Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
16 MAART 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de wijziging van diverse bepalingen van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques
Titre
16 MARS 2018. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 concernant les titres-services
Documentinformatie
Numac: 2018030717
Datum: 2018-03-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018030717
Date: 2018-03-16
Moniteur: Voir
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. In artikel 1, vijfde lid van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, gewijzigd bij koninklijk besluit van 28 september 2008, worden de woorden "de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer" vervangen door de woorden "het Departement Mobiliteit en Openbare Werken van het Vlaams Ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken".
Article 1er. A l'article 1er, alinĂ©a cinq, de l'arrĂȘtĂ© royal du 12 dĂ©cembre 2001 concernant les titres-services, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 28 septembre 2008, les termes " Service Public FĂ©dĂ©ral MobilitĂ© et Transports " sont remplacĂ©s par les termes " le DĂ©partement de la MobilitĂ© et des Travaux publics du MinistĂšre flamand de la MobilitĂ© et des Travaux Publics ".
Art. 2. Aan artikel 2 quater, § 4, eerste lid van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 9 januari 2004 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 16 januari 2007, 13 juli 2007, 28 april 2008, 25 oktober 2011 en bij besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt een punt 21° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"21° de onderneming verbindt zich ertoe geen prestaties die betaald worden met dienstencheques te laten verrichten door werknemers van wie de tewerkstelling niet voorafgaand aan de RSZ is gemeld conform het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.".
Art. 2. L'article 2 quater, § 4, alinĂ©a premier, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 9 janvier 2004 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux du 16 janvier 2007, du 13 juillet 2007, du 28 avril 2008, du 25 octobre 2011 et par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2015, est complĂ©tĂ© par un point 21°, rĂ©digĂ© comme suit :
" 21° l'entreprise s'engage Ă  ne pas laisser s'effectuer des prestations payĂ©es au moyen de titres-services par des [travailleurs] pour lesquels l'emploi n'a pas Ă©tĂ© dĂ©clarĂ© prĂ©alablement Ă  l'ONSS, conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© royal du 5 novembre 2002 instaurant une dĂ©claration immĂ©diate de l'emploi, en application de l'article 38 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sĂ©curitĂ© sociale et assurant la viabilitĂ© des rĂ©gimes lĂ©gaux des pensions. ". (ERRATUM, voir M.B. du 23-04-2018, p. 35269)
Art. 3. In artikel 4, tweede lid van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij koninklijk besluit van 9 januari 2004 en gewijzigd bij koninklijk besluit van 5 maart 2006 en bij besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt de zinsnede ", opgesplitst volgens het Gewest waar de gebruiker gedomicilieerd is" opgeheven.
Art. 3. A l'article 4, alinĂ©a deux du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 9 janvier 2004 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 5 mars 2006 et par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2015, le membre de phrase " , et rĂ©partie par RĂ©gion sur base du domicile de l'utilisateur " est abrogĂ©.
Art. 4. In het artikel 10 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt een paragraaf 3bis ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 3bis. Bij het verstrijken van een termijn van vijf jaar te rekenen vanaf de toekenningsdatum van de erkenning, geeft het departement de borgsom vrij. Vooraleer de borgsom vrij te geven gaat het departement na of er nog bedragen verschuldigd zijn aan het departement. Als dat het geval is, wordt het bedrag van de borgsom gebruikt voor de aanzuivering van die schuldvorderingen. Het resterende bedrag wordt vrijgegeven.
Het departement kan de vrijgave van de borgsom opschorten als de erkende onderneming tijdens de afgelopen twee jaar inbreuken heeft begaan vastgesteld door de bevoegde inspectiediensten op de erkenningsvoorwaarden opgenomen in de wet of in dit besluit.
Het departement deelt de beslissing om de vrijgave van de borgsom op te schorten mee aan de erkende onderneming binnen zestig dagen na het verstrijken van vijf jaar te rekenen vanaf de toekenningsdatum van de erkenning.
Als het departement de vrijgave van de borgsom opschort, kan het departement ten vroegste één jaar na die beslissing de borgsom vrijgeven.".
Art. 4. A l'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2015, est insĂ©rĂ© un paragraphe 3bis, rĂ©digĂ© comme suit :
" § 3bis. A l'expiration d'un délai de cinq ans à compter de la date d'octroi de l'agrément, le département lÚve le cautionnement. Avant de lever le cautionnement, le département vérifie s'il ne reste pas des sommes dues au département. Si tel est le cas, le montant du cautionnement sera utilisé pour l'apurement de ces créances. Le montant restant sera levé.
Le dĂ©partement peut suspendre la levĂ©e du cautionnement si, au cours des deux annĂ©es prĂ©cĂ©dentes, l'entreprise agréée a commis des infractions aux conditions d'agrĂ©ment reprises dans la loi ou dans ce prĂ©sent arrĂȘtĂ©, qui ont Ă©tĂ© constatĂ©es par les services d'inspection compĂ©tents.
Le département informe l'entreprise agréée de la décision de suspendre la levée du cautionnement dans les soixante jours aprÚs l'expiration du délai de cinq ans à compter de la date d'octroi de l'agrément.
Si le département suspend la levée du cautionnement, il peut lever le cautionnement au plus tÎt un an aprÚs cette décision. ".
Art. 5. Artikel 11bis van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 9 januari 2004 en vervangen bij besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt opgeheven.
Art. 5. L'article 11bis du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 9 janvier 2004 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2015, est abrogĂ©.
Art. 6. De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Le ministre flamand qui a la politique de l'emploi dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.