Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
25 NOVEMBER 2018. - Wet houdende diverse bepalingen met betrekking tot het Rijksregister en de bevolkingsregisters
Titre
25 NOVEMBRE 2018. - Loi portant des dispositions diverses concernant le Registre national et les registres de population
Documentinformatie
Numac: 2018032324
Datum: 2018-11-25
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018032324
Date: 2018-11-25
Moniteur: Voir
Tekst (35)
Texte (35)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques
Art. 2. In artikel 1, § 3, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, gewijzigd bij de wetten van 25 maart 2003 en 9 november 2015, wordt de bepaling onder d) vervangen als volgt:
  "d) de administratieve formaliteiten die van burgers door de publieke overheden geëist worden vereenvoudigen en bijdragen tot de vereenvoudiging van de administratieve formaliteiten die door private instellingen gevraagd worden;".
Art. 2. Dans l'article 1er, § 3, de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques, modifié par les lois des 25 mars 2003 et 9 novembre 2015, le d) est remplacé par ce qui suit :
  "d) simplifier les formalités administratives des citoyens exigées par les autorités publiques et participer à la simplification des formalités administratives demandées par des organismes privés;".
Art. 3. Artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 15 mei 2007, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 2. § 1. Worden ingeschreven in het Rijksregister van de natuurlijke personen:
  1° de personen die ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters en in het vreemdelingenregister bedoeld in artikel 1, § 1, eerste lid, 1°, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten;
  2° de personen die ingeschreven zijn in het wachtregister bedoeld in artikel 1, § 1, eerste lid, 2°, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten;
  3° de personen ingeschreven in de registers gehouden in de diplomatieke zendingen en de Belgische consulaire posten in het buitenland, de zogenaamde "consulaire registers".
  § 2. Kunnen eveneens het voorwerp uitmaken van een vermelding in één van de registers waaruit het Rijksregister van de natuurlijke personen bestaat, de personen die niet beschikken over een bewijs van inschrijving in het Rijksregister in toepassing van paragraaf 1.
  Er kan geen enkel socio-economisch recht opgeëist worden door een persoon, enkel en alleen op basis van het feit het voorwerp uit te maken van een vermelding in het Rijksregister van de natuurlijke personen.
  § 3. Aan elke natuurlijke persoon wordt een Rijksregisternummer toegekend bij zijn/haar eerste inschrijving of, in voorkomend geval, bij zijn/haar eerste vermelding in het Rijksregister van de natuurlijke personen. De Koning bepaalt de regels volgens welke dit nummer samengesteld wordt.
  § 4. Worden vermeld in het Rijksregister van de natuurlijke personen:
  1° de personen vermeld in het Protocolregister en bedoeld in artikel 2bis;
  2° de personen vermeld in het register bedoeld in artikel 2ter;
  3° de gehuwde personen of de personen die van plan zijn in het huwelijk te treden met een in het Rijksregister ingeschreven persoon, de samenwonende personen of de personen die van plan zijn wettelijk te gaan samenwonen met een in het Rijksregister ingeschreven persoon, de personen die het voorwerp uitmaken van een erkenning, maar niet beschikken over een identificatienummer in het Rijksregister van de natuurlijke personen; de Koning bepaalt deze personen, alsook de nadere regels en de voorwaarden van deze vermelding in het wachtregister.".
Art. 3. L'article 2 de la même loi, modifié par la loi du 15 mai 2007, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 2. § 1er. Sont inscrites au Registre national des personnes physiques :
  1° les personnes inscrites aux registres de la population et au registre des étrangers visés à l'article 1er, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour;
  2° les personnes inscrites dans le registre d'attente visé à l'article 1er, § 1er, alinéa 1er, 2°, de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour;
  3° les personnes inscrites dans les registres tenus par les missions diplomatiques et les postes consulaires belges à l'étranger, dits "registres consulaires".
  § 2. Peuvent également faire l'objet d'une mention dans l'un des registres composant le Registre national des personnes physiques les personnes ne disposant pas d'un titre d'inscription dans le Registre national en application du paragraphe 1er.
  Aucun droit socio-économique ne peut être revendiqué par une personne du seul fait de faire l'objet d'une mention au Registre national des personnes physiques.
  § 3. Un numéro de Registre national est attribué à chaque personne physique lors de sa première inscription ou, le cas échéant, lors de sa première mention dans le Registre national des personnes physiques. Le Roi fixe les règles selon lesquelles ce numéro est composé.
  § 4. Sont mentionnées au Registre national des personnes physiques :
  1° les personnes mentionnées au registre du Protocole et visées à l'article 2bis;
  2° les personnes mentionnées au registre visé à l'article 2ter;
  3° les personnes qui sont mariées ou qui envisagent de contracter mariage avec une personne inscrite au Registre national, qui cohabitent ou qui envisagent de faire une déclaration de cohabitation légale avec une personne inscrite au Registre national, ou qui font l'objet d'une reconnaissance, mais qui ne disposent pas d'un numéro d'identification au Registre national des personnes physiques; il appartient au Roi de déterminer ces personnes ainsi que les modalités et conditions de cette mention dans le registre d'attente.".
Art. 4. In artikel 2bis van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 9 november 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de inleidende zin van het eerste lid worden de woorden "in het Rijksregister" vervangen door de woorden "in het Protocolregister";
  2° het tweede lid en het derde lid worden vervangen als volgt:
  "De diplomatieke ambtenaren van de in het Rijk gevestigde diplomatieke zendingen moeten verplicht vermeld worden in het Protocolregister. De andere in het eerste lid bedoelde categorieën van personen kunnen kiezen voor een vermelding in de zin van dit artikel of voor een inschrijving in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister bedoeld in artikel 2, § 1, 1°. ".
Art. 4. A l'article 2bis de la même loi, inséré par la loi du 9 novembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase liminaire de l'alinéa 1er, les mots "au Registre national" sont remplacés par les mots "au registre du Protocole";
  2° les alinéas 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  "Les agents diplomatiques des missions diplomatiques établies dans le Royaume font obligatoirement l'objet d'une mention dans le registre du Protocole. Les autres catégories de personnes visées à l'alinéa 1er peuvent choisir de faire l'objet, soit d'une mention au sens du présent article, soit d'une inscription dans les registres de la population ou le registre des étrangers visés à l'article 2, § 1er, 1°. ".
Art. 5. In dezelfde wet wordt een artikel 2ter ingevoegd, luidende:
  "Art. 2ter. Worden vermeld in het Rijksregister, vanaf de door de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken vastgelegde datum, de natuurlijke personen die vermeld worden in een akte van de burgerlijke stand opgemaakt door een ambtenaar van de burgerlijke stand, maar die niet het voorwerp uitmaken van een inschrijving of een vermelding in het Rijksregister van de natuurlijke personen in een andere hoedanigheid.".
Art. 5. Dans la même loi, est inséré un article 2ter, rédigé comme suit :
  "Art. 2ter. Sont mentionnées au Registre national, à partir de la date déterminée par le ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions, les personnes physiques mentionnées sur un acte d'état civil belge établi par un officier de l'Etat civil mais qui ne font pas l'objet d'une inscription ou d'une mention dans le Registre national des personnes physiques à un autre titre.".
Art. 6. In artikel 3 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 november 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de inleidende zin van het eerste lid worden de woorden "Voor ieder persoon wordt volgende informatie" vervangen door de woorden "Voor elke persoon ingeschreven of vermeld in de in artikel 2, § 1, 1°, 2° en 3° bedoelde registers wordt volgende informatie";
  2° in het eerste lid wordt de bepaling onder 10° aangevuld met de woorden "of vermeld";
  3° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
  "De opeenvolgende wijzigingen van de in het eerste lid bedoelde informatiegegevens, behalve het informatiegegeven bedoeld in de bepaling onder 17°, alsook de datum waarop zij uitwerking hebben, worden tevens in het Rijksregister opgenomen.";
  4° het vijfde lid wordt vervangen als volgt:
  "De informatiegegevens worden bewaard gedurende dertig jaar te rekenen van de dag van het overlijden van de persoon op wie zij betrekking hebben.
  Na deze periode worden de informatiegegevens uitsluitend bewaard voor archiveringsdoeleinden van openbaar nut, namelijk voor archiveringsdoeleinden van openbaar belang, voor wetenschappelijk of historisch onderzoek of voor statistische doeleinden met een karakter van algemeen belang. De machtiging om toegang te hebben tot die gegevens wordt verleend door de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken.".
Art. 6. A l'article 3 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 9 novembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans la phrase liminaire de l'alinéa 1er, les mots "Pour chaque personne, les informations suivantes" sont remplacés par les mots "Pour chaque personne inscrite ou mentionnée dans les registres visés à l'article 2, § 1er, 1°, 2° et 3°, les informations suivantes";
  2° dans l'alinéa 1er, le 10° est complété par les mots "ou mentionnées";
  3° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  "Les modifications successives apportées aux informations visées à l'alinéa 1er, hormis celle visée au 17°, ainsi que leur date de prise d'effet sont également enregistrées au Registre national.";
  4° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
  "Les informations sont conservées pendant trente ans à compter du jour du décès de la personne à laquelle elles sont relatives.
  Au-delà de cette période, les informations sont conservées uniquement à des fins d'archivage d'utilité publique, à savoir à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques présentant un caractère d'intérêt général. L'autorisation d'accéder à ces données est accordée par le ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions.".
Art. 7. In artikel 4, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "van de in artikel 2 bedoelde registers" vervangen door de woorden "van de in artikel 2, § 1, 1°, 2° en 3°, bedoelde registers".
Art. 7. A l'article 4, alinéa 1er, de la même loi, les mots "des registres visés à l'article 2" sont remplacés par les mots "des registres visés à l'article 2, § 1er, 1°, 2° et 3°, ".
Art. 8. In artikel 4ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 9 november 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, worden de woorden "de schrapping in het Rijksregister" vervangen door de woorden "de schrapping ervan" en wordt het woord "Rijksregister" vervangen door de woorden "in het Protocolregister";
  2° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
  "De in artikel 3, eerste lid, 1° tot 10° en 13°, bedoelde informatiegegevens worden geregistreerd en bewaard in het Protocolregister. De informatiegegevens worden bewaard gedurende dertig jaar, te rekenen vanaf de einddatum van de functie die de vermelding in het Protocolregister verantwoordde. Na deze periode worden de informatiegegevens uitsluitend bewaard voor archiveringsdoeleinden van openbaar nut, namelijk voor archiveringsdoeleinden van openbaar belang, voor wetenschappelijk of historisch onderzoek of voor statistische doeleinden met een karakter van algemeen belang. De machtiging om toegang te hebben tot die gegevens wordt verleend door de minister bevoegd voor Buitenlandse Zaken.".
Art. 8. A l'article 4ter de la même loi, inséré par la loi du 9 novembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "à la radiation dans le Registre national" sont remplacés par les mots "à leur radiation" et les mots "au Registre national" sont remplacés par les mots "dans le registre du Protocole";
  2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  "Sont enregistrées et conservées au registre du Protocole, les informations visées à l'article 3, alinéa 1er, 1° à 10° et 13°. Les informations sont conservées pendant trente ans à compter de la date de fin de la fonction qui a justifié la mention dans le registre du Protocole. Au-delà de cette période, les informations sont conservées uniquement à des fins d'archivage d'utilité publique, à savoir à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques présentant un caractère d'intérêt général. L'autorisation d'accéder à ces données est accordée par le ministre ayant les Affaires étrangères dans ses attributions.".
Art. 9. In dezelfde wet wordt een artikel 4quater ingevoegd, luidende:
  "Art. 4quater. De ambtenaar van de burgerlijke stand die een akte van de burgerlijke stand opmaakt, verzamelt de informatiegegevens betreffende de personen vermeld in het in artikel 2ter bedoelde register.
  Worden geregistreerd en bewaard in dit register de informatiegegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot 3°, en 10°, en in voorkomend geval, de andere gegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor zover zij vermeld zijn in de desbetreffende akte van de burgerlijke stand.
  De informatiegegevens worden uitsluitend voor archiveringsdoeleinden van openbaar nut bewaard, namelijk voor archiveringsdoeleinden van openbaar belang, voor wetenschappelijk of historisch onderzoek of voor statistische doeleinden met een karakter van algemeen belang. De machtiging om toegang te hebben tot die gegevens wordt verleend door de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, nadat deze het gunstig advies gekregen heeft van de minister bevoegd voor Justitie. Een kopie van de beslissing wordt verstuurd naar de minister bevoegd voor Justitie.".
Art. 9. Dans la même loi, est inséré un article 4quater, rédigé comme suit:
  "Art. 4quater. L'officier de l'état civil qui établit un acte d'état civil collecte les informations relatives aux personnes mentionnées dans le registre visé à l'article 2ter.
  Sont enregistrées et conservées dans ce registre, les informations visées à l'article 3, alinéa 1er, 1° à 3°, et 10°, et le cas échéant, les autres données visées à l'article 3, alinéa 1er, dans la mesure où elles figurent sur l'acte d'état civil concerné.
  Les informations sont conservées uniquement à des fins d'archivage d'utilité publique, à savoir à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques présentant un caractère d'intérêt général. L'accès à ces données est autorisé par le ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions, après avoir obtenu l'avis favorable du ministre ayant la Justice dans ses attributions. Une copie de la décision est envoyée au ministre ayant la Justice dans ses attributions.".
Art. 10. In artikel 5 van de dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 15 mei 2007 en 9 november 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt paragraaf 1;
  2° in de inleidende zin van paragraaf 1 worden de woorden "het sectoraal comité van het Rijksregister ingesteld door artikel 15" vervangen door de woorden "de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken";
  3° in § 1, 2°, worden de woorden "het voormelde sectoraal comité" vervangen door de woorden "de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken";
  4° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 2° /1 ingevoegd, luidende:
  "2° /1, aan de feitelijke verenigingen en aan de natuurlijke personen, uitdrukkelijk gemachtigd door een wet, een decreet of een ordonnantie, voor de noodzakelijke informatie voor de uitvoering van de opdrachten van algemeen belang die hen zijn toevertrouwd door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie;";
  5° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt:
  "3° aan de natuurlijke personen of rechtspersonen die handelen als onderaannemer van de Belgische openbare overheden en de openbare of private instellingen van Belgisch recht bedoeld in 1°, 2° en 2° /1; de eventuele onderaanneming gebeurt op verzoek, onder controle en verantwoordelijkheid van deze overheden en instellingen; deze onderaannemers conformeren zich aan de wettelijke en reglementaire bepalingen, met name met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, en nemen hiertoe de nodige maatregelen;";
  6° het tweede tot het vijfde lid worden opgeheven;
  7° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 2 tot 4 luidende:
  " § 2. De minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken machtigt de overheden, de openbare instellingen en de personen bedoeld in paragraaf 1, met het oog op de vervulling van dezelfde doeleinden als die bepaald in paragraaf 1 en volgens dezelfde voorwaarden en nadere regels als die bedoeld in artikel 15, om de mededeling te ontvangen van of om via de diensten van het Rijksregister toegang te hebben tot de door de gemeenten verzamelde en bewaarde informatie met toepassing van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten, die dus niet in het Rijksregister bewaard worden.
  § 3. De politiediensten zoals gedefinieerd in artikel 2, 2°, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus zijn bij de uitoefening van hun opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie vrijgesteld van een voorafgaande machtiging van de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en mogen toegang hebben tot de informatiegegevens bedoeld in artikel 3, eerste tot derde lid.
  Wordt gestraft met de sanctie bedoeld in artikel 13, eerste lid, elk lid van de politiediensten dat, in overtreding met de vertrouwelijkheidsverplichting, de via het Rijksregister verkregen informatiegegevens meedeelt aan personen die niet gemachtigd zijn om die informatiegegevens te ontvangen of dat die gegevens gebruikt voor andere doeleinden dan voor de uitoefening van opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie zoals bedoeld in de artikelen 14 en 15 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt."
Art. 10. A l'article 5 de la même loi, modifié par les lois du 15 mai 2007 et du 9 novembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er devient le paragraphe 1er;
  2° dans la phrase liminaire du paragraphe 1er, les mots "le comité sectoriel du Registre national institué par l'article 15" sont remplacés par les mots "le ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions";
  3° dans le § 1er, 2°, les mots "le comité sectoriel précité" sont remplacés par les mots "le ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions";
  4° dans le paragraphe 1er, il est inséré un 2° /1, rédigé comme suit :
  "2° /1 aux associations de fait et aux personnes physiques expressément habilitées par une loi, un décret ou une ordonnance à connaître les informations nécessaires à l'accomplissement de missions d'intérêt général qui leur sont confiées par ou en vertu d'un loi, d'un décret ou d'une ordonnance;";
  5° dans le paragraphe 1er, le 3° est remplacé par ce qui suit :
  "3° aux personnes physiques ou morales qui agissent en qualité de sous-traitants des autorités publiques belges et des organismes publics ou privés de droit belge visés aux 1°, 2° et 2° /1; l'éventuelle sous-traitance se fait à la demande, sous le contrôle et sous la responsabilité desdits autorités et organismes; ces sous-traitants se conforment aux dispositions légales et réglementaires, notamment en vue de la protection des données à caractère personnel, et prennent les mesures nécessaires à cette fin;";
  6° les alinéas 2 à 5 sont abrogés;
  7° l'article est complété par les paragraphes 2 à 4, rédigés comme suit :
  " § 2. Le ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions autorise les autorités, les organismes publics et les personnes visés au paragraphe 1er, en vue de l'accomplissement des mêmes finalités que celles définies au paragraphe 1er, et selon les mêmes conditions et modalités que celles prévues à l'article 15, à recevoir la communication ou à accéder, par le biais des services du Registre national, aux informations collectées et conservées par les communes en application de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour et qui ne sont pas ainsi conservées au Registre national.
  § 3. Dans l'exercice de leurs missions de police administrative et de police judiciaire, les services de police tels que définis à l'article 2, 2°, de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux sont dispensés d'une autorisation préalable du ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions et peuvent accéder aux informations visées à l'article 3, alinéas 1er à 3.
  Est puni de la sanction visée à l'article 13, alinéa 1er, tout membre des services de police qui, en violation de l'obligation de confidentialité, communique des informations obtenues du Registre national à des personnes non habilitées à les recevoir ou qui fait usage de ces données à des fins autres que l'exercice de missions de police administrative et judiciaire telles que visées aux articles 14 et 15 de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police.".
Art. 11. Artikel 5bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 9 november 2015, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 5bis. De minister bevoegd voor Buitenlandse Zaken machtigt de toegang tot de gegevens met betrekking tot de personen bedoeld in artikel 2bis, overeenkomstig de voorwaarden en nadere regels bedoeld in de artikelen 5 en 15; een kopie van de beslissing wordt verstuurd naar de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken.".
Art. 11. L'article 5bis, inséré par la loi du 9 novembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 5bis. Le ministre ayant les Affaires étrangères dans ses attributions autorise l'accès aux données relatives aux personnes visées à l'article 2bis, selon les conditions et modalités prévues aux articles 5 et 15; une copie de la décision est envoyée au ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions.".
Art. 12. In dezelfde wet wordt een artikel 5ter ingevoegd, luidende:
  "Art. 5ter. § 1. Onverminderd artikel 5 kan een meerderjarige eveneens de toelating geven dat de diensten van het Rijksregister de wijzigingen aangebracht aan zijn/haar informatiegegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 5° en 6°, meedelen aan private en openbare instellingen van Belgisch recht.
  § 2. Een natuurlijke persoon kan enkel de toestemming geven om de wijzigingen mee te delen overeenkomstig paragraaf 1, wanneer aan de volgende voorwaarden voldaan wordt:
  1° enkel de gegevenswijzigingen die betrekking hebben op natuurlijke personen ten aanzien van wie de instelling een contractuele, wederzijdse, expliciete en formele relatie onderhoudt, en waarvan de uitvoering opeenvolgende prestaties vereist, mogen meegedeeld worden;
  2° de instelling laat vooraf aan de betrokken persoon weten voor welke doeleinden de mededeling van de gegevenswijzigingen noodzakelijk is met het oog op het bijwerken van beschrijvende bestanden of databanken van natuurlijke personen, namelijk voor één of meer van de onderstaande doeleinden:
  - het beheer van bestellingen en/of leveringen van producten of diensten, verkocht of geleend, kosteloos of tegen betaling;
  - de facturering en de inning van facturen;
  - het beheer van financieringsdossiers;
  - de eventuele terugroeping van gevaarlijke of beschadigde producten;
  - het beheer van geschillen.
  De in paragraaf 1 bedoelde wijzigingen mogen daarentegen niet meegedeeld worden met het oog op de vervulling van doeleinden bestaande uit de mededeling door het Rijksregister van geactualiseerde persoonsgegevens;
  3° voor elk van de nagestreefde doeleinden moet de instelling tevens aan de betrokken natuurlijke persoon meedelen hoelang de desbetreffende gegevens bewaard zullen blijven; de gegevens moeten bij de beëindiging van de overeenkomst onmiddellijk vernietigd worden;
  4° voor elk van de nagestreefde doeleinden moet de instelling de toestemming hebben van de betrokken natuurlijke persoon. Deze toestemming, zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 11°, van de Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, namelijk de vrije, specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige wilsuiting, waarbij een persoon aanvaardt dat zijn/haar gegevens geactualiseerd worden door middel van een consultatie van het Rijksregister, moet expliciet opgenomen worden in de vorm van een specifieke vermelding in de overeenkomst. Naast de contactgegevens van de verwerkingsverantwoordelijke preciseert deze vermelding de doeleinden waarvoor de mededeling van de wijzigingen van de gegevens van het Rijksregister noodzakelijk is, alsook de bewaringstermijn van de geactualiseerde gegevens.
  In geen geval mag de uitvoering van het contract ondergeschikt gesteld worden aan het feit dat de betrokkene zijn toestemming heeft gegeven voor deze mededeling door de diensten van het Rijksregister en er mag voor de betrokkene geen enkel negatief of positief gevolg verbonden worden aan het verkrijgen van de toestemming;
  5° de instelling neemt de nodige maatregelen om de bescherming van de gegevens te garanderen en een functionaris voor gegevensbescherming aanwijzen, in de zin van de artikelen 32 en 37 van Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG. De instelling deelt de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming mee aan de diensten van het Rijksregister en houdt het gegevensveiligheidsplan permanent ter beschikking van de Gegevensbeschermingsautoriteit;
  6° met het oog op de automatische mededeling van de gegevenswijzigingen door de diensten van het Rijksregister maakt de instelling een referentierepertorium op van de natuurlijke personen die ingestemd hebben met die mededeling.
  § 3. De stopzetting van de contractuele relatie tussen de natuurlijke persoon en de instelling brengt de stopzetting van elke mededeling van gegevens uit het Rijksregister met zich mee. De instelling is verplicht om de stopzetting van deze contractuele relatie mee te delen aan de diensten van het Rijksregister en de gegevens betreffende de betrokken natuurlijke persoon uit het referentierepertorium te verwijderen.
  Een natuurlijke persoon kan, vanaf het afsluiten van het contract, op elk moment beslissen dat de wijzigingen die aangebracht worden aan zijn/haar gegevens, niet meer meegedeeld mogen worden aan een instelling. Hij/zij kan dit doen door het te laten weten aan de instelling, op een beveiligde manier via het Rijksregister of bij zijn/haar gemeente. Daartoe stellen de diensten van het Rijksregister een toepassing ter beschikking waarmee elke natuurlijke persoon de instellingen die hij/zij gemachtigd heeft om mededeling te krijgen van de gegevenswijzigingen, kan zien, zijn/haar toestemming kan intrekken en, in voorkomend geval, deze opnieuw kan toekennen.
  § 4. De lijst van alle instellingen die gemachtigd zijn door natuurlijke personen om mededeling te krijgen van de wijzigingen aangebracht aan de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen, alsook van de doeleinden waarvoor die wijzigingen meegedeeld worden, wordt opgemaakt, bijgewerkt en beschikbaar gesteld op de internetsite van het Rijksregister. Daartoe delen de instellingen, voorafgaand aan elke gegevensmededeling, de contactgegevens van de instellingsverantwoordelijke mee, evenals de doeleinden waarvoor de mededeling van de wijzigingen van gegevens van het Rijksregister gemachtigd kan worden door natuurlijke personen.
  § 5. Onverminderd artikel 5 zijn alle mededelingen van gegevens voor andere doeleinden of met betrekking tot andere personen dan die bedoeld in paragraaf 2, verboden. Zo mogen de gegevens niet verkocht noch meegedeeld worden aan derden, noch gebruikt worden voor reclamedoeleinden.
  De Koning bepaalt het tarief van de prestaties die uitgevoerd worden door de diensten van het Rijksregister ten laste van de instellingen die, overeenkomstig paragraaf 1, gemachtigd zijn om mededeling te krijgen van de gegevens van het Rijksregister.".
Art. 12. Dans la même loi, il est inséré un article 5ter, rédigé comme suit :
  "Art. 5ter. § 1er. Sans préjudice de l'article 5, une personne majeure peut également autoriser la communication par les services du Registre national des modifications apportées à ses informations visées à l'article 3, alinéas 1er, 1°, 5° et 6°, à des organismes privés et publics de droit belge.
  § 2. La communication des modifications visées au paragraphe 1er peut être consentie par une personne physique uniquement lorsque les conditions suivantes sont rencontrées :
  1° seules les modifications de données relatives à des personnes physiques vis-à-vis desquelles l'organisme entretient une relation contractuelle synallagmatique, explicite et formelle, et dont l'exécution nécessite des prestations successives, peuvent être communiquées;
  2° l'organisme indique préalablement à la personne concernée les finalités pour lesquelles la communication des modifications de données est nécessaire à la tenue à jour de fichiers ou banques de données signalétiques de personnes physiques, à savoir l'une ou plusieurs des finalités suivantes :
  - la gestion des commandes et/ou des livraisons de produits ou de services, vendus ou prêtés, à titre gratuit ou onéreux;
  - la facturation et le recouvrement de factures;
  - la gestion de dossiers de financements;
  - le rappel éventuel de produits dangereux ou défectueux;
  - la gestion des contentieux.
  Les modifications visées au paragraphe 1er ne peuvent par contre pas être communiquées en vue de l'accomplissement de finalités consistant en la communication de données à caractère personnel actualisées par le Registre national;
  3° l'organisme doit également préciser à la personne physique concernée le délai de conservation des données le concernant et ce, pour chacune des finalités poursuivies; en tout état de cause, les données doivent immédiatement être détruites dès la fin du contrat;
  4° l'organisme doit recueillir le consentement de la personne physique concernée pour chacune des finalités poursuivies. Ce consentement, tel que défini par l'article 4, point 11°, du Règlement 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016, relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement de données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la Directive 95/46/CE, à savoir la manifestation de volonté, libre, spécifique, éclairée et univoque par laquelle une personne accepte que ses données soient actualisées au moyen d'une consultation du Registre national, doit être explicitement formalisé dans une mention spécifique figurant sur le contrat. Cette mention précise, outre les coordonnées du responsable du traitement, les finalités pour lesquelles la communication des modifications des données du Registre national sont communiquées ainsi que le délai de conservation des données actualisées.
  En aucun cas l'exécution du contrat ne pourra être conditionnée au fait que la personne concernée consente à cette communication par les services du Registre national et aucune conséquence négative ou positive pour la personne concernée ne pourra être liée à l'obtention de ce consentement;
  5° l'organisme adopte les mesures nécessaires pour garantir la protection des données et désigner un délégué à la protection des données, au sens des articles 32 et 37 du Règlement 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016, relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement de données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la Directive 95/46/CE. L'organisme communique aux services du Registre national les coordonnées du délégué à la protection des données et tient en permanence à la disposition de l'Autorité de protection des données le plan de sécurité des données;
  6° en vue de la communication automatique par les services du Registre national des modifications de données, l'organisme met en place un répertoire de références des personnes physiques ayant consenti à ladite communication.
  § 3. La cessation de la relation contractuelle entre la personne physique et l'organisme entraîne la cessation de toute communication de données issues du Registre national. L'organisme est tenu de signaler aux services du Registre national la cessation de ladite relation contractuelle et de supprimer dans le répertoire de références les données relatives à la personne physique concernée.
  Une personne physique peut à tous moments, dès la conclusion du contrat, décider que les modifications apportées à ses données ne peuvent plus être communiquées à un organisme. Il peut le faire en le signalant à l'organisme, ou de façon sécurisée par le biais du Registre national ou auprès de sa commune. A cet effet, les services du Registre national mettent à la disposition une application permettant à chaque personne physique de visualiser les organismes qu'elle a autorisé à recevoir la communication des modifications apportées à ses données et lui permettant de retirer son consentement et, le cas échéant de l'accorder à nouveau.
  § 4. La liste de l'ensemble des organismes autorisés par des personnes physiques à recevoir la communication des modifications apportées aux données du Registre national des personnes physiques, ainsi que les finalités pour lesquelles lesdites modifications sont communiquées, est établie, tenue à jour et disponible sur le site Internet du Registre national. A cet effet, les organismes communiquent préalablement à toutes communications de données, les coordonnées du responsable de l'organisme et les finalités pour lesquelles la communication des modifications de données du Registre national peut être autorisée par des personnes physiques.
  § 5. Sans préjudice de l'article 5, toutes communications de données à d'autres fins que celles visées au paragraphe 2 sont interdites. Les données ne peuvent ainsi pas être vendues, ni même communiquées à des tiers, et ne peuvent pas être utilisées à des fins publicitaires.
  Le Roi fixe le tarif des prestations réalisées par les services du Registre national à charge des organismes autorisés à recevoir communication des données du Registre national conformément au paragraphe 1er.".
Art. 13. In artikel 6, § 1, van dezelfde wet, worden de woorden "bij een persoon" vervangen door de woorden "bij een persoon, noch bij de gemeente op het grondgebied waarvan deze persoon verblijft".
Art. 13. Dans l'article 6, § 1er, de la même loi, remplacé par la loi du 25 mars 2003, les mots "à une personne." Sont remplacés par les mots "à une personne, ni à la commune sur le territoire de laquelle réside cette personne.".
Art. 14. Artikel 8, vervangen bij de wet van 25 maart 2003, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 8. § 1. De machtiging om het Rijksregisternummer te gebruiken, wordt door de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken toegekend aan de overheden, instellingen en personen, bedoeld in artikel 5, § 1, wanneer dit gebruik noodzakelijk is voor de uitvoering van taken van algemeen belang.
  De machtiging om het Rijksregisternummer te gebruiken houdt de verplichting in dit Rijksregisternummer eveneens te gebruiken in de contacten met het Rijksregister van de natuurlijke personen.
  Er is geen machtiging vereist om het Rijksregisternummer te gebruiken wanneer dit gebruik uitdrukkelijk voorzien is door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie.
  § 2. Bij het lezen van een elektronische identiteitskaart voor Belgen of een vreemdelingenkaart of bij de ontvangst van een elektronisch handtekeningcertificaat of een elektronisch authenticatiecertificaat, wordt de kennisneming van het Rijksregisternummer op zich niet beschouwd als een gebruik van het nummer waarvoor een voorafgaande machtiging vereist is.
  § 3. Een machtiging tot gebruik van het Rijksregisternummer is niet vereist indien het Rijksregisternummer uitsluitend gebruikt wordt met het oog op de identificatie en authenticatie van een natuurlijk persoon in het kader van een informaticatoepassing aangeboden door een private of openbare instelling van Belgisch recht of door de overheden, instellingen en personen, bedoeld in artikel 5, § 1.
  Een machtiging tot gebruik van het Rijksregisternummer is niet vereist indien het Rijksregisternummer uitsluitend gebruikt wordt met het oog op de identificatie en authenticatie van een natuurlijke persoon in het kader van een informaticatoepassing aangeboden door een buitenlandse onderneming indien het gebruik voor dit doeleinde is gemachtigd door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie, door de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken of door een andere bevoegde instantie.
  De aanbieder van een informaticatoepassing mag het Rijksregisternummer niet gebruiken voor andere doeleinden, tenzij hij hiertoe gemachtigd is door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie, door de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken.
  De elektronische handtekening- en/of authenticatiecertificaten die het Rijksregisternummer bevatten, mogen zonder voorafgaande toestemming bewaard worden zolang het nodig is om het bewijs te leveren van de elektronische handtekening of van de authenticatie.
  De aanbieder van een informaticatoepassing zoals bedoeld in het eerste en het tweede lid legt in een geëncrypteerd conversiebestand een link tussen het Rijksregisternummer en een identificatienummer eigen aan de aanbieder. De informatie uit dat conversiebestand mag enkel gebruikt worden voor het terugvinden van het identificatienummer eigen aan de aanbieder van de natuurlijke persoon die toegang wenst te krijgen tot de informaticatoepassing van de aanbieder van de informaticatoepassing of waarvan de gegevens worden uitgewisseld met een andere aanbieder van een informaticatoepassing.
  § 4. De instellingen bedoeld in artikel 5ter, zijn gemachtigd om het Rijksregisternummer van de betrokken natuurlijke personen te verzamelen en intern te registreren, uitsluitend in het kader van de relaties met de diensten van het Rijksregister met het oog op de mededeling van de gegevenswijzigingen van het Rijksregister. De instelling verwijdert het Rijksregisternummer van een natuurlijke persoon vanaf het moment dat deze persoon zijn/haar instemming betreffende de mededeling van de gegevenswijzigingen intrekt.
  Deze instellingen leggen in een geëncrypteerd conversiebestand een link tussen het Rijksregisternummer en een voor hen specifiek identificatienummer. De in dit conversiebestand opgenomen informatie mag enkel gebruikt worden om een natuurlijke persoon te identificeren.
  § 5. Een machtiging om het Rijksregisternummer te gebruiken is niet vereist wanneer het Rijksregisternummer gebruikt wordt voor de identificatie van een natuurlijke persoon door een aanbieder van een dienst voor elektronische identificatie van het niveau hoog of substantieel zoals bedoeld in de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/ EG, die erkend is overeenkomstig het koninklijk besluit van 22 oktober 2017 tot vaststelling van de voorwaarden, de procedure en de gevolgen van de erkenning van diensten voor elektronische identificatie voor overheidstoepassingen of door een overheidsdienst die door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie de opdracht heeft om een dienst voor gebruikers- en toegangsbeheer aan te bieden, uitsluitend voor de identificatie en authenticatie van een natuurlijke persoon die van op afstand toegang wenst te krijgen tot een informaticatoepassing van een aanbieder van een informaticatoepassing bedoeld in § 3.
  § 6. De politiediensten zoals gedefinieerd in artikel 2, 2°, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, zijn bij de uitoefening van hun opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie vrijgesteld van een voorafgaande machtiging.
  Wordt gestraft met de sanctie bedoeld in artikel 13, eerste lid, elk lid van de politiediensten dat, in overtreding met de vertrouwelijkheidsverplichting, het Rijksregisternummer meedeelt aan personen die niet gemachtigd zijn om dat nummer te ontvangen of dat het nummer gebruikt voor andere doeleinden dan voor de uitoefening van opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie zoals bedoeld in de artikelen 14 en 15 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.
  § 7. De netwerkverbindingen die voortvloeien uit het gebruik van het Rijksregisternummer, worden specifiek vermeld in de aanvraag, ingediend om deze machtiging te krijgen, teneinde de diensten van het Rijksregister de mogelijkheid te bieden het kadaster van de netwerkverbindingen te publiceren. Onder netwerkverbinding wordt verstaan de automatische mededeling van persoonsgegevens aan derden via de onderlinge koppeling van informatiesystemen waarbij het Rijksregisternummer van de betrokkenen als primaire sleutel wordt gebruikt.
  Elke wijziging van de netwerkverbindingen voortvloeiend uit het gebruik van het Rijksregisternummer moet vooraf ter goedkeuring voorgelegd worden aan de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken. De Koning bepaalt, in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de gevallen waarin een machtiging niet vereist is.
  Het vorige lid is niet van toepassing op netwerkverbindingen en mededelingen van persoonsgegevens waarvoor een machtiging is verleend door een andere bevoegde overheid.
  § 8. Bij machtiging tot het gebruik van het Rijksregisternummer worden de bepalingen van artikel 10 nageleefd.
  Het Rijksregisternummer mag niet worden gebruikt zonder machtiging en voor andere doeleinden dan die waarvoor die machtiging is verleend.".
Art. 14. L'article 8, remplacé par la loi du 25 mars 2003, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 8. § 1er. L'autorisation d'utiliser le numéro du Registre national est octroyée par le ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions aux autorités, aux organismes et aux personnes visés à l'article 5, § 1er, lorsque cette utilisation est nécessaire à l'accomplissement de tâches d'intérêt général.
  L'autorisation d'utiliser le numéro du Registre national implique l'obligation d'utiliser également ce numéro du Registre national dans les contacts avec le Registre national des personnes physiques.
  Une autorisation d'utilisation du numéro du Registre national n'est pas requise lorsque cette utilisation est explicitement prévue par ou en vertu d'une loi, un décret ou une ordonnance.
  § 2. Lors de la lecture d'une carte d'identité électronique pour Belge ou d'une carte pour étranger, ou lors de la réception d'un certificat de signature électronique ou d'un certificat d'authentification électronique, la seule prise de connaissance du numéro de Registre national ne constitue pas une utilisation dudit numéro requérant une autorisation préalable.
  § 3. Une autorisation d'utilisation du numéro de Registre national n'est pas requise si le numéro de Registre national est exclusivement utilisé à des fins d'identification et d'authentification d'une personne physique dans le cadre d'une application informatique offerte par une institution privée ou publique de droit belge ou par les autorités, institutions et personnes visées à l'article 5, § 1er.
  Une autorisation d'utilisation du numéro de Registre national n'est pas non plus requise lorsque le numéro de Registre national est exclusivement utilisé à des fins d'identification et d'authentification d'une personne physique dans le cadre d'une application informatique offerte par une entreprise étrangère lorsque l'utilisation est autorisée à cette fin par ou en vertu d'une loi, d'un décret ou d'une ordonnance, par le ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions ou par une autre instance compétente.
  Le fournisseur d'une application informatique ne peut pas utiliser le numéro de Registre national à d'autres fins sauf s'il y est autorisé par ou en vertu d'une loi, d'un décret ou d'une ordonnance, par le ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions.
  Les certificats de signature et/ou d'authentification électroniques, comprenant le numéro de Registre national, peuvent être conservés sans autorisation préalable aussi longtemps qu'il est nécessaire pour recueillir la preuve de la signature électronique ou de l'authentification.
  Le fournisseur d'une application informatique tel que visé aux alinéas 1er et 2, consigne, dans un fichier de conversion crypté, une relation entre le numéro de Registre national et un numéro d'identification propre au fournisseur. Les informations issues de ce fichier de conversion ne peuvent être utilisées que pour retrouver le numéro d'identification propre au fournisseur de la personne physique qui souhaite avoir accès à l'application informatique du fournisseur de l'application informatique ou dont les données sont échangées avec un autre fournisseur d'application informatique.
  § 4. Les organismes visés à l'article 5ter sont autorisés à collecter et à enregistrer en interne le numéro de Registre national des personnes physiques concernées, uniquement dans le cadre des relations avec les services du Registre national en vue de la communication des modifications des données du Registre national. L'organisme supprime le numéro de Registre national d'une personne physique dès que celle-ci retire son consentement quant à la communication des modifications apportées à ses données.
  Ces organismes consignent dans un fichier de conversion crypté, une relation entre le numéro de Registre national et un numéro d'identification qui leur est propre. Les informations contenues dans ce fichier de conversion ne peuvent être utilisées que pour identifier une personne physique.
  § 5. Une autorisation d'utilisation du Registre national n'est pas requise lorsque le numéro de Registre national est utilisé pour l'identification d'une personne physique par un fournisseur de service d'identification électronique de niveau élevé ou substantiel tel que visé dans le Règlement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la Directive 1999/93/CE, qui est agréé conformément à l'arrêté royal du 22 octobre 2017 fixant les conditions, la procédure et les conséquences de l'agrément de services d'identification électronique pour applications publiques ou par un service public qui, par ou en vertu d'un loi, d'un décret ou d'une ordonnance, a pour mission de fournir un service de gestion des utilisateurs et des accès, exclusivement à des fins d'identification et d'authentification d'une personne physique qui souhaite obtenir un accès à distance à une application informatique d'un fournisseur d'une application informatique visée au § 3.
  § 6. Dans le cadre de l'exécution de leurs missions de police administrative et judiciaire, les services de police tels que définis à l'article 2, 2°, de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux, sont dispensés d'une autorisation préalable.
  Est puni de la sanction visée à l'article 13, alinéa 1er, tout membre des services de police qui, en violation de l'obligation de confidentialité, communique le numéro de Registre national à des personnes non habilitées à le recevoir ou qui fait usage de ce numéro à des fins autres que l'exercice de missions de police administrative et judiciaire telles que visées aux articles 14 et 15 de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police.
  § 7. Les connexions au réseau découlant de l'utilisation du numéro de Registre national sont spécifiquement mentionnées dans la demande introduite en vue d'obtenir cette autorisation, afin de permettre aux services du Registre national de publier le cadastre des connexions au réseau. Par connexion au réseau, l'on entend la communication automatisée de données à caractère personnel à des tiers par le biais du couplage de systèmes d'information où le numéro du Registre national des personnes concernées est utilisé comme clé primaire.
  Toute modification des connexions au réseau découlant de l'utilisation du numéro de Registre national doit être soumise au préalable à l'approbation du ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres et après avis de l'Autorité de protection des données, les cas dans lesquels une autorisation n'est pas requise.
  L'alinéa précédent n'est pas d'application aux connexions réseau et aux transmissions de données pour lesquelles une autorisation est accordée par une autre autorité compétente.
  § 8. L'utilisation du numéro du Registre national implique le respect des dispositions de l'article 10.
  Le numéro du Registre national ne peut pas être utilisé sans autorisation ni à d'autres fins que celles pour lesquelles ladite autorisation a été octroyée.".
Art. 15. Artikel 10, hersteld bij de wet van 25 maart 2003, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 10. Om zich te kunnen beroepen op een machtiging om van het Rijksregister van de natuurlijke personen, de mededeling toegang te hebben tot de informatiegegevens ervan te krijgen en/of het Rijksregisternummer te gebruiken, wijst iedere openbare overheid, openbare of private instelling, al dan niet onder haar personeel, een functionaris voor gegevensbescherming aan in de zin van artikel 37 van de Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG. De overheid of instelling neemt de adequate maatregelen om de veiligheid van de gegevens te garanderen en deelt de identiteit van die functionaris voor gegevensbescherming mee aan de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken. Het informatieveiligheidsplan wordt permanent bijgewerkt en ter beschikking gehouden van de Gegevensbeschermingsautoriteit.".
Art. 15. L'article 10, rétabli par la loi du 25 mars 2003, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 10. Pour pouvoir se prévaloir d'une autorisation d'accéder aux informations du Registre national des personnes physiques, d'en recevoir la communication et/ou d'utiliser le numéro de Registre national, chaque autorité publique, organisme public ou privé désigne, en son sein ou en dehors de son personnel, un délégué à la protection des données au sens de l'article 37 du Règlement 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016, relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement de données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la Directive 95/46/CE. L'autorité ou l'organisme adopte les mesures adéquates en vue de garantir la sécurité des données et communique au ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions l'identité dudit délégué à la protection des données. Le plan de sécurité de l'information est continuellement mis à jour et tenu à la disposition de l'Autorité de protection des données.".
Art. 16. Artikel 12, hersteld bij de wet van 25 maart 2003, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 12. De diensten van het Rijksregister van de natuurlijke personen zijn ermee belast een register bij te houden waarin alle toegangs-, mededelings- of gebruiksmachtigingen verleend met toepassing van deze wet, vermeld worden. Dit register is toegankelijk voor het publiek op de website van de Algemene Directie Instellingen en Bevolking van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken.".
Art. 16. L'article 12, rétabli par la loi du 25 mars 2003, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 12. Les services du Registre national des personnes physiques sont chargés de tenir un registre dans lequel sont mentionnées toutes les autorisations d'accès, de communication ou d'utilisation accordées en application de la présente loi. Ce registre est accessible au public sur le site internet de la Direction générale Institutions et Population du Service public fédéral Intérieur.".
Art. 17. Artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 maart 2003, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 13. Met een gevangenisstraf van zes maanden tot tien jaar en met een geldboete van tweeduizend euro tot veertigduizend euro of met één van die straffen alleen, wordt gestraft, hij/zij die in de hoedanigheid van dader, mededader of medeplichtige, hetzij informatiegegevens verkregen uit het Rijksregister heeft meegedeeld aan personen die niet gemachtigd zijn om ze te ontvangen, hetzij gebruik gemaakt heeft van deze gegevens voor andere doeleinden dan die waarvoor hij/zij wettelijk gemachtigd was.
  Met een gevangenisstraf van zes maanden tot tien jaar en met een geldboete van tweeduizend euro tot veertigduizend euro of met één van die straffen alleen, wordt gestraft, hij/zij die in de hoedanigheid van dader, mededader of medeplichtige, het Rijksregisternummer gebruikt heeft voor andere doeleinden dan die waarvoor hij/zij gemachtigd was.
  Met gevangenisstraf van zes maanden tot tien jaar en met geldboete van tweeduizend euro tot veertigduizend euro of met één van die straffen alleen, wordt gestraft, hij die in de hoedanigheid van dader, mededader of medeplichtige de bepalingen van artikel 11 en van artikel 17 overtreedt.
  De straffen opgelopen door de medeplichtigen aan inbreuken bedoeld in het eerste tot derde lid, overschrijden niet de twee derden van dezen die hun zouden opgelegd zijn, als zij de dader van deze inbreuken waren.
  Als er verzachtende omstandigheden bestaan, worden de gevangenisstraffen en de geldboeten respectievelijk verminderd.".
Art. 17. L'article 13 de la même loi, modifié par la loi du 25 mars 2003, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 13. Est puni d'un emprisonnement de six mois à dix ans et d'une amende de deux mille euros à quarante mille euros ou d'une de ces peines seulement, celui qui en qualité d'auteur, de coauteur ou de complice aura soit communiqué des informations obtenues du Registre national à des personnes non habilitées à les recevoir, soit fait usage de ces données à des fins autres que celles pour lesquelles il a été légalement habilité.
  Est puni d'un emprisonnement de six mois à dix ans et d'une amende de deux mille euros à quarante mille euros ou d'une de ces peines seulement, celui qui en qualité d'auteur, de coauteur ou de complice aura utilisé le numéro de Registre national pour les finalités autres que celles pour lesquelles il aura été habilité.
  Est puni d'un emprisonnement de six mois à dix ans et d'une amende de deux mille euros à quarante mille euros, ou d'une de ces peines seulement, celui qui, en qualité d'auteur, de coauteur ou de complice, contrevient aux dispositions de l'article 11 et de l'article 17.
  Les peines encourues par les complices des infractions visées aux alinéas 1er à 3 n'excèdent pas les deux tiers de celles qui leur seraient appliquées s'ils étaient l'auteur de ces infractions.
  S'il existe des circonstances atténuantes, les peines d'emprisonnement et d'amende sont respectivement réduites.".
Art. 18. Artikel 15, ingevoegd bij de wet van 25 maart 2003, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 15. Alvorens zijn machtiging inzake toegang tot de gegevens, mededeling van gegevens en/of gebruik van het Rijksregisternummer te verlenen, gaat de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken na of de doeleinden waarvoor de machtiging gevraagd is, welbepaald, duidelijk omschreven en wettig zijn, en, in voorkomend geval, of de gevraagde gegevens en het gebruik van het Rijksregisternummer conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming, toereikend, ter zake dienend en niet overmatig zijn ten opzichte van die doeleinden.
  De minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken kan het advies vragen aan de Gegevensbeschermingsautoriteit, overeenkomstig artikel 23, § 1, van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit.".
Art. 18. L'article 15, inséré par la loi du 25 mars 2003, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 15. Avant d'octroyer son autorisation d'accès aux données, de communication de données et/ou d'utilisation du numéro de Registre national, le ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions vérifie si les finalités pour lesquelles l'autorisation est demandée sont déterminées, explicites et légitimes, et, le cas échéant, si les données demandées et l'utilisation du numéro de Registre national sont conformes au Règlement général sur la Protection des données et sont adéquates, pertinentes et non excessives par rapport à ces finalités.
  Le ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions peut solliciter l'avis de l'Autorité de protection des données, conformément à l'article 23, § 1er, de la loi du 3 décembre 2017 portant création de l'Autorité de protection des données.".
Art. 19. Artikel 16, ingevoegd bij de wet van 25 maart 2003 en gewijzigd bij de wet van 15 mei 2007, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 16. Er wordt een functionaris voor gegevensbescherming, in de zin van de Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, aangewezen binnen de administratie belast met het beheer van het Rijksregister van de natuurlijke personen.
  Naast de opdrachten bedoeld in artikel 39 van de Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, wordt deze functionaris, binnen de Algemene Directie Instellingen en Bevolking, bovendien belast met:
  1° het geven van adviezen aan de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken over de machtigingsaanvragen met toepassing van deze wet, alsook de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten;
  2° het formuleren van aanbevelingen met het oog op de naleving van de bepalingen van deze wet en van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten;
  3° het formuleren van de aanbevelingen die hij nuttig acht voor de uitvoering en de naleving van de in het 1° vermelde wetten en hun uitvoeringsmaatregelen;
  4° het toezien op het volledige proces van aanmaak en afgifte van de elektronische kaarten, alsook van de gekwalificeerde elektronische identiteits- en handtekeningcertificaten;
  5° het voorleggen van elk voorstel aan de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, dat hij nuttig acht met betrekking tot de veiligheid van de gegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
  6° het toezien op de informatieveiligheid in het algemeen.".
Art. 19. L'article 16, inséré par la loi du 25 mars 2003 et modifié par la loi du 15 mai 2007, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 16. Un délégué à la protection des données, au sens du Règlement 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016, relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement de données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la Directive 95/46/CE, est désigné au sein l'administration chargée de la gestion du Registre national des personnes physiques.
  Outre les missions prévues à l'article 39 du Règlement 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016, relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement de données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la Directive 95/46/CE, ce délégué est également chargé, au sein de la direction générale Institutions et Population :
  1° de donner des avis au ministre ayant l'intérieur dans ses attributions sur les demandes d'autorisations en application de la présente loi, ainsi que de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour;
  2° de formuler des recommandations en vue du respect des dispositions de la présente loi ainsi que de celles de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour;
  3° de formuler les recommandations qu'il jugera utiles en vue de l'application et du respect des lois mentionnées au 1° et de leurs mesures d'exécution;
  4° de contrôler l'ensemble du processus de fabrication et de délivrance des cartes électroniques, ainsi que des certificats qualifiés d'identité et de signature électronique;
  5° de soumettre au ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions toute proposition qu'il juge utile concernant la sécurité des données et la protection de la vie privée;
  6° de manière générale, de veiller à la sécurité de l'information".
Art. 20. In dezelfde wet wordt een artikel 17 ingevoegd, luidende:
  "Art. 17. Elke openbare overheid, openbare of private instelling die de machtiging heeft gekregen om toegang te hebben tot de informatiegegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen, met inbegrip van de politiediensten, moet de uitgevoerde consultaties kunnen verantwoorden, ongeacht of die uitgevoerd zijn door een individuele gebruiker of door een automatisch informaticasysteem. Daartoe houdt elke gebruiker een consultatieregister bij teneinde de traceerbaarheid van de consultaties te verzekeren.
  Dit register vermeldt de identificatie van de individuele gebruiker of van het proces of systeem dat toegang tot de gegevens heeft gehad, de gegevens die geraadpleegd werden, de wijze waarop ze geraadpleegd werden, met name voor lezing of voor wijziging, de datum en het uur van de consultatie, alsook het doeleinde waarvoor de gegevens van het Rijksregister van de natuurlijke personen geraadpleegd werden.
  Het consultatieregister wordt minstens 10 jaar bewaard vanaf de datum van de consultatie. Het wordt tevens gecertificeerd.
  Het consultatieregister wordt ter beschikking gehouden van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
  De diensten van het Rijksregister van de natuurlijke personen houden eveneens een consultatieregister van de gebruikers en uitgevoerde mededelingen bij. Dit register vermeldt de identificatie van de gebruiker die toegang tot de gegevens heeft gehad of mededeling ervan gekregen heeft, de gegevens die geraadpleegd of meegedeeld werden, de wijze waarop ze geraadpleegd, met name voor lezing of voor wijziging, of meegedeeld werden, de datum en het uur van de raadpleging of de mededeling.".
Art. 20. Dans la même loi, il est inséré un article 17 rédigé comme suit :
  "Art. 17. Chaque autorité publique, organisme public ou privé ayant obtenu l'autorisation d'accéder aux informations du Registre national des personnes physiques, en ce compris les services de police, doit être en mesure de pouvoir justifier les consultations effectuées, que celles-ci se fassent par un utilisateur individuel ou par un système informatique automatique. A cet effet, afin d'assurer la traçabilité des consultations, chaque utilisateur tient un registre des consultations.
  Ce registre indique l'identification de l'utilisateur individuel ou du processus ou du système qui a accédé aux données, les données qui ont été consultées, la façon dont elles ont été consultées, à savoir en lecture ou pour modification, la date et l'heure de la consultation ainsi que la finalité pour laquelle les données du Registre national des personnes physiques ont été consultées.
  Le registre des consultations est conservé au moins 10 ans à partir de la date de la consultation. Il est également certifié.
  Le registre des consultations est tenu à la disposition de l'Autorité de protection des données.
  Les services du Registre national des personnes physiques tiennent également un registre des consultations des utilisateurs et communications effectuées. Ce registre indique l'identification de l'utilisateur qui a accédé aux données ou obtenu communication de celles-ci, les données qui ont été consultées ou communiquées, la façon dont elles ont été consultées, à savoir en lecture ou pour modification, ou communiquées, la date et l'heure de la consultation ou de la communication.".
Art. 21. In dezelfde wet wordt een artikel 18 ingevoegd, luidende :
  "Art. 18. De minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken kan de aan hem toegekende opdrachten met toepassing van deze wet, evenals met toepassing van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten, delegeren aan de verantwoordelijke ambtenaar van de administratie belast met het beheer van het Rijksregister van de natuurlijke personen.".
Art. 21. Dans la même loi, il est inséré un article 18 rédigé comme suit :
  "Art. 18. Le ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions peut déléguer au fonctionnaire responsable de l'administration en charge de la gestion du Registre national des personnes physiques les missions qui lui incombent en application de la présente loi, ainsi que de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes des étrangers et aux documents de séjour et modifiant la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques
Art. 22. Het opschrift van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, wordt vervangen als volgt:
  "Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten".
Art. 22. L'intitulé de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes des étrangers et aux documents de séjour et modifiant la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques est remplacé par ce qui suit :
  "Loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes des étrangers et aux documents de séjour".
Art. 23. In artikel 1bis van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten, ingevoegd bij de wet van 24 mei 1994 en gewijzigd bij de wet van 15 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zinnen:
  "De vreemdelingen bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2°, schrijven zich in bij het gemeentebestuur van de gemeente op het grondgebied waarvan zij daadwerkelijk verblijven binnen een termijn van maximum 6 maanden vanaf de datum van hun eerste asielaanvraag. In afwachting van deze inschrijving, worden zij fictief ingeschreven op het adres van de Dienst Vreemdelingenzaken voor een maximumperiode van 6 maanden.";
  2° het tweede lid wordt aangevuld met de bepaling onder 6°, luidende:
  "6° wanneer zij binnen de termijn van 6 maanden bedoeld in het eerste lid, niet ingeschreven zijn bij het gemeentebestuur van de gemeente op het grondgebied waarvan zij daadwerkelijk verblijven; in dit geval worden zij op initiatief van de minister tot wiens bevoegdheidde toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen behoren of van zijn gemachtigde, geschrapt.".
Art. 23. A l'article 1bis de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes des étrangers et aux documents de séjour, inséré par la loi du 24 mai 1994 et modifié par la loi du 15 mai 2007, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 1er est complété par les phrases suivantes:
  "Les étrangers visés à l'article 1er, alinéa 1er, 2°, s'inscrivent auprès de l'administration communale de la commune sur le territoire de laquelle ils résident effectivement dans un délai maximum de 6 mois à partir de la date de leur première demande d'asile. Dans l'attente de cette inscription, ils sont inscrits fictivement à l'adresse de l'Office des étrangers pour une période de maximum 6 mois.";
  2° l'alinéa 2 est complété par le 6°, rédigé comme suit:
  "6° lorsque dans le délai de 6 mois visé à l'alinéa 1er, ils ne se sont pas inscrits auprès de l'administration communale de la commune sur le territoire de laquelle ils résident effectivement, ils sont radiés à l'initiative du ministre qui a l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers dans ses attributions ou de son délégué.".
Art. 24. Artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 24 mei 1994 en 12 augustus 2000, wordt aangevuld met drie leden, luidende:
  "In het kader van het beheer van de dossiers van het Rijksregister van de natuurlijke personen en van de bevolkingsregisters, hebben de diensten van het Rijksregister toegang tot de informatiegegevens opgenomen in de in artikel 1, § 1, bedoelde registers die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun opdrachten.
  De politiediensten zoals gedefinieerd in artikel 2, 2°, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, zijn bij de uitoefening van hun opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie vrijgesteld van de voorafgaande machtiging bedoeld in artikel 6bis, § 3, en mogen toegang hebben tot de gegevens van de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister.
  Wordt gestraft met de sanctie bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, elk lid van de politiediensten dat, in overtreding met de vertrouwelijkheidsverplichting, de via de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister verkregen informatiegegevens meedeelt aan personen die niet gemachtigd zijn om die informatiegegevens te ontvangen of dat die gegevens gebruikt voor andere doeleinden dan voor de uitoefening van opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie zoals bedoeld in de artikelen 14 en 15 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.".
Art. 24. L'article 2 de la même loi, modifié par les lois du 24 mai 1994 et du 12 août 2000, est complété par trois alinéas, rédigés comme suit :
  "Dans le cadre de la gestion des dossiers du Registre national des personnes physiques et des registres de la population, les services du Registre national ont accès aux informations contenues dans les registres visés à l'article 1er, § 1er et nécessaires à l'exercice de leurs missions.
  Dans le cadre de l'exécution de leurs missions de police administrative et judiciaire, les services de police tels que définis à l'article 2, 2°, de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux, sont dispensés de l'autorisation préalable visée à l'article 6bis, § 3, et peuvent accéder aux données des registres de la population et du registre des étrangers.
  Est puni de la sanction visée à l'article 13, alinéa 1er, de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques tout membre des services de police qui, en violation de l'obligation de confidentialité, communique des informations obtenues des registres de la population ou du registre des étrangers à des personnes non habilitées à les recevoir ou qui fait usage de ces données à des fins autres que l'exercice des missions de police administrative et judiciaire telles que visées aux articles 14 et 15 de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police.".
Art. 25. Artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 januari 1997, wordt aangevuld met een derde lid, luidende:
  "Teneinde de hoofdverblijfplaats te bepalen en wanneer de bezoeken en vaststellingen op de woonplaats het niet mogelijk maken om met voldoende zekerheid de realiteit van de effectieve hoofdverblijfplaats vast te stellen, mogen de personen die binnen het gemeentebestuur gemachtigd zijn om te beslissen over het waarachtige karakter van de woonplaats in het kader van de controle van de verblijfplaats, aan de watermaatschappijen en/of energieleveranciers vragen om hen overzichten te bezorgen van het water- en/of energieverbruik van de personen die gedomicilieerd zijn op het grondgebied van de gemeente, teneinde het water- en energieverbruik te controleren. Deze maatschappijen en leveranciers moeten de gevraagde informatiegegevens gratis meedelen. Enkel de gegevens betreffende het reële verbruik worden meegedeeld.".
Art. 25. L'article 3 de la même loi, modifié par la loi du 24 janvier 1997, est complété par un alinéa 3, rédigé comme suit :
  "Afin de déterminer la résidence principale et lorsque les visites et constatations au domicile ne permettent pas de déterminer avec suffisamment de certitude la réalité de la résidence principale effective, les personnes habilitées, au sein de l'administration communale, à décider du caractère avéré de la résidence effective dans le cadre du contrôle de la résidence, peuvent demander aux compagnies de distribution d'eau et/ou d'énergie la communication des relevés de consommation d'eau et/ou d'énergie des personnes domiciliées sur le territoire de la commune et ce, afin de contrôler la consommation d'eau et d'énergie. Lesdites compagnies sont tenues de communiquer les informations demandées et ce, gratuitement. Seules les données relatives aux consommations réelles sont communiquées.".
Art. 26. Artikel 5 van dezelfde wet, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met de paragrafen 2 tot 5, luidende:
  " § 2. De gemeenteraad stelt bij verordening de nadere regels vast volgens welke het onderzoek wordt ingesteld om de reële verblijfplaats van een persoon die zijn/haar hoofdverblijfplaats in een gemeente van het Koninkrijk vastlegt of die in België van verblijfplaats verandert, te kunnen verifiëren of om het feit te kunnen vaststellen dat een persoon niet langer op een welbepaald adres verblijft.
  Deze verordening zal vooraf voor goedkeuring voorgelegd worden aan de minister die bevoegd is voor Binnenlandse Zaken of aan zijn afgevaardigde. De Koning bepaalt de nadere regels en termijnen van deze voorafgaande goedkeuring.
  De Koning legt eveneens een model van verordening vast waarop de gemeenten zich kunnen beroepen.
  Wanneer de gemeenteraad een dergelijke verordening niet vastlegt binnen de 6 maanden na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het in het derde lid bedoelde model van verordening, of in geval van niet-goedkeuring door de minister die bevoegd is voor Binnenlandse Zaken van de door de gemeenteraad vastgelegde verordening, zal het model van verordeningambtshalve van toepassing zijn tot de gemeentebesturen hun eigen verordening vastleggen, overeenkomstig het eerste en tweede lid. De gemeentebesturen zullen hiervan op de hoogte gebracht worden via aangetekende zending en, onverminderd de in paragraaf 5 bedoelde informatieverplichting die de gemeentebesturen hebben, wordt een louter informatief bericht betreffende de ambtshalve toepassing van de verordening in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  § 3. De gemeenteraad bepaalt eveneens per verordening de nadere regels betreffende de procedure inzake nummering van de woningen gelegen op het gemeentelijk grondgebied.
  Deze verordening zal ter goedkeuring voorgelegd worden aan de minister die bevoegd is voor Binnenlandse Zaken of aan zijn afgevaardigde. De Koning bepaalt de nadere regels en termijnen van deze voorafgaande goedkeuring.
  De Koning legt eveneens een model van verordening vast waarop de gemeenten zich kunnen beroepen.
  Wanneer de gemeenteraad een dergelijke verordening niet vastlegt binnen de 6 maanden na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het in het derde lid bedoelde model van verordening, of in geval van niet-goedkeuring door de minister die bevoegd is voor Binnenlandse Zaken van de door de gemeenteraad vastgelegde verordening, zal het model van verordening ambtshalve van toepassing zijn tot de gemeentebesturen hun eigen verordening vastleggen, overeenkomstig het eerste en tweede lid. De gemeentebesturen zullen hiervan op de hoogte gebracht worden via aangetekende zending en, onverminderd de in paragraaf 5 bedoelde informatieverplichting die de gemeentebesturen hebben, wordt een louter informatief bericht betreffende de ambtshalve toepassing van de verordening in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  § 4. Als overgangsmaatregel, maken de gemeentelijke verordeningen, die reeds goedgekeurd werden vóór de bekendmaking van de in § 2, derde lid, en § 3, derde lid bedoelde modellen, het voorwerp uit van een goedkeuring door de minister die bevoegd is voor Binnenlandse Zaken of door zijn afgevaardigde. De Koning bepaalt de nadere regels en termijnen van deze goedkeuring.
  § 5. De van kracht zijnde gemeentelijke verordeningen, bedoeld in de paragrafen 2 tot 4, of het nu gaat om de verordeningen bepaald door de gemeenteraad of om de modellen van verordening bepaald door de Koning en ambtshalve toegepast overeenkomstig § 2, vierde lid, en/of § 3, vierde lid, moeten door het publiek geraadpleegd kunnen worden, via de internetsite van de gemeente, via een informatief bericht of via elk ander bekendmakingsmiddel.".
Art. 26. Dans la même loi, l'article 5, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par les paragraphes 2 à 5, rédigés comme suit :
  " § 2. Le conseil communal fixe par règlement les modalités selon lesquelles l'enquête permettant de vérifier soit la réalité de la résidence d'une personne fixant sa résidence principale dans une commune du Royaume ou changeant de résidence en Belgique, soit le fait qu'une personne ne réside plus à une adresse donnée.
  Ce règlement est soumis pour approbation au ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions ou à son délégué. Le Roi fixe les modalités et délais de cette approbation préalable.
  Le Roi fixe également un modèle de règlement auquel peuvent se référer les communes.
  A défaut de la fixation par le conseil communal d'un tel règlement dans les 6 mois suivant la publication au Moniteur belge du modèle de règlement visé à l'alinéa 3 ou en cas de non-approbation par le ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions du règlement fixé par le conseil communal, le modèle de règlement sera d'office d'application jusqu'à ce que les autorités communales fixent leur propre règlement, conformément aux alinéas 1er et 2. Les autorités communales en seront averties par envoi recommandé et, sans préjudice de l'obligation d'information visée au paragraphe 5 incombant aux autorités communales, un avis purement informatif quant à l'application d'office du règlement est publié au Moniteur belge.
  § 3. Le conseil communal fixe également par règlement les modalités relatives à la procédure de numérotation des habitations situées sur le territoire communal.
  Ce règlement est soumis pour approbation au ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions ou à son délégué. Le Roi fixe les modalités et délais de cette approbation préalable.
  Le Roi fixe également un modèle de règlement auquel peuvent se référer les communes.
  A défaut de la fixation par le conseil communal d'un tel règlement dans les 6 mois suivant la publication au Moniteur belge du modèle de règlement visé à l'alinéa 3 ou en cas de non-approbation par le ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions du règlement fixé par le conseil communal, le modèle de règlement sera d'office d'application jusqu'à ce que les autorités communales fixent leur propre règlement, conformément aux alinéas 1er et 2. Les autorités communales en seront averties par envoi recommandé et, sans préjudice de l'obligation d'information visée au paragraphe 5 incombant aux autorités communales, un avis purement informatif quant à l'application d'office du règlement est publié au Moniteur belge.
  § 4. De manière transitoire, les règlements communaux qui ont déjà été adoptés avant la publication des modèles visés aux § 2, alinéa 3 et § 3, alinéa 3, font l'objet d'une approbation par le ministre qui a l'Intérieur dans ses attributions ou par son délégué. Le Roi fixe les modalités et délais de cette approbation.
  § 5. Les règlements communaux en vigueur, visés aux paragraphes 2 à 4, qu'il s'agissent des règlements fixés par le conseil communal ou des modèles de règlement déterminés par le Roi et appliqués d'office conformément aux § 2, alinéa 4, et/ou § 3, alinéa 4, doivent pouvoir être consultés par le public, que ce soit par le biais du site Internet de la commune, par voie d'avis informatif ou par tout autre moyen de publicité.".
Art. 27. In artikel 6 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 november 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2, derde lid, wordt aangevuld met de bepaling onder 8°, luidende:
  "8° het digitale beeld van de vingerafdrukken van de wijsvinger van de linker- en van de rechterhand van de houder of, in geval van invaliditeit of ongeschiktheid, van een andere vinger van elke hand; de Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de voorwaarden en nadere regels voor het nemen van het digitale beeld van de vingerafdrukken.";
  2° paragraaf 2 wordt aangevuld met de volgende leden:
  "De informatie als bedoeld in het derde lid, 8°, mag enkel worden bewaard gedurende de tijd die nodig is voor het aanmaken en afgeven van de identiteitskaart en in elk geval niet langer dan drie maanden, met dien verstande dat na die periode van drie maanden de gegevens hoe dan ook moeten worden vernietigd en verwijderd.
  Zijn ertoe gemachtigd de informatie als bedoeld in het derde lid, 8°, te lezen:
  - het gemeentepersoneel dat belast is met de afgifte van de identiteitskaarten;
  - de politiediensten, voor zover zulks noodzakelijk is voor het vervullen van hun wettelijke opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie in het raam van de fraudebestrijding, meer bepaald de bestrijding van mensenhandel en -smokkel, oplichting en misbruik van vertrouwen, witwaspraktijken, terrorisme, valsheid en gebruik van valse stukken, aanmatiging van naam en gebruik van een valse naam, schendingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, alsook belemmering van opdrachten van bestuurlijke politie;
  - het personeel dat belast is met de grenscontrole, zowel in België als in het buitenland;
  - de personeelsleden van de Dienst Vreemdelingenzaken, voor zover zulks noodzakelijk is in het raam van de opsporing en vaststelling van inbreuken op de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en op de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
  - de personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en het daartoe door de ambassadeur of de consul persoonlijk gemachtigd diplomatiek en consulair personeel, voor zover zulks noodzakelijk is in het raam van de fraudebestrijding;
  - de onderneming die belast is met de productie van de identiteitskaarten, alsook de personen binnen die onderneming die daartoe een strikt omschreven machtiging hebben, uitsluitend met het oog op het produceren en afgeven van de identiteitskaarten.";
  3° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
  "1° inzage van de hem betreffende informatiegegevens die opgenomen zijn in het Rijksregister van de natuurlijke personen, in de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister evenals in het Register van de identiteitskaarten en het Register van de vreemdelingenkaarten bedoeld in artikel 6bis;";
  4° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
  " § 4. De gegevens die op de elektronische identiteitskaart staan, zowel de gegevens die zichtbaar zijn met het blote oog als die welke gelezen kunnen worden met een kaartlezer, met uitzondering van de foto van de houder, van het Rijksregisternummer en van het digitale beeld van de vingerafdrukken, kunnen gelezen en/of opgenomen worden, in overeenstemming met de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van de persoonsgegevens.
  Het Rijksregisternummer en de foto van de houder mogen enkel gebruikt worden indien hiertoe gemachtigd is door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie. De elektronische identiteitskaart mag enkel gelezen of gebruikt worden met de vrije, specifieke en geïnformeerde toestemming van de houder van de elektronische identiteitskaart.
  Wanneer een voordeel of dienst aangeboden wordt aan een burger via zijn elektronische identiteitskaart in het kader van een informaticatoepassing, moet eveneens een alternatief dat het gebruik van de elektronische identiteitskaart niet vereist, voorgesteld worden aan de betrokken persoon.
  Onverminderd artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 maart 2003 betreffende de identiteitskaarten, mag de houder van de elektronische identiteitskaart weigeren dat zijn gegevens gelezen en/of opgenomen zouden worden, behalve in de door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad bepaalde gevallen.";
  5° in paragraaf 7 wordt het eerste lid vervangen als volgt:
  "De Koning bepaalt, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de vorm en de nadere regels van aanmaak, afgifte en gebruik van de kaart."
  6° paragraaf 7 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Het gekwalificeerd handtekeningcertificaat wordt niet geactiveerd op de identiteitskaart van minderjarige personen.";
Art. 27. A l'article 6 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 9 novembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2, alinéa 3, est complété par le 8°, rédigé comme suit :
  "8° l'image numérisée des empreintes digitales de l'index de la main gauche et de la main droite du titulaire ou, en cas d'invalidité ou inaptitude, d'un autre doigt de chaque main, le Roi détermine par arrêté délibéré en Conseil des ministres après avis de l'Autorité de protection des données les conditions et modalités de capture de l'image numérisée des empreintes digitales.";
  2° le paragraphe 2 est complété par les alinéas suivants :
  "L'information visée à l'alinéa 3, 8°, ne peut être conservée que durant le temps nécessaire à la fabrication et à la délivrance de la carte d'identité et, en tout cas, durant une période de maximum 3 mois, étant entendu que après ce délai de 3 mois, les données doivent impérativement être détruites et effacées.
  Sont habilités à lire l'information visée à l'alinéa 3, 8° :
  - le personnel des communes chargé de la délivrance des cartes d'identité;
  - les services de police, pour autant que cela s'avère nécessaire pour l'accomplissement de leurs missions légales de police administrative et judiciaire dans le cadre de la lutte contre la fraude, notamment la lutte contre la traite et le trafic des êtres humains, l'escroquerie et l'abus de confiance, le blanchiment d'argent, le terrorisme, le faux et usage de faux, l'usurpation de nom et l'usage de faux nom, les violations de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers et les entraves aux missions de police administrative;
  - le personnel chargé du contrôle aux frontières, tant en Belgique qu'à l'étranger;
  - les membres du personnel de l'Office des Etrangers, pour autant que cela s'avère nécessaire dans le cadre de la recherche et de la constatation des infractions à la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers et à la loi 30 avril 1999 relative à l'emploi des travailleurs étrangers;
  - les membres du personnel du Service public fédéral des Affaires étrangères et le personnel diplomatique et consulaire, individuellement habilité par l'ambassadeur ou le consul, dans la mesure où cela s'avère nécessaire dans le cadre de la lutte contre la fraude;
  - l'entreprise chargée de la production des cartes d'identité et les personnes strictement habilitées par elle en son sein, et ce, aux seules fins de production et de délivrance des cartes d'identité.";
  3° dans le paragraphe 3, alinéa 2, le 1° est remplacé par ce qui suit :
  "1° de consulter les informations le concernant qui sont reprises au Registre national des personnes physiques, dans les registres de la population et le registre des étrangers ainsi que dans le Registre des cartes d'identité et le Registre des cartes d'étranger visés à l'article 6bis;";
  4° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Les données figurant sur la carte d'identité électronique, aussi bien les données visibles à l'oeil nu que celles lisibles au moyen d'un lecteur de carte, à l'exception de la photographie du titulaire, du numéro de Registre national et de l'image numérisée des empreintes digitales, peuvent être lues et/ou enregistrées conformément aux dispositions légales et règlementaires en matière de protection de la vie privée et de sécurité des données à caractère personnel.
  Le numéro de Registre national et la photographie du titulaire ne peuvent être utilisés que si cette utilisation est autorisée par ou en vertu d'une loi, d'un décret ou d'une ordonnance. La carte d'identité électronique ne peut être lue ou utilisée qu'avec le consentement libre, spécifique et éclairé du titulaire de la carte d'identité électronique.
  Lorsqu'un avantage ou un service est proposé à un citoyen au moyen de sa carte d'identité électronique dans le cadre d'une application informatique, une alternative ne nécessitant pas le recours à la carte d'identité électronique, doit également être proposée à la personne concernée.
  Sans préjudice de l'article 1er de l'arrêté royal du 25 mars 2003 relatif aux cartes d'identité, le titulaire de la carte d'identité électronique peut refuser que ses données soient lues et/ou enregistrées, sauf dans les cas déterminés par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des ministres.";
  5° dans le paragraphe 7, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  "Le Roi détermine, après avis de l'Autorité de protection des données, la forme et les modalités de fabrication, de délivrance et d'utilisation de la carte.";
  6° le paragraphe 7 est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  "Le certificat qualifié de signature n'est pas activé sur la carte d'identité des personnes mineures.";
Art. 28. In artikel 6bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 maart 2003 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 november 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
  " § 3. De machtiging om toegang te hebben tot de gegevens van het Register van de identiteitskaarten en het Register van de vreemdelingenkaarten wordt verleend door de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, aan de overheden en instellingen bedoeld in artikel 5, § 1, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, voor de informatiegegevens die zij gemachtigd zijn te kennen door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie.
  De artikelen 10, 13, 15, 17 en 18 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen zijn van toepassing op de machtigingsaanvragen tot toegang tot de gegevens van het Register van de identiteitskaarten en het Register van de vreemdelingenkaarten.";
  2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende:
  " § 5. De politiediensten zoals gedefinieerd in artikel 2, 2°, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, zijn bij de uitoefening van hun opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie, vrijgesteld van een voorafgaande machtiging en mogen toegang hebben tot de gegevens van het Register van de identiteitskaarten en van het Register van de vreemdelingenkaarten.
  Wordt gestraft met de sanctie bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, elk lid van de politiediensten dat, in overtreding met de vertrouwelijkheidsverplichting, de via het Register van de identiteitskaarten en het Register van de vreemdelingenkaarten verkregen informatiegegevens meedeelt aan personen die niet gemachtigd zijn om die informatiegegevens te ontvangen of dat die gegevens gebruikt voor andere doeleinden dan voor de uitoefening van opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie zoals bedoeld in de artikelen 14 en 15 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.".
Art. 28. A l'article 6bis de la même loi, inséré par la loi du 25 mars 2003 et modifié en dernier lieu par la loi du 9 novembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. L'autorisation d'accéder aux données du Registre des cartes d'identité et du Registre des cartes d'étranger est accordée par le ministre ayant l'Intérieur dans ses attributions aux autorités et organismes visés à l'article 5, § 1er, de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques, pour les informations qu'elles sont habilitées à connaître par ou en vertu d'une loi, d'un décret ou d'une ordonnance.
  Les articles 10, 13, 15, 17 et 18 de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques s'appliquent aux demandes d'autorisation d'accès aux données du Registre des cartes d'identité et du Registre des cartes d'étranger.";
  2° l'article est complété par un paragraphe 5, rédigé comme suit:
  " § 5. Dans le cadre de l'exécution de leurs missions de police administrative et judiciaire, les services de police tels que définis à l'article 2, 2°, de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux, sont dispensés d'une autorisation préalable et peuvent accéder aux données du Registre des cartes d'identité et du Registre des cartes d'étranger.
  Est puni de la sanction visée à l'article 13, alinéa 1er, de la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques tout membre des services de police qui, en violation de l'obligation de confidentialité, communique des informations obtenues des registres des cartes d'identité et du Registre des cartes d'étranger à des personnes non habilitées à les recevoir ou qui fait usage de ces données à des fins autres que l'exécution de missions de police administrative et judiciaire telles que visées aux articles 14 et 15 de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police.".
Art. 29. Artikel 6ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 maart 2003 en gewijzigd bij de wet van 15 mei 2007, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 6ter. In geval van verlies, diefstal of vernieling van een identiteitskaart van een Belg, doet de houder aangifte bij zijn/haar gemeentebestuur, de politie of de helpdesk van het Rijksregister. In geval van verlies, diefstal of vernieling van een vreemdelingenkaart of een verblijfstitel, doet de houder aangifte bij de politie.
  De houder krijgt een attest van verlies, diefstal of vernieling van het document.
  In geval van diefstal kan de houder bovendien een klacht indienen bij de politie.
  De Koning bepaalt de nadere regels volgens welke de aangifte van verlies, diefstal of vernieling van een identiteitskaart, een vreemdelingenkaart of een verblijfstitel uitgevoerd moet worden, met name de instantie waarbij het verlies, de diefstal of de vernieling aangegeven moet worden; Hij bepaalt bovendien de nadere regels volgens welke de elektronische functies van de kaart buiten dienst gesteld worden en de kaart geannuleerd wordt.".
Art. 29. L'article 6ter de la même loi, inséré par la loi du 25 mars 2003 et modifié par la loi du 15 mai 2007, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 6ter. En cas de perte, vol ou destruction d'une carte d'identité d'un Belge, le titulaire fait une déclaration auprès de son administration communale, de la police ou du helpdesk du Registre national. En cas de perte, vol ou destruction d'une carte d'étranger ou d'un titre de séjour, le titulaire fait une déclaration auprès de la police.
  Une attestation de perte, vol ou destruction du document est fournie au titulaire.
  En cas de vol, le titulaire peut en outre introduire une plainte à la police.
  Le Roi détermine les modalités selon lesquelles la déclaration de la perte, du vol ou de la destruction d'une carte d'identité, d'une carte d'étranger ou d'un titre de séjour doit être réalisée, notamment l'instance auprès de laquelle la déclaration de perte, vol ou destruction doit être faite; Il détermine en outre les modalités selon lesquelles les fonctions électroniques de la carte sont mises hors service et la carte annulée.".
Art. 30. In dezelfde wet wordt een artikel 6sexies ingevoegd, luidende:
  "Art. 6sexies. Elke nationale of buitenlandse natuurlijke persoon of rechtspersoon kan, bij de diensten van de Algemene Directie Instellingen en Bevolking van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, via de informaticatoepassing die door de diensten van het Rijksregister ter beschikking gesteld wordt van het publiek op zijn website, nakijken of een Belgisch identiteits- of reisdocument geldig is. Daartoe moet het nummer van het identiteits- of reisdocument meegedeeld worden. Indien dit niet het geval is, brengen de diensten van de Algemene Directie Instellingen en Bevolking de houder van het document op de hoogte van het nazicht van zijn statuut en verzoeken zij hem zich aan te melden bij zijn gemeentebestuur.
  De diensten van het Rijksregister bewaren de gegevens betreffende de documenten waarvan de geldigheid nagekeken werd, evenals betreffende de gebruikers van de in het eerste lid bedoelde informaticatoepassing, gedurende 10 jaar vanaf de datum van het nazicht.".
Art. 30. Dans la même loi, il est inséré un article 6sexies, rédigé comme suit :
  "Art. 6sexies. Toute personne physique ou morale, nationale ou étrangère, peut vérifier auprès des services de la Direction générale Institutions et Population du Service public fédéral Intérieur, par le biais de l'application informatique mise à la disposition du public par les services du Registre national sur son site Internet, si un document belge d'identité ou de voyage est valide. A cet effet, le numéro du document d'identité ou de voyage contrôlé doit être communiqué. En cas de réponse négative, les services de la Direction générale Institutions et Population informent le titulaire du document du fait de la vérification de son statut et l'invitent à se présenter auprès de son administration communale.
  Les services du Registre national conservent pendant 10 ans à partir de la date de la vérification les données relatives aux documents dont la validité a été vérifiée ainsi qu'aux utilisateurs de l'application informatique visée à l'alinéa 1er.".
HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling
CHAPITRE 4. - Disposition finale
Art. 31. De Koning wordt gemachtigd om het opschrift van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten, voorheen "de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen", te vervangen in de bepalingen van de wetten en besluiten die dit opschrift vermelden.
Art. 31. Le Roi est habilité à remplacer l'intitulé de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes des étrangers et aux documents de séjour, anciennement "loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes des étrangers et aux documents de séjour et modifiant la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques", dans les dispositions des lois et arrêtés qui le mentionnent.