Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° aanvrager: naargelang van het geval de persoon met een handicap of de wettelijke vertegenwoordiger en als de persoon met een handicap een rechterlijke beschermingsmaatregel geniet met toepassing van boek I, titel XI, hoofdstuk II, afdeling 3 van het Burgerlijk Wetboek, de persoon met een handicap en de bewindvoerder samen of de bewindvoerder;
2° agentschap: het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004;
3° besluit van 24 juli 1991: het besluit van de Vlaamse regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
4° besluit van 13 juli 2001: het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van de tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap;
5° bijzondere bijstandscommissie: de bijzondere bijstandscommissie, vermeld in artikel 31 van het besluit van 13 juli 2001;
6° decreet van 7 mei 2004: het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
7° huurpakket: een of meer hulpmiddelen die een oplossing bieden voor een bepaalde beperking op het gebied van communicatie, computerbediening of omgevingsbediening voor personen met een snel degeneratieve aandoening, die vermeld zijn in de tabel die opgenomen is in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd;
8° gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen: een indicatiesteller in het kader van de huur van hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbediening voor personen met een snel degeneratieve aandoening die door het agentschap wordt erkend voor de opmaak van een adviesrapport als vermeld in artikel 4, § 1, derde lid;
9° minderjarig: jonger dan achttien jaar;
10° reconditionering: het klaarmaken van de hulpmiddelen om aan een andere gebruiker ter beschikking te stellen, met inbegrip van de reiniging, het onderhoud, de herstelling en als dat nodig is de desinfectie van het hulpmiddel;
11° verstrekker: een verstrekker van hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbediening die conform artikel 16 door het agentschap is gemachtigd om hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbediening af te leveren aan personen met een snel degeneratieve aandoening;
12° werkdagen: alle dagen met uitzondering van zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen, vermeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen;
13° Zorginspectie: [1 Zorginspectie als vermeld in artikel 4, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]1.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
21 DECEMBER 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de huur van hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbedieningen voor personen met een snel degeneratieve aandoening(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-02-2019 en tekstbijwerking tot 29-01-2025)
Titre
21 DECEMBRE 2018. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à la location d'aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement en faveur de personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-02-2019 et mise à jour au 29-01-2025)
Documentinformatie
Numac: 2019010709
Datum: 2018-12-21
Info du document
Numac: 2019010709
Date: 2018-12-21
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Definities
HOOFDSTUK 2. - Doelgroep
HOOFDSTUK 3. - Huur van hulpmiddelen voor commu...
HOOFDSTUK 4. - De aanvraag
HOOFDSTUK 5. - Aflevering van hulpmiddelen in h...
HOOFDSTUK 6. - De huurovereenkomst
HOOFDSTUK 7. - De betaling van huurforfaits en ...
HOOFDSTUK 8. - Gespecialiseerde teams voor snel...
HOOFDSTUK 9. - Verstrekkers
HOOFDSTUK 10. - Toezicht
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK 12. - Slotbepalingen
BIJLAGEN.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Définitions
CHAPITRE 2. - Groupe-cible
CHAPITRE 3. - Location d'aides à la communicati...
CHAPITRE 4. - La demande
CHAPITRE 5. - Mise à disposition d'aides dans l...
CHAPITRE 6. - Le contrat de location
CHAPITRE 7. - Le paiement de forfaits de locati...
CHAPITRE 8. - Equipes spécialisées pour maladie...
CHAPITRE 9. - Prestataires
CHAPITRE 10. - Contrôle
CHAPITRE 11. - Dispositions modificatives
CHAPITRE 12. - Dispositions finales
ANNEXES.
Tekst (41)
Texte (41)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° demandeur : selon le cas, la personne handicapée ou son représentant légal et si la personne handicapée jouit d'une mesure de protection judiciaire en application du livre Ier, titre XI, chapitre II, section 3, du Code civil, la personne handicapée et l'administrateur conjointement ou l'administrateur ;
2° agence: l'Agence flamande pour les Personnes handicapées, créée par le décret du 7 mai 2004 ;
3° arrêté du 24 juillet 1991 : arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et traitement de la demande de soutien auprès de l'Agence flamande pour les Personnes handicapées;
4° arrêté du 13 juillet 2001 : arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées ;
5° commission spéciale d'assistance : la commission spéciale d'assistance visée à l'article 31 de l'arrêté du 13 juillet 2001 ;
6° décret du 7 mai 2004 : le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
7° set de location : une ou plusieurs aides qui offrent une solution à un handicap spécifique au niveau de la communication, de la commande d'ordinateurs ou du contrôle de l'environnement en faveur de personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide, telles que visées dans le tableau repris dans l'annexe 1re, qui est jointe au présent arrêté ;
8° équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides : un indicateur dans le cadre de la location d'aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement en faveur de personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide, agréée par l'Agence pour l'établissement d'un rapport d'avis, tel que visé à l'article 4, § 1er, alinéa 3 ;
9° mineur : ayant moins de dix-huit ans ;
10° reconditionnement : la préparation des aides pour les mettre à la disposition d'un autre utilisateur, y compris le nettoyage, l'entretien, la réparation et, si nécessaire, la désinfection de l'aide ;
11° prestataire : un prestataire d'aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement, qui, conformément à l'article 16, est autorisé par l'agence à fournir des aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement aux personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide ;
12° jours ouvrables : tous les jours à l'exception des samedis, dimanches et jours fériés, visés à l'article 1er de l'arrêté royal du 18 avril 1974 déterminant les modalités générales d'exécution de la loi du 4 janvier 1974 relative aux jours fériés ;
13° Inspection des Soins : [1 l'Inspection des Soins, telle que visée à l'article 4, § 2, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins]1.
1° demandeur : selon le cas, la personne handicapée ou son représentant légal et si la personne handicapée jouit d'une mesure de protection judiciaire en application du livre Ier, titre XI, chapitre II, section 3, du Code civil, la personne handicapée et l'administrateur conjointement ou l'administrateur ;
2° agence: l'Agence flamande pour les Personnes handicapées, créée par le décret du 7 mai 2004 ;
3° arrêté du 24 juillet 1991 : arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et traitement de la demande de soutien auprès de l'Agence flamande pour les Personnes handicapées;
4° arrêté du 13 juillet 2001 : arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001 fixant les critères, les conditions et les montants de référence des interventions d'assistance matérielle individuelle à l'intégration sociale des personnes handicapées ;
5° commission spéciale d'assistance : la commission spéciale d'assistance visée à l'article 31 de l'arrêté du 13 juillet 2001 ;
6° décret du 7 mai 2004 : le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
7° set de location : une ou plusieurs aides qui offrent une solution à un handicap spécifique au niveau de la communication, de la commande d'ordinateurs ou du contrôle de l'environnement en faveur de personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide, telles que visées dans le tableau repris dans l'annexe 1re, qui est jointe au présent arrêté ;
8° équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides : un indicateur dans le cadre de la location d'aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement en faveur de personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide, agréée par l'Agence pour l'établissement d'un rapport d'avis, tel que visé à l'article 4, § 1er, alinéa 3 ;
9° mineur : ayant moins de dix-huit ans ;
10° reconditionnement : la préparation des aides pour les mettre à la disposition d'un autre utilisateur, y compris le nettoyage, l'entretien, la réparation et, si nécessaire, la désinfection de l'aide ;
11° prestataire : un prestataire d'aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement, qui, conformément à l'article 16, est autorisé par l'agence à fournir des aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement aux personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide ;
12° jours ouvrables : tous les jours à l'exception des samedis, dimanches et jours fériés, visés à l'article 1er de l'arrêté royal du 18 avril 1974 déterminant les modalités générales d'exécution de la loi du 4 janvier 1974 relative aux jours fériés ;
13° Inspection des Soins : [1 l'Inspection des Soins, telle que visée à l'article 4, § 2, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins]1.
Wijzigingen
HOOFDSTUK 2. - Doelgroep
CHAPITRE 2. - Groupe-cible
Art.2. Dit besluit is van toepassing op personen met een snel degeneratieve aandoening.
De volgende aandoeningen worden van rechtswege beschouwd als snel degeneratieve aandoeningen:
1° amyotrofe laterale sclerose;
2° primaire laterale sclerose;
3° progressieve spinale musculaire atrofie;
4° multisysteematrofie.
Andere neuromusculaire aandoeningen kunnen gelijkgesteld worden met een snel degeneratieve aandoening als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° er is minimaal voldaan aan een van de volgende voorwaarden:
a) er is minimaal een matige communicatieve beperking wat het spreken betreft. Er is bovendien een snelle en onomkeerbare achteruitgang van de spraakfunctie te verwachten, met een evolutie naar niet verstaanbaar spreken;
b) er is minimaal een matig functieverlies in beide bovenste ledematen wat betreft het manipuleren en het gebruiken van arm en hand voor computerbediening. Er is bovendien een snelle en onomkeerbare achteruitgang van de functie van de bovenste ledematen te verwachten, met een evolutie naar de onmogelijkheid om zonder hulpmiddelen of aanpassingen de computer te bedienen;
c) er is minimaal een matig functieverlies in beide bovenste ledematen wat betreft het manipuleren en het gebruiken van arm en hand voor de bediening van toestellen in de omgeving. Er is bovendien een snelle en onomkeerbare achteruitgang van de functie van de bovenste ledematen te verwachten, met een evolutie naar de onmogelijkheid om zonder hulpmiddelen of aanpassingen toestellen in de omgeving te bedienen;
2° door de snelle evolutie van de aandoening heeft de persoon snel en in voorkomend geval opeenvolgend verschillende aangepaste hulpmiddelen nodig, waardoor die hulpmiddelen niet voor hun voorziene levensduur ingezet kunnen worden.
De volgende aandoeningen worden van rechtswege beschouwd als snel degeneratieve aandoeningen:
1° amyotrofe laterale sclerose;
2° primaire laterale sclerose;
3° progressieve spinale musculaire atrofie;
4° multisysteematrofie.
Andere neuromusculaire aandoeningen kunnen gelijkgesteld worden met een snel degeneratieve aandoening als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
1° er is minimaal voldaan aan een van de volgende voorwaarden:
a) er is minimaal een matige communicatieve beperking wat het spreken betreft. Er is bovendien een snelle en onomkeerbare achteruitgang van de spraakfunctie te verwachten, met een evolutie naar niet verstaanbaar spreken;
b) er is minimaal een matig functieverlies in beide bovenste ledematen wat betreft het manipuleren en het gebruiken van arm en hand voor computerbediening. Er is bovendien een snelle en onomkeerbare achteruitgang van de functie van de bovenste ledematen te verwachten, met een evolutie naar de onmogelijkheid om zonder hulpmiddelen of aanpassingen de computer te bedienen;
c) er is minimaal een matig functieverlies in beide bovenste ledematen wat betreft het manipuleren en het gebruiken van arm en hand voor de bediening van toestellen in de omgeving. Er is bovendien een snelle en onomkeerbare achteruitgang van de functie van de bovenste ledematen te verwachten, met een evolutie naar de onmogelijkheid om zonder hulpmiddelen of aanpassingen toestellen in de omgeving te bedienen;
2° door de snelle evolutie van de aandoening heeft de persoon snel en in voorkomend geval opeenvolgend verschillende aangepaste hulpmiddelen nodig, waardoor die hulpmiddelen niet voor hun voorziene levensduur ingezet kunnen worden.
Art.2. Le présent arrêté s'applique aux personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide.
Les conditions suivantes sont d'office considérées comme des maladies dégénératives rapides.
1° sclérose latérale amyotrophique ;
2° sclérose latérale primitive ;
3° atrophie spino musculaire progressive ;
4° atrophie multisystème.
D'autres maladies neuromusculaires peuvent être assimilées à une maladie dégénérative rapide si toutes les conditions suivantes sont réunies :
1° il a été satisfait au moins à une des conditions suivantes :
a) il existe au moins un handicap communicatif modéré, pour ce qui est la parole. Une détérioration rapide et irréversible de la parole, évoluant vers une parole inintelligible est en plus à prévoir ;
b) il y a au moins une perte fonctionnelle modérée des deux membres supérieurs en termes de manipulation et d'utilisation du bras et de la main pour la commande d'ordinateurs. Une détérioration rapide et irréversible de la fonction des deux membres supérieurs, évoluant vers l'incapacité d'opérer l'ordinateur sans aides ou aménagements, est en plus à prévoir ;
c) il doit y avoir au moins une perte fonctionnelle modérée dans les deux membres supérieurs en termes de manipulation et d'utilisation du bras et de la main pour l'opération d'appareils dans l'environnement personnel. Une détérioration rapide et irréversible de la fonction des deux membres supérieurs, évoluant vers l'incapacité d'opérer des appareils dans l'environnement personnel sans aides ou aménagements, est en plus à prévoir ;
2° en raison de l'évolution rapide de la maladie, la personne a urgemment et, le cas échéant, successivement besoin de différentes aides adaptées, qui de ce fait ne peuvent pas être utilisées tout au long de leur durée de vie prévue.
Les conditions suivantes sont d'office considérées comme des maladies dégénératives rapides.
1° sclérose latérale amyotrophique ;
2° sclérose latérale primitive ;
3° atrophie spino musculaire progressive ;
4° atrophie multisystème.
D'autres maladies neuromusculaires peuvent être assimilées à une maladie dégénérative rapide si toutes les conditions suivantes sont réunies :
1° il a été satisfait au moins à une des conditions suivantes :
a) il existe au moins un handicap communicatif modéré, pour ce qui est la parole. Une détérioration rapide et irréversible de la parole, évoluant vers une parole inintelligible est en plus à prévoir ;
b) il y a au moins une perte fonctionnelle modérée des deux membres supérieurs en termes de manipulation et d'utilisation du bras et de la main pour la commande d'ordinateurs. Une détérioration rapide et irréversible de la fonction des deux membres supérieurs, évoluant vers l'incapacité d'opérer l'ordinateur sans aides ou aménagements, est en plus à prévoir ;
c) il doit y avoir au moins une perte fonctionnelle modérée dans les deux membres supérieurs en termes de manipulation et d'utilisation du bras et de la main pour l'opération d'appareils dans l'environnement personnel. Une détérioration rapide et irréversible de la fonction des deux membres supérieurs, évoluant vers l'incapacité d'opérer des appareils dans l'environnement personnel sans aides ou aménagements, est en plus à prévoir ;
2° en raison de l'évolution rapide de la maladie, la personne a urgemment et, le cas échéant, successivement besoin de différentes aides adaptées, qui de ce fait ne peuvent pas être utilisées tout au long de leur durée de vie prévue.
HOOFDSTUK 3. - Huur van hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbediening
CHAPITRE 3. - Location d'aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement
Art.3. § 1. Personen met een snel degeneratieve aandoening kunnen geen aanspraak maken op een tegemoetkoming voor hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening of omgevingsbediening met toepassing van het besluit van 13 juli 2001. Ze kunnen binnen de perken van de kredieten die in de begroting van het agentschap voor individuele materiële bijstand ingeschreven zijn, aanspraak maken op een tegemoetkoming voor hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening of omgevingsbediening conform de bepalingen van dit besluit.
De tegemoetkoming die kan worden verleend conform dit besluit, neemt de vorm aan van een maandelijks huurforfait voor de huurpakketten.
De hulpmiddelenfiches die zijn opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, specificeren voor elk huurpakket, welke hulpmiddelen deel uitmaken van het huurpakket, voor welke problemen de hulpmiddelen een oplossing moeten bieden, voor welke specifieke groep van personen met een snel degeneratieve aandoening het huurpakket is bedoeld en met welke andere huurpakketten of hulpmiddelen in de refertelijst, vermeld in artikel 2, 14°, van het besluit van 13 juli 2001, de huurpakketten niet kunnen worden gecumuleerd.
De huurforfaits dekken de maandelijkse huur van de hulpmiddelen en alle onderdelen die deel uitmaken van een huurpakket, met inbegrip van alle kosten die samengaan met de aflevering, het testen, de montage, de indienststelling, het consulteren van de helpdesk, het onderhoud, de herstelling, de terugname en de reconditionering van de hulpmiddelen, alsook de vereiste aanpassingen, en de verplaatsingskosten van de verstrekker.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, kan de tabel, vermeld in het tweede lid, en de hulpmiddelenfiches, vermeld in het derde lid, actualiseren.
§ 2. Als aangetoond wordt dat geen enkel van de huurpakketten, tegemoetkomt aan de bijzondere noden van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening, kan, in afwijking van paragraaf 1, tweede lid, aanspraak gemaakt worden op een tegemoetkoming voor andere hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening of omgevingsbediening dan die waarin de huurpakketten voorzien. Die tegemoetkoming kan de vorm aannemen van een tussenkomst in de kosten van aankoop of van maandelijkse huurforfaits.
De tegemoetkoming die kan worden verleend conform dit besluit, neemt de vorm aan van een maandelijks huurforfait voor de huurpakketten.
De hulpmiddelenfiches die zijn opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, specificeren voor elk huurpakket, welke hulpmiddelen deel uitmaken van het huurpakket, voor welke problemen de hulpmiddelen een oplossing moeten bieden, voor welke specifieke groep van personen met een snel degeneratieve aandoening het huurpakket is bedoeld en met welke andere huurpakketten of hulpmiddelen in de refertelijst, vermeld in artikel 2, 14°, van het besluit van 13 juli 2001, de huurpakketten niet kunnen worden gecumuleerd.
De huurforfaits dekken de maandelijkse huur van de hulpmiddelen en alle onderdelen die deel uitmaken van een huurpakket, met inbegrip van alle kosten die samengaan met de aflevering, het testen, de montage, de indienststelling, het consulteren van de helpdesk, het onderhoud, de herstelling, de terugname en de reconditionering van de hulpmiddelen, alsook de vereiste aanpassingen, en de verplaatsingskosten van de verstrekker.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, kan de tabel, vermeld in het tweede lid, en de hulpmiddelenfiches, vermeld in het derde lid, actualiseren.
§ 2. Als aangetoond wordt dat geen enkel van de huurpakketten, tegemoetkomt aan de bijzondere noden van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening, kan, in afwijking van paragraaf 1, tweede lid, aanspraak gemaakt worden op een tegemoetkoming voor andere hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening of omgevingsbediening dan die waarin de huurpakketten voorzien. Die tegemoetkoming kan de vorm aannemen van een tussenkomst in de kosten van aankoop of van maandelijkse huurforfaits.
Art.3. § 1er. Les personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide ne peuvent pas faire valoir un droit à une intervention pour aides à la communication, à la commande d'ordinateurs ou au contrôle de l'environnement en application de l'arrêté du 13 juillet 2001. Elles peuvent, dans les limites des crédits inscrits au budget de l'agence en faveur de l'aide matérielle individuelle, faire valoir un droit à une intervention pour aides à la communication, à la commande d'ordinateurs ou au contrôle de l'environnement, conformément aux dispositions du présent arrêté.
L'intervention qui peut être accordée conformément au présent arrêté prend la forme d'un forfait de location mensuel pour les sets de location.
Les fiches descriptives des aides, reprises à l'annexe 2, jointe au présent arrêté, spécifient par set de location, les aides qui en font partie, les problèmes auxquels les aides doivent apporter une solution, le groupe spécifique de personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide auquel le set de location est destiné et les autres sets de location ou aides dans la liste de référence, mentionnée à l'article 2, 14°, de l'arrêté du 13 juillet 2001, avec lesquels les sets de location ne peuvent pas être cumulés.
Les forfaits de location couvrent la location mensuelle des aides et de tous les composants faisant partie d'un set de location, en ce compris tous les frais associés à la livraison, aux essais, au montage, à la mise en service, à la consultation du service d'assistance, à l'entretien, aux réparations, à la reprise et au reconditionnement des aides, ainsi qu'aux ajustements nécessaires et aux frais de déplacement du prestataire.
Le ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes, peut mettre à jour le tableau visé à l'alinéa deux et les fiches descriptives des aides, visées à l'alinéa trois.
§ 2. S'il est démontré qu'aucun des sets de location ne répond aux besoins particuliers de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide, il est possible, par dérogation au paragraphe 1er, alinéa deux, de faire valoir un droit à une intervention pour d'autres aides à la communication, à la commande d'ordinateurs ou au contrôle de l'environnement que celles prévues dans les sets de location. Cette intervention peut prendre la forme d'une intervention dans les frais d'achat ou de forfaits de de location mensuels.
L'intervention qui peut être accordée conformément au présent arrêté prend la forme d'un forfait de location mensuel pour les sets de location.
Les fiches descriptives des aides, reprises à l'annexe 2, jointe au présent arrêté, spécifient par set de location, les aides qui en font partie, les problèmes auxquels les aides doivent apporter une solution, le groupe spécifique de personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide auquel le set de location est destiné et les autres sets de location ou aides dans la liste de référence, mentionnée à l'article 2, 14°, de l'arrêté du 13 juillet 2001, avec lesquels les sets de location ne peuvent pas être cumulés.
Les forfaits de location couvrent la location mensuelle des aides et de tous les composants faisant partie d'un set de location, en ce compris tous les frais associés à la livraison, aux essais, au montage, à la mise en service, à la consultation du service d'assistance, à l'entretien, aux réparations, à la reprise et au reconditionnement des aides, ainsi qu'aux ajustements nécessaires et aux frais de déplacement du prestataire.
Le ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes, peut mettre à jour le tableau visé à l'alinéa deux et les fiches descriptives des aides, visées à l'alinéa trois.
§ 2. S'il est démontré qu'aucun des sets de location ne répond aux besoins particuliers de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide, il est possible, par dérogation au paragraphe 1er, alinéa deux, de faire valoir un droit à une intervention pour d'autres aides à la communication, à la commande d'ordinateurs ou au contrôle de l'environnement que celles prévues dans les sets de location. Cette intervention peut prendre la forme d'une intervention dans les frais d'achat ou de forfaits de de location mensuels.
HOOFDSTUK 4. - De aanvraag
CHAPITRE 4. - La demande
Art.4. § 1. De aanvraag voor een tegemoetkoming voor hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening of voor omgevingsbediening voor personen met een snel degeneratieve aandoening bestaat uit een aanvraagformulier en een adviesrapport dat door een gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen wordt opgemaakt.
Het aanvraagformulier dat door het agentschap wordt vastgesteld, bevat de volgende elementen:
1° de voornamen, de achternaam, de geboorteplaats en -datum, het adres, de nationaliteit en, in voorkomend geval, het identificatienummer van de persoon bij het Rijksregister van natuurlijke personen;
2° in voorkomend geval de voornamen, de achternaam, de hoedanigheid, het adres en het identificatienummer bij het Rijksregister van natuurlijke personen van de wettelijke vertegenwoordiger of van de bewindvoerder;
3° een verklaring dat de persoon die of voor wie de aanvraag wordt ingediend, werkelijk in België verblijft en dat de persoon die of voor wie de aanvraag wordt ingediend, of de wettelijke vertegenwoordiger, als het een verlengde minderjarige of een onbekwaam verklaarde betreft, gedurende een ononderbroken termijn van vijf jaar of gedurende een niet-aaneengesloten termijn van tien jaar in België verblijft.
Het adviesrapport bevat de volgende elementen:
1° de informatie over de diagnose van een snel degeneratieve aandoening als vermeld in artikel 2, tweede lid;
2° in voorkomend geval een omstandige motivatie dat is voldaan aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2, derde lid;
3° de vermelding van een of meer huurpakketten die, rekening houdend met de noden van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening en de criteria en modaliteiten, vermeld in de hulpmiddelenfiches, die zijn opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, het meest aangewezen zijn;
4° in het geval, vermeld in artikel 3, § 2, een motivatie van het feit dat geen van de huurpakketten tegemoetkomt aan de bijzondere noden van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening en een voorstel van hulpmiddelen die een oplossing kunnen bieden voor de bijzondere noden van de persoon met een snel degeneratieve aandoening op het vlak van communicatie, computerbediening of omgevingsbediening.
Het agentschap kan het model van het adviesrapport, vermeld in het derde lid, bepalen.
Het aanvraagformulier, vermeld in het tweede lid, wordt ondertekend door de aanvrager. Het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen bezorgt het aanvraagformulier, vermeld in het tweede lid, en het adviesrapport, vermeld in het derde lid, op de door het agentschap vastgestelde elektronische wijze aan het agentschap.
§ 2. Als de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening minderjarig is en nog niet beschikt over een indicatiestellingsverslag als vermeld in artikel 1, 17°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, waarin een typemodule individuele materiële bijstand wordt toegewezen, maakt het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen een adviesrapport op als vermeld in paragraaf 1, derde lid, en meldt het de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening conform artikel 21, 23, 24 en 25 van het voormelde besluit aan bij de toegangspoort, vermeld in artikel 17 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp.
Het aanvraagformulier dat door het agentschap wordt vastgesteld, bevat de volgende elementen:
1° de voornamen, de achternaam, de geboorteplaats en -datum, het adres, de nationaliteit en, in voorkomend geval, het identificatienummer van de persoon bij het Rijksregister van natuurlijke personen;
2° in voorkomend geval de voornamen, de achternaam, de hoedanigheid, het adres en het identificatienummer bij het Rijksregister van natuurlijke personen van de wettelijke vertegenwoordiger of van de bewindvoerder;
3° een verklaring dat de persoon die of voor wie de aanvraag wordt ingediend, werkelijk in België verblijft en dat de persoon die of voor wie de aanvraag wordt ingediend, of de wettelijke vertegenwoordiger, als het een verlengde minderjarige of een onbekwaam verklaarde betreft, gedurende een ononderbroken termijn van vijf jaar of gedurende een niet-aaneengesloten termijn van tien jaar in België verblijft.
Het adviesrapport bevat de volgende elementen:
1° de informatie over de diagnose van een snel degeneratieve aandoening als vermeld in artikel 2, tweede lid;
2° in voorkomend geval een omstandige motivatie dat is voldaan aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2, derde lid;
3° de vermelding van een of meer huurpakketten die, rekening houdend met de noden van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening en de criteria en modaliteiten, vermeld in de hulpmiddelenfiches, die zijn opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, het meest aangewezen zijn;
4° in het geval, vermeld in artikel 3, § 2, een motivatie van het feit dat geen van de huurpakketten tegemoetkomt aan de bijzondere noden van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening en een voorstel van hulpmiddelen die een oplossing kunnen bieden voor de bijzondere noden van de persoon met een snel degeneratieve aandoening op het vlak van communicatie, computerbediening of omgevingsbediening.
Het agentschap kan het model van het adviesrapport, vermeld in het derde lid, bepalen.
Het aanvraagformulier, vermeld in het tweede lid, wordt ondertekend door de aanvrager. Het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen bezorgt het aanvraagformulier, vermeld in het tweede lid, en het adviesrapport, vermeld in het derde lid, op de door het agentschap vastgestelde elektronische wijze aan het agentschap.
§ 2. Als de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening minderjarig is en nog niet beschikt over een indicatiestellingsverslag als vermeld in artikel 1, 17°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, waarin een typemodule individuele materiële bijstand wordt toegewezen, maakt het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen een adviesrapport op als vermeld in paragraaf 1, derde lid, en meldt het de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening conform artikel 21, 23, 24 en 25 van het voormelde besluit aan bij de toegangspoort, vermeld in artikel 17 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp.
Art.4. § 1er. La demande d'une intervention pour des aides à la communication, à la commande d'ordinateurs ou au contrôle de l'environnement en faveur de personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide comprend un formulaire de demande et un rapport d'avis établi par une équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides.
Le formulaire de demande établi par l'agence contient les éléments suivants :
1° les prénoms, le nom, le lieu et la date de naissance, l'adresse, la nationalité et, le cas échéant, le numéro d'identification de la personne auprès du Registre national des personnes physiques ;
2° le cas échéant, les prénoms, le nom, le statut, l'adresse et le numéro d'identification auprès du Registre national des personnes physiques du représentant légal ou de l'administrateur ;
3° une déclaration que la personne qui introduit la demande ou pour laquelle la demande est introduite, réside effectivement en Belgique et que la personne qui introduit la demande ou pour laquelle la demande est introduite ou le représentant légal, dans le cas d'une personne placée sous statut de minorité prolongée ou d'une personne interdite, réside en Belgique pendant un délai ininterrompu de cinq ans ou pendant un délai interrompu de dix ans.
Le rapport d'avis contient les éléments suivants :
1° les informations relatives au diagnostic d'une maladie dégénérative rapide, telles que visées à l'article 2, alinéa 2 ;
2° le cas échéant, une motivation exhaustive démontrant qu'il a été satisfait aux conditions, visées à l'article 2, alinéa 3 ;
3° la mention d'un ou de plusieurs sets de location les plus appropriés compte tenu des besoins de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide et des critères et modalités mentionnés dans les fiches descriptives des aides, reprises à l'annexe 2, jointe au présent arrêté ;
4° dans le cas, visé à l'article 3, § 2, une motivation du fait qu'aucun des sets de location ne répond aux besoins particuliers de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide et une proposition d'aides susceptibles d'apporter une solution aux besoins particuliers de la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide au niveau de la communication, de la commande d'ordinateurs ou du contrôle de l'environnement.
L'agence peut établir le modèle du rapport d'avis, visé dans l'alinéa trois.
Le formulaire de demande, visé à l'alinéa 2, est signé par le demandeur. L'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides transmet le formulaire de demande, visé à l'alinéa 2 et le rapport d'avis, visé à l'alinéa 3, à l'agence par les moyens électroniques établis par l'agence.
§ 2. Si la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide est mineure et ne dispose pas encore d'un rapport d'indication, tel que visé à l'article 1er, 17°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, dans lequel un module type aide matérielle individuelle est attribué, l'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides établit un rapport d'avis, tel que visé au paragraphe 1er, alinéa 3, et notifie la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide conformément aux articles 21, 23, 24 et 25 de l'arrêté précité à la porte d'entrée, visée à l'article 17 du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale aux jeunes.
Le formulaire de demande établi par l'agence contient les éléments suivants :
1° les prénoms, le nom, le lieu et la date de naissance, l'adresse, la nationalité et, le cas échéant, le numéro d'identification de la personne auprès du Registre national des personnes physiques ;
2° le cas échéant, les prénoms, le nom, le statut, l'adresse et le numéro d'identification auprès du Registre national des personnes physiques du représentant légal ou de l'administrateur ;
3° une déclaration que la personne qui introduit la demande ou pour laquelle la demande est introduite, réside effectivement en Belgique et que la personne qui introduit la demande ou pour laquelle la demande est introduite ou le représentant légal, dans le cas d'une personne placée sous statut de minorité prolongée ou d'une personne interdite, réside en Belgique pendant un délai ininterrompu de cinq ans ou pendant un délai interrompu de dix ans.
Le rapport d'avis contient les éléments suivants :
1° les informations relatives au diagnostic d'une maladie dégénérative rapide, telles que visées à l'article 2, alinéa 2 ;
2° le cas échéant, une motivation exhaustive démontrant qu'il a été satisfait aux conditions, visées à l'article 2, alinéa 3 ;
3° la mention d'un ou de plusieurs sets de location les plus appropriés compte tenu des besoins de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide et des critères et modalités mentionnés dans les fiches descriptives des aides, reprises à l'annexe 2, jointe au présent arrêté ;
4° dans le cas, visé à l'article 3, § 2, une motivation du fait qu'aucun des sets de location ne répond aux besoins particuliers de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide et une proposition d'aides susceptibles d'apporter une solution aux besoins particuliers de la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide au niveau de la communication, de la commande d'ordinateurs ou du contrôle de l'environnement.
L'agence peut établir le modèle du rapport d'avis, visé dans l'alinéa trois.
Le formulaire de demande, visé à l'alinéa 2, est signé par le demandeur. L'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides transmet le formulaire de demande, visé à l'alinéa 2 et le rapport d'avis, visé à l'alinéa 3, à l'agence par les moyens électroniques établis par l'agence.
§ 2. Si la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide est mineure et ne dispose pas encore d'un rapport d'indication, tel que visé à l'article 1er, 17°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, dans lequel un module type aide matérielle individuelle est attribué, l'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides établit un rapport d'avis, tel que visé au paragraphe 1er, alinéa 3, et notifie la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide conformément aux articles 21, 23, 24 et 25 de l'arrêté précité à la porte d'entrée, visée à l'article 17 du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale aux jeunes.
Art.5. In dit artikel wordt verstaan onder meerderjarig: achttien jaar of ouder.
Als de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening meerderjarig is, controleert het agentschap of voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 en 21 van het decreet van 7 mei 2004.
Als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, of na ontvangst van het indicatiestellingsverslag, vermeld in artikel 1, 17°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, waarbij een typemodule individuele materiële bijstand wordt toegewezen, als de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening minderjarig is, beslist het agentschap, behalve in het geval, vermeld in artikel 3, § 2, van dit besluit, tot toewijzing van het maandelijks huurforfait voor de huurpakketten die in het adviesrapport worden geïndiceerd.
Als in het adviesrapport wordt aangetoond dat de huurpakketten niet tegemoetkomen aan de bijzondere noden van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening en andere hulpmiddelen dan de hulpmiddelen waarin de huurpakketten voorzien, worden geïndiceerd, legt het agentschap de vraag voor tegemoetkoming voor die hulpmiddelen voor aan de bijzondere bijstandscommissie. De bijzondere bijstandscommissie beslist over het toekennen van een tussenkomst in de kosten van aankoop of de toekenning van een maandelijks huurforfait en bepaalt het bedrag van de tussenkomst in de kosten van aankoop of van het maandelijks huurforfait. Het agentschap beslist over de toewijzing van een tegemoetkoming conform de beslissing van de bijzondere bijstandscommissie.
Als de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening meerderjarig is en nog niet door het agentschap is erkend als een persoon met een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004, wordt hij bij een positieve beslissing van het agentschap over de toewijzing van een tegemoetkoming conform dit besluit automatisch erkend als persoon met een handicap, als vermeld in artikel 2, 2°, van het voormelde decreet.
Het agentschap deelt de beslissing tot toewijzing of weigering van een tegemoetkoming conform dit besluit, mee aan de aanvrager en aan het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen dat het adviesrapport heeft opgemaakt.
Als de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening meerderjarig is, controleert het agentschap of voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 en 21 van het decreet van 7 mei 2004.
Als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, of na ontvangst van het indicatiestellingsverslag, vermeld in artikel 1, 17°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, waarbij een typemodule individuele materiële bijstand wordt toegewezen, als de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening minderjarig is, beslist het agentschap, behalve in het geval, vermeld in artikel 3, § 2, van dit besluit, tot toewijzing van het maandelijks huurforfait voor de huurpakketten die in het adviesrapport worden geïndiceerd.
Als in het adviesrapport wordt aangetoond dat de huurpakketten niet tegemoetkomen aan de bijzondere noden van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening en andere hulpmiddelen dan de hulpmiddelen waarin de huurpakketten voorzien, worden geïndiceerd, legt het agentschap de vraag voor tegemoetkoming voor die hulpmiddelen voor aan de bijzondere bijstandscommissie. De bijzondere bijstandscommissie beslist over het toekennen van een tussenkomst in de kosten van aankoop of de toekenning van een maandelijks huurforfait en bepaalt het bedrag van de tussenkomst in de kosten van aankoop of van het maandelijks huurforfait. Het agentschap beslist over de toewijzing van een tegemoetkoming conform de beslissing van de bijzondere bijstandscommissie.
Als de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening meerderjarig is en nog niet door het agentschap is erkend als een persoon met een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004, wordt hij bij een positieve beslissing van het agentschap over de toewijzing van een tegemoetkoming conform dit besluit automatisch erkend als persoon met een handicap, als vermeld in artikel 2, 2°, van het voormelde decreet.
Het agentschap deelt de beslissing tot toewijzing of weigering van een tegemoetkoming conform dit besluit, mee aan de aanvrager en aan het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen dat het adviesrapport heeft opgemaakt.
Art.5. Dans le présent article, on entend par majeur : âgé de dix-huit ans ou plus.
Si la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide est majeure, l'agence vérifie si les conditions prévues aux articles 20 et 21 du décret du 7 mai 2004 ont été remplies.
Si les conditions mentionnées à l'alinéa 2 sont remplies, ou après réception du rapport d'indication, mentionné à l'article 1er, 17°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, au moyen duquel un module type d'aide matérielle individuelle est attribué, si la personne concernée, atteinte d'une maladie dégénérative rapide est mineure, l'agence décide, sauf dans le cas mentionné à l'article 3, § 2, du présent arrêté, d'attribuer le forfait de location mensuel pour les sets de location indiqués dans le rapport d'avis.
Si le rapport d'avis démontre que les sets de location ne répondent pas aux besoins particuliers de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide et que des aides autres que celles prévues dans les sets de location sont indiquées, l'agence soumet la demande d'une intervention pour ces aides à la commission spéciale d'assistance. La commission spéciale d'assistance décide de l'octroi d'une intervention dans les frais d'achat ou de l'octroi d'un forfait de location mensuel et établit le montant de l'intervention dans les frais d'achat ou dans le forfait de location mensuel. L'agence décide de l'octroi d'une intervention conformément à la décision de la commission spéciale d'assistance.
Si la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide a atteint l'âge de la majorité et n'a pas encore été reconnue par l'agence comme personne handicapée au sens de l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004, elle est automatiquement reconnue comme personne handicapée au sens de l'article 2, 2°, du décret précité si l'agence prend une décision positive concernant l'octroi d'une intervention conformément au présent arrêté.
L'agence communique la décision d'octroi ou de refus d'une intervention conformément au présent arrêté au demandeur et à l'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides qui a établi le rapport d'avis.
Si la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide est majeure, l'agence vérifie si les conditions prévues aux articles 20 et 21 du décret du 7 mai 2004 ont été remplies.
Si les conditions mentionnées à l'alinéa 2 sont remplies, ou après réception du rapport d'indication, mentionné à l'article 1er, 17°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, au moyen duquel un module type d'aide matérielle individuelle est attribué, si la personne concernée, atteinte d'une maladie dégénérative rapide est mineure, l'agence décide, sauf dans le cas mentionné à l'article 3, § 2, du présent arrêté, d'attribuer le forfait de location mensuel pour les sets de location indiqués dans le rapport d'avis.
Si le rapport d'avis démontre que les sets de location ne répondent pas aux besoins particuliers de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide et que des aides autres que celles prévues dans les sets de location sont indiquées, l'agence soumet la demande d'une intervention pour ces aides à la commission spéciale d'assistance. La commission spéciale d'assistance décide de l'octroi d'une intervention dans les frais d'achat ou de l'octroi d'un forfait de location mensuel et établit le montant de l'intervention dans les frais d'achat ou dans le forfait de location mensuel. L'agence décide de l'octroi d'une intervention conformément à la décision de la commission spéciale d'assistance.
Si la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide a atteint l'âge de la majorité et n'a pas encore été reconnue par l'agence comme personne handicapée au sens de l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004, elle est automatiquement reconnue comme personne handicapée au sens de l'article 2, 2°, du décret précité si l'agence prend une décision positive concernant l'octroi d'une intervention conformément au présent arrêté.
L'agence communique la décision d'octroi ou de refus d'une intervention conformément au présent arrêté au demandeur et à l'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides qui a établi le rapport d'avis.
HOOFDSTUK 5. - Aflevering van hulpmiddelen in het kader van huur
CHAPITRE 5. - Mise à disposition d'aides dans le cadre d'une location
Art.6. Als een huurforfait voor een of meer huurpakketten is toegewezen of als de bijzondere bijstandscommissie conform artikel 5, vierde lid, een huurforfait heeft toegekend, wendt de aanvrager zich na ontvangst van de beslissing van het agentschap tot toewijzing van een huurforfait tot een verstrekker naar keuze voor de aflevering van de hulpmiddelen die deel uitmaken van de huurpakketten waarvoor een huurforfait is toegewezen of waarvoor de bijzondere bijstandscommissie een huurforfait heeft toegekend.
Als de verstrekker voor de aflevering van hulpmiddelen vaststelt dat een of meer van geïndiceerde hulpmiddelen, vermeld in het adviesrapport, vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, niet meer adequaat zijn, of niet meer tegemoetkomen aan de noden van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening, neemt de verstrekker contact op met het gespecialiseerde multidisciplinair team voor personen met een snel degeneratieve aandoening dat de hulpmiddelen heeft geïndiceerd.
Het gespecialiseerd multidisciplinair team voor personen met een snel degeneratieve aandoening kan in overleg met de verstrekker de indicatiestelling bijsturen. Het team bespreekt de aanpassing van de indicatiestelling met de aanvrager.
Het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen maakt een nieuw adviesrapport als vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, op en bezorgt het adviesrapport aan de aanvrager, de verstrekker en aan het agentschap.
Het agentschap beslist tot toewijzing van een tegemoetkoming voor hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbediening conform het adviesrapport, vermeld in het vierde lid, als in het adviesrapport een huurpakket is geïndiceerd. Als in het adviesrapport aangetoond is dat de huurpakketten niet tegemoetkomen aan de bijzondere noden van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening en andere hulpmiddelen dan de hulpmiddelen waarin de huurpakketten voorzien, worden geïndiceerd, wordt het adviesrapport, vermeld in het vierde lid, voorgelegd aan de bijzondere bijstandscommissie en neemt het agentschap een beslissing tot toewijzing van een tegemoetkoming conform artikel 5, vierde lid.
Als de verstrekker voor de aflevering van hulpmiddelen vaststelt dat een of meer van geïndiceerde hulpmiddelen, vermeld in het adviesrapport, vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, niet meer adequaat zijn, of niet meer tegemoetkomen aan de noden van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening, neemt de verstrekker contact op met het gespecialiseerde multidisciplinair team voor personen met een snel degeneratieve aandoening dat de hulpmiddelen heeft geïndiceerd.
Het gespecialiseerd multidisciplinair team voor personen met een snel degeneratieve aandoening kan in overleg met de verstrekker de indicatiestelling bijsturen. Het team bespreekt de aanpassing van de indicatiestelling met de aanvrager.
Het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen maakt een nieuw adviesrapport als vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, op en bezorgt het adviesrapport aan de aanvrager, de verstrekker en aan het agentschap.
Het agentschap beslist tot toewijzing van een tegemoetkoming voor hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbediening conform het adviesrapport, vermeld in het vierde lid, als in het adviesrapport een huurpakket is geïndiceerd. Als in het adviesrapport aangetoond is dat de huurpakketten niet tegemoetkomen aan de bijzondere noden van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening en andere hulpmiddelen dan de hulpmiddelen waarin de huurpakketten voorzien, worden geïndiceerd, wordt het adviesrapport, vermeld in het vierde lid, voorgelegd aan de bijzondere bijstandscommissie en neemt het agentschap een beslissing tot toewijzing van een tegemoetkoming conform artikel 5, vierde lid.
Art.6. Si un forfait de location a été octroyé pour un ou plusieurs sets de location ou si la commission spéciale d'assistance a octroyé un forfait de location conformément à l'article 5, alinéa 4, le demandeur s'adresse, après réception de la décision de l'agence d'octroi d'un forfait de location, à un prestataire de son choix pour la mise à disposition des aides qui font partie des sets de location pour lesquels un forfait de location a été octroyé ou pour lesquels la commission spéciale d'assistance a octroyé un forfait de location.
Si, avant la mise à disposition des aides, le prestataire constate qu'une ou plusieurs des aides indiquées visées dans le rapport d'avis, visé à l'article 4, § 1er, alinéa 3, ne sont plus adéquates ou ne répondent plus aux besoins de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide, il contacte l'équipe multidisciplinaire spécialisée pour personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide qui a indiqué les aides.
L'équipe multidisciplinaire spécialisée pour personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide peut ajuster l'indication en consultation avec le prestataire. L'équipe consulte le demandeur pour discuter de l'ajustement de l'indication avec lui.
L'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides établit un nouveau rapport d'avis, tel que visé à l'article 4, § 1er, alinéa 3, et transmet le rapport d'avis au demandeur, au prestataire et à l'agence.
L'agence décide d'octroyer une intervention pour des aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement conformément au rapport d'avis, visé à l'alinéa 4 si un set de location a été indiqué dans le rapport d'avis. S'il a été démontré dans le rapport d'avis que les sets de location ne répondent pas aux besoins particuliers de la personne concernée atteinte d'une affection dégénérative rapide et que des aides autres que celles prévues dans les sets de location sont indiquées, le rapport d'avis, visé à l'alinéa 4, est soumis à la commission spéciale d'assistance et l'agence prend une décision d'octroi d'une intervention conformément à l'article 5, alinéa 4.
Si, avant la mise à disposition des aides, le prestataire constate qu'une ou plusieurs des aides indiquées visées dans le rapport d'avis, visé à l'article 4, § 1er, alinéa 3, ne sont plus adéquates ou ne répondent plus aux besoins de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide, il contacte l'équipe multidisciplinaire spécialisée pour personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide qui a indiqué les aides.
L'équipe multidisciplinaire spécialisée pour personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide peut ajuster l'indication en consultation avec le prestataire. L'équipe consulte le demandeur pour discuter de l'ajustement de l'indication avec lui.
L'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides établit un nouveau rapport d'avis, tel que visé à l'article 4, § 1er, alinéa 3, et transmet le rapport d'avis au demandeur, au prestataire et à l'agence.
L'agence décide d'octroyer une intervention pour des aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement conformément au rapport d'avis, visé à l'alinéa 4 si un set de location a été indiqué dans le rapport d'avis. S'il a été démontré dans le rapport d'avis que les sets de location ne répondent pas aux besoins particuliers de la personne concernée atteinte d'une affection dégénérative rapide et que des aides autres que celles prévues dans les sets de location sont indiquées, le rapport d'avis, visé à l'alinéa 4, est soumis à la commission spéciale d'assistance et l'agence prend une décision d'octroi d'une intervention conformément à l'article 5, alinéa 4.
HOOFDSTUK 6. - De huurovereenkomst
CHAPITRE 6. - Le contrat de location
Art.7. Bij de aflevering van de hulpmiddelen waarvoor een huurforfait is toegewezen, sluiten de verstrekker of de onderneming waarvoor hij werkt of de onderneming waarmee hij samenwerkt en de aanvrager een huurovereenkomst van onbepaalde duur. Het model van de huurovereenkomst wordt bepaald door het agentschap.
De huurovereenkomst vermeldt het serienummer van de hulpmiddelen die worden verhuurd. Bij de huurovereenkomst wordt een omstandige beschrijving van de staat van de verhuurde hulpmiddelen op het moment van aflevering gevoegd.
De huurovereenkomst, vermeld in het eerste lid, bevat de volgende verplichtingen voor de verhuurder:
1° het onderhoud en de herstelling van de hulpmiddelen wordt uitgevoerd binnen vijf werkdagen na de dag van de ontvangst van de vraag van de aanvrager of er wordt voorzien in een vervanghulpmiddel;
2° als de functionele mogelijkheden van de persoon wijzigen, wordt het hulpmiddel aangepast of vervangen door een ander hulpmiddel dat deel uitmaakt van het huurpakket waarvoor een huurforfait is toegewezen, binnen twintig werkdagen na de dag van de ontvangst van de vraag tot aanpassing;
3° de verhuurder kan de schade aan de verhuurde hulpmiddelen die te wijten is aan ernstige nalatigheid van de persoon met een snel degeneratieve aandoening of zijn begeleiders al dan niet gedeeltelijk aanrekenen aan de aanvrager na aftrek van de waarborg, vermeld in artikel 8. Het aangerekende bedrag mag in geen geval hoger zijn dan de restwaarde van het hulpmiddel.
De restwaarde van het hulpmiddel, vermeld in het derde lid, 3°, is gelijk aan de vermenigvuldiging van de aankoopprijs van het hulpmiddel voor de verhuurder en een breuk waarvan de teller gelijk is aan 48 verminderd met het aantal maanden dat het hulpmiddel al verhuurd is, en waarvan de noemer gelijk is aan 48. Bij betwisting wordt de restwaarde bepaald door het agentschap.
De huurovereenkomst bevat in het kader van de aflevering van de hulpmiddelen de verplichting voor de huurder om:
1° de hulpmiddelen normaal te gebruiken en alle gebruiksaanwijzingen van de toestellen correct op te volgen;
2° de hulpmiddelen in propere staat te houden en beschadigingen te vermijden;
3° de hulpmiddelen niet te vervreemden of aan derden door te geven;
4° het onderhoud of de herstellingen van de hulpmiddelen door de verhuurder toe te staan;
5° de verstrekker te contacteren voor aanpassingen, onderhoud, herstellingen of terugname;
6° bij defect van de hulpmiddelen de verstrekker onmiddellijk te verwittigen;
7° de door de verhuurder aangerekende schade die te wijten is aan ernstige nalatigheid van de persoon met een snel degeneratieve aandoening of van zijn begeleiders, te vergoeden.
De verhuurder bezorgt de huurovereenkomst aan het agentschap.
De huurovereenkomst vermeldt het serienummer van de hulpmiddelen die worden verhuurd. Bij de huurovereenkomst wordt een omstandige beschrijving van de staat van de verhuurde hulpmiddelen op het moment van aflevering gevoegd.
De huurovereenkomst, vermeld in het eerste lid, bevat de volgende verplichtingen voor de verhuurder:
1° het onderhoud en de herstelling van de hulpmiddelen wordt uitgevoerd binnen vijf werkdagen na de dag van de ontvangst van de vraag van de aanvrager of er wordt voorzien in een vervanghulpmiddel;
2° als de functionele mogelijkheden van de persoon wijzigen, wordt het hulpmiddel aangepast of vervangen door een ander hulpmiddel dat deel uitmaakt van het huurpakket waarvoor een huurforfait is toegewezen, binnen twintig werkdagen na de dag van de ontvangst van de vraag tot aanpassing;
3° de verhuurder kan de schade aan de verhuurde hulpmiddelen die te wijten is aan ernstige nalatigheid van de persoon met een snel degeneratieve aandoening of zijn begeleiders al dan niet gedeeltelijk aanrekenen aan de aanvrager na aftrek van de waarborg, vermeld in artikel 8. Het aangerekende bedrag mag in geen geval hoger zijn dan de restwaarde van het hulpmiddel.
De restwaarde van het hulpmiddel, vermeld in het derde lid, 3°, is gelijk aan de vermenigvuldiging van de aankoopprijs van het hulpmiddel voor de verhuurder en een breuk waarvan de teller gelijk is aan 48 verminderd met het aantal maanden dat het hulpmiddel al verhuurd is, en waarvan de noemer gelijk is aan 48. Bij betwisting wordt de restwaarde bepaald door het agentschap.
De huurovereenkomst bevat in het kader van de aflevering van de hulpmiddelen de verplichting voor de huurder om:
1° de hulpmiddelen normaal te gebruiken en alle gebruiksaanwijzingen van de toestellen correct op te volgen;
2° de hulpmiddelen in propere staat te houden en beschadigingen te vermijden;
3° de hulpmiddelen niet te vervreemden of aan derden door te geven;
4° het onderhoud of de herstellingen van de hulpmiddelen door de verhuurder toe te staan;
5° de verstrekker te contacteren voor aanpassingen, onderhoud, herstellingen of terugname;
6° bij defect van de hulpmiddelen de verstrekker onmiddellijk te verwittigen;
7° de door de verhuurder aangerekende schade die te wijten is aan ernstige nalatigheid van de persoon met een snel degeneratieve aandoening of van zijn begeleiders, te vergoeden.
De verhuurder bezorgt de huurovereenkomst aan het agentschap.
Art.7. Lors de la mise à disposition des aides pour lesquelles un forfait de location a été alloué, le prestataire ou l'entreprise pour laquelle il travaille ou l'entreprise avec laquelle il collabore et le demandeur concluent un contrat de location à durée indéterminée. Le modèle du contrat de location est établi par l'agence.
Le contrat de location indique le numéro de série des aides qui sont louées. Une description détaillée de l'état des aides louées est jointe au contrat de location au moment de la mise à disposition.
Le contrat de location, visé à l'alinéa 1er, renferme les obligations suivantes pour le loueur :
1° l'entretien et la réparation des aides sont effectués dans un délai de cinq jours ouvrables à compter du jour de la réception de la demande du demandeur ou une aide de remplacement est mise à disposition ;
2° si les possibilités fonctionnelles de la personne changent, l'aide est ajustée ou remplacée par une autre aide qui fait partie du set de location pour lequel un forfait de location a été attribué, dans les vingt jours ouvrables suivant la date de réception de la demande d'ajustement ;
3° le loueur peut mettre le demandeur à contribution, éventuellement de façon partielle pour le dommage aux aides louées dû à une négligence grave de la part de la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide ou de ses compagnons, après déduction de la garantie, visée à l'article 8. Le montant facturé ne peut en aucun cas dépasser la valeur résiduelle de l'aide.
La valeur résiduelle de l'aide, visée à l'alinéa 3, 3°, est égale à la multiplication du prix d'achat de l'aide pour le loueur et une fraction dont le numérateur est égal à 48 moins le nombre de mois pendant lesquels l'aide a déjà été louée, et dont le dénominateur est égal à 48. En cas de litige, la valeur résiduelle est déterminée par l'agence.
Le contrat de location renferme dans le cadre de la mise à disposition des aides l'obligation pour le locataire :
1° d'utiliser les aides normalement et de suivre toutes les consignes d'utilisation des aides correctement ;
2° de maintenir les aides en bon état de propreté et d'éviter tout dommage ;
3° de ne pas aliéner ou de transmettre les aides à des tiers ;
4° de permettre au loueur d'effectuer l'entretien ou les réparations des aides ;
5° de contacter le prestataire pour des aménagements, des entretiens, réparations ou reprises ;
6° d'informer le prestataire sans délai, en cas de défaillance des aides ;
7° d'indemniser le dommage facturé par le loueur et causé par une négligence grave de la part de la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide ou de ses compagnons.
Le loueur transmet le contrat de location à l'agence.
Le contrat de location indique le numéro de série des aides qui sont louées. Une description détaillée de l'état des aides louées est jointe au contrat de location au moment de la mise à disposition.
Le contrat de location, visé à l'alinéa 1er, renferme les obligations suivantes pour le loueur :
1° l'entretien et la réparation des aides sont effectués dans un délai de cinq jours ouvrables à compter du jour de la réception de la demande du demandeur ou une aide de remplacement est mise à disposition ;
2° si les possibilités fonctionnelles de la personne changent, l'aide est ajustée ou remplacée par une autre aide qui fait partie du set de location pour lequel un forfait de location a été attribué, dans les vingt jours ouvrables suivant la date de réception de la demande d'ajustement ;
3° le loueur peut mettre le demandeur à contribution, éventuellement de façon partielle pour le dommage aux aides louées dû à une négligence grave de la part de la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide ou de ses compagnons, après déduction de la garantie, visée à l'article 8. Le montant facturé ne peut en aucun cas dépasser la valeur résiduelle de l'aide.
La valeur résiduelle de l'aide, visée à l'alinéa 3, 3°, est égale à la multiplication du prix d'achat de l'aide pour le loueur et une fraction dont le numérateur est égal à 48 moins le nombre de mois pendant lesquels l'aide a déjà été louée, et dont le dénominateur est égal à 48. En cas de litige, la valeur résiduelle est déterminée par l'agence.
Le contrat de location renferme dans le cadre de la mise à disposition des aides l'obligation pour le locataire :
1° d'utiliser les aides normalement et de suivre toutes les consignes d'utilisation des aides correctement ;
2° de maintenir les aides en bon état de propreté et d'éviter tout dommage ;
3° de ne pas aliéner ou de transmettre les aides à des tiers ;
4° de permettre au loueur d'effectuer l'entretien ou les réparations des aides ;
5° de contacter le prestataire pour des aménagements, des entretiens, réparations ou reprises ;
6° d'informer le prestataire sans délai, en cas de défaillance des aides ;
7° d'indemniser le dommage facturé par le loueur et causé par une négligence grave de la part de la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide ou de ses compagnons.
Le loueur transmet le contrat de location à l'agence.
Art.8. De verhuurder kan bij de ondertekening van de huurovereenkomst een waarborg vragen aan de huurder.
Het bedrag van de waarborg, vermeld in het eerste lid, mag niet hoger zijn dan het maandelijks huurforfait, vermeld in de tabel die opgenomen is in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, dat wordt voorzien vanaf de tweede maand, voor het huurpakket waarop de huurovereenkomst betrekking heeft, of dan het maandelijks huurforfait dat conform artikel 5, vierde lid, door de bijzondere bijstandscommissie is vastgesteld, en kan nooit meer dan honderdvijftig euro bedragen.
De waarborg wordt geplaatst op een derdenrekening die daarvoor door de verhuurder is geopend.
De verhuurder kan de waarborg, vermeld in het eerste lid, alleen aanwenden in geval van ernstige nalatigheid van de persoon met een snel degeneratieve aandoening of van zijn begeleiders en in geval van vervreemding van het hulpmiddel door de aanvrager.
Het bedrag van de waarborg, vermeld in het eerste lid, mag niet hoger zijn dan het maandelijks huurforfait, vermeld in de tabel die opgenomen is in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, dat wordt voorzien vanaf de tweede maand, voor het huurpakket waarop de huurovereenkomst betrekking heeft, of dan het maandelijks huurforfait dat conform artikel 5, vierde lid, door de bijzondere bijstandscommissie is vastgesteld, en kan nooit meer dan honderdvijftig euro bedragen.
De waarborg wordt geplaatst op een derdenrekening die daarvoor door de verhuurder is geopend.
De verhuurder kan de waarborg, vermeld in het eerste lid, alleen aanwenden in geval van ernstige nalatigheid van de persoon met een snel degeneratieve aandoening of van zijn begeleiders en in geval van vervreemding van het hulpmiddel door de aanvrager.
Art.8. Le loueur peut demander une garantie au locataire lors de la signature du contrat de location.
Le montant de la garantie, visée à l' alinéa premier, ne peut pas excéder le forfait de location mensuel, visé au tableau repris à l'annexe 1ère, jointe au présent arrêté, qui est prévu à partir du deuxième mois, pour le set de location auquel se rapporte le contrat de location, ou le forfait de location mensuel qui a été établi par la commission spéciale d'assistance conformément à l'article 5, alinéa 4, et ne peut en aucun cas dépasser cent cinquante euros.
La garantie est placée sur un compte de tiers, ouvert à cet effet par le loueur.
Le loueur peut utiliser la garantie, mentionnée au premier alinéa, seulement en cas de négligence grave de la part de la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide ou de ses accompagnateurs et en cas d'aliénation de l'aide par le demandeur.
Le montant de la garantie, visée à l' alinéa premier, ne peut pas excéder le forfait de location mensuel, visé au tableau repris à l'annexe 1ère, jointe au présent arrêté, qui est prévu à partir du deuxième mois, pour le set de location auquel se rapporte le contrat de location, ou le forfait de location mensuel qui a été établi par la commission spéciale d'assistance conformément à l'article 5, alinéa 4, et ne peut en aucun cas dépasser cent cinquante euros.
La garantie est placée sur un compte de tiers, ouvert à cet effet par le loueur.
Le loueur peut utiliser la garantie, mentionnée au premier alinéa, seulement en cas de négligence grave de la part de la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide ou de ses accompagnateurs et en cas d'aliénation de l'aide par le demandeur.
Art.9. § 1. Zowel de huurder als de verhuurder kunnen op elk ogenblik met een aangetekende brief een einde maken aan de huurovereenkomst, vermeld in artikel 7, met een opzeggingstermijn van drie maanden, die ingaat op de eerste dag van de maand na de maand waarin de ene partij de andere partij op de hoogte brengt van de opzegging.
In afwijking van het eerste lid kan de huurder met een aangetekende brief een einde maken aan de huurovereenkomst met een opzeggingstermijn van een maand als de verhuurder zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst niet nakomt.
In afwijking van het eerste lid kan de verhuurder met een aangetekende brief een einde maken aan de huurovereenkomst zonder opzeggingstermijn als er ernstige schade aan de hulpmiddelen wordt vastgesteld die te wijten is aan onvoldoende zorgzaamheid of onverantwoorde behandeling ervan door de persoon met een snel degeneratieve aandoening of zijn begeleiders.
De partij die de huurovereenkomst beëindigt, verwittigt het agentschap daarvan schriftelijk binnen dertig kalenderdagen na de beëindiging van de huurovereenkomst.
§ 2. De huurovereenkomst, vermeld in artikel 7, eindigt van rechtswege in de volgende gevallen:
1° bij het overlijden van de persoon met een snel degeneratieve aandoening;
2° als meegedeeld wordt dat de persoon met een snel degeneratieve aandoening de verhuurde hulpmiddelen niet meer kan gebruiken;
3° als de persoon met een snel degeneratieve aandoening nood heeft aan hulpmiddelen die deel uitmaken van een ander huurpakket voor dezelfde activiteit dan het huurpakket waarvoor een huurforfait is toegewezen en er een adviesrapport als vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, wordt ingediend waarin een ander huurpakket wordt geïndiceerd;
4° als de activiteiten van de verhuurder worden stopgezet.
§ 3. Als de toestand van de persoon met een snel degeneratieve aandoening ongewijzigd is gebleven maar het aan hem verhuurde hulpmiddel moet worden vervangen omdat het niet meer op een economisch verantwoorde wijze te herstellen is, brengt de verhuurder het agentschap daarvan op de hoogte. Die kennisgeving omvat een kopie van de aangepaste huurovereenkomst, met de vermelding van de serienummers van het nieuwe hulpmiddel.
In afwijking van het eerste lid kan de huurder met een aangetekende brief een einde maken aan de huurovereenkomst met een opzeggingstermijn van een maand als de verhuurder zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst niet nakomt.
In afwijking van het eerste lid kan de verhuurder met een aangetekende brief een einde maken aan de huurovereenkomst zonder opzeggingstermijn als er ernstige schade aan de hulpmiddelen wordt vastgesteld die te wijten is aan onvoldoende zorgzaamheid of onverantwoorde behandeling ervan door de persoon met een snel degeneratieve aandoening of zijn begeleiders.
De partij die de huurovereenkomst beëindigt, verwittigt het agentschap daarvan schriftelijk binnen dertig kalenderdagen na de beëindiging van de huurovereenkomst.
§ 2. De huurovereenkomst, vermeld in artikel 7, eindigt van rechtswege in de volgende gevallen:
1° bij het overlijden van de persoon met een snel degeneratieve aandoening;
2° als meegedeeld wordt dat de persoon met een snel degeneratieve aandoening de verhuurde hulpmiddelen niet meer kan gebruiken;
3° als de persoon met een snel degeneratieve aandoening nood heeft aan hulpmiddelen die deel uitmaken van een ander huurpakket voor dezelfde activiteit dan het huurpakket waarvoor een huurforfait is toegewezen en er een adviesrapport als vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, wordt ingediend waarin een ander huurpakket wordt geïndiceerd;
4° als de activiteiten van de verhuurder worden stopgezet.
§ 3. Als de toestand van de persoon met een snel degeneratieve aandoening ongewijzigd is gebleven maar het aan hem verhuurde hulpmiddel moet worden vervangen omdat het niet meer op een economisch verantwoorde wijze te herstellen is, brengt de verhuurder het agentschap daarvan op de hoogte. Die kennisgeving omvat een kopie van de aangepaste huurovereenkomst, met de vermelding van de serienummers van het nieuwe hulpmiddel.
Art.9. § 1er. Tant le locataire que le loueur peuvent à tout moment résilier le contrat de location, visé à l'article 7, par lettre recommandée, le délai de préavis étant de trois mois, prenant cours le premier jour du mois suivant celui au cours duquel l'une des parties informe l'autre partie de la résiliation.
Par dérogation à l'alinéa premier, le locataire peut résilier le contrat de location par lettre recommandée, le délai de préavis étant d'un mois si le loueur ne remplit pas ses obligations du contrat de location.
Par dérogation à l'alinéa premier, le loueur peut résilier le contrat de location par lettre recommandée sans délai de préavis si des dommages graves sont constatés aux aides, dus à un manque de soins ou à un traitement irresponsable de celles-ci par la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide ou de ses accompagnateurs.
La partie qui résilie le contrat de location en informe l'agence par écrit dans les trente jours civils suivant la résiliation du contrat de location.
§ 2. Le contrat de location, visé à l'article 7, vient d'office à terme dans les cas suivants :
1° dans le cas du décès de la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide ;
2° s'il est communiqué que la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide ne peut plus utiliser les aides louées ;
3° si la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide a besoin d'aides faisant partie d'un autre set de location pour la même activité que le set de location pour lequel un forfait de location a été attribué et qu'un rapport d'avis, tel que visé à l'article 4, § 1er, alinéa trois, est soumis dans lequel un autre set de location est indiqué ;
4° lorsque les activités du loueur sont arrêtées.
§ 3. Si l'état de la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide n'a pas changé mais que l'aide qui lui est louée doit être remplacée parce que celle-ci ne peut plus être rentablement réparée, le loueur en informe l'agence. Cette notification comprend une copie du contrat de location ajusté, avec mention des numéros de série de la nouvelle aide.
Par dérogation à l'alinéa premier, le locataire peut résilier le contrat de location par lettre recommandée, le délai de préavis étant d'un mois si le loueur ne remplit pas ses obligations du contrat de location.
Par dérogation à l'alinéa premier, le loueur peut résilier le contrat de location par lettre recommandée sans délai de préavis si des dommages graves sont constatés aux aides, dus à un manque de soins ou à un traitement irresponsable de celles-ci par la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide ou de ses accompagnateurs.
La partie qui résilie le contrat de location en informe l'agence par écrit dans les trente jours civils suivant la résiliation du contrat de location.
§ 2. Le contrat de location, visé à l'article 7, vient d'office à terme dans les cas suivants :
1° dans le cas du décès de la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide ;
2° s'il est communiqué que la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide ne peut plus utiliser les aides louées ;
3° si la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide a besoin d'aides faisant partie d'un autre set de location pour la même activité que le set de location pour lequel un forfait de location a été attribué et qu'un rapport d'avis, tel que visé à l'article 4, § 1er, alinéa trois, est soumis dans lequel un autre set de location est indiqué ;
4° lorsque les activités du loueur sont arrêtées.
§ 3. Si l'état de la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide n'a pas changé mais que l'aide qui lui est louée doit être remplacée parce que celle-ci ne peut plus être rentablement réparée, le loueur en informe l'agence. Cette notification comprend une copie du contrat de location ajusté, avec mention des numéros de série de la nouvelle aide.
HOOFDSTUK 7. - De betaling van huurforfaits en van een tussenkomst in de kosten van aankoop van een hulpmiddel
CHAPITRE 7. - Le paiement de forfaits de location et d'une intervention dans les frais d'achat d'une aide
Art.10. § 1. De huurforfaits voor hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbediening die door het agentschap conform de bepalingen van dit besluit worden toegewezen aan een persoon met een snel degeneratieve aandoening, worden betaald aan de verhuurder.
§ 2. De huurforfaits worden betaald nadat de verhuurder een huurovereenkomst als vermeld in artikel 7, over de hulpmiddelen waarop het aangerekende forfait betrekking heeft, heeft bezorgd aan het agentschap en op basis van een factuur die al de volgende elementen bevat:
1° de naam en het bedrag van het toegewezen huurforfait, als het gaat om een huurforfait voor een huurpakket;
2° de vermelding van het bedrag van het toegekende huurforfait en van de datum van de beslissing van het agentschap tot toewijzing van het huurforfait als een huurforfait is toegekend door de bijzondere bijstandscommissie conform artikel 5, vierde lid;
3° het referentienummer van de huurovereenkomst over de huur van de hulpmiddelen die deel uitmaken van het huurpakket waarvoor een huurforfait, is toegewezen of waarvoor de bijzondere bijstandscommissie een huurforfait heeft toegekend;
4° de maand waarop het gefactureerde huurforfait betrekking heeft;
5° de identificatiegegevens van de persoon met een snel degeneratieve aandoening aan wie het huurforfait is toegewezen: voornaam, achternaam, adres en VAPH-nummer;
6° de factuurdatum.
De verhuurder maakt de facturen op maandbasis op. De originele facturen worden binnen het jaar, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarop het gefactureerde huurforfait betrekking heeft, met de post of in een pdf-versie per mail aan het agentschap bezorgd.
§ 3. Het huurforfait wordt betaald vanaf de maand van de aflevering van de hulpmiddelen als de aflevering van de eerste tot en met de vijftiende kalenderdag van die maand plaatsvindt.
Het huurforfait wordt betaald vanaf de maand die volgt op de maand van de aflevering van de hulpmiddelen als de aflevering na de vijftiende kalenderdag van die maand plaatsvindt.
Het huurforfait wordt betaald tot en met de maand die voorafgaat aan de maand waarin de huurovereenkomst eindigt, als de beëindiging van de eerste tot en met de vijftiende kalenderdag van de maand ingaat, en tot en met de maand waarin de huurovereenkomst eindigt, als de beëindiging na de vijftiende kalenderdag van de maand ingaat.
Bij overlijden van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening voor de aflevering van de hulpmiddelen, vermeld in het adviesrapport, waarmee de aanvrager zich heeft aangemeld bij de verstrekker, kan nog een bedrag worden gefactureerd ter compensatie van de gemaakte en bewezen administratieve kosten, met een maximum van 50% van het bedrag dat in de tabel die opgenomen is in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, is bepaald voor de eerste maand van het huurforfait dat is toegewezen.
§ 4. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder datum van aflevering van de hulpmiddelen: de datum van de ondertekening van de huurovereenkomst voor de hulpmiddelen.
§ 2. De huurforfaits worden betaald nadat de verhuurder een huurovereenkomst als vermeld in artikel 7, over de hulpmiddelen waarop het aangerekende forfait betrekking heeft, heeft bezorgd aan het agentschap en op basis van een factuur die al de volgende elementen bevat:
1° de naam en het bedrag van het toegewezen huurforfait, als het gaat om een huurforfait voor een huurpakket;
2° de vermelding van het bedrag van het toegekende huurforfait en van de datum van de beslissing van het agentschap tot toewijzing van het huurforfait als een huurforfait is toegekend door de bijzondere bijstandscommissie conform artikel 5, vierde lid;
3° het referentienummer van de huurovereenkomst over de huur van de hulpmiddelen die deel uitmaken van het huurpakket waarvoor een huurforfait, is toegewezen of waarvoor de bijzondere bijstandscommissie een huurforfait heeft toegekend;
4° de maand waarop het gefactureerde huurforfait betrekking heeft;
5° de identificatiegegevens van de persoon met een snel degeneratieve aandoening aan wie het huurforfait is toegewezen: voornaam, achternaam, adres en VAPH-nummer;
6° de factuurdatum.
De verhuurder maakt de facturen op maandbasis op. De originele facturen worden binnen het jaar, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarop het gefactureerde huurforfait betrekking heeft, met de post of in een pdf-versie per mail aan het agentschap bezorgd.
§ 3. Het huurforfait wordt betaald vanaf de maand van de aflevering van de hulpmiddelen als de aflevering van de eerste tot en met de vijftiende kalenderdag van die maand plaatsvindt.
Het huurforfait wordt betaald vanaf de maand die volgt op de maand van de aflevering van de hulpmiddelen als de aflevering na de vijftiende kalenderdag van die maand plaatsvindt.
Het huurforfait wordt betaald tot en met de maand die voorafgaat aan de maand waarin de huurovereenkomst eindigt, als de beëindiging van de eerste tot en met de vijftiende kalenderdag van de maand ingaat, en tot en met de maand waarin de huurovereenkomst eindigt, als de beëindiging na de vijftiende kalenderdag van de maand ingaat.
Bij overlijden van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening voor de aflevering van de hulpmiddelen, vermeld in het adviesrapport, waarmee de aanvrager zich heeft aangemeld bij de verstrekker, kan nog een bedrag worden gefactureerd ter compensatie van de gemaakte en bewezen administratieve kosten, met een maximum van 50% van het bedrag dat in de tabel die opgenomen is in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, is bepaald voor de eerste maand van het huurforfait dat is toegewezen.
§ 4. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder datum van aflevering van de hulpmiddelen: de datum van de ondertekening van de huurovereenkomst voor de hulpmiddelen.
Art.10. § 1er. Les forfaits de location pour des aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement attribués par l'agence à une personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide, conformément aux dispositions du présent arrêté sont payés au loueur.
§ 2. Les forfaits de location sont payés après que le loueur a transmis à l'agence un contrat de location, tel que visé à l'article 7, concernant les aides auxquelles se rapporte le forfait facturé et sur la base d'une facture reprenant tous les éléments suivants :
1° le nom et le montant du forfait de location attribué, dans le cas d'un forfait de location pour un set de location ;
2° la mention du montant du forfait de location attribué et de la date de la décision d'attribution du forfait de location par l'agence si un forfait de location a été octroyé par la commission spéciale d'assistance, conformément à l'article 5, alinéa quatre ;
3° le numéro de référence du contrat de location portant sur la location des aides qui font partie du set de location pour lequel un forfait de location a été attribué ou pour lequel la commission spéciale d'assistance a accordé un forfait de location ;
4° le mois auquel se réfère le forfait de location facturé ;
5° les données d'identification de la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide à qui le forfait de location a été attribué : prénom, nom, adresse et numéro VAPH ;
6° la date de la facture ;
Le loueur établit les factures mensuellement. Les factures originales sont transmises à l'agence dans un délai d'un an à compter du premier jour du mois suivant le mois auquel le forfait de location facturé se rapporte, par la poste ou par mail, en version pdf.
§ 3 Le forfait de location est payé à partir du mois de la livraison des aides si la livraison a lieu entre le premier et le quinzième jour calendaire de ce mois.
Le forfait de location est payé à partir du mois suivant le mois de la livraison des aides si la livraison a lieu après le quinzième jour calendaire de ce mois.
Le forfait de location est payé jusqu'au et y compris le mois précédant le mois au cours duquel le contrat de location prend fin, si la cessation prend cours du premier jusqu'au et y compris le quinzième jour calendaire du mois, et jusqu'au et y compris le mois dans lequel le contrat de location prend fin, si la cessation prend cours après le quinzième jour calendaire du mois.
En cas de décès de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide avant la livraison des aides, visées dans le rapport d'avis, avec lequel le demandeur s'est notifié auprès du prestataire, un montant peut encore être facturé pour compenser les frais administratifs encourus et prouvés, avec un maximum de 50 % du montant fixé dans le tableau repris dans l'annexe 1ère, jointe au présent arrêté pour le premier mois du forfait de location attribué.
§ 4. Pour l'application du présent article, on entend par date de livraison des aides : la date de la signature du contrat de location relatif aux aides.
§ 2. Les forfaits de location sont payés après que le loueur a transmis à l'agence un contrat de location, tel que visé à l'article 7, concernant les aides auxquelles se rapporte le forfait facturé et sur la base d'une facture reprenant tous les éléments suivants :
1° le nom et le montant du forfait de location attribué, dans le cas d'un forfait de location pour un set de location ;
2° la mention du montant du forfait de location attribué et de la date de la décision d'attribution du forfait de location par l'agence si un forfait de location a été octroyé par la commission spéciale d'assistance, conformément à l'article 5, alinéa quatre ;
3° le numéro de référence du contrat de location portant sur la location des aides qui font partie du set de location pour lequel un forfait de location a été attribué ou pour lequel la commission spéciale d'assistance a accordé un forfait de location ;
4° le mois auquel se réfère le forfait de location facturé ;
5° les données d'identification de la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide à qui le forfait de location a été attribué : prénom, nom, adresse et numéro VAPH ;
6° la date de la facture ;
Le loueur établit les factures mensuellement. Les factures originales sont transmises à l'agence dans un délai d'un an à compter du premier jour du mois suivant le mois auquel le forfait de location facturé se rapporte, par la poste ou par mail, en version pdf.
§ 3 Le forfait de location est payé à partir du mois de la livraison des aides si la livraison a lieu entre le premier et le quinzième jour calendaire de ce mois.
Le forfait de location est payé à partir du mois suivant le mois de la livraison des aides si la livraison a lieu après le quinzième jour calendaire de ce mois.
Le forfait de location est payé jusqu'au et y compris le mois précédant le mois au cours duquel le contrat de location prend fin, si la cessation prend cours du premier jusqu'au et y compris le quinzième jour calendaire du mois, et jusqu'au et y compris le mois dans lequel le contrat de location prend fin, si la cessation prend cours après le quinzième jour calendaire du mois.
En cas de décès de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide avant la livraison des aides, visées dans le rapport d'avis, avec lequel le demandeur s'est notifié auprès du prestataire, un montant peut encore être facturé pour compenser les frais administratifs encourus et prouvés, avec un maximum de 50 % du montant fixé dans le tableau repris dans l'annexe 1ère, jointe au présent arrêté pour le premier mois du forfait de location attribué.
§ 4. Pour l'application du présent article, on entend par date de livraison des aides : la date de la signature du contrat de location relatif aux aides.
Art.11. Als de bijzondere bijstandscommissie conform artikel 5, vierde lid, een tussenkomst in de kosten van de aankoop van hulpmiddelen heeft toegekend, zijn de bepalingen van artikel 23, § 1 en § 2, van het besluit van 13 juli 2001 van overeenkomstige toepassing voor de betaling van die tussenkomsten.
Art.11. Si la commission spéciale d'assistance a accordé une intervention dans les frais d'achat d'aides conformément à l'article 5, alinéa 4, les dispositions de l'article 23, § 1er et 2, de l'arrêté du 13 juillet 2001 sont applicables par analogie au paiement de ces interventions.
HOOFDSTUK 8. - Gespecialiseerde teams voor snel degeneratieve aandoeningen
CHAPITRE 8. - Equipes spécialisées pour maladies dégénératives rapides
Art.12. § 1. [1 De diensten die conform artikel 357 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming erkend zijn als indicatiesteller in het kader van de mobiliteitshulpmiddelen met het oog op de opmaak van de medische voorschriften snel degeneratieve aandoening en de rolstoeladviesrapporten en die het agentschap conform artikel 24 van het besluit van 24 juli 1991 erkend heeft als multidisciplinair team en die bijkomend erkend zijn als gespecialiseerd multidisciplinair team voor de toekenning van individuele materiële bijstand, worden van rechtswege bijkomend erkend als gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen.]1
§ 2. Om erkend te blijven als gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen, moet aan al de volgende voorwaarden voldaan zijn:
1° het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen volgt de basisopleiding over indicatiestelling van hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbediening voor personen met een snel degeneratieve aandoening, die door het agentschap georganiseerd wordt;
2° het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen neemt deel aan de intervisiemomenten die maximaal tweemaal per jaar door het agentschap worden georganiseerd;
3° het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen of de organisatie waarin dat team werkt, heeft geen afspraken met een verstrekker of de onderneming waarvoor hij werkt of waarmee hij samenwerkt, die de vrije keuze van de verstrekker van hulpmiddelen in het gedrang kunnen brengen.
§ 2. Om erkend te blijven als gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen, moet aan al de volgende voorwaarden voldaan zijn:
1° het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen volgt de basisopleiding over indicatiestelling van hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbediening voor personen met een snel degeneratieve aandoening, die door het agentschap georganiseerd wordt;
2° het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen neemt deel aan de intervisiemomenten die maximaal tweemaal per jaar door het agentschap worden georganiseerd;
3° het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen of de organisatie waarin dat team werkt, heeft geen afspraken met een verstrekker of de onderneming waarvoor hij werkt of waarmee hij samenwerkt, die de vrije keuze van de verstrekker van hulpmiddelen in het gedrang kunnen brengen.
Art.12. § 1er. [1 Les services qui, conformément à l'article 357 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande, sont agréés comme indicateur dans le cadre des aides à la mobilité en vue de l'établissement des prescriptions médicales, de l'affection dégénérative rapide et des rapports d'avis en fauteuil roulant et que l'agence, conformément à l'article 24 de l'arrêté du 24 juillet 1991 a agréé comme équipe multidisciplinaire et qui sont agréées en plus comme équipe multidisciplinaire spécialisée pour l'octroi de l'aide matérielle individuelle, sont agréés de plein droit comme équipe multidisciplinaire spécialisée pour les affections dégénératives rapides.]1
§ 2. Pour qu'une équipe reste reconnue comme équipe multidisciplinaire spécialisée dans les maladies dégénératives rapides, elle doit satisfaire à toutes les conditions suivantes :
1° l'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides suit la formation de base sur l'indication d'aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement pour personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide, qui est organisée par l'agence ;
2° l'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides participe aux sessions d'intervision qui sont organisées par l'agence au maximum deux fois par an ;
3° l'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides ou l'organisation dans laquelle cette équipe travaille n'a pas conclu d'accords avec un prestataire ou l'entreprise pour lesquels elle travaille ou avec lesquels elle coopère, ce qui pourrait compromettre le libre choix du prestataire des aides.
§ 2. Pour qu'une équipe reste reconnue comme équipe multidisciplinaire spécialisée dans les maladies dégénératives rapides, elle doit satisfaire à toutes les conditions suivantes :
1° l'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides suit la formation de base sur l'indication d'aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement pour personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide, qui est organisée par l'agence ;
2° l'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides participe aux sessions d'intervision qui sont organisées par l'agence au maximum deux fois par an ;
3° l'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides ou l'organisation dans laquelle cette équipe travaille n'a pas conclu d'accords avec un prestataire ou l'entreprise pour lesquels elle travaille ou avec lesquels elle coopère, ce qui pourrait compromettre le libre choix du prestataire des aides.
Wijzigingen
Art.13. De gespecialiseerde multidisciplinaire teams voor snel degeneratieve aandoeningen staan in voor de indicatiestelling van hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbediening voor personen met een snel degeneratieve aandoening als vermeld in artikel 2, en voor de opmaak van een adviesrapport als vermeld in artikel 4, § 1, derde lid.
De indicatiestelling, vermeld in het eerste lid, omvat de volgende elementen:
1° de beoordeling van de noodzaak aan hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbediening;
2° een antwoord op de functionele vraag naar het meest aangewezen huurpakket of de meest aangewezen huurpakketten conform de hulpmiddelenfiches, opgenomen in bijlage 2, die bij besluit is gevoegd;
3° in voorkomend geval de motivatie waarom geen enkel van de huurpakketten tegemoetkomt aan de noden van betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening en een voorstel voor hulpmiddelen die wel een oplossing bieden;
4° informatie voor de aanvrager over de huurprocedure;
5° een lijst met alle mogelijke verstrekkers en informatie voor de aanvrager over de mogelijke verschillen tussen de huurpakketten bij de verschillende verstrekkers.
Het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen kan bijkomende informatie opvragen bij:
1° de aanvrager;
2° de verstrekker waartoe de aanvrager zich in voorkomend geval al heeft gewend;
3° de behandelend arts of therapeut van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening, na toestemming daarvoor van de aanvrager;
4° een ander multidisciplinair team als vermeld in artikel 24 van het besluit van 24 juli 1991 als het gespecialiseerd team voor snel degeneratieve aandoeningen dat noodzakelijk acht voor de opmaak van het adviesrapport;
5° het agentschap.
Het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen bezorgt het adviesrapport, vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, en het aanvraagformulier, vermeld in artikel 4, § 1, tweede lid, aan het agentschap binnen twintig werkdagen na de dag waarop de aanvrager zich heeft aangemeld bij het team. De voormelde termijn wordt opgeschort als het team bijkomende informatie opvraagt en begint opnieuw te lopen op de werkdag die volgt op de dag van ontvangst van de opgevraagde informatie.
Het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen bewaart het ondertekende aanvraagformulier als vermeld in artikel 4, § 1, tweede lid, en bezorgt een kopie van het adviesrapport aan de aanvrager.
De indicatiestelling, vermeld in het eerste lid, omvat de volgende elementen:
1° de beoordeling van de noodzaak aan hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbediening;
2° een antwoord op de functionele vraag naar het meest aangewezen huurpakket of de meest aangewezen huurpakketten conform de hulpmiddelenfiches, opgenomen in bijlage 2, die bij besluit is gevoegd;
3° in voorkomend geval de motivatie waarom geen enkel van de huurpakketten tegemoetkomt aan de noden van betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening en een voorstel voor hulpmiddelen die wel een oplossing bieden;
4° informatie voor de aanvrager over de huurprocedure;
5° een lijst met alle mogelijke verstrekkers en informatie voor de aanvrager over de mogelijke verschillen tussen de huurpakketten bij de verschillende verstrekkers.
Het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen kan bijkomende informatie opvragen bij:
1° de aanvrager;
2° de verstrekker waartoe de aanvrager zich in voorkomend geval al heeft gewend;
3° de behandelend arts of therapeut van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening, na toestemming daarvoor van de aanvrager;
4° een ander multidisciplinair team als vermeld in artikel 24 van het besluit van 24 juli 1991 als het gespecialiseerd team voor snel degeneratieve aandoeningen dat noodzakelijk acht voor de opmaak van het adviesrapport;
5° het agentschap.
Het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen bezorgt het adviesrapport, vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, en het aanvraagformulier, vermeld in artikel 4, § 1, tweede lid, aan het agentschap binnen twintig werkdagen na de dag waarop de aanvrager zich heeft aangemeld bij het team. De voormelde termijn wordt opgeschort als het team bijkomende informatie opvraagt en begint opnieuw te lopen op de werkdag die volgt op de dag van ontvangst van de opgevraagde informatie.
Het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen bewaart het ondertekende aanvraagformulier als vermeld in artikel 4, § 1, tweede lid, en bezorgt een kopie van het adviesrapport aan de aanvrager.
Art.13. Les équipes multidisciplinaires spécialisées pour maladies dégénératives rapides assurent l'indication des aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement en faveur de personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide, telle que visée à l'article 2 et l'élaboration du rapport d'avis, tel que visé à l'article 4, § 1er, alinéa trois.
L'indication, visée à l'alinéa premier, comporte les éléments suivants :
1° l'évaluation des besoins en aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement ;
2° une réponse à la question fonctionnelle concernant le set ou les sets de location les plus appropriés sur la base des fiches descriptives d'aides, reprises dans l'annexe 2, jointe au présent arrêté ;
3° le cas échéant, la motivation pour laquelle aucun des sets de location ne répond aux besoins de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide et une proposition d'aides qui offrent bien une solution ;
4° des informations relatives à la procédure de location, destinées au demandeur ;
5° une liste de tous les prestataires potentiels et des informations relatives aux différences possibles entre les sets de location des différents prestataires, destinées au demandeur.
L'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides peut demander des informations complémentaires auprès :
1° du demandeur ;
2° du prestataire auquel le demandeur s'est, le cas échéant, déjà adressé ;
3° du médecin traitant ou du thérapeute de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide, après accord du demandeur ;
4° d'une autre équipe multidisciplinaire, telle que visée à l'article 24 de l'arrêté du 24 juillet 1991 si l'équipe spécialisée pour maladies dégénératives rapides lejuge nécessaire pour l'élaboration du rapport d'avis ;
5° de l'agence.
L'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides transmet le rapport d'avis, tel que visé à l'article 4, § 1er, alinéa 3, et le formulaire de demande, tel que visé à l'article 4, § 1er, alinéa 2, à l'agence dans les vingt jours ouvrables suivant le jour où le demandeur s'est notifié auprès de l'équipe. Le délai précité est suspendu si l'équipe demande des informations complémentaires et reprend cours le jour ouvrable suivant celui de la réception des informations demandées.
L'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides conserve le formulaire de demande signé, visé à l'article 4, § 1er, alinéa 2, et remet une copie du rapport d'avis au demandeur.
L'indication, visée à l'alinéa premier, comporte les éléments suivants :
1° l'évaluation des besoins en aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement ;
2° une réponse à la question fonctionnelle concernant le set ou les sets de location les plus appropriés sur la base des fiches descriptives d'aides, reprises dans l'annexe 2, jointe au présent arrêté ;
3° le cas échéant, la motivation pour laquelle aucun des sets de location ne répond aux besoins de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide et une proposition d'aides qui offrent bien une solution ;
4° des informations relatives à la procédure de location, destinées au demandeur ;
5° une liste de tous les prestataires potentiels et des informations relatives aux différences possibles entre les sets de location des différents prestataires, destinées au demandeur.
L'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides peut demander des informations complémentaires auprès :
1° du demandeur ;
2° du prestataire auquel le demandeur s'est, le cas échéant, déjà adressé ;
3° du médecin traitant ou du thérapeute de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide, après accord du demandeur ;
4° d'une autre équipe multidisciplinaire, telle que visée à l'article 24 de l'arrêté du 24 juillet 1991 si l'équipe spécialisée pour maladies dégénératives rapides lejuge nécessaire pour l'élaboration du rapport d'avis ;
5° de l'agence.
L'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides transmet le rapport d'avis, tel que visé à l'article 4, § 1er, alinéa 3, et le formulaire de demande, tel que visé à l'article 4, § 1er, alinéa 2, à l'agence dans les vingt jours ouvrables suivant le jour où le demandeur s'est notifié auprès de l'équipe. Le délai précité est suspendu si l'équipe demande des informations complémentaires et reprend cours le jour ouvrable suivant celui de la réception des informations demandées.
L'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides conserve le formulaire de demande signé, visé à l'article 4, § 1er, alinéa 2, et remet une copie du rapport d'avis au demandeur.
Art.14. Het gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen ontvangt een vergoeding als vermeld in artikel 28, § 4, eerste lid, van het besluit van 24 juli 1991, voor de opmaak van een adviesrapport als vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, van dit besluit.
Het team, zijn inrichtende macht en de eraan verbonden medewerkers mogen voor het verrichten van de prestaties, vermeld in artikel 13, geen andere vergoeding of beloning vragen of aanvaarden dan de vergoeding van het agentschap, vermeld in het eerste lid.
Het team, zijn inrichtende macht en de eraan verbonden medewerkers mogen voor het verrichten van de prestaties, vermeld in artikel 13, geen andere vergoeding of beloning vragen of aanvaarden dan de vergoeding van het agentschap, vermeld in het eerste lid.
Art.14. L'équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides bénéficie d'une indemnité, telle que visée à l'article 28, § 4, alinéa 1er, de l'arrêté du 24 juillet 1991, pour l'établissement d'un rapport d'avis, tel que visé à l'article 4, § 1er, alinéa 3, du présent arrêté.
L'équipe ni son pouvoir organisateur, ni leurs collaborateurs ne peuvent demander ni accepter pour l'accomplissement des prestations énumérées à l'article 13, une indemnité ou récompense autres que le'indemnité de l'agence, visée dans ll'alinéa premier.
L'équipe ni son pouvoir organisateur, ni leurs collaborateurs ne peuvent demander ni accepter pour l'accomplissement des prestations énumérées à l'article 13, une indemnité ou récompense autres que le'indemnité de l'agence, visée dans ll'alinéa premier.
Art.15. Artikel 27 van het besluit van 24 juli 1991 is van overeenkomstige toepassing voor de controle op de naleving van de bepalingen van artikel 12, § 2, en artikel 13 van dit besluit.
Art.15. L'article 27 de l'arrêté du 24 juillet 1991 s'applique par analogie au contrôle du respect des dispositions de l'article 12, § 2, et de l'article 13 du présent arrêté.
HOOFDSTUK 9. - Verstrekkers
CHAPITRE 9. - Prestataires
Art.16. De verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen die conform artikel 367 tot en met 375 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming gemachtigd zijn om mobiliteitshulpmiddelen te verkopen of te verhuren aan gebruikers die aanspraak maken op een tegemoetkoming conform artikel 277 tot en met artikel 285 van het voormelde besluit, worden van rechtswege gemachtigd om hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbediening te verhuren aan personen met een snel degeneratieve aandoening.
Art.16. Les prestataires d'aides à la mobilité qui, conformément aux articles 367 à 375 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant exécution du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande sont autorisés à vendre ou à louer des aides à la mobilité à des utilisateurs qui ont droit à une intervention, conformément aux articles 277 à 285 de l'arrêté précité, sont autorisés de plein droit de louer des aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement à des personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide.
Art.17. In het kader van de verhuring van hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbediening aan personen met een snel degeneratieve aandoening moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
1° op elk moment over voldoende hulpmiddelen, onderdelen, aanpassingen, installaties en gereedschap beschikken om de verhuur, aanpassingen, onderhoud en kleine herstellingen uit te voeren;
2° de hulpmiddelen hygiënisch en technisch in orde afleveren;
3° een huurovereenkomst sluiten conform artikel 7 en daarbij gebruik maken van de modelhuurovereenkomst die door het agentschap is vastgesteld;
4° hulpmiddelen afleveren in overeenstemming met de indicatiestelling die is opgenomen in het adviesrapport, vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, en in voorkomend geval die hulpmiddelen aanpassen aan de individuele behoeften en functionele mogelijkheden van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening;
5° huurpakketten afleveren die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in de hulpmiddelenfiche die van toepassing is voor het huurpakket;
6° binnen het geïndiceerde huurpakket de meest adequate oplossing die voldoet aan de functionele noden van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening afleveren;
7° de hulpmiddelen herstellen of voorzien in een vervangtoestel binnen vijf werkdagen na de dag waarop het probleem is gemeld;
8° als de functionele mogelijkheden van de persoon met een snel degeneratieve aandoening wijzigen, de afgeleverde hulpmiddelen aanpassen of vervangen door andere hulpmiddelen, die zijn bepaald in het huurpakket waarvoor een huurforfait als vermeld in de tabel die opgenomen is in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, is toegewezen, binnen twintig werkdagen na de dag van de ontvangst van de vraag tot aanpassing;
9° aan de persoon met een snel degeneratieve aandoening alle aanwijzingen betreffende het gebruik van de hulpmiddelen verstrekken. Dat houdt in dat bij de aflevering:
a) het gebruik van de hulpmiddelen voldoende gedemonstreerd is aan de persoon met een snel degeneratieve aandoening en in voorkomend geval ook aan de begeleiders om een correct gebruik te garanderen;
b) het dagelijks gebruiksklaar maken en het verplaatsen van het hulpmiddel tussen het bed of de zetel en de rolstoel voldoende gedemonstreerd is aan de persoon met een snel degeneratieve aandoening en in voorkomend ook aan de begeleiders om een correct gebruik te garanderen;
c) alle nodige afspraken gemaakt zijn met de persoon met een snel degeneratieve aandoening en in voorkomend geval met de begeleiders om een blijvend correct gebruik te garanderen;
10° als de gepaste hulpmiddelen niet afgeleverd kunnen worden of de continuïteit van de service niet gegarandeerd kan worden, de aanvrager daarvan schriftelijk verwittigen en binnen vijf werkdagen een andere verstrekker aanwijzen die zich engageert om de gepaste hulpmiddelen af te leveren;
11° de ophaling en de reconditionering uitvoeren;
12° beschikken over een helpdesk tijdens de kantooruren;
13° voorzorgen nemen om het hulpmiddel te kunnen beveiligen tegen diefstal;
14° beschikken over een registratiesysteem waarin per hulpmiddel de volgende gegevens worden bijgehouden gedurende een periode van minimaal tien jaar:
a) het serienummer;
b) de productiedatum;
c) de identificatie van de gebruiker;
d) de datum waarop de aanvrager zich heeft aangemeld;
e) de huurovereenkomst;
f) de begin- en de einddatum van het gebruik door een bepaalde persoon met een snel degeneratieve aandoening;
g) de datum van de melding van een defect, de aard van het defect, de herstel- of vervangkosten, de datum van de uitvoering van de herstelling of van de aflevering van een vervanghulpmiddel;
h) de datum van de melding van de nood aan aanpassingen en de datum van de realisatie van de aanpassingen;
i) de datum waarop de hulpmiddelen uit het verhuursysteem worden gehaald;
15° geen extra vergoeding aanrekenen aan de aanvrager voor de kosten die door het huurforfait worden gedekt;
16° de hulpmiddelen afleveren binnen twintig werkdagen na de dag waarop de aanvrager zich bij de verstrekker heeft aangemeld.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 16°, is alleen bij overmacht verlengbaar tot veertig werkdagen, waarbij de bewijslast rust op diegene die de hulpmiddelen aflevert, die aan het agentschap de redenen van de overmacht meldt.
Als er op het moment van de kennisgeving van de beslissing van het agentschap tot toewijzing van een huurforfait nog een opzeggingstermijn loopt als gevolg van de opzegging van een huurovereenkomst voor de hulpmiddelen die een oplossing bieden voor dezelfde activiteit, begint de afleveringstermijn, in afwijking van het eerste lid, 16°, pas te lopen na afloop van die opzeggingstermijn.
Aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, kan worden voldaan door:
1° de verstrekker zelf;
2° de onderneming waarvoor hij werkt;
3° de onderneming waarmee hij samenwerkt.
De verstrekker of de onderneming waarvoor hij werkt of waarmee hij samenwerkt, heeft geen afspraken met een gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen of met de organisatie waarin dat team werkt, die de vrije keuze van de verstrekker van hulpmiddelen in het gedrang kunnen brengen.
1° op elk moment over voldoende hulpmiddelen, onderdelen, aanpassingen, installaties en gereedschap beschikken om de verhuur, aanpassingen, onderhoud en kleine herstellingen uit te voeren;
2° de hulpmiddelen hygiënisch en technisch in orde afleveren;
3° een huurovereenkomst sluiten conform artikel 7 en daarbij gebruik maken van de modelhuurovereenkomst die door het agentschap is vastgesteld;
4° hulpmiddelen afleveren in overeenstemming met de indicatiestelling die is opgenomen in het adviesrapport, vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, en in voorkomend geval die hulpmiddelen aanpassen aan de individuele behoeften en functionele mogelijkheden van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening;
5° huurpakketten afleveren die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in de hulpmiddelenfiche die van toepassing is voor het huurpakket;
6° binnen het geïndiceerde huurpakket de meest adequate oplossing die voldoet aan de functionele noden van de betrokken persoon met een snel degeneratieve aandoening afleveren;
7° de hulpmiddelen herstellen of voorzien in een vervangtoestel binnen vijf werkdagen na de dag waarop het probleem is gemeld;
8° als de functionele mogelijkheden van de persoon met een snel degeneratieve aandoening wijzigen, de afgeleverde hulpmiddelen aanpassen of vervangen door andere hulpmiddelen, die zijn bepaald in het huurpakket waarvoor een huurforfait als vermeld in de tabel die opgenomen is in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, is toegewezen, binnen twintig werkdagen na de dag van de ontvangst van de vraag tot aanpassing;
9° aan de persoon met een snel degeneratieve aandoening alle aanwijzingen betreffende het gebruik van de hulpmiddelen verstrekken. Dat houdt in dat bij de aflevering:
a) het gebruik van de hulpmiddelen voldoende gedemonstreerd is aan de persoon met een snel degeneratieve aandoening en in voorkomend geval ook aan de begeleiders om een correct gebruik te garanderen;
b) het dagelijks gebruiksklaar maken en het verplaatsen van het hulpmiddel tussen het bed of de zetel en de rolstoel voldoende gedemonstreerd is aan de persoon met een snel degeneratieve aandoening en in voorkomend ook aan de begeleiders om een correct gebruik te garanderen;
c) alle nodige afspraken gemaakt zijn met de persoon met een snel degeneratieve aandoening en in voorkomend geval met de begeleiders om een blijvend correct gebruik te garanderen;
10° als de gepaste hulpmiddelen niet afgeleverd kunnen worden of de continuïteit van de service niet gegarandeerd kan worden, de aanvrager daarvan schriftelijk verwittigen en binnen vijf werkdagen een andere verstrekker aanwijzen die zich engageert om de gepaste hulpmiddelen af te leveren;
11° de ophaling en de reconditionering uitvoeren;
12° beschikken over een helpdesk tijdens de kantooruren;
13° voorzorgen nemen om het hulpmiddel te kunnen beveiligen tegen diefstal;
14° beschikken over een registratiesysteem waarin per hulpmiddel de volgende gegevens worden bijgehouden gedurende een periode van minimaal tien jaar:
a) het serienummer;
b) de productiedatum;
c) de identificatie van de gebruiker;
d) de datum waarop de aanvrager zich heeft aangemeld;
e) de huurovereenkomst;
f) de begin- en de einddatum van het gebruik door een bepaalde persoon met een snel degeneratieve aandoening;
g) de datum van de melding van een defect, de aard van het defect, de herstel- of vervangkosten, de datum van de uitvoering van de herstelling of van de aflevering van een vervanghulpmiddel;
h) de datum van de melding van de nood aan aanpassingen en de datum van de realisatie van de aanpassingen;
i) de datum waarop de hulpmiddelen uit het verhuursysteem worden gehaald;
15° geen extra vergoeding aanrekenen aan de aanvrager voor de kosten die door het huurforfait worden gedekt;
16° de hulpmiddelen afleveren binnen twintig werkdagen na de dag waarop de aanvrager zich bij de verstrekker heeft aangemeld.
De termijn, vermeld in het eerste lid, 16°, is alleen bij overmacht verlengbaar tot veertig werkdagen, waarbij de bewijslast rust op diegene die de hulpmiddelen aflevert, die aan het agentschap de redenen van de overmacht meldt.
Als er op het moment van de kennisgeving van de beslissing van het agentschap tot toewijzing van een huurforfait nog een opzeggingstermijn loopt als gevolg van de opzegging van een huurovereenkomst voor de hulpmiddelen die een oplossing bieden voor dezelfde activiteit, begint de afleveringstermijn, in afwijking van het eerste lid, 16°, pas te lopen na afloop van die opzeggingstermijn.
Aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, kan worden voldaan door:
1° de verstrekker zelf;
2° de onderneming waarvoor hij werkt;
3° de onderneming waarmee hij samenwerkt.
De verstrekker of de onderneming waarvoor hij werkt of waarmee hij samenwerkt, heeft geen afspraken met een gespecialiseerd multidisciplinair team voor snel degeneratieve aandoeningen of met de organisatie waarin dat team werkt, die de vrije keuze van de verstrekker van hulpmiddelen in het gedrang kunnen brengen.
Art.17. Dans le cadre de la location d'aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement aux personnes atteintes de maladies dégénératives rapides, il doit être satisfait aux conditions suivantes :
1° disposer à tout moment de suffisamment d'aides, de pièces, d'adaptations, d'installations et d'outils suffisants pour effectuer la location, les adaptations, l'entretien et de petites réparations ;
2° fournir les aides dans un bon état hygiénique et technique ;
3° conclure un contrat de location conformément à l'article 7 et utiliser le modèle de contrat de location établi par l'agence à cette fin ;
4° fournir des aides appropriées à l'indication figurant dans le rapport d'avis, tel que visé à l'article 4, § 1er, alinéa 3, et, si nécessaire, ajuster ces aides aux besoins individuels et aux possibilités fonctionnelles de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide ;
5° fournir des sets de location qui remplissent les conditions prévues dans la fiche descriptive des aides qui se rapporte au set de location ;
6° fournir, dans les limites du set de location indiqué, la solution la plus adéquate, qui répond aux besoins fonctionnels de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide ;
7° réparer les aides ou prévoir un appareil de remplacement dans les cinq jours ouvrables suivant le jour auquel le problème a été signalé ;
8° si les possibilités fonctionnelles de la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide changent, ajuster les aides délivrées ou les remplacer par d'autres aides, qui ont été déterminées dans le set de location pour lequel un forfait de location, tel que visé au tableau, qui a été repris dans l'annexe 1re, jointe au présent arrêté, a été attribué, dans les vingt jours ouvrables suivant le jour de réception de la demande d'ajustement ;
9° fournir à la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide toutes les instructions relatives à l'utilisation des aides. Cela veut dire qu'au moment de la livraison :
a) l'utilisation des aides a été suffisamment démontrée à la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide et, le cas échéant, également aux accompagnateurs pour en garantir une utilisation correcte ;
b) la préparation et le déplacement quotidiens de l'aide entre le lit ou le siège et le fauteuil roulant ont été suffisamment démontrés à la personne atteinte d'une dégénérescence rapide et, le cas échéant, également aux accompagnateurs pour en garantir une utilisation correcte ;
c) toutes les dispositions nécessaires ont été prises avec la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide et, le cas échéant, avec les personnes qui l'accompagnent, afin d'en assurer une utilisation correcte continue ;
10° si les aides appropriées ne peuvent pas être fournies ou si la continuité du service ne peut être garantie, en informer le demandeur par écrit et désigner un autre prestataire qui s'engage à fournir les aides appropriées dans les cinq jours ouvrables ;
11° effectuer la collecte et le reconditionnement ;
12° disposer d'un service d'assistance pendant les heures de bureau ;
13° prendre des précautions pour protéger l'aide contre le vol ;
14° disposer d'un système d'enregistrement dans lequel les données suivantes sont conservées par aide pendant au moins dix ans :
a) le numéro de série ;
b) la date de fabrication ;
c) l'identification de l'utilisateur ;
d) la date à laquelle le demandeur s'est notifié ;
e) le contrat de location ;
f) les dates de début et de fin d'utilisation par une personne spécifique atteinte d'une maladie dégénérative rapide ;
g) la date de la notification d'un défaut, la nature du défaut, le coût de la réparation ou du remplacement, la date d'achèvement de la réparation ou de livraison d'une aide de remplacement ;
h) la date de notification de la nécessité d'ajustements et la date de réalisation des ajustements ;
i) la date à laquelle les aides ont été rayées du système de location ;
15° ne pas facturer au demandeur de frais supplémentaires pour les frais couverts par le forfait de location ;
16° livrer les aides dans les vingt jours ouvrables suivant le jour auquel le demandeur s'est enregistré auprès du prestataire.
Le délai visé à l'alinéa 1er, 16°, peut uniquement en cas de force majeure être prolongé à quarante jours ouvrables, la charge d'en apporter la preuve incombant à la personne qui livre les aides, qui informe l'agence des raisons de la force majeure.
Si, au moment de la notification de la décision de l'agence d'octroyer un forfait de location, un délai de préavis est toujours en vigueur du fait de la résiliation d'un contrat de location pour les aides offrant une solution pour la même activité, le délai de fourniture ne prend cours, par dérogation à l'alinéa premier, qu'après expiration dudit délai de préavis.
Aux conditions visées à l'alinéa premier, il peut être satisfait par :
1° le prestataire lui-même ;
2° l'entreprise pour laquelle il travaille ;
3° l'entreprise avec laquelle il collabore.
Le prestataire ou l'entreprise pour laquelle il travaille ou avec laquelle il collabore n'a pas conclu d'accords avec une équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides ou avec l'organisation dans laquelle cette équipe travaille, qui peuvent interférer avec le libre choix du prestataire des aides.
1° disposer à tout moment de suffisamment d'aides, de pièces, d'adaptations, d'installations et d'outils suffisants pour effectuer la location, les adaptations, l'entretien et de petites réparations ;
2° fournir les aides dans un bon état hygiénique et technique ;
3° conclure un contrat de location conformément à l'article 7 et utiliser le modèle de contrat de location établi par l'agence à cette fin ;
4° fournir des aides appropriées à l'indication figurant dans le rapport d'avis, tel que visé à l'article 4, § 1er, alinéa 3, et, si nécessaire, ajuster ces aides aux besoins individuels et aux possibilités fonctionnelles de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide ;
5° fournir des sets de location qui remplissent les conditions prévues dans la fiche descriptive des aides qui se rapporte au set de location ;
6° fournir, dans les limites du set de location indiqué, la solution la plus adéquate, qui répond aux besoins fonctionnels de la personne concernée atteinte d'une maladie dégénérative rapide ;
7° réparer les aides ou prévoir un appareil de remplacement dans les cinq jours ouvrables suivant le jour auquel le problème a été signalé ;
8° si les possibilités fonctionnelles de la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide changent, ajuster les aides délivrées ou les remplacer par d'autres aides, qui ont été déterminées dans le set de location pour lequel un forfait de location, tel que visé au tableau, qui a été repris dans l'annexe 1re, jointe au présent arrêté, a été attribué, dans les vingt jours ouvrables suivant le jour de réception de la demande d'ajustement ;
9° fournir à la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide toutes les instructions relatives à l'utilisation des aides. Cela veut dire qu'au moment de la livraison :
a) l'utilisation des aides a été suffisamment démontrée à la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide et, le cas échéant, également aux accompagnateurs pour en garantir une utilisation correcte ;
b) la préparation et le déplacement quotidiens de l'aide entre le lit ou le siège et le fauteuil roulant ont été suffisamment démontrés à la personne atteinte d'une dégénérescence rapide et, le cas échéant, également aux accompagnateurs pour en garantir une utilisation correcte ;
c) toutes les dispositions nécessaires ont été prises avec la personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide et, le cas échéant, avec les personnes qui l'accompagnent, afin d'en assurer une utilisation correcte continue ;
10° si les aides appropriées ne peuvent pas être fournies ou si la continuité du service ne peut être garantie, en informer le demandeur par écrit et désigner un autre prestataire qui s'engage à fournir les aides appropriées dans les cinq jours ouvrables ;
11° effectuer la collecte et le reconditionnement ;
12° disposer d'un service d'assistance pendant les heures de bureau ;
13° prendre des précautions pour protéger l'aide contre le vol ;
14° disposer d'un système d'enregistrement dans lequel les données suivantes sont conservées par aide pendant au moins dix ans :
a) le numéro de série ;
b) la date de fabrication ;
c) l'identification de l'utilisateur ;
d) la date à laquelle le demandeur s'est notifié ;
e) le contrat de location ;
f) les dates de début et de fin d'utilisation par une personne spécifique atteinte d'une maladie dégénérative rapide ;
g) la date de la notification d'un défaut, la nature du défaut, le coût de la réparation ou du remplacement, la date d'achèvement de la réparation ou de livraison d'une aide de remplacement ;
h) la date de notification de la nécessité d'ajustements et la date de réalisation des ajustements ;
i) la date à laquelle les aides ont été rayées du système de location ;
15° ne pas facturer au demandeur de frais supplémentaires pour les frais couverts par le forfait de location ;
16° livrer les aides dans les vingt jours ouvrables suivant le jour auquel le demandeur s'est enregistré auprès du prestataire.
Le délai visé à l'alinéa 1er, 16°, peut uniquement en cas de force majeure être prolongé à quarante jours ouvrables, la charge d'en apporter la preuve incombant à la personne qui livre les aides, qui informe l'agence des raisons de la force majeure.
Si, au moment de la notification de la décision de l'agence d'octroyer un forfait de location, un délai de préavis est toujours en vigueur du fait de la résiliation d'un contrat de location pour les aides offrant une solution pour la même activité, le délai de fourniture ne prend cours, par dérogation à l'alinéa premier, qu'après expiration dudit délai de préavis.
Aux conditions visées à l'alinéa premier, il peut être satisfait par :
1° le prestataire lui-même ;
2° l'entreprise pour laquelle il travaille ;
3° l'entreprise avec laquelle il collabore.
Le prestataire ou l'entreprise pour laquelle il travaille ou avec laquelle il collabore n'a pas conclu d'accords avec une équipe multidisciplinaire spécialisée pour maladies dégénératives rapides ou avec l'organisation dans laquelle cette équipe travaille, qui peuvent interférer avec le libre choix du prestataire des aides.
HOOFDSTUK 10. - Toezicht
CHAPITRE 10. - Contrôle
Art.18. De personeelsleden van Zorginspectie controleren ter plaatse of op stukken of de verstrekker van hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbediening of de onderneming waarvoor hij werkt of waarmee hij samenwerkt, voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 17. De verstrekker of de onderneming waarvoor hij werkt of waarmee hij samenwerkt en de aanvragers verlenen hun medewerking aan de uitoefening van het toezicht door Zorginspectie. Als daarom verzocht wordt, stellen ze de stukken die verband houden met de verhuring van hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbediening ter beschikking.
Het agentschap kan de geregistreerde gegevens, vermeld in artikel 17, eerste lid, 14°, opvragen bij de verstrekker, de onderneming waarvoor hij werkt of waarmee hij samenwerkt.
Het agentschap kan de geregistreerde gegevens, vermeld in artikel 17, eerste lid, 14°, opvragen bij de verstrekker, de onderneming waarvoor hij werkt of waarmee hij samenwerkt.
Art.18. Les agents de l'Inspection des Soins vérifient sur place ou sur pièces si le prestataire d'aides à la communication, à la commande d'ordinateurs ou au contrôle de l'environnement ou l'entreprise pour laquelle il travaille ou avec laquelle il collabore, satisfait aux conditions visées à l'article 17. Le prestataire ou l'entreprise pour laquelle il travaille ou avec laquelle il collabore et les demandeurs apportent leur collaboration à l'exercice du contrôle par l'Inspection des Soins. Sur demande, les pièces relatives à la location d'aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement, sont mises à disposition par leurs soins.
L'agence peut demander les données enregistrées, telles que visées à l'article 17, alinéa 1er, 14° auprès du prestataire, auprès de l'entreprise pour laquelle il travaille ou avec laquelle il collabore.
L'agence peut demander les données enregistrées, telles que visées à l'article 17, alinéa 1er, 14° auprès du prestataire, auprès de l'entreprise pour laquelle il travaille ou avec laquelle il collabore.
Art.19. Als het agentschap of Zorginspectie na controle vaststelt dat een verstrekker of de onderneming waarvoor hij werkt of waarmee hij samenwerkt in een kalenderjaar in het kader van meerdere huurovereenkomsten, de voorwaarden, vermeld in artikel 17, niet heeft vervuld, bezorgt het agentschap aan de verstrekker, de onderneming waarvoor hij werkt of met wie hij samenwerkt, informatie over de niet-gerespecteerde voorwaarden.
Als het agentschap of Zorginspectie daarna opnieuw vaststelt dat de voorwaarden, vermeld in artikel 17, in het kader van meerdere huurovereenkomsten niet vervuld zijn, brengt het agentschap met een aangetekende brief de verstrekker, de onderneming waarvoor hij werkt of met wie hij samenwerkt, op de hoogte van de vaststellingen, en vraagt een remediëringsplan op. Het agentschap bepaalt de termijn waarin het remediëringsplan ingediend moet worden en uitgevoerd moet worden en kan daarbij op basis van de concrete omstandigheden bepalen welke maatregelen het remediëringsplan minimaal moet bevatten.
Als het agentschap of Zorginspectie daarna opnieuw vaststelt dat de voorwaarden, vermeld in artikel 17, in het kader van meerdere huurovereenkomsten niet vervuld zijn, brengt het agentschap met een aangetekende brief de verstrekker, de onderneming waarvoor hij werkt of met wie hij samenwerkt, op de hoogte van de vaststellingen, en vraagt een remediëringsplan op. Het agentschap bepaalt de termijn waarin het remediëringsplan ingediend moet worden en uitgevoerd moet worden en kan daarbij op basis van de concrete omstandigheden bepalen welke maatregelen het remediëringsplan minimaal moet bevatten.
Art.19. Si, à l'issue du contrôle, l'agence ou l'Inspection des Soins constate qu'un prestataire ou l'entreprise pour laquelle il travaille ou avec laquelle il collabore n'a pas rempli les conditions visées à l'article 17 au cours d'une année civile dans le cadre de plusieurs contrats de location, l'agence fournira au prestataire, à l'entreprise pour laquelle il travaille ou avec laquelle il collabore, des informations concernant les conditions non respectées.
Si l'agence ou l'Inspection des Soins constate par après à nouveau que les conditions visées à l'article 17 ne sont pas remplies dans le cadre de plusieurs contrats de location, l'agence informe le prestataire, l'entreprise pour laquelle il travaille ou avec laquelle il collabore, des constats et demande un plan de redressement par lettre recommandée. L'agence établit le délai dans lequel le plan de redressement doit être introduit et mis en oeuvre et peut dans ce cadre définir, en fonction des circonstances concrètes, les mesures que le plan de redressement doit au minimum contenir.
Si l'agence ou l'Inspection des Soins constate par après à nouveau que les conditions visées à l'article 17 ne sont pas remplies dans le cadre de plusieurs contrats de location, l'agence informe le prestataire, l'entreprise pour laquelle il travaille ou avec laquelle il collabore, des constats et demande un plan de redressement par lettre recommandée. L'agence établit le délai dans lequel le plan de redressement doit être introduit et mis en oeuvre et peut dans ce cadre définir, en fonction des circonstances concrètes, les mesures que le plan de redressement doit au minimum contenir.
Art.20. Als het remediëringsplan, vermeld in artikel 19, tweede lid, niet tijdig wordt voorgelegd of uitgevoerd of als binnen twee jaar na de uitvoering van het remediëringsplan wordt vastgesteld dat opnieuw in het kader van meerdere huurovereenkomsten de voorwaarden, vermeld in artikel 17, niet vervuld zijn, kan het agentschap met een aangetekende brief een administratieve geldboete opleggen aan de verstrekker, de onderneming waarvoor hij werkt of met wie hij samenwerkt ten bedrage van minimum 500 euro (vijfhonderd euro) en maximum 5000 euro (vijfduizend euro) per huurovereenkomst.
Art.20. Si le plan de redressement, tel que visé à l'article 19, alinéa 2, n'est pas présenté ou mis en oeuvre à temps ou s'il est constaté dans les deux ans suivant la mise en oeuvre du plan de redressement que, dans le cadre de plusieurs contrats de locations de nouveau, les conditions visées à l'article 17 n'ont pas été remplies, l'agence peut, par lettre recommandée, infliger au prestataire, à l'entreprise pour laquelle il travaille ou avec laquelle il collabore, une amende administrative d'au moins 500 euros (cinq cents euros) et d'au plus 5000 euros (cinq mille euros) par contrat de location.
Art.21. Als binnen twee jaar na de oplegging van een administratieve geldboete, wordt vastgesteld dat, opnieuw in het kader van meerdere huurovereenkomsten de voorwaarden, vermeld in artikel 17, niet vervuld zijn, kan het agentschap met een aangetekende brief het voornemen tot schorsing of intrekking van de machtiging van de verstrekker uiten.
Art.21. Si, dans un délai de deux ans à compter de l'imposition d'une amende administrative, il est constaté que, toujours dans le cadre de plusieurs contrats de location, les conditions visées à l'article 17 n'ont pas été remplies, l'agence peut, par lettre recommandée, exprimer son intention de suspendre ou retirer l'autorisation du prestataire.
Art.22. § 1. De verstrekker kan binnen twee maanden na de datum van de verzending van het voornemen tot schorsing of intrekking van de machtiging een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij het agentschap.
Het bezwaarschrift wordt behandeld conform artikel 6 tot en met 22 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-) pleegzorgers, met dien verstande dat het bezwaarschrift, in afwijking van artikel 8, § 1, eerste lid, van het voormelde besluit, wordt behandeld door de kamer voor gezondheidsvoorzieningen.
Als de verstrekker binnen twee maanden na de verzending van het voornemen tot schorsing of intrekking van de machtiging geen bezwaarschrift indient, wordt na het verstrijken van die termijn met een aangetekende brief de beslissing van het agentschap tot schorsing of intrekking van de machtiging bezorgd aan de verstrekker.
§ 2. De schorsing wordt voor minimaal een maand en maximaal zes maanden opgelegd. Tijdens de schorsing mag de verstrekker met toepassing van dit besluit geen hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbediening voor personen met snel degeneratieve aandoeningen afleveren.
Het bezwaarschrift wordt behandeld conform artikel 6 tot en met 22 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-) pleegzorgers, met dien verstande dat het bezwaarschrift, in afwijking van artikel 8, § 1, eerste lid, van het voormelde besluit, wordt behandeld door de kamer voor gezondheidsvoorzieningen.
Als de verstrekker binnen twee maanden na de verzending van het voornemen tot schorsing of intrekking van de machtiging geen bezwaarschrift indient, wordt na het verstrijken van die termijn met een aangetekende brief de beslissing van het agentschap tot schorsing of intrekking van de machtiging bezorgd aan de verstrekker.
§ 2. De schorsing wordt voor minimaal een maand en maximaal zes maanden opgelegd. Tijdens de schorsing mag de verstrekker met toepassing van dit besluit geen hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbediening voor personen met snel degeneratieve aandoeningen afleveren.
Art.22. § 1er. Le prestataire peut adresser une réclamation motivée à l'agence dans un délai de deux mois à compter de la date d'envoi de l'intention de suspendre ou de retirer l'autorisation.
La réclamation est traitée conformément aux articles 6 à 22 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juillet 2013 concernant la Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats-)accueillants, étant entendu que, par dérogation à l'article 8, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté précité, la réclamation est traitée par la Chambre pour les structures de soins de santé.
Si le prestataire n'introduit pas de réclamation dans un délai de deux mois à compter de la date d'envoi de l'intention de suspendre ou de retirer l'autorisation, la décision de l'agence de suspendre ou de retirer l'autorisation est communiquée au prestataire par lettre recommandée après l'expiration dudit délai.
§ 2. La suspension est imposée pour une durée de minimum un et de maximum six mois. Pendant la suspension, le prestataire ne peut, par application du présent arrêté, pas fournir d'aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement pour personnes atteintes de maladies dégénératives rapides.
La réclamation est traitée conformément aux articles 6 à 22 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 juillet 2013 concernant la Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats-)accueillants, étant entendu que, par dérogation à l'article 8, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté précité, la réclamation est traitée par la Chambre pour les structures de soins de santé.
Si le prestataire n'introduit pas de réclamation dans un délai de deux mois à compter de la date d'envoi de l'intention de suspendre ou de retirer l'autorisation, la décision de l'agence de suspendre ou de retirer l'autorisation est communiquée au prestataire par lettre recommandée après l'expiration dudit délai.
§ 2. La suspension est imposée pour une durée de minimum un et de maximum six mois. Pendant la suspension, le prestataire ne peut, par application du présent arrêté, pas fournir d'aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement pour personnes atteintes de maladies dégénératives rapides.
Art.23. Als een verstrekker of de onderneming waarvoor hij werkt of waarmee hij samenwerkt, de voorwaarde, vermeld in artikel 17, vijfde lid, niet naleeft, kan het agentschap, in afwijking van artikel 19, onmiddellijk met een aangetekende brief een administratieve geldboete opleggen aan de verstrekker, de onderneming waarvoor hij werkt of waarmee hij samenwerkt, of met een aangetekende brief het voornemen tot schorsing of intrekking van de machtiging van de verstrekker uiten.
Art.23. Si un prestataire ou l'entreprise pour laquelle il travaille ou avec laquelle il collabore ne remplit pas la condition prévue à l'article 17, alinéa 5, l'agence peut, par dérogation à l'article 19, infliger immédiatement, par lettre recommandée, une amende administrative au prestataire, à l'entreprise pour laquelle il travaille ou avec laquelle il collabore, ou exprimer son intention de suspendre ou retirer l'autorisation du prestataire par lettre recommandée.
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 11. - Dispositions modificatives
Art.24. Aan artikel 36, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp wordt de zinsnede "of met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018 betreffende de huur van hulpmiddelen voor communicatie, computerbediening en omgevingsbedieningen voor personen met een snel degeneratieve aandoening" toegevoegd.
Art.24. A l'article 36, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, le membre de phrase " ou en application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 2018 relatif à la location d'aides à la communication, à la commande d'ordinateurs et au contrôle de l'environnement en faveur de personnes atteintes d'une maladie dégénérative rapide " est ajouté.
HOOFDSTUK 12. - Slotbepalingen
CHAPITRE 12. - Dispositions finales
Art.25. Als met toepassing van dit besluit een tegemoetkoming wordt gevraagd voor een hulpmiddel voor communicatie, computerbediening of omgevingsbediening waarvoor het agentschap voor 1 januari 2019, met toepassing van het besluit van 13 juli 2001 een tussenkomst in de kosten van aankoop heeft toegewezen en het hulpmiddel voor 1 januari 2019 is aangekocht, kan een tegemoetkoming met toepassing van dit besluit alleen worden toegewezen als aangetoond wordt dat het hulpmiddel dat is aangekocht niet meer adequaat is.
Als het agentschap voor een persoon met een snel degeneratieve aandoening voor 1 januari 2019, met toepassing van het besluit van 13 juli 2001 een tussenkomst in de kosten van aankoop heeft toegewezen en het hulpmiddel voor 1 januari 2019 nog niet is aangekocht, kan de aanvrager kiezen of hij het hulpmiddel waarvoor het agentschap een tegemoetkoming conform het besluit van 13 juli 2001 heeft toegewezen, aankoopt dan wel een aanvraag voor een tegemoetkoming conform dit besluit bij het agentschap indienen.
Als het agentschap voor een persoon met een snel degeneratieve aandoening voor 1 januari 2019, met toepassing van het besluit van 13 juli 2001 een tussenkomst in de kosten van aankoop heeft toegewezen en het hulpmiddel voor 1 januari 2019 nog niet is aangekocht, kan de aanvrager kiezen of hij het hulpmiddel waarvoor het agentschap een tegemoetkoming conform het besluit van 13 juli 2001 heeft toegewezen, aankoopt dan wel een aanvraag voor een tegemoetkoming conform dit besluit bij het agentschap indienen.
Art.25. Si, en application du présent arrêté, une intervention est demandée pour une aide à la communication, à la commande d'ordinateurs ou au contrôle de l'environnement pour laquelle l'agence a accordé une intervention dans les coûts d'achat avant le 1er janvier 2019, en application de l'arrêté du 13 juillet 2001, et que l'aide a été achetée avant le 1er janvier 2019, une intervention en application du présent arrêté peut uniquement être accordée s'il est démontré que l'aide achetée n'est plus appropriée.
Si l'agence a accordé une intervention dans les frais d'achat en faveur d'une personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide, en application de l'arrêté du 13 juillet 2001, et que l'aide n'a pas encore été acheté avant le 1er janvier 2019, le demandeur peut choisir de soit acheter l'aide pour laquelle l'agence a accordé une intervention conformément à l'arrêté du 13 juillet 2001 ou soit introduire une demande d'une intervention auprès de l'agence conformément au présent arrêté.
Si l'agence a accordé une intervention dans les frais d'achat en faveur d'une personne atteinte d'une maladie dégénérative rapide, en application de l'arrêté du 13 juillet 2001, et que l'aide n'a pas encore été acheté avant le 1er janvier 2019, le demandeur peut choisir de soit acheter l'aide pour laquelle l'agence a accordé une intervention conformément à l'arrêté du 13 juillet 2001 ou soit introduire une demande d'une intervention auprès de l'agence conformément au présent arrêté.
Art.26. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2019.
Art.26. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2019.
Art.27. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.27. Le ministre flamand qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-02-2019, p. 13420)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-02-2019, p. 13438)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-02-2019, p. 13421)
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-02-2019, p. 13439)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-02-2019, p. 13422)
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-02-2019, p. 13440)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-02-2019, p. 13423)
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-02-2019, p. 13441)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-02-2019, p. 13424)
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-02-2019, p. 13442)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-02-2019, p. 13425)
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-02-2019, p. 13443)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-02-2019, p. 13426)
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-02-2019, p. 13444)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-02-2019, p. 13427)
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-02-2019, p. 13445)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-02-2019, p. 13428)
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-02-2019, p. 13446)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-02-2019, p. 13429)
Modifiée par:
Gewijzigd door:
-