Artikel 1. Aan artikel V 7 van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 4. De opdrachtgever houdt een interview met de geschikte kandidaten om na te gaan welke kandidaat het best voldoet aan het competentieprofiel voor de functie. De opdrachtgever wordt bijgestaan door een vertegenwoordiging van de Vlaamse Regering als de Vlaamse Regering de in dienst nemende overheid is.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
12 JANUARI 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft het topkader en een maatregel voor het middenkader
Titre
12 JANVIER 2018. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant le statut du personnel flamand du 13 janvier 2006, en ce qui concerne le cadre supĂ©rieur et une mesure pour le cadre moyen
Documentinformatie
Info du document
Tekst (14)
Texte (14)
Article 1er. L'article V 7 du statut du personnel flamand du 13 janvier 2006, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juin 2016, est complĂ©tĂ© par un paragraphe 4, rĂ©digĂ© comme suit :
  " § 4. Le donneur d'ordre interviewe les candidats aptes afin de vérifier quel candidat répond le mieux au profil de compétences pour la fonction. Le donneur d'ordre est assisté par une représentation du Gouvernement flamand si le Gouvernement flamand est l'autorité de recrutement. ".
  " § 4. Le donneur d'ordre interviewe les candidats aptes afin de vérifier quel candidat répond le mieux au profil de compétences pour la fonction. Le donneur d'ordre est assisté par une représentation du Gouvernement flamand si le Gouvernement flamand est l'autorité de recrutement. ".
Art. 2. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, wordt een artikel V 7bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. V.7bis. In afwijking van artikel V 7, § 1, worden de titularissen van een management- of een projectleidersfunctie van N- niveau en van de functie van algemeen directeur, van wie de laatste jaarlijkse evaluatie is besloten met de waardering dat het prestatieniveau in sommige gevallen boven de verwachting en de norm ligt of een hogere waardering, niet getest op de competenties en andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de respectieve vacante management- of projectleidersfunctie van N-niveau of de vacante functie van algemeen directeur, waarvoor ze zich kandidaat stellen.".
  "Art. V.7bis. In afwijking van artikel V 7, § 1, worden de titularissen van een management- of een projectleidersfunctie van N- niveau en van de functie van algemeen directeur, van wie de laatste jaarlijkse evaluatie is besloten met de waardering dat het prestatieniveau in sommige gevallen boven de verwachting en de norm ligt of een hogere waardering, niet getest op de competenties en andere vereisten die overeenkomstig de functiebeschrijving nodig zijn voor de respectieve vacante management- of projectleidersfunctie van N-niveau of de vacante functie van algemeen directeur, waarvoor ze zich kandidaat stellen.".
Art. 2. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 janvier 2017, il est insĂ©rĂ© un article V 7bis, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. V.7bis. Par dérogation à l'article V7, § 1er, les titulaires d'une fonction de management ou de chef de projet du niveau N et de la fonction de directeur général, dont la derniÚre évaluation est conclue par l'appréciation que le niveau de prestation dépasse dans certains cas les attentes et la norme ou par une appréciation supérieure, ne doit pas subir une épreuve de validation des compétences et autres exigences nécessaires conformément à la description de fonction pour la fonction vacante respective de management ou de chef de projet du niveau N, ou la fonction vacante de directeur général, pour laquelle ils se portent candidat. ".
  " Art. V.7bis. Par dérogation à l'article V7, § 1er, les titulaires d'une fonction de management ou de chef de projet du niveau N et de la fonction de directeur général, dont la derniÚre évaluation est conclue par l'appréciation que le niveau de prestation dépasse dans certains cas les attentes et la norme ou par une appréciation supérieure, ne doit pas subir une épreuve de validation des compétences et autres exigences nécessaires conformément à la description de fonction pour la fonction vacante respective de management ou de chef de projet du niveau N, ou la fonction vacante de directeur général, pour laquelle ils se portent candidat. ".
Art. 3. In artikel V 8, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016, wordt het eerste lid opgeheven.
Art. 3. Dans l'article V 8, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juin 2016, l'alinĂ©a 1er est abrogĂ©.
Art. 4. In artikel V 12, § 1 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2007 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009, 29 april 2011, 21 februari 2014 en 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "- en projectleider" wordt opgeheven;
  2° volgende zin wordt toegevoegd: "De projectleidersfunctie van het N-niveau wordt ingedeeld in klasse A. Voor een indeling in een andere klasse is een weging noodzakelijk".
  1° de zinsnede "- en projectleider" wordt opgeheven;
  2° volgende zin wordt toegevoegd: "De projectleidersfunctie van het N-niveau wordt ingedeeld in klasse A. Voor een indeling in een andere klasse is een weging noodzakelijk".
Art. 4. Dans l'article V 12, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 juillet 2007 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 29 mai 2009, 29 avril 2011, 21 fĂ©vrier 2014 et 23 mai 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le membre de phrase " et de chef de projet " est abrogé ;
  2° la phrase suivante est ajoutée : " La fonction de chef de projet du niveau N est répartie dans la classe A. Une répartition dans une autre classe requiert une pondération. "
  1° le membre de phrase " et de chef de projet " est abrogé ;
  2° la phrase suivante est ajoutée : " La fonction de chef de projet du niveau N est répartie dans la classe A. Une répartition dans une autre classe requiert une pondération. "
Art. 5. In artikel V 12, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2007 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009, 29 april 2011, 21 februari 2014 en 23 mei 2014, wordt punt 5° opgeheven.
Art. 5. Dans l'article V 12, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 juillet 2007 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 29 mai 2009, 29 avril 2011, 21 fĂ©vrier 2014 et 23 mai 2014, le point 5° est abrogĂ©.
Art. 6. Aan deel V, titel I, hoofdstuk 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, wordt een afdeling 3, die bestaat uit artikel V 12bis, toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling 3 - Mobiliteitskrediet
  Art. V.12bis. § 1. De titularis van een management- of projectleidersfunctie van N-niveau ontvangt voor zijn persoonlijke verplaatsingen een jaarlijks mobiliteitskrediet van 14.400 euro. De verplaatsingen omvatten zowel het woon-werkverkeer, als dienstverplaatsingen en privé-verplaatsingen met één of meer van de mobiliteitsopties, vermeld in paragraaf 2.
  Het bedrag van 14.400 euro wordt verhoogd tot 21.600 euro indien de titularis van een management- of projectleidersfunctie van N-niveau een elektrisch of plug-in hybride dienstvoertuig (klasse 1) verwerft.
  § 2. De N-functie kan het mobiliteitskrediet, vermeld in paragraaf 1, aanwenden voor één of meer van de volgende mobiliteitsopties:
  1. een dienstwagen;
  2. een abonnement of andere vervoersbewijzen van het openbaar vervoer;
  3. een fietsvergoeding voor gebruik van eigen fiets;
  4. de aankoop of leasing van een al dan niet elektrische fiets of motor;
  5. een abonnement fietsdelen;
  6. een abonnement autodelen;
  7. een parkingabonnement of parkingkaartjes;
  8. een kilometervergoeding vermeld in § 4.
  Als de N-functie een andere duurzame mobiliteitsoptie kiest, dan de mobiliteitsopties vermeld in het eerste lid, is die keuze onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken.
  § 3. Bij een afwezigheid van meer dan vier maanden zonder onderbreking of bij aanstelling of beëindiging van het mandaat in de loop van het kalenderjaar, wordt het mobiliteitskrediet, vermeld in paragraaf 1 pro rata toegekend.
  § 4. De N-functie die opteert voor een kilometervergoeding voor verplaatsingen met een eigen voertuig, maar in het bezit is van een tankkaart van de werkgever, ontvangt een kilometervergoeding vermeld in artikel VII 80, § 1, verminderd met 20%.
  Bij gebruik van een elektrische of plug-in hybride of benzine/hybride wagen, wordt de vermindering, vermeld in het eerste lid, niet toegepast.
  De kilometervergoeding wordt toegekend als het privé-voertuig beantwoordt aan de overeenstemmende normen voor de ecoscore en de brandstof die gelden voor de aankoop of huur van dienstvoertuigen en die de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken heeft vastgesteld.
  § 5. Op het einde van elk kalenderjaar of bij de beëindiging van het mandaat wordt een afrekening gemaakt van het gebruikte mobiliteitskrediet. Als uit die afrekening blijkt dat het beschikbare mobiliteitskrediet overschreden is, wordt het saldo van de N-functie teruggevorderd.
  § 6. De titularis van een management- of projectleidersfunctie van het N-niveau die opteert voor een mobiliteitsoptie vermeld in paragraaf 2, 2.; 3. of 8. kan geen aanspraak maken op de overeenkomstige voordelen vermeld in de artikelen VII 80, VII 95 en VII 102.
  "Afdeling 3 - Mobiliteitskrediet
  Art. V.12bis. § 1. De titularis van een management- of projectleidersfunctie van N-niveau ontvangt voor zijn persoonlijke verplaatsingen een jaarlijks mobiliteitskrediet van 14.400 euro. De verplaatsingen omvatten zowel het woon-werkverkeer, als dienstverplaatsingen en privé-verplaatsingen met één of meer van de mobiliteitsopties, vermeld in paragraaf 2.
  Het bedrag van 14.400 euro wordt verhoogd tot 21.600 euro indien de titularis van een management- of projectleidersfunctie van N-niveau een elektrisch of plug-in hybride dienstvoertuig (klasse 1) verwerft.
  § 2. De N-functie kan het mobiliteitskrediet, vermeld in paragraaf 1, aanwenden voor één of meer van de volgende mobiliteitsopties:
  1. een dienstwagen;
  2. een abonnement of andere vervoersbewijzen van het openbaar vervoer;
  3. een fietsvergoeding voor gebruik van eigen fiets;
  4. de aankoop of leasing van een al dan niet elektrische fiets of motor;
  5. een abonnement fietsdelen;
  6. een abonnement autodelen;
  7. een parkingabonnement of parkingkaartjes;
  8. een kilometervergoeding vermeld in § 4.
  Als de N-functie een andere duurzame mobiliteitsoptie kiest, dan de mobiliteitsopties vermeld in het eerste lid, is die keuze onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken.
  § 3. Bij een afwezigheid van meer dan vier maanden zonder onderbreking of bij aanstelling of beëindiging van het mandaat in de loop van het kalenderjaar, wordt het mobiliteitskrediet, vermeld in paragraaf 1 pro rata toegekend.
  § 4. De N-functie die opteert voor een kilometervergoeding voor verplaatsingen met een eigen voertuig, maar in het bezit is van een tankkaart van de werkgever, ontvangt een kilometervergoeding vermeld in artikel VII 80, § 1, verminderd met 20%.
  Bij gebruik van een elektrische of plug-in hybride of benzine/hybride wagen, wordt de vermindering, vermeld in het eerste lid, niet toegepast.
  De kilometervergoeding wordt toegekend als het privé-voertuig beantwoordt aan de overeenstemmende normen voor de ecoscore en de brandstof die gelden voor de aankoop of huur van dienstvoertuigen en die de Vlaamse minister bevoegd voor de bestuurszaken heeft vastgesteld.
  § 5. Op het einde van elk kalenderjaar of bij de beëindiging van het mandaat wordt een afrekening gemaakt van het gebruikte mobiliteitskrediet. Als uit die afrekening blijkt dat het beschikbare mobiliteitskrediet overschreden is, wordt het saldo van de N-functie teruggevorderd.
  § 6. De titularis van een management- of projectleidersfunctie van het N-niveau die opteert voor een mobiliteitsoptie vermeld in paragraaf 2, 2.; 3. of 8. kan geen aanspraak maken op de overeenkomstige voordelen vermeld in de artikelen VII 80, VII 95 en VII 102.
Art. 6. La partie V, titre I, chapitre 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, est complĂ©tĂ© par une section 3, comprenant l'article V 12bis, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Section 3. Crédit de mobilité
  Art. V.12bis. § 1er. Le titulaire d'une fonction de management ou de chef de projet du niveau N reçoit un crédit de mobilité annuel de 14.400 euros pour ses déplacements personnels. Les déplacements comprennent tant la migration pendulaire que les déplacements de service et privés à l'aide d'une ou de plusieurs options de mobilité visées au paragraphe 2.
  Le montant de 14.400 euros est majoré à 21.600 euros si le titulaire d'une fonction de management ou de chef de projet du niveau N acquiert un véhicule de service électrique ou hybride rechargeable (classe 1).
  § 2. La fonction N peut affecter le crédit de mobilité, visé au paragraphe 1er, à une ou plusieurs des options de mobilité suivantes :
  1. une voiture de service ;
  2. un abonnement ou d'autres titres de transport des transports en commun ;
  3. une indemnité vélo pour l'utilisation de son propre vélo ;
  4. l'achat ou le crédit-bail d'un vélo ou d'une moto électrique ou non ;
  5. un abonnement de vélo partagé ;
  6. un abonnement de voiture partagée ;
  7. un abonnement de parking ou des tickets de parking ;
  8. une indemnité kilométrique visée au § 4.
  Si la fonction N choisit une option de mobilité durable autre que les options de mobilité visées à l'alinéa 1er, ce choix est soumis à l'approbation préalable du Ministre flamand chargé de la gouvernance publique.
  § 3. En cas d'une absence de plus de quatre mois sans interruption ou en cas de désignation ou de fin du mandat au cours de l'année calendaire, le crédit de mobilité, visé au paragraphe § 1er, est accordé au prorata.
  § 4. La fonction N qui opte pour une indemnité kilométrique pour les déplacements effectués par son propre véhicule, mais qui est en possession d'une carte de carburant de l'employeur, reçoit une indemnité kilométrique visée à l'article VII 80, § 1er, diminuée de 20 %.
  En cas d'utilisation d'une voiture électrique ou hybride rechargeable ou essence/hybride, la diminution visée à l'alinéa 1er n'est pas appliquée.
  L'indemnité kilométrique est accordée si le véhicule privé répond aux normes correspondantes en matiÚre d'écoscore et de carburant qui s'appliquent à l'achat ou à la location de véhicules de service et que le Ministre flamand chargé de la Gouvernance publique a établies.
  § 5. A la fin de chaque année calendaire ou à la fin du mandat, un décompte du crédit de mobilité utilisé est fait. Si ce décompte démontre que le crédit de mobilité disponible est dépassé, le solde est recouvré de la fonction N.
  § 6. Le titulaire d'une fonction de management ou de chef de projet du niveau N qui choisit une option de mobilité visée au paragraphe 2, 2.; 3. ou 8. ne peut pas prétendre aux avantages correspondants visés aux articles VII 80, VII 95 et VII 102.
  " Section 3. Crédit de mobilité
  Art. V.12bis. § 1er. Le titulaire d'une fonction de management ou de chef de projet du niveau N reçoit un crédit de mobilité annuel de 14.400 euros pour ses déplacements personnels. Les déplacements comprennent tant la migration pendulaire que les déplacements de service et privés à l'aide d'une ou de plusieurs options de mobilité visées au paragraphe 2.
  Le montant de 14.400 euros est majoré à 21.600 euros si le titulaire d'une fonction de management ou de chef de projet du niveau N acquiert un véhicule de service électrique ou hybride rechargeable (classe 1).
  § 2. La fonction N peut affecter le crédit de mobilité, visé au paragraphe 1er, à une ou plusieurs des options de mobilité suivantes :
  1. une voiture de service ;
  2. un abonnement ou d'autres titres de transport des transports en commun ;
  3. une indemnité vélo pour l'utilisation de son propre vélo ;
  4. l'achat ou le crédit-bail d'un vélo ou d'une moto électrique ou non ;
  5. un abonnement de vélo partagé ;
  6. un abonnement de voiture partagée ;
  7. un abonnement de parking ou des tickets de parking ;
  8. une indemnité kilométrique visée au § 4.
  Si la fonction N choisit une option de mobilité durable autre que les options de mobilité visées à l'alinéa 1er, ce choix est soumis à l'approbation préalable du Ministre flamand chargé de la gouvernance publique.
  § 3. En cas d'une absence de plus de quatre mois sans interruption ou en cas de désignation ou de fin du mandat au cours de l'année calendaire, le crédit de mobilité, visé au paragraphe § 1er, est accordé au prorata.
  § 4. La fonction N qui opte pour une indemnité kilométrique pour les déplacements effectués par son propre véhicule, mais qui est en possession d'une carte de carburant de l'employeur, reçoit une indemnité kilométrique visée à l'article VII 80, § 1er, diminuée de 20 %.
  En cas d'utilisation d'une voiture électrique ou hybride rechargeable ou essence/hybride, la diminution visée à l'alinéa 1er n'est pas appliquée.
  L'indemnité kilométrique est accordée si le véhicule privé répond aux normes correspondantes en matiÚre d'écoscore et de carburant qui s'appliquent à l'achat ou à la location de véhicules de service et que le Ministre flamand chargé de la Gouvernance publique a établies.
  § 5. A la fin de chaque année calendaire ou à la fin du mandat, un décompte du crédit de mobilité utilisé est fait. Si ce décompte démontre que le crédit de mobilité disponible est dépassé, le solde est recouvré de la fonction N.
  § 6. Le titulaire d'une fonction de management ou de chef de projet du niveau N qui choisit une option de mobilité visée au paragraphe 2, 2.; 3. ou 8. ne peut pas prétendre aux avantages correspondants visés aux articles VII 80, VII 95 et VII 102.
Art. 7. In artikel V 13 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 1bis, tweede lid, wordt de volgende zin toegevoegd :
  "De opdrachtgever kan in overleg met de externe instantie en de geëvalueerde beslissen dat in de evaluatie ook rekening wordt gehouden met informatie van externe belanghebbenden.".
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "globale eindevaluatie" vervangen door het woord "mandaatevaluatie" en wordt het woord "eindevaluatie" telkens vervangen door het woord "mandaatevaluatie".
  3° in paragraaf 2 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Bij de mandaatevaluatie van de titularis van een management- of projectleidersfunctie van N-niveau in een EVA wordt de raad van bestuur gehoord. Bij de mandaatevaluatie van de algemeen directeur wordt de titularis van de managementfunctie van N-niveau gehoord.".
  4° er wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2bis. In afwijking van paragraaf 2 wordt een vervroegde mandaatevaluatie uitgevoerd binnen een termijn van zes maanden nadat de titularissen van een management- of projectleidersfunctie van N-niveau en van de functie van algemeen directeur een tweede opeenvolgende keer binnen hetzelfde mandaat van zes jaar een jaarlijkse evaluatie hebben gekregen met de waardering dat het prestatieniveau onder de verwachtingen ligt of grotendeels aan de verwachtingen voldoet.".
  1° aan paragraaf 1bis, tweede lid, wordt de volgende zin toegevoegd :
  "De opdrachtgever kan in overleg met de externe instantie en de geëvalueerde beslissen dat in de evaluatie ook rekening wordt gehouden met informatie van externe belanghebbenden.".
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "globale eindevaluatie" vervangen door het woord "mandaatevaluatie" en wordt het woord "eindevaluatie" telkens vervangen door het woord "mandaatevaluatie".
  3° in paragraaf 2 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Bij de mandaatevaluatie van de titularis van een management- of projectleidersfunctie van N-niveau in een EVA wordt de raad van bestuur gehoord. Bij de mandaatevaluatie van de algemeen directeur wordt de titularis van de managementfunctie van N-niveau gehoord.".
  4° er wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 2bis. In afwijking van paragraaf 2 wordt een vervroegde mandaatevaluatie uitgevoerd binnen een termijn van zes maanden nadat de titularissen van een management- of projectleidersfunctie van N-niveau en van de functie van algemeen directeur een tweede opeenvolgende keer binnen hetzelfde mandaat van zes jaar een jaarlijkse evaluatie hebben gekregen met de waardering dat het prestatieniveau onder de verwachtingen ligt of grotendeels aan de verwachtingen voldoet.".
Art. 7. A l'article V 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 janvier 2017, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le paragraphe 1bis, alinéa 2, est complété par la phrase suivante :
  " En concertation avec l'instance externe et l'évalué, le donneur d'ordre peut décider de tenir également compte, lors de l'évaluation, des informations d'intéressés externes. ".
  2° dans le paragraphe 2, les mots " évaluation finale globale " sont remplacés par les mots " évaluation de mandat " et les mots " évaluation finale " sont chaque fois remplacés par les mots " évaluation de mandat ".
  3° dans le paragraphe 2, il est inséré entre les alinéas 2 et 3, un alinéa rédigé comme suit :
  " Lors de l'évaluation de mandat du titulaire d'une fonction de management ou de chef de projet du niveau N dans une AAE, le conseil d'administration est entendu. Lors de l'évaluation de mandat du directeur général, le titulaire de la fonction de management du niveau N est entendu. ".
  4° il est inséré un paragraphe 2bis, rédigé comme suit :
  " § 2bis. Par dĂ©rogation au paragraphe 2, une Ă©valuation de mandat anticipĂ©e est effectuĂ©e dans un dĂ©lai de six mois aprĂšs que les titulaires d'une fonction de management ou de chef de projet du niveau N et de la fonction de directeur gĂ©nĂ©ral ont obtenu, pour la deuxiĂšme fois successive au cours du mĂȘme mandat de six ans, une Ă©valuation annuelle conclue par l'apprĂ©ciation que le niveau de prestation est infĂ©rieur aux attentes ou rĂ©pond largement aux attentes. ".
  1° le paragraphe 1bis, alinéa 2, est complété par la phrase suivante :
  " En concertation avec l'instance externe et l'évalué, le donneur d'ordre peut décider de tenir également compte, lors de l'évaluation, des informations d'intéressés externes. ".
  2° dans le paragraphe 2, les mots " évaluation finale globale " sont remplacés par les mots " évaluation de mandat " et les mots " évaluation finale " sont chaque fois remplacés par les mots " évaluation de mandat ".
  3° dans le paragraphe 2, il est inséré entre les alinéas 2 et 3, un alinéa rédigé comme suit :
  " Lors de l'évaluation de mandat du titulaire d'une fonction de management ou de chef de projet du niveau N dans une AAE, le conseil d'administration est entendu. Lors de l'évaluation de mandat du directeur général, le titulaire de la fonction de management du niveau N est entendu. ".
  4° il est inséré un paragraphe 2bis, rédigé comme suit :
  " § 2bis. Par dĂ©rogation au paragraphe 2, une Ă©valuation de mandat anticipĂ©e est effectuĂ©e dans un dĂ©lai de six mois aprĂšs que les titulaires d'une fonction de management ou de chef de projet du niveau N et de la fonction de directeur gĂ©nĂ©ral ont obtenu, pour la deuxiĂšme fois successive au cours du mĂȘme mandat de six ans, une Ă©valuation annuelle conclue par l'apprĂ©ciation que le niveau de prestation est infĂ©rieur aux attentes ou rĂ©pond largement aux attentes. ".
Art. 8. In artikel V 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 en 3 oktober 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid en tweede lid, 1°, wordt het woord "eindevaluatie" vervangen door het woord "mandaatevaluatie";
  2° het tweede lid, 2°, wordt vervangen door "als de titularis van het mandaat tijdens ten minste drie van de vijf laatste evaluaties, waaronder de twee laatste evaluaties, een evaluatie heeft gekregen met de waardering dat het prestatieniveau in sommige gevallen boven de verwachting en de norm ligt ofwel een hogere waardering;".
  1° in het eerste lid en tweede lid, 1°, wordt het woord "eindevaluatie" vervangen door het woord "mandaatevaluatie";
  2° het tweede lid, 2°, wordt vervangen door "als de titularis van het mandaat tijdens ten minste drie van de vijf laatste evaluaties, waaronder de twee laatste evaluaties, een evaluatie heeft gekregen met de waardering dat het prestatieniveau in sommige gevallen boven de verwachting en de norm ligt ofwel een hogere waardering;".
Art. 8. A l'article V 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 29 mai 2009 et 3 octobre 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans l'alinéa 1er et l'alinéa 2, 1°, les mots " évaluation finale " sont remplacés par les mots " évaluation de mandat " ;
  2° l'alinéa 2, 2°, est remplacé par " si le titulaire du mandat a obtenu, pendant au moins trois des cinq derniÚres évaluations, dont les deux derniÚres évaluations, une évaluation conclue par l'appréciation que le niveau de prestation est, dans certains cas, supérieur aux attentes et à la norme, ou une appréciation supérieure ; ".
  1° dans l'alinéa 1er et l'alinéa 2, 1°, les mots " évaluation finale " sont remplacés par les mots " évaluation de mandat " ;
  2° l'alinéa 2, 2°, est remplacé par " si le titulaire du mandat a obtenu, pendant au moins trois des cinq derniÚres évaluations, dont les deux derniÚres évaluations, une évaluation conclue par l'appréciation que le niveau de prestation est, dans certains cas, supérieur aux attentes et à la norme, ou une appréciation supérieure ; ".
Art. 9. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, wordt een artikel V 15 bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. V.15bis. In afwijking van artikel V 15, eerste lid, beslist de in dienst nemende overheid vóór het einde van het tweede of het derde mandaat over de verlenging van het mandaat van de titularissen van de management- of projectleidersfunctie van N-niveau of van de functie van algemeen directeur tot die titularis de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Die verlenging is beperkt tot maximaal twee jaar.".
  "Art. V.15bis. In afwijking van artikel V 15, eerste lid, beslist de in dienst nemende overheid vóór het einde van het tweede of het derde mandaat over de verlenging van het mandaat van de titularissen van de management- of projectleidersfunctie van N-niveau of van de functie van algemeen directeur tot die titularis de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Die verlenging is beperkt tot maximaal twee jaar.".
Art. 9. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 janvier 2017, il est insĂ©rĂ© un article V 15bis, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. V.15bis. Par dérogation à l'article V 15, alinéa 1er, l'autorité de recrutement décide, avant la fin du deuxiÚme ou troisiÚme mandat, de la prolongation du mandat des titulaires de la fonction de management ou de chef de projet du niveau N ou de la fonction de directeur général jusqu'à ce que ce titulaire atteint l'ùge de la retraite. Cette prolongation est limitée à deux ans au maximum. ".
  " Art. V.15bis. Par dérogation à l'article V 15, alinéa 1er, l'autorité de recrutement décide, avant la fin du deuxiÚme ou troisiÚme mandat, de la prolongation du mandat des titulaires de la fonction de management ou de chef de projet du niveau N ou de la fonction de directeur général jusqu'à ce que ce titulaire atteint l'ùge de la retraite. Cette prolongation est limitée à deux ans au maximum. ".
Art. 10. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 januari 2017, wordt een artikel V 17bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. V.17bis. Als het mandaat van de titularis van een managementfunctie van N-niveau wordt beëindigd door de afschaffing van de entiteit, herplaatst de in dienst nemende overheid de titularis in de interne arbeidsmarkt in een vacante projectleidersfunctie van N-niveau.".
  "Art. V.17bis. Als het mandaat van de titularis van een managementfunctie van N-niveau wordt beëindigd door de afschaffing van de entiteit, herplaatst de in dienst nemende overheid de titularis in de interne arbeidsmarkt in een vacante projectleidersfunctie van N-niveau.".
Art. 10. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 janvier 2017, il est insĂ©rĂ© un article V 17bis, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. V.17bis. Si le mandat du titulaire d'une fonction de management du niveau N prend fin suite à l'abolition de l'entité, l'autorité de recrutement réaffecte le titulaire dans le marché de l'emploi interne dans une fonction vacante de chef de projet du niveau N. ".
  " Art. V.17bis. Si le mandat du titulaire d'une fonction de management du niveau N prend fin suite à l'abolition de l'entité, l'autorité de recrutement réaffecte le titulaire dans le marché de l'emploi interne dans une fonction vacante de chef de projet du niveau N. ".
Art. 11. In artikel V 36, § 1 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 en 24 juni 2016, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "De N-1 functie wordt door het hoofd van de entiteit, raad of instelling vacant verklaard via een open procedure, waarbij terzelfdertijd interne en externe kandidaten meedingen.".
  "De N-1 functie wordt door het hoofd van de entiteit, raad of instelling vacant verklaard via een open procedure, waarbij terzelfdertijd interne en externe kandidaten meedingen.".
Art. 11. A l'article V 36, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mars 2007 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 21 fĂ©vrier 2014 et 24 juin 2016, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
  " La fonction N-1 est déclarée vacante par le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement via une procédure ouverte, qui s'adresse tant aux candidats internes qu'externes. ".
  " La fonction N-1 est déclarée vacante par le chef de l'entité, du conseil ou de l'établissement via une procédure ouverte, qui s'adresse tant aux candidats internes qu'externes. ".
Art. 12. In deel V, titel 5, Hoofdstuk 1, van hetzelfde besluit, wordt een artikel V 52ter toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. V.52ter. Voor de toepassing van artikel V 12 bis, § 4, derde lid, geldt voor wat betreft normen inzake de ecoscore en de brandstof de reglementering die van toepassing was op het ogenblik van de aankoop of leasing van het privé-voertuig.".
  "Art. V.52ter. Voor de toepassing van artikel V 12 bis, § 4, derde lid, geldt voor wat betreft normen inzake de ecoscore en de brandstof de reglementering die van toepassing was op het ogenblik van de aankoop of leasing van het privé-voertuig.".
Art. 12. La partie V, titre 5, chapitre 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est complĂ©tĂ© par un article V 52ter, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. V.52ter. Pour l'application de l'article V 12bis, § 4, alinéa 3, la réglementation qui était applicable au moment de l'achat ou du crédit-bail du véhicule privé s'applique en ce qui concerne les normes en matiÚre d'écoscore et de carburant. ".
  " Art. V.52ter. Pour l'application de l'article V 12bis, § 4, alinéa 3, la réglementation qui était applicable au moment de l'achat ou du crédit-bail du véhicule privé s'applique en ce qui concerne les normes en matiÚre d'écoscore et de carburant. ".
Art. 13. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2018.
Art. 13. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er avril 2018.
Art. 14. De Vlaamse minister, bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling in de Vlaamse administratie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Le Ministre flamand compĂ©tent pour la politique gĂ©nĂ©rale en matiĂšre de personnel et d'ingĂ©nierie d'organisation dans l'administration flamande est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.