Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 DECEMBER 2018. - Wet houdende diverse bepalingen betreffende justitie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-12-2018 en tekstbijwerking tot 24-12-2020)
Titre
21 DECEMBRE 2018. - Loi portant des dispositions diverses en matière de justice(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-12-2018 et mise à jour au 24-12-2020)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
TITEL 1. - Algemene bepaling TITEL 2. - Vereenvoudiging van de bepalingen va... HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk W... HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk... HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 22 augu... HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 7 mei 1... HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 8 augus... HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 17 ma... HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen TITEL 3. - Wijzigingen van het afstammingsrecht HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk W... HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 1 jul... HOOFDSTUK 3. - Overgangsbepalingen TITEL 4. - Wijzigingen van de artikelen 335 en ... HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk W... HOOFDSTUK 2. - Slotbepaling TITEL 5. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetbo... HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk W... HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk... HOOFDSTUK 3. - Slotbepaling TITEL 6. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetbo... HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk W... HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk... HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 19 maar... TITEL 7. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wet... TITEL 8. - Wijziging van artikel 1410 van het G... TITEL 9. - Wijzigingen van artikel 17 van het G... HOOFDSTUK 1. - Wijziging van artikel 17 van het... HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen met als doel bepaald... TITEL 10. - Wijzigingen betreffende de rechterl... HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Gerechtelijk... HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het bijvoegsel b... HOOFDSTUK 3. - Overgangsbepalingen en inwerking... TITEL 11. - Wijzigingen van de wet van 18 juni ... TITEL 12. - Wijziging van artikel 23 van het Ge... TITEL 13. - Wijziging van artikel 392 van het B... TITEL 14. - Wijzigingen van de wet van 25 ventô... TITEL 15. - Wijziging van het Wetboek van venno... TITEL 16. - Wijziging van de artikelen 508/13 e...
Inhoud
TITRE 1er. - Disposition générale TITRE 2. - Simplification des dispositions du C... CHAPITRE 1er. - Modifications du Code civil CHAPITRE 2. - Modifications du Code judiciaire CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 22 août... CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 7 mai 1... CHAPITRE 5. - Modification de la loi du 8 août ... CHAPITRE 6. - Modifications du la loi du 17 mar... CHAPITRE 7. - Dispositions finales TITRE 3. - Modifications du droit de la filiation CHAPITRE 1er. - Modifications du Code civil CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 1er ju... CHAPITRE 3. - Dispositions transitoires TITRE 4. - Modifications des articles 335 et 33... CHAPITRE 1er. - Modifications du Code civil CHAPITRE 2. - Disposition finale TITRE 5. - Modifications du Code civil et du Co... CHAPITRE 1er. - Modifications du Code civil CHAPITRE 2. - Modifications du Code judiciaire CHAPITRE 3. - Disposition finale TITRE 6. - Modifications du Code civil, du Code... CHAPITRE 1er. - Modifications du Code civil CHAPITRE 2. - Modifications du Code judiciaire CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 19 mars... TITRE 7. - Modifications du Code judiciaire en ... TITRE 8. - Modification de l'article 1410 du Co... TITRE 9. - Modifications de l'article 17 du Cod... CHAPITRE 1er. - Modification de l'article 17 du... CHAPITRE 2. - Modifications en vue de mettre en... TITRE 10. - Modifications relatives à l'organis... CHAPITRE 1er. - Modifications du Code judiciaire CHAPITRE 2. - Modifications de l'annexe au Code... CHAPITRE 3. - Dispositions transitoires et d'en... TITRE 11. - Modifications de la loi du 18 juin ... TITRE 12. - Modification de l'article 23 du Cod... TITRE 13. - Modification de l'article 392 du Co... TITRE 14. - Modifications de la loi du 25 ventô... TITRE 15. - Modification du Code des sociétés TITRE 16. - Modification des articles 508/13 et...
Tekst (247)
Texte (247)
TITEL 1. - Algemene bepaling
TITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
TITEL 2. - Vereenvoudiging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek en het Gerechtelijk Wetboek betreffende de onbekwaamheid, en van de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid
TITRE 2. - Simplification des dispositions du Code civil et du Code judiciaire en matière d'incapacité, et de la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek
CHAPITRE 1er. - Modifications du Code civil
Art.2. In artikel 145/1 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wet van 18 juni 2018, wordt het derde lid opgeheven.
Art.2. Dans l'article 145/1 du Code civil, inséré par la loi du 17 mars 2013 et modifié par la loi du 18 juin 2018, l'alinéa 3 est abrogé.
Art.3. In artikel 186 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013, wordt het derde lid opgeheven.
Art.3. Dans l'article 186 du même Code, rétabli par la loi du 17 mars 2013, l'alinéa 3 est abrogé.
Art.4. In artikel 231 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013, wordt het derde lid opgeheven.
Art.4. Dans l'article 231 du même Code, rétabli par la loi du 17 mars 2013, l'alinéa 3 est abrogé.
Art.5. In artikel 328, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt het derde lid opgeheven.
Art.5. Dans l'article 328, § 2, du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013 et modifié par la loi du 25 avril 2014, l'alinéa 3 est abrogé.
Art.6. Artikel 489 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013, wordt aangevuld met de woorden "en de personen, en op daden van beheer zoals bedoeld in artikel 494, g)".
Art.6. L'article 489 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013, est complété par les mots "et aux personnes et aux actes de gestion tels que visés à l'article 494, g)".
Art.7. In artikel 490 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden ", wordt geregistreerd" vervangen door de woorden ", en de beëindiging van deze lastgeving krachtens het vijfde lid worden geregistreerd";
  2° in het vijfde lid wordt de zin die begint met de woorden "De lasthebber en de meerderjarige of ontvoogde minderjarige lastgever" en eindigt met de woorden "de redenen voor deze beslissing.", vervangen door de volgende zinnen:
  "De lasthebber, de meerderjarige lastgever die wilsbekwaam is of de ontvoogde minderjarige voor wie geen beschermingsmaatregel werd getroffen als bedoeld in artikel 492/1, delen hun beslissing om de overeenkomst te beëindigen aan de in het tweede lid bedoelde griffier of notaris mee. De lasthebber deelt deze informatie mee aan de vrederechter.".
Art.7. A l'article 490 du même Code, rétabli par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "est enregistré" sont remplacés par les mots "et la fin de ce mandat, en vertu de l'alinéa 5, sont enregistrés";
  2° dans l'alinéa 5, la phase commençant par les mots "Le mandataire et le mandant majeur" et finissant par les mots "les raisons de cette décision." est remplacée par les phrases suivantes:
  "Le mandataire, le mandant majeur capable d'exprimer sa volonté ou le mineur émancipé à l'égard duquel aucune mesure de protection visée à l'article 492/1 n'a été prise, communiquent au greffe ou au notaire visé à l'alinéa 2 leur décision de mettre fin au contrat. Le mandataire communique cette information au juge de paix.".
Art.8. In artikel 490/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zin "De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing." opgeheven;
  2° in paragraaf 2, derde lid, wordt de zin "De bepalingen van deel IV, boek IV, hoofdstuk X, afdeling I van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing." opgeheven;
  3° in paragraaf 3 wordt het tweede lid opgeheven.
Art.8. A l'article 490/1 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013 et modifié par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, la phrase "Les articles 1241 et 1246 du Code judiciaire sont d'application." est abrogée;
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 3, la phrase "Les dispositions de la quatrième partie, livre IV, chapitre X, section 1ère du Code judiciaire sont d'application." est abrogée;
  3° dans le paragraphe 3, l'alinéa 2 est abrogé.
Art.9. In artikel 490/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen als volgt:
  "De lasthebber betrekt de lastgever zoveel mogelijk en in verhouding tot diens begripsvermogen bij de uitoefening van zijn opdracht. Hij pleegt bij de uitvoering van zijn opdracht op regelmatige tijdstippen en ten minste eenmaal per jaar overleg met de lastgever en, in voorkomend geval, de door de lastgever aangewezen personen.";
  2° in paragraaf 1, vierde lid, wordt de zin "De in artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde procedure is van toepassing." opgeheven;
  3° in paragraaf 1 wordt het zesde lid vervangen als volgt:
  "Heeft de lastgever meerdere lasthebbers aangewezen, dan worden de geschillen tussen hen beslecht in het belang van de lastgever, na getracht te hebben het standpunt van de partijen dichter bij elkaar te brengen overeenkomstig artikel 1247 van het Gerechtelijk Wetboek.";
  4° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
  " § 2. De vrederechter kan te allen tijde de bijzondere of algemene lastgeving bedoeld in artikel 490 geheel of gedeeltelijk beëindigen, indien de wijze waarop de lasthebber de opdracht uitvoert van die aard is dat de belangen van de lastgever in het gedrang komen. Hij kan deze lastgeving geheel of gedeeltelijk vervangen door rechterlijke beschermingsmaatregelen die beter overeenstemmen met de belangen van de lastgever. Hij kan de tenuitvoerlegging van de lastgeving of de uitoefening van de bevoegdheden van de lasthebber onderwerpen aan dezelfde vormvereisten als degene die van toepassing zijn op de rechterlijke beschermingsmaatregelen.
  De vrederechter kan ofwel ambtshalve, ofwel op verzoek van enige belanghebbende of van de procureur des Konings, uitspraak doen over de uitvoeringsmodaliteiten van de lastgeving of over de bevoegdheden van de lasthebber. In geval van niet-naleving van de uitvoeringsmodaliteiten van de lastgeving of van de bevoegdheden van de lasthebber, gelden dezelfde sancties als degene waarin is voorzien voor een rechterlijke beschermingsmaatregel.";
  5° in paragraaf 3 wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
  "1° ingeval niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 488/1 en 488/2;";
  6° in paragraaf 3, 2° en 3°, worden de woorden "de kennisgeving" telkens vervangen door de woorden "de registratie".
Art.9. A l'article 490/2 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
  "Le mandataire associe le mandant, dans toute la mesure du possible et compte tenu de son degré de compréhension, à l'exercice de sa mission. Il se concerte, à intervalles réguliers et au moins une fois par an, avec le mandant et, le cas échéant, avec les personnes désignées par le mandant.";
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, la phrase "La procédure visée à l'article 1250 du Code judiciaire est d'application." est abrogée;
  3° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 6 est remplacé par ce qui suit:
  "Si le mandant a désigné plusieurs mandataires, les différends entre ces derniers sont réglés dans l'intérêt du mandant après avoir tenté de rapprocher le point de vue des parties conformément à l'article 1247 du Code judiciaire.";
  4° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
  " § 2. Le juge de paix peut, à tout moment, mettre fin, en tout ou partie, au mandat spécial ou général visé à l'article 490 si la manière d'exercer la mission du mandataire est de nature à mettre en péril les intérêts du mandant. Il peut remplacer, en tout ou en partie, ce mandat par une mesure de protection judiciaire qui serait plus conforme aux intérêts du mandant. Il peut soumettre l'exécution du mandat ou l'exercice des attributions du mandataire aux mêmes formalités que celles qui s'appliquent à la mesure de protection judiciaire.
  Le juge de paix peut, soit d'office, soit à la demande de tout intéressé ainsi que du procureur du Roi, statuer sur les modalités d'exécution du mandat ou sur les attributions du mandataire. Les mêmes sanctions que celles prévues pour une mesure de protection judiciaire s'appliquent en cas de non-respect des modalités d'exécution du mandat ou des attributions du mandataire.";
  5° dans le paragraphe 3, le 1° est remplacé par ce qui suit:
  "1° lorsque les conditions prévues aux articles 488/1 et 488/2 ne sont plus rencontrées;";
  6° dans le paragraphe 3, 2° et 3°, les mots "la notification" sont chaque fois remplacés par les mots "l'enregistrement".
Art.10. In artikel 492 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2014, wordt het tweede lid opgeheven.
Art.10. Dans l'article 492 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2014, l'alinéa 2 est abrogé.
Art.11. In artikel 492/1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wetten van 25 april 2014, 31 juli 2017 en 7 januari 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in paragraaf 1, derde lid, wordt de bepaling onder 15° opgeheven;
  b) in paragraaf 1,derde lid, wordt de bepaling onder 17° aangevuld met de woorden "of het verzet daartegen overeenkomstig artikel 10 van dezelfde wet";
  c) in paragraaf 1, derde lid, wordt de bepaling onder 19° vervangen als volgt:
  "19° het verlenen van de toestemming tot de wegneming van lichaamsmateriaal bij levenden bedoeld in de artikelen 10, 12 en 20, § 1, van de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek, of het verzet daartegen overeenkomstig de artikelen 12 en 20, § 2, van dezelfde wet;";
  d) paragraaf 1, derde lid, wordt aangevuld met de bepalingen onder 21° en 22°, luidende:
  "21° de ondertekening of authenticatie met behulp van de elektronische identiteitskaart overeenkomstig artikel 6, § 7, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
  22° de aflegging van de in artikel 135/1 bedoelde aangifte van de overtuiging dat het geslacht vermeld in de akte van geboorte niet overeenstemt met de innerlijk beleefde genderidentiteit.";
  e) in paragraaf 1 wordt tussen het derde lid en vierde lid een lid ingevoegd, luidende:
  "De rechter spreekt zich in alle gevallen ook uit over de bevoegdheid van de bewindvoerder om de rechten van de patiënt uit te oefenen op basis van artikel 14, § 2, van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt voor het geval hij zelf deze rechten niet kan uitoefenen volgens voornoemde wet.";
  f) in paragraaf 2, derde lid, 4°, worden de woorden "van meer dan negen jaar" opgeheven;
  g) paragraaf 2, derde lid, wordt aangevuld met de bepalingen onder 19° en 20°, luidende:
  "19° de uitoefening van zijn rechten en plichten in fiscale en sociale zaken;
  20° het aangaan van periodieke schulden.";
  h) paragraaf 2, vierde lid, wordt aangevuld met de woorden "en of en onder welke voorwaarden de beschermde persoon een bankkaart kan gebruiken om die handelingen te stellen".
Art.11. Dans l'article 492/1 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013 et modifié par les lois des 25 avril 2014, 31 juillet 2017 et 7 janvier 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans le paragraphe 1er, alinéa 3, le 15° est abrogé;
  b) dans le paragraphe 1er, alinéa 3, le 17° est complété par les mots "ou de s'y opposer conformément à l'article 10 de la même loi";
  c) dans le paragraphe 1er, alinéa 3, le 19° est remplacé par ce qui suit:
  "19° de consentir à un prélèvement de matériel corporel sur des personnes vivantes visé aux articles 10, 12 et 20, § 1er, de la loi du 19 décembre 2008 relative à l'obtention et à l'utilisation de matériel corporel humain destiné à des applications médicales humaines ou à des fins de recherche scientifique, ou de s'y opposer conformément aux articles 12 et 20, § 2, de la même loi;";
  d) le paragraphe 1er, alinéa 3, est complété par les 21° et 22°, rédigés comme suit:
  "21° de signer ou de s'authentifier au moyen de la carte d'identité électronique, conformément à l'article 6, § 7, de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour et modifiant la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques;
  22° de faire la déclaration d'avoir la conviction que le sexe mentionné dans l'acte de naissance ne correspond pas à l'identité de genre vécue intimement visée à l'article 135/1.";
  e) dans le paragraphe 1er, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre l'alinéa 3 et l'alinéa 4:
  "Dans tous les cas, le juge se prononce également sur la compétence de l'administrateur d'exercer les droits du patient sur base de l'article 14, § 2, de la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient, si la personne n'est pas en mesure d'exercer elle-même ces droits selon la loi précitée.";
  f) dans le paragraphe 2, alinéa 3, 4°, les mots "de plus de neuf ans" sont abrogés;
  g) le paragraphe 2, alinéa 3, est complété par les 19° et 20°, rédigés comme suit:
  "19° d'exercer ses droits et obligations en matière fiscale et sociale;
  20° de contracter des dettes périodiques.";
  h) le paragraphe 2, alinéa 4, est complété par les mots "et si et à quelles conditions la personne protégée peut utiliser une carte bancaire pour poser ces actes".
Art.12. In artikel 492/4 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zin "Artikel 1246 van het Gerechtelijk Wetboek en, ingeval het een verzoek tot beëindiging van de rechterlijke beschermingsmaatregel betreft, artikel 1241 van het Gerechtelijk Wetboek, zijn van toepassing." opgeheven;
  2° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
  "De vrederechter evalueert de rechterlijke beschermingsmaatregel ambtshalve indien hij het nodig acht of indien er zich een fundamentele wijziging in de omstandigheden heeft voorgedaan en handelt, in voorkomend geval, overeenkomstig het eerste lid. De bewindvoerder brengt de vrederechter op de hoogte telkens er zich een fundamentele wijziging in de omstandigheden heeft voorgedaan.".
Art.12. A l'article 492/4 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013 et modifié par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, la phrase "L'article 1246 du Code judiciaire et, s'il s'agit d'une demande de cessation de la mesure de protection judiciaire, l'article 1241 du Code judiciaire, sont d'application." est abrogée;
  2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Le juge de paix évalue la mesure de protection judiciaire d'office s'il l'estime nécessaire ou en cas de changement fondamental des circonstances et, le cas échéant, procède conformément à l'alinéa 1er. L'administrateur avertit le juge de paix de tout changement fondamental des circonstances.".
Art.13. Artikel 492/5 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, wordt opgeheven.
Art.13. L'article 492/5 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, est abrogé.
Art.14. In artikel 493, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wetten van 12 mei 2014 en 31 juli 2017, wordt de zin "De in artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde procedure is van toepassing." opgeheven.
Art.14. Dans l'article 493, § 3, alinéa 1er, du même Code, rétabli par la loi du 17 mars 2013 et modifié par les lois des 12 mai 2014 et 31 juillet 2017, la phrase "La procédure visée à l'article 1250 du Code judiciaire est d'application." est abrogée.
Art.15. In artikel 496 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013, wordt het zesde lid opgeheven.
Art.15. Dans l'article 496 du même Code, rétabli par la loi du 17 mars 2013, l'alinéa 6 est abrogé.
Art.16. In artikel 496/7, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, wordt de zin "De in artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde procedure is van toepassing." opgeheven.
Art.16. Dans l'article 496/7, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, la phrase "La procédure prévue par l'article 1250 du Code judiciaire est d'application." est abrogée.
Art.17. In artikel 497/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 oktober 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de inleidende zin worden de woorden ", in zoverre de beschermde persoon daarvoor handelingsonbekwaam werd verklaard" ingevoegd tussen de woorden "De volgende handelingen zijn" en de woorden "niet vatbaar voor";
  b) de bepaling onder 17° wordt vervangen als volgt:
  "17° de in artikel 135/1 bedoelde aangifte van de overtuiging dat het geslacht vermeld in de akte van geboorte niet overeenstemt met de innerlijk beleefde genderidentiteit;";
  c) het artikel wordt aangevuld met de bepaling onder 28°, luidende:
  "28° het verlenen van de toestemming tot het wegnemen van organen bedoeld in artikel 5 of 10 van de wet van 13 juni 1986 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen.".
Art.17. Dans l'article 497/2 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 15 octobre 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans la phrase liminaire, les mots "Les actes suivants" sont remplacés par les mots "Pour autant que la personne protégée ait été déclarée incapable, les actes suivants";
  b) le 17° est remplacé par ce qui suit:
  "17° la déclaration d'avoir la conviction que le sexe mentionné dans l'acte de naissance ne correspond pas à l'identité de genre vécue intimement visée à l'article 135/1;";
  c) l'article est complété par le 28°, rédigé comme suit:
  "28° le consentement à un prélèvement d'organe visé à l'article 5 ou 10 de la loi du 13 juin 1986 sur le prélèvement et la transplantation d'organes.".
Art.18. In artikel 497/3, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het enige lid wordt vervangen als volgt:
  "Geschillen tussen de bewindvoerder over de persoon en de bewindvoerder over de goederen of tussen de bewindvoerders over de goederen worden beslecht in het belang van de beschermde persoon, na getracht te hebben het standpunt van de partijen dichter bij elkaar te brengen overeenkomstig artikel 1247 van het Gerechtelijk Wetboek.";
  2° de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De in het eerste lid bedoelde procedure is ook van toepassing op de geschillen tussen enerzijds de bewindvoerder over de persoon of de bewindvoerder over de goederen en anderzijds de beschermde persoon.".
Art.18. A l'article 497/3, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa unique est remplacé par ce qui suit:
  "Les litiges entre l'administrateur de la personne et l'administrateur des biens ou entre les administrateurs des biens sont réglés dans l'intérêt de la personne protégée, après avoir tenté de rapprocher le point de vue des parties conformément à l'article 1247 du Code judiciaire.";
  2° le paragraphe est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "La procédure visée à l'alinéa 1er s'applique aussi aux litiges entre l'administrateur de la personne ou l'administrateur des biens, d'une part, et la personne protégée, d'autre part.".
Art.19. In artikel 497/4 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, wordt het tweede lid opgeheven.
Art.19. Dans l'article 497/4 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, l'alinéa 2 est abrogé.
Art.20. In artikel 497/5 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "de goedkeuring van het verslag bedoeld in de artikelen 498/3, 498/4, 499/14 of 499/17" vervangen door de woorden "onderzoek van het verslag bedoeld in de artikelen 498/3, 498/4, 499/14 of 499/17, overeenkomstig artikel 497/8, en de goedkeuring ervan";
  2° in het derde lid wordt de tweede zin aangevuld met de woorden "en de wijze bepalen waarop de vergoeding van deze kosten wordt begroot";
  3° in het vierde lid wordt de derde zin aangevuld met de woorden "en kan bepalen welke ambtsverrichtingen als buitengewoon kunnen worden beschouwd";
  4° in het vierde lid wordt het woord "overlegging" vervangen door het woord "mededeling".
Art.20. A l'article 497/5 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "approbation du rapport visé aux articles 498/3, 498/4, 499/14 ou 499/17" sont remplacés par les mots "vérification du rapport visé aux articles 498/3, 498/4, 499/14 ou 499/17, conformément à l'article 497/8, et approbation de celui-ci";
  2° dans l'alinéa 3, la deuxième phrase est complétée par les mots "et déterminer le mode de calcul de l'indemnité liée à ces frais";
  3° dans l'alinéa 4, la troisième phrase est complétée par les mots "et déterminer les prestations qui peuvent être considérées comme des devoirs exceptionnels";
  4° dans l'alinéa 4, le mot "présentation" est remplacé par le mot "communication".
Art.21. Artikel 497/6 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 497/6. De vrederechter kan de maatregelen bedoeld in artikel 1246 van het Gerechtelijk Wetboek nemen om inlichtingen in te winnen over de familiale, morele en materiële toestand van de te beschermen persoon alsook over diens levensomstandigheden.".
Art.21. L'article 497/6 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 497/6. Le juge de paix peut prendre les mesures visées à l'article 1246 du Code judiciaire pour s'enquérir de la situation familiale, morale et matérielle de la personne protégée ainsi que de ses conditions de vie.".
Art.22. Artikel 497/8 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 497/8. De vrederechter onderzoekt en keurt de verslagen bedoeld in de artikelen 498/3, 498/4, 499/6, 499/14 of 499/17 goed nadat minstens werd nagegaan of:
  1° het verslag en, indien nodig, de bij het verslag gevoegde documenten, zijn neergelegd;
  2° het verslag ten minste de wettelijk vereiste elementen bevat;
  3° het verslag in overeenstemming is met het door de Koning opgestelde model;
  4° indien er meerdere bewindvoerders zijn, de wijze van opmaak van het verslag bedoeld in artikel 498/3, § 2, derde lid, werd nageleefd; en
  5° er geen ernstige aanwijzingen zijn van tekortkomingen of fraude in het beheer van de bewindvoerder.".
Art.22. L'article 497/8 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 497/8. Le juge de paix examine et approuve les rapports visés aux articles 498/3, 498/4, 499/6, 499/14 ou 499/17 après qu'il ait été vérifié au moins que:
  1° le rapport et, au besoin, les documents joints au rapport, ont été déposés;
  2° le rapport comprend au moins les éléments requis par la loi;
  3° le rapport est conforme au modèle établi par le Roi;
  4° s'il y a plusieurs administrateurs, le mode de rédaction du rapport visé à l'article 498/3, § 2, alinéa 3, a été respecté; et
  5° il n'existe pas des indices sérieux de manquements ou de fraude dans la gestion de l'administrateur.".
Art.23. In artikel 498/3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "brengt de bewindvoerder jaarlijks schriftelijk verslag uit" vervangen door de woorden "deelt de bewindvoerder jaarlijks een schriftelijk verslag mee";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "brengt jaarlijks schriftelijk verslag uit" vervangen door de woorden "deelt jaarlijks een schriftelijk verslag mee";
  3° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende:
  " § 2/1. Wanneer slechts één bewindvoerder wordt aangewezen als bewindvoerder over de persoon en over de goederen, brengt die bewindvoerder jaarlijks één enkel verslag uit.";
  4° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de eerste zin vervangen door de zin "De vrederechter gaat na of het verslag voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 497/8 en indien dat het geval is, keurt hij het verslag goed" en worden de woorden "aan hem overgezonden" vervangen door de woorden "hem ter kennis gebracht".
Art.23. A l'article 498/3 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "fait rapport par écrit" sont remplacés par les mots "communique un rapport écrit";
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "fait annuellement rapport par écrit" sont remplacés par les mots "communique tous les ans un rapport écrit";
  3° il est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit:
  " § 2/1. Lorsqu'un seul administrateur est désigné comme administrateur de la personne et des biens, l'administrateur communique tous les ans un rapport unique.";
  4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "marque son approbation au bas du rapport" sont remplacés par les mots "vérifie que le rapport satisfait aux conditions visées à l'article 497/8 et dans l'affirmative, approuve le rapport" et le mot "transmises" est remplacé par le mot "notifiées".
Art.24. In artikel 498/4 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de eerste en de tweede zin vervangen als volgt: "De bewindvoerder deelt binnen een maand na de beëindiging van zijn opdracht een eindverslag, opgesteld overeenkomstig artikel 498/3, § 1, derde lid, en/of 498/3, § 2, tweede lid, mee aan de vrederechter, aan de persoon ten aanzien van wie de rechterlijke beschermingsmaatregel is beëindigd of aan de nieuwe bewindvoerder. Het verslag wordt in laatstgenoemd geval eveneens meegedeeld aan de beschermde persoon en diens vertrouwenspersoon.";
  2° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
  "De vrederechter gaat na of het verslag voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 497/8. Naargelang van het resultaat keurt hij het verslag goed of weigert hij het. In voorkomend geval wordt melding gemaakt van de reden voor de weigering om het verslag goed te keuren.";
  3° het derde lid wordt opgeheven;
  4° in het vierde lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "en het proces-verbaal worden" vervangen door het woord "wordt".
Art.24. A l'article 498/4 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, le mot "remet" est remplacé par le mot "communique" et le mot "remis" est remplacé par le mot "communiqué";
  2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Le juge de paix vérifie que le rapport satisfait aux conditions visées à l'article 497/8. En fonction du résultat, il approuve le rapport ou le refuse. Le cas échéant, il est fait mention du motif de refus d'approuver le rapport.";
  3° l'alinéa 3 est abrogé;
  4° dans l'alinéa 4, qui devient l'alinéa 3, les mots "Le rapport et le procès-verbal sont versés" sont remplacés par les mots "Le rapport est versé".
Art.25. In artikel 499/1, § 3, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de woorden "en ten minste één maal per jaar" ingevoegd tussen de woorden "op regelmatige tijdstippen" en de woorden "overleg met de beschermde".
Art.25. Dans l'article 499/1, § 3, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les mots "à intervalles réguliers" sont remplacés par les mots ", à intervalles réguliers et au moins une fois par an,".
Art.26. In artikel 499/6 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "bezorgt uiterlijk zes weken na de aanvaarding van zijn aanwijzing een verslag over de leefsituatie van de beschermde persoon" vervangen door de woorden "deelt uiterlijk zes weken na de kennisgeving van de beslissing waarbij een maatregel ter bescherming van de persoon bevolen is een verslag over de leefsituatie van de beschermde persoon mee";
  2° in het tweede lid worden de woorden "één maand na de aanvaarding van zijn aanwijzing" vervangen door de woorden "zes weken na de kennisgeving van de beslissing waarbij een maatregel ter bescherming van de persoon bevolen werd" en worden de woorden "zendt hij dit verslag over" vervangen door de woorden "deelt hij dit verslag mee".
Art.26. A l'article 499/6 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "un mois après avoir accepté sa désignation" sont remplacés par les mots "six semaines après la notification de la décision dans laquelle une mesure de protection de la personne a été ordonnée" et les mots "fait rapport" sont remplacés par les mots "communique son rapport";
  2° dans l'alinéa 2, les mots "un mois après avoir accepté sa désignation" sont remplacés par les mots "six semaines après la notification de la décision dans laquelle une mesure de protection des biens a été ordonnée" et le mot "transmet" est remplacé par le mot "communique".
Art.27. In artikel 499/7 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wet van 31 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in paragraaf 1 worden het eerste lid, 2°, het tweede en het derde lid opgeheven;
  b) in paragraaf 3 worden de woorden "de bewindvoerder tevens machtigen" vervangen door de woorden "een bewindvoerder tevens machtigen" en worden de zinnen "Indien de zaak slechts door de bewindvoerder over de persoon of de bewindvoerder over de goederen bij hem aanhangig wordt gemaakt, wordt de andere gehoord of tenminste bij gerechtsbrief opgeroepen. Door die oproeping wordt hij partij in het geding." opgeheven;
  c) in paragraaf 4 wordt de zin "De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing." opgeheven.
Art.27. Dans l'article 499/7 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013 et modifié par la loi du 31 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans le paragraphe 1er, l'alinéa 1er, 2°, et les alinéas 2 et 3 sont abrogés;
  b) dans le paragraphe 3, les mots "autoriser l'administrateur" sont remplacés par les mots "autoriser un administrateur" et les phrases "S'il est seulement saisi par l'administrateur de la personne ou l'administrateur des biens, l'autre est entendu ou du moins convoqué par pli judiciaire. Cette convocation le rend partie à la cause." sont abrogées;
  c) dans le paragraphe 4, la phrase "Les articles 1241 et 1246 du Code judiciaire sont d'application." est abrogée.
Art.28. In artikel 499/10 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de woorden "bij artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek" vervangen door de woorden "in deel 4, boek IV, hoofdstuk X, afdeling 1, van het Gerechtelijk Wetboek".
Art.28. Dans l'article 499/10 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les mots "à l'article 1250 du Code judiciaire" sont remplacés par les mots "à la quatrième partie, livre IV, chapitre X, section 1ère, du Code judiciaire".
Art.29. In artikel 499/11 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de woorden "overeenkomstig de in artikel 1252 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde procedure" opgeheven.
Art.29. Dans l'article 499/11 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les mots ", conformément à la procédure prévue à l'article 1252 du Code judiciaire" sont abrogés.
Art.30. In artikel 499/14 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "brengt de bewindvoerder jaarlijks schriftelijk verslag uit" vervangen door de woorden "deelt de bewindvoerder jaarlijks een schriftelijk verslag mee";
  2° in paragraaf 1, vierde lid, wordt de eerste zin vervangen door de zin "De vrederechter gaat na of het verslag voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 497/8 en indien dat het geval is, keurt hij het verslag goed." en worden de woorden "aan hem overgezonden" vervangen door de woorden "hem ter kennis gebracht";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "bezorgt jaarlijks een schriftelijk verslag" vervangen door de woorden "deelt jaarlijks een schriftelijk verslag mee";
  4° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen als volgt:
  "Met het verslag wordt voor elke bankrekening een kopie meegedeeld van de door de bank uitgebrachte lijst van de verrichtingen tijdens de periode waarop het verslag betrekking heeft, met vermelding van het saldo ter staving van de in het verslag vermelde saldi alsook, in voorkomend geval, een attest van de financiële instelling betreffende de belegde kapitalen.";
  5° in paragraaf 2, vijfde lid, wordt de zin "De vrederechter keurt in een proces-verbaal het verslag goed." vervangen door de zin "De vrederechter gaat na of het verslag voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 497/8 en indien dat het geval is, keurt hij het verslag goed.";
  6° in paragraaf 3 worden de woorden "en het proces-verbaal worden" vervangen door het woord "wordt".
Art.30. A l'article 499/14 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "fait, tous les ans, rapport par écrit" sont remplacés par les mots "communique tous les ans un rapport écrit";
  2° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, les mots "marque son approbation au bas du rapport" sont remplacés par les mots "vérifie que le rapport satisfait aux conditions visées à l'article 497/8 et dans l'affirmative, il approuve le rapport" et le mot "transmises" est remplacé par le mot "notifiées";
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "remet annuellement un rapport écrit" sont remplacés par les mots "communique tous les ans un rapport écrit";
  4° dans le paragraphe 2, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
  "Une copie de la liste complète des opérations bancaires ayant eu lieu sur chaque compte bancaire pendant la période concernée, émise par la banque, destinée à étayer les soldes qui y sont mentionnés ainsi que, le cas échéant, une attestation de l'organisme financier relative aux capitaux placés sont communiqués en même temps que le rapport.";
  5° dans le paragraphe 2, alinéa 5, la phrase "Le juge de paix approuve le rapport dans un procès-verbal." est remplacée par la phrase "Le juge de paix vérifie que le rapport satisfait aux conditions visées à l'article 497/8 et dans l'affirmative, il approuve le rapport.";
  6° dans le paragraphe 3, les mots "Le rapport et le procès-verbal sont joints" sont remplacés par les mots "Le rapport est joint".
Art.31. In artikel 499/15 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, wordt de zin "De procedure van artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing." opgeheven.
Art.31. Dans l'article 499/15 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, la phrase "La procédure prévue à l'article 1250 du Code judiciaire est d'application." est abrogée.
Art.32. Artikel 499/17 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 499/17. De bewindvoerder deelt binnen een maand na de beëindiging van zijn opdracht, een eindverslag opgesteld overeenkomstig artikel 499/14, § 1, derde lid en/of artikel 499/14, § 2, tweede lid, mee aan de vrederechter, aan de persoon ten aanzien van wie de rechterlijke beschermingsmaatregel is beëindigd of aan de nieuwe bewindvoerder. Het verslag wordt in laatstgenoemd geval eveneens meegedeeld aan de beschermde persoon en diens vertrouwenspersoon.
  De vrederechter gaat na of het verslag voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 497/8 en naargelang van het resultaat keurt hij het verslag goed of weigert hij het. In voorkomend geval wordt melding gemaakt van de reden voor de weigering om het verslag goed te keuren.
  Het verslag wordt toegevoegd aan het administratief dossier bedoeld in artikel 1253 van het Gerechtelijk Wetboek.
  Bij betwisting wordt overeenkomstig de artikelen 1358 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek rekening en verantwoording voor de rechtbank afgelegd.".
Art.32. L'article 499/17 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013 et modifié par la loi du 25 avril 2014, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 499/17. L'administrateur communique dans le mois de la fin de sa mission un rapport final établi conformément à l'article 499/14, § 1er, alinéa 3 et/ou à l'article 499/14, § 2, alinéa 2, au juge de paix, à la personne à l'égard de laquelle la mesure de protection judiciaire a pris fin ou au nouvel administrateur. Dans le dernier cas, le rapport est également communiqué à la personne protégée et à sa personne de confiance.
  Le juge de paix vérifie que le rapport satisfait aux conditions visées à l'article 497/8 et en fonction du résultat, il approuve le rapport ou le refuse. Le cas échéant, il est fait mention du motif de refus d'approuver le rapport.
  Le rapport est versé au dossier administratif visé à l'article 1253 du Code judiciaire.
  S'il donne lieu à des contestations, le compte est rendu en justice conformément aux articles 1358 et suivants du Code judiciaire.".
Art.33. Artikel 499/18 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 499/18. Zolang het verslag bedoeld in artikel 499/17, eerste lid, niet goedgekeurd en meegedeeld is overeenkomstig die bepaling, kunnen tussen de persoon ten aanzien van wie de rechterlijke beschermingsmaatregel is beëindigd en zijn vroegere bewindvoerder over de goederen geen geldige overeenkomsten worden gesloten en blijft artikel 908 van toepassing.
  De nieuwe bewindvoerder over de goederen of de vroeger beschermde persoon kan slechts opheffing van de zekerheidstelling die de bewindvoerder inzake zijn beheer heeft gegeven verlenen ten vroegste nadat het verslag bedoeld in artikel 499/17, eerste lid, goedgekeurd en meegedeeld is overeenkomstig die bepaling.".
Art.33. L'article 499/18 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 499/18. Tant que le rapport visé à l'article 499/17, alinéa 1er, n'a pas été approuvé et communiqué conformément à cette disposition, aucun contrat valable ne peut être conclu entre la personne à l'égard de laquelle la mesure de protection judiciaire a pris fin et l'ancien administrateur de ses biens et l'article 908 reste d'application.
  Le nouvel administrateur des biens ou la personne anciennement protégée ne peut donner la mainlevée de la garantie fournie par l'administrateur comme caution de sa gestion au plus tôt qu'après que le rapport visé à l'article 499/17, alinéa 1er, a été approuvé et communiqué conformément à cette disposition.".
Art.34. In artikel 499/19, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013 en vervangen bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste en tweede lid worden vervangen als volgt:
  "Indien de beschermde persoon tijdens de duur van het bewind overlijdt, kan de vrederechter, ambtshalve of op verzoek van de bewindvoerder, van de vertrouwenspersoon of van elke belanghebbende evenals van de procureur des Konings, in afwijking van paragraaf 1, de bewindvoerder over de goederen, bij afwezigheid van erfgenamen die zich bij deze bewindvoerder hebben aangemeld, machtigen om diens opdracht uit te oefenen tot uiterlijk zes maanden na dit overlijden.
  In dat geval zijn de bevoegdheden van de bewindvoerder beperkt:
  1° tot de eventuele teruggave van een goed dat de beschermde persoon als hoofdverblijfplaats had gehuurd, met inbegrip van het recht om te beschikken over de huurwaarborg;
  2° voor zover dat ze het overlijden van de beschermde persoon voorafgaan, tot de betaling bij voorafneming op de tegoeden van de nalatenschap:
  a) de bezoldigingen en vergoedingen bedoeld in artikel 497/5;
  b) de begrafeniskosten;
  c) de andere bevoorrechte schuldvorderingen vermeld in de artikelen 19 en 20 van de hypotheekwet van 16 december 1851;
  d) de rusthuiskosten;
  3° tot het vragen van de aanwijzing van een curator bij een onbeheerde nalatenschap, van een sekwester of van een voorlopige bewindvoerder voor de nalatenschap.
  De opdracht van de bewindvoerder eindigt in ieder geval op het tijdstip waarop de curator over de onbeheerde nalatenschap zijn opdracht aanvat of op het tijdstip waarop een erfgenaam zich aanmeldt. De bewindvoerder deelt deze informatie mee aan de vrederechter.";
  2° in het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "artikel 499/17, § 2," vervangen door de woorden "artikel 499/17, eerste lid" en worden de woorden "legt de bewindvoerder binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, zijn definitief verslag en rekening neer ter griffie" vervangen door de woorden "deelt de bewindvoerder, binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, zijn definitief verslag en rekening mee aan de griffie,".
Art.34. A l'article 499/19, § 2, du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013 et remplacé par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les alinéas 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit:
  "En cas de décès de la personne protégée pendant la durée de l'administration, le juge de paix peut, par dérogation au paragraphe 1er, autoriser, d'office ou à la demande de l'administrateur, de la personne de confiance ou de toute personne intéressée ainsi que du procureur du Roi, l'administrateur des biens, en l'absence d'héritiers qui se seraient signalés auprès de cet administrateur, à poursuivre sa mission jusqu'à six mois au maximum après ce décès.
  Dans ce cas, les compétences de l'administrateur se limitent:
  1° à la restitution éventuelle d'un bien loué par la personne protégée en tant que résidence principale, en ce compris le droit de disposer de la garantie locative;
  2° pour autant qu'ils soient antérieurs au décès de la personne protégée, au paiement par prélèvement sur les avoirs de la succession:
  a) des rémunérations et des indemnités visées à l'article 497/5;
  b) des frais funéraires;
  c) des autres créances privilégiées mentionnées aux articles 19 et 20 de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851;
  d) des frais de séjour en maison de repos;
  3° à demander la désignation d'un curateur à succession vacante, d'un séquestre ou d'un administrateur provisoire à succession.
  La mission de l'administrateur prend fin en tous les cas au moment où le curateur entame sa mission sur la succession vacante ou au moment où un héritier se manifeste. L'administrateur communique cette information au juge de paix.";
  2° dans l'alinéa 3 ancien, qui devient l'alinéa 4, les mots "l'article 499/17, § 2," sont remplacés par les mots "l'article 499/17, alinéa 1er," et le mot "dépose" est remplacé par le mot "communique".
Art.35. In artikel 500/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013 worden de woorden "binnen een maand nadat het verslag bedoeld in artikel 499/6 bij het administratief dossier is gevoegd, na de ouders, de beschermde persoon en diens vertrouwenspersoon te hebben gehoord" vervangen door de woorden "in de beschikking die de ouders als bewindvoerders van de beschermde persoon aanstelt".
Art.35. Dans l'article 500/2 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les mots ", dans le mois qui suit le moment où le rapport visé à l'article 499/6 a été versé au dossier administratif, après avoir entendu les parents, la personne protégée et sa personne de confiance" sont remplacés par les mots "dans l'ordonnance où les père et mère sont désignés comme administrateurs de la personne protégée".
Art.36. In artikel 500/3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "waarbij de voorkeur wordt gegeven aan de bemiddeling overeenkomstig de artikelen 1724 tot 1737 van het Gerechtelijk Wetboek en bij ontstentenis daarvan overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 1252 van het Gerechtelijk Wetboek" vervangen door de woorden "na getracht te hebben het standpunt van de partijen dichter bij elkaar te brengen, overeenkomstig artikel 1247 van het Gerechtelijk Wetboek";
  2° in paragraaf 2 worden de woorden "overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 1252 van het Gerechtelijk Wetboek" opgeheven.
Art.36. A l'article 500/3 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 3, les mots "en privilégiant le recours à la médiation conformément aux articles 1737 du Code judiciaire et à défaut, conformément à la procédure prévue par l'article 1252 du Code judiciaire" sont remplacés par les mots "après avoir tenté de rapprocher le point de vue des parties, conformément à l'article 1247 du Code judiciaire";
  2° dans le paragraphe 2, les mots ", conformément à la procédure prévue à l'article 1252 du Code judiciaire" sont abrogés.
Art.37. In artikel 501 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013, wordt het vijfde lid opgeheven.
Art.37. Dans l'article 501 du même Code, rétabli par la loi du 17 mars 2013, l'alinéa 5 est abrogé.
Art.38. In artikel 501/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, wordt het tweede lid opgeheven.
Art.38. Dans l'article 501/1 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, l'alinéa 2 est abrogé.
Art.39. In titel XI, hoofdstuk II/1, afdeling 4, onderafdeling 5, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 501/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 501/3. De geschillen tussen de vertrouwenspersoon en de beschermde persoon of één van de bewindvoerders en tussen de vertrouwenspersonen worden geregeld in het belang van de beschermde persoon, na getracht te hebben het standpunt van de partijen dichter bij elkaar te brengen, overeenkomstig artikel 1247 van het Gerechtelijk Wetboek.".
Art.39. Dans le titre XI, chapitre II/1, section 4, sous-section 5, du même Code, il est inséré un article 501/3, rédigé comme suit:
  "Art. 501/3. Les litiges entre la personne de confiance et la personne protégée ou un des administrateurs et entre les personnes de confiance, sont réglés dans l'intérêt de la personne protégée après avoir tenté de rapprocher le point de vue des parties, conformément à l'article 1247 du Code judiciaire.".
Art.40. In artikel 905 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt het zesde lid opgeheven.
Art.40. Dans l'article 905 du même Code, rétabli par la loi du 17 mars 2013 et modifié par la loi du 25 avril 2014, l'alinéa 6 est abrogé.
Art.41. Artikel 908 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 908. De in boek 1, titel XI, hoofdstuk II/1, bedoelde bewindvoerder en eenieder die een gerechtelijk mandaat uitoefent, kunnen geen voordeel genieten van beschikkingen onder de levenden of bij testament die de beschermde persoon of de persoon ten aanzien van wie dit mandaat wordt uitgeoefend tijdens de rechterlijke bescherming of dit mandaat te hunnen behoeve mocht hebben gemaakt. Deze bepaling is niet van toepassing op de personen bedoeld in artikel 496, eerste lid, en artikel 909, derde lid, 2° en 3°. ".
Art.41. L'article 908 du même Code, rétabli par la loi du 17 mars 2013 et modifié par la loi du 25 avril 2014, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 908. L'administrateur visé au livre 1er, titre XI, chapitre II/1, et toute personne exerçant un mandat judiciaire ne pourront pas profiter des dispositions entre vifs ou testamentaires que la personne protégée ou la personne à l'égard de laquelle ce mandat est exercé aurait pu faire en leur faveur au cours de la protection judiciaire ou de ce mandat. Cette disposition n'est pas applicable aux personnes visées à l'article 496, alinéa 1er, et à l'article 909, alinéa 3, 2° et 3°. ".
Art.42. In artikel 1100/2, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2017, wordt de zin "De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing." opgeheven.
Art.42. Dans l'article 1100/2, § 2, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 31 juillet 2017, la phrase "Les articles 1241 et 1246 du Code judiciaire sont d'application." est abrogée.
Art.43. In artikel 1397/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt opgeheven;
  2° in het derde lid wordt de zin "De bij artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde rechtspleging is van toepassing" opgeheven.
Art.43. A l'article 1397/1 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 2 est abrogé;
  2° dans l'alinéa 3, la phrase "La procédure prévue à l'article 1250 du Code judiciaire est d'application." est abrogée.
Art.44. In artikel 1426, § 4, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 14 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 17 maart 2013, worden de woorden "Artikel 1249" vervangen door de woorden "Artikel 1250".
Art.44. Dans l'article 1426, § 4, du même Code, remplacé par la loi du 14 juillet 1976 et modifié par la loi du 17 mars 2013, les mots "L'article 1249 du Code judiciaire" sont remplacés par les mots "L'article 1250 du Code judiciaire".
Art.45. In artikel 1475, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 november 1998 en gewijzigd bij de wet van 17 maart 2013, wordt het vierde lid opgeheven.
Art.45. Dans l'article 1475, § 2, du même Code, inséré par la loi du 23 novembre 1998 et modifié par la loi du 17 mars 2013, l'alinéa 4 est abrogé.
Art.46. In artikel 1476, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 november 1998 en gewijzigd bij de wet van 17 maart 2013, wordt het negende lid opgeheven.
Art.46. Dans l'article 1476, § 2, du même Code, inséré par la loi du 23 novembre 1998 et modifié par la loi du 17 mars 2013, l'alinéa 9 est abrogé.
Art.47. In artikel 2003 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid worden de woorden "Wat de lastgevingen bedoeld in artikel 489 betreft" vervangen door de woorden "Wat betreft de algemene lastgevingen bedoeld in artikel 1987 of de lastgevingen bedoeld in artikel 489";
  2° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin:
  "Van het voorgaande kan worden afgeweken indien dit uitdrukkelijk werd bedongen in een contract van discretionair vermogensbeheer, een hypothecair mandaat of een burgerlijk maatschap.";
  3° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "De Koning kan de lijst met uitzonderingen, bedoeld in het tweede lid, uitbreiden.
  De lastgeving eindigt in alle gevallen indien de lasthebber komt te verkeren in een staat bedoeld in de artikelen 488/1 of 488/2.".
Art.47. A l'article 2003 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 2, les mots "En ce qui concerne les mandats visés à l'article 489" sont remplacés par les mots "En ce qui concerne les mandats généraux visés à l'article 1987 ou les mandats visés à l'article 489";
  2° l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante:
  "Il peut être dérogé à ce qui précède si cela est expressément stipulé dans un contrat de gestion patrimoniale discrétionnaire, un mandat hypothécaire ou une société civile.";
  3° l'article est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
  "Le Roi peut étendre la liste des exceptions visées à l'alinéa 2.
  Dans tous les cas, le mandat prend fin si le mandataire se trouve dans l'état visé aux articles 488/1 ou 488/2.".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 2. - Modifications du Code judiciaire
Art.48. In artikel 594 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 16° worden de woorden "490 tot 501/2" vervangen door de woorden "488/1 tot 502";
  2° in de bepaling onder 16° /1 wordt het woord "1252" vervangen door het woord "1251".
Art.48. A l'article 594 du Code judiciaire, modifié en dernier lieu par la loi du 11 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le 16°, les mots "490 à 501/2" sont remplacés par les mots "488/1 à 502";
  2° dans le 16° /1, le mot "1252" est remplacé par le mot "1251".
Art.49. In artikel 764, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014, worden de woorden ", het beheer over de goederen van een persoon ten aanzien van wie een beschermingsmaatregel is genomen met toepassing van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke" opgeheven.
Art.49. Dans l'article 764, alinéa 1er, 2°, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 12 mai 2014, les mots ", à l'administration des biens d'une personne qui fait l'objet d'une mesure de protection prise en application de la loi du 26 juin 1990 relative à la protection de la personne des malades mentaux" sont abrogés.
Art.50. Artikel 765 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 juli 2013 en gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014, wordt opgeheven.
Art.50. L'article 765 du même Code, remplacé par la loi du 30 juillet 2013 et modifié par la loi du 8 mai 2014, est abrogé.
Art.51. In het vierde deel, boek IV, hoofdstuk X, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van afdeling 1 vervangen als volgt:
  "Afdeling 1. Procedure van toepassing op de rechterlijke bescherming".
Art.51. Dans la quatrième partie, livre IV, chapitre X, du même Code, l'intitulé de la section 1ère est remplacé par ce qui suit:
  "Section première. De la procédure applicable à la protection judiciaire".
Art.52. In het vierde deel, boek IV, hoofdstuk X, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek wordt voor artikel 1238 een onderafdeling 1 ingevoegd, luidende "Indiening van het verzoek".
Art.52. Dans la quatrième partie, livre IV, chapitre X, section 1ère, du même Code, il est inséré avant l'article 1238, une sous-section 1ère, intitulée "De l'introduction de la demande".
Art.53. Artikel 1238 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 1238. § 1. De beschermde of te beschermen persoon, elke belanghebbende of de procureur des Konings kan om een rechterlijke beschermingsmaatregel verzoeken op grond van de artikelen 488/1 tot 502 van het Burgerlijk Wetboek of de bepalingen van dit hoofdstuk.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan de vrederechter ambtshalve een beschermingsmaatregel nemen:
  1° als bij hem een verzoek als bedoeld in de artikelen 5, § 1, en 23 van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke is neergelegd en als hem een omstandig verslag als bedoeld in de artikelen 13, 14 en 25 van dezelfde wet wordt toegezonden;
  2° als de internering van een persoon werd bevolen;
  3° in de andere gevallen waarin uitdrukkelijk is voorzien in de wet, inzonderheid in de gevallen bedoeld in de artikelen 490/1, § 2, en 490/2, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek; of
  4° als hij gevat is overeenkomstig paragraaf 1 en zulks nuttig acht, voor zover partijen geen verzoek in die zin hebben neergelegd.
  In het in het eerste lid, 1°, bedoelde geval wordt de beschermingsmaatregel bij afzonderlijke beschikking bevolen.
  Het openbaar ministerie deelt de bevoegde vrederechter onverwijld de beslissing tot internering mee.".
Art.53. L'article 1238 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013 et modifié par la loi du 25 avril 2014, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 1238. § 1er. La personne protégée ou à protéger, toute personne intéressée ou le procureur du Roi peuvent introduire une demande de mesure de protection fondée sur les articles 488/1 à 502 du Code civil ou les dispositions du présent chapitre.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le juge de paix peut prendre une mesure de protection d'office:
  1° si une demande visée aux articles 5, § 1er, et 23 de la loi du 26 juin 1990 relative à la protection de la personne des malades mentaux a été déposée ou si un rapport circonstancié visé aux articles 13, 14 et 25 de la même loi lui est transmis;
  2° si l'internement d'une personne a été ordonnée;
  3° dans les autres cas expressément prévus par la loi, notamment dans les cas prévus aux articles 490/1, § 2, et 490/2, § 2, alinéa 1er, du Code civil; ou
  4° s'il a été saisi conformément au paragraphe 1er et s'il l'estime utile, pour autant que les parties n'ont pas introduit de demande à cette fin.
  Dans le cas visé à l'alinéa 1er, 1°, la mesure de protection est ordonnée par ordonnance distincte.
  Le ministère public communique immédiatement la décision d'internement au juge de paix compétent.".
Art.54. Artikel 1239 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 1239. Elk verzoek op grond van de artikelen 488/1 tot 502 van het Burgerlijk Wetboek of de bepalingen van dit hoofdstuk wordt ingediend bij verzoekschrift gericht aan de bevoegde vrederechter.
  De artikelen 1025 tot 1034sexies zijn niet van toepassing.".
Art.54. L'article 1239 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013 et modifié par la loi du 25 avril 2014, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 1239. Toute demande fondée sur les articles 488/1 à 502 du Code civil ou sur les dispositions du présent chapitre est introduite par requête adressée au juge de paix compétent.
  Les articles 1025 à 1034sexies ne s'appliquent pas.".
Art.55. Artikel 1240 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 1240. § 1. Het verzoekschrift bevat de volgende vermeldingen:
  1° de dag, de maand en het jaar;
  2° de naam, de voornamen, de verblijf- of woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn rijksregisternummer;
  3° de naam, de voornaam, de verblijf- of woonplaats van de beschermde of de te beschermen persoon en, in voorkomend geval, haar rijksregisternummer;
  4° in voorkomend geval, de naam, de voornamen, de verblijf- of woonplaats van zijn vader en zijn moeder, zijn meerderjarige kinderen, zijn echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner, voor zover de beschermde of de te beschermen persoon met hen samenleeft, of van de persoon met wie de beschermde of de te beschermen persoon een feitelijk gezin vormt, of, in voorkomend geval, de benaming en maatschappelijke zetel van de private stichting die zich uitsluitend inzet voor de beschermde persoon of een stichting van openbaar nut die voor de te beschermen persoon over een statutair ingesteld comité belast met het opnemen van bewindvoeringen beschikt;
  5° de graad van verwantschap of de aard van de betrekkingen die er bestaan tussen de verzoeker en de beschermde of de te beschermen persoon;
  6° het voorwerp en in het kort de gronden van het verzoek;
  7° de keuze van registratie van de verzoeker in het centraal register van bescherming van de personen en zo ja, zijn elektronisch adres;
  8° de inventaris van de bij het verzoekschrift gevoegde genummerde stukken.
  § 2. Het verzoekschrift bevat bovendien en voor zover mogelijk de volgende vermeldingen:
  1° de plaats en de datum van geboorte van de beschermde of de te beschermen persoon;
  2° de aard en de samenstelling van de te beheren goederen;
  3° de naam, de voornaam en de woonplaats van de meerderjarige familieleden in de dichtste graad, doch niet verder dan de tweede graad;
  4° de naam, de voornaam en de woonplaats van de personen die zouden kunnen fungeren als vertrouwenspersoon;
  5° de familiale, morele en materiële leefomstandigheden waarvan de kennis voor de vrederechter nuttig kan zijn bij de aanwijzing van een bewindvoerder;
  6° in geval van een verzoek tot plaatsing onder bescherming bedoeld in de artikelen 488/1 en 488/2 van het Burgerlijk Wetboek, suggesties betreffende de keuze van de aan te stellen bewindvoerder, de aard en de omvang van diens bevoegdheden;
  7° in voorkomend geval, de naam, de voornamen en de verblijf- of woonplaats van de bewindvoerder, de bewindvoerders en de vertrouwenspersoon of lasthebber;
  8° het elektronisch adres en het telefoonnummer waarop de betrokken personen kunnen worden bereikt.
  § 3. Als het verzoek onvolledig is, stelt de rechter de verzoeker ervan in kennis dat hij het verzoek binnen acht dagen dient aan te vullen, tenzij die vermeldingen reeds zijn opgenomen in het register bedoeld in artikel 1253/2.".
Art.55. L'article 1240 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013 et modifié par la loi du 25 avril 2014 est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 1240. § 1er. La requête contient les mentions suivantes:
  1° l'indication des jour, mois et année;
  2° les nom, prénoms, résidence ou domicile du requérant et, le cas échéant, son numéro de registre national;
  3° les nom, prénom, résidence ou domicile de la personne protégée ou à protéger et, le cas échéant, son numéro de registre national;
  4° le cas échéant, les nom, prénoms, résidence ou domicile de son père et de sa mère, de ses enfants majeurs, de son conjoint, du cohabitant légal, pour autant que la personne protégée ou à protéger vive avec eux, ou de la personne avec laquelle elle vit maritalement ou, le cas échéant, la dénomination et le siège social de la fondation privée qui se consacre exclusivement à la personne protégée ou d'une fondation d'utilité publique qui, pour la personne à protéger, dispose d'un comité créé statutairement et chargé d'assurer les administrations;
  5° le degré de parenté ou la nature des relations existant entre le requérant et la personne protégée ou à protéger;
  6° l'objet et l'indication sommaire des motifs de la demande;
  7° le choix du requérant de se faire inscrire dans le registre central de la protection des personnes et, dans l'affirmative, son adresse électronique;
  8° l'inventaire des pièces numérotées qu'il joint à la requête.
  § 2. La requête contient en outre, dans la mesure du possible, les mentions suivantes:
  1° le lieu et la date de naissance de la personne protégée ou à protéger;
  2° la nature et la composition des biens à gérer;
  3° les nom, prénom et domicile des membres de la famille majeurs du degré de parenté le plus proche, sans toutefois remonter plus loin que le second degré;
  4° les nom, prénom et domicile des personnes qui pourraient faire office de personne de confiance;
  5° les conditions de vie familiale, morale et matérielle dont la connaissance pourrait être utile au juge de paix pour la désignation d'un administrateur;
  6° en cas de demande de placement sous protection visée aux articles 488/1 et 488/2 du Code civil, des suggestions concernant le choix de l'administrateur à désigner, la nature et l'étendue de ses pouvoirs;
  7° le cas échéant, les nom, prénoms ainsi que la résidence ou le domicile de l'administrateur, des administrateurs et de la personne de confiance ou du mandataire;
  8° l'adresse électronique et le numéro de téléphone où les personnes concernées peuvent être jointes.
  § 3. Si la demande est incomplète, le juge notifie au demandeur qu'il doit la compléter dans les huit jours, à moins que ces mentions ne figurent déjà dans le registre visé à l'article 1253/2.".
Art.56. Artikel 1241 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 1241. § 1. Wanneer het verzoek een mogelijke weerslag heeft op de bekwaamheid van de beschermde of de te beschermen persoon, in de zin van artikel 491, e) van het Burgerlijk Wetboek, wordt een omstandige geneeskundige verklaring, waarvan het model door de Koning wordt vastgesteld, van ten hoogste vijftien dagen oud, afgeleverd door een erkende arts of een psychiater, bij het verzoekschrift gevoegd, tenzij het verzoek gegrond is op artikel 488/2 van het Burgerlijk Wetboek.
  Die verklaring beschrijft de gezondheidstoestand van voornoemde persoon op grond van de actuele medische gegevens van het patiëntendossier bedoeld in artikel 9 van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt of een recent onderzoek van de persoon.
  Het model bedoeld in het eerste lid vermeldt minstens:
  1° of de beschermde of de te beschermen persoon zich kan verplaatsen en, zo ja, indien zulks gelet op zijn toestand aangewezen is;
  2° de gezondheidstoestand van de beschermde of de te beschermen persoon;
  3° de weerslag van deze gezondheidstoestand op het behoorlijk beheren van zijn belangen van vermogensrechtelijke of andere aard.
  Wat betreft de belangen van vermogensrechtelijke aard bedoeld in het derde lid, 3°, wordt inzonderheid vermeld of de beschermde of de te beschermen persoon nog bij machte is kennis te nemen van de rekenschap van het beheer;
  4° de zorgverlening die een dergelijke gezondheidstoestand normaal met zich meebrengt.
  Deze geneeskundige verklaring mag niet worden opgesteld door een arts die een bloed- of aanverwant is van de beschermde of te beschermen persoon of van de verzoeker of die op enigerlei wijze verbonden is aan de instelling waar de beschermde of te beschermen persoon zich bevindt.
  De Koning bepaalt de procedures en de voorwaarden voor de erkenning van de artsen bedoeld in het eerste lid.
  § 2. In geval van nood of absolute onmogelijkheid om de geneeskundige verklaring bij te voegen om redenen die de verzoeker toelicht en voor zover het verzoekschrift voldoende elementen bevat om een beschermingsmaatregel te rechtvaardigen, duidt de rechter een erkende arts of psychiater aan om een advies uit te brengen over de gezondheidstoestand van de beschermde of te beschermen persoon.".
Art.56. L'article 1241 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013 et modifié par la loi du 25 avril 2014, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 1241. § 1er. Lorsque la demande est susceptible d'affecter la capacité de la personne protégée ou à protéger au sens de l'article 491, e) du Code civil, un certificat médical circonstancié dont le modèle est établi par le Roi, ne datant pas de plus de quinze jours, délivré par un médecin agréé ou un psychiatre, est joint à la requête à moins que la demande ne soit fondée sur l'article 488/2 du Code civil.
  Ce certificat décrit l'état de santé de la personne concernée sur la base des données médicales actualisées du dossier du patient visé à l'article 9 de la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient, ou sur la base d'un examen récent de la personne.
  Le modèle de certificat visé à l'alinéa 1er mentionne à tout le moins:
  1° si la personne protégée ou à protéger peut se déplacer, et, dans l'affirmative, s'il est indiqué qu'elle se déplace, compte tenu de son état;
  2° l'état de santé de la personne protégée ou à protéger;
  3° l'incidence de cet état de santé sur la bonne gestion de ses intérêts de nature patrimoniale ou autre.
  En ce qui concerne les intérêts de nature patrimoniale visés à l'alinéa 3, 3°, il est mentionné en particulier si la personne protégée ou à protéger est encore à même de prendre connaissance du compte rendu de la gestion;
  4° les soins qu'implique normalement un tel état de santé.
  Ce certificat ne peut pas être établi par un médecin parent ou allié de la personne protégée ou à protéger ou du requérant ou attaché à un titre quelconque à l'établissement dans lequel elle se trouve.
  Le Roi détermine les procédures et les conditions de l'agrément des médecins visé à l'alinéa 1er.
  § 2. En cas d'urgence avérée ou d'impossibilité absolue de joindre le certificat médical en raison de motifs que le requérant expose et pour autant que la requête contienne suffisamment d'éléments pouvant justifier l'adoption d'une mesure de protection, le juge désigne un médecin agréé ou un psychiatre pour émettre un avis sur l'état de santé de la personne protégée ou à protéger.".
Art.57. Artikel 1242 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 1242. De griffie van het vredegerecht gaat na of in één van de centrale registers hiertoe bijgehouden door de Koninklijke federatie van het Belgisch Notariaat, een lastgevingsovereenkomst als bedoeld in artikel 490 van het Burgerlijk Wetboek, een beslissing om deze overeenkomst te beëindigen of een verklaring houdende keuze van een bewindvoerder en van een vertrouwenspersoon, bedoeld in artikel 496 van het Burgerlijk Wetboek, werd geregistreerd. Hij vraagt, in voorkomend geval, de notaris of de griffier van het vredegerecht waar de lastgevingsovereenkomst werd neergelegd of de akte tot aanwijzing van een bewindvoerder en van een vertrouwenspersoon werd verleden, dit eensluidend verklaard afschrift mee te delen.".
Art.57. L'article 1242 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013 et modifié par la loi du 25 avril 2014, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 1242. Le greffe de la justice de paix vérifie si un contrat de mandat, visé à l'article 490 du Code civil, une décision de mettre fin à ce contrat ou une déclaration contenant le choix de l'administrateur et d'une personne de confiance, visée à l'article 496 du Code civil, ont été enregistrés dans un des registres centraux prévus à cet effet et tenus par la Fédération royale du notariat belge. Il demande, le cas échéant, au notaire ou au greffier de la justice de paix où le contrat de mandat a été déposé ou devant laquelle l'acte de désignation d'un administrateur et d'une personne de confiance a été passé, de lui communiquer cette copie certifiée conforme.".
Art.58. In het vierde deel, boek IV, hoofdstuk X, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, wordt voor artikel 1243 een onderafdeling 2 ingevoegd, luidende "Verloop van de gerechtelijke procedure".
Art.58. Dans la quatrième partie, livre IV, chapitre X, section 1ère, du même Code, il est inséré avant l'article 1243 une sous-section 2 intitulée "Du déroulement de la procédure judiciaire".
Art.59. Artikel 1243 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 29 april 2001 en hersteld bij de wet van 17 maart 2013, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 1243. In de gevallen waarin de wet de vrederechter toestaat ambtshalve de zaak aanhangig te maken, wordt een proces-verbaal opgesteld. Er wordt voorts gehandeld overeenkomstig dit hoofdstuk.".
Art.59. L'article 1243 du même Code, abrogé par la loi du 29 avril 2001 et rétabli par la loi du 17 mars 2013, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 1243. Dans les cas où la loi autorise la saisine d'office par le juge de paix, il est établi un procès-verbal. Pour le surplus, il est procédé conformément au présent chapitre.".
Art.60. Artikel 1244 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wet van 25 december 2017, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 1244. § 1. De rechter onderzoekt het verzoek.
  § 2. Hij roept ambtshalve de verzoeker op wanneer deze vraagt gehoord te worden.
  Hij kan geen maatregel bevelen die raakt aan de bekwaamheid van de beschermde persoon of van de te beschermen persoon in de zin van artikel 491, e), van het Burgerlijk Wetboek zonder hem voorafgaandelijk te hebben opgeroepen, tenzij deze in de onmogelijkheid verkeert om zich te verplaatsen.
  Hij kan bovendien de personen bedoeld in het eerste en tweede lid, de lasthebber, de bewindvoerder of bewindvoerders, de vertrouwenspersoon en de personen die zijn vermeld in artikel 1240, § 1, 4°, zelfs ingeval zij niet met de beschermde of de te beschermen persoon samenleven, oproepen telkens hij dit nuttig acht. Deze personen kunnen eveneens vrijwillig ter zitting verschijnen.
  De oproepingen worden ter kennis gebracht door de griffier. Bij de oproepingen worden een afschrift van het verzoekschrift en desgevallend, een afschrift van de verklaring bedoeld in artikel 496 van het Burgerlijk Wetboek gevoegd.
  De personen die worden opgeroepen en diegenen die overeenkomstig het derde lid vrijwillig zijn verschenen worden aldus partij in het geding, tenzij zij zich er ter zitting tegen verzetten. Zij worden hiervan op de hoogte gebracht in de oproeping of, bij gebrek ervan, ter zitting.".
Art.60. L'article 1244 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013 et modifié par la loi du 25 décembre 2017, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 1244. § 1er. Le juge vérifie la demande.
  § 2. Il convoque d'office le requérant lorsqu'il fait la demande d'être entendu.
  Il ne peut ordonner une mesure affectant la capacité de la personne protégée ou à protéger au sens de l'article 491, e), du Code civil, sans l'avoir convoquée au préalable, à moins qu'elle soit dans l'impossibilité de se déplacer.
  Il peut, en outre, convoquer les personnes visées aux alinéas 1er et 2, le mandataire, le ou les administrateurs, la personne de confiance et les personnes mentionnées à l'article 1240, § 1er, 4°, même si elles ne vivent pas avec la personne protégée ou à protéger, chaque fois qu'il l'estime utile. Ces personnes peuvent également comparaître volontairement à l'audience.
  Les convocations sont notifiées par le greffier. Une copie de la requête ainsi que, le cas échéant, une copie de la déclaration visée à l'article 496 du Code civil sont jointes aux convocations.
  Les personnes convoquées et celles qui ont comparu volontairement conformément à l'alinéa 3 deviennent des parties à la cause sauf si elles s'y opposent à l'audience. Elles en sont avisées dans la convocation ou, à défaut, à l'audience.".
Art.61. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1244/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 1244/1. Telkens wanneer de beschermde persoon of te beschermen persoon verschijnt zonder bijstand van een advocaat vraagt de rechter de persoon of hij wenst dat een advocaat wordt aangewezen, hetzij door er zelf een aan te wijzen, hetzij op vraag van de griffier. In dit laatste geval vraagt de griffier de stafhouder of het bureau voor juridische bijstand om van ambtswege een advocaat aan te wijzen.
  Wanneer hij zulks noodzakelijk acht, kan de rechter ambtshalve de aanwijzing bevelen.
  Ingeval een advocaat moet worden aangewezen, wordt de zaak verdaagd naar een nabije datum.".
Art.61. Dans le même Code, il est inséré un article 1244/1 rédigé comme suit:
  "Art. 1244/1. Chaque fois que la personne protégée ou la personne à protéger comparait sans assistance d'un avocat, le juge demande à la personne si elle souhaite qu'un avocat soit désigné, soit par elle-même, soit à la demande du greffier. Dans ce dernier cas, le greffier demande au bâtonnier ou au bureau d'aide juridique de désigner un avocat commis d'office.
  Lorsqu'il l'estime nécessaire, le juge peut ordonner la désignation d'office.
  Si un avocat doit être désigné, l'affaire est remise à une date rapprochée.".
Art.62. Artikel 1245 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 1245. § 1. De beschermde of de te beschermen persoon kan, tot op de dag van de zitting en, indien hij dit wenst, vergezeld van de vertrouwenspersoon, verzoeken om afzonderlijk door de vrederechter in raadkamer te worden gehoord, vóór de andere in het geding betrokken partijen.
  De beschermde of de te beschermen persoon wordt op een geschikte plaats gehoord.
  Indien de beschermde persoon of de te beschermen persoon wilsonbekwaam is en de vertrouwenspersoon uiterlijk op de dag van de zitting verzoekt om afzonderlijk in raadkamer te worden gehoord vóór de andere in het geding betrokken partijen willigt de vrederechter dat verzoek in, tenzij hij bij een met redenen omklede beschikking zijn weigering te kennen geeft.
  § 2. Van het verhoor wordt een proces-verbaal opgemaakt dat wordt neergelegd in het administratief dossier bedoeld in artikel 1253. Indien de rechter tijdens het gesprek met de beschermde of de te beschermen persoon van oordeel is dat voornoemde persoon wilsonbekwaam is, wordt hiervan melding gemaakt in het proces-verbaal, met verduidelijking van de redenen hiervoor.".
Art.62. L'article 1245 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 1245. § 1er. Jusqu'au jour de l'audience, la personne protégée ou à protéger, accompagnée, si elle le souhaite, de la personne de confiance, peut demander à être entendue individuellement par le juge de paix en chambre du conseil avant les autres parties à la cause.
  La personne protégée ou à protéger est entendue dans un lieu approprié.
  Si la personne protégée ou à protéger est incapable d'exprimer sa volonté et que la personne de confiance demande, au plus tard le jour de l'audience, à être entendue individuellement en chambre du conseil avant les autres parties à la cause, le juge y fait droit à moins de faire connaître son refus par ordonnance motivée.
  § 2. L'audition des personnes fait l'objet d'un procès-verbal qui est versé au dossier administratif visé à l'article 1253. Si le juge estime, au cours de l'entretien avec la personne protégée ou à protéger, qu'elle est incapable d'exprimer sa volonté, il l'indique dans le rapport en en précisant les motifs.".
Art.63. Artikel 1246 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wetten van 25 april 2014 en 31 juli 2017, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 1246. § 1. De vrederechter wint alle nuttige inlichtingen in.
  § 2. Hij kan een erkende arts of een psychiater aanwijzen die advies uitbrengt over de gezondheidstoestand van de betrokken persoon.
  De Koning bepaalt de procedures en de voorwaarden voor de erkenning van de artsen bedoeld in het eerste lid.
  § 3. Wanneer het verzoek een mogelijke weerslag heeft op de bekwaamheid van de beschermde of de te beschermen persoon, in de zin van artikel 491, e), van het Burgerlijk Wetboek, wint de vrederechter nuttige inlichtingen in over de familiale, morele en materiële toestand en over de leefomstandigheden van die persoon bij de omgeving van de beschermde of te beschermen persoon of bij enige andere persoon die hem inlichtingen kan verschaffen. De bloedverwanten tot de tweede graad van de beschermde of de te beschermen persoon alsook de personen die belast zijn met zijn dagelijkse zorg of die hem begeleiden, worden als leden uit zijn omgeving beschouwd.
  In de andere gevallen kan facultatief gebruik worden gemaakt van de onderzoeks- en opsporingsmaatregelen bedoeld in het eerste lid.
  In elk geval kan de rechter de in het eerste lid bedoelde inlichtingen bij de procureur des Konings, via de bevoegde sociale dienst, inwinnen.
  § 4. Wanneer daartoe aanleiding bestaat of op verzoek van de beschermde of te beschermen persoon, mag de vrederechter zich begeven naar de verblijfplaats van de beschermde of de te beschermen persoon of naar de plaats waar hij zich bevindt, in voorkomend geval vergezeld door personen die hijzelf of de betrokken persoon aanwijst. Hij doet zulks ambtshalve wanneer het verzoek een mogelijke weerslag heeft op de bekwaamheid van de beschermde of de te beschermen persoon en indien laatstgenoemde zich niet kan verplaatsen. Hij stelt een proces-verbaal op van het bezoek.".
Art.63. L'article 1246 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013 et modifié par les lois des 25 avril 2014 et 31 juillet 2017, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 1246. § 1er. Le juge de paix s'entoure de tous les renseignements utiles.
  § 2. Il peut désigner un médecin agréé ou un psychiatre qui donnera son avis sur l'état de santé de la personne concernée.
  Le Roi détermine les procédures et les conditions de l'agrément des médecins visé à l'alinéa 1er.
  § 3. Lorsque la demande est susceptible d'affecter la capacité de la personne protégée ou à protéger, au sens de l'article 491, e), du Code civil, le juge de paix recueille des renseignements utiles sur la situation familiale, morale et matérielle ainsi que sur ses conditions de vie, auprès de l'entourage de la personne protégée ou à protéger ou de toute personne apte à le renseigner. Les parents jusqu'au second degré de la personne protégée ou à protéger ainsi que les personnes qui se chargent de ses soins quotidiens ou qui l'accompagnent sont considérés comme membres de son entourage.
  Dans les autres cas, le recours aux mesures d'investigation et d'information visées à l'alinéa 1er est facultatif.
  Dans tous les cas, le juge peut recueillir les renseignements visés à l'alinéa 1er auprès du procureur du Roi, à l'intervention du service social compétent.
  § 4. Lorsqu'il y a lieu ou à la demande de la personne protégée ou à protéger, le juge de paix peut se rendre à l'endroit où la personne protégée ou à protéger réside ou se trouve, entouré le cas échéant des personnes que celui-ci ou la personne concernée désigne. Il le fait d'office lorsque la demande est susceptible d'affecter la capacité de la personne protégée ou à protéger et que celle-ci se trouve dans l'incapacité de se déplacer. Il est dressé procès-verbal de la visite.".
Art.64. Artikel 1247 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 1247. De rechter tracht het standpunt van de partijen dichter bij elkaar te brengen op verzoek van een van hen of zelfs ambtshalve, indien hij zulks mogelijk acht.".
Art.64. L'article 1247 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 1247. Le juge tente de rapprocher le point de vue des parties à la demande de l'une d'elles ou même d'office, s'il l'estime possible.".
Art.65. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1247/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 1247/1. De rechter wijst de bewindvoerder aan nadat hij zich verzekerd heeft van zijn aanvaarding.".
Art.65. Dans le même Code, il est inséré un article 1247/1 rédigé comme suit:
  "Art. 1247/1. Le juge désigne l'administrateur après s'être assuré de son acceptation.".
Art.66. Artikel 1248 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 1248. De rechter stelt de regels vast inzake de kosten en uitgaven. De artikelen 1017 en volgende zijn niet van toepassing.
  De rechter beslist in het licht van de omstandigheden van elke zaak of de kosten van de ambtshalve toegewezen advocaat in de gevallen bedoeld in artikel 1244/1 aan de verzoeker of de beschermde of te beschermen persoon in rekening worden gebracht, tenzij de verzoeker of de beschermde of te beschermen persoon voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 508/13 om te genieten van de volledige of gedeeltelijke kosteloosheid van de tweedelijns rechtsbijstand.".
Art.66. L'article 1248 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013 est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 1248. Le juge fixe les règles concernant les frais et les dépens. Les articles 1017 et suivants ne s'appliquent pas.
  Le juge décide, à la lumière des circonstances de chaque affaire, si les dépens de l'avocat commis d'office dans les hypothèses visées par l'article 1244/1 sont imputés au requérant ou à la personne protégée ou à protéger, à moins que le requérant ou la personne protégée ou à protéger ne remplisse les conditions visées à l'article 508/13 pour bénéficier de la gratuité complète ou partielle de l'aide juridique de deuxième ligne.".
Art.67. Artikel 1249 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 1249. De beschikking wordt in raadkamer gegeven.
  Naast de vermeldingen opgesomd in artikel 780 vermeldt de beschikking het rijksregisternummer van de beschermde persoon.".
Art.67. L'article 1249 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 1249. L'ordonnance est délivrée en chambre du conseil.
  Outre les mentions énumérées dans l'article 780, l'ordonnance indique le numéro de registre national de la personne protégée.".
Art.68. Artikel 1249/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 1249/1. § 1. De beschikkingen zijn uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande voorziening en zonder borgstelling, tenzij de rechter anders heeft beslist.
  § 2. In afwijking van artikel 1047, eerste lid, kan tegen de beschikking die een weerslag heeft op de bekwaamheid van de beschermde of de te beschermen persoon, in de zin van artikel 491, e), van het Burgerlijk Wetboek steeds verzet worden gedaan, maar enkel door de beschermde of de te beschermen persoon.
  § 3. Onverminderd artikel 1057 bevat de door de oorspronkelijke verzoekende partij ingestelde akte van hoger beroep de in artikel 1240 bedoelde vermeldingen.
  De artikelen 1249/3 en 1249/4 zijn niet van toepassing in hoger beroep.".
Art.68. L'article 1249/1 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 1249/1. § 1er Les ordonnances sont exécutoires par provision nonobstant tout recours et sans caution, à moins que le juge n'en ait décidé autrement.
  § 2. Par dérogation à l'article 1047, alinéa 1er, l'ordonnance qui affecte la capacité de la personne protégée ou à protéger au sens de l'article 491, e), du Code civil peut toujours être frappée d'opposition, mais uniquement par la personne protégée ou à protéger.
  § 3. L'acte d'appel formé par la partie requérante originaire contient, outre les mentions prévues à l'article 1057, celles visées à l'article 1240.
  Les articles 1249/3 et 1249/4 ne s'appliquent pas en degré d'appel.".
Art.69. Artikel 1249/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 1249/2. § 1. Binnen drie dagen na de uitspraak geeft de griffier kennis van de beschikkingen aan de partijen en, in voorkomend geval, de bewindvoerders.
  Een niet ondertekend afschrift wordt, in voorkomend geval, binnen dezelfde termijn aan de beschermde persoon, de vertrouwenspersonen en de advocaten van de partijen meegedeeld.
  § 2. De termijn om de rechtsmiddelen aan te wenden voor de partijen begint te lopen vanaf deze kennisgeving. De griffier brengt de partijen hiervan op de hoogte op het ogenblik van de kennisgeving.
  § 3. Een uittreksel bevattende het beschikkende gedeelte kan worden meegedeeld aan enige andere persoon die een bijzonder belang verantwoordt in verband met de bescherming van de betrokken persoon.".
Art.69. L'article 1249/2 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 1249/2. § 1er. Dans les trois jours du prononcé, le greffier notifie les ordonnances aux parties et, le cas échéant, aux administrateurs.
  Une copie non signée est, le cas échéant, communiquée à la personne protégée, aux personnes de confiance, et aux avocats des parties dans le même délai.
  § 2. Le délai pour exercer les voies de recours par les parties court à partir de cette notification. Le greffier en avise les parties au moment de la notification.
  § 3. Un extrait de l'ordonnance comprenant le dispositif peut être communiqué à toute autre personne qui justifie d'un intérêt particulier en lien avec la protection de la personne concernée.".
Art.70. In het vierde deel, boek IV, hoofdstuk X, afdeling 1, wordt voor artikel 1243/3 een onderafdeling 3 ingevoegd, luidende "Kennisgevingen, mededelingen en neerleggingen".
Art.70. Dans la quatrième partie, livre IV, chapitre X, section 1ère, il est inséré avant l'article 1243/3 une sous-section 3 intitulée "Des notifications, communications et dépôts".
Art.71. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1249/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 1249/3. De in artikel 1239 bedoelde verzoekschriften worden neergelegd via het in artikel 1253/2 bedoelde register, hierna "register" genoemd.
  De als bijlage bijgevoegde stukken bij de verzoekschriften worden neergelegd ter griffie of neergelegd via het register.".
Art.71. Dans le même Code, il est inséré un article 1249/3, rédigé comme suit:
  "Art. 1249/3. Les requêtes visées à l'article 1239 sont déposées au moyen du registre visé à l'article 1253/2, ci-après dénommé "registre".
  Les pièces jointes en annexe aux requêtes sont déposées au greffe ou déposées au moyen du registre.".
Art.72. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1249/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 1249/4 § 1. Elke kennisgeving, elke mededeling of elke neerlegging ter griffie in het kader van het huidig hoofdstuk of van boek 1, titel XI, hoofdstukken II en II/1, van het Burgerlijk Wetboek gebeurt uitsluitend via het register tussen de volgende categorieën personen:
  1° het vredegerecht, met inbegrip van de griffie;
  2° het openbaar ministerie;
  3° de andere openbare diensten;
  4° de advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders;
  5° de private stichtingen die zich uitsluitend inzetten voor de te beschermen persoon en de stichtingen van openbaar nut die voor de te beschermen personen over een statutair ingesteld comité belast met het opnemen van bewindvoeringen beschikken, gevestigd in België en die in het register zijn ingeschreven.
  6° elk ander persoon, in zover hij ingeschreven is in het register voor de betrokken procedure.
  De stichtingen bedoeld in het eerste lid, 5°, worden beschouwd als ingeschreven na ontvangst van de voorwaarden voor inschrijving in het register.
  Ten aanzien van de personen bedoeld in het eerste lid, 5° en 6°, die in het register zijn ingeschreven ter gelegenheid van een eerdere procedure, maar nog niet voor de betrokken procedure zijn ingeschreven, doet de griffie de eerste mededeling of kennisgeving door middel van het register, met de vraag om de inschrijving binnen drie werkdagen te bevestigen. De bevestiging die binnen die termijn wordt gegeven geldt als inschrijving in het register voor de betrokken procedure. Bij gebreke van bevestiging binnen de termijn, wordt de elektronische mededeling of kennisgeving als ongedaan beschouwd en gaat de griffie over tot de mededeling of kennisgeving in papieren vorm.
  § 2. Ingeval een handeling niet kon worden verricht binnen de, zelfs op straffe van nietigheid of van verval voorgeschreven, termijnen wegens het disfunctioneren van het register, dient deze verricht te worden ten laatste op de eerste werkdag na de laatste dag van de termijn, hetzij op papier, hetzij op elektronische wijze, ingeval het register opnieuw gebruikt kan worden.
  § 3. Elke kennisgeving, elke mededeling of elke neerlegging die heeft plaatsgegrepen met schending van de eerste en tweede paragraaf wordt beschouwd als onbestaande.
  § 4. De tekst van dit artikel wordt overgenomen in elke mededeling of kennisgeving uitgaande van de griffie. In geval deze is bestemd voor een partij die niet is ingeschreven, bevat ze tevens de nadere regels tot inschrijving in het register.".
Art.72. Dans le même Code, il est inséré un article 1249/4, rédigé comme suit:
  "Art. 1249/4. § 1er. Toute notification, toute communication ou tout dépôt au greffe dans le cadre du présent chapitre ou du livre Ier, titre XI, chapitres II et II/1, du Code civil s'effectue exclusivement au moyen du registre entre les catégories de personnes suivantes:
  1° la justice de paix, en ce compris le greffe;
  2° le ministère public;
  3° les autre services publics;
  4° les avocats, notaires et huissiers de justice;
  5° les fondations privées qui se consacrent exclusivement à la personne à protéger et les fondations d'utilité publique qui disposent, pour les personnes à protéger, d'un comité institué statutairement chargé d'assumer des administrations, établies en Belgique et qui sont inscrites dans le registre pour la procédure concernée.
  6° toute autre personne, pour autant qu'elle soit inscrite dans le registre pour la procédure concernée.
  Les fondations visées à l'alinéa 1er, 5°, sont réputées inscrites dès réception des modalités d'inscription dans le registre.
  A l'égard des personnes visées à l'alinéa 1er, 5° et 6°, qui ont été inscrites dans le registre à l'occasion d'une procédure antérieure, mais qui ne sont pas encore inscrites pour la procédure concernée, le greffe effectue la première communication ou notification au moyen du registre en demandant confirmation de cette inscription dans les trois jours ouvrables. La confirmation intervenue dans ce délai vaut inscription dans le registre pour la procédure concernée. A défaut de confirmation dans le délai, la communication ou notification électronique est réputée non avenue et le greffe procède à la communication ou notification en format papier.
  § 2. Si un acte n'a pu être accompli dans les délais, même prescrits à peine de nullité ou de déchéance, en raison d'un dysfonctionnement du registre, celui-ci doit être accompli au plus tard le premier jour ouvrable suivant le dernier jour du délai, soit en format papier, soit par voie électronique, si le registre peut de nouveau être utilisé.
  § 3. Toute notification, toute communication ou tout dépôt intervenus en violation des paragraphes 1er et 2 est considéré comme non-avenu.
  § 4. Le texte du présent article est reproduit dans toute communication ou notification émanant du greffe. Lorsqu'elle est destinée à une partie qui n'est pas inscrite, elle contient en outre les modalités d'inscription dans le registre.".
Art.73. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1249/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 1249/5 § 1. Wanneer de kennisgeving niet op elektronische wijze gebeurt en deze wijze niet is opgelegd overeenkomstig deze onderafdeling, geschiedt iedere kennisgeving in het kader van dit hoofdstuk of in het kader van boek I, titel XI, hoofdstukken II en II/1, van het Burgerlijk Wetboek overeenkomstig dit artikel.
  § 2. Alle oproepingen gericht aan de beschermde of de te beschermen persoon, de bewindvoerders of de vertrouwenspersoon worden bij gerechtsbrief ter kennis gebracht door de griffier.
  § 3. De volgende beslissingen worden bij gerechtsbrief ter kennis gebracht door de griffier:
  1° de beslissingen met het oog op het mandaat, de uitvoering of de beëindiging ervan, op grond van de artikelen 490/1, §§ 2 en 3, en 490/2, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
  2° de beslissingen betreffende de aanwijzing van een bewindvoerder, zijn vervanging, het einde van zijn mandaat of de wijziging van zijn opdrachten, op grond van de artikelen 490/1, § 1, vierde lid, 496/2, 496/3, eerste lid, 496/4, 496/7, 497/4 en 499/15 van het Burgerlijk Wetboek;
  3° de beslissingen betreffende de homologatie van de aanwijzing van een vertrouwenspersoon, zijn vervanging of het einde van zijn mandaat, op grond van de artikelen 501 en 501/1 van het Burgerlijk Wetboek; en
  4° de beslissingen met het oog op de goedkeuring, de wijziging of de beëindiging van een rechterlijke beschermingsmaatregel op grond van de artikelen 490/1, § 2, derde lid, 490/2, § 2, eerste lid, 492/1, 492/4, 493, § 3, 499/4 en 498/1 van het Burgerlijk Wetboek.
  § 4. Alle andere kennisgevingen geschieden bij gewone brief.".
Art.73. Dans le même Code, il est inséré un article 1249/5, rédigé comme suit:
  "Art. 1249/5. § 1er. Lorsqu'elle n'a pas lieu par voie électronique et que cette voie n'est pas imposée par la présente sous-section, toute notification dans le cadre du présent chapitre ou du livre Ier, titre XI, chapitres II et II/1, du Code civil s'effectue conformément au présent article.
  § 2. Toutes les convocations adressées à la personne protégée ou à protéger, aux administrateurs ou à la personne de confiance sont notifiées par le greffier par pli judiciaire.
  § 3. Les décisions suivantes sont notifiées par le greffier par pli judiciaire:
  1° les décisions visant le mandat, son exécution ou y mettant fin, fondées sur les articles 490/1, §§ 2 et 3, et 490/2, § 2, alinéa 1er, du Code civil;
  2° les décisions relatives à la désignation d'un administrateur, à son remplacement, à la fin de son mandat ou relatives à la modification de ses missions, fondées sur les articles 490/2, § 1er, alinéa 4, 496/2, 496/3, alinéa 1er, 496/4, 496/7, 497/4 et 499/15 du Code civil;
  3° les décisions relatives à l'homologation de la désignation d'une personne de confiance, à son remplacement ou à la fin de sa mission, fondées sur les articles 501 et 501/1 du Code civil; et
  4° les décisions visant l'adoption, la modification ou la fin d'une mesure de protection judiciaire fondées sur les articles 490/1, § 2, alinéa 3, 490/2, § 2, alinéa 1er, 492/1, 492/4, 493, § 3, 499/4 et 498/1 du Code civil.
  § 4. Toutes les autres notifications s'effectuent par pli simple.".
Art.74. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1249/6 ingevoegd, luidende:
  "Art. 1249/6. § 1. De griffier converteert in elektronische vorm, verklaart gelijkvormig en laadt in het register de documenten en stukken op die hem worden meegedeeld of die worden neergelegd langs een andere weg dan het register, in geval dit is toegelaten ingevolge deze onderafdeling. De Koning kan de vorm bepalen waarin de verklaring wordt gedaan.
  In geval van tegenstrijdigheid tussen de papieren documenten en stukken en deze opgeladen in het register hebben de papieren documenten en stukken voorrang op deze laatsten.
  De Koning bepaalt de voorwaarden voor de verbetering van de gegevens in het register.
  § 2. De documenten en stukken die op het ogenblik van inwerkingtreding van deze bepaling in papieren vorm ter griffie worden gehouden worden geacht deel uit te maken van het register. Zij hoeven niet te worden opgeladen in het register en zijn raadpleegbaar ter griffie.".
Art.74. Dans le même Code, il est inséré un article 1249/6, rédigé comme suit:
  "Art. 1249/6. § 1er. Le greffier convertit sous format électronique, déclare conforme et charge dans le registre les documents et pièces qui lui sont communiqués ou déposés par d'autres voies que le registre, lorsque ces voies sont autorisées en vertu de la présente sous-section. Le Roi peut déterminer la forme dans laquelle la déclaration est faite.
  En cas de discordance entre les documents et pièces sur papier et ceux chargés dans le registre, les documents et pièces sur papier priment sur ces derniers.
  Le Roi détermine les conditions de la rectification des données dans le registre.
  § 2. Les documents et pièces qui, au moment de l'entrée en vigueur de la présente disposition, sont tenus au greffe sous format papier sont censés faire partie du registre. Ils ne doivent pas être chargés dans le registre et peuvent être consultés au greffe.".
Art.75. In het vierde deel, boek IV, hoofdstuk X, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van afdeling II vervangen als volgt:
  "Afdeling 2. Bekendmaking van beschermingsmaatregelen".
Art.75. Dans la quatrième partie, livre IV, chapitre X, du même Code, l'intitulé de la section II est remplacé par ce qui suit:
  "Section 2. De la publicité des mesures de protection".
Art.76. Artikel 1250 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 1250. Elke beslissing waarbij een beschermingsmaatregel wordt bevolen, beëindigd of gewijzigd, wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad door toedoen van de griffier.
  De bekendmaking geschiedt binnen vijftien dagen na de beslissing die de beschermingsmaatregel beveelt, beëindigt of wijzigt; de ambtenaren aan wie het verzuim of de vertraging te wijten is worden aansprakelijk gesteld ten aanzien van de betrokkenen, indien vaststaat dat het verzuim of de vertraging te wijten is aan een collusie.".
Art.76. L'article 1250 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013 et modifié par la loi du 25 avril 2014, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 1250. Toute décision ordonnant une mesure de protection, y mettant fin ou la modifiant est, à la diligence du greffier, insérée par extrait au Moniteur belge.
  La publication est faite dans les quinze jours de la décision ordonnant la mesure de protection, y mettant fin ou la modifiant; les fonctionnaires auxquels l'omission ou le retard serait imputable sont tenus pour responsables envers les intéressés, s'il est prouvé que l'omission ou le retard résulte d'une collusion.".
Art.77. Artikel 1251 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 17 maart 2013, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 1251. Binnen de termijn van vijftien dagen bedoeld in artikel 1250, tweede lid, brengt de griffier een uittreksel van de beslissing ter kennis van de burgemeester van de woonplaats van de beschermde persoon teneinde te worden aangetekend in het bevolkingsregister. De burgemeester levert een uittreksel uit het bevolkingsregister af, met vermelding van de naam, het adres en de staat van bekwaamheid van een persoon, alsook de identiteit van de bewindvoerder, aan de persoon zelf of enige derde die een belang aantoont.".
Art.77. L'article 1251 du même Code, abrogé par la loi du 17 mars 2013, est rétabli dans la rédaction suivante:
  "Art. 1251. Dans le délai de quinze jours visé à l'article 1250, alinéa 2, un extrait de la décision est notifié par les soins du greffier au bourgmestre du domicile de la personne protégée, afin d'être consigné dans le registre de la population. Le bourgmestre délivre un extrait du registre de la population mentionnant le nom, l'adresse et l'état de capacité d'une personne, ainsi que l'identité de l'administrateur, à la personne même ou à tout tiers justifiant d'un intérêt.".
Art.78. Artikel 1252 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt opgeheven.
Art.78. L'article 1252 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013 et modifié par la loi du 25 avril 2014, est abrogé.
Art.79. In artikel 1253 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de inleidende zin van het eerste lid worden de woorden "Per beschermde persoon wordt op de griffie van het vredegerecht een administratief dossier gehouden," vervangen door de woorden "Onverminderd artikel 1249/6, § 2, houdt de griffier van het vredegerecht in het register bedoeld in artikel 1253/2, per beschermde persoon, een administratief dossier,";
  b) in het eerste lid wordt de bepaling onder 1° aangevuld met de woorden ", en, in voorkomend geval, van het verzoekschrift dat eraan ten grondslag ligt";
  c) in het eerste lid wordt de bepaling onder 4° vervangen als volgt:
  "4° een afschrift van alle beschikkingen die in het kader van het bewind werden uitgesproken, alsook in het kader van de eventuele beroepsprocedures, en, in voorkomend geval, van het verzoekschrift dat eraan ten grondslag ligt;";
  d) in het eerste lid wordt de bepaling onder 7° vervangen als volgt:
  "7° het proces-verbaal van verhoor van de beschermde of de te beschermen persoon bedoeld in artikel 1245, § 2.";
  e) het eerste lid wordt aangevuld met de bepaling onder 8°, luidende:
  "8° een afschrift van de in artikel 1241, § 1, bedoelde omstandige geneeskundige verklaringen en de in artikel 1246, § 2, eerste lid, bedoelde adviezen over de gezondheidstoestand van de betrokken persoon";
  f) in het derde lid worden de woorden "op de griffie" vervangen door de worden "in het register";
  g) in het vierde lid worden de woorden ", zendt de griffier het administratief dossier na het verstrijken van de beroepstermijn over aan de nieuw bevoegde vrederechter overeenkomstig artikel 628, 3° " vervangen door ", deelt de griffier het administratief dossier mee aan de nieuw bevoegde vrederechter overeenkomstig artikel 628, 3° ".
Art.79. Dans l'article 1253 du même Code, remplacé par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans la phrase liminaire de l'alinéa 1er, les mots "Pour chaque personne protégée est tenu au greffe de la justice de paix" sont remplacés par les mots "Sans préjudice de l'article 1249/6, § 2, le greffier de la justice de paix tient, dans le registre visé à l'article 1253/2, pour chaque personne protégée,";
  b) dans l'alinéa 1er, le 1° est complété par les mots ", et, le cas échéant, de la requête qui en est à l'origine";
  c) dans l'alinéa 1er, le 4° est remplacé par ce qui suit:
  "4° une copie de toutes les ordonnances prononcées dans le cadre de l'administration, ainsi que celles éventuellement prononcées en appel, et, le cas échéant, des requêtes qui en sont à l'origine;";
  d) dans l'alinéa 1er, le 7° est remplacé par ce qui suit:
  "7° le procès-verbal d'audition de la personne protégée ou à protéger visé à l'article 1245, § 2.";
  e) l'alinéa 1er est complété par le 8°, rédigé comme suit:
  "8° une copie des certificats médicaux circonstanciés visés à l'article 1241, § 1er, et des avis sur l'état de santé de la personne concernée visés à l'article 1246, § 2, alinéa 1er";
  f) dans l'alinéa 3, les mots "au greffe" sont remplacés par les mots "au sein du registre";
  g) dans l'alinéa 4, les mots "le greffier transmet le dossier administratif au nouveau juge de paix compétent, conformément à l'article 628, 3°, après l'expiration du délai de recours" sont remplacés par les mots "le greffier communique le dossier administratif au nouveau juge de paix compétent conformément à l'article 628, 3° ".
Art.80. In artikel 1253/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "op de griffie van het vredegerecht" opgeheven;
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 1250" opgeheven.
Art.80. A l'article 1253/1 du même Code, inséré par la loi du 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "au greffe de la justice de paix" sont abrogés;
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "conformément à la procédure visée à l'article 1250" sont abrogés.
Art.81. In het vierde deel, boek II, hoofdstuk X, van hetzelfde Wetboek wordt, na artikel 1253/1 een afdeling 4 ingevoegd, luidende "Het centraal register van de bescherming van de personen".
Art.81. Dans la quatrième partie, livre II, chapitre X, du même Code, il est inséré après l'article 1253/1 une section 4 intitulée "Du registre central de la protection des personnes".
Art.82. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1253/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 1253/2. Het centraal register van bescherming van de personen, hierna "register" genoemd, is de geïnformatiseerde gegevensbank voor het beheer, de opvolging en de behandeling van procedures betreffende de beschermde personen.
  Het register verzamelt alle stukken en gegevens met betrekking tot de procedures beoogd in dit hoofdstuk alsook in boek I, titel XI, hoofdstukken II en II/1, van het Burgerlijk Wetboek. Deze stukken en gegevens worden hierna "gegevens van het register" genoemd.
  Het register geldt als authentieke bron voor alle akten en gegevens die erin zijn opgenomen.".
Art.82. Dans le même Code, il est inséré un article 1253/2 rédigé comme suit:
  "Art. 1253/2. Le registre central de la protection des personnes, ci-après dénommé "registre", est la banque de données informatisée qui permet la gestion, le suivi et le traitement des procédures relatives aux personnes protégées.
  Le registre rassemble toutes les pièces et toutes les données relatives aux procédures visées au présent chapitre ainsi qu'au livre Ier, titre XI, chapitres II et II/1, du Code civil. Ces pièces et ces données sont dénommées, ci-après, "données du registre".
  Le registre vaut comme source authentique pour tous les actes et données qui y sont enregistrés.".
Art.83. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1253/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 1253/3. De Federale Overheidsdienst Justitie, hierna "de beheerder" genoemd, staat in voor de inrichting en het operationeel beheer van het register en voorziet in de technische middelen voor de verwerking.".
Art.83. Dans le même Code, il est inséré un article 1253/3 rédigé comme suit:
  "Art. 1253/3. Le Service public fédéral Justice, ci-après dénommé "le gestionnaire", met en place le registre, en assure la gestion opérationnelle et fournit les moyens techniques du traitement.".
Art.84. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1253/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 1253/4. § 1. De magistraten van de rechterlijke orde bedoeld in artikel 58bis, de griffiers en bewindvoerders, in het kader van de vervulling van hun wettelijke opdrachten alsook de beschermde persoon of de te beschermen persoon of, na zijn overlijden, zijn erfgenamen, de vertrouwenspersoon en, in het algemeen, elkeen die partij is in een procedure waarvan de behandeling door het register wordt verzekerd, hun advocaten, de notarissen, de gerechtsdeurwaarders en de beheerder hebben toegang tot de voor hen relevante gegevens van het register, volgens de nadere regels bepaald door de Koning, na het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
  De Koning kan, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, andere categorieën van personen of instellingen de toestemming geven om die gegevens te raadplegen onder de voorwaarden die Hij bepaalt.
  § 2. Het is de beheerder verboden om de gegevens van het register te verstrekken aan andere dan de in paragraaf 1 bedoelde personen.
  Hij die, in welke hoedanigheid ook, deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de gegevens van het register of kennis heeft van die gegevens moet het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen.
  Artikel 458 van het Strafwetboek is op hen van toepassing.".
Art.84. Dans le même Code, il est inséré un article 1253/4 rédigé comme suit:
  "Art. 1253/4. § 1er. Les magistrats de l'ordre judiciaire visés à l'article 58bis, les greffiers et les administrateurs, dans le cadre de l'accomplissement de leurs missions légales, ainsi que la personne protégée ou à protéger ou, après le décès de celle-ci, ses héritiers, la personne de confiance et généralement toute partie à une procédure dont le traitement est assuré par le registre, leurs avocats, les notaires, les huissiers et le gestionnaire peuvent accéder aux données du registre qui sont pertinentes pour eux, selon les modalités fixées par le Roi, après avis de l'Autorité de protection des données.
  Le Roi peut, après avis de l'Autorité de protection des données, permettre à d'autres catégories de personnes ou d'institutions de consulter ces données dans les conditions qu'Il détermine.
  § 2. Le gestionnaire n'est pas autorisé à communiquer les données du registre à d'autres personnes que celles visées au paragraphe 1er.
  Quiconque participe, à quelque titre que ce soit, à la collecte, au traitement ou à la communication des données du registre, ou a connaissance de telles données est tenu d'en respecter le caractère confidentiel.
  L'article 458 du Code pénal leur est applicable.".
Art.85. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1253/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 1253/5. De beheerder verstrekt de operationele middelen om te kunnen voldoen aan de verplichtingen bedoeld in artikelen 13 en 14 van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.".
Art.85. Dans le même Code, il est inséré un article 1253/5 rédigé comme suit:
  "Art. 1253/5. Le gestionnaire fournit les moyens opérationnels pour satisfaire aux obligations visées aux articles 13 et 14 du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE.".
Art.86. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1253/6 ingevoegd, luidende:
  "Art. 1253/6. De gegevens van het register worden bewaard gedurende vijf jaar te rekenen van het einde van de beschermingsmaatregelen.
  Na afloop van deze termijn worden de gegevens van het register gewist, onverminderd de Archiefwet van 24 juni 1955 .".
Art.86. Dans le même Code, il est inséré un article 1253/6 rédigé comme suit:
  "Art. 1253/6. Les données du registre sont conservées pendant les cinq années qui suivent la fin des mesures de protection.
  A l'expiration de ce délai, les données du registre sont effacées, sans préjudice de la loi du 24 juin 1955 relative aux archives.".
Art.87. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1253/7 ingevoegd, luidende:
  "Art. 1253/7. De Koning bepaalt, na het advies te hebben ingewonnen van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de gegevens van en de nadere regels voor de inrichting en werking van het register, alsook de nadere regels voor de toegang tot en de inschrijving in het register en de a posteriori controle van het belang om er toegang toe te hebben.".
Art.87. Dans le même Code, il est inséré un article 1253/7 rédigé comme suit:
  "Art. 1253/7. Le Roi détermine, après avoir recueilli l'avis de l'Autorité de protection des données, les données du registre, les modalités de mise en place et de fonctionnement du registre ainsi que les modalités d'accès et d'inscription au registre, et le contrôle a posteriori de l'intérêt à y accéder.".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient
Art.88. In artikel 14, § 2, van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, vervangen bij de wet van 17 maart 2013, worden de woorden "na machtiging door de vrederechter overeenkomstig artikel 499/7, § 1" vervangen door de woorden "aangewezen door de vrederechter overeenkomstig artikel 492/1, § 1, vierde lid,".
Art.88. Dans l'article 14, § 2, de la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient, remplacé par la loi du 17 mars 2013, les mots "après autorisation du juge de paix conformément à l'article 499/7, § 1er" sont remplacés par les mots "désigné par le juge de paix pour le faire, conformément à l'article 492/1, § 1er, alinéa 4,".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, les paris, les établissements de jeux de hasard et la protection des joueurs
Art.89. In artikel 54, § 4, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, gewijzigd bij de wetten van 10 januari 2010 en 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 1., worden de woorden "artikel 1240 van het Gerechtelijk Wetboek" vervangen door de woorden "artikel 1239 van het Gerechtelijk Wetboek" en worden de woorden "artikelen 1239 en 1247 van het Gerechtelijk Wetboek" vervangen door de woorden "artikelen 1238, § 2, en 1243 van het Gerechtelijk Wetboek";
  2° in het tweede lid worden de woorden "artikel 1249" vervangen door de woorden "artikel 1250".
Art.89. A l'article 54, § 4, de la loi du 7 mai 1999 sur les jeux de hasard, les paris, les établissements de jeux de hasard et la protection des joueurs, modifié par les lois des 10 janvier 2010 et 17 mars 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, 1., les mots "à l'article 1240 du Code judiciaire" sont remplacés par les mots "à l'article 1239 du Code judiciaire" et les mots "aux articles 1239 et 1247 du Code judiciaire" sont remplacés par les mots "aux articles 1238, § 2, et 1243 du Code judiciaire";
  2° dans l'alinéa 2, les mots "article 1249" sont remplacés par les mots "article 1250".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen
CHAPITRE 5. - Modification de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques
Art.90. In artikel 3, eerste lid, 9° /1, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013 en vervangen bij de wet van 9 november 2015, worden de woorden "artikel 1249" vervangen door de woorden "artikel 1250".
Art.90. Dans l'article 3, alinéa 1er, 9° /1, de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques, inséré par la loi du 17 mars 2013 et remplacé par la loi du 9 novembre 2015, les mots "article 1249" sont remplacés par les mots "article 1250".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid
CHAPITRE 6. - Modifications du la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine
Art.91. In artikel 228 van de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regeling inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2015, wordt het tweede lid opgeheven.
Art.91. Dans l'article 228 de la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine, modifié par la loi du 10 août 2015, l'alinéa 2 est abrogé.
Art.92. In artikel 229 van dezelfde wet wordt het derde lid opgeheven.
Art.92. Dans l'article 229 de la même loi, l'alinéa 3 est abrogé.
Art.93. In artikel 230/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 april 2014, worden de woorden "artikel 488bis, B, § 2 en § 3" vervangen door de woorden "artikelen 392, eerste en tweede lid, en 488bis, B, §§ 2 en 3".
Art.93. Dans l'article 230/1 de la même loi, inséré par la loi du 25 avril 2014, les mots "à l'article 488bis, B, § 2 et § 3" sont remplacés par les mots "aux articles 392, alinéas 1er et 2, et 488bis, B, §§ 2 et 3".
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art.94. Artikel 490 van het Burgerlijk Wetboek, zoals gewijzigd door deze wet, is van toepassing op alle lastgevingen verleend na de inwerkingtreding van deze wet.
Art.94. L'article 490 du Code civil, tel que modifié par la présente loi, s'applique aux mandats conclus après l'entrée en vigueur de la présente loi.
Art.95. De nadere regels inzake de evaluatie van de beschermingsmaatregelen bedoeld in artikel 12 zijn van toepassing op de gerechtelijke beschermingsmaatregelen die minder dan twee jaar voor de inwerkingtreding van deze wet getroffen werden.
Art.95. Les modalités d'évaluation des mesures de protection visées à l'article 12 s'appliquent aux mesures de protection judiciaire ordonnées moins de deux ans avant l'entrée en vigueur de la présente loi.
Art.96. De nadere regels voor de verslaggeving evenals die voor het toezicht en de goedkeuring van de verslagen bedoeld in artikelen 20, 22 tot 26, 30, 32 en 33 zijn van toepassing op de gerechtelijke beschermingsmaatregelen die werden getroffen voor de inwerkingtreding van deze wet.
Art.96. Les modalités de rapportage ainsi que celles du contrôle et de l'approbation des rapports visées aux articles 20, 22 à 26, 30, 32 et 33 s'appliquent aux mesures de protection judiciaire ordonnées avant l'entrée en vigueur de la présente loi.
Art.97. Niet-erkende artsen kunnen ook de omstandige geneeskundige verklaring bedoeld in artikel 1241 van het Gerechtelijk Wetboek afleveren en aangewezen worden om een advies uit te brengen zoals bedoeld in artikel 1246, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek gedurende een periode van vijf jaar die volgt op de inwerkingtreding van de koninklijke besluiten die de procedures en erkenningsvoorwaarden van deze artsen vaststellen.
Art.97. Des médecins non agréés peuvent délivrer un certificat médical circonstancié visé à l'article 1241 du Code judiciaire et être désignés pour donner un avis visé à l'article 1246, § 2, du Code judiciaire pendant un délai de cinq ans qui suit l'entrée en vigueur des arrêtés royaux qui fixent les procédures et les conditions d'agrément de ces médecins.
Art.98. De artikelen 11, d), en 17, b), treden in werking op 31 maart 2019.
  De artikelen 71, 72, 74 en 79, a) en c), treden in werking op [2 1 juni 2021]2.
  De andere bepalingen van Titel II van deze wet treden in werking op de eerste dag van de derde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  
Art.98. Les articles 11, d), et 17, b), entrent en vigueur le 31 mars 2019.
  Les articles 71, 72, 74 et 79, a) et c) entrent en vigueur [2 le 1er juin 2021]2.
  Les autres dispositions du Titre II de la présente loi entrent en vigueur le premier jour du troisième mois qui suit celui de sa publication au Moniteur belge.
  
TITEL 3. - Wijzigingen van het afstammingsrecht
TITRE 3. - Modifications du droit de la filiation
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek
CHAPITRE 1er. - Modifications du Code civil
Art.99. In artikel 313, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en gewijzigd bij de wet van 1 juli 2006, worden de woorden "tenzij het huwelijk waardoor dat beletsel is ontstaan, nietig werd verklaard of werd ontbonden door overlijden of door echtscheiding" opgeheven.
Art.99. Dans l'article 313, § 2, du Code civil, remplacé par la loi du 31 mars 1987 et modifié par la loi du 1er juillet 2006, les mots "à moins que le mariage qui a fait naître cet empêchement ait été annulé ou dissous par décès ou divorce" sont abrogés.
Art.100. In artikel 314, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en gewijzigd bij de wet van 1 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "tenzij het huwelijk waardoor dat beletsel is ontstaan, nietig werd verklaard of werd ontbonden door overlijden of door echtscheiding" worden opgeheven;
  2° het lid wordt aangevuld met de woorden ", tenzij de familierechtbank oordeelt dat de vaststelling van de afstamming van moederszijde niet strijdig is met het belang van het kind".
Art.100. A l'article 314, alinéa 2, du même Code, remplacé par la loi du 31 mars 1987 et modifié par la loi du 1er juillet 2006, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "à moins que le mariage qui a fait naître cet empêchement ait été annulé ou dissous par décès ou divorce" sont abrogés;
  2° l'alinéa est complété par les mots ", à moins que le tribunal de la famille estime que l'établissement de la filiation maternelle n'est pas contraire à l'intérêt de l'enfant".
Art.101. In artikel 318, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 1 juli 2006 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006 en 5 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid worden de woorden "binnen een jaar na zijn overlijden of na de geboorte" vervangen door de woorden "binnen een jaar na zijn overlijden of na de ontdekking van de geboorte of binnen een jaar na hun ontdekking van het feit dat de overledene niet de vader van het kind is";
  2° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin: "Indien de echtgenoot overleden is vóór de geboorte van het kind kan zijn vaderschap worden betwist door zijn bloedverwanten in de opgaande en in de neerdalende lijn binnen een jaar na de ontdekking van de geboorte of binnen een jaar na hun ontdekking van het feit dat de overledene niet de vader van het kind is.".
Art.101. A l'article 318, § 2, du même Code, remplacé par la loi du 1er juillet 2006 et modifié par les lois des 27 décembre 2006 et 5 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 2, les mots "dans l'année de son décès ou de la naissance" sont remplacés par les mots "dans l'année de son décès ou de la découverte de la naissance ou dans l'année de leur découverte du fait que le défunt n'est pas le père de l'enfant";
  2° l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante: "Si le mari est décédé avant la naissance de l'enfant, sa paternité peut être contestée par ses ascendants ou par ses descendants dans l'année de la découverte de la naissance ou dans l'année de leur découverte du fait que le défunt n'est pas le père de l'enfant.".
Art.102. In artikel 321 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en gewijzigd bij de wet van 1 juli 2006, worden de woorden "tenzij het huwelijk waardoor dat beletsel is ontstaan, nietig werd verklaard of werd ontbonden door overlijden of door echtscheiding" opgeheven.
Art.102. Dans l'article 321 du même Code, remplacé par la loi du 31 mars 1987 et modifié par la loi du 1er juillet 2006, les mots "à moins que le mariage qui a fait naître cet empêchement ait été annulé ou dissous par décès ou divorce" sont abrogés.
Art.103. In artikel 325 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en gewijzigd bij de wet van 1 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "tenzij het huwelijk waardoor dat beletsel is ontstaan, nietig werd verklaard of werd ontbonden door overlijden of door echtscheiding" worden opgeheven;
  2° het lid wordt aangevuld met de woorden ", tenzij de familierechtbank oordeelt dat de vaststelling van de afstamming van vaderszijde niet strijdig is met het belang van het kind".
Art.103. A l'article 325 du même Code, remplacé par la loi du 31 mars 1987 et modifié par la loi du 1er juillet 2006, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "à moins que le mariage qui a fait naître cet empêchement ait été annulé ou dissous par décès ou divorce" sont abrogés;
  2° l'alinéa est complété par les mots ", à moins que le tribunal de la famille estime que l'établissement de la filiation paternelle n'est pas contraire à l'intérêt de l'enfant".
Art.104. In artikel 325/5 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2014, worden de woorden "tenzij het huwelijk waardoor dat beletsel is ontstaan, nietig werd verklaard of werd ontbonden door overlijden of door echtscheiding" opgeheven.
Art.104. Dans l'article 325/5 du même Code, inséré par la loi du 5 mai 2014, les mots "à moins que le mariage qui a fait naître cet empêchement ait été annulé ou dissous par décès ou divorce" sont abrogés.
Art.105. In artikel 325/7, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2014 en gewijzigd bij de wet van 18 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het vijfde lid wordt aangevuld met de woorden ", of binnen een jaar nadat zij kennis heeft genomen van de erkenning, indien deze plaatsvindt na de ontdekking van het feit dat zij de meemoeder van het kind is";
  2° het zesde lid wordt aangevuld met de woorden ", of binnen een jaar nadat hij kennis heeft genomen van de erkenning, indien deze plaatsvindt na de ontdekking van het feit dat hij de vader van het kind is".
Art.105. A l'article 325/7, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 5 mai 2014 et modifié par la loi du 18 décembre 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 5 est complété par les mots ", ou dans l'année après qu'elle a appris la reconnaissance, si celle-ci a lieu après la découverte du fait qu'elle est la coparente de l'enfant";
  2° l'alinéa 6 est complété par les mots "ou dans l'année après qu'il a appris la reconnaissance, si celle-ci a lieu après la découverte du fait qu'il est le père de l'enfant".
Art.106. In artikel 325/10 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "tenzij het huwelijk waardoor dat beletsel is ontstaan, nietig werd verklaard of werd ontbonden door overlijden of door echtscheiding" worden opgeheven;
  2° het enig lid wordt aangevuld met de woorden: ", tenzij de familierechtbank oordeelt dat de vaststelling van het meemoederschap niet strijdig is met het belang van het kind".
Art.106. A l'article 325/10 du même Code, inséré par la loi du 5 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "à moins que le mariage qui a fait naître cet empêchement ait été annulé ou dissous par décès ou divorce" sont abrogés;
  2° l'alinéa est complété par les mots ", à moins que le tribunal de la famille estime que l'établissement de la comaternité n'est pas contraire à l'intérêt de l'enfant".
Art.107. In artikel 329bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 juli 2006 en gewijzigd bij de wetten van 17 maart 2013, 30 juli 2013 en 19 september 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "Als het verzoek een kind betreft dat op het tijdstip van de indiening van het verzoek een jaar of ouder is, kan de rechtbank bovendien" vervangen door de woorden "De rechtbank kan bovendien" en wordt het woord "kennelijk" opgeheven;
  2° in paragraaf 3, vijfde lid, worden de woorden "kennelijk" en ", als dat kind op het tijdstip waarop de vordering wordt ingediend één jaar of ouder is" opgeheven.
Art.107. A l'article 329bis du même Code, inséré par la loi du 1er juillet 2006 et modifié par les lois des 17 mars 2013, 30 juillet 2013 et 19 septembre 2017, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots "Lorsque la demande concerne un enfant âgé d'un an ou plus au moment de l'introduction de la demande, le tribunal peut en outre" sont remplacés par les mots "Le tribunal peut en outre" et le mot "manifestement" est abrogé;
  2° dans le paragraphe 3, alinéa 5, les mots "manifestement" et "lorsque celui-ci est âgé d'un an ou plus au moment de l'introduction de la demande" sont abrogés.
Art.108. In artikel 330, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 1 juli 2006 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden ", of binnen een jaar nadat hij of zij kennis heeft genomen van de erkenning, indien deze plaatsvindt na de ontdekking van het feit dat hij of zij de vader of de moeder van het kind is" worden ingevoegd tussen de woorden "de ontdekking van het feit dat hij of zij de vader of de moeder van het kind is" en de woorden "; die van het kind";
  2° de tweede zin wordt aangevuld met de woorden ", of binnen een jaar nadat zij kennis heeft genomen van de erkenning, indien deze plaatsvindt na de ontdekking van het feit dat zij de meemoeder van het kind is".
Art.108. A l'article 330, § 1er, alinéa 4, du même Code, remplacé par la loi du 1er juillet 2006 et modifié en dernier lieu par la loi du 5 mai 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots ", ou dans l'année après qu'elle a appris la reconnaissance, si celle-ci a lieu après la découverte du fait qu'elle est le père ou la mère de l'enfant" sont insérés entre les mots "la découverte qu'elle est le père ou la mère de l'enfant" et les mots "; celle de l'enfant";
  2° la deuxième phrase est complété par les mots ", ou dans l'année après qu'elle a appris la reconnaissance, si celle-ci a lieu après la découverte du fait qu'elle est la coparente de l'enfant".
Art.109. In artikel 332quinquies, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 juli 2006 en gewijzigd bij de wet van 19 september 2017, worden de woorden "ze betrekking heeft op een kind dat minstens één jaar ouder is op het ogenblik van de indiening ervan, en" en het woord "kennelijk" opgeheven.
Art.109. Dans l'article 332quinquies, § 2, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 1er juillet 2006 et modifié par la loi du 19 septembre 2017, les mots "elle concerne un enfant âgé d'au moins un an au moment de l'introduction de la demande, et si" et le mot "manifestement" sont abrogés.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 1 juli 2006 tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 1er juillet 2006 modifiant des dispositions du Code civil relatives à l'établissement de la filiation et aux effets de celle-ci
Art.110. Artikel 25, § 1, van de wet van 1 juli 2006 tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan, wordt aangevuld met de woorden ", of binnen een jaar nadat hij of zij kennis heeft genomen van de erkenning, indien deze na de inwerkingtreding van de wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie plaatsvindt.".
Art.110. L'article 25, § 1er, de la loi du 1er juillet 2006 modifiant des dispositions du Code civil relatives à l'établissement de la filiation et aux effets de celle-ci, est complété par les mots ", ou dans l'année après qu'il ou elle a appris la reconnaissance, si celle-ci a lieu après l'entrée en vigueur de la loi du 21 décembre 2018 portant des dispositions diverses en matière de justice.".
HOOFDSTUK 3. - Overgangsbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions transitoires
Art.111. In afwijking van artikel 318, § 2, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals gewijzigd bij deze wet, kunnen de bloedverwanten in de opgaande en in de neerdalende lijn van de overleden echtgenoot diens vaderschap betwisten gedurende een termijn van een jaar vanaf de inwerkingtreding van deze titel, zelfs indien er meer dan een jaar verstreken zou zijn sedert de ontdekking van de geboorte of het feit dat hij niet de vader is van het kind.
Art.111. Par dérogation à l'article 318, § 2, alinéa 2, du Code civil, tel que modifié par la présente loi, les ascendants et les descendants du mari décédé peuvent contester sa paternité pendant un délai d'un an prenant cours à l'entrée en vigueur du présent titre, quand bien même il se serait écoulé plus d'un an depuis la découverte de la naissance ou du fait qu'il n'est pas le père de l'enfant.
Art.112. In afwijking van de artikelen 325/7, § 1, vijfde en zesde lid, en 330, § 1, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals gewijzigd bij deze wet, kan de erkenning worden betwist door de persoon die het moederschap, vaderschap of meemoederschap opeist gedurende een termijn van een jaar vanaf de inwerkingtreding van deze titel, zelfs indien er meer dan een jaar verstreken zou zijn sedert de kennisneming van de erkenning, indien deze plaatsvindt na de ontdekking van het feit dat hij of zij de moeder, de vader of de meemoeder van het kind is.
Art.112. Par dérogation aux articles 325/7, § 1er, alinéas 5 et 6, et 330, § 1er, alinéa 4, du Code civil, tels que modifiés par la présente loi, la reconnaissance peut être contestée par la personne qui revendique la maternité, la paternité ou la comaternité pendant un délai d'un an prenant cours à l'entrée en vigueur du présent titre, quand bien même il se serait écoulé plus d'un an depuis qu'il ou elle a appris la reconnaissance, si celle-ci a lieu après la découverte du fait qu'il ou elle est le père, la mère ou la coparente de l'enfant.
Art.113. De persoon die het moederschap of vaderschap van het kind opeist op grond van artikel 25, § 1, van de wet van 1 juli 2006 tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan, zoals gewijzigd bij deze wet, en wiens termijn in geval van een erkenning na de inwerkingtreding van de voormelde wet reeds verstreken is, kan deze erkenning betwisten gedurende een termijn van één jaar vanaf de inwerkingtreding van deze titel.
Art.113. La personne qui revendique la maternité ou la paternité de l'enfant sur la base de l'article 25, § 1er, de la loi du 1er juillet 2006 modifiant des dispositions du Code civil relatives à l'établissement de la filiation et aux effets de celle-ci, tel que modifié par la présente loi, alors que, dans le cas d'une reconnaissance postérieure à l'entrée en vigueur de la loi précitée, le délai est déjà expiré, peut contester cette reconnaissance pendant un délai d'un an prenant cours à l'entrée en vigueur du présent titre.
TITEL 4. - Wijzigingen van de artikelen 335 en 335ter van het Burgerlijk Wetboek teneinde een meerderjarig kind de mogelijkheid te bieden van zijn nieuwe naam akte te laten nemen als gevolg van de vaststelling van een nieuwe afstammingsband via gerechtelijke weg
TITRE 4. - Modifications des articles 335 et 335ter du Code civil en vue de permettre à un enfant majeur de faire acter son nouveau nom à la suite de l'établissement d'un nouveau lien de filiation par voie judiciaire
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek
CHAPITRE 1er. - Modifications du Code civil
Art.114. Artikel 335, § 4, van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 8 mei 2014, wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "Bij vaststelling van een nieuwe afstammingsband van een meerderjarig kind van vaderszijde, van moederszijde of van meemoederszijde als gevolg van een vordering tot betwisting van de afstamming op grond van de artikelen 312, § 2, 318, §§ 5 en 6, of 330, §§ 3 en 4, neemt de rechter akte van de nieuwe naam van het kind die laatstgenoemde heeft gekozen in voorkomend geval met inachtneming van de in paragraaf 1 of in artikel 335ter, § 1, vervatte regels.
  De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand wijzigt de akte van geboorte van het kind en de akten van de burgerlijke stand waarop het vonnis betrekking heeft, ten gevolge van het in het tweede lid bedoelde vonnis.".
Art.114. L'article 335, § 4, du Code civil, remplacé par la loi du 8 mai 2014, est complété par deux alinéas, rédigés comme suit:
  "En cas d'établissement d'un nouveau lien de filiation d'un enfant majeur à l'égard du père, de la mère ou de la coparente, à la suite d'une action en contestation de la filiation sur base des articles 312, § 2, 318, §§ 5 et 6, ou 330, §§ 3 et 4, le juge acte le nouveau nom de l'enfant, choisi, le cas échéant, par ce dernier selon les règles énoncées au paragraphe 1er ou à l'article 335ter, § 1er.
  L'officier de l'état civil compétent modifie l'acte de naissance de l'enfant et les actes de l'état civil auxquels le jugement se rapporte, suite au jugement visé à l'alinéa 2.".
Art.115. Artikel 335ter, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2014 en vervangen bij de wet van 18 december 2014, wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "Bij vaststelling van een nieuwe afstammingsband van een meerderjarig kind van vaderszijde, van moederszijde of van meemoederszijde als gevolg van een vordering tot betwisting van de afstamming op grond van de artikelen 312, § 2, 325/3, §§ 4 en 5, 325/7, §§ 3 en 4, of 330, §§ 3 en 4, neemt de rechter akte van de nieuwe naam van het kind die laatstgenoemde in voorkomend geval heeft gekozen met inachtneming van de in paragraaf 1 of in artikel 335, § 1, vervatte regels.
  De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand wijzigt de akte van geboorte van het kind en de akten van de burgerlijke stand waarop het vonnis betrekking heeft, ten gevolge van het in het tweede lid bedoelde vonnis.".
Art.115. L'article 335ter, § 3, du même Code, inséré par la loi du 5 mai 2014 et remplacé par la loi du 18 décembre 2014, est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
  "En cas d'établissement d'un nouveau lien de filiation d'un enfant majeur à l'égard du père, de la mère ou de la coparente, à la suite d'une action en contestation de la filiation sur base des articles 312, § 2, 325/3, §§ 4 et 5, 325/7, §§ 3 et 4, ou 330, §§ 3 et 4, le juge acte le nouveau nom de l'enfant choisi, le cas échéant, par ce dernier selon les règles énoncées au paragraphe 1er ou à l'article 335, § 1er.
  L'officier de l'état civil modifie l'acte de naissance de l'enfant et les actes de l'état civil auxquels le jugement se rapporte, suite au jugement visé à l'alinéa 2.".
HOOFDSTUK 2. - Slotbepaling
CHAPITRE 2. - Disposition finale
Art.116. Deze titel is van toepassing op de vorderingen tot betwisting van een afstammingsband bedoeld in de artikelen 114 en 115 van deze wet die werden ingediend bij de familierechtbank of een familiekamer van het Hof van Beroep voor de inwerkingtreding van deze wet.
Art.116. Le présent titre s'applique aux demandes en contestation d'un lien de filiation visées aux articles 114 et 115 de la présente loi introduites devant le tribunal de la famille ou une chambre de la famille de la Cour d'appel avant l'entrée en vigueur de la présente loi.
Art.117. Deze titel treedt in werking op 31 maart 2019.
Art.117. Le présent titre entre en vigueur le 31 mars 2019.
TITEL 5. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek en van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het voorleggen van de vorderingen tot opheffing van het verbod een huwelijk aan te gaan bedoeld in de artikelen 164 en 353-13 van het Burgerlijk Wetboek aan de familierechtbank
TITRE 5. - Modifications du Code civil et du Code judiciaire en vue de soumettre les demandes de levée de la prohibition de contracter un mariage visées aux articles 164 et 353-13 du Code civil au tribunal de la famille
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek
CHAPITRE 1er. - Modifications du Code civil
Art.118. Artikel 164 van Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 13 februari 2003 en gewijzigd bij de wetten van 13 februari 2005 en van 15 mei 2007, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 164. De rechtbank kan, om gewichtige redenen, het in artikel 161 bedoelde verbod voor aanverwanten en het in artikel 163 bedoelde verbod opheffen.
  De procedure wordt op eenzijdig verzoekschrift ingeleid door een van de toekomstige echtgenoten. De rechtbank doet uitspraak na de toekomstige echtgenoten te hebben opgeroepen en na het advies van de procureur des Konings ter zake te hebben ingewonnen.".
Art.118. L'article 164 du Code civil, remplacé par la loi du 13 février 2003 et modifié par les lois des 13 février 2005 et 15 mai 2007 est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 164. Le tribunal peut, pour des motifs graves, lever la prohibition prévue pour les alliés visés à l'article 161 et la prohibition visée à l'article 163.
  La procédure est introduite sur requête unilatérale par un des futurs conjoints. Le tribunal statue après avoir convoqué les futurs conjoints et après avoir reccueilli l'avis du procureur du Roi sur le sujet.".
Art.119. In de artikelen 313, § 2, 314, tweede lid, 321, 325, 325/5, 325/10, en 343, § 1, b) en b)/1 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "de Koning" telkens vervangen door de woorden "de familierechtbank".
Art.119. Dans les articles 313, § 2, 314, alinéa 2, 321, 325, 325/5, 325/10, et 343, § 1er, b) et b)/1, du même Code, les mots "le Roi" sont chaque fois remplacés par les mots "le tribunal de la famille".
Art.120. In artikel 353-13 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003 en vervangen bij de wet van 2 juni 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid worden de woorden "De Koning" vervangen door de woorden "De familierechtbank";
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De procedure wordt op eenzijdig verzoekschrift ingeleid door een van de toekomstige echtgenoten. De rechtbank doet uitspraak na de toekomstige echtgenoten te hebben opgeroepen en na het advies van de procureur des Konings ter zake te hebben ingewonnen.".
Art.120. A l'article 353-13 du même Code, inséré par la loi du 24 avril 2003 et remplacé par la loi du 2 juin 2010, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 2, les mots "le Roi" sont remplacés par les mots "le tribunal de la famille";
  2° l'article est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "La procédure est introduite sur requête unilatérale par un des futurs conjoints. Le tribunal statue après avoir convoqué les futurs conjoints et après avoir reccueilli l'avis du procureur du Roi sur le sujet.".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 2. - Modifications du Code judiciaire
Art.121. In artikel 629bis van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013 en gewijzigd bij de wetten van 8 mei 2014 en 6 juli 2017, wordt een paragraaf 2/2 ingevoegd, luidende:
  " § 2/2. De vorderingen tot opheffing van het verbod een huwelijk aan te gaan bedoeld in de artikelen 164 en 353-13 van het Burgerlijk Wetboek worden voor de familierechtbank van de woonplaats of, bij ontstentenis daarvan, van de verblijfplaats van een van de toekomstige echtgenoten gebracht.
  Indien de toekomstige echtgenoten geen woonplaats of geen verblijfplaats hebben in België, is de familierechtbank van Brussel bevoegd om kennis te nemen van de vordering.".
Art.121. Dans l'article 629bis du Code judiciaire, inséré par la loi du 30 juillet 2013 et modifié par les lois des 8 mai 2014 et 6 juillet 2017, il est inséré un paragraphe 2/2, rédigé comme suit:
  " § 2/2. Les demandes de levée de la prohibition de contracter un mariage visées aux articles 164 et 353-13 du Code civil sont portées devant le tribunal de la famille du domicile ou, à défaut, de la résidence d'un des futurs conjoints.
  En l'absence de domicile ou de résidence des futurs conjoints en Belgique, le tribunal de la famille de Bruxelles est compétent pour connaître de la demande.".
Art.122. In artikel 764, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 augustus 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt een bepaling onder 1° /1 ingevoegd, luidende:
  "1° /1 de vorderingen tot opheffing van het verbod een huwelijk aan te gaan bedoeld in de artikelen 164 en 353-13 van het Burgerlijk Wetboek;".
Art.122. Dans l'article 764, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 3 août 1992 et modifié en dernier lieu par la loi du 11 août 2017, il est inséré un 1° /1, rédigé comme suit:
  "1° /1 les demandes de levée de la prohibition de contracter un mariage visées aux articles 164 et 353-13 du Code civil;".
Art.123. In artikel 872, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 juli 2013 en gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014, worden de woorden "of in geval van vordering tot opheffing van het verbod een huwelijk aan te gaan bedoeld in de artikelen 164 en 353-13 van het Burgerlijk Wetboek" ingevoegd tussen de woorden "bedoelde aangelegenheden" en de woorden "kan de familierechtbank".
Art.123. Dans l'article 872, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 30 juillet 2013 et modifié par la loi du 8 mai 2014, les mots "ou en cas de demande de levée de la prohibition de contracter un mariage visée aux articles 164 et 353-13 du Code civil" sont insérés entre les mots "de la quatrième partie" et les mots ", le tribunal de la famille".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepaling
CHAPITRE 3. - Disposition finale
Art.124. Deze titel is van toepassing op de vorderingen tot opheffing van het verbod een huwelijk aan te gaan ingediend na de inwerkingtreding ervan.
Art.124. Le présent titre est applicable aux demandes de levée de la prohibition de contracter un mariage qui sont introduites après son entrée en vigueur.
TITEL 6. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek, van het Gerechtelijk Wetboek en van de wet van 19 maart 2010 tot bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen, met betrekking tot de werking van de Commissie voor Onderhoudsbijdragen, de vaststelling en afrekening van de buitengewone kosten en de vermeldingen in overeenkomsten die onderhoudsbijdragen vaststellen
TITRE 6. - Modifications du Code civil, du Code judiciaire et de la loi du 19 mars 2010 visant à promouvoir une objectivation du calcul des contributions alimentaires des père et mère au profit de leurs enfants, relatives au fonctionnement de la Commission des contributions alimentaires, la détermination et le règlement des frais extraordinaires et les mentions dans les conventions qui fixent les contributions alimentaires
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek
CHAPITRE 1er. - Modifications du Code civil
Art.125. Artikel 203bis, § 3, van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 31 maart 1987 en vervangen bij de wet van 19 maart 2010 wordt aangevuld met drie leden, luidende:
  "In de gevallen waarin buitengewone kosten het voorwerp moeten zijn van een voorafgaand overleg en een uitdrukkelijk voorafgaand akkoord, behalve in geval van hoogdringendheid en overmacht, is aan de vereiste van een uitdrukkelijk voorafgaand akkoord voldaan wanneer de ouder aan wie het verzoek tot akkoord wordt gericht bij aangetekende zending, elektronische aangetekende zending of faxbericht, nalaat hierop op dezelfde wijze te reageren binnen eenentwintig dagen, te rekenen van de dag na de verzending. Als het verzoek tijdens de schoolvakanties van minstens één week of meer geformuleerd is, wordt deze termijn tot dertig dagen verlengd.
  Wanneer een uitgave wordt geweigerd, zal de betwisting door de meest gerede partij worden voorgelegd aan de bevoegde rechter.
  De Koning stelt de buitengewone kosten vast, alsook de wijze van afrekening van deze kosten en bepaalt welke buitengewone kosten het voorwerp moeten zijn van een voorafgaand overleg en een uitdrukkelijk akkoord, behalve in geval van hoogdringendheid en overmacht. Bij gerechtelijke beslissing of overeenkomst kan worden afgeweken van de door de Koning vastgestelde buitengewone kosten en wijze van afrekening.".
Art.125. L'article 203bis, § 3, du Code civil, inséré par la loi du 31 mars 1987 et remplacé par la loi du 19 mars 2010 est complété par trois alinéas rédigés comme suit:
  "Dans les cas où les frais extraordinaires doivent faire l'objet d'une concertation préalable et d'un accord préalable exprès, sauf en cas d'urgence et de force majeure, la condition d'un accord préalable est remplie lorsque le parent à qui la demande d'accord est adressée par envoi recommandé, par envoi recommandé electronique ou par fax s'abstient d'y répondre de l'une de ces manières dans les vingt-et-un jours, à partir du jour qui suit l'envoi. Lorsque la demande est formulée pendant les vacances scolaires d'au moins une semaine ou plus, ce délai est porté à trente jours.
  En cas de refus de prise en charge d'une dépense, la contestation sera soumise au juge compétent, à la requête de la partie la plus diligente.
  Le Roi fixe les frais extraordinaires, ainsi que le mode de règlement de ces frais, et précise les frais extraordinaires qui doivent faire l'objet d'une concertation préalable et d'un accord préalable exprès, sauf en cas d'urgence et de force majeure. Il peut être dérogé aux frais extraordinaires et au mode de calcul fixés par le Roi par voie de décision judiciaire ou de convention.".
Art.126. In artikel 2277 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende:
  "Schuldvorderingen van buitengewone kosten bedoeld in artikel 203bis, § 3.".
Art.126. Dans l'article 2277 du même Code, modifié par la loi du 6 juillet 2017, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3:
  "Les créances de frais extraordinaires visés à l'article 203bis, § 3."
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 2. - Modifications du Code judiciaire
Art.127. In artikel 1321 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 19 maart 2010 en gewijzigd bij de wetten van 30 juli 2013 en 21 juli 2017 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de woorden "Behoudens akkoord van de partijen over het bedrag van de onderhoudsbijdrage in het belang van het kind, vermeldt elke rechterlijke beslissing die een onderhoudsbijdrage vaststelt op grond van artikel 203, § 1, van het Burgerlijk Wetboek volgende elementen:" worden vervangen door de woorden "Elke rechterlijke beslissing die de onderhoudsbijdrage vaststelt op grond van artikel 203, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, vermeldt de volgende elementen:";
  b) paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Elke overeenkomst tot vaststelling van een onderhoudsbijdrage op grond van artikel 203, § 1, van het Burgerlijk Wetboek rechtvaardigt het bedrag van die onderhoudsbijdrage in het licht van alle in het vorige lid bedoelde bestanddelen of van een deel ervan, op basis van de verklaringen van de partijen.";
  2° in paragraaf 2 worden, tussen het woord "familierechtbank" en het woord "verduidelijkt", de woorden "of, in voorkomend geval, de overeenkomst, voor de bestanddelen die in aanmerking worden genomen met toepassing van § 1, tweede lid," ingevoegd;
  3° paragraaf 2, 1°, wordt vervangen als volgt:
  "1° op welke manier de in paragraaf 1 bedoelde elementen in acht werden genomen;";
  4° in paragraaf 3 worden tussen de woorden "het vonnis" en het woord "vermeldt", telkens de woorden "of de overeenkomst" ingevoegd.
Art.127. A l'article 1321 du Code judiciaire, remplacé par la loi du 19 mars 2010 et modifié par les lois des 30 juillet 2013 et 21 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées :
  a) les mots "Sauf accord des parties quant au montant de la contribution alimentaire conforme à l'intérêt de l'enfant, toute décision judicaire, fixant une contribution alimentaire en vertu de l'article 203, § 1er, du Code civil, indique les éléments suivants:" sont remplacés par les mots "Toute décision judicaire, fixant une contribution alimentaire en vertu de l'article 203, § 1er, du Code civil, indique les éléments suivants:";
  b) le paragraphe 1erest complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  "Toute convention fixant une contribution alimentaire en vertu de l'article 203, § 1er, du Code civil justifie le montant de celle-ci au regard de tout ou partie des éléments visé à l'alinéa précédent, sur la base des déclarations des parties.".
  2° dans le paragraphe 2, les mots "ou, le cas échéant, la convention, pour les éléments pris en considération en application du § 1er, alinéa 2, " sont insérés entre le mot "famille " et le mot "précise" ;
  3° le paragraphe 2, 1°, est remplacé par ce qui suit:
  "1° de quelle manière les éléments prévus au paragraphe 1er ont été pris en compte;";
  4° dans le paragraphe 3, les mots "ou la convention" sont chaque fois insérés entre les mots " jugement" et le mots "mentionne".
Art.128. Artikel 1322, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 19 maart 2010, wordt vervangen als volgt:
  "Zij evalueert minstens elke twee jaar deze aanbevelingen en bezorgt een advies aan de minister van Justitie, voor 31 mei van het jaar volgend op het voorbije tweede burgerlijke jaar. De minister van Justitie legt dit advies neer in de Kamer van volksvertegenwoordigers, aangevuld met zijn bemerkingen.".
Art.128. L'article 1322, § 1er, alinéa 2, du même Code, remplacé par la loi du 19 mars 2010, est remplacé par ce qui suit:
  "Tous les deux ans au moins, la commission évalue ces recommandations et adresse un avis à l'attention du ministre de la Justice, avant le 31 mai de l'année qui suit la deuxième année civile écoulée. Le ministre de la Justice transmet cet avis à la Chambre des représentants, accompagné de ses commentaires.".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 19 maart 2010 tot bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 19 mars 2010 visant à promouvoir une objectivation du calcul des contributions alimentaires des père et mère au profit de leurs enfants
Art.129. In artikel 14, § 2, 2°, van de wet van 19 maart 2010 tot bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de woorden "bij een met bijzondere redenen omkleed vonnis" worden vervangen door de woorden "bij bijzondere motivering";
  b) de woorden "op welke manier hij" worden vervangen door de woorden "op welke manier" en de woorden "heeft bepaald" door de woorden "werden bepaald";
  c) de woorden "hij afwijkt" worden vervangen door de woorden "zij afwijken".
Art.129. Dans l'article 14, § 2, 2°, de la loi du 19 mars 2010 visant à promouvoir une objectivation du calcul des contributions alimentaires des père et mère au profit de leurs enfants, les modifications suivantes sont apportées:
  a) les mots "dans un jugement spécialement motivé" sont remplacés par les mots "par une motivation spéciale";
  b) les mots "il a fixé" sont remplacés par les mots "ont été fixées";
  c) les mots "il s'écarte" sont remplacés par les mots"ils s'écartent".
TITEL 7. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek om de vermelding van het beroep in de akten van rechtspleging te schrappen
TITRE 7. - Modifications du Code judiciaire en vue de supprimer la mention de la profession dans les actes de procédure
Art.130. In de artikelen 43, eerste lid, 2°, 949, 4°, 1026, 2°, 1034ter, 2°, 1057, eerste lid, 2°, 1158, 3°, 1173, 2° en 3°, 1183, 1°, 1226, § 2, eerste lid, 2°, 1311, eerste lid, 2°, 1337ter, § 1, 2°, 1340, eerste lid, 2°, 1343, § 3, derde lid, 2°, 1344bis, tweede lid, 2°, 1344octies, tweede lid, 2°. , 1557, tweede lid, 1564, vijfde lid, 1598, derde lid, en 1675/4, § 2, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, worden de woorden ", het beroep" telkens opgeheven.
Art.130. Dans les articles 43, alinéa 1er, 2°, 949, 4°, 1026, 2°, 1034ter, 2°, 1057, alinéa 1er, 2°, 1158, 3°, 1173, 2° et 3°, 1183, 1°, 1226, § 2, alinéa 1er, 2°, 1311, alinéa 1er, 2°, 1337ter, § 1er, 2°, 1340, alinéa 1er, 2°, 1343, § 3, alinéa 3, 2°, 1344bis, alinéa 2, 2°, 1344octies, alinéa 2, 2°. , 1557, alinéa 2, 1564, alinéa 5, 1598, alinéa 3, et 1675/4, § 2, 2°, du Code Judiciaire, le mot ", profession" est chaque fois abrogé.
Art.131. In de artikelen 816, eerste lid, 934, eerste lid, 941, eerste lid, 1253ter, eerste lid, 1371bis, eerste lid, 1390bis, tweede lid, 1°, 1432, tweede lid, 2°, en 1675/4, § 2, 6°, van hetzelfde Wetboek, wordt het woord ", beroep" telkens opgeheven.
Art.131. Dans les articles 816, alinéa 1er, 934, alinéa 1er, 941, alinéa 1er, 1253ter, alinéa 1er, 1371bis, alinéa 1er, 1390bis, alinéa 2, 1°, 1432, alinéa 2, 2°, et 1675/4, § 2, 6°, du même Code, le mot ", profession" est chaque fois abrogé.
Art.132. In de artikelen 961/2, vierde lid, 1316, tweede lid, en 1571 van hetzelfde Wetboek worden de woorden ", de woonplaats en het beroep" telkens vervangen door de woorden "en de woonplaats".
Art.132. Dans les articles 961/2, alinéa 4, 1316, alinéa 2, et 1571 du même Code, les mots ", domicile et profession" sont chaque fois remplacés par les mots "et domicile".
Art.133. In artikel 1501, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden ", de voornaam en het beroep" vervangen door de woorden "en de voornaam".
Art.133. Dans l'article 1501, alinéa 1er, du même Code, les mots ", prénoms et profession" sont remplacés par les mots "et prénom".
Art.134. In artikel 1675/16bis, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2005, worden de woorden ", zijn beroep" opgeheven.
Art.134. Dans l'article 1675/16bis, § 3, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 13 décembre 2005, les mots ", sa profession" sont abrogés.
TITEL 8. - Wijziging van artikel 1410 van het Gerechtelijk Wetboek
TITRE 8. - Modification de l'article 1410 du Code judiciaire
Art.135. In artikel 1410, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek wordt de bepaling onder 9°, ingevoegd bij de wet van 22 februari 1998, vervangen als volgt:
  "9° de financiële uitkering voorzien in de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen;".
Art.135. Dans l'article 1410, § 2, du Code judiciaire, le 9°, inséré par la loi du 22 février 1998, est remplacé par ce qui suit:
  "9° à la prestation financière visée dans la loi du 22 décembre 2016 instaurant un droit passerelle en faveur des travailleurs indépendants;".
Art.136. Artikel 135 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017.
Art.136. L'article 135 produit ses effets le 1er janvier 2017.
TITEL 9. - Wijzigingen van artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek en van bijzondere wetten met als doel een gemeenrechtelijk regime van vordering ter verdediging van collectieve belangen op te richten
TITRE 9. - Modifications de l'article 17 du Code judiciaire et de lois particulières en vue de créer un régime de droit commun d'action d'intérêt collectif
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 1er. - Modification de l'article 17 du Code judiciaire
Art.137. Artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De rechtsvordering van een rechtspersoon, die de bescherming beoogt van de rechten van de mens of fundamentele vrijheden zoals zij zijn erkend in de Grondwet en in de internationale instrumenten die België binden, is eveneens ontvankelijk onder de volgende voorwaarden:
  1° het maatschappelijk doel van de rechtspersoon is van bijzondere aard, onderscheiden van het nastreven van het algemeen belang;
  2° de rechtspersoon streeft op duurzame en effectieve wijze dit maatschappelijk doel na;
  3° de rechtspersoon treedt op in rechte in het kader van dat maatschappelijk doel, met het oog op de verdediging van een belang dat verband houdt met dat doel;
  4° de rechtspersoon streeft met zijn rechtsvordering louter een collectief belang na.".
Art.137. L'article 17 du Code judiciaire est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "L'action d'une personne morale, visant à protéger des droits de l'homme ou des libertés fondamentales reconnus dans la Constitution et dans les instruments internationaux qui lient la Belgique, est également recevable aux conditions suivantes:
  1° l'objet social de la personne morale est d'une nature particulière, distincte de la poursuite de l'intérêt général;
  2° la personne morale poursuit cet objet social de manière durable et effective;
  3° la personne morale agit en justice dans le cadre de cet objet social, en vue d'assurer la défense d'un intérêt en rapport avec cet objet;
  4° seul un intérêt collectif est poursuivi par la personne morale à travers son action.".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen met als doel bepaalde bijzondere wetten in overeenstemming te brengen met het nieuwe artikel 17, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 2. - Modifications en vue de mettre en concordance certaines lois particulières avec le nouvel article 17, alinéa 2, du Code judiciaire
Art.138. In artikel 32, 1°, van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme en xenofobie ingegeven daden, ingevoegd bij de wet van 10 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de woorden "vereniging die op de dag van de feiten ten minste drie jaar rechtspersoonlijkheid bezit, en" worden vervangen door de woorden "rechtspersoon die";
  b) het artikel wordt aangevuld met de woorden "en die de voorwaarden voorzien in artikel 17, tweede lid, 1° tot 3°, van het Gerechtelijk Wetboek vervult".
Art.138. Dans l'article 32, 1°, de la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme ou la xénophobie, inséré par la loi du 10 mai 2007, les modifications suivantes sont apportées:
  a) les mots "association jouissant de la personnalité juridique depuis au moins trois ans à la date des faits, et" sont remplacés par les mots "personne morale";
  b) l'article est complété par les mots "et remplissant les conditions prévues à l'article 17, alinéa 2, 1° à 3°, du Code judiciaire".
Art.139. In artikel 1, eerste lid, van de wet van 12 januari 1993 betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu worden de woorden "zoals omschreven in artikel 2" vervangen door de woorden "die de bescherming van het leefmilieu tot doel heeft, die in zijn statuten het grondgebied heeft omschreven tot waar zijn bedrijvigheid zich uitstrekt en die de voorwaarden voorzien in artikel 17, tweede lid, 1° tot 4°, van het Gerechtelijk Wetboek vervult".
Art.139. Dans l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 12 janvier 1993 concernant un droit d'action en matière de protection de l'environnement, les mots "telle que définie à l'article 2" sont remplacés par les mots "ayant dans son objet social la protection de l'environnement, ayant défini dans ses statuts le territoire auquel s'étend son activité et remplissant les conditions prévues à l'article 17, alinéa 2, 1° à 4°, du Code judiciaire".
Art.140. Artikel 2 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art.140. L'article 2 de la même loi est abrogé.
Art.141. In artikel 9ter, tweede lid, van de wet van 9 maart 1993 ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren, ingevoegd bij de wet van 11 april 1999, worden de woorden "In afwijking van de bepalingen van de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek, kunnen de verenigingen bedoeld in het eerste lid, 3° en 4°, " vervangen door de woorden "De verenigingen bedoeld in het eerste lid, 3° en 4°, kunnen".
Art.141. Dans l'article 9ter, alinéa 2, de la loi du 9 mars 1993 tendant à réglementer et à contrôler les activités des entreprises de courtage matrimonial, inséré par la loi du 11 avril 1999, les mots "Par dérogation aux dispositions des articles 17 et 18 du Code judiciaire," sont abrogés.
Art.142. In artikel 4 van de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd, gewijzigd bij de wet van 17 augustus 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "vereniging die op het ogenblik van de feiten ten minste vijf jaar rechtspersoonlijkheid geniet, en" worden vervangen door het woord "rechtspersoon";
  2° de woorden "en die de voorwaarden voorzien in artikel 17, tweede lid, 1° tot 3°, van het Gerechtelijk Wetboek vervult" worden ingevoegd tussen de woorden "te verdedigen" en de woorden ", kunnen in rechte".
Art.142. A l'article 4 de la loi du 23 mars 1995 tendant à réprimer la négation, la minimisation, la justification ou l'approbation du génocide commis par le régime national-socialiste allemand pendant la seconde guerre mondiale, modifié par la loi du 17 août 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "association jouissant de la personnalité juridique depuis au moins cinq ans à la date des faits, et" sont remplacés par les mots "personne morale";
  2° les mots "et qui remplit les conditions prévues à l'article 17, alinéa 2, 1° à 3°, du Code judiciaire" sont insérés entre les mots "des déportés" et les mots ", peuvent ester".
Art.143. In artikel 11, § 5, van de wet van 13 april 1995 houdende bepalingen tot bestrijding van de mensenhandel en van de mensensmokkel, worden de woorden "De door de Koning daartoe erkende verenigingen en de instellingen van openbaar nut kunnen" vervangen door de woorden "Onverminderd artikel 17, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek kunnen de door de Koning daartoe erkende verenigingen en de instellingen van openbaar nut".
Art.143. Dans l'article 11, § 5, de la loi du 13 avril 1995 contenant des dispositions en vue de la répression de la traite et du trafic des êtres humains, les mots "Les associations" sont remplacés par les mots "Sans préjudice de l'article 17, alinéa 2, du Code judiciaire, les associations".
Art.144. In artikel 32duodecies, eerste lid, 4°, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, ingevoegd bij de wet van 11 juni 2002 en gewijzigd bij de wet van 28 maart 2014 :
  worden de woorden "stichtingen en de verenigingen zonder winstoogmerk bedoeld bij de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, met ten minste drie jaar rechtspersoonlijkheid op de dag waarop de vordering wordt ingesteld" vervangen door de woorden "rechtspersonen die de voorwaarden voorzien in artikel 17, tweede lid, 1° tot 3°, van het Gerechtelijk Wetboek vervullen".
Art.144. A l'article 32duodecies, alinéa 1er, 4°, de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail, inséré par la loi du 11 juin 2002 et modifié par la loi du 28 mars 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  a) les mots "fondations et les associations sans but lucratif, visés par la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations, dotés de la personnalité juridique depuis trois ans au moins au jour de l'intentement de l'action" sont remplacés par les mots "personnes morales qui remplissent les conditions prévues à l'article 17, alinéa 2, 1° à 3°, du Code judiciaire";
  b) les mots "qu'ils" sont remplacés par les mots "qu'elles".
Art.145. In artikel 7 van de wet van 24 november 1997 strekkende om het geweld tussen partners tegen te gaan, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "vereniging die op de datum van de feiten sinds ten minste vijf jaar rechtspersoonlijkheid bezit en" vervangen door de woorden "rechtspersoon die";
  2° in hetzelfde lid worden de woorden "en die de voorwaarden voorzien in artikel 17, tweede lid, 1° tot 3°, van het Gerechtelijk Wetboek vervult" ingevoegd tussen de woorden "hun gezin" en de woorden ", kan met instemming";
  3° in het tweede lid wordt het woord "vereniging" vervangen door het woord "rechtspersoon".
Art.145. A l'article 7 de la loi du 24 novembre 1997 visant à combattre la violence au sein du couple, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "association, jouissant de la personnalité juridique depuis au moins cinq ans, à la date des faits, et" sont remplacés par les mots "personne morale";
  2° dans le même alinéa, les mots "et d'apporter de l'aide aux victimes de violence au sein du couple et à leur famille," sont remplacés par les mots ", d'apporter de l'aide aux victimes de violence au sein du couple et à leur famille et remplissant les conditions prévues à l'article 17, alinéa 2, 1° à 3°, du Code judiciaire,";
  3° dans l'alinéa 2, les mots "l'association" sont remplacés par les mots "la personne morale".
Art.146. In artikel 9, tweede lid, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, worden de woorden "In afwijking van de bepalingen van de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek, kunnen de instanties bedoeld in het vorige lid, 3°, " vervangen door de woorden "De instanties bedoeld in het vorige lid, 3°, kunnen".
Art.146. Dans l'article 9, alinéa 2, de la loi du 2 août 2002 concernant la lutte contre le retard de paiement dans les transactions commerciales, les mots "Par dérogation aux dispositions des articles 17 et 18 du Code judiciaire," sont abrogés."
Art.147. In artikel 127, § 1, tweede lid, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, ingevoegd bij de wet van 2 augustus 2002 en vervangen bij de wet van 31 juli 2013, worden de woorden "In afwijking van de bepalingen van de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen de verenigingen bedoeld in 4° en 5° " vervangen door de woorden "De verenigingen bedoeld in 4° en 5° kunnen".
Art.147. Dans l'article 127, § 1er, alinéa 2, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, inséré par la loi du 2 août 2002 et modifié par la loi du 31 juillet 2013, les mots "Par dérogation aux dispositions des articles 17 et 18 du Code judiciaire," sont abrogés.
Art.148. In artikel 10, tweede lid, van de wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument, worden de woorden "In afwijking van de bepalingen van de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen de verenigingen bedoeld in het eerste lid, 3° en 4°, " vervangen door de woorden "De verenigingen bedoeld in het eerste lid, 3° en 4°, kunnen".
Art.148. Dans l'article 10, alinéa 2, de la loi du 20 décembre 2002 relative au recouvrement amiable des dettes du consommateur, les mots "Par dérogation aux dispositions des articles 17 et 18 du Code judiciaire," sont abrogés.
Art.149. In artikel 30, 1°, van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de woorden "vereniging die op de dag van de feiten ten minste drie jaar rechtspersoonlijkheid bezitten, en" worden vervangen door de woorden "rechtspersoon die";
  b) het artikel wordt aangevuld met de woorden "en die de voorwaarden voorzien in artikel 17, tweede lid, 1° tot 3°, van het Gerechtelijk Wetboek vervult".
Art.149. Dans l'article 30, 1°, de la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre certaines formes de discrimination, les modifications suivantes sont apportées:
  a) les mots "association jouissant de la personnalité juridique depuis au moins trois ans à la date des faits, et" sont remplacés par les mots "personne morale";
  b) l'article est complété par les mots "et remplissant les conditions prévues à l'article 17, alinéa 2, 1° à 3°, du Code judiciaire".
Art.150. In artikel 35, 1°, van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de woorden "vereniging die op de dag van de feiten ten minste drie jaar rechtspersoonlijkheid bezit, en" worden vervangen door de woorden "rechtspersoon die";
  b) het artikel wordt aangevuld met de woorden "en die de voorwaarden voorzien in artikel 17, tweede lid, 1° tot 3°, van het Gerechtelijk Wetboek vervult".
Art.150. Dans l'article 35, 1°, de la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre la discrimination entre les femmes et les hommes, les modifications suivantes sont apportées:
  a) les mots "association jouissant de la personnalité juridique depuis au moins trois ans à la date des faits, et" sont remplacés par les mots "personne morale";
  b) l'article est complété par les mots "et remplissant les conditions prévues à l'article 17, alinéa 2, 1° à 3°, du Code judiciaire".
Art.151. In artikel 3, § 2, van de dienstenwet van 26 maart 2010 betreffende bepaalde juridische aspecten bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, worden de woorden "In afwijking van de bepalingen van de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen de verenigingen en groepen bedoeld in 3° en 4° " vervangen door de woorden "De verenigingen en groepen bedoeld in 3° en 4° kunnen".
Art.151. Dans l'article 3, § 2, de la loi sur les services du 26 mars 2010 concernant certains aspects juridiques visés à l'article 77 de la Constitution, les mots "Par dérogation aux dispositions des articles 17 et 18 du Code judiciaire," sont abrogés.
Art.152. In artikel 20, tweede lid, van de wet van 28 augustus 2011 betreffende de bescherming van de consumenten inzake overeenkomsten betreffende het gebruik van goederen in deeltijd, vakantieproducten van lange duur, doorverkoop en uitwisseling, worden de woorden "In afwijking van de bepalingen van de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen de verenigingen bedoeld in de punten 3 en 4" vervangen door de woorden "De verenigingen bedoeld in de punten 3 en 4 kunnen".
Art.152. Dans l'article 20, alinéa 2, de la loi du 28 août 2011 relative à la protection des consommateurs en matière de contrats d'utilisation de biens à temps partagé, de produits de vacances à long terme, de revente et d'échange, les mots "Par dérogation aux dispositions des articles 17 et 18 du Code judiciaire," sont abrogés.
Art.153. In artikel 43 van de wet van 26 november 2011 tot wijziging en aanvulling van het Strafwetboek teneinde het misbruik van de zwakke toestand van personen strafbaar te stellen, en de strafrechtelijke bescherming van kwetsbare personen tegen mishandeling uit te breiden worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "vereniging die op de datum van de feiten sinds minstens vijf jaar rechtspersoonlijkheid bezit en" vervangen door de woorden "rechtspersoon die";
  2° in hetzelfde lid worden de woorden "en die de voorwaarden voorzien in artikel 17, tweede lid, 1° tot 3°, van het Gerechtelijk Wetboek vervult," ingevuld tussen de woorden "of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid," en de woorden "kan, met instemming";
  3° in het tweede lid worden de woorden "Dit recht om in rechte op te treden kan" vervangen door de woorden "Onverminderd artikel 17, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek kan dit recht om in rechte op te treden".
Art.153. A l'article 43 de la loi du 26 novembre 2011 modifiant et complétant le Code pénal en vue d'incriminer l'abus de la situation de faiblesse des personnes et d'étendre la protection pénale des personnes vulnérables contre la maltraitance, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "association, jouissant de la personnalité juridique depuis au moins cinq ans à la date des faits et" sont remplacés par les mots "personne morale";
  2° dans l'alinéa 1er, les mots "et remplissant les conditions prévues à l'article 17, alinéa 2, 1° à 3°, du Code judiciaire" sont insérés entre les mots "déficience physique ou mentale" et les mots ", peut avec l'accord de la victime";
  3° dans l'alinéa 2, les mots "Ce droit" sont remplacés par les mots "Sans préjudice de l'article 17, alinéa 2, du Code judiciaire, ce droit".
Art.154. In artikel XI.336, § 2, tweede lid, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 10 april 2014, worden de woorden "In afwijking van de bepalingen in de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek, kunnen de verenigingen en groepen bedoeld in de punten 3° en 4° " vervangen door de woorden "De verenigingen en groepen bedoeld in de punten 3° en 4° kunnen".
Art.154. Dans l'article XI.336, § 2, alinéa 2, du Code de droit économique, inséré par la loi du 10 avril 2014, les mots "Par dérogation aux dispositions des articles 17 et 18 du Code judiciaire," sont abrogés.
Art.155. In artikel XVII.7, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 december 2013, worden de woorden "In afwijking van de bepalingen in de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen de verenigingen bedoeld in het eerste lid, 3° en 4°, " vervangen door de woorden "De verenigingen bedoeld in het eerste lid, 3° en 4°, kunnen".
Art.155. Dans l'article XVII.7, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 26 décembre 2013, les mots "Par dérogation aux dispositions des articles 17 et 18 du Code judiciaire," sont abrogés.
Art.156. In artikel XVII.30, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 26 december 2013 en gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, worden de woorden "In afwijking van de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen de bevoegde instanties" vervangen door de woorden "De bevoegde instanties kunnen".
Art.156. Dans l'article XVII.30, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 26 décembre 2013 et modifié par la loi du 15 avril 2018, les mots "Par dérogation aux dispositions des articles 17 et 18 du Code judiciaire," sont abrogés.
TITEL 10. - Wijzigingen betreffende de rechterlijke organisatie
TITRE 10. - Modifications relatives à l'organisation judiciaire
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 1er. - Modifications du Code judiciaire
Art.157. In artikel 259quater, § 4, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en vervangen bij de wet van 6 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste en tweede streepje worden de woorden "wordt benoemd tot kamervoorzitter"vervangen door de woorden "wordt aangewezen tot kamervoorzitter";
  2° in het negende streepje worden de woorden "wordt aangewezen tot substituut-procureur-generaal" vervangen door de woorden "wordt benoemd tot substituut-procureur-generaal";
  3° in het tiende streepje worden de woorden "wordt aangewezen tot substituut-generaal" vervangen door de woorden "wordt benoemd tot substituut-generaal".
Art.157. A l'article 259quater, § 4, alinéa 1er, du Code judiciaire, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et remplacé par la loi du 6 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
  1° aux premier et deuxième tirets, les mots "est nommé président de chambre" sont remplacés par les mots "est désigné président de chambre";
  2° au neuvième tiret, les mots "est désigné substitut du procureur général" sont remplacés par les mots "est nommé substitut du procureur général";
  3° au dixième tiret, les mots "est désigné substitut général" sont remplacés par les mots "est nommé substitut général".
Art.158. In artikel 259septies, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017, worden de woorden "en van advocaat-generaal" vervangen door de woorden "en van eerste advocaat-generaal".
Art.158. Dans l'article 259septies, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998 et modifié en dernier lieu par la loi du 6 juillet 2017, les mots "et d'avocat général" sont remplacés par les mots "et de premier avocat général".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het bijvoegsel bij het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE 2. - Modifications de l'annexe au Code judiciaire
Art.159. In artikel 1, afdeling 1 van het bijvoegsel bij het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 25 december 2017, in de bepaling onder 18, worden de woorden "Puurs, Sint-Amands" vervangen door de woorden "Puurs-Sint-Amands".
Art.159. Dans l'article 1er, section 1re de l'annexe au Code judiciaire, remplacée par la loi du 25 décembre 2017, dans le 18, les mots "de Puurs, de Sint-Amands" sont remplacés par les mots "de Puurs-Sint-Amands".
Art.160. In artikel 1, afdeling 2 van hetzelfde bijvoegsel, vervangen bij de wet van 25 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 5, worden de woorden "en de gemeenten Neerpelt en Overpelt" vervangen door de woorden "en de gemeente Pelt" en worden de woorden "is gevestigd te Neerpelt" vervangen door de woorden "is gevestigd te Pelt";
  2° in de bepaling onder 8, worden de woorden ", Meeuwen-Gruitrode en Opglabbeek" vervangen door de woorden "en Oudsbergen".
Art.160. A l'article 1er, section 2 de la même annexe, remplacée par la loi du 25 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le 5, les mots "et les communes de Neerpelt et d'Overpelt" sont remplacés par les mots "et la commune de Pelt" et les mots "est établi à Neerpelt" sont remplacés par les mots "est établi à Pelt";
  2° dans le 8, les mots ", de Meeuwen-Gruitrode et de Opglabbeek" sont remplacés par les mots "et d'Oudsbergen".
Art.161. In artikel 1, afdeling 6 van hetzelfde bijvoegsel, vervangen bij de wet van 25 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 10, worden de woorden ", Knesselare, Nevele" opgeheven;
  2° in de bepaling onder 11, wordt het woord "Lovendegem" vervangen door het woord "Lievegem" en worden de woorden ", Sint-Laureins, Waarschoot en Zomergem" vervangen door de woorden "en Sint-Laureins";
  3° in de bepaling onder 20, wordt het woord "Kruishoutem" vervangen door het woord "Kruisem" en wordt het woord ", Zingem" opgeheven.
Art.161. A l'article 1er, section 6 de la même annexe, remplacée par la loi du 25 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le 10, les mots ", de Knesselare, de Nevele" sont abrogés;
  2° dans le 11, les mots "de Lovendegem" sont remplacés par les mots "de Lievegem" et les mots ", de Sint-Laureins, de Waarschoot et de Zomergem" sont remplacés par les mots "et de Sint-Laureins";
  3° dans le 20, les mots "de Kruishoutem" sont remplacés par les mots "de Kruisem" et les mots ", de Zingem" sont abrogés.
Art.162. In artikel 1, afdeling 9, 1, van hetzelfde bijvoegsel, vervangen bij de wet van 25 december 2017, worden de woorden "De stad Aarlen en de gemeenten Attert, Aubange" vervangen door de woorden "De steden Aarlen en Aubange en de gemeenten Attert".
Art.162. A l'article 1er, section 9, 1, de la même annexe, remplacée par la loi du 25 décembre 2017, les mots "La ville d'Arlon et les communes d'Attert, d'Aubange" sont remplacés par les mots "Les villes d'Arlon et d'Aubange et les communes d'Attert".
HOOFDSTUK 3. - Overgangsbepalingen en inwerkingtreding
CHAPITRE 3. - Dispositions transitoires et d'entrée en vigueur
Art.163. § 1. De vrederechter van het kanton Neerpelt wordt op het tijdstip van de inwerkingtreding van artikel 160, 1°, vrederechter van het kanton Pelt, zonder dat artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing is en zonder nieuwe eedaflegging.
  § 2. De plaatsvervangende rechters bij het vredegerecht van het kanton Neerpelt worden op het tijdstip van de inwerkingtreding van artikel 160, 1°, plaatsvervangend rechter bij het vredegerecht van het kanton Pelt, zonder dat artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing is en zonder nieuwe eedaflegging.
Art.163. § 1er. Le juge de paix du canton de Neerpelt, au moment de l'entrée en vigueur de l'article 160, 1°, devient juge de paix du canton de Pelt, sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment.
  § 2. Les juges suppléants à la justice de paix du canton de Neerpelt, au moment de l'entrée en vigueur de l'article 160, 1°, deviennent juges suppléants à la justice de paix du canton de Pelt, sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment.
Art.164. Het gerechtspersoneel van niveaus C en D van de griffie van het vredegerecht van het kanton Neerpelt wordt op het tijdstip van de inwerkingtreding van artikel 160, 1°, lid van het personeel van het vredegerecht van het kanton Pelt, zonder dat artikel 287sexies van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing is en zonder nieuwe eedaflegging.
Art.164. Le personnel judiciaire de niveaux C et D du greffe de la justice de paix du canton de Neerpelt, au moment de l'entrée en vigueur de l'article 160, 1°, devient membre du personnel de la justice de paix du canton de Pelt, sans qu'il soit fait application de l'article 287sexies du Code judiciaire et sans nouvelle prestation de serment.
Art.165. De artikelen 157, 158, 159, 160, 161, 163 en 164 treden in werking op 1 januari 2019.
  Artikel 162 en dit artikel treden in werking op de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
Art.165. Les articles 157, 158, 159, 160, 161, 163 et 164 entrent en vigueur le 1er janvier 2019.
  L'article 162 et le présent article entrent en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
TITEL 11. - Wijzigingen van de wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing
TITRE 11. - Modifications de la loi du 18 juin 2018 portant dispositions diverses en matière de droit civil et des dispositions en vue de promouvoir des formes alternatives de résolution des litiges
Art.166. In artikel 4 van de wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het ontworpen artikel 14, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek wordt het woord "Rijksarchief" vervangen door de woorden "Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën";
  2° in het ontworpen artikel 28, § 2, derde lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "41, § 1, 5°, a) en c)" vervangen door de woorden "41, § 1, 5° ";
  3° het ontworpen artikel 28 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende:
  " § 3. Voor akten van de burgerlijke stand opgemaakt op basis van een buitenlandse akte vermeldt een afschrift de oorspronkelijke gegevens van de Belgische akte op basis van een buitenlandse akte, de afdruk van de in gedematerialiseerde vorm in de DABS als bijlage opgenomen buitenlandse akte en, in voorkomend geval, de beëdigde vertaling ervan en de metadata van de wijzigingen van deze akte.";
  4° het ontworpen artikel 29 van hetzelfde Wetboek wordt gewijzigd als volgt:
  a) paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt:
  "Eenieder heeft recht op een uittreksel of afschrift van:
  - akten van overlijden van meer dan vijftig jaar oud;
  - akten van huwelijk van meer dan vijfenzeventig jaar oud;
  - anderen akten van meer dan honderd jaar oud.";
  b) in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "van minder dan honderd jaar oud" vervangen door de woorden "bedoeld in het eerste lid van respectievelijk minder dan vijftig, vijfenzeventig en honderd jaar oud";
  c) in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "van meer dan honderd jaar oud" vervangen door de woorden "bedoeld in § 1, eerste lid, van respectievelijk meer dan vijftig, vijfenzeventig en honderd jaar oud";
  5° het ontworpen artikel 32 van hetzelfde Wetboek wordt gewijzigd als volgt:
  a) in paragraaf 2, 3°, worden de woorden "artikel 63" vervangen door de woorden "artikel 63, 1°, 2° en 4° ".
  b) in paragraaf 2, 4°, worden de woorden "artikel 64" vervangen door de woorden "artikel 64, 1° en 3° ";
  6° het ontworpen artikel 33 van hetzelfde Wetboek wordt gewijzigd als volgt:
  a) in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand die een materiële vergissing vaststelt op een akte van de burgerlijke stand," vervangen door de woorden "De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand of de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van opmaak van de akte die een materiële vergissing vaststellen op een akte van de burgerlijke stand,";
  b) in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "de bevoegde ambtenaar" vervangen door de woorden "de ambtenaar";
  c) in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand" vervangen door de woorden "de ambtenaar van de burgerlijke stand als bedoeld in § 1, eerste lid,";
  7° het ontworpen artikel 35, § 1, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "De ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van opmaak van de akte die deze akte wil laten verbeteren, kan hiertoe een verzoekschrift indienen bij de familierechtbank.
  De procureur des Konings vordert de verbetering van een akte bij de familierechtbank indien hij een fout in de akte vaststelt.";
  8° in het ontworpen artikel 41, § 1, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in het eerste lid, e), worden de woorden ", de datum van de beslissing en de datum waarop ze uitwerking heeft" vervangen door de woorden "en de datum van de beslissing".
  b) paragraaf 1 wordt aangevuld met het volgende lid:
  "De akten van de burgerlijke stand vermelden, voor zover nodig, de datum waarop het proces-verbaal, de beslissing of de akte op basis waarvan ze werden opgemaakt, uitwerking heeft.";
  9° in het ontworpen artikel 47, § 2, van hetzelfde Wetboek wordt het woord "Rijksarchief" vervangen door de woorden "Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën";
  10° in het ontworpen artikel 57, § 2, van hetzelfde Wetboek wordt het woord "Rijksarchief" vervangen door de woorden "Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën";
  11° het ontworpen artikel 63 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  "Art. 63. De akte van naamsverandering vermeldt:
  1° de datum van het verzoek;
  2° de naam en de voornamen van de betrokkene;
  3° de geboortedatum en geboorteplaats van de betrokkene;
  4° de nieuwe naam van de betrokkene.";
  12° het ontworpen artikel 64 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  "Art. 64. De akte van echtscheiding vermeldt:
  1° in voorkomend geval, het aktenummer van de Belgische huwelijksakte;
  2° de autoriteit die de huwelijksakte heeft opgemaakt en de datum en plaats van opmaak;
  3° de naam en de voornamen van de personen die uit de echt gescheiden zijn;
  4° de geboortedatum en geboorteplaats van de personen die uit de echt gescheiden zijn.";
  13° In het ontworpen artikel 68, § 2, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "of wijziging" ingevoegd tussen de woorden "bij de opmaak" en "van een akte van de burgerlijke stand";
  14° in het ontworpen artikel 69, § 1, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) het eerste lid wordt aangevuld met de woorden: "en die erkend kunnen worden overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Internationaal Privaatrecht";
  b) het tweede lid wordt vervangen als volgt:
  "Indien de buitenlandse akte een materiële vergissing zoals bedoeld in artikel 34 bevat, vastgesteld op basis van een in de DABS opgenomen akte, vermeldt de akte op basis van een buitenlandse akte de door de ambtenaar van de burgerlijke stand verbeterde of aangevulde gegevens van de buitenlandse akte.";
  15° in het ontworpen artikel 69, § 2, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "of een uittreksel" ingevoegd tussen de woorden "Een afschrift" en "van de buitenlandse akte";
  16° in het ontworpen artikel 72, 9°, van hetzelfde Wetboek wordt het woord "Rijksarchief" vervangen door de woorden "Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën";
  17° in het ontworpen artikel 73, § 2, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "artikel 1, § 4, tweede lid van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "artikel 4, 7), van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.";
  18° in het ontworpen artikel 74, § 3, 7°, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "Algemeen Rijksarchief" vervangen door de woorden "Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën";
  19° in het ontworpen artikel 75 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in het tweede lid, 2°, worden de woorden "via het beheerscomité" opgeheven;
  b) het derde lid wordt vervangen als volgt: "Bij het uitoefenen van zijn opdrachten handelt de functionaris voor de gegevensbescherming volledig onafhankelijk. Hij brengt rechtstreeks verslag uit aan de Federale Overheidsdienst Justitie die het beheerscomité daarvan in kennis stelt, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van zijn opdrachten.";
  20° in het ontworpen artikel 76, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "Algemeen Rijksarchief" vervangen door de woorden "Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën";
  21° in het ontworpen artikel 78, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt de bepaling onder 8° opgeheven;
  22° het ontworpen artikel 80 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met de woorden: "en voor zover het voorleggen van de gegevens van de akten van de burgerlijke stand noodzakelijk is voor de uitvoering van hun wettelijke opdrachten".
Art.166. Dans l'article 4 de la loi du 18 juin 2018 portant dispositions diverses en matière de droit civil et des dispositions en vue de promouvoir des formes alternatives de résolution des litiges, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'article 14, alinéa 4, en projet du Code civil, les mots "Archives générales du Royaume" sont remplacés par les mots "Archives générales du Royaume et Archives de l'Etat dans les Provinces";
  2° dans l'article 28, § 2, alinéa 3, en projet du même Code, les mots "41, § 1er, 5°, a) et c)" sont remplacés par les mots "41, § 1er, 5° ";"
  3° l'article 28 en projet du même Code est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit:
  " § 3. Pour les actes de l'état civil établis sur la base d'un acte étranger, une copie mentionne les données originales de l'acte belge sur la base d'un acte étranger, l'impression de l'acte étranger enregistré dans la BAEC sous forme dématérialisée et, le cas échéant, sa traduction jurée et les métadonnées des modifications de cet acte.";
  4° l'article 29 en projet du même Code est modifié comme suit:
  a) le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit:
  "Toute personne a droit à un extrait ou une copie:
  - d'actes de décès de plus de cinquante ans;
  - d'actes de mariage de plus de septante-cinq ans;
  - d'autres actes de plus de cent ans.";
  b) dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "de moins de cent ans" sont remplacés par les mots "visés à l'alinéa 1er de respectivement moins de cinquante, septante-cinq et cent ans";
  c) dans le paragraphe 2, alinéa 3, les mots "de plus de 100 ans" sont remplacés par les mots "visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, de respectivement plus de cinquante, septante-cinq et cent ans";
  5° l'article 32 en projet du même Code est modifié comme suit:
  a) dans le paragraphe 2, 3°, les mots "article 63" sont remplacés par les mots "article 63, 1°, 2° et 4° ";
  b) dans le paragraphe 2, 4°, les mots "article 64" sont remplacés par les mots "article 64, 1° et 3° ";
  6° l'article 33 en projet du même Code est modifié comme suit:
  a) dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "L'officier de l'état civil compétent qui constate une erreur matérielle dans un acte de l'état civil," sont remplacés par les mots "L'officier de l'état civil compétent ou l'officier de l'état civil du lieu de l'établissement de l'acte, qui constatent une erreur matérielle dans un acte de l'état civil,";
  b) au paragraphe 1er, alinéa 4, dans le texte néerlandais, les mots "de bevoegde ambtenaar" sont remplacés par les mots "de ambtenaar";
  c) dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "L'officier de l'état civil compétent" sont remplacés par les mots "L'officier de l'état civil visé au paragraphe 1er, alinéa 1er,";
  7° l'article 35, § 1er, en projet du même Code est complété par deux alinéas rédigés comme suit:
  "L'officier de l'état civil du lieu de l'établissement de l'acte qui veut faire rectifier cet acte, peut adresser une requête à cet effet auprès du tribunal de la famille.
  Le procureur du Roi poursuit la rectification d'un acte auprès du tribunal de la famille lorsqu'il constate une erreur dans l'acte.";
  8° à l'article 41, § 1er, en projet du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  a) à l'alinéa 1er, e), les mots ", la date de la décision et la date à laquelle elle produit ses effets" sont remplacés par les mots "et la date de la décision".
  b) le paragraphe 1er est complété par l'alinéa suivant:
  "Les actes de l'état civil mentionnent, autant que de besoin, la date à laquelle le procès-verbal, la décision ou l'acte sur la base duquel ils sont établis, produit ses effets.";
  9° dans l'article 47, § 2, en projet du même Code, les mots "Archives générales du Royaume" sont remplacés par les mots "Archives générales du Royaume et Archives de l'Etat dans les Provinces";
  10° dans l'article 57, § 2, en projet du même Code, les mots "Archives générales du Royaume" sont remplacés par les mots "Archives générales du Royaume et Archives de l'Etat dans les Provinces";
  11° l'article 63 en projet du même Code est remplacé comme suit:
  "Art. 63. L'acte de changement de nom mentionne:
  1° la date de la demande;
  2° le nom et les prénoms de l'intéressé;
  3° la date et le lieu de naissance de l'intéressé;
  4° le nouveau nom de l'intéressé.";
  12° l'article 64 en projet du même Code est remplacé comme suit:
  "Art. 64. L'acte de divorce mentionne:
  1° le cas échéant, le numéro d'acte de l'acte de mariage belge;
  2° l'autorité qui a établi l'acte de mariage ainsi que la date et le lieu d'établissement;
  3° le nom et les prénoms des personnes divorcées;
  4° la date et le lieu de naissance des personnes divorcées.";
  13° dans l'article 68, § 2, en projet du même Code, les mots "ou de la modification" sont insérés entre les mots "lors de l'établissement" et les mots "d'un acte de l'état civil";
  14° à l'article 69, § 1er, en projet du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  a) l'alinéa 1er est complété par les mots "et qui peuvent être reconnues conformément à l'article 27 du Code de droit international privé";
  b) l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Lorsque l'acte étranger contient une erreur matérielle visée à l'article 34, constatée sur la base d'un acte enregistré dans la BAEC, l'acte sur la base d'un acte étranger mentionne les données de l'acte étranger rectifiées ou complétées par l'officier de l'état civil.";
  15° dans l'article 69, § 2, en projet du même Code, les mots "ou un extrait" sont insérés entre les mots "Une copie" et les mots "de l'acte étranger";
  16° dans l'article 72, 9°, en projet du même Code, les mots "Archives générales du Royaume" sont remplacés par les mots "Archives générales du Royaume et Archives de l'Etat dans les Provinces";
  17° dans l'article 73, § 2, en projet du même Code, les mots "l'article 1er, § 4, de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel" sont remplacés par les mots "l'article 4, 7), du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE";
  18° dans l'article 74, § 3, 7°, en projet du même Code, les mots "Archives générales du Royaume" sont remplacés par les mots "Archives générales du Royaume et Archives de l'Etat dans les Provinces";
  19° dans l'article 75 en projet du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans l'alinéa 2, 2°, les mots "par l'intermédiaire du comité du gestion" sont abrogés;
  b) l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit: "Dans l'exercice de ses missions, le délégué à la protection des données agit en totale indépendance. Il fait directement rapport au Service Public Fédéral Justice qui donne connaissance de celui-ci au comité de gestion, pour autant que ce soit nécessaire pour l'exécution de ses missions.";
  20° dans l'article 76, alinéa 1er, en projet du même Code, les mots "Archives générales du Royaume" sont remplacés par les mots "Archives générales du Royaume et Archives de l'Etat dans les Provinces";
  21° dans l'article 78, alinéa 1er, en projet du même Code, le 8° est abrogé;
  22° l'article 80 en projet du même Code, est complété par les mots: "et dans la mesure où il est nécessaire de produire des données des actes de l'état civil dans l'exercice de leurs missions légales".
Art.167. In artikel 35 van dezelfde wet, in het ontworpen artikel 327/2, § 1, van het Burgerlijk Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in het eerste lid worden de woorden ", voor de persoon die het kind wil erkennen en, in voorkomend geval, voor de ouder ten aanzien van wie de afstamming vaststaat" opgeheven;
  b) in het tweede lid wordt het woord "geboorteakten" vervangen door de woorden "akte van geboorte".
Art.167. A l'article 35 de la même loi, dans l'article 327/2, § 1er, en projet du Code civil, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans l'alinéa 1er, les mots ", pour le candidat à la reconnaissance de l'enfant et, le cas échéant, pour le parent à l'égard duquel la filiation est établie" sont abrogés;
  b) dans l'alinéa 2, les mots "des actes de naissance" sont remplacés par les mots "de l'acte de naissance".
Art.168. Artikel 42 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  "Art. 42. In artikel 335, § 3, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 8 mei 2014 en gewijzigd bij de wet van 18 december 2014, wordt het vijfde lid vervangen als volgt:
  "De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand maakt de akte van verklaring van naamskeuze op ten gevolge van de in het tweede lid bedoelde verklaring en verbindt deze met de akte van geboorte van het kind en met de akten van de burgerlijke stand waarop ze betrekking heeft of wijzigt de akte van geboorte van het kind en de akten van de burgerlijke stand waarop ze betrekking heeft ten gevolge van het in het vierde lid bedoelde vonnis.".".
Art.168. L'article 42 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 42. Dans l'article 335, § 3, du même Code, remplacé par la loi du 8 mai 2014 et modifié par la loi du 18 décembre 2014, l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit:
  "L'officier de l'état civil compétent établit l'acte de déclaration de choix de nom suite à la déclaration visée à l'alinéa 2 et l'associe à l'acte de naissance de l'enfant et aux actes de l'état civil auxquels il se rapporte, ou modifie l'acte de naissance de l'enfant et les actes de l'état civil auxquels il se rapporte suite au jugement visé à l'alinéa 4.".".
Art.169. Artikel 43 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  "Art. 43. In artikel 335ter, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2014, wordt het vijfde lid vervangen als volgt:
  "De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand maakt de akte van verklaring van naamskeuze op ten gevolge van de in het tweede lid bedoelde verklaring en verbindt deze met de akte van geboorte van het kind en met de akten van de burgerlijke stand waarop ze betrekking heeft of wijzigt de akte van geboorte van het kind en de akten van de burgerlijke stand waarop ze betrekking heeft ten gevolge van het in het vierde lid bedoelde vonnis.".".
Art.169. L'article 43 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 43. Dans l'article 335ter, § 2, du même Code, inséré par la loi du 5 mai 2014, l'alinéa 5 est remplacé ce qui suit:
  "L'officier de l'état civil compétent établit l'acte de déclaration de choix de nom suite à la déclaration visée à l'alinéa 2 et l'associe à l'acte de naissance de l'enfant et aux actes de l'état civil auxquels il se rapporte, ou modifie l'acte de naissance de l'enfant et les actes de l'état civil auxquels il se rapporte suite au jugement visé à l'alinéa 4.".".
Art.170. In dezelfde wet wordt een artikel 43/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 43/1. Artikel 335quater, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 juli 2017, wordt vervangen als volgt:
  "De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand maakt de akte van verklaring van naamskeuze op ten gevolge van de in het eerste lid bedoelde verklaring en verbindt deze met de akte van geboorte van het kind en met de akten van de burgerlijke stand waarop ze betrekking heeft."."
Art.170. Dans la même loi, il est inséré un article 43/1, rédigé comme suit:
  "Art. 43/1. L'article 335quater, alinéa 2, du Code civil, inséré par la loi du 6 juillet 2017, est remplacé par ce qui suit:
  "L'officier de l'état civil compétent établit l'acte de déclaration de choix de nom suite à la déclaration visée à l'alinéa 1er et l'associe à l'acte de naissance de l'enfant et aux actes de l'état civil auxquels il se rapporte."."
Art.171. In artikel 63 van dezelfde wet, in het ontworpen artikel 370/4, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende:
  "De ambtenaar van de burgerlijke stand staat de voornaamsverandering toe aan de in artikel 370/3, § 4, bedoelde personen".
Art.171. A l'article 63 de la même loi, dans l'article 370/4, § 2, en projet du Code civil, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3:
  "L'officier de l'état civil autorise le changement de prénoms aux personnes visées à l'article 370/3, § 4.".
Art.172. In dezelfde wet wordt een artikel 69/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 69/1. In artikel 1428, derde lid, van hetzelfde Wetboek, wordt het woord "overschrijving" vervangen door het woord "melding" en worden de woorden "op de huwelijksakte" ingevoegd tussen de woorden "scheiding van tafel en bed" en de woorden "of de bekendmaking".".
Art.172. Dans la même loi, il est inséré un article 69/1, rédigé comme suit:
  "Art. 69/1. Dans l'article 1428, alinéa 3, du même Code, le mot "transcription" est remplacé par le mot "mention" et les mots "à l'acte de mariage" sont insérés entre les mots "la séparation de corps" et les mots "ou de la publication".".
Art.173. In dezelfde wet wordt een artikel 70/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 70/1. Artikel 1231-4 van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003 en laatst gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 1231-4. § 1. Om ontvankelijk te zijn worden bij het verzoekschrift volgende stukken of gegevens gevoegd, voor zover ze niet beschikbaar zijn in de DABS of in het bevolkings- of vreemdelingenregister:
  1° een afschrift van de akte van geboorte of een hiermee gelijkgesteld stuk;
  2° een bewijs van de nationaliteit;
  3° een verklaring betreffende de plaats van inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister, of bij gebrek hieraan, van de gewone verblijfplaats van de adoptant of van de adoptanten en van de geadopteerde;
  4° een uittreksel van de huwelijksakte of een uittreksel van de verklaring van wettelijke samenwoning of nog het bewijs van meer dan drie jaar samenwonen.
  § 2. Bij ontvangst van het verzoekschrift gaat de griffier na of de bij het verzoekschrift ontbrekende documenten of gegevens beschikbaar zijn in de DABS of in het bevolkings- of vreemdelingenregister.
  Indien de akte van geboorte of de huwelijksakte in België werd opgemaakt of in België werd overgeschreven vóór de inwerkingtreding van de wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing verzoekt hij de ambtenaar die de akte heeft opgemaakt of overgeschreven tot opname van de akte in de DABS.
  § 3. Als de vermeldingen van het verzoekschrift onvolledig zijn, of bepaalde informatie ontbreekt voor de inleidende zitting, nodigt de rechter de meest gerede partij uit om de nodige informatie te verstrekken of het dossier van de procedure te vervolledigen.
  Elke partij kan ook zelf het initiatief nemen om het dossier samen te stellen.
  § 4. Binnen drie dagen na de ontvangst van het verzoekschrift, geeft de griffier ervan kennis aan de afstammelingen van de geadopteerde. De griffier maakt ook een afschrift van het verzoekschrift over aan de federale centrale autoriteit. De federale centrale autoriteit stelt vervolgens de centrale autoriteiten van de gemeenschappen hiervan in kennis.".".
Art.173. Dans la même loi, il est inséré un article 70/1, rédigé comme suit:
  "Art. 70/1. L'article 1231-4 du Code judiciaire, inséré par la loi du 24 avril 2003 et modifié en dernier lieu par la loi du 6 juillet 2017, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 1231-4. § 1er. Pour que la requête soit recevable, les actes ou données suivants y sont annexés, pour autant qu'ils ne soient pas disponibles dans la BAEC, dans le registre de la population ou dans le registre des étrangers:
  1° une copie de l'acte de naissance ou un acte équivalent;
  2° une preuve de la nationalité;
  3° une attestation relative au lieu d'inscription au registre de la population ou au registre des étrangers ou, à défaut, une attestation de résidence habituelle de l'adoptant ou des adoptants, et de l'adopté;
  4° un extrait d'acte de mariage ou un extrait de déclaration de cohabitation légale ou encore la preuve d'une cohabitation de plus de trois ans.
  § 2. A la réception de la requête, le greffier vérifie si les documents ou données qui font défaut dans la requête sont disponibles dans la BAEC ou dans le registre de la population ou le registre des étrangers.
  Si l'acte de naissance ou l'acte de mariage a été établi en Belgique ou a été transcrit en Belgique avant l'entrée en vigueur de la loi du 18 juin 2018 portant dispositions diverses en matière de droit civil et des dispositions en vue de promouvoir des formes alternatives de résolution des litiges, il demande à l'officier qui a établi ou transcrit cet acte, de l'enregistrer dans la BAEC.
  § 3. Si les mentions de la requête sont incomplètes, ou que certaines informations manquent pour l'audience d'introduction, le juge invite la partie la plus diligente à communiquer les informations requises ou à compléter le dossier de la procédure.
  Chaque partie peut aussi prendre elle-même l'initiative de constituer le dossier.
  § 4. Dans les trois jours de la réception de la requête, le greffier en avise les descendants de l'adopté. Le greffier transmet en outre une copie de la requête à l'autorité centrale fédérale. L'autorité centrale fédérale en avise ensuite les autorités centrales communautaires.".".
Art.174. In artikel 76 van dezelfde wet wordt het ontworpen artikel 1254, § 2, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, aangevuld met de volgende zin:
  "Indien de huwelijksakte in het buitenland werd opgemaakt, verzoekt hij de verzoekende partij om een akte van huwelijk te laten opmaken op basis van de buitenlandse akte naar analogie met afdeling 15 van boek I, titel II, hoofdstuk 2, van het Burgerlijk Wetboek door de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand.".
Art.174. A l'article 76 de la même loi, l'article 1254, § 2, alinéa 3, en projet du Code judiciaire est complété par la phrase suivante:
  "Si l'acte de mariage a été établi à l'étranger, il demande à la partie demanderesse de faire établir un acte de mariage sur la base de l'acte étranger, par analogie avec la section 15 du livre I, titre II, chapitre 2, du Code civil, par l'officier de l'état civil compétent.".
Art.175. In artikel 80 van dezelfde wet wordt het ontworpen artikel 1288bis, § 2, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, aangevuld met de volgende zin:
  `Indien de huwelijksakte in het buitenland werd opgemaakt, verzoekt hij de verzoekende partij om een akte van huwelijk te laten opmaken op basis van de buitenlandse akte naar analogie met afdeling 15 van boek I, titel II, hoofdstuk 2, van het Burgerlijk Wetboek door de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand.".
Art.175. A l'article 80 de la même loi, l'article 1288bis, § 2, alinéa 3, en projet du Code judiciaire est complété par la phrase suivante:
  "Si l'acte de mariage a été établi à l'étranger, il demande à la partie demanderesse de faire établir un acte de mariage sur la base de l'acte étranger, par analogie avec la section 15 du livre I, titre II, chapitre 2, du Code civil, par l'officier de l'état civil compétent.".
Art.176. In artikel 85 van dezelfde wet, in het ontworpen artikel 31 van het Wetboek Internationaal Privaatrecht, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2, tweede lid, wordt gewijzigd als volgt:
  a) de woorden "bedoeld in boek I, titel 2, hoofdstuk 3, van het Burgerlijk Wetboek," worden ingevoegd tussen de woorden "Databank Akten Burgerlijke Stand," en de woorden "met vermelding van";
  b) het lid wordt aangevuld met de volgende zin: "Hij houdt het origineel van de buitenlandse akte of de buitenlandse beslissing ter beschikking van de Centrale autoriteit tot het einde van het onderzoek.";
  2° paragraaf 3, derde lid, wordt aangevuld met volgende zinnen:
  "De Centrale autoriteit Burgerlijke Stand kan, voor zover nodig, het origineel van de buitenlandse akte of de buitenlandse beslissing opvragen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand of de houder van het bevolkings-, vreemdelingen-, of wachtregister die om het advies verzocht. Deze laatste maakt dit onmiddellijk over aan de Centrale autoriteit Burgerlijke Stand.";
  3° in paragraaf 3, vijfde lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de woorden "en vermeldt het in de DABS" worden opgeheven;
  b) het lid wordt aangevuld met volgende zin:
  "Deze laatste neemt het advies in de DABS op als bijlage bij de overeenkomstig paragraaf 2, tweede lid, geregistreerde buitenlandse authentieke akte of buitenlandse rechterlijke beslissing.";
  4° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "of de houder van het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister" en de woorden "of de houder" opgeheven.".
Art.176. A l'article 85 de la même loi, à l'article 31 en projet du Code de droit international privé, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le paragraphe 2, alinéa 2, est modifié comme suit:
  a) les mots "visée dans le livre Ier, titre 2, chapitre 3, du Code civil," sont insérés entre les mots "Banque de données des actes de l'état civil," et les mots "avec la mention";
  b) l'alinéa est complété par la phrase suivante: "Il tient l'original de l'acte étranger ou de la décision étrangère à disposition de l'Autorité Centrale jusqu'à la fin de la vérification.";
  2° le paragraphe 3, alinéa 3, est complété par les phrases suivantes:
  "L'Autorité Centrale de l'état civil peut, si nécessaire, demander l'original de l'acte étranger ou de la décision judiciaire à l'officier de l'état civil ou au détenteur du registre de la population, du registre des étrangers ou du registre d'attente qui a demandé l'avis. Celui-ci le transmet sur-le-champ à l'Autorité Centrale de l'état civil.";
  3° dans le paragraphe 3, alinéa 5, les modifications suivantes sont apportées:
  a) les mots "et mentionne l'avis dans la BAEC" sont abrogés;
  b) l'alinéa est complété par la phrase suivante:
  "Celle-ci joint l'avis en annexe aux actes authentiques étrangers ou aux décisions étrangères, enregistrés conformément au paragraphe 2, alinéa 2, dans la BAEC.";
  4° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots "ou le détenteur du registre de la population, du registre des étrangers ou du registre d'attente" et les mots "ou le détenteur" sont abrogés.".
Art.177. In dezelfde wet wordt een artikel 85/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 85/1. Artikel 37, § 2, van het Wetboek Internationaal Privaatrecht, gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017, wordt aangevuld met een lid, als volgt:
  "Indien de keuze wordt gedaan voor de ambtenaar van de burgerlijke stand, neemt deze de verklaring van keuze van toepasselijk recht als bijlage op in de Databank Akten Burgerlijke Stand.".
Art.177. Dans la même loi, il est inséré un article 85/1, rédigé comme suit:
  "Art. 85/1. L'article 37, § 2, du Code de droit international privé, modifié par la loi du 6 juillet 2017, est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "Si le choix est formulé devant l'officier de l'état civil, celui-ci enregistre la déclaration de choix du droit applicable à titre d'annexe dans la banque de données des actes de l'état civil.".
Art.178. In dezelfde wet wordt een artikel 85/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 85/2. In artikel 39, van het Wetboek Internationaal Privaatrecht, vervangen bij de wet van 6 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "de overschrijving ervan in een register van de burgerlijke stand" vervangen door de woorden "de opmaak van de Belgische akte op basis van de buitenlandse akte of de buitenlandse rechterlijke of administratieve beslissing overeenkomstig artikel 68 van het Burgerlijk Wetboek".
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, als volgt:
  "Indien de keuze wordt gedaan voor de ambtenaar van de burgerlijke stand, neemt deze de verklaring van keuze van toepasselijk recht als bijlage op in de Databank Akten Burgerlijke Stand.".
Art.178. Dans la même loi, il est inséré un article 85/2, rédigé comme suit:
  "Art. 85/2. A l'article 39 du Code de droit international privé, remplacé par la loi du 6 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "leur transcription dans un registre de l'état civil" sont remplacés par les mots "l'établissement de l'acte belge sur la base de l'acte étranger ou de la décision judiciaire ou administrative étrangère conformément à l'article 68 du Code civil";
  2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "Si le choix est formulé devant l'officier de l'état civil, celui-ci enregistre la déclaration de choix du droit applicable à titre d'annexe dans la banque de données des actes de l'état civil.".
Art.179. In artikel 106 van dezelfde wet, in het ontworpen artikel 19 van de wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie, in het ontworpen artikel 1231-1/3, § 1, eerste lid, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek, worden de woorden "en van de geadopteerde" opgeheven.
Art.179. A l'article 106 de la même loi, à l'article 19 en projet de la loi du 6 juillet 2017 portant simplification, harmonisation, informatisation et modernisation de dispositions de droit civil et de procédure civile ainsi que du notariat, et portant diverses mesures en matière de justice, à l'article 1231-1/3, § 1er, alinéa 1er, 3°, du Code judiciaire, en projet, les mots "et de l'adopté" sont abrogés.
Art.180. In titel 2 van dezelfde wet wordt na artikel 108 een hoofdstuk 9/1 ingevoegd, luidende "Wijzigingen van de wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde".
Art.180. Dans le titre 2 de la même loi, après l'article 108, il est inséré un chapitre 9/1 intitulé "Modifications de la loi du 8 mai 2014 modifiant le Code civil en vue d'instaurer l'égalité de l'homme et de la femme dans le mode de transmission du nom à l'enfant et à l'adopté ".
Art.181. In hoofdstuk 9/1, ingevoegd bij artikel 180, wordt een artikel 108/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 108/1. In artikel 12, § 4, van de wet van 8 mei 2014 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de invoering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen bij de wijze van naamsoverdracht aan het kind en aan de geadopteerde, vervangen bij de wet van 18 december 2014, wordt de laatste zin vervangen als volgt:
  "De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand of het hoofd van de consulaire beroepspost maakt de akte van verklaring van naamskeuze op ten gevolge van de verklaring en verbindt deze met de akte van geboorte van het kind en met de akten van de burgerlijke stand waarop ze betrekking heeft.".
Art.181. Dans le chapitre 9/1, inséré par l'article 180, il est inséré un article 108/1 rédigé comme suit:
  "Art. 108/1. Dans l'article 12, § 4, de la loi du 8 mai 2014 modifiant le Code civil en vue d'instaurer l'égalité de l'homme et de la femme dans le mode de transmission du nom à l'enfant et à l'adopté, remplacé par la loi du 18 décembre 2014, la dernière phrase est remplacée par ce qui suit:
  "L'officier de l'état civil compétent ou le chef du poste consulaire de carrière établit l'acte de déclaration de choix de nom suite à la déclaration et l'associe à l'acte de naissance de l'enfant et aux actes de l'état civil auxquels il se rapporte.".
Art.182. Artikel 110 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  "Art. 110. § 1. De ambtenaar van de burgerlijke stand die houder is van papieren registers van de burgerlijke stand opgemaakt vóór de inwerkingtreding van deze wet verzekert de bewaring hiervan tot op het ogenblik van de overdracht van de akten van de burgerlijke stand die zich in deze registers bevinden aan het Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën.
  De ambtenaar van de burgerlijke stand belet dat er stukken uit de registers van de burgerlijke stand uit de bewaarplaats worden weggenomen.
  De verplaatsing van de papieren registers van de burgerlijke stand naar een andere bewaarplaats binnen de gemeente is mogelijk mits besluit van het college van burgemeester en schepenen en toelating hiertoe van de Procureur des Konings.
  § 2. Een papieren akte van de burgerlijke stand of een op papier opgemaakt proces-verbaal dat in gedematerialiseerde vorm in de DABS werd opgenomen dient door de ambtenaar van de burgerlijke stand die houder is van het register waarin de akte of het proces-verbaal zich bevindt bewaard te worden tot op het ogenblik van de overdracht van de akte van de burgerlijke stand of het proces-verbaal aan het Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën, wanneer de gemeente daartoe beslist.".
Art.182. L'article 110 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 110. § 1er. L'officier de l'état civil détenteur des registres de l'état civil sous format papier établis avant l'entrée en vigueur de la présente loi assure leur conservation jusqu'au moment du transfert des actes de l'état civil s'y trouvant aux Archives générales du Royaume et Archives de l'Etat dans les Provinces.
  L'officier de l'état civil empêche que des actes des registres de l'état civil soient enlevés du dépôt.
  Le déplacement des registres de l'état civil sous format papier vers un autre dépôt au sein de la commune est possible moyennant décision du collège des bourgmestre et échevins et autorisation du procureur du Roi.
  § 2. Un acte de l'état civil sous format papier ou un procès-verbal établi sur papier qui a été enregistré sous forme dématérialisée dans la BAEC, doit être conservé par l'officier de l'état civil détenteur du registre dans lequel se trouve l'acte ou le procès-verbal jusqu'au moment du transfert de l'acte de l'état civil ou du procès-verbal aux Archives générales du Royaume et Archives de l'Etat dans les Provinces, lorsque la commune décide de le faire.".
Art.183. In titel 2, hoofdstuk 10, van dezelfde wet, wordt een afdeling 5 ingevoegd, luidende "Voornaamsverandering".
Art.183. Dans le titre 2, chapitre 10, de la même loi, il est inséré une section 5 intitulée "Changement de prénoms".
Art.184. In afdeling 5, ingevoegd bij artikel 183, wordt een artikel 116/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 116/1. Voor ministeriële besluiten bedoeld in artikel 4 van de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen, daterend van vóór 1 augustus 2018, kan de ambtenaar van de burgerlijke stand, bedoeld in het nieuwe artikel 370/3, § 3, van het Burgerlijk Wetboek, een akte van voornaamsverandering opmaken waarbij hij als basis voor de opmaak van de akte, zoals bepaald in het nieuwe artikel 41, § 1, eerste lid, 5°, van het Burgerlijk Wetboek, het ministerieel besluit mag vermelden, indien het besluit vóór de inwerkingtreding van deze wet niet werd overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand of niet werd gemeld op de kant van een akte van de burgerlijke stand."
Art.184. Dans la section 5, insérée par l'article 183, il est inséré un article 116/1 rédigé comme suit :
  "Art. 116/1. En ce qui concerne les arrêtés ministériels visés à l'article 4 de loi du 15 mai 1987 relative aux noms et prénoms datant d'avant le 1er août 2018, l'officier de l'état civil, visé au nouvel article 370/3, § 3, du Code civil, peut établir un acte de changement de prénom dans lequel il peut être fait mention, comme prévu dans le nouvel article 41, § 1er, alinéa 1er, 5°, du Code civil, que l'acte est établi sur la base de l'arrêté ministériel, pour autant que l'arrêté n'ait pas été transcrit dans les registres de l'état civil ou pas mentionné en marge d'un acte de l'état civil avant l'entrée en vigueur de cette loi."
Art.185. Artikel 117 van dezelfde wet, wordt aangevuld met een bepaling onder 12°, luidende:
  "12° de artikelen 69, 12°, 70, 8° en 135 van de Provinciewet.".
Art.185. L'article 117 de la même loi est complété par un 12° rédigé comme suit:
  "12° les articles 69, 12°, 70, 8°, et 135 de la loi provinciale.".
Art.186. Artikel 118, eerste lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  "Deze titel treedt in werking op 31 maart 2019, met uitzondering van hoofdstuk 9 dat in werking treedt op de datum bepaald bij het koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 47 van de wet van 6 juli 2017 houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie.".
Art.186. L'article 118, alinéa 1er, de la même loi, est remplacé par ce qui suit:
  "Le présent titre entre en vigueur le 31 mars 2019, à l'exception du chapitre 9 qui entre en vigueur à la date fixée par l'arrêté royal pris en exécution de l'article 47 de la loi du 6 juillet 2017 portant simplification, harmonisation, informatisation et modernisation de dispositions de droit civil et de procédure civile ainsi que du notariat, et portant diverses mesures en matière de justice.".
Art.187. In artikel 179 van dezelfde wet, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt opgeheven;
  2° het woord "wet" wordt telkens vervangen door het woord "titel";
  3° in het zevende lid wordt het woord "1° " opgeheven.".
Art.187. Dans l'article 179 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 1er est abrogé;
  2° les mots "de la présente loi" sont chaque fois remplacés par les mots "du présent titre";
  3° à l'alinéa 7, le mot "1° " est abrogé.".
Art.188. In titel 6, hoofdstuk 2, van dezelfde wet wordt een afdeling 5 ingevoegd luidende "Inwerkingtreding"."
Art.188. Dans le titre 6, chapitre 2, de la même loi, il est inséré une section 5, intitulée "Entrée en vigueur"."
Art.189. In titel 6, hoofdstuk 2, afdeling 5, van dezelfde wet wordt een artikel 179/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 179/1. Deze titel treedt in werking op 1 januari 2019.".
Art.189. Dans le titre 6, chapitre 2, section 5, de la même loi, il est inséré un article 179/1 rédigé comme suit:
  "Art. 179/1. Le présent titre entre en vigueur le 1er janvier 2019.".
Art.190. Artikelen 187 tot 189 hebben uitwerking vanaf 2 juli 2018.
Art.190. Les articles 187 à 189 produisent leurs effets à partir du 2 juillet 2018.
Art.191. In artikel 187 van dezelfde wet, in het ontworpen artikel 1391/2, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, worden de woorden "artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "artikel 4, 7), van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG".
Art.191. A l'article 187 de la même loi, dans l'article 1391/2, alinéa 2, du Code judiciaire, en projet, les mots "l'article 1er, § 4, de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel" sont remplacés par les mots "l'article 4, 7), du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE".
Art.192. In artikel 201 van dezelfde wet worden het eerste en tweede lid vervangen als volgt:
  "Artikel 182, 3°, treedt in werking op 1 januari 2019. De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan deze datum.
  De artikelen 193 en 194 treden in werking op de datum van inproductiename van het CAP2, zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, 4°, van het koninklijk besluit betreffende de werking van het centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten.".
Art.192. A l'article 201 de la même loi, les alinéas 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit:
  "L'article 182, 3°, entre en vigueur le 1er janvier 2019. Le Roi peut fixer une date d'entrée en vigueur antérieure à cette date.
  Les articles 193 et 194 entrent en vigueur à la date de mise en production du PCC2, comme visée dans l'article 1er, alinéa 2, 4°, de l'arrêté royal relatif au fonctionnement du point de contact central des comptes et contrats financiers.".
Art.193. In artikel 216 van dezelfde wet wordt het ontworpen artikel 1727 van het Gerechtelijk Wetboek, aangevuld met een derde paragraaf, luidende:
  " § 3. De minister van Justitie stelt aan de federale bemiddelingscommissie het personeel alsook de middelen ter beschikking die nodig zijn voor haar werking. De Koning bepaalt welk presentiegeld aan de leden van de federale bemiddelingscommissie en aan de leden van de commissie voor de tuchtregeling en de klachtenbehandeling kan worden toegekend alsook de vergoedingen die hen kunnen worden toegekend als terugbetaling van hun reis- en verblijfkosten.".
Art.193. Dans l'article 216 de la même loi, l'article 1727 du Code judiciaire, en projet est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit:
  " § 3. Le ministre de la Justice met à disposition de la commission fédérale de médiation le personnel et les moyens nécessaires à son fonctionnement. Le Roi détermine le jeton de présence qui peut être alloué aux membres de la commission fédérale de médiation et aux membres de la commission disciplinaire et de traitement des plaintes ainsi que les indemnités qui peuvent leur être allouées en remboursement de leurs frais de parcours et de séjour.".
Art.194. In artikel 218 van dezelfde wet, wordt in het ontworpen artikel 1727/2, § 1, vierde lid, vierde streepje, van het Gerechtelijk Wetboek, het woord "uitoefenen" vervangen door de woorden "noch dat van gerechtsdeurwaarders noch dat van magistraat uitoefenen en die geen emeritus- of eremagistraat zijn;".
Art.194. Dans l'article 218 de la même loi, dans l'article 1727/2, § 1er, alinéa 4, du Code judiciaire, en projet, le 4ème tiret est complété par les mots ", ni celle d'huissier de justice, ni celle de magistrat, et qui ne sont ni magistrats émérites ou honoraires;".
Art.195. In artikel 221 van dezelfde wet, in het ontworpen artikel 1727/5, van het Gerechtelijk Wetboek, wordt paragraaf 1 aangevuld met twee leden, luidende:
  "Ten minste een lid van het Nederlandstalig college of het Franstalig college moet het bewijs leveren van de kennis van het Duits.
  De assessoren, die geen lid mogen zijn van de federale bemiddelingscommissie, worden voorgedragen door de algemene vergadering en benoemd door de minister van Justitie bij een met redenen omklede beslissing. De voordracht wordt met redenen omkleed op grond van hun vaardigheid in het tuchtrecht en in het oplossen van geschillen. De Koning bepaalt de nadere regels voor de bekendmaking van de vacatures, voor de indiening van de kandidaturen, voor de voordracht van de leden en de criteria voor de kandidaatstelling.".
Art.195. Dans l'article 221 de la même loi, dans l'article 1727/5 du Code judiciaire, en projet, le paragraphe 1er est complété par deux alinéas, rédigés comme suit:
  "Au moins un membre du collège francophone ou du collège néerlandophone doit justifier de la connaissance de l'allemand.
  Les assesseurs, qui ne peuvent pas être membres de la commission fédérale de médiation, sont présentés par l'assemblée générale et nommés par le ministre de la Justice par décision motivée. La présentation est motivée sur la base de leur expertise en droit disciplinaire et en résolution de litiges. Le Roi fixe les modalités de la publication des vacances, du dépôt des candidatures, de la présentation des membres ainsi que les critères requis pour poser sa candidature.".
Art.196. In artikel 231 van dezelfde wet, in het ontworpen artikel 1741, § 3, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, in de inleidende zin, worden de woorden "van de partijen" vervangen door de woorden "tussen de partijen".
Art.196. Dans l'article 231 de la même loi, dans la version néerlandaise de l'article 1741, § 3, alinéa 1er, du Code judiciaire, en projet, dans la phrase introductive, les mots "van de partijen" sont remplacés par les mots "tussen de partijen".
Art.197. De artikelen 186 en 192 treden in werking op 31 december 2018.
  Dit artikel treedt in werking op de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
Art.197. Les articles 186 et 192 entrent en vigueur le 31 décembre 2018.
  Le présent article entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
Art.198. De artikelen 193 tot 196 treden in werking op 1 januari 2019.
  Dit artikel treedt in werking op de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
Art.198. Les articles 193 à 196 entrent en vigueur le 1er janvier 2019.
  Le présent article entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
TITEL 12. - Wijziging van artikel 23 van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het gezag van het rechterlijk gewijsde
TITRE 12. - Modification de l'article 23 du Code judiciaire relatif à l'autorité de la chose jugée
Art.199. Artikel 23 van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 19 oktober 2015, wordt aangevuld met de volgende zin:
  "Het gezag van het rechterlijk gewijsde strekt zich evenwel niet uit tot de vordering die berust op dezelfde oorzaak maar waarvan de rechter geen kennis kon nemen gelet op de rechtsgrond waarop ze steunt.".
Art.199. L'article 23 du Code judiciaire, modifié par la loi du 19 octobre 2015, est complété par la phrase suivante:
  "L'autorité de la chose jugée ne s'étend toutefois pas à la demande qui repose sur la même cause mais dont le juge ne pouvait pas connaître eu égard au fondement juridique sur lequel elle s'appuie.".
TITEL 13. - Wijziging van artikel 392 van het Burgerlijk Wetboek
TITRE 13. - Modification de l'article 392 du Code civil
Art.200. In artikel 392 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 29 april 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen het tweede en derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "Er wordt van de verklaring een authentieke akte opgesteld wanneer zij plaatsvindt voor de notaris; wanneer de verklaring plaatsvindt voor de vrederechter, wordt deze vastgesteld op grond van een door deze laatste gewezen beschikking. Binnen vijftien dagen na het afleggen van de verklaring laat de griffier of de notaris deze verklaring opnemen in het centraal register, bedoeld in artikel 496, vierde lid.";
  2° in het derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "bedoeld in het tweede lid" ingevoegd tussen de woorden "De verklaring" en de woorden "blijft geldig";
  3° het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt aangevuld als volgt:
  "Binnen vijftien dagen na de herroeping laat de griffier of de notaris deze herroeping opnemen in het centraal register, bedoeld in artikel 496, vierde lid.";
  4° voor het vijfde lid, dat het zesde lid wordt, wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "Vooraleer de vrederechter een voogd aanwijst, gaat de griffier na of in het in het derde lid bedoelde register een verklaring werd opgenomen. Als dit het geval is, laat hij door de notaris voor wie de akte tot aanwijzing van een voogd werd verleden of door de griffier van het vredegerecht waar de beschikking tot aanwijzing van een voogd werd gewezen, een eensluidend verklaard afschrift overzenden.".
Art.200. A l'article 392 du Code civil, remplacé par la loi du 29 avril 2001, les modifications suivantes sont apportées:
  1° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3:
  "Il est établi un acte authentique de la déclaration lorsque celle-ci a lieu devant un notaire; lorsque la déclaration a lieu devant le juge de paix, celle-ci est constatée aux termes d'une ordonnance rendue par ce dernier. Dans les quinze jours suivant la déclaration visée aux alinéas 1er et 2, le greffier ou le notaire fait enregistrer ladite déclaration dans le registre central visé à l'article 496, alinéa 4.";
  2° dans l'alinéa 3, qui devient l'alinéa 4, les mots "visée à l'alinéa 2" sont insérés entre les mots "la déclaration" et les mots "reste valable";
  3° l'alinéa 4, qui devient l'alinéa 5, est complété par ce qui suit:
  "Dans les quinze jours suivant la révocation, le greffier ou le notaire fait enregistrer ladite révocation dans le registre central, visé à l'article 496, alinéa 4.";
  4° un alinéa rédigé comme suit est inséré avant l'alinéa 5, qui devient l'alinéa 6:
  "Avant que le juge de paix ne désigne un tuteur, le greffier vérifie si une déclaration a été enregistrée dans le registre visé à l'alinéa 3. Si tel est le cas, il demande au notaire qui a passé l'acte de désignation d'un tuteur ou au greffier de la justice de paix où l'ordonnance de désignation d'un tuteur a été rendue de lui envoyer une copie certifiée conforme.".
Art.201. Artikel 200 treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op de eerste dag van de twaalfde maand na die waarin deze wet bekendgemaakt is in het Belgisch Staatsblad.
  De verklaringen tot aanwijzing van een voogd afgelegd ten overstaan van de vrederechter of een notaris vóór de inwerkingtreding van artikel 200 kunnen het voorwerp uitmaken van een inschrijving in het centraal register, bedoeld in artikel 496, vierde lid van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig artikel 392, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals ingevoegd bij artikel 200.
Art.201. L'article 200 entre en vigueur à une date à fixer par le Roi et au plus tard le premier jour du douzième mois suivant celui de sa publication au Moniteur belge.
  Les déclarations de désignation d'un tuteur faites devant le juge de paix ou un notaire avant l'entrée en vigueur de l'article 200 peuvent faire l'objet d'une inscription dans le registre central, visé à l'article 496, alinéa 4, du Code civil, conformément à l'article 392, alinéa 3, du Code civil, tel qu'inséré par l'article 200.
TITEL 14. - Wijzigingen van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt
TITRE 14. - Modifications de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat
Art.202. Artikel 37 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, opgeheven bij de wet van 16 april 1927 en hersteld bij de wet van 4 mei 1999, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 37. § 1. In elk genootschap van notarissen wordt een stagecommissie opgericht die de stagemeesters opvolgt evenals de stagiairs die als hoofdactiviteit een juridische functie uitoefenen in een Belgisch notariskantoor met het oog op het bekomen van een stagecertificaat en hun stage verrichten in de betreffende provincie.
  De stagecommissie volgt de vooruitgang van de stage en stuurt bij waar nodig op grond van de volgende criteria:
  1° het stageprogramma opgesteld door de Nationale Kamer van notarissen;
  2° het inzicht van de stagiair in de werking van een notariskantoor;
  3° de geschiktheid van de stagiair voor het ambt.
  De stagecommissie hoort de stagiairs minstens één maal per jaar en telkens er een wijziging van stagemeester is, alsook aan het einde van de stageperiode.
  De houders van een stagecertificaat kunnen ook vragen één keer per jaar gehoord te worden.
  § 2. De stagecommissie bestaat minstens uit zes leden die worden aangewezen door de kamer van notarissen voor een eenmalig hernieuwbare termijn van drie jaar.
  De stagecommissie wijst onder haar leden, voor de duur die zij zelf bepaalt, een voorzitter aan.
  § 3. De stagecommissie duidt voor iedere stagiair een coach aan, die een notaris, erenotaris of kandidaat-notaris moet zijn, die als vertrouwenspersoon optreedt en een brugfunctie heeft tussen stagemeester, stagiair en stagecommissie.
  § 4. Een mandaat in een stagecommissie of de functie van coach is onverenigbaar met:
  - een mandaat binnen een benoemingscommissie voor het notariaat;
  - een mandaat binnen een adviescomité.
  § 5. De stagecommissie onderzoekt tijdens de hoorzittingen de vooruitgang van de stage nadat minstens twee leden ervan afzonderlijk eerst de stagemeester en vervolgens de stagiair hebben gehoord.
  Een lid van de stagecommissie onthoudt zich in de volgende gevallen:
  1° indien het lid zich ten opzichte van de stagiair in een graad van verwantschap of aanverwantschap bedoeld in artikel 8, bevindt;
  2° indien het lid werkgever van de betrokkene is of geweest is of indien de stagiair effectief met hem heeft samengewerkt.
  De stagecommissie stelt voor iedere stagiair na elke hoorzitting een verslag over het verloop van de stage op.
  Het verslag over het verloop van de stage wordt overgezonden aan de stagiair, de stagemeester en de coach binnen de maand na de hoorzitting. De eventuele opmerkingen moeten binnen de maand na de verzending van het verslag overgezonden worden aan de stagecommissie en aan de bestemmelingen van het verslag.
  De stagecommissie maakt een eindverslag over de stage op. Het eindverslag alsook de eventuele opmerkingen moeten bij aangetekende zending worden verzonden. Een exemplaar van het eindverslag, samen met de eventuele opmerkingen wordt ter beschikking gehouden van het adviescomité. De benoemingscommissie voor het notariaat kan mededeling vragen van het verslag bij het onderzoek van een kandidatuur voor de functie van notaris.
  § 6. Wanneer een stagiair zijn stage verder zet in een notariskantoor gelegen in een andere provincie, wordt zijn stagedossier aan de stagecommissie van die provincie overgezonden.
  § 7. De leden van de stagecommissies, van de kamers van notarissen en hun aangestelden die kennis hebben van de inhoud van het dossier, en de coach zijn tot geheimhouding verplicht. Artikel 458 van het Strafwetboek is op hen van toepassing.
  § 8. De Nationale kamer van notarissen bepaalt de regels inzake de samenstelling, werking en organisatie van de stagecommissies.
  Alle werkingskosten van de stagecommissies, met inbegrip van de door hun leden ontvangen vergoedingen, komen voor rekening van de genootschappen.".
Art.202. L'article 37 de la loi du 25 ventôse an XI contenant organisation du notariat, abrogé par la loi du 16 avril 1927 et rétabli par la loi du 4 mai 1999, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 37. § 1er. Il est institué dans chaque compagnie des notaires une commission de stage qui suit les maîtres de stage ainsi que les stagiaires qui exercent à titre d'activité principale une fonction juridique dans une étude notariale belge afin d'obtenir un certificat de stage et qui effectuent leur stage dans la province concernée.
  La commission de stage suit la progression du stage et le réoriente le cas échéant sur la base des critères suivants:
  1° le programme de stage rédigé par la Chambre nationale des notaires;
  2° la perception par le stagiaire du fonctionnement d'une étude notariale;
  3° l'aptitude du stagiaire à la fonction.
  La commission de stage entend les stagiaires au moins une fois par an et chaque fois qu'ils changent de maître de stage, ainsi qu'à la fin de la période de stage.
  Les détenteurs d'un certificat de stage peuvent également demander à être entendus une fois par an.
  § 2. La commission de stage est composée au minimum de six membres qui sont désignés par la chambre des notaires pour un terme de trois ans renouvelable une seule fois.
  La commission de stage désigne parmi ses membres, pour la durée qu'elle détermine, un président.
  § 3. La commission de stage désigne pour chaque stagiaire un coach, qui doit être un notaire, un notaire honoraire ou un candidat-notaire, qui agit en tant que personne de confiance et exerce une fonction de passerelle entre le maître de stage, le stagiaire et la commission de stage.
  § 4. Un mandat au sein d'une commission de stage ou la fonction de coach est incompatible avec:
  - un mandat au sein d'une commission de nomination pour le notariat;
  - un mandat au sein d'un comité d'avis.
  § 5. Lors des auditions, la commission de stage examine la progression du stage après qu'au moins deux membres aient entendu séparément, d'abord le maître de stage et, ensuite, le stagiaire.
  Un membre de la commission de stage s'abstient dans les cas suivants:
  1° si le membre se trouve par rapport au stagiaire dans un lien de parenté ou d'alliance visé à l'article 8;
  2° si le membre a ou a eu la qualité d'employeur de l'intéressé, ou si le stagiaire a collaboré effectivement avec lui.
  La commission de stage rédige après chaque audition pour chaque stagiaire un rapport de suivi du stage.
  Le rapport de suivi du stage est transmis au stagiaire ainsi qu'au maître de stage et au coach dans le mois de l'audition. Les observations éventuelles doivent être transmises à la commission de stage et aux destinataires du rapport dans le mois de l'envoi du rapport.
  La commission de stage établit un rapport final sur le stage. Le rapport final ainsi que les observations éventuelles doivent être adressés par envoi recommandé. Un exemplaire du rapport final, accompagné des observations éventuelles, est tenu à la disposition du comité d'avis. La commission de nomination pour le notariat peut demander communication du rapport à l'occasion de l'examen d'une candidature pour la fonction de notaire.
  § 6. Lorsqu'un stagiaire poursuit son stage dans une étude notariale située dans une autre province, son dossier de stage est transmis à la commission de stage de cette province.
  § 7. Les membres des commissions de stage, des chambres des notaires et leurs préposés, qui ont pris connaissance du contenu du dossier, ainsi que le coach sont tenus au secret. L'article 458 du Code pénal leur est applicable.
  § 8. La Chambre nationale des notaires fixe les règles relatives à la composition, au fonctionnement et à l'organisation des commissions de stage.
  Tous les frais de fonctionnement des commissions de stage, en ce compris les indemnités perçues par leurs membres, sont à charge des compagnies.".
Art.203. In artikel 91 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 mei 1999 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de bepaling onder 5° aangevuld met een vierde streepje, luidende:
  "- inzake de permanente opleiding van de notarissen, kandidaat-notarissen en stagiairs;";
  2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Onverminderd het eerste lid, 5°, vierde streepje, bepaalt de Koning de regels inzake de permanente opleiding van de notarissen, kandidaat-notarissen en stagiairs voor zover ze van toepassing zijn op derden.".
Art.203. A l'article 91 de la même loi, inséré par la loi du 4 mai 1999 et modifié en dernier lieu par la loi du 6 juillet 2017, les modifications suivantes sont apportées:
  1° à l'alinéa 1er, le 5° est complété par un quatrième tiret libellé comme suit:
  "- en matière de formation permanente des notaires, candidats-notaires et stagiaires;";
  2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "Sans préjudice de l'alinéa 1er, 5°, quatrième tiret, le Roi fixe les règles en matière de formation permanente des notaires, candidats-notaires et stagiaires en ce qu'elles s'appliquent aux tiers.".
TITEL 15. - Wijziging van het Wetboek van vennootschappen
TITRE 15. - Modification du Code des sociétés
Art.204. Artikel 2, § 2, het Wetboek van vennootschappen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 april 2018, wordt aangevuld met het volgende streepje:
  "- de landbouwvennootschap, afgekort LV".
Art.204. L'article 2, § 2, du Code des sociétés, modifié en dernier lieu par la loi du 15 avril 2018, est complété par le tiret suivant:
  "- la société agricole, en abrégé S. Agr.".
Art.205. Artikel 204 treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.205. L'article 204 entre en vigueur le jour de la publication de cette loi au Moniteur belge.
TITEL 16. - Wijziging van de artikelen 508/13 en 508/19 van het Gerechtelijk Wetboek
TITRE 16. - Modification des articles 508/13 et 508/19 du Code judiciaire
Art.206. Artikel 508/13, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 november 1998 en gewijzigd bij de wet van 6 juli 2016, wordt aangevuld met de volgende zin:
  "Daartoe machtigt de Koning het bureau voor juridische bijstand ertoe niet alleen aan de rechtzoekende maar ook aan derden bewijsstukken te vragen volgens de nadere regels die Hij bepaalt.".
Art.206. L'article 508/13, alinéa 3, du Code judiciaire, inséré par la loi du 23 novembre 1998 et modifié par la loi du 6 juillet 2016, est complété par la phrase suivante:
  "A cette fin, le Roi autorise le bureau d'aide juridique à demander des pièces justificatives non seulement au justiciable mais également à des tiers selon les modalités qu'Il détermine.".
Art.207. In artikel 508/19 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 november 1998 en gewijzigd bij de wetten van 21 april 2007 en 6 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "op grond van een lijst met de punten die voor bepaalde uurprestaties worden aangerekend, waarvan de nadere regels worden bepaald door de Koning," ingevoegd tussen de woorden "voor die prestaties" en de woorden "aan de advocaten punten toe en doet hierover verslag aan de stafhouder.";
  2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
  " § 4. De Koning bepaalt de uitvoeringsbepalingen van dit artikel, inzonderheid de criteria inzake toekenning, niet-toekenning of vermindering van de punten, de berekeningswijze van de waarde van het punt, de voorwaarden inzake indiening van de aanvraag tot vergoeding en de nadere regels en voorwaarden inzake betaling van de vergoeding.
Art.207. Dans l'article 508/19 du même Code, inséré par la loi du 23 novembre 1998 et modifié par les lois des 21 avril 2007 et 6 juillet 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "sur la base d'une liste mentionnant les points correspondants à des prestations horaires déterminées, dont les modalités sont fixées par le Roi," sont insérés entre les mots "pour ces prestations" et les mots "et en fait un rapport au bâtonnier.";
  2° l'article est complété par un paragraphe 4 rédigé comme suit:
  " § 4. Le Roi détermine les modalités d'exécution de cet article, et notamment les critères d'attribution, de non attribution ou de diminution des points, le mode de calcul de la valeur du point, les conditions d'introduction de la demande d'indemnité, les modalités et conditions de paiement de l'indemnité.".
Art. 208. De artikelen 206 en 207 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2016.
Art. 208. Les articles 206 et 207 produisent leurs effets le 1er septembre 2016.