Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
8 DECEMBER 2017. - Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 en artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en tot opheffing van diverse bepalingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007
Titre
8 DECEMBRE 2017. - DĂ©cret modifiant diverses dispositions du DĂ©cret relatif au sol du 27 octobre 2006 et l'article 38 du dĂ©cret du 23 dĂ©cembre 2011 relatif Ă la gestion durable de cycles de matĂ©riaux et de dĂ©chets, et abrogeant diverses dispositions de l'arrĂȘte VLAREBO du 14 dĂ©cembre 2007
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (66)
Texte (67)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret rÚgle une matiÚre régionale.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006
CHAPITRE 2. - Modifications du Décret relatif au sol du 27 octobre 2006
Art. 2. In artikel 2 van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 30° worden de woorden "door de Vlaamse Regering" vervangen door de zinsnede "met toepassing van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid";
  2° een punt 33° tot en met 38° worden toegevoegd, die luiden als volgt:
  "33° bodemmaterialen: uitgegraven bodem, baggerspecie, ruimingsspecie, grondbrij en bentonietslib;
  34° uitgegraven bodem: bodemmateriaal dat afkomstig is van de uitgraving van de bodem;
  35° baggerspecie: bodemmateriaal dat afkomstig is van het verdiepen, verbreden of onderhouden van bevaarbare waterlopen die behoren tot het openbare hydrografische net, of van de aanleg van nieuwe waterinfrastructuur, met inbegrip van kanalen, havens en dokken;
  36° ruimingsspecie: bodemmateriaal dat afkomstig is van het verdiepen, verbreden of onderhouden van oppervlaktewateren als vermeld in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en geen baggerspecie is;
  37° grondbrij: bodemmateriaal dat afkomstig is van het triëren en het wassen van gewassen uit de volle grond;
  38° bentonietslib: mengsel van uitgegraven bodem en bentoniet dat afkomstig is van toepassingen bij grond- en putboringen en grondwerken.".
  1° in punt 30° worden de woorden "door de Vlaamse Regering" vervangen door de zinsnede "met toepassing van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid";
  2° een punt 33° tot en met 38° worden toegevoegd, die luiden als volgt:
  "33° bodemmaterialen: uitgegraven bodem, baggerspecie, ruimingsspecie, grondbrij en bentonietslib;
  34° uitgegraven bodem: bodemmateriaal dat afkomstig is van de uitgraving van de bodem;
  35° baggerspecie: bodemmateriaal dat afkomstig is van het verdiepen, verbreden of onderhouden van bevaarbare waterlopen die behoren tot het openbare hydrografische net, of van de aanleg van nieuwe waterinfrastructuur, met inbegrip van kanalen, havens en dokken;
  36° ruimingsspecie: bodemmateriaal dat afkomstig is van het verdiepen, verbreden of onderhouden van oppervlaktewateren als vermeld in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en geen baggerspecie is;
  37° grondbrij: bodemmateriaal dat afkomstig is van het triëren en het wassen van gewassen uit de volle grond;
  38° bentonietslib: mengsel van uitgegraven bodem en bentoniet dat afkomstig is van toepassingen bij grond- en putboringen en grondwerken.".
Art. 2. Dans l'article 2 du décret du 27 octobre 2006 relatif à l'assainissement du sol et à la protection du sol, modifié en dernier lieu par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le point 30°, les mots " par le Gouvernement flamand " sont remplacés par le membre de phrase " en application du titre V, chapitre 6, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement " ;
  2° il est ajouté les points 33° à 38° inclus, ainsi rédigés :
  " 33° matériaux de sol : sol excavé, boues de dragage, terre de vidange, sol pùteux et boue bentonitique ;
  34° sol excavé : matériel du sol provenant de l'excavation du sol ;
  35° boues de dragage : matériel du sol provenant de l'approfondissement, de l'élargissement ou de l'entretien des cours d'eau navigables appartenant au réseau hydrographique public ou de l'aménagement de nouvelles infrastructures hydrauliques, y compris les canaux, ports et bassins ;
  36° terre de vidange : matériel du sol provenant de l'approfondissement, de l'élargissement ou de l'entretien des eaux de surface tel que visé au décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau et n'étant pas de boues de dragage ;
  37° sol pùteux : matériel du sol provenant du tri et du nettoyage de cultures de pleine terre ;
  38° boue bentonitique : mélange de sol excavé et bentonite provenant d'applications lors des excavations du sol et des puits et des travaux de terrassement. ".
  1° dans le point 30°, les mots " par le Gouvernement flamand " sont remplacés par le membre de phrase " en application du titre V, chapitre 6, du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement " ;
  2° il est ajouté les points 33° à 38° inclus, ainsi rédigés :
  " 33° matériaux de sol : sol excavé, boues de dragage, terre de vidange, sol pùteux et boue bentonitique ;
  34° sol excavé : matériel du sol provenant de l'excavation du sol ;
  35° boues de dragage : matériel du sol provenant de l'approfondissement, de l'élargissement ou de l'entretien des cours d'eau navigables appartenant au réseau hydrographique public ou de l'aménagement de nouvelles infrastructures hydrauliques, y compris les canaux, ports et bassins ;
  36° terre de vidange : matériel du sol provenant de l'approfondissement, de l'élargissement ou de l'entretien des eaux de surface tel que visé au décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau et n'étant pas de boues de dragage ;
  37° sol pùteux : matériel du sol provenant du tri et du nettoyage de cultures de pleine terre ;
  38° boue bentonitique : mélange de sol excavé et bentonite provenant d'applications lors des excavations du sol et des puits et des travaux de terrassement. ".
Art. 3. In artikel 4 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
  " § 2. De kennisgevingen, meldingen, verzendingen en procedures in het kader van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, bepaald door de Vlaamse Regering, kunnen digitaal gebeuren of verlopen conform de regels die de Vlaamse Regering vaststelt.".
  " § 2. De kennisgevingen, meldingen, verzendingen en procedures in het kader van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, bepaald door de Vlaamse Regering, kunnen digitaal gebeuren of verlopen conform de regels die de Vlaamse Regering vaststelt.".
Art. 3. Dans l'article 4 du mĂȘme dĂ©cret, le paragraphe 2 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 2. Les dĂ©clarations, notifications, envois et procĂ©dures dans le cadre du prĂ©sent dĂ©cret et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution, fixĂ©s par le Gouvernement flamand, peuvent se faire par la voie Ă©lectronique ou se dĂ©rouleront conformĂ©ment aux modalitĂ©s fixĂ©es par le Gouvernement flamand. ".
  " § 2. Les dĂ©clarations, notifications, envois et procĂ©dures dans le cadre du prĂ©sent dĂ©cret et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution, fixĂ©s par le Gouvernement flamand, peuvent se faire par la voie Ă©lectronique ou se dĂ©rouleront conformĂ©ment aux modalitĂ©s fixĂ©es par le Gouvernement flamand. ".
Art. 4. In titel III van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt het opschrift van hoofdstuk II vervangen door wat volgt:
  "HOOFDSTUK II. - Bodemsaneringsdeskundige".
  "HOOFDSTUK II. - Bodemsaneringsdeskundige".
Art. 4. Dans le titre III du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© en dernier lieu par le dĂ©cret du 18 dĂ©cembre 2015, l'intitulĂ© du chapitre II est remplacĂ© par ce qui suit :
  " CHAPITRE II. - Expert en assainissement du sol ".
  " CHAPITRE II. - Expert en assainissement du sol ".
Art. 5. In titel III, hoofdstuk II, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 april 2012, wordt een afdeling I ingevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling I. - Erkenning als bodemsaneringsdeskundige".
  "Afdeling I. - Erkenning als bodemsaneringsdeskundige".
Art. 5. Dans le titre III, chapitre II, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 20 avril 2012, il est insĂ©rĂ© une section Ire, rĂ©digĂ©e comme suit :
  " Section Ire. - Agrément en tant qu'expert en assainissement du sol ".
  " Section Ire. - Agrément en tant qu'expert en assainissement du sol ".
Art. 6. In artikel 8, eerste en tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 20 april 2012, wordt de zinsnede "de bepalingen van hoofdstuk IIIbis van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning" vervangen door de zinsnede "de bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid".
Art. 6. Dans l'article 8, alinĂ©as premier et deux, du mĂȘme dĂ©cret, remplacĂ© par le dĂ©cret du 20 avril 2012, le membre de phrase " les dispositions du chapitre IIIbis du dĂ©cret du 28 juin 1985 relatif Ă l'autorisation Ă©cologique " est remplacĂ© par le membre de phrase " les dispositions du titre V, chapitre 6, du dĂ©cret du 5 avril 1995 contenant des dispositions gĂ©nĂ©rales concernant la politique de l'environnement ".
Art. 7. Aan titel III, hoofdstuk II, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 april 2012, wordt een afdeling II toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling II. - Kwaliteitsborging".
  "Afdeling II. - Kwaliteitsborging".
Art. 7. Au titre III, chapitre II, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 20 avril 2012, il est ajoutĂ© une section II, rĂ©digĂ©e comme suit :
Art. 8. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt aan afdeling II, toegevoegd bij artikel 7, een artikel 8bis toegevoegd, dat luidt als volgt:
Section II. - Assurance de la qualité ".
Art. 9. In artikel 11, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 25 mei 2012 en 28 maart 2014, worden de woorden "beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering" vervangen door de woorden "beschrijvend bodemonderzoek en bodemsanering".
Art. 8. Dans le mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© en dernier lieu par le dĂ©cret du 18 dĂ©cembre 2015, il est ajoutĂ© Ă la section II, insĂ©rĂ©e par l'article 7, un article 8bis, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 8bis. L'expert en assainissement du sol agréé prĂȘte son concours aux audits organisĂ©s par l'OVAM dans les bureaux de l'expert en assainissement du sol, sur le terrain Ă examiner ou Ă un endroit fixĂ© par l'OVAM. L'OVAM Ă©tablit un rapport de l'audit effectuĂ©. Les audits ont pour but de confronter le systĂšme de qualitĂ© utilisĂ© par l'expert en assainissement du sol lors de l'exĂ©cution de ses tĂąches comme expert en assainissement du sol, en explicitant le processus entier de l'initiation de la mission jusqu'Ă la dĂ©livrance du produit fini.
  A la demande de l'OVAM, l'expert en assainissement du sol donne la suite voulue au rapport d'audit et soumet, le cas échéant, un plan d'approche comprenant des mesures de correction et des délais d'exécution à l'approbation de l'OVAM. L'expert en assainissement du sol exécute les mesures de correction dans le délai fixé dans le plan d'approche approuvé.
  Le Gouvernement flamand peut arrĂȘter les modalitĂ©s relatives Ă l'exĂ©cution de l'audit, au rapport d'audit, aux mesures de correction et au plan d'approche. ".
  " Art. 8bis. L'expert en assainissement du sol agréé prĂȘte son concours aux audits organisĂ©s par l'OVAM dans les bureaux de l'expert en assainissement du sol, sur le terrain Ă examiner ou Ă un endroit fixĂ© par l'OVAM. L'OVAM Ă©tablit un rapport de l'audit effectuĂ©. Les audits ont pour but de confronter le systĂšme de qualitĂ© utilisĂ© par l'expert en assainissement du sol lors de l'exĂ©cution de ses tĂąches comme expert en assainissement du sol, en explicitant le processus entier de l'initiation de la mission jusqu'Ă la dĂ©livrance du produit fini.
  A la demande de l'OVAM, l'expert en assainissement du sol donne la suite voulue au rapport d'audit et soumet, le cas échéant, un plan d'approche comprenant des mesures de correction et des délais d'exécution à l'approbation de l'OVAM. L'expert en assainissement du sol exécute les mesures de correction dans le délai fixé dans le plan d'approche approuvé.
  Le Gouvernement flamand peut arrĂȘter les modalitĂ©s relatives Ă l'exĂ©cution de l'audit, au rapport d'audit, aux mesures de correction et au plan d'approche. ".
Art. 10. Aan artikel 22 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid rust de verplichting tot bodemsanering van rechtswege op de persoon die door de OVAM is aangemaand om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren als dat bodemonderzoek een ernstige historische bodemverontreiniging tot stand gekomen op de betreffende grond aantoont, met behoud van de toepassing van de vrijstellingsregeling, vermeld in artikel 23.".
  "In afwijking van het eerste lid rust de verplichting tot bodemsanering van rechtswege op de persoon die door de OVAM is aangemaand om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren als dat bodemonderzoek een ernstige historische bodemverontreiniging tot stand gekomen op de betreffende grond aantoont, met behoud van de toepassing van de vrijstellingsregeling, vermeld in artikel 23.".
Art. 9. Dans l'article 11, alinĂ©a premier, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par les dĂ©crets des 25 mai 2012 et 28 mars 2014, les mots " une reconnaissance descriptive du sol ou un assainissement du sol " sont remplacĂ©s par les mots " une reconnaissance descriptive du sol et un assainissement du sol ".
Art. 11. In artikel 28 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
  " § 2. Een oriënterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Een verslag van het oriënterend bodemonderzoek wordt opgemaakt en bij de OVAM ingediend door de bodemsaneringsdeskundige conform de voormelde standaardprocedure.
  Een bodemonderzoek dat niet is uitgevoerd conform de standaardprocedure, vermeld in het eerste lid, wordt niet beschouwd als een oriënterend bodemonderzoek.".
  " § 2. Een oriënterend bodemonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Een verslag van het oriënterend bodemonderzoek wordt opgemaakt en bij de OVAM ingediend door de bodemsaneringsdeskundige conform de voormelde standaardprocedure.
  Een bodemonderzoek dat niet is uitgevoerd conform de standaardprocedure, vermeld in het eerste lid, wordt niet beschouwd als een oriënterend bodemonderzoek.".
Art. 10. A l'article 22 du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, il est ajoutĂ© un quatriĂšme alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa premier, l'obligation d'assainissement du sol repose d'office sur la personne incitée par l'OVAM à effectuer une reconnaissance descriptive du sol lorsque cette reconnaissance du sol démontre une pollution historique grave du sol qui s'est produite sur le sol concerné, sans préjudice de l'application du rÚglement d'exemption visé à l'article 23. ".
  " Par dérogation à l'alinéa premier, l'obligation d'assainissement du sol repose d'office sur la personne incitée par l'OVAM à effectuer une reconnaissance descriptive du sol lorsque cette reconnaissance du sol démontre une pollution historique grave du sol qui s'est produite sur le sol concerné, sans préjudice de l'application du rÚglement d'exemption visé à l'article 23. ".
Art. 12. In titel III, hoofdstuk IV, afdeling I, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt het opschrift van onderafdeling Ibis vervangen door wat volgt:
  "Onderafdeling Ibis. - Beslissingen op basis van het oriënterend bodemonderzoek".
  "Onderafdeling Ibis. - Beslissingen op basis van het oriënterend bodemonderzoek".
Art. 11. Dans l'article 28 du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, le paragraphe 2 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 2. Une reconnaissance d'orientation du sol est effectuée sous la direction d'un expert en assainissement du sol conformément à la procédure standard, établie par le Gouvernement flamand sur la proposition de l'OVAM. Un rapport de la reconnaissance d'orientation du sol est établi et introduit auprÚs de l'OVAM par l'expert en assainissement du sol conformément à la procédure standard précitée.
  Une orientation du sol qui n'est pas effectuée conformément à la procédure standard visée à l'alinéa premier, n'est pas considérée comme une reconnaissance d'orientation du sol. ".
  " § 2. Une reconnaissance d'orientation du sol est effectuée sous la direction d'un expert en assainissement du sol conformément à la procédure standard, établie par le Gouvernement flamand sur la proposition de l'OVAM. Un rapport de la reconnaissance d'orientation du sol est établi et introduit auprÚs de l'OVAM par l'expert en assainissement du sol conformément à la procédure standard précitée.
  Une orientation du sol qui n'est pas effectuée conformément à la procédure standard visée à l'alinéa premier, n'est pas considérée comme une reconnaissance d'orientation du sol. ".
Art. 13. Artikel 28bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt opgeheven.
Art. 12. Dans le titre III, chapitre IV, section Ire, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© en dernier lieu par le dĂ©cret du 28 mars 2014, l'intitulĂ© de la sous-section Ibis est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Sous-section Ibis. - Décisions sur la base de la reconnaissance d'orientation du sol ".
  " Sous-section Ibis. - Décisions sur la base de la reconnaissance d'orientation du sol ".
Art. 14. Artikel 28ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 28ter. Binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van het verslag van het oriënterend bodemonderzoek spreekt de OVAM zich uit over de aard van de bodemverontreiniging. Ze oordeelt ook of er duidelijke aanwijzingen zijn van een ernstige bodemverontreiniging of van een bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden.
  De OVAM brengt de opdrachtgever van het oriënterend bodemonderzoek op de hoogte van de beslissingen, vermeld in het eerste lid.
  Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in het eerste lid, beroep indienen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.".
  "Art. 28ter. Binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van het verslag van het oriënterend bodemonderzoek spreekt de OVAM zich uit over de aard van de bodemverontreiniging. Ze oordeelt ook of er duidelijke aanwijzingen zijn van een ernstige bodemverontreiniging of van een bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden.
  De OVAM brengt de opdrachtgever van het oriënterend bodemonderzoek op de hoogte van de beslissingen, vermeld in het eerste lid.
  Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in het eerste lid, beroep indienen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.".
Art. 13. L'article 28bis du mĂȘme dĂ©cret, insĂ©rĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, est abrogĂ©.
Art. 15. Artikel 28quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt opgeheven.
Art. 14. L'article 28ter du mĂȘme dĂ©cret, insĂ©rĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 28ter. Dans un délai de soixante jours de la réception du rapport de la reconnaissance d'orientation du sol, l'OVAM se prononce sur la nature de la pollution du sol. Elle évalue également s'il y a des claires indications d'une pollution grave du sol ou d'une pollution du sol qui dépasse ou menace de dépasser les normes de pollution du sol.
  L'OVAM communique les décisions visées à l'alinéa premier, au donneur d'ordre de la reconnaissance d'orientation du sol.
  Tous les intéressés peuvent introduire un recours auprÚs du Gouvernement flamand contre les décisions de l'OVAM visées à l'alinéa premier, conformément aux dispositions des articles 153 à 155 inclus. ".
  " Art. 28ter. Dans un délai de soixante jours de la réception du rapport de la reconnaissance d'orientation du sol, l'OVAM se prononce sur la nature de la pollution du sol. Elle évalue également s'il y a des claires indications d'une pollution grave du sol ou d'une pollution du sol qui dépasse ou menace de dépasser les normes de pollution du sol.
  L'OVAM communique les décisions visées à l'alinéa premier, au donneur d'ordre de la reconnaissance d'orientation du sol.
  Tous les intéressés peuvent introduire un recours auprÚs du Gouvernement flamand contre les décisions de l'OVAM visées à l'alinéa premier, conformément aux dispositions des articles 153 à 155 inclus. ".
Art. 16. In artikel 30 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 december 2008, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "In afwijking van artikel 29 en 102 moet voor de overdracht van een privatief deel van een onroerend goed dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom zoals bedoeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek of dat valt onder toepassing van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek, alleen in de volgende gevallen een oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd:
  1° in dat privatieve deel is of was een risico-inrichting gevestigd;
  2° in de gemeenschappelijke delen is of was een risico-inrichting gevestigd, die uitsluitend bestemd is of was voor dat privatieve deel.".
  "In afwijking van artikel 29 en 102 moet voor de overdracht van een privatief deel van een onroerend goed dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom zoals bedoeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek of dat valt onder toepassing van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek, alleen in de volgende gevallen een oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd:
  1° in dat privatieve deel is of was een risico-inrichting gevestigd;
  2° in de gemeenschappelijke delen is of was een risico-inrichting gevestigd, die uitsluitend bestemd is of was voor dat privatieve deel.".
Art. 15. L'article 28quater du mĂȘme dĂ©cret, insĂ©rĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, est abrogĂ©.
Art. 17. In titel III, hoofdstuk IV, afdeling I, onderafdeling II, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt punt C, opgeheven door het decreet van 28 maart 2014, opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "C. Verplicht oriënterend bodemonderzoek voor nog niet onderzochte gronden met potentieel historische bodemverontreiniging".
  "C. Verplicht oriënterend bodemonderzoek voor nog niet onderzochte gronden met potentieel historische bodemverontreiniging".
Art. 16. Dans l'article 30 du mĂȘme dĂ©cret, remplacĂ© par le dĂ©cret du 12 dĂ©cembre 2008, l'alinĂ©a premier est remplacĂ© par ce qui suit :
  Par dĂ©rogation aux articles 29 et 102, une reconnaissance d'orientation du sol ne doit ĂȘtre effectuĂ©e que dans les cas suivants pour la cession d'une partie privative d'un bien immobilier relevant du rĂ©gime de copropriĂ©tĂ© forcĂ©e Ă©noncĂ©e Ă l'article 577-3 du Code civil ou relevant de l'application de l'article 577-2 du Code civil :
  1° un établissement à risque est ou était établi dans cette partie privative ;
  2° un établissement à risque qui est ou était destiné exclusivement à ladite partie privative est ou était établi dans les parties communes. ".
  Par dĂ©rogation aux articles 29 et 102, une reconnaissance d'orientation du sol ne doit ĂȘtre effectuĂ©e que dans les cas suivants pour la cession d'une partie privative d'un bien immobilier relevant du rĂ©gime de copropriĂ©tĂ© forcĂ©e Ă©noncĂ©e Ă l'article 577-3 du Code civil ou relevant de l'application de l'article 577-2 du Code civil :
  1° un établissement à risque est ou était établi dans cette partie privative ;
  2° un établissement à risque qui est ou était destiné exclusivement à ladite partie privative est ou était établi dans les parties communes. ".
Art. 18. Artikel 31 van hetzelfde decreet, opgeheven door het decreet van 28 maart 2014, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "Art. 31. § 1. Voor de volgende risicogronden waarop volgens de informatie in het grondeninformatieregister nog geen oriënterend bodemonderzoek is uitgevoerd, moet op initiatief en op kosten van de volgende personen een oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd:
  1° risicogronden waarop een of meer risico-inrichtingen, aangeduid in bijlage 1 van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 met kenletter `O', worden geëxploiteerd met aanvang van de exploitatie vóór 29 oktober 1995: de exploitant van de risico-inrichting;
  2° risicogronden waarop een of meer risico-inrichtingen, vermeld in bijlage 1 van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007, werden geëxploiteerd met aanvang van de exploitatie vóór 29 oktober 1995: de eigenaar van de risicogrond.
  De bodemsaneringsdeskundige onder wiens leiding het oriënterend bodemonderzoek werd uitgevoerd, dient het verslag in bij de OVAM.
  § 2. Het oriënterend bodemonderzoek moet worden uitgevoerd en het verslag ervan bij de OVAM worden ingediend voor het volgende tijdstip:
  1° voor de risicogronden, vermeld in paragraaf 1, 1° : vóór 31 januari 2027;
  2° voor de risicogronden, vermeld in paragraaf 1, 2° :
  a) als het gaat om een of meer risico-inrichtingen waarvan minstens één met kenletter `B': vóór 31 december 2021;
  b) als het gaat om een risico-inrichting met kenletter `A', meerdere risico-inrichtingen met allemaal kenletter `A' of meerdere risico-inrichtingen waarvan minstens één met kenletter `A' en geen enkele met kenletter `B': vóór 31 december 2023;
  c) als het gaat om een risico-inrichting met kenletter `O' of meerdere risico-inrichtingen met allemaal kenletter `O': vóór 31 januari 2027.
  § 3. De eigenaar is niet verplicht om het oriënterend bodemonderzoek uit te voeren als de OVAM op basis van het dossier van de grond of het gemotiveerd standpunt van de eigenaar van oordeel is dat cumulatief voldaan is aan de volgende voorwaarden:
  1° de eigenaar heeft de risico-inrichtingen niet zelf geëxploiteerd;
  2° de risico-inrichtingen werden op de grond geëxploiteerd voor hij eigenaar werd van de grond;
  3° sinds de verwerving heeft de eigenaar de grond alleen aangewend voor particulier gebruik;
  4° als de eigenaar het eigendomsrecht op de risicogrond door vererving heeft verworven: in hoofde van de erflater is voldaan aan de vrijstellingsvoorwaarden, vermeld in punt 1° tot en met 3°.
  De eigenaar dient zijn aanvraag tot vrijstelling van de plicht tot het uitvoeren van het oriënterend bodemonderzoek met gemotiveerd standpunt in bij de OVAM. Dit kan op elk tijdstip, maar moet op straffe van niet-ontvankelijkheid van de aanvraag gebeuren uiterlijk binnen een termijn van negentig dagen na ontvangst van de brief waarin de OVAM de eigenaar wijst op zijn zelfstandige verplichting om het oriënterend bodemonderzoek uit te voeren. De OVAM onderzoekt het gemotiveerd standpunt van de ontvankelijke aanvraag en oordeelt of de eigenaar voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarden. De OVAM stelt de eigenaar in kennis van haar beslissing binnen een termijn van negentig dagen na ontvangst van de aanvraag.
  Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM beroep indienen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.
  § 4. Als de eigenaar van de risicogrond vrijstelling van de bodemonderzoeksplicht heeft verkregen, gaat die vrijstelling op het moment van de overdracht van de grond van rechtswege over op de verwerver als die de risico-inrichtingen niet zelf heeft geëxploiteerd op de grond.".
  "Art. 31. § 1. Voor de volgende risicogronden waarop volgens de informatie in het grondeninformatieregister nog geen oriënterend bodemonderzoek is uitgevoerd, moet op initiatief en op kosten van de volgende personen een oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd:
  1° risicogronden waarop een of meer risico-inrichtingen, aangeduid in bijlage 1 van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007 met kenletter `O', worden geëxploiteerd met aanvang van de exploitatie vóór 29 oktober 1995: de exploitant van de risico-inrichting;
  2° risicogronden waarop een of meer risico-inrichtingen, vermeld in bijlage 1 van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007, werden geëxploiteerd met aanvang van de exploitatie vóór 29 oktober 1995: de eigenaar van de risicogrond.
  De bodemsaneringsdeskundige onder wiens leiding het oriënterend bodemonderzoek werd uitgevoerd, dient het verslag in bij de OVAM.
  § 2. Het oriënterend bodemonderzoek moet worden uitgevoerd en het verslag ervan bij de OVAM worden ingediend voor het volgende tijdstip:
  1° voor de risicogronden, vermeld in paragraaf 1, 1° : vóór 31 januari 2027;
  2° voor de risicogronden, vermeld in paragraaf 1, 2° :
  a) als het gaat om een of meer risico-inrichtingen waarvan minstens één met kenletter `B': vóór 31 december 2021;
  b) als het gaat om een risico-inrichting met kenletter `A', meerdere risico-inrichtingen met allemaal kenletter `A' of meerdere risico-inrichtingen waarvan minstens één met kenletter `A' en geen enkele met kenletter `B': vóór 31 december 2023;
  c) als het gaat om een risico-inrichting met kenletter `O' of meerdere risico-inrichtingen met allemaal kenletter `O': vóór 31 januari 2027.
  § 3. De eigenaar is niet verplicht om het oriënterend bodemonderzoek uit te voeren als de OVAM op basis van het dossier van de grond of het gemotiveerd standpunt van de eigenaar van oordeel is dat cumulatief voldaan is aan de volgende voorwaarden:
  1° de eigenaar heeft de risico-inrichtingen niet zelf geëxploiteerd;
  2° de risico-inrichtingen werden op de grond geëxploiteerd voor hij eigenaar werd van de grond;
  3° sinds de verwerving heeft de eigenaar de grond alleen aangewend voor particulier gebruik;
  4° als de eigenaar het eigendomsrecht op de risicogrond door vererving heeft verworven: in hoofde van de erflater is voldaan aan de vrijstellingsvoorwaarden, vermeld in punt 1° tot en met 3°.
  De eigenaar dient zijn aanvraag tot vrijstelling van de plicht tot het uitvoeren van het oriënterend bodemonderzoek met gemotiveerd standpunt in bij de OVAM. Dit kan op elk tijdstip, maar moet op straffe van niet-ontvankelijkheid van de aanvraag gebeuren uiterlijk binnen een termijn van negentig dagen na ontvangst van de brief waarin de OVAM de eigenaar wijst op zijn zelfstandige verplichting om het oriënterend bodemonderzoek uit te voeren. De OVAM onderzoekt het gemotiveerd standpunt van de ontvankelijke aanvraag en oordeelt of de eigenaar voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarden. De OVAM stelt de eigenaar in kennis van haar beslissing binnen een termijn van negentig dagen na ontvangst van de aanvraag.
  Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM beroep indienen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.
  § 4. Als de eigenaar van de risicogrond vrijstelling van de bodemonderzoeksplicht heeft verkregen, gaat die vrijstelling op het moment van de overdracht van de grond van rechtswege over op de verwerver als die de risico-inrichtingen niet zelf heeft geëxploiteerd op de grond.".
Art. 17. Dans le titre III, chapitre IV, section Ire, sous-section II, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© en dernier lieu par le dĂ©cret du 28 mars 2014, le point C, abrogĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, est rĂ©tabli dans la rĂ©daction suivante :
  " C. Reconnaissance d'orientation du sol obligatoire pour les sols non examinés à la pollution historique du sol potentielle ".
  " C. Reconnaissance d'orientation du sol obligatoire pour les sols non examinés à la pollution historique du sol potentielle ".
Art. 19. In artikel 33 van hetzelfde decreet wordt de zin "Deze verplichting geldt niet voor de exploitanten die voor het voldoen van de verplichting, vermeld in artikel 91, § 1, een beroep doen op een erkende bodemsaneringsorganisatie als vermeld in afdeling II van hoofdstuk VII." opgeheven.
Art. 18. L'article 31 du mĂȘme dĂ©cret, abrogĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, est rĂ©tabli dans la rĂ©daction suivante :
  " Art. 31. § 1er. Pour les terrains Ă risque suivants sur lesquels, selon les informations dans le registre d'information des terrains, aucune reconnaissance d'orientation du sol n'a Ă©tĂ© effectuĂ©e, une reconnaissance d'orientation du sol doit ĂȘtre effectuĂ©e Ă l'initiative et aux frais des personnes suivantes :
  1° les terrains Ă risque sur lesquels un ou plusieurs Ă©tablissements Ă risque, indiquĂ©s dans l'annexe 1re de l'arrĂȘtĂ© VLAREBO du 14 dĂ©cembre 2007 dĂ©signĂ©s par la lettre `O', sont exploitĂ©s dont l'exploitation est entamĂ©e avant le 29 octobre 1995 : l'exploitant de l'Ă©tablissement Ă risque ;
  2° les terrains Ă risque sur lesquels un ou plusieurs Ă©tablissements Ă risque visĂ©s Ă l'annexe 1re de l'arrĂȘtĂ© VLAREBO du 14 dĂ©cembre 2007, ont Ă©tĂ© exploitĂ©s dont l'exploitation est entamĂ©e avant le 29 octobre 1995 : le propriĂ©taire des terrains Ă risque.
  L'expert en assainissement du sol sous la direction de laquelle la reconnaissance d'orientation du sol a été effectuée, introduit le rapport auprÚs de l'OVAM.
  § 2. La reconnaissance d'orientation du sol doit ĂȘtre effectuĂ©e et le rapport doit ĂȘtre introduit auprĂšs de l'OVAM avant le moment suivant :
  1° pour les terrains à risque visés au paragraphe 1er, 1° : avant le 31 janvier 2027 ;
  2° pour les terrains à risque visés au paragraphe 1er, 2° :
  a) lorsqu'il s'agit d'un ou plusieurs établissements à risque dont au moins un est désigné par la lettre `B' : avant le 31 décembre 2021 ;
  b) lorsqu'il s'agit d'un établissement à risque désigné par la lettre `A', plusieurs établissements à risque désignés par la lettre `A' ou plusieurs établissements à risque dont au moins un est désigné par la lettre `A' et dont aucun est désigné par la lettre `B' : avant le 31 décembre 2023 ;
  c) lorsqu'il s'agit d'un établissement à risque désigné par la lettre `O' ou plusieurs établissements à risque désignés par la lettre `O' : avant le 31 décembre 2027.
  § 3. Le propriétaire n'est pas obligé d'effectuer la reconnaissance d'orientation du sol si l'OVAM estime, sur la base du dossier du terrain ou du point de vue motivé du propriétaire, que les conditions suivantes sont remplies à titre cumulatif :
  1° le propriĂ©taire n'a pas exploitĂ© lui-mĂȘme les Ă©tablissements Ă risque ;
  2° les établissements à risque ont été exploités sur les terrains avant qu'il devenait le propriétaire des terrains ;
  3° depuis l'acquisition, le propriétaire n'affecté les terrains que pour son usage privé ;
  4° lorsque le propriétaire a hérité les droits de propriété sur le terrain à risque : il est répondu par le testateur aux conditions d'exemption visées aux points 1° à 3°.
  Le propriĂ©taire introduit sa demande d'exemption de l'obligation d'exĂ©cution de la reconnaissance d'orientation du sol Ă l'OVAM, en motivant son point de vue. La demande peut ĂȘtre introduite Ă tout moment, toutefois, elle doit s'effectuer, sous peine d'irrecevabilitĂ©, au plus tard dans un dĂ©lai de nonante jours suivant la rĂ©ception de la lettre dans laquelle l'OVAM attire l'attention du propriĂ©taire sur son obligation autonome d'effectuer la reconnaissance d'orientation du sol. L'OVAM Ă©value le point de vue motivĂ© de la demande recevable et juge si le propriĂ©taire rĂ©pond aux conditions d'exemption. L'OVAM communique sa dĂ©cision au propriĂ©taire dans un dĂ©lai de nonante jours suivant la rĂ©ception de la demande.
  Tous les intéressés peuvent introduire un recours auprÚs du Gouvernement flamand contre la décision de l'OVAM, conformément aux dispositions des articles 153 à 155 inclus.
  § 4. Lorsque le propriĂ©taire du terrain Ă risque a obtenu l'exemption de l'obligation de reconnaissance du sol, cette exemption passe, au moment de la cession du terrain, d'office Ă l'acquĂ©reur, lorsque celui-ci n'a pas exploitĂ© lui-mĂȘme les Ă©tablissements Ă risque sur le terrain. ".
  " Art. 31. § 1er. Pour les terrains Ă risque suivants sur lesquels, selon les informations dans le registre d'information des terrains, aucune reconnaissance d'orientation du sol n'a Ă©tĂ© effectuĂ©e, une reconnaissance d'orientation du sol doit ĂȘtre effectuĂ©e Ă l'initiative et aux frais des personnes suivantes :
  1° les terrains Ă risque sur lesquels un ou plusieurs Ă©tablissements Ă risque, indiquĂ©s dans l'annexe 1re de l'arrĂȘtĂ© VLAREBO du 14 dĂ©cembre 2007 dĂ©signĂ©s par la lettre `O', sont exploitĂ©s dont l'exploitation est entamĂ©e avant le 29 octobre 1995 : l'exploitant de l'Ă©tablissement Ă risque ;
  2° les terrains Ă risque sur lesquels un ou plusieurs Ă©tablissements Ă risque visĂ©s Ă l'annexe 1re de l'arrĂȘtĂ© VLAREBO du 14 dĂ©cembre 2007, ont Ă©tĂ© exploitĂ©s dont l'exploitation est entamĂ©e avant le 29 octobre 1995 : le propriĂ©taire des terrains Ă risque.
  L'expert en assainissement du sol sous la direction de laquelle la reconnaissance d'orientation du sol a été effectuée, introduit le rapport auprÚs de l'OVAM.
  § 2. La reconnaissance d'orientation du sol doit ĂȘtre effectuĂ©e et le rapport doit ĂȘtre introduit auprĂšs de l'OVAM avant le moment suivant :
  1° pour les terrains à risque visés au paragraphe 1er, 1° : avant le 31 janvier 2027 ;
  2° pour les terrains à risque visés au paragraphe 1er, 2° :
  a) lorsqu'il s'agit d'un ou plusieurs établissements à risque dont au moins un est désigné par la lettre `B' : avant le 31 décembre 2021 ;
  b) lorsqu'il s'agit d'un établissement à risque désigné par la lettre `A', plusieurs établissements à risque désignés par la lettre `A' ou plusieurs établissements à risque dont au moins un est désigné par la lettre `A' et dont aucun est désigné par la lettre `B' : avant le 31 décembre 2023 ;
  c) lorsqu'il s'agit d'un établissement à risque désigné par la lettre `O' ou plusieurs établissements à risque désignés par la lettre `O' : avant le 31 décembre 2027.
  § 3. Le propriétaire n'est pas obligé d'effectuer la reconnaissance d'orientation du sol si l'OVAM estime, sur la base du dossier du terrain ou du point de vue motivé du propriétaire, que les conditions suivantes sont remplies à titre cumulatif :
  1° le propriĂ©taire n'a pas exploitĂ© lui-mĂȘme les Ă©tablissements Ă risque ;
  2° les établissements à risque ont été exploités sur les terrains avant qu'il devenait le propriétaire des terrains ;
  3° depuis l'acquisition, le propriétaire n'affecté les terrains que pour son usage privé ;
  4° lorsque le propriétaire a hérité les droits de propriété sur le terrain à risque : il est répondu par le testateur aux conditions d'exemption visées aux points 1° à 3°.
  Le propriĂ©taire introduit sa demande d'exemption de l'obligation d'exĂ©cution de la reconnaissance d'orientation du sol Ă l'OVAM, en motivant son point de vue. La demande peut ĂȘtre introduite Ă tout moment, toutefois, elle doit s'effectuer, sous peine d'irrecevabilitĂ©, au plus tard dans un dĂ©lai de nonante jours suivant la rĂ©ception de la lettre dans laquelle l'OVAM attire l'attention du propriĂ©taire sur son obligation autonome d'effectuer la reconnaissance d'orientation du sol. L'OVAM Ă©value le point de vue motivĂ© de la demande recevable et juge si le propriĂ©taire rĂ©pond aux conditions d'exemption. L'OVAM communique sa dĂ©cision au propriĂ©taire dans un dĂ©lai de nonante jours suivant la rĂ©ception de la demande.
  Tous les intéressés peuvent introduire un recours auprÚs du Gouvernement flamand contre la décision de l'OVAM, conformément aux dispositions des articles 153 à 155 inclus.
  § 4. Lorsque le propriĂ©taire du terrain Ă risque a obtenu l'exemption de l'obligation de reconnaissance du sol, cette exemption passe, au moment de la cession du terrain, d'office Ă l'acquĂ©reur, lorsque celui-ci n'a pas exploitĂ© lui-mĂȘme les Ă©tablissements Ă risque sur le terrain. ".
Art. 20. In artikel 38 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt:
  " § 2. Een beschrijvend bodemonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Een verslag van het beschrijvend bodemonderzoek wordt opgemaakt en bij de OVAM ingediend door de bodemsaneringsdeskundige conform de voormelde standaardprocedure.
  Een bodemonderzoek dat niet is uitgevoerd conform de standaardprocedure, vermeld in het eerste lid, wordt niet beschouwd als een beschrijvend bodemonderzoek.".
  " § 2. Een beschrijvend bodemonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Een verslag van het beschrijvend bodemonderzoek wordt opgemaakt en bij de OVAM ingediend door de bodemsaneringsdeskundige conform de voormelde standaardprocedure.
  Een bodemonderzoek dat niet is uitgevoerd conform de standaardprocedure, vermeld in het eerste lid, wordt niet beschouwd als een beschrijvend bodemonderzoek.".
Art. 19. Dans l'article 33 du mĂȘme dĂ©cret, la phrase " Cette obligation ne s'applique pas aux exploitants qui font appel, aux fins de satisfaire Ă l'obligation mentionnĂ©e Ă l'article 91, § 1er, Ă une organisation d'assainissement du sol agréée telle que visĂ©e Ă la section II du chapitre VII. " est abrogĂ©e.
Art. 21. In titel III, hoofdstuk IV, afdeling II, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 28 maart 2014 en 18 december 2015, wordt het opschrift van onderafdeling II vervangen door wat volgt:
  "Onderafdeling II. Beslissingen op basis van het beschrijvend bodemonderzoek".
  "Onderafdeling II. Beslissingen op basis van het beschrijvend bodemonderzoek".
Art. 20. Dans l'article 38 du mĂȘme dĂ©cret, le paragraphe 2 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 2. Une reconnaissance descriptive du sol est effectuée sous la direction d'un expert en assainissement du sol conformément à la procédure standard, établie par le Gouvernement flamand sur la proposition de l'OVAM. Un rapport de la reconnaissance descriptive du sol est établi et introduit auprÚs de l'OVAM par l'expert en assainissement du sol conformément à la procédure standard précitée.
  Une reconnaissance du sol qui n'est pas effectuée conformément à la procédure standard visée à l'alinéa premier, n'est pas considérée comme une reconnaissance descriptive du sol. ".
  " § 2. Une reconnaissance descriptive du sol est effectuée sous la direction d'un expert en assainissement du sol conformément à la procédure standard, établie par le Gouvernement flamand sur la proposition de l'OVAM. Un rapport de la reconnaissance descriptive du sol est établi et introduit auprÚs de l'OVAM par l'expert en assainissement du sol conformément à la procédure standard précitée.
  Une reconnaissance du sol qui n'est pas effectuée conformément à la procédure standard visée à l'alinéa premier, n'est pas considérée comme une reconnaissance descriptive du sol. ".
Art. 22. Artikel 39 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 21. Dans le titre III, chapitre IV, section II, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par les dĂ©crets des 28 mars 2014 et 18 dĂ©cembre 2015, l'intitulĂ© de la sous-section II est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Sous-section II. - Décisions sur la base de la reconnaissance descriptive du sol ".
  " Sous-section II. - Décisions sur la base de la reconnaissance descriptive du sol ".
Art. 23. In titel III, hoofdstuk IV, afdeling II, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 28 maart 2014 en 18 december 2015, wordt het opschrift "Onderafdeling III. Aard en ernst van de bodemverontreiniging" opgeheven.
Art. 22. L'article 39 du mĂȘme dĂ©cret est abrogĂ©.
Art. 24. Artikel 40 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 40. Binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van het verslag van het beschrijvend bodemonderzoek spreekt de OVAM zich uit over:
  1° de aard van de bodemverontreiniging;
  2° de aanwezigheid van een bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt of van een ernstige bodemverontreiniging.
  De OVAM brengt de opdrachtgever van het beschrijvend bodemonderzoek op de hoogte van de beslissingen, vermeld in het eerste lid.
  Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in het eerste lid, beroep indienen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.".
  "Art. 40. Binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van het verslag van het beschrijvend bodemonderzoek spreekt de OVAM zich uit over:
  1° de aard van de bodemverontreiniging;
  2° de aanwezigheid van een bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt of van een ernstige bodemverontreiniging.
  De OVAM brengt de opdrachtgever van het beschrijvend bodemonderzoek op de hoogte van de beslissingen, vermeld in het eerste lid.
  Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in het eerste lid, beroep indienen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.".
Art. 23. Dans le titre III, chapitre IV, section II, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par les dĂ©crets des 28 mars 2014 et 18 dĂ©cembre 2015, l'intitulĂ© " Sous-section III. Nature et gravitĂ© de la pollution du sol " est abrogĂ©.
Art. 25. In titel III, hoofdstuk IV, afdeling II, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 28 maart 2014 en 18 december 2015, wordt het opschrift van onderafdeling IV vervangen door wat volgt:
  "Onderafdeling III. - Ambtshalve beschrijvend bodemonderzoek".
  "Onderafdeling III. - Ambtshalve beschrijvend bodemonderzoek".
Art. 24. L'article 40 du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 40. Dans un délai de soixante jours de la réception du rapport de la reconnaissance descriptive du sol, l'OVAM se prononce sur :
  1° la nature de la pollution du sol ;
  2° la présence d'une pollution du sol dépassant les normes d'assainissement du sol ou d'une pollution grave du sol.
  L'OVAM communique les décisions visées à l'alinéa premier, au donneur d'ordre de la reconnaissance descriptive du sol.
  Tous les intéressés peuvent introduire un recours auprÚs du Gouvernement flamand contre les décisions de l'OVAM, visées à l'alinéa premier, conformément aux dispositions des articles 153 à 155 inclus. ".
  " Art. 40. Dans un délai de soixante jours de la réception du rapport de la reconnaissance descriptive du sol, l'OVAM se prononce sur :
  1° la nature de la pollution du sol ;
  2° la présence d'une pollution du sol dépassant les normes d'assainissement du sol ou d'une pollution grave du sol.
  L'OVAM communique les décisions visées à l'alinéa premier, au donneur d'ordre de la reconnaissance descriptive du sol.
  Tous les intéressés peuvent introduire un recours auprÚs du Gouvernement flamand contre les décisions de l'OVAM, visées à l'alinéa premier, conformément aux dispositions des articles 153 à 155 inclus. ".
Art. 26. In titel III, hoofdstuk IV, afdeling II, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 28 maart 2014 en 18 december 2015, wordt onderafdeling V, die bestaat uit artikel 43, opgeheven.
Art. 25. Dans le titre III, chapitre IV, section II, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par les dĂ©crets des 28 mars 2014 et 18 dĂ©cembre 2015, l'intitulĂ© de la sous-section IV est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Sous-section III. - Reconnaissance descriptive du sol d'office ".
  " Sous-section III. - Reconnaissance descriptive du sol d'office ".
Art. 27. In titel III, hoofdstuk IV, afdeling III, van hetzelfde decreet wordt het opschrift "Onderafdeling I. Verslag van het oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek" opgeheven.
Art. 26. Dans le titre III, chapitre IV, section II, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par les dĂ©crets des 28 mars 2014 et 18 dĂ©cembre 2015, la sous-section V, comprenant l'article 43, est abrogĂ©e.
Art. 28. Artikel 44 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 44. Het beschrijvend bodemonderzoek kan gelijktijdig of onmiddellijk na het oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In dat geval worden de resultaten van beide onderzoeken in een verslag bij de OVAM ingediend, onder de benaming `Verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek'.
  Een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Een verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek wordt opgemaakt en bij de OVAM ingediend door de bodemsaneringsdeskundige conform de voormelde standaardprocedure.
  Een bodemonderzoek dat niet is uitgevoerd conform de standaardprocedure vermeld in het tweede lid, wordt niet beschouwd als een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek.
  Artikel 40 is van overeenkomstige toepassing op de beslissingen over het oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek.".
  "Art. 44. Het beschrijvend bodemonderzoek kan gelijktijdig of onmiddellijk na het oriënterend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In dat geval worden de resultaten van beide onderzoeken in een verslag bij de OVAM ingediend, onder de benaming `Verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek'.
  Een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige conform de standaardprocedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering op voorstel van de OVAM. Een verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek wordt opgemaakt en bij de OVAM ingediend door de bodemsaneringsdeskundige conform de voormelde standaardprocedure.
  Een bodemonderzoek dat niet is uitgevoerd conform de standaardprocedure vermeld in het tweede lid, wordt niet beschouwd als een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek.
  Artikel 40 is van overeenkomstige toepassing op de beslissingen over het oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek.".
Art. 27. Dans le titre III, chapitre IV, section III, du mĂȘme dĂ©cret, l'intitulĂ© " Sous-section I. Rapport de la reconnaissance d'orientation et descriptive du sol " est abrogĂ©.
Art. 29. In titel III, hoofdstuk IV, afdeling III, van hetzelfde decreet wordt onderafdeling II, die bestaat uit artikel 45 en 46, opgeheven.
Art. 28. L'article 44 du mĂȘme dĂ©cret est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 44. La reconnaissance descriptive du sol peut ĂȘtre effectuĂ©e simultanĂ©ment avec ou immĂ©diatement aprĂšs la reconnaissance d'orientation du sol. Dans ce cas, les rĂ©sultats des deux reconnaissances sont transmis Ă l'OVAM dans un rapport dĂ©nommĂ© `Rapport de la reconnaissance d'orientation et descriptive du sol'.
  Une reconnaissance d'orientation et descriptive du sol est effectuée sous la direction d'un expert en assainissement du sol conformément à la procédure standard, établie par le Gouvernement flamand sur la proposition de l'OVAM. Un rapport de la reconnaissance d'orientation et descriptive du sol est établi et introduit auprÚs de l'OVAM par l'expert en assainissement du sol conformément à la procédure standard précitée.
  Une orientation du sol qui n'est pas effectuée conformément à la procédure standard visée à l'alinéa deux, n'est pas considérée comme une reconnaissance d'orientation et descriptive du sol. ".
  L'article 40 est d'application conforme aux décisions relatives à la reconnaissance d'orientation et descriptive du sol. ".
  " Art. 44. La reconnaissance descriptive du sol peut ĂȘtre effectuĂ©e simultanĂ©ment avec ou immĂ©diatement aprĂšs la reconnaissance d'orientation du sol. Dans ce cas, les rĂ©sultats des deux reconnaissances sont transmis Ă l'OVAM dans un rapport dĂ©nommĂ© `Rapport de la reconnaissance d'orientation et descriptive du sol'.
  Une reconnaissance d'orientation et descriptive du sol est effectuée sous la direction d'un expert en assainissement du sol conformément à la procédure standard, établie par le Gouvernement flamand sur la proposition de l'OVAM. Un rapport de la reconnaissance d'orientation et descriptive du sol est établi et introduit auprÚs de l'OVAM par l'expert en assainissement du sol conformément à la procédure standard précitée.
  Une orientation du sol qui n'est pas effectuée conformément à la procédure standard visée à l'alinéa deux, n'est pas considérée comme une reconnaissance d'orientation et descriptive du sol. ".
  L'article 40 est d'application conforme aux décisions relatives à la reconnaissance d'orientation et descriptive du sol. ".
Art. 30. Aan titel III, hoofdstuk IV, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt een afdeling IV toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Afdeling IV. - Beoordeling van de conformiteit van bodemonderzoeken".
  "Afdeling IV. - Beoordeling van de conformiteit van bodemonderzoeken".
Art. 29. Dans le titre III, chapitre IV, section III, du mĂȘme dĂ©cret, la sous-section II, qui comprend les articles 45 et 46, est abrogĂ©e.
Art. 31. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt aan afdeling IV, toegevoegd bij artikel 30, een artikel 46bis toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 46bis. Binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van het verslag van een oriënterend bodemonderzoek, een beschrijvend bodemonderzoek, een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek of siteonderzoek kan de OVAM beoordelen of het betreffende bodemonderzoek conform de overeenstemmende standaardprocedure is uitgevoerd. Als de OVAM de conformiteit van het bodemonderzoek beoordeelt, brengt ze de opdrachtgever van het bodemonderzoek op de hoogte van haar beslissing binnen de voormelde termijn van zestig dagen.
  Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM, vermeld in het eerste lid, beroep indienen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.".
  "Art. 46bis. Binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van het verslag van een oriënterend bodemonderzoek, een beschrijvend bodemonderzoek, een oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek of siteonderzoek kan de OVAM beoordelen of het betreffende bodemonderzoek conform de overeenstemmende standaardprocedure is uitgevoerd. Als de OVAM de conformiteit van het bodemonderzoek beoordeelt, brengt ze de opdrachtgever van het bodemonderzoek op de hoogte van haar beslissing binnen de voormelde termijn van zestig dagen.
  Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM, vermeld in het eerste lid, beroep indienen bij de Vlaamse Regering conform artikel 153 tot en met 155.".
Art. 30. Au titre III, chapitre IV, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© en dernier lieu par le dĂ©cret du 18 dĂ©cembre 2015, il est ajoutĂ© une section IV, rĂ©digĂ©e comme suit :
  " Section IV. - Evaluation de la conformité de reconnaissances du sol ".
  " Section IV. - Evaluation de la conformité de reconnaissances du sol ".
Art. 32. In artikel 47, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt het woord "conformverklaard" opgeheven.
Art. 31. Dans le mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© en dernier lieu par le dĂ©cret du 18 dĂ©cembre 2015, il est ajoutĂ© Ă la section IV, ajoutĂ©e par l'article 30, un article 46bis, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 46bis. Dans un délai de soixante jours de la réception du rapport d'une reconnaissance d'orientation du sol, d'une reconnaissance descriptive du sol, d'une reconnaissance d'orientation et descriptive du sol ou d'une reconnaissance du site, l'OVAM peut juger si la reconnaissance du sol concernée a été effectuée conformément à la procédure standard correspondante. Lorsque l'OVAM évalue la conformité de la reconnaissance du sol, elle informe le donneur d'ordre de la reconnaissance du sol de sa décision dans le délai précité de soixante jours.
  Tous les intéressés peuvent introduire un recours auprÚs du Gouvernement flamand contre la décision de l'OVAM, visée à l'alinéa premier, conformément aux dispositions des articles 153 à 155 inclus. ".
  " Art. 46bis. Dans un délai de soixante jours de la réception du rapport d'une reconnaissance d'orientation du sol, d'une reconnaissance descriptive du sol, d'une reconnaissance d'orientation et descriptive du sol ou d'une reconnaissance du site, l'OVAM peut juger si la reconnaissance du sol concernée a été effectuée conformément à la procédure standard correspondante. Lorsque l'OVAM évalue la conformité de la reconnaissance du sol, elle informe le donneur d'ordre de la reconnaissance du sol de sa décision dans le délai précité de soixante jours.
  Tous les intéressés peuvent introduire un recours auprÚs du Gouvernement flamand contre la décision de l'OVAM, visée à l'alinéa premier, conformément aux dispositions des articles 153 à 155 inclus. ".
Art. 33. In artikel 74 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 28 maart 2014, worden de woorden "veertien dagen" vervangen door de woorden "dertig dagen".
Art. 32. Dans l'article 47, § 3, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, les mots " dĂ©clarĂ©e conforme " sont abrogĂ©s.
Art. 34. In titel III, hoofdstuk VI, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt afdeling VIII, die bestaat uit artikel 91, opgeheven.
Art. 33. Dans l'article 74 du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, les mots " quatorze jours " sont remplacĂ©s par les mots " trente jours ".
Art. 35. In artikel 92, vierde lid, van hetzelfde decreet, toegevoegd bij het decreet van 5 juli 2013, wordt tussen de woorden "als vermeld in het eerste en tweede lid." en de woorden "In verband met" de zin "De OVAM kan eveneens als saneringswillige overgaan tot uitvoering van een waterbodemonderzoek of de sanering van een waterbodem." ingevoegd.
Art. 34. Dans le titre III, chapitre VI, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© en dernier lieu par le dĂ©cret du 28 mars 2014, la section VIII, comprenant l'article 91, est abrogĂ©e.
Art. 36. In artikel 95 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "als vermeld in artikel 91, § 1" vervangen door de woorden "als bepaald door de Vlaamse Regering";
  2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "een of meer organisaties die gezamenlijk minimaal 60% vertegenwoordigen van" vervangen door de woorden "een organisatie die representatief is of verschillende organisaties die samen representatief zijn voor".
  1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "als vermeld in artikel 91, § 1" vervangen door de woorden "als bepaald door de Vlaamse Regering";
  2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "een of meer organisaties die gezamenlijk minimaal 60% vertegenwoordigen van" vervangen door de woorden "een organisatie die representatief is of verschillende organisaties die samen representatief zijn voor".
Art. 35. Dans l'article 92, alinĂ©a quatre, du mĂȘme dĂ©cret, ajoutĂ© par le dĂ©cret du 5 juillet 2013, la phrase " En tant qu'autoritĂ© disposĂ©e Ă assainir, l'OVAM peut Ă©galement procĂ©der Ă l'exĂ©cution d'une reconnaissance du sol aquatique ou d'un assainissement d'un sol aquatique. " est insĂ©rĂ©e entre les mots " tels que visĂ©s aux alinĂ©as premier et deux " et les mots " En ce qui concerne ".
Art. 37. In artikel 96 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° het opmaken van een algemeen bodempreventieplan;";
  2° in punt 3° wordt de zinsnede "diegenen die voor de vervulling van hun verplichting, vermeld in artikel 91, § 1, een beroep doen op de erkende bodemsaneringsorganisatie" vervangen door de zinsnede "de personen die met de bodemsaneringsorganisatie een overeenkomst hebben gesloten als vermeld in artikel 97, § 1".
  1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° het opmaken van een algemeen bodempreventieplan;";
  2° in punt 3° wordt de zinsnede "diegenen die voor de vervulling van hun verplichting, vermeld in artikel 91, § 1, een beroep doen op de erkende bodemsaneringsorganisatie" vervangen door de zinsnede "de personen die met de bodemsaneringsorganisatie een overeenkomst hebben gesloten als vermeld in artikel 97, § 1".
Art. 36. Dans l'article 95 du mĂȘme dĂ©cret, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans le paragraphe 1er, le membre de phrase " mentionnée à l'article 91, § 1er " est remplacé par les mots " déterminée par le Gouvernement flamand " ;
  2° dans le paragraphe 2, le membre de phrase " une ou plusieurs organisations qui représentent ensemble au moins 60 % de " est remplacé par les mots " une organisation qui est représentative ou plusieurs organisations qui représentent ensemble ".
  1° dans le paragraphe 1er, le membre de phrase " mentionnée à l'article 91, § 1er " est remplacé par les mots " déterminée par le Gouvernement flamand " ;
  2° dans le paragraphe 2, le membre de phrase " une ou plusieurs organisations qui représentent ensemble au moins 60 % de " est remplacé par les mots " une organisation qui est représentative ou plusieurs organisations qui représentent ensemble ".
Art. 38. Aan artikel 97, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2008, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De Vlaamse Regering kan een termijn bepalen waarin de overeenkomsten, vermeld in het eerste en het tweede lid, moeten worden gesloten.".
  "De Vlaamse Regering kan een termijn bepalen waarin de overeenkomsten, vermeld in het eerste en het tweede lid, moeten worden gesloten.".
Art. 37. Dans l'article 96 du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 12 dĂ©cembre 2008, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° l'établissement d'un plan général de prévention du sol ; " ;
  2° dans le point 3°, le membre de phrase " à ceux qui font appel à l'organisation d'assainissement du sol agréée pour l'accomplissement de leur obligation mentionnée à l'article 91, § 1er " est remplacé par le membre de phrase " aux personnes ayant passé une convention avec l'organisation d'assainissement du sol mentionnée à l'article 97, § 1er ".
  1° le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° l'établissement d'un plan général de prévention du sol ; " ;
  2° dans le point 3°, le membre de phrase " à ceux qui font appel à l'organisation d'assainissement du sol agréée pour l'accomplissement de leur obligation mentionnée à l'article 91, § 1er " est remplacé par le membre de phrase " aux personnes ayant passé une convention avec l'organisation d'assainissement du sol mentionnée à l'article 97, § 1er ".
Art. 39. In artikel 98 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 28 maart 2014, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gemengde bodemverontreiniging die is veroorzaakt door de activiteit waarvoor een erkende bodemsaneringsorganisatie is opgericht, en waarop de bepalingen voor historische bodemverontreiniging van toepassing zijn conform artikel 27, § 2.".
  "Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gemengde bodemverontreiniging die is veroorzaakt door de activiteit waarvoor een erkende bodemsaneringsorganisatie is opgericht, en waarop de bepalingen voor historische bodemverontreiniging van toepassing zijn conform artikel 27, § 2.".
Art. 38. A l'article 97, § 1er, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 12 dĂ©cembre 2008, il est ajoutĂ© un troisiĂšme alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Le Gouvernement flamand peut dĂ©terminer un dĂ©lai dans lequel les conventions, visĂ©es aux alinĂ©as premier et deux, doivent ĂȘtre conclues. ".
  " Le Gouvernement flamand peut dĂ©terminer un dĂ©lai dans lequel les conventions, visĂ©es aux alinĂ©as premier et deux, doivent ĂȘtre conclues. ".
Art. 40. In artikel 102, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 28 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "In afwijking van het eerste lid geldt de regeling, vermeld in artikel 30, voor de uitvoering van een oriënterend bodemonderzoek in het kader van de overdracht van een privatief deel van een onroerend goed dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom zoals bedoeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek of dat valt onder toepassing van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek.";
  2° een derde lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De eigenaar van de risicogrond die een vrijstelling van de bodemonderzoeksplicht, vermeld in artikel 31, § 1, heeft verkregen, is van rechtswege vrijgesteld van de onderzoeksplicht, vermeld in het eerste lid en artikel 29, als sedert de vrijstellingsbeslissing op de risicogrond geen risico-inrichtingen zijn geëxploiteerd.".
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "In afwijking van het eerste lid geldt de regeling, vermeld in artikel 30, voor de uitvoering van een oriënterend bodemonderzoek in het kader van de overdracht van een privatief deel van een onroerend goed dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom zoals bedoeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek of dat valt onder toepassing van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek.";
  2° een derde lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De eigenaar van de risicogrond die een vrijstelling van de bodemonderzoeksplicht, vermeld in artikel 31, § 1, heeft verkregen, is van rechtswege vrijgesteld van de onderzoeksplicht, vermeld in het eerste lid en artikel 29, als sedert de vrijstellingsbeslissing op de risicogrond geen risico-inrichtingen zijn geëxploiteerd.".
Art. 39. Dans l'article 98 du mĂȘme dĂ©cret, remplacĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, l'alinĂ©a deux est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Les dispositions de l'alinéa premier s'appliquent par analogie à la pollution du sol mixte qui résulte d'une activité pour laquelle une organisation d'assainissement du sol agréée a été créé, et à laquelle s'applique la pollution historique du sol conformément à l'article 27, § 2. ".
  " Les dispositions de l'alinéa premier s'appliquent par analogie à la pollution du sol mixte qui résulte d'une activité pour laquelle une organisation d'assainissement du sol agréée a été créé, et à laquelle s'applique la pollution historique du sol conformément à l'article 27, § 2. ".
Art. 41. Aan artikel 105 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3. Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt de gemotiveerde aanvraag tot vrijstelling van de saneringsplicht voor de elementen, vermeld in paragraaf 1, 2° en 3°, bij de OVAM ingediend voor de overdracht van de grond met toepassing van artikel 104 heeft plaatsgevonden.".
  " § 3. Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt de gemotiveerde aanvraag tot vrijstelling van de saneringsplicht voor de elementen, vermeld in paragraaf 1, 2° en 3°, bij de OVAM ingediend voor de overdracht van de grond met toepassing van artikel 104 heeft plaatsgevonden.".
Art. 40. Dans l'article 102, § 1er, du mĂȘme dĂ©cret, remplacĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " En dérogation à l'alinéa premier, le rÚglement, visé à l'article 30, s'applique pour l'exécution d'une reconnaissance d'orientation du sol dans le cadre de la cession [2 d'une partie privative d'un bien immobilier relevant du régime de copropriété forcée énoncée à l'article 577-3 du Code civil ou relevant de l'application de l'article 577-2 du Code civil. " ;
  2° il est ajouté un alinéa trois rédigé comme suit :
  " Le propriétaire d'un terrain à risque ayant obtenu une exemption de l'obligation de reconnaissance du sol visée à l'article 31, § 1er, est exemptée de droit de l'obligation de reconnaissance visée à l'alinéa premier et à l'article 29, lorsqu'aucun établissement à risque n'a été exploité depuis la décision d'exemption sur le terrain à risque. ".
  1° l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  " En dérogation à l'alinéa premier, le rÚglement, visé à l'article 30, s'applique pour l'exécution d'une reconnaissance d'orientation du sol dans le cadre de la cession [2 d'une partie privative d'un bien immobilier relevant du régime de copropriété forcée énoncée à l'article 577-3 du Code civil ou relevant de l'application de l'article 577-2 du Code civil. " ;
  2° il est ajouté un alinéa trois rédigé comme suit :
  " Le propriétaire d'un terrain à risque ayant obtenu une exemption de l'obligation de reconnaissance du sol visée à l'article 31, § 1er, est exemptée de droit de l'obligation de reconnaissance visée à l'alinéa premier et à l'article 29, lorsqu'aucun établissement à risque n'a été exploité depuis la décision d'exemption sur le terrain à risque. ".
Art. 42. Aan artikel 110 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 3. Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt de gemotiveerde aanvraag tot vrijstelling van de saneringsplicht voor de elementen, vermeld in paragraaf 1, 2° en 3°, bij de OVAM ingediend voor de overdracht van de grond met toepassing van artikel 109 heeft plaatsgevonden.".
  " § 3. Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt de gemotiveerde aanvraag tot vrijstelling van de saneringsplicht voor de elementen, vermeld in paragraaf 1, 2° en 3°, bij de OVAM ingediend voor de overdracht van de grond met toepassing van artikel 109 heeft plaatsgevonden.".
Art. 41. L'article 105 du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, est complĂ©tĂ© par un paragraphe 3, rĂ©digĂ© comme suit :
  " § 3. Sous peine d'irrecevabilité, la demande motivée d'exemption de l'obligation d'assainissement pour les éléments visés au paragraphe 1er, 2° et 3°, est introduite auprÚs de l'OVAM avant que la cession du terrain en application de l'article 104 ait eu lieu. ".
  " § 3. Sous peine d'irrecevabilité, la demande motivée d'exemption de l'obligation d'assainissement pour les éléments visés au paragraphe 1er, 2° et 3°, est introduite auprÚs de l'OVAM avant que la cession du terrain en application de l'article 104 ait eu lieu. ".
Art. 43. In artikel 115, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 23 december 2010 en 28 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 3 worden de woorden "de conformiteit van het bodemonderzoek en" opgeheven;
  2° er wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 6. Artikel 105, § 3, en artikel 110, § 3, zijn van overeenkomstige toepassing op de vrijstelling van de saneringsplicht in de procedure van versnelde overdracht.".
  1° in paragraaf 3 worden de woorden "de conformiteit van het bodemonderzoek en" opgeheven;
  2° er wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 6. Artikel 105, § 3, en artikel 110, § 3, zijn van overeenkomstige toepassing op de vrijstelling van de saneringsplicht in de procedure van versnelde overdracht.".
Art. 42. L'article 110 du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, est complĂ©tĂ© par un paragraphe 3, rĂ©digĂ© comme suit :
  " § 3. Sous peine d'irrecevabilité, la demande motivée d'exemption de l'obligation d'assainissement pour les éléments visés au paragraphe 1er, 2° et 3°, est introduite auprÚs de l'OVAM avant que la cession du terrain en application de l'article 109 ait eu lieu. ".
  " § 3. Sous peine d'irrecevabilité, la demande motivée d'exemption de l'obligation d'assainissement pour les éléments visés au paragraphe 1er, 2° et 3°, est introduite auprÚs de l'OVAM avant que la cession du terrain en application de l'article 109 ait eu lieu. ".
Art. 44. In titel III van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, worden in het opschrift van hoofdstuk XI de woorden "en vereffening" opgeheven.
Art. 43. Dans l'article 115, alinĂ©a premier, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par les dĂ©crets des 23 dĂ©cembre 2010 et 28 mars 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans le paragraphe 3, les mots " la conformité de la reconnaissance du sol et " sont supprimés ;
  2° il est ajouté un paragraphe 6, rédigé comme suit :
  " § 6. L'article 105, § 3, et l'art. 110, § 3 s'appliquent par analogie à l'exemption de l'obligation d'assainissement dans la procédure de la cession accélérée. ".
  1° dans le paragraphe 3, les mots " la conformité de la reconnaissance du sol et " sont supprimés ;
  2° il est ajouté un paragraphe 6, rédigé comme suit :
  " § 6. L'article 105, § 3, et l'art. 110, § 3 s'appliquent par analogie à l'exemption de l'obligation d'assainissement dans la procédure de la cession accélérée. ".
Art. 45. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt het opschrift van hoofdstuk XIII vervangen door wat volgt:
  "Hoofdstuk XIII. - Het gebruik en de traceerbaarheid van bodemmaterialen".
  "Hoofdstuk XIII. - Het gebruik en de traceerbaarheid van bodemmaterialen".
Art. 44. Dans le titre III du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© en dernier lieu par le dĂ©cret du 23 dĂ©cembre 2016, dans l'intitulĂ© du chapitre XI, les mots " et liquidation " sont supprimĂ©s.
Art. 46. Artikel 136 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 136. De bepalingen van dit hoofdstuk regelen het gebruik en de traceerbaarheid van bodemmaterialen, gereinigde bodemmaterialen en bodemmaterialen waarop een fysische scheiding wordt toegepast.".
  "Art. 136. De bepalingen van dit hoofdstuk regelen het gebruik en de traceerbaarheid van bodemmaterialen, gereinigde bodemmaterialen en bodemmaterialen waarop een fysische scheiding wordt toegepast.".
Art. 45. Dans le mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© en dernier lieu par le dĂ©cret du 23 dĂ©cembre 2016, l'intitulĂ© du chapitre XIII est remplacĂ© par ce qui suit:
  " CHAPITRE VIII. - L'utilisation et la traçabilité de matériaux de sol ".
  " CHAPITRE VIII. - L'utilisation et la traçabilité de matériaux de sol ".
Art. 47. Artikel 137 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 137. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op:
  1° primaire oppervlaktedelfstoffen als vermeld in het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen;
  2° delfstoffen die in grindwinningsgebieden volgens het decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grondwinning ontgonnen worden;
  3° ingevoerde minerale delfstoffen die als geologische afzetting in hun natuurlijke staat ontgonnen worden;
  4° bagger- en ruimingsspecie die wordt teruggestort in de waterloop waaruit ze afkomstig is als vermeld in rubriek 2.3.7, b), van de indelingslijst, vermeld in artikel 5.5.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.".
  "Art. 137. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op:
  1° primaire oppervlaktedelfstoffen als vermeld in het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen;
  2° delfstoffen die in grindwinningsgebieden volgens het decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grondwinning ontgonnen worden;
  3° ingevoerde minerale delfstoffen die als geologische afzetting in hun natuurlijke staat ontgonnen worden;
  4° bagger- en ruimingsspecie die wordt teruggestort in de waterloop waaruit ze afkomstig is als vermeld in rubriek 2.3.7, b), van de indelingslijst, vermeld in artikel 5.5.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.".
Art. 46. L'article 136 du mĂȘme dĂ©cret est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 136. Les dispositions du présent chapitre rÚglent l'utilisation et la traçabilité des matériaux de sol, des matériaux de sol nettoyés et des matériaux de sol ayant subi une séparation physique. ".
  " Art. 136. Les dispositions du présent chapitre rÚglent l'utilisation et la traçabilité des matériaux de sol, des matériaux de sol nettoyés et des matériaux de sol ayant subi une séparation physique. ".
Art. 48. In artikel 138 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 28 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "uitgegraven bodem" worden telkens vervangen door het woord "bodemmaterialen";
  2° de woorden "tussentijdse opslagplaats en grondreinigingscentrum" worden vervangen door de zinsnede "tussentijdse opslagplaats, grondreinigingscentrum en inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie".
  1° de woorden "uitgegraven bodem" worden telkens vervangen door het woord "bodemmaterialen";
  2° de woorden "tussentijdse opslagplaats en grondreinigingscentrum" worden vervangen door de zinsnede "tussentijdse opslagplaats, grondreinigingscentrum en inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie".
Art. 47. L'article 137 du mĂȘme dĂ©cret est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 137. Les dispositions du présent chapitre ne sont pas d'application :
  1° aux minerais de surface primaires tels que visés au décret du 4 avril 2003 relatif aux minerais de surface ;
  2° aux minerais de surface qui sont extraits dans des zones d'exploitation de gravier selon le décret du 14 juillet 1993 portant création d'un Fonds gravier et réglant l'exploitation de gravier ;
  3° aux minerais importés qui sont extraits dans leur état naturel en tant que dépÎt géologique ;
  4° aux boues de dragage et de curage qui sont dĂ©versĂ©es dans le cours d'eau, d'oĂč elles proviennent, tel que visĂ© Ă la rubrique 2.3.7, b), de la liste de classification visĂ©e Ă l'article 5.5.1, § 1er, du dĂ©cret du 5 avril 1995 contenant des dispositions gĂ©nĂ©rales concernant la politique de l'environnement. ".
  " Art. 137. Les dispositions du présent chapitre ne sont pas d'application :
  1° aux minerais de surface primaires tels que visés au décret du 4 avril 2003 relatif aux minerais de surface ;
  2° aux minerais de surface qui sont extraits dans des zones d'exploitation de gravier selon le décret du 14 juillet 1993 portant création d'un Fonds gravier et réglant l'exploitation de gravier ;
  3° aux minerais importés qui sont extraits dans leur état naturel en tant que dépÎt géologique ;
  4° aux boues de dragage et de curage qui sont dĂ©versĂ©es dans le cours d'eau, d'oĂč elles proviennent, tel que visĂ© Ă la rubrique 2.3.7, b), de la liste de classification visĂ©e Ă l'article 5.5.1, § 1er, du dĂ©cret du 5 avril 1995 contenant des dispositions gĂ©nĂ©rales concernant la politique de l'environnement. ".
Art. 49. In hoofdstuk XIII van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt het opschrift van afdeling III vervangen door wat volgt:
  "Afdeling III. - Erkenning als bodembeheerorganisatie, tussentijdse opslagplaats, grondreinigingscentrum of inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie".
  "Afdeling III. - Erkenning als bodembeheerorganisatie, tussentijdse opslagplaats, grondreinigingscentrum of inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie".
Art. 48. Dans l'article 138 du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° les mots " terres excavées " sont chaque fois remplacés par les mots " matériaux de sol " ;
  2° les mots " un dépÎt provisoire et un centre de nettoyage des terres " sont remplacés par le membre de phrase " un dépÎt provisoire, un centre de nettoyage des terres et un établissement pour le stockage et le traitement de boues de dragage et de curage. ".
  1° les mots " terres excavées " sont chaque fois remplacés par les mots " matériaux de sol " ;
  2° les mots " un dépÎt provisoire et un centre de nettoyage des terres " sont remplacés par le membre de phrase " un dépÎt provisoire, un centre de nettoyage des terres et un établissement pour le stockage et le traitement de boues de dragage et de curage. ".
Art. 50. In artikel 139 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "tussentijdse opslagplaats of grondreinigingscentrum" worden telkens vervangen door de zinsnede "tussentijdse opslagplaats, grondreinigingscentrum of inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie'';
  2° in paragraaf 1 worden tussen de woorden "voor het uitvoeren van de taken" en de zinsnede ", vastgesteld door de Vlaamse Regering krachtens de bepalingen van artikel 138, § 1." de woorden "met betrekking tot de procedure voor het traceren van bodemmaterialen" ingevoegd.
  1° de woorden "tussentijdse opslagplaats of grondreinigingscentrum" worden telkens vervangen door de zinsnede "tussentijdse opslagplaats, grondreinigingscentrum of inrichting voor de opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie'';
  2° in paragraaf 1 worden tussen de woorden "voor het uitvoeren van de taken" en de zinsnede ", vastgesteld door de Vlaamse Regering krachtens de bepalingen van artikel 138, § 1." de woorden "met betrekking tot de procedure voor het traceren van bodemmaterialen" ingevoegd.
Art. 49. Dans le chapitre XIII du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© en dernier lieu par le dĂ©cret du 18 dĂ©cembre 2015, l'intitulĂ© de la section III est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Section III. Agrément en tant qu'organisation de gestion du sol, dépÎt provisoire, centre de nettoyage des terres ou établissement pour le stockage et le traitement de boues de dragage et de curage ".
  " Section III. Agrément en tant qu'organisation de gestion du sol, dépÎt provisoire, centre de nettoyage des terres ou établissement pour le stockage et le traitement de boues de dragage et de curage ".
Art. 51. In artikel 142 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 28 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan het tweede lid wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Een verslag van siteonderzoek wordt opgemaakt en bij de OVAM ingediend door de bodemsaneringsdeskundige conform de voormelde standaard-procedure.";
  2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Een siteonderzoek dat niet is uitgevoerd conform de standaardprocedure, vermeld in het tweede lid, wordt niet beschouwd als een siteonderzoek.".
  1° aan het tweede lid wordt de volgende zin toegevoegd:
  "Een verslag van siteonderzoek wordt opgemaakt en bij de OVAM ingediend door de bodemsaneringsdeskundige conform de voormelde standaard-procedure.";
  2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Een siteonderzoek dat niet is uitgevoerd conform de standaardprocedure, vermeld in het tweede lid, wordt niet beschouwd als een siteonderzoek.".
Art. 50. Dans l'article 139 du mĂȘme dĂ©cret, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° les mots " dépÎt provisoire ou centre de nettoyage des terres " sont chaque fois remplacés par le membre de phrase " dépÎt provisoire, centre de nettoyage des terres ou établissement pour le stockage et le traitement de boues de dragage et de curage " ;
  2° dans le paragraphe 1er, les mots " relatives à la procédure en vue du suivi des matériaux de sol " sont insérés entre les mots " pour l'exécution des tùches " et les mots " , établies par le Gouvernement flamand en vertu des dispositions de l'article 138, § 1er. ".
  1° les mots " dépÎt provisoire ou centre de nettoyage des terres " sont chaque fois remplacés par le membre de phrase " dépÎt provisoire, centre de nettoyage des terres ou établissement pour le stockage et le traitement de boues de dragage et de curage " ;
  2° dans le paragraphe 1er, les mots " relatives à la procédure en vue du suivi des matériaux de sol " sont insérés entre les mots " pour l'exécution des tùches " et les mots " , établies par le Gouvernement flamand en vertu des dispositions de l'article 138, § 1er. ".
Art. 52. In titel III, hoofdstuk XIV, afdeling II, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt het opschrift van onderafdeling III vervangen door wat volgt:
  "Onderafdeling III. - Beslissingen op basis van het siteonderzoek".
  "Onderafdeling III. - Beslissingen op basis van het siteonderzoek".
Art. 51. Dans l'article 142 du mĂȘme dĂ©cret, remplacĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° l'alinéa deux est complété par la phrase suivante :
  " Un rapport d'une reconnaissance du site est établi et introduit auprÚs de l'OVAM par l'expert en assainissement du sol conformément à la procédure standard précitée. " ;
  2° il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
  " Une reconnaissance du site qui n'a pas été exécutée conformément à la procédure standard visée à l'alinéa deux, n'est pas considérée comme une reconnaissance du site. ".
  1° l'alinéa deux est complété par la phrase suivante :
  " Un rapport d'une reconnaissance du site est établi et introduit auprÚs de l'OVAM par l'expert en assainissement du sol conformément à la procédure standard précitée. " ;
  2° il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
  " Une reconnaissance du site qui n'a pas été exécutée conformément à la procédure standard visée à l'alinéa deux, n'est pas considérée comme une reconnaissance du site. ".
Art. 53. In artikel 143 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 28 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt opgeheven;
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "43 en 45, § 2," vervangen door het getal "40".
  1° het eerste lid wordt opgeheven;
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "43 en 45, § 2," vervangen door het getal "40".
Art. 52. Dans le titre III, chapitre XIV, section II, du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, l'intitulĂ© de la sous-section III est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Sous-section III. - Décisions sur la base de la reconnaissance du site ".
  " Sous-section III. - Décisions sur la base de la reconnaissance du site ".
Art. 54. Artikel 151 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 151. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissingen, vermeld in artikel 146, tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing.".
  "Art. 151. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissingen, vermeld in artikel 146, tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing.".
Art. 53. Dans l'article 143 du mĂȘme dĂ©cret, remplacĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° l'alinéa premier est abrogé ;
  2° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " 43 et 45, § 2, " est remplacé par le nombre " 40 ".
  1° l'alinéa premier est abrogé ;
  2° dans l'alinéa deux, le membre de phrase " 43 et 45, § 2, " est remplacé par le nombre " 40 ".
Art. 55. Artikel 156 van hetzelfde decreet, opgeheven door het decreet van 21 december 2007, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "Art. 156. In geval van een vrijstelling van de onderzoeksplicht, vermeld in artikel 31, § 1, kan de OVAM beslissen om ambtshalve een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren of de grond op te nemen in een site met het oog op de uitvoering van een siteonderzoek.".
  "Art. 156. In geval van een vrijstelling van de onderzoeksplicht, vermeld in artikel 31, § 1, kan de OVAM beslissen om ambtshalve een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren of de grond op te nemen in een site met het oog op de uitvoering van een siteonderzoek.".
Art. 54. L'article 151 du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par le dĂ©cret du 28 mars 2014, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 151. Le recours suspend l'exécution des décisions contestées, visées à l'article 146, jusqu'au jour suivant la date de la notification de la décision. ".
  " Art. 151. Le recours suspend l'exécution des décisions contestées, visées à l'article 146, jusqu'au jour suivant la date de la notification de la décision. ".
Art. 56. In artikel 161 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2007 en 28 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "krachtens de bepalingen van dit decreet om ambtshalve een oriënterend bodemonderzoek, site-onderzoek, beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of de andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI, uit te voeren" vervangen door de woorden "tot ambtshalve uitvoering krachtens de bepalingen van dit decreet";
  2° in paragraaf 3 en paragraaf 4, tweede lid, wordt de zinsnede "beslissing tot ambtshalve uitvoering van een oriënterend bodemonderzoek, site-onderzoek, beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI" vervangen door de woorden "beslissing van de OVAM tot ambtshalve uitvoering krachtens de bepalingen van dit decreet";
  3° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "uitvoering van een oriënterend bodemonderzoek, site-onderzoek, beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI" vervangen door de woorden "uitvoering krachtens de bepalingen van dit decreet".
  1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "krachtens de bepalingen van dit decreet om ambtshalve een oriënterend bodemonderzoek, site-onderzoek, beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of de andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI, uit te voeren" vervangen door de woorden "tot ambtshalve uitvoering krachtens de bepalingen van dit decreet";
  2° in paragraaf 3 en paragraaf 4, tweede lid, wordt de zinsnede "beslissing tot ambtshalve uitvoering van een oriënterend bodemonderzoek, site-onderzoek, beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI" vervangen door de woorden "beslissing van de OVAM tot ambtshalve uitvoering krachtens de bepalingen van dit decreet";
  3° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "uitvoering van een oriënterend bodemonderzoek, site-onderzoek, beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of andere maatregelen, vermeld in hoofdstuk VI" vervangen door de woorden "uitvoering krachtens de bepalingen van dit decreet".
Art. 55. L'article 156 du mĂȘme dĂ©cret, abrogĂ© par le dĂ©cret du 21 dĂ©cembre 2007, est rĂ©tabli dans la rĂ©daction suivante :
  " Art. 156. Dans le cas d'une exemption de l'obligation de reconnaissance, visée à l'article 31, § 1er, l'OVAM peut décider d'exécuter d4office une reconnaissance d'orientation du sol ou de reprendre le sol dans un site en vue de l'exécution d'une reconnaissance du site. "
  " Art. 156. Dans le cas d'une exemption de l'obligation de reconnaissance, visée à l'article 31, § 1er, l'OVAM peut décider d'exécuter d4office une reconnaissance d'orientation du sol ou de reprendre le sol dans un site en vue de l'exécution d'une reconnaissance du site. "
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het Materialendecreet van 23 december 2011
Art. 56. Dans l'article 161 du mĂȘme dĂ©cret, modifiĂ© par les dĂ©crets des 21 dĂ©cembre 2007 et 28 mars 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
Art. 57. Artikel 38 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen wordt vervangen door wat volgt:
CHAPITRE 3. - Modification au Décret sur les matériaux du 23 décembre 2011
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007
Art. 57. L'article 38 du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets est remplacé par ce qui suit :
Art. 58. In titel III, hoofdstuk VI, van het VLAREBO-besluit van 14 december 2007, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 september 2012 en 23 oktober 2015, wordt afdeling II, die bestaat uit artikel 121 tot en met 125, opgeheven.
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© VLAREBO du 14 dĂ©cembre 2007
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
Art. 58. Dans le titre III, chapitre VI, de l'arrĂȘtĂ© VLAREBO du 14 dĂ©cembre 2007, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 21 septembre 2012 et 23 octobre 2015, la section, comprenant les articles 121 Ă 125, est supprimĂ©e.
Art. 59. De bodemonderzoeken en siteonderzoeken die vóór de inwerkingtreding van artikel 11 tot en met 15, artikel 20 tot en met 31 en artikel 51 tot en met 53 van dit decreet bij de OVAM worden ingediend, worden afgehandeld overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het moment waarop het bodem-onderzoek of het siteonderzoek bij de OVAM wordt ingediend.
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 60. De erkenningen als bodemsaneringsorganisatie voor activiteiten als vermeld in artikel 91, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 die vóór de inwerkingtreding van artikel 34 en 58 van dit decreet zijn afgeleverd, blijven van kracht.
Art. 59. Les reconnaissances du sol et du site qui sont introduites auprÚs de l'OVAM avant l'entrée en vigueur des articles 11 à 15, des articles 20 à 31 et des articles 51 à 53 du présent décret, sont traitées conformément aux dispositions applicables au moment de l'introduction auprÚs de l'OVAM de la reconnaissance du sol ou du site.
Art. 61. Artikel 9, artikel 11 tot en met 15, artikel 20 tot en met 32, artikel 43, 1°, en artikel 51 tot en met 53 van dit decreet treden in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand van de bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad.
  Artikel 2, 2°, artikel 3, artikel 45 tot en met 50 en artikel 57 treden in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.
  Artikel 2, 2°, artikel 3, artikel 45 tot en met 50 en artikel 57 treden in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.
Art. 60. Les agréments en tant qu'organisation d'assainissement du sol pour les activités mentionnées à l'article 91, § 1er, du Décret relatif au sol du 27 octobre 2006 délivrés avant l'entrée en vigueur des articles 34 et 58 du présent décret, restent en vigueur.
-
Art. 61. L'article 9, les articles 11 à 15, les articles 20 à 32, l'article 43, 1°, et les articles 51 à 53 du présent décret entrent en vigueur le premier jour du deuxiÚme mois suivant la publication du présent décret au Moniteur belge.
  L'article 2, 2°, l'article 3, les articles 45 à 50 et l'article 57 entrent en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand.
  L'article 2, 2°, l'article 3, les articles 45 à 50 et l'article 57 entrent en vigueur à une date à fixer par le Gouvernement flamand.
-
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 2; 3; 45 à 50; 57 fixée au 01-04-2019 par AGF 2019-03-01/28, art. 1)