Artikel 1. § 1. Voor de toepassing van dit besluit moet verstaan worden onder:
1° de wet van 28 februari 2007: de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht;
2° de wet van 18 september 1986: de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten;
3° het mandaat: één van de politieke mandaten bedoeld in artikel 172, paragraaf 2, van de wet van 28 februari 2007;
4° de minister: de minister van Defensie.
§ 2. Onder politiek verlof voor het uitoefenen van een politiek mandaat, wordt begrepen:
1° ofwel een vrijstelling van dienst, die geen weerslag heeft op de administratieve en geldelijke toestand van de militair;
2° ofwel een facultatief politiek verlof, dat op aanvraag van de militair wordt toegekend;
3° ofwel een politiek verlof van ambtswege, waaraan de militair zich niet kan onttrekken, wanneer hij de politieke mandaten bedoeld in artikel 6, eerste lid, 1° tot 3°, van de wet van 18 september 1986 uitoefent of wanneer hij in zijn hoedanigheid van militair een functie uitoefent bedoeld in artikel 174, paragraaf 2, eerste lid, van de wet van 28 februari 2007.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 DECEMBER 2018. - Koninklijk besluit betreffende het politiek verlof van de militairen
Titre
20 DECEMBRE 2018. - Arrêté royal relatif au congé politique des militaires
Documentinformatie
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Article 1er. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par:
1° la loi du 28 février 2007: la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées;
2° la loi du 18 septembre 1986: la loi du 18 septembre 1986 instituant le congé politique pour les membres du personnel des services publics;
3° le mandat: un des mandats politiques visés à l'article 172, paragraphe 2, de la loi du 28 février 2007;
4° le ministre: le ministre de la Défense.
§ 2. Par congé politique pour l'exercice d'un mandat politique, il faut entendre:
1° soit une dispense de service, qui n'a aucune incidence sur la situation administrative et pécuniaire d'un militaire;
2° soit un congé politique facultatif, accordé à la demande du militaire;
3° soit un congé politique d'office, auquel le militaire ne peut pas renoncer, s'il exerce les mandats politiques visés à l'article 6, alinéa 1er, 1° à 3°, de la loi du 18 septembre 1986 ou s'il exerce en sa qualité de militaire une fonction visée à l'article 174, paragraphe 2, alinéa 1er, de la loi du 28 février 2007.
1° la loi du 28 février 2007: la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées;
2° la loi du 18 septembre 1986: la loi du 18 septembre 1986 instituant le congé politique pour les membres du personnel des services publics;
3° le mandat: un des mandats politiques visés à l'article 172, paragraphe 2, de la loi du 28 février 2007;
4° le ministre: le ministre de la Défense.
§ 2. Par congé politique pour l'exercice d'un mandat politique, il faut entendre:
1° soit une dispense de service, qui n'a aucune incidence sur la situation administrative et pécuniaire d'un militaire;
2° soit un congé politique facultatif, accordé à la demande du militaire;
3° soit un congé politique d'office, auquel le militaire ne peut pas renoncer, s'il exerce les mandats politiques visés à l'article 6, alinéa 1er, 1° à 3°, de la loi du 18 septembre 1986 ou s'il exerce en sa qualité de militaire une fonction visée à l'article 174, paragraphe 2, alinéa 1er, de la loi du 28 février 2007.
Art. 2. De intentieverklaring om zich kandidaat te stellen bedoeld in artikel 173, eerste lid, 1°, van de wet van 28 februari 2007, moet worden overgemaakt aan de minister met een aangetekende zending.
Art. 2. La déclaration d'intention de se porter candidat visé à l'article 173, alinéa 1er, 1°, de la loi du 28 février 2007, doit être transmise au ministre par envoi recommandé.
Art. 3. § 1. De militair die verkozen is voor een mandaat stelt zijn korpscommandant met eender welk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs in kennis van het mandaat dat hij overweegt uit te oefenen en van de datum van zijn eedaflegging, ten laatste tien werkdagen vóór de datum van de eedaflegging.
Dit schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs wordt vergezeld van een attest dat het mandaat van de betrokken militair bevestigt en dat het aantal inwoners van de betrokken gemeente, provincie of het betrokken district vermeldt.
De militair die verkozen is voor een mandaat bedoeld in het eerste lid, in de hoedanigheid van opvolger en die opgeroepen wordt om zijn mandaat uit te oefenen, is niet gebonden door de termijn bedoeld in het eerste lid. Hij stelt zijn korpscommandant onverwijld in kennis van het mandaat, met eender welk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs vergezeld van het attest bedoeld in het tweede lid.
Indien het mandaat dat de betrokken militair uitoefent een einde neemt voor de voorziene einddatum, stelt de militair zijn korpscommandant met eender welk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs hiervan in kennis.
§ 2. De documenten bedoeld in paragraaf 1 worden via de korpscommandant rechtstreeks overgemaakt aan de directeur-generaal human resources.
§ 3. De politieke verloven waarop de betrokken militair overeenkomstig de wet van 18 september 1986 recht heeft, worden toegekend door de directeur-generaal human resources, die zijn beslissing zo snel mogelijk schriftelijk overmaakt aan de betrokken militair en zijn korpscommandant.
De beslissing bedoeld in het eerste lid vermeldt eveneens het mandaat van de betrokken militair en het aantal inwoners van de betrokken gemeente, provincie of het betrokken district.
Het politiek verlof vangt aan op de datum van de eedaflegging en eindigt uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op de dag waarop het mandaat einde neemt.
Voor de militair bedoeld in paragraaf 1, vierde lid van dit artikel, vervalt het politiek verlof vanaf de eerste dag die volgt op de maand waarop een einde werd gesteld aan het mandaat.
§ 4. De vrijstelling van dienst en/of het facultatief politiek verlof worden opgenomen, in overeenstemming met de beslissing bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, naar keuze van de betrokken militair, na het diensthoofd daarvan in kennis te hebben gesteld..
Behalve indien zij is toegekend voor het uitoefenen van een mandaat van provincieraadslid, mag de vrijstelling van dienst niet van één maand naar een andere maand worden overgedragen.
Voor de uitoefening van bepaalde mandaten bedoeld in artikel 6, eerste lid, 1° tot 3°, van de wet van 18 september 1986, en overeenkomstig de beslissing bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, wordt de betrokken militair met politiek verlof van ambtswege gezonden. De betrokken militair legt de kalender van zijn politieke verloven van ambtswege vast, na het diensthoofd daarvan in kennis te hebben gesteld.
De nadere regels betreffende het opnemen van het politiek verlof worden bepaald in een reglement uitgevaardigd door de minister.
Het aantal dagen politiek verlof wordt bepaald in verhouding tot de door de betrokken militair effectief gepresteerde diensten.
§ 5. Desgevallend, indien de beslissing bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, moet worden aangepast, kan de betrokken militair overeenkomstig de procedure bedoeld in dit artikel een nieuwe beslissing betreffende het politiek verlof vragen.
Het verzoek bedoeld in artikel 9 van de wet van 18 september 1986 voor het bekomen van, naar gelang het geval, halftijds of voltijds politiek verlof, wordt ingediend met eender welk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs bij de directeur-generaal human resources.
Dit schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs wordt vergezeld van een attest dat het mandaat van de betrokken militair bevestigt en dat het aantal inwoners van de betrokken gemeente, provincie of het betrokken district vermeldt.
De militair die verkozen is voor een mandaat bedoeld in het eerste lid, in de hoedanigheid van opvolger en die opgeroepen wordt om zijn mandaat uit te oefenen, is niet gebonden door de termijn bedoeld in het eerste lid. Hij stelt zijn korpscommandant onverwijld in kennis van het mandaat, met eender welk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs vergezeld van het attest bedoeld in het tweede lid.
Indien het mandaat dat de betrokken militair uitoefent een einde neemt voor de voorziene einddatum, stelt de militair zijn korpscommandant met eender welk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs hiervan in kennis.
§ 2. De documenten bedoeld in paragraaf 1 worden via de korpscommandant rechtstreeks overgemaakt aan de directeur-generaal human resources.
§ 3. De politieke verloven waarop de betrokken militair overeenkomstig de wet van 18 september 1986 recht heeft, worden toegekend door de directeur-generaal human resources, die zijn beslissing zo snel mogelijk schriftelijk overmaakt aan de betrokken militair en zijn korpscommandant.
De beslissing bedoeld in het eerste lid vermeldt eveneens het mandaat van de betrokken militair en het aantal inwoners van de betrokken gemeente, provincie of het betrokken district.
Het politiek verlof vangt aan op de datum van de eedaflegging en eindigt uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op de dag waarop het mandaat einde neemt.
Voor de militair bedoeld in paragraaf 1, vierde lid van dit artikel, vervalt het politiek verlof vanaf de eerste dag die volgt op de maand waarop een einde werd gesteld aan het mandaat.
§ 4. De vrijstelling van dienst en/of het facultatief politiek verlof worden opgenomen, in overeenstemming met de beslissing bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, naar keuze van de betrokken militair, na het diensthoofd daarvan in kennis te hebben gesteld..
Behalve indien zij is toegekend voor het uitoefenen van een mandaat van provincieraadslid, mag de vrijstelling van dienst niet van één maand naar een andere maand worden overgedragen.
Voor de uitoefening van bepaalde mandaten bedoeld in artikel 6, eerste lid, 1° tot 3°, van de wet van 18 september 1986, en overeenkomstig de beslissing bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, wordt de betrokken militair met politiek verlof van ambtswege gezonden. De betrokken militair legt de kalender van zijn politieke verloven van ambtswege vast, na het diensthoofd daarvan in kennis te hebben gesteld.
De nadere regels betreffende het opnemen van het politiek verlof worden bepaald in een reglement uitgevaardigd door de minister.
Het aantal dagen politiek verlof wordt bepaald in verhouding tot de door de betrokken militair effectief gepresteerde diensten.
§ 5. Desgevallend, indien de beslissing bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, moet worden aangepast, kan de betrokken militair overeenkomstig de procedure bedoeld in dit artikel een nieuwe beslissing betreffende het politiek verlof vragen.
Het verzoek bedoeld in artikel 9 van de wet van 18 september 1986 voor het bekomen van, naar gelang het geval, halftijds of voltijds politiek verlof, wordt ingediend met eender welk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs bij de directeur-generaal human resources.
Art. 3. § 1er. Le militaire qui est élu pour un mandat notifie par tout moyen de communication écrit avec accusé de réception auprès de son chef de corps le mandat qu'il envisage d'exercer et la date de sa prestation de serment, au plus tard dix jours ouvrables avant la date de sa prestation de serment.
Ce moyen de communication écrit avec accusé de réception est accompagné d'une attestation qui confirme le mandat du militaire concerné et qui mentionne le nombre d'habitants de la commune, de la province ou du district concerné.
Le militaire qui est élu pour un mandat visé à l'alinéa 1er, en qualité de suppléant et qui est appelé à exercer son mandat, n'est pas tenu par le délai visé à l'alinéa 1er. Il notifie immédiatement par tout moyen de communication écrit avec accusé de réception auprès de son chef de corps le mandat, accompagné de l'attestation visée à l'alinéa 2.
Si le mandat que le militaire concerné exerce prend fin avant la date de fin prévue, le militaire le notifie par tout moyen de communication écrit avec accusé de réception auprès de son chef de corps.
§ 2. Les documents visés au paragraphe 1er sont transmis directement, par la voie du chef de corps, au directeur général human resources.
§ 3. Les congés politiques auxquels le militaire concerné a droit conformément à la loi du 18 septembre 1986, sont octroyés par le directeur général human resources, qui transmet sa décision sans délai par écrit au militaire concerné et à son chef de corps.
La décision visée à l'alinéa 1er mentionne également le mandat du militaire concerné et le nombre d'habitants de la commune, la province ou le district concerné.
Le congé politique prend cours à la date de la prestation de serment et expire au plus tard le dernier jour du mois qui suit celui de la fin du mandat.
Pour le militaire visé au paragraphe 1er, alinéa 4, le congé politique cesse le premier jour qui suit le mois où il a été mis fin au mandat.
§ 4. Conformément à la décision visée au paragraphe 3, alinéa 1er, la dispense de service et/ou le congé politique facultatif sont pris au choix du militaire concerné, après en avoir avisé le chef de service.
Sauf si elle est octroyée pour l'exercice du mandat de conseiller provincial, la dispense de service ne peut pas être reportée d'un mois à l'autre.
Pour l'exercice des mandats visés à l'article 6, alinéa 1er, 1° à 3°, de la loi du 18 septembre 1986, et conformément à la décision visée au paragraphe 3, alinéa 1er, le militaire concerné est mis en congé politique d'office. Le militaire concerné fixe le calendrier de ses congés politiques d'office après en avoir avisé le chef de service.
Les modalités concernant la prise de congé politique sont fixées dans un règlement arrêté par le ministre.
Le nombre de jours de congé politique est déterminé en rapport avec les services effectivement prestés par le militaire concerné.
§ 5. Le cas échéant, si la décision visée au paragraphe 3, alinéa 1er, doit être modifiée, le militaire concerné peut, conformément à la procédure visée dans cet article, demander une nouvelle décision relative au congé politique.
La demande visée à l'article 9 de la loi du 18 septembre 1986 d'obtention d'un congé politique, selon le cas, à mi-temps ou à temps plein, est introduit auprès du directeur général human resources, par tout moyen de communication écrit avec accusé de réception.
Ce moyen de communication écrit avec accusé de réception est accompagné d'une attestation qui confirme le mandat du militaire concerné et qui mentionne le nombre d'habitants de la commune, de la province ou du district concerné.
Le militaire qui est élu pour un mandat visé à l'alinéa 1er, en qualité de suppléant et qui est appelé à exercer son mandat, n'est pas tenu par le délai visé à l'alinéa 1er. Il notifie immédiatement par tout moyen de communication écrit avec accusé de réception auprès de son chef de corps le mandat, accompagné de l'attestation visée à l'alinéa 2.
Si le mandat que le militaire concerné exerce prend fin avant la date de fin prévue, le militaire le notifie par tout moyen de communication écrit avec accusé de réception auprès de son chef de corps.
§ 2. Les documents visés au paragraphe 1er sont transmis directement, par la voie du chef de corps, au directeur général human resources.
§ 3. Les congés politiques auxquels le militaire concerné a droit conformément à la loi du 18 septembre 1986, sont octroyés par le directeur général human resources, qui transmet sa décision sans délai par écrit au militaire concerné et à son chef de corps.
La décision visée à l'alinéa 1er mentionne également le mandat du militaire concerné et le nombre d'habitants de la commune, la province ou le district concerné.
Le congé politique prend cours à la date de la prestation de serment et expire au plus tard le dernier jour du mois qui suit celui de la fin du mandat.
Pour le militaire visé au paragraphe 1er, alinéa 4, le congé politique cesse le premier jour qui suit le mois où il a été mis fin au mandat.
§ 4. Conformément à la décision visée au paragraphe 3, alinéa 1er, la dispense de service et/ou le congé politique facultatif sont pris au choix du militaire concerné, après en avoir avisé le chef de service.
Sauf si elle est octroyée pour l'exercice du mandat de conseiller provincial, la dispense de service ne peut pas être reportée d'un mois à l'autre.
Pour l'exercice des mandats visés à l'article 6, alinéa 1er, 1° à 3°, de la loi du 18 septembre 1986, et conformément à la décision visée au paragraphe 3, alinéa 1er, le militaire concerné est mis en congé politique d'office. Le militaire concerné fixe le calendrier de ses congés politiques d'office après en avoir avisé le chef de service.
Les modalités concernant la prise de congé politique sont fixées dans un règlement arrêté par le ministre.
Le nombre de jours de congé politique est déterminé en rapport avec les services effectivement prestés par le militaire concerné.
§ 5. Le cas échéant, si la décision visée au paragraphe 3, alinéa 1er, doit être modifiée, le militaire concerné peut, conformément à la procédure visée dans cet article, demander une nouvelle décision relative au congé politique.
La demande visée à l'article 9 de la loi du 18 septembre 1986 d'obtention d'un congé politique, selon le cas, à mi-temps ou à temps plein, est introduit auprès du directeur général human resources, par tout moyen de communication écrit avec accusé de réception.
Art. 4. De korpscommandant, die overeenkomstig artikel 3, paragraaf 1, in kennis gesteld wordt van een mandaat van een militair die in zijn hoedanigheid van militair één van de functies bedoeld in artikel 174, paragraaf 2, eerste lid, van de wet van 28 februari 2007, uitoefent, plaatst de betrokken militair in voltijds politiek verlof van ambtswege.
Dit voltijds politiek verlof van ambtswege vangt aan op de datum van de eedaflegging.
De beslissing van de korpscommandant bedoeld in het eerste lid, wordt met eender welk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de betrokken militair binnen de vijf werkdagen na de kennisgeving bedoeld in artikel 3, paragraaf 1.
De korpscommandant brengt onverwijld de directeur-generaal human resources op de hoogte, waarna de procedure in artikel 3, paragraaf 3, wordt gevolgd.
Dit voltijds politiek verlof van ambtswege vangt aan op de datum van de eedaflegging.
De beslissing van de korpscommandant bedoeld in het eerste lid, wordt met eender welk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de betrokken militair binnen de vijf werkdagen na de kennisgeving bedoeld in artikel 3, paragraaf 1.
De korpscommandant brengt onverwijld de directeur-generaal human resources op de hoogte, waarna de procedure in artikel 3, paragraaf 3, wordt gevolgd.
Art. 4. Le chef de corps, informé conformément à l'article 3, paragraphe 1er, du mandat d'un militaire qui exerce en sa qualité de militaire une des fonctions visées à l'article 174, paragraphe 2, alinéa 1er, de la loi du 28 février 2007, place le militaire concerné en congé politique d'office à temps plein.
Ce congé politique d'office à temps plein prend cours à la date de la prestation de serment.
La décision du chef de corps visée à l'alinéa 1er est notifiée par tout moyen de communication écrit avec accusé de réception auprès du militaire concerné dans les cinq jours ouvrables qui suivent la notification visée à l'article 3, paragraphe 1er.
Le chef de corps informe immédiatement le directeur général human resources, après quoi la procédure à l'article 3, paragraphe 3 est suivie.
Ce congé politique d'office à temps plein prend cours à la date de la prestation de serment.
La décision du chef de corps visée à l'alinéa 1er est notifiée par tout moyen de communication écrit avec accusé de réception auprès du militaire concerné dans les cinq jours ouvrables qui suivent la notification visée à l'article 3, paragraphe 1er.
Le chef de corps informe immédiatement le directeur général human resources, après quoi la procédure à l'article 3, paragraphe 3 est suivie.
Art. 5. Onder voorbehoud van de einddatum, bedoeld in artikel 174, paragraaf 6, tweede lid, van de wet van 28 februari 2007, kan het politiek verlof in onderling akkoord tussen de betrokken militair, het diensthoofd en de directeur-generaal human resources beëindigd worden op een andere datum binnen de maand waarin het mandaat eindigt.
Art. 5. Sans préjudice de la date limite visée à l'article 174, paragraphe 6, alinéa 2, de la loi du 28 février 2007, il peut être mis fin au congé politique par accord réciproque entre le militaire concerné, le chef du service et le directeur général human resources, à une autre date dans le mois durant lequel le mandat prend fin.
Art. 6. In artikel 1 van het koninklijk beluit van 10 april 2014 houdende uitvoering van artikel 271/5 van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 januari 2016 en 19 juli 2018, worden de woorden "173, 174, § 2, derde lid," opgeheven.
Art. 6. Dans l'article 1er de l'arrêté royal du 10 avril 2014 portant exécution de l'article 271/5 de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées, modifié par les arrêtés royaux du 29 janvier 2016 et 19 juillet 2018, les mots "173, 174, § 2, alinéa 3," sont abrogés.
Art. 7. Het koninklijk besluit van 7 september 2006 betreffende het politiek verlof van de militairen wordt opgeheven.
Art. 7. L'arrêté royal du 7 septembre 2006 relatif au congé politique des militaires est abrogé.
Art. 8. De minister bevoegd voor Defensie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Le ministre qui a la Défense dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.