Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
2° bijstandsorganisatie: een organisatie als vermeld in artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 houdende de vergunningsvoorwaarden en de subsidieregeling van bijstandsorganisaties om budgethouders bij te staan in het kader van persoonsvolgende financiering;
3° budget: een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
4° budgethouder: naargelang het geval de persoon met een handicap die gebruik maakt van een budget of zijn wettelijke vertegenwoordigers. Als de persoon met een handicap rechterlijk beschermd is met toepassing van de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, de persoon met een handicap en de bewindvoerder samen of de bewindvoerder;
5° casemanagement: het casemanagement, vermeld in artikel 5;
6° collectieve bemiddeling: de collectieve bemiddeling, vermeld in artikel 10;
7° dienst Ondersteuningsplan: een dienst Ondersteuningsplan als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2011 betreffende de erkenning en subsidiëring van diensten Ondersteuningsplan en een mentororganisatie voor het voortraject van personen met een handicap.
8° intensieve bemiddeling: de intensieve bemiddeling, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid;
9° opdrachthouder consulentenwerking: een dienst of organisatie die door het agentschap erkend is voor de coördinatie van de consulentenwerking;
10° vergunde zorgaanbieder: de aanbieder van zorg en ondersteuning die vergund is door het agentschap conform het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap;
11° zorgregio: de zorgregio's regionale stad, vermeld in de bijlage bij het decreet van 23 mei 2003 betreffende de indeling in zorgregio's en betreffende de samenwerking en programmatie van gezondheidsvoorzieningen en welzijnsvoorzieningen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 JULI 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering over de bemiddeling, de afstemming en de planning in het kader van persoonsvolgende financiering voor meerderjarige personen met een handicap(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-10-2018 en tekstbijwerking tot 22-03-2022)
Titre
20 JUILLET 2018. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à la médiation, la coordination et la planification dans le cadre du financement qui suit la personne au bénéfice de personnes handicapées majeures(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 01-10-2018 et mise à jour au 22-03-2022)
Documentinformatie
Numac: 2018031920
Datum: 2018-07-20
Info du document
Numac: 2018031920
Date: 2018-07-20
Inhoud
Inhoud
Tekst (40)
Texte (40)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique 'Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap', créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
2° organisation d'assistance : une organisation telle que visée à l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 2015 portant conditions d'autorisation et règlement de subvention des organisations d'assistance aux gestionnaires de budget dans le cadre du financement personnalisé ;
3° budget : un budget pour des soins et une aide non-directement accessibles, tels que visés au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
4° gestionnaire de budget : selon le cas, la personne handicapée qui fait appel à un budget ou ses représentants légaux. Lorsque la personne handicapée est protégée de droit en application de la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine, la personne handicapée ensemble avec l'administrateur ou l'administrateur ;
5° case management : le case management visé à l'article 5 ;
6° médiation collective : la médiation collective visée à l'article 10 ;
7° service Ondersteuningsplan (Plan de Soutien) : un service Plan de Soutien tel que visé à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2011 portant agrément et subventionnement des services Plan de Soutien et d'une organisation tutrice pour le parcours préalable des personnes handicapées.
8° médiation intensive : la médiation intensive, telle que visée à l'article 2, § 1er, alinéa premier ;
9° chargé de mission services des conseillers : un service ou une organisation qui a été agréée par l'agence pour la coordination des services rendus par les conseillers ;
10° prestataire de soins autorisé : le prestataire de soins et de soutien qui est autorisé par l'agence conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant autorisation des offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapées ;
11 ° région de soins : les régions de soins au niveau urbain régional, telles que visées à l'annexe au décret du 23 mai 2003 relatif à la répartition en régions de soins et relatif à la coopération et la programmation de structures de santé et de structures d'aide sociale.
1° agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique 'Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap', créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
2° organisation d'assistance : une organisation telle que visée à l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 2015 portant conditions d'autorisation et règlement de subvention des organisations d'assistance aux gestionnaires de budget dans le cadre du financement personnalisé ;
3° budget : un budget pour des soins et une aide non-directement accessibles, tels que visés au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
4° gestionnaire de budget : selon le cas, la personne handicapée qui fait appel à un budget ou ses représentants légaux. Lorsque la personne handicapée est protégée de droit en application de la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine, la personne handicapée ensemble avec l'administrateur ou l'administrateur ;
5° case management : le case management visé à l'article 5 ;
6° médiation collective : la médiation collective visée à l'article 10 ;
7° service Ondersteuningsplan (Plan de Soutien) : un service Plan de Soutien tel que visé à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2011 portant agrément et subventionnement des services Plan de Soutien et d'une organisation tutrice pour le parcours préalable des personnes handicapées.
8° médiation intensive : la médiation intensive, telle que visée à l'article 2, § 1er, alinéa premier ;
9° chargé de mission services des conseillers : un service ou une organisation qui a été agréée par l'agence pour la coordination des services rendus par les conseillers ;
10° prestataire de soins autorisé : le prestataire de soins et de soutien qui est autorisé par l'agence conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant autorisation des offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapées ;
11 ° région de soins : les régions de soins au niveau urbain régional, telles que visées à l'annexe au décret du 23 mai 2003 relatif à la répartition en régions de soins et relatif à la coopération et la programmation de structures de santé et de structures d'aide sociale.
HOOFDSTUK 2. - Intensieve bemiddeling
CHAPITRE 2. - Médiation intensive
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Art.2. § 1. Intensieve bemiddeling heeft tot doel om aanbieders van zorg en ondersteuning te zoeken die, binnen de grenzen van het budget dat ter beschikking is gesteld aan een persoon met een handicap, een antwoord bieden op de vraag naar zorg en ondersteuning als de budgethouder er niet in slaagt de zorg en ondersteuning te organiseren met het gebruik van het budget als voucher of als cashbudget, of bij een combinatie van beide. De intensieve bemiddeling kan bestaan uit casemanagement, uit collectieve bemiddeling, of uit een combinatie van beide.
Collectieve bemiddeling kan opgestart worden als de ondersteuningsvraag duidelijk is en de mogelijke aanbieders van zorg en ondersteuning die de gewenste ondersteuning kunnen bieden, eenvoudig in kaart gebracht kunnen worden.
Casemanagement kan ingezet worden als er nood is aan verduidelijking van de casus of aan bijkomende diagnostiek, of als het nog niet duidelijk is welke vorm van zorg en ondersteuning het meest geëigend is om tegemoet te komen aan de ondersteuningsnoden van de persoon met een handicap. De casemanager behartigt de bemiddeling, en als dat nodig is, kan hij een beroep doen op het agentschap om faciliterend op te treden als er met verschillende partners bemiddeld wordt.
§ 2. Het agentschap kan, met het oog op het organiseren van intensieve bemiddeling bij de bijstandsorganisaties die hoogdrempelige individuele bijstand hebben geboden, aan de budgethouder gegevens opvragen over de geboden bijstand.
Collectieve bemiddeling kan opgestart worden als de ondersteuningsvraag duidelijk is en de mogelijke aanbieders van zorg en ondersteuning die de gewenste ondersteuning kunnen bieden, eenvoudig in kaart gebracht kunnen worden.
Casemanagement kan ingezet worden als er nood is aan verduidelijking van de casus of aan bijkomende diagnostiek, of als het nog niet duidelijk is welke vorm van zorg en ondersteuning het meest geëigend is om tegemoet te komen aan de ondersteuningsnoden van de persoon met een handicap. De casemanager behartigt de bemiddeling, en als dat nodig is, kan hij een beroep doen op het agentschap om faciliterend op te treden als er met verschillende partners bemiddeld wordt.
§ 2. Het agentschap kan, met het oog op het organiseren van intensieve bemiddeling bij de bijstandsorganisaties die hoogdrempelige individuele bijstand hebben geboden, aan de budgethouder gegevens opvragen over de geboden bijstand.
Art.2. § 1er. L'objectif de la médiation intensive est de rechercher des prestataires de soins et de soutien qui, dans les limites du budget qui a été mis à la disposition d'une personne handicapée, donnent une réponse à la demande de soins et de soutien si le gestionnaire de budget ne réussit pas à organiser les soins et le soutien en utilisant le budget sous la forme d'un voucher ou d'un budget cash ou en utilisant une combinaison des deux. La médiation intensive peut comprendre du case management, de la médiation collective ou une combinaison des deux.
La médiation collective peut être démarrée si la demande de soutien est claire et que les prestataires potentiels de soins et de soutien susceptibles d'offrir le soutien désiré peuvent facilement être identifiés.
Le case management peut être utilisé en cas de besoin d'éclairage du cas ou d'un diagnostic supplémentaire ou s'il n'est pas encore clair quelle forme de soins et de soutien soit la plus appropriée pour rencontrer les besoins de soutien de la personne handicapée. Le case manager assume la responsabilité pour la médiation et peut, en cas de besoin, faire appel à l'agence pour agir comme facilitateur au cas où des partenaires divers seraient associés à la médiation.
§ 2. En vue de l'organisation d'une médiation intensive auprès des organisations d'assistance qui ont offert de l'assistance individuelle moins accessible, l'agence peut demander des données relatives à l'assistance offerte au gestionnaire de budget.
La médiation collective peut être démarrée si la demande de soutien est claire et que les prestataires potentiels de soins et de soutien susceptibles d'offrir le soutien désiré peuvent facilement être identifiés.
Le case management peut être utilisé en cas de besoin d'éclairage du cas ou d'un diagnostic supplémentaire ou s'il n'est pas encore clair quelle forme de soins et de soutien soit la plus appropriée pour rencontrer les besoins de soutien de la personne handicapée. Le case manager assume la responsabilité pour la médiation et peut, en cas de besoin, faire appel à l'agence pour agir comme facilitateur au cas où des partenaires divers seraient associés à la médiation.
§ 2. En vue de l'organisation d'une médiation intensive auprès des organisations d'assistance qui ont offert de l'assistance individuelle moins accessible, l'agence peut demander des données relatives à l'assistance offerte au gestionnaire de budget.
Art.3. De persoon met een handicap komt in aanmerking voor bemiddeling als voldaan is aan al de volgende voorwaarden:
1° het agentschap heeft een budget ter beschikking gesteld aan de persoon met een handicap;
2° de budgethouder doet voor de besteding van het budget een beroep op hoogdrempelige individuele bijstand van een bijstandsorganisatie of heeft daar in de afgelopen twaalf maanden een beroep op gedaan [1 "of een opdrachthouder consulentenwerking biedt ondersteuning conform artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 houdende erkenning en subsidiëring van opdrachthouders Consulentenwerking ]1;
3° de situatie van de persoon met een handicap is complex omdat expertise in verschillende disciplines nodig is, omdat er meervoudige diagnoses zijn, of omdat er een combinatie is van een handicap en bijkomende psychische problemen en gedragsproblemen.
1° het agentschap heeft een budget ter beschikking gesteld aan de persoon met een handicap;
2° de budgethouder doet voor de besteding van het budget een beroep op hoogdrempelige individuele bijstand van een bijstandsorganisatie of heeft daar in de afgelopen twaalf maanden een beroep op gedaan [1 "of een opdrachthouder consulentenwerking biedt ondersteuning conform artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 houdende erkenning en subsidiëring van opdrachthouders Consulentenwerking ]1;
3° de situatie van de persoon met een handicap is complex omdat expertise in verschillende disciplines nodig is, omdat er meervoudige diagnoses zijn, of omdat er een combinatie is van een handicap en bijkomende psychische problemen en gedragsproblemen.
Art.3. La personne handicapée est éligible à la médiation, s'il a été satisfait à toutes les conditions suivantes :
1° l'agence a mis un budget à la disposition de la personne handicapée;
2° pour l'affectation du budget, le gestionnaire du budget fait appel à une assistance individuelle moins accessible d'une organisation d'assistance ou y a fait appel au cours des douze mois écoulés [1 ou un chargé de mission dans le cadre de l'action des conseillers fournit un soutien conformément à l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018 portant agrément et subvention des chargés de mission dans le cadre de l'Action des Conseillers]1;
3° la situation de la personne handicapée est complexe parce qu'elle demande de l'expertise dans différentes disciplines, parce qu'il y a des diagnostics multiples ou parce qu'il y a une combinaison de handicap et de problèmes psychologiques et comportementaux supplémentaires.
1° l'agence a mis un budget à la disposition de la personne handicapée;
2° pour l'affectation du budget, le gestionnaire du budget fait appel à une assistance individuelle moins accessible d'une organisation d'assistance ou y a fait appel au cours des douze mois écoulés [1 ou un chargé de mission dans le cadre de l'action des conseillers fournit un soutien conformément à l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018 portant agrément et subvention des chargés de mission dans le cadre de l'Action des Conseillers]1;
3° la situation de la personne handicapée est complexe parce qu'elle demande de l'expertise dans différentes disciplines, parce qu'il y a des diagnostics multiples ou parce qu'il y a une combinaison de handicap et de problèmes psychologiques et comportementaux supplémentaires.
Wijzigingen
Art.4. Intensieve bemiddeling moet door de budgethouder worden aangevraagd bij het agentschap.
[1 De aanvraag voor intensieve bemiddeling wordt door de budgethouder bij het agentschap ingediend met een aanvraagformulier waarvan het model vastgesteld is door het agentschap. De budgethouder vermeldt in de aanvraag de bijstandsorganisatie die hem hoogdrempelige individuele bijstand heeft verleend of hij vermeldt de opdrachthouder consulentenwerking, vermeld in artikel 3, 2°]1.
De aanvraag kan op papier of elektronisch worden ingediend, op de wijze die het agentschap bepaalt.
Het agentschap behandelt de aanvraag binnen dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van de aanvraag. De datum van de aanvraag is de datum van de poststempel, of de datum waarop de aanvraag elektronisch wordt ingediend.
Het agentschap beoordeelt of voldaan is aan al de voorwaarden, vermeld in artikel 3 [1 ...]1.
De beslissing van het agentschap over de vraag naar intensieve bemiddeling wordt meegedeeld aan de budgethouder [1 en aan de bijstandsorganisatie of de opdrachthouder consulentenwerking, vermeld in het tweede lid]1.
[1 Het agentschap stelt vast of collectieve bemiddeling of casemanagement of een combinatie van beide wordt ingezet.]1.
[1 De aanvraag voor intensieve bemiddeling wordt door de budgethouder bij het agentschap ingediend met een aanvraagformulier waarvan het model vastgesteld is door het agentschap. De budgethouder vermeldt in de aanvraag de bijstandsorganisatie die hem hoogdrempelige individuele bijstand heeft verleend of hij vermeldt de opdrachthouder consulentenwerking, vermeld in artikel 3, 2°]1.
De aanvraag kan op papier of elektronisch worden ingediend, op de wijze die het agentschap bepaalt.
Het agentschap behandelt de aanvraag binnen dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van de aanvraag. De datum van de aanvraag is de datum van de poststempel, of de datum waarop de aanvraag elektronisch wordt ingediend.
Het agentschap beoordeelt of voldaan is aan al de voorwaarden, vermeld in artikel 3 [1 ...]1.
De beslissing van het agentschap over de vraag naar intensieve bemiddeling wordt meegedeeld aan de budgethouder [1 en aan de bijstandsorganisatie of de opdrachthouder consulentenwerking, vermeld in het tweede lid]1.
[1 Het agentschap stelt vast of collectieve bemiddeling of casemanagement of een combinatie van beide wordt ingezet.]1.
Art.4. Le gestionnaire de budget doit demander la médiation intensive auprès de l'agence.
[1 Le gestionnaire de budget introduit la demande de médiation intensive auprès de l'agence au moyen d'un formulaire de demande dont le modèle a été établi par l'agence. Dans sa demande, le gestionnaire de budget mentionne l'organisation d'assistance qui lui a offert une assistance individuelle peu accessible ou mentionne le chargé de mission dans le cadre de l'action des conseillers visé à l'article 3, 2°]1;
La demande peut être rentrée sur papier ou par voie électronique, selon les modalités que l'agence définit.
L'agence traite la demande dans les trente jours calendrier, à compter de la date de la demande. La date de la demande est la date du cachet de la poste, ou la date à laquelle la demande est introduite par voie électronique.
L'agence juge s'il a été satisfait à toutes les conditions, telles que visées à l'article 3 [1 ...]1.
La décision de l'agence sur la demande d'une médiation intensive est communiquée au gestionnaire de budget [1 et à l'organisation d'assistance ou au chargé de mission dans le cadre de l'action des conseillers visés à l'alinéa 2]1.
[1 L'agence détermine si la médiation collective, le case management ou une combinaison des deux sont utilisés.]1.
[1 Le gestionnaire de budget introduit la demande de médiation intensive auprès de l'agence au moyen d'un formulaire de demande dont le modèle a été établi par l'agence. Dans sa demande, le gestionnaire de budget mentionne l'organisation d'assistance qui lui a offert une assistance individuelle peu accessible ou mentionne le chargé de mission dans le cadre de l'action des conseillers visé à l'article 3, 2°]1;
La demande peut être rentrée sur papier ou par voie électronique, selon les modalités que l'agence définit.
L'agence traite la demande dans les trente jours calendrier, à compter de la date de la demande. La date de la demande est la date du cachet de la poste, ou la date à laquelle la demande est introduite par voie électronique.
L'agence juge s'il a été satisfait à toutes les conditions, telles que visées à l'article 3 [1 ...]1.
La décision de l'agence sur la demande d'une médiation intensive est communiquée au gestionnaire de budget [1 et à l'organisation d'assistance ou au chargé de mission dans le cadre de l'action des conseillers visés à l'alinéa 2]1.
[1 L'agence détermine si la médiation collective, le case management ou une combinaison des deux sont utilisés.]1.
Wijzigingen
Afdeling 2. - Casemanagement
Section 2. - Case management
Art.5. Casemanagement omvat bemiddeling op een intensieve en vasthoudende wijze, om voor personen met een complexe ondersteuningsnood tot een stabiele en vraaggestuurde organisatie van hun ondersteuning te komen. Daarbij wordt samengewerkt met de bijstandsorganisatie,[1 als in het aanvraagformulier, vermeld in artikel 4, tweede lid, een bijstandsorganisatie is vermeld]1, en op een intensieve wijze overleg gepleegd met en bemiddeld bij potentiële aanbieders van zorg en ondersteuning. Als dat nodig is, worden bijkomende methoden ingezet zoals alternatieve beeldvorming, coaching van aanbieders van zorg en ondersteuning, vorming en intervisie, het opzetten van samenwerkingsverbanden en netwerken. In voorkomend geval wordt voorzien in nazorg.
Art.5. Le case management comprend la médiation de façon intensive et insistante afin d'aboutir, au bénéfice de personnes présentant un besoin de soutien complexe, à une organisation de leur soutien stable et axée sur la demande. A cette fin, il y a des collaborations avec l'organisation d'assistance [1 si le formulaire de demande visé à l'article 4, alinéa 2, mentionne une organisation d'assistance]1 et des concertations et médiations intensives avec et auprès de prestataires potentiels de soins et de soutien. En cas de besoin, des méthodes supplémentaires sont utilisées, telles la création d'une image alternative, le coaching de prestataires de soins et de soutien, la formation et l'intervision, l'établissement de partenariats et de réseaux. Le cas échéant, un suivi est prévu.
Wijzigingen
Art.6. De opdrachthouder consulentenwerking organiseert het casemanagement van de personen met een handicap die hun woonplaats hebben in de provincie waarvoor de opdrachthouder consulentenwerking door het agentschap is erkend.
De opdrachthouder consulentenwerking die voor de provincie Vlaams Brabant is erkend door het agentschap, organiseert het casemanagement voor de personen met een handicap die hun woonplaats hebben in de zorgregio Brussel.
De opdrachthouder consulentenwerking die voor de provincie Vlaams Brabant is erkend door het agentschap, organiseert het casemanagement voor de personen met een handicap die hun woonplaats hebben in de zorgregio Brussel.
Art.6. Le chargé de mission services des conseillers organise le case management des personnes handicapées qui résident dans la province pour laquelle le chargé de mission services des conseillers a été agréé par l'agence.
Le chargé de mission services des conseillers qui a été agréé par l'agence pour la province du Brabant flamand, organise le case management pour les personnes handicapées quir résident dans la région de soins de Bruxelles.
Le chargé de mission services des conseillers qui a été agréé par l'agence pour la province du Brabant flamand, organise le case management pour les personnes handicapées quir résident dans la région de soins de Bruxelles.
Art.7. Het casemanagement wordt opgestart nadat de budgethouder een overeenkomst voor het casemanagement heeft afgesloten met de opdrachthouder consulentenwerking die het casemanagement moet organiseren conform artikel 5.
De budgethouder betaalt de vergoeding voor het casemanagement, vermeld in de overeenkomst over het casemanagement, in euro's aan de opdrachthouder consulentenwerking met wie de overeenkomst is afgesloten, behalve als de resterende middelen van het budget van de persoon met een handicap ontoereikend zijn om het casemanagement te vergoeden, doordat het budget wordt ingezet voor langlopende overeenkomsten voor structurele zorg en ondersteuning.
De budgethouder betaalt de vergoeding voor het casemanagement, vermeld in de overeenkomst over het casemanagement, in euro's aan de opdrachthouder consulentenwerking met wie de overeenkomst is afgesloten, behalve als de resterende middelen van het budget van de persoon met een handicap ontoereikend zijn om het casemanagement te vergoeden, doordat het budget wordt ingezet voor langlopende overeenkomsten voor structurele zorg en ondersteuning.
Art.7. Le case management est démarré après que le gestionnaire de budget a conclu une convention pour le case management avec le chargé de mission services des conseillers qui est tenu d'organiser le case management, conformément à l'article 5.
Le gestionnaire de budget paie la rémunération pour le case management, visée dans la convention relative au case management, en euros, au chargé de mission services conseillers avec qui la convention a été conclue, sauf si les moyens restants du budget de la personne handicapée sont insuffisants pour rémunérer le case management, parce que le budget est affecté à des conventions de longue durée pour des soins et du soutien structurels.
Le gestionnaire de budget paie la rémunération pour le case management, visée dans la convention relative au case management, en euros, au chargé de mission services conseillers avec qui la convention a été conclue, sauf si les moyens restants du budget de la personne handicapée sont insuffisants pour rémunérer le case management, parce que le budget est affecté à des conventions de longue durée pour des soins et du soutien structurels.
Art.8. De opdrachthouders consulentenwerking maken jaarlijks een verslag op over het casemanagement en bezorgen dat aan het agentschap. Het agentschap bepaalt de inhoud van dat verslag.
Art.8. Les chargés de mission services de conseillers établissent un rapport annuel sur le case management et le remettent à l'agence. L'agence détermine le contenu de ce rapport.
Afdeling 3. - Collectieve bemiddeling
Section 3. - Médiation collective
Art.10. Collectieve bemiddeling beoogt een vraaggestuurde oplossing te vinden voor een of meer casussen door op een dwingende wijze potentiële aanbieders van zorg en ondersteuning uit te nodigen voor een overleg over de casussen. Tijdens het overleg wordt aanspraak gemaakt op de collectieve verantwoordelijkheid van de aanbieders van zorg en ondersteuning in een zorgregio. Als dat noodzakelijk is om tot een oplossing te komen, kan ook een beroep gedaan worden op de specifieke expertise van aanbieders van zorg en ondersteuning van buiten de zorgregio.
Het agentschap organiseert collectieve bemiddeling in de zorgregio waar de persoon met een handicap zijn woonplaats heeft, of op verzoek van de budgethouder, in de zorgregio waar de ondersteuning van de persoon met een handicap gerealiseerd zou moeten worden.
Het agentschap organiseert collectieve bemiddeling in de zorgregio waar de persoon met een handicap zijn woonplaats heeft, of op verzoek van de budgethouder, in de zorgregio waar de ondersteuning van de persoon met een handicap gerealiseerd zou moeten worden.
Art.10. La médiation collective cherche à trouver une solution partant de la demande, pour un ou plusieurs cas en invitant des prestataires potentiels de soins et de soutien de façon coercitive à une concertation au sujet des cas. Pendant la concertation, il est fait un appel à la responsabilité collective des prestataires de soins et de soutien dans une région de soins. S'il s'avère nécessaire pour aboutir à une solution, il peut également être fait appel à l'expertise spécifique de prestataires de soins et de soutien au-dehors de la région de soins.
L'agence organise la médiation collective dans la région de soins dans laquelle la personne handicapée réside ou, à la demande du gestionnaire de budget, dans la région de soins dans laquelle le soutien de la personne handicapée devrait être réalisé.
L'agence organise la médiation collective dans la région de soins dans laquelle la personne handicapée réside ou, à la demande du gestionnaire de budget, dans la région de soins dans laquelle le soutien de la personne handicapée devrait être réalisé.
Art.11. Het agentschap nodigt minimaal de volgende personen, organisaties en diensten uit voor de collectieve bemiddeling:
1° de budgethouder;
2° de bijstandsorganisatie, vermeld in artikel 4, tweede lid;
3° de vergunde zorgaanbieders die hun activiteiten uitoefenen in de zorgregio en die een antwoord kunnen bieden op de vraag naar zorg en ondersteuning van de persoon met een handicap of op een deel van de vraag;
4° de vergunde zorgaanbieders die hun activiteiten uitoefenen in een andere zorgregio en die een antwoord kunnen bieden op de vraag naar zorg en ondersteuning van de persoon met een handicap;
5° de aanbieders van zorg en ondersteuning die niet vergund of erkend zijn door het agentschap, maar die een rol kunnen spelen bij het vinden van een oplossing voor de persoon met een handicap.
[1 6° de opdrachthouder consulentenwerking, vermeld in artikel 4, tweede lid.]1
De bijstandsorganisatie, vermeld in het eerste lid, 2°, en de vergunde zorgaanbieders, vermeld in het eerste lid, 3°, zijn aanwezig op de collectieve bemiddeling. Die aanwezigheid houdt een actieve betrokkenheid bij het overleg in en een engagement om te zoeken naar oplossingen voor de budgethouder.
Om de collectieve bemiddeling uit te voeren, worden de persoonsgegevens van de persoon met een handicap die nuttig zijn voor de collectieve bemiddeling, uitgewisseld tussen de partners die betrokken zijn bij de collectieve bemiddeling.
1° de budgethouder;
2° de bijstandsorganisatie, vermeld in artikel 4, tweede lid;
3° de vergunde zorgaanbieders die hun activiteiten uitoefenen in de zorgregio en die een antwoord kunnen bieden op de vraag naar zorg en ondersteuning van de persoon met een handicap of op een deel van de vraag;
4° de vergunde zorgaanbieders die hun activiteiten uitoefenen in een andere zorgregio en die een antwoord kunnen bieden op de vraag naar zorg en ondersteuning van de persoon met een handicap;
5° de aanbieders van zorg en ondersteuning die niet vergund of erkend zijn door het agentschap, maar die een rol kunnen spelen bij het vinden van een oplossing voor de persoon met een handicap.
[1 6° de opdrachthouder consulentenwerking, vermeld in artikel 4, tweede lid.]1
De bijstandsorganisatie, vermeld in het eerste lid, 2°, en de vergunde zorgaanbieders, vermeld in het eerste lid, 3°, zijn aanwezig op de collectieve bemiddeling. Die aanwezigheid houdt een actieve betrokkenheid bij het overleg in en een engagement om te zoeken naar oplossingen voor de budgethouder.
Om de collectieve bemiddeling uit te voeren, worden de persoonsgegevens van de persoon met een handicap die nuttig zijn voor de collectieve bemiddeling, uitgewisseld tussen de partners die betrokken zijn bij de collectieve bemiddeling.
Art.11. L'agence invite au minimum les personnes, organisations et services suivants à la médiation collective :
1° le gestionnaire de budget ;
2° l'organisation d'assistance visée à l'article 4, alinéa deux ;
3° les prestataires de soins autorisés qui exercent leurs activités dans la région de soins et qui peuvent donner une réponse à la demande de soins et de soutien de la personne handicapée ou à une partie de la demande ;
4° les prestataires de soins autorisés qui exercent leurs activités dans une autre région de soins et qui peuvent donner une réponse à la demande de soins et de soutien de la personne handicapée ;
5° les prestataires de soins et de soutien qui ne sont pas autorisés ou agréés par l'agence mais qui peuvent jouer un rôle dans la recherche d'une solution pour la personne handicapée.
[1 6° le chargé de mission dans le cadre de l'action des conseillers visé à l'article 4, alinéa 2. ]1
L'organisation d'assistance, telle que visée à l'alinéa premier, 2°, et les prestataires de soins autorisés, tels que visés à l'alinéa premier, 3°, sont présents à la médiation collective. Cette présence implique une participation active à la concertation et un engagement de vouloir chercher des solutions pour le gestionnaire de budget.
Pour mettre en oeuvre la médiation collective, les données personnelles de la personne handicapée qui sont utiles à la médiation collective, sont échangées entre les partenaires qui sont associés à la médiation collective.
1° le gestionnaire de budget ;
2° l'organisation d'assistance visée à l'article 4, alinéa deux ;
3° les prestataires de soins autorisés qui exercent leurs activités dans la région de soins et qui peuvent donner une réponse à la demande de soins et de soutien de la personne handicapée ou à une partie de la demande ;
4° les prestataires de soins autorisés qui exercent leurs activités dans une autre région de soins et qui peuvent donner une réponse à la demande de soins et de soutien de la personne handicapée ;
5° les prestataires de soins et de soutien qui ne sont pas autorisés ou agréés par l'agence mais qui peuvent jouer un rôle dans la recherche d'une solution pour la personne handicapée.
[1 6° le chargé de mission dans le cadre de l'action des conseillers visé à l'article 4, alinéa 2. ]1
L'organisation d'assistance, telle que visée à l'alinéa premier, 2°, et les prestataires de soins autorisés, tels que visés à l'alinéa premier, 3°, sont présents à la médiation collective. Cette présence implique une participation active à la concertation et un engagement de vouloir chercher des solutions pour le gestionnaire de budget.
Pour mettre en oeuvre la médiation collective, les données personnelles de la personne handicapée qui sont utiles à la médiation collective, sont échangées entre les partenaires qui sont associés à la médiation collective.
Wijzigingen
HOOFDSTUK 3. - Afstemming
CHAPITRE 3. - Coordination
Art.12. Afstemming heeft de volgende doelstellingen:
1° het aanbod aan zorg en ondersteuning voor personen met een handicap dat binnen de zorgregio geboden kan worden door reguliere diensten, door vergunde zorgaanbieders en door aanbieders van zorg en ondersteuning die niet vergund zijn door het agentschap, op elkaar afstemmen;
2° garanderen dat de budgethouder met het budget binnen de zorgregio een kwaliteitsvol aanbod van zorg en ondersteuning vindt dat beantwoordt aan de noden van de persoon met een handicap en aan de verwachtingen;
3° nagaan op welke wijze de rechtstreeks toegankelijke diensten, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap, binnen de middelen die voor de subsidiëring van rechtstreeks toegankelijke diensten beschikbaar zijn op de begroting van het agentschap, binnen de zorgregio maximaal kunnen tegemoetkomen aan de vragen naar zorg en ondersteuning van personen met een handicap.
1° het aanbod aan zorg en ondersteuning voor personen met een handicap dat binnen de zorgregio geboden kan worden door reguliere diensten, door vergunde zorgaanbieders en door aanbieders van zorg en ondersteuning die niet vergund zijn door het agentschap, op elkaar afstemmen;
2° garanderen dat de budgethouder met het budget binnen de zorgregio een kwaliteitsvol aanbod van zorg en ondersteuning vindt dat beantwoordt aan de noden van de persoon met een handicap en aan de verwachtingen;
3° nagaan op welke wijze de rechtstreeks toegankelijke diensten, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap, binnen de middelen die voor de subsidiëring van rechtstreeks toegankelijke diensten beschikbaar zijn op de begroting van het agentschap, binnen de zorgregio maximaal kunnen tegemoetkomen aan de vragen naar zorg en ondersteuning van personen met een handicap.
Art.12. La coordination vise les objectifs suivants :
1° harmoniser l'offre de soins et de soutien pour personnes handicapées qui peut être fournie au sein de la région de soins par les services réguliers, par les prestataires de soins autorisés et par les prestataires de soins et de soutien non-autorisés par l'agence ;
2° garantir que le gestionnaire de budget trouve grâce au budget et au sein de la région de soins une offre de soins et de soutien de qualité qui répond aux besoins de la personne handicapée et aux attentes ;
3° examiner les modalités selon lesquelles les services directement accessibles, tels que visés à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 février 2013 relatif à l'aide directement accessible pour les personnes handicapées, peuvent, dans les limites des moyens disponibles pour la subvention de services directement accessibles sur le budget de l'agence, rencontrer autant que possible les demandes de soins et de soutien de personnes handicapées au sein de la région de soins.
1° harmoniser l'offre de soins et de soutien pour personnes handicapées qui peut être fournie au sein de la région de soins par les services réguliers, par les prestataires de soins autorisés et par les prestataires de soins et de soutien non-autorisés par l'agence ;
2° garantir que le gestionnaire de budget trouve grâce au budget et au sein de la région de soins une offre de soins et de soutien de qualité qui répond aux besoins de la personne handicapée et aux attentes ;
3° examiner les modalités selon lesquelles les services directement accessibles, tels que visés à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 février 2013 relatif à l'aide directement accessible pour les personnes handicapées, peuvent, dans les limites des moyens disponibles pour la subvention de services directement accessibles sur le budget de l'agence, rencontrer autant que possible les demandes de soins et de soutien de personnes handicapées au sein de la région de soins.
Art.13. Het agentschap is verantwoordelijk voor de sturing, de evaluatie en de bijsturing van het proces van afstemming.
Art.13. Le agence est responsable du pilotage, de l'évaluation et des corrections du processus de coordination.
Art.14. Het agentschap organiseert minstens een keer per kalenderjaar een afstemmingsoverleg, ofwel als afzonderlijke vergadering, ofwel aansluitend bij overleg dat alle betrokken partners in de zorgregio bij elkaar brengt.
Het afstemmingsoverleg wordt georganiseerd binnen de zorgregio.
Voor het afstemmingsoverleg worden de volgende partners uitgenodigd:
1° de bijstandsorganisaties;
2° de vergunde zorgaanbieders die hun activiteiten uitoefenen in de zorgregio;
3° de verenigingen van personen met een handicap;
4° de instanties, vermeld in artikel 22 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, die door het agentschap zijn erkend om een multidisciplinair verslag op te maken;
5° de diensten Ondersteuningsplan die erkend zijn voor de provincie waartoe de zorgregio behoort;
6° de aanbieders van zorg en ondersteuning die niet vergund zijn door het agentschap;
7° de reguliere diensten;
8° de intersectorale partners.
Het afstemmingsoverleg wordt georganiseerd binnen de zorgregio.
Voor het afstemmingsoverleg worden de volgende partners uitgenodigd:
1° de bijstandsorganisaties;
2° de vergunde zorgaanbieders die hun activiteiten uitoefenen in de zorgregio;
3° de verenigingen van personen met een handicap;
4° de instanties, vermeld in artikel 22 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, die door het agentschap zijn erkend om een multidisciplinair verslag op te maken;
5° de diensten Ondersteuningsplan die erkend zijn voor de provincie waartoe de zorgregio behoort;
6° de aanbieders van zorg en ondersteuning die niet vergund zijn door het agentschap;
7° de reguliere diensten;
8° de intersectorale partners.
Art.14. L'agence organise au moins une fois par année calendaire une réunion de coordination, soit sous la forme d'une réunion distincte, soit dans le prolongement d'une concertation réunissant tous les partenaires associés dans la région de soins.
La réunion de coordination est organisée au sein de la région de soins.
Les partenaires suivants sont invités à la réunion de coordination :
1° les organisations d'assistance ;
2° les prestataires de soins autorisés qui exercent leurs activités dans la région de soins ;
3° les associations de personnes handicapées ;
4° les instances visées à l'article 22 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'enregistrement à la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", agréées par l'agence pour la rédaction d'un rapport multidisciplinaire ;
5° les services Ondersteuningsplan qui ont été agréés pour la province à laquelle la région de soins ressortit ;
6° les prestataires de soins et de soutien qui n'ont pas été autorisés par l'agence ;
7° les services réguliers ;
8° les partenaires intersectoraux.
La réunion de coordination est organisée au sein de la région de soins.
Les partenaires suivants sont invités à la réunion de coordination :
1° les organisations d'assistance ;
2° les prestataires de soins autorisés qui exercent leurs activités dans la région de soins ;
3° les associations de personnes handicapées ;
4° les instances visées à l'article 22 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'enregistrement à la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", agréées par l'agence pour la rédaction d'un rapport multidisciplinaire ;
5° les services Ondersteuningsplan qui ont été agréés pour la province à laquelle la région de soins ressortit ;
6° les prestataires de soins et de soutien qui n'ont pas été autorisés par l'agence ;
7° les services réguliers ;
8° les partenaires intersectoraux.
Art.15. Het agentschap bezorgt de jaarverslagen over het casemanagement, vermeld in artikel 8, aan het afstemmingsoverleg en bezorgt minstens eenmaal per jaar een rapport over de bevindingen bij de collectieve bemiddeling alsook een rapport over de toewijzing en terbeschikkingstelling van budgetten en over de besteding van die budgetten.
Art.15. L'agence transmet les rapports annuels relatifs au case management, tels que visés à l'article 8, à la réunion de coordination et remet au moins une fois par an un rapport sur les constats lors de la médiation collective ainsi qu'un rapport relatif à l'adjudication et à la mise à disposition de budgets et à l'affectation de ces budgets.
HOOFDSTUK 4. - Planning
CHAPITRE 4. - Planification
Art.16. Planning heeft tot doel een inschatting te maken van de begrotingsmiddelen die noodzakelijk zijn om zorggarantie te bieden voor de personen met een handicap met de grootste ondersteuningsnood en in het bijzonder om een inschatting te maken van:
1° de begrotingsmiddelen die nodig zijn om aan alle personen met een handicap het budget dat is toegewezen, ter beschikking te kunnen stellen;
2° de begrotingsmiddelen die nodig zijn om tegemoet te kunnen komen aan de vragen van personen met een handicap naar een tegemoetkoming in de kosten van hulpmiddelen en aanpassingen;
3° de begrotingsmiddelen die nodig zijn om een antwoord te kunnen bieden op de vragen van personen met een handicap of een vermoeden van handicap naar rechtstreeks toegankelijke hulp;
4° de begrotingsmiddelen die nodig zijn opdat alle personen met een handicap of een vermoeden van handicap die zich willen laten bijstaan door een dienst Ondersteuningsplan, daar effectief de mogelijkheid toe hebben;
5° de begrotingsmiddelen die nodig zijn om in voldoende capaciteit voor de opmaak van multidisciplinaire verslagen te voorzien;
6° de begrotingsmiddelen die nodig zijn voor de ondersteuning van minderjarige personen met een handicap;
7° het benodigde budget om tegemoet te komen aan de vragen van personen met een handicap naar ondersteuning van reguliere diensten.
1° de begrotingsmiddelen die nodig zijn om aan alle personen met een handicap het budget dat is toegewezen, ter beschikking te kunnen stellen;
2° de begrotingsmiddelen die nodig zijn om tegemoet te kunnen komen aan de vragen van personen met een handicap naar een tegemoetkoming in de kosten van hulpmiddelen en aanpassingen;
3° de begrotingsmiddelen die nodig zijn om een antwoord te kunnen bieden op de vragen van personen met een handicap of een vermoeden van handicap naar rechtstreeks toegankelijke hulp;
4° de begrotingsmiddelen die nodig zijn opdat alle personen met een handicap of een vermoeden van handicap die zich willen laten bijstaan door een dienst Ondersteuningsplan, daar effectief de mogelijkheid toe hebben;
5° de begrotingsmiddelen die nodig zijn om in voldoende capaciteit voor de opmaak van multidisciplinaire verslagen te voorzien;
6° de begrotingsmiddelen die nodig zijn voor de ondersteuning van minderjarige personen met een handicap;
7° het benodigde budget om tegemoet te komen aan de vragen van personen met een handicap naar ondersteuning van reguliere diensten.
Art.16. La planification a pour but d'estimer les moyens budgétaires nécessaires pour garantir des soins aux personnes handicapées présentant le besoin le plus grave de soutien et plus particulièrement d'estimer :
1° les moyens budgétaires nécessaires pour pouvoir mettre à la disposition de toutes les personnes handicapées le budget qui a été attribué ;
2° les moyens budgétaires nécessaires pour pouvoir satisfaire les demandes des personnes handicapées d'intervenir dans les frais d'aides matérielles et d'aménagements ;
3° les moyens budgétaires nécessaires pour pouvoir satisfaire les demandes d'aide directement accessible des personnes handicapées ou porteurs d'un soupçon de handicap ;
4° les moyens budgétaires nécessaires pour que toutes les personnes handicapées ou porteurs d'un soupçon de handicap qui veulent se faire assister par un service Ondersteuningsplan, en aient effectivement la possibilité ;
5° les moyens budgétaires nécessaires pour prévoir une capacité suffisante pour la rédaction de rapports multidisciplinaires ;
6° les moyens budgétaires nécessaires pour l'assistance aux personnes handicapées mineures ;
7° le budget nécessaire pour satisfaire les demandes de personnes handicapées de soutien offert par des services réguliers.
1° les moyens budgétaires nécessaires pour pouvoir mettre à la disposition de toutes les personnes handicapées le budget qui a été attribué ;
2° les moyens budgétaires nécessaires pour pouvoir satisfaire les demandes des personnes handicapées d'intervenir dans les frais d'aides matérielles et d'aménagements ;
3° les moyens budgétaires nécessaires pour pouvoir satisfaire les demandes d'aide directement accessible des personnes handicapées ou porteurs d'un soupçon de handicap ;
4° les moyens budgétaires nécessaires pour que toutes les personnes handicapées ou porteurs d'un soupçon de handicap qui veulent se faire assister par un service Ondersteuningsplan, en aient effectivement la possibilité ;
5° les moyens budgétaires nécessaires pour prévoir une capacité suffisante pour la rédaction de rapports multidisciplinaires ;
6° les moyens budgétaires nécessaires pour l'assistance aux personnes handicapées mineures ;
7° le budget nécessaire pour satisfaire les demandes de personnes handicapées de soutien offert par des services réguliers.
Art.17. Het agentschap is verantwoordelijk voor het beleidsvoorbereidende proces op het gebied van de planning, de evaluatie en de bijsturing ervan.
Art.17. L'agence est responsable du processus d'élaboration des politiques en matière de planification, d'évaluation et de mise à jour.
Art.18. Het agentschap stelt in overleg met het raadgevend comité van het agentschap een meerjarenplan alsook een geactualiseerd jaarlijks plan op over de noodzakelijke ontwikkelingen van de begrotingsmiddelen die noodzakelijk zijn om zorggarantie te bieden voor de personen met een handicap met de grootste ondersteuningsnood, vermeld in artikel 16. Bij de opmaak van een meerjarenplan en een geactualiseerd jaarlijks plan wordt rekening gehouden met de te verwachten maatschappelijke evoluties die een impact kunnen hebben op het beleid voor personen met een handicap.
Art.18. L'agence rédige un plan pluriannuel ainsi qu'un plan annuel actualisé relatif aux développements nécessaires des moyens budgétaires qui sont nécessaires pour garantir des soins aux personnes handicapées présentant le besoin de soutien le plus élevé, tel que visé à l'article 16, en concertation avec le comité consultatif de l'agence. Au moment de la rédaction d'un plan pluriannuel et d'un plan annuel actualisé, il est tenu compte des évolutions sociétales attendues susceptibles d'avoir un impact sur la politique pour personnes handicapées.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions modificatives
Art.19. In het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2006 betreffende de regie van de zorg en bijstand tot sociale integratie van personen met een handicap en betreffende de erkenning en subsidiëring van een Vlaams Platform van verenigingen van personen met een handicap worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° titel 1 wordt opgeheven met uitzondering van artikel 1, punt 1°, 3°, 5°, 6° en 7° ;
2° titel II wordt opgeheven;
3° in artikel 37 wordt punt 1° opgeheven;
4° in artikel 46, § 1, tweede lid, worden de woorden "in het ROG" geschrapt;
5° titel IV/1 en titel V worden opgeheven.
1° titel 1 wordt opgeheven met uitzondering van artikel 1, punt 1°, 3°, 5°, 6° en 7° ;
2° titel II wordt opgeheven;
3° in artikel 37 wordt punt 1° opgeheven;
4° in artikel 46, § 1, tweede lid, worden de woorden "in het ROG" geschrapt;
5° titel IV/1 en titel V worden opgeheven.
Art.19. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mars 2006 relatif à la régie de l'aide et de l'assistance à l'intégration sociale de personnes handicapées et à l'agrément et le subventionnement d'une 'Vlaams Platform van verenigingen van personen met een handicap' (Plate-forme flamande d'associations de personnes handicapées), les modifications suivantes sont apportées :
1° le titre 1er est abrogé, à l'exception de l'article 1er, point 1°, 3°, 5°, 6° et 7° ;
2° le titre II est abrogé ;
3° dans l'article 37, le point 1° est abrogé ;
4° dans l'article 46, § 1er, alinéa deux, les mots " au sein du ROG " sont supprimés ;
5° les titres IV/1 et V sont abrogés.
1° le titre 1er est abrogé, à l'exception de l'article 1er, point 1°, 3°, 5°, 6° et 7° ;
2° le titre II est abrogé ;
3° dans l'article 37, le point 1° est abrogé ;
4° dans l'article 46, § 1er, alinéa deux, les mots " au sein du ROG " sont supprimés ;
5° les titres IV/1 et V sont abrogés.
Art.20. In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2011 betreffende de erkenning en subsidiëring van diensten Ondersteuningsplan en een mentororganisatie voor het voortraject van personen met een handicap wordt punt 1° opgeheven.
Art.20. Dans l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 septembre 2011 portant agrément et subventionnement des services Plan de soutien et d'une organisation tutrice pour le parcours préalable des personnes handicapées, le point 1° est abrogé.
Art.21. In artikel 12, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 houdende de vergunningsvoorwaarden en de subsidieregeling van bijstandsorganisaties om budgethouders bij te staan in het kader van persoonsvolgende financiering wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° collectieve bemiddeling als vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 over de bemiddeling, de afstemming en de planning in het kader van persoonsvolgende financiering voor meerderjarige personen met een handicap, actief bijwonen;".
"1° collectieve bemiddeling als vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 over de bemiddeling, de afstemming en de planning in het kader van persoonsvolgende financiering voor meerderjarige personen met een handicap, actief bijwonen;".
Art.21. Dans l'article 12, alinéa premier de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 2015 portant conditions d'autorisation et règlement de subvention des organisations d'assistance aux bénéficiaires d'enveloppe dans le cadre du financement personnalisé, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° assister de manière active à la médiation collective telle que visée au chapitre 2, section 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018 relatif à la médiation, la coordination et la planification dans le cadre du financement qui suit la personne au bénéfice de personnes handicapées majeures ; ".
" 1° assister de manière active à la médiation collective telle que visée au chapitre 2, section 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018 relatif à la médiation, la coordination et la planification dans le cadre du financement qui suit la personne au bénéfice de personnes handicapées majeures ; ".
Art.22. In artikel 3, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016 over de oprichting van een regionale prioriteitencommissie, de toekenning van prioriteitengroepen, de vaststelling van de maatschappelijke noodzaak, de toeleiding naar ondersteuning, de afstemming en planning in het kader van persoonsvolgende financiering worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, 3°, worden de woorden "of personeelsleden van de provincie die deel uitmaken van het coördinatiepunt" opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden "of één personeelslid van de provincie die deel uitmaakt van het coördinatiepunt" opgeheven;
3° in het vijfde lid worden de woorden "of personeelslid van de provincie die deel uitmaakt van het coördinatiepunt" opgeheven.
1° in het eerste lid, 3°, worden de woorden "of personeelsleden van de provincie die deel uitmaken van het coördinatiepunt" opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden "of één personeelslid van de provincie die deel uitmaakt van het coördinatiepunt" opgeheven;
3° in het vijfde lid worden de woorden "of personeelslid van de provincie die deel uitmaakt van het coördinatiepunt" opgeheven.
Art.22. Dans l'article 3, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mars 2016 relatif à la création d'une commission régionale des priorités, à l'identification de groupes prioritaires, à la détermination de la nécessité sociale, à l'orientation vers le soutien, ainsi qu'à l'harmonisation et la planification dans le cadre de l'aide financière personnalisée, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa premier, 3°, les mots " ou un membre du personnel de la province qui fait partie du point de coordination " sont abrogés ;
2° dans l'alinéa deux les mots " ou membre du personnel de la province qui fait partie du point de coordination " sont abrogés ;
3° dans l'alinéa cinq les mots " ou membre du personnel de la province qui fait partie du point de coordination " sont abrogés.
1° dans l'alinéa premier, 3°, les mots " ou un membre du personnel de la province qui fait partie du point de coordination " sont abrogés ;
2° dans l'alinéa deux les mots " ou membre du personnel de la province qui fait partie du point de coordination " sont abrogés ;
3° dans l'alinéa cinq les mots " ou membre du personnel de la province qui fait partie du point de coordination " sont abrogés.
Art.23. In artikel 4, § 1, van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, benoemt de leden, voorzitters en plaatsvervangende voorzitters van de regionale prioriteitencommissie. De leden die geen ambtenaar zijn van het agentschap, de voorzitters en de plaatsvervangende voorzitters worden voorgedragen door het raadgevend comité bij het agentschap. De ambtenaren van het agentschap worden voorgedragen door de leidend ambtenaar van het agentschap.".
"De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, benoemt de leden, voorzitters en plaatsvervangende voorzitters van de regionale prioriteitencommissie. De leden die geen ambtenaar zijn van het agentschap, de voorzitters en de plaatsvervangende voorzitters worden voorgedragen door het raadgevend comité bij het agentschap. De ambtenaren van het agentschap worden voorgedragen door de leidend ambtenaar van het agentschap.".
Art.23. Dans l'article 4, § 1er, du même arrêté, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
" Le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes nomme les membres, les présidents et les présidents suppléants de la commission régionale des priorités. Les membres qui ne sont pas fonctionnaires de l'agence, les présidents et les présidents suppléants sont proposés par le comité consultatif auprès de l'agence. Les fonctionnaires de l'agence sont proposés par le fonctionnaire dirigeant de l'agence. ".
" Le Ministre flamand chargé de l'assistance aux personnes nomme les membres, les présidents et les présidents suppléants de la commission régionale des priorités. Les membres qui ne sont pas fonctionnaires de l'agence, les présidents et les présidents suppléants sont proposés par le comité consultatif auprès de l'agence. Les fonctionnaires de l'agence sont proposés par le fonctionnaire dirigeant de l'agence. ".
Art.24. In artikel 6, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "coördinatiepunt" vervangen door het woord "agentschap".
Art.24. Dans l'article 6, alinéa premier, du même arrêté, les mots "point de coordination" sont remplacés par le mot "agence".
Art.25. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2017, wordt hoofdstuk 4, dat bestaat uit artikel 17 tot en met 28, opgeheven.
Art.25. Dans le même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 février 2017, le chapitre 4, comprenant les articles 17 à 28, est abrogé.
Art.26. Aan artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° casemanagement als het agentschap conform het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 over de bemiddeling, de afstemming en de planning in het kader van persoonsvolgende financiering voor meerderjarige personen met een handicap beslist heeft dat daarop aanspraak gemaakt kan worden.".
"4° casemanagement als het agentschap conform het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 over de bemiddeling, de afstemming en de planning in het kader van persoonsvolgende financiering voor meerderjarige personen met een handicap beslist heeft dat daarop aanspraak gemaakt kan worden.".
Art.26. A l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 relatif à l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapées majeures ainsi qu'aux frais liés à l'organisation pour les offreurs de soins autorisés, il est ajouté un nouveau point 4°, rédigé comme suit :
"4° case management si l'agence a décidé, conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018 relatif à la médiation, la coordination et la planification dans le cadre du financement qui suit la personne au bénéfice de personnes handicapées majeures, que l'on peut y faire valoir son droit.
"4° case management si l'agence a décidé, conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018 relatif à la médiation, la coordination et la planification dans le cadre du financement qui suit la personne au bénéfice de personnes handicapées majeures, que l'on peut y faire valoir son droit.
Art.27. Aan artikel 7 van hetzelfde besluit wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Het cashbudget kan ook worden ingezet op basis van een overeenkomst voor casemanagement met een opdrachthouder consulentenwerking die erkend is door het agentschap als het agentschap conform hoofdstuk 2, afdeling 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 over de bemiddeling, de afstemming en de planning in het kader van persoonsvolgende financiering voor meerderjarige personen met een handicap beslist heeft dat de budgethouder aanspraak kan maken op casemanagement.".
"Het cashbudget kan ook worden ingezet op basis van een overeenkomst voor casemanagement met een opdrachthouder consulentenwerking die erkend is door het agentschap als het agentschap conform hoofdstuk 2, afdeling 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 over de bemiddeling, de afstemming en de planning in het kader van persoonsvolgende financiering voor meerderjarige personen met een handicap beslist heeft dat de budgethouder aanspraak kan maken op casemanagement.".
Art.27. A l'article 7 du même arrêté, il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
" Le budget cash peut également être utilisé sur la base d'une convention pour case management qui a été conclue avec un chargé de mission activités de conseillers qui a été agréé par l'agence si l'agence, conformément au chapitre 2, section 1ère, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018 relatif à la médiation, la coordination et la planification dans le cadre du financement qui suit la personne au bénéfice de personnes handicapées majeures, a décidé que le gestionnaire de budget peut faire valoir un droit au case management. ".
" Le budget cash peut également être utilisé sur la base d'une convention pour case management qui a été conclue avec un chargé de mission activités de conseillers qui a été agréé par l'agence si l'agence, conformément au chapitre 2, section 1ère, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018 relatif à la médiation, la coordination et la planification dans le cadre du financement qui suit la personne au bénéfice de personnes handicapées majeures, a décidé que le gestionnaire de budget peut faire valoir un droit au case management. ".
Art.28. In artikel 11 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Het agentschap kan aan de budgethouder intensieve bemiddeling, vermeld in artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 over de bemiddeling, de afstemming en de planning in het kader van persoonsvolgende financiering voor meerderjarige personen met een handicap, voorstellen om het budget op te starten. De budgethouder kan die bemiddeling ook vragen.".
"Het agentschap kan aan de budgethouder intensieve bemiddeling, vermeld in artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 over de bemiddeling, de afstemming en de planning in het kader van persoonsvolgende financiering voor meerderjarige personen met een handicap, voorstellen om het budget op te starten. De budgethouder kan die bemiddeling ook vragen.".
Art.28. Dans l'article 11 du même arrêté, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
" L'agence peut proposer au gestionnaire de budget de la médiation intensive, telle que visée à l'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018 relatif à la médiation, la coordination et la planification dans le cadre du financement qui suit la personne au bénéfice de personnes handicapées majeures, de démarrer le budget. Le gestionnaire de budget peut également demander cette médiation. ".
" L'agence peut proposer au gestionnaire de budget de la médiation intensive, telle que visée à l'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018 relatif à la médiation, la coordination et la planification dans le cadre du financement qui suit la personne au bénéfice de personnes handicapées majeures, de démarrer le budget. Le gestionnaire de budget peut également demander cette médiation. ".
Art.29. In artikel 12 van hetzelfde besluit wordt tussen het eerste lid en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"In afwijking van het eerste lid wordt de termijn, vermeld in artikel 9 van dit besluit, verlengd met een periode van acht maanden als het agentschap op het moment dat de termijn, vermeld in artikel 9 van dit besluit, afloopt, heeft beslist om in te stemmen met intensieve bemiddeling als vermeld in artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 over de bemiddeling, de afstemming en de planning in het kader van persoonsvolgende financiering voor meerderjarige personen met een handicap, conform artikel 4 van het voormelde besluit.".
"In afwijking van het eerste lid wordt de termijn, vermeld in artikel 9 van dit besluit, verlengd met een periode van acht maanden als het agentschap op het moment dat de termijn, vermeld in artikel 9 van dit besluit, afloopt, heeft beslist om in te stemmen met intensieve bemiddeling als vermeld in artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 over de bemiddeling, de afstemming en de planning in het kader van persoonsvolgende financiering voor meerderjarige personen met een handicap, conform artikel 4 van het voormelde besluit.".
Art.29. Dans l'article 12 du même arrêté, il est inséré un alinéa entre l'alinéa premier et l'alinéa deux, rédigé comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa premier, le délai, visé à l'article 9 du présent arrêté, est prolongé d'une période de huit mois si l'agence a décidé, au moment où le délai, tel que visé à l'article 9 du présent arrêté expire, de donner son assentiment à la médiation intensive, telle que visée à l'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018 relatif à la médiation, la coordination et la planification dans le cadre du financement qui suit la personne au bénéfice de personnes handicapées majeures. ".
" Par dérogation à l'alinéa premier, le délai, visé à l'article 9 du présent arrêté, est prolongé d'une période de huit mois si l'agence a décidé, au moment où le délai, tel que visé à l'article 9 du présent arrêté expire, de donner son assentiment à la médiation intensive, telle que visée à l'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018 relatif à la médiation, la coordination et la planification dans le cadre du financement qui suit la personne au bénéfice de personnes handicapées majeures. ".
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art.30. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2018.
Art.30. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2018.
Art. 31. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 31. Le ministre flamand, qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.