Artikel 1. In artikel 2bis van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 2 februari 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 5 worden de woorden "van het lopende jaar worden uiterlijk op 15 februari van het volgende jaar verkregen en" ingevoegd tussen de woorden "De attesten" en de woorden "worden bewaard".
2° in paragraaf 5 wordt het tweede lid opgeheven.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
16 MEI 2019. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques en van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques
Titre
16 MAI 2019. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 concernant les titres-services et l'arrĂȘtĂ© royal du 7 juin 2007 concernant le fonds de formation titres-services
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (9)
Texte (9)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques
CHAPITRE 1. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 concernant les titres-services
Article 1er. A l'article 2bis de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 concernant les titres-services, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 2 fĂ©vrier 2017 modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 concernant les titres-services, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans le paragraphe 5 les mots " de l'année en cours sont obtenues au plus tard pour le 15 février de l'année suivante et " sont insérés entre les mots " Les attestations " et " sont conservées ";
2° dans le paragraphe 5, l'alinéa 2 est abrogé.
1° dans le paragraphe 5 les mots " de l'année en cours sont obtenues au plus tard pour le 15 février de l'année suivante et " sont insérés entre les mots " Les attestations " et " sont conservées ";
2° dans le paragraphe 5, l'alinéa 2 est abrogé.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 juin 2007 concernant le fonds de formation titres-services
Art. 2. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 23 maart 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende:
" § 3. De begeleider bedoeld in paragraaf 2 bezit:
1° hetzij een relevante professionele ervaring van minimum 3 jaren in lijn met de inhoud van de gegeven opleiding;
2° hetzij een pedagogisch bekwaamheidsattest;
3° hetzij een titel ter validering van de bevoegdheden als ondernemingscoach of een attest voor het volgen van een opleiding in tutoraat of coaching.
In het kader van een eerstehulpopleiding beschikt de lesgever over een certificaat, titel of diploma dat/die het bewijs levert van zijn vaardigheden voor het verstrekken van een dergelijke opleiding.".
" § 3. De begeleider bedoeld in paragraaf 2 bezit:
1° hetzij een relevante professionele ervaring van minimum 3 jaren in lijn met de inhoud van de gegeven opleiding;
2° hetzij een pedagogisch bekwaamheidsattest;
3° hetzij een titel ter validering van de bevoegdheden als ondernemingscoach of een attest voor het volgen van een opleiding in tutoraat of coaching.
In het kader van een eerstehulpopleiding beschikt de lesgever over een certificaat, titel of diploma dat/die het bewijs levert van zijn vaardigheden voor het verstrekken van een dergelijke opleiding.".
Art. 2. L'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 juin 2007 concernant le fonds de formation titres-services, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 23 mars 2017 modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 7 juin 2007 concernant le fonds de formation titres-services, est complĂ©tĂ© par le paragraphe 3 rĂ©digĂ© comme suit :
" § 3. Le formateur visé au paragraphe 2 dispose soit :
1° d'une expérience professionnelle pertinente de minimum 3 ans en lien avec le contenu de la formation dispensée;
2° d'un certificat d'aptitude pédagogique;
3° d'un titre de validation des compétences de tuteur en entreprise ou une attestation de suivi d'une formation au tutorat ou au coaching.
Dans le cadre d'une formation en secourisme, le formateur dispose d'un certificat, titre ou diplÎme attestant de ses compétences en vue de dispenser une telle formation. ".
" § 3. Le formateur visé au paragraphe 2 dispose soit :
1° d'une expérience professionnelle pertinente de minimum 3 ans en lien avec le contenu de la formation dispensée;
2° d'un certificat d'aptitude pédagogique;
3° d'un titre de validation des compétences de tuteur en entreprise ou une attestation de suivi d'une formation au tutorat ou au coaching.
Dans le cadre d'une formation en secourisme, le formateur dispose d'un certificat, titre ou diplÎme attestant de ses compétences en vue de dispenser une telle formation. ".
Art. 3. In artikel 4, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 23 maart 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, worden de woorden "methodologieën en pedagogische kwaliteiten" ingevoegd tussen de woorden "hun inhoud," en de woorden ", al dan niet passen".
Art. 3. A l'article 4, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 23 mars 2017 modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 7 juin 2007 concernant le fonds de formation titres-services, les mots " leurs mĂ©thodologies et leurs qualitĂ©s pĂ©dagogiques " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " leurs contenus, " et " , entrent ".
Art. 4. In artikel 5, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de bepalingen onder 5 opgeheven bij koninklijk besluit van 22 juli 2009 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, hersteld als volgt:
"5° het curriculum vitae van de begeleider of elk document dat het bewijs levert van de nodige ervaring van de begeleider, met inbegrip van de kopieën van certificaten en attesten die het bewijs leveren dat de begeleider aan de voorwaarden bedoeld in artikel 2, § 3 voldoet;.".
"5° het curriculum vitae van de begeleider of elk document dat het bewijs levert van de nodige ervaring van de begeleider, met inbegrip van de kopieën van certificaten en attesten die het bewijs leveren dat de begeleider aan de voorwaarden bedoeld in artikel 2, § 3 voldoet;.".
Art. 4. Dans l'article 5, § 1er, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le 5° abrogĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 22 juillet 2009 modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 7 juin 2007 concernant le fonds de formation titres-services, est rĂ©tabli dans la rĂ©daction suivante :
" 5° le curriculum vitae du formateur ou tous documents attestant de l'expérience requise du formateur, en ce compris les copies des certificats et des attestations démontrant que le formateur remplit les conditions visées à l'article 2, § 3; ".
" 5° le curriculum vitae du formateur ou tous documents attestant de l'expérience requise du formateur, en ce compris les copies des certificats et des attestations démontrant que le formateur remplit les conditions visées à l'article 2, § 3; ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 1 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2019.
Art. 5. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le premier jour du mois qui suit l'expiration d'un dĂ©lai de dix jours prenant cours le jour suivant sa publication au Moniteur belge, Ă l'exception de l'article 1 qui produit ses effets au 1er janvier 2019.
Art. 6. De minister van Tewerkstelling wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Le Ministre chargĂ© de l'Emploi est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©