Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
8 DECEMBER 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering over de erkenning en subsidiëring van observatie-, diagnose- en behandelingsunits(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-01-2018 en tekstbijwerking tot 08-10-2025)
Titre
8 DECEMBRE 2017. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'agrément et au subventionnement d'unités d'observation, de diagnostic et de traitement(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-01-2018 et mise à jour au 08-10-2025)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (37)
Texte (37)
Hoofdstuk 1. [1 Definities]1
Chapitre 1er. [1 Définitions]1
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° agentschap: het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
  2° besluit van 4 februari 2011: het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap;
  [1 2° /1 besluit van 26 februari 2016: het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;]1
  [1 2° /2 decreet van 25 april 2014: het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;]1
  [2 2° /3 G-index: het indexcijfer van de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in titel I, hoofdstuk II, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen;]2
  3° handicap: een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
  [1 3° /1 individuele dienstverleningsovereenkomst: de overeenkomst, vermeld in artikel 8, eerste lid, § 1, 1° van het besluit van 4 februari 2011;
   3° /2 meerderjarige: elke natuurlijke persoon die achttien jaar of ouder is;
   3° /3 MFC: een multifunctioneel centrum voor minderjarigen als vermeld in artikel 2 van het besluit van 26 februari 2016;
   3° /4 vergunde zorgaanbieder: een zorgaanbieder als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap;]1

  4° voorziening: de observatie-, diagnose- en behandelingsunits, vermeld in artikel 2.
  [1 4° /1 werkdag: alle andere dagen dan wettelijke feestdagen, zondagen en zaterdagen.]1
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° agence: l'Agence flamande pour les Personnes handicapées, créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " ;
  2° arrêté du 4 février 2011 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011 relatif aux conditions générales d'agrément et à la gestion de la qualité des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapées ;
  [1 2° /1 arrêté du 26 février 2016 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures ;]1
  [1 2° /2 décret du 25 avril 2014 : le décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ; ]1
  [2 2° /3 indice G : l'indice de l'indice santé lissé, visé au titre I, chapitre II, de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays ;]2
  3° handicap : un handicap tel que visé à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " ;
  [1 3° /1 contrat individuel de services : le contrat, visé à l'article 8, alinéa 1er, § 1, 1° de l'arrêté du 4 février 2011 ;
   3° /2 majeur : chaque personne physique âgée de dix-huit ans ou plus ;
   3° /3 MFC : un centre multifonctionnel pour mineurs, tel que visé à l'article 2 de l'arrêté du 26 février 2016 ;
   3° /4 offreur de soins autorisé : un offreur de soins tel que visé à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant autorisation des offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapées ;]1

  4° structure : les unités d'observation, de diagnostic et de traitement, visées à l'article 2.
  [1 4° /1 jour ouvrable : tous les jours autres que les jours fériés légaux, les dimanches et les samedis.]1
Hoofdstuk 2. [1 Erkenning en subsidiëring van observatie-, diagnose- en behandelingsunits]1
Chapitre 2. [1 Agrément et subventionnement d'unités d'observation, de diagnostic et de traitement]1
Art.2. Het agentschap kan binnen de grenzen van de middelen die daarvoor zijn vastgelegd op zijn begroting observatie-, diagnose- en behandelingsunits erkennen en subsidiëren.
Art.2. L'agence peut agréer et subventionner des unités d'observation, de diagnostic et de traitement dans les limites des moyens engagés à cet effet à son budget.
Art.3. [2 ...]2.
  De voorzieningen, vermeld in artikel 2, bieden ondersteuning aan meerderjarige personen die aan de volgende voorwaarden voldoen:
  1° ze zijn door het agentschap erkend als een persoon met een handicap;
  2° ze hebben een verstandelijke beperking en bijkomende gedragsproblemen, eventueel in combinatie met andere beperkingen;
  3° [1 ze beschikken over een beslissing van het agentschap tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, of ze beschikken over een beslissing van het agentschap tot toewijzing van zorg en ondersteuning voor geïnterneerde personen met een handicap als vermeld in artikel 6, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 over de zorg en ondersteuning voor geïnterneerde personen met een handicap door vergunde zorgaanbieders, of het agentschap heeft een beslissing tot toewijzing van zorg en ondersteuning voor geïnterneerden als vermeld in artikel 6, § 3, van het voormelde besluit, genomen en die beslissing is vervallen met toepassing van artikel 6, § 3, vijfde lid, 1° of 4°, van het voormelde besluit]1.
  De persoon met een handicap hoeft geen aanvraag in te dienen bij het agentschap om te kunnen gebruikmaken van de ondersteuning van een voorziening als vermeld in artikel 2.
  
Art.3. [2 ...]2.
  Les structures, visées à l'article 2, offrent du soutien aux personnes majeures remplissant les conditions suivantes :
  1° elles sont agréées par l'agence en tant que personne handicapée ;
  2° elles souffrent d'une déficience intellectuelle et présentent des troubles du comportement supplémentaires, éventuellement en combinaison avec d'autres déficiences ;
  3° [1 elles disposent d'une décision de l'agence en matière d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, telle que visée au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées, ou elles disposent d'une décision de l'agence en matière d'attribution de soins et de soutien pour les personnes handicapées internées, telle que visée à l'article 6, § 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2018 relatif aux soins et au soutien pour les personnes handicapées internées, fournis par des offreurs de soins autorisés, ou l'agence a pris une décision d'attribution de soins et de soutien pour des personnes internées, telle que visée à l'article 6, § 3, de l'arrêté précité, et cette décision a échu en application de l'article 6, § 3, alinéa 5, 1° ou 4°, de l'arrêté précité.]1.
  La personne handicapée ne doit pas introduire de demande auprès de l'agence afin de pouvoir utiliser le soutien d'une structure telle que visée à l'article 2.
  
Art. 3/1. [1 In dit artikel wordt verstaan onder:
   1° jongere: persoon vanaf de leeftijd van zestien jaar tot en met de leeftijd van vijfentwintig jaar, die niet onder de toepassing van artikel 3 valt;
   2° leidend ambtenaar: de administrateur-generaal van het agentschap.
   De voorzieningen, vermeld in artikel 2 van dit besluit, bieden ondersteuning aan jongeren die aan al de volgende voorwaarden voldoen:
   1° ze beschikken over een persoonlijke-assistentiebudget als vermeld in artikel 19/2 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, maken gebruik van een MFC of beschikken over een geldig indicatiestellingsverslag als vermeld in artikel 21, eerste lid, 2°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, waarin een typemodule wordt beschreven die toegang verleent tot het gebruik van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor minderjarigen als vermeld in artikel 9 van het decreet van 25 april 2014;
   2° ze hebben een verstandelijke beperking en bijkomende gedragsproblemen, eventueel in combinatie met andere beperkingen.
   Jongeren vanaf twaalf jaar die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, kunnen in uitzonderlijke gevallen gebruikmaken van een voorziening, vermeld in artikel 2. In dat geval richt de voorziening in elk individueel geval een gemotiveerde aanvraag tot de leidend ambtenaar.
   De leidend ambtenaar deelt de beslissing over de aanvraag, vermeld in het derde lid, schriftelijk mee aan de voorziening, vermeld in artikel 2, binnen 28 werkdagen vanaf de dag waarop de leidend ambtenaar de gemotiveerde aanvraag heeft ontvangen.
   Jongeren en jongeren vanaf twaalf jaar, of hun wettelijk vertegenwoordiger, hoeven geen aanvraag in te dienen bij het agentschap om te kunnen gebruikmaken van de ondersteuning van een voorziening, vermeld in artikel 2.]1

  
Art. 3/1. [1 Dans le présent article, on entend par :
   1° jeune : toute personne âgée de seize à vingt-cinq ans, qui ne relève pas de l'application de l'article 3 ;
   2° fonctionnaire dirigeant : l'administrateur général de l'agence.
   Les structures, visées à l'article 2 du présent arrêté, offrent du soutien aux jeunes qui remplissent toutes les conditions suivantes :
   1° elles disposent d'un budget d'assistance personnelle, tel que visé à l'article 19/2 du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Agence flamande pour les Personnes handicapées, font usage d'un MFC ou disposent d'un rapport d'indication valable tel que visé à l'article 21, alinéa 1er, 2°, du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, qui décrit un module type donnant accès à l'utilisation des soins et du soutien non directement accessibles pour mineurs, tels que visés à l'article 9 du décret du 25 avril 2014 ;
   2° elles souffrent d'une déficience intellectuelle et présentent des troubles du comportement supplémentaires, éventuellement en combinaison avec d'autres déficiences.
   Les jeunes à partir de l'âge de douze ans qui remplissent les conditions visées à l'alinéa 2 peuvent, dans des cas exceptionnels, faire usage d'une structure, visée à l'article 2. Dans ce cas, la structure adresse une demande motivée au fonctionnaire dirigeant dans chaque cas individuel.
   Le fonctionnaire dirigeant communique par écrit à la structure, visée à l'article 2, la décision relative à la demande, visée à l'alinéa 3, dans un délai de 28 jours ouvrables à compter du jour où il a reçu la demande motivée.
   Les jeunes et les jeunes à partir de l'âge de 12 ans, ou leur représentant légal, ne sont pas tenus d'introduire une demande auprès de l'agence pour bénéficier du soutien d'une structure, visée à l'article 2. ]1

  
Art.4. De voorzieningen, vermeld in artikel 2, bieden de volgende ondersteuning:
  1° observatie, diagnose en behandeling in een residentiële setting, ambulant of mobiel;
  2° overdracht van specifieke knowhow aan andere actoren die betrokken zijn bij de ondersteuning van de persoon met een handicap.
  [1 3° mobiele en ambulante outreach met het oog op kennisoverdracht naar ondersteuners van andere voorzieningen of diensten die personen met een handicap ondersteunen, en die behoefte hebben aan handicapspecifieke kennis over de doelgroep personen met een handicap en ernstige gedragsstoornissen om hun ondersteuning beter af te stemmen op de vragen en behoeften van personen met een handicap in het algemeen of in het kader van de begeleiding van specifieke personen met een handicap. De kennisoverdracht via mobiele outreach kan geboden worden via participatie en ondersteuning in de werking van de andere dienst.]1
  De voorzieningen, vermeld in artikel 2, maken in samenspraak met de andere actoren die betrokken zijn bij de ondersteuning van de persoon met een handicap, een handelingsplan op met het oog op de terugkeer naar de reguliere woon- en leefsituatie. Als dat nodig is, wordt in vervolgondersteuning voorzien.
  De periode van ondersteuning als vermeld in het eerste lid, 1°, bedraagt maximaal negen maanden. Die periode kan maximaal twee keer worden verlengd als het agentschap de motivatie van de voorziening voor de verlenging goedkeurt.
  
Art.4. Les structures, visées à l'article 2, offrent le soutien suivant :
  1° l'observation, le diagnostic et le traitement dans une structure résidentielle, ambulatoire ou mobile ;
  2° le transfert de savoir-faire spécifique à d'autres acteurs concernés par le soutien de la personne handicapée.
  [1 3° outreach mobile et ambulatoire en vue du transfert de connaissances aux assistants d'autres structures ou services soutenant des personnes handicapées, qui ont besoin de connaissances spécifiques au handicap sur le groupe cible des personnes handicapées et des troubles graves du comportement afin de mieux adapter leur assistance aux questions et besoins des personnes handicapées en général ou dans le cadre de l'accompagnement de personnes handicapées spécifiques. Le transfert de connaissances par l'outreach mobile peut être offert moyennant une participation et un soutien dans le fonctionnement de l'autre service.]1
  En vue du retour à la situation régulière d'habitat et de vie, les structures visées à l'article 2 établissent un plan d'action en concertation avec les autres acteurs concernés par le soutien de la personne handicapée. Si nécessaire, une poursuite du soutien est prévue.
  La période de soutien telle que visée à l'alinéa 1er, 1°, ne dépasse pas neuf mois. Cette période peut être prolongée au maximum deux fois si l'agence approuve la motivation de la structure relative à la prolongation.
  
Art.5. De programmatie voor de erkenning van de voorzieningen, vermeld in artikel 2, bedraagt [1 3982,01]1 personeelspunten.
  De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, kan binnen de grenzen van de middelen die daarvoor zijn vastgelegd op de begroting van het agentschap, de programmatie, vermeld in het eerste lid, aanpassen.
  
Art.5. La programmation de l'agrément des structures, visée à l'article 2, s'élève à [1 3.982,01]1 points de personnel.
  Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions peut adapter la programmation visée à l'alinéa 1er, dans les limites des moyens engagés à cet effet au budget de l'agence.
  
Art.6. Om erkend te worden en te blijven als een voorziening als vermeld in artikel 2, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
  1° opgericht zijn door een privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is haar leden een vermogensvoordeel te bezorgen, door een vennootschap met rechtspersoonlijkheid en [1 die erkend is als een sociale onderneming]1, of door een ondergeschikt bestuur zoals een provincie, een gemeente, een intercommunale van gemeenten of een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
  2° passen binnen de programmatie, vermeld in artikel 5.
  Het besluit van 4 februari 2011 is van toepassing.
  [1 De voorziening, vermeld in artikel 2, erkent het belang van het gebruik van het Nederlands en engageert zich voor het gebruik ervan bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten.]1
Art.6. Pour obtenir et conserver l'agrément comme structure telle que visée à l'article 2, les conditions suivantes doivent être remplies :
  1° être créée par une association de droit privé dotée de la personnalité juridique pour laquelle il est interdit par loi de fournir un avantage patrimoniale à ses membres, par une société dotée de la personnalité juridique et [1 qui est agréée en tant qu'entreprise sociale]1, ou par un pouvoir subordonné comme une province, une commune, une société intercommunale de communes ou un centre public d'aide sociale ;
  2° s'inscrire dans la programmation visée à l'article 5.
  L'arrêté du 4 février 2011 s'applique.
  [1 La structure, visée à l'article 2, reconnaît l'importance de l'utilisation du néerlandais et s'engage à l'utiliser dans l'exercice des activités subventionnées.]1
Art.7. Het besluit van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap is niet van toepassing op de erkenning van de voorzieningen, vermeld in artikel 2 van dit besluit, met uitzondering van artikel 9, 10 en 12 tot en met 17 van het voormelde besluit van 15 december 1993, voor de aanvraag van een erkenning en de afhandeling van de aanvraag van een erkenning.
  De voorzieningen, vermeld in artikel 2, worden erkend voor een aantal personeelspunten.
Art.7. L'arrêté du 15 décembre 1993 fixant la réglementation générale relative à l'octroi d'autorisations et d'agréments par l'Agence flamande pour des personnes handicapées ne s'applique pas à l'agrément des structures, visées à l'article 2 du présent arrêté, à l'exception des articles 9, 10 et 12 à 17 inclus de l'arrêté précité du 15 décembre 1993, en ce qui concerne la demande d'agrément et le traitement de la demande d'agrément.
  Les structures, visées à l'article 2, sont agréées pour un nombre de points de personnel.
Art.8. Het agentschap subsidieert de personeelspunten waarvoor de voorziening, vermeld in artikel 2, is erkend, in voorkomend geval verminderd met de personeelspunten die worden omgezet in werkingsmiddelen als vermeld in artikel 9.
  Het agentschap verleent bijkomend een werkingstoelage van 89 euro per personeelspunt waarvoor de voorziening, vermeld in artikel 2, is erkend.
  Het agentschap subsidieert de werkingsmiddelen, vermeld in artikel [1 9]1, eerste lid, op voorwaarde dat er over de aanwending van het bedrag voorafgaand overleg is gepleegd met het collectieve overlegorgaan, vermeld in artikel 27 van het besluit van 4 februari 2011, of dat er collectieve inspraak als vermeld in artikel 30 van het voormelde besluit, is geweest en [2 dat er overleg met de werknemersvertegenwoordiging heeft plaatsgevonden]2, en er aan die overlegkanalen transparantie is geboden over de aanwending.
  Op verzoek van het agentschap bewijst de voorziening, vermeld in artikel 10, het resultaat van het overleg met het collectieve overlegorgaan of de collectieve inspraak en het schriftelijk akkoord met de werknemersvertegenwoordiging.
  [2 ...]2.
  [3 Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met de G-index, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index december X-1/G-index december X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt.]3
  
Art.8. L'agence subventionne les points de personnel pour lesquels la structure, visée à l'article 2, est agréée, le cas échéant diminués des points de personnel convertis en moyens de fonctionnement tels que visés à l'article 9.
  L'agence accorde une subvention de fonctionnement supplémentaire de 89 euros par point de personnel pour lequel la structure, visée à l'article 2, est agréée.
  L'agence subventionne les moyens de fonctionnement, visés à l'article [1 9]1, alinéa 1er, à condition qu'il y ait eu une concertation préalable relative à l'affectation du montant avec l'organe de concertation collectif, visé à l'article 27 de l'arrêté du 4 février 2011, ou qu'il y ait eu un droit d'expression collectif tel que visé à l'article 30 de l'arrêté précité et [2 qu'une concertation avec la représentation des travailleurs ait eu lieu]2 et que de la transparence ait été offerte à ces filières de concertation en matière de l'affectation.
  A la demande de l'agence, la structure visée à l'article 10 prouve le résultat de la concertation avec l'organe de concertation collectif ou la participation collective et l'accord écrit avec la représentation des travailleurs.
  [2 ...]2.
  [3 Le montant visé à l'alinéa 2, est annuellement adapté au 1er janvier, compte tenu de l'indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient. ]3
  
Art. 8/1. [1 Het gedeelte van de werkingstoelagen, vermeld in artikel 8, tweede lid, dat de verantwoorde kosten overschrijdt, mag worden aangewend voor de aanleg van reserves tot maximaal 20 % van het subsidiebedrag, met uitzondering van het sociaal passief.
   De totale gecumuleerde reserves, met uitzondering van het sociaal passief, kunnen maximaal 50 % van het subsidiebedrag van het laatst gesubsidieerde werkingsjaar bedragen.
   Het sociaal passief, vermeld in het eerste en tweede lid, wordt beperkt tot 25 % van de jaarlijkse personeelskosten.
   Als het maximum, vermeld in het eerste en tweede lid, overschreden wordt, wordt het overschreden bedrag teruggestort aan het agentschap, tenzij het agentschap na motivering beslist dat er van de maximumpercentages kan worden afgeweken.
   Als de voorziening, vermeld in artikel 2, niet verder wordt gesubsidieerd, wordt het gecumuleerde bedrag van de reserves aan het agentschap teruggestort.
   In afwijking van het vijfde lid hoeven de reserves die aangelegd zijn voor het sociaal passief, na expliciete goedkeuring door het agentschap, niet aan het agentschap te worden teruggestort.]1

  
Art. 8/1. [1 La partie des allocations de fonctionnement, visées à l'article 8, alinéa deux, qui dépasse les frais justifiés, peut être affectée à la constitution de réserves à concurrence d'au maximum vingt pour cent du montant de la subvention, à l'exception du passif social.
   Les réserves totales cumulées, à l'exception du passif social, peuvent s'élever à au maximum 50 % du montant de subvention de la dernière année d'activité subventionnée.
   Le passif social, visé aux alinéas premier et deux, est limité à 25 % des frais de personnel annuels.
   En cas de dépassement du maximum, visé aux alinéas premier et deux, le montant dépassé est remboursé à l'agence, sauf si l'agence décide, moyennant une motivation, qu'il peut être dérogé aux pourcentages maximaux.
   Lorsque la structure visée à l'article 2 n'est plus subventionnée, le montant cumulé des réserves sera remboursé à l'agence.
   Par dérogation à l'alinéa cinq les réserves constituées pour le passif social ne doivent pas être restituées à l'agence, après approbation explicite de l'agence.]1

  
Art.9. Een voorziening als vermeld in artikel 2, kan maximaal [1 3 %]1 van de personeelspunten waarvoor ze is erkend, omzetten in werkingsmiddelen tegen een bedrag per punt.
  [1 Het bedrag per punt bedraagt 834 euro (achthonderdvierendertig euro).]1
  Het bedrag, vermeld in het eerste lid, mag niet aangewend worden voor reservevorming of voor de aanwerving van personeel of voor de vergoeding van personeelskosten. De besteding van het bedrag mag gespreid worden over meer dan een boekhoudkundig jaar.
  [2 In afwijking van het derde lid kan het bedrag, vermeld in het eerste lid, aangewend worden voor de vergoeding van variabele prestaties die niet vergoed worden conform [3 artikel 13/1 en 13/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten.]3]2
  [1 [4 Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met de G-index, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index december X-1/G-index december X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt.]4]1
Art.9. Une structure telle que visée à l'article 2 peut convertir un maximum de [1 3 %]1 des points de personnel pour lesquels elle a été agréée en moyens de fonctionnement, à raison d'un montant fixe par point.
  [1 Le montant par point s'élève à 834 euros (huit cent trente-quatre euros).]1.
  Le montant, visé à l'alinéa 1er, ne peut pas être utilisé à des fins de constitution de réserves ou de recrutement de personnel ou d'indemnisation de frais de personnel. La dépense du montant peut être étalée sur plusieurs exercices comptables.
  [2 Par dérogation à l'alinéa 3, le montant visé à l'alinéa 1er peut être utilisé pour la rémunération des prestations variables qui ne sont pas rémunérées conformément [3 aux articles 13/1 et 13/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel.]3]2
  [1 [4 Le montant visé à l'alinéa 2 est annuellement adapté au 1er janvier, compte tenu de l'indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient.]4]1
Art.10. De voorzieningen, vermeld in artikel 2, bezorgen jaarlijks een verslag over hun werking aan het agentschap.
  Het verslag wordt opgemaakt aan de hand van de sjabloon die wordt vastgesteld door het agentschap en bevat onder meer de volgende elementen:
  1° informatie over de personen met een handicap;
  2° een beschrijving van de geboden ondersteuning;
  3° informatie over de samenwerking met de andere actoren die betrokken zijn bij de ondersteuning;
  4° informatie over de doorstroom van de personen met een handicap aan wie ondersteuning wordt geboden;
  5° mededeling van knelpunten en opportuniteiten.
  Het jaarverslag wordt aan het agentschap bezorgd vóór 30 maart van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop het jaarverslag betrekking heeft.
Art.10. Les structures, visées à l'article 2, transmettent annuellement un rapport sur le fonctionnement à l'agence.
  Le rapport est établi à l'aide du modèle fixé par l'agence et comprend entre autres les éléments suivants :
  1° des informations sur les personnes handicapées ;
  2° une description du soutien offert ;
  3° des informations sur la coopération avec les autres acteurs concernés par le soutien ;
  4° des informations sur la transition des personnes handicapées auxquelles il est offert du soutien ;
  5° une communication des points névralgiques et des opportunités.
  Le rapport annuel est transmis à l'agence avant le 30 mars de l'année calendaire suivant l'année calendaire à laquelle le rapport annuel se rapporte.
Art.11. Als verantwoording over de besteding van de toegekende middelen bezorgen de voorzieningen, vermeld in artikel 2, de gegevens met betrekking tot de duur en de frequentie van de afgesproken ondersteuning, zoals opgenomen in de individuele dienstverleningsovereenkomst, vermeld in artikel 8, § 1, 2°, van het besluit van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap, aan het agentschap op de wijze die het agentschap bepaalt.
Art.11. Comme justification de l'affectation des moyens octroyés, les structures visées à l'article 2 transmettent à l'agence de la manière déterminée par l'agence, les données sur la durée et la fréquence du soutien convenu, telles que reprises dans le contrat individuel de services, visé à l'article 8, § 1er, 2°, de l'arrêté du 4 février 2011 relatif aux conditions générales d'agrément et à la gestion de la qualité des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapées.
Art.12. [1 De personen vermeld in artikel 3 of artikel 3/1, die ondersteund worden door een voorziening, vermeld in artikel 2, staan zelf in voor de woon- en leefkosten.
   Als een persoon vermeld in artikel 3 of artikel 3/1 een individuele dienstverleningsovereenkomst als vermeld in artikel 34 van het besluit van 26 februari 2016, heeft gesloten met een MFC, kan de voorziening, vermeld in artikel 2 van dit besluit, in afwijking van het eerste lid, geen woon-en leefkosten aanrekenen, maar wel een financiële bijdrage die berekend wordt conform artikel 25 of 27 van het besluit van 26 februari 2016.]1

  
Art.12. [1 Les personnes, visées à l'article 3 ou à l'article 3/1, qui sont soutenues par une structure, visée à l'article 2, sont responsables des frais de logement et de subsistance.
   Si une personne, visée à l'article 3 ou à l'article 3/1, a conclu avec un MFC un contrat individuel de services, tel que visé à l'article 34 de l'arrêté du 26 février 2016, la structure, visée à l'article 2 du présent arrêté, peut, contrairement à l'alinéa 1er, ne pas facturer les frais de logement et de subsistance, mais peut facturer une contribution financière calculée conformément à l'article 25 ou 27 de l'arrêté du 26 février 2016. ]1

  
Art.13. In afwijking van artikel 12 kan voor de personen met een handicap die vóór de inwerkingtreding van dit besluit in het kader van een FAM de ondersteuning, vermeld in artikel 4 van dit besluit, genoten en financiële bijdragen betaalden als vermeld in artikel 22 van het besluit van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van flexibele aanbodcentra voor meerderjarige personen met een handicap, na overleg met de personen met een handicap of de gebruikers en hun vertegenwoordigers, bepaald worden op welke wijze ze voor de gebruikers, die op 1 januari 2017 financiële bijdragen betalen, in de periode van 1 januari 2017 tot en met 1 januari 2021 overgaan van een systeem van financiële bijdragen naar een systeem waarbij de persoon met een handicap of de gebruiker zelf instaat voor de woon- en leefkosten.
Art.13. Par dérogation à l'article 12, il peut être prévu, pour les personnes handicapées qui, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, ont bénéficié du soutien visé à l'article 4 du présent arrêté dans le cadre d'une offre flexible pour majeurs, et qui ont payé des contributions financières telles que visées à l'article 22 de l'arrêté du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres d'offre de services flexibles en faveur de personnes handicapées majeures, après concertation avec les personnes handicapées ou les usagers et leurs représentants, le mode de passage, au cours de la période du 1er janvier 2017 au 1er janvier 2021, pour les usagers payant des contributions financières au 1er janvier 2017, d'un système de contributions financières à un système où la personne handicapée elle-même ou l'usager lui-même prend en charge les frais de logement et de subsistance.
Art.14. De volgende voorzieningen worden voor de volgende aantallen personeelspunten ambtshalve erkend als een voorziening als vermeld in artikel 2:
  1° De lovie: [1 822,66]1 personeelspunten;
  2° Sint-Oda: [1 822,66]1 personeelspunten;
  3° `t Zwart Goor: [1 770,15]1 personeelspunten;
  4° Broeder Ebergiste: [1 770,14]1 personeelspunten.
  [1 5° Zonnelied: 796,4 personeelspunten.]1
Art.14. Les structures suivantes sont agréées d'office en tant que structure telle que visée à l'article 2 pour les nombres suivants de points de personnel :
  1° De Lovie : [1 822,66]1 points de personnel ;
  2° Sint-Oda : [1 822,66]1 points de personnel ;
  3° `t Zwart Goor : [1 770,15]1 points de personnel ;
  4° Broeder Ebergiste : [1 770,14]1 points de personnel.
  [1 5° Zonnelied : 796,4 points de personnel. ]1
Hoofdstuk 3. [1 Erkennen en subsidiëren van units die time-out aanbieden]1
Chapitre 3. [1 Agrément et subventionnement des unités qui offrent un time-out]1
Art. 15/1. [1 In dit hoofdstuk wordt onder time-out begrepen de residentiële ondersteuning voor een al dan niet aaneengesloten periode van maximaal zestig dagen per jaar en per individuele persoon met een handicap, die gericht is op de aanpak of preventie van crisissituaties.]1
  
Art. 15/1. [1 Dans le présent chapitre, on entend par time-out le soutien résidentiel pendant une période ininterrompue ou non de maximum soixante jours par an et par personne handicapée, qui est axé sur l'approche ou la prévention de situations de crise.]1
  
Art. 15/2. [1 Het agentschap kan binnen de grenzen van de middelen die daarvoor zijn vastgelegd op zijn begroting, units erkennen en subsidiëren die plaatsen aanbieden die bestemd zijn voor time-out.
   De unit, vermeld in het eerste lid, dient de aanvraag tot erkenning als aanbieder van time-out in bij het agentschap via de webapplicatie die het agentschap heeft vastgesteld.
   In de aanvraag tot erkenning als aanbieder van time-out omschrijft de unit, vermeld in het eerste lid, duidelijk de doelgroep waarvoor time-out wordt aangeboden.
   Het agentschap onderzoekt de aanvraag tot erkenning als aanbieder van time-out en kan, als dat nodig is, bijkomende inlichtingen vragen.
   Het agentschap deelt de beslissing tot erkenning of tot weigering van de erkenning als aanbieder van time-out mee aan de unit, vermeld in het eerste lid, die de erkenning heeft aangevraagd.]1

  
Art. 15/2. [1 L'agence peut agréer et subventionner, dans les limites des moyens engagés à cette fin dans son budget, les unités qui offrent des places destinées au time-out.
   L'unité, visée à l'alinéa 1er, introduit auprès de l'agence la demande d'agrément en tant qu'offreur de time-out par le biais de l'application web mise en place par l'agence.
   Dans la demande d'agrément en tant qu'offreur de time-out, l'unité visée à l'alinéa 1er décrit clairement le groupe cible auquel le time-out est offert.
   L'agence examine la demande d'agrément en tant qu'offreur de time-out et peut, si nécessaire, demander des informations complémentaires.
   L'agence communique la décision d'agrément ou de refus d'agrément en tant qu'offreur de time-out à l'unité, visée à l'alinéa 1er, qui a introduit la demande d'agrément.]1

  
Art. 15/3. [1 De units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, van dit besluit, bieden ondersteuning aan meerderjarige personen die aan al de volgende voorwaarden voldoen:
   1° ze zijn door het agentschap erkend als een persoon met een handicap;
   2° ze behoren tot de doelgroep waarvoor de vergunde zorgaanbieder zich heeft geëngageerd in de aanvraag, vermeld in artikel 15/2, tweede lid, van dit besluit;
   3° ze beschikken over een beslissing van het agentschap tot toewijzing van een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014, of ze beschikken over een beslissing van het agentschap tot toewijzing van zorg en ondersteuning voor geïnterneerde personen met een handicap als vermeld in artikel 6, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 over de zorg en ondersteuning voor geïnterneerde personen met een handicap door vergunde zorgaanbieders, of het agentschap heeft een beslissing tot toewijzing van zorg en ondersteuning voor geïnterneerden als vermeld in artikel 6, § 3, van het voormelde besluit, genomen en die beslissing is vervallen met toepassing van artikel 6, § 3, vijfde lid, 1° of 4°, van het voormelde besluit.
   De persoon met een handicap hoeft geen aanvraag in te dienen bij het agentschap om te kunnen gebruikmaken van de ondersteuning door een unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid.]1

  
Art. 15/3. [1 Les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, du présent arrêté, offrent du soutien aux personnes majeures qui remplissent toutes les conditions suivantes :
   1° elles sont agréées par l'agence en tant que personne handicapée ;
   2° elles appartiennent au groupe cible pour lequel l'offreur de soins autorisé s'est engagé dans la demande, visée à l'article 15/2, alinéa 2, du présent arrêté ;
   3° elles disposent d'une décision de l'agence en matière d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014, ou elles disposent d'une décision de l'agence en matière d'attribution de soins et de soutien pour les personnes handicapées internées, tels que visés à l'article 6, § 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2018 relatif aux soins et au soutien pour les personnes handicapées internées par des offreurs de soins autorisés, ou l'agence a pris une décision en matière d'attribution de soins et de soutien pour les personnes internées, tels que visés à l'article 6, § 3, de l'arrêté précité, et cette décision s'est éteinte en application de l'article 6, § 3, alinéa 5, 1° ou 4°, de l'arrêté précité.
   La personne handicapée ne doit pas introduire une demande auprès de l'agence pour bénéficier du soutien fourni par une unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er.]1

  
Art. 15/4. [1 § 1. De units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, bieden time-out aan.
   De units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, bewaken het evenwicht tussen plaatsen voor time-out als preventie en plaatsen voor time-out in crisissituaties.
   § 2. De units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, maken in samenspraak met de andere actoren die betrokken zijn bij de ondersteuning van de persoon met een handicap, een nota met afspraken met het oog op de terugkeer naar de reguliere woon- en leefsituatie na de beëindiging van de time-out.
   De units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, hebben bijzondere aandacht voor regionale afstemming bij de toewijzing van een time-outplaats aan een persoon als vermeld in artikel 15/3.
   Het agentschap pleegt één keer per jaar overleg met alle units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, om de time-out, inclusief de regionale afstemming, vermeld in het tweede lid, te evalueren.
   Voor de toepassing van het begrip regionale afstemming, vermeld in het tweede en derde lid, wordt een provincie aanzien als één regio. De provincie Vlaams-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vormen één regio.
   § 3. Het agentschap legt de wijze vast waarop de ondersteuning, vermeld in artikel 15/1, wordt geregistreerd door de unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid.
   § 4. De units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, hebben per time-outplaats een bezetting van minstens 220 dagen per jaar.
   Als de units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, de minimumbezetting, vermeld in het eerste lid, niet halen, kan het agentschap de erkenning wijzigen.
   Het agentschap brengt de unit, vermeld in artikel 15/2, schriftelijk op de hoogte van de intentie om de erkenning te wijzigen. Deze kennisgeving bevat:
   1° de specifieke outputnorm die niet gehaald is;
   2° de gegevens en bevindingen waarop de beslissing gebaseerd is;
   3° de voorgestelde wijziging van de erkenning.
   De unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, kan binnen een termijn van dertig werkdagen na ontvangst van de kennisgeving, vermeld in het derde lid, schriftelijke bezwaren indienen.
   Binnen dertig werkdagen na ontvangst van de schriftelijke bezwaren, deelt het agentschap schriftelijk de definitieve beslissing over de wijziging van de erkenning mee aan de unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid.
   Als de unit, vermeld in artikel 15/2, geen schriftelijke bezwaren heeft ingediend bij het agentschap binnen de termijn vermeld in het vierde lid, dan deelt het agentschap de definitieve beslissing over de wijziging van de erkenning mee aan de unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, binnen dertig werkdagen te rekenen vanaf het verloop van de termijn vermeld in het vierde lid.]1

  
Art. 15/4. [1 § 1er. Les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, offrent un time-out.
   Les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, veillent à l'équilibre entre les places pour le time-out à titre préventif et les places pour le time-out dans les situations de crise.
   § 2. Les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, établissent, en concertation avec les autres acteurs impliqués dans le soutien de la personne handicapée, une note fixant les accords relatifs au retour à la situation de logement et de la vie ordinaire après la cessation du time-out.
   Les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, accordent une attention particulière à la coordination régionale lors de l'attribution d'une place time-out à une personne telle que visée à l'article 15/3.
   L'agence consulte une fois par an toutes les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, pour évaluer le time-out, y compris la coordination régionale, visée à l'alinéa 2.
   Pour l'application du concept de coordination régionale, visée aux alinéas 2 et 3, une province est considérée comme une région. La province du Brabant flamand et la Région de Bruxelles-Capitale forment une seule région.
   § 3. L'agence fixe les modalités selon lesquelles le soutien, visé à l'article 15/1, est enregistré par l'unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er.
   § 4. Les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, ont une occupation d'au moins 220 jours par an pour chaque place time-out.
   Si les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, n'atteignent pas le taux d'occupation minimum, visé à l'alinéa 1er, l'agence peut modifier l'agrément.
   L'agence notifie par écrit à l'unité, visée à l'article 15/2, son intention de modifier l'agrément. Cette notification comprend :
   1° la norme d'output spécifique qui n'est pas atteinte ;
   2° les données et constatations sur lesquelles la décision est basée ;
   3° la modification proposée de l'agrément.
   L'unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er, peut introduire des objections écrites dans un délai de trente jours ouvrables à compter de la réception de la notification, visée à l'alinéa 3.
   Dans les trente jours ouvrables suivant la réception des objections écrites, l'agence communique par écrit la décision définitive relative à la modification de l'agrément à l'unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er.
   Si l'unité, visée à l'article 15/2, n'a pas introduit d'objections écrites auprès de l'agence dans le délai visé à l'alinéa 4, l'agence communique alors la décision définitive relative à la modification de l'agrément à l'unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er, dans un délai de trente jours ouvrables à compter de l'expiration du délai visé à l'alinéa 4.]1

  
Art. 15/5. [1 De programmatie voor de erkenning van de units, vermeld in artikel 15/1, eerste lid, bedraagt 630 personeelspunten, waarvan 105 personeelspunten voorzien zijn per time-outplaats, vermeld in artikel 15/2, eerste lid.]1
  
Art. 15/5. [1 La programmation pour l'agrément des unités, visées à l'article 15/1, alinéa 1er, s'élève à 630 points de personnel, dont 105 points de personnel sont prévus pour chaque place time-out, visée à l'article 15/2, alinéa 1er.]1
  
Art. 15/6. [1 Om erkend te worden en te blijven als een unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, moet aan al de volgende voorwaarden worden voldaan:
   1° een vergunde zorgaanbieder zijn;
   2° passen binnen de programmatie, vermeld in artikel 15/5.
   Het besluit van 4 februari 2011 is van toepassing op de units, vermeld in artikel 15/2.
   De unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, erkent het belang van het gebruik van het Nederlands en engageert zich voor het gebruik ervan bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten.]1

  
Art. 15/6. [1 Pour obtenir et conserver l'agrément en tant qu'unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er, toutes les conditions suivantes doivent être remplies :
   1° être un offreur de soins de santé autorisé ;
   2° s'inscrire dans la programmation visée à l'article 15/5.
   L'arrêté du 4 février 2011 s'applique aux unités, visées à l'article 15/2.
   L'unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er, reconnaît l'importance de l'utilisation du néerlandais et s'engage à l'utiliser dans l'exercice des activités subventionnées.]1

  
Art. 15/7. [1 Het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap is niet van toepassing op de erkenning van de units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, van dit besluit.
   In afwijking van het eerste lid zijn artikel 9, 10 en 12 tot en met 17 van het voormelde besluit van 15 december 1993 van toepassing op de aanvraag van een erkenning als unit als vermeld in artikel 15/2, eerste lid, van dit besluit en de afhandeling van de aanvraag van een erkenning als unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid.
   De units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, worden erkend voor een aantal personeelspunten.]1

  
Art. 15/7. [1 L'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 fixant la réglementation générale relative à l'octroi d'autorisations et d'agréments par l'Agence flamande pour les Personnes handicapées ne s'applique pas à l'agrément des unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, du présent arrêté.
   Contrairement à l'alinéa 1er, les articles 9, 10 et 12 à 17 de l'arrêté précité du 15 décembre 1993 s'appliquent à la demande d'agrément en tant qu'unité, telle que visée à l'article 15/2, alinéa 1er, du présent arrêté et au traitement de la demande d'agrément en tant qu'unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er.
   Les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, sont agréées pour un certain nombre de points de personnel.]1

  
Art. 15/8. [1 Het agentschap subsidieert de personeelspunten waarvoor de units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, zijn erkend, in voorkomend geval verminderd met de personeelspunten die worden omgezet in werkingsmiddelen conform artikel 15/10.
  [2 De units, vermeld in artikel 15/2, kunnen de personeelspunten waarvoor ze erkend zijn, overdragen aan een andere voorziening die door het agentschap erkend of vergund is en erdoor gesubsidieerd wordt.]2
   Het agentschap verleent bijkomend een werkingstoelage van 89 euro per personeelspunt waarvoor de unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, is erkend.
   Het agentschap subsidieert de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 15/10, eerste lid, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
   1° over de aanwending van het bedrag is voorafgaand overleg gepleegd met het collectieve overlegorgaan, vermeld in artikel 27 van het besluit van 4 februari 2011, of er is collectieve inspraak als vermeld in artikel 30 van het voormelde besluit, geweest;
   2° er is overleg met de werknemersvertegenwoordiging geweest;
   3° aan de overlegkanalen, vermeld in punt 1° en 2°, is transparantie geboden over de aanwending.
   Op verzoek van het agentschap bewijst de unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, het resultaat van het overleg met het collectieve overlegorgaan of de collectieve inspraak en het schriftelijk akkoord met de werknemersvertegenwoordiging.]1

  [3 Het bedrag, vermeld in het derde lid, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met de G-index, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index december X-1/G-index december X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt.]3
  
Art. 15/8. [1 L'agence subventionne les points de personnel pour lesquels les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, ont été agréées, le cas échéant, diminués des points de personnel convertis en moyens de fonctionnement conformément à l'article 15/10.
  [2 Les unités visées à l'article 15/2, peuvent transférer les points de personnel pour lesquels elles sont agréées à une autre structure agréée ou autorisée par l'agence et subventionnée par elle. "]2
   L'agence accorde une subvention de fonctionnement supplémentaire de 89 euros par point de personnel pour lequel l'unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er, est agréée.
   L'agence subventionne les moyens de fonctionnement, visés à l'article 15/10, alinéa 1er, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
   1° il y a eu une concertation préalable relative à l'affectation du montant avec l'organe de concertation collectif, visé à l'article 27 de l'arrêté du 4 février 2011, ou il y a eu un droit d'expression collectif tel que visé à l'article 30 de l'arrêté précité ;
   2° il y a eu une concertation avec la représentation des travailleurs ;
   3° de la transparence a été offerte à ces filières de concertation, visées aux points 1° et 2°, en matière de l'affectation.
   A la demande de l'agence, l'unité visée à l'article 15/2, alinéa 1er, prouve le résultat de la concertation avec l'organe de concertation collectif ou la participation collective et l'accord écrit avec la représentation des travailleurs.]1

  [3 Le montant visé à l'alinéa 3, est annuellement adapté au 1er janvier, compte tenu de l'indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient.]3
  
Art. 15/9. [1 Het gedeelte van de werkingstoelagen, vermeld in artikel 15/8, tweede lid, dat de verantwoorde kosten overschrijdt, mag worden aangewend voor de aanleg van reserves tot maximaal 20% van het subsidiebedrag.
   De totale gecumuleerde reserves kunnen maximaal 50% van het subsidiebedrag van het laatst gesubsidieerde werkingsjaar bedragen.
   Als het maximum, vermeld in het eerste en tweede lid, overschreden wordt, wordt het overschreden bedrag teruggestort aan het agentschap, tenzij het agentschap na motivering beslist dat er van de maximumpercentages kan worden afgeweken.
   Als de unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, niet verder wordt gesubsidieerd, wordt het gecumuleerde bedrag van de reserves aan het agentschap teruggestort.]1

  
Art. 15/9. [1 La partie des subventions de fonctionnement, visées à l'article 15/8, alinéa 2, qui dépasse les frais justifiés, peut être affectée pour la constitution de réserves jusqu'à maximum 20 % du montant de la subvention.
   Les réserves cumulées totales peuvent s'élever à au maximum 50 % du montant de subvention de la dernière année d'activité subventionnée.
   Si le maximum, visé aux alinéas 1er et 2, est dépassé, le montant excédentaire est reversé à l'agence, sauf si l'agence décide, après justification, qu'il peut être dérogé aux pourcentages maximums.
   Si l'unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er, n'est plus subventionnée, le montant cumulé des réserves est reversé à l'agence.]1

  
Art. 15/10. [1 Een unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, kan maximaal 3% van de personeelspunten waarvoor die is erkend, omzetten in werkingsmiddelen tegen een bedrag per punt.
   Het bedrag per punt, vermeld in het eerste lid, bedraagt 834 euro (achthonderd vierendertig euro).
   De werkingsmiddelen, vermeld in het eerste lid, kunnen niet aangewend worden voor reservevorming of voor de aanwerving van personeel of voor de vergoeding van personeelskosten. De besteding van het bedrag mag gespreid worden over meer dan een boekhoudkundig jaar.
   In afwijking van het derde lid kan het bedrag, vermeld in het eerste lid, aangewend worden voor de vergoeding van variabele prestaties die niet vergoed worden conform artikel 13/1 en 13/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten.
   [2 Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met de G-index, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index december X-1/G-index december X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt.]2]1

  
Art. 15/10. [1 Une unité telle que visée à l'article 15/2, alinéa 1er, peut convertir un maximum de 3 % des points de personnel pour lesquels elle a été agréée en moyens de fonctionnement, à raison d'un montant fixe par point.
   Le montant par point, visé à l'alinéa 1er, s'élève à 834 euros (huit cent trente-quatre euros).
   Les moyens de fonctionnement, visés à l'alinéa 1er, ne peuvent pas être utilisés à des fins de constitution de réserves ou de recrutement de personnel ou d'indemnisation de frais de personnel. La dépense du montant peut être étalée sur plusieurs exercices comptables.
   Contrairement à l'alinéa 3, le montant visé à l'alinéa 1er peut être utilisé pour la rémunération de services variables qui ne sont pas rémunérés conformément aux articles 13/1 et 13/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel.
  [2 Le montant visé à l'alinéa 2 est annuellement adapté au 1er janvier, compte tenu de l'indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient.]2]1

  
Art. 15/11. [1 De units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, bezorgen jaarlijks een verslag over hun werking aan het agentschap.
   Het verslag, vermeld in het eerste lid, wordt opgemaakt aan de hand van het sjabloon dat het agentschap vaststelt en bevat al de volgende elementen:
   1° informatie over de personen met een handicap;
   2° een beschrijving van de geboden ondersteuning, met inbegrip van de duurtijd van die ondersteuning per persoon;
   3° informatie over de samenwerking met de andere actoren die betrokken zijn bij de ondersteuning;
   4° mededeling van knelpunten en opportuniteiten.
   De units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, bezorgen het verslag, vermeld in het eerste lid, aan het agentschap vóór 30 maart van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop het jaarverslag betrekking heeft.]1

  
Art. 15/11. [1 Les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, transmettent annuellement un rapport sur le fonctionnement à l'agence.
   Le rapport, visé à l'alinéa 1er, est établi à l'aide du modèle fixé par l'agence et comprend tous les éléments suivants :
   1° des informations sur les personnes handicapées ;
   2° une description du soutien offert, y compris de la durée de ce soutien par personne ;
   3° des informations sur la coopération avec les autres acteurs concernés par le soutien ;
   4° une communication des points névralgiques et des opportunités.
   Les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, transmettent le rapport, visé à l'alinéa 1er, à l'agence avant le 30 mars de l'année calendaire qui suit l'année calendaire à laquelle le rapport annuel se rapporte.]1

  
Art. 15/12. [1 Als verantwoording over de besteding van de toegekende middelen, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, bezorgen de units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, van dit besluit, de gegevens over de duur en de frequentie van de afgesproken ondersteuning, zoals die zijn opgenomen in de individuele dienstverleningsovereenkomst, vermeld in artikel 8, § 1, eerste lid, 1°, van het besluit van 4 februari 2011.]1
  
Art. 15/12. [1 Comme justification de l'affectation des moyens octroyés, visés à l'article 15/2, alinéa 1er, les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, transmettent à l'agence les données sur la durée et la fréquence du soutien convenu, telles que reprises dans le contrat individuel de services, visé à l'article 8, § 1er, alinéa 1er, 1°, de l'arrêté du 4 février 2011.]1
  
Art. 15/13. [1 De persoon met een handicap die ondersteund wordt door een unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, staat zelf in voor de woon- en leefkosten.
   Als de persoon met een handicap een individuele dienstverleningsovereenkomst heeft gesloten met een voorziening als vermeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit van 4 februari 2011, en tegelijkertijd een beroep doet op een unit als vermeld in artikel 15/2, eerste lid, van dit besluit, kan de voorziening, vermeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit van 4 februari 2011, tijdens de periode van de time-out, geen woon- en leefkosten aanrekenen aan de persoon met een handicap, met uitzondering van de vergoeding voor het gebruik of de huur van een woning, kamer, studio of appartement, vermeld in artikel 9, § 3, eerste lid, van het besluit van 4 februari 2011, of de vergoeding voor lopende abonnementen of verzekeringen, vermeld in artikel 9, § 3, vierde lid, punt 11° en 12°, van het voormelde besluit.]1

  
Art. 15/13. [1 La personne handicapée soutenue par une unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er, assume elle-même les frais de logement et de subsistance.
   Si la personne handicapée a conclu un contrat individuel de services avec une structure, telle que visée à l'article 4, alinéa 1er, de l'arrêté du 4 février 2011, et fait en même temps appel à une unité telle que visée à l'article 15/2, alinéa 1er, du présent arrêté, la structure, visée à l'article 4, alinéa 1er, de l'arrêté du 4 février 2011 ne peut pas, pendant la période du time-out, facturer de frais de logement et de subsistance à la personne handicapée, à l'exception des frais d'utilisation ou de location d'une habitation, d'une chambre, d'un studio ou d'un appartement, visés à l'article 9, § 3, alinéa 1er, de l'arrêté du 4 février 2011, ou des frais d'abonnements ou d'assurances en cours, visés à l'article 9, § 3, alinéa 4, points 11° et 12°, de l'arrêté précité.]1

  
Art. 15/14. [1 Als de persoon met een handicap een individuele dienstverleningsovereenkomst heeft gesloten met een voorziening als vermeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit van 4 februari 2011, en tegelijkertijd een beroep doet op een unit als vermeld in artikel 15/2, eerste lid, van dit besluit, kan een voorziening als vermeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit van 4 februari 2011, tijdens de periode dat er time-out is, niet overgaan tot een eenzijdige beëindiging van de zorg en ondersteuning als vermeld in artikel 37, § 1, van het besluit van 4 februari 2011.]1
  
Art. 15/14. [1 Si la personne handicapée a conclu un contrat individuel de services avec une structure, telle que visée à l'article 4, alinéa 1er, de l'arrêté du 4 février 2011, et fait en même temps appel à une unité telle que visée à l'article 15/2, alinéa 1er, du présent arrêté, une structure, telle que visée à l'article 4, alinéa 1er, de l'arrêté du 4 février 2011 ne peut pas, pendant la période du time-out, mettre fin unilatéralement aux soins et au soutien tels que visés à l'article 37, § 1er, de l'arrêté du 4 février 2011.]1
  
Hoofdstuk 4. [1 Slotbepalingen]1
Chapitre 4. [1 Dispositions finales]1
Art.16. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017.
Art.16. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2017.
Art. 17. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 17. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.