Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 NOVEMBER 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de functionarissen voor gegevensbescherming, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische gegevensverkeer
Titre
23 NOVEMBRE 2018. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif aux délégués à la protection des données, visés à l'article 9 du décret du 18 juillet 2008 relatif à l'échange électronique de données administratives
Documentinformatie
Info du document
Tekst (12)
Texte (12)
Artikel 1. De instantie wijst overeenkomstig artikel 37, lid 5, van de algemene verordening gegevensbescherming een functionaris voor gegevensbescherming aan op grond van zijn professionele kwaliteiten en, in het bijzonder, zijn deskundigheid op het gebied van de regelgeving en de praktijk inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens en zijn vermogen de taken, vermeld in artikel 3, te vervullen. De functionaris voor gegevensbescherming bezit ook een gedegen kennis van de informatieveiligheid en de informaticaomgeving van de instantie.
Article 1er. Conformément à l'article 37, alinéa 5, du règlement général sur la protection des données, l'instance désigne un délégué à la protection des données sur la base de ses qualités professionnelles et, en particulier, son expertise dans le domaine de la réglementation et de la pratique en matière de protection des personnes physiques lors du traitement des données à caractère personnel, et sa faculté d'accomplir les tâches visées à l'article 3. Le délégué à la protection des données dispose également d'une connaissance solide de la sécurité de l'information et de l'environnement informatique de l'instance.
Art. 2. De verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie deelt de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming mee aan de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer.
De verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie maakt overeenkomstig artikel 37, lid 7, van de algemene verordening gegevensbescherming de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming bekend. De bekendgemaakte contactgegevens hoeven de naam van de functionaris voor gegevensbescherming niet te bevatten.
De verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie maakt de naam en de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming aan de personeelsleden van de instantie bekend.
De verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie maakt overeenkomstig artikel 37, lid 7, van de algemene verordening gegevensbescherming de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming bekend. De bekendgemaakte contactgegevens hoeven de naam van de functionaris voor gegevensbescherming niet te bevatten.
De verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie maakt de naam en de contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming aan de personeelsleden van de instantie bekend.
Art. 2. Le responsable de la gestion journalière de l'instance communique les coordonnées du délégué à la protection des données à la Commission de contrôle flamande du traitement des données à caractère personnel, visée à l'article 10/1 du décret du 18 juillet 2008 relatif à l'échange électronique de données administratives.
Le responsable de la gestion journalière de l'instance publie les coordonnées du délégué à la protection des données, conformément à l'article 37, alinéa 7 du règlement général sur la protection des données. Les coordonnées publiées ne doivent pas contenir le nom du délégué à la protection des données.
Le responsable de la gestion journalière de l'instance communique le nom et les coordonnées du délégué à la protection des données aux membres du personnel de l'instance.
Le responsable de la gestion journalière de l'instance publie les coordonnées du délégué à la protection des données, conformément à l'article 37, alinéa 7 du règlement général sur la protection des données. Les coordonnées publiées ne doivent pas contenir le nom du délégué à la protection des données.
Le responsable de la gestion journalière de l'instance communique le nom et les coordonnées du délégué à la protection des données aux membres du personnel de l'instance.
Art. 3. De functionaris voor gegevensbescherming vervult de taken, vermeld in de algemene verordening gegevensbescherming.
Specifiek met het oog op de veiligheid van de persoonsgegevens die de instantie verwerkt, waarbij hij de functie van functionaris voor gegevensbescherming vervult, en met het oog op de bescherming van de rechten van de personen op wie die gegevens betrekking hebben, is hij ervoor verantwoordelijk:
1° adviezen en aanbevelingen te verstrekken aan de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie, over alle aspecten op het vlak van de informatieveiligheid;
2° voor de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie een veiligheidsplan voor een termijn van drie jaar op te stellen, met vermelding van de middelen op jaarbasis die volgens hem vereist zijn om het plan uit te voeren. Dat plan wordt minstens één keer per jaar met de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie besproken en zo nodig aangepast. De verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie beslist over de in te zetten middelen. Het veiligheidsplan wordt beschouwd als een advies als vermeld in artikel 39, lid 1, a), van de algemene verordening gegevensbescherming;
3° jaarlijks een verslag op te stellen voor de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie. Dat jaarverslag omvat minstens:
a) een algemeen overzicht van de veiligheidstoestand, de ontwikkeling in het afgelopen jaar en de nog te realiseren doelstellingen;
b) een samenvatting van de schriftelijke adviezen en aanbevelingen die de functionaris voor gegevensbescherming aan de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie heeft bezorgd, en het gevolg dat eraan is gegeven;
c) een overzicht van de taken, vermeld in artikel 39 van de algemene verordening gegevensbescherming, die de functionaris voor gegevensbescherming vervuld heeft;
d) een overzicht van de resultaten van de controles die de functionaris voor gegevensbescherming uitgevoerd heeft, met vermelding van de vastgestelde voorvallen die de informatieveiligheid van de instantie in het gedrang hadden kunnen brengen;
e) een overzicht van de campagnes die de functionaris voor gegevensbescherming gevoerd heeft ter bevordering van de gegevensbescherming bij het personeel;
f) een overzicht van alle opleidingen die de functionaris voor gegevensbescherming gevolgd heeft en die hij nog gaat volgen;
4° opdrachten uit te voeren die de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie hem binnen de instantie heeft toevertrouwd, als dat zijn onafhankelijkheid niet in het gedrang brengt en als de inhoud en de hoeveelheid van zijn andere opdrachten hem in staat stellen om zijn taken als functionaris voor gegevensbescherming conform de algemene verordening gegevensbescherming te vervullen.
Specifiek met het oog op de veiligheid van de persoonsgegevens die de instantie verwerkt, waarbij hij de functie van functionaris voor gegevensbescherming vervult, en met het oog op de bescherming van de rechten van de personen op wie die gegevens betrekking hebben, is hij ervoor verantwoordelijk:
1° adviezen en aanbevelingen te verstrekken aan de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie, over alle aspecten op het vlak van de informatieveiligheid;
2° voor de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie een veiligheidsplan voor een termijn van drie jaar op te stellen, met vermelding van de middelen op jaarbasis die volgens hem vereist zijn om het plan uit te voeren. Dat plan wordt minstens één keer per jaar met de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie besproken en zo nodig aangepast. De verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie beslist over de in te zetten middelen. Het veiligheidsplan wordt beschouwd als een advies als vermeld in artikel 39, lid 1, a), van de algemene verordening gegevensbescherming;
3° jaarlijks een verslag op te stellen voor de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie. Dat jaarverslag omvat minstens:
a) een algemeen overzicht van de veiligheidstoestand, de ontwikkeling in het afgelopen jaar en de nog te realiseren doelstellingen;
b) een samenvatting van de schriftelijke adviezen en aanbevelingen die de functionaris voor gegevensbescherming aan de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie heeft bezorgd, en het gevolg dat eraan is gegeven;
c) een overzicht van de taken, vermeld in artikel 39 van de algemene verordening gegevensbescherming, die de functionaris voor gegevensbescherming vervuld heeft;
d) een overzicht van de resultaten van de controles die de functionaris voor gegevensbescherming uitgevoerd heeft, met vermelding van de vastgestelde voorvallen die de informatieveiligheid van de instantie in het gedrang hadden kunnen brengen;
e) een overzicht van de campagnes die de functionaris voor gegevensbescherming gevoerd heeft ter bevordering van de gegevensbescherming bij het personeel;
f) een overzicht van alle opleidingen die de functionaris voor gegevensbescherming gevolgd heeft en die hij nog gaat volgen;
4° opdrachten uit te voeren die de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie hem binnen de instantie heeft toevertrouwd, als dat zijn onafhankelijkheid niet in het gedrang brengt en als de inhoud en de hoeveelheid van zijn andere opdrachten hem in staat stellen om zijn taken als functionaris voor gegevensbescherming conform de algemene verordening gegevensbescherming te vervullen.
Art. 3. Le délégué à la protection des données accomplit les tâches visées au règlement général sur la protection des données.
Spécifiquement en vue de la sécurité des données personnelles traitées par l'instance, où il remplit la fonction de délégué à la protection des données, et en vue de la protection des droits des personnes auxquelles ces données ont trait, il a la responsabilité :
1° de fournir des avis et recommandations au responsable de la gestion journalière de l'instance, sur tous les aspects dans le domaine de la sécurité de l'information ;
2° d'établir, à l'attention du responsable de la gestion journalière de l'instance, un plan de sécurité pour un délai de trois ans, dans lequel sont mentionnés les moyens annuels requis selon lui pour la mise en oeuvre du plan. Ce plan est discuté, et adapté si nécessaire, au moins une fois par an avec le responsable de la gestion journalière de l'instance. Le responsable de la gestion journalière de l'instance décide des moyens à affecter. Le plan de sécurité est considéré comme un avis tel que visé à l'article 39, alinéa 1er, a), du règlement général sur la protection des données ;
3° d'établir annuellement un rapport à l'attention du responsable de la gestion journalière de l'instance. Ce rapport annuel reprend au moins :
a) un aperçu général de la situation de sécurité, des développements dans l'année écoulée et des objectifs qui restent à réaliser ;
b) une synthèse des avis et recommandations écrits que le délégué à la protection des données a transmis au responsable de la gestion journalière de l'instance, et de la suite qui y a été réservée ;
c) un aperçu des tâches, visées à l'article 39 du règlement général sur la protection des données, que le délégué à la protection des données a accomplies ;
d) un aperçu des résultats des contrôles effectués par le délégué à la protection des données, avec mention des cas constatés susceptibles d'avoir mis en péril la sécurité de l'information de l'instance ;
e) un aperçu des campagnes menées par le délégué à la protection des données dans le but de promouvoir la protection des données auprès du personnel ;
f) un aperçu de toutes les formations que le délégué à la protection des données a suivies et va encore suivre ;
4° d'effectuer les missions que le responsable de la gestion journalière de l'instance lui a confiées, si celles-ci ne compromettent pas son indépendance et si le contenu et la quantité de ses autres missions lui permettent d'accomplir ses tâches de délégué à la protection des données conformément au règlement général sur la protection des données.
Spécifiquement en vue de la sécurité des données personnelles traitées par l'instance, où il remplit la fonction de délégué à la protection des données, et en vue de la protection des droits des personnes auxquelles ces données ont trait, il a la responsabilité :
1° de fournir des avis et recommandations au responsable de la gestion journalière de l'instance, sur tous les aspects dans le domaine de la sécurité de l'information ;
2° d'établir, à l'attention du responsable de la gestion journalière de l'instance, un plan de sécurité pour un délai de trois ans, dans lequel sont mentionnés les moyens annuels requis selon lui pour la mise en oeuvre du plan. Ce plan est discuté, et adapté si nécessaire, au moins une fois par an avec le responsable de la gestion journalière de l'instance. Le responsable de la gestion journalière de l'instance décide des moyens à affecter. Le plan de sécurité est considéré comme un avis tel que visé à l'article 39, alinéa 1er, a), du règlement général sur la protection des données ;
3° d'établir annuellement un rapport à l'attention du responsable de la gestion journalière de l'instance. Ce rapport annuel reprend au moins :
a) un aperçu général de la situation de sécurité, des développements dans l'année écoulée et des objectifs qui restent à réaliser ;
b) une synthèse des avis et recommandations écrits que le délégué à la protection des données a transmis au responsable de la gestion journalière de l'instance, et de la suite qui y a été réservée ;
c) un aperçu des tâches, visées à l'article 39 du règlement général sur la protection des données, que le délégué à la protection des données a accomplies ;
d) un aperçu des résultats des contrôles effectués par le délégué à la protection des données, avec mention des cas constatés susceptibles d'avoir mis en péril la sécurité de l'information de l'instance ;
e) un aperçu des campagnes menées par le délégué à la protection des données dans le but de promouvoir la protection des données auprès du personnel ;
f) un aperçu de toutes les formations que le délégué à la protection des données a suivies et va encore suivre ;
4° d'effectuer les missions que le responsable de la gestion journalière de l'instance lui a confiées, si celles-ci ne compromettent pas son indépendance et si le contenu et la quantité de ses autres missions lui permettent d'accomplir ses tâches de délégué à la protection des données conformément au règlement général sur la protection des données.
Art. 4. De opdrachten van de functionaris voor gegevensbescherming hebben ook betrekking op de bewaring, de verwerking of de uitwisseling van persoonsgegevens die voor rekening van de instantie door derden worden uitgevoerd.
Art. 4. Les missions du délégué à la protection des données ont aussi trait à la garde, au traitement ou à l'échange de données à caractère personnel, effectués par des tiers pour le compte de l'instance.
Art. 5. De functionaris voor gegevensbescherming neemt altijd, ongeacht of hij bij een of meer instanties de rol van functionaris voor gegevensbescherming vervult, de nodige objectiviteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid in acht bij de formulering van adviezen en aanbevelingen. Hij formuleert de adviezen en aanbevelingen met de vereiste deskundigheid ter zake.
De functionaris voor gegevensbescherming brengt zijn adviezen en aanbevelingen schriftelijk en gemotiveerd uit tenzij de risico's niet voldoende ernstig zijn. Binnen de periode, die de omstandigheden vereisen en die maximaal drie maanden beslaat, beslist de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie het advies of de aanbeveling al dan niet te volgen en deelt hij de functionaris voor gegevensbescherming mee welke beslissing hij heeft genomen. Als de beslissing afwijkt van een schriftelijk advies of aanbeveling van de functionaris voor gegevensbescherming, deelt hij zijn beslissing schriftelijk en op gemotiveerde wijze mee aan de functionaris voor gegevensbescherming.
De functionaris voor gegevensbescherming brengt zijn adviezen en aanbevelingen schriftelijk en gemotiveerd uit tenzij de risico's niet voldoende ernstig zijn. Binnen de periode, die de omstandigheden vereisen en die maximaal drie maanden beslaat, beslist de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie het advies of de aanbeveling al dan niet te volgen en deelt hij de functionaris voor gegevensbescherming mee welke beslissing hij heeft genomen. Als de beslissing afwijkt van een schriftelijk advies of aanbeveling van de functionaris voor gegevensbescherming, deelt hij zijn beslissing schriftelijk en op gemotiveerde wijze mee aan de functionaris voor gegevensbescherming.
Art. 5. Le délégué à la protection des données observe toujours l'objectivité, l'impartialité et l'indépendance nécessaires lors de la formulation d'avis et de recommandations, qu'il remplisse ou non la fonction de délégué à la protection des données dans une ou plusieurs instances. Il formule les avis et recommandations avec l'expertise requise en la matière.
Le délégué à la protection des données émet ses avis et recommandations par voie écrite et de façon motivée, à moins que les risques ne soient pas suffisamment graves. Dans la période requise par les circonstances, qui comprend trois mois au maximum, le responsable de la gestion journalière de l'instance décide de suivre ou non l'avis ou la recommandation, et il communique sa décision au délégué à la protection des données. Si la décision dévie d'un avis écrit ou d'une recommandation écrite du délégué à la protection des données, il communique sa décision par écrit et de manière motivée au délégué à la protection des données.
Le délégué à la protection des données émet ses avis et recommandations par voie écrite et de façon motivée, à moins que les risques ne soient pas suffisamment graves. Dans la période requise par les circonstances, qui comprend trois mois au maximum, le responsable de la gestion journalière de l'instance décide de suivre ou non l'avis ou la recommandation, et il communique sa décision au délégué à la protection des données. Si la décision dévie d'un avis écrit ou d'une recommandation écrite du délégué à la protection des données, il communique sa décision par écrit et de manière motivée au délégué à la protection des données.
Art. 6. De functionaris voor gegevensbescherming houdt alle informatie die aan hem wordt toevertrouwd of die hij kan inzien, horen of lezen in het kader van zijn taken of beroepsactiviteiten, strikt vertrouwelijk. Dat betreft zowel de informatie die op zijn opdracht betrekking heeft, als de informatie over of van zijn vakgenoten.
Met behoud van artikel 39, lid 1, d) en e), van de algemene verordening gegevensbescherming, mag de functionaris voor gegevensbescherming van de algemene regel van vertrouwelijkheid van informatie alleen in de volgende twee gevallen afwijken:
1° in de gevallen die door of krachtens een wets-, decretale of reglementsbepaling zijn vastgelegd;
2° nadat hij schriftelijk een akkoord heeft gekregen van de derde die door de onthulling wordt getroffen.
De functionaris voor gegevensbescherming waakt erover dat zijn medewerkers en iedere persoon die voor een opdracht onder zijn verantwoordelijkheid optreedt, de vertrouwelijkheidsplicht, vermeld in het eerste en tweede lid, naleven.
Met behoud van artikel 39, lid 1, d) en e), van de algemene verordening gegevensbescherming, mag de functionaris voor gegevensbescherming van de algemene regel van vertrouwelijkheid van informatie alleen in de volgende twee gevallen afwijken:
1° in de gevallen die door of krachtens een wets-, decretale of reglementsbepaling zijn vastgelegd;
2° nadat hij schriftelijk een akkoord heeft gekregen van de derde die door de onthulling wordt getroffen.
De functionaris voor gegevensbescherming waakt erover dat zijn medewerkers en iedere persoon die voor een opdracht onder zijn verantwoordelijkheid optreedt, de vertrouwelijkheidsplicht, vermeld in het eerste en tweede lid, naleven.
Art. 6. Le délégué à la protection des données traite toutes les informations qui lui sont confiées ou qu'il peut consulter, entendre ou lire dans le cadre de ses tâches ou activités professionnelles, de manière strictement confidentielle. Il s'agit tant des informations relatives à sa mission, que des informations relatives à ou provenant de ses collègues.
Sans préjudice de l'article 39, alinéa 1er, d) et e) du règlement général sur la protection des données, le délégué à la protection des données ne peut déroger à la règle générale de la confidentialité de l'information que dans les deux cas suivants :
1° dans les cas stipulés par ou en vertu d'une disposition légale, décrétale ou réglementaire ;
2° après avoir obtenu l'accord écrit du tiers qui sera affecté par la révélation.
Le délégué à la protection des données veille à ce que ses collaborateurs et toute personne agissant sous sa responsabilité dans le cadre d'une mission, observent la confidentialité obligatoire, visée aux alinéas 1er et 2.
Sans préjudice de l'article 39, alinéa 1er, d) et e) du règlement général sur la protection des données, le délégué à la protection des données ne peut déroger à la règle générale de la confidentialité de l'information que dans les deux cas suivants :
1° dans les cas stipulés par ou en vertu d'une disposition légale, décrétale ou réglementaire ;
2° après avoir obtenu l'accord écrit du tiers qui sera affecté par la révélation.
Le délégué à la protection des données veille à ce que ses collaborateurs et toute personne agissant sous sa responsabilité dans le cadre d'une mission, observent la confidentialité obligatoire, visée aux alinéas 1er et 2.
Art. 7. In het kader van zijn taken bevordert en ziet de functionaris voor de gegevensbescherming overeenkomstig artikel 39, lid 1, b), van de algemene verordening gegevensbescherming toe op de naleving van de voorschriften voor de gegevensbescherming, opgelegd door de algemene verordening gegevensbescherming, de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens en het beleid van de verwerkingsverantwoordelijke over de bescherming van persoonsgegevens.
De functionaris voor de gegevensbescherming wordt geĂŻnformeerd over eventuele overtredingen van of problemen met de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens binnen de instantie, zodat hij daarover, als dat nodig is of wenselijk is, een advies of aanbeveling kan formuleren. Alle vastgestelde overtredingen worden schriftelijk en uitsluitend aan de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie meegedeeld. De nodige adviezen worden erbij gevoegd om dergelijke overtredingen in de toekomst te vermijden.
De functionaris voor de gegevensbescherming wordt geĂŻnformeerd over eventuele overtredingen van of problemen met de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens binnen de instantie, zodat hij daarover, als dat nodig is of wenselijk is, een advies of aanbeveling kan formuleren. Alle vastgestelde overtredingen worden schriftelijk en uitsluitend aan de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie meegedeeld. De nodige adviezen worden erbij gevoegd om dergelijke overtredingen in de toekomst te vermijden.
Art. 7. Conformément à l'article 39, alinéa 1er, b) du règlement général sur la protection des données, le délégué à la protection des données promeut et contrôle, dans le cadre de ses tâches, le respect des prescriptions relatives à la protection des données, imposées par le règlement général sur la protection des données, la réglementation relative à la protection des personnes physiques lors du traitement des données à caractère personnel, et la politique du responsable du traitement concernant la protection des données personnelles.
Le délégué à la protection des données est informé sur des infractions éventuelles ou des problèmes liés à la protection de personnes physiques lors du traitement des données à caractère personnel au sein de l'instance, de sorte qu'il peut formuler, si nécessaire ou souhaitable, un avis ou une recommandation à ce sujet. Toutes les infractions constatées sont communiquées par écrit et exclusivement au responsable de la gestion journalière de l'instance. Les avis nécessaires sont joints afin d'éviter de pareilles infractions à l'avenir.
Le délégué à la protection des données est informé sur des infractions éventuelles ou des problèmes liés à la protection de personnes physiques lors du traitement des données à caractère personnel au sein de l'instance, de sorte qu'il peut formuler, si nécessaire ou souhaitable, un avis ou une recommandation à ce sujet. Toutes les infractions constatées sont communiquées par écrit et exclusivement au responsable de la gestion journalière de l'instance. Les avis nécessaires sont joints afin d'éviter de pareilles infractions à l'avenir.
Art. 8. De functionaris voor de gegevensbescherming kan overeenkomstig artikel 38, lid 3, van de algemene verordening gegevensbescherming niet uit zijn functie worden ontheven wegens meningen die hij uit of daden die hij stelt om zijn functie goed uit te oefenen.
Art. 8. Conformément à l'article 38, alinéa 3, du règlement général sur la protection des données, le délégué à la protection des données ne peut pas être relevé de sa fonction en raison des opinions qu'il émet ou des actes qu'il accomplit dans le cadre de l'exercice correct de sa fonction.
Art. 9. De functionaris voor gegevensbescherming werkt onder het rechtstreekse functionele gezag van de verantwoordelijke voor het dagelijks bestuur binnen de instantie. Hij werkt nauw samen met de andere diensten binnen de instantie die mee instaan voor de gegevensbescherming.
Art. 9. Le délégué à la protection des données relève de l'autorité directe fonctionnelle du responsable de la gestion journalière de l'instance. Il collabore étroitement avec les autres services de l'instance qui sont co-responsables de la protection des données.
Art. 10. Het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 betreffende de veiligheidsconsulenten, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer wordt opgeheven.
Art. 10. L'arrêté du Gouvernement flamand du 15 mai 2009 relatif aux conseillers en sécurité, visés à l'article 9 du décret du 18 juillet 2008 relatif à l'échange électronique de données administratives, est abrogé.
Art. 11. Artikel 2, eerste lid, treedt in werking op de datum van de bekendmaking van de samenstelling van de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, in het Belgisch Staatsblad.
Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 25 mei 2018.
Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 25 mei 2018.
Art. 11. L'article 2, alinéa 1er, entre en vigueur à la date de la publication au Moniteur belge de la composition de la Commission de contrôle flamande du traitement des données à caractère personnel, visée à l'article 10/1 du décret du 18 juillet 2008 relatif à l'échange électronique de données administratives.
Le présent arrêté produit ses effets le 25 mai 2018.
Le présent arrêté produit ses effets le 25 mai 2018.
Art. 12. De Vlaamse minister, bevoegd voor het e-government, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Le Ministre flamand ayant le gouvernement en ligne dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.