Artikel 1. Aan artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 2001 houdende regeling van de begrotingscontrole en -opmaak, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006 en 9 mei 2014, worden een punt 11° tot en met 15° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "11° wet van 17 juni 2016: de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
  12° prijs: het gunningscriterium prijs, vermeld in artikel 81, § 2, eerste lid, 1°, van de wet van 17 juni 2016;
  13° kosten: het gunningscriterium kosten, vermeld in artikel 81, § 2, eerste lid, 2°, van de wet van 17 juni 2016;
  14° werking en toelage: de begrotingskredieten met het ESR-aggregaat WT;
  15° interne stroom: de begrotingskredieten met het ESR-aggregaat IS.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
22 DECEMBER 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende diverse financiële bepalingen
Titre
22 DECEMBRE 2017. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand contenant diverses mesures financiĂšres
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het VLAREBO-beslui...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 7. Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gou...
CHAPITRE 2. - Modification Ă l'arrĂȘtĂ© VLAREBO d...
CHAPITRE 3. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 4. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 5. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 6. - Modification Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouver...
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Tekst (32)
Texte (32)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 2001 houdende regeling van de begrotingscontrole en -opmaak
CHAPITRE 1er. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 janvier 2001 relatif au contrĂŽle budgĂ©taire et Ă l'Ă©tablissement du budget
Article 1er. A l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 janvier 2001 relatif au contrĂŽle budgĂ©taire et Ă l'Ă©tablissement du budget, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 23 juin 2006 et 9 mai 2014, il est ajoutĂ© les points 11° Ă 15°, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " 11° loi du 17 juin 2016 : la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics ;
  12° prix : le critÚre d'attribution " prix ", visé à l'article 81, § 2, alinéa 1er, 1°, de la loi du 17 juin 2016 ;
  13° coûts : le critÚre d'attribution " coûts ", visé à l'article 81, § 2, alinéa 1er, 2°, de la loi du 17 juin 2016 ;
  14° fonctionnement et allocation : les crédits budgétaires portant l'agrégation SEC FA ;
  15° flux interne : les crédits budgétaires portant l'agrégation SEC FI. ".
  " 11° loi du 17 juin 2016 : la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics ;
  12° prix : le critÚre d'attribution " prix ", visé à l'article 81, § 2, alinéa 1er, 1°, de la loi du 17 juin 2016 ;
  13° coûts : le critÚre d'attribution " coûts ", visé à l'article 81, § 2, alinéa 1er, 2°, de la loi du 17 juin 2016 ;
  14° fonctionnement et allocation : les crédits budgétaires portant l'agrégation SEC FA ;
  15° flux interne : les crédits budgétaires portant l'agrégation SEC FI. ".
Art. 2. Aan artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006, 10 december 2010, 9 mei 2014 en 4 maart 2016, worden een paragraaf 2quater en paragraaf 2quinquies toegevoegd, die luiden als volgt:
  " § 2quater. Het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, is ook vereist voor beslissingen waarbij de gewestwaarborg of de gemeenschapswaarborg wordt verleend voor een gecumuleerd bedrag, per natuurlijke persoon of per rechtspersoon, van meer dan 5.000.000 euro.
  § 2quinquies. Het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, is ook vereist voor het overschrijden van kredieten bij noodwendige of dringende uitgaven.".
  " § 2quater. Het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, is ook vereist voor beslissingen waarbij de gewestwaarborg of de gemeenschapswaarborg wordt verleend voor een gecumuleerd bedrag, per natuurlijke persoon of per rechtspersoon, van meer dan 5.000.000 euro.
  § 2quinquies. Het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, is ook vereist voor het overschrijden van kredieten bij noodwendige of dringende uitgaven.".
Art. 2. A l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 23 juin 2006, 10 dĂ©cembre 2010, 9 mai 2014 et 4 mars 2016, il est ajoutĂ© les paragraphes 2quater et 2quinquies, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " § 2quater. L'accord du Ministre flamand ayant le budget dans ses attributions est Ă©galement requis pour les dĂ©cisions oĂč la garantie rĂ©gionale ou la garantie communautaire de plus de 5.000.000 euros est octroyĂ©e pour un montant cumulĂ©, par personne physique ou par personne morale.
  § 2quinquies. L'accord du Ministre flamand ayant le budget dans ses attributions est également requis pour le dépassement de crédits lors de dépenses nécessaires ou urgentes. ".
  " § 2quater. L'accord du Ministre flamand ayant le budget dans ses attributions est Ă©galement requis pour les dĂ©cisions oĂč la garantie rĂ©gionale ou la garantie communautaire de plus de 5.000.000 euros est octroyĂ©e pour un montant cumulĂ©, par personne physique ou par personne morale.
  § 2quinquies. L'accord du Ministre flamand ayant le budget dans ses attributions est également requis pour le dépassement de crédits lors de dépenses nécessaires ou urgentes. ".
Art. 3. In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 december 2010, 1 juni 2012, 9 mei 2014 en 4 maart 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, 3°, worden de woorden "ontwerpen van ondernemingsplannen" vervangen door de woorden "het eerste ondernemingsplan van een regeerperiode";
  2° aan paragraaf 1, 4°, f), wordt de zinsnede ", met uitzondering van de herverdelingen, vermeld in artikel 9/1, § 1, tweede lid, van het voormelde besluit" toegevoegd;
  3° aan paragraaf 1, 4°, wordt een punt g) toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "g) de herverdelingen van vastleggingskredieten overheen programma's;";
  4° aan paragraaf 1 wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "6° leningen en kredieten uit te geven, en participaties aan te gaan, vanaf een bedrag groter dan 7000 euro, behalve als dat gebeurt ter uitvoering van een samenwerkingsovereenkomst die al voor advies werd voorgelegd aan de inspecteur van Financiën, of als dat gebeurt in het kader van de toepassing van artikel 12, § 3, 3°, van het besluit van de Vlaams Regering van 25 juli 2014 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering.";
  5° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het ondernemingsplan voor het lopende kalenderjaar, dat niet het eerste ondernemingsplan van een regeerperiode is, wordt ter kennisgeving voorgelegd aan de inspecteur van Financiën en de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting.";
  6° aan paragraaf 2 worden een punt 7° tot en met 10° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "7° herverdelingen van een vastleggingskrediet van een werking en toelage naar een interne stroom binnen eenzelfde inhoudelijk structuurelement en binnen hetzelfde programma;
  8° herverdelingen van interne stroom naar werking en toelage als in hetzelfde begrotingsjaar al een herverdeling van werking en toelage naar interne stroom heeft plaatsgevonden tussen de artikels in kwestie, en als de herverdeling het daarbij herverdeelde bedrag niet overschrijdt;
  9° herverdelingen van vastleggingskredieten binnen hetzelfde programma die worden toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap;
  10° herverdelingen van vereffeningskredieten die worden toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.".
  1° in paragraaf 1, 3°, worden de woorden "ontwerpen van ondernemingsplannen" vervangen door de woorden "het eerste ondernemingsplan van een regeerperiode";
  2° aan paragraaf 1, 4°, f), wordt de zinsnede ", met uitzondering van de herverdelingen, vermeld in artikel 9/1, § 1, tweede lid, van het voormelde besluit" toegevoegd;
  3° aan paragraaf 1, 4°, wordt een punt g) toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "g) de herverdelingen van vastleggingskredieten overheen programma's;";
  4° aan paragraaf 1 wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "6° leningen en kredieten uit te geven, en participaties aan te gaan, vanaf een bedrag groter dan 7000 euro, behalve als dat gebeurt ter uitvoering van een samenwerkingsovereenkomst die al voor advies werd voorgelegd aan de inspecteur van Financiën, of als dat gebeurt in het kader van de toepassing van artikel 12, § 3, 3°, van het besluit van de Vlaams Regering van 25 juli 2014 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering.";
  5° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het ondernemingsplan voor het lopende kalenderjaar, dat niet het eerste ondernemingsplan van een regeerperiode is, wordt ter kennisgeving voorgelegd aan de inspecteur van Financiën en de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting.";
  6° aan paragraaf 2 worden een punt 7° tot en met 10° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "7° herverdelingen van een vastleggingskrediet van een werking en toelage naar een interne stroom binnen eenzelfde inhoudelijk structuurelement en binnen hetzelfde programma;
  8° herverdelingen van interne stroom naar werking en toelage als in hetzelfde begrotingsjaar al een herverdeling van werking en toelage naar interne stroom heeft plaatsgevonden tussen de artikels in kwestie, en als de herverdeling het daarbij herverdeelde bedrag niet overschrijdt;
  9° herverdelingen van vastleggingskredieten binnen hetzelfde programma die worden toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap;
  10° herverdelingen van vereffeningskredieten die worden toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.".
Art. 3. A l'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 10 dĂ©cembre 2010, 1er juin 2012, 9 mai 2014 et 4 mars 2016, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, 3°, les mots " les projets de plans d'entreprise " sont remplacés par les mots " le premier plan d'entreprise d'une législature " ;
  2° le paragraphe 1er, 4°, f), est complĂ©tĂ© par le membre de phrase " , Ă l'exception des redistributions, visĂ©es Ă l'article 9/1, § 1er, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© " ;
  3° au paragraphe 1er, 4°, il est ajouté un point g), rédigé comme suit :
  " g) les redistributions de crédits d'engagement au travers des programmes ; " ;
  4° au paragraphe 1er, il est ajouté un point 6°, rédigé comme suit :
  " 6° l'Ă©mission d'emprunts et de crĂ©dits, et la prise de participations, Ă partir d'un montant dĂ©passant 7.000 euros, sauf si cela se fait en exĂ©cution d'un accord de coopĂ©ration dĂ©jĂ soumis pour avis Ă l'inspecteur des Finances, ou dans le cadre de l'application de l'article 12, § 3, 3°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 25 juillet 2014 fixant les attributions des membres du Gouvernement flamand. " ;
  5° au paragraphe 1er, il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Le plan d'entreprise pour l'année calendaire en cours n'étant pas le premier plan d'entreprise d'une législature, est soumis pour avis à l'inspecteur des Finances et au Ministre flamand ayant le budget dans ses attributions. " :
  6° au paragraphe 2, il est ajouté les points 7° à 10°, rédigés comme suit :
  " 7° les redistributions d'un crĂ©dit d'engagement d'un fonctionnement et d'une allocation vers un flux interne au sein d'un mĂȘme Ă©lĂ©ment structural au niveau du contenu et au sein du mĂȘme programme ;
  8° les redistributions de flux interne vers fonctionnement et allocation si, pendant la mĂȘme annĂ©e budgĂ©taire, une redistribution de fonctionnement et allocation vers flux interne a dĂ©jĂ eu lieu entre les articles concernĂ©s, et si la redistribution ne dĂ©passe pas le montant redistribuĂ© ;
  9° les redistributions de crĂ©dits d'engagement au sein du mĂȘme programme, accordĂ©s dans le dĂ©cret contenant le budget gĂ©nĂ©ral des dĂ©penses de la CommunautĂ© flamande ;
  10° les redistributions de crédits de liquidation, accordés dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande. ".
  1° au paragraphe 1er, 3°, les mots " les projets de plans d'entreprise " sont remplacés par les mots " le premier plan d'entreprise d'une législature " ;
  2° le paragraphe 1er, 4°, f), est complĂ©tĂ© par le membre de phrase " , Ă l'exception des redistributions, visĂ©es Ă l'article 9/1, § 1er, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© " ;
  3° au paragraphe 1er, 4°, il est ajouté un point g), rédigé comme suit :
  " g) les redistributions de crédits d'engagement au travers des programmes ; " ;
  4° au paragraphe 1er, il est ajouté un point 6°, rédigé comme suit :
  " 6° l'Ă©mission d'emprunts et de crĂ©dits, et la prise de participations, Ă partir d'un montant dĂ©passant 7.000 euros, sauf si cela se fait en exĂ©cution d'un accord de coopĂ©ration dĂ©jĂ soumis pour avis Ă l'inspecteur des Finances, ou dans le cadre de l'application de l'article 12, § 3, 3°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 25 juillet 2014 fixant les attributions des membres du Gouvernement flamand. " ;
  5° au paragraphe 1er, il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Le plan d'entreprise pour l'année calendaire en cours n'étant pas le premier plan d'entreprise d'une législature, est soumis pour avis à l'inspecteur des Finances et au Ministre flamand ayant le budget dans ses attributions. " :
  6° au paragraphe 2, il est ajouté les points 7° à 10°, rédigés comme suit :
  " 7° les redistributions d'un crĂ©dit d'engagement d'un fonctionnement et d'une allocation vers un flux interne au sein d'un mĂȘme Ă©lĂ©ment structural au niveau du contenu et au sein du mĂȘme programme ;
  8° les redistributions de flux interne vers fonctionnement et allocation si, pendant la mĂȘme annĂ©e budgĂ©taire, une redistribution de fonctionnement et allocation vers flux interne a dĂ©jĂ eu lieu entre les articles concernĂ©s, et si la redistribution ne dĂ©passe pas le montant redistribuĂ© ;
  9° les redistributions de crĂ©dits d'engagement au sein du mĂȘme programme, accordĂ©s dans le dĂ©cret contenant le budget gĂ©nĂ©ral des dĂ©penses de la CommunautĂ© flamande ;
  10° les redistributions de crédits de liquidation, accordés dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande. ".
Art. 4. In artikel 18 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Voor overheidsopdrachten wordt het advies gevraagd aan de inspecteur van Financiën als de geraamde waarde van de opdracht de volgende drempelbedragen, exclusief btw, bereikt:
  1° als de opdracht wordt geplaatst met een openbare of niet-openbare procedure met als enige gunningscriterium de prijs:
  a) voor een opdracht van werken of van leveringen: 500.000 euro;
  b) voor een opdracht van diensten: 250.000 euro;
  2° als de opdracht wordt geplaatst met een openbare of niet-openbare procedure en met kosten als enige gunningscriterium, of op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding:
  a) voor een opdracht van werken of van leveringen: 150.000 euro;
  b) voor een opdracht van diensten: 85.000 euro;
  3° als de opdracht wordt geplaatst met een mededingingsprocedure met onderhandeling, een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking of vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging:
  a) voor een opdracht van werken of van leveringen: 150.000 euro;
  b) voor een opdracht van diensten: 85.000 euro;
  4° als de opdracht wordt geplaatst met een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking of een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging: 85.000 euro;
  5° als de opdracht wordt geplaatst met een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap: 200.000 euro.";
  2° in paragraaf 2/1 wordt punt 1° vervangen door:
  "1° de motivering voor de principiële plaatsing van de opdracht en de keuze van de plaatsingsprocedure;";
  3° in paragraaf 2/2 wordt de zinsnede "beperkte procedure, onderhandelingsprocedure met bekendmaking of concurrentiedialoog" vervangen door de zinsnede "niet-openbare procedure, mededingingsprocedure met onderhandeling, onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, concurrentiegerichte dialoog of innovatiepartnerschap";
  4° in paragraaf 3, 1°, worden de woorden "open of beperkte aanbesteding" vervangen door de zinsnede "openbare of niet-openbare procedure, met als enig gunningscriterium de prijs";
  5° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking in de zin van artikel 26, § 1, eerste lid, 2°, 3° en 4°, van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten" vervangen door de zinsnede "mededingingsprocedure met onderhandeling waarvoor de bekendmaking niet verplicht is als vermeld in artikel 38, § 1, eerste lid, 2°, van de wet van 17 juni 2016, een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking als vermeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 2° tot en met 5°, van de voormelde wet, of een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging als vermeld in artikel 124, § 1, 3° en 6° tot en met 11°, van de voormelde wet";
  6° in paragraaf 5 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Na overleg met de bevoegde inspecteur van Financiën moet voor 31 december 2018 een protocol worden afgesloten tussen de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, en de functioneel bevoegde minister. Dat protocol bepaalt vanaf welk bedrag of vanaf welk relatief aandeel een wijziging van een opdracht voor advies aan de inspecteur van Financiën moet worden voorgelegd.";
  7° in paragraaf 5 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, geen protocol werd gesloten, wordt, totdat dergelijk protocol wordt gesloten, elke wijziging aan een opdracht zoals een eenzijdige wijziging, een bijakte, een verrekening, een ramingsstaat, of een dading ongeacht of die een impact heeft op de Vlaamse begroting of niet, voor advies voorgelegd aan de inspecteur van Financiën, voor die wijziging wordt aangebracht.";
  8° in paragraaf 6, eerste lid, worden de woorden "Bestellingen in het kader van een raamovereenkomst waar alle contractuele voorwaarden vastliggen" vervangen door de woorden "Bestellingen waarvoor de raamovereenkomst alle contractuele voorwaarden vastlegt";
  9° in paragraaf 6, tweede lid, wordt de zinsnede "artikel 24 tot en met 28 van het koninklijk besluit van 15 juli 2011 plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren" vervangen door de zinsnede "artikel 6 en 7 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017, en artikel 6 en 7 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren van 18 juni 2017";
  10° in paragraaf 7 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Bestellingen waarvoor de raamovereenkomst niet alle contractuele voorwaarden vastlegt of die worden geplaatst in het kader van een dynamisch aankoopsysteem, worden voor advies voorgelegd aan de inspecteur van Financiën als het drempelbedrag, exclusief btw, van 85.000 euro wordt bereikt.";
  11° in paragraaf 7, tweede lid, wordt de zinsnede "artikel 24 tot en met 28 van het koninklijk besluit van 15 juli 2011 plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren" vervangen door de zinsnede "artikel 6 en 7 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017, en artikel 6 en 7 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren van 18 juni 2017";
  12° in paragraaf 8, tweede lid, wordt de zinsnede "artikel 24 tot en met 28 van het koninklijk besluit van 15 juli 2011 plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren" vervangen door de zinsnede "artikel 6 en 7 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017, en artikel 6 en 7 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren van 18 juni 2017";
  13° paragraaf 9 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 9. Voor occasioneel gezamenlijke opdrachten als vermeld in artikel 48 van de wet van 17 juni 2016, waarbij de betrokken entiteit als aanbestedende overheid optreedt, wordt het advies van de inspecteur van Financiën gevraagd als de drempelbedragen, vermeld in paragraaf 1, worden bereikt.
  Voor occasioneel gezamenlijke opdrachten als vermeld in artikel 48 van de voormelde wet, waarbij de betrokken entiteit niet als aanbestedende overheid optreedt, wordt het advies van de inspecteur van Financiën gevraagd als:
  1° het aandeel van de betrokken entiteit in de occasioneel gezamenlijke opdracht de drempelbedragen, vermeld in paragraaf 1, bereikt en het aandeel van de betrokken entiteit kleiner is dan het aandeel van de aanbestedende overheid in de occasioneel gezamenlijke opdracht;
  2° het aandeel van de betrokken entiteit groter is dan het aandeel van de aanbestedende overheid in de occasioneel gezamenlijke opdracht en de waarde van de opdracht de drempelbedragen, vermeld in paragraaf 1, bereikt.";
  14° er wordt een paragraaf 10 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 10. Een prijsvraag wordt voor advies voorgelegd als de geraamde waarde van de prijsvraag de volgende bedragen, exclusief btw, bereikt:
  1° in geval van een openbare procedure: 150.000 euro;
  2° in geval van een andere dan de openbare procedure: 85.000 euro.".
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Voor overheidsopdrachten wordt het advies gevraagd aan de inspecteur van Financiën als de geraamde waarde van de opdracht de volgende drempelbedragen, exclusief btw, bereikt:
  1° als de opdracht wordt geplaatst met een openbare of niet-openbare procedure met als enige gunningscriterium de prijs:
  a) voor een opdracht van werken of van leveringen: 500.000 euro;
  b) voor een opdracht van diensten: 250.000 euro;
  2° als de opdracht wordt geplaatst met een openbare of niet-openbare procedure en met kosten als enige gunningscriterium, of op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding:
  a) voor een opdracht van werken of van leveringen: 150.000 euro;
  b) voor een opdracht van diensten: 85.000 euro;
  3° als de opdracht wordt geplaatst met een mededingingsprocedure met onderhandeling, een onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking of vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging:
  a) voor een opdracht van werken of van leveringen: 150.000 euro;
  b) voor een opdracht van diensten: 85.000 euro;
  4° als de opdracht wordt geplaatst met een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking of een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging: 85.000 euro;
  5° als de opdracht wordt geplaatst met een concurrentiegerichte dialoog of een innovatiepartnerschap: 200.000 euro.";
  2° in paragraaf 2/1 wordt punt 1° vervangen door:
  "1° de motivering voor de principiële plaatsing van de opdracht en de keuze van de plaatsingsprocedure;";
  3° in paragraaf 2/2 wordt de zinsnede "beperkte procedure, onderhandelingsprocedure met bekendmaking of concurrentiedialoog" vervangen door de zinsnede "niet-openbare procedure, mededingingsprocedure met onderhandeling, onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, concurrentiegerichte dialoog of innovatiepartnerschap";
  4° in paragraaf 3, 1°, worden de woorden "open of beperkte aanbesteding" vervangen door de zinsnede "openbare of niet-openbare procedure, met als enig gunningscriterium de prijs";
  5° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking in de zin van artikel 26, § 1, eerste lid, 2°, 3° en 4°, van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten" vervangen door de zinsnede "mededingingsprocedure met onderhandeling waarvoor de bekendmaking niet verplicht is als vermeld in artikel 38, § 1, eerste lid, 2°, van de wet van 17 juni 2016, een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking als vermeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 2° tot en met 5°, van de voormelde wet, of een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging als vermeld in artikel 124, § 1, 3° en 6° tot en met 11°, van de voormelde wet";
  6° in paragraaf 5 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Na overleg met de bevoegde inspecteur van Financiën moet voor 31 december 2018 een protocol worden afgesloten tussen de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, en de functioneel bevoegde minister. Dat protocol bepaalt vanaf welk bedrag of vanaf welk relatief aandeel een wijziging van een opdracht voor advies aan de inspecteur van Financiën moet worden voorgelegd.";
  7° in paragraaf 5 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, geen protocol werd gesloten, wordt, totdat dergelijk protocol wordt gesloten, elke wijziging aan een opdracht zoals een eenzijdige wijziging, een bijakte, een verrekening, een ramingsstaat, of een dading ongeacht of die een impact heeft op de Vlaamse begroting of niet, voor advies voorgelegd aan de inspecteur van Financiën, voor die wijziging wordt aangebracht.";
  8° in paragraaf 6, eerste lid, worden de woorden "Bestellingen in het kader van een raamovereenkomst waar alle contractuele voorwaarden vastliggen" vervangen door de woorden "Bestellingen waarvoor de raamovereenkomst alle contractuele voorwaarden vastlegt";
  9° in paragraaf 6, tweede lid, wordt de zinsnede "artikel 24 tot en met 28 van het koninklijk besluit van 15 juli 2011 plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren" vervangen door de zinsnede "artikel 6 en 7 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017, en artikel 6 en 7 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren van 18 juni 2017";
  10° in paragraaf 7 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Bestellingen waarvoor de raamovereenkomst niet alle contractuele voorwaarden vastlegt of die worden geplaatst in het kader van een dynamisch aankoopsysteem, worden voor advies voorgelegd aan de inspecteur van Financiën als het drempelbedrag, exclusief btw, van 85.000 euro wordt bereikt.";
  11° in paragraaf 7, tweede lid, wordt de zinsnede "artikel 24 tot en met 28 van het koninklijk besluit van 15 juli 2011 plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren" vervangen door de zinsnede "artikel 6 en 7 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017, en artikel 6 en 7 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren van 18 juni 2017";
  12° in paragraaf 8, tweede lid, wordt de zinsnede "artikel 24 tot en met 28 van het koninklijk besluit van 15 juli 2011 plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren" vervangen door de zinsnede "artikel 6 en 7 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017, en artikel 6 en 7 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren van 18 juni 2017";
  13° paragraaf 9 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 9. Voor occasioneel gezamenlijke opdrachten als vermeld in artikel 48 van de wet van 17 juni 2016, waarbij de betrokken entiteit als aanbestedende overheid optreedt, wordt het advies van de inspecteur van Financiën gevraagd als de drempelbedragen, vermeld in paragraaf 1, worden bereikt.
  Voor occasioneel gezamenlijke opdrachten als vermeld in artikel 48 van de voormelde wet, waarbij de betrokken entiteit niet als aanbestedende overheid optreedt, wordt het advies van de inspecteur van Financiën gevraagd als:
  1° het aandeel van de betrokken entiteit in de occasioneel gezamenlijke opdracht de drempelbedragen, vermeld in paragraaf 1, bereikt en het aandeel van de betrokken entiteit kleiner is dan het aandeel van de aanbestedende overheid in de occasioneel gezamenlijke opdracht;
  2° het aandeel van de betrokken entiteit groter is dan het aandeel van de aanbestedende overheid in de occasioneel gezamenlijke opdracht en de waarde van de opdracht de drempelbedragen, vermeld in paragraaf 1, bereikt.";
  14° er wordt een paragraaf 10 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 10. Een prijsvraag wordt voor advies voorgelegd als de geraamde waarde van de prijsvraag de volgende bedragen, exclusief btw, bereikt:
  1° in geval van een openbare procedure: 150.000 euro;
  2° in geval van een andere dan de openbare procedure: 85.000 euro.".
Art. 4. A l'article 18 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 mai 2014, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. S'agissant de marchĂ©s publics, l'avis de l'inspecteur des Finances doit ĂȘtre demandĂ© si la valeur estimĂ©e du marchĂ© atteint les montants minimums suivants, hors tva :
  1° si le marché est passé faisant usage d'une procédure ouverte ou restreinte, ayant comme seul critÚre d'attribution le prix :
  a) pour un marché de travaux ou de livraisons : 500.000 euros ;
  b) pour un marché de services : 250.000 euros ;
  2° si le marché est passé faisant usage d'une procédure ouverte ou restreinte et ayant comme seul critÚre d'attribution les coûts, ou sur la base du meilleur rapport qualité-prix :
  a) pour un marché de travaux ou de livraisons : 150.000 euros ;
  b) pour un marché de services : 85.000 euros ;
  3° si le marché est passé faisant usage d'une procédure concurrentielle avec négociation, d'une procédure négociée avec mise en concurrence préalable, d'une procédure négociée simplifiée avec publication ou d'une procédure négociée simplifiée avec mise en concurrence préalable :
  a) pour un marché de travaux ou de livraisons : 150.000 euros ;
  b) pour un marché de services : 85.000 euros ;
  4° si le marché est passé faisant usage d'une procédure négocié sans publication préalable ou d'une procédure négocié sans mise en concurrence préalable : 85.000 euros ;
  5° si le marché est passé au moyen d'un dialogue compétitif ou d'un partenariat d'innovation : 200.000 euros. " ;
  2° au paragraphe 2/1, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° la motivation de la passation de principe du marché et le choix de la procédure de passation ; " ;
  3° au paragraphe 2/2, le membre de phrase " procédure restreinte, d'une procédure négociée avec publicité ou dialogue compétitif " est remplacé par le membre de phrase " procédure restreinte, d'une procédure concurrentielle avec négociation, d'une procédure négociée avec mise en concurrence préalable, d'un dialogue compétitif ou d'un partenariat d'innovation " ;
  4° au paragraphe 3, 1°, les mots " adjudication restreinte ou publique " sont remplacés par le membre de phrase " une procédure ouverte ou restreinte, ayant comme seul critÚre d'attribution le prix " ;
  5° au paragraphe 4, le membre de phrase " procédure négociée sans publicité au sens de l'article 26, § 1er, premier alinéa, 2°, 3° et 4° de la loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services " est remplacé par le membre de phrase " procédure concurrentielle avec négociation pour laquelle la publication telle que visée à l'article 38, § 1er, alinéa 1er, 2°, de la loi du 17 juin 2016, n'est pas obligatoire, d'une procédure négocié sans publication préalable telle que visée à l'article 42, § 1er, alinéa 1er, 2° à 5°, de la loi précitée, ou d'une procédure négocié sans mise en concurrence préalable telle que visée à l'article 124, § 1er, 3° et 6° à 11°, de la loi précitée " ;
  6° au paragraphe 5, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " De concert avec l'inspecteur compĂ©tent des Finances, un protocole doit ĂȘtre conclu entre le Ministre flamand chargĂ© du budget et le Ministre fonctionnellement compĂ©tent, avant le 31 dĂ©cembre 2018. Ce protocole dĂ©termine Ă partir de quel montant ou de quelle quote-part relative une modification d'un marchĂ© doit ĂȘtre soumise Ă l'avis de l'inspecteur des Finances. " ;
  7° au paragraphe 5, il est inséré entre les alinéas 1er et 2, un nouvel alinéa ainsi rédigé :
  " Si, dans le délai visé à l'alinéa 1er, aucun protocole n'a été conclu, chaque modification à un marché comme une modification unilatérale, un acte accessoire, une comptabilisation, un état d'estimation ou un accord, que cette modification ait un impact ou non sur le budget flamand, est soumise à l'avis de l'inspecteur des Finances jusqu'à ce qu'un tel protocole sera conclu, avant que cette modification soit apportée. " ;
  8° au paragraphe 6, alinĂ©a 1er, les mots " Toute commande sur la base d'un accord-cadre dans lequel toutes les conditions contractuelles sont arrĂȘtĂ©es " sont remplacĂ©s par les mots " Toute commande pour laquelle l'accord-cadre arrĂȘte toutes les conditions contractuelles " ;
  9° au paragraphe 6, alinĂ©a 2, le membre de phrase " articles 24 Ă 28 inclus de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 juillet 2011 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques " est remplacĂ© par le membre de phrase " articles 6 et 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 avril 2017 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques, et aux articles 6 et 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 juin 2017 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques " ;
  10° au paragraphe 7, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Les commandes pour lesquelles l'accord-cadre n'arrĂȘte pas toutes les conditions contractuelles ou qui sont passĂ©es dans le cadre d'un systĂšme d'acquisition dynamique, sont soumises pour avis Ă l'inspecteur des Finances lorsque le montant minimum de 85.000 euros, hors tva, est atteint. " ;
  11° au paragraphe 7, alinĂ©a 2, le membre de phrase " articles 24 Ă 28 inclus de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 juillet 2011 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques " est remplacĂ© par le membre de phrase " articles 6 et 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 avril 2017 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques, et aux articles 6 et 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 juin 2017 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques " ;
  12° au paragraphe 8, alinĂ©a 2, le membre de phrase " articles 24 Ă 28 inclus de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 juillet 2011 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques " est remplacĂ© par le membre de phrase " articles 6 et 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 avril 2017 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques, et aux articles 6 et 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 juin 2017 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques " ;
  13° le paragraphe 9 est remplacé par ce qui suit :
  " § 9. Pour les marchés conjoints occasionnels tels que visés à l'article 48 de la loi du 17 juin 2016, l'entité concernée agissant comme pouvoir adjudicateur, l'avis de l'inspecteur des Finances est demandé lorsque les montants minimums visés au paragraphe 1er sont atteints.
  Pour les marchés conjoints occasionnels tels que visés à l'article 48 de la loi précitée, l'entité concernée n'agissant pas comme pouvoir adjudicateur, l'avis de l'inspecteur des Finances est demandé si :
  1° la part de l'entité concernée dans le marché conjoint occasionnel atteint les montants minimums visés au paragraphe 1er, et la part de l'entité concernée est inférieur à la part du pouvoir adjudicateur dans le marché conjoint occasionnel ;
  2° la part de l'entité concernée dépasse la part du pouvoir adjudicateur dans le marché conjoint occasionnel, et la valeur du marché atteint les montants minimums visés au paragraphe 1er. " ;
  14° il est ajouté un paragraphe 10, rédigé comme suit :
  " § 10. Une demande de prix est soumise pour avis si la valeur estimée de cette demande atteint les montants suivants, hors tva :
  1° en cas de procédure ouverte : 150.000 euros ;
  2° en cas d'une procédure autre qu'une procédure ouverte : 85.000 euros. ".
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. S'agissant de marchĂ©s publics, l'avis de l'inspecteur des Finances doit ĂȘtre demandĂ© si la valeur estimĂ©e du marchĂ© atteint les montants minimums suivants, hors tva :
  1° si le marché est passé faisant usage d'une procédure ouverte ou restreinte, ayant comme seul critÚre d'attribution le prix :
  a) pour un marché de travaux ou de livraisons : 500.000 euros ;
  b) pour un marché de services : 250.000 euros ;
  2° si le marché est passé faisant usage d'une procédure ouverte ou restreinte et ayant comme seul critÚre d'attribution les coûts, ou sur la base du meilleur rapport qualité-prix :
  a) pour un marché de travaux ou de livraisons : 150.000 euros ;
  b) pour un marché de services : 85.000 euros ;
  3° si le marché est passé faisant usage d'une procédure concurrentielle avec négociation, d'une procédure négociée avec mise en concurrence préalable, d'une procédure négociée simplifiée avec publication ou d'une procédure négociée simplifiée avec mise en concurrence préalable :
  a) pour un marché de travaux ou de livraisons : 150.000 euros ;
  b) pour un marché de services : 85.000 euros ;
  4° si le marché est passé faisant usage d'une procédure négocié sans publication préalable ou d'une procédure négocié sans mise en concurrence préalable : 85.000 euros ;
  5° si le marché est passé au moyen d'un dialogue compétitif ou d'un partenariat d'innovation : 200.000 euros. " ;
  2° au paragraphe 2/1, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° la motivation de la passation de principe du marché et le choix de la procédure de passation ; " ;
  3° au paragraphe 2/2, le membre de phrase " procédure restreinte, d'une procédure négociée avec publicité ou dialogue compétitif " est remplacé par le membre de phrase " procédure restreinte, d'une procédure concurrentielle avec négociation, d'une procédure négociée avec mise en concurrence préalable, d'un dialogue compétitif ou d'un partenariat d'innovation " ;
  4° au paragraphe 3, 1°, les mots " adjudication restreinte ou publique " sont remplacés par le membre de phrase " une procédure ouverte ou restreinte, ayant comme seul critÚre d'attribution le prix " ;
  5° au paragraphe 4, le membre de phrase " procédure négociée sans publicité au sens de l'article 26, § 1er, premier alinéa, 2°, 3° et 4° de la loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services " est remplacé par le membre de phrase " procédure concurrentielle avec négociation pour laquelle la publication telle que visée à l'article 38, § 1er, alinéa 1er, 2°, de la loi du 17 juin 2016, n'est pas obligatoire, d'une procédure négocié sans publication préalable telle que visée à l'article 42, § 1er, alinéa 1er, 2° à 5°, de la loi précitée, ou d'une procédure négocié sans mise en concurrence préalable telle que visée à l'article 124, § 1er, 3° et 6° à 11°, de la loi précitée " ;
  6° au paragraphe 5, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " De concert avec l'inspecteur compĂ©tent des Finances, un protocole doit ĂȘtre conclu entre le Ministre flamand chargĂ© du budget et le Ministre fonctionnellement compĂ©tent, avant le 31 dĂ©cembre 2018. Ce protocole dĂ©termine Ă partir de quel montant ou de quelle quote-part relative une modification d'un marchĂ© doit ĂȘtre soumise Ă l'avis de l'inspecteur des Finances. " ;
  7° au paragraphe 5, il est inséré entre les alinéas 1er et 2, un nouvel alinéa ainsi rédigé :
  " Si, dans le délai visé à l'alinéa 1er, aucun protocole n'a été conclu, chaque modification à un marché comme une modification unilatérale, un acte accessoire, une comptabilisation, un état d'estimation ou un accord, que cette modification ait un impact ou non sur le budget flamand, est soumise à l'avis de l'inspecteur des Finances jusqu'à ce qu'un tel protocole sera conclu, avant que cette modification soit apportée. " ;
  8° au paragraphe 6, alinĂ©a 1er, les mots " Toute commande sur la base d'un accord-cadre dans lequel toutes les conditions contractuelles sont arrĂȘtĂ©es " sont remplacĂ©s par les mots " Toute commande pour laquelle l'accord-cadre arrĂȘte toutes les conditions contractuelles " ;
  9° au paragraphe 6, alinĂ©a 2, le membre de phrase " articles 24 Ă 28 inclus de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 juillet 2011 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques " est remplacĂ© par le membre de phrase " articles 6 et 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 avril 2017 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques, et aux articles 6 et 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 juin 2017 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques " ;
  10° au paragraphe 7, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Les commandes pour lesquelles l'accord-cadre n'arrĂȘte pas toutes les conditions contractuelles ou qui sont passĂ©es dans le cadre d'un systĂšme d'acquisition dynamique, sont soumises pour avis Ă l'inspecteur des Finances lorsque le montant minimum de 85.000 euros, hors tva, est atteint. " ;
  11° au paragraphe 7, alinĂ©a 2, le membre de phrase " articles 24 Ă 28 inclus de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 juillet 2011 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques " est remplacĂ© par le membre de phrase " articles 6 et 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 avril 2017 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques, et aux articles 6 et 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 juin 2017 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques " ;
  12° au paragraphe 8, alinĂ©a 2, le membre de phrase " articles 24 Ă 28 inclus de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 juillet 2011 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques " est remplacĂ© par le membre de phrase " articles 6 et 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 avril 2017 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques, et aux articles 6 et 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 juin 2017 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques " ;
  13° le paragraphe 9 est remplacé par ce qui suit :
  " § 9. Pour les marchés conjoints occasionnels tels que visés à l'article 48 de la loi du 17 juin 2016, l'entité concernée agissant comme pouvoir adjudicateur, l'avis de l'inspecteur des Finances est demandé lorsque les montants minimums visés au paragraphe 1er sont atteints.
  Pour les marchés conjoints occasionnels tels que visés à l'article 48 de la loi précitée, l'entité concernée n'agissant pas comme pouvoir adjudicateur, l'avis de l'inspecteur des Finances est demandé si :
  1° la part de l'entité concernée dans le marché conjoint occasionnel atteint les montants minimums visés au paragraphe 1er, et la part de l'entité concernée est inférieur à la part du pouvoir adjudicateur dans le marché conjoint occasionnel ;
  2° la part de l'entité concernée dépasse la part du pouvoir adjudicateur dans le marché conjoint occasionnel, et la valeur du marché atteint les montants minimums visés au paragraphe 1er. " ;
  14° il est ajouté un paragraphe 10, rédigé comme suit :
  " § 10. Une demande de prix est soumise pour avis si la valeur estimée de cette demande atteint les montants suivants, hors tva :
  1° en cas de procédure ouverte : 150.000 euros ;
  2° en cas d'une procédure autre qu'une procédure ouverte : 85.000 euros. ".
Art. 5. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016, wordt een artikel 18bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 18bis. Overeenkomsten die als een overheidsopdracht worden gekwalificeerd en uitgesloten zijn van de toepassing van de wet van 17 juni 2016 worden voor advies voorgelegd als de geraamde waarde van de overeenkomst 85.000 euro, exclusief btw, bereikt, en dat in voorkomend geval voor:
  1° de principiële beslissing tot het sluiten van de overeenkomst of het plaatsen van dergelijke opdracht;
  2° het ontwerp van overeenkomst of de opdrachtdocumenten;
  3° de beslissing tot aanwijzing van de deelnemers die volgt op de publicatie van de opdracht;
  4° het werkelijk sluiten van de overeenkomst.
  Het eerste lid is niet van toepassing op de financiële transacties die de minister bevoegd voor de financiën en de begroting aangaat in het kader van zijn bevoegdheid voor het kas- en schuldbeheer van de middelen van de Vlaamse Gemeenschap. Die overeenkomsten worden evenwel altijd ter kennisgeving bezorgd aan de Inspectie van Financiën.".
  "Art. 18bis. Overeenkomsten die als een overheidsopdracht worden gekwalificeerd en uitgesloten zijn van de toepassing van de wet van 17 juni 2016 worden voor advies voorgelegd als de geraamde waarde van de overeenkomst 85.000 euro, exclusief btw, bereikt, en dat in voorkomend geval voor:
  1° de principiële beslissing tot het sluiten van de overeenkomst of het plaatsen van dergelijke opdracht;
  2° het ontwerp van overeenkomst of de opdrachtdocumenten;
  3° de beslissing tot aanwijzing van de deelnemers die volgt op de publicatie van de opdracht;
  4° het werkelijk sluiten van de overeenkomst.
  Het eerste lid is niet van toepassing op de financiële transacties die de minister bevoegd voor de financiën en de begroting aangaat in het kader van zijn bevoegdheid voor het kas- en schuldbeheer van de middelen van de Vlaamse Gemeenschap. Die overeenkomsten worden evenwel altijd ter kennisgeving bezorgd aan de Inspectie van Financiën.".
Art. 5. Dans mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mars 2016, il est insĂ©rĂ© un article 18bis, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 18bis. Les contrats qualifiés comme un marché public et exclus de l'application de la loi du 17 juin 2016, sont soumis pour avis si la valeur estimée du contrat atteint 85.000 euros, hors tva, et ceci le cas échéant pour :
  1° la décision de principe de conclusion de l'accord ou de passation de tel marché ;
  2° le projet de contrat ou les documents du marché ;
  3° la décision de désignation des participants suivant la publication du marché ;
  4° la conclusion effective du contrat.
  L'alinéa 1er ne s'applique pas aux transactions financiÚres conclues par le Ministre ayant les finances et le budget dans ses attributions dans le cadre de sa compétence de gestion de trésorerie et de dettes des moyens de la Communauté flamande. Ces accords sont toutefois toujours transmis à titre de notification à l'Inspection des Finances. ".
  " Art. 18bis. Les contrats qualifiés comme un marché public et exclus de l'application de la loi du 17 juin 2016, sont soumis pour avis si la valeur estimée du contrat atteint 85.000 euros, hors tva, et ceci le cas échéant pour :
  1° la décision de principe de conclusion de l'accord ou de passation de tel marché ;
  2° le projet de contrat ou les documents du marché ;
  3° la décision de désignation des participants suivant la publication du marché ;
  4° la conclusion effective du contrat.
  L'alinéa 1er ne s'applique pas aux transactions financiÚres conclues par le Ministre ayant les finances et le budget dans ses attributions dans le cadre de sa compétence de gestion de trésorerie et de dettes des moyens de la Communauté flamande. Ces accords sont toutefois toujours transmis à titre de notification à l'Inspection des Finances. ".
Art. 6. Artikel 20 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014, wordt opgeheven.
Art. 6. L'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 mai 2014, est abrogĂ©.
Art. 7. Artikel 21 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 21. Elke concessie van werken en diensten, als vermeld in artikel 2, 7°, van de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten, wordt voor advies voorgelegd als het geraamde bedrag 200.000 euro, exclusief btw, bereikt, en dat in voorkomend geval voor:
  1° de principiële beslissing tot het sluiten van de overeenkomst of het plaatsen van dergelijke opdracht;
  2° het ontwerp van overeenkomst of de opdrachtdocumenten;
  3° de beslissing tot aanwijzing van de deelnemers volgend op de publicatie van de opdracht;
  4° het werkelijk sluiten van de overeenkomst.".
  "Art. 21. Elke concessie van werken en diensten, als vermeld in artikel 2, 7°, van de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten, wordt voor advies voorgelegd als het geraamde bedrag 200.000 euro, exclusief btw, bereikt, en dat in voorkomend geval voor:
  1° de principiële beslissing tot het sluiten van de overeenkomst of het plaatsen van dergelijke opdracht;
  2° het ontwerp van overeenkomst of de opdrachtdocumenten;
  3° de beslissing tot aanwijzing van de deelnemers volgend op de publicatie van de opdracht;
  4° het werkelijk sluiten van de overeenkomst.".
Art. 7. L'article 21 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 21. Toute concession de travaux et de services, telle que visée à l'article 2, 7°, de la loi du 17 juin 2016 relative aux contrats de concession, est soumise pour avis si le montant estimé atteint 200.000 euros, hors tva, et ceci le cas échéant pour :
  1° la décision de principe de conclusion de l'accord ou de passation de tel marché ;
  2° le projet de contrat ou les documents du marché ;
  3° la décision de désignation des participants suivant la publication du marché ;
  4° la conclusion effective du contrat. ".
  " Art. 21. Toute concession de travaux et de services, telle que visée à l'article 2, 7°, de la loi du 17 juin 2016 relative aux contrats de concession, est soumise pour avis si le montant estimé atteint 200.000 euros, hors tva, et ceci le cas échéant pour :
  1° la décision de principe de conclusion de l'accord ou de passation de tel marché ;
  2° le projet de contrat ou les documents du marché ;
  3° la décision de désignation des participants suivant la publication du marché ;
  4° la conclusion effective du contrat. ".
Art. 8. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016, worden een artikel 21bis en 21ter ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 21bis. Elke domeinconcessie wordt voor advies voorgelegd als de geraamde concessievergoeding 250.000 euro, exclusief btw, bereikt.
  Art. 21ter. Dadingen als vermeld in artikel 2044 van het Burgerlijk Wetboek, die niet in het kader van een overheidsopdracht worden gesloten, worden voor advies voorgelegd als de geraamde waarde van de dading 85.000 euro, exclusief btw, bereikt.".
  "Art. 21bis. Elke domeinconcessie wordt voor advies voorgelegd als de geraamde concessievergoeding 250.000 euro, exclusief btw, bereikt.
  Art. 21ter. Dadingen als vermeld in artikel 2044 van het Burgerlijk Wetboek, die niet in het kader van een overheidsopdracht worden gesloten, worden voor advies voorgelegd als de geraamde waarde van de dading 85.000 euro, exclusief btw, bereikt.".
Art. 8. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mars 2016, il est insĂ©rĂ© les articles 21bis et 21ter, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Art. 21bis. Chaque concession domaniale est soumise pour avis si l'indemnité de concession estimée atteint 250.000 euros, hors tva.
  Art. 21ter. Les transactions telles que visées à l'article 2044 du Code civil, qui ne sont pas conclues dans le cadre d'un marché public, sont soumises pour avis si la valeur estimée de la transaction atteint 85.000 euros, hors tva. ".
  " Art. 21bis. Chaque concession domaniale est soumise pour avis si l'indemnité de concession estimée atteint 250.000 euros, hors tva.
  Art. 21ter. Les transactions telles que visées à l'article 2044 du Code civil, qui ne sont pas conclues dans le cadre d'un marché public, sont soumises pour avis si la valeur estimée de la transaction atteint 85.000 euros, hors tva. ".
Art. 9. Artikel 24 van hetzelfde besluit, opgeheven door het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "Art. 24. Onder voorbehoud van artikel 18 tot en met 23 worden overeenkomsten die niet als een overheidsopdracht worden gekwalificeerd, voorafgaandelijk voor advies voorgelegd als de geraamde waarde van de overeenkomst 85.000 euro, exclusief btw, bereikt.
  Het eerste lid is niet van toepassing op een procedureakkoord als vermeld in artikel 1043 van het Gerechtelijk Wetboek.".
  "Art. 24. Onder voorbehoud van artikel 18 tot en met 23 worden overeenkomsten die niet als een overheidsopdracht worden gekwalificeerd, voorafgaandelijk voor advies voorgelegd als de geraamde waarde van de overeenkomst 85.000 euro, exclusief btw, bereikt.
  Het eerste lid is niet van toepassing op een procedureakkoord als vermeld in artikel 1043 van het Gerechtelijk Wetboek.".
Art. 9. L'article 24 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, abrogĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mars 2016, est rĂ©tabli dans la rĂ©daction suivante :
  " Art. 24. Sous réserve des articles 18 à 23, les contrats qui ne sont pas qualifiés comme un marché public, sont soumis préalablement pour avis si la valeur estimée du contrat atteint 85.000 euros, hors tva.
  L'alinéa 1er ne s'applique pas à la procédure relative à l'accord tel que visé à l'article 1043 du Code judiciaire. ".
  " Art. 24. Sous réserve des articles 18 à 23, les contrats qui ne sont pas qualifiés comme un marché public, sont soumis préalablement pour avis si la valeur estimée du contrat atteint 85.000 euros, hors tva.
  L'alinéa 1er ne s'applique pas à la procédure relative à l'accord tel que visé à l'article 1043 du Code judiciaire. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007
CHAPITRE 2. - Modification Ă l'arrĂȘtĂ© VLAREBO du 14 dĂ©cembre 2007
Art. 10. Aan artikel 223 van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In verband met de toepassing van artikel 160 van het Bodemdecreet kan de minister beslissen om af te zien van kostenverhaal.".
  "In verband met de toepassing van artikel 160 van het Bodemdecreet kan de minister beslissen om af te zien van kostenverhaal.".
Art. 10. A l'article 223 de l'arrĂȘtĂ© VLAREBO du 14 dĂ©cembre 2007, il est ajoutĂ© un alinĂ©a 2, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Eu égard à l'application de l'article 160 du Décret relatif au sol, le Ministre peut décider de renoncer au recouvrement des coûts. ".
  " Eu égard à l'application de l'article 160 du Décret relatif au sol, le Ministre peut décider de renoncer au recouvrement des coûts. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011 betreffende de boekhoudregels en de aanrekeningsregels die van toepassing zijn op de Vlaamse ministeries en de diensten met afzonderlijk beheer en betreffende de controle op de vastleggingskredieten
CHAPITRE 3. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 octobre 2011 relatif aux rĂšgles comptables et aux rĂšgles d'imputation applicables aux MinistĂšres flamands et aux services Ă gestion sĂ©parĂ©e et relatif au contrĂŽle des crĂ©dits d'engagement
Art. 11. Aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011 betreffende de boekhoudregels en de aanrekeningsregels die van toepassing zijn op de Vlaamse ministeries en de diensten met afzonderlijk beheer en betreffende de controle op de vastleggingskredieten worden een punt 3° tot en met 5° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "3° bevoegde dienst: de dienst binnen het Departement Financiën en Begroting die verantwoordelijk is voor de gegevensverwerking van een herverdeling;
  4° werking en toelage: de begrotingskredieten met het ESR-aggregaat WT;
  5° interne stroom: de begrotingskredieten met het ESR-aggregaat IS.".
  "3° bevoegde dienst: de dienst binnen het Departement Financiën en Begroting die verantwoordelijk is voor de gegevensverwerking van een herverdeling;
  4° werking en toelage: de begrotingskredieten met het ESR-aggregaat WT;
  5° interne stroom: de begrotingskredieten met het ESR-aggregaat IS.".
Art. 11. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 octobre 2011 relatif aux rĂšgles comptables et aux rĂšgles d'imputation applicables aux MinistĂšres flamands et aux services Ă gestion sĂ©parĂ©e et relatif au contrĂŽle des crĂ©dits d'engagement, il est ajoutĂ© les points 3° Ă 5°, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " 3° service compétent : le service au sein du Département des Finances et du Budget responsable du traitement de données d'une redistribution ;
  4° fonctionnement et allocation : les crédits budgétaires portant l'agrégation SEC FA ;
  5° flux interne : les crédits budgétaires portant l'agrégation SEC FI. ".
  " 3° service compétent : le service au sein du Département des Finances et du Budget responsable du traitement de données d'une redistribution ;
  4° fonctionnement et allocation : les crédits budgétaires portant l'agrégation SEC FA ;
  5° flux interne : les crédits budgétaires portant l'agrégation SEC FI. ".
Art. 12. In artikel 2 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 12. Dans l'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 2 est abrogĂ©.
Art. 13. In artikel 2/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2012 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "4° de herverdelingen van de vastleggingskredieten en de vereffeningskredieten overheen programma's die in afwijking van het Rekendecreet mogelijk zijn omdat ze worden toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.";
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het eerste lid, 4°, is niet van toepassing op herverdelingen van provisionele kredieten.".
  1° er wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "4° de herverdelingen van de vastleggingskredieten en de vereffeningskredieten overheen programma's die in afwijking van het Rekendecreet mogelijk zijn omdat ze worden toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.";
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het eerste lid, 4°, is niet van toepassing op herverdelingen van provisionele kredieten.".
Art. 13. A l'article 2/1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er juin 2012 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 mars 2013, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
  " 4° les redistributions des crĂ©dits d'engagement et des crĂ©dits de liquidation au travers des programmes qui, par dĂ©rogation au DĂ©cret sur les Comptes, peuvent ĂȘtre effectuĂ©es parce qu'elles sont autorisĂ©es dans le dĂ©cret contenant le budget gĂ©nĂ©ral des dĂ©penses de la CommunautĂ© flamande. " ;
  2° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " L'alinéa 1er, 4°, ne s'applique pas aux redistributions de crédits provisionnels. ".
  1° il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
  " 4° les redistributions des crĂ©dits d'engagement et des crĂ©dits de liquidation au travers des programmes qui, par dĂ©rogation au DĂ©cret sur les Comptes, peuvent ĂȘtre effectuĂ©es parce qu'elles sont autorisĂ©es dans le dĂ©cret contenant le budget gĂ©nĂ©ral des dĂ©penses de la CommunautĂ© flamande. " ;
  2° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " L'alinéa 1er, 4°, ne s'applique pas aux redistributions de crédits provisionnels. ".
Art. 14. In artikel 2/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2012 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 1 wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "6° herverdelingen van vastleggingskredieten overheen verschillende programma's die in afwijking van het Rekendecreet mogelijk zijn omdat ze worden toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.";
  2° aan paragraaf 1 worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid, is het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, niet vereist voor herverdelingen binnen hetzelfde programma die worden toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.
  Het eerste lid, 1° en 4°, is niet van toepassing op de volgende herverdelingen:
  1° herverdelingen van werking en toelage naar interne stroom binnen hetzelfde inhoudelijk structuurelement en binnen hetzelfde programma;
  2° herverdelingen van interne stroom naar werking en toelage als in hetzelfde begrotingsjaar al een herverdeling van werking en toelage naar interne stroom heeft plaatsgevonden tussen de artikels in kwestie, en als de herverdeling het daarbij herverdeelde bedrag niet overschrijdt.";
  3° er wordt een paragraaf 1/2 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 1/2. Als de herverdeling onder de uitzondering, vermeld in paragraaf 1, derde lid, valt, wordt een voorstel van herverdeling ingediend voor een bindend advies technische uitvoerbaarheid bij de bevoegde dienst. De bevoegde dienst verleent zijn advies binnen vijf werkdagen.
  Als geen advies wordt meegedeeld binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt het advies geacht gunstig te zijn.".
  1° aan paragraaf 1 wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "6° herverdelingen van vastleggingskredieten overheen verschillende programma's die in afwijking van het Rekendecreet mogelijk zijn omdat ze worden toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.";
  2° aan paragraaf 1 worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid, is het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, niet vereist voor herverdelingen binnen hetzelfde programma die worden toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.
  Het eerste lid, 1° en 4°, is niet van toepassing op de volgende herverdelingen:
  1° herverdelingen van werking en toelage naar interne stroom binnen hetzelfde inhoudelijk structuurelement en binnen hetzelfde programma;
  2° herverdelingen van interne stroom naar werking en toelage als in hetzelfde begrotingsjaar al een herverdeling van werking en toelage naar interne stroom heeft plaatsgevonden tussen de artikels in kwestie, en als de herverdeling het daarbij herverdeelde bedrag niet overschrijdt.";
  3° er wordt een paragraaf 1/2 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 1/2. Als de herverdeling onder de uitzondering, vermeld in paragraaf 1, derde lid, valt, wordt een voorstel van herverdeling ingediend voor een bindend advies technische uitvoerbaarheid bij de bevoegde dienst. De bevoegde dienst verleent zijn advies binnen vijf werkdagen.
  Als geen advies wordt meegedeeld binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt het advies geacht gunstig te zijn.".
Art. 14. A l'article 2/2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er juin 2012 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 mai 2014, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, il est ajouté un point 6°, rédigé comme suit :
  " 6° les redistributions de crĂ©dits d'engagement au travers de diffĂ©rents programmes qui, par dĂ©rogation au DĂ©cret sur les Comptes, peuvent ĂȘtre effectuĂ©es parce qu'elles sont autorisĂ©es dans le dĂ©cret contenant le budget gĂ©nĂ©ral des dĂ©penses de la CommunautĂ© flamande. " ;
  2° au paragraphe 1er, il est ajouté les alinéas 2 et 3, rédigés comme suit :
  " Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a 1er, l'accord du Ministre flamand ayant le budget dans ses attributions n'est pas requis pour les redistributions au sein du mĂȘme programme qui sont autorisĂ©es dans le dĂ©cret contenant le budget gĂ©nĂ©ral des dĂ©penses de la CommunautĂ© flamande.
  L'alinéa 1er, 1° et 4°, ne s'applique pas aux redistributions suivantes :
  1° les redistributions de fonctionnement et d'allocation vers flux interne au sein du mĂȘme Ă©lĂ©ment structural au niveau du contenu et au sein du mĂȘme programme ;
  2° les redistributions de flux interne vers fonctionnement et allocation si, pendant la mĂȘme annĂ©e budgĂ©taire, une redistribution de fonctionnement et d'allocation vers flux interne a dĂ©jĂ eu lieu entre les articles concernĂ©s, et si la redistribution ne dĂ©passe pas le montant redistribuĂ©. " ;
  3° il est ajouté un paragraphe 1/2, rédigé comme suit :
  " § 1/2. Si la redistribution tombe sous l'exception visée au paragraphe 1er, alinéa 3, une proposition de redistribution est introduite auprÚs du service compétent en vue d'un avis contraignant sur la faisabilité technique. Le service compétent émet son avis dans les cinq jours ouvrables.
  Lorsqu'aucun avis n'est émis dans le délai visé à l'alinéa 1er, l'avis est réputé favorable. ".
  1° au paragraphe 1er, il est ajouté un point 6°, rédigé comme suit :
  " 6° les redistributions de crĂ©dits d'engagement au travers de diffĂ©rents programmes qui, par dĂ©rogation au DĂ©cret sur les Comptes, peuvent ĂȘtre effectuĂ©es parce qu'elles sont autorisĂ©es dans le dĂ©cret contenant le budget gĂ©nĂ©ral des dĂ©penses de la CommunautĂ© flamande. " ;
  2° au paragraphe 1er, il est ajouté les alinéas 2 et 3, rédigés comme suit :
  " Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a 1er, l'accord du Ministre flamand ayant le budget dans ses attributions n'est pas requis pour les redistributions au sein du mĂȘme programme qui sont autorisĂ©es dans le dĂ©cret contenant le budget gĂ©nĂ©ral des dĂ©penses de la CommunautĂ© flamande.
  L'alinéa 1er, 1° et 4°, ne s'applique pas aux redistributions suivantes :
  1° les redistributions de fonctionnement et d'allocation vers flux interne au sein du mĂȘme Ă©lĂ©ment structural au niveau du contenu et au sein du mĂȘme programme ;
  2° les redistributions de flux interne vers fonctionnement et allocation si, pendant la mĂȘme annĂ©e budgĂ©taire, une redistribution de fonctionnement et d'allocation vers flux interne a dĂ©jĂ eu lieu entre les articles concernĂ©s, et si la redistribution ne dĂ©passe pas le montant redistribuĂ©. " ;
  3° il est ajouté un paragraphe 1/2, rédigé comme suit :
  " § 1/2. Si la redistribution tombe sous l'exception visée au paragraphe 1er, alinéa 3, une proposition de redistribution est introduite auprÚs du service compétent en vue d'un avis contraignant sur la faisabilité technique. Le service compétent émet son avis dans les cinq jours ouvrables.
  Lorsqu'aucun avis n'est émis dans le délai visé à l'alinéa 1er, l'avis est réputé favorable. ".
Art. 15. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 juni 2012, 15 maart 2013 en 9 mei 2014, wordt een artikel 5/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 5/1. De volgende uitgaven kunnen gelijktijdig worden aangerekend op het vastleggingskrediet en op het vereffeningskrediet:
  1° de salarissen, de salaristoelagen, de vergoedingen en de sociale voordelen van de personeelsleden van de Vlaamse overheid;
  2° de salarissen en de salaristoelagen van de personeelsleden van de Nederlandstalige peutertuinen en kinderdagverblijven, alsook van de personeelsleden van het voor- en naschoolse toezicht, verbonden aan de scholen van het Gemeenschapsonderwijs in Brussel-Hoofdstad, alsook de salaristoelagen voor het leidinggevende en technische personeel van de erkende openbare gemeentelijke, provinciale en privaatrechtelijke bibliotheken;
  3° de salarissen en de salaristoelagen, fietsvergoedingen en vervoerkosten van de personeelsleden van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het hoger onderwijs, met uitzondering van het universitair onderwijs, het buitengewoon onderwijs, het secundair volwassenenonderwijs, het hoger beroepsonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, de diensten voor beroepsoriëntering, de centra voor leerlingenbegeleiding, de onderwijsinspectie, de pedagogische begeleidingsdiensten, alsook de salarissen en de salaristoelagen voor de personeelsleden van de basiseducatie;
  4° de toelagen, de vergoedingen en de presentiegelden voor de afgevaardigden van de Vlaamse Regering;
  5° de schadevergoedingen die toegewezen zijn op basis van een uitvoerbaar vonnis of arrest, of een dading;
  6° de aflossingen van kapitaal en rente die betaald zijn onder het beleidsdomein Financiën en Begroting;
  7° de betaling van de moratoriumintresten die verschuldigd zijn aan belastingplichtigen in het kader van de inning van belastingen door de Vlaamse Belastingdienst;
  8° overheidsopdrachten die gesloten zijn met een aanvaarde factuur;
  9° alle werkingskosten die niet hoger zijn dan 30.000 euro;
  10° de kantoorkosten, de huur en huurkosten, en de abonnementen op publicaties, ongeacht het bedrag ervan;
  11° de besluiten tot toekenning van subsidies, prijzen en giften waarvan het bedrag lager is dan 7000 euro;
  12° de toelagen aan de diensten met afzonderlijk beheer;
  13° de terugbetaling van ten onrechte geïnde ontvangsten;
  14° de honoraria van experts uit het buitenland, ongeacht het bedrag ervan, en de toelagen die voortvloeien uit regelingen met vreemde landen waarvan het bedrag lager is dan 1250 euro per begunstigde;
  15° de voorschotten en afrekeningen van de buitenlandse zendingen, ongeacht het bedrag ervan;
  16° de reiskosten van de personen die uit het buitenland komen of zich naar het buitenland begeven, ongeacht het bedrag ervan;
  17° de uitgaven voor nutsvoorzieningen en energiefacturen, ongeacht het bedrag ervan;
  18° de onroerende voorheffing op het patrimonium van het Vlaamse Gewest, ongeacht het bedrag ervan;
  19° de milieuheffingen, ongeacht het bedrag ervan;
  20° de uitgaven in het kader van de aanmoedigingspremies voor de openbare, de privé- en de socialprofitsector;
  21° de subsidies en loontegemoetkomingen in het kader van het derdearbeidscircuit, de gesubsidieerde contractuelen en de werkervaringsmaatregelen;
  22° de subsidies en loontegemoetkomingen in het kader van de invoegbedrijven, de sociale en beschutte werkplaatsen, de lokale diensteneconomie en de arbeidszorg;
  23° alle schulden die voortvloeien uit contracten met vervrachters voor het strooien van dooizouten en het sneeuwruimen met betrekking tot de winterdienst, ongeacht het bedrag ervan;
  24° de uitgaven waarvan het bedrag niet hoger is dan 37.500 euro voor het geïntegreerd beheers- en controlesysteem;
  25° alle betalingen aan de nv Tunnel Liefkenshoek die voortvloeien uit het tolvrij openstellen van de Liefkenshoektunnel ten gevolge van verkeersincidenten of calamiteiten die een belangrijke hinder doen ontstaan op de ring van Antwerpen, de toegangswegen naar de ring of in de Kennedytunnel gedurende de verplichte omleiding, ongeacht het bedrag ervan;
  26° alle schulden, ongeacht het bedrag ervan, die voortvloeien uit de herstelling van averijen aan elektrische en elektromechanische installaties op de gewestwegen en waterwegen, alsook het overige patrimonium dat onder de bevoegdheid van het agentschap Wegen en Verkeer valt;
  27° de betaling van de declaraties, inclusief de rentedeclaraties, met toepassing van het verdrag tussen het Vlaamse Gewest en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde ondertekend in Antwerpen op 17 januari 1995, de werken op Nederlands grondgebied aan het kanaal Gent - Terneuzen en de realisatie van de langetermijnvisie Schelde, ongeacht het bedrag ervan;
  28° de pensioenen voor de vastbenoemde personeelsleden van de VRT en de overlevingspensioenen, toegekend aan de rechtverkrijgenden van die personeelsleden uitbetaald door de Vlaamse Gemeenschap;
  29° het vervangend leefloon voor personen onder elektronisch toezicht;
  30° uitgaven waarvoor de uitdrukkelijke gelijktijdige aanrekening in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap wordt toegestaan.".
  "Art. 5/1. De volgende uitgaven kunnen gelijktijdig worden aangerekend op het vastleggingskrediet en op het vereffeningskrediet:
  1° de salarissen, de salaristoelagen, de vergoedingen en de sociale voordelen van de personeelsleden van de Vlaamse overheid;
  2° de salarissen en de salaristoelagen van de personeelsleden van de Nederlandstalige peutertuinen en kinderdagverblijven, alsook van de personeelsleden van het voor- en naschoolse toezicht, verbonden aan de scholen van het Gemeenschapsonderwijs in Brussel-Hoofdstad, alsook de salaristoelagen voor het leidinggevende en technische personeel van de erkende openbare gemeentelijke, provinciale en privaatrechtelijke bibliotheken;
  3° de salarissen en de salaristoelagen, fietsvergoedingen en vervoerkosten van de personeelsleden van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het hoger onderwijs, met uitzondering van het universitair onderwijs, het buitengewoon onderwijs, het secundair volwassenenonderwijs, het hoger beroepsonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, de diensten voor beroepsoriëntering, de centra voor leerlingenbegeleiding, de onderwijsinspectie, de pedagogische begeleidingsdiensten, alsook de salarissen en de salaristoelagen voor de personeelsleden van de basiseducatie;
  4° de toelagen, de vergoedingen en de presentiegelden voor de afgevaardigden van de Vlaamse Regering;
  5° de schadevergoedingen die toegewezen zijn op basis van een uitvoerbaar vonnis of arrest, of een dading;
  6° de aflossingen van kapitaal en rente die betaald zijn onder het beleidsdomein Financiën en Begroting;
  7° de betaling van de moratoriumintresten die verschuldigd zijn aan belastingplichtigen in het kader van de inning van belastingen door de Vlaamse Belastingdienst;
  8° overheidsopdrachten die gesloten zijn met een aanvaarde factuur;
  9° alle werkingskosten die niet hoger zijn dan 30.000 euro;
  10° de kantoorkosten, de huur en huurkosten, en de abonnementen op publicaties, ongeacht het bedrag ervan;
  11° de besluiten tot toekenning van subsidies, prijzen en giften waarvan het bedrag lager is dan 7000 euro;
  12° de toelagen aan de diensten met afzonderlijk beheer;
  13° de terugbetaling van ten onrechte geïnde ontvangsten;
  14° de honoraria van experts uit het buitenland, ongeacht het bedrag ervan, en de toelagen die voortvloeien uit regelingen met vreemde landen waarvan het bedrag lager is dan 1250 euro per begunstigde;
  15° de voorschotten en afrekeningen van de buitenlandse zendingen, ongeacht het bedrag ervan;
  16° de reiskosten van de personen die uit het buitenland komen of zich naar het buitenland begeven, ongeacht het bedrag ervan;
  17° de uitgaven voor nutsvoorzieningen en energiefacturen, ongeacht het bedrag ervan;
  18° de onroerende voorheffing op het patrimonium van het Vlaamse Gewest, ongeacht het bedrag ervan;
  19° de milieuheffingen, ongeacht het bedrag ervan;
  20° de uitgaven in het kader van de aanmoedigingspremies voor de openbare, de privé- en de socialprofitsector;
  21° de subsidies en loontegemoetkomingen in het kader van het derdearbeidscircuit, de gesubsidieerde contractuelen en de werkervaringsmaatregelen;
  22° de subsidies en loontegemoetkomingen in het kader van de invoegbedrijven, de sociale en beschutte werkplaatsen, de lokale diensteneconomie en de arbeidszorg;
  23° alle schulden die voortvloeien uit contracten met vervrachters voor het strooien van dooizouten en het sneeuwruimen met betrekking tot de winterdienst, ongeacht het bedrag ervan;
  24° de uitgaven waarvan het bedrag niet hoger is dan 37.500 euro voor het geïntegreerd beheers- en controlesysteem;
  25° alle betalingen aan de nv Tunnel Liefkenshoek die voortvloeien uit het tolvrij openstellen van de Liefkenshoektunnel ten gevolge van verkeersincidenten of calamiteiten die een belangrijke hinder doen ontstaan op de ring van Antwerpen, de toegangswegen naar de ring of in de Kennedytunnel gedurende de verplichte omleiding, ongeacht het bedrag ervan;
  26° alle schulden, ongeacht het bedrag ervan, die voortvloeien uit de herstelling van averijen aan elektrische en elektromechanische installaties op de gewestwegen en waterwegen, alsook het overige patrimonium dat onder de bevoegdheid van het agentschap Wegen en Verkeer valt;
  27° de betaling van de declaraties, inclusief de rentedeclaraties, met toepassing van het verdrag tussen het Vlaamse Gewest en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde ondertekend in Antwerpen op 17 januari 1995, de werken op Nederlands grondgebied aan het kanaal Gent - Terneuzen en de realisatie van de langetermijnvisie Schelde, ongeacht het bedrag ervan;
  28° de pensioenen voor de vastbenoemde personeelsleden van de VRT en de overlevingspensioenen, toegekend aan de rechtverkrijgenden van die personeelsleden uitbetaald door de Vlaamse Gemeenschap;
  29° het vervangend leefloon voor personen onder elektronisch toezicht;
  30° uitgaven waarvoor de uitdrukkelijke gelijktijdige aanrekening in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap wordt toegestaan.".
Art. 15. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement des 1er juin 2012, 15 mars 2013 et 9 mai 2014, il est insĂ©rĂ© un article 5/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 5/1. Les dĂ©penses suivantes peuvent ĂȘtre imputĂ©es simultanĂ©ment sur le crĂ©dit d'engagement et sur le crĂ©dit de liquidation :
  1° les traitements, les subventions-traitements, les indemnités et les avantages sociaux des membres du personnel de l'Autorité flamande ;
  2° les traitements et subventions-traitements des membres du personnel des prégardiennats et des crÚches néerlandophones, ainsi que les traitements et subventions-traitements des membres du personnel chargés de la surveillance avant et aprÚs les heures de classe et rattachés aux écoles de l'Enseignement communautaire à Bruxelles-Capitale et les subventions-traitements du personnel dirigeant et technique des bibliothÚques publiques communales, provinciales et de droit privé agréées ;
  3° les traitements et subventions-traitements, les indemnités vélo et les frais de déplacement des membres du personnel de l'enseignement fondamental, secondaire et supérieur, à l'exception de l'enseignement universitaire, de l'enseignement spécial, de l'enseignement secondaire des adultes, de l'enseignement supérieur professionnel, de l'enseignement artistique à temps partiel, des services d'orientation professionnelle, des centres d'encadrement des élÚves, de l'inspection de l'enseignement et des services d'encadrement pédagogique, ainsi que les traitements et subventions-traitements des membres du personnel de l'éducation de base ;
  4° les allocations, les indemnités et les jetons de présence pour les représentants du Gouvernement flamand ;
  5° les dommages attribuĂ©s en vertu d'un jugement ou arrĂȘt exĂ©cutoire, ou un accord ;
  6° les amortissements de capital et d'intĂ©rĂȘts, relevant du domaine politique des Finances et du Budget ;
  7° le paiement des intĂ©rĂȘts moratoires dus aux contribuables dans le cadre de la perception d'impĂŽts par le Service flamand des ImpĂŽts ;
  8° des marchés publics conclus avec une facture acceptée ;
  9° tous les frais de fonctionnement ne dépassant pas 30.000 euros ;
  10° les frais de bureau, les loyers et charges locatives et les abonnements à des publications, quel qu'en soit le montant ;
  11° les décisions d'attribution de subventions, prix et dons dont le montant est inférieur à 7.000 euros ;
  12° les allocations aux services à gestion séparée ;
  13° le remboursement de recettes indûment perçues ;
  14° les honoraires d'experts provenant de l'étranger, quel qu'en soit le montant, et les allocations découlant de réglementations avec des pays étrangers dont le montant est inférieur à 1.250 euros par bénéficiaire ;
  15° les acomptes et décomptes relatifs aux missions à l'étranger, quel qu'en soit le montant ;
  16° les frais de déplacement des personnes venant de l'étranger ou se rendant à l'étranger, quel qu'en soit le montant ;
  17° les dépenses d'équipements d'utilité publique et de factures énergétiques, quel qu'en soit le montant ;
  18° le précompte immobilier sur le patrimoine de la Région flamande, quel qu'en soit le montant ;
  19° les taxes environnementales, quel qu'en soit le montant ;
  20° les dépenses dans le cadre des primes d'encouragement pour le secteur public, le secteur privé et le secteur non marchand ;
  21° les subventions et incitations salariales dans le cadre du troisiÚme circuit de travail, des contractuels subventionnés et des mesures d'expérience professionnelle ;
  22° les subventions et incitations salariales dans le cadre des entreprises d'insertion, des ateliers sociaux et protégés, de l'économie de services locaux et de l'assistance par le travail ;
  23° toutes les dettes découlant de contrats conclus avec des transporteurs pour le salage et le déblaiement de la neige dans le cadre du service d'hiver, quel qu'en soit le montant ;
  24° les dépenses dont le montant ne dépasse pas 37.500 euros pour le systÚme intégré de gestion et de contrÎle ;
  25° tous les paiements à la sa Tunnel Liefkenshoek découlant de l'ouverture, exempte de péage, du Liefkenshoektunnel par suite des accidents de la route ou des catastrophes provoquant une nuisance importante sur le périphérique d'Anvers, sur les routes d'accÚs vers ce périphérique ou dans le Kennedytunnel, et ceci pour la durée de la déviation obligatoire, quel qu'en soit le montant ;
  26° toutes les dettes, quel qu'en soit le montant, découlant de la réparation d'avaries à des installations électriques et électromécaniques sur les voiries régionales et les voies navigables, ainsi que le reste du patrimoine relevant de la compétence de l' Agence des Routes et de la Circulation ;
  27° le paiement des dĂ©clarations, y compris les dĂ©clarations d'intĂ©rĂȘt, en application du traitĂ© entre la RĂ©gion flamande et le Royaume des Pays-Bas pour l'Ă©largissement de la voie navigable dans l'Escaut occidental signĂ© Ă Anvers le 17 janvier 1995, les travaux sur le territoire nĂ©erlandais sur le canal Gand-Terneuzen et la rĂ©alisation de la vision Ă long terme de l'Escaut, quel qu'en soit le montant ;
  28° les pensions des membres du personnel nommés de la VRT et les pensions de survie allouées aux ayants droit de ces membres du personnel, payées par la Communauté flamande ;
  29° le revenu d'intégration sociale de remplacement de personnes sous surveillance électronique ;
  30° les dépenses pour lesquelles l'imputation simultanée explicite dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande est autorisée. ".
  " Art. 5/1. Les dĂ©penses suivantes peuvent ĂȘtre imputĂ©es simultanĂ©ment sur le crĂ©dit d'engagement et sur le crĂ©dit de liquidation :
  1° les traitements, les subventions-traitements, les indemnités et les avantages sociaux des membres du personnel de l'Autorité flamande ;
  2° les traitements et subventions-traitements des membres du personnel des prégardiennats et des crÚches néerlandophones, ainsi que les traitements et subventions-traitements des membres du personnel chargés de la surveillance avant et aprÚs les heures de classe et rattachés aux écoles de l'Enseignement communautaire à Bruxelles-Capitale et les subventions-traitements du personnel dirigeant et technique des bibliothÚques publiques communales, provinciales et de droit privé agréées ;
  3° les traitements et subventions-traitements, les indemnités vélo et les frais de déplacement des membres du personnel de l'enseignement fondamental, secondaire et supérieur, à l'exception de l'enseignement universitaire, de l'enseignement spécial, de l'enseignement secondaire des adultes, de l'enseignement supérieur professionnel, de l'enseignement artistique à temps partiel, des services d'orientation professionnelle, des centres d'encadrement des élÚves, de l'inspection de l'enseignement et des services d'encadrement pédagogique, ainsi que les traitements et subventions-traitements des membres du personnel de l'éducation de base ;
  4° les allocations, les indemnités et les jetons de présence pour les représentants du Gouvernement flamand ;
  5° les dommages attribuĂ©s en vertu d'un jugement ou arrĂȘt exĂ©cutoire, ou un accord ;
  6° les amortissements de capital et d'intĂ©rĂȘts, relevant du domaine politique des Finances et du Budget ;
  7° le paiement des intĂ©rĂȘts moratoires dus aux contribuables dans le cadre de la perception d'impĂŽts par le Service flamand des ImpĂŽts ;
  8° des marchés publics conclus avec une facture acceptée ;
  9° tous les frais de fonctionnement ne dépassant pas 30.000 euros ;
  10° les frais de bureau, les loyers et charges locatives et les abonnements à des publications, quel qu'en soit le montant ;
  11° les décisions d'attribution de subventions, prix et dons dont le montant est inférieur à 7.000 euros ;
  12° les allocations aux services à gestion séparée ;
  13° le remboursement de recettes indûment perçues ;
  14° les honoraires d'experts provenant de l'étranger, quel qu'en soit le montant, et les allocations découlant de réglementations avec des pays étrangers dont le montant est inférieur à 1.250 euros par bénéficiaire ;
  15° les acomptes et décomptes relatifs aux missions à l'étranger, quel qu'en soit le montant ;
  16° les frais de déplacement des personnes venant de l'étranger ou se rendant à l'étranger, quel qu'en soit le montant ;
  17° les dépenses d'équipements d'utilité publique et de factures énergétiques, quel qu'en soit le montant ;
  18° le précompte immobilier sur le patrimoine de la Région flamande, quel qu'en soit le montant ;
  19° les taxes environnementales, quel qu'en soit le montant ;
  20° les dépenses dans le cadre des primes d'encouragement pour le secteur public, le secteur privé et le secteur non marchand ;
  21° les subventions et incitations salariales dans le cadre du troisiÚme circuit de travail, des contractuels subventionnés et des mesures d'expérience professionnelle ;
  22° les subventions et incitations salariales dans le cadre des entreprises d'insertion, des ateliers sociaux et protégés, de l'économie de services locaux et de l'assistance par le travail ;
  23° toutes les dettes découlant de contrats conclus avec des transporteurs pour le salage et le déblaiement de la neige dans le cadre du service d'hiver, quel qu'en soit le montant ;
  24° les dépenses dont le montant ne dépasse pas 37.500 euros pour le systÚme intégré de gestion et de contrÎle ;
  25° tous les paiements à la sa Tunnel Liefkenshoek découlant de l'ouverture, exempte de péage, du Liefkenshoektunnel par suite des accidents de la route ou des catastrophes provoquant une nuisance importante sur le périphérique d'Anvers, sur les routes d'accÚs vers ce périphérique ou dans le Kennedytunnel, et ceci pour la durée de la déviation obligatoire, quel qu'en soit le montant ;
  26° toutes les dettes, quel qu'en soit le montant, découlant de la réparation d'avaries à des installations électriques et électromécaniques sur les voiries régionales et les voies navigables, ainsi que le reste du patrimoine relevant de la compétence de l' Agence des Routes et de la Circulation ;
  27° le paiement des dĂ©clarations, y compris les dĂ©clarations d'intĂ©rĂȘt, en application du traitĂ© entre la RĂ©gion flamande et le Royaume des Pays-Bas pour l'Ă©largissement de la voie navigable dans l'Escaut occidental signĂ© Ă Anvers le 17 janvier 1995, les travaux sur le territoire nĂ©erlandais sur le canal Gand-Terneuzen et la rĂ©alisation de la vision Ă long terme de l'Escaut, quel qu'en soit le montant ;
  28° les pensions des membres du personnel nommés de la VRT et les pensions de survie allouées aux ayants droit de ces membres du personnel, payées par la Communauté flamande ;
  29° le revenu d'intégration sociale de remplacement de personnes sous surveillance électronique ;
  30° les dépenses pour lesquelles l'imputation simultanée explicite dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande est autorisée. ".
Art. 16. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 juni 2012, 15 maart 2013 en 9 mei 2014, wordt hoofdstuk 4, dat bestaat uit artikel 6 tot en met 8, opgeheven.
Art. 16. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 1er juin 2012, 15 mars 2013 et 9 mai 2014, le chapitre 4, comprenant les articles 6 Ă 8 inclus, est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011 betreffende de begroting en de boekhouding van de Vlaamse rechtspersonen
CHAPITRE 4. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 octobre 2011 relatif au budget et Ă la comptabilitĂ© des personnes morales flamandes
Art. 17. Aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011 betreffende de begroting en de boekhouding van de Vlaamse rechtspersonen worden een punt 4° tot en met 6° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "4° bevoegde dienst: de dienst binnen het Departement Financiën en Begroting die verantwoordelijk is voor de gegevensverwerking van een herverdeling;
  5° werking en toelage: de begrotingskredieten met het ESR-aggregaat WT;
  6° interne stroom: de begrotingskredieten met het ESR-aggregaat IS.".
  "4° bevoegde dienst: de dienst binnen het Departement Financiën en Begroting die verantwoordelijk is voor de gegevensverwerking van een herverdeling;
  5° werking en toelage: de begrotingskredieten met het ESR-aggregaat WT;
  6° interne stroom: de begrotingskredieten met het ESR-aggregaat IS.".
Art. 17. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 octobre 2011 relatif au budget et Ă la comptabilitĂ© des personnes morales flamandes, il est ajoutĂ© les points 4° Ă 6°, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " 4° service compétent : le service au sein du Département des Finances et du Budget responsable du traitement de données d'une redistribution ;
  5° fonctionnement et allocation : les crédits budgétaires portant l'agrégation SEC FA ;
  6° flux interne : les crédits budgétaires portant l'agrégation SEC FI. ".
  " 4° service compétent : le service au sein du Département des Finances et du Budget responsable du traitement de données d'une redistribution ;
  5° fonctionnement et allocation : les crédits budgétaires portant l'agrégation SEC FA ;
  6° flux interne : les crédits budgétaires portant l'agrégation SEC FI. ".
Art. 18. In artikel 9/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2012 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 en 4 maart 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Noch het advies van de Inspectie van Financiën, noch het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begroting, is vereist in geval van:
  1° herverdeling van vereffeningskredieten binnen hetzelfde programma, behalve voor herverdelingen met betrekking tot kredietverleningen, deelnemingen, de aflossing van overheidsschuld, het over te dragen saldo en de spijziging van het Reservefonds;
  2° herverdeling van vastleggingskrediet van werking en toelage naar een interne stroom binnen hetzelfde inhoudelijk structuurelement binnen hetzelfde programma;
  3° herverdeling van vastleggingskrediet van interne stroom naar werking en toelage als in hetzelfde begrotingsjaar al een herverdeling van werking en toelage naar interne stroom heeft plaatsgevonden tussen de artikels in kwestie, en als de herverdeling het daarbij herverdeelde bedrag niet overschrijdt;
  4° herverdeling van vastleggingskredieten en vereffeningskredieten binnen hetzelfde programma die worden toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.";
  2° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het tweede lid is alleen van toepassing op rechtspersonen met een begroting met opvolging volgens gesplitste kredieten.";
  3° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 1/1. Als de herverdeling valt onder de uitzondering, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2° of 3°, wordt een voorstel van herverdeling ingediend voor een bindend advies technische uitvoerbaarheid bij de bevoegde dienst. De bevoegde dienst verleent zijn advies binnen vijf werkdagen.
  Als geen advies wordt meegedeeld binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt het advies geacht gunstig te zijn.".
  1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Noch het advies van de Inspectie van Financiën, noch het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begroting, is vereist in geval van:
  1° herverdeling van vereffeningskredieten binnen hetzelfde programma, behalve voor herverdelingen met betrekking tot kredietverleningen, deelnemingen, de aflossing van overheidsschuld, het over te dragen saldo en de spijziging van het Reservefonds;
  2° herverdeling van vastleggingskrediet van werking en toelage naar een interne stroom binnen hetzelfde inhoudelijk structuurelement binnen hetzelfde programma;
  3° herverdeling van vastleggingskrediet van interne stroom naar werking en toelage als in hetzelfde begrotingsjaar al een herverdeling van werking en toelage naar interne stroom heeft plaatsgevonden tussen de artikels in kwestie, en als de herverdeling het daarbij herverdeelde bedrag niet overschrijdt;
  4° herverdeling van vastleggingskredieten en vereffeningskredieten binnen hetzelfde programma die worden toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.";
  2° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het tweede lid is alleen van toepassing op rechtspersonen met een begroting met opvolging volgens gesplitste kredieten.";
  3° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 1/1. Als de herverdeling valt onder de uitzondering, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2° of 3°, wordt een voorstel van herverdeling ingediend voor een bindend advies technische uitvoerbaarheid bij de bevoegde dienst. De bevoegde dienst verleent zijn advies binnen vijf werkdagen.
  Als geen advies wordt meegedeeld binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt het advies geacht gunstig te zijn.".
Art. 18. A l'article 9/1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er juin 2012 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 9 mai 2014 et 4 mars 2016, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Ni l'avis de l'Inspection des Finances, ni l'accord du Ministre flamand ayant les finances et les budgets dans ses attributions, ne sont requis en cas de :
  1° redistribution de crĂ©dits de liquidation au sein du mĂȘme programme, sauf s'il s'agit de redistributions relatives Ă des octrois de crĂ©dit, Ă des participations, Ă l'amortissement de la dette publique, au solde Ă transfĂ©rer et Ă l'alimentation du Fonds de rĂ©serve ;
  2° de redistribution d'un crĂ©dit d'engagement de fonctionnement et d'allocation vers un flux interne au sein du mĂȘme Ă©lĂ©ment structural au niveau du contenu et au sein du mĂȘme programme ;
  3° de redistribution d'un crĂ©dit d'engagement de flux interne vers fonctionnement et allocation si, pendant la mĂȘme annĂ©e budgĂ©taire, une redistribution de fonctionnement et d'allocation vers flux interne a dĂ©jĂ eu lieu entre les articles concernĂ©s, et si la redistribution ne dĂ©passe pas le montant redistribuĂ© ;
  4° de redistribution de crĂ©dits d'engagement et de crĂ©dits de liquidation au sein du mĂȘme programme, accordĂ©s dans le dĂ©cret contenant le budget gĂ©nĂ©ral des dĂ©penses de la CommunautĂ© flamande. " ;
  2° au paragraphe 1er, il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " L'alinéa 2 ne s'applique qu'aux personnes morales ayant un budget avec un suivi selon des crédits dissociés. " ;
  3° il est inséré un paragraphe 1/1, rédigé comme suit :
  " § 1/1. Si la redistribution tombe sous l'exception visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 2° ou 3°, une proposition de redistribution est introduite auprÚs du service compétent en vue d'un avis contraignant sur la faisabilité technique. Le service compétent émet son avis dans les cinq jours ouvrables.
  Lorsqu'aucun avis n'est émis dans le délai visé à l'alinéa 1er, l'avis est réputé favorable. ".
  1° au paragraphe 1er, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Ni l'avis de l'Inspection des Finances, ni l'accord du Ministre flamand ayant les finances et les budgets dans ses attributions, ne sont requis en cas de :
  1° redistribution de crĂ©dits de liquidation au sein du mĂȘme programme, sauf s'il s'agit de redistributions relatives Ă des octrois de crĂ©dit, Ă des participations, Ă l'amortissement de la dette publique, au solde Ă transfĂ©rer et Ă l'alimentation du Fonds de rĂ©serve ;
  2° de redistribution d'un crĂ©dit d'engagement de fonctionnement et d'allocation vers un flux interne au sein du mĂȘme Ă©lĂ©ment structural au niveau du contenu et au sein du mĂȘme programme ;
  3° de redistribution d'un crĂ©dit d'engagement de flux interne vers fonctionnement et allocation si, pendant la mĂȘme annĂ©e budgĂ©taire, une redistribution de fonctionnement et d'allocation vers flux interne a dĂ©jĂ eu lieu entre les articles concernĂ©s, et si la redistribution ne dĂ©passe pas le montant redistribuĂ© ;
  4° de redistribution de crĂ©dits d'engagement et de crĂ©dits de liquidation au sein du mĂȘme programme, accordĂ©s dans le dĂ©cret contenant le budget gĂ©nĂ©ral des dĂ©penses de la CommunautĂ© flamande. " ;
  2° au paragraphe 1er, il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " L'alinéa 2 ne s'applique qu'aux personnes morales ayant un budget avec un suivi selon des crédits dissociés. " ;
  3° il est inséré un paragraphe 1/1, rédigé comme suit :
  " § 1/1. Si la redistribution tombe sous l'exception visée au paragraphe 1er, alinéa 2, 2° ou 3°, une proposition de redistribution est introduite auprÚs du service compétent en vue d'un avis contraignant sur la faisabilité technique. Le service compétent émet son avis dans les cinq jours ouvrables.
  Lorsqu'aucun avis n'est émis dans le délai visé à l'alinéa 1er, l'avis est réputé favorable. ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juli 2014 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering
CHAPITRE 5. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 25 juillet 2014 fixant les attributions des membres du Gouvernement flamand
Art. 19. Aan artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juli 2014 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2017, worden een punt 17° tot en met 19° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "17° het overschrijden van kredieten of verlenen van kasvoorschotten, in geval van noodwendige of dringende uitgaven, als dat is toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap;
  18° het verstrekken van leningen of kredieten en het aangaan van participaties die minder dan 250.000 euro bedragen;
  19° het toestaan van provisies, als dat is toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.".
  "17° het overschrijden van kredieten of verlenen van kasvoorschotten, in geval van noodwendige of dringende uitgaven, als dat is toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap;
  18° het verstrekken van leningen of kredieten en het aangaan van participaties die minder dan 250.000 euro bedragen;
  19° het toestaan van provisies, als dat is toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.".
Art. 19. A l'article 6 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 25 juillet 2014 fixant les attributions des membres du Gouvernement flamand, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juin 2017, il est ajoutĂ© les points 17° Ă 19°, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " 17° le dépassement de crédits ou l'octroi d'avances de fonds en cas de dépenses nécessaires ou urgentes, si cela est permis dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande ;
  18° l'octroi de prĂȘts ou de crĂ©dits et la prise de participations infĂ©rieures Ă 250.000 euros ;
  19° l'octroi de provisions, si cela est permis dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande. ".
  " 17° le dépassement de crédits ou l'octroi d'avances de fonds en cas de dépenses nécessaires ou urgentes, si cela est permis dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande ;
  18° l'octroi de prĂȘts ou de crĂ©dits et la prise de participations infĂ©rieures Ă 250.000 euros ;
  19° l'octroi de provisions, si cela est permis dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande. ".
Art. 20. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan punt 4° wordt de zinsnede ", tenzij de mogelijkheid tot het verlenen van een waarborg is voorzien in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap" toegevoegd;
  2° er wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "9° het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten die voorzien in de mogelijkheid om leningen of kredieten uit te geven of participaties aan te gaan.".
  1° aan punt 4° wordt de zinsnede ", tenzij de mogelijkheid tot het verlenen van een waarborg is voorzien in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap" toegevoegd;
  2° er wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "9° het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten die voorzien in de mogelijkheid om leningen of kredieten uit te geven of participaties aan te gaan.".
Art. 20. A l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au point 4°, le membre de phrase " , sauf si la possibilité d'octroi d'une garantie est prévue dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande " est ajouté ;
  2° il est ajouté un point 9°, rédigé comme suit :
  " 9° la conclusion d'accords de coopĂ©ration prĂ©voyant la possibilitĂ© d'Ă©mettre des prĂȘts ou des crĂ©dits ou de prendre des participations. ".
  1° au point 4°, le membre de phrase " , sauf si la possibilité d'octroi d'une garantie est prévue dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande " est ajouté ;
  2° il est ajouté un point 9°, rédigé comme suit :
  " 9° la conclusion d'accords de coopĂ©ration prĂ©voyant la possibilitĂ© d'Ă©mettre des prĂȘts ou des crĂ©dits ou de prendre des participations. ".
Art. 21. Aan artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2017, worden een paragraaf 3 en een paragraaf 4 toegevoegd, die luiden als volgt:
  " § 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, heeft delegatie om:
  1° rentegevende financieringsmiddelen met inbegrip van thesauriebewijzen als vermeld in artikel 3 van de wet van 22 juli 1991 betreffende de thesauriebewijzen en de depositobewijzen, te creëren;
  2° de voorwaarden en de terugbetalingstermijnen te bepalen of aan te passen, of, in het algemeen, daarover met de geldschieters overeenkomsten af te sluiten;
  3° elke verrichting te doen voor het financieel beheer in het algemeen belang, met inbegrip van het verstrekken van leningen of kredieten en het aangaan van participaties die kaderen in de directe financiering van te consolideren instellingen alsook het stellen van de waarborg van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, naargelang het geval, van dergelijke operaties door derden;
  4° de terugbetaling van kapitaalsaflossingen van leningen van de directe schuld die op vervaldag komen, door middel van leningen te dekken.
  § 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, heeft delegatie om het jaarlijkse percentage vast te stellen van de verbintenissen dat volgens de statistische gegevens over de saldi en de ordonnanties effectief vereffend wordt, als dat is toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.".
  " § 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, heeft delegatie om:
  1° rentegevende financieringsmiddelen met inbegrip van thesauriebewijzen als vermeld in artikel 3 van de wet van 22 juli 1991 betreffende de thesauriebewijzen en de depositobewijzen, te creëren;
  2° de voorwaarden en de terugbetalingstermijnen te bepalen of aan te passen, of, in het algemeen, daarover met de geldschieters overeenkomsten af te sluiten;
  3° elke verrichting te doen voor het financieel beheer in het algemeen belang, met inbegrip van het verstrekken van leningen of kredieten en het aangaan van participaties die kaderen in de directe financiering van te consolideren instellingen alsook het stellen van de waarborg van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, naargelang het geval, van dergelijke operaties door derden;
  4° de terugbetaling van kapitaalsaflossingen van leningen van de directe schuld die op vervaldag komen, door middel van leningen te dekken.
  § 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, heeft delegatie om het jaarlijkse percentage vast te stellen van de verbintenissen dat volgens de statistische gegevens over de saldi en de ordonnanties effectief vereffend wordt, als dat is toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.".
Art. 21. A l'article 12 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juin 2017, il est ajoutĂ© les paragraphes 3 et 4, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " § 3. Le Ministre flamand ayant les finances et les budgets dans ses attributions a délégation pour :
  1° crĂ©er des moyens de financement productifs d'intĂ©rĂȘts, y compris les billets de trĂ©sorerie tels que visĂ©s Ă l'article 3 de la loi du 22 juillet 1991 relative aux billets de trĂ©sorerie et aux certificats de dĂ©pĂŽt ;
  2° fixer ou adapter les conditions et les délais de remboursement, ou, en général, conclure des accords à ce sujet avec les bailleurs de fonds ;
  3° effectuer, dans l'intĂ©rĂȘt public, toute opĂ©ration de gestion comptable, y compris l'octroi de prĂȘts ou de crĂ©dits et la prise de participations s'inscrivant dans le financement direct d'institutions Ă consolider, ainsi que l'octroi de la garantie de la CommunautĂ© flamande ou de la RĂ©gion flamande, selon la cas, de telles opĂ©rations effectuĂ©es par des tiers ;
  4° couvrir par des prĂȘts, le remboursement d'amortissements du capital de prĂȘts de la dette directe, venant Ă date d'Ă©chĂ©ance.
  § 4. Le Ministre flamand ayant les finances et les budgets dans ses attributions a délégation pour fixer le pourcentage annuel des engagements liquidés de maniÚre effective selon les données statistiques en matiÚre de soldes et d'ordonnances, si cela est permis dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande. ".
  " § 3. Le Ministre flamand ayant les finances et les budgets dans ses attributions a délégation pour :
  1° crĂ©er des moyens de financement productifs d'intĂ©rĂȘts, y compris les billets de trĂ©sorerie tels que visĂ©s Ă l'article 3 de la loi du 22 juillet 1991 relative aux billets de trĂ©sorerie et aux certificats de dĂ©pĂŽt ;
  2° fixer ou adapter les conditions et les délais de remboursement, ou, en général, conclure des accords à ce sujet avec les bailleurs de fonds ;
  3° effectuer, dans l'intĂ©rĂȘt public, toute opĂ©ration de gestion comptable, y compris l'octroi de prĂȘts ou de crĂ©dits et la prise de participations s'inscrivant dans le financement direct d'institutions Ă consolider, ainsi que l'octroi de la garantie de la CommunautĂ© flamande ou de la RĂ©gion flamande, selon la cas, de telles opĂ©rations effectuĂ©es par des tiers ;
  4° couvrir par des prĂȘts, le remboursement d'amortissements du capital de prĂȘts de la dette directe, venant Ă date d'Ă©chĂ©ance.
  § 4. Le Ministre flamand ayant les finances et les budgets dans ses attributions a délégation pour fixer le pourcentage annuel des engagements liquidés de maniÚre effective selon les données statistiques en matiÚre de soldes et d'ordonnances, si cela est permis dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande. ".
Art. 22. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2017, worden een artikel 13/2 tot en met 13/4 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 13/2. De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele aangelegenheden, heeft delegatie om de diensten met afzonderlijk beheer Landcommanderij Alden Biesen, Kasteel van Gaasbeek en Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen toestemming te geven om bijkomende verbintenissen aan te gaan ten belope van de door de diensten gerealiseerde meerontvangsten, als dat is toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.
  Art. 13/3. De Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting, heeft delegatie om de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen in het kader van haar bevoegdheid voor sociale huisvesting te machtigen om:
  1° marktconforme leningen en bulletleningen te verstrekken, met of zonder rentekortingen;
  2° bijzondere sociale leningen te verstrekken aan particulieren;
  3° grondaankopen te financieren vanuit het Rollend Grondfonds.
  De Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting, heeft delegatie om het Vlaams Woningfonds in het kader van zijn bevoegdheid voor sociale huisvesting te machtigen bijzondere sociale leningen te verstrekken aan particulieren.
  Art. 13/4. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, het wetenschapsbeleid en het technologisch innovatiebeleid, heeft delegatie om in het kader van de opdracht van het Fonds Flankerend Economisch en Innovatiebeleid uitgaven tot 500.000 euro aan te gaan die passen in het sociale, economische en regionale beleid van de Vlaamse Regering.".
  "Art. 13/2. De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele aangelegenheden, heeft delegatie om de diensten met afzonderlijk beheer Landcommanderij Alden Biesen, Kasteel van Gaasbeek en Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen toestemming te geven om bijkomende verbintenissen aan te gaan ten belope van de door de diensten gerealiseerde meerontvangsten, als dat is toegestaan in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.
  Art. 13/3. De Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting, heeft delegatie om de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen in het kader van haar bevoegdheid voor sociale huisvesting te machtigen om:
  1° marktconforme leningen en bulletleningen te verstrekken, met of zonder rentekortingen;
  2° bijzondere sociale leningen te verstrekken aan particulieren;
  3° grondaankopen te financieren vanuit het Rollend Grondfonds.
  De Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting, heeft delegatie om het Vlaams Woningfonds in het kader van zijn bevoegdheid voor sociale huisvesting te machtigen bijzondere sociale leningen te verstrekken aan particulieren.
  Art. 13/4. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, het wetenschapsbeleid en het technologisch innovatiebeleid, heeft delegatie om in het kader van de opdracht van het Fonds Flankerend Economisch en Innovatiebeleid uitgaven tot 500.000 euro aan te gaan die passen in het sociale, economische en regionale beleid van de Vlaamse Regering.".
Art. 22. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juin 2017, il est insĂ©rĂ© les articles 13/2 Ă 13/4, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Art. 13/2. Le Ministre flamand ayant les affaires culturelles dans ses attributions, a délégation pour accorder aux services à gestion séparée " Commanderie d'Alden Biesen, Chùteau de Gaasbeek " et " Musée Royal des Beaux-Arts - Anvers ", la permission de contracter des engagements additionnels à concurrence des recettes supplémentaires réalisées par les services, si cela est permis dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande.
  Art. 13/3. Le Ministre flamand ayant le logement dans ses attributions a délégation pour autoriser la Société flamande du Logement social, dans le cadre de sa compétence en matiÚre de logement social,
  1° d'octroyer des prĂȘts conformes au marchĂ© et des prĂȘts remboursables, avec ou sans rĂ©ductions d'intĂ©rĂȘts ;
  2° d'octroyer des prĂȘts sociaux spĂ©ciaux Ă des personnes privĂ©es ;
  3° de financier des achats de terrain à partir du Fonds foncier roulant.
  Le Ministre flamand ayant logement dans ses attributions a dĂ©lĂ©gation pour autoriser le Fonds flamand du Logement, dans le cadre de sa compĂ©tence en matiĂšre de logement social, d'octroyer des prĂȘts sociaux spĂ©ciaux Ă des personnes privĂ©es.
  Art. 13/4. Dans le cadre de la mission du Fonds pour la politique d'encadrement économique et d'innovation, le Ministre flamand ayant l'économie, la politique scientifique et la politique d'innovation technologique dans ses attributions, a délégation pour engager des dépenses inférieures ou égales à 500.000 euros, s'inscrivant dans le cadre de la politique sociale, économique et régionale du Gouvernement flamand. ".
  " Art. 13/2. Le Ministre flamand ayant les affaires culturelles dans ses attributions, a délégation pour accorder aux services à gestion séparée " Commanderie d'Alden Biesen, Chùteau de Gaasbeek " et " Musée Royal des Beaux-Arts - Anvers ", la permission de contracter des engagements additionnels à concurrence des recettes supplémentaires réalisées par les services, si cela est permis dans le décret contenant le budget général des dépenses de la Communauté flamande.
  Art. 13/3. Le Ministre flamand ayant le logement dans ses attributions a délégation pour autoriser la Société flamande du Logement social, dans le cadre de sa compétence en matiÚre de logement social,
  1° d'octroyer des prĂȘts conformes au marchĂ© et des prĂȘts remboursables, avec ou sans rĂ©ductions d'intĂ©rĂȘts ;
  2° d'octroyer des prĂȘts sociaux spĂ©ciaux Ă des personnes privĂ©es ;
  3° de financier des achats de terrain à partir du Fonds foncier roulant.
  Le Ministre flamand ayant logement dans ses attributions a dĂ©lĂ©gation pour autoriser le Fonds flamand du Logement, dans le cadre de sa compĂ©tence en matiĂšre de logement social, d'octroyer des prĂȘts sociaux spĂ©ciaux Ă des personnes privĂ©es.
  Art. 13/4. Dans le cadre de la mission du Fonds pour la politique d'encadrement économique et d'innovation, le Ministre flamand ayant l'économie, la politique scientifique et la politique d'innovation technologique dans ses attributions, a délégation pour engager des dépenses inférieures ou égales à 500.000 euros, s'inscrivant dans le cadre de la politique sociale, économique et régionale du Gouvernement flamand. ".
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 1995 houdende vaststelling van de regelen betreffende de werking en het beheer van het Vlaams Fonds voor de Lastendelging
CHAPITRE 6. - Modification Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 mai 1995 rĂ©glant le fonctionnement et la gestion du " Vlaams Fonds voor de Lastendelging " (Fonds flamand d'Amortissement des Charges)
Art. 23. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 1995 houdende vaststelling van de regelen betreffende de werking en het beheer van het Vlaams Fonds voor de Lastendelging, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juni 2007 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht
  1° in paragraaf 2, punt 2° wordt tussen de woorden "aangericht door algemene rampen in het Vlaamse Gewest" en de zinsnede ", kunnen volledig op het Fonds worden aangerekend", de zinsnede ", die uiterlijk op 30 juni 2018 erkend zijn" ingevoegd.
  2° in paragraaf 2 wordt een punt 2° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "2° /1. De lasten als gevolg van een landbouwramp, als vermeld in artikel 2, § 1, 2°, van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen, en door de Vlaamse Regering als zodanig erkend conform artikel 2, § 2, van de voormelde wet en dit uiterlijk op 30 juni 2018, kunnen volledig op het Fonds worden aangerekend;"
  1° in paragraaf 2, punt 2° wordt tussen de woorden "aangericht door algemene rampen in het Vlaamse Gewest" en de zinsnede ", kunnen volledig op het Fonds worden aangerekend", de zinsnede ", die uiterlijk op 30 juni 2018 erkend zijn" ingevoegd.
  2° in paragraaf 2 wordt een punt 2° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "2° /1. De lasten als gevolg van een landbouwramp, als vermeld in artikel 2, § 1, 2°, van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen, en door de Vlaamse Regering als zodanig erkend conform artikel 2, § 2, van de voormelde wet en dit uiterlijk op 30 juni 2018, kunnen volledig op het Fonds worden aangerekend;"
Art. 23. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 mai 1995 rĂ©glant le fonctionnement et la gestion du " Vlaams Fonds voor de Lastendelging ", remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 juin 2007 et modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 dĂ©cembre 2016, sont apportĂ©s les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 2, point 2°, le membre de phrase " , qui sont agréés au plus tard le 30 juin 2018 " est insĂ©rĂ© entre les mots " causĂ©s par des calamitĂ©s publiques en RĂ©gion flamande " et le membre de phrase " , peuvent ĂȘtre imputĂ©s entiĂšrement au Fonds ".
  2° au paragraphe 2, il est inséré un point 2° /1, rédigé comme suit :
  " 2° /1 : Les frais suite Ă une calamitĂ© agricole telle que visĂ©e Ă l'article 2, § 1er, 2°, de la loi du 12 juillet 1976 relative Ă la rĂ©paration de certains dommages causĂ©s Ă des biens privĂ©s par des calamitĂ©s naturelles, et agréés comme tels par le Gouvernement flamand conformĂ©ment Ă l'article 2, § 2, de la loi prĂ©citĂ©e et ceci le 30 juin 2018 au plus tard, peuvent ĂȘtre imputĂ©s entiĂšrement au Fonds ; "
  1° au paragraphe 2, point 2°, le membre de phrase " , qui sont agréés au plus tard le 30 juin 2018 " est insĂ©rĂ© entre les mots " causĂ©s par des calamitĂ©s publiques en RĂ©gion flamande " et le membre de phrase " , peuvent ĂȘtre imputĂ©s entiĂšrement au Fonds ".
  2° au paragraphe 2, il est inséré un point 2° /1, rédigé comme suit :
  " 2° /1 : Les frais suite Ă une calamitĂ© agricole telle que visĂ©e Ă l'article 2, § 1er, 2°, de la loi du 12 juillet 1976 relative Ă la rĂ©paration de certains dommages causĂ©s Ă des biens privĂ©s par des calamitĂ©s naturelles, et agréés comme tels par le Gouvernement flamand conformĂ©ment Ă l'article 2, § 2, de la loi prĂ©citĂ©e et ceci le 30 juin 2018 au plus tard, peuvent ĂȘtre imputĂ©s entiĂšrement au Fonds ; "
HOOFDSTUK 7. Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 24. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2018. Artikel 23 heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2017.
Art. 24. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er janvier 2018. L'article 23 produit ses effets le 1er mars 2017.
Art. 25. De Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 25. Le Ministre flamand ayant les finances et les budgets dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.