Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
22 DECEMBER 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen
Titre
22 DECEMBRE 2017. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant diverses dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets
Documentinformatie
Numac: 2018030500
Datum: 2017-12-22
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018030500
Date: 2017-12-22
Moniteur: Voir
Tekst (81)
Texte (81)
Artikel 1. In artikel 1.2.1, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, 29 november 2013, 23 mei 2014 en 23 september 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een punt 9° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "9° /1 beveiligde zending: een van de hiernavolgende betekeningswijzen:
  a) een aangetekend schrijven;
  b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
  c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;"
  2° er wordt een punt 15° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "15/1° categorie 3-materiaal: categorie 3-materiaal als vermeld in artikel 10 van de verordening (EG) 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1774/2002;";
  3° er wordt een punt 23° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "23° /1 elektronische melding: elke melding die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek, via de elektronische webloketten op de website van de OVAM;";
  4° er wordt een punt 25° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "25° /1 folies: folies die worden gebruikt als secundaire verpakking of tertiaire verpakking;";
  5° er wordt een punt 83° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "83° /1 verstoking: een procedé als vermeld in bijlage 1, 41, van de verordening (EU) 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn;".
Article 1er. A l'article 1.2.1, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 novembre 2012, 29 novembre 2013, 23 mai 2014 et 23 septembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré un point 9° /1, libellé comme suit :
  " 9° /1 envoi sécurisé : l'un des modes de signification ci-après :
  a) un courrier recommandé ;
  b) une remise contre récépissé ;
  c) tout autre mode de signification autorisé par le Gouvernement flamand permettant d'établir la date de notification avec certitude ; " ;
  2° il est inséré un point 15° /1, libellé comme suit :
  " 15/1° matières de catégorie 3 : matières de catégorie 3 telles que visée à l'article 10 du règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et abrogeant le règlement (CE) n° 1774/2002 ; " ;
  3° il est inséré un point 23° /1, libellé comme suit :
  " 23° /1 notification électronique : toute notification qui satisfait aux conditions énoncées à l'article 2281 du Code civil, par le biais des guichets électroniques sur le site Internet de l'OVAM ; " ;
  4° il est inséré un point 25° /1, libellé comme suit :
  " 25° /1 films : films utilisés comme emballage secondaire ou tertiaire ; " ;
  5° il est inséré un point 83° /1, libellé comme suit :
  " 83° /1 combustion : un processus tel que visé à l'annexe 1, point 41, du règlement (UE) n° 142/2011 de la Commission du 25 février 2011 portant application du règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et portant application de la directive 97/78/CE du Conseil en ce qui concerne certains échantillons et articles exemptés des contrôles vétérinaires effectués aux frontières en vertu de cette directive ; ".
Art. 2. Artikel 2.2.8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 en 23 mei 2014, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 2.2.8. § 1. De grondstoffenproducent of in afwijking daarvan, de persoon die in zijn naam optreedt, vermeld in artikel 2.4.2.1, is ervoor verantwoordelijk dat de verplichtingen, vermeld in dit hoofdstuk, nageleefd worden. Hij brengt elke afnemer van de grondstof op de hoogte van de gebruiksvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk 5, afdeling 5.3, en van de specifieke criteria, vermeld in afdeling 2.3 van dit hoofdstuk.
  Het is de verantwoordelijkheid van de grondstoffenproducent of de persoon die in zijn naam optreedt, om de toezichthouder binnen zeven kalenderdagen op de hoogte te brengen, als hij over informatie beschikt waaruit kan worden besloten dat een partij materialen niet meer aan de bepalingen, vermeld in dit hoofdstuk, voldoet. In dat geval wordt die partij materialen beschouwd als afvalstof.
  § 2. De materialen, vermeld in artikel 2.2.3 die worden beschouwd als grondstoffen, worden minstens eenmaal per jaar bemonsterd en geanalyseerd, tenzij anders bepaald in de grondstofverklaring, door een erkend laboratorium in de discipline afvalstoffen en andere materialen als vermeld in artikel 6, 5°, e), van het VLAREL van 19 november 2010.
  Het monster moet representatief zijn voor de productie in een bepaald tijdsinterval. De conformiteit met de geldende criteria moet worden verzekerd op basis van een representatieve bemonstering en analyse.
  Afhankelijk van de herkomst, de verontreinigingsgraad en aanwending kan de grondstoffenproducent of in afwijking daarvan, de persoon die in zijn naam optreedt in overleg met de OVAM de parameterlijst, vermeld in bijlage 2.3.1 en 2.3.2, beperken.
  § 3. De analysegegevens worden bijgehouden op een elektronische drager met het oog op een eenvoudige uitwisseling tussen de OVAM en de voormelde persoon. De minister bepaalt de technische specificaties waaraan de analysegegevens moeten voldoen, en de technische specificaties in verband met de uitwisseling van gegevens op verzoek van de OVAM worden opgenomen in een standaardprocedure.
  Houders van een grondstofverklaring bezorgen deze analysegegevens jaarlijks op elektronische wijze aan de OVAM. Voor die elektronische overdracht stelt de OVAM een webloket voor grondstofverklaringen ter beschikking via de website van de OVAM. De analyses die de conformiteit met het ministerieel besluit overeenkomstig onderafdeling 2.3.6 aantonen, moeten eveneens door de producent jaarlijks op elektronische wijze aan de OVAM bezorgd worden.
  De analysegegevens die niet moeten gerapporteerd worden overeenkomstig de bepalingen opgenomen in het tweede lid van deze paragraaf moeten door de persoon, vermeld in paragraaf 1, gedurende vijf jaar ter beschikking gehouden worden van de toezichthouder en de OVAM."
Art. 2. L'article 2.2.8 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 1er mars 2013 et 23 mai 2014, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 2.2.8. § 1er. Le producteur de matières premières ou, par dérogation, la personne agissant en son nom, visée à l'article 2.4.2.1, est responsable du respect des obligations visées dans le présent chapitre. Il informe tout acheteur des matières premières des conditions d'utilisation visées au chapitre 5, section 5.3, et des critères spécifiques, visés dans la section 2.3 du présent chapitre.
  Il relève de la responsabilité du producteur de matières premières ou de la personne agissant en son nom d'informer le fonctionnaire surveillant dans un délai de sept jours civils s'il dispose d'informations permettant de conclure qu'un lot de matériaux ne satisfait plus aux dispositions mentionnées dans le présent chapitre. Le cas échéant, ce lot de matériaux est considéré comme des déchets.
  § 2. Les matériaux mentionnés à l'article 2.2.3, qui sont considérés comme des matières premières, sont échantillonnés et analysés au moins une fois par an, sauf stipulation contraire dans la déclaration de matières premières, par un laboratoire agréé dans la discipline des déchets et autres matériaux, visé à l'article 6, 5°, e), du VLAREL du 19 novembre 2010.
  L'échantillon doit être représentatif de la production dans un intervalle de temps déterminé. La conformité aux critères en vigueur doit être garantie sur la base d'un échantillonnage et d'une analyse représentatifs.
  En fonction de l'origine, du taux de pollution et de l'utilisation, le producteur de matières premières ou, par dérogation, la personne agissant en son nom peut, en concertation avec l'OVAM, limiter la liste des paramètres, mentionnée aux annexes 2.3.1 et 2.3.2.
  § 3. Les données d'analyse sont tenues à jour sur un support électronique en vue d'un échange simple entre l'OVAM et la personne précitée. Le ministre établit les spécifications techniques auxquelles les données d'analyse doivent satisfaire et les spécifications techniques en rapport avec l'échange de données à la demande de l'OVAM sont reprises dans une procédure standard.
  Les titulaires d'une déclaration de matières premières transmettent chaque année ces données d'analyse à l'OVAM par voie électronique. En vue de cette transmission électronique, l'OVAM met à disposition sur son site Internet un guichet web pour les déclarations de matières premières. Les analyses qui démontrent la conformité à l'arrêté ministériel conformément à la sous-section 2.3.6 doivent également être transmises chaque année par le producteur à l'OVAM par voie électronique.
  Les données d'analyse qui ne doivent pas faire l'objet d'un rapport conformément aux dispositions visées à l'alinéa 2 de ce paragraphe doivent être tenues pendant cinq ans à la disposition du fonctionnaire surveillant et de l'OVAM par la personne visée au paragraphe 1er. "
Art. 3. Artikel 2.3.1.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 2.3.1.1. Om de materialen, vermeld in bijlage 2.2, afdeling 1, te beschouwen als grondstoffen, bestemd voor gebruik als meststof of bodemverbeterend middel, moeten de voorwaarden van samenstelling, namelijk de maximale gehalten aan verontreinigende stoffen vervuld zijn. De samenstellingsvoorwaarden voor grondstoffen die 2 % of meer dan 2 % droge stof bevatten, zijn vermeld in bijlage 2.3.1.A. De samenstellingsvoorwaarden voor grondstoffen die minder dan 2 % droge stof bevatten, zijn vermeld in bijlage 2.3.1.B.".
Art. 3. L'article 2.3.1.1 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 2.3.1.1. Pour considérer les matériaux mentionnés en annexe 2.2, section 1, comme des matières premières destinées à une utilisation comme engrais ou produit d'amendement du sol, les conditions de composition, à savoir les teneurs maximales en polluants, doivent être remplies. Les conditions de composition des matières premières qui contiennent 2 % ou plus de 2 % de matière sèche sont stipulées en annexe 2.3.1.A. Les conditions de composition des matières premières qui contiennent moins de 2 % de matière sèche sont stipulées en annexe 2.3.1.B.
Art. 4. In artikel 2.3.2.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
  "Sorteerinrichtingen voor bouw- en sloopafval waarvan het uitgesorteerde puin na verdere bewerking bij een breker wordt afgezet als gerecycleerd granulaat, beschikken over een kwaliteitsborgingssysteem als vermeld in het eenheidsreglement gerecycleerde granulaten.".
Art. 4. A l'article 2.3.2.2 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Les établissements de triage de débris de construction et de démolition dont les débris triés sont vendus, après traitement ultérieur, à une entreprise de concassage comme granulat recyclé, possèdent un système de garantie de qualité tel que visé dans le règlement unitaire relatif aux granulats recyclés. "
Art. 5. In artikel 2.3.6.1 van hetzelfde besluit wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2/1. De producent laat het materiaal dat afkomstig is van metallurgische productieprocessen voor ferrometalen en als grondstof wordt gebruikt, registreren. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket registraties op de website van de OVAM.
  De OVAM stelt een register van geregistreerde materialen die afkomstig zijn van metallurgische productieprocessen voor ferrometalen en als grondstof worden gebruikt, ter beschikking via haar website.".
Art. 5. A l'article 2.3.6.1 du même arrêté, il est inséré un paragraphe 2/1, libellé comme suit :
  " § 2/1. Le producteur fait enregistrer les matières provenant de procédés de production métallurgique pour les métaux ferreux et utilisées comme matière première. Il utilise à cette fin le guichet web destiné aux enregistrements sur le site Internet de l'OVAM.
  L'OVAM met à disposition sur son site Internet un registre des matières enregistrées provenant de procédés de production métallurgique pour les métaux ferreux et utilisées comme matière première. "
Art. 6. In het hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017, wordt een artikel 2.3.6.2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 2.3.6.2. § 1. De registratie bevat de volgende gegevens:
  1° de identificatiegegevens van de grondstoffenproducent: maatschappelijke naam, rechtsvorm, voor Belgische ondernemingen het ondernemingsnummer en eventueel het vestigingsnummer en voor buitenlandse ondernemingen het btw-nummer, het adres van de maatschappelijke zetel en van de exploitatiezetel, van de verantwoordelijke bij de exploitatiezetel de naam, het contactadres, het telefoonnummer, het e-mailadres en eventueel het faxnummer;
  2° de identificatiegegevens van de contactpersoon: naam, contactadres, telefoonnummer en e-mailadres;
  3° de identificatie van het materiaal: gebruikelijke naam, jaarlijkse hoeveelheid en de materiaalcode;
  4° de beschrijving van de specifiek beoogde toepassing of het gebruik van het materiaal;
  5° een verklaring dat de verstrekte gegevens correct en volledig zijn, en dat het materiaal voldoet aan de voorwaarden voor gebruik.
  § 2. De OVAM brengt de aanvrager op de hoogte van de correcte registratie via een melding in het webloket registraties van de OVAM. Zolang de aanvrager geen elektronische melding ontvangt, moet de registratie beschouwd worden als niet ingediend.
  De registratie geldt voor een periode van tien jaar.
  § 3. Elke wijziging in de geregistreerde gegevens wordt elektronisch aan de OVAM meegedeeld. Daarvoor maakt de producent gebruik van het webloket registraties op de website van de OVAM. De gewijzigde gegevens worden aangepast in het register van geregistreerde materialen die afkomstig zijn van metallurgische productieprocessen voor ferrometalen en als grondstof worden gebruikt.
  De registratie kan niet aan derden worden doorgegeven, uitgezonderd wanneer de grondstoffenproducent wordt overgenomen.
  Bij een overname van de grondstoffenproducent deelt de grondstoffenproducent de identificatiegegevens zoals vermeld in 1° en 2° van paragraaf 1 van dit artikel en een bewijs van de overname mee aan de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket registraties op de website van de OVAM. De nieuwe registratie is geldig met onmiddellijke ingang.
  Bij stopzetting van het gebruik van het materiaal als grondstof kan de producent op zijn verzoek de registratie laten opheffen. De registratie als materiaal wordt dan geschrapt uit het register. De producent meldt de stopzetting elektronisch aan de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket registraties op de website van de OVAM.
  § 4. Elk misbruik van de registratie en elke overtreding van de voorwaarden voor het gebruik van het materiaal, kan leiden tot het schorsen van de registratie.
  Bij vaststelling van misbruik van de registratie of van een overtreding van de voorwaarden voor het gebruik van het materiaal wordt de producent door de OVAM met een beveiligde zending op de hoogte gebracht van de voorgenomen beslissing tot schorsing en de motieven daarvoor. De producent beschikt over een termijn van veertien dagen na ontvangst van de beveiligde zending om zijn verweermiddelen kenbaar te maken of om aan te tonen dat zijn zaken ondertussen in orde zijn gebracht. Hij kan vragen om gehoord te worden.
  De schorsing wordt door de OVAM met een beveiligde zending aan de producent meegedeeld, met vermelding van de motieven. Na de schorsing wordt het materiaal opgenomen in het register van geschorste registraties van materialen die afkomstig zijn van metallurgische productieprocessen voor ferrometalen.
  Een schorsing van de registratie van een materiaal dat afkomstig is van metallurgische productieprocessen voor ferrometalen, blijft van kracht voor een termijn die afloopt samen met de einddatum van de registratie. Als door de producent intussen kan worden aangetoond dat de aanleiding tot schorsing niet meer bestaat, kan de schorsing ongedaan worden gemaakt. Tijdens de periode van de schorsing kan de producent voor dat materiaal geen nieuwe registratie verkrijgen.".
Art. 6. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 février 2017, il est inséré un article 2.3.6.2, libellé comme suit :
  " Art. 2.3.6.2. § 1er. L'enregistrement reprend les données suivantes :
  1° les données d'identification du producteur de matières premières : raison sociale, forme juridique, pour les entreprises belges, le numéro d'entreprise et, éventuellement, le numéro d'établissement, et pour les entreprises étrangères, le numéro de T.V.A., l'adresse du siège social et du siège d'exploitation, le nom, l'adresse de contact, le numéro de téléphone, l'adresse e-mail et, éventuellement, le numéro de télécopieur du responsable du siège d'exploitation ;
  2° les données d'identification de la personne de contact : nom, adresse de contact, numéro de téléphone et adresse e-mail ;
  3° l'identification du matériau : nom courant, quantité annuelle et code du matériau ;
  4° la description de l'application visée spécifiquement ou de l'utilisation du matériau ;
  5° une déclaration qui confirme que les données communiquées sont correctes et complètes et que le matériau satisfait aux conditions d'utilisation.
  § 2. L'OVAM informe le demandeur de l'enregistrement correct au moyen d'une notification dans son guichet web destiné aux enregistrements. Tant que le demandeur ne reçoit pas de notification électronique, l'enregistrement doit être considéré comme non transmis.
  L'enregistrement est valable pour une période de dix ans.
  § 3. Toute modification des données enregistrées est communiquée à l'OVAM par voie électronique. Le producteur utilise à cette fin le guichet web destiné aux enregistrements sur le site Internet de l'OVAM. Les données modifiées sont adaptées dans le registre des matières enregistrées provenant de procédés de production métallurgique pour les métaux ferreux et utilisées comme matière première.
  L'enregistrement ne peut être transmis à des tiers, hormis en cas de reprise du producteur de matières premières.
  En cas de reprise du producteur de matières premières, ce dernier communique à l'OVAM les données d'identification telles que visées aux points 1° et 2° du § 1er du présent article ainsi qu'une preuve de la reprise. Il utilise à cette fin le guichet web destiné aux enregistrements sur le site Internet de l'OVAM. Le nouvel enregistrement est valable avec effet immédiat.
  En cas de cessation de l'utilisation du matériau comme matière première, le producteur peut faire lever l'enregistrement à sa demande. L'enregistrement comme matériau est alors radié du registre. Le producteur communique la cessation à l'OVAM par voie électronique. Il utilise à cette fin le guichet web destiné aux enregistrements sur le site Internet de l'OVAM.
  § 4. Tout usage abusif de l'enregistrement et toute infraction aux conditions d'utilisation du matériau peuvent mener à la suspension de l'enregistrement.
  En cas de constatation d'usage abusif de l'enregistrement ou d'infraction aux conditions d'utilisation du matériau, l'OVAM informe le producteur par envoi sécurisé de la décision envisagée de suspension et des raisons qui la motivent. Le producteur dispose d'un délai de quatorze jours après réception de l'envoi sécurisé pour faire connaître ses moyens de défense ou pour démontrer qu'il a redressé la situation. Il peut demander à être entendu.
  L'OVAM communique la suspension au producteur par envoi sécurisé en en précisant les motifs. Après la suspension, le matériau est repris dans le registre des enregistrements suspendus de matières provenant de procédés de production métallurgique pour les métaux ferreux.
  La suspension de l'enregistrement d'un matériau provenant de procédés de production métallurgique pour les métaux ferreux reste en vigueur jusqu'à la date d'expiration de l'enregistrement. Si le producteur réussit entre-temps à démontrer que le motif de sa suspension n'existe plus, la suspension peut être annulée. Le producteur ne peut pas obtenir de nouvel enregistrement pour ce matériau pendant la durée de la suspension. "
Art. 7. In artikel 2.4.1.2 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "in artikel 2.4.1.3" vervangen door de zinsnede "in afdeling 2.5".
Art. 7. A l'article 2.4.1.2 du même arrêté, le membre de phrase " à l'article 2.4.1.3 " est remplacé par le membre de phrase " à la section 2.5 ".
Art. 8. Artikel 2.4.1.3 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 8. L'article 2.4.1.3 du même arrêté est abrogé.
Art. 9. Artikel 2.4.2.1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 2.4.2.1. De producent van de beoogde grondstof of de persoon die in zijn naam optreedt, dient een elektronische aanvraag tot het verkrijgen van een grondstofverklaring in bij de OVAM. Voor die elektronische aanvraag stelt de OVAM een webloket voor grondstofverklaringen ter beschikking via de website van de OVAM.".
Art. 9. L'article 2.4.2.1 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 2.4.2.1. Le producteur de la matière première visée ou la personne agissant en son nom introduit une demande électronique d'obtention d'une déclaration de matières premières à l'OVAM. En vue de cette demande électronique, l'OVAM met à disposition sur son site Internet un guichet web pour les déclarations de matières premières. "
Art. 10. In artikel 2.4.2.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, 1 maart 2013 en 27 november 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2° wordt punt a) opgeheven;
  2° in punt 2° wordt punt b) vervangen door wat volgt:
  "b) de maatschappelijke naam, de rechtsvorm, het ondernemingsnummer, het adres van de maatschappelijke zetel, de naam en het contactadres van de verantwoordelijke, het telefoonnummer, het e-mailadres en eventueel het faxnummer;";
  3° in punt 3° wordt punt a) opgeheven;
  4° in punt 3° wordt punt b) vervangen door wat volgt:
  "b) de maatschappelijke naam, de rechtsvorm, het ondernemingsnummer, het adres van de maatschappelijke zetel, de naam en het contactadres van de verantwoordelijke, het telefoonnummer, het e-mailadres en eventueel het faxnummer;";
  5° in punt 7° wordt de zin "De monsterneming kan ook uitgevoerd worden door een erkend laboratorium in de discipline afvalstoffen en andere materialen, vermeld in artikel 6, 5°, e), van het VLAREL." opgeheven;
  6° punt 9° wordt vervangen door wat volgt:
  "9° een verklaring dat de verstrekte gegevens correct en volledig zijn.".
Art. 10. A l'article 2.4.2.2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 novembre 2012, 1er mars 2013 et 27 novembre 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 2°, le point a) est abrogé ;
  2° au point 2°, le point b) est remplacé par ce qui suit :
  " b) la raison sociale, la forme juridique, le numéro d'entreprise, l'adresse du siège social, le nom et l'adresse de contact du responsable, le numéro de téléphone, l'adresse e-mail et, éventuellement, le numéro de télécopieur ; " ;
  3° au point 3°, le point a) est abrogé ;
  4° au point 3°, le point b) est remplacé par ce qui suit :
  " b) la raison sociale, la forme juridique, le numéro d'entreprise, l'adresse du siège social, le nom et l'adresse de contact du responsable, le numéro de téléphone, l'adresse e-mail et, éventuellement, le numéro de télécopieur ; " ;
  5° au point 7°, la phrase " Le prélèvement d'échantillons peut également être effectué par un laboratoire agréé dans la discipline des déchets et autres matériaux, visé à l'article 6, 5°, e), du VLAREL. " est supprimée ;
  6° le point 9° est remplacé par ce qui suit :
  " 9° une déclaration qui confirme que les données communiquées sont correctes et complètes. "
Art. 11. Artikel 2.4.2.3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 2.4.2.3. § 1. De OVAM brengt de aanvrager op de hoogte van de ontvangst van de aanvraag door een elektronische melding in het webloket voor grondstofverklaringen. Zolang de aanvrager geen elektronische ontvangstmelding ontvangt, moet de aanvraag beschouwd worden als niet ingediend.
  § 2. De OVAM verleent of weigert een grondstofverklaring bij beslissing en brengt de aanvrager daarvan op de hoogte via een elektronische melding uiterlijk dertig kalenderdagen na de ontvangstdatum van de aanvraag. De behandeltermijn start op de eerstvolgende werkdag. In de grondstofverklaring kan een beperkte geldigheidstermijn worden opgenomen.
  § 3. Als de OVAM bij de behandeling van de aanvraag, vermeld in paragraaf 2, om aanvullingen verzoekt, wordt de termijn van de behandeling, vermeld in paragraaf 2, geschorst vanaf de verzending van dat verzoek en begint die opnieuw te lopen op de eerstvolgende werkdag vanaf de ontvangst van de aanvullingen. Als de aanvrager nalaat om de aanvullingen binnen een termijn van negentig kalenderdagen aan de OVAM te bezorgen, wordt de aanvraag geacht geweigerd te zijn. De voormelde termijn van negentig kalenderdagen kan in overleg tussen de aanvrager en de OVAM verlengd worden.
  Voor de verzending van het verzoek tot aanvullingen door de OVAM en het ontvangen van de aanvullingen stelt de OVAM een webloket voor grondstofverklaringen ter beschikking via de website van de OVAM. De OVAM stuurt een elektronische ontvangstmelding van de aanvullingen naar de aanvrager.
  Na een weigering van een grondstofverklaring wordt een nieuwe aanvraag door de OVAM alleen behandeld als de aanvrager elementen kan aandragen die een nieuwe aanvraag rechtvaardigen.
  § 4. Een grondstofverklaring kan niet aan derden worden doorgegeven, uitgezonderd wanneer de grondstoffenproducent wordt overgenomen.
  Bij een overname van de grondstoffenproducent of de houder van de grondstofverklaring deelt de houder van de grondstofverklaring de identificatiegegevens zoals vermeld in 2° en 3° van artikel 2.4.2.2 en een bewijs van de overname mee aan de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket voor grondstofverklaringen op de website van de OVAM. De nieuwe grondstofverklaring op naam van de overnemer is geldig met onmiddellijke ingang.
  Bij stopzetting van de activiteiten kan de houder van een grondstofverklaring op zijn verzoek de grondstofverklaring laten opheffen. De grondstofverklaring wordt dan geschrapt uit het register van verleende grondstofverklaringen. De houder van een grondstofverklaring meldt de stopzetting van de activiteiten elektronisch aan de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket voor grondstofverklaringen van de OVAM op de website van de OVAM.
  De OVAM stuurt een elektronische ontvangstmelding van de aanvraag tot opheffing en een elektronische melding van de opheffing.".
Art. 11. L'article 2.4.2.3 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 2.4.2.3. § 1er. L'OVAM informe le demandeur de la réception de la demande au moyen d'une notification électronique dans le guichet web pour les déclarations de matières premières. Tant que le demandeur ne reçoit pas d'accusé de réception électronique, la demande doit être considérée comme non introduite.
  § 2. L'OVAM accorde ou refuse une déclaration de matières premières sur décision et en informe le demandeur au moyen d'une notification électronique au plus tard 30 jours civils après la date de réception de la demande. Le délai de traitement prend cours le premier jour ouvrable suivant. La déclaration de matières premières peut prévoir un délai de validité limité.
  § 3. Si l'OVAM requiert des précisions lors du traitement de la demande visée au paragraphe 2, le délai de traitement visé au paragraphe 2 est suspendu à partir de l'envoi de cette requête et recommence à courir le premier jour ouvrable qui suit la réception de ces précisions. Si le demandeur omet de communiquer les précisions à l'OVAM dans le délai de 90 jours civils, la demande est réputée refusée. Le délai précité de 90 jours civils peut être prolongé en concertation entre le demandeur et l'OVAM.
  L'OVAM met à disposition un guichet web destiné aux déclarations de matières premières sur son site Internet pour l'envoi de la demande de précisions et la réception de celles-ci. L'OVAM envoie au demandeur un accusé de réception électronique des précisions.
  Après un refus de déclaration de matières premières, une nouvelle demande n'est traitée par l'OVAM que si le demandeur peut avancer des éléments justifiant une nouvelle demande.
  § 4. Une déclaration de matières premières ne peut être transmise à des tiers, hormis en cas de reprise du producteur de matières premières.
  En cas de reprise du producteur de matières premières ou du titulaire de la déclaration de matières premières, le titulaire de la déclaration de matières premières communique à l'OVAM les données d'identification visées aux points 2° et 3° de l'article 2.4.2.2 ainsi qu'une preuve de la reprise. Il utilise à cette fin le guichet web destiné aux déclarations de matières premières sur le site Internet de l'OVAM. La nouvelle déclaration de matières premières au nom du repreneur est valable avec effet immédiat.
  En cas de cessation de ses activités, le titulaire d'une déclaration de matières premières peut, à sa demande, faire annuler la déclaration de matières premières. La déclaration de matières premières est alors radiée du registre des déclarations de matières premières accordées. Le titulaire d'une déclaration de matières premières communique la cessation des activités par voie électronique à l'OVAM. Il utilise à cette fin le guichet web destiné aux déclarations de matières premières sur le site Internet de l'OVAM.
  L'OVAM envoie un accusé de réception électronique de la demande d'annulation ainsi qu'une notification électronique de l'annulation. "
Art. 12. Artikel 2.4.2.6 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 2.4.2.6. Tijdens het transport en de opslag van grondstoffen wordt door de houder van de grondstoffen, op verzoek, een bewijs van de grondstofverklaring voorgelegd aan de toezichthouder.
  In de grondstofverklaring kan afgeweken worden van de verplichting, vermeld in het eerste lid.
  De grondstofverklaringen zijn beschikbaar in het webloket voor grondstofverklaringen op de website van de OVAM en in het online register, vermeld in artikel 2.4.3.2.".
Art. 12. L'article 2.4.2.6 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 2.4.2.6. Pendant le transport et le stockage de matières premières, le détenteur des matières premières présente, sur demande, une preuve de la déclaration de matières premières au fonctionnaire surveillant.
  Dans la déclaration de matières premières, il peut être dérogé à l'obligation visée à l'alinéa 1er.
  Les déclarations de matières premières sont disponibles dans le guichet web destiné aux déclarations de matières premières sur le site Internet de l'OVAM et dans le registre en ligne visé à l'article 2.4.3.2. "
Art. 13. In artikel 2.4.3.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, wordt de zinsnede "samen, dat het" vervangen door de zinsnede ", dat de samenstelling van het";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
  "3° het gebruik van de grondstof niet in overeenstemming is met de grondstofverklaring;";
  3° aan paragraaf 1, eerste lid, worden een punt 4° en een punt 5° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "4° de grondstoffenproducent of in afwijking daarvan, de persoon die in zijn naam optreedt, niet voldoet aan de verplichtingen, vermeld in artikel 2.2.8;
  5° in het aanvraagdossier van de grondstofverklaring inhoudelijk foutieve gegevens worden vermeld die bepalend waren voor de aflevering van de grondstofverklaring."
  4° in het derde lid van paragraaf 2 worden de woorden "zestig kalenderdagen" vervangen door "dertig kalenderdagen".
  5° Aan het derde lid van paragraaf 2 wordt volgende zin als laatste zin toegevoegd : "Als de OVAM na ontvangst van de verweermiddelen om bijkomende informatie verzoekt, wordt de termijn vermeld in dit lid geschorst vanaf de verzending van het verzoek en begint die opnieuw te lopen op de eerstvolgende werkdag vanaf de ontvangst van de bijkomende informatie.".
Art. 13. A l'article 2.4.3.1 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, le membre de phrase " que le matériau " est remplacé par le membre de phrase " que la composition du matériau " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° l'utilisation de la matière première n'est pas conforme à la déclaration de matières premières ; " ;
  3° au paragraphe 1er, alinéa 1er, sont ajoutés un point 4° et un point 5°, libellés comme suit :
  " 4° le producteur de matières premières ou, par dérogation, la personne agissant en son nom, ne respecte pas les obligations visées à l'article 2.2.8 ;
  5° des données dont le contenu est incorrect, mais qui ont été déterminantes pour l'octroi de la déclaration de matières premières figurent dans le dossier de demande de la déclaration de matières premières. "
  4° à l'alinéa 3 du paragraphe 2, les mots " 60 jours civils " sont remplacés par " 30 jours civils ".
  5° A l'alinéa 3 du paragraphe 2, la phrase suivante est ajoutée comme dernière phrase : " Si l'OVAM requiert des informations complémentaires après réception des moyens de défense, le délai visé dans le présent alinéa est suspendu à partir de l'envoi de cette requête et recommence à courir le premier jour ouvrable qui suit la réception de ces informations complémentaires. "
Art. 14. In hoofdstuk 2 van hetzelfde besluit wordt een afdeling 2.5, die bestaat uit de onderafdelingen 2.5.1 en 2.5.2, toegevoegd, die luiden als volgt:
  "Afdeling 2.5. - Kwaliteitsborgingssysteem en traceringssysteem
  Onderafdeling 2.5.1. - Kwaliteitsborgingssysteem
  Art. 2.5.1.1. § 1. Het kwaliteitsborgingssysteem heeft tot doel de garantie te bieden dat de milieuhygiënische kwaliteit van de grondstoffen in overeenstemming is met de bepalingen van dit besluit en in voorkomend geval met de voorwaarden, vermeld in de grondstofverklaring.
  § 2. Een kwaliteitsborgingssysteem is verplicht bij de productie van de volgende grondstoffen:
  1° de grondstoffen bestemd voor gebruik als bouwstof afkomstig van de behandeling van afvalstoffen, waarbij de milieukwaliteit van de grondstoffen variabel is en bijkomende maatregelen nodig zijn om de conformiteit met de opgelegde normen op te volgen. Het kwaliteitsborgingssysteem wordt opgelegd in de grondstofverklaring;
  2° de grondstoffen waarbij de milieukwaliteit variabel is en bijkomende maatregelen nodig zijn om de conformiteit met de opgelegde normen op te volgen en waarbij een kwaliteitsborgingssysteem is opgelegd in de grondstofverklaring.
  Art. 2.5.1.2. § 1. Het kwaliteitsborgingssysteem bestaat uit een zelfcontrole door de producent van de grondstof en een externe controle daarvan door een certificatie-instelling.
  § 2. De zelfcontrole heeft als doel de conformiteit van de grondstof met de opgelegde normen te waarborgen. De zelfcontrole regelt minstens de volgende aspecten:
  1° de acceptatiecriteria en de acceptatieprocedure die aangeven hoe de aard, de samenstelling en de verpakking van de geaccepteerde inputmaterialen worden beoordeeld en bijgestuurd als dat nodig is;
  2° de monitoring van het proces waaruit de grondstof voortkomt. Elke wijziging in het productieproces wordt aan de OVAM en de certificatie-instelling gemeld als de wijziging van het productieproces een impact heeft op de aard en de samenstelling van de grondstof;
  3° de monitoring van de grondstof. De producent stelt minstens een controleschema op dat de conformiteit van de grondstof en desgevallend van de mengsels die hij daarmee aanmaakt met de wetgeving en, als dat van toepassing is, met de voorwaarden, vermeld in de grondstofverklaring, doorlopend moet verzekeren. Het controleschema moet afgestemd zijn op de potentiële milieurisico's bij het gebruik van de grondstof. De producent brengt de toezichthouder en de certificatie-instelling op de hoogte van iedere vastgestelde non-conformiteit. Monsternemingen en analyses worden op een deskundige wijze uitgevoerd. Als in de grondstofverklaring gebruiksvoorwaarden zijn opgelegd, geeft de producent aan hoe hij de gebruiker op de hoogte zal brengen van die verplichtingen;
  4° de maatregelen voor het voorraadbeheer en de opmaak en de inhoud van de afleveringsbonnen voor de afvoer van de grondstof;
  5° de opleiding van het personeel, met minstens een beschrijving van de wijze waarop de medewerkers worden opgeleid, bevoegd verklaard en bijgeschoold;
  6° de werkmethode die aangeeft op welke manier het materialenregister wordt bijgehouden, welke data dat register bevat en waar het register ter inzage ligt. Alle acties, behandelingen, monsternemingen, analyses en controles worden geregistreerd in werkboeken. De resultaten worden geregistreerd in controleregisters;
  7° voor elk onderdeel van het proces van zelfcontrole een oplijsting van de bevoegdheden en verantwoordelijken.
  De grondstoffenproducent kan voor de zelfcontrole gebruikmaken van andere auditsystemen als ze dezelfde kwaliteitsborging garanderen als het kwaliteitsborgingssysteem als vermeld in deze afdeling.
  De minister bepaalt de vereisten waaraan de zelfcontrole moet voldoen.
  § 3. De externe controle heeft tot doel de zelfcontrole van de producent te verifiëren en, een certificaat voor de grondstof af te leveren. Ze bestaat minstens uit controlebezoeken en de uitvoering van controleproeven volgens welbepaalde controleschema's.
  Als de grondstoffenproducent voor de zelfcontrole gebruikmaakt van andere auditsystemen, verifieert de certificatie-instelling de evenwaardigheid ervan.
  De certificatie-instelling verleent een certificaat per grondstof en per productie-eenheid.
  Door het certificaat te verlenen, verklaart de certificatie-instelling dat de conformiteit van de gecertificeerde grondstof regelmatig wordt nagegaan en dat de producent in staat is om op basis van zijn zelfcontrole de conformiteit van zijn grondstof te waarborgen.
  De externe controle wordt uitgevoerd door een certificatie-instellingr geaccrediteerd door BELAC of door een ander lid van de European co-operation for Accreditation. De accreditatie heeft betrekking op de werking en de structuur van de certificatie-instelling.
  Grondstoffen, afkomstig van de behandeling van afvalstoffen, die als bouwstof niet vermarkt worden, worden vrijgesteld van de bepalingen van dit artikel. Voor deze grondstoffen garandeert de producent een gelijk niveau van milieubescherming.
  De certificatie-instelling moet onafhankelijk, onpartijdig en deskundig zijn.
  De minister bepaalt de voorwaarden waaraan de certificatie-instelling moet voldoen, en op welke wijze de externe controle die ze uitvoert, moet uitgevoerd worden.
  Art. 2.5.1.3. De resultaten van de externe controle, vermeld in artikel 2.5.1.2, paragraaf 3, moeten op een elektronische drager in een leesbare en verstaanbare vorm bijgehouden worden.
  De certificatie-instelling, vermeld in paragraaf 3, valideert de data, vermeld in het eerste lid, en laadt ze op in de databank voor de monitoring van grondstoffen die beheerd wordt door de OVAM. In de databank worden minstens de monsternemingsverslagen en de analyseverslagen van de externe controleproeven opgenomen. De OVAM bepaalt nader hoe de data gevalideerd worden, welke data in de databank moeten worden opgenomen, het formaat van de data en het tijdstip waarop dat moet gebeuren.
  Art. 2.5.1.4. De certificatie-instelling, vermeld in artikel 2.5.1.2 paragraaf 3, stelt jaarlijks per producent een overzichtstabel op van de gecertificeerde grondstoffen.
  De certificatie-instelling, vermeld in artikel 2.5.1.2, § 3, houdt per gecertificeerde grondstof een overzicht bij en geeft daarbij de gecertificeerde hoeveelheden aan die door de bedrijven worden aangeboden. De lijst wordt digitaal ter beschikking gesteld aan de OVAM. De certificatie-instellingen bezorgen ieder jaar, vóór 15 maart, een dergelijk overzicht van het afgelopen jaar aan de OVAM. De OVAM en de toezichthouder kunnen bijkomende informatie opvragen bij de certificatie-instelling.
  Onderafdeling 2.5.2. - Traceringssysteem
  Art. 2.5.2.1. § 1. Het traceringssysteem heeft tot doel de garantie te bieden dat een grondstof met gebruiksbeperkingen, zoals bepaald in paragraaf 2 van dit artikel, vermeld in de grondstofverklaring steeds toegepast wordt met dezelfde gebruiksbeperkingen.
  § 2. Het traceringssysteem is verplicht bij het gebruik van de volgende grondstoffen:
  1° de grondstoffen bestemd voor gebruik als vormgegeven bouwstof waarvoor de uitloging van de gebroken vormgegeven bouwstof niet voldoet aan de normen. Het traceringssysteem wordt opgelegd in de grondstofverklaring;
  2° de grondstoffen waarvoor omwille van de gebruiksbeperkingen een traceringssysteem in de grondstofverklaring wordt opgelegd.
  Art. 2.5.2.2. De toegepaste tracering, vermeld in artikel 2.5.2.1, paragraaf 2, wordt vanaf de productie tot aan het gebruik ervan in een werk uitgevoerd door een derde partij die onafhankelijk opereert van de individuele actoren die bij de grondstofstromen betrokken zijn. De derde partij moet onafhankelijk, onpartijdig en deskundig zijn. De minister duidt deze derde partij aan.
  De tracering van de betreffende grondstoffen moet aangetoond worden. Het traceringssysteem houdt in dat de derde partij een digitaal register bijhoudt van het gebruik van de grondstoffen. De toezichthouder en de OVAM hebben toegang tot deze registers.
  De minister bepaalt de voorwaarden waaraan zowel de tracering als de voor tracering aan te duiden derde partij moeten voldoen en werkt deze uit in een standaardprocedure.".
Art. 14. Au chapitre 2 du même arrêté, il est ajouté une section 2.5, composée des sous-sections 2.5.1 et 2.5.2, libellée comme suit :
  " Section 2.5. - Système de garantie de la qualité et système de traçabilité
  Sous-section 2.5.1. - Système de garantie de la qualité
  Art. 2.5.1.1. § 1er. Le système de garantie de la qualité a pour but de garantir que la qualité environnementale des matières premières est conforme aux dispositions du présent arrêté et, le cas échéant, aux conditions énoncées dans la déclaration de matières premières.
  § 2. Un système de garantie de la qualité est obligatoire en cas de production des matières premières suivantes :
  1° les matières premières destinées à une utilisation comme matériau de construction provenant du traitement de déchets, la qualité environnementale des matières premières étant variable et des mesures complémentaires étant nécessaires pour surveiller la conformité aux normes imposées. Le système de garantie de la qualité est imposé dans la déclaration de matières premières ;
  2° les matières premières dont la qualité environnementale est variable et pour lesquelles des mesures complémentaires sont nécessaires pour surveiller la conformité aux normes imposées et un système de garantie de la qualité est imposé dans la déclaration de matières premières.
  Art. 2.5.1.2. § 1er. Le système de garantie de la qualité se compose d'un autocontrôle par le producteur de la matière première et d'un contrôle externe de cet autocontrôle par un organisme certificateur.
  § 2. L'autocontrôle a pour but de garantir la conformité de la matière première aux normes imposées. L'autocontrôle porte au moins sur les aspects suivants :
  1° les critères et la procédure d'acceptation indiquant comment la nature, la composition et l'emballage des matériaux entrants acceptés sont évalués et corrigés si nécessaire ;
  2° la surveillance du processus dont provient la matière première. Toute modification du processus de production est communiquée à l'OVAM et à l'organisme certificateur si cette modification a un impact sur la nature et la composition de la matière première ;
  3° la surveillance de la matière première. Le producteur établit au moins un programme de contrôle qui doit garantir en permanence la conformité de la matière première et, le cas échéant, des mélanges qu'il produit avec cette matière première, à la législation et, le cas échéant, aux conditions mentionnées dans la déclaration de matières premières. Le programme de contrôle doit être adapté aux risques environnementaux potentiels liés à l'utilisation de la matière première. Le producteur informe le fonctionnaire surveillant et l'organisme certificateur de toute non-conformité constatée. Les prélèvements d'échantillons et les analyses sont effectués de manière professionnelle. Si des conditions d'utilisation sont imposées dans la déclaration de matières premières, le producteur indique la manière dont il informera l'utilisateur de ces obligations ;
  4° les mesures relatives à la gestion du stock et à la structure et au contenu des bons de livraison pour le transport de la matière première ;
  5° la formation du personnel, avec au moins une description des modalités de formation, d'habilitation et de recyclage des collaborateurs ;
  6° la méthode de travail indiquant la manière dont le registre des matériaux est tenu, les données qu'il contient et le lieu où il peut être consulté. L'ensemble des actions, traitements, prélèvements d'échantillons, analyses et contrôles sont enregistrés dans des livres de travail. Les résultats sont enregistrés dans des registres de contrôle.
  7° une liste des compétences et des responsables pour chaque section du processus d'autocontrôle.
  Pour l'autocontrôle, le producteur de matières premières peut utiliser d'autres systèmes d'audit s'ils assurent la même garantie de qualité que le système de garantie de la qualité visé dans la présente section.
  Le ministre détermine les exigences auxquelles doit répondre l'autocontrôle.
  § 3. Le contrôle externe a pour but de vérifier l'autocontrôle du producteur et de délivrer un certificat pour la matière première. Il se compose au moins de visites de contrôle et d'essais de contrôle suivant des programmes de contrôle bien précis.
  Si le producteur de matières premières utilise d'autres systèmes d'audit pour l'autocontrôle, l'organisme certificateur vérifie qu'ils sont équivalents.
  L'organisme certificateur délivre un certificat par matière première et par unité de production.
  Par la délivrance du certificat, l'organisme certificateur déclare que la conformité de la matière première certifiée est régulièrement vérifiée et que le producteur est en mesure de garantir la conformité de sa matière première sur la base de son autocontrôle.
  Le contrôle externe est exécuté par un organisme certificateur accrédité par BELAC ou par un autre membre de la European co-operation for Accreditation. L'accréditation concerne le fonctionnement et la structure de l'organisme certificateur.
  Les matières premières provenant du traitement de déchets, qui ne sont pas commercialisées comme matériau de construction, sont exemptées des dispositions du présent article. Le producteur garantit un niveau équivalent de protection de l'environnement pour ces matières premières.
  L'organisme certificateur doit être indépendant, impartial et professionnel.
  Le ministre détermine les conditions auxquelles l'organisme certificateur doit répondre et la manière dont le contrôle externe qu'il effectue doit être exécuté.
  Art. 2.5.1.3. Les résultats du contrôle externe visé à l'article 2.5.1.2, paragraphe 3, doivent être conservés sur un support électronique dans un format lisible et intelligible.
  L'organisme certificateur visé au paragraphe 3 valide les données visées à l'alinéa 1er et les télécharge dans la base de données de surveillance des matières premières gérée par l'OVAM. Sont au moins enregistrés dans la base de données les rapports d'échantillonnage et d'analyse des essais de contrôle externes. L'OVAM précise la manière dont les données sont validées, les données à enregistrer dans la base de données, le format des données et le moment où elles doivent être enregistrées.
  Art. 2.5.1.4. L'organisme certificateur visé à l'article 2.5.1.2, paragraphe 3, établit chaque année un tableau récapitulatif par producteur des matières premières certifiées.
  L'organisme certificateur visé à l'article 2.5.1.2, § 3, tient à jour un aperçu par matière première certifiée en y indiquant les quantités certifiées proposées par les entreprises. La liste est mise à la disposition de l'OVAM au format numérique. Les organismes certificateurs transmettent chaque année à l'OVAM, avant le 15 mars, un tel aperçu de l'année écoulée. L'OVAM et le fonctionnaire surveillant peuvent demander des informations complémentaires à l'organisme certificateur.
  Sous-section 2.5.2. - Système de traçabilité.
   Art. 2.5.2.1. § 1er. Le système de traçabilité a pour but de garantir qu'une matière première soumise à des restrictions d'utilisation, telles que visées au paragraphe 2 du présent article, mentionnées dans la déclaration de matières premières, est toujours utilisée suivant les mêmes restrictions d'utilisation.
  § 2. Le système de traçabilité est obligatoire en cas d'utilisation des matières premières suivantes :
  1° les matières premières destinées à être utilisées comme matériau de construction formé pour lesquelles la lixiviation du matériau de construction formé cassé ne répond pas aux normes. Le système de traçabilité est imposé dans la déclaration de matières premières ;
  2° les matières premières pour lesquelles un système de traçabilité est imposé dans la déclaration de matières premières en raison des restrictions d'utilisation.
  Art. 2.5.2.2. La traçabilité appliquée, visée à l'article 2.5.2.1, paragraphe 2, est assurée, depuis leur production jusqu'à leur utilisation dans un ouvrage, par une tierce partie qui agit indépendamment des différents acteurs concernés par les flux de matières premières. La tierce partie doit être indépendante, impartiale et professionnelle. Le ministre désigne cette tierce partie.
  La traçabilité des matières premières concernées doit être démontrée. Le système de traçabilité implique que la tierce partie tienne à jour un registre numérique de l'utilisation des matières premières. Le fonctionnaire surveillant et l'OVAM ont accès à ces registres.
  Le ministre définit les conditions auxquelles tant la traçabilité que la tierce partie à désigner pour la traçabilité doivent satisfaire et les précise dans une procédure standard. "
Art. 15. Artikel 3.4.5.1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepalingen:
  "Art. 3.4.5.1. Voor afgedankte batterijen en accu's wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld door middel van de aanvaardingsplicht, vermeld in afdeling 3.2. De aanvaardingsplicht is van toepassing vanaf 1 juni 1998.
  Voor gebruikte batterijen die in eenzelfde of een andere toepassing opnieuw op de markt worden gebracht, wordt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ingevuld via de aanvaardingsplicht, vermeld in afdeling 3.2. Hierbij wordt degene die de gebruikte batterijen opnieuw op de markt brengt, beschouwd als de producent.
  In aanvulling op de voorwaarde vermeld in artikel 3.2.1.1, § 4, is de aanvaarding van afgedankte batterijen, vermeld in artikel 3.2.1.1, § 1 en § 2, gratis, onder de cumulatieve voorwaarden:
  1° de batterijpacks, de batterijen, al dan niet onderdeel van een batterijpack, de stacks, de modules en de cellen, zijn volledig. Voor afgedankte cellen geldt de gratis aanvaarding enkel indien de cellen ook apart op de markt worden gebracht;
  2° de batterijen bevatten geen afvalstoffen die vreemd zijn aan de afgedankte batterij.
  Als aan de voorwaarde, vermeld in 1°, niet is voldaan, kunnen kosten worden bedongen in verhouding tot het gebrek.
  Zolang niet aan de voorwaarde, vermeld in 2°, is voldaan, kan de aanvaarding geweigerd worden.
  In afwijking van artikel 3.2.1.1, § 3, is de samenwerking met de gemeenten niet verplicht voor de inzameling van:
  1° afgedankte industriële batterijen en accu's van meer dan 20 kg of zoals bepaald door de OVAM;
  2° afgedankte autobatterijen en -accu's als de marktwaarde van afgedankte autobatterijen en -accu's bij een inzamelpunt positief is. ".
Art. 15. L'article 3.4.5.1 du même arrêté est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Art. 3.4.5.1. En ce qui concerne les piles et accumulateurs usagés, la responsabilité élargie du producteur est mise en oeuvre au travers de l'obligation d'acceptation visée à la section 3.2. L'obligation d'acceptation s'applique à partir du 1er juin 1998.
  En ce qui concerne les piles usagées qui sont remises sur le marché pour la même application ou une application différente, la responsabilité élargie du producteur est mise en oeuvre au travers de l'obligation d'acceptation visée à la section 3.2. A cet égard, celui qui remet les piles usagées sur le marché est considéré comme le producteur.
  En complément de la condition visée à l'article 3.2.1.1, § 4, l'acceptation des piles usagées, visée à l'article 3.2.1.1, §§ 1er et 2, est gratuite aux conditions cumulatives suivantes :
  1° les blocs-piles, les piles, qui font ou non partie d'un bloc-pile, les empilements, les modules et les cellules, sont complets. En ce qui concerne les cellules usagées, l'acceptation gratuite ne s'applique que si les cellules sont également mises sur le marché séparément ;
  2° les piles ne contiennent pas de déchets étrangers à la pile usagée.
  Si la condition visée au point 1° n'est pas remplie, des frais peuvent être stipulés proportionnellement au défaut.
  Tant que la condition visée au point 2° n'est pas remplie, l'acceptation peut être refusée.
  Par dérogation à l'article 3.2.1.1, § 3, la collaboration avec les communes n'est pas obligatoire pour la collecte de :
  1° batteries et accumulateurs industriels usagés de plus de 20 kg ou tel que déterminé par l'OVAM ;
  2° batteries et accumulateurs de voiture usagés si la valeur de marché des batteries et accumulateurs de voiture usagés dans un point de collecte est positive. ".
Art. 16. In artikel 3.4.5.3 van hetzelfde besluit wordt tussen het eerste en het tweede lid twee leden de volgende leden toegevoegd die luiden als volgt:
  "De producenten stellen, wanneer zij een batterij of accu in de handel brengen, een waarborg waaruit blijkt dat het beheer van de afgedankte batterijen en accu's zal worden gefinancierd. Deze waarborg verzekert de financiering van de in het eerste lid bedoelde handelingen met betrekking tot deze batterijen en accu's. Hij kan de vorm hebben van:
  1° de deelname van de producent aan een beheersorganisme als bedoeld in artikel 3.2.2.1, 2°, waarbij hij een bijdrage betaalt die minstens de toekomstige kosten, vermeld in het eerste lid, dekt.
  2° de deelname van de producent aan een passende financiële regeling;
  3° een geblokkeerde bankrekening of een bankgarantie op eerste verzoek die ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de OVAM.
  Een passende financiële regeling als vermeld in 2° moet beantwoorden aan de volgende criteria:
  1° De waarborgen worden beheerd door een beheersorganisme als bedoeld in artikel 3.2.2.1, 2° ;
  2° De hoogte van de waarborg wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de OVAM;
  3° Bij de bepaling van de hoogte van de waarborg kan rekening gehouden worden met de levensduur, de duurzaamheid van de materialen, de garanties die door de producenten gegeven worden en de hoeveelheden die op de markt gebracht worden;
  4° De betaling van deze bijdrage werkt niet bevrijdend ten aanzien van de financiële en operationele verantwoordelijkheden van de betrokken producent;
  5° De waarborg dekt de kosten verbonden aan het beheer van de afgedankte batterijen en accu's waarvan de producent niet meer bestaat of niet identificeerbaar is, en die terechtkomen in het inzamelsysteem van het betrokken beheersorganisme of van een ander beheersorganisme voor batterijen en accu's of van individuele producenten;
  6° Het beheersorganisme als bedoeld in artikel 3.2.2.1, 2° waaraan de betrokken producent een waarborg heeft betaald, vergoedt de kosten verbonden aan de inzameling, het transport, de verwerking en de recycling van de betrokken afgedankte batterijen en accu's waarvan de producent niet meer bestaat of niet identificeerbaar is.
  7° Indien de producent en het beheersorganisme als bedoeld in artikel 3.2.2.1, 2° waaraan hij een waarborg heeft betaald niet geïdentificeerd kunnen worden, worden de kosten verbonden aan de inzameling, het transport, de verwerking en de recycling van de betrokken afgedankte batterijen en accu's vergoed door alle beheersorganismen voor afgedankte batterijen en accu's volgens een verdeelsleutel die in gemeenschappelijk overleg wordt vastgelegd en ter goedkeuring voorgelegd aan de OVAM.".
Art. 16. A l'article 3.4.5.3 du même arrêté, il est inséré entre les alinéas 1er et 2, deux alinéas libellés comme suit :
  " Lorsque les producteurs mettent une pile ou un accumulateur sur le marché, ils établissent une garantie dont il ressort que la gestion des piles et accumulateurs usagés sera financée. Cette garantie assure le financement des opérations, visées à l'alinéa 1er, relatives à ces piles et accumulateurs. Elle peut revêtir l'une des formes suivantes :
  1° la participation du producteur à un organisme de gestion tel que visé à l'article 3.2.2.1, 2°, le producteur payant une cotisation couvrant au moins les frais futurs visés à l'alinéa 1er.
  2° la participation du producteur à un système approprié de financement ;
  3° un compte bancaire bloqué ou une garantie bancaire à première demande qui est soumise à l'approbation de l'OVAM.
  Un système approprié de financement tel que visé au point 2° doit répondre aux critères suivants :
  1° Les garanties sont gérées par un organisme de gestion tel que visé à l'article 3.2.2.1, 2° ;
  2° Le montant de la garantie est soumis à l'approbation de l'OVAM ;
  3° Le montant de la garantie peut être fixé en tenant compte de la durée de vie, de la durabilité des matériaux, des garanties fournies par les producteurs et des quantités qui sont mises sur le marché ;
  4° Le paiement de cette cotisation n'a pas d'effet libératoire à l'égard des responsabilités financières et opérationnelles du producteur concerné ;
  5° La garantie couvre les frais liés à la gestion des piles et accumulateurs usagés dont le producteur n'existe plus ou n'est plus identifiable et qui atterrissent dans le système de collecte de l'organisme de gestion concerné ou d'un autre organisme de gestion des piles et accumulateurs ou de producteurs individuels ;
  6° L'organisme de gestion tel que visé à l'article 3.2.2.1, 2°, auquel le producteur concerné a payé une garantie, rembourse les frais liés à la collecte, au transport, au traitement et au recyclage des piles et accumulateurs usagés concernés dont le producteur n'existe plus ou n'est plus identifiable.
  7° Si le producteur et l'organisme de gestion tel que visé à l'article 3.2.2.1, 2°, auquel il a payé une garantie, ne peuvent plus être identifiés, les frais liés à la collecte, au transport, au traitement et au recyclage des piles et accumulateurs usagés concernés sont remboursés par tous les organismes de gestion des piles et accumulateurs usagés selon une clé de répartition fixée de commun accord et soumise à l'approbation de l'OVAM. "
Art. 17. Artikel 3.4.5.6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 november 2013 en 23 mei 2014, wordt vervangen door de volgende bepaling:
  "Art. 3.4.5.6. De producenten van batterijen en accu's of de organisatie die zij hiervoor hebben aangeduid, stellen voor 1 april van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM:
  1° de totale hoeveelheid batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, die in het Vlaamse Gewest op de markt werd gebracht, opgesplitst in de categorieën draagbare, industriële en autobatterijen en -accu's en de volgende soorten:
  a) zink-bruinsteenbatterijen en -accu's;
  b) alkali-mangaanbatterijen en -accu's;
  c) zilveroxidebatterijen en -accu's;
  d) zink-luchtbatterijen en -accu's;
  e) primaire lithiumbatterijen en -accu's;
  f) nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's;
  g) loodhoudende batterijen en -accu's;
  h) nikkelmetaalhydride batterijen en -accu's;
  i) herlaadbare lithiumbatterijen en -accu's;
  j) overige batterijen en -accu's;
  2° de totale hoeveelheid afgedankte batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld, opgesplitst in de volgende soorten:
  a) afgedankte knoopcellen;
  b) afgedankte alkali-mangaan- en zink-bruinsteenbatterijen en -accu's en andere vergelijkbare afgedankte batterijen en accu's;
  c) afgedankte primaire lithiumbatterijen en -accu's;
  d) afgedankte nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's;
  e) afgedankte loodbatterijen en accu's;
  f) afgedankte nikkel-metaalhydridebatterijen en -accu's;
  g) afgedankte herlaadbare lithiumbatterijen en -accu's;
  h) andere afgedankte batterijen en accu's.
  i) het inzamelpercentage voor draagbare batterijen en accu's, met vermelding van de berekeningswijze en de wijze waarop de benodigde gegevens voor de berekening van het inzamelpercentage zijn verkregen;
  3° de inrichtingen en de wijze waarop de ingezamelde batterijen en accu's werden verwerkt of werden voorbereid voor hergebruik of opnieuw werden gebruikt als batterij of accu in eenzelfde of een andere toepassing;
  4° het gehaalde recyclageniveau voor loodzuurbatterijen en accu's, nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's, en andere afgedankte batterijen en accu's : hoeveelheid ingezamelde batterijen waarop recycling is toegepast;
  5° het recyclagepercentage voor loodzuurbatterijen en -accu's, nikkel-cadmiumbatterijen en -accu's, en andere afgedankte batterijen en accu's, berekend overeenkomstig Verordening (EG) 493/2012 van 11 juni 2012 houdende nadere bepalingen voor de berekening van de recyclingrendementen van de recyclingprocessen van afgedankte batterijen en accu's overeenkomstig Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad;
  6° een overzicht van de acties voor preventie en de acties om gebruikte batterijen in eenzelfde of andere toepassing opnieuw op de markt te brengen. ".
Art. 17. L'article 3.4.5.6 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 29 novembre 2013 et 23 mai 2014, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 3.4.5.6. Les producteurs de piles et accumulateurs ou l'organisation qu'ils ont désignée à cet effet mettent, avant le 1er avril de chaque année, les données suivantes à la disposition de l'OVAM concernant l'année calendrier précédente :
  1° la quantité totale de piles et d'accumulateurs, exprimée en kilogrammes, mise sur le marché en Région flamande, ventilée suivant les catégories piles et accumulateurs portables, industriels et automobiles des types suivants :
  a) piles et accumulateurs au zinc-bioxyde de manganèse ;
  b) piles et accumulateurs alcalins au manganèse ;
  c) piles et accumulateurs à l'oxyde d'argent ;
  d) piles et accumulateurs zinc-air ;
  e) piles et accumulateurs au lithium primaires ;
  f) piles et accumulateurs nickel-cadmium ;
  g) piles et accumulateurs au plomb ;
  h) piles et accumulateurs nickel-hydrure métallique ;
  i) piles et accumulateurs au lithium rechargeables ;
  j) autres piles et accumulateurs ;
  2° la quantité totale de piles et d'accumulateurs usagés, exprimée en kilogrammes, qui a été collectée dans le cadre de l'acquittement de l'obligation d'acceptation, ventilée selon les types suivants :
  a) piles bouton usagées ;
  b) piles et accumulateurs usagés alcalins au manganèse et au zinc-bioxyde de manganèse et autres piles et accumulateurs usagés comparables ;
  c) piles et accumulateurs au lithium primaires usagés ;
  d) piles et accumulateurs nickel-cadmium usagés ;
  e) piles et accumulateurs au plomb usagés ;
  f) piles et accumulateurs nickel-hydrure métallique usagés ;
  g) piles et accumulateurs au lithium rechargeables usagés ;
  h) autres piles et accumulateurs usagés.
  i) le pourcentage de collecte de batteries et d'accumulateurs portables, avec mention du mode de calcul et de la manière dont les données nécessaires au calcul du pourcentage de collecte ont été obtenues ;
  3° les établissements où et la façon dont les piles et accumulateurs collectés ont été traités ou préparés en vue de réutilisation ou ont été réutilisés comme pile ou comme accumulateur pour la même application ou une application différente ;
  4° le niveau de recyclage atteint pour des piles et accumulateurs au plomb-acide, piles et accumulateurs nickel-cadmium et autres piles et accumulateurs usagés : quantité de piles et accumulateurs collectés auxquels le recyclage a été appliqué ;
  5° le pourcentage de recyclage pour des piles et accumulateurs au plomb-acide, piles et accumulateurs nickel-cadmium et autres piles et accumulateurs usagés, calculé conformément au règlement (CE) 493/2012 du 11 juin 2012 établissant, conformément à la directive 2006/66/CE du Parlement européen et du Conseil, les modalités de calcul des rendements de recyclage des processus de recyclage des déchets de piles et d'accumulateurs ;
  6° un inventaire des actions préventives et des actions destinées à remettre les piles usagées sur le marché pour la même application ou une application différente. ".
Art. 18. In artikel 3.4.8.1 van hetzelfde besluit wordt de datum "1 januari 2018" vervangen door de datum "1 januari 2021".
Art. 18. A l'article 3.4.8.1 du même arrêté, la date du " 1er janvier 2018 " est remplacée par la date du 1er janvier 2021 ".
Art. 19. In artikel 3.4.11.1, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "verpakte" opgeheven.
Art. 19. A l'article 3.4.11.1, alinéa 1er, du même arrêté, le mot " emballés " est supprimé.
Art. 20. Aan artikel 4.3.1, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2016, worden een punt 13° en een punt 14° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "13° recycleerbare harde kunststoffen;
  14° gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën.".
Art. 20. A l'article 4.3.1, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté du gouvernement flamand du 23 septembre 2016, un point 13° et un point 14° sont ajoutés, libellés comme suit :
  " 13° plastiques rigides recyclables ;
  14° graisses et huiles animales et végétales usagées. "
Art. 21. Aan artikel 4.3.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012, 16 november 2012 en 23 september 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan het eerste lid wordt een punt 20° tot en met 22° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "20° recycleerbare harde kunststoffen;
  21° geëxpandeerd polystyreen;
  22° folies.";
  2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Onder het woord geëxpandeerd polystyreen, vermeld in het eerste lid, 21°, wordt verstaan: zuiver piepschuim van verpakkingen met bolletjesstructuur.".
Art. 21. A l'article 4.3.2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 4 mai 2012, 16 novembre 2012 et 23 septembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, des points 20° à 22° sont ajoutés, libellés comme suit :
  " 20° plastiques rigides recyclables ;
  21° polystyrène expansé ;
  22° films. " ;
  2° entre les alinéas 1er et 2, il est inséré un alinéa libellé comme suit :
  " Par "polystyrène expansé", tel que visé à l'alinéa 1er, point 21°, on entend : mousse de polystyrène pure d'emballage à structure sphérique. "
Art. 22. Artikel 4.3.3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 4.3.3. § 1. Een sloopopvolgingsplan is vereist bij:
  1° sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken bij gebouwen waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het totale bouwvolume groter is dan 1000 mü voor alle niet-residentiële gebouwen waarop de vergunning betrekking heeft, of groter dan 5000 mü voor alle in hoofdzaak residentiële gebouwen, met uitzondering van eengezinswoningen, waarop de vergunning betrekking heeft;
  2° sloop-, renovatie- of ontmantelingswerken in het kader van infrastructuurwerken waarvoor een omgevingsvergunning vereist is; en onderhoudswerken aan infrastructuur waarvoor een omgevingsvergunning vereist is en waarvan het volume groter is dan 250 mü.
  Het sloopopvolgingsplan wordt opgesteld in opdracht van de aanvrager van de omgevingsvergunning.
  § 2. Het sloopopvolgingsplan omvat de identificatie van de werf met daaraan gekoppeld een overzicht van alle afvalstoffen die zullen vrijkomen.
  Per afvalstof worden de volgende gegevens opgenomen:
  1° de benaming;
  2° de bijbehorende EURAL-code, vermeld in bijlage 2.1;
  3° de vermoedelijke hoeveelheid, uitgedrukt in hoeveelheid of gewicht;
  4° de plaats in het gebouw of infrastructuurwerk waar de afvalstof voorkomt, alsook de verschijningsvorm ervan;
  5° de wijze waarop de afvalstof overeenkomstig artikel 4.3.2 tijdens de sloop-, renovatie, onderhouds- en ontmantelingswerken selectief zal worden ingezameld, opgeslagen en afgevoerd.
  Het sloopopvolgingsplan wordt opgesteld op basis van een standaardprocedure die wordt vastgesteld door de minister, op voorstel van de OVAM.
  § 3. Het sloopopvolgingsplan maakt deel uit van het vergunningsaanvraagdossier, de aanbestedingsdocumenten, de prijsvraag en de contractuele documenten.
  § 4. De uitvoerder van bouw-, infrastructuur-, sloop-, ontmantelings- en renovatiewerken bezorgt alle kopieën van de identificatieformulieren en alle afgiftebewijzen van de afgevoerde afvalstoffen die verkregen zijn bij selectieve sloop of ontmanteling, voor de oplevering van de sloop- of ontmantelingswerken aan de houder van de omgevingsvergunning.
  De houder van de omgevingsvergunning houdt alle identificatieformulieren en alle afgiftebewijzen bij gedurende een periode van vijf jaar.".
Art. 22. L'article 4.3.3 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 4.3.3. § 1er. Un plan de suivi de démolition est exigé en cas de :
  1° travaux de démolition, de rénovation ou de démantèlement d'immeubles pour lesquels un permis d'environnement est exigé et dont le volume de construction total est supérieur à 1000 mü pour tous les immeubles non résidentiels sur lesquels porte le permis, ou supérieur à 5000 mü pour tous les immeubles principalement résidentiels, à l'exception des logements unifamiliaux, sur lesquels porte le permis ;
  2° travaux de démolition, de rénovation ou de démantèlement dans le cadre de travaux d'infrastructure pour lesquels un permis d'environnement est exigé et travaux d'entretien d'infrastructures pour lesquels un permis d'environnement est exigé et dont le volume est supérieur 250 mü.
  Le plan de suivi de démolition est établi à la demande du demandeur du permis d'environnement.
  § 2. Le plan de suivi de démolition comprend l'identification du chantier assorti d'un inventaire de tous les déchets qui vont se libérer.
  Par déchet, on précisera les données suivantes :
  1° la dénomination ;
  2° le code EURAL correspondant, mentionné à l'annexe 2.1 ;
  3° la quantité présumée, exprimée en quantité ou en poids ;
  4° le lieu dans l'immeuble ou l'ouvrage d'infrastructure où les déchets se trouvent ainsi que leur forme ;
  5° la façon dont les déchets seront collectés de façon sélective, stockés et éliminés lors des travaux de démolition, de rénovation, d'entretien et de démantèlement, conformément à l'article 4.3.2.
  Le plan de suivi de démolition est établi sur la base d'une procédure standard fixée par le ministre, sur proposition de l'OVAM.
  § 3. Le plan de suivi de démolition fait partie du dossier de demande de permis, des documents d'adjudication, de la demande de prix et des documents contractuels.
  § 4. L'exécutant de travaux de construction, d'infrastructure, de démolition, de démantèlement et de rénovation remet toutes les copies des formulaires d'identification et de tous les récépissés des déchets évacués, obtenus lors de la démolition ou du démantèlement sélectifs, au détenteur du permis d'environnement pour la réception des travaux de démolition ou de démantèlement.
  Le détenteur du permis d'environnement conserve tous les formulaires d'identification et tous les récépissés pendant une période de cinq ans. "
Art. 23. In artikel 4.3.5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  "In dit artikel wordt verstaan onder sloopmateriaal: materiaal dat afkomstig is van bouw-, infrastructuur-, sloop-, ontmantelings- of renovatiewerken.
  Voor de puinfractie van sloopmateriaal afkomstig van de activiteiten zoals vermeld in artikel 4.3.3, paragraaf 1, die selectief ingezameld werd in uitvoering van een sloopopvolgingsplan en afgevoerd wordt naar een inrichting voor de productie van gerecycleerde granulaten onder het eenheidsreglement, kan voorafgaandelijk aan de afvoer een verwerkingstoelating afgeleverd worden door een erkende sloopbeheerorganisatie. Deze verwerkingstoelating attesteert de selectieve inzameling van de puinfractie van het sloopmateriaal.
  Voor alle ander sloopmateriaal, dat selectief is ingezameld in uitvoering van een goedgekeurd sloopopvolgingsplan, kan een erkende sloopbeheerorganisatie eveneens een verwerkingstoelating afleveren voorafgaandelijk aan de afvoer. Deze verwerkingstoelating attesteert de selectieve inzameling van het sloopmateriaal.";
  2° de woorden "bouw- en sloopmateriaal" worden telkens vervangen door het woord "sloopmateriaal";
  3° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
  "Voor de puinfractie van sloopmateriaal afkomstig van de activiteiten zoals vermeld in artikel 4.3.3, paragraaf 1, waarvoor een verwerkingstoelating is afgeleverd en dat verwerkt is in een inrichting voor de productie van gerecycleerde granulaten onder het eenheidsreglement, kan een sloopattest afgeleverd worden door een erkende sloopbeheerorganisatie.
  Voor alle ander sloopmateriaal waarvoor een verwerkingstoelating is afgeleverd, kan een erkende sloopbeheerorganisatie eveneens een sloopattest afleveren.";
  4° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Het sloopattest attesteert de selectieve inzameling van het sloopmateriaal en de traceerbaarheid van de herkomst tot aan de gecontroleerde verwerking van de sloopmaterialen. Het sloopattest wordt pas afgeleverd nadat het traceerbaarheidssysteem van een erkende sloopbeheerorganisatie correct is doorlopen, zodat er garanties zijn over de kwaliteit van het puin.";
  5° in paragraaf 3 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
  "De standaardprocedure bepaalt:
  1° de wijze van opmaak van een sloopopvolgingsplan door een deskundige;
  2° de voorwaarden tot het behalen van een conformiteitsverklaring door een erkende sloopbeheerorganisatie binnen dertig dagen na de ontvangst van het sloopopvolgingsplan. Die conformiteitsverklaring kan een advies bevatten over de hergebruiks- en verwerkingsmogelijkheden van de sloopmaterialen;
  3° de voorwaarden waaronder een controleverslag door een deskundige vereist is en de wijze van opmaak van het controleverslag. Het controleverslag moet worden goedgekeurd door een erkende sloopbeheersorganisatie;
  4° de voorwaarden tot het aanvragen en het verkrijgen van een verwerkingstoelating door een erkende sloopbeheersorganisatie binnen vijf dagen na de ontvangst van de aanvraag voor de afvoer en verwerking van sloopmateriaal door de uitvoerder van de bouw-, infrastructuur-, sloop-, ontmantelings- en renovatiewerken, voorafgaand aan de afvoer en verwerking van het sloopmateriaal bij de bestemmeling;
  5° een controlesysteem dat het mogelijk maakt het transport van herkomst tot aan de gecontroleerde verwerking te traceren. Dit controlesysteem bevat minstens de verplichte vermelding van de aanwezigheid van een verwerkingstoelating in de identificatieformulieren bij het transport van sloopmateriaal en in het acceptatieregister;
  6° het opsturen van een ontvangstbevestiging van de geleverde hoeveelheid sloopmateriaal door de bestemmeling van het materiaal naar de erkende sloopbeheersorganisatie;
  7° de voorwaarden voor de aflevering en de inhoud van een sloopattest door de erkende sloopbeheerorganisatie binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag.".
Art. 23. A l'article 4.3.5. du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Dans le présent article, on entend par matériaux de démolition : matériaux provenant de travaux de construction, d'infrastructure, de démolition, de démantèlement ou de rénovation.
  Pour la fraction débris des matériaux de démolition provenant des activités telles que visées à l'article 4.3.3, paragraphe 1er, collectée de manière sélective en exécution d'un plan de suivi de démolition et transportée vers un établissement pour la production de granulats recyclés conformément au règlement unitaire, une autorisation de transformation peut être délivrée par une organisation de gestion de démolition agréée préalablement à l'évacuation. Cette autorisation de transformation atteste de la collecte sélective de la fraction débris des matériaux de démolition.
  Pour tous les autres matériaux de démolition, qui sont collectés de manière sélective en exécution d'un plan de suivi de démolition approuvé, une organisation de gestion de démolition agréée peut également délivrer une autorisation de transformation préalablement à l'évacuation. Cette autorisation de transformation atteste de la collecte sélective des matériaux de démolition. " ;
  2° les mots " matériaux de construction et de démolition " sont chaque fois remplacés par les mots " matériaux de démolition " ;
  3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Pour la fraction débris des matériaux de démolition provenant des activités telles que visées à l'article 4.3.3, paragraphe 1er, pour laquelle une autorisation de transformation a été délivrée et qui est traitée dans un établissement pour la production de granulats recyclés conformément au règlement unitaire, une attestation de démolition peut être délivrée par une organisation de gestion de démolition agréée.
  Pour tous les autres matériaux de démolition pour lesquels une autorisation de transformation a été délivrée, une organisation de gestion de démolition agréée peut également délivrer une attestation de démolition. " ;
  4° au paragraphe 3, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " L'attestation de démolition certifie la collecte sélective des matériaux de démolition et la traçabilité de l'origine jusqu'à la transformation contrôlée des matériaux de démolition. L'attestation de démolition n'est délivrée qu'après que le système de traçabilité d'une organisation de gestion de démolition agréée a été parcouru correctement de manière à obtenir des garanties sur la qualité des débris. " ;
  5° au paragraphe 3, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " La procédure standard définit :
  1° les modalités d'établissement d'un plan de suivi de démolition par un expert ;
  2° les conditions d'obtention d'une déclaration de conformité par une organisation de gestion de démolition agréée dans les trente jours suivant la réception du plan de suivi de démolition. Cette déclaration de conformité peut comprendre un avis sur les possibilités de réutilisation et de transformation des matériaux de démolition ;
  3° les conditions dans lesquelles un rapport de contrôle d'un expert est exigé et les modalités d'établissement du rapport de contrôle. Le rapport de contrôle doit être approuvé par une organisation de gestion de démolition agréée ;
  4° les conditions de demande et d'obtention d'une autorisation de transformation par une organisation de gestion de démolition agréée dans les cinq jours suivant la réception de la demande pour l'évacuation et la transformation de matériaux de démolition par l'exécutant des travaux de construction, d'infrastructure, de démolition, de démantèlement et de rénovation préalablement à l'évacuation et à la transformation des matériaux de démolition auprès du destinataire ;
  5° un système de contrôle qui permet de tracer le transport de l'origine jusqu'à la transformation contrôlée. Ce système de contrôle comprend au moins la mention obligatoire de la présence d'une autorisation de transformation dans les formulaires d'identification joints au transport des matériaux de démolition et dans le registre d'acceptation ;
  6° l'envoi, à l'organisation de gestion de démolition agréée, d'une confirmation de réception de la quantité livrée des matériaux de démolition par le destinataire des matériaux ;
  7° les conditions de délivrance et le contenu d'une attestation de démolition par l'organisation de gestion de démolition agréée dans le délai de trente jours suivant la réception de la demande. "
Art. 24. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017, wordt een artikel 4.4.5 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 4.4.5. Aan boord van een schip of ander vervoersmiddel zijn de volgende handelingen op olie-watermengsels verboden:
  1° het opwarmen met als enige doel het verkrijgen van een efficiëntere scheiding;
  2° het toevoegen van chemicaliën, afvalstoffen of andere producten;
  3° een opmenging met waswaters die afkomstig zijn van het spoelen van ruimen en tanks die chemicaliën hebben bevat.".
Art. 24. Dans le même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 février 2017, il est inséré un article 4.4.5, libellé comme suit :
  " Art. 4.4.5. A bord d'un navire ou d'un autre moyen de transport, les opérations suivantes sont interdites sur les mélanges huile-eau :
  1° le chauffage dans le seul but d'obtenir une séparation plus efficace ;
  2° l'ajout de produits chimiques, de déchets ou d'autres produits ;
  3° un mélange à des eaux de lavage provenant du rinçage de cales et de réservoirs ayant contenu des produits chimiques. "
Art. 25. Aan artikel 4.5.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2. Voor gesmolten dierlijke vetten afgeleid van categorie 3-materiaal is verstoking en verbranding verboden.".
Art. 25. A l'article 4.5.2 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand 23 mai 2014, dont le texte existant constituera le paragraphe 1er, il est ajouté un paragraphe 2, libellé comme suit :
  " § 2. La combustion et l'incinération des graisses animales fondues dérivées de matières de catégorie 3 sont interdites. "
Art. 26. In artikel 4.5.3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 worden de woorden "afwijking moet schriftelijk worden" vervangen door de zinsnede "afwijkingsaanvragen voor artikel 4.5.1 en 4.5.2, § 1, worden schriftelijk";
  2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3. De afwijkingsaanvraag voor artikel 4.5.2, § 2, wordt schriftelijk aangevraagd door de exploitant van de verbrandingsinstallatie of de exploitant van de installatie voor het verstoken van gesmolten dierlijke vetten afgeleid van categorie 3-materiaal. De aanvragen worden ingediend voor 1 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin men gesmolten dierlijke vetten afgeleid van categorie 3-materiaal wil verstoken of verbranden.
  De afwijkingsaanvraag bevat de volgende elementen:
  1° de vermelding van de verbodsbepalingen van dit besluit waarvoor de afwijking wordt aangevraagd;
  2° de redenen die de afwijking motiveren, in het bijzonder in het licht van de aard en de hoeveelheden van de afvalstoffen, en de beschikbare verwerkingscapaciteit;
  3° de vergunde en de geïnstalleerde verbrandings- of verstokingscapaciteit op het moment van de afwijkingsaanvraag.
  Om de individuele afwijkingsaanvragen op gelijke basis te behandelen en tegelijkertijd een bepaalde mate van sturing in het kader van de afvalverwerkingshiërarchie te behouden, bepaalt de minister jaarlijks vóór 1 januari een contingent van gesmolten dierlijke vetten afgeleid van categorie 3-materiaal die het volgende jaar verbrand of verstookt mogen worden, en verdeelt dat contingent onder de aanvragen die voor 1 december werden ingediend. Aanvragen die na 1 december ingediend worden, kunnen niet meer meegenomen worden in de voormelde verdeling.
  De verleende afwijkingen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van de OVAM.".
Art. 26. A l'article 4.5.3 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mai 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, les termes " La demande de dérogation individuelle sera faite par écrit " sont remplacés par le membre de phrase " Les demandes de dérogation aux articles 4.5.1 et 4.5.2, § 1er, seront faites par écrit " ;
  2° il est ajouté un paragraphe 3, libellé comme suit :
  " § 3. La demande de dérogation à l'article 4.5.2, § 2, sera faite par écrit par l'exploitant de l'installation d'incinération ou l'exploitant de l'installation de combustion des graisses animales fondues dérivées de matières de catégorie 3. Les demandes sont déposées avant le 1er décembre de l'année qui précède celle au cours de laquelle on souhaite brûler ou incinérer des graisses animales fondues dérivées de matières de catégorie 3.
  La demande de dérogation contient les éléments suivants :
  1° l'indication des clauses d'interdiction du présent arrêté visées par la demande de dérogation ;
  2° les raisons motivant la dérogation, en particulier à la lumière de la nature et des quantités des déchets et de la capacité de traitement disponible ;
  3° la capacité de combustion ou d'incinération autorisée et installée au moment de la demande de dérogation.
  Afin de traiter les demandes de dérogation individuelles sur une base d'égalité tout en conservant une certaine maîtrise dans le cadre de la hiérarchie de traitement des déchets, la ministre détermine chaque année, avant le 1er janvier, un contingent de graisses animales fondues dérivées de matières de catégorie 3 qui peuvent être brûlées ou incinérées l'année suivante, et répartit ce contingent entre les demandes introduites avant le 1er décembre. Les demandes introduites après le 1er décembre ne peuvent plus être prises en compte dans la répartition précitée.
  Les dérogations accordées sont publiées au Moniteur belge et sur le site Internet de l'OVAM. "
Art. 27. Artikel 5.1.2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 5.1.2. De bijdrage in de kosten van het beheer van huishoudelijk afval door de burger wordt berekend op basis van de specifieke dienstverlening en de kosten worden aangerekend naargelang de hoeveelheid van het afval, per gewichtseenheid, per afvalrecipiënt of op een andere wijze.".
Art. 27. L'article 5.1.2 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5.1.2. La contribution du citoyen aux frais de gestion des déchets ménagers est calculée sur la base des services spécifiques et les coûts sont imputés en fonction de la quantité de déchets, par unité de poids, par contenant de déchets ou d'une autre façon. "
Art. 28. In artikel 5.1.4, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "het gehele getal" worden vervangen door de woorden "twee decimalen na de komma";
  2° er wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Het derde decimaal uit de voormelde berekening wordt altijd naar boven afgerond.".
Art. 28. A l'article 5.1.4, alinéa 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " au nombre entier " sont remplacés par les mots " à deux décimales après la virgule " ;
  2° une phrase est ajoutée, libellée comme suit :
  " La troisième décimale du calcul précité est toujours arrondie vers le haut. "
Art. 29. In artikel 5.1.6 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 november 2013, wordt voor het eerste lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de gemeente aantoont dat het, conform artikel 5.1.1, noodzakelijk is een hoger bedrag dan het in de vork vastgestelde maximum voor de fractie huisvuil aan te rekenen op basis van de werkelijke kosten van haar beheer van alle huishoudelijk afval, berekend conform artikel 5.1.3, kan de OVAM op gemotiveerd verzoek een afwijking verlenen van het maximum voor de fractie huisvuil, vermeld in bijlage 5.1.4.".
Art. 29. A l'article 5.1.6 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 novembre 2013, il est inséré avant l'alinéa 1er, un alinéa libellé comme suit :
  " Si la commune démontre que, conformément à l'article 5.1.1, il est nécessaire d'imputer un montant supérieur au maximum établi dans la fourchette pour la fraction déchets ménagers, sur la base des coûts réels de sa gestion de l'ensemble des déchets ménagers calculés conformément à l'article 5.1.3, l'OVAM peut accorder, sur demande motivée, une dérogation au maximum pour la fraction déchets ménagers visée à l'annexe 5.1.4. "
Art. 30. Artikel 5.2.2.1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 5.2.2.1. De volgende afvalstoffen worden als kga beschouwd:
  1° verven, lakken, vernissen, lijmen, siliconen, kleurstoffen, toners, inkten en inktcartridges;
  2° smeeroliën, brandstoffen en antivries;
  3° gechloreerde koolwaterstoffen, aromatische koolwaterstoffen, ontvlambare oplosmiddelen, verf- en celluloseverdunners en terpentijn;
  4° schoonmaak- en onderhoudsmiddelen: bijtende en gefluoreerde schoonmaakmiddelen;
  5° de volgende ongebruikte en afgedankte chemicaliën:
  a) zuren;
  b) basen;
  c) fotografische vloeistoffen;
  d) andere bekende chemicaliën inclusief chloortabletten en formol;
  e) chemische restanten met onbekende samenstelling;
  6° bestrijdingsmiddelen inclusief schimmelwerende beschermingsmiddelen en curatieve en preventieve houtbeschermingsmiddelen;
  7° batterijen en accu's;
  8° metallisch kwik en kwikhoudende afvalstoffen inclusief gasontladingslampen;
  9° brandblusmiddelen;
  10° vuurwerk en vuurpijlen;
  11° injectienaalden, pennaalden en bloedlancetten;
  12° rookdetectoren;
  13° analoge röntgenfoto's en nitraatfilms;
  14° niet-geperforeerde gasflessen voor eenmalig gebruik en gaspatronen;
  15° technisch lege verpakkingen van kga als vermeld in punt 1°, 2°, 5°, e), en 6°, met uitzondering van antivries;
  16° technisch lege verpakkingen van kga als vermeld in punt 3° tot en met 5°, met een kindveilige sluiting;
  17° technisch lege verpakkingen van kga als vermeld in punt 3° tot en met 5°, met het symbool doodshoofd of lange termijn gezondheidsgevaarlijk conform de bepalingen van verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie;
  18° technisch lege verpakkingen van kga als vermeld in punt 3° tot en met 5°, met het symbool doodshoofd of corrosief conform de bepalingen van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen of Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten, en met het symbool doodshoofd of lange termijn gezondheidsgevaarlijk volgens de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006.".
Art. 30. L'article 5.2.2.1 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5.2.2.1. Les déchets suivants sont considérés comme des PDD :
  1° peintures, laques, vernis, colles, silicones, colorants, toners, encres et cartouches d'encre ;
  2° huiles de lubrification, carburants et antigel ;
  3° hydrocarbures chlorés, hydrocarbures aromatiques, solvants inflammables, diluants de peinture et de cellulose et térébenthine ;
  4° produits de nettoyage et d'entretien : produits de nettoyage corrosifs et fluorés ;
  5° les produits chimiques suivants, mis au rebut et inutilisés :
  a) acides ;
  b) bases ;
  c) liquides photographiques ;
  d) autres produits chimiques connus, y compris les tablettes de chlore et le formol ;
  e) résidus chimiques de composition inconnue ;
  6° pesticides, y compris les fongicides et les agents de protection du bois curatifs et préventifs ;
  7° piles et accumulateurs ;
  8° mercure métallique et déchets contenant du mercure, y compris les lampes à décharge ;
  9° produits d'extinction du feu ;
  10° feux d'artifice et fusées éclairantes ;
  11° aiguilles d'injection, aiguilles hypodermiques et lancettes ;
  12° détecteurs de fumées ;
  13° radiographies analogiques et films au nitrate ;
  14° bouteilles de gaz non perforées à usage unique et cartouches de gaz ;
  15° emballages techniquement vides de PDD tels que visés aux points 1°, 2°, 5°, e), et 6°, à l'exception de l'antigel ;
  16° emballages techniquement vides de PDD tels que visés aux points 3° à 5°, dotés d'une fermeture de sécurité pour enfants ;
  17° emballages techniquement vides de PDD tels que visés aux points 3° à 5°, portant le symbole de la tête de mort ou étiquetés comme dangereux à long terme, conformément aux dispositions du règlement (CE) n° 1907/2006 du Parlement européen et du Conseil du 18 décembre 2006 concernant l'enregistrement, l'évaluation et l'autorisation des substances chimiques, ainsi que les restrictions applicables à ces substances (REACH), instituant une agence européenne des produits chimiques, modifiant la directive 1999/45/CE et abrogeant le règlement (CEE) n° 793/93 du Conseil et le règlement (CE) n° 1488/94 de la Commission, ainsi que la directive 76/769/CEE du Conseil et les directives 91/155/CEE, 93/67/CEE, 93/105/CE et 2000/21/CE de la Commission ;
  18° emballages techniquement vides de PDD tels que visés aux points 3° à 5°, portant le symbole de la tête de mort ou étiquetés comme corrosifs, conformément aux dispositions de la directive 67/548/CEE du Conseil, du 27 juin 1967, concernant le rapprochement des dispositions législatives, réglementaires et administratives relatives à la classification, l'emballage et l'étiquetage des substances dangereuses ou de la directive 1999/45/CE du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 1999 concernant le rapprochement des dispositions législatives, réglementaires et administratives des Etats membres relatives à la classification, à l'emballage et à l'étiquetage des préparations dangereuses, et portant le symbole de la tête de mort ou étiquetés comme dangereux à long terme conformément aux dispositions du règlement (CE) n° 1272/2008 du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2008 relatif à la classification, à l'étiquetage et à l'emballage des substances et des mélanges, modifiant et abrogeant les directives 67/548/CEE et 1999/45/CE et modifiant le règlement (CE) n° 1907/2006. "
Art. 31. In het vierde lid van artikel 5.2.3.8 van hetzelfde besluit worden de woorden "veertig kalenderdagen" vervangen door "dertig kalenderdagen".
Art. 31. A l'alinéa 4 de l'article 5.2.3.8 du même arrêté, les mots " quarante jours calendrier " sont remplacés par " trente jours calendrier ".
Art. 32. In artikel 5.2.4.5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° gegevens van de deskundige persoon: voornaam, achternaam, straat en nummer, postnummer en gemeente, functie en deskundigheid van de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor het dagelijkse toezicht op en de dagelijkse leiding van het centrum. De deskundige persoon kan op verzoek van een ambtenaar van de bevoegde overheid op elk moment een actuele lijst bezorgen van de afgedankte voertuigen, alsook van de materialen die aanvaard zijn, van de hand gedaan zijn en aanwezig zijn op de inrichting;";
  2° in paragraaf 1, 4°, wordt het woord "bijlage" opgeheven;
  3° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 2. De aanvrager dient een elektronische aanvraag tot erkenning als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen in bij de OVAM. Voor die elektronische aanvraag stelt de OVAM een webloket voor centra depollutie afgedankte voertuigen ter beschikking via de website van de OVAM. De aanvrager verklaart dat de verstrekte gegevens correct en volledig zijn.
  De onafhankelijke keuringsinstelling bezorgt het rapport van de initiële keuring, vermeld in paragraaf 1, 5°, aan de OVAM via het webloket voor centra depollutie afgedankte voertuigen op de website van de OVAM. De OVAM stuurt een elektronische ontvangstmelding van het keuringsrapport aan de aanvrager en de keuringsinstelling.".
Art. 32. A l'article 5.2.4.5 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° données de la personne compétente : nom, prénom, rue et numéro, code postal et localité, fonction et compétence de la personne physique responsable de la surveillance quotidienne et de la direction journalière du centre. Elle peut, à la demande d'un fonctionnaire des autorités compétentes, communiquer à tout moment une liste à jour des véhicules mis au rebut, ainsi que des matériaux qui ont été acceptés, écartés et qui sont présents dans l'établissement ; " ;
  2° au paragraphe 1, 4°, le mot " annexe " est supprimé ;
  3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le demandeur introduit une demande électronique d'agrément en tant que centre pour la dépollution, le démantèlement et la destruction des véhicules mis au rebut auprès de l'OVAM. En vue de cette demande électronique, l'OVAM met à disposition sur son site Internet un guichet web pour les centres de dépollution des véhicules mis au rebut. Le demandeur déclare que les données communiquées sont correctes et complètes.
  L'organisme de contrôle indépendant transmet le rapport de l'inspection initiale, visé au paragraphe 1er, point 5°, à l'OVAM par l'intermédiaire du guichet web pour les centres de dépollution des véhicules mis au rebut disponible sur le site Internet de l'OVAM. L'OVAM envoie un accusé de réception électronique du rapport d'inspection au demandeur et à l'organisme de contrôle. "
Art. 33. Artikel 5.2.4.6 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 5.2.4.6. De OVAM brengt de aanvrager op de hoogte van de ontvangst van de aanvraag door een elektronische melding in het webloket voor centra depollutie afgedankte voertuigen. Zolang de aanvrager geen elektronische ontvangstmelding ontvangt, moet de aanvraag beschouwd worden als niet ingediend.
  De OVAM onderzoekt de aanvraag en neemt binnen een termijn van dertig dagen na de datum van de ontvangstmelding van de aanvraag een beslissing over de erkenning. De OVAM brengt de aanvrager van de beslissing op de hoogte via een melding in het webloket voor centra depollutie afgedankte voertuigen van de OVAM.
  Als er bepaalde gegevens in de aanvraag ontbreken, verzoekt de OVAM via het webloket voor centra depollutie afgedankte voertuigen om de nodige aanvullingen.
  Als de OVAM om aanvullingen verzoekt, wordt de termijn van behandeling, vermeld in het tweede lid, geschorst vanaf de verzending van dat verzoek en begint die opnieuw te lopen vanaf de ontvangst van de aanvullingen. Als de aanvrager nalaat om de aanvullingen binnen een termijn van negentig dagen aan de OVAM te bezorgen, wordt de aanvraag geacht geweigerd te zijn.
  De communicatie tussen de aanvrager en de OVAM wordt gevoerd via het webloket voor centra depollutie afgedankte voertuigen dat ter beschikking wordt gesteld via de website van de OVAM. De OVAM stuurt de aanvrager een elektronische ontvangstmelding van zijn berichten.".
Art. 33. L'article 5.2.4.6 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5.2.4.6. L'OVAM informe le demandeur de la réception de la demande au moyen d'une notification électronique dans le guichet web pour les centres de dépollution de véhicules mis au rebut. Tant que le demandeur ne reçoit pas d'accusé de réception électronique, la demande doit être considérée comme non introduite.
  L'OVAM examine la demande et prend une décision sur l'agrément dans un délai de trente jours à compter de la date de l'accusé de réception de la demande. L'OVAM informe le demandeur de la décision au moyen d'une notification électronique dans le guichet web pour les centres de dépollution de véhicules mis au rebut.
  Si certaines données manquent dans la demande, l'OVAM demande les précisions nécessaires par l'intermédiaire du guichet web pour les centres de dépollution de véhicules mis au rebut.
  Si l'OVAM requiert des précisions, le délai de traitement visé à l'alinéa 2 est suspendu à partir de l'envoi de cette requête et recommence à courir à partir de la réception de ces précisions. Si le demandeur omet de communiquer les précisions à l'OVAM dans le délai de 90 jours, la demande est réputée refusée.
  La communication entre le demandeur et l'OVAM passe par l'intermédiaire du guichet web pour les centres de dépollution de véhicules mis au rebut que l'OVAM met à disposition sur son site Internet. L'OVAM envoie au demandeur un accusé de réception électronique de ses messages. "
Art. 34. In artikel 5.2.4.7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, 2°, wordt de zin "De keuringsinstelling bezorgt het rapport van de opvolgingskeuring binnen twee maanden aan de OVAM;" opgeheven;
  2° in paragraaf 2, 3°, wordt de zinsnede "De keuringsinstelling bezorgt het rapport van de initiële keuring binnen twee maanden aan de OVAM;" opgeheven;
  3° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2/1. De onafhankelijke keuringsinstelling bezorgt binnen twee maanden de keuringsrapporten, vermeld in paragraaf 2, 2° en 3°, aan de OVAM via het webloket voor centra depollutie afgedankte voertuigen op de website van de OVAM. De OVAM stuurt de keuringsinstelling een elektronische ontvangstmelding van het keuringsrapport.
  Voor de verzending van de gewijzigde gegevens, vermeld in paragraaf 2, 1°, en van een bewijs van goed zedelijk gedrag als vermeld in paragraaf 2, 4°, stelt de OVAM het webloket voor centra depollutie afgedankte voertuigen ter beschikking via de website van de OVAM. De OVAM stuurt een elektronische ontvangstmelding.";
  4° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "en het rapport ervan aan de OVAM moet bezorgen" opgeheven.
  5° in het tweede lid van paragraaf 3 worden de woorden "veertig dagen" vervangen door "dertig kalenderdagen".
  6° aan het tweede lid van paragraaf 3 wordt volgende zin als laatste zin toegevoegd : "Als de OVAM om bijkomende informatie verzoekt, wordt de termijn vermeld in dit lid geschorst vanaf de verzending van het verzoek en begint die opnieuw te lopen op de eerstvolgende werkdag vanaf de ontvangst van de bijkomende informatie.".
Art. 34. A l'article 5.2.4.7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, point 2°, la phrase " L'organisme de contrôle remet le rapport de l'inspection technique de suivi à l'OVAM dans les deux mois ; " est supprimée ;
  2° au paragraphe 2, point 3°, la phrase " L'organisme de contrôle remet le rapport de l'inspection technique initiale à l'OVAM dans les deux mois ; " est supprimée ;
  3° il est inséré un paragraphe 2/1, libellé comme suit :
  " § 2/1. L'organisme de contrôle indépendant remet les rapports d'inspection, visés au paragraphe 2, points 2° et 3°, dans les deux mois à l'OVAM par l'intermédiaire du guichet web pour les centres de dépollution des véhicules mis au rebut disponible sur le site Internet de l'OVAM. L'OVAM envoie à l'organisme de contrôle un accusé de réception électronique du rapport d'inspection.
  Pour l'envoi des données modifiées visées au paragraphe 2, point 1°, et d'un certificat de bonnes vie et moeurs tel que visé au paragraphe 2, point 4°, l'OVAM met à disposition sur son site Internet un guichet web pour les centres de dépollution des véhicules mis au rebut. L'OVAM envoie un accusé de réception électronique. " ;
  4° au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " et en remettre le rapport à l'OVAM " sont supprimés.
  5° à l'alinéa 2 du paragraphe 3, les mots " 40 jours " sont remplacés par " 30 jours civils ".
  6° à l'alinéa 2 du paragraphe 3, la phrase suivante est ajoutée comme dernière phrase : " Si l'OVAM requiert des informations complémentaires, le délai visé dans le présent alinéa est suspendu à partir de l'envoi de cette requête et recommence à courir le premier jour ouvrable qui suit la réception de ces informations complémentaires. "
Art. 35. Artikel 5.2.5.3/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2016, wordt opgeheven.
Art. 35. L'article 5.2.5.3/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2016, est supprimé.
Art. 36. In artikel 5.2.5.4. paragraaf 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2016, wordt het voorlaatste lid opgeheven.
Art. 36. A l'article 5.2.5.4. paragraphe 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2016, l'avant-dernier alinéa est supprimé.
Art. 37. In artikel 5.2.5.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2016, worden een paragraaf 3, een paragraaf 4 en een paragraaf 5 toegevoegd die luiden als volgt:
  " § 3. Een onafhankelijke keuringsinstelling, geaccrediteerd overeenkomstig ISO 17020 controleert de conformiteit van de inzameling en verwerking aan de wettelijke verplichtingen en valideert de gegevens, vermeld in paragraaf 2, die aan de OVAM of aan de organisatie die daarvoor aangewezen is, worden verstrekt. De voorwaarden voor deze conformiteitsverklaring en validatie worden nader bepaald door de minister.
  § 4. In afwijking van paragraaf 3 kan de conformiteitscontrole van de inzameling en de verwerking, en de validatie van de gegevens gebeuren volgens de Europese norm EN50625, inclusief technische specificaties.
  Hiertoe moet de inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar of verwerker voldoen aan één van volgende voorwaarden :
  1° geslaagd zijn voor de WEEELABEX Conformity Verification, uitgevoerd door een auditeur die is goedgekeurd door de WEEELABEX Organisation, op basis van de Europese norm EN50625;
  2° gecertificeerd zijn door een onafhankelijke certificatie-instelling die geaccrediteerd is door BELAC of door een ander lid van de European co-operation for Accreditation (EA) om audits uit te voeren op basis van de Europese norm EN50625.
  § 5. De houder die afgedankte EEA met het oog op verwerking naar een ander land of ander gewest overbrengt, draagt er zorg voor dat de afgedankte EEA passend zal worden verwerkt onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan de bepalingen, vermeld in paragraaf 3 of 4. Op verzoek van de OVAM moet de houder dit kunnen aantonen aan de OVAM. ".
Art. 37. A l'article 5.2.5.4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2016, sont ajoutés un paragraphe 3, un paragraphe 4 et un paragraphe 5 libellés comme suit :
  " § 3. Un organisme de contrôle indépendant accrédité conformément à l'ISO 17020 contrôle la conformité de la collecte et du traitement aux obligations légales et valide les données visées au paragraphe 2 qui sont fournies à l'OVAM ou à l'organisation désignée à cet effet. Les conditions de cette déclaration de conformité et de cette validation sont précisées par le ministre.
  § 4. Par dérogation au paragraphe 3, le contrôle de conformité de la collecte et du traitement et la validation des données peuvent se dérouler selon la norme européenne EN50625, y compris les spécifications techniques.
  A cet effet, le collecteur, le négociant ou courtier en déchets ou le transformateur doit remplir l'une des conditions suivantes :
  1° avoir réussi la WEEELABEX Conformity Verification, effectuée par un auditeur autorisé par la WEEELABEX Organisation, sur la base de la norme européenne EN50625 ;
  2° être certifié par un organisme certificateur indépendant, accrédité par BELAC ou par un autre membre de la European co-operation for Accreditation (EA) en vue d'effectuer des audits sur la base de la norme européenne EN50625.
  § 5. Le détenteur qui transporte des DEEE dans un autre pays ou une autre région en vue de leur traitement veille à ce que les DEEE soient traités de manière adéquate dans des conditions équivalentes aux dispositions visées au paragraphe 3 ou 4. Le détenteur doit être en mesure d'en fournir la preuve à l'OVAM, à sa demande. ".
Art. 38. In artikel 5.2.10.9, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 november2012, wordt het vijfde lid vervangen door wat volgt : "De OVAM neemt een beslissing binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst van het advies van de afdeling Scheepvaartbegeleiding van het Agentschap voor Maritieme dienstverlening en Kust en het advies van de met scheepvaartcontrole belaste dienst van het federale Directoraat-generaal Maritiem Vervoer en stuurt de beslissing door naar de aanvrager, de beheerder van de haven in kwestie, de met scheepvaartcontrole belaste dienst van het federale Directoraat-generaal Maritiem Vervoer en het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust.".
Art. 38. A l'article 5.2.10.9, § 2, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 novembre 2012, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit : " L'OVAM prend une décision dans les 30 jours civils de la réception de l'avis de la division de l'Assistance à la navigation de l'Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (Agence flamande des services maritimes et du littoral) et de l'avis du service de la Direction générale fédérale du Transport maritime chargé du contrôle de la navigation, et fait suivre cette décision au demandeur, au gestionnaire du port en question, au service de la Direction générale fédérale du Transport maritime chargé du contrôle de la navigation et à l'Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust. "
Art. 39. In artikel 5.3.2.1, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "als vermeld in bijlage 2.2," telkens opgeheven.
Art. 39. A l'article 5.3.2.1, alinéa 1er, du même arrêté, les membres de phrase " comme indiqué en annexe 2.2 " et " telle que mentionnée en annexe 2.2 " sont supprimés.
Art. 40. In artikel 5.3.2.3 van hetzelfde besluit wordt het woord "bouw" vervangen door het woord "bouwvoor".
Art. 40. A l'article 5.3.2.3 de la version néerlandaise du même arrêté, le mot " bouw " est remplacé par le mot " bouwvoor ".
Art. 41. Aan hoofdstuk 5, afdeling 5.3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 september 2016, 23 mei 2014 en 16 november 2011, wordt een onderafdeling 5.3.9, die bestaat uit artikel 5.3.9.1, toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling 5.3.9. - Voorwaarden voor het verstoken van gesmolten dierlijke vetten afgeleid van categorie 1-, 2- en 3-materiaal
Art. 41. Au chapitre 5, section 5.3, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 septembre 2016, 23 mai 2014 et 16 novembre 2011, une sous-section 5.3.9, composée de l'article 5.3.9.1, est ajoutée, libellée comme suit :
  " Sous-section 5.3.9. - Conditions pour la combustion de graisses animales fondues dérivées de matières des catégories 1, 2 et 3
Art. 5.3.9.1. Gesmolten dierlijke vetten afgeleid van categorie 1-, 2- en 3-materiaal mogen verstookt worden als aan al de volgende criteria voldaan wordt:
  1° de dierlijke vetten ontstaan in een conform verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 erkende verwerkingsinstallatie;
  2° de verbrandingsinstallatie waarin de dierlijke vetten als brandstof verstookt of verbrand worden, is vergund en erkend voor het verstoken of het verbranden van dierlijke vetten;
  3° voor de gesmolten dierlijke vetten afgeleid van categorie 3-materiaal werd conform artikel 4.5.3 van dit besluit een afwijking op het verbrandingsverbod verkregen.
  In dit artikel wordt verstaan onder:
  1° categorie 1-materiaal: categorie 1-materiaal als vermeld in artikel 8 van de verordening (EG) 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002;
  2° categorie 2-materiaal: categorie 2-materiaal als vermeld in artikel 9 van de verordening (EG) 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002.".
Art. 5.3.9.1. Les graisses animales fondues dérivées de matières des catégories 1, 2 et 3 peuvent être brûlées à condition de satisfaire aux critères suivants :
  1° les graisses animales sont produites dans une installation de traitement agréée conformément au règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et abrogeant le règlement (CE) n° 1774/2002 ;
  2° l'installation de combustion dans laquelle les graisses animales sont brûlées ou incinérées est autorisée et agréée pour la combustion ou l'incinération de graisses animales ;
  3° une dérogation à l'interdiction d'incinération a été obtenue pour les graisses animales fondues dérivées de matières de catégorie 3 conformément à l'article 4.5.3 du présent arrêté.
  Dans le présent article, on entend par :
  1° matières de catégorie 1 : matières de catégorie 1 telles que visée à l'article 8 du règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et abrogeant le règlement (CE) n° 1774/2002 ;
  2° matières de catégorie 2 : matières de catégorie 2 telles que visée à l'article 9 du règlement (CE) n° 1069/2009 du Parlement européen et du Conseil du 21 octobre 2009 établissant des règles sanitaires applicables aux sous-produits animaux et produits dérivés non destinés à la consommation humaine et abrogeant le règlement (CE) n° 1774/2002. "
Art. 42. Aan hoofdstuk 5, afdeling 5.3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 september 2016, 23 mei 2014 en 16 november 2011, wordt een onderafdeling 5.3.10, die bestaat uit artikel 5.3.10.1. toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Onderafdeling 5.3.10. - Voorwaarden voor het gebruik van boerderijcompost als meststof of als bodemverbeterend middel"
Art. 42. Au chapitre 5, section 5.3, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 septembre 2016, 23 mai 2014 et 16 novembre 2011, une sous-section 5.3.10, composée de l'article 5.3.10.1, est ajoutée, libellée comme suit :
  " Sous-section 5.3.10. - Conditions pour l'utilisation de compost fermier comme engrais ou produit d'amendement du sol "
Art. 5.3.10.1. § 1. Boerderijcompost zoals omschreven in afdeling 1 van bijlage 2.2. moet voldoen aan de voorwaarden van artikel 2.3.1.3.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 moet niet aan artikel 2.3.1.3. worden voldaan indien de geproduceerde boerderijcompost afgezet wordt op bedrijfseigen gronden van de producent.".
Art. 5.3.10.1. § 1er. Le compost fermier tel que défini à la section 1re de l'annexe 2.2. doit satisfaire aux conditions de l'article 2.3.1.3.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, il ne doit pas être satisfait à l'article 2.3.1.3. si le compost fermier est épandu sur des terres propres à l'exploitation du producteur. "
Art. 43. In artikel 6.1.1.1, eerste lid, van het hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2° wordt tussen het woord "vervoerders" en het woord "moeten" de zinsnede "en de afvalstoffenproducenten die met eigen transportmiddelen de eigen afvalstoffen vervoeren," ingevoegd;
  2° in punt 7° wordt het woord "mag" vervangen door de zinsnede "en de afvalstoffenproducent die met eigen transportmiddelen de eigen afvalstoffen vervoert, mogen".
Art. 43. A l'article 6.1.1.1, alinéa 1er, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 2°, le membre de phrase " et les producteurs de déchets qui transportent leurs propres déchets par leurs propres moyens de transport " est inséré entre le mot " transporteurs " et le mot " doivent " ;
  2° au point 7°, les mots " ne peut " sont remplacés par le membre de phrase " et le producteur de déchets qui transporte ses propres déchets par ses propres moyens de transport, ne peuvent ".
Art. 44. In artikel 6.1.1.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering 4 mei 2012, 23 mei 2014 en 23 september 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan het eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° het gemeentelijk politiereglement over de inzameling van het huishoudelijk textielafval naleven.";
  2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid, 2°, geldt dat de OVAM niet hoeft te beschikken over een geactualiseerd intern kwaliteitsborgingssysteem en geen keuring hoeft te laten uitvoeren als vermeld in artikel 6.1.1.6, § 2, voor het inzamelen, handelen en makelen van afvalstoffen die afkomstig zijn van ambtshalve verwijderingen en ambtshalve saneringen die in opdracht van de OVAM worden uitgevoerd binnen het kader van haar decretale opdracht.";
  3° in het bestaande vierde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt het woord "kwaliteitsborgingssyteem" vervangen door het woord "kwaliteitsborgingssysteem".
Art. 44. A l'article 6.1.1.4 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 4 mai 2012, 23 mai 2014 et 23 septembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, il est ajouté un point 3°, libellé comme suit :
  " 3° respecter le règlement communal de police en ce qui concerne la collecte des déchets ménagers de textile. " ;
  2° un alinéa est inséré entre les alinéas 2 et 3, libellé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, point 2°, l'OVAM ne doit pas disposer d'un système interne actualisé de garantie de la qualité et ne doit pas faire exécuter un audit tel que visé à l'article 6.1.1.6, § 2, pour la collecte, la négociation ou le courtage de déchets provenant d'enlèvements d'office et d'assainissements d'office effectués sur ordre de l'OVAM dans le cadre de sa mission décrétale. " ;
  3° à l'alinéa 4 existant, qui devient l'alinéa 5, de la version néerlandaise, le terme " kwaliteitsborgingssyteem " est remplacé par le terme " kwaliteitsborgingssysteem ".
Art. 45. In artikel 6.1.2.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014 en 23 september 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° verklaring: de aanvrager verklaart dat hij in opdracht zal vervoeren, dat de door hem verstrekte inlichtingen volledig en correct zijn, en dat hij kennisneemt van de vervoersvoorwaarden.";
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 45. A l'article 6.1.2.2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 mai 2014 et 23 septembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° déclaration : le demandeur déclare qu'il effectue le transport sur demande, que les renseignements qu'il a communiqués sont complets et corrects et qu'il a pris connaissance des conditions de transport. " ;
  2° l'alinéa 2 est supprimé.
Art. 46. Artikel 6.1.2.3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 6.1.2.3. De vervoerder van afvalstoffen registreert zich elektronisch bij de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket registraties van de OVAM, dat ter beschikking wordt gesteld via de website van de OVAM.
  De OVAM brengt de vervoerder van afvalstoffen op de hoogte van de correcte registratie via een melding in het webloket registraties van de OVAM. Zolang de aanvrager geen elektronische melding ontvangt, moet de aanvraag beschouwd worden als niet ingediend.
  De registratie geldt voor een periode van tien jaar.".
Art. 46. L'article 6.1.2.3 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6.1.2.3. Le transporteur de déchets s'enregistre par voie électronique auprès de l'OVAM. Il utilise à cette fin le guichet web destiné aux enregistrements que l'OVAM met à disposition sur son site Internet.
  L'OVAM informe le transporteur de déchets de l'enregistrement correct au moyen d'une notification dans son guichet web destiné aux enregistrements. Tant que le demandeur ne reçoit pas de notification électronique, la demande doit être considérée comme non introduite.
  L'enregistrement est valable pour une période de dix ans. "
Art. 47. In artikel 6.1.2.4, eerste en derde lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de woorden "bedrijfsloket in de registratietoepassing" vervangen door de woorden "webloket registraties".
Art. 47. A l'article 6.1.2.4, alinéas 1er et 3, du même arrêté, remplacés par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les mots " guichet d'entreprise de dans l'application d'enregistrement " sont remplacés par les mots " guichet web destiné aux enregistrements ".
Art. 48. Aan artikel 6.1.3.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012 en 6 november 2012, wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De OVAM is van rechtswege geregistreerd als inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar voor het inzamelen, handelen en makelen van afvalstoffen die afkomstig zijn van ambtshalve verwijderingen en ambtshalve saneringen die in opdracht van de OVAM worden uitgevoerd binnen het kader van haar decretale opdracht. De OVAM wordt niet opgenomen in het register, vermeld in het tweede lid.".
Art. 48. A l'article 6.1.3.1 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 4 mai 2012 et 6 novembre 2012, il est ajouté un alinéa 6, libellé comme suit :
  " L'OVAM est enregistrée de plein droit comme collecteur, négociant ou courtier en déchets pour la collecte, la négociation et le courtage de déchets provenant d'enlèvements d'office et d'assainissements d'office effectués sur ordre de l'OVAM dans le cadre de sa mission décrétale. L'OVAM n'est pas reprise dans le registre visé à l'alinéa 2. "
Art. 49. In artikel 6.1.3.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
  "3° verklaring: de aanvrager verklaart dat de door hem verstrekte inlichtingen volledig en correct zijn, en dat hij kennisneemt van de vervoersvoorwaarden en de algemene en specifieke voorwaarden voor inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars.".
Art. 49. A l'article 6.1.2.3 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° déclaration : le demandeur déclare que les renseignements qu'il a communiqués sont complets et corrects et qu'il a pris connaissance des conditions de transport et des conditions générales et spécifiques pour les collecteurs, négociants ou courtiers en déchets. "
Art. 50. Artikel 6.1.3.3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 6.1.3.3. De inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar registreert zich elektronisch bij de OVAM. Daarvoor maakt hij gebruik van het webloket registraties van de OVAM, dat ter beschikking wordt gesteld via de website van de OVAM.
  De registratie geldt voor een periode van tien jaar.".
Art. 50. L'article 6.1.3.3 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6.1.3.3. Le collecteur, négociant ou courtier en déchets s'enregistre par voie électronique auprès de l'OVAM. Il utilise à cette fin le guichet web destiné aux enregistrements que l'OVAM met à disposition sur son site Internet.
  L'enregistrement est valable pour une période de dix ans. "
Art. 51. In artikel 6.1.3.4 van hetzelfde besluit, eerste en derde lid, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de woorden "bedrijfsloket in de registratietoepassing" vervangen door de woorden "webloket registraties".
Art. 51. A l'article 6.1.3.4, alinéas 1er et 3, du même arrêté, remplacés par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les mots " guichet d'entreprise de dans l'application d'enregistrement " sont remplacés par les mots " guichet web destiné aux enregistrements ".
Art. 52. In artikel 7.3.1.2, paragraaf 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 wordt de zinsnede "vermeld in artikel 5.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid" vervangen door de zinsnede "opgenomen als bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, met de letter R in de zevende kolom".
Art. 52. A l'article 7.3.1.2, paragraphe 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015, le membre de phrase " visée à l'article 5.2.1, § 1er, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement " sont remplacés par le membre de phrase " reprise à l'annexe 1rede l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, sous la lettre R dans la septième colonne ".
Art. 53. In artikel 7.3.2.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan het eerste lid worden de woorden "en de inzameling van huishoudelijk restafval door privaatrechtelijke inzamelaars op het grondgebied van de gemeente" toegevoegd;
  2° aan het tweede lid worden de woorden "en het huishoudelijk restafval door privaatrechtelijke inzamelaars op het grondgebied van de gemeente" toegevoegd.
Art. 53. A l'article 7.3.2.1 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " et de la collecte des déchets ménagers résiduels par des collecteurs de droit privé sur le territoire de la commune " sont ajoutés à l'alinéa 1er ;
  2° les mots " et les déchets ménagers résiduels par des collecteurs de droit privé sur le territoire de la commune " sont ajoutés à l'alinéa 2.
Art. 54. Aan artikel 7.3.2.2, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede ", en jaartotalen van het ingezamelde huishoudelijk restafval door privaatrechtelijke inzamelaars op het grondgebied van de gemeente" toegevoegd.
Art. 54. A l'article 7.3.2.2, alinéa 1er, du même arrêté, le membre de phrase " , et les totaux annuels des déchets ménagers résiduels collectés par des collecteurs de droit privé sur le territoire de la commune " est ajouté.
Art. 55. In artikel 9.1.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, 29 november 2013, 23 mei 2014 en 23 september 2016, wordt paragraaf 1 vervangen door:
  " § 1. De aangifte, vermeld in artikel 50 en volgende van het Materialendecreet, moet gedaan worden uiterlijk de twintigste van de eerste maand na ieder kalenderkwartaal:
  1° ofwel op een aangifteformulier, waarvan het model bepaald wordt door de minister en waarvan de nodige exemplaren door de OVAM ter beschikking worden gesteld;
  2° ofwel via een webloket waarvan de modaliteiten bepaald worden door de minister en dat door de OVAM ter beschikking wordt gesteld.
  Het voorschot op de heffing voor het vierde kwartaal van elk jaar wordt uiterlijk op 20 november aangegeven:
  1° ofwel door middel van een bijzonder aangifteformulier, waarvan het model bepaald wordt door de minister en waarvan de nodige exemplaren door de OVAM ter beschikking worden gesteld;
  2° ofwel via een webloket waarvan de modaliteiten bepaald worden door de minister en dat door de OVAM ter beschikking wordt gesteld.
  Als de elektronische aangifte via het webloket ingevuld en bezorgd is overeenkomstig de richtlijnen in het elektronische platform, heeft ze voor de toepassing van hoofdstuk 5, afdeling 2 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en de uitvoeringsbesluiten ervan dezelfde rechtskracht als een ondertekende aangifte op papier.".
Art. 55. A l'article 9.1.2 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 novembre 2012, 29 novembre 2013, 23 mai 2014 et 23 septembre 2016, le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. La déclaration visée aux articles 50 et suivants du décret sur les matériaux doit avoir lieu au plus tard le vingtième jour du premier mois qui suit chaque trimestre calendrier :
  1° soit à l'aide d'un formulaire de déclaration dont le modèle est déterminé par le ministre et dont les exemplaires nécessaires sont mis à disposition par l'OVAM ;
  2° soit par l'intermédiaire d'un guichet web dont les modalités sont arrêtées par le ministre et qui est mis à disposition par l'OVAM.
  L'acompte sur la redevance pour le quatrième trimestre de chaque année est versé au plus tard le 20 novembre :
  1° soit à l'aide d'un formulaire de déclaration spécial dont le modèle est déterminé par le ministre flamand et dont les exemplaires nécessaires sont mis à disposition par l'OVAM ;
  2° soit par l'intermédiaire d'un guichet web dont les modalités sont arrêtées par le ministre et qui est mis à disposition par l'OVAM.
  Si la déclaration électronique est remplie et transmise par l'intermédiaire du guichet web conformément aux directives de la plate-forme électronique, elle a la même valeur juridique qu'une déclaration signée sur papier aux fins de l'application du chapitre 5, section 2, du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets et ses arrêtés d'exécution. "
Art. 56. In bijlage 2.1. bij hetzelfde besluit wordt tussen de codes "11 01 16*" en "11 01 99" de code "11 01 98* overig afval dat gevaarlijke afvalstoffen bevat" ingevoegd.
Art. 56. A l'annexe 2.1. au même arrêté, le code " 11 01 98* autres déchets contenant des substances dangereuses " est inséré entre les codes " 11 01 16* " et " 11 01 99 ".
Art. 57. In bijlage 2.2, afdeling 1, bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014 en 23 september 2016, wordt in de tabel de volgende rij:
  "
Art. 57. A l'annexe 2.2, section 1, du même arrêté, modifiée par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 mai 2014 et 23 septembre 2016, la ligne suivante du tableau :
  "
Toegelaten materialen van dierlijke oorsprong conform de wetgeving inzake dierlijke bijproducten erkende of geregistreerde inrichtingen of bedrijven voor dierlijke bijproducten
  afgeleide producten zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 1069/2009 en andere materialen van dierlijke oorsprong
artikel 2.3.1.1
Toegelaten materialen van dierlijke oorsprong conform de wetgeving inzake dierlijke bijproducten erkende of geregistreerde inrichtingen of bedrijven voor dierlijke bijproducten
  afgeleide producten zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 1069/2009 en andere materialen van dierlijke oorsprong artikel 2.3.1.1
",
  vervangen door de volgende rij:
  "
Substances d'origine animale autorisées conformément à la législation en matière de produits secondaires animaux établissement agréé ou enregistré de produits secondaires animaux
  ou de produits dérivés tels que définis dans le Règlement (CE) n° 1069/2009 et autres substances d'origine animale
article 2.3.1.1
Substances d'origine animale autorisées conformément à la législation en matière de produits secondaires animaux établissement agréé ou enregistré de produits secondaires animaux
  ou de produits dérivés tels que définis dans le Règlement (CE) n° 1069/2009 et autres substances d'origine animale article 2.3.1.1
",
  est remplacée par la ligne suivante :
  "
Toegelaten materialen van dierlijke oorsprong conform de wetgeving over dierlijke bijproducten erkende of geregistreerde inrichtingen of bedrijven voor dierlijke bijproducten
  afgeleide producten zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 1069/2009 en andere materialen van dierlijke oorsprong
  uitgezonderd onverwerkte stromen
artikel 2.3.1.1
Toegelaten materialen van dierlijke oorsprong conform de wetgeving over dierlijke bijproducten erkende of geregistreerde inrichtingen of bedrijven voor dierlijke bijproducten
  afgeleide producten zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 1069/2009 en andere materialen van dierlijke oorsprong
  uitgezonderd onverwerkte stromen artikel 2.3.1.1
".
Substances d'origine animale autorisées conformément à la législation relative aux sous-produits animaux établissement agréé ou enregistré de produits secondaires animaux
  ou de produits dérivés tels que définis dans le Règlement (CE) n° 1069/2009 et autres substances d'origine animale
  à l'exception des flux non traités
article 2.3.1.1
Substances d'origine animale autorisées conformément à la législation relative aux sous-produits animaux établissement agréé ou enregistré de produits secondaires animaux
  ou de produits dérivés tels que définis dans le Règlement (CE) n° 1069/2009 et autres substances d'origine animale
  à l'exception des flux non traités article 2.3.1.1
".
Art. 58. In bijlage 2.2, afdeling 1, bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014 en 23 september 2016, wordt in de tabel de volgende rij:
  "
Art. 58. A l'annexe 2.2, section 1, du même arrêté, modifiée par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 mai 2014 et 23 septembre 2016, la ligne suivante du tableau :
  "
Kalkhoudend slib Waterbehandeling
  verkregen bij de bereiding van drinkwater of proceswater uit ruwwater
artikel 2.3.1.1
Kalkhoudend slib Waterbehandeling
  verkregen bij de bereiding van drinkwater of proceswater uit ruwwater artikel 2.3.1.1
",
  vervangen door de volgende rij:
  "
Boues calcaires traitement des eaux
  obtenues lors de la préparation d'eau potable ou d'eau de processus à partir d'eau à l'état naturel
article 2.3.1.1
Boues calcaires traitement des eaux
  obtenues lors de la préparation d'eau potable ou d'eau de processus à partir d'eau à l'état naturel article 2.3.1.1
",
  est remplacée par la ligne suivante :
  "
Kalkhoudend materiaal Waterbehandeling
  verkregen bij de bereiding van drinkwater of proceswater uit ruwwater
artikel 2.3.1.1
Kalkhoudend materiaal Waterbehandeling
  verkregen bij de bereiding van drinkwater of proceswater uit ruwwater artikel 2.3.1.1
".
Matériau calcaire traitement des eaux
  obtenues lors de la préparation d'eau potable ou d'eau de processus à partir d'eau à l'état naturel
article 2.3.1.1
Matériau calcaire traitement des eaux
  obtenues lors de la préparation d'eau potable ou d'eau de processus à partir d'eau à l'état naturel article 2.3.1.1
".
Art. 59. In bijlage 2.2, afdeling 1, bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014 en 23 september 2016, wordt tussen de rijen "
Art. 59. A l'annexe 2.2, section 1, du même arrêté, modifiée par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 mai 2014 et 23 septembre 2016, entre les lignes "
Eindmateriaal van de biologische behandeling van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen vergunde inrichting voor de biologische verwerking van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen al dan niet in combinatie met dierlijke mest artikel 2.3.1.1 en 2.3.1.3
Eindmateriaal van de biologische behandeling van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen vergunde inrichting voor de biologische verwerking van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen al dan niet in combinatie met dierlijke mest artikel 2.3.1.1 en 2.3.1.3
"
  En
  "
Compost ou digestat de déchets industriels organiques et biologiques établissement autorisé pour le compostage ou la fermentation des déchets industriels organiques et biologiques en combinaison ou non avec des engrais animaux Articles 2.3.1.1 et 2.3.1.3
Compost ou digestat de déchets industriels organiques et biologiques établissement autorisé pour le compostage ou la fermentation des déchets industriels organiques et biologiques en combinaison ou non avec des engrais animaux Articles 2.3.1.1 et 2.3.1.3
"
  Et
  "
Filterkoek Voedingsnijverheid
  verkregen bij de filtratie van levensmiddelen op anorganische filtermedia (diatomeeënaarde, perliet, bleekaarde...)
artikel 2.3.1.1
Filterkoek Voedingsnijverheid
  verkregen bij de filtratie van levensmiddelen op anorganische filtermedia (diatomeeënaarde, perliet, bleekaarde...) artikel 2.3.1.1
",
  een rij ingevoegd, die luidt als volgt:
  "
Tourteau de filtre industrie alimentaire
  obtenu lors de la filtration de produits alimentaires sur des filtres anorganiques (terre à diatomées, perlite, argiles de filtration usées...)
article 2.3.1.1
Tourteau de filtre industrie alimentaire
  obtenu lors de la filtration de produits alimentaires sur des filtres anorganiques (terre à diatomées, perlite, argiles de filtration usées...) article 2.3.1.1
",
  est insérée une ligne, libellée comme suit :
  "
Boerderijcompost verkregen uit een composteringsproces dat op het bedrijf plaatsvindt waarbij bedrijfseigen organische restproducten al dan niet vermengd met bedrijfseigen stalmest gecomposteerd worden artikel 2.3.1.1
Boerderijcompost verkregen uit een composteringsproces dat op het bedrijf plaatsvindt waarbij bedrijfseigen organische restproducten al dan niet vermengd met bedrijfseigen stalmest gecomposteerd worden artikel 2.3.1.1
".
Compost fermier obtenu au moyen d'un processus de compostage qui a lieu dans l'exploitation et au cours duquel des résidus organiques de l'exploitation, mélangés ou non à du fumier d'étable de l'exploitation, sont compostés article 2.3.1.1
Compost fermier obtenu au moyen d'un processus de compostage qui a lieu dans l'exploitation et au cours duquel des résidus organiques de l'exploitation, mélangés ou non à du fumier d'étable de l'exploitation, sont compostés article 2.3.1.1
".
Art. 60. In bijlage 2.2, afdeling 1, bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014 en 23 september 2016, wordt in de tabel de volgende rij vervangen:
  "
Art. 60. A l'annexe 2.2, section 1, du même arrêté, modifiée par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 mai 2014 et 23 septembre 2016, la ligne suivante du tableau :
  "
Spuistroom overtollig voedingswater afkomstig van de teelt van planten op groeimediums, dat niet hergebruikt wordt als voedingswater artikel 2.3.1.1
Spuistroom overtollig voedingswater afkomstig van de teelt van planten op groeimediums, dat niet hergebruikt wordt als voedingswater artikel 2.3.1.1
",
  door de volgende rij:
  "
Courant de purge eau potable excédentaire provenant de la culture de plantes dans des milieux de culture, qui ne peut pas être réutilisée comme eau potable article 2.3.1.1
Courant de purge eau potable excédentaire provenant de la culture de plantes dans des milieux de culture, qui ne peut pas être réutilisée comme eau potable article 2.3.1.1
",
  est remplacée par la ligne suivante :
  "
Spuistroom overtollig voedingswater afkomstig van de teelt van planten op groeimediums, dat niet hergebruikt wordt als voedingswater, of afkomstig van biologische luchtwasser voor met ammoniak beladen lucht artikel 2.3.1.1
Spuistroom overtollig voedingswater afkomstig van de teelt van planten op groeimediums, dat niet hergebruikt wordt als voedingswater, of afkomstig van biologische luchtwasser voor met ammoniak beladen lucht artikel 2.3.1.1
".
Courant de purge eau potable excédentaire provenant de la culture de plantes dans des milieux de culture, qui ne peut pas être réutilisée comme eau potable, ou provenant d'un laveur d'air biologique pour air chargé d'ammoniaque article 2.3.1.1
Courant de purge eau potable excédentaire provenant de la culture de plantes dans des milieux de culture, qui ne peut pas être réutilisée comme eau potable, ou provenant d'un laveur d'air biologique pour air chargé d'ammoniaque article 2.3.1.1
".
Art. 61. In bijlage 2.2, afdeling 1, bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014 en 23 september 2016, wordt in de tabel de volgende rij opgeheven:
  "
Art. 61. A l'annexe 2.2, section 1, du même arrêté, modifiée par les arrêtés du Gouvernement flamand des 23 mai 2014 et 23 septembre 2016, la ligne suivante du tableau est supprimée :
  "
Spuistroom afkomstig van biologische luchtwasser voor met ammoniak beladen lucht artikel 2.3.1.1
Spuistroom afkomstig van biologische luchtwasser voor met ammoniak beladen lucht artikel 2.3.1.1
".
Courant de purge provenant d'un laveur d'air pour air chargé d'ammoniaque article 2.3.1.1
Courant de purge provenant d'un laveur d'air pour air chargé d'ammoniaque article 2.3.1.1
".
Art. 62. Bijlage 2.3.1.A van hetzelfde besluit wordt vervangen door de bijlage, opgenomen in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 62. L'annexe 2.3.1.A du même arrêté est remplacée par l'annexe reprise en annexe 1re jointe au présent arrêté.
Art. 63. Bijlage 2.3.1.B van hetzelfde besluit wordt vervangen door de bijlage, opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 63. L'annexe 2.3.1.B du même arrêté est remplacée par l'annexe reprise en annexe 2 jointe au présent arrêté.
Art. 64. Bijlage 2.3.1.C van hetzelfde besluit wordt vervangen door de bijlage, opgenomen in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 64. L'annexe 2.3.1.C du même arrêté est remplacée par l'annexe reprise en annexe 3 jointe au présent arrêté.
Art. 65. In bijlage 2.3.1.D, 3°, wordt de zinsnede "2.3.2.B" vervangen door de zinsnede "2.3.1.A".
Art. 65. A l'annexe 2.3.1.D, point 3°, le membre de phrase " 2.3.2.B " est remplacé par le membre de phrase " 2.3.1.A ".
Art. 66. De grondstoffen bestemd voor gebruik als meststof of bodemverbeterend middel waarvan de totaalconcentratie aan arseen, chroom, kwik en PCB niet voldoet aan de verstrengde normwaarden, of waarvan de totaalconcentratie van de nieuwe parameters acenafteen, acenaftyleen, antraceen, dibenzo(a,h)antraceen, fluoreen en pyreen niet voldoet aan de nieuwe normwaarden, blijven het statuut grondstof behouden gedurende een jaar na de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 66. Les matières premières destinées à être utilisées comme engrais ou produit d'amendement du sol dont la concentration totale en arsenic, chrome, mercure et PCB ne satisfait pas aux normes renforcées ou dont la concentration totale des nouveaux paramètres acénaphtène, acénaphtylène, anthracène, dibenzo(a,h)anthracène, fluorène et pyrène ne satisfait pas aux nouvelles normes, conservent le statut de matière première pendant un an suivant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 67. Grondstoffen met een grondstofverklaring waarbij de milieukwaliteit van de grondstoffen sterk kan schommelen krijgen na de inwerkingtreding van dit besluit 12 maanden tijd om een kwaliteitsborgingssysteem op te stellen.
Art. 67. Les matières premières assorties d'une déclaration de matières premières dont la qualité environnementale peut varier fortement bénéficient d'un délai de 12 mois suivant l'entrée en vigueur du présent arrêté pour mettre en place un système de garantie de la qualité.
Art. 68. Voor aanvragen voor grondstofverklaringen die overeenkomstig artikel 9 van dit besluit zijn ingediend vóór 1 januari 2019 geldt de behandeltermijn zoals ze van toepassing was voor de inwerkingtreding van dit besluit. Voor de aanvragen die ingediend worden op of na 1 januari 2019 geldt de behandelstermijn zoals bepaald in artikel 11 van dit besluit.
Art. 68. Le délai de traitement des demandes en vue de déclarations de matières premières introduites avant le 1er janvier 2019, conformément à l'article 9 du présent arrêté, est celui qui était applicable avant l'entrée en vigueur du présent arrêté. En ce qui concerne les demandes introduites le ou après le 1er janvier 2019, le délai de traitement est celui déterminé à l'article 11 du présent arrêté.
Art. 69. De OVAM kan na de inwerkingtreding van artikel 14 van dit besluit beslissen of de houders van een geldige grondstofverklaring al dan niet over een kwaliteitsborgingssysteem en/of een traceringssysteem dienen te beschikken en past indien nodig de grondstofverklaring aan. De beslissing van de OVAM wordt per beveiligde zending aan de houder van de geldige grondstofverklaring bezorgd. De houder dient uiterlijk 1 jaar na ontvangst van de beslissing van de OVAM dat hij over een kwaliteitsborgingssysteem en/of een traceringssysteem dient te beschikken uitvoering te geven aan de beslissing van de OVAM.
Art. 69. Après l'entrée en vigueur de l'article 14 du présent arrêté, l'OVAM peut décider si les titulaires d'une déclaration de matières premières valable doivent ou non disposer d'un système de garantie de la qualité et/ou d'un système de traçabilité et adapte au besoin la déclaration de matières premières. La décision de l'OVAM est transmise par envoi sécurisé au titulaire de la déclaration de matières premières valable. Au plus tard 1 an après la réception de la décision de l'OVAM selon laquelle il doit disposer d'un système de garantie de la qualité et/ou d'un système de traçabilité, le titulaire est tenu d'exécuter la décision de l'OVAM.
Art. 70. De bepalingen, gewijzigd bij artikel 22 van dit besluit, gelden voor alle bouwwerken en infrastructuurwerken waarvoor een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wordt aangevraagd vanaf 3 maanden na de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 70. Les dispositions, modifiées par l'article 22 du présent arrêté, s'appliquent à tous les travaux de construction et d'infrastructure pour lesquels une demande de permis d'environnement pour des actes urbanistiques est déposée à partir de 3 mois à compter de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 71. Artikel 14 treedt in werking op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, vast te stellen datum.
Art. 71. L'article 14 entre en vigueur à une date à déterminer par le ministre flamand ayant l'environnement et la politique de l'eau dans ses attributions.
Art. 72. Artikel 21 treedt in werking op 1 juni 2018.
Art. 72. L'article 21 entre en vigueur le 1er juin 2018.
Art. 73. Artikel 51 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2016 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen wordt vervangen als volgt:
  "Artikel 51. De artikelen 22 en 23 treden in werking op 1 januari 2021."
Art. 73. L'article 51 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2016 modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement et l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2012 fixant le règlement flamand relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets est remplacé comme suit :
  " Article 51. Les articles 22 et 23 entrent en vigueur le 1er janvier 2021. "
Art. 74. Artikel 73 heeft uitwerking met ingang van 16 december 2016, zijnde de dag waarop artikel 51 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2016 in werking is getreden.
Art. 74. L'article 73 produit ses effets à compter du 16 décembre 2016, soit le jour auquel l'article 51 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2016 est entré en vigueur.
Art. 75. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 75. Le ministre flamand ayant l'environnement et la politique de l'eau dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 2.3.1.A - SAMENSTELLINGSVOORWAARDEN MAXIMUMGEHALTEN AAN VERONTREINIGENDE STOFFEN
Art. N1. Annexe 2.3.1.A - CONDITIONS DE COMPOSITION - TENEURS MAXIMALES EN SUBSTANCES POLLUANTES
METALEN (1)
PARAMETERS TOTAALCONCENTRATIE (2)
  (mg/kg droge stof)
Arseen (As) 20
Cadmium (Cd) 6
Chroom (Cr) 150
Koper (Cu) 800
Kwik (Hg) 1
Lood (Pb) 300
Nikkel (Ni) 100
Zink (Zn) 1500
METALEN (1)PARAMETERS TOTAALCONCENTRATIE (2)
  (mg/kg droge stof)Arseen (As) 20Cadmium (Cd) 6Chroom (Cr) 150Koper (Cu) 800Kwik (Hg) 1Lood (Pb) 300Nikkel (Ni) 100Zink (Zn) 1500
(1) De concentratie geldt voor het metaal en de verbindingen ervan uitgedrukt als metaal.
  (2) Bepaling van de totaalconcentratie aan metalen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
METAUX (1)
PARAMETRES CONCENTRATION TOTALE (2)
  (mg/kg matière sèche)
Arsenic (As) 20
Cadmium (Cd) 6
Chrome (Cr) 150
Cuivre (Cu) 800
Mercure (Hg) 1
Plomb (Pb) 300
Nickel (Ni) 100
Zinc (Zn) 1500
METAUX (1)PARAMETRES CONCENTRATION TOTALE (2)
  (mg/kg matière sèche)Arsenic (As) 20Cadmium (Cd) 6Chrome (Cr) 150Cuivre (Cu) 800Mercure (Hg) 1Plomb (Pb) 300Nickel (Ni) 100Zinc (Zn) 1500
(1) La concentration s'applique au métal et à ses composés exprimés comme métal.
  (2) Détermination de la concentration totale en métaux selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN
PARAMETERS TOTAALCONCENTRATIE (3)
  mg/kg droge stof)
Acenafteen 10
Acenaftyleen 10
Antraceen 5
Benzo(a)antraceen 3
Benzo(a)pyreen 3
Benzo(ghi)peryleen 5
Benzo(b)fluoranteen 10
Benzo(k)fluoranteen 5
Chryseen 3
Dibenzo(a,h)antraceen 5
Fenantreen 10
Fluoranteen 10
Fluoreen 10
Indeno(1,2,3cd)pyreen 5
Naftaleen 3
Pyreen 3
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFENPARAMETERS TOTAALCONCENTRATIE (3)
  mg/kg droge stof)Acenafteen 10Acenaftyleen 10Antraceen 5Benzo(a)antraceen 3Benzo(a)pyreen 3Benzo(ghi)peryleen 5Benzo(b)fluoranteen 10Benzo(k)fluoranteen 5Chryseen 3Dibenzo(a,h)antraceen 5Fenantreen 10Fluoranteen 10Fluoreen 10Indeno(1,2,3cd)pyreen 5Naftaleen 3Pyreen 3
(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
HYDROCARBURES POLYCYCLIQUES AROMATIQUES
PARAMETRES CONCENTRATION TOTALE (3)
  (mg/kg matière sèche)
Acénaphtène 10
Acénaphtylène 10
Anthracène 5
Benzo(a)anthracène 3
Benzo(a)pyrène 3
Benzo(ghi)pérylène 5
Benzo(b)fluoranthène 10
Benzo(k)fluoranthène 5
Chrysène 3
Dibenzo(a,h)anthracène 5
Phénanthrène 10
Fluoranthène 10
Fluorène 10
Indéno(1,2,3-cd)pyrène 5
Naphtalène 3
Pyrène 3
HYDROCARBURES POLYCYCLIQUES AROMATIQUESPARAMETRES CONCENTRATION TOTALE (3)
  (mg/kg matière sèche)Acénaphtène 10Acénaphtylène 10Anthracène 5Benzo(a)anthracène 3Benzo(a)pyrène 3Benzo(ghi)pérylène 5Benzo(b)fluoranthène 10Benzo(k)fluoranthène 5Chrysène 3Dibenzo(a,h)anthracène 5Phénanthrène 10Fluoranthène 10Fluorène 10Indéno(1,2,3-cd)pyrène 5Naphtalène 3Pyrène 3
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
OVERIGE ORGANISCHE STOFFEN
PARAMETERS TOTAALCONCENTRATIE (3)
  (mg/kg droge stof)
Som van 1,2,3,5-Tetrachloorbenzeen en 1,2,4,5-Tetrachloorbenzeen 4
1,2,3,4-Tetrachloorbenzeen 2
Pentachloorbenzeen 1.5
Hexachloorbenzeen 0.5
Minerale olie C10-C20 560
Minerale olie C20-C40 5600
Polychloorbifenylen (pcb als som 7 congeneren) 0,6
OVERIGE ORGANISCHE STOFFENPARAMETERS TOTAALCONCENTRATIE (3)
  (mg/kg droge stof)Som van 1,2,3,5-Tetrachloorbenzeen en 1,2,4,5-Tetrachloorbenzeen 41,2,3,4-Tetrachloorbenzeen 2Pentachloorbenzeen 1.5Hexachloorbenzeen 0.5Minerale olie C10-C20 560Minerale olie C20-C40 5600Polychloorbifenylen (pcb als som 7 congeneren) 0,6
(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
AUTRES SUBSTANCES ORGANIQUES
PARAMETRES CONCENTRATION TOTALE (3)
  (mg/kg matière sèche)
Somme de 1,2,3,5-Tétrachlorobenzène et de 1,2,4,5-Tétrachlorobenzène 4
1,2,3,4-Tétrachlorobenzène 2
Pentachlorobenzène 1.5
Hexachlorobenzène 0.5
Huile minérale C10-C20 560
Huile minérale C20-C40 5600
Polychlorobiphényles (PCB comme somme de 7 congénères) 0,6
AUTRES SUBSTANCES ORGANIQUESPARAMETRES CONCENTRATION TOTALE (3)
  (mg/kg matière sèche)Somme de 1,2,3,5-Tétrachlorobenzène et de 1,2,4,5-Tétrachlorobenzène 41,2,3,4-Tétrachlorobenzène 2Pentachlorobenzène 1.5Hexachlorobenzène 0.5Huile minérale C10-C20 560Huile minérale C20-C40 5600Polychlorobiphényles (PCB comme somme de 7 congénères) 0,6
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
Art. N2. Bijlage 2.3.1.B - SAMENSTELLINGSVOORWAARDEN MAXIMUMGEHALTEN AAN VERONTREINIGDE STOFFEN VOOR GRONDSTOFFEN MET < 2 % DROGE STOF PER LITER
Art. N2. Annexe 2.3.1.B - CONDITIONS DE COMPOSITION - TENEURS MAXIMALES EN SUBSTANCES POLLUEES POUR MATIERES PREMIERES AVEC < 2 % DE MATIERE SECHE PAR LITRE
METALEN (1)
PARAMETERS TOTAALCONCENTRATIE (2) (mg/liter)
Arseen (As) 0.4
Cadmium (Cd) 0.12
Chroom (Cr) 3
Koper (Cu) 16
Kwik (Hg) 0.02
Lood (Pb) 6
Nikkel (Ni) 2
Zink (Zn) 30
METALEN (1)PARAMETERS TOTAALCONCENTRATIE (2) (mg/liter)Arseen (As) 0.4Cadmium (Cd) 0.12Chroom (Cr) 3Koper (Cu) 16Kwik (Hg) 0.02Lood (Pb) 6Nikkel (Ni) 2Zink (Zn) 30
(1) De concentratie geldt voor het metaal en de verbindingen ervan uitgedrukt als metaal.
  (2) Bepaling van de totaalconcentratie aan metalen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
METAUX (1)
PARAMETRES CONCENTRATION TOTALE (2) (mg/litre)
Arsenic (As) 0.4
Cadmium (Cd) 0.12
Chrome (Cr) 3
Cuivre (Cu) 16
Mercure (Hg) 0.02
Plomb (Pb) 6
Nickel (Ni) 2
Zinc (Zn) 30
METAUX (1)PARAMETRES CONCENTRATION TOTALE (2) (mg/litre)Arsenic (As) 0.4Cadmium (Cd) 0.12Chrome (Cr) 3Cuivre (Cu) 16Mercure (Hg) 0.02Plomb (Pb) 6Nickel (Ni) 2Zinc (Zn) 30
(1) La concentration s'applique au métal et à ses composés exprimés comme métal.
  (2) Détermination de la concentration totale en métaux selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN
PARAMETERS TOTAALCONCENTRATIE (3) µg/liter)
Acenafteen 200
Acenaftyleen 200
Antraceen 100
Benzo(a)antraceen 60
Benzo(a)pyreen 60
Benzo(ghi)peryleen 100
Benzo(b)fluoranteen 200
Benzo(k)fluoranteen 100
Chryseen 60
Dibenzo(a,h)antraceen 100
Fenantreen 200
Fluoranteen 200
Fluoreen 200
Indeno(1,2,3cd)pyreen 100
Naftaleen 60
Pyreen 60
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFENPARAMETERS TOTAALCONCENTRATIE (3) µg/liter)Acenafteen 200Acenaftyleen 200Antraceen 100Benzo(a)antraceen 60Benzo(a)pyreen 60Benzo(ghi)peryleen 100Benzo(b)fluoranteen 200Benzo(k)fluoranteen 100Chryseen 60Dibenzo(a,h)antraceen 100Fenantreen 200Fluoranteen 200Fluoreen 200Indeno(1,2,3cd)pyreen 100Naftaleen 60Pyreen 60
(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
HYDROCARBURES POLYCYCLIQUES AROMATIQUES
PARAMETRES CONCENTRATION TOTALE (3) (µg/litre)
Acénaphtène 200
Acénaphtylène 200
Anthracène 100
Benzo(a)anthracène 60
Benzo(a)pyrène 60
Benzo(ghi)pérylène 100
Benzo(b)fluoranthène 200
Benzo(k)fluoranthène 100
Chrysène 60
Dibenzo(a,h)anthracène 100
Phénanthrène 200
Fluoranthène 200
Fluorène 200
Indéno(1,2,3-cd)pyrène 100
Naphtalène 60
Pyrène 60
HYDROCARBURES POLYCYCLIQUES AROMATIQUESPARAMETRES CONCENTRATION TOTALE (3) (µg/litre)Acénaphtène 200Acénaphtylène 200Anthracène 100Benzo(a)anthracène 60Benzo(a)pyrène 60Benzo(ghi)pérylène 100Benzo(b)fluoranthène 200Benzo(k)fluoranthène 100Chrysène 60Dibenzo(a,h)anthracène 100Phénanthrène 200Fluoranthène 200Fluorène 200Indéno(1,2,3-cd)pyrène 100Naphtalène 60Pyrène 60
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
OVERIGE ORGANISCHE STOFFEN
PARAMETERS TOTAALCONCENTRATIE (3) (µg/liter)
Som van 1,2,3,5-Tetrachloorbenzeen en 1,2,4,5-Tetrachloorbenzeen 80
1,2,3,4-Tetrachloorbenzeen 40
Pentachloorbenzeen 30
Hexachloorbenzeen 10
Minerale olie C10-C20 11.2 mg/liter
Minerale olie C20-C40 112 mg/liter
Polychloorbifenylen (pcb als som 7 congeneren) 12
OVERIGE ORGANISCHE STOFFENPARAMETERS TOTAALCONCENTRATIE (3) (µg/liter)Som van 1,2,3,5-Tetrachloorbenzeen en 1,2,4,5-Tetrachloorbenzeen 801,2,3,4-Tetrachloorbenzeen 40Pentachloorbenzeen 30Hexachloorbenzeen 10Minerale olie C10-C20 11.2 mg/literMinerale olie C20-C40 112 mg/literPolychloorbifenylen (pcb als som 7 congeneren) 12
(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
AUTRES SUBSTANCES ORGANIQUES
PARAMETRES CONCENTRATION TOTALE (3) (µg/litre)
Somme de 1,2,3,5-Tétrachlorobenzène et de 1,2,4,5-Tétrachlorobenzène 80
1,2,3,4-Tétrachlorobenzène 40
Pentachlorobenzène 30
Hexachlorobenzène 10
Huile minérale C10-C20 11,2 mg/litre
Huile minérale C20-C40 112 mg/litre
Polychlorobiphényles (PCB comme somme de 7 congénères) 12
AUTRES SUBSTANCES ORGANIQUESPARAMETRES CONCENTRATION TOTALE (3) (µg/litre)Somme de 1,2,3,5-Tétrachlorobenzène et de 1,2,4,5-Tétrachlorobenzène 801,2,3,4-Tétrachlorobenzène 40Pentachlorobenzène 30Hexachlorobenzène 10Huile minérale C10-C20 11,2 mg/litreHuile minérale C20-C40 112 mg/litrePolychlorobiphényles (PCB comme somme de 7 congénères) 12
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
Art. N3. Bijlage 2.3.1.C - VOORWAARDEN VOOR GEBRUIK ALS MESTSTOF OF BODEMVERBETEREND MIDDEL, MAXIMAAL TOELAATBARE DOSERING AAN VERONTREINIGENDE STOFFEN
Art. N3. Annexe 2.3.1.C - CONDITIONS POUR UTILISATION COMME ENGRAIS OU PRODUIT D'AMENDEMENT DU SOL, DOSAGE MAXIMUM AUTORISE DE SUBSTANCES POLLUANTES
METALEN (1)
PARAMETERS DOSERING (g/ha/jaar) (2)
Arseen (As) 40
Cadmium (Cd) 12
Chroom (Cr) 300
Koper (Cu) 1600
Kwik (Hg) 2
Lood (Pb) 600
Nikkel (Ni) 200
Zink (Zn) 3000
METALEN (1)PARAMETERS DOSERING (g/ha/jaar) (2)Arseen (As) 40Cadmium (Cd) 12Chroom (Cr) 300Koper (Cu) 1600Kwik (Hg) 2Lood (Pb) 600Nikkel (Ni) 200Zink (Zn) 3000
(1) De concentratie geldt voor het metaal en de verbindingen ervan, uitgedrukt als metaal.
  (2) Bepaling van de totaalconcentratie aan metalen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
METAUX (1)
PARAMETRES DOSAGE (g/ha/an) (2)
Arsenic (As) 40
Cadmium (Cd) 12
Chrome (Cr) 300
Cuivre (Cu) 1600
Mercure (Hg) 2
Plomb (Pb) 600
Nickel (Ni) 200
Zinc (Zn) 3000
METAUX (1)PARAMETRES DOSAGE (g/ha/an) (2)Arsenic (As) 40Cadmium (Cd) 12Chrome (Cr) 300Cuivre (Cu) 1600Mercure (Hg) 2Plomb (Pb) 600Nickel (Ni) 200Zinc (Zn) 3000
(1) La concentration s'applique au métal et à ses composés exprimés comme métal.
  (2) Détermination de la concentration totale en métaux selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN
PARAMETERS DOSERING (g/ha/jaar) (3)
Acenafteen 20
Acenaftyleen 20
Antraceen 10
Benzo(a)antraceen 6
Benzo(a)pyreen 6
Benzo(ghi)peryleen 10
Benzo(b)fluoranteen 20
Benzo(k)fluoranteen 10
Chryseen 6
Dibenzo(a,h)antraceen 10
Fenantreen 20
Fluoranteen 20
Fluoreen 20
Indeno(1,2,3cd)pyreen 10
Naftaleen 6
Pyreen 6
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFENPARAMETERS DOSERING (g/ha/jaar) (3)Acenafteen 20Acenaftyleen 20Antraceen 10Benzo(a)antraceen 6Benzo(a)pyreen 6Benzo(ghi)peryleen 10Benzo(b)fluoranteen 20Benzo(k)fluoranteen 10Chryseen 6Dibenzo(a,h)antraceen 10Fenantreen 20Fluoranteen 20Fluoreen 20Indeno(1,2,3cd)pyreen 10Naftaleen 6Pyreen 6
(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
HYDROCARBURES POLYCYCLIQUES AROMATIQUES
PARAMETRES DOSAGE (g/ha/an) (3)
Acénaphtène 20
Acénaphtylène 20
Anthracène 10
Benzo(a)anthracène 6
Benzo(a)pyrène 6
Benzo(ghi)pérylène 10
Benzo(b)fluoranthène 20
Benzo(k)fluoranthène 10
Chrysène 6
Dibenzo(a,h)anthracène 10
Phénanthrène 20
Fluoranthène 20
Fluorène 20
Indéno(1,2,3-cd)pyrène 10
Naphtalène 6
Pyrène 6
HYDROCARBURES POLYCYCLIQUES AROMATIQUESPARAMETRES DOSAGE (g/ha/an) (3)Acénaphtène 20Acénaphtylène 20Anthracène 10Benzo(a)anthracène 6Benzo(a)pyrène 6Benzo(ghi)pérylène 10Benzo(b)fluoranthène 20Benzo(k)fluoranthène 10Chrysène 6Dibenzo(a,h)anthracène 10Phénanthrène 20Fluoranthène 20Fluorène 20Indéno(1,2,3-cd)pyrène 10Naphtalène 6Pyrène 6
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).
OVERIGE ORGANISCHE STOFFEN
PARAMETERS DOSERING (g/ha/jaar) (3)
Som van 1,2,3,5-Tetrachloorbenzeen en 1,2,4,5-Tetrachloorbenzeen 8
1,2,3,4-Tetrachloorbenzeen 4
Minerale olie C10-C20 1120
Minerale olie C20-C40 11200
Polychloorbifenylen (pcb als som 7 congeneren) 1.2
OVERIGE ORGANISCHE STOFFENPARAMETERS DOSERING (g/ha/jaar) (3)Som van 1,2,3,5-Tetrachloorbenzeen en 1,2,4,5-Tetrachloorbenzeen 81,2,3,4-Tetrachloorbenzeen 4Minerale olie C10-C20 1120Minerale olie C20-C40 11200Polychloorbifenylen (pcb als som 7 congeneren) 1.2
(3) Bepaling van de totaalconcentratie aan organische verontreinigingen volgens de methoden, opgenomen in het compendium voor monsterneming en analyse (CMA).
AUTRES SUBSTANCES ORGANIQUES
PARAMETRES DOSAGE (g/ha/an) (3)
Somme de 1,2,3,5-Tétrachlorobenzène et de 1,2,4,5-Tétrachlorobenzène 8
1,2,3,4-Tétrachlorobenzène 4
Huile minérale C10-C20 1120
Huile minérale C20-C40 11200
Polychlorobiphényles (PCB comme somme de 7 congénères) 1.2
AUTRES SUBSTANCES ORGANIQUESPARAMETRES DOSAGE (g/ha/an) (3)Somme de 1,2,3,5-Tétrachlorobenzène et de 1,2,4,5-Tétrachlorobenzène 81,2,3,4-Tétrachlorobenzène 4Huile minérale C10-C20 1120Huile minérale C20-C40 11200Polychlorobiphényles (PCB comme somme de 7 congénères) 1.2
(3) Détermination de la concentration totale en polluants organiques selon les méthodes reprises dans le compendium pour l'échantillonnage et l'analyse (CEA).