Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 MAART 2019. - Ministerieel besluit tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2018 tot vaststelling van de nadere regels over de rechten en plichten van begunstigden in hun contacten met uitbetalingsactoren en tot vaststelling van de regels over de ambtshalve en gedwongen herziening van een beslissing tot toekenning van toelagen in het kader van het gezinsbeleid, wat betreft meldingen in en motivering van een beslissing over toelagen en de voorwaarden om af te zien van terugvordering van onverschuldigde toelagen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-06-2019 en tekstbijwerking tot 03-07-2025)
Titre
13 MARS 2019. - ArrĂȘtĂ© ministĂ©riel portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 juillet 2018 portant modalitĂ©s des droits et obligations des bĂ©nĂ©ficiaires dans leurs contacts avec les acteurs de paiement et Ă©tablissant les rĂšgles de rĂ©vision d'office et forcĂ©e d'une dĂ©cision d'octroi d'allocations dans le cadre de la politique familiale, pour ce qui concerne les notifications dans et la motivation d'une dĂ©cision portant sur les allocations et les conditions de renonciation au recouvrement d'allocations indues(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 07-06-2019 et mise Ă  jour au 03-07-2025)
Documentinformatie
Numac: 2019012375
Datum: 2019-03-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019012375
Date: 2019-03-13
Moniteur: Voir
Tekst (11)
Texte (10)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° agentschap: het agentschap, vermeld in artikel 3, § 1, 4°, van het [1 Groeipakketdecreet van 2018]1;
  2° besluit van 13 juli 2018: het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2018 tot vaststelling van de nadere regels over de rechten en plichten van begunstigden in hun contacten met uitbetalingsactoren en tot vaststelling van de regels voor de ambtshalve en gedwongen herziening van een beslissing tot toekenning van toelagen in het kader van het gezinsbeleid;
  3° [1 ...]1
  4° gezinsinspecteur: de gezinsinspecteur, vermeld in artikel 3, § 3, 4°, van het [1 Groeipakketdecreet van 2018]1.
  
Article 1er. " Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1° agence : l'agence, visée à l'article 3, § 1er, 4°, du décret du 27 avril 2018 ;
  2° arrĂȘtĂ© du 13 juillet 2018 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 juillet 2018 portant modalitĂ©s des droits et obligations des bĂ©nĂ©ficiaires dans leurs contacts avec les acteurs de paiement et Ă©tablissant les rĂšgles de rĂ©vision d'office et forcĂ©e d'une dĂ©cision d'octroi d'allocations dans le cadre de la politique familiale ;
  3° décret du 27 avril 2018 : le décret du 27 avril 2018 réglant les allocations dans le cadre de la politique familiale ;
  4° inspecteur familial : l'inspecteur familial, visé à l'article 3, § 3, 4°, du décret du 27 avril 2018.
HOOFDSTUK 2. - Vrijstelling van vermeldingen in en motivering van beslissingen
CHAPITRE 2. - Exemption de notifications dans et motivation de décisions
Art. 2. Ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van het besluit van 13 juli 2018 zijn de vermeldingen, vermeld in artikel 89, eerste lid, van het [1 Groeipakketdecreet van 2018]1, niet vereist:
  1° vanaf de tweede betaling van de kinderopvangtoeslag, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende de kinderopvangtoeslag en de kleutertoeslag;
  2° bij de betaling van de universele participatietoeslagen, vermeld in artikel 54 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 tot vaststelling van de diverse hoedanigheden van het rechtgevende kind en betreffende de vrijstellingen van de toekenningsvoorwaarden voor de gezinsbijslagen, de startbedragen geboorte en adoptie en de universele participatietoeslagen.
  
Art. 2. En exĂ©cution de l'article 4, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© du 13 juillet 2018, les notifications, visĂ©es Ă  l'article 89, alinĂ©a premier, du dĂ©cret du 27 avril 2018, ne sont pas requises :
  1° Ă  partir du deuxiĂšme paiement de l'allocation pour accueil d'enfants, telle que visĂ©e Ă  l'article 7 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 dĂ©cembre 2018 portant l'allocation pour accueil d'enfants et l'allocation de jeune enfant ;
  2° lors du paiement des allocations de participation universelles, telles que visĂ©es Ă  l'article 54 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 octobre 2018 Ă©tablissant les diverses qualitĂ©s de l'enfant bĂ©nĂ©ficiaire et relatif aux exemptions des conditions d'octroi pour les allocations familiales, les montants initiaux naissance et adoption, et les allocations de participation universelles.
Art. 3. Ter uitvoering van artikel 8, tweede lid, van het besluit van 13 juli 2018 worden de beslissingen tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, die door of met behulp van informaticaprogramma's genomen zijn, als er geen akte is opgemaakt, geacht gemotiveerd te zijn als de relevante gegevens, die met behulp van informaticaprogramma's werden bekomen en waarop de beslissing is gebaseerd, bewaard blijven gedurende dezelfde termijn als de langste termijn, vermeld in artikel 95 tot en met 99 van het [1 Groeipakketdecreet van 2018]1.
  
Art. 3. En exĂ©cution de l'article 8, alinĂ©a deux, de l'arrĂȘtĂ© du 13 juillet 2018, les dĂ©cisions relatives au paiement des allocations dans le cadre de la politique familiale, prises par ou Ă  l'aide de programmes informatiques, sont, si aucun acte n'a Ă©tĂ© Ă©tabli, rĂ©putĂ©es motivĂ©es si les donnĂ©es pertinentes, obtenues Ă  l'aide de programmes informatiques et sur la base desquelles la dĂ©cision est fondĂ©e, sont conservĂ©es pendant la mĂȘme pĂ©riode que la plus longue pĂ©riode, visĂ©e aux articles 95 Ă  99 du dĂ©cret du 27 avril 2018.
Art.3/1.[1 § 1. De goede trouw, vermeld in artikel 13, tweede lid, 1°, van het besluit van 13 juli 2018, wordt vastgesteld door de uitbetalingsactor.
CHAPITRE 3. - Modalités de renonciation au recouvrement d'allocations indues
HOOFDSTUK 3. - Nadere regels over het afzien van de terugvordering van onverschuldigde toelagen
Art. 4. ConformĂ©ment aux dispositions des alinĂ©as 2 et 3, l'Agence calcule les limites intermĂ©diaires visĂ©es Ă  l'article 13, alinĂ©a 5, de l'arrĂȘtĂ© du 13 juillet 2018, qui permettent de renoncer au recouvrement des paiements indus Ă  hauteur de 10, 20, 30, 40, 50, 60, 70, 80 et 90 pour cent.
Art. 4. Het agentschap berekent, conform de bepalingen in het tweede en derde lid, de tussenliggende grenzen, vermeld in artikel 13, vijfde lid van het besluit van 13 juli 2018 die het mogelijk maken om ten belope van 10, 20, 30, 40, 50, 60, 70, 80 en 90 procent af te zien van de terugvordering van de onverschuldigde betaling.
  Eerst wordt het verschil tussen de maximum- en de minimumgrens, vermeld in artikel 13, vijfde lid, van het besluit van 13 juli 2018, bepaald. Daarna wordt dat verschil gedeeld door negen.
  Het resultaat van de berekening, vermeld in het tweede lid, wordt bij de minimumgrens opgeteld om tot de grens te komen waarop voor 10% van de terugvordering kan afgezien worden. Vervolgens wordt die grens verhoogd met het resultaat, berekend conform het tweede lid, om tot de grens te komen waarop voor 20% van de terugvordering kan afgezien worden. Het agentschap zet deze werkwijze verder tot alle grenzen vermeld in het eerste lid zijn berekend.
Art. 5. Si, Ă  la rĂ©ception d'une demande de renonciation au recouvrement, l'acteur de paiement envoie un accusĂ© de rĂ©ception au bĂ©nĂ©ficiaire, conformĂ©ment Ă  l'article 13, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du 13 juillet 2018, il y joint un formulaire sur lequel le dĂ©biteur peut dĂ©clarer son revenu de mĂ©nage et joindre les piĂšces justificatives nĂ©cessaires.
  Sur la base des donnĂ©es figurant sur le formulaire, visĂ© au premier alinĂ©a, l'acteur de paiement dĂ©cidera, conformĂ©ment Ă  l'article 13, alinĂ©a 5, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© s'il renonce entiĂšrement ou partiellement de la dette.
  Si les moyens de subsistance que le dĂ©biteur dĂ©clare dans le formulaire sont infĂ©rieurs Ă  la limite maximale visĂ©e Ă  l'article 13, alinĂ©a 5, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, fles moyens de subsistance du dĂ©biteur sont contrĂŽlĂ©s par un inspecteur familial lors d'une visite Ă  domicile. Celui-ci peut Ă©tablir le caractĂšre durable de la situation financiĂšre incertaine, visĂ©e Ă  l'article 13, alinĂ©a deux, 2°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©.
  Si, en revanche, les moyens de subsistance dĂ©passent la limite maximale, visĂ©e Ă  l'article 13, alinĂ©a 5, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©, une visite Ă  domicile n'est pas nĂ©cessaire pour contrĂŽler les moyens de subsistance.
  L'agence peut élaborer des directives pratiques et techniques pour les visites à domicile à l'occasion desquelles les moyens de subsistance sont contrÎlés.
Art. 5. Als de uitbetalingsactor bij ontvangst van een verzoek om van de terugvordering af te zien, een ontvangstbewijs naar de begunstigde stuurt conform artikel 13, eerste lid, van het besluit van 13 juli 2018, voegt hij daarbij een formulier waarop de schuldenaar zijn gezinsinkomen kan aangeven en waarbij hij de nodige bewijsstukken kan voegen.
CHAPITRE 4. - Disposition finale
HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling
Art. 6. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er janvier 2019.
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2019.
-