Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 MEI 2018. - Koninklijk besluit houdende uitvoering van de wet van 18 juli 2017 betreffende de oprichting van het statuut van nationale solidariteit, de toekenning van een herstelpensioen en de terugbetaling van medische zorg ingevolge daden van terrorisme
Titre
23 MAI 2018. - ArrĂȘtĂ© royal portant exĂ©cution de la loi du 18 juillet 2017 relative Ă  la crĂ©ation du statut de solidaritĂ© nationale, Ă  l'octroi d'une pension de dĂ©dommagement et au remboursement des soins mĂ©dicaux Ă  la suite d'actes de terrorisme
Documentinformatie
Numac: 2018202776
Datum: 2018-05-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018202776
Date: 2018-05-23
Moniteur: Voir
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder "de wet": de wet van 18 juli 2017 betreffende de oprichting van het statuut van nationale solidariteit, de toekenning van een herstelpensioen en de terugbetaling van medische zorg ingevolge daden van terrorisme.
Article 1er. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par " la loi " : la loi du 18 juillet 2017 relative Ă  la crĂ©ation du statut de solidaritĂ© nationale, Ă  l'octroi d'une pension de dĂ©dommagement et au remboursement des soins mĂ©dicaux Ă  la suite d'actes de terrorisme.
Art. 2. Onder voorbehoud van artikel 5 van dit besluit wordt het bewijs van het oorzakelijke verband tussen het schadelijke feit en de kosten van de zorgverlening die worden vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, en § 2, van de wet geleverd met alle middelen van recht.
Art. 2. Sous rĂ©serve de l'article 5 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, la preuve de la relation de causalitĂ© entre le fait dommageable et le coĂ»t des prestations de soins visĂ©es Ă  l'article 10, § 1er, alinĂ©a 1er, et § 2, est fournie par toutes voies de droit.
Art. 3. § 1. Het oorzakelijk verband bedoeld in artikel 2 wordt beoordeeld door de adviserend arts van de Belgische verzekeringsinstelling waarbij het slachtoffer is aangesloten.
  Wanneer de adviserend arts van oordeel is dat een oorzakelijk verband is aangetoond, brengt de verzekeringsinstelling de Directie "Oorlogsslachtoffers" van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering daarvan op de hoogte.
  § 2. De adviserend arts van de verzekeringsinstelling kan bijkomende informatie opvragen bij het slachtoffer.
  Met de uitdrukkelijke toestemming van het slachtoffer kan de adviserend arts bijkomende informatie opvragen bij de Cel Burgerslachtoffers van oorlog en terrorisme van de Federale Pensioendienst.
  § 3. Indien het slachtoffer niet is aangesloten bij een Belgische verzekeringsinstelling, dan worden de in paragrafen 1 en 2 bedoelde bevoegdheden uitgeoefend door de adviserend arts van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.
Art. 3. § 1er. La relation de causalité, telle que visée à l'article 2, est évaluée par le médecin-conseil de l'organisme assureur belge auprÚs duquel la victime est affiliée.
  Lorsque le médecin-conseil estime que la relation de causalité est établie, l'organisme assureur en informe la Direction " Victimes de guerre " de la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité.
  § 2. Le médecin-conseil de l'organisme assureur peut demander des informations complémentaires à la victime.
  Avec l'autorisation expresse de la victime, le médecin-conseil peut demander des informations complémentaires à la Cellule des victimes civiles de guerre et de terrorisme du Service Fédéral des Pensions.
  § 3. Si la victime n'est pas affiliée auprÚs d'un organisme assureur belge, les compétences visées aux paragraphes 1er et 2 sont exercées par le médecin-conseil de la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité.
Art. 4. Als een slachtoffer een beroep moet doen op een niet geconventioneerde zorgverlener of als hem of haar een geneeskundige verstrekking moet worden verleend waarin niet is voorzien in de nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen opgesteld tot uitvoering van titel III van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt de aanvraag tot terugbetaling overeenkomstig artikel 10, §§ 3, derde lid, en 6 van de wet voorgelegd aan de Commissie voor geneeskundige verzorging bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 19 september 1985 tot vaststelling van de wijze waarop de Staat door bemiddeling van het Nationaal Instituut voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers voorziet in de kosteloze verzorging van de oorlogsinvaliden en gelijkgestelden, alsmede van de oorlogswezen.
Art. 4. Si une victime doit recourir Ă  un prestataire de soins non conventionnĂ© ou bĂ©nĂ©ficier d'une prestation de santĂ© non prĂ©vue dans la nomenclature des prestations de santĂ©, Ă©tablie en exĂ©cution du titre III de la loi relative Ă  l'assurance obligatoire soins de santĂ© et indemnitĂ©s, coordonnĂ©e le 14 juillet 1994, la demande de remboursement est, conformĂ©ment Ă  l'article 10, § § 3, alinĂ©a 3, et 6, soumise Ă  la Commission des soins de santĂ©, telle que visĂ©e Ă  l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© royal du 19 septembre 1985 fixant les modalitĂ©s selon lesquelles l'Etat assure la gratuitĂ© des soins aux invalides de guerre et assimilĂ©s, aux orphelins de guerre, Ă  l'intervention de l'Institut national des invalides de guerre, anciens combattants et victimes de guerre.
Art. 5. Voor de kosten van de zorgverlening bedoeld in artikel 10, § 1, van de wet en voor de kosten voor psychologische zorg bedoeld in artikel 10, § 2, van de wet, in de periode van 22 maart 2016 tot en met de datum van bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt het bewijs van het oorzakelijk verband bedoeld in artikel 2 geacht te zijn geleverd.
Art. 5. Pour les coĂ»ts des prestations de soins visĂ©es Ă  l'article 10, § 1er, de la loi et pour les coĂ»ts des soins psychologiques visĂ©s Ă  l'article 10, § 2, de la loi, exposĂ©s au cours de la pĂ©riode du 22 mars 2016 jusqu'Ă  la date de publication du prĂ©sent arrĂȘtĂ© au Moniteur belge, la preuve de la relation de causalitĂ©, telle que visĂ©e Ă  l'article 2, est censĂ©e avoir Ă©tĂ© fournie.
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 22 maart 2016.
Art. 6. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 22 mars 2016.
Art. 7. De minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van di besluit.
Art. 7. Le ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.