Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
6 JULI 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende het statuut van de lokale mandataris(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-09-2018 en tekstbijwerking tot 03-10-2023)
Titre
6 JUILLET 2018. - Arrêté du Gouvernement flamand portant statut du mandataire local(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 19-09-2018 et mise à jour au 03-10-2023)
Documentinformatie
Numac: 2018031863
Datum: 2018-07-06
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018031863
Date: 2018-07-06
Moniteur: Voir
Tekst (99)
Texte (99)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° decreet van 22 december 2017: het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
  2° lokale mandataris: de burgemeester, de schepenen, de districtsburgemeester, de districtsschepenen, de voorzitter van het vast bureau, het lid van het vast bureau, het gemeenteraadslid, het lid van de raad voor maatschappelijk welzijn, het districtsraadslid, de voorzitter en het lid van het bijzonder comité voor de sociale dienst en de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in de gemeente Voeren en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966;
  3° lokale uitvoerende mandataris: de burgemeester, de schepenen, de districtsburgemeester, de districtsschepenen, de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, van het decreet van 22 december 2017, en de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in de gemeente Voeren en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966;
  4° schriftelijke stukken en bewijsstukken: elke vorm van kennisgeving of elektronische verwerking van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek, en een bewijs oplevert van die verwerking, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens;
  5° werkdag: elke dag van de week, behalve zaterdag, zondag en wettelijke en decretale feestdagen.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° décret du 22 décembre 2017 : le décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale ;
  2° mandataire local : le bourgmestre, les échevins, le bourgmestre de district, les échevins de district, le président du bureau permanent, le membre du bureau permanent, le conseiller communal, le membre du conseil de l'aide sociale, le conseiller de district, le président et membre du comité spécial du service social et le président du conseil de l'aide sociale dans la commune de Fourons et dans les communes, visées à l'article 7 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966 ;
  3° mandataire exécutif local : le bourgmestre, les échevins, le bourgmestre de district, les échevins de district, le président du comité spécial du service social, visé à l'article 42, § 1er, troisième alinéa du décret du 22 décembre 2017, et le président du conseil de l'aide sociale dans la commune de Fourons et dans les communes, visées à l'article 7 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966 ;
  4° pièces et pièces justificatives écrites : toute forme de notification ou de traitement électronique des données qui satisfait aux conditions de l'article 2281 du Code civil et qui fournit la preuve de ce traitement, de l'heure à laquelle il a été effectué et de l'authenticité et de l'intégrité des données traitées ;
  5° jour ouvrable : chaque jour de la semaine, à l'exception du samedi, du dimanche et des jours fériés légaux et décrétaux.
Art. 2. In dit besluit wordt een elektronische verzending gelijkgesteld aan een overhandiging tegen ontvangstbewijs of een aangetekende brief als vermeld in dit besluit, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° de betrokken mandataris stemt voorafgaandelijk in met de elektronische verzending;
  2° de elektronische verzending voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek;
  3° de elektronische verzending levert een bewijs op van de verzending, van het tijdstip waarop ze is verricht, en van de authenticiteit en de integriteit van de verzonden gegevens.
Art. 2. Aux fins du présent arrêté, la transmission électronique est assimilée à la remise contre récépissé ou à une lettre recommandée, telle que visée au présent arrêté, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° le mandataire concerné consent préalablement à la transmission électronique ;
  2° la transmission électronique répond aux conditions, visées à l'article 2281 du Code civil ;
  3° la transmission électronique produit une preuve de la transmission, de l'heure à laquelle elle a été effectuée, ainsi que de l'authenticité et de l'intégrité des données transmises.
Art. 3. Voor de toepassing van dit besluit wordt elke lokale uitvoerende mandataris geacht volledige prestaties te leveren.
Art. 3. Pour l'application du présent arrêté, chaque mandataire exécutif local est censé accomplir des prestations complètes.
HOOFDSTUK 2. - Vaststelling van het bedrag, de wijze van betaling en de toekenningsvoorwaarden van de wedde, het vakantiegeld, de eindejaarspremie en de uitredingsvergoeding van de lokale uitvoerende mandataris
CHAPITRE 2. - Fixation du montant, du mode de paiement et des conditions d'octroi du traitement, du pécule de vacances, de la prime de fin d'année et de l'indemnité de sortie du mandataire exécutif local
Afdeling 1. - De wedde van de lokale uitvoerende mandataris
Section 1re. - Le traitement du mandataire exécutif local
Art. 4. § 1. De wedde van de burgemeester bedraagt voor:
  1° gemeenten met 300 inwoners en minder: 25,8788 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  2° gemeenten met 301 tot 500 inwoners: 28,6168 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  3° gemeenten met 501 tot 750 inwoners: 31,3409 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  4° gemeenten met 751 tot 1000 inwoners: 34,9962 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  5° gemeenten met 1001 tot 1250 inwoners: 38,6376 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  6° gemeenten met 1251 tot 1500 inwoners: 39,7772 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  7° gemeenten met 1501 tot 2000 inwoners: 40,9169 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  8° gemeenten met 2001 tot 2500 inwoners: 42,3902 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  9° gemeenten met 2501 tot 3000 inwoners: 44,0997 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  10° gemeenten met 3001 tot 4000 inwoners: 46,0316 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  11° gemeenten met 4001 tot 5000 inwoners: 47,7411 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  12° gemeenten met 5001 tot 6000 inwoners: 52,7445 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  13° gemeenten met 6001 tot 8000 inwoners: 56,1496 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  14° gemeenten met 8001 tot 10.000 inwoners: 60,0412 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  15° gemeenten met 10.001 tot 15.000 inwoners: 68,8250 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  16° gemeenten met 15.001 tot 20.000 inwoners: 73,7311 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  17° gemeenten met 20.001 tot 25.000 inwoners: 87,8797 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  18° gemeenten met 25.001 tot 35.000 inwoners: 93,6475 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  19° gemeenten met 35.001 tot 50.000 inwoners: 99,1374 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  20° gemeenten met 50.001 tot 80.000 inwoners: 116,2602 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  21° gemeenten met 80.001 tot 150.000 inwoners: 140,1516 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement;
  22° gemeenten met meer dan 150.000 inwoners: 151,0897 % van de parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement.
  In het eerste lid wordt verstaan onder parlementaire vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement: de vergoeding, vermeld in artikel 149, derde lid, van het decreet van 22 december 2017, tegen 100 %.
  § 2. Om het aantal inwoners, vermeld in paragraaf 1, te bepalen, wordt het inwonertal, vermeld in artikel 4, § 3, eerste lid, van het decreet van 22 december 2017, gebruikt.
Art. 4. § 1er. Le traitement du bourgmestre est déterminé comme suit :
  1° pour les communes de 300 habitants et moins : 25,8788 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  2° pour les communes de 301 à 500 habitants : 28,6168 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  3° pour les communes de 501 à 750 habitants : 31,3409 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  4° pour les communes de 751 à 1000 habitants : 34,9962 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  5° pour les communes de 1001 à 1250 habitants : 38,6376 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  6° pour les communes de 1251 à 1500 habitants : 39,7772 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  7° pour les communes de 1501 à 2000 habitants : 40,9169 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  8° pour les communes de 2001 à 2500 habitants : 42,3902 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  9° pour les communes de 2501 à 3000 habitants : 44,0997 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  10° pour les communes de 3001 à 4000 habitants : 46,0316 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  11° pour les communes de 4001 à 5000 habitants : 47,7411 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  12° pour les communes de 5001 à 6000 habitants : 52,7445 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  13° pour les communes de 6001 à 8000 habitants : 56,1496 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  14° pour les communes de 8001 à 10 000 habitants : 60,0412 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  15° pour les communes de 10 001 à 15 000 habitants : 68,8250 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  16° pour les communes de 15 001 à 20 000 habitants : 73,7311 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  17° pour les communes de 20 001 à 25 000 habitants : 87,8797 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  18° pour les communes de 25 001 à 35 000 habitants : 93,6475 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  19° pour les communes de 35 001 à 50 000 habitants : 99,1374 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  20° pour les communes de 50 001 à 80 000 habitants : 116,2602 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  21° pour les communes de 80 001 à 150 000 habitants : 140,1516 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand ;
  22° pour les communes de plus de 150 000 habitants : 151,0897 % de l'indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand.
  Au premier alinéa, on entend par indemnité parlementaire des membres du Parlement flamand : l'indemnité visée à l'article 149, alinéa trois du décret du 22 décembre 2017, à 100 %.
  § 2. Pour déterminer le nombre d'habitants, visé au paragraphe 1er, le nombre d'habitants mentionné à l'article 4, § 3, premier alinéa du décret du 22 décembre 2017 est utilisé.
Art. 5. De wedde van de schepenen, de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid, van het decreet van 22 december 2017, en de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in de gemeente Voeren en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, bedraagt in:
  1° gemeenten tot 50.000 inwoners: 60 % van de wedde van de burgemeester;
  2° gemeenten vanaf 50.001 inwoners: 75 % van de wedde van de burgemeester.
Art. 5. Le traitement des échevins, du président du comité spécial du service social, visé à l'article 42, § 1er, troisième alinéa du décret du 22 décembre 2017, et du président du conseil de l'aide sociale dans la commune de Fourons et dans les communes, visées à l'article 7 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966, est déterminé comme suit :
  1° pour les communes jusqu'à 50 000 habitants : 60 % du traitement du bourgmestre ;
  2° pour les communes à partir de 50 001 habitants : 75 % du traitement du bourgmestre.
Art. 6. De wedde van de districtsburgemeester bedraagt 50 % van de wedde van een burgemeester, vermeld in artikel 4, § 1, van een gemeente waarvan het bevolkingsaantal overeenstemt met dat van het district.
Art. 6. Le traitement du bourgmestre de district s'élève à 50 % de celui d'un bourgmestre, tel que visé à l'article 4, § 1er, d'une commune dont le chiffre de la population correspond à celui du district.
Art. 7. De wedde van de districtsschepen bedraagt 50 % van de wedde van een schepen, vermeld in artikel 5, van een gemeente waarvan het bevolkingsaantal overeenstemt met dat van het district.
Art. 7. Le traitement de l'échevin de district s'élève à 50 % de celui d'un échevin, tel que visé à l'article 5, d'une commune dont le chiffre de la population correspond à celui du district.
Art. 8. De gemeenteraad kan gemotiveerd afwijken van de percentages, vermeld in artikel 6 en 7, op grond van de reële omvang van de bevoegdheden die aan de districten worden toegewezen.
Art. 8. Le conseil communal peut, moyennant motivation, déroger aux pourcentages visés aux articles 6 et 7 en fonction de l'étendue réelle des compétences attribuées aux districts.
Art. 9. De wedde van de lokale uitvoerende mandatarissen, vermeld in artikel 4 tot en met 7, volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, met behoud van de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.
  De wedde, verkregen door het percentage, vermeld in het eerste lid, toe te passen op de niet-geïndexeerde bedragen, vermeld in artikel 4, § 1, tweede lid, wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01.
Art. 9. Le traitement des mandataires exécutifs locaux, visé aux articles 4 à 7, suit l'évolution de l'indice de santé conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, sans préjudice de l'application de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays.
  Le traitement obtenu en appliquant le pourcentage visé au premier alinéa aux montants non indexés visés à l'article 4, § 1er, deuxième alinéa, est lié à l'indice-pivot 138,01.
Afdeling 2. - Wijze van betaling van de wedde van de lokale uitvoerende mandataris
Section 2. - Mode de paiement du traitement du mandataire exécutif local
Art. 10. § 1. De wedde wordt maandelijks betaald.
  Als de wedde van de maand niet volledig is verschuldigd, krijgt de lokale uitvoerende mandataris voor die maand het gedeelte van de maandwedde dat overeenstemt met het aantal dagen waarop prestaties zijn geleverd.
  Als de lokale uitvoerende mandataris in de loop van de maand overlijdt, wordt de wedde voor de volledige maand betaald.
  Als de pensioengerechtigde lokale uitvoerende mandataris effectief een aanvraag tot pensionering heeft ingediend en geen nieuw uitvoerend mandaat opneemt bij de algehele vernieuwing van de raden, kan hem de wedde van de laatste maand van het mandaat, waarin de algehele vernieuwing van de raden plaatsvindt, worden betaald op voorwaarde dat hij geen beroepsinkomen of vervangingsinkomen ontvangt.
  § 2. Bij al de verrichtingen voor de betaalbaarstelling en de betaling van de wedden worden de bedragen in euro afgerond tot twee cijfers na de komma.
Art. 10. § 1er. Le traitement est payé mensuellement.
  Lorsque le traitement du mois n'est pas entièrement dû, le mandataire exécutif local perçoit pour ce mois la partie du traitement mensuel correspondant au nombre de jours auxquels les prestations ont été fournies.
  En cas de décès du mandataire exécutif local au cours du mois, le traitement du mois entier est payé.
  Lorsque le mandataire exécutif local en âge de la retraite a effectivement déposé une demande de mise à la retraite et n'assume pas de nouveau mandat exécutif lors du renouvellement général des conseils, le traitement du dernier mois du mandat, dans lequel le renouvellement général des conseils a lieu, peut lui être payé à condition qu'il ne perçoit pas de revenu professionnel ou de revenu de remplacement.
  § 2. Pour les opérations de mise en paiement et de paiement des traitements, les montants en euro sont arrondis à deux décimales.
Afdeling 3. - De compensatie van persoonlijke bijdragen voor de sociale zekerheid en de pensioenen van de lokale uitvoerende mandataris
Section 3. - Compensation des cotisations personnelles de sécurité sociale et des pensions du mandataire exécutif local
Art. 11. De persoonlijke bijdragen, vermeld in artikel 153, derde lid, van het decreet van 22 december 2017, worden gecompenseerd. De algemeen directeur stelt het bedrag van de compensatie vast.
  De begunstigde deelt elke wijziging van zijn situatie onmiddellijk mee.
Art. 11. Les cotisations personnelles, visées à l'article 153, alinéa trois du décret du 22 décembre 2017, sont compensées. Le directeur général arrête le montant de la compensation.
  Le bénéficiaire notifie immédiatement tout changement de sa situation.
Afdeling 4. - Het vakantiegeld en de eindejaarspremie van de lokale uitvoerende mandataris
Section 4. - Le pécule de vacances et la prime de fin d'année du mandataire exécutif local
Art. 12. Het vakantiegeld van de lokale uitvoerende mandataris wordt berekend conform de regels voor de leden van het gemeentepersoneel van niveau A, vermeld in de plaatselijke rechtspositieregeling.
Art. 12. Le pécule de vacances du mandataire exécutif local est calculé conformément aux règles du statut local applicables aux membres du personnel communal de niveau A.
Art. 13. De eindejaarspremie van de lokale uitvoerende mandataris wordt berekend conform de regels voor de leden van het gemeentepersoneel van niveau A, vermeld in de plaatselijke rechtspositieregeling.
Art. 13. La prime de fin d'année du mandataire exécutif local est calculée conformément aux règles du statut local applicables aux membres du personnel communal de niveau A.
Afdeling 5. - De uittredingsvergoeding van de lokale uitvoerende mandataris
Section 5. - L'indemnité de sortie du mandataire exécutif local
Art. 14. § 1. De lokale uitvoerende mandataris krijgt een uittredingsvergoeding:
  1° nadat zijn mandaat beëindigd is naar aanleiding van de algehele vernieuwing van de bestuursorganen of naar aanleiding van de nieuwe installatie van de bestuursorganen met toepassing van artikel 46, van het decreet van 22 december 2017, als hij geen nieuw uitvoerend mandaat opneemt;
  2° nadat zijn uitvoerend mandaat beëindigd is naar aanleiding van de vermelde einddatum van het mandaat op de akte van voordracht, als vermeld in het artikel 43, paragraaf 1, tweede lid, en het artikel 58, paragraaf 1, derde lid, van het decreet van 22 december 2017, als hij geen nieuw uitvoerend mandaat opneemt;
  3° als zijn uitvoerend mandaat eindigt wegens ontslag om medische redenen. Ontslag om medische redenen wordt bewezen aan de hand van een door een arts afgegeven getuigschrift van langdurige arbeidsongeschiktheid.
  De uittredingsvergoeding van de lokale uitvoerende mandataris is gelijk aan een twaalfde van de laatste jaarwedde, vermeld in afdeling 1, per gepresteerd jaar. Als de lokale uitvoerende mandataris verschillende opeenvolgende mandaten heeft uitgeoefend, wordt er alleen rekening gehouden met de ontvangen jaarwedde van het laatst uitgeoefende mandaat.
  § 2. De uittredingsvergoeding vervalt:
  1° als de betrokkene een ander beroepsinkomen geniet;
  2° als de betrokkene overlijdt, vanaf de maand volgend op het overlijden.
  Onder ander beroepsinkomen als vermeld in het eerste lid, 1°, wordt ook het vervangingsinkomen wegens werkloosheid, pensionering en arbeidsongeschiktheid verstaan.
  In afwijking van het eerste lid, 1°, kan de betrokkene vragen om het verschil bij te passen als dat ander beroepsinkomen [1 , met uitzondering van het vervangingsinkomen wegens werkloosheid,1 lager is dan de uittredingsvergoeding.
  § 3. De uittredingsvergoeding wordt maandelijks uitbetaald.
  § 4. Om de uittredingsvergoeding, vermeld in paragraaf 1, of het bij te passen verschil, vermeld in paragraaf 2, derde lid, te kunnen genieten, dient de betrokkene maandelijks een verklaring op erewoord in waaruit blijkt dat hij gedurende de periode in kwestie geen beroepsinkomen genoot of een lager beroepsinkomen genoot dan het bedrag van de uittredingsvergoeding, vermeld in paragraaf 1, derde lid.
  
Art. 14. § 1er. Le mandataire exécutif local perçoit une indemnité de sortie :
  1° après que son mandat a pris fin à la suite du renouvellement général des organes administratifs ou de la nouvelle installation des organes administratifs en application de l'article 46 du décret du 22 décembre 2017, s'il n'assume pas de nouveau mandat exécutif ;
  2° après que son mandat exécutif a pris fin conformément à la date de fin de mandat mentionnée dans l'acte de présentation, visé à l'article 43, paragraphe 1er, deuxième alinéa, et à l'article 58, paragraphe 1er, troisième alinéa du décret du 22 décembre 2017, s'il n'assume pas de nouveau mandat exécutif ;
  3° lorsque son mandat exécutif prend fin en raison d'un licenciement pour raisons médicales. Le licenciement pour raisons médicales est attesté par un certificat d'incapacité de travail de longue durée délivré par un médecin.
  L'indemnité de sortie du mandataire exécutif local est égale à un douzième du dernier traitement annuel, visé dans la section 1re, par année prestée. Lorsque le mandataire exécutif local a exercé plusieurs mandats successifs, seul le traitement annuel perçu pour le mandat exercé en dernier lieu est pris en compte.
  § 2. L'indemnité de sortie échoit :
  1° lorsque l'intéressé bénéficie d'un autre revenu professionnel ;
  2° en cas de décès de l'intéressé, à compter du mois suivant le mois du décès.
  Par autre revenu professionnel, visé au premier alinéa, 1°, on entend également un revenu de remplacement pour cause de chômage, de retraite et d'incapacité de travail.
  Par dérogation au premier alinéa, 1°, si cet autre revenu professionnel [1 , à l'exception du revenu de remplacement pour cause de chômage, ]1 est inférieur à l'indemnité de sortie, l'intéressé peut réclamer la différence.
  § 3. L'indemnité de sortie est versée mensuellement.
  § 4. Pour bénéficier de l'indemnité de sortie visée au paragraphe 1er ou de la différence visée au paragraphe 2, troisième alinéa, l'intéressé présente mensuellement une déclaration sur l'honneur attestant que, au cours de la période en question, il n'a pas perçu de revenu professionnel ou a perçu un revenu professionnel inférieur au montant de l'indemnité de sortie visée au paragraphe 1er, troisième alinéa.
  
HOOFDSTUK 3. - Vaststelling van de lijst van vergaderingen die voortvloeien uit de mandaatsverplichtingen van de gemeenteraadsleden, de leden van de raden voor maatschappelijk welzijn, de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst en de districtsraadsleden en de bepaling van de grenzen van het presentiegeld van die mandatarissen
CHAPITRE 3. - Fixation de la liste des réunions découlant des obligations liées au mandat des conseillers communaux, des membres des conseils de l'aide sociale, des membres du comité spécial du service social et des conseillers de district, et fixation des limites des jetons de présence pour ces mandataires
Art. 15. De lijst van vergaderingen, vermeld in artikel 17, § 1, eerste lid, van het decreet van 22 december 2017, omvat:
  1° de vergaderingen van de gemeenteraadscommissies, met inbegrip van de vergaderingen waarvoor de raadsleden conform artikel 37, § 3, vierde lid, van het decreet van 22 december 2017, aangewezen zijn als lid met raadgevende stem;
  2° de vergaderingen met de vertegenwoordigers van de intern verzelfstandigde agentschappen;
  3° de vergaderingen waarvoor het aanwezigheidsquorum niet is bereikt, maar waarvoor de raadsleden, als het bereikt was, wel presentiegeld zouden krijgen;
  4° de vergaderingen die maar gedeeltelijk zijn bijgewoond;
  5° de vergaderingen die hervat worden op een andere dag;
  [1 6° de vergaderingen van de deontologische commissie, vermeld in artikel 39 van het decreet van 22 december 2017.]1
  De lijst van vergaderingen, vermeld in artikel 73, eerste lid, en artikel 536, § 1, van het decreet van 22 december 2017, omvat:
  1° de vergaderingen met de vertegenwoordigers van de intern verzelfstandigde agentschappen;
  2° de vergaderingen met de vertegenwoordigers van de verenigingen of vennootschappen voor maatschappelijk welzijn, vermeld in deel 3, titel 4, van het decreet van 22 december 2017;
  3° de vergaderingen waarvoor het aanwezigheidsquorum niet is bereikt, maar waarvoor de raadsleden, als het bereikt was, wel presentiegeld zouden krijgen;
  4° de vergaderingen die maar gedeeltelijk zijn bijgewoond;
  5° de vergaderingen die hervat worden op een andere dag;
  [1 "6° de vergaderingen van de deontologische commissie, vermeld in artikel 39 van het decreet van 22 december 2017.]1
  De lijst van vergaderingen, vermeld in artikel 107, § 1, van het decreet van 22 december 2017, omvat:
  1° de vergaderingen van de subcomités, opgericht met toepassing van artikel 89 van het decreet van 22 december 2017;
  2° de vergaderingen waarvoor het aanwezigheidsquorum niet is bereikt, maar waarvoor de leden, als het bereikt was, wel presentiegeld zouden krijgen;
  3° de vergaderingen die maar gedeeltelijk zijn bijgewoond;
  4° de vergaderingen die hervat worden op een andere dag;
  [1 5° de vergaderingen van de deontologische commissie, vermeld in artikel 39 van het decreet van 22 december 2017.]1
  De lijst van vergaderingen voor de districten omvat op grond van artikel 119, eerste lid, van het decreet van 22 december 2017:
  1° de vergaderingen van de districtsraadscommissies, met inbegrip van de vergaderingen waarvoor de raadsleden aangewezen zijn als lid met raadgevende stem;
  2° de vergaderingen waarvoor het aanwezigheidsquorum niet is bereikt, maar waarvoor de raadsleden, als het bereikt was, wel presentiegeld zouden krijgen;
  3° de vergaderingen die maar gedeeltelijk zijn bijgewoond;
  4° de vergaderingen die hervat worden op een andere dag;
  [1 5° de vergaderingen van de deontologische commissie, vermeld in artikel 39 van het decreet van 22 december 2017.]1
  
Art. 15. La liste des réunions, visée à l'article 17, § 1er, alinéa premier du décret du 22 décembre 2017, comprend :
  1° les réunions des commissions du conseil communal, y compris les réunions pour lesquelles les conseillers ont été désignés comme membre ayant voix consultative conformément à l'article 37, § 3, alinéa quatre, du décret du 22 décembre 2017 ;
  2° les réunions avec les représentants des agences autonomisées internes ;
  3° les réunions pour lesquelles le quorum n'est pas atteint, mais pour lesquelles les conseillers bénéficieraient du jeton de présence si le quorum était atteint ;
  4° les réunions auxquelles le mandataire a participé, mais pas pour la durée entière ;
  5° les réunions qui sont reprises un autre jour;
  [1 6° les réunions de la commission de déontologie, visée à l'article 39 du décret du 22 décembre 2017.]1
  La liste des réunions, visée à l'article 73, alinéa premier et à l'article 536, § 1er du décret du 22 décembre 2017, comprend :
  1° les réunions avec les représentants des agences autonomisées internes ;
  2° les réunions avec les représentants des associations ou sociétés d'aide sociale visées à la partie 3, titre 4 du décret du 22 décembre 2017 ;
  3° les réunions pour lesquelles le quorum n'est pas atteint, mais pour lesquelles les conseillers bénéficieraient du jeton de présence si le quorum était atteint ;
  4° les réunions auxquelles le mandataire a participé, mais pas pour la durée entière ;
  5° les réunions qui sont reprises un autre jour;
  [1 6° les réunions de la commission de déontologie, visée à l'article 39 du décret du 22 décembre 2017. ]1
  La liste des réunions, visée à l'article 107, § 1er du décret du 22 décembre 2017, comprend :
  1° les réunions des sous-comités créés en application de l'article 89 du décret du 22 décembre 2017 ;
  2° les réunions pour lesquelles le quorum n'est pas atteint, mais pour lesquelles les membres bénéficieraient du jeton de présence si le quorum était atteint ;
  3° les réunions auxquelles le mandataire a participé, mais pas pour la durée entière ;
  4° les réunions qui sont reprises un autre jour;
  [1 5° les réunions de la commission de déontologie, visée à l'article 39 du décret du 22 décembre 2017.]1
  La liste des réunions pour les districts comprend en vertu de l'article 119, alinéa premier du décret du 22 décembre 2017 :
  1° les réunions des commissions du conseil de district, y compris les réunions pour lesquelles les conseillers ont été désignés comme membre ayant voix consultative ;
  2° les réunions pour lesquelles le quorum n'est pas atteint, mais pour lesquelles les conseillers bénéficieraient du jeton de présence si le quorum était atteint ;
  3° les réunions auxquelles le mandataire a participé, mais pas pour la durée entière ;
  4° les réunions qui sont reprises un autre jour;
  [1 5° les réunions de la commission de déontologie, visée à l'article 39 du décret du 22 décembre 2017. ]1
  
Art. 16. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 73, eerste lid, van het decreet van 22 december 2017, kunnen vergaderingen van een of meer bestuursorganen die plaatsvinden op dezelfde dag, recht geven op verschillende presentiegelden. De vergaderingen die deels besloten en deels openbaar zijn, geven maar recht op één presentiegeld.
  Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 536, § 1, eerste lid, van het decreet van 22 december 2017, bedraagt het presentiegeld voor de aanwezigheid op een vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn die niet aansluit op een vergadering van de gemeenteraad, evenveel als het presentiegeld van de gemeenteraadsleden van de gemeente die door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt bediend, voor hun aanwezigheid op de gemeenteraad.
Art. 16. Sous réserve de l'application de l'article 73, alinéa premier du décret du 22 décembre 2017, les réunions d'un ou plusieurs organes administratifs tenues le même jour peuvent donner droit à plusieurs jetons de présence. Les réunions partiellement à huis clos et partiellement publiques ne donnent droit qu'à un seul jeton de présence.
  Sous réserve de l'application de l'article 536, § 1er, premier alinéa du décret du 22 décembre 2017, les jetons de présence pour une réunion du conseil de l'aide sociale qui ne succède pas immédiatement à une réunion du conseil communal sont égaux aux jetons de présence des conseillers communaux de la commune desservie par le centre public d'action sociale, pour leur présence au conseil communal.
Art. 17. Aan de voorzitter van de gemeente- en districtsraad kan maximaal een dubbel presentiegeld worden toegekend voor de raadszitting.
Art. 17. Le président du conseil communal et de district peut percevoir au maximum un double jeton de présence pour la réunion du conseil.
Art. 18. Het presentiegeld, vermeld in artikel 17, § 1, eerste lid, van het decreet van 22 december 2017, en het presentiegeld dat wordt vastgesteld op grond van artikel 73 en 119, eerste lid, van het decreet van 22 december 2017, bedraagt minimaal 28, 57 euro en maximaal 124, 98 euro. Die bedragen worden gekoppeld aan de index, vermeld in artikel 9.
  Het presentiegeld, vermeld in het eerste lid, wordt bepaald volgens de aanwezigheid, die vastgelegd wordt in de met dat doel gehouden registers.
Art. 18. Le montant des jetons de présence visés à l'article 17, § 1er, premier alinéa du décret du 22 décembre 2017, et des jetons de présence fixés conformément aux articles 73 et 119, premier alinéa du décret du 22 décembre 2017, est compris entre 28,57 et 124,98 euros. Ce montant est lié à l'indice énoncé à l'article 9.
  Les jetons de présence, visés au premier alinéa, sont déterminés sur la base des présences consignées dans les registres tenus à cet effet.
HOOFDSTUK 4. - Vaststelling van de perken en de toekenningsvoorwaarden van het presentiegeld en de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap worden toegekend
CHAPITRE 4. - Fixation des limites et des conditions d'octroi des jetons de présence et des autres indemnités, accordés dans le cadre du fonctionnement administratif de l'agence autonomisée externe communale
Art. 19. Aan de afgevaardigden in de algemene vergaderingen van het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm, alsook aan de vertrouwenspersonen die hen bijstaan conform artikel 16 en 155 van het decreet van 22 december 2017, kan uitsluitend een reisvergoeding worden toegekend conform de bepalingen die gelden voor de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid.
Art. 19. Les délégués aux assemblées générales de l'agence autonomisée externe communale, ainsi que les personnes de confiance qui les assistent conformément aux articles 16 et 155 du décret du 22 décembre 2017, ne peuvent bénéficier que d'une indemnité de déplacement conformément aux dispositions applicables au personnel des services de l'Autorité flamande.
Art. 20. § 1. Aan de leden van de raad van bestuur en aan de leden van het door de statuten toegestane directiecomité van het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap, alsook aan de vertrouwenspersonen die hen bijstaan conform artikel 16 en 155 van het decreet van 22 december 2017, kan per bijgewoonde zitting een presentiegeld worden toegekend.
  Het toegekende presentiegeld is niet hoger dan het bedrag van het presentiegeld dat aan de gemeenteraadsleden van de deelnemende of oprichtende gemeente wordt toegekend.
  § 2. Aan de voorzitter van de raad van bestuur van het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm en aan de voorzitter van het directiecomité of de gedelegeerd bestuurder van het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap kan maximaal een dubbel presentiegeld worden toegekend voor het bijwonen van de vergaderingen van de raad van bestuur of het directiecomité.
  Aan de voorzitter van het directiecomité kan maximaal een dubbel presentiegeld worden toegekend als hij nog geen dubbel presentiegeld krijgt op grond van zijn functie in de raad van bestuur.
Art. 20. § 1er. Les membres du conseil d'administration et les membres du comité de direction de l'agence autonomisée externe communale, admis par les statuts, ainsi que les personnes de confiance qui les assistent conformément aux articles 16 et 155 du décret du 22 décembre 2017, ont droit à un jeton de présence par séance à laquelle ils assistent.
  Le jeton de présence accordé ne doit pas dépasser le montant du jeton de présence accordé aux conseillers communaux de la commune participante ou constituante.
  § 2. Le président du conseil d'administration de l'agence autonomisée externe communale de droit privé et le président du comité de direction ou l'administrateur délégué de l'agence autonomisée externe communale ont droit à au maximum un double jeton de présence pour assister aux réunions du conseil d'administration ou du comité de direction.
  Le président du comité de direction a droit à au maximum un double jeton de présence s'il ne bénéficie pas encore d'un double jeton de présence du chef de sa fonction au conseil d'administration.
Art. 21. Personeelsleden van de oprichtende of deelnemende gemeente ontvangen noch presentiegeld noch een andere vergoeding ten laste van het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap.
  Personeelsleden van een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap ontvangen naast hun wedde noch presentiegeld noch een andere vergoeding ten laste van het gemeentelijk extern verzelfstandigde agentschap.
Art. 21. Les personnels de la commune participante ou constituante n'ont droit ni aux jetons de présence, ni à une autre indemnité à charge de l'agence autonomisée externe communale.
  Les personnels d'une agence autonomisée externe communale n'ont droit, outre leur traitement, ni aux jetons de présence, ni à une autre indemnité à charge de l'agence autonomisée externe communale.
Art. 22. Het aantal bezoldigbare vergaderingen van de verschillende organen van het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap per boekjaar en per lid is, onder voorbehoud van hetgeen vermeld is in het tweede lid, beperkt tot twaalf vergaderingen voor de raad van bestuur en tot 24 vergaderingen voor het directiecomité.
  In het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap dat niet overgaat tot de oprichting van een directiecomité of dat geen gedelegeerd bestuurder heeft aangesteld, wordt het aantal bezoldigbare vergaderingen van de raad van bestuur verhoogd tot vierentwintig per boekjaar.
Art. 22. Le nombre de réunions rémunérables des différents organes de l'agence autonomisée externe communale par exercice et par membre est limité, sous réserve des dispositions de l'alinéa deux, à douze réunions pour le conseil d'administration et à vingt-quatre réunions pour le comité de direction.
  Pour l'agence autonomisée externe communale qui ne procède pas à la constitution d'un comité de direction ou qui n'a pas désigné d'administrateur délégué, le nombre de réunions rémunérables du conseil d'administration est porté à vingt-quatre par exercice.
Art. 23. Aan de voorzitter van het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm en aan de vereffenaars van het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap kunnen ten hoogste dezelfde presentiegelden en reisvergoedingen worden toegekend als aan de voorzitter en de leden van de raad van bestuur van hetzelfde gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap voor dat agentschap in vereffening is gesteld.
Art. 23. Le président de l'agence autonomisée externe communale de droit privé et les liquidateurs de l'agence autonomisée externe communale ont droit à au maximum les jetons de présence et indemnités de déplacement accordés au président et aux membres du conseil d'administration de la même agence autonomisée externe communale avant sa liquidation.
Art. 24. Vergaderingen van verschillende bestuursorganen van hetzelfde gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap die plaatsvinden op dezelfde dag, kunnen recht geven op verschillende presentiegelden.
  Vergaderingen van hetzelfde bestuursorgaan van hetzelfde gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap die plaatsvinden op dezelfde dag, geven de leden maar recht op één presentiegeld.
Art. 24. Les réunions de différents organes administratifs de la même agence autonomisée externe communale ayant lieu le même jour, peuvent donner droit à plusieurs jetons de présence.
  Pour les réunions du même organe administratif de la même l'agence autonomisée externe communale ayant lieu le même jour, les membres ne peuvent bénéficier que d'un seul jeton de présence.
Art. 25. Aan de personen, vermeld in artikel 20, kunnen geen andere kosten terugbetaald worden dan de kosten die aan de gemeenteraadsleden van de betrokken gemeente terugbetaald worden.
  In afwijking van het eerste lid kunnen aan de gedelegeerd bestuurder die een personeelslid is als vermeld in artikel 21, geen andere kosten worden terugbetaald dan de kosten die hem als personeelslid van de gemeente of van het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap worden terugbetaald.
Art. 25. Les personnes visées à l'article 20 ne peuvent se voir rembourser d'autres frais que ceux remboursés aux conseillers communaux de la commune concernée.
  Par dérogation au premier alinéa, l'administrateur délégué qui est membre du personnel tel que visé à l'article 21 ne peut se voir rembourser d'autres frais que ceux qui lui sont remboursés en tant que membre du personnel de la commune ou de l'agence autonomisée externe communale.
HOOFDSTUK 5. - Bepaling van de perken en de toekenningsvoorwaarden van de andere vergoedingen dan het presentiegeld die in het kader van de bestuurlijke werking van de dienstverlenende en de opdrachthoudende vereniging kunnen worden toegekend
CHAPITRE 5. - Fixation des limites et des conditions d'octroi des indemnités autres que les jetons de présence, pouvant être accordées dans le cadre du fonctionnement administratif de l'association prestataire de services et chargée de mission
Art. 26. Aan de vertegenwoordiger op de algemene vergaderingen, de leden van de organen, vermeld in deel 3, titel 3, van het decreet van 22 december 2017, de leden die de vereniging vertegenwoordigen in de wettelijk of decretaal bepaalde overlegstructuren van de vereniging, alsook aan de vertrouwenspersonen die hen bijstaan conform artikel 16 en 155 van het decreet van 22 december 2017, kan uitsluitend een reisvergoeding worden toegekend.
  De reisvergoeding wordt toegekend overeenkomstig de bepalingen die gelden voor de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid.
Art. 26. Le représentant aux assemblées générales, les membres des organes mentionnés dans la partie 3, titre 3 du décret du 22 décembre 2017, les membres représentant l'association dans les structures de concertation légales ou décrétales de l'association, ainsi que les personnes de confiance qui les assistent conformément aux articles 16 et 155 du décret du 22 décembre 2017, ne peuvent bénéficier que d'une indemnité de déplacement.
  L'indemnité de déplacement est accordée conformément aux dispositions applicables aux membres du personnel des services de l'Autorité flamande.
Art. 27. Aan de externe deskundige, vermeld in artikel 435, vierde lid, van het decreet van 22 december 2017, op wie krachtens de statuten een beroep kan worden gedaan, kan, als dat verenigbaar is met de rechtstoestand van de betrokkene, een individuele vergoeding worden toegekend waarvan het bedrag ten hoogste gelijk is aan de som van de presentiegelden waarop een gewoon lid van de raad van bestuur van de vereniging in kwestie aanspraak kan maken op grond van het aantal bezoldigbare vergaderingen dat conform artikel 29 toegestaan is.
  De gezamenlijke vergoeding die aan de externe deskundigen wordt toegekend, is niet hoger dan een vierde van de gezamenlijke presentiegelden die gedurende het voorgaande boekjaar aan de leden van de raad van bestuur uitgekeerd zijn.
  Voor het eerste boekjaar na de oprichting van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging mag het totaal van de uit te keren vergoeding, vermeld in het eerste en het tweede lid, niet hoger liggen dan een vierde van de gezamenlijke presentiegelden die gedurende dat boekjaar aan de leden van de raad van bestuur uitgekeerd zijn.
  Voor het boekjaar 2019 geldt dezelfde beperking als de beperking, vermeld in het derde lid.
  Aan een als deskundige aangestelde rechtspersoon kan een vergoeding worden toegekend die berekend wordt conform het eerste en het tweede lid, ongeacht het aantal natuurlijke personen dat die rechtspersoon vertegenwoordigt.
Art. 27. L'expert externe visé à l'article 435, alinéa quatre du décret du 22 décembre 2017, pouvant être consulté en vertu des statuts, peut, si cela est compatible avec la situation juridique de l'intéressé, bénéficier d'une indemnité individuelle dont le montant ne peut excéder le total des jetons de présence auxquels un membre ordinaire du conseil d'administration de l'association en question a droit sur la base du nombre de réunions rémunérables admis conformément à l'article 29.
  Le total des indemnités accordées aux experts externes ne doit pas excéder pas un quart du total des jetons de présence versés aux membres du conseil d'administration au cours de l'exercice précédent.
  Pour le premier exercice suivant la création d'une association prestataire de services ou chargée de mission, l'indemnité totale à verser, telle que visée aux premier et deuxième alinéas, ne peut excéder le quart du total des jetons de présence versés aux membres du conseil d'administration au cours de cet exercice.
  La même limite que celle visée à l'alinéa trois s'applique à l'exercice 2019.
  La personne morale désignée comme expert peut bénéficier d'une indemnité calculée conformément aux premier et deuxième alinéas, quel que soit le nombre de personnes physiques représentant cette personne morale.
Art. 28. Aan de vertrouwenspersoon, vermeld in artikel 26, die een lid van de raad van bestuur bijstaat, kan een vergoeding worden toegekend waarvan het bedrag ten hoogste gelijk is aan het bedrag dat gedurende het voorgaande boekjaar aan het desbetreffende lid van de raad van bestuur toegekend is.
  Voor het eerste boekjaar na de oprichting van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging mag de vergoeding, vermeld in het eerste lid, niet hoger liggen dan het totale bedrag dat gedurende dat boekjaar aan het desbetreffende lid van de raad van bestuur uitgekeerd is.
  Voor het boekjaar 2019 geldt dezelfde beperking als de beperking, vermeld in het tweede lid.
Art. 28. La personne de confiance visée à l'article 26 qui assiste un membre du conseil d'administration peut bénéficier d'une indemnité dont le montant ne peut excéder celui accordé au membre concerné du conseil d'administration au cours de l'exercice précédent.
  Pour le premier exercice suivant la création d'une association prestataire de services ou chargée de mission, l'indemnité visée au premier alinéa ne peut excéder le montant total versé au membre concerné du conseil d'administration au cours de cet exercice.
  La même limite que celle visée à l'alinéa deux s'applique à l'exercice 2019.
Art. 29. Het aantal vergaderingen van de raad van bestuur waarvoor de leden conform de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk, per boekjaar aanspraak kunnen maken op een vergoeding, is per lid begrensd op achttien.
Art. 29. Le nombre de réunions du conseil d'administration par exercice pour lesquelles les membres ont droit à une indemnité conformément aux conditions prévues au présent chapitre est limité à dix-huit par membre.
Art. 30. Aan de vereffenaars kan ten hoogste een vergoeding worden toegekend ter waarde van het presentiegeld dat toegekend wordt aan de leden van de raad van bestuur van die vereniging voordat die in vereffening is gesteld.
Art. 30. Les liquidateurs ont droit à une indemnité jusqu'à concurrence du jeton de présence accordé aux membres du conseil d'administration de cette association avant sa liquidation.
Art. 31. De bezoldiging van de commissarissen is een vast bedrag dat vastgesteld wordt conform artikel 134, § 2, van het Wetboek van Vennootschappen.
Art. 31. La rémunération des commissaires consiste en un forfait fixé conformément à l'article 134, § 2 du Code des Sociétés.
Art. 32. De reisvergoedingen zijn begrepen in de vergoeding en de bezoldiging, vermeld in artikel 30 en 31.
Art. 32. Les indemnités de déplacement sont comprises dans la rémunération visée aux articles 30 et 31.
Art. 33. Er kunnen geen andere vergoedingen of andere voordelen worden toegekend dan de vergoedingen en voordelen, vermeld in dit hoofdstuk.
Art. 33. Aucuns avantages ou indemnités, autres que ceux énoncés dans le présent chapitre, ne peuvent être accordés.
HOOFDSTUK 6. - Bepaling van de perken en de toekenningsvoorwaarden van de andere vergoedingen dan het presentiegeld die in het kader van de bestuurlijke werking van de welzijnsvereniging en de autonome verzorgingsinstelling kunnen worden toegekend
CHAPITRE 6. - Fixation des limites et des conditions d'octroi des indemnités autres que les jetons de présence, pouvant être accordées dans le cadre du fonctionnement administratif de l'association d'aide sociale et de l'établissement de soins autonome
Art. 34. Hoofdstuk 5 is van overeenkomstige toepassing op de welzijnsvereniging en de autonome verzorgingsinstelling.
Art. 34. Le chapitre 5 s'applique mutatis mutandis à l'association d'aide sociale et à l'établissement de soins autonome.
HOOFDSTUK 7. - Vaststelling van de grenzen waarbinnen de specifieke kosten die verband houden met de uitoefening van het mandaat, kunnen worden terugbetaald aan de lokale mandataris, en vaststelling van de grenzen voor de financiering van de fracties
CHAPITRE 7. - Fixation des limites dans lesquelles les frais spécifiques liés à l'exercice du mandat peuvent être remboursés au mandataire local, et des limites du financement des groupes politiques
Afdeling 1. - Soorten kostenvergoedingen, modaliteiten en toekenningsvoorwaarden
Section 1re. - Types de remboursements de frais, modalités et conditions d'octroi
Art. 35. § 1. Alleen kosten die verband houden met de uitoefening van het mandaat en die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het mandaat, kunnen worden terugbetaald.
  De kosten, vermeld in het eerste lid, worden gestaafd met bewijsstukken.
  § 2. De algemeen directeur beoordeelt of de kosten voldoen aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en aan de voorwaarden, vermeld in het huishoudelijk reglement.
  § 3. Jaarlijks wordt een overzicht gemaakt van de terugbetaling van de kosten van de mandatarissen. Dat document is openbaar.
Art. 35. § 1er. Seuls peuvent être remboursés les frais liés et nécessaires à l'exercice du mandat.
  Les frais visés au premier alinéa sont étayés par des pièces justificatives.
  § 2. Le directeur général évalue si les frais satisfont aux conditions énoncées au paragraphe 1er et dans le règlement intérieur.
  § 3. Chaque année, un aperçu des remboursements de frais des mandataires est établi. Ce document est public.
Afdeling 2. - Fractietoelagen
Section 2. - Allocations de groupe
Art. 36. § 1. Ter ondersteuning van gemeenteraadsfracties kan jaarlijks aan elke fractie, vertegenwoordigd in de gemeenteraad, een toelage ten laste van het gemeentebudget worden toegekend.
  Ter ondersteuning van districtsraadsfracties kan jaarlijks aan elke fractie, vertegenwoordigd in de districtsraad, een toelage ten laste van het districtsbudget worden toegekend.
  Als de gemeenten of districten een dergelijke toelage toekennen, doen ze dat voor alle fracties.
  § 2. De fractie kan de ontvangen toelage alleen gebruiken om haar eigen werking en de werking van de raden waar ze deel van uitmaakt, te ondersteunen. De middelen worden noch voor partijwerking of verkiezingen noch ter compensatie van presentiegeld of wedde gebruikt.
  § 3. Op het einde van het werkjaar licht de fractie in een nota met bewijsstukken aan de raad toe hoe ze de ontvangen middelen heeft gebruikt.
  § 4. Jaarlijks wordt een overzicht gemaakt van de aanwending van alle middelen voor de ondersteuning van de fractie. Dat document is openbaar.
  § 5. Als een fractie financiële middelen heeft aangewend voor andere doeleinden dan de ondersteuning van haar werking, vordert het bestuur die middelen terug of brengt het dat bedrag in mindering van de toelage van het volgende werkjaar.
Art. 36. § 1er. A l'appui des groupes politiques du conseil communal, une allocation à charge du budget communal peut être accordée chaque année à chaque groupe représenté au conseil communal.
  A l'appui des groupes politiques du conseil de district, une allocation à charge du budget de district peut être accordée chaque année à chaque groupe représenté au conseil de district.
  Si les communes ou districts accordent une telle allocation, ils le font pour tous les groupes politiques.
  § 2. Le groupe politique ne peut affecter l'allocation perçue qu'à son propre fonctionnement et à celui des conseils dont il fait partie. Ces fonds ne peuvent être affectés ni au fonctionnement du parti, ni aux élections, ni en compensation des jetons de présence ou du traitement.
  § 3. A la fin de l'exercice le groupe politique commente l'affectation des fonds perçus dans une note au conseil accompagnée de pièces justificatives.
  § 4. Chaque année un aperçu des affectations de tous les fonds à l'appui du groupe politique est établi. Ce document est public.
  § 5. Lorsqu'un groupe politique a affecté des fonds à d'autres fins qu'à l'appui de son fonctionnement, l'administration en réclame le remboursement ou les déduit de l'allocation de l'exercice suivant.
HOOFDSTUK 8. - De nadere procedureregels voor de tuchtregeling ten aanzien van bepaalde lokale mandatarissen
CHAPITRE 8. - Modalités de la procédure disciplinaire à l'encontre de certains mandataires locaux
Art. 37. Als de Vlaamse Regering kennis krijgt van feiten die de mandataris, vermeld in artikel 122, tweede lid, en 156 van het decreet van 22 december 2017, gepleegd heeft die bestempeld kunnen worden als kennelijk wangedrag of grove nalatigheid, en die aanleiding kunnen geven tot het opleggen van een tuchtmaatregel, kan ze de provinciegouverneur van de provincie waar de betrokken mandataris benoemd of verkozen is, de opdracht geven om een tuchtonderzoek te voeren, een tuchtverslag op te maken en een tuchtdossier samen te stellen.
  De provinciegouverneur kan in het kader van het tuchtonderzoek de medewerking vorderen van een arrondissementscommissaris.
  De provinciegouverneur geeft in zijn tuchtverslag advies over het gevolg dat volgens hem aan de feiten gegeven moet worden en formuleert een voorstel van straf als hij voorstelt om een tuchtprocedure op te starten.
Art. 37. Lorsque le Gouvernement flamand prend connaissance de faits commis par le mandataire, visé aux articles 122, alinéa deux, et 156 du décret du 22 décembre 2017, qui peuvent être qualifiés d'inconduite notoire ou de négligence grave et conduire à l'imposition d'une mesure disciplinaire, il peut charger le gouverneur de la province où le mandataire intéressé a été nommé ou élu, de mener une enquête disciplinaire, de rédiger un rapport disciplinaire et de composer un dossier disciplinaire.
  Dans le cadre de l'enquête disciplinaire, le gouverneur de province peut requérir la collaboration d'un commissaire d'arrondissement.
  Dans son rapport disciplinaire le gouverneur de province donne un avis sur les suites à donner aux faits et formule une proposition de peine au cas où il propose d'ouvrir une enquête disciplinaire.
Art. 38. § 1. Nadat de Vlaamse Regering het tuchtverslag en het bijgevoegde tuchtdossier ontvangen heeft, roept ze de betrokken mandataris binnen drie maanden op voor een hoorzitting.
  Als de Vlaamse Regering binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, vanaf de datum van de verzending van het verslag van de provinciegouverneur waarbij het tuchtdossier gevoegd is, de betrokken mandataris niet oproept voor de hoorzitting, wordt de Vlaamse Regering geacht af te zien van de verdere vervolging en kan ze geen tuchtstraf meer opleggen voor de ten laste gelegde feiten.
  § 2. De betrokken mandataris wordt opgeroepen voor de hoorzitting met een aangetekende brief, ten minste eenentwintig dagen voor de hoorzitting.
  De oproeping vermeldt:
  1° de ten laste gelegde feiten;
  2° de overweging van een tuchtstraf;
  3° de plaats, de dag en het uur van de hoorzitting;
  4° de mogelijkheid tot inzage van het tuchtdossier;
  5° het recht op bijstand van en vertegenwoordiging door een verdediger naar keuze;
  6° het recht om getuigen te laten horen;
  7° het recht om een schriftelijk verweer in te dienen tot op de tweede werkdag voor de hoorzitting.
  § 3. Aan de betrokken mandataris wordt gemeld dat, als er getuigen gehoord moeten worden, dat tien dagen voor de hoorzitting moet worden meegedeeld aan de tuchtoverheid met het oog op de oproeping van die getuigen, dat moet worden aangegeven welke getuigen gehoord moeten worden, en dat ook moet worden aangegeven waarover de getuigen geacht worden een verklaring af te leggen.
  Aan de betrokkene wordt meegedeeld dat hij verzocht wordt binnen de termijn van tien dagen, vermeld in het eerste lid, voor de hoorzitting bij de tuchtoverheid de stukken neer te leggen die hij wil toevoegen aan het tuchtdossier.
  Als de tuchtoverheid zelf getuigen oproept, worden de namen en het onderwerp van de getuigenverklaringen aan de betrokken mandataris meegedeeld.
Art. 38. § 1er. Après réception du rapport disciplinaire accompagné du dossier disciplinaire, le Gouvernement flamand convoque le mandataire intéressé pour une audition dans un délai de trois mois.
  Si le Gouvernement flamand ne convoque pas le mandataire intéressé à l'audition dans le délai visé au premier alinéa à compter de la date d'envoi du rapport du gouverneur de province accompagné du dossier disciplinaire, le Gouvernement flamand est censé renoncer à des poursuites ultérieures et ne peut plus imposer de peine disciplinaire pour les faits imputés.
  § 2. Le mandataire intéressé est convoqué à l'audition par lettre recommandée au moins vingt-et-un jours avant l'audition.
  La convocation mentionne :
  1° les faits imputés ;
  2° la possibilité d'une peine disciplinaire ;
  3° le lieu, la date et l'heure de l'audition ;
  4° la possibilité de consulter le dossier disciplinaire ;
  5° le droit de se faire assister et représenter par un défenseur de son choix ;
  6° le droit à l'audition de témoins ;
  7° le droit d'introduire une défense écrite jusqu'à deux jours ouvrables avant l'audition.
  § 3. Il est notifié au mandataire intéressé que, au cas où des témoins doivent être entendus, il est tenu d'en informer l'autorité disciplinaire dix jours avant l'audition en vue de leur convocation, de spécifier leur identité et d'indiquer l'objet des témoignages.
  L'intéressé est invité à soumettre à l'autorité disciplinaire les documents qu'il souhaite joindre au dossier disciplinaire dans le délai de dix jours visé au premier alinéa avant l'audition.
  Si l'autorité disciplinaire convoque elle-même des témoins, les noms et l'objet des témoignages sont communiqués au mandataire intéressé.
Art. 39. In dit artikel wordt verstaan onder Agentschap Binnenlands Bestuur: het agentschap dat werd opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap voor Binnenlands Bestuur".
  De Vlaamse Regering of een of meer personeelsleden van het Agentschap Binnenlands Bestuur die ze heeft aangewezen, horen de betrokken mandataris.
  De hoorzitting kan ook bijgewoond worden door een of meer personeelsleden van het Agentschap Binnenlands Bestuur, die de leidend ambtenaar van het agentschap daarvoor aangewezen heeft.
  De hoorzitting vindt plaats achter gesloten deuren.
Art. 39. Aux fins du présent article, on entend par Agence de l'Administration intérieure : l'agence créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 octobre 2005 portant création de l'agence autonomisée interne Agence de l'Administration intérieure.
  Le Gouvernement flamand ou un ou plusieurs membres du personnel de l'Agence de l'Administration intérieure désignés par lui entendent le mandataire intéressé.
  Peuvent également assister à l'audition un ou plusieurs membres du personnel de l'Agence de l'Administration intérieure désignés à cet effet par le fonctionnaire dirigeant de l'agence.
  L'audition est tenue à huis clos.
Art. 40. Van de hoorzitting wordt een proces-verbaal opgemaakt.
  Als het proces-verbaal tijdens de hoorzitting wordt opgemaakt, wordt aan de betrokkene gevraagd het te ondertekenen.
  Als het proces-verbaal na de hoorzitting wordt opgemaakt, wordt het naar de betrokkene aangetekend gestuurd of wordt het overhandigd tegen ontvangstbewijs. De betrokken mandataris wordt gevraagd het proces-verbaal ondertekend of met bijgevoegde opmerkingen terug te bezorgen aan de Vlaamse Regering uiterlijk tien dagen na de ontvangst ervan.
Art. 40. Un procès-verbal de l'audition est rédigé.
  Lorsque le procès-verbal est établi pendant l'audition, l'intéressé est demandé de le signer.
  Lorsque le procès-verbal est établi après l'audition, il est envoyé à l'intéressé par lettre recommandée ou remis contre récépissé. Le mandataire intéressé est prié de renvoyer le procès-verbal signé ou assorti de commentaires au Gouvernement flamand au plus tard dix jours après sa réception.
Art. 41. De Vlaamse Regering stuurt haar beslissing aangetekend naar de betrokkene of overhandigt ze tegen ontvangstbewijs binnen drie maanden nadat de persoon die de laatste hoorzitting heeft voorgezeten, het proces-verbaal heeft ondertekend.
Art. 41. Le Gouvernement flamand transmet sa décision à l'intéressé par lettre recommandée ou la remet contre récépissé dans les trois mois suivant la signature du procès-verbal par la personne qui a présidé la dernière audition.
HOOFDSTUK 9. - Nadere regels voor de aansprakelijkheids- en rechtsbijstandverzekering van de lokale mandataris
CHAPITRE 9. - Modalités de l'assurance responsabilité civile et protection juridique du mandataire local
Art. 42. De gemeente sluit bij een toegelaten verzekeringsmaatschappij een polis af die bestemd is om de burgerlijke aansprakelijkheid te waarborgen die persoonlijk rust op de gemeenteraadsleden, de districtsraadsleden, de burgemeester, de schepenen, de districtsburgemeester en de districtsschepenen naar aanleiding van de lichamelijke, materiële of immateriële schade die ze berokkenen aan derden bij de normale uitoefening van hun mandaat.
  In het eerste lid wordt verstaan onder derden: alle andere natuurlijke personen of rechtspersonen dan de lokale mandataris. De mandatarissen worden als derden beschouwd ten opzichte van elkaar.
  Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn sluit een polis als vermeld in het eerste lid, af ten voordele van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn in de gemeente Voeren en de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, de leden en de voorzitter van het vast bureau en de leden en de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.
Art. 42. La commune souscrit auprès d'une compagnie d'assurances agréée une police destinée à garantir la responsabilité civile qui incombe personnellement aux conseillers communaux, aux conseillers de district, au bourgmestre, aux échevins, au bourgmestre de district et aux échevins de district à la suite des dommages corporels, matériels ou immatériels causés par ceux-ci à des tiers dans l'exercice normal de leurs fonctions.
  Au premier alinéa, on entend par tiers : toute personne physique ou morale autre que le mandataire local. Les mandataires sont considérés comme des tiers entre eux.
  Le centre public d'action sociale souscrit une police d'assurance telle que visée au premier alinéa en faveur du président du conseil de l'aide sociale de la commune de Fourons et des communes, visées à l'article 7 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966, des membres du conseil de l'aide sociale, des membres et du président du bureau permanent et des membres et du président du comité spécial du service social.
Art. 43. De aansprakelijkheidswaarborg, vermeld in artikel 42, mag niet beperkt zijn tot schade die per ongeluk plaatsvindt.
Art. 43. La garantie de responsabilité visée à l'article 42 ne peut être limitée aux dommages accidentels.
Art. 44. De burgerlijke aansprakelijkheid die voortvloeit uit schade die onder de toepassing valt van de wet op de verplichte autoverzekering, behoort niet tot het toepassingsgebied van dit besluit.
Art. 44. La responsabilité civile résultant d'un dommage relevant de la loi sur l'assurance automobile obligatoire ne relève pas du présent arrêté.
Art. 45. De verzekeringspolis die conform artikel 42 afgesloten wordt, kan bepaalde uitsluitingen van waarborg bevatten.
  Die uitsluitingen blijven echter uitzonderlijk ten opzichte van de gewaarborgde risico's en kunnen, door de omvang ervan, de aansprakelijkheidswaarborg die met toepassing van artikel 42 verkregen wordt, niet op onredelijke wijze in het gedrang brengen.
Art. 45. La police d'assurance souscrite conformément à l'article 42 peut renfermer des exclusions de garantie.
  Toutefois, ces exclusions restent exceptionnelles par rapport aux risques couverts et, de par leur importance, ne sauraient préjudicier de manière déraisonnable à la garantie de responsabilité obtenue en vertu de l'article 42.
Art. 46. De aansprakelijkheidswaarborg, vermeld in artikel 42, wordt, krachtens de uitdrukkelijke bepalingen van de algemene, speciale of bijzondere voorwaarden van de afgesloten polis, toegekend voor elk schadegeval, ongeacht de frequentie ervan, voor de bedragen die vastgelegd zijn onder de vermelde voorwaarden.
Art. 46. La garantie de responsabilité visée à l'article 42 est accordée, en vertu des stipulations expresses des conditions générales, spéciales ou particulières de la police souscrite, pour chaque sinistre quelle qu'en soit la fréquence, à concurrence des sommes prévues auxdites conditions.
Art. 47. De begunstigden van de afgesloten polis zijn permanent gedekt door de verzekering.
Art. 47. Les bénéficiaires de la police souscrite sont couverts en permanence par l'assurance.
Art. 48. De afgesloten verzekering voor de aansprakelijkheidswaarborg, vermeld in artikel 42, bevat een onderdeel van het type rechtsbijstand - burgerlijke en strafrechtelijke verdediging.
  De verzekering, vermeld in het eerste lid, verplicht de verzekeringsmaatschappij ertoe de kosten van rechtsbijstand ten laste te nemen voor de betrokken mandatarissen in elke procedure die tegen hen ingesteld is voor elke Belgische of buitenlandse rechtbank, vanaf het moment waarop de aansprakelijkheidswaarborg, vermeld in artikel 42, verschuldigd is en binnen de grenzen daarvan.
Art. 48. L'assurance souscrite pour la garantie de responsabilité, visée à l'article 42, comprend une composante du type protection juridique - défense civile et pénale.
  L'assurance mentionnée au premier alinéa oblige la compagnie d'assurances à prendre en charge les frais de protection juridique pour les mandataires concernés dans toute procédure poursuivie contre eux devant tout tribunal belge ou étranger dès le moment où la garantie de responsabilité visée à l'article 42 est due et dans les limites de celle-ci.
Art. 49. De aansprakelijkheidswaarborg die met toepassing van artikel 48 verkregen wordt, bevat minstens de tenlasteneming door de verzekeraar van de honoraria van de advocaten en alle algemene kosten in verband met de voortzetting van de procedure, met inbegrip van de reis- en verblijfkosten die voortvloeien uit de verschillende verschijningen, de kosten van een gerechtsdeskundige, alsook de borgsom die de mandatarissen zouden moeten betalen in het kader van die procedure.
Art. 49. La garantie de responsabilité obtenue en vertu de l'article 48 comprend au moins la prise en charge par l'assureur des honoraires d'avocat et de tous les frais généraux liés à la poursuite de la procédure, y compris les frais de déplacement et de séjour découlant des diverses comparutions, les frais d'expert judiciaire, ainsi que du cautionnement dont les mandataires seraient redevables dans le cadre de cette procédure.
Art. 50. De kosten van de premies voor de verzekering, bepaald in dit hoofdstuk, worden gedragen door een krediet dat is ingeschreven in het meerjarenplan van het lokale bestuur in kwestie.
Art. 50. Les frais des primes pour l'assurance prévue au présent chapitre sont supportés par un crédit inscrit au plan pluriannuel de l'administration locale en question.
HOOFDSTUK 10. - Vaststelling van de criteria tot vaststelling van de hoedanigheid van een lokaal mandataris met een beperking
CHAPITRE 10. - Fixation des critères pour déterminer la qualité d'un mandataire local ayant un handicap
Art. 51. Voor de toepassing van artikel 16, eerste lid, en artikel 155, eerste lid, van het decreet van 22 december 2017, wordt de mandataris die wegens een zintuiglijke beperking, spraakmoeilijkheden of een motorische beperking waardoor hij moeilijkheden ondervindt om zijn mandaat uit te oefenen, persoonlijke bijstand nodig heeft, beschouwd als een mandataris die wegens een beperking zijn mandaat niet zelfstandig kan vervullen.
Art. 51. Pour l'application des articles 16, premier alinéa, et 155, premier alinéa du décret du 22 décembre 2017, le mandataire qui a besoin d'une assistance personnelle en raison d'un handicap sensoriel ou d'un trouble de la parole ou moteur qui rend problématique l'exécution de son mandat, est considéré comme un mandataire incapable d'exécuter son mandat de manière autonome en raison d'un handicap.
Art. 52. Het bewijs dat de lokale mandataris voldoet aan de criteria, vermeld in artikel 51, wordt geleverd door het getuigschrift van een arts met de uitdrukkelijke verklaring dat de mandataris zodanig getroffen is door een van de beperkingen, vermeld in artikel 51, dat hij zijn mandaat niet zelfstandig kan vervullen en dat hij voor de uitoefening ervan persoonlijke bijstand nodig heeft.
Art. 52. La preuve que le mandataire remplit les critères visés à l'article 51, est attestée par un certificat d'un médecin, précisant expressément que le mandataire est atteint d'un des handicaps visés à l'article 51, qu'il ne peut pas exercer son mandat de manière autonome et qu'il a besoin d'une assistance personnelle pour l'accomplissement de celui-ci.
HOOFDSTUK 11. - Toekenning van eretitels aan de aftredende burgemeester, de districtsburgemeester en de aftredende voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn van de gemeente Voeren en de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966
CHAPITRE 11. - Octroi de titres honorifiques au bourgmestre sortant, au bourgmestre de district et au président sortant du conseil de l'aide sociale de la commune de Fourons et des communes visées à l'article 7 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966
Afdeling 1. - Toekenningsvoorwaarden
Section 1re. - Conditions d'octroi
Art. 53. De volgende mandatarissen die hun ambt gedurende een bestuursperiode of gedurende ten minste zes jaar in dezelfde gemeente hebben uitgeoefend, kunnen de Vlaamse Regering verzoeken de eretitel van het ambt te verlenen:
  1° een aftredende burgemeester;
  2° een aftredende waarnemend burgemeester;
  3° een aftredende voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn van de gemeente Voeren en de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966;
  4° [1 ...]1
  
Art. 53. Les mandataires suivants qui ont exercé leur fonction dans la même commune durant une législature ou pendant au moins six ans, peuvent demander au Gouvernement flamand l'octroi du titre honorifique de la fonction :
  1° le bourgmestre sortant ;
  2° le bourgmestre faisant fonction sortant ;
  3° le président sortant du conseil de l'aide sociale de la commune de Fourons et des communes visées à l'article 7 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966 ;
  4° [1 ...]1
  
Art. 54. Om de termijn, vermeld in artikel 53 [1 van dit besluit]1, te berekenen, wordt rekening gehouden met de periode waarin de deputatie de gemeenteraadsverkiezingen [1 ...]1 of de OCMW-raadsverkiezingen in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, en in Voeren ofwel heeft vernietigd met toepassing van artikel 75 van de Gemeentekieswet van 4 augustus 1932, ingeval de Raad van State die beslissing heeft tenietgedaan, ofwel heeft opgeschort met toepassing van de wettelijke bepalingen zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van de wet van 7 juli 1994 die de Gemeentekieswet van 4 augustus 1932 wijzigt, of ingeval de Raad voor Verkiezingsbetwistingen de [1 gemeenteraadsverkiezingen]1 heeft vernietigd, als de Raad van State die beslissing heeft tenietgedaan. Er wordt voor de berekening van de termijn, [1 vermeld in artikel 53 van dit besluit]1, ook rekening gehouden met de periode waarin de installatie niet kon plaatsvinden door een klacht die ongegrond bleek te zijn.
  
Art. 54. Pour calculer le délai visé à l'article 53 [1 du présent arrêté]1, il est tenu compte de la période au cours de laquelle la députation a soit annulé les élections communales [1 ...]1 ou du conseil du CPAS dans les communes visées à l'article 7 de la loi du 18 juillet 1966 sur l'emploi des langues en matière administrative et à Fourons en application de l'article 75 de la loi électorale communale du 4 août 1932, au cas où le Conseil d'Etat a réformé cette décision, soit les a suspendues en application des dispositions légales applicables avant l'entrée en vigueur de la loi du 7 juillet 1994 modifiant la loi électorale communale du 4 août 1932, ou au cas où le Conseil des Contestations électorales a annulé les élections communales [1 ...]1, si le Conseil d'Etat a réformé cette décision. Le délai pendant lequel l'installation n'a pas pu avoir lieu en raison d'une plainte jugée infondée est également pris en compte pour le calcul du délai visé [1 visé à l'article 53 du présent arrêté ]1.
  
Art. 55. De uitoefening van een ambt of mandaat in een gemeente die later samengevoegd wordt met andere gemeenten of eraan wordt gehecht, wordt beschouwd als een ambt of mandaat, uitgeoefend in de gemeente die de samengevoegde of de gehechte gemeenten bevat.
Art. 55. L'exercice d'une fonction ou d'un mandat dans une commune qui est fusionnée par la suite avec d'autres communes ou y est rattachée, est considéré comme une fonction ou un mandat exercés dans la commune à laquelle appartiennent les communes fusionnées ou rattachées.
Afdeling 2. - De procedure
Section 2. - La procédure
Art. 56. De betrokkene dient het verzoek tot verlening van een eretitel, vermeld in artikel 53, schriftelijk in bij de Vlaamse Regering.
  Met instemming van de betrokkene kan de gemeenteraad [1 ]1 of de raad voor maatschappelijk welzijn het verzoek ook indienen.
  Als de betrokkene overleden is, kunnen de rechtsopvolgers van de betrokkene of de raad, vermeld in het tweede lid, het verzoek indienen met instemming van de rechtsopvolgers.
  
Art. 56. L'intéressé soumet par écrit au Gouvernement flamand la demande d'octroi d'un titre honorifique, visée à l'article 53.
  Avec le consentement de intéressé, le conseil communal, [1 ...]1 ou le conseil de l'aide sociale peuvent également présenter la demande.
  En cas de décès de l'intéressé, ses ayants cause ou le conseil visé à l'alinéa deux peuvent présenter la demande avec le consentement des ayants cause.
  
Art. 57. Behalve in geval van de toepassing van artikel 56, derde lid, wordt bij het verzoek een verklaring op erewoord gevoegd waarin de betrokkene verklaart dat hij voldoet aan de toekenningsvoorwaarden, vermeld in afdeling 1.
Art. 57. Sauf en cas d'application de l'article 56, troisième alinéa, la demande est assortie d'une déclaration sur l'honneur de l'intéressé attestant qu'il remplit les conditions d'octroi énoncées à la section 1re.
Afdeling 3. - Het voeren en intrekken van de eretitel
Section 3. - Port et retrait du titre honorifique
Art. 58. De eretitel van het ambt van burgemeester of waarnemend burgemeester en van het mandaat van [1 ...]1 voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 53, 3°, mag niet worden gevoerd:
  1° gedurende de periode dat het mandaat werkelijk wordt uitgeoefend;
  2° door een persoon die betaald wordt door een gemeente of een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
  Behalve in geval van de toepassing van artikel 56, derde lid, wordt in de akte tot verlening van een eretitel de tekst van het eerste lid overgenomen.
  
Art. 58. Le titre honorifique de la fonction de bourgmestre ou de bourgmestre suppléant et du mandat [1 ...]1 de président du conseil de l'aide sociale, tel que visé à l'article 53, 3°, ne peut être porté :
  1° au cours de la période d'exercice effectif du mandat ;
  2° par une personne payée par une commune ou un centre public d'action sociale.
  Sauf en cas d'application de l'article 56, troisième alinéa, l'acte portant octroi d'un titre honorifique reprend le texte du premier alinéa.
  
Art. 59. De Vlaamse Regering kan de eretitel intrekken. De Vlaamse Regering doet dat in elk geval als na de toekenning van de eretitel blijkt dat de betrokkene niet voldoet aan de toekenningsvoorwaarden, vermeld in afdeling 1.
Art. 59. Le Gouvernement flamand peut retirer le titre honorifique. Le Gouvernement flamand le fera, en tout état de cause, si après l'octroi du titre honorifique il apparaît que l'intéressé ne remplit pas les conditions d'octroi du titre honorifique visées à la section 1re.
HOOFDSTUK 12. - Onderscheidingsteken en ambtskledij van de lokale mandataris
CHAPITRE 12. - Signe distinctif et costume du mandataire local
Afdeling 1. - Het onderscheidingsteken
Section 1re. - Le signe distinctif
Art. 60. [1 De burgemeester en de districtsburgemeester dragen een sjerp met zilveren franjes op een zwart-geel-rode achtergrond of een sjerp met rode franjes op een zwart-gele achtergrond.]1 Op de sjerp staat de Vlaamse leeuw. Op de sjerp van de burgemeester kan facultatief het wapenschild van de gemeente toegevoegd worden. Op de sjerp van districtsburgemeester kan facultatief het schild van het district worden toegevoegd.
  
Art. 60. [1 Le bourgmestre et le bourgmestre de district portent l'écharpe à fond noir, jaune et rouge, avec franges en argent ou l'écharpe à fond noir et jaune, avec franges en rouge.]1 Sur l'écharpe figure le lion flamand. Sur l'écharpe du bourgmestre, les armoiries de la commune peuvent être ajoutées à titre facultatif. Sur l'écharpe du bourgmestre de district les armoiries du district peuvent être ajoutées à titre facultatif.
  
Art. 61. De schepen en de districtsschepen dragen een sjerp met rode franjes op een zwart-gele achtergrond. Op de sjerp staat de Vlaamse leeuw. Op de sjerp van de schepen kan facultatief het wapenschild van de gemeente worden toegevoegd. Op de sjerp van de districtsschepen kan facultatief het schild van het district worden toegevoegd.
Art. 61. L'échevin et l'échevin de district portent l'écharpe à fond noir et jaune, avec franges rouges. Sur l'écharpe figure le lion flamand. Sur l'écharpe de l'échevin, les armoiries de la commune peuvent être ajoutées à titre facultatif. Sur l'écharpe de l'échevin de district les armoiries du district peuvent être ajoutées à titre facultatif.
Art. 62. Artikel 61 is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn van de gemeente Voeren en de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966.
Art. 62. L'article 61 s'applique mutatis mutandis au président du conseil de l'aide sociale de la commune de Fourons et des communes visées à l'article 7 des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966.
Art. 63. De lokale uitvoerende mandatarissen dragen de sjerp om hun middel, waarbij het zwart zich bovenaan bevindt, of over hun rechterschouder, met de knoop in hun linkerzijde, waarbij het zwart zich het dichtst bij de hals bevindt.
Art. 63. Les mandataires exécutifs locaux portent l'écharpe soit à la taille, la couleur noire vers le haut, soit sur l'épaule droite, le noeud du côté gauche, la couleur noire étant celle qui se trouve le plus près du cou.
Art. 64. De Vlaamse minister, bevoegd voor binnenlandse aangelegenheden, kan de modaliteiten en voorwaarden voor de sjerp en het dragen ervan nader bepalen.
  De breedte van de sjerp bedraagt minimaal 10 centimeter en maximaal 12 centimeter. Het insigne met de Vlaamse leeuw dat aangebracht wordt op de sjerp, is minimaal 7 centimeter en maximaal 9,5 centimeter hoog en minimaal 6 centimeter en maximaal 7 centimeter breed. De bovenkant van het insigne wordt aangebracht 15 centimeter boven de kwast of 17 centimeter onder de schouder.
Art. 64. Le ministre flamand, compétent pour les affaires intérieures, peut préciser les modalités et les conditions de l'écharpe et de son port.
  L'écharpe mesure entre 10 et 12 centimètres de large. L'insigne comportant le Lion flamand, appliquée sur l'écharpe, mesure entre 7 et 9,5 centimètres de haut et entre 6 et 7 centimètres de large. Le dessus de l'insigne est appliqué à 15 centimètres au-dessus de la houppe ou à 17 centimètres sous l'épaule.
Art. 65. De mandatarissen, vermeld in deze afdeling, dragen hun sjerp alleen naar aanleiding van en bij de openbare uitoefening van hun bevoegdheid ter gelegenheid van evenementen of plechtigheden die uitsluitend op het grondgebied van de gemeente plaatsvinden.
  Bij de beëindiging van hun ambt of bij een tuchtrechtelijke schorsing is de betrokken mandataris niet gerechtigd om zijn sjerp te dragen.
Art. 65. Les mandataires visés dans la présente section portent l'écharpe uniquement dans le cadre et lors de l'exercice public de leur compétence à l'occasion de manifestations ou de cérémonies se déroulant exclusivement sur le territoire communal.
  Le mandataire n'est pas autorisé à porter l'écharpe en cas de cessation de sa fonction ou de suspension disciplinaire.
Afdeling 2. - De ambtskledij
Section 2. - Le costume
Art. 66. De kledij die de mandatarissen, vermeld in afdeling 1, dragen, mag niet verwijzen naar een andere hoedanigheid of een ander ambt.
Art. 66. Les vêtements portés par les mandataires visés dans la section 1re ne peuvent pas référer à une autre qualité ou à une autre fonction.
HOOFDSTUK 13. - Slotbepalingen
CHAPITRE 13. - Dispositions finales
Afdeling 1. - Opheffingsbepalingen
Section 1re. - Dispositions abrogatoires
Art. 67. De volgende besluiten worden opgeheven:
  1° het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juni 2004 houdende vaststelling van de grenzen en de toekenningsvoorwaarden van het presentiegeld en de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging kunnen worden toegekend, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 8 februari 2013;
  2° het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 2007 houdende het statuut van de lokale en provinciale mandataris, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 en 7 september 2012, behoudens wat de gedeputeerde en het provincieraadslid betreft;
  3° het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende vaststelling van de tuchtprocedure voor de mandatarissen ter uitvoering van artikelen 71 en 274 van het Gemeentedecreet, artikel 70 van het O.C.M.W.-decreet en artikel 69 van het Provinciedecreet, behoudens wat de gedeputeerde en het provincieraadslid betreft;
  4° het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de bezoldigingsregeling van de lokale en provinciale mandataris, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 19 april 2013, behoudens wat de gedeputeerde en het provincieraadslid betreft.
Art. 67. Les arrêtés suivants sont abrogés :
  1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 juin 2004 fixant les limites et les conditions d'octroi des jetons de présence et d'autres indemnités qui peuvent être alloués dans le cadre du fonctionnement administratif d'une association prestataire de services ou chargée de mission, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 février 2013 ;
  2° l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 janvier 2007 portant statut du mandataire local et provincial, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 5 juin 2009 et 7 septembre 2012, sauf en ce qui concerne le député et le conseiller provincial ;
  3° l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 fixant la procédure disciplinaire pour les mandataires en exécution des articles 71 et 274 du Décret communal, de l'article 70 du décret sur les CPAS et de l'article 69 du Décret provincial, sauf en ce qui concerne le député et le conseiller provincial ;
  4° l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant statut pécuniaire du mandataire local et provincial, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 avril 2013, sauf en ce qui concerne le député et le conseiller provincial.
Afdeling 2. - Overgangsbepalingen
Section 2. - Dispositions transitoires
Art. 68. De uittredende voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn die werd verkozen met toepassing van artikel 53 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en die met toepassing van artikel 44, § 3, van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 aan het college van burgemeester en schepenen is toegevoegd, krijgt, onder de voorwaarden, vermeld in artikel 14, ten laste van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een uittredingsvergoeding.
Art. 68. Le président sortant du conseil de l'aide sociale, élu en vertu de l'article 53 du décret du 19 décembre 2008 relatif à l'organisation des centres publics d'aide sociale et qui, en vertu de l'article 44, § 3 du Décret communal du 15 juillet 2005, a été rattaché au collège des bourgmestre et échevins, perçoit une indemnité de sortie à charge du centre public d'action sociale, dans les conditions prévues à l'article 14.
Afdeling 3. - Inwerkingtreding
Section 3. - Entrée en vigueur
Art. 69. Artikel 153, derde lid, van het decreet van 22 december 2017 treedt in werking op 1 januari 2019.
Art. 69. L'article 153, troisième alinéa du décret du 22 décembre 2017 entre en vigueur le 1er janvier 2019.
Art. 70. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2019.
Art. 70. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2019.
Art. 71. De Vlaamse minister, bevoegd voor de binnenlandse aangelegenheden, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 71. Le ministre flamand ayant les affaires intérieures dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.