuele verliezen;
5° de wijze van financiering van afgedankte producten waarvan de producent niet meer actief is of geïdentificeerd kan worden. De verantwoordelijkheid van het beheersorganisme is hierbij beperkt tot de producten die bij het op de markt brengen aangegeven werden bij het beheersorganisme. Als dit niet meer kan nagegaan worden, draagt het beheersorganisme een verantwoordelijkheid die overeenstemt met haar aandeel in de markt;
6° het beleggingsbeleid.
In het budget, vermeld in het tweede lid, 1°, wordt als apart onderdeel opgenomen in welke middelen het beheersorganisme voorziet voor preventie en voor het hoogwaardig sluiten van de kringloop bovenop de vastgelegde inzamel- en verwerkingsdoelstellingen. In de aanvaardingsplichtconvenant wordt bepaald welk aandeel van het budget daarvoor ter beschikking gesteld wordt.
Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 15 november een actualisatie van het financieel plan voor het volgende kalenderjaar ter advies voor aan de OVAM.
§ 5. Als het beheersorganisme de inzameling en verwerking organiseert in het kader van een collectief systeem, gebeurt de toewijzing op basis van een lastenboek waarover een openbare bevraging wordt georganiseerd, en wordt de gunningsbeslissing gebaseerd op de in het lastenboek vastgelegde criteria. De lastenboeken moeten voor goedkeuring aan de OVAM worden voorgelegd. Elke wijziging in de lastenboeken moet vooraf goedgekeurd worden. In de aanvaardingsplichtconvenant kan worden afgeweken van de plicht om de toewijzing op basis van een lastenboek te organiseren.
De bepaling in het eerste lid geldt niet in geval van inzameling en/of verwerking in opdracht van individuele producenten of andere actoren op contractuele basis.
§ 6. De OVAM vervult namens het Vlaamse Gewest de rol van waarnemer in de raad van bestuur en de algemene vergadering van het beheersorganisme. De OVAM ontvangt de uitnodigingen daarvoor en verslagen daarvan op tijd.
§ 7. Het beheersorganisme mag de toetreding van geen enkele onderneming weigeren waarop de aanvaardingsplicht van toepassing zou kunnen zijn. Het beheersorganisme kan van die verplichting afwijken als er ernstige redenen zijn en na de goedkeuring van de OVAM.
§ 8. Op verzoek van de OVAM organiseert het beheersorganisme overleg met de representatieve organisaties van alle actoren die bij de uitvoering van de aanvaardingsplicht betrokken zijn.".
Art. 16. L'article 3.2.2.1 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3.2.2.1. § 1er. Une convention d'obligation d'acceptation peut être conclue à condition que les organisations d'entreprises représentant des producteurs qui sont liés par l'obligation d'acceptation, désignent un ou plusieurs organismes de gestion qui assument l'obligation d'acceptation des producteurs affiliés liés par l'obligation d'acceptation.
§ 2. Un organisme de gestion répond à toutes les conditions suivantes :
1° l'organisme de gestion a été créé conformément à la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes ;
2° l'objectif statutaire de l'organisme de gestion est d'assumer l'obligation d'acceptation pour le compte des producteurs affiliés ;
3° les gestionnaires ou les personnes habilitées à engager l'organisation, jouissent de leurs droits civils et politiques ;
4° les gestionnaires ou les personnes habilitées à engager l'organisation, n'ont pendant les cinq dernières années pas fait l'objet d'une condamnation suite à une infraction à la législation en matière d'environnement des Régions ou d'un état-membre de l'Union européenne ;
5° l'organisme de gestion disposé des moyens financiers, humains et techniques nécessaires pour accomplir l'obligation d'acceptation ;
6° l'organisme de gestion dessert de façon homogène l'ensemble du territoire où les producteurs écoulent leurs produits de sorte que la collecte, le recyclage et l'application utile des déchets, du point de vue de l'accomplissement de l'obligation d'acceptation, sont garantis.
§ 3. Au plus tard six mois après la signature de la convention d'obligation d'acceptation, l'organisme de gestion soumet à l'OVAM pour approbation un plan de gestion pour la durée de la convention d'obligation d'acceptation, dans lequel il indique comment il entend exécuter les dispositions de la convention d'obligation d'acceptation.
Le plan de gestion comprend, au minimum, les conditions d'exécution des dispositions reprises dans la convention d'obligation d'acceptation, conformément à l'article 3.2.1.2, § 2.
L'organisme de gestion soumet une actualisation annuelle pour l'année calendaire suivante à l'approbation de l'OVAM et ce avant le 15 novembre.
§ 4. Au plus tard six mois après la signature de la convention d'obligation d'acceptation, l'organisme de gestion soumet un plan financier pour la durée de la convention d'obligation d'acceptation pour avis à l'OVAM.
Le plan financier comprend :
1° le budget ;
2° le calcul d'éventuelles cotisations ;
3° la politique en matière de provisions et de réserves ;
4° le mode de financement d'éventuelles pertes ;
5° le mode de financement de produits en fin de vie dont le producteur n'est plus actif ou ne peut être identifié. La responsabilité de l'organisme de gestion est dans ce cadre limitée aux produits qui ont été déclarés à l'organisme de gestion lors de leur mise sur le marché. Si tel ne peut plus être vérifié, l'organisme de gestion porte une responsabilité correspondant à sa part dans le marché ;
6° la politique de placement de fonds.
Dans le budget, visé à l'alinéa 2, 1°, une partie distincte mentionne les moyens que l'organisme de gestion prévoit pour la prévention et pour le bouclage qualitatif du cycle, en sus des objectifs imposés de collecte et de traitement. La convention d'obligation d'acceptation stipule la part du budget mise à disposition à cet effet.
L'organisme de gestion soumet une actualisation annuelle pour l'année calendaire suivante à l'avis de l'OVAM et ce avant le 15 novembre.
§ 5. Si l'organisme de gestion organise la collecte et le traitement dans le cadre d'un système collectif, l'adjudication se fait sur la base d'un cahier des charges faisant l'objet d'une enquête publique et la décision d'attribution est basée sur les critères fixés dans le cahier des charges. Les cahiers des charges doivent être soumis à l'OVAM pour approbation. Toute modification dans les cahiers des charges doit être approuvée au préalable. Dans la convention d'obligation d'acceptation, il peut être dérogé de l'obligation d'organiser l'adjudication sur la base d'un cahier des charges.
La disposition du premier alinéa ne s'applique pas dans le cas d'une collecte et/ou d'un traitement pour le compte de producteurs individuels ou d'autres acteurs sur une base contractuelle.
§ 6. L'OVAM remplit le rôle d'observateur au conseil d'administration et à l'assemblée générale de l'organisme de gestion au nom de la région flamande. L'OVAM reçoit les invitations et les rapports y afférents à temps.
§ 7. L'organisme de gestion ne peut refuser l'adhésion d'aucune entreprise à laquelle pourrait s'appliquer l'obligation d'acceptation. L'organisme de gestion peut déroger à cette obligation pour des raisons graves et après approbation de l'OVAM.
§ 8. A la demande de l'OVAM, l'organisme de gestion organise une concertation avec les organisations représentatives de tous les acteurs associés à la mise en oeuvre de l'obligation d'acceptation. ".
" Art. 3.2.2.1. § 1er. Une convention d'obligation d'acceptation peut être conclue à condition que les organisations d'entreprises représentant des producteurs qui sont liés par l'obligation d'acceptation, désignent un ou plusieurs organismes de gestion qui assument l'obligation d'acceptation des producteurs affiliés liés par l'obligation d'acceptation.
§ 2. Un organisme de gestion répond à toutes les conditions suivantes :
1° l'organisme de gestion a été créé conformément à la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes ;
2° l'objectif statutaire de l'organisme de gestion est d'assumer l'obligation d'acceptation pour le compte des producteurs affiliés ;
3° les gestionnaires ou les personnes habilitées à engager l'organisation, jouissent de leurs droits civils et politiques ;
4° les gestionnaires ou les personnes habilitées à engager l'organisation, n'ont pendant les cinq dernières années pas fait l'objet d'une condamnation suite à une infraction à la législation en matière d'environnement des Régions ou d'un état-membre de l'Union européenne ;
5° l'organisme de gestion disposé des moyens financiers, humains et techniques nécessaires pour accomplir l'obligation d'acceptation ;
6° l'organisme de gestion dessert de façon homogène l'ensemble du territoire où les producteurs écoulent leurs produits de sorte que la collecte, le recyclage et l'application utile des déchets, du point de vue de l'accomplissement de l'obligation d'acceptation, sont garantis.
§ 3. Au plus tard six mois après la signature de la convention d'obligation d'acceptation, l'organisme de gestion soumet à l'OVAM pour approbation un plan de gestion pour la durée de la convention d'obligation d'acceptation, dans lequel il indique comment il entend exécuter les dispositions de la convention d'obligation d'acceptation.
Le plan de gestion comprend, au minimum, les conditions d'exécution des dispositions reprises dans la convention d'obligation d'acceptation, conformément à l'article 3.2.1.2, § 2.
L'organisme de gestion soumet une actualisation annuelle pour l'année calendaire suivante à l'approbation de l'OVAM et ce avant le 15 novembre.
§ 4. Au plus tard six mois après la signature de la convention d'obligation d'acceptation, l'organisme de gestion soumet un plan financier pour la durée de la convention d'obligation d'acceptation pour avis à l'OVAM.
Le plan financier comprend :
1° le budget ;
2° le calcul d'éventuelles cotisations ;
3° la politique en matière de provisions et de réserves ;
4° le mode de financement d'éventuelles pertes ;
5° le mode de financement de produits en fin de vie dont le producteur n'est plus actif ou ne peut être identifié. La responsabilité de l'organisme de gestion est dans ce cadre limitée aux produits qui ont été déclarés à l'organisme de gestion lors de leur mise sur le marché. Si tel ne peut plus être vérifié, l'organisme de gestion porte une responsabilité correspondant à sa part dans le marché ;
6° la politique de placement de fonds.
Dans le budget, visé à l'alinéa 2, 1°, une partie distincte mentionne les moyens que l'organisme de gestion prévoit pour la prévention et pour le bouclage qualitatif du cycle, en sus des objectifs imposés de collecte et de traitement. La convention d'obligation d'acceptation stipule la part du budget mise à disposition à cet effet.
L'organisme de gestion soumet une actualisation annuelle pour l'année calendaire suivante à l'avis de l'OVAM et ce avant le 15 novembre.
§ 5. Si l'organisme de gestion organise la collecte et le traitement dans le cadre d'un système collectif, l'adjudication se fait sur la base d'un cahier des charges faisant l'objet d'une enquête publique et la décision d'attribution est basée sur les critères fixés dans le cahier des charges. Les cahiers des charges doivent être soumis à l'OVAM pour approbation. Toute modification dans les cahiers des charges doit être approuvée au préalable. Dans la convention d'obligation d'acceptation, il peut être dérogé de l'obligation d'organiser l'adjudication sur la base d'un cahier des charges.
La disposition du premier alinéa ne s'applique pas dans le cas d'une collecte et/ou d'un traitement pour le compte de producteurs individuels ou d'autres acteurs sur une base contractuelle.
§ 6. L'OVAM remplit le rôle d'observateur au conseil d'administration et à l'assemblée générale de l'organisme de gestion au nom de la région flamande. L'OVAM reçoit les invitations et les rapports y afférents à temps.
§ 7. L'organisme de gestion ne peut refuser l'adhésion d'aucune entreprise à laquelle pourrait s'appliquer l'obligation d'acceptation. L'organisme de gestion peut déroger à cette obligation pour des raisons graves et après approbation de l'OVAM.
§ 8. A la demande de l'OVAM, l'organisme de gestion organise une concertation avec les organisations représentatives de tous les acteurs associés à la mise en oeuvre de l'obligation d'acceptation. ".
Art. 17. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2017, wordt een artikel 3.2.2.1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 3.2.2.1/1. § 1. Een aanvaardingsplichtconvenant wordt gesloten tussen de OVAM en een of meer organisaties van ondernemingen die producenten vertegenwoordigen waarop de aanvaardingsplicht van toepassing is. Op verzoek van de partijen kunnen andere actoren toetreden tot de aanvaardingsplichtconvenant.
De organisaties van ondernemingen, vermeld in het eerste lid, moeten rechtspersoonlijkheid bezitten en door hun leden of een groep ervan gemandateerd zijn om een aanvaardingsplichtconvenant te sluiten en de betrokken leden daardoor te verbinden.
§ 2. Een aanvaardingsplichtconvenant kan niet in minder strenge zin afwijken van de bepalingen van dit hoofdstuk.
§ 3. Een aanvaardingsplichtconvenant is verbindend voor de partijen. Naargelang van wat bepaald is in de aanvaardingsplichtconvenant, is ze ook verbindend voor al de leden van de organisaties van ondernemingen die conform paragraaf 1, tweede lid, een mandaat hebben gegeven, tenzij een producent via een individueel aanvaardingsplichtplan of een andere aanvaardingsplichtconvenant aan zijn aanvaardingsplicht voldoet.
§ 4. Voor de ondertekening van de aanvaardingsplichtconvenant wordt een consultatie georganiseerd waarbij de belanghebbende partijen actief betrokken worden en de mogelijkheid krijgen om hun standpunt over de aanvaardingsplichtconvenant kenbaar te maken bij de partijen die de aanvaardingsplichtconvenant gaan ondertekenen.
§ 5. Een aanvaardingsplichtconvenant wordt, na ondertekening door de partijen, integraal bekendgemaakt op de website van de OVAM.
§ 6. In een aanvaardingsplichtconvenant wordt de looptijd van de convenant opgenomen.
Een aanvaardingsplichtconvenant wordt gesloten voor een bepaalde termijn van acht jaar. Als dat gemotiveerd wordt, is een kortere looptijd mogelijk.
De looptijd van een aanvaardingsplichtconvenant kan, na akkoord door alle partijen, eenmalig worden verlengd met twee jaar. Voor een verlenging wordt opnieuw een consultatie georganiseerd als vermeld in paragraaf 4. De verlenging van de looptijd wordt bekendgemaakt op de website van de OVAM.
§ 7. Tijdens de looptijd van de aanvaardingsplichtconvenant kunnen de partijen overeenkomen om ze te wijzigen. De wijzigingen worden bekendgemaakt op de website van de OVAM.
§ 8. De partijen kunnen op elk moment een aanvaardingsplichtconvenant opzeggen, op voorwaarde dat ze een opzeggingstermijn in acht nemen. Behalve als er een andersluidend beding in de aanvaardingsplichtconvenant is, bedraagt die opzegtermijn zes maanden. In geen geval mag de opzeggingstermijn die in de aanvaardingsplichtconvenant bepaald is, langer zijn dan een jaar. Elke langere termijn wordt van rechtswege herleid tot een jaar. De opzegging wordt op straffe van nietigheid meegedeeld met een beveiligde zending. De opzeggingstermijn begint te lopen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de kennisgeving.".
"Art. 3.2.2.1/1. § 1. Een aanvaardingsplichtconvenant wordt gesloten tussen de OVAM en een of meer organisaties van ondernemingen die producenten vertegenwoordigen waarop de aanvaardingsplicht van toepassing is. Op verzoek van de partijen kunnen andere actoren toetreden tot de aanvaardingsplichtconvenant.
De organisaties van ondernemingen, vermeld in het eerste lid, moeten rechtspersoonlijkheid bezitten en door hun leden of een groep ervan gemandateerd zijn om een aanvaardingsplichtconvenant te sluiten en de betrokken leden daardoor te verbinden.
§ 2. Een aanvaardingsplichtconvenant kan niet in minder strenge zin afwijken van de bepalingen van dit hoofdstuk.
§ 3. Een aanvaardingsplichtconvenant is verbindend voor de partijen. Naargelang van wat bepaald is in de aanvaardingsplichtconvenant, is ze ook verbindend voor al de leden van de organisaties van ondernemingen die conform paragraaf 1, tweede lid, een mandaat hebben gegeven, tenzij een producent via een individueel aanvaardingsplichtplan of een andere aanvaardingsplichtconvenant aan zijn aanvaardingsplicht voldoet.
§ 4. Voor de ondertekening van de aanvaardingsplichtconvenant wordt een consultatie georganiseerd waarbij de belanghebbende partijen actief betrokken worden en de mogelijkheid krijgen om hun standpunt over de aanvaardingsplichtconvenant kenbaar te maken bij de partijen die de aanvaardingsplichtconvenant gaan ondertekenen.
§ 5. Een aanvaardingsplichtconvenant wordt, na ondertekening door de partijen, integraal bekendgemaakt op de website van de OVAM.
§ 6. In een aanvaardingsplichtconvenant wordt de looptijd van de convenant opgenomen.
Een aanvaardingsplichtconvenant wordt gesloten voor een bepaalde termijn van acht jaar. Als dat gemotiveerd wordt, is een kortere looptijd mogelijk.
De looptijd van een aanvaardingsplichtconvenant kan, na akkoord door alle partijen, eenmalig worden verlengd met twee jaar. Voor een verlenging wordt opnieuw een consultatie georganiseerd als vermeld in paragraaf 4. De verlenging van de looptijd wordt bekendgemaakt op de website van de OVAM.
§ 7. Tijdens de looptijd van de aanvaardingsplichtconvenant kunnen de partijen overeenkomen om ze te wijzigen. De wijzigingen worden bekendgemaakt op de website van de OVAM.
§ 8. De partijen kunnen op elk moment een aanvaardingsplichtconvenant opzeggen, op voorwaarde dat ze een opzeggingstermijn in acht nemen. Behalve als er een andersluidend beding in de aanvaardingsplichtconvenant is, bedraagt die opzegtermijn zes maanden. In geen geval mag de opzeggingstermijn die in de aanvaardingsplichtconvenant bepaald is, langer zijn dan een jaar. Elke langere termijn wordt van rechtswege herleid tot een jaar. De opzegging wordt op straffe van nietigheid meegedeeld met een beveiligde zending. De opzeggingstermijn begint te lopen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de kennisgeving.".
Art. 17. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 décembre 2017, il est inséré un article 3.2.2.1/1 rédigé comme suit :
" Art. 3.2.2.1/1. § 1er. Une convention d'obligation d'acceptation est conclue entre l'OVAM et une ou plusieurs organisations d'entreprises représentant des producteurs liés par l'obligation d'acceptation. A la demande des parties, les autres acteurs peuvent adhérer à la convention d'obligation d'acceptation.
Les organisations d'entreprises, visées à l'alinéa 1er, doivent avoir la personnalité juridique et être mandatées par leurs membres ou un groupe de ceux-ci pour conclure une convention d'obligation d'acceptation, liant ainsi les membres concernés.
§ 2. Une convention d'obligation d'acceptation ne peut déroger des dispositions du présent chapitre dans un sens moins rigoureux.
§ 3. Une convention d'obligation d'acceptation engage les parties. En fonction des dispositions de la convention d'obligation d'acceptation, elle engage également tous les membres des organisations d'entreprises qui ont donné un mandat conformément au § 1er, alinéa 2, à moins qu'un producteur ne se conforme à son obligation d'acceptation via un plan individuel d'obligation d'acceptation ou une autre convention d'obligation d'acceptation.
§ 4. Avant la signature de la convention d'obligation d'acceptation, une consultation est organisée, à laquelle les parties intéressées sont activement associées et auront la possibilité d'exprimer leur point de vue sur la convention d'obligation d'acceptation aux parties qui signeront la convention d'obligation d'acceptation.
§ 5. Une convention d'obligation d'acceptation est publiée intégralement sur le site web de l'OVAM, après sa signature par les parties.
§ 6. La convention d'obligation d'acceptation mentionne la durée de la convention.
Une convention d'obligation d'acceptation est conclue pour une durée déterminée de huit ans. Moyennant une motivation, une durée plus courte est possible.
La durée d'une convention d'obligation d'acceptation peut, sous réserve de l'accord de toutes les parties, à titre unique être prolongée pour une période de deux ans. Pour une prolongation, une nouvelle consultation, telle que visée au § 4, sera organisée. La prolongation de la durée est publiée sur le site web de l'OVAM.
§ 7. Au cours de la durée de la convention d'obligation d'acceptation, les parties peuvent convenir de la modifier. Les modifications sont publiées sur le site Web de l'OVAM.
§ 8. Les parties peuvent à tout moment résilier une convention d'obligation d'acceptation, moyennant le respect d'un délai de préavis. Sauf stipulation contraire dans la convention d'obligation d'acceptation, le délai de préavis est de six mois. Le délai de préavis fixé dans la convention d'obligation d'acceptation ne peut en aucun cas être supérieur à un an. Tout délai plus long est d'office ramené à un an. La résiliation est, sous peine de nullité, communiquée par envoi sécurisé. Le délai de préavis prend cours à partir du premier jour du mois suivant la notification. ".
" Art. 3.2.2.1/1. § 1er. Une convention d'obligation d'acceptation est conclue entre l'OVAM et une ou plusieurs organisations d'entreprises représentant des producteurs liés par l'obligation d'acceptation. A la demande des parties, les autres acteurs peuvent adhérer à la convention d'obligation d'acceptation.
Les organisations d'entreprises, visées à l'alinéa 1er, doivent avoir la personnalité juridique et être mandatées par leurs membres ou un groupe de ceux-ci pour conclure une convention d'obligation d'acceptation, liant ainsi les membres concernés.
§ 2. Une convention d'obligation d'acceptation ne peut déroger des dispositions du présent chapitre dans un sens moins rigoureux.
§ 3. Une convention d'obligation d'acceptation engage les parties. En fonction des dispositions de la convention d'obligation d'acceptation, elle engage également tous les membres des organisations d'entreprises qui ont donné un mandat conformément au § 1er, alinéa 2, à moins qu'un producteur ne se conforme à son obligation d'acceptation via un plan individuel d'obligation d'acceptation ou une autre convention d'obligation d'acceptation.
§ 4. Avant la signature de la convention d'obligation d'acceptation, une consultation est organisée, à laquelle les parties intéressées sont activement associées et auront la possibilité d'exprimer leur point de vue sur la convention d'obligation d'acceptation aux parties qui signeront la convention d'obligation d'acceptation.
§ 5. Une convention d'obligation d'acceptation est publiée intégralement sur le site web de l'OVAM, après sa signature par les parties.
§ 6. La convention d'obligation d'acceptation mentionne la durée de la convention.
Une convention d'obligation d'acceptation est conclue pour une durée déterminée de huit ans. Moyennant une motivation, une durée plus courte est possible.
La durée d'une convention d'obligation d'acceptation peut, sous réserve de l'accord de toutes les parties, à titre unique être prolongée pour une période de deux ans. Pour une prolongation, une nouvelle consultation, telle que visée au § 4, sera organisée. La prolongation de la durée est publiée sur le site web de l'OVAM.
§ 7. Au cours de la durée de la convention d'obligation d'acceptation, les parties peuvent convenir de la modifier. Les modifications sont publiées sur le site Web de l'OVAM.
§ 8. Les parties peuvent à tout moment résilier une convention d'obligation d'acceptation, moyennant le respect d'un délai de préavis. Sauf stipulation contraire dans la convention d'obligation d'acceptation, le délai de préavis est de six mois. Le délai de préavis fixé dans la convention d'obligation d'acceptation ne peut en aucun cas être supérieur à un an. Tout délai plus long est d'office ramené à un an. La résiliation est, sous peine de nullité, communiquée par envoi sécurisé. Le délai de préavis prend cours à partir du premier jour du mois suivant la notification. ".
Art. 18. In artikel 3.2.2.2, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "milieubeleidsovereenkomst" vervangen door het woord "aanvaardingsplichtconvenant".
Art. 18. Dans l'article 3.2.2.2, § 1er, alinéa premier du même décret, les mots " convention environnementale " sont remplacés par les mots " convention d'obligation d'acceptation ".
Art. 19. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2017, wordt het opschrift van onderafdeling 3.2.3 vervangen door wat volgt:
"Onderafdeling 3.2.3. Individuele invulling van de aanvaardingsplicht".
"Onderafdeling 3.2.3. Individuele invulling van de aanvaardingsplicht".
Art. 19. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 décembre 2017, l'intitulé de la sous-section 3.2.3 est remplacé par ce qui suit :
" Sous-section 3.2/3. Concrétisation individuelle de l'obligation d'acceptation ".
" Sous-section 3.2/3. Concrétisation individuelle de l'obligation d'acceptation ".
Art. 20. In artikel 3.2.3.1, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan" worden telkens vervangen door de woorden "individuele aanvaardingsplichtplan";
2° aan punt 2° wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"d) de omschrijving van de wijze waarop de producent garandeert dat er geen kosten, voortkomend uit de aanvaardingsplicht voor producten die door hem op de markt zijn gebracht, zullen worden afgewenteld op andere producenten;".
1° de woorden "individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan" worden telkens vervangen door de woorden "individuele aanvaardingsplichtplan";
2° aan punt 2° wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"d) de omschrijving van de wijze waarop de producent garandeert dat er geen kosten, voortkomend uit de aanvaardingsplicht voor producten die door hem op de markt zijn gebracht, zullen worden afgewenteld op andere producenten;".
Art. 20. A l'article 3.2.3.1, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " plan individuel de prévention et de gestion de déchets " sont chaque fois remplacés par les mots " plan individuel d'obligation d'acceptation " ;
2° au 2°, il est ajouté un point d), rédigé comme suit :
" d) la description de la manière dont le producteur assure qu'aucun coût résultant de l'obligation d'acceptation pour des produits qu'il a mis sur le marché, ne sera répercuté sur d'autres producteurs ;".
1° les mots " plan individuel de prévention et de gestion de déchets " sont chaque fois remplacés par les mots " plan individuel d'obligation d'acceptation " ;
2° au 2°, il est ajouté un point d), rédigé comme suit :
" d) la description de la manière dont le producteur assure qu'aucun coût résultant de l'obligation d'acceptation pour des produits qu'il a mis sur le marché, ne sera répercuté sur d'autres producteurs ;".
Art. 21. In artikel 3.2.3.2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan" worden telkens vervangen door de woorden "individuele aanvaardingsplichtplan" en de woorden "aangetekende brief" worden telkens vervangen door de woorden "beveiligde zending";
2° er wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° een individueel aanvaardingsplichtplan wordt, na goedkeuring door de OVAM, bekendgemaakt op de website van de OVAM.".
1° de woorden "individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan" worden telkens vervangen door de woorden "individuele aanvaardingsplichtplan" en de woorden "aangetekende brief" worden telkens vervangen door de woorden "beveiligde zending";
2° er wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"5° een individueel aanvaardingsplichtplan wordt, na goedkeuring door de OVAM, bekendgemaakt op de website van de OVAM.".
Art. 21. A l'article 3.2.3.2 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " plan individuel de prévention et de gestion de déchets " sont chaque fois remplacés par les mots " plan individuel d'obligation d'acceptation " et les mots " lettre recommandée " sont chaque fois remplacés par les mots " envoi sécurisé " ;
2° il est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
"5° un plan individuel d'obligation d'acceptation est publié sur le site Internet de l'OVAM après approbation par l'OVAM. ".
1° les mots " plan individuel de prévention et de gestion de déchets " sont chaque fois remplacés par les mots " plan individuel d'obligation d'acceptation " et les mots " lettre recommandée " sont chaque fois remplacés par les mots " envoi sécurisé " ;
2° il est ajouté un point 5°, rédigé comme suit :
"5° un plan individuel d'obligation d'acceptation est publié sur le site Internet de l'OVAM après approbation par l'OVAM. ".
Art. 22. In artikel 3.2.3.3 van hetzelfde besluit worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 22. A l'article 3.2.3.3 du même arrêté, les mots " lettre recommandée " sont remplacés par les mots " envoi sécurisé ".
Art. 23. In artikel 3.2.3.4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het woord "aangetekende brief" wordt vervangen door het woord "beveiligde zending";
2° in de punten 3° en 4° worden de woorden "individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan" vervangen door de woorden "individuele aanvaardingsplichtplan".
1° het woord "aangetekende brief" wordt vervangen door het woord "beveiligde zending";
2° in de punten 3° en 4° worden de woorden "individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan" vervangen door de woorden "individuele aanvaardingsplichtplan".
Art. 23. A l'article 3.2.3.4 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " lettre recommandée " sont remplacés par les mots " envoi sécurisé " ;
2° aux 3° et 4°, les mots " plan individuel de prévention et de gestion de déchets " sont remplacés par les mots " plan individuel d'obligation d'acceptation ".
1° les mots " lettre recommandée " sont remplacés par les mots " envoi sécurisé " ;
2° aux 3° et 4°, les mots " plan individuel de prévention et de gestion de déchets " sont remplacés par les mots " plan individuel d'obligation d'acceptation ".
Art. 24. In artikel 3.2.3.5 van hetzelfde besluit worden de woorden "afvalpreventie- en afvalbeheerplan" vervangen door de woorden "individuele aanvaardingsplichtplan".
Art. 24. Dans l'article 3.2.3.5 du même arrêté, les mots " plan individuel de prévention et de gestion de déchets " sont remplacés par les mots " plan individuel d'obligation d'acceptation ".
Art. 25. In artikel 3.4.2.2, § 2, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden "afgewerkte olie" vervangen door het woord "afvalolie".
Art. 25. Dans la version néerlandaise de l'article 3.4.2.2, § 2, 2°, du même arrêté, les mots "afgewerkte olie" sont remplacés par les mots "afvalolie".
Art. 26. In artikel 3.4.2.3 van hetzelfde besluit worden de woorden "Het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst" vervangen door de woorden "Het individuele aanvaardingsplichtplan en de aanvaardingsplichtconvenant".
Art. 26. A l'article 3.4.2.3 du même arrêté, les mots " Le plan individuel de prévention et de gestion de déchets et la convention environnementale " sont remplacés par les mots " Le plan individuel d'obligation d'acceptation et la convention d'obligation d'acceptation ".
Art. 27. In artikel 3.4.3.3 van hetzelfde besluit worden de woorden "Het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst" vervangen door de woorden "Het individuele aanvaardingsplichtplan en de aanvaardingsplichtconvenant".
Art. 27. A l'article 3.4.3.3 du même arrêté, les mots " Le plan individuel de prévention et de traitement des déchets et la convention environnementale " sont remplacés par les mots " Le plan individuel d'obligation d'acceptation et la convention d'obligation d'acceptation ".
Art. 28. In artikel 3.4.5.3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 november 2013 en 22 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de zinsnede "in artikel 3.2.2.1, 2° " wordt telkens vervangen door de zinsnede "in artikel 3.2.2.1, § 1";
2° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt:
"De producenten van batterijen en accu's, of de personen die door hen zijn aangesteld, halen op verzoek van de exploitant gratis alle afgedankte batterijen en accu's op die in het Vlaamse Gewest ontstaan in inrichtingen die vergund zijn voor de ontmanteling van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, in erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen of in inrichtingen die vergund zijn voor de ontmanteling van andere gebruiksgoederen.".
1° de zinsnede "in artikel 3.2.2.1, 2° " wordt telkens vervangen door de zinsnede "in artikel 3.2.2.1, § 1";
2° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt:
"De producenten van batterijen en accu's, of de personen die door hen zijn aangesteld, halen op verzoek van de exploitant gratis alle afgedankte batterijen en accu's op die in het Vlaamse Gewest ontstaan in inrichtingen die vergund zijn voor de ontmanteling van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, in erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen of in inrichtingen die vergund zijn voor de ontmanteling van andere gebruiksgoederen.".
Art. 28. A l'article 3.4.5.3 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 29 novembre 2013 et 22 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° le membre de phrase " à l'article 3.2.2.1, 2° " est remplacé à chaque fois par le membre de phrase " à l'article 3.2.2.1, § 1er " ;
2° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
Les producteurs de piles et d'accumulateurs, ou les personnes désignées par eux, collectent gratuitement à la demande de l'exploitant tous les piles et accumulateurs usagés qui se trouvent dans des établissements autorisés au démantèlement d'appareils électriques et électroniques mis au rebut, dans les centres agréés pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut ou dans des établissements autorisés pour le démantèlement d'autres biens de consommation. ".
1° le membre de phrase " à l'article 3.2.2.1, 2° " est remplacé à chaque fois par le membre de phrase " à l'article 3.2.2.1, § 1er " ;
2° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
Les producteurs de piles et d'accumulateurs, ou les personnes désignées par eux, collectent gratuitement à la demande de l'exploitant tous les piles et accumulateurs usagés qui se trouvent dans des établissements autorisés au démantèlement d'appareils électriques et électroniques mis au rebut, dans les centres agréés pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut ou dans des établissements autorisés pour le démantèlement d'autres biens de consommation. ".
Art. 29. In artikel 3.4.5.4 van hetzelfde besluit worden de woorden "Het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst" vervangen door de woorden "Het individuele aanvaardingsplichtplan en de aanvaardingsplichtconvenant".
Art. 29. A l'article 3.4.5.4 du même arrêté, les mots " Le plan individuel de prévention et de gestion de déchets et la convention environnementale " sont remplacés par les mots " Le plan individuel d'obligation d'acceptation et la convention d'obligation d'acceptation ".
Art. 30. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2017, wordt het opschrift van onderafdeling 3.4.6 vervangen door wat volgt:
"Onderafdeling 3.4.6. Afvalolie".
"Onderafdeling 3.4.6. Afvalolie".
Art. 30. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 décembre 2017, l'intitulé de la sous-section 3.4.6 est remplacé par ce qui suit :
" Sous-section 3.4.6. Huile usagée ".
" Sous-section 3.4.6. Huile usagée ".
Art. 31. In artikel 3.4.6.1, eerste lid van hetzelfde besluit worden de woorden "afgewerkte olie" telkens vervangen door het woord "afvalolie".
Art. 31. Dans la version néerlandaise de l'article 3.4.6.1, alinéa premier, du même arrêté, les mots " afgewerkte olie " sont chaque fois remplacés par le mot " afvalolie ".
Art. 32. In artikel 3.4.6.2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "afgewerkte olie" worden telkens vervangen door het woord "afvalolie";
2° in het tweede lid wordt de zin "Minstens 85% van de ingezamelde afgewerkte olie wordt verwerkt door middel van regeneratie van afgewerkte olie, herraffinage of ander hergebruik, en het resterende deel wordt maximaal verbrand met terugwinning van energie." vervangen door de zin "Minstens 90% van de ingezamelde afvalolie wordt verwerkt door middel van regeneratie of andere recyclinghandelingen die gelijkwaardige of betere algehele milieuresultaten opleveren dan regeneratie. Het resterende deel wordt maximaal verbrand met terugwinning van energie.".
1° de woorden "afgewerkte olie" worden telkens vervangen door het woord "afvalolie";
2° in het tweede lid wordt de zin "Minstens 85% van de ingezamelde afgewerkte olie wordt verwerkt door middel van regeneratie van afgewerkte olie, herraffinage of ander hergebruik, en het resterende deel wordt maximaal verbrand met terugwinning van energie." vervangen door de zin "Minstens 90% van de ingezamelde afvalolie wordt verwerkt door middel van regeneratie of andere recyclinghandelingen die gelijkwaardige of betere algehele milieuresultaten opleveren dan regeneratie. Het resterende deel wordt maximaal verbrand met terugwinning van energie.".
Art. 32. A l'article 3.4.6.2 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans la version néerlandaise, les mots " afgewerkte olie " sont chaque fois remplacés par le mot " afvalolie " ;
2° à l'alinéa deux, la phrase " Au moins 85 % de l'huile usagée collectée seront traités par la régénération de l'huile usagée, le raffinage ou la réutilisation et la partie résiduelle sera incinérée au maximum avec récupération de l'énergie. " est remplacée par la phrase " Au moins 90% de l'huile usagée collectée seront traités au moyen d'un processus de régénération ou d'autres opérations de recyclage produisant des résultats environnementaux généralement équivalents ou meilleurs que la régénération. La partie résiduelle sera incinérée au maximum avec récupération de l'énergie. "
1° dans la version néerlandaise, les mots " afgewerkte olie " sont chaque fois remplacés par le mot " afvalolie " ;
2° à l'alinéa deux, la phrase " Au moins 85 % de l'huile usagée collectée seront traités par la régénération de l'huile usagée, le raffinage ou la réutilisation et la partie résiduelle sera incinérée au maximum avec récupération de l'énergie. " est remplacée par la phrase " Au moins 90% de l'huile usagée collectée seront traités au moyen d'un processus de régénération ou d'autres opérations de recyclage produisant des résultats environnementaux généralement équivalents ou meilleurs que la régénération. La partie résiduelle sera incinérée au maximum avec récupération de l'énergie. "
Art. 33. In artikel 3.4.6.3 hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "Het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst" worden vervangen door de woorden "Het individuele aanvaardingsplichtplan en de aanvaardingsplichtconvenant" en het woord "milieubeleidsovereenkomst" door het woord "aanvaardingsplichtconvenant";
2° de woorden "afgewerkte olie" worden telkens vervangen door het woord "afvalolie".
1° de woorden "Het individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan en de milieubeleidsovereenkomst" worden vervangen door de woorden "Het individuele aanvaardingsplichtplan en de aanvaardingsplichtconvenant" en het woord "milieubeleidsovereenkomst" door het woord "aanvaardingsplichtconvenant";
2° de woorden "afgewerkte olie" worden telkens vervangen door het woord "afvalolie".
Art. 33. A l'article 3.4.6.3 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " Le plan individuel de prévention et de gestion de déchets et la convention environnementale " sont remplacés par les mots " Le plan individuel d'obligation d'acceptation et la convention d'obligation d'acceptation " et les mots " convention environnementale " par les mots " convention d'obligation d'acceptation " ;
2° dans la version néerlandaise, les mots " afgewerkte olie " sont chaque fois remplacés par le mot " afvalolie ".
1° les mots " Le plan individuel de prévention et de gestion de déchets et la convention environnementale " sont remplacés par les mots " Le plan individuel d'obligation d'acceptation et la convention d'obligation d'acceptation " et les mots " convention environnementale " par les mots " convention d'obligation d'acceptation " ;
2° dans la version néerlandaise, les mots " afgewerkte olie " sont chaque fois remplacés par le mot " afvalolie ".
Art. 34. In artikel 3.4.6.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, worden de woorden "afgewerkte olie" telkens vervangen door het woord "afvalolie".
Art. 34. Dans la version néerlandaise de l'article 3.4.6.4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 novembre 2012, les mots " afgewerkte olie " sont chaque fois remplacés par le mot " afvalolie ".
Art. 35. In artikel 4.1.2, 6°, en 16°, g), van hetzelfde besluit worden de woorden "afgewerkte olie" vervangen door het woord "afvalolie".
Art. 35. Dans la version néerlandaise de l'article 4.1.2, 6° et 16°, g) du même arrêté, les mots " afgewerkte olie " sont remplacés par le mot " afvalolie ".
Art. 36. Aan artikel 4.1.3, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2016, wordt de zinsnede "of als vermeld in verordening (EU) 2017/997 van de Raad van 8 juni 2017 tot wijziging van bijlage III bij Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de gevaarlijke eigenschap HP 14 "Ecotoxisch"" toegevoegd.
Art. 36. A l'article 4.1.3, alinéa deux, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2016, le membre de phrase " ou telles que visées au règlement (UE) 2017/997 du Conseil du 8 juin 2017 modifiant l'annexe III de la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne la propriété dangereuse HP 14 " Ecotoxique " ets ajouté.
Art. 37. In artikel 4.1.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 september 2016 en 10 februari 2017, worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 37. A l'article 4.1.4 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 septembre 2016 et 10 février 2017, les mots " lettre recommandée " sont remplacés par les mots " envoi sécurisé ".
Art. 38. In artikel 4.3.2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012, 16 november 2012, 23 september 2016 en 22 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, punt 10°, worden de woorden "afgewerkte olie" vervangen door het woord "afvalolie";
2° aan het eerste lid worden een punt 23° en een punt 24° toegevoegd, die luiden als volgt:
"23° keukenafval en etensresten;
24° levensmiddelenafval.";
3° er wordt na het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Het eerste lid, 23° en 24°, geldt voor:
1° bedrijven en instellingen, waar regelmatig en minstens éénmaal per week warme maaltijden worden geserveerd of bereid:
a) onderwijsinstellingen met meer dan driehonderd leerlingen;
b) ziekenhuizen en psychiatrische ziekenhuizen met meer dan vijfentwintig erkende bedden;
c) woonzorgcentra met een erkende capaciteit van meer dan dertig bedden;
d) penitentiaire centra;
e) kazernes van de strijdmachten met meer dan honderd werknemers;
f) bedrijven en instellingen met meer dan honderd werknemers;
g) restaurants, brasserieën en hotels met meer dan vijftig maaltijden per dag;
h) feestzalen en polyvalente zalen met een capaciteit van meer van tweehonderdvijftig zitplaatsen;
i) cateringbedrijven.
2° super- en hypermarkten met een netto verkoopsoppervlakte van vierhonderd vierkante meter.".
1° in het eerste lid, punt 10°, worden de woorden "afgewerkte olie" vervangen door het woord "afvalolie";
2° aan het eerste lid worden een punt 23° en een punt 24° toegevoegd, die luiden als volgt:
"23° keukenafval en etensresten;
24° levensmiddelenafval.";
3° er wordt na het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Het eerste lid, 23° en 24°, geldt voor:
1° bedrijven en instellingen, waar regelmatig en minstens éénmaal per week warme maaltijden worden geserveerd of bereid:
a) onderwijsinstellingen met meer dan driehonderd leerlingen;
b) ziekenhuizen en psychiatrische ziekenhuizen met meer dan vijfentwintig erkende bedden;
c) woonzorgcentra met een erkende capaciteit van meer dan dertig bedden;
d) penitentiaire centra;
e) kazernes van de strijdmachten met meer dan honderd werknemers;
f) bedrijven en instellingen met meer dan honderd werknemers;
g) restaurants, brasserieën en hotels met meer dan vijftig maaltijden per dag;
h) feestzalen en polyvalente zalen met een capaciteit van meer van tweehonderdvijftig zitplaatsen;
i) cateringbedrijven.
2° super- en hypermarkten met een netto verkoopsoppervlakte van vierhonderd vierkante meter.".
Art. 38. A l'article 4.3.2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 4 mai 2012, 16 novembre 2012, 23 septembre 2016 et 22 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans la version néerlandaise de l'alinéa premier, 10°, les mots " afgewerkte olie " sont remplacés par le mot " afvalolie ".
2° l'alinéa premier est complété par un point 23° et un point 24°, rédigés comme suit :
"23° déchets de cuisine et de table ;
24° déchets alimentaires." ;
3° après l'alinéa 2, il est inséré un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
L'alinéa 1er, 23° et 24°, s'applique aux :
1° entreprises et institutions où des repas chauds sont servis ou préparés régulièrement et au moins une fois par semaine :
a) les établissements d'enseignement comptant plus de 300 élèves ;
b) les hôpitaux et les hôpitaux psychiatriques de plus de vingt-cinq lits agréés ;
c) les centres de soins résidentiels d'une capacité agréée de plus de trente lits ;
d) les centres pénitentiaires ;
e) les casernes de la force armée de plus de cent personnes ;
f) les entreprises et institutions de plus de 100 salariés ;
g) les restaurants, brasseries et hôtels servant plus de 50 repas par jour ;
h) les salles de fête et les salles polyvalentes d'une capacité assise supérieure à deux cent cinquante places ;
i) les établissements de restauration.
2° supermarchés et hypermarchés d'une surface de vente nette de quatre cents mètres carrés.".
1° dans la version néerlandaise de l'alinéa premier, 10°, les mots " afgewerkte olie " sont remplacés par le mot " afvalolie ".
2° l'alinéa premier est complété par un point 23° et un point 24°, rédigés comme suit :
"23° déchets de cuisine et de table ;
24° déchets alimentaires." ;
3° après l'alinéa 2, il est inséré un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
L'alinéa 1er, 23° et 24°, s'applique aux :
1° entreprises et institutions où des repas chauds sont servis ou préparés régulièrement et au moins une fois par semaine :
a) les établissements d'enseignement comptant plus de 300 élèves ;
b) les hôpitaux et les hôpitaux psychiatriques de plus de vingt-cinq lits agréés ;
c) les centres de soins résidentiels d'une capacité agréée de plus de trente lits ;
d) les centres pénitentiaires ;
e) les casernes de la force armée de plus de cent personnes ;
f) les entreprises et institutions de plus de 100 salariés ;
g) les restaurants, brasseries et hôtels servant plus de 50 repas par jour ;
h) les salles de fête et les salles polyvalentes d'une capacité assise supérieure à deux cent cinquante places ;
i) les établissements de restauration.
2° supermarchés et hypermarchés d'une surface de vente nette de quatre cents mètres carrés.".
Art. 39. Artikel 4.3.3, § 1, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2017, wordt vervangen door wat volgt:
"2° sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken in het kader van infrastructuurwerken waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het volume groter is dan 250 m3 en onderhoudswerken aan infrastructuur waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het volume groter is dan 250 m3.".
"2° sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken in het kader van infrastructuurwerken waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het volume groter is dan 250 m3 en onderhoudswerken aan infrastructuur waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het volume groter is dan 250 m3.".
Art. 39. L'article 4.3.3, § 1er, alinéa premier, 2°, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit :
" 2° travaux de démolition, de rénovation ou de démantèlement dans le cadre de travaux d'infrastructure pour lesquels un permis d'environnement est exigé et dont le volume dépasse les 250 m3 et travaux d'entretien d'infrastructures pour lesquels un permis d'environnement est exigé et dont le volume est supérieur 250 m3. ".
" 2° travaux de démolition, de rénovation ou de démantèlement dans le cadre de travaux d'infrastructure pour lesquels un permis d'environnement est exigé et dont le volume dépasse les 250 m3 et travaux d'entretien d'infrastructures pour lesquels un permis d'environnement est exigé et dont le volume est supérieur 250 m3. ".
Art. 40. In artikel 4.3.4, eerste lid, 16°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, wordt punt b) vervangen door wat volgt:
"b) sediment uit de ballastwatertanks;".
"b) sediment uit de ballastwatertanks;".
Art. 40. Dans l'article 4.3.4, alinéa 1er, 16° du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 novembre 2012, b) est remplacé par ce qui suit :
" b) les sédiments des citernes à ballast ;".
" b) les sédiments des citernes à ballast ;".
Art. 41. In artikel 4.3.6, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 8° tot en met 10° worden vervangen door wat volgt:
"8° beschikken over een verzekering die haar beroepsaansprakelijkheid dekt;
9° voor de bestuurders en de personen die de rechtspersoon kunnen verbinden: beschikken over burgerlijke en politieke rechten en de laatste vijf jaar geen strafrechtelijke veroordeling opgelopen hebben voor overtredingen van de milieuwetgeving in een lidstaat van de Europese Unie;
10° op verzoek van de OVAM de gegevens verstrekken over specifieke transporten;";
2° er wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"11° op verzoek van de OVAM de gegevens verstrekken over de aard, de herkomst, de kwaliteit en de kwantiteit van de materiaalstromen, zoals opgenomen in het sloopattest.".
1° punt 8° tot en met 10° worden vervangen door wat volgt:
"8° beschikken over een verzekering die haar beroepsaansprakelijkheid dekt;
9° voor de bestuurders en de personen die de rechtspersoon kunnen verbinden: beschikken over burgerlijke en politieke rechten en de laatste vijf jaar geen strafrechtelijke veroordeling opgelopen hebben voor overtredingen van de milieuwetgeving in een lidstaat van de Europese Unie;
10° op verzoek van de OVAM de gegevens verstrekken over specifieke transporten;";
2° er wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"11° op verzoek van de OVAM de gegevens verstrekken over de aard, de herkomst, de kwaliteit en de kwantiteit van de materiaalstromen, zoals opgenomen in het sloopattest.".
Art. 41. A l'article 4.3.6, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° les points 8° à 10° sont remplacés par ce qui suit :
8° disposer d'une assurance qui couvre sa responsabilité professionnelle ;
9° en ce qui concerne les administrateurs et les personnes qui peuvent engager la personne morale : disposer de droits civils et politiques et n'avoir encouru pendant les cinq dernières années aucune condamnation pénale pour infraction à la législation en matière d'environnement d'un Etat membre de l'Union européenne ;
10° à la demande de l'OVAM, fournir les données relatives aux transports spécifiques ; " ;
2° il est ajouté un point 11°, rédigé comme suit :
"11° à la demande de l'OVAM, fournir les informations sur la nature, l'origine, la qualité et la quantité des flux de matériaux, telles qu'elles figurent sur l'attestation de démolition. ".
1° les points 8° à 10° sont remplacés par ce qui suit :
8° disposer d'une assurance qui couvre sa responsabilité professionnelle ;
9° en ce qui concerne les administrateurs et les personnes qui peuvent engager la personne morale : disposer de droits civils et politiques et n'avoir encouru pendant les cinq dernières années aucune condamnation pénale pour infraction à la législation en matière d'environnement d'un Etat membre de l'Union européenne ;
10° à la demande de l'OVAM, fournir les données relatives aux transports spécifiques ; " ;
2° il est ajouté un point 11°, rédigé comme suit :
"11° à la demande de l'OVAM, fournir les informations sur la nature, l'origine, la qualité et la quantité des flux de matériaux, telles qu'elles figurent sur l'attestation de démolition. ".
Art. 42. In artikel 4.3.7 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaams Regering van 23 mei 2014, worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 42. Dans l'article 4.3.7 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les mots " par lettre recommandée, " sont remplacés par les mots " par envoi sécurisé ".
Art. 43. In artikel 4.3.8 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaams Regering van 23 mei 2014, worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 43. Dans l'article 4.3.8 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les mots " par lettre recommandée, " sont remplacés par les mots " par envoi sécurisé ".
Art. 44. In artikel 4.3.9 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaams Regering van 23 mei 2014, worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 44. Dans l'article 4.3.9 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les mots " par lettre recommandée, " sont remplacés par les mots " par envoi sécurisé ".
Art. 45. In artikel 4.3.10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 45. Dans l'article 4.3.10 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les mots " par lettre recommandée, " sont remplacés par les mots " par envoi sécurisé ".
Art. 46. Artikel 4.5.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 4.5.1. Voor de volgende afvalstoffen zijn de verwerkingshandelingen "D1 - storten op of in de bodem" en "D5 - verwijderen op speciaal ingerichte locaties", alsook de afvoer voor het toepassen van de verwijderingshandeling "D1 - storten op of in de bodem" en "D5 - verwijderen op speciaal ingerichte locaties", verboden:
1° afvalstoffen waarvoor conform artikel 4.5.2 van dit besluit een verbrandingsverbod geldt;
2° oude en vervallen geneesmiddelen;
3° andere brandbare afvalstoffen zoals wordt verstaan onder artikel 46, § 1, van het Materialendecreet.
In afwijking van het eerste lid vallen brandbare recyclageresidu's waarvoor conform artikel 46, § 2, van het Materialendecreet een verlaagde heffing geldt voor het storten ervan en recyclageresidu's van fysicochemische grondreiniging conform artikel 46, § 1, 6° tot en met 8°, niet onder het stortverbod.".
"Art. 4.5.1. Voor de volgende afvalstoffen zijn de verwerkingshandelingen "D1 - storten op of in de bodem" en "D5 - verwijderen op speciaal ingerichte locaties", alsook de afvoer voor het toepassen van de verwijderingshandeling "D1 - storten op of in de bodem" en "D5 - verwijderen op speciaal ingerichte locaties", verboden:
1° afvalstoffen waarvoor conform artikel 4.5.2 van dit besluit een verbrandingsverbod geldt;
2° oude en vervallen geneesmiddelen;
3° andere brandbare afvalstoffen zoals wordt verstaan onder artikel 46, § 1, van het Materialendecreet.
In afwijking van het eerste lid vallen brandbare recyclageresidu's waarvoor conform artikel 46, § 2, van het Materialendecreet een verlaagde heffing geldt voor het storten ervan en recyclageresidu's van fysicochemische grondreiniging conform artikel 46, § 1, 6° tot en met 8°, niet onder het stortverbod.".
Art. 46. L'article 4.5.1 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mai 2012, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 4.5.1. Pour les déchets suivants, les opérations de traitement "D1 - Dépôt sur ou dans le sol" et "D5 - Mise en décharge spécialement aménagée " ainsi que l'évacuation de l'application de l'opération d'élimination " D1 - Dépôt sur ou dans le sol ", et "D5 - Mise en décharge spécialement aménagée " sont interdites :
1° déchets pour lesquels une interdiction d'incinération est d'application conformément à l'article 4.5.2 du présent arrêté ;
2° vieux médicaments et médicaments périmés ;
3° autres déchets combustibles, tels que visés sous l'article 46, § 1er, du Décret sur les Matériaux.
Par dérogation à l'alinéa premier, les résidus de recyclage combustibles au déversement desquels, conformément à l'article 46, § 2, du Décret sur les Matériaux s'applique une redevance abaissée et les résidus de recyclage en provenance d'un nettoyage du sol physicochimique, conformément à l'article 46, § 1er, 6° à 8°, ne font pas l'objet d'une interdiction de déversement. ".
" Art. 4.5.1. Pour les déchets suivants, les opérations de traitement "D1 - Dépôt sur ou dans le sol" et "D5 - Mise en décharge spécialement aménagée " ainsi que l'évacuation de l'application de l'opération d'élimination " D1 - Dépôt sur ou dans le sol ", et "D5 - Mise en décharge spécialement aménagée " sont interdites :
1° déchets pour lesquels une interdiction d'incinération est d'application conformément à l'article 4.5.2 du présent arrêté ;
2° vieux médicaments et médicaments périmés ;
3° autres déchets combustibles, tels que visés sous l'article 46, § 1er, du Décret sur les Matériaux.
Par dérogation à l'alinéa premier, les résidus de recyclage combustibles au déversement desquels, conformément à l'article 46, § 2, du Décret sur les Matériaux s'applique une redevance abaissée et les résidus de recyclage en provenance d'un nettoyage du sol physicochimique, conformément à l'article 46, § 1er, 6° à 8°, ne font pas l'objet d'une interdiction de déversement. ".
Art. 47. In artikel 4.5.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014 en 22 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Onverminderd artikel 6.11.1 van titel II van het VLAREM, zijn voor de volgende afvalstoffen de verwerkingshandelingen "R1 - hoofdgebruik als brandstof of als ander middel voor energieopwekking" en "D10 - verbranding op het land", alsook de afvoer voor het toepassen van de verwerkingshandelingen "R1 - hoofdgebruik als brandstof of als ander middel voor energieopwekking" en "D10 - verbranding op het land", verboden:
1° afvalstoffen die voor de recyclage ervan afzonderlijk zijn ingezameld;
2° afvalstoffen die door hun aard of hun hoeveelheid of hun homogeniteit overeenkomstig de meest geschikte en beschikbare technieken in aanmerking komen voor hergebruik of recyclage, al dan niet na voorbehandeling of verdere uitsortering;
3° huishoudelijk restafval dat niet conform artikel 4.3.1 werd ingezameld;
4° bedrijfsrestafval dat niet conform artikel 4.3.2 werd ingezameld. De minister kan hiervoor een code van goede praktijk opstellen waarin de minimale wijze van inzameling, van uitsorteren en resultaatsvoorschriften worden vastgelegd. Wanneer de code van goede praktijk wordt nageleefd, kunnen deze afvalstoffen alsnog verbrand worden;
5° grofvuil dat nog niet werd gesorteerd met als doel de recycleerbare materialen te valoriseren.".
2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 3. In afwijking van paragraaf 1 vallen de volgende afvalstoffen niet onder het verbrandingsverbod:
1° onbehandeld houtafval dat in de houtverwerkende industrie wordt geproduceerd en dat door de producent in de eigen onderneming nuttig wordt toegepast als energiebron;
2° de houtige fractie afkomstig van het behandelen van plagsel en choppermateriaal;
3° recyclageresidu's waarvoor conform artikel 46, § 1, van het Materialendecreet een verlaagde heffing geldt voor het verbranden of meeverbranden ervan.".
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Onverminderd artikel 6.11.1 van titel II van het VLAREM, zijn voor de volgende afvalstoffen de verwerkingshandelingen "R1 - hoofdgebruik als brandstof of als ander middel voor energieopwekking" en "D10 - verbranding op het land", alsook de afvoer voor het toepassen van de verwerkingshandelingen "R1 - hoofdgebruik als brandstof of als ander middel voor energieopwekking" en "D10 - verbranding op het land", verboden:
1° afvalstoffen die voor de recyclage ervan afzonderlijk zijn ingezameld;
2° afvalstoffen die door hun aard of hun hoeveelheid of hun homogeniteit overeenkomstig de meest geschikte en beschikbare technieken in aanmerking komen voor hergebruik of recyclage, al dan niet na voorbehandeling of verdere uitsortering;
3° huishoudelijk restafval dat niet conform artikel 4.3.1 werd ingezameld;
4° bedrijfsrestafval dat niet conform artikel 4.3.2 werd ingezameld. De minister kan hiervoor een code van goede praktijk opstellen waarin de minimale wijze van inzameling, van uitsorteren en resultaatsvoorschriften worden vastgelegd. Wanneer de code van goede praktijk wordt nageleefd, kunnen deze afvalstoffen alsnog verbrand worden;
5° grofvuil dat nog niet werd gesorteerd met als doel de recycleerbare materialen te valoriseren.".
2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 3. In afwijking van paragraaf 1 vallen de volgende afvalstoffen niet onder het verbrandingsverbod:
1° onbehandeld houtafval dat in de houtverwerkende industrie wordt geproduceerd en dat door de producent in de eigen onderneming nuttig wordt toegepast als energiebron;
2° de houtige fractie afkomstig van het behandelen van plagsel en choppermateriaal;
3° recyclageresidu's waarvoor conform artikel 46, § 1, van het Materialendecreet een verlaagde heffing geldt voor het verbranden of meeverbranden ervan.".
Art. 47. A l'article 4.5.2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 mai 2014 et 22 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Sans préjudice de l'article 6.11.1 du titre II du VLAREM, pour les déchets suivants, les opérations de traitement "R1 - Utilisation principale comme combustible ou autres moyens de produire de l'énergie" et "D10 - Incinération à terre" sont interdites ainsi que l'évacuation en vue de l'application des opérations de traitement "R1 - Utilisation principale comme combustible ou autres moyens de produire de l'énergie" et "D10 - Incinération à terre":
1° les déchets collectés séparément en vue de leur recyclage ;
2° les déchets qui, par leur nature, leur quantité ou leur homogénéité, sont pris en considération, conformément aux meilleures techniques disponibles, pour une réutilisation ou pour un recyclage, que ce soit après un prétraitement ou un tri plus affiné ou non ;
3° les déchets ménagers résiduels qui n'ont pas été collectés conformément à l'article 4.3.1 ;
4° les déchets industriels qui n'ont pas été collectés conformément à l'article 4.3.2. Le ministre peut élaborer à cet effet un code de bonne conduite, dans lequel sont fixés les modalités minimales de collecte, de tri et de résultats. Si le code de bonne pratique est respecté, ces déchets peuvent encore être incinérés ;
5° les déchets encombrants qui n'ont pas encore été triés afin de valoriser les matières recyclables.".
2° il est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
" § 3. Par dérogation au § 1er, les déchets suivants ne font pas l'objet de l'interdiction d'incinération :
1° les déchets de bois non traités produits dans l'industrie de transformation du bois et valorisés par le producteur dans sa propre entreprise comme source d'énergie ;
2° la fraction ligneuse résultant du traitement des mottes de bruyères et des matériaux broyés ;
3° les résidus de recyclage pour lesquels, conformément à l'article 46, § 1er, du décret sur les matériaux, une redevance abaissée s'applique à leur incinération ou coïncinération.".
1° le § 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Sans préjudice de l'article 6.11.1 du titre II du VLAREM, pour les déchets suivants, les opérations de traitement "R1 - Utilisation principale comme combustible ou autres moyens de produire de l'énergie" et "D10 - Incinération à terre" sont interdites ainsi que l'évacuation en vue de l'application des opérations de traitement "R1 - Utilisation principale comme combustible ou autres moyens de produire de l'énergie" et "D10 - Incinération à terre":
1° les déchets collectés séparément en vue de leur recyclage ;
2° les déchets qui, par leur nature, leur quantité ou leur homogénéité, sont pris en considération, conformément aux meilleures techniques disponibles, pour une réutilisation ou pour un recyclage, que ce soit après un prétraitement ou un tri plus affiné ou non ;
3° les déchets ménagers résiduels qui n'ont pas été collectés conformément à l'article 4.3.1 ;
4° les déchets industriels qui n'ont pas été collectés conformément à l'article 4.3.2. Le ministre peut élaborer à cet effet un code de bonne conduite, dans lequel sont fixés les modalités minimales de collecte, de tri et de résultats. Si le code de bonne pratique est respecté, ces déchets peuvent encore être incinérés ;
5° les déchets encombrants qui n'ont pas encore été triés afin de valoriser les matières recyclables.".
2° il est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
" § 3. Par dérogation au § 1er, les déchets suivants ne font pas l'objet de l'interdiction d'incinération :
1° les déchets de bois non traités produits dans l'industrie de transformation du bois et valorisés par le producteur dans sa propre entreprise comme source d'énergie ;
2° la fraction ligneuse résultant du traitement des mottes de bruyères et des matériaux broyés ;
3° les résidus de recyclage pour lesquels, conformément à l'article 46, § 1er, du décret sur les matériaux, une redevance abaissée s'applique à leur incinération ou coïncinération.".
Art. 48. In artikel 4.5.3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012 en 22 december 2017, worden paragraaf 1 en 2 vervangen door wat volgt:
" § 1. De minister kan bij gemotiveerd besluit individuele afwijkingen toestaan van de verbodsbepalingen, vermeld in artikel 4.5.1, eerste lid, en artikel 4.5.2, § 1.
§ 2. De afwijking wordt schriftelijk aan de OVAM aangevraagd door de exploitant van de stortplaats of verbrandingsinstallatie of, in geval van uitvoer van de afvalstoffen, door de afvalstoffenproducent, -makelaar of -handelaar.
De OVAM bepaalt de vorm van de afwijkingsaanvraag. De afwijkingsaanvraag bevat de volgende elementen:
1° de identificatie van de aanvrager;
2° de identificatie van de afvalstof;
3° de motivering voor de afwijkingsaanvraag;
4° de periode waarvoor de afwijking wordt aangevraagd.
De OVAM verleent binnen 45 kalenderdagen na de ontvangst van de volledig verklaarde aanvraag een advies aan de minister. De minister doet uitspraak over de afwijkingsaanvraag binnen negentig kalenderdagen na de indiening ervan. De beslissing van de minister wordt met een beveiligde zending bezorgd aan de aanvrager binnen veertien kalenderdagen na de datum van de beslissing.
De afwijkingen kunnen voor maximaal vijf jaar worden toegestaan.
De verleende afwijkingen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van de OVAM.".
" § 1. De minister kan bij gemotiveerd besluit individuele afwijkingen toestaan van de verbodsbepalingen, vermeld in artikel 4.5.1, eerste lid, en artikel 4.5.2, § 1.
§ 2. De afwijking wordt schriftelijk aan de OVAM aangevraagd door de exploitant van de stortplaats of verbrandingsinstallatie of, in geval van uitvoer van de afvalstoffen, door de afvalstoffenproducent, -makelaar of -handelaar.
De OVAM bepaalt de vorm van de afwijkingsaanvraag. De afwijkingsaanvraag bevat de volgende elementen:
1° de identificatie van de aanvrager;
2° de identificatie van de afvalstof;
3° de motivering voor de afwijkingsaanvraag;
4° de periode waarvoor de afwijking wordt aangevraagd.
De OVAM verleent binnen 45 kalenderdagen na de ontvangst van de volledig verklaarde aanvraag een advies aan de minister. De minister doet uitspraak over de afwijkingsaanvraag binnen negentig kalenderdagen na de indiening ervan. De beslissing van de minister wordt met een beveiligde zending bezorgd aan de aanvrager binnen veertien kalenderdagen na de datum van de beslissing.
De afwijkingen kunnen voor maximaal vijf jaar worden toegestaan.
De verleende afwijkingen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van de OVAM.".
Art. 48. Dans l'article 4.5.3 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 4 mai 2012 et 22 décembre 2017, les § § 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit :
" § 1er. Le Ministre peut, par décision motivée, accorder des dérogations individuelles aux clauses d'interdiction, visées à l'article 4.5.1, alinéa 1er et à l'article 4.5.2., § 1er.
§ 2. La demande de dérogation sera adressée à l'OVAM par écrit par l'exploitant de la décharge ou de l'installation d'incinération ou, en cas d'exportation des déchets, par le producteur, l'agent ou le commerçant de déchets.
L'OVAM fixe la forme de la demande de dérogation. La demande de dérogation contient les éléments suivants :
1° l'identification du demandeur ;
2° l'identification du déchet ;
3° la motivation de la demande de dérogation ;
4° la durée pour laquelle la dérogation est demandée ;
L'OVAM adresse un avis au ministre dans les 45 jours civils suivant la réception de la demande dûment remplie. Le Ministre se prononce sur la demande de dérogation dans un délai de nonante jours calendaires après son introduction. La décision du ministre sera envoyée par courrier sécurisé au demandeur dans les quatorze jours civils suivant la date de la décision.
Les dérogations peuvent être accordées pour au maximum cinq ans.
Les dérogations accordées sont publiées au Moniteur belge et sur le site Internet de l'OVAM. ".
" § 1er. Le Ministre peut, par décision motivée, accorder des dérogations individuelles aux clauses d'interdiction, visées à l'article 4.5.1, alinéa 1er et à l'article 4.5.2., § 1er.
§ 2. La demande de dérogation sera adressée à l'OVAM par écrit par l'exploitant de la décharge ou de l'installation d'incinération ou, en cas d'exportation des déchets, par le producteur, l'agent ou le commerçant de déchets.
L'OVAM fixe la forme de la demande de dérogation. La demande de dérogation contient les éléments suivants :
1° l'identification du demandeur ;
2° l'identification du déchet ;
3° la motivation de la demande de dérogation ;
4° la durée pour laquelle la dérogation est demandée ;
L'OVAM adresse un avis au ministre dans les 45 jours civils suivant la réception de la demande dûment remplie. Le Ministre se prononce sur la demande de dérogation dans un délai de nonante jours calendaires après son introduction. La décision du ministre sera envoyée par courrier sécurisé au demandeur dans les quatorze jours civils suivant la date de la décision.
Les dérogations peuvent être accordées pour au maximum cinq ans.
Les dérogations accordées sont publiées au Moniteur belge et sur le site Internet de l'OVAM. ".
Art. 49. In artikel 5.1.3, lid 1, punt 6 van hetzelfde besluit wordt het woord "containerparken" vervangen door het woord "recyclageparken".
Art. 49. A l'article 5.1.3, alinéa 1er, point 6 du même arrêté, les mots " parcs de conteneurs " sont remplacés par le mot " recyparcs ".
Art. 50. Aan artikel 5.1.7 van hetzelfde besluit wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Het erkende kringloopcentrum onderneemt geen activiteiten die kunnen leiden tot marktverstoring.".
"Het erkende kringloopcentrum onderneemt geen activiteiten die kunnen leiden tot marktverstoring.".
Art. 50. A l'article 5.1.7 du même arrêté, il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
" Le centre de recyclage agréé n'entreprend pas d'activités susceptibles d'entraîner une distorsion du marché. ".
" Le centre de recyclage agréé n'entreprend pas d'activités susceptibles d'entraîner une distorsion du marché. ".
Art. 51. In artikel 5.2.2.3, § 3, van hetzelfde besluit wordt het woord "containerparken" vervangen door het woord "recyclageparken".
Art. 51. A l'article 5.2.2.3, § 3 du même arrêté, les mots " parcs à containeurs " est remplacé par le mot " recyparcs ".
Art. 52. In artikel 5.2.2.4, § 2, van hetzelfde besluit wordt het woord "containerpark" vervangen door het woord "recyclagepark".
Art. 52. A l'article 5.2.2.4, § 2 du même arrêté, les mots " parcs à conteneurs " est remplacé par le mot " recyparcs ".
Art. 53. In artikel 5.2.3.8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2017, worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 53. A l'article 5.2.3.8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 décembre 2017, les mots " par lettre recommandée, " sont remplacés par les mots " par envoi sécurisé ".
Art. 54. In artikel 5.2.4.1, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2016, worden de woorden "en dat ze jaarlijks niet meer dan vijftien afgedankte voertuigen daarvoor demonteren" vervangen door de zinsnede ", dat ze niet meer dan vijf afgedankte voertuigen opslaan, dat ze jaarlijks niet meer dan vijftien afgedankte voertuigen daarvoor demonteren en dat de voorraad van gedemonteerde onderdelen niet meer bedraagt dan het totaal van onderdelen afkomstig van dertig afgedankte voertuigen".
Art. 54. A l'article 5.2.4.1, § 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2016, les mots " et qu'ils ne démontent pas plus de quinze véhicules mis au rebut par an à cette fin " sont remplacés par le membre de phrase " , qu'ils ne stockent pas plus de cinq véhicules mis au rebut, qu'ils ne démontent pas plus de quinze véhicules mis au rebut par an à cette fin et que le stock de pièces démontées ne dépasse pas le total des pièces provenant de trente véhicules mis au rebut ".
Art. 55. In artikel 5.2.4.3, § 6, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2016, worden de woorden "in het kader van de milieubeleidsovereenkomst" opgeheven.
Art. 55. Dans l'article 5.2.4.3, § 6, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2016, les mots " dans le cadre de la convention environnementale " sont abrogés.
Art. 56. Aan artikel 5.2.4.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2016, wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° een onafhankelijke keuringsinstelling, geaccrediteerd overeenkomstig ISO 17020 controleert de conformiteit van het centrum voor depollutie, ontmanteling en vernietiging van afgedankte voertuigen aan de wettelijke verplichtingen. De voorwaarden voor die conformiteitsverklaring worden nader bepaald door de minister.".
"4° een onafhankelijke keuringsinstelling, geaccrediteerd overeenkomstig ISO 17020 controleert de conformiteit van het centrum voor depollutie, ontmanteling en vernietiging van afgedankte voertuigen aan de wettelijke verplichtingen. De voorwaarden voor die conformiteitsverklaring worden nader bepaald door de minister.".
Art. 56. A l'article 5.2.4.4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 mars 2016, un point 4° est ajouté, rédigé comme suit :
"4° un organisme de contrôle indépendant accrédité selon la norme ISO 17020 vérifie la conformité du centre pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut aux obligations légales. Les conditions de cette déclaration de conformité sont précisées par le ministre. ".
"4° un organisme de contrôle indépendant accrédité selon la norme ISO 17020 vérifie la conformité du centre pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut aux obligations légales. Les conditions de cette déclaration de conformité sont précisées par le ministre. ".
Art. 57. In artikel 5.2.4.5, § 1, 5°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2016, wordt tussen de woorden "met de wettelijke bepalingen attesteert" en de woorden "De keuringsinstelling bezorgt het rapport" de zin "De voorwaarden voor die conformiteitsverklaring worden nader bepaald door de minister." ingevoegd.
Art. 57. Dans l'article 5.2.4.5, § 1er, 5° du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2016, la phrase " Les conditions de cette déclaration de conformité sont précisées par le ministre. " est insérée entre les mots " respecte les dispositions légales. " et les mots " L'organisme de contrôle remet le rapport ".
Art. 58. In artikel 5.2.4.7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 2, punt 2° wordt de volgende zin toegevoegd:
"De voorwaarden voor die conformiteitsverklaring worden nader bepaald door de minister.";
2° aan paragraaf 2, punt 3° wordt de volgende zin toegevoegd:
"De voorwaarden voor die conformiteitsverklaring worden nader bepaald door de minister.";
3° in paragraaf 3 worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
1° aan paragraaf 2, punt 2° wordt de volgende zin toegevoegd:
"De voorwaarden voor die conformiteitsverklaring worden nader bepaald door de minister.";
2° aan paragraaf 2, punt 3° wordt de volgende zin toegevoegd:
"De voorwaarden voor die conformiteitsverklaring worden nader bepaald door de minister.";
3° in paragraaf 3 worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 58. A l'article 5.2.4.7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° la phrase suivante est ajoutée au § 2, 2° :
" Les conditions de cette déclaration de conformité sont précisées par le ministre. " ;
2° la phrase suivante est ajoutée au § 2, 3° :
" Les conditions de cette déclaration de conformité sont précisées par le ministre. " ;
3° au § 3, les mots " " par lettre recommandée " sont remplacés par les mots " " par envoi sécurisé ".
1° la phrase suivante est ajoutée au § 2, 2° :
" Les conditions de cette déclaration de conformité sont précisées par le ministre. " ;
2° la phrase suivante est ajoutée au § 2, 3° :
" Les conditions de cette déclaration de conformité sont précisées par le ministre. " ;
3° au § 3, les mots " " par lettre recommandée " sont remplacés par les mots " " par envoi sécurisé ".
Art. 59. In artikel 5.2.4.8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015, worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 59. A l'article 5.2.4.8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015, les mots " par lettre recommandée, " sont remplacés par les mots " par envoi sécurisé ".
Art. 60. In artikel 5.2.5.5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de woorden "ter uitvoering van een milieubeleidsovereenkomst" opgeheven en worden de woorden "individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan" telkens vervangen door de woorden "individueel aanvaardingsplichtplan".
Art. 60. A l'article 5.2.5.5 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les mots " en exécution d'un contrat de politique environnementale " sont abrogés et les mots " plan de prévention ou de gestion de déchets individuel " sont chaque fois remplacés par les mots " plan individuel d'obligation d'acceptation ".
Art. 61. Aan artikel 5.2.10.2 van hetzelfde besluit wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Elke beheerder van een haven zorgt ook voor de beschikbaarheid van havenontvangstvoorzieningen die toereikend zijn voor de ontvangst van de sedimenten die afkomstig zijn uit de ballastwatertanks, zonder onnodig oponthoud van de schepen te veroorzaken. De havenontvangstvoorzieningen voorzien in de veilige en milieuvriendelijke afvoer en verwerking van dergelijke sedimenten.".
"Elke beheerder van een haven zorgt ook voor de beschikbaarheid van havenontvangstvoorzieningen die toereikend zijn voor de ontvangst van de sedimenten die afkomstig zijn uit de ballastwatertanks, zonder onnodig oponthoud van de schepen te veroorzaken. De havenontvangstvoorzieningen voorzien in de veilige en milieuvriendelijke afvoer en verwerking van dergelijke sedimenten.".
Art. 61. A l'article 5.2.10.2 du même arrêté, il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
Chaque gestionnaire de port s'assure que des installations de réception portuaires adéquates sont disponibles pour recevoir les sédiments en provenance de citernes à ballast, sans causer de retards anormaux aux navires. Les installations de réception portuaires assurent l'évacuation et le traitement sûrs et respectueux de l'environnement de tels sédiments.".
Chaque gestionnaire de port s'assure que des installations de réception portuaires adéquates sont disponibles pour recevoir les sédiments en provenance de citernes à ballast, sans causer de retards anormaux aux navires. Les installations de réception portuaires assurent l'évacuation et le traitement sûrs et respectueux de l'environnement de tels sédiments.".
Art. 62. In artikel 5.2.10.4 van hetzelfde besluit worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 62. A l'article 5.2.10.4 du même arrêté, les mots " lettre recommandée " sont remplacés par les mots " envoi sécurisé ".
Art. 63. In artikel 5.2.11.5 van hetzelfde besluit worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 63. A l'article 5.2.11.5 du même arrêté, les mots " lettre recommandée " sont remplacés par les mots " envoi sécurisé ".
Art. 64. Aan onderafdeling 5.3.3 van hetzelfde besluit wordt een artikel 5.3.3.5 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 5.3.3.5. Het gebruik van een bouwstof in ongebonden toestand in of op de bodem, met uitzondering van puingranulaten, moet gebeuren volgens de lijst van toepassingen van bodemmaterialen voor bouwkundig bodemgebruik, zoals voorzien in artikel 171 van het VLAREBO. Een bouwstof is in ongebonden toestand als de bouwstof niet gemengd is met een bindmiddel zoals cement of kalk of als de bouwstof niet gaat uitharden.".
"Art. 5.3.3.5. Het gebruik van een bouwstof in ongebonden toestand in of op de bodem, met uitzondering van puingranulaten, moet gebeuren volgens de lijst van toepassingen van bodemmaterialen voor bouwkundig bodemgebruik, zoals voorzien in artikel 171 van het VLAREBO. Een bouwstof is in ongebonden toestand als de bouwstof niet gemengd is met een bindmiddel zoals cement of kalk of als de bouwstof niet gaat uitharden.".
Art. 64. La sous-section 5.3.3 du même arrêté est complétée par un article 5.3.3.5, rédigé comme suit :
" Art. 5.3.3.5. L'utilisation d'un matériau de construction dans ou sur le sol à l'état non lié, à l'exception des granulats de gravats, doit se faire conformément à la liste des applications de matériaux de sol pour l'utilisation structurelle du sol, prévue à l'article 171 du VLAREBO. Un matériau de construction n'est pas lié s'il n'est pas mélangé à un liant tel que le ciment ou la chaux ou si le matériau de construction ne durcit pas. ".
" Art. 5.3.3.5. L'utilisation d'un matériau de construction dans ou sur le sol à l'état non lié, à l'exception des granulats de gravats, doit se faire conformément à la liste des applications de matériaux de sol pour l'utilisation structurelle du sol, prévue à l'article 171 du VLAREBO. Un matériau de construction n'est pas lié s'il n'est pas mélangé à un liant tel que le ciment ou la chaux ou si le matériau de construction ne durcit pas. ".
Art. 65. Aan hoofdstuk 5, afdeling 5.3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, 23 mei 2014, 23 september 2016, 10 februari 2017 en 22 december 2017, wordt een onderafdeling 5.3.11, die bestaat uit artikel 5.3.11.1 tot en met 5.3.11.2, toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Onderafdeling 5.3.11 Voorwaarden voor het gebruik van draagtassen voor eenmalig gebruik
Art. 5.3.11.1. Het gratis ter beschikking stellen van lichte plastic draagtassen voor eenmalig gebruik is verboden bij aankoop in de detailhandel. De bijdrage per draagtas moet zichtbaar worden gemaakt aan de consument. Onder detailhandel moet worden verstaan elk verkooppunt en elke vorm van verkoop aan consumenten, al dan niet overdekt.
De minister kan op het verbod, vermeld in het eerste lid, uitzonderingen met een vastgelegde duurtijd voorzien om rekening te houden met milieuoverwegingen of met vereisten inzake hygiëne, behandeling of veiligheid van bepaalde producten of vormen van verkoop wanneer er geen gepaste alternatieven beschikbaar zijn. De minister kan de eigenschappen en de voorwaarden nader vaststellen waaraan de draagtassen, waarvoor een uitzondering wordt voorzien, moeten voldoen.
Art. 5.3.11.2. Het gratis ter beschikking stellen van lichte plastic draagtassen wordt voor bestaande voorraden die aangekocht werden voor de ingangsdatum van het verbod, toegelaten tot zes maanden na de inwerkingtreding van het verbod.".
"Onderafdeling 5.3.11 Voorwaarden voor het gebruik van draagtassen voor eenmalig gebruik
Art. 5.3.11.1. Het gratis ter beschikking stellen van lichte plastic draagtassen voor eenmalig gebruik is verboden bij aankoop in de detailhandel. De bijdrage per draagtas moet zichtbaar worden gemaakt aan de consument. Onder detailhandel moet worden verstaan elk verkooppunt en elke vorm van verkoop aan consumenten, al dan niet overdekt.
De minister kan op het verbod, vermeld in het eerste lid, uitzonderingen met een vastgelegde duurtijd voorzien om rekening te houden met milieuoverwegingen of met vereisten inzake hygiëne, behandeling of veiligheid van bepaalde producten of vormen van verkoop wanneer er geen gepaste alternatieven beschikbaar zijn. De minister kan de eigenschappen en de voorwaarden nader vaststellen waaraan de draagtassen, waarvoor een uitzondering wordt voorzien, moeten voldoen.
Art. 5.3.11.2. Het gratis ter beschikking stellen van lichte plastic draagtassen wordt voor bestaande voorraden die aangekocht werden voor de ingangsdatum van het verbod, toegelaten tot zes maanden na de inwerkingtreding van het verbod.".
Art. 65. Au chapitre 5, section 5.3, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 novembre 2012, 23 mai 2014, 23 septembre 2016, 10 février 2017 et 22 décembre 2017, il est inséré une sous-section 5.3.11, constituée des articles 5.3.11.1 à 5.3.11.2, rédigée comme suit :
"Sous-section 5.3.11 Conditions d'utilisation de sacs à usage unique
Art. 5.3.11.1. La mise à disposition gratuite de sacs en plastique légers à usage unique est interdite pour les achats dans le commerce de détail. La contribution à payer par sac doit être visualisée pour le consommateur. Par commerce de détail on entend tout point de vente et toute forme de vente aux consommateurs, que ce soit dans un endroit couvert ou non.
Le ministre peut arrêter des exceptions d'une période déterminée à l'interdiction visée à l'alinéa 1er, pour tenir compte de considérations environnementales ou d'exigences liées à l'hygiène, à la manipulation ou à la sécurité de certains produits ou formes de vente lorsqu'il n'existe pas d'alternatives appropriées. Le ministre peut préciser les caractéristiques et les conditions auxquelles doivent répondre les sacs, pour lesquels une exception est prévue.
Art. 5.3.11.2. La mise à disposition gratuite de sacs en plastique légers est autorisée pour les stocks existants achetés avant la date d'entrée en vigueur de l'interdiction jusqu'à six mois après l'entrée en vigueur de l'interdiction.".
"Sous-section 5.3.11 Conditions d'utilisation de sacs à usage unique
Art. 5.3.11.1. La mise à disposition gratuite de sacs en plastique légers à usage unique est interdite pour les achats dans le commerce de détail. La contribution à payer par sac doit être visualisée pour le consommateur. Par commerce de détail on entend tout point de vente et toute forme de vente aux consommateurs, que ce soit dans un endroit couvert ou non.
Le ministre peut arrêter des exceptions d'une période déterminée à l'interdiction visée à l'alinéa 1er, pour tenir compte de considérations environnementales ou d'exigences liées à l'hygiène, à la manipulation ou à la sécurité de certains produits ou formes de vente lorsqu'il n'existe pas d'alternatives appropriées. Le ministre peut préciser les caractéristiques et les conditions auxquelles doivent répondre les sacs, pour lesquels une exception est prévue.
Art. 5.3.11.2. La mise à disposition gratuite de sacs en plastique légers est autorisée pour les stocks existants achetés avant la date d'entrée en vigueur de l'interdiction jusqu'à six mois après l'entrée en vigueur de l'interdiction.".
Art. 66. Aan hoofdstuk 5, afdeling 5.3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, 23 mei 2014, 23 september 2016, 10 februari 2017 en 22 december 2017, wordt een onderafdeling 5.3.12 die bestaat uit artikel 5.3.12.1 tot en met 5.3.12.3, toegevoegd, die luidt als volgt:
"Onderafdeling 5.3.12. Voorwaarden voor het gebruik van cateringmateriaal
Art. 5.3.12.1. Vanaf 1 januari 2020 is het serveren van drank in recipiënten voor eenmalig gebruik bij evenementen verboden, tenzij de eventorganisator een systeem voorziet dat garandeert dat minstens 90% van de eenmalige recipiënten gescheiden wordt ingezameld voor recyclage.
Vanaf 1 januari 2022 is het serveren van drank in recipiënten voor eenmalig gebruik bij evenementen verboden, tenzij de eventorganisator een systeem voorziet dat garandeert dat minstens 95% van de eenmalige recipiënten gescheiden wordt ingezameld voor recyclage.
Art. 5.3.12.2 Vanaf 1 januari 2020 is het voor Vlaamse overheden en lokale besturen in hun eigen werking en door hen georganiseerde evenementen verboden drank te serveren in recipiënten voor eenmalig gebruik. Vanaf 1 januari 2022 is dit verbod ook van toepassing op het aanbieden van bereide voedingsmiddelen in cateringmateriaal voor eenmalig gebruik.
Art. 5.3.12.3. De minister kan uitzonderingen voorzien op artikel 5.3.12.1 en 5.3.12.2 als het verbod in kwestie voor bepaalde types cateringmateriaal in bepaalde toepassingen niet zal leiden tot milieuwinst.".
"Onderafdeling 5.3.12. Voorwaarden voor het gebruik van cateringmateriaal
Art. 5.3.12.1. Vanaf 1 januari 2020 is het serveren van drank in recipiënten voor eenmalig gebruik bij evenementen verboden, tenzij de eventorganisator een systeem voorziet dat garandeert dat minstens 90% van de eenmalige recipiënten gescheiden wordt ingezameld voor recyclage.
Vanaf 1 januari 2022 is het serveren van drank in recipiënten voor eenmalig gebruik bij evenementen verboden, tenzij de eventorganisator een systeem voorziet dat garandeert dat minstens 95% van de eenmalige recipiënten gescheiden wordt ingezameld voor recyclage.
Art. 5.3.12.2 Vanaf 1 januari 2020 is het voor Vlaamse overheden en lokale besturen in hun eigen werking en door hen georganiseerde evenementen verboden drank te serveren in recipiënten voor eenmalig gebruik. Vanaf 1 januari 2022 is dit verbod ook van toepassing op het aanbieden van bereide voedingsmiddelen in cateringmateriaal voor eenmalig gebruik.
Art. 5.3.12.3. De minister kan uitzonderingen voorzien op artikel 5.3.12.1 en 5.3.12.2 als het verbod in kwestie voor bepaalde types cateringmateriaal in bepaalde toepassingen niet zal leiden tot milieuwinst.".
Art. 66. Au chapitre 5, section 5.3, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 novembre 2012, 23 mai 2014, 23 septembre 2016, 10 février 2017 et 22 décembre 2017, il est inséré une sous-section 5.3.12, constituée des articles 5.3.12.1 à 5.3.12.3, rédigée comme suit :
" Sous-section 5.3.12. Conditions applicables à l'utilisation de matériel de restauration
Art. 5.3.12.1. A partir du 1er janvier 2020, il est interdit de servir des boissons dans des conteneurs à usage unique lors d'événements, à moins que l'organisateur de l'événement ne mette en place un système garantissant qu'au moins 90 % des conteneurs à usage unique sont collectés séparément pour être recyclés.
A compter du 1er janvier 2022, il est interdit de servir des boissons dans des conteneurs à usage unique lors d'événements, à moins que l'organisateur de l'événement ne mette en place un système garantissant qu'au moins 95 % des conteneurs à usage unique sont collectés séparément pour être recyclés.
Art. 5.3.12.2. A partir du 1er janvier 2020, il est interdit aux autorités flamandes et aux autorités locales de servir des boissons dans des récipients à usage unique dans le cadre de leurs propres activités et d'événements qu'elles organisent. A partir du 1er janvier 2022, cette interdiction s'applique également à l'offre d'aliments préparés dans du matériel de restauration à usage unique.
Art. 5.3.12.3. Le ministre peut arrêter des exceptions aux articles 5.3.12.1 et 5.3.12.2 si l'interdiction en question n'entraîne pas de bénéfices environnementaux dans le cas de certains types de matériel de restauration utilisés pour certaines applications. ".
" Sous-section 5.3.12. Conditions applicables à l'utilisation de matériel de restauration
Art. 5.3.12.1. A partir du 1er janvier 2020, il est interdit de servir des boissons dans des conteneurs à usage unique lors d'événements, à moins que l'organisateur de l'événement ne mette en place un système garantissant qu'au moins 90 % des conteneurs à usage unique sont collectés séparément pour être recyclés.
A compter du 1er janvier 2022, il est interdit de servir des boissons dans des conteneurs à usage unique lors d'événements, à moins que l'organisateur de l'événement ne mette en place un système garantissant qu'au moins 95 % des conteneurs à usage unique sont collectés séparément pour être recyclés.
Art. 5.3.12.2. A partir du 1er janvier 2020, il est interdit aux autorités flamandes et aux autorités locales de servir des boissons dans des récipients à usage unique dans le cadre de leurs propres activités et d'événements qu'elles organisent. A partir du 1er janvier 2022, cette interdiction s'applique également à l'offre d'aliments préparés dans du matériel de restauration à usage unique.
Art. 5.3.12.3. Le ministre peut arrêter des exceptions aux articles 5.3.12.1 et 5.3.12.2 si l'interdiction en question n'entraîne pas de bénéfices environnementaux dans le cas de certains types de matériel de restauration utilisés pour certaines applications. ".
Art. 67. Aan hoofdstuk 5, afdeling 5.3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, 23 mei 2014, 23 september 2016, 10 februari 2017 en 22 december 2017,wordt een onderafdeling 5.3.13, dat bestaat uit artikel 5.3.13.1, toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Onderafdeling 5.3.13. Voorwaarden voor het gebruik van kunststoffen afvalzakken
Art. 5.3.13.1. § 1. Het gebruik van kunststoffen afvalzakken die niet worden geproduceerd op basis van gerecycleerde kunststoffen, is verboden vanaf 1 januari 2021.
Het minimaal gehalte aan gerecycleerde kunststoffen in afvalzakken is vastgelegd op:
1° 80% vanaf 1 januari 2021, waarvan minstens de helft bestaat uit gerecycleerde postconsumer kunststoffen;
2° 100% vanaf 1 januari 2025, waarvan minstens de helft bestaat uit gerecycleerde postconsumer kunststoffen.
Bij het inzetten van gerecycleerde kunststoffen dient het gedeclareerde gehalte gerecycleerde kunststoffen bewezen te worden door een gecertificeerd management systeem (zoals QA-CER of gelijkwaardig) dat uitgereikt wordt door een geaccrediteerde instelling, die oorsprong en gehalte gerecycleerde kunststoffen in de zakken garandeert.
§ 2. Op het verbod vermeld in § 1 gelden volgende uitzonderingen:
1° biodegradeerbare afvalzakken bestemd voor groen- of gft-afval;
2° afvalzakken bestemd voor risicohoudend medisch afval, zoals bedoeld in artikel 5.2.3.3, en afvalzakken bestemd voor niet-risicohoudend medisch afval, zoals bedoeld in artikel 5.2.3.5;
3° afvalzakken bestemd voor asbesthoudende materialen;
4° afvalzakken bestemd voor bouwpuin.
De minister kan bijkomende uitzonderingen voorzien om rekening te houden met milieuoverwegingen of met vereisten inzake hygiëne of veiligheid. De minister kan de eigenschappen en de voorwaarden nader vaststellen waaraan de afvalzakken, waarvoor een uitzondering wordt voorzien, moeten voldoen.
§ 3. Het gebruik van kunststoffen afvalzakken zonder gerecycleerde kunststoffen wordt voor bestaande voorraden die aangekocht werden voor de ingangsdatum van het verbod, toegelaten tot maximaal 6 maanden na de ingang van het verbod.".
"Onderafdeling 5.3.13. Voorwaarden voor het gebruik van kunststoffen afvalzakken
Art. 5.3.13.1. § 1. Het gebruik van kunststoffen afvalzakken die niet worden geproduceerd op basis van gerecycleerde kunststoffen, is verboden vanaf 1 januari 2021.
Het minimaal gehalte aan gerecycleerde kunststoffen in afvalzakken is vastgelegd op:
1° 80% vanaf 1 januari 2021, waarvan minstens de helft bestaat uit gerecycleerde postconsumer kunststoffen;
2° 100% vanaf 1 januari 2025, waarvan minstens de helft bestaat uit gerecycleerde postconsumer kunststoffen.
Bij het inzetten van gerecycleerde kunststoffen dient het gedeclareerde gehalte gerecycleerde kunststoffen bewezen te worden door een gecertificeerd management systeem (zoals QA-CER of gelijkwaardig) dat uitgereikt wordt door een geaccrediteerde instelling, die oorsprong en gehalte gerecycleerde kunststoffen in de zakken garandeert.
§ 2. Op het verbod vermeld in § 1 gelden volgende uitzonderingen:
1° biodegradeerbare afvalzakken bestemd voor groen- of gft-afval;
2° afvalzakken bestemd voor risicohoudend medisch afval, zoals bedoeld in artikel 5.2.3.3, en afvalzakken bestemd voor niet-risicohoudend medisch afval, zoals bedoeld in artikel 5.2.3.5;
3° afvalzakken bestemd voor asbesthoudende materialen;
4° afvalzakken bestemd voor bouwpuin.
De minister kan bijkomende uitzonderingen voorzien om rekening te houden met milieuoverwegingen of met vereisten inzake hygiëne of veiligheid. De minister kan de eigenschappen en de voorwaarden nader vaststellen waaraan de afvalzakken, waarvoor een uitzondering wordt voorzien, moeten voldoen.
§ 3. Het gebruik van kunststoffen afvalzakken zonder gerecycleerde kunststoffen wordt voor bestaande voorraden die aangekocht werden voor de ingangsdatum van het verbod, toegelaten tot maximaal 6 maanden na de ingang van het verbod.".
Art. 67. Au chapitre 5, section 5.3, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 novembre 2012, 23 mai 2014, 23 septembre 2016, 10 février 2017 et 22 décembre 2017, est insérée une sous-section 5.3.13, constituée de l'article 5.3.13.1, rédigée comme suit :
" Sous-section 5.3.13. Conditions d'utilisation de sacs à déchets en plastique
Art. 5.3.13.1. § 1er. L'utilisation de sacs à déchets en plastique qui ne sont pas fabriqués à partir de plastiques recyclés est interdite à partir du 1er janvier 2021.
La teneur minimale en plastique recyclé dans les sacs à déchets est fixée à :
1° 80 % à partir du 1er janvier 2021, dont au moins la moitié est constituée de plastiques recyclés post-consommation ;
2° 100 % à partir du 1er janvier 2025, dont au moins la moitié est constituée de plastiques recyclés post-consommation.
Lors de l'utilisation de plastiques recyclés, le contenu déclaré des plastiques recyclés doit être prouvé par un système de gestion certifié (tel que QA-CER ou équivalent) délivré par un organisme accrédité, qui garantit l'origine et le contenu des plastiques recyclés dans les sacs.
§ 2. Les exceptions suivantes s'appliquent à l'interdiction, visée au § 1er :
1° les sacs à déchets biodégradables destinés aux déchets verts ou LFG ;
2° les sacs à déchets destinés aux déchets médicaux à risque, visés à l'article 5.2.3.3 et les sacs à déchets destinés aux déchets médicaux sans risques, visés à l'article 5.2.3.5 ;
3° les sacs à déchets destinés aux matériaux contenant de l'amiante ;
4° les sacs à déchets destinés aux gravats de construction.
Le ministre peut arrêter des exceptions supplémentaires pour tenir compte de considérations environnementales ou d'exigences en matière d'hygiène ou de sécurité. Le ministre peut préciser les caractéristiques et les conditions auxquelles doivent répondre les sacs à déchets pour lesquels une exception est prévue.
§ 3. L'utilisation de sacs à déchets en plastique sans plastique recyclé est autorisée pour les stocks existants achetés avant la date d'entrée en vigueur de l'interdiction, pendant une période maximale de 6 mois après la date d'entrée en vigueur de l'interdiction.".
" Sous-section 5.3.13. Conditions d'utilisation de sacs à déchets en plastique
Art. 5.3.13.1. § 1er. L'utilisation de sacs à déchets en plastique qui ne sont pas fabriqués à partir de plastiques recyclés est interdite à partir du 1er janvier 2021.
La teneur minimale en plastique recyclé dans les sacs à déchets est fixée à :
1° 80 % à partir du 1er janvier 2021, dont au moins la moitié est constituée de plastiques recyclés post-consommation ;
2° 100 % à partir du 1er janvier 2025, dont au moins la moitié est constituée de plastiques recyclés post-consommation.
Lors de l'utilisation de plastiques recyclés, le contenu déclaré des plastiques recyclés doit être prouvé par un système de gestion certifié (tel que QA-CER ou équivalent) délivré par un organisme accrédité, qui garantit l'origine et le contenu des plastiques recyclés dans les sacs.
§ 2. Les exceptions suivantes s'appliquent à l'interdiction, visée au § 1er :
1° les sacs à déchets biodégradables destinés aux déchets verts ou LFG ;
2° les sacs à déchets destinés aux déchets médicaux à risque, visés à l'article 5.2.3.3 et les sacs à déchets destinés aux déchets médicaux sans risques, visés à l'article 5.2.3.5 ;
3° les sacs à déchets destinés aux matériaux contenant de l'amiante ;
4° les sacs à déchets destinés aux gravats de construction.
Le ministre peut arrêter des exceptions supplémentaires pour tenir compte de considérations environnementales ou d'exigences en matière d'hygiène ou de sécurité. Le ministre peut préciser les caractéristiques et les conditions auxquelles doivent répondre les sacs à déchets pour lesquels une exception est prévue.
§ 3. L'utilisation de sacs à déchets en plastique sans plastique recyclé est autorisée pour les stocks existants achetés avant la date d'entrée en vigueur de l'interdiction, pendant une période maximale de 6 mois après la date d'entrée en vigueur de l'interdiction.".
Art. 68. Aan hoofdstuk 5, afdeling 5.3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, 23 mei 2014, 23 september 2016, 10 februari 2017 en 22 december 2017, wordt een onderafdeling 5.3.14 die bestaat uit artikel 5.3.14.1, toegevoegd, die luidt als volgt:
"Onderafdeling 5.3.14. Voorwaarden voor het gebruik van stickers op groenten en fruit
Art. 5.3.14.1. Het gebruik van stickers die rechtstreeks aangebracht worden op groenten en fruit is verboden, tenzij de informatie op de sticker functioneel of wettelijk verplicht is of tenzij de stickers gecertificeerd als thuiscomposteerbaar zijn.".
"Onderafdeling 5.3.14. Voorwaarden voor het gebruik van stickers op groenten en fruit
Art. 5.3.14.1. Het gebruik van stickers die rechtstreeks aangebracht worden op groenten en fruit is verboden, tenzij de informatie op de sticker functioneel of wettelijk verplicht is of tenzij de stickers gecertificeerd als thuiscomposteerbaar zijn.".
Art. 68. Au chapitre 5, section 5.3 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 novembre 2012, 23 mai 2014, 23 septembre 2016, 10 février 2017 et 22 décembre 2017, est ajoutée une sous-section 5.3.14, constituée de l'article 5.3.14.1, rédigée comme suit :
Sous-section 5.3.14. Conditions d'utilisation d'autocollants sur des fruits et légumes
Art. 5.3.14.1. L'utilisation d'autocollants apposés directement sur les fruits et légumes est interdite, à moins que l'information sur l'autocollant ne soit requise sur le plan fonctionnel ou légal ou que les autocollants ne soient certifiés comme étant compostables à domicile. ".
Sous-section 5.3.14. Conditions d'utilisation d'autocollants sur des fruits et légumes
Art. 5.3.14.1. L'utilisation d'autocollants apposés directement sur les fruits et légumes est interdite, à moins que l'information sur l'autocollant ne soit requise sur le plan fonctionnel ou légal ou que les autocollants ne soient certifiés comme étant compostables à domicile. ".
Art. 69. In artikel 6.1.1.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt in punt 9° het woord "containerpark" vervangen door het woord "recyclagepark";
2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"10° de afvalstoffenproducent die in het kader van een collectieve regeling met andere bedrijven die gevestigd zijn op hetzelfde bedrijventerrein, de eigen bedrijfsafvalstoffen vervoert naar een inzamelpunt van afvalstoffen op het bedrijventerrein waar hij zelf gevestigd is, en dat alleen voor die bedrijven bedoeld is, waarbij tijdens het transport het terrein niet verlaten wordt of de kortste route genomen wordt. Het bedrijventerrein is officieel ruimtelijk bestemd als bedrijventerrein en bevindt zich niet in een zeehavengebied.".
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt in punt 9° het woord "containerpark" vervangen door het woord "recyclagepark";
2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"10° de afvalstoffenproducent die in het kader van een collectieve regeling met andere bedrijven die gevestigd zijn op hetzelfde bedrijventerrein, de eigen bedrijfsafvalstoffen vervoert naar een inzamelpunt van afvalstoffen op het bedrijventerrein waar hij zelf gevestigd is, en dat alleen voor die bedrijven bedoeld is, waarbij tijdens het transport het terrein niet verlaten wordt of de kortste route genomen wordt. Het bedrijventerrein is officieel ruimtelijk bestemd als bedrijventerrein en bevindt zich niet in een zeehavengebied.".
Art. 69. A l'article 6.1.1.2 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 1er, alinéa 1er, au 9°, les mots " parc à conteneurs " sont remplacés par le mot " récyparc " ;
2° au § 1er, alinéa premier, un point 10° est ajouté, rédigé comme suit :
"10° du producteur de déchets qui, dans le cadre d'un arrangement collectif avec d'autres entreprises établies dans la même zone d'activités, transporte ses propres déchets industriels à un point de collecte des déchets dans la zone d'activités où il est lui-même établi et qui n'est destiné qu'à ces entreprises, le site n'étant pas quitté ou le chemin le plus court étant choisi pendant le transport. La zone d'activité est officiellement affectée en tant que zone d'activité et n'est pas située dans une zone portuaire.".
1° au § 1er, alinéa 1er, au 9°, les mots " parc à conteneurs " sont remplacés par le mot " récyparc " ;
2° au § 1er, alinéa premier, un point 10° est ajouté, rédigé comme suit :
"10° du producteur de déchets qui, dans le cadre d'un arrangement collectif avec d'autres entreprises établies dans la même zone d'activités, transporte ses propres déchets industriels à un point de collecte des déchets dans la zone d'activités où il est lui-même établi et qui n'est destiné qu'à ces entreprises, le site n'étant pas quitté ou le chemin le plus court étant choisi pendant le transport. La zone d'activité est officiellement affectée en tant que zone d'activité et n'est pas située dans une zone portuaire.".
Art. 70. In artikel 6.1.1.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012, 23 mei 2014, 23 september 2016 en 22 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° informatie verstrekken aan de afvalstoffenproducenten over de afvalstoffen die verplicht gescheiden moeten worden aangeboden, als vermeld in artikel 4.3.2 en 4.3.4, en die afzonderlijk moeten worden gehouden bij de inzameling. Zij moeten daarbij informatie geven op maat van de individuele klant of minstens op maat van de sector;";
2° in het eerste lid worden een punt 1° /1 en een punt 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
"1° /1 bij het inzamelen, het handelen of het makelen van bedrijfsrestval met de afvalstoffenproducent een contract afsluiten, met daarin duidelijke vermelding van de fracties, vermeld in artikel 4.3.2, en hun vooropgestelde inzamelwijze. Bij een aanpassing van de fracties vermeld in artikel 4.3.2 moet elke inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van bedrijfsrestafval deze contracten met zijn klanten stapsgewijs aanpassen vanaf de inwerkingtreding van deze nieuwe bepalingen: minstens 50% van de contracten moeten aangepast zijn na één jaar, minstens 75% na twee jaar en 100% na drie jaar. De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van bedrijfsrestafval moet elk inzamelrecipiënt minstens visueel inspecteren op de sorteerplicht, vermeld in artikel 4.3.2. Bij vaststelling van non-conformiteiten moet de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die bedrijfsrestafval inzamelt, handelen volgens een interne schriftelijke of digitale non-conformiteitsprocedure. Daarbij moet hij minstens de afvalstoffenproducent wijzen op zijn sorteerfouten en mag afval geweigerd worden. De minister kan de wijze van informatieverstrekking, de wijze van visuele controle en de minimale vereisten van non-conformiteitsprocedures opnemen en verder uitwerken in de code van goede praktijk, vermeld in artikel 4.5.2;
1° /2 met de afvalstoffenproducent een contract afsluiten waarin de samengevoegde fracties worden gespecifieerd, als de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar verschillende droge, niet-gevaarlijke afvalfracties in één recipiënt inzamelt, handelt of makelt als vermeld in artikel 4.3.2, derde lid;";
3° in het tweede lid wordt de zinsnede "In afwijking van het eerste lid, 1°, geldt dat het sluiten van een contract voor het bedrijfsrestafval niet verplicht is" vervangen door de zinsnede "Het eerste lid, 1° /1, is niet van toepassing".
1° in het eerste lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° informatie verstrekken aan de afvalstoffenproducenten over de afvalstoffen die verplicht gescheiden moeten worden aangeboden, als vermeld in artikel 4.3.2 en 4.3.4, en die afzonderlijk moeten worden gehouden bij de inzameling. Zij moeten daarbij informatie geven op maat van de individuele klant of minstens op maat van de sector;";
2° in het eerste lid worden een punt 1° /1 en een punt 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
"1° /1 bij het inzamelen, het handelen of het makelen van bedrijfsrestval met de afvalstoffenproducent een contract afsluiten, met daarin duidelijke vermelding van de fracties, vermeld in artikel 4.3.2, en hun vooropgestelde inzamelwijze. Bij een aanpassing van de fracties vermeld in artikel 4.3.2 moet elke inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van bedrijfsrestafval deze contracten met zijn klanten stapsgewijs aanpassen vanaf de inwerkingtreding van deze nieuwe bepalingen: minstens 50% van de contracten moeten aangepast zijn na één jaar, minstens 75% na twee jaar en 100% na drie jaar. De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van bedrijfsrestafval moet elk inzamelrecipiënt minstens visueel inspecteren op de sorteerplicht, vermeld in artikel 4.3.2. Bij vaststelling van non-conformiteiten moet de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die bedrijfsrestafval inzamelt, handelen volgens een interne schriftelijke of digitale non-conformiteitsprocedure. Daarbij moet hij minstens de afvalstoffenproducent wijzen op zijn sorteerfouten en mag afval geweigerd worden. De minister kan de wijze van informatieverstrekking, de wijze van visuele controle en de minimale vereisten van non-conformiteitsprocedures opnemen en verder uitwerken in de code van goede praktijk, vermeld in artikel 4.5.2;
1° /2 met de afvalstoffenproducent een contract afsluiten waarin de samengevoegde fracties worden gespecifieerd, als de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar verschillende droge, niet-gevaarlijke afvalfracties in één recipiënt inzamelt, handelt of makelt als vermeld in artikel 4.3.2, derde lid;";
3° in het tweede lid wordt de zinsnede "In afwijking van het eerste lid, 1°, geldt dat het sluiten van een contract voor het bedrijfsrestafval niet verplicht is" vervangen door de zinsnede "Het eerste lid, 1° /1, is niet van toepassing".
Art. 70. A l'article 6.1.1.4 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 4 mai 2012, 23 mai 2014, 23 septembre 2016 et 22 décembre 2017, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° communiquer des informations aux producteurs de déchets à propos des déchets qui doivent obligatoirement être présentés séparément, comme indiqué aux articles 4.3.2 et 4.3.4 et qui doivent être gardés séparément lors de la collecte. Ils doivent dans ce cadre fournir des informations à la mesure du client individuel ou au moins à la mesure du secteur ; ";
2° à l'alinéa 1er sont insérés des points 1° /1 et 1° /2, rédigés comme suit :
"1° /1 lors de la collecte, la négociation ou le courtage de déchets résiduels industriels conclure un contrat avec le producteur de déchets, y indiquant clairement les fractions visées à l'article 4.3.2 et leur méthode de collecte proposée. Lors d'une modification des fractions visées à l'article 4.3.2, chaque collecteur, négociant ou courtier en déchets résiduels industriels doit modifier progressivement ces contrats avec ses clients dès l'entrée en vigueur de ces nouvelles dispositions : au moins 50% des contrats doivent être modifiés après un an, au moins 75% après deux ans et 100% après trois ans. Le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets résiduels industriels procède au moins à une inspection visuelle de chaque conteneur de collecte en vue de l'obligation de tri visée à l'article 4.3.2. Lors de constats de non-conformités, le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets qui collecte des déchets résiduels industriels doit agir conformément à une procédure interne écrite ou numérique de non-conformité. Il doit dans ce contexte au moins attirer l'attention du producteur de déchets sur ses erreurs de tri et les déchets peuvent être refusés. Le ministre peut intégrer les modalités de fourniture d'information, d'inspection visuelle et des exigences minimales relatives aux procédures de non-conformité et les détailler davantage dans le code de bonne pratique visé à l'article 4.5.2 ;
1° /2 conclure avec le producteur de déchets un contrat dans lequel les fractions combinées sont spécifiées, si le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets collecte, négocie ou fait le courtage de diverses fractions sèches et non dangereuses de déchets dans un seul conteneur comme visé à l'article 4.3.2, alinéa 3 ; " ;
3° à l'alinéa 2, le membre de phrase " En dérogation à l'alinéa premier, 1°, la conclusion d'un contrat pour les déchets industriels résiduels n'est pas obligée " est remplacée par le membre de phrase " L'alinéa 1er, 1° /1 ne s'applique pas ".
1° à l'alinéa 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° communiquer des informations aux producteurs de déchets à propos des déchets qui doivent obligatoirement être présentés séparément, comme indiqué aux articles 4.3.2 et 4.3.4 et qui doivent être gardés séparément lors de la collecte. Ils doivent dans ce cadre fournir des informations à la mesure du client individuel ou au moins à la mesure du secteur ; ";
2° à l'alinéa 1er sont insérés des points 1° /1 et 1° /2, rédigés comme suit :
"1° /1 lors de la collecte, la négociation ou le courtage de déchets résiduels industriels conclure un contrat avec le producteur de déchets, y indiquant clairement les fractions visées à l'article 4.3.2 et leur méthode de collecte proposée. Lors d'une modification des fractions visées à l'article 4.3.2, chaque collecteur, négociant ou courtier en déchets résiduels industriels doit modifier progressivement ces contrats avec ses clients dès l'entrée en vigueur de ces nouvelles dispositions : au moins 50% des contrats doivent être modifiés après un an, au moins 75% après deux ans et 100% après trois ans. Le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets résiduels industriels procède au moins à une inspection visuelle de chaque conteneur de collecte en vue de l'obligation de tri visée à l'article 4.3.2. Lors de constats de non-conformités, le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets qui collecte des déchets résiduels industriels doit agir conformément à une procédure interne écrite ou numérique de non-conformité. Il doit dans ce contexte au moins attirer l'attention du producteur de déchets sur ses erreurs de tri et les déchets peuvent être refusés. Le ministre peut intégrer les modalités de fourniture d'information, d'inspection visuelle et des exigences minimales relatives aux procédures de non-conformité et les détailler davantage dans le code de bonne pratique visé à l'article 4.5.2 ;
1° /2 conclure avec le producteur de déchets un contrat dans lequel les fractions combinées sont spécifiées, si le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets collecte, négocie ou fait le courtage de diverses fractions sèches et non dangereuses de déchets dans un seul conteneur comme visé à l'article 4.3.2, alinéa 3 ; " ;
3° à l'alinéa 2, le membre de phrase " En dérogation à l'alinéa premier, 1°, la conclusion d'un contrat pour les déchets industriels résiduels n'est pas obligée " est remplacée par le membre de phrase " L'alinéa 1er, 1° /1 ne s'applique pas ".
Art. 71. In artikel 6.1.1.6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, 29 november 2013, 23 mei 2014 en 23 september 2016, worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 71. A l'article 6.1.1.6 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 novembre 2012, 29 novembre 2013, 23 mai 2014 et 23 septembre 2016, les mots " lettre recommandée " sont remplacés par les mots " envoi sécurisé ".
Art. 72. In artikel 6.1.3.1, derde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012, wordt de zinsnede ", vermeld in artikel 6.1.1.2, § 1, eerste lid, 5° en 6°, " vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 6.1.1.2, § 1, eerste lid, 5°, 6° en 7°, ".
Art. 72. A l'article 6.1.3.1, alinéa 3, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mai 2012, le membre de phrase " visés à l'article 6.1.1.2, § 1er, alinéa 1er, 5° et 6° " est remplacé par le membre de phrase " visés à l'article 6.1.1.2, § 1er, alinéa 1er, 5°, 6° et 7°, ".
Art. 73. In artikel 6.1.3.5 van hetzelfde besluit worden de woorden "aangetekende brief" vervangen door de woorden "beveiligde zending".
Art. 73. A l'article 6.1.3.5 du même arrêté, les mots " lettre recommandée " sont remplacés par les mots " envoi sécurisé ".
Art. 74. In artikel 6.2.2 van hetzelfde besluit wordt tussen de zinsnede "per fax," en de woorden "of door de uitwisseling van" de zinsnede "via het webloket dat de OVAM beschikbaar stelt via haar website," ingevoegd.
Art. 74. Dans l'article 6.2.2 du même arrêté, le membre de phrase " via le guichet Internet que l'OVAM met à disposition via son site web " est inséré entre le membre de phrase " par fax " et les mots " ou par un échange ".
Art. 75. Artikel 6.2.3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2016, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 6.2.3. De kennisgever kan de kennisgevingen die betrekking hebben op de uitvoer van afvalstoffen op de volgende manieren indienen bij de OVAM:
1° de kennisgever kan de originele kennisgeving, met minstens één afschrift ervan, per post naar de OVAM sturen. Als er doorvoerlanden zijn, wordt er voor elk doorvoerland een exemplaar toegevoegd. De informatie-uitwisseling tussen de kennisgever en de OVAM in het kader van de behandeling van de kennisgeving gebeurt dan via post of e-mail;
2° de kennisgever kan, als hij akkoord gaat met de digitale verzending van de bijlagen bij het kennisgevingsdossier en de digitale behandeling van zijn kennisgeving, de bijlagen indienen via het webloket dat de OVAM beschikbaar stelt via haar website. Hij stuurt dan enkel het originele kennisgevingsformulier, het originele vervoersdocument en het originele attest van de bankgarantie, borgsom of gelijkwaardige verzekering met de post naar de OVAM en laadt de andere bijlagen bij het kennisgevingsformulier op in het webloket. De kennisgever voegt dan geen afschrift en geen extra exemplaar voor elk doorvoerland toe. Elke informatie-uitwisseling tussen de kennisgever en de OVAM in het kader van de behandeling van de kennisgeving gebeurt dan via het webloket;
3° de kennisgever kan, als hij akkoord gaat met de digitale indiening en behandeling van zijn dossier, gebruikmaken van het webloket dat de OVAM via haar website aanbiedt. Het kennisgevingsdocument, het transportdocument, een door de financiële instelling digitaal ondertekende bankgarantie, borgsom of gelijkwaardige verzekering en de nodige bijlagen kunnen dan via het webloket bij de OVAM worden ingediend. Elke informatie-uitwisseling tussen de kennisgever en de OVAM in het kader van de behandeling van de kennisgeving gebeurt dan via het webloket.".
"Art. 6.2.3. De kennisgever kan de kennisgevingen die betrekking hebben op de uitvoer van afvalstoffen op de volgende manieren indienen bij de OVAM:
1° de kennisgever kan de originele kennisgeving, met minstens één afschrift ervan, per post naar de OVAM sturen. Als er doorvoerlanden zijn, wordt er voor elk doorvoerland een exemplaar toegevoegd. De informatie-uitwisseling tussen de kennisgever en de OVAM in het kader van de behandeling van de kennisgeving gebeurt dan via post of e-mail;
2° de kennisgever kan, als hij akkoord gaat met de digitale verzending van de bijlagen bij het kennisgevingsdossier en de digitale behandeling van zijn kennisgeving, de bijlagen indienen via het webloket dat de OVAM beschikbaar stelt via haar website. Hij stuurt dan enkel het originele kennisgevingsformulier, het originele vervoersdocument en het originele attest van de bankgarantie, borgsom of gelijkwaardige verzekering met de post naar de OVAM en laadt de andere bijlagen bij het kennisgevingsformulier op in het webloket. De kennisgever voegt dan geen afschrift en geen extra exemplaar voor elk doorvoerland toe. Elke informatie-uitwisseling tussen de kennisgever en de OVAM in het kader van de behandeling van de kennisgeving gebeurt dan via het webloket;
3° de kennisgever kan, als hij akkoord gaat met de digitale indiening en behandeling van zijn dossier, gebruikmaken van het webloket dat de OVAM via haar website aanbiedt. Het kennisgevingsdocument, het transportdocument, een door de financiële instelling digitaal ondertekende bankgarantie, borgsom of gelijkwaardige verzekering en de nodige bijlagen kunnen dan via het webloket bij de OVAM worden ingediend. Elke informatie-uitwisseling tussen de kennisgever en de OVAM in het kader van de behandeling van de kennisgeving gebeurt dan via het webloket.".
Art. 75. L'article 6.2.3 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2016, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 6.2.3. Le notifiant peut adresser à l'OVAM les notifications concernant les exportations de déchets selon les modalités suivantes :
1° le notifiant peut adresser l'original de la notification, avec au moins une copie, par la poste à l'OVAM. S'il y a des pays de transit, un exemplaire est ajouté pour chaque pays de transit. L'échange d'informations entre le notifiant et l'OVAM dans le cadre du traitement de la notification s'effectue alors par la poste ou par e-mail ;
2° le notifiant peut, s'il consent à la transmission numérique des annexes au dossier de notification et au traitement numérique de sa notification, soumettre les annexes via le guichet web mis à disposition par l'OVAM via son site web. Il n'envoie dans ce cas à l'OVAM que l'original du formulaire de notification, l'original du document de transport et l'original du certificat de la garantie bancaire, de la caution ou d'une assurance équivalente par la poste et télécharge les autres annexes du formulaire de notification sur le guichet web. Le notifiant n'ajoute alors pas de copie ni d'exemplaire supplémentaire par pays de transit. Tout échange d'informations entre le notifiant et l'OVAM dans le cadre du traitement de la notification s'effectue alors via le guichet web ;
3° le notifiant peut, s'il consent à la transmission et au traitement numériques de son dossier, utiliser le guichet web que l'OVAM met à disposition via son site web. Le document de notification, le document de transport, une garantie bancaire, une garantie bancaire, une caution ou une assurance équivalente signée numériquement par l'établissement financier et les pièces jointes nécessaires peuvent ensuite être transmis à l'OVAM via le guichet web. Tout échange d'informations entre le notifiant et l'OVAM dans le cadre du traitement de la notification s'effectue alors via le guichet web.".
" Art. 6.2.3. Le notifiant peut adresser à l'OVAM les notifications concernant les exportations de déchets selon les modalités suivantes :
1° le notifiant peut adresser l'original de la notification, avec au moins une copie, par la poste à l'OVAM. S'il y a des pays de transit, un exemplaire est ajouté pour chaque pays de transit. L'échange d'informations entre le notifiant et l'OVAM dans le cadre du traitement de la notification s'effectue alors par la poste ou par e-mail ;
2° le notifiant peut, s'il consent à la transmission numérique des annexes au dossier de notification et au traitement numérique de sa notification, soumettre les annexes via le guichet web mis à disposition par l'OVAM via son site web. Il n'envoie dans ce cas à l'OVAM que l'original du formulaire de notification, l'original du document de transport et l'original du certificat de la garantie bancaire, de la caution ou d'une assurance équivalente par la poste et télécharge les autres annexes du formulaire de notification sur le guichet web. Le notifiant n'ajoute alors pas de copie ni d'exemplaire supplémentaire par pays de transit. Tout échange d'informations entre le notifiant et l'OVAM dans le cadre du traitement de la notification s'effectue alors via le guichet web ;
3° le notifiant peut, s'il consent à la transmission et au traitement numériques de son dossier, utiliser le guichet web que l'OVAM met à disposition via son site web. Le document de notification, le document de transport, une garantie bancaire, une garantie bancaire, une caution ou une assurance équivalente signée numériquement par l'établissement financier et les pièces jointes nécessaires peuvent ensuite être transmis à l'OVAM via le guichet web. Tout échange d'informations entre le notifiant et l'OVAM dans le cadre du traitement de la notification s'effectue alors via le guichet web.".
Art. 76. Artikel 6.2.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 6.2.4. § 1. Het bedrag van de administratieve kosten, verbonden aan de uitvoering van de kennisgevings- en toezichtprocedure, vermeld in artikel 14 van het Materialendecreet, is afhankelijk van het type dossier en de gekozen indienings- en behandelingswijze. De administratieve kosten worden als volgt vastgesteld:
1° voor uitvoerdossiers die ingediend en behandeld worden volgens de methode, vermeld in artikel 6.2.3, 1°, van dit besluit, bedraagt het bedrag van de administratieve kosten 550 euro per kennisgeving;
2° voor uitvoerdossiers die ingediend en behandeld worden volgens de methode, vermeld in artikel 6.2.3, 2° en 3°, van dit besluit, bedraagt het bedrag van de administratieve kosten 400 euro per kennisgeving;
3° voor de invoerdossiers bedraagt het bedrag van de administratieve kosten 550 euro per kennisgeving.
Er wordt voor alle dossiers een korting op het bedrag van de administratieve kosten van 200 euro toegekend als de transportmeldingen van het dossier digitaal worden aangeleverd volgens de technische specificaties die door de minister worden vastgesteld in een standaardprocedure. Als achteraf blijkt dat de transportmeldingen niet digitaal zijn verzonden, wordt het bedrag van de administratieve kosten van een volgend kennisgevingsdossier van dezelfde kennisgever vermeerderd met 200 euro.
Het bedrag van de administratieve kosten wordt verhoogd met de openstaande administratieve kosten van voorgaande kennisgevingsdossiers van dezelfde kennisgever.
Na de ontvangst van de betaalinformatie, inclusief de gestructureerde mededeling, wordt het bedrag, vrij van alle bankonkosten, aan de OVAM betaald volgens de specificaties opgenomen in de betaalinformatie. Bij de betaling wordt de gestructureerde mededeling vermeld die de OVAM heeft opgenomen in de betaalinformatie. Betalingen waarin die gestructureerde mededeling niet wordt vermeld, worden niet aanvaard en teruggestort.
§ 2. De kennisgevings- en vervoersdocumenten worden gratis door de OVAM ter beschikking gesteld, als de OVAM ze kan afleveren binnen de bepalingen van de verordening. Kennisgevingsdocumenten en transportdocumenten met een uniek kennisgevingsnummer worden altijd besteld via het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt.".
"Art. 6.2.4. § 1. Het bedrag van de administratieve kosten, verbonden aan de uitvoering van de kennisgevings- en toezichtprocedure, vermeld in artikel 14 van het Materialendecreet, is afhankelijk van het type dossier en de gekozen indienings- en behandelingswijze. De administratieve kosten worden als volgt vastgesteld:
1° voor uitvoerdossiers die ingediend en behandeld worden volgens de methode, vermeld in artikel 6.2.3, 1°, van dit besluit, bedraagt het bedrag van de administratieve kosten 550 euro per kennisgeving;
2° voor uitvoerdossiers die ingediend en behandeld worden volgens de methode, vermeld in artikel 6.2.3, 2° en 3°, van dit besluit, bedraagt het bedrag van de administratieve kosten 400 euro per kennisgeving;
3° voor de invoerdossiers bedraagt het bedrag van de administratieve kosten 550 euro per kennisgeving.
Er wordt voor alle dossiers een korting op het bedrag van de administratieve kosten van 200 euro toegekend als de transportmeldingen van het dossier digitaal worden aangeleverd volgens de technische specificaties die door de minister worden vastgesteld in een standaardprocedure. Als achteraf blijkt dat de transportmeldingen niet digitaal zijn verzonden, wordt het bedrag van de administratieve kosten van een volgend kennisgevingsdossier van dezelfde kennisgever vermeerderd met 200 euro.
Het bedrag van de administratieve kosten wordt verhoogd met de openstaande administratieve kosten van voorgaande kennisgevingsdossiers van dezelfde kennisgever.
Na de ontvangst van de betaalinformatie, inclusief de gestructureerde mededeling, wordt het bedrag, vrij van alle bankonkosten, aan de OVAM betaald volgens de specificaties opgenomen in de betaalinformatie. Bij de betaling wordt de gestructureerde mededeling vermeld die de OVAM heeft opgenomen in de betaalinformatie. Betalingen waarin die gestructureerde mededeling niet wordt vermeld, worden niet aanvaard en teruggestort.
§ 2. De kennisgevings- en vervoersdocumenten worden gratis door de OVAM ter beschikking gesteld, als de OVAM ze kan afleveren binnen de bepalingen van de verordening. Kennisgevingsdocumenten en transportdocumenten met een uniek kennisgevingsnummer worden altijd besteld via het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt.".
Art. 76. L'article 6.2.4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 novembre 2012, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 6.2.4. § 1er. Le montant des frais administratifs liés à l'exécution de la procédure de notification et de surveillance visée à l'article 14 du Décret sur les matériaux, dépend du type de dossier et du mode choisi de transmission et de traitement. Les frais administratifs sont établis comme suit :
1° pour les dossiers d'exportation transmis et traités selon la méthode visée à l'article 6.2.3, 1° du présent arrêté, le montant des frais administratifs est de 550 euros par notification ;
2° pour les dossiers d'exportation transmis et traités selon la méthode, visée à l'article 6.2.3, 2° et 3° du présent arrêté, le montant des frais administratifs est de 400 euros par notification ;
3° pour les dossiers d'importation, le montant des frais administratifs est de 550 euros par notification.
Une réduction de 200 euros sur le montant des frais administratifs est accordée pour tous les dossiers si les notifications de transport du dossier sont transmises sous forme numérique conformément aux spécifications techniques établies par le ministre dans une procédure standard. S'il s'avère par la suite que les notifications de transport n'ont pas été envoyées numériquement, les frais administratifs d'un dossier de notification ultérieur transmis par le même notifiant seront augmentés de 200 euros.
Le montant des frais administratifs est majoré des frais administratifs restant dus de dossiers de notification antérieurs du même notifiant.
Après réception des informations relatives au paiement, y compris la communication structurée, le montant est versé à l'OVAM, sans frais bancaires, conformément aux spécifications spécifiées dans les informations relatives au paiement. Le paiement est accompagné de la communication structurée que l'OVAM a incluse dans les informations relatives au paiement. Les paiements qui ne font pas état de cette communication structurée ne sont pas acceptés et sont retournés.
§ 2. Les documents de notification et de transportation sont gratuitement mis à la disposition par l'OVAM, pour autant que l'OVAM puisse les fournir dans les limites des dispositions du règlement. Des documents de notification et des documents de transportation portant un numéro de notification unique sont toujours commandés via le guichet web mis à disposition par l'OVAM via son site web.".
" Art. 6.2.4. § 1er. Le montant des frais administratifs liés à l'exécution de la procédure de notification et de surveillance visée à l'article 14 du Décret sur les matériaux, dépend du type de dossier et du mode choisi de transmission et de traitement. Les frais administratifs sont établis comme suit :
1° pour les dossiers d'exportation transmis et traités selon la méthode visée à l'article 6.2.3, 1° du présent arrêté, le montant des frais administratifs est de 550 euros par notification ;
2° pour les dossiers d'exportation transmis et traités selon la méthode, visée à l'article 6.2.3, 2° et 3° du présent arrêté, le montant des frais administratifs est de 400 euros par notification ;
3° pour les dossiers d'importation, le montant des frais administratifs est de 550 euros par notification.
Une réduction de 200 euros sur le montant des frais administratifs est accordée pour tous les dossiers si les notifications de transport du dossier sont transmises sous forme numérique conformément aux spécifications techniques établies par le ministre dans une procédure standard. S'il s'avère par la suite que les notifications de transport n'ont pas été envoyées numériquement, les frais administratifs d'un dossier de notification ultérieur transmis par le même notifiant seront augmentés de 200 euros.
Le montant des frais administratifs est majoré des frais administratifs restant dus de dossiers de notification antérieurs du même notifiant.
Après réception des informations relatives au paiement, y compris la communication structurée, le montant est versé à l'OVAM, sans frais bancaires, conformément aux spécifications spécifiées dans les informations relatives au paiement. Le paiement est accompagné de la communication structurée que l'OVAM a incluse dans les informations relatives au paiement. Les paiements qui ne font pas état de cette communication structurée ne sont pas acceptés et sont retournés.
§ 2. Les documents de notification et de transportation sont gratuitement mis à la disposition par l'OVAM, pour autant que l'OVAM puisse les fournir dans les limites des dispositions du règlement. Des documents de notification et des documents de transportation portant un numéro de notification unique sont toujours commandés via le guichet web mis à disposition par l'OVAM via son site web.".
Art. 77. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2017, worden de artikelen 6.2.6 tot 6.2.18 toegevoegd die luiden als volgt:
"Art. 6.2.6. Specifieke inrichtingen die vergund zijn voor de nuttige toepassing van afvalstoffen, kunnen bij de OVAM een goedkeuring aanvragen als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen als vermeld in artikel 14 van de verordening. Ze maken daarvoor gebruik van het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt.
Art. 6.2.7. De OVAM stelt een register van vooraf goedgekeurde inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen ter beschikking via haar website.
Art. 6.2.8. De aanvraag van goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen moet al de volgende gegevens bevatten:
1° de volgende administratieve gegevens: naam, straat en nummer, postnummer en gemeente, land, telefoonnummer, faxnummer, contactpersoon, e-mailadres en het ondernemingsnummer en, als dat beschikbaar is, het vestigingsnummer van de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft;
2° de vermelding van de afvalstoffen waarvoor de aanvrager de registratie wenst te verkrijgen, met de vermelding van de BAZEL/OESO-code, vermeld in bijlage IV van de verordening. De aanvrager voegt ook altijd een omschrijving van de afvalstoffen toe;
3° een afschrift van de milieuvergunning of omgevingsvergunning van de inrichting en een gedetailleerde beschrijving van de verwerking van de afvalstoffen;
4° de einddatum van de milieuvergunning of de omgevingsvergunning;
5° de vergunde hoeveelheden te verwerken afvalstoffen per afvalstof en voor de gehele inrichting, als die gespecificeerd worden in de milieuvergunning of omgevingsvergunning;
6° een beschrijving van de processen en methoden die worden gebruikt voor de nuttige toepassing van de afvalstoffen, waarbij specifiek aandacht wordt besteed aan de aspecten die voor de beoordeling van de aanvraag in beschouwing genomen worden;
7° de volgende verklaring: de aanvraag van goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen, die ondertekend en gedateerd is, en waarbij de ondertekenaar verklaart dat de door hem verstrekte inlichtingen volledig en correct zijn. De naam en de functie van de ondertekenaar worden vermeld.
Art. 6.2.9. De aanvrager van een goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen dient zijn aanvraag elektronisch in bij de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt.
Art. 6.2.10. Bij de beoordeling van de aanvragen worden minstens de volgende aspecten in beschouwing genomen:
1° de bewezen milieukwaliteit van de nuttige toepassing van de afvalstoffen tijdens de voorbije jaren;
2° de bewezen ervaring met het nuttig toepassen van de afvalstoffen waarvoor een registratie als vooraf goedgekeurde inrichting wordt aangevraagd;
3° de mate waarin de wijze van nuttige toepassing aansluit bij het Vlaamse afvalstoffen- en materialenbeleid;
4° de mate waarin de voorgestelde nuttige toepassing een bijdrage levert aan de effectieve materiaalrecyclage van de afvalstoffen;
5° de overtredingen en misbruiken van de milieuregelgeving die al zijn vastgesteld.
Art. 6.2.11. De OVAM brengt de aanvrager op de hoogte van de ontvangst van de aanvraag door een elektronische melding in het webloket voor vooraf goedgekeurde inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen. Zolang de aanvrager geen elektronische ontvangstmelding ontvangt, wordt de aanvraag beschouwd als niet ingediend.
Art. 6.2.12. De OVAM beslist over de aanvraag van goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen en brengt de aanvrager op de hoogte van de toekenning of de weigering via een elektronische melding uiterlijk dertig kalenderdagen na de ontvangstdatum van de aanvraag. De behandeltermijn start op de eerstvolgende werkdag na de melding van ontvangst van de aanvraag.
Art. 6.2.13. Als de OVAM bij de behandeling van de aanvraag, vermeld in artikel 6.2.8, om aanvullingen verzoekt, wordt de termijn van de behandeling, vermeld in artikel 6.2.12, geschorst vanaf de verzending van dat verzoek en begint die opnieuw te lopen op de eerstvolgende werkdag vanaf de ontvangst van de aanvullingen. Als de aanvrager de aanvullingen niet binnen negentig kalenderdagen aan de OVAM bezorgt, wordt de aanvraag geacht geweigerd te zijn. De voormelde termijn van negentig kalenderdagen kan in overleg tussen de aanvrager en de OVAM verlengd worden.
Voor de verzending van het verzoek tot aanvullingen door de OVAM en het ontvangen van de aanvullingen stelt de OVAM een webloket ter beschikking via de website van de OVAM. De OVAM stuurt een elektronische ontvangstmelding van de aanvullingen naar de aanvrager.
Na een weigering van de goedkeuring van de aanvraag van goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen wordt een nieuwe aanvraag door de OVAM alleen behandeld als de aanvrager elementen kan aandragen die een nieuwe aanvraag rechtvaardigen.
Art. 6.2.14. De goedkeuring geldt voor een bepaalde periode, maar nooit langer dan de geldigheidsperiode van de milieuvergunning of de omgevingsvergunning van de inrichting.
Art. 6.2.15. Elke wijziging in de gegevens van de vooraf goedgekeurde inrichting wordt elektronisch aan de OVAM meegedeeld. Daarvoor maakt de vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen gebruik van het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt. De gewijzigde gegevens worden in het register van vooraf goedgekeurde inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen aangepast.
Art. 6.2.16. De goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting kan niet aan derden worden doorgegeven, uitgezonderd wanneer de vooraf goedgekeurde inrichting wordt overgenomen.
Bij een overname van de vooraf goedgekeurde inrichting deelt de goedgekeurde inrichting de administratieve gegevens zoals vermeld in artikel 6.2.8, 1°, en een bewijs van de overname mee aan de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt. De nieuwe goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting op naam van de overnemer is geldig met onmiddellijke ingang.
Bij stopzetting van de activiteiten kan de vooraf goedgekeurde inrichting op zijn verzoek de goedkeuring laten opheffen. De goedkeuring wordt dan geschrapt uit het register van vooraf goedgekeurde inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen. De houder van een vooraf goedgekeurde inrichting meldt de stopzetting van de activiteiten elektronisch aan de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt. De OVAM stuurt een elektronische ontvangstmelding van de aanvraag tot opheffing en een elektronische melding van de opheffing.
Art. 6.2.17. De vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen meldt de stopzetting van haar activiteiten elektronisch aan de OVAM. Daarvoor maakt ze gebruik van het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt. De OVAM heft de goedkeuring dan op. De vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen wordt dan verwijderd uit het register van vooraf goedgekeurde inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen.
Art. 6.2.18. Elk misbruik van de goedkeuring en elke overtreding van de milieuwetgeving kan leiden tot de schorsing van de goedkeuring.
Bij een vaststelling van misbruik van de goedkeuring of van een overtreding van de milieuwetgeving wordt de vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen door de OVAM met een beveiligde zending op de hoogte gebracht van de voorgenomen beslissing tot schorsing en de motieven daarvoor. De vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen beschikt over veertien dagen om haar verweermiddelen kenbaar te maken of om aan te tonen dat haar zaken ondertussen in orde zijn gebracht. Ze kan vragen om gehoord te worden.
De schorsing wordt door de OVAM met een beveiligde zending aan de vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen meegedeeld, met vermelding van de motieven. Na de schorsing wordt de vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen verwijderd uit het register van vooraf goedgekeurde inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen.
Een schorsing van de goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen blijft van kracht voor een termijn die afloopt samen met de einddatum van de goedkeuring. Als door de geschorste vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen intussen kan worden aangetoond dat de aanleiding tot schorsing niet meer bestaat, kan de schorsing ongedaan worden gemaakt. Tijdens de periode van de schorsing kan de vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen geen nieuwe goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen verkrijgen.".
"Art. 6.2.6. Specifieke inrichtingen die vergund zijn voor de nuttige toepassing van afvalstoffen, kunnen bij de OVAM een goedkeuring aanvragen als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen als vermeld in artikel 14 van de verordening. Ze maken daarvoor gebruik van het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt.
Art. 6.2.7. De OVAM stelt een register van vooraf goedgekeurde inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen ter beschikking via haar website.
Art. 6.2.8. De aanvraag van goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen moet al de volgende gegevens bevatten:
1° de volgende administratieve gegevens: naam, straat en nummer, postnummer en gemeente, land, telefoonnummer, faxnummer, contactpersoon, e-mailadres en het ondernemingsnummer en, als dat beschikbaar is, het vestigingsnummer van de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft;
2° de vermelding van de afvalstoffen waarvoor de aanvrager de registratie wenst te verkrijgen, met de vermelding van de BAZEL/OESO-code, vermeld in bijlage IV van de verordening. De aanvrager voegt ook altijd een omschrijving van de afvalstoffen toe;
3° een afschrift van de milieuvergunning of omgevingsvergunning van de inrichting en een gedetailleerde beschrijving van de verwerking van de afvalstoffen;
4° de einddatum van de milieuvergunning of de omgevingsvergunning;
5° de vergunde hoeveelheden te verwerken afvalstoffen per afvalstof en voor de gehele inrichting, als die gespecificeerd worden in de milieuvergunning of omgevingsvergunning;
6° een beschrijving van de processen en methoden die worden gebruikt voor de nuttige toepassing van de afvalstoffen, waarbij specifiek aandacht wordt besteed aan de aspecten die voor de beoordeling van de aanvraag in beschouwing genomen worden;
7° de volgende verklaring: de aanvraag van goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen, die ondertekend en gedateerd is, en waarbij de ondertekenaar verklaart dat de door hem verstrekte inlichtingen volledig en correct zijn. De naam en de functie van de ondertekenaar worden vermeld.
Art. 6.2.9. De aanvrager van een goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen dient zijn aanvraag elektronisch in bij de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt.
Art. 6.2.10. Bij de beoordeling van de aanvragen worden minstens de volgende aspecten in beschouwing genomen:
1° de bewezen milieukwaliteit van de nuttige toepassing van de afvalstoffen tijdens de voorbije jaren;
2° de bewezen ervaring met het nuttig toepassen van de afvalstoffen waarvoor een registratie als vooraf goedgekeurde inrichting wordt aangevraagd;
3° de mate waarin de wijze van nuttige toepassing aansluit bij het Vlaamse afvalstoffen- en materialenbeleid;
4° de mate waarin de voorgestelde nuttige toepassing een bijdrage levert aan de effectieve materiaalrecyclage van de afvalstoffen;
5° de overtredingen en misbruiken van de milieuregelgeving die al zijn vastgesteld.
Art. 6.2.11. De OVAM brengt de aanvrager op de hoogte van de ontvangst van de aanvraag door een elektronische melding in het webloket voor vooraf goedgekeurde inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen. Zolang de aanvrager geen elektronische ontvangstmelding ontvangt, wordt de aanvraag beschouwd als niet ingediend.
Art. 6.2.12. De OVAM beslist over de aanvraag van goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen en brengt de aanvrager op de hoogte van de toekenning of de weigering via een elektronische melding uiterlijk dertig kalenderdagen na de ontvangstdatum van de aanvraag. De behandeltermijn start op de eerstvolgende werkdag na de melding van ontvangst van de aanvraag.
Art. 6.2.13. Als de OVAM bij de behandeling van de aanvraag, vermeld in artikel 6.2.8, om aanvullingen verzoekt, wordt de termijn van de behandeling, vermeld in artikel 6.2.12, geschorst vanaf de verzending van dat verzoek en begint die opnieuw te lopen op de eerstvolgende werkdag vanaf de ontvangst van de aanvullingen. Als de aanvrager de aanvullingen niet binnen negentig kalenderdagen aan de OVAM bezorgt, wordt de aanvraag geacht geweigerd te zijn. De voormelde termijn van negentig kalenderdagen kan in overleg tussen de aanvrager en de OVAM verlengd worden.
Voor de verzending van het verzoek tot aanvullingen door de OVAM en het ontvangen van de aanvullingen stelt de OVAM een webloket ter beschikking via de website van de OVAM. De OVAM stuurt een elektronische ontvangstmelding van de aanvullingen naar de aanvrager.
Na een weigering van de goedkeuring van de aanvraag van goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen wordt een nieuwe aanvraag door de OVAM alleen behandeld als de aanvrager elementen kan aandragen die een nieuwe aanvraag rechtvaardigen.
Art. 6.2.14. De goedkeuring geldt voor een bepaalde periode, maar nooit langer dan de geldigheidsperiode van de milieuvergunning of de omgevingsvergunning van de inrichting.
Art. 6.2.15. Elke wijziging in de gegevens van de vooraf goedgekeurde inrichting wordt elektronisch aan de OVAM meegedeeld. Daarvoor maakt de vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen gebruik van het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt. De gewijzigde gegevens worden in het register van vooraf goedgekeurde inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen aangepast.
Art. 6.2.16. De goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting kan niet aan derden worden doorgegeven, uitgezonderd wanneer de vooraf goedgekeurde inrichting wordt overgenomen.
Bij een overname van de vooraf goedgekeurde inrichting deelt de goedgekeurde inrichting de administratieve gegevens zoals vermeld in artikel 6.2.8, 1°, en een bewijs van de overname mee aan de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt. De nieuwe goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting op naam van de overnemer is geldig met onmiddellijke ingang.
Bij stopzetting van de activiteiten kan de vooraf goedgekeurde inrichting op zijn verzoek de goedkeuring laten opheffen. De goedkeuring wordt dan geschrapt uit het register van vooraf goedgekeurde inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen. De houder van een vooraf goedgekeurde inrichting meldt de stopzetting van de activiteiten elektronisch aan de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt. De OVAM stuurt een elektronische ontvangstmelding van de aanvraag tot opheffing en een elektronische melding van de opheffing.
Art. 6.2.17. De vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen meldt de stopzetting van haar activiteiten elektronisch aan de OVAM. Daarvoor maakt ze gebruik van het webloket dat de OVAM via haar website ter beschikking stelt. De OVAM heft de goedkeuring dan op. De vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen wordt dan verwijderd uit het register van vooraf goedgekeurde inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen.
Art. 6.2.18. Elk misbruik van de goedkeuring en elke overtreding van de milieuwetgeving kan leiden tot de schorsing van de goedkeuring.
Bij een vaststelling van misbruik van de goedkeuring of van een overtreding van de milieuwetgeving wordt de vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen door de OVAM met een beveiligde zending op de hoogte gebracht van de voorgenomen beslissing tot schorsing en de motieven daarvoor. De vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen beschikt over veertien dagen om haar verweermiddelen kenbaar te maken of om aan te tonen dat haar zaken ondertussen in orde zijn gebracht. Ze kan vragen om gehoord te worden.
De schorsing wordt door de OVAM met een beveiligde zending aan de vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen meegedeeld, met vermelding van de motieven. Na de schorsing wordt de vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen verwijderd uit het register van vooraf goedgekeurde inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen.
Een schorsing van de goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen blijft van kracht voor een termijn die afloopt samen met de einddatum van de goedkeuring. Als door de geschorste vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen intussen kan worden aangetoond dat de aanleiding tot schorsing niet meer bestaat, kan de schorsing ongedaan worden gemaakt. Tijdens de periode van de schorsing kan de vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen geen nieuwe goedkeuring als vooraf goedgekeurde inrichting voor de nuttige toepassing van afvalstoffen verkrijgen.".
Art. 77. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 décembre 2017, les articles 6.2.6 à 6.2.18 sont ajoutés, rédigés comme suit :
" Art. 6.2.6. Les installations spécifiques autorisées pour la valorisation des déchets peuvent demander à l'OVAM un agrément en tant qu'installation bénéficiant d'un consentement préalable pour la valorisation de déchets visée à l'article 14 du règlement. Elles utilisent le guichet web mis à leur disposition par l'OVAM à cette fin.
Art. 6.2.7. L'OVAM met à disposition sur son site web un registre d'installations au préalable approuvées pour la valorisation de déchets.
Art. 6.2.8. La demande d'une approbation en tant qu'installation de valorisation de déchets approuvée au préalable doit contenir toutes les données suivantes :
1° les données administratives suivantes : nom, rue et numéro, code postal et commune, pays, numéro de téléphone, numéro de télécopieur, personne à contacter, adresse email et numéro d'entreprise et, le cas échéant, le numéro d'établissement de l'installation à laquelle la demande se rapporte ;
2° la mention des déchets pour lesquels le demandeur souhaite obtenir l'enregistrement, y compris le code BCQLE/OCDE visé à l'annexe IV du règlement. Le demandeur ajoute également à chaque fois une description des déchets ;
3° une copie de l'autorisation environnementale ou du permis d'environnement de l'installation et une description détaillée du traitement des déchets ;
4° la date de fin de l'autorisation environnementale ou du permis d'environnement ;
5° les quantités autorisées de déchets à traiter par déchet et pour l'ensemble de l'installation, si elles sont spécifiées dans l'autorisation environnementale ou dans le permis d'environnement ;
6° une description des processus et méthodes utilisés pour la valorisation des déchets, avec une attention particulière aux aspects qui sont pris en compte pour l'évaluation de la demande ;
7° la déclaration suivante : la demande d'approbation en tant qu'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets, signée et datée, par laquelle le signataire déclare que les informations fournies par lui sont complètes et exactes. Le nom et la fonction du signataire sont mentionnés.
Art. 6.2.9. Le demandeur d'une approbation en tant qu'installation de valorisation de déchets approuvée au préalable doit soumettre sa demande à l'OVAM par voie électronique. A cette fin, il utilise le guichet web mis à sa disposition par l'OVAM via son site web.
Art. 6.2.10. Lors de l'évaluation des demandes, les aspects suivants sont au minimum pris en compte :
1° la qualité de l'environnement prouvée de la valorisation de déchets au cours des dernières années ;
2° l'expérience prouvée en matière de valorisation de déchets pour lesquels un enregistrement en tant qu'installation approuvée au préalable est demandé ;
3° la mesure dans laquelle la méthode de valorisation est conforme à la politique flamande en matière de déchets et de matériaux ;
4° la mesure dans laquelle la valorisation proposée contribue au recyclage effectif des matériaux des déchets ;
5° les infractions aux et les abus des réglementations environnementales déjà constatés.
Art. 6.2.11. L'OVAM informe le demandeur de la réception de la demande au moyen d'une notification électronique dans le guichet web pour les installations approuvées au préalable pour la valorisation de déchets. Tant que le demandeur ne reçoit pas d'accusé de réception électronique, la demande est considérée comme non introduite.
Art. 6.2.12. L'OVAM décide de la demande d'approbation en tant qu'installation de valorisation de déchets approuvée au préalable et informe le demandeur de l'octroi ou du refus au moyen d'une notification électronique au plus tard trente jours civils après la date de réception de la demande. Le délai de traitement commence le premier jour ouvrable suivant la notification de la réception de la demande.
Art. 6.2.13. Si l'OVAM demande des compléments lors du traitement de la demande visée à l'article 6.2.8, le délai de traitement, visé au 6.2.12 est suspendu à partir de l'envoi de cette demande et reprend son cours le premier jour ouvrable suivant la réception des compléments. Si le demandeur omet de communiquer les compléments à l'OVAM dans les 90 jours civils, la demande est réputée refusée. Le délai précité de nonante jours civils peut être prolongé en concertation entre le demandeur et l'OVAM.
L'OVAM met à disposition un guichet web via son site web pour l'envoi de sa demande de compléments et pour la réception de compléments. L'OVAM envoie au demandeur un accusé de réception des compléments par voie électronique.
Après un refus de l'approbation de la demande d'approbation en tant qu'installation de valorisation de déchets approuvée au préalable, une nouvelle demande n'est traitée par l'OVAM que si le demandeur peut fournir des éléments justifiant une nouvelle demande.
Art.6.2.14. L'approbation est valide pour une période déterminée, qui ne dépasse toutefois pas la période de validité de l'autorisation environnementale ou du permis d'environnement de l'installation.
Art. 6.2.15. Toute modification dans les données de l'installation approuvée au préalable est communiquée à l'OVAM par voie électronique. A cet effet, l'installation approuvée au préalable pour la valorisation des déchets utilise le guichet en ligne mis à disposition par l'OVAM via son site web. Les données modifiées sont mises à jour dans le registre des installations approuvées au préalable pour la valorisation de déchets.
Art. 6.2.16. L'approbation en tant qu'installation approuvée au préalable ne peut être transférée à des tiers, sauf en cas de reprise de l'installation approuvée au préalable.
En cas d'une reprise de l'installation approuvée au préalable, l'installation approuvée communique à l'OVAM les données administratives visées à l'article 6.2.8, 1° et une preuve de la reprise. A cette fin, il utilise le guichet web mis à la disposition par l'OVAM via son site web. La nouvelle approbation en tant qu'installation approuvée au préalable au nom du repreneur est valable avec effet immédiat.
En cas de cessation des activités, l'installation approuvée au préalable peut faire annuler l'approbation à sa demande. L'approbation est alors supprimée du registre des installations approuvées au préalable pour la valorisation de déchets. Le titulaire d'une installation approuvée au préalable communique la cessation des activités à l'OVAM par voie électronique. A cette fin, il utilise le guichet web mis à la disposition par l'OVAM via son site web. L'OVAM envoie un accusé de réception électronique de la demande d'annulation ainsi qu'une notification électronique de l'annulation.
Art. 6.2.17. L'installation approuvée au préalable pour la valorisation des déchets notifie la cessation de ses activités à l'OVAM par voie électronique. A cette fin, elle utilise le guichet web mis à disposition par l'OVAM via son site web. L'OVAM annule alors l'approbation. L'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets est ensuite supprimée du registre des installations approuvées au préalable pour la valorisation de déchets.
Art. 6.2.18. Toute utilisation abusive de l'approbation et toute infraction à la législation environnementale peut entraîner la suspension de l'approbation.
En cas de constat d'usage abusif de l'approbation ou d'une infraction à la législation environnementale, l'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets est informée par l'OVAM par voie électronique de la décision envisagée de suspension et des raisons qui la motivent. L'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets dispose d'un délai de quinze jours pour faire connaître ses moyens de défense ou pour démontrer qu'elle s'est entretemps mise en règle. Elle peut demander d'être entendue.
L'OVAM communique la suspension à l'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets par envoi sécurisé, avec mention des motifs. Après la suspension, l'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets est supprimée du registre des installations approuvées au préalable pour la valorisation de déchets.
Une suspension de l'approbation en tant qu'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets reste en vigueur pour un délai qui prend fin à la date de fin de l'approbation. Si l'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets peut entre-temps démontrer que la circonstance menant à la suspension n'existe plus, la suspension peut être levée. Pendant la période de la suspension, l'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets ne peut pas obtenir de nouvelle approbation en tant qu'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets.".
" Art. 6.2.6. Les installations spécifiques autorisées pour la valorisation des déchets peuvent demander à l'OVAM un agrément en tant qu'installation bénéficiant d'un consentement préalable pour la valorisation de déchets visée à l'article 14 du règlement. Elles utilisent le guichet web mis à leur disposition par l'OVAM à cette fin.
Art. 6.2.7. L'OVAM met à disposition sur son site web un registre d'installations au préalable approuvées pour la valorisation de déchets.
Art. 6.2.8. La demande d'une approbation en tant qu'installation de valorisation de déchets approuvée au préalable doit contenir toutes les données suivantes :
1° les données administratives suivantes : nom, rue et numéro, code postal et commune, pays, numéro de téléphone, numéro de télécopieur, personne à contacter, adresse email et numéro d'entreprise et, le cas échéant, le numéro d'établissement de l'installation à laquelle la demande se rapporte ;
2° la mention des déchets pour lesquels le demandeur souhaite obtenir l'enregistrement, y compris le code BCQLE/OCDE visé à l'annexe IV du règlement. Le demandeur ajoute également à chaque fois une description des déchets ;
3° une copie de l'autorisation environnementale ou du permis d'environnement de l'installation et une description détaillée du traitement des déchets ;
4° la date de fin de l'autorisation environnementale ou du permis d'environnement ;
5° les quantités autorisées de déchets à traiter par déchet et pour l'ensemble de l'installation, si elles sont spécifiées dans l'autorisation environnementale ou dans le permis d'environnement ;
6° une description des processus et méthodes utilisés pour la valorisation des déchets, avec une attention particulière aux aspects qui sont pris en compte pour l'évaluation de la demande ;
7° la déclaration suivante : la demande d'approbation en tant qu'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets, signée et datée, par laquelle le signataire déclare que les informations fournies par lui sont complètes et exactes. Le nom et la fonction du signataire sont mentionnés.
Art. 6.2.9. Le demandeur d'une approbation en tant qu'installation de valorisation de déchets approuvée au préalable doit soumettre sa demande à l'OVAM par voie électronique. A cette fin, il utilise le guichet web mis à sa disposition par l'OVAM via son site web.
Art. 6.2.10. Lors de l'évaluation des demandes, les aspects suivants sont au minimum pris en compte :
1° la qualité de l'environnement prouvée de la valorisation de déchets au cours des dernières années ;
2° l'expérience prouvée en matière de valorisation de déchets pour lesquels un enregistrement en tant qu'installation approuvée au préalable est demandé ;
3° la mesure dans laquelle la méthode de valorisation est conforme à la politique flamande en matière de déchets et de matériaux ;
4° la mesure dans laquelle la valorisation proposée contribue au recyclage effectif des matériaux des déchets ;
5° les infractions aux et les abus des réglementations environnementales déjà constatés.
Art. 6.2.11. L'OVAM informe le demandeur de la réception de la demande au moyen d'une notification électronique dans le guichet web pour les installations approuvées au préalable pour la valorisation de déchets. Tant que le demandeur ne reçoit pas d'accusé de réception électronique, la demande est considérée comme non introduite.
Art. 6.2.12. L'OVAM décide de la demande d'approbation en tant qu'installation de valorisation de déchets approuvée au préalable et informe le demandeur de l'octroi ou du refus au moyen d'une notification électronique au plus tard trente jours civils après la date de réception de la demande. Le délai de traitement commence le premier jour ouvrable suivant la notification de la réception de la demande.
Art. 6.2.13. Si l'OVAM demande des compléments lors du traitement de la demande visée à l'article 6.2.8, le délai de traitement, visé au 6.2.12 est suspendu à partir de l'envoi de cette demande et reprend son cours le premier jour ouvrable suivant la réception des compléments. Si le demandeur omet de communiquer les compléments à l'OVAM dans les 90 jours civils, la demande est réputée refusée. Le délai précité de nonante jours civils peut être prolongé en concertation entre le demandeur et l'OVAM.
L'OVAM met à disposition un guichet web via son site web pour l'envoi de sa demande de compléments et pour la réception de compléments. L'OVAM envoie au demandeur un accusé de réception des compléments par voie électronique.
Après un refus de l'approbation de la demande d'approbation en tant qu'installation de valorisation de déchets approuvée au préalable, une nouvelle demande n'est traitée par l'OVAM que si le demandeur peut fournir des éléments justifiant une nouvelle demande.
Art.6.2.14. L'approbation est valide pour une période déterminée, qui ne dépasse toutefois pas la période de validité de l'autorisation environnementale ou du permis d'environnement de l'installation.
Art. 6.2.15. Toute modification dans les données de l'installation approuvée au préalable est communiquée à l'OVAM par voie électronique. A cet effet, l'installation approuvée au préalable pour la valorisation des déchets utilise le guichet en ligne mis à disposition par l'OVAM via son site web. Les données modifiées sont mises à jour dans le registre des installations approuvées au préalable pour la valorisation de déchets.
Art. 6.2.16. L'approbation en tant qu'installation approuvée au préalable ne peut être transférée à des tiers, sauf en cas de reprise de l'installation approuvée au préalable.
En cas d'une reprise de l'installation approuvée au préalable, l'installation approuvée communique à l'OVAM les données administratives visées à l'article 6.2.8, 1° et une preuve de la reprise. A cette fin, il utilise le guichet web mis à la disposition par l'OVAM via son site web. La nouvelle approbation en tant qu'installation approuvée au préalable au nom du repreneur est valable avec effet immédiat.
En cas de cessation des activités, l'installation approuvée au préalable peut faire annuler l'approbation à sa demande. L'approbation est alors supprimée du registre des installations approuvées au préalable pour la valorisation de déchets. Le titulaire d'une installation approuvée au préalable communique la cessation des activités à l'OVAM par voie électronique. A cette fin, il utilise le guichet web mis à la disposition par l'OVAM via son site web. L'OVAM envoie un accusé de réception électronique de la demande d'annulation ainsi qu'une notification électronique de l'annulation.
Art. 6.2.17. L'installation approuvée au préalable pour la valorisation des déchets notifie la cessation de ses activités à l'OVAM par voie électronique. A cette fin, elle utilise le guichet web mis à disposition par l'OVAM via son site web. L'OVAM annule alors l'approbation. L'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets est ensuite supprimée du registre des installations approuvées au préalable pour la valorisation de déchets.
Art. 6.2.18. Toute utilisation abusive de l'approbation et toute infraction à la législation environnementale peut entraîner la suspension de l'approbation.
En cas de constat d'usage abusif de l'approbation ou d'une infraction à la législation environnementale, l'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets est informée par l'OVAM par voie électronique de la décision envisagée de suspension et des raisons qui la motivent. L'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets dispose d'un délai de quinze jours pour faire connaître ses moyens de défense ou pour démontrer qu'elle s'est entretemps mise en règle. Elle peut demander d'être entendue.
L'OVAM communique la suspension à l'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets par envoi sécurisé, avec mention des motifs. Après la suspension, l'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets est supprimée du registre des installations approuvées au préalable pour la valorisation de déchets.
Une suspension de l'approbation en tant qu'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets reste en vigueur pour un délai qui prend fin à la date de fin de l'approbation. Si l'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets peut entre-temps démontrer que la circonstance menant à la suspension n'existe plus, la suspension peut être levée. Pendant la période de la suspension, l'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets ne peut pas obtenir de nouvelle approbation en tant qu'installation approuvée au préalable pour la valorisation de déchets.".
Art. 78. In artikel 7.2.3.2 van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden "de OVAM" en de woorden "en de houder van het register" de zinsnede ", de toezichthouder" ingevoegd.
Art. 78. Dans l'article 7.2.3.2 du même arrêté, le membre de phrase " , le fonctionnaire surveillant " est inséré entre les mots " l'OVAM " et les mots " et le détenteur ".
Art. 79. In bijlage 2.3.4.C bij hetzelfde besluit wordt het woord "gebruikscertificaat" vervangen door het woord "grondstofverklaring".
Art. 79. A l'annexe 2.3.4.C du même arrêté, les mots " le certificat d'utilisation " sont remplacés par les mots " la déclaration des matières premières ".
Art. 80. In bijlage 3.4.6 bij hetzelfde besluit worden de woorden "afgewerkte olie" telkens vervangen door het woord "afvalolie".
Art. 80. Dans la version néerlandaise de l'annexe 3.4.6 du même arrêté, les mots "afgewerkte olie" sont chaque fois remplacés par le mot "afvalolie".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013 betreffende dierlijke bijproducten en afgeleide producten
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 juin 2013 en matière de sous-produits animaux et produits dérivés
Art. 81. In artikel 8 van hetzelfde besluit wordt de eerste zin vervangen door wat volgt:
"Elk vervoer van dierlijke bijproducten en afgeleide producten gebeurt door een geregistreerde vervoerder die geregistreerd is voor een of meer van de afvalcategorieën zoals vermeld in artikel 7."
"Elk vervoer van dierlijke bijproducten en afgeleide producten gebeurt door een geregistreerde vervoerder die geregistreerd is voor een of meer van de afvalcategorieën zoals vermeld in artikel 7."
Art. 81. Dans l'article 8 du même arrêté, la première phrase est remplacée par la disposition suivante :
" Tout transport de sous-produits animaux et produits dérivés se fait par un transporteur enregistré qui est enregistré pour une ou plusieurs catégories de déchets, telles que visées à l'article 7. "
" Tout transport de sous-produits animaux et produits dérivés se fait par un transporteur enregistré qui est enregistré pour une ou plusieurs catégories de déchets, telles que visées à l'article 7. "
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 82. Voor milieubeleidsovereenkomsten gesloten voor de inwerkingtreding van dit besluit zijn de wijzigingsbepalingen van dit besluit in onderafdeling 3.2.1, onderafdeling 3.2.2 en de artikelen 3.4.2.3, 3.4.3.3, 3.4.5.3, tweede en derde lid, 3.4.5.4 en 3.4.6.3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, niet van toepassing tijdens de duurtijd van deze milieubeleidsovereenkomsten. Deze milieubeleidsovereenkomsten blijven geldig voor hun duurtijd.
Individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplannen gesloten voor de inwerkingtreding van dit besluit blijven geldig voor hun duurtijd.
Individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplannen gesloten voor de inwerkingtreding van dit besluit blijven geldig voor hun duurtijd.
Art. 82. Pour les conventions environnementales conclues avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, les dispositions modificatives du présent arrêté dans la sous-section 3.2.1, la sous-section 3.2.2 et les articles 3.4.2.3, 3.4.3.3, 3.4.5.3, alinéas deux et trois, 3.4.5.4 et 3.4.6.3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets ne s'appliquent pas pendant la durée de ces conventions environnementales. Ces conventions environnementales restent valables pendant leur durée de validité.
Les plans individuels de prévention et de gestion des déchets conclus avant l'entrée en vigueur du présent arrêté restent valables pour leur durée de validité.
Les plans individuels de prévention et de gestion des déchets conclus avant l'entrée en vigueur du présent arrêté restent valables pour leur durée de validité.
Art. 83. De vooraf goedgekeurde inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen die vóór de inwerkingtreding van dit besluit door de OVAM werden goedgekeurd worden automatisch in het register van de vooraf goedgekeurde inrichtingen voor de nuttige toepassing van afvalstoffen opgenomen.
Art. 83. Les installations approuvées au préalable pour la valorisation de déchets qui ont été approuvées par l'OVAM avant l'entrée en vigueur du présent arrêté sont automatiquement reprises dans le registre des installations approuvées au préalable pour la valorisation de déchets.
Art. 84. Artikel 5, 5°, van dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2019.
Art. 84. L'article 5, 5° du présent arrêté produit ses effets à partir du 1er janvier 2009.
Art. 85. Bij de inwerkingtreding van artikel 5, 5°, van dit besluit, wordt de geregistreerde inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van afvalstoffen met code 20 01 08 of 20 02 01, zoals omschreven in bijlage 2.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen automatisch door de OVAM geregistreerd als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van categorie 3-materiaal.
Bij de inwerkingtreding van artikel 5, 5°, van dit besluit, wordt de geregistreerde vervoerder van afvalstoffen automatisch door de OVAM geregistreerd als vervoerder van categorie 3-materiaal, indien hij beschikt over een registratie als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van afvalstoffen met code 20 01 08 of 20 02 01, zoals omschreven in bijlage 2.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
De overeenkomstig de vorige leden door de OVAM verleende registraties blijven slechts geldig tot de einddatum van de oorspronkelijke registraties.
Bij de inwerkingtreding van artikel 5, 5°, van dit besluit, wordt de geregistreerde vervoerder van afvalstoffen automatisch door de OVAM geregistreerd als vervoerder van categorie 3-materiaal, indien hij beschikt over een registratie als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van afvalstoffen met code 20 01 08 of 20 02 01, zoals omschreven in bijlage 2.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
De overeenkomstig de vorige leden door de OVAM verleende registraties blijven slechts geldig tot de einddatum van de oorspronkelijke registraties.
Art. 85. Lors de l'entrée en vigueur de l'article 5, 5° du présent arrêté, le collecteur, négociant de déchets ou courtier de déchets enregistrés au code 20 01 08 ou 20 02 01, tels que décrits à l'annexe 2.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets, est automatiquement enregistré par l'OVAM comme collecteur, négociant ou courtier de déchets de matériaux de catégorie 3.
Lors de l'entrée en vigueur de l'article 5, 5° du présent arrêté, le transporteur enregistré de déchets est automatiquement enregistré par l'OVAM comme transporteur de matériaux de catégorie 3, s'il dispose d'un enregistrement comme collecteur, négociant de déchets ou courtier de déchets au code 20 01 08 ou 20 02 01, tels que décrits à l'annexe 2.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets.
Les enregistrements accordés par l'OVAM conformément aux alinéas précédents ne restent valables que jusqu'à la date d'expiration des enregistrements originaux.
Lors de l'entrée en vigueur de l'article 5, 5° du présent arrêté, le transporteur enregistré de déchets est automatiquement enregistré par l'OVAM comme transporteur de matériaux de catégorie 3, s'il dispose d'un enregistrement comme collecteur, négociant de déchets ou courtier de déchets au code 20 01 08 ou 20 02 01, tels que décrits à l'annexe 2.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets.
Les enregistrements accordés par l'OVAM conformément aux alinéas précédents ne restent valables que jusqu'à la date d'expiration des enregistrements originaux.
Art. 86. Bij de inwerkingtreding van artikel 5, 5°, van dit besluit, zijn de gemeenten en verenigingen van gemeenten van rechtswege geregistreerd als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van categorie 3-materiaal, indien zij geregistreerd zijn als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor afvalstoffen met code 20 01 08 of 20 02 01, zoals omschreven in bijlage 2.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen.
Bij de inwerkingtreding van artikel 5, 5°, van dit besluit zijn de gemeenten en verenigingen van gemeenten van rechtswege geregistreerd als vervoerder van categorie 3-materiaal, indien zij cumulatief:
1° geregistreerd zijn als vervoerder van afvalstoffen, vermeld in artikel 6.1.2.1, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen;
2° geregistreerd zijn als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar, zoals vermeld in artikel 6.1.3.1, derde lid, voor afvalstoffen met code 20 01 08 of 20 02 01, zoals omschreven in bijlage 2.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen.
De overeenkomstig de vorige leden verleende registraties blijven slechts geldig tot de einddatum van de oorspronkelijke registraties.
Bij de inwerkingtreding van artikel 5, 5°, van dit besluit zijn de gemeenten en verenigingen van gemeenten van rechtswege geregistreerd als vervoerder van categorie 3-materiaal, indien zij cumulatief:
1° geregistreerd zijn als vervoerder van afvalstoffen, vermeld in artikel 6.1.2.1, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen;
2° geregistreerd zijn als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar, zoals vermeld in artikel 6.1.3.1, derde lid, voor afvalstoffen met code 20 01 08 of 20 02 01, zoals omschreven in bijlage 2.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen.
De overeenkomstig de vorige leden verleende registraties blijven slechts geldig tot de einddatum van de oorspronkelijke registraties.
Art. 86. Lors de l'entrée en vigueur de l'article 5, 5° du présent arrêté, les communes et associations de communes sont d'office enregistrées comme collecteur, négociant ou courtier de déchets de matériaux de catégorie 3, si elles sont enregistrées comme collecteur, négociant ou courtier de déchets pour les déchets au code 20 01 08 ou 20 02 01, tels que décrits à l'annexe 2.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets.
Lors de l'entrée en vigueur de l'article 5, 5° du présent arrêté, les communes et associations de communes sont d'office enregistrées comme transporteur de matériaux de catégorie 3, si elles sont cumulativement :
1° enregistrées comme transporteur de déchets, comme visé à l'article 6.1.2.1, § 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets ;
2° enregistrées comme collecteur, négociant ou courtier de déchets, comme visé à l'article 6.1.3.1, alinéa trois, pour des déchets au code 20 01 08 ou 20 02 01, tels que décrits à l'annexe 2.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets.
Les enregistrements accordés conformément aux alinéas précédents ne restent valables que jusqu'à la date d'expiration des enregistrements originaux.
Lors de l'entrée en vigueur de l'article 5, 5° du présent arrêté, les communes et associations de communes sont d'office enregistrées comme transporteur de matériaux de catégorie 3, si elles sont cumulativement :
1° enregistrées comme transporteur de déchets, comme visé à l'article 6.1.2.1, § 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets ;
2° enregistrées comme collecteur, négociant ou courtier de déchets, comme visé à l'article 6.1.3.1, alinéa trois, pour des déchets au code 20 01 08 ou 20 02 01, tels que décrits à l'annexe 2.1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets.
Les enregistrements accordés conformément aux alinéas précédents ne restent valables que jusqu'à la date d'expiration des enregistrements originaux.
Art. 87. Artikel 2 treedt in werking op 1 juni 2020.
Art. 87. L'article 2 entre en vigueur le 1 juin 2020.
Art. 88. Artikel 38, 2°, en artikel [1 68]1 treden in werking op 1 januari 2021.
Art. 88. L'article 38, 2°, et l'article [1 68]1 entrent en vigueur le 1er janvier 2021.
Wijzigingen
Art. 89. Artikel 46, 47 en 48 treden in werking op 1 januari 2020.
Art. 89. Les articles 46, 47 et 48 entrent en vigueur le 1er janvier 2020.
Art. 90. Artikel 69 treedt in werking 6 maanden na de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
Art. 90. L'article 69 entre en vigueur 6 mois après la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
Art. 91. Artikel 74 en 75 treden in werking op 1 oktober 2019.
Art. 91. Les articles 74 et 75 entrent en vigueur le 1er octobre 2019.
Art. 92. Artikel 76 treedt in werking op 1 juli 2020.
Art. 92. L'article 76 entre en vigueur le 1 juillet 2020.
Art. 93. Artikel 77 treedt in werking op 1 juli 2019.
Art. 93. L'article 77 entre en vigueur le 1 juillet 2019.
Art. 94. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 94. Le ministre flamand ayant l'environnement et la politique de l'eau dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage VIII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Bijlage VIII. Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f) en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Artikel 1. Enig artikel. Het niet voldoen aan of het geen gevolg geven aan de onderstaande wettelijke verplichtingen, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, wordt beschouwd als een milieu-inbreuk:
Bijlage VIII. Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f) en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Artikel 1. Enig artikel. Het niet voldoen aan of het geen gevolg geven aan de onderstaande wettelijke verplichtingen, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, wordt beschouwd als een milieu-inbreuk:
Art. N. Annexe VIII à l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Annexe VIII. Liste des infractions environnementales, en exécution de l'article 16.1.2, 1°, f), et de l'article 16.4.27, alinéa trois, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Article 1. Article unique. Le non-respect ou le non-suivi des obligations légales suivantes, visées dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets, est considéré comme une infraction environnementale :
Annexe VIII. Liste des infractions environnementales, en exécution de l'article 16.1.2, 1°, f), et de l'article 16.4.27, alinéa trois, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Article 1. Article unique. Le non-respect ou le non-suivi des obligations légales suivantes, visées dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets, est considéré comme une infraction environnementale :
| Artikel | Wettelijke verplichting |
| 3.2.1.1, § 6 | Het gedeelte van de kostprijs van een product dat wordt doorgerekend om de kosten te dekken die verbonden zijn aan de uitvoering van de aanvaardingsplicht, moet zichtbaar worden vermeld op de factuur, tenzij het anders is bepaald in dit besluit, in de aanvaardingsplichtconvenant of in het individuele aanvaardingsplichtplan. |
| 3.2.1.1, § 7 | De eindverkoper van producten waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, moet op een duidelijk zichtbare plaats in elk van zijn verkooppunten een bericht aanbrengen waarop onder de titel "AANVAARDINGSPLICHT" is aangegeven op welke wijze hij voldoet aan de bepalingen van dit besluit en op welke wijze de koper zich kan ontdoen van zijn afgedankte product. Ook bij verkoop buiten een verkoopsruimte moet de consument daarover geïnformeerd worden. |
| 3.2.1.2, § 1 | De wijze waarop aan de aanvaardingsplicht wordt voldaan, wordt vastgelegd in een van de volgende documenten: 1° een individueel aanvaardingsplichtplan als vermeld in paragraaf 2 en onderafdeling 3.2.3; 2° een aanvaardingsplichtconvenant als vermeld in paragraaf 2 en artikel 3.2.2.1/1. |
| 3.2.1.2, § 1/1 | De producent waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, kan aan de aanvaardingsplicht voldoen door: 1° te beschikken over een door de OVAM goedgekeurd individueel aanvaardingsplichtplan; 2° rechtstreeks of onrechtstreeks, via hun organisatie, door een toetredingsovereenkomst, aangesloten te zijn bij een beheersorganisme als vermeld in artikel 3.2.2.1, op voorwaarde dat het beheersorganisme voldoet aan de verplichtingen die het worden opgelegd in deze afdeling en de aanvaardingsplichtconvenant. |
| 3.2.1.2, § 2, derde lid | Voor huishoudelijke afvalstoffen bevat de aanvaardingsplichtconvenant of het individuele aanvaardingsplichtplan bovendien een financiële zekerheid die overeenstemt met de geschatte kosten voor het overnemen door het Vlaamse Gewest van de aanvaardingsplicht gedurende zes maanden. In een aanvaardingsplichtconvenant kunnen andere zekerheden overeengekomen worden om de voortgang van de verbintenissen uit de overeenkomst te garanderen. |
| 3.2.1.3, § 1 | De producent waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, moet jaarlijks rapporteren aan de OVAM over de wijze waarop hij uitvoering geeft aan de aanvaardingsplicht. De producent kan een organisatie aanduiden om de rapportage uit te voeren. Voor de rapportering geldt dat: 1° de cijfergegevens die in het kader van de aanvaardingsplicht aan de OVAM worden verstrekt, worden gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling; 2° de cijfergegevens van inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars, hergebruikcentra en verwerkers die in het kader van de aanvaardingsplicht aan het beheersorganisme of de producent worden geleverd, worden gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling; 3° de cijfergegevens die in het kader van de aanvaardingsplicht door de producenten aan het beheersorganisme worden verstrekt, worden gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling. Het beheersorganisme of een door dat organisme aangestelde derde kan die taak overnemen, op voorwaarde dat alle leden minstens eenmaal om de drie jaar gecontroleerd worden en het beheersorganisme over die actie en de resultaten jaarlijks aan de OVAM rapporteert; 4° van verplichtingen, vermeld in punt 1°, 2° en 3°, kan worden afgeweken in een aanvaardingsplichtconvenant of in een individueel aanvaardingsplichtplan als de kwaliteit van de cijfergegevens op een andere manier gegarandeerd kan worden. |
| 3.2.2.1, § 1 | Een aanvaardingsplichtconvenant kan gesloten worden onder de voorwaarde dat door de organisaties van ondernemingen die de producenten vertegenwoordigen waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, een of meer beheersorganismen worden aangewezen die de aanvaardingsplicht van de bij hen aangesloten producenten waarvoor de aanvaardingsplicht geldt op zich nemen. |
| 3.2.2.1, § 2 | Een beheersorganisme voldoet aan al de volgende voorwaarden: 1° het beheersorganisme is opgericht conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen; 2° het beheersorganisme heeft als statutair doel het ten laste nemen van de aanvaardingsplicht voor rekening van de aangesloten producenten; 3° de beheerders of de personen die de vereniging kunnen verbinden, bezitten hun burgerlijke en politieke rechten; 4° de beheerders of de personen die de vereniging kunnen verbinden, zijn tijdens de laatste vijf jaar niet veroordeeld voor een inbreuk op de milieuwetgeving van de Gewesten of van een lidstaat van de Europese Unie; 5° het beheersorganisme beschikt over de nodige financiële, menselijke en technische middelen om de aanvaardingsplicht te vervullen; 6° het beheersorganisme bedient op homogene wijze het gehele grondgebied waar de producenten hun producten op de markt brengen zodat de inzameling, recyclage en nuttige toepassing van het afval, met het oog op het vervullen van de aanvaardingsplicht, gewaarborgd is. |
| 3.2.2.1, § 3 | Het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de aanvaardingsplichtconvenant een beheerplan voor de looptijd van de aanvaardingsplichtconvenant ter goedkeuring voor aan de OVAM, waarin het aangeeft hoe het de bepalingen van de aanvaardingsplichtconvenant zal uitvoeren. Het beheerplan bevat minimaal de uitvoeringsvoorwaarden van de bepalingen in de aanvaardingsplichtconvenant overeenkomstig artikel 3.2.1.2, § 2. Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 15 november een actualisatie van het beheerplan voor het volgende kalenderjaar ter goedkeuring voor aan de OVAM. |
| 3.2.2.1, § 4 | Het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de aanvaardingsplichtconvenant een financieel plan voor de looptijd van de aanvaardingsplichtconvenant voor advies voor aan de OVAM. Het financieel plan omvat: 1° het budget; 2° de berekening van eventuele bijdragen; 3° het beleid inzake provisies en reserves; 4° de wijze van financiering van eventuele verliezen; 5° de wijze van financiering van afgedankte producten waarvan de producent niet meer actief is of geïdentificeerd kan worden. De verantwoordelijkheid van het beheersorganisme is hierbij beperkt tot de producten die bij het op de markt brengen aangegeven werden bij het beheersorganisme. Als dit niet meer kan nagegaan worden, draagt het beheersorganisme een verantwoordelijkheid die overeenstemt met haar aandeel in de markt; 6° het beleggingsbeleid. In het budget, vermeld in het tweede lid, 1°, wordt als apart onderdeel opgenomen welke middelen het beheersorganisme voorziet voor preventie en voor het hoogwaardig sluiten van de kringloop bovenop de vastgelegde inzamel- en verwerkingsdoelstellingen. In de aanvaardingsplichtconvenant wordt bepaald welk aandeel van het budget hiervoor ter beschikking gesteld wordt. Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 15 november een actualisatie van het financieel plan voor het volgende kalenderjaar ter advies voor aan de OVAM. |
| 3.2.2.1, § 5 | Als het beheersorganisme de inzameling en verwerking organiseert in het kader van een collectief systeem, gebeurt de toewijzing op basis van een lastenboek waarover een openbare bevraging wordt georganiseerd en wordt de gunningsbeslissing gebaseerd op de in het lastenboek vastgelegde criteria. De lastenboeken moeten voor goedkeuring aan de OVAM worden voorgelegd. Elke wijziging in de lastenboeken moet vooraf goedgekeurd worden. In de aanvaardingsplichtconvenant kan worden afgeweken van de plicht om de toewijzing op basis van een lastenboek te organiseren.De bepaling in het eerste lid geldt niet in geval van inzameling en/of verwerking in opdracht van individuele producenten of andere actoren op contractuele basis. |
| 3.2.2.1, § 6 | De OVAM zal namens het gewest de rol van waarnemer vervullen in de raad van bestuur en de algemene vergadering van het beheersorganisme. De OVAM ontvangt de uitnodigingen daarvoor en verslagen daarvan op tijd. |
| 3.2.2.1, § 7 | Het beheersorganisme mag de toetreding van geen enkele onderneming weigeren waarop de aanvaardingsplicht van toepassing zou kunnen zijn. Het beheersorganisme kan van die verplichting afwijken als er ernstige redenen zijn en na de goedkeuring van de OVAM. |
| 3.2.2.1, § 8 | Op verzoek van de OVAM organiseert het beheersorganisme overleg met de representatieve organisaties van alle actoren die bij de uitvoering van de aanvaardingsplicht betrokken zijn. |
| 3.2.2.1/1, § 1, tweede lid | De organisaties van ondernemingen, vermeld in het eerste lid, moeten rechtspersoonlijkheid bezitten en door hun leden of een groep ervan gemandateerd zijn om een aanvaardingsplichtconvenant te sluiten en de betrokken leden daardoor te verbinden. |
| 3.2.2.1/1, § 3 | Een aanvaardingsplichtconvenant is verbindend voor de partijen. Naargelang van wat bepaald is in de aanvaardingsplichtconvenant, is ze ook verbindend voor al de leden van de organisaties van ondernemingen die conform paragraaf 1, tweede lid, een mandaat hebben gegeven, tenzij een producent via een individueel aanvaardingsplichtplan of een andere aanvaardingsplichtconvenant aan zijn aanvaardingsplicht voldoet. |
| 3.2.2.2, § 1, eerste lid | Alle documenten die in het kader van de uitvoering van een aanvaardingsplichtconvenant moeten worden opgesteld en die van strategisch belang zijn, worden ter goedkeuring voorgelegd aan de OVAM. Dat zijn ten minste het beheersplan, de lastenboeken en het communicatieplan. |
| 3.2.2.2, § 2, eerste lid | In afwijking van paragraaf 1 worden het financieel plan en de toetredingsovereenkomst voor advies voorgelegd. |
| 3.2.3.4 | De houder van de goedkeuring, vermeld in artikel 3.2.3.2, 3°, is verplicht om, wijzigingen van de volgende gegevens in zijn dossier onmiddellijk mee te delen aan de OVAM met een beveiligde zending: 1° naam, rechtsvorm, zetel en nummer van het handelsregister of een overeenstemmend registratie- en ondernemingsnummer; 2° zijn woonplaats, adres of fax- en telefoonnummer en, in voorkomend geval, adres, fax- en telefoonnummer van de maatschappelijke zetels, de administratieve zetels en de exploitatiezetels of van de standplaats binnen het Vlaamse Gewest; 3° het voorwerp van het goedgekeurde individuele aanvaardingsplichtplan; 4° de verbintenissen in het goedgekeurde individuele aanvaardingsplichtplan. |
| 3.3.1, eerste lid, tweede zin | Elke individuele producent die gevat wordt door deze uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moet toetreden tot een collectief plan. |
| 3.3.2, eerste en tweede zin | Ter uitvoering van het collectieve plan stellen de producenten jaarlijks een actieplan op. Het actieplan wordt jaarlijks ingediend voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop het actieplan betrekking heeft. |
| 3.3.3, eerste lid | Het collectieve plan en het jaarlijks actieplan moeten ter goedkeuring worden voorgelegd aan de OVAM. |
| 3.3.5 | Jaarlijks wordt voor 1 april gerapporteerd over de uitvoering van het collectieve plan gedurende het voorgaande kalenderjaar. |
| 3.4.1.2, eerste lid | De sector van de uitgevers van gratis regionale pers: 1° stelt gratis stickers ter beschikking van de mensen die dat willen ter beperking van de verspreiding van ongewenst reclamedrukwerk en gratis regionale pers; 2° rapporteert aan de OVAM over het aantal verdeelde stickers en het gebruik van de stickers. |
| 3.4.2.5, eerste lid | De voertuigproducenten verschaffen aan de erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen binnen zes maanden nadat een nieuw voertuigtype in de handel is gebracht, alle demontage-informatie. In die informatie worden de verschillende voertuigonderdelen en -materialen en de plaats van alle gevaarlijke stoffen in de voertuigen aangegeven. |
| 3.4.2.5, tweede lid | De producenten van voertuigonderdelen verschaffen op verzoek van de erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen, rekening houdend met de vertrouwelijkheid van commerciële en industriële gegevens, ook demontage-informatie, informatie over de opslag en informatie over het testen van onderdelen die opnieuw kunnen worden gebruikt. |
| 3.4.3.4, eerste lid | De eindverkoper van banden of de organisatie die hiervoor is aangeduid, bezorgt de OVAM voor 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid afvalbanden uitgedrukt in kilogram en soorten, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar. |
| 3.4.3.4, tweede lid | De tussenhandelaar in banden of de organisatie die hiervoor is aangeduid, bezorgt de OVAM voor 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid afvalbanden, inclusief die welke in aanmerking komen voor hergebruik, uitgedrukt in kilogram en soorten die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar. |
| 3.4.3.4, derde lid | De producent van banden of de organisatie die hiervoor is aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM : 1° de totale hoeveelheid banden, uitgedrukt in kilogram, soorten en aantallen, die in het Vlaamse Gewest in omloop werd gebracht; 2° de totale hoeveelheid afvalbanden, inclusief die welke in aanmerking komen voor hergebruik, uitgedrukt in kilogram en soorten, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld; 3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afvalbanden werden verwerkt; 4° de totale hoeveelheid afvalbanden, uitgedrukt in kilogram, die: a) werd uitgesorteerd voor hergebruik; b) een nieuw loopvlak kreeg; c) werd gebruikt voor materiaalrecyclage; d) energetisch werd gevaloriseerd. |
| 3.4.4.7, derde lid | De doelstellingen, vermeld in het eerste en het tweede lid, gelden voor elk van de categorieën, vermeld in artikel 3.4.4.2, en worden jaarlijks gerapporteerd aan de OVAM voor 1 juli overeenkomstig artikel 3.4.4.12 en 5.2.5.4. |
| 3.4.4.9 | De producenten van EEA zorgen ervoor, in het bijzonder met voorlichtingscampagnes, dat de eindgebruikers volledig worden geïnformeerd over: 1° de verplichting om EEA selectief aan te bieden; 2° de voor hen beschikbare inzamelings- en recyclagesystemen; 3° hun rol bij de bevordering van hergebruik, recyclage en andere nuttige toepassing van afgedankte EEA; 4° de mogelijke gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid van de aanwezigheid van gevaarlijke bestanddelen in EEA; 5° de betekenis van het symbool van de doorgestreepte vuilnisbak op wieltjes. |
| 3.4.4.10 | De producenten van EEA, of de organisatie die ze daarvoor hebben aangewezen, registreren zich. Daarvoor stellen ze de volgende gegevens ter beschikking van de OVAM of van de organisatie die ze daarvoor hebben aangewezen: 1° de naam van de producent of gevolmachtigde, het postnummer en de plaats, de straatnaam en het nummer, het land, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon. In geval van een gevolmachtigde als vermeld in artikel 3.4.4.15, ook de contactgegevens van de producent die wordt vertegenwoordigd; 2° het ondernemingsnummer van de producent van EEA; 3° de categorie waartoe het EEA behoort, vermeld in artikel 3.4.4.2; 4° de soort EEA, huishoudelijke of professionele apparatuur; 5° de merknaam van de EEA; 6° de informatie over de wijze waarop de producent zijn verantwoordelijkheden nakomt, individueel of via een collectieve regeling, met inbegrip van informatie over de financiële zekerheid; 7° de gebruikte verkooptechniek, bijvoorbeeld verkoop op afstand; 8° de verklaring dat de verstrekte informatie in overeenstemming is met de waarheid. |
| 3.4.4.12, § 1, eerste lid | De distributeur van EEA of de organisatie die daarvoor is aangewezen, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM of van de organisatie die daarvoor is aangewezen: 1° de naam van de distributeur van EEA, het ondernemingsnummer, het postnummer en de plaats, de straatnaam en het nummer, het land, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon; 2° de rapportageperiode; 3° de hoeveelheid afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en aantallen EEA, huishoudelijke of professionele apparatuur en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die op het grondgebied, dan wel binnen of buiten de Unie is overgebracht die: a) in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld; b) werden aangeboden aan een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar; c) werden aangeboden aan een producent van EEA; d) werden aangeboden aan een hergebruikcentrum voor EEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik,; e) werden aangeboden aan een vergunde verwerker van afgedankte EEA; 4° ... |
| 3.4.4.12, § 1, derde lid | Als voor één of meer van de voormelde activiteiten een beroep werd gedaan op een derde, worden de volgende contactgegevens van die derde telkens vermeld: de firmanaam, het ondernemingsnummer, het adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon. |
| 3.4.4.12, § 2 | De producent van EEA of de organisatie die daarvoor is aangewezen, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM of de organisatie die daarvoor is aangewezen : 1° het ondernemingsnummer van de producent van EEA; 2° de rapportageperiode; 3° de categorie waartoe de EEA behoort, vermeld in artikel 3.4.4.2, met de aparte vermelding van de hoeveelheden, uitgedrukt in kilogram en per stuk, die op het grondgebied op de markt werden gebracht; 4° de hoeveelheid afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en aantallen EEA, huishoudelijke of professionele apparatuur en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die op het grondgebied, dan wel binnen of buiten de Unie is overgebracht die: a) in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werden ingezameld; b) werden aangeboden aan een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar; c) werden aangeboden aan een andere producent van EEA; d) werden aangeboden aan een hergebruikcentrum voor EEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik; e) werden aangeboden aan een vergunde verwerker van afgedankte EEA; 5° de hoeveelheden afvalstoffen die voortkomen uit de verwerking van afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en opgesplitst per materiaal als vermeld in artikel 3.4.4.7, en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die: a) werden voorbereid voor hergebruik; b) werden gerecycleerd; c) op een andere wijze nuttig werden toegepast; d) werden verwijderd in installaties voor de verbranding van afvalstoffen; e) werden verwijderd door storten. Als voor een of meer van de voormelde activiteiten een beroep werd gedaan op een derde, worden de volgende contactgegevens van die derde telkens vermeld: de firmanaam, het ondernemingsnummer, het adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon. |
| 3.4.4.14 | De producenten van EEA of de organisatie die ze daarvoor hebben aangewezen, organiseren minimaal tweemaal per jaar een overleg met de verwerkers en hergebruikcentra met het oog op hergebruik en een betere recycleerbaarheid van de EEA. |
| 3.4.5.5 | De producenten van batterijen en accu's zorgen ervoor, in het bijzonder door middel van voorlichtingscampagnes, dat de eindgebruikers volledig worden geïnformeerd over: 1° de potentiële effecten van in batterijen en accu's gebruikte stoffen op het milieu en de menselijke gezondheid; 2° de wenselijkheid dat afgedankte batterijen en accu's niet als ongesorteerd huishoudelijk en vergelijkbaar afval worden weggegooid, en dat wordt deelgenomen aan de gescheiden inzameling ervan, om de verwerking en recycling te vergemakkelijken; 3° de voor hen beschikbare inzamelings- en recyclingsystemen; 4° hun rol bij de recycling van afgedankte batterijen en accu's; 5° de betekenis van het symbool van de doorgestreepte vuilnisbak op wieltjes en van de chemische symbolen Hg, Cd en Pb. |
| 3.4.5.5/1, eerste lid | De producenten van batterijen en accu's worden eenmalig geregistreerd en krijgen bij registratie een registratienummer toegekend. Voor de registratie stellen de producenten de volgende gegevens ter beschikking van de OVAM of van de organisatie die ze daarvoor hebben aangewezen: 1° de naam van de producent en, in voorkomend geval, de commerciële benamingen waaronder hij zijn activiteiten ontplooit; 2° de adres(sen) van de producent: postcode en plaats, straatnaam en huisnummer, land, URL en telefoonnummer, alsook, in voorkomend geval, de contactpersoon, het fax en het e-mailadres van de producent; 3° de vermelding van het type batterijen of accu's dat door de producent op de markt wordt gebracht: draagbare batterijen en accu's, industriële batterijen en accu's of autobatterijen en -accu's; 4° de informatie over de wijze waarop de producent zijn verantwoordelijkheden nakomt: met een individuele of een collectieve regeling; 5° de datum van de registratieaanvraag; 6° de nationale identificatiecode van de producent, inclusief Europees belastingnummer of nationaal belastingnummer van de producent (facultatief); 7° de verklaring dat de verstrekte informatie waarheidsgetrouw is. |
| 3.4.5.5/1, tweede lid | Bij wijziging van de geregistreerde gegevens moeten de producenten van batterijen en accu's de OVAM of de organisatie die is aangewezen voor de uitvoering van de registratie, daarvan uiterlijk een maand na de wijziging op de hoogte brengen. Als producenten niet langer actief zijn, moeten ze zich uitschrijven uit het register met een kennisgeving aan de OVAM of aan de organisatie die is aangewezen om van de registratie uit te voeren. |
| 3.4.5.6 | De producenten van batterijen en accu's of de organisatie die zij hiervoor hebben aangeduid, stellen voor 1 april van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM: 1° de totale hoeveelheid batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, die in het Vlaamse Gewest op de markt werd gebracht, opgesplitst in de categorieën draagbare, industriële en autobatterijen en -accu's en de volgende soorten: a) zink-bruinsteenbatterijen en -accu's; b) alkali-mangaanbatterijen en -accu's; c) zilveroxidebatterijen en -accu's; d) zink-luchtbatterijen en -accu's; e) primaire lithiumbatterijen en -accu's; f) nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's; g) loodhoudende batterijen en -accu's; h) nikkelmetaalhydride batterijen en -accu's; i) herlaadbare lithiumbatterijen en -accu's; j) overige batterijen en -accu's; 2° de totale hoeveelheid afgedankte batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld, opgesplitst in de volgende soorten: a) afgedankte knoopcellen; b) afgedankte alkali-mangaan- en zink-bruinsteenbatterijen en -accu's en andere vergelijkbare afgedankte batterijen en accu's; c) afgedankte primaire lithiumbatterijen en -accu's; d) afgedankte nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's; e) afgedankte loodbatterijen en accu's; f) afgedankte nikkel-metaalhydridebatterijen en -accu's; g) afgedankte herlaadbare lithiumbatterijen en -accu's; h) andere afgedankte batterijen en accu's. i) het inzamelpercentage voor draagbare batterijen en accu's, met vermelding van de berekeningswijze en de wijze waarop de benodigde gegevens voor de berekening van het inzamelpercentage zijn verkregen; 3° de inrichtingen en de wijze waarop de ingezamelde batterijen en accu's werden verwerkt of werden voorbereid voor hergebruik of opnieuw werden gebruikt als batterij of accu in eenzelfde of een andere toepassing; 4° het gehaalde recyclageniveau voor loodzuurbatterijen en accu's, nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's, en andere afgedankte batterijen en accu's : hoeveelheid ingezamelde batterijen waarop recycling is toegepast; 5° het recyclagepercentage voor loodzuurbatterijen en -accu's, nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's, en andere afgedankte batterijen en accu's, berekend overeenkomstig Verordening (EG) 493/2012 van 11 juni 2012 houdende nadere bepalingen voor de berekening van de recyclingrendementen van de recyclingprocessen van afgedankte batterijen en accu's overeenkomstig Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad; 6° een overzicht van de acties voor preventie en de acties om gebruikte batterijen in eenzelfde of andere toepassing opnieuw op de markt te brengen. |
| 3.4.6.4, eerste lid | De eindverkoper en de tussenhandelaar van olie of de organisatie die hiervoor is aangeduid, bezorgen de OVAM voor 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid afvalolie, uitgedrukt in liter, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar. |
| 3.4.6.4, tweede lid | De producent van olie of de organisatie die hij hiervoor heeft aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM: 1° de totale hoeveelheid olie, uitgedrukt in liter, die in het Vlaamse Gewest op de markt is gebracht; 2° de totale hoeveelheid afvalolie, uitgedrukt in liter, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld. Hij geeft daarbij op een gemotiveerde wijze aan wat de verliezen zijn die ontstaan door de consumptie; 3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afvalolie werd verwerkt; 4° de totale hoeveelheden aan stoffen die voortkomen uit de verwerking van afvalolie, uitgedrukt in liter, die: a) opnieuw werden gebruikt als olie; b) opnieuw geraffineerd werden; c) op een andere wijze nuttig werden toegepast; d) werden verwijderd. 5° de totale hoeveelheid biodegradeerbare olie, uitgedrukt in liter, die in het Vlaams Gewest op de markt is gebracht. |
| 3.4.7.3 | De actoren, vermeld in artikel 3.4.7.1, leveren de nodige sensibiliseringsinspanningen voor het welslagen van de selectieve inzameling. De ontwerpen van de sensibiliseringsacties worden minstens één maand voor de aanvang van de actie ter goedkeuring voorgelegd aan de OVAM. |
| 3.4.7.4, eerste zin | Er wordt een begeleidingscommissie opgericht door de actoren, vermeld in artikel 3.4.7.1. |
| 3.4.7.4, vierde zin | De OVAM wordt uitgenodigd op de vergaderingen van de begeleidingscommissie. |
| 3.4.7.5 | De begeleidingscommissie rapporteert jaarlijks voor 1 april aan de OVAM over: 1° de modaliteiten van de inzameling, de ophaling en de verwerking van de oude en vervallen geneesmiddelen; 2° de hoeveelheid ingezamelde oude en vervallen geneesmiddelen en de wijze van verwerking; 3° de acties en initiatieven die werden genomen om de selectieve inzameling via de apothekers te stimuleren. |
| 3.4.8.3 | De eindverkoper en de tussenhandelaar van matrassen of de organisatie die daarvoor is aangewezen, bezorgen de OVAM vóór 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid matrassen, uitgedrukt in aantal en in kilogram, die in het kader van de aanvaardingsplicht in ontvangst zijn genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar. De producent van matrassen of de organisatie die hij daarvoor heeft aangewezen, stelt jaarlijks vóór 1 juli de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM: 1° de totale hoeveelheid matrassen, uitgedrukt in aantal en in kilogram, die in het Vlaamse Gewest op de markt zijn gebracht; 2° de totale hoeveelheid afgedankte matrassen, uitgedrukt in aantal en in kilogram, die in het Vlaamse Gewest zijn ingezameld in het kader van de aanvaardingsplicht; 3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afgedankte matrassen zijn verwerkt; 4° de totale hoeveelheid van de materialen die voortkomen uit de verwerking van de afgedankte matrassen, uitgedrukt in kilogram, die: a) zijn hergebruikt; b) zijn gerecycleerd; c) nuttig zijn toegepast; d) zijn verwijderd. |
| 4.1.4, § 2, vierde lid | Elke wijziging van de administratieve gegevens van de houder van de afvalstof wordt aan de OVAM meegedeeld. |
| 5.1.7, eerste lid | De gemeente stimuleert hergebruik door minstens een overeenkomst te sluiten met een door de OVAM erkend kringloopcentrum. Die overeenkomst omvat minstens bepalingen over de sensibilisering, de onderlinge doorwijsfunctie, de inzamelwijzen, het restafval en de vergoeding voor herbruikbare goederen. |
| 5.2.4.3, § 6 | Het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen verleent minstens per kwartaal alle informatie die in het kader van de aanvaardingsplicht, vermeld in onderafdeling 3.4.2, moet worden bijgehouden of verstrekt, aan de voertuigproducenten of aan degenen die door hen zijn aangesteld. Als de eindverkopers, tussenhandelaars of voertuigproducenten voor de nakoming van hun aanvaardingsplicht, vermeld in onderafdeling 3.4.2, een beroep doen op een beheersorganisme, zullen de gegevens ter beschikking gesteld worden van een geüniformiseerd, geïnformatiseerd datacommunicatiesysteem met de centrale databank van het beheersorganisme, volgens een door dit organisme vast te leggen procedure en periodiciteit. Het chassisnummer van een afgedankt voertuig dat het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen verlaat, wordt voorafgaandelijk meegedeeld aan het beheersorganisme. |
| 5.2.5.4, § 2, eerste lid | De inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar, de verwerker, het hergebruikcentrum en de kennisgever of opdrachtgever, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, die afgedankt EEA inzamelt, opslaat of verwerkt of met het oog op verwerking aanbiedt aan een derde, of de organisatie die daarvoor is aangewezen, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM of van de organisatie die daarvoor is aangewezen: 1° de naam van de inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar, de verwerker, het hergebruikcentrum en de kennisgever of opdrachtgever, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, die afgedankt EEA inzamelt, opslaat of verwerkt of met het oog op verwerking aanbiedt aan een derde, het ondernemingsnummer, het postnummer en de plaats, de straatnaam en het nummer, het land, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon; 2° ... 3° de rapportageperiode 4° de hoeveelheid afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en aantal, huishoudelijke of professionele apparatuur, per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die op het grondgebied, dan wel binnen of buiten de Europese Unie zijn overgebracht die: a) in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werden ingezameld voor rekening van een producent van EEA of een derde die handelt in naam van de producent van EEA, en het aandeel daarvan dat: 1) werd aangeboden aan een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar; 2) werd aangeboden aan een hergebruikcentrum voor EEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik; 3) werd aangeboden aan een vergunde verwerker; b) buiten de aanvaardingsplicht om werd ingezameld, en het aandeel daarvan dat: 1) werd aangeboden aan een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar; 2) werd aangeboden aan een hergebruikcentrum voor EEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik; 3) werd aangeboden aan een vergunde verwerker; 5° de hoeveelheden afvalstoffen die voortkomen uit de verwerking van afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en opgesplitst per materiaal als vermeld in artikel 3.4.4.7, en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die: a) voor het hergebruikcentrum: werden voorbereid voor hergebruik; b) voor de verwerker en de kennisgever of opdrachtgever, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen: 1) werden voorbereid voor hergebruik; 2) werden gerecycleerd; 3) op een andere wijze nuttig werden toegepast; 4) werden verwijderd in installaties voor de verbranding van afvalstoffen; 5) werden verwijderd door storten. |
| 5.2.8.3. | Bedrijven die pcb's verwerken, delen de hoeveelheid, de oorsprong en de aard van de aan hen geleverde pcb's, mee aan de OVAM. Ze houden die gegevens ook ter inzage van de lokale overheid en de bevolking. |
| 5.2.8.4, § 1, 1° tot en met 3° | De houder van apparaten die pcb's bevatten, moet: 1° als dat nog niet eerder gebeurd is met toepassing van het koninklijk besluit van 9 juli 1986 tot reglementering van de stoffen en preparaten die polychloorbifenylen en polychloorterfenylen bevatten, of van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2000 houdende vaststelling van het verwijderingsplan voor pcb-houdende apparaten en de daarin aanwezige pcb's, zo snel mogelijk ten minste de volgende gegevens bezorgen aan de OVAM: a) zijn naam en adres; b) plaats en omschrijving van de apparaten die pcb's bevatten en die hij in zijn bezit heeft, alsook de hoeveelheden pcb's in die apparaten; c) de hoeveelheden pcb's die hij in zijn bezit heeft; d) de hoeveelheden gebruikte pcb's die hij in zijn bezit heeft; e) data en soorten behandeling of vervanging die worden uitgevoerd of overwogen. Als die kennisgeving eerder is gedaan met toepassing van het besluit van 9 juli 1986 of van 17 maart 2000, worden daarbij de eventuele wijzigingen vermeld ten aanzien van de vroegere kennisgeving; 2° de OVAM op de hoogte brengen van elke wijziging in de situatie, vermeld in 1° ; 3° ervoor zorgen dat elk apparaat dat meer dan 1 liter pcb's bevat, wordt voorzien van een etiket. Een soortgelijk etiket moet ook worden aangebracht op de deuren van lokalen waar dat apparaat zich bevindt. Voor sterkstroomcondensatoren geldt de drempel van 1 liter voor het totaal van de afzonderlijke onderdelen van een gecombineerd toestel. Apparaten waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat de vloeistoffen daarin tussen 0,05 en 0,005 gewichtsprocenten pcb's bevatten, mogen worden voorzien van een etiket met de vermelding "verontreinigd met pcb's < 0,05 %". |
| 5.2.8.4. § 2 | Elke wijziging van de informatie, verstrekt overeenkomstig paragraaf 1, 1° en 2°, moet binnen drie maanden schriftelijk aan de OVAM worden meegedeeld. |
| 5.2.10.3, § 1, eerste zin | De beheerder van een haven stelt een passend plan op voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval. |
| 5.2.10.3, § 2 | Het plan wordt uitgewerkt in overleg met de betrokken partijen, in het bijzonder met de havengebruikers of hun vertegenwoordigers. |
| 5.2.10.4, § 3, eerste lid, eerste zin | In geval van significante veranderingen in de werking van de haven, moet de beheerder van de haven dat onmiddellijk melden aan de OVAM met een beveiligde zending. |
| 5.2.10.5 | De beheerder van de haven zorgt ervoor dat aan elke havengebruiker de volgende informatie wordt verstrekt: 1° een korte verwijzing naar het fundamentele belang van een behoorlijke afgifte van scheepsafval en ladingresiduen; 2° de locatie van de vaste havenontvangstvoorzieningen, met tekening/kaart; 3° een lijst van gewoonlijk verwerkte soorten scheepsafval en ladingresiduen; 4° een lijst van contactadressen, exploitanten en geboden diensten; 5° een beschrijving van de aanmeldingsprocedure; 6° een beschrijving van de afgifteprocedures; 7° een beschrijving van het tariefsysteem; 8° een beschrijving van de procedures voor het melden van vermeende tekortkomingen van havenontvangstvoorzieningen; 9° een beschrijving van de procedure voor het aanvragen van een vrijstelling van de afgifteplicht, de aanmelding en de financiële bijdrage. |
| 5.2.10.6, § 4 | De aanmeldingsformulieren die de aangewezen instanties in het kader van deze procedure ontvangen, moeten gedurende een termijn van drie jaar bijgehouden worden. |
| 5.2.10.8, tweede lid | Kosten die verbonden zijn aan de afgifte van ladingresiduen, worden door de gebruiker van de havenontvangstvoorziening betaald. |
| 5.2.11.4, § 1, eerste zin | De havenbeheerders die binnenschepen ontvangen en de waterwegbeheerders stellen een passend plan op voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval, restlading, overslagresten, ladingsrestanten en waswater. |
| 5.2.11.4, § 2 | Het plan wordt uitgewerkt in overleg met de betrokken partijen, in het bijzonder met de havengebruikers of hun vertegenwoordigers. |
| 5.2.11.5, derde lid, eerste zin | Bij significante veranderingen in de werking van het netwerk van ontvangstinrichtingen moeten de havenbeheerders die binnenschepen ontvangen, en de waterwegbeheerders dat onmiddellijk meedelen aan de OVAM met een beveiligde zending. |
| 5.2.11.6 | De havenbeheerders die binnenschepen ontvangen, en de waterwegbeheerders zorgen ervoor dat voor de binnenschepen de volgende informatie beschikbaar is: 1° een korte verwijzing naar het fundamentele belang van een behoorlijke afgifte van scheepsafval; 2° de locatie van de vaste ontvangstvoorzieningen, met een tekening of kaart; 3° een lijst van de afvalstromen die worden aanvaard; 4° een lijst van contactadressen, exploitanten en geboden diensten; 5° een beschrijving van de afgifteprocedures en van het tariefsysteem; 6° een beschrijving van de procedures voor het melden van vermeende tekortkomingen van havenontvangstvoorzieningen. |
| 5.2.12.3., § 1, eerste lid | De natuurlijke persoon of rechtspersoon, vermeld in artikel 5.2.12.1, stelt voor 1 april van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM: 1° de hoeveelheid ingezamelde gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong; 2° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong zijn verwerkt. |
| 5.3.4.4, eerste lid, tweede, derde en vierde zin | De gegevens over herkomst, inclusief de analyseresultaten, de geschatte hoeveelheid en de bestemming van de bagger- of ruimingsspecie worden uiterlijk dertig kalenderdagen voor de aanvang van ieder bagger- of ruimingswerk bezorgd aan het gemeentebestuur op het grondgebied waarvan de bagger- of ruimingsspecie zal worden uitgespreid, en zijn samen met de code van goede praktijk, vermeld in artikel 5.3.4.3, ter inzage van het publiek. De geplande aanvangsdatum word daarbij uitdrukkelijk vermeld. Op eenvoudig verzoek wordt een afschrift van die gegevens bezorgd aan de persoon die erom vraagt. |
| 5.3.4.4, tweede lid | Uiterlijk dertig kalenderdagen voor de aanvang van de ruimingswerken en tot de beëindiging ervan worden de geplande bagger- en ruimingswerken en het ter inzage leggen van de gegevens, vermeld in het eerste lid, en de regeling ervoor bekendgemaakt door aanplakking. De aanplakking gebeurt op het gemeentehuis van de gemeente op het grondgebied waarvan de specie zal worden uitgespreid. Het aanplakbiljet wordt opgehangen op een wijze die de aandacht trekt en is opgemaakt in duidelijk leesbare letters op een gele achtergrond. De houder van het materiaal is verantwoordelijk voor het maken van de aanplakbiljetten en voor het bezorgen ervan aan de gemeentebesturen in kwestie. |
| 5.3.8.2, derde lid, eerste zin | De kabel- en leidingbeheerder informeert de beheerder van het openbaar domein over de initiatieven en maatregelen, die overeenkomstig het eerste lid worden genomen en over de termijn waarbinnen die worden uitgevoerd. |
| 6.1.2.4, eerste lid, eerste zin | Elke wijziging in de geregistreerde gegevens wordt elektronisch aan de OVAM meegedeeld. |
| 6.1.3.4, eerste lid, eerste zin | Elke wijziging in de geregistreerde gegevens wordt elektronisch aan de OVAM meegedeeld. |
| 6.2.3 | De kennisgever kan de kennisgevingen die betrekking hebben op de uitvoer van afvalstoffen op de volgende manieren indienen bij de OVAM: 1° de kennisgever kan de originele kennisgeving, met minstens één afschrift ervan, per post naar de OVAM sturen. Als er doorvoerlanden zijn, wordt er voor elk doorvoerland een exemplaar toegevoegd. De informatie-uitwisseling tussen de kennisgever en de OVAM in het kader van de behandeling van de kennisgeving gebeurt dan via post of e-mail; 2° de kennisgever kan, als hij akkoord gaat met de digitale verzending van de bijlagen bij het kennisgevingsdossier en de digitale behandeling van zijn kennisgeving, de bijlagen indienen via het webloket dat de OVAM beschikbaar stelt via haar website. Hij stuurt dan enkel het originele kennisgevingsformulier, het originele vervoersdocument en het originele attest van de bankgarantie, de borgsom of de gelijkwaardige verzekering per post naar de OVAM en laadt de andere bijlagen bij het kennisgevingsformulier op in het webloket. De kennisgever voegt dan geen afschrift en geen extra exemplaar voor elk doorvoerland toe. Elke informatie-uitwisseling tussen de kennisgever en de OVAM in het kader van de behandeling van de kennisgeving gebeurt dan via het webloket; 3° de kennisgever kan, als hij akkoord gaat met de digitale indiening en behandeling van zijn dossier, gebruikmaken van het webloket dat de OVAM via haar website aanbiedt. Het kennisgevingsdocument, het transportdocument, een door de financiële instelling digitaal ondertekende bankgarantie, borgsom of gelijkwaardige verzekering en de nodige bijlagen kunnen dan via het webloket bij de OVAM worden ingediend. Elke informatie-uitwisseling tussen de kennisgever en de OVAM in het kader van de behandeling van de kennisgeving gebeurt dan via het webloket. |
| 7.1.3, eerste lid | Tenzij het anders bepaald is in dit hoofdstuk, zijn de volgende actoren ertoe gehouden afvalstoffen- en materiaalgegevens te verschaffen op eenvoudig verzoek van de OVAM: 1° de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar; 2° de inrichtingen voor het verwerken van afvalstoffen; 3° de afvalstoffenproducenten van bedrijfsafvalstoffen; 4° de gemeenten en de verenigingen van gemeenten, belast met afvalstoffenbeheer; 5° de grondstoffenproducent; 6° de grondstoffengebruiker. |
| 7.3.1.2, § 1 | De afvalstoffenproducenten en grondstoffenproducenten die zijn opgenomen in de selectie, vermeld in artikel 7.3.1.1, eerste lid, alsook de afvalstoffenproducenten van bedrijfsafvalstoffen, vermeld in de indelingslijst, opgenomen als bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, met de letter R in de zevende kolom, brengen verslag uit over de in het vorige kalenderjaar geproduceerde afvalstoffen en grondstoffen. |
| 7.3.1.2, § 2 | De verslaggeving heeft betrekking op alle bedrijfsafvalstoffen, met uitzondering van de met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen die door of in opdracht van de gemeente zijn ingezameld of opgehaald. De verslaggeving bevat jaartotalen uit het register van geproduceerde afvalstoffen, vermeld in artikel 7.2.1.1. Voor bedrijfsafvalstoffen die in aard, samenstelling, verwerkingswijze, afvalstoffeninzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar of afvalstoffenverwerker verschillen, moeten per exploitatiezetel afzonderlijke totalen worden ingevuld. |
| 7.3.1.2, § 3 | De verslaggeving heeft betrekking op alle geproduceerde grondstoffen. De verslaggeving bevat de jaartotalen uit het uitgaande materialenregister, vermeld in artikel 7.2.2.2. Voor materialen die in aard, samenstelling, toepassingswijze of bestemming verschillen, moeten afzonderlijke totalen worden ingevuld. |
| 7.3.1.3 | De verslaggeving over de productie van bedrijfsafvalstoffen verloopt overeenkomstig artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag, voor de datum die daarin wordt bepaald, en door middel van het deelformulier "Identificatiegegevens" en, het deelformulier "Afvalstoffenmelding voor producenten" van het integrale milieujaarverslag, waarvan het model als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag is gevoegd. |
| 7.3.2.1, eerste lid | De gemeentelijke overheden bezorgen jaarlijks voor 1 april aan de OVAM een jaarrapport over de in het vorige kalenderjaar door hen of in hun opdracht ingezamelde afvalstoffen en de inzameling van huishoudelijk restafval door privaatrechtelijke inzamelaars op het grondgebied van de gemeente. |
| 7.3.2.2, eerste lid | Het jaarrapport, vermeld in artikel 7.3.2.1, wordt schriftelijk of elektronisch bezorgd en bevat jaartotalen uit het register van de door de gemeente of in opdracht van de gemeente ingezamelde afvalstoffen, vermeld in artikel 7.2.1.3, en jaartotalen van het ingezamelde huishoudelijke restafval door privaatrechtelijke inzamelaars op het grondgebied van de gemeente. |
| 7.4.2, § 1 | De afvalstoffenverwerkers en grondstoffengebruikers die zijn opgenomen in de selectie, vermeld in artikel 7.4.1, eerste lid, brengen respectievelijk verslag uit over de in het vorige kalenderjaar verwerkte afvalstoffen en gebruikte grondstoffen. |
| 7.4.2, § 2 | De verslaggeving heeft betrekking op alle verwerkte afvalstoffen die zijn opgenomen in de selectie, vermeld in artikel 7.4.1, eerste lid. De verslaggeving bevat jaartotalen uit het register van verwerkte afvalstoffen, vermeld in artikel 7.2.1.1. Voor afvalstoffen die in aard, samenstelling, verwerkingswijze of plaats van herkomst (binnen België het gewest, buiten België het land) verschillen, moeten per exploitatiezetel afzonderlijke totalen worden ingevuld. |
| 7.4.2, § 3 | De verslaggeving heeft betrekking op alle gebruikte grondstoffen die zijn opgenomen in de selectie, vermeld in artikel 7.4.1, eerste lid. De verslaggeving bevat de jaartotalen uit het inkomende materialenregister, vermeld in artikel 7.2.2.3. Voor grondstoffen die in aard, samenstelling, toepassingswijze of plaats van herkomst (binnen België het gewest, buiten België het land) verschillen, moeten afzonderlijke totalen worden ingevuld. |
| 7.4.3 | De verwerker van afvalstoffen die opgenomen is in de selectie, vermeld in artikel 7.4.1, eerste lid, brengt verslag uit over de in het vorige kalenderjaar door hem verwerkte afvalstoffen waarvoor rapportering wordt gevraagd. Voor zover het in Vlaanderen ingevoerde afvalstoffen betreft, verloopt de verslaggeving overeenkomstig artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag, voor de datum die daarin wordt bepaald en door middel van het deelformulier " Ingevoerde afvalstoffen door verwerkers" van het integrale milieujaarverslag, waarvan het model als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag is gevoegd. |
1° te beschikken over een door de OVAM goedgekeurd individueel aanvaardingsplichtplan;
2° rechtstreeks of onrechtstreeks, via hun organisatie, door een toetredingsovereenkomst, aangesloten te zijn bij een beheersorganisme als vermeld in artikel 3.2.2.1, op voorwaarde dat het beheersorganisme voldoet aan de verplichtingen die het worden opgelegd in deze afdeling en de aanvaardingsplichtconvenant.3.2.1.2, § 2, derde lid Voor huishoudelijke afvalstoffen bevat de aanvaardingsplichtconvenant of het individuele aanvaardingsplichtplan bovendien een financiële zekerheid die overeenstemt met de geschatte kosten voor het overnemen door het Vlaamse Gewest van de aanvaardingsplicht gedurende zes maanden. In een aanvaardingsplichtconvenant kunnen andere zekerheden overeengekomen worden om de voortgang van de verbintenissen uit de overeenkomst te garanderen.3.2.1.3, § 1 De producent waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, moet jaarlijks rapporteren aan de OVAM over de wijze waarop hij uitvoering geeft aan de aanvaardingsplicht. De producent kan een organisatie aanduiden om de rapportage uit te voeren. Voor de rapportering geldt dat: 1° de cijfergegevens die in het kader van de aanvaardingsplicht aan de OVAM worden verstrekt, worden gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling;
2° de cijfergegevens van inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars, hergebruikcentra en verwerkers die in het kader van de aanvaardingsplicht aan het beheersorganisme of de producent worden geleverd, worden gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling;
3° de cijfergegevens die in het kader van de aanvaardingsplicht door de producenten aan het beheersorganisme worden verstrekt, worden gevalideerd door een onafhankelijke keuringsinstelling. Het beheersorganisme of een door dat organisme aangestelde derde kan die taak overnemen, op voorwaarde dat alle leden minstens eenmaal om de drie jaar gecontroleerd worden en het beheersorganisme over die actie en de resultaten jaarlijks aan de OVAM rapporteert;
4° van verplichtingen, vermeld in punt 1°, 2° en 3°, kan worden afgeweken in een aanvaardingsplichtconvenant of in een individueel aanvaardingsplichtplan als de kwaliteit van de cijfergegevens op een andere manier gegarandeerd kan worden.3.2.2.1, § 1 Een aanvaardingsplichtconvenant kan gesloten worden onder de voorwaarde dat door de organisaties van ondernemingen die de producenten vertegenwoordigen waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, een of meer beheersorganismen worden aangewezen die de aanvaardingsplicht van de bij hen aangesloten producenten waarvoor de aanvaardingsplicht geldt op zich nemen.3.2.2.1, § 2 Een beheersorganisme voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° het beheersorganisme is opgericht conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;
2° het beheersorganisme heeft als statutair doel het ten laste nemen van de aanvaardingsplicht voor rekening van de aangesloten producenten;
3° de beheerders of de personen die de vereniging kunnen verbinden, bezitten hun burgerlijke en politieke rechten;
4° de beheerders of de personen die de vereniging kunnen verbinden, zijn tijdens de laatste vijf jaar niet veroordeeld voor een inbreuk op de milieuwetgeving van de Gewesten of van een lidstaat van de Europese Unie;
5° het beheersorganisme beschikt over de nodige financiële, menselijke en technische middelen om de aanvaardingsplicht te vervullen;
6° het beheersorganisme bedient op homogene wijze het gehele grondgebied waar de producenten hun producten op de markt brengen zodat de inzameling, recyclage en nuttige toepassing van het afval, met het oog op het vervullen van de aanvaardingsplicht, gewaarborgd is.3.2.2.1, § 3 Het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de aanvaardingsplichtconvenant een beheerplan voor de looptijd van de aanvaardingsplichtconvenant ter goedkeuring voor aan de OVAM, waarin het aangeeft hoe het de bepalingen van de aanvaardingsplichtconvenant zal uitvoeren. Het beheerplan bevat minimaal de uitvoeringsvoorwaarden van de bepalingen in de aanvaardingsplichtconvenant overeenkomstig artikel 3.2.1.2, § 2. Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 15 november een actualisatie van het beheerplan voor het volgende kalenderjaar ter goedkeuring voor aan de OVAM.3.2.2.1, § 4 Het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de aanvaardingsplichtconvenant een financieel plan voor de looptijd van de aanvaardingsplichtconvenant voor advies voor aan de OVAM. Het financieel plan omvat:
1° het budget;
2° de berekening van eventuele bijdragen;
3° het beleid inzake provisies en reserves;
4° de wijze van financiering van eventuele verliezen;
5° de wijze van financiering van afgedankte producten waarvan de producent niet meer actief is of geïdentificeerd kan worden. De verantwoordelijkheid van het beheersorganisme is hierbij beperkt tot de producten die bij het op de markt brengen aangegeven werden bij het beheersorganisme. Als dit niet meer kan nagegaan worden, draagt het beheersorganisme een verantwoordelijkheid die overeenstemt met haar aandeel in de markt;
6° het beleggingsbeleid.
In het budget, vermeld in het tweede lid, 1°, wordt als apart onderdeel opgenomen welke middelen het beheersorganisme voorziet voor preventie en voor het hoogwaardig sluiten van de kringloop bovenop de vastgelegde inzamel- en verwerkingsdoelstellingen. In de aanvaardingsplichtconvenant wordt bepaald welk aandeel van het budget hiervoor ter beschikking gesteld wordt. Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 15 november een actualisatie van het financieel plan voor het volgende kalenderjaar ter advies voor aan de OVAM.3.2.2.1, § 5 Als het beheersorganisme de inzameling en verwerking organiseert in het kader van een collectief systeem, gebeurt de toewijzing op basis van een lastenboek waarover een openbare bevraging wordt georganiseerd en wordt de gunningsbeslissing gebaseerd op de in het lastenboek vastgelegde criteria. De lastenboeken moeten voor goedkeuring aan de OVAM worden voorgelegd. Elke wijziging in de lastenboeken moet vooraf goedgekeurd worden. In de aanvaardingsplichtconvenant kan worden afgeweken van de plicht om de toewijzing op basis van een lastenboek te organiseren.De bepaling in het eerste lid geldt niet in geval van inzameling en/of verwerking in opdracht van individuele producenten of andere actoren op contractuele basis.3.2.2.1, § 6 De OVAM zal namens het gewest de rol van waarnemer vervullen in de raad van bestuur en de algemene vergadering van het beheersorganisme. De OVAM ontvangt de uitnodigingen daarvoor en verslagen daarvan op tijd.3.2.2.1, § 7 Het beheersorganisme mag de toetreding van geen enkele onderneming weigeren waarop de aanvaardingsplicht van toepassing zou kunnen zijn. Het beheersorganisme kan van die verplichting afwijken als er ernstige redenen zijn en na de goedkeuring van de OVAM.3.2.2.1, § 8 Op verzoek van de OVAM organiseert het beheersorganisme overleg met de representatieve organisaties van alle actoren die bij de uitvoering van de aanvaardingsplicht betrokken zijn.3.2.2.1/1, § 1, tweede lid De organisaties van ondernemingen, vermeld in het eerste lid, moeten rechtspersoonlijkheid bezitten en door hun leden of een groep ervan gemandateerd zijn om een aanvaardingsplichtconvenant te sluiten en de betrokken leden daardoor te verbinden.3.2.2.1/1, § 3 Een aanvaardingsplichtconvenant is verbindend voor de partijen. Naargelang van wat bepaald is in de aanvaardingsplichtconvenant, is ze ook verbindend voor al de leden van de organisaties van ondernemingen die conform paragraaf 1, tweede lid, een mandaat hebben gegeven, tenzij een producent via een individueel aanvaardingsplichtplan of een andere aanvaardingsplichtconvenant aan zijn aanvaardingsplicht voldoet.3.2.2.2, § 1, eerste lid Alle documenten die in het kader van de uitvoering van een aanvaardingsplichtconvenant moeten worden opgesteld en die van strategisch belang zijn, worden ter goedkeuring voorgelegd aan de OVAM. Dat zijn ten minste het beheersplan, de lastenboeken en het communicatieplan.3.2.2.2, § 2, eerste lid In afwijking van paragraaf 1 worden het financieel plan en de toetredingsovereenkomst voor advies voorgelegd.3.2.3.4 De houder van de goedkeuring, vermeld in artikel 3.2.3.2, 3°, is verplicht om, wijzigingen van de volgende gegevens in zijn dossier onmiddellijk mee te delen aan de OVAM met een beveiligde zending:
1° naam, rechtsvorm, zetel en nummer van het handelsregister of een overeenstemmend registratie- en ondernemingsnummer;
2° zijn woonplaats, adres of fax- en telefoonnummer en, in voorkomend geval, adres, fax- en telefoonnummer van de maatschappelijke zetels, de administratieve zetels en de exploitatiezetels of van de standplaats binnen het Vlaamse Gewest;
3° het voorwerp van het goedgekeurde individuele aanvaardingsplichtplan;
4° de verbintenissen in het goedgekeurde individuele aanvaardingsplichtplan.3.3.1, eerste lid, tweede zin Elke individuele producent die gevat wordt door deze uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moet toetreden tot een collectief plan.3.3.2, eerste en tweede zin Ter uitvoering van het collectieve plan stellen de producenten jaarlijks een actieplan op. Het actieplan wordt jaarlijks ingediend voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop het actieplan betrekking heeft.3.3.3, eerste lid Het collectieve plan en het jaarlijks actieplan moeten ter goedkeuring worden voorgelegd aan de OVAM.3.3.5 Jaarlijks wordt voor 1 april gerapporteerd over de uitvoering van het collectieve plan gedurende het voorgaande kalenderjaar.3.4.1.2, eerste lid De sector van de uitgevers van gratis regionale pers:
1° stelt gratis stickers ter beschikking van de mensen die dat willen ter beperking van de verspreiding van ongewenst reclamedrukwerk en gratis regionale pers;
2° rapporteert aan de OVAM over het aantal verdeelde stickers en het gebruik van de stickers.3.4.2.5, eerste lid De voertuigproducenten verschaffen aan de erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen binnen zes maanden nadat een nieuw voertuigtype in de handel is gebracht, alle demontage-informatie. In die informatie worden de verschillende voertuigonderdelen en -materialen en de plaats van alle gevaarlijke stoffen in de voertuigen aangegeven.3.4.2.5, tweede lid De producenten van voertuigonderdelen verschaffen op verzoek van de erkende centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen, rekening houdend met de vertrouwelijkheid van commerciële en industriële gegevens, ook demontage-informatie, informatie over de opslag en informatie over het testen van onderdelen die opnieuw kunnen worden gebruikt.3.4.3.4, eerste lid De eindverkoper van banden of de organisatie die hiervoor is aangeduid, bezorgt de OVAM voor 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid afvalbanden uitgedrukt in kilogram en soorten, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar.3.4.3.4, tweede lid De tussenhandelaar in banden of de organisatie die hiervoor is aangeduid, bezorgt de OVAM voor 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid afvalbanden, inclusief die welke in aanmerking komen voor hergebruik, uitgedrukt in kilogram en soorten die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar.3.4.3.4, derde lid De producent van banden of de organisatie die hiervoor is aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
1° de totale hoeveelheid banden, uitgedrukt in kilogram, soorten en aantallen, die in het Vlaamse Gewest in omloop werd gebracht;
2° de totale hoeveelheid afvalbanden, inclusief die welke in aanmerking komen voor hergebruik, uitgedrukt in kilogram en soorten, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld;
3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afvalbanden werden verwerkt;
4° de totale hoeveelheid afvalbanden, uitgedrukt in kilogram, die:
a) werd uitgesorteerd voor hergebruik;
b) een nieuw loopvlak kreeg;
c) werd gebruikt voor materiaalrecyclage;
d) energetisch werd gevaloriseerd.3.4.4.7, derde lid De doelstellingen, vermeld in het eerste en het tweede lid, gelden voor elk van de categorieën, vermeld in artikel 3.4.4.2, en worden jaarlijks gerapporteerd aan de OVAM voor 1 juli overeenkomstig artikel 3.4.4.12 en 5.2.5.4.3.4.4.9 De producenten van EEA zorgen ervoor, in het bijzonder met voorlichtingscampagnes, dat de eindgebruikers volledig worden geïnformeerd over:
1° de verplichting om EEA selectief aan te bieden;
2° de voor hen beschikbare inzamelings- en recyclagesystemen;
3° hun rol bij de bevordering van hergebruik, recyclage en andere nuttige toepassing van afgedankte EEA;
4° de mogelijke gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid van de aanwezigheid van gevaarlijke bestanddelen in EEA;
5° de betekenis van het symbool van de doorgestreepte vuilnisbak op wieltjes.3.4.4.10 De producenten van EEA, of de organisatie die ze daarvoor hebben aangewezen, registreren zich. Daarvoor stellen ze de volgende gegevens ter beschikking van de OVAM of van de organisatie die ze daarvoor hebben aangewezen:
1° de naam van de producent of gevolmachtigde, het postnummer en de plaats, de straatnaam en het nummer, het land, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon. In geval van een gevolmachtigde als vermeld in artikel 3.4.4.15, ook de contactgegevens van de producent die wordt vertegenwoordigd;
2° het ondernemingsnummer van de producent van EEA;
3° de categorie waartoe het EEA behoort, vermeld in artikel 3.4.4.2;
4° de soort EEA, huishoudelijke of professionele apparatuur;
5° de merknaam van de EEA;
6° de informatie over de wijze waarop de producent zijn verantwoordelijkheden nakomt, individueel of via een collectieve regeling, met inbegrip van informatie over de financiële zekerheid;
7° de gebruikte verkooptechniek, bijvoorbeeld verkoop op afstand;
8° de verklaring dat de verstrekte informatie in overeenstemming is met de waarheid.3.4.4.12, § 1, eerste lid De distributeur van EEA of de organisatie die daarvoor is aangewezen, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM of van de organisatie die daarvoor is aangewezen:
1° de naam van de distributeur van EEA, het ondernemingsnummer, het postnummer en de plaats, de straatnaam en het nummer, het land, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon;
2° de rapportageperiode;
3° de hoeveelheid afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en aantallen EEA, huishoudelijke of professionele apparatuur en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die op het grondgebied, dan wel binnen of buiten de Unie is overgebracht die:
a) in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld;
b) werden aangeboden aan een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar;
c) werden aangeboden aan een producent van EEA;
d) werden aangeboden aan een hergebruikcentrum voor EEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik,;
e) werden aangeboden aan een vergunde verwerker van afgedankte EEA; 4° ...3.4.4.12, § 1, derde lid Als voor één of meer van de voormelde activiteiten een beroep werd gedaan op een derde, worden de volgende contactgegevens van die derde telkens vermeld: de firmanaam, het ondernemingsnummer, het adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon.3.4.4.12, § 2 De producent van EEA of de organisatie die daarvoor is aangewezen, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM of de organisatie die daarvoor is aangewezen :
1° het ondernemingsnummer van de producent van EEA;
2° de rapportageperiode;
3° de categorie waartoe de EEA behoort, vermeld in artikel 3.4.4.2, met de aparte vermelding van de hoeveelheden, uitgedrukt in kilogram en per stuk, die op het grondgebied op de markt werden gebracht;
4° de hoeveelheid afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en aantallen EEA, huishoudelijke of professionele apparatuur en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die op het grondgebied, dan wel binnen of buiten de Unie is overgebracht die:
a) in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werden ingezameld;
b) werden aangeboden aan een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar;
c) werden aangeboden aan een andere producent van EEA;
d) werden aangeboden aan een hergebruikcentrum voor EEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik;
e) werden aangeboden aan een vergunde verwerker van afgedankte EEA; 5° de hoeveelheden afvalstoffen die voortkomen uit de verwerking van afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en opgesplitst per materiaal als vermeld in artikel 3.4.4.7, en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die: a) werden voorbereid voor hergebruik;
b) werden gerecycleerd;
c) op een andere wijze nuttig werden toegepast;
d) werden verwijderd in installaties voor de verbranding van afvalstoffen;
e) werden verwijderd door storten.
Als voor een of meer van de voormelde activiteiten een beroep werd gedaan op een derde, worden de volgende contactgegevens van die derde telkens vermeld: de firmanaam, het ondernemingsnummer, het adres, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon.3.4.4.14 De producenten van EEA of de organisatie die ze daarvoor hebben aangewezen, organiseren minimaal tweemaal per jaar een overleg met de verwerkers en hergebruikcentra met het oog op hergebruik en een betere recycleerbaarheid van de EEA.3.4.5.5 De producenten van batterijen en accu's zorgen ervoor, in het bijzonder door middel van voorlichtingscampagnes, dat de eindgebruikers volledig worden geïnformeerd over:
1° de potentiële effecten van in batterijen en accu's gebruikte stoffen op het milieu en de menselijke gezondheid;
2° de wenselijkheid dat afgedankte batterijen en accu's niet als ongesorteerd huishoudelijk en vergelijkbaar afval worden weggegooid, en dat wordt deelgenomen aan de gescheiden inzameling ervan, om de verwerking en recycling te vergemakkelijken;
3° de voor hen beschikbare inzamelings- en recyclingsystemen;
4° hun rol bij de recycling van afgedankte batterijen en accu's;
5° de betekenis van het symbool van de doorgestreepte vuilnisbak op wieltjes en van de chemische symbolen Hg, Cd en Pb.3.4.5.5/1, eerste lid De producenten van batterijen en accu's worden eenmalig geregistreerd en krijgen bij registratie een registratienummer toegekend. Voor de registratie stellen de producenten de volgende gegevens ter beschikking van de OVAM of van de organisatie die ze daarvoor hebben aangewezen:
1° de naam van de producent en, in voorkomend geval, de commerciële benamingen waaronder hij zijn activiteiten ontplooit;
2° de adres(sen) van de producent: postcode en plaats, straatnaam en huisnummer, land, URL en telefoonnummer, alsook, in voorkomend geval, de contactpersoon, het fax en het e-mailadres van de producent;
3° de vermelding van het type batterijen of accu's dat door de producent op de markt wordt gebracht: draagbare batterijen en accu's, industriële batterijen en accu's of autobatterijen en -accu's;
4° de informatie over de wijze waarop de producent zijn verantwoordelijkheden nakomt: met een individuele of een collectieve regeling;
5° de datum van de registratieaanvraag;
6° de nationale identificatiecode van de producent, inclusief Europees belastingnummer of nationaal belastingnummer van de producent (facultatief);
7° de verklaring dat de verstrekte informatie waarheidsgetrouw is.3.4.5.5/1, tweede lid Bij wijziging van de geregistreerde gegevens moeten de producenten van batterijen en accu's de OVAM of de organisatie die is aangewezen voor de uitvoering van de registratie, daarvan uiterlijk een maand na de wijziging op de hoogte brengen. Als producenten niet langer actief zijn, moeten ze zich uitschrijven uit het register met een kennisgeving aan de OVAM of aan de organisatie die is aangewezen om van de registratie uit te voeren.3.4.5.6 De producenten van batterijen en accu's of de organisatie die zij hiervoor hebben aangeduid, stellen voor 1 april van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM:
1° de totale hoeveelheid batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, die in het Vlaamse Gewest op de markt werd gebracht, opgesplitst in de categorieën draagbare, industriële en autobatterijen en -accu's en de volgende soorten:
a) zink-bruinsteenbatterijen en -accu's;
b) alkali-mangaanbatterijen en -accu's;
c) zilveroxidebatterijen en -accu's;
d) zink-luchtbatterijen en -accu's;
e) primaire lithiumbatterijen en -accu's;
f) nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's;
g) loodhoudende batterijen en -accu's;
h) nikkelmetaalhydride batterijen en -accu's;
i) herlaadbare lithiumbatterijen en -accu's;
j) overige batterijen en -accu's;
2° de totale hoeveelheid afgedankte batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld, opgesplitst in de volgende soorten:
a) afgedankte knoopcellen;
b) afgedankte alkali-mangaan- en zink-bruinsteenbatterijen en -accu's en andere vergelijkbare afgedankte batterijen en accu's;
c) afgedankte primaire lithiumbatterijen en -accu's;
d) afgedankte nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's;
e) afgedankte loodbatterijen en accu's;
f) afgedankte nikkel-metaalhydridebatterijen en -accu's;
g) afgedankte herlaadbare lithiumbatterijen en -accu's;
h) andere afgedankte batterijen en accu's.
i) het inzamelpercentage voor draagbare batterijen en accu's, met vermelding van de berekeningswijze en de wijze waarop de benodigde gegevens voor de berekening van het inzamelpercentage zijn verkregen;
3° de inrichtingen en de wijze waarop de ingezamelde batterijen en accu's werden verwerkt of werden voorbereid voor hergebruik of opnieuw werden gebruikt als batterij of accu in eenzelfde of een andere toepassing;
4° het gehaalde recyclageniveau voor loodzuurbatterijen en accu's, nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's, en andere afgedankte batterijen en accu's : hoeveelheid ingezamelde batterijen waarop recycling is toegepast;
5° het recyclagepercentage voor loodzuurbatterijen en -accu's, nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's, en andere afgedankte batterijen en accu's, berekend overeenkomstig Verordening (EG) 493/2012 van 11 juni 2012 houdende nadere bepalingen voor de berekening van de recyclingrendementen van de recyclingprocessen van afgedankte batterijen en accu's overeenkomstig Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad;
6° een overzicht van de acties voor preventie en de acties om gebruikte batterijen in eenzelfde of andere toepassing opnieuw op de markt te brengen.3.4.6.4, eerste lid De eindverkoper en de tussenhandelaar van olie of de organisatie die hiervoor is aangeduid, bezorgen de OVAM voor 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid afvalolie, uitgedrukt in liter, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar.3.4.6.4, tweede lid De producent van olie of de organisatie die hij hiervoor heeft aangeduid, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM:
1° de totale hoeveelheid olie, uitgedrukt in liter, die in het Vlaamse Gewest op de markt is gebracht;
2° de totale hoeveelheid afvalolie, uitgedrukt in liter, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld. Hij geeft daarbij op een gemotiveerde wijze aan wat de verliezen zijn die ontstaan door de consumptie;
3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afvalolie werd verwerkt;
4° de totale hoeveelheden aan stoffen die voortkomen uit de verwerking van afvalolie, uitgedrukt in liter, die:
a) opnieuw werden gebruikt als olie;
b) opnieuw geraffineerd werden;
c) op een andere wijze nuttig werden toegepast;
d) werden verwijderd.
5° de totale hoeveelheid biodegradeerbare olie, uitgedrukt in liter, die in het Vlaams Gewest op de markt is gebracht.3.4.7.3 De actoren, vermeld in artikel 3.4.7.1, leveren de nodige sensibiliseringsinspanningen voor het welslagen van de selectieve inzameling. De ontwerpen van de sensibiliseringsacties worden minstens één maand voor de aanvang van de actie ter goedkeuring voorgelegd aan de OVAM.3.4.7.4, eerste zin Er wordt een begeleidingscommissie opgericht door de actoren, vermeld in artikel 3.4.7.1.3.4.7.4, vierde zin De OVAM wordt uitgenodigd op de vergaderingen van de begeleidingscommissie.3.4.7.5 De begeleidingscommissie rapporteert jaarlijks voor 1 april aan de OVAM over: 1° de modaliteiten van de inzameling, de ophaling en de verwerking van de oude en vervallen geneesmiddelen; 2° de hoeveelheid ingezamelde oude en vervallen geneesmiddelen en de wijze van verwerking; 3° de acties en initiatieven die werden genomen om de selectieve inzameling via de apothekers te stimuleren.3.4.8.3 De eindverkoper en de tussenhandelaar van matrassen of de organisatie die daarvoor is aangewezen, bezorgen de OVAM vóór 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid matrassen, uitgedrukt in aantal en in kilogram, die in het kader van de aanvaardingsplicht in ontvangst zijn genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar. De producent van matrassen of de organisatie die hij daarvoor heeft aangewezen, stelt jaarlijks vóór 1 juli de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM:
1° de totale hoeveelheid matrassen, uitgedrukt in aantal en in kilogram, die in het Vlaamse Gewest op de markt zijn gebracht; 2° de totale hoeveelheid afgedankte matrassen, uitgedrukt in aantal en in kilogram, die in het Vlaamse Gewest zijn ingezameld in het kader van de aanvaardingsplicht;
3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afgedankte matrassen zijn verwerkt;
4° de totale hoeveelheid van de materialen die voortkomen uit de verwerking van de afgedankte matrassen, uitgedrukt in kilogram, die:
a) zijn hergebruikt;
b) zijn gerecycleerd;
c) nuttig zijn toegepast;
d) zijn verwijderd.4.1.4, § 2, vierde lid Elke wijziging van de administratieve gegevens van de houder van de afvalstof wordt aan de OVAM meegedeeld.5.1.7, eerste lid De gemeente stimuleert hergebruik door minstens een overeenkomst te sluiten met een door de OVAM erkend kringloopcentrum. Die overeenkomst omvat minstens bepalingen over de sensibilisering, de onderlinge doorwijsfunctie, de inzamelwijzen, het restafval en de vergoeding voor herbruikbare goederen.5.2.4.3, § 6 Het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen verleent minstens per kwartaal alle informatie die in het kader van de aanvaardingsplicht, vermeld in onderafdeling 3.4.2, moet worden bijgehouden of verstrekt, aan de voertuigproducenten of aan degenen die door hen zijn aangesteld. Als de eindverkopers, tussenhandelaars of voertuigproducenten voor de nakoming van hun aanvaardingsplicht, vermeld in onderafdeling 3.4.2, een beroep doen op een beheersorganisme, zullen de gegevens ter beschikking gesteld worden van een geüniformiseerd, geïnformatiseerd datacommunicatiesysteem met de centrale databank van het beheersorganisme, volgens een door dit organisme vast te leggen procedure en periodiciteit. Het chassisnummer van een afgedankt voertuig dat het erkende centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen verlaat, wordt voorafgaandelijk meegedeeld aan het beheersorganisme.5.2.5.4, § 2, eerste lid De inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar, de verwerker, het hergebruikcentrum en de kennisgever of opdrachtgever, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, die afgedankt EEA inzamelt, opslaat of verwerkt of met het oog op verwerking aanbiedt aan een derde, of de organisatie die daarvoor is aangewezen, stelt voor 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM of van de organisatie die daarvoor is aangewezen:
1° de naam van de inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar, de verwerker, het hergebruikcentrum en de kennisgever of opdrachtgever, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, die afgedankt EEA inzamelt, opslaat of verwerkt of met het oog op verwerking aanbiedt aan een derde, het ondernemingsnummer, het postnummer en de plaats, de straatnaam en het nummer, het land, het telefoon- en faxnummer, het e-mailadres en de voor- en achternaam van een contactpersoon;
2° ...
3° de rapportageperiode
4° de hoeveelheid afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en aantal, huishoudelijke of professionele apparatuur, per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die op het grondgebied, dan wel binnen of buiten de Europese Unie zijn overgebracht die:
a) in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werden ingezameld voor rekening van een producent van EEA of een derde die handelt in naam van de producent van EEA, en het aandeel daarvan dat:
1) werd aangeboden aan een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar;
2) werd aangeboden aan een hergebruikcentrum voor EEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik;
3) werd aangeboden aan een vergunde verwerker;
b) buiten de aanvaardingsplicht om werd ingezameld, en het aandeel daarvan dat:
1) werd aangeboden aan een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar;
2) werd aangeboden aan een hergebruikcentrum voor EEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik;
3) werd aangeboden aan een vergunde verwerker;
5° de hoeveelheden afvalstoffen die voortkomen uit de verwerking van afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en opgesplitst per materiaal als vermeld in artikel 3.4.4.7, en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die: a) voor het hergebruikcentrum: werden voorbereid voor hergebruik; b) voor de verwerker en de kennisgever of opdrachtgever, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen:
1) werden voorbereid voor hergebruik;
2) werden gerecycleerd;
3) op een andere wijze nuttig werden toegepast;
4) werden verwijderd in installaties voor de verbranding van afvalstoffen;
5) werden verwijderd door storten.5.2.8.3. Bedrijven die pcb's verwerken, delen de hoeveelheid, de oorsprong en de aard van de aan hen geleverde pcb's, mee aan de OVAM. Ze houden die gegevens ook ter inzage van de lokale overheid en de bevolking.5.2.8.4, § 1, 1° tot en met 3° De houder van apparaten die pcb's bevatten, moet:
1° als dat nog niet eerder gebeurd is met toepassing van het koninklijk besluit van 9 juli 1986 tot reglementering van de stoffen en preparaten die polychloorbifenylen en polychloorterfenylen bevatten, of van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2000 houdende vaststelling van het verwijderingsplan voor pcb-houdende apparaten en de daarin aanwezige pcb's, zo snel mogelijk ten minste de volgende gegevens bezorgen aan de OVAM:
a) zijn naam en adres;
b) plaats en omschrijving van de apparaten die pcb's bevatten en die hij in zijn bezit heeft, alsook de hoeveelheden pcb's in die apparaten;
c) de hoeveelheden pcb's die hij in zijn bezit heeft;
d) de hoeveelheden gebruikte pcb's die hij in zijn bezit heeft;
e) data en soorten behandeling of vervanging die worden uitgevoerd of overwogen.
Als die kennisgeving eerder is gedaan met toepassing van het besluit van 9 juli 1986 of van 17 maart 2000, worden daarbij de eventuele wijzigingen vermeld ten aanzien van de vroegere kennisgeving;
2° de OVAM op de hoogte brengen van elke wijziging in de situatie, vermeld in 1° ; 3° ervoor zorgen dat elk apparaat dat meer dan 1 liter pcb's bevat, wordt voorzien van een etiket. Een soortgelijk etiket moet ook worden aangebracht op de deuren van lokalen waar dat apparaat zich bevindt. Voor sterkstroomcondensatoren geldt de drempel van 1 liter voor het totaal van de afzonderlijke onderdelen van een gecombineerd toestel. Apparaten waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat de vloeistoffen daarin tussen 0,05 en 0,005 gewichtsprocenten pcb's bevatten, mogen worden voorzien van een etiket met de vermelding "verontreinigd met pcb's < 0,05 %".5.2.8.4. § 2 Elke wijziging van de informatie, verstrekt overeenkomstig paragraaf 1, 1° en 2°, moet binnen drie maanden schriftelijk aan de OVAM worden meegedeeld.5.2.10.3, § 1, eerste zin De beheerder van een haven stelt een passend plan op voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval.5.2.10.3, § 2 Het plan wordt uitgewerkt in overleg met de betrokken partijen, in het bijzonder met de havengebruikers of hun vertegenwoordigers.5.2.10.4, § 3, eerste lid, eerste zin In geval van significante veranderingen in de werking van de haven, moet de beheerder van de haven dat onmiddellijk melden aan de OVAM met een beveiligde zending.5.2.10.5 De beheerder van de haven zorgt ervoor dat aan elke havengebruiker de volgende informatie wordt verstrekt:
1° een korte verwijzing naar het fundamentele belang van een behoorlijke afgifte van scheepsafval en ladingresiduen;
2° de locatie van de vaste havenontvangstvoorzieningen, met tekening/kaart;
3° een lijst van gewoonlijk verwerkte soorten scheepsafval en ladingresiduen;
4° een lijst van contactadressen, exploitanten en geboden diensten;
5° een beschrijving van de aanmeldingsprocedure;
6° een beschrijving van de afgifteprocedures;
7° een beschrijving van het tariefsysteem;
8° een beschrijving van de procedures voor het melden van vermeende tekortkomingen van havenontvangstvoorzieningen;
9° een beschrijving van de procedure voor het aanvragen van een vrijstelling van de afgifteplicht, de aanmelding en de financiële bijdrage.5.2.10.6, § 4 De aanmeldingsformulieren die de aangewezen instanties in het kader van deze procedure ontvangen, moeten gedurende een termijn van drie jaar bijgehouden worden.5.2.10.8, tweede lid Kosten die verbonden zijn aan de afgifte van ladingresiduen, worden door de gebruiker van de havenontvangstvoorziening betaald.5.2.11.4, § 1, eerste zin De havenbeheerders die binnenschepen ontvangen en de waterwegbeheerders stellen een passend plan op voor de ontvangst en verwerking van scheepsafval, restlading, overslagresten, ladingsrestanten en waswater.5.2.11.4, § 2 Het plan wordt uitgewerkt in overleg met de betrokken partijen, in het bijzonder met de havengebruikers of hun vertegenwoordigers.5.2.11.5, derde lid, eerste zin Bij significante veranderingen in de werking van het netwerk van ontvangstinrichtingen moeten de havenbeheerders die binnenschepen ontvangen, en de waterwegbeheerders dat onmiddellijk meedelen aan de OVAM met een beveiligde zending.5.2.11.6 De havenbeheerders die binnenschepen ontvangen, en de waterwegbeheerders zorgen ervoor dat voor de binnenschepen de volgende informatie beschikbaar is:
1° een korte verwijzing naar het fundamentele belang van een behoorlijke afgifte van scheepsafval;
2° de locatie van de vaste ontvangstvoorzieningen, met een tekening of kaart;
3° een lijst van de afvalstromen die worden aanvaard;
4° een lijst van contactadressen, exploitanten en geboden diensten;
5° een beschrijving van de afgifteprocedures en van het tariefsysteem;
6° een beschrijving van de procedures voor het melden van vermeende tekortkomingen van havenontvangstvoorzieningen.5.2.12.3., § 1, eerste lid De natuurlijke persoon of rechtspersoon, vermeld in artikel 5.2.12.1, stelt voor 1 april van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM: 1° de hoeveelheid ingezamelde gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong;
2° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong zijn verwerkt.5.3.4.4, eerste lid, tweede, derde en vierde zin De gegevens over herkomst, inclusief de analyseresultaten, de geschatte hoeveelheid en de bestemming van de bagger- of ruimingsspecie worden uiterlijk dertig kalenderdagen voor de aanvang van ieder bagger- of ruimingswerk bezorgd aan het gemeentebestuur op het grondgebied waarvan de bagger- of ruimingsspecie zal worden uitgespreid, en zijn samen met de code van goede praktijk, vermeld in artikel 5.3.4.3, ter inzage van het publiek. De geplande aanvangsdatum word daarbij uitdrukkelijk vermeld. Op eenvoudig verzoek wordt een afschrift van die gegevens bezorgd aan de persoon die erom vraagt.5.3.4.4, tweede lid Uiterlijk dertig kalenderdagen voor de aanvang van de ruimingswerken en tot de beëindiging ervan worden de geplande bagger- en ruimingswerken en het ter inzage leggen van de gegevens, vermeld in het eerste lid, en de regeling ervoor bekendgemaakt door aanplakking. De aanplakking gebeurt op het gemeentehuis van de gemeente op het grondgebied waarvan de specie zal worden uitgespreid. Het aanplakbiljet wordt opgehangen op een wijze die de aandacht trekt en is opgemaakt in duidelijk leesbare letters op een gele achtergrond. De houder van het materiaal is verantwoordelijk voor het maken van de aanplakbiljetten en voor het bezorgen ervan aan de gemeentebesturen in kwestie.5.3.8.2, derde lid, eerste zin De kabel- en leidingbeheerder informeert de beheerder van het openbaar domein over de initiatieven en maatregelen, die overeenkomstig het eerste lid worden genomen en over de termijn waarbinnen die worden uitgevoerd.6.1.2.4, eerste lid, eerste zin Elke wijziging in de geregistreerde gegevens wordt elektronisch aan de OVAM meegedeeld.6.1.3.4, eerste lid, eerste zin Elke wijziging in de geregistreerde gegevens wordt elektronisch aan de OVAM meegedeeld.6.2.3 De kennisgever kan de kennisgevingen die betrekking hebben op de uitvoer van afvalstoffen op de volgende manieren indienen bij de OVAM:
1° de kennisgever kan de originele kennisgeving, met minstens één afschrift ervan, per post naar de OVAM sturen. Als er doorvoerlanden zijn, wordt er voor elk doorvoerland een exemplaar toegevoegd. De informatie-uitwisseling tussen de kennisgever en de OVAM in het kader van de behandeling van de kennisgeving gebeurt dan via post of e-mail;
2° de kennisgever kan, als hij akkoord gaat met de digitale verzending van de bijlagen bij het kennisgevingsdossier en de digitale behandeling van zijn kennisgeving, de bijlagen indienen via het webloket dat de OVAM beschikbaar stelt via haar website. Hij stuurt dan enkel het originele kennisgevingsformulier, het originele vervoersdocument en het originele attest van de bankgarantie, de borgsom of de gelijkwaardige verzekering per post naar de OVAM en laadt de andere bijlagen bij het kennisgevingsformulier op in het webloket. De kennisgever voegt dan geen afschrift en geen extra exemplaar voor elk doorvoerland toe. Elke informatie-uitwisseling tussen de kennisgever en de OVAM in het kader van de behandeling van de kennisgeving gebeurt dan via het webloket;
3° de kennisgever kan, als hij akkoord gaat met de digitale indiening en behandeling van zijn dossier, gebruikmaken van het webloket dat de OVAM via haar website aanbiedt. Het kennisgevingsdocument, het transportdocument, een door de financiële instelling digitaal ondertekende bankgarantie, borgsom of gelijkwaardige verzekering en de nodige bijlagen kunnen dan via het webloket bij de OVAM worden ingediend. Elke informatie-uitwisseling tussen de kennisgever en de OVAM in het kader van de behandeling van de kennisgeving gebeurt dan via het webloket.7.1.3, eerste lid Tenzij het anders bepaald is in dit hoofdstuk, zijn de volgende actoren ertoe gehouden afvalstoffen- en materiaalgegevens te verschaffen op eenvoudig verzoek van de OVAM:
1° de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar;
2° de inrichtingen voor het verwerken van afvalstoffen;
3° de afvalstoffenproducenten van bedrijfsafvalstoffen;
4° de gemeenten en de verenigingen van gemeenten, belast met afvalstoffenbeheer;
5° de grondstoffenproducent;
6° de grondstoffengebruiker.7.3.1.2, § 1 De afvalstoffenproducenten en grondstoffenproducenten die zijn opgenomen in de selectie, vermeld in artikel 7.3.1.1, eerste lid, alsook de afvalstoffenproducenten van bedrijfsafvalstoffen, vermeld in de indelingslijst, opgenomen als bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, met de letter R in de zevende kolom, brengen verslag uit over de in het vorige kalenderjaar geproduceerde afvalstoffen en grondstoffen.7.3.1.2, § 2 De verslaggeving heeft betrekking op alle bedrijfsafvalstoffen, met uitzondering van de met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen die door of in opdracht van de gemeente zijn ingezameld of opgehaald.
De verslaggeving bevat jaartotalen uit het register van geproduceerde afvalstoffen, vermeld in artikel 7.2.1.1. Voor bedrijfsafvalstoffen die in aard, samenstelling, verwerkingswijze, afvalstoffeninzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar of afvalstoffenverwerker verschillen, moeten per exploitatiezetel afzonderlijke totalen worden ingevuld.7.3.1.2, § 3 De verslaggeving heeft betrekking op alle geproduceerde grondstoffen. De verslaggeving bevat de jaartotalen uit het uitgaande materialenregister, vermeld in artikel 7.2.2.2. Voor materialen die in aard, samenstelling, toepassingswijze of bestemming verschillen, moeten afzonderlijke totalen worden ingevuld.7.3.1.3 De verslaggeving over de productie van bedrijfsafvalstoffen verloopt overeenkomstig artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag, voor de datum die daarin wordt bepaald, en door middel van het deelformulier "Identificatiegegevens" en, het deelformulier "Afvalstoffenmelding voor producenten" van het integrale milieujaarverslag, waarvan het model als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag is gevoegd.7.3.2.1, eerste lid De gemeentelijke overheden bezorgen jaarlijks voor 1 april aan de OVAM een jaarrapport over de in het vorige kalenderjaar door hen of in hun opdracht ingezamelde afvalstoffen en de inzameling van huishoudelijk restafval door privaatrechtelijke inzamelaars op het grondgebied van de gemeente.7.3.2.2, eerste lid Het jaarrapport, vermeld in artikel 7.3.2.1, wordt schriftelijk of elektronisch bezorgd en bevat jaartotalen uit het register van de door de gemeente of in opdracht van de gemeente ingezamelde afvalstoffen, vermeld in artikel 7.2.1.3, en jaartotalen van het ingezamelde huishoudelijke restafval door privaatrechtelijke inzamelaars op het grondgebied van de gemeente.7.4.2, § 1 De afvalstoffenverwerkers en grondstoffengebruikers die zijn opgenomen in de selectie, vermeld in artikel 7.4.1, eerste lid, brengen respectievelijk verslag uit over de in het vorige kalenderjaar verwerkte afvalstoffen en gebruikte grondstoffen.7.4.2, § 2 De verslaggeving heeft betrekking op alle verwerkte afvalstoffen die zijn opgenomen in de selectie, vermeld in artikel 7.4.1, eerste lid. De verslaggeving bevat jaartotalen uit het register van verwerkte afvalstoffen, vermeld in artikel 7.2.1.1. Voor afvalstoffen die in aard, samenstelling, verwerkingswijze of plaats van herkomst (binnen België het gewest, buiten België het land) verschillen, moeten per exploitatiezetel afzonderlijke totalen worden ingevuld.7.4.2, § 3 De verslaggeving heeft betrekking op alle gebruikte grondstoffen die zijn opgenomen in de selectie, vermeld in artikel 7.4.1, eerste lid. De verslaggeving bevat de jaartotalen uit het inkomende materialenregister, vermeld in artikel 7.2.2.3. Voor grondstoffen die in aard, samenstelling, toepassingswijze of plaats van herkomst (binnen België het gewest, buiten België het land) verschillen, moeten afzonderlijke totalen worden ingevuld.7.4.3 De verwerker van afvalstoffen die opgenomen is in de selectie, vermeld in artikel 7.4.1, eerste lid, brengt verslag uit over de in het vorige kalenderjaar door hem verwerkte afvalstoffen waarvoor rapportering wordt gevraagd. Voor zover het in Vlaanderen ingevoerde afvalstoffen betreft, verloopt de verslaggeving overeenkomstig artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag, voor de datum die daarin wordt bepaald en door middel van het deelformulier " Ingevoerde afvalstoffen door verwerkers" van het integrale milieujaarverslag, waarvan het model als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag is gevoegd.
| Article | Obligation légale |
| 3.2.1.1, § 6 | La partie du prix d'achat d'un produit répercutée pour couvrir les frais liés à la mise en oeuvre de l'obligation d'acceptation, doit être visiblement mentionnée sur la facture, sauf dispositions contraires dans le présent arrêté, dans la convention environnementale ou le plan individuel d'obligation d'acceptation. |
| 3.2.1.1, § 7 | Le vendeur final de produits auxquels s'applique l'obligation d'acceptation, est tenu d'apposer dans chacun de ses points de vente et dans un endroit clairement visible, un notice portant le titre " AANVAARDINGSPLICHT " (obligation d'acceptation) dans lequel il indique le mode dont il se conforme aux dispositions du présent arrêté et celui dont l'acheteur peut se défaire de son produit obsolète. Dans le cas d'une vente en dehors d'un espace de vente, le consommateur doit également en être mis au courant. |
| 3.2.1.2, § 1er | Le mode dont on se conforme à l'obligation d'acceptation est défini dans un des documents suivants : 1° un plan individuel d'obligation d'acceptation, tel que mentionné au § 2 et à la sous-section 3.2.3 ; 2° une convention d'obligation d'acceptation, telle que visée au § 2 et à l'article 3.2.2.1/1. |
| 3.2.1.2, § 1/1 | Le producteur soumis à l'obligation d'acceptation peut se conformer à l'obligation d'acceptation en : 1° disposant d'un plan individuel d'obligation d'acceptation approuvé par l'OVAM ; 2° étant affilié, directement ou indirectement, via son organisation, au moyen d'un contrat d'adhésion, à un organisme de gestion, tel que visé à l'article 3.2.2.1, à condition que l'organisme de gestion respecte les obligations qui lui sont imposées dans la présente section et dans la convention d'obligation d'acceptation. |
| 3.2.1.2, § 2, alinéa trois | En ce qui concerne les déchets ménagers, la convention d'obligation d'acceptation ou le plan individuel d'obligation d'acceptation inclut en plus une sécurité financière qui correspond aux frais estimés pour la reprise par la Région flamande de l'obligation d'acceptation pendant six mois. D'autres sécurités peuvent être convenues dans une convention d'obligation d'acceptation afin de garantir l'avancement des engagements de la convention. |
| 3.2.1.3, § 1er | Le producteur assujetti à l'obligation d'acceptation doit annuellement faire rapport à l'OVAM du mode dont il se conforme à l'obligation d'acceptation. Le producteur peut désigner une organisation pour effectuer le rapportage. Le rapportage est soumis aux règles suivantes : 1° les données chiffrées qui sont transmises à l'OVAM dans le cadre de l'obligation d'acceptation, sont validées par un organisme de contrôle indépendant ; 2° les informations chiffrées fournies par des collecteurs, négociants ou courtiers de déchets, centres de recyclage et transformateurs qui sont transmises à l'organisme de gestion ou au producteur dans le cadre de l'obligation d'acceptation, sont validées par un organisme de contrôle indépendant ; 3° les informations chiffrées que les producteurs fournissent à l'organisme de gestion dans le cadre de l'obligation d'acceptation, sont validées par un organisme de contrôle indépendant. L'organisme de gestion ou un tiers désigné par cet organisme peut reprendre cette tâche, à condition que tous les membres soient contrôlés au moins une fois tous les trois ans et que l'organisme de gestion fasse annuellement rapport de cette action et des résultats à l'OVAM ; 4° il peut être dérogé aux obligations visées aux points 1°, 2° et 3° dans une convention d'obligation d'acceptation ou dans un plan individuel d'obligation d'acceptation si la qualité des informations chiffrées peut être garantie d'une autre façon. |
| 3.2.2.1, § 1er | Une convention d'obligation d'acceptation peut être conclue à condition qu'un ou plusieurs organismes de gestion soient désignés par les organisations d'entreprises représentant les producteurs soumis à l'obligation d'acceptation pour assumer l'obligation d'acceptation des producteurs membres soumis l'obligation d'acceptation. |
| 3.2.2.1, § 2 | Un organisme de gestion répond à toutes les conditions suivantes : 1° l'organisme de gestion a été créé conformément à la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations ; 2° l'objet statutaire de l'organisme de gestion est de prendre en charge l'obligation d'acceptation pour le compte des producteurs affiliés ; 3° les gestionnaires ou les personnes pouvant engager l'association, jouissent de leurs droits civils et politiques ; 4° les gestionnaires ou personnes qui peuvent engager l'association n'ont pas été condamnés au cours des cinq dernières années pour une infraction à la législation environnementale des Régions ou d'un Etat membre de l'Union européenne ; 5° l'organisme de gestion dispose des moyens financiers, humains et techniques nécessaires pour remplir l'obligation d'acceptation ; 6° l'organisme de gestion dessert de manière homogène l'ensemble du territoire sur lequel les producteurs mettent leurs produits sur le marché afin d'assurer la collecte, le recyclage et la valorisation des déchets en vue d'assurer le respect de l'obligation d'acceptation. |
| 3.2.2.1, § 3 | Six mois après la signature de la convention d'obligation d'acceptation au plus tard, l'organisme de gestion soumet à l'approbation de l'OVAM un plan de gestion pour la durée de la convention d'obligation d'acceptation dans lequel il indique comment il entend exécuter les dispositions de la convention d'obligation d'acceptation. Le plan de gestion comprend, au minimum, les conditions de mise en oeuvre des dispositions reprises dans la convention d'obligation d'acceptation conformément à l'article 3.2.1.2, § 2. L'organisme de gestion soumet une actualisation annuelle pour l'année calendaire suivante à l'approbation de l'OVAM et ce avant le 15 novembre. |
| 3.2.2.1, § 4 | Six mois après la signature de la convention d'obligation d'acceptation au plus tard, l'organisme de gestion soumet à l'avis de l'OVAM un plan financier pour la durée de la convention d'obligation d'acceptation. Le rapport financier comprend : 1° le budget ; 2° le calcul d'éventuelles cotisations ; 3° la politique en matière de provisions et de réserves ; 4° les modalités de financement d'éventuelles pertes ; 5° le mode de financement de produits en fin de vie dont le producteur n'est plus actif ou ne peut plus être identifié. La responsabilité de l'organisme de gestion est en ce limitée aux produits qui ont été déclarés à l'organisme de gestion lors de leur mise sur le marché. Si tel ne peut plus être vérifié, l'organisme de gestion porte une responsabilité correspondant à sa part dans le marché ; 6° la politique de placement de fonds. Dans le budget, visé à l'alinéa 2, 1°, une partie distincte mentionne les moyens que l'organisme de gestion prévoit pour la prévention et pour le bouclage qualitatif du cycle, en sus des objectifs imposés de collecte et de traitement. La convention d'obligation d'acceptation stipule la part du budget qui est mise à disposition à cette fin. L'organisme de gestion soumet une actualisation annuelle pour l'année calendaire suivante à l'avis de l'OVAM et ce avant le 15 novembre. |
| 3.2.2.1, § 5 | Si l'organisme de gestion organise la collecte et le traitement dans le cadre d'un système collectif, l'attribution est fondée sur un cahier des charges faisant l'objet d'une enquête publique et la décision d'attribution est fondée sur les critères établis dans le cahier des charges. Le cahier des charges doit être soumis à l'OVAM pour approbation. Toute modification dans les cahiers des charges doit être approuvée au préalable. Dans la convention d'obligation d'acceptation, il peut être dérogé de l'obligation d'organiser l'adjudication sur la base d'un cahier des charges.La disposition du premier alinéa ne s'applique pas dans le cas d'une collecte et/ou d'un traitement commandés par des producteurs individuels ou d'autres acteurs sur une base contractuelle. |
| 3.2.2.1, § 6 | L'OVAM remplira au nom de la région le rôle d'observateur au conseil d'administration et à l'assemblée générale de l'organisme de gestion. A cette fin, l'OVAM reçoit les invitations et les rapports y afférents à temps. |
| 3.2.2.1, § 7 | L'organisme de gestion ne peut refuser l'adhésion d'aucune entreprise à laquelle pourrait s'appliquer l'obligation d'acceptation. L'organisme de gestion peut déroger à cette obligation pour des raisons graves et après approbation de l'OVAM. |
| 3.2.2.1, § 8 | A la demande de l'OVAM, l'organisme de gestion organise une concertation avec les organisations représentatives de tous les acteurs qui sont impliqués dans l'exécution de l'obligation d'acceptation. |
| 3.2.2.1/1, § 1er, alinéa 2 | Les organisations d'entreprises visées à l'alinéa 1er doivent avoir la personnalité juridique et être mandatées par leurs membres ou un groupe de ceux-ci pour conclure une convention d'obligation d'acceptation, liant ainsi les membres concernés. |
| 3.2.2.1/1, § 3 | Une convention d'obligation d'acceptation engage les parties. En fonction des dispositions de la convention d'obligation d'acceptation, elle engage également tous les membres des organisations d'entreprises qui ont donné un mandat conformément au § 1er, alinéa 2, à moins qu'un producteur ne se conforme à son obligation d'acceptation via un plan individuel d'obligation d'acceptation ou une autre convention d'obligation d'acceptation. |
| 3.2.2.2, § 1er, alinéa 1er | Tous les documents qui doivent être rédigés et qui revêtent un caractère stratégique dans le cadre de la mise en oeuvre d'une convention d'obligation d'acceptation, sont soumis à l'approbation de l'OVAM. Ils comprennent au minimum le plan de gestion, les cahiers des charges et le plan de communication. |
| 3.2.2.2, § 2, alinéa premier | Par dérogation au paragraphe 1er, le plan financier et le contrat d'adhésion sont soumis pour avis. |
| 3.2.3.4. | Le titulaire de l'approbation visée à l'article 3.2.3.2. 3° est tenu de communiquer à l'OVAM, sans tarder et par envoi sécurisé, toute modification des données suivantes dans son dossier : 1° le nom, la forme juridique, le siège et le numéro du registre du commerce ou un numéro d'enregistrement et un numéro d'entreprise correspondant ; 2° son domicile, adresse, numéro de fax et de téléphone et, le cas échéant, l'adresse, le numéro de fax et de téléphone des sièges sociaux, des sièges administratifs et des sièges d'exploitation ou de la résidence administrative en Région flamande ; 3° l'objet du plan individuel d'obligation d'acceptation approuvé ; 4° les engagements dans le plan individuel d'obligation d'acceptation approuvé. |
| 3.3.1, alinéa 1er, deuxième phrase | Tout producteur individuel saisi par cette responsabilité producteurs élargie est tenu d'adhérer à un plan collectif. |
| 3.3.2, première et deuxième phrases | En vue de l'exécution du plan collectif, les producteurs établissent un plan d'action annuel. Le plan d'action est introduit chaque année avant le 1er octobre de l'année précédant celle à laquelle le plan d'action a trait. |
| 3.3.3, premier alinéa | Le plan collectif et le plan d'action annuel doivent être soumis à l'approbation de l'OVAM. |
| 3.3.5 | Il est fait rapport de la mise en oeuvre du plan collectif pendant l'année calendaire écoulée avant le 1 avril de chaque année. |
| 3.4.1.2, alinéa premier | Le secteur des éditeurs de la presse régionale gratuite : 1° met des autocollants gratuits à la disposition des personnes qui en font la demande afin de réduire la diffusion des imprimés publicitaires et des éditions de presse régionale gratuits non souhaités ; 2° fait rapport à l'OVAM du nombre d'autocollants distribués et de l'utilisation des autocollants. |
| 3.4.2.5, alinéa premier | Dans un délai de six mois après qu'un nouveau type de véhicule a été mis sur le marché, les producteurs de véhicules fournissent toute information utile relative au démontage aux centres agréés pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut. Les différentes pièces et matériaux utilisés dans le véhicule et la localisation de toutes les substances dangereuses dans les véhicules sont reprises dans cette information. |
| 3.4.2.5, alinéa deux | Les producteurs de pièces de véhicules fournissent à la demande des centres agréés pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut, également des informations à propos du démontage, du stockage et des informations relatives aux tests de pièces qui peuvent être à nouveau utilisées, tout en tenant compte de la confidentialité des données commerciales et industrielles. |
| 3.4.3.4, alinéa premier | Le vendeur final de pneus ou l'organisation qui a été désignée à cet effet remet à l'OVAM, avant le 1er juillet de chaque année, un relevé de la quantité totale de pneus usagés, exprimée en kilogrammes et en types, qui ont été réceptionnés durant l'année calendaire précédente dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation. |
| 3.4.3.4, alinéa deux | L'intermédiaire en pneus ou l'organisation désignée à cette fin, remet à l'OVAM, avant le 1 juillet de chaque année un aperçu de la quantité totale de pneus usés, y compris ceux appropriés à la réutilisation, exprimée en kilogrammes et en types, qui a été réceptionnée au cours de l'année calendaire écoulée dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation. |
| 3.4.3.4, alinéa trois | Le producteur de pneus ou l'organisation désignée à cette fin, fournit à l'OVAM les données suivantes portant sur l'année calendaire écoulée avant le 1 juillet de chaque année : 1° la quantité totale de pneus, exprimée en kilogrammes, types et nombres, qui a été mise sur le marché en Région flamande ; 2° la quantité totale de pneus usagés, y compris ceux appropriés à la réutilisation, exprimée en kilogrammes et types, qui a éte réceptionnée dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation ; 3° les exploitations où et le mode dont les pneus usagés collectés ont été traités ; 4° la quantité totale de pneus usagés, exprimée en kilogrammes, qui : a) a été triée en vue d'une réutilisation ; b) a été rechapée ; c) a été utilisée pour le recyclage des matériaux ; d) a été revalorisée énergétiquement. |
| 3.4.4.7, alinéa trois | Les objectifs visés aux alinéas premier et deux s'appliquent à chacune des catégories visées à l'article 3.4.4.2, et sont communiqués à l'OVAM chaque année au plus tard le 1 juillet conformément aux articles 3.4.4.12 et 5.2.5.4. |
| 3.4.4.9. | Les producteurs d'équipements électriques et électroniques veillent, notamment par des campagnes d'information, à ce que les utilisateurs finals soient complètement informés : 1° de l'obligation d'offrir les déchets d'équipements électriques et électroniques de manière sélective ; 2° des systèmes de collecte et de recyclage mis à leur disposition ; 3° de leur rôle dans la promotion de la réutilisation, du recyclage et de toute autre valorisation des déchets d'équipements électriques et électroniques ; 4° de l'impact potentiel pour l'environnement et de la santé publique de la présence de composantes dangereuses dans les équipements électriques et électroniques ; 5° de la signification du symbole de la poubelle à roulettes barrée. |
| 3.4.4.10. | Les producteurs d'équipements électriques et électroniques, ou l'organisation qu'ils ont désignée à cet effet, sont tenus de s'enregistrer. A cet effet, ils mettent les informations suivantes à la disposition de l'OVAM ou de l'organisation qu'ils ont désignée à cet effet : 1° le nom du producteur ou de son mandataire, le code postal et le lieu, le nom de rue et le numéro, le pays, le numéro de téléphone et de fax, l'adresse email et le nom et prénom d'une personne de contact. Dans le cas d'un mandataire, tel que mentionné à l'article 3.4.4.15, il faut également transmettre les coordonnées du producteur représenté ; 2° le numéro d'entreprise du producteur d'équipements électriques et électroniques ; 3° la catégorie à laquelle appartiennent les équipements électriques et électroniques, visés à l'article 3.4.4.2 ; 4° le type d'équipements électriques et électroniques, équipements ménagers ou professionnels ; 5° la marque déposée des équipements électriques et électroniques ; 6° l'information relative à la manière dont le producteur assume ses responsabilités, soit individuellement, soit par le biais de systèmes collectifs, y compris l'information sur la sûreté financière ; 7° la technique de vente utilisée, p.ex. la vente à distance ; 8° la déclaration certifiant que les informations fournies sont conformes à la réalité. |
| 3.4.4.12, § 1er, alinéa 1er | Le distributeur d'équipements électriques et électroniques ou l'organisation qui a été désignée à cette fin, fournit à l'OVAM ou à l'organisation qui a été désignée à cette fin les données suivantes relative à l'année calendaire écoulée et ce, pour le 1 juillet de chaque année : 1° le nom du distributeur d'équipements électriques et électroniques, le numéro d'entreprise, le code postal, le lieu, le nom de rue et le numéro, le pays, le numéro de téléphone et de fax, l'adresse email et le nom et le prénom d'une personne de contact ; 2° la période de rapportage couverte ; 3° la quantité de déchets d'équipements électriques et électroniques, exprimée en kilogrammes et unités d'équipements électriques et électroniques, en unités d'équipements ménagers ou professionnels et par catégorie, telle que visée à l'article 3.4.4.2, qui a été transférée sur le territoire, soit à l'intérieur ou à l'extérieur de l'Union et qui : a) a été collectée dans le cadre de l'acquitttement de l'obligation d'acceptation ; b) a été offerte à un collecteur, à un négociant ou courtier en déchets ; c) a été offerte à un producteur d'équipements électriques et électroniques ; d) a été offerte à un centre de réutilisation pour équipements électriques et électroniques en vue de leur préparation à la réutilisation ; e) a été offerte à un transformateur agréé de déchets d'équipements électriques et électroniques ; 4°. .. |
| 3.4.4.12, § 1er, alinéa trois | S'il a été fait appel à un tiers pour une ou plusieurs des activités précitées, les données de contact suivantes de ce tiers sont à chaque fois mentionnées : la raison sociale, le numéro d'entreprise, l'adresse, le numéro de téléphone et de fax, l'adresse e-mail et le nom et le prénom d'une personne de contact. |
| 3.4.4.12, § 2 | Le producteur d'équipements électriques et électroniques ou l'organisation qui a été désignée à cette fin, remet à l'OVAM ou à l'organisation qui a été désignée à cette fin, les données suivantes concernant l'année calendaire écoulée et ce pour le 1 juillet de chaque année : 1° le numéro d'entreprise du producteur d'équipements électriques et électroniques ; 2° la période couverte ; 3° la catégorie à laquelle appartiennent l'les équipements électriques et électroniques, visée à l'article 3.4.4.2, avec une mention séparée des quantités, exprimées en kilogrammes et en unités, qui ont été mises en circulation sur le territoire ; 4° la quantité de déchets d'équipements électriques et électroniques, exprimée en kilogrammes et en unités d'équipements électriques et électroniques, en unités d'équipements ménagers ou professionnels et par catégorie, telle que visée à l'article 3.4.4.2, qui a été transférée sur le territoire, soit à l'intérieur ou à l'extérieur de l'Union et qui : a) ont été collectés dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation ; b)ont été offerts à un collecteur, à un négociant ou à un courtier de déchets ; c) ont été offerts à un autre producteur d'équipements électriques et électroniques ; d) ont été offerts à un centre de réutilisation d'équipements électriques et électroniques en vue de leur préparation à une réutilisation ; e) ont été offerts à un transformateur agréé de déchets d'équipements électriques et électroniques ; 5° les quantités de déchets provenant de la transformation de déchets d'équipements électriques et électroniques, exprimées en kilogrammes et ventilées par matériau, tel que visé à l'article 3.4.4.7, et par catégorie, telle que visée à l'article 3.4.4.2, qui : a) ont été préparées en vue de leur réutilisation ; b) ont été recyclées ; c) ont été valorisées autrement ; d) ont été éliminées dans des installations d'incinération des déchets ; e) ont été éliminées par mise en décharge. S'il a été fait appel à un tiers pour une ou plusieurs des activités précitées, les données de contact suivantes de ce tiers sont à chaque fois mentionnées : la raison sociale, le numéro d'entreprise, l'adresse, le numéro de téléphone et de fax, l'adresse e-mail et le nom et le prénom d'une personne de contact. |
| 3.4.4.14. | Les producteurs d'équipements électriques et électroniques ou l'organisation qu'ils ont désignée à cet effet organisent au moins deux fois par an une concertation avec les transformateurs et les centres de réutilisation en vue de la réutilisation et d'une recyclabilité améliorée des équipements électriques et électroniques. |
| 3.4.5.5. | Les producteurs de piles et d'accumulateurs assurent que les utilisateurs finals soient complètement informés, notamment au moyen de campagnes d'information : 1° des effets potentiels sur l'environnement et la santé humaine des substances utilisées dans les piles et les accumulateurs ; 2° de l'importance de ne pas jeter les piles et accumulateurs usagés comme des déchets ménagers non triés et des déchets similaires et de contribuer à leur collecte sélective, afin de faciliter leur traitement et recyclage ; 3° des systèmes de collecte et de recyclage mis à leur disposition ; 4° du rôle qu'ils ont à jouer dans le recyclage de piles et d'accumulateurs usagés ; 5° de la signification du symbole de la poubelle à roulettes barrée et des symboles chimiques Hg, Cd et Pb. |
| 3.4.5.5/1, alinéa premier | Les producteurs de piles et d'accumulateurs ne doivent s'enregistrer qu'une seule fois et se voient attribués un numéro d'enregistrement lors de l'enregistrement. Dans le cadre de l'enregistrement, les producteurs mettent les données suivantes à la disposition de l'OVAM ou de l'organisation qu'ils ont désignée à cette fin : 1° le nom du producteur et, le cas échéant, les dénominations commerciales sous lesquelles il exerce ses activités ; 2° l'adresse (les adresses) du producteur : code postal et lieu, nom de rue et numéro, pays, URL et numéro de téléphone ainsi que, le cas échéant, la personne de contact, le fax et l'adresse e-mail du producteur ; 3° la mention du type de piles ou d'accumulateurs que le producteur met sur le marché : batteries et accus portables, batteries et accus industriels ou batteries et accus de voiture ; 4° l'information sur la façon dont le producteur satisfait à ses responsabilités : au moyen d'un règlement individuel ou collectif ; 5° la date de la demande d'enregistrement ; 6° le code d'identification national du producteur, y compris le numéro fiscal européen ou national du producteur (facultatif) ; 7° la déclaration certifiant que les informations fournies sont conformes à la réalité. |
| 3.4.5.5/1, alinéa deux | En cas de modification des données enregistrées, les producteurs de batteries et d'accumulateurs sont tenus d'en informer l'OVAM ou l'organisation désignée pour la mise en oeuvre de l'enregistrement, au plus tard un mois après la modification. Lorsque les producteurs ont cessé leurs activités, ils doivent se désinscrire du registre par une notification à l'OVAM ou à l'organisation désignée pour la mise en oeuvre de l'enregistrement. |
| 3.4.5.6. | Les producteurs de piles et accumulateurs ou l'organisation qu'ils ont désignée à cet effet mettent, avant le 1er avril de chaque année, les données suivantes à la disposition de l'OVAM concernant l'année calendrier précédente : 1° la quantité totale de batteries et d'accumulateurs, exprimée en kilogrammes qui a été mise sur le marché en région flamande, ventilée par catégorie (batteries et accus portables, batteries et accus industriels et batteries et accus de voitures et les types suivants : a) piles et accumulateurs salins (zinc, chlorures) ; b) piles et accumulateurs alcalins au manganèse ; c) piles et accumulateurs à l'oxyde d'argent ; d) piles et accumulateurs à air-zinc ; e) piles et accumulateurs au lithium primaires ; f) piles et accumulateurs au cadmium-nickel ; g) piles et accumulateurs au plomb ; h) piles et accumulateurs nickel métal hydrure ; i) piles et accumulateurs lithium rechargeables; j) autres piles et accumulateurs ; 2° la quantité totale de piles et d'accumulateurs usagés, exprimée en kilogrammes, qui a été collectée dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation, ventilée selon les types suivants : a) piles bouton usagées ; b) piles et accumulateurs usagés alcalins au manganèse et au zinc-bioxyde de manganèse et autres piles et accumulateurs usagés similaires ; c) piles et accumulateurs au lithium primaires usagés ; d) piles et accumulateurs nickel-cadmium usagés ; e) piles et accumulateurs au plomb usagés ; f) piles et accumulateurs nickel-hydrure métallique usagés ; g) piles et accumulateurs au lithium rechargeables usagés ; h) autres piles et accumulateurs usagés. i) le pourcentage de collecte de batteries et d'accumulateurs portables, avec mention du mode de calcul et de la manière dont les données nécessaires au calcul du pourcentage de collecte ont été obtenues ; 3° les établissements où et la façon dont les piles et accumulateurs collectés ont été traités ou préparés en vue de leur réutilisation ou ont été réutilisés comme pile ou comme accumulateur pour la même application ou une application différente ; 4° le taux de recyclage obtenu pour les piles et accumulateurs plomb-acide et piles et accumulateurs au cadmium-nickel et autres piles et accus usagés : la quantité de batteries collectées à laquelle le recyclage a été appliqué ; 5° le taux de recyclage pour les piles et accumulateurs plomb-acide et les piles et accumulateurs au cadmium-nickel et autres piles et accumulateurs usagés, calculés conformément au règlement (CE) no 493/2012 du 11 juin 2012, établissant, conformément à la directive 2006/66/CE du Parlement européen et du Conseil, les modalités de calcul des rendements de recyclage des processus de recyclage des déchets de piles et d'accumulateurs ; 6° un inventaire des actions préventives et des actions destinées à remettre les piles usagées sur le marché pour la même application ou une application différente. |
| 3.4.6.4, alinéa premier | Le vendeur final et l'intermédiaire d'huiles ou l'organisation désignée à cet effet, remettent à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année un aperçu de la quantité totale d'huiles usagées, exprimée en litres, qui a été reprise pendant l'année calendaire écoulée, dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation. |
| 3.4.6.4, alinéa deux | Le producteur d'huiles ou l'organisation qu'il a désignée à cette fin, remet à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année, les données suivantes relatives à l'année calendaire écoulée : 1° la quantité totale d'huiles, exprimée en litres, mise sur le marché en Région flamande ; 2° la quantité totale d'huile usagée, exprimée en litres, qui a été collectée dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation. Il indique également d'une manière motivée les pertes encourues par la consommation ; 3° les exploitations où et la façon dont les huiles usagées collectées ont été traitées ; 4° les quantités totales de substances provenant du traitement d'huiles usagées, exprimées en litres, qui : a) ont été réutilisées comme huiles ; b) ont de nouveau été raffinées ; c) ont été valorisées autrement ; d) ont été éliminées. 5° la quantité totale d'huiles biodégradables, exprimée en litres, qui a été mise sur le marché en Région flamande. |
| 3.4.7.3. | Les acteurs visés à l'article 3.4.7.1 s'engagent à fournir les efforts de sensibilisation nécessaires pour la réussite de la collecte sélective. Les projets des actions de sensibilisation sont soumis à l'approbation de l'OVAM au moins un mois avant le début de l'action. |
| 3.4.7.4, première phrase | Les acteurs, visés à l'article 3.4.7.1., établissent une commission d'accompagnement. |
| 3.4.7.4, quatrième phrase | L'OVAM est invitée aux réunions de la commission d'accompagnement. |
| 3.4.7.5. | Avant le 1er avril de chaque année, la commission d'accompagnement fait rapport à l'OVAM sur : 1° les modalités de la collecte, le ramassage et le traitement des vieux médicaments et des médicaments périmés ; 2° la quantité de vieux médicaments et de médicaments périmés collectés et le mode de traitement ; 3° les actions et initiatives prises pour stimuler la collecte sélective auprès des pharmaciens. |
| 3.4.8.3. | Le vendeur final et l'intermédiaire de matelas ou l'organisation qui a été désignée à cette fin, remettent à l'OVAM, avant le 1 juillet de chaque année, un aperçu de la quantité totale de matelas, exprimée en kilogrammes, qui a été réceptionnée au cours de l'année écoulée dans le cadre de l'obligation d'acceptation. Le producteur de matelas ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet, remet à l'OVAM, avant le 1 juillet de chaque année, les informations suivantes relatives à l'année calendaire écoulée : 1° la quantité totale de matelas, exprimée en kilogrammes et en nombre, qui ont été mis sur le marché en Région flamande ; 2° la quantité totale de matelas usagés, exprimée en kilogrammes et en nombre, qui ont été collectés en Région flamande dans le cadre de l'obligation d'acceptation ; 3° les exploitations où et le mode dont les matelas usagés collectés ont été traités ; 4° la quantité totale des matériaux provenant du traitement des matelas usagés, exprimée en kilogrammes, qui: a) ont été réutilisés ; b) ont été recyclés ; c) ont été valorisés ; d) ont été enlevés. |
| 4.1.4, § 2, alinéa quatre | Toute modification des données administratives du détenteur du déchet est communiquée à l'OVAM. |
| 5.1.7, premier alinéa | La commune encourage la réutilisation en concluant au minimum une convention avec un centre de récupération agréé par l'OVAM. Cette convention comprend au moins des dispositions relatives à la sensibilisation, à la mutualisation des renvois, aux modes de collecte, aux déchets résiduels et à l'indemnité de biens réutilisables. |
| 5.2.4.3, § 6 | Le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la démolition de véhicules mis au rebut, remet au moins chaque trimestre aux constructeurs de véhicules, ou à ceux qui ont été désignés par ces derniers toutes les informations qui doivent être conservées ou fournies dans le cadre de l'obligation d'acceptation, visée dans la sous-section 3.4.2. Si les vendeurs finaux, les intermédiaires ou les producteurs de véhicules font appel pour le respect de leur obligation d'acceptation mentionnée dans la sous-section 3.4.2 à un organisme de gestion, les données seront mises à la disposition d'un système informatisé et uniformisé de communication des données avec la base de données centrale de l'organisme de gestion, selon une procédure et une périodicité à déterminer par cet organisme. Le numéro de châssis d'un véhicule mis au rebut qui quitte le centre agréé de dépollution, de démantèlement et de destruction de véhicules mis au rebut, est au préalable communiqué à l'organisme de gestion. |
| 5.2.5.4, § 2, alinéa premier | Le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets, le transformateur, le centre de réutilisation et le notifiant ou la personne qui organise le transfert, visée dans le règlement (CE) no 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets, qui collecte, stocke ou traite des déchets d'équipements électriques et électroniques ou les offre à un tiers, en vue de leur traitement ou l'organisation qui a été désignée à cette fin, remet à l'OVAM ou à 'organisation qui a été désignée à cette fin avant le 1er juillet de chaque année, les données suivantes relatives à l'année calendaire écoulée : 1° le nom du collecteur, du négociant ou du courtier en déchets, du transformateur, du centre de réutilisation et du notifiant ou de la personne organisant le transfert, visée au règlement (CE) no 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets, qui collecte, entrepose ou traite des déchets d'équipements électriques et électroniques ou qui les offre à un tiers, en vue de leur traitement, le numéro d'entreprise, le code postal et le lieu, le nom de rue et le numéro, le pays, le numéro de téléphone et de télécopie, l'adresse e-mail et le nom et prénom d'une personne de contact ; 2°. .. 3° la période de rapportage couverte 4° la quantité de déchets d'équipements électriques et électroniques, exprimée en kilogrammes et en nombres, ventilée par type (appareils ménagers et professionnels) et par catégorie, telle que visée à l'article 3.4.4.2, qui ont été transférés sur le territoire, soit au sein ou en dehors de l'Union européenne qui : a) ont été collectés dans le cadre de l'exercice de l'obligation d'acceptation pour le compte d'un producteur d'équipements électriques et électroniques ou d'un tiers agissant pour le compte du producteur d'équipements électriques et électroniques, et la part de ceux-ci qui : 1) a été offerte à un collecteur, à un négociant ou à un courtier en déchets ; 2) a été offerte à un centre de réutilisation pour équipements électriques et électroniques en vue de la préparation à leur réutilisation ; 3) a été offerte à un transformateur agréé ; b) a été collectée en dehors de l'obligation d'acceptation, et la part de celle-ci qui : 1) a été offerte à un collecteur, à un négociant ou à un courtier en déchets ; 2) a été offerte à un centre de réutilisation pour équipements électriques et électroniques en vue de la préparation à leur réutilisation ; 3) a été offerte à un transformateur agréé ; 5° les quantités de déchets provenant de la transformation de déchets d'équipements électriques et électroniques, exprimées en kilogrammes et ventilées par matériau, tel que visé à l'article 3.4.4.7, et par catégorie, telle que visée à l'article 3.4.4.2, qui : a) dans le cas du centre de réutilisation : ont été préparées en vue de leur réutilisation ; b) dans le cas du transformateur et du notifiant ou de la personne qui organise le transfert, visée au règlement (CE) 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets : 1) ont été préparées en vue de leur réutilisation ; 2) ont été recyclées ; 3) ont été autrement valorisées ; 4) ont été éliminées dans des installations d'incinération de déchets ; 5) ont été éliminés par mise en décharge. |
| 5.2.8.3. | Les entreprises traitant des PCB, informent l'OVAM de la quantité, de l'origine et de la nature des PCB qui leur ont été fournis. Elles tiennent ces données également à la disposition des autorités locales et de la population. |
| 5.2.8.4, § 1er, 1° à 3° inclus | Le détenteur d'équipements contenant des PCB doit : 1° au cas où il ne l'aurait pas encore fait, remettre dans les meilleurs délais au minimum les données suivantes à l'OVAM en application de l'arrêté royal du 9 juillet 1986 réglementant les substances et préparations contenant des polychlorobiphényles et polychloroterphényles ou en application de l'arrêté du 17 mars 2000 fixant le plan d'élimination pour les appareils contenant des PCB et pour les PCB y contenus : a) son nom et son adresse ; b) la localisation et la description des équipements contenant des PCB et dont il est le détenteur, de même que les quantités de PCB dans ces équipements ; c) les quantités de PCB en sa possession ; d) la quantité de PCB usagés en sa possession ; e) les données et les types de traitement ou de remplacement qui sont effectués ou considérés. Si cette notification a été faite au préalable en application de l'arrêté du 9 juillet 1986 ou du 17 mars 2000, les modifications éventuelles par rapport à la notification antérieure sont mentionnées ; 2° communiquer à l'OVAM toute modification de la situation visée au 1° ; 3° assurer que tout équipement contenant plus d'1 litre de PCB soit pourvu dune étiquette. Une étiquette similaire doit également être apposée sur les portes de locaux où se trouve cet équipement. Aux condensateurs à courant fort s'applique un seuil d'1 litre pour le total des composants individuels d'un équipement combiné . Les équipements dont on peut raisonnablement attendre un taux de PCB d'entre 0,05 et 0,005 pour cent en poids dans les liquides qu'ils contiennent, peuvent être pourvus d'une étiquette portant la mention "pollution de PCB < 0,05%". |
| 5.2.8.4. § 2 | Toute modification des informations fournies conformément au paragraphe 1er, 1° et 2°, doit être communiquée à l'OVAM par écrit dans les trois mois. |
| 5.2.10.3, § 1er, première phrase | Le gestionnaire d'un port établit un plan adéquat pour la réception et le traitement de déchets provenant de navires. |
| 5.2.10.3, § 2 | Le plan est élaboré en concertation avec les parties concernées, notamment avec les usagers du port ou leurs représentants. |
| 5.2.10.4, § 3, alinéa premier, première phrase | Dans le cas de changements importants dans le fonctionnement du port, le gestionnaire du port doit le notifier à l'OVAM par envoi sécurisé sans délai. |
| 5.2.10.5. | Le gestionnaire du port veille à ce que tous les usagers du port reçoivent l'information suivante : 1° une brève référence à l'importance fondamentale d'une déclaration adéquate des déchets d'exploitation des navires et des résidus de cargaison ; 2° la localisation des installations de réception portuaire, accompagnée d'un dessin/d'une carte ; 3° une liste des types de déchets d'exploitation de navires et des résidus de chargement généralement traités ; 4° une liste d'adresses de contact, d'exploitants et de services offerts ; 5° une description de la procédure d'enregistrement ; 6° une description des procédures de dépôt ; 7° une description du système de tarification ; 8° une description des procédures à suivre pour la notification de défauts présumés de la part des installations de réception portuaire ; 9° une description de la procédure de demande d'une dispense de l'obligation de dépôt, de l'enregistrement et de la contribution financière. |
| 5.2.10.6, § 4 | Les formulaires d'enregistrement que les instances désignées reçoivent dans le cadre de cette procédure, doivent être conservés pendant un délai de trois ans. |
| 5.2.10.8, alinéa deux | Les frais liés au dépôt des résidus de cargaison sont payés par l'usager de l'installation de réception portuaire. |
| 5.2.11.4, § 1er, première phrase | Les gestionnaires des ports recevant des bateaux de navigation intérieure et les gestionnaires de voies d'eau établissent un plan adéquat pour la réception et le traitement de déchets d'exploitation de navires, de restes de cargaisons, de résidus de manutention, de résidus de cargaison et d'eaux de lavage. |
| 5.2.11.4, § 2 | Le plan est élaboré en concertation avec les parties concernées, notamment avec les usagers du port ou leurs représentants. |
| 5.2.11.5, alinéa trois, première phrase | En cas de modifications significatives au fonctionnement du réseau des installations de réception, les gestionnaires portuaires qui reçoivent des bateaux de navigation intérieure et les gestionnaires de voies navigables doivent le notifier à l'OVAM par envoi sécurisé sans délai. |
| 5.2.11.6. | Les gestionnaires portuaires qui reçoivent des bateaux de navigation intérieure et les gestionnaires de voies navigables assurent que les bateaux de navigation intérieure disposent de l'information suivante : 1° une brève référence à l'importance fondamentale d'une déclaration adéquate des déchets d'exploitation des navires ; 2° la localisation des installations de réception fixes, accompagnée d'un dessin/d'une carte ; 3° une liste des flux de déchets qui sont acceptés ; 4° une liste d'adresses de contact, d'exploitants et de services offerts ; 5° une description des procédures de dépôt et du système de tarification ; 6° une description des procédures pour la notification de défauts présumés d'installation de réception portuaire. |
| 5.2.12.3, § 1er, premier alinéa | La personne physique ou morale, visée à l'article 5.2.12.1, remet, pour le 1 avril de chaque année, les informations suivantes concernant l'année civile écoulée à la disposition de l'OVAM : 1° la quantité de graisses et d'huiles animales et végétales usagées collectées, d'origine ménagère ; 2° les installations dans lesquelles et la manière dont les huiles et graisses animales et végétales usagées collectées d'origine ménagère ont été traitées. |
| 5.3.4.4, alinéa premier, deuxième, troisième et quatrième phrases | Les données concernant l'origine, y compris les résultats d'analyse, la quantité estimée et la destination des boues de dragage ou de vidange sont remises au plus tard trente jours calendaires avant le début de tout travail de dragage ou de vidange à l'administration communale sur le territoire duquel les boues de dragage ou de vidange seront épandues, et peuvent être consultées par le public ensemble avec le code de bonne pratique, visé à l'article 5.3.4.3. La date de début envisagée est explicitement mentionnée. Sur simple demande, une copie de ces données est remise à toute personne intéressée. |
| 5.3.4.4, alinéa deux | Les travaux envisagés de dragage et de vidange et la consultation des données, visée à l'alinéa premier et les dispositifs mis en oeuvre à cet effet, sont notifiés par affichage au plus tard trente jours calendaires avant le début des travaux de dragage et jusqu'à leur achèvement. L'affichage s'effectue à la maison communale de la commune sur le territoire de laquelle les boues seront épandues. L'affiche est apposée de façon à attirer l'attention et est imprimée en caractères clairement lisibles sur fond jaune. Le détenteur des matériaux est responsable de la conception des affiches et de leur remise aux administrations communales concernées. |
| 5.3.8.2, alinéa trois, première phrase | Le gestionnaire de câbles et de canalisations informe le gestionnaire du domaine public des initiatives et mesures qui sont prises conformément à l'alinéa premier et du délai endéans lequel celles-ci sont mises en oeuvre. |
| 6.1.2.4, alinéa premier, première phrase | Toute modification aux données enregistrées est communiquée à l'OVAM par voie électronique. |
| 6.1.3.4, alinéa premier, première phrase | Toute modification aux données enregistrées est communiquée à l'OVAM par voie électronique. |
| 6.2.3 | Le notifiant peut adresser à l'OVAM les notifications concernant les exportations de déchets selon les modalités suivantes : 1° le notifiant peut adresser l'original de la notification, avec au moins une copie, à l'OVAM par courrier. Au cas où les déchets passeraient par des pays de transit, il y a lieu d'ajouter un exemplaire par pays de transit. L'échange d'informations entre le notifiant et l'OVAM dans le cadre du traitement de la notification s'effectue alors par courrier postal ou électronique ; 2° si le notifiant consent à la transmission numérique des annexes au dossier de notification et au traitement numérique de sa notification, il peut soumettre les annexes via le guichet web mis à disposition par l'OVAM via son site web. Il envoie alors à l'OVAM uniquement l'original du formulaire de notification, l'original du document de transport et l'original du certificat de garantie bancaire, de dépôt ou d'assurance équivalente par courrier et télécharge les autres annexes du formulaire de notification au guichet web. On peut dans ce cas passer outre à l'obligation de prévoir une copie et un exemplaire supplémentaire par pays de transit. Tout échange d'informations entre le notifiant et l'OVAM dans le cadre du traitement de la notification s'effectue alors via le portail web ; 3° le notifiant peut, s'il accepte la transmission et le traitement numériques de son dossier, utiliser le site web offert par l'OVAM via son site web. Le document de notification, le document de transport, une garantie bancaire, une garantie bancaire ou une assurance équivalente signée numériquement par l'établissement financier et les pièces jointes nécessaires peuvent ensuite être transmis à l'OVAM via le guichet électronique. Tout échange d'informations entre le notifiant et l'OVAM dans le cadre du traitement de la notification s'effectue alors via le portail web. |
| 7.1.3, premier alinéa | Sauf disposition contraire mentionnée dans le présent chapitre, les acteurs suivants sont tenus de fournir des données relatives aux déchets et aux matériaux sur simple demande de l'OVAM : 1° le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets ; 2° les exploitations de traitement de déchets ; 3° les producteurs de déchets industriels ; 4° les communes et les associations de communes, chargées de la gestion des déchets ; 5° le producteur de matières premières ; 6° l'utilisateur de matières premières. |
| 7.3.1.2, § 1er | Les producteurs de déchets et producteurs de matières premières, repris dans la sélection visée à l'article 7.3.1.1, alinéa 1er, ainsi que les producteurs de déchets industriels mentionnés dans la liste de classification, reprise comme annexe 1ère à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, désignés par la lettre R dans la septième colonne, font rapport sur les déchets et matières premières produits au cours de l'année calendrier précédente. |
| 7.3.1.2, § 2 | Le rapport couvre tous les déchets industriels, à l'exception des déchets industriels similaires aux déchets ménagers collectés ou ramassés par ou pour le compte de la commune. Le rapport contient des totaux annuels du registre des déchets produits, visé à l'article 7.2.1.1. Pour les déchets industriels dont la nature, la composition, le mode de traitement, le collecteur, le négociant, le courtier ou le transformateur diffèrent, des totaux séparés par siège d'exploitation doivent être remplis. |
| 7.3.1.2, § 3 | Le rapport couvre toutes les matières premières produites. Le rapport contient les totaux annuels du registre des matériaux sortants, visé à l'article 7.2.2.2. Des totaux individuels doivent être remplis pour des matériaux qui diffèrent en nature, composition, mode d'application ou destination. |
| 7.3.1.3. | Le rapportage relatif à la production de déchets industriels se fait conformément aux articles 2 et 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré avant la date fixée par ceux-ci et par le biais du formulaire partiel "Identificatiegegevens" et du formulaire partiel "Afvalstoffenmelding voor producenten", du rapport environnemental annuel intégré dont le modèle est joint en annexe Ire à l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré. |
| 7.3.2.1, alinéa premier | Avant le 1er avril de chaque année, les autorités communales remettent à l'OVAM un rapport annuel relatif aux déchets collectés par eux ou pour leur compte et relatif à la collecte de déchets résiduels ménagers effectuée par des collecteurs de droit privé sur le territoire de la commune dans l'année calendaire écoulée. |
| 7.3.2.2, alinéa premier | Le rapport annuel, visé à l'article 7.3.2.1, est transmis par écrit ou par voie électronique et contient les totaux annuels du registre des déchets collectés par la commune ou pour le compte de la commune, visés à l'article 7.2.1.3 et les totaux annuels des déchets résiduels ménagers collectés par des collecteurs de droit privé sur le territoire de la commune. |
| 7.4.2, § 1er | Les transformateurs de déchets et les utilisateurs de matières premières repris dans la sélection, visée à l'article 7.4.1, alinéa premier, font rapport respectivement des déchets traités et des matières premières utilisées dans l'année calendaire écoulée. |
| 7.4.2, § 2 | Le rapport couvre tous les déchets traités, repris dans la sélection, visée à l'article 7.4.1, alinéa premier. Le rapport contient les totaux annuels du registre des déchets traités, visé à l'article 7.2.1.1. Des totaux individuels par siège d'exploitation doivent être remplis pour des déchets qui diffèrent en nature, composition, mode de traitement ou lieu d'origine (au sein de la Belgique : la région, en dehors de la Belgique : le pays). |
| 7.4.2, § 3 | Le rapport couvre toutes les matières premières reprises dans la sélection, visée à l'article 7.4.1, alinéa premier. Le rapport couvre les totaux annuels du registre des matériaux entrants, visé à l'article 7.2.2.3. Des totaux individuels doivent être remplis pour les matières premières qui diffèrent en nature, composition, mode de traitement ou lieu d'origine (en Belgique : la Région, en dehors de Belgique : le pays). |
| 7.4.3 | Le transformateur de déchets repris dans la sélection visée à l'article 7.4.1, alinéa premier, fait rapport des déchets qu'il a traités dans le courant de l'année civile précédente et pour lesquels un rapportage est demandé. Pour autant qu'il s'agisse de déchets importés en Flandre, le rapportage se fait conformément aux articles 2 et 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré, avant fixée par ceux-ci et par le biais du formulaire partiel " Ingevoerde afvalstoffen door verwerkers " du rapport environnemental annuel intégré, dont le modèle est joint comme annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré. |
1° disposant d'un plan individuel d'obligation d'acceptation approuvé par l'OVAM ;
2° étant affilié, directement ou indirectement, via son organisation, au moyen d'un contrat d'adhésion, à un organisme de gestion, tel que visé à l'article 3.2.2.1, à condition que l'organisme de gestion respecte les obligations qui lui sont imposées dans la présente section et dans la convention d'obligation d'acceptation.3.2.1.2, § 2, alinéa trois En ce qui concerne les déchets ménagers, la convention d'obligation d'acceptation ou le plan individuel d'obligation d'acceptation inclut en plus une sécurité financière qui correspond aux frais estimés pour la reprise par la Région flamande de l'obligation d'acceptation pendant six mois. D'autres sécurités peuvent être convenues dans une convention d'obligation d'acceptation afin de garantir l'avancement des engagements de la convention.3.2.1.3, § 1er Le producteur assujetti à l'obligation d'acceptation doit annuellement faire rapport à l'OVAM du mode dont il se conforme à l'obligation d'acceptation. Le producteur peut désigner une organisation pour effectuer le rapportage. Le rapportage est soumis aux règles suivantes : 1° les données chiffrées qui sont transmises à l'OVAM dans le cadre de l'obligation d'acceptation, sont validées par un organisme de contrôle indépendant ;
2° les informations chiffrées fournies par des collecteurs, négociants ou courtiers de déchets, centres de recyclage et transformateurs qui sont transmises à l'organisme de gestion ou au producteur dans le cadre de l'obligation d'acceptation, sont validées par un organisme de contrôle indépendant ;
3° les informations chiffrées que les producteurs fournissent à l'organisme de gestion dans le cadre de l'obligation d'acceptation, sont validées par un organisme de contrôle indépendant. L'organisme de gestion ou un tiers désigné par cet organisme peut reprendre cette tâche, à condition que tous les membres soient contrôlés au moins une fois tous les trois ans et que l'organisme de gestion fasse annuellement rapport de cette action et des résultats à l'OVAM ;
4° il peut être dérogé aux obligations visées aux points 1°, 2° et 3° dans une convention d'obligation d'acceptation ou dans un plan individuel d'obligation d'acceptation si la qualité des informations chiffrées peut être garantie d'une autre façon.3.2.2.1, § 1er Une convention d'obligation d'acceptation peut être conclue à condition qu'un ou plusieurs organismes de gestion soient désignés par les organisations d'entreprises représentant les producteurs soumis à l'obligation d'acceptation pour assumer l'obligation d'acceptation des producteurs membres soumis l'obligation d'acceptation.3.2.2.1, § 2 Un organisme de gestion répond à toutes les conditions suivantes :
1° l'organisme de gestion a été créé conformément à la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations ;
2° l'objet statutaire de l'organisme de gestion est de prendre en charge l'obligation d'acceptation pour le compte des producteurs affiliés ;
3° les gestionnaires ou les personnes pouvant engager l'association, jouissent de leurs droits civils et politiques ;
4° les gestionnaires ou personnes qui peuvent engager l'association n'ont pas été condamnés au cours des cinq dernières années pour une infraction à la législation environnementale des Régions ou d'un Etat membre de l'Union européenne ;
5° l'organisme de gestion dispose des moyens financiers, humains et techniques nécessaires pour remplir l'obligation d'acceptation ;
6° l'organisme de gestion dessert de manière homogène l'ensemble du territoire sur lequel les producteurs mettent leurs produits sur le marché afin d'assurer la collecte, le recyclage et la valorisation des déchets en vue d'assurer le respect de l'obligation d'acceptation.3.2.2.1, § 3 Six mois après la signature de la convention d'obligation d'acceptation au plus tard, l'organisme de gestion soumet à l'approbation de l'OVAM un plan de gestion pour la durée de la convention d'obligation d'acceptation dans lequel il indique comment il entend exécuter les dispositions de la convention d'obligation d'acceptation. Le plan de gestion comprend, au minimum, les conditions de mise en oeuvre des dispositions reprises dans la convention d'obligation d'acceptation conformément à l'article 3.2.1.2, § 2. L'organisme de gestion soumet une actualisation annuelle pour l'année calendaire suivante à l'approbation de l'OVAM et ce avant le 15 novembre.3.2.2.1, § 4 Six mois après la signature de la convention d'obligation d'acceptation au plus tard, l'organisme de gestion soumet à l'avis de l'OVAM un plan financier pour la durée de la convention d'obligation d'acceptation. Le rapport financier comprend :
1° le budget ;
2° le calcul d'éventuelles cotisations ;
3° la politique en matière de provisions et de réserves ;
4° les modalités de financement d'éventuelles pertes ;
5° le mode de financement de produits en fin de vie dont le producteur n'est plus actif ou ne peut plus être identifié. La responsabilité de l'organisme de gestion est en ce limitée aux produits qui ont été déclarés à l'organisme de gestion lors de leur mise sur le marché. Si tel ne peut plus être vérifié, l'organisme de gestion porte une responsabilité correspondant à sa part dans le marché ;
6° la politique de placement de fonds.
Dans le budget, visé à l'alinéa 2, 1°, une partie distincte mentionne les moyens que l'organisme de gestion prévoit pour la prévention et pour le bouclage qualitatif du cycle, en sus des objectifs imposés de collecte et de traitement. La convention d'obligation d'acceptation stipule la part du budget qui est mise à disposition à cette fin. L'organisme de gestion soumet une actualisation annuelle pour l'année calendaire suivante à l'avis de l'OVAM et ce avant le 15 novembre.3.2.2.1, § 5 Si l'organisme de gestion organise la collecte et le traitement dans le cadre d'un système collectif, l'attribution est fondée sur un cahier des charges faisant l'objet d'une enquête publique et la décision d'attribution est fondée sur les critères établis dans le cahier des charges. Le cahier des charges doit être soumis à l'OVAM pour approbation. Toute modification dans les cahiers des charges doit être approuvée au préalable. Dans la convention d'obligation d'acceptation, il peut être dérogé de l'obligation d'organiser l'adjudication sur la base d'un cahier des charges.La disposition du premier alinéa ne s'applique pas dans le cas d'une collecte et/ou d'un traitement commandés par des producteurs individuels ou d'autres acteurs sur une base contractuelle.3.2.2.1, § 6 L'OVAM remplira au nom de la région le rôle d'observateur au conseil d'administration et à l'assemblée générale de l'organisme de gestion. A cette fin, l'OVAM reçoit les invitations et les rapports y afférents à temps.3.2.2.1, § 7 L'organisme de gestion ne peut refuser l'adhésion d'aucune entreprise à laquelle pourrait s'appliquer l'obligation d'acceptation. L'organisme de gestion peut déroger à cette obligation pour des raisons graves et après approbation de l'OVAM.3.2.2.1, § 8 A la demande de l'OVAM, l'organisme de gestion organise une concertation avec les organisations représentatives de tous les acteurs qui sont impliqués dans l'exécution de l'obligation d'acceptation.3.2.2.1/1, § 1er, alinéa 2 Les organisations d'entreprises visées à l'alinéa 1er doivent avoir la personnalité juridique et être mandatées par leurs membres ou un groupe de ceux-ci pour conclure une convention d'obligation d'acceptation, liant ainsi les membres concernés.3.2.2.1/1, § 3 Une convention d'obligation d'acceptation engage les parties. En fonction des dispositions de la convention d'obligation d'acceptation, elle engage également tous les membres des organisations d'entreprises qui ont donné un mandat conformément au § 1er, alinéa 2, à moins qu'un producteur ne se conforme à son obligation d'acceptation via un plan individuel d'obligation d'acceptation ou une autre convention d'obligation d'acceptation.3.2.2.2, § 1er, alinéa 1er Tous les documents qui doivent être rédigés et qui revêtent un caractère stratégique dans le cadre de la mise en oeuvre d'une convention d'obligation d'acceptation, sont soumis à l'approbation de l'OVAM. Ils comprennent au minimum le plan de gestion, les cahiers des charges et le plan de communication.3.2.2.2, § 2, alinéa premier Par dérogation au paragraphe 1er, le plan financier et le contrat d'adhésion sont soumis pour avis.3.2.3.4. Le titulaire de l'approbation visée à l'article 3.2.3.2. 3° est tenu de communiquer à l'OVAM, sans tarder et par envoi sécurisé, toute modification des données suivantes dans son dossier :
1° le nom, la forme juridique, le siège et le numéro du registre du commerce ou un numéro d'enregistrement et un numéro d'entreprise correspondant ;
2° son domicile, adresse, numéro de fax et de téléphone et, le cas échéant, l'adresse, le numéro de fax et de téléphone des sièges sociaux, des sièges administratifs et des sièges d'exploitation ou de la résidence administrative en Région flamande ;
3° l'objet du plan individuel d'obligation d'acceptation approuvé ;
4° les engagements dans le plan individuel d'obligation d'acceptation approuvé.3.3.1, alinéa 1er, deuxième phrase Tout producteur individuel saisi par cette responsabilité producteurs élargie est tenu d'adhérer à un plan collectif.3.3.2, première et deuxième phrases En vue de l'exécution du plan collectif, les producteurs établissent un plan d'action annuel. Le plan d'action est introduit chaque année avant le 1er octobre de l'année précédant celle à laquelle le plan d'action a trait.3.3.3, premier alinéa Le plan collectif et le plan d'action annuel doivent être soumis à l'approbation de l'OVAM.3.3.5 Il est fait rapport de la mise en oeuvre du plan collectif pendant l'année calendaire écoulée avant le 1 avril de chaque année.3.4.1.2, alinéa premier Le secteur des éditeurs de la presse régionale gratuite :
1° met des autocollants gratuits à la disposition des personnes qui en font la demande afin de réduire la diffusion des imprimés publicitaires et des éditions de presse régionale gratuits non souhaités ;
2° fait rapport à l'OVAM du nombre d'autocollants distribués et de l'utilisation des autocollants.3.4.2.5, alinéa premier Dans un délai de six mois après qu'un nouveau type de véhicule a été mis sur le marché, les producteurs de véhicules fournissent toute information utile relative au démontage aux centres agréés pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut. Les différentes pièces et matériaux utilisés dans le véhicule et la localisation de toutes les substances dangereuses dans les véhicules sont reprises dans cette information.3.4.2.5, alinéa deux Les producteurs de pièces de véhicules fournissent à la demande des centres agréés pour la dépollution, le démantèlement et la destruction de véhicules mis au rebut, également des informations à propos du démontage, du stockage et des informations relatives aux tests de pièces qui peuvent être à nouveau utilisées, tout en tenant compte de la confidentialité des données commerciales et industrielles.3.4.3.4, alinéa premier Le vendeur final de pneus ou l'organisation qui a été désignée à cet effet remet à l'OVAM, avant le 1er juillet de chaque année, un relevé de la quantité totale de pneus usagés, exprimée en kilogrammes et en types, qui ont été réceptionnés durant l'année calendaire précédente dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation.3.4.3.4, alinéa deux L'intermédiaire en pneus ou l'organisation désignée à cette fin, remet à l'OVAM, avant le 1 juillet de chaque année un aperçu de la quantité totale de pneus usés, y compris ceux appropriés à la réutilisation, exprimée en kilogrammes et en types, qui a été réceptionnée au cours de l'année calendaire écoulée dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation.3.4.3.4, alinéa trois Le producteur de pneus ou l'organisation désignée à cette fin, fournit à l'OVAM les données suivantes portant sur l'année calendaire écoulée avant le 1 juillet de chaque année :
1° la quantité totale de pneus, exprimée en kilogrammes, types et nombres, qui a été mise sur le marché en Région flamande ;
2° la quantité totale de pneus usagés, y compris ceux appropriés à la réutilisation, exprimée en kilogrammes et types, qui a éte réceptionnée dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation ;
3° les exploitations où et le mode dont les pneus usagés collectés ont été traités ;
4° la quantité totale de pneus usagés, exprimée en kilogrammes, qui :
a) a été triée en vue d'une réutilisation ;
b) a été rechapée ;
c) a été utilisée pour le recyclage des matériaux ;
d) a été revalorisée énergétiquement.3.4.4.7, alinéa trois Les objectifs visés aux alinéas premier et deux s'appliquent à chacune des catégories visées à l'article 3.4.4.2, et sont communiqués à l'OVAM chaque année au plus tard le 1 juillet conformément aux articles 3.4.4.12 et 5.2.5.4.3.4.4.9. Les producteurs d'équipements électriques et électroniques veillent, notamment par des campagnes d'information, à ce que les utilisateurs finals soient complètement informés :
1° de l'obligation d'offrir les déchets d'équipements électriques et électroniques de manière sélective ;
2° des systèmes de collecte et de recyclage mis à leur disposition ;
3° de leur rôle dans la promotion de la réutilisation, du recyclage et de toute autre valorisation des déchets d'équipements électriques et électroniques ;
4° de l'impact potentiel pour l'environnement et de la santé publique de la présence de composantes dangereuses dans les équipements électriques et électroniques ;
5° de la signification du symbole de la poubelle à roulettes barrée.3.4.4.10. Les producteurs d'équipements électriques et électroniques, ou l'organisation qu'ils ont désignée à cet effet, sont tenus de s'enregistrer. A cet effet, ils mettent les informations suivantes à la disposition de l'OVAM ou de l'organisation qu'ils ont désignée à cet effet :
1° le nom du producteur ou de son mandataire, le code postal et le lieu, le nom de rue et le numéro, le pays, le numéro de téléphone et de fax, l'adresse email et le nom et prénom d'une personne de contact. Dans le cas d'un mandataire, tel que mentionné à l'article 3.4.4.15, il faut également transmettre les coordonnées du producteur représenté ;
2° le numéro d'entreprise du producteur d'équipements électriques et électroniques ;
3° la catégorie à laquelle appartiennent les équipements électriques et électroniques, visés à l'article 3.4.4.2 ;
4° le type d'équipements électriques et électroniques, équipements ménagers ou professionnels ;
5° la marque déposée des équipements électriques et électroniques ;
6° l'information relative à la manière dont le producteur assume ses responsabilités, soit individuellement, soit par le biais de systèmes collectifs, y compris l'information sur la sûreté financière ;
7° la technique de vente utilisée, p.ex. la vente à distance ;
8° la déclaration certifiant que les informations fournies sont conformes à la réalité.3.4.4.12, § 1er, alinéa 1er Le distributeur d'équipements électriques et électroniques ou l'organisation qui a été désignée à cette fin, fournit à l'OVAM ou à l'organisation qui a été désignée à cette fin les données suivantes relative à l'année calendaire écoulée et ce, pour le 1 juillet de chaque année :
1° le nom du distributeur d'équipements électriques et électroniques, le numéro d'entreprise, le code postal, le lieu, le nom de rue et le numéro, le pays, le numéro de téléphone et de fax, l'adresse email et le nom et le prénom d'une personne de contact ;
2° la période de rapportage couverte ;
3° la quantité de déchets d'équipements électriques et électroniques, exprimée en kilogrammes et unités d'équipements électriques et électroniques, en unités d'équipements ménagers ou professionnels et par catégorie, telle que visée à l'article 3.4.4.2, qui a été transférée sur le territoire, soit à l'intérieur ou à l'extérieur de l'Union et qui :
a) a été collectée dans le cadre de l'acquitttement de l'obligation d'acceptation ;
b) a été offerte à un collecteur, à un négociant ou courtier en déchets ;
c) a été offerte à un producteur d'équipements électriques et électroniques ;
d) a été offerte à un centre de réutilisation pour équipements électriques et électroniques en vue de leur préparation à la réutilisation ;
e) a été offerte à un transformateur agréé de déchets d'équipements électriques et électroniques ; 4°. ..3.4.4.12, § 1er, alinéa trois S'il a été fait appel à un tiers pour une ou plusieurs des activités précitées, les données de contact suivantes de ce tiers sont à chaque fois mentionnées : la raison sociale, le numéro d'entreprise, l'adresse, le numéro de téléphone et de fax, l'adresse e-mail et le nom et le prénom d'une personne de contact.3.4.4.12, § 2 Le producteur d'équipements électriques et électroniques ou l'organisation qui a été désignée à cette fin, remet à l'OVAM ou à l'organisation qui a été désignée à cette fin, les données suivantes concernant l'année calendaire écoulée et ce pour le 1 juillet de chaque année :
1° le numéro d'entreprise du producteur d'équipements électriques et électroniques ;
2° la période couverte ;
3° la catégorie à laquelle appartiennent l'les équipements électriques et électroniques, visée à l'article 3.4.4.2, avec une mention séparée des quantités, exprimées en kilogrammes et en unités, qui ont été mises en circulation sur le territoire ;
4° la quantité de déchets d'équipements électriques et électroniques, exprimée en kilogrammes et en unités d'équipements électriques et électroniques, en unités d'équipements ménagers ou professionnels et par catégorie, telle que visée à l'article 3.4.4.2, qui a été transférée sur le territoire, soit à l'intérieur ou à l'extérieur de l'Union et qui :
a) ont été collectés dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation ;
b)ont été offerts à un collecteur, à un négociant ou à un courtier de déchets ;
c) ont été offerts à un autre producteur d'équipements électriques et électroniques ;
d) ont été offerts à un centre de réutilisation d'équipements électriques et électroniques en vue de leur préparation à une réutilisation ;
e) ont été offerts à un transformateur agréé de déchets d'équipements électriques et électroniques ; 5° les quantités de déchets provenant de la transformation de déchets d'équipements électriques et électroniques, exprimées en kilogrammes et ventilées par matériau, tel que visé à l'article 3.4.4.7, et par catégorie, telle que visée à l'article 3.4.4.2, qui : a) ont été préparées en vue de leur réutilisation ;
b) ont été recyclées ;
c) ont été valorisées autrement ;
d) ont été éliminées dans des installations d'incinération des déchets ;
e) ont été éliminées par mise en décharge.
S'il a été fait appel à un tiers pour une ou plusieurs des activités précitées, les données de contact suivantes de ce tiers sont à chaque fois mentionnées : la raison sociale, le numéro d'entreprise, l'adresse, le numéro de téléphone et de fax, l'adresse e-mail et le nom et le prénom d'une personne de contact.3.4.4.14. Les producteurs d'équipements électriques et électroniques ou l'organisation qu'ils ont désignée à cet effet organisent au moins deux fois par an une concertation avec les transformateurs et les centres de réutilisation en vue de la réutilisation et d'une recyclabilité améliorée des équipements électriques et électroniques.3.4.5.5. Les producteurs de piles et d'accumulateurs assurent que les utilisateurs finals soient complètement informés, notamment au moyen de campagnes d'information :
1° des effets potentiels sur l'environnement et la santé humaine des substances utilisées dans les piles et les accumulateurs ;
2° de l'importance de ne pas jeter les piles et accumulateurs usagés comme des déchets ménagers non triés et des déchets similaires et de contribuer à leur collecte sélective, afin de faciliter leur traitement et recyclage ;
3° des systèmes de collecte et de recyclage mis à leur disposition ;
4° du rôle qu'ils ont à jouer dans le recyclage de piles et d'accumulateurs usagés ;
5° de la signification du symbole de la poubelle à roulettes barrée et des symboles chimiques Hg, Cd et Pb.3.4.5.5/1, alinéa premier Les producteurs de piles et d'accumulateurs ne doivent s'enregistrer qu'une seule fois et se voient attribués un numéro d'enregistrement lors de l'enregistrement. Dans le cadre de l'enregistrement, les producteurs mettent les données suivantes à la disposition de l'OVAM ou de l'organisation qu'ils ont désignée à cette fin :
1° le nom du producteur et, le cas échéant, les dénominations commerciales sous lesquelles il exerce ses activités ;
2° l'adresse (les adresses) du producteur : code postal et lieu, nom de rue et numéro, pays, URL et numéro de téléphone ainsi que, le cas échéant, la personne de contact, le fax et l'adresse e-mail du producteur ;
3° la mention du type de piles ou d'accumulateurs que le producteur met sur le marché : batteries et accus portables, batteries et accus industriels ou batteries et accus de voiture ;
4° l'information sur la façon dont le producteur satisfait à ses responsabilités : au moyen d'un règlement individuel ou collectif ;
5° la date de la demande d'enregistrement ;
6° le code d'identification national du producteur, y compris le numéro fiscal européen ou national du producteur (facultatif) ;
7° la déclaration certifiant que les informations fournies sont conformes à la réalité.3.4.5.5/1, alinéa deux En cas de modification des données enregistrées, les producteurs de batteries et d'accumulateurs sont tenus d'en informer l'OVAM ou l'organisation désignée pour la mise en oeuvre de l'enregistrement, au plus tard un mois après la modification. Lorsque les producteurs ont cessé leurs activités, ils doivent se désinscrire du registre par une notification à l'OVAM ou à l'organisation désignée pour la mise en oeuvre de l'enregistrement.3.4.5.6. Les producteurs de piles et accumulateurs ou l'organisation qu'ils ont désignée à cet effet mettent, avant le 1er avril de chaque année, les données suivantes à la disposition de l'OVAM concernant l'année calendrier précédente :
1° la quantité totale de batteries et d'accumulateurs, exprimée en kilogrammes qui a été mise sur le marché en région flamande, ventilée par catégorie (batteries et accus portables, batteries et accus industriels et batteries et accus de voitures et les types suivants :
a) piles et accumulateurs salins (zinc, chlorures) ;
b) piles et accumulateurs alcalins au manganèse ;
c) piles et accumulateurs à l'oxyde d'argent ;
d) piles et accumulateurs à air-zinc ;
e) piles et accumulateurs au lithium primaires ;
f) piles et accumulateurs au cadmium-nickel ;
g) piles et accumulateurs au plomb ;
h) piles et accumulateurs nickel métal hydrure ;
i) piles et accumulateurs lithium rechargeables;
j) autres piles et accumulateurs ;
2° la quantité totale de piles et d'accumulateurs usagés, exprimée en kilogrammes, qui a été collectée dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation, ventilée selon les types suivants :
a) piles bouton usagées ;
b) piles et accumulateurs usagés alcalins au manganèse et au zinc-bioxyde de manganèse et autres piles et accumulateurs usagés similaires ;
c) piles et accumulateurs au lithium primaires usagés ;
d) piles et accumulateurs nickel-cadmium usagés ;
e) piles et accumulateurs au plomb usagés ;
f) piles et accumulateurs nickel-hydrure métallique usagés ;
g) piles et accumulateurs au lithium rechargeables usagés ;
h) autres piles et accumulateurs usagés.
i) le pourcentage de collecte de batteries et d'accumulateurs portables, avec mention du mode de calcul et de la manière dont les données nécessaires au calcul du pourcentage de collecte ont été obtenues ;
3° les établissements où et la façon dont les piles et accumulateurs collectés ont été traités ou préparés en vue de leur réutilisation ou ont été réutilisés comme pile ou comme accumulateur pour la même application ou une application différente ;
4° le taux de recyclage obtenu pour les piles et accumulateurs plomb-acide et piles et accumulateurs au cadmium-nickel et autres piles et accus usagés : la quantité de batteries collectées à laquelle le recyclage a été appliqué ;
5° le taux de recyclage pour les piles et accumulateurs plomb-acide et les piles et accumulateurs au cadmium-nickel et autres piles et accumulateurs usagés, calculés conformément au règlement (CE) no 493/2012 du 11 juin 2012, établissant, conformément à la directive 2006/66/CE du Parlement européen et du Conseil, les modalités de calcul des rendements de recyclage des processus de recyclage des déchets de piles et d'accumulateurs ;
6° un inventaire des actions préventives et des actions destinées à remettre les piles usagées sur le marché pour la même application ou une application différente.3.4.6.4, alinéa premier Le vendeur final et l'intermédiaire d'huiles ou l'organisation désignée à cet effet, remettent à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année un aperçu de la quantité totale d'huiles usagées, exprimée en litres, qui a été reprise pendant l'année calendaire écoulée, dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation.3.4.6.4, alinéa deux Le producteur d'huiles ou l'organisation qu'il a désignée à cette fin, remet à l'OVAM avant le 1er juillet de chaque année, les données suivantes relatives à l'année calendaire écoulée :
1° la quantité totale d'huiles, exprimée en litres, mise sur le marché en Région flamande ;
2° la quantité totale d'huile usagée, exprimée en litres, qui a été collectée dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation. Il indique également d'une manière motivée les pertes encourues par la consommation ;
3° les exploitations où et la façon dont les huiles usagées collectées ont été traitées ;
4° les quantités totales de substances provenant du traitement d'huiles usagées, exprimées en litres, qui :
a) ont été réutilisées comme huiles ;
b) ont de nouveau été raffinées ;
c) ont été valorisées autrement ;
d) ont été éliminées.
5° la quantité totale d'huiles biodégradables, exprimée en litres, qui a été mise sur le marché en Région flamande.3.4.7.3. Les acteurs visés à l'article 3.4.7.1 s'engagent à fournir les efforts de sensibilisation nécessaires pour la réussite de la collecte sélective. Les projets des actions de sensibilisation sont soumis à l'approbation de l'OVAM au moins un mois avant le début de l'action.3.4.7.4, première phrase Les acteurs, visés à l'article 3.4.7.1., établissent une commission d'accompagnement.3.4.7.4, quatrième phrase L'OVAM est invitée aux réunions de la commission d'accompagnement.3.4.7.5. Avant le 1er avril de chaque année, la commission d'accompagnement fait rapport à l'OVAM sur : 1° les modalités de la collecte, le ramassage et le traitement des vieux médicaments et des médicaments périmés ; 2° la quantité de vieux médicaments et de médicaments périmés collectés et le mode de traitement ; 3° les actions et initiatives prises pour stimuler la collecte sélective auprès des pharmaciens.3.4.8.3. Le vendeur final et l'intermédiaire de matelas ou l'organisation qui a été désignée à cette fin, remettent à l'OVAM, avant le 1 juillet de chaque année, un aperçu de la quantité totale de matelas, exprimée en kilogrammes, qui a été réceptionnée au cours de l'année écoulée dans le cadre de l'obligation d'acceptation. Le producteur de matelas ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet, remet à l'OVAM, avant le 1 juillet de chaque année, les informations suivantes relatives à l'année calendaire écoulée :
1° la quantité totale de matelas, exprimée en kilogrammes et en nombre, qui ont été mis sur le marché en Région flamande ; 2° la quantité totale de matelas usagés, exprimée en kilogrammes et en nombre, qui ont été collectés en Région flamande dans le cadre de l'obligation d'acceptation ;
3° les exploitations où et le mode dont les matelas usagés collectés ont été traités ;
4° la quantité totale des matériaux provenant du traitement des matelas usagés, exprimée en kilogrammes, qui:
a) ont été réutilisés ;
b) ont été recyclés ;
c) ont été valorisés ;
d) ont été enlevés.4.1.4, § 2, alinéa quatre Toute modification des données administratives du détenteur du déchet est communiquée à l'OVAM.5.1.7, premier alinéa La commune encourage la réutilisation en concluant au minimum une convention avec un centre de récupération agréé par l'OVAM. Cette convention comprend au moins des dispositions relatives à la sensibilisation, à la mutualisation des renvois, aux modes de collecte, aux déchets résiduels et à l'indemnité de biens réutilisables.5.2.4.3, § 6 Le centre agréé pour la dépollution, le démantèlement et la démolition de véhicules mis au rebut, remet au moins chaque trimestre aux constructeurs de véhicules, ou à ceux qui ont été désignés par ces derniers toutes les informations qui doivent être conservées ou fournies dans le cadre de l'obligation d'acceptation, visée dans la sous-section 3.4.2. Si les vendeurs finaux, les intermédiaires ou les producteurs de véhicules font appel pour le respect de leur obligation d'acceptation mentionnée dans la sous-section 3.4.2 à un organisme de gestion, les données seront mises à la disposition d'un système informatisé et uniformisé de communication des données avec la base de données centrale de l'organisme de gestion, selon une procédure et une périodicité à déterminer par cet organisme. Le numéro de châssis d'un véhicule mis au rebut qui quitte le centre agréé de dépollution, de démantèlement et de destruction de véhicules mis au rebut, est au préalable communiqué à l'organisme de gestion.5.2.5.4, § 2, alinéa premier Le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets, le transformateur, le centre de réutilisation et le notifiant ou la personne qui organise le transfert, visée dans le règlement (CE) no 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets, qui collecte, stocke ou traite des déchets d'équipements électriques et électroniques ou les offre à un tiers, en vue de leur traitement ou l'organisation qui a été désignée à cette fin, remet à l'OVAM ou à 'organisation qui a été désignée à cette fin avant le 1er juillet de chaque année, les données suivantes relatives à l'année calendaire écoulée :
1° le nom du collecteur, du négociant ou du courtier en déchets, du transformateur, du centre de réutilisation et du notifiant ou de la personne organisant le transfert, visée au règlement (CE) no 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets, qui collecte, entrepose ou traite des déchets d'équipements électriques et électroniques ou qui les offre à un tiers, en vue de leur traitement, le numéro d'entreprise, le code postal et le lieu, le nom de rue et le numéro, le pays, le numéro de téléphone et de télécopie, l'adresse e-mail et le nom et prénom d'une personne de contact ;
2°. ..
3° la période de rapportage couverte
4° la quantité de déchets d'équipements électriques et électroniques, exprimée en kilogrammes et en nombres, ventilée par type (appareils ménagers et professionnels) et par catégorie, telle que visée à l'article 3.4.4.2, qui ont été transférés sur le territoire, soit au sein ou en dehors de l'Union européenne qui :
a) ont été collectés dans le cadre de l'exercice de l'obligation d'acceptation pour le compte d'un producteur d'équipements électriques et électroniques ou d'un tiers agissant pour le compte du producteur d'équipements électriques et électroniques, et la part de ceux-ci qui :
1) a été offerte à un collecteur, à un négociant ou à un courtier en déchets ;
2) a été offerte à un centre de réutilisation pour équipements électriques et électroniques en vue de la préparation à leur réutilisation ;
3) a été offerte à un transformateur agréé ;
b) a été collectée en dehors de l'obligation d'acceptation, et la part de celle-ci qui :
1) a été offerte à un collecteur, à un négociant ou à un courtier en déchets ;
2) a été offerte à un centre de réutilisation pour équipements électriques et électroniques en vue de la préparation à leur réutilisation ;
3) a été offerte à un transformateur agréé ;
5° les quantités de déchets provenant de la transformation de déchets d'équipements électriques et électroniques, exprimées en kilogrammes et ventilées par matériau, tel que visé à l'article 3.4.4.7, et par catégorie, telle que visée à l'article 3.4.4.2, qui : a) dans le cas du centre de réutilisation : ont été préparées en vue de leur réutilisation ; b) dans le cas du transformateur et du notifiant ou de la personne qui organise le transfert, visée au règlement (CE) 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets :
1) ont été préparées en vue de leur réutilisation ;
2) ont été recyclées ;
3) ont été autrement valorisées ;
4) ont été éliminées dans des installations d'incinération de déchets ;
5) ont été éliminés par mise en décharge.5.2.8.3. Les entreprises traitant des PCB, informent l'OVAM de la quantité, de l'origine et de la nature des PCB qui leur ont été fournis. Elles tiennent ces données également à la disposition des autorités locales et de la population.5.2.8.4, § 1er, 1° à 3° inclus Le détenteur d'équipements contenant des PCB doit :
1° au cas où il ne l'aurait pas encore fait, remettre dans les meilleurs délais au minimum les données suivantes à l'OVAM en application de l'arrêté royal du 9 juillet 1986 réglementant les substances et préparations contenant des polychlorobiphényles et polychloroterphényles ou en application de l'arrêté du 17 mars 2000 fixant le plan d'élimination pour les appareils contenant des PCB et pour les PCB y contenus :
a) son nom et son adresse ;
b) la localisation et la description des équipements contenant des PCB et dont il est le détenteur, de même que les quantités de PCB dans ces équipements ;
c) les quantités de PCB en sa possession ;
d) la quantité de PCB usagés en sa possession ;
e) les données et les types de traitement ou de remplacement qui sont effectués ou considérés.
Si cette notification a été faite au préalable en application de l'arrêté du 9 juillet 1986 ou du 17 mars 2000, les modifications éventuelles par rapport à la notification antérieure sont mentionnées ;
2° communiquer à l'OVAM toute modification de la situation visée au 1° ; 3° assurer que tout équipement contenant plus d'1 litre de PCB soit pourvu dune étiquette. Une étiquette similaire doit également être apposée sur les portes de locaux où se trouve cet équipement. Aux condensateurs à courant fort s'applique un seuil d'1 litre pour le total des composants individuels d'un équipement combiné . Les équipements dont on peut raisonnablement attendre un taux de PCB d'entre 0,05 et 0,005 pour cent en poids dans les liquides qu'ils contiennent, peuvent être pourvus d'une étiquette portant la mention "pollution de PCB < 0,05%".5.2.8.4. § 2 Toute modification des informations fournies conformément au paragraphe 1er, 1° et 2°, doit être communiquée à l'OVAM par écrit dans les trois mois.5.2.10.3, § 1er, première phrase Le gestionnaire d'un port établit un plan adéquat pour la réception et le traitement de déchets provenant de navires.5.2.10.3, § 2 Le plan est élaboré en concertation avec les parties concernées, notamment avec les usagers du port ou leurs représentants.5.2.10.4, § 3, alinéa premier, première phrase Dans le cas de changements importants dans le fonctionnement du port, le gestionnaire du port doit le notifier à l'OVAM par envoi sécurisé sans délai.5.2.10.5. Le gestionnaire du port veille à ce que tous les usagers du port reçoivent l'information suivante :
1° une brève référence à l'importance fondamentale d'une déclaration adéquate des déchets d'exploitation des navires et des résidus de cargaison ;
2° la localisation des installations de réception portuaire, accompagnée d'un dessin/d'une carte ;
3° une liste des types de déchets d'exploitation de navires et des résidus de chargement généralement traités ;
4° une liste d'adresses de contact, d'exploitants et de services offerts ;
5° une description de la procédure d'enregistrement ;
6° une description des procédures de dépôt ;
7° une description du système de tarification ;
8° une description des procédures à suivre pour la notification de défauts présumés de la part des installations de réception portuaire ;
9° une description de la procédure de demande d'une dispense de l'obligation de dépôt, de l'enregistrement et de la contribution financière.5.2.10.6, § 4 Les formulaires d'enregistrement que les instances désignées reçoivent dans le cadre de cette procédure, doivent être conservés pendant un délai de trois ans.5.2.10.8, alinéa deux Les frais liés au dépôt des résidus de cargaison sont payés par l'usager de l'installation de réception portuaire.5.2.11.4, § 1er, première phrase Les gestionnaires des ports recevant des bateaux de navigation intérieure et les gestionnaires de voies d'eau établissent un plan adéquat pour la réception et le traitement de déchets d'exploitation de navires, de restes de cargaisons, de résidus de manutention, de résidus de cargaison et d'eaux de lavage.5.2.11.4, § 2 Le plan est élaboré en concertation avec les parties concernées, notamment avec les usagers du port ou leurs représentants.5.2.11.5, alinéa trois, première phrase En cas de modifications significatives au fonctionnement du réseau des installations de réception, les gestionnaires portuaires qui reçoivent des bateaux de navigation intérieure et les gestionnaires de voies navigables doivent le notifier à l'OVAM par envoi sécurisé sans délai.5.2.11.6. Les gestionnaires portuaires qui reçoivent des bateaux de navigation intérieure et les gestionnaires de voies navigables assurent que les bateaux de navigation intérieure disposent de l'information suivante :
1° une brève référence à l'importance fondamentale d'une déclaration adéquate des déchets d'exploitation des navires ;
2° la localisation des installations de réception fixes, accompagnée d'un dessin/d'une carte ;
3° une liste des flux de déchets qui sont acceptés ;
4° une liste d'adresses de contact, d'exploitants et de services offerts ;
5° une description des procédures de dépôt et du système de tarification ;
6° une description des procédures pour la notification de défauts présumés d'installation de réception portuaire.5.2.12.3, § 1er, premier alinéa La personne physique ou morale, visée à l'article 5.2.12.1, remet, pour le 1 avril de chaque année, les informations suivantes concernant l'année civile écoulée à la disposition de l'OVAM : 1° la quantité de graisses et d'huiles animales et végétales usagées collectées, d'origine ménagère ;
2° les installations dans lesquelles et la manière dont les huiles et graisses animales et végétales usagées collectées d'origine ménagère ont été traitées.5.3.4.4, alinéa premier, deuxième, troisième et quatrième phrases Les données concernant l'origine, y compris les résultats d'analyse, la quantité estimée et la destination des boues de dragage ou de vidange sont remises au plus tard trente jours calendaires avant le début de tout travail de dragage ou de vidange à l'administration communale sur le territoire duquel les boues de dragage ou de vidange seront épandues, et peuvent être consultées par le public ensemble avec le code de bonne pratique, visé à l'article 5.3.4.3. La date de début envisagée est explicitement mentionnée. Sur simple demande, une copie de ces données est remise à toute personne intéressée.5.3.4.4, alinéa deux Les travaux envisagés de dragage et de vidange et la consultation des données, visée à l'alinéa premier et les dispositifs mis en oeuvre à cet effet, sont notifiés par affichage au plus tard trente jours calendaires avant le début des travaux de dragage et jusqu'à leur achèvement. L'affichage s'effectue à la maison communale de la commune sur le territoire de laquelle les boues seront épandues. L'affiche est apposée de façon à attirer l'attention et est imprimée en caractères clairement lisibles sur fond jaune. Le détenteur des matériaux est responsable de la conception des affiches et de leur remise aux administrations communales concernées.5.3.8.2, alinéa trois, première phrase Le gestionnaire de câbles et de canalisations informe le gestionnaire du domaine public des initiatives et mesures qui sont prises conformément à l'alinéa premier et du délai endéans lequel celles-ci sont mises en oeuvre.6.1.2.4, alinéa premier, première phrase Toute modification aux données enregistrées est communiquée à l'OVAM par voie électronique.6.1.3.4, alinéa premier, première phrase Toute modification aux données enregistrées est communiquée à l'OVAM par voie électronique.6.2.3 Le notifiant peut adresser à l'OVAM les notifications concernant les exportations de déchets selon les modalités suivantes :
1° le notifiant peut adresser l'original de la notification, avec au moins une copie, à l'OVAM par courrier. Au cas où les déchets passeraient par des pays de transit, il y a lieu d'ajouter un exemplaire par pays de transit. L'échange d'informations entre le notifiant et l'OVAM dans le cadre du traitement de la notification s'effectue alors par courrier postal ou électronique ;
2° si le notifiant consent à la transmission numérique des annexes au dossier de notification et au traitement numérique de sa notification, il peut soumettre les annexes via le guichet web mis à disposition par l'OVAM via son site web. Il envoie alors à l'OVAM uniquement l'original du formulaire de notification, l'original du document de transport et l'original du certificat de garantie bancaire, de dépôt ou d'assurance équivalente par courrier et télécharge les autres annexes du formulaire de notification au guichet web. On peut dans ce cas passer outre à l'obligation de prévoir une copie et un exemplaire supplémentaire par pays de transit. Tout échange d'informations entre le notifiant et l'OVAM dans le cadre du traitement de la notification s'effectue alors via le portail web ;
3° le notifiant peut, s'il accepte la transmission et le traitement numériques de son dossier, utiliser le site web offert par l'OVAM via son site web. Le document de notification, le document de transport, une garantie bancaire, une garantie bancaire ou une assurance équivalente signée numériquement par l'établissement financier et les pièces jointes nécessaires peuvent ensuite être transmis à l'OVAM via le guichet électronique. Tout échange d'informations entre le notifiant et l'OVAM dans le cadre du traitement de la notification s'effectue alors via le portail web.7.1.3, premier alinéa Sauf disposition contraire mentionnée dans le présent chapitre, les acteurs suivants sont tenus de fournir des données relatives aux déchets et aux matériaux sur simple demande de l'OVAM :
1° le collecteur, le négociant ou le courtier en déchets ;
2° les exploitations de traitement de déchets ;
3° les producteurs de déchets industriels ;
4° les communes et les associations de communes, chargées de la gestion des déchets ;
5° le producteur de matières premières ;
6° l'utilisateur de matières premières.7.3.1.2, § 1er Les producteurs de déchets et producteurs de matières premières, repris dans la sélection visée à l'article 7.3.1.1, alinéa 1er, ainsi que les producteurs de déchets industriels mentionnés dans la liste de classification, reprise comme annexe 1ère à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, désignés par la lettre R dans la septième colonne, font rapport sur les déchets et matières premières produits au cours de l'année calendrier précédente.7.3.1.2, § 2 Le rapport couvre tous les déchets industriels, à l'exception des déchets industriels similaires aux déchets ménagers collectés ou ramassés par ou pour le compte de la commune.
Le rapport contient des totaux annuels du registre des déchets produits, visé à l'article 7.2.1.1. Pour les déchets industriels dont la nature, la composition, le mode de traitement, le collecteur, le négociant, le courtier ou le transformateur diffèrent, des totaux séparés par siège d'exploitation doivent être remplis.7.3.1.2, § 3 Le rapport couvre toutes les matières premières produites. Le rapport contient les totaux annuels du registre des matériaux sortants, visé à l'article 7.2.2.2. Des totaux individuels doivent être remplis pour des matériaux qui diffèrent en nature, composition, mode d'application ou destination.7.3.1.3. Le rapportage relatif à la production de déchets industriels se fait conformément aux articles 2 et 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré avant la date fixée par ceux-ci et par le biais du formulaire partiel "Identificatiegegevens" et du formulaire partiel "Afvalstoffenmelding voor producenten", du rapport environnemental annuel intégré dont le modèle est joint en annexe Ire à l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré.7.3.2.1, alinéa premier Avant le 1er avril de chaque année, les autorités communales remettent à l'OVAM un rapport annuel relatif aux déchets collectés par eux ou pour leur compte et relatif à la collecte de déchets résiduels ménagers effectuée par des collecteurs de droit privé sur le territoire de la commune dans l'année calendaire écoulée.7.3.2.2, alinéa premier Le rapport annuel, visé à l'article 7.3.2.1, est transmis par écrit ou par voie électronique et contient les totaux annuels du registre des déchets collectés par la commune ou pour le compte de la commune, visés à l'article 7.2.1.3 et les totaux annuels des déchets résiduels ménagers collectés par des collecteurs de droit privé sur le territoire de la commune.7.4.2, § 1er Les transformateurs de déchets et les utilisateurs de matières premières repris dans la sélection, visée à l'article 7.4.1, alinéa premier, font rapport respectivement des déchets traités et des matières premières utilisées dans l'année calendaire écoulée.7.4.2, § 2 Le rapport couvre tous les déchets traités, repris dans la sélection, visée à l'article 7.4.1, alinéa premier. Le rapport contient les totaux annuels du registre des déchets traités, visé à l'article 7.2.1.1. Des totaux individuels par siège d'exploitation doivent être remplis pour des déchets qui diffèrent en nature, composition, mode de traitement ou lieu d'origine (au sein de la Belgique : la région, en dehors de la Belgique : le pays).7.4.2, § 3 Le rapport couvre toutes les matières premières reprises dans la sélection, visée à l'article 7.4.1, alinéa premier. Le rapport couvre les totaux annuels du registre des matériaux entrants, visé à l'article 7.2.2.3. Des totaux individuels doivent être remplis pour les matières premières qui diffèrent en nature, composition, mode de traitement ou lieu d'origine (en Belgique : la Région, en dehors de Belgique : le pays).7.4.3 Le transformateur de déchets repris dans la sélection visée à l'article 7.4.1, alinéa premier, fait rapport des déchets qu'il a traités dans le courant de l'année civile précédente et pour lesquels un rapportage est demandé. Pour autant qu'il s'agisse de déchets importés en Flandre, le rapportage se fait conformément aux articles 2 et 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré, avant fixée par ceux-ci et par le biais du formulaire partiel " Ingevoerde afvalstoffen door verwerkers " du rapport environnemental annuel intégré, dont le modèle est joint comme annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 avril 2004 instaurant le rapport environnemental annuel intégré.