Artikel 1. Aan artikel 2 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° Het eerste lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 37°, luidende:
"37° voor een duur van ten hoogste negentig dagen die ten laatste op 31 december 2020 begint, per periode van honderdtachtig dagen, de onderdanen van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland onder voorbehoud van het bestaan van een maatregel van wederkerigheid;".
2° In het vierde lid worden de woorden "en 33° " vervangen door de woorden ", 33° en 37°. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
28 MAART 2019. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van verschillende reglementaire bepalingen om na de brexit voor onderdanen van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland de toegang te regelen tot bezoldigde arbeid of tot de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten
Titre
28 MARS 2019. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale portant modification de diverses dispositions réglementaires afin de régler, après le Brexit, l'accès au travail salarié ou l'accès à l'exercice des activités professionnelles indépendantes, pour les ressortissants du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (8)
Texte (8)
HOOFDSTUK 1. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers
CHAPITRE 1er. - Disposition modifiant l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers
Article 1er. A l'article 2 de l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers, modifié en dernier lieu par l`arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 5 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° A l'alinéa premier, un point 37° est inséré, rédigé comme suit :
" 37° pour une durée de maximum nonante jours prenant court au plus tard le 31 décembre 2020, par période de cent quatre-vingts jours, les ressortissants du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord sous réserve de l'existence d'une mesure de réciprocité; "
2° A l'alinéa 4, les mots " et 33° " sont remplacés par les mots " , 33° et 37°. ".
1° A l'alinéa premier, un point 37° est inséré, rédigé comme suit :
" 37° pour une durée de maximum nonante jours prenant court au plus tard le 31 décembre 2020, par période de cent quatre-vingts jours, les ressortissants du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord sous réserve de l'existence d'une mesure de réciprocité; "
2° A l'alinéa 4, les mots " et 33° " sont remplacés par les mots " , 33° et 37°. ".
HOOFDSTUK 2. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 februari 2003 tot vrijstelling van bepaalde categorieën van vreemdelingen van de verplichting houder te zijn van een beroepskaart voor de uitoefening van een zelfstandige beroepsactiviteit
CHAPITRE 2. - Disposition modifiant l'arrêté royal du 3 février 2003 dispensant certaines catégories d'étrangers de l'obligation d'être titulaires d'une carte professionnelle pour l'exercice d'une activité professionnelle indépendante
Art. 2. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 3 februari 2003 tot vrijstelling van bepaalde categorieën van vreemdelingen van de verplichting houder te zijn van een beroepskaart voor de uitoefening van een zelfstandige beroepsactiviteit, worden de bepalingen onder 13°, opgeheven bij koninklijk besluit van 24 september 2006, hersteld als volgt:
"13° voor een duur van ten hoogste negentig dagen die ten laatste op 31 december 2020 begint, per periode van honderdtachtig dagen, de onderdanen van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland onder voorbehoud van het bestaan van een maatregel van wederkerigheid;".
"13° voor een duur van ten hoogste negentig dagen die ten laatste op 31 december 2020 begint, per periode van honderdtachtig dagen, de onderdanen van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland onder voorbehoud van het bestaan van een maatregel van wederkerigheid;".
Art. 2. A l'article 1er de l'arrêté royal du 3 février 2003 dispensant certaines catégories d'étrangers de l'obligation d'être titulaires d'une carte professionnelle pour l'exercice d'une activité professionnelle indépendante, le point 13° abrogé par l'arrêté royal du 24 septembre 2006 est rétabli dans la rédaction suivante :
" 13° pour une durée maximum de nonante jours prenant court au plus tard le 31 décembre 2020, par période de cent quatre-vingts jours, les ressortissants du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord sous réserve de l'existence d'une mesure de réciprocité ; ".
" 13° pour une durée maximum de nonante jours prenant court au plus tard le 31 décembre 2020, par période de cent quatre-vingts jours, les ressortissants du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord sous réserve de l'existence d'une mesure de réciprocité ; ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 3. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, overeenkomstig artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, de Unie verlaat zonder dat een akkoord zoals vermeld in artikel 50, lid 2, van hetzelfde verdrag is gesloten.
Art. 3. Le présent arrêté entre en vigueur le jour où le Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord, conformément à l'article 50, paragraphe 3, du Traité sur l'Union européenne, quitte l'Union sans que l'accord visé à l'article 50, paragraphe 2, du même Traité ait été conclu.
Art. 4. § 1. Aan artikel 2 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, het punt 37° wordt op 31 december 2020 opgeheven.
§ 2. Aan artikel 1 van het koninklijk besluit van 3 februari 2003 tot vrijstelling van bepaalde categorieën van vreemdelingen van de verplichting houder te zijn van een beroepskaart voor de uitoefening van een zelfstandige beroepsactiviteit, het punt 13° wordt op 31 december 2020 opgeheven.
§ 2. Aan artikel 1 van het koninklijk besluit van 3 februari 2003 tot vrijstelling van bepaalde categorieën van vreemdelingen van de verplichting houder te zijn van een beroepskaart voor de uitoefening van een zelfstandige beroepsactiviteit, het punt 13° wordt op 31 december 2020 opgeheven.
Art. 4. § 1er. A l'article 2, alinéa premier de l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers, le point 37° est abrogé le 31 décembre 2020.
§ 2. A l'article 1er de l'arrêté royal du 3 février 2003 dispensant certaines catégories d'étrangers de l'obligation d'être titulaires d'une carte professionnelle pour l'exercice d'une activité professionnelle indépendante, le point 13° est abrogé le 31 décembre 2020.
§ 2. A l'article 1er de l'arrêté royal du 3 février 2003 dispensant certaines catégories d'étrangers de l'obligation d'être titulaires d'une carte professionnelle pour l'exercice d'une activité professionnelle indépendante, le point 13° est abrogé le 31 décembre 2020.
Art. 5. De minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Tewerkstelling wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale ayant l'Emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.