Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
6 DECEMBER 2018. - Koninklijk besluit houdende regeling van de cumul van onderbrekingsuitkeringen in de openbare sector met een overgangsuitkering
Titre
6 DECEMBRE 2018. - Arrêté royal contenant la réglementation relative au cumul des allocations d'interruption dans le secteur public avec une allocation de transition
Documentinformatie
Info du document
Tekst (12)
Texte (12)
Artikel 1. - In artikel 14 van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 december 1991, 21 december 1992, 14 maart 1996 en 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  "De onderbrekingsuitkeringen kunnen niet gecumuleerd worden met een pensioen, uitgezonderd:
  a) met een overgangsuitkering overeenkomstig het Eerste Boek, Titel 1, Hoofdstuk II bis van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, Hoofdstuk II van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen of Hoofdstuk IV van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  b) met een overlevingspensioen gedurende een eenmalige periode van maximaal 12 al dan niet opeenvolgende kalendermaanden.";
  2° het vierde lid wordt vervangen als volgt:
  "De onder b) genoemde periode van 12 kalendermaanden wordt verminderd met het aantal maanden waarin:
  - een vergoeding in de zin van artikel 64quinquies van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  - een vergoeding in de zin van artikel 107quater van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
  - een vervangingsinkomen in de zin van artikel 76, 10° van de programmawet van 28 juni 2013,
  gecumuleerd werd met het genot van een overlevingspensioen.".
Article 1er. - Dans l'article 14 de l'arrêté royal du 2 janvier 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption, modifié par les arrêtés royaux du 19 décembre 1991, 21 décembre 1992, 14 mars 1996 et 19 décembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Les allocations d'interruption ne peuvent pas être cumulées avec une pension, hormis :
  a) avec une allocation de transition, conformément au Livre Premier, Titre 1er, Chapitre II bis, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, Chapitre II de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants ou Chapitre IV de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  b) avec une pension de survie pendant une période unique de 12 mois civils consécutifs ou non. ";
  2° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  " La période de 12 mois civils visée sous b) est réduite du nombre de mois où :
  - une indemnité au sens de l'article 64quinquies de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  - une indemnité au sens de l'article 107quater de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants;
  - un revenu de remplacement, au sens de l'article 76, 10° de la loi-programme du 28 juin 2013,
  a été cumulé avec le bénéfice d'une pension de survie. ".
Art.2. - In artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, vervangen bij de koninklijke besluiten van 4 juni 1999 en 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
  "De onderbrekingsuitkeringen kunnen niet gecumuleerd worden met een pensioen, uitgezonderd:
  a) met een overgangsuitkering overeenkomstig het Eerste Boek, Titel 1, Hoofdstuk II bis van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, Hoofdstuk II van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen of Hoofdstuk IV van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  b) met een overlevingspensioen gedurende een eenmalige periode van maximaal 12 al dan niet opeenvolgende kalendermaanden.";
  2° het vijfde lid wordt vervangen als volgt:
  "De onder b) genoemde periode van 12 kalendermaanden wordt verminderd met het aantal maanden waarin:
  - een vergoeding in de zin van artikel 64quinquies van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  - een vergoeding in de zin van artikel 107quater van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
  - een vervangingsinkomen in de zin van artikel 76, 10° van de programmawet van 28 juni 2013,
  gecumuleerd werd met het genot van een overlevingspensioen.".
Art.2. - Dans l'article 6, § 1er, de l'arrêté royal du 12 août 1991 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption aux membres du personnel de l'enseignement et des centres psycho-médico-sociaux, remplacé par les arrêtés royaux du 4 juin 1999 et 19 décembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  " Les allocations d'interruption ne peuvent pas être cumulées avec une pension, hormis :
  a) avec une allocation de transition, conformément au Livre Premier, Titre 1er, Chapitre II bis, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, Chapitre II de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants ou Chapitre IV de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  b) avec une pension de survie pendant une période unique de 12 mois civils consécutifs ou non.";
  2° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
  " La période de 12 mois civils visée sous b) est réduite du nombre de mois où :
  - une indemnité au sens de l'article 64quinquies de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  - une indemnité au sens de l'article 107quater de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants;
  - un revenu de remplacement, au sens de l'article 76, 10° de la loi-programme du 28 juin 2013,
  a été cumulé avec le bénéfice d'une pension de survie. ".
Art.3. - In artikel 122, § 1 van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 26 mei 1999, 14 juni 2007 en 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
  "De onderbrekingsuitkeringen kunnen niet gecumuleerd worden met een pensioen, uitgezonderd:
  a) met een overgangsuitkering overeenkomstig het Eerste Boek, Titel 1, Hoofdstuk II bis van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, Hoofdstuk II van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen of Hoofdstuk IV van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  b) met een overlevingspensioen gedurende een eenmalige periode van maximaal 12 al dan niet opeenvolgende kalendermaanden.";
  2° het derde lid wordt vervangen als volgt:
  "De onder b) genoemde periode van 12 kalendermaanden wordt verminderd met het aantal maanden waarin:
  - een vergoeding in de zin van artikel 64quinquies van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  - een vergoeding in de zin van artikel 107quater van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
  - een vervangingsinkomen in de zin van artikel 76, 10° van de programmawet van 28 juni 2013,
  gecumuleerd werd met het genot van een overlevingspensioen.".
Art.3. - Dans l'article 122, § 1er, de l'arrêté royal du 19 novembre 1998 relatif aux congés et aux absences accordés aux membres du personnel des administrations de l'Etat, modifié par les arrêtés royaux du 26 mai 1999, 14 juin 2007 et 19 décembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Les allocations d'interruption ne peuvent pas être cumulées avec une pension, hormis :
  a) avec une allocation de transition, conformément au Livre Premier, Titre 1er, Chapitre II bis, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, Chapitre II de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants ou Chapitre IV de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  b) avec une pension de survie pendant une période unique de 12 mois civils consécutifs ou non. ";
  2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " La période de 12 mois civils visée sous b) est réduite du nombre de mois où :
  - une indemnité au sens de l'article 64quinquies de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  une indemnité au sens de l'article 107quater de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants;
  - un revenu de remplacement, au sens de l'article 76, 10° de la loi-programme du 28 juin 2013,
  a été cumulé avec le bénéfice d'une pension de survie. ".
Art.4. - In artikel 23, § 1 van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
  "De onderbrekingsuitkeringen kunnen niet gecumuleerd worden met een pensioen, uitgezonderd:
  a) met een overgangsuitkering overeenkomstig het Eerste Boek, Titel 1, Hoofdstuk II bis van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, Hoofdstuk II van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen of Hoofdstuk IV van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  b) met een overlevingspensioen gedurende een eenmalige periode van maximaal 12 al dan niet opeenvolgende kalendermaanden.";
  2° het derde lid wordt vervangen als volgt:
  "De onder b) genoemde periode van 12 kalendermaanden wordt verminderd met het aantal maanden waarin:
  - een vergoeding in de zin van artikel 64quinquies van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  - een vergoeding in de zin van artikel 107quater van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
  - een vervangingsinkomen in de zin van artikel 76, 10° van de programmawet van 28 juni 2013,
  gecumuleerd werd met het genot van een overlevingspensioen.".
Art.4. - Dans l'article 23, § 1er, de l'arrêté royal du 7 mai 1999 relatif à l'interruption de la carrière professionnelle du personnel des administrations, modifié par l'arrêté royal du 19 décembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Les allocations d'interruption ne peuvent pas être cumulées avec une pension, hormis :
  a) avec une allocation de transition, conformément au Livre Premier, Titre 1er, Chapitre II bis, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, Chapitre II de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants ou Chapitre IV de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  b) avec une pension de survie pendant une période unique de 12 mois civils consécutifs ou non. ";
  2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " La période de 12 mois civils visée sous b) est réduite du nombre de mois où :
  - une indemnité au sens de l'article 64quinquies de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  - une indemnité au sens de l'article 107quater de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants;
  - un revenu de remplacement, au sens de l'article 76, 10° de la loi-programme du 28 juin 2013,
  a été cumulé avec le bénéfice d'une pension de survie. ".
Art.5. - In artikel 70, § 1 van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht ter zijde staan, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
  "De onderbrekingsuitkeringen kunnen niet gecumuleerd worden met een pensioen, uitgezonderd:
  a) met een overgangsuitkering overeenkomstig het Eerste Boek, Titel 1, Hoofdstuk II bis van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, Hoofdstuk II van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen of Hoofdstuk IV van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  b) met een overlevingspensioen gedurende een eenmalige periode van maximaal 12 al dan niet opeenvolgende kalendermaanden.";
  2° het derde lid wordt vervangen als volgt:
  "De onder b) genoemde periode van 12 kalendermaanden wordt verminderd met het aantal maanden waarin:
  - een vergoeding in de zin van artikel 64quinquies van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  - een vergoeding in de zin van artikel 107quater van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
  - een vervangingsinkomen in de zin van artikel 76, 10° van de programmawet van 28 juni 2013,
  gecumuleerd werd met het genot van een overlevingspensioen.".
Art.5. - Dans l'article 70, § 1er, de l'arrêté royal du 16 mars 2001 relatif aux congés et aux absences accordés à certains membres du personnel des services qui assistent le pouvoir judiciaire, modifié par l'arrêté royal du 19 décembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Les allocations d'interruption ne peuvent pas être cumulées avec une pension, hormis :
  a) avec une allocation de transition, conformément au Livre Premier, Titre 1er, Chapitre II bis, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, Chapitre II de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants ou Chapitre IV de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  b) avec une pension de survie pendant une période unique de 12 mois civils consécutifs ou non. ";
  2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " La période de 12 mois civils visée sous b) est réduite du nombre de mois où :
  - une indemnité au sens de l'article 64quinquies de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  - une indemnité au sens de l'article 107quater de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants;
  - un revenu de remplacement, au sens de l'article 76, 10° de la loi-programme du 28 juin 2013,
  a été cumulé avec le bénéfice d'une pension de survie. ".
Art.6. - In artikel 17, § 1 van het koninklijk besluit van 10 juni 2002 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van de overheidsbedrijven die in toepassing van de wet van 21 maart 1991 houdende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven bestuursautonomie verkregen hebben, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
  "4° met een pensioen:
  a) uitgezonderd met een overgangsuitkering overeenkomstig het Eerste Boek, Titel 1, Hoofdstuk II bis van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, Hoofdstuk II van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen of Hoofdstuk IV van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  b) uitgezonderd met een overlevingspensioen gedurende een eenmalige periode van maximaal 12 al dan niet opeenvolgende kalendermaanden.";
  2° het derde lid wordt vervangen als volgt:
  "De onder b) genoemde periode van 12 kalendermaanden wordt verminderd met het aantal maanden waarin:
  - een vergoeding in de zin van artikel 64quinquies van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  - een vergoeding in de zin van artikel 107quater van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
  - een vervangingsinkomen in de zin van artikel 76, 10° van de programmawet van 28 juni 2013,
  gecumuleerd werd met het genot van een overlevingspensioen.".
Art.6. - Dans l'article 17, § 1er de l'arrêté royal du 10 juin 2002 relatif à l'octroi d'allocations d'interruption aux membres du personnel des entreprises publiques qui ont obtenu une autonomie de gestion en application de la loi du 21 mars 1991 portant réforme de certaines entreprises publiques économiques, modifié par l'arrêté royal du 19 décembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " 4° avec une pension :
  a) à l'exception d'une allocation de transition, conformément au Livre Premier, Titre 1er, Chapitre II bis, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, Chapitre II de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants ou Chapitre IV de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  b) à l'exception d'une pension de survie pendant une période unique de 12 mois civils consécutifs ou non. ";
  2° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " La période de 12 mois civils visée sous b) est réduite du nombre de mois où :
  - une indemnité au sens de l'article 64quinquies de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  - une indemnité au sens de l'article 107quater de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants;
  - un revenu de remplacement, au sens de l'article 76, 10° de la loi-programme du 28 juin 2013,
  a été cumulé avec le bénéfice d'une pension de survie. ".
Art.7. - In artikel 12, § 1 van het koninklijk besluit van 16 november 2009 houdende toekenning aan de personeelsleden van de Belgische Technische Coöperatie van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  "De onderbrekingsuitkeringen kunnen niet gecumuleerd worden met een pensioen, uitgezonderd:
  a) met een overgangsuitkering overeenkomstig het Eerste Boek, Titel 1, Hoofdstuk II bis van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, Hoofdstuk II van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen of Hoofdstuk IV van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  b) met een overlevingspensioen gedurende een eenmalige periode van maximaal 12 al dan niet opeenvolgende kalendermaanden.";
  2° het vierde lid wordt vervangen als volgt:
  "De onder b) genoemde periode van 12 kalendermaanden wordt verminderd met het aantal maanden waarin:
  - een vergoeding in de zin van artikel 64quinquies van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  - een vergoeding in de zin van artikel 107quater van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
  - een vervangingsinkomen in de zin van artikel 76, 10° van de programmawet van 28 juni 2013,
  gecumuleerd werd met het genot van een overlevingspensioen.".
Art.7. - Dans l'article 12, § 1er, de l'arrêté royal du 16 novembre 2009 accordant au personnel de la Coopération technique belge le droit au congé parental et à l'interruption de carrière pour l'assistance à un membre du ménage ou de la famille gravement malade, modifié par l'arrêté royal du 19 décembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Les allocations d'interruption ne peuvent pas être cumulées avec une pension, hormis :
  a) avec une allocation de transition, conformément au Livre Premier, Titre 1er, Chapitre II bis, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, Chapitre II de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants ou Chapitre IV de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  b) avec une pension de survie pendant une période unique de 12 mois civils consécutifs ou non. ";
  2° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  " La période de 12 mois civils visée sous b) est réduite du nombre de mois où :
  - une indemnité au sens de l'article 64quinquies de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  - une indemnité au sens de l'article 107quater de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants;
  - un revenu de remplacement, au sens de l'article 76, 10° de la loi-programme du 28 juin 2013,
  a été cumulé avec le bénéfice d'une pension de survie. ".
Art.8. - In artikel 12, § 1 van het koninklijk besluit van 29 april 2013 houdende toekenning aan de personeelsleden van de Cel voor Financiële Informatieverwerking van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het derde lid wordt vervangen als volgt:
  "De onderbrekingsuitkeringen kunnen niet gecumuleerd worden met een pensioen, uitgezonderd:
  a) met een overgangsuitkering overeenkomstig het Eerste Boek, Titel 1, Hoofdstuk II bis van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, Hoofdstuk II van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen of Hoofdstuk IV van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  b) met een overlevingspensioen gedurende een eenmalige periode van maximaal 12 al dan niet opeenvolgende kalendermaanden.";
  2° het vierde lid wordt vervangen als volgt:
  "De onder b) genoemde periode van 12 kalendermaanden wordt verminderd met het aantal maanden waarin:
  - een vergoeding in de zin van artikel 64quinquies van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  - een vergoeding in de zin van artikel 107quater van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
  - een vervangingsinkomen in de zin van artikel 76, 10° van de programmawet van 28 juni 2013,
  gecumuleerd werd met het genot van een overlevingspensioen.".
Art.8. - Dans l'article 12, § 1er, de l'arrêté royal du 29 avril 2013 accordant au personnel de la Cellule de Traitement des Informations financières le droit au congé parental et à l'interruption de carrière pour l'assistance à un membre du ménage ou de la famille gravement malade, modifié par l'arrêté royal du 19 décembre 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Les allocations d'interruption ne peuvent pas être cumulées avec une pension, hormis :
  a) avec une allocation de transition, conformément au Livre Premier, Titre 1er, Chapitre II bis, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, Chapitre II de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants ou Chapitre IV de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  b) avec une pension de survie pendant une période unique de 12 mois civils consécutifs ou non. ";
  2° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
  " La période de 12 mois civils visée sous b) est réduite du nombre de mois où :
  - une indemnité au sens de l'article 64quinquies de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  - une indemnité au sens de l'article 107quater de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants;
  - un revenu de remplacement, au sens de l'article 76, 10° de la loi-programme du 28 juin 2013,
  a été cumulé avec le bénéfice d'une pension de survie. ".
Art.9. - In artikel 23, § 1 van het koninklijk besluit van 10 april 2014 houdende toekenning van het recht op ouderschapsverlof en verlof voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid aan bepaalde werknemers, wordt het derde lid vervangen door twee leden, luidende:
  "De onderbrekingsuitkeringen kunnen niet gecumuleerd worden met een pensioen, uitgezonderd:
  a) met een overgangsuitkering overeenkomstig het Eerste Boek, Titel 1, Hoofdstuk II bis van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, Hoofdstuk II van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen of Hoofdstuk IV van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  b) met een overlevingspensioen gedurende een eenmalige periode van maximaal 12 al dan niet opeenvolgende kalendermaanden.
  De onder b) genoemde periode van 12 kalendermaanden wordt verminderd met het aantal maanden waarin:
  - een vergoeding in de zin van artikel 64quinquies van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  - een vergoeding in de zin van artikel 107quater van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
  - een vervangingsinkomen in de zin van artikel 76, 10° van de programmawet van 28 juni 2013,
  gecumuleerd werd met het genot van een overlevingspensioen.".
Art.9. - Dans l'article 23, § 1er, de l'arrêté royal du 10 avril 2014 accordant le droit au congé parental et au congé pour l'assistance à un membre du ménage ou de la famille gravement malade à certains travailleurs, l'alinéa 3 est remplacé par deux alinéas, rédigés comme suit :
  " Les allocations d'interruption ne peuvent pas être cumulées avec une pension, hormis :
  a) avec une allocation de transition, conformément au Livre Premier, Titre 1er, Chapitre II bis, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, Chapitre II de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants ou Chapitre IV de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  b) avec une pension de survie pendant une période unique de 12 mois civils consécutifs ou non.
  La période de 12 mois civils visée sous b) est réduite du nombre de mois où :
  - une indemnité au sens de l'article 64quinquies de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  - une indemnité au sens de l'article 107quater de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants;
  - un revenu de remplacement, au sens de l'article 76, 10° de la loi-programme du 28 juin 2013,
  a été cumulé avec le bénéfice d'une pension de survie. ".
Art.10. - In artikel 14, § 1 van het koninklijk besluit van 12 mei 2014 houdende toekenning aan de contractuele personeelsleden van de Ombudsdienst voor Energie van het recht op ouderschapsverlof en loopbaanonderbreking voor het verlenen van bijstand aan een zwaar ziek gezins- of familielid; wordt het derde lid vervangen door drie leden, luidende:
  "De onderbrekingsuitkeringen kunnen niet gecumuleerd worden met een pensioen, uitgezonderd:
  a) met een overgangsuitkering overeenkomstig het Eerste Boek, Titel 1, Hoofdstuk IIbis van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, Hoofdstuk II van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen of Hoofdstuk IV van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  b) met een overlevingspensioen gedurende een eenmalige periode van maximaal 12 al dan niet opeenvolgende kalendermaanden.
  De onder b) genoemde periode van 12 kalendermaanden wordt verminderd met het aantal maanden waarin:
  - een vergoeding in de zin van artikel 64quinquies van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  - een vergoeding in de zin van artikel 107quater van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
  - een vervangingsinkomen in de zin van artikel 76, 10° van de programmawet van 28 juni 2013,
  gecumuleerd werd met het genot van een overlevingspensioen.
  Worden voor de toepassing van deze bepaling als een pensioen aangemerkt de ouderdoms-, rust-, anciënniteits-, of overlevingspensioenen, en andere als dusdanig geldende voordelen, toegekend:
  a) door of krachtens een Belgische of buitenlandse wet;
  b) door een Belgische of een buitenlandse instelling van sociale zekerheid, een openbaar bestuur, een openbare instelling of een instelling van openbaar nut.".
Art.10. - Dans l'article 14, § 1er, de l'arrêté royal du 12 mai 2014 accordant au membre du personnel contractuel du Service de médiation de l'Energie le droit au congé parental et à l'interruption de carrière pour l'assistance à un membre du ménage ou de la famille gravement malade, l'alinéa 3 est remplacé par trois alinéas, rédigés comme suit :
  " Les allocations d'interruption ne peuvent pas être cumulées avec une pension, hormis :
  a) avec une allocation de transition, conformément au Livre Premier, Titre 1er, Chapitre IIbis, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, Chapitre II de l'arrêté royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants ou Chapitre IV de l'arrêté royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  b) avec une pension de survie pendant une période unique de 12 mois civils consécutifs ou non.
  La période de 12 mois civils visée sous b) est réduite du nombre de mois où :
  - une indemnité au sens de l'article 64quinquies de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  - une indemnité au sens de l'article 107quater de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants;
  - un revenu de remplacement, au sens de l'article 76, 10° de la loi-programme du 28 juin 2013,
  a été cumulé avec le bénéfice d'une pension de survie.
  Pour l'application de cette disposition, sont considérées comme pension, la pension de vieillesse, de retraite, d'ancienneté ou de survie, et tous autres avantages en tenant lieu, accordés :
  a) par ou en vertu d'une loi belge ou étrangère;
  b) par un organisme de sécurité sociale, un pouvoir public ou d'utilité publique, belge ou étranger. ".
Art.11. - Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2015.
Art.11. - Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2015.
Art. 12. - De minister bevoegd voor Werk, de minister bevoegd voor Ontwikkelingssamenwerking, de minister bevoegd voor Begroting, de minister bevoegd voor Justitie, de minister bevoegd voor Ambtenarenzaken en de minister bevoegd voor Belgocontrol en de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. - Le ministre qui a l'Emploi dans ses attributions, le ministre qui a la Coopération au développement dans ses attributions, le ministre qui a le Budget dans ses attributions, le ministre qui a la Justice dans ses attributions, le ministre qui a la Fonction publique dans ses attributions et le ministre qui a Belgocontrol et la Société nationale des chemins de fer belges dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.