Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
1 JUNI 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, wat betreft de invoering van de gecombineerde procedure, en tot opheffing van het koninklijk besluit van 3 augustus 2012 betreffende de regels voor het indienen van de aanvragen en het afleveren van voorlopige arbeidsvergunning in het kader van de aanvraag door een buitenlandse werknemer ter verkrijgen van een "Europese blauwe kaart"
Titre
1 JUIN 2018. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant application de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation de travailleurs étrangers en ce qui concerne l'introduction de la procédure combinée et abrogeant l'Arrêté royal du 3 août 2012 relatif aux modalités d'introduction des demandes et de délivrances des autorisations d'occupation provisoires octroyées dans le cadre de la demande d'obtention par le travailleur étranger d'une " carte bleue européenne "
Documentinformatie
Numac: 2018040177
Datum: 2018-06-01
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018040177
Date: 2018-06-01
Moniteur: Voir
Tekst (26)
Texte (26)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers
Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 28 mei 2009, van 13 maart 2011 en van 17 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
  "4° gewestminister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid;";
  2° in punt 18° wordt de zinsnede "bij artikel 1, 3° " vervangen door de zinsnede "bij artikel 1, 15° ";
  3° in punt 19° worden tussen de woorden "het bestuur" en de woorden "dat belast" de woorden "van de federale overheid" ingevoegd;
  4° er worden een punt 20° tot en met 23° toegevoegd, die luiden als volgt :
  "20° dienst Economische Migratie : de dienst Economische Migratie van het Departement Werk en Sociale Economie van het Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
  21° gecombineerde vergunning : een verblijfstitel die een vermelding bevat over de toegang tot de arbeidsmarkt en die een onderdaan van een derde land in staat stelt om wettelijk op het Belgische grondgebied te verblijven om er te werken;
  22° samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 : het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten;
  23° gecombineerde procedure : de procedure, vermeld in hoofdstuk IV van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018.".
Article 1er. A l'article 1er de l'arrêté royal du 9 juin 1999 relatif à l'occupation des travailleurs étrangers, modifié par les arrêtés royaux des 28 mai 2009, 13 mars 2011 et 17 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° ministre régional : le ministre flamand ayant la politique de l'emploi dans ses attributions ;
  2° au point 18°, le membre de phrase " à l'article 1er, 3° " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 1er, 15° " ;
  3° au point 19°, les mots " de l'autorité fédérale " sont insérés entre les mots " l'administration " et les mots " en charge " ;
  4° il est ajouté des points 20° à 23° inclus, libellés comme suit :
  " 20° service de Migration économique : le service de Migration économique du département Environnement et Economie sociale du Ministère flamand du Travail et de l'Economie sociale, visé à l'article 25, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'administration flamande ;
  21° permis combiné : un permis de séjour contenant une indication d'accès au marché du travail et permettant à un ressortissant d'un pays tiers de résider légalement sur le territoire belge afin d'y travailler ;
  22° accord de coopération du 2 février 2018 : l'accord de coopération du 2 février 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone en ce qui concerne la coordination entre la politique d'admission au travail et la politique en matière de permis de séjour et en ce qui concerne les normes relatives à l'occupation et au séjour de travailleurs étrangers ;
  23° procédure combinée : la procédure visée au chapitre IV de l'accord de coopération du 2 février 2018 ".
Art. 2. In artikel 2 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 28 mei 2009, van 13 maart 2011 en van 17 juli 2012, en de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 december 2014 en van 26 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt punt 34° opgeheven;
  2° in het derde en zevende lid wordt het woord "Minister" vervangen door het woord "gewestminister".
Art. 2. Dans l'article 2 du même arrêté royal, modifié par les arrêtés royaux des 28 mai 2009, 13 mars 2011 et 17 juillet 2012, les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 décembre 2014 et 26 juin 2015, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 1er, le point 34° est abrogé ;
  2° aux troisième et septième alinéas, le mot " Ministre " est remplacé par le mot " ministre régional ".
Art. 3. In artikel 5 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 juli 2012 en het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015, wordt de zinsnede ", bij artikel 2, eerste lid, 34° " opgeheven.
Art. 3. Dans l'article 5 du même arrêté royal, tel que modifié par l'arrêté royal du 17 juillet 2012 et par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 juin 2015, le membre de phrase " à l'article 2, alinéa 1er, 34° " est supprimé.
Art. 4. In artikel 9 van hetzelfde koninklijk besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt punt 4° opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  "4° het hoogopgeleide personeel, vermeld in afdeling 1bis;";
  2° het vijfde lid wordt opgeheven.
Art. 4. Les modifications suivantes sont apportées à l'article 9 du même arrêté royal, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 juin 2015 :
  1° à l'alinéa 1er, le point 4° est rétabli dans la rédaction suivante :
  " 4° le personnel hautement qualifié visé à la section 1bis " ;
  2° le cinquième alinéa est supprimé.
Art. 5. Aan artikel 14 van hetzelfde koninklijk besluit wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Voor de toepassing van hoofdstuk IV van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 wordt het geneeskundig getuigschrift, vermeld in artikel 61/25-2, § 1, tweede lid, 5°, van de wet van 15 december 1980, gelijkgesteld met een geneeskundig getuigschrift als vermeld in het eerste tot en met het vierde lid.".
Art. 5. A l'article 14 du même arrêté royal est ajouté un cinquième alinéa, libellé comme suit :
  " Aux fins de l'application du chapitre IV de l'accord de coopération du 2 février 2018, le certificat médical visé à l'article 61/25-2, § 1er, deuxième alinéa, 5° de la loi du 15 décembre 1980 est assimilé à un certificat médical visé aux alinéas 1 à 4 inclus ".
Art. 6. In artikel 15, 2°, van hetzelfde koninklijk besluit wordt de zinsnede "bedoeld in artikel 9, 9° en 10° " vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel 9, eerste lid, 4°, 9°, 10° en 20° ".
Art. 6. A l'article 15, 2°, du même arrêté royal, le membre de phrase " visées à l'article 9, 9° et 10° " est remplacé par le membre de phrase " telles que mentionnées à l'article 9 alinéa premier, 4°, 9°, 10° et 20° ".
Art. 7. In hoofdstuk IV van hetzelfde koninklijk besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015, wordt het opschrift van afdeling 1bis vervangen door wat volgt :
  "Afdeling 1bis. De toelating tot arbeid in het kader van de Europese blauwe kaart".
Art. 7. Au chapitre IV du même arrêté royal, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 juin 2015, l'intitulé de la section 1bis est remplacé par ce qui suit :
  " Section 1bis. Admission à l'emploi dans le cadre de la carte bleue européenne ".
Art. 8. Artikel 15/1 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 juli 2012 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 december 2013 en het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 15/1. § 1. Deze afdeling voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2009/50/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan.
  § 2. De toelating tot arbeid in het kader van de Europese blauwe kaart wordt toegekend als aan al de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de werkgever heeft met de buitenlandse werknemer een arbeidsovereenkomst gesloten van onbepaalde duur of voor minstens één jaar;
  2° de buitenlandse werknemer krijgt een bruto jaarloon van 49.995 euro of meer, berekend en aangepast conform artikel 37/1;
  3° de werknemer toont hogere beroepskwalificaties aan en is in het bezit van een diploma, uitgereikt door een onderwijsinstituut dat erkend is als hogere onderwijsinstelling door de Staat waarin het instituut is gevestigd.
  In het eerste lid wordt verstaan onder diploma van het hoger onderwijs : alle diploma's, getuigschriften of andere opleidingstitels die uitgereikt zijn door een overheid, waarbij het succesvol beëindigen van een postsecundair programma voor hogere studies wordt aangetoond. Dat is een geheel van lessen, verstrekt door een onderwijsinstituut dat erkend is als hoger onderwijsinstelling door de staat waarin het instituut is gevestigd, op voorwaarde dat de studies die nodig zijn om het diploma van hoger onderwijs te behalen, minstens drie jaar hebben geduurd.
  § 3. In afwijking van paragraaf 2 kan de bevoegde overheid in de volgende gevallen een vraag afwijzen :
  1° om een ethische rekrutering te verzekeren in de sectoren met een tekort aan gekwalificeerde werknemers in het land van oorsprong;
  2° als de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber eerder gesanctioneerd werd omdat hij zich niet schikte naar de bepalingen tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling of omdat hij werknemers heeft tewerkgesteld die geen toelating tot verblijf en tewerkstelling hadden.".
Art. 8. L'article 15/1 bis du même arrêté royal, inséré par l'arrêté royal du 17 juillet 2012 et modifié par l'arrêté royal du 26 décembre 2013 et l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2014, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 15/1. § 1er. Cette section prévoit la conversion partielle de la directive 2009/50/CE du Conseil du 25 mai 2009 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'un emploi hautement qualifié.
  § 2. L'admission à l'emploi au titre de la carte bleue européenne sera accordée si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° l'employeur doit avoir conclu avec le travailleur étranger un contrat de travail à durée indéterminée ou d'une durée égale ou supérieure à un an ;
  2° le salarié étranger perçoit un salaire annuel brut de 49 995 euros ou plus, calculé et ajusté conformément à l'article 37/1 ;
  3° le travailleur doit attester de qualifications professionnelles élevées en étant titulaire d'un diplôme délivré par un institut d'enseignement reconnu comme établissement d'enseignement supérieur par l'Etat dans lequel il est établi.
  Dans l'alinéa premier, on entend par diplôme d'enseignement supérieur : tous les diplômes, certificats ou autres titres délivrés par un gouvernement, dans lesquels la réussite d'un programme d'enseignement supérieur de niveau post-secondaire est démontrée. Il s'agit d'un ensemble de leçons dispensées par un établissement d'enseignement reconnu comme établissement d'enseignement supérieur par l'Etat dans lequel il est établi, à condition que les études nécessaires à l'obtention du diplôme de l'enseignement supérieur aient duré au moins trois ans.
  § 3. Par dérogation au paragraphe 2, l'autorité compétente peut, dans les cas suivants rejeter une question :
  1° assurer un recrutement éthique dans les secteurs où il y a pénurie de travailleurs qualifiés dans le pays d'origine ;
  2° si l'employeur, son préposé ou son mandataire a été précédemment sanctionné parce qu'il ne s'est pas conformé aux dispositions introduisant une déclaration immédiate d'emploi ou parce qu'il a occupé des employés qui n'avaient pas accès à la résidence et à l'emploi ".
Art. 9. Artikel 15/2 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 juli 2012, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 15/2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, 4°, kan de Vlaamse Regering de gevallen bepalen waarin een onderzoek van de arbeidsmarkt noodzakelijk is.".
Art. 9. L'article 15/2 du même arrêté royal, inséré par l'arrêté royal du 17 juillet 2012, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 15/2. Par dérogation à l'article 9, alinéa premier, 4°, le Gouvernement flamand peut déterminer les cas dans lesquels un examen du marché du travail est nécessaire ".
Art. 10. Artikel 15/3 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 juli 2012, wordt opgeheven.
Art. 10. L'article 15/3 du même arrêté royal, modifié par l'arrêté royal du 17 juillet 2012, est abrogé.
Art. 11. In artikel 15/4 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin worden de woorden "door een voorlopige arbeidsvergunning of" opgeheven;
  2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
  "2° veronderstelt elke wijziging van werkgever, alsook elke betekenisvolle wijziging van de arbeidsvoorwaarden, vermeld in artikel 15/1, § 2, die gevolgen heeft voor de geldigheid van de Europese blauwe kaart, een nieuwe aanvraag van toelating tot arbeid die deel uitmaakt van een procedure om de Europese blauwe kaart te verkrijgen;";
  3° in punt 3° worden de woorden "de toekenning door de bevoegde overheid van een nieuwe voorlopige arbeidsvergunning aan de werkgever" vervangen door de woorden "een nieuwe aanvraag van toelating tot arbeid die deel uitmaakt van een procedure om de Europese blauwe kaart te verkrijgen".
Art. 11. Dans l'article 15/4 du même arrêté royal, inséré par l'arrêté royal du 17 juillet 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase introductive, le membre de phrase " par une autorisation provisoire d'occupation ou " est abrogé ;
  2° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° tout changement d'employeur ainsi que tout changement significatif des conditions de travail visées à l'article 15/1, § 2, qui a un impact sur la validité de la carte bleue européenne, présuppose une nouvelle demande d'admission à l'emploi qui fait partie d'une procédure d'obtention de la carte bleue européenne " ;
  3° au point 3°, les mots " l'octroi par l'autorité compétente d'une nouvelle autorisation provisoire d'occupation à l'employeur " sont remplacés par les mots " une nouvelle demande d'admission au travail dans le cadre d'une procédure d'obtention de la carte bleue européenne ".
Art. 12. In hoofdstuk IV van hetzelfde koninklijk besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015, wordt afdeling 3, die bestaat uit artikel 17 en 18, vervangen door wat volgt :
  "Afdeling 3. Procedure voor de toelating tot arbeid die deel uitmaakt van een procedure om de gecombineerde vergunning, de Europese blauwe kaart of een andere verblijfstitel te verkrijgen met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen.
  Art. 17. Deze afdeling voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven.
  Art. 17/1. § 1. De bepalingen van hoofdstuk IV van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 gelden met behoud van de toepassing van :
  1° hoofdstuk II en III, hoofdstuk IV, afdeling 1, 1bis en 2, hoofdstuk V, hoofdstuk VI, afdeling 1 en 3, hoofdstuk VII, met uitzondering van artikel 31, tweede lid, en hoofdstuk VIII tot en met XI van dit besluit;
  2° het koninklijk besluit van 7 oktober 2009 houdende bijzondere bepalingen met betrekking tot de tewerkstelling van sommige categorieën van buitenlandse werknemers.
  § 2. De bepalingen van hoofdstuk IV van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 zijn niet van toepassing op aanvragen op basis van artikel 2, eerste lid, 14°, van dit besluit.
  Art. 18. Voor de tewerkstelling van een werknemer, onderdaan van een derde land, vraagt de werkgever conform de bepalingen van deze afdeling een toelating tot arbeid aan bij de dienst Economische Migratie. De werkgever treedt daarbij op als vertegenwoordiger van de werknemer. De ondertekening van de arbeidsovereenkomst door de werknemer geldt als aanwijzing door de werknemer van de werkgever als zijn vertegenwoordiger.
  De aanvraag wordt ingediend met een formulier waarvoor de dienst Economische Migratie een model ter beschikking stelt. Dat aanvraagformulier vermeldt :
  1° de persoonlijke gegevens en het e-mailadres van de werkgever of diens mandataris en van de diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor het verblijfsadres van de onderdaan van een derde land als die in het buitenland verblijft op het ogenblik waarop de werkgever de aanvraag indient;
  2° de persoonlijke gegevens van de werknemer;
  3° de gegevens en de details aangaande de tewerkstelling van de werknemer in het Vlaamse Gewest.
  De werkgever vult de aanvraag naar behoren in, en ondertekent het gedateerde formulier.
  De ondertekening kan verricht worden via elke elektronische weg die aan de voorwaarden van artikel 1322, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek voldoet.
  Art. 18/1. De aanvraag door tussenkomst van de werkgever wordt ingediend door een natuurlijke persoon die daarvoor over de vereiste rechtsbekwaamheid beschikt. Dat kan de werkgever zelf zijn, of een natuurlijke persoon die op regelmatige wijze in België verblijft en die in naam en voor rekening van de werkgever handelt. Als de werkgever in het buitenland gevestigd is, kan alleen de natuurlijke persoon voor hem optreden.
  Art. 18/2. De werkgever of, in voorkomend geval, de werknemer, voegt de documenten, vermeld in artikel 61/25-2, § 1, tweede lid, van de wet van 15 december 1980, bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, van dit besluit.
  Art. 18/3. De werkgever voegt naast de documenten, vermeld in artikel 18/2, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid :
  1° een fotokopie van zijn identiteitsbewijs of dat van zijn volmachthouder;
  2° een fotokopie van de persoonsgegevens van het geldige paspoort van de werknemer en, als de betrokkene in België verblijft, een fotokopie van het document dat zijn verblijf dekt;
  3° in geval van detachering, een kopie van het document, afgeleverd door de buitenlandse instelling, dat verklaart dat de socialezekerheidswetgeving van dat land van toepassing blijft tijdens de tewerkstelling op het Belgische grondgebied, of, als een internationale overeenkomst daarover ontbreekt, een verklaring van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid dat de voorwaarden om onderworpen te zijn aan het Belgische stelsel voor werknemers, niet vervuld zijn.
  In geval van hernieuwing worden de volgende stukken bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, gevoegd :
  1° een fotokopie van de loonfiches of loonafrekeningen voor de volledige periode van de toelating tot arbeid die verstrijkt;
  2° een fotokopie van de individuele rekening na een volledig kalenderjaar waarin de betrokkene heeft gewerkt;
  3° als de aanvraag een detachering betreft binnen het toepassingsgebied van Hoofdstuk 8 van Titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006, het bewijs van inschrijving in het Limosakadaster.
  Art. 18/4. Voor stagiairs als vermeld in artikel 9, eerste lid, 5°, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid :
  1° een fotokopie van de naar behoren ingevulde stageovereenkomst, vermeld in artikel 22, 3°, gedagtekend en ondertekend door beide partijen;
  2° als de stage wordt betaald met een beurs, het bewijs van de toekenning van die beurs aan de betrokkene;
  3° het opleidingsprogramma, vermeld in artikel 22, 4° ;
  4° een fotokopie van het diploma of getuigschrift van de studie in het verlengde waarvan de stage plaatsvindt, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan;
  5° het curriculum vitae van de stagiair;
  6° de verbintenis, ondertekend door de stagiair, om tijdens de stageperiode geen andere betrekking in België te bekleden dan die waarvoor de toelating wordt verleend.
  Art. 18/5. Voor hooggeschoold personeel of personen die een leidinggevende functie bekleden als vermeld in artikel 9, eerste lid, 6° en 7°, van dit besluit, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, van dit besluit :
  1° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst conform titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen, of, in geval van detachering, een fotokopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en zijn werkgever die in het buitenland is gevestigd, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan;
  2° in geval van detachering een attest, ondertekend door de werkgever, waarin hij de duur van de detachering bepaalt, alsook de arbeids- en loonvoorwaarden tijdens de duur van de detachering;
  3° voor hooggeschoold personeel een fotokopie van de diploma's van het hoger onderwijs die de betrokkene heeft behaald, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan.
  Art. 18/6. Voor navorsers of gasthoogleraren als vermeld in artikel 9, eerste lid, 8°, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid :
  1° voor de navorsers het voltijdse programma van wetenschappelijk onderzoek, met vermelding van de begin- en einddatum, alsook van de bezoldiging of de subsidie die ten minste overeenstemt met het barema van assistent van de universiteiten, instellingen van hoger onderwijs of erkende wetenschappelijke instellingen;
  2° voor een gesubsidieerde navorser het bewijs van de toekenning van de subsidie;
  3° een fotokopie van het universitaire diploma van de betrokkene, namelijk het bewijs dat hij houder is van een doctoraat op proefschrift of van een academische titel die als gelijkwaardig wordt beoordeeld, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan;
  4° voor een gasthoogleraar, tenzij het bewijs wordt geleverd dat zijn uitzendende instelling hem gedurende zijn verblijf verder bezoldigt, het bewijs dat hem een bezoldiging wordt toegekend die overeenstemt met het barema van het onderwijspersoneel in de universiteit of in de instelling van hoger onderwijs.
  Art. 18/7. Voor gespecialiseerde technici als vermeld in artikel 9, eerste lid, 9°, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid :
  1° een fotokopie van de leveringsovereenkomst waaruit blijkt dat de installatie die de gespecialiseerde technicus komt monteren, die hij in gang komt zetten of die hij komt herstellen, vervaardigd of geleverd is door zijn werkgever die in het buitenland gevestigd is;
  2° een nota met vermelding van de sector en het activiteitengebied van de werkgever die in het buitenland gevestigd is en die zijn werknemer detacheert;
  3° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst tussen de technicus en zijn werkgever die in het buitenland gevestigd is, waarbij een fotokopie gevoegd is van de dienstopdracht of de opdrachtbrief, ondertekend door de werkgever, met een beschrijving van de duur van de detachering, alsook van de arbeids- en loonvoorwaarden voor de duur van de detachering, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan.
  Art. 18/8. Voor werknemers als vermeld in artikel 9, eerste lid, 10°, die gedetacheerd worden om een opleiding te volgen gedurende hoogstens zes maanden in de nasleep van een met een Belgische onderneming gesloten verkoopcontract, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid :
  1° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever die in het buitenland gevestigd is, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan;
  2° een fotokopie van de opleidingsovereenkomst die bij het verkoopcontract gevoegd is, met bepaling van de duur van de opleiding, alsook van de arbeids- en loonvoorwaarden tijdens de opleiding;
  3° een fotokopie van het verkoopcontract tussen de Belgische onderneming en de werkgever die in het buitenland gevestigd is.
  Art. 18/9. Voor beroepssportlui of trainers als vermeld in artikel 9, eerste lid, 11°, van dit besluit, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, van dit besluit :
  1° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst van betaalde sportbeoefenaar conform artikel 2 tot en met 9 van de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars, gedagtekend en ondertekend door beide partijen;
  2° een verklaring op erewoord, waarbij de werkgever zich ertoe verbindt het bedrag van de bezoldiging, vermeld in artikel 9, eerste lid, 11°, van dit besluit, te eerbiedigen.
  Art. 18/10. Voor werknemers die een verantwoordelijkheidsfunctie uitoefenen in een buitenlandse luchtvaartmaatschappij met een uitbatingszetel in België of in een toeristische dienst van hun land als vermeld in artikel 9, eerste lid, 12° en 13°, van dit besluit, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, van dit besluit :
  1° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst conform titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen, of, in geval van detachering, een fotokopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en zijn werkgever die in het buitenland gevestigd is, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan;
  2° in geval van detachering een attest, ondertekend door de werkgever, waarin hij de duur van de detachering bepaalt, alsook de arbeids- en loonvoorwaarden tijdens de detachering.
  Art. 18/11. Voor schouwspelartiesten als vermeld in artikel 9, eerste lid, 15°, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid :
  1° een fotokopie van de naar behoren ingevulde arbeidsovereenkomst voor schouwspelartiest met de vermeldingen en bepalingen, opgenomen in bijlage II, die bij dit besluit is gevoegd, gedagtekend en ondertekend door beide partijen;
  2° een brief met uitleg van de werkgever over de aard van de artistieke activiteiten in het kader van de toegang tot arbeid.
  Art. 18/12. Voor werknemers die worden gedetacheerd om een opleiding te volgen in een Belgische zetel van de multinationale groep waartoe hun onderneming behoort als vermeld in artikel 9, eerste lid, 18° en 19°, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid :
  1° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever die in het buitenland gevestigd is, in voorkomend geval met een vertaalde versie ervan;
  2° het bewijs dat de Belgische zetel waar de opleiding plaatsvindt, deel uitmaakt van de multinationale groep waartoe de onderneming van de werknemer behoort;
  3° een fotokopie van de opleidingsovereenkomst, met vermelding van de duur van de opleiding, alsook van de arbeids- en loonvoorwaarden tijdens de opleiding.
  Art. 18/13. Voor werknemers als vermeld in artikel 9, eerste lid, 20°, van dit besluit, die het statuut van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie hebben, en voor wie de toegang tot arbeid een beroep betreft waarvoor de bevoegde overheid erkend heeft dat er een tekort aan arbeidskrachten is, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, van dit besluit :
  1° bij een eerste aanvraag de fotokopie van de verblijfskaart van langdurig ingezeten onderdaan die de betrokkene verkregen heeft in een andere lidstaat van de Europese Unie, waarin de passende vermelding "langdurig ingezetene-EG" uitdrukkelijk is opgenomen;
  2° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst conform titel I tot III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen.
  Art. 18/14. Voor werknemers als vermeld in artikel 9, eerste lid, 4°, van dit besluit, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, van dit besluit :
  1° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst conform titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen;
  2° een fotokopie van het diploma van de werknemer, dat bevestigt dat hij geslaagd is voor een postsecundaire cyclus van minstens drie jaar hogere studies aan een instituut dat erkend is als instelling voor hoger onderwijs door de staat waarin het instituut is gevestigd als vermeld in artikel 15/1, § 2, van dit besluit. Het diploma is naar het Frans of Nederlands vertaald, en het afschrift is door de bevoegde diplomatieke of consulaire post gelegaliseerd.
  Art. 18/15. Voor de werknemers, vermeld in artikel 2, eerste lid, 6°, voegt de werkgever bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, het bewijs dat het om een erkende eredienst gaat, en dat de betrokkene bedienaar van de eredienst is. Het bewijs wordt geleverd met een afschrift van de aanstellingsakte van de FOD Justitie of van een bewijs van aanstelling door de Belgische verantwoordelijke van de erkende eredienst. De duur van de opdracht en de bestaansmiddelen worden vermeld.
  Art. 18/16. Voor het personeel dat de graven van buitenlandse militairen onderhoudt, vermeld in artikel 2, eerste lid, 7°, van dit besluit, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, van dit besluit :
  1° elk document dat aantoont dat de werknemer wordt tewerkgesteld door een officiële instantie die belast is met het onderhoud van militaire begraafplaatsen, om het onderhoud van de graven van buitenlandse militairen te verzekeren;
  2° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst conform titel I tot III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen.
  Art. 18/17. Voor de zeelieden, vermeld in artikel 2, eerste lid, 8°, van dit besluit, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, van dit besluit :
  1° het bewijs van inschrijving op de Poollijst;
  2° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst aan boord van zeeschepen, conform artikel 29 tot en met 39 van de wet van 3 juni 2007 houdende diverse arbeidsbepalingen, gedagtekend en ondertekend door de zeeman en de werkgever, de reder, zijn gemachtigde of de kapitein.
  Art. 18/18. Voor de journalisten die in België verblijven en die uitsluitend verbonden zijn aan dagbladen die in het buitenland uitgegeven worden of aan persagentschappen, radio- of televisiestations die in het buitenland gevestigd zijn, vermeld in artikel 2, eerste lid, 15°, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, een afschrift van de voorlopige of definitieve perskaart van de journalist, afgeleverd door de bevoegde Belgische diensten.
  Art. 18/19. Voor werknemers als vermeld in artikel 2, eerste lid, 20°, van dit besluit, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in de artikel 18/2 en 18/3 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, van dit besluit :
  1° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst, conform titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen;
  2° een afschrift van het internationale akkoord ter uitvoering waarvan de tewerkstelling plaatsvindt;
  3° het bewijs dat het internationale akkoord ter uitvoering waarvan de tewerkstelling plaatsvindt, bekrachtigd is door een gewestelijke of gemeenschapsoverheid in het kader van haar respectieve bevoegdheden.
  Art. 18/20. Voor de stagiairs, vermeld in artikel 2, eerste lid, 21°, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid :
  1° een fotokopie van de stageovereenkomst, gedagtekend en ondertekend door beide partijen, met vermelding van de duur van de stage en de hoogte van de vergoeding;
  2° bij een stagiair die tewerkgesteld wordt in het kader van een programma dat goedgekeurd is door een internationale instelling van publiek recht die in België gevestigd is en waarvan het statuut geregeld wordt door een in werking getreden verdrag, het bewijs van goedkeuring van het programma door de internationale instelling;
  3° bij een wederkerig uitwisselingsprogramma het bewijs van de wederkerigheid.
  Art. 18/21. Voor de postdoctorale onderdanen van een derde land, vermeld in artikel 2, eerste lid, 25°, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid :
  1° het bewijs dat de postdoctorandus houder is van een doctorsgraad of over uitzonderlijke wetenschappelijke kwaliteiten beschikt die geattesteerd zijn door de gastuniversiteit;
  2° het bewijs dat de postdoctorandus een tegemoetkoming voor wetenschappelijk onderzoek krijgt, met vermelding van het bedrag van de tegemoetkoming;
  3° het bewijs dat de postdoctorandus fundamenteel wetenschappelijk onderzoek volbrengt in de gastuniversiteit, met vermelding van de duur van het onderzoek.
  Art. 18/22. Voor de onderzoekers, vermeld in artikel 2, eerste lid, 26°, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, een fotokopie van de gastovereenkomst tussen de onderzoeker en de erkende onderzoeksinstelling, gedagtekend en ondertekend door beide partijen.
  Art. 18/23. Voor de kaderleden en het leidinggevende personeel, vermeld in artikel 2, eerste lid, 33°, van dit besluit, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld artikel 18, tweede lid :
  1° een fotokopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de Belgische hoofdzetel, conform titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen, met vermelding van de jaarlijkse bezoldiging;
  2° een attest van een bedrijfsrevisor, opgenomen in de lijst van het Belgisch Instituut van de Bedrijfsrevisoren, dat bevestigt dat de werkgever voldoet aan de wettelijke voorwaarden om als hoofdkwartier te worden aangewezen.
  Art. 18/24. Voor alle andere werknemers dan de werknemers, vermeld in artikel 18/4 tot en met 18/23, of artikel 18/25 en 18/26, voegt de werkgever naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, bij het formulier, vermeld in artikel 18, tweede lid, een fotokopie van de naar behoren ingevulde arbeidsovereenkomst met de vermeldingen en bepalingen, opgenomen in bijlage I, die dit besluit is gevoegd, gedagtekend en ondertekend door beide partijen.
  Art. 18/25. § 1. Voor de tewerkstelling, vermeld in artikel 16, vraagt de werknemer, onderdaan van een derde land, bij de dienst Economische Migratie toelating tot arbeid voor onbepaalde tijd en voor alle beroepen die in loondienst uitgeoefend worden, conform de bepalingen van deze afdeling.
  De aanvraag wordt ingediend met een formulier waarvoor de dienst Economische Migratie een model ter beschikking stelt. Dat aanvraagformulier vermeldt :
  1° de persoonlijke gegevens van de werknemer;
  2° de gegevens aangaande de voorgaande perioden van tewerkstelling in België.
  De onderdaan van een derde land vult de aanvraag naar behoren in en ondertekent het gedateerde formulier.
  De ondertekening kan verricht worden via elke elektronische weg die aan de voorwaarden van artikel 1322, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek voldoet.
  § 2. De werknemer voegt naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in paragraaf 1 :
  1° een fotokopie van al zijn voorgaande arbeidskaarten B als vermeld in artikel 3, 2°, van dit besluit, of van zijn verblijfstitels met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen;
  2° een fotokopie van de loonfiches of loonafrekeningen voor de volledige periode van de recentste toelating tot arbeid;
  3° een fotokopie van de lopende arbeidsovereenkomst of, bij het ontbreken daarvan, om het even welk ander document, aan de hand waarvan de onderdaan van een derde land aantoont dat hij over voldoende bestaansmiddelen beschikt, overeenkomstig artikel 61/25-6, § 1, 2°, van de wet van 15 december 1980.
  Art. 18/26. § 1. Voor zijn tewerkstelling vraagt de buitenlandse onderdaan die het statuut van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie heeft verkregen, vermeld in artikel 2, eerste lid, 35°, een toelating tot arbeid in de vorm van een vrijstelling bij de dienst Economische Migratie, conform de bepalingen van afdeling 3 van hoofdstuk IV van dit besluit.
  De aanvraag wordt ingediend met een formulier waarvoor de dienst Economische Migratie een model ter beschikking stelt. Dat aanvraagformulier vermeldt :
  1° de persoonlijke gegevens van de werknemer;
  2° de gegevens aangaande de voorgaande perioden van tewerkstelling in België.
  De onderdaan van een derde land vult de aanvraag naar behoren in en ondertekent het gedateerde formulier.
  De ondertekening kan verricht worden via elke elektronische weg die aan de voorwaarden van artikel 1322, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek voldoet.
  § 2. De werknemer voegt naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 van dit besluit, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in paragraaf 1 :
  1° een fotokopie van al zijn voorgaande arbeidskaarten B, vermeld in artikel 3, 2°, van dit besluit, of van zijn verblijfstitels met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen;
  2° een fotokopie van de loonfiches of loonafrekeningen voor de volledige periode van de recentste toelating tot arbeid;
  3° een fotokopie van een lopende arbeidsovereenkomst of, bij het ontbreken daarvan, om het even welk ander document, aan de hand waarvan de onderdaan van een derde land aantoont dat hij over voldoende bestaansmiddelen beschikt, overeenkomstig artikel 61/25-6, § 1, 2°, van de wet van 15 december 1980.
  Art. 18/27. De dienst Economische Migratie beslist binnen tien dagen vanaf de ontvangst van de aanvraag, vermeld in artikel 18, 18/25 of 18/26, of de aanvraag volledig is, en stelt de aanvrager in kennis van het volledige karakter van de aanvraag.
  Een onvolledige aanvraag kan aangevuld worden overeenkomstig artikel 19, § 2, van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018.
  De werkgever of de werknemer, vermeld in artikel 18/25 of 18/26, wordt met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de beslissing van onontvankelijkheid.
  Art. 18/28. § 1. De beslissing om de toegang tot arbeid te weigeren, wordt door de dienst Economische Migratie met een aangetekende brief betekend aan de werkgever en aan de werknemer die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 9 van de wet. De beslissing wordt aan de werknemer betekend op de woonplaats, vastgesteld conform artikel 61/25-4 van de wet van 15 december 1980.
  De beslissing vermeldt de mogelijkheid van beroep, vermeld in artikel 9 van de wet, de bevoegde instanties die er kennis van nemen, alsook de te eerbiedigen vormvereisten en termijnen.
  § 2. Zolang het beroep bij de gewestminister hangende is, wordt elke aanvraag die na het beroep wordt ingesteld met toepassing van de volgende bepalingen, niet ontvankelijk verklaard :
  1° artikel 18 : het betreft een arbeidsbetrekking voor dezelfde werknemer en het beroep dat bij de gewestminister hangende is, betreft een aanvraag die ingediend is conform artikel 18;
  2° artikel 18/25 : de aanvraag is ingediend door dezelfde werknemer en het beroep dat bij de gewestminister hangende is, betreft een aanvraag die ingediend is conform artikel 18/25;
  3° artikel 18/26 : de aanvraag is ingediend door dezelfde werknemer en het beroep dat bij de gewestminister hangende is, betreft een aanvraag die ingediend is conform artikel 18/26.
  § 3. De beslissing van de gewestminister in beroep om de toegang tot arbeid te weigeren, wordt door de dienst Economische Migratie met een aangetekende brief betekend aan de beroepsindiener.
  De beslissing vermeldt de mogelijkheid van beroep, de bevoegde instanties die er kennis van nemen, alsook de te eerbiedigen vormvereisten en termijnen.
  Art. 18/29. Uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van de geldigheid dient de werkgever de aanvraag tot hernieuwing of wijziging van de toelating tot arbeid in bij de dienst Economische Migratie, conform artikel 18 tot en met 18/3, en, naargelang het geval, artikel 18/4 tot en met 18/24.
  In afwijking van het eerste lid worden de documenten, vermeld in artikel 18/4 tot en met 18/24, die ongewijzigd zijn gebleven sinds ze bezorgd zijn aan de dienst Economische Migratie, niet bij de aanvraag tot hernieuwing gevoegd.".
Art. 12. Au chapitre IV du même arrêté royal, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 juin 2015, la section 3, comprenant les articles 17 et 18 est remplacée par ce qui suit :
  " Section 3. Procédure d'admission à l'emploi dans le cadre d'une procédure d'obtention du permis combiné, de la carte bleue européenne ou d'un autre permis de séjour aux fins de travail pour une période de plus de 90 jours.
  Art. 17. Cette section prévoit la transposition partielle de la directive 2011/98/UE du Parlement européen et du Conseil du 13 décembre 2011 établissant une procédure de demande unique en vue de la délivrance d'un permis combiné autorisant les ressortissants de pays tiers à résider et à travailler sur le territoire d'un Etat membre et établissant un socle commun de droits pour les travailleurs issus de pays tiers résidant légalement dans un Etat membre.
  Art. 17/1. § 1er. Les dispositions du chapitre IV de l'accord de coopération du 2 février 2018 s'appliquent sans préjudice de l'application :
  1° des chapitres II et III, du chapitre IV, section 1ère, 1bis et 2, du chapitre V, du chapitre VI, sections 1 et 3, du chapitre VII, à l'exception de l'article 31, deuxième alinéa, et des chapitres VIII à XI du présent arrêté ;
  2° de l'arrêté royal du 7 octobre 2009 portant des dispositions particulières relatives à l'occupation de certaines catégories de travailleurs étrangers.
  § 2. Les dispositions du chapitre IV de l'accord de coopération du 2 février 2018 ne s'appliquent pas aux demandes fondées sur l'article 2, alinéa premier, 14° du présent arrêté.
  Art. 18. Pour l'emploi d'un travailleur ressortissant d'un pays tiers, l'employeur demande au service de Migration Economique l'admission au travail conformément aux dispositions de la présente section. L'employeur agit à titre de représentant de l'employé. La signature du contrat de travail par l'employé est considérée comme une instruction de l'employé de l'employeur en tant que son représentant.
  La demande doit être soumise en utilisant le formulaire pour lequel un modèle est disponible auprès du service de Migration Economique. Ce formulaire de demande précise :
  1° les données personnelles et l'adresse électronique de l'employeur ou de son mandataire et de la représentation diplomatique ou consulaire compétente pour l'adresse de résidence du ressortissant d'un pays tiers s'il réside à l'étranger au moment où l'employeur présente la demande ;
  2° les données personnelles du travailleur ;
  3° les données et détails concernant l'occupation du salarié en Région flamande.
  L'employeur doit dûment remplir la demande et signer le formulaire daté.
  La signature peut être effectuée par tout moyen électronique répondant aux conditions de l'article 1322, alinéa 2 du Code civil.
  " Art. 18/1. La demande par l'intermédiaire de l'employeur est présentée par une personne physique ayant la capacité juridique requise. Il peut s'agir de l'employeur lui-même ou d'une personne physique résidant régulièrement en Belgique et agissant au nom et pour le compte de l'employeur. Si l'employeur est établi à l'étranger, seule la personne physique peut agir en son nom.
  Art. 18/2. L'employeur ou, le cas échéant, le travailleur doit joindre les documents visés à l'article 61/25-2, § 1er, deuxième alinéa, de la loi du 15 décembre 1980, au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa, du présent arrêté.
  Art. 18/3. Outre les documents visés à l'article 18/2, l'employeur joint les documents suivants au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa :
  1° une photocopie de sa pièce d'identité ou de celle de son mandataire ;
  2° une photocopie des données personnelles du passeport en cours de validité du salarié et, si la personne concernée réside en Belgique, une photocopie du document couvrant son domicile ;
  3° en cas de détachement, une copie du document délivré par l'institution étrangère attestant que la législation de sécurité sociale de ce pays reste applicable pendant l'occupation sur le territoire belge ou, en l'absence d'un accord international à cet effet, une déclaration de l'Office national de sécurité sociale selon laquelle les conditions pour être soumis au régime belge des travailleurs salariés ne sont pas remplies.
  En cas de renouvellement, les documents suivants sont joints au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa :
  1° une photocopie des fiches de paie ou décomptes de paie pour toute la période d'admission à l'emploi qui expire ;
  2° une photocopie du compte individuel après une année civile complète au cours de laquelle la personne concernée a travaillé ;
  3° si la demande concerne un détachement dans le cadre du chapitre 8 du titre IV de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, le certificat d'inscription au cadastre Limosa.
  Art. 18/4. Pour les stagiaires visés à l'article 9, alinéa premier, 5°, en plus des documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa :
  1° une photocopie de la convention de stage dûment complétée, visée à l'article 22, 3°, datée et signée par les deux parties ;
  2° si le stage est rémunéré au moyen d'une bourse, la preuve de l'attribution de cette bourse à la personne concernée ;
  3° le programme de formation visé à l'article 22, 4° ;
  4° une photocopie du diplôme ou certificat d'études à la suite duquel le stage a lieu, accompagnée, le cas échéant, d'une version traduite ;
  5° le curriculum vitae du stagiaire ;
  6° l'engagement, signé par le stagiaire, de n'occuper aucun autre poste en Belgique pendant le stage que celui pour lequel l'admission est accordée.
  Art. 18/5. Pour le personnel hautement qualifié ou les personnes occupant un poste dirigeant visé à l'article 9, alinéa premier, 6° et 7° du présent arrêté, en plus des documents visés aux articles 18/2 et 18/3 du présent arrêté, l'employeur joint les documents suivants au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa, du présent arrêté :
  1° une photocopie du contrat de travail conformément aux titres I et III de la loi du 3 juillet 1978 sur les contrats de travail, datée et signée par les deux parties, ou, en cas de détachement, une photocopie du contrat de travail entre le salarié et son employeur établi à l'étranger, le cas échéant avec une version traduite de celui-ci ;
  2° en cas de détachement, un certificat signé par l'employeur, dans lequel l'employeur détermine la durée du détachement, ainsi que les conditions de travail et de salaire pendant la durée du détachement ;
  3° pour le personnel hautement qualifié, une photocopie des diplômes d'enseignement supérieur obtenus par la personne concernée, accompagnée, le cas échéant, d'une version traduite.
  Art. 18/6. Pour les chercheurs ou les professeurs invités visés à l'article 9, alinéa premier, 8°, en plus des documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa :
  1° pour les chercheurs, le programme de recherche scientifique à plein temps, avec indication des dates de début et de fin, ainsi que la rémunération ou la subvention correspondant au moins au barème des salaires des assistants des universités, des établissements d'enseignement supérieur ou des institutions scientifiques reconnues ;
  2° pour un chercheur subventionné, la preuve de l'octroi de la subvention ;
  3° une photocopie du diplôme académique de la personne concernée, c'est-à-dire la preuve qu'il est titulaire d'un doctorat sur la base d'une thèse de doctorat ou d'une qualification académique évaluée comme équivalente, avec une version traduite le cas échéant ;
  4° pour un professeur invité, sauf si la preuve est apportée que son établissement d'envoi continue de le rémunérer pendant son séjour, la preuve qu'il a reçu une rémunération correspondant au barème des traitements du personnel enseignant de l'université ou de l'établissement d'enseignement supérieur.
  Art. 18/7. Pour les techniciens spécialisés visés à l'article 9, alinéa premier, 9°, en plus des documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa :
  1° une photocopie du contrat de fourniture démontrant que l'installation que le technicien spécialisé doit monter, mettre en service ou réparer, a été fabriquée ou fournie par son employeur établi à l'étranger ;
  2° une note indiquant le secteur et le domaine d'activité de l'employeur établi à l'étranger qui détache son employé ;
  3° une photocopie du contrat de travail entre le technicien et son employeur établi à l'étranger, accompagnée d'une photocopie de la mission ou de la lettre de mission signée par l'employeur, décrivant la durée du détachement ainsi que les conditions de travail et de salaire pour la durée du détachement, y compris, le cas échéant, une version traduite.
  Art. 18/8. Pour les travailleurs visés à l'article 9, alinéa premier, 10°, qui sont détachés pour suivre une formation d'une durée maximale de six mois à la suite d'un contrat de vente conclu avec une entreprise belge, l'employeur joint au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa, en plus des documents visés aux articles 18/2 et 18/3, les documents suivants :
  1° une photocopie du contrat de travail entre le salarié et l'employeur établi à l'étranger, accompagnée, le cas échéant, d'une version traduite ;
  2° une photocopie de la convention de formation jointe au contrat de vente, avec indication de la durée de la formation, ainsi que des conditions de travail et de salaire pendant la formation ;
  3° une photocopie du contrat de vente entre la société belge et l'employeur établi à l'étranger.
  Art. 18/9. Pour les athlètes ou entraîneurs professionnels visés à l'article 9, alinéa premier, 11°, du présent arrêté, en plus des documents visés aux articles 18/2 et 18/3 du présent arrêté, l'employeur doit joindre les documents suivants au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa, du présent arrêté :
  1° une photocopie du contrat de travail d'un sportif rémunéré conformément aux article 2 à 9 inclus de la loi du 24 février 1978 relative au contrat de travail des sportifs rémunérés, datée et signée par les deux parties ;
  2° une déclaration sur l'honneur, par laquelle l'employeur s'engage à respecter le montant de la rémunération visée à l'article 9, alinéa premier, 11°, du présent arrêté.
  Art. 18/10. Pour les salariés qui exercent une fonction de responsabilité dans une compagnie aérienne étrangère ayant un établissement en Belgique ou dans un office de tourisme de leur pays visé à l'article 9, alinéa premier, 12° et 13°, du présent arrêté, l'employeur doit, en plus des documents visés aux articles 18/2 et 18/3 du présent arrêté, joindre les documents suivants au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa, du présent arrêté :
  1° une photocopie du contrat de travail conformément aux titres I et III de la loi du 3 juillet 1978 sur les contrats de travail, datée et signée par les deux parties, ou, en cas de détachement, une photocopie du contrat de travail entre le salarié et son employeur établi à l'étranger, le cas échéant avec une version traduite de celui-ci ;
  2° en cas de détachement, un certificat signé par l'employeur, dans lequel l'employeur détermine la durée du détachement, ainsi que les conditions de travail et de salaire pendant le détachement.
  Art. 18/11. Pour les artistes de spectacle visés à l'article 9, alinéa premier, 15°, en plus des documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa :
  1° une photocopie du contrat de travail d'un artiste de spectacle, dûment rempli, avec les mentions et dispositions figurant à l'annexe II, qui est jointe au présent décret, datée et signée par les deux parties ;
  2° une lettre expliquant à l'employeur la nature des activités artistiques dans le cadre de l'accès au travail.
  Art. 18/12. Pour les travailleurs détachés pour suivre une formation au siège social belge du groupe multinational auquel appartient leur société au sens de l'article 9, alinéa premier, 18° et 19°, en plus des documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa :
  1° une photocopie du contrat de travail entre le salarié et l'employeur établi à l'étranger, accompagnée, le cas échéant, d'une version traduite ;
  2° la preuve que le siège belge où se déroule la formation fait partie du groupe multinational auquel appartient l'entreprise du salarié ;
  3° une photocopie de la convention de formation, précisant la durée de la formation, ainsi que les conditions de travail et de salaire pendant la formation.
  Art. 18/13. Pour les travailleurs visés à l'article 9, alinéa premier, 20°, du présent arrêté qui ont le statut de résident de longue durée dans un autre Etat membre de l'Union européenne et pour lesquels l'accès à l'emploi concerne une profession pour laquelle l'autorité compétente a reconnu l'existence d'une pénurie de main-d'oeuvre, l'employeur doit, en plus des documents visés aux articles 18/2 et 18/3 du présent arrêté, joindre les documents suivants au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa, du présent arrêté :
  1° dans le cas d'une première demande, la photocopie de la carte de séjour de résident de longue durée acquise par la personne concernée dans un autre Etat membre de l'Union européenne, qui comporte expressément la référence appropriée à " résident de longue durée CE " ;
  2° une photocopie du contrat de travail conformément aux titres I à III de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, datée et signée par les deux parties.
  Art. 18/14. Pour les salariés visés à l'article 9, alinéa premier, 4°, du présent arrêté, en plus des documents visés aux articles 18/2 et 18/3 du présent arrêté, l'employeur doit joindre les documents suivants au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa, du présent arrêté :
  1° une photocopie du contrat de travail conformément aux titres I et III de la loi du 3 juillet 1978 sur les contrats de travail, datée et signée par les deux parties ;
  2° une photocopie du diplôme du salarié confirmant qu'il a accompli un cycle post-secondaire d'études supérieures d'au moins trois ans dans un établissement reconnu comme établissement d'enseignement supérieur par l'Etat dans lequel l'établissement est établi tel que mentionné à l'article 15/1, § 2, du présent arrêté. Le diplôme a été traduit en français ou en néerlandais et la copie a été légalisée par la représentation diplomatique ou consulaire compétente.
  Art. 18/15. Pour les travailleurs visés à l'article 2, alinéa premier, 6°, l'employeur joint au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa, outre les documents visés aux articles 18/2 et 18/3, la preuve que le service en question est un culte reconnu et que la personne concernée est un ministre du culte. La preuve est fournie au moyen d'une copie de l'acte de nomination du SPF Justice ou d'un certificat de nomination délivré par le responsable belge de la religion reconnue. La durée du contrat et les moyens de subsistance sont indiqués.
  Art. 18/16. Outre les documents visés aux articles 18/2 et 18/3 du présent arrêté, l'employeur joint les documents suivants au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa, du présent décret pour le personnel qui entretient les tombes des militaires étrangers visés à l'article 2, alinéa premier, 7° du présent arrêté :
  1° tout document prouvant que l'employé est occupé par un organisme officiel chargé de l'entretien des cimetières militaires afin d'assurer l'entretien des tombes des soldats étrangers ;
  2° une photocopie du contrat de travail conformément aux titres I à III de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, datée et signée par les deux parties.
  Art. 18/17. Outre les documents visés aux articles 18/2 et 18/3 du présent décret, l'employeur joint au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa, du présent arrêté les documents suivants concernant les marins visés à l'article 2, alinéa premier, 8°, du présent arrêté :
  1° l'attestation d'inscription au Pool ;
  2° une photocopie du contrat de travail pour le service à bord des navires de mer, conformément aux articles 29 à 39 de la loi du 3 juin 2007 contenant diverses dispositions relatives à l'emploi, datée et signée par le marin et l'employeur, l'armateur, son mandataire ou le capitaine.
  Art. 18/18. Pour les journalistes résidant en Belgique et qui sont exclusivement liés à des journaux publiés à l'étranger ou à des agences de presse, stations de radio ou de télévision établies à l'étranger, visées à l'article 2, alinéa premier, 15°, en plus des documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa, une copie de la carte de presse provisoire ou définitive du journaliste délivrée par les services belges compétents.
  Art. 18/19. Pour les salariés visés à l'article 2, alinéa premier, 20° du présent arrêté, outre les documents visés aux articles 18/2 et 18/3 du présent arrêté, l'employeur joint les documents suivants au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa, du présent arrêté :
  1° une photocopie du contrat de travail conformément aux titres I et III de la loi du 3 juillet 1978 sur les contrats de travail, datée et signée par les deux parties ;
  2° une copie de l'accord international aux termes duquel l'occupation a lieu ;
  3° la preuve que l'accord international aux termes duquel l'occupation a lieu a été ratifié par une autorité régionale ou communautaire dans le cadre de ses compétences respectives.
  Art. 18/20. Pour les stagiaires visés à l'article 2, alinéa premier, 21°, outre les documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa :
  1° une photocopie de la convention de stage, datée et signée par les deux parties, indiquant la durée du stage et le montant de la rémunération ;
  2° dans le cas d'un stagiaire employé dans le cadre d'un programme approuvé par un organisme international de droit public établi en Belgique et dont le statut est régi par une convention entrée en vigueur, la preuve de l'approbation du programme par l'organisme international ;
  3° la preuve de réciprocité dans le cas d'un programme d'échange réciproque.
  Art. 18/21. Pour les ressortissants postdoctoraux d'un pays tiers visés à l'article 2, alinéa premier, 25°, en plus des documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa :
  1° la preuve que le candidat postdoctoral est titulaire d'un doctorat ou possède des qualités scientifiques exceptionnelles certifiées par l'université d'accueil ;
  2° la preuve que le candidat postdoctoral reçoit une allocation pour la recherche scientifique, en indiquant le montant de l'allocation ;
  3° la preuve que le candidat postdoctoral effectue des recherches scientifiques fondamentales dans l'université d'accueil, en précisant la durée des recherches.
  Art. 18/22. Pour les chercheurs visés à l'article 2, alinéa premier, 26°, outre les documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa, une photocopie de la convention d'accueil entre le chercheur et l'institut de recherche agréé, datée et signée par les deux parties.
  Art. 18/23. Pour les cadres et le personnel dirigeant visés à l'article 2, alinéa premier, 33°, du présent arrêté, outre les documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa :
  1° une photocopie du contrat de travail entre le salarié et le siège social belge, conformément aux titres I et III de la loi du 3 juillet 1978 sur les contrats de travail, datée et signée par les deux parties, indiquant la rémunération annuelle ;
  2° une attestation d'un réviseur d'entreprise, figurant sur la liste de l'Institut belge des Réviseurs d'entreprises, confirmant que l'employeur remplit les conditions légales pour être désigné comme siège social.
  Art. 18/24. Pour tous les employés autres que les employés visés aux articles 18/4 à 18/23, ou aux articles 18/25 et 18/26, en plus des documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint au formulaire visé à l'article 18, deuxième alinéa, une photocopie du contrat de travail dûment rempli, y compris les avis et dispositions figurant à l'annexe I, qui est jointe au présent arrêté, datée et signée par les deux parties.
  Art. 18/25. § 1er. Aux fins de l'emploi visé à l'article 16, le travailleur, ressortissant d'un pays tiers, demande au service de Migration économique l'autorisation de travailler pour une durée indéterminée et pour toutes les professions exercées à titre salarié, conformément aux dispositions de la présente section.
  La demande doit être soumise en utilisant le formulaire pour lequel un modèle est disponible auprès du service de Migration économique. Ce formulaire de demande précise :
  1° les données d'identité du travailleur ;
  2° les données relatives aux périodes d'occupation antérieures en Belgique.
  Le ressortissant d'un pays tiers remplit dûment la demande et signe le formulaire daté.
  La signature peut être effectuée par tout moyen électronique répondant aux conditions de l'article 1322, alinéa 2, du Code civil.
  § 2. Outre les documents visés à l'article 18/2 du présent décret, le salarié joint les documents suivants au formulaire visé au paragraphe 1 :
  1° une photocopie de tous ses permis de travail B antérieurs visés à l'article 3, 2°, du présent arrêté, ou de ses permis de séjour en vue de travailler pour une période de plus de quatre-vingt-dix jours ;
  2° une photocopie des fiches de paie ou décomptes de paie pour toute la période de la dernière admission au travail ;
  3° une photocopie du contrat de travail en cours ou, à défaut, tout autre document utilisé par le ressortissant d'un pays tiers pour prouver qu'il dispose de ressources suffisantes, conformément à l'article 61/25-6, § 1, 2°, de la loi du 15 décembre 1980.
  Art. 18/26. § 1er. Pour son occupation, le ressortissant étranger qui a obtenu le statut de résident de longue durée dans un autre Etat membre de l'Union européenne, visé à l'article 2, alinéa premier, 35°, demande l'admission au travail sous la forme d'une dispense au service de Migration économique, conformément aux dispositions de la section 3 du chapitre IV du présent arrêté.
  La demande doit être soumise en utilisant le formulaire pour lequel un modèle est disponible auprès du service de Migration économique. Ce formulaire de demande précise :
  1° les données d'identité du travailleur ;
  2° les données relatives aux périodes d'occupation antérieures en Belgique.
  Le ressortissant d'un pays tiers remplit dûment la demande et signe le formulaire daté.
  La signature peut être effectuée par tout moyen électronique répondant aux conditions de l'article 1322, alinéa 2 du Code civil.
  § 2. Outre les documents visés à l'article 18/2 du présent décret, le salarié joint les documents suivants au formulaire visé au paragraphe 1 :
  1° une photocopie de tous ses permis de travail B antérieurs, visés à l'article 3, 2°, du présent décret, ou de ses permis de séjour en vue de travailler pour une période de plus de quatre-vingt-dix jours ;
  2° une photocopie des fiches de paie ou décomptes de paie pour toute la période de la dernière admission au travail ;
  3° une photocopie du contrat de travail en cours ou, à défaut, tout autre document utilisé par le ressortissant d'un pays tiers pour prouver qu'il dispose de ressources suffisantes, conformément à l'article 61/25-6, § 1er, 2°, de la loi du 15 décembre 1980.
  Art. 18/27. Dans les dix jours suivant la réception de la demande visée aux articles 18, 18/25 ou 18/26, le service de Migration économique décide si la demande est complète et informe le demandeur du caractère complet de la demande.
  Une demande incomplète peut être complétée conformément à l'article 19, § 2, de l'Accord de coopération du 2 février 2018.
  L'employeur ou l'employé visé à l'article 18/25 ou 18/26 est informé de la décision d'irrecevabilité par lettre recommandée.
  Art. 18/28. § 1er. La décision de refus d'accès à l'emploi sera notifiée par le service de Migration économique par lettre recommandée à l'employeur et à l'employé qui remplit les conditions énoncées à l'article 9 de la loi. La décision est notifiée au travailleur à son domicile, déterminé conformément à l'article 61/25-4 de la loi du 15 décembre 1980.
  La décision précise le droit de recours prévu à l'article 9 de la loi, les autorités compétentes qui en prennent connaissance, ainsi que les conditions de forme et les délais à respecter.
  § 2. Tant que l'appel auprès du ministre régional est en instance, toute demande déposée après le dépôt de l'appel conformément aux dispositions suivantes sera déclarée irrecevable :
  1° article 18 : il s'agit d'une relation de travail pour le même salarié et l'appel en instance devant le ministre régional concerne une demande présentée conformément à l'article 18 ;
  2° article 18/25 : la demande a été présentée par le même salarié et l'appel en instance devant le ministre régional concerne une demande présentée conformément à l'article 18/25 ;
  3° article 18/26 : la demande a été présentée par le même salarié et l'appel en instance devant le Ministre régional concerne une demande présentée conformément à l'article 18/26.
  § 3. La décision du ministre régional en appel de refuser l'accès à l'emploi est notifiée par le service de Migration économique à la personne qui introduit l'appel par lettre recommandée.
  La décision précise les procédures de recours, les organismes compétents qui en prennent connaissance, les conditions de forme et les délais à respecter.
  Art. 18/29. Au plus tard deux mois avant l'expiration de la période de validité, l'employeur soumet la demande de renouvellement ou de modification de l'admission au travail au service de Migration économique, conformément aux articles 18 à 18/3 et, le cas échéant, aux articles 18/4 à 18/24.
  Par dérogation à l'alinéa premier, les documents visés aux articles 18/4 à 18/24, qui sont restés inchangés depuis leur présentation au service de Migration économique, ne sont pas joints à la demande de renouvellement.
Art. 13. In artikel 37/1, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014, wordt de zinsnede "eerste lid, b)," vervangen door de zinsnede " § 2, eerste lid, 2° ".
Art. 13. A l'article 37/1, alinéa premier, du même arrêté royal, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2014, le membre de phrase " alinéa premier ", b), " est remplacé par le membre de phrase " § 2, alinéa premier, 2° ".
Art. 14. In artikel 37/2 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014, wordt de zinsnede "artikel 15/1" vervangen door de zinsnede "artikel 15/1, § 2, eerste lid, 2° ".
Art. 14. A l'article 37/2 du même arrêté royal, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 décembre 2014, le membre de phrase " article 15/1 " est remplacé par le membre de phrase " article 15/1, § 2, alinéa premier, 2° ".
Art. 15. In artikel 38, § 1, van hetzelfde koninklijk besluit wordt het woord "Minister" vervangen door het woord "gewestminister" en worden de woorden "Adviesraad voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers" vervangen door de woorden "Adviescommissie voor Economische Migratie".
Art. 15. A l'article 38, § 1, du même arrêté royal, le terme " Ministre " est remplacé par le terme " ministre régional " et les termes " Conseil consultatif pour l'occupation des travailleurs étrangers " sont remplacés par les termes " Commission consultative de la Migration économique ".
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions finales
Art. 16. Het koninklijk besluit van 3 augustus 2012 betreffende de regels voor het indienen van de aanvragen en het afleveren van voorlopige arbeidsvergunning in het kader van de aanvraag door een buitenlandse werknemer ter verkrijgen van een "Europese blauwe kaart" wordt opgeheven.
Art. 16. L'arrêté royal du 3 août 2012 relatif aux modalités d'introduction des demandes et de délivrances des autorisations d'occupation provisoires octroyées dans le cadre de la demande d'obtention par le travailleur étranger d'une carte bleue européenne est abrogé.
Art. 17. De arbeidskaarten A die toegekend zijn met toepassing van de bepalingen die van kracht zijn vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, blijven geldig.
Art. 17. Les permis de travail A délivrés conformément aux dispositions en vigueur avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté restent valables.
Art. 18. De aanvragen van een arbeidskaart A die ingediend zijn vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, blijven onderworpen aan de bepalingen die van kracht waren vóór die datum.
Art. 18. Les demandes de permis de travail de type A présentées avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté restent soumises aux dispositions en vigueur avant cette date.
Art. 19. De arbeidsvergunningen en arbeidskaarten B die toegekend zijn met toepassing van de bepalingen die van kracht waren vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, blijven geldig tot op het ogenblik dat ze verstrijken.
Art. 19. Les autorisations d'occupation et les permis de travail B délivrés conformément aux dispositions en vigueur avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté restent valables jusqu'à leur expiration.
Art. 20. De aanvragen van een arbeidsvergunning en een arbeidskaart B die worden ingediend vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, blijven onderworpen aan de bepalingen die van kracht waren vóór die datum.
  De aldus toegekende arbeidsvergunning en arbeidskaart B blijven geldig tot op het ogenblik dat ze verstrijken.
Art. 20. Les demandes d'autorisation d'occupation et de permis de travail de type B présentées avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté restent soumises aux dispositions qui étaient en vigueur avant cette date.
  L'autorisation d'occupation et le permis de travail de type B ainsi délivrés restent valables jusqu'à leur expiration.
Art. 21. In de gevallen, vermeld in artikel 19 en 20, kan de toelating tot arbeid voor de werknemer en de machtiging tot tewerkstelling voor de werkgever alleen opnieuw worden gegeven met eerbiediging van de procedure voor de aanvraag tot hernieuwing, vermeld in artikel 18/29 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
Art. 21. Dans les cas visés aux articles 19 et 20, l'autorisation de travailler pour le salarié et l'autorisation d'occupation pour l'employeur ne peuvent être accordées à nouveau qu'en respectant la procédure de demande de renouvellement visée à l'article 18/29 de l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant application de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers.
Art. 22. De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, benoemt het lid en het plaatsvervangende lid van het samenwerkingsgerecht, vermeld in artikel 44 van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar.
Art. 22. Le ministre flamand qui a la politique de l'emploi dans ses attributions nomme le membre et le membre suppléant de la juridiction de coopération, visés à l'article 44 de l'accord de coopération du 2 février 2018, pour un mandat renouvelable de six ans.
Art. 23. Dit besluit treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018.
Art. 23. Le présent arrêté entrera en vigueur à la date d'entrée en vigueur de l'accord de coopération du 2 février 2018.
(NOTE : Entrée en vigueur fixée au 24-12-2018 par CN 2018-02-02/14, art. 45)
Art. 24. De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 24. Le ministre flamand qui a la politique de l'emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.