Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
29 MAART 2019. - Decreet betreffende de opleidingscheques voor werknemers, de invoering van een registratieverplichting voor sportmakelaars en tot wijziging van diverse andere bepalingen inzake het beleidsdomein Werk en Sociale Economie
Titre
29 MARS 2019. - Décret relatif aux chèques-formation pour travailleurs, à l'introduction d'une obligation d'enregistrement pour agents sportifs et modifiant diverses autres dispositions relatives au domaine politique de l'Emploi et l'Economie sociale
Documentinformatie
Numac: 2019011811
Datum: 2019-03-29
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2019011811
Date: 2019-03-29
Moniteur: Voir
Tekst (30)
Texte (30)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire et régionale.
HOOFDSTUK 2. - Opleidingscheques voor werknemers
CHAPITRE 2. - Chèques-formation pour travailleurs
Art. 2. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om een stelsel op te richten dat voorziet in de toekenning van opleidingscheques aan werknemers om opleidingen te volgen die gericht zijn op de levenslange en duurzame inschakeling op de arbeidsmarkt.
  De Vlaamse Regering bepaalt:
  1° wat verstaan wordt onder werknemer;
  2° de opleidingen;
  3° de registratievoorwaarden en -procedure voor de opleidingsverstrekkers;
  4° de aankoop- en inleveringsprocedure van de opleidingscheque en de overige nadere voorwaarden en nadere regels.
Art. 2. Le Gouvernement flamand est autorisé à mettre en place un système qui prévoit l'octroi de chèques-formation aux travailleurs pour suivre des formations visant à leur insertion durable tout au long de la vie dans le marché du travail.
  Le Gouvernement flamand arrête :
  1° ce qu'on entend par travailleur ;
  2° les formations ;
  3° les conditions et la procédure d'enregistrement pour les dispensateurs de formation ;
  4° la procédure d'achat et de remise du chèque-formation et les autres modalités et règles.
Art. 3. Het toezicht en de controle op de uitvoering van artikel 2 van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan verlopen overeenkomstig het decreet van 30 april 2004 houdende sociaalrechtelijk toezicht.
Art. 3. La surveillance et le contrôle de l'exécution de l'article 2 du présent décret et de ses arrêtés d'exécution sont effectués conformément au décret du 30 avril 2004 relatif au contrôle des lois sociales.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité
Art. 4. In artikel 2, § 3, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016, worden de woorden "Afdeling Toezicht en Handhaving" vervangen door de woorden "afdeling Vlaamse Sociale Inspectie".
Art. 4. Dans l'article 2, § 3, de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité, inséré par le décret du 23 décembre 2016, les mots " Division de la Surveillance et du Maintien " sont remplacés par les mots " division de l'Inspection sociale flamande ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004
CHAPITRE 4. - Modifications du décret du 30 avril 2004 relatif au contrôle des lois sociales
Art. 5. In artikel 2, § 1, eerste lid, van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004 het laatst gewijzigd bij het decreet van 12 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 16°, 23° en 24° worden opgeheven;
  2° er wordt een punt 60° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "60° de opleidingscheques voor werknemers, vermeld in artikel 2 van het decreet van 22 maart 2019 betreffende de opleidingscheques voor werknemers, de invoering van een registratieverplichting voor sportmakelaars en tot wijziging van diverse andere bepalingen inzake het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.".
Art. 5. A l'article 2, § 1er, alinéa 1er, du décret du 30 avril 2004 relatif au contrôle des lois sociales, modifié en dernier lieu par le décret du 12 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les points 16°, 23° et 24° sont abrogés ;
  2° il est ajouté un point 60°, rédigé comme suit :
  " 60° les chèques-formation pour travailleurs, visés à l'article 2 du décret du 29 mars 2019 relatif aux chèques-formation pour travailleurs, à l'introduction d'une obligation d'enregistrement pour agents sportifs et modifiant diverses autres dispositions relatives au domaine politique de l'Emploi et l'Economie sociale. ".
Art. 6. In artikel 3 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 10° worden de woorden "Afdeling Toezicht en Handhaving" vervangen door de woorden "afdeling Vlaamse Sociale Inspectie";
  2° er wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "13° subsidie: elk voordeel, elke vergoeding, toelage, steun of elke andere financiële tegemoetkoming die verleend of toegekend wordt door of op grond van de regelgeving waarop de sociaalrechtelijke inspecteurs toezicht en controle uitoefenen.".
Art. 6. A l'article 3 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point 10°, les mots " Division de la Surveillance et du Maintien " sont remplacés par les mots " division de l'Inspection sociale flamande " ;
  2° il est ajouté un point 13°, rédigé comme suit :
  " 13° subvention : tout avantage, toute indemnité, allocation, aide ou toute autre intervention financière qui est accordé ou octroyé par ou en vertu de la réglementation faisant l'objet de la surveillance et du contrôle exercés par les inspecteurs des lois sociales. ".
Art. 7. In artikel 6, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 9 juli 2010 en 22 november 2013, wordt een punt 5° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° /2 aan natuurlijke personen, aan privaat- en publiekrechtelijke rechtspersonen of aan feitelijke verenigingen die ten onrechte een subsidie hebben verkregen, een minnelijk voorstel tot terugbetaling van die subsidie formuleren;".
Art. 7. Dans l'article 6, § 1er, du même décret, modifié par les décrets des 9 juillet 2010 et 22 novembre 2013, il est inséré un point 5° /2, rédigé comme suit :
  " 5° /2 formuler aux personnes physiques, aux personnes morales de droit privé ou de droit public ou aux associations de fait qui ont obtenu une subvention à injuste titre, une proposition à l'amiable de remboursement de cette subvention ; ".
Art. 8. In artikel 7, 2°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 9 juli 2010 en 8 juni 2018, wordt punt d) vervangen door wat volgt:
  "d) andere roerende goederen dan de informatiedragers, vermeld in punt b), c) en c/1), met inbegrip van roerende goederen die onroerend zijn door incorporatie of door bestemming, en ook onroerende goederen die aan hun toezicht onderworpen zijn of aan de hand waarvan inbreuken op de regelgeving waarop ze toezicht uitoefenen, kunnen worden vastgesteld, ongeacht of de overtreder al dan niet de eigenaar is van die goederen, tegen ontvangstbewijs gedurende een redelijke termijn mee te nemen of die te verzegelen als dat noodzakelijk is om het bewijs van die inbreuken te leveren, of als het gevaar bestaat dat met die goederen de inbreuken worden voortgezet of nieuwe inbreuken worden gepleegd;".
Art. 8. Dans l'article 7, 2°, du même décret, modifié par les décrets des 9 juillet 2010 et 8 juin 2018, le point d) est remplacé par ce qui suit :
  " d) saisir contre récépissé et pour une durée raisonnable ou mettre sous scellés d'autres biens mobiliers que les supports d'information visés aux points b), c) et c/1), y compris les biens mobiliers qui sont immeubles par incorporation ou par destination, et de biens immobiliers, que le contrevenant en soit propriétaire ou pas, qui sont soumis à leur contrôle ou par lesquels des infractions aux législations dont ils exercent la surveillance peuvent être constatées, lorsque cela est nécessaire à l'établissement de la preuve de ces infractions, ou si ces biens risquent de faire persister les infractions ou incitent à de nouvelles infractions ; ".
Art. 9. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 juni 2018, wordt een artikel 7/6 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 7/6. Als dat nodig is voor het toezicht, kunnen de sociaalrechtelijke inspecteurs een vertaling in het Nederlands eisen van de gegevens, vermeld in artikel 7, 2°, c) en c/1).".
Art. 9. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 8 juin 2018, il est inséré un article 7/6, rédigé comme suit :
  " Art. 7/6. Si c'est nécessaires pour le contrôle, les inspecteurs des lois sociales peuvent exiger une traduction en néerlandais des données visées à l'article 7, 2°, c) et c/1). ".
Art. 10. In artikel 9, § 4, derde lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, worden de woorden "Afdeling Toezicht en Handhaving" vervangen door de woorden "afdeling Vlaamse Sociale Inspectie".
Art. 10. Dans l'article 9, § 4, alinéa 3, du même décret, modifié par le décret du 19 décembre 2014, les mots " Division de la Surveillance et du Maintien " sont remplacés par les mots " division de l'Inspection sociale flamande ".
Art. 11. In artikel 12, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, worden de woorden "Afdeling Toezicht en Handhaving" vervangen door de woorden "afdeling Vlaamse Sociale Inspectie".
Art. 11. Dans l'article 12, alinéa 1er, du même décret, modifié par le décret du 19 décembre 2014, les mots " Division de la Surveillance et du Maintien " sont remplacés par les mots " division de l'Inspection sociale flamande ".
Art. 12. Aan artikel 13, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 december 2010, worden een punt 20° tot en met 23° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "20° iedere persoon, zijn lasthebbers of aangestelden, die een bureau als sportmakelaar uitbaten dat niet voorafgaandelijk geregistreerd is;
  21° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden, die voor de arbeidsbemiddeling met het oog op het afsluiten van een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars samenwerken met een bureau dat niet voorafgaandelijk geregistreerd is;
  22° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die na de schorsing of intrekking van de registratie nog activiteiten als sportmakelaar uitoefenen;
  23° de werkgever die voor de arbeidsbemiddeling met het oog op het afsluiten van een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars wetens en willens een beroep doet op een bureau dat niet voorafgaandelijk geregistreerd is.".
Art. 12. L'article 13, § 2, du même décret, inséré par le décret du 10 décembre 2010, est complété par des points 20° à 23° inclus, rédigés comme suit :
  " 20° à toute personne, ses mandataires ou préposés, qui exploitent un bureau en tant qu'agent sportif, qui n'est pas préalablement enregistré ;
  21° au bureau, ses mandataires ou préposés, qui collaborent avec un bureau qui n'est pas préalablement enregistré, dans le cadre du placement en vue de la conclusion d'un contrat de travail pour des sportifs rémunérés ;
  22° au bureau, ses mandataires ou préposés, qui exercent toujours des activités d'agent sportif après la suspension ou le retrait de l'enregistrement ;
  23° à l'employeur qui, dans le cadre du placement en vue de la conclusion d'un contrat de travail pour des sportifs rémunérés, fait sciemment appel à un bureau qui n'est pas préalablement enregistré. ".
Art. 13. In artikel 17 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 9 juli 2010, 24 april 2015 en 7 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het woord "vier" telkens vervangen door het woord "zes";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 2. Als het openbaar ministerie van strafvervolging afziet of de krachtens artikel 15, tweede lid, aangewezen ambtenaar niet binnen de gestelde termijn op de hoogte brengt van zijn beslissing, beslist de aangewezen ambtenaar of naar aanleiding van de inbreuk een administratieve geldboete wordt opgelegd. De beslissing wordt genomen nadat aan de overtreder de mogelijkheid geboden is om zijn verweermiddelen naar voren te brengen.
  De aangewezen ambtenaar brengt de overtreder met een aangetekende brief op de hoogte van de feiten die hem ten laste zijn gelegd. In die oproepingsbrief wordt het volgende meegedeeld:
  1° het recht van de overtreder om zijn verweermiddelen schriftelijk of mondeling in te dienen binnen dertig dagen vanaf de dag van de kennisgeving van de oproepingsbrief;
  2° de mogelijkheid tot bijstand van een raadsman;
  3° de mogelijkheid van de overtreder of zijn raadsman om inzage te krijgen in het dossier of om een elektronisch afschrift ervan te verkrijgen binnen de termijn, vermeld in punt 1°.
  Als de overtreder verzuimd heeft om de aangetekende brief bij de post af te halen binnen de vastgestelde termijn, kan de bevoegde administratie hem met een gewone brief, ter informatie, nog een tweede uitnodiging sturen om zijn verweermiddelen in te dienen. De termijn, vermeld in het tweede lid, 1°, kan in dat geval eenmalig met 30 dagen worden verlengd.
  De aangewezen ambtenaar beschikt over acht maanden om een administratieve geldboete op te leggen. Die termijn begint te lopen vanaf de kennisneming van de beslissing, vermeld in paragraaf 1, of, als die kennisgeving ontbreekt, vanaf het einde van de termijn, vermeld in paragraaf 1.";
  3° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "het opleidingscentrum, de werkgever en, in voorkomend geval, aan de gebruiker" vervangen door de woorden "de overtreder";
  4° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "Het opleidingscentrum, de werkgever en, in voorkomend geval, de gebruiker" vervangen door de woorden "De overtreder".
Art. 13. A l'article 17 du même décret, modifié par les décrets des 9 juillet 2010, 24 avril 2015 et 7 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, le mot " quatre " est chaque fois remplacé par le mot " six " ;
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Si le ministère public renonce à la poursuite pénale ou n'informe pas le fonctionnaire désigné en vertu de l'article 15, alinéa 2, de sa décision dans le délai imposé, le fonctionnaire désigné décide si une amende administrative est imposée à l'occasion de l'infraction. La décision est prise après que le contrevenant a eu la faculté de présenter ses défenses.
  Le fonctionnaire désigné informe le contrevenant par lettre recommandée des faits qui sont mis à sa charge. Cette convocation contient les informations suivantes :
  1° le droit du contrevenant d'introduire ses défenses par écrit ou oralement dans les trente jours à partir du jour de la notification de la convocation ;
  2° la possibilité de se faire assister par un conseil ;
  3° la possibilité du contrevenant ou son conseil de consulter le dossier ou d'en obtenir une copie électronique dans le délai visé au point 1°.
  Si le contrevenant a omis de récupérer la lettre recommandée à la poste dans le délai imposé, l'administration compétente peut lui envoyer une deuxième invitation à présenter ses défenses, par lettre ordinaire, à titre d'information. Dans ce cas, le délai visé à l'alinéa 2, 1°, peut être prolongé une seule fois de 30 jours.
  Le fonctionnaire désigné dispose de huit mois pour imposer une amende administrative. Ce délai prend cours à partir de la notification de la décision, visée au paragraphe 1er, ou, à défaut de cette notification, à partir de la fin du délai visé au paragraphe 1er. " ;
  3° dans le paragraphe 4, le membre de phrase " au centre de formation, à l'employeur et, le cas échéant, à l'usager " est remplacé par les mots " au contrevenant " ;
  4° dans le paragraphe 5, le membre de phrase " Le centre de formation, l'employeur et, le cas échéant, l'usager " est remplacé par les mots " Le contrevenant ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding"
CHAPITRE 5. - Modifications du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle)
Art. 14. In artikel 5, § 1, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding", het laatst gewijzigd bij het decreet van 12 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 3°, c), wordt het woord "opleidingscheques" opgeheven;
  2° er wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "11° taken met betrekking tot de terugbetaling van de outplacementkosten aan werkgevers in herstructurering.
  De Vlaamse Regering bepaalt na advies van de raad van bestuur van de VDAB de volgende aspecten van die terugbetaling:
  a) de situaties waarin de kosten terugbetaald kunnen worden;
  b) de voorwaarden om voor een terugbetaling in aanmerking te komen;
  c) de hoogte van de bedragen van de terugbetaling;
  d) de wijze waarop de aanvraag tot terugbetaling ingediend wordt en de formaliteiten waaraan ze moet voldoen.".
Art. 14. A l'article 5, § 1er, du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle), modifié en dernier lieu par le décret du 12 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point 3°, c), les mots " de chèques-formation, " sont abrogés ;
  2° il est ajouté un point 11°, rédigé comme suit :
  " 11° tâches relatives au remboursement des frais d'outplacement à des employeurs en restructuration.
  Après l'avis du conseil d'administration du VDAB, le Gouvernement flamand arrête les aspects suivants de ce remboursement :
  a) les situations auxquelles les frais peuvent être remboursés ;
  b) les conditions d'éligibilité au remboursement ;
  c) les montants du remboursement ;
  d) le mode d'introduction de la demande de remboursement et les formalités auxquelles elle doit répondre. ".
Art. 15. Aan het eerste lid van artikel 22/3 van hetzelfde decreet wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° te fungeren als een communicatiekanaal voor elektronische communicatie als vermeld in afdeling 4 van dit hoofdstuk.".
Art. 15. L'article 22/3, alinéa 1er, du même décret, est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° de fonctionner comme un canal de communication pour la communication électronique telle que visée à la section 4 du présent chapitre. ".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling
CHAPITRE 6. - Modifications du décret du 10 décembre 2010 relatif au placement privé
Art. 16. In artikel 3 van het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 7° wordt vervangen door wat volgt:
  "7° adviescommissie: de adviescommissie voor uitzendactiviteiten en activiteiten voor sportmakelaars, vermeld in artikel 20/13;";
  2° punt 8° wordt vervangen door wat volgt:
  "8° administratie: het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie;";
  3° er wordt een punt 12° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "12° sportmakelaar: het bureau dat diensten van private arbeidsbemiddeling verricht voor potentiële betaalde sportbeoefenaars of voor rekening van werkgevers met het oog op het afsluiten van een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars;";
  4° er wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "13° visser: eender wie die in welke hoedanigheid ook is tewerkgesteld of aangeworven of een beroepsactiviteit uitoefent aan boord van een vissersschip, met inbegrip van de personen die aan boord werken in ruil voor een aandeel in de vangst, maar met uitsluiting van de loodsen, de bemanningen van marineschepen, de overige permanent in overheidsdienst werkende personen, de met werkzaamheden aan boord van vissersschepen belaste aan wal werkende personeelsleden en de visserijwaarnemers.".
Art. 16. A l'article 3 du décret du 10 décembre 2010 relatif au placement privé, modifié par le décret du 13 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 7° est remplacé par ce qui suit :
  " 7° commission consultative : la commission consultative en matière d'activités intérimaires et d'activités pour agents sportifs, visée à l'article 20/13 ; " ;
  2° le point 8° est remplacé par ce qui suit :
  " 8° l'administration : le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale du Ministère flamand de l'Emploi et de l'Economie sociale ; " ;
  3° il est ajouté un point 12°, rédigé comme suit :
  " 12° agent sportif : le bureau qui effectue des services de placement privé pour des sportifs rémunérés potentiels ou pour le compte d'employeurs en vue de la conclusion d'un contrat de travail pour des sportifs rémunérés ; " ;
  4° il est ajouté un point 13°, rédigé comme suit :
  " 13° pêcheur : toute personne qui est employée ou recrutée ou exerce une activité professionnelle, à quelque titre que ce soit, à bord d'un navire de pêche, y compris les personnes travaillant à bord en échange d'une part des captures, à l'exclusion des pilotes, des équipages de navires de la marine, des autres personnes employées en permanence dans la fonction publique, des membres du personnel à terre chargés d'activités à bord des navires de pêche et des observateurs des pêches. ".
Art. 17. In artikel 5 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 6° wordt vervangen door wat volgt:
  "6° het bureau oefent geen diensten uit die conform het verdrag betreffende maritieme arbeid, aangenomen in Genève op 23 februari 2006, verboden zijn;";
  2° er wordt een punt 26° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "26° het bureau maakt geen gebruik van middelen, mechanismen of lijsten om vissers te verhinderen werk te vinden.".
Art. 17. A l'article 5 du même décret, modifié par le décret du 8 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 6° est remplacé par ce qui suit :
  " 6° le bureau n'exerce pas de services interdits conformément à la Convention du travail maritime, adoptée à Genève le 23 février 2006 ; " ;
  2° il est ajouté un point 26°, rédigé comme suit :
  " 26° le bureau n'utilise aucun moyen, mécanisme ou liste pour empêcher les pêcheurs de trouver un emploi. ".
Art. 18. In artikel 17 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, worden de woorden "Afdeling Toezicht en Handhaving" vervangen door de woorden "afdeling Vlaamse Sociale Inspectie".
Art. 18. Dans l'article 17 du même décret, modifié par le décret du 19 décembre 2014, les mots " Division de la Surveillance et du Maintien " sont remplacés par les mots " division de l'Inspection sociale flamande ".
Art. 19. In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk 3/1, dat bestaat uit artikel 20/1 tot en met 20/12, ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk 3/1. Voorwaarden inzake de activiteiten voor sportmakelaars
  Afdeling 1. - Voorwaarden tot registratie
  Art. 20/1. Voor het verrichten van diensten van private arbeidsbemiddeling voor sportbeoefenaars of voor rekening van werkgevers met het oog op het afsluiten van een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars wordt de sportmakelaar aan een voorafgaande registratieplicht onderworpen.
  § 2. Met behoud van de toepassing van artikel 5, voldoet de sportmakelaar aan de volgende bijkomende voorwaarden:
  1° de sportmakelaar is geen achterstallige belastingen, boeten of intresten verschuldigd, noch sociale zekerheidsbijdragen, met sociale zekerheid gelijkgestelde bijdragen, boeten of intresten verschuldigd aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, noch bijdragen, boeten of intresten verschuldigd aan het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen;
  2° de sportmakelaar werkt, op straffe van nietigheid van de overeenkomst voor private arbeidsbemiddeling van betaalde sportbeoefenaars, niet samen met niet-geregistreerde sportmakelaars;
  3° de sportmakelaar maakt bij externe communicatie, ongeacht onder welke vorm, melding van zijn registratienummer. De Vlaamse Regering kan bepalen wat onder externe communicatie moet worden begrepen;
  4° de sportmakelaar onthoudt zich van elke vorm van publiciteit die potentiële betaalde sportbeoefenaars kan misleiden;
  5° de sportmakelaar verbindt zich ertoe te voldoen aan de verplichting van artikel 20/2.
  Art. 20/2. § 1. De sportmakelaar stort een borgsom van vijfentwintigduizend euro bij een kredietinstelling of verzekeraar.
  De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de nadere regels met betrekking tot de storting en de bestemming van de borgsom en de duur waarvoor de borgsom moet worden verstrekt, alsook wat er met deze borgsom gebeurt in geval van faillissement.
  § 2. Sportmakelaars die geen zetel hebben in het Vlaamse Gewest kunnen het gelijkwaardigheidsbeginsel inroepen ten aanzien van een waarborg, volstort in een andere lidstaat.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de gelijkwaardigheid van buitenlandse waarborgen.
  Art. 20/3. Voor het verrichten van diensten van private arbeidsbemiddeling voor minderjarige sportbeoefenaars, voldoet de sportmakelaar aan volgende bijkomende voorwaarden:
  1° de sportmakelaar benadert geen sportbeoefenaars jonger dan vijftien jaar, direct of indirect, met het oog op het afsluiten van een overeenkomst voor het verrichten van diensten van private arbeidsbemiddeling voor sportbeoefenaars;
  2° de sportmakelaar vraagt onder geen beding een vergoeding voor het verrichten van diensten van private arbeidsbemiddeling voor een minderjarige sportbeoefenaar.
  Afdeling 2. - Voorafgaande registratie als sportmakelaar
  Art. 20/4. De sportmakelaar laat zich registreren bij de administratie.
  Art. 20/5. De registratie geldt voor onbepaalde duur.
  Art. 20/6. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake de procedure voor de registratie als sportmakelaar.
  Art. 20/7. De Vlaamse Regering bepaalt de gegevens die kunnen worden uitgewisseld tussen de administratie en de sportorganisaties die beschikken over een licentie of registratie als sportmakelaar.
  Afdeling 3. - Schorsing of intrekking van de registratie
  Art. 20/8. De registratie kan door de Vlaamse Regering worden geschorst of ingetrokken als:
  1° de sportmakelaar de bepalingen van dit decreet of zijn uitvoeringsbesluiten niet naleeft;
  2° de sportmakelaar een onherroepelijke veroordeling heeft opgelopen wegens valsheid in geschrifte of wegens misdaden en wanbedrijven als vermeld in titel VII en IX van het Strafwetboek of een gelijkaardige wetgeving in de lidstaat van vestiging, alsmede wegens de inbreuken, vermeld in artikel 24 van dit decreet.
  De Vlaamse Regering kan de registratie slechts schorsen of intrekken indien voorafgaandelijk het advies van de adviescommissie wordt ingewonnen, en de sportmakelaar door de adviescommissie en de Vlaamse Regering wordt gehoord of daartoe minstens behoorlijk wordt opgeroepen.
  De Vlaamse Regering bepaalt de hoor- en de oproepprocedure.
  Art. 20/9. De beslissing tot schorsing of intrekking van de registratie wordt ter kennis gebracht aan de sportmakelaar.
  Art. 20/10. De voorzitter van de adviescommissie kan de feiten die wijzen op de niet-naleving van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten en waarvan hij uit hoofde van zijn opdracht kennis krijgt, melden aan de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk en Sociale Economie.
  Art. 20/11. Vanaf de dag waarop de intrekking van de registratie van kracht wordt, mag de sportmakelaar geen nieuwe overeenkomsten meer afsluiten.
  De Vlaamse Regering kan niettemin, na advies van de adviescommissie en in het belang van de betaalde sportbeoefenaar, de sportmakelaar de toestemming verlenen de lopende overeenkomsten verder uit te voeren voor een maximumduur van zes maanden, zonder dat de overeenkomst wordt gewijzigd, hernieuwd of verlengd.
  Indien de Vlaamse Regering de in het vorige lid bedoelde toestemming niet verleent, mogen de lopende overeenkomsten niet langer worden uitgevoerd en dient de sportmakelaar zijn activiteiten onmiddellijk stop te zetten.
  Art. 20/12. Als de sportmakelaar zijn activiteiten definitief stopzet, wordt de registratie van de sportmakelaar geschrapt.".
Art. 19. Dans le même décret, il est inséré un chapitre 3/1, comprenant les articles 20/1 à 20/12 inclus, rédigé comme suit :
  " Chapitre 3/1. Conditions relatives aux activités pour agents sportifs
  Section 1re. - Conditions d'enregistrement
  Art. 20/1. § 1er. Pour la prestation de services de placement privé pour des sportifs ou pour le compte d'employeurs en vue de la conclusion d'un contrat de travail pour des sportifs rémunérés, l'agent sportif est soumis à une obligation d'enregistrement préalable.
  § 2. Sans préjudice de l'application de l'article 5, l'agent sportif répond aux conditions supplémentaires suivantes :
  1° l'agent sportif n'est pas redevable des arriérés d'impôts, d'amendes ou d'intérêts, ni des cotisations de sécurité sociale, des cotisations, amendes ou intérêts assimilés à la sécurité sociale, dus à l'Office national de Sécurité sociale, ni des cotisations, amendes ou intérêts dus à l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants ;
  2° l'agent sportif ne collabore pas, sous peine de nullité du contrat de placement privé de sportifs rémunérés, avec des agents sportifs non enregistrés ;
  3° dans sa communication externe, l'agent sportif mentionne son numéro d'enregistrement, sous quelque forme que ce soit. Le Gouvernement flamand peut déterminer ce qu'il peut être entendu par communication externe ;
  4° l'agent sportif s'abstient de toute forme de publicité susceptible d'induire en erreur les sportifs rémunérés potentiels ;
  5° l'agent sportif s'engage à remplir l'obligation de l'article 20/2.
  Art. 20/2. § 1er. L'agent sportif verse une caution de vingt-cinq mille euros à un établissement de crédit ou un assureur.
  Le Gouvernement flamand arrête les conditions et modalités concernant le versement et la destination de la caution, la durée pour laquelle la caution doit être octroyée, ainsi que le sort de cette caution en cas de faillite.
  § 2. Les agents sportifs qui n'ont pas de siège en Région flamande peuvent invoquer le principe de l'équivalence à l'égard d'une caution versée entièrement dans un autre Etat membre.
  Le Gouvernement arrête les modalités concernant l'équivalence de cautions étrangères.
  Art. 20/3. Pour la prestation de services de placement privé pour des sportifs mineurs, l'agent sportif répond aux conditions supplémentaires suivantes :
  1° l'agent sportif ne s'adresse pas, directement ou indirectement, à des sportifs de moins de quinze ans en vue de conclure un contrat pour la prestation de services de placement privé pour sportifs ;
  2° l'agent sportif ne perçoit, en aucun cas, une rémunération pour la prestation de services de placement privé pour un sportif mineur.
  Section 2. - Enregistrement préalable comme agent sportif
  Art. 20/4. L'agent sportif se fait enregistrer auprès de l'administration.
  Art. 20/5. L'enregistrement est valable pour une durée indéterminée.
  Art. 20/6. Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives à la procédure d'enregistrement comme agent sportif.
  Art. 20/7. Le Gouvernement flamand détermine les données qui peuvent être échangées entre l'administration et les organisations sportives disposant d'une licence ou d'un enregistrement comme agent sportif.
  Section 3. - Suspension ou retrait de l'enregistrement
  Art. 20/8. L'enregistrement peut être suspendu ou retiré par le Gouvernement flamand lorsque :
  1° l'agent sportif ne respecte pas les dispositions du présent décret ou de ses arrêtés d'exécution ;
  2° l'agent sportif a encouru une condamnation irrévocable du chef de faux en écriture ou de crimes ou délits tels que visés aux titres VII et IX du Code pénal ou d'une législation similaire dans l'Etat membre d'établissement, ainsi que pour les infractions visées à l'article 24 du présent décret.
  Le Gouvernement flamand ne peut suspendre ou retirer l'enregistrement que moyennant l'avis préalable de la commission consultative, et à condition que l'agent sportif soit entendu par la commission consultative et le Gouvernement flamand ou soit au moins dûment convoqué à cette fin.
  Le Gouvernement flamand définit la procédure d'audience et de convocation.
  Art. 20/9. La décision de suspension ou de retrait de l'enregistrement est notifiée à l'agent sportif.
  Art. 20/10. Le président de la commission consultative peut porter les faits qui révèlent le non-respect du présent décret ou des arrêtés d'exécution et dont il prend connaissance du chef de sa mission, à la connaissance de la division de l'Inspection sociale flamande du Département de l'Emploi et de l'Economie sociale.
  Art. 20/11. A partir du jour d'entrée en vigueur du retrait de l'enregistrement, l'agent sportif ne peut plus conclure de nouveaux contrats.
  Le Ministre peut néanmoins, sur avis de la commission consultative et dans l'intérêt du sportif rémunéré, autoriser l'agent sportif à continuer à exécuter les contrats en cours pendant une période maximale de six mois, sans que le contrat puisse être modifié, renouvelé ou prorogé.
  Si le Gouvernement flamand ne donne pas l'autorisation visée à l'alinéa précédent, les contrats en cours ne peuvent plus être exécutés, et l'agent sportif doit immédiatement arrêter ses activités.
  Art. 20/12. Si l'agent sportif arrête définitivement ses activités, l'enregistrement de l'agent sportif est supprimé. ".
Art. 20. In hetzelfde decreet wordt afdeling 4, die bestaat uit artikel 20, vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk 3/2. Adviescommissie voor uitzendactiviteiten en activiteiten voor sportmakelaars
  Art. 20/13. § 1. Door de Vlaamse Regering wordt een adviescommissie voor uitzendactiviteiten en activiteiten voor sportmakelaars opgericht.
  De adviescommissie verleent de Vlaamse Regering advies inzake:
  1° de aanvraag van de erkenning, de hernieuwing, de vervanging, de omzetting en de intrekking van de erkenning van het uitzendbureau;
  2° de schorsing en de intrekking van de registratie van sportmakelaars.
  De Vlaamse Regering kan de opdrachten van de adviescommissie uitbreiden.
  § 2. De adviescommissie is samengesteld uit:
  1° een voorzitter;
  2° een gelijk aantal vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in de SERV;
  3° een deskundige die onafhankelijk is van enerzijds de organisaties die in de adviescommissie vertegenwoordigd zijn en anderzijds de bureaus en die houder is van een universitair diploma in de rechten;
  4° een vertegenwoordiger van het Departement Werk en Sociale Economie;
  5° een vertegenwoordiger van het Agentschap Sport Vlaanderen.
  De adviescommissie kan zich laten bijstaan door een deskundige op het gebied van de regelgeving omtrent sportmakelaars die onafhankelijk is van enerzijds de organisaties die in de adviescommissie vertegenwoordigd zijn en anderzijds de bureaus.
  De voorzitter en zijn plaatsvervanger zijn onafhankelijk ten opzichte van de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties en worden door de Vlaamse Regering benoemd. Bij afwezigheid van de voorzitter neemt zijn plaatsvervanger het voorzitterschap over.
  De leden van de adviescommissie worden door de Vlaamse Regering benoemd. De effectieve en plaatsvervangende leden van de representatieve werkgeversorganisaties en de representatieve werknemersorganisaties worden voorgedragen door de respectieve werkgevers- en werknemersorganisaties via een lijst van kandidaten. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels inzake de samenstelling, de werkwijze en de vergoedingsregeling van de adviescommissie.
  Alleen de leden, vermeld in het eerste lid, 2°, zijn stemgerechtigd.
  § 3. Er is onverenigbaarheid inzake het mandaat van lid van de adviescommissie en de hoedanigheid van bestuurder, zaakvoerder, eigenaar, aandeelhouder, lasthebber of aangestelde van een privaat arbeidsbemiddelingsbureau of uitzendbureau.
  § 4. De adviescommissie wordt door de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk en Sociale Economie op de hoogte gebracht van de overtredingen die aanleiding kunnen geven tot weigering of intrekking van een erkenning als uitzendbureau en tot schorsing of intrekking van een registratie als sportmakelaar.".
Art. 20. Dans le même décret, la section 4, comprenant l'article 20, est remplacée par ce qui suit :
  " Chapitre 3/2. Commission consultative en matière d'activités intérimaires et d'activités pour agents sportifs
  Art. 20/13. § 1er. Le Gouvernement flamand crée une commission consultative en matière d'activités intérimaires et d'activités pour agents sportifs.
  La commission consultative a pour mission de fournir un avis au Gouvernement flamand sur :
  1° la demande de l'agrément, le renouvellement, le remplacement, la transposition et le retrait de l'agrément de l'agence de travail intérimaire ;
  2° la suspension et le retrait de l'enregistrement d'agents sportifs.
  Le Gouvernement flamand peut étendre les missions de la commission consultative.
  § 2. La commission consultative se compose comme suit :
  1° un président ;
  1° un nombre égal de représentants des organisations représentatives des employeurs et des travailleurs, représentés dans le SERV ;
  3° un expert qui est indépendant par rapport aux organisations représentées au sein de la commission consultative d'une part et aux bureaux d'autre part, et qui est titulaire d'un diplôme universitaire en droit ;
  4° un représentant du Département de l'Emploi et de l'Economie sociale ;
  5° un représentant de l'Agence Sport Flandre.
  La commission consultative peut se faire assister par un expert dans le domaine de la réglementation relative aux agents sportifs qui est indépendant par rapport aux organisations représentées au sein de la commission consultative d'une part et aux bureaux d'autre part.
  Le président et son suppléant sont indépendants par rapport aux organisations représentatives des employeurs et des travailleurs et sont nommés par le Gouvernement flamand. En l'absence du président, son suppléant assure la présidence.
  Les membres de la commission consultative sont nommés par le Gouvernement flamand. Les membres effectifs et suppléants des organisations représentatives des employeurs et des organisations représentatives des travailleurs sont proposés par les organisations respectives des employeurs et des travailleurs, par le biais d'une liste de candidats. Le Gouvernement arrête les modalités au sujet de la composition, du fonctionnement et du règlement d'indemnité de la commission consultative.
  Seuls les membres visés à l'alinéa 1er, 2°, ont voix délibérative.
  § 3. Il y a incompatibilité entre le mandat de membre de la commission consultative et la qualité d'administrateur, de gérant, de propriétaire, d'actionnaire, de mandataire ou de préposé d'un bureau de placement privé ou d'une agence de travail intérimaire.
  § 4. La commission consultative est informée par la division de l'Inspection sociale flamande du Département de l'Emploi et de l'Economie sociale des infractions pouvant donner lieu au refus ou au retrait d'un agrément comme agence de travail intérimaire et au refus ou au retrait d'un enregistrement comme agent sportif. ".
Art. 21. In artikel 23 van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt:
  "2° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden die diensten verrichten die conform het verdrag betreffende maritieme arbeid, aangenomen in Genève op 23 februari 2006, verboden zijn;";
  2° er wordt een punt 15° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "15° het bureau dat gebruikmaakt van middelen, mechanismen of lijsten om vissers te verhinderen werk te vinden.".
Art. 21. A l'article 23 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° le bureau, ses mandataires ou préposés qui effectuent des services interdits conformément à la Convention du travail maritime, adoptée à Genève le 23 février 2006 ; " ;
  2° il est ajouté un point 15°, rédigé comme suit :
  " 15° le bureau qui utilise des moyens, mécanismes ou listes pour empêcher les pêcheurs de trouver un emploi. ".
Art. 22. Aan artikel 24 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 juni 2018, worden een punt 20° tot en met 23° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "20° iedere persoon, zijn lasthebbers of aangestelden, die een bureau als sportmakelaar uitbaten dat niet voorafgaandelijk geregistreerd is;
  21° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden, die voor de arbeidsbemiddeling met het oog op het afsluiten van een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars samenwerken met een bureau dat niet voorafgaandelijk geregistreerd is;
  22° het bureau, zijn lasthebbers of aangestelden, die na de schorsing of intrekking van de registratie nog activiteiten als sportmakelaar uitoefenen;
  23° de werkgever die voor de arbeidsbemiddeling met het oog op het afsluiten van een arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars wetens en willens een beroep doet op een bureau dat niet voorafgaandelijk geregistreerd is.".
Art. 22. L'article 24 du même décret, modifié par le décret du 8 juin 2018, est complété par des points 20° à 23° inclus, rédigés comme suit :
  " 20° toute personne, ses mandataires ou préposés, qui exploitent un bureau en tant qu'agent sportif, qui n'est pas préalablement enregistré ;
  21° le bureau, ses mandataires ou préposés, qui collaborent avec un bureau qui n'est pas préalablement enregistré, dans le cadre du placement en vue de la conclusion d'un contrat de travail pour des sportifs rémunérés ;
  22° le bureau, ses mandataires ou préposés, qui exercent toujours des activités d'agent sportif après la suspension ou le retrait de l'enregistrement ;
  23° l'employeur qui, dans le cadre du placement en vue de la conclusion d'un contrat de travail pour des sportifs rémunérés, fait sciemment appel à un bureau qui n'est pas préalablement enregistré. ".
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 23. Het decreet treedt in werking op 1 april 2019 met uitzondering van:
  1° artikelen 2, 3, 5, 2°, en 14, 1°, die in werking treden op 1 september 2019;
  2° artikelen 12, 19, 20 en 22, die in werking treden op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.
Art. 23. Le présent décret entre en vigueur le 1er avril 2019, à l'exception :
  1° des articles 2, 3, 5, 2° et 14, 1°, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2019 ;
  2° des articles 12, 19, 20 et 22, qui entrent en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand.