Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
5 APRIL 2019. - Decreet houdende de tegemoetkoming in de schade die aangericht is door rampen in het Vlaamse Gewest
Titre
5 AVRIL 2019. - Décret relatif à l'indemnisation des dommages causés par les calamités en Région flamande
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied
HOOFDSTUK 3. - Vergoedbare schade
HOOFDSTUK 4. - Rechthebbenden
HOOFDSTUK 5. - Vergoedingsprocedure
Afdeling 1. - Indiening van de aanvraag
Afdeling 2. - Onderzoek van de aanvraag
Afdeling 3. - Raming van de schade en berekenin...
Afdeling 4. - Herzieningsprocedure
Afdeling 5. - Beroepsprocedure
Afdeling 6. - Administratieve, fiscale en gerec...
HOOFDSTUK 6. - Rechten van derden
HOOFDSTUK 7. - Steunregeling voor een brede wee...
HOOFDSTUK 8. - Schade aan goederen die verzeker...
HOOFDSTUK 9. - Overgangsregeling voor landbouwe...
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Champ d'application
CHAPITRE 3. - Dommages indemnisables
CHAPITRE 4. - Ayants droit
CHAPITRE 5. - Procédure d'indemnisation
Section 1re. - Introduction de la demande
Section 2. - Examen de la demande
Section 3. - Estimation des dommages et calcul ...
Section 4. - Procédure de révision
Section 5. - Procédure de recours
Section 6. - Dispositions administratives, fisc...
CHAPITRE 6. - Droits des tiers
CHAPITRE 7. - Régime d'aide en faveur d'une ass...
CHAPITRE 8. - Dommages aux biens assurés contre...
CHAPITRE 9. - Régime transitoire pour les agric...
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Tekst (48)
Texte (48)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale.
Art. 2. In dit decreet wordt verstaan onder :
1° ramp : een natuurverschijnsel met uitzonderlijk karakter dat belangrijke schade heeft veroorzaakt en dat de Vlaamse Regering erkend heeft op basis van artikel 4, tweede lid;
2° natuurverschijnsel met uitzonderlijk karakter : een van de volgende natuurverschijnselen :
a) aardbeving;
b) aardverschuiving of grondverzakking;
c) overstroming buiten landbouwzones die in winterbedding liggen;
d) tornado;
e) orkaan;
f) vulkaanuitbarsting;
g) natuurbrand van natuurlijke oorsprong;
h) ongunstige weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld;
3° ongunstige weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld : een van de volgende weersomstandigheden :
a) vorst;
b) storm en rukwinden;
c) hagel;
d) sneeuw- of ijsdruk;
e) hevige of aanhoudende regen;
f) ernstige droogte;
4° Vlaamse overheid : de Vlaamse administratie en de instellingen, vermeld in artikel 9 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen die ressorteren onder de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest;
5° brede weersverzekering : een verzekering die teelt- en oogstschade dekt die veroorzaakt is door de ongunstige weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld;
6° beveiligde zending : een van de volgende betekeningswijzen :
a) een aangetekende brief;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
c) elke andere door de Vlaamse Regering toegestane betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld.
1° ramp : een natuurverschijnsel met uitzonderlijk karakter dat belangrijke schade heeft veroorzaakt en dat de Vlaamse Regering erkend heeft op basis van artikel 4, tweede lid;
2° natuurverschijnsel met uitzonderlijk karakter : een van de volgende natuurverschijnselen :
a) aardbeving;
b) aardverschuiving of grondverzakking;
c) overstroming buiten landbouwzones die in winterbedding liggen;
d) tornado;
e) orkaan;
f) vulkaanuitbarsting;
g) natuurbrand van natuurlijke oorsprong;
h) ongunstige weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld;
3° ongunstige weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld : een van de volgende weersomstandigheden :
a) vorst;
b) storm en rukwinden;
c) hagel;
d) sneeuw- of ijsdruk;
e) hevige of aanhoudende regen;
f) ernstige droogte;
4° Vlaamse overheid : de Vlaamse administratie en de instellingen, vermeld in artikel 9 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen die ressorteren onder de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest;
5° brede weersverzekering : een verzekering die teelt- en oogstschade dekt die veroorzaakt is door de ongunstige weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld;
6° beveiligde zending : een van de volgende betekeningswijzen :
a) een aangetekende brief;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
c) elke andere door de Vlaamse Regering toegestane betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld.
Art. 2. Dans le présent décret, on entend par :
1° calamité : un phénomène naturel à caractère exceptionnel qui a causé des dommages significatifs et que le Gouvernement flamand a reconnu comme tel sur la base de l'article 4, deuxième alinéa ;
2° phénomène naturel à caractère exceptionnel : l'un des phénomènes naturels suivants :
a) tremblement de terre ;
b) glissement de terrain ou affaissement du sol ;
c) inondation à l'extérieur de zones agricoles situées dans le lit d'hiver ;
d) tornade ;
e) ouragan ;
f) éruption volcanique ;
g) incendie de forêt d'origine naturelle ;
h) conditions météorologiques défavorables pouvant être assimilées à une calamité naturelle ;
3° conditions météorologiques défavorables pouvant être assimilées à une calamité naturelle : l'une des conditions météorologiques suivantes :
a) gel ;
b) tempêtes et rafales ;
c) grêle ;
d) pression de neige ou de glace ;
e) pluies abondantes ou persistantes ;
f) sécheresse grave ;
4° Autorité flamande : l'administration flamande et les organismes visés à l'article 9 de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles qui relèvent de la Communauté flamande ou de la Région flamande ;
5° l'assurance intempéries globale : assurance couvrant les dommages aux cultures et aux récoltes causés par des conditions météorologiques défavorables pouvant être assimilées à une calamité naturelle ;
6° envoi sécurisé : un des modes de signification suivants :
a) lettre recommandée ;
b) remise contre récépissé ;
c) tout autre mode de signification autorisé par le Gouvernement flamand permettant de déterminer avec certitude la date de notification.
1° calamité : un phénomène naturel à caractère exceptionnel qui a causé des dommages significatifs et que le Gouvernement flamand a reconnu comme tel sur la base de l'article 4, deuxième alinéa ;
2° phénomène naturel à caractère exceptionnel : l'un des phénomènes naturels suivants :
a) tremblement de terre ;
b) glissement de terrain ou affaissement du sol ;
c) inondation à l'extérieur de zones agricoles situées dans le lit d'hiver ;
d) tornade ;
e) ouragan ;
f) éruption volcanique ;
g) incendie de forêt d'origine naturelle ;
h) conditions météorologiques défavorables pouvant être assimilées à une calamité naturelle ;
3° conditions météorologiques défavorables pouvant être assimilées à une calamité naturelle : l'une des conditions météorologiques suivantes :
a) gel ;
b) tempêtes et rafales ;
c) grêle ;
d) pression de neige ou de glace ;
e) pluies abondantes ou persistantes ;
f) sécheresse grave ;
4° Autorité flamande : l'administration flamande et les organismes visés à l'article 9 de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles qui relèvent de la Communauté flamande ou de la Région flamande ;
5° l'assurance intempéries globale : assurance couvrant les dommages aux cultures et aux récoltes causés par des conditions météorologiques défavorables pouvant être assimilées à une calamité naturelle ;
6° envoi sécurisé : un des modes de signification suivants :
a) lettre recommandée ;
b) remise contre récépissé ;
c) tout autre mode de signification autorisé par le Gouvernement flamand permettant de déterminer avec certitude la date de notification.
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied
CHAPITRE 2. - Champ d'application
Art. 3. Materiële en zekere schade aan lichamelijke roerende of onroerende goederen op het grondgebied van het Vlaamse Gewest, die het rechtstreekse gevolg is van een ramp, geeft recht op een tegemoetkoming.
Als de schadelijder een landbouwer is, is naast de vereiste, vermeld in het eerste lid, vereist dat de ramp tot inkomensverlies leidt. Dat wordt berekend conform artikel 25, lid 6, van verordening (EG) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
Schade waarvan het herstel door internationale overeenkomsten wordt geregeld, is uitgesloten van de toepassing van dit decreet.
Een schadelijder kan naast de tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, een schadevergoeding van de Vlaamse overheid of van een andere openbare instelling of instelling van openbaar nut vorderen op grond van het gemene recht. De schadelijder deelt elk vonnis of arrest daarover dat in kracht van gewijsde is gegaan, binnen tien dagen na de betekening van de uitspraak mee aan de Vlaamse Regering.
Als de schadelijder een landbouwer is, is naast de vereiste, vermeld in het eerste lid, vereist dat de ramp tot inkomensverlies leidt. Dat wordt berekend conform artikel 25, lid 6, van verordening (EG) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard.
Schade waarvan het herstel door internationale overeenkomsten wordt geregeld, is uitgesloten van de toepassing van dit decreet.
Een schadelijder kan naast de tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, een schadevergoeding van de Vlaamse overheid of van een andere openbare instelling of instelling van openbaar nut vorderen op grond van het gemene recht. De schadelijder deelt elk vonnis of arrest daarover dat in kracht van gewijsde is gegaan, binnen tien dagen na de betekening van de uitspraak mee aan de Vlaamse Regering.
Art. 3. Les dommages matériels et certains aux biens meubles corporels ou immeubles situés sur le territoire de la Région flamande, qui sont la conséquence directe d'une calamité, donnent droit à indemnisation.
En plus de l'exigence énoncée au premier alinéa, si la partie lésée est un agriculteur, la calamité doit entraîner une perte de revenu. Celle-ci est calculée conformément à l'article 25, paragraphe 6 du Règlement (UE) n° 702/2014 de la Commission du 25 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aides, dans les secteurs agricole et forestier et dans les zones rurales, compatibles avec le marché intérieur, en application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne.
Les dommages dont la réparation est réglée par des conventions internationales sont exclus de l'application du présent décret.
Outre l'indemnisation visée au premier alinéa, la partie lésée peut réclamer des dommages-intérêts de l'Autorité flamande ou d'un autre organisme public ou organisme d'intérêt public en vertu du droit commun. La partie lésée communique tout jugement ou arrêt à ce sujet, passé en force de chose jugée, au Gouvernement flamand dans les dix jours suivant la signification du prononcé.
En plus de l'exigence énoncée au premier alinéa, si la partie lésée est un agriculteur, la calamité doit entraîner une perte de revenu. Celle-ci est calculée conformément à l'article 25, paragraphe 6 du Règlement (UE) n° 702/2014 de la Commission du 25 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aides, dans les secteurs agricole et forestier et dans les zones rurales, compatibles avec le marché intérieur, en application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne.
Les dommages dont la réparation est réglée par des conventions internationales sont exclus de l'application du présent décret.
Outre l'indemnisation visée au premier alinéa, la partie lésée peut réclamer des dommages-intérêts de l'Autorité flamande ou d'un autre organisme public ou organisme d'intérêt public en vertu du droit commun. La partie lésée communique tout jugement ou arrêt à ce sujet, passé en force de chose jugée, au Gouvernement flamand dans les dix jours suivant la signification du prononcé.
Art. 4. De Vlaamse Regering stelt de criteria voor de erkenning van rampen vast, namelijk :
1° de wetenschappelijke criteria op basis van een minimale terugkeerperiode van dertig jaar van de ramp of de door de Vlaamse Regering te bepalen wetenschappelijke schaal;
2° de financiële drempel, waarbij, bij de overschrijding ervan, niet voldaan hoeft te worden aan de wetenschappelijke criteria, vermeld in punt 1°.
De Vlaamse Regering erkent op basis van de criteria, vermeld in het eerste lid, het bestaan van een ramp en de geografische uitgestrektheid ervan.
1° de wetenschappelijke criteria op basis van een minimale terugkeerperiode van dertig jaar van de ramp of de door de Vlaamse Regering te bepalen wetenschappelijke schaal;
2° de financiële drempel, waarbij, bij de overschrijding ervan, niet voldaan hoeft te worden aan de wetenschappelijke criteria, vermeld in punt 1°.
De Vlaamse Regering erkent op basis van de criteria, vermeld in het eerste lid, het bestaan van een ramp en de geografische uitgestrektheid ervan.
Art. 4. Le Gouvernement flamand arrête les critères de reconnaissance des calamités, à savoir :
1° les critères scientifiques fondés sur une période de retour minimale de trente ans de la calamité ou l'échelle scientifique à déterminer par le Gouvernement flamand ;
2° le seuil financier, étant entendu que, en cas de dépassement, les critères scientifiques visés au point 1° ne doivent pas être remplis.
Le Gouvernement flamand reconnaît sur la base des critères visés au premier alinéa l'existence d'une calamité et son étendue géographique.
1° les critères scientifiques fondés sur une période de retour minimale de trente ans de la calamité ou l'échelle scientifique à déterminer par le Gouvernement flamand ;
2° le seuil financier, étant entendu que, en cas de dépassement, les critères scientifiques visés au point 1° ne doivent pas être remplis.
Le Gouvernement flamand reconnaît sur la base des critères visés au premier alinéa l'existence d'une calamité et son étendue géographique.
HOOFDSTUK 3. - Vergoedbare schade
CHAPITRE 3. - Dommages indemnisables
Art. 5. Alleen de volgende schade kan vergoed worden :
1° schade aan de volgende private goederen :
a) constructies;
b) verplaatsbare constructies die voor bewoning gebruikt worden;
c) roerende goederen voor dagelijks of huiselijk gebruik;
d) andere lichamelijke, onroerende of roerende goederen die aangewend worden voor of product zijn van een van de volgende zaken :
1) de beroepsmatige uitbating van een nijverheids-, ambachts-, handels-, tuin- of landbouwonderneming en bosaanplantingen;
2) de uitoefening van elk ander beroep;
3) de activiteit van een openbare instelling, een instelling van openbaar nut of van een vereniging zonder winstoogmerk;
2° schade aan alle roerende en onroerende goederen die tot het openbaar domein behoren, met uitzondering van de goederen van de Vlaamse overheid.
In het eerste lid wordt verstaan onder constructie : een gebouw, een bouwwerk, een vaste inrichting of een verharding die al dan niet bestaat uit duurzame materialen, die in de grond ingebouwd is, aan de grond bevestigd is of op de grond steunt voor de stabiliteit en die bestemd is om ter plaatse te blijven staan of liggen, ook als het goed uit elkaar genomen kan worden of verplaatst kan worden, of als het goed volledig ondergronds is.
1° schade aan de volgende private goederen :
a) constructies;
b) verplaatsbare constructies die voor bewoning gebruikt worden;
c) roerende goederen voor dagelijks of huiselijk gebruik;
d) andere lichamelijke, onroerende of roerende goederen die aangewend worden voor of product zijn van een van de volgende zaken :
1) de beroepsmatige uitbating van een nijverheids-, ambachts-, handels-, tuin- of landbouwonderneming en bosaanplantingen;
2) de uitoefening van elk ander beroep;
3) de activiteit van een openbare instelling, een instelling van openbaar nut of van een vereniging zonder winstoogmerk;
2° schade aan alle roerende en onroerende goederen die tot het openbaar domein behoren, met uitzondering van de goederen van de Vlaamse overheid.
In het eerste lid wordt verstaan onder constructie : een gebouw, een bouwwerk, een vaste inrichting of een verharding die al dan niet bestaat uit duurzame materialen, die in de grond ingebouwd is, aan de grond bevestigd is of op de grond steunt voor de stabiliteit en die bestemd is om ter plaatse te blijven staan of liggen, ook als het goed uit elkaar genomen kan worden of verplaatst kan worden, of als het goed volledig ondergronds is.
Art. 5. Seuls les dommages suivants peuvent être indemnisés :
1° des dommages causés aux biens privés suivants :
a) constructions ;
b) constructions mobiles utilisées à des fins de logement ;
c) biens mobiliers à usage quotidien ou domestique ;
d) autres biens corporels, immeubles ou meubles utilisés pour, ou étant le produit d'une des activités suivantes :
1) l'exploitation professionnelle d'une entreprise industrielle, artisanale, commerciale, horticole ou agricole et de plantations de bois ;
2) l'exercice de toute autre profession ;
3) l'activité d'un organisme public, d'un organisme d'intérêt public ou d'une association sans but lucratif ;
2° des dommages causés à tous les biens mobiliers et immobiliers appartenant au domaine public, à l'exception des biens de l'Autorité flamande.
Au premier alinéa, on entend par construction un bâtiment, un ouvrage, un aménagement fixe ou un empierrement, réalisé ou non en matériaux durables, intégré dans le sol, fixé au sol ou supporté par le sol à des fins de stabilité et qui est destiné à rester sur place, debout ou par terre, même si le bien peut être démonté ou déplacé, ou si le bien est entièrement souterrain.
1° des dommages causés aux biens privés suivants :
a) constructions ;
b) constructions mobiles utilisées à des fins de logement ;
c) biens mobiliers à usage quotidien ou domestique ;
d) autres biens corporels, immeubles ou meubles utilisés pour, ou étant le produit d'une des activités suivantes :
1) l'exploitation professionnelle d'une entreprise industrielle, artisanale, commerciale, horticole ou agricole et de plantations de bois ;
2) l'exercice de toute autre profession ;
3) l'activité d'un organisme public, d'un organisme d'intérêt public ou d'une association sans but lucratif ;
2° des dommages causés à tous les biens mobiliers et immobiliers appartenant au domaine public, à l'exception des biens de l'Autorité flamande.
Au premier alinéa, on entend par construction un bâtiment, un ouvrage, un aménagement fixe ou un empierrement, réalisé ou non en matériaux durables, intégré dans le sol, fixé au sol ou supporté par le sol à des fins de stabilité et qui est destiné à rester sur place, debout ou par terre, même si le bien peut être démonté ou déplacé, ou si le bien est entièrement souterrain.
Art. 6. In afwijking van artikel 5 wordt de volgende schade niet vergoed :
1° schade aan schepen en boten als vermeld in artikel 1 en 271 van boek II van het Wetboek van Koophandel;
2° schade aan goederen of delen van goederen met een luxekarakter;
3° louter esthetische schade aan goederen;
4° schade aan goederen die veroorzaakt is door de schuld, nalatigheid of onvoorzichtigheid van de schadelijder of een derde;
5° schade aan private goederen die verzekerbaar zijn met toepassing van artikel 123 tot en met 132 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, of die vallen onder de toepassing van artikel 1 tot en met 15 van het koninklijk besluit van 24 december 1992 betreffende de verzekering tegen brand en andere gevaren wat de eenvoudige risico's betreft, of die verzekerbaar zijn tegen dezelfde risico's op basis van buitenlands recht;
6° schade aan niet-binnengehaalde oogsten en teelten die in principe verzekerd kunnen worden door een brede weersverzekering, met uitzondering van schade aan niet-binnengehaalde oogsten en teelten die niet via een brede weersverzekering verzekerd zijn voor de risico's vorst, storm en rukwinden, sneeuw- of ijsdruk, hevige of aanhoudende regen en ernstige droogte, gedurende de overgangsperiode, vermeld in artikel 27 van dit decreet.
Het eerste lid, 5°, geldt niet voor de goederen die niet verzekerd zijn door de financiële toestand van de houder van het verzekeringsbelang. De schadelijder, die geen zelfstandige is als vermeld in artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, bewijst met een attest van het bevoegde Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn dat hij op de dag van de ramp een leefloon of een gelijkwaardige financiële hulp ontving of daarvoor in aanmerking kwam.
Het eerste lid, 6°, geldt niet voor schade bij schadelijders die zelfstandige zijn en die bewijzen dat ze zich tijdelijk in een moeilijke financiële of economische situatie bevonden aan de hand van de vrijstelling van de bijdrage aan het sociaal verzekeringsfonds die aan hen is verleend door het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen.
1° schade aan schepen en boten als vermeld in artikel 1 en 271 van boek II van het Wetboek van Koophandel;
2° schade aan goederen of delen van goederen met een luxekarakter;
3° louter esthetische schade aan goederen;
4° schade aan goederen die veroorzaakt is door de schuld, nalatigheid of onvoorzichtigheid van de schadelijder of een derde;
5° schade aan private goederen die verzekerbaar zijn met toepassing van artikel 123 tot en met 132 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, of die vallen onder de toepassing van artikel 1 tot en met 15 van het koninklijk besluit van 24 december 1992 betreffende de verzekering tegen brand en andere gevaren wat de eenvoudige risico's betreft, of die verzekerbaar zijn tegen dezelfde risico's op basis van buitenlands recht;
6° schade aan niet-binnengehaalde oogsten en teelten die in principe verzekerd kunnen worden door een brede weersverzekering, met uitzondering van schade aan niet-binnengehaalde oogsten en teelten die niet via een brede weersverzekering verzekerd zijn voor de risico's vorst, storm en rukwinden, sneeuw- of ijsdruk, hevige of aanhoudende regen en ernstige droogte, gedurende de overgangsperiode, vermeld in artikel 27 van dit decreet.
Het eerste lid, 5°, geldt niet voor de goederen die niet verzekerd zijn door de financiële toestand van de houder van het verzekeringsbelang. De schadelijder, die geen zelfstandige is als vermeld in artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, bewijst met een attest van het bevoegde Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn dat hij op de dag van de ramp een leefloon of een gelijkwaardige financiële hulp ontving of daarvoor in aanmerking kwam.
Het eerste lid, 6°, geldt niet voor schade bij schadelijders die zelfstandige zijn en die bewijzen dat ze zich tijdelijk in een moeilijke financiële of economische situatie bevonden aan de hand van de vrijstelling van de bijdrage aan het sociaal verzekeringsfonds die aan hen is verleend door het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen.
Art. 6. Par dérogation à l'article 5, les dommages suivants ne sont pas indemnisés :
1° les dommages aux navires et bateaux tels que visés aux articles 1er et 271 du livre II du Code de Commerce ;
2° les dommages aux biens ou aux parties de biens de luxe ;
3° les dommages purement esthétiques à des biens ;
4° les dommages à des biens par une faute, négligence ou imprudence de la partie lésée ou d'un tiers ;
5° les dommages aux biens privés assurables en application des articles 123 à 132 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, ou relevant de l'application des articles 1er à 15 de l'arrêté royal du 24 décembre 1992 réglementant l'assurance contre l'incendie et d'autres périls, en ce qui concerne les risques simples, ou assurables contre les mêmes risques sur la base du droit étranger ;
6° les dommages aux récoltes et aux cultures non engrangées qui peuvent en principe être assurées par une assurance intempéries globale, à l'exception des dommages aux récoltes et aux cultures non engrangées qui ne sont pas assurées par une assurance intempéries globale contre les risques de gel, tempête et rafales, pression de neige ou de glace, pluies abondantes ou persistantes et sécheresse grave pendant la période transitoire prévue à l'article 27 du présent décret.
Le premier alinéa, 5°, ne s'applique pas aux biens non assurés en raison de la situation financière du titulaire de l'intérêt d'assurance. La partie lésée, qui n'est pas un travailleur indépendant au sens de l'article 3 de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, prouve au moyen d'une attestation du Centre public d'action sociale compétent qu'il percevait ou avait droit, à la date de la calamité, à un revenu d'intégration ou à une aide financière équivalente.
Le premier alinéa, 6°, ne s'applique pas aux dommages subis par les travailleurs indépendants qui prouvent qu'ils se trouvaient temporairement dans une situation financière ou économique difficile sur la base de l'exonération de la cotisation à la caisse d'assurance sociale qui leur a été accordée par l'Institut national d'assurance sociale pour travailleurs indépendants.
1° les dommages aux navires et bateaux tels que visés aux articles 1er et 271 du livre II du Code de Commerce ;
2° les dommages aux biens ou aux parties de biens de luxe ;
3° les dommages purement esthétiques à des biens ;
4° les dommages à des biens par une faute, négligence ou imprudence de la partie lésée ou d'un tiers ;
5° les dommages aux biens privés assurables en application des articles 123 à 132 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, ou relevant de l'application des articles 1er à 15 de l'arrêté royal du 24 décembre 1992 réglementant l'assurance contre l'incendie et d'autres périls, en ce qui concerne les risques simples, ou assurables contre les mêmes risques sur la base du droit étranger ;
6° les dommages aux récoltes et aux cultures non engrangées qui peuvent en principe être assurées par une assurance intempéries globale, à l'exception des dommages aux récoltes et aux cultures non engrangées qui ne sont pas assurées par une assurance intempéries globale contre les risques de gel, tempête et rafales, pression de neige ou de glace, pluies abondantes ou persistantes et sécheresse grave pendant la période transitoire prévue à l'article 27 du présent décret.
Le premier alinéa, 5°, ne s'applique pas aux biens non assurés en raison de la situation financière du titulaire de l'intérêt d'assurance. La partie lésée, qui n'est pas un travailleur indépendant au sens de l'article 3 de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, prouve au moyen d'une attestation du Centre public d'action sociale compétent qu'il percevait ou avait droit, à la date de la calamité, à un revenu d'intégration ou à une aide financière équivalente.
Le premier alinéa, 6°, ne s'applique pas aux dommages subis par les travailleurs indépendants qui prouvent qu'ils se trouvaient temporairement dans une situation financière ou économique difficile sur la base de l'exonération de la cotisation à la caisse d'assurance sociale qui leur a été accordée par l'Institut national d'assurance sociale pour travailleurs indépendants.
Art. 7. Personen die door bedrog een grotere tegemoetkoming als vermeld in artikel 3 proberen te krijgen, verliezen het recht op de voormelde tegemoetkoming volledig of gedeeltelijk. De Vlaamse Regering spreekt de vervallenverklaring uit.
Een afschrift van de beslissing van de Vlaamse Regering over een volledige of gedeeltelijke vervallenverklaring wordt met een beveiligde zending naar de schadelijder gestuurd.
Een afschrift van de beslissing van de Vlaamse Regering over een volledige of gedeeltelijke vervallenverklaring wordt met een beveiligde zending naar de schadelijder gestuurd.
Art. 7. Les personnes qui tentent d'obtenir par tromperie une indemnisation, telle que visée à l'article 3, plus élevée perdent tout ou partie de leur droit à l'indemnisation visée ci-dessus. Le Gouvernement flamand prononce la déchéance.
Une copie de la décision du Gouvernement flamand sur une déchéance totale ou partielle est envoyée par envoi sécurisé à la personne lésée.
Une copie de la décision du Gouvernement flamand sur une déchéance totale ou partielle est envoyée par envoi sécurisé à la personne lésée.
HOOFDSTUK 4. - Rechthebbenden
CHAPITRE 4. - Ayants droit
Art. 8. Een schadelijder heeft recht op een tegemoetkoming als vermeld in artikel 3 als hij op het ogenblik van de schade beschikt over een van de volgende titels op het getroffen goed :
1° eigenaar;
2° titularis van een recht van erfpacht of opstal;
3° huurder of koper van een goed volgens een contract van huurkoop of een contract van verkoop op afbetaling;
4° uitbater van het geteisterde goed, bij schade aan teelten of oogsten.
Als hij verschillende titels als vermeld in het eerste lid draagt, heeft de persoon, vermeld in het eerste lid, 2°, 3° en 4°, voorrang op de persoon, vermeld in het eerste lid, 1°, bij de toekenning van de voormelde tegemoetkoming.
1° eigenaar;
2° titularis van een recht van erfpacht of opstal;
3° huurder of koper van een goed volgens een contract van huurkoop of een contract van verkoop op afbetaling;
4° uitbater van het geteisterde goed, bij schade aan teelten of oogsten.
Als hij verschillende titels als vermeld in het eerste lid draagt, heeft de persoon, vermeld in het eerste lid, 2°, 3° en 4°, voorrang op de persoon, vermeld in het eerste lid, 1°, bij de toekenning van de voormelde tegemoetkoming.
Art. 8. La partie lésée a droit à l'indemnisation visée à l'article 3 si, au moment des dommages, il possède l'un des titres suivants sur le bien affecté :
1° propriétaire ;
2° titulaire d'un droit d'emphytéose ou de superficie ;
3° locataire ou acheteur d'un bien selon un contrat de vente-location ou un contrat de vente à tempérament ;
4° exploitant du bien affecté, en cas de dommages aux cultures ou récoltes.
Lorsqu'elle possède plusieurs titres, tels que visés au premier alinéa, la personne visée au premier alinéa, 2°, 3° et 4°, a la priorité sur la personne visée au premier alinéa, 1°, lors de l'octroi de l'indemnisation.
1° propriétaire ;
2° titulaire d'un droit d'emphytéose ou de superficie ;
3° locataire ou acheteur d'un bien selon un contrat de vente-location ou un contrat de vente à tempérament ;
4° exploitant du bien affecté, en cas de dommages aux cultures ou récoltes.
Lorsqu'elle possède plusieurs titres, tels que visés au premier alinéa, la personne visée au premier alinéa, 2°, 3° et 4°, a la priorité sur la personne visée au premier alinéa, 1°, lors de l'octroi de l'indemnisation.
HOOFDSTUK 5. - Vergoedingsprocedure
CHAPITRE 5. - Procédure d'indemnisation
Afdeling 1. - Indiening van de aanvraag
Section 1re. - Introduction de la demande
Art. 9. § 1. De schadelijder of een gemachtigde dient de aanvraag van een tegemoetkoming als vermeld in artikel 3 in bij de Vlaamse Regering.
Als de getroffen goederen tot een onverdeeldheid behoren, kan een van de eigenaars in onverdeeldheid de aanvraag indienen namens de mede-eigenaars, die daarvoor volmacht gegeven hebben.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de aanvraag wordt ingediend.
Als de getroffen goederen tot een onverdeeldheid behoren, kan een van de eigenaars in onverdeeldheid de aanvraag indienen namens de mede-eigenaars, die daarvoor volmacht gegeven hebben.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de aanvraag wordt ingediend.
Art. 9. § 1er. La partie lésée ou son mandataire soumet la demande d'indemnisation visée à l'article 3 au Gouvernement flamand.
Si les biens affectés appartiennent à une indivision, un des propriétaires en indivision peut introduire la demande au nom des copropriétaires qui ont donné procuration.
§ 2. Le Gouvernement flamand arrête le mode d'introduction de la demande.
Si les biens affectés appartiennent à une indivision, un des propriétaires en indivision peut introduire la demande au nom des copropriétaires qui ont donné procuration.
§ 2. Le Gouvernement flamand arrête le mode d'introduction de la demande.
Art. 10. De aanvraag van een tegemoetkoming als vermeld in artikel 3 wordt ingediend voor het einde van de derde maand die volgt op de maand waarin het erkenningsbesluit, vermeld in artikel 4, tweede lid, in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Bij overmacht of goede trouw kunnen aanvragen ingediend worden voor het einde van de derde maand die volgt op de maand waarin niet langer sprake is van de overmacht of de goede trouw. De termijn kan in alle gevallen niet langer zijn dan een jaar na de maand van de bekendmaking van het erkenningsbesluit, vermeld in artikel 4, tweede lid, in het Belgisch Staatsblad.
Bij overmacht of goede trouw kunnen aanvragen ingediend worden voor het einde van de derde maand die volgt op de maand waarin niet langer sprake is van de overmacht of de goede trouw. De termijn kan in alle gevallen niet langer zijn dan een jaar na de maand van de bekendmaking van het erkenningsbesluit, vermeld in artikel 4, tweede lid, in het Belgisch Staatsblad.
Art. 10. La demande d'indemnisation visée à l'article 3 est introduite avant la fin du troisième mois suivant celui au cours duquel la décision de reconnaissance visée à l'article 4, deuxième alinéa, a été publiée au Moniteur belge.
En cas de force majeure ou de bonne foi, les demandes peuvent être introduites avant la fin du troisième mois suivant le mois dans lequel il n'est plus question de force majeure ou de bonne foi. En tout état de cause, ce délai ne peut excéder un an à compter du mois de la publication de la décision de reconnaissance visée à l'article 4, deuxième alinéa, du Moniteur belge.
En cas de force majeure ou de bonne foi, les demandes peuvent être introduites avant la fin du troisième mois suivant le mois dans lequel il n'est plus question de force majeure ou de bonne foi. En tout état de cause, ce délai ne peut excéder un an à compter du mois de la publication de la décision de reconnaissance visée à l'article 4, deuxième alinéa, du Moniteur belge.
Afdeling 2. - Onderzoek van de aanvraag
Section 2. - Examen de la demande
Art. 11. § 1. De Vlaamse Regering onderzoekt de aanvraag van een tegemoetkoming als vermeld in artikel 3 en oordeelt over de ontvankelijkheid ervan. Daarvoor onderzoekt ze al de volgende aspecten :
1° of de aanvraag binnen de termijn, vermeld in artikel 10, is ingediend;
2° of de aanvraag volledig en gegrond is;
3° of de aanvraag is ingediend door iemand die recht heeft op de tegemoetkoming conform artikel 8;
4° of de gemeente binnen de geografische omschrijving van de erkende ramp valt conform het erkenningsbesluit, vermeld in artikel 4, tweede lid.
§ 2. Schadelijders zijn verplicht alle nuttige stukken voor inzage ter beschikking te houden of op aanvraag te bezorgen.
De schade wordt, al dan niet met een bezoek ter plaatse, tegensprekelijk vastgesteld tussen een deskundige die de Vlaamse Regering aanwijst, en de schadelijder of zijn gevolmachtigde.
Een afschrift van het schadeverslag wordt met een beveiligde zending naar de schadelijder gestuurd.
De schadelijder deelt binnen een maand na de maand waarin hij het verslag heeft ontvangen, aan de Vlaamse Regering zijn schriftelijke goedkeuring mee. Als de schadelijder zijn goedkeuring niet binnen die termijn heeft meegedeeld, wordt ervan uitgegaan dat de schadelijder het verslag heeft goedgekeurd.
§ 3. De Vlaamse Regering stuurt de schadelijder met een beveiligde zending een afschrift van de beslissing over de aanvraag en, als dat nodig is, over het uit te betalen bedrag.
§ 4. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels voor de procedure vast.
1° of de aanvraag binnen de termijn, vermeld in artikel 10, is ingediend;
2° of de aanvraag volledig en gegrond is;
3° of de aanvraag is ingediend door iemand die recht heeft op de tegemoetkoming conform artikel 8;
4° of de gemeente binnen de geografische omschrijving van de erkende ramp valt conform het erkenningsbesluit, vermeld in artikel 4, tweede lid.
§ 2. Schadelijders zijn verplicht alle nuttige stukken voor inzage ter beschikking te houden of op aanvraag te bezorgen.
De schade wordt, al dan niet met een bezoek ter plaatse, tegensprekelijk vastgesteld tussen een deskundige die de Vlaamse Regering aanwijst, en de schadelijder of zijn gevolmachtigde.
Een afschrift van het schadeverslag wordt met een beveiligde zending naar de schadelijder gestuurd.
De schadelijder deelt binnen een maand na de maand waarin hij het verslag heeft ontvangen, aan de Vlaamse Regering zijn schriftelijke goedkeuring mee. Als de schadelijder zijn goedkeuring niet binnen die termijn heeft meegedeeld, wordt ervan uitgegaan dat de schadelijder het verslag heeft goedgekeurd.
§ 3. De Vlaamse Regering stuurt de schadelijder met een beveiligde zending een afschrift van de beslissing over de aanvraag en, als dat nodig is, over het uit te betalen bedrag.
§ 4. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels voor de procedure vast.
Art. 11. § 1er. Le Gouvernement flamand examine la demande d'indemnisation visée à l'article 3 et statue sur sa recevabilité. A cette fin, elle étudie tous les aspects suivants :
1° si la demande a été introduite dans le délai visé à l'article 10 ;
2° si la demande est complète et fondée ;
3° si la demande a été introduite par une personne ayant droit à l'indemnisation conformément à l'article 8 ;
4° si la commune est située dans la délimitation géographique de la calamité reconnue, conformément à la décision de reconnaissance visée à l'article 4, deuxième alinéa.
§ 2. Les parties lésées sont tenues de tenir à disposition pour consultation toutes les pièces utiles, ou de les transmettre sur demande.
Un expert désigné par le Gouvernement flamand et la partie lésée ou son mandataire établissent les dommages conjointement de manière contradictoire, éventuellement lors d'une visite des lieux.
Une copie du rapport des dommages est envoyée par envoi sécurisé à la partie lésée.
La partie lésée notifie son accord écrit au Gouvernement flamand dans un délai d'un mois à compter du mois au cours duquel elle a reçu le rapport. A défaut d'approbation dans ce délai, la partie lésée est censée approuver le rapport.
§ 3. Le Gouvernement flamand transmet par envoi sécurisé à la partie lésée une copie de la décision sur la demande et, le cas échéant, sur le montant à verser.
§ 4. Le Gouvernement flamand arrête les modalités de la procédure.
1° si la demande a été introduite dans le délai visé à l'article 10 ;
2° si la demande est complète et fondée ;
3° si la demande a été introduite par une personne ayant droit à l'indemnisation conformément à l'article 8 ;
4° si la commune est située dans la délimitation géographique de la calamité reconnue, conformément à la décision de reconnaissance visée à l'article 4, deuxième alinéa.
§ 2. Les parties lésées sont tenues de tenir à disposition pour consultation toutes les pièces utiles, ou de les transmettre sur demande.
Un expert désigné par le Gouvernement flamand et la partie lésée ou son mandataire établissent les dommages conjointement de manière contradictoire, éventuellement lors d'une visite des lieux.
Une copie du rapport des dommages est envoyée par envoi sécurisé à la partie lésée.
La partie lésée notifie son accord écrit au Gouvernement flamand dans un délai d'un mois à compter du mois au cours duquel elle a reçu le rapport. A défaut d'approbation dans ce délai, la partie lésée est censée approuver le rapport.
§ 3. Le Gouvernement flamand transmet par envoi sécurisé à la partie lésée une copie de la décision sur la demande et, le cas échéant, sur le montant à verser.
§ 4. Le Gouvernement flamand arrête les modalités de la procédure.
Afdeling 3. - Raming van de schade en berekening van de vergoeding
Section 3. - Estimation des dommages et calcul de l'indemnisation
Art. 12. § 1. De schade wordt geraamd op basis van de normale kosten, op de dag of na afloop van de periode van de ramp, om de getroffen goederen te herstellen of te vervangen, met inbegrip van de overeenstemmende belastingen en rekening houdend met de herbruikbare delen of elementen, en de waarde van de wrakken of het schroot.
De waardevermindering van het goed of sommige elementen ervan, door materiële of economische slijtage vóór de ramp, wordt afgetrokken van de kosten.
§ 2. Met toepassing van het Europese staatssteunkader ter uitvoering van artikel 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bepaalt de Vlaamse Regering de wijze van schatting en berekening van zowel de schade als de tegemoetkoming, vermeld in artikel 3.
De waardevermindering van het goed of sommige elementen ervan, door materiële of economische slijtage vóór de ramp, wordt afgetrokken van de kosten.
§ 2. Met toepassing van het Europese staatssteunkader ter uitvoering van artikel 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bepaalt de Vlaamse Regering de wijze van schatting en berekening van zowel de schade als de tegemoetkoming, vermeld in artikel 3.
Art. 12. § 1er. Les dommages sont estimés sur la base des coûts normaux, à la date de la calamité ou après la fin de la période de calamité, pour la réparation ou le remplacement des biens affectés, y compris les taxes correspondantes et compte tenu des pièces ou éléments de réemploi et de la valeur des épaves ou des ferrailles.
La dépréciation du bien ou de certains de ses éléments par l'usure matérielle ou économique avant la calamité, est déduite des coûts.
§ 2. En application de l'encadrement européen des aides d'Etat pour la mise en oeuvre des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, le Gouvernement flamand détermine la méthode d'estimation et de calcul des dommages et des indemnités visés à l'article 3.
La dépréciation du bien ou de certains de ses éléments par l'usure matérielle ou économique avant la calamité, est déduite des coûts.
§ 2. En application de l'encadrement européen des aides d'Etat pour la mise en oeuvre des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, le Gouvernement flamand détermine la méthode d'estimation et de calcul des dommages et des indemnités visés à l'article 3.
Art. 13. De schadelijder kan in elk geval geen hogere vergoeding ontvangen dan het bedrag dat nodig is om de vernielde of beschadigde goederen onder redelijke voorwaarden weer samen te stellen.
Art. 13. En tout état de cause, la partie lésée ne peut recevoir une indemnisation supérieure au montant nécessaire pour reconstituer les biens détruits ou endommagés dans des conditions raisonnables.
Afdeling 4. - Herzieningsprocedure
Section 4. - Procédure de révision
Art. 14. Als geen beroep is ingesteld conform artikel 16, kan de Vlaamse Regering of haar gemachtigde de beslissing over de vergoeding herzien in de volgende gevallen :
1° de beslissing is genomen op basis van valse, onjuiste of onvolledige stukken of verklaringen;
2° de schadelijder had met toepassing van artikel 6, eerste lid, 4°, geen of maar gedeeltelijk recht op een vergoeding.
Als geen beroep is ingesteld conform artikel 16, kan de Vlaamse Regering of haar gemachtigde, ambtshalve of op verzoek van de schadelijder, materiële vergissingen rechtzetten.
De herzieningen, vermeld in het eerste en tweede lid, vinden plaats uiterlijk drie maanden na de vaststelling van de feiten die aanleiding geven tot de herziening. Die feiten kunnen maximaal tot twee jaar nadat de beslissing, vermeld in artikel 11, § 3, genomen is, vastgesteld worden.
1° de beslissing is genomen op basis van valse, onjuiste of onvolledige stukken of verklaringen;
2° de schadelijder had met toepassing van artikel 6, eerste lid, 4°, geen of maar gedeeltelijk recht op een vergoeding.
Als geen beroep is ingesteld conform artikel 16, kan de Vlaamse Regering of haar gemachtigde, ambtshalve of op verzoek van de schadelijder, materiële vergissingen rechtzetten.
De herzieningen, vermeld in het eerste en tweede lid, vinden plaats uiterlijk drie maanden na de vaststelling van de feiten die aanleiding geven tot de herziening. Die feiten kunnen maximaal tot twee jaar nadat de beslissing, vermeld in artikel 11, § 3, genomen is, vastgesteld worden.
Art. 14. Si aucun recours n'est institué conformément à l'article 16, le Gouvernement flamand ou son mandataire peut revoir la décision relative à l'indemnisation dans les cas suivants :
1° la décision a été prise sur la base de déclarations ou documents faux, inexacts ou incomplets ;
2° la partie lésée n'avait droit, en vertu de l'article 6, premier alinéa, 4°, à aucune indemnisation ou seulement à une indemnisation partielle.
Si aucun recours n'est institué conformément à l'article 16, le Gouvernement flamand ou son mandataire peut rectifier, d'office ou sur la demande de la partie lésée, des erreurs matérielles.
Les révisions visées aux premier et deuxième alinéas sont effectuées au plus tard trois mois après la constatation des faits donnant lieu à la révision. Ces faits peuvent être constatés jusqu'à deux ans après la prise de décision visée à l'article 11, § 3.
1° la décision a été prise sur la base de déclarations ou documents faux, inexacts ou incomplets ;
2° la partie lésée n'avait droit, en vertu de l'article 6, premier alinéa, 4°, à aucune indemnisation ou seulement à une indemnisation partielle.
Si aucun recours n'est institué conformément à l'article 16, le Gouvernement flamand ou son mandataire peut rectifier, d'office ou sur la demande de la partie lésée, des erreurs matérielles.
Les révisions visées aux premier et deuxième alinéas sont effectuées au plus tard trois mois après la constatation des faits donnant lieu à la révision. Ces faits peuvent être constatés jusqu'à deux ans après la prise de décision visée à l'article 11, § 3.
Art. 15. De schadelijder dient het verzoek tot rechtzetting, vermeld in artikel 14, tweede lid, in binnen een maand nadat hij de beslissing, vermeld in artikel 11, § 3, ontvangen heeft.
De schadelijder stuurt het gemotiveerde verzoek met een beveiligde zending naar de Vlaamse Regering.
De schadelijder stuurt het gemotiveerde verzoek met een beveiligde zending naar de Vlaamse Regering.
Art. 15. La partie lésée introduit la demande de rectification visée à l'article 14, deuxième alinéa, dans le mois suivant la réception de la décision visée à l'article 11, § 3.
La partie lésée transmet la demande motivée par envoi sécurisé au Gouvernement flamand.
La partie lésée transmet la demande motivée par envoi sécurisé au Gouvernement flamand.
Afdeling 5. - Beroepsprocedure
Section 5. - Procédure de recours
Art. 16. Voor schade aan de private goederen, vermeld in artikel 5, eerste lid, 1°, kan de schadelijder of zijn gemachtigde beroep instellen bij het hof van beroep tegen :
1° de beslissing tot volledige of gedeeltelijke vervallenverklaring van het recht op een tegemoetkoming als vermeld in artikel 7;
2° de beslissing over de aanvraag, vermeld in artikel 11, § 3;
3° de beslissingen tot herziening van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 14, eerste en tweede lid.
Het beroep wordt ingesteld bij het hof van beroep van het ambtsgebied waar de schade zich heeft voorgedaan. Een persoon die in meer dan een provincie schade heeft geleden, stelt beroep in bij het hof van beroep van een van de ambtsgebieden waar de schade zich heeft voorgedaan.
1° de beslissing tot volledige of gedeeltelijke vervallenverklaring van het recht op een tegemoetkoming als vermeld in artikel 7;
2° de beslissing over de aanvraag, vermeld in artikel 11, § 3;
3° de beslissingen tot herziening van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 14, eerste en tweede lid.
Het beroep wordt ingesteld bij het hof van beroep van het ambtsgebied waar de schade zich heeft voorgedaan. Een persoon die in meer dan een provincie schade heeft geleden, stelt beroep in bij het hof van beroep van een van de ambtsgebieden waar de schade zich heeft voorgedaan.
Art. 16. Pour les dommages aux biens privés, visés à l'article 5, premier alinéa, 1°, la parties lésée ou son mandataire peut introduire un recours auprès de la cour d'appel contre :
1° la décision de déchéance totale ou partielle du droit à l'indemnisation, visée à l'article 7 ;
2° la décision sur la demande, visée à l'article 11, § 3 ;
3° les décisions de révision du Gouvernement flamand, visées à l'article 14, premier et deuxième alinéas.
Le recours est institué auprès de la cour d'appel de la circonscription administrative où les dommages se sont produits. Une personne qui a subi des dommages dans plusieurs provinces, institue le recours auprès de la cour d'appel d'une des circonscriptions administratives où les dommages se sont produits.
1° la décision de déchéance totale ou partielle du droit à l'indemnisation, visée à l'article 7 ;
2° la décision sur la demande, visée à l'article 11, § 3 ;
3° les décisions de révision du Gouvernement flamand, visées à l'article 14, premier et deuxième alinéas.
Le recours est institué auprès de la cour d'appel de la circonscription administrative où les dommages se sont produits. Une personne qui a subi des dommages dans plusieurs provinces, institue le recours auprès de la cour d'appel d'une des circonscriptions administratives où les dommages se sont produits.
Art. 17. Het beroep, vermeld in artikel 16, biedt aan beide partijen de mogelijkheid alle punten van de bestreden beslissing opnieuw ter sprake te brengen.
Art. 17. Le recours visé à l'article 16 offre aux deux parties la possibilité de faire réexaminer tous les points de la décision contestée.
Art. 18. Het beroep heeft schorsende werking ten aanzien van de aangevochten elementen.
Art. 18. Le recours a un effet suspensif par rapport aux éléments contestés.
Afdeling 6. - Administratieve, fiscale en gerechtelijke bepalingen
Section 6. - Dispositions administratives, fiscales et judiciaires
Art. 19. De Vlaamse Regering kan bij het onderzoek van de aanvragen een beroep doen op deskundigen buiten de administratie.
De Vlaamse Regering bepaalt hoe de deskundigen ingeschakeld kunnen worden, wat hun verplichtingen zijn en wat de vergoedingsschalen zijn.
De Vlaamse Regering bepaalt hoe de deskundigen ingeschakeld kunnen worden, wat hun verplichtingen zijn en wat de vergoedingsschalen zijn.
Art. 19. Lors de l'examen des demandes, le Gouvernement flamand peut faire appel à des experts extérieurs à l'administration.
Le Gouvernement flamand détermine les modalités de l'appel aux experts, leurs obligations et leurs barèmes de rémunération.
Le Gouvernement flamand détermine les modalités de l'appel aux experts, leurs obligations et leurs barèmes de rémunération.
Art. 20. Elke verzekeraar die erkend is of van de erkenning ontslagen is met toepassing van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, bezorgt bij een ramp aan elke schadelijder die dat vraagt, kosteloos binnen tien dagen nadat hij de aanvraag heeft ontvangen, een afschrift van de verzekeringscontracten die de getroffen goederen dekken en van elk voorstel tot betaling aan de schadelijder.
Art. 20. En cas de calamité, tout assureur agréé ou révoqué d'agrément en vertu de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance fournit gratuitement à toute partie lésée qui en fait la demande, dans les dix jours suivant la réception de la demande, une copie des contrats d'assurance couvrant les biens affectés et de toute proposition de paiement à la partie lésée.
Art. 21. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de terugvordering van de sommen die ten onrechte betaald zijn.
Art. 21. Le Gouvernement flamand fixe les modalités de recouvrement des sommes indûment versées.
HOOFDSTUK 6. - Rechten van derden
CHAPITRE 6. - Droits des tiers
Art. 22. Elke afstand of indeplaatsstelling met betrekking tot rechten die uit dit decreet voortvloeien, is nietig, behalve in de volgende gevallen :
1° er is overdracht tussen echtgenoten, wettelijk samenwonenden of tussen bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn, tot en met de vierde graad. De ontbinding van het huwelijk of de beëindiging van het wettelijk samenwonen verhindert de toepassing van deze bepaling niet;
2° de afstand van het goed vond plaats vóór de schade of is het gevolg van de lichting van een keuze van aankoop die dateert van vóór de schade. Bij gebrek aan vaste datum oordeelt de entiteit die de Vlaamse Regering aanwijst, over de juiste datum;
3° het gaat om inbrengen in een vennootschap;
4° de overdracht is het gevolg van de omvorming of van de ontbinding van een rechtspersoon, of van de samensmelting van verschillende rechtspersonen;
5° het recht op een tegemoetkoming als vermeld in artikel 8 wordt afgestaan of toegekend door een akte van verdeling of door een gelijkwaardige akte.
Iedere andere openbare instelling of instelling van openbaar nut dan het Vlaamse Gewest die aan de schadelijder een renteloze lening heeft verstrekt om de getroffen goederen te herstellen of weer samen te stellen, kan, met een onherroepelijke opdracht van de schadelijder, de tegemoetkoming, vermeld in artikel 3, in ontvangst nemen voor het bedrag van de toegestane lening. Het beschikkende gedeelte van de beslissing, vermeld in artikel 11, § 3, vermeldt die opdracht van betaling.
1° er is overdracht tussen echtgenoten, wettelijk samenwonenden of tussen bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn, tot en met de vierde graad. De ontbinding van het huwelijk of de beëindiging van het wettelijk samenwonen verhindert de toepassing van deze bepaling niet;
2° de afstand van het goed vond plaats vóór de schade of is het gevolg van de lichting van een keuze van aankoop die dateert van vóór de schade. Bij gebrek aan vaste datum oordeelt de entiteit die de Vlaamse Regering aanwijst, over de juiste datum;
3° het gaat om inbrengen in een vennootschap;
4° de overdracht is het gevolg van de omvorming of van de ontbinding van een rechtspersoon, of van de samensmelting van verschillende rechtspersonen;
5° het recht op een tegemoetkoming als vermeld in artikel 8 wordt afgestaan of toegekend door een akte van verdeling of door een gelijkwaardige akte.
Iedere andere openbare instelling of instelling van openbaar nut dan het Vlaamse Gewest die aan de schadelijder een renteloze lening heeft verstrekt om de getroffen goederen te herstellen of weer samen te stellen, kan, met een onherroepelijke opdracht van de schadelijder, de tegemoetkoming, vermeld in artikel 3, in ontvangst nemen voor het bedrag van de toegestane lening. Het beschikkende gedeelte van de beslissing, vermeld in artikel 11, § 3, vermeldt die opdracht van betaling.
Art. 22. Chaque renonciation ou subrogation relative aux droits découlant du présent décret est nulle, sauf dans les cas suivants :
1° il y a transfert entre conjoints, cohabitants légaux ou parents ou alliés en ligne directe ou en ligne collatérale, jusqu'au quatrième degré inclus. La dissolution du mariage ou la cessation de la cohabitation légale n'empêche pas l'application de la présente disposition ;
2° la renonciation du bien a eu lieu avant les dommages ou découle de la levée d'option d'achat datant d'avant les dommages. A défaut d'une date fixe, l'entité désignée par le Gouvernement flamand arrête la date exacte ;
3° il s'agit d'apports dans une société ;
4° le transfert découle de la transformation ou de la dissolution d'une personne morale ou de la fusion de plusieurs personnes morales ;
5° le droit à l'indemnisation, visé à l'article 8, est cédé ou accordé par acte de partage ou par un acte équivalent.
Tout organisme public ou d'intérêt public, autre que la Région flamande, qui a accordé à la partie lésée un prêt sans intérêt pour la réparation ou la recomposition des biens affectés, peut recevoir, par mandat irrévocable de la partie lésée, l'indemnisation visée à l'article 3 à concurrence du prêt accordé. Le dispositif de la décision visée à l'article 11, § 3, mentionne ce mandat de paiement.
1° il y a transfert entre conjoints, cohabitants légaux ou parents ou alliés en ligne directe ou en ligne collatérale, jusqu'au quatrième degré inclus. La dissolution du mariage ou la cessation de la cohabitation légale n'empêche pas l'application de la présente disposition ;
2° la renonciation du bien a eu lieu avant les dommages ou découle de la levée d'option d'achat datant d'avant les dommages. A défaut d'une date fixe, l'entité désignée par le Gouvernement flamand arrête la date exacte ;
3° il s'agit d'apports dans une société ;
4° le transfert découle de la transformation ou de la dissolution d'une personne morale ou de la fusion de plusieurs personnes morales ;
5° le droit à l'indemnisation, visé à l'article 8, est cédé ou accordé par acte de partage ou par un acte équivalent.
Tout organisme public ou d'intérêt public, autre que la Région flamande, qui a accordé à la partie lésée un prêt sans intérêt pour la réparation ou la recomposition des biens affectés, peut recevoir, par mandat irrévocable de la partie lésée, l'indemnisation visée à l'article 3 à concurrence du prêt accordé. Le dispositif de la décision visée à l'article 11, § 3, mentionne ce mandat de paiement.
Art. 23. Elk verzet, elke afstand en elke opheffing van gerechtelijk beslag die betrekking hebben op de verleende of te verlenen tegemoetkoming, vermeld in artikel 3, en elke andere kennisgeving van feiten die de betaling van de voormelde tegemoetkoming kunnen stuiten, worden aan de Vlaamse Regering meegedeeld.
Art. 23. Toute opposition, renonciation ou annulation de saisie judiciaire relative à l'indemnisation accordée ou à accorder, visée à l'article 3, ainsi que toute autre notification de faits susceptibles d'interrompre le paiement de l'indemnisation précitée, est notifiée au Gouvernement flamand.
HOOFDSTUK 7. - Steunregeling voor een brede weersverzekering voor landbouwers
CHAPITRE 7. - Régime d'aide en faveur d'une assurance intempéries globale pour les agriculteurs
Art. 24. Met ingang van het kalenderjaar 2020 ontvangen landbouwers die een als subsidiabel erkende brede weersverzekering sluiten, een financiële ondersteuning.
De Vlaamse Regering stelt de erkenningsvoorwaarden, de steunintensiteit, de subsidiëringsvoorwaarden en de aanvraagvoorwaarden van de financiële ondersteuning, vermeld in het eerste lid, vast.
De Vlaamse Regering stelt de erkenningsvoorwaarden, de steunintensiteit, de subsidiëringsvoorwaarden en de aanvraagvoorwaarden van de financiële ondersteuning, vermeld in het eerste lid, vast.
Art. 24. A partir de l'année civile 2020, les agriculteurs qui souscrivent une assurance intempéries globale reconnue comme éligible à l'octroi d'un subvention bénéficient d'un soutien financier.
Le Gouvernement flamand fixe les conditions de reconnaissance, l'intensité de l'aide, les conditions d'octroi de la subvention et les conditions de demande du soutien financier visé au premier alinéa.
Le Gouvernement flamand fixe les conditions de reconnaissance, l'intensité de l'aide, les conditions d'octroi de la subvention et les conditions de demande du soutien financier visé au premier alinéa.
HOOFDSTUK 8. - Schade aan goederen die verzekerd zijn tegen rampen
CHAPITRE 8. - Dommages aux biens assurés contre les calamités
Art. 25. Dit hoofdstuk is van toepassing op :
1° teelten die door een brede weersverzekering verzekerd zijn en niet-binnengehaalde oogsten die door een brede weersverzekering verzekerd zijn;
2° goederen die op het ogenblik van het schadegeval verzekerd zijn door een verzekeringsovereenkomst conform artikel 123 tot en met 132 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, als een natuurramp zich voordoet als vermeld in artikel 124 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen.
1° teelten die door een brede weersverzekering verzekerd zijn en niet-binnengehaalde oogsten die door een brede weersverzekering verzekerd zijn;
2° goederen die op het ogenblik van het schadegeval verzekerd zijn door een verzekeringsovereenkomst conform artikel 123 tot en met 132 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, als een natuurramp zich voordoet als vermeld in artikel 124 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen.
Art. 25. Le présent chapitre s'applique aux biens suivants :
1° les cultures couvertes par une assurance intempéries globale et les récoltes non engrangées, couvertes par une assurance intempéries globale ;
2° les biens couverts au moment du sinistre par un contrat d'assurance conformément aux articles 123 à 132 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, en cas de calamité naturelle visée à l'article 124 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances.
1° les cultures couvertes par une assurance intempéries globale et les récoltes non engrangées, couvertes par une assurance intempéries globale ;
2° les biens couverts au moment du sinistre par un contrat d'assurance conformément aux articles 123 à 132 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, en cas de calamité naturelle visée à l'article 124 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances.
Art. 26. § 1. De Vlaamse Regering betaalt in de volgende gevallen een financiële tegemoetkoming die het gedeelte van de vergoeding dekt dat de verzekeraar niet aan de schadelijders betaalt :
1° de verzekeraar beperkt met toepassing van artikel 130, § 2, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen het totaal van de vergoedingen die hij moet betalen;
2° de verzekeraar komt de verplichting tot vergoeding niet na om een van de volgende redenen :
a) de verzekeraar maakt het voorwerp uit van een afstand of intrekking van toelating in België of van een verbod van activiteit in België met toepassing van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;
b) de verzekeraar is failliet verklaard;
3° het deel van de gesommeerde vergoedingen die de verzekeraars verschuldigd zijn voor teelten en niet-binnengehaalde oogsten dat 100 miljoen euro per jaar overschrijdt. Dat bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumptie index voor verzekeringen.
§ 2. De verzekeraar, vermeld in paragraaf 1, 1° en 3°, dient bij de Vlaamse Regering een gemotiveerd dossier in om het bedrag van de vergoedingen te verkrijgen waarop zijn verzekerden recht hebben.
Zodra de verzekeraar het bedrag, vermeld in het eerste lid, heeft ontvangen, keert hij het binnen dertig dagen uit aan de rechthebbenden van de verzekeringsovereenkomsten.
§ 3. In het geval, vermeld in paragraaf 1, 2°, dient de rechthebbende van de verzekeringsovereenkomst een gemotiveerd dossier in bij de Vlaamse Regering, die de vergoedingen uitbetaalt aan die rechthebbende.
§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de te volgen procedure, de berekeningswijze van de bedragen en de voorwaarden van de uitbetaling.
1° de verzekeraar beperkt met toepassing van artikel 130, § 2, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen het totaal van de vergoedingen die hij moet betalen;
2° de verzekeraar komt de verplichting tot vergoeding niet na om een van de volgende redenen :
a) de verzekeraar maakt het voorwerp uit van een afstand of intrekking van toelating in België of van een verbod van activiteit in België met toepassing van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;
b) de verzekeraar is failliet verklaard;
3° het deel van de gesommeerde vergoedingen die de verzekeraars verschuldigd zijn voor teelten en niet-binnengehaalde oogsten dat 100 miljoen euro per jaar overschrijdt. Dat bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumptie index voor verzekeringen.
§ 2. De verzekeraar, vermeld in paragraaf 1, 1° en 3°, dient bij de Vlaamse Regering een gemotiveerd dossier in om het bedrag van de vergoedingen te verkrijgen waarop zijn verzekerden recht hebben.
Zodra de verzekeraar het bedrag, vermeld in het eerste lid, heeft ontvangen, keert hij het binnen dertig dagen uit aan de rechthebbenden van de verzekeringsovereenkomsten.
§ 3. In het geval, vermeld in paragraaf 1, 2°, dient de rechthebbende van de verzekeringsovereenkomst een gemotiveerd dossier in bij de Vlaamse Regering, die de vergoedingen uitbetaalt aan die rechthebbende.
§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de te volgen procedure, de berekeningswijze van de bedragen en de voorwaarden van de uitbetaling.
Art. 26. § 1er. Dans les cas suivants, le Gouvernement flamand prend en charge la partie de l'indemnisation que l'assureur ne paie pas aux parties lésées :
1° en application de l'article 130, § 2, de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, l'assureur limite le total des indemnisations qu'il doit payer ;
2° l'assureur ne respecte pas l'obligation d'indemnisation pour une des raisons suivantes :
a) l'assureur fait l'objet d'une renonciation ou d'un retrait d'agrément en Belgique ou d'une interdiction d'activité en Belgique en vertu de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance ;
b) l'assureur a été déclaré en faillite ;
3° la partie du total des indemnisations dues par les assureurs pour les cultures et les récoltes non engrangées qui excède 100 millions d'euros par an. Ce montant est indexé annuellement sur la base de l'indice de consommation pour les assurances.
§ 2. L'assureur, visé au paragraphe 1er, 1° et 3°, introduit un dossier motivé auprès du Gouvernement flamand afin d'obtenir le montant des indemnités auxquelles ses assurés ont droit.
Dès que l'assureur a reçu le montant visé au premier alinéa, il le verse dans les trente jours aux ayants droit des contrats d'assurance.
§ 3. Dans le cas visé au paragraphe 1er, 2°, l'ayant droit du contrat d'assurance introduit un dossier motivé auprès du Gouvernement flamand, qui verse les indemnités à cet ayant droit.
§ 4. Le Gouvernement flamand détermine la procédure à suivre, le mode de calcul des montants et les conditions de paiement.
1° en application de l'article 130, § 2, de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, l'assureur limite le total des indemnisations qu'il doit payer ;
2° l'assureur ne respecte pas l'obligation d'indemnisation pour une des raisons suivantes :
a) l'assureur fait l'objet d'une renonciation ou d'un retrait d'agrément en Belgique ou d'une interdiction d'activité en Belgique en vertu de la loi du 13 mars 2016 relative au statut et au contrôle des entreprises d'assurance ou de réassurance ;
b) l'assureur a été déclaré en faillite ;
3° la partie du total des indemnisations dues par les assureurs pour les cultures et les récoltes non engrangées qui excède 100 millions d'euros par an. Ce montant est indexé annuellement sur la base de l'indice de consommation pour les assurances.
§ 2. L'assureur, visé au paragraphe 1er, 1° et 3°, introduit un dossier motivé auprès du Gouvernement flamand afin d'obtenir le montant des indemnités auxquelles ses assurés ont droit.
Dès que l'assureur a reçu le montant visé au premier alinéa, il le verse dans les trente jours aux ayants droit des contrats d'assurance.
§ 3. Dans le cas visé au paragraphe 1er, 2°, l'ayant droit du contrat d'assurance introduit un dossier motivé auprès du Gouvernement flamand, qui verse les indemnités à cet ayant droit.
§ 4. Le Gouvernement flamand détermine la procédure à suivre, le mode de calcul des montants et les conditions de paiement.
HOOFDSTUK 9. - Overgangsregeling voor landbouwers met in principe verzekerbare schade aan teelten en niet-binnengehaalde oogsten
CHAPITRE 9. - Régime transitoire pour les agriculteurs ayant subi des dommages en principe assurables aux cultures et aux récoltes non engrangées
Art. 27. § 1. Voor landbouwers met schade aan teelten die in principe verzekerbaar zijn door een brede weersverzekering en aan niet-binnengehaalde oogsten die in principe verzekerbaar zijn door een brede weersverzekering, die minstens 25 % van hun totale teeltareaal op bedrijfsniveau verzekerd hebben, geldt van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024 een overgangsregeling waarin de Vlaamse Regering de niet-verzekerde schade gedeeltelijk vergoedt conform paragraaf 2 tot en met 4.
§ 2. Als de landbouwer minstens 25 % maar minder dan 50 % van zijn totale teeltareaal verzekerd heeft, bedraagt het vergoedingspercentage voor de schade aan niet-verzekerde teelten maximaal 40 % en wordt dat percentage jaarlijks verlaagd conform het schema, vermeld in paragraaf 3.
Als de landbouwer minstens 50 % van zijn totale teeltareaal verzekerd heeft, bedraagt het vergoedingspercentage voor de schade aan niet-verzekerde teelten maximaal 80 % en wordt dat percentage jaarlijks verlaagd conform het schema, vermeld in paragraaf 4.
§ 3. De afnemende vergoedingspercentages voor de niet-verzekerde schade, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, bedragen :
1° vanaf 1 januari 2020 : 40 %;
2° vanaf 1 januari 2021 : 32 %;
3° vanaf 1 januari 2022 : 24 %;
4° vanaf 1 januari 2023 : 16 %;
5° vanaf 1 januari 2024 : 8 %;
6° vanaf 1 januari 2025 : 0 %.
§ 4. De afnemende vergoedingspercentages voor de niet-verzekerde schade, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, bedragen :
1° vanaf 1 januari 2020 : 80 %;
2° vanaf 1 januari 2021 : 64 %;
3° vanaf 1 januari 2022 : 48 %;
4° vanaf 1 januari 2023 : 32 %;
5° vanaf 1 januari 2024 : 16 %;
6° vanaf 1 januari 2025 : 0 %.
§ 2. Als de landbouwer minstens 25 % maar minder dan 50 % van zijn totale teeltareaal verzekerd heeft, bedraagt het vergoedingspercentage voor de schade aan niet-verzekerde teelten maximaal 40 % en wordt dat percentage jaarlijks verlaagd conform het schema, vermeld in paragraaf 3.
Als de landbouwer minstens 50 % van zijn totale teeltareaal verzekerd heeft, bedraagt het vergoedingspercentage voor de schade aan niet-verzekerde teelten maximaal 80 % en wordt dat percentage jaarlijks verlaagd conform het schema, vermeld in paragraaf 4.
§ 3. De afnemende vergoedingspercentages voor de niet-verzekerde schade, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, bedragen :
1° vanaf 1 januari 2020 : 40 %;
2° vanaf 1 januari 2021 : 32 %;
3° vanaf 1 januari 2022 : 24 %;
4° vanaf 1 januari 2023 : 16 %;
5° vanaf 1 januari 2024 : 8 %;
6° vanaf 1 januari 2025 : 0 %.
§ 4. De afnemende vergoedingspercentages voor de niet-verzekerde schade, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, bedragen :
1° vanaf 1 januari 2020 : 80 %;
2° vanaf 1 januari 2021 : 64 %;
3° vanaf 1 januari 2022 : 48 %;
4° vanaf 1 januari 2023 : 32 %;
5° vanaf 1 januari 2024 : 16 %;
6° vanaf 1 januari 2025 : 0 %.
Art. 27. § 1er. Pour les agriculteurs ayant subi des dommages aux cultures en principe assurables par une assurance intempéries globale et aux récoltes non engrangées en principe assurables par une assurance intempéries globale, qui ont assuré au moins 25 % de leur superficie totale de culture au niveau de l'exploitation, un régime transitoire est applicable du 1er janvier 2020 au 31 décembre 2024 par lequel le Gouvernement flamand indemnise partiellement les dommages non assurés conformément aux paragraphes 2 à 4.
§ 2. Si l'agriculteur a assuré entre 25 % et 50 % de sa superficie totale de culture, le pourcentage maximal d'indemnisation des dommages aux cultures non assurées est de 40 %, et ce pourcentage est réduit annuellement selon le schéma visé au paragraphe 3.
Si l'agriculteur a assuré au moins 50 % de sa superficie totale de culture, le pourcentage maximal d'indemnisation des dommages aux cultures non assurées est de 80 %, et ce pourcentage est réduit annuellement selon le schéma visé au paragraphe 4.
§ 3. Les pourcentages dégressifs d'indemnisation des dommages non assurés, visés au paragraphe 2, premier alinéa, sont les suivants :
1° à partir du 1er janvier 2020 : 40 % ;
2° à partir du 1er janvier 2021 : 32 % ;
3° à partir du 1er janvier 2022 : 24 % ;
4° à partir du 1er janvier 2023 : 16 % ;
5° à partir du 1er janvier 2024 : 8 % ;
6° à partir du 1er janvier 2025 : 0 %.
§ 4. Les pourcentages dégressifs d'indemnisation pour les dommages non assurés visés au paragraphe 2, deuxième alinéa, sont les suivants :
1° à partir du 1er janvier 2020 : 80 % ;
2° à partir du 1er janvier 2021 : 64 % ;
3° à partir du 1er janvier 2022 : 48 % ;
4° à partir du 1er janvier 2023 : 32 % ;
5° à partir du 1er janvier 2024 : 16 % ;
6° à partir du 1er janvier 2025 : 0 %.
§ 2. Si l'agriculteur a assuré entre 25 % et 50 % de sa superficie totale de culture, le pourcentage maximal d'indemnisation des dommages aux cultures non assurées est de 40 %, et ce pourcentage est réduit annuellement selon le schéma visé au paragraphe 3.
Si l'agriculteur a assuré au moins 50 % de sa superficie totale de culture, le pourcentage maximal d'indemnisation des dommages aux cultures non assurées est de 80 %, et ce pourcentage est réduit annuellement selon le schéma visé au paragraphe 4.
§ 3. Les pourcentages dégressifs d'indemnisation des dommages non assurés, visés au paragraphe 2, premier alinéa, sont les suivants :
1° à partir du 1er janvier 2020 : 40 % ;
2° à partir du 1er janvier 2021 : 32 % ;
3° à partir du 1er janvier 2022 : 24 % ;
4° à partir du 1er janvier 2023 : 16 % ;
5° à partir du 1er janvier 2024 : 8 % ;
6° à partir du 1er janvier 2025 : 0 %.
§ 4. Les pourcentages dégressifs d'indemnisation pour les dommages non assurés visés au paragraphe 2, deuxième alinéa, sont les suivants :
1° à partir du 1er janvier 2020 : 80 % ;
2° à partir du 1er janvier 2021 : 64 % ;
3° à partir du 1er janvier 2022 : 48 % ;
4° à partir du 1er janvier 2023 : 32 % ;
5° à partir du 1er janvier 2024 : 16 % ;
6° à partir du 1er janvier 2025 : 0 %.
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Art. 28. In artikel 36 van het decreet van 21 december 2018 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2019 wordt de datum "1 september 2019" vervangen door de datum "31 december 2019".
Art. 28. Dans l'article 36 du décret du 21 décembre 2018 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2019, la date " 1er septembre 2019 " est remplacée par la date " 31 décembre 2019 ".
Art. 29. In artikel 70, 2°, van hetzelfde decreet wordt de datum "1 september 2019" telkens vervangen door de datum "31 december 2019".
Art. 29. A l'article 70, 2° du même décret, la date " 1er septembre 2019 " est chaque fois remplacée par la date " 31 décembre 2019 ".
Art. 30. De volgende regelingen worden opgeheven :
1° de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen, het laatst gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018;
2° het decreet van 3 juni 2016 betreffende de tegemoetkoming voor schade, aangericht door algemene rampen in het Vlaamse Gewest, gewijzigd bij het decreet van 21 december 2018;
3° het koninklijk besluit van 18 augustus 1976 tot vaststelling van de vorm en de termijn van indiening der aanvragen tot financiële tegemoetkoming wegens schade aan private goederen veroorzaakt door natuurrampen (algemene rampen of landbouwrampen), gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 juni 1984, 19 december 1984, 9 april 1990, 20 februari 1995 en 18 december 1998;
4° het koninklijk besluit van 7 april 1978 tot vaststelling van de percentages, veranderlijk per gedeelten van het netto totaal bedrag van de geleden schade, evenals van het bedrag van de vrijstelling en van het abattement voor de berekening van de herstelvergoeding van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door landbouwrampen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000, 6 mei 2002 en 8 november 2007;
5° het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 tot uitvoering van het decreet van 3 juni 2016 betreffende de tegemoetkoming voor schade, aangericht door algemene rampen in het Vlaamse Gewest.
1° de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen, het laatst gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018;
2° het decreet van 3 juni 2016 betreffende de tegemoetkoming voor schade, aangericht door algemene rampen in het Vlaamse Gewest, gewijzigd bij het decreet van 21 december 2018;
3° het koninklijk besluit van 18 augustus 1976 tot vaststelling van de vorm en de termijn van indiening der aanvragen tot financiële tegemoetkoming wegens schade aan private goederen veroorzaakt door natuurrampen (algemene rampen of landbouwrampen), gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 juni 1984, 19 december 1984, 9 april 1990, 20 februari 1995 en 18 december 1998;
4° het koninklijk besluit van 7 april 1978 tot vaststelling van de percentages, veranderlijk per gedeelten van het netto totaal bedrag van de geleden schade, evenals van het bedrag van de vrijstelling en van het abattement voor de berekening van de herstelvergoeding van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door landbouwrampen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000, 6 mei 2002 en 8 november 2007;
5° het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 tot uitvoering van het decreet van 3 juni 2016 betreffende de tegemoetkoming voor schade, aangericht door algemene rampen in het Vlaamse Gewest.
Art. 30. Les réglementations suivantes sont abrogées :
1° la loi du 12 juillet 1976 relative à la réparation de certains dommages causés à des biens privés par des calamités naturelles, modifiée en dernier lieu par la loi du 11 juillet 2018 ;
2° le décret du 3 juin 2016 relatif à l'intervention suite à des dommages causés par des calamités publiques en Région flamande, modifié par le décret du 21 décembre 2018 ;
3° l'arrêté royal du 18 août 1976 fixant les conditions de forme et de délai d'introduction des demandes d'intervention financière du chef de dommages causés à des biens privés par des calamités naturelles (calamités publiques ou calamités agricoles), modifié par les arrêtés royaux des 15 juin 1984, 19 décembre 1984, 9 avril 1990, 20 février 1995 et 18 décembre 1998 ;
4° l'arrêté royal du 7 avril 1978 fixant les taux variables par tranche du montant total net des dommages subis, de même que le montant de la franchise et de l'abattement pour le calcul de l'indemnité de réparation de certains dommages causés à des biens privés par des calamités agricoles, modifié par les arrêtés royaux des 20 juillet 2000, 6 mai 2002 et 8 novembre 2007 ;
5° l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 portant exécution du décret du 3 juin 2016 relatif à l'intervention suite à des dommages causés par des calamités publiques en Région flamande.
1° la loi du 12 juillet 1976 relative à la réparation de certains dommages causés à des biens privés par des calamités naturelles, modifiée en dernier lieu par la loi du 11 juillet 2018 ;
2° le décret du 3 juin 2016 relatif à l'intervention suite à des dommages causés par des calamités publiques en Région flamande, modifié par le décret du 21 décembre 2018 ;
3° l'arrêté royal du 18 août 1976 fixant les conditions de forme et de délai d'introduction des demandes d'intervention financière du chef de dommages causés à des biens privés par des calamités naturelles (calamités publiques ou calamités agricoles), modifié par les arrêtés royaux des 15 juin 1984, 19 décembre 1984, 9 avril 1990, 20 février 1995 et 18 décembre 1998 ;
4° l'arrêté royal du 7 avril 1978 fixant les taux variables par tranche du montant total net des dommages subis, de même que le montant de la franchise et de l'abattement pour le calcul de l'indemnité de réparation de certains dommages causés à des biens privés par des calamités agricoles, modifié par les arrêtés royaux des 20 juillet 2000, 6 mai 2002 et 8 novembre 2007 ;
5° l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 portant exécution du décret du 3 juin 2016 relatif à l'intervention suite à des dommages causés par des calamités publiques en Région flamande.
Art. 31. De schadelijke feiten die zich hebben voorgedaan vóór 1 januari 2020, worden afgehandeld conform de bepalingen die van kracht waren voor deze datum.
Art. 31. Les événements dommageables survenus avant le 1er janvier 2020 sont traités conformément aux dispositions en vigueur avant cette date.
Art. 32. Artikel 1 tot en met 23, artikel 25 tot en met 27, en artikel 30 en 31 van dit decreet treden in werking op 1 januari 2020.
Art. 32. Les articles 1er à 23, 25 à 27, 30 et 31 du présent décret entrent en vigueur le 1er janvier 2020.