Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
25 MEI 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van steun aan projecten van collectief onderzoek en ontwikkeling en collectieve kennisverspreiding(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-07-2018 en tekstbijwerking tot 26-09-2025)
Titre
25 MAI 2018. - Arrêté du Gouvernement flamand réglementant les aides aux projets de recherche et développement collectifs et de diffusion collective des connaissances(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 10-07-2018 et mise à jour au 26-09-2025)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (62)
Texte (62)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1: het comité, vermeld in artikel 41ter, § 1, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002;
  2° collectief O&O: de activiteiten van industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling en haalbaarheidsstudies met het oog op projectresultaten die kunnen worden aangewend door een zo ruim mogelijke groep ondernemingen in de Europese Unie, die het individuele belang van ondernemingen overstijgen, en die breed toegankelijk zijn voor een zo ruim mogelijke groep van ondernemingen in de Europese Unie;
  3° collectieve kennisverspreiding: de activiteiten van verspreiding van kennis met het oog op aanwending door een zo ruim mogelijke groep ondernemingen in de Europese Unie, die het individuele belang van ondernemingen overstijgen, en die breed toegankelijk zijn voor een zo ruim mogelijke groep van ondernemingen in de Europese Unie;
  4° daadwerkelijke samenwerking: de daadwerkelijke samenwerking, vermeld in punt 15, h), van de kaderregeling;
  5° decreet van 21 december 2001: het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002;
  6° experimentele ontwikkeling: de experimentele ontwikkeling, vermeld in punt 15, j), van de kaderregeling;
  7° haalbaarheidsstudie: de haalbaarheidsstudie, vermeld in punt 15, k), van de kaderregeling;
  8° industrieel onderzoek: het industrieel onderzoek, vermeld in punt 15, q), van de kaderregeling;
  9° innovatieproject algemeen belang: activiteiten van industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling en haalbaarheidsstudies met het oog op het verwerven van meer kennis en een beter inzicht, die aangewend worden door Vlaamse overheidsorganisaties in hun dienstverlening en regelgeving;
  10° kaderregeling: de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (EU Publicatieblad van 27 juni 2014, C 198/1) en alle latere wijzigingen;
  11° kleine en middelgrote ondernemingen, afgekort kmo's: de ondernemingen die voldoen aan de criteria, vermeld in punt 15, hh), van de kaderregeling;
  12° projectconsortium: een samenwerkingsverband van meer dan één uitvoerder;
  13° Vlaamse overheidsorganisatie: een overheidsbestuur, -instelling of een organisatie met een duidelijk afgebakende opdracht van publieke dienstverlening binnen het Vlaamse Gewest respectievelijk de Vlaamse Gemeenschap, die voor de toepassing van dit besluit handelt vanuit die opdracht.
  
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 : le comité de décision, visé à l'article 41ter, § 1er, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002 ;
  2° R-D collective : les activités de recherche industrielle, de développement expérimental et d'études de faisabilité en vue d'obtenir des résultats de projets pouvant être utilisés par le plus grand nombre possible d'entreprises de l'Union européenne, allant au-delà des intérêts individuels des entreprises, et qui sont largement accessibles au plus grand nombre possible d'entreprises de l'Union européenne ;
  3° diffusion collective des connaissances : les activités de diffusion des connaissances en vue de leur utilisation par le plus grand nombre possible d'entreprises de l'Union européenne, allant au-delà des intérêts individuels des entreprises, et qui sont largement accessibles au plus grand nombre possible d'entreprises de l'Union européenne ;
  4° coopération effective : la coopération effective, telle que visée au point 15, h) du règlement-cadre ;
  5° décret du 21 décembre 2001 : le décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002 ;
  6° développement expérimental : le développement expérimental visé au point 15, j) du règlement-cadre ;
  7° étude de faisabilité : l'étude de faisabilité visée au point 15, k) du règlement-cadre ;
  8° recherche industrielle : la recherche industrielle visée au point 15, q) du règlement-cadre ;
  9° projet d'innovation d'intérêt général : activités de recherche industrielle, développement expérimental et études de faisabilité en vue d'acquérir plus de connaissances et une meilleure compréhension, qui sont utilisées par les organismes du gouvernement flamand dans leurs services et leurs réglementations ;
  10° règlement-cadre : le Règlement-cadre relatif aux aides d'Etat à la recherche, au développement et à l'innovation (Journal officiel de l'Union européenne du 27 juin 2014, C 198/1) ;
  11° petites et moyennes entreprises (PME) : celles qui remplissent les critères énoncés au point 15, hh) du règlement-cadre ;
  12° consortium de projet : partenariat de plus d'un exécutant ;
  13° Organisme public flamand : une administration publique, une institution ou un organisme ayant une mission de service public clairement définie au sein de la Région flamande ou de la Communauté flamande respectivement, qui, aux fins du présent décret, agit sur la base de cette mission.
  
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied
CHAPITRE 2. - Champ d'application
Art.2. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten wordt steun toegekend voor de uitvoering van twee verschillende type projecten:
  1° Aan organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding wordt steun toegekend voor uitvoering projecten van collectief O&O, collectieve kennisverspreiding of een combinatie van beiden. Vlaamse overheidsorganisaties kunnen bijdragen aan zo'n projecten voor ondersteuning, begeleiding en facilitering van de projectuitvoering en hiervoor steun ontvangen. De resultaten hebben een aantoonbare economische en eventueel ook maatschappelijke meerwaarde en zijn te valoriseren in een zo ruim mogelijke groep van ondernemingen, in het bijzonder kmo's, en eventueel non-profitorganisaties.
  2° Aan Vlaamse overheidsorganisaties en organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding wordt steun toegekend voor uitvoering van innovatieprojecten algemeen belang. De resultaten hebben een aantoonbare maatschappelijke meerwaarde en zijn te valoriseren door aanwending in de dienstverlening en de regelgeving van de Vlaamse overheidsorganisaties met het oog op een betere implementatie van innovatieve toepassingen in de dienstverlening en een betere dienstverlening en regelgeving via innovatie.
Art.2. Dans la limite des crédits budgétaires disponibles, un soutien est accordé pour la mise en oeuvre de deux types de projets différents :
  1° Le soutien est accordé aux organismes de recherche et de diffusion des connaissances pour la mise en oeuvre de projets collectifs de R&D, la diffusion collective des connaissances ou une combinaison des deux. Les organismes publics flamands peuvent contribuer à de tels projets pour soutenir, guider et faciliter la mise en oeuvre du projet et recevoir un soutien à cet effet. Les résultats ont une valeur ajoutée économique et, le cas échéant, sociale démontrable et sont valorisés dans le plus grand nombre possible d'entreprises, en particulier les PME et, le cas échéant, les organisations à but non lucratif.
  2° Le soutien est accordé aux organismes publics flamands et aux organismes de recherche et de diffusion des connaissances pour la mise en oeuvre de projets d'innovation d'intérêt général. Les résultats ont une valeur ajoutée sociale démontrable et peuvent être valorisés par application dans les services et les réglementations des organismes publics flamands en vue d'une meilleure mise en oeuvre d'applications innovantes dans les services et d'une meilleure prestation de services et d'une meilleure réglementation par l'innovation.
Art.3. Projecten kunnen uitgevoerd worden door een projectconsortium.
  In het geval, vermeld in het eerste lid, wordt een hoofdaanvrager aangeduid die optreedt als contactpersoon ten aanzien van het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1.
  
Art.3. Les projets peuvent être réalisés par un consortium de projet.
  Dans le cas visé à l'alinéa premier, il sera désigné un candidat principal qui servira de personne de contact en ce qui concerne le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1.
  
Art.4. § 1. In dit artikel wordt verstaan onder:
  1° collectief centrum: een instelling die erkend is op basis van de besluitwet van 30 januari 1947 tot vaststelling van het statuut van oprichting en werking van de Centra, belast met de bevordering en de coördinatie van de technische vooruitgang van de verschillende takken van 's lands bedrijfsleven, door het wetenschappelijk onderzoek;
  2° organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding: een organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als vermeld in punt 15, ee), van de kaderregeling;
  3° Vlaamse organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding: een Vlaamse universiteit, een Vlaamse hogeschool of elke andere organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding met een vestiging in het Vlaamse Gewest, of een organisatie gevestigd in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest met een publieke opdracht in Vlaanderen met het oog op versterking van het economisch weefsel op het vlak van samenwerking, netwerking en kennisverwerving;
  4° Vlaamse hogeschool: de instellingen, vermeld in artikel II.3 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
  5° Vlaamse universiteit: de instellingen, vermeld in artikel II.2 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013.
  § 2. Vlaamse organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding komen in aanmerking voor steun.
  In afwijking van het eerste lid kunnen ook organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding die gevestigd zijn in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Waalse Gewest, in aanmerking komen voor steun, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° de organisatie is erkend als een collectief centrum of als gelijkgesteld centrum;
  2° het project wordt uitgevoerd in daadwerkelijke samenwerking met een Vlaamse organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding, waarbij de organisatie die gevestigd is in het Waalse of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, niet meer dan de helft van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening neemt.
  Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 wijst de organisaties aan die voor de toepassing van dit artikel erkend worden als gelijkgesteld met een collectief centrum als vermeld in het tweede lid, 1°.
  Organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding die niet vallen onder de bepalingen van het eerste en tweede lid kunnen in aanmerking komen voor steun op voorwaarde dat het project uitgevoerd wordt in een daadwerkelijke samenwerking met een Vlaamse organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding en bovenbedoelde organisatie niet meer dan 20 % van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening neemt.
  
Art.4. § 1er. Dans le présent article, on entend par :
  1° centre collectif : une institution reconnue sur la base de l'arrêté-loi du 30 janvier 1947 fixant le statut de création et de fonctionnement de Centres chargés de promouvoir et de coordonner le progrès technique des diverses branches de l'économie nationale, par la recherche scientifique ;
  2° organisation pour la recherche et la diffusion des connaissances : une organisation pour la recherche et la diffusion visées au point 15, ee) du règlement-cadre ;
  3° organisme flamand de recherche et de diffusion des connaissances : une université flamande, une école supérieure flamande ou tout autre organisme de recherche et de diffusion des connaissances ayant un établissement en Région flamande, ou un organisme établi dans la Région de Bruxelles-Capitale avec une mission publique en Flandre en vue de renforcer le tissu économique en termes de coopération, de mise en réseau et d'acquisition de connaissances ;
  4° institut supérieur flamand : les institutions visées à l'article II.3 du Codex pour l'enseignement supérieur du 11 octobre 2013 ;
  5° université flamande : les institutions visées à l'article II.2 du Codex de l'enseignement supérieur du 11 octobre 2013.
  § 2. Les organismes flamands de recherche et de diffusion des connaissances peuvent bénéficier d'une aide.
  Par dérogation à l'alinéa premier, les organismes de recherche et de diffusion des connaissances établis en Région de Bruxelles-Capitale ou en Région wallonne peuvent également bénéficier d'un soutien si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° l'organisme est reconnu comme centre collectif ou comme centre équivalent ;
  2° le projet est réalisé en coopération effective avec un organisme flamand de recherche et de diffusion des connaissances, lorsque l'organisme établi en Région wallonne ou dans la Région de Bruxelles-Capitale ne représente pas plus de la moitié des coûts éligibles.
  Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 désigne les organisations reconnues aux fins du présent article comme équivalentes à un centre collectif tel que visé au deuxième alinéa, 1°.
  Les organismes de recherche et de diffusion des connaissances qui ne sont pas soumis aux dispositions des alinéas 1 et 2 peuvent bénéficier d'un soutien à condition que le projet soit réalisé en coopération effective avec un organisme flamand de recherche et de diffusion des connaissances et que l'organisme susmentionné ne représente pas plus de 20 % des coûts éligibles.
  
Art.5. Vlaamse overheidsorganisaties kunnen in aanmerking komen voor steun.
Art.5. Les organismes publics flamands peuvent être éligibles à l'aide.
Art.6. De steunaanvraag vermeldt per aanvrager in welke hoedanigheid steun wordt aangevraagd.
  De aanvrager kan voor de toepassing van dit besluit alleen in aanmerking komen voor steun op basis van artikel 4, dan wel op basis van artikel 5, maar niet op basis van beide van die voormelde artikels.
Art.6. Les demandes d'aide indiquent, pour chaque demandeur, la capacité pour laquelle l'aide est demandée.
  Aux fins du présent arrêté, le demandeur ne peut bénéficier d'une aide que sur la base de l'article 4 ou de l'article 5, mais pas sur la base de ces deux articles.
HOOFDSTUK 3. - In aanmerking komende activiteiten en steunintensiteit
CHAPITRE 3. - Activités éligibles et intensité de l'aide
Art.7. Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 kan met toepassing van dit besluit steun toekennen aan organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding, in overeenstemming met de bepalingen gesteld in artikel 4, voor de uitvoering van projecten collectief O&O, collectieve kennisverspreiding, of innovatieprojecten algemeen belang, als steun aan niet-economische activiteiten conform punt 18, 19, 20, 21, 22 en 23 van de kaderregeling.
  Onrechtstreekse steun aan ondernemingen bij de verspreiding van de projectresultaten wordt niet aanvaard.
  Elke overdracht van resultaten en kennis naar de ondernemingen moet minstens voldoen aan de bepalingen van dit besluit, die worden toegepast en geïnterpreteerd conform punt 28 en 29 van de kaderregeling, om indirecte staatssteun uit te sluiten.
  
Art.7. Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 peut, en application du présent arrêté, accorder des aides à des organismes de recherche et de diffusion des connaissances, conformément aux dispositions de l'article 4, pour la mise en oeuvre de projets collectifs de recherche et de développement, de diffusion collective des connaissances ou de projets d'innovation d'intérêt commun, en tant qu'aides à des activités non économiques conformément aux points 18, 19, 20, 21, 22 et 23 du règlement-cadre.
  Le soutien indirect aux entreprises dans la diffusion des résultats des projets ne sera pas accepté.
  Tout transfert de résultats et de connaissances à des entreprises doit au moins respecter les dispositions du présent arrêté, qui sera appliqué et interprété conformément aux points 28 et 29 du règlement-cadre, afin d'exclure les aides d'Etat indirectes.
  
Art.8. Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 kan met toepassing van dit besluit steun toekennen aan Vlaamse overheidsorganisaties voor de uitvoering van innovatieprojecten algemeen belang en voor ondersteuning, begeleiding en facilitering van de uitvoering van projecten collectief O&O en collectieve kennisverspreiding door organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding in een daadwerkelijke samenwerking.
  De steun wordt toegekend als steun aan de uitvoering van diensten algemeen belang, waarbij de overheid geen rechtstreekse economische exploitatie beoogt, maar wel samenwerking met ondernemingen respectievelijk non-profitorganisaties, waarbij de nodige clausules opgenomen worden om de niet-economische aard van de activiteiten te bewaken en te voorkomen dat er indirecte staatssteun wordt verleend aan de betrokken ondernemingen. Dit wordt geïnterpreteerd naar analogie van de bepalingen die gelden voor overheidsfinanciering voor niet-economische activiteiten van organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding geformuleerd in punt 18, 19, 20, 28 en 29 van de kaderregeling.
  
Art.8. Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 peut, en application du présent arrêté, accorder des aides aux organismes publics flamands pour la mise en oeuvre de projets d'innovation d'intérêt général et pour le soutien, l'orientation et la facilitation de la mise en oeuvre de projets de R&D collective et la diffusion collective des connaissances par des organismes de recherche et la diffusion des connaissances dans le cadre d'une coopération réelle.
  L'aide est accordée en tant qu'aide à la fourniture de services d'intérêt général, n'impliquant pas une exploitation économique directe par l'Etat, mais impliquant une coopération avec des entreprises ou des organisations à but non lucratif, avec des clauses appropriées pour contrôler la nature non économique des activités et empêcher l'octroi d'aides d'Etat indirectes aux entreprises concernées. Cette disposition sera interprétée par analogie avec les dispositions applicables au financement public des activités non économiques des organismes de recherche et de diffusion des connaissances énoncées aux points 18, 19, 20, 28 et 29 du règlement-cadre.
  
Art.9. Het steunpercentage bedraagt maximaal 100 % van de kosten, vermeld in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, die aanvaard kunnen worden voor een steunbaar project.
  Het steunpercentage, vermeld in het eerste lid, is het brutosteunbedrag, uitgedrukt als percentage van de in aanmerking komende kosten van het project. Als de steun in een andere vorm dan een subsidie wordt verleend, is het steunbedrag het brutosubsidie-equivalent van de steun.
  Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 beslist per programma met steuntoekenning op basis van dit besluit over het concreet toepasselijke steunpercentage of in geval van onderscheid tussen het type aanvrager, vermeld in artikel 4 en 5, over de concreet toepasselijke steunpercentages.
  Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 kan per programma de in aanmerking komende kosten, vermeld in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, beperken.
  
Art.9. Le taux d'aide ne dépassera pas 100 % des coûts, visés à l'annexe du présent arrêté, qui peuvent être acceptés pour un projet éligible.
  Le taux d'aide visé à l'aliéna premier est le montant brut de l'aide exprimé en pourcentage des coûts éligibles du projet. Lorsque l'aide est accordée sous une forme autre qu'une subvention, le montant de l'aide est l'équivalent de la subvention brute de l'aide.
  Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 décide, pour chaque programme, sur la base de cette décision du taux d'aide applicable ou, en cas de distinction entre le type de demandeur visé aux articles 4 et 5, des taux d'aide applicables.
  Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 peut limiter les coûts éligibles par programme, conformément à l'annexe du présent arrêté.
  
HOOFDSTUK 4. - Procedure voor de behandeling van aanvragen en de beslissing tot steuntoekenning
CHAPITRE 4. - Procédure de traitement des demandes et décision d'octroi de l'aide
Afdeling 1. - Toepassingsgebied
Section 1ère. - Champ d'application
Art.10. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder werkdagen: de werkdagen zoals ze gelden voor de Vlaamse overheid.
Art.10. Aux fins du présent chapitre, on entend par " jours ouvrables " : les jours ouvrables tels qu'ils s'appliquent à l'autorité flamande.
Art.11. De procedure, vermeld in dit hoofdstuk, is van toepassing op de steunaanvragen, vermeld in dit besluit. Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 kan aanvullende procedurele voorschriften opleggen.
  
Art.11. La procédure visée dans le présent chapitre s'applique aux demandes d'aide visées dans le présent arrêté. Des exigences procédurales supplémentaires peuvent être imposées par le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1.
  
Afdeling 2. - Indiening van de steunaanvraag
Section 2. - Dépôt de la demande d'aide
Art.12. De steunaanvrager, de steunaanvraag en de activiteiten waarvoor steun aangevraagd wordt, moeten voldoen aan de modaliteiten voor de indiening, bepaald door het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1, die publiek kenbaar gemaakt worden aan potentiële aanvragers.
  
Art.12. Le demandeur de l'aide, la demande d'aide et les activités pour lesquelles l'aide est demandée doivent respecter les procédures de dépôt établies par le comité de décision au [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1, qui doivent être mises à la disposition publique des demandeurs potentiels.
  
Art.13. Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 kan voorzien in een gebundelde behandeling van aanvragen. In dat geval legt het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 de uiterste indieningsdata per werkjaar vast en maakt ze die publiek kenbaar aan potentiële aanvragers.
  
Art.13. Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 peut prévoir un traitement groupé des demandes. Dans ce cas, le comité de décision fixe les délais de soumission au [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 pour chaque année d'activité et les rend publics aux candidats potentiels.
  
Art.14. De steunaanvrager krijgt een schriftelijke ontvangstmelding binnen vijf werkdagen na de ontvangst van de steunaanvraag.
Art.14. Un accusé de réception écrit est remis au demandeur de l'aide dans les cinq jours ouvrables suivant la demande.
Afdeling 3. - Ontvankelijkheid
Section 3. - Recevabilité
Art.15. § 1. Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 kan een steunaanvraag onontvankelijk verklaren op basis van een van de volgende elementen:
  1° de steunaanvrager voldoet niet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4 en 5;
  2° de steunaanvrager of de leden van het projectconsortium voldoen niet aan de verplichtingen of vergunningen van de overheid;
  3° de steunaanvrager of de leden van het projectconsortium hebben blijk gegeven van niet-correct gedrag naar aanleiding van vorige aanvragen;
  4° de steunaanvraag is identiek aan een steunaanvraag die eerder onontvankelijk is verklaard of geweigerd is door het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1, uitgezonderd als de eerdere weigering het gevolg is van budgettaire beperkingen;
  5° de steunaanvraag bevat niet voldoende informatie om beoordeeld te kunnen worden op basis van de beoordelingsdimensies, vermeld in artikel 25;
  6° bij een prima-faciebeoordeling voldoen de activiteiten in de aanvraag niet aan de volgende vereisten:
  a) voor activiteiten die worden uitgevoerd door organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding: de minimale vereisten om in aanmerking te komen als steunbare activiteiten, vermeld in artikel 7;
  b) voor activiteiten die worden uitgevoerd door Vlaamse overheidsorganisaties: de minimale vereisten om in aanmerking te komen als steunbare activiteiten, vermeld in artikel 8;
  7° de steunaanvrager of de leden van het projectconsortium hebben op de datum van de toekenning van de steun achterstallige schulden bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, waarbij het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 bepaalt wat er wordt begrepen onder het begrip achterstallige schulden, dat algemeen toepasbaar is op alle aanvragers die een project indienen;
  8° de aanvraag voldoet niet aan de modaliteiten, vermeld in artikel 12;
  9° de aanvraag bevat geen informatie over eigen budgettaire inbreng.
  § 2. In geval van een steunaanvraag voor een project collectief O&O en collectieve kennisverspreiding geldt volgend additioneel element:
  10° de steunaanvraag wordt onvoldoende ondersteund door intentiebrieven van ondernemingen met o.a. een engagement tot cofinanciering die vereist is om het project uit te voeren of te doen slagen, als het steunpercentage lager is dan 100 %.
  
Art.15. § 1er. Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 peut déclarer une demande d'aide irrecevable sur la base de l'un des éléments suivants :
  1° le demandeur de l'aide ne répond pas aux conditions visées aux articles 4 et 5 ;
  2° le demandeur de l'aide ou les membres du consortium de projet ne respectent pas les obligations ou permis des pouvoirs publics ;
  3° le demandeur de l'aide ou les membres du consortium du projet ont fait preuve d'un comportement incorrect à l'occasion de demandes précédentes ;
  4° la demande d'aide est identique à une demande d'aide qui a été préalablement déclarée irrecevable ou refusée par le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1, sauf si le refus précédent résulte de restrictions budgétaires ;
  5° la demande d'aide ne contient pas suffisamment d'informations pour pouvoir être évaluée sur la base des dimensions d'évaluation visées à l'article 25 ;
  6° en cas d'évaluation prima facie, les activités de la demande ne répondent pas aux exigences suivantes :
  a) pour les activités menées par des organismes de recherche et de diffusion, les conditions minimales d'éligibilité des activités éligibles visées à l'article 7 ;
  b) pour les activités exercées par des organismes publics flamands : les conditions minimales d'éligibilité en tant qu'activités éligibles visées à l'article 8 ;
  7° le demandeur de l'aide ou les membres du consortium du projet ont des arriérés auprès de l'Office national de sécurité sociale à la date d'octroi de l'aide, auquel cas le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 détermine ce que l'on entend par la notion d'arriérés, qui est généralement applicable à tous les demandeurs qui soumettent un projet ;
  8° la demande ne répond pas aux conditions visées à l'article 12 ;
  9° la demande ne contient aucune information sur les contributions budgétaires propres.
  § 2. Dans le cas d'une demande d'aide pour un projet de R&D collective et de diffusion collective des connaissances, l'élément supplémentaire suivant s'applique :
  10° la demande d'aide n'est pas suffisamment étayée par des lettres d'intention des entreprises, y compris un engagement de cofinancement nécessaire à la mise en oeuvre du projet ou à sa réussite, si le taux de soutien est inférieur à 100 %.
  
Art.16. Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 beslist binnen vijftien werkdagen na de ontvangst van de steunaanvraag of de steunaanvraag al dan niet ontvankelijk is.
  
Art.16. Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 se prononce sur la recevabilité de la demande d'aide dans les 15 jours ouvrables suivant sa réception.
  
Art.17. De steunaanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing tot onontvankelijkheid binnen twee werkdagen na de beslissing, vermeld in artikel 16.
Art.17. Le demandeur de l'aide est informé par écrit de la décision de non-recevabilité dans les deux jours ouvrables suivant la décision visée à l'article 16.
Afdeling 4. - Onvolledige steunaanvraag
Section 4. - Demande d'aide incomplète
Art.18. Als de steunaanvraag onvolledig is, kan het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 aan de steunaanvrager vragen de steunaanvraag te vervolledigen.
  In het geval, vermeld in het eerste lid, worden de termijnen, vermeld in artikel 17 en 26, verlengd met een termijn die vastgesteld wordt door het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1.
  De steunaanvraag wordt als onontvankelijk beschouwd als de steunaanvraag niet is vervolledigd binnen de termijn, vermeld in het tweede lid.
  
Art.18. Si la demande d'aide est incomplète, le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 peut demander au demandeur de l'aide de compléter la demande d'aide.
  Dans le cas visé à l'alinéa premier, les délais visés aux articles 17 et 26 sont prolongés d'un délai fixé par le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1.
  La demande d'aide est réputée irrecevable si elle n'est pas complétée dans le délai visé au deuxième alinéa.
  
Afdeling 5. - Voorafgaande preselectie
Section 5. - Présélection préliminaire
Art.19. Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 kan een voorafgaande preselectie van de steunaanvragen organiseren conform de voorwaarden, vermeld in dit besluit.
  In het geval, vermeld in het eerste lid, wordt de termijn, vermeld in artikel 26, verlengd met een termijn die vastgesteld is door het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1.
  
Art.19. Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 peut organiser une présélection préliminaire des demandes d'aide conformément aux conditions énoncées dans le présent arrêté.
  Dans le cas visé à l'alinéa premier, le délai visé à l'article 26 est prolongé d'un délai fixé par le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1.
  
Art.20. Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 beslist of de steunaanvraag al dan niet geselecteerd wordt in de preselectie.
  
Art.20. Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 décide de sélectionner ou non la demande d'aide lors de la phase de présélection.
  
Art.21. De steunaanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de selectiebeslissing binnen vijf werkdagen na de beslissing, vermeld in artikel 20.
Art.21. Le demandeur de l'aide est informé par écrit de la décision de sélection dans les cinq jours ouvrables suivant la décision visée à l'article 20.
Afdeling 6. - Evaluatie van steunaanvragen
Section 6. - Evaluation des demandes d'aide
Art.22. Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 toetst de ontvankelijke steunaanvragen aan de beoordelingsdimensies, vermeld in artikel 25, en in voorkomend geval de elementen, vermeld in artikel 27.
  
Art.22. Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 examine les demandes d'aide admissibles à la lumière des dimensions d'évaluation visées à l'article 25 et, le cas échéant, à la lumière des éléments visés à l'article 27.
  
Art.23. Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 kan een of meer externe deskundigen aanstellen bij wie een advies ingewonnen wordt conform de beoordelingsdimensies, vermeld in artikel 25, en in voorkomend geval de elementen, vermeld in artikel 27.
  
Art.23. Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 peut nommer un ou plusieurs experts externes auxquels il sera demandé conseil conformément aux dimensions d'évaluation visées à l'article 25 et, le cas échéant, aux éléments visés à l'article 27.
  
Art.24. Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 kan bijkomende informatie opvragen bij de steunaanvrager.
  In het geval, vermeld in het eerste lid, wordt de termijn, vermeld in artikel 26, verlengd met een termijn die vastgesteld wordt door het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1.
  Als de bijkomende informatie niet wordt verleend binnen de termijn die is vastgesteld, beslist het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 op basis van de ingediende steunaanvraag.
  
Art.24. Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 peut demander des informations complémentaires au demandeur de l'aide.
  Dans le cas visé à l'alinéa premier, le délai visé à l'article 26 est prolongé d'un délai fixé par le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1.
  Si les informations complémentaires ne sont pas fournies dans le délai fixé, le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 se prononcera sur la base de la demande d'aide présentée.
  
Afdeling 7. - Beoordeling
Section 7. - Evaluation
Art.25. § 1. Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2 steunt zijn beslissing om aan een project collectief O&O en collectieve kennisverspreiding al dan niet steun te verlenen op de volgende beoordelingsdimensies:
  1° de kwaliteit van de doelstellingen en de uitvoering van het project. Vooral de volgende aspecten worden daarbij beoordeeld:
  a) de relevantie en het ambitieniveau van de doelstellingen en het draagvlak;
  b) de kennis- en de competentieverhoging bij de ondernemingen waarnaar de aanvrager de projectresultaten wil overdragen, met focus op vernieuwing en uitdagingen;
  c) de relevantie en de kwaliteit van de aanpak;
  d) de kwaliteit van het aanvragende projectconsortium: expertise en middelen, track record en samenwerking.
  2° het valorisatiepotentieel (impact) van het project. Vooral de volgende aspecten worden daarbij beoordeeld:
  a) het collectieve bereik, alsook de absorptiecapaciteit bij en de betrokkenheid van de ondernemingen in het project, in het bijzonder kmo's;
  b) de economische impact en het belang voor Vlaanderen;
  c) de haalbaarheid, de kwaliteit en de geloofwaardigheid van de valorisatiestrategie en valorisatieplannen, inclusief de strategie voor kennisverspreiding, met het oog op valorisatie op korte of middellange termijn;
  d) de track record van eerder uitgevoerde projecten en valorisatietrajecten;
  e) de toegevoegde waarde en additionaliteit van het project ten opzichte van de projecten die al lopen en de projecten die al uitgevoerd zijn, met aandacht voor eventuele internationale mogelijkheden;
  f) de aansluiting bij maatschappelijke uitdagingen.
  § 2. Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2 steunt zijn beslissing om aan een innovatieproject algemeen belang al dan niet steun te verlenen op de volgende beoordelingsdimensies:
  1° de kwaliteit van de doelstellingen en de uitvoering van het project. Vooral de volgende aspecten worden daarbij beoordeeld:
  a) de relevantie en het ambitieniveau van de doelstellingen en het draagvlak;
  b) de kennis- en de competentieverhoging bij de Vlaamse overheidsorganisaties die instaan voor aanwending van de resultaten, met focus op vernieuwing en uitdagingen;
  c) de relevantie en de kwaliteit van de aanpak;
  d) de kwaliteit van het aanvragende projectconsortium: expertise en middelen, track record en samenwerking.
  2° het valorisatiepotentieel (impact) van het project. Vooral de volgende aspecten worden daarbij beoordeeld:
  a) mate dat het inspeelt op noden en opportuniteiten van Vlaamse overheidsorganisaties;
  b) betrokkenheid van de stakeholders in ruime zin;
  c) de impact en het belang voor Vlaanderen;
  d) de haalbaarheid, de kwaliteit en de geloofwaardigheid van de valorisatiestrategie en valorisatieplannen;
  e) de track record van eerder uitgevoerde projecten en valorisatietrajecten;
  f) de toegevoegde waarde en additionaliteit van het project ten opzichte van de projecten die al lopen en de projecten die al uitgevoerd zijn, met aandacht voor eventuele internationale mogelijkheden;
  g) de aansluiting bij maatschappelijke uitdagingen;
  h) de schaalbaarheid van het project: voorziene deliverables waarmee het project kan uitgerold worden bij andere Vlaamse overheidsorganisaties.
  § 3. Het beslissingscomité bij het Hermesfonds kan bij zijn beslissing om al dan niet steun te verlenen bij beide projecttypes, vermeld in bovenstaande paragrafen, daarenboven steunen op al de volgende overwegingen:
  1° de complementariteit van de projecten onderling;
  2° de spreiding van de projecten over sector- of technologiedomeinen of geografische spreiding.
  § 4. Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2 staat in voor de verdere invulling en verfijning van de criteria, vermeld in paragrafen 1, 2 en 3.
  Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2 bepaalt binnen de perken van de begrotingskredieten en de algemene beleidsprioriteiten van de politieke overheid die door de Vlaamse Regering worden vastgelegd, de selectiemechanismen voor de beoordeling van de projecten.
  § 5. De Vlaamse Regering machtigt de Vlaamse minister, bevoegd voor het technologisch innovatiebeleid, om de nodige afspraken te maken met het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2 voor de nadere invulling van de opdracht.
  Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2 houdt bij de nadere invulling van zijn opdracht, ook rekening met de algemene en specifieke beleidslijnen van de Vlaamse Regering, vermeld in de afspraken tussen het Agentschap Innoveren en Ondernemen en de Vlaamse minister, bevoegd voor het technologisch innovatiebeleid, [1 ...]1 of met de concrete verzoeken van de Vlaamse Regering aan het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2 om initiatieven te ontwikkelen voor een specifiek programma of voor een specifiek accent binnen de algemene bedrijfssteun.
  In het tweede lid wordt verstaan onder Agentschap Innoveren en Ondernemen: het agentschap opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
  
Art.25. § 1er. Le comité de décision du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2 soutient sa décision de soutenir ou non un projet de R&D collective et de diffusion collective des connaissances sur la base des dimensions d'évaluation suivantes :
  1° la qualité des objectifs et de l'exécution du projet. En particulier, les aspects suivants seront évalués :
  a) la pertinence et le niveau d'ambition des objectifs et le niveau de soutien ;
  b) l'accroissement des connaissances et compétences des entreprises auxquelles le demandeur a l'intention de transférer les résultats du projet, en mettant l'accent sur l'innovation et les défis ;
  c) la pertinence et la qualité de l'approche ;
  d) la qualité du consortium de projet du demandeur : expertise et ressources, antécédents et coopération.
  2° le potentiel de valorisation (impact) du projet. En particulier, les aspects suivants seront évalués :
  a) la couverture collective ainsi que la capacité d'absorption et l'implication des entreprises dans le projet, en particulier les PME ;
  b) l'impact économique et l'importance pour la Flandre ;
  c) la faisabilité, la qualité et la crédibilité de la stratégie de valorisation et des plans de valorisation, y compris la stratégie de diffusion des connaissances, en vue d'une valorisation à court ou moyen terme ;
  d) les antécédents de projets antérieurs et des processus de valorisation ;
  e) la valeur ajoutée et l'additionnalité du projet par rapport aux projets déjà en cours et à ceux déjà réalisés, en tenant compte des possibilités internationales éventuelles ;
  f) l'adhésion à des défis sociétaux.
  § 2. Le comité de décision du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2 soutient sa décision de soutenir ou non un projet d'innovation d'intérêt général sur la base des dimensions d'évaluation suivantes :
  1° la qualité des objectifs et de l'exécution du projet. En particulier, les aspects suivants seront évalués :
  a) la pertinence et le niveau d'ambition des objectifs et le niveau de soutien ;
  b) l'accroissement des connaissances et compétences des organismes publics flamands qui utiliseront les résultats, en mettant l'accent sur l'innovation et les défis ;
  c) la pertinence et la qualité de l'approche ;
  d) la qualité du consortium de projet du demandeur : expertise et ressources, antécédents et coopération.
  2° le potentiel de valorisation (impact) du projet. En particulier, les aspects suivants seront évalués :
  a) la mesure dans laquelle il répond aux besoins et aux opportunités des organismes publics flamands ;
  b) implication des parties prenantes au sens large ;
  c) l'impact et l'intérêt pour la Flandre ;
  d) la faisabilité, la qualité et la crédibilité de la stratégie et des plans de valorisation ;
  e) les antécédents de projets antérieurs et des processus de valorisation ;
  f) la valeur ajoutée et l'additionnalité du projet par rapport aux projets déjà en cours et à ceux déjà réalisés, en tenant compte des possibilités internationales éventuelles ;
  g) l'adhésion à des défis sociétaux ;
  h) l'extensibilité du projet : les livrables prévus avec lesquels le projet peut être étendu à d'autres organismes publics flamands.
  § 3. En outre, pour décider de soutenir ou non les deux types de projets mentionnés dans les paragraphes précédents, le comité de décision du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2 peut s'appuyer sur l'ensemble des considérations suivantes :
  1° la complémentarité des projets entre eux ;
  2° la répartition des projets entre les secteurs ou domaines technologiques ou la répartition géographique.
  § 4. Le comité de décision du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2 est responsable de l'élaboration et de l'affinement des critères mentionnés aux paragraphes 1, 2 et 3.
  Le comité de décision du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2 détermine, dans les limites des crédits budgétaires et des priorités de politique générale des autorités politiques fixées par le Gouvernement flamand, les mécanismes de sélection pour l'évaluation des projets.
  § 5. Le Gouvernement flamand autorise le Ministre flamand qui a la politique d'innovation technologique dans ses attributions à conclure les accords nécessaires avec le comité de décision du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2 pour la poursuite de la mise en oeuvre de la mission.
  Le comité de décision du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2 tient compte des politiques générales et spécifiques du Gouvernement flamand, mentionnées dans les accords entre l'Agence pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat et le Ministre flamand compétent en matière de politique d'innovation technologique, [1 ...]1 ou aux demandes concrètes du Gouvernement flamand au comité de décision du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2 de développer des initiatives pour un programme spécifique ou pour un accent spécifique dans le cadre du soutien général aux entreprises.
  Au deuxième alinéa, il faut entendre par " Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat " : l'agence instituée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 concernant l'Agence de l'Innovation et l'Entreprise ;
  
Afdeling 8. - Beslissing tot steuntoekenning
Section 8. - Décision d'octroi de l'aide
Art.26. Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 beslist binnen negentig werkdagen na de ontvangst van de steunaanvraag, onverminderd de verlenging, vermeld in artikel 18, tweede lid, artikel 19, tweede lid, en artikel 24, tweede lid, of de steunaanvraag voldoet aan de beoordelingsdimensies, vermeld in artikel 25, en verleent in voorkomend geval steun conform de voorwaarden, vermeld in dit besluit.
  Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 kan de steunverlening afhankelijk maken van bijkomende concrete voorwaarden die het oplegt, zodat een project conform de bepalingen, vermeld in dit besluit, wordt uitgevoerd.
  [2 Als de steunaanvrager een openstaande en niet in het kader van een gerechtelijke procedure betwiste schuld heeft bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen, of het Fonds voor Innoveren en Ondernemen, vermeld in artikel 41, § 1, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wordt de uitbetaling opgeschort tot het teruggevorderde bedrag is terugbetaald of de procedure tot terugvordering is afgelopen.]2
  
Art.26. Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 décide, dans les quatre-vingt-dix jours ouvrables suivant la réception de la demande de soutien, sans préjudice de la prolongation visée à l'article 18, deuxième alinéa, à l'article 19, deuxième alinéa, et à l'article 24, deuxième alinéa, si la demande de soutien répond aux dimensions d'évaluation visées à l'article 25, et octroie le cas échéant une aide, conformément aux conditions énoncées dans le présent arrêté.
  Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 peut subordonner l'octroi de l'aide à des conditions spécifiques supplémentaires qu'il impose afin d'assurer la réalisation d'un projet conformément aux dispositions du présent arrêté.
  [2 Si le demandeur d'aide a une dette impayée et non contestée dans le cadre d'une procédure judiciaire à l'égard de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat, créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen ", ou du Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat, visé à l'article 41, § 1er, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002, le paiement est suspendu jusqu'à ce que le montant récupéré ait été remboursé ou que la procédure de récupération soit terminée.]2
  
Art.27. § 1. Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 kan een negatieve beslissing nemen of extra voorwaarden stellen op basis van een of meer van de volgende elementen:
  1° de steunaanvrager of de leden van het projectconsortium voldoen niet aan de overige verplichtingen of vergunningen van de overheid;
  2° de steunaanvrager of de leden van het projectconsortium hebben blijk gegeven van niet-correct gedrag naar aanleiding van vorige aanvragen, onder meer met betrekking tot de informatieverstrekking, de inhoudelijke en financiële verplichtingen of de verslaggeving;
  3° de uitdrukkelijke toestemming van de bevoegde overheid ontbreekt voor een steunaanvraag met militaire affiniteit of voor een steunaanvraag die projectresultaten beoogt of kan beogen voor militaire doeleinden;
  4° de activiteiten in de aanvraag voldoen na een evaluatie ten gronde niet aan de volgende vereisten:
  a) voor activiteiten die worden uitgevoerd door organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding: de vereisten om in aanmerking te komen als steunbare activiteiten, vermeld in artikel 7;
  b) voor activiteiten die worden uitgevoerd door Vlaamse overheidsorganisaties: de vereisten om in aanmerking te komen als steunbare activiteiten, vermeld in artikel 8;
  5° de aanvraag bevat geen of onvoldoende informatie over eigen budgettaire inbreng.
  § 2. In geval van een steunaanvraag voor een project collectief O&O en collectieve kennisverspreiding geldt volgend additioneel element:
  6° de steunaanvraag wordt onvoldoende ondersteund door intentiebrieven van ondernemingen met o.a. een engagement tot cofinanciering die vereist is om het project uit te voeren of te doen slagen, als het steunpercentage lager is dan 100 %.
  Als een steunaanvraag beantwoordt aan de indieningsvoorwaarden van andere lopende steunmaatregelen, kan het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 beslissen om het project binnen dat specifieke kader te behandelen, zonder dat een nieuwe aanvraag hoeft te worden ingediend.
  
Art.27. § 1er. Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 peut prendre une décision négative ou imposer des conditions supplémentaires sur la base d'un ou plusieurs des éléments suivants :
  1° le demandeur de l'aide ou les membres du consortium de projet ne respectent pas les autres obligations ou permis des pouvoirs publics ;
  2° le demandeur de l'aide ou les membres du consortium de projet ont fait preuve d'un comportement incorrect à l'occasion de demandes antérieures, par exemple en ce qui concerne la fourniture d'informations, les obligations matérielles et financières ou les rapports ;
  3° le consentement explicite de l'autorité compétente fait défaut pour une demande d'aide avec affinité militaire ou pour une demande d'aide qui vise ou peut viser à atteindre les résultats d'un projet à des fins militaires ;
  4° les activités de la demande ne remplissent pas les conditions suivantes après une évaluation approfondie :
  a) pour les activités exercées par des organismes de recherche et de diffusion des connaissances, les conditions d'éligibilité des activités visées à l'article 7 ;
  b) pour les activités exercées par des organismes publics flamands : les conditions d'éligibilité en tant qu'activités éligibles visées à l'article 8 ;
  5° la demande ne contient pas ou insuffisamment d'informations sur les contributions budgétaires propres.
  § 2. Dans le cas d'une demande d'aide pour un projet de R&D collective et de diffusion collective des connaissances, l'élément supplémentaire suivant s'applique :
  6° la demande d'aide n'est pas suffisamment étayée par des lettres d'intention des entreprises, y compris un engagement de cofinancement nécessaire à la mise en oeuvre du projet ou à sa réussite, si le taux de soutien est inférieur à 100 %.
  Si une demande d'aide remplit les conditions pour la présentation d'autres mesures d'aide en cours, le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 peut décider de traiter le projet dans ce cadre spécifique, sans qu'il soit nécessaire de présenter une nouvelle demande.
  
Art.28. De steunaanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de steunbeslissing, binnen vijf werkdagen na de beslissing, vermeld in artikel 26.
Art.28. Le demandeur de l'aide est informé par écrit de la décision d'aide dans les cinq jours ouvrables suivant la décision visée à l'article 26.
Art.29. De startdatum van het project kan nooit vroeger zijn dan de datum van ontvangst van de steunaanvraag.
Art.29. La date de début du projet ne peut être antérieure à la date de réception de la demande d'aide.
Art.30. Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 sluit een steunovereenkomst met de steunaanvrager conform de voorwaarden, vermeld in dit besluit, volgens een typeovereenkomst die goedgekeurd is door het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1.
  
Art.30. Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 conclut un contrat d'aide avec le demandeur de l'aide conformément aux conditions énoncées dans le présent arrêté, selon une convention type approuvée par le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1.
  
HOOFDSTUK 5. - Opvolging van steundossiers
CHAPITRE 5. - Suivi des dossiers d'aide
Art.31. Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 houdt toezicht op de naleving van de voorwaarden en de aanwending van de steun door de begunstigden van de steun die krachtens dit besluit wordt toegekend.
  
Art.31. Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 contrôle le respect des conditions et l'utilisation de l'aide par les bénéficiaires de l'aide accordée au titre du présent arrêté.
  
Art.32. De begunstigde van de steun brengt op geregelde tijdstippen en telkens als het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 daarom verzoekt, schriftelijk verslag uit aan het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 over de vordering van het project en de aanwending van de steun. Na afloop van het project maakt hij een eindverslag op.
  De begunstigde van de steun brengt het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 onmiddellijk en schriftelijk op de hoogte van elke gebeurtenis of omstandigheid die een impact heeft of kan hebben op de ononderbroken en zorgvuldige uitvoering van het gesteunde project.
  
Art.32. Le bénéficiaire de l'aide rendra compte par écrit au comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 de l'état d'avancement du projet et de l'utilisation de l'aide à intervalles réguliers et à chaque demande du comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1. Il rédigera un rapport final à la fin du projet.
  Le bénéficiaire de l'aide informe immédiatement et par écrit le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 de tout événement ou circonstance qui a ou peut avoir un impact sur la mise en oeuvre continue et soignée du projet soutenu.
  
Art.33. Als de voorwaarden, vermeld in het decreet van 21 december 2001, in dit besluit, in de steunbeslissing of in de steunovereenkomst, vermeld in artikel 30 van dit besluit, niet worden nageleefd, kan het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 de volgende maatregelen treffen:
  1° de steunaanvrager in gebreke stellen;
  2° de uitbetaling van de steun opschorten voor alle projecten waarvoor het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 steun heeft toegekend;
  3° de steun niet uitbetalen;
  4° de steun herzien;
  5° bijkomende voorwaarden opleggen.
  
Art.33. Si les conditions énoncées dans le décret du 21 décembre 2001, dans le présent arrêté, dans la décision d'aide ou dans la convention d'aide visée à l'article 30 du présent arrêté ne sont pas remplies, le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 peut prendre les mesures suivantes :
  1° mettre en demeure le demandeur de l'aide ;
  2° suspendre le versement de l'aide pour tous les projets pour lesquels le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 a accordé une aide ;
  3° ne pas verser l'aide ;
  4° procéder à une révision de l'aide ;
  5° imposer des conditions supplémentaires.
  
Art.34. Het beslissingscomité bij het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2 vordert de steun terug [3 ...]3, met behoud van de toepassing van de bepalingen in de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, [1 hoofdstuk 8 van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019]1 en de wet van 7 juni 1994 tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 mei 1933 betreffende de verklaringen te doen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen van elke aard, die geheel of gedeeltelijk ten laste van de Staat zijn, als:
  1° de voorwaarden, vermeld in artikel 41ter, § 2, van het decreet van 21 december 2001, de voorwaarden, vermeld in dit besluit, in de steunbeslissing of in de steunovereenkomst, vermeld in artikel 30 van dit besluit, gedurende de duur van de steunovereenkomst niet worden nageleefd;
  2° de wettelijke informatie- en raadplegingsprocedures bij collectief ontslag binnen vijf jaar na de beëindiging van het project niet worden nageleefd.
  In geval van terugvordering wordt de Europese referentierentevoet voor de terugvordering van onrechtmatig verleende staatssteun toegepast, die geldt op het moment van de steuntoekenning, vanaf het tijdstip van de eerste ingebrekestelling.
  
Art.34. Le comité de décision du [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2 récupère l'aide [3 ...]3, sans préjudice de l'application des dispositions de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrôle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrôle de la Cour des comptes, [1 du chapitre 8 du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019]1 et de la loi du 7 juin 1994 modifiant l'arrêté royal du 31 mai 1933 concernant les déclarations à faire en matière de subventions, indemnités et allocations de toute nature, qui sont, en tout ou en partie, à charge de l'Etat, si :
  1° les conditions visées à l'article 41ter, § 2, du décret du 21 décembre 2001, les conditions visées dans le présent arrêté, dans la décision d'aide ou dans la convention d'aide visée à l'article 30 du présent arrêté ne sont pas respectées pendant la durée de la convention d'aide ;
  2° les procédures légales d'information et de consultation en cas de licenciements collectifs dans les cinq ans suivant la fin du projet ne sont pas respectées.
  En cas de récupération, on applique le taux de référence européen pour la récupération des aides d'Etat accordées illégalement qui est celui en vigueur au moment de l'octroi de l'aide et on l'applique à compter de la première mise en demeure.
  
HOOFDSTUK 6. - Georganiseerd beroep
CHAPITRE 6. - Profession organisée
Art.35. De steunaanvrager of de begunstigde van steun kan beroep aantekenen bij het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 tegen de volgende beslissingen:
  1° de beslissing van onontvankelijkheid;
  2° de beslissing tot weigering van de selectie van de steunaanvraag;
  3° de beslissing tot weigering van de toekenning van de steun;
  4° de beslissing tot ingebrekestelling;
  5° de beslissing tot herziening van de steun;
  6° de beslissing tot terugvordering van steun.
  Het georganiseerd beroep is niet mogelijk als het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 beslist tot ingebrekestelling, herziening of terugvordering van de steun op grond van feiten die direct eenvoudig vastgesteld kunnen worden. Dit betreft het niet tijdig indienen van de verslaggeving vermeld in dit besluit.
  
Art.35. Le demandeur ou le bénéficiaire de l'aide peut faire appel des décisions suivantes devant le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 :
  1° la décision d'irrecevabilité ;
  2° la décision de refus de la sélection de la demande d'aide ;
  3° la décision de refus d'octroi de l'aide ;
  4° la décision de mise en demeure ;
  5° la décision de révision de l'aide ;
  6° la décision de récupération de l'aide.
  Un recours organisé n'est pas possible si le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 décide de procéder à une mise en demeure, une révision ou une récupération de l'aide sur la base de faits qui peuvent être établis immédiatement et facilement. Il s'agit du fait que les rapports mentionnés dans le présent arrêté n'ont pas été soumis à temps.
  
Art.36. Het beroep wordt schriftelijk ingediend binnen dertig werkdagen na de kennisgeving van de beslissing, vermeld in artikel 35, eerste lid.
Art.36. Le recours est formé par écrit dans les trente jours ouvrables après la notification de la décision visée à l'article 35, alinéa premier.
Art.37. De verzoeker in beroep krijgt een schriftelijke ontvangstmelding binnen vijf werkdagen na de ontvangst van het beroep.
Art.37. Un accusé de réception écrit est remis au demandeur du recours dans les cinq jours ouvrables suivant la réception du recours.
Art.38. Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 beslist over het beroep binnen zestig werkdagen na de ontvangst ervan.
  
Art.38. Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 statue sur les appels dans les soixante jours ouvrables suivant leur réception.
  
Art.39. De verzoeker in beroep wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de beroepsbeslissing binnen twee werkdagen na de beslissing, vermeld in artikel 38.
Art.39. Le demandeur du recours est informé par écrit de la décision relative au recours dans les deux jours ouvrables suivant la décision telle que visée à l'article 38.
Art.40. Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 kan een of meer externe deskundigen aanstellen en een bijkomend advies inwinnen.
  In het geval, vermeld in het eerste lid, wordt de termijn, vermeld in artikel 39, met dertig werkdagen verlengd.
  
Art.40. Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 peut nommer un ou plusieurs experts externes et demander un avis complémentaire.
  Dans le cas visé à l'alinéa premier, le délai visé à l'article 39 est prolongé de trente jours ouvrables.
  
Art.41. Het beslissingscomité bij het [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1 werkt de nadere modaliteiten uit voor de indiening en de behandeling van aanvragen voor een georganiseerd beroep.
  
Art.41. Le comité de décision du [1 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]1 établira les modalités détaillées d'introduction et de traitement des demandes de recours organisé.
  
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015 houdende het beheer en de werking van het Fonds voor Flankerend Economisch en Innovatiebeleid en de werking van het beslissingscomité bij dat fonds
CHAPITRE 7. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015 réglant la gestion et le fonctionnement du Fonds pour la Politique d'accompagnement économique et d'innovation et le fonctionnement du comité de décision auprès dudit fonds
Art.42. Aan artikel 6, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015 houdende het beheer en de werking van het Fonds voor Flankerend Economisch en Innovatiebeleid en de werking van het beslissingscomité bij dat fonds, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016, 12 mei 2017 en 22 december 2017, wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "11° het besluit van de Vlaamse Regering van 25 mei 2018 tot regeling van steun aan projecten van collectief onderzoek en ontwikkeling en collectieve kennisverspreiding.".
Art.42. Un point 11° est ajouté à l'article 6, § 1er, de l'Arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015 réglant la gestion et le fonctionnement du Fonds pour la Politique d'accompagnement économique et d'innovation et le fonctionnement du comité de décision auprès dudit fonds, tel que modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 4 mars 2016, 12 mai 2017 et 22 décembre 2017, libellé comme suit :
  " 11° l'Arrêté du Gouvernement flamand du 25 mai 2018 réglementant les aides aux projets de recherche et développement collectifs et de diffusion collective des connaissances. ".
HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions finales
Art.43. Dit besluit treedt in werking op datum van goedkeuring.
Art.43. Le présent arrêté entre en vigueur à la date de son adoption.
Art.44. De Vlaamse minister, bevoegd voor het technologisch innovatiebeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.44. Le Ministre flamand qui a la politique de l'innovation technologique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage. Kosten als vermeld in artikel 9
  Als projectkosten kunnen in aanmerking worden genomen de kosten die, na de startdatum die is opgenomen in de steunovereenkomst, vermeld in artikel 30, door de projectuitvoerders worden gemaakt en betaald zijn. Die kosten moeten noodzakelijk zijn, rechtstreeks aan het project toegerekend kunnen worden en reëel zijn.
  De projectkosten omvatten de volgende kosten:
  1° personeelskosten voor onderzoekers, onderzoekstechnici en projectbeheerders voor onderzoek en ontwikkeling, alsook andere personeelsleden die zich met het project bezighouden;
  2° overige werkingskosten, die de volgende kosten omvatten:
  a) kosten van apparatuur, uitrusting, land en gebouwen die uitsluitend en permanent, behalve als ze op commerciële basis worden afgestaan, voor onderzoek worden gebruikt;
  b) kosten die verschuldigd zijn aan derden voor advies en soortgelijke diensten, die uitsluitend voor de projectuitvoering worden gebruikt, met inbegrip van uitbestede activiteiten, aangekochte technische kennis, octrooien enzovoort;
  c) extra algemene kosten die rechtstreeks uit de projectuitvoering voortvloeien, maar die niet direct toewijsbaar zijn;
  d) andere exploitatiekosten, zoals die van materiaal, leveranties en dergelijke, die rechtstreeks uit de projectuitvoering voortvloeien.
  Het is toegestaan extra algemene kosten en andere exploitatiekosten forfaitair te berekenen, met een maximum van 20 % van de directe kosten.
Art. N. Annexe. Coûts tels que visés à l'article 9
  Les coûts du projet peuvent prendre en considération les coûts encourus et payés par les responsables de la mise en oeuvre du projet après la date de démarrage fixée dans la convention de soutien visée à l'article 30. Ces coûts doivent être nécessaires, directement attribuables au projet et réels.
  Les coûts du projet incluent les coûts suivants :
  1° les frais de personnel pour les chercheurs, les techniciens de recherche et les gestionnaires de projet pour la recherche et le développement, ainsi que pour les autres membres du personnel impliqués dans le projet ;
  2° les autres frais de fonctionnement, qui comprennent les frais suivants :
  a) les coûts des instruments, équipements, terrains et bâtiments utilisés exclusivement et en permanence à des fins de recherche, sauf lorsqu'ils sont transférés sur une base commerciale ;
  b) les coûts dus à des tiers pour les services de conseil et services similaires utilisés exclusivement pour l'exécution du projet, y compris les activités sous-traitées, les connaissances techniques achetées, les brevets, etc. ;
  c) les frais généraux supplémentaires encourus directement du fait de la réalisation du projet, mais non directement imputables ;
  d) les autres frais d'exploitation, tels que les matériaux, fournitures et autres, directement liés à la réalisation du projet.
  Les frais généraux supplémentaires et autres coûts d'exploitation peuvent être calculés sur une base forfaitaire, jusqu'à un maximum de 20 % des coûts directs.