Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
20 JULI 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering en tot bepaling van de berekeningswijze van de waarborgregeling ter uitvoering van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
Titre
20 JUILLET 2018. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant divers arrêtés du Gouvernement flamand et fixant le mode de calcul du régime de garanties en exécution du décret du 21 mars 2014 relatif à des mesures pour les élèves à besoins éducatifs spécifiques
Documentinformatie
Info du document
Tekst (37)
Texte (37)
HOOFDSTUK 1. - Autonome bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions autonomes
Afdeling 1. - Definities
Section 1re. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° school voor gewoon onderwijs: school voor gewoon basisonderwijs of gewoon secundair onderwijs;
  2° waarborglestijden, -lesuren en -uren: de extra lestijden en lesuren voor onderwijzend personeel en de extra uren voor medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel die worden gegenereerd in het kader van de waarborgregeling met toepassing van artikel 173septies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 314/5 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° école d'enseignement ordinaire : une école d'enseignement fondamental ordinaire ou d'enseignement secondaire ordinaire ;
  2° périodes de cours, heures de cours et heures garanties : les périodes et heures de cours supplémentaires pour le personnel enseignant et les heures supplémentaires pour le personnel médical, paramédical, social, psychologique et orthopédagogique qui sont générées dans le cadre du régime de garanties en application de l'article 173septies du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental et de l'article 314/5 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010.
Afdeling 2. - Berekeningswijze van de waarborgregeling voor het basisonderwijs en voor het secundair onderwijs
Section 2. - Mode de calcul du régime de garanties pour l'enseignement fondamental et pour l'enseignement secondaire
Art.2. De waarborglestijden voor onderwijzend personeel (T) en de waarborguren voor medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel (Z) voor het schooljaar X, X+1, waarbij als referentieteldag 1 februari 2014 geldt, worden voor het basisonderwijs als volgt berekend:
  1° T = Σ type (Q-R) x [(F+G+H) - (J+L)], waarbij:
  a) Q = demografisch te verwachten aantal leerlingen buitengewoon basisonderwijs per type op de eerste schooldag van februari van X, verkregen door het aandeel van leerlingen buitengewoon basisonderwijs per type op de referentieteldag ten opzichte van het totale aantal leerlingen basisonderwijs op de referentieteldag toe te passen op het totale aantal leerlingen basisonderwijs op de eerste schooldag van februari van X, waarbij het te verwachten aantal leerlingen type basisaanbod en type 9 gelijk is aan nul;
  b) R = het effectieve aantal leerlingen buitengewoon basisonderwijs per type op de eerste schooldag van februari van X;
  c) F = het gemiddeld aantal lestijden buitengewoon basisonderwijs per leerling per type op de referentieteldag, verkregen door (Dx0,945, waarbij vanaf 0,5 naar boven wordt afgerond op het tweede cijfer na de komma) te delen door (A / B, waarbij vanaf 0,5 naar boven wordt afgerond op het geheel getal), en waarbij:
  1) D = het aantal lestijden volgens de schalen buitengewoon basisonderwijs, vermeld in artikel 137bis van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, voor het gemiddeld aantal leerlingen buitengewoon basisonderwijs per type op de referentieteldag;
  2) A = het aantal leerlingen buitengewoon basisonderwijs per type op de referentieteldag;
  3) B = het aantal scholen buitengewoon basisonderwijs met het betreffende type op de referentieteldag;
  d) G = het totale aantal bijkomende lestijden, vermeld in artikel 155, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, op de referentieteldag gedeeld door het totale aantal leerlingen buitengewoon basisonderwijs op de referentieteldag;
  e) H = het gemiddeld aantal GOK-lestijden per leerling buitengewoon basisonderwijs type 1 en type 3, verkregen door het totale aantal GOK-lestijden buitengewoon basisonderwijs type 1 en type 3, vermeld in artikel 139duodecies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van het schooljaar 2014-2015 te delen door het aantal leerlingen buitengewoon basisonderwijs type 1 en 3 op de referentieteldag. Voor de andere types is H gelijk aan nul;
  f) J = het aantal lestijden volgens de schalen gewoon basisonderwijs, vermeld in artikel 132 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, op de referentieteldag vermeerderd met het aantal lestijden voor de meerderheidscursus godsdienst gewoon basisonderwijs op de referentieteldag gedeeld door het totale aantal leerlingen gewoon basisonderwijs op de referentieteldag;
  g) L = het totale aantal SES-lestijden gewoon basisonderwijs, vermeld in artikel 134 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, op de referentieteldag gedeeld door het aantal leerlingen gewoon basisonderwijs die aantikken op het SES-kenmerk opleiding moeder, thuistaal en studietoelage, vermeld in artikel 133 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, op de referentieteldag, vermenigvuldigd met de verhouding van het totale aantal leerlingen gewoon basisonderwijs op de referentieteldag die aantikken op het SES-kenmerk opleiding moeder, thuistaal en studietoelage tot het totale aantal leerlingen gewoon basisonderwijs op de referentieteldag. Daarbij wordt rekening gehouden met een aandeel SES-leerlingen van 20,3%.
  2° Z = Σ type (Q-R) x (U+V), waarbij:
  a) Q = demografisch te verwachten aantal leerlingen buitengewoon basisonderwijs per type op de eerste schooldag van februari van X, verkregen door het aandeel van leerlingen buitengewoon basisonderwijs per type op de referentieteldag ten opzichte van het totale aantal leerlingen basisonderwijs op de referentieteldag toe te passen op het totale aantal leerlingen basisonderwijs op de eerste schooldag van februari van X, waarbij het te verwachten aantal leerlingen type basisaanbod en type 9 gelijk is aan nul;
  b) R = het effectieve aantal leerlingen buitengewoon basisonderwijs per type op de eerste schooldag van februari van X;
  c) U = het richtgetal voor medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel per type, vermeld in artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het buitengewoon basisonderwijs;
  d) V = het gemiddeld aantal afwijkingsuren buitengewoon basisonderwijs per type, verkregen door het totale aantal bijkomende uren, vermeld in artikel 155, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, op de referentieteldag te delen door het totale aantal leerlingen buitengewoon basisonderwijs op de referentieteldag.
  Bij de berekening, vermeld in het eerste lid, wordt geen rekening gehouden met het type 5.
  Het gemiddeld aantal lestijden buitengewoon basisonderwijs, vermeld in het eerste lid, 1°, c), voor het type basisaanbod is gelijk aan het gemiddeld aantal lestijden buitengewoon basisonderwijs voor type 1 en het gemiddeld aantal lestijden buitengewoon basisonderwijs voor het type 9 is gelijk aan het gemiddeld aantal lestijden buitengewoon basisonderwijs voor het type 3.
  Het gemiddeld aantal uren buitengewoon basisonderwijs voor het type basisaanbod is gelijk aan het gemiddeld aantal uren buitengewoon basisonderwijs voor type 1 en het gemiddeld aantal uren buitengewoon basisonderwijs voor het type 9 is gelijk aan het gemiddeld aantal uren buitengewoon basisonderwijs voor het type 3.
Art.2. Les périodes de cours garanties pour le personnel enseignant (T) et les heures garanties pour le personnel médical, paramédical, social, psychologique et orthopédagogique (Z) pour l'année scolaire X, X+1, où le 1er février 2014 vaut comme jour de comptage de référence, sont calculées comme suit pour l'enseignement fondamental :
  1° T = Σ type (Q-R) x [(F+G+H) - (J+L)], où :
  a) Q = le nombre d'élèves envisagé du point de vue démographique de l'enseignement fondamental spécial par type au premier jour de classe du mois de février de X, obtenu en appliquant la part d'élèves de l'enseignement fondamental spécial par type au jour de comptage vis-à-vis du nombre total d'élèves de l'enseignement fondamental au jour de comptage de référence au nombre total d'élèves de l'enseignement fondamental au premier jour de classe du mois de février de X, le nombre envisagé d'élèves des types offre de base et 9 étant égal à zéro ;
  b) R = le nombre effectif d'élèves de l'enseignement fondamental spécial par type au premier jour de classe du mois de février de X ;
  c) F = le nombre moyen de périodes de l'enseignement fondamental spécial par élève par type au jour de comptage de référence, obtenu en divisant (Dx0,945, 0,5 étant arrondi vers le haut à deux chiffres après la virgule au nombre entier), par (A/B, 0,5 étant arrondi à l'unité supérieure), et où :
  1) D = le nombre de périodes selon les échelles de l'enseignement fondamental spécial visées à l'article 137bis du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, pour le nombre moyen d'élèves de l'enseignement fondamental spécial par type au jour de comptage de référence ;
  2) A = le nombre d'élèves de l'enseignement fondamental spécial par type au jour de comptage de référence ;
  3) B = le nombre d'écoles de l'enseignement fondamental spécial avec le type en question au jour de comptage de référence ;
  d) G = le nombre total de périodes supplémentaires visé à l'article 155, § 1er, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, au jour de comptage de référence, divisé par le nombre total d'élèves de l'enseignement fondamental spécial au jour de comptage de référence ;
  e) H = le nombre moyen de périodes de cours GOK par élève de l'enseignement fondamental spécial des types 1 et 3, obtenu en divisant le nombre total de périodes GOK de l'enseignement fondamental spécial des types 1 et 3, visé à l'article 139 duodecies du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, de l'année scolaire 2014-2015 par le nombre d'élèves de l'enseignement fondamental spécial des types 1 et 3 au jour de comptage de référence. Pour les autres types, H est égal à zéro ;
  f) J = le nombre de périodes de cours selon les échelles de l'enseignement fondamental ordinaire visé à l'article 132 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, au jour de comptage de référence, majoré du nombre de périodes de cours pour le cours majoritaire de religion de l'enseignement fondamental ordinaire au jour de comptage de référence divisé par le nombre d'élèves de l'enseignement fondamental ordinaire au jour de comptage de référence ;
  g) L = le nombre total de périodes de cours SES de l'enseignement fondamental ordinaire visé à l'article 134 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, au jour de comptage de référence divisé par le nombre d'élèves de l'enseignement fondamental ordinaire, qui possèdent les caractéristique SES `niveau de formation de la mère', `langue que l'élève parle dans la famille' et `allocation d'études', visées à l'article 133 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, multiplié par le rapport du nombre total d'élèves de l'enseignement fondamental ordinaire au jour de comptage de référence, qui possèdent les caractéristique SES `niveau de formation de la mère', `langue que l'élève parle dans la famille' et `allocation d'études' au jour de comptage de référence. Il est alors tenu compte d'une part d'élèves SES de 20,3 %.
  2° Z = Σ type (Q-R) x (U+V), où :
  a) Q = le nombre d'élèves envisagé du point de vue démographique de l'enseignement fondamental spécial par type au premier jour de classe du mois de février de X, obtenu en appliquant la part des élèves de l'enseignement fondamental spécial par type au jour de comptage de référence par rapport au nombre total d'élèves de l'enseignement fondamental au jour de comptage de référence au nombre total d'élèves de l'enseignement fondamental au premier jour de classe du mois de février de X, où le nombre d'élèves envisagé des types offre de base et 9 étant égal à zéro ;
  b) R = le nombre effectif d'élèves de l'enseignement fondamental spécial par type au premier jour de classe du mois de février de X ;
  c) U = le nombre guide pour le personnel médical, paramédical, social, psychologique et orthopédagogique par type, visé à l'article 17 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental spécial ;
  d) V = le nombre moyen d'heures dérogatoires de l'enseignement fondamental spécial par type, obtenu en divisant le nombre total d'heures supplémentaires visé à l'article 155, § 1er, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, au jour de comptage de référence, par le nombre total d'élèves de l'enseignement fondamental spécial au jour de comptage de référence.
  Lors du calcul visé à l'article premier, il n'est pas tenu compte du type 5.
  Le nombre moyen de périodes de cours de l'enseignement fondamental spécial visé à l'alinéa premier, 1°, c) pour le type offre de base est égal au nombre moyen de périodes de cours de l'enseignement fondamental spécial pour le type 1 et le nombre moyen de périodes de cours de l'enseignement fondamental spécial pour le type 9 est égal au nombre moyen de périodes de cours pour l'enseignement fondamental spécial pour le type 3.
  Le nombre moyen d'heures de l'enseignement fondamental spécial pour le type offre de base est égal au nombre moyen d'heures de l'enseignement fondamental spécial pour le type 1 et le nombre moyen d'heures de l'enseignement fondamental spécial pour le type 9 est égal au nombre moyen d'heures de l'enseignement fondamental spécial pour le type 3.
Art.3. De waarborglesuren voor onderwijzend personeel (T) en de waarborguren voor medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel (Z) voor het schooljaar X, X+1, waarbij als referentieteldag 1 februari 2015 geldt, worden voor het secundair onderwijs als volgt berekend:
  1° T = Σ type x opleidingsvorm (Q-R) x [(F+G+H+I+J+K) - (L)], waarbij:
  a) Q = demografisch te verwachten aantal leerlingen buitengewoon secundair onderwijs per combinatie van type en opleidingsvorm op de eerste schooldag van februari van X, verkregen door het aandeel van leerlingen buitengewoon secundair onderwijs per combinatie van type en opleidingsvorm op de referentieteldag ten opzichte van het totale aantal leerlingen secundair onderwijs op de referentieteldag toe te passen op het totale aantal leerlingen secundair onderwijs op de eerste schooldag van februari van X, waarbij het te verwachten aantal leerlingen type basisaanbod en type 9 gelijk is aan nul;
  b) R = het effectieve aantal leerlingen buitengewoon secundair onderwijs per combinatie van type en opleidingsvorm op de eerste schooldag van februari van X;
  c) F = het gemiddeld aantal lesuren buitengewoon secundair onderwijs per leerling per combinatie van type en opleidingsvorm op de referentieteldag, verkregen door (AxB / D) x (0.939 voor opleidingsvormen 1, 2 en 3), waarbij:
  1) D = het richtgetal per combinatie van opleidingsvorm en type, vermeld in artikel 302 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
  2) A = het aantal leerlingen buitengewoon secundair onderwijs per combinatie van type en opleidingsvorm op de referentieteldag;
  3) B = het gemiddeld aantal wekelijks ingerichte lesuren in 2015-2016 per combinatie van opleidingsvorm en type, verkregen door per combinatie van opleidingsvorm en type de vermenigvuldiging te maken per aantal wekelijks ingerichte uren op de referentieteldag van dat aantal wekelijks ingerichte uren met het aantal leerlingen buitengewoon secundair onderwijs in die wekelijkse uren. De som van die vermenigvuldigingen per combinatie van opleidingsvorm en type wordt gedeeld door het aantal leerlingen buitengewoon secundair onderwijs in die combinatie van type en opleidingsvorm op de referentieteldag;
  d) G= het gemiddeld aantal uren klassendirectie buitengewoon secundair onderwijs voor onderwijskundig personeel per leerling, verkregen door het totale aantal uren klassendirectie buitengewoon secundair onderwijs, vermeld in artikel 307, § 1, en artikel 308 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, van 2015-2016 te delen door het totale aantal leerlingen buitengewoon secundair onderwijs op de referentieteldag;
  e) H= het gemiddeld aantal uren bijscholing-begeleiding buitengewoon secundair onderwijs voor onderwijskundig personeel per leerling, verkregen door het totale aantal uren bijscholingbegeleiding buitengewoon secundair onderwijs, vermeld in artikel 307, § 3, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, van 2015-2016 te delen door het totale aantal leerlingen buitengewoon secundair onderwijs op de referentieteldag;
  f) I = het gemiddeld aantal uren klassenraad buitengewoon secundair onderwijs voor onderwijskundig personeel per leerling, verkregen door het totale aantal uren klassenraad buitengewoon secundair onderwijs, vermeld in artikel 307, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, van 2015-2016 te delen door het totale aantal leerlingen buitengewoon secundair onderwijs op de referentieteldag;
  g) J = het gemiddeld aantal afwijkingslesuren buitengewoon secundair onderwijs voor onderwijskundig personeel per leerling, verkregen door het totale aantal extra lesuren buitengewoon secundair onderwijs, vermeld in artikel 304, § 1, tot en met § 3, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, van 2015-2016 te delen door het totale aantal leerlingen buitengewoon secundair onderwijs op de referentieteldag;
  h) K = het gemiddeld aantal GOK-lesuren per leerling buitengewoon secundair onderwijs type 1 en type 3, verkregen door het totale aantal GOK-lesuren buitengewoon secundair onderwijs type 1 en type 3, vermeld in artikel 317 tot en met 321 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, van 2015-2016 te delen door het aantal leerlingen buitengewoon secundair onderwijs type 1 en 3 op de referentieteldag;
  i) L =
  1) het gemiddeld aantal uren-leraar per leerling gewoon secundair onderwijs van 2015-2016 voor opleidingsvorm 1, 2 en 4 in 2015-2016:
  i) het gemiddeld aantal uren-leraar voltijds secundair onderwijs van 2015-2016, verkregen door het totale aantal uren-leraar, vermeld in artikel 209 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, voltijds secundair onderwijs van 2015-2016 te delen door het aantal leerlingen voltijds secundair onderwijs op de referentieteldag, vermeerderd met het gemiddeld aantal uren-leraar voor de levensbeschouwelijke vakken gewoon voltijds secundair onderwijs van 2015-2016, verkregen door het totale aantal uren levensbeschouwelijke vakken voltijds secundair onderwijs van 2015-2016 te delen door het aantal leerlingen voltijds secundair onderwijs op de referentieteldag, vermeerderd met het gemiddeld aantal GOK-uren-leraar per leerling voltijds gewoon secundair onderwijs, verkregen door het totale aantal GOK-uren-leraar, vermeld in artikel 224 tot en met 241 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, voltijds secundair onderwijs van 2015-2016 te delen door het aantal leerlingen voltijds secundair onderwijs op de referentieteldag. Daarop wordt vervolgens het percentage van de leerlingen voltijds secundair onderwijs tegenover het totale aantal leerlingen op de referentieteldag toegepast;
  ii) het gemiddeld aantal uren-leraar deeltijds secundair onderwijs van 2015-2016, verkregen door het totale aantal uren-leraar, vermeld in artikel 89, § 1, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, deeltijds secundair onderwijs van 2015-2016 te delen door het aantal leerlingen deeltijds secundair onderwijs op de referentieteldag. Daarop wordt vervolgens het percentage van de leerlingen deeltijds secundair onderwijs tegenover het totale aantal leerlingen op de referentieteldag toegepast;
  iii) door het resultaat uit de bewerkingen, vermeld in punt i) en ii) op te tellen, wordt het gemiddeld aantal uren-leraar voor voltijds en deeltijds secundair onderwijs per leerling gewoon secundair onderwijs van 2015-2016 voor opleidingsvorm 1, 2 en 4 verkregen;
  2) het gemiddeld aantal uren-leraar per leerling gewoon secundair onderwijs van 2015-2016 voor opleidingsvorm 3:
  i) het gemiddeld aantal uren-leraar voltijds secundair onderwijs voor 1B en het beroepsvoorbereidend leerjaar van 2015-2016, verkregen door het totale aantal uren-leraar, vermeld in artikel 209 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, voltijds secundair onderwijs van 2015-2016 voor 1B en het beroepsvoorbereidend leerjaar te delen door het aantal leerlingen voltijds secundair onderwijs voor 1B en het beroepsvoorbereidend leerjaar op de referentieteldag, vermeerderd met het gemiddeld aantal uren-leraar voor de levensbeschouwelijke vakken gewoon voltijds secundair onderwijs van 2015-2016, verkregen door het totale aantal uren levensbeschouwelijke vakken voltijds secundair onderwijs van 2015-2016 te delen door het aantal leerlingen voltijds secundair onderwijs op de referentieteldag, vermeerderd met het gemiddeld aantal GOK-uren-leraar per leerling voltijds gewoon secundair onderwijs, verkregen door het totale aantal GOK-uren-leraar, vermeld in artikel 224 tot en met 241 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, voltijds secundair onderwijs van 2015-2016 te delen door het aantal leerlingen voltijds secundair onderwijs op de referentieteldag. Daarop wordt vervolgens het percentage van de leerlingen voltijds secundair onderwijs voor 1B en het beroepsvoorbereidend leerjaar tegenover het totale aantal leerlingen op de referentieteldag toegepast;
  ii) het gemiddeld aantal uren-leraar voltijds secundair onderwijs voor BSO van 2015-2016, verkregen door het totale aantal uren-leraar, vermeld in artikel 209 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, voltijds secundair onderwijs van 2015-2016 voor BSO te delen door het aantal leerlingen voltijds secundair onderwijs voor BSO op de referentieteldag, vermeerderd met het gemiddeld aantal uren-leraar voor de levensbeschouwelijke vakken gewoon voltijds secundair onderwijs van 2015-2016, verkregen door het totale aantal uren levensbeschouwelijke vakken voltijds secundair onderwijs van 2015-2016 te delen door het aantal leerlingen voltijds secundair onderwijs op de referentieteldag, vermeerderd met het gemiddeld aantal GOK-uren-leraar per leerling voltijds gewoon secundair onderwijs, verkregen door het totale aantal GOK-uren-leraar, vermeld in artikel 224 tot en met 241 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, voltijds secundair onderwijs van 2015-2016 te delen door het aantal leerlingen voltijds secundair onderwijs op de referentieteldag. Daarop wordt vervolgens het percentage van de leerlingen voltijds secundair onderwijs tegenover het totale aantal leerlingen op de referentieteldag toegepast;
  iii) het gemiddeld aantal uren-leraar deeltijds secundair onderwijs van 2015-2016, verkregen door het totale aantal uren-leraar, vermeld in artikel 89, § 1, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, deeltijds secundair onderwijs van 2015-2016 te delen door het aantal leerlingen deeltijds secundair onderwijs op de referentieteldag. Daarop wordt vervolgens het percentage van de leerlingen deeltijds secundair onderwijs tegenover het totale aantal leerlingen op de referentieteldag toegepast;
  iv) de som van de resultaten uit de berekeningen, vermeld in punt i), ii) en iii) is het gemiddeld aantal uren-leraar voor voltijds en deeltijds secundair onderwijs per leerling gewoon secundair onderwijs van 2015-2016 voor opleidingsvorm 3;
  2° Z = Σ type x opleidingsvorm (Q-R) x (U+V), waarbij:
  a) Q = demografisch te verwachten aantal leerlingen buitengewoon secundair onderwijs per type op de eerste schooldag van februari van X, verkregen door het aandeel van leerlingen buitengewoon secundair onderwijs per type op de referentieteldag ten opzichte van het totale aantal leerlingen secundair onderwijs op de referentieteldag toe te passen op het totale aantal leerlingen secundair onderwijs op de eerste schooldag van februari van X, waarbij het te verwachten aantal leerlingen type basisaanbod en type 9 gelijk is aan nul;
  b) R = het effectieve aantal leerlingen buitengewoon secundair onderwijs per type op de eerste schooldag van februari van X;
  c) U = het richtgetal voor medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel per type, vermeld in artikel 311, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
  d) V = het gemiddeld aantal afwijkingsuren buitengewoon secundair onderwijs voor medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel per leerling, verkregen door het totale aantal extra uren voor medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, vermeld in artikel 312, § 1 tot en met § 3, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, buitengewoon secundair onderwijs van 2015-2016 te delen door het totale aantal leerlingen buitengewoon secundair op de referentieteldag.
  Bij de berekening, vermeld in het eerste lid, wordt geen rekening gehouden met het type 5.
  Het gemiddeld aantal lesuren buitengewoon secundair onderwijs, vermeld in het eerste lid, 1°, c), voor het type basisaanbod opleidingsvorm 3 per leerling is gelijk aan het gemiddeld aantal lesuren buitengewoon secundair onderwijs voor type 1 opleidingsvorm 3 en het gemiddeld aantal wekelijkse lesuren buitengewoon secundair onderwijs voor het type 9 van een bepaalde opleidingsvorm per leerling is gelijk aan het gemiddeld aantal lesuren buitengewoon secundair onderwijs voor het type 3 van die bepaalde opleidingsvorm.
  Het gemiddeld aantal uren buitengewoon secundair onderwijs per leerling voor het type basisaanbod is gelijk aan het gemiddeld aantal uren buitengewoon secundair onderwijs voor type 1 en het gemiddeld aantal uren buitengewoon secundair onderwijs voor het type 9 per leerling is gelijk aan het gemiddeld aantal uren buitengewoon secundair onderwijs voor het type 3.
Art.3. Les périodes de cours garanties pour le personnel enseignant (T) et les heures garanties pour le personnel médical, paramédical, social, psychologique et orthopédagogique (Z) pour l'année scolaire X, X+1, où le 1er février 2015 vaut comme jour de comptage de référence, sont calculées comme suit pour l'enseignement secondaire :
  1° T = Σ type x forme d'enseignement (Q-R) x [(F+G+H+I+J+K) - (L)], où :
  a) Q = le nombre d'élèves envisagé du point de vue démographique de l'enseignement secondaire spécial par combinaison de type et de forme d'enseignement au premier jour de classe du mois de février de X, obtenu en appliquant la part d'élèves de l'enseignement secondaire spécial par combinaison de type et de forme d'enseignement au jour de comptage vis-à-vis du nombre total d'élèves de l'enseignement secondaire au jour de comptage au nombre total d'élèves de l'enseignement secondaire au premier jour de classe du mois de février de X, le nombre envisagé d'élèves des types offre de base et 9 étant égal à zéro ;
  b) R = le nombre effectif d'élèves de l'enseignement secondaire spécial par combinaison de type et de forme d'enseignement au premier jour de classe du mois de février de X ;
  c) F = le nombre moyen d'heures de cours de l'enseignement secondaire spécial par élève par combinaison de type et de forme d'enseignement au jour de comptage de référence, obtenu par (AxB / D) x (0.939 pour les forme d'enseignement 1, 2 et 3), où :
  1) D = le nombre guide par combinaison de forme d'enseignement et de type, visé à l'article 302 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
  2) A = le nombre d'élèves de l'enseignement secondaire spécial par combinaison de type et de forme d'enseignement au jour de comptage de référence ;
  3) B = le nombre moyen d'heures de cours organisées hebdomadairement en 2015-2016 par combinaison de forme d'enseignement et de type, obtenu en multipliant, par combinaison de forme d'enseignement et de type, par nombre d'heures organisées hebdomadairement au jour de comptage de référence, ce nombre d'heures organisées hebdomadairement par le nombre d'élèves de l'enseignement secondaire spécial pendant ces heures hebdomadaires. La somme de ces multiplications par combinaison de forme d'enseignement et de type est divisée par le nombre d'élèves de l'enseignement secondaire spécial dans cette combinaison de type et de forme d'enseignement au jour de comptage de référence ;
  d) G = le nombre moyen d'heures de direction de classe de l'enseignement secondaire spécial pour le personnel pédagogique par élève, obtenu en divisant le nombre total d'heures de direction de classe de l'enseignement secondaire spécial visé à l'article 307, § 1er, et à l'article 308 du Code de l'Enseignement secondaire de 2015-2016 par le nombre total d'élèves de l'enseignement secondaire spécial au jour de comptage de référence ;
  e) H = le nombre moyen d'heures de perfectionnement et d'accompagnement d'enseignement secondaire spécial pour le personnel pédagogique par élève, obtenu en divisant le nombre total d'heures de perfectionnement d'enseignement secondaire spécial visé à l'article 307, § 3, Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 de 2015-2016 par le nombre total d'élèves de l'enseignement secondaire spécial au jour de comptage de référence ;
  f) I = le nombre moyen d'heures de conseil de classe de l'enseignement secondaire spécial pour le personnel pédagogique par élève, obtenu en divisant le nombre total d'heures de conseil de classe de l'enseignement secondaire spécial visé à l'article 307, § 1er, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 de 2015-2016 par le nombre total d'élèves de l'enseignement secondaire spécial au jour de comptage de référence ;
  g) J = le nombre moyen d'heures de cours dérogatoires de l'enseignement secondaire spécial pour le personnel pédagogique par élève, obtenu en divisant le nombre total d'heures supplémentaires d'enseignement secondaire spécial visé à l'article 304, § 1er à § 3 inclus, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, de 2015-2016 par le nombre total d'élèves de l'enseignement secondaire spécial au jour de comptage de référence ;
  h) K = le nombre moyen d'heures de cours GOK par élève de l'enseignement secondaire spécial des types 1 et 3, obtenu en divisant le nombre total de périodes GOK de l'enseignement secondaire spécial des types 1 et 3, visé aux articles 317 à 321 inclus du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 de 2015-2016, par le nombre d'élèves de l'enseignement secondaire spécial des types 1 et 3 au jour de comptage de référence ;
  i) L =
  1) le nombre moyen de périodes-professeur par élève de l'enseignement secondaire ordinaire de 2015-2016 pour la forme d'enseignement 1, 2 et 4 en 2015-2016 :
  i) le nombre moyen de périodes-professeur de l'enseignement secondaire à temps plein de 2015-2016, obtenu en divisant le nombre total de périodes-professeur visé à l'article 209 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 de l'enseignement secondaire à temps plein de 2015-2016 par le nombre d'élèves de l'enseignement secondaire à temps plein au jour de comptage de référence, majoré du nombre moyen de périodes-professeur pour les cours philosophiques de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein de 2015-2016, obtenu en divisant le nombre total de périodes de cours philosophiques de l'enseignement secondaire à temps plein de 2015-2016 par le nombre d'élèves de l'enseignement secondaire à temps plein au jour de comptage de référence, majoré du nombre moyen de périodes-professeur GOK par élève de l'enseignement secondaire à temps plein, obtenu en divisant le nombre total de périodes-professeur GOK visé aux articles 224 à 241 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, de l'enseignement secondaire à temps plein de 2015-2016 par le nombre d'élèves de l'enseignement secondaire à temps plein au jour de comptage de référence. A ce nombre il est ensuite appliqué le pourcentage des élèves de l'enseignement secondaire à temps plein vis-vis du nombre total d'élèves au jour de comptage de référence ;
  ii) le nombre moyen de périodes-professeur de l'enseignement secondaire à temps partiel de 2015-2016, obtenu en divisant le nombre total de périodes-professeur visé à l'article 89, § 1er, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, de l'enseignement secondaire à temps partiel de 2015-2016 par le nombre d'élèves de l'enseignement secondaire à temps partiel au jour de comptage de référence. A ce nombre il est ensuite appliqué le pourcentage des élèves de l'enseignement secondaire à temps partiel vis-à-vis du nombre total d'élèves au jour de comptage de référence ;
  iii) en additionnant le résultat des opérations visées aux points i) et ii), le nombre moyen de périodes-professeur pour l'enseignement secondaire à temps entier et à temps partiel est obtenu, par élève de l'enseignement secondaire ordinaire de 2015-2016 pour les formes d'enseignement 1, 2 et 4 ;
  2) le nombre moyen de périodes-professeur par élève de l'enseignement secondaire ordinaire de 2015-2016 pour la forme d'enseignement 3 :
  i) le nombre moyen de périodes-professeur de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein pour 1B et l'année préparatoire à l'enseignement professionnel de 2015-2016, obtenu en divisant le nombre total de périodes-professeur visé à l'article 209 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, de l'enseignement secondaire à temps plein de 2015-2016 pour 1B et l'année préparatoire à l'enseignement professionnel au jour de comptage de référence, majoré du nombre moyen de périodes-professeur pour les cours philosophiques de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein de 2015-2016, obtenu en divisant le nombre total de cours philosophiques de l'enseignement secondaire à temps plein de 2015-2016 par le nombre d'élèves de l'enseignement secondaire à temps plein au jour de comptage de référence, majoré du nombre moyen de périodes-professeur GOK par élève de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, obtenu en divisant le nombre total de périodes-professeur GOK visé aux articles 224 à 241 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, de l'enseignement secondaire à temps plein de 2015-2015 par le nombre d'élèves de l'enseignement secondaire à temps plein au jour de comptage de référence. A ce nombre il est ensuite appliqué le pourcentage des élèves de l'enseignement secondaire à temps plein pour 1B et pour l'année préparatoire à l'enseignement professionnel vis-à-vis du nombre total d'élèves au jour de comptage de référence ;
  ii) le nombre moyen de périodes-professeur de l'enseignement secondaire à temps plein pour le BSO de 2015-2016, obtenu en divisant le nombre total de périodes-professeur, visé à l'article 209 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, de l'enseignement secondaire à temps plein de 2015-2016 pour le BSO par le nombre d'élèves de l'enseignement secondaire à temps plein pour le BSO au jour de comptage, majoré du nombre moyen de périodes-professeur des cours philosophiques de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein de 2015-2016, obtenu en divisant le nombre total de cours philosophiques de l'enseignement secondaire à temps plein de 2015-2016 par le nombre d'élèves de l'enseignement secondaire à temps plein au jour de comptage de référence, majoré du nombre moyen de périodes-professeur GOK par élève de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, obtenu en divisant le nombre total de périodes-professeur GOK visé aux articles 224 à 241 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, de l'enseignement secondaire à temps plein de 2015-2016 par le nombre d'élèves de l'enseignement secondaire à temps plein au jour de comptage de référence. A ce nombre il est ensuite appliqué le pourcentage des élèves de l'enseignement secondaire à temps plein vis-à-vis du nombre total d'élèves au jour de comptage de référence ;
  iii) le nombre moyen de périodes-professeur de l'enseignement secondaire à temps partiel de 2015-2016, obtenu en divisant le nombre total de périodes-professeur visé à l'article 89, § 1er, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, de l'enseignement secondaire à temps partiel de 2015-2016 par le nombre d'élèves de l'enseignement secondaire à temps partiel au jour de comptage de référence. A ce nombre il est ensuite appliqué le pourcentage des élèves de l'enseignement secondaire à temps partiel vis-à-vis du nombre total d'élèves au jour de comptage de référence ;
  iv) la somme des résultats des calculs visés aux points i), ii) et iii) est le nombre moyen de périodes-professeur pour l'enseignement secondaire à temps entier et à temps partiel par élève de l'enseignement secondaire ordinaire de 2015-2016 pour la forme d'enseignement 3 ;
  2° Z = Σ type x forme d'enseignement (Q-R) x (U+V), où :
  a) Q = le nombre d'élèves envisagé du point de vue démographique de l'enseignement secondaire spécial par type au premier jour de classe du mois de février de X, obtenu en appliquant la partie d'élèves de l'enseignement secondaire spécial par type au jour de comptage de référence par rapport au nombre total d'élèves de l'enseignement secondaire au jour de comptage de référence au nombre total d'élèves de l'enseignement secondaire au premier jour de classe du mois de février de X, le nombre d'élèves envisagé des types offre de base et 9 étant égal à zéro ;
  b) R = le nombre effectif d'élèves de l'enseignement secondaire spécial par type au premier jour de classe du mois de février de X ;
  c) U = le nombre guide pour le personnel médical, paramédical, social, psychologique et orthopédagogique par type visé à l'article 311, § 2, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ;
  d) V = le nombre moyen d'heures dérogatoires de l'enseignement secondaire spécial pour le personnel médical, paramédical, sociale, psychologique et orthopédagogique par élève, obtenu en divisant le nombre total d'heures supplémentaires pour le personnel médical, paramédical, social, psychologique et orthopédagogique visé à l'article 312, § 1er à § 3 inclus, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, enseignement secondaire spécial de 2015-2016 par le nombre total d'élèves de l'enseignement secondaire spécial au jour de comptage de référence.
  Lors du calcul visé à l'article premier, il n'est pas tenu compte du type 5.
  Le nombre moyen d'heures de cours de l'enseignement secondaire spécial visé à l'alinéa premier, 1°, c), pour le type offre de base de la forme d'enseignement 3 par élève est égal au nombre moyen d'heures de cours de l'enseignement secondaire spécial pour le type 1, forme d'enseignement 3 et le nombre moyen d'heures de cours hebdomadaires de l'enseignement secondaire spécial pour le type 9 d'une certaine forme d'enseignement par élève est égal au nombre moyen d'heures de cours de l'enseignement secondaire spécial pour le type 3 de cette forme particulière d'enseignement.
  Le nombre moyen d'heures de l'enseignement secondaire spécial par élève pour le type offre de base est égal au nombre moyen d'heures de l'enseignement secondaire spécial pour le type 1 et le nombre moyen d'heures de l'enseignement secondaire spécial pour le type 9 par élève est égal au nombre moyen d'heures de l'enseignement secondaire spécial pour le type 3.
Art. 3/1. § 1. Met toepassing van artikel 172quinquies, § 2/1 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en van artikel 314/8, § 2/1 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 worden voor het schooljaar 2018-2019 bijkomende begeleidingseenheden toegekend voor de ondersteuning van leerlingen met een inschrijvingsverslag type 2, 4, 6 of 7 auditieve beperking, waarover ze beschikken omdat ze, voor het basisonderwijs, vallen onder de toepassing van artikel 16, § 2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 of, voor het secundair onderwijs, vallen onder de toepassing van artikel 352, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en leerlingen met een gemotiveerd verslag of een verslag type 2, 4, 6 of 7 auditieve beperking, die voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 2°, 4° en 6°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 10, § 1, eerste lid, 7°, van het voormelde decreet wat betreft een auditieve beperking of artikel 259, § 1, 2°, 4° en 6°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, en artikel 259, § 1, 7°, van dezelfde codex, wat betreft een auditieve beperking.
  § 2. De bijkomende begeleidingseenheden bedragen 769 begeleidingseenheden voor type 2, 4106 begeleidingseenheden voor type 4, 291 begeleidingseenheden voor type 6 en 2092 begeleidingseenheden voor type 7.
  Leerlingen in het gewoon basisonderwijs met een verslag type 7, die voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 7° van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 wat betreft een spraak- of taalontwikkelingsstoornis kunnen met de begeleidingseenheden voor type 7 ondersteund worden.
  § 3. De bijkomende begeleidingseenheden worden per type over scholen voor buitengewoon onderwijs verdeeld volgens het aandeel dat ze hebben bekomen in de begeleidingseenheden van de voorafname voor het schooljaar 2018-2019 met toepassing van artikel 172quinquies, § 2 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 314/8 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
  De scholen voor buitengewoon onderwijs werken netoverschrijdend samen bij de aanwending van de begeleidingseenheden voor de ondersteuning van gewone scholen met ondersteuningsvragen voor leerlingen als vermeld in § 1 en § 2, tweede lid.
Art. 3/1. § 1er. En application de l'article 172quinquies, § 2/1 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental et de l'article 314/8, § 2/1 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, des unités d'accompagnement supplémentaires sont accordées pour l'année scolaire 2018-2019 pour l'appui d'élèves en possession d'un rapport d'inscription des types 2, 4, 6 ou 7 handicap auditif, dont elles disposent parce qu'elles relèvent, pour l'enseignement fondamental, de l'application de l'article 16, § 2, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental ou, pour l'enseignement secondaire, de l'application de l'article 352, § 2, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 et pour l'appui d'élèves en possession d'un rapport motivé ou d'un rapport de type 2, 4, 6 ou 7 handicap auditif, qui répondent aux critères visés à l'article 10, § 1er, alinéa premier, 2°, 4° et 6°, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental et à l'article 10, § 1er, alinéa premier, 7°, du décret précité en ce concerne un handicap auditif ou à l'article 259, § 1er, 2°, 4° et 6°, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, et à l'article 259, § 1er, 7°, du même code, en ce qui concerne un handicap auditif.
  § 2. 769 unités d'accompagnement supplémentaires sont disponibles pour le type 2, 4106 unités d'accompagnement supplémentaires pour le type 4, 291 unités d'accompagnement supplémentaires pour le type 6 et 2092 unités d'accompagnement supplémentaires pour le type 7.
  Les élèves de l'enseignement fondamental ordinaire en possession d'un rapport type 7, qui répondent aux critères visés à l'article 10, § 1er, alinéa premier, 7°, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, en ce qui concerne un trouble du langage ou linguistique, peuvent être soutenus par les unités d'accompagnement pour le type 7.
  § 3. Les unités d'accompagnement supplémentaires sont réparties par type entre les écoles d'enseignement spécial proportionnellement à la part obtenue dans les unités d'accompagnement du prélèvement pour l'année scolaire 2018-2019 en application de l'article 172quinquies, § 2, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental et de l'article 314/8 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010.
  Les écoles d'enseignement spécial opèrent en interréseau lors de l'affectation des unités d'accompagnement pour l'appui des écoles ordinaires ayant des besoins d'appui pour des élèves tels que visés aux § § 1er et 2, alinéa deux.
Art. 3/2. § 1. Er worden 506 extra lestijden of extra lesuren toegekend voor de coördinatie van de ondersteuningsnetwerken, als vermeld in artikel 172quinquies, § 3, voorlaatste en laatste lid van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 314/8, § 3, voorlaatste en laatste lid van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010. De verdeling gebeurt voor de ondersteuningsnetwerken van het gesubsidieerd vrij onderwijs en voor de ondersteuningsnetwerken van het gesubsidieerd officieel onderwijs en het GO!-onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap op basis van het aantal leerlingen van de scholen voor gewoon onderwijs in de ondersteuningsnetwerken op 1 februari 2018. Als een ondersteuningsnetwerk ervoor opteert om een lid van het medisch, paramedisch, sociaal, psychologisch of orthopedagogisch personeel als coördinator aan te stellen, kan het de ontvangen lestijden of lesuren voor coördinatie aanwenden voor ondersteuning en deze omwisselen met eenzelfde aantal uren dat het in mindering brengt van de uren die het toegekend kreeg voor de ondersteuning van scholen voor gewoon onderwijs.
  § 2. De kost van de extra lestijden of extra lesuren, als vermeld in § 1, wordt in mindering gebracht van het budget dat de pedagogische begeleidingsdiensten ter beschikking hebben in toepassing van artikel 21/1 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Deze mindering gebeurt volgens het aandeel van respectievelijk het GO!-Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, de Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten, het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen en het Katholiek Onderwijs Vlaanderen in dat budget in het begrotingsjaar 2018.
Art. 3/2. § 1er. 560 périodes ou heures de cours complémentaires sont accordées pour la coordination des réseaux de soutien tels que visés à l'article 172quinquies, § 3, alinéas avant-dernier et dernier du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental et à l'article 314/8, § 3, alinéas avant-dernier et dernier, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010. La répartition s'effectue pour les réseaux de soutien de l'enseignement libre subventionné et pour les réseaux de soutien de l'enseignement officiel subventionné et de l'Enseignement communautaire flamand (GO!) sur la base du nombre d'élèves des écoles d'enseignement ordinaire dans les réseaux de soutien le 1er février 2018. Lorsqu'un un réseau de soutien choisit de désigner un membre du personnel médical, paramédical, social, psychologique ou orthopédagogique comme coordinateur, il peut adopter les périodes ou heures de cours perçues pour la coordination pour le soutien et les échanger contre le même nombre d'heures qui sont déduites des heures qui ont été accordées pour le soutien d'écoles d'enseignement ordinaire.
  § 2. Le coût des périodes ou heures de cours supplémentaires telles que visées au § 1er, est déduit du budget que les services d'encadrement pédagogique ont à leur disposition en application de l'article 21/1 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement. Cette réduction est effectuée proportionnellement à la part de respectivement l'Enseignement communautaire flamand (GO!), de l'Organe coordinateur de l'enseignement des Villes et Communes, du " Provinciaal Onderwijs Vlaanderen " et du " Katholiek Onderwijs Vlaanderen " dans ce budget dans l'année budgétaire 2018.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het buitengewoon basisonderwijs
Section 1re. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental spécial
Art.4. In artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het buitengewoon basisonderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 januari 2006, 19 juli 2007 en 10 juli 2015, wordt paragraaf 4 vervangen door wat volgt:
  " § 4. De leerlingen die in het schooljaar 2014-2015 in het kader van het geïntegreerd onderwijs begeleid zijn, komen ook in aanmerking voor de toepassing van paragraaf 1, op voorwaarde dat de school op de eerste schooldag van oktober van het schooljaar 2014-2015 minimaal tien regelmatige leerlingen in het geïntegreerd onderwijs begeleid heeft.".
Art.4. Dans l'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental spécial, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 20 janvier 2006, 19 juin 2007 et 10 juillet 2015, le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Les élèves qui ont été encadrées pendant l'année scolaire 2014-2015 dans le cadre de l'enseignement intégré, entrent également en ligne de compte pour l'application du paragraphe 1er, à condition que l'école ait encadré au premier jour de classe d'octobre de l'année scolaire 2014-2015 au moins dix élèves réguliers dans l'enseignement intégré. ".
Afdeling 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs of in het stelsel van leren en werken
Section 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 septembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves dans l'enseignement secondaire ou dans le système d'apprentissage et de travail
Art.5. In artikel 14septies, eerste lid, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs of in het stelsel van leren en werken, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt b) wordt de zin "Voor leerlingen die vallen onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 betreffende de integratie van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs kan de afwezigheid maximaal 250 minuten bedragen, verplaatsing inbegrepen.", vervangen door de zin: "Voor leerlingen met een verslag kan de afwezigheid maximaal 250 minuten per week bedragen, verplaatsing inbegrepen.";
  2° in punt c) wordt punt 2) vervangen door wat volgt:
  " 2) een inschrijvingsverslag of een verslag als vermeld in artikel 294 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;".
Art.5. Dans l'article 14septies, alinéa premier, 5°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 septembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves dans l'enseignement secondaire ou dans le système d'apprentissage et de travail, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point b) la phrase " Pour les élèves relevant de l'application de l' arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2003 relatif à l'intégration d'élèves présentant un handicap intellectuel modéré ou sévère dans l'enseignement primaire et secondaire ordinaire, l'absence peut s'élever à au maximum 250 minutes, déplacement inclus. ", est remplacée par la phrase : " Pour les élèves possédant un rapport l'absence peut s'élever à au maximum 250 minutes par semaine, déplacement inclus. " ;
  2° dans le point c), le point 2) est remplacé par ce qui suit :
  " 2) un rapport d'inscription ou un rapport tel que visé à l'article 294 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 ; ".
Afdeling 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs
Section 3. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 novembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves dans l'enseignement fondamental
Art.6. In artikel 10ter, eerste lid, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het basisonderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt b) wordt de zin "Voor leerlingen die vallen onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 betreffende de integratie van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs kan de afwezigheid maximaal 250 minuten per week bedragen, verplaatsing inbegrepen.", vervangen door de zin "Voor leerlingen met een verslag kan de afwezigheid maximaal 250 minuten per week bedragen, verplaatsing inbegrepen.";
  2° in punt c), 2), worden tussen het woord, "inschrijvingsverslag" en het woord, "als" de woorden "of een verslag" ingevoegd.
Art.6. Dans l'article 10ter, alinéa premier, 5°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 novembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves dans l'enseignement fondamental, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point b) la phrase " Pour les élèves relevant de l'application de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2003 relatif à l'intégration d'élèves présentant un handicap intellectuel modéré ou sévère dans l'enseignement primaire et secondaire ordinaire, l'absence peut s'élever à au maximum 250 minutes par semaine, déplacement inclus. ", est remplacée par la phrase " pour les élèves possédant un rapport, l'absence peut s'élever à au maximum 250 minutes par semaine, déplacement inclus. " ;
  2° dans le point c), 2), les mots " ou un rapport " sont insérés entre les mots " un rapport d'inscription " et les mots " tel que ".
Afdeling 4. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs
Section 4. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein
Art.7. Aan artikel 32, § 1, eerste lid, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016, worden de woorden "en in voorkomend geval, de opmaak van een gemotiveerd verslag" toegevoegd.
Art.7. A l'article 32, § 1er, alinéa premier, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 juillet 2015 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 août 2016, sont ajoutés les mots " et le cas échéant, l'établissement d'un rapport motivé ".
Afdeling 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2009 betreffende het ondersteuningsaanbod voor gelijke onderwijskansen in het buitengewoon basisonderwijs
Section 5. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 octobre 2009 relatif à l'offre d'appui à l'égalité des chances en éducation dans l'enseignement fondamental spécial
Art.8. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2009 betreffende het ondersteuningsaanbod voor gelijke onderwijskansen in het buitengewoon basisonderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 3° a) en b), wordt de zinsnede "type 1" vervangen door de woorden, "type basisaanbod";
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Leerlingen type 1, die vallen onder de toepassing van artikel 16, § 2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en die voldoen aan de gelijkekansenindicator, vermeld in artikel 139undecies, § 1, 1°, van het voormelde decreet, worden voor de toepassing van dit besluit beschouwd als leerlingen type basisaanbod.".
Art.8. Dans l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 octobre 2009 relatif à l'offre d'appui à l'égalité des chances en éducation dans l'enseignement fondamental spécial, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point 3°, a) et b), le membre de phrase " en type 1 " est remplacé par les mots, " en type offre de base " ;
  2° il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
  " Les élèves en type 1 relevant de l'application de l'article 16, § 2, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental et qui répondent à l'indicateur d'égalité des chances visé à l'article 139undecies, § 1er, 1°, du décret précité, sont considérés, pour l'application du présent arrêté, comme des élèves type offre de base. ".
Art.9. In artikel 6 van hetzelfde besluit wordt het getal "0,203" telkens vervangen door het getal "0,233".
Art.9. Dans l'article 6 du même arrêté, le nombre " 0,203 " est chaque fois remplacé par le nombre " 0,233 ".
Afdeling 6. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2009 betreffende het ondersteuningsaanbod voor gelijke onderwijskansen in het buitengewoon secundair onderwijs
Section 6. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 octobre 2009 relatif à l'offre d'appui à l'égalité des chances en éducation dans l'enseignement secondaire spécial
Art.10. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2009 betreffende het ondersteuningsaanbod voor gelijke onderwijskansen in het buitengewoon secundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 en 28 oktober 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2°, a) en b), wordt de zinsnede "type 1" vervangen door de woorden, "type basisaanbod";
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Leerlingen type 1, die vallen onder de toepassing van artikel 352, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, en die voldoen aan de gelijkekansendindicator, vermeld in artikel 317, § 1, 1°, van de voormelde codex, worden voor de toepassing van dit besluit beschouwd als leerlingen type basisaanbod.".
Art.10. Dans l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 octobre 2009 relatif à l'offre d'appui à l'égalité des chances en éducation dans l'enseignement secondaire spécial, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 décembre 2010 et 28 octobre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point 2°, a) et b), le membre de phrase " type 1 " est remplacé par les mots " type offre de base " ;
  2° il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
  " Les élèves en type 1, relevant de l'application de l'article 352, § 2, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, et qui répondent à l'indicateur d'égalité des chances visé à l'article 317, § 1er, 1°, du code précité, sont considérés, pour l'application du présent arrêté, comme des élèves en type offre de base. ".
Art.11. In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010, wordt het getal "0,1747", telkens vervangen door het getal "0,2189".
Art.11. Dans l'article 6 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 décembre 2010, le nombre " 0,1747 " est chaque fois remplacé par le nombre " 0,2189 ".
Afdeling 7. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2015 tot bepaling van de inhoud van het gemotiveerd verslag voor toegang tot het geïntegreerd onderwijs en van het attest bij het verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs
Section 7. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 février 2015 fixant le contenu du rapport motivé sur l'accès à l'enseignement intégré et de l'attestation jointe au rapport sur l'accès à l'enseignement spécial
Art.12. In het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2015 tot bepaling van de inhoud van het gemotiveerd verslag voor toegang tot het geïntegreerd onderwijs en van het attest bij het verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2016 wordt het opschrift vervangen door wat volgt:
  "Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de inhoud van het gemotiveerd verslag en van het attest bij het verslag voor toegang tot een individueel aangepast curriculum in een school voor gewoon onderwijs of tot het buitengewoon onderwijs"
Art.12. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 février 2015 fixant le contenu du rapport motivé sur l'accès à l'enseignement intégré et de l'attestation jointe au rapport sur l'accès à l'enseignement spécial, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2016, l'intitulé est remplacé par ce qui suit :
  " Arrêté du Gouvernement flamand fixant le contenu du rapport motivé et de l'attestation jointe au rapport sur l'accès à un programme individuel adapté dans une école d'enseignement ordinaire ou à l'enseignement spécial "
Art.13. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt, 3° worden de woorden, "het attest bij de eerste attestering heeft afgeleverd" vervangen door de woorden "het attest opmaakt";
  2° in punt, 4° worden de woorden "bij de eerste attestering" opgeheven;
  3° in punt, 5°, inleidende zin, wordt de zinsnede "bij elk van de daaropvolgende attestwijzigingen, met telkens de vermelding van" vervangen door de zinsnede "in geval van een attestwijziging, met vermelding van";
  4° aan punt, 5°, c), wordt een punt 5) toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5) de overgang van een leerling met een verlengd verblijf in het buitengewoon basisonderwijs naar een school voor buitengewoon secundair onderwijs die bij de start van het schooljaar volzet was maar intussen een vrije plaats voor inschrijving heeft;".
Art.13. Dans l'article 3 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 septembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point 3°, les mots " qui a délivré l'attestation lors de la première attestation " sont remplacés par les mots " qui établit l'attestation " ;
  2° dans le point 4°, les mots " lors de la première attestation " sont abrogés ;
  3° dans le point 5°, phrase introductive, le membre de phrase " lors de chacune des modifications suivantes des attestations, chaque fois avec mention " est remplacée par le membre de phrase " en cas d'une modification d'attestation, avec mention " ;
  4° le point 5°, c), est complété par un point 5), rédigé comme suit :
  " 5) le passage d'un élève à une résidence prolongée à l'enseignement fondamental spécial vers une école d'enseignement secondaire spécial qui était au complet au début de l'année scolaire mais qui a entre-temps une place libre pour inscription ; ".
Art.14. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de woorden, "wordt het verslag aan de ouders terugbezorgd" vervangen door de woorden "bezorgt de directeur van de school het verslag terug aan de ouders".
Art.14. Dans l'article 5 du même arrêté les mots " le rapport est remis aux parents " est remplacé par les mots " le directeur de l'école remet le rapport aux parents ".
Art.15. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 1°, inleidende zin, wordt het woord "proces" vervangen door het woord, "traject";
  2° in het eerste lid, 1°, e), worden de woorden "geïntegreerd onderwijs" vervangen door het woord, "ondersteuningsmodel";
  3° in het eerste lid wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° de aanduiding van het type door de omschrijving van de specifieke deskundigheid die vereist is vanuit een of meer van de types, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 1° tot en met 4° en 6° tot en met 8°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 259, § 1, 1° tot en met 4° en 6° tot en met 8°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.";
  4° aan het eerste lid, worden een punt 3° en een punt 4°, toegevoegd die luiden als volgt:
  "3° een algemene omschrijving van de ondersteuning die de school voor gewoon onderwijs nodig heeft en de wijze waarop de school voor buitengewoon onderwijs daaraan tegemoet kan komen. Dat gebeurt in dialoog tussen de school voor gewoon onderwijs, de ouders, het CLB en de school voor buitengewoon onderwijs of het ondersteuningsnetwerk;
  4° de beschrijving van eventuele andere ondersteuning door onderwijsexterne diensten.";
  5° het tweede lid wordt opgeheven.
Art.15. Dans l'article 6 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa premier, 1°, phrase introductive, le mot " processus " est remplacé par le mot " parcours " ;
  2° dans l'alinéa premier, 1°, les mots " de l'enseignement intégré " sont remplacés par les mots " du modèle de soutien " ;
  3° dans l'alinéa premier, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° l'indication du type par la description de l'expertise spécifique requise par un type ou plusieurs des types, visés à l'article 10, § 1er, alinéa premier, 1° à 4° en 6° à 8°, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental et à l'article 259, § 1er, 1° à 4° et 6° à 8°, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010. " ;
  4° à l'alinéa premier, il est ajouté les points 3° et 4°, rédigés comme suit :
  " 3° une description générale du soutien dont l'école d'enseignement ordinaire a besoin et de la façon dont l'école d'enseignement spécial peut y remédier. Cela s'effectue dans un contexte de dialogue entre l'école d'enseignement ordinaire, les parents, le CLB et l'école d'enseignement spécial ou le réseau de soutien ;
  4° la description d'éventuelles autres formes de soutien par des services situés en dehors de l'enseignement. " ;
  5° l'alinéa deux est abrogé.
Art.16. Artikel 7 en 8 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art.16. Les articles 7 et 8 du même arrêté sont abrogés.
Art.17. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, inleidende zin, worden de woorden "bij de vormgeving van het geïntegreerd onderwijs" opgeheven;
  2° in paragraaf 1, 5°, worden de woorden "in het kader van het geïntegreerd onderwijs" opgeheven;
  3° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 2. De directeur van het centrum voor leerlingenbegeleiding van de school voor gewoon onderwijs waar de leerling is ingeschreven en de ouders bevestigen hun engagement via hun handtekening.
  Als de ouders het gemotiveerd verslag niet ondertekenen, kan ondersteuning niet leerlinggericht ingezet worden. De weigering kan een inzet van ondersteuning gericht op de school, de leraar of het lerarenteam echter niet verhinderen.";
  4° in paragraaf 3 worden de woorden "van het geïntegreerd onderwijs" vervangen door het woord "ervan".
Art.17. Dans l'article 9 du même arrêté les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, phrase introductive, les mots " dans l'élaboration de l'enseignement intégré " sont supprimés ;
  2° dans le paragraphe 1er, 5°, les mots " dans le cadre de l'enseignement intégré " sont supprimés ;
  3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
  " § 2. Le directeur du centre d'encadrement des élèves de l'école d'enseignement ordinaire où l'élève est inscrit et les parents confirment leur engagement par leur signature.
  Si les parents ne signent pas le rapport motivé, l'accompagnement ne pourra pas être utilisé pour l'élève en question. Toutefois, le refus ne peut pas empêcher l'utilisation de l'accompagnement pour l'école, l'enseignant ou l'équipe d'enseignants. " ;
  4° dans le paragraphe 3, les mots " la date d'entrée de l'enseignement intégré " sont remplacés par les mots " sa date d'entrée ".
Art.18. In artikel 10 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "en artikel 6, tweede lid," opgeheven.
Art.18. Dans l'article 10 du même arrêté, le membre de phrase " et l'article 6, deuxième alinéa, " est abrogé.
Art.19. In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de woorden "en volgende" toegevoegd.
Art.19. Dans l'article 11 du même arrêté, les mots " et sur les années scolaires suivantes " sont ajoutés.
Afdeling 8. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016 betreffende de organisatie van stages en sociaal-maatschappelijke trainingen in het buitengewoon secundair onderwijs
Section 8. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 août 2016 relatif à l'organisation de stages et sessions de préparation à la vie sociale et sociétale dans l'enseignement secondaire spécial
Art.20. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016 betreffende de organisatie van stages en sociaal-maatschappelijke trainingen in het buitengewoon secundair onderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juli 2017, worden de woorden, "en als dat schriftelijk gemeld wordt aan de onderwijsinspectie" telkens opgeheven.
Art.20. Dans l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 août 2016 relatif à l'organisation de stages et sessions de préparation à la vie sociale et sociétale dans l'enseignement secondaire spécial, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juillet 2017, les mots " et si cette démarche est communiquée par écrit à l'inspection de l'enseignement " sont chaque fois abrogés.
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art.21. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2018.
  Artikel 2 en artikel 3 hebben uitwerking vanaf 1 september 2015.
  Artikel 19 heeft uitwerking vanaf 1 september 2016.
Art.21. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2018.
  Les articles 2 et 3 produisent leurs effets le 1er décembre 2015.
  L'article 19 produit ses effets le 1er septembre 2016.
Art. 22. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 22. Le Ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.