Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 MAART 2018. - Decreet betreffende onderwijsinspectie 2.0
Titre
23 MARS 2018. - Décret relatif à l'inspection de l'enseignement 2.0
Documentinformatie
Numac: 2018030799
Datum: 2018-03-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018030799
Date: 2018-03-23
Moniteur: Voir
Tekst (71)
Texte (71)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997
CHAPITRE 2. - Modifications du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental
Art. 2. In artikel 3 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt punt 13° vervangen door wat volgt :
  "13° erkend onderwijs : onderwijs dat voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 62 of artikel 62bis en erkend is door de Vlaamse Regering zoals bepaald in artikel 35 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;".
Art. 2. A l'article 3 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, le point 13° est remplacé par la disposition suivante :
  " 13° enseignement agréé : l'enseignement répondant aux conditions fixées à l'article 62 ou à l'article 62bis et reconnu par le Gouvernement flamand conformément à l'article 35 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement ; ".
Art. 3. In artikel 28, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2001, 10 juli 2003, 7 juli 2006 en 9 juli 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 6° wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  "6° in voorkomend geval dat voor de school een aanvraag tot voorlopige erkenning bij de bevoegde overheid is ingediend of een voorlopige erkenning voor één schooljaar van de bevoegde overheid is verkregen;";
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Het schoolbestuur informeert de ouders onmiddellijk tijdens het schooljaar van voorlopige erkenning over de beslissing van de bevoegde overheid over de erkenning.".
Art. 3. A l'article 28, § 1er, du même décret, modifié par les décrets des 13 juillet 2001, 10 juillet 2003, 7 juillet 2006 et 9 juillet 2010, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le point 6° est rétabli dans la rédaction suivante :
  " 6° le cas échéant, le fait que pour l'école une demande d'agrément provisoire a été présentée à l'autorité compétente ou que l'autorité compétente a délivré un agrément provisoire pour une année scolaire ; " ;
  2° il est ajouté un alinéa 2 rédigé comme suit :
  " L'autorité scolaire informe sans tarder les parents pendant l'année scolaire d'agrément provisoire de la décision de l'autorité compétente sur l'agrément. ".
Art. 4. In artikel 53 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 16 juni 2017, wordt de eerste zin vervangen door wat volgt :
  "Het schoolbestuur van een erkende school kan, op voordracht en na beslissing van de klassenraad een getuigschrift uitreiken aan de regelmatige leerlingen uit het gewoon lager onderwijs.".
Art. 4. Dans l'article 53 du même décret, remplacé par le décret du 16 juin 2017, la première phrase est remplacée par la disposition suivante :
  " L'autorité scolaire d'une école agréée peut, sur proposition et après décision du conseil de classe délivrer un certificat aux élèves réguliers de l'enseignement primaire ordinaire. ".
Art. 5. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 december 2017, wordt een artikel 62bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 62bis. Een school die wordt opgericht, kan voorlopig erkend worden als ze voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 62, § 1, 1°, 2°, 3°, 7°, 10° en 11°. ".
Art. 5. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 22 décembre 2017, il est inséré un article 62bis libellé comme suit :
  " Art. 62bis. Une école qui vient d'être mise sur pied, peut être agréée provisoirement si elle répond aux conditions visées à l'article 62, § 1er, 1°, 2°, 3°, 7°, 10° et 11°. ".
Art. 6. Artikel 63 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 8 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2015, wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. Een schoolbestuur dat voor een school de voorlopige erkenning wil verkrijgen, dient uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de oprichting een aanvraag in bij AGODI. Die termijn geldt als vervaltermijn. De Vlaamse Regering legt het model van aanvraagformulier vast.
  De Vlaamse Regering neemt conform artikel 35, § 1, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs een beslissing tot hetzij voorlopige erkenning voor één schooljaar, hetzij geen voorlopige erkenning.
  De Vlaamse Regering beslist conform artikel 35, § 2, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs om de school te erkennen of om de school niet te erkennen, vanaf het schooljaar volgend op het schooljaar van de voorlopige erkenning.
  § 2. Een school die een nieuwe vestigingsplaats als vermeld in artikel 3, 56°, of een tijdelijke onderbrenging als vermeld in artikel 108, in gebruik wil nemen, meldt dat aan AGODI.
  De melding, vermeld in het eerste lid, wordt uiterlijk op het tijdstip van ingebruikname ingediend. In de melding wordt verklaard dat :
  1° de vestigingsplaats of tijdelijke onderbrenging beantwoordt aan de voorwaarden voor de hygiëne, de veiligheid en de bewoonbaarheid, vermeld in artikel 62, § 1, 2° ;
  2° de school op de hoogte is van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de betreffende gebouwen, als de school een vestigingsplaats in gebruik neemt waar een andere school gevestigd is of voordien gevestigd was. De school vermeldt in dat geval ook het advies van de onderwijsinspectie over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats.
  § 3. De Vlaamse Regering legt het model van het formulier voor de melding, vermeld in paragraaf 2, vast.".
Art. 6. L'article 63 du même décret, remplacé par le décret du 8 mai 2009 et modifié par le décret du 19 juin 2015, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Une autorité scolaire qui veut obtenir l'agrément provisoire d'une école, présente à cette fin une demande à Agodi au plus tard le 1er avril précédant la création. Ce délai vaut comme délai d'échéance. Le Gouvernement flamand fixe le modèle du formulaire de demande.
  Le Gouvernement flamand prend en conformité avec l'article 35, § 1er, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement la décision soit de délivrer un agrément provisoire pour une année scolaire, soit de refuser l'agrément provisoire.
  Le Gouvernement flamand décide conformément à l'article 35, § 2, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement d'agréer ou de ne pas agréer l'école à partir de l'année scolaire suivant l'année scolaire d'agrément provisoire.
  § 2. Une école désirant mettre en service une nouvelle implantation telle que visée à l'article 3, 56° ou un hébergement temporaire tel que visé à l'article 108, en avise Agodi.
  La notification visée à l'alinéa 1er est faite au plus tard au moment de la mise en service. Dans la notification, il est déclaré que :
  1° l'implantation ou l'hébergement temporaire répond aux conditions en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité, visées à l'article 62, § 1er, 2° ;
  2° l'école est au courant des recommandations ou des manques formulés par l'inspection de l'enseignement dans son dernier rapport d'audit en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité des bâtiments en question, lorsque l'école met en service une implantation où une autre école est située ou était située auparavant. Dans ce cas, l'école mentionne également l'avis de l'inspection de l'enseignement sur l'habitabilité, la sécurité et l'hygiène de la nouvelle implantation.
  § 3. Le Gouvernement flamand établit le modèle du formulaire de la notification visé au paragraphe 2. ".
Art. 7. In artikel 65 van hetzelfde decreet wordt het woord "basisonderwijs" opgeheven.
Art. 7. Dans l'article 65 du même décret, le mot " fondamental " est supprimé.
Art. 8. In artikel 68 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 28 juni 2002, 10 juli 2003, 2 april 2004 en 4 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
  "1° erkend zijn";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. Een schoolbestuur dat voor een school financiering of subsidiëring wil verkrijgen, dient uiterlijk op 1 april van het schooljaar dat voorafgaat aan de opname in de financiering of subsidiëring, een aanvraag in bij AGODI.
  De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de opname in de financierings- of subsidiëringsregeling. De beslissing wordt schriftelijk meegedeeld aan het betrokken schoolbestuur en gaat in bij de aanvang van het schooljaar dat volgt op de aanvraag van de financiering of subsidiëring.";
  3° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. In een voorlopig erkende school is affectatie, mutatie of vaste benoeming van personeelsleden niet mogelijk.".
Art. 8. A l'article 68 du même décret, modifié par les décrets des 28 juin 2002, 10 juillet 2003, 2 avril 2004 et 4 juillet 2008, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° sont agréés " ;
  2° le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Une autorité scolaire qui veut obtenir un financement ou un subventionnement pour une école, présente une demande à cette fin à Agodi au plus tard le 1er avril de l'année scolaire précédant la création.
  Le Gouvernement flamand prend une décision sur la l'admission au financement ou au subventionnement. La décision est notifiée par écrit à l'autorité scolaire concernée et prend cours au début de l'année scolaire qui suit la demande de financement ou de subventionnement. " ;
  3° il est ajouté un paragraphe 3 rédigé comme suit :
  " § 3. Dans une école agréée provisoirement, il n'est pas possible d'affecter, de muter ou de nommer à titre définitif des membres du personnel. ".
Art. 9. In artikel 108 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 7 juli 2006 en 19 juni 2015, wordt de zinsnede "overeenkomstig artikel 35bis van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs," vervangen door de zinsnede "conform artikel 63, § 2,".
Art. 9. Dans l'article 108 du même décret modifié par les décrets des 7 juillet 2006 et 19 juin 2015, le membre de phrase " Conformément à l'article 35bis du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement " est remplacé par le membre de phrase " Conformément à l'article 63, § 2, ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs
CHAPITRE 3. - Modifications du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes
Art. 10. In artikel 2 van het decreet van 15 juni 2007, laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een punt 29° bis ingevoegd dat luidt als volgt :
  "29° bis onderwijsinspectie : de inspectie, zoals bedoeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, voor zover belast met taken op het gebied van het volwassenenonderwijs;".
Art. 10. Dans l'article 2 du décret du décret du 15 juin 2007, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, il est inséré un point 29° bis ainsi rédigé :
  " 29° bis inspection de l'enseignement : l'inspection telle que visée au décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, pour autant qu'elle soit chargée de tâches dans le domaine de l'enseignement des adultes ; ".
Art. 11. Artikel 59 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt vervangen door wat volgt :
  "Een centrum voor basiseducatie dat wordt opgericht, kan voorlopig erkend worden als het voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 56, 1°, 2°, 3°, 4°, 7° en 8°, en artikel 58.
  Een centrumbestuur dat voor een centrum de voorlopige erkenning wil verkrijgen, dient uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de oprichting een aanvraag in bij het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen. Die termijn geldt als vervaltermijn.
  De Vlaamse Regering neemt conform artikel 35, § 1, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs een beslissing tot hetzij voorlopige erkenning voor één schooljaar, hetzij geen voorlopige erkenning.
  Artikel 56bis, eerste lid, is ook op een voorlopig erkend centrum voor basiseducatie van toepassing.
  De Vlaamse Regering beslist conform artikel 35, § 2, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs om het centrum te erkennen of om het centrum niet te erkennen, vanaf het schooljaar volgend op het schooljaar van de voorlopige erkenning.".
Art. 11. L'article 59 du même décret modifié par le décret du 8 mai 2009 est remplacé par ce qui suit :
  " Un centre d'éducation de base en cours de création peut être agréé provisoirement lorsqu'il répond aux conditions visées à l'article 56, 1°, 2°, 3°, 4°, 7° et 8° et l'article 58.
  Une autorité du centre désireuse d'obtenir l'agrément provisoire d'un centre présente à cette fin une demande à l'Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen (Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes) au plus tard le 1er avril précédant la création. Ce délai vaut comme délai d'échéance.
  Le Gouvernement flamand prend en conformité avec l'article 35, § 1er, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement la décision soit de délivrer un agrément provisoire pour une année scolaire, soit de refuser l'agrément provisoire.
  L'article 56bis, alinéa 1er, est également d'application à un centre d'éducation de base agréé provisoirement.
  Le Gouvernement flamand décide conformément à l'article 35, § 2, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement d'agréer ou de ne pas agréer le centre, à partir de l'année scolaire suivant l'année scolaire d'agrément provisoire. ".
Art. 12. In artikel 61 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt :
  " § 2. Een centrum voor volwassenenonderwijs dat wordt opgericht, kan voorlopig erkend worden als het voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 56, 1°, 2°, 3°, 4°, 7° en 8°, en artikel 60.
  Een centrumbestuur dat voor een centrum de voorlopige erkenning wil verkrijgen, dient uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de oprichting een aanvraag in bij het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen. Die termijn geldt als vervaltermijn.
  De Vlaamse Regering neemt conform artikel 35, § 1, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs een beslissing tot hetzij voorlopige erkenning voor één schooljaar, hetzij geen voorlopige erkenning.
  Artikel 56bis, eerste lid, is ook op een voorlopig erkend centrum voor volwassenenonderwijs van toepassing.
  De Vlaamse Regering beslist conform artikel 35, § 2, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs om het centrum te erkennen of om het centrum niet te erkennen, vanaf het schooljaar volgend op het schooljaar van de voorlopige erkenning.".
Art. 12. Dans l'article 61 du même décret, modifié par le décret du 8 mai 2009, le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Un centre d'éducation de base en cours de création peut être agréé provisoirement lorsqu'il répond aux conditions visées à l'article 56, 1°, 2°, 3°, 4°, 7° et 8° et à l'article 60.
  Une autorité du centre désireuse d'obtenir l'agrément provisoire d'un centre présente à cette fin une demande à l'Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen au plus tard le 1er avril précédant la création. Ce délai vaut comme délai d'échéance.
  Le Gouvernement flamand prend en conformité avec l'article 35, § 1er, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement la décision soit de délivrer un agrément provisoire pour une année scolaire, soit de refuser l'agrément provisoire.
  L'article 56bis, alinéa 1er, est également d'application à un centre d'éducation des adultes agréé provisoirement.
  Le Gouvernement flamand décide conformément à l'article 35, § 2, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement d'agréer ou de ne pas agréer le centre, à partir de l'année scolaire suivant l'année scolaire d'agrément provisoire. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap
CHAPITRE 4. - Modifications du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande
Art. 13. In artikel 8, § 3, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2009 en vervangen bij het decreet van 25 april 2014, wordt de zin "Onverminderd de bepalingen van artikel 8, § 1 en § 2, wordt de oprichting van een centrum die niet het gevolg is van splitsing van een bestaand centrum, bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk aangevraagd uiterlijk 1 mei van het voorafgaand schooljaar." vervangen door de zin "Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 en 2 zijn voor de oprichting van een centrum die niet het gevolg is van splitsing van een bestaand centrum, artikel 14, § 2, of artikel 15, § 2, naargelang van het geval, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 van toepassing.".
Art. 13. Dans l'article 8, § 3, du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, inséré par le décret du 18 décembre 2009 et remplacé par le décret du 25 avril 2014, la phrase " Sans préjudice des dispositions de l'article 8, §§ 1er et 2, la création d'un centre ne résultant pas de la scission d'un centre existant, est demandée par écrit auprès du service compétent de la Communauté flamande, au plus tard le 1er mai de l'année scolaire précédente. " est remplacé par la phrase " Sans préjudice de l'application des paragraphes 1er et 2, l'article 14, § 2 ou, le cas échéant, l'article 15, § 2, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 s'applique à la création d'un centre qui ne résulte pas de la scission d'un centre existant. ".
Art. 14. In artikel 10 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt de eerste zin vervangen door wat volgt :
  " § 1. Met de voorlopige erkenning of erkenning van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs krijgt het centrumbestuur de bevoegdheid om aan de jongeren de van rechtswege geldende studiebewijzen toe te kennen.";
  2° aan paragraaf 3 wordt de volgende zin toegevoegd :
  "De dienstbrief bevat de vestigingsplaatsen waar de opleidingen die in de erkenning zijn opgenomen, kunnen worden georganiseerd.";
  3° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. De ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats door een centrum wordt gemeld aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten, uiterlijk op het tijdstip van de ingebruikname. In de melding wordt verklaard dat :
  1° de vestigingsplaats beantwoordt aan de voorwaarden voor de hygiëne, de veiligheid en de bewoonbaarheid;
  2° het centrum op de hoogte is van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de betreffende gebouwen, als het een vestigingsplaats in gebruik neemt waar een andere onderwijsinstelling gevestigd is of voordien gevestigd was. Het centrum vermeldt in dat geval ook het advies van de onderwijsinspectie over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats.
  De Vlaamse Regering legt het model van het formulier voor de melding, vermeld in het eerste lid, vast.
  Deze paragraaf geldt niet voor een centrum dat, al dan niet als gevolg van een splitsing van bestaande centra, wordt opgericht.";
  4° paragraaf 5 wordt opgeheven.
Art. 14. A l'article 10 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 19 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, la première phrase est remplacée par ce qui suit :
  " § 1er. Grâce à l'agrément ou l'agrément provisoire d'un centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, l'autorité du centre se voit attribuer la compétence de délivrer aux jeunes des titres valables de plein droit. " ;
  2° au paragraphe 3, la phrase suivante est ajoutée :
  " La dépêche contient les implantations où peuvent être organisées les formations reprises dans l'agrément. " ;
  3° le paragraphe 4 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 4. La mise en service d'une nouvelle implantation par un centre est notifiée à l'" Agentschap voor Onderwijsdiensten " au plus tard au moment de la mise en service. Dans la notification, il est déclaré que :
  1° l'implantation répond aux conditions en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité ;
  2° le centre est au courant des recommandations ou manques formulés par l'inspection de l'enseignement dans son dernier rapport d'audit en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité des bâtiments en question, lorsqu'il met en service une implantation où un autre établissement d'enseignement est situé ou était situé auparavant. Dans ce cas, le centre mentionne également l'avis de l'inspection de l'enseignement sur l'habitabilité, la sécurité et l'hygiène de la nouvelle implantation.
  Le Gouvernement flamand établit le modèle du formulaire de la notification, visée à l'alinéa 1er.
  Ce paragraphe ne vaut pas pour un centre qui est créé à la suite ou non d'une scission de centres déjà existants. " ;
  4° le paragraphe 5 est abrogé.
Art. 15. In artikel 11 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2012, 25 april 2014 en 19 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan paragraaf 3 wordt de volgende zin toegevoegd :
  "De dienstbrief bevat de vestigingsplaatsen waar de opleidingen die zijn opgenomen in de financiering of subsidiëring, kunnen worden georganiseerd.";
  2° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. De ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats door een centrum wordt gemeld aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk op het tijdstip van de ingebruikname. In de melding wordt verklaard dat :
  1° de vestigingsplaats beantwoordt aan de voorwaarden voor de hygiëne, de veiligheid en de bewoonbaarheid;
  2° het centrum op de hoogte is van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de betreffende gebouwen, als het een vestigingsplaats in gebruik neemt waar een andere onderwijsinstelling gevestigd is of voordien gevestigd was. Het centrum vermeldt in dat geval ook het advies van de onderwijsinspectie over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats.
  De Vlaamse Regering legt het model van het formulier voor de melding, vermeld in het eerste lid, vast.
  Deze paragraaf geldt niet voor een centrum dat, al dan niet als gevolg van een splitsing van bestaande centra, wordt opgericht.";
  3° paragraaf 5 wordt opgeheven.
Art. 15. A l'article 11 du même décret modifié par les décrets des 21 décembre 2012, 25 avril 2014 et 19 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 3, la phrase suivante est ajoutée :
  " La dépêche contient les implantations où peuvent être organisées les formations admises au financement ou au subventionnement. " ;
  2° le paragraphe 4 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 4. La mise en service d'une nouvelle implantation par un centre est notifiée à l'" Agentschap voor Onderwijsdiensten " au plus tard au moment de la mise en service. Dans la notification, il est déclaré que :
  1° l'implantation répond aux conditions en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité ;
  2° le centre est au courant des recommandations ou manques formulés par l'inspection de l'enseignement dans son dernier rapport d'audit en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité des bâtiments en question, lorsqu'il met en service une implantation où un autre établissement d'enseignement est situé ou était situé auparavant. Dans ce cas, le centre mentionne également l'avis de l'inspection de l'enseignement sur l'habitabilité, la sécurité et l'hygiène de la nouvelle implantation.
  Le Gouvernement flamand établit le modèle du formulaire de la notification, visée à l'alinéa 1er.
  Ce paragraphe ne vaut pas pour un centre qui est créé à la suite ou non d'une scission de centres déjà existants. " ;
  3° le paragraphe 5 est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs
CHAPITRE 5. - Modification du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement.
Art. 16. In artikel 2 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 en het decreet van 21 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° er wordt een punt 7° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "7° /1 doorlichting : elke vorm van kwaliteitstoezicht door de onderwijsinspectie die resulteert in een verslag en in een advies aan de Vlaamse Regering over de voorlopige erkenning of erkenning van de instelling of van afzonderlijke structuuronderdelen;";
  2° er worden een punt 16° /1 en een punt 16° /2 ingevoegd, die luiden als volgt :
  "16° /1 referentiekader onderwijskwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvol onderwijs door onderwijsinstellingen uitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van de onderwijsinstelling;
  16° /2 referentiekader CLB-kwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding door de CLB's uitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van het CLB;";
  3° er wordt een punt 20° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "20° /1 toezichtkader : kader dat de onderwijsinspectie gebruikt om haar doorlichtingsinstrumenten te ontwikkelen, gebaseerd op de referentiekaders zoals bedoeld in punt 16° /1 en 16° /2. Het toezichtkader heeft betrekking op de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling, en beleid en houdt rekening met context en input van de instelling;".
Art. 16. A l'article 2 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 décembre 2010 et le décret du 21 décembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un point 7° /1, rédigé comme suit :
  " 7° /1 audit : toute forme de contrôle de la qualité par l'inspection de l'enseignement qui résulte en un rapport et un avis au Gouvernement flamand sur l'agrément provisoire ou l'agrément d'un établissement ou des subdivisions structurelles séparées ; " ;
  2° un point 16° /1 et un point 16° /2 sont insérés, rédigés comme suit :
  " 16° /1 cadre de référence pour la qualité de l'enseignement : le cadre qui décrit les attentes pour un enseignement de qualité dispensé par les établissements d'enseignement ; le cadre repose sur quatre rubriques : résultats et effets, stimulation du développement, développement de la qualité, et politique et tient compte du contexte et de la participation de l'établissement d'enseignement ;
  16° /2 cadre de référence pour la qualité du CLB : le cadre qui décrit les attentes pour un encadrement des élèves de qualité par les CLB ; le cadre repose sur quatre rubriques : résultats et effets, stimulation du développement, développement de la qualité, et politique et tient compte du contexte et de la participation du CLB ; " ;
  3° il est inséré un point 20° /1, rédigé comme suit :
  " 20° /1 cadre de contrôle : le cadre utilisé par l'inspection de l'enseignement pour développer ses instruments d'audit et basé sur les cadres de référence tels que visés aux points 16° /1 et 16° /2. Le cadre d'audit porte sur quatre rubriques : résultats et effets, stimulation du développement, développement de la qualité, et politique et tient compte du contexte et de la participation de l'établissement ; ".
Art. 17. In artikel 4 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt :
  " § 2. Het verstrekken van kwaliteitsonderwijs, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, houdt minimaal in dat de onderwijsinstelling :
  1° de onderwijsreglementering respecteert;
  2° aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader onderwijskwaliteit, vastgelegd door de Vlaamse Regering, tegemoetkomt.
  Het verstrekken van kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, houdt minimaal in dat het CLB :
  1° de CLB-reglementering respecteert;
  2° aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader CLB-kwaliteit, vastgelegd door de Vlaamse Regering, tegemoetkomt.".
Art. 17. Dans l'article 4 du même décret, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. La fourniture d'un enseignement de qualité, tel que visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, implique au minimum que l'établissement d'enseignement :
  1° respecte la réglementation de l'enseignement ;
  2° répond aux attentes de qualité contenues dans le cadre de référence pour la qualité de l'enseignement fixé par le Gouvernement flamand.
  La fourniture d'un encadrement des élèves de qualité, tel que visé au paragraphe 1er, alinéa 2, implique au minimum que le CLB :
  1° respecte la réglementation sur les CLB ;
  2° répond aux attentes de qualité contenues dans le cadre de référence pour la qualité du CLB fixé par le Gouvernement flamand.
Art. 18. Artikel 32, 1°, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  "1° het verlenen van advies voor de voorlopige erkenning van instellingen;".
Art. 18. L'article 32, 1°, du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° l'émission d'avis pour l'agrément provisoire des établissements ; ".
Art. 19. Artikel 35 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 35. § 1. Bij iedere aanvraag tot voorlopige erkenning van een nieuwe instelling onderzoekt de onderwijsinspectie of de decretaal vastgelegde voorwaarden voor een voorlopige erkenning, vervuld zijn.
  De inspecteur-generaal kan de leden van de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken belasten met een specifieke opdracht als vermeld in artikel 8 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. De betrokken inspecteurs-adviseurs van de levensbeschouwelijke vakken maken een verslag op over die specifieke opdracht.
  Na het onderzoek bezorgt de onderwijsinspectie een rapport met een advies over de voorlopige erkenning aan de Vlaamse Regering.
  De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 augustus volgend op de aanvraag van de voorlopige erkenning. Zo niet wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
  § 2. Uiterlijk zes maanden na de start van het schooljaar onderzoekt de onderwijsinspectie, via een doorlichting, of de school voldoet aan de decretaal vastgelegde voorwaarden voor een erkenning.
  De inspecteur-generaal kan de leden van de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken belasten met een specifieke opdracht als vermeld in artikel 8 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. De betrokken inspecteurs-adviseurs van de levensbeschouwelijke vakken maken een verslag op over die specifieke opdracht.
  Na de doorlichting bezorgt de onderwijsinspectie een rapport met een advies als vermeld in artikel 39, § 4, aan de Vlaamse Regering.
  De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 maart van het schooljaar van voorlopige erkenning over de erkenning. Zo niet wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.".
Art. 19. L'article 35 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 35. § 1er. Pour chaque demande d'agrément provisoire d'un nouvel établissement, l'inspection de l'enseignement examine si les conditions d'un agrément provisoire fixées par décret sont remplies.
  L'inspecteur général peut charger les membres de l'inspection et de l'encadrement des cours philosophiques d'une mission spécifique telle que visée à l'article 8 du décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques. Les inspecteurs conseillers de cours philosophiques concernés rédigent un rapport sur la mission spécifique.
  Après l'enquête, l'inspection de l'enseignement soumet un rapport, avec avis sur l'agrément provisoire, au Gouvernement flamand.
  Le Gouvernement flamand décide au plus tard le 31 août suivant la demande d'agrément provisoire. A défaut, la décision est réputée favorable.
  § 2. Au plus tard six mois du début de l'année scolaire, l'inspection de l'enseignement examine au moyen d'un audit si l'école satisfait aux conditions d'agrément.
  L'inspecteur général peut charger les membres de l'inspection et de l'encadrement des cours philosophiques d'une mission spécifique telle que visée à l'article 8 du décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques. Les inspecteurs conseillers de cours philosophiques concernés rédigent un rapport sur la mission spécifique.
  Après l'audit, l'inspection de l'enseignement soumet un rapport avec un avis tel que visé à l'article 39, § 4, au Gouvernement flamand.
  Le Gouvernement flamand décide de l'agrément au plus tard le 31 mars de l'année scolaire d'agrément provisoire. A défaut, la décision est réputée favorable. ".
Art. 20. Afdeling IIbis. Ingebruikname van nieuwe vestigingsplaatsen door al erkende instellingen in het basis- en secundair onderwijs van hetzelfde decreet, dat de artikelen 35bis en 35ter bevat, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2012 en vervangen bij het decreet van 19 juni 2015, wordt opgeheven.
Art. 20. La Section IIbis. Mise en service de nouvelles implantations par des établissements d'enseignement fondamental et secondaire déjà agréés du même décret comprenant les articles 35bis et 35ter, insérés par le décret du 21 décembre 2012 et remplacés par le décret du 19 juin 2015 est abrogée.
Art. 21. Artikel 36 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 36. Iedere instelling komt binnen een periode van zes jaar minimum een keer aan bod om te worden doorgelicht.
  De doorlichtingscyclus van zes jaar start op 1 september 2018. Met het oog op de organisatie van de doorlichtingen zal de verkorte doorlichtingscyclus in 2021 geëvalueerd worden. Het doel van de evaluatie is de haalbaarheid van de verkorte cyclus en het effect op de personeelsbezetting in relatie met de totaliteit van de opdrachten na te gaan. De gevolgen van de verkorte cyclus op de uitvoerbaarheid van de opdrachten door de inspecteurs zal deel uitmaken van deze evaluatie. Deze evaluatie wordt besproken in de bevoegde onderhandelingscomités voor de sector onderwijs bij de Vlaamse overheid.".
Art. 21. L'article 36 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 36. Tout établissement fait l'objet d'au moins un audit au cours d'une période de six ans.
  Le cycle d'audit de six ans prend cours le 1er septembre 2018. En vue de l'organisation des audits, un cycle d'audit raccourci sera évalué en 2021. Le but de l'évaluation est de vérifier la faisabilité du cycle raccourci et l'effet sur l'effectif en personnel en relation avec la totalité des missions. Les conséquences du cycle raccourci pour la faisabilité des missions par les inspecteurs feront partie de cette évaluation. Cette évaluation fera l'objet d'une discussion au sein des comités de négociation compétents pour le secteur de l'enseignement auprès de l'Autorité flamande. ".
Art. 22. Aan artikel 37 van hetzelfde decreet worden een vijfde en een zesde lid toegevoegd, die luiden als volgt :
  "De inspecteur-generaal kan tijdens de doorlichting de leden van de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken belasten met een specifieke opdracht als vermeld in artikel 8 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.
  De betrokken inspecteurs-adviseurs maken een verslag op over die specifieke opdracht.".
Art. 22. L'article 37 du même décret est complété par un alinéa 5 et un alinéa 6 rédigés comme suit :
  " Pendant l'audit, l'inspecteur général peut charger les membres de l'inspection et de l'encadrement des cours philosophiques d'une mission spécifique telle que visée à l'article 8 du décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques.
  Les inspecteurs conseillers concernés rédigent un rapport sur la mission spécifique. ".
Art. 23. In artikel 38 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden het eerste en het tweede lid vervangen door wat volgt :
  "Tijdens een doorlichting van een onderwijsinstelling gaat de onderwijsinspectie na of de onderwijsinstelling :
  1° de onderwijsreglementering respecteert;
  2° aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader onderwijskwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, eerste lid, tegemoetkomt.
  Tijdens een doorlichting van een CLB gaat de onderwijsinspectie na of het CLB :
  1° de CLB-reglementering respecteert;
  2° aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader CLB-kwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, tweede lid, tegemoetkomt.";
  2° in paragraaf 1, derde lid, wordt de zinsnede ", de scholengroep of het consortium" vervangen door de woorden "of de scholengroep" en wordt de zinsnede ", scholengroepen of consortia" vervangen door de woorden "of de scholengroepen";
  3° paragraaf 2 wordt opgeheven;
  4° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 3. De onderwijsinspectie stelt op basis van het referentiekader onderwijskwaliteit en op basis van het referentiekader CLB-kwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, eerste en tweede lid, het toezichtkader en de doorlichtingsinstrumenten op en maakt die bekend. Het toezichtkader peilt in ieder geval vanuit het referentiekader onderwijskwaliteit naar de reglementaire verplichtingen van instellingen inzake de minimumdoelen, de erkenningsvoorwaarden en de financierings- en subsidiëringsvoorwaarden en naar de reglementaire verplichtingen van instellingen op het vlak van :
  1° het beleid inzake gelijke onderwijskansen;
  2° het zorgbeleid en de leerlingenbegeleiding, met inbegrip van de ondersteuning van leerlingen met bijzondere noden vanuit de ondersteuningsnetwerken;
  3° het talenbeleid;
  4° het beleid inzake de oriëntering van leerlingen;
  5° het evaluatiebeleid met betrekking tot leerlingen en cursisten;
  6° de beleidskeuzes die erop gericht zijn de personeelsleden optimaal in te zetten en te ondersteunen;
  7° het nascholings- en professionaliseringsbeleid;
  8° het beleid inzake participatie.";
  5° in paragraaf 4, eerste lid, 1°, wordt de zin "Die gegevens zijn te relateren aan elementen van het referentiekader, vermeld in § 2;" vervangen door de zin "Die gegevens zijn te relateren aan elementen in het referentiekader onderwijskwaliteit of het referentiekader CLB-kwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, eerste en tweede lid;".
Art. 23. A l'article 38 du même décret, modifié par le décret du 19 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 1er et l'alinéa 2 sont remplacés par ce qui suit :
  " pendant un audit d'un établissement d'enseignement, l'inspection de l'enseignement vérifie si l'établissement d'enseignement :
  1° respecte la réglementation de l'enseignement ;
  2° répond aux attentes de qualité contenues dans le cadre de référence pour la qualité de l'enseignement visé à l'article 4, § 2, alinéa 1er.
  Pendant un audit d'un CLB, l'inspection de l'enseignement vérifie si le CLB :
  1° respecte la réglementation sur les CLB ;
  2° répond aux attentes de qualité contenues dans le cadre de référence pour la qualité du CLB visé à l'article 4, § 2, alinéa 2. " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 3, le membre de phrase " , au groupe d'écoles ou au consortium " est remplacé par les mots " ou au groupe d'écoles " et le membre de phrase " , les groupes d'école ou consortiums " sont remplacés par les mots " ou les groupes d'écoles " ;
  3° le paragraphe 2 est abrogé ;
  4° le paragraphe 3 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. En s'appuyant sur le cadre de référence pour la qualité de l'enseignement et le cadre de référence pour la qualité du CLB, visés à l'article 4, § 2, alinéas 1er et 2, l'inspection de l'enseignement établit un cadre d'audit et les instruments d'audit et les rend publics. Le cadre d'audit sonde, en tout cas, à partir du cadre de référence pour la qualité de l'enseignement, les obligations réglementaires des établissements relatives aux objectifs minimums, aux conditions d'agrément et aux conditions de financement et de subventionnement et les obligations réglementaires des établissements relatives :
  1° à la politique en matière de l'égalité des chances en éducation ;
  2° à la gestion de l'encadrement renforcé et à l'encadrement des élèves, y compris le soutien des élèves à besoins spécifiques par les réseaux de soutien ;
  3° à la politique des langues ;
  4° à la politique relative à l'orientation des élèves ;
  5° à la politique d'évaluation pour les élèves et les apprenants ;
  6° aux choix politiques visant l'optimisation de l'employabilité et du soutien des personnels ;
  7° à la politique de formation continuée et de professionnalisation ;
  8° à la politique en matière de participation. " ;
  5° au paragraphe 4, alinéa 1er, 1°, la phrase " Ces données sont liées aux éléments du cadre de référence, visé au § 2 ; " est remplacée par la phrase " Ces données sont liées aux éléments du cadre de référence pour la qualité de l'enseignement ou du cadre de référence pour la qualité du CLB, visés à l'article 4, § 2, alinéas 1er et 2 ; ".
Art. 24. In artikel 39 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. Elke doorlichting resulteert in een schriftelijk doorlichtingsverslag en een advies aan de Vlaamse Regering. Het doorlichtingsverslag bevat een onderbouwing van het advies.";
  2° paragraaf 2 en 3 worden opgeheven;
  3° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. Voor een nieuwe instelling zijn de volgende adviezen mogelijk :
  1° advies "voorlopige erkenning" : dit houdt in dat de nieuwe instelling voor één schooljaar erkend wordt;
  2° advies "geen voorlopige erkenning" : dit houdt in dat de nieuwe instelling geen voorlopige erkenning krijgt;
  3° advies "erkenning" : dit houdt in dat de nieuwe instelling met ingang van 1 september van het volgende schooljaar erkend is;
  4° advies "geen erkenning" : dit houdt in dat de nieuwe instelling niet erkend wordt.";
  4° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 5. Voor de hele instelling of voor een afzonderlijk structuuronderdeel zijn de volgende adviezen mogelijk :
  1° gunstig advies : dit houdt in dat de erkenning van de instelling of van structuuronderdelen voortgezet wordt.
  Een gunstig advies kan het bestuur verplichten zich te engageren om aan de tekorten te werken.
  2° ongunstig advies : dit houdt in dat de procedure tot intrekking van de erkenning van de instelling of van structuuronderdelen opgestart wordt, met daarbij de vermelding van :
  a) de mogelijkheid tot opschorting : dit houdt in dat het bestuur kan verzoeken dat de procedure tot intrekking van de erkenning niet opgestart wordt op voorwaarde dat het bestuur het engagement aangaat om zich bij het werken aan de tekorten extern te laten begeleiden;
  b) de onmogelijkheid tot opschorting : dit houdt in dat het bestuur niet kan verzoeken dat de procedure tot intrekking van de erkenning niet opgestart wordt.".
Art. 24. A l'article 39 du même décret les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Tout audit résulte en un rapport d'audit écrit et un avis au Gouvernement flamand. Le rapport d'audit contient le fondement de l'avis. " ;
  2° les paragraphes 2 et 3 sont abrogés ;
  3° le paragraphe 4 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 4. Pour un nouvel établissement, les avis suivants sont possibles :
  1° un avis " agrément provisoire " : cela signifie que le nouvel établissement est reconnu pour une année scolaire ;
  2° un avis " refus d'agrément provisoire " : cela signifie que le nouvel établissement n'obtient pas d'agrément provisoire ;
  3° un avis " agrément " : cela signifie que le nouvel établissement est agréé à partir du 1er septembre de l'année scolaire suivante ;
  4° un avis " refus d'agrément " : cela signifie que le nouvel établissement n'est pas agréé ;
  4° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. Pour l'ensemble de l'établissement ou une subdivision structurelle séparée, les avis suivants sont possibles :
  1° avis favorable : cela signifie que l'agrément de l'établissement ou des subdivisions structurelles est prolongé.
  Un avis favorable peut obliger l'autorité de s'engager à combler les manques.
  2° avis défavorable : cela signifie que la procédure de retrait de l'agrément de l'établissement ou des subdivisions structurelles est entamée, avec mention de :
  a) la possibilité de suspension : cela signifie que l'autorité peut demander de ne pas démarrer une procédure de retrait de l'agrément à condition qu'elle s'engage à remédier aux manques avec l'aide de parties externes ;
  b) l'impossibilité de suspension : cela signifie que l'autorité ne peut pas demander de ne pas démarrer la procédure de retrait de l'agrément. ".
Art. 25. Artikel 40 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 25. L'article 40 du même décret est abrogé.
Art. 26. Artikel 41 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 en de decreten van 19 juli 2013 en 25 april 2014, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 41. § 1. Bij een advies als vermeld in artikel 39, § 5, 2°, a) of b), of een advies als vermeld in artikel 39, § 4, 4°, brengt de Vlaamse Regering het bestuur van de instelling daarvan op de hoogte.
  § 2. Bij een advies als vermeld in artikel 39, § 5, 2°, a), kan het bestuur van de instelling binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de mededeling, vermeld in paragraaf 1, verzoeken om de procedure tot intrekking van de erkenning niet op te starten.
  Als het bestuur van de instelling verzoekt om de procedure tot intrekking van de erkenning niet op te starten, volgt een nieuwe doorlichting binnen een tijdspanne die de onderwijsinspectie bepaalt op basis van de ernst en de aard van de tekorten.
  Als het bestuur geen gebruik maakt van de mogelijkheid om te verzoeken de procedure tot intrekking van de erkenning niet op te starten, start de procedure tot intrekking van de erkenning.
  Na een advies als vermeld in artikel 39, § 5, 2°, b), kan het bestuur binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de mededeling, vermeld in paragraaf 1, beroep aantekenen tegen de onmogelijkheid om te verzoeken dat de procedure tot intrekking van de erkenning niet wordt opgestart.
  Ook tegen het advies "geen erkenning", vermeld in artikel 39, § 4, 4°, kan door het bestuur beroep aangetekend worden binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de mededeling.
  § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de opheffing van de erkenning en de procedure voor het beroep, vermeld in paragraaf 2, vierde lid. Die procedures waarborgen de rechten van de verdediging.
  De beroepsprocedure in geval van een advies conform artikel 39, § 5, 2°, b), voorziet in een paritair samengesteld doorlichtingsteam.".
Art. 26. L'article 41 du même décret, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 décembre 2010 et par les décrets des 19 juillet 2013 et 25 avril 2014, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 41. § 1er. Dans le cas d'un avis tel que visé à l'article 39, § 5, 2°, a) ou b) ou un avis tel que visé à l'article 39, § 4, 4°, le Gouvernement flamand en informe l'autorité de l'établissement.
  § 2. Dans le cas d'un avis tel que visé à l'article 39, § 5, 2°, a), l'autorité de l'établissement peut demander dans un délai de trente jours calendaires de la communication visée au paragraphe 1er, de ne pas entamer la procédure de retrait de l'agrément.
  Lorsque l'autorité de l'établissement demande de ne pas entamer la procédure de retrait de l'agrément, un nouvel audit est effectué dans un délai déterminé par l'inspection de l'enseignement sur la base de la gravité et de la nature des manques.
  Lorsque l'autorité n'invoque pas la possibilité de demander de ne pas entamer la procédure de retrait de l'agrément, la procédure de retrait de l'agrément démarre.
  Après un avis tel que visé à l'article 39, § 5, 2°, b), l'autorité peut former recours dans un délai de trente jours calendaires de la communication visée au paragraphe 1er, contre l'impossibilité de formuler une demande de ne pas entamer la procédure de retrait de l'agrément.
  Contre un avis " refus d'agrément " tel que visé à l'article 39, § 4, 4°, l'autorité peut former recours dans un délai de trente jours calendaires de la communication.
  § 3. Le Gouvernement flamand arrête la procédure de suppression de l'agrément et la procédure du recours visé au paragraphe 2, alinéa 4. Ces procédures garantissent les droits de la défense.
  La procédure de recours dans le cas d'un avis conformément à l'article 39, § 5, 2°, b) prévoit une équipe d'audit composée paritairement. ".
Art. 27. Artikel 41bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2012, wordt opgeheven.
Art. 27. L'article 41bis du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2012, est abrogé.
Art. 28. In artikel 42, § 3, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, worden de woorden "of de opvolgingsdoorlichting" opgeheven.
Art. 28. A l'article 42, § 3, du même décret, inséré par le décret du 25 avril 2014, les mots " ou l'audit de suivi " sont supprimés.
Art. 29. In artikel 44 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede ", de opvolgingsverslagen" opgeheven.
Art. 29. Dans l'article 44 du même arrêté, le membre de phrase " , les rapports de suivi " sont abrogés.
Art. 30. In artikel 49 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, worden de paragrafen 5 en 6 opgeheven.
Art. 30. Dans l'article 49 du même décret, modifié par le décret du 16 juin 2017, les paragraphes 5 et 6 sont abrogés.
Art. 31. In artikel 60, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "of tot de proeftijd toegelaten" opgeheven.
Art. 31. Dans l'article 60, alinéa 2, du même décret, les mots " ou admis au stage " sont abrogés.
Art. 32. In artikel 62 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede ", die tot de proeftijd zijn toegelaten" opgeheven;
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "die tot de proeftijd zijn toegelaten" opgeheven.
Art. 32. A l'article 62 du même décret les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, le membre de phrase " , admis au stage " est abrogé ;
  2° dans le paragraphe 2, les mots " admis au stage " sont abrogés.
Art. 33. Artikel 63 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2012, 19 juli 2013 en 25 april 2014, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 63. § 1. Voor de werving in het ambt van inspecteur worden op basis van de behoeften vergelijkende selecties georganiseerd volgens een systeem dat naar vorm en inhoud de nodige waarborgen biedt voor de gelijke behandeling, de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid.
  § 2. De Vlaamse Regering legt per ambt een generiek selectiereglement vast.
  § 3. Het generieke selectiereglement regelt ten minste :
  1° welke diploma's, getuigschriften, ervaringsbewijzen of toegangsbewijzen toegang verlenen tot de selectieprocedure;
  2° de datum waarop de aanwervingsvoorwaarden, vermeld in artikel 49, moeten zijn vervuld;
  3° de vormvereisten en de termijn van de kandidaatstelling;
  4° de aard en het aantal van de testen;
  5° de mogelijkheid om een bijkomende test te organiseren;
  6° de criteria op basis waarvan wordt beoordeeld of de kandidaat geschikt is en geslaagd is;
  7° de mogelijke voorselectie, naargelang het aantal kandidaten;
  8° een mogelijk beperkte procedure in geval van dringende noodzakelijkheid;
  9° de samenstelling en de werking van de selectiecommissies, die voor de helft bestaan uit personen uit de organisatie en de helft uit personen extern aan de organisatie;
  10° de regels van de rangschikking;
  11° de geldigheidsduur van de werving.
  § 4. Onverminderd paragraaf 3 van dit artikel, kan per specifieke werving en na advies van het onderhandelingscomité, vermeld in artikel 185 van dit decreet, een specifiek selectiereglement opgesteld worden door de inspecteur-generaal en de betrokken coördinerend inspecteur. Het specifieke selectiereglement concretiseert de specifieke verwachtingen en bevat ten minste :
  1° welke specifieke diploma's, getuigschriften, ervaringsbewijzen of toegangsbewijzen toegang verlenen tot de selectieprocedure;
  2° de aard en het aantal van de specifieke testen;
  3° de criteria op basis waarvan wordt beoordeeld of de kandidaat geschikt is en geslaagd is;
  4° de samenstelling en de werking van de selectiecommissies, die voor de helft bestaan uit personen uit de organisatie en de helft uit personen extern aan de organisatie.".
Art. 33. L'article 63 du même décret, modifié par les décrets des 21 décembre 2012, 19 juillet 2013 et 25 avril 2014, est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Art. 63. § 1er. Pour le recrutement dans la fonction d'inspecteur, des sélections comparatives sont organisées sur la base des besoins et ce, selon un système qui, au niveau de la forme et du contenu, offre les garanties nécessaires en ce qui concerne l'égalité de traitement, l'indépendance et l'impartialité.
  § 2. Pour chaque fonction, le Gouvernement flamand arrête un règlement de sélection générique.
  § 3. Le règlement de sélection générique règle au moins :
  1° quels sont les diplômes, certificats d'études, titres d'expérience ou titres d'accès qui donnent accès à la procédure de sélection ;
  2° la date à laquelle les conditions de recrutement visées à l'article 49 doivent être remplies ;
  3° les exigences de forme et le délai de candidature ;
  4° la nature et le nombre de tests ;
  5° la possibilité d'organiser un test additionnel ;
  6° les critères d'évaluation de l'aptitude et de la réussite du candidat ;
  7° la présélection éventuelle en fonction du nombre de candidats ;
  8° une éventuelle procédure restreinte en cas de nécessité impérieuse ;
  9° la composition et le fonctionnement des commissions de sélection qui se composent pour moitié de personnes de l'organisation et pour moitié de personnes externes à l'organisation ;
  10° les règles du classement ;
  11° la durée de validité du recrutement.
  § 4. Sans préjudice du paragraphe 3 du présent article, un règlement de sélection spécifique peut être établi par l'inspecteur général et l'inspecteur coordinateur concerné pour chaque recrutement spécifique et après avis du comité de négociation visé à l'article 185 du présent décret. Le règlement de sélection spécifique concrétise les attentes spécifiques et stipule au moins :
  1° quels sont les diplômes, certificats d'études, titres d'expérience ou titres d'accès spécifiques qui donnent accès à la procédure de sélection ;
  2° la nature et le nombre de tests spécifiques ;
  3° les critères d'évaluation de l'aptitude et de la réussite du candidat ;
  4° la composition et le fonctionnement des commissions de sélection qui se composent pour moitié de personnes de l'organisation et pour moitié de personnes externes à l'organisation. ".
Art. 34. Artikel 64 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2012 en 19 juli 2013, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 64. Elke vacature wordt minstens bekendgemaakt volgens de door de Vlaamse Regering bepaalde regels en via Jobpunt Vlaanderen of zijn rechtsopvolger.
  De bekendmaking, vermeld in het eerste lid, bevat de functiebeschrijving, waarin de inzetbaarheid wordt gespecificeerd, en het selectiereglement, vermeld in artikel 63, § 3.".
Art. 34. L'article 64 du même décret modifié par les décrets des 21 décembre 2012 et 19 juillet 2013, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 64. Toute vacance d'emploi est au moins publiée suivant les règles déterminés par le Gouvernement flamand et via Jobpunt Vlaanderen ou son ayant-droit.
  La publication visée à l'alinéa 1er contient la description de fonction dans laquelle l'employabilité est spécifiée et le règlement de sélection visé à l'article 63, § 3. ".
Art. 35. Artikel 65 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 65. § 1. Voorafgaand aan de selectie sluit de inspecteur-generaal de kandidaten uit die niet voldoen aan de statutaire aanwervingsvoorwaarden, vermeld in artikel 49. Hij deelt de beslissing tot uitsluiting schriftelijk mee aan de betrokken kandidaten.
  Bij een uitsluiting kan een kandidaat binnen zeven kalenderdagen nadat hij op de hoogte is gebracht van de beslissing, vragen om gehoord te worden.
  § 2. De selectie van inspecteurs verloopt conform het selectiereglement, vermeld in artikel 63, § 3 en § 4.".
Art. 35. L'article 65 du même décret, modifié par le décret du 19 juillet 2013, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 65. § 1er. Préalablement à la sélection, l'inspecteur général exclut les candidats qui ne satisfont pas aux conditions de recrutement statutaire visées à l'article 49. Il communique par écrit la décision d'exclusion aux candidats concernés.
  En cas d'exclusion, un candidat peut, dans les sept jours calendaires suivant la date à laquelle il a été informé de la décision, demander d'être entendu.
  § 2. La sélection d'inspecteurs se déroule conformément au règlement de sélection visé à l'article 63, §§ 3 et 4. ".
Art. 36. Artikel 65/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2013 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt opgeheven.
Art. 36. L'article 65/1 du même décret, inséré par le décret du 19 juillet 2013 et modifié par le décret du 25 avril 2014 est abrogé.
Art. 37. Artikel 66 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 66. Als een kandidaat tijdelijk wordt aangesteld voor onbepaalde duur of wordt vastbenoemd, wordt die kandidaat uit de wervingsreserve geschrapt.".
Art. 37. L'article 66 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 66. Si un candidat est désigné à titre temporaire pour une période indéterminée ou est nommé à titre définitif, ce candidat est rayé de la réserve de recrutement. ".
Art. 38. Artikel 67 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013, wordt opgeheven.
Art. 38. L'article 67 du même décret, modifié par le décret du 19 juillet 2013, est abrogé.
Art. 39. In deel III, hoofdstuk IV, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij 25 april 2014, wordt afdeling III, die bestaat uit artikel 68 tot en met 76, opgeheven.
Art. 39. Dans la partie III, chapitre IV, du même décret, modifiée par le décret du 25 avril 2014, la section III comportant les articles 68 à 76, est abrogée.
Art. 40. In artikel 79 van hetzelfde decreet worden paragraaf 3 en paragraaf 4 opgeheven.
Art. 40. Dans l'article 79 du même décret, les paragraphes 3 et 4 sont abrogés.
Art. 41. Artikel 80 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 80. Voor de werving in het ambt van coördinerend inspecteur worden op basis van de behoeften vergelijkende selecties georganiseerd volgens een systeem dat naar vorm en inhoud de nodige waarborgen biedt voor de gelijke behandeling, de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid.
  Artikel 63, § 2, § 3 en § 4, en artikel 64 en 65 zijn van toepassing.".
Art. 41. L'article 80 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 80. Pour le recrutement dans la fonction d'inspecteur coordinateur, des sélections comparatives sont organisées en fonction des besoins en utilisant un système qui fournit les garanties nécessaires en termes de forme et de contenu en vue d'assurer l'égalité de traitement, l'indépendance et l'impartialité.
  L'article 63, §§ 2, 3 et 4 et les articles 64 et 65 sont d'application. ".
Art. 42. Artikel 81 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 81. § 1. Conform artikel 65, § 1, sluit de inspecteur-generaal voorafgaand aan de selectie de kandidaten uit die niet voldoen aan de statutaire voorwaarden, vermeld in artikel 49. Hij deelt de beslissing tot uitsluiting schriftelijk mee aan de betrokken kandidaten.
  Bij een uitsluiting kan een kandidaat binnen zeven kalenderdagen nadat hij op de hoogte is gebracht van de beslissing, vragen om gehoord te worden.
  § 2. De selectie van coördinerend-inspecteur verloopt conform het selectiereglement, vermeld in artikel 63, § 3 en § 4.".
Art. 42. L'article 81 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 81. § 1er. Conformément à l'article 65, § 1er, l'inspecteur général exclut, préalablement à la sélection, les candidats qui ne satisfont pas aux conditions statutaires visées à l'article 49. Il communique par écrit la décision d'exclusion aux candidats concernés.
  En cas d'exclusion, un candidat peut, dans les sept jours calendaires suivant la date à laquelle il a été informé de la décision, demander d'être entendu.
  § 2. La sélection de l'inspecteur coordinateur se déroule conformément au règlement de sélection visé à l'article 63, §§ 3 et 4. ".
Art. 43. Artikel 82 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 82. Met behoud van toepassing van artikel 77, 78 en 79 van dit decreet zijn de bepalingen van deel III "Recrutering en selectie van het personeel", hoofdstuk 2, "De selectie via een objectief wervingssysteem", van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006 van toepassing voor de werving in het ambt van inspecteur-generaal.".
Art. 43. L'article 82 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 82. Sans préjudice de l'application des articles 77, 78 et 79 du présent décret, les dispositions de la partie III " RECRUTEMENT ET SELECTION DU PERSONNEL. ", chapitre 2, " La sélection par un système de recrutement objectif. ", du statut du personnel flamand du 13 janvier 2006 sont d'application au recrutement dans la fonction d'inspecteur général. ".
Art. 44. In artikel 83 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt :
  " § 1. De Vlaamse Regering wijst de mandaten van coördinerend-inspecteur en van inspecteur-generaal toe.".
Art. 44. Dans l'article 83 du même décret, le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Le Gouvernement flamand désigne les mandats d'inspecteur coordinateur et d'inspecteur général. ".
Art. 45. Artikel 84 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 45. L'article 84 du même décret est abrogé.
Art. 46. In artikel 90 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 17 juli 2016, wordt paragraaf 1 opgeheven.
Art. 46. A l'article 90 du même décret, modifié par le décret du 17 juillet 2016, le paragraphe 1er est abrogé.
Art. 47. In het artikel 92 van hetzelfde decreet wordt het woord "minimale" geschrapt.
Art. 47. A l'article 92 du même décret, le mot " minimale " est supprimé.
Art. 48. In artikel 95, 1°, en in artikel 101, 1°, van hetzelfde decreet worden de woorden "tot de proeftijd toegelaten of" opgeheven.
Art. 48. Dans l'article 95, 1° et l'article 101, 1°, du même décret, les mots " admis au stage ou " sont abrogés.
Art. 49. In hetzelfde decreet wordt een artikel 99bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 99bis. § 1. De Vlaamse Regering benoemt het personeelslid dat tijdelijk is aangesteld voor onbepaalde duur in het ambt van inspecteur als dat personeelslid het voorwerp uitmaakt van een gemotiveerd voorstel tot benoeming in vast verband.
  § 2. De vaste benoeming wordt schriftelijk vastgelegd. Dit geschrift wordt overhandigd aan het personeelslid en vermeldt ten minste :
  1° de identiteit van het personeelslid;
  2° het uit te oefenen ambt;
  3° de ingangsdatum van de vaste benoeming;
  4° het functieprofiel waarop de vaste benoeming is gebaseerd;
  5° de standplaats.
  § 3. Bij ontstentenis van een geschrift bij de aanvang van de vaste benoeming, wordt het personeelslid geacht benoemd te zijn in het ambt en voor de opdracht die het werkelijk uitvoert.".
Art. 49. Dans le même décret, il est inséré un article 99bis qui s'énonce comme suit :
  " Art. 99bis. § 1er. Le Gouvernement flamand nomme le membre du personnel qui est désigné temporairement à durée indéterminée dans la fonction d'inspecteur si ce membre du personnel fait l'objet d'une proposition motivée de nomination à titre définitif.
  § 2. La nomination à titre définitif est établie par écrit. Ce document écrit est transmis au membre du personnel et indique au moins :
  1° l'identité du membre du personnel ;
  2° la fonction à exercer ;
  3° la date de début de la nomination définitive ;
  4° le profil de la fonction sur lequel la nomination définitive est basée ;
  5° la résidence administrative.
  § 3. En l'absence d'un document écrit au début de la nomination définitive, le membre du personnel est censé être nommé à titre définitif dans la fonction et pour la mission qu'il exerce effectivement. ".
Art. 50. In hetzelfde decreet wordt een artikel 110/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 110/1. De artikelen VII. 35 en VII.39 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid zijn van toepassing op de inspecteur-generaal voor zover hij deel uitmaakt van de beleidsraad van het beleidsdomein onderwijs en het management orgaan.".
Art. 50. Dans le même décret, il est inséré un article 110/1, rédigé comme suit :
  " Art. 110/1. Les articles VII. 35 et VII.39 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 fixant le statut du personnel des services des autorités flamandes sont d'application à l'inspecteur général pour autant qu'il fasse partie du conseil de gestion du domaine politique de l'enseignement et de l'organe de management. ".
Art. 51. In artikel 120, § 1, van hetzelfde decreet wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 51. Dans l'article 120, § 1er, du même décret, l'alinéa 2 est supprimé.
Art. 52. In artikel 121 en 124 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "tot de proeftijd zijn toegelaten;" opgeheven.
Art. 52. Dans les articles 121 et 124 du même décret, les mots " sont admis au stage ; " sont supprimés.
Art. 53. In artikel 131, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "het personeelslid dat tot de proeftijd is toegelaten of" opgeheven.
Art. 53. Dans l'article 131, alinéa 1er, du même décret, les mots " le membre du personnel admis au stage ou " sont supprimés.
Art. 54. In artikel 136, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt punt 3° opgeheven.
Art. 54. Dans l'article 136, alinéa 1er, du même décret, modifié par le décret du 1er juillet 2011, le point 3° est supprimé.
Art. 55. In artikel 149, § 1, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "tot de proeftijd is toegelaten," opgeheven.
Art. 55. Dans l'article 149, § 1er, du même décret, les mots " admis au stage, " sont supprimés.
Art. 56. In artikel 150, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede ", tot de proeftijd toegelaten" opgeheven.
Art. 56. Dans l'article 150, alinéa 1er, du même décret, le membre de phrase " , admis au stage " est supprimé.
Art. 57. Artikel 215 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 215. § 1. De instellingen en CLB's die uiterlijk op 30 juni 2018 een beperkt gunstig advies hebben gekregen, worden geacht een "gunstig advies" als vermeld in artikel 39, § 5, 1°, te hebben gekregen.
  § 2. De instellingen en CLB's die uiterlijk op 30 juni 2018 een ongunstig advies hebben gekregen, worden geacht een "ongunstig advies" als vermeld in artikel 39, § 5, 2°, a), te hebben gekregen.
  Een nieuwe doorlichting volgt binnen een periode van negentig kalenderdagen na de periode van opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning, die is meegedeeld door de Vlaamse Regering aan het bestuur.
  § 3. De doorlichting, vermeld in paragraaf 2, wordt uitgevoerd door een paritair college van inspecteurs dat de Vlaamse Regering heeft samengesteld. Dat college bestaat voor de helft uit inspectieleden die afkomstig zijn uit het vrij onderwijs, en voor de helft uit inspectieleden die afkomstig zijn uit het officieel onderwijs. De Vlaamse Regering kan aan dat paritair college een voorzitter toevoegen, die niet behoort tot de onderwijsinspectie.
  Het paritair college kan een beroep doen op externe deskundigen. De externe deskundige neemt niet deel aan de deliberaties. Zijn rapport, dat hij onafhankelijk opstelt, wordt bij de eindbespreking van het paritair college ter bespreking voorgelegd.
  Bij staking van stemmen bepaalt de inspecteur-generaal het advies nadat hij het college heeft gehoord.
  § 4. Na de doorlichting brengt het paritair college aan de Vlaamse Regering een definitief advies uit over de verdere erkenning van de instelling. Dat advies kan alleen betrekking hebben op de elementen die in het eerdere advies expliciet zijn opgesomd.
  Het advies, dat betrekking heeft op de hele instelling of op een of meer structuuronderdelen, kan op twee manieren worden uitgebracht :
  1° "gunstig advies" als vermeld in artikel 39, § 5, 1° ;
  2° "ongunstig advies" als vermeld in artikel 39, § 5, 2°. ".
Art. 57. L'article 215 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 215. § 1er. Les établissements et les CLB qui, le 30 juin 2018 au plus tard, ont obtenu un avis favorable avec réserves, sont censés avoir obtenu un " avis favorable " tel que visé à l'article 39, § 5, 1°.
  § 2. Les établissements et les CLB qui, le 30 juin 2018 au plus tard, ont reçu un avis défavorable, sont censés avoir obtenu un " avis défavorable " tel que visé à l'article 39, § 5, 2°, a).
  Un nouvel audit est mené dans une période de quatre-vingt-dix jours calendaires après la période de suspension de la procédure de retrait de l'agrément, qui est notifiée par le Gouvernement flamand à l'autorité.
  § 3. L'audit visé au paragraphe 2 est mené par un collège paritaire d'inspecteurs composé par le Gouvernement flamand. Ce collège se compose pour moitié de membres de l'inspection de l'enseignement libre et pour moitié de membres de l'inspection de l'enseignement officiel. Le Gouvernement flamand peut rattacher à ce collège paritaire un président n'appartenant pas à l'inspection de l'enseignement.
  Le collège paritaire peut faire appel à des experts externes. L'expert externe ne participe pas aux délibérations. Son rapport qu'il élabore de façon indépendante est présenté pour discussion au collège paritaire lors de la discussion finale.
  En cas de partage des voix, l'inspecteur général décide de l'avis, après avoir entendu le collège.
  § 4. Après l'audit, le collège paritaire rend son avis définitif au Gouvernement flamand sur la prolongation de l'agrément de l'établissement. Cet avis ne peut porter que sur les éléments énumérés explicitement dans l'avis précédent.
  L'avis portant soit sur l'ensemble de l'établissement soit sur une ou plusieurs subdivisions structurelles peut être émis de deux façons :
  1° " avis favorable " tel que visé à l'article 39, § 5, 1° ;
  2° " avis défavorable " tel que visé à l'article 39, § 5, 2°. ".
Art. 58. Artikel 216 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013, wordt opgeheven.
Art. 58. L'article 216 du même décret modifié par le décret du 19 juillet 2013 est abrogé.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010
CHAPITRE 6. - Modifications au Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010
Art. 59. In artikel 3 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, laatst gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016, wordt een punt 24° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "24° /1 onderwijsinspectie : de inspectie, zoals bedoeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs of de inspectie, zoals bedoeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, voor zover belast met taken op het gebied van het secundair onderwijs;".
Art. 59. Dans l'article 3 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, modifié en dernier lieu par le décret du 17 juin 2016, il est inséré un point 24° /1 ainsi rédigé :
  " 24° /1 inspection de l'enseignement : l'inspection telle que visée au décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement ou l'inspection telle que visée au décret du 1er décembre 1993 relatif à l'inspection et à l'encadrement des cours philosophiques, pour autant qu'elle soit chargée de tâches dans le domaine de l'enseignement secondaire ; "
Art. 60. In artikel 14 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2012, 25 april 2014 en 19 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. Alleen voor een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs dat wordt opgericht in het kader van de oprichting van een school die niet het gevolg is van een herstructurering van bestaande scholen, dient het schoolbestuur, uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de oprichting, een aanvraag tot erkenning in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Die termijn geldt als vervaltermijn. De Vlaamse Regering legt het model van het formulier voor de voormelde aanvraag vast.
  De onderwijsinspectie gaat na of het structuuronderdeel voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 15, § 1, 1°, 2°, 3°, 6°, 9° en 11°. Op basis van het advies van de onderwijsinspectie dat uit dat onderzoek volgt, neemt de Vlaamse Regering uiterlijk op 31 augustus voorafgaand aan de oprichting een van de volgende beslissingen :
  1° hetzij voorlopige erkenning voor één schooljaar;
  2° hetzij geen voorlopige erkenning.
  Artikel 13, eerste lid, is ook op voorlopig erkende structuuronderdelen van toepassing.
  In de loop van het schooljaar van voorlopige erkenning gaat de onderwijsinspectie na of het structuuronderdeel voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 15, § 1, 1° tot en met 12°, 17°, uitsluitend voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs, 20° en 21°. Op basis van het advies van de onderwijsinspectie dat uit dat onderzoek volgt, neemt de Vlaamse Regering uiterlijk op 31 maart van het schooljaar van voorlopige erkenning een van de volgende beslissingen :
  1° hetzij erkenning vanaf het daaropvolgend schooljaar;
  2° hetzij niet-erkenning vanaf het daaropvolgend schooljaar.";
  2° aan paragraaf 3 wordt de volgende zin toegevoegd :
  "De dienstbrief bevat de vestigingsplaatsen waar de erkende structuuronderdelen kunnen worden georganiseerd.";
  3° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. De ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats door een school wordt gemeld aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk op het tijdstip van de ingebruikname. In de melding wordt verklaard dat :
  1° de vestigingsplaats beantwoordt aan de voorwaarden voor de hygiëne, de veiligheid en de bewoonbaarheid;
  2° de school op de hoogte is van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de betreffende gebouwen, als ze een vestigingsplaats in gebruik neemt waar een andere onderwijsinstelling gevestigd is of voordien gevestigd was. De school vermeldt in dat geval ook het advies van de onderwijsinspectie over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats.
  De Vlaamse Regering legt het model van het formulier voor de melding, vermeld in het eerste lid, vast.
  Deze paragraaf geldt niet voor een school die wordt opgericht.".
Art. 60. A l'article 14 du même Code, modifié par les décrets des 21 décembre 2012, 25 avril 2014 et 19 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Uniquement pour une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire ordinaire ou spécial créée dans le cadre de la création d'une école ne résultant pas d'une restructuration d'écoles existantes, l'autorité scolaire dépose, au plus tard le 1er avril avant la création, une demande d'agrément par le Gouvernement flamand auprès de l'Agentschap voor Onderwijsdiensten. Ce délai vaut comme délai d'échéance. Le Gouvernement flamand établit le modèle du formulaire de la demande précitée.
  L'inspection de l'enseignement examine si la subdivision structurelle remplit les conditions d'agrément visées à l'article 15, § 1er, 1°, 2°, 3°, 6°, 9° et 11°. Sur la base de l'avis de l'inspection de l'enseignement qui découle de cet examen, le Gouvernement flamand prend, au plus tard le 31 août précédant la création, une des décisions suivantes :
  1° soit un agrément provisoire pour une année scolaire ;
  2° soit un refus d'agrément provisoire.
  L'article 13, alinéa 1er, est également d'application à des subdivisions structurelles agréées provisoirement.
  Au cours de l'année scolaire de l'agrément provisoire, l'inspection de l'enseignement examine si la subdivision structurelle satisfait aux conditions visées à l'article 15, § 1er, 1° à 12°, 17°, uniquement pour l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, 20° et 21°. Sur la base de l'avis de l'inspection de l'enseignement qui découle de cet examen, le Gouvernement flamand prend, au plus tard le 31 mars de l'année scolaire de l'agrément provisoire, une des décisions suivantes :
  1° soit l'agrément à partir de l'année scolaire suivante ;
  2° soit le refus d'agrément à partir de l'année scolaire suivante. " ;
  2° au paragraphe 3, la phrase suivante est ajoutée :
  " La dépêche reprend les implantations où peuvent être organisées les subdivisions structurelles agréées. " ;
  3° le paragraphe 4 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 4. La mise en service d'une nouvelle implantation par une école est notifiée à l'" Agentschap voor Onderwijsdiensten " au plus tard au moment de la mise en service. Dans la notification, il est déclaré que :
  1° l'implantation répond aux conditions en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité ;
  2° l'école est au courant des recommandations ou manques formulés par l'inspection de l'enseignement dans son dernier rapport d'audit en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité des bâtiments en question, lorsqu'elle met en service une implantation où un autre établissement d'enseignement est situé ou était situé auparavant. Dans ce cas, l'école mentionne également l'avis de l'inspection de l'enseignement sur l'habitabilité, la sécurité et l'hygiène de la nouvelle implantation.
  Le Gouvernement flamand établit le modèle du formulaire de la notification, visée à l'alinéa 1er.
  Ce paragraphe ne s'applique pas à une école qui est en cours de création. ".
Art. 61. In artikel 15 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2012, 12 juli 2013, 21 maart 2014 en 19 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. Alleen voor een structuuronderdeel gewoon of buitengewoon secundair onderwijs dat wordt opgericht in het kader van de oprichting van een school die niet het gevolg is van een herstructurering van bestaande scholen, dient het schoolbestuur, uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de oprichting, een aanvraag tot financiering of subsidiëring in bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Die termijn geldt als vervaltermijn. De Vlaamse Regering legt het model van het formulier voor de voormelde aanvraag vast.
  De onderwijsinspectie gaat na of het structuuronderdeel voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, 1°, 2°, 3°, 6°, 9° en 11°. Op basis van het advies van de onderwijsinspectie dat uit dat onderzoek volgt, neemt de Vlaamse Regering uiterlijk op 31 augustus voorafgaand aan de oprichting een van de volgende beslissingen :
  1° hetzij financiering of subsidiëring met inbegrip van voorlopige erkenning voor één schooljaar;
  2° hetzij niet-financiering of niet-subsidiëring met inbegrip van geen voorlopige erkenning.
  Artikel 13, eerste lid, is ook op voorlopig erkende structuuronderdelen van toepassing.
  In de loop van het schooljaar van voorlopige erkenning gaat de onderwijsinspectie na of het structuuronderdeel voldoet aan alle voorwaarden, vermeld in paragraaf 1. Op basis van het advies van de onderwijsinspectie dat uit dat onderzoek volgt, neemt de Vlaamse Regering uiterlijk op 31 maart van het schooljaar van voorlopige erkenning een van de volgende beslissingen :
  1° hetzij financiering of subsidiëring met inbegrip van erkenning vanaf het daaropvolgend schooljaar;
  2° hetzij niet-financiering of niet-subsidiëring met inbegrip van niet-erkenning vanaf het daaropvolgend schooljaar.
  Een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering tot financiering of subsidiëring heeft maar uitwerking als voldaan is aan de vigerende programmatieregels voor scholen en structuuronderdelen. Als aan die programmatieregels niet is voldaan, slaat een gunstige beslissing uitsluitend op erkenning.
  In een gefinancierd of gesubsidieerd structuuronderdeel, met inbegrip van voorlopige erkenning, is affectatie, mutatie of vaste benoeming van personeelsleden niet mogelijk.";
  2° aan paragraaf 3 wordt de volgende zin toegevoegd :
  "De dienstbrief bevat de vestigingsplaatsen waar de gefinancierde of gesubsidieerde structuuronderdelen kunnen worden georganiseerd.";
  3° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. De ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats door een school wordt gemeld aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk op het tijdstip van de ingebruikname. In de melding wordt verklaard dat :
  1° de vestigingsplaats beantwoordt aan de voorwaarden voor de hygiëne, de veiligheid en de bewoonbaarheid;
  2° de school op de hoogte is van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de betreffende gebouwen, als ze een vestigingsplaats in gebruik neemt waar een andere onderwijsinstelling gevestigd is of voordien was. De school vermeldt in dat geval ook het advies van de onderwijsinspectie over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats.
  De Vlaamse Regering legt het model van het formulier voor de melding, vermeld in het eerste lid, vast.
  Deze paragraaf geldt niet voor een school die, al dan niet als gevolg van een herstructurering van bestaande scholen, wordt opgericht.".
Art. 61. A l'article 15 du même Code, modifié par les décrets des 21 décembre 2012, 12 juillet 2013, 21 mars 2014 et 19 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Uniquement pour une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire ordinaire ou spécial organisée dans le cadre de la création d'une école ne résultant pas d'une restructuration d'écoles existantes, l'autorité scolaire dépose, au plus tard le 1er avril avant la création, une demande de financement ou de subventionnement par le Gouvernement flamand auprès de l'Agentschap voor Onderwijsdiensten. Ce délai vaut comme délai d'échéance. Le Gouvernement flamand établit le modèle du formulaire de la demande précitée.
  L'inspection de l'enseignement examine si la subdivision structurelle remplit les conditions d'agrément visées au paragraphe § 1er, 1°, 2°, 3°, 6°, 9° et 11°. Sur la base de l'avis de l'inspection de l'enseignement qui découle de cet examen, le Gouvernement flamand prend, au plus tard le 31 août précédant la création, une des décisions suivantes :
  1° soit le financement ou le subventionnement y compris l'agrément provisoire pour une année scolaire ;
  2° soit le non-financement ou non-subventionnement ainsi que le refus d'agrément provisoire.
  L'article 13, alinéa 1er, est également d'application à des subdivisions structurelles agréées provisoirement.
  Au cours de l'année scolaire de l'agrément provisoire, l'inspection de l'enseignement examine si la subdivision structurelle satisfait à toutes les conditions visées au paragraphe 1er. Sur la base de l'avis de l'inspection de l'enseignement qui découle de cet examen, le Gouvernement flamand prend, au plus tard le 31 mars de l'année scolaire de l'agrément provisoire, une des décisions suivantes :
  1° soit le financement ou le subventionnement y compris l'agrément à partir de l'année scolaire suivante ;
  2° soit le non-financement ou non-subventionnement ainsi que le refus d'agrément provisoire à partir de l'année scolaire suivante.
  Une décision favorable du Gouvernement flamand quant au financement ou au subventionnement ne produit ses effets que s'il est satisfait aux règles de programmation applicables aux écoles et subdivisions structurelles. S'il n'est pas satisfait aux règles de programmation, la décision favorable porte uniquement sur l'agrément.
  Dans une subdivision structurelle financée ou subventionnée, y compris l'agrément provisoire, il n'est pas possible d'affecter, muter ou nommer à titre définitif des membres du personnel. " ;
  2° au paragraphe 3, la phrase suivante est ajoutée :
  " La dépêche reprend les implantations où peuvent être organisées les subdivisions structurelles financées ou subventionnées. " ;
  3° le paragraphe 4 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 4. La mise en service d'une nouvelle implantation par une école est notifiée à l'" Agentschap voor Onderwijsdiensten " au plus tard au moment de la mise en service. Dans la notification, il est déclaré que :
  1° l'implantation répond aux conditions en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité ;
  2° l'école est au courant des recommandations ou manques formulés par l'inspection de l'enseignement dans son dernier rapport d'audit en matière d'hygiène, de sécurité et d'habitabilité des bâtiments en question, lorsqu'elle met en service une implantation où un autre établissement d'enseignement est situé ou était situé auparavant. Dans ce cas, l'école mentionne également l'avis de l'inspection de l'enseignement sur l'habitabilité, la sécurité et l'hygiène de la nouvelle implantation.
  Le Gouvernement flamand établit le modèle du formulaire de la notification, visée à l'alinéa 1er.
  Ce paragraphe ne vaut pas pour une école qui est créée à la suite ou non d'une restructuration d'écoles déjà existantes. ".
Art. 62. In artikel 111 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 1 juli 2011, 19 juli 2013 en 4 april 2014, wordt paragraaf 2 opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  " § 2. In aansluiting op de informatie die het school- of centrumbestuur via het school- of centrumreglement verstrekt en met het oog op de mogelijke studievoortgang brengt het bestuur de betrokken personen in voorkomend geval ervan op de hoogte dat de school of het centrum :
  1° bij de bevoegde overheid een aanvraag tot hetzij erkenning hetzij financiering of subsidiëring met inbegrip van erkenning werd ingediend, of
  2° van de bevoegde overheid een voorlopige erkenning voor één schooljaar werd bekomen of een financiering of subsidiëring met inbegrip van voorlopige erkenning voor één schooljaar werd bekomen.
  Het bestuur informeert de betrokken personen onmiddellijk tijdens het schooljaar van voorlopige erkenning over de beslissing van de bevoegde overheid over de erkenning, de financiering of de subsidiëring vanaf het daaropvolgende schooljaar.".
Art. 62. Dans l'article 111 du même Code modifié par les décrets du Gouvernement flamand des 1er juillet 2011, 19 juillet 2013 et 4 avril 2014, le paragraphe 2 est rétabli dans la rédaction suivante :
  " § 2. Dans le droit fil des informations fournies par l'autorité scolaire ou l'autorité du centre via le règlement d'école ou de centre et en vue d'une éventuelle progression des études, l'autorité informe les personnes concernées que l'école ou le centre :
  1° a introduit auprès de l'autorité compétente une demande soit d'agrément soit de financement ou de subventionnement y compris d'agrément, ou
  2° a obtenu de l'autorité compétente un agrément provisoire d'une année scolaire soit un financement ou de subventionnement y compris un agrément provisoire d'une année scolaire.
  L'autorité informe sans tarder les personnes concernées pendant l'année scolaire d'agrément provisoire de la décision de l'autorité compétente sur l'agrément, le financement ou le subventionnement à partir de l'année scolaire suivante. ".
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 63. Het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 1997 betreffende de erkenning, de financiering en subsidiëring van scholen in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs, laatst gewijzigd bij het besluit van 16 april 2004, wordt opgeheven.
Art. 63. L'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juillet 1997 relatif à l'agrément, au financement et au subventionnement d'écoles dans l'enseignement fondamental ordinaire et spécial, modifié en dernier lieu par l'arrêté du 16 avril 2004 est abrogé.
Art. 64. Dit decreet treedt in werking op 1 september 2018.
Art. 64. Le présent décret entre en vigueur le 1er septembre 2018.