Artikel 1. Aan artikel 1 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, laatst gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 18° worden de woorden "artikel 1, 15° van de wet van 15 december 1980" vervangen door de woorden "artikel 6, 1° van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018";
  2° de punten 22° tot 29° worden ingevoegd, en luiden als volgt:
  " 22° uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018: het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap houdende uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten.
  23° seizoenarbeider: de onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 12, 1° van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  24° ICT: overplaatsing binnen een onderneming
  25° overplaatsing binnen een onderneming: de overplaatsing bedoeld in artikel 24, 5° van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  26° leidinggevende ICT: de onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 24, 1° van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  27° specialist ICT: de onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 24, 2° van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  28° stagiair-werknemer ICT: de onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 24, 3° van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018;
  29° vrijwilliger: de onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 55, 1° van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018."
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
16 MEI 2019. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 mei 2019 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, wat betreft de toelating tot arbeid voor activiteiten gevoerd in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming, van een seizoenarbeider, van een onderzoeker, van een stagiair, van een vrijwilliger, of in het kader van de Europese blauwe kaart
Titre
16 MAI 2019. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 16 mai 2019 modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 9 juin 1999 portant exĂ©cution de la loi du 30 avril 1999 relative Ă l'occupation des travailleurs Ă©trangers, en ce qui concerne l'autorisation de travail pour les activitĂ©s menĂ©es dans le cadre d'un transfert intra-groupe, de travailleur saisonnier, de chercheur, de stagiaire, de volontaire, ou dans le cadre de la carte bleue europĂ©enne
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Bepalingen tot wijziging van het...
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 2. - Seizoenarbeiders
Afdeling 3. - Binnen een onderneming overgeplaa...
Afdeling 4. - Europese blauwe kaart
Afdeling 5. - Onderzoekers
Afdeling 6. - Stagiairs
Afdeling 7. - Vrijwilligers in het kader van he...
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions modifiant l'arrĂȘtĂ©...
Section 1re. - Dispositions générales
Section 2. - Travailleurs saisonniers
Section 3. - Les personnes faisant l'objet d'un...
Section 4. - Carte bleue européenne
Section 5. - Chercheurs
Section 6. - Stagiaires
Section 7. - Les volontaires dans le cadre du S...
CHAPITRE 2. - Dispositions finales
Tekst (59)
Texte (59)
HOOFDSTUK 1. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers
CHAPITRE 1er. - Dispositions modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 9 juin 1999 portant exĂ©cution de la loi du 30 avril 1999 relative Ă l'occupation des travailleurs Ă©trangers
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Article 1er. A l'article 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 9 juin 1999 portant exĂ©cution de la loi du 30 avril 1999 relative Ă l'occupation des travailleurs Ă©trangers, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 5 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 18° les mots " l'article 1er, 15° de la loi du 15 décembre 1980 " sont remplacés par les mots " l'article 6, 1° de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 ";
  2° les points 22° à 29° sont insérés, rédigés comme suit :
  " 22° accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 : l'accord de coopération du 6 décembre 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant exécution de l'accord de coopération du 2 février 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de séjour, ainsi que les normes relatives à l'emploi et au séjour des travailleurs étrangers.
  23° travailleur saisonnier : le ressortissant de pays tiers visé à l'article 12, 1° de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018;
  24° ICT : transfert temporaire intragroupe
  25° transfert temporaire intragroupe : le transfert visé à l'article 24, 5° de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018;
  26° cadre ICT : le ressortissant de pays tiers visé à l'article 24, 1° de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018;
  27° expert ICT : le ressortissant de pays tiers visé à l'article 24, 2° de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018;
  28° employé stagiaire ICT : le ressortissant de pays tiers visé à l'article 24, 3° de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018;
  29° volontaire : le ressortissant de pays tiers visé à l'article 55, 1° de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018. "
  1° au point 18° les mots " l'article 1er, 15° de la loi du 15 décembre 1980 " sont remplacés par les mots " l'article 6, 1° de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 ";
  2° les points 22° à 29° sont insérés, rédigés comme suit :
  " 22° accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 : l'accord de coopération du 6 décembre 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant exécution de l'accord de coopération du 2 février 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de séjour, ainsi que les normes relatives à l'emploi et au séjour des travailleurs étrangers.
  23° travailleur saisonnier : le ressortissant de pays tiers visé à l'article 12, 1° de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018;
  24° ICT : transfert temporaire intragroupe
  25° transfert temporaire intragroupe : le transfert visé à l'article 24, 5° de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018;
  26° cadre ICT : le ressortissant de pays tiers visé à l'article 24, 1° de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018;
  27° expert ICT : le ressortissant de pays tiers visé à l'article 24, 2° de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018;
  28° employé stagiaire ICT : le ressortissant de pays tiers visé à l'article 24, 3° de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018;
  29° volontaire : le ressortissant de pays tiers visé à l'article 55, 1° de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018. "
Art. 2. In artikel 2, vierde lid van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 6 februari 2003, 12 september 2007 en 17 juli 2013 worden de woorden "21°, " ingevoegd tussen de woorden "20°, " en de woorden "26° " en worden de woorden "en 33° " vervangen door de woorden ", 33° en 36° ".
Art. 2. A l'article 2, alinĂ©a 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 6 fĂ©vrier 2003, 12 septembre 2007, et 17 juillet 2013, les mots " 21°, " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " 20°, " et les mots " 26° " et les mots " et 33° " sont remplacĂ©s par les mots " , 33° et 36° ".
Art. 3. In artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2003, wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Met uitzondering van de toelating tot arbeid afgeleverd aan de stagiair-werknemer ICT, is de toelating tot arbeid afgeleverd aan de werknemers bedoeld in artikel 9, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 6° of 7° geldig voor een periode van drie jaar, of voor een periode gelijk aan de duur van de tewerkstelling voorzien in de arbeidsovereenkomst of de opdrachtbrief, indien deze periode minder is dan drie jaar."
  "Met uitzondering van de toelating tot arbeid afgeleverd aan de stagiair-werknemer ICT, is de toelating tot arbeid afgeleverd aan de werknemers bedoeld in artikel 9, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 6° of 7° geldig voor een periode van drie jaar, of voor een periode gelijk aan de duur van de tewerkstelling voorzien in de arbeidsovereenkomst of de opdrachtbrief, indien deze periode minder is dan drie jaar."
Art. 3. A l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 6 fĂ©vrier 2003, un nouvel alinĂ©a 2 est ajoutĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
  " A l'exception de l'autorisation de travail délivrée aux employés stagiaires ICT, l'autorisation de travail délivrée aux travailleurs visés à l'article 9, alinéa 1er, 1°, 2°, 3°, 6° ou 7° est valable pour une période de trois années, ou à une période égale à la durée d'occupation prévue dans le contrat de travail ou la lettre de mission, si cette durée est inférieure à trois années. "
  " A l'exception de l'autorisation de travail délivrée aux employés stagiaires ICT, l'autorisation de travail délivrée aux travailleurs visés à l'article 9, alinéa 1er, 1°, 2°, 3°, 6° ou 7° est valable pour une période de trois années, ou à une période égale à la durée d'occupation prévue dans le contrat de travail ou la lettre de mission, si cette durée est inférieure à trois années. "
Art. 4. In artikel 9, eerste lid van hetzelfde koninklijk besluit worden de punten 1° tot 4°, die het koninklijk besluit van 6 februari 2003 had opgeheven, hersteld als volgt:
  " 1° De personen die overgeplaatst worden binnen een onderneming, bedoeld in afdeling 5 van hoofdstuk VI;
  2° het hooggeschoolde personeel bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk VI;
  3° de onderzoekers bedoeld in afdeling 7 van hoofdstuk VI;
  4° de vrijwilligers in het kader van het Europese vrijwilligerswerk, bedoeld in afdeling 8 van hoofdstuk VI;"
  " 1° De personen die overgeplaatst worden binnen een onderneming, bedoeld in afdeling 5 van hoofdstuk VI;
  2° het hooggeschoolde personeel bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk VI;
  3° de onderzoekers bedoeld in afdeling 7 van hoofdstuk VI;
  4° de vrijwilligers in het kader van het Europese vrijwilligerswerk, bedoeld in afdeling 8 van hoofdstuk VI;"
Art. 4. A l'article 9, premier alinĂ©a du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, les points 1° Ă 4° abrogĂ©s par l'arrĂȘtĂ© royal du 6 fĂ©vrier 2003 sont rĂ©tablis dans la rĂ©daction suivante :
  " 1° Les personnes faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe, visées à la section 5 du chapitre VI;
  2° le personnel hautement qualifié, visé à la section 6 du chapitre VI;
  3° les chercheurs, visés à la section 7 du chapitre VI;
  4° les volontaires dans le cadre sur service volontaire européen, visés dans la section 8 du chapitre VI; "
  " 1° Les personnes faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe, visées à la section 5 du chapitre VI;
  2° le personnel hautement qualifié, visé à la section 6 du chapitre VI;
  3° les chercheurs, visés à la section 7 du chapitre VI;
  4° les volontaires dans le cadre sur service volontaire européen, visés dans la section 8 du chapitre VI; "
Art. 5. In artikel 11 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 december 2008 en bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 juli 2015, worden de woorden "en in afdeling 4 van hoofdstuk VI" ingevoegd na de woorden "in artikel 9".
Art. 5. A l'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 2008 et par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 9 juillet 2015, les mots " et Ă la section 4 du chapitre VI " sont insĂ©rĂ©s aprĂšs les mots " Ă l'article 9 ".
Art. 6. In artikel 17 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht.:
  1° in § 1, 1°, worden de woorden "afdelingen 1 en 3" vervangen door de woorden "afdelingen 1, 3, 4, 5, 6, 7 en 8".
  2° wordt een derde paragraaf toegevoegd dat luidt als volgt:
  " § 3. De onderdaan van een derde land die wordt toegelaten tot arbeid voor een termijn van maximaal negentig dagen en die zijn verblijfstermijn wenst te verlengen om te werken, zodat de gehele duur negentig dagen overstijgt, dient een verzoek in overeenkomstig de procedure bedoeld in deze afdeling."
  1° in § 1, 1°, worden de woorden "afdelingen 1 en 3" vervangen door de woorden "afdelingen 1, 3, 4, 5, 6, 7 en 8".
  2° wordt een derde paragraaf toegevoegd dat luidt als volgt:
  " § 3. De onderdaan van een derde land die wordt toegelaten tot arbeid voor een termijn van maximaal negentig dagen en die zijn verblijfstermijn wenst te verlengen om te werken, zodat de gehele duur negentig dagen overstijgt, dient een verzoek in overeenkomstig de procedure bedoeld in deze afdeling."
Art. 6. A l'article 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 5 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportĂ©es:
  1° au paragraphe premier, 1°, les mots " sections 1 et 3 " sont remplacés par les mots " sections 1, 3, 4, 5, 6, 7 et 8 ".
  2° un troisiÚme paragraphe est ajouté, rédigé comme suit :
  " § 3. Le ressortissant d'un pays tiers qui est admis au travail pour une période maximale de nonante jours et qui souhaite prolonger la durée de son séjour à des fins de travail, de sorte que la durée totale dépasse nonante jours, introduit une demande conformément à la procédure visée à la présente section. "
  1° au paragraphe premier, 1°, les mots " sections 1 et 3 " sont remplacés par les mots " sections 1, 3, 4, 5, 6, 7 et 8 ".
  2° un troisiÚme paragraphe est ajouté, rédigé comme suit :
  " § 3. Le ressortissant d'un pays tiers qui est admis au travail pour une période maximale de nonante jours et qui souhaite prolonger la durée de son séjour à des fins de travail, de sorte que la durée totale dépasse nonante jours, introduit une demande conformément à la procédure visée à la présente section. "
Art. 7. In artikel 18 van datzelfde koninklijk besluit, ingevoegd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 juli 2018, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "De aanvraag wordt ingediend door middel van een formulier dat Brussel Economie en Werkgelegenheid ter beschikking stelt. Dit aanvraagformulier vermeldt onder meer:
  1° de naam, voornaam, rijksregisternummer, geboortedatum, geslacht, nationaliteit, adres, en indien het een rechtspersoon betreft, het ondernemingsnummer of nummer van de exploitatiezetel, naam, rechtsvorm en e-mailadres van de werkgever en, in voorkomend geval, van zijn mandataris, en
  2° de naam, voornaam, rijksregisternummer, geboortedatum, geboorteplaats, geslacht, nationaliteit, adres van het wettelijke domicilie, e-mailadres van de werknemer, en indien de werknemer in het buitenland verblijft op het ogenblik van de indiening van de aanvraag de diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor zijn verblijfsadres in het buitenland, en
  3° de gegevens aangaande de tewerkstelling van de werknemer op het grondgebied van het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest."
  "De aanvraag wordt ingediend door middel van een formulier dat Brussel Economie en Werkgelegenheid ter beschikking stelt. Dit aanvraagformulier vermeldt onder meer:
  1° de naam, voornaam, rijksregisternummer, geboortedatum, geslacht, nationaliteit, adres, en indien het een rechtspersoon betreft, het ondernemingsnummer of nummer van de exploitatiezetel, naam, rechtsvorm en e-mailadres van de werkgever en, in voorkomend geval, van zijn mandataris, en
  2° de naam, voornaam, rijksregisternummer, geboortedatum, geboorteplaats, geslacht, nationaliteit, adres van het wettelijke domicilie, e-mailadres van de werknemer, en indien de werknemer in het buitenland verblijft op het ogenblik van de indiening van de aanvraag de diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor zijn verblijfsadres in het buitenland, en
  3° de gegevens aangaande de tewerkstelling van de werknemer op het grondgebied van het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest."
Art. 7. A l'article 18 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 5 juillet 2018, l'alinĂ©a 2 est remplacĂ© comme suit :
  " La demande est introduite au moyen d'un formulaire mis à disposition par Bruxelles Economie et Emploi. Ce formulaire de demande mentionne notamment :
  1° les nom, prénom, numéro de registre national, date de naissance, sexe, nationalité, adresse, et s'il s'agit d'une personne morale, le numéro d'entreprise ou de siÚge d'exploitation, le nom et la forme juridique et l'adresse de courrier électronique de l'employeur, et le cas échéant de son mandataire, et
  2° les nom, prénom, numéro de registre national, date et lieu de naissance, sexe, nationalité, adresse de domicile en Belgique et de courrier électronique du travailleur et, si le travailleur réside à l'étranger au moment de l'introduction de la demande, le poste diplomatique ou consulaire compétent pour son adresse de résidence à l'étranger, et
  3° les données concernant l'occupation du travailleur sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale. "
  " La demande est introduite au moyen d'un formulaire mis à disposition par Bruxelles Economie et Emploi. Ce formulaire de demande mentionne notamment :
  1° les nom, prénom, numéro de registre national, date de naissance, sexe, nationalité, adresse, et s'il s'agit d'une personne morale, le numéro d'entreprise ou de siÚge d'exploitation, le nom et la forme juridique et l'adresse de courrier électronique de l'employeur, et le cas échéant de son mandataire, et
  2° les nom, prénom, numéro de registre national, date et lieu de naissance, sexe, nationalité, adresse de domicile en Belgique et de courrier électronique du travailleur et, si le travailleur réside à l'étranger au moment de l'introduction de la demande, le poste diplomatique ou consulaire compétent pour son adresse de résidence à l'étranger, et
  3° les données concernant l'occupation du travailleur sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale. "
Art. 8. Artikel 18/17 van datzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 juli 2018, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 18/17. Aan het formulier bedoeld in artikel 18 en aan de documenten bedoeld in de artikelen 18/2 en 18/3 voegt de werkgever de volgende documenten toe als het gaat om journalisten die in België verblijven en die uitsluitend verbonden zijn aan kranten die in het buitenland uitgegeven worden, of aan in het buitenland gevestigde persagentschappen, radio- of televisiestations, zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, 15° :
  1° een kopie van de voorlopige of definitieve perskaart van de journalist, uitgereikt door de bevoegde Belgische diensten;
  2° een kopie van de arbeidsovereenkomst die de werknemer bindt aan zijn werkgever, die in het buitenland gevestigd is, met in voorkomend geval een vertaling door een beëdigd vertaler;
  3° een attest ondertekend door de werkgever dat de duur van de detachering vermeldt, alsook de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden tijdens de detachering."
  "Art. 18/17. Aan het formulier bedoeld in artikel 18 en aan de documenten bedoeld in de artikelen 18/2 en 18/3 voegt de werkgever de volgende documenten toe als het gaat om journalisten die in België verblijven en die uitsluitend verbonden zijn aan kranten die in het buitenland uitgegeven worden, of aan in het buitenland gevestigde persagentschappen, radio- of televisiestations, zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, 15° :
  1° een kopie van de voorlopige of definitieve perskaart van de journalist, uitgereikt door de bevoegde Belgische diensten;
  2° een kopie van de arbeidsovereenkomst die de werknemer bindt aan zijn werkgever, die in het buitenland gevestigd is, met in voorkomend geval een vertaling door een beëdigd vertaler;
  3° een attest ondertekend door de werkgever dat de duur van de detachering vermeldt, alsook de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden tijdens de detachering."
Art. 8. L'article 18/17 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 5 juillet 2018, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 18/17. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de journalistes séjournant en Belgique qui sont exclusivement attachés à des journaux publiés à l'étranger, ou à des agences de presse, stations de radio ou télévision établies à l'étranger, visés à l'article 2, alinéa 1er, 15° :
  1° la copie de la carte de presse provisoire ou définitive du journaliste délivrée par les services belges compétents;
  2° la copie du contrat de travail liant le travailleur à son employeur établi à l'étranger, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré;
  3° une attestation signée par l'employeur précisant la durée du détachement ainsi que les conditions de travail et de rémunération durant le détachement. "
  " Art. 18/17. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de journalistes séjournant en Belgique qui sont exclusivement attachés à des journaux publiés à l'étranger, ou à des agences de presse, stations de radio ou télévision établies à l'étranger, visés à l'article 2, alinéa 1er, 15° :
  1° la copie de la carte de presse provisoire ou définitive du journaliste délivrée par les services belges compétents;
  2° la copie du contrat de travail liant le travailleur à son employeur établi à l'étranger, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré;
  3° une attestation signée par l'employeur précisant la durée du détachement ainsi que les conditions de travail et de rémunération durant le détachement. "
Art. 9. In artikel 18/23 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 juli 2018, worden de woorden "18/22" vervangen door de woorden "18/22/5".
Art. 9. A l'article 18/23 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 5 juillet 2018, les mots " 18/22 " sont remplacĂ©s par les mots " 18/22/5 ".
Art. 10. Aan artikel 34 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
  "1°
  a) de aanvraag onvolledige, onjuiste, of vervalste gegevens bevat, of gegevens, verklaringen of aanpassingen die op bedrieglijke wijze werden bekomen, of die op onrechtmatig wijze werden verricht aangebracht;
  b) de werkgever bij een aanvraag gebruik heeft gemaakt van bedrieglijke praktijken, of indien gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens uit gekende feiten voortvloeien die arglist of bedrog aantonen;
  c) de voorwaarden vermeld in de wet of in de uitvoeringsbesluiten niet zijn vervuld;";
  2° de bepaling onder 1° bis wordt ingevoegd, luidende:
  "1° bis de afwezigheid van economische of maatschappelijke activiteiten wordt vastgesteld, of wanneer de werkgever in staat van faillissement of van kennelijk onvermogen verkeert, het voorwerp uitmaakt van een procedure tot faillietverklaring, of een gerechtelijke reorganisatie heeft aangevraagd of verkregen;";
  3° de bepalingen onder punten 8° en 9° worden ingevoegd, luidende:
  "8° een definitieve sanctie was uitgesproken tegen de werkgever op grond van artikel 12, § 1 of § 2, 1° of 2°, of § 3 of § 4 van de wet, of op grond van artikel 175 van het Sociaal Strafwetboek;
  9° de werknemer niet heeft voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit een eerdere beslissing tot toelating als seizoenarbeider;"
  1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
  "1°
  a) de aanvraag onvolledige, onjuiste, of vervalste gegevens bevat, of gegevens, verklaringen of aanpassingen die op bedrieglijke wijze werden bekomen, of die op onrechtmatig wijze werden verricht aangebracht;
  b) de werkgever bij een aanvraag gebruik heeft gemaakt van bedrieglijke praktijken, of indien gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens uit gekende feiten voortvloeien die arglist of bedrog aantonen;
  c) de voorwaarden vermeld in de wet of in de uitvoeringsbesluiten niet zijn vervuld;";
  2° de bepaling onder 1° bis wordt ingevoegd, luidende:
  "1° bis de afwezigheid van economische of maatschappelijke activiteiten wordt vastgesteld, of wanneer de werkgever in staat van faillissement of van kennelijk onvermogen verkeert, het voorwerp uitmaakt van een procedure tot faillietverklaring, of een gerechtelijke reorganisatie heeft aangevraagd of verkregen;";
  3° de bepalingen onder punten 8° en 9° worden ingevoegd, luidende:
  "8° een definitieve sanctie was uitgesproken tegen de werkgever op grond van artikel 12, § 1 of § 2, 1° of 2°, of § 3 of § 4 van de wet, of op grond van artikel 175 van het Sociaal Strafwetboek;
  9° de werknemer niet heeft voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit een eerdere beslissing tot toelating als seizoenarbeider;"
Art. 10. A l'article 34 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 6 fĂ©vrier 2003, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1°
  a) lorsque la demande contient des données incomplÚtes, inexactes ou falsifiées, voire des données, déclarations ou altérations qui ont été obtenues par des moyens frauduleux, ou apportées illégitimement;
  b) lorsque l'employeur, à l'occasion d'une demande, a eu recours à des pratiques frauduleuses, ou que des présomptions graves, précises et concordantes découlent de faits connus, démontrant la fraude ou le dol;
  c) lorsque les conditions de la loi ou de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution ne sont pas remplies; ";
  2° un point 1° bis est inséré, rédigé comme suit :
  " 1° bis lorsque l'absence d'activités économiques ou sociales a été constatée, ou lorsque l'employeur se trouve en état de faillite ou d'insolvabilité notoire, fait l'objet d'une procédure de déclaration de faillite, ou a demandé ou obtenu une réorganisation judiciaire; ";
  3° les points 8° et 9° sont insérés, rédigés comme suit :
  " 8° lorsqu'une sanction définitive a été prononcée à l'encontre de l'employeur en vertu de l'article 12, paragraphe premier ou deuxiÚme paragraphe, 1° ou 2°, ou troisiÚme paragraphe ou quatriÚme paragraphe de la loi, ou en vertu de l'article 175 du Code pénal social;
  9° lorsque le travailleur ne s'est pas conformé aux obligations découlant d'une décision antérieure d'admission en tant que travailleur saisonnier; "
  1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1°
  a) lorsque la demande contient des données incomplÚtes, inexactes ou falsifiées, voire des données, déclarations ou altérations qui ont été obtenues par des moyens frauduleux, ou apportées illégitimement;
  b) lorsque l'employeur, à l'occasion d'une demande, a eu recours à des pratiques frauduleuses, ou que des présomptions graves, précises et concordantes découlent de faits connus, démontrant la fraude ou le dol;
  c) lorsque les conditions de la loi ou de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution ne sont pas remplies; ";
  2° un point 1° bis est inséré, rédigé comme suit :
  " 1° bis lorsque l'absence d'activités économiques ou sociales a été constatée, ou lorsque l'employeur se trouve en état de faillite ou d'insolvabilité notoire, fait l'objet d'une procédure de déclaration de faillite, ou a demandé ou obtenu une réorganisation judiciaire; ";
  3° les points 8° et 9° sont insérés, rédigés comme suit :
  " 8° lorsqu'une sanction définitive a été prononcée à l'encontre de l'employeur en vertu de l'article 12, paragraphe premier ou deuxiÚme paragraphe, 1° ou 2°, ou troisiÚme paragraphe ou quatriÚme paragraphe de la loi, ou en vertu de l'article 175 du Code pénal social;
  9° lorsque le travailleur ne s'est pas conformé aux obligations découlant d'une décision antérieure d'admission en tant que travailleur saisonnier; "
Art. 11. Aan artikel 35 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a)in § 1 wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
  "1°
  a) de werkgever gebruik heeft gemaakt van bedrieglijke praktijken, of indien gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens uit gekende feiten voortvloeien die arglist of bedrog aantonen;
  b) uit bekende feiten gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens voortvloeien die arglist of bedrog aantonen;";
  2° in § 1 wordt de bepaling onder 1° bis ingevoegd, luidende:
  "1° bis indien er geen economische of maatschappelijke activiteiten plaatsvinden, de werkgever in staat van faillissement of van kennelijk onvermogen verkeert, het voorwerp uitmaakt van een procedure tot faillietverklaring, of een gerechtelijke reorganisatie heeft aangevraagd of verkregen;";
  3° in § 1 wordt de bepaling onder 3° bis ingevoegd, luidende:
  "3° bis een definitieve sanctie was uitgesproken tegen de werkgever op grond van artikel 12, § 1 of § 2, 1° of 2°, of § 3 of § 4 van de wet, of op grond van artikel 175 van het Sociaal Strafwetboek;";
  4° in § 2 wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
  "1° de werknemer bij een aanvraag gebruik heeft gemaakt van bedrieglijke praktijken, of indien gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens uit gekende feiten voortvloeien die arglist of bedrog aantonen;;";
  a)in § 1 wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
  "1°
  a) de werkgever gebruik heeft gemaakt van bedrieglijke praktijken, of indien gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens uit gekende feiten voortvloeien die arglist of bedrog aantonen;
  b) uit bekende feiten gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens voortvloeien die arglist of bedrog aantonen;";
  2° in § 1 wordt de bepaling onder 1° bis ingevoegd, luidende:
  "1° bis indien er geen economische of maatschappelijke activiteiten plaatsvinden, de werkgever in staat van faillissement of van kennelijk onvermogen verkeert, het voorwerp uitmaakt van een procedure tot faillietverklaring, of een gerechtelijke reorganisatie heeft aangevraagd of verkregen;";
  3° in § 1 wordt de bepaling onder 3° bis ingevoegd, luidende:
  "3° bis een definitieve sanctie was uitgesproken tegen de werkgever op grond van artikel 12, § 1 of § 2, 1° of 2°, of § 3 of § 4 van de wet, of op grond van artikel 175 van het Sociaal Strafwetboek;";
  4° in § 2 wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
  "1° de werknemer bij een aanvraag gebruik heeft gemaakt van bedrieglijke praktijken, of indien gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens uit gekende feiten voortvloeien die arglist of bedrog aantonen;;";
Art. 11. A l'article 35 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 6 fĂ©vrier 2003, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe premier, le 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1°
  a) lorsque l'employeur a eu recours à des pratiques frauduleuses, ou fait des déclarations incomplÚtes, inexactes ou falsifiées, ou a fourni des données obtenues par des moyens frauduleux, ou a apporté illégitimement des altérations;
  b) lorsque des présomptions graves, précises et concordantes découlent de faits connus, démontrant la fraude ou le dol; ";
  2° au paragraphe premier, le 1° bis est inséré, rédigé comme suit :
  " 1° bis lorsque l'absence d'activités économiques ou sociales a été constatée, ou lorsque l'employeur se trouve en état de faillite ou d'insolvabilité notoire, fait l'objet d'une procédure de déclaration de faillite, ou a demandé ou obtenu une réorganisation judiciaire; ";
  3° au paragraphe premier, le 3° bis est inséré, rédigé comme suit :
  " 3° bis une sanction définitive a été prononcée à l'encontre de l'employeur en vertu de l'article 12, paragraphe premier ou deuxiÚme paragraphe, 1° ou 2°, ou troisiÚme paragraphe ou quatriÚme paragraphe de la loi, ou en vertu de l'article 175 du Code pénal social; ";
  4° au deuxiÚme paragraphe, le 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° lorsque le travailleur, à l'occasion d'une demande, a eu recours à des pratiques frauduleuses, ou fait des déclarations incomplÚtes, inexactes ou falsifiées, ou a fourni des données obtenues par des moyens frauduleux, ou a apporté illégitimement des altérations; ";
  1° au paragraphe premier, le 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1°
  a) lorsque l'employeur a eu recours à des pratiques frauduleuses, ou fait des déclarations incomplÚtes, inexactes ou falsifiées, ou a fourni des données obtenues par des moyens frauduleux, ou a apporté illégitimement des altérations;
  b) lorsque des présomptions graves, précises et concordantes découlent de faits connus, démontrant la fraude ou le dol; ";
  2° au paragraphe premier, le 1° bis est inséré, rédigé comme suit :
  " 1° bis lorsque l'absence d'activités économiques ou sociales a été constatée, ou lorsque l'employeur se trouve en état de faillite ou d'insolvabilité notoire, fait l'objet d'une procédure de déclaration de faillite, ou a demandé ou obtenu une réorganisation judiciaire; ";
  3° au paragraphe premier, le 3° bis est inséré, rédigé comme suit :
  " 3° bis une sanction définitive a été prononcée à l'encontre de l'employeur en vertu de l'article 12, paragraphe premier ou deuxiÚme paragraphe, 1° ou 2°, ou troisiÚme paragraphe ou quatriÚme paragraphe de la loi, ou en vertu de l'article 175 du Code pénal social; ";
  4° au deuxiÚme paragraphe, le 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° lorsque le travailleur, à l'occasion d'une demande, a eu recours à des pratiques frauduleuses, ou fait des déclarations incomplÚtes, inexactes ou falsifiées, ou a fourni des données obtenues par des moyens frauduleux, ou a apporté illégitimement des altérations; ";
Art. 12. Een nieuw artikel 36/2 wordt ingevoegd in hoofdstuk IX van hetzelfde koninklijk besluit en luidt als volgt:
  "Art. 36/2. De werkgever die een werknemer bedoeld in artikel 9, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 6° of 7° arbeid laat verrichten, meldt, elk jaar, aan de bevoegde overheid, uiterlijk één maand na de verjaardatum van de aflevering van de arbeidsvergunning, de volgende documenten:
  1° een kopij van de loonfiches of salarisafrekening voor de gehele periode van de arbeidsvergunning;
  2° een kopij van de individuele rekening;
  3° indien het een detachering zoals bedoeld in hoofdstuk 8 van titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006 betreft, het inschrijvingsbewijs in het Limosakadaster;
  4° indien het een detachering betreft, een kopie van het document, afgeleverd door de buitenlandse instelling, dat verklaart dat de socialezekerheidswetgeving van dat land van toepassing blijft tijdens de tewerkstelling op het Belgische grondgebied als er een internationale overeenkomst over sociale zekerheid bestaat, of, als een internationale overeenkomst daarover ontbreekt, een document van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid dat verklaart dat de werknemer niet onderworpen kan zijn aan de Belgische socialezekerheidsregeling."
  "Art. 36/2. De werkgever die een werknemer bedoeld in artikel 9, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 6° of 7° arbeid laat verrichten, meldt, elk jaar, aan de bevoegde overheid, uiterlijk één maand na de verjaardatum van de aflevering van de arbeidsvergunning, de volgende documenten:
  1° een kopij van de loonfiches of salarisafrekening voor de gehele periode van de arbeidsvergunning;
  2° een kopij van de individuele rekening;
  3° indien het een detachering zoals bedoeld in hoofdstuk 8 van titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006 betreft, het inschrijvingsbewijs in het Limosakadaster;
  4° indien het een detachering betreft, een kopie van het document, afgeleverd door de buitenlandse instelling, dat verklaart dat de socialezekerheidswetgeving van dat land van toepassing blijft tijdens de tewerkstelling op het Belgische grondgebied als er een internationale overeenkomst over sociale zekerheid bestaat, of, als een internationale overeenkomst daarover ontbreekt, een document van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid dat verklaart dat de werknemer niet onderworpen kan zijn aan de Belgische socialezekerheidsregeling."
Art. 12. Un nouvel article 36/2 est insĂ©rĂ© au chapitre IX du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 36/2. L'employeur qui occupe un travailleur visé à l'article 9, alinéa 1er, 1°, 2°, 3°, 6° ou 7° communique à l'autorité compétente chaque année, au plus tard un mois aprÚs la date d'anniversaire de la délivrance de l'autorisation de travail, les documents suivants :
  1° la copie des fiches de paie ou décomptes de paie pour toute la période de l'autorisation de travail;
  2° la copie du compte individuel;
  3° s'il s'agit un détachement visé au chapitre 8 du titre IV de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, la preuve d'inscription au cadastre Limosa;
  4° s'il s'agit d'un dĂ©tachement, une copie du document dĂ©livrĂ© par l'institution Ă©trangĂšre attestant que la lĂ©gislation relative Ă la sĂ©curitĂ© sociale de ce pays continue Ă s'appliquer pendant l'occupation sur le territoire belge lorsqu'un accord international relatif Ă la sĂ©curitĂ© sociale existe, ou, en l'absence d'un tel accord international, un document du Service public fĂ©dĂ©ral SĂ©curitĂ© Sociale attestant que le travailleur ne peut ĂȘtre assujetti au rĂ©gime belge de sĂ©curitĂ© sociale. "
  " Art. 36/2. L'employeur qui occupe un travailleur visé à l'article 9, alinéa 1er, 1°, 2°, 3°, 6° ou 7° communique à l'autorité compétente chaque année, au plus tard un mois aprÚs la date d'anniversaire de la délivrance de l'autorisation de travail, les documents suivants :
  1° la copie des fiches de paie ou décomptes de paie pour toute la période de l'autorisation de travail;
  2° la copie du compte individuel;
  3° s'il s'agit un détachement visé au chapitre 8 du titre IV de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, la preuve d'inscription au cadastre Limosa;
  4° s'il s'agit d'un dĂ©tachement, une copie du document dĂ©livrĂ© par l'institution Ă©trangĂšre attestant que la lĂ©gislation relative Ă la sĂ©curitĂ© sociale de ce pays continue Ă s'appliquer pendant l'occupation sur le territoire belge lorsqu'un accord international relatif Ă la sĂ©curitĂ© sociale existe, ou, en l'absence d'un tel accord international, un document du Service public fĂ©dĂ©ral SĂ©curitĂ© Sociale attestant que le travailleur ne peut ĂȘtre assujetti au rĂ©gime belge de sĂ©curitĂ© sociale. "
Art. 13. Aan artikel 37/1 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° In het eerste lid worden de woorden "Het bezoldigingsbedrag bepaald in artikel 15/1, lid 1, punt b) wordt elk jaar aangepast" vervangen door de woorden "De bezoldigingsbedragen bepaald in de artikelen 30/7 en 30/9 worden elk jaar aangepast".
  2° in het eerste lid, worden de woorden "(vermenigvuldigd met de omzettingscoëfficiënt)" opgeheven;
  3° In het tweede lid wordt het jaartal "2013" vervangen door "2018", het jaartal "2012" door "2017" en het jaartal "1997" door "2010";
  4° in het tweede lid, wordt de bepaling onder 5° opgeheven.
  1° In het eerste lid worden de woorden "Het bezoldigingsbedrag bepaald in artikel 15/1, lid 1, punt b) wordt elk jaar aangepast" vervangen door de woorden "De bezoldigingsbedragen bepaald in de artikelen 30/7 en 30/9 worden elk jaar aangepast".
  2° in het eerste lid, worden de woorden "(vermenigvuldigd met de omzettingscoëfficiënt)" opgeheven;
  3° In het tweede lid wordt het jaartal "2013" vervangen door "2018", het jaartal "2012" door "2017" en het jaartal "1997" door "2010";
  4° in het tweede lid, wordt de bepaling onder 5° opgeheven.
Art. 13. A l'article 37/1 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° A l'alinéa 1er, les mots " Le montant de rémunération prévu à l'article 15/1, alinéa 1er, point b) est adapté " sont remplacés par les mots " Les montants de rémunération prévus aux articles 30/7 et 30/9 sont adaptés "
  2° A l'alinéa 1er, les mots " (multiplié par le coefficient de conversion) " sont supprimés;
  3° A l'alinéa 2, le mot " 2013 " est remplacé par le mot " 2018 ", le mot " 2012 " par le mot " 2017 " et le mot " 1997 " par le mot " 2010 ";
  4° A l'alinéa 2, le point 5° est abrogé.
  1° A l'alinéa 1er, les mots " Le montant de rémunération prévu à l'article 15/1, alinéa 1er, point b) est adapté " sont remplacés par les mots " Les montants de rémunération prévus aux articles 30/7 et 30/9 sont adaptés "
  2° A l'alinéa 1er, les mots " (multiplié par le coefficient de conversion) " sont supprimés;
  3° A l'alinéa 2, le mot " 2013 " est remplacé par le mot " 2018 ", le mot " 2012 " par le mot " 2017 " et le mot " 1997 " par le mot " 2010 ";
  4° A l'alinéa 2, le point 5° est abrogé.
Art. 14. In artikel 37/2 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 november 2014, worden de woorden "en in artikel 15/1" vervangen door de woorden ", in artikel 30/5, in artikel 30/6, 3° en in artikel 30/9, 2° ".
Art. 14. A l'article 37/2 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 13 novembre 2014, les mots " et Ă l'article 15/1 " sont remplacĂ©s par les mots " , Ă l'article 30/5, 5°, Ă l'article 30/6, 3° et Ă l'article 30/9, 2° ".
Art. 15. Een nieuw artikel 38/2 wordt ingevoegd in hoofdstuk XI van hetzelfde koninklijk besluit dat luidt als volgt:
  "Art. 38/2. § 1. De bevoegde overheid treedt op als enige verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
  § 2. De bevoegde overheid behandelt de persoonsgegevens, zoals bedoeld in de eerste paragraaf, op basis van artikel 6, eerste lid, e), van dezelfde verordening.
  De behandeling van persoonsgegevens, zoals bedoeld in de eerste paragraaf, kan eveneens de behandeling van volgende bijzondere categorieën van persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid van dezelfde verordening omvatten:
  1° persoonsgegevens met betrekking tot religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen;
  2° gegevens over gezondheid.
  In overeenstemming met artikel 9, 2de alinea, a), van dezelfde verordening, geeft de betrokken persoon zijn toestemming tot het behandelen van deze persoonsgegevens door de gegevens aan de bevoegde overheid over te maken.
  De behandeling van persoonsgegevens, zoals bedoel in het eerste lid, kan ook de behandeling van persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten, zoals bedoeld in artikel 10 van dezelfde verordening omvatten.
  § 3. In toepassing van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 en het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018, wisselt de bevoegde overheid de benodigde persoonsgegevens uit met de Dienst Vreemdelingenzaken en de andere Gewesten.
  § 4. De persoonsgegevens worden beveiligd in overeenstemming met de artikels 9 en 10, § 2 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
  § 5. De persoonsgegevens die behandeld worden in toepassing van dit besluit, worden niet langer dan nodig bijgehouden op grond van de doeleinden waarvoor ze worden behandeld, met inbegrip van eventuele administratieve of gerechtelijke beroepsprocedures.
  § 6. Onder voorbehoud van beperkingen voorzien door de wetgeving betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, beschikt de betrokken persoon over de rechten zoals bedoeld in de artikels 12 tot 19 en de artikels 21 en 22 van dezelfde verordening.
  § 7. De bevoegde overheid informeert de betrokken personen over de behandeling en de gemeenschappelijke behandeling van persoonsgegevens in het aanvraagformulier zoals bedoeld in artikel 18.
  "Art. 38/2. § 1. De bevoegde overheid treedt op als enige verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
  § 2. De bevoegde overheid behandelt de persoonsgegevens, zoals bedoeld in de eerste paragraaf, op basis van artikel 6, eerste lid, e), van dezelfde verordening.
  De behandeling van persoonsgegevens, zoals bedoeld in de eerste paragraaf, kan eveneens de behandeling van volgende bijzondere categorieën van persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid van dezelfde verordening omvatten:
  1° persoonsgegevens met betrekking tot religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen;
  2° gegevens over gezondheid.
  In overeenstemming met artikel 9, 2de alinea, a), van dezelfde verordening, geeft de betrokken persoon zijn toestemming tot het behandelen van deze persoonsgegevens door de gegevens aan de bevoegde overheid over te maken.
  De behandeling van persoonsgegevens, zoals bedoel in het eerste lid, kan ook de behandeling van persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten, zoals bedoeld in artikel 10 van dezelfde verordening omvatten.
  § 3. In toepassing van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 en het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018, wisselt de bevoegde overheid de benodigde persoonsgegevens uit met de Dienst Vreemdelingenzaken en de andere Gewesten.
  § 4. De persoonsgegevens worden beveiligd in overeenstemming met de artikels 9 en 10, § 2 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
  § 5. De persoonsgegevens die behandeld worden in toepassing van dit besluit, worden niet langer dan nodig bijgehouden op grond van de doeleinden waarvoor ze worden behandeld, met inbegrip van eventuele administratieve of gerechtelijke beroepsprocedures.
  § 6. Onder voorbehoud van beperkingen voorzien door de wetgeving betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, beschikt de betrokken persoon over de rechten zoals bedoeld in de artikels 12 tot 19 en de artikels 21 en 22 van dezelfde verordening.
  § 7. De bevoegde overheid informeert de betrokken personen over de behandeling en de gemeenschappelijke behandeling van persoonsgegevens in het aanvraagformulier zoals bedoeld in artikel 18.
Art. 15. Un nouvel article 38/2 est insĂ©rĂ© au chapitre XI du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 38/2. § 1er. L'autorité compétente intervient en tant qu'unique responsable du traitement des données à caractÚre personnel, tel que visé à l'article 4, 7), du rÚglement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractÚre personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE.
  § 2. L'autoritĂ© compĂ©tente traite les donnĂ©es Ă caractĂšre personnel, visĂ©es au paragraphe 1er, sur la base de l'article 6, alinĂ©a 1er, e), du mĂȘme rĂšglement.
  Le traitement des donnĂ©es Ă caractĂšre personnel, visĂ©es au paragraphe 1er, peut Ă©galement comprendre le traitement des catĂ©gories particuliĂšres suivantes de donnĂ©es personnelles, visĂ©es Ă l'article 9, alinĂ©a 1er, du mĂȘme rĂšglement:
  1° les données personnelles révélant des convictions religieuses ou philosophiques;
  2° les données relatives à la santé.
  ConformĂ©ment Ă l'article 9, alinĂ©a 2, a), du mĂȘme rĂšglement, la personne concernĂ©e donne son consentement au traitement de ces donnĂ©es Ă caractĂšre personnel par la communication des donnĂ©es Ă l'autoritĂ© compĂ©tente.
  Le traitement des donnĂ©es Ă caractĂšre personnel, visĂ©es au paragraphe 1er, peut Ă©galement comprendre le traitement de donnĂ©es Ă caractĂšre personnel relatives aux condamnations pĂ©nales et aux infractions, visĂ©es Ă l'article 10 du mĂȘme rĂšglement.
  § 3. En application de l'accord de coopération du 2 février 2018 et de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018, l'autorité compétente échange les données à caractÚre personnel nécessaires avec l'Office des Etrangers et les autres Régions.
  § 4. Les données à caractÚre personnel sont sécurisées conformément aux articles 9 et 10, § 2 de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractÚre personnel.
  § 5. Les donnĂ©es Ă caractĂšre personnel traitĂ©es en application du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ne sont pas conservĂ©es plus longtemps que nĂ©cessaire au regard des finalitĂ©s pour lesquelles elles sont traitĂ©es, en ce compris les procĂ©dures de recours administratifs ou judiciaires Ă©ventuels.
  § 6. Sous rĂ©serve des limitations prĂ©vues par la rĂšglementation sur la protection des personnes physiques lors du traitement de donnĂ©es Ă caractĂšre personnel, la personne concernĂ©e dispose des droits visĂ©s aux articles 12 Ă 19 et aux articles 21 et 22 du mĂȘme rĂšglement.
  § 7. L'autorité compétente informe les personnes concernées sur le traitement et sur le traitement conjoint des données à caractÚre personnel dans le formulaire de demande visé à l'article 18.
  " Art. 38/2. § 1er. L'autorité compétente intervient en tant qu'unique responsable du traitement des données à caractÚre personnel, tel que visé à l'article 4, 7), du rÚglement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractÚre personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE.
  § 2. L'autoritĂ© compĂ©tente traite les donnĂ©es Ă caractĂšre personnel, visĂ©es au paragraphe 1er, sur la base de l'article 6, alinĂ©a 1er, e), du mĂȘme rĂšglement.
  Le traitement des donnĂ©es Ă caractĂšre personnel, visĂ©es au paragraphe 1er, peut Ă©galement comprendre le traitement des catĂ©gories particuliĂšres suivantes de donnĂ©es personnelles, visĂ©es Ă l'article 9, alinĂ©a 1er, du mĂȘme rĂšglement:
  1° les données personnelles révélant des convictions religieuses ou philosophiques;
  2° les données relatives à la santé.
  ConformĂ©ment Ă l'article 9, alinĂ©a 2, a), du mĂȘme rĂšglement, la personne concernĂ©e donne son consentement au traitement de ces donnĂ©es Ă caractĂšre personnel par la communication des donnĂ©es Ă l'autoritĂ© compĂ©tente.
  Le traitement des donnĂ©es Ă caractĂšre personnel, visĂ©es au paragraphe 1er, peut Ă©galement comprendre le traitement de donnĂ©es Ă caractĂšre personnel relatives aux condamnations pĂ©nales et aux infractions, visĂ©es Ă l'article 10 du mĂȘme rĂšglement.
  § 3. En application de l'accord de coopération du 2 février 2018 et de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018, l'autorité compétente échange les données à caractÚre personnel nécessaires avec l'Office des Etrangers et les autres Régions.
  § 4. Les données à caractÚre personnel sont sécurisées conformément aux articles 9 et 10, § 2 de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractÚre personnel.
  § 5. Les donnĂ©es Ă caractĂšre personnel traitĂ©es en application du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ne sont pas conservĂ©es plus longtemps que nĂ©cessaire au regard des finalitĂ©s pour lesquelles elles sont traitĂ©es, en ce compris les procĂ©dures de recours administratifs ou judiciaires Ă©ventuels.
  § 6. Sous rĂ©serve des limitations prĂ©vues par la rĂšglementation sur la protection des personnes physiques lors du traitement de donnĂ©es Ă caractĂšre personnel, la personne concernĂ©e dispose des droits visĂ©s aux articles 12 Ă 19 et aux articles 21 et 22 du mĂȘme rĂšglement.
  § 7. L'autorité compétente informe les personnes concernées sur le traitement et sur le traitement conjoint des données à caractÚre personnel dans le formulaire de demande visé à l'article 18.
Afdeling 2. - Seizoenarbeiders
Section 2. - Travailleurs saisonniers
Art. 16. Deze afdeling voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2014/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op tewerkstelling als seizoenarbeider.
Art. 16. La présente section transpose partiellement la directive 2014/36/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 février 2014 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'un emploi en tant que travailleur saisonnier.
Art. 17. In hetzelfde koninklijk besluit wordt er een artikel 18/22/1 ingevoegd dat luidt als volgt:
  "Art. 18/22/1. Aan het formulier bedoeld in artikel 18, aan de documenten bedoeld in de artikelen 18/2 en 18/3 en aan het bewijs van huisvesting bedoeld in artikel 16 van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 voegt de werkgever, als het gaat om seizoenarbeiders zoals bedoeld in afdeling 4 van hoofdstuk VI, een kopie toe van de arbeidsovereenkomst, in overeenstemming met de bepalingen van titels I tot III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedateerd en ondertekend door beide partijen, met de verbintenis van de werkgever om de reiskosten en ziekteverzekeringskosten van de werknemer op zich te nemen."
  "Art. 18/22/1. Aan het formulier bedoeld in artikel 18, aan de documenten bedoeld in de artikelen 18/2 en 18/3 en aan het bewijs van huisvesting bedoeld in artikel 16 van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 voegt de werkgever, als het gaat om seizoenarbeiders zoals bedoeld in afdeling 4 van hoofdstuk VI, een kopie toe van de arbeidsovereenkomst, in overeenstemming met de bepalingen van titels I tot III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedateerd en ondertekend door beide partijen, met de verbintenis van de werkgever om de reiskosten en ziekteverzekeringskosten van de werknemer op zich te nemen."
Art. 17. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, il est insĂ©rĂ© un article 18/22/1 rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 18/22/1. Au formulaire visé à l'article 18, aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3 et à la preuve de logement visée à l'article 16 de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018, l'employeur joint, lorsqu'il s'agit de travailleurs saisonniers visés à la section 4 du chapitre VI, la copie du contrat de travail conforme aux dispositions des titres I à III de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, daté et signé par les deux parties, comportant l'engagement de l'employeur de prendre en charge les frais de voyage du travailleur et ses frais d'assurance maladie. "
  " Art. 18/22/1. Au formulaire visé à l'article 18, aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3 et à la preuve de logement visée à l'article 16 de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018, l'employeur joint, lorsqu'il s'agit de travailleurs saisonniers visés à la section 4 du chapitre VI, la copie du contrat de travail conforme aux dispositions des titres I à III de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, daté et signé par les deux parties, comportant l'engagement de l'employeur de prendre en charge les frais de voyage du travailleur et ses frais d'assurance maladie. "
Art. 18. In hoofdstuk VI van hetzelfde koninklijk besluit wordt een afdeling 4 ingevoegd, die de artikelen 30/1, 30/2 en 30/3 omvat, die als volgt luiden:
  "Afdeling 4. De seizoenarbeiders.
  Art. 30/1. De bepalingen van hoofdstuk 2 van titel II van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 zijn van toepassing op de aanvragen ingediend in overeenstemming met deze afdeling, met het oog op een tewerkstelling van meer dan negentig dagen.
  Art. 30/2. Onverminderd artikel 8 is de toekenning van de toelating tot arbeid voor seizoenswerk ondergeschikt aan volgende voorwaarden:
  1° De tewerkstelling betreft een baan in de landbouwsector;
  2° De werkgever betaalt de reiskosten van de seizoenarbeider van de plaats waar hij vandaan komt tot de plaats waar hij werkt, alsook zijn terugreis;
  3° De werkgever sluit een ziekteverzekering af voor de seizoenarbeider en betaalt de kosten die daaraan verbonden zijn;
  4° Het totaal van de periodes waarin een werkgever een of meerdere seizoenarbeiders tewerkstelt in toepassing van deze afdeling bedraagt niet meer dan vijf maanden per periode van twaalf maanden."
  Art. 30/3. De beslissing betreffende de toelating tot arbeid als seizoenarbeider voor een duur van maximaal negentig dagen, wordt ten laatste genomen binnen de negentig dagen te tellen vanaf de dag van kennisgeving van de volledigheid van het verzoek.
  De termijn bedoeld in voorgaande lid wordt verkort tot zestig dagen wanneer het verzoek een onderdaan van een derdeland betreft die al ten minste één maal over de laatste vijf jaar voorafgaand aan het verzoek werd toegelaten op het Belgisch grondgebied als seizoenarbeider en die heeft voldaan aan de voorwaarden aan dewelke zijn bezigheid werd onderworpen.
  De termijn bedoeld in het eerste lid wordt verkort tot dertig dagen wanneer het verzoek een hernieuwing of verlenging betreft.
  "Afdeling 4. De seizoenarbeiders.
  Art. 30/1. De bepalingen van hoofdstuk 2 van titel II van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 zijn van toepassing op de aanvragen ingediend in overeenstemming met deze afdeling, met het oog op een tewerkstelling van meer dan negentig dagen.
  Art. 30/2. Onverminderd artikel 8 is de toekenning van de toelating tot arbeid voor seizoenswerk ondergeschikt aan volgende voorwaarden:
  1° De tewerkstelling betreft een baan in de landbouwsector;
  2° De werkgever betaalt de reiskosten van de seizoenarbeider van de plaats waar hij vandaan komt tot de plaats waar hij werkt, alsook zijn terugreis;
  3° De werkgever sluit een ziekteverzekering af voor de seizoenarbeider en betaalt de kosten die daaraan verbonden zijn;
  4° Het totaal van de periodes waarin een werkgever een of meerdere seizoenarbeiders tewerkstelt in toepassing van deze afdeling bedraagt niet meer dan vijf maanden per periode van twaalf maanden."
  Art. 30/3. De beslissing betreffende de toelating tot arbeid als seizoenarbeider voor een duur van maximaal negentig dagen, wordt ten laatste genomen binnen de negentig dagen te tellen vanaf de dag van kennisgeving van de volledigheid van het verzoek.
  De termijn bedoeld in voorgaande lid wordt verkort tot zestig dagen wanneer het verzoek een onderdaan van een derdeland betreft die al ten minste één maal over de laatste vijf jaar voorafgaand aan het verzoek werd toegelaten op het Belgisch grondgebied als seizoenarbeider en die heeft voldaan aan de voorwaarden aan dewelke zijn bezigheid werd onderworpen.
  De termijn bedoeld in het eerste lid wordt verkort tot dertig dagen wanneer het verzoek een hernieuwing of verlenging betreft.
Art. 18. Au chapitre VI du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal est insĂ©rĂ©e une section 4, comportant les articles 30/1, 30/2 et 30/3, rĂ©digĂ©e comme suit :
  " Section 4. Les travailleurs saisonniers.
  Art. 30/1. Les dispositions du chapitre 2 du titre II de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 sont d'application aux demandes introduites conformément à la présente section, en vue d'un emploi d'une durée de plus de nonante jours.
  Art. 30/2. Sans préjudice de l'article 8, l'octroi de l'autorisation de travail aux fins d'un travail saisonnier est subordonné aux conditions suivantes:
  1° L'occupation concerne un emploi dans le secteur agricole;
  2° L'employeur paie les frais de voyage du travailleur saisonnier depuis son lieu d'origine jusqu'à son lieu de travail, ainsi que son voyage de retour;
  3° L'employeur souscrit et paie les frais liés à une assurance maladie en faveur du travailleur saisonnier;
  4° Le total des périodes pendant lesquelles un employeur occupe un ou plusieurs travailleurs saisonniers en application de la présente section ne dépasse pas cinq mois par période de douze mois. "
  Art. 30/3. La décision relative à la demande d'autorisation de travail en tant que travailleur saisonnier pour une période de maximum nonante jours, est prise au plus tard dans les nonante jours à compter de la notification du caractÚre complet de la demande.
  Le délai visé à l'alinéa précédent est réduit à soixante jours lorsque la demande concerne un ressortissant d'un pays tiers qui a déjà été admis sur le territoire belge en tant que travailleur saisonnier au moins une fois au cours des cinq années qui précÚdent la demande, et qu'il a respecté les conditions auxquelles son occupation était soumise.
  Le délai visé à l'alinéa premier est réduit à trente jours lorsque la demande concerne un renouvellement ou une prolongation.
  " Section 4. Les travailleurs saisonniers.
  Art. 30/1. Les dispositions du chapitre 2 du titre II de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 sont d'application aux demandes introduites conformément à la présente section, en vue d'un emploi d'une durée de plus de nonante jours.
  Art. 30/2. Sans préjudice de l'article 8, l'octroi de l'autorisation de travail aux fins d'un travail saisonnier est subordonné aux conditions suivantes:
  1° L'occupation concerne un emploi dans le secteur agricole;
  2° L'employeur paie les frais de voyage du travailleur saisonnier depuis son lieu d'origine jusqu'à son lieu de travail, ainsi que son voyage de retour;
  3° L'employeur souscrit et paie les frais liés à une assurance maladie en faveur du travailleur saisonnier;
  4° Le total des périodes pendant lesquelles un employeur occupe un ou plusieurs travailleurs saisonniers en application de la présente section ne dépasse pas cinq mois par période de douze mois. "
  Art. 30/3. La décision relative à la demande d'autorisation de travail en tant que travailleur saisonnier pour une période de maximum nonante jours, est prise au plus tard dans les nonante jours à compter de la notification du caractÚre complet de la demande.
  Le délai visé à l'alinéa précédent est réduit à soixante jours lorsque la demande concerne un ressortissant d'un pays tiers qui a déjà été admis sur le territoire belge en tant que travailleur saisonnier au moins une fois au cours des cinq années qui précÚdent la demande, et qu'il a respecté les conditions auxquelles son occupation était soumise.
  Le délai visé à l'alinéa premier est réduit à trente jours lorsque la demande concerne un renouvellement ou une prolongation.
Afdeling 3. - Binnen een onderneming overgeplaatste personen.
Section 3. - Les personnes faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe.
Art. 19. Deze afdeling voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2014/66/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming.
Art. 19. La présente section transpose partiellement la directive 2014/66/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers dans le cadre d'un transfert temporaire intragroupe.
Art. 20. In artikel 2, eerste lid van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 februari 2000, 6 februari 2003, 12 september 2007, 23 april 2008, 28 mei 2009, 13 maart 2011, 17 juli 2012 en 17 juli 2013 en bij de besluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 november 2014 en 9 juli 2015 wordt een punt 36° ingevoegd, dat als volgt luidt:
  "36° De persoon die overgeplaatst wordt binnen een onderneming voor maximum negentig dagen op elke periode van honderdtachtig dagen, houder van een vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon uitgereikt door een andere lidstaat en geldig tijdens de volledige duur van de overplaatsing, en van wie de betrekking voldoet aan de volgende voorwaarden:
  a) De gastentiteit en het bedrijf gevestigd in een derde land behoren tot hetzelfde bedrijf of tot dezelfde bedrijvengroep;
  b) De werknemer beschikt over een arbeidsovereenkomst die hem bindt aan zijn werkgever gevestigd in een derde land;
  c) Als het gaat om een leidinggevende ICT of een specialist ICT, dan beschikt deze over een opdrachtbrief ondertekend door de werkgever, met vermelding van de duur van de overplaatsing en de uitgeoefende functie, alsook de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden voor de duur van de overplaatsing;
  d) Als het gaat om een stagiair-werknemer ICT, beschikt deze over een stageovereenkomst die de duur van de overplaatsing en het opleidingsprogramma vermeldt, alsook de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden voor de duur van de overplaatsing."
  "36° De persoon die overgeplaatst wordt binnen een onderneming voor maximum negentig dagen op elke periode van honderdtachtig dagen, houder van een vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon uitgereikt door een andere lidstaat en geldig tijdens de volledige duur van de overplaatsing, en van wie de betrekking voldoet aan de volgende voorwaarden:
  a) De gastentiteit en het bedrijf gevestigd in een derde land behoren tot hetzelfde bedrijf of tot dezelfde bedrijvengroep;
  b) De werknemer beschikt over een arbeidsovereenkomst die hem bindt aan zijn werkgever gevestigd in een derde land;
  c) Als het gaat om een leidinggevende ICT of een specialist ICT, dan beschikt deze over een opdrachtbrief ondertekend door de werkgever, met vermelding van de duur van de overplaatsing en de uitgeoefende functie, alsook de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden voor de duur van de overplaatsing;
  d) Als het gaat om een stagiair-werknemer ICT, beschikt deze over een stageovereenkomst die de duur van de overplaatsing en het opleidingsprogramma vermeldt, alsook de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden voor de duur van de overplaatsing."
Art. 20. A l'article 2, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 15 fĂ©vrier 2000, 6 fĂ©vrier 2003, 12 septembre 2007, 23 avril 2008, 28 mai 2009, 13 mars 2011, 17 juillet 2012 et 17 juillet 2013 et par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 13 novembre 2014 et du 9 juillet 2015 est insĂ©rĂ© un point 36°, rĂ©digĂ© comme suit :
  " 36° Les personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe d'une durée maximale de nonante jours sur toute période de cent quatre-vingts jours, titulaires d'un permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe délivré par un autre Etat membre valide durant toute la durée du transfert, et dont l'occupation répond aux conditions suivantes :
  a) L'entitĂ© hĂŽte et l'entreprise Ă©tablie dans un pays tiers appartiennent Ă la mĂȘme entreprise ou au mĂȘme groupe d'entreprises;
  b) Le travailleur dispose d'un contrat de travail le liant à son employeur établi dans un pays tiers;
  c) S'il s'agit d'un cadre ICT ou d'un expert ICT, celui-ci dispose d'une lettre de mission signée par l'employeur, spécifiant la durée du transfert et la fonction exercée ainsi que les conditions de travail et de rémunération pour la durée du transfert;
  d) S'il s'agit d'un employé stagiaire ICT, celui-ci dispose d'une convention de stage spécifiant la durée du transfert et le programme de formation ainsi que les conditions de travail et de rémunération pour la durée du transfert. "
  " 36° Les personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe d'une durée maximale de nonante jours sur toute période de cent quatre-vingts jours, titulaires d'un permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe délivré par un autre Etat membre valide durant toute la durée du transfert, et dont l'occupation répond aux conditions suivantes :
  a) L'entitĂ© hĂŽte et l'entreprise Ă©tablie dans un pays tiers appartiennent Ă la mĂȘme entreprise ou au mĂȘme groupe d'entreprises;
  b) Le travailleur dispose d'un contrat de travail le liant à son employeur établi dans un pays tiers;
  c) S'il s'agit d'un cadre ICT ou d'un expert ICT, celui-ci dispose d'une lettre de mission signée par l'employeur, spécifiant la durée du transfert et la fonction exercée ainsi que les conditions de travail et de rémunération pour la durée du transfert;
  d) S'il s'agit d'un employé stagiaire ICT, celui-ci dispose d'une convention de stage spécifiant la durée du transfert et le programme de formation ainsi que les conditions de travail et de rémunération pour la durée du transfert. "
Art. 21. In artikel 5 van hetzelfde koninklijk besluit vervangen bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 juli 2015, worden de woorden ", met uitzondering van punt 1°, " ingevoegd tussen de woorden "in artikel 9" en de woorden "en bij artikel 2, eerste lid, 34° ".
Art. 21. A l'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 9 juillet 2015, les mots ", Ă l'exception du point 1°, " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " l'article 9 " et les mots " et Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, 34° ".
Art. 22. In hoofdstuk IV van hetzelfde koninklijk besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 juli 2018, wordt een artikel 18/22/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 18/22/2. § 1. Aan het formulier bedoeld in artikel 18 en aan de documenten bedoeld in artikelen 18/2 en 18/3 voegt de werkgever de volgende documenten toe, als het gaat om personen die overgeplaatst worden binnen een onderneming zoals bedoeld in artikel 30/5:
  1° het bewijs dat de onderneming gevestigd in een derde land en de gastonderneming deel uitmaken van hetzelfde bedrijf of dezelfde bedrijvengroep;
  2° een kopie van de arbeidsovereenkomst die de persoon die wordt overgeplaatst binnen een onderneming bindt aan zijn werkgever die in het buitenland gevestigd is, met in voorkomend geval een vertaling door een beëdigd vertaler;
  § 2. Naast de documenten bedoeld in paragraaf 1 worden de volgende documenten bij de aanvraag gevoegd als het gaat om een leidinggevende ICT of een specialist ICT:
  1° een kopie van de opdrachtbrief, ondertekend door de werkgever, waarin de duur van de overplaatsing en de uitgeoefende functie verduidelijkt worden, alsook de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden voor de duur van de overplaatsing, met in voorkomend geval een vertaling door een beëdigd vertaler;
  2° een kopie van zijn diploma hoger onderwijs, met in voorkomend geval een vertaling door een beëdigd vertaler;
  § 3. Naast de documenten bedoeld in paragraaf 1 worden de volgende documenten bij de aanvraag gevoegd als het om een stagiair-werknemer ICT gaat:
  1° een kopie van de stageovereenkomst waarin de duur van de overplaatsing en het opleidingsprogramma verduidelijkt worden, alsook de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden voor de duur van de overplaatsing, met in voorkomend geval een vertaling door een beëdigd vertaler;
  2° een kopie van zijn diploma universitair onderwijs, met in voorkomend geval een vertaling door een beëdigd vertaler."
  "Art. 18/22/2. § 1. Aan het formulier bedoeld in artikel 18 en aan de documenten bedoeld in artikelen 18/2 en 18/3 voegt de werkgever de volgende documenten toe, als het gaat om personen die overgeplaatst worden binnen een onderneming zoals bedoeld in artikel 30/5:
  1° het bewijs dat de onderneming gevestigd in een derde land en de gastonderneming deel uitmaken van hetzelfde bedrijf of dezelfde bedrijvengroep;
  2° een kopie van de arbeidsovereenkomst die de persoon die wordt overgeplaatst binnen een onderneming bindt aan zijn werkgever die in het buitenland gevestigd is, met in voorkomend geval een vertaling door een beëdigd vertaler;
  § 2. Naast de documenten bedoeld in paragraaf 1 worden de volgende documenten bij de aanvraag gevoegd als het gaat om een leidinggevende ICT of een specialist ICT:
  1° een kopie van de opdrachtbrief, ondertekend door de werkgever, waarin de duur van de overplaatsing en de uitgeoefende functie verduidelijkt worden, alsook de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden voor de duur van de overplaatsing, met in voorkomend geval een vertaling door een beëdigd vertaler;
  2° een kopie van zijn diploma hoger onderwijs, met in voorkomend geval een vertaling door een beëdigd vertaler;
  § 3. Naast de documenten bedoeld in paragraaf 1 worden de volgende documenten bij de aanvraag gevoegd als het om een stagiair-werknemer ICT gaat:
  1° een kopie van de stageovereenkomst waarin de duur van de overplaatsing en het opleidingsprogramma verduidelijkt worden, alsook de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden voor de duur van de overplaatsing, met in voorkomend geval een vertaling door een beëdigd vertaler;
  2° een kopie van zijn diploma universitair onderwijs, met in voorkomend geval een vertaling door een beëdigd vertaler."
Art. 22. Au chapitre IV du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© de Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 5 juillet 2018, est insĂ©rĂ© un article 18/22/2 rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 18/22/2. § 1er. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint, lorsqu'il s'agit de personnes faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe visé à l'article 30/5 :
  1° la preuve que l'entreprise Ă©tablie dans un pays tiers et l'entreprise hĂŽte appartiennent Ă la mĂȘme entreprise ou au mĂȘme groupe d'entreprises;
  2° la copie du contrat de travail liant la personne faisant l'objet d'un transfert intragroupe à son employeur établi à l'étranger, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré;
  § 2. Outre les documents visés au paragraphe 1er, les documents suivants sont joints à la demande, s'il s'agit d'un cadre ICT ou d'un expert ICT:
  1° la copie de la lettre de mission, signée par l'employeur, spécifiant la durée du transfert et la fonction exercée ainsi que les conditions de travail et de rémunération pour la durée du transfert, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré;
  2° la copie de son diplÎme d'enseignement supérieur, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré;
  § 3. Outre les documents visés au paragraphe 1er, les documents suivants sont joints à la demande, s'il s'agit d'un employé stagiaire ICT:
  1° la copie de la convention de stage spécifiant la durée du transfert et le programme de formation ainsi que les conditions de travail et de rémunération pour la durée du transfert, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré;
  2° la copie de son diplÎme d'enseignement universitaire, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré. "
  " Art. 18/22/2. § 1er. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint, lorsqu'il s'agit de personnes faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe visé à l'article 30/5 :
  1° la preuve que l'entreprise Ă©tablie dans un pays tiers et l'entreprise hĂŽte appartiennent Ă la mĂȘme entreprise ou au mĂȘme groupe d'entreprises;
  2° la copie du contrat de travail liant la personne faisant l'objet d'un transfert intragroupe à son employeur établi à l'étranger, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré;
  § 2. Outre les documents visés au paragraphe 1er, les documents suivants sont joints à la demande, s'il s'agit d'un cadre ICT ou d'un expert ICT:
  1° la copie de la lettre de mission, signée par l'employeur, spécifiant la durée du transfert et la fonction exercée ainsi que les conditions de travail et de rémunération pour la durée du transfert, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré;
  2° la copie de son diplÎme d'enseignement supérieur, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré;
  § 3. Outre les documents visés au paragraphe 1er, les documents suivants sont joints à la demande, s'il s'agit d'un employé stagiaire ICT:
  1° la copie de la convention de stage spécifiant la durée du transfert et le programme de formation ainsi que les conditions de travail et de rémunération pour la durée du transfert, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré;
  2° la copie de son diplÎme d'enseignement universitaire, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré. "
Art. 23. In hoofdstuk IV van hetzelfde koninklijk besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 juli 2018, wordt een artikel 18/22/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 18/22/3. Aan het formulier bedoeld in artikel 18 en aan de documenten bedoeld in de artikelen 18/2 en 18/3 voegt de werkgever de volgende documenten toe, als het gaat om personen die overgeplaatst worden binnen een onderneming in het kader van lange-termijnmobiliteit duur zoals bedoeld in artikel 30/6:
  1° het bewijs dat de onderneming gevestigd in een derde land en de gastonderneming deel uitmaken van hetzelfde bedrijf of dezelfde bedrijvengroep;
  2° een kopie van de arbeidsovereenkomst die de persoon die overgeplaatst wordt binnen de onderneming bindt aan zijn werkgever gevestigd in het buitenland, met in voorkomend geval een vertaling door een beëdigd vertaler;
  3° een kopie van de opdrachtbrief, met verduidelijking van de duur van de overplaatsing en de uitgeoefende functie alsook de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden voor de duur van de overplaatsing, met in voorkomend geval een vertaling door een beëdigd vertaler;
  4° de vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon, uitgereikt door een andere lidstaat."
  "Art. 18/22/3. Aan het formulier bedoeld in artikel 18 en aan de documenten bedoeld in de artikelen 18/2 en 18/3 voegt de werkgever de volgende documenten toe, als het gaat om personen die overgeplaatst worden binnen een onderneming in het kader van lange-termijnmobiliteit duur zoals bedoeld in artikel 30/6:
  1° het bewijs dat de onderneming gevestigd in een derde land en de gastonderneming deel uitmaken van hetzelfde bedrijf of dezelfde bedrijvengroep;
  2° een kopie van de arbeidsovereenkomst die de persoon die overgeplaatst wordt binnen de onderneming bindt aan zijn werkgever gevestigd in het buitenland, met in voorkomend geval een vertaling door een beëdigd vertaler;
  3° een kopie van de opdrachtbrief, met verduidelijking van de duur van de overplaatsing en de uitgeoefende functie alsook de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden voor de duur van de overplaatsing, met in voorkomend geval een vertaling door een beëdigd vertaler;
  4° de vergunning voor een binnen een onderneming overgeplaatste persoon, uitgereikt door een andere lidstaat."
Art. 23. Au chapitre IV du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© de gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 5 juillet 2018, est insĂ©rĂ© un article 18/22/3, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 18/22/3. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint, lorsqu'il s'agit de personnes faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe dans le cadre d'une mobilité de longue durée visée à l'article 30/6 :
  1° la preuve que l'entreprise Ă©tablie dans un pays tiers et l'entreprise hĂŽte appartiennent Ă la mĂȘme entreprise ou au mĂȘme groupe d'entreprises;
  2° la copie du contrat de travail liant la personne faisant l'objet d'un transfert intragroupe à son employeur établi à l'étranger, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré;
  3° la copie de la lettre de mission, spécifiant la durée du transfert et la fonction exercée ainsi que les conditions de travail et de rémunération pour la durée du transfert, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré;
  4° le permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe délivré par un autre Etat membre. "
  " Art. 18/22/3. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint, lorsqu'il s'agit de personnes faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe dans le cadre d'une mobilité de longue durée visée à l'article 30/6 :
  1° la preuve que l'entreprise Ă©tablie dans un pays tiers et l'entreprise hĂŽte appartiennent Ă la mĂȘme entreprise ou au mĂȘme groupe d'entreprises;
  2° la copie du contrat de travail liant la personne faisant l'objet d'un transfert intragroupe à son employeur établi à l'étranger, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré;
  3° la copie de la lettre de mission, spécifiant la durée du transfert et la fonction exercée ainsi que les conditions de travail et de rémunération pour la durée du transfert, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré;
  4° le permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe délivré par un autre Etat membre. "
Art. 24. In hoofdstuk VI van hetzelfde koninklijk besluit wordt een afdeling 5 ingevoegd, met de artikelen 30/4 tot 30/7, die als volgt luiden:
  "Afdeling 5. Personen die overgeplaatst worden binnen een onderneming.
  Art. 30/4. De bepalingen van hoofdstuk 3 van titel II van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 zijn van toepassing op de aanvragen ingediend in overeenstemming met deze afdeling, met het oog op een tewerkstelling van meer dan negentig dagen.
  Art. 30/5. Aan de toekenning van een toelating tot arbeid voor een overplaatsing binnen een onderneming zijn de volgende voorwaarden verbonden:
  1° De gastentiteit en de onderneming gevestigd in een derde land behoren tot hetzelfde bedrijf of dezelfde bedrijvengroep;
  2° De werknemer heeft minstens gedurende een ononderbroken periode van zes maanden onmiddellijk voor de datum van de overplaatsing binnen de onderneming een functie uitgeoefend in hetzelfde bedrijf of dezelfde bedrijvengroep;
  3° De werknemer betrekt een leidinggevende ICT-, specialist ICT- of een stagiair-werknemer ICT-functie;
  4° De werknemer beschikt over de vereiste beroepskwalificaties om de beoogde functie uit te oefenen:
  a) ofwel elk diploma, certificaat of elke opleidingstitel verstrekt door een overheid waaruit blijkt dat een programma hogere studies na het secundair succesvol werd doorlopen, dat wil zeggen een lessenreeks verstrekt door een onderwijsinstelling erkend als een instelling voor hoger onderwijs door de staat waarin ze zich bevindt, op voorwaarde dat de studies vereist voor het behalen ervan minstens drie jaar hebben geduurd, als het gaat om een leidinggevende ICT of een specialist ICT;
  b) ofwel een universitair diploma, als het gaat om een stagiair-werknemer ICT;
  5° De bezoldiging van de werknemer is minstens even gunstig als die aangeboden in België aan werknemers die vergelijkbare functies uitoefenen overeenkomstig toepasselijke wetten, collectieve overeenkomsten of praktijken;
  6° De werknemer keert na de overplaatsing binnen de onderneming terug naar een entiteit die toebehoort aan hetzelfde bedrijf of dezelfde bedrijvengroep en die gevestigd is in een derde land;
  7° Als het gaat om een stagiair-werknemer ICT wordt er een stageovereenkomst opgesteld met het opleidingsprogramma voor de functie die de werknemer zal uitoefenen bij het bedrijf of de bedrijvengroep en de daaraan verbonden supervisievoorwaarden;
  Art. 30/6. Aan de toekenning van een toelating tot arbeid voor lange-termijnmobiliteit in het kader van de overplaatsing binnen een onderneming zijn de volgende voorwaarden verbonden:
  1° De gastentiteit en de onderneming gevestigd in een derde land behoren tot hetzelfde bedrijf of dezelfde bedrijvengroep;
  2° De werknemer oefent een leidinggevende- of specialistfunctie ICT uit, of een werknemer-stagiairfunctie ICT die stage loopt om zich voor te bereiden op de functie die hij zal uitoefenen in het bedrijf of de bedrijvengroep;
  3° De bezoldiging die de werknemer krijgt, is minstens even gunstig als de bezoldiging die in België werknemers met een vergelijkbare functie krijgen overeenkomstig toepasselijke wetten, collectieve overeenkomsten of praktijken;
  4° De werknemer beschikt over een vergunning voor personen die overgeplaatst worden binnen een onderneming, uitgereikt door een andere lidstaat en geldig tijdens de periode waarin de aanvraag onderzocht wordt;
  5° De lange-termijnmobiliteit duurt niet langer dan drie jaar, in voorkomend geval verminderd met de duur van voorafgaande verblijven in andere lidstaten in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming, als het gaat om een leidinggevende ICT of een specialist ICT;
  6° De lange-termijnmobiliteit duurt niet langer dan een jaar, in voorkomend geval verminderd met de duur van voorafgaande verblijven in andere lidstaten in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming, als het gaat om een stagiair-werknemer ICT;
  Art. 30/7. De jaarlijkse brutobezoldiging bedoeld in artikelen 30/5, 5° en 30/6, 3° is geacht even gunstig te zijn als de bezoldiging aangeboden in België aan werknemers die een gelijkaardige functie uitoefenen, indien ze gelijk is aan of meer bedraagt dan:
  1° 52.978 euro als het gaat om een leidinggevende ICT;
  2° 42.382 euro als het gaat om een specialist ICT;
  3° 26.489 euro als het gaat om een stagiair-werknemer ICT;
  De bezoldigingsbedragen waarin het eerste lid voorziet, worden aangepast in overeenstemming met artikel 37/1.
  Om te beoordelen of de persoon die verplaatst wordt binnen een onderneming even gunstig bezoldigd wordt als werknemers met een gelijkaardige functie wordt er rekening gehouden met de individuele elementen eigen aan elk geval."
  "Afdeling 5. Personen die overgeplaatst worden binnen een onderneming.
  Art. 30/4. De bepalingen van hoofdstuk 3 van titel II van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 zijn van toepassing op de aanvragen ingediend in overeenstemming met deze afdeling, met het oog op een tewerkstelling van meer dan negentig dagen.
  Art. 30/5. Aan de toekenning van een toelating tot arbeid voor een overplaatsing binnen een onderneming zijn de volgende voorwaarden verbonden:
  1° De gastentiteit en de onderneming gevestigd in een derde land behoren tot hetzelfde bedrijf of dezelfde bedrijvengroep;
  2° De werknemer heeft minstens gedurende een ononderbroken periode van zes maanden onmiddellijk voor de datum van de overplaatsing binnen de onderneming een functie uitgeoefend in hetzelfde bedrijf of dezelfde bedrijvengroep;
  3° De werknemer betrekt een leidinggevende ICT-, specialist ICT- of een stagiair-werknemer ICT-functie;
  4° De werknemer beschikt over de vereiste beroepskwalificaties om de beoogde functie uit te oefenen:
  a) ofwel elk diploma, certificaat of elke opleidingstitel verstrekt door een overheid waaruit blijkt dat een programma hogere studies na het secundair succesvol werd doorlopen, dat wil zeggen een lessenreeks verstrekt door een onderwijsinstelling erkend als een instelling voor hoger onderwijs door de staat waarin ze zich bevindt, op voorwaarde dat de studies vereist voor het behalen ervan minstens drie jaar hebben geduurd, als het gaat om een leidinggevende ICT of een specialist ICT;
  b) ofwel een universitair diploma, als het gaat om een stagiair-werknemer ICT;
  5° De bezoldiging van de werknemer is minstens even gunstig als die aangeboden in België aan werknemers die vergelijkbare functies uitoefenen overeenkomstig toepasselijke wetten, collectieve overeenkomsten of praktijken;
  6° De werknemer keert na de overplaatsing binnen de onderneming terug naar een entiteit die toebehoort aan hetzelfde bedrijf of dezelfde bedrijvengroep en die gevestigd is in een derde land;
  7° Als het gaat om een stagiair-werknemer ICT wordt er een stageovereenkomst opgesteld met het opleidingsprogramma voor de functie die de werknemer zal uitoefenen bij het bedrijf of de bedrijvengroep en de daaraan verbonden supervisievoorwaarden;
  Art. 30/6. Aan de toekenning van een toelating tot arbeid voor lange-termijnmobiliteit in het kader van de overplaatsing binnen een onderneming zijn de volgende voorwaarden verbonden:
  1° De gastentiteit en de onderneming gevestigd in een derde land behoren tot hetzelfde bedrijf of dezelfde bedrijvengroep;
  2° De werknemer oefent een leidinggevende- of specialistfunctie ICT uit, of een werknemer-stagiairfunctie ICT die stage loopt om zich voor te bereiden op de functie die hij zal uitoefenen in het bedrijf of de bedrijvengroep;
  3° De bezoldiging die de werknemer krijgt, is minstens even gunstig als de bezoldiging die in België werknemers met een vergelijkbare functie krijgen overeenkomstig toepasselijke wetten, collectieve overeenkomsten of praktijken;
  4° De werknemer beschikt over een vergunning voor personen die overgeplaatst worden binnen een onderneming, uitgereikt door een andere lidstaat en geldig tijdens de periode waarin de aanvraag onderzocht wordt;
  5° De lange-termijnmobiliteit duurt niet langer dan drie jaar, in voorkomend geval verminderd met de duur van voorafgaande verblijven in andere lidstaten in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming, als het gaat om een leidinggevende ICT of een specialist ICT;
  6° De lange-termijnmobiliteit duurt niet langer dan een jaar, in voorkomend geval verminderd met de duur van voorafgaande verblijven in andere lidstaten in het kader van een overplaatsing binnen een onderneming, als het gaat om een stagiair-werknemer ICT;
  Art. 30/7. De jaarlijkse brutobezoldiging bedoeld in artikelen 30/5, 5° en 30/6, 3° is geacht even gunstig te zijn als de bezoldiging aangeboden in België aan werknemers die een gelijkaardige functie uitoefenen, indien ze gelijk is aan of meer bedraagt dan:
  1° 52.978 euro als het gaat om een leidinggevende ICT;
  2° 42.382 euro als het gaat om een specialist ICT;
  3° 26.489 euro als het gaat om een stagiair-werknemer ICT;
  De bezoldigingsbedragen waarin het eerste lid voorziet, worden aangepast in overeenstemming met artikel 37/1.
  Om te beoordelen of de persoon die verplaatst wordt binnen een onderneming even gunstig bezoldigd wordt als werknemers met een gelijkaardige functie wordt er rekening gehouden met de individuele elementen eigen aan elk geval."
Art. 24. Au chapitre VI du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal est insĂ©rĂ©e une section 5, comportant les articles 30/4 Ă 30/7 rĂ©digĂ©e comme suit :
  " Section 5. Les personnes faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe.
  Art. 30/4. Les dispositions du chapitre 3 du titre II de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 sont d'application aux demandes introduites conformément à la présente section, en vue d'un emploi d'une durée de plus de nonante jours.
  Art. 30/5. L'octroi de l'autorisation de travail aux fins d'un transfert temporaire intragroupe est subordonné aux conditions suivantes :
  1° L'entitĂ© hĂŽte et l'entreprise Ă©tablie dans un pays tiers appartiennent Ă la mĂȘme entreprise ou au mĂȘme groupe d'entreprises;
  2° Le travailleur a occupĂ© un emploi dans la mĂȘme entreprise ou le mĂȘme groupe d'entreprises, au moins pendant une pĂ©riode ininterrompue de six mois prĂ©cĂ©dant immĂ©diatement la date du transfert temporaire intragroupe;
  3° Le travailleur occupe une fonction de cadre ICT, d'expert ICT ou d'employé stagiaire ICT;
  4° Le travailleur possÚde les qualifications professionnelles nécessaires pour exercer la fonction visée :
  a) soit tout diplÎme, certificat ou autre titre de formation, délivré par une autorité attestant l'accomplissement avec succÚs d'un programme d'études supérieures postsecondaires, c'est-à -dire un ensemble de cours dispensés par un institut d'enseignement reconnu comme établissement d'enseignement supérieur par l'Etat dans lequel il se situe, à condition que les études nécessaires à son obtention aient duré trois années au moins, s'il s'agit d'un cadre ICT ou d'un expert ICT;
  b) soit un diplÎme universitaire, s'il s'agit d'un employé stagiaire ICT;
  5° La rémunération du travailleur est au moins aussi favorable que celle offerte en Belgique aux travailleurs qui occupent des fonctions comparables conformément aux lois, aux conventions collectives et au pratiques applicables;
  6° Le travailleur retourne dans une entitĂ© appartenant Ă la mĂȘme entreprise ou au mĂȘme groupe d'entreprises et Ă©tablie dans un pays tiers au terme du transfert temporaire intragroupe;
  7° S'il s'agit d'un employé stagiaire ICT, une convention de stage détaillant le programme de formation en vue de la fonction que le travailleur occupera dans l'entreprise ou le groupe d'entreprises et ses conditions de supervision est établie;
  Art. 30/6. L'octroi de l'autorisation de travail aux fins d'une mobilité de longue durée dans le cadre d'un transfert temporaire intragroupe est subordonné aux conditions suivantes :
  1° L'entitĂ© hĂŽte et l'entreprise Ă©tablie dans un pays tiers appartiennent Ă la mĂȘme entreprise ou au mĂȘme groupe d'entreprises;
  2° Le travailleur occupe une fonction de cadre ICT, d'expert ICT, ou d'employé stagiaire ICT qui effectue un stage dans le but de sa préparation en vue de la fonction qu'il occupera dans l'entreprise ou le groupe d'entreprises;
  3° La rémunération du travailleur est au moins aussi favorable que celle offerte en Belgique aux travailleurs qui occupent des fonctions comparables conformément aux lois, aux conventions collectives et au pratiques applicables;
  4° Le travailleur est titulaire d'un permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe délivré par un autre Etat membre, valide durant la durée de l'examen de la demande;
  5° La mobilité de longue durée ne dépasse pas la durée de trois années diminuée, le cas échéant, de la durée des séjours déjà effectués dans les autres Etats membres dans le cadre d'un transfert intra-groupe, s'il s'agit d'un cadre ICT ou d'un expert ICT;
  6° La mobilité de longue durée ne dépasse pas la durée d'un année diminuée, le cas échéant, de la durée des séjours déjà effectués dans les autres Etats membres dans le cadre d'un transfert intra-groupe, s'il s'agit d'un employé stagiaire ICT,
  Art. 30/7. La rémunération annuelle brute visée aux articles 30/5, 5° et 30/6, 3° est réputée aussi favorable que celle offerte en Belgique aux travailleurs qui occupent des fonctions comparables si elle est égale ou supérieure à :
  1° 52.978 euros s'il s'agit d'un cadre ICT;
  2° 42.382 euros s'il s'agit d'un expert ICT;
  3° 26.489 euros s'il s'agit d'un employé stagiaire ICT;
  Les montants de rémunération prévus à l'alinéa 1er sont adaptés conformément à l'article 37/1.
  Pour apprécier le caractÚre aussi favorable que celle offerte aux travailleurs qui occupent des fonctions comparables de la rémunération de la personne faisant l'objet d'un transfert intragroupe, il est tenu compte des éléments individuels propres à chaque cas. "
  " Section 5. Les personnes faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe.
  Art. 30/4. Les dispositions du chapitre 3 du titre II de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 sont d'application aux demandes introduites conformément à la présente section, en vue d'un emploi d'une durée de plus de nonante jours.
  Art. 30/5. L'octroi de l'autorisation de travail aux fins d'un transfert temporaire intragroupe est subordonné aux conditions suivantes :
  1° L'entitĂ© hĂŽte et l'entreprise Ă©tablie dans un pays tiers appartiennent Ă la mĂȘme entreprise ou au mĂȘme groupe d'entreprises;
  2° Le travailleur a occupĂ© un emploi dans la mĂȘme entreprise ou le mĂȘme groupe d'entreprises, au moins pendant une pĂ©riode ininterrompue de six mois prĂ©cĂ©dant immĂ©diatement la date du transfert temporaire intragroupe;
  3° Le travailleur occupe une fonction de cadre ICT, d'expert ICT ou d'employé stagiaire ICT;
  4° Le travailleur possÚde les qualifications professionnelles nécessaires pour exercer la fonction visée :
  a) soit tout diplÎme, certificat ou autre titre de formation, délivré par une autorité attestant l'accomplissement avec succÚs d'un programme d'études supérieures postsecondaires, c'est-à -dire un ensemble de cours dispensés par un institut d'enseignement reconnu comme établissement d'enseignement supérieur par l'Etat dans lequel il se situe, à condition que les études nécessaires à son obtention aient duré trois années au moins, s'il s'agit d'un cadre ICT ou d'un expert ICT;
  b) soit un diplÎme universitaire, s'il s'agit d'un employé stagiaire ICT;
  5° La rémunération du travailleur est au moins aussi favorable que celle offerte en Belgique aux travailleurs qui occupent des fonctions comparables conformément aux lois, aux conventions collectives et au pratiques applicables;
  6° Le travailleur retourne dans une entitĂ© appartenant Ă la mĂȘme entreprise ou au mĂȘme groupe d'entreprises et Ă©tablie dans un pays tiers au terme du transfert temporaire intragroupe;
  7° S'il s'agit d'un employé stagiaire ICT, une convention de stage détaillant le programme de formation en vue de la fonction que le travailleur occupera dans l'entreprise ou le groupe d'entreprises et ses conditions de supervision est établie;
  Art. 30/6. L'octroi de l'autorisation de travail aux fins d'une mobilité de longue durée dans le cadre d'un transfert temporaire intragroupe est subordonné aux conditions suivantes :
  1° L'entitĂ© hĂŽte et l'entreprise Ă©tablie dans un pays tiers appartiennent Ă la mĂȘme entreprise ou au mĂȘme groupe d'entreprises;
  2° Le travailleur occupe une fonction de cadre ICT, d'expert ICT, ou d'employé stagiaire ICT qui effectue un stage dans le but de sa préparation en vue de la fonction qu'il occupera dans l'entreprise ou le groupe d'entreprises;
  3° La rémunération du travailleur est au moins aussi favorable que celle offerte en Belgique aux travailleurs qui occupent des fonctions comparables conformément aux lois, aux conventions collectives et au pratiques applicables;
  4° Le travailleur est titulaire d'un permis pour personne faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe délivré par un autre Etat membre, valide durant la durée de l'examen de la demande;
  5° La mobilité de longue durée ne dépasse pas la durée de trois années diminuée, le cas échéant, de la durée des séjours déjà effectués dans les autres Etats membres dans le cadre d'un transfert intra-groupe, s'il s'agit d'un cadre ICT ou d'un expert ICT;
  6° La mobilité de longue durée ne dépasse pas la durée d'un année diminuée, le cas échéant, de la durée des séjours déjà effectués dans les autres Etats membres dans le cadre d'un transfert intra-groupe, s'il s'agit d'un employé stagiaire ICT,
  Art. 30/7. La rémunération annuelle brute visée aux articles 30/5, 5° et 30/6, 3° est réputée aussi favorable que celle offerte en Belgique aux travailleurs qui occupent des fonctions comparables si elle est égale ou supérieure à :
  1° 52.978 euros s'il s'agit d'un cadre ICT;
  2° 42.382 euros s'il s'agit d'un expert ICT;
  3° 26.489 euros s'il s'agit d'un employé stagiaire ICT;
  Les montants de rémunération prévus à l'alinéa 1er sont adaptés conformément à l'article 37/1.
  Pour apprécier le caractÚre aussi favorable que celle offerte aux travailleurs qui occupent des fonctions comparables de la rémunération de la personne faisant l'objet d'un transfert intragroupe, il est tenu compte des éléments individuels propres à chaque cas. "
Afdeling 4. - Europese blauwe kaart
Section 4. - Carte bleue européenne
Art. 25. Deze afdeling zet gedeeltelijk de richtlijn 2009/50/EG om van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan.
Art. 25. La présente section transpose partiellement la directive 2009/50/CE du Conseil du 25 mai 2009 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'un emploi hautement qualifié.
Art. 26. Afdeling 1bis van hoofdstuk IV van hetzelfde koninklijk besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 oktober 2015, wordt opgeheven.
Art. 26. La section 1bis du chapitre IV du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© royal du 29 octobre 2015, est abrogĂ©e.
Art. 27. In hoofdstuk IV van hetzelfde koninklijk besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 juli 2018, wordt een artikel 18/22/4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 18/22/4. Bij het formulier bedoeld in artikel 18 en de documenten bedoeld in de artikelen 18/2 en 18/3 voegt de werkgever het volgende, als het gaat om een hoogopgeleide werknemer zoals bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk VI:
  1° een kopie van de arbeidsovereenkomst, conform de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen;
  2° het diploma hoger onderwijs van de werknemer, gelegaliseerd door de bevoegde diplomatieke of consulaire post, met in voorkomend geval een vertaling door een beëdigd vertaler."
  "Art. 18/22/4. Bij het formulier bedoeld in artikel 18 en de documenten bedoeld in de artikelen 18/2 en 18/3 voegt de werkgever het volgende, als het gaat om een hoogopgeleide werknemer zoals bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk VI:
  1° een kopie van de arbeidsovereenkomst, conform de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen;
  2° het diploma hoger onderwijs van de werknemer, gelegaliseerd door de bevoegde diplomatieke of consulaire post, met in voorkomend geval een vertaling door een beëdigd vertaler."
Art. 27. Au chapitre IV du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© de Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 5 juillet 2018, un article 18/22/4 est insĂ©rĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 18/22/4. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint, lorsqu'il s'agit d'un travailleur hautement qualifié visé à la section 6 du chapitre VI :
  1° la copie du contrat de travail conforme aux dispositions de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, daté et signé par les deux parties;
  2° le diplÎme d'enseignement supérieur du travailleur, légalisé par le poste diplomatique ou consulaire compétent, et auquel sera jointe, le cas échéant, une traduction par un traducteur juré. "
  " Art. 18/22/4. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint, lorsqu'il s'agit d'un travailleur hautement qualifié visé à la section 6 du chapitre VI :
  1° la copie du contrat de travail conforme aux dispositions de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, daté et signé par les deux parties;
  2° le diplÎme d'enseignement supérieur du travailleur, légalisé par le poste diplomatique ou consulaire compétent, et auquel sera jointe, le cas échéant, une traduction par un traducteur juré. "
Art. 28. In hoofdstuk VI van hetzelfde koninklijk besluit wordt er een afdeling 6 ingevoegd, met de artikelen 30/8 tot 30/11, die luiden als volgt:
  "Afdeling 6. De Europese blauwe kaart
  Art. 30/8. De bepalingen van hoofdstuk 1 van titel II van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 zijn van toepassing op de aanvragen ingediend in overeenstemming met deze afdeling, met het oog op een tewerkstelling van meer dan negentig dagen.
  Art. 30/9. De toelating tot arbeid wordt toegekend in het kader van een Europese blauwe kaart als de volgende voorwaarden vervuld zijn:
  1° de werkgever heeft met de buitenlandse werknemer een arbeidsovereenkomst van onbeperkte duur of van een jaar of meer afgesloten;
  2° de buitenlandse werknemer verdient een jaarlijks brutoloon van 52.978 euro of meer, berekend en aangepast volgens artikel 37/1 van dit besluit;
  3° de werknemer toont aan over hoge beroepskwalificaties te beschikken met een diploma uitgereikt door een onderwijsinstelling erkend als een instelling voor hoger onderwijs door de staat waarin ze is gevestigd.
  Voor de toepassing van het voorgaande lid verstaan we onder diploma hoger onderwijs elk diploma, certificaat of elke studietitel, uitgereikt door een overheid om aan te tonen dat er met succes een programma hogere studies na het secundair onderwijs is afgerond, dat wil zeggen een lessenreeks verstrekt door een onderwijsinstelling erkend als een instelling voor hoger onderwijs door de staat waarin ze zich bevindt, op voorwaarde dat de studies om het diploma te bereiken minstens drie jaar hebben geduurd.
  Art. 30/10. Tijdens de eerste twee tewerkstellingsjaren gedekt door een Europese blauwe kaart geldt het volgende:
  1° de werkgever brengt de bevoegde overheid op de hoogte indien de arbeidsovereenkomst verbroken wordt;
  2° bij een verandering van werkgever of bij een significante wijziging van de arbeidsvoorwaarden bij dezelfde werkgever die gevolgen heeft voor de geldigheid van de Europese blauwe kaart, wordt een nieuwe aanvraag voor een Europese blauwe kaart ingediend;
  3° de hernieuwing van de Europese blauwe kaart is ondergeschikt aan de toekenning door de bevoegde overheid van een nieuwe toelating tot arbeid in het kader van een Europese blauwe kaart.
  Art. 30/11. Na twee jaar effectieve tewerkstelling in overeenstemming met artikel 30/9 is voor de tewerkstelling die beantwoordt aan de voorwaarden bedoeld in artikel 30/9 geen voorafgaande toekenning van de toelating tot arbeid bedoeld in deze afdeling meer vereist."
  "Afdeling 6. De Europese blauwe kaart
  Art. 30/8. De bepalingen van hoofdstuk 1 van titel II van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 zijn van toepassing op de aanvragen ingediend in overeenstemming met deze afdeling, met het oog op een tewerkstelling van meer dan negentig dagen.
  Art. 30/9. De toelating tot arbeid wordt toegekend in het kader van een Europese blauwe kaart als de volgende voorwaarden vervuld zijn:
  1° de werkgever heeft met de buitenlandse werknemer een arbeidsovereenkomst van onbeperkte duur of van een jaar of meer afgesloten;
  2° de buitenlandse werknemer verdient een jaarlijks brutoloon van 52.978 euro of meer, berekend en aangepast volgens artikel 37/1 van dit besluit;
  3° de werknemer toont aan over hoge beroepskwalificaties te beschikken met een diploma uitgereikt door een onderwijsinstelling erkend als een instelling voor hoger onderwijs door de staat waarin ze is gevestigd.
  Voor de toepassing van het voorgaande lid verstaan we onder diploma hoger onderwijs elk diploma, certificaat of elke studietitel, uitgereikt door een overheid om aan te tonen dat er met succes een programma hogere studies na het secundair onderwijs is afgerond, dat wil zeggen een lessenreeks verstrekt door een onderwijsinstelling erkend als een instelling voor hoger onderwijs door de staat waarin ze zich bevindt, op voorwaarde dat de studies om het diploma te bereiken minstens drie jaar hebben geduurd.
  Art. 30/10. Tijdens de eerste twee tewerkstellingsjaren gedekt door een Europese blauwe kaart geldt het volgende:
  1° de werkgever brengt de bevoegde overheid op de hoogte indien de arbeidsovereenkomst verbroken wordt;
  2° bij een verandering van werkgever of bij een significante wijziging van de arbeidsvoorwaarden bij dezelfde werkgever die gevolgen heeft voor de geldigheid van de Europese blauwe kaart, wordt een nieuwe aanvraag voor een Europese blauwe kaart ingediend;
  3° de hernieuwing van de Europese blauwe kaart is ondergeschikt aan de toekenning door de bevoegde overheid van een nieuwe toelating tot arbeid in het kader van een Europese blauwe kaart.
  Art. 30/11. Na twee jaar effectieve tewerkstelling in overeenstemming met artikel 30/9 is voor de tewerkstelling die beantwoordt aan de voorwaarden bedoeld in artikel 30/9 geen voorafgaande toekenning van de toelating tot arbeid bedoeld in deze afdeling meer vereist."
Art. 28. Au chapitre VI du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal est insĂ©rĂ©e une section 6, comportant les articles 30/8 Ă 30/11, rĂ©digĂ©e comme suit :
  " Section 6. La carte bleue européenne
  Art. 30/8. Les dispositions du chapitre 1 du titre II de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 sont d'application aux demandes introduites conformément à la présente section, en vue d'un emploi d'une durée de plus de nonante jours.
  Art. 30/9. L'autorisation de travail est accordée dans le cadre d'une carte bleue européenne si les conditions suivantes sont remplies :
  1° l'employeur a conclu avec le travailleur un contrat de travail à durée indéterminée ou d'une durée égale ou supérieure à un an;
  2° le travailleur bĂ©nĂ©ficie d'une rĂ©munĂ©ration annuelle brute Ă©gale ou supĂ©rieure Ă 52.978 euros, calculĂ©e et adaptĂ©e suivant l'article 37/1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©;
  3° le travailleur atteste de qualifications professionnelles élevées en étant titulaire d'un diplÎme délivré par un institut d'enseignement reconnu comme établissement d'enseignement supérieur par l'Etat dans lequel il est établi.
  Pour l'application de l'alinéa précédent, on entend par diplÎme de l'enseignement supérieur : tout diplÎme, certificat ou autre titre de formation, délivré par une autorité attestant l'accomplissement avec succÚs d'un programme d'études supérieures postsecondaires, c'est-à -dire un ensemble de cours dispensés par un institut d'enseignement reconnu comme établissement d'enseignement supérieur par l'Etat dans lequel il se situe, à condition que les études nécessaires à son obtention aient duré trois années au moins.
  Art. 30/10. Durant les deux premiÚres années d'emploi couvertes par une carte bleue européenne:
  1° l'employeur informe l'autorité compétente en cas de rupture du contrat de travail;
  2° en cas de changement d'employeur ainsi qu'en cas de modification significative des conditions d'emploi auprĂšs du mĂȘme employeur ayant des consĂ©quences quant Ă la validitĂ© de la carte bleue europĂ©enne, une nouvelle demande de carte bleue europĂ©enne est introduite;
  3° le renouvellement de la carte bleue européenne est subordonné à l'octroi par l'autorité compétente d'une nouvelle autorisation de travail dans le cadre d'une carte bleue européenne.
  Art. 30/11. AprÚs deux années d'occupation effective conforme à l'article 30/9, l'occupation qui répond aux conditions visées à l'article 30/9 n'est pas soumise à l'octroi préalable de l'autorisation de travail visée à la présente section. "
  " Section 6. La carte bleue européenne
  Art. 30/8. Les dispositions du chapitre 1 du titre II de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 sont d'application aux demandes introduites conformément à la présente section, en vue d'un emploi d'une durée de plus de nonante jours.
  Art. 30/9. L'autorisation de travail est accordée dans le cadre d'une carte bleue européenne si les conditions suivantes sont remplies :
  1° l'employeur a conclu avec le travailleur un contrat de travail à durée indéterminée ou d'une durée égale ou supérieure à un an;
  2° le travailleur bĂ©nĂ©ficie d'une rĂ©munĂ©ration annuelle brute Ă©gale ou supĂ©rieure Ă 52.978 euros, calculĂ©e et adaptĂ©e suivant l'article 37/1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©;
  3° le travailleur atteste de qualifications professionnelles élevées en étant titulaire d'un diplÎme délivré par un institut d'enseignement reconnu comme établissement d'enseignement supérieur par l'Etat dans lequel il est établi.
  Pour l'application de l'alinéa précédent, on entend par diplÎme de l'enseignement supérieur : tout diplÎme, certificat ou autre titre de formation, délivré par une autorité attestant l'accomplissement avec succÚs d'un programme d'études supérieures postsecondaires, c'est-à -dire un ensemble de cours dispensés par un institut d'enseignement reconnu comme établissement d'enseignement supérieur par l'Etat dans lequel il se situe, à condition que les études nécessaires à son obtention aient duré trois années au moins.
  Art. 30/10. Durant les deux premiÚres années d'emploi couvertes par une carte bleue européenne:
  1° l'employeur informe l'autorité compétente en cas de rupture du contrat de travail;
  2° en cas de changement d'employeur ainsi qu'en cas de modification significative des conditions d'emploi auprĂšs du mĂȘme employeur ayant des consĂ©quences quant Ă la validitĂ© de la carte bleue europĂ©enne, une nouvelle demande de carte bleue europĂ©enne est introduite;
  3° le renouvellement de la carte bleue européenne est subordonné à l'octroi par l'autorité compétente d'une nouvelle autorisation de travail dans le cadre d'une carte bleue européenne.
  Art. 30/11. AprÚs deux années d'occupation effective conforme à l'article 30/9, l'occupation qui répond aux conditions visées à l'article 30/9 n'est pas soumise à l'octroi préalable de l'autorisation de travail visée à la présente section. "
Afdeling 5. - Onderzoekers
Section 5. - Chercheurs
Art. 29. Deze afdeling zet gedeeltelijk de richtlijn 2016/801 om van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten.
Art. 29. La présente section transpose partiellement la directive 2016/801 du Parlement européen et du Conseil du 11 mai 2016 relative aux conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers à des fins de recherche, d'études, de formation, de volontariat et de programmes d'échange d'élÚves ou de projets éducatifs et de travail au pair.
Art. 30. Artikel 2, eerste lid, 26° van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 september 2007, wordt vervangen door het volgende:
  " 26° de onderzoekers die naar België komen voor maximum negentig dagen onderzoek te doen bij een erkende onderzoeksinstelling gevestigd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 8 juni 2007 houdende de voorwaarden voor erkenning van de onderzoeksinstellingen die in het kader van onderzoeksprojecten gastovereenkomsten met onderzoekers uit niet-EU-landen willen afsluiten en tot vaststelling van de voorwaarden waaronder dergelijke gastovereenkomsten kunnen worden afgesloten. De maximale duur van het onderzoek bedraagt honderdtachtig dagen op elke periode van driehonderdzestig dagen voor onderzoekers die beschikken over een vergunning voor onderzoeker uitgereikt door een eerste lidstaat en geldig tijdens de volledige duur van het onderzoek, voor zover ze beschikken over een gastovereenkomst in een eerste lidstaat en dat hun arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden minstens gelijk zijn aan dat van onderzoekers met gelijkaardige functies."
  " 26° de onderzoekers die naar België komen voor maximum negentig dagen onderzoek te doen bij een erkende onderzoeksinstelling gevestigd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 8 juni 2007 houdende de voorwaarden voor erkenning van de onderzoeksinstellingen die in het kader van onderzoeksprojecten gastovereenkomsten met onderzoekers uit niet-EU-landen willen afsluiten en tot vaststelling van de voorwaarden waaronder dergelijke gastovereenkomsten kunnen worden afgesloten. De maximale duur van het onderzoek bedraagt honderdtachtig dagen op elke periode van driehonderdzestig dagen voor onderzoekers die beschikken over een vergunning voor onderzoeker uitgereikt door een eerste lidstaat en geldig tijdens de volledige duur van het onderzoek, voor zover ze beschikken over een gastovereenkomst in een eerste lidstaat en dat hun arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden minstens gelijk zijn aan dat van onderzoekers met gelijkaardige functies."
Art. 30. L'article 2, alinĂ©a 1er, 26° du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 12 septembre 2007, est remplacĂ© comme suit :
  " 26° les chercheurs qui viennent en Belgique pour faire de la recherche pour une durĂ©e maximale de nonante jours auprĂšs d'un organisme de recherche agréé situĂ© en RĂ©gion de Bruxelles-Capitale visĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 juin 2007 contenant les conditions d'agrĂ©ment des organismes de recherche qui souhaitent conclure, dans le cadre de projets de recherche, des conventions d'accueil avec des chercheurs de pays hors Union europĂ©enne et fixant les conditions auxquelles de telles conventions d'accueil peuvent ĂȘtre conclues. La durĂ©e maximale de la recherche est portĂ©e Ă cent quatre-vingts jours sur toute pĂ©riode de trois cent soixante jours pour les chercheurs qui sont titulaires d'un permis pour chercheur dĂ©livrĂ© par un premier Etat membre valide durant toute la durĂ©e de la recherche, pour autant qu'ils disposent d'une convention d'accueil dans un premier Etat membre et que leurs conditions de travail et de revenu soient au moins aussi favorables que celles accordĂ©es aux chercheurs occupant des fonctions comparables. "
  " 26° les chercheurs qui viennent en Belgique pour faire de la recherche pour une durĂ©e maximale de nonante jours auprĂšs d'un organisme de recherche agréé situĂ© en RĂ©gion de Bruxelles-Capitale visĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 juin 2007 contenant les conditions d'agrĂ©ment des organismes de recherche qui souhaitent conclure, dans le cadre de projets de recherche, des conventions d'accueil avec des chercheurs de pays hors Union europĂ©enne et fixant les conditions auxquelles de telles conventions d'accueil peuvent ĂȘtre conclues. La durĂ©e maximale de la recherche est portĂ©e Ă cent quatre-vingts jours sur toute pĂ©riode de trois cent soixante jours pour les chercheurs qui sont titulaires d'un permis pour chercheur dĂ©livrĂ© par un premier Etat membre valide durant toute la durĂ©e de la recherche, pour autant qu'ils disposent d'une convention d'accueil dans un premier Etat membre et que leurs conditions de travail et de revenu soient au moins aussi favorables que celles accordĂ©es aux chercheurs occupant des fonctions comparables. "
Art. 31. In artikel 17, § 2 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 juli 2018, worden de woorden "en als het gaat om een aanvraag voor korte-termijnmobiliteit zoals bedoeld in artikel 37, 9° van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018, op basis van artikel 2, eerste lid, 26° " ingevoegd tussen de woorden "artikel 2, eerste lid, 14°, " en de woorden "van dit besluit."
Art. 31. A l'article 17, § 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© de Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 5 juillet 2018, les mots " et, lorsqu'il s'agit d'une demande de mobilitĂ© de courte durĂ©e visĂ©e Ă l'article 37, 9° de l'accord de coopĂ©ration d'exĂ©cution du 6 dĂ©cembre 2018, Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, 26° " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " l'article 2, alinĂ©a 1er, 14° " et les mots " du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. "
Art. 32. Artikel 18/21 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 juli 2018, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 18/21. Voor onderzoekers, als bedoeld in afdeling 7 van hoofdstuk VI, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, bij het formulier, vermeld in artikel 18, de volgende documenten toe:
  1° een kopie van de naar behoren ingevulde gastovereenkomst tussen de onderzoeker en de erkende onderzoeksinstelling, gedagtekend en ondertekend door beide partijen;
  2° als het gaat om een onderzoeker die gebruikmaakt van zijn recht op lange-termijnmobiliteit, een kopie van zijn geldige vergunning voor onderzoeker, uitgereikt door de eerste lidstaat."
  "Art. 18/21. Voor onderzoekers, als bedoeld in afdeling 7 van hoofdstuk VI, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, bij het formulier, vermeld in artikel 18, de volgende documenten toe:
  1° een kopie van de naar behoren ingevulde gastovereenkomst tussen de onderzoeker en de erkende onderzoeksinstelling, gedagtekend en ondertekend door beide partijen;
  2° als het gaat om een onderzoeker die gebruikmaakt van zijn recht op lange-termijnmobiliteit, een kopie van zijn geldige vergunning voor onderzoeker, uitgereikt door de eerste lidstaat."
Art. 32. L'article 18/21 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© de Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 5 juillet 2018, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 18/21. Au formulaire visé à l'article 18 et des documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants, lorsqu'il s'agit de chercheurs visés à la section 7 du chapitre VI :
  1° la copie de la convention d'accueil entre le chercheur et l'organisme de recherche agréé dûment remplie, datée et signée par les deux parties;
  2° s'il s'agit d'un chercheur faisant usage de son droit à la mobilité de longue durée, la copie de son permis pour chercheur valable, délivré par le premier Etat membre. "
  " Art. 18/21. Au formulaire visé à l'article 18 et des documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants, lorsqu'il s'agit de chercheurs visés à la section 7 du chapitre VI :
  1° la copie de la convention d'accueil entre le chercheur et l'organisme de recherche agréé dûment remplie, datée et signée par les deux parties;
  2° s'il s'agit d'un chercheur faisant usage de son droit à la mobilité de longue durée, la copie de son permis pour chercheur valable, délivré par le premier Etat membre. "
Art. 33. In hoofdstuk VI van hetzelfde koninklijk besluit wordt een afdeling 7 ingevoegd, met de artikelen 30/12 tot 30/16, die als volgt luiden:
  "Afdeling 7. De onderzoekers
  Art. 30/12. De bepalingen van hoofdstuk 4 van titel II van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 zijn van toepassing op de aanvragen ingediend in overeenstemming met deze afdeling, met het oog op een tewerkstelling van meer dan negentig dagen.
  Art. 30/13. Voor de toepassing van deze afdeling is `de onderzoeker' de onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 37, 1° van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018.
  Art. 30/14. Toelating tot arbeid voor onderzoek en toelating tot arbeid voor lange-termijnmobiliteit voor onderzoek worden toegekend aan onderzoekers die naar België komen voor onderzoek bij een erkende onderzoeksinstelling gevestigd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het kader van een gastovereenkomst in de gevallen en volgens de voorwaarden en nadere regels vastgesteld door het koninklijk besluit van 8 juni 2007 houdende de voorwaarden voor erkenning van de onderzoeksinstellingen die in het kader van onderzoeksprojecten gastovereenkomsten met onderzoekers uit niet-EU-landen willen afsluiten en tot vaststelling van de voorwaarden waaronder dergelijke gastovereenkomsten kunnen worden afgesloten, voor zover hun arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden minstens gelijk zijn aan dat van onderzoekers met een gelijkaardige functie.
  De toelating tot arbeid bedoeld in het eerste lid wordt beperkt tot de duur van het onderzoeksproject zoals vastgelegd in de gastovereenkomst tussen de onderzoeker en de erkende onderzoeksinstelling. De geldigheid ervan wordt beperkt tot de onderzoeksactiviteit waarvoor ze is toegekend en tot de erkende onderzoeksinstelling bedoeld in het eerste lid waarmee de onderzoeker samenwerkt.
  Art. 30/15. De onderzoekers die krachtens deze afdeling mogen werken, hebben de toelating onderwijs te verstrekken in een erkende onderzoeksinstelling.
  Art. 30/16. Indien het onderzoek uitgevoerd wordt in het kader van een specifiek programma van de Unie of een multilateraal programma met mobiliteitsmaatregelen, moet de toelating tot arbeid voor onderzoek dit programma vermelden."
  "Afdeling 7. De onderzoekers
  Art. 30/12. De bepalingen van hoofdstuk 4 van titel II van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 zijn van toepassing op de aanvragen ingediend in overeenstemming met deze afdeling, met het oog op een tewerkstelling van meer dan negentig dagen.
  Art. 30/13. Voor de toepassing van deze afdeling is `de onderzoeker' de onderdaan van een derde land bedoeld in artikel 37, 1° van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018.
  Art. 30/14. Toelating tot arbeid voor onderzoek en toelating tot arbeid voor lange-termijnmobiliteit voor onderzoek worden toegekend aan onderzoekers die naar België komen voor onderzoek bij een erkende onderzoeksinstelling gevestigd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het kader van een gastovereenkomst in de gevallen en volgens de voorwaarden en nadere regels vastgesteld door het koninklijk besluit van 8 juni 2007 houdende de voorwaarden voor erkenning van de onderzoeksinstellingen die in het kader van onderzoeksprojecten gastovereenkomsten met onderzoekers uit niet-EU-landen willen afsluiten en tot vaststelling van de voorwaarden waaronder dergelijke gastovereenkomsten kunnen worden afgesloten, voor zover hun arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden minstens gelijk zijn aan dat van onderzoekers met een gelijkaardige functie.
  De toelating tot arbeid bedoeld in het eerste lid wordt beperkt tot de duur van het onderzoeksproject zoals vastgelegd in de gastovereenkomst tussen de onderzoeker en de erkende onderzoeksinstelling. De geldigheid ervan wordt beperkt tot de onderzoeksactiviteit waarvoor ze is toegekend en tot de erkende onderzoeksinstelling bedoeld in het eerste lid waarmee de onderzoeker samenwerkt.
  Art. 30/15. De onderzoekers die krachtens deze afdeling mogen werken, hebben de toelating onderwijs te verstrekken in een erkende onderzoeksinstelling.
  Art. 30/16. Indien het onderzoek uitgevoerd wordt in het kader van een specifiek programma van de Unie of een multilateraal programma met mobiliteitsmaatregelen, moet de toelating tot arbeid voor onderzoek dit programma vermelden."
Art. 33. Au chapitre VI du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal est insĂ©rĂ©e une section 7, comportant les articles 30/12 Ă 30/16, rĂ©digĂ©e comme suit :
  " Section 7. Les chercheurs
  Art. 30/12. Les dispositions du chapitre 4 du titre II de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 sont d'application aux demandes introduites conformément à la présente section, en vue d'un emploi d'une durée de plus de nonante jours.
  Art. 30/13. Pour l'application de la présente section, " le chercheur " est le ressortissant de pays tiers visé à l'article 37, 1° de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018.
  Art. 30/14. L'autorisation de travail aux fins de recherche et l'autorisation de travail aux fins d'une mobilitĂ© de longue durĂ©e aux fins de recherche sont accordĂ©es aux chercheurs qui viennent en Belgique pour faire de la recherche auprĂšs d'un organisme de recherche agréé situĂ© en RĂ©gion de Bruxelles-Capitale dans le cadre d'une convention d'accueil dans les cas et selon les conditions et modalitĂ©s fixĂ©es par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 juin 2007 contenant les conditions d'agrĂ©ment des organismes de recherche qui souhaitent conclure, dans le cadre de projets de recherche, des conventions d'accueil avec des chercheurs de pays hors Union europĂ©enne et fixant les conditions auxquelles de telles conventions d'accueil peuvent ĂȘtre conclues, pour autant que leurs conditions de travail et de revenus soient au moins aussi favorables que celles accordĂ©es aux chercheurs occupant des fonctions comparables.
  L'autorisation de travail visée à l'alinéa premier est limitée à la durée du projet de recherche telle qu'elle est fixée dans la convention d'accueil entre le chercheur et l'organisme de recherche agréé. Sa validité est circonscrite à l'activité de recherche pour laquelle elle a été accordée ainsi qu'à l'organisme de recherche agréé visé à l'alinéa 1er avec lequel collabore le chercheur.
  Art. 30/15. Les chercheurs autorisés à travailler en vertu de la présente section sont autorisés à dispenser un enseignement dans un organisme de recherche agréé.
  Art. 30/16. Si la recherche est effectuée dans le cadre d'un programme particulier de l'Union ou d'un programme multilatéral comportant des mesures de mobilité, l'autorisation de travail à des fins de recherche fait mention dudit programme. "
  " Section 7. Les chercheurs
  Art. 30/12. Les dispositions du chapitre 4 du titre II de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 sont d'application aux demandes introduites conformément à la présente section, en vue d'un emploi d'une durée de plus de nonante jours.
  Art. 30/13. Pour l'application de la présente section, " le chercheur " est le ressortissant de pays tiers visé à l'article 37, 1° de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018.
  Art. 30/14. L'autorisation de travail aux fins de recherche et l'autorisation de travail aux fins d'une mobilitĂ© de longue durĂ©e aux fins de recherche sont accordĂ©es aux chercheurs qui viennent en Belgique pour faire de la recherche auprĂšs d'un organisme de recherche agréé situĂ© en RĂ©gion de Bruxelles-Capitale dans le cadre d'une convention d'accueil dans les cas et selon les conditions et modalitĂ©s fixĂ©es par l'arrĂȘtĂ© royal du 8 juin 2007 contenant les conditions d'agrĂ©ment des organismes de recherche qui souhaitent conclure, dans le cadre de projets de recherche, des conventions d'accueil avec des chercheurs de pays hors Union europĂ©enne et fixant les conditions auxquelles de telles conventions d'accueil peuvent ĂȘtre conclues, pour autant que leurs conditions de travail et de revenus soient au moins aussi favorables que celles accordĂ©es aux chercheurs occupant des fonctions comparables.
  L'autorisation de travail visée à l'alinéa premier est limitée à la durée du projet de recherche telle qu'elle est fixée dans la convention d'accueil entre le chercheur et l'organisme de recherche agréé. Sa validité est circonscrite à l'activité de recherche pour laquelle elle a été accordée ainsi qu'à l'organisme de recherche agréé visé à l'alinéa 1er avec lequel collabore le chercheur.
  Art. 30/15. Les chercheurs autorisés à travailler en vertu de la présente section sont autorisés à dispenser un enseignement dans un organisme de recherche agréé.
  Art. 30/16. Si la recherche est effectuée dans le cadre d'un programme particulier de l'Union ou d'un programme multilatéral comportant des mesures de mobilité, l'autorisation de travail à des fins de recherche fait mention dudit programme. "
Afdeling 6. - Stagiairs
Section 6. - Stagiaires
Art. 34. Deze afdeling zet gedeeltelijk de richtlijn 2016/801 om van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten.
Art. 34. La présente section transpose partiellement la directive 2016/801 du Parlement européen et du Conseil du 11 mai 2016 relative aux conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers à des fins de recherche, d'études, de formation, de volontariat et de programmes d'échange d'élÚves ou de projets éducatifs et de travail au pair.
Art. 35. In artikel 12, 3e lid van hetzelfde Koninklijk besluit worden de woorden " en 4° " opgeheven.
Art. 35. A l'article 12, alinĂ©a 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, les mots " et 4° " sont supprimĂ©s.
Art. 36. Aan artikel 18/4 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 2° wordt opgeheven;
  2° in punt 4° worden de woorden "of de resultaten van de studies in het kader waarvan de stage wordt gelopen" ingevoegd tussen de woorden "in het verlengde waarvan de stage plaatsvindt" en de woorden ", en in voorkomend geval een door een beëdigde vertaler vertaalde versie ervan".
  1° punt 2° wordt opgeheven;
  2° in punt 4° worden de woorden "of de resultaten van de studies in het kader waarvan de stage wordt gelopen" ingevoegd tussen de woorden "in het verlengde waarvan de stage plaatsvindt" en de woorden ", en in voorkomend geval een door een beëdigde vertaler vertaalde versie ervan".
Art. 36. A l'article 18/4 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 5 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le point 2° est abrogé;
  2° au point 4°, les mots " ou des résultats des études dans le cadre desquelles le stage est effectué " sont insérés entre les mots " en continuation duquel le stage s'inscrit " et les mots " , à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré ".
  1° le point 2° est abrogé;
  2° au point 4°, les mots " ou des résultats des études dans le cadre desquelles le stage est effectué " sont insérés entre les mots " en continuation duquel le stage s'inscrit " et les mots " , à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré ".
Art. 37. Een nieuw artikel 19/1 wordt ingevoegd in afdeling 1 van hoofdstuk VI van hetzelfde koninklijk besluit, en het luidt als volgt:
  "Art. 19/1. De bepalingen van hoofdstuk 5 van titel II van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 zijn van toepassing op de aanvragen ingediend in overeenstemming met deze afdeling, met het oog op stage van meer dan negentig dagen."
  "Art. 19/1. De bepalingen van hoofdstuk 5 van titel II van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 zijn van toepassing op de aanvragen ingediend in overeenstemming met deze afdeling, met het oog op stage van meer dan negentig dagen."
Art. 37. Un nouvel article 19/1 est insĂ©rĂ© Ă la section 1Ăšre du chapitre VI du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 19/1. Les dispositions du chapitre 5 du titre II de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 sont d'application aux demandes introduites conformément à la présente section, en vue d'un stage d'une durée de plus de nonante jours. "
  " Art. 19/1. Les dispositions du chapitre 5 du titre II de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 sont d'application aux demandes introduites conformément à la présente section, en vue d'un stage d'une durée de plus de nonante jours. "
Art. 38. In artikel 20 van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden "de personen die een stage volgen, d.w.z. de opleiding, bij een werkgever, als voortzetting van een voorafgaandelijke vorming bevestigd door een diploma of een studiegetuigschrift" vervangen door de woorden "de onderdanen van derde landen bedoeld in artikel 47, 1° van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018".
Art. 38. A l'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, les mots " les personnes qui effectuent un stage, c'est-Ă -dire l'apprentissage, auprĂšs d'un employeur, d'une profession en continuation d'une formation prĂ©alable attestĂ©e par un diplĂŽme ou un certificat d'Ă©tudes " sont remplacĂ©s par les mots " les ressortissants de pays tiers visĂ©s Ă l'article 47, 1° de l'accord de coopĂ©ration d'exĂ©cution du 6 dĂ©cembre 2018 "
Art. 39. In artikel 21 van hetzelfde koninklijk besluit wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de stage wordt gelopen als voortzetting van een voorafgaandelijke vorming bevestigd door een diploma of getuigschrift van hogere studies, behaald in de twee jaar die voorafgaan aan de indiening van de aanvraag, of in het kader van de voortzetting in een derde land van een studiecyclus die leidt tot het behalen van een diploma of getuigschrift van hoger onderwijs".
  "1° de stage wordt gelopen als voortzetting van een voorafgaandelijke vorming bevestigd door een diploma of getuigschrift van hogere studies, behaald in de twee jaar die voorafgaan aan de indiening van de aanvraag, of in het kader van de voortzetting in een derde land van een studiecyclus die leidt tot het behalen van een diploma of getuigschrift van hoger onderwijs".
Art. 39. A l'article 21 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, le point 1° est remplacĂ© par ce qui suit :
  " 1° le stage est effectué en continuation d'une formation préalable attestée par un diplÎme ou un certificat d'études supérieures, obtenu dans les deux années précédant l'introduction de la demande, ou dans le cadre de la poursuite dans un pays tiers un cycle d'études menant à l'obtention d'un diplÎme ou d'un certificat de l'enseignement supérieur ".
  " 1° le stage est effectué en continuation d'une formation préalable attestée par un diplÎme ou un certificat d'études supérieures, obtenu dans les deux années précédant l'introduction de la demande, ou dans le cadre de la poursuite dans un pays tiers un cycle d'études menant à l'obtention d'un diplÎme ou d'un certificat de l'enseignement supérieur ".
Art. 40. Aan artikel 22 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° gelopen worden in hetzelfde domein en op hetzelfde kwalificatieniveau als het diploma of het getuigschrift van hoger onderwijs of de studiecyclus, bedoeld in artikel 21;"
  2° in punt 2° worden de woorden "twaalf maanden" vervangen door de woorden "zes maanden"
  3° in punt 3° worden de woorden "het bedrag van het loon dat niet lager mag zijn dan het toepasselijk wettelijk gewaarborgd minimumloon, hierbij inbegrepen het bedrag van eventuele beurzen" vervangen door de woorden: "een beschrijving van het stageprogramma, met inbegrip van het opleidingsprogramma, de duur van de stage, de plaatsings- en supervisievoorwaarden, de stage-uren en de juridische relatie tussen de werkgever en de stagiair"
  4° de bepaling onder 4° wordt opgeheven.
  1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° gelopen worden in hetzelfde domein en op hetzelfde kwalificatieniveau als het diploma of het getuigschrift van hoger onderwijs of de studiecyclus, bedoeld in artikel 21;"
  2° in punt 2° worden de woorden "twaalf maanden" vervangen door de woorden "zes maanden"
  3° in punt 3° worden de woorden "het bedrag van het loon dat niet lager mag zijn dan het toepasselijk wettelijk gewaarborgd minimumloon, hierbij inbegrepen het bedrag van eventuele beurzen" vervangen door de woorden: "een beschrijving van het stageprogramma, met inbegrip van het opleidingsprogramma, de duur van de stage, de plaatsings- en supervisievoorwaarden, de stage-uren en de juridische relatie tussen de werkgever en de stagiair"
  4° de bepaling onder 4° wordt opgeheven.
Art. 40. A l'article 22 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° ĂȘtre effectuĂ© dans le mĂȘme domaine et au mĂȘme niveau de qualification que le diplĂŽme ou le certificat d'enseignement supĂ©rieur ou le cycle d'Ă©tudes, visĂ©s Ă l'article 21; "
  2° au point 2°, les mots " douze mois " sont remplacés par les mots " six mois "
  3° au point 3°, les mots " le montant de la rĂ©munĂ©ration qui ne pourra ĂȘtre infĂ©rieur au minimum lĂ©galement applicable en ce inclus le montant des bourses Ă©ventuelles " sont remplacĂ©s par les mots : " une description du programme de stage, y compris le programme de formation, la durĂ©e du stage, les conditions de placement et de supervision, les heures de stage et la relation juridique entre l'employeur et le stagiaire "
  4° le point 4° est supprimé.
  1° le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° ĂȘtre effectuĂ© dans le mĂȘme domaine et au mĂȘme niveau de qualification que le diplĂŽme ou le certificat d'enseignement supĂ©rieur ou le cycle d'Ă©tudes, visĂ©s Ă l'article 21; "
  2° au point 2°, les mots " douze mois " sont remplacés par les mots " six mois "
  3° au point 3°, les mots " le montant de la rĂ©munĂ©ration qui ne pourra ĂȘtre infĂ©rieur au minimum lĂ©galement applicable en ce inclus le montant des bourses Ă©ventuelles " sont remplacĂ©s par les mots : " une description du programme de stage, y compris le programme de formation, la durĂ©e du stage, les conditions de placement et de supervision, les heures de stage et la relation juridique entre l'employeur et le stagiaire "
  4° le point 4° est supprimé.
Art. 41. Artikel 23 van hetzelfde koninklijk besluit wordt opgeheven.
Art. 41. L'article 23 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal est abrogĂ©.
Art. 42. In artikel 38, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit, worden de woorden ", 14, 21,1° en 22,2° " vervangen door de woorden "en 14° ".
Art. 42. A l'article 38, paragraphe 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, les mots ", 14, 21,1° et 22,2° " sont remplacĂ©s par les mots " et 14 ".
Afdeling 7. - Vrijwilligers in het kader van het Europees vrijwilligerswerk
Section 7. - Les volontaires dans le cadre du Service volontaire européen
Art. 43. Deze afdeling zet gedeeltelijk de richtlijn 2016/801 om van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten.
Art. 43. La présente section transpose partiellement la directive 2016/801 du Parlement européen et du Conseil du 11 mai 2016 relative aux conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers à des fins de recherche, d'études, de formation, de volontariat et de programmes d'échange d'élÚves ou de projets éducatifs et de travail au pair.
Art. 44. In artikel 16, zesde lid van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 september 2007, wordt een punt i) ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "i) aan de vrijwilligers bedoeld in afdeling 8 van hoofdstuk VI;"
  "i) aan de vrijwilligers bedoeld in afdeling 8 van hoofdstuk VI;"
Art. 44. A l'article 16, alinĂ©a 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 12 septembre 2007, un point i) est insĂ©rĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
  " i) aux volontaires visés à la section 8 du chapitre VI; "
  " i) aux volontaires visés à la section 8 du chapitre VI; "
Art. 45. In hoofdstuk IV van hetzelfde koninklijk besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 juli 2018, wordt een artikel 18/22/5 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 18/22/5. Aan het formulier bedoeld in artikel 18 en aan de documenten bedoeld in de artikelen 18/2 en 18/3 voegt de gastentiteit het volgende toe, als het gaat om een vrijwilliger in het kader van het Europese vrijwilligerswerk bedoeld in afdeling 8 van hoofdstuk VI:
  1° de vrijwilligersovereenkomst met de vermeldingen waarin artikel 30/18 voorziet;
  2° het bewijs dat het vrijwilligersprogramma waaraan de vrijwilliger deelneemt goedgekeurd is in het kader van het Europese vrijwilligerswerk."
  "Art. 18/22/5. Aan het formulier bedoeld in artikel 18 en aan de documenten bedoeld in de artikelen 18/2 en 18/3 voegt de gastentiteit het volgende toe, als het gaat om een vrijwilliger in het kader van het Europese vrijwilligerswerk bedoeld in afdeling 8 van hoofdstuk VI:
  1° de vrijwilligersovereenkomst met de vermeldingen waarin artikel 30/18 voorziet;
  2° het bewijs dat het vrijwilligersprogramma waaraan de vrijwilliger deelneemt goedgekeurd is in het kader van het Europese vrijwilligerswerk."
Art. 45. Au chapitre IV du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© de Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 5 juillet 2018, un article 18/22/5 est insĂ©rĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 18/22/5. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'entité d'accueil joint, lorsqu'il s'agit d'un volontaire dans le cadre du service volontaire européen visé à la section 8 du chapitre VI :
  1° La convention de volontariat comportant les mentions prévues à l'article 30/18;
  2° la preuve que le programme de volontariat auquel le volontaire participe a été approuvé dans le cadre du Service volontaire européen. "
  " Art. 18/22/5. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'entité d'accueil joint, lorsqu'il s'agit d'un volontaire dans le cadre du service volontaire européen visé à la section 8 du chapitre VI :
  1° La convention de volontariat comportant les mentions prévues à l'article 30/18;
  2° la preuve que le programme de volontariat auquel le volontaire participe a été approuvé dans le cadre du Service volontaire européen. "
Art. 46. In hoofdstuk VI van hetzelfde koninklijk besluit wordt een afdeling 8 ingevoegd, met de artikelen 30/17 en 30/18, die als volgt luiden:
  "Afdeling 8. De vrijwilligers in het kader van het Europese vrijwilligerswerk
  Art. 30/17. De bepalingen van hoofdstuk 6 van titel II van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 zijn van toepassing op de aanvragen ingediend in overeenstemming met deze afdeling, met het oog op vrijwilligerswerk van meer dan negentig dagen.
  Art. 30/18. De toekenning van de vergunning voor vrijwilligerswerk in het kader van het Europese vrijwilligerswerk vereist de ondertekening van een vrijwilligerswerkovereenkomst door de vrijwilliger en de gastentiteit, die het volgende omvat:
  1° de beschrijving van het vrijwilligerswerkprogramma;
  2° de duur van het vrijwilligerswerkprogramma, die niet meer dan twaalf maanden mag bedragen;
  3° de voorwaarden inzake de plaatsing en begeleiding van de vrijwilliger;
  4° de uren vrijwilligerswerk;
  5° de beschikbare middelen om de kosten voor het levensonderhoud en de huisvesting van de vrijwilliger tijdens het vrijwilligerswerk te dekken, alsook het bedrag aan zakgeld dat hem zal worden toegekend tijdens het vrijwilligerswerk."
  "Afdeling 8. De vrijwilligers in het kader van het Europese vrijwilligerswerk
  Art. 30/17. De bepalingen van hoofdstuk 6 van titel II van het uitvoerende samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 zijn van toepassing op de aanvragen ingediend in overeenstemming met deze afdeling, met het oog op vrijwilligerswerk van meer dan negentig dagen.
  Art. 30/18. De toekenning van de vergunning voor vrijwilligerswerk in het kader van het Europese vrijwilligerswerk vereist de ondertekening van een vrijwilligerswerkovereenkomst door de vrijwilliger en de gastentiteit, die het volgende omvat:
  1° de beschrijving van het vrijwilligerswerkprogramma;
  2° de duur van het vrijwilligerswerkprogramma, die niet meer dan twaalf maanden mag bedragen;
  3° de voorwaarden inzake de plaatsing en begeleiding van de vrijwilliger;
  4° de uren vrijwilligerswerk;
  5° de beschikbare middelen om de kosten voor het levensonderhoud en de huisvesting van de vrijwilliger tijdens het vrijwilligerswerk te dekken, alsook het bedrag aan zakgeld dat hem zal worden toegekend tijdens het vrijwilligerswerk."
Art. 46. Au chapitre VI du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal est insĂ©rĂ©e une section 8, comportant les articles 30/17 et 30/18, rĂ©digĂ©e comme suit :
  " Section 8. Les volontaires dans le cadre du Service volontaire européen
  Art. 30/17. Les dispositions du chapitre 6 du titre II de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 sont d'application aux demandes introduites conformément à la présente section, en vue d'un volontariat d'une durée de plus de nonante jours.
  Art. 30/18. L'octroi de l'autorisation aux fins d'un volontariat dans le cadre du service volontaire européen est subordonné à la signature d'une convention de volontariat par le volontaire et l'entité d'accueil, qui contient :
  1° la description du programme de volontariat;
  2° la durĂ©e du programme de volontariat, qui ne peut ĂȘtre supĂ©rieure Ă douze mois;
  3° les conditions de placement et d'encadrement du volontaire;
  4° les heures de volontariat;
  5° les ressources disponibles pour couvrir les frais de subsistance et de logement du volontaire pendant la durée du volontariat ainsi que le montant de l'argent de poche qui lui sera attribué pendant la durée du volontariat. "
  " Section 8. Les volontaires dans le cadre du Service volontaire européen
  Art. 30/17. Les dispositions du chapitre 6 du titre II de l'accord de coopération d'exécution du 6 décembre 2018 sont d'application aux demandes introduites conformément à la présente section, en vue d'un volontariat d'une durée de plus de nonante jours.
  Art. 30/18. L'octroi de l'autorisation aux fins d'un volontariat dans le cadre du service volontaire européen est subordonné à la signature d'une convention de volontariat par le volontaire et l'entité d'accueil, qui contient :
  1° la description du programme de volontariat;
  2° la durĂ©e du programme de volontariat, qui ne peut ĂȘtre supĂ©rieure Ă douze mois;
  3° les conditions de placement et d'encadrement du volontaire;
  4° les heures de volontariat;
  5° les ressources disponibles pour couvrir les frais de subsistance et de logement du volontaire pendant la durée du volontariat ainsi que le montant de l'argent de poche qui lui sera attribué pendant la durée du volontariat. "
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions finales
Art. 47. Het koninklijk besluit van 3 augustus 2012 betreffende de regels voor het indienen van de aanvragen en het afleveren van voorlopige arbeidsvergunning in het kader van de aanvraag door een buitenlandse werknemer ter verkrijgen van een " Europese blauwe kaart " wordt opgeheven.
Art. 47. L'arrĂȘtĂ© royal du 3 aoĂ»t 2012 relatif aux modalitĂ©s d'introduction des demandes et de dĂ©livrances des autorisations d'occupation provisoires octroyĂ©es dans le cadre de la demande d'obtention par le travailleur Ă©tranger d'une " carte bleue europĂ©enne " est abrogĂ©.
Art. 48. De toelatingen tot arbeid, de arbeidsvergunningen en arbeidskaarten die toegekend zijn op grond van de bepalingen die van kracht waren voor de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van dit besluit, blijven geldig tot op het ogenblik dat ze verstrijken.
  De aanvragen en de hernieuwingaanvragen van de toelating tot arbeid, de arbeidsvergunning en de arbeidskaart die worden ingediend voor de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van dit besluit blijven onderworpen aan de bepalingen die van kracht waren voor die datum.
  De aanvragen en de hernieuwingaanvragen van de toelating tot arbeid, de arbeidsvergunning en de arbeidskaart die worden ingediend voor de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van dit besluit blijven onderworpen aan de bepalingen die van kracht waren voor die datum.
Art. 48. Les autorisations de travail, les autorisations d'occupation et les permis de travail octroyĂ©s en application des dispositions en vigueur avant la date de l'entrĂ©e en vigueur des dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, restent valables jusqu'Ă leur terme.
  Les demandes d'obtention et de renouvellement des autorisations de travail, les autorisations d'occupation et les permis de travail introduites avant l'entrĂ©e en vigueur des dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, restent soumises aux dispositions en vigueur avant cette date.
  Les demandes d'obtention et de renouvellement des autorisations de travail, les autorisations d'occupation et les permis de travail introduites avant l'entrĂ©e en vigueur des dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, restent soumises aux dispositions en vigueur avant cette date.
Art. 49. Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2019.
  In afwijking van het eerste lid, met uitzondering van artikelen 2, 3, 4, 6, 12, 13, 14 wat betreft de binnen een onderneming overgeplaatste personen en van de afdeling 3 van hoofdstuk 1, treden de bepalingen waarvoor de nodige federale wetgevende en reglementaire teksten met betrekking tot het verblijf van de werknemers tot omzetting van de richtlijnen bedoeld in het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 tussen de Federale staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap houdende uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 2 februari tussen de Federale staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse werknemers nog moeten worden genomen in werking, respectievelijk op de datum van de inwerkingtreding van de overeenkomstige bepalingen van het bovengenoemde uitvoerende samenwerkingsakkoord.
  In afwijking van het eerste lid, met uitzondering van artikelen 2, 3, 4, 6, 12, 13, 14 wat betreft de binnen een onderneming overgeplaatste personen en van de afdeling 3 van hoofdstuk 1, treden de bepalingen waarvoor de nodige federale wetgevende en reglementaire teksten met betrekking tot het verblijf van de werknemers tot omzetting van de richtlijnen bedoeld in het samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 tussen de Federale staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap houdende uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 2 februari tussen de Federale staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse werknemers nog moeten worden genomen in werking, respectievelijk op de datum van de inwerkingtreding van de overeenkomstige bepalingen van het bovengenoemde uitvoerende samenwerkingsakkoord.
Art. 49. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er juin 2019.
  Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a premier, Ă l'exception des articles 2, 3, 4, 6, 12, 13 et 14 en ce qu'ils concernent les personnes faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe et de la section 3 du chapitre 1er, les dispositions pour lesquelles des actes lĂ©gislatifs et rĂ©glementaires fĂ©dĂ©raux relatifs au sĂ©jour des travailleurs nĂ©cessaires Ă la transposition des directives visĂ©es par l'accord de coopĂ©ration du 6 dĂ©cembre 2018 entre l'Etat fĂ©dĂ©ral, la RĂ©gion wallonne, la RĂ©gion flamande, la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale et la CommunautĂ© germanophone portant exĂ©cution de l'accord de coopĂ©ration du 2 fĂ©vrier 2018 entre l'Etat fĂ©dĂ©ral, la RĂ©gion wallonne, la RĂ©gion flamande, la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale et la CommunautĂ© germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de sĂ©jour, ainsi que les normes relatives Ă l'emploi et au sĂ©jour des travailleurs Ă©trangers doivent encore ĂȘtre adoptĂ©es, entrent en vigueur respectivement Ă la date d'entrĂ©e en vigueur des dispositions correspondantes de l'accord de coopĂ©ration d'exĂ©cution prĂ©citĂ©
  Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a premier, Ă l'exception des articles 2, 3, 4, 6, 12, 13 et 14 en ce qu'ils concernent les personnes faisant l'objet d'un transfert temporaire intragroupe et de la section 3 du chapitre 1er, les dispositions pour lesquelles des actes lĂ©gislatifs et rĂ©glementaires fĂ©dĂ©raux relatifs au sĂ©jour des travailleurs nĂ©cessaires Ă la transposition des directives visĂ©es par l'accord de coopĂ©ration du 6 dĂ©cembre 2018 entre l'Etat fĂ©dĂ©ral, la RĂ©gion wallonne, la RĂ©gion flamande, la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale et la CommunautĂ© germanophone portant exĂ©cution de l'accord de coopĂ©ration du 2 fĂ©vrier 2018 entre l'Etat fĂ©dĂ©ral, la RĂ©gion wallonne, la RĂ©gion flamande, la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale et la CommunautĂ© germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de sĂ©jour, ainsi que les normes relatives Ă l'emploi et au sĂ©jour des travailleurs Ă©trangers doivent encore ĂȘtre adoptĂ©es, entrent en vigueur respectivement Ă la date d'entrĂ©e en vigueur des dispositions correspondantes de l'accord de coopĂ©ration d'exĂ©cution prĂ©citĂ©
Art. 50. De minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Tewerkstelling wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 50. Le Ministre du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale ayant l'Emploi dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.